De Kinderen Van De Hondsberg

Michael / vgn.nl

In 1998 kwam Roel van Dalen voor het eerst in De Hondsberg, een instituut voor onderzoek en behandeling van kinderen met een verstandelijke beperking. Dertien jaar later zocht de documentairemaker enkele kinderen die hij daar had leren kennen opnieuw op voor het tweeluik De Kinderen Van De Hondsberg (100 min.). Inmiddels moeten zij rond de veertig zijn. Alle reden, zou je als buitenstaander zeggen, om de draad weer op te pakken en in de allerbeste Up-traditie te gaan bekijken wat het leven hen en hun familieleden in de afgelopen jaren heeft gebracht.

Hebben het zeer gecompliceerde, van oorsprong Chileense meisje Céline en haar adoptieouders het precaire evenwicht tussen hen, dat ze met heel veel doorzettingsvermogen hebben opgebouwd, bijvoorbeeld weten te bewaren? Zou de goedlachse Michael nog steeds op zichzelf wonen, inmiddels een baantje hebben bemachtigd bij zijn grote liefde De Efteling en ook aan een leuke vriendin zijn gekomen? En is het de licht ontvlambare Boyce bovendien gelukt om niet meer te blowen, zijn relatie in stand te houden en uit de criminaliteit te blijven?

Kan Terrence verder nog altijd terugvallen op zijn twee broers, die zich als vanzelfsprekend om hem bekommeren, en is hij op een plek terechtgekomen waar hij wordt begrepen? Heeft Niels, bij wie volgens de orthopedagoog ‘de computer niet helemaal goed gemaakt is’, zijn vaste aanstelling waargemaakt en misschien ook nog zijn rijbewijs gehaald? En is de dappere Stéphanie, afkomstig uit een probleemgezin waarvan ze zich slechts met heel veel moeite heeft kunnen losmaken, erin geslaagd om het plekje in de samenleving te veroveren dat haar toekomt?

Want deze gewone Nederlanders, met stuk voor stuk een opmerkelijk levensverhaal, kunnen in potentie personages worden in een langlopend feuilleton over hoe ‘t mensen die een lastige start hebben gehad op de lange termijn vergaat. Hoe laat je dat turbulente verleden achter je? Kan dat überhaupt? En welke bijzondere uitdagingen biedt het leven dan voor iemand met een beperking of achterstand? Het is wel de vraag of ze dat willen: van sommige hoofdpersonen van de Up-serie is bekend dat ze hun levenslange participatie in het project als een soort vloek ervaren.

Aan Roel van Dalen zal het niet liggen. Kalm en respectvol observeert hij in De Kinderen Van De Hondsberg In 2011 zijn hoofdpersonen in hun dagelijks bestaan, versnijdt dit met beelden uit de oorspronkelijke serie en vraagt hen hoe ze naar hun eigen leven kijken. De aandacht ligt nadrukkelijk bij hen, mensen die vaak niet aan het woord komen. Over wie nogal eens wórdt gesproken. Gaan we nog van hen horen? Van de mannen en vrouwen die we nog altijd associëren met De Hondsberg – ook al zijn ze daar meestal al zeker een jaar of dertig weg.

Ed Sheeran: The Sum Of It All

Disney+

Waarom Ed Sheeran en zijn echtgenote Cherry zoveel van zichzelf en hun privéleven laten zien voor de camera? Daarvoor hebben ze volgens eigen zeggen een goede reden, die tegen het einde van de eerste aflevering van de vierdelige serie Ed Sheeran: The Sum Of It All (129 min.) wordt onthuld. ‘Anders zou ik hiermee nooit akkoord zijn gegaan’, benadrukt Cherry nog maar eens. Die reden zou inderdaad een goede motivatie kunnen zijn om alles te vast te leggen, maar of ‘t dan ook meteen logisch is om dit met de hele wereld te delen? En zouden Ed en Cherry zónder de camera ook zijn gaan actionpainten, de activiteit die het verhaal achter deze reden lijkt los te wrikken?

Waar Sheeran ook gaat, er is een camera, zo lijkt het. En dat resulteert in allerlei leuke scènes. Als de Britse singer-songwriter tijdens de Oktoberfesten in Frankfurt bijvoorbeeld spontaan aanbiedt om zelf, met een ondeugende glimlach en natuurlijk in Lederhosen, ook een liedje te spelen. Als de gearriveerde ster ouderwets op straat gaat spelen in Ipswich en naderhand een willekeurig tienjarig jongetje uit het publiek zijn gitaar en versterker in de handen drukt (zodat hij, net als de Ed van elf ooit, zichzelf kan leren spelen). En als hij, toch nog dat rossige joch, met zijn jeugdheld Eminem mag optreden tijdens de introductie van de rapper in de Rock & Roll Hall Of Fame.

Regisseur David Soutar toont verder allerlei geinige filmpjes uit Sheerans (muzikale) verleden en puike concertimpressies, geeft Ed en Cherry vrijelijk het woord en is er natuurlijk ook bij als er nieuwe songs worden geschreven, opgenomen en uitgevoerd, waarvoor dan ook nog videoclips moeten worden geschoten. Intussen sluipt er drama in het leven van de populaire zanger, dat zo lang op rolletjes leek te lopen. Begin 2022 overlijdt plotseling zijn vriend Jamal Edwards, de man die mede aan de basis stond van Sheerans doorbraak. En deze tragische gebeurtenis vindt natuurlijk ook weer z’n weg naar diens muziek, de nieuwe langspeler Subtract om precies te zijn.

Dat album wordt zowat tegelijkertijd uitgebracht met deze miniserie, die daardoor toch weer het karakter krijgt van een bijsluiter. Zodat Eds (potentiële) publiek zijn nieuwe muziek op waarde weet te schatten. Daarbij blijft het dan wel de vraag of hier een geretoucheerde versie van Sheerans werkelijkheid wordt gepresenteerd. Zou hij bijvoorbeeld echt alleen verdrietig zijn geweest om Edwards’ dood? Of misschien ook een héél klein beetje kwaad? Geen spoor daarvan in The Sum Of It All. Dat zou de emotionele boodschap van wat hij wil zeggen alleen maar vertroebelen. Zoals de afwikkeling van de kwestie die alle ‘openheid’ veroorzaakte zich ook wel laat voorspellen.

Het past allemaal in de manier waarop Ed Sheeran ‘leeft’ voor de kunst – en zich niet schaamt voor het vermarkten daarvan.

Tegen De Tijd

Human

Ze lopen niet meer synchroon met hun omgeving. Dat hebben ze al een tijdje geleden opgegeven. De dag wil maar niet eindigen. Of het lukt gewoon niet om eraan te beginnen. Hun ritme is volledig ontregeld geraakt. Een constante jetlag. Altijd aan, zelden uit. Nachtraven tegen wil en dank. De slaap wil steeds niet komen, laat zich niet verdrijven of brengt allang geen soelaas meer. Insomnia.

In een slaapcentrum vechten vier slapelozen Tegen De Tijd (58 min.). Tiener Muied kan de slaap maar niet vatten. Zijn leven wordt er volledig door verstoord. Ooit zat hij op de HAVO. Via VMBO-T is hij nu op VMBO-kader terechtgekomen. En ook daar gaat het niet goed. De 22-jarige Nienke slaapt intussen door elke wekker heen en komt daardoor steeds nadrukkelijker in de problemen op haar dansopleiding.

Leon heeft zelfs het gevoel dat hij vereenzaamt door zijn slaapproblemen. De solitaire uren voor het inslapen breken hem op. Hij heeft concentratieproblemen en wordt volgens eigen zeggen ook traag. De 51-jarige Maurice moet voor zijn werk geregeld door verschillende tijdzones reizen. Inmiddels vindt hij nergens meer echt aansluiting en voelt hij zich chronisch vermoeid. Zijn sociale leven is ergens onderweg gestrand.

Via een slaaptraining bij het Haaglanden Medisch Centrum, waarvoor de vier hun slaapritme gaan verleggen en vervolgens regelmaat proberen te zoeken, hopen ze in deze koortsachtige documentaire van Nelleke Koop de weg terug te vinden naar een natuurlijke dag- en nachtindeling en weer op één lijn te komen met de rest van de wereld die hen al zo vaak voor lui en ongedisciplineerd heeft versleten.

Koop volgt hun bevindingen, bijvoorbeeld via een camera in de bovenhoek van hun slaapkamer, maar probeert ook de ervaring van het verdoofd leven en wakend slapen te pakken te krijgen met vervreemdende beeldsequenties, een unheimisch geluidsdecor en een verteller die mechanisch voorleest uit rapportages of juist het filosofische idee van het tegen – of langs – de tijd leven onder woorden brengt.

Tegen De Tijd wordt zo een immersieve ervaring. Een koortsdroom, waarmee het slaapgebrek, de dagelijkse verdwazing en het ontbreken van elke vorm van ritme invoelbaar worden gemaakt voor lieden, die doorgaans zonder al te veel moeite op één oor belanden en maar niet kunnen bevatten dat anderen ongewild tot nachtdier zijn verworden.

Whores’ Glory

Kino Lorber

Ze bidden voor een goede dag. Lopen taakbewust naar binnen. Klokken daar in met een heuse prikkaart. Vrezen voor slappe business. Worden desondanks helemaal mooi gemaakt. Nemen daarna plaats in een soort vitrine. Krijgen net als alle andere poppetjes een nummer. Laten zich als exclusieve waar monsteren. Lachen intussen verleidelijk naar potentiële klanten. Worden enthousiast aangeprezen en ‘all-incusive’ aangeboden. Horen vervolgens hoe hun nummer officieel wordt omgeroepen. En stappen, nadat er bij een officiële kassier is afgerekend, met een gelukkige consument de lift in. Onderweg naar (maximaal twee uur) dagelijkse arbeid – of, voor de betaler, even heerlijk ontspannen.

‘Ik beloof je prachtige lichamen en goede service’, heeft een bedrijfsleider van The Fishtank in Bangkok die klant nog toegeroepen. Het eerste deel van het drieluik Whores’ Glory (119 min.) krijgt daarmee een onwerkelijk karakter. De wereld die doorgaans in de schemering blijft wordt hier vol in het licht gezet. Zonder schaamte presenteren de prostituees, hun pooiers en de hoerenlopers zich. Alsof het regulier werk is. Ómdat het regulier werk is – of daar tenminste verdacht veel op lijkt. En om het verhaal helemaal af te maken spenderen sommige meisjes (al) hun geld dan weer aan ‘barjongens’, die in een club op hen zitten te wachten en daar weer hun brood mee verdienen. Het lijkt een soort circulaire sekseconomie.

Vergeleken met het welhaast glamoureuze lopende bandwerk in Thailand gaat het er bij The City Of Joy in Bangladesh, de tweede pleisterplaats van deze film over het oudste beroep ter wereld van de Oostenrijkse documentairemaker Michael Glawogger, tamelijk ambachtelijk aan toe. De vrouwen zijn minder opgedirkt, ontvangen hun cliënten op een kamertje van een rudimentair bordeel en worden aangestuurd door een madam die zelf ook uit het vak komt en flink van leer kan trekken. Sommige van de werkende vrouwen zijn in werkelijkheid gewoon meisjes. Héél jonge meisjes. Véél te jonge meisjes zelfs. Die gewoon verhandeld worden. Soms zelfs door hun eigen moeder. Alleen aan orale seks doen ze niet. Dat is tegen hun geloof.

De meeste klanten lijken zich niettemin helemaal niet te schamen voor hun ‘hobby’. Terwijl hij een klant knipt, vertelt een jonge kapper bijvoorbeeld trots dat hij zeker één of twee keer per dag naar de dames van plezier gaat. ‘Zonder de rosse buurt van Faridpur zouden vrouwen niet op straat kunnen komen, zonder dat ze worden lastiggevallen’, zegt hij. ‘Mannen zouden zo geil zijn dat ze hen gewoon zouden verkrachten. Zonder die meisjes zouden ze zich vergrijpen aan koeien en geiten.’ In het bordeel zijn desondanks genoeg deerniswekkende taferelen op te tekenen. ‘Waarom moeten vrouwen zoveel lijden?’ vraagt één van de meiden zich bijvoorbeeld wanhopig af. ‘Is er echt geen andere manier voor ons?’

Voor het nóg grimmigere derde deel van deze bijna twee uur klokkende afdaling in de krochten van de seksindustrie, die wordt aangedreven door een indie-soundtrack met songs van onder andere PJ Harvey en CocoRosie, neemt Glawogger de wijk naar La Zona in het Mexicaanse grensstadje Reynosa, waar auto’s met potentiële klanten af en aan rijden om de markt te verkennen: schaars geklede vrouwen, die voor een luttel bedrag ieders stoutste dromen waarmaken. Levend in het hellehol tussen sekswerk, crack en – ook hier – God. ‘Ze hebben schrik voor die grote paal van mij’, pocht een man die roepend en wuivend rondrijdt in zijn auto. Morgen gaat hij helemaal los, zegt hij. Tegen de camera en tegen zichzelf, zo lijkt het.

Waarna deze somber stemmende film uit 2011, onderdeel van Michael Glawoggers World Of Work-trilogie, aanstuurt op een 18+-scène die werkelijk anti-sexy oogt en geen enkele opwinding te weeg brengt. Alleen ongemak, walging zelfs. En de vraag of dit wel in beeld moest – en of het misschien geënsceneerd is. Whores’ Glory is dan allang een deprimerende ervaring geworden, een kouwe film die in je botten gaat zitten. Over een liefdeloze wereld, boordevol werktuiglijke seks. En dat lijkt ook precies Glawoggers bedoeling.

George Michael – Portrait Of An Artist

Channel 4

Dit is hoe je een postuum portret van een tot de verbeelding sprekende artiest dus niet maakt.

George Michael (1963-2016), de Britse popzanger die in de jaren tachtig een tieneridool werd met Wham!, daarna een al even succesvolle solocarrière opbouwde en de allerlaatste sceptici voor zich won tijdens het Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness in 1992, waar hij, zowat als enige, het stembereik van de Queen-zanger leek aan te kunnen. Zo’n man, een sekssymbool bovendien dat stiekem worstelde met zijn eigen seksualiteit, verdient een documentaire die zijn kunst recht doet en een oprechte poging onderneemt om achter het gordijn te komen.

Géén film die al dat fraaie beeld- en geluidsmateriaal – tv-interviews, videoclips, concerten, B-roll en media-optredens – helemaal kapotsnijdt, ten faveure van een hele stoet, al even vlot gemonteerde pratende hoofden; van lieden uit zijn periferie (tourmanagers, bandleden en geluidstechnici) en collega-artiesten (Stevie Wonder, Rufus Wainwright en Sananda Maitreya, alias Terence Trent D’Arby) tot de onvermijdelijke beroemdheden (Piers Morgan, Paul Gambaccini en Stephen Fry) en biografen, journalisten, homoactivisten, psychologen en andere ‘kenners’.

Met gezwinde spoed stiefelt Simon Napier-Bell, die zijn sporen ooit verdiende als bandmanager van groepen als The Yardbirds, T. Rex en Wham! (!), in George Michael – Portrait Of An Artist (94 min.) chronologisch door het leven en carrière van de zanger, die op slechts 53-jarige leeftijd overleed. Deze turbulente halve eeuw heeft meer dan voldoende euforie, drama en muziek opgeleverd voor ruim negentig minuten kijkvoer. Dat de film tot het tragische einde blijft boeien is evenwel volledig op het conto te schrijven van het vat vol tegenstrijdigheden genaamd Georgios Kyriacos Panayiotou.

Zijn creativiteit, ego, idealisme, ambitie, twijfel, drugsgebruik, provocaties, aandachtshonger en depressies máken deze documentaire. En dan moeten we Napier-Bell maar vergeven dat hij die dichtsmeert met ‘sfeermuziek’, de enige persoon die écht dichtbij Michael stond (zijn voormalige vriend Kenny Goss) wel héél weinig speeltijd geeft en citaten van vooraanstaande figuren zoals Jean-Paul Sartre, Jackson Pollock en Vladimir Nabokov gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden. Want dat is dus niet hoe je een postuum portret van een tot de verbeelding sprekende artiest maakt.

George Michael had zelf overigens ook uitgesproken ideeën over hoe een film over zijn leven en carrière eruit zou moeten zien. Die werd in 2017, eveneens postuum, wereldwijd uitgebracht: George Michael: Freedom

Hajo, Een Joodse Vluchteling

Sjakmo

Als veertienjarige wordt hij door zijn ouders naar Nederland gestuurd. Alleen. Op de vlucht voor het gevaar dat hem en de zijnen bedreigt. Veroordeeld tot een soort ‘shadow game’. Hier zitten we – natuurlijk, zou je bijna zeggen – bepaald niet op hem te wachten. Sterker: de grenzen worden zoveel mogelijk gesloten gehouden. En als hij eenmaal toch is toegelaten, nadat er voor 1500 kinderen een uitzondering is gemaakt, maakt Hajo net als veel vluchtelingen op een pijnlijke manier kennis met Nederlands koude schouder.

Hij stamt niet uit een ver land zoals Irak, Syrië of Afghanistan. En de tiener is ook geen gelukszoeker, die wil ‘meeprofiteren’ van de huidige welvaart in het vrije westen. Hij kwam al enkele jaren vóór de Tweede Wereldoorlog naar ons land. Vanuit nazi-Duitsland naar buurland Nederland. Een Joodse jongen uit Bielefeld, de jongste van drie kinderen, die afscheid had moeten nemen van zijn ouders Gustav en Therese. Hij zou hen nooit meer zien en werd, door een wrede speling van het lot, een tragisch symbool: Hajo, Een Joodse Vluchteling (62 min.).

Via natuurkundige en politiek activist Hajo Meyer (1924-2014) vertelt Jacqueline de Bruijn in deze film het verhaal van de 1500 Joodse kinderen die na de verschrikkingen van Kristallnacht alsnog toegang kregen tot Nederland. Daar werd Hajo met frisse tegenzin opgevangen in vluchtelingenhuizen. Hij mocht zich vooral niet thuis gaan voelen. Dus naar school of werken zat er in eerste instantie ook niet in. En later moest Hajo op allerlei onderduikplekken zien te overleven. Totdat hij toch werd opgepakt en afgevoerd naar Auschwitz.

Samen met Meyer en zijn echtgenote Chris Meyer-Tilanus maakt De Bruijn een trip door zijn veelbewogen verleden. Per trein veelal, een vervoersmiddel met een enorme lading. In Amsterdam constateert ze dat Hajo ‘t niet leuk vindt om daar te zijn. ‘Absoluut niet’, reageert die geprikkeld, in een sleutelscène van de documentaire. ‘Waarom zou ik dat leuk vinden? Het was oorlog. De Joden werden gedeporteerd. Ik ben, op een paar haren na, verschillende keren bijna dood geweest. Dus wat moet ik hier? Het verbaast me dat je dat nog vraagt.’

‘Je hebt kennelijk geen idee hoe dat voelt als je opgejaagd wild bent’, voegt hij haar nog verbeten toe. Voor even laat Hajo zich gaan, een man die onherstelbaar is beschadigd. Dat oorlogsverhaal bezorgt hem nog altijd peilloos verdriet – zoals bijvoorbeeld is te zien in een emotionele scène waarin kunstenaar Gunter Demnig zogenaamde ‘Stolpersteine’ voor zijn ouders laat plaatsen in Bielefeld. En dat verhaal maakt hem ook strijdbaar – zoals duidelijk wordt uit zijn activiteiten voor de organisatie Een Ander Joods Geluid, die erg kritisch is op de staat Israël.

Hajo, een man die geen slachtoffer wil zijn, maar ‘t natuurlijk wél is. Een Joodse vluchteling.

Waves Of Burlesque

Amstelfilm

Ze willen hun vrouwelijkheid vieren, maar dat valt niet overal in goede aarde. In hoeverre kan ‘burlesque’, de erotische kunstvorm die we pak ‘m beet associëren met de pin-up Bettie Page, Moulin Rouge en de ultieme stripsong Fever, bijvoorbeeld gecombineerd worden met een reguliere baan? Voor die uitdaging ziet Sofia La Notte, in het dagelijks leven medewerker van de TU Delft, zich gesteld. Één ding is duidelijk: het hebben van een ‘stage persona’ werkt bevrijdend voor haar, maar hoe reageert haar leidinggevende? En, trouwens, wat zou haar oma ervan vinden?

In de korte documentaire Waves Of Burlesque (27 min.) portretteert Colina van Bemmel drie vrouwen die zich bezig houden met ‘the art of tease’. Zij krijgen niet alleen positieve reacties. Nadat ze op haar zevenendertigste als centerfold in de Panorama had gestaan, werd Mechteld Geesing er volgens eigen zeggen bijvoorbeeld uitgewerkt bij enkele opdrachtgevers. Ze konden haar niet meer serieus nemen, was het argument. Ze verbaast zich er nog altijd over. ‘Waarom is daar zo’n raar verband tussen intelligentie en je lichaam laten zien’

Over vooroordelen gesproken: Bustie La Tish, in het dagelijks leven teamleider van een marketingafdeling, moet regelmatig voorkomen dat ze bij burleske shows weer in de rol van ‘funny fat girl’ terecht komt. Als organisator van zulke evenementen wordt ze bovendien geconfronteerd met hardnekkige percepties over burlesque. Hoe voorzichtig ze haar initiatieven via social media ook in de markt probeert te zetten, haar bijdragen worden toch al snel opgezadeld met het predicaat ‘adult entertainment’ en vervolgens rücksichtlos afgevoerd.

Van Bemmel laat zien hoe de activiteiten van deze drie vrouwen vooral een persoonlijk karakter hebben, waarbij ze via het tonen van zichzelf hopen te komen tot geloof in zichzelf, hun eigen kracht vinden en/of zich persoonlijk kunnen uitdrukken. Ze doorsnijdt hun dagelijkse activiteiten en performances daarnaast met burleske sequenties, die zijn voorzien van intieme/ongemakkelijke (*) Engelstalige teksten. ‘Look at me’, zegt een fluisterstem bijvoorbeeld. ‘Is this not art? I don’t have anything to lose. It’s me. Your judgement sets me free.’

Want terwijl hun kracht soms hun kwetsbaarste plek wordt, is hun kwetsbaarheid beslist ook hun kracht.

(*) doorhalen wat niet van toepassing is

De Zaak-Rombley

KRO-NCRV

Het is een uit duizenden herkenbare openingsscène voor een true crime-productie: een gedetineerde man, gekleed in oranje gevangeniskleding, neemt plaats achter het veiligheidsglas en voor de camera. Hij beweert ten stelligste dat hij onschuldig is. En dat gaat de maker van deze productie, aan de andere kant van dat glas, dan onderzoeken. In de praktijk is die maker doorgaans overigens allang overtuigd geraakt van de onschuld van zijn hoofdpersoon. Hij gaat vooral op zoek naar ontlastend bewijsmateriaal of exploreert andere hypotheses over wat er mogelijk is gebeurd.

Die maker heet in dit geval Nick Felix. Zijn protagonist is Vernond Rombley. En die zit al bijna acht jaar (on)schuldig vast voor een overval met doodslag op Curaçao. Kortom: De Zaak-Rombley (114 min.), een driedelige serie die zich afspeelt op de Nederlandse Antillen. Van het team dat eerder in De Villamoord en De Pompmoord al mogelijke gerechtelijke dwalingen onderzocht. Deze serie heeft alleen geen centrale verteller en is ook wat exotischer, met veel aandacht voor de couleur locale en muziek. Het doel is nochtans hetzelfde: aantonen dat deze veroordeling op drijfzand is gebouwd. 

Behalve door vrienden en familieleden wordt Vernonds onschuld ook bepleit door professionals zoals psycholoog Lucio Ricardo, oud-politiechef Caribisch Nederland Jan Rooijakker, de bekende rechtspsycholoog Peter van Koppen en het Nederlandse advocatenechtpaar Carry en Geert-Jan Knoops (van het Innocence Project, de Nederlandse tak van het zogenaamde Innocence Network, waarbij mogelijke justitiële dwalingen opnieuw worden onderzocht). Aan een alternatieve theorie, over wie het dan wel zou(den) hebben gedaan, waagt Felix zich verder niet.

Het is overigens niet zo heel vreemd dat de plaatselijke politie na die gewelddadige overval op een Chinese minimarkt in Willemstad op 20 december 2014, waarbij de dertigjarige eigenaar Zufeng Li wordt doodgeschoten, is uitgekomen bij de destijds negentienjarige Rombley. In appjes naar meerdere meisjes heeft de jongen zelf de moord geclaimd. Bluf, zegt hij daarover nu, vanuit de gevangenis waar hij een straf van vijftien jaar uitzit. Rombley is ook nooit eerder in aanraking geweest met justitie. Hij deed zich destijds alleen graag voor als een coole gangster.

Met een combinatie van beveiligingscamera-materiaal en reconstructiebeelden, analyses van het politiedossier, WhatsApp-verkeer en getuigenverklaringen en sprekende animaties ontmantelt deze miniserie de zaak van de Antilliaanse justitie tegen Vernond Rombley en wordt die bovendien in z’n maatschappelijke context geplaatst. De Zaak-Rombley zit alleen wat ruim in z’n jasje. In de slotaflevering gebeurt in wezen niet zo heel veel meer, behalve dat de impact van de veroordeling op de inmiddels 27-jarige jongeling en zijn directe omgeving nog eens goed in de verf wordt gezet.

Later dit jaar komt Rombleys zaak opnieuw voor bij het Hof op Curaçao. Wordt dus vervolgd… In de rechtszaal en ongetwijfeld ook via nieuwe afleveringen van deze true crime-serie.

Ex-Moeder

Human

‘Dat ik mezelf goed moet bijhouden’, zegt Wilma mokkend tegen haar volwassen dochter, in een scène die heel treffend de aard van hun relatie laat zien. ‘Ja hoor, Nadine.’ De vijftiger gedraagt zich als een ondeugend kind. En haar dochter Nadine probeert haar, met het nodige kunst- en vliegwerk, op het juiste spoor te krijgen en houden.

Wilma Haringsma, de moeder van filmmaakster Nadine Kuipers, liep op haar zestiende weg van huis en was een jaar later zwanger van Nadine’s vader. Op haar achttiende stond ze er weer alleen voor, want toen had haar echtgenoot al helemaal genoeg van haar drugsgebruik. Nadine zelf maakte daarvan weinig mee. Ze groeide elders op, werd op haar achttiende ontdekt als fotomodel en vertrok vervolgens naar Parijs. Zes jaar lang reisde ze de wereld rond. 

Bij terugkomst start ze een opleiding aan de Filmacademie en hernieuwt het contact met de vrouw die ze 23 jaar niet of nauwelijks heeft gezien. Dat resulteert in 2007 in de eindexamenfilm Moeders Mooiste, waarvoor ze samen naar Lourdes reizen. In 2010 volgt Ex-Moeder (56 min.), een egodocu waarin Kuipers laat zien hoe het is om te mantelzorgen voor een notoire gebruiker, die eigenlijk helemaal niet wil stoppen met het roken van een ‘pijpje’.

Wilma zit inmiddels in een rolstoel. Aan het begin van de film is bovendien net haar huis afgebrand, naar het zich laat aanzien door toedoen van haar vriend en privédealer John. Als Nadine haar moeder daarna onderbrengt in een hotel, meldt ook hij zich weer, een teken dat er weer dope – en dus ellende – op komst is. En dat Nadine opnieuw de strijd met die onwillige ouder moet aangaan en de rituele rondedans met allerlei instanties kan hervatten.

Dat is een terugkerend element in deze grillige film, waarmee Kuipers dit proces en de bijbehorende wanhoop en frustratie in beeld brengt met fly on the wall-scènes, vlogs, persoonlijke bespiegelingen en animaties. Stilistisch wordt deze documentaire – waarin ze ook haar camera- en geluidsman nog eens in beeld naar een ingesproken dagboekfragment laat luisteren, zodat zij een idee krijgen van de chaos in haar hoofd – uiteindelijk een soort vergaarbak.

Joggend laat ze alles wat er is gebeurd met haar moeder indalen. Steeds vaker nemen allerlei ervaringen, stemmen en gevoelen het dan over in haar hoofd. Met rennen is de onrust niet te bezweren. Zulke sequenties moeten tastbaar maken hoe Kuipers‘ levens volledig wordt ontregeld door de verhouding tot die ontspoorde moeder, waarbij het natuurlijk de vraag blijft waarom die (opnieuw) voor de camera moet worden onderzocht en of dat werkelijk heilzaam is voor hun relatie.

Wilma weigert intussen consequent om in te zien wat haar levenskeuzes voor Nadine betekenen. ‘Ik kies gewoon voor mijn soort leven en jij voor het jouwe. Waarom dat niet samen kan gaan, dat zal mij een raadsel wezen.’ De keuze ligt dus uiteindelijk bij haar dochter: wil en kan zij verder zonder deze persoon die ongetwijfeld voor problemen zal blijven zorgen? Of blijft ze een moederfiguur zoeken in de afgeleefde vrouw die haar ooit op de wereld heeft gezet?

Ex-Moeder is hier te bekijken.

Duutsers

EO

De kinderen van toen zijn de ouderen van nu. De laatste ooggetuigen van hoe Rouveen, een boerendorp in Overijssel, de Tweede Wereldoorlog doorkwam. In hun eigen woning vertellen ze dorpsgenoot Geertjan Lassche over hun ervaringen met de Duutsers (48 min.). Dat gebeurt in de taal die ze samen delen: het Nedersaksisch.

Het plattelandsdorp Rouveen, vlakbij Staphorst, had indertijd zo’n 7500 inwoners. Het was volgens Lassche een orthodox-christelijk dorp, met zowel hervormden als gereformeerden. Een zelfvoorzienende, maar ook geïsoleerde gemeenschap. Aan het begin van de oorlog kwamen er in het plaatselijke Kamp Conrad, waar later eerst landverraders en daarna Molukkers werden gehuisvest, Joden uit de rest van het land wonen. Over wat er met hen gebeurde, werd in het dorp nauwelijks gesproken. Ze waren met hun eigen levens bezig. Want ook zij kregen, naarmate de oorlog vorderde en grimmiger werd, steeds meer te maken met ‘de haat’.

‘Iedereen was bang voor iedereen soms’, vertelt Gerrit, inmiddels overleden, één van de dorpelingen die de oorlog als kind meemaakte. ‘Want er zijn dingen bekend ook, dat iemand de buren ging verraden om simpele dingen. Ik weet het van m’n eigen ouders ook nog. Die wilden een keer een varken slachten, maar de dag ervoor is het in beslag genomen. Dat is verraden.’ Rouveen krijgt daarnaast ook te maken met groot leed. Als dorpsgenoot Klaas Pielman, vader van drie kinderen en met een zwangere vrouw, bijvoorbeeld weigert om zijn fiets af te staan aan een Duutser, wordt hij rücksichtslos doodgeschoten.

In zulke herinneringen zit de kracht van deze microblik op de grote geschiedenis: die oorlog, al zo vaak ondergebracht in helden- of slachtofferverhalen, wordt hier teruggebracht naar gewone mensen-proporties en in verband gebracht met de namen, gezichten en levens van hele gewone landgenoten, de kinderen van toen. Zodat de (plattelands)kinderen van nu zich er gemakkelijk mee kunnen identificeren.

Judy Blume Forever

Prime Video

Die brief vergeet ze nooit meer. Het was een lijvig schrijven. De uitgeverijen die ze tot dan toe een manuscript had gestuurd maakten zich er doorgaans met een Jantje van Leiden vanaf. Dit was echter andere koek. Die kennis van haar echtgenoot, een succesvolle kinderboekenschrijver, was er eens goed voor gaan zitten. Halverwege had hij een zin vetgedrukt: So get a fresh hanky out and sit back for your first lesson as a would-be pro. De boodschap was Judy Blume toen al wel duidelijk: ze kon er he-le-maal niets van. Wat ze, toch weer hoopvol, had doorgestuurd, werd door hem genadeloos afgeserveerd.

Ze werd er strijdbaar van, vertelt ze in het portret Judy Blume Forever (97 min.). ‘Ik zal die vent eens wat laten zien!’ En de rest kan dus, ook als je in de jaren zestig bent begonnen als een doorsnee Amerikaanse huismoeder, geschiedenis worden: met klassiekers zoals Are You There, God? It’s Me, MargaretFudge en Blubber groeide ze uit tot de succesvolste Amerikaanse (kinderboeken)schrijfster. Een vrouw die als geen ander de taal sprak van pubers, opgroeiende meisjes in het bijzonder. Niet alle volwassenen waren daarover meteen enthousiast. ‘Wanneer ga je nu eens een echt boek schrijven?’ zeiden kennissen tegen haar, herinnert ze zich in deze film van Davina Pardo en Leah Wolchok.

Intussen werd ze overspoeld door brieven van tienermeisjes, die allerlei praktische vragen voor haar hadden. ‘Dear Judy’, begonnen die dan en daarna volgden vragen over borsten, menstruatie en seks. ‘Je hebt misschien gemerkt dat ik problemen op jou afreageer’, leest Lorrie Kim, die al sinds haar negende met Blume schrijft, bijvoorbeeld voor uit één van haar eigen brieven. ‘Ik kan tegen niemand anders praten. Eerst schreef ik in mijn dagboek, maar iedereen blijft dit lezen.’ Even later laat Kim trots de eerste van vele brieven zien dat ze van die beroemde schrijfster heeft ontvangen. ‘Wat een mooie brief. Zit je echt in groep zes? Je klinkt ouder.’ Waarna Blume steevast een optimistische levensles liet volgen.

Als deze film wat al te braaf dreigt te worden, bereikt die het einde van de jaren zeventig waarin de dan al tweemaal gescheiden Judy Blume een boek voor volwassenen schreef, het onstuimige Wifey. Daarna begon er met het aantreden van de Republikeinse president Ronald Reagan een conservatieve wind in haar land te waaien. De activiste Phyllis Schlafly pleitte bijvoorbeeld ronduit voor het verbannen van Blume-boeken uit scholen en bibliotheken, een sentiment dat tegenwoordig opnieuw flink opspeelt en in Nederland bijvoorbeeld al heeft geresulteerd in een hetze tegen kinderboekenschrijver Pim Lammers en ophef rond de Week van de Lentekriebels van het expertisecentrum seksualiteit Rutgers.

Daarmee krijgt Judy Blume Forever – opgeleukt met kleurrijk gevisualiseerde boekfragmenten, enkele bekende fans zoals schrijfster, regisseur en actrice Lena Dunham, comedian Samantha Bee en actrice Molly Ringwald en Blume’s vakzusters Mary H.K. Choi, Jacqueline Woodson en Tayari Jones – het kartelrandje en de urgentie die de documentaire dan ook wel even kan gebruiken. Verder is het een lieve en toch relevante film. Over een vrouw die jonge meisjes een eigen stem heeft gegeven in de Amerikaanse literatuur, waardoor ze zichzelf en de wereld beter konden begrijpen.

Missile From The East

Sky

‘Degner heeft een negatieve houding’, staat er te lezen in het ruim 350 pagina’s tellende dossier van de Oost-Duitse binnenlandse veiligheidsdienst Stasi. ‘De Partij heeft geprobeerd om hem te hervormen. Dit is niet gelukt…’ Als topsporter is motorracer Ernst Degner (1931-1983) tijdens de Koude Oorlog een belangrijk uithangbord voor de Duitse Democratische Republiek (DDR), de communistische heilstaat die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan.

Vanachter het IJzeren Gordijn proberen de Oost-Duitsers hun politieke idealen te bewaken en te verbreiden. Door zijn racecarrière kan Degner echter ook achter dat Gordijn kijken. Wat hij ziet bevalt hem wel. Als wereldtopper kan hij er in elk geval veel beter verdienen. En dat zint de machthebbers dan weer niet: de vermaarde motorcoureur mag niet ten prooi vallen aan het verfoeide kapitalisme. Van overlopen naar het westen kan natuurlijk al helemaal geen sprake zijn.

Justin Stokes reconstrueert in Missile From The East (91 min.) hoe het regime zicht probeert te houden op Ernst Degner. Daarbij wordt teruggegrepen op een beproefd middel: informanten. Een aanzienlijk deel van de Oost-Duitse bevolking, volgens schattingen zeker één op de vijftig mensen, wordt structureel ingezet om de rest in de gaten te houden. Terwijl Degner zich afvraagt hoeveel toekomst hij nog heeft in de DDR, heeft de Stasi al een informant binnen zijn raceteam MZ geplaatst.

Deze film schetst zo tegelijkertijd een paranoïde politiek systeem en de getalenteerde en gepassioneerde sportheld die daarin dreigt vast te lopen. Die ziet nog maar één uitweg: ontsnappen. Tijdens de Grand Prix van Zweden in 1961 besluit Degner zijn motor helemaal aan gort te rijden, zodat hij daarna, met zijn vrouw Gerda en hun kinderen, de afslag naar het westen kan nemen. Het is een vermetel plan, dat door Stokes in een enerverende scène wordt gereconstrueerd.

Het leven van Ernst Degner, dat bestaat bij de gratie van grote snelheid, zal daarna door sportieve en persoonlijke malheur langzaam maar zeker ontsporen. Totdat het volledig tot stilstand is gekomen en hij nog slechts een schim is van de man die hij ooit moet zijn geweest. Zijn vader was altijd aan het racen, vertelt Degners zoon Olaf daarover. Hij kon niet anders. Op een gegeven moment herkende zijn eigen hond hem niet meer. Die bleef maar blaffen als pa thuis kwam.

Met racesportkenners en mannen die nog met hem hebben gewerkt, bij MZ of Suzuki, legt Missile From The East het verhaal van de vergeten snelheidsduivel nog eens onder het vergrootglas. En via (gereconstrueerde) wedstrijdimpressies weet Justin Stokes bovendien overtuigend de opwinding van het racen voor je leven op te roepen.

The Natural History Of Destruction

Cinema Delicatessen

Als we de gevolgen ervan even buiten beschouwing laten is het nachtbombardement, dat de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog boven een Duitse stad uitvoeren, een machtig schouwspel. Niet in het minst doordat regisseur Sergei Loznitsa er bombastische klassieke muziek onder heeft gezet. Daarmee vormen de explosies, die op het eerste gezicht bijna speels oplichten tegen de donkere lucht, een symfonie van beeld en geluid, die het zicht ontneemt op wat daarachter – of beter: daaronder – schuilgaat: gewone mensen die sterven, gewond raken, enorm verdriet krijgen te verteren of zomaar alles kwijtraken wat ze ooit bezaten.

Zo bezien is The Natural History Of Destruction (109 min.), de nieuwe documentaire van de Oekraïense grootmeester van de archieffilm, tevens een actuele productie. De verwoestende luchtaanvallen die Loznitsa (The TrialState Funeral en Babi Yar. Context) bijna tachtig jaar na dato met bestaand materiaal, veelal in zwart-wit, reconstrueert kunnen op dit moment vrijwel dagelijks in een willekeurige stad in zijn geboorteland, of eerder bijvoorbeeld overal in Syrië, worden waargenomen. Tussen de bombardementen door toont hij het gewone leven zoals dat tussen 1940 en 1945 gewoon zijn gang gaat, totdat het bruusk wordt onderbroken, en vangt hij tevens de oorlogstaal die voortdurend wordt uitgeslagen door leiders, die de rijen in eigen land gesloten proberen te houden.

Zo houdt de Britse generaal Montgomery bijvoorbeeld een triomfantelijke toespraak voor het thuisfront, waarin hij overduidelijk zelfvertrouwen wil projecteren. Er kan maar één einde aan deze oorlog komen, zo klinkt door in vrijwel elke zin: de totale overwinning. Soortgelijke woorden komen van de leider van het Verenigd Koninkrijk. ‘De burgerbevolking van Duitsland kan zonder al te veel problemen ontsnappen aan de ontberingen’, stelt Winston Churchill verder unverfroren, terwijl bommenwerpers alweer onderweg zijn naar een nieuwe Duitse stad. Vrij vertaald: mensen hoeven van hem alleen te stoppen met werken in de oorlogsindustrie en de stad te verlaten. Dan kunnen ze daarna van een afstandje toekijken hoe zijn manschappen alles in lichterlaaie zetten.

Het is van een wreedheid die menigeen waarschijnlijk liever niet met een geallieerde leider associeert, maar die onlosmakelijk is verbonden met het cynische karakter van oorlog, waarbij alle betrokken partijen burgers van de tegenstander doorgaans vooral als nevenschade dan wel pressiemiddel beschouwen, in het gruwelijke gevecht om de macht. Sergei Loznitsa levert het bewijsmateriaal – dat doorgaans gewoon, zonder al te veel opsmuk, voor zichzelf mag spreken – en bouwt daarmee een lange, collageachtige film die als een woordeloos pamflet tegen oorlogsvoering tegen de burgerbevolking zijn werk doet.

Try Harder!

PBS

Een goede opleiding wordt door veel ouders beschouwd als hét entreebewijs tot een beter leven. En dus begint de ratrace voor hun kinderen al op een middelbare school zoals Lowell High in San Francisco. Waar de andere leerlingen in wezen concurrenten zijn, die afgetroefd moeten worden. Want dan komt jouw kind in aanmerking voor een plek op Berkeley, Harvard of Stanton. En daar wil iedereen naartoe, al wordt het steeds moeilijker om er ook daadwerkelijk binnen te komen.

Lowell heeft een grotendeels Aziatisch-Amerikaanse leerlingenpopulatie. Het is een erg competitieve omgeving. Goed is eigenlijk niet goed genoeg. Ofwel: Try Harder! (84 min.). Documentairemaker Debbie Lum volgt in deze film enkele leerlingen die hun zinnen hebben gezet op een prestigieuze school. Of, in sommige gevallen: leerlingen die van hun ouders hun zinnen hebben moeten zetten op een prestigieuze school. Want voor sommige kinderen is alleen het beste goed genoeg.

En dus is de schoolloopbaan van sommige leerlingen bezaaid met tegenslag en decepties. Teleurstellende testscores, tegenvallende adviezen en een stroom aan afwijzingen – of de milde variant daarvan: een plek op de wachtlijst. Je went eraan om je middelmatig te voelen, zegt een jongen die inmiddels weet hoe ’t is om bot te vangen tamelijk mismoedig. Voor de zekerheid schieten veel leerlingen daarom maar met hagel en melden zich bij allerlei plekken tegelijk.

Onder druk van zijn pusherige moeder heeft Alvan Cai zich bijvoorbeeld voor maar liefst 26 scholen ingeschreven. En dan loopt de ambitieuze jongen nog steeds het risico dat elke afzonderlijke universiteit hem afwijst of op de wachtlijst zet en dat hij aan het einde van een zeer intensief proces met lege handen achterblijft. Want dat is nu eenmaal de keerzijde van de Amerikaanse droom: in principe kan iedereen een topper worden, maar in werkelijkheid wordt vrijwel niemand dat.

Try Harder! graaft misschien niet zo diep in de Amerikaanse onderwijscultuur als bijvoorbeeld de serie America To Me, maar brengt wel treffend in beeld hoe dominant de prestatiedruk is. Elke schoolprestatie wordt gekwantificeerd en afgezet tegen de verrichtingen van anderen. Voor middelmaat is daarbinnen geen ruimte. Al loopt er op Lowell gelukkig ook nog gewoon een ouderwets goeie leraar rond, Richard Shapiro. Zo’n man die raakt en inspireert. En ziek wordt, dat ook.

Rondom hem wordt iedereen klaargestoomd voor een absolute winnaarsmaatschappij, die in werkelijkheid vooral uit verliezers bestaat – of op zijn minst uit mensen die zich afvragen of ‘gewoon’ eigenlijk wel goed genoeg is.

Sezer’s Zomer

Xenia Films

‘Wanneer is ’t klaar?’ vraagt Sezer als zijn moeder Claudia weer eens aan de lijn hangt met een hulpverlener. De Rotterdamse puber heeft het waarschijnlijk allemaal eens voorbij horen komen: zijn autisme en ADHD, hoe zijn moeder haar handen vol aan hem heeft en de uithuisplaatsing die voortdurend in de lucht hangt. Zoals zijn oudere broer Tayfun ooit thuis weg is gehaald. En die is er niets mee opgeschoten – sterker: alleen maar slechter van geworden. Tenminste, dat vindt hijzelf. En hun moeder is het daarmee eens.

Het kan Sezer allemaal gestolen worden, lijkt het. Hij wil vissen met een vriendje. Rust in en aan zijn kop. Dan is hij even een gewone veertienjarige jongen, géén tiener die niet meer naar school gaat en zomaar op het verkeerde pad zou kunnen belanden. Aan het water kan hij ook geen fiets of step stelen. Want ze maken zich natuurlijk niet voor niets zorgen over hem. Hulpverleners zijn van mening dat Sezer in bescherming moet worden genomen tegen zichzelf. ‘Als we het laten gaan zoals het nu gaat loopt ie straks in zeven sloten tegelijk.’ zegt één van de professionals tijdens een telefonisch overleg. ‘En ik zie ook dat u uw best doet, hoor, moeder…’

In Sezer’s Zomer (41 min.) observeert Marina Meijer, die in het broeierige Carrousel (2019) eerder Sezers oudere broer Tayfun en andere risicojongeren in het Rotterdamse centrum Nieuwe Kans portretteerde, de zwijgzame tiener en zijn alleenstaande moeder, die hem regelmatig nauwelijks de baas kan. Ze presenteert dit vervolgens in losstaande scènes, snapshots uit een zomer waarin zijn leven dreigt te ontsporen. De film wordt daarmee bijna de tegenpool van Shabu, Shamira Raphaëla’s vrolijke, strak geregisseerde en inherent optimistische portret van een andere Rotterdamse tiener die zich in de nesten heeft gewerkt – en daarna een zomer de tijd krijgt om daar weer uit te komen. 

Sezer’s dagelijkse worsteling met het leven en zichzelf wordt doorsneden met super 8mm-sequenties waarin de puber en zijn entourage helemaal in hun element lijken. Alsof Meijer in deze puike korte documentaire ook een andere jongen ziet in de (potentiële) probleemjongere, die thuis nauwelijks is te handhaven en daar toch koste wat het kost wil blijven. Voor Sezer zelf, zijn moeders en de hulpverleners om hen heen blijft het echter koffiedik kijken wat Sezer’s Herfst en Winter gaan brengen.

Giuliani: What Happened To America’s Mayor?

CNN

Na de aanslagen van 11 september 2001, hét dieptepunt van de recente Amerikaanse geschiedenis, groeide hij als burgemeester van het getroffen New York uit tot de meest bewonderde bestuurder van de Verenigde Staten, liefkozend ‘America’s Mayor’ genoemd. Een kleine twintig jaar later wordt Rudy Giuliani op zijn best beschouwd als een schertsfiguur, de man die de rottigste klusjes opknapte voor president Donald Trump en bereid was om zichzelf daarbij volslagen belachelijk te maken.

Zoals hij daar bijvoorbeeld staat, orerend over verkiezingsfraude op de parkeerplaats van het hoveniersbedrijf Four Seasons Total Landscaping. Het is een nauwelijks meer te persifleren tafereel. Net zo tragisch is zijn bijdrage aan 6 januari 2021, waarbij hij in de aanloop naar de bestorming van het Capitool oproept tot ‘trial by combat’. Is deze even richtingloze als rücksichtslose volksmenner al te herkennen in de jonge Rudy Giuliani, die in een parallel gemonteerde politiedemonstratie uit vroeger tijden is te zien? Het antwoord luidt onmiskenbaar ja.

Giuliani: What Happened To America’s Mayor? (168 min.), een vierdelige serie van showrunner John Marks, duikt met medewerkers, politieke insiders en opiniemakers in ’s mans verleden. Eerst als openbaar aanklager die, bepaald niet zonder succes, zijn tanden zet in de beruchte georganiseerde misdaad van New York. Niet veel later als kandidaat voor het burgemeesterschap, voor wie vrijwel alles geoorloofd lijkt om te winnen – óók, alweer een parallel, het betwisten van de verkiezingsoverwinning van zijn opponent.

En als hij, de crimefighter, dan daadwerkelijk wordt gekozen tot burgervader, maakt hij direct duidelijk dat er ‘a new sheriff in town’ is. Die gaat door riemen en ruiten om de torenhoge criminaliteitscijfers van New York omlaag te brengen. Dan is hij volgens anderen ook op zijn best: als een generaal in oorlogstijd, die bovenaan de pikorde staat en permanent orders geeft. Hij oogst er alom lof mee. Naar eigen smaak overigens nooit genoeg, volgens mensen die met hem hebben gewerkt. Alles moet en zal altijd om Rudy Giuliani draaien.

Terwijl de criminaliteit afneemt door Giuliani’s zero tolerance-beleid, is er ook kritiek vanuit met name de zwarte gemeenschap, die tijdens zijn burgemeesterschap vaak te leiden heeft onder politiegeweld. Treffend is het incident rond Amadou Diallo, van wie hier zijn moeder Kadiatou aan het woord komt. De ongewapende student uit Guinea wordt in 1999 met maar liefst 41 Shots gedood door politieagenten, simpelweg omdat hij als jonge zwarte man lijkt op de verdachte die zij zoeken. Het zorgt voor Black Lives Matters-achtige protesten.

Giuliani komt ook regelmatig keihard in aanvaring met de plaatselijke pers, die hem soms het vuur aan de schenen legt. ‘In veel opzichten was Rudy Donald Trump voordat Donald Trump zelf Donald Trump werd’, zegt de journaliste Tish Durkin daarover. ‘Hij ontdekte en perfectioneerde de politieke kunst van het onderhouden van een vijandige relatie met de pers en genoot daarvan.’ Net als de man die hij later als een soort consigliere zal gaan dienen wordt Giuliani de verpersoonlijking van het adagio dat zoiets als slechte publiciteit helemaal niet bestaat.

Aflevering 3 van deze boeiende miniserie, die bestaat uit een krasse combinatie van archiefmateriaal en een ontzaglijke hoeveelheid pratende hoofden (waarbij alleen die van Rudy zelf en Donald ontbreken), is grotendeels gewijd aan het trauma 911, als Giuliani boven zichzelf uitstijgt, steeds de juiste toon vindt en zo de burgemeester van een land in nood wordt. De bewondering die hem ten deel valt stijgt hem echter ook naar het hoofd en zal de man, bij zijn totaal mislukte presidentscampagne van 2008, ook de kop kosten.

En dan zit zijn politieke carrière er in wezen op. Rudy Giuliani is volstrekt irrelevant geworden. Totdat Donald Trump zich meldt als Republikeinse kandidaat voor de verkiezingen van 2016 en Giuliani in zijn mede-New Yorker een kans ziet om zichzelf te rehabiliteren als diens bloedhond, het uitgangspunt voor de ontluisterende slotaflevering van deze miniserie, waarin de hoofdpersoon in zijn eigen mes, een onbeheersbare behoefte aan status en aandacht, loopt en elke vorm van geloofwaardigheid verliest.

Dat gevaar was er altijd al, stellen mensen uit zijn directe omgeving, maar nooit eerder werden de donkere krachten in deze eerzuchtige man zo weinig begrensd. Het is een wat onbevredigende slotsom. Is er werkelijk niets meer in het spel? Drank? Ouderdom? Psychische problemen misschien? Hoe kan America’s Mayor anders de risee van de Amerikaanse democratie zijn geworden? Of zat die gekte en roekeloosheid altijd al in Rudy Giuliani en heeft hij simpelweg zijn façade van respectabiliteit afgelegd?

Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan Centrum

Human

Hij is in zijn leven inmiddels tot 28 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Tony van H. is desondanks pas 43. Met zoveel veroordelingen is het wonderlijk dat hij nog zoveel tijd heeft gehad om delicten te plegen, vindt psychiater Pieter Ronhaar van het Pieter Baan Centrum, een psychiatrische observatiekliniek in Almere waar de geanonimiseerde veelpleger zeven weken lang wordt onderzocht door een multidisciplinair team.

‘Ik word gewoon gedreven door iets’, heeft ‘de observandus’ zelf al tijdens een politieverhoor gezegd. ‘Ik weet niet door wat. Het lijkt of het mij niet gegund is om een goed leven te leiden.’ In eerste instantie lijkt de hoofdpersoon van de fascinerende film Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan Centrum (62 min.) nochtans van goede wil. Hij begint direct met het schoonmaken van zijn nieuwe kamer, maakt gezellig een praatje en is ogenschijnlijk ook bereid om naar zichzelf te kijken.

Naarmate deze observerende documentaire van Ditteke Mensink uit 2011 vordert, wordt Tony echter defensiever. Want écht kijken – vóórbij het helpen van oude vrouwtjes, wat hij ook regelmatig schijnt te doen – doet soms pijn. Dat betekent de confrontatie aangaan. Met je verleden en wat jou toen is aangedaan, maar vooral ook met je huidige zelf, jouw daden en de gevolgen daarvan. Voor de vrouw die je koelbloedig overviel, bijvoorbeeld. En je zoon, die je meesleepte in de criminaliteit.

Mensink legt die ontwikkeling, waarin Tony steeds meer van zichzelf moet prijsgeven, via de onderzoekers vast: een psychiater, klinisch psycholoog of een milieurapporteur, die zijn levensloop uitpluist. Zij is erbij als ze met hem afspreken, leest mee in hun rapportages en spreekt, ogenschijnlijk zonder al te veel beperkingen, over hun bevindingen. Via deze ene casus wordt zo inzichtelijk gemaakt wat er gebeurt in de zwarte doos die een plek zoals het Pieter Baan Centrum soms lijkt.

Dat gewroet in Tony’s psyche, delicten en privéleven moet uiteindelijk leiden tot een conclusie. ‘Hoe wilsvrij is iemand nu eigenlijk geweest om tot dit delict te komen?’ vat Michaël van Ekeren die samen. Als procespsychiater spreekt hij Tony zelf niet, maar is hij wel verantwoordelijk voor het gezamenlijke advies aan de rechter. Dan wordt de vraag beantwoord: heeft iemand een keuze kunnen maken om dit delict te plegen? Of had ie ook de keuze kunnen maken om er vanaf te zien?’

Deze conclusie, tevens het logische eindpunt van een film die de deur naar een doorgaans verborgen wereld open wrikt, bepaalt hoe het verder gaat met ‘de observandus’: kan die gewoon z’n straf ondergaan voor een delict dat hij blijkbaar willens en wetens heeft begaan? Of is er toch een stoornis in het spel, die ervoor heeft gezorgd dat hij tot zijn daad is gekomen? Dat laatste lijkt in eerste instantie misschien een prettige uitkomst, maar wordt door veel daders beschouwd als een doodvonnis.

Want daarna volgt dan onvermijdelijk dat ene advies aan de rechter: TBS met dwangverpleging.

Hoe het Tony van H. na de observatie in het Pieter Baan Centrum verging is in dit artikel te lezen.

De documentaire Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan centrum is hier te bekijken.

The Killing Of A Journalist

Final Cut For Real

Negen dagen na de moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kusnirová op 15 februari 2018 zijn er overal in het land protestdemonstraties. Geschokte Slowaken tonen de wereld een groot zwart spandoek: ‘Een aanval op een journalist is een aanval op ons allen’.

Hun woede richt zich op de regering van premier Robert Fico, die sinds 2006 vrijwel permanent aan de macht is geweest. Onder zijn bewind is Slowakije, ogenschijnlijk een reguliere lidstaat van de Europese unie, afgegleden naar het niveau van een ordinaire maffiastaat, waar de rechtspraak en politie inmiddels grondig zijn gecorrumpeerd. Bovendien onderhouden hooggeplaatste figuren daadwerkelijk banden met de ‘Ndrangheta, de beruchte Italiaanse misdaadorganisatie.

De opdracht voor The Killing Of A Journalist (100 min.) zou zijn gekomen van Marián Kocner, een maffioso in een net pak die hoogstpersoonlijk de vervlechting van onder- en bovenwereld belichaamt. Met een opgepoetst social media-profiel laat hij zijn medewerkster Alena Zsuzsová bijvoorbeeld politieke kopstukken benaderen. Als sexy verleidster verzamelt zij ‘kompromat’ van hen, die hij dan weer in stelling kan brengen tegen deze ‘eersteklas schapen’.

Vanwege BTW- en belastingfraude komt Kocner echter op de radar van de dossiervreter Kuciak. Dat zint hem duidelijk niet. ‘Ik vertel jou nu heel kalm dat ik bijzondere aandacht ga geven aan jou, je moeder, je vader en je broers of zussen’, voegt hij de journalist toe tijdens een telefoongesprek. In een indringende scène van deze documentaire van Matt Sarnecki is te zien hoe zijn ouders, Martina’s moeder en collega’s van Kuciak opnamen van de nauwelijks verhulde bedreiging aanhoren.

Het brute karakter van de huurmoord wordt nog eens gedemonstreerd met een video-opname van de politie, waarin de schutter zijn eigen daad reconstrueert op de plaats delict. Het team dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de huurmoord – een oud-politieman en een voormalige militair, met de eigenaar van een pizzeria als moordmakelaar – oogt als een Slowaakse unit van The Sopranos en opereert als een moordcommando dat ook zomaar in Nederland actief had kunnen zijn.

Want de moord vertoont tevens overeenkomsten met de liquidatie van Peter R. de Vries. Afgaande op deze ontluisterende film, waarin verhoren van de verdachten, confrontaties tussen hen en verklaringen van hun advocaten zijn opgenomen, is de situatie in Slowakije alleen nóg ernstiger omdat onder- en bovenwereld er echt nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden en de overheid dus ook geen middelen – of een belang – heeft om in te grijpen.

De woorden van de omstreden politiechef Tibor Gaspar, uitgesproken tijdens een persconferentie na de moord op Ján Kucian, krijgen tijdens het onderzoek een steeds pijnlijkere lading: ‘Het is misschien vreemd om te zeggen na zo’n gebeurtenis’, houdt hij zijn gehoor dan met een stalen gezicht voor. ‘Maar wij leven niet in een maffiastaat.’

Fred West: The Glasgow Girls

SkyShowtime

Hij helpt haar, een zwangere tienermeisje uit Schotland, met liefde en plezier uit de brand. En dus trouwt Rena Costello in november 1962 in het kleine Britse stadje Ledbury met die aantrekkelijke kerel, Fred West.

Ze heeft er geen idee van dat de twintigjarige Fred ervan wordt verdacht dat hij zijn dertienjarige zusje Kitty heeft verkracht. En ze kan ook niet weten dat in het huis van diezelfde Fred en zijn tweede echtgenote Rose in Gloucester ruim dertig jaar later de lichamen van negen vrouwen zullen worden aangetroffen. Dan wordt ook duidelijk dat Rena en haar dochtertje Charmaine, sinds een bezoek aan de boerderij van Freds vader in 1971, van de aardbodem lijken te zijn verdwenen.

Dat is de startpositie voor Fred West: The Glasgow Girls (140 min.), een driedelige serie van Gussy Sakula-Barry over de Schotse periode van de seriemoordenaar. Want na hun bruiloft verhuist Fred met Rena naar de beruchte volkswijk Gorbals in Glasgow. Daar zal hij naam maken als ijscoman die (moedwillig?) een driejarig jongetje doodrijdt en jonge meisjes zijn wagen in probeert te lokken. Als de grond hem daar te heet onder de voeten wordt, neemt West weer de wijk naar Engeland.

Aan de hand van het politieonderzoek naar Fred en Rose West in het voorjaar van 1994 – niet alleen in hun horrorhuis aan 25 Cromwell Street, maar ook op landbouwgrond nabij Freds geboorteplaats Much Marcle – duikt deze true crime-serie met rechercheurs, ooggetuigen, biografen en mensen uit Wests directe omgeving in het verleden van de verdorven aannemer, die ook vóórdat hij in 1969 zijn vijftienjarige (!) zielsverwant Rose ontmoette dus al de nodige levens op zijn geweten had.

Pas een kwart eeuw later wordt duidelijk wat er is gebeurd met Rena, Charmaine en de achttienjarige Anne McFall, de enige vrouw waarvan West volgens eigen zeggen, in audio-opnamen van een interview met de seriemoordenaar, ooit heeft gehouden. ‘Maar als Fred West van je blijkt te houden is dat geen onverdeeld genoegen’, merkt de schrijver Paul Pender nuchter op in deze afdaling in de hel die West voor zoveel kwetsbare vrouwen – nee: meisjes – heeft gecreëerd.

Alleen Rose, die in de slotaflevering van deze roestvrijstalen miniserie in Freds leven en deze vertelling verschijnt, zal de dans ontspringen. Waarschijnlijk omdat zij bereid was om hem terzijde te staan bij zijn perverse beulswerk. Zodat hij haar niet hoefde te slachtofferen.

De Onbekende Bevrijders

Omroep Max

Eindelijk is het zover: de berging van de Vickers Wellington Ic T2990 KX-T bij het Noord-Hollandse Nieuwe Niedorp kan beginnen. De bommenwerper van de Britse Royal Air Force (RAF), op de terugweg na een missie in Bremen waarbij enkele fabrieken en een spoorwegterrein onschadelijk waren gemaakt, werd op 23 juni 1941 neergehaald door een Duitse jachtvlieger. Alleen piloot en gezagvoerder Vilém Bufka overleefde de crash. De andere vijf bemanningsleden, allen lid van een speciale Tsjechische eenheid van de RAF, kwamen om het leven.

Ruim tachtig later hopen de bergers deze mannen aan te treffen op de crashlocatie. In De Onbekende Bevrijders (51 min.) documenteert Gisèla Mallant niet alleen de vliegtuigberging en wat dit in de directe omgeving losmaakt. Met historici, familieleden, ooggetuigen en overlevenden uit het 311 Squadron zoomt ze ook in op  de missie van het vliegtuig en de levensverhalen van de crewleden. Na de annexatie van Tsjechoslowakije door Duitsland waren die hun land ontvlucht. Ze wilden eerst een eigen legioen vormen binnen het Franse leger, maar kwamen uiteindelijk bij de RAF terecht.

Zorgvuldig brengt deze gedegen documentaire, een vervolg op Mallants film Liever Dood Dan Vermist (2018), dit vergeten stukje Tweede Wereldoorlog weer onder de aandacht. Het verhaal van gedreven mannen die zich weigerden neer te leggen bij de hegemonie van het Derde Rijk en naar de andere kant van Europa reisden, om zich daar aan te sluiten bij de geallieerde strijdkrachten. In totaal zouden tijdens de oorlog zo’n 2500 Tsjechen in de Britse Royal Air Force dienen. Zij speelden een essentiële rol in de luchtoorlog met de Duitsers en uiteindelijk ook de bevrijding van Europa.

De vermiste vliegers van de Vickers Wellington Ic T2990 KX-T zouden die nooit meemaken. Ze sneuvelden al aan het begin van de oorlog. Ver weg van alles wat hen lief was, in een uithoek van de geschiedenis. Daar lagen ze sindsdien in of bij het neergestorte vliegtuig, hun anonieme graf. En daar waagt de Nederlandse Bergings- en identificatiedienst Koninklijke Luchtmacht (BIDKL) nu een ultieme poging om deze vergeten helden te vinden. Zodat ze daarna een allerlaatste reis naar huis kunnen maken, naar families waarbij ze nog altijd in de herinnering voortleven.