White Noise

The Atlantic

‘De alt-right heeft zojuist gewonnen!’ roept Richard Spencer enthousiast in de camera na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten in november 2016. De mainstreammedia, ofwel ‘de lügenpresse’, heeft dat helemaal niet zien aankomen, zegt de man die de term alt-right muntte. Tijdens een speech voor zijn achterban, enkele dronken dagen na Trumps onverwachte overwinning, gaat hij lekker los. ‘Wij hebben van onze droom de realiteit gemaakt’, schreeuwt Spencer. Hij sluit af met een omstreden leus: ’Heil Trump!’ En inderdaad, een groot deel van de aanwezigen steekt zijn rechterarm ferm omhoog. Een enkeling antwoordt zelfs met ‘Sieg Heil’.

Het komt Richard Spencer ook op eigen kritiek vanuit eigen kring te staan. Later zal hij, als organisator van een helemaal uit de gelopen demonstratie in Charlottesville, nog verder onder vuur komen te liggen en gaandeweg komt hij, hoezeer hij dat zelf ook ontkent, steeds meer alleen te staan. In White Noise (94 min.) volgt regisseur Daniel Lombroso de met onmiskenbaar narcisme behepte Spencer en twee andere sleutelfiguren uit de extreemrechtse beweging tijdens de eerste ambtsperiode van Donald Trump. Hij krijgt daarbij opmerkelijk veel toegang tot mensen die door een groot deel van de samenleving worden beschouwd als racist of neonazi.

‘Fuck islam’, kalkt YouTubester Lauren Southern met lippenstift op haar eigen wangen, in een geheel eigen variant op een make-up tutorial. Ze oogt overigens in alles als een typische influencer. Alleen haar ideeën en de manier waarop ze die uitdrukt zijn nogal extreem. Waar een gemiddelde vlogger eens uitgebreid gaat shoppen, onderneemt Southern bijvoorbeeld een, overigens hopeloos naïeve, trip naar Rusland om daar Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen te ‘onderzoeken’. En wat te denken van haar kwalificatie van groepsverkrachting als inherent democratisch? ‘Het is in essentie negen stemmen tegen één over wat ze willen doen.’

Of Southerns omzwervingen door de alt-right wereld werkelijk (alleen) een uitdrukking zijn van diepgewortelde ideeën of toch ook een manier om zichzelf te manifesteren en de winkel draaiende te houden? Die vraag dringt zich tevens op bij Mike Cernovich, een mediapersoonlijkheid die zich eerst manifesteerde als expert op het gebied van male dominance (en het als een teken van kracht ziet dat hij nog altijd alimentatie ontvangt van zijn eerste vrouw). Daarna maakte hij carrière als complotdenker, nationalist en Trump-propagandist. En nu zou hij de politiek eigenlijk het liefst (een heel eind) links laten liggen, om zijn brood te gaan verdienen met de online-verkoop van ‘mindset supplements’.

Via zijn hoofdpersonen, stuk voor stuk aandachtszoekers van het zuiverste water, geeft Lombroso een fascinerende inkijk in de belevingswereld van radicaal-rechtse entrepreneurs. Tussendoor vangt hij zo nu en dan ook de twijfel en frustraties, die ze in het openbaar niet laten zien. Hun levenskeuze heeft ook iets tragisch: (jonge) mensen die hun bestaansrecht volledig ontlenen aan de handel in boosheid en eigenlijk geen andere route meer zien naar een succesvol bestaan. Als Richard Spencer bijvoorbeeld speculeert over de toekomst klinkt hij als een klein jongetje dat wil dat de hele wereld om hem draait. ‘In de etnostaat die ik nooit zal meemaken, maar mijn kleinkinderen wel, zal er een Richard Spencer-boulevard zijn.’

A Thousand Cuts

IDFA

#FreeMariaRessa. Als de Filipijnse journaliste, CEO van de onafhankelijke nieuwsorganisatie Rappler, wordt gearresteerd, leidt dat wereldwijd tot consternatie.

‘Internationale belangenorganisaties voor journalisten stellen dat dit een aanval op de media is’, zegt een interviewer tegen president Rodrigo Duterte. ‘Ach, gossie!’, reageert die sarcastisch. ‘Wat is uw beleid ten opzichte van kritische media?’ wil een andere journalist weten. ‘Jullie zijn de mensen met kritiek’, riposteert de Filipijnse leider. ‘Als dat je je leven kost, is dat je eigen schuld. Ik zal daar geen traan om laten.’

Sinds hij in 2016 voor zes jaar werd geïnstalleerd als president voert Duterte een schrikbewind. Hij propageert openlijk geweld tegen drugsgebruikers en -handelaren. Volgens critici betekent dat de facto een oorlog tegen de armen, die zonder enige vorm van proces naar de andere wereld mogen worden geholpen. Het is alleen niet verstandig om dat in het openbaar uit te spreken, zo bleek al uit grimmige documentaires als On The President’s Orders en The Kingmaker. En dat wordt nog eens onderstreept door A Thousand Cuts (100 min.), een unheimische film die is gelardeerd met allerlei messcherpe Rappler-headlines. Want Duterte is niet alleen van de woorden, maar ook van de daden.

Behalve de onafhankelijk opererende journalist Maria Ressa en haar moedige medewerkers volgt regisseur Ramona S. Diaz (eerder verantwoordelijk voor Motherland) in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van 2019 ook de vrouwelijke oppositiekandidaat Samira Gutoc, de brute Duterte-vazal Bato ‘ik zou doden voor de president’ dela Rosa die zich kandidaat heeft gesteld voor de Senaat en de populaire zangeres/influencer Mocha Uson. Zij voorziet Duterte van een miljoenenpubliek en pompt zonder scrupules desinformatie en laster over zijn critici rond. Met bijvoorbeeld de hashtag #ArrestMariaRessa tot gevolg.

Gezamenlijk roepen ze in A Thousand Cuts, een titel die verwijst naar de talloze kleine stapjes waarmee een democratie om zeep kan worden geholpen, een naargeestige wereld op, waarin het recht van de wreedste lijkt te gelden en mensen zoals Maria Ressa zich allerlei intimidatie, zowel online als fysiek, moeten laten welgevallen. Deze dappere waakhond, in 2018 verkozen tot Person Of The Year van het Amerikaanse tijdschrift Time, laat zich echter niet zomaar muilkorven door ‘Duterte Harry’, de Filipijnse variant op Clint Eastwoods gewelddadige politieagent. Al heeft die behalve straffe oneliners en een enorme blaffer ook een compleet overheidsapparaat tot zijn beschikking.

Epicentro

Cargo Film

Een speelbal van grotere machten. Eerst eeuwenlang van kolonisator Spanje. En toen, – na een mogelijk slinks geframede explosie op het Amerikaanse oorlogsschip USS Maine in 1898 en de navolgende Spaans-Amerikaanse oorlog – van de nieuwe wereldmacht, de Verenigde Staten. Enkele Cubaanse kinderen kunnen er een kleine eeuw later gedetailleerd over vertellen. De verhalen van kolonialisme en imperialisme zijn er, onder het communistische bewind van Fidel Castro, ingestampt.

Ze hebben er ook letterlijk beeld bij gekregen van de autoriteiten. De gebeurtenissen speelden zich af in de tijd dat ook cinema, ‘de machine van dromen’, werd geboren. Een medium, waarmee de waarheid gemakkelijk is te manipuleren. Want de zogenaamde Rough Riders van de Amerikaanse president Teddy Roosevelt, waren die niet gewoon gemodelleerd naar het rondreizende circus van de wild west-held Buffalo Bill? En zouden de beelden van de explosie op het schip ook met speelgoedscheepjes en de rook van een sigaar in een badkuip kunnen zijn gemaakt? Film leent zich nu eenmaal uitermate goed voor propaganda.

Al die elementen klutst de Oostenrijkse regisseur Hubert Sauper, die eerder met Darwin’s Nightmare en We Come As Friends schrijnende films maakte over de gevolgen van een geglobaliseerde wereld voor de bewoners van ontwikkelingslanden, samen in Epicentro (108 min.), dat tamelijk ongericht door heden en verleden van Cuba’s relatie met de buitenwereld doolt. De documentaire over de voortdurende druk van buitenaf, gesymboliseerd door de woeste golven die aan het begin en het eind van de film het Cubaanse strand bestormen, werd op het Sundance Festival nochtans met een speciale juryprijs beloond.

Saupers camera meandert door Havana, laat zich meevoeren door stadsbewoners en vergaapt zich net als toeristen, de nieuwe ‘indringers’, aan de coleur locale van het Caribische eiland, dat ooit door Christopher Columbus werd beschouwd als de poort naar een nieuwe wereld en tegenwoordig vooral dealt met de erfenis van ruim een halve eeuw Amerikaanse boycot. Twee tienermeisjes – onder wie de mediagenieke Leonelis, die actrice wil worden en net zo beroemd als Beyoncé – krijgen daarbij zijn speciale aandacht en fungeren als hart voor dit losse portret van een land in transitie, dat altijd met één oog naar de bemoeizuchtige bovenbuur kijkt.

Kingdom Of Silence

Showtime

Hij was gaandeweg verworden tot persona non grata in het land dat hij jarenlang had gediend en vertegenwoordigd. Toen Jamal Khashoggi na zijn verbanning uit Saoedi-Arabië in 2017 venijnige columns over het nieuwe regime begon te publiceren voor de Amerikaanse krant The Washington Post, was hij ook zijn leven niet meer zeker. Wetende hoe dat uiteindelijk op 2 oktober 2018 zou eindigen, in een geïmproviseerde martelkamer op de Saoedische ambassade te Istanboel, grenst zijn moed om zich toch te blijven uitspreken aan het ongelooflijke.

Tegelijkertijd toont Kingdom Of Silence (98 min.) ook hoe gecompliceerd Khashoggi’s leven was. Tijdens zijn lange loopbaan raakte hij bijvoorbeeld bevriend met de jonge Osama Bin Laden en was hij zowel voorstander van de omstreden Irak-oorlog als van de Arabische Lente. Als prominente journalist en opiniemaker onderhield hij bovendien nauwe banden met een bepaalde tak van de Saudische koninklijke familie, die geleidelijk aan uit de gratie zou raken. Net als hijzelf. Jamal Khashoggi werd zo de verpersoonlijking van het voortdurende gekonkel in het Saoedische koninkrijk en de giftige relatie van het land met de altijd weer berekenend opererende Verenigde Staten.

Met zijn echtgenote en Saoedische en Amerikaanse vrienden, collega’s, diplomaten en politici belicht documentairemaker Rick Rowley zowel het leven van de man als de ontwikkeling van zijn land. Waarbij Khashoggi steeds nadrukkelijker in het vizier kwam van kroonprins en minister van defensie Mohammad bin Salman, voor het gemak ook wel MBS genoemd. Als in: MBS wilde hem een kopje kleiner maken. Hij zag uiteindelijk zijn kans schoon omdat er in de Verenigde Staten een man aan de macht was, die het Saoedische bewind geen enkele beperking meer oplegde, zolang het maar voor olie en dollars bleef zorgen. ‘Het gaat mij om Amerika’, aldus president Trump. ‘We gaan niet honderden miljarden dollars aan orders opgeven, zodat Rusland of China die van ons kunnen afpikken. Voor mij is het heel simpel: America first.’

De cynische Amerikaanse diplomaat David Rundell windt er in deze sterke documentaire, die uiteindelijk afstevent op een onontkoombare dramatische climax, ook al geen doekjes om. ‘We hebben politieke en economische redenen om een relatie te onderhouden met Saoedi-Arabië. Saoedi-Arabië is een strategische partner. En dat is uiteindelijk belangrijker dan de dood van één enkel mens.’

Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer

Netflix

Generoso Pope Jr., de zoon van een maffiabaas en oprichter van The National Enquirer, had volgens de overlevering halverwege de jaren vijftig een openbaring toen hij de opstopping zag die werd veroorzaakt door een auto-ongeluk. Door het publiek dat zich stond te vergapen aan de ravage en ellende, om precies te zijn. Blijkbaar was dat wat mensen wilden zien. Zijn geesteskind, Amerika’s toonaangevende schandaalblad, zou de equivalent daarvan worden. Te beginnen met foto’s van die gruwelijke ongevallen. Later volgden (seks)schandalen, UFO’s en – natuurlijk – celebrities.

In de even vermakelijke als ongemakkelijke documentaire Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer (96 min.) van Mark Landsman vertellen oud-medewerkers openhartig over hun werk voor het sensatieblaadje. Over foto’s van Elvis in zijn lijkkist, de buitenechtelijke affaire van presidentskandidaat Gary Hart en de ware toedracht van het overlijden van komiek John Belushi. In elk verhaal zat altijd een kern van waarheid, bezweren ze. Een kerntje in elk geval. En soms lichtten ze zowaar echt belangrijke tegels, zoals bij de moordzaak tegen O.J. Simpson.

Zelfs gerespecteerde journalisten Carl Bernstein, Ken Auletta, Maggie Haberman kunnen daar niet omheen. Het blad had alleen geen héél goede reputatie, om het mild uit te drukken. ‘Ik dacht soms: zou het niet gemakkelijker zijn om te zeggen dat ik in de gevangenis of het gekkenhuis had gezeten?’ stelt redacteur Shelley Ross. ‘Maar de werkelijkheid was anders: ze beloofden me een driedubbel salaris en wereldreisjes. Maar ik moest wel een heel klein beetje roekeloos te werk gaan.’ 

Zonder gêne verhalen de ervaren ‘smut peddlers’ over de genadeloze onderlinge concurrentie bij The Enquirer, betaalde tipgevers uit de directe omgeving van beroemdheden én chantage van sterren die uit de bocht waren gevlogen. Zulke Catch and Kill-politiek – een ongewenste primeur wordt binnenkamers gehouden in ruil voor exclusieve verhalen – werd eerst uitgeprobeerd met schuinsmarcheerders zoals Bob Hope, Bill Cosby en Arnold Schwarzenegger en zou later, onder de nieuwe hoofdredacteur David Pecker, geperfectioneerd worden met Donald Trump.

In eerste instantie was er gewoon sprake van ruilhandel: The Donald voorzag het roddelblad van een constante stroom nieuwtjes en werd intussen zelf goed in het nieuws gehouden. Toen ‘s mans politieke carrière op stoom kwam, kreeg de deal evenwel een serieuzer karakter: schadelijke getuigenissen werden voor grof geld opgekocht en vervolgens voorgoed weggeborgen. Men neme bijvoorbeeld de getuigenissen van playmate Karen McDougal of pornoster Stormy Daniels. Dubieuze verhalen over Trumps concurrenten belandden vervolgens wél prominent op de voorpagina.

En daarmee vormt een blad als The National Enquirer een regelrechte bedreiging voor de Amerikaanse democratie. Want hoe onschuldig al dat roddelwerk van deze schmutzige variant op de Story, Privé en Weekend in eerste instantie meestal lijkt, het is en blijft de weerslag van een onvervalste dog eat dog-visie op het leven, waarbij alles en iedereen ondergeschikt wordt gemaakt en twijfelachtige congsies worden gesloten om de eigen doelen en ambities te verwezenlijken.

Agents Of Chaos

HBO

‘Maakt het wat uit wie er heeft gehackt?’ glimlacht Vladimir Poetin vilein als hem wordt gevraagd of Rusland achter de gestolen e-mails van Hillary Clinton zit. ‘Het gaat om de inhoud van wat er is gehackt.’ In de wereld van een autocratische leider kan dat bijna doorgaan voor een bekentenis. Duidelijk is dat de publicatie van Clintons mails, naar verluidt ontvreemd door de Russische hackersgroep Fancy Bear, in 2016 ernstige schade heeft toegebracht aan de door Poetin zo gehate presidentskandidaat. En dat speelde de uiteindelijke winnaar van die verkiezingen, Donald Trump, natuurlijk in de kaart.

Met Agents Of Chaos (237 min.) begeeft de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney zich op bekend terrein. In We Steal Secrets: The Story Of Wikileaks (toevallig ook de club die de Clinton-mails de wereld in hielp) en Zero Days drong hij al door tot de diepste krochten van het internet, waar duistere (informatie)oorlogen worden uitgevochten. Aan de hand van de in onmin geraakte Russische oligarch Mikhail Khodorkovsky exploreerde Gibney in Citizen K bovendien de duistere uithoeken van Poetins regime. En Trump werd onder handen genomen in The Confidence Man, een episode van Gibneys reeks Dirty Money, en komt binnenkort ongetwijfeld weer aan de beurt in Totally Under Control, een nog voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verschijnen film over de respons van zijn regering op het Coronavirus.

Nee, goed voor het vertrouwen in de mens zijn de films van Alex Gibney niet. En daarin brengt dit tweeluik over Ruslands clandestiene buitenlandpolitiek geen verandering. Deel 1 richt zich op de Russische desinformatiecampagne via sociale media, waarbij de insteek vooral lijkt om in het westen tweespalt te creëren of bestaande tegenstellingen te vergroten. Vanuit trollenfabrieken in Sint-Petersburg worden dus zowel Black Lives Matter- als Blue Lives Matters-accounts beheerd, die in Amerikaanse steden demonstraties en de bijbehorende tegendemonstraties organiseren. De implicaties daarvan zijn lastig te kwantificeren. In hoeverre hebben webcampagnes zoals ‘I won’t vote, WILL YOU?’, speciaal gericht op de zwarte gemeenschap, bijvoorbeeld daadwerkelijk de opkomst bij de verkiezingen van 2016 beïnvloed? In Detroit gingen 75.000 mensen die vier jaar eerder nog op Obama hadden gestemd niet naar de stembus. Clinton verloor de staat Michigan uiteindelijk met slechts 10.000 stemmen verschil. Overwinning voor Trump, maar ook voor Poetin?

Het tweede deel richt zich volledig op Russiagate en de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse verkiezingen. Gibney reconstrueert deze kwestie minutieus met belangrijke spelers en deskundigen, zoals Andrew Weissmann (hoofdonderzoeker Müller-onderzoek), Andrew McCabe (adjunct-directeur FBI), Timothy Snyder (historicus en Rusland-deskundige), John Brennan (directeur CIA) en John Podesta (Clinton-campagneleider). Over het feit dat Poetin zijn Agents Of Chaos opdracht heeft gegeven om de Amerikaanse verkiezingsstrijd te beïnvloeden, bestaat nauwelijks verschil van mening. Of dat ook tot de conclusie leidt dat Team Trump daarin actief heeft geparticipeerd en zich dus, in de woorden van Rusland-deskundige Celeste Wallander (National Security Council), schuldig heeft gemaakt aan hoogverraad, blijft een kwestie van interpretatie. Feit is dat Amerika z’n eigen Agent Of Chaos in het Witte Huis heeft gekregen, met de steun en goedkeuring van zijn vrind Vladimir.

Alex Gibney, die deel twee heeft geregisseerd samen met Javier Alberto Botero, presenteert zijn bevindingen op karakteristieke wijze: met een sturende voice-over, Hollywood-vormgeving en een hele stoet aan schimmige personages, waaronder ook nog Trumps omstreden zakenpartner Felix Sater (met wie hij tot diep in de presidentscampagne een Trump Tower in Moskou probeerde te realiseren), zijn dubieuze buitenlandadviseur Carter Page, een medewerker met gewetensbezwaren van de Russische trollenfabriek The Internet Research Agency en de eindredacteur van Poetins propagandazender Russia Today, Margarita Simonyan. Vanuit hun eigen invalshoek belichten zij de slimme/slinkse wijze waarop Rusland zijn grote tegenstrever Amerika bespeelt. Donald Trump lijkt daarbij eerder een min of meer toevallige passant in Poetins machtsspel dan een doortrapte samenzweerder die zelf aan de touwtjes trekt. Deze boeiende afdaling naar het riool van de wereldpolitiek fungeert zo als een ferme waarschuwing voor ongetwijfeld weer een turbulent verkiezingsjaar.

The Social Dilemma

Netflix

‘Toen ik daar werkte had ik echt het gevoel dat we met iets goeds bezig waren’, zegt de voormalige toptechneut van Twitter. ‘Nu weet ik dat niet meer zo zeker.’

‘Ik maak me ernstige zorgen’, vult de mede-uitvinder van onder meer Google Drive en de like-knop van Facebook aan. ‘Grote zorgen.’

‘Het is gemakkelijk om uit het oog te verliezen dat deze tools zijn gemaakt om mooie dingen te doen in de wereld’, zegt een voormalige leidinggevende bij zowel Facebook als Pinterest. ‘Ze hebben verloren familieleden herenigd en orgaandonoren gevonden. Er zijn overal ter wereld ingrijpende veranderingen geweest dankzij deze platforms. We waren alleen naïef wat betreft de andere kant van de medaille.’

In The Social Dilemma (95 min.) luiden voormalige medewerkers van techgiganten de noodklok: hun geesteskinderen dreigen een monster van Frankenstein te worden, dat de samenleving grondig zou kunnen ontwrichten. De kern van hun betoog zit misschien wel in die ene eenvoudige constatering: als je niet betaalt voor het product, dan bén je het product. Ofwel: in werkelijkheid bestaat de klantenkring van social media uit adverteerders en zijn normale gebruikers niets meer dan koopwaar. Die mogen dus naar hartenlust worden verhandeld en beïnvloed, ook als dat ten koste gaat van hun persoonlijke welzijn of de sociale cohesie in de wereld waartoe ze behoren.

Die alarmerende boodschap is natuurlijk al vaker afgegeven, maar wordt hier ook echt gestut met ‘daderkennis’ vanuit de onderbuik van Big Tech, waar psychologische inzichten worden gebruikt/misbruikt om het publiek volledig verslaafd te maken aan hun product. Met alle maatschappelijke gevolgen van dien: van vereenzaming en depressies tot stammenoorlogen en samenzweringstheorieën. Regisseur Jeff Orlowski vervlecht de bijbehorende doemscenario’s van deze insiders met een fictief en tamelijk clichématig verhaaltje over een jongen die via sociale media langzaam in zijn eigen echoput dondert.

De kwade genius daarachter, die van gewone stervelingen willoze laboratoriumratten maakt, krijgt bovendien letterlijk een gezicht via acteur Vincent Kartheiser (Pete Campbell uit de serie Mad Men). Vanuit een soort controleruimte, die zomaar een decorstuk van Star Trek had kunnen zijn, manipuleert hij de protagonist alle kanten op. Dat eendimensionale Hollywood-verhaallijntje akkedeert niet helemaal met de toon en boodschap van het documentairedeel. Want deze film wil wel degelijk een serieuze oproep doen tot een ethisch reveil bij Big Tech. Vooralsnog lijken de Zuckerbergs van deze wereld daarvan alleen nog niet echt warm of koud te worden.

Under The Wire

underthewiremovie.com

Ze moest letterlijk een oog geven voor haar missie. In 2001 te Sri Lanka, tijdens een bloedige burgeroorlog. Een ooglapje zou het handelsmerk worden van de Amerikaanse oorlogscorrespondent Marie Colvin. Net als dat ze voor de Duvel niet bang was en koste wat het kost, ongeacht de omstandigheden, de verhalen van gewone mensen wilde vertellen. Zo zou ze ook aan haar einde komen, bij een raketaanval in de Syrische stad Homs op 22 februari 2012.

Colvin was zo’n vrouw waarover films worden gemaakt: A Private War (het speelfilmdebuut van de gevierde documentairemaker Matthew Heineman, met Rosamund Pike als de onvervaarde journaliste) en de documentaire Under The Wire (93 min.) van Chris Martin. Beide films uit 2018 zijn zowel een eerbetoon aan de vrouw zelf als aan haar stiel, de oorlogsjournalistiek, en vormen tevens een vlijmscherpe aanklacht tegen oorlog in het algemeen.

Waar de speelfilm Colvins complete loopbaan probeert te vatten, inclusief haar trauma’s en drankmisbruik, reconstrueert deze docu alleen de helletocht die zou leiden tot haar dood (en die van haar Franse collega Rémi Ochlik). ‘Er is een vrouw dood’, roept een man op huiveringwekkende amateurbeelden, die de paniek van het moment perfect weerspiegelen. ‘Wie?’ reageert een ander. ‘Marie van The Sunday Times?’ Het antwoord slaat alle hoop de bodem in: ‘Ja, Marie van The Sunday Times. Ze is dood.’

Maar, om een bekende boutade te parafraseren: achter elke succesvolle vrouw staat een sterke man: fotograaf Paul Conroy. Colvins vaste partner in crime is de eigenlijke hoofdpersoon van deze beklemmende documentaire. Die is ook gebaseerd op het boek dat hij schreef over hun werkreis naar Assads Syrië. Nadat ze samen de voorpagina van de krant hadden gehaald en zij dat met de dood moest bekopen, belandde hij weer bij de benauwde kilometerslange tunnel die hen op de plek des onheils had gebracht.

Conroy had nog maar één missie: zijn verhaal vertellen. Hun verhaal. Samen met enkele collega’s die erbij waren op dat fatale moment en in de rug gedekt door een slimme combinatie van reconstructiebeelden en shockerende opnamen van de ‘slachting’ ter plaatse brengt hij de horror tot leven. Dat komt hard binnen. Marie, een ijzervreter van het zuiverste water, zou vast niet anders gewild hebben.

Boys State

Apple TV

Zet duizend zeventienjarige jongens een week bij elkaar in hun eigen Boys State (109 min.), verdeel ze volstrekt willekeurig over twee politieke partijen en verzin vervolgens een aantal functies waarvoor ze zich verkiesbaar kunnen stellen. Binnen de kortste keren zijn ze verwikkeld in een soort carbonkopie van de hedendaagse Amerikaanse politiek, waarin iedereen een rol krijgt toebedeeld: lijsttrekker, partijbons, spin doctor, persmuskiet of gewoon klapvee.

Sinds 1935 nodigt de American Legion, een veteranenorganisatie die burgerschap wil bevorderen, jaarlijks een groep geselecteerde jongeren uit om hen een stoomcursus democratie te geven. De documentairemakers Jesse Moss en Amanda McBaine sloten aan bij de editie van 2018 in Texas en volgden enkele jongens die in de voetsporen traden van vroegere Boys Nation-deelnemers als Bill Clinton, Samuel Alito, Dick Cheney, Cory Booker en Rush Limbaugh.

Of ze zo echt leren wat democratie inhoudt? Mwah, tot een diepgaande uitwisseling van ideeën en besluitvorming daarover komt het nauwelijks. Ook in deze onstuimige laboratoriumsetting draait het vooral om politiek met kleine p. Kandidaten presenteren geen coherente set ideeën, maar zijn vooral bezig met iedereen naar de mond praten, bedelen om steun en uiteindelijk de prijs binnenhalen: een politieke functie die er écht alleen voor de eer is.

Tussendoor wordt er heel wat gewheeld en gedeald, ontstaan er ongemakkelijke coalities en wordt de tegenpartij ongegeneerd zwartgemaakt. ‘Het is nu eenmaal politiek’, zegt Ben Feinstein, de partijvoorzitter van The Federalists die zich zonder scrupules bedient van slinkse trucs. ‘Je speelt om te winnen.’ Zijn tegenpool, René Otero van The Nationalists, vindt Feinstein een fantastische politicus. ‘Maar het lijkt me geen compliment om een fantastische politicus te worden genoemd.’

Wat natuurlijk eveneens een slimme manier is om de opponent te framen, als een doortrapte machtspoliticus van nog geen achttien. Ook Otero weet immers hoe het werkt als je iets wilt bereiken in die veel bewierookte democratie. Moss en McBaine leggen intussen feilloos vast hoe Amerika’s future leaders – jongens nog, aangejaagd door nét te veel testosteron en bewijsdrang – in dat kader zonder enige terughoudendheid worden bevestigd in hun ‘winners takes all’-mentaliteit.

Kritische vragen stellen de filmmakers niet. Het is overigens ook maar de vraag of veel Amerikanen überhaupt kanttekeningen plaatsen bij het competitieve karakter van deze introductie in de democratie. Boys State is opgebouwd als een typische wedstrijdfilm, die toewerkt naar het moment waarop bekend wordt gemaakt wie de belangrijkste politieke positie (governor) heeft bemachtigd. Daarna mogen alle strebertjes van deze fijne jeukdocu weer huiswaarts. Gepokt en gemazeld, maar vooralsnog als gewone ambteloze zeventienjarigen.

Capturing Lee Miller

NTR

Haar zoon Antony wist van niets. ‘Ik kende mijn moeder als een nutteloze dronkaard. Als een hysterica voor wie het nemen van de trein al een hele onderneming was.’ Toen vond zijn vrouw een collectie foto’s op zolder. Antony Penrose kon het nauwelijks geloven. Was dit werk van zijn moeder? En was zij dat ook, die stijlvolle vrouw in Vogue?

Toen Antony talloze naaktfoto’s van zijn moeder zag, kon hij zijn ogen helemaal niet meer geloven. En toen hij ook nog hoorde dat die waren gemaakt door haar vader, zijn eigen opa Theodore, wist hij ook niet of hij zijn oren mocht vertrouwen. Voor zijn geestesoog ontstond een nieuwe vrouw, de vrouw die zijn moeder ooit geweest moest zijn: Lee Miller (1907-1977). Model. Muze. Icoon. Fotograaf. Surrealistische kunstenaar. En oorlogscorrespondent.

Penrose besloot een biografie over die onbekende moeder te schrijven, The Lives Of Lee Miller, en fungeert nu tevens als één van de intimi, deskundigen en navolgers in Capturing Lee Miller (60 min.) die haar leven en oeuvre proberen te duiden. Van de vrijheid blijheid van het interbellum en haar jaren als Alles van sterfotograaf Man Ray via de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog naar de periode waarin ze zichzelf helemaal kwijtraakte en weer terug probeerde te vinden.

Regisseur Teresa Griffiths volgt de bewogen levensroute van haar hoofdpersoon nauwgezet, probeert het wezen van de enigmatische vrouw te vangen in stijlvolle sequenties en lardeert dit geheel met fraaie zwart-wit foto’s van en met de ontzettend veelzijdige Lee Miller. Zo belicht ze alle zijden van een vrouw die haar tijd ver vooruit was, voor wie de wereld te klein leek en die uiteindelijk tóch in de vergetelheid raakte. En dat vond ze misschien niet eens zo heel erg. Haar verleden, vol met trauma’s ook, werd veilig opgeborgen, op zolder.

Het komt allemaal samen in die ene wereldberoemde foto van Lee Miller in de badkuip van Adolf Hitler, die ongeveer op datzelfde moment een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Een ongenaakbare blote vrouw, met een staatsieportret van Der Führer op de rand van het bad, die tevergeefs de ellende van het concentratiekamp van Dachau, waar ze die ochtend een serie indrukwekkende foto’s voor Vogue heeft geschoten, van zich af probeert te wassen.

Outfoxed: Rupert Murdoch’s War On Journalism

Hoe zou de eerste ambtstermijn van Donald Trump eruit hebben gezien zónder de kabelzender Fox News? Het is de vraag of hij überhaupt ooit president had kunnen worden zonder de onvoorwaardelijke steun van Fox’s oerconservatieve eigenaar Rupert Murdoch, CEO Roger Ailes (een voormalige spin doctor van de Republikeinse partij) en bijzonder partijdige talkshow hosts zoals Sean Hannity, Laura Ingraham en Tucker Carlson.

In de activistische documentaire Outfoxed: Rupert Murdoch’s War On Journalism (77 min.) uit 2004 ontleedde de linkse filmmaker Robert Greenwald al de modus operandi van de nieuwszender, die zich destijds afficheerde met slogans als ‘fair & balanced’ en ‘we report, you decide’ en intussen doelbewust geen enkel onderscheid meer maakte tussen feiten en meningen daarover. Alles, werkelijk alles, werd consequent bezien vanuit een bijzonder rechtse bril.

Daarmee leverde Fox een aanzienlijke bijdrage aan de vergiftiging van het Amerikaanse politieke klimaat. Om over de verruwing van het debat nog maar niet te spreken. ‘Shut up’ werd bijvoorbeeld het vaste mantra van de toenmalige ster van de nieuwszender, Bill O’Reilly, ‘some people say’ een slim voorwendsel om oncontroleerbare meningen in te brengen in het gesprek, zo laat Outfoxed zien. Het werkte wel: de benadering van Fox News bleek zowel succesvol als lucratief.

Greenwalds politieke pamflet komt enigszins traag op gang en heeft met linkse kopstukken als Bernie Sanders en Al Franken ook een wat eenzijdige bronnenlijst, maar overlegt uiteindelijk overtuigend bewijsmateriaal van de ontzettend partijdige manier waarop Fox bericht over onderwerpen als het homohuwelijk, abortus en de verkiezingen van 2000, waarbij de rechtse zender het pleit echt in het voordeel van de Republikein George W. Bush probeert te beslechten.

Diens oorlog in Irak zorgt bovendien voor heel wat tromgeroffel op Fox News. En pijnlijke taferelen. Als Jeremy Glick, de zoon van een man die sneuvelde bij de aanslagen van 11 september 2001, zich in The O’Reilly Factor bijvoorbeeld tegen die oorlog uitspreekt, krijgt hij meermaals van de gastheer te horen dat hij zijn bek moet houden. ‘Ik hoop dat je moeder dit niet zit te kijken.’ Bijna een jaar na het bewuste twistgesprek wordt Glick in uitzendingen nog altijd regelmatig zwartgemaakt door O’Reilly.

Sindsdien heeft het stijfrechtse Fox News bepaald geen gas teruggenomen. Zo heeft de zender, onbewust, de bodem gelegd voor een populistische politicus als Donald Trump, die als president regelmatig blindelings de ‘talking points’ van zijn favoriete programma Fox & Friends doortweet en soms zelfs beleid lijkt te ontwikkelen op basis van wat Murdochs zender hem die dag voorschotelt. Intussen blijkt uit allerlei publicaties dat Fox News-kijkers er inmiddels een geheel eigen wereldbeeld op nahoudt.

‘Fox News maakt zijn kijkers immuun voor bewijsmateriaal dat niet past in hun wereldbeeld’, constateerde Alvin Chang al in dit onderzoek van Vox uit 2018. Inmiddels heeft zich met One America News Network (OANN) bovendien een nóg extremere nieuwszender aangediend, die ongegeneerd naar de gunsten van de Amerikaanse president dingt.

In de nabrander Outfoxed Effect: Ten Years Later blikt Robert Greenwald terug op hoe ze de documentaire maakten (bijvoorbeeld door met een team letterlijk 24 uur per dag Fox News te kijken) en het effect dat die had.

Athlete A

Netflix

Documentaire mag dan een genre van de lange adem zijn. Dat hoeft niet te betekenen dat er geen druk op de ketel zit, in de vorm van andere makers die je de loef proberen af te steken. Zo was er vóór Whitney, een portret van zangeres Whitney Houston, bijvoorbeeld al Whitney: Can I Be Me. Vóór Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn een andere film over de gevreesde Trumpfluisteraar: Where’s My Roy Cohn?. En is er vóór Athlete A (104 min.) dus ook al eerder een documentaire gemaakt over het misbruikschandaal in de Amerikaanse turnwereld: At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal.

Als maker, het duo Bonni Cohen en Jon Shenk in dit geval, word je in zo’n geval gedwongen om de meerwaarde van jouw film nog eens extra over het voetlicht te brengen. Waarom zouden wij, de mensen die sowieso al vierkante ogen hebben van het kijken, anders óók jouw interpretatie van allang bekende gebeurtenissen (seksueel misbruik van talloze talentvolle turners, onder wie enkele medaillewinnaars op de Olympische Spelen, door de Amerikaanse sportarts Larry Nassar en de enorme doofpot waarin al die onwelgevallige verhalen jarenlang werden gestopt door de verantwoordelijke bobo’s) tot ons willen nemen?

Welnu, Cohen en Shenk concentreren zich niet zozeer op het misbruik zelf – al bevat ook deze film enkele indringende persoonlijke getuigenissen van slachtoffers, onder wie de turnster die zich als eerste anoniem meldde onder de noemer Athlete A – als wel op het systeem eromheen. Seksueel geweld als min of meer logisch gevolg van de tough love-benadering waarmee de turnsters steevast werden bejegend. Nadat de Amerikaanse turnbond begin jaren tachtig het Roemeense echtpaar Bela en Martha Karolyi inhuurde, dat eerder de stuurse tiener Nadia Comaneci naar een Olympische Gouden medaille had gedrild, was er ook bij Team USA een soort Oostblok-cultuur ontstaan. Met een heuse medailleregen tot gevolg – en een onmenselijke atmosfeer.

De coaches waren oppermachtig en stelden zich bikkelhard op, terwijl de atletes steeds jonger werden, hun menstruatie begonnen uit te stellen en eetstoornissen ontwikkelden. Binnen die verstikkende atmosfeer, een topsportklimaat dat door één van de voormalige turnsters simpelweg wordt omschreven als ‘wreedheid’, was Larry Nassar de man die hen wél als mens en niet alleen als potentiële medaillewinnares zag. Voormalig Olympiër Jamie Dantzscher durft het nog altijd bijna niet te zeggen, maar ze keek destijds echt uit naar zijn behandelingen. Want Larry was ‘de enige aardige volwassene bij de turnbond’ die ze zich kan herinneren. En hij, manipulator eerste klas, wist wel raad met die positie.

Athlete A reconstrueert vervolgens hoe journalisten van The Indianapolis Star dat verhaal op het spoor komen. Nadat USA Gymnastics in de voorgaande jaren alles in het werk heeft gesteld om de beschuldigingen van de anonieme turnster, die intussen ook flink gedwarsboomd werd in haar carrière, binnenskamers te houden. Die metabenadering, waarbij de nadruk meer op de cultuur en cover-up ligt dan op de persoonlijke ervaringen van de individuele meisjes, zorgt ervoor dat deze documentaire minder emotionele impact heeft dan In The Heart Of Gold. Athlete A is vooral een impliciet pleidooi om de begeleiding van sporttalenten nog eens kritisch onder de loep te nemen. En daarin zit dan de meerwaarde van deze solide film.

Why We Hate

Haat valt af te leren. Is logisch. Beschermt ons. Wordt doelbewust ingezet. Kan besmettelijk zijn. Én maakt héél veel kapot.

Aan de hand van zes subthema’s en een daarbij behorende wetenschapper schetst de docuserie Why We Hate (264 min.), geregisseerd door Geeta Gandbir en Sam Pollard en geproduceerd door Steven Spielberg en Alex Gibney, de psychologische, genetische, sociologische, juridische, neurologische en biologische achtergronden van de menselijke behoefte om De Ander te wantrouwen, beschimpen of zelfs bestrijden. Dit levert interessante inzichten en dwarsverbanden op, die met soms schokkende beelden worden geïllustreerd.

Over tribalisme bijvoorbeeld, een fenomeen dat zowel zichtbaar is in de rivaliteit tussen voetbalclubs als de permanente stammenstrijd tussen de Democratische en Republikeinse partij in de Verenigde Staten en de steeds weer oplaaiende oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Hopeloze kwesties ogenschijnlijk, waarbij ‘de psychologie van het slachtofferschap’ (ook al behoor je tot de bovenliggende partij) een dominante rol lijkt te spelen. Wetenschappelijke experimenten tonen echter aan dat die verhoudingen wel degelijk zijn te reframen – al leidt dat helaas niet per definitie ook tot betere verhoudingen.

Het blijft tevens pijnlijk hoe effectief propaganda kan zijn als middel om een andere bevolkingsgroep te dehumaniseren. De bijbehorende weerzinwekkende beelden – de Obama’s als apen, moslims als vleesgeworden bommen en Joden als afgezanten van de Duivel – mogen dan bekend zijn, het blijft nauwelijks te bevatten dat mensen bereid zijn om dit soort vuiligheid te produceren en consumeren. En de gevolgen daarvan zijn onmiskenbaar. In Rwanda werden de Tutsi’s in de jaren negentig bijvoorbeeld stelselmatig door kranten en radiostations van de Hutu-meerderheid uitgemaakt voor ‘kakkerlakken’. En wat doe je met zulke beesten? Juist: kapot maken.

Met verve slalomt de zesdelige serie Why We Hate verder langs de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, Pol Pots Cambodja en het Hongarije van Viktor Orbán, zoomt in op het Internationaal Strafhof in Den Haag, de Charleston Church Shooting en de beruchte Milgram– en Stanford Prison- experimenten (en de rol van instructie daarbij) en introduceert haatzaaiers die tot inkeer zijn gekomen, zoals een voormalige neonazi, ex-extremistische moslim en oud-lid van de omstreden Westboro Baptist Church. Uit hun gezamenlijke relaas kan tóch hoop worden geput. Als voorbeelden daarvan focussen Gandbir en Pollard op hoe Zuid-Afrika Apartheid en Duitsland het Derde Rijk achter zich hebben gelaten.

Er is uiteindelijk ook geen alternatief voor het loslaten van de haat, zo wordt glashelder. Met het ontmenselijken van de ander, stelt mensenrechtenadvocaat Patricia Viseur Sellers bijvoorbeeld, doen we ook onze eigen humaniteit geweld aan.

Trial By Media

Netflix

‘If it bleeds, it leads.’ Curtis Sliwa, de flamboyante New Yorker die eind jaren zeventig de militante burgerwacht The Guardian Angels oprichtte, heeft een eenvoudige verklaring voor de enorme ophef rond Bernhard Goetz. Net als Sliwa vond deze ‘Subway Vigilante‘ dat het hard nodig was dat de stad veiliger werd gemaakt.

En net als Paul Kersey, het Charles Bronson-personage uit de omstreden Death Wish-speelfilmreeks, besloot hij om het recht in eigen hand te nemen. De man, die enkele jaren daarvoor was overvallen, schoot vier zwarte jongens neer in de metro en groeide zo binnen de kortste keren uit tot het middelpunt van een enorme mediahype. Bernhard Goetz werd zowel gebombardeerd tot ‘poster boy’ voor de National Rifle Association als uitgemaakt voor schietgrage racist, die in koele bloede een stel ‘nikkers’ had afgemaakt.

Trial By Media (367 min.) belicht zes van dit soort spraakmakende true crime-verhalen en brengt ze met direct betrokkenen, aanklagers, advocaten, activisten en politici opnieuw in kaart. Van de tientallen politiekogels die werden afgevuurd op de ongewapende Afrikaanse immigrant Amadou Diallo (door Bruce Springsteen vereeuwigd in American Skin (41 Shots)) en de geruchtmakende groepsverkrachting in een bar (verfilmd met Jodie Foster onder de noemer The Accused) tot de jongen die, nadat hij in de tv-show Jenny Jones werd geconfronteerd met een liefdesverklaring van een andere man, maar één uitweg zag: zijn wapen.

Zulke dramatische gebeurtenissen worden vervat in gedegen reconstructies, met een stevige bronnenlijst en fraai archiefmateriaal. Die leveren verder geen spraakmakende nieuwe onthullingen op en resulteren ook niet in een soort metavisie op de rol van de pers in dit soort zaken (zoals bijvoorbeeld het Nederlandse televisieprogramma Medialogica steeds probeert te vinden). Trial By Media is vooral een hervertelling van spannende en schokkende verhalen die zich stuk voor stuk afspeelden onder het oog van een groot publiek, dat door verschillende partijen slim werd bespeeld en zo ook weer invloed had op de afwikkeling ervan.

Een erg smakelijk voorbeeld daarvan is de gang van zaken rond de strafzaak tegen de protserig rijke zorgondernemer Richard Scrushy (HealthSouth) uit Alabama. Hij wordt beschuldigd van grootschalige fraude en start vervolgens, om de gunst van het volk (weer) te winnen, een soort tweede carrière als tv-dominee. ’s Mans advocaten maken van zijn rechtszaak intussen een onvervalste ‘good ol’ boy-show’. Met smeuïge verhalen houden ze pers en publiek zoveel mogelijk uit de buurt van de feiten. En dat werkt: want een goed verhaal, zo luidt een andere boutade van en over de media, moet je niet dood checken.

This Is Not A Movie

VPRO

Dit is geen speelfilm.

‘Je kunt een Hollywood-crew hiernaartoe brengen en een film maken’, zegt de Britse oorlogsjournalist Robert Fisk terwijl hij in 2018 door de volledig verwoeste Syrische stad Homs loopt. ‘Alleen kunnen de doden niet praten en zijn de levenden allemaal weg.’ Op deze plek, zo realiseerde hij zich enkele jaren geleden, begint het verhaal van de mensen die uiteindelijk als vluchteling in Griekenland, Hongarije en Duitsland zijn beland. ‘Hier is de lont naar het kruitvat aangestoken.’

Nogmaals: This Is Not A Movie (108 min.).

Regisseur Yung Chang volgt de vermaarde Midden-Oosten correspondent naar conflictgebieden als Syrië, Libanon en Bosnië en laat Fisk aan het woord over de ervaringen die hem nog altijd achtervolgen. Zoals de slachting onder Palestijnse burgers bij Sabra & Shatila, volgens Fisk het hedendaagse equivalent van nazi-oorlogsmisdaden. Die traumatische gebeurtenis in 1982, onder het oog van Israëlische militairen, bevrijdde hem van elke vorm van schroom om te berichten over de werkelijkheid zoals hij die zag. Gewoon de ongemakkelijke feiten. Zonder de behoefte om daarbij beide partijen aan het woord te laten en een soort (vals) evenwicht te creëren.

Dit is immers geen speelfilm.

Fisks parool is en blijft: challenge authority. Teneinde, ergens, de waarheid te vinden. Dit gedegen portret van de strijdbare correspondent, die zich al een halve eeuw in ‘s werelds voornaamste brandhaard bevindt en liefst zelf ter plekke, met pen en papier in de hand, poolshoogte gaat nemen als er iets gebeurt, werkt tevens als een aanklacht tegen oorlog in het algemeen en het allereerste slachtoffer daarbij: diezelfde waarheid. En die zal de inmiddels 73-jarige Robert Fisk, met alles wat hij in zich heeft, tot zijn allerlaatste ademtocht blijven zoeken. Wat anderen – of het nu gaat om de autoriteiten of zijn eigen eindredacteuren – daar ook van vinden…

Dit. Is. Echt.

This Is Not A Movie is hier te bekijken.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.

Stop Filming Us

Doxy

Is het een goed idee om een koekje te geven aan plaatselijke kinderen? vraagt de Nederlandse regisseur Joris Postema aan de plaatselijke medewerkers van de filmcrew met wie hij filmt in de Congolese stad Goma. Maakt hij zich daarmee misschien schuldig aan koloniaal gedrag? Postema kijkt een beetje beteuterd als de mannen hem inderdaad uitgebreid de les lezen. Die zag hij toch niet helemaal aankomen.

In Stop Filming Us (95 min.) probeert Joris Postema voorbij het beeld te komen dat buitenstaanders doorgaans hebben van de situatie in de Democratische Republiek Congo en dat door westerse filmmakers driftig wordt bevestigd: een desolaat land waar sinds jaar en dag oorlog wordt gevoerd. Alles wordt geframed vanuit dat uitgangspunt, ook door de talloze hulporganisaties die actief zijn in het gebied (en waarvoor Postema  tien jaar geleden een film maakte over ‘de ergste plek op aarde’).

Maar hoe kijkt de lokale bevolking naar diezelfde leefomgeving? En kun je als westerse filmmaker ooit los komen van je eigen rol en positie en daar enigszins vat op krijgen? Postema probeert dit andere perspectief te vangen via enkele plaatselijke filmers en fotografen. Hij doet via hen ook aan zelfonderzoek, maar krijgt daarbij regelmatig te horen dat hij beter kan inpakken en zijn geld aan een lokale regisseur kan geven. Maar zou die het leven in Goma dan wél eerlijk (kunnen) laten zien?

In het intrigerende Stop Filming Us gaat Postema, vanuit zijn eigen bevoorrechte en bevooroordeelde positie, zo op zoek naar ongemakkelijke waarheden. De film wordt gekenmerkt door een meta-benadering, waarbij de maker inzichtelijk maakt hoe de documentaire wordt geproduceerd, welke dilemma’s hij daarbij tegenkomt en – vooral – welke vragen hij daarbij stelt (of welke vragen er aan hem worden gesteld).

En voor wie is de film nu eigenlijk een eye opener: voor de westerse kijker, die nodig een ander perspectief voorgeschoteld dient te krijgen? Of toch voor de lokale bevolking die al even nodig gedekoloniseerd moet worden?

Mike Wallace Is Here

‘Hou je ervan om te zeggen: ik héb je?’, wil collega Larry King weten. ‘Jij bent echt de meester van iemand te pakken nemen met die allerlaatste vraag’, constateert talkshow-host Stephen Colbert even later. ‘Je bent een echte klootzak’, stelt geïnterviewde Barbra Streisand zelfs, tijdens een tweegesprek met de gevreesde televisiejournalist. Mike Wallace Is Here (91 min.) is dan nog maar enkele minuten onderweg. ‘Dit is echt een Wallace-vraag’, vat Mikes voormalige collega Morley Safer het intro nog eens bondig samen. ‘Waarom gedraag je je soms als zo’n enorme lul?‘

Mike Wallace (1918-1912) behoorde ruim een halve eeuw tot de groten van de Amerikaanse televisiejournalistiek. Hij was één van de laatste representanten van de Mad Men-achtige periode. Van gedistingeerde mannen in pak en stropdas, die met vorsende blik en een eeuwig brandende sigaret het nieuws duidden en de blikvangers daarvan het vuur ongenadig aan de schenen legden. Hij vestigde zijn naam definitief als de bikkelharde interviewer (en onderzoeksjournalist, met verborgen camera) van het iconische CBS-programma 60 Minutes, dat hij vanaf 1968 37 jaar lang presenteerde.

Deze fascinerende film van Avi Belkin bestaat volledig uit archiefmateriaal. Met een collage van tweegesprekken wordt de carrière van de hoofdpersoon in kaart gebracht: interviews van Wallace met kopstukken uit de tweede helft van de twintigste eeuw, zoals Salvador Dali, Martin Luther King, ayatollah Khomeini, Oprah Winfrey en Vladimir Poetin. En gesprekken van gerenommeerde televisie-interviewers als Barbara Walters, Lesley Stahl en (zoon) Chris Wallace met de mediapersoonlijkheid zelf, die het vuur aan zijn eigen schenen meestal snel probeerde uit te trappen.

Het in de CBS-archieven opgediepte archiefmateriaal wordt door Belkin, met veel gebruik van split screen en close-ups, optimaal benut. Waarbij ook de beelden die vóór en ná de officiële interviews werden gemaakt, een belangrijke rol spelen. Zij tonen de journalist Wallace, gezegend met een aanzienlijk ego, aan het werk; hoe hij zijn collega’s of gesprekspartners aftast, op hun gemak stelt of venijnig afblaft. Daarbij had B-roll materiaal van hoe hij zijn hand op het achterwerk van medewerksters legde of op een onbewaakt ogenblik hun beha’s losmaakte overigens niet misstaan.

In de Mad Men-jaren werd er echter nog niet al te veel werk gemaakt van zulke #metoo-achtige beschuldigingen. ‘Ik heb dat gedaan’, zou Wallace in 1991 tijdens een interview met Rolling Stone hebben gezegd. En daarmee was de kous af. In deze ferme docu wordt de kwestie zelfs helemaal niet ter sprake gebracht. Zoals ook ’s mans vier huwelijken nauwelijks aan bod komen. Mike Wallace Is Here is desondanks een zéér geslaagde poging om de journalist en zijn ‘Umfeld’, zowel de toenmalige media als het maatschappelijke klimaat waarbinnen die zich moesten handhaven, te portretteren.

The John Dalli Mystery

VPRO

Afgelopen week maakte de premier van Malta bekend dat hij in januari aftreedt. Hij is de zoveelste lokale functionaris die in de nasleep van de moord op de onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 het veld moet ruimen.

Galizia speelt ook een prominente rol in The John Dalli Mystery (59 min.) van Jesper Rønde. In deze documentaire onderzoekt het kekke journalistenduo Mads Brügger en Mikael Bertelsen de achtergronden van het corruptieschandaal rond de Maltese politicus John Dalli, die in 2012 moest aftreden als eurocommissaris.

Is Dalli het slachtoffer van een complot of smeedt hij deze complotten juist zelf? Die vraag drijft deze bijzonder vermakelijke film, waarin ook nog de nodige tegels worden gelicht. Gedegen onderzoeksjournalistiek dus, vermomd als absurd theater.

Het is een vorm die Mads Brügger dit jaar ook gebruikte in Cold Case Hammarskjöld, zijn overrompelende zoektocht naar wat er toch is gebeurd met Dag Hammarskjöld. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties kwam in 1961 om bij een mysterieus vliegtuigongeluk.

The John Dalli Mystery kan met terugwerkende kracht worden beschouwd als een fijne voorstudie.

Radio Silence

IDFA

Het ‘pax mafioso’ werd simpelweg hersteld, volgens filmmaakster Juliana Fanjul. Na ruim zeventig jaar aan de macht – een periode waarin Mexico was veranderd in een ‘perfecte dictatuur’ – werd de PRI in 2000 afgestraft door de kiezer. Twaalf jaar later won de oude autocratische partij echter opnieuw de verkiezingen. De okselfrisse Enrique Peña Nieto, zorgvuldig klaargestoomd in bevriende media, werd president.

Een belangrijke criticaster van de nieuwe leider, de populaire radiopresentatrice Carmen Aristegui, kreeg vrij snel daarna ontslag. In een poging om haar monddood te maken, aldus Fanjul in de grimmige documentaire Radio Silence (78 min.). Tevergeefs. Aristegui en enkele getrouwen, gadegeslagen door de filmmaakster, benutten haar verplichte radiostilte om een eigen internetplatform op te starten. Van daaruit hervat ze haar taak als controleur van de macht

Intussen lijkt Mexico definitief te verworden tot een narcostaat: aan bruggen verschijnen demonstratief opgehangen lijken, in Iguala verdwijnen 43 studenten en kritische journalisten bekopen hun werk regelmatig met de dood. ‘Hier stelen we, want daar staat toch geen straf op’, formuleert Fanjul het scherp in één van de vele voice-overs waarmee ze het verhaal van Aristegui en haar land begeleidt. ‘Je kunt beter zwijgen en medeplichtig zijn dan degene worden die zich uitspreekt.’

In die bedreigende atmosfeer, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting een welhaast ondraaglijke plicht wordt, weigeren de protagonist en haar medewerkers om (zelf)censuur te accepteren. Juliana Fanjul volgt hen gedurende vier enerverende jaren, op weg naar de volgende verkiezingen. Ben je bereid om te sterven voor deze baan? vraagt ze. Het is een vraag die ze zichzelf vooral niet stellen.