The Social Dilemma

Netflix

‘Toen ik daar werkte had ik echt het gevoel dat we met iets goeds bezig waren’, zegt de voormalige toptechneut van Twitter. ‘Nu weet ik dat niet meer zo zeker.’

‘Ik maak me ernstige zorgen’, vult de mede-uitvinder van onder meer Google Drive en de like-knop van Facebook aan. ‘Grote zorgen.’

‘Het is gemakkelijk om uit het oog te verliezen dat deze tools zijn gemaakt om mooie dingen te doen in de wereld’, zegt een voormalige leidinggevende bij zowel Facebook als Pinterest. ‘Ze hebben verloren familieleden herenigd en orgaandonoren gevonden. Er zijn overal ter wereld ingrijpende veranderingen geweest dankzij deze platforms. We waren alleen naïef wat betreft de andere kant van de medaille.’

In The Social Dilemma (95 min.) luiden voormalige medewerkers van techgiganten de noodklok: hun geesteskinderen dreigen een monster van Frankenstein te worden, dat de samenleving grondig zou kunnen ontwrichten. De kern van hun betoog zit misschien wel in die ene eenvoudige constatering: als je niet betaalt voor het product, dan bén je het product. Ofwel: in werkelijkheid bestaat de klantenkring van social media uit adverteerders en zijn normale gebruikers niets meer dan koopwaar. Die mogen dus naar hartenlust worden verhandeld en beïnvloed, ook als dat ten koste gaat van hun persoonlijke welzijn of de sociale cohesie in de wereld waartoe ze behoren.

Die alarmerende boodschap is natuurlijk al vaker afgegeven, maar wordt hier ook echt gestut met ‘daderkennis’ vanuit de onderbuik van Big Tech, waar psychologische inzichten worden gebruikt/misbruikt om het publiek volledig verslaafd te maken aan hun product. Met alle maatschappelijke gevolgen van dien: van vereenzaming en depressies tot stammenoorlogen en samenzweringstheorieën. Regisseur Jeff Orlowski vervlecht de bijbehorende doemscenario’s van deze insiders met een fictief en tamelijk clichématig verhaaltje over een jongen die via sociale media langzaam in zijn eigen echoput dondert.

De kwade genius daarachter, die van gewone stervelingen willoze laboratoriumratten maakt, krijgt bovendien letterlijk een gezicht via acteur Vincent Kartheiser (Pete Campbell uit de serie Mad Men). Vanuit een soort controleruimte, die zomaar een decorstuk van Star Trek had kunnen zijn, manipuleert hij de protagonist alle kanten op. Dat eendimensionale Hollywood-verhaallijntje akkedeert niet helemaal met de toon en boodschap van het documentairedeel. Want deze film wil wel degelijk een serieuze oproep doen tot een ethisch reveil bij Big Tech. Vooralsnog lijken de Zuckerbergs van deze wereld daarvan alleen nog niet echt warm of koud te worden.

Under The Wire

underthewiremovie.com

Ze moest letterlijk een oog geven voor haar missie. In 2001 te Sri Lanka, tijdens een bloedige burgeroorlog. Een ooglapje zou het handelsmerk worden van de Amerikaanse oorlogscorrespondent Marie Colvin. Net als dat ze voor de Duvel niet bang was en koste wat het kost, ongeacht de omstandigheden, de verhalen van gewone mensen wilde vertellen. Zo zou ze ook aan haar einde komen, bij een raketaanval in de Syrische stad Homs op 22 februari 2012.

Colvin was zo’n vrouw waarover films worden gemaakt: A Private War (het speelfilmdebuut van de gevierde documentairemaker Matthew Heineman, met Rosamund Pike als de onvervaarde journaliste) en de documentaire Under The Wire (93 min.) van Chris Martin. Beide films uit 2018 zijn zowel een eerbetoon aan de vrouw zelf als aan haar stiel, de oorlogsjournalistiek, en vormen tevens een vlijmscherpe aanklacht tegen oorlog in het algemeen.

Waar de speelfilm Colvins complete loopbaan probeert te vatten, inclusief haar trauma’s en drankmisbruik, reconstrueert deze docu alleen de helletocht die zou leiden tot haar dood (en die van haar Franse collega Rémi Ochlik). ‘Er is een vrouw dood’, roept een man op huiveringwekkende amateurbeelden, die de paniek van het moment perfect weerspiegelen. ‘Wie?’ reageert een ander. ‘Marie van The Sunday Times?’ Het antwoord slaat alle hoop de bodem in: ‘Ja, Marie van The Sunday Times. Ze is dood.’

Maar, om een bekende boutade te parafraseren: achter elke succesvolle vrouw staat een sterke man: fotograaf Paul Conroy. Colvins vaste partner in crime is de eigenlijke hoofdpersoon van deze beklemmende documentaire. Die is ook gebaseerd op het boek dat hij schreef over hun werkreis naar Assads Syrië. Nadat ze samen de voorpagina van de krant hadden gehaald en zij dat met de dood moest bekopen, belandde hij weer bij de benauwde kilometerslange tunnel die hen op de plek des onheils had gebracht.

Conroy had nog maar één missie: zijn verhaal vertellen. Hun verhaal. Samen met enkele collega’s die erbij waren op dat fatale moment en in de rug gedekt door een slimme combinatie van reconstructiebeelden en shockerende opnamen van de ‘slachting’ ter plaatse brengt hij de horror tot leven. Dat komt hard binnen. Marie, een ijzervreter van het zuiverste water, zou vast niet anders gewild hebben.

Boys State

Apple TV

Zet duizend zeventienjarige jongens een week bij elkaar in hun eigen Boys State (109 min.), verdeel ze volstrekt willekeurig over twee politieke partijen en verzin vervolgens een aantal functies waarvoor ze zich verkiesbaar kunnen stellen. Binnen de kortste keren zijn ze verwikkeld in een soort carbonkopie van de hedendaagse Amerikaanse politiek, waarin iedereen een rol krijgt toebedeeld: lijsttrekker, partijbons, spin doctor, persmuskiet of gewoon klapvee.

Sinds 1935 nodigt de American Legion, een veteranenorganisatie die burgerschap wil bevorderen, jaarlijks een groep geselecteerde jongeren uit om hen een stoomcursus democratie te geven. De documentairemakers Jesse Moss en Amanda McBaine sloten aan bij de editie van 2018 in Texas en volgden enkele jongens die in de voetsporen traden van vroegere Boys Nation-deelnemers als Bill Clinton, Samuel Alito, Dick Cheney, Cory Booker en Rush Limbaugh.

Of ze zo echt leren wat democratie inhoudt? Mwah, tot een diepgaande uitwisseling van ideeën en besluitvorming daarover komt het nauwelijks. Ook in deze onstuimige laboratoriumsetting draait het vooral om politiek met kleine p. Kandidaten presenteren geen coherente set ideeën, maar zijn vooral bezig met iedereen naar de mond praten, bedelen om steun en uiteindelijk de prijs binnenhalen: een politieke functie die er écht alleen voor de eer is.

Tussendoor wordt er heel wat gewheeld en gedeald, ontstaan er ongemakkelijke coalities en wordt de tegenpartij ongegeneerd zwartgemaakt. ‘Het is nu eenmaal politiek’, zegt Ben Feinstein, de partijvoorzitter van The Federalists die zich zonder scrupules bedient van slinkse trucs. ‘Je speelt om te winnen.’ Zijn tegenpool, René Otero van The Nationalists, vindt Feinstein een fantastische politicus. ‘Maar het lijkt me geen compliment om een fantastische politicus te worden genoemd.’

Wat natuurlijk eveneens een slimme manier is om de opponent te framen, als een doortrapte machtspoliticus van nog geen achttien. Ook Otero weet immers hoe het werkt als je iets wilt bereiken in die veel bewierookte democratie. Moss en McBaine leggen intussen feilloos vast hoe Amerika’s future leaders – jongens nog, aangejaagd door nét te veel testosteron en bewijsdrang – in dat kader zonder enige terughoudendheid worden bevestigd in hun ‘winners takes all’-mentaliteit.

Kritische vragen stellen de filmmakers niet. Het is overigens ook maar de vraag of veel Amerikanen überhaupt kanttekeningen plaatsen bij het competitieve karakter van deze introductie in de democratie. Boys State is opgebouwd als een typische wedstrijdfilm, die toewerkt naar het moment waarop bekend wordt gemaakt wie de belangrijkste politieke positie (governor) heeft bemachtigd. Daarna mogen alle strebertjes van deze fijne jeukdocu weer huiswaarts. Gepokt en gemazeld, maar vooralsnog als gewone ambteloze zeventienjarigen.

Capturing Lee Miller

NTR

Haar zoon Antony wist van niets. ‘Ik kende mijn moeder als een nutteloze dronkaard. Als een hysterica voor wie het nemen van de trein al een hele onderneming was.’ Toen vond zijn vrouw een collectie foto’s op zolder. Antony Penrose kon het nauwelijks geloven. Was dit werk van zijn moeder? En was zij dat ook, die stijlvolle vrouw in Vogue?

Toen Antony talloze naaktfoto’s van zijn moeder zag, kon hij zijn ogen helemaal niet meer geloven. En toen hij ook nog hoorde dat die waren gemaakt door haar vader, zijn eigen opa Theodore, wist hij ook niet of hij zijn oren mocht vertrouwen. Voor zijn geestesoog ontstond een nieuwe vrouw, de vrouw die zijn moeder ooit geweest moest zijn: Lee Miller (1907-1977). Model. Muze. Icoon. Fotograaf. Surrealistische kunstenaar. En oorlogscorrespondent.

Penrose besloot een biografie over die onbekende moeder te schrijven, The Lives Of Lee Miller, en fungeert nu tevens als één van de intimi, deskundigen en navolgers in Capturing Lee Miller (60 min.) die haar leven en oeuvre proberen te duiden. Van de vrijheid blijheid van het interbellum en haar jaren als Alles van sterfotograaf Man Ray via de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog naar de periode waarin ze zichzelf helemaal kwijtraakte en weer terug probeerde te vinden.

Regisseur Teresa Griffiths volgt de bewogen levensroute van haar hoofdpersoon nauwgezet, probeert het wezen van de enigmatische vrouw te vangen in stijlvolle sequenties en lardeert dit geheel met fraaie zwart-wit foto’s van en met de ontzettend veelzijdige Lee Miller. Zo belicht ze alle zijden van een vrouw die haar tijd ver vooruit was, voor wie de wereld te klein leek en die uiteindelijk tóch in de vergetelheid raakte. En dat vond ze misschien niet eens zo heel erg. Haar verleden, vol met trauma’s ook, werd veilig opgeborgen, op zolder.

Het komt allemaal samen in die ene wereldberoemde foto van Lee Miller in de badkuip van Adolf Hitler, die ongeveer op datzelfde moment een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Een ongenaakbare blote vrouw, met een staatsieportret van Der Führer op de rand van het bad, die tevergeefs de ellende van het concentratiekamp van Dachau, waar ze die ochtend een serie indrukwekkende foto’s voor Vogue heeft geschoten, van zich af probeert te wassen.

Outfoxed: Rupert Murdoch’s War On Journalism

Hoe zou de eerste ambtstermijn van Donald Trump eruit hebben gezien zónder de kabelzender Fox News? Het is de vraag of hij überhaupt ooit president had kunnen worden zonder de onvoorwaardelijke steun van Fox’s oerconservatieve eigenaar Rupert Murdoch, CEO Roger Ailes (een voormalige spin doctor van de Republikeinse partij) en bijzonder partijdige talkshow hosts zoals Sean Hannity, Laura Ingraham en Tucker Carlson.

In de activistische documentaire Outfoxed: Rupert Murdoch’s War On Journalism (77 min.) uit 2004 ontleedde de linkse filmmaker Robert Greenwald al de modus operandi van de nieuwszender, die zich destijds afficheerde met slogans als ‘fair & balanced’ en ‘we report, you decide’ en intussen doelbewust geen enkel onderscheid meer maakte tussen feiten en meningen daarover. Alles, werkelijk alles, werd consequent bezien vanuit een bijzonder rechtse bril.

Daarmee leverde Fox een aanzienlijke bijdrage aan de vergiftiging van het Amerikaanse politieke klimaat. Om over de verruwing van het debat nog maar niet te spreken. ‘Shut up’ werd bijvoorbeeld het vaste mantra van de toenmalige ster van de nieuwszender, Bill O’Reilly, ‘some people say’ een slim voorwendsel om oncontroleerbare meningen in te brengen in het gesprek, zo laat Outfoxed zien. Het werkte wel: de benadering van Fox News bleek zowel succesvol als lucratief.

Greenwalds politieke pamflet komt enigszins traag op gang en heeft met linkse kopstukken als Bernie Sanders en Al Franken ook een wat eenzijdige bronnenlijst, maar overlegt uiteindelijk overtuigend bewijsmateriaal van de ontzettend partijdige manier waarop Fox bericht over onderwerpen als het homohuwelijk, abortus en de verkiezingen van 2000, waarbij de rechtse zender het pleit echt in het voordeel van de Republikein George W. Bush probeert te beslechten.

Diens oorlog in Irak zorgt bovendien voor heel wat tromgeroffel op Fox News. En pijnlijke taferelen. Als Jeremy Glick, de zoon van een man die sneuvelde bij de aanslagen van 11 september 2001, zich in The O’Reilly Factor bijvoorbeeld tegen die oorlog uitspreekt, krijgt hij meermaals van de gastheer te horen dat hij zijn bek moet houden. ‘Ik hoop dat je moeder dit niet zit te kijken.’ Bijna een jaar na het bewuste twistgesprek wordt Glick in uitzendingen nog altijd regelmatig zwartgemaakt door O’Reilly.

Sindsdien heeft het stijfrechtse Fox News bepaald geen gas teruggenomen. Zo heeft de zender, onbewust, de bodem gelegd voor een populistische politicus als Donald Trump, die als president regelmatig blindelings de ‘talking points’ van zijn favoriete programma Fox & Friends doortweet en soms zelfs beleid lijkt te ontwikkelen op basis van wat Murdochs zender hem die dag voorschotelt. Intussen blijkt uit allerlei publicaties dat Fox News-kijkers er inmiddels een geheel eigen wereldbeeld op nahoudt.

‘Fox News maakt zijn kijkers immuun voor bewijsmateriaal dat niet past in hun wereldbeeld’, constateerde Alvin Chang al in dit onderzoek van Vox uit 2018. Inmiddels heeft zich met One America News Network (OANN) bovendien een nóg extremere nieuwszender aangediend, die ongegeneerd naar de gunsten van de Amerikaanse president dingt.

In de nabrander Outfoxed Effect: Ten Years Later blikt Robert Greenwald terug op hoe ze de documentaire maakten (bijvoorbeeld door met een team letterlijk 24 uur per dag Fox News te kijken) en het effect dat die had.

Athlete A

Netflix

Documentaire mag dan een genre van de lange adem zijn. Dat hoeft niet te betekenen dat er geen druk op de ketel zit, in de vorm van andere makers die je de loef proberen af te steken. Zo was er vóór Whitney, een portret van zangeres Whitney Houston, bijvoorbeeld al Whitney: Can I Be Me. Vóór Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn een andere film over de gevreesde Trumpfluisteraar: Where’s My Roy Cohn?. En is er vóór Athlete A (104 min.) dus ook al eerder een documentaire gemaakt over het misbruikschandaal in de Amerikaanse turnwereld: At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal.

Als maker, het duo Bonni Cohen en Jon Shenk in dit geval, word je in zo’n geval gedwongen om de meerwaarde van jouw film nog eens extra over het voetlicht te brengen. Waarom zouden wij, de mensen die sowieso al vierkante ogen hebben van het kijken, anders óók jouw interpretatie van allang bekende gebeurtenissen (seksueel misbruik van talloze talentvolle turners, onder wie enkele medaillewinnaars op de Olympische Spelen, door de Amerikaanse sportarts Larry Nassar en de enorme doofpot waarin al die onwelgevallige verhalen jarenlang werden gestopt door de verantwoordelijke bobo’s) tot ons willen nemen?

Welnu, Cohen en Shenk concentreren zich niet zozeer op het misbruik zelf – al bevat ook deze film enkele indringende persoonlijke getuigenissen van slachtoffers, onder wie de turnster die zich als eerste anoniem meldde onder de noemer Athlete A – als wel op het systeem eromheen. Seksueel geweld als min of meer logisch gevolg van de tough love-benadering waarmee de turnsters steevast werden bejegend. Nadat de Amerikaanse turnbond begin jaren tachtig het Roemeense echtpaar Bela en Martha Karolyi inhuurde, dat eerder de stuurse tiener Nadia Comaneci naar een Olympische Gouden medaille had gedrild, was er ook bij Team USA een soort Oostblok-cultuur ontstaan. Met een heuse medailleregen tot gevolg – en een onmenselijke atmosfeer.

De coaches waren oppermachtig en stelden zich bikkelhard op, terwijl de atletes steeds jonger werden, hun menstruatie begonnen uit te stellen en eetstoornissen ontwikkelden. Binnen die verstikkende atmosfeer, een topsportklimaat dat door één van de voormalige turnsters simpelweg wordt omschreven als ‘wreedheid’, was Larry Nassar de man die hen wél als mens en niet alleen als potentiële medaillewinnares zag. Voormalig Olympiër Jamie Dantzscher durft het nog altijd bijna niet te zeggen, maar ze keek destijds echt uit naar zijn behandelingen. Want Larry was ‘de enige aardige volwassene bij de turnbond’ die ze zich kan herinneren. En hij, manipulator eerste klas, wist wel raad met die positie.

Athlete A reconstrueert vervolgens hoe journalisten van The Indianapolis Star dat verhaal op het spoor komen. Nadat USA Gymnastics in de voorgaande jaren alles in het werk heeft gesteld om de beschuldigingen van de anonieme turnster, die intussen ook flink gedwarsboomd werd in haar carrière, binnenskamers te houden. Die metabenadering, waarbij de nadruk meer op de cultuur en cover-up ligt dan op de persoonlijke ervaringen van de individuele meisjes, zorgt ervoor dat deze documentaire minder emotionele impact heeft dan In The Heart Of Gold. Athlete A is vooral een impliciet pleidooi om de begeleiding van sporttalenten nog eens kritisch onder de loep te nemen. En daarin zit dan de meerwaarde van deze solide film.

Why We Hate

Haat valt af te leren. Is logisch. Beschermt ons. Wordt doelbewust ingezet. Kan besmettelijk zijn. Én maakt héél veel kapot.

Aan de hand van zes subthema’s en een daarbij behorende wetenschapper schetst de docuserie Why We Hate (264 min.), geregisseerd door Geeta Gandbir en Sam Pollard en geproduceerd door Steven Spielberg en Alex Gibney, de psychologische, genetische, sociologische, juridische, neurologische en biologische achtergronden van de menselijke behoefte om De Ander te wantrouwen, beschimpen of zelfs bestrijden. Dit levert interessante inzichten en dwarsverbanden op, die met soms schokkende beelden worden geïllustreerd.

Over tribalisme bijvoorbeeld, een fenomeen dat zowel zichtbaar is in de rivaliteit tussen voetbalclubs als de permanente stammenstrijd tussen de Democratische en Republikeinse partij in de Verenigde Staten en de steeds weer oplaaiende oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Hopeloze kwesties ogenschijnlijk, waarbij ‘de psychologie van het slachtofferschap’ (ook al behoor je tot de bovenliggende partij) een dominante rol lijkt te spelen. Wetenschappelijke experimenten tonen echter aan dat die verhoudingen wel degelijk zijn te reframen – al leidt dat helaas niet per definitie ook tot betere verhoudingen.

Het blijft tevens pijnlijk hoe effectief propaganda kan zijn als middel om een andere bevolkingsgroep te dehumaniseren. De bijbehorende weerzinwekkende beelden – de Obama’s als apen, moslims als vleesgeworden bommen en Joden als afgezanten van de Duivel – mogen dan bekend zijn, het blijft nauwelijks te bevatten dat mensen bereid zijn om dit soort vuiligheid te produceren en consumeren. En de gevolgen daarvan zijn onmiskenbaar. In Rwanda werden de Tutsi’s in de jaren negentig bijvoorbeeld stelselmatig door kranten en radiostations van de Hutu-meerderheid uitgemaakt voor ‘kakkerlakken’. En wat doe je met zulke beesten? Juist: kapot maken.

Met verve slalomt de zesdelige serie Why We Hate verder langs de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, Pol Pots Cambodja en het Hongarije van Viktor Orbán, zoomt in op het Internationaal Strafhof in Den Haag, de Charleston Church Shooting en de beruchte Milgram– en Stanford Prison- experimenten (en de rol van instructie daarbij) en introduceert haatzaaiers die tot inkeer zijn gekomen, zoals een voormalige neonazi, ex-extremistische moslim en oud-lid van de omstreden Westboro Baptist Church. Uit hun gezamenlijke relaas kan tóch hoop worden geput. Als voorbeelden daarvan focussen Gandbir en Pollard op hoe Zuid-Afrika Apartheid en Duitsland het Derde Rijk achter zich hebben gelaten.

Er is uiteindelijk ook geen alternatief voor het loslaten van de haat, zo wordt glashelder. Met het ontmenselijken van de ander, stelt mensenrechtenadvocaat Patricia Viseur Sellers bijvoorbeeld, doen we ook onze eigen humaniteit geweld aan.

Trial By Media

Netflix

‘If it bleeds, it leads.’ Curtis Sliwa, de flamboyante New Yorker die eind jaren zeventig de militante burgerwacht The Guardian Angels oprichtte, heeft een eenvoudige verklaring voor de enorme ophef rond Bernhard Goetz. Net als Sliwa vond deze ‘Subway Vigilante‘ dat het hard nodig was dat de stad veiliger werd gemaakt.

En net als Paul Kersey, het Charles Bronson-personage uit de omstreden Death Wish-speelfilmreeks, besloot hij om het recht in eigen hand te nemen. De man, die enkele jaren daarvoor was overvallen, schoot vier zwarte jongens neer in de metro en groeide zo binnen de kortste keren uit tot het middelpunt van een enorme mediahype. Bernhard Goetz werd zowel gebombardeerd tot ‘poster boy’ voor de National Rifle Association als uitgemaakt voor schietgrage racist, die in koele bloede een stel ‘nikkers’ had afgemaakt.

Trial By Media (367 min.) belicht zes van dit soort spraakmakende true crime-verhalen en brengt ze met direct betrokkenen, aanklagers, advocaten, activisten en politici opnieuw in kaart. Van de tientallen politiekogels die werden afgevuurd op de ongewapende Afrikaanse immigrant Amadou Diallo (door Bruce Springsteen vereeuwigd in American Skin (41 Shots)) en de geruchtmakende groepsverkrachting in een bar (verfilmd met Jodie Foster onder de noemer The Accused) tot de jongen die, nadat hij in de tv-show Jenny Jones werd geconfronteerd met een liefdesverklaring van een andere man, maar één uitweg zag: zijn wapen.

Zulke dramatische gebeurtenissen worden vervat in gedegen reconstructies, met een stevige bronnenlijst en fraai archiefmateriaal. Die leveren verder geen spraakmakende nieuwe onthullingen op en resulteren ook niet in een soort metavisie op de rol van de pers in dit soort zaken (zoals bijvoorbeeld het Nederlandse televisieprogramma Medialogica steeds probeert te vinden). Trial By Media is vooral een hervertelling van spannende en schokkende verhalen die zich stuk voor stuk afspeelden onder het oog van een groot publiek, dat door verschillende partijen slim werd bespeeld en zo ook weer invloed had op de afwikkeling ervan.

Een erg smakelijk voorbeeld daarvan is de gang van zaken rond de strafzaak tegen de protserig rijke zorgondernemer Richard Scrushy (HealthSouth) uit Alabama. Hij wordt beschuldigd van grootschalige fraude en start vervolgens, om de gunst van het volk (weer) te winnen, een soort tweede carrière als tv-dominee. ’s Mans advocaten maken van zijn rechtszaak intussen een onvervalste ‘good ol’ boy-show’. Met smeuïge verhalen houden ze pers en publiek zoveel mogelijk uit de buurt van de feiten. En dat werkt: want een goed verhaal, zo luidt een andere boutade van en over de media, moet je niet dood checken.

This Is Not A Movie

VPRO

Dit is geen speelfilm.

‘Je kunt een Hollywood-crew hiernaartoe brengen en een film maken’, zegt de Britse oorlogsjournalist Robert Fisk terwijl hij in 2018 door de volledig verwoeste Syrische stad Homs loopt. ‘Alleen kunnen de doden niet praten en zijn de levenden allemaal weg.’ Op deze plek, zo realiseerde hij zich enkele jaren geleden, begint het verhaal van de mensen die uiteindelijk als vluchteling in Griekenland, Hongarije en Duitsland zijn beland. ‘Hier is de lont naar het kruitvat aangestoken.’

Nogmaals: This Is Not A Movie (108 min.).

Regisseur Yung Chang volgt de vermaarde Midden-Oosten correspondent naar conflictgebieden als Syrië, Libanon en Bosnië en laat Fisk aan het woord over de ervaringen die hem nog altijd achtervolgen. Zoals de slachting onder Palestijnse burgers bij Sabra & Shatila, volgens Fisk het hedendaagse equivalent van nazi-oorlogsmisdaden. Die traumatische gebeurtenis in 1982, onder het oog van Israëlische militairen, bevrijdde hem van elke vorm van schroom om te berichten over de werkelijkheid zoals hij die zag. Gewoon de ongemakkelijke feiten. Zonder de behoefte om daarbij beide partijen aan het woord te laten en een soort (vals) evenwicht te creëren.

Dit is immers geen speelfilm.

Fisks parool is en blijft: challenge authority. Teneinde, ergens, de waarheid te vinden. Dit gedegen portret van de strijdbare correspondent, die zich al een halve eeuw in ‘s werelds voornaamste brandhaard bevindt en liefst zelf ter plekke, met pen en papier in de hand, poolshoogte gaat nemen als er iets gebeurt, werkt tevens als een aanklacht tegen oorlog in het algemeen en het allereerste slachtoffer daarbij: diezelfde waarheid. En die zal de inmiddels 73-jarige Robert Fisk, met alles wat hij in zich heeft, tot zijn allerlaatste ademtocht blijven zoeken. Wat anderen – of het nu gaat om de autoriteiten of zijn eigen eindredacteuren – daar ook van vinden…

Dit. Is. Echt.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.

Stop Filming Us

Doxy

Is het een goed idee om een koekje te geven aan plaatselijke kinderen? vraagt de Nederlandse regisseur Joris Postema aan de plaatselijke medewerkers van de filmcrew met wie hij filmt in de Congolese stad Goma. Maakt hij zich daarmee misschien schuldig aan koloniaal gedrag? Postema kijkt een beetje beteuterd als de mannen hem inderdaad uitgebreid de les lezen. Die zag hij toch niet helemaal aankomen.

In Stop Filming Us (95 min.) probeert Joris Postema voorbij het beeld te komen dat buitenstaanders doorgaans hebben van de situatie in de Democratische Republiek Congo en dat door westerse filmmakers driftig wordt bevestigd: een desolaat land waar sinds jaar en dag oorlog wordt gevoerd. Alles wordt geframed vanuit dat uitgangspunt, ook door de talloze hulporganisaties die actief zijn in het gebied (en waarvoor Postema  tien jaar geleden een film maakte over ‘de ergste plek op aarde’).

Maar hoe kijkt de lokale bevolking naar diezelfde leefomgeving? En kun je als westerse filmmaker ooit los komen van je eigen rol en positie en daar enigszins vat op krijgen? Postema probeert dit andere perspectief te vangen via enkele plaatselijke filmers en fotografen. Hij doet via hen ook aan zelfonderzoek, maar krijgt daarbij regelmatig te horen dat hij beter kan inpakken en zijn geld aan een lokale regisseur kan geven. Maar zou die het leven in Goma dan wél eerlijk (kunnen) laten zien?

In het intrigerende Stop Filming Us gaat Postema, vanuit zijn eigen bevoorrechte en bevooroordeelde positie, zo op zoek naar ongemakkelijke waarheden. De film wordt gekenmerkt door een meta-benadering, waarbij de maker inzichtelijk maakt hoe de documentaire wordt geproduceerd, welke dilemma’s hij daarbij tegenkomt en – vooral – welke vragen hij daarbij stelt (of welke vragen er aan hem worden gesteld).

En voor wie is de film nu eigenlijk een eye opener: voor de westerse kijker, die nodig een ander perspectief voorgeschoteld dient te krijgen? Of toch voor de lokale bevolking die al even nodig gedekoloniseerd moet worden?

Mike Wallace Is Here

‘Hou je ervan om te zeggen: ik héb je?’, wil collega Larry King weten. ‘Jij bent echt de meester van iemand te pakken nemen met die allerlaatste vraag’, constateert talkshow-host Stephen Colbert even later. ‘Je bent een echte klootzak’ stelt geïnterviewde Barbra Streisand zelfs, tijdens een tweegesprek met de gevreesde televisiejournalist. Mike Wallace Is Here (91 min.) is dan nog maar enkele minuten onderweg. ‘Dit is echt een Wallace-vraag’, vat Mikes voormalige collega Morley Safer het intro nog eens bondig samen. ‘Waarom gedraag je je soms als zo’n enorme lul?‘

Mike Wallace (1918-1912) behoorde ruim een halve eeuw tot de groten van de Amerikaanse televisiejournalistiek. Hij was één van de laatste representanten van de Mad Men-achtige periode. Van gedistingeerde mannen in pak en stropdas, die met vorsende blik en een eeuwig brandende sigaret het nieuws duidden en de blikvangers daarvan het vuur ongenadig aan de schenen legden. Hij vestigde zijn naam definitief als de bikkelharde interviewer (en onderzoeksjournalist, met verborgen camera) van het iconische CBS-programma 60 Minutes, dat hij vanaf 1968 37 jaar lang presenteerde.

Deze fascinerende film van Avi Belkin bestaat volledig uit archiefmateriaal. Met een collage van tweegesprekken wordt de carrière van de hoofdpersoon in kaart gebracht: interviews van Wallace met kopstukken uit de tweede helft van de twintigste eeuw, zoals Salvador Dali, Martin Luther King, ayatollah Khomeini, Oprah Winfrey en Vladimir Poetin. En gesprekken van gerenommeerde televisie-interviewers als Barbara Walters, Lesley Stahl en (zoon) Chris Wallace met de mediapersoonlijkheid zelf, die het vuur aan zijn eigen schenen meestal snel probeerde uit te trappen.

Het in de CBS-archieven opgediepte archiefmateriaal wordt door Belkin, met veel gebruik van split screen en close-ups, optimaal benut. Waarbij ook de beelden die vóór en ná de officiële interviews werden gemaakt, een belangrijke rol spelen. Zij tonen de journalist Wallace, gezegend met een aanzienlijk ego, aan het werk; hoe hij zijn collega’s of gesprekspartners aftast, op hun gemak stelt of venijnig afblaft. Daarbij had B-roll materiaal van hoe hij zijn hand op het achterwerk van medewerksters legde of op een onbewaakt ogenblik hun beha’s losmaakte overigens niet misstaan.

In de Mad Men-jaren werd er echter nog niet al te veel werk gemaakt van zulke #metoo-achtige beschuldigingen. ‘Ik heb dat gedaan’, zou Wallace in 1991 tijdens een interview met Rolling Stone hebben gezegd. En daarmee was de kous af. In deze ferme docu wordt de kwestie zelfs helemaal niet ter sprake gebracht. Zoals ook ’s mans vier huwelijken nauwelijks aan bod komen. Mike Wallace Is Here is desondanks een zéér geslaagde poging om de journalist en zijn ‘Umfeld’, zowel de toenmalige media als het maatschappelijke klimaat waarbinnen die zich moesten handhaven, te portretteren.

The John Dalli Mystery

VPRO

Afgelopen week maakte de premier van Malta bekend dat hij in januari aftreedt. Hij is de zoveelste lokale functionaris die in de nasleep van de moord op de onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 het veld moet ruimen.

Galizia speelt ook een prominente rol in The John Dalli Mystery (59 min.) van Jesper Rønde. In deze documentaire onderzoekt het kekke journalistenduo Mads Brügger en Mikael Bertelsen de achtergronden van het corruptieschandaal rond de Maltese politicus John Dalli, die in 2012 moest aftreden als eurocommissaris.

Is Dalli het slachtoffer van een complot of smeedt hij deze complotten juist zelf? Die vraag drijft deze bijzonder vermakelijke film, waarin ook nog de nodige tegels worden gelicht. Gedegen onderzoeksjournalistiek dus, vermomd als absurd theater.

Het is een vorm die Mads Brügger dit jaar ook gebruikte in Cold Case Hammarskjöld, zijn overrompelende zoektocht naar wat er toch is gebeurd met Dag Hammarskjöld. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties kwam in 1961 om bij een mysterieus vliegtuigongeluk.

The John Dalli Mystery kan met terugwerkende kracht worden beschouwd als een fijne voorstudie.

Radio Silence

IDFA

Het ‘pax mafioso’ werd simpelweg hersteld, volgens filmmaakster Juliana Fanjul. Na ruim zeventig jaar aan de macht – een periode waarin Mexico was veranderd in een ‘perfecte dictatuur’ – werd de PRI in 2000 afgestraft door de kiezer. Twaalf jaar later won de oude autocratische partij echter opnieuw de verkiezingen. De okselfrisse Enrique Peña Nieto, zorgvuldig klaargestoomd in bevriende media, werd president.

Een belangrijke criticaster van de nieuwe leider, de populaire radiopresentatrice Carmen Aristegui, kreeg vrij snel daarna ontslag. In een poging om haar monddood te maken, aldus Fanjul in de grimmige documentaire Radio Silence (78 min.). Tevergeefs. Aristegui en enkele getrouwen, gadegeslagen door de filmmaakster, benutten haar verplichte radiostilte om een eigen internetplatform op te starten. Van daaruit hervat ze haar taak als controleur van de macht

Intussen lijkt Mexico definitief te verworden tot een narcostaat: aan bruggen verschijnen demonstratief opgehangen lijken, in Iguala verdwijnen 43 studenten en kritische journalisten bekopen hun werk regelmatig met de dood. ‘Hier stelen we, want daar staat toch geen straf op’, formuleert Fanjul het scherp in één van de vele voice-overs waarmee ze het verhaal van Aristegui en haar land begeleidt. ‘Je kunt beter zwijgen en medeplichtig zijn dan degene worden die zich uitspreekt.’

In die bedreigende atmosfeer, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting een welhaast ondraaglijke plicht wordt, weigeren de protagonist en haar medewerkers om (zelf)censuur te accepteren. Juliana Fanjul volgt hen gedurende vier enerverende jaren, op weg naar de volgende verkiezingen. Ben je bereid om te sterven voor deze baan? vraagt ze. Het is een vraag die ze zichzelf vooral niet stellen.

Shooting The Mafia

Geen mens slaagde er overtuigender in om de gruwelen van La Cosa Nostra te vereeuwigen dan de inmiddels 84-jarige fotografe Letizia Battaglia. Met gevaar voor eigen leven maakte ze een indrukwekkende collectie zwart-wit foto’s, waar het bloed bijkans van afdruipt. Onontkoombare weerslagen van de decennia dat de Siciliaanse maffia onder leiding van illustere ‘mannen van eer’ als Luciano Liggio, Toto ‘Het Beest’ Riina en Bernardo Provenzano haar geboortegrond terroriseerde.

In Shooting The Mafia (93 min.) portretteert Kim Longinotto de vrouw achter de onverschrokken fotografe, die nog altijd getraumatiseerd is door de ellende die de plaatselijke georganiseerde misdaad over haar gemeenschap heeft uitgestort. Met als absoluut dieptepunt de moorden op de onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino, begin jaren negentig, die elke vorm van hoop op een maffiavrij Italië de bodem insloegen. ‘Je kunt nooit meer helemaal gelukkig worden als je die horror doorstaan hebt’, zegt ze er zelf over.

Longinotto belicht daarnaast ook het turbulente persoonlijk leven van haar ferme protagoniste, die met de spreekwoordelijke filtersigaret tussen de vingers van de ene naar de andere (jongere) minnaar paradeerde. Dat rusteloze bestaan, van een iconische en uiteindelijk onbereikbare schoonheid, verbeeldt de filmmaakster met stijlvolle zwart-wit fragmenten uit Italiaanse speelfilms, die met weemoedig stemmende klassieke muziek zijn verfraaid. De optelsom is ook in dit geval meer dan de som der delen: een mooie en aangrijpende film. Over een symbool van menselijk verzet tegen een volledig onmenselijk systeem.

Collective

De beelden van 30 oktober 2015 gaan door merg en been: ‘Ga naar de hel met je kloterige corruptie’, zingschreeuwt Andrei Galut, de frontman van de Roemeense metalcoreband Goodbye To Gravity. ‘Die is er al sinds we ooit zijn gesticht.’ Niet veel later breekt er een kleine brand uit in de nachtclub Colectiv in Boekarest, waar de groep zijn album Mantras Of War presenteert. Het brandje ontwikkelt zich tot een hels vuur. En deugdelijke nooduitgangen ontbreken…

Van de vijf bandleden is Galut, wiens lichaam bijna voor de helft is verbrand, de enige die de ramp overleeft. Het hongerige vuur wordt in totaal 27 aanwezigen fataal. Daarnaast sterven in de navolgende maanden maar liefst 37 andere concertgangers in Roemeense ziekenhuizen. Uiteindelijk kost de brand dus 64 mensen het leven. ‘Hoe kan iemand die ontsnapte aan het vuur’, vraagt de wanhopige vader van een gestorven concertgangster zich af, ‘alsnog twaalf dagen later sterven in een ziekenhuis?’

Die vraagt staat centraal in de observerende documentaire Collective (109 min.), waarin regisseur Alexander Nanau eerst onderzoeksjournalist Catalin Tolontan en zijn team van de Gazeta Sporturilor-krant volgt. Zij lichten de ene na de andere tegel en leggen zo een enorm corruptieschandaal in de Roemeense gezondheidszorg bloot: politieke benoemingen, omkoping en fraude.

Hun onthullingen zorgen voor massale protesten en brengen uiteindelijk zelfs de sociaal-democratische PSD-regering ten val. In afwachting van nieuwe verkiezingen wordt een zakenkabinet benoemd met louter technocraten, bestuurders die niet verbonden zijn aan een bepaalde politieke partij. In de nieuwe minister van volksgezondheid Vlad Voiculescu vindt Nanau zijn volgende hoofdpersoon voor deze kale, maar zéér doeltreffende direct cinema-film.

Ook deze voormalige voorvechter van patiëntenrechten geeft de filmmaker ongefilterde toegang. Voiculescu begint ferm en optimistisch aan zijn nieuwe job, maar dreigt al snel vast te lopen in precies de grootschalige corruptie die hij zou moeten bestrijden. ‘s Mans uiteindelijke conclusie over zijn eigen ministerie is ontluisterend. Dat is niet alleen verouderd, de rot zit in zijn ogen veel dieper. ‘They don’t give a fuck’, klinkt het ronduit cynisch.

Tolontans drang om de waarheid boven tafel te krijgen en Voiculescu’s onmacht om die vertalen naar bestuurlijke daadkracht – zeker als de PSD volgens de peilingen weer de grootste partij lijkt te worden – worden doorsneden met scènes van Tedy Ursuleanu, een verminkte jonge vrouw die de ramp in Colectiv overleefde en met een fotosessie en hulpmiddelen haar leven weer in de hand probeert te krijgen. Zo werken land en slachtoffers in deze aangrijpende film op geheel eigen wijze aan herstel.

Buzz

HBO

‘Ze weten niet dat ik, geheel in tegenstelling tot mijn imago, maar met ongeveer vijf vrouwen seks heb gehad in mijn leven’, leest H.G. ‘Buzz’ Bissinger hardop voor. ‘Met drie ervan was ik getrouwd.’ Caitlyn Jenner, voorheen Olympische atleet Bruce Jenner, luistert aandachtig naar wat de ghostwriter van haar levensverhaal heeft gemaakt. ‘God, wat heb jij een kansen verspild’, constateert die al lezende. Jenner kan er wel om lachen: ‘Dus jij zou graag in mijn schoenen hebben gestaan?’

Samen werken de befaamde transvrouw en de auteur/journalist die haar transitie van man naar vrouw in 2015 beschreef in een veelbesproken artikel in Vanity Fair aan een boek over Jenners turbulente leven. Die sessies, waarin ze de tekst minutieus doornemen, fungeren als structurerend element voor Buzz (90 min.), een erg onevenwichtige film over Bissinger, die als winnaar van een Pulitzer-prijs vooral in eigen land bekendheid geniet. Gaandeweg wordt duidelijk dat hij zijn eigen issues heeft met seksualiteit.

Wat volgt is een zoektocht naar ’s mans ‘authentieke zelf’, die met een iets minder milde blik ook voor de (zoveelste) midlifecrisis zou kunnen doorgaan. Die tocht leidt Buzz langs onder anderen travestie, SM, onaneren en een leerfetish. Zijn vrouw Lisa moet al die uitingen van seksuele expressie – want daar draait het allemaal om in het leven – op de één of andere manier zien bij te benen. Waarbij de filmmaker soms beter op de hoogte lijkt van de laatste uitingen van Bissinger, die zichzelf gekscherend ‘de Angelina Jolie van cross dressing’ noemt, dan zijn eigen echtgenote.

Buzz zou – zo geeft hij eerlijk toe – eigenlijk het liefst met zichzelf willen neuken. Dat verhoudt zich natuurlijk lastig tot een regulier huwelijk. Meneer en mevrouw Bissinger moeten in deze exhibitionistische docu, waarbij je je steeds afvraagt of de hoofdpersoon ook speciaal voor de film het één en ander uitprobeert, dus alle zeilen bijzetten om hun relatie intact te houden. Het is voor hen allebei al hun derde huwelijk.

Intussen komt ook de release van Caitlyn Jenners autobiografie The Secrets Of My Life naderbij. Van een sekseoperatie is het echter nog niet gekomen. En dat moet gebeuren vóórdat het boek uitkomt, constateren subject en auteur gezamenlijk. In die gedachtegang zit in zekere zin ook de essentie van deze documentaire vervat.

El Caso Alcàsser

‘Hoe leven de gezinnen van die meisjes nu? vraagt Manuel Campo Vidal, de presentator van de Spaanse televisierubriek Noticias zich af, nadat hij zojuist het nieuws heeft gebracht dat er drie lichamen zijn aangetroffen. ‘Zoals gezegd schamen we ons ervoor, maar we moeten bellen, dat is ons werk: Mevrouw Iborra, moeder van Miriam Garcia, wat voor nieuws is er?’

De moeder van de vermiste Miriam heeft natuurlijk ook niets nieuws te melden, maar dat weerhoudt Spaanse media er in 1992 blijkbaar niet van om de familie, live in de uitzending zelfs, lastig te vallen met impertinente vragen. De politie onderzoekt op dat moment nog of de gevonden lichamen inderdaad aan Miriam, Toñi en Desirée toebehoren, de drie verdwenen tieners uit Alcàsser.

De geruchtmakende verdwijningszaak was niets minder dan een zegen voor de Spaanse media. Schaamteloos legden ze het verdriet van de familie vast met hun camera’s, onderwijl natuurlijk steeds hun medeleven betonend. De twee belangrijkste talkshows van het land bouwden voor de gelegenheid zelfs een provisorische televisiestudio in de regio Valencia. ‘De meisjes zijn vermoord’, zegt presentatrice Nieves Herrero bijvoorbeeld op camera, tijdens een smakeloze live-uitzending. ‘Dat, na de reclame.’

Talkshowhost Paco Lobatón, de voornaamste concurrent van Nieves Herrero, kijkt in de vijfdelige true crime-serie El Caso Alcàsser (306 min.), waarin de zaak met vrijwel alle betrokkenen nog eens minutieus wordt doorgelicht, enigszins beschaamd terug op de rol van de journalistiek. Tegelijkertijd spreken de cijfers in zijn voordeel: beide programma’s behoren nog altijd tot de vijf best bekeken programma’s in de Spaanse televisiehistorie. En er zou in de navolgende jaren nog veel vaker worden gescoord met ‘nieuws’ uit de Alcàsser-zaak.

Nu werd de pers ook veelvuldig ingeschakeld door de families van de meisjes, waarbij met name Miriams vader Fernando zich ontwikkelde tot een echte mediapersoonlijkheid. Ruim 25 jaar later blikt ook deze Spaanse evenknie van Paul Marchal terug op de tragedie die zijn leven bepaalde, het politie-onderzoek én zijn eigen naspeuringen, waarmee hij een enorme Dutroux-achtige samenzwering op het spoor meende te zijn. In talkshows mocht hij, ondersteund door de cynische misdaadjournalist Juan Ignacio Blanco, ongehinderd allerlei ongefundeerde beschuldigingen uiten.

Zo toont deze typische true crime-serie van Elías León Siminiani vooral de lelijkste kant van de Spaanse media, die een gruwelijke misdaad vooral lijken te zien als een kans om de eigen status of kijkcijfers op te krikken. Nabestaanden, verdachten, advocaten en allerlei soorten ‘deskundigen’ zijn daarbij niet meer dan babbelvee, dat naar behoefte kan worden ingezet. En moddergevechten of ‘trial by media’ zijn nooit ver weg. Intussen komt er maar geen klaarheid in de zaak waarmee het ooit begonnen was: de verdwijning van drie volledig onschuldige tienermeisjes. Ook deze interessante, soms wat langdradige en warrige serie geeft geen definitief antwoord.

XY Chelsea

‘Misschien ben ik gewoon jong, naïef en dom’, schreef soldaat Bradley Manning aan Adrian Lamo, een hacker waarmee hij al een tijdje chatte en die hem niet veel later rücksichtslos zou verraden. Lamo gaf Manning aan bij het Amerikaanse leger: hij had in 2010 honderdduizenden geheime documenten gelekt naar de klokkenluiderssite Wikileaks, waaronder de geruchtmakende Collateral Murder-video met beelden van Amerikaanse soldaten die vanuit een helikopter willekeurige Iraakse burgers neermaaiden. Manning zou hoogverraad hebben gepleegd.

De Amerikaanse militair verdween in 2013 voor 35 jaar achter slot en grendel en groeide intussen uit tot een martelaar voor het vrije woord. En alsof dat nog niet genoeg was, maakte hij vanuit de cel bekend dat hij voortaan als vrouw door het leven ging en Chelsea genoemd wilde worden. De documentaire XY Chelsea (92 min.) pakt het verhaal op als Mannings advocatenteam begin 2017 te horen krijgt dat de Amerikaanse president Barack Obama, net voor het einde van zijn ambtstermijn, heeft besloten om hun cliënt strafvermindering te geven.

Enkele maanden later staat ze plotseling op straat, in een wereld die transvrouwen en ‘landverraders’ zoals zij met argusogen bekijkt. Vervreemd doolt Chelsea door haar nieuwe leven, gaat op bezoek bij de mensen die haar in de voorgaande jaren door dik en dun hebben gesteund en treedt in interviews en fotoshoots voor het eerst als vrouw in de openbaarheid. Intussen vertelt ze filmmaker Tim Travers Hawkins haar tragische levensverhaal.

Het resultaat is een unheimische film over een getroebleerd mens dat wil werken aan een nieuwe toekomst, maar steeds opnieuw wordt geconfronteerd met haar verleden. ‘Ik heb het gevoel dat ik in een hoek word gedreven’, zegt ze strijdbaar. ‘Ik heb geen andere keus dan terugvechten. Ik ga in elk geval zeker niet zitten wachten op het moment dat iemand mij, of ons allemaal, komt redden. Want de kans lijkt me groot dat er helemaal niemand komt.’

Terwijl Chelsea Manning spreekt, laat de filmmaker langzaam het geluid van een Trump-speech opkomen. De boodschap is duidelijk: ook van hem heeft Chelsea niets te verwachten. Enkele seconden later verschijnt er een tweet in beeld: transgenders zijn volgens de president niet welkom in het leger. Waarna de hoofdpersoon doet wat Amerikaanse helden doen in zulke situaties: ze pakt de handschoen op en haalt zich in dit stemmige portret weer een heleboel nieuwe problemen op de hals.

Killer Ratings

‘Het ruikt naar barbecue’, constateert de verslaggever ter plaatse. ‘Daar is het lichaam’, wijst hij. ‘Kijk, het rookt nog.’ De medewerker van het Braziliaanse misdaadprogramma Canal Livre, dat de reputatie heeft dat het altijd als eerste op de plaats delict is, zit op 29 augustus 2008 weer eens bovenop het nieuws. Het lijk, dat achteloos is gedumpt in een bosschage nabij de stad Manaus, is letterlijk nog warm. ‘Het is een man’, constateert de televisiejournalist die elk detail van het gruwelijke tafereel met zijn kijkers deelt. ‘Het lijkt net barbecuevlees op de grill.’

’De verslaggever vertelt dingen waar zelfs de forensische dienst moeite mee had’, vertelt Thomaz Vasconcelos van het politieteam, dat Canal Livre nader onder de loep neemt. Hij kijkt naar zijn videoscherm, waarop de man nog altijd verslag staat te doen bij het rokende lijk. ‘Het lijkt midden in de nacht gebeurd te zijn’, zegt deze. ‘Het is hier gedumpt. Geen kogelwonden. Geen kogels. Ze hebben hem vast en zeker met benzine in brand gestoken.’ Hoe komt deze journalist aan zulke specifieke informatie, vraagt Vasconcelos zich af. ‘Het is ziek’, constateert hij. ‘Echt ziek.’

Vasconcelos en zijn collega’s richten zich in hun onderzoek in het bijzonder op de flamboyante Wallace Souza, een voormalige politieagent die als presentator van Canal Livre (een duizelingwekkende mixture van BreekijzerPeter R. de Vries Misdaadverslaggeverde Surprise Show en Jerry Springer) een absolute machtsfactor is geworden in de Braziliaanse deelstaat Amazonas. Hij is er zelfs tot parlementslid gekozen. Moordden Souza en zijn sensatiezoekers letterlijk voor de kijkcijfers? vragen de rechercheurs zich nu af. En is ’s mans politieke carrière vooral bedoeld om onschendbaarheid te verkrijgen?

Bij aanvang van de zevendelige docuserie Killer Ratings (351 min.) lijkt het een uitgemaakte zaak: Wallace Souza is een gewelddadige drugscrimineel die zich heeft vermomd als televisiepresentator/politicus. Maar waarom regisseur Daniel Bogado er bijna zes uur voor gaat uittrekken om dat verhaal uit de doeken te doen is dan nog onduidelijk. Gaandeweg blijken de verklaringen van het onderzoeksteam echter haaks te staan op de getuigenissen van Souza’s zoon, zus en chauffeur en diverse medewerkers van het populaire televisieprogramma. En Wallace zelf laat zich ook niet onbetuigd: dat onderzoek is niet meer dan een ‘politieke valstrik’, een lastercampagne tegen iemand die in het openbaar misstanden aan de kaak probeert te stellen.

Wat de waarheid is laat zich in deze serie (oorspronkelijke titel: Bandidos Na TV) niet zo gemakkelijk ontrafelen. Illustratief is opnieuw de scène met het brandende lijk. Webster Sena, redacteur van Canal Livre, heeft een heel andere lezing dan politieman Vasconselos. ‘De crew kwam als eerste aan omdat mensen ons belden. Ze belden de politie niet meer. Ze belden ons.’ Zijn verhaal wordt bevestigd door de verslaggever van het rokende lijk, die bovendien beweert dat hij zijn opzienbarende forensische informatie juist van de politie heeft gekregen. Als kijker begint het je te duizelen: wie spreekt hier de waarheid en wie liegt er alsof het gedrukt staat?

En welke politieke, persoonlijke of criminele belangen spelen er op de achtergrond bij alle wederzijdse beschuldigingen en het redeloze geweld dat talloze (on)schuldige slachtoffers maakt? Filmmaker Bogado zet de bizarre gebeurtenissen en achterliggende motieven met duivels genoegen naar zijn hand en speelt intussen slinks met de sympathie van de kijker. Hij zaait vaardig twijfel, strooit met verhaalwendingen en cliffhangers en is ook niet vies van enig effectbejag. Killer Ratings is een smakelijk uitgeserveerde true crime-serie, met een lekker ranzige realitysfeer, typisch Zuid-Amerikaans melodrama en een dramatische ontknoping, die net zoveel vragen oproept als beantwoordt en sommige kijkers daardoor wat onbevredigd zal achterlaten.