The John Dalli Mystery

VPRO

Afgelopen week maakte de premier van Malta bekend dat hij in januari aftreedt. Hij is de zoveelste lokale functionaris die in de nasleep van de moord op de onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 het veld moet ruimen.

Galizia speelt ook een prominente rol in The John Dalli Mystery (59 min.) van Jesper Rønde. In deze documentaire onderzoekt het kekke journalistenduo Mads Brügger en Mikael Bertelsen de achtergronden van het corruptieschandaal rond de Maltese politicus John Dalli, die in 2012 moest aftreden als eurocommissaris.

Is Dalli het slachtoffer van een complot of smeedt hij deze complotten juist zelf? Die vraag drijft deze bijzonder vermakelijke film, waarin ook nog de nodige tegels worden gelicht. Gedegen onderzoeksjournalistiek dus, vermomd als absurd theater.

Het is een vorm die Mads Brügger dit jaar ook gebruikte in Cold Case Hammarskjöld, zijn overrompelende zoektocht naar wat er toch is gebeurd met Dag Hammarskjöld. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties kwam in 1961 om bij een mysterieus vliegtuigongeluk.

The John Dalli Mystery kan met terugwerkende kracht worden beschouwd als een fijne voorstudie.

Radio Silence

IDFA

Het ‘pax mafioso’ werd simpelweg hersteld, volgens filmmaakster Juliana Fanjul. Na ruim zeventig jaar aan de macht – een periode waarin Mexico was veranderd in een ‘perfecte dictatuur’ – werd de PRI in 2000 afgestraft door de kiezer. Twaalf jaar later won de oude autocratische partij echter opnieuw de verkiezingen. De okselfrisse Enrique Peña Nieto, zorgvuldig klaargestoomd in bevriende media, werd president.

Een belangrijke criticaster van de nieuwe leider, de populaire radiopresentatrice Carmen Aristegui, kreeg vrij snel daarna ontslag. In een poging om haar monddood te maken, aldus Fanjul in de grimmige documentaire Radio Silence (78 min.). Tevergeefs. Aristegui en enkele getrouwen, gadegeslagen door de filmmaakster, benutten haar verplichte radiostilte om een eigen internetplatform op te starten. Van daaruit hervat ze haar taak als controleur van de macht

Intussen lijkt Mexico definitief te verworden tot een narcostaat: aan bruggen verschijnen demonstratief opgehangen lijken, in Iguala verdwijnen 43 studenten en kritische journalisten bekopen hun werk regelmatig met de dood. ‘Hier stelen we, want daar staat toch geen straf op’, formuleert Fanjul het scherp in één van de vele voice-overs waarmee ze het verhaal van Aristegui en haar land begeleidt. ‘Je kunt beter zwijgen en medeplichtig zijn dan degene worden die zich uitspreekt.’

In die bedreigende atmosfeer, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting een welhaast ondraaglijke plicht wordt, weigeren de protagonist en haar medewerkers om (zelf)censuur te accepteren. Juliana Fanjul volgt hen gedurende vier enerverende jaren, op weg naar de volgende verkiezingen. Ben je bereid om te sterven voor deze baan? vraagt ze. Het is een vraag die ze zichzelf vooral niet stellen.

Shooting The Mafia

Geen mens slaagde er overtuigender in om de gruwelen van La Cosa Nostra te vereeuwigen dan de inmiddels 84-jarige fotografe Letizia Battaglia. Met gevaar voor eigen leven maakte ze een indrukwekkende collectie zwart-wit foto’s, waar het bloed bijkans van afdruipt. Onontkoombare weerslagen van de decennia dat de Siciliaanse maffia onder leiding van illustere ‘mannen van eer’ als Luciano Liggio, Toto ‘Het Beest’ Riina en Bernardo Provenzano haar geboortegrond terroriseerde.

In Shooting The Mafia (93 min.) portretteert Kim Longinotto de vrouw achter de onverschrokken fotografe, die nog altijd getraumatiseerd is door de ellende die de plaatselijke georganiseerde misdaad over haar gemeenschap heeft uitgestort. Met als absoluut dieptepunt de moorden op de onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino, begin jaren negentig, die elke vorm van hoop op een maffiavrij Italië de bodem insloegen. ‘Je kunt nooit meer helemaal gelukkig worden als je die horror doorstaan hebt’, zegt ze er zelf over.

Longinotto belicht daarnaast ook het turbulente persoonlijk leven van haar ferme protagoniste, die met de spreekwoordelijke filtersigaret tussen de vingers van de ene naar de andere (jongere) minnaar paradeerde. Dat rusteloze bestaan, van een iconische en uiteindelijk onbereikbare schoonheid, verbeeldt de filmmaakster met stijlvolle zwart-wit fragmenten uit Italiaanse speelfilms, die met weemoedig stemmende klassieke muziek zijn verfraaid. De optelsom is ook in dit geval meer dan de som der delen: een mooie en aangrijpende film. Over een symbool van menselijk verzet tegen een volledig onmenselijk systeem.

Colectiv

De beelden van 30 oktober 2015 gaan door merg en been: ‘Ga naar de hel met je kloterige corruptie’, zingschreeuwt Andrei Galut, de frontman van de Roemeense metalcoreband Goodbye To Gravity. ‘Die is er al sinds we ooit zijn gesticht.’ Niet veel later breekt er een kleine brand uit in de nachtclub Colectiv in Boekarest, waar de groep zijn album Mantras Of War presenteert. Het brandje ontwikkelt zich tot een hels vuur. En deugdelijke nooduitgangen ontbreken…

Van de vijf bandleden is Galut, wiens lichaam bijna voor de helft is verbrand, de enige die de ramp overleeft. Het hongerige vuur wordt in totaal 27 aanwezigen fataal. Daarnaast sterven in de navolgende maanden maar liefst 37 andere concertgangers in Roemeense ziekenhuizen. Uiteindelijk kost de brand dus 64 mensen het leven. ‘Hoe kan iemand die ontsnapte aan het vuur’, vraagt de wanhopige vader van een gestorven concertgangster zich af, ‘alsnog twaalf dagen later sterven in een ziekenhuis?’

Die vraagt staat centraal in de observerende documentaire Colectiv (109 min.), waarin regisseur Alexander Nanau eerst onderzoeksjournalist Catalin Tolontan en zijn team van de Gazeta Sporturilor-krant volgt. Zij lichten de ene na de andere tegel en leggen zo een enorm corruptieschandaal in de Roemeense gezondheidszorg bloot: politieke benoemingen, omkoping en fraude.

Hun onthullingen zorgen voor massale protesten en brengen uiteindelijk zelfs de sociaal-democratische PSD-regering ten val. In afwachting van nieuwe verkiezingen wordt een zakenkabinet benoemd met louter technocraten, bestuurders die niet verbonden zijn aan een bepaalde politieke partij. In de nieuwe minister van volksgezondheid Vlad Voiculescu vindt Nanau zijn volgende hoofdpersoon voor deze kale, maar zéér doeltreffende direct cinema-film.

Ook deze voormalige voorvechter van patiëntenrechten geeft de filmmaker ongefilterde toegang. Voiculescu begint ferm en optimistisch aan zijn nieuwe job, maar dreigt al snel vast te lopen in precies de grootschalige corruptie die hij zou moeten bestrijden. ‘s Mans uiteindelijke conclusie over zijn eigen ministerie is ontluisterend. Dat is niet alleen verouderd, de rot zit in zijn ogen veel dieper. ‘They don’t give a fuck’, klinkt het ronduit cynisch.

Tolontans drang om de waarheid boven tafel te krijgen en Voiculescu’s onmacht om die vertalen naar bestuurlijke daadkracht – zeker als de PSD volgens de peilingen weer de grootste partij lijkt te worden – worden doorsneden met scènes van Tedy Ursuleanu, een verminkte jonge vrouw die de ramp in Colectiv overleefde en met een fotosessie en hulpmiddelen haar leven weer in de hand probeert te krijgen. Zo werken land en slachtoffers in deze aangrijpende film op geheel eigen wijze aan herstel.

Buzz

HBO

‘Ze weten niet dat ik, geheel in tegenstelling tot mijn imago, maar met ongeveer vijf vrouwen seks heb gehad in mijn leven’, leest H.G. ‘Buzz’ Bissinger hardop voor. ‘Met drie ervan was ik getrouwd.’ Caitlyn Jenner, voorheen Olympische atleet Bruce Jenner, luistert aandachtig naar wat de ghostwriter van haar levensverhaal heeft gemaakt. ‘God, wat heb jij een kansen verspild’, constateert die al lezende. Jenner kan er wel om lachen: ‘Dus jij zou graag in mijn schoenen hebben gestaan?’

Samen werken de befaamde transvrouw en de auteur/journalist die haar transitie van man naar vrouw in 2015 beschreef in een veelbesproken artikel in Vanity Fair aan een boek over Jenners turbulente leven. Die sessies, waarin ze de tekst minutieus doornemen, fungeren als structurerend element voor Buzz (90 min.), een erg onevenwichtige film over Bissinger, die als winnaar van een Pulitzer-prijs vooral in eigen land bekendheid geniet. Gaandeweg wordt duidelijk dat hij zijn eigen issues heeft met seksualiteit.

Wat volgt is een zoektocht naar ’s mans ‘authentieke zelf’, die met een iets minder milde blik ook voor de (zoveelste) midlifecrisis zou kunnen doorgaan. Die tocht leidt Buzz langs onder anderen travestie, SM, onaneren en een leerfetish. Zijn vrouw Lisa moet al die uitingen van seksuele expressie – want daar draait het allemaal om in het leven – op de één of andere manier zien bij te benen. Waarbij de filmmaker soms beter op de hoogte lijkt van de laatste uitingen van Bissinger, die zichzelf gekscherend ‘de Angelina Jolie van cross dressing’ noemt, dan zijn eigen echtgenote.

Buzz zou – zo geeft hij eerlijk toe – eigenlijk het liefst met zichzelf willen neuken. Dat verhoudt zich natuurlijk lastig tot een regulier huwelijk. Meneer en mevrouw Bissinger moeten in deze exhibitionistische docu, waarbij je je steeds afvraagt of de hoofdpersoon ook speciaal voor de film het één en ander uitprobeert, dus alle zeilen bijzetten om hun relatie intact te houden. Het is voor hen allebei al hun derde huwelijk.

Intussen komt ook de release van Caitlyn Jenners autobiografie The Secrets Of My Life naderbij. Van een sekseoperatie is het echter nog niet gekomen. En dat moet gebeuren vóórdat het boek uitkomt, constateren subject en auteur gezamenlijk. In die gedachtegang zit in zekere zin ook de essentie van deze documentaire vervat.

El Caso Alcàsser

‘Hoe leven de gezinnen van die meisjes nu? vraagt Manuel Campo Vidal, de presentator van de Spaanse televisierubriek Noticias zich af, nadat hij zojuist het nieuws heeft gebracht dat er drie lichamen zijn aangetroffen. ‘Zoals gezegd, schamen we ons ervoor, maar we moeten bellen, dat is ons werk: Mevrouw Iborra, moeder van Miriam Garcia, wat voor nieuws is er?’

De moeder van de vermiste Miriam heeft natuurlijk ook niets nieuws te melden, maar dat weerhoudt Spaanse media er in 1992 blijkbaar niet van om de familie, live in de uitzending zelfs, lastig te vallen met impertinente vragen. De politie onderzoekt op dat moment nog of de gevonden lichamen inderdaad aan Miriam, Toñi en Desirée toebehoren, de drie verdwenen tieners uit Alcàsser.

De geruchtmakende verdwijningszaak was niets minder dan een zegen voor de Spaanse media. Schaamteloos legden ze het verdriet van de familie vast met hun camera’s, onderwijl natuurlijk steeds hun medeleven betonend. De twee belangrijkste talkshows van het land bouwden voor de gelegenheid zelfs een provisorische televisiestudio in de regio Valencia. ‘De meisjes zijn vermoord’, zegt presentatrice Nieves Herrero bijvoorbeeld op camera, tijdens een smakeloze live-uitzending. ‘Dat, na de reclame.’

Talkshowhost Paco Lobatón, de voornaamste concurrent van Nieves Herrero, kijkt in de vijfdelige true crime-serie El Caso Alcàsser (306 min.), waarin de zaak met vrijwel alle betrokkenen nog eens minutieus wordt doorgelicht, enigszins beschaamd terug op de rol van de journalistiek. Tegelijkertijd spreken de cijfers in zijn voordeel: beide programma’s behoren nog altijd tot de vijf best bekeken programma’s in de Spaanse televisiehistorie. En er zou in de navolgende jaren nog veel vaker worden gescoord met ‘nieuws’ uit de Alcàsser-zaak.

Nu werd de pers ook veelvuldig ingeschakeld door de families van de meisjes, waarbij met name Miriams vader Fernando zich ontwikkelde tot een echte mediapersoonlijkheid. Ruim 25 jaar later blikt ook deze Spaanse evenknie van Paul Marchal terug op de tragedie die zijn leven bepaalde, het politie-onderzoek én zijn eigen naspeuringen, waarmee hij een enorme Dutroux-achtige samenzwering op het spoor meende te zijn. In talkshows mocht hij, ondersteund door de cynische misdaadjournalist Juan Ignacio Blanco, ongehinderd allerlei ongefundeerde beschuldigingen uiten.

Zo toont deze typische true crime-serie van Elías León Siminiani vooral de lelijkste kant van de Spaanse media, die een gruwelijke misdaad vooral lijken te zien als een kans om de eigen status of kijkcijfers op te krikken. Nabestaanden, verdachten, advocaten en allerlei soorten ‘deskundigen’ zijn daarbij niet meer dan babbelvee, dat naar behoefte kan worden ingezet. En moddergevechten of ‘trial by media’ zijn nooit ver weg. Intussen komt er maar geen klaarheid in de zaak waarmee het ooit begonnen was: de verdwijning van drie volledig onschuldige tienermeisjes. Ook deze interessante, soms wat langdradige en warrige serie geeft geen definitief antwoord.

XY Chelsea

‘Misschien ben ik gewoon jong, naïef en dom’, schreef soldaat Bradley Manning aan Adrian Lamo, een hacker waarmee hij al een tijdje chatte en die hem niet veel later rücksichtslos zou verraden. Lamo gaf Manning aan bij het Amerikaanse leger: hij had in 2010 honderdduizenden geheime documenten gelekt naar de klokkenluiderssite Wikileaks, waaronder de geruchtmakende Collateral Murder-video met beelden van Amerikaanse soldaten die vanuit een helikopter willekeurige Iraakse burgers neermaaiden. Manning zou hoogverraad hebben gepleegd.

De Amerikaanse militair verdween in 2013 voor 35 jaar achter slot en grendel en groeide intussen uit tot een martelaar voor het vrije woord. En alsof dat nog niet genoeg was, maakte hij vanuit de cel bekend dat hij voortaan als vrouw door het leven ging en Chelsea genoemd wilde worden. De documentaire XY Chelsea (92 min.) pakt het verhaal op als Mannings advocatenteam begin 2017 te horen krijgt dat de Amerikaanse president Barack Obama, net voor het einde van zijn ambtstermijn, heeft besloten om hun cliënt strafvermindering te geven.

Enkele maanden later staat ze plotseling op straat, in een wereld die transvrouwen en ‘landverraders’ zoals zij met argusogen bekijkt. Vervreemd doolt Chelsea door haar nieuwe leven, gaat op bezoek bij de mensen die haar in de voorgaande jaren door dik en dun hebben gesteund en treedt in interviews en fotoshoots voor het eerst als vrouw in de openbaarheid. Intussen vertelt ze filmmaker Tim Travers Hawkins haar tragische levensverhaal.

Het resultaat is een unheimische film over een getroebleerd mens dat wil werken aan een nieuwe toekomst, maar steeds opnieuw wordt geconfronteerd met haar verleden. ‘Ik heb het gevoel dat ik in een hoek word gedreven’, zegt ze strijdbaar. ‘Ik heb geen andere keus dan terugvechten. Ik ga in elk geval zeker niet zitten wachten op het moment dat iemand mij, of ons allemaal, komt redden. Want de kans lijkt me groot dat er helemaal niemand komt.’

Terwijl Chelsea Manning spreekt, laat de filmmaker langzaam het geluid van een Trump-speech opkomen. De boodschap is duidelijk: ook van hem heeft Chelsea niets te verwachten. Enkele seconden later verschijnt er een tweet in beeld: transgenders zijn volgens de president niet welkom in het leger. Waarna de hoofdpersoon doet wat Amerikaanse helden doen in zulke situaties: ze pakt de handschoen op en haalt zich in dit stemmige portret weer een heleboel nieuwe problemen op de hals.

Killer Ratings

‘Het ruikt naar barbecue’, constateert de verslaggever ter plaatse. ‘Daar is het lichaam’, wijst hij. ‘Kijk, het rookt nog.’ De medewerker van het Braziliaanse misdaadprogramma Canal Livre, dat de reputatie heeft dat het altijd als eerste op de plaats delict is, zit op 29 augustus 2008 weer eens bovenop het nieuws. Het lijk, dat achteloos is gedumpt in een bosschage nabij de stad Manaus, is letterlijk nog warm. ‘Het is een man’, constateert de televisiejournalist die elk detail van het gruwelijke tafereel met zijn kijkers deelt. ‘Het lijkt net barbecuevlees op de grill.’

’De verslaggever vertelt dingen waar zelfs de forensische dienst moeite mee had’, vertelt Thomaz Vasconcelos van het politieteam, dat Canal Livre nader onder de loep neemt. Hij kijkt naar zijn videoscherm, waarop de man nog altijd verslag staat te doen bij het rokende lijk. ‘Het lijkt midden in de nacht gebeurd te zijn’, zegt deze. ‘Het is hier gedumpt. Geen kogelwonden. Geen kogels. Ze hebben hem vast en zeker met benzine in brand gestoken.’ Hoe komt deze journalist aan zulke specifieke informatie, vraagt Vasconcelos zich af. ‘Het is ziek’, constateert hij. ‘Echt ziek.’

Vasconcelos en zijn collega’s richten zich in hun onderzoek in het bijzonder op de flamboyante Wallace Souza, een voormalige politieagent die als presentator van Canal Livre (een duizelingwekkende mixture van BreekijzerPeter R. de Vries Misdaadverslaggeverde Surprise Show en Jerry Springer) een absolute machtsfactor is geworden in de Braziliaanse deelstaat Amazonas. Hij is er zelfs tot parlementslid gekozen. Moordden Souza en zijn sensatiezoekers letterlijk voor de kijkcijfers? vragen de rechercheurs zich nu af. En is ’s mans politieke carrière vooral bedoeld om onschendbaarheid te verkrijgen?

Bij aanvang van de zevendelige docuserie Killer Ratings (351 min.) lijkt het een uitgemaakte zaak: Wallace Souza is een gewelddadige drugscrimineel die zich heeft vermomd als televisiepresentator/politicus. Maar waarom regisseur Daniel Bogado er bijna zes uur voor gaat uittrekken om dat verhaal uit de doeken te doen is dan nog onduidelijk. Gaandeweg blijken de verklaringen van het onderzoeksteam echter haaks te staan op de getuigenissen van Souza’s zoon, zus en chauffeur en diverse medewerkers van het populaire televisieprogramma. En Wallace zelf laat zich ook niet onbetuigd: dat onderzoek is niet meer dan een ‘politieke valstrik’, een lastercampagne tegen iemand die in het openbaar misstanden aan de kaak probeert te stellen.

Wat de waarheid is laat zich in deze serie (oorspronkelijke titel: Bandidos Na TV) niet zo gemakkelijk ontrafelen. Illustratief is opnieuw de scène met het brandende lijk. Webster Sena, redacteur van Canal Livre, heeft een heel andere lezing dan politieman Vasconselos. ‘De crew kwam als eerste aan omdat mensen ons belden. Ze belden de politie niet meer. Ze belden ons.’ Zijn verhaal wordt bevestigd door de verslaggever van het rokende lijk, die bovendien beweert dat hij zijn opzienbarende forensische informatie juist van de politie heeft gekregen. Als kijker begint het je te duizelen: wie spreekt hier de waarheid en wie liegt er alsof het gedrukt staat?

En welke politieke, persoonlijke of criminele belangen spelen er op de achtergrond bij alle wederzijdse beschuldigingen en het redeloze geweld dat talloze (on)schuldige slachtoffers maakt? Filmmaker Bogado zet de bizarre gebeurtenissen en achterliggende motieven met duivels genoegen naar zijn hand en speelt intussen slinks met de sympathie van de kijker. Hij zaait vaardig twijfel, strooit met verhaalwendingen en cliffhangers en is ook niet vies van enig effectbejag. Killer Ratings is een smakelijk uitgeserveerde true crime-serie, met een lekker ranzige realitysfeer, typisch Zuid-Amerikaans melodrama en een dramatische ontknoping, die net zoveel vragen oproept als beantwoordt en sommige kijkers daardoor wat onbevredigd zal achterlaten.

The Yes Men

Als je de grootst mogelijke onzin maar op gezaghebbende toon verkondigt, is die vaak nauwelijks te onderscheiden van de enige echte waarheid. Voorbeelden in de politiek en media te over. Zelden is dat basisidee echter doeltreffender én grappiger in de praktijk gebracht dan door The Yes Men, twee antiglobaliseringsactivisten die zich in het openbaar met veel succes voordoen als hun strak in het pak zittende, ideologische opponenten.

Het is allemaal begonnen met het bemachtigen van een internetdomeinnaam die op het eerste gezicht van de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush lijkt te zijn. Daarop plaatsen Jacques ’Andy Bichlbaum’ Servin en Igor ’Mike Bonanno’ Vamos een officieel ogende website en doen het in hun ogen werkelijke beleid van de Republikeinse politicus uit de doeken. Als Bush in interviews vervolgens met die pijnlijke waarheden wordt geconfronteerd, realiseren The Yes Men (82 min.) zich dat ze hun modus operandi hebben gevonden.

Met de website www.gatt.org, een domeinnaam die van de wereldhandelsorganisatie WTO had kunnen zijn, boren de beroepsactivisten vervolgens opnieuw een publicitaire goudmijn aan. Gewiekst fabriceren ze een ogenschijnlijk authentieke website voor de World Trade Organization, een organisatie die zij beschouwen als een zielloze spreekbuis van Het Grote Geld. Niet veel later stromen de verzoeken, klachten én uitnodigingen binnen. En met name die invitaties zijn natuurlijk onweerstaanbaar voor The Yes Men, die maar wat graag in de openbaarheid treden met hun satirische statements.

Nadat Bichlbaum bij een congres in Salzburg als ‘officiële’ WTO-vertegenwoordiger een bevlogen betoog heeft gehouden over het aan de hoogste bieder veilen van stemmen bij de Amerikaanse verkiezingen, om zo het hopeloos inefficiënte stemsysteem te verbeteren, krijgt hij geen enkel weerwoord. De seminargangers horen het onbewogen aan en lijken hem volstrekt serieus te nemen. Daarmee is het hek definitief van de dam en krijgen de plannen van The Yes Men een steeds doldriester karakter.

De filmmakers Chris SmithDan Ollman en Sarah Price leggen bijvoorbeeld met zichtbaar plezier vast hoe het ‘management leisure suit’, waarmee de topman van een multinational gemakkelijk zijn werknemers in ontwikkelingslanden in de gaten kan houden en toch lekker kan ontspannen, wordt ontwikkeld en gepresenteerd. Het ontwerp, een gouden pak waarop een enorme fallus met beeldscherm is bevestigd, wordt met verbazing begroet en gretig opgepikt door de media – essentieel voor de Yes Men-strategie.

Zo steken ze in deze activistische documentaire uit 2003, die met The Yes Men Fix The World (2009) en The Yes Men Are Revolting (2014) vooralsnog twee sequels heeft gekregen, uitbundig de draak met de neoliberale mindset, waarbinnen uiteindelijk alles z’n prijs heeft. Waarom is hongersnood in ontwikkelingslanden een probleem? staat er bijvoorbeeld bloedserieus op de powerpoint van een Yes Men-presentatie over de Reburger, een (meermaals) gerecyclede hamburger. Waarna een even ontluisterend als dolkomisch betoog volgt over hoe voedselgebrek voor eens en altijd uit de derde wereld kan worden geholpen.

Morir Para Contar

In brandhaarden als Syrië, Rwanda en Bosnië stellen ze hun leven in de waagschaal voor een hoger ideaal: de wereld informeren over geweld, onrecht en misdaden tegen de menselijkheid. Dat ze daarbij zelf het gevaar lopen om tegen een verdwaalde kogel te lopen of op een ontploffende bom te gaan staan, moeten oorlogsjournalisten en -fotografen op de koop toe nemen.

‘Ik heb veel geluk in mijn leven omdat de mensen die van me houden dat doen op de mooiste, meeste radicale manier: door mij vrij te laten’, zegt journalist David Beriain in Morir Para Contar (88 min.). ‘Ondanks dat dat voor mijn ouders, mijn broer, mijn vrienden en in het bijzonder mijn vrouw betekent dat ooit de telefoon kan gaan en de beller kan zeggen: David komt niet terug.’

In deze onderhoudende documentaire spreekt Hernán Zin, die twintig jaar lang van oorlog naar oorlog zwierf, met vakgenoten over de voetangels en klemmen van hun professie. ‘Angst is nodig’, stelt Carlos Hernández bijvoorbeeld. ‘Als we geen angst hadden, zouden we de eerste dag in een oorlogsgebied sterven. Een angst die we onder controle moeten krijgen en moeten doseren. We moeten ermee leren leven om dagelijks te kunnen werken in een oorlog.’

Zin illustreert hun bespiegelingen en herinneringen aan gestorven collega’s met impressies van enkele concrete oorlogssituaties waarin zij zich staande moesten houden. Zijn eigen verhaal fungeert als verbindende factor: sinds een incident in Afghanistan in 2012 zit hij helemaal in de knoop met zichzelf. Met deze film (Engelse titel: Dying To Tell) probeert de Spaanse filmmaker vat te krijgen op het risicovolle vak dat hem heeft gemaakt tot wie hij is – en wil hij er tegelijkertijd los van komen.

Anil Ramdas: Nooit Meer Thuis

Hij was ‘de beroemdste allochtoon van Nederland’, aldus schrijver Stephan Sanders, die volgens eigen zeggen een bijzonder moeizame vriendschap met Anil Ramdas onderhield en samen met hem het televisieprogramma Het Blauwe Licht presenteerde. Het was ‘een stem die ik mis in het politieke debat van vandaag’, zegt Ramdas’ vriend en collega Pieter Hilhorst. ‘Overnight was hij een ster’, herinnert zijn collega bij De Groene Xandra Schutte zich. ‘Het was ook of hij er uiterlijk door veranderde. Alsof hij groter werd.’ De ‘Tamil-tijger’ van een oude redactiefoto, waarop een iel mannetje met een snorretje is te zien, werd volgens Schutte ineens een mooie jongen.

Zo staat Anil Ramdas ook in ons geheugen gegrift (áls hij daarin al een plek heeft verworven; roem komt én gaat nu eenmaal te paard). Als een gesoigneerde, welbespraakte en nadenkende schrijver, presentator en intellectueel van Surinaams-Hindoestaanse afkomst. Hij werd in de tweede helft van de twintigste eeuw een gewaardeerde opiniemaker, mocht opdraven als Zomergast en bemachtigde later een correspondentschap in India. Ogenschijnlijk een geslaagd man. Een migrant ook, die zijn eigen plek had verworven in zijn nieuwe vaderland. Gaandeweg begon hij zich echter steeds meer een vreemde te voelen in Nederland.

Dat is tevens de centrale thematiek van Anil Ramdas: Nooit Meer Thuis (58 min.), een touchant portret van de man, die halverwege de jaren zeventig naar Nederland verkaste en aan het begin van de 21e eeuw door de politieke ontwikkelingen rond Pim Fortuyn, Theo van Gogh en Geert Wilders steeds meer in het nauw werd gedreven. Een mismatch met zijn omgeving, zoals hij het zelf formuleert. Of was hij gewoon jaloers op die nieuwe ‘troetelallochtoon’ Ayaan Hirsi Ali?, zoals Stephan Sanders hem fijntjes voorhoudt in een radio-interview. Dat gevoel van totale vervreemding dat Anil Ramdas, die tevens een drankprobleem ontwikkelde, moet hebben ervaren, wordt door filmmaker Paul Cohen vervat in steeds terugkerende sequenties van hectische stadsbeelden. Zijn natuurlijke biotoop is een wezensvreemde wereld geworden.

Cohen portretteert de eerzuchtige Ramdas verder via diens talrijke media-optredens, zijn schrijfwerk en interviews met de mensen die hem echt kennen, zoals Ramdas’ zus Kawita, zijn biografe Karin Amatmoekrim en ‘s mans jeugdvriend Emile Echteld, de Creoolse jongen die hem vroeger in Paramaribo beschermde tegen bullebakken en die later in de Bijlmerbajes terecht zou komen. Cohen confronteert hen tevens met audiofragmenten van de man die in 2012, op zijn eigen verjaardag nota bene, op 54-jarige leeftijd zijn leven beëindigde. Óf, als je zoals Emile gelooft in reïncarnatie: begon aan een volgend bestaan.

Divide And Conquer: The Story Of Roger Ailes

Een film over Roger Ailes, de grote baas van de rechtse Amerikaanse nieuwszender Fox News. Van Jigsaw Pictures, het productiebedrijf van documentaire-crack en erkend tegellichter Alex Gibney. Dan verwacht je een scandaleuze film waarin voortdurend wordt uitgedeeld. Door Ailes zelf, natuurlijk. Die niet anders kon – of wilde. En door filmmaakster Alexis Bloom, die vast alle gelegenheid heeft gekregen om haar omstreden subject eens grondig te laten incasseren.

Divide And Conquer: The Story Of Roger Ailes (107 min.) wordt echter nooit het zinnenprikkelende portret van de man en tijd die Donald Trump hebben voorgebracht dat het in potentie wel is. Aanknopingspunten genoeg in het levensverhaal van de flamboyante Ailes: zijn opmars aan het eind van de jaren zestig als nietsontziende media-adviseur van talloze toonaangevende Republikeinse politici, de manier waarop hij daarna Amerika’s succesvolste nieuwszender uit de grond stampte en de politieke moddergevechten, ordinaire ruzies en – natuurlijk – #metoo-affaires die daarmee gepaard gingen.

En dan hebben we het nog niets eens over zijn lachwekkend grote ego. Zo zou Barack Obama, een politicus die ondanks een serieuze lastercampagne van Fox News tweemaal tot president van de Verenigde Staten werd verkozen, hem bijvoorbeeld ooit hebben begroet als ‘de belangrijkste man van de wereld’. Tenminste, volgens Roger Ailes zelf. Waarna ze, breed lachend natuurlijk (maar waarom eigenlijk?), samen met hun echtgenotes op de foto gingen. Een getuige herinnert zich echter een heel ander verhaal. Nee, dat had Obama toch nét iets anders geformuleerd.

Ook treffend: hoe Ailes het plaatselijke sufferdje in zijn eigen woonplaats opkoopt om ook daar zijn wil op te leggen aan de gemeenschap en zo, opnieuw, tweespalt creëert. Dat lijkt een treffende metafoor voor zijn complete leven. Het geeft hem ook iets treurigs: de bullebak die alleen maar vijanden kent. Omdat hij geen echte vriendschap kan sluiten. Deze film schildert treffend dat (on)vermogen, maar slaagt er slechts beperkt in om het een plek te geven in het leven van de man die nooit een gevecht uit de weg ging – of kón gaan. Ook het maatschappelijke klimaat dat Roger Ailes zou creëren/faciliteren en waarop Donald Trump zou floreren komt slechts beperkt aan bod.

Divide And Conquer is aldus een vakkundig gemaakte hitjob. Maar ook niet meer dan dat.

Voor een vlijmscherp, stijflinks pamflet tegen Fox News kun je overigens terecht bij de documentaire Outfoxed: Ruper Murdoch’s War On Journalism van Robert Greenwald uit 2004, die in zijn geheel op YouTube is te zien.

Cold Case Hammarskjöld

‘Om eerlijk te zijn ben ik nooit echt geïnteresseerd geweest in de nalatenschap van Dag Hammarskjöld’, bekent filmmaker Mads Brügger halverwege zijn film over de mysterieuze dood van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, bij een vliegtuigongeluk in 1961 in de voormalige Britse kolonie Noord-Rhodesië. ‘Omdat de meeste mensen nooit van hem hebben gehoord. En als je hem ziet komt hij over als een sullig personage uit een romantische komedie.’

Hij vervolgt: ‘Voor mij was Dag Hammarskjöld vooral een vrijbrief om alle dingen te doen die ik leuk vind: Belgische huurlingen opsporen, verhalen vertellen over volledig in wit geklede slechteriken, een schoppenaaskaart die wordt gevonden op plaatsen delict, geruchten over geheime Afrikaanse organisaties… Daarom ben ik op deze trein gesprongen, niet wetende waarheen die me zou leiden.’

Die bekentenis is Brügger ten voeten uit. Terwijl hij samen met onderzoeker Göran Björkdahl Hammarskjölds dood (was het moord? Een samenzwering misschien?) helemaal uitpluist, toont hij regelmatig zijn absurde gevoel voor humor. Als ze bijvoorbeeld met een metaaldetector op zoek willen gaan naar het wrak van Hammarskjölds neergestorte vliegtuig, legt hij alvast twee sigaren klaar. Voor het geval dat ze dat vliegtuigwrak nog zouden vinden ook.

Cold Case Hammarskjöld (127 min.) is sowieso een bijzondere film: een verdomd knap staaltje onderzoeksjournalistiek, op een speelse en avontuurlijke wijze vormgegeven. Zo kiest Brügger niet voor een reguliere voice-over om zijn vertelling te structureren, maar dicteert hij zijn verbindende teksten aan twee donkere secretaresses, die deze braaf uittypen. Waarom twee en niet één secretaresse? Dat weet de filmmaker zelf ook niet, bekent Brügger in een soort meta-voice-over waarin hij zijn eigen rol tijdens het maken van de documentaire belicht.

Gaandeweg komen Brügger en Björndahl in Zuid-Afrika een huiveringwekkend complot van witte nationalisten op het spoor, waarmee deze fascinerende documentaire tot een krachtige climax wordt gebracht. Waarbij Dag Hammarskjöld inderdaad niet meer dan een begin- en eindpunt is voor het ‘stranger than fiction’-verhaal dat Mads Brügger hier op onnavolgbare wijze vertelt.

Another Day Of Life

Dwars door oorlogsgebied, terwijl de kogels om je oren fluiten en her en der slachtoffers vallen. Op zoek naar een mythische legercommandant, aan de andere kant van het land. Het uitgangspunt voor Another Day Of Life (85 min.) doet onwillekeurig denken aan Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now (of het boek waarop die film is gebaseerd, Heart Of Darkness), waarin ene captain Willard onderweg is naar de diabolische Colonel Kurtz.

De Willard van deze grotendeels geanimeerde film is de Poolse oorlogsverslaggever Ryszard ‘Ricardo’ Kapuscinski, die in de jaren zestig en zeventig verslag deed van de vrijheidsstrijd in Afrika en Latijns-Amerika. ‘Armoede heeft geen stem’, zou hij daarover hebben gezegd. Na zijn terugkeer uit de voormalige Portugese kolonie Mozambique, die onafhankelijk verder wilde als Angola, schreef hij het boek Another Day Of Life.

De Kurtz in dat boek luistert naar de naam Farrusco. Deze generaal leidde in 1975 het socialistische rebellenleger MPLA, dat in het zuiden van het Afrikaanse land een burgeroorlog uitvocht met westers georiënteerde milities. Angola was zo’n beetje het allerlaatste Afrikaanse land dat zich los probeerde te maken van zijn kolonisator. En Kapuscinski was erbij om de vrijheidsstrijd van binnenuit op te tekenen. Als observator – en gaandeweg ook steeds meer als een soort participant.

De filmmakers Raúl de la Fuente en Damian Nenow laten de Angolaanse vrijheidsstrijd ruim veertig jaar na dato herleven als een naargeestige koortsdroom, waarin de protagonist als journalist en mens alle zeilen bij moet zetten om zich staande te houden in de zoveelste brandhaard van de Koude Oorlog. ‘Confusão’, zoals hij dat zelf noemt. Een staat van permanente desoriëntatie, die in deze hallucinante film op een weldadige manier wordt verbeeld.

Terwijl hij richting de frontlinie trekt, wordt Kapuscinski deelgenoot van bot oorlogsgeweld en ontmoet hij revolutionairen (zoals de bevlogen strijdster met het iconische Afrokapsel, Carlota) die hij later met zijn schrijfwerk aan de vergetelheid zal ontrukken. Sommige betrokkenen die Kapuscinski destijds vergezelden of te woord stonden komen zelf aan het woord in deze animatiefilm, die werd beloond met een European Film Award.

Deze mensen van vlees en bloed, gepaard aan levendige beelden van het huidige Angola, voorzien Another Day Of Life van een documentair karakter én een fikse dosis menselijke emotie.

Our New President

Als het niet zo gevaarlijk en ontwrichtend was, zou het grappig zijn. De manier waarop de Russische televisie – de omschrijving staatsomroep is hier wel op zijn plaats – Hillary Clinton op alle mogelijke manieren zwart heeft gemaakt. Het begint in Our New President (78 min.), een documentaire die volledig is opgebouwd uit beelden van Russische makelij, al direct prachtig: in 1997 zou Clinton tijdens een bezoek aan Rusland als Amerika’s first lady de vloek van een mummie-prinses over zichzelf hebben afgeroepen.

De gevolgen daarvan zijn verpletterend: haar man Bill begint een affaire met Monica Lewinsky, zij gaat zich ronduit bizar gedragen en later volgen serieuze gezondheidsproblemen. Heeft ze epilepsie of wordt ze misschien dement? En zo gaat Russia Today, dat sinds 2013 helemaal onder controle staat van president Vladimir Poetin, vrolijk verder: Hillary blijkt een fervente cokegebruiker, runt haar eigen pedonetwerk en is waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor al die mysterieuze sterfgevallen in haar directe omgeving (‘Killary’).

Intussen wordt haar tegenstrever bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, Donald Trump, ongegeneerd op het schild gehesen als een selfmade man, die het volledig verrotte systeem van de Amerikaanse elite komt opschonen. Hij is, opmerkelijk genoeg, ook enorm populair bij gewone Russen, die de moeite nemen om een liedje aan hem op te dragen, de man openlijk de liefde verklaren of een tribute-filmpje voor hem opnemen. In Rusland is zelfs een heuse collectie Trump-merchandise te koop.

Propaganda en censuur zijn woorden uit de vorige eeuw, aldus Dmitry Kiselyov, de hoofdredacteur en blikvanger van Russia Today die liefde voor het vaderland heeft gelijkgeschakeld aan steun voor de regering Poetin. Al die loftuitingen aan het adres van de huidige Amerikaanse president zijn nochtans onderdeel van een grootscheepse propagandacampagne, zo betoogt deze zinsbegoochelende documentaire van Maxim Pozdorovkin. Zonder het uitdrukkelijk zo te stellen. Die conclusie mag de kijker zelf trekken.

De stortvloed aan suggestieve beelden met bijna absurde voice-overs, aangezet met een unheimische soundtrack, werkt intussen regelmatig op de lachspieren en oogt soms ronduit onwerkelijk. Letterlijk alles wordt uit de kast gehaald om de tegenstander, of die zich nu in eigen land of aan de andere kant van de Beringstraat bevindt, te koeioneren. Niemand is uiteindelijk veilig. Zodra Donald Trump eenmaal is geïnstalleerd als president, wordt ook hij aangepakt en geridiculiseerd in deze oncomfortabele film, die een angstaanjagende schijnwereld blootlegt.

Bellingcat – Truth In A Post-Truth World

Bellingcat

Als idealistische beelddetectives struinen de leden van het internationale collectief Bellingcat vrijwillig het internet af. Vanuit hun huiskamers in pak ‘m beet Leicester, Berlijn en Helsinki belanden de burgerjournalisten zo in alle uithoeken van het wereldwijde web, op zoek naar de waarheid en niets dan de waarheid. Met behulp van online foto’s, kaartjes en video’s en eigen onderzoek deduceerden ze bijvoorbeeld wat er precies is gebeurd met vlucht MH17. Daarmee lieten Bellingcat-oprichter Eliot Higgins en zijn getrouwen het officiële onderzoek, de reguliere journalistiek en ene Vladimir Poetin zijn hielen zien.

Een gemiddelde wereldburger krijgt per dag meer beelden te verwerken dan een mens in de middeleeuwen tijdens zijn hele leven. Die beelden verrijken ons leven, zorgen voor begrip van de wereld en leveren bewijsmateriaal van mogelijke misstanden, maar ze kunnen net zo gemakkelijk worden gebruikt om de waarheid te versluieren of zelfs te verminken. Dat is het speelveld van Bellingcat – Truth In A Post-Truth World (83 min.), een fascinerende film van Hans Pool over een groepje onverschrokken frontsoldaten in de voortdurende oorlog om de waarheid.

Waar leiders als Poetin, Kim Jong-Un en Trump stelselmatig het vertrouwen in de media proberen te ondermijnen, en daarmee wereldwijd democratieën verzwakken, zweren zij ouderwets bij de feiten. Daarvoor verlaten ze zich wel op nieuwerwetse middelen. Zo demonstreert de Nederlander Christiaan Triebert, die voor zijn werk al de European Press Prize won, bijvoorbeeld hoe hij ontdekte dat een verwoestende autobom in Irak, waarover nieuwsmedia in de hele wereld hadden bericht, in werkelijkheid volledig in scène was gezet. Een ontluisterende conclusie, die voor je ogen nog eens ondubbelzinnig wordt aangetoond.

Pool maakt het urgente werk van Bellingcat met indringende voorbeelden uit onder anderen Charlottesville en Raqqa uitstekend inzichtelijk en laat dit door media-onderzoeker Jay Rosen van de University Of New York, Alexa Koenig van het Center For Human Rights en Harvard-professor Claire Wardle bovendien in zijn maatschappelijke context plaatsen. Het resultaat is een belangrijke film over het politieke tijdsgewricht waarin we leven en hoe de waarheid daarin voortdurend onder druk staat en wellicht tóch kan overleven. Met mogelijk een voortrekkersrol voor Bellingcat, een organisatie die de mogelijkheden van deze tijd in elk geval ten volle benut.

Hondros


Het is gemakkelijk om oorlogsfotografen te reduceren tot een eenvoudige stereotype: de ‘thrill seekende lone wolf’. Een man van weinig woorden, die zich met zijn camera staande weet te houden in een machowereld waarin veel gelegenheid is voor bravado en – wellicht uit puur zelfbehoud – heel weinig ruimte voor introspectie.

‘Het probleem van oorlogsfotografie is dat je het nu eenmaal niet vanaf een afstandje kunt doen’, zegt Chris Hondros droog in deze aan hem gewijde film van zijn vriend en collega Greg Campbell. Hondros (92 min.) kwam uiteindelijk toch te dichtbij: hij overleed tijdens een mortieraanval in Libië in 2011.

In de voorafgaande decennia struinde de Amerikaanse fotograaf alle mogelijke oorlogsgebieden af. Hij maakte in die periode zeker twee klassieke foto’s: een uitzinnige Liberiaanse kindsoldaat (2003), die zojuist een raket heeft afgevuurd, en een huilend meisje in Irak (2005) waarvan de ouders even daarvoor een bevel om met hun auto te stoppen hebben genegeerd en vervolgens door het Amerikaanse leger zijn doodgeschoten.

Campbell exploreert in deze film niet alleen het leven en werk van zijn dierbare vriend, die volgens zijn eigen moeder in 41 jaar meer meemaakte dan menigeen in dubbel zoveel jaren, maar gaat ook op zoek naar de hoofdrolspelers van zijn klassieke foto’s en kijkt met hen wat er daarna gebeurde. Dat geeft dit postume eerbetoon aan de gelauwerde oorlogsfotograaf echt meerwaarde.

Tijdens de aanval die Chris Hondros het leven kostte stierf ook de Britse fotograaf Tim Hetherington, die de Oscar-winnende documentaire Restrepo maakte. Over hem werd eveneens een documentaire gemaakt: Which Way Is The Frontline From Here?: The Life And Time Of Tim Hetherington.

Het turbulente leven van oorlogsfotografen leent zich sowieso goed voor een documentaire. Zo zijn er al films gewijd aan ‘war photographer’ James Nachtwey, Kevin Carter (lid van de beruchte Bang Bang Club) en James Foley, de fotojournalist die werd onthoofd door IS.

Ook interessant (en bovendien online te bekijken): de documentaire Underfire: The Untold Story Of Pfc. Tony Vaccaro, een Amerikaanse soldaat die de Tweede Wereldoorlog van binnenuit vastlegde.

The Fourth Estate


‘Wow, what a story!’ Hoofdredacteur Dean Baquet staart op de redactievloer van The New York Times voor zich uit. Hij kan het nog altijd niet geloven. Op het televisiescherm is de inauguratie van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten te zien. ‘What a fucking story.’ Enkele seconden later heeft Baquet zichzelf herpakt: ‘Okay, let’s go!’

Die no-nonsense woorden vormen het startsein voor één van de spannendste en succesvolste jaren in de historie van ‘The Failing New York Times (aldus diezelfde Trump) én de vierdelige documentaireserie die Liz Garbus daarover maakte. The Fourth Estate zet de deuren van de redactieruimte wijd open. In deel 1 The First 100 Days (87 min.) coveren redacteuren en verslaggevers bijvoorbeeld de benoeming van een nieuwe rechter in het Hooggerechtshof, de MeToo-beschuldigingen tegen Fox News-boegbeeld Bill O’Reilly en – natuurlijk – het veelbesproken Rusland-onderzoek.

The New York Times (slogan: the truth is more important now than ever) moet door concurrentie van Facebook en Google intussen continu zijn verdienmodel aanpassen en is bovendien in een voortdurende concurrentieslag verwikkeld met The Washington Post (slogan: democracy dies in darkness). De twee kranten richten zich met hernieuwde kracht op hun journalistieke kerntaak: het controleren van de macht. Intussen blijft de nieuwe president hen, bedoeld en onbedoeld, van nieuwsverhalen voorzien en bombardeert hij de Amerikaanse pers en passant tot ‘the enemy of the people’.

De serie belicht enkele van die vijanden in het bijzonder. Levende voorbeelden van journalistiek als een full life-job die nooit, werkelijk nooit, ophoudt. Behalve voor hoofdredacteur Baquet en Washington-chef Elisabeth Bumiller geldt dat bijvoorbeeld ook voor Maggie Haberman, de correspondent voor het Witte Huis. Ze volgt Trump al sinds jaar en dag, maar had net als de rest van Amerika niet verwacht dat hij president zou worden. Na de campagne zou ze weer meer thuis zijn, had ze haar kinderen beloofd. Nu maakt ze permanent overuren en zit ze tussen de opnames voor de podcast The Daily door met thuis te facetimen.

Enige tijd later, als pogingen van de Republikeinen om de zorgwet Obamacare te ontmantelen zijn gestrand, krijgt ze op de redactie telefoon van de president zelf. Hij probeert de publicitaire schade te beperken, maar blijft amicaal en relaxt. Het ligt, natuurlijk, aan de Democraten. Na het ontspannen belletje moet Haberman, die ook vaak de gebeten (bloed)hond is bij Trump, linea recta door naar de studio van CNN om duiding te geven. ‘Ik ben zo moe’, verzucht ze in de taxi terug. ‘Maar ik weet ook niet hoe ik moet stoppen.’

Zulke kleine menselijke scènes houden dit grootse verhaal over de staat van de Amerikaanse democratie, en de rol van de journalistiek daarin, in balans. Het geheel wordt op smaak en temperatuur gebracht door de meeslepende muziek van Trent Reznor (Nine Inch Nails) en Atticus Ross. Zij gaven eerder de epische serie The Vietnam War een flinke boost en zorgen nu voor een voortdurend gevoel van urgentie in The Fourth Estate. De traditionele journalistiek doet er (weer) toe, zo wil de serie maar zeggen. Ook al wordt die door Trump en de zijnen regelmatig afgedaan als ‘fake news’.

Al die belletjes, het gezoek, de interviews, dat eindeloze overleg en het gesleutel op de vierkante millimeter aan woorden en zinnen mondt uiteindelijk uit in een symbolische actie: het demonstratief klikken op de blauwe Publish-knop. Waarmee al dat monnikenwerk met een dramatisch gebaar richting krant, website en sociale media, en daarmee de rest van de wereld, wordt ingestuurd. Zo bezien is The Fourth Estate niets minder dan een ode aan vrije media.
 
 

Als een soort epiloog verscheen onlangs The Family Business: Trump And Taxes (23 min.) van Jenny Carchman, waarin is te zien hoe drie journalisten van The Times in het financiële verleden van Donald Trump en zijn vader Fred duiken. Op die manier ontkrachten ze de door Trump zelf in het leven geroepen mythe dat hij zijn bedrijf startte met een lening van ‘slechts’ 1 miljoen dollar bij zijn vader, een lening die hij bovendien met een flinke rente moest terugbetalen.

City Of Ghosts

 

Het zou me niet hebben verbaasd, zo schreef ik in mijn jaaroverzicht voor 2017, als Matthew Heineman de Oscar voor beste documentaire zou winnen met City Of Ghosts (92 min.), een onontkoombare film over Syrische burgerjournalisten die met gevaar voor eigen leven berichten over de gruwelen van IS. De prijs zou echter gaan naar Icarus, een fascinerende documentaire over het Russische dopingprogramma.

In 2016 was Heineman al eens dichtbij een Oscar met Cartel Land (nog steeds te zien op Netflix), een geweldige film over de drugsoorlog die op de grens van de Verenigde Staten en Mexico wordt uitgevochten (en die onlangs een krachtig vervolg kreeg met de miniserie The Trade). Zijn volgende film City Of Ghosts is opnieuw een mokerslag die je nog dagen op je bakkes voelt: actueel, urgent en superspannend. Niet eerder werd de nefaste ideologie van Islamitische Staat, dat alles wat het Kalifaat voor de voeten loopt letterlijk de kop probeert af te hakken, zo pregnant in beeld gebracht.

De Amerikaanse filmmaker volgt de burgerjournalisten van het collectief Raqqa Is Being Slaughtered Silently, die met gevaar voor eigen leven, en dat van hun dierbaren, proberen te berichten over de dagelijkse dreiging van het leven met/onder IS. Zelfs in het buitenland zijn deze onbekende helden, die de Duivel brutaal in de bek hebben gespuugd, niet meer veilig als IS-cellen worden ingezet om hen met grof geweld uit de weg te ruimen.

De angst die hen begeleidt bij elke stap die ze zetten, elk stuk dat ze schrijven en elke misstand die ze fotograferen of filmen – en de moed die ze ergens diep van binnen toch steeds weer vinden om hun missie te vervolgen – wekt evenveel bewondering als verbazing. Hoe blijf je mens in dit genadeloze kat- en muisspel? Gaandeweg dringt in deze doodenge docu echter het besef door dat ze helemaal geen keuze meer hebben: ‘Of we winnen of ze doden ons allemaal.’

The Newspaperman: The Life And Times Of Ben Bradlee

 

‘WoodStein!’ Je hoort ’t hem bijna schreeuwen. Met die metersdiepe stem en duistere blik. Ben Bradlee, de legendarische eindredacteur van The Washington Post ten tijde van het Watergate-schandaal. In werkelijkheid zie en hoor je waarschijnlijk acteur Jason Robards, die van Bradlee een Oscar-winnende rol maakte in de ultieme journalistenfilm All The President’s Men. Intussen brachten Robert Redford (alias Bob Woodward) en Dustin Hoffman (alias Carl Bernstein) de Amerikaanse president Richard Nixon (alias Tricky Dick) ten val.

Terwijl Tom Hanks op dit moment in The Post, de enerverende Steven Spielberg-film over de zogenaamde Pentagon Papers, Jason Robards naar de kroon probeert te steken met zijn eigen versie van Bradlee, zet The Newspaperman: The Life And Times Of Ben Bradlee (90 min.) in op het echte leven van de flamboyante alfaman, die als archetypische (kranten)journalist, met voortdurend een sigaret in de mondhoek en een opvallend rechte rug, de geschiedenisboeken inging.

De werkelijkheid is, zoals altijd, gecompliceerder. Want was het niet dezelfde Bradlee, zo blijkt uit deze degelijke biopic van John Maggio, die elke objectiviteit uit het oog verloor bij de Amerikaanse president Kennedy, met wie hij nét iets te goed bevriend was geraakt? En in hoeverre speelde die zielsverwantschap met JFK nog mee, zo vroeg ik me af, toen hij de gestage stroom krantenverhalen begeleidde die uiteindelijk het einde van het presidentschap van Richard Nixon, een aartsvijand van de Kennedys, zou inluiden?

The Newspaperman werpt zulke vragen wel degelijk op, maar is toch eerst en vooral een vakkundig gemaakte biografie van een all american hero, die door diverse journalistieke kopstukken, waaronder zijn vrouw Sally Quinn en natuurlijk ook het WoodStein-duo, nog eens ouderwets op het schild wordt gehesen. En Bradlee zou niet Bradlee zijn als hij zelf, ruim drie jaar na zijn dood, ook niet een duchtig woordje zou meespreken. Via geluidsopnames die hij ooit maakte voor zijn memoires is de gewezen krantenheld nog alom tegenwoordig in zijn eigen postume biografie.

In 2013 maakte Robert Redford (of was het nou toch Bob Woodward?) een interessante terugblik op het Watergate-schandaal: All The President’s Men: Revisited. En onlangs verscheen er weer een nieuwe speelfilm. Over de man die de geheimzinnige bron Deep Throat bleek te zijn: Mark Felt: The Man Who Brought Down The White House.