Wildcat

Prime Video

‘Hij redt mij’, stelt Harry Turner tevreden vast. ‘En ik red hem.’ Zo simpel zou het inderdaad kunnen zijn. Hij, de getraumatiseerde soldaat, gaat een pasgeboren ocelot, een pardelkat die lijkt op een klein luipaard, de komende anderhalf jaar voorbereiden op het leven in de jungle en leert intussen via de katachtige ook weer van zichzelf houden. Zo simpel wordt het alleen niet in Wildcat (106 min.), waarin Harry en zijn roofdier danig op de proef worden gesteld.

Als achttienjarige jongen is de Brit op missie gegaan naar Afghanistan. Hij kwam terug met een depressie en PTSS en kon in zijn gewone leefomgeving niet meer aarden. In een onbezonnen bui heeft hij alles achtergelaten en is vertrokken naar het Amazone-regenwoud in Peru. Te midden van de wilde dieren en weelderige natuur, zo’n vijf uur reizen verwijderd van het dichtstbijzijnde stadje, probeert hij zichzelf – of tenminste de tegenwoordige versie daarvan – terug te vinden. 

In de Zuid-Amerikaanse jungle is de getroebleerde jongeling aangewezen op zichzelf én op Samantha Zwicker, een jonge Amerikaanse biologe die met haar organisatie Hoja Nueva de strijd aanbindt met alles wat het Peruviaanse regenwoud bedreigt. Intussen neemt ze ook gewonde of achtergelaten dieren onder haar hoede. Harry en Samantha lijken voor elkaar gemaakt. Zeker als de twee zich samen kunnen ontfermen over een jong roofdier dat de wetten van de jungle nog moet leren kennen.

‘Ik ga je leren om een killer te worden’, roept Harry zijn ‘kindje’ enthousiast toe als hij hem in deze film van Melissa Lesh en Trevor Beck Frost, die veelvuldig gebruik maken van (nacht)beelden die Turner en Zwicker zelf hebben gemaakt, leert hoe hij andere dieren moet aanvallen en doden. Als de ocelot wil overleven in het wild, dan is dit bittere noodzaak. Tegelijk mag hij zich ook niet te veel hechten aan zijn menselijke beschermers. Want de mens, dat moet hij goed begrijpen, kan gevaarlijk zijn.

Tijdens de even intieme als intense trainingen blijft Harry Turners mentale gezondheid intussen uiterst fragiel. Elke tegenslag kan oude wonden openrijten en elk klein succesje brengt het eindpunt van het traject (en deze fijne en aangrijpende film) dichterbij: het moment waarop ze na achttien maanden afscheid van elkaar nemen. Als de één zijn rechtmatige plek in het regenwoud moet gaan opeisen en de ander wellicht weer wil proberen om zich staande te houden in de menselijke jungle.

Dit Was Je Leukste Tante Ria

IDFA

Dit Was Je Leukste Tante Ria (37 min.), rondt Ria Heerink monter alweer een berichtje op het antwoordapparaat van haar geliefde nicht (en filmmaakster) Anneke de Lind van Wijngaarden af. Een andere voicemail besluit ze met een enigszins gefrustreerd ‘je moedeloze, vreselijke tante Ria’. Want al die moderne techniek – van telefoons en antwoordapparaten tot computers en muizen – kosten de oudere vrouw steeds meer kruim.

‘Ik geloof dat ik een beetje de kant van dementie op ga’, zegt ze tegen haar nicht. Ria’s vergeetachtigheid wordt met de jaren steeds erger en laat zich zelfs niet meer met een overdaad aan herinneringsbriefjes beteugelen. ‘Ik kan niet denken’, verzucht ze gefrustreerd in deze korte documentaire, die voor het leeuwendeel bestaat uit telefoongesprekken en ontmoetingen met Anneke en voicemails van/aan haar nicht.

Tante Ria houdt desondanks de moed erin, blijft gewoon van haar geliefde wijntje genieten en probeert te allen tijde ook haar gevoel voor humor te behouden. En soms heeft ze er gewoon eens even helemaal genoeg van. Dan gedraagt de bejaarde vrouw zich dwars en recalcitrant. ‘Ik wil zelf de regie in handen houden’, zegt ze bijvoorbeeld tegen Anneke, die haar met raad en daad terzijde blijft staan. ‘Godverdomme, zeg!’

De Lind van Wijngaarden legt de herfst en winter van het leven van haar dierbare familielid intussen liefdevol vast en illustreert die met beelden vanuit het raam van Ria’s appartement aan het Amsterdamse Vondelpark. Zo stevenen ze samen, veelal met een opgeruimd gemoed, af op het moment dat Ria haar plekje in de hemel gaat innemen. ‘Als ze maar wijn hebben, dan vind ik het goed’, zegt ze daarover tegen haar nicht. ‘Kom, we hangen op…’ 

En dat was dan Anneke’s leukste tante Ria.

Mijn Vader De Hasjkoning

Videoland

Will Falize’s vader Jan groeide op in de beruchte Venlose volkswijk Genooi. Van zijn vader, Wills opa, erfde hij de bijnaam De Pinda. Tijdens Carnaval ontmoette Jan Falize vervolgens Lisa Betje Weiss, een meisje van het plaatselijke woonwagenkamp met serieuze aspiraties als zangeres. De lefgozer vertelde haar meteen dat hij vóór zijn dertigste miljonair wilde zijn. Dat zou zowaar nog lukken ook. Want via de handel in bloemen en auto’s belandde Jan Pinda al snel in een nog veel lucratievere business: de smokkel van hasj en wiet.

Hij was vroeger bang voor die man, bekent Will Falize in de documentaire Mijn Vader De Hasjkoning (68 min.), die hij samen met Ruud Lenssen heeft gemaakt. ‘Je kunt geen leeuw in de bek kijken als je nog een welpje bent’, zegt hij daar nu over. Toen Will op zijn zestiende begon te spijbelen en rondhing in de coffeeshop, werd hij door zijn vader direct aan het werk gezet in z’n eigen bedrijf. Daarna ging het van kwaad tot erger met Will, die zich uiteindelijk slechts met heel veel moeite los heeft weten te maken van het drugscircuit.

Enkele decennia later toont hij zich een prima chroniqueur van het Venlose criminele milieu. Als sfeertekening is deze in twee delen geknipte film sowieso erg geslaagd. Met fraaie foto’s en videobeelden en de herinneringen van vader Jan, moeder Betje, Jans zus Beppie, zijn jeugdvrienden ‘Toeta’ en ‘Rooie Wiel’ en kleurrijke lokale figuren zoals kroegbaas Frankie, bodyguard ‘De Neus’, coffeeshophouder ‘Tony’ en smokkelaar ‘Teuntje’ schetst Will een levendig beeld van de plaatselijke drugshandel en de prominente rol die zijn eigen vader daarin speelde.

Daarbij kon het er soms stevig aan toegaan. Zo werd Jan Pinda bijvoorbeeld eens met grof geweld ontvoerd (vermoedelijk door een vriend, die hem zo ‘geen dolk, maar een zwaard’ in de rug zou hebben gestoken). Na die ijzingwekkende ervaring vertrouwde de hasjhandelaar volgens eigen zeggen niemand meer. Toch zou hij zich nog eens lelijk in de val laten lokken door de politie. ‘Gabbertje moest hangen’, aldus Jan zelf, die een flinke tijd moest gaan brommen en gedag kon zeggen tegen het fortuin dat hij had vergaard.

Hoewel Wills vader en zijn voormalige kornuiten sterke verhalen in overvloed hebben en van hun hart ook geen moordkuil maken, laat Mijn Vader De Hasjkoning, ingekleurd met de zwaar dooraderde songs van de Limburgse zanger Arno Adams, in eerste instantie de nodige vragen over de Falizes onbeantwoord. Een deel daarvan komt alsnog aan bod in de epiloog, waarin voor de meeste hoofd- en bijrolspelers de balans wordt opgemaakt en buitenstaanders voor zichzelf kunnen bepalen of een leven in de misdaad loont of niet.

Will Falize’s antwoord laat zich raden. Maar of zijn vader, ondanks alle schade en schande die hem ten deel zijn gevallen, nu werkelijk voor een ander bestaan zou kiezen?

Stevie

Steve James (l) & Stevie Fielding (r) / Kartemquin Films

Al van jongs af aan zag filmmaker Steve James dat de jongen constant ongelukken maakte. James leerde Stevie (145 min.) kennen toen hij zelf aan de universiteit van Southern Illinois studeerde. Zijn latere echtgenote Judy, een maatschappelijk werker, stimuleerde hem om zich op te werpen als ‘big brother’ van een kind uit een achterstandsmilieu. Zo ontmoette hij in 1982 Stevie Fielding, een getroebleerde elfjarige jongen uit de white trash-gemeenschap van Pomona, die in de steek was gelaten door zijn moeder Bernice en een onbekend gebleven vader. Hij groeide op bij zijn stiefoma.

In 1995 zoekt de Amerikaanse filmmaker, die dan al diverse documentaires op zijn naam heeft staan (waaronder de basketbalklassieker Hoop Dreams), opnieuw contact met de jongen die hij ooit als idealistische jongeling probeerde te helpen. Fielding heeft inmiddels een tumultueus huwelijk achter de rug, zat een tijdje in de gevangenis en probeert nu een nieuw leven op te bouwen met zijn verloofde, een bijzonder kwetsbaar meisje genaamd Tonya Gregory. Al snel krijgt Stevie’s leven opnieuw een dramatische wending: hij wordt beschuldigd van seksueel misbruik van zijn achtjarige nichtje.

Steve James begint zijn voormalige protégé weer te volgen. Tijdens het jarenlange filmproces worstelt hij echter voortdurend met zijn eigen houding en positie. Stevie is zowat de verpersoonlijking van ‘trailer trash’ en bepaald geen protagonist om à la minute in de armen te sluiten. Tegelijkertijd willen Judy en hij hem ook niet zomaar in de steek laten. Iets wat al zo vaak is gebeurd in zijn tragische leven, dat in het teken heeft gestaan van ruzie, verwaarlozing, psychische problemen en misbruik. De ‘deplorable’ Stevie Fielding is een typisch product van zijn genenpakket, (gebrek aan) opvoeding en leefomgeving.

‘Ik haat Stevie niet’, zegt Wendy, de moeder van zijn vermeende slachtoffer, treffend als de zaak tegen hem enige tijd later eindelijk voor de rechter lijkt te komen. ‘Ik heb medelijden met hem. Ik ben boos om wat hij heeft gedaan. Ik zie hem echter niet als een 28-jarige man, maar als een twaalfjarig jongetje dat de weg kwijt is.’ Als Steve zijn ‘young brother’ Stevie op kantoor bij diens advocaat wil adviseren over hoe hij nu het beste kan opereren, bijt die echter direct stevig van zich af. ‘Het is niet jouw leven waarover we praten’, zegt hij verbeten, op die typische knauwende toon. ‘Dit is míjn leven.’

En daarmee slaat Stevie de spijker op z’n kop in deze rauwe, ongemakkelijke en aangrijpende film uit 2002. Hoe kan een documentairemaker, vanuit zijn geprivilegieerde positie, werkelijk begrijpen hoe ‘t is om voor een dubbeltje geboren te worden, aan de verkeerde kant van het spoor bovendien? Iemand die in zijn leven nauwelijks iets kan winnen, maar ook verdomd weinig heeft te verliezen. Als Steve en Judy James Stevie meenemen naar hun huis in Chicago – waar hij, vanwege hun kinderen, niet mag overnachten – wordt pas echt duidelijk hoe groot de verschillen tussen hen zijn.

Stevie is dan, net als zijn oudere broer tegen wil en dank én diens film, allang onder ieders huid gekropen. Als iemand waarvan je graag afscheid zou nemen, maar waarbij dat op de één of andere manier maar niet wil lukken. Zijn leven lijkt inderdaad, zoals Steve James ‘t aan het begin van zijn documentaire kernachtig verwoordde, ‘een ongeluk dat elk moment kan gebeuren’. En mensen zoals wij, met al hun goede bedoelingen, staan erbij en kijken ernaar.

In dit interessante interview blikt Steve James terug op het maken van de documentaire en vertelt hij hoe het nu gaat met Stevie en zijn familie en hoe hij naar de film over zijn leven kijkt. ‘Well, it sure ain’t Hoop Dreams.’

Mama

Human

In 2019 portretteerde Esmée van Loon in 2019 de expressieve modeontwerper en dragqueen Dennis Bijleveld in de korte documentaire Ma’MaQueen. Deze vervolgfilm toont hoe Bijleveld als ‘moeder’ fungeert in het Rotterdamse House Of Holographic Hoes, een verzamelplek voor jonge (queer)mensen die zich in hun reguliere familie meestal niet op hun plek voelen. Samen vormen ze een kleurrijk samengesteld gezin, in de traditie van de New Yorkse ballroom-families uit de klassieke documentaire Paris Is Burning, waarin ruimte is voor ieders persoonlijkheid, uiterlijk en gevoelsleven. ‘Alles doen wat God verboden heeft in het hoerenhuis Rotterdam-Zuid’, grapt moeder zelf.

‘Familie is een gevoel’, heeft Dennis Bijleveld al geconstateerd aan het begin van de film, bij beelden van een gezellig huisetentje waarvoor alle familieleden zich speciaal hebben opgemaakt en fraai hebben uitgedost. ‘Dit is hoe een familie hoort te zijn. Fantasy.’ Waarna Van Loon al die uitgesproken personages voor het eerst naakt, maar volledig overdekt met holografische glitters, laat zien en de titel in beeld verschijnt: Mama (59 min.). De docu is doorsneden met zulke fraaie sequenties, waarin de hoofdpersonen zich op hun kwetsbaarst en sierlijkst laten zien en waarmee tegelijkertijd het extravagante karakter van hun zelfverkozen familie nog eens wordt benadrukt.

Want hoewel ieder z’n eigen kwetsbare verhaal meebrengt – meestal een variant op: mijn omgeving vindt mij niet oké, omdat ik te vrij, gezet of vrouwelijk ben – gedragen ze zich samen heel druk, klef en theatraal. In een voortdurend tussen Engels en Nederlands schakelende dialoog met elkaar komen ze tot bloei, lijkt Van Loons centrale boodschap. Binnen een gemeenschap waarvan de filmmaakster duidelijk de waarde wil benadrukken. Ze vervat dat in de metafoor van een aquarium, waarin ruimte is voor elk individueel visje, ongeacht de vorm of kleur. ‘Vrijheid is voor mij dat je niet wordt beperkt door de realiteit’, stelt hun dragmother. ‘Dat jij in je eigen fantasie kan leven.’

En dan staat Kerstmis, het ultieme familiemoment en het sluitstuk van dit roze familieportret, alweer voor de deur en gaat Ma’MaQueen, geheel in stijl, met Xtra Xceptit, Rita Book, Marta, Licka Lolly, Fantasy Fvckface en Reub op zoek naar een geschikte boom…

Call Me Miss Cleo

HBO Max

Bel me voor gratis advies, spoort waarzegster Miss Cleo (1962-2016) haar kijkers steeds weer aan tijdens de uitzendingen van het Psychic Readers Network (PRN). Die boodschap is natuurlijk uiterst misleidend: alleen de eerste drie minuten van hun telefoontje is, in het beste geval, gratis. En dat advies over hun welzijn, relatieleven en/of toekomst is eerst en vooral een slinkse poging om hen zo lang mogelijk, à vijf dollar per minuut, aan de lijn te houden. Dat ‘gratis advies’ begint dan al snel flink in de papieren te lopen.

Aan de hand van één van z’n bekendste gezichten, een zogenaamd Jamaicaanse tarotlezeres, opent de gelikte documentaire Call Me Miss Cleo (87 min.) de luizige wereld van de Amerikaanse betaallijnen, waarbij een paranormaal begaafde presentator (of zielloze bedrieger) kwetsbare bellers het doolhof van call-tv binnenleidt. Daar wachten dan weer anonieme paragnosten, alias telefonisten, die voor een paar dubbeltjes per minuut worden geacht om hun clientèle helemaal leeg te trekken met abracadabra, goedkope platitudes en een luisterend oor.

Vanuit die optiek is het in eerste instantie lastig om sympathie op te brengen voor Miss Cleo, het gezicht van deze dubieuze praktijken. Met geliefden, vrienden en collega’s nuanceert deze film van Celia Aniskovich en Jennifer Brea echter het beeld van de gewiekste waarzegster. Ook zij had haar eigen beweegredenen om als Jamaicaans voodootypetje, een variant op de archetypische zwarte moeder Mammy, voor de camera te verschijnen en haar publiek praatjes voor te schotelen die het midden hielden tussen de waarheid liegen, een ‘educated guess’ en klinkklare nonsens.

Miss Cleo verkreeg er eind jaren negentig een zekere faam mee. Ze werd geparodieerd door comedians, was geregeld te gast in de onvermijdelijke talkshows én werd te langen leste aangeklaagd vanwege oplichting. Rijk is ze er volgens eigen zeggen, tijdens een interview uit 2012, en mensen uit haar directe omgeving nooit van geworden. In zekere zin is zij net zo goed een slachtoffer van PRN’s flessentrekkerij, betogen Aniskovich en Brea met behulp van hun verzameling paradijsvogels die elk een eigen deel van het toch wat tragische bestaan van Cleo, alias Youree Dell Harris, inkleuren.

En net als ze van hun hoofdpersoon weer overtuigend een mens van vlees en bloed hebben gemaakt, vliegt dit portret toch nog behoorlijk uit de bocht met een wel erg gesuikerd en gezwollen einde, waarin Miss Cleo opnieuw tot een soort ziener wordt gebombardeerd.

The Volcano: Rescue From Whakaari

Netflix

The Volcano: Rescue From Whakaari (98 min.) begint als een klassieke rampenfilm. Nietsvermoedend maken allerlei verschillende personages zich op voor wat een normale dag lijkt te worden. Een groepje avontuurlijk ingestelde toeristen en hun begeleiders gaan op 9 december 2019 een bezoek brengen aan White Island in Nieuw-Zeeland en daar van dichtbij één van ‘s werelds actiefste vulkanen bekijken.

Als geoefende kijkers weten wij dan al wat er staat te gebeuren en – afgaande op wie er wel en niet in interviews aan het woord komen van de mensen die zijn te zien op beelden van die dag – is zelfs al in te schatten wie daarbij de dood zullen vinden. En dan lijkt het in deze degelijke documentaire van Rory Kennedy nog slechts een kwestie van tijd tot het monster, vermomd als toeristische trekpleister, zich begint te roeren.

Als de Whakaari-vulkaan plotseling tot uitbarsting komt en zwarte rook, as en stoom van zo’n tweehonderd graden Celsius begint af te geven, wordt het eiland acuut een rampgebied en krijgen de verschillende betrokkenen schijnbaar automatisch hun rol toebedeeld: held, slachtoffer, helper, omstander of familielid. Stuk voor stuk dragen ze sindsdien de sporen van deze natuurramp: op hun huid en/of op hun ziel.

Kennedy speelt op zeker en reconstrueert op basis van de getuigenissen en ter plaatse gemaakte beelden chronologisch de eruptie die uiteindelijk 22 mensen het levens kost en enorme schade veroorzaakt. Soms kunnen de overlevenden volgens eigen zeggen inmiddels ‘voorbij de vulkaan kijken’, andere dagen blijven verduiveld moeilijk. Brandwonden genezen nu eenmaal heel langzaam, laat staan de psychische schade en het gemis van dierbaren.

Trappers

Robin de Puy / VPRO

Terwijl zijn mannen per fiets de stad doorkruisen om overal pakketjes af te leveren, bewaakt Stanley Winter met zijn vaste kompaan Martijn het fort van Stichting Fietskoeriers Amsterdam. Zij zorgen ervoor dat de planning klopt en ook daadwerkelijk wordt gehaald. Dat is voortdurend passen en meten. Een extra ritje hier, een extra adresje daar. Stresswerk, met grillige klanten en mannen die voortdurend – soms letterlijk – aan het werk moeten worden gehouden.

Het is tevens een boeiende arena voor een docuserie, waarbij de verschillende karakters en beslommeringen van de fietskoeriers en hun chefs voortdurend voor leven in de brouwerij zorgen. In de vijfdelige serie Trappers (223 min.) zoomen Halil Özpamuk en Eva van Pelt steeds in op een andere medewerker. Op Nanne bijvoorbeeld, een inmiddels 62-jarige rocker die er al het langst werkt en het fietsen fysiek en mentaal nauwelijks meer trekt. Hij heeft zijn hoop gevestigd op het televisieprogramma Per Seconde Wijzer. Daarmee valt misschien een aardige zakcent te verdienen.

Of voormalig rechtenstudent Rolf, die in zijn vrije tijd urenlang in het oeuvre van de Russische schrijver Dostojevski duikt, aan oude auto’s sleutelt en luistert naar klassieke muziek. Fietsen is voor hem eigenlijk geen baan met toekomst, maar een gebrek aan zelfvertrouwen weerhoudt hem ervan om echt op zoek te gaan naar iets anders. ‘Ik kan me moeilijk met mensen verhouden’, vertelt hij. ‘Ik weet nooit echt waar ik sta.’ En daarbij werkt Rolfs keurige verschijning voor zijn gevoel eerder tegen dan voor hem. ‘Ik heb de schijn van competentie over me’, constateert hij zelfkritisch.

De excentrieke Pool Maciej, die tegenwoordig vaak met zichtbare tegenzin op de fiets zit en zijn frustraties daarover bepaald niet verbergt, clasht ondertussen regelmatig met de gedreven oprichter Stan, die van zijn hart ook geen moordkuil maakt. De Surinaamse spil van Fietskoeriers is als jongen beide benen kwijtgeraakt, loopt erg moeilijk en krijgt nu nieuwe protheses aangemeten. Bovendien is Stanley, niet eens zo heel stiekem, verliefd op huisvriendin Laura. Die liefde is alleen niet onder een gelukkig gesternte geboren. Het lijkt een kwestie van tijd voordat hij de deksel op de neus krijgt.

Via Raymond Thiry als alomtegenwoordige verteller proberen Özpamuk en Van Pelt onder de huid te kruipen van hun hoofdpersonen, mannen met een krasje en een deukje die zich desondanks niet laten afschrikken door het leven. Met veel inlevingsvermogen, een vleugje humor en het nodige drama benoemen ze wat er in hen omgaat. Zeker bij Stans crush slalommen ze daarbij regelmatig tussen oprechte empathie en gemakkelijk sentiment, maar uiteindelijk komen ze er toch steeds mee weg. Zodat dit groepsportret, waarin tegenslag voor wegversperringen zorgt en lekker stuwende muziek toch de vaart erin houdt, onvermijdelijk koers zet richting het hart.

Retrograde

National Geographic

Na twintig jaar komt er een einde aan ‘Amerika’s langste oorlog’. President Biden besluit aan het begin van 2021 dat alle Amerikaanse troepen per 1 mei worden teruggetrokken uit Afghanistan, het land dat ze na de aanslagen van 11 september 2001 zijn binnengevallen om de terroristische organisatie Al-Qaeda en hun gastheren, de Taliban, een kopje kleiner te maken.

Hoewel de Amerikaanse Retrograde (96 min.) een jaar eerder al min of meer is aangekondigd door Bidens voorganger Trump blijft het een hard gelag voor de twaalf ‘Green Berets’, die sinds enige tijd de jonge Afghaanse generaal Sami Sadat en zijn 15.000 manschappen van het Afghaanse leger terzijde staan in de provincie Helmand. Al hun inspanningen in de afgelopen jaren en de verliezen die ze daarbij hebben moeten incasseren, lijken voor niets te zijn geweest.

Voor hun Afghaanse collega’s en plaatselijke medewerkers, die soms al hun hele leven voor het Amerikaanse leger werken, kan diezelfde terugtrekking direct gevaar betekenen. Want de Taliban staan klaar om de macht in het land weer over te nemen en alle verworvenheden van de afgelopen twintig jaar, waaronder bijvoorbeeld vrouwenrechten, terug te draaien. Daarbij zullen ze vast niet zachtzinnig omspringen met landgenoten, of hun familieleden, die hebben geheuld met de vijand.

Als de Amerikanen zijn vertrokken sluit filmmaker Matthew Heineman (Cartel Land, City Of Ghosts en The Trade) aan bij de eenheid van generaal Sadat, die met beperkte middelen de provincie Helmand probeert te verdedigen en ondertussen lijdzaam moet toezien hoe de Taliban inderdaad grote delen van Afghanistan naar zich toetrekken. Tijdens heftige confrontaties met de vijand begint Sadat zich te realiseren dat ze, zonder de Amerikanen aan hun zijde, een verloren strijd voeren. 

Net als bij zijn eerdere films slaagt Heineman erin om heel dicht bij zijn subjecten te komen, in spannende en soms ronduit hachelijke situaties bovendien, en zo de grootsheid van de maatschappelijke gebeurtenissen te vangen. Op de gezichten van de terneergeslagen Afghaanse generaal en zijn manschappen, vervat in dramatische close-ups en begeleid door een onheilszwangere soundtrack, is af te lezen hoe het met hun land gaat en wat dit voor hen betekent.

Als de provinciehoofdstad Lashkar Gah uiteindelijk valt, twee dagen later gevolgd door de Afghaanse hoofdstad Kabul, is er geen redden meer aan. Het Afghanistan waarvoor zij hebben gevochten is, althans voorlopig, voltooid verleden tijd. Op dat moment melden ook de Amerikaanse commando’s, die Sami Sadat eerder aan zijn zijde wist, zich weer, om ervoor te zorgen dat hun Afghaanse bloedsbroeders en hun families een plek krijgen in de laatste vliegtuigen naar het vrije westen.

De inmiddels welbekende taferelen van paniekerige koehandel op de overvolle luchthaven over wie er wel en niet weg kan uit het land van de Taliban en de lichaamstaal van de ‘uitverkorenen’, als ze in een afgeladen toestel hun geboorteland verlaten, vormen de vanzelfsprekende climax van deze even tragische als meeslepende film.

Children Of Las Brisas

childrenoflasbrisas.com

Vanuit de aloude verheffingsgedachte is in het Venezuela van de socialistische president Hugo Chávez een bijzonder muziekprogramma ontstaan. El Sistema is het geesteskind van de befaamde Venezolaanse dirigent José Antonio Abreu (1939-2018). ‘Een kind dat het materieel slecht heeft ontwikkelt zich geestelijk door muziek.’ meent hij. ‘En als de muziek ze geestelijk verrijkt heeft zullen hun geest en ziel ze verder brengen.’

El Sistema is bedoeld als ontmoetingsplek voor kinderen van alle maatschappelijke klassen. In de muziekschool van Las Brisas, een achterstandswijk van de stad Valencia, treft filmmaakster Marianela Maldonado in 2009 drie tieners die zich volledig op een muzikale carrière storten. Ze zal deze Children Of Las Brisas (79 min.) tien jaar lang volgen en ondertussen ‘door hun ogen de volledige ineenstorting van Venezuela zien’.

De vijftienjarige Edixon Yánez groeit bijvoorbeeld op met een doofstomme moeder. Sinds de moord op zijn vader woont hij met haar bij zijn oma. Terwijl hij zich beijvert om het gehoor van zijn moeder te laten onderzoeken, bekwaamt Edixon zich verder op altviool. Hij wil professioneel musicus worden. Intussen moet de drie-eenheid echter alle alle zeilen bijzetten om het hoofd boven water te houden. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

De moeder van de twaalfjarige Dissandra Viloria, die haar studie ooit heeft moeten afbreken, werkt bij de loterij om het gezin te onderhouden. Dat is bepaald geen vetpot. Ook Dissandra moet met haar geliefde viool een bijdrage leveren. Tegelijkertijd maakt de zeventienjarige Wuilly Moisés Arteaga zich met zijn viool los van het beknellende christelijke milieu waarbinnen hij is opgegroeid. De jongen zal uiteindelijk een symbool van verzet in zijn land worden.

Want terwijl de drie jongeren een plek in een professioneel orkest proberen te veroveren, wordt de economische nood in hun land steeds hoger. ‘Venezuela, het land met de grootste oliereserves van de wereld, verandert in een land zonder benzine’, constateert Maldonado somber. Na de dood van president Chávez in 2013 en de langzame dood van zijn droom ontstaat er oproer in de straten. Die wordt door de Venezolaanse regering met harde hand neergeslagen.

Elk op hun eigen manier raken Edixon, Dissandra en Wuilly dan gevangen in de neerwaartse spiraal van hun land. Deze coming of age-docu toont treffend hoe ze hun muzikale aspiraties steeds vaker terzijde schuiven en simpelweg voor brood op de plank gaan zorgen. De uitweg die muziek hen volgens Abreu had moeten bieden begint een doodlopende straat te worden. Met een beetje pech eindigen ze zelfs precies op dezelfde plek als waar ze ooit zijn begonnen.

Who Killed The KLF?

Fulwell73

‘Ladies and gentlemen, The KLF have now left the music business’, kondigt een omroeper aan, na het bizarre optreden van de Britse acidhousegroep met de metalband Extreme Noise Terror op de Brit Awards. Samen met z’n absolute tegenpool, de aalgladde soulband Simply Red, is The KLF daar uitgeroepen tot beste act van 1991. Hoog tijd om er de brui aan te geven, besluiten de grote roergangers van de groep, Bill Drummond en Jimmy Cauty, die wereldwijde hits had met stampers als 3AM Eternal, What Time Is Love? en Last Train To Trancentral. ‘In de nabije toekomst komen er geen nieuwe platen van The KLF of één van de andere namen die in het verleden, het heden of de toekomst aan onze activiteiten zijn of worden verbonden’, meldt een officiële persverklaring. Daaraan is nog een saillante zin toegevoegd: ‘Per direct worden al onze releases gewist.’

Zo verdwijnt plots een groep van de aardbodem, die consequent chaos en verwarring heeft gezaaid. Dat begint al met een voorloper van The KLF, Justified Ancients Of Mu Mu. Hebben ze daarmee werkelijk geprobeerd om de leer van het discordianisme, een religie die is geënt op chaos en waarvan nooit helemaal duidelijk is geworden of het een parodie is of niet, in de praktijk te brengen? En wat te denken van een andere Drummond & Cauty-outfit, The Timelords? Nadat dit stelletje ongeregeld een enorme hit heeft gescoord met Doctorin’ The Tardis volgt een zelfhulpboekje, met de titel The Manual (How To Have A Number 1 The Easy Way). Niet veel later scoort de Oostenrijkse gelegenheidsgroep Edelweiss op basis van de daarin gebezigde principes daadwerkelijk een wereldhit met het oliedomme Bring Me Edelweiss.

Who Killed The KLF? (88 min.) probeert vat te krijgen op het enigmatische tweetal achter The KLF en allerlei andere ontregelende projecten. Bill Drummond en Jimmy Cauty willen er zelf alleen niets over zeggen. De missie lijkt dus gedoemd om te mislukken, al is dat natuurlijk geen reden om het niet te proberen. Regisseur Chris Atkins weet de hand te leggen op nog niet eerder gepubliceerde audio-interviews met het tweetal, spreekt met mensen die ooit in hun directe omgeving verkeerden of door hen geïnspireerd raakten en reconstrueert gebeurtenissen die nog altijd te gek voor woorden zijn. Zo ontstaat een joyeuze vertelling over twee provocateurs die de muziekbusiness doelbewust tarten door alle ongeschreven regels te breken en daarmee immens succesvol worden. Totdat ze in het hol van de leeuw, bij de Brit Awards, de knuppel voor de allerlaatste keer in het hoenderhok gooien.

Deze documentaire heeft dan nog zeker een half uur te gaan, waarin de tegendraadse acties van Drummond en Cauty met het kunstproject K Foundation, die een logisch vervolg lijken op de bizarre strapatsen en kiene publiciteitsstunts van The KLF, worden uitgelicht. Ze beginnen met het verbranden van een miljoen pond, een groot deel van het geld dat ze met hun hitgroep hebben verdiend. Het is een actie die zowel ongeloof als wrevel losmaakt. Hadden ze dat geld niet gewoon aan een goed doel kunnen geven? Volgens striptekenaar Alan Moore ondermijnt die actie echter heel effectief het hele concept van geld. ‘Dan maakt het niet uit of mensen erover hebben nagedacht of het konden begrijpen’, zegt hij. ‘Die gebeurtenis heeft plaatsgevonden en verandert alles wat daarna komt.’

En dat zou wel eens de onderliggende filosofie kunnen zijn van Bill Drummond en Jimmy Cauty: de (muziek)wereld zo ongenadig ontregelen dat die weer een beetje bij zinnen komt – of anders helemaal doordraait.

Pelosi In The House

Alexandra en Nancy Pelosi / HBO Max

‘Mam, waarom heb je dit leven gekozen?’ vraagt documentairemaakster Alexandra Pelosi bij de start van Pelosi In The House (109 min.) aan haar moeder. ‘Ik heb dit leven niet echt gekozen,’ antwoordt Nancy Pelosi, de Democratische leider in het Amerikaanse congres. ‘Het heeft mij gekozen.’

Daarvan is geen woord gelogen. Pelosi groeit op in een Democratisch gezin en krijgt politiek met de paplepel ingegoten. In 1987 wordt ze gekozen in het Huis van Afgevaardigden. Als ze twintig jaar later als eerste vrouw zelfs voorzitter wordt, verwelkomt de Republikeinse president George W. Bush (die in 2002 overigens door Alexandra werd geportretteerd in de campagnedocu Journeys With George) ‘madam speaker’ met een bijzonder gracieuze speech. In die functie zal ze een essentiële rol spelen in het door het parlement loodsen van de Affordable Care Act van de Democratische president Obama in 2010 en de verdediging daarvan in 2017 als diens Republikeinse opvolger Donald Trump de wet probeert te herroepen.

Zo staat Nancy Pelosi inmiddels ook bekend: als een begaafde politica, die het machtsspel als vrijwel geen ander in de vingers heeft. Een overlever ook, binnen een onvervalste mannenwereld die in de afgelopen decennia zienderogen is verhard. Haar dochter, getrouwd met de Nederlandse journalist Michiel Vos, probeert in deze observerende film de vrouw achter dat imago vandaan te halen, maar constateert al snel dat haar moeder een harde noot is om te kraken. Ook tegenover Alexandra blijft ze meestal in haar rol. Zelfs als die haar, nét voordat Donald Trumps State Of The Union-speech van 2020 begint, op kenmerkende jolige manier ‘je ziet er geweldig uit, schat!’ of ‘doe niets wat ik niet zou doen’ toeroept. Na die speech zal Pelosi overigens, voor het oog van de camera, met een uitgestreken gezicht Trumps speech verscheuren.

Het tumultueuze presidentschap van Trump, waarbij Nancy Pelosi zich opwerpt als diens voornaamste tegenspeler, vormt het hart van deze documentaire. Alexandra loopt met zevenmijlslaarzen door de jeugd en politieke opkomst van haar moeder, alsof die niet meer dan een aanloopje zijn geweest naar de cruciale rol die zij zal spelen als opponent van een man zonder ondergrens, voor wie alles geoorloofd is om te winnen. Met enkele privéscènes en achter de schermen-beelden van de mater familias van de Pelosi’s als politieke poppenspeler, bruggenbouwer of boevrouw werkt de documentairemaakster vervolgens toe naar de climax van deze film: 6 januari 2021, de dag waarop de Amerikaanse democratie serieus wankelt. Door Trump opgehitste bestormers van het Capitool gaan op zoek naar haar moeder en zij zelf staat met haar camera bovenop de actie.

Dit resulteert deze ‘Journeys With Nancy’ in enkele iconische scènes, waarin is te zien hoe speaker Pelosi als één van de weinigen het hoofd koel weet te houden op een dag dat het Amerikaanse politieke systeem dreigt te bezwijken onder bruut geweld. ‘Hoe kun je je ermee verzoenen dat er mensen zijn die je vanwege je werk willen vermoorden?’ wil Alexandra naderhand weten. Het is een vraag met een profetisch karakter. Als Nancy Pelosi anderhalf jaar later, op 17 november 2022, haar afscheid als leider van de Democratische congresleden aankondigt, is ze ook in haar privéleven geconfronteerd met die redeloze haat.

Een extreemrechtse complotdenker is enkele weken eerder haar huis binnengedrongen en heeft haar echtgenoot (en Alexandra’s vader) Paul Pelosi ernstig verwond. Deze schokkende aanslag komt echter alleen impliciet aan de orde in dit boeiende volgportret van een beeldbepalende Amerikaanse politica.

Jimi Hendrix: The Guitar Hero

Jimi

Als zwarte Amerikaan moet Jimi Hendrix in de tweede helft van de jaren zestig eerst in Groot-Brittannië een held worden, voordat hij in eigen land kan doorbreken. Daar wordt rock dan nog vooral beschouwd als een witte aangelegenheid – terwijl die muziek onmiskenbaar zwarte wortels heeft. Een halve eeuw later geldt Jimi Hendrix: The Guitar Hero (88 min.) overigens nog altijd als één van de weinige zwarte iconen van de rockmuziek.

In deze popdocu uit 2010 loopt regisseur Jon Brewer, die zelf overigens ook aan het woord komt als voormalig bandmanager, het leven van de meestergitarist door. Dat begint in een gebroken gezin in Seattle, met twee stevig innemende ouders. Zijn moeder Lucille overlijdt als Jimi vijftien is. Vanaf dat moment staat hij er min of meer alleen voor. ‘Hij vond dat hij geen familie had’, vertelt zijn ex-vriendin Kathy Etchingham. ‘Zijn vader mocht hij niet. En hij dacht ook dat hij zijn vader niet was.’ Jimi’s jongere broer Leon was tot zijn derde zelfs in de veronderstelling dat Jimi zijn vader was. ‘Want hij was degene die voor me zorgde en boterhammen voor me smeerde.’

Hendrix geldt dan al als de beste gitarist van de wijde omgeving. Via klussen als ‘hired hand’ van artiesten zoals Little Richard, waarmee hij het vak definitief onder de knie krijgt, en die essentiële trip naar het Verenigd Koninkrijk, waarbij hij alle toonaangevende Britse muzikanten helemaal van hun sokken blaast, ontwikkelt Hendrix zijn eigen stiel en stijgt vervolgens tot grote hoogten. Totdat ook hij op de ultieme rock & roll-leeftijd van 27, net als zijn generatiegenoten Jim Morrison, Brian Jones en Janis Joplin, zijn laatste adem uitblaast. De precieze toedracht van dat tragische overlijden, op 18 september 1970 in een Londense hotelkamer, is nooit helemaal opgehelderd.

Brewer geeft vakbroeders, tijdgenoten en navolgers zoals Eric Clapton, Stephen Stills, Mick Taylor, Eric Burdon, Ginger Baker, Paul Rodgers en Slash ruim baan om de unieke speelstijl en het belang van deze gitaargod te duiden. Daarbij ontbreken de superlatieven, die nu eenmaal lijken te horen bij dit soort heldenportretten, natuurlijk niet. ‘Hendrix was uniek’, stelt zijn voormalige roadie Lemmy Kilmister, de latere frontman van Motörhead, bijvoorbeeld over de man die hem net voor zijn dood de kans wilde geven als bassist. ‘Zo iemand als hij zullen we nooit meer zien. Niemand zal z’n instrument ooit nog zo goed beheersen en zo’n pure ziel hebben.’

Jimi Hendrix: The Guitar Hero maakt dit ook zeker zichtbaar, maar had dat, met minder pratende hoofden en meer bewijsmateriaal in de vorm van (klassieke) concertbeelden, wel beter voelbaar kunnen maken.

A Plena Luz: El Caso Narvarte

A plena luz: El caso Narvarte. Cr. Courtesy of Netflix © 2022

Op 31 juli 2015 worden in een appartement te Mexico-Stad maar liefst vijf levenloze lichamen aangetroffen. Het blijkt te gaan om een kritische journaliste, een activistische fotograaf, een Colombiaans fotomodel, een tienermeisje dat wel eens in de prostitutie kan zijn beland en hun enigszins mismoedige huishoudster. Ze zijn van dichtbij doodgeschoten en lijken van tevoren ook te zijn gemarteld.

Al snel worden er drie verdachten gearresteerd. Maar welk motief hebben deze mannen? Of is hun aanhouding juist bedoeld om de ware achtergronden van de meervoudige moord te versluieren? Om wie was het de daders te doen en welke slachtoffers waren dus vooral nevenschade of zelfs onderdeel van een rookgordijn? En ging het dan om een uit de hand gelopen overval, femicide, een criminele afrekening of toch politieke moord?

Voordat regisseur Alberto Arnaut Estrada deze vragen minutieus doorloopt met de advocaten van de slachtoffers en een door hen ingeschakelde criminoloog, forensisch psycholoog en sociaal antropoloog, begint A Plena Luz: El Caso Narvarte (109 min.) bij de nabestaanden van Nadia, Rubén, Mile, Yesenia en Alejandra, die samen op klaarlichte dag de dood hebben gevonden in appartement 401 van Luz Saviñón in de wijk Navarte.

Met een ingenieuze replica van de plaats delict, knap geanonimiseerde acteurs in de rol van de slachtoffers en mogelijke daders en een analyse van belgegevens ontleedt Estrada vervolgens secuur wat er zich in en om dat appartement moet hebben voltrokken. Daarnaast richt hij zich ook op het grotere verhaal: wie hadden er belang bij de moorden? Moeten zij in de drugswereld, de wereldwijde sekshandel of lokale politiek worden gezocht?

Via De Zaak Navarte wordt ook Mexico zelf geportretteerd. Een land dat al decennia wordt geteisterd door stuitende corruptie, nietsontziende drugskartels en gruwelijk geweld, in het bijzonder tegen vrouwen. In dat verband treft zeker een uitspraak van de moeder van Yesenia Quiroz doel. Ze ‘bedankt’ de eveneens vermoorde fotograaf Rubén Espinosa. ‘Dat hij er die dag was. Want anders was dit weer een zaak over dode vrouwen geweest.’

Unveiled: Surviving La Luz Del Mundo

HBO

Het verhaal van een sekte lijkt doorgaans niet meer dan een invuloefening: … (1) werpt zich op als de onbetwiste leider van de … (2). Hij laat zich … (3) noemen, blijkt niemand minder dan de afgezant van … (4), eist absolute gehoorzaamheid en … (5), omringt zich met pure luxe (zoals bijvoorbeeld … (6), … (7) en – niet te vergeten – … (8)), straft ongenadig met de … (9) en claimt uit de groep opperdienaren met de naam … (10) natuurlijk alle aantrekkelijke jonge maagden voor zijn eigen gerief.

Het is in wezen dus onvermijdelijk dat de driedelige serie Unveiled: Surviving La Luz Del Mundo (190 min.) eveneens het vaste sjabloon van documentaires over sektes volgt. En zoals eerder pak ‘m beet Jim Jones, Bhagwan Sri Rajneesh, David Miscavige, Keith Raniere en Warren Jeffs van hun voetstuk werden gestoten – als ze daar niet allang aflagen – geldt dat nu voor Naasón Joaquin Garcia, de almachtige leider van La Luz Del Mundo. Ofwel: Het Licht van de Wereld.

Ook deze productie van Jennifer Tiexiera bestaat dus voor een belangrijk deel uit getuigenissen van enkele afvallige en inmiddels geëxcommuniceerde LLDM-leden, die de klok luiden over misstanden binnen de gemeenschap, zoals seksueel misbruik, pedofilie en mensenhandel. Behalve slachtoffer werden zijzelf vaak ook een soort dader, als onderdeel van een systeem dat jonge mensen opleidde om de Apostel Naasón in alles ter wille te zijn, óók als concubine.

De slotaflevering is opgebouwd rond de rechtszaak tegen de opperman van La Luz Del Mundo, waarbij vijf Jane Doe’s, uit veiligheidsoverwegingen geanonimiseerde vrouwen, een emotionele verklaring afleggen die zelfs de dienstdoende rechter niet onberoerd laat. Daarmee is echter niet gezegd dat ook zijn kerkgenootschap afstand neemt van Naasón Joaquin Garcia. Echte gelovigen zien soms nu eenmaal alleen datgene wat in hun geloof te pas komt. Ook dat is – in zekere zin – een invuloefening.

(1) Eusebio Joaquin (1926-1964), zijn zoon Samuel Joaquin Flores (1964-2014) of kleinzoon Naasón Joaquin Garcia (2014-)

(2) deze inmiddels vijf miljoen leden in meer dan vijftig landen tellende afsplitsing van de christelijke kerk

(3) de Apostel 

(4) God

(5) al je tijd, energie en geld

(6) een luxueus jacht

(7) een eigen stad

(8) een protserige tempel in Guadalajara, die wel wat weg heeft van een enorme bruiloftstaart 

(9) zweep, mes of de blote vuist

(10) The Unconditionals

In september 2023 is er overigens nóg een documentaire over La Luz Del Mundo uitgebracht: La Oscuridad De La Luz Del Mundo.

Narco Cultura

WNYC Studios

De statistieken zijn dodelijk:

2007: 320

2008: 1623

2009: 2754

2010: 3622

In de Mexicaanse grensgemeente Ciudad Juárez vloeit door de escalerende drugsoorlog steeds vaker bloed. Tegelijkertijd blijft de teller in El Paso, aan de andere kant van de Mexicaans-Amerikaanse grens, steken op vijf moorden per jaar. Daar lijkt die oorlog soms bijna een bron van vermaak. ‘Met een AK-47 maar zonder kogelvrij vest reed ik rond in mijn witte truck’, zingt Edgar Quintero, frontman van BuKnas de Culiacan, bijvoorbeeld geveinsd stoer. ‘Ik schoot er één neer. Mijn geweer schiet altijd raak. Met een goed oog en een goede hartslag vecht mijn school terug.’

Edgar schrijft op bestelling ‘narcocorrido’s’, typische Mexicaanse songs waarin de ‘helden’ van de karteloorlog worden bewierookt. Tijdens een optreden met zijn groep in El Paso laat hij doodleuk een bazooka zien. Waar doet die jullie aan denken? vraagt hij aan het verzamelde publiek, dat vervolgens hartstochtelijk meezingt: ‘Met een AK-47 en een bazooka op mijn schouder. Kruis mijn pad en ik hak je kop eraf. Wij zijn bloeddorstig, gek en moordlustig.’ Het is weer eens wat anders dan André Hazes – of La Bamba van Ritchie Valens. Een latino-variant op gangsterrap, zo je wilt.

Terwijl Edgar, als onderdeel van de zogenaamde Movimiento Alterado, vanaf de goede kant van de grens onbekommerd het kartelleven verheerlijkt, leeft forensisch onderzoeker Richi Soto daadwerkelijk te midden van die Narco Cultura (99 min.). Hij rijdt in deze grimmige film van Shaul Schwartz uit 2013 regelmatig met gillende sirene naar een plaats delict, waar achteloos een slachtoffer van de drugsoorlog is gedumpt. Als medewerker van de Mexicaanse justitie loopt Richi ook zelf gevaar – of zijn familieleden, want de drugskartels deinzen werkelijk nergens voor terug.

Gedurende de gehele documentaire alterneert Schwartz tussen de bittere realiteit van het desolate leven in de Mexicaanse grensstreek en de ‘cultuur’ – een parodie bijna, als het niet zo onsmakelijk was – die daarvan wordt gemaakt in de Verenigde Staten. ‘Het is goeie muziek, al ben ik tegen geweld’, zegt een jonge Amerikaanse vrouw in een sexy jurkje bijvoorbeeld, bij een optreden van de befaamde corrido-zanger Alfredo ‘El Komander’ Rios. Intussen houdt ze ferm een mitrailleur vast en benadrukt nog maar eens: ‘Het is heel erg wat er in Mexico gebeurt. Dus: stop het geweld.’

Truth is, tegelijkertijd, scarier than fiction: diezelfde karikaturale corrido’s, waardoor schoolmeisjes zomaar zeggen dat ze best een narco als vriendje willen hebben, gelden aan de andere kant van de grens, op het slagveld van de permanente drugsoorlog, inmiddels als een aankondiging of melding van alwéér een moord. Het normale leven raakt er volledig door ontspoord. Terwijl Richi Soto overweegt of hij toch maar naar de VS moet verkassen, maakt zijn tegenpool Edgar Quintero juist plannen om eens inspiratie op te gaan doen in de wereld waar al z’n songs zijn gesitueerd.

Het is de Narco Cultura in een notendop. Waar de drugsoorlog het leven van gewone rechtschapen Mexicanen ondraaglijk maakt, is die over de grens een bron van vermaak of inkomsten – of simpelweg een bijproduct van de niet te bevredigen behoefte aan narcotica.

Paradise

IDFA

Het vuur kan niet worden gestopt. Hooguit vertraagd. Totdat de regen komt. Áls de regen komt. ‘Het ontwijkt ons en laat zich niet vangen’, heeft Vasya, één van de onverzettelijke inwoners van het Siberische dorp Shologon, al geconstateerd. ‘Daarom noemen we het “De Draak”. Alsof ‘t ons kan horen.’ Die draak kan hen inmiddels ook al bijna zien en ruiken.

Shologon ligt aan de rand van een zogenaamde ‘Controlezone’, een zeer afgelegen of dunbevolkt gebied waar de Russische overheid, volgens een tamelijk bizarre federale wet uit 2015, niet meer verplicht is om natuurbranden te bestrijden. Tenminste, als de kosten van het blussen de geschatte schade – de materiële, welteverstaan – lijken te gaan overstijgen.

Tijdens de hittegolf van de zomer van 2021 zijn de inwoners van het dorp op de taiga van Jakoetië in het Noord-Oosten van Siberië dus volledig op zichzelf aangewezen. Zeker als de speciaal ingevlogen ‘smoke jumper’ Pavel, een in bosbranden gespecialiseerde brandweerman, ook nog eens wordt teruggeroepen naar kantoor en ze ’t echt samen zullen moeten doen.

Regisseur Alexander Abaturov observeert in Paradise (89 min.), op het IDFA beloond met de Award voor beste cinematografie, van dichtbij hoe de mannen en vrouwen de alarmerende situatie het hoofd proberen te bieden. Ze moeten de draak die alles bedreigt wat hen lief is proberen in te dammen, afleiden of de kop afhakken en zijn daarbij volledig afhankelijk van elkaar.

Abaturov begeeft zich in hun kielzog naar de poorten van de hel – inderdaad werkelijk adembenemend in beeld gebracht door cameraman Paul Guilhaume – waarvoor ze dan een overwinning op en uit het vuur proberen te slepen. Die kan nooit meer dan een voorlopig of tijdelijk karakter hebben. Zeker sinds de klimaatverandering ook de Poolgebieden bedreigt.

Hun strijd, met behulp van een bulldozer, hun eigen schouders en gecontroleerde branden, wordt begeleid door een oud sprookje, op fluistertoon voorgelezen door een plaatselijk meisje, over de onberekenbare wind die over een heilige berg blaast. Diezelfde wind bepaalt nu in welke richting De Draak ‘de vingers van het vuur’ uitstrekt en zorgt voor ingehouden spanning bij de dorpelingen. 

Diverse buurgemeenten van Shologon zijn al ten prooi gevallen aan de toorn van De Draak. Wanhoop niet, luidt nochtans het advies aan de dorpelingen. Geef niet op. En: We weten niet van welke kant de wind waait. Verzamel je kostbaarste spullen en zorg dat je op alles voorbereid bent. Blijf alert, zegt de spreker tot slot bemoedigend, maar raak niet in paniek.

Totdat de regen komt. Of toch de wind, het vuur en de rook.

Als We Het Zouden Weten

Human

De filmografie van het echtpaar Peter en Petra Lataster-Czisch kent inmiddels tal van hoogtepunten; van publieksfavoriet De Kinderen Van Juf Kiet en de spin off daarvan Jij Bent Mijn Vriend tot persoonlijke films zoals Niet Zonder Jou en Reis Door Onze Wereld, hun persoonlijke beleving van de Corona-periode die onlangs werd gekozen tot beste Nederlandse documentaire op het IDFA. Als We Het Zouden Weten (80 min.) behoort beslist ook tot de beste films van het Nederlands-Duitse docuduo.

Deze observerende documentaire uit 2007 speelt zich vrijwel volledig af op de Neonatale Intensive Care Unit van het Universitair Medisch Centrum Groningen, waar een team van kinderartsen vroeggeboren kinderen behandelt. Gezamenlijk moeten zij beslissen over leven en dood. Buiten beeld delen de doctoren daarbij hun persoonlijke beweegredenen en dilemma’s. Zien zij in situaties van uitzichtloos en ondraaglijk lijden bijvoorbeeld ruimte om het leven actief te beëindigen?

De techniek maakt steeds meer mogelijk, maar uiteindelijk blijft het toch mensenwerk. Terwijl de artsen bekijken of een behandeling moet worden vervolgd of beter kan worden gestaakt, moeten ze oog houden voor de patiëntjes en hun familie die hun eigen strijd leveren. ‘Je kunt het alleen’, fluistert een moeder bijvoorbeeld in dialect tegen haar pasgeboren baby, die, ondersteund door allerhande apparatuur, moet zien te overleven. ‘Je kunt het wel. We vechten allemaal voor jou. Jij moet ook vechten.’

Peter en Petra Lataster dringen diep door in deze parallelle wereld, waar ouders en kinderen volledig zijn overgeleverd aan gespecialiseerde artsen, die zich zelf ook maar hebben te schikken naar de nauwelijks te bevatten wetten van leven en dood. Alles van waarde is nu eenmaal weerloos. Zeker, of juist, het prille menselijk leven. Waarvan, overmand door onpeilbaar diep verdriet, soms afscheid moet worden genomen. Of dat tóch, als een geschenk van God, mag worden gekoesterd.

Het zijn precaire, ontzagwekkende taferelen, door de Latasters met veel empathie, precisie en toch ook respect vereeuwigd, die diepe indruk maken en daarna nog wel even na-ijlen. Samen vormen ze een bijzonder aangrijpende film, voorzichtig ingekleurd met een fijngevoelige soundtrack van Candy Dulfer en Thomas Bank, over de maakbaarheid van het leven – en de grenzen daaraan, die we niet kunnen maar simpelweg hebben te accepteren.

Als We Het Zouden Weten is hier te bekijken.

Romy Et Alain, Les Éternels Fiancés

Arte

Wat uiteindelijk een levenslange liefde zal worden, begint als een promotiestunt. Om de aandacht alvast te vestigen op de film Christine (1958), die ze samen gaan opnemen, wacht hoofdrolspeler Alain Delon zijn co-ster Romy Schneider op het Parijse vliegveld Orly op met een enorme bos rode rozen. Die zijn netjes door de productie van de film aangeschaft. De twee hebben elkaar nog nooit ontmoet.

De foto’s van de Franse ‘bad boy’ en de bevallige Duitse actrice, die dan al een filmlegende is door haar suikerzoete rol als de Oostenrijkse keizerin Sissi, kunnen direct de bladen in. Echte liefde tussen de twee iconen van de Europese cinema zal dan niet lang meer uitblijven, volgens de bitterzoete tv-docu Romy Et Alain, Les Éternels Fiancés (52 min.) van regisseur Olivier Monssens.

Terwijl zijn carrière een vlucht neemt, stelt een alwetende verteller, lijkt die van haar echter te stagneren. Illustratief is een interview dat Delon, met Schneider aan zijn zijde, geeft tijdens het filmfestival van Cannes in 1962. Nadat de journalist hen heeft bedankt voor het gesprek, zegt die per abuis ‘tot ziens, Sissi en Alain Delon’. Schneider reageert als door een adder gebeten en toch poeslief: ‘Niet Sissi!’

De sporen van de geliefden beginnen daarna uiteen te lopen en leiden tot een breuk. Pas bij de opnames voor de film La Piscine (1969) ontmoeten Delon en Schneider elkaar weer, waarna ze elkaar nooit meer helemaal loslaten. Voor de geschiedenis van deze twee levens, in de verf gezet met film- en backstagebeelden, gaat Monssens te rade bij hun biografen en de conservator van een Romy Schneider-tentoonstelling.

Regisseur Costa-Gavras, fotograaf Jean-Marie Périer, acteur Sophie Grimaldi, producent Alain Terzain en regisseur Volker Schlöndorff zetten ondertussen de puntjes op de i in dit tijdloze liefdesverhaal over twee Europese filmsterren die zich, waarschijnlijk zonder dat ze het letterlijk hebben uitgesproken, voor het leven met elkaar verbinden. Totdat de dood ook hen scheidt.

Het Laatste Woord

BNNVARA

Volgens Jurriëns familie was er ‘geen liefde in het spel’. Hij, de beoogde echtgenoot uit Nederland, werd volgens hen vooral gezien als ‘de kip met de gouden eieren’. De 22-jarige Jurriën ten Cate uit Almelo had Marwa Bouali, een mooie Tunesische student bouwkunde, via het internet leren kennen. Toen ze in december 2013 vier maanden waren getrouwd en hij nog altijd geen verblijfsvergunning voor haar had geregeld, stortte zij vijftien meter naar beneden vanaf het balkon van een hotel in Tunesië. Was Marwa gevallen, gesprongen of geduwd?

Sindsdien zit Jurriën, een jongen die is gediagnosticeerd met een lichte autismespectrumstoornis, in elk geval in een Tunesische cel. Van daaruit is hij brieven gaan schrijven naar documentairemaakster Jessica Villerius (Emma Wil Leven, Memphis Depay – Met Beide Benen en De Kinderen Van Ruinerwold) om zijn kant van het verhaal met haar te delen. Die brieven, ingelezen door zijn broer Karsten, vormen nu de basis voor Het Laatste Woord (53 min.), waarin ook zijn ouders, zussen, Nederlandse ex-vriendin en advocaten alsmede een tante van Marwa, die als woordvoerder van haar familie optreedt, aan het woord komen.

Villerius is overtuigd geraakt van Jurriëns onschuld en werpt zich – net zoals ze eerder deed bij Clinton Young, die ten onrechte in een Amerikaanse dodencel zou zitten – op als zijn pleitbezorger. Ze voert bijvoorbeeld samen met een forensisch patholoog een test uit, om te bekijken of het überhaupt mogelijk is om een volwassen vrouw van een balkon te gooien, die vervolgens zo’n vijf meter verderop terechtkomt. Want dat zouden de laatste woorden zijn geweest van Marwa, die zich toen al in kritieke toestand bevond: mijn man heeft me geduwd.

Als een vrouwelijke erfgenaam van Peter R. de Vries spit Jessica Villerius diens zaak door – al komen de Tunesische politie en justitie daarbij niet aan het woord – om te ontdekken wat er kan/moet zijn gebeurd. Afgaande op deze tv-docu zou Jurriëns veroordeling vanwege moord wel eens een gerechtelijke dwaling kunnen zijn. Hij heeft er inmiddels echter al bijna de helft van zijn gevangenisstraf van twintig jaar opzitten, zonder dat er vooralsnog zicht lijkt op een doorbraak. Jessica Villerius laat het daar vast niet bij zitten.

Over deze zaak is Het Laatste Woord vermoedelijk dus nog niet gezegd.

Een teaser van Het Laatste Woord is hier te bekijken.