Mijn Dochter De Vlogger

Jaydie en haar ouders / VPRO

In het bedrijf Nina Schotpoort werkt de moeder van Nina Schotpoort voor haar dochter Nina Schotpoort. De vader van de dertienjarige Nina Schotpoort figureert ook in de filmpjes van Nina Schotpoort. Op het YouTube-kanaal van Nina Schotpoort (134.000 abonnees & counting) worden fans van Nina Schotpoort vanzelfsprekend op alle mogelijke manieren bediend.

De ouders van de kindvloggers Jaydie en Jaylinn (houd die namen goed uit elkaar!) zouden maar wat graag de aantallen van Nina Schotpoort halen. Al hoeft het YouTube-kanaal van de driejarige Jaydie, Just Jadie (ruim 1100 volgers & counting), morgen nog niet direct 100.000 abonnees te hebben, hoor, zegt de moeder van Jaydie, die als fotografe thuis gelukkig een studio heeft voor de opnames met Jaydie. Overmorgen is ook goed, vult de vader van Jaydie aan. Dat zou best een grap van de vader van Jaydie kunnen zijn.

De negenjarige Jaylinn zit intussen een beetje in een lastige periode, aldus de vader van Jaylinn. De views op het YouTube-kanaal van Jaylinn (ruim 5000 volgers & counting) gaan de laatste tijd namelijk niet zo goed. En de filmpjes van Jaylinn zouden een prima springplank voor de acteercarrière van Jaylinn kunnen zijn, aldus de vader van Jaylinn. ‘Wat zou je anders moeten doen in je video’s om toch meer kijkers te trekken?’ wil de vader van Jaylinn nu van Jaylinn weten.

De ouders van de (would be)influencers Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn stappen in de korte documentaire Mijn Dochter De Vlogger (34 min.) uit de schaduw van Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn. De filmmakers Doortje Smithuijsen en Joep van Osch geven hen uitgebreid de gelegenheid om hun verhaal te doen, observeren hoe ze te werk gaan met Nina Schotpoort, Jaydie en – niet te vergeten, natuurlijk – Jaylinn en leuken het geheel op met enkele smakelijke muziekjes. Een oordeel over de ouders van Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn laten ze verder over aan de kijker.

Welnu, deze kijker kreeg er ontaarde jeuk van.

Doortje Smithuijsen is in dit interview met de Volkskrant een stuk milder.

Als bijsluiter adviseer ik niettemin dringend de Tegenlicht-aflevering Goudzoekers In YouTubeland uit 2017, een tamelijk deprimerend kijkje in de wereld van Nederlandse YouTubers en hun managers en marketeers.

Your Mum And Dad

‘They fuck you up, your mum and dad’, stelt Philip Larkin in zijn gedicht This Be The Verse, dat als leidmotief fungeert voor deze egodocu van Klaartje Quirijns. ‘They may not mean to, but they do. They fill you with all the faults they had. And add some extra, just for you.’ Het is geen opwekkend beeld van het ouderschap dat Quirijns, via Larkin, aan het begin van Your Mum And Dad (76 min.) oproept: kinderen worden op jonge leeftijd voorgoed verminkt door hun vader en moeder.

Tegelijkertijd kunnen die ouders zelf er ook niets aan doen. ‘They were fucked up in their turn by fools in old-style hats and coats who half the time were soppy-stern and half at one another’s throats.’ Over vicieuze cirkels gesproken. Of, treffender: familiesystemen. En die probeert de Nederlandse filmmaakster te onderzoeken in deze film: haar eigen familie en die van een Amerikaanse vriend, die eveneens grip probeert te krijgen op zijn jeugd en gezin.

Deze Michael Moskowitz, zelf psycholoog, is door haar jarenlang gefilmd als hij in New York letterlijk op de sofa plaatsneemt bij psychoanalyticus Kirkland Vaughans die hem, nog net niet pijprokend, uitvraagt en terugkoppeling geeft. Deze sessies verbindt Klaartje Quirijns met gesprekken met haar eigen moeder, haar twee dochters en haar vader Kees, die ze de laatste jaren uit het oog was verloren. Waarbij het de vraag blijft of de film een middel is om het contact met hem te herstellen of dat contact een middel om deze film te kunnen maken.

De twee familiegeschiedenissen komen in elk geval zonder al te grote kunstgrepen bij elkaar en vertellen zo daadwerkelijk een groter verhaal. De Engelstalige voice-over van Quirijns zelf, die jarenlang in Amerika woonde, vormt daarbij een belangrijke verbindende factor. Die voelt echter wat onnatuurlijk. Is het de tekst zelf, waarmee ze haar betoog een diepere laag wil geven, of toch vooral de manier waarop die is ingesproken? Feit is dat ze als verteller, ondanks de zeer persoonlijke thematiek van deze film, wat op afstand blijft.

Met de bijbehorende beelden, een spannende collage van super 8-home movies van de twee families en archiefbeelden van willekeurige mensen in voor iedereen herkenbare situaties, geeft Quirijns samen met editor Boris Gerrets de film een universeel karakter. Dit is, zoveel wordt duidelijk, een verhaal dat ieder van ons aangaat en raakt. Over het doorgeven, of juist proberen te vermijden, van wat je zelf (onbedoeld) geleerd hebt. Van mensen die zelf ook weer hebben doorgegeven of vermeden.

Een alternatief is er niet. Of je moet het advies van Larkin willen opvolgen: ‘Get out as early as you can and don’t have kids yourself.’

Vader

Jacinto (l) en Shakur (r)

Een heel mensenleven heeft hij hem niet gezien. Zo voelt het tenminste. In werkelijkheid waren het zes jaar. En nu neemt Jacinto Marie zijn tienerzoon Shakur mee op een roadtrip door eigen land. Zoals vaders dat doen. Ook als ze uit beeld zijn geweest.

In Vader (23 min.), genomineerd voor een Gouden Kalf voor beste korte documentaire, kijkt Isabel Lamberti mee hoe vader en zoon hun band proberen te hernieuwen. Jacinto geeft Shakur zijn eerste rijles, laat de jongen zien hoe je een strike gooit bij het bowlen en neemt hem mee naar een Chinees restaurant. Tussendoor belt de man steeds met zijn vriendin om haar te vertellen hoe het hem vergaat met het kind dat hij opnieuw moet leren kennen.

Die telefoongesprekken fungeren als verbindend element voor deze observerende film en voorzien de lotgevallen van het tweetal van context. Terwijl de camera nauwelijks beweegt en vader en zoon steeds vanaf een vast standpunt gadeslaat, sijpelt langzaam hun gezamenlijke historie, of het ontbreken daarvan, de reis binnen. Intussen maakt Jacinto de verlies- en winstrekening op van zijn bestaan als ouder.

Heel veel context geeft Lamberti daarbij niet. Uit de spaarzame informatie kan de kijker zich echter moeiteloos een voorstelling maken van de achtergronden van Jacinto en Shakur. En uit de liefdevolle blikken van vader naar zoon en de onverholen bewondering waarmee die reageert, valt af te leiden dat ze nog altijd onvoorwaardelijk van elkaar willen houden.

Hoe dat in de praktijk vorm moet gaan krijgen, laat zich alleen bezien ná de reis (en deze innemende momentopname van een broze ouder-kindrelatie).

Turn!

De openingsscène van het fraaie Turn! (55 min.) vertelt in wezen het complete verhaal: niet de jongens en meisjes die boven zichzelf uit proberen te stijgen in de turnzaal zijn daarin te zien, maar hun ademloos toekijkende ouders. Esther Pardijs bijvoorbeeld, de maakster van deze boeiende egodocumentaire. En de bloedfanatieke Oscar, die net thuis, midden in de huiskamer, een set ringen heeft opgehangen, zodat zijn zoon Wytze ook daar kan trainen.

Samen met de ouders van andere talentvolle turnertjes beoordelen ze de prestaties van hun en elkaars getalenteerde kinderen. Geconcentreerd kijken ze toe. Gespannen. En uiteindelijk: trots of juist teleurgesteld. ‘Ik hoop dat een ander kind een fout maakt’, zegt Pardijs daarover, in één van de openhartige voice-overs waarmee ze de gebeurtenissen in de film extra lading geeft. ‘Dan eindigt mijn zoon Roman hoger.’

Ze vraagt zich af of de ouders om haar heen, die ook in deze ‘draaikolk van trots, jaloezie en competitiedrang’ terecht zijn gekomen, hetzelfde denken. Intussen zitten Roman en zijn teamgenoot/concurrent/vriendje Wytze bij haar in de auto te geinen, op weg van of naar alweer een training of wedstrijd. Als de negenjarige jochies die ze ook nog gewoon zijn – als hun sportcarrière, waarvoor ze zo’n vijftien uur per week moeten trainen, dat toelaat.

Het is inmiddels een vertrouwd beeld dat in deze film wordt opgeroepen: van Nederlandse ouders die als coach, fan, financier, regelaar én chauffeur voor hun sportende/musicerende/acterende kind fungeren en misschien nog wel meer belang hechten aan de prestaties van hun kroost dan het jongetje of het meisje zelf. Kan hun kind bijvoorbeeld wel naar een verjaardagsfeestje als er eigenlijk een belangrijke training op het programma staat?

Pardijs stelt zich kwetsbaar op. Ze neemt de camera mee naar groepsbijeenkomsten van de ouders, maar laat hem ook toe in haar eigen huis als ze met haar zoon en echtgenoot beslissingen over Romans sportloopbaan moet nemen. Daarnaast besteedt ze speciale aandacht aan Wytze en zijn pusherige vader Oscar, die gaandeweg steeds meer in aanvaring komt met de trainers van zijn kind. Voor ‘Wyts’ is alleen het allerbeste goed genoeg. En hij moet, ook niet onbelangrijk, medailles winnen.

Turn! brengt op bijzonder treffende wijze het leven van topsportouders in beeld en stipt en passant enkele kerndilemma’s van het ouderschap aan. Terwijl hun kinderen tot het uiterste moeten gaan tijdens trainingen, floreren op allerlei turntoestellen of juist genadeloos onderuitgaan vragen hun ouders zich af of ze hen nóg nadrukkelijker moeten aansporen tot grotere prestaties of beter, en dan liefst zonder gezichtsverlies, kunnen uitstappen.

Want van al die kinderen die een groot deel van hun jeugd spenderen in de sportzaal (of op de viool of voor een camera of…) zal uiteindelijk slechts een enkeling het werkelijk redden. Dat weet elke ouder, maar wil-ie dat ook weten?

De Hoofdprijs

Lily

‘Ik ben rolstoelgebonden en heb heel weinig kracht’, vertelt de 23-jarige Lily in de televisiedocu De Hoofdprijs (74 min.). ‘Ik vind dat ik heel veel kan nog. Ik haat het woordje ‘nog’ trouwens. Dat vind ik een verschrikkelijk woord.’ Ze herstelt zichzelf: ‘Ik vind dat ik heel veel kan, maar ik heb ook heel veel hulp nodig.’

Lily heeft Spinale Musculaire Atrofie (SMA), type 2. Langzaam maar zeker levert ze spierkracht in. Totdat haar vitale functies het ooit zullen begeven en onvermijdelijk de dood volgt. Kinderen die type 1 van de progressieve spierziekte hebben, bereiken vaak niet eens de leeftijd van twee jaar. De diagnose SMA betekent in wezen een doodvonnis, zegt de Amerikaanse kinderarts en neuroloog Richard Finkel.

Vanuit de Verenigde Staten komen er echter hoopvolle berichten. Er zou een nieuw wondermedicijn zijn, Spinraza. Als posterboy daarvan introduceert regisseur Jannes van Lenteren, die deze degelijke film maakte in opdracht van het Prinses Beatrix Spierfonds, het Amerikaanse peutertje Cameron. Enkele weken na zijn geboorte werd hij gediagnosticeerd met SMA. ‘Dit was een kind, van wie ik hoopte dat hij in ieder geval twee vingers zou kunnen bewegen’, zegt zijn vader Rob. ‘En nu fietste hij op een driewieler.’

Camerons miraculeuze ontwikkeling wordt via de Facebook-pagina Hope For Cameron met de wereld gedeeld en zorgt natuurlijk ook in Nederland voor vraag naar het nieuwe medicijn. Spinraza moet echter eerst toegelaten worden tot de Nederlandse markt. Bovendien vraagt de Amerikaanse producent Biogen de hoofdprijs voor het ‘wondermiddel’: 750.000 dollar voor het eerste behandeljaar, 375.000 voor elk volgend jaar.

Twee jaar lang volgt Van Lenteren enkele Nederlandse patiënten die Spinraza willen gaan gebruiken. Ze dreigen het slachtoffer te worden van de moeizame onderhandelingen tussen de Nederlandse overheid en de farmaceut. Is de gevraagde prijs een redelijke compensatie voor de ontwikkeling van een levensreddend middel, waarmee bovendien de research voor toekomstige medicijnen kan worden gegarandeerd? Of maakt die prijs vooral duidelijk dat winstmaximalisatie voor de farmaceutische industrie écht belangrijker is dan de volksgezondheid?

Diverse pratende hoofden (artsen, de patiëntenvereniging, een woordvoerder van Biogen, Tweede Kamerleden en minister voor Medische Zorg en Sport Bruno Bruins) doen daarover hun zegje. Intussen blijven patiënten als Lily verstoken van het middel dat hun achteruitgang zou kunnen stoppen. ‘De laatste tijd gaat het echt heel snel’, zegt ze emotioneel. ‘En dat maakt me echt heel bang. Je ziet jezelf moeite krijgen met dingen. Je ziet jezelf dingen niet meer kunnen doen. En het hoeft niet. En dat maakt me zo boos.’ Lily laat een stilte vallen en benadrukt nog eens: ‘Het is niet nodig.’

The Disappearance Of Madeleine McCann

De uitkomst van deze documentaireserie over Madeleine McCann, die in 2007 op driejarige leeftijd verdween tijdens een vakantie in Portugal, staat op voorhand vast: elke aflevering start namelijk met een oproep om je bij de politie te melden als je informatie hebt over het Britse meisje. Hoewel Maddie sinds haar verdwijning op diverse plekken is gespot of zou zijn begraven, is ze twaalf jaar na dato nog altijd spoorloos. Als ze tóch in leven is – wat erg onwaarschijnlijk lijkt – wordt ze in mei overigens zestien.

Waarom, als er geen BREAKING NEWS!!! is te melden, dan toch een televisieserie? Dat vragen Maddies ouders zich waarschijnlijk ook af. Ze weigerden te participeren in The Disappearance Of Madeleine McCann (415 min.), al zijn ze middels archiefmateriaal, en enkele impliciete woordvoerders, wel degelijk prominent aanwezig in de achtdelige serie. Kate en Gerry McCann keerden zich in een persverklaring zelfs tegen deze nieuwe poging om licht in de zaak te brengen. ‘We zien niet hoe dit programma de zoektocht naar Madeleine kan helpen en zijn bang dat dit het lopende politieonderzoek kan hinderen.’

Los van eventuele belemmering van het onderzoek: mag je eigenlijk tegen de wil van de ouders een serie over hun vermiste kind maken? Tegelijkertijd: áls die ouders zelf verantwoordelijk zouden zijn voor Maddies geruchtmakende vermissing – wat nog altijd een mogelijk scenario is, dat ook in deze docuserie van Chris Smith natuurlijk volop aandacht krijgt – dan is het vanzelfsprekend goed dat elke tegel nog eens wordt gelicht. Zie daar het dilemma van deze lang uitgesponnen true crime-productie.

De strijd rond de serie is sowieso exemplarisch voor de onmogelijke relatie van de McCanns met de media: waar de pers kan fungeren als een megafoon voor de zaak en zoektocht naar Madeleine, pompt ze net zo goed complottheorieën en klinkklare nonsens rond. Nog afgezien van de continue plaag die al die opdringerige verslaggevers en cameramensen, ook als er geen nieuws te melden of te verwachten is, al twaalf jaar voor de ouders en hun twee andere kinderen vormen…

The Disappearance Of Madeleine McCann neemt de tijd om chronologisch de gebeurtenissen te schetsen en de verschillende personages (politieagenten, verdachten, journalisten, communicatiemedewerkers, mensenhandelactivisten, privé-detectives en would be-weldoeners) te introduceren. Anthony Summers en Robbyn Swan, auteurs van het boek Looking For Madeleine, fungeren als gids. Zij loodsen de kijker langs een enorme reeks getuigenverklaringen, bewijsmateriaal en theorieën over wat er gebeurd zou kunnen zijn. Theorieën waarvan je op basis van de oproep voor elke aflevering al weet dat ze (weinig tot) niets gaan opleveren.

Zo verdwijnt langzaam maar zeker alle lucht uit deze documentaireserie, die plichtmatig de ene na de andere onderzoekspiste afwerkt, zonder dat een geloofwaardige verklaring of conclusie in zicht komt. Vooral de beschamende behandeling van Madeleines familie door bepaalde media, die bijvoorbeeld ongevraagd dagboekfragmenten van Kate McCann publiceerden, kan de kijker nog enigszins moveren. Die zorgt tegelijkertijd echter voor argwaan: wat doet deze serie, die overigens zeker niet al te vijandig is naar de McCanns, in wezen anders dan de tabloidpers die in deze serie aan de kaak wordt gesteld? Ook deze true crime-reeks probeert immers te scoren met de mysterieuze vermissingszaak van de schattige Maddie.

Home Games

In een betere wereld zou de twintigjarige Alina, bijgenaamd de Oekraïense Maradona, beslist voetbalinternational worden. Ze is overigens ook daadwerkelijk in beeld bij de bondscoach van het vrouwenelftal van Oekraïne. Maar de één of andere onverlaat knoopt steeds weer de veters van haar schoenen, die vaak met naald en draad bijeen worden gehouden, aan elkaar. Haar moeder, om te beginnen. Die schittert al enige tijd door afwezigheid, maar heeft Alina wel opgescheept met de kinderen uit haar tweede relatie.

Alina’s jonge halfzusje Regina en schattige halfbroertje Renat hebben weliswaar een vader, de klaploper Roman, maar die houdt zich vooral bezig met het opstrijken van de kinderbijslag en gaat zich daarna vaak dagen achter elkaar te buiten aan wodka. En als hij zijn roes ligt uit te slapen in hun gezamenlijke flat, mag Alina samen met geliefde Nadya en haar afgeleefde, bijna blinde grootmoeder de opvoeding van de kinderen voor haar rekening nemen. Met nauwelijks een cent te makken en lang niet altijd de gelegenheid om normaal te trainen.

Nee, filmmaakster Alisa Kovalenko, die Alina enkele jaren op de voet volgde met haar camera, schetst geen fraaie wereld. In het aangrijpende Home Games (86 min.) is werkelijk alles grauw, lelijk en aftands. Oostblok-ellende in optima forma. In hun piepkleine appartement, verstopt in één van de desolate woontorens die vol verve troosteloosheid staan uit te stralen in Kiev, slaagt de jonge vrouw er ondanks alles in om haar zus en broer een liefdevolle omgeving te.bieden. Intussen probeert ze – tegen beter weten in, zou je bijna zeggen – haar eigen droom levend te houden.

Kovalenko kijkt in deze klassieke direct cinema-film van heel dichtbij mee als Alina weer eens aan alle kanten moet inschikken of een donderpreek krijgt van haar coach, die in haar wedstrijdbesprekingen stug blijft hameren op de juiste topsportmentaliteit. Die vormt volgens de verbeten vrouw de sleutel naar succes. Als er echter ergens geen gebrek aan is bij haar sterspeelster, dan is het aan doorzettingsvermogen. Ze dreigt alleen te worden vermalen tussen haar eigen ambities en het gewone leven van alledag. De aanblik van hoe ze met één arm op haar rug gebonden toch naar de sterren reikt, stemt tegelijkertijd hoopvol en somber.

Three Identical Strangers

Hij voelde zich de populairste nieuwe leerling ooit. Op de allereerste schooldag op het Sullivan Country Community College werd Bobby Shafran onthaald als een oude bekende. ‘Hee, hoe is het met jou? Hoe was je zomer?’ Andere studenten gaven hem een high five of sloegen hem enthousiast op de schouder. Er waren zelfs meisjes die hem begroetten met een gepassioneerde zoen. ‘Ik ben zo blij dat je terug bent.’ Wel vreemd: iedereen noemde hem Eddy.

Bobby kon er niet over uit. Er moest sprake zijn van een persoonsverwisseling. Zijn nieuwe kamergenoot dacht er het zijne van. Toen hij vaststelde dat die okselfrisse leerling écht geen Eddy heette, had hij maar één vraag: ‘ben jij misschien geadopteerd?’ Nadat Bobby bevestigend had geantwoord en hij bovendien bleek te zijn geboren op 12 juli 1961, was er maar één conclusie mogelijk: de krullenbol had een tweelingbroer. De nieuwbakken kamergenoten snelden naar een telefooncel en besloten om de echte Eddy maar eens te bellen.

Het verhaal van de 19-jarige tweelingbroers Bobby en Eddy sprak natuurlijk tot de verbeelding. Plaatselijke media smulden ervan. Dat verhaal zou echter nóg mooier worden. Want via een artikel in The New York Post belandde het bij een derde geadopteerde 19-jarige jongen, ene David Kellman. Ook hij was geboren op 12 juli. Niet veel later was de mediagenieke drieling het snoepje van de week in de Amerikaanse media. Geen talkshow of spelprogramma, of Bobby, Eddy en David waren er te gast. Elkaars zinnen aanvullend. En in dezelfde kleding, natuurlijk.

De wonderlijke ontmoeting tussen de drie ogenschijnlijk identieke jongens in 1981 vormt het startpunt van deze gewéldige film van Tim Wardle. Want meer dan een startpunt is het ook niet, het moment waarop drie afzonderlijke levens ogenschijnlijk toevallig samenkomen. Deze documentaire is echt wat ze een ‘gift that keeps on giving’ noemen. Steeds als de film uitzoomt, wordt er een nieuwe verhaallaag zichtbaar. Alsof je via een valluik steeds dieper in de geschiedenis van Bobby, David, Eddy en hun lotgenoten dondert.

Three Identical Strangers (96 min.) is geconstrueerd als een ingenieuze real life-thriller, waarbij Wardle als een rechtgeaarde erfgenaam van Hitchcock zeer gewiekst spanning opbouwt en steeds hints geeft over wat er nog gaat komen, die na verloop van tijd allemaal op hun plek vallen. Intussen stelt hij ook wezenlijke levensvragen. Over wie we zijn en waarom we zijn wie we zijn. Het resultaat is een documentaire die je voortdurend op het puntje van je stoel houdt en intussen ook doet nadenken over het bestaan. En, als je het mij vraagt, één van de absolute hoogtepunten van het filmjaar 2018.

The Bastard

 

‘Ik moet eerlijk zijn: dat was niet zo netjes.’ Joop Hoek maakt er halfhartige aanhalingstekens bij in de lucht. Goedgeluimd vertelt hij over zijn vertrek uit Ethiopië. Na enkele jaren werken bij een suikerfabriek van HVA besloot hij om thuis in Nederland te gaan studeren. Maar, zo beloofde hij zijn plaatselijke geliefde tegen beter weten in: ik kom terug. Hij liet haar achter met hun driejarige kind.

Enkele decennia later krijgt Joops zoon Michiel in het Friese dorp Oudemirdum een telefoontje van het Rode Kruis. Of hij ooit van een halfbroer in Ethiopië heeft gehoord? De man, ene Daniel, zit in de gevangenis van Addis Abeba en wil in contact komen met zijn Nederlandse familie. Michiel reist af naar Ethiopië en heeft daar een emotionele eerste ontmoeting met zijn halfbroer. Daniel Hoek heeft nog wel een verrassing voor hem in petto: hij zit in de cel vanwege moord.

Met de kennismaking tussen de twee bloedbroeders als startpunt construeert regisseur Floris-Jan van Luyn een virtuoze vertelling over familiesystemen en hoe meerdere generaties daarin de weg kwijt kunnen raken. Daniel is ergens onderweg verdwaald tussen twee werelden, de armoedige aardse van zijn moeder, waarin hij volledig ontspoorde, en de imaginaire van zijn Europese vader, waarover hij fabuleuze fantasieën koesterde. Met papa Hoek is het alleen niet al te veel beter gesteld.

Het blijft in The Bastard (84 min.) knarsen en schuren tussen het miskende kind, dat in Afrika helemaal op drift is geraakt, en zijn achteloze vader, die zwarte mensen eigenlijk sowieso wantrouwt en vindt dat Nederlanders hun DNA moeten behouden en niet zomaar moeten ‘opmengen’. Gaandeweg, in hun parallel vertelde levensgeschiedenissen, blijken de twee totaal verschillende mannen echter meer gemeen te hebben dan wie dan ook had kunnen bedenken.

Van Luyn speelt intussen ingenieus met het op- en uitbouwen van de voornaamste karakters en de sympathie van de kijker, die steeds op het verkeerde been wordt gezet. The Bastard, winnaar van een Gouden Vlinder op het Movies That Matter-festival en genomineerd voor een Gouden Kalf, is daardoor een ronduit fascinerende film die afwisselend streelt, schuurt en ontroert en de kijker na bijna anderhalf uur, in de woorden van de broer van de bastaard, helemaal ‘flabbergasted’ achterlaat.

Zonder twijfel: één van de beste documentaires van dit jaar. Zo niet de allerbeste…

The Bastard vindt zijn oorsprong in twee journalistieke verhalen van Dick Wittenberg in NRC, Bloedbroeders uit 2007 en Een Echte Nederlander uit 2008.

Daniël Hoek schreef zelf bovendien een boek over zijn leven, De Vergeten Nederlanders.

Toen Ma Naar Mars Vertrok

Ze hebben allebei hun geboorteland achter zich gelaten, maar verder hebben moeder en dochter El-Fassi weinig met elkaar gemeen. Moeder Noha kwam ooit vanuit Marokko naar Nederland om zich bij haar man Ali te voegen. In Zeeland werd ze huisvrouw en moeder. Haar dochter Zoulikha is voor haar werk naar Hongkong vertrokken en voelt zich daar nu, zonder man of kinderen, vrijer dan ooit.

Als vader El-Fassi zijn dochter gaat opzoeken, blijft moeder gewoon thuis in Oost-Souburg. Voor hun zoon Abdelkarim is dat een prima gelegenheid om het huwelijk van zijn ouders door te lichten. In Hongkong gaan zijn vader en zus met elkaar in gesprek. Intussen bevraagt Abdelkarim zelf zijn moeder, die zich nooit helemaal thuis heeft gevoeld in Nederland. Intussen wil ze er echter niet meer weg.

Toen Ma Naar Mars Vertrok (47 min.) is de tweede egodocumentaire van Abdelkarim El-Fassi. Eerder reisde hij al met zijn vader naar het Marokkaanse Rifgebergte voor de documentaire Mijn Vader, De Expat. Papa El-Fassi is nu opnieuw veel in beeld. De camera van zijn zoon houdt van hem, zogezegd. Moeder daarentegen blijft vrijwel de gehele film anoniem. Zoals ze vast haar leven ook leidt; dienend, in de schaduw van haar man en gezin.

De vormkeuze om moeder nooit echt herkenbaar in beeld te brengen pakt goed uit. Verder voelt deze documentaire echter enigszins gekunsteld. Het camerawerk (met veel droneshots van bovenaf) is fraai, de muziek treffend en de montage gelikt, maar de gesprekjes tussen ouder en kind ogen wat opgeprikt. Je ziet aan alles dat er zorg is besteed aan de setting en cameravoering. En zodra het rode lampje van de camera’s gaat branden, doen de gesprekspartners inderdaad hun kunstje.

Van spontaniteit is slechts beperkt sprake. Daarbij wreekt zich ook een beetje dat het verhaal van Ali en Noha El-Fassi weinig echt drama bevat. Sommige gesprekjes ontstijgen het keukentafelniveau niet. Maar wellicht was dat precies de bedoeling en staan de beide echtelieden simpelweg model voor een generatie Marokkaanse stellen, die zich binnen een geheel andere cultuur opnieuw hebben moeten wortelen.

Niet Meer Zonder Jou

nietmeerzonderjouhumanhome

 

Eerst was er de theatervoorstelling Niet Meer Zonder Jou, die de Turks-Nederlandse actrice en schrijfster Nazmiye Oral en haar traditionele, diepgelovige moeder Havva samen in heel Nederland en ver daarbuiten speelden. Nu is er als bijsluiter en afsluiting deze korte documentaire van Mijke de Jong.

‘We hebben in buurthuizen gestaan en theaters, van Amsterdam tot aan New York’, vertelt Nazmiye Oral bij aanvang. ‘Mijn streng gelovige moeder stond weliswaar op het podium, maar wilde niet dat haar familie zou weten waar ze allemaal mee bezig was.’ Overal wilde ma Oral spelen, behalve in haar woonplaats Hengelo.

En dat is natuurlijk het decor van deze film: Hengelo. De flat waar het allemaal begon en waar de hele familie zich nu heeft verzameld, om precies te zijn. Moeder Oral had maar één voorwaarde: Nazmiyes broer Mehmet, die in Turkije woont, moest toestemming geven. Uiteindelijk heeft ook hij plaatsgenomen in het ouderlijk huis voor wat een verhitte voorstelling zal worden.

Niet Meer Zonder Jou (38 min.) is een soort hybride van docu en theater geworden, waarbij regisseur De Jong het (gedramatiseerde) tweegesprek tussen Nazmiye en haar moeder in de flat en een registratie van de reguliere theatervoorstelling afwisselt met de reacties die deze oproept bij de familieleden van de twee vrouwen.

 

 

A Dangerous Son

 

Ethan is tien, soms ronduit onhandelbaar en af en toe zelfs bijzonder agressief. Dat zorgt voor hachelijke situaties. Als hij op de snelweg bijvoorbeeld ineens woedend aan het haar van zijn moeder gaat hangen. Stacy weet de auto ternauwernood op de weg te houden. Haar zoon is geen rotjoch. Hij heeft een psychiatrische stoornis. Echte hulp blijft echter uit. Totdat het straks helemaal fout gaat. Moet ze daarop gaan zitten wachten?

De verwijten zijn dan gemakkelijk te voorspellen; het moet aan zijn opvoeding liggen. Zoals Nancy Lanza te horen kreeg. Haar zoon Adam schoot twintig kinderen en zes medewerkers dood op een basisschool in Newtown. En dus moest zij wel een hele slechte moeder zijn. Ze kon zich toen overigens niet meer verdedigen; ook Nancy werd geslachtofferd op die fatale veertiende december in 2012.

Voor Liza Long vormde de verpletterende school shooting op de Sandy Hook-basisschool de aanleiding om haar gevoelens te vervatten in een opiniestuk, dat direct viral ging: ‘I am Adam Lanza’s mother’. Ze schreef daarna het boek The Price Of Silence: A Mom’s Perspective On Mental Illness en fungeert nu als één van de duiders in de documentaire A Dangerous Son (85 min.), waarin enkele ouders en hun getormenteerde kinderen worden geportretteerd.

Deze schrijnende film van regisseur Liz Garbus, van wie over enkele weken een documentaireserie over de journalistieke strijd van The New York Times met president Trump (The Fourth Estate) wordt uitgezonden op NPO2, vraagt aandacht voor de gebrekkige ondersteuning van jongeren met een psychiatrische stoornis. In de afgelopen decennia is de zorg voor zulke kwetsbare mensen grondig uitgekleed. Niet alleen in Amerika overigens.

Garbus laat genadeloos zien wat dat in de praktijk betekent: kinderen die worden geteisterd door een autismespectrumstoornis, schizofrenie of een bipolaire stoornis, moeten er samen met hun steeds wanhopigere ouders op de een of andere manier voor zien te zorgen dat de situatie niet helemaal uit de hand loopt. Totdat ze eindelijk van die wachtlijst af mogen en (tijdelijk) kunnen worden opgevangen.

Gespannen en steeds moedelozer proberen de ouders zich staande te houden en zichzelf en hun kinderen (tegen zichzelf) te beschermen. A Dangerous Son maakt hun onmacht tastbaar en houdt meteen een pleidooi voor betere psychiatrische zorg. Of zoals Liza Long het kernachtig verwoordt: treatment before tragedy.

After Inez / Losing Layla

 

In 2001 maakte de Australische documentaire Losing Layla (52 min.), die hier is te bekijken, emotionele reacties los. Met een videodagboek documenteerden de bijna veertigjarige Vanessa Gorman en haar vriend Michael enthousiast haar eerste zwangerschap. Wat een vreugdevolle viering van nieuw leven had moeten worden, werd echter een gigantisch persoonlijk drama: hun dochtertje overleefde de bevalling niet.

Intussen bleef een vriendin ‘gewoon’ filmen: de plotselinge paniek, het navolgende drama en de golven van immens verdriet die daarna maar bleven komen. Niets ontsnapte aan het oog van de camera. En alles belandde uiteindelijk ook gewoon in de film, die bijna te intiem en pijnlijk werd om te zien. Moesten deze beelden werkelijk worden gedeeld met de buitenwereld? vroeg menigeen zich af. En zo ja, wat moesten willekeurige kijkers er dan mee?

Waar Losing Layla eindigde, begint de documentaire After Inez (53 min) van Karin Ekberg: Denize en Filip koesteren hun zojuist gestorven kind, brengen het ten grave en proberen daarna samen de weg naar het normale leven terug te vinden. De toonzetting is ook geheel anders. Deze Zweedse film is veel minder in your face, minder soapy zou je ook kunnen zeggen. Zoals het stel zelf soms ook wat secundair reageert.

Kalm en sober registreert Ekberg het emotionele proces dat het jonge koppel doormaakt; de bezoekjes aan het grafje voor de kleine Inez, de gesprekssessies met lotgenoten en de onvermijdelijke pogingen om opnieuw zwanger te worden. After Inez brengt zo’n beetje het grootste verdriet dat een mens moet dragen in beeld, maar dat gaat slechts beperkt gepaard met zichtbare emoties. Daardoor is de film minder instant invoelbaar dan Losing Layla, dat nietsontziend op je vader/moederhart trapt.

Deze Zweedse tegenhanger, die in eigen land een Tempo Documentary Award won en is verrijkt met muziek van de Noorse singer-songwriter Ane Brun, had soms nét iets dichter bij de getroffen ouders mogen komen. Zonder dat het plat of opdringerig wordt de tragedie die in hen huist, het verliezen van een kind dat je nauwelijks hebt gekend, in beeld brengen én invoelbaar maken. Nu moet je als kijker regelmatig tussen de regels door lezen. Wat je op die manier aantreft, gaat soms overigens nog steeds door merg en been.

Vanessa Gorman maakte na Losing Layla nog een persoonlijke film over haar pogingen om moeder te worden: Regarding Raphael, een documentaire die ik zelf nooit heb gezien en die online ook niet te vinden lijkt te zijn.

Losing Layla is hier te bekijken.

The Other F Word

 

Met dat ene F-woord hadden ze nooit al te veel moeite. Fuck the world. The Police. Of gewoon: You! Arrogante smoel opzetten, middelvinger erbij en klaar was kees. Dat andere F-woord kost de ouder wordende punkers in deze kostelijke documentaire aanmerkelijk meer kruim: father.

The Other F Word (99 min.) uit 2011 is een film die de groeipijnen in beeld brengt van eeuwige pubers, die ondanks zichzelf hebben gekozen voor het vaderschap. ‘You can do any fucked up thing you want to and say “I’m punk”’, zegt Fat Mike, de zanger van de Amerikaanse pretpunkband NOFX, over zijn jonge jaren. Nu maakt hij ‘s ochtends – in een badjas met zebraprint, dat wel – een ontbijt voor zijn dochtertje. Hij moet haar nog wel een keer uitleggen wat die twee SM-meesteressen op zijn linkerbovenarm betekenen.

Hoe zijn we van rebelleren tegen onze eigen ouders in Godsnaam zelf in de ouderrol terecht gekomen? vraagt Pennywise-zanger Jim Lindberg, de hoofdpersoon van deze film van Andrea Blaugrund Nevins, zich in een contemplatieve bui af. Na twintig jaar trouwe dienst overweegt hij om de band, en het bijbehorende bestaan ‘on the road’, te verlaten ten faveure van zijn gezin en een reguliere baan. Daarmee moet hij tevens afstand nemen van de gemeenschap waarin hij als misfit opgroeide en zijn oude strijdmakkers in de steek laten. Met een eventueel vertrek draait Lindberg ook hun punkrockdroom de nek om, zo realiseert hij zich.

Binnen de punkscene is het lastig volwassen worden, ook omdat een groot deel van de mensen om je heen dat ten enenmale weigert én omdat dit natuurlijk ook niet past bij het imago van een obstinate punker. Treffend is in dat verband een scène met Red Hot Chili Peppers-bassist Flea en zijn tienerdochter. Nadat ze samen een stukje op de piano hebben gespeeld, is het vader die zijn middelvinger meent te moeten opsteken naar de camera. Zijn dochter staat er, licht gegeneerd, bij te lachen. Hoe kun je je tegen zo’n ouder afzetten?

Als de relatie ouder-kind, en de rolverwarring die daarmee gepaard kan gaan bij deze mannen, ter sprake wordt gebracht, komt The Other F Word tot de kern: veel van de geportretteerde punkers onderhouden nog altijd een bijzondere moeizame relatie met hun eigen ouders. De boosheid daarover moest – en kwam – eruit via furieuze muziek. Als ze nu worden bevraagd over hun getroebleerde jeugd blijken onverwoestbare iconen als Flea, Rancid-brulboei Lars Frederiksen en Art Alexakis (Everclear) ineens heel kwetsbare jongetjes. Met felkleurd haar, ‘fuck authority’ T-shirts en een overdaad aan tatoeages, dat wel.

Over dat andere F-woord, Fuck, werd in 2005 trouwens ook al een documentaire gemaakt. Op het web is echter nauwelijks meer iets te vinden over het (als ik ’t me goed herinner) vermakelijke F*ck.

De Keuze Van Mijn Vader

 

Als dit stuk door Gordon zou zijn geschreven, volgden er nu eerst grappen over nummertje 39, sambal bij en witte lijst voordat de film zelf zou worden besproken (waarna het al snel weer over Gordon zou gaan). Die zal ik eenieder besparen. Deze documentaire is ook geen poging om het leven achter het doorgeefluikje van een Chinees restaurant in beeld te brengen. Die film, die ik zelf overigens nog niet heb gezien, maakte Yan Ting Yuen al in 2001. Ze won er zelfs bijna een Gouden Kalf mee.

In de egodocu De Keuze Van Mijn Vader (54 min.) traceert Yuen het leven van haar ouders vóórdat ze vanuit China via Hongkong naar Nederland, Maastricht om precies te zijn, vertrokken om daar een restaurant te beginnen. Zelf werd ze in 1967 geboren in Hongkong, de voormalige Britse kolonie waar haar vader en moeder tegenwoordig weer wonen. Want Nederland werd nooit hun definitieve thuis.

Hun ‘Hollandse’ dochter vraagt zich intussen af waarom ze überhaupt ooit hiernaartoe zijn gekomen. Was het de dreiging van Mao’s culturele revolutie? Niet echt, als we haar vader Chak Man Yuen mogen geloven. Maar welke zwaarwegende redenen er dan wel ten grondslag lagen aan het besluit dat het lot van het gehele gezin veranderde wordt in deze film, die zich langzaam ontvouwt en waarbij emoties vaak onder de waterlijn blijven, ook niet helemaal duidelijk.

De maakster, die in de ogen van haar Chinese familie wel aanzien maar geen rooie rotcent verdient met haar creatieve werk, krijgt er maar geen vat op. ‘Mijn westerse blik brengt me nergens in hun wereld’, verzucht Yan Ting Yuen op driekwart van de film, als haar ernstig zieke vader haar stilaan definitief begint te ontglippen. Tot het bittere einde blijft hij de gesloten, plichtsgetrouwe man die hij altijd al was.

In die zin blijft hij dus ook voldoen aan het clichébeeld dat de Gordons van deze wereld hebben van Chinezen; ze leveren in stilte hun noeste arbeid, maar laten zich nooit in hun ziel kijken. Yan Tings neef Kueng, die het familierestaurant mocht overnemen en Chakt Man Yuen als zijn eigen vader beschouwt, verwoordt ‘t treffend  in een opvallend emotioneel interview: ‘Ik hou heel erg veel van hem, maar dat zou ik hem nooit ronduit zeggen.’ En zo houden ze elkaar in deze film, liefdevol, gevangen.

Motherland

 

Aan de naamkeuze zijn soms heuse brainstormsessies vooraf gegaan, de inrichting van de kinderkamer heeft waarschijnlijk tot menige echtelijke crisis geleid en het geboortekaartje moet getuigen van evenveel levenswijsheid als goede smaak. In Nederland kan het krijgen van een kind uitgroeien tot een zogenaamd ‘life changing event’, waarbij liefst niets aan het toeval wordt overgelaten.

Niet op de Filipijnen. Daar worden kinderen gewoon geboren. Punt. Amechtig kermend komen ze ter wereld, net als bij ons. Maar dat is dan ook vrijwel de enige gelijkenis. Het Dr. Jose Farella Memorial Hospital heeft geen goed geoutilleerde verloskamers, waarin privacy en comfort optimaal zijn gegarandeerd. Moeder en kind leren met elkaar leven op een enorme, zwaar overbevolkte kraamzaal. Het is zelfs maar de vraag of er voor iedereen een eigen bed is.

Aan geboorteplanning doen ze ook nauwelijks in de straatarme sloppenwijken van Manilla, zo blijkt uit deze trefzekere documentaire, die dit jaar op het Sundance Film Festival werd bekroond met de World Cinema Documentary Special Jury Award. Op de afdeling verloskunde worden dagelijks zo’n honderd kinderen geboren. En daar zijn ze op geen enkele manier op berekend. Net als de prille ouders overigens, die het ook maar lijkt te overkomen.

Motherland (94 min.) is desondanks geen sombere film. Regisseur Ramona S. Diaz heeft oog voor de humor binnen ‘De Baby Fabriek’ en laat ook de kameraadschap tussen de (veelal letterlijk) jonge moeders en vaders zien. Bijvoorbeeld als één van de vrouwen haar kind kwijt is en te midden van al die andere baby’s op zoek moet. Binnen deze opmerkelijke omgeving voltrekt zich intussen, met de regelmaat van de klok, het wonder van nieuw leven. Als de normaalste zaak van de wereld.

Alicia

 

Ze gaat haar hondje van de hand doen via Marktplaats, vertelt Alicia’s moeder. Het is een keilief beestje hoor, maar het heeft een slechte start gemaakt en daar heeft zij het geduld niet voor. Alicia, na haar geboorte uit huis geplaatst, staat erbij. Het negenjarige meisje is een dagje thuis om haar verjaardag te vieren en gaat later weer gewoon terug naar het kindertehuis.

In de aangrijpende fly on the wall-documentaire Alicia (90 min.) volgt Maasja Ooms gedurende drie jaar het verweesde negenjarige kind dat op haar vijfde, na de dood van haar pleegvader bij wie ze enkele jaren heeft gewoond, in een kindertehuis is beland. In de Maashorst in het Brabantse Reek lijkt ze wel op haar plek. ‘Niemand vindt mij lief’, staat er niettemin te lezen in de rapportage van het tehuis. ‘Ik kan er net zo goed niet zijn.’

Gaandeweg gaat het steeds minder goed met de stevig puberende Alicia, die niet meer blijkt te handhaven in Reek en daarna een rondgang door de Nederlandse jeugdzorg moet maken. Intussen probeert ze de relatie met haar moeder, die ook weer haar eigen verhaal blijkt te hebben, in stand te houden. Als kijker zie je het met een kolossale steen in je maag aan. Zijn kwetsbare meisjes zoals Alicia dan nergens op hun plek?

Alicia is zo’n film die je heimelijk blijft achtervolgen en op onverwachte momenten plotseling toeslaat. Als je willekeurige tienermeisjes ziet, als je leest over het belang van hechting in de jongste jeugdjaren of als je, gewoon, heel gewoon, even naar je eigen kinderen kijkt.

Rio Ferdinand: Being Mum And Dad

 

Zoals het een (voormalige) topvoetballer betaamt, heeft hij van zijn naam een soort merk gemaakt. Rio Ferdinand, de onverstoorbare verdediger van Manchester United die 81 interlands speelde voor Engeland en met zijn club zes keer landskampioen werd en één keer de Champions League won. Het type man dat niet mag huilen, zou je zeggen.

In de rechttoe rechtaan documentaire Rio Ferdinand: Being Mum And Dad (56 min.) zien we de mens achter het voetbalicoon. Een bijna-veertiger, die verder probeert te gaan nadat zijn vrouw Rebecca in 2015 is bezweken aan de gruwelijke ziekte met de K. Ineens moet Ferdinand, in zijn eigen woorden, zowel mama als papa zijn voor z’n drie opgroeiende kinderen.

Het is ongelofelijk dapper zoals hij dat proces van rouwverwerking voor de camera aangaat. De gewezen topsporter laat zich in therapiesessies en gesprekken met lotgenoten van zijn kwetsbaarste kant zien. Getuige deze aangrijpende film wil Rio Ferdinand het type man zijn dat wel degelijk zijn emoties mag laten zien. Zelfs in het openbaar.

Afgelopen week maakte Ferdinand bekend dat die K-ziekte opnieuw een slachtoffer heeft gemaakt in zijn familie: Rio’s moeder Janice overleed op 58-jarige leeftijd.

Vegas Baby

 

Maak een leuke video, zorg ervoor dat jij de meeste stemmen krijgt en win een gratis, gratisss, IVF-behandeling. Het idee waarmee Vegas Baby(77 min.) aan de man wordt gebracht – en ik ben in de vorige zin en de start van deze nieuwsbrief natuurlijk geen haar beter – doet de film eigenlijk geen recht.

Die wedstrijd, uitgeschreven door een privékliniek uit Las Vegas die onvervulde kinderwensen toch in vervulling probeert te laten gaan, is niet meer dan een startpunt om drie persoonlijke verhalen te vertellen. Van twee stellen en een alleenstaande vrouw die niets liever willen dan een kind.

Regisseur Amanda Micheli zoomt zo in op het grote, veelal in stilte gedragen verdriet dat ongewenste kinderloosheid kan worden. Van een liefdesdaad, gericht op het doorgeven van het leven, verwordt het verwekken van een kind tot een zenuwslopend medisch traject, waarbij ook de doktoren zijn overgeleverd aan zoiets stoms als toeval.

In de kantlijn stipt Micheli in deze aangrijpende documentaire nog een bijkomend onrecht aan: behandelingen tegen onvruchtbaarheid worden niet of nauwelijks vergoed, zodat de diepte van iemands zakken uiteindelijk bepaalt hoeveel kans hij of zij werkelijk heeft op nageslacht.

Life, Animated

Hij publiceerde diverse boeken, schreef voor The New York Times, Esquire en The Wall Street Journal en won met dat werk een felbegeerde Pulitzer Prize. Ron Süskind bekommerde zich altijd om grote maatschappelijke thema’s, zoals de war on terror of de financiële crisis.

En toen was er in 2014 ineens dat ontroerende stuk in The New York Times over zijn autistische zoon Owen, dat inmiddels is uitgemond in een boek en documentaire met dezelfde titel: Life, Animated. Over hoe Owen leerde communiceren via Disney-films (en achter de veelgeprezen journalist ‘gewoon’ een liefdevolle vader bleek schuil te gaan).

Vergelijk ’t met sportjournalist Willem Vissers, die sinds enkele maanden warm en nuchter over zijn verstandelijk gehandicapte zoon Samuel schrijft in De Volkskrant. Het bijbehorende boek is al aangekondigd, wellicht volgt ook daarvan nog eens een documentaire.

Het aangrijpende, voor een Oscar genomineerde Life Animated (92 min.) van regisseur Roger Ross Williams documenteert de pogingen van Ron Süskind en zijn vrouw om contact te krijgen met hun kind, dat gaandeweg zijn eigen plek in de grote boze buitenwereld vindt.