Oorlogskinderen

WNL

Een vingerhoedje spuug zet hen hopelijk op het spoor naar hun oorsprong. Want wie hun vader was – een Duitse soldaat of toch een bevrijder uit de Verenigde Staten, Frankrijk of Canada – dat is altijd ongewis gebleven. Adri, Marcel, Ans en Trudy zijn de zeventig inmiddels ruimschoots gepasseerd, maar zijn toch altijd Oorlogskinderen (53 min.) gebleven.

Gedefinieerd door de Tweede Wereldoorlog of het einde daarvan, de uitbundig gevierde Bevrijding. Al was dat niet altijd direct duidelijk. Voor henzelf, tenminste. Soms leek iedereen er al vanaf te weten. Iedereen, behalve zij, het product van dat ene moment van geluk of opwinding, nu alweer zo lang geleden. En dus geven ze hun erfelijk materiaal aan een heuse DNA-detective, Els Leijs uit Bussum. Via stamboomonderzoek probeert zij hun familieleden te achterhalen – en de man die hen op de wereld zette en er, soms ongewild, ook weer achterliet.

De filmmakers Eric van den Berg en Bram Endedijk doorsnijden de pogingen van de oorlogskinderen om klaarheid te krijgen over hun wortels met ingesproken getuigenissen van buitenlandse militairen, Duitse soldaten en vaderlandse meisjes over hun ervaringen tijdens de oorlog. Zo wordt het bezette Nederland, het zwart-witte decor van hun conceptie, overtuigend tot leven gewekt. De nadruk ligt echter op de persoonlijke verhalen en zoektocht van de verweesde volwassenen, die stuk voor stuk tot de verbeelding spreken.

In het geval van Adri Goedegebuure uit Middelburg, verwekt rond de Bevrijding van Walcheren, leidt het spoor bijvoorbeeld naar Frankrijk, waar directe familie wacht. Andere participanten zijn minder fortuinlijk. Hun verhalen komen mede daardoor ook wat minder uit de verf. Wat al die lotgevallen van Oorlogskinderen, stijlvol verfilmd en begeleid door gedragen vioolmuziek, echter nog eens heel duidelijk onderstrepen, is hoe belangrijk bloedbanden zijn, ook als je ‘een kind van die rotmoffen’ bent. Want familie, juist omdat je die niet zelf kunt uitkiezen, definieert toch wie je bent.

Liesbeth List – Heb Me Lief

https://www.deborahvandam.nl/projects/liesbeth-list-heb-me-lief

‘Onopgemaakt ben ik Elly Driessen’, zegt de zangeres, terwijl ze zich in de openingsscène van deze documentaire zorgvuldig opmaakt. ‘En met make-up is ’t het Liesbeth List-gezicht.’ Haar karakteristieke zangstem weerklinkt. ‘Als een boom die is ontworteld. Door de adem van de tijd losgerukt uit de grond onder mijn voeten ben ik herbeplant op onbekend terrein.’ Waarna de titel van de film uit 2006 in beeld verschijnt: Liesbeth List – Heb Me Lief (52 min.).

‘Het ontbreekt me eigenlijk aan niets’, zingt ze vervolgens, op het podium van alweer een theater. ‘Maar toch: ik hoor niet hier.’ Het is geen toeval dat filmmaakster Deborah van Dam haar portret van List juist met dit lied start. Het refereert aan het centrale drama uit haar leven: de zangeres bracht haar jongste jaren door in een jappenkamp in Nederlands Indië. Na de dood van haar moeder werd ze op zevenjarige leeftijd door haar vader achtergelaten bij Jaap List, de vuurtorenwachter van Vlieland. Elly Driessen werd Liesbeth List.

En die kreeg, als geen ander, van doen met Ramses. Altijd weer Ramses (in wiens docu Ramses: Où Est Mon Prince ze ook prominent aanwezig was). De weergaloze chansonnier, flamboyante mediapersoonlijkheid en onverbeterlijke drinkebroer. Ramses Shaffy, de (onbeantwoorde) liefde van Lists leven. Deze film bevat een fijne scène waarin ze met Ramses, inmiddels een breekbare oude man, een prachtige nieuwe versie van diens klassieker Laat Me opneemt met Alderliefste. De oude magie herleeft. Voor haar theatervoorstelling Dichterbij Liesbeth werkt de grand old lady daarnaast vanzelfsprekend samen met Beau van Erven Dorens, Bastiaan Ragas en wijlen Antonie Kamerling.

Intussen herontdekt Liesbeth List in deze film, allereerst met frisse tegenzin, haar eigen verleden als Elly Driessen. Waarbij het afgewezen kind altijd zichtbaar blijft in de volgroeide vrouw, die zich hier van haar kwetsbaarste kant toont. Als halfzus van een ander kind van haar vader, maar ook als moeder van haar eigen dochter Elisah. Gevoelens die perfect zijn vervat in een tekst die Freek de Jonge voor haar schreef: ‘En nu ben ik moeder. Moeder dan mijn moeder. Meer moeder dan mijn moeder. Ooit heeft kunnen zijn.’ Daarmee bewijst List/Driessen haar moeder Corrie, die ze eigenlijk nooit heeft leren kennen, op passende wijze eer.

En als apotheose voor dit portret, dat de essentie van de vrouw blootlegt, leeft de zangeres zich uit in een gedragen interpretatie van Frank Boeijens De Verzoening, met de sleutelwoorden die ook haar eigen leven lijken te domineren: Heb Me Lief.

De documentaire Liesbeth List – Heb Me Lief is hier te bekijken.

Farewell Paradise

Persicoop Film

De mise-en-scène spreekt boekdelen. Een stemmige interviewsetting met twee stoelen. Links neemt een oudere man plaats in een gemakkelijke zwarte stoel: vader Ueli. Rechts op een witte fauteuil gaat vervolgens een dame op leeftijd zitten: moeder Dorine. Ze worden gescheiden door een veelzeggende zwarte streep. Van ver klinkt kindergezang, ondersteund door idyllische beelden van een gezin aan het strand, met vier dochters in matchende rode badkleding. Waarna de titel van de film in beeld verschijnt: Farewell Paradise (96 min.).

Filmmaakster Sonja Wyss legt aan haar ouders uit wat ze van plan is: ze wil hun kant van het verhaal horen over hun gezamenlijke verleden. Dat begint met een zwart-wit foto: van hun vertrek uit de Bahama’s. Niet veel later nemen ook haar drie oudere zussen in hetzelfde decor plaats. Eerst Kathrin, dan Chriggi en tenslotte Bettina. Gezamenlijk ontleden ze hun roerige familiegeschiedenis, die hen aan het eind van de jaren zestig van een tropisch eiland naar het koude Zwitserland leidt en die ieder van hen voor de rest van hun bestaan met zich zal meedragen.

Sonja Wyss spaart haar familieleden niet in deze persoonlijke interviewfilm, waarin enkele goed getimede intermezzo’s de openhartige ontboezemingen van de talking heads zo nu en dan kleur geven. Zo pleegt ze vivisectie op een huwelijk, kindertijd en familiesysteem, waarbinnen mensen zichzelf en elkaar zowel kunnen kwijtraken als (weer) terugvinden. Daarmee zegt Wyss iets over haar eigen gezin, maar benadert ze ook het wezen van elke familie.

Verstoten Vaders

BNNVARA

Met een verrekijker staat een man van middelbare leeftijd in het schemerdonker vanuit de bosjes naar een hockeytraining te kijken. Daar, ergens in de verte, schijnt zijn tienerzoon te spelen. Gerard heeft hem al enkele jaren niet gezien. ‘Ik vraag me af wat je aan het doen bent, wat je voelt en waar je bent’, schrijft hij in een open brief aan zijn kind. ‘Nieuwe dingen die je vandaag geleerd hebt op school en hoe je hebt geslapen. Ik zie je al zo lang niet meer.’

De zoon van Gerard behoort tot de 16.000 kinderen die jaarlijks na een (v)echtscheiding het contact met één van hun ouders verliezen. In de tv-documentaire Verstoten Vaders (51 min.) portretteert Elena Lindemans nog twee mannen, zelf overigens ook opgegroeid zonder vader, die het contact met hun kroost hebben moeten staken. Die kinderen, onderwerp van evenveel verhalen als conflicten, blijven buiten beeld. Op de onvermijdelijke foto’s met hun vaders zijn ze onherkenbaar gemaakt.

De huizen van de mannen herbergen nog talloze sporen van het bestaan dat ze ooit met hun kinderen leidden of zouden willen leiden: verweesd speelgoed of juist nieuw aangeschafte spullen, teneinde straks weer in de smaak te vallen. Intussen zijn er verwijten gekomen en beschuldigingen, waarbij je als man vaak schuldig lijkt totdat het tegendeel is bewezen. En dan meldt zich natuurlijk een arbiter, jeugdzorg, die onvermijdelijk ook partij wordt in de schermutselingen.

Met lange, indringende shots brengt Lindemans het speelveld In kaart van deze ‘dwaze vaders’, die verder zonder weerwoord hun kant van het verhaal mogen doen. De lezing van hun voormalige partners laat ze voor een andere gelegenheid. Het is nochtans een somber beeld dat spreekt uit deze stemmige film: van mensen die ooit geliefden waren en daarna het vermogen zijn kwijtgeraakt om op een normale manier met elkaar te communiceren. Met hun bloedeigen zoons en dochters als kind van de rekening.

Babies

Netflix

In de documentaire Babies uit 2010 volgde de Franse documentairemaker Thomas Balmès vier pasgeborenen en hun verwanten gedurende hun eerste levensjaar. De kinderen waren afkomstig uit zeer uiteenlopende landen en culturen (Verenigde Staten, Mongolië, Namibië en Japan) en schetsten gezamenlijk een veelkleurig beeld van de rituelen en gebruiken waarmee nieuwe wereldbewoners worden verwelkomd.

De gelijknamige documentaireserie Babies (301 min.) borduurt tien jaar later voort op hetzelfde thema en voorziet de verhalen van vijftien gezinnen uit alle windstreken van een wetenschappelijke context. Vragen als: Wat zit er nu werkelijk in moedermelk en wat betekent dit voor de ontwikkeling van een kind? Hoe leren baby’s communiceren met hun omgeving of konden ze dat altijd al? En hoe belangrijk is goede nachtrust voor de ontwikkeling van het kinderbrein?

De zes afleveringen zijn thematisch gegroepeerd en bieden stuk voor stuk interessante inzichten, die voor lichte verbazing of juist een Aha-erlebnis zullen zorgen bij (jonge) ouders. Babies moet het daarbij niet hebben van spectaculaire ontwikkelingen of tranentrekkende persoonlijke verhalen, maar biedt een populair-wetenschappelijk overzicht van actuele opvattingen over geboorte en ontwikkeling van jonge kinderen, dat tegelijkertijd demonstreert hoeveel er nog valt te leren over de aard van het mens-zijn.

Woman

Cherry Pickers

Hoe is het om vrouw te zijn aan het begin van de 21e eeuw? Er zijn minder ambitieuze uitgangspunten voor een film. Toch is dat precies wat Woman (108 min.) beoogt: een totaalbeeld geven van het vrouw zijn, met vertegenwoordigers van alle leeftijden, uit alle windstreken en van alle mogelijke gezindten.

Liefst tweeduizend vrouwen zouden er zijn geïnterviewd voor deze epische productie. Uit meer dan vijftig landen bovendien. Hun persoonlijke ontboezemingen, recht in de camera, worden doorsneden met gestileerde thematische sequenties rond de verschillende rollen die vrouwen in hun leven (moeten) aannemen,

Kleine, particuliere ervaringen worden in handen van de filmmakers Anastasia Mikova en Yann Arthus-Bertrand onderdeel van het universele verhaal van het ‘zwakke’ geslacht. Waarbij mannen slechts een bijrol spelen: als echtgenoot, concurrent en – helaas maar al te vaak – agressor.

Woman duikt door de gekozen opzet, waarbij elke vrouw maar eenmaal en slechts kort aan het woord komt, nergens echt de diepte in, maar laat door zijn grootse karakter wel de enorme verscheidenheid aan vrouwen zien, die met elkaar verbonden zijn door thema’s die hen allemaal raken.

De Vlucht Van Ronnie

VPRO

‘Elke ochtend word ik wakker met tien aanvragen voor hulp..’, verzuchtte de Nederlandse rapper/producer Ronnie Flex eerder deze week op Twitter. ‘Mijn docu komt volgende week uit.. ga het checken dan ga je zien dat ik jouw hulp nodig heb.’

Die hulpvraag heeft zonder twijfel te maken met het vaderschap. Hoe moet Flex het jonge hondenbestaan dat hij altijd heeft geleid combineren met de behoeften van een kind, dochter Nori Dua? Die afstemming kost Ronell Plasschaert de nodige moeite. ‘Ga je roken?’ vraagt zijn ex-vriendin bijvoorbeeld als hij er tijdens een bezoekje aan het tweetal even tussenuit piept. ‘In welk jaartal ga je stoppen?’

Even later babbelen vader en moeder ogenschijnlijk ontspannen over dat hun dochter toch echt worteltjes moet eten, niet de favoriete bezigheid van de nederhopper. ‘Aan tafel moet ik sowieso groenten gaan doorslikken voor haar ogen, ook al wil ik het niet’, zegt Ronnie, vooral tegen zichzelf. ‘Maar ja, op een gegeven moment, als zij oud genoeg is, moet zij ook wel begrijpen: Papa wil dat niet, maar ik moet het wel.’

Flex lacht er wat bedremmeld bij. Als de jongen die hij ook nog gewoon is, getuige De Vlucht Van Ronnie (51 min.) van regisseur Sacha Vermeulen, die de rapper in 2017 al eens portretteerde in de documentaire Ronnie Flex: Alleen Met Iedereen. Een jongen met een enorme voorliefde voor ‘jonko’ bovendien: zonder pretsigaret komt er nauwelijks iets uit zijn handen.

Dat begint hij zelf ook wel als problematisch te zien, maar stoppen is gemakkelijker gezegd dan gedaan – ook al komt de peptalk in dit geval van Ali B. De vlucht van Ronnie ontwikkelt zich zo tot een klassiek coming of age-drama over een jongen die móet opgroeien. Of hij dat nu wil of niet. En, omdat hij nu eenmaal een Bekende Nederlander is, ook nog eens in het openbaar.

Vermeulen maakt zich intussen heel klein en legt Plasschaerts persoonlijke proces, met vallen en opstaan, gedurende een jaar van héél dichtbij vast. Zo vangt ze ook de somberte en existentiële eenzaamheid van de rapper, die misschien wel meer hulp nodig heeft dan hij zelf door heeft, om definitief een begin te kunnen maken met het andere leven dat hij zegt te willen.

De Vlucht Van Ronnie is hier te bekijken.

Ik Kóm Niet Uit Sri Lanka

Human

‘Van binnen voel ik me heel anders dan ik er van buiten uitzie’, zegt Dinja Pannebakker. De jonge vrouw is zo Nederlands als maar kan. Ze komt alleen wel uit Sri Lanka. Als baby werd Dinja geadopteerd door een Nederlands stel. En volgens lotgenoten zou ze nu echt eens op zoek moeten gaan naar haar roots. Zelf heeft ze daar echter geen enkele behoefte aan.

Vandaar de hartekreet: Ik Kóm Niet Uit Sri Lanka (42 min.). De hoofdpersoon vertelt zelf haar verhaal in deze aardige webdocu in vier delen van Lisa Grooters en Reinout Lanting, die nu als één geheel op televisie wordt uitgezonden. Dinja gaat daarin onderzoeken waarom ze helemaal niets voelt als ze een foto van haar biologische moeder ziet. Bij een bezoek aan haar geboorteland wilde ze zelfs maar één ding: weg.

Dinja gaat in gesprek met haar ouders, vriendinnen en collega’s bij de radiozender FunX en spreekt, soms met de nodige tegenzin, af met lotgenoten. De documentaire wordt daardoor wel wat praterig. Gaandeweg wordt haar bovendien iets helder wat de oplettende kijker allang duidelijk is: hoezeer je ook je best doet, je wortels verloochen je echt niet zomaar.

Finding The Way Home

HBO

De meeste van de acht miljoen kinderen ter wereld die in een weeshuis verblijven, zijn helemaal geen wees, stellen Jon Alpert en Matthew O’Neill bij aanvang van de documentaire Finding The Way Home (64 min.). Ze zijn gewoon van hun ouders gescheiden door armoede, rampspoed of discriminatie. In deze film worden zes kinderen gevolgd die toch een (nieuw) thuis hebben gevonden.

Ze komen uit landen als Roemenië, Nepal en Brazilië en hun persoonlijke geschiedenis is zonder uitzondering schrijnend: kind van verslaafde ouders, ten prooi gevallen aan mensenhandelaars of gedumpt in een troosteloos opvanghuis voor gehandicapten. Zonder liefhebbende ouders moeten ze op eigen kracht zien uit te groeien tot evenwichtige volwassenen.

De filmmakers portretteren de kinderen binnen hun nieuwe omgeving en bezoeken tevens de plekken waar ze ooit noodgedwongen hun dagen sleten. Hun herinneringen daaraan zijn bovendien vervat in fraaie animaties. Het ontroerendst zijn de portretjes van het spastische Roemeense meisje Maria en de meervoudig gehandicapte tiener Isus uit Bulgarije. Ze waren allebei weggestopt in zo’n typisch somber Oostblok-instituut met bedompte slaapzalen vol ernstig verwaarloosde kinderen.

Liefdevolle pleegmoeders hebben nu de deur voor hen geopend naar een volwaardig bestaan. Op de nieuwe kansen die het leven soms ook biedt ligt de nadruk in deze gedegen, enigszins brave film, waaruit de hoop spreekt dat ook deze jeugdige wereldburgers, en al die andere verweesde kinderen, zich thuis kunnen gaan voelen op deze soms zo liefdeloze aardkloot.

Heb Je Kinderen?

KRO-NCRV

Haar ex heeft inmiddels twee kinderen, weet Inés ten Berge. Het is een wrange conclusie. Hij hoefde destijds niet zo nodig. Zij loopt inmiddels tegen de vijftig en is altijd kinderloos gebleven. Emeritus hoogleraar voortplantingskunde Fulco van der Veen, bij wie Ten Berge jarenlang in behandeling is geweest, omschrijft het scherp in deze boeiende film: ongewild kinderloze vrouwen zoals Inés zijn het slachtoffer van een ‘mislukte uitgestelde kinderwens’.

Juist de vrouwen van haar generatie, opgevoed met de instructie om vooral niet (te) jong zwanger te worden, hebben soms de boot gemist. En steeds weer is er dan die ene verpletterende vraag: Heb Je Kinderen? (80 min.). Nee, nog niet, antwoordde Inés jarenlang. Maar ik hoop ze nog wel te krijgen. Elk jaar werd de vraag pijnlijker, het antwoord steeds moeilijker te formuleren. En daarna kwam er dan soms nóg een vraag: waarom adopteer je geen kind?

Ook al zo ongemakkelijk: Waarom heb je het niet gewoon geaccepteerd? Gewoon? In deze egodocu bespreekt Ten Berge het onderwerp met andere vrouwen die bleven zitten met een kinderwens. Ellen en haar man Joost besloten na een mislukte IVF-behandeling bijvoorbeeld te stoppen met hun pogingen om zwanger te worden, Coco kreeg op 48-jarige leeftijd via een gedoneerde eicel alsnog een kind en de oudere vrouw Wilma en haar echtgenoot Fritjof bleven kinderloos in een tijd dat er nog weinig medische mogelijkheden waren.

Met haar lotgenoten maakt Inés ten Berge het grote stille verdriet bespreekbaar, dat hele levens kan gaan beheersen. Intussen vraagt ze zich af, in een vaste interviewsetting die steeds terugkeert in de film: wil ik toch nog één keer, met de mogelijkheden die de medische wetenschap nu biedt, een poging wagen om een kind te krijgen? Het lijkt vooral een gedachtenexercitie. Eigenlijk weet zij, en ook de kijker, allang wat het antwoord op deze onmogelijke vraag zal worden.

One Child Nation

onechildnation.com

We deden gewoon wat er van ons werd verwacht. Het is een verklaring die, in wisselende bewoordingen, steeds weer wordt uitgesproken door gewone Chinezen, die de officiële eenkindpolitiek van het land ten uitvoer brachten. Elk Chinees gezin mocht maar één kind krijgen, liefst een jongetje. 338 Miljoen geboorten werden zo sinds begin jaren zeventig voorkomen, volgens een propagandafilmpje van de Chinese overheid.

Het was een oorlog tegen overbevolking, stelt Nanfu Wang in One Child Nation (89 min.), die uitmondde in een onvervalste oorlog tegen het volk. De inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige filmmaakster keert in deze egodocumentaire, die ze maakte samen met Jialing Zhang, terug naar China om de gevolgen van de omstreden politiek in haar eigen geboortedorp op te tekenen.

Behalve verdriet en wroeging vindt Nanfu daar ook nog altijd trots, op de manier waarop het landelijke beleid lokaal werd uitgevoerd. ‘Het nationale belang kwam voor mijn persoonlijke gevoelens’, zegt Shuqin Jiang bijvoorbeeld, die als plaatselijke functionaris familieplanning gedwongen sterilisaties en (extreem late) abortussen liet uitvoeren. ‘Het was alsof we moesten vechten in een oorlog. De dood is daarbij onvermijdelijk.’

Hoe dieper Nanfu Wang in de eenkindpolitiek duikt, hoe schrijnender de verhalen worden die ze vindt. Over meisjes als tweederangs kinderen of erger, veel erger. En daarmee verbonden corruptie, foute adopties en grootschalige (overheids)criminaliteit. Stuk voor stuk terug te herleiden naar een onmenselijk systeem, dat van gewone mensen slachtoffers, bureaucraten, verweesden, nabestaanden of doodgewone misdadigers heeft gemaakt. En een erg indringende film heeft opgeleverd.

Scheme Birds

‘Locked up’ of ‘knocked up’? Dat is doorgaans waarop het uitdraait voor de jongeren uit de Schotse industriestad Motherwell, die worden geportretteerd in de coming of age-docu Scheme Birds (86 min.). Sinds de Britse premier Margaret Thatcher de plaatselijke staalindustrie de nek omdraaide – zo zien ze dat tenminste ter plaatse – is er nauwelijks meer perspectief voor de lokale jeugd.

Neem de tiener Gemma Gillon, de hoofdpersoon van deze fijne film van Ellen Fiske en Ellinor Hallin. Véél meer dan haar net iets te stoere vriendje, de vechtersbaas Pat, lijkt ze niet te hebben. Haar moeder, die is weggezonken in haar eigen drugsverslaving, heeft ze nauwelijks gekend en hoeft ze – zegt ze zelf – ook nooit meer te zien. En vader is eveneens buiten beeld. Alleen ‘papa’ is gebleven, haar opa die een boksschool runt, waar soms ook duivententoonstellingen worden gehouden.

Zuipen, blowen en tattoos zetten, héél veel meer doen het tienermeisje en haar wild feestende vrienden niet. En ruzie maken, veel en heftig. Met de mond, hun vuisten en alles wat er toevallig voorhanden is. De gevolgen zijn soms ronduit verpletterend. En ook in Gemma’s kleine leventje dient zich een wezenlijke verandering aan. Die zet alles he-le-maal op zijn kop. De losbol zal moeten opgroeien. Of ze nu dat nu wil en kan of niet.

De Zweedse filmmakers Fiske en Hallin observeren het ontwortelde meisje en haar vrienden van héél dichtbij. Scheme Birds, straf gemonteerd en aangezet met dikke alternatieve popmuziek, sluit gevoelsmatig perfect aan bij het kitchen sink realism van sociaal bewogen filmers als Ken Loach. Alleen is het verhaal van Gemma écht echt. Zij is geen speelfilmpersonage, maar een jonge vrouw die zich moet losmaken van alles wat ze was om te worden wie ze wil zijn. Als een duif uit papa’s boksschool.

Niña Maná

IDFA

Ze waren, zijn en/of worden zwanger. Het zijn nochtans slechts tieners. Argentijnse meisjes, vervat in grijswitte beelden. Moeders dus. Die een publiek ziekenhuis bezoeken. Om te bevallen, zorg te krijgen voor hun kind of – en dat is voor de meesten in het katholieke Argentinië eigenlijk geen optie – de zwangerschap te laten afbreken.

Regisseur Andrea Testa registreert de gesprekken die de jonge vrouwen voeren met gynaecologen, verpleegkundigen en andere hulpverleners. Ze concentreert zich in Niña Mamá (66 min.) volledig op hun verhalen. De behandelaars die hen welwillend ontvangen, geïnteresseerd bevragen en zonder waardeoordelen adviseren blijven buiten beeld.

Deze sobere aanpak – de camera beweegt nauwelijks en vangt de soms onwerkelijke werkelijkheid in lange shots – zorgt ervoor dat de nadruk volledig bij de ervaringen van de vrouwen komt te liggen. Zo meldt zich bijvoorbeeld een dertienjarig meisje, dat op een verjaardagsfeestje een jongen leerde kennen. Zes maanden later kregen ze samen ‘de zegen’, zoals ze het zelf zegt. Het meisje lacht er besmuikt bij. De ‘zegen’ stond helaas niet op zichzelf.

Intussen is er in de hele film geen jongen of man te zien. De jonge vrouwen staan er, in elk geval tijdens hun bezoek aan het ziekenhuis, helemaal alleen voor. Hun kerels werden, zijn en/of worden gewoon vader – en gaan vervolgens door met hun leven.

For Sama

Het is een scène die je nooit meer vergeet. Een gewonde vrouw wordt binnengebracht in een noodhospitaal in Aleppo. Ze is hoogzwanger. Het is onduidelijk of de aanstaande moeder kan overleven. De artsen besluiten tot een spoedkeizersnede. Het grijze jongetje dat zo ter wereld wordt gebracht oogt levenloos.

Ze beginnen het kind te reanimeren, schudden hem door elkaar en wrijven zijn ruggetje warm. Wat ze ook doen, het jongetje wil de geest maar niet krijgen. Burgerjournalist Waad al-Kateab staat er met haar camera bovenop en vangt zo een sleutelscène voor haar film: nieuw leven in het hart van de oorlog. Heeft het een kans?

In de persoonlijke film For Sama (95 min.), die de ene na de andere filmprijs wint en op het IDFA nog werd gekozen tot dé publieksfavoriet, richt de jonge Syrische filmmaakster zich in haar verbindende voice-over tot het kind dat in haar eigen buik tot volle wasdom is gekomen. Ze vertelt Sama haar levensverhaal en toont het werk van haar activistische echtgenoot Hamza, die als arts in het hospitaal werkt.

Intussen probeert al-Kateab, samen met co-regisseur Edward Watts, bewijsmateriaal te verzamelen van de vernietigende burgeroorlog in Syrië, die ook haar prille gezin steeds verder in het nauw brengt. Ze stelt zichzelf daarbij pijnlijke vragen: heeft een kind een kans op een normaal leven als rondom haar een bloedige burgeroorlog woedt? En: ben je een egoïst of zelfs een lafaard als je in die omstandigheden je huis ontvlucht?

Het zijn de elementaire dilemma’s die oorlog losmaakt in gewone mensen en die ook al in talloze andere documentaires over Syrië aan de orde zijn gesteld. Het decor voelt ook vertrouwd: een belegerde en inmiddels volkomen kapot geschoten stad, die van alle kanten wordt aangevallen. Totdat er écht geen leven meer inzit. Toch went de bijbehorende mengeling van (wan)hoop, paniek en galgenhumor nooit.

Zeker niet als de bijbehorende mensen echt tot leven komen en hun relaas van binnenuit wordt verteld. Zoals in het verpletterende For Sama, een documentaire die – naast Last Men In Aleppo, City Of Ghosts en The Cave – een plek verwerft in het rijtje essentiële Syrië-films, dat eigenlijk verplicht moet worden gesteld voor iedereen met een gemakkelijke mening over oorlogsslachtoffers en vluchtelingen.

Tell Me Who I Am

Netflix

Links in beeld zit Alex Lewis, rechts Marcus Lewis. Tweelingbroers. Los van elkaar geïnterviewd. Over de kwestie die hun leven veranderde. Als Alex op achttienjarige leeftijd na een motorongeluk in coma terechtkomt en zijn geheugen kwijtraakt, is het Marcus die hem uitlegt dat die oudere mevrouw zijn moeder is en die afstandelijke meneer papa. Alles in de wereld is weer als nieuw voor de tiener Alex, zelfs dat hij een vriendin heeft. ‘Onze vaste grap was dat ik twee keer ontmaagd ben door dezelfde vrouw’, zegt de Britse vijftiger lachend in deze documentaire van Ed Perkins.

Marcus sleept de achttienjarige Alex weer het leven in. Hij schetst hem de idyllische jeugd die ze hebben gehad in de bevoorrechte omgeving van de Britse upperclass. Één ding vertelt hij echter niet. Het victoriaanse huis, waarin de eeneiige tweeling opgroeide, herbergt een groot geheim. Dat komt Marcus later op flinke kritiek te staan. ‘Het was niet aan jou om God te spelen’, zeggen vrienden over het feit dat hij een groot deel van hun gezamenlijke leven verzweeg voor zijn verdwaasde broer.

Tell Me Who I Am (85 min.) onthult dit geheim stapsgewijs. Het eerste bedrijf van deze gestileerde film, waarin het relaas van de eeneiige tweeling wordt geïllustreerd met een combinatie van authentieke familiefoto’s en -filmpjes en verfilmde herinneringen, wordt verteld vanuit het perspectief van Alex. Het volgende bedrijf voegt daar Marcus’ lezing van de feiten aan toe. In het laatste bedrijf, waarin de gebroeders Lewis letterlijk tegenover elkaar gaan zitten, komen de beide werkelijkheden tenslotte met het nodige kunst- en vliegwerk bij elkaar.

Die confrontatie voor de camera, het eerste gesprek dat de twee broers naar verluidt hebben over de bijzonder precaire kwestie die tussen hen in is gaan staan, voelt gekunsteld. Gecreëerd drama. Zoals de hele vertelling sowieso erg geconstrueerd oogt. Had de tweeling nu werkelijk deze documentaire nodig om elkaar recht in de ogen te kijken en de waarheid te zeggen? Een diep persoonlijke kwestie, voorheen onmogelijk om met zijn tweeën te bespreken, wordt nu met de hele wereld gedeeld.

En dan blijft de kijker ook nog met de nodige losse eindjes achter: hebben de broers, die eerder (!) al een boek schreven over de zaak, bijvoorbeeld actie ondernomen tegen de lieden waarmee ze nog een appeltje hebben te schillen? Daarover reppen ze in elk geval met geen woord in deze slinkse film, die soms een loopje lijkt te nemen met een bijzonder, dat wel, pijnlijke waarheid.

Mijn Dochter De Vlogger

Jaydie en haar ouders / VPRO

In het bedrijf Nina Schotpoort werkt de moeder van Nina Schotpoort voor haar dochter Nina Schotpoort. De vader van de dertienjarige Nina Schotpoort figureert ook in de filmpjes van Nina Schotpoort. Op het YouTube-kanaal van Nina Schotpoort (134.000 abonnees & counting) worden fans van Nina Schotpoort vanzelfsprekend op alle mogelijke manieren bediend.

De ouders van de kindvloggers Jaydie en Jaylinn (houd die namen goed uit elkaar!) zouden maar wat graag de aantallen van Nina Schotpoort halen. Al hoeft het YouTube-kanaal van de driejarige Jaydie, Just Jadie (ruim 1100 volgers & counting), morgen nog niet direct 100.000 abonnees te hebben, hoor, zegt de moeder van Jaydie, die als fotografe thuis gelukkig een studio heeft voor de opnames met Jaydie. Overmorgen is ook goed, vult de vader van Jaydie aan. Dat zou best een grap van de vader van Jaydie kunnen zijn.

De negenjarige Jaylinn zit intussen een beetje in een lastige periode, aldus de vader van Jaylinn. De views op het YouTube-kanaal van Jaylinn (ruim 5000 volgers & counting) gaan de laatste tijd namelijk niet zo goed. En de filmpjes van Jaylinn zouden een prima springplank voor de acteercarrière van Jaylinn kunnen zijn, aldus de vader van Jaylinn. ‘Wat zou je anders moeten doen in je video’s om toch meer kijkers te trekken?’ wil de vader van Jaylinn nu van Jaylinn weten.

De ouders van de (would be)influencers Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn stappen in de korte documentaire Mijn Dochter De Vlogger (34 min.) uit de schaduw van Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn. De filmmakers Doortje Smithuijsen en Joep van Osch geven hen uitgebreid de gelegenheid om hun verhaal te doen, observeren hoe ze te werk gaan met Nina Schotpoort, Jaydie en – niet te vergeten, natuurlijk – Jaylinn en leuken het geheel op met enkele smakelijke muziekjes. Een oordeel over de ouders van Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn laten ze verder over aan de kijker.

Welnu, deze kijker kreeg er ontaarde jeuk van.

Doortje Smithuijsen is in dit interview met de Volkskrant een stuk milder.

Als bijsluiter adviseer ik niettemin dringend de Tegenlicht-aflevering Goudzoekers In YouTubeland uit 2017, een tamelijk deprimerend kijkje in de wereld van Nederlandse YouTubers en hun managers en marketeers.

Your Mum And Dad

‘They fuck you up, your mum and dad’, stelt Philip Larkin in zijn gedicht This Be The Verse, dat als leidmotief fungeert voor deze egodocu van Klaartje Quirijns. ‘They may not mean to, but they do. They fill you with all the faults they had. And add some extra, just for you.’ Het is geen opwekkend beeld van het ouderschap dat Quirijns, via Larkin, aan het begin van Your Mum And Dad (76 min.) oproept: kinderen worden op jonge leeftijd voorgoed verminkt door hun vader en moeder.

Tegelijkertijd kunnen die ouders zelf er ook niets aan doen. ‘They were fucked up in their turn by fools in old-style hats and coats who half the time were soppy-stern and half at one another’s throats.’ Over vicieuze cirkels gesproken. Of, treffender: familiesystemen. En die probeert de Nederlandse filmmaakster te onderzoeken in deze film: haar eigen familie en die van een Amerikaanse vriend, die eveneens grip probeert te krijgen op zijn jeugd en gezin.

Deze Michael Moskowitz, zelf psycholoog, is door haar jarenlang gefilmd als hij in New York letterlijk op de sofa plaatsneemt bij psychoanalyticus Kirkland Vaughans die hem, nog net niet pijprokend, uitvraagt en terugkoppeling geeft. Deze sessies verbindt Klaartje Quirijns met gesprekken met haar eigen moeder, haar twee dochters en haar vader Kees, die ze de laatste jaren uit het oog was verloren. Waarbij het de vraag blijft of de film een middel is om het contact met hem te herstellen of dat contact een middel om deze film te kunnen maken.

De twee familiegeschiedenissen komen in elk geval zonder al te grote kunstgrepen bij elkaar en vertellen zo daadwerkelijk een groter verhaal. De Engelstalige voice-over van Quirijns zelf, die jarenlang in Amerika woonde, vormt daarbij een belangrijke verbindende factor. Die voelt echter wat onnatuurlijk. Is het de tekst zelf, waarmee ze haar betoog een diepere laag wil geven, of toch vooral de manier waarop die is ingesproken? Feit is dat ze als verteller, ondanks de zeer persoonlijke thematiek van deze film, wat op afstand blijft.

Met de bijbehorende beelden, een spannende collage van super 8-home movies van de twee families en archiefbeelden van willekeurige mensen in voor iedereen herkenbare situaties, geeft Quirijns samen met editor Boris Gerrets de film een universeel karakter. Dit is, zoveel wordt duidelijk, een verhaal dat ieder van ons aangaat en raakt. Over het doorgeven, of juist proberen te vermijden, van wat je zelf (onbedoeld) geleerd hebt. Van mensen die zelf ook weer hebben doorgegeven of vermeden.

Een alternatief is er niet. Of je moet het advies van Larkin willen opvolgen: ‘Get out as early as you can and don’t have kids yourself.’

Vader

Jacinto (l) en Shakur (r)

Een heel mensenleven heeft hij hem niet gezien. Zo voelt het tenminste. In werkelijkheid waren het zes jaar. En nu neemt Jacinto Marie zijn tienerzoon Shakur mee op een roadtrip door eigen land. Zoals vaders dat doen. Ook als ze uit beeld zijn geweest.

In Vader (23 min.), genomineerd voor een Gouden Kalf voor beste korte documentaire, kijkt Isabel Lamberti mee hoe vader en zoon hun band proberen te hernieuwen. Jacinto geeft Shakur zijn eerste rijles, laat de jongen zien hoe je een strike gooit bij het bowlen en neemt hem mee naar een Chinees restaurant. Tussendoor belt de man steeds met zijn vriendin om haar te vertellen hoe het hem vergaat met het kind dat hij opnieuw moet leren kennen.

Die telefoongesprekken fungeren als verbindend element voor deze observerende film en voorzien de lotgevallen van het tweetal van context. Terwijl de camera nauwelijks beweegt en vader en zoon steeds vanaf een vast standpunt gadeslaat, sijpelt langzaam hun gezamenlijke historie, of het ontbreken daarvan, de reis binnen. Intussen maakt Jacinto de verlies- en winstrekening op van zijn bestaan als ouder.

Heel veel context geeft Lamberti daarbij niet. Uit de spaarzame informatie kan de kijker zich echter moeiteloos een voorstelling maken van de achtergronden van Jacinto en Shakur. En uit de liefdevolle blikken van vader naar zoon en de onverholen bewondering waarmee die reageert, valt af te leiden dat ze nog altijd onvoorwaardelijk van elkaar willen houden.

Hoe dat in de praktijk vorm moet gaan krijgen, laat zich alleen bezien ná de reis (en deze innemende momentopname van een broze ouder-kindrelatie).

Turn!

De openingsscène van het fraaie Turn! (55 min.) vertelt in wezen het complete verhaal: niet de jongens en meisjes die boven zichzelf uit proberen te stijgen in de turnzaal zijn daarin te zien, maar hun ademloos toekijkende ouders. Esther Pardijs bijvoorbeeld, de maakster van deze boeiende egodocumentaire. En de bloedfanatieke Oscar, die net thuis, midden in de huiskamer, een set ringen heeft opgehangen, zodat zijn zoon Wytze ook daar kan trainen.

Samen met de ouders van andere talentvolle turnertjes beoordelen ze de prestaties van hun en elkaars getalenteerde kinderen. Geconcentreerd kijken ze toe. Gespannen. En uiteindelijk: trots of juist teleurgesteld. ‘Ik hoop dat een ander kind een fout maakt’, zegt Pardijs daarover, in één van de openhartige voice-overs waarmee ze de gebeurtenissen in de film extra lading geeft. ‘Dan eindigt mijn zoon Roman hoger.’

Ze vraagt zich af of de ouders om haar heen, die ook in deze ‘draaikolk van trots, jaloezie en competitiedrang’ terecht zijn gekomen, hetzelfde denken. Intussen zitten Roman en zijn teamgenoot/concurrent/vriendje Wytze bij haar in de auto te geinen, op weg van of naar alweer een training of wedstrijd. Als de negenjarige jochies die ze ook nog gewoon zijn – als hun sportcarrière, waarvoor ze zo’n vijftien uur per week moeten trainen, dat toelaat.

Het is inmiddels een vertrouwd beeld dat in deze film wordt opgeroepen: van Nederlandse ouders die als coach, fan, financier, regelaar én chauffeur voor hun sportende/musicerende/acterende kind fungeren en misschien nog wel meer belang hechten aan de prestaties van hun kroost dan het jongetje of het meisje zelf. Kan hun kind bijvoorbeeld wel naar een verjaardagsfeestje als er eigenlijk een belangrijke training op het programma staat?

Pardijs stelt zich kwetsbaar op. Ze neemt de camera mee naar groepsbijeenkomsten van de ouders, maar laat hem ook toe in haar eigen huis als ze met haar zoon en echtgenoot beslissingen over Romans sportloopbaan moet nemen. Daarnaast besteedt ze speciale aandacht aan Wytze en zijn pusherige vader Oscar, die gaandeweg steeds meer in aanvaring komt met de trainers van zijn kind. Voor ‘Wyts’ is alleen het allerbeste goed genoeg. En hij moet, ook niet onbelangrijk, medailles winnen.

Turn! brengt op bijzonder treffende wijze het leven van topsportouders in beeld en stipt en passant enkele kerndilemma’s van het ouderschap aan. Terwijl hun kinderen tot het uiterste moeten gaan tijdens trainingen, floreren op allerlei turntoestellen of juist genadeloos onderuitgaan vragen hun ouders zich af of ze hen nóg nadrukkelijker moeten aansporen tot grotere prestaties of beter, en dan liefst zonder gezichtsverlies, kunnen uitstappen.

Want van al die kinderen die een groot deel van hun jeugd spenderen in de sportzaal (of op de viool of voor een camera of…) zal uiteindelijk slechts een enkeling het werkelijk redden. Dat weet elke ouder, maar wil-ie dat ook weten?

De Hoofdprijs

Lily

‘Ik ben rolstoelgebonden en heb heel weinig kracht’, vertelt de 23-jarige Lily in de televisiedocu De Hoofdprijs (74 min.). ‘Ik vind dat ik heel veel kan nog. Ik haat het woordje ‘nog’ trouwens. Dat vind ik een verschrikkelijk woord.’ Ze herstelt zichzelf: ‘Ik vind dat ik heel veel kan, maar ik heb ook heel veel hulp nodig.’

Lily heeft Spinale Musculaire Atrofie (SMA), type 2. Langzaam maar zeker levert ze spierkracht in. Totdat haar vitale functies het ooit zullen begeven en onvermijdelijk de dood volgt. Kinderen die type 1 van de progressieve spierziekte hebben, bereiken vaak niet eens de leeftijd van twee jaar. De diagnose SMA betekent in wezen een doodvonnis, zegt de Amerikaanse kinderarts en neuroloog Richard Finkel.

Vanuit de Verenigde Staten komen er echter hoopvolle berichten. Er zou een nieuw wondermedicijn zijn, Spinraza. Als posterboy daarvan introduceert regisseur Jannes van Lenteren, die deze degelijke film maakte in opdracht van het Prinses Beatrix Spierfonds, het Amerikaanse peutertje Cameron. Enkele weken na zijn geboorte werd hij gediagnosticeerd met SMA. ‘Dit was een kind, van wie ik hoopte dat hij in ieder geval twee vingers zou kunnen bewegen’, zegt zijn vader Rob. ‘En nu fietste hij op een driewieler.’

Camerons miraculeuze ontwikkeling wordt via de Facebook-pagina Hope For Cameron met de wereld gedeeld en zorgt natuurlijk ook in Nederland voor vraag naar het nieuwe medicijn. Spinraza moet echter eerst toegelaten worden tot de Nederlandse markt. Bovendien vraagt de Amerikaanse producent Biogen de hoofdprijs voor het ‘wondermiddel’: 750.000 dollar voor het eerste behandeljaar, 375.000 voor elk volgend jaar.

Twee jaar lang volgt Van Lenteren enkele Nederlandse patiënten die Spinraza willen gaan gebruiken. Ze dreigen het slachtoffer te worden van de moeizame onderhandelingen tussen de Nederlandse overheid en de farmaceut. Is de gevraagde prijs een redelijke compensatie voor de ontwikkeling van een levensreddend middel, waarmee bovendien de research voor toekomstige medicijnen kan worden gegarandeerd? Of maakt die prijs vooral duidelijk dat winstmaximalisatie voor de farmaceutische industrie écht belangrijker is dan de volksgezondheid?

Diverse pratende hoofden (artsen, de patiëntenvereniging, een woordvoerder van Biogen, Tweede Kamerleden en minister voor Medische Zorg en Sport Bruno Bruins) doen daarover hun zegje. Intussen blijven patiënten als Lily verstoken van het middel dat hun achteruitgang zou kunnen stoppen. ‘De laatste tijd gaat het echt heel snel’, zegt ze emotioneel. ‘En dat maakt me echt heel bang. Je ziet jezelf moeite krijgen met dingen. Je ziet jezelf dingen niet meer kunnen doen. En het hoeft niet. En dat maakt me zo boos.’ Lily laat een stilte vallen en benadrukt nog eens: ‘Het is niet nodig.’