Het Langzame Leven Van Kees Torn

André van der Hout

Het is een tamelijk stereotiep tafereel, bij aanvang van Het Langzame Leven Van Kees Torn (53 min.), dat het imago van de cabaretier in ruste nog eens bevestigt: bij de glasbak ontdoet hij zich geroutineerd van een rugzak vol lege flessen. Een man die structureel te diep in het glaasje kijkt. Alleen de navolgende scène waarin Torn in een willekeurige supermarkt achteloos een stapel halve literblikken bier op de kassaband dropt blijft achterwege. Al meldt hij zich, zo gebiedt de eerlijkheid te zeggen, later in de film nog wel bij een drankspeciaalzaak voor een fles goede whisky.

Sinds hij nog vóór zijn vijftigste vrijwillig met vroegpensioen is gegaan als kleinkunstenaar, leeft Kees Torn volgens eigen zeggen van zijn spaargeld. ‘En dat gaat vrij hard’, zegt hij erbij. ‘Want ik rook dure sigaren.’ En daarmee is, behalve die whisky, meteen een ander terugkerend element uit zijn eigenzinnige oeuvre geïntroduceerd: ‘s mans voorliefde voor exclusieve rookwaar. In fragmenten uit zijn voorstellingen, waarmee regisseur André van der Hout dit lekker trage portret doorsnijdt, volgen al snel nog enkele ijkpunten uit Kees Torns Wondere Wereld: een ongelooflijke virtuositeit met de Nederlandse taal, lenig pianospel en heerlijk wereldvreemde humor.

En ook de hilarische act waarin hij, met het nodige kunst en vliegwerk, tijdens een voorstelling zijn been in z’n nek legt, ontbreekt natuurlijk niet in de chronologisch opgebouwde dwarsdoorsnede van zijn inmiddels afgesloten cabaretcarrière. ‘Zag er op papier wel leuk uit’, vertelt hij er gortdroog bij. Dit portret lijkt hem in eerste instantie ook af te beelden als de persoon die we al van zijn theatervoorstellingen kennen: een man uit een andere tijd, die op een ouderwetse typemachine brieven tikt aan vrienden, rustig naar vogels gaat staan turen en tijdens een potje scrabble met echtgenote José Olsthoorn de tijd neemt om een woord op te zoeken.

Gaandeweg komt vanachter het typetje Kees Torn echter een ander mens tevoorschijn. Niet zozeer een warhoofd als een sombermans. Met een alcoholprobleem, dat wel. Net als zijn vader. Een man ook die volgens eigen zeggen het vak is verleerd, die niets meer te zeggen heeft en die desondanks over genoeg denkvoer beschikt om nachten wakker te liggen. Hij heeft alleen de moed niet om dit van zich af te gaan schrijven voor een nieuwe voorstelling, bekent hij als Van der Hout doorvraagt. Om de bijbehorende maanden van afzondering aan te gaan. En dus gaat de schrijver tegen wil en dank, van zowel tekst als muziek, zonder de spotlights – of illusies – door met wat-ie altijd al deed.

Totdat het licht definitief uitgaat – of onverhoopt tóch weer aan moet.

Conductivity

‘Je bent totaal niet verbonden met de muziek’, zegt een docent tegen Emilia Hoving. ‘Een beetje autistisch.’

Medestudent James Kahane krijgt de feedback dat het soms net is alsof hij met een lasso staat te zwaaien.

En een repetitie van I-Han Fu wordt bruusk onderbroken door dirigent Hannu Lintu: ‘Willen we werkelijk dat het klinkt als een mars?’

Dirigeren is volgens Lintu, docent aan de Sibelius Academie in Helsinki, een vak dat vraagt om volwassenheid, tijd en ervaring. En daarvoor moet elke aspirant-dirigent dan weer zijn eigen blokkades nemen. De drie studenten, die Anna-Karin Grönroos voor Conductivity (74 min.) drie jaar heeft gevolgd, zitten nog in de beginfase van hun ontwikkeling en hopen ooit het stadium van volwaardige beroepsbeoefenaar te bereiken. Vooralsnog moeten zij zich echter laten welgevallen dat ze, ten overstaan van een groep professionele muzikanten, door hun leermeesters worden gecorrigeerd of aangepakt. Tough love. Met zo nu en dan een wel geplaatst complimentje.

Waarbij het gevaar bestaat dat de leerlingen niet meer op hun gevoel durven te vertrouwen en veel te veel gaan denken. ‘Dit kan ervoor zorgen dat je onzeker staat te dirigeren’, vertelt Emilia Hoving. ‘En dan heeft het orkest moeite om je te begrijpen, omdat je in conflict bent met jezelf.’ Die worsteling is soms duidelijk zichtbaar in de lichaamstaal van de studenten. Terwijl ze geacht worden om als een generaal de leiding te nemen, ogen ze regelmatig als een konijn in de koplampen. De vanzelfsprekendheid en autoriteit waarmee een ervaren collega het orkest bespeelt is hen in elk geval (nog?) wezensvreemd.

Kalm observeert Grönroos haar drie hoofdpersonen voor, tijdens en na repetities en concerten. Ze laat hen zo nu dan ook, buiten beeld, aan het woord over hun eigen ontwikkeling. Kijkers worden daardoor gedwongen om héél goed te kijken en te luisteren, zodat ze zich ervan kunnen vergewissen of – en zo ja: hoe – de jonge dirigenten groeien in hun rol. Gaandeweg lijken die inderdaad steeds vaker, met het hele lichaam of juist alleen met mimiek en subtiele handbewegingen, één te worden met de muziek en komt die glanzende carrière als topdirigent misschien toch nog in zicht.

Ennio

Periscoop

Voor een man die zoveel succes heeft gehad, die tot de absolute top binnen zijn métier behoort, oogt hij opvallend nederig in Ennio (156 min.). De Italiaanse componist Ennio Morricone (1928-2020) was dan ook van eenvoudige komaf. Volgens medestudenten ging hij op het conservatorium zelfs gebukt onder een minderwaardigheidscomplex, dat hij maar moeilijk van zich kon afschudden. Nadat Morricone begin jaren zestig muziek had geschreven voor enkele westerns werd hij gevraagd door regisseur Sergio Leone. Ze bleken bij elkaar in de klas te hebben gezeten op de lagere school. Samen zouden de oude schoolmakkers filmgeschiedenis schrijven en met de zogenaamde Dollars-trilogie de spaghettiwestern uitvinden, niet in het minst door Morricone’s geweldige opera-achtige muziek.

Zijn vroegere leermeester op het conservatorium, Goffredo Petrassi, en Morricone’s traditionelere oud-studiegenoten zagen er alleen weinig in. Daar begon je toch niet aan als componist, zo’n ‘anti-artistieke’ samenwerking met een filmmaker? Voor een academisch geschoolde musicus was dat zo ongeveer vergelijkbaar met prostitutie. ‘Schuldig’, bekent de componist in kwestie. ‘In het begin voelde ik me ook schuldig, maar langzamerhand werd dat minder. Ik wilde met het schrijven wraak nemen.’ De stem en lippen van de oude meester beginnen te trillen. Zoals wel vaker tijdens het centrale interview voor deze definitieve biografie raakt hij overmand door emoties. ‘Ik wilde het overwinnen, dit schuldgevoel.’

Met de man zelf, allerlei Italiaanse componisten en musici, zijn vakbroeders John Williams en Hans Zimmer en kopstukken uit de film- en muziekwereld zoals Bernardo Bertolucci, Quincy Jones, Wong Kar-Wai, Bruce Springsteen, Clint Eastwood, Joan Baez, Barry Levinson, Pat Metheny, Oliver Stone en James Hetfield loopt Giuseppe Tornatore Morricone’s bijna 75-jarige carrière door. In die periode werkte hij met toonaangevende regisseurs zoals Terrence Malick, Brian De Palma en Quentin Tarantino. Alleen voor Stanley Kubrick moest hij passen. Die had hem gebeld voor A Clockwork Orange. Sergio Leone overtuigde zijn collega er echter van dat Ennio te druk was met zíjn film. Morricone heeft er nog altijd hartzeer van.

Intussen liet de waardering vanuit de serieuze Italiaanse musici nog altijd op zich wachten. Zij hadden volgens componist Nicola Piovani moeite om het talent van Ennio Morricone te (h)erkennen. Het duurde enkele decennia voordat ze eindelijk ‘wilden buigen voor zijn genialiteit.’ ‘s Mans laatste samenwerking met Leone, voor de klassieker Once Upon A Time In America (1984), bracht uiteindelijk de ommekeer. ‘Die muziek kan alleen maar geschreven zijn door een musicus in hart en nieren’, stelt zijn oud-studiegenoot Boris Porena in dit epische portret. Hij schreef, als een soort publieke boetedoening, zelfs een excuusbrief aan zijn vakbroeder.

En daarna resteert in Ennio, dat natuurlijk prachtige filmscènes en werkelijk majestueuze muziek bevat, alleen nog de jacht op een Oscar. Want verder heeft Morricone echt alles bereikt wat hij in zijn stoutste dromen had kunnen bedenken.

Het Dinsdagavondgevoel

Marlou van den Berge

Volgens dirigent Paul Valk hebben ze geen moment overwogen om het niet te doen. ‘Kijk, nu vind ik het heel normaal dat er dingen geannuleerd worden, maar dat had je toch helemaal niet?’ zegt hij over de tijd dat Corona zich voor het eerst meldde in ons leven. ‘Dus je gaat door. Jongens, come on, the show must go on en ga ervoor!’ En dus vertolkte het Amsterdams Gemengd Koor op 8 maart 2020, een maand voor Pasen, gewoon de Johannes Passie in het Concertgebouw. COVID-19 had zich toen al in hun midden genesteld.

Van de 130 koorleden zouden er uiteindelijk maar liefst 102 het Coronavirus krijgen. Één lid overleed, evenals drie partners. Als het koor enige tijd later de draad weer wil oppakken, gaat dat dan ook niet vanzelf. Sommige leden durven nog niet, anderen merken dat ze oefening missen of kortademig zijn. Onder leiding van Valk zullen ze gezamenlijk hun stem weer moeten vinden, om de traumatische ervaring van die eerste Coronagolf achter zich te laten en gewoon weer lekker samen te kunnen zingen.

In Het Dinsdagavondgevoel (60 min.) volgt Marlou van den Berge enkele leden van het koor tijdens de pandemie, die hen het repeteren en optreden bijna onmogelijk maakt. Kan dat eigenlijk wel op anderhalve meter of met een mondkapje? Of moet het werkelijk via Zoom-sessies? ‘We glijden uit elkaar’, constateert bas Reitze de Graaf, die de online-repetities aan zich voorbij laat gaan. ‘Ik voel de band niet meer zo. Dus ik zit een beetje met het idee te spelen om er gewoon maar helemaal mee te stoppen.’

Van den Berge structureert de verwikkelingen bij het Amsterdams Gemengd Koor, die op microniveau laten zien hoe COVID-19 het complete land in zijn greep krijgt en op allerlei plekken tweespalt veroorzaakt, aan de hand van de diverse Corona-persconferenties van Mark Rutte en lardeert de vertelling bovendien met enkele treffende zangstukken. ‘Waar is iedereen gebleven?’ zingt het koor bijvoorbeeld ten tijde van de lockdown van eind 2020. ‘Het beeldscherm lijst me in. Dit is hoe donker klinkt.‘

Het Dinsdagavondgevoel brengt zo treffend in beeld hoe het hoofdstedelijke koor probeert om de boel bij elkaar te houden, in een tijd waarin er verschillende eilandjes dreigen te ontstaan. Het is een uitdagende tijd die hen stuk voor stuk met de neus op de feiten drukt: hoeveel sterker ze samen zijn, als al die verschillende stemmen samenkomen, dan ieder in z’n eentje. Intussen blijft de herinnering aan betere tijden – en de hoop dat die, liefst snel, weer zullen terugkeren.

Weggewist – De Muzikale Nalatenschap Van Hans Henkemans

Melchior Huurdeman, later presentator en eindredacteur van het televisieprogramma Vrije Geluiden, had in 1990 nog nooit van Hans Henkemans gehoord. Toen hij op enkele cd’tjes hoorde hoe die Debussy en Mozart speelde, raakte de jonge pianist en journalist echter helemaal in vervoering. Er ontstond zelfs een soort vriendschap met de veel oudere concertpianist en componist. Ze praatten ook talloze cassettebandjes vol. Die hebben nu hun weg gevonden naar het liefdevolle portret Weggewist – De Muzikale Nalatenschap Van Hans Henkemans (78 min.)

‘De man zou liever zelfmoord plegen dan een noot vermoorden’, zegt schrijver en dichter Bertus Aafjes, in een archieffragment uit 1966, in deze film van Harro Henkemans over zijn mysterieuze achter-oudoom. Dirigent Bernard Haitink had destijds ook niets dan lof voor de man die decennialang furore maakte als pianist van het Concertgebouworkest. ‘Henkemans is één van de mensen die ik bijzonder graag uitvoer. Omdat Henkemans iemand is die werkelijke menselijke emoties in een muzikale taal kan omzetten, zonder dat het nou vreselijk intellectueel wordt.’

Slechts enkele jaren later werd Hans Henkemans (1913-1995) nochtans rücksichtslos aan de kant geschoven – of zelfs in de ban gedaan – door wat hijzelf ‘de hedendaagse avant-gardistische kunst’ noemde. Nadat hij zich publiekelijk had uitgesproken tegen de experimentele muziekbeweging – dat was in zijn ogen geen muziek, maar ‘soniek’ – kon hij zijn biezen pakken bij het Concertgebouworkest. Henkemans pakte zijn oude beroep als psychiater weer op, maar bleef gefrustreerd over het feit dat zijn generatie musici ‘eigenlijk weggewist is van de orkestconcerten.’

Behalve met Melchior Huurdeman onderhield hij in zijn latere leven ook warme banden met de dirigenten Ed Spanjaard en Jac van Steen, die nu als postiljon d’amour fungeren voor de muzikant die in hun ogen nooit uit de tijd zou kunnen raken – al krijgt zijn oeuvre in deze gestileerde documentaire ook voldoende ruimte om voor zichzelf te spreken. Iemand die zo goed kan spelen zou nu echt wereldberoemd zijn geweest, zo is de consensus. ‘Ik heb niet gekozen voor de muziek’, zegt Hans Henkemans daar zelf over, in een door acteur Edo Douma ingesproken tekst. ‘De muziek koos mij.’

Gustav Mahler – Zanger Voor De Aarde

AVROTROS

‘Die Erde atmet voll von Ruh und Schlaf’, klinkt ‘t in Der Abschied, het slot van Das Lied von der Erde. ‘Alle Sehnsucht will nun träumen.’ Met de symfonische liederencyclus wilde componist Gustav Mahler (1860-1911) harmonie met de wereld uitdrukken. Hij baseerde zich daarbij op Chinese poëzie uit de Tangdynastie, in dit geval Der Abschied Des Freundes van Wang Wei. ‘Die müden Menschen gehn heimwärts’, vervolgt het muziekstuk. ‘Im Schlaf vergeßnes Glück. Und Jugend neu zu lernen!’

De jonge Britse dirigent John Warner (27) voelt een verwantschap met Mahler. Ze delen een passie voor muziek en natuur. De Oostenrijkse componist is volgens hem zelfs een milieuactivist avant la lettre. Met zijn Orchestra For The Earth wil Warner diens muziek nu ten gehore brengen, liefst buiten een stedelijke omgeving. Op een plek ook, die bereikbaar is met het openbaar vervoer. Want de idealistische musici zijn het natuurlijk aan zichzelf verplicht om klimaatneutraal te reizen.

In de sfeervolle roadmovie Gustav Mahler – Zanger Voor De Aarde (52 min.) volgt de Nederlandse documentairemaker Frank Scheffer het kamerensemble naar Oostenrijk, waar het ook Mahlers huis aandoet. Daar zou hij, zo wil in elk het verhaal, elke ochtend vanaf het balkon van zijn villa in het meertje zijn gesprongen. Het duurt natuurlijk niet lang of ook de jonge muzikanten liggen er in het water, in één van de scènes die het ‘bloedserieuze’ karakter van de onderneming doorbreekt.

In gedragen sequenties laat Scheffer verder Mahlers majestueuze muziek en al even machtige natuurbeelden samenvloeien. Alsof ze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Das Lied von der Erde is volgens John Warner ook echt een muziekstuk voor onze tijd. ‘Een symfonie die duidelijk maakt dat je alleen in harmonie komt met de wereld als je de koers van de natuur volgt.’

Licht

Witfilm

Ze heeft er vast jaren aan gewerkt, maar nu is het dan ook oogsttijd voor Oeke Hoogendijk. Binnen enkele maanden brengt de Nederlandse filmmaakster drie verschillende documentaires uit. Eerst gingen in het najaar zowel de persoonlijke productie Housewitz als de kunstthriller De Schatten Van De Krim in première tijdens het International Documentary Festival Amsterdam, films die dit jaar ook in de bioscoop zijn te zien.

Nu vertelt Hoogendijk in Licht (122 min.) het levensverhaal van de befaamde componist Karlheinz Stockhausen (1928-2007) en volgt ze bovendien een bijzonder ambitieuze poging om diens onuitvoerbare magnum opus – de operacyclus Licht met een speelduur van 29 uur, bestaande uit een opera voor elke dag van de week – voor het eerst uit te voeren. Regisseur Pierre Audi, die een eigentijdse versie wil maken van het epische werk waaraan Stockhausen van 1977 tot 2003 werkte, clasht daarbij regelmatig met Suzanne Stephens en Kathinka Pasveer.

Deze twee vrouwen werkten en leefden tientallen jaren samen met de eigenzinnige Duitser. Als respectievelijk muzikaal/dramaturgisch adviseur en muzikaal leider van de ambitieuze productie Aus Licht, die in 2019 op drie dagen moet worden uitgevoerd, willen zij juist dat de composities van Karlheinz Stockhausen, die wordt beschouwd als één van de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw en aan de wieg stond van de elektronische muziek, héél precies wordt uitgevoerd. Zoals het genie het destijds had bedoeld.

Stephens en Pasveer belichten ook het turbulente persoonlijk leven van deze hoekige man die leefde voor/door zijn muziek, in allerlei vrouwen de liefde zocht die hij miste voor zichzelf en gaandeweg gebrouilleerd raakte met het merendeel van zijn kinderen. Zij kijken in deze ruim bemeten film, die een al even episch karakter heeft als de opera waaraan ie is opgehangen, logischerwijs met ‘mixed feelings’ terug op het leven van hun vader, een man met wie het soms echt moeilijk leven (en musiceren) was.

Al is een groot ego ongetwijfeld ook onontbeerlijk om de grensverleggende kunst te kunnen maken waarmee Karlheinz Stockhausen furore heeft gemaakt.

Crazy Days

Docmakers

Hij moet zich soms als de kapitein van de Titanic voelen: terwijl de tweede Coronagolf Nederland in zijn greep krijgt probeert Riccardo Minasi zijn project bij het Nationale Opera & Ballet drijvende te houden. Samen met een jonge internationale cast bereidt de Italiaanse dirigent zich voor op enkele uitverkochte uitvoeringen van Mozarts fameuze opera Le Nozze De Figaro. Met angst en beven kijken ze uit naar de dinsdagen, naar weer een nieuwe persconferentie die roet in het eten kan gooien.

Intussen ontsmetten ze consciëntieus hun handen en proberen ze ondanks de anderhalve meter afstand gezamenlijk scènes in te studeren. Terwijl ze hun concentratie en enthousiasme proberen vast te houden, kijkt regisseur Sanne Rovers mee tijdens deze Crazy Days (65 min.). Ze laat haar camera door de lege gangen van het operagebouw dwalen, houdt zo nu en dan halt voor een repetitie of fraai gestileerde passage uit de opera en spreekt met de voornaamste spelers.

Corona blijft alomtegenwoordig. Het maakt immers nogal een verschil of je toewerkt naar een serie voorstellingen of naar een livestream (en deze documentaire, die waarschijnlijk door meer mensen zal worden gezien dan de uitvoeringen). De magie van het moment zal in dat laatste geval in het luchtledige, zonder interactie met het publiek, tot stand gebracht moeten worden. En de complete onderneming kan natuurlijk ook nog van het ene op het andere moment worden stopgezet.

Het werken aan Le Nozze De Figaro wordt daarmee een allegorie voor hoe het de kunstensector sowieso is vergaan tijdens de Coronacrisis: ze is volledig overgeleverd aan de grillen van het virus en een overheid die daarop probeert te anticiperen. Dat zorgt voor twijfel, frustratie én teleurstelling. Voor een streamuitvoering is bijvoorbeeld niet de gehele cast nodig. Naarmate de pay-off van hun inspanningen – of het uitblijven daarvan – in zicht komt begint het water hen echt aan de lippen te staan.

Iedereen weet nochtans: wat er ook gebeurt, het orkest speelt door.

The Quest For Tonewood

Cinema Delicatessen

Bij de Triënnale in Cremona, ‘de Olympische Spelen voor vioolbouwers’, viel hij buiten de prijzen. Geen gouden medaille voor Gaspar Borchardt (en zijn vrouw en secondant Sybille). Überhaupt geen medaille, zelfs. Dat vraagt om een andere benadering van de Italiaanse instrumentmaker. The Quest For Tonewood (83 min.), het esdoornhout waarvan de beste Stradivarius-violen zijn gemaakt, kan beginnen. In bossen in het voormalige Joegoslavië zou het te vinden zijn.

En wie zou het geweldige instrument dat Borchardt met dit hout wil fabriceren dan moeten gaan bespelen? Zijn oog valt op de Nederlandse violiste Janine Jansen, de hoofdpersoon van de gevierde documentaire Janine (2010). Maar wil zij wel? En is het veilig om een boom van toch al gauw 35.000 euro te gaan kopen in een land waar sinds de oorlog overal landmijnen kunnen liggen, elke activiteit begint met een flinke slok slivovitsj en allerlei figuren rondlopen die graag gemakkelijk geld verdienen?

Gaspar heeft er bij aanvang geen idee van dat hij aan een jarenlange queeste is begonnen, die in deze verrukkelijke film fraai is vereeuwigd door de Noorse regisseur Hans Lukas Hansen. Hij maakt van Borchardts zelfopgelegde zoektocht een even spannend als grappig avontuur, waarin de vioolbouwer zich beurtelings een dromer, vakidioot en bomenknuffelaar toont. Intussen moet de man ook zijn beoogde bespeelster warm houden voor het magische instrument dat hij (ooit) voor haar hoopt te bouwen.

Dit aanstekelijke eerbetoon aan lekkere gekte en de wonderen die daaruit kunnen voortvloeien is vanzelfsprekend gelardeerd met weelderige klassieke muziek en werkt gestaag toe naar de verplichte (anti)climax. Waarbij het natuurlijk de vraag is of Borchardt zichzelf met een stuk hout helemaal kan verwerkelijken of het toch beter kan gebruiken om zich na jaren van nutteloze inspanning eens goed voor zijn kop te slaan.

Paolo Conte: Via Con Me (It’s Wonderful)

Piece Of Magic

Dit is één grote lofzang. Op de Italiaanse bromsnor Paolo Conte. De man achter wereldwijde hits als Via Con Me, Gli Impermeabili en Max. Hij schrijft nu al ruim zestig jaar liedjes. Sinds de jaren zeventig vertolkt hij ze ook zelf. Met die sonore stem, gezeten achter een vleugel en meestal in de rug gedekt door een excellerend orkest. Conte zingt dan zoals hij eruit ziet: een gesoigneerde heer, oorspronkelijk advocaat van beroep, mijmerend of somberend over het leven.

Via talloze concertfragmenten krijgt hij in de hagiografie Paolo Conte: Via Con Me (It’s Wonderful) (100 min.) ook alle ruimte om te zingen. Tussendoor is Conte, pratend over z’n songs en carrière, zijn eigen peinzende zelf. En geeft regisseur Giorgio Verdelli allerlei Italiaanse vakbroeders en coryfeeën zoals Isabella Rossellini, Jane Birkin en Roberto Benignini de gelegenheid om al hun persoonlijke herinneringen aan hem op te dissen en een diepe greep te doen in de grabbelton met superlatieven die ze speciaal voor de gelegenheid hadden klaargezet.

In het geval van de komiek Benignini (La Vita E Bella) mondt dit uit in cabaretachtige minivoorstellingen, waarvan een enkele kijker wellicht in een permanente lachstuip zal schieten en de rest waarschijnlijk diepgevoelde wurgneigingen krijgt. De andere sprekers vliegen weliswaar minder karikaturaal uit de bocht, maar hebben in wezen dezelfde boodschap: Paolo Conte is een soort godswonder en zij voelen zich gezegend dat ze, al was het maar voor heel even, in zijn aanwezigheid mochten vertoeven.

Een mens zou van minder ongemakkelijk worden. Ruim anderhalf uur verder heeft de argeloze kijker bovendien – ondanks de overvloed aan anekdotisch bewijs – nog altijd weinig grip gekregen op het fenomeen Paolo Conto. Al zou het zomaar kunnen dat hij/zij daarna wél één van de langspelers van de charismatische jazzbrommer uit het Noord-Italiaanse stadje Asti voor de dag haalt. Want deze zoete en lange ode aan de man en zijn muziek maakt ondanks al z’n beperkingen toch een succesvol pleidooi voor zijn melancholieke oeuvre.

De Lijst Van Mengelberg

Moondocs

Van volksheld naar staatsvijand nummer één. Het ‘overkwam’ de immens populaire Nederlandse dirigent Willem Mengelberg, die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tot ontsteltenis van veel landgenoten aan de zijde van de Duitse bezetter schaarde.

De keuze van Mengelberg, volgens zijn biograaf Frits Zwart bepaald geen prettige persoonlijkheid, liet een schokgolf door het land gaan, die 75 jaar na dato op bepaalde plekken nog altijd voor kleine rimpelingen in het water zorgt. ‘De musicus kunnen we prijzen’, zegt David Bazen, de huidige directeur van het Amsterdamse Concertgebouworkest, over de erfenis van het omstreden boegbeeld van zijn orkest. ‘Maar de mens Mengelberg blijft echt een problematische persoon.’

Toch is dat niet alles wat er kan (en moet) worden gezegd over de man die zijn volk zo opzichtig verraadde. De werkelijkheid lijkt genuanceerder dan het verhaal dat ervan is gemaakt. Zo was Mengelberg om te beginnen Duits van origine. Hij kwam op zijn tweede pas naar Nederland. Thuis zou er altijd in zijn moedertaal worden gesproken. Het is dan misschien geen echt excuus voor zijn latere geestdrift voor de nazi’s, zoals bijvoorbeeld nog altijd blijkt uit aantekeningen die de dirigent maakte op oude Duitse kranten, maar maakt die wel begrijpelijker.

En dan blijkt er ook nog een andere kant te zitten aan Mengelbergs positie tijdens de oorlog. Daarop concentreert Jaap van Eyck zich dan ook in De Lijst Van Mengelberg (77 min.). Hij gebruikt niet voor niets het woord ‘lijst’. Dat roept associaties op met Oskar Schindler die tijdens de oorlog bijna elfhonderd Joden redde (of, in een Nederlandse context, De Kinderen Van Truus Wijsmuller). Mengelberg spande zich in woord en daad in voor de Joden in zijn directe omgeving, zijn eigen orkestleden in het bijzonder.

75 Jaar later kunnen hun kinderen er nog steeds van getuigen. En dat doen ze dan ook uitgebreid in deze gedegen film, die met fraaie zwartwit-animaties en klassieke muziek naar een hoger plan wordt getild. Terwijl driekwart van de Nederlandse Joden tijdens de oorlog in vernietigingskampen belandde, werden hun ouders, gekenschetst als mensen ‘die verdienstelijk waren geweest voor de Nederlandse samenleving’, ondergebracht op Landgoed Schaffelaar in Barneveld. Van daaruit konden deze vertegenwoordigers van de culturele elite de oorlog uiteindelijk wél overleven.

‘Zo werkt het nu eenmaal’, zegt historica Pauline Micheels bijna schouderophalend. Ze blijft nochtans hard oordelen over Willem Mengelberg. Die ambiguïteit kenmerkt deze documentaire die weliswaar een onderbelichte kant verkent van de man die na de oorlog een dirigeerverbod kreeg, maar die hem verder helemaal niet probeert vrij te pleiten.

De Lijst Van Mengelberg is hier te zien.

Ara Malikian, Una Vida Entre Las Cuerdas

In zijn instrument weerklinkt het lot van zijn volk. Ruim honderd jaar na dato speelt de Armeense genocide van 1915, waarbij zo’n anderhalf miljoen mensen zijn omgebracht, nog altijd een dominante rol in het leven van violist Ara Malikian. Zijn grootvader Krikor ontsnapte toen als vijftienjarige jongen aan een gruwelijk lot. Hij deed zich voor als violist en ontvluchtte met een orkest het land dat we tegenwoordig kennen als Turkije. ‘s Mans nazaten zouden in Libanon terechtkomen, een land dat vrijwel permanent in oorlog was verwikkeld.

Toen Ara als muzikant veelvuldig begon te reizen, merkte de Armeense Libanees – of Libanese Armeen – pas wat die identiteit losmaakte. ‘Wat zit er in die koffer: een viool of een Kalasjnikov?’, vroegen ze hem bij een grens of op het vliegveld. Hij oogt tegenwoordig, met zijn ruwe baard, weelderige haardos en tatoeages, ook eerder als een lid van de Armeens-Amerikaanse metalband System Of A Down dan als een meesterviolist. Of beter: als een soort ‘Jimi Hendrix van de viool’, een bijnaam die zijn collega Warren Ellis eens ten deel viel.

In Ara Malikian, Una Vida Entre Las Cuerdas (89 min.) vertelt de goedlachse muzikant, ondersteund door vrienden en collega’s, zijn levensverhaal en kijkt hij terug op zijn carrière die hem langs allerlei verschillende muzieksoorten – van vioolpop, gipsy en klezmer tot jazz, flamenco en tango – heeft gebracht. Regisseur Nata Moreno vervat dat in fraaie montages van concertbeelden uit heden en verleden, die illustreren hoe Malikian zich uit het korset van de klassieke muziek heeft gewrongen en nu als een muzikale nomade op zijn eigen voorwaarden de wereld rondreist. Als een echte performer, in directe interactie met zijn publiek.

Hij is niet gericht op het bereiken van perfectie, maar op het delen van de ervaring. Dat komt ook tot uiting in de gedragen slotscène van deze gesmeerd lopende (auto)biografie, waarin Ara Malikian als een vioolvorst door zijn publiek schrijdt terwijl hij Aria de Bach vertolkt. ‘Uit de slechtste omstandigheden kun je goud halen’, constateert hij tot besluit. ‘Als je het wilt, kun je het.’

Bernard Haitink: The Enigmatic Maestro

Crux Productions

Op 6 september 2019 kwam er een einde aan Bernard Haitinks carrière van maar liefst 65 jaar. In die tijd werd de Nederlandse dirigent wereldwijd een begrip. De Britse documentairemaker John Bridcut benadert de inmiddels 91-jarige grootheid in Bernard Haitink: The Enigmatic Maestro (90 min.) dan ook met alle egards en laat klinkende namen uit zijn métier, zoals operazanger Thomas Allen, mezzosopraan Sarah Connolly en klassiek pianist Emanuel Ax, uitgebreid de loftrompet over hem schallen. Deze klassiek gemaakte film, met een erg aanwezige voice-over van de maker, bevat natuurlijk ook fraaie beelden van de maestro aan het werk, als dirigent en als coach van nieuw talent. Een man die duidelijk helemaal in zijn element is.

Als hij met heel zijn hebben en houwen een orkest dirigeert, oogt Haitink imposant en ook wat streng. Eenmaal thuis, gezeten op een stoel naast zijn vrouw Patricia, lijkt de dirigent eerder verlegen. Dat is hij volgens eigen zeggen ook. Nog steeds. En tamelijk zwaarmoedig. In dit persoonlijke portret, waarin ook zijn kinderen Willem en Ingrid aan het woord komen, wordt dat verbonden aan zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. En de Bevrijding, niet te vergeten. Die vond hij verschrikkelijk. Ineens had letterlijk iedereen bij het verzet gezeten. En de manier waarop er bijvoorbeeld wraak werd genomen op moffenmeiden stuitte hem ook ernstig tegen de borst.

Als kleine jongen werd Bernard Haitink tijdens een radioconcert volledig gegrepen door de achtste symfonie van de componist Anton Bruckner. ‘Het was niet normaal’, zegt hij zelf in deze film, die hem terechte eer betoont. ‘En ik ben bang dat ik ook geen normaal jongetje was. Want toen ik het op school vertelde, werd ik uitgelachen en voor de gek gehouden.’ Toen, in 1938 alweer, zou echter een levenslange liefde ontstaan, die hem na een korte periode op tweede viool vol in de schijnwerpers zou zetten als de leider van allerlei gerenommeerde orkesten. Hij ontdekte het geheim van dirigeren en musiceren in het algemeen. ‘Dat je het omhelst, zonder het te verstikken. En ja, dat heb ik mijn hele leven proberen te bereiken.’

Maria By Callas

Fonds de Dotation Maria Callas / NTR

‘Er zitten twee personen in me’, zegt de hoofdpersoon van deze film tijdens een tv-interview met David Frost uit 1970. ‘Ik wil graag Maria zijn, maar moet ook Callas recht doen.’ De eigenzinnige vrouw en de wereldberoemde operaster staan soms op gespannen voet met elkaar. ‘En als het erop aankomt, wie wint er dan?’ wil Frost weten. ‘Maria of Callas?’ De gevierde sopraan houdt zich op de vlakte: ‘Ik hoop dat ze niet zonder elkaar kunnen bestaan.’

In een ander fragment uit hetzelfde interview, dat regisseur Tom Volf gebruikt als anker voor zijn portret van Maria Callas (1923-1977), is ze een stuk explicieter. Die status van beroemdheid, voortdurend op de huid gezeten door de schandaalpers, kan haar gestolen worden. ‘Ik had liever een gelukkig gezin gehad en kinderen. Dat is de voornaamste roeping van de vrouw. Maar het lot heeft me deze carrière gegeven.’

Die loopbaan heeft haar tot de grote ster van Verdi-, Puccini- en Bellini-opera’s gemaakt, maar blijkens Maria By Callas (112 min.) net zoveel conflicten en frustraties opgeleverd; van een publiek ontslag bij het Metropolitan Orchestra tot een groots opgezet concert in Rome, dat vanwege bronchitis moest worden afgezegd. Die beslissing is haar nog jaren nagedragen en noopt haar in latere tijden tot een wat gematigdere toon, tot aan valse bescheidenheid aan toe.

Duidelijk is dat de Grieks-Amerikaanse zangeres een dame met temperament was. Ze maakt in deze stevige biografie, opgebouwd uit een uitbundige hoeveelheid archiefmateriaal en met opvallend lange muziekstukken, regelmatig een teleurgestelde indruk, ook omdat ze zich in vraaggesprekken steeds weer moet verdedigen. Maria wil eigenlijk een vrouw zijn, die zich helemaal kan wegcijferen voor een man. Zegt ze.

Intussen lucht ze haar hart in brieven aan haar zanglerares/hartsvriendin Elvira de Hidalgo, actrice Grace Kelly en haar geliefde, de steenrijke scheepsmagnaat Aristoteles ‘Aristo’ Onassis. Voor hem geeft ze ook haar huwelijk op. Uiteindelijk zal hij haar echter weer verlaten voor een andere celibrity. ‘Ik ben ervan overtuigd dat Onassis m’n vriendschap nodig heeft’, zegt ze daarover tegen David Frost. ‘Want ik vertel hem de waarheid. Niet dat jullie mannen graag de waarheid horen.’

Bokken En Geiten

IDFA

Ooit vormden ze één harmonie. Halverwege de 19e eeuw ontstond er echter een conflict met de dienstdoende pastoor en volgde een opsplitsing. Sindsdien vechten de opstandige Bokken en de Geiten, de meelopers van meneer pastoor, als kat en hond. Op wereldniveau, dat wel. Twee toonaangevende harmonieën uit één en hetzelfde plaatsje, het Limburgse Thorn. De rivaliteit tussen de Koninklijke Harmonie van Thorn, alias De Bokken, en de Kerkelijke Harmonie St. Michael, bijgenaamd De Geiten, heeft voor twee volledig langs elkaar (heen) levende gemeenschappen gezorgd. Met eigen cafés, middenstand en verenigingen.

Hans Heijnen, zelf Limburger van geboorte, tekent de tweespalt in ‘het witte stadje’ met zichtbare compassie, gevoel voor drama en een stiekeme knipoog op in de documentaire Bokken En Geiten (85 min.) uit 1998. De harmonieën zijn niet met elkaar te vergelijken, vinden ze van elkaar. ‘De vuile was van de Bokken ligt eerder op straat dan die van de Geiten’, meent een overtuigde Bok. ‘Dat betekent dat de Bokken het hart op de tong dragen.’ Huichelaars, wil hij maar zeggen, die Geiten. ‘De Geiten, en ik dus ook,’ zet een geit daartegenover, ‘zijn zachter van karakter dan de Bokken.’

Notabelen houden zich intussen zorgvuldig op de vlakte tegenover Heijnen, die het vuurtje zo nu en dan voorzichtig oppookt. Voordat ze het weten worden ook zij, en hun hele gezin erbij, voortaan tot één van de twee kampen gerekend. De rivaliteit in Thorn doet denken aan de strijd tussen de voetbalclubs Spakenburg en IJsselmeervogels, zoals vastgelegd in de sportdocu Hoe Rood En Blauw Spakenburg Verdeelt (2005), en Heijnens eigen film over de kinnesinne tussen de Groesbeekse verenigingen Achilles en de Treffers, Voetbal Is Oorlog (2018).

Eerst en vooral is deze film, waarin verteller Huub Stapel de kijker in Limburgs dialect door het Thornse mijnenveld leidt en Heijnen op gepaste momenten ferme accenten zet met meeslepende concertpassages, echter een bijzonder vermakelijke ode aan het langzaam wegkwijnende verenigingsleven, dat overal in Nederland vergrijst en op sommige plekken zelfs uitsterft. Zowel de Bokken als de Geiten, die elkaar tijdens officiële wedstrijden zoveel mogelijk ontwijken, hebben inmiddels al hun 150-jarig jubileum gevierd en blazen nog altijd een duchtig deuntje mee.

En aan het eind van Bokken En Geiten wordt er, gelukkig, ouderwets ‘zo’ne goeie hebben wij nog niet gehad’ gezongen. Waarbij de ene harmonie wereldkampioen is en de andere kampioen van het dorp. Terwijl dat nog niet zo lang daarvoor toch echt andersom was.

Bokken En Geiten is hier te bekijken.

Pavarotti

NPR

Ruim tien jaar na zijn dood leeft hij nog altijd voort in ons collectieve geheugen als de rockster onder de operazangers: Luciano Pavarotti (1935-2007). Een kolos van een man met een kolossale stem. Woeste baard, kamerbrede glimlach. Wijd zittend zwart pak, witte blouse en gilet eronder. De handen steevast zoekend naar dat grote gebaar, met in de linker steevast een witte zakdoek. Zo is hij altijd onderweg naar een zinderende apotheose.

Regisseur Ron Howard maakte met Pavarotti (115 min.) een al even grote biopic over de tenor uit het Italiaanse universiteitsstadje Modena, die grote successen vierde binnen de operawereld en gaandeweg de oversteek maakte naar de pop- en entertainmentindustrie. Hij kreeg toegang tot alle relevante personen uit Pavarotti’s directe omgeving: zijn vrouw en dochters, (ex-) vriendinnen, medewerkers, collega’s en de twee andere matadoren uit het sterrenensemble The Three Tenors, Placido Domingo en José Carreras.

Howard kleedt hun herinneringen aan met een volumineuze collectie beelden en muziek. Daarmee loopt hij chronologisch leven en werk door van de zanger die bij leven al larger than life was. Tot héél opzienbarende conclusies leidt dit niet. Alle sprekers, inclusief Pavarotti’s eerste echtgenote die hij verliet voor een ander, richten zich vooral op wat de gigant hen en de wereld bracht. Niet zozeer op wat hij daarbij naliet of vergat. Het is vrij eenvoudig om te bepalen wat er dan onder de streep overblijft: Luciano Pavarotti, de beste tenor van zijn generatie.

Artemis: Het Oneindige Kwartet

Dionne Cats / NTR

‘Ik denk dat we in deze samenstelling nog heel lang samen hadden kunnen spelen’, stelt cellist Eckart Runge, één van de oprichters van het Artemis Kwartet. ‘Daar ben ik vast van overtuigd. Het was de ideale combinatie van mensen in een strijkkwartet. Maar er hing toen al een schaduw over de groep.’

Het toonaangevende Duitse strijkkwartet krijgt in 2015 de grootste dreun uit haar dertigjarige bestaan te verwerken: altviolist Friedemann Weigle maakt na een jarenlange depressie een einde aan zijn leven. In Artemis: Het oneindige kwartet (52 min.) vertellen de leden van het ensemble aan Hester Overmars hoe ze verder zijn gegaan.

Hun persoonlijke ontboezemingen worden kracht bijgezet met overrompelende klassieke muziek, waarin de rijke historie van het gelauwerde kwartet doorklinkt. En dan, als de verhoudingen weer lijken hersteld, dient zich toch de vraag aan hoe ze samen verder gaan – of ze überhaupt samen verder kunnen. Als muzikant, maar ook als mens.

Die keuze vormt de vanzelfsprekende ruggengraat van dit fraaie psychologische portret van een select groepje mensen, die zichzelf ooit tot elkaar hebben veroordeeld. Een relaas van samen sterk staan, elkaar kwijtraken en op de één of andere manier tóch doorgaan. Waarbij uiteindelijk niemand groter blijkt dan het Artemis Kwartet.

De documentaire Artemis: Het Oneindige Kwartet is hier te bekijken.

Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements

HBO

Toen Beethoven doof begon te worden, componeerde hij de Moonlight Sonate. Juist die stemmige compositie wil de elfjarige Jonas nu instuderen voor een uitvoering. Hij verloor als kleuter ook zijn gehoor, kon toen een tijd helemaal niets horen en heeft daarna met een cochleair implantaat geluid, muziek in het bijzonder, opnieuw een plek gegeven in zijn leven.

Regisseur Irene Taylor Brodsky vertelt in Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements (90 min.) zowel het verhaal van haar zoon als dat van haar ouders. Die zijn eveneens doof en werden in 2007 al door hun dochter geportretteerd in de aangrijpende film Hear And Now. Zij hebben sinds enkele jaren eveneens een implantaat, maar daaraan zijn ze nooit helemaal gewend.

Waren ze zonder gehoor niet gewoon beter af? vragen ze zich inmiddels af. Als opa overprikkeld dreigt te raken, zet hij bijvoorbeeld gewoon zijn gehoorimplantaat uit. Dat is wel zo rustig. Zeker omdat zijn brein serieuze slijtage begint te vertonen. Ook hun kleinzoon wil zich soms afsluiten van de horende wereld, bijvoorbeeld tijdens het oefenen van Beethovens meesterstuk.

Taylor Brodsky begeleidt de ontwikkelingen in haar familie met een persoonlijke voice-over en trekt parallellen met de laatste levensfase van Ludwig van Beethoven, verbeeld met fraaie animaties, die steeds meer in zijn eigen hoofd ging leven. Het resultaat is een intieme film, die toewerkt naar een vanzelfsprekend slotakkoord: Jonas’ interpretatie van de wereldberoemde pianosonate nr. 14.

Little Stars Of Bethlehem

NTR

Het zijn doodgewone kinderen. Na de Dode Zee willen ze ook wel eens een echte zee zien: de Noordzee. Waarin je echt ongegeneerd lol kunt maken. Het is sowieso een opwindende tijd voor de Little Stars Of Bethlehem (48 min.). De Palestijnse kinderen zijn uitgenodigd om tijdens de Cello Biënnale van 2018 op te komen treden in het verre Amsterdam. De meesten zijn nog nooit buiten Bethlehem geweest. Laat staan in het buitenland.

De acht kleine cellisten zijn geboren en getogen in een Palestijns vluchtelingenkamp, waar de tenten inmiddels zijn vervangen door min of meer normale woningen. De meeste ouders bewaren echter nog steeds de sleutel van het huis dat ze ooit moesten achterlaten, vertelt Fabienne van Eck, de Nederlandse artistiek directeur van het plaatselijke muziekproject Sounds Of Palestine.

Zulke families hebben doorgaans wel wat anders aan hun hoofd dan muziekles voor hun kinderen. Juist daarom, betoogt Van Eck, is het zo belangrijk dat deze vaak getraumatiseerde jongens en meisjes in contact worden gebracht met muziek. Het werken met lokale kinderen is voor haar echt een soort roeping. Nadat ze was afgestudeerd aan het Nederlandse conservatorium, reisde Van Eck af naar Bethlehem om daar werk te gaan doen dat haar uiteindelijk veel belangrijker leek dan het spelen in een Nederlands orkest.

Regisseur Shariff Nasr portretteert de protegés van Fabienne van Eck eerst in hun eigen omgeving en volgt hen vervolgens tijdens hun muzikale trip naar het vrije Westen. Dat levert innemende taferelen op, van kinderen die even loskomen van hun beladen leefomgeving en weer, juist, kind mogen zijn. Het is ontroerend om te zien hoe ze bijvoorbeeld met grote ogen in de trein naar buiten zitten te kijken, zich wagen aan haring happen of, in het ouderlijk huis van Fabienne, hagelslag op hun boterham strooien.

Wat voor ons, westerlingen uit een land dat al decennia vrede kent, volstrekt normale activiteiten zijn, is voor deze oorlogskinderen een heuse belevenis. Daarmee krijgt het tweede deel van deze televisiedocu wel een hoog toeristisch gehalte. Pas zodra de Palestijnse kinderen, als onderdeel van een veel groter kinderorkest, aan het eind van deze observerende film het podium op mogen, komt ook de muziek, die hen deze trip heeft bezorgd en die hen nog altijd een kans op een ander leven zou kunnen geven, weer echt centraal te staan.

Itzhak

NTR

‘Hoe leg je uit dat de ene violist een prachtige klank heeft en de andere niet?’ vraagt Itzhak Perlman zich tijdens een interview hardop af. ‘Dat kun je niet uitleggen. Je moet het horen.’ Het vraaggesprek met de Israëlische violist is versneden met actiebeelden, waarin hij duidelijk niet alleen anderen in vervoering brengt. ‘Als je een klank in je hoofd hebt, komt die er als vanzelf ook uit. Maar je moet het kunnen horen, anders lukt het niet.’ Hij verduidelijkt: ‘Ik heb het niet over kwaliteit, maar over schoonheid.’

‘In een interview kreeg Itzhak Perlman ooit de vraag wat hij het liefste hoort’, vertelde de Amerikaanse president Obama daarover in 2015 bij de uitreiking van de Presidential Medal Of Freedom. ‘Zijn ogen begonnen te stralen en hij zei: het geluid van fruitende uitjes in de pan.’ Obama, die in lachen uitbarst, herpakt zich: ‘Maar wat hem onderscheidt en zo’n immens geliefde violist maakt is dat hij musiceert zoals hij alles in het leven doet: met passie en vreugde.’

Die twee elementen keren ook steeds terug in het joyeuze portret Itzhak(54 min.) van Alison Chernick, waarin Perlmans opmerkelijke levensverhaal wordt verteld. Nadat hij op vierjarige leeftijd polio kreeg en zich voortaan met krukken, beugels of een karretje moest voortbewegen, vond Itzhak zijn lotsbestemming in de viool. Als kleine jongen werd hij al uitgenodigd om op te treden in de legendarische televisieshow van Ed Sullivan. Als een soort curiosum, denkt hij zelf. Een schattig Joods jongetje met die beugels en zijn viool.

In de navolgende decennia zou hij zich echter ontwikkelen tot één van de toonaangevende violisten van de wereld. Zo viel hem bijvoorbeeld de eer ten deel om de zwaarbeladen themamuziek van Schindler’s List in te spelen. Voor Perlmans muziek wordt in dit portret vanzelfsprekend veel tijd ingeruimd. Tegelijkertijd is er de aardse familieman, honkbalfan en moppentapper Perlman, die al sinds en jaar en dag een onafscheidelijk duo vormt met zijn vrouw Toby en een ogenschijnlijk mooi rond leven opbouwde, dat in deze film nog eens lekker wordt gevierd.

Het is een inspirerend, typisch Amerikaans verhaal: over het overwinnen van tegenslag en het vinden van jezelf. Met de viool als, inderdaad, spiegel van de ziel.