Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

Molly Vs. The Machines

VPRO / zondag 27 september, om 22.40 uur, op NPO2

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

Welded Together

Witfilm

Als haar halfzusje Amina, met een tutje in de mond, in slaap valt in de box, kan Katya haar blik nauwelijks losmaken van het kleine meisje. Amina is volledig aangewezen op haar als oudere zus. Hun moeder heeft zich weer eens verloren in drank. God weet waar ze is. Toen Katya’s vader overleed, was zij zelf nog maar zes. Haar moeder verdronk vervolgens haar verdriet en werd uit de ouderlijke macht gezet. En zij belandde als kind in een weeshuis, ergens in de voormalige Sovjet-republiek Belarus. 

De geschiedenis dreigt zich nu te herhalen, terwijl Katya net een eigen leven had opgebouwd als professioneel lasser. Als haar moeder, bij wie ze tegen beter weten in toch weer is ingetrokken, na een nacht aan de boemel niet komt opdagen, staat ze er helemaal alleen voor in hun schamele huurappartement in de Wit-Russische stad Brest. Kan ze Amina behoeden voor het leven dat ze zelf in haar maag gesplitst heeft gekregen? En lukt het intussen ook om de scheuren in haar eigen ziel te herstellen?

Regisseur Anastasiya Miroshnichenko vangt Katya’s gevoelsleven in lange close-ups, waarin zij, met de blik naar binnen, in het oneindige staart. Haar hele leven, ruim twintig jaar ploeteren, lijkt dan voor haar geestesoog te passeren. Tegelijkertijd noopt de realiteit van het hier en nu Katya in Welded Together (96 min.) om na te denken over hoe het verder moet. (Hoe) kan ze haar baan als lasser, de dagelijkse zorg voor haar zusje én het regelwerk om haar alcoholische moeder op het rechte pad te houden combineren?

Everything Will Be Fine, zingt de getormenteerde jonge vrouw, als ze even alles loslaat, enthousiast mee met de Oekraïense artiest Vjerka Serdjoetsjka. Het kost haar alleen moeite om die boodschap te verinnerlijken en een einde te maken aan de maalstroom van armoede en alcoholisme waarin ook zij dreigt te worden meegenomen. Niet in het minst omdat het kiezen voor zichzelf en haar liefde voor haar kleine zusje Amina ook een onmogelijke keuze veronderstelt. Trefzeker werkt Miroshnichenko daarnaartoe.

Welded Together groeit ondertussen uit tot een aangrijpend portret van een jonge vrouw, op handen gedragen door haar mannelijke collega’s en thuis veel te jong bedolven onder volwassen verantwoordelijkheden, die gevangen lijkt te zitten in typische Oostblok-tristesse.

FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

Credible Messengers Amsterdam

KRO-NCRV

Voor hun vorige film bezochten Meral Uslu en Maria Mok Jongens Zonder Thuis. Daarvóór volgden ze, als de spreekwoordelijke vlieg op de muur, onder anderen de mannen van de longstay-afdeling van een TBS-kliniek, de advocaten van Robert M. en kritische leden van de blauwe familie.

Om mooifilmerij, straffe vormgeving of ingenieuze montagetrucs malen ze niet. Uslu en Mok brengen hun verhalen terug tot de essentie. Ze zijn erbij op de wezenlijke momenten, maken zichzelf vervolgens zo klein mogelijk en registreren simpelweg wat er zich dan afspeelt. De kleine waarheid, zoals zij die waarnemen.

Credible Messengers Amsterdam (92 min.) past perfect in hun inmiddels behoorlijk omvangrijke filmografie als duo. Ditmaal sluiten ze aan bij ervaringsdeskundigen die jongeren begeleiden die (dreigen te) ontsporen. Met persoonlijke coaching hopen ze hen te behoeden voor de fouten die ze zelf ooit hebben gemaakt.

Zo begeleidt ‘credible messenger’ Mike de tiener Clayton. Die groeide op bij zijn moeder in Frankrijk, begon zich in z’n banlieue met steeds meer zaken bezig te houden die het daglicht niet kunnen verdragen en is nu bij zijn vader in Nederland beland. Aan Mike de opdracht om de jongen enigszins op het rechte pad te houden.

Zijn collega Jurmain bekommert zich intussen om Jedi, een tiener die ook al z’n eerste aanvaringen met de wet achter de rug heeft en nu z’n eigen hoodies wil gaan verkopen. Zijn ferme coach staat hem daarbij met raad en daad terzijde. Gaandeweg blijkt dat Jedi uit een gezin komt dat slachtoffer was van de Toeslagenaffaire.

Zulke informatie bereikt de kijker veelal terloops. Want Uslu en Mok houden hun film in het hier en nu. Klassieke direct cinema. Geen grondige zoektocht dus naar hoe het zo is gekomen, een uitgebreide uitleg over de filosofie achter de messengers of kritische vragen als één van hen een opmerkelijke interventie pleegt.

Wanneer één van de ervaringsdeskundigen haar pupil Saïda, die in een gewelddadige relatie verzeild is geraakt, bijvoorbeeld thuis uitnodigt om eens met haar eigen moeder te praten, die ook jarenlang (over)leefde te midden van huiselijk geweld, volgt er dus geen indringend gesprek over het belang van professionele distantie.

Show, don’t tell. De kijker mag/moet het zelf uitzoeken. In een authentieke weerslag van de wereld waarin het filmende duo nu weer is gedoken en de mensen van vlees en bloed, dealend met de uitdagingen op hun levenspad, die ze daar hebben aangetroffen.

Folktales

Cherry Pickers / vanaf donderdag 1 januari in de bioscoop

‘De honden leren ons om meer mens te worden,’ stelt Thor-Atle, zo’n oudere docent die je elke opgroeiende tiener toewenst, in de documentaire Folktales (105 min.). Samen met z’n jongere collega Iselin, een sensitieve en begripvolle vrouw, krijgt hij voor de rest van het schooljaar enkele jongeren onder zijn hoede. Zij hebben zich ingeschreven voor een tussenjaar op de Pasvik Folkehøgskole in Finnmark. Daar, in het uiterste noorden van Noorwegen, leren zij omgaan met sledehonden en buiten overleven in arctische omstandigheden.

Het gerenommeerde Amerikaanse documentaireduo Heidi Ewing en Rachel Grady (Jesus Camp12th & Delaware en One Of Us) volgt dit jaar via drie van hun leerlingen: het Noorse meisje Hege, dat de moord op haar vader een plek probeert te geven. Haar nerdy landgenoot Bjørn Tore, voor wie vrienden maken net zo moeilijk lijkt als ze houden. En de achttienjarige Groningse tiener Romain, die is vastgelopen op school en eigenlijk ook die negen maanden in barre Noorse omstandigheden helemaal niet ziet zitten.

Stuk voor stuk zullen zij hun eigen ontwikkeling doormaken in deze klassieke coming of age-docu. Uitgedaagd door elkaar, hun honden en de winterse omstandigheden – zie bijvoorbeeld maar eens een oog dicht te doen als je ergens in de besneeuwde bossen alleen met die hond in een ‘beervrije’ tent ligt – en begeleid door mentoren die empathie aan daadkracht paren, beleven zij momenten van opperste wanhoop, boeken ze kleine overwinningen en komen ze steeds iets dichter bij de mens die ze kunnen worden.

Het resultaat van zo’n jaartje volkshogeschool in het noorden van Noorwegen, niet voor niets populair bij jongeren die na de middelbare school zichzelf willen ontdekken, laat zich raden: de meeste deelnemers stappen met een hernieuwd zelfbewustzijn de rest van hun leven in. Althans, zo kennen we dat uit tal van documentaires. Deze film vormt daarop geen uitzondering – al weten Ewing en Grady de emotionele ontwikkeling van hun hoofdpersonen met fraaie observerende scènes ook echt geloofwaardig te maken.

De honden claimen daarbij inderdaad een sleutelrol. Zij ontwapenen de jongeren die zich op hen verlaten volledig. Wat ook ontzettend helpt is het imposante decor waarin zij acteren. Waar elk ogenblik de Noorse God Odin, aangehaald in een steeds terugkerend mythisch verhaal, lijkt te kunnen verschijnen tussen de bomen, sneeuw en rendieren. Een wereld die bovendien eerst naar een schijnbaar eeuwige Poolnacht toewerkt en daarna zoekt naar een sprankje hoop, dat zich aandient met het eerste zonlicht.

Met prachtig camerawerk, waarin het natuurschoon met veel oog voor mystiek en symboliek is vereeuwigd, sublimeert Folktales zowel de individuele mensen en dieren als de ontzagwekkende wereld waarvan zij deel zijn gaan uitmaken. Het resultaat is een machtig mooie film, die zowel jong als oud weer een beetje vertrouwen kan geven in de toekomst.

Rashid, The Boy From Sinjar

Clin d’oeil

Toen Islamitische Staat (IS) hem in Syrië probeerde te rekruteren, tatoeëerde zijn moeder ’Kasm’, de naam van zijn vader, op Rashids rechterbovenarm. ‘Als ze je meenemen, kun je in elk geval nooit vergeten wie je bent’, zei ze erbij. Toen strijders van IS de tatoeage zagen, dreigden ze de arm van de rossige Jezidi-jongen te amputeren. Nadat zij hem een aantal keer flink in elkaar hadden geslagen, maakten ze uiteindelijk een foto van Rashid Qasim, zijn moeder Nejad en de andere kinderen. Daarmee konden ze te koop worden aangeboden via Facebook. Zo kwam hun vader hen weer op het spoor.

Rashid, The Boy From Sinjar (80 min.) kan zich nog goed herinneren hoe het begon: op 3 augustus 2014, de laatste dag van de vastenperiode. Toen ging de genocide op zijn volk, een christelijke minderheid in Noord-Irak, van start. Rashids grootvader behoorde tot de allereerste slachtoffers. Bij de start van deze documentaire van Jasna Krajinovic is het ruim zes jaar later, 2020. De inmiddels vijftienjarige Jezidi-tiener probeert zijn leven weer op te pakken. School, bijvoorbeeld. Werken voor de kost. Of rondhangen met vrienden. Intussen is zijn jongere zusje Raishin nog steeds niet teruggekeerd. Zij is waarschijnlijk nog altijd in handen van Islamitische Staat.

Dat eerste shot van deze ingetogen documentaire hakt er overigens meteen in: achter op een wagen gezeten rijdt Rashid door Sinjar en aanschouwt de onvoorstelbare ravage die daar is aangericht. Hoe is hier nog ooit menselijk leven mogelijk? Later maakt hij, als een speelse puber, in diezelfde desolate omgeving met zijn telefoon overigens alweer foto’s met leeftijdsgenoten, waaronder enkele leuke meisjes. Het is alsof het gewone leven in de navolgende jaren, ondanks al het leed dat hen is berokkend, toch weer gewoon doorgaat. En daarbij hoort ook de vraag waar hun toekomst ligt: hier, in de ruïne, die ooit hun leven was? Of toch elders?

Van de documentaires die in de afgelopen jaren zijn gemaakt over de totale verwoesting van de Jezidi-gemeenschap – films zoals Sabaya, Daughters Of The Sun en Mediha – richt Rashid, The Boy Of Sinjar zich het minst op het verleden. Krajinovic gebruikt het schrikbewind van de IS-barbaren, en de dreiging die nog altijd van hen uitgaat, vooral om te kijken naar hoe het leven nu verder moet voor Rashid en zijn familie. En die toekomst brengt in deze ingetogen en – daardoor juist zo – aangrijpende documentaire z’n eigen hartverscheurende keuzes met zich mee. Loslaten en verder gaan? Of toch vasthouden?

Milou’s Strijd Gaat Door

familiefoto / NTR

‘Ik ben Milou’, zegt de hoofdpersoon bij de start van deze indringende film. ‘Je hoort mijn stem, maar ik leef niet meer. Omdat ik het belangrijk vind dat mijn verhaal verteld wordt, is mijn stem met kunstmatige intelligentie nagemaakt. Daarvoor zijn oude geluidsopnamen van mij gebruikt.’

Alles wat ze nu met de kijker deelt heeft Milou overigens ooit zelf gezegd of geschreven, vertelt haar AI-alter ego. De bijbehorende foto’s komen uit het familiealbum. En de tekeningen en social media-filmpjes heeft ze, in de jaren voordat in 2023 euthanasie aan haar werd verleend, zelf gemaakt. ‘Alleen deze introductie niet’, voegt ‘Milou’ daar nog aan toe. ‘Die is geschreven door Bart, de regisseur.’

En die neemt de vertelling vervolgens meteen bij de hand met zijn eigen voice-over: ‘Maar hoe kan het dat Milou, een meisje van zeventien, zodanig psychisch lijdt dat ze euthanasie krijgt?’ Waarna de titel van deze documentaire in beeld verschijnt, Milou’s Strijd Gaat Door (103 min.), en de zoektocht naar het antwoord op die vraag kan beginnen. Als er al een eenduidig antwoord bestaat…

Milou was het nichtje van producent Rob Hüsken, de beste vriend van documentairemaker Bart Hölscher. Samen hebben zij nu, tegemoet komend aan de laatste wens van Milou, een film gemaakt, waarin de lijdensweg van de tiener uit Bavel nog eens pijnlijk gedetailleerd wordt gereconstrueerd met Milou’s ouders Mireille en Louis, haar vriendinnen Lisa en Nyssa en enkele behandelaars.

Daarmee wordt in de eerste helft van deze documentaire het fundament gelegd voor het tweede deel van de film, waarin de openbare discussie aan de orde komt die na Milou’s zelfverkozen ‘humane dood’ losbarstte. Is het wel gewenst dat minderjarigen die ogenschijnlijk ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden in aanmerking komen voor euthanasie? De meningen van behandelaars lopen daarover uiteen.

Kinder- en jeugdpsychiater Menno Oosterhoff, die Milou’s wens om humaan te kunnen sterven honoreerde, noemt dat besluit ‘één van de moeilijkste beslissingen’ uit zijn leven. Naderhand voelde hij zich bovendien gecriminaliseerd door collega’s, en in hun kielzog ook politici, die de zorgvuldigheid daarvan in twijfel trokken. En hij maakte zich kwaad over de ‘parent blaming’ die er ook uit sprak.

Hölscher neemt de tijd om deze pijnlijke discussie, waarbij Oosterhoffs opponenten alleen via archiefbeelden aan bod komen, te behandelen. Het persoonlijke verhaal van Milou dreigt dan wat op de achtergrond te raken – al maakt hulpverlener Halil nog wel een speciale Blue Tree voor haar en bezoeken Milou’s ouders samen met lotgenoten het beeld Stille Strijd, dat aandacht vraagt voor psychisch lijden bij jongeren.

Op zulke kwetsbare momenten wordt nog eens duidelijk dat het leed dat zij met hun kind moeten dragen eigenlijk te groot is om onderdeel te worden gemaakt van een maatschappelijk debat – hoe legitiem dat verder ook is. Voor de ouders van Milou telt uiteindelijk slechts één ding: dat hun kind niet langer hoeft te lijden en niet aan haar lot wordt overgelaten terwijl ze aanstuurt op een waardig einde.

Tyst I Klassen

HBO Max

Een geanonimiseerde man stuit op een downloadsite, waar hij naar verluidt op zoek is naar een martial arts-film, op ‘creepshots’: stiekem gemaakte foto’s en filmpjes van jonge meisjes. Hij ziet meteen iets opmerkelijks: de plek waar de beelden zijn gemaakt is duidelijk te herkennen. Het gaat om een internationale privéschool in de Zweedse stad Karlstad.

En het kost hem al even weinig moeite om te ontdekken wie de maker is van het ongepaste beeldmateriaal: een recreatieleider van deze Internationella Engelska Skolan, die zich online Waney Larway noemt. De schoolmedewerker heeft heimelijk leerlingen gefilmd en laat soms ook een zogeheten ‘cum tribute’ achter op die beelden.

De anonieme man wil niet in de zaak betrokken raken, zegt hij in de driedelige serie Tyst I Klassen (Engelse titel Quiet In Class, 126 min.). Daarom schakelt ie niet de politie in, maar stuurt eerst een bericht met screenshots naar de plaatselijke krant, Värmlands Folkblad, en daarna een brief naar de rector van de Engelska Skolan.

Daar lijkt de zaak te stranden. Binnen de school heerst een zwijgcultuur. Lastige zaken worden achter gesloten deuren afgehandeld. Meisjes die zich beklagen over ongepast gedrag van de recreatieleider, vertellen ze geëmotioneerd in deze miniserie, worden steeds afgewimpeld. Hun verhalen kunnen schadelijk zijn voor het imago van de school.

En dan neemt de zaak, aan het einde van de eerste aflevering, ineens een opmerkelijke wending, die de verwikkelingen in deze uitgekiende productie van Fredrik Öjes, aangekleed met chatverkeer van de verdachten en gevisualiseerd met erg suggestieve gedramatiseerde scènes, toch even in een ander perspectief plaatsen.

De keuze om de serie zo een oplawaai te geven voelt enigszins ongepast als dit crime-verhaallijntje wordt afgezet tegenover het grotere geheel: van meisjes die weliswaar gekleed zijn gefilmd en gefotografeerd – met een ongezonde interesse voor bepaalde lichaamsdelen – maar zich wel degelijk misbruikt voelen en niet serieus zijn genomen.

De Zweedse tieners en hun ouders zullen moeten leven met de gedachte dat een man met volstrekt ongepaste gedachten en ernstig grensoverschrijdend gedrag jarenlang min of meer vrij spel heeft gekregen op hun school en dat ze nooit zeker zullen weten wie zijn beelden heeft gezien – of, de gedachte alleen, wie die nog gaat zien.

Memphis To The Mountain

Disney+

De disclaimer voor de eerste aflevering van Memphis To The Mountain (155 min.) is even tragisch als veelzeggend: ‘Een jaar nadat deze documentaire werd gefilmd is Jarmond Johnson, één van de mensen die je nu gaat ontmoeten, neergeschoten en gedood in South Memphis. Dit verhaal is opgedragen aan Jarmond.’

Je zou het een valse start kunnen noemen voor een inherent optimistische onderneming. In Soulsville, een achterbuurt van zuid-Memphis, hebben Chris Dean en Hollywood-regisseur Tom Shadyac een non-profit klimhal opgestart. Bij Memphis Rox kunnen sindsdien ook zwarte jongeren uit ‘the hood’ leren klimmen. En nu hebben ze zelfs het plan opgevat om met enkele jongeren Mount Kenya te gaan bedwingen.

De negentienjarige Mike Lee bijvoorbeeld. Hij slaapt sinds enige tijd in z’n auto op de Rox-parkeerplaats en mag al snel in een tentje kamperen in de gemeenschappelijke tuin. Hij begint direct fanatiek te trainen op de klimmuur. En, natuurlijk, Jarmond Johnson, een goedlachse kerel die na een tijd in de gevangenis een thuis vindt bij het klimcentrum en zich daar ontfermt over ‘Wheezy’, een joch met ademhalingsproblemen.

In de eerste twee afleveringen van deze driedelige serie van Zachary Barr begeven de Rox- jongeren zich naar respectievelijk de zwarte outdoor-instructeur Phil Henderson in Colorado en Free Solo-klimmer Alex Honnold in de bergen van Nevada voor een stoomcursus buitenklimmen Als het team afdoende lijkt te zijn geprepareerd om zichzelf te gaan overwinnen in Afrika, blijken er alleen toch nog wat hobbels te zijn.

In een indrukwekkend decor worden de klimmers vervolgens tot het uiterste getest in de slotaflevering. Individueel en als groep krijgen ze te maken met angst, hoogteziekte, kou en uitputting. Ze komen zichzelf meermaals keihard tegen. En Barr heeft daarvan een meeslepend verslag gemaakt, dat de climax vormt van een (groeps)proces dat weliswaar tamelijk voorgekookt oogt, maar desondanks boeit en raakt.

Eenmaal terug uit Kenia en weer op vertrouwde grond in Memphis kunnen de deelnemers deze louterende ervaring in de bergen gebruiken voor hun verdere levens. Alleen het leven van Jarmond Johnson, die in Afrika de bijnaam ‘Bazu’ (grote broer) heeft gekregen, wordt kort na terugkeer dus rigoureus afgebroken. Hij wordt niet ouder dan 25 en leeft nu een héél klein beetje voort via deze aardige serie.

Dogtown And Z-Boys

Alliance Atlantis

In 1975 verschijnt in het tijdschrift Skateboarder het artikel Aspects Of The Downhill Slide, het eerste van wat de Dogtown-serie van de 26-jarige kunstenaar en fotojournalist Craig Stecyk zal worden. Hij verhaalt daarin over de skatecultuur van Los Angeles, die ruim 25 jaar later nog eens, met beelden die Stecyk in deze gloriejaren heeft gemaakt, zal herleven in de klassieke documentaire Dogtown And Z-Boys (90 min.).

Skateboarder/filmmaker Stacy Peralta blikt terug op de scene waarvan hij zelf een product is. Bij de Pacific Ocean Park-pier, op de grens van Venice en Santa Monica, bevindt zich begin jaren zeventig het centrum van Dogtown, een niemandsland bij het strand dat een thuis is geworden voor buitenbeentjes. Daar, bij die met graffiti afgebakende betonnen wereld, surft de alternatieve jeugd over verraderlijke golven.

In de scene rond de surfwinkel Zephyr begint een groepje durfals bovendien, in de dode uurtjes waarin er geen golven zijn om te bedwingen, op het asfalt in de directe omgeving de wildste trucs uit te halen op hun skateboards. Vooral veronachtzaamde zwembaden zijn in trek en blijken ideale skateramps. Als echte haantjes proberen de Zephyr-skaters elkaar daar voortdurend af te troeven. Samen stijgen ze naar aanzienlijke hoogte.

Deze ‘Z-Boys’ ontwikkelen ook een geheel eigen stijl, gedragen zich als punkrockers avant la lettre en spreken dus tot de verbeelding van alternatieve muzikanten, zoals Henry Rollins (Black Flag), Ian Mackaye (Fugazi) en Jeff Ament (Pearl Jam). En Tony Hawk en Steve Caballero, skateboardcracks van een volgende generatie, kunnen zich eveneens laven aan de prestaties van de Zephyr-iconen Jay Adams en Tony Alva.

Deze energieke film, die op het Sundance-festival van 2001 twee Awards in de wacht sleepte, laat de oorspronkelijke opwinding, kameraadschap en onderlinge rivaliteit van de Z-Boys herleven met een levendige mixture van skatebeelden en terugblikinterviews, die op smaak en tempo wordt gehouden met een hele zwik onweerstaanbare rocklicks en -riffs van onder anderen Jimi Hendrix, The Stooges en Ted Nugent.

En verteller Sean Penn fungeert als verbindende factor in een zwierig gemonteerde, tussen kleur- en zwart-wit jumpende film, waarin vorm en inhoud soepel samenvloeien en de onstuimige beginjaren van de skatecultuur, -esthetiek en -sport uitstekend zijn gedocumenteerd.

In 2005 zou Stacy Peralta met regisseur Catherine Hardwicke overigens ook nog een speelfilm over ‘zijn’ skatescene maken: Lords Of Dogtown, met hoofdrollen voor de acteurs Emile Hirsch (Jay Adams), Victor Rasuk (Tony Alva) en John Robinson (Peralta zelf). En Heath Ledger speelt Zephyr-mede-eigenaar Skip Engblom.

Unknown Number: The High School Catfish

Netflix

‘U are worthless n mean nothing u never have get a fucking life out of here owen will never look at u again or talk to u u fucked his life up so bad his family fucking hates u for it n he will never in life acknowledge u again get the fuck lost bitch he is fucking done with you’.

Vanaf oktober 2020 ontvangt Lauryn Licari, een dertienjarig meisje uit Beal, Michigan twee jaar lang intimiderende berichten van een onbekend nummer op haar telefoon. Ze heeft geen idee van wie de haatteksten afkomstig zijn. Het is duidelijk iemand die een wig wil drijven tussen Lauryn en haar vriendje Owen. En de persoon in kwestie bevindt zich in de buurt: op school, in de vriendenkring of bij haar basketbalteam. Want in de berichten staan details die alleen mensen uit hun directe omgeving kennen.

Unknown Number: The High School Catfish (95 min.) is de nieuwe productie van Skye Borgman, een documentairemaakster die aan de lopende band nieuwe, publieksvriendelijke films en miniseries aflevert voor Netflix. Van Girl In The PictureI Just Killed My Dad en Sins Of Our Mother tot The Truth About JimAmerican Murder: Laci Peterson en Fit For TV: The Reality Of The Biggest Loser. Stuk voor stuk bizarre ‘stranger than fiction’-verhalen, met veel drama en suspense uitgeserveerd.

Van het cyberpesten van Lauryn en Owen maakt Borgman een geheel bijdetijdse whodunnit. Wie in Beal zit er achter deze digitale stalking? In de eerste helft van Unknown Number introduceert ze, als een moderne variant op Agatha Christie, steeds een nieuwe verdachte, die verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de aanhoudende intimidatie van de twee tieners. Totdat de Hercule Poirot van deze nare geschiedenis, sheriff Mike Main, voor de lens van zijn bodycam de dader ter verantwoording roept?

En dan krijgt en neemt die de gelegenheid om de hele affaire nog eens van begin tot eind door te akkeren – inclusief het naspelen van momenten waarop die berichten worden ingetypt – en het motief daarvoor toe te lichten. En dan is het aan de kijker zelf, die ook andere direct betrokkenen op zich in kan laten werken, om te bepalen hoe geloofwaardig dat is. Intussen heeft zich een onvervalst nee!nee!nee!-verhaal gevormd, dat wederom aantoont dat we als mensen echt weinig gekkers kunnen bedenken dan de waarheid.

The Real Project X

Netflix

Het wordt een zestiende verjaardag om nooit te vergeten. Een dag voordat het feestje op de Stationsweg in het Groningse dorp Haren daadwerkelijk moet losbarsten, is het aantal genodigden al gestegen tot boven de 350.000. Terwijl de jarige Job, de Nederlandse tiener Merthe Weusthuis, in eerste instantie slechts 78 mensen heeft uitgenodigd. Ze maakt daarbij één klein foutje: Merthe zet het aangemaakte Facebook-evenement voor vrijdag 21 september 2012 op ‘openbaar’.

Een grapjas verzendt vervolgens 500 invites. Al snel gevolgd door anderen. Als de jarige het evenement dan toch maar cancelt, opent een andere Facebooker direct een nieuwe feestaankondiging. En als die de pagina op verzoek van Merthe’s vader delete, is er wéér iemand anders die het feest opnieuw aankondigt. Totdat de situatie he-le-maal uit de hand is gelopen. Net als in de film. Letterlijk: de Hollywood-film Project X, eerder dat jaar uitgebracht, over een feest dat he-le-maal uit de hand loopt.

‘Waar is dat feestje?’ zingen bezoekers als The Real Project X (48 min.) goed op gang komt. ‘Hier is dat feestje!’ Rellen in Haren zijn onvermijdelijk. En dat vindt zeker niet iedereen erg, getuige deze terugblik van Alex Wood, waarin Merthe en andere feestgangers de aanloop naar Project X Haren en de avond zelf nog eens de revue laten passeren. Dat moet noodgedwongen in het Engels – het gaat tenslotte om een internationale productie – waardoor die party een extra plastic Hollywood-randje krijgt.

Project X wordt nooit meer dan een sterk verhaal, waarbinnen menigeen – de nachtburgemeester van Groningen, het Harense gemeenteraadslid, de relschopper met nog altijd de borst fier vooruit en de YouTubers van StukTV die viral gaan met hun Haren-repo’s – z’n eigen heldenrol kan claimen. En Merthe Weusthuis? Die kan er achteraf, als de uiteindelijke schade toch best mee blijkt te vallen, wel om lachen. ‘Ik zou zeker zijn gegaan’, grinnikt ze, ‘als het niet mijn eigen feest was geweest.’

The Astroworld Tragedy

Netflix

Tijdens het optreden van rapper en organisator Travis Scott wordt er vanaf het pretparkachtige festivalterrein ingebeld bij Houstons 911-meldkamer. ‘We zijn bij het Astroworld-concert’, schreeuwt een concertganger aan de andere kant van de lijn. ‘Het wordt echt gevaarlijk. Het moet ophouden.’ De telefoniste blijft rustig: ‘Wat wil je melden?’ Het meisje is nu bijna hysterisch. ‘Iedereen wordt op elkaar gestapeld.’

Want terwijl het leeuwendeel van Scotts publiek helemaal uit zijn dak gaat, zijn elders fans in de verdrukking geraakt. Zij verkeren echt in doodsnood. ‘Stop de show!’, roepen festivalbezoekers, terwijl hulpverleners mensen proberen te reanimeren. De ster van de avond heeft echter geen idee van wat er aan de hand is. En er is niemand, van zijn eigen entourage of de concertpromotor Live Nation, die hem daarvan op de hoogte brengt.

The show must go on, zelfs op een tragische dag zoals vrijdag 5 november 2021. Sterker: rapper Drake wordt het podium opgeroepen om het feest helemaal aan de kook te brengen. Als Travis Scott om 22.13 uur zijn show beëindigt met vuurwerk, zijn er allerlei ambulances gearriveerd op het festivalterrein. Astroworlds openingsavond resulteert in tien doden, honderden gewonden én de vraag wie daarvoor verantwoordelijk is.

Yemi Bamiro probeert die te beantwoorden in de degelijke tv-docu The Astroworld Tragedy (80 min.), het eerste deel van de nieuwe Netflix-serie Trainwreck, met concertgangers, nabestaanden, festivalpersoneel, hulpverleners en veiligheidsexpert Scott Davidson. Zoals tegenwoordig gebruikelijk is er meer dan genoeg ondersteunend bewijsmateriaal: de complete tragedie is door festivalgangers zelf gefilmd.

En naderhand is Travis Scott de gebeten hond. Hij had die show moeten stoppen, vinden sommige fans. Davidson zoekt ‘t eerder bij Live Nation, de grootste concertpromotor van de wereld. Heeft die voor, tijdens en na de ramp niet erg veel steken laten vallen? Uit berichten die medewerkers tijdens Scotts show uitwisselen blijkt in elk geval dat sommigen dondersgoed doorhebben wat er aan de hand is. ‘Er gaan doden vallen.’

Zomerdromen

Tangerine Tree / VPRO

‘Wat voor een kanker heb jij?’ vraagt Lotte van der Ree aan het meisje, dat ze zojuist heeft ontmoet op het kamp en waarmee ze nu in een zwemband in het water dobbert.

‘Ik heb leukemie gehad’, antwoordt zij ontspannen. ‘Nou, heb ik nog. Gaat nu goed. En met jou? Wat heb jij?’

‘Met mij gaat het nu ook goed, vooral omdat ik in het water ben, met een donut’, reageert Lotte lachend.

‘Wat heb je dan?’ wil het andere meisje weten.

‘Mijn tumor zat in mijn onderbuik. Hij is wel weggesneden, maar ik krijg nog wel chemo via een infuus. En elke dag moet ik een chemodrankje nemen.’

‘Oh, ja.’

Deze korte jeugddocumentaire van Kim Faber begint niet op het kamp, maar op de poli kinderoncologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Daar is de elfjarige Lotte al een jaar in behandeling. Na een gesprekje met de behandelende arts, is het echter tijd voor iets anders: kamp. Jeeuuh! reageert het meisje enthousiast.

En daar, op Zomerzotheid, speelt Zomerdromen (17 min.) zich verder af. Het wordt ‘een zomerzotte zeilvakantie in Friesland’. De deelnemers worden enthousiast begroet. ‘Welkom op ons kamp’, roept één van de organisatoren hen direct toe. ‘Iedereen heeft hier ongeveer hetzelfde meegemaakt. Dus wees een beetje lief voor elkaar.’

En dat is precies wat de kinderen en hun enthousiaste begeleiders van de Stichting Kinderoncologische Vakantiekampen (SKOV) gaan doen: onbezorgd van de activiteiten, elkaar en het leven in het algemeen genieten. Zwemmen, zingen en dansen, hamburgers eten en TikTok-dansjes filmen. En tot besluit – natuurlijk! – een bonte avond.

Tussendoor praten ze over het leven met kanker: haaruitval, misselijkheid en prikken krijgen. Faber vangt in deze warme, observerende film hoe lotgenoten zielsverwanten worden – en gewone vriendjes en vriendinnetjes. Zonder dat het al te zwaar of somber wordt, iets waar Nederlandse jeugddocu’s wel vaker heel goed in slagen.

Zomerdromen had alleen wel wat extra speelduur mogen krijgen, om het verloop van het kamp en de ontwikkeling van de vriendschappen nog wat uitgebreider in beeld te brengen. Voordat je je als kijker hebt kunnen hechten aan de personages zijn het kamp en deze weerslag daarvan alweer voorbij. Maar misschien gaat ‘t in het echt ook wel zo…

Want na dik een kwartier wacht het gewone leven weer: Lottes volgende afspraak op het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Oranje Dromen – Alle Ogen Op De Bal

Human

Waar de droom lang was voorbehouden aan jongens, mijmeren nu ook Nederlandse meisjes over een leven als profvoetballer. In de driedelige serie Oranje Dromen – Alle Ogen Op De Bal (138 min.), het vervolg op Op Weg Naar De Top (2022), volgen Anouk Suntjens en Mildred Roethof ruim twee en een half jaar vier van zulke jonge talenten. Ze willen een contract bemachtigen, spelen bij een Betaald Voetbal Organisatie en liefst ook nog geselecteerd worden voor hun land, De Oranje Leeuwinnen.

Vlinder Ooijens wil bijvoorbeeld slagen bij haar favoriete club Ajax, maar ze heeft wel een extra uitdaging: een zeldzame groeistoornis. Dezelfde als Messi (!). Vlinder moet zichzelf elke dag prikken. Hopelijk lukt het zo nog om de 1.60 meter aan te tikken. Het Marokkaans-Nederlandse talent Aya el Benallali speelt vooral tussen de jongens. Haar vader Khalid heeft daar vanwege zijn geloof wel moeite mee. ‘Van mij mag het vandaag stoppen’, stelt hij onomwonden. ‘Maar ik zie haar niet stoppen.’

Loewé Boid (ADO Den Haag) komt uit een familie van bekende profvoetballers, zoals Sigi en Jeremain Lens. Als eerste meisje gaat zij nu ook proberen om de top te halen. Met haar team doet Loewé mee aan een internationaal toernooi, waarbij ze zich kan meten met de speelsters van Real Madrid en Aston Villa. Aanvaller Rose Ivens klopt intussen al flink aan de deur bij het eerste elftal van FC Twente, een toonaangevende club in het vrouwenvoetbal. Een profcontract lijkt binnen handbereik.

Net als talentvolle jongens hebben deze meisjes geen enkele garantie dat alle tijd en energie die ze nu in hun carrière steken zich straks ook zal uitbetalen. Suntjens en Roethof laten echter zien dat meisjes nog een aantal extra hobbels moeten nemen: ze worden bijvoorbeeld aangemoedigd om bij de jongens te blijven spelen, maar worden dan ook nog wel eens ten faveure van hen aan de kant geschoven. En ze moeten zich vaak zowel bij hun eigen amateurclub als bij een profclub en de KNVB bewijzen.

In dat kader komen ook allerlei insiders van het Nederlandse vrouwenvoetbal aan het woord. Suse van Kleef, de eerste vrouwelijke voetbalcommentator van Nederland, fungeert intussen als verteller en brengt alle verhaallijntjes bij elkaar. Haar teksten liggen er soms nogal dik bovenop en voelen ook wat gekunsteld, zeker als ze een soort live-verslag verzorgt bij de wedstrijden van de hoofdrolspeelsters. Dan gaat de serie nét iets te nadrukkelijk op z’n hurken voor het beoogde jonge publiek.

Oranje Dromen geeft desondanks een aardige inkijk bij een nieuwe generatie voetballende meisjes, voor wie de droom om later kampioen te worden, in de Champions League te spelen en op een groot toernooi uit te komen voor hun land inmiddels net zo vanzelfsprekend is als voor jongens.

Zorgen

BNNVARA

In de zorg zitten ze te springen om nieuwe medewerkers. Handen aan het bed, luisterende oren en – zo wil tenminste het cliché – billenwassers. In de zesdelige docuserie Zorgen (270 min.) volgen Veerle Neger en Tessa Louise Pope een jaar lang zeven leerlingen van de MBO-opleiding tot verpleegkundige op ROC Mondriaan in Zuid-Holland. Nederlandse jongeren die zelf nog druk bezig zijn om volwassen te worden moeten zich staande zien te houden in de thuiszorg, psychiatrie, ouderenzorg en gehandicaptenzorg.

Tussendoor krijgen ze op school allerlei theorievakken en praktische lessen. Vooral praten de leerlingen echter over het vak en hoe zij zich zelf daartoe verhouden. Want in de praktijk worden ze natuurlijk geconfronteerd met allerlei patiënten en problematieken, maar vooral met zichzelf. De zestienjarige tweedejaars Jill voelde zich bijvoorbeeld zo ongemakkelijk bij een huisbezoek dat ze er eigenlijk niet meer terug wil tijdens haar stage. Dat moet alleen wel. ‘Werken in de zorg is eigenlijk ook een beetje werken met jezelf’, houdt de begeleidster van school haar voor.

Zo krijgt elke leerling met z’n eigen uitdagingen te maken. Als een oudere patiënte met borderline bij haar vertrek van de psychiatrische afdeling bijvoorbeeld zegt dat ze het liefst haar polsen zou doorsnijden, raakt dat een gevoelige snaar bij stagiaire Reza. Het resulteert in een zeer aangrijpende scène, waarin de vrouw zich liefdevol ontfermd over het achttienjarige meisje. ‘Sorry, kind’, zegt zij terwijl ze Reza in haar armen neemt. ‘Ach meisje, ik ga dat niet doen, hè?’ Als de leerlinge weer is bedaard, zegt de vrouw tegen haar begeleider. ‘Ik schaam me dood, weet je dat?’

Terwijl ze meekijken met hun hoofdpersonen, vangen Neger en Pope hele intieme, fraaie en pijnlijke taferelen, die delicaat zijn gefilmd en gemonteerd. Ze volgen de jongeren daarnaast in hun privéleven. Als ze stoom afblazen op hun paard, tijdens het kickboksen of op een dancefestival. Het werk moet voortdurend wedijveren met de verlokkingen van het gewone leven. En dus komen ze, zoals tieners nu eenmaal doen, regelmatig niet of te laat op school. Ze vergeten hun huiswerk, halen ongein uit en zakken voor toetsen. Totdat ze de opleiding wellicht moeten verlaten.

Want ook dat is de realiteit van een zorgopleiding: niet iedereen haalt de eindstreep of blijkt uiteindelijk geschikt voor het beroep van zorgverlener. Zorgen brengt die werkelijkheid zonder opsmuk in beeld. Geen idee of de serie ook een wervend effect heeft op jongeren die nadenken over hun toekomst, maar Neger en Pope maken het belang van goede, menswaardige zorg in elk geval glashelder en roepen ook respect op voor de (jonge) mensen die bereid zijn om daarin te gaan werken.

Bad Influence: The Dark Side Of Kidfluencing

Netflix

‘Crush content’ doet het geweldig bij de achterban. Niets leuker dan video’s van een jongen en een meisje die helemaal verkikkerd op elkaar raken. Daar smullen tieners van.

En dus moet ook Piper Rockelle, een Amerikaans YouTube-sterretje met miljoenen volgers, eraan geloven. Haar eerste kus zal worden gefilmd. Met de twaalfjarige Gavin, haar ‘vlam’. Het is een typisch geval van ‘shipping’, een gemanifesteerde relatie. Ofwel: speciaal voor het YouTube-kanaal ingestoken. Verzonnen dus. Kinderen die nauwelijks in de puberteit terecht zijn gekomen hebben hun eerste bullshitbaan te pakken.

Gavin verdwijnt al snel weer van het toneel. Zijn ouders vinden The Squad, het team van YouTube-tieners dat ‘momager’ Tiffany Smith heeft opgetrokken rond haar dochter Piper en dat zij met harde hand bestiert, toch wel een ongezonde omgeving voor hun zoon om op te groeien. Als vervanger wordt een joch gecast dat verdacht veel op Gavin lijkt: Walker. Samen met Piper wordt hij Piker gedubt. Met een hashtag ervoor: #piker.

Want al die ‘spontane’ kids moeten natuurlijk wel te gelde worden gemaakt. In typische jeuktaal: het merk moet gemonetariseerd worden. Met merkdeals, samenwerkingen en het aanprijzen van producten. Daar hebben de ouders, die het grensoverschrijdende gedrag van Tiffany in deze driedelige serie aan de kaak stellen, geen enkel bezwaar tegen. Totdat ze merken dat hun kinderen keihard moeten werken en slecht worden behandeld.

In Bad Influence: The Dark Side Of Kidfluencing (149 min.) geven Jenna Rosher en Kief Davidson hen alle gelegenheid om een inktzwart beeld te schetsen van Tiffany Smith, die net als haar dochter Piper en vriend/cameraman Hunter niet wil reageren. Intussen vegen de ouders meteen hun eigen straatje schoon. Ze zijn naïef geweest en hadden hun kinderen beter moeten beschermen. Tot wezenlijke zelfreflectie komen zij echter niet.

Terwijl Rosher en Davidson laten zien dat daar alle aanleiding toe is in een industrie, waarin kinderen vooral worden beschouwd als een verdienmodel – zelfs als hun publiek uit nét iets te oude mannen bestaat, zoals op het platform Brand Army. Piper komt daar terecht als ze, door de aantijgingen tegen haar momager, wordt ‘gedemonetariseerd’ door YouTube en haar heil zoekt in de schimmige uithoeken van het internet.

Waar de grenzen nóg verder worden opgezocht om het aantal views en likes op te jagen en inkomsten te genereren. Deze erg Amerikaanse serie, die al die andere moeders wel erg gemakkelijk laat wegkomen, brengt dat punt helder over het voetlicht: zolang er geen duidelijke regels bestaan, zullen er altijd haaibaai-momagers zijn die hun o zo stralende kindercreators over de grenzen van het wenselijke en betamelijke pushen.