Carrousel

IDFA

Als blikken konden doden. Of gebaren. Of stopwoordjes. Tayfun, Delgano en Nabil stralen in alles uit: blijf van me af. Hun begeleiders in het Rotterdamse centrum Nieuwe Kans, die hen proberen aan te spreken op hun gedrag, noemen ze consequent ‘broer’ of ‘vriend’. Dat klinkt misschien amicaal, maar lijkt vooral bedoeld om hen op afstand te houden.

De jongens proberen hun problematische achtergrond kwijt te spelen en een nieuwe start te maken, maar dat gaat bepaald niet vanzelf – en zeker niet zonder conflicten. In Carrousel (68 min.) knettert het soms flink tussen de cliënten onderling en met hun begeleiders. Filmmaakster Marina Meijer vangt die confrontaties van héél dichtbij en toont ze zonder enige opsmuk.

In lange, enerverende close-up shots, alsof de jongeren gevangen zitten in zowel het frame als hun leven, laat Meijer zien hoe zij stelselmatig spanning opbouwen, die dan plotseling tot een ontlading kan komen. Het is een voortdurend gevecht, waarbij met name kunstdocent Toine Bakermans soms door hun pantser weet te breken. De man heeft zelf 21 jaar in de gevangenis gezeten en laat zich niet zomaar uit de tent lokken.

Dat betekent niet dat elke jongen ook is te redden – of zich wil, of kan, laten redden. Meijer maakt de werkelijkheid niet mooier dan-ie is. Gaandeweg laten de jongens wel steeds meer los over hoe ze zijn geworden tot wie ze nu zijn. En dat geeft te denken over hun toekomstperspectief. Zijn de Tayfuns, Delganos en Nabils van deze wereld daadwerkelijk in staat om zichzelf, net als hun docent Toine, opnieuw uit te vinden?

Deze geladen film is niet meer dan een tussenopname en kan dus geen eenduidig antwoord geven. Duidelijk is wel dat de getroebleerde jongeren nog een lange weg voor de boeg hebben, die onvermijdelijk met vallen en opstaan gepaard zal gaan. En dodelijke blikken, boze gebaren en geïrriteerde stopwoordjes.

Selfie

Pietro (l) en Alessandro (r)

Selfie (80 min.), de titel verraadt het al, is een zelfportret van enkele Napolitaanse tieners. Pietro en Alessandro. Gezworen vrienden. Gewone jongens. Die zich ophouden aan de goede kant van de wet. Wat in Napels, bakermat van de Camorra, niet altijd vanzelfsprekend is. Of heel gemakkelijk.

Regisseur Agostino Ferrente gaf Pietro en Alessandro (en enkele andere tieners, die beperkt in beeld komen) een telefoon om hun leven te filmen. Deze vlogdocu laat van binnenuit zien hoe het is om op te groeien in de arme wijk Viale Traiano. Op de achtergrond speelt de afhandeling van de dood van hun 16-jarige vriend Davide, die na een wilde achtervolging per scooter werd neergeschoten door een politieman.

Selfie biedt geen strak gestructureerde vertelling, maar een collage van meer en minder interessante filmpjes die gezamenlijk een aardig inkijkje geven in het leven van jongeren met een beperkt toekomstperspectief. Een bestaan als kapper en barman, daarop zou het wel eens kunnen uitdraaien voor Pietro en Alessandro. Dat klinkt weinig enerverend. En dat geldt ook een beetje voor deze film, die nochtans veel wordt geprezen door filmcritici.

The Wolfpack

Daar staan ze dan. Zes jongens. Latino’s. Broers. In pak en stropdas, met een donkere zonnebril op. Ze richten hun pistolen op de camera. The Wolfpack (89 min.). Zojuist hebben ze met zichtbaar plezier enkele scènes uit de Quentin Tarantino-speelfilm Reservoir Dogs nagespeeld. Ze blijken zeer rolvast. Opererend vanuit hun eigen appartement. In een verloederd New Yorks flatgebouw in de Lower East Side.

Crystal Moselle kwam de wereldvreemde gebroeders Angulo tegen in het park toen ze net bezig waren om de buitenwereld te leren kennen. Het was alsof ze een verdwenen gewaande indianenstam uit de Amazone ontdekte, vertelde de debuterende filmmaakster toentertijd tijdens interviews. De jongens waren jarenlang nauwelijks buiten geweest. Negenmaal in één jaar, op zijn hoogst. Soms slechts eenmaal. En in één specifiek jaar helemaal niet. Vader Oscar hield ze binnen. Wilde ze beschermen tegen het gevaarlijke New York. En moeder Susanne gaf thuis les.

Via films hielden de Angulo’s – gezegend met namen als Govinda, Jagadisa en Narayana – contact met de buitenwereld. 5000 VHS-banden en dvd’s stonden er inmiddels thuis. En menige film werd tot in detail nagespeeld. The Dark Knight, Pulp Fiction en Nightmare On Elm Street. Papa Oscar, aanhanger van Hare Krishna, vond het allemaal best. Zolang zijn kinderen maar binnen bleven. Hij maakte van hen zijn eigen sekte. Een volledig naar binnen gerichte enclave, midden in één van de drukste steden van de wereld.

Samen vormden ze tevens een tikkende tijdbom, stelt zijn zoon Mukunda. Het was volgens hem een kwestie van tijd totdat de boel ontplofte. Uiteindelijk was hij het zelf, die op vijftienjarige leeftijd de stap naar die onbekende buitenwereld waagde. Met een Michael Myers-masker op. Niet veel later volgden zijn broers. De Angulo’s ontdekten dat de echte wereld zowaar behoorlijk leek op het universum dat ze al van het witte doek kenden. En dat het thuis waar ze al die jaren hadden vertoefd met verbazing werd bekeken door de rest van de wereld.

Filmmaakster Moselle heeft zich jarenlang als een soort extra huisgenoot in het bizarre huishouden verschanst en registreerde van binnenuit hoe de keuzes van de dictatoriale vader Oscar uitpakten voor zijn vrouw en kinderen. Met haar rommelige gefilmde beelden, op een collageachtige manier gecombineerd met vreemde (familie)filmpjes, ving ze het onwerkelijke verhaal van een zonderling gezin. Het resultaat is een ronduit unheimische film, die in 2015 op het Sundance Film Festival werd bekroond met de Grand Jury Prize.

De Onbegrijpelijke Dood Van Mitchel

BNNVARA

Suicide by cop? Of toch een Nederlandse Black Lives Matters-kwestie? Dat vraagt Wytzia Soetenhorst zich al jaren af bij de zaak van de 21-jarige Mitchel Winters, die zich in 2016 doelbewust door een agent zou hebben laten doden. ‘Is het omdat een agent een zwarte jongen heeft doodgeschoten?’ zegt ze in een inleidende voice-over. ‘Is het omdat hij even oud is als mijn eigen zoon? Of is het omdat hij na één dag van de voorpagina’s verdwijnt en ik wél wil weten wat daar gebeurd is?’

Soetenhorst is werkzaam als researcher voor documentaires. In haar debuutfilm De Onbegrijpelijke Dood Van Mitchel (51 min.) gebruikt ze haar speurwerk als uitgangspunt. De documentaire is opgebouwd als een weerslag van haar zoektocht door Mitchels leven, in de hoop zo ook vat te kunnen krijgen op het einde daarvan. Ze loopt daarbij soms tegen een muur op: zo wil de politie bijvoorbeeld niet meewerken en is Mitchels moeder op zich niet tegen de film, maar wil ze ook niet in beeld. Zijn jeugdvrienden en voetbalmaatjes zijn wel bereid om haar te woord te staan.

Soetenhorsts grootste troef is stiefvader Marco, de man waarbij Mitchel opgroeide en waarvan hij pas op zijn elfde ontdekte dat hij niet zijn biologische vader was. Marco wil graag zijn kant van het verhaal kwijt en vertelt nog altijd liefdevol over de jongen, die ooit een toekomst als profvoetballer bij Feyenoord tegemoet leek te gaan. Totdat zijn nét iets te korte lontje weer opspeelde en de bloedfanatieke verdediger de kop kostte. Niet voor het laatst.

De analogie van een verdediger, die zich gaandeweg begint te realiseren dat hij zijn grip op het spel is verloren, wordt door de filmmaakster gretig omarmd. Alsof die een soort psychologische verklaring geeft voor Mitchels tragische dood. Er zijn echter genoeg andere elementen in zijn leven te ontdekken, die daarin een rol kunnen hebben gespeeld: het lot van Mitchels biologische vader bijvoorbeeld, de vechtscheiding van zijn moeder en stiefvader of de jeugddetentie die hij kreeg opgelegd.

Naar de ware toedracht van wat er toen op die fatale mei-avond in dat Schiedamse park heeft plaatsgevonden en of Mitchel, en zo ja waarom, zelf voor een slotakkoord met zeven kogels heeft gekozen, blijft het bovendien ook voor Soetenhorst en haar bronnen gissen. Gezamenlijk schilderen ze wel een schrijnend portret, aangekleed met stemmige omgevingsbeelden van zijn leefwereld, van Mitchels korte, turbulente en uiteindelijk tragische leven.

De Wereld Aan Je Voeten

Mitchell / VPRO

‘Wat ligt er op jonge leeftijd toch al veel vast, hè?’ verzucht Mijn Medekijker als De Wereld Aan Je Voeten (80 min.) een kwartiertje onderweg is. In deze documentaire volgt Michiel van Erp enkele Utrechtse jongeren van hun tiende tot hun achttiende jaar. En, inderdaad, op tienjarige leeftijd is vaak al precies uit te tekenen hoe (het leven van) de achttienjarige versie van het desbetreffende kind eruit zal zien. Is het nature of toch nurture wat we menen te zien?

‘Give me a child until he is seven and I will give you the man’, luidt niet voor niets het parool van de klassieke documentaireserie waaraan deze Nederlandse film, die voortborduurt op Van Erps televisieserie Tijd Van Je Leven (2011-2015), schatplichtig is: Michael Apteds wereldberoemde Up-serie, waarvoor een groep zevenjarige Britse kinderen sinds 1964 elke zeven jaar is opgezocht. Ze zijn inmiddels 63 en zo langzamerhand in de winter van hun leven aanbeland.

Van Erps documentaire is natuurlijk over een veel kortere periode opgenomen, met hoofdpersonen die bovendien op een leeftijd zijn dat ze écht niet alles willen of kunnen delen. Toch komen ze regelmatig raak uit de hoek. Zo moet Medekijker bijvoorbeeld flink lachen om de reactie van stratenmaker Mitchell op de vraag of de relatie van zijn ouders een voorbeeld is voor wat hij met zijn nieuwe vriendinnetje wil. De jongen laat er geen misverstand over bestaan: ‘Nou nee.’

Ook zijn ouders op de achtergrond kunnen er smakelijk om lachen. Later krijgt het verhaal echter nog een staartje. Liefdes- en relatieperikelen zijn er sowieso volop in De Wereld Aan Je Voeten. In de gezinnen van de hoofdpersonen, maar ook bij henzelf. ‘Ach gos’, reageert Medekijker bijvoorbeeld medelevend als het schattige tienermeisje Luka moet huilen omdat haar vriendje het na drie maanden heeft uitgemaakt. Enige tijd later heeft ze serieuze plannen met een andere jongen.

Van Erp monteert zijn hoofdpersonen door elkaar heen, waardoor de film echt als één geheel voelt. Erg diep reiken de portretjes niet, maar gezamenlijk schetsen ze een heel aardig beeld van een nieuwe generatie Nederlanders die nu over de drempel van volwassenheid stapt. ‘Wel leuk, wel vermakelijk’, constateert Mijn Medekijker na afloop. ‘Het geeft je wel te denken over wat ons nog te wachten staat.’

De Schuldmachine

Willem Los / BNNVARA

‘Ik had eerst 4.000 en waarschijnlijk nu zelfs minder’, zegt het ene meisje tegen het andere. Die bekent: ‘Ik zit wel op 13.000 euro of zo.’ Zomaar een gesprek in Amsterdam-Zuidoost tussen twee jongeren met een uitstaande schuld. Één op de vijf Nederlandse jongeren zou inmiddels met problematische schulden kampen. In De Schuldmachine (58 min.) volgt Camiel Zwart enkele van hen. Zij worden begeleid door een vrijwilligersinitiatief dat kiest voor een heel persoonlijke aanpak, onder de noemer ONSbank.

Cliënt Mirelva belt in aanwezigheid van financieel adviseur Willem Los, die in het dagelijks leven werkt bij Delta Lloyd, bijvoorbeeld de belastingdienst om zicht te krijgen op de schuld die ze daar heeft opgebouwd. De jonge vrouw, werkzaam in de kinderopvang, kijkt alsof ze elk moment door een bliksemschicht kan worden getroffen als de man aan de andere kant van de lijn de schade opmaakt. Die valt niet mee: 37.648 euro, inclusief eventuele dwangbevelen. Samen met Los en de ONSbank moet Mirelva een weg uit haar benarde situatie zien te vinden.

Willem Los en zijn medestanders krijgen van doen met bijzonder complexe problematiek die niet met eenvoudige interventies is te verhelpen. Waarbij de schuld van deze jongeren meestal bepaald niet op zichzelf staat en de Nederlandse schuldenindustrie, die bovenop de nominale schuld vaak (exorbitante) kosten en rente zet, de situatie alleen maar lijkt te verergeren. De jongeren zelf, met wie je soms echt krijgt te doen, zien door de bomen allang het bos niet meer.

En dan is er nog dat woud van regels. Mag je een kind, als ze meerderjarig wordt, bijvoorbeeld opzadelen met rekeningen die haar ouders nooit hebben betaald? Of een moeder ervoor verantwoordelijk stellen dat de kinderopvang waar haar kinderen werden opgevangen failliet is gegaan? Het zijn zulke vragen die de bevlogen medewerkers van ONSbank in dit boeiende inkijkje in de schuldhulpverlening moeten zien te tackelen. Teneinde hun cliënten de broodnodige ‘schuldrust‘ te bezorgen.

I Love You, Now Die: The Commonwealth v. Michelle Carter

Conrad: ‘Ik hou zoveel van je.’

Michelle: ‘Ik zal altijd van je houden.’

Roy: ‘Ik heb nu echt verschrikkelijke pijn. Het is echt onverdraaglijk.’

Michelle: ‘Dan is dit het moment om het te doen.’

Michelle: ‘Het is oké dat je bang bent. Dat is normaal.’

Michelle: ‘Je staat tenslotte op het punt om te sterven.’

Kun je iemand die een ander heel nadrukkelijk naar zijn zelfverkozen dood heeft gepraat veroordelen voor moord of doodslag? Dat lijkt aanvankelijk de centrale vraag van I Love You, Now Die: The Commonwealth v. Michelle Carter (140 min.), waarin de geruchtmakende zaak tegen de Amerikaanse tiener Michelle wordt belicht. Via steeds opdringerige SMS-berichten zou zij in 2014 haar achttienjarige vriend Conrad Roy hebben aangezet, of zelfs gedwongen, tot zelfdoding.

Filmmaker Erin Lee Carr, die in de afgelopen jaren al duchtig van zich deed spreken met de opzienbarende true crime-docu Mommy Dead And Dangerous (2017) en een film over seksueel misbruik in de Amerikaanse turnwereld At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal (2019) werpt gaandeweg echter nog hele andere en al even prangende vragen op in dit intrigerende documentaire-tweeluik en toont daarmee aan dat het ware verhaal een stuk gecompliceerder is dan de karikaturale mediaversie ervan, over de harteloze feeks Michelle die een argeloze jongen de dood indreef.

De noodlottige ontmoeting tussen Michelle Carter en Conrad Roy vond plaats in 2012. Ze zagen zichzelf als een moderne Romeo en Julia, waarbij hun romance zich met name online afspeelde. Hoewel ze slechts een uurtje rijden van elkaar woonden, zou het slechts vijf keer tot een ontmoeting in levende lijve komen tussen de geliefden. Hun bijzonder intensieve contact speelde zich vrijwel volledig af in een soort virtuele contactzone, waarbij hun eigen, vet aangezette en snel getikte ervaringen en gevoelens zich al snel vermengden met dramatische ontwikkelingen in en rond de televisieserie Glee en de tienerfilm The Fault In Our Stars. Zo dreven ze elkaar langzaam maar zeker tot waanzin.

Carr zet de duizenden SMS-jes die de twee getormenteerde tortelduifjes in twee jaar met elkaar uitwisselden zéér effectief in. Ze fungeren als structurerend en dramatiserend element voor een film die steeds een laag afpelt van de jongeren en hun tragische relatie en geven de verhaallijn steeds een duwtje in een andere richting. De familie Roy verleent daarbij hand- en spandiensten, terwijl Michelle en de rest van de Carter-familie alle interviewaanvragen hebben afgeslagen. Haar advocaat en de psychiater Peter Breggin, die door Michelles verdediging als getuige-deskundige wordt ingezet, proberen hun kant van het verhaal over het voetlicht te brengen.

Met die elementen creëert Erin Lee Carr een gelaagde en genuanceerde vertelling die de simpele whodunnit-vraag die de meeste true crime-films drijft volledig ontstijgt. Op de meeste vragen die de filmmaakster in I Love You, Now Die opwerpt, bestaan de eenvoudige antwoorden die veel Amerikanen verlangen ook niet. De aandacht voor deze geruchtmakende suïcide/moord zal vermoedelijk dus nog wel even aanhouden. Zeker omdat ook de zorgvuldig zwijgende Michelle, ooit, waarschijnlijk haar verhaal zal willen doen. Tot die tijd volstaat deze klassefilm over een helemaal bijdetijdse ‘fatal attraction’.

Everything Must Fall

‘Each generation must, out of relative obscurity, discover its mission, fulfil or betray it.’ Met dit citaat van Frantz Fanon als leidmotief belicht Everything Must Fall (58 min.) de Zuid-Afrikaanse studentenbeweging, die in 2015 van zich laat horen als de University Of The Witwatersrand in Johannesburg het collegegeld alweer met ruim tien procent verhoogt. Op een moment dat een deel van de zwarte studenten al is aangewezen op de voedselbank. Studeren dreigt opnieuw echt iets te worden voor de (witte) elite. Als tegenreactie ontstaat een vreedzaam protest onder de noemer Fees Must Fall.

Wat begint als een studentenactie die zich al snel verspreidt over het hele land, mondt echter uit in een opgeheven vuist voor een hele wirwar aan sociale issues: vrouwenrechten, inkomensongelijkheid, LGBT, anti-Apartheid, de outsourcing van banen en dekolonisatie en… (en dan ben ik er vast nog een paar vergeten). It’s the sixties all over again, zogezegd. Als de universiteit vervolgens besluit om de zwaarbewapende oproerpolitie in te schakelen, wordt de campus het strijdtoneel voor een gewelddadige confrontatie. Een onschuldige Maagdenhuis-achtige bezetting escaleert zo razendsnel tot een soort Zuid-Afrikaanse variant op het Kent State-bloedbad.

Met enkele prominente studentenleiders en vertegenwoordigers van het universiteitsbestuur neemt regisseur Rehad Desai de gebeurtenissen door die in het gehele land voor schermutselingen zorgen en alle betrokkenen dwingen om voor zichzelf de vraag te beantwoorden of het doel de middelen nog heiligt. Hoe heilzaam is de voortgang van het collegejaar nu werkelijk als de universiteit en zijn studenten daardoor lijnrecht tegenover elkaar komen te staan? En wat zijn die collegegeldconcessies waard als ze betaald moeten worden met bloed? In zulke verhitte omstandigheden blijkt het bovendien, zo toont deze degelijke film, bepaald geen sinecure om de neuzen dezelfde kant op te houden.

Favela Rising

‘Tussen 1987 en 2001 werden er 467 minderjarigen vermoord in Israël en Palestina’, meldt de begintekst van Favela Rising (81 min.), een straffe documentaire van Jeff Zimbalist en Matt Mochary uit 2005. ‘In diezelfde periode werden er 3937 minderjarigen vermoord in één enkele Braziliaanse stad.’ U weet wel: ‘Rioooo. De Janeiroooo. Rioowoohoo. Land of sun. Samba and wine’ (Maywood). De metropool, die van bovenaf wordt bezien door dat iconische beeld van Christus aan het kruis,

Rio de Janeiro is tevens de stad van meer dan zeshonderd favela’s. Dit verhaal speelt zich af in één van die gewelddadige achterbuurten: Vigario Geral, ook wel het Braziliaanse Bosnië genoemd, een godvergeten sloppenwijk met 30.000 inwoners. Het strijdtoneel voor continue confrontaties tussen drugsbendes en de dubieuze militaire politie. Een genadeloze burgeroorlog, die al werd vervat in huiveringwekkende speelfilms als Cidade De Deus en Tropa De Elite.

Alles in de favela is besmet geraakt door die vuile oorlog. Een tienerjongen heeft talloze voorbeelden. ‘Zou je dit nu wel vertellen?’, vraagt een vertaler, die is ingehuurd voor de documentaire, als hij even onderweg is. Kan ons dit op represailles komen te staan? Één idealistische wijkbewoner, Anderson Sa, laat zich nergens door weerhouden en start AfroReggae, een muziekgroep die voor alle jongeren uit de favela toegankelijk is en bovendien allerhande workshops verzorgt. Hij wil kinderen uit Vigario Geral een geloofwaardig alternatief bieden voor het bendeleven. Dat gaat echter bepaald niet altijd zonder slag of stoot.

‘Ik wil een echte gangster worden’, zegt ‘Richard’ bijvoorbeeld stellig tegen Anderson tijdens een toevallige ontmoeting op straat. Het jongetje lijkt nog geen tien jaar oud, maar ziet (blijkbaar) geen ander perspectief voor zichzelf. ‘Je moet studeren’, houdt Anderson hem voor, maar het joch, dat in eerste instantie een schuilnaam heeft opgegeven en in werkelijkheid Murilio blijkt te heten, houdt stug vol. ‘Jij bent geen schurk!’, roept de AfroReggae-voorman hem nog na als de jongen doorloopt, op weg naar wat wel eens een gewelddadige toekomst zou kunnen worden.

Hoewel beslist niet elke potentiële crimineel is te redden met een positief verhaal en rolmodel, ligt de hoopvolle boodschap er nochtans dik bovenop in Favela Rising. De film demonstreert hoe zelfs in de diepste misère nieuwe initiatieven ontstaan en rolmodellen opstaan die het leven een positieve draai kunnen geven en krijgt uiteindelijk nog eens extra lading als Andersons persoonlijke queeste om hoop terug te brengen in zijn gemeenschap een onverwachte dramatische wending krijgt.

Foster

Op de avond voordat haar dochter werd geboren, gebruikte Raeanne cocaïne. Dat komt haar duur te staan: baby Kris’Lyn wordt uit huis geplaatst. Samen met vader Chris moet moeder voor de rechter verschijnen. Het kind, waarvan het de vraag is of het iets heeft opgelopen door Raeannes drugsgebruik, mag bij Chris verblijven. Hij komt alleen wel onder curatele te staan. En zijn vriendin moet afkicken en krijgt een beperkte bezoekregeling.

Terwijl de prille ouders proberen op te krabbelen, ondersteund en gecontroleerd door jeugdzorg, vertellen ze in deze documentaire hun eigen levensverhaal. Dat blijkt uiteindelijk een logische aanloop naar het punt in hun leven waarop ze nu in aanvaring zijn gekomen met de wet of een beroep moeten doen op hulpverlening. En dat geldt eigenlijk voor alle hoofdpersonen van Foster (113 min.), een poignante film van Deborah Oppenheimer en Mark Jonathan Harris over het reilen en zeilen bij de jeugdzorg van Los Angeles.

Één op de acht kinderen in de Verenigde Staten komt in contact met jeugdzorg vanwege verwaarlozing of mishandeling. 400.000 Amerikaanse kinderen en jongeren verblijven in de opvang. Deze documentaire zoekt enkele van hen op in die vermaledijde hoek waar steeds weer de klappen vallen. De achttienjarige tiener Mary bijvoorbeeld, een mooi meisje waarvan je in eerste instantie zou kunnen denken dat ze alles goed voor elkaar heeft. Mary werd echter geboren als drugsbaby en verbleef al op talloze opvangplekken. ‘Waarom gaven al die families me op?’ vraagt ze zich nu af.

Of de zestienjarige Dasani, die regelmatig voor de jeugdrechter moet verschijnen vanwege problemen die hij veroorzaakt in het opvanghuis waar hij op dit moment verblijft. Terwijl de Afro-Amerikaanse jongen wordt gestimuleerd en gedwongen om zijn leven te beteren, is er nog altijd dat ene onverwerkte familietrauma. Zou erover rappen helpen? En lukt het hem uiteindelijk om zichzelf op de rit te krijgen en tegelijkertijd dat achterstallige onderhoud weg te werken?

Oppenheimer en Harris spreken en portretteren niet alleen de kids zelf, maar ook de advocaten, hulpverleners, belangenbehartigers, deskundigen en reclasseringsmedewerkers om hen heen. Mensen met het hart veelal op de goede plek, zoals de voormalige Mom USA Earcylene Beavers, die al tientallen jaren zogenaamde probleemkinderen opvangt, en de betrokken jeugdzorgmedewerker Jessica Chandler. Zij werkt tegenwoordig bij de instantie waarop ze ooit zelf als verwezen tiener was aangewezen.

Foster is een optimistische film en wil dat ook duidelijk zijn. Dat laat onverlet dat het (net als in ons eigen land overigens, getuige bijvoorbeeld de veelbesproken documentaire Alicia) gaat om bijzonder weerbarstige problematiek, die bovendien een duidelijke relatie heeft met al even hardnekkige maatschappelijke kwesties als armoede, gebroken gezinnen en onleefbare wijken. Gezamenlijk staan de jongeren en hun entourage daarom voor een enorme opdracht: hoe houd je in zo’n leefomgeving, soms tegen beter weten in, zoiets elementair menselijks als hoop levend?

Born Free

Het is nauwelijks voor te stellen dat er nu een nieuwe generatie Zuid-Afrikanen opgroeit die de sensatie (of paniek) van de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 en diens presidentschap vanaf 1994 niet persoonlijk heeft meegemaakt. Inmiddels zijn er 25 jaar verstreken sinds ‘Madiba’ werd verkozen tot vader des vaderlands en staan er opnieuw democratische verkiezingen op het programma. Het verfoeide Apartheidssysteem is intussen definitief afgevoerd naar donkere bladzijden van het Zuid-Afrikaanse geschiedenisboek, maar is de scheiding tussen wit en zwart daarmee ook uit de haarvaten van het land verdwenen? Kun je na zoveel jaar ongelijkheid ineens gelijk zijn.

De veelvuldig bekroonde Nederlandse fotojournalist Ilvy Njiokiktjien, voormalig Fotograaf des Vaderlands, maakte een belangrijk deel van haar werk in Afrika en heeft zich nu ten doel gesteld om de zogenaamde ‘born frees’, de generatie die is geboren rond de afschaffing van de Apartheid en de beëdiging van de eerste zwarte president, te portretteren. In dat kader was er al een fototentoonstelling, die nog tot 16 juni is te zien in Museum Hilversum, en is er nu ook een documentaire: Born Free, Mandela’s Generatie Van Hoop (51 min.), samengesteld door Erik van Empel, waarin een aantal Zuid-Afrikaanse jongeren aan het woord komen.

‘Zuid-Afrika moest met een schone lei beginnen’, vertelt een blond meisje dat een relatie heeft met de zwarte jongen, die lekker tegen haar aanzit. ‘En die schone lei zijn wij.’ In haar herinnering van hun allereerste ontmoeting klinkt echter nog het aloude wantrouwen van wit tegenover zwart door. ‘Jij had een leuk gezicht. Ik had het gevoel dat ik je wel kon vertrouwen. Soms zie je iemand en dan denk je: jij hebt niet het gezicht van een moordenaar. Je weet wel: zo iemand die je gezicht eraf haalt en het als masker gaat gebruiken.’ Ze moeten er allebei om lachen. Hij, luchtig: ‘Op die basis ben ik goedgekeurd.’

Zo brengt Njiokiktjien heel verschillende vertegenwoordigers van de Born Free-generatie in beeld: van een gangsterrapper tot een witte kostschooljongen uit een bevoorrecht milieu, van een meisje dat op straat moet zien te overleven tot een helemaal van zichzelf overtuigde zakenjongen en van een überhippe influencer tot een diep-christelijk meisje uit een authentieke Afrikaner-familie. Via hun eigen ervaringen vertellen ze het verhaal van hun generatie en maken ze in deze aardige sfeertekening, die wel voor een belangrijk deel drijft op zit-interviews, tevens de balans op van 25 jaar democratie in Zuid-Afrika.

America To Me

‘Ik wil met jullie praten, omdat ik weet dat sociale rechtvaardigheid je interesseert’, zegt docent natuurkunde Aaron Podolner tegen vierdejaars-leerling Jada Buford en derdejaars Charles Donalson. De witte docent wil de twee zwarte leerlingen zijn eigen ‘racial memoir’ laten lezen. Podolner is ook benieuwd naar hun mening over hoe hij het thema ras aanpakt in de klas. Het is duidelijk dat hij daar zelf heel tevreden over is.

Charles begint eens te lachen, Jada ziet daarentegen haar kans schoon om eindelijk haar ongenoegen te uiten over Podolners continue opmerkingen en grapjes over haar haren. Alsof hij, die roomblanke leraar, iets begrijpt van een afrokapsel. Ze vindt het duidelijk ook een ongemakkelijke manier van contact leggen. Met frisse tegenzin stemmen de twee leerlingen uiteindelijk in met het verzoek van de docent om zijn stuk te lezen.

Zo proberen ze het wel, op The Oak Park And River Forest High School, een eliteschool in een buitenwijk van Chicago. Het lukt alleen nog niet altijd om op een natuurlijke manier om te gaan met multiculturaliteit, getuige de hartveroverende tiendelige documentaireserie America To Me (623 min.). Ook omdat de cijfers van de zwarte leerlingen nog steeds behoorlijk achterblijven. En dat is een bron van zorg voor alle betrokkenen. Hoe je die problematiek tackelt, daarover lopen de meningen natuurlijk uiteen.

Filmmaker Steve James brengt van dichtbij het leven op de middelbare school in beeld; van het reguliere curriculum met standaardvakken als Engels, wiskunde en geschiedenis tot het rijke leven daaromheen, dat zich afspeelt in sportcomplexen, theaters en danszalen. Gedurende een schooljaar volgt hij twaalf leerlingen, hun families en de leraren en begeleiders die ze tijdens hun schoolloopbaan tegenkomen en spreekt met hen indringend over de rol van ras in hun leven en leefomgeving. Dat levert een genuanceerd beeld op van een multiculturele gemeenschap, waarin iedereen zich bewust is van zijn eigen positie en z’n verhouding tot de ander.

Hoewel alle betrokkenen uiteindelijk van goede wil lijken, gaat de onderlinge afstemming bepaald niet altijd vanzelf. Als meester Podolner en zijn leerlingen Charles en Jada elkaar bijvoorbeeld opnieuw ontmoeten, is er direct weer spanning. Jada: ‘U kunt wel lesgeven aan zwarte leerlingen, maar u weet niet per se alles van ras.’ Volgens haar is het gedrag van Aaron Podolner in de klas gebaseerd op stereotypen. ‘U maakt er grappen over en dat maakt me echt woest.’ Charles voelt zich intussen geroepen om te nuanceren en de leerkracht in bescherming te nemen: ‘Racisme, dat is er nou eenmaal. Maar soms is het grappig.’

En dat is weer tegen het zere been van zijn medeleerling. ‘Zo geef je witte mensen de ruimte om dingen te zeggen en verandert er niks’, fulmineert Jada. ‘Er komt nooit iets positiefs uit als het gaat over ras.’ De docent zit de tirade van zijn zwarte leerling manmoedig uit. Charles is dan al vertrokken en heeft bij het weggaan demonstratief zijn koptelefoon opgezet. Moe van een (twist)gesprek, dat vast al veel vaker zal zijn gevoerd. Met en zonder docenten. Binnen en buiten de school. In een samenleving, waarin de nuance zo vaak weg lijkt.

I Used To Be Normal: A Boyband Fangirl Story

‘Welkom bij boyband-theorie’, zegt Dara terwijl ze met een stift op een whiteboard begint te schrijven. De Australische Take That-fan wijst op een foto van vier okselfrisse jongens met bloempotkapsels. ‘Dit zal sommige mensen misschien verbazen, maar het fenomeen begon met The Beatles. De vroege Beatles.’ Ze verduidelijkt: hun manager zorgde voor op elkaar afgestemde kleren en liet ze liefdesliedjes en enkele covers spelen. ‘De marketing en hysterie, alles was op en top boyband.’

Dara probeert het fenomeen boybands, het thema van de documentaire I Used To Be Normal: A Boyband Fangirl Story (94 min.), verder te plaatsen. Leeftijd: tussen 17 en 21 jaar oud. ‘Een boyband is een groep jongens. Idealiter drie tot vijf, maar vier is zeker ook mogelijk. En dan hebben we de songthema’s. De voornaamste is, natuurlijk, liefde. Omdat de meisjes die naar de liedjes luisteren moeten geloven dat de jongens die voor hen zingen.’ En seks? wil filmmaakster Jessica Leski weten. ‘Zolang het niet openlijk is.’

Dara, inmiddels een 33-jarige merkstrategist, ontleedt vervolgens nauwgezet de samenstelling van de groepen. Allereerst De Mysterieuze. Ze wijst enkele concrete voorbeelden aan op haar bord: Robbie Williams (Take That), Zayn (One Direction), John Lennon (The Beatles) en AJ (Backstreet Boys) van de groepen die centraal staan in deze film. En dan heeft een beetje boyband nog nodig: Het Schatje, De (Gevoelige) Oudere Broer en Het Sexy Ventje. ‘Daarvan is de kans het grootst dat-ie zijn shirt uitheeft.’ En tenslotte is er volgens Dara – we zouden hem bijna over het hoofd zien – Degene Die Je Altijd Vergeet.

Tenminste eentje van hen moet een instrument kunnen bespelen, stelt de nog altijd overtuigde Take That-fan. ‘Iemand die bij een radio-interview zijn instrument pakt, zodat ze een a capella-liedje kunnen doen.’ Belangrijk is tevens dat de bandleden goed zijn gestyled, in kleren die goed met elkaar matchen. Ook evident: géén baarden, wél gezichtsbeharing. Dara heeft nog meer regels: de groepsleden mogen zichzelf niet te serieus nemen. En vriendinnetjes zijn natuurlijk ook uit den boze! Zelf had ze, net als de andere boybandfans in deze vermakelijke documentaire, een crush op één specifiek lid: Gary Barlow. En dat is achteraf bezien best vreemd: Dara wist als tiener al dat ze op vrouwen viel.

De gemiddelde boyband gaat zo’n vijf jaar mee, constateert de dertiger uit Sidney tot besluit. ‘De hele reden dat dit fenomeen bestaat, los van wereldvrede, is dat het een commerciële onderneming is.’ Waarmee ze haar voornaamste punt heeft gemaakt. Tevreden kijkt Dara nog eens op het bord. In ruim twee minuten, één enkele documentairescène, heeft ze de complete film, die ruim anderhalf uur gebruikt om de impact van boybands op enkele fans te duiden, glashelder uiteen gezet.

Bruce Lee & The Outlaw

The Lost Boys’ lopen stuk voor stuk met hun eigen kleine zakje Aurolac rond. Nicu, een mager joch met aandoenlijke flaporen, en de andere straatkinderen van Boekarest sluiten het zakje dwangmatig rond hun mond en laten zich bedwelmen door de goedkope lak. Om het leven dat ze lijden te ontvluchten.

De jongens hebben zich gegroepeerd rond het station én de oudere jongere ‘Bruce Lee’, die ook wel de koning van de ondergrondse tunnels wordt genoemd. Hij gebruikt de Aurolac niet alleen om te inhaleren, maar spuit zichzelf ook regelmatig helemaal zilverkleurig. Daardoor is hij al tweemaal in coma geraakt.

Bruce bekommert zich als een oudere broer om de jongens, die geen familie of thuis hebben. ‘Ik ben een gewoon kind’, zegt Nicu daarover. ‘Alleen hielp God me niet omdat hij het te druk had met andere kinderen.’ Hij is ondervoed geraakt, heeft HIV en tuberculose opgelopen en belandt in het ziekenhuis. De ‘engel’ Raluca, een betrokken vrouw met een eigen opvang, probeert zich over Nicu te ontfermen.

Fotograaf Joost Vandebrug, die eerder al het boek Cinci Lei over de zogenaamde Lost Boys maakte, heeft Nicu, Bruce en de andere jongens sinds 2011 gefilmd. Het resultaat, Bruce Lee & The Outlaw (59 min.) is een (g)rauwe film geworden over overleven in een harde en koude wereld, de stad onder de stad. Een wereld ook, die té vertrouwd kan worden.

Zo wordt pijnlijk duidelijk als de ontheemde Nicu zich voorneemt om voortaan van ‘de zak’ af te blijven…

Lost Boys, 5 Jaar Later

Het ene probleem veroorzaakt het andere, dat weer een nieuw probleem oplevert. De situatie van Demo is als een Gordiaanse knoop, die nauwelijks meer valt te ontwarren. Wie hakt hem door? Het begon ooit met gewapende overvallen. Of eerder: met een jeugd, die verder onbesproken blijft. Daarna volgde in elk geval een detentie, voorwaardelijke invrijheidstelling en strubbelingen met de reclassering.

De bokkige jongen, die zijn criminele verleden van zich af probeerde te schudden en begon aan een HBO-opleiding, was in 2011 de blikvanger van de documentaire Lost Boys: Bloods Forever van Margit Balogh (die nog altijd is te zien op de 2doc-website, net als een nabrander van vier jaar later). In die tijd was Demo lid van The Bloods, een Rotterdamse pendant van de beruchte Amerikaanse jeugdbende. Zijn vrienden Mr. T, Smockey en Lil-G hielden zich nog altijd bezig met drugs, geweld en criminaliteit.

In het vervolg Lost Boys, 5 Jaar Later (55 min.) fungeert Jeansen ‘Demo’ Djaoen als enige hoofdpersoon. Hij heeft de bendekleuren, in de vorm van rode bandana’s en shirts, afgelegd en werkt tegenwoordig als reporter/marketingmedewerker van de publieke radiozender Funx. Ogenschijnlijk moeiteloos houdt hij zich staande te midden van politici en collega-journalisten. Met Mijn Eerste Overval, een hoorspel over zijn criminele verleden, wordt hij zelfs genomineerd voor de prestigieuze NTR Radioprijs.

Zijn verleden blijft hem echter achtervolgen. Demo’s torenhoge schulden worden, ondanks aflossingen, door boetes en heffingen alleen maar hoger. En vanwege zijn strafblad komt hij niet in aanmerking voor schuldsanering. Dat is het centrale thema van deze tweede Lost Boys-film, een aangrijpend portret van een bijna-dertiger die blijft betalen voor oude fouten (al blijft wel schimmig waarvoor dan precies) en ervoor moet waken dat hij niet voor gemakkelijke oplossingen valt.

Tegelijkertijd is het (vrijwel geheel) ontbreken van de andere gangleden van The Bloods in deze film wel een gemis. Demo vormt ondanks zijn financiële malheur, die door Balogh zéér uitgebreid in beeld wordt gebracht, de uitzondering op de regel. Hoe zou het de meer stereotiepe bendejongens Mr. T, Smockey en Lil-G zijn vergaan? Die vraag blijft grotendeels onbeantwoord.

In The Name Of Your Daughter

‘Als je te hard schreeuwt of problemen maakt, worden er jongens bij gehaald om je benen vast te houden’, waarschuwt een man een groep Tanzaniaanse meisjes, die zojuist in een speciaal Safe House een film over vrouwenbesnijdenis te zien heeft gekregen. ‘Wie wil er nou z’n geslacht laten zien aan jongens van twaalf?’ De voorlichter doet zelfs nog even aan groepsparticipatie in de openingsscène van In The Name Of Your Daughter (52 min.). ‘Wat moet elk meisje houden?’ roept hij de verzamelde kinderen toe. ‘Haar clitoris’, antwoorden die plichtsgetrouw.

En dat alles onder het motto: jongens worden besneden, meisjes verminkt. Want vrouwelijke genitale verminking mag dan officieel verboden zijn in Tanzania, in bepaalde delen van het Afrikaanse land wordt het in onze ogen barbaarse ritueel wel degelijk regelmatig uitgevoerd. Zonder dat de minderjarige meisjes in kwestie om hun mening wordt gevraagd, vanzelfsprekend. Ze kunnen vluchten naar het opvanghuis van Rhobi Samwelli totdat het besnijdenisseizoen weer voorbij is, toont deze degelijke documentaire van de filmmaker/mensenrechtenactiviste Giselle Portenier. Óf de hele procedure lijdzaam ondergaan. Waarna ze waarschijnlijk worden uitgehuwelijkt.

Voor sommige mannen is die hele vrouwenbesnijdenis nochtans geen enkel thema, zo blijkt uit de reacties van enkele kerels op het dorpsplein waar Samwelli haar emancipatoire verhaal komt doen. ‘Meisjes die besneden worden, blijven schoon’, stelt één van hen onomwonden. ‘Want als ze de clitoris houden, wordt de vagina vies.’ Een ander weet bovendien: ‘Een besneden meisje gaat niet vreemd. Als ze niet besneden is, doet ze het met iedereen.’ Een derde dorpeling ziet besnijdenis vooral als een praktische keuze. Een besneden huwelijkskandidate is nu eenmaal meer koeien waard dan een onbesneden meisje. Zeker vijftien of twintig exemplaren!

Of het nu gebeurt uit overtuiging, sociale druk of praktische overwegingen, helder is dat genitale verminking niet zomaar kan worden uitgebannen in Tanzania. Samwelli en de strijdbare vrouwen van het Safe House proberen er nochtans voor te zorgen dat ‘hun’ meisjes het besnijdenisseizoen schadevrij doorkomen. Daarna mogen/moeten ze weer naar huis. Zoals de dappere Rosie Makore, die spoorslags van huis is gevlucht toen ze van haar moeder kreeg te horen dat het nu haar beurt was. Is het gevaar nu echt geweken voor Rosie? ‘Ik wijs jou niet af’, zegt het twaalfjarige meisje, dat als een soort ambassadeur voor vrouwenrechten is teruggekeerd naar haar dorp, tegen haar eigen moeder. ‘Alleen de besnijdenis.’

Skip En De Rhythm Rangers

Skip danst. Dat is leuk. Erg leuk zelfs. Maar ook lastig. Want Skip is een jongen. En veertien. Hij wil stoer zijn. En toch dansen. Met zijn vrienden. De Rhythm Rangers. Geen mietjes hoor. Gewoon dansende jongens.

Nu moeten ze voguen. Vo-gu-en. Wie heeft dat nu weer bedacht? Ze zijn toch geen mietjes? Gewoon jongens hoor. Die toevallig willen dansen. En stoer zijn. En veertien. En Skip heten. Ja, rare naam, hè?

Gepest is-ie ermee. Skip. Wie verzint zoiets? Het maakt hem niks uit. Echt niet. Ze krijgen hem niet klein. Beslist niet. Voguen zal hij! Wat ze er ook van zeggen. Want dat zullen ze. Vast en zeker. Hij lijkt zo net een meisje.

In deze fijne jeugddocu. Van Olivier Garcia. Vlot en filmisch. En toch met inhoud. Veertien jaar in veertien minuten. Bijna vijftien. De belangrijke dingen. Over zelfvertrouwen. Pesten. En desondanks gewoon dansen. Stoer zijn. Een jongen. Skip.

Don’t Be A Dick About It

YouTube

Vier jaar had hij nodig om moed te verzamelen. En toen trok Benjamin Mullinkosson de stoute schoenen aan en vroeg hij zijn tante Mary Jo of hij een zomer bij hen in de kelder mocht logeren om zijn neven te filmen. Elk jaar tijdens vakanties had hij gezien hoe Peter en Matthew elkaar voortdurend in de haren vlogen. Diep van binnen wist Mullinkosson al die tijd dat daar een film inzat. Maar om er dan over te beginnen…

Die film is er nu toch gekomen: Don’t Be A Dick About It (69 min.), de onbetwiste publieksfavoriet van het International Documentary Festival Amsterdam van 2018. Dat enthousiasme is niet vreemd. Slechts weinig documentaires bieden zoveel gelegenheid om hard en vaak te lachen. Om de dwarse puber Matthew, die een enorme angst voor honden te boven probeert te komen. Maar vooral om zijn oudere broer Peter.

Peter is permanent verwikkeld in zijn geheel eigen variant op de realityshow Survivor. Met veel theater speelt hij de dramatische ontknoping van het televisieprogramma na. Steeds weer. Wie wordt er weggestemd? En waarom? Vaak gaat het om een familielid of kennis waarmee Peter toevallig nog een appeltje heeft te schillen. Die voortdurende stroom eliminaties, aangezet met volvette muziek, levert hilarische scènes op, die de rode draad vormen voor deze kostelijke film.

Een kanttekening is daarbij op zijn plaats: Peter heeft een autismespectrumstoornis. En net als Kees Momma en Owen Süskind, de autistische hoofdpersonen van respectievelijk Het Beste Voor Kees en Life, Animated, heeft de rossige twintiger de lach aan zijn kont hangen en weet hij zo een groot publiek, mijzelf incluis, aan zich te binden. Maar waar lachen die mensen eigenlijk om?

Leedvermaak? Nee, want Mullinkosson gaat liefdevol met zijn subjecten om. Matthew is volgens zijn neef dan ook trots op de film, al kan hij hem ook niet zo goed zien. Peter heeft er volgens de maker geen problemen mee als mensen om hem moeten lachen. Sterker: hij vindt zichzelf óók ‘fucking hilarious’. En wie ben ik dan om het daarmee oneens te zijn?

Home Games

In een betere wereld zou de twintigjarige Alina, bijgenaamd de Oekraïense Maradona, beslist voetbalinternational worden. Ze is overigens ook daadwerkelijk in beeld bij de bondscoach van het vrouwenelftal van Oekraïne. Maar de één of andere onverlaat knoopt steeds weer de veters van haar schoenen, die vaak met naald en draad bijeen worden gehouden, aan elkaar. Haar moeder, om te beginnen. Die schittert al enige tijd door afwezigheid, maar heeft Alina wel opgescheept met de kinderen uit haar tweede relatie.

Alina’s jonge halfzusje Regina en schattige halfbroertje Renat hebben weliswaar een vader, de klaploper Roman, maar die houdt zich vooral bezig met het opstrijken van de kinderbijslag en gaat zich daarna vaak dagen achter elkaar te buiten aan wodka. En als hij zijn roes ligt uit te slapen in hun gezamenlijke flat, mag Alina samen met geliefde Nadya en haar afgeleefde, bijna blinde grootmoeder de opvoeding van de kinderen voor haar rekening nemen. Met nauwelijks een cent te makken en lang niet altijd de gelegenheid om normaal te trainen.

Nee, filmmaakster Alisa Kovalenko, die Alina enkele jaren op de voet volgde met haar camera, schetst geen fraaie wereld. In het aangrijpende Home Games (86 min.) is werkelijk alles grauw, lelijk en aftands. Oostblok-ellende in optima forma. In hun piepkleine appartement, verstopt in één van de desolate woontorens die vol verve troosteloosheid staan uit te stralen in Kiev, slaagt de jonge vrouw er ondanks alles in om haar zus en broer een liefdevolle omgeving te.bieden. Intussen probeert ze – tegen beter weten in, zou je bijna zeggen – haar eigen droom levend te houden.

Kovalenko kijkt in deze klassieke direct cinema-film van heel dichtbij mee als Alina weer eens aan alle kanten moet inschikken of een donderpreek krijgt van haar coach, die in haar wedstrijdbesprekingen stug blijft hameren op de juiste topsportmentaliteit. Die vormt volgens de verbeten vrouw de sleutel naar succes. Als er echter ergens geen gebrek aan is bij haar sterspeelster, dan is het aan doorzettingsvermogen. Ze dreigt alleen te worden vermalen tussen haar eigen ambities en het gewone leven van alledag. De aanblik van hoe ze met één arm op haar rug gebonden toch naar de sterren reikt, stemt tegelijkertijd hoopvol en somber.

Minding The Gap

Als zijn vrienden gingen skaten, was hij erbij met zijn camera en legde hun duizelingwekkende capriolen of knullige valpartijen vast. Intussen groeide in het hoofd van Bing Liu een documentaire: Minding The Gap (93 min). Over zijn vrienden Zack en Deire. En over zichzelf, de man achter de camera, die zo nu en dan toch in beeld komt.

Gedurende twaalf jaar bleef Liu filmen. Het leverde talloze fraaie skatebeelden op en een portret van drie opgroeiende jongens uit de zogenaamde Rust Belt. Rockford, Illinois, om precies te zijn. Van de goedlachse witte jongen Zack, altijd een biertje of jointje in de hand. Hij krijgt al op jonge leeftijd een kind met zijn vriendin Nina. Dat is natuurlijk vragen om problemen.

Zack is helemaal niet klaar voor het vaderschap. Als de ruzies met de moeder van zijn kind steeds verder escaleren, verdwijnt langzaam maar die onweerstaanbare tandpastaglimlach van zijn gezicht. Intussen wil zijn zwarte vriend Deire, die bij zijn alleenstaande moeder inwoont, eindelijk eens op eigen benen staan. Tussen allerlei klotebaantjes door probeert hij tevens in het reine te komen met zijn vader. Wat skaten en zijn pa gemeen hebben? Ze hebben hem allebei pijn gedaan, zegt hij, maar hij houdt toch van ze.

Via Zack en Deire, die hij zo nu en dan kritisch bevraagt op hun gedrag, vertelt de Aziatische Amerikaan Bing Liu ook het verhaal van zijn eigen jeugd, die wordt overschaduwd door problemen thuis. Minding The Gap, meeslepend gemonteerd en op smaak gebracht met fijne indiemuziek, wordt zo een typisch coming of age-verhaal, waarin op de onvermijdelijke weg naar volwassenheid de nodige obstakels moeten worden genomen.