Zie Je Me? Hoor Je Me?

Human

‘Karin ziet jou. En jij ziet Karin’, introduceert één van de zorgverleners van Het Hendrickszhuys de nieuwe Skypekar.

‘Ik snap het niet’, antwoordt een oudere mevrouw, die wordt opgevangen in het Amsterdamse verpleeghuis.

‘Maar vind je het wel leuk?’

‘Eigenlijk niet ‘

‘Maar kijk nou, wat een lieve dochter!’

‘Mama, wat fijn om je te zien’, antwoordt die vanaf het beeldscherm.

‘Kom je straks hier?’ vraagt haar moeder streng.

‘Ja, dat zou ik heel graag willen, maar ik mag nog even de deur niet uit door dat stomme virus.’

‘Welk virus?’ reageert moeder verbaasd. ‘Ik weet van geen virus.’

COVID-19 legt natuurlijk ook documentairemakers allerlei restricties op. In de beperking toont zich evenwel de meester. En dus levert de pandemie ook nieuwe initiatieven en inventieve ideeën op. Die Skypekar is daarvan een geweldig voorbeeld. Daarmee kan Het Hendrickszhuys communiceren met de buitenwereld. En daarvan kan Anne-Marieke Graafmans dan weer een aangrijpende documentaire maken: Zie Je Me? Hoor Je Me? (50 min.).

‘Oh, wat een hel dit, jongen!, verzucht één van de zorgverleners bijvoorbeeld als het virus ook in huis toeslaat. ‘Echt afschuwelijk! Maar goed, we motten nog effe door, hè?’ Het tekent de mentaliteit in het Hendrickszhuys: compassie en onverschrokkenheid.

Ook bij locatiemanager Linda Fokke, die vanwege een niertransplantatie tot de risicogroep behoort en dus noodgedwongen aan huis is gekluisterd. Zo goed en zo kwaad als dat gaat probeert ‘baasie’ haar medewerkers van daaruit bij te staan en al beeldbellend normaal werkoverleg te houden. Als dank krijgt ze soms een virtuele knuffel.

Zie Je Me? Hoor Je Me? laat zo de beste kant zien van (particuliere) ouderenzorg in Nederland. Al maken de omstandigheden het lang niet altijd gemakkelijk om de moed erin te houden. ‘Ik woon hier heel raar’, zegt mevrouw Toorenaar bijvoorbeeld treffend tegen haar familieleden. ‘Aan die kant is dood’, wijst ze naar haar ene buur. Over de andere: ‘En die kant is jarig.’

De lach en de traan zijn altijd maar enkele ogenblikken weg in deze hartveroverende film, die de gevolgen van het Coronavirus voor de kwetsbaarste groep Nederlanders en hun directe omgeving blootlegt.

Zie Je Me? Hoor Je Me? is hier te bekijken.

The Mole Agent

‘Gezocht: oudere man’, luidt de kop van de krantenadvertentie. ‘Gepensioneerd, tussen de tachtig en negentig jaar. Onafhankelijk, discreet en technisch onderlegd.’ Diverse oudere heren hebben zich laten verleiden door de vacature en wachten nu tot ze op gesprek mogen voor deze bijzondere klus. Ze kunnen het bijna niet geloven. ‘Als ik normaal bij een sollicitatiegesprek zeg hoe oud ik ben, is het meestal meteen afgelopen’, zegt één van de hoogbejaarde kandidaten.

Het gaat echter om een heel bijzondere opdracht. De privédetective Rómulo Aitken zoekt een man die drie maanden undercover wil gaan in een Chileens verpleeghuis, waar voornamelijk vrouwen wonen. The Mole Agent (90 min.) moet daar onderzoeken of de moeder van Aitkens cliënt wordt gemaltraiteerd, bestolen en geslagen. ‘Jij wordt mijn ogen en oren’, zegt de strenge detective tegen de man die uiteindelijk wordt geselecteerd voor de job: de 83-jarige weduwnaar Sergio Chamy.

Chamy moet zich alleen de bijbehorende techniek, een bril met verborgen camera bijvoorbeeld of gewoon een smartphone, nog eigen zien te maken. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zodra de gedistingeerde heer helemaal is bijgespijkerd, kan hij echter zijn intrek nemen in het verpleeghuis, het startpunt voor deze kostelijke film van Maite Alberdi. Het onderzoek van de ‘spion’ lijkt daarbij vooral een voorwendsel te zijn om in te zoomen op het leven in het tehuis.

Dat wordt bevolkt door allerlei kleurrijke personages. Zo is er de licht paniekerige Marta, een vrouw die zich steeds hardop afvraagt waarom ze haar moeder zo weinig ziet. Zo nu en dan krijgt ze telefoon van een begeleidster die doet alsof ze haar moeder is. ‘Mama, ik heb je zo gemist’, zegt Marta dan. ‘Je komt nooit bij me op bezoek. Maar ik ben hier. Je moet me komen ophalen.’ Bij Sergio Chamy lijkt ze zowaar soms tot rust te komen.

De mannelijke nieuwkomer maakt sowieso indruk. De bevallige Berta is bijvoorbeeld direct verkikkerd op hem geraakt. Ze begint zelfs al over een huwelijk te praten. Ook de gesprekken van de charmeur met Rubiro, hoewel anders van toon, hebben een onmiskenbaar intiem karakter. Zij is zich er intussen maar al te zeer van bewust dat haar geheugen nogal eens hapert. Sergio blijft echter geduldig als hij haar moet uitleggen hoe hun vorige ontmoeting ook alweer is verlopen.

De intieme en respectvolle contacten tussen mensen die hun levenseinde zien naderen kenmerken deze hartverwarmende film, die qua toon en setting doet denken aan The Grown-Ups, de docu die Alberdi maakte in een activiteitencentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Met liefdevolle blik observeert ze de interacties tussen de verschillende bewoners en dringt zo op onnadrukkelijke wijze door tot hun belevingswereld. Sergio’s detectivewerk begint ondertussen, hoe vermakelijk ook, een beetje te voelen als een kunstgreep.

The Mole Agent heeft ook weinig tierelantijnen nodig om stiekem het hart te veroveren. Van de San Francisco-dames, die tijdens het jubileumfeest een dansje met hem wagen. Én van de aandachtige kijker, die uiteindelijk geen detectiveverhaaltje nodig heeft om geïntrigeerd, verrukt en ontroerd te raken van deze open blik in de wereld van mensen die inmiddels beduidend meer verleden dan toekomst hebben en er in het heden toch wat van willen/moeten maken.

100Up

Dutch Mountain Film

Mathilde Freund maakte als Joods meisje in Oostenrijk de opkomst van Hitler bewust mee, Irwin Corey floreerde in zijn jonge jaren als komiek en acteur en Shirley Zussman werkte jarenlang als sekstherapeute en was in die hoedanigheid ooit te gast bij het praatprogramma van Oprah Winfrey. En nu zijn ze bij hun allerlaatste levensdagen aanbeland. Tenminste, als we ervan uitgaan dat het licht na de magische grens van honderd jaar toch echt langzaam uitgaat.

Zo staan de hoofdpersonen van Heddy Honigmanns nieuwe documentaire 100Up (92 min.) overigens niet in het leven. Ze leven nadrukkelijk in het heden. De Peruviaanse arts Raúl Jerí blijft bijvoorbeeld gewoon aan het werk in het ziekenhuis, de nette Nederlandse heer Hans Maier is nog altijd druk bezig om de universele rechten van de mens te verrijken met mensenplichten en die toe te vertrouwen aan het internet en de Noorse boerin Laila Myrhaug zit dagelijks aan het spinnenwiel en helpt haar schapen nog altijd met kalveren.

Regisseur Heddy Honigmann zoekt deze honderdplussers op en bevraagt hen over heden en verleden. Dat worden veelal lange en persoonlijke gesprekken, aangekleed met beelden uit hun dageljjks leven en zo nu en dan geïllustreerd met archiefbeelden. Ze kunnen ook zomaar ontaarden in gekeuvel. Een algemeen geldend recept voor eeuwige jeugd vindt Honigmann op die manier niet. Al is Viola Smith, die in het zwart-wit tijdperk een gevierde drumster was, ervan overtuigd dat al dat slagwerk ervoor heeft gezorgd dat ze fit is gebleven en een zeer respectabele leeftijd heeft bereikt. Ze raakt tegenwoordig overigens geen drumstok meer aan, de oude schwung is verdwenen.

Wat alle hoofdpersonen met elkaar gemeen hebben is een onmiskenbare joie de vivre, die zich door geen gebrek laat beteugelen. Die levenslust werkt aanstekelijk en nuanceert meteen het imago van ouderdom als een levensfase die louter wordt getekend door aftakeling en afscheid. Verder biedt deze documentaire geen nieuwe inzichten. De helden van 100Up, die stuk voor stuk een glorieuze toekomst achter zich hebben, zijn eerlijk gezegd bijzonderder dan de film zelf, die ‘gewoon’ vermakelijk is.

Dick Johnson Is Dead

Netflix

Dick Johnson gaat dood. Net als zijn echtgenote Catie Jo. Sterker: die is al dood. Een heup gebroken en daarna verder in het slop geraakt. Alzheimer ook. Dick wordt op straat verpletterd door een computer die uit het raam valt. Of hij dondert met een genadeloze klap van de trap. Of hij wordt op straat door een werkeman per ongeluk voor zijn kop geslagen met een stuk hout. Of…

‘Het is net Groundhog Day’, zegt hij zelf. Zijn dochter filmt Dick Johnson op weg naar de dood. Ze oefent dat einde alvast met hem, als het ware. Zodat zij, Kirsten Johnson, aan het idee kan wennen, waarschijnlijk. En dus wordt dit in wezen kleine verhaal, van een man die stilaan afscheid moet nemen van het bestaan, op een glorieuze wijze aangekleed met fatale ongelukken en ravissante sequenties, waarin Dicks idee van de hemel (of wat zijn dochter zich daarbij voorstelt) wordt verbeeld.

Als de voormalig psychiater begint te kampen met vergeetachtigheid (‘Ik val uit elkaar’) besluit hij bovendien om zijn huis in Washington te verlaten en bij haar in te trekken in New York. ‘We lijken wel gek’, zegt Kirsten. ‘Maar het probleem is dat ik anders niet bij je in de buurt ben’, meent haar vader. ‘Zo is het’, beaamt zij. ‘Ik ruil dit huis zo in om bij jou te zijn’, zegt Dick met de liefste glimlach van de wereld. ‘Geen twijfel over mogelijk. Daar hoef ik niet over na te denken.’ Kirsten klinkt ontroerd: ‘Dat gevoel heb ik ook.’

‘Soms hebben mensen het gevoel dat het op een bepaald ogenblik niet meer hoeft’, snijdt zij, een kwartier verderop in de film, als hij al lang en breed bij haar inwoont en zienderogen achteruit gaat, een lastig thema aan. ‘Daarvoor hou ik te veel van het leven’, stelt Dick. Kirsten houdt echter aan: ‘Dus je wilt wel blijven leven tot het punt waarop mam was, toen ze niet meer kon communiceren?’ Hij haalt zijn beste glimlach weer voor de dag. ‘Ik denk het wel. Maar je mag me ook euthanaseren. Overleg het eerst even met me.’

Met een lichte toets koersen vader en dochter in deze bijzonder grappige, buitengewoon vertederende en zeldzaam aangrijpende documentaire zo af op een ronduit briljante slotscène. Waarbij op voorhand natuurlijk al vaststond dat deze film maar op één manier kan eindigen: Dick Johnson Is Dead (90 min.).

América

VPRO

‘Je bent heel lief’, zegt América tegen haar kleinzoon Diego, nadat ze hem een kus op zijn voorhoofd heeft gegeven.

‘Nee, jij’, reageert hij.

Intussen heeft ze de camera van Erick Stoll en Chase Whiteside ontdekt, die het tafereel van dichtbij gade slaat. ‘Wat doet hij?’

De jongen lacht: ‘Hij filmt.’

‘Filmt hij alles wat we doen?’

‘En wat we zeggen.’

‘Waarom?’ wil de oudere vrouw weten.

‘Omdat je een ster bent.’

Daar is ze het mee eens. Bijna dan. ‘Een vallende ster.’

Nog niet zo lang geleden is de hoogbejaarde Mexicaanse vrouw América Capdevielle Levas inderdaad gevallen. Uit bed. Buren hoorden haar kermen van de pijn en belden de politie. ‘Ze leek aan haar lot overgelaten’, constateert kleinzoon Diego. Zijn vader Luis, die de oude vrouw onder zijn hoede had, werd vervolgens beschuldigd van verwaarlozing en in de cel gegooid.

Sindsdien verzorgen Diego en zijn broers Rodrigo en Bruno hun grootmoeder. Zelf heeft zij dat nog niet altijd in de gaten. ‘Deze foto is van twintig jaar geleden’, zegt Diego bijvoorbeeld tegen haar als ze samen op de bank zitten. ‘Zo lang?’ reageert de oude vrouw. Ja, beaamt haar kleinzoon. ‘We zijn al twintig jaar vrienden.’

‘Dan is je oma al heel oud nu.’

‘Hoe oud ben jij?’

‘Ik?’ vraagt ze verbaasd.

‘Jij bent mijn oma.’

‘Ik dacht…’, reageert América (73 min.) licht verward.

Diego stelt haar gerust: ‘Dat ben jij.’

Liefdevol begeleiden de drie broers Alvarez Serrano hun oma zo door haar laatste levensfase. Tussen het douchen, ontlasten en naar bed brengen door vinden ze bovendien tijd voor hun gezamenlijke passie, acrobatiek. Als een medewerker van het bureau voor senioren een controle uitvoert, ziet die dat het eigenlijk hartstikke goed gaat.

Gaandeweg slaat de idyllische sfeer in huis een beetje om. Op de achtergrond is er nog altijd de strafzaak tegen de vader van de jongens, die nu al maandenlang in de cel zit. En hoe zit het met hun eigen levens en ambities? Hoe verhouden die zich tot hun onverwachte zorgtaak? Zo krijgt deze kleine, mooie, menselijke film een venijnig kartelrandje, waardoor ie nog eens extra goed binnenkomt.

Veerkracht: Gevecht Tegen Corona

Videoland

‘Ik ben ervan overtuigd dat u dat Coronavirus hebt en dat uw longen daar heel veel last van hebben’, zegt intensivist Mark van der Kuil tegen Annie Claassen, een oudere patiënte met een zuurstofmasker die uitgeteld op een ziekenhuisbed ligt. De arts stelt voor om haar te verplaatsen naar de Intensive Care. De vrouw uit het Brabantse dorp Odiliapeel moet daarvoor afscheid nemen van haar familie.

Want voor de beademing die ze nodig heeft moet Annie onder narcose. En dat kan wel enkele weken duren. Haar man Willie, die naast zijn vrouw zit en haar hand vasthoudt, schiet ineens helemaal vol. ‘Kumt goed, meid’, zegt hij, niet alleen tegen haar. ‘Ik kan er niet over jokken’, benadrukt Van der Kuil nog maar eens de ernst van de situatie. ‘De kans dat u het niet redt, en dat u het niet overleeft, bestaat wel.’

Terwijl de arts de transfer van Annie Claassen naar de IC regelt, staat haar man verweesd op de gang. Ziet hij zijn vrouw ooit nog levend terug? In het Bernhoven Ziekenhuis in Uden, dat dit voorjaar plotseling in de frontlinie van de Coronacrisis belandde, zijn zulke pijnlijke vragen ineens aan de orde van de dag. Om nog maar te zwijgen over het onmogelijke dilemma dat zich daarna zou kunnen aandienen: wie helpen we wel en wie niet?

De driedelige documentaireserie Veerkracht: Gevecht Tegen Corona (108 min.) volgt van heel dichtbij hoe ziekenhuisdirecteur Geert van den Enden en z’n artsen en verpleegkundigen de zorg op een aanvaardbaar peil proberen te houden terwijl ze geconfronteerd worden met een soort oorlogssituatie. Even knuffelen is er echter niet bij, want ook voor deze zorghelden geldt de anderhalve meternorm.

Regisseur Marc Pos kadert de dramatische gebeurtenissen uit die eerste COVID-19 golf in met terugblik-interviews met enkele kernfiguren uit het ziekenhuis. Die gesprekken geven de ontwikkelingen weliswaar context, maar doorbreken ook een beetje de hectiek van het moment, als nog volstrekt onduidelijk is hoe die pandemie zich gaat ontwikkelen en of de ziekenhuiscapaciteit wel toereikend zal zijn.

En dan wordt dokter Van der Kuil zelf positief getest…

O Amor Natural

NTR

‘De vlam die overal kan oplaaien. Op de grond, op het tapijt of zelfs op de keukentafel’, leest de ene Braziliaanse vrouw lachend voor aan de ander. ‘Een lijf aan lijf gevecht van zweet, sperma en lichaamsvocht.’ De twee dames op gevorderde leeftijd, zittend op een stoel aan het strand, kunnen hun lol niet op. ‘En daarna ga je naar bed om uit te rusten.’

‘De vrouw is ons de baas, vooral op het erotische vlak’, constateren twee gniffelende Braziliaanse mannetjes op een terras. ‘Doen jullie het nog wel?’, wil Heddy Honigmann weten. ‘Ik wel’, antwoordt de jongste, 67. ‘Maar ú doet het toch niet meer?’ schakelt de Nederlandse documentairemaakster door naar de ander. De 82-jarige man laat zich niet overrompelen: ‘Hoezo niet? Ik zal u niet vragen of u met mij wilt experimenteren.’ Schaterend: ‘Maar ik ben er niet slecht in.’

’Zuigen en gezogen worden door de liefde’, leest een andere oudere man met een dikke bril even later voor uit een bundel van de befaamde Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade (1902-1987). ‘Tegelijk de mond multivalent. Het lichaam twee in één genot volledig. Dat niet mij behoort noch jou behoort. Genot van fusie diffuse transfusie. Likken, zuigen en gezogen worden in hetzelfde spasme. Alles is mond en mond. Negenzestigvoud tongenmond.’ Honigmann: ‘Vindt u het mooi?’ De man begint te glunderen: ‘Het is half seksueel. Het is een beetje seksueel.’

Het recept is bedrieglijk simpel: neem O Amor Natural (76 min.), Drummond de Andrade’s postuum verschenen erotische gedichten, en leg de bundel voor aan gewone Brazilianen op leeftijd. Ze openen zich als vanzelf over hun eigen liefdesleven. Zo simpel als het idee voor deze documentaire uit 1996 is, zo elegant is de uitvoering. Honigmann belandt al luisterend en vragend bij de kapper, in een hoedenwinkel en – natuurlijk! – op het strand. Daar ontlokt ze haar gesprekspartners warme, sensuele en grappige ontboezemingen. Dat lijkt gemakkelijk, maar vraagt in werkelijkheid hele precieze casting en een uitstekend gevoel voor toon en timing. De juiste mensen, bij wie de juiste eh… snaar wordt geraakt.

Het resultaat is ernaar: O Amor Natural bulkt van de onvergetelijke personages. Zoals de vrouw die in een commercial een magnetron aanprijst omdat er dan meer tijd overblijft voor seks en daar dan weer heel eigen ideeën over heeft. Een 85-jarige schuinsmarcheerder en zijn vergevingsgezinde dochter, waarbij ’s mans vele buitenechtelijke affaires geen enkel schaamtegevoel oproepen. En de voormalige Olympische zwemster die blozend voorleest over ‘de driehoek van het schaamhaar wit van water, sperma, liefdes loop’. Stuk voor stuk wentelen ze zich (nog eenmaal) in de vleselijke liefde en worden ze overvallen door ‘saudade‘, die onmiskenbare mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde.

En dat allemaal geïnspireerd door een befaamde dichter, die zijn pikante geschriften pas na zijn dood liet publiceren. ‘Een zacht beroeren van de clitoris’, leest de 74-jarige sambazangeres Dona Neuma daarin. ‘Ik weet niet wat dat is.’ De eigenaar van de dansschool die naast haar zit heeft ook geen idee. ‘De clitoris is het plekje dat de vrouwen genot geeft’, legt Heddy Honigmann uit. ‘Hij geeft dus de kittelaar een achternaam?’, reageert de vrouw verheugd. ‘Dan begrijp ik het.’ Waarna ze verlekkerd begint terug te blikken op haar huwelijk, dat achttien kinderen heeft opgeleverd. ‘Met al dat neuken heb ik hem gedood, denk ik.’

O Amor Natural is hier te bekijken.

Young @ Heart

Dat je je vanaf de allereerste minuut kapot ergert aan de werkwijze van de Britse regisseur Stephen Walker.

Aan zijn popi, nét te uitleggerige voice-overs over het Amerikaanse ouderenkoor dat centraal staat in Young @ Heart (108 min.) uit 2007. In de ik-vorm nota bene, zodat we hemzelf toch echt niet over het hoofd zien.

Aan zijn kruiperige interviewtechniek als hij bij de oudjes thuis naar de bekende weg komt vragen over leven, dood en zingen.

Aan z’n quasi-verbazing over de dwarse repertoirekeuze van dirigent Bob Cilman voor het koor: Jimi Hendrix, The Clash en Sonic Youth.

Aan de manier waarop hij die in beelden uitdrukt: opengesperde ogen, ongelovige glimlachjes en – te langen leste – verrukte gezichtsuitdrukkingen bij zowel de koorleden zelf als hun enthousiaste publiek.

Aan die enkele, toch wel héél erg ingewikkelde nummers (James Browns I Feel Good en Yes We Can Can van Allen Toussaint) die de bejaarde koorleden nauwelijks ingestudeerd krijgen, een proces dat natuurlijk lekker lang wordt uitgemolken.

En dat je dan, ondanks Walkers opzichtige pogingen om de hele boel, bijna letterlijk, om zeep te helpen, tóch overstag gaat.

Voor die onweerstaanbare combinatie van de zegeningen en kwalen van ouderdom (waarin ziekte en de dood vanzelfsprekend niet ontbreken) en Young At Heart’s ferme, dolkomische of ontroerende interpretaties van popklassiekers als Road To Nowhere (Talking Heads), I Wanna Be Sedated (The Ramones), Stayin’ Alive (The Bee Gees) en het speciaal voor de gelegenheid met een zuurstofpomp uitgeruste Fix You (Coldplay).


Daartegen is zelfs een koekenbakker als Stephen Walker (*) niet opgewassen.

(*) die, vooruit, kundig de kracht van het koor vat, de muziek zoveel mogelijk het werk laat doen en ook het onvermijdelijke drama rond enkele individuele leden goed heeft opgetekend.

Uitgewoond: Achter Gesloten Deuren

Marijke (l) en Jan Carel / VPRO

Een oude boom moet je niet verplanten. Toch is dat precies wat er is gebeurd met de hoogbejaarde bewoners van De Drie Hoven. Het Amsterdamse verzorgingshuis voldeed niet meer aan de moderne eisen en moest daarom sluiten. En dus werden de ouderen, die hadden gedacht dat dit hun laatste woonplek zou zijn, gedwongen om toch nog een keer te verkassen.

Met haar smartphone tekende Marijke Schonewille die onzekere periode op in de serie Uitgewoond. Nu, ruim een jaar later, bezoekt ze haar hoofdpersonen op hun nieuwe woonplek voor de documentaire Uitgewoond: Achter Gesloten Deuren (70 min.). Ze zet een kopje thee, helpt iemand z’n jas aantrekken of speelt een spelletje Rummikub en maakt intussen een praatje over hoe het gaat. De 103-jarige Map is bijvoorbeeld in het Leo Polak-huis beland, ver van haar vriendin Gerda. Ze hebben allebei niet meer zoveel zin in het leven. Gerda ervaart haar huidige bestaan zelfs als het ‘neerslaan van je geestelijke brein’. Ze overweegt om serieuze stappen te ondernemen.

De 96-jarige Jan Carel, een voormalige marinier die betrokken was bij de Slag bij de Javazee in 1942, is intussen nog dagelijks bezig met zijn oorlogsverleden. Voor de zekerheid barricadeert hij elke avond de deur van zijn woning, zodat ‘de vijand’ niet ongemerkt binnen kan komen. Één vijand laat zich daardoor echter niet ontmoedigen: een onzichtbaar virus dat de halve wereld op zijn kop zet en ook – of juist – de levens van de alleroudsten binnendringt. ‘Ik maak nog ‘s wat mee op m’n ouwe dag’, grapt Hetty van 92 tijdens de eerste keer beeldbellen met Schonewille. Even later: ‘Met mij gaat het goed. Zet dat maar op de film.’

Dat geldt echter bepaald niet voor alle hoofdpersonen van deze kleine en menselijke film. Sommigen ervaren de gevolgen van ‘social distancing’ aan den lijve, anderen krijgen met de gevreesde ziekte zelf te maken. Marijke Schonewille blijft ondertussen zo dicht mogelijk in de buurt, als een vriendin die van geen wijken wil weten. Tot het moment dat hun verplichte isolement weer wordt doorbroken. Of het leven aan z’n einde is gekomen…

Uitgewoond: Achter Gesloten Deuren is hier te bekijken.

Vergeten

Henny en Ruud Foppen

‘Er is iets in mijn hoofd dat niet goed is’, zegt de oudere Amsterdammer Ruud Foppen tijdens het ontbijt. ‘En ik laat er ook niets aan doen, aan dat hoofd. Ik kijk wel uit!’ Zijn vrouw Henny is de wanhoop inmiddels nabij: ‘Ze moeten er zo twee opnemen, in plaats van één.’ Haar echtgenoot is thuis eigenlijk niet meer te handhaven, maar je kan zo’n man toch ook niet zomaar het huis uitzetten?

Uiteindelijk wordt opname voor meneer Foppen toch onvermijdelijk. In het verpleeghuis gaat hij zienderogen achteruit. Totdat hij zijn vrouw nauwelijks meer herkent en bovendien waar zij bij is begint aan te pappen met een mevrouw die hij in het tehuis heeft leren kennen. ‘Hou je nog van me, lieverd?’ vraagt Henny tevergeefs. Afscheid nemen doet zo wel heel erg veel pijn. ‘Maar ja, die man kan er ook niks aan doen.’

Het echtpaar Foppen wordt vier jaar lang gevolgd in de klassieke dementiedocumentaire Vergeten (116 min.), waarvoor regisseur Ireen van Ditshuyzen in 1995 een Zilveren Nipkowschijf ontving. Net als de andere hoofdpersonen maken Ruud en Henny Foppen deel uit van het zogenaamde Amstel Project, een onderzoek onder 4000 Nederlandse bejaarden. Neuroloog Cees Jonker en zijn collega’s hopen via hen te kunnen ontdekken wie Alzheimer krijgt en wie niet.

Nick Hobbelman wil z’n steentje bijdragen aan dat onderzoek naar ‘vergeetachtigheid’. Hoewel zelfs het bedienen van de nieuwe televisie zo langzamerhand een onoverkomelijk probleem begint te worden, krijgt de nette heer het woord dementie nog altijd niet over de lippen. Chris Schülein was volgens zijn vrouw Riek altijd het middelpunt van de belangstelling. ‘En nu staat-ie overal naast’, zegt ze. ‘En dat weet-ie zelf zo goed. Dat is zo verdrietig.’

Corrie Sproet, de laatste hoofdpersoon van deze indrukwekkende film over een ziekte die ons allen kan treffen, zit nog in de ontkenningsfase. Ze krijgt geheugentraining in het ‘Douwes Dekkershuis’. Ook haar partner, de goedmoedige Henk Glasius, zal in de navolgende jaren voor godsonmogelijke keuzes komen te staan, met een vrouw die weigert te accepteren dat ze niet meer is wie is en die zeker niet wil horen dat ze thuis eigenlijk niet meer is te handhaven.

Van Ditshuyzen legt het proces dat patiënt en partner, samen en los van elkaar, moeten doormaken van heel dichtbij en toch respectvol vast. Doordat ze hen jarenlang volgt, kan de filmmaakster bovendien echt de ontwikkeling van dementie, een aandoening die uiteindelijk het gehele leven ontwricht, in beeld brengen. Daarmee heeft ze een wezenlijke bijdrage geleverd aan het (h)erkennen van een ziekte waarmee we allemaal op de één of andere manier te maken krijgen.

Vergeten is hier te bekijken.

Vader In De Tuin

KRO-NCRV

Opa Koos woont driehoog, in een mooie ruime flat met een fijn ‘groen’ uitzicht. Binnenkort gaat hij echter even verderop wonen. Niet in een aanleunwoning of bejaardentehuis. Maar in de tuin. Bij zijn zoon Marco en diens gezin.

‘Is hij er slecht aan toe?’ wil interviewer Frans Bromet weten. ‘Nog niet’, antwoordt Marco lachend. Schoondochter Anita vult aan: ‘Hij is achtentachtig en hij is eigenlijk hartstikke goed.’ Bromet: ‘Gaat dat jullie niet heel veel tijd kosten?’ ‘Zwaaien?’ antwoordt Anita gevat. ‘Nee, dat valt wel mee, denken wij.’

Voorlopig lijkt zwaaien genoeg, maar de familie Korevaar realiseert zich terdege dat ze in werkelijkheid kiest voor een mantelzorg-constructie. In een ontspannen sfeer gaan ze een woning voor Vader In De Tuin (53 min.) aanschaffen. Die stelt zich ogenschijnlijk uiterst schappelijk op. Koos beseft tegelijkertijd: ‘Ik ben afhankelijk van iedereen.’

‘Dit is de laatste reis die ik maak’, zegt hij tijdens de daadwerkelijke verhuizing. ‘En de volgende reis, daar hoef ik me niet mee te bemoeien.’ Terwijl de nieuwe woning zijn beslag krijgt en opa Koos zich daar probeert te settelen, stelt Bromet hem zijn inmiddels welbekende impertinente vragen over verleden, heden én toekomst.

Intussen volgt hij gedurende enkele jaren hoe de man aardt in zijn steeds kleiner wordende wereld en langzaam maar zeker afscheid moet nemen van het leven dat hij ooit had. ‘Afvoeren’, noemt hij dat zelf. Hij zit gewoon te wachten. ‘Waarop zit u dan te wachten?’ vraagt Bromet naar de bekende weg. ‘Op die man met die zeis.’

Toch wordt deze tv-film geen moment topzwaar en verdient die ook weer moeiteloos het Bromet-vignet: dicht op de mens, ongepolijst en nooit sentimenteel. En Frans, zelf inmiddels ook 75 jaar oud, heeft blijkbaar nog altijd een onstilbare honger naar nieuwe verhalen en blijft dus gewoon stug doorgaan met veelfilmen. Híj gaat zelf in elk geval níet zitten wachten op die man en z’n zeis.

A Secret Love

Netflix

Voor Diana Bolan was tante Terry als een moeder. ‘Ze was erbij toen ik gedoopt werd, bij mijn diploma-uitreiking’, vertelt de Canadese vrouw van middelbare leeftijd. ‘Door haar kon ik studeren. Zij luisterde toen ik zei dat ik docent wilde worden. Zonder haar had ik nooit gehad wat ik nu heb. Ik heb alles te danken aan haar. Alleen aan haar.’

Toch ontdekte Diana pas enkele jaren geleden dat tante Terry iets voor haar verborg. ‘Ik leefde als het waren in een leugen’, zegt die nu. ‘Ik zei tegen Pat: als Diana weer komt, vertel ik het haar.’ Dat bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Na een gezellig etentje had ik het nog steeds niet verteld. Ik werd steeds zenuwachtiger. Ik wilde haar liefde niet kwijt.’ En toen uiteindelijk, te langen leste, bekende ze kleur: ‘We zijn lesbisch.’

Terry en Pat waren op dat moment al ruim zestig jaar bij elkaar, maar open over hun geaardheid waren ze nooit geweest. Met recht A Secret Love (82 min.) dus. Dat was overigens niet zo vreemd: Terry’s broer Tom, de vader van Diana, zei volgens zijn dochter altijd dat tante eens geneukt zou moeten worden door een grote zwarte neger. Dat zou haar wel op het rechte pad brengen. ‘Dat zei hij heel vaak’, herinnert Diana zich. ‘Nuchter, niet dronken.’

Via Pat Henschel en Terry Donahue, die allebei op hoog niveau honkbal speelden en met hun collega’s de inspiratie vormden voor de speelfilm A League Of Their Own, belicht regisseur (en Diana’s zoon) Chris Bolan de emancipatiestrijd van Amerikaanse homo’s en lesbiennes sinds de Tweede Wereldoorlog en de façade die mensen zoals zij in al die jaren moesten ophouden. Nee, ze waren geen geliefden, hoor. Gewoon beste vrienden, collega’s of – leugentje om bestwil – elkaars nicht.

En nu zijn Terry en Pat hoogbejaard en worden ze gedwongen om na te denken over hoe en waar ze hun laatste jaren willen spenderen. Gaat het bijvoorbeeld nog tot een huwelijk komen? Hoe zit het met de homo-acceptatie in woonvoorzieningen voor ouderen? En zijn ze samen überhaupt nog in staat om hele ingrijpende stappen te zetten?

Het aangrijpende A Secret Love legt op pijnlijk intieme wijze vast hoe de twee vrouwen, ondersteund door en soms in conflict met nicht Diana, de allerlaatste fase inrichten van het leven dat ze voor een groot deel in de kast hebben doorgebracht. Zodat ze elkaar eindelijk openlijk kunnen liefhebben.

Oma En Chris & De Rode Auto

BNNVARA

Lekker enkele daagjes naar Luxemburg. Voor misschien wel haar allerlaatste vakantie. De 94-jarige Hildegard is ‘s ochtends alleen meestal even kwijt dat ze in het buitenland is. Haar kleinzoon Chris moet haar er elke dag bij het wakker maken aan herinneren. Liefdevol heeft hij zijn breekbare oma op sleeptouw genomen. De oude vrouw wordt echt verwend.

Het tweetal wordt gevolgd door nicht/kleindochter Ingrid Kamerling, die zelf, enigszins onvast, de camera ter hand neemt. In Oma En Chris & De Rode Auto (65 min.) observeert ze hoe Chris ook tijdens deze korte vakantie invulling geeft aan de belofte die hij ooit deed aan hun opa. Bij diens dood verzekerde Chris hem dat hij oma Hildegard nog enkele fijne jaren zou bezorgen. In ruil daarvoor kreeg hij de rode auto waarmee ze nu naar Luxemburg zijn afgereisd.

Het is bijna niet te geloven dat diezelfde opgeruimde Chris ooit is gediagnosticeerd met autisme, een kwalificatie die hij ver van zich werpt, en inmiddels in een speciale woongroep leeft. De mantelzorg die hij enkele dagen per week verleent aan zijn oma is onderdeel van zijn eigen activiteitenprogramma. Het voormalige zorgenkind is zowaar een zorgkind geworden.

Zo bezien is dit redelijke dubbelportret van de fragiele oudere vrouw en haar kleinzoon, gelardeerd met homevideo’s van Chris en familiefilmpjes, een hoopvolle film. Samen komen we voorbij onze eigen en elkaars beperkingen en kunnen we het leven (weer) aan, zo lijkt Kamerling te willen zeggen. En de lach van haar oma, als die uiteindelijk afscheid neemt van Chris, is ronduit onbetaalbaar.

Uit Elkaar

Janie (l) en Henk (r) / &Bromet

‘Maar ze is niet lastig, hoor!’ zegt Henk over zijn vrouw Janie, die even verderop een hapje zit te eten. ‘Is ze niet lastig?’ stelt Frans Bromet één van zijn kenmerkende herhaalvragen. ‘Nee hoor.’ Janie heeft intussen de camera ontdekt. Ze kijkt recht in Bromets lens. ‘Ze is gewoon lief nog’, zegt Henk na een ogenblik stilte. ‘Is ze nog lief, ja?’ Henk: ‘Ja, ze geeft me nog een schouderklopje als we gaan wandelen…’ Bromet: ‘Dus jullie huwelijk is nog steeds wel een echt huwelijk?’ ‘Ja hoor, in mijn ogen wel. Ik zou haar niet graag willen missen.’

In het tweeluik Uit Elkaar (100 min.) gaat de nestor onder de Nederlandse camerajournalisten/documentairemakers in gesprek met zes oudere echtparen en hun kinderen, die een weg proberen te vinden door het doolhof dat de ziekte Alzheimer rond hen heeft aangelegd. Het is een typische Bromet-film, gemaakt door Frans en zijn dochter Silvia, waarin de interviews leidend zijn en de cameravoering dienend. Zo vangen ze kleine gesprekjes en scènetjes die samen een veel groter verhaal vertellen. De aankleding is eenvoudig: wat foto’s en enkele riedeltjes stemmige muziek.

Dat is genoeg. Als geen ander weet Bromet toch weer de vinger op de zere plek te leggen. En ondanks dat hij zelf inmiddels ook een gevorderde leeftijd heeft bereikt, is hij zijn gevoel voor waar het op maatschappelijk vlak wringt nooit kwijtgeraakt. In dit geval: kunnen de dementerende en zijn/haar partner, die tegenwoordig als mantelzorger door het leven gaat, ook in de toekomst samen blijven wonen? Vroeger konden echtgenoten meeverhuizen naar het verzorgings- of verpleegtehuis. Tegenwoordig is dat niet meer mogelijk.

Het centrale dilemma, koste wat het kost samen thuis blijven of toch apart gaan wonen, wordt hier door de Bromets pregnant uitgeserveerd. Uit Elkaar is natuurlijk slechts een momentopname. De televisiefilm ontbeert bijvoorbeeld de longitudinale aanpak van de klassieke dementiefilm Vergeten van Ireen van Ditshuyzen, die echt over een langere periode (1991-1994) de onmogelijke dilemma’s van mensen in de herfst en winter van hun leven blootlegde. Deze Bromet-productie voegt daaraan echter wel een actueel element toe, dat iets wezenlijks zegt over de wereld waarin we met z’n allen leven.

Huidhonger

Tango, Tangor, Ergo Sum, aldus hoogleraar filosofie Wilhelm Schmid. Ofwel, in goed Nederlands: ‘Ik raak en word aangeraakt, dus ik ben.’ Een treffend parool voor de korte documentaire Huidhonger (21 min.). In deze bijna tactiele film, een soort documentaire-variant op ASMR, verkent Lieza Röben het belang van lijfelijk contact voor de menselijke soort.

Ze doet dit via drie tedere portretjes van mensen die zich volledig bloot lijken te geven voor haar camera. Van een jonge vader, die zelf nooit vaderliefde heeft gekend. Het gevoel van die hand in je nek die dwingt, koost en stuurt is hem bijvoorbeeld volledig vreemd. Is hij er klaar voor om dat nu wel mee te geven aan zijn kind?

Van een openhartig Vlaams stel dat elkaar op latere leeftijd heeft gevonden. ‘Ik had via de kleinkinderen een pluchen beer gekregen’, vertelt Zij over de periode dat ze alleen was. ‘En die is mijn toeverlaat geweest in bed.’ Via een mooie, intieme scène in bad, waarbij Hij haar liefdevol inzeept, wordt tastbaar hoe haar nieuwe geliefde levert waaraan ze zo lang ‘nood’ heeft gehad.

En van een jonge vrouw, die een tijd nauwelijks lichamelijk contact had en vooral knuffelde met haar kat. Totdat ze ineens een vriendje kreeg. ‘Ik merkte dat ik me toen zo anders voelde’, herinnert ze zich. ‘Als ik op straat liep voelde ik me ineens onderdeel van de wereld. Ik dacht, hé, ik hoor er gewoon weer bij. Ik ben ook mens. Net als al deze mensen.’

Röben komt héél dichtbij haar hoofdpersoon. Letterlijk: met close-up shots van hun gezicht en lichaam. En figuurlijk: via persoonlijke ontboezemingen, in de vorm van een monologue intérieur, waarin ze hun hart binnenstebuiten keren. Huidhonger wordt zo een film waardoor je echt wordt aangeraakt en waarvan je zelf, of je nu wilt of niet, ook aanrakerig wordt.

Erwin Olaf – The Legacy

Erwin en Teun / NTR

Hij noemt het één van de grootste dilemma’s van zijn leven. Z’n moeder is de allerlaatste fase van haar leven ingegaan. Intussen komt een fotoshoot in Palm Springs in de Verenigde Staten, die hij hoogstpersoonlijk heeft gefinancierd, zienderogen dichterbij. En Erwin Olaf, die zelf inmiddels ook de leeftijd heeft bereikt dat het tijd is voor een retrospectief, kan het zich niet veroorloven om die af te blazen. In meerdere opzichten.

De vergankelijkheid van het leven is een terugkerend thema in de documentaire Erwin Olaf – The Legacy (76 min.). Met zijn vroegere vriend Teun maakt hij bijvoorbeeld een reprise van Getting Close, een naaktfoto van hen beiden uit 1985. Toen kenden ze elkaar net. Op Getting Close Again (2018) zijn twee gelouterde mannen te zien. Mannen ook waarvoor het einde in zicht komt. Teun is ernstig ziek. Erwin zelf kampt met longemfyseem, een degeneratieve aandoening die hem regelmatig de adem beneemt en steeds meer begint te belemmeren in zijn loopbaan.

Eerder dit jaar was er in het Haags Gemeentemuseum en Fotomuseum een grote overzichtstentoonstelling van Olaf met de ambitieuze nieuwe fotoserie Palm Springs. Vanaf 3 juli volgt een expositie met eigen werk en werk van zijn voornaamste inspiratiebronnen in het Rijksmuseum in Amsterdam (waaraan hij inmiddels een deel van zijn beste foto’s heeft overgedragen, zodat die toegankelijk blijven voor toekomstige generaties). Intussen wordt de gevierde fotograaf in deze film van Michiel van Erp gedwongen om de balans op te maken en zich af te vragen hoeveel lucht er nog in zijn toekomst zit. Zijn arts raadt hem in elk geval dringend aan om een tandje terug te schakelen.

Erwin Olaf – The Legacy is dan ook niet zomaar een ‘sentimental journey’ door leven en werk van een belangwekkende Nederlandse kunstenaar. Het is een film over een man die beseft dat de tijd hem op de hielen zit. Elke ambitieus nieuw project kost meer kruim dan het vorige en zou wel eens het laatste in zijn soort kunnen zijn. Zo moest Olaf eerder dit jaar het regisseren van zijn allereerste speelfilm, een verfilming van Arthur Japins Een Schitterend Gebrek, vanwege zijn lichamelijke klachten staken. 2019, het jaar waarin hij zestig werd, lijkt daarom een uitgelezen gelegenheid te zijn om Erwin Olafs majestueuze oeuvre uitbundig te vieren. Deze boeiende documentaire past prima in dat plaatje.

63 Up

Kun je in het kind al de latere volwassene zien? Die vraag legt filmmaker Michael Apted ditmaal letterlijk voor aan zijn inmiddels 63-jarige hoofdpersonen. Ze antwoorden eigenlijk stuk voor stuk bevestigend. Het was ooit ook het startpunt van deze epische documentaireserie in 1964: kun je al op zevenjarige leeftijd zien wie of wat een kind later zal worden? Apted heeft de jongens en meisjes van toen sindsdien elke zeven jaar opgezocht met de camera.

Ruim een halve eeuw later laten ze zich bijna allemaal opnieuw door hem portretteren. Je zou kunnen betogen dat dit relatief oppervlakkig gebeurt: relatie, kinderen, werk, hobby’s en de toekomst. Het wordt allemaal aangeraakt, maar echt diep erop ingaan is er niet bij. Een mensenleven wordt gecomprimeerd tot een minuut of tien. Tegelijkertijd is dat wellicht ook de kracht van de invloedrijkste documentaireserie aller tijden. In wezen ging het nooit over deze specifieke hoofdpersonen. Zij zijn niet meer dan tamelijk willekeurige representanten van een generatie, ooit bijeengebracht omdat ze de Britse klassenmaatschappij aardig weerspiegelden.

‘Het is geen portret van wie Nick is’, zegt Nick Hitchon, die als wetenschapper carrière maakte in de Verenigde Staten. ‘Het is een portret van ons allemaal. Het gaat over hoe een mens, elk mens, verandert.’ Hij is inmiddels ernstig ziek en laat zich in 63 Up (141 min.) van zijn kwetsbaarste kant zien. ‘De serie is extreem belangrijk voor mij en lijkt ook voor anderen iets te betekenen’, zei hij al op 49-jarige leeftijd. ‘Dat maakt het echter niet gemakkelijk. Ik kan echt niet uitleggen hoe het je emotioneel helemaal leeg trekt om de interviews en filmopnames te doen. En dan doe ik voor mezelf nog alsof er helemaal niemand kijkt.’

Ook in deze aflevering verbindt regisseur Apted, zelf inmiddels tegen de tachtig, bekende oude fragmenten met nieuwe interviews en scènes. Het zevenjarige straatschoffie Tony Walker vloeit bijvoorbeeld naadloos over in een wildebras van 21 die uit de penarie moet zien te blijven, de veertiger met huwelijksproblemen en nu een man die de pensioengerechtigde leeftijd nadert en zijn keuze voor het Brexit betreurt. De taxichauffeur draagt het hart nog altijd op de tong, andere vaste Up-gasten opereren gereserveerder en laten het achterste van hun tong echt niet zien. Tegelijkertijd vertellen hun uiterlijk, partner, gezinssituatie, huis en werk alles wat we eigenlijk zouden willen – of moeten – weten.

Elke aflevering van de Up-serie behandelt de kernvragen die ieder mens dient te beantwoorden in een bepaalde levensfase. In 63 Up zit de carrière er bijna op, is het huis een heel eind afbetaald en zijn de kinderen nu echt de deur uit, zodat voorspelbare thema’s in beeld komen: ziekte, pensionering én de dood. En Magere Hein heeft inderdaad al eens toegeslagen in de Up-rangen. Enkele jaren na 56 Up kwam één van de hoofdpersonen plotseling te overlijden. Nabestaanden zetten nu een persoonlijke punt achter een heel gewoon, maar publiek geleefd bestaan, dat in zekere zin groter is geworden dan een mensenleven eigenlijk kan zijn.

70 Up, dat bij leven en welzijn van Michael Apted en zijn subjecten, in 2026 het licht zou moeten zien, bevat ongetwijfeld nog meer dramatische verhalen. Want zelfs het leven van mensen die altijd een beetje zeven zullen blijven, begint nu stilaan zijn slotaflevering(en) te naderen.

Goede Buren

Human

Mevrouw Van der Kleij staat af te wassen in haar keukentje. Het hondje Sandy ligt trouw aan haar zijde. Op de radio weerklinkt Rijnmond Nieuws: ‘De vondst van een 74-jarige vrouw, die al tien jaar dood  in haar woning in Rotterdam lag, wekt veel beroering.’ De bejaarde mevrouw Van der Kleij hoort het ogenschijnlijk onbewogen aan. ‘Zo’, zegt ze tegen haar hondje en hangt haar theedoek op. De afwas is klaar.

Na deze openingsscène schakelt regisseur Stella van Voorst van Beest in de documentaire Goede Buren (80 min.) naar een bijeenkomst van de gemeente Rotterdam. In de wijk Groot-IJsselmonde-Noord leeft volgens onderzoek maar liefst 27 procent van de 2400 bejaarden in een sociaal isolement. En dus worden er vrijwilligers opgeleid, die straks op huisbezoek gaan bij eenzame ouderen. Gewapend met pen, papier en een groot hart maken de wijkbewoners Ada Kelder en Wilma Slobbe zich op voor de zogenaamde ‘huisbezoeken 75+’.

De dames spreken de taal van de mensen en komen gemakkelijk achter de voordeur. Zo belanden ze tevens bij mevrouw Van der Kleij, die het in haar eentje heel goed redt met haar hond. Zegt ze. Toch meent Ada dat ze wel een maatje kan gebruiken. Voor als dat hondje onverhoopt het loodje legt. ‘Ik ben bang dat zij d’r eigen glazen ingooit’, werpt Wilma tegen, in plat-Rotterdams en met een typische rokersstem. ‘Ik zou ’t geen drie maanden met ‘r uithouden.’ Samen weten ze toch de juiste snaar te raken bij de oudere vrouw, die blijft volhouden dat ze niet eenzaam is. ‘Ben je gek!’

‘Hoe vaak gaat u nog naar buiten?’, vraagt Ada aan meneer Van Tol, die kampt met allerlei gezondheidsproblemen. ‘Is dat dan dagelijks, wekelijks?’ De man begrijpt het niet helemaal: ‘Per jaar?’ Hij verduidelijkt: ‘Twee keer ben ik geweest in een heel jaar.’ Van Tols voornaamste contacten bestaan uit de verzorgenden die hem ’s ochtends een douchebeurt komen geven. En zijn geliefde muziekinstrument, de accordeon, heeft de broze man er ook al aan moeten geven. Ada en Wilma proberen hem niettemin op sleeptouw te nemen. Binnenkort gaan we de hort op, houden ze hem enthousiast voor. ‘Kijken of we verkering voor u kunnen vinden.’

Door de persoonlijke aandacht, ook van de camera(ploeg), laten de Rotterdamse ouderen hun schild langzaam maar zeker zakken. Achter de façade van ‘wijffie’ Van der Kleij blijkt bijvoorbeeld een beschadigde vrouw te zitten, die zichzelf beschermt tegen verdere teleurstellingen. Dat is ook de verdienste van deze aandoenlijke documentaire, die het spreekwoordelijke menselijke gezicht geeft aan een prangende maatschappelijke kwestie.

Klem Aan De Kade

‘Ik wil vechten’, zegt André Bochem, een oudere, licht ontvlambare woonbootbewoner, vertwijfeld. ‘Ik wil het gevoel hebben dat ik er iets aan heb gedaan. Maar tegen wie moet je vechten?’ Bochem en zijn buren dreigen van hun plek aan de kade te worden verdreven. Eerst werden ze gedoogd, toen zouden ze worden gelegaliseerd en nu moeten ze ineens weg. Want in Ouder-Amstel zal ‘het nieuwe Manhattan van Amsterdam’ verschijnen. De gemeente en projectontwikkelaar zijn het roerend eens: die boten dienen daarvoor te wijken.

Kapster Diana Giannattasio begrijpt er niets van: het huis dat ze al jaren bewoont met haar dochter is nu ineens illegaal? Al die tijd werden ze gedoogd. Ze waren gewoon aangesloten op water en gas, betaalden netjes gemeentelijke belastingen en hadden een eigen huisnummer. Vertrekken betekent volgens haar niets minder dan een persoonlijk faillissement. Intussen is er achter, boven en om de ooit idyllisch gelegen woonark van buurman Jan Griffejoen al een BMW-garage verschenen. Na bijna een halve eeuw dreigt ook hij te moeten verkassen.

De persoonlijke tragiek ligt er soms duimendik bovenop in Klem Aan De Kade (53 min.). Gedurende drie jaar volgen Esther Janmaat en Olaf Schuur de pogingen van de woonbootbewoners om hun plek te zekeren – of op zijn minst duidelijkheid te krijgen over hun toekomst. Van de politiek, een enkel gemeenteraadslid van een oppositiepartij natuurlijk uitgezonderd, hoeven ze niets te verwachten. ‘Die raadsleden zullen best het idee hebben dat ze het goed doen’, aldus de voormalige ambulancemedewerker Bochem. ‘Maar in mijn ogen zijn het allemaal gevulde koeken.’

De filmmakers bestendigen die indruk. Ze gaan bijvoorbeeld geen verhaal halen bij de verantwoordelijke wethouder Rineke Korrel, die het steeds emotioneler wordende bewonersverzet uiterlijk onbewogen aanhoort. Zo ontstaat een typisch David en Goliath-verhaal, waarbij de verenigde woonarkers zich steeds weer stuklopen op de bureaucratische muur die rondom hen is opgetrokken. ‘Nou lees ik het weer en snap ik er nog geen kloten van’, verzucht André Bochem na alweer een onbegrijpelijke brief. En dat allemaal omdat de gemeentekassa zo nodig moet rinkelen.

Het is een gevecht dat overal ter wereld wordt uitgevochten: de particuliere behoeften van mondige burgers tegenover Het Grotere Belang – of wat daarvoor moet doorgaan. De één wordt emotioneel van de strijd, een ander juist woedend. Het gezamenlijk optrekken tegen een gemeenschappelijke vijand zorgt in elk geval voor solidariteit. Dat is de hoopvolle conclusie die uit deze strijdbare televisiedocumentaire valt te destilleren. In tijden van tegenslag worden de mouwen opgestroopt, gaan de neuzen dezelfde kant op en wordt er ook nog goed voor mekaar gezorgd.

Van Verlies Kun Je Niet Betalen

KRO-NCRV

‘Het is maar stilletjes hier in de straat, hè?’ zegt Adrie Trimpe, vanachter de toonbank van zijn Vlissingse groentewinkel, in de openingsscène van de documentaire Van Verlies Kun Je Niet Betalen (63 min.) uit 2018. ‘Dat is achteruitgegaan, hoor, in vergelijking met vroeger.’ Terwijl Adrie met vaste klant Paul keuvelt, duwt zijn vrouw Francien met onvaste hand enkele boontjes door een snijmachine. ‘Twee stuntelaars, hoor’, zegt ze. Als haar echtgenoot de snijboontjes vervolgens verkoopt, begint zij alvast aardappelen te jassen voor hun eigen maaltijd. Hollandse pot, natuurlijk.

Het echtpaar Trimpe is dik in de tachtig en runt al meer dan een halve eeuw een winkel in de binnenstad van Vlissingen. Dat wordt door hun eigen broze gezondheid steeds moeilijker. Het businessmodel van de Trimpes is sowieso al jaren, decennia misschien wel, over de datum, maar wordt met aandoenlijk kunst- en vliegwerk, en de dagelijkse hulp van Adries jongere zus Ada, ternauwernood overeind gehouden. Nu wil Ada er alleen voor drie maanden tussenuit, naar de camping in Frankrijk, en blijven haar broer en diens echtgenote, beiden slecht ter been, alleen achter in hun winkel.

Daarmee komt het relatieve evenwicht in deze fijne kleine film van Helge Prinsen en John Albert Jansen op de tocht te staan. Ondanks hun voorbeeldige arbeidsethos redden de echtelieden Trimpe, de verpersoonlijking van het Zeeuwse cliché ‘ons bin zuunig’, het eigenlijk niet meer. Stoppen blijft echter een brug te ver. ‘Ik kan niet zonder’, bekent Adrie op een kwetsbaar moment. Hij ziet geen andere optie dan sterven in het harnas. Dat heeft iets tragisch – een man die de lenigheid van geest mist om zichzelf los van zijn zaak te zien – maar is tegelijkertijd ontroerend. Met die groentezaak, zo realiseert Trimpe zich, gaat hij. Dat moment kun je dus alleen maar zo lang mogelijk uitstellen.