Oma En Chris & De Rode Auto

oma (l) en Chris (r) / Windmill Film

Lekker enkele daagjes naar Luxemburg. Voor misschien wel haar allerlaatste vakantie. De 94-jarige Hildegard is ‘s ochtends alleen meestal even kwijt dat ze in het buitenland is. Haar kleinzoon Chris moet haar er elke dag bij het wakker maken aan herinneren. Liefdevol heeft hij zijn breekbare oma op sleeptouw genomen. De oude vrouw wordt echt verwend.

Het tweetal wordt gevolgd door nicht/kleindochter Ingrid Kamerling, die zelf, enigszins onvast, de camera ter hand neemt. In Oma En Chris & De Rode Auto (65 min.) observeert ze hoe Chris ook tijdens deze korte vakantie invulling geeft aan de belofte die hij ooit deed aan hun opa. Bij diens dood verzekerde Chris hem dat hij oma Hildegard nog enkele fijne jaren zou bezorgen. In ruil daarvoor kreeg hij de rode auto waarmee ze nu naar Luxemburg zijn afgereisd.

Het is bijna niet te geloven dat diezelfde opgeruimde Chris ooit is gediagnosticeerd met autisme, een kwalificatie die hij ver van zich werpt, en inmiddels in een speciale woongroep leeft. De mantelzorg die hij enkele dagen per week verleent aan zijn oma is onderdeel van zijn eigen activiteitenprogramma. Het voormalige zorgenkind is zowaar een zorgkind geworden.

Zo bezien is dit redelijke dubbelportret van de fragiele oudere vrouw en haar kleinzoon, gelardeerd met homevideo’s van Chris en familiefilmpjes, een hoopvolle film. Samen komen we voorbij onze eigen en elkaars beperkingen en kunnen we het leven (weer) aan, zo lijkt Kamerling te willen zeggen. En de lach van haar oma, als die uiteindelijk afscheid neemt van Chris, is ronduit onbetaalbaar.

Searching Eva

searchingeva.com

‘Ich will dass du mich stosst’, instrueert de klant Eva. Die zin wil de man graag horen terwijl hij haar neemt in een hotelkamer. Eva probeert het, maar de woorden komen maar niet lekker uit haar mond. Het beeld wordt zwart: ‘Some sex advice, please: I love my boyfriend but I don’t feel comfortable sucking his dick.’ Gevolgd door: ‘How can I feel empowered with a massive penis in my mouth?’

Was getekend, internetpersoonlijkheid Eva Collé. De even grillige als exhibitionistische hoofdpersoon van Searching Eva (84 min.). Of zoals ze het zelf verwoordt, als één van haar social media-volgers betwijfelt of ze wel echt bestaat. ‘Eva Collé. 1992. Woonachtig in Berlijn. Sterrenbeeld: maagd. Biseksueel. Zelf gediagnosticeerd autistisch. Officiële diagnose: bipolaire stoornis. Sekswerker. Schrijver. Muzikant. Anarchist. Feminist…’

Deze debuutfilm van de Duitse regisseur Pia Hellenthal is al even onconventioneel als de hoofdpersoon ervan. Een soort visueel dagboek van een jonge vrouw, die haar complete leven deelt met de rest van de mensheid. Elke scène is zorgvuldig dan wel volledig geënsceneerd. Met straffe shots, die zo nu en dan vet worden aangezet met lekker dwarse muziek. Waarin Eva (artiestennaam) alles laat zien. Letterlijk en figuurlijk. En toch blijft ze volstrekt ongrijpbaar.

‘Are you purposely making your life sound shit to be more interesting?’ wil één van haar volgers weten als de protagoniste haar getroebleerde achtergrond schetst. Ze overstelpen Eva met impertinente vragen en opmerkingen. Die vormen, samen met haar antwoorden en persoonlijke ontboezemingen, het karkas van deze ontregelende film, die de hoofdpersoon in de meest intieme settings toont en met hinkstapsprongen steeds dichterbij haar komt.

Als Eva een volledig verzonnen personage zou blijken te zijn, dan zou dat geen verbazing mogen wekken. Het zou tegelijkertijd op geen enkele manier afbreuk doen aan Searching Eva, een provocerend portret van een jonge, onthechte vrouw, dat tevens kan worden geïnterpreteerd als het compromisloze visitekaartje van een compleet verwar(ren)de wereld.

Het Beste Voor Kees

Henriëtte (l), Kees (m) en Willem Momma (r) / npostart.nl

‘Vieze, vuile teringmof’, schreeuwt Kees Momma in de auto van zijn moeder een andere weggebruiker toe. ‘Schweinhund! Arschloch!’ In de inmiddels klassiek geworden scène uit de documentaire Het Beste Voor Kees (87 min.) uit 2014, die destijds direct viral ging, scheldt hij de onzichtbare bestuurder van een Duitse auto de huid helemaal stijf. Zijn moeder Henriëtte rijdt ondertussen onaangedaan verder en probeert haar briesende zoon tot rust te manen. Tevergeefs. ‘Die gore rotmoffen zouden ze een keer moeten afstraffen’, fulmineert Kees. ‘Een waterstofbom op Mofrica gooien.’

Het portret van de autistische veertiger en zijn bejaarde ouders geldt als één van de populairste Nederlandse documentaires van de 21e eeuw. De hoofdpersoon kreeg zelfs een soort cultstatus, compleet met eigen Facebook-pagina en invitaties voor De Wereld Draait Door. Met zijn opvallende fascinaties, archaïsche taalgebruik en kenmerkende manier van doen zou hij ook moeiteloos kunnen doorgaan voor een typetje van Kees van Kooten. Die populariteit – hoewel ongetwijfeld goedbedoeld – voelt nog altijd wat ongemakkelijk. Omdat Kees, de stereotypen die bestaan over een autismespectrumstoornis, onbedoeld en ongewild, behoorlijk bevestigt.

Bovendien is deze documentaire van Monique Nolte, die in 1998 al de docu Trainman maakte over Kees en nu werkt aan het groots opgezette derde deel Kees Vliegt Uit, in wezen een behoorlijk zwaarmoedige film. Over een man die inmiddels tegen de vijftig loopt en nog altijd volledig afhankelijk is van zijn vader en moeder. En over ouders die geen afstand kunnen/durven/willen nemen van hun volwassen zoon. Ze houden hun hart vast bij de gedachte dat er iets met hen gebeurt. Zonder zijn vader en moeder is ‘hun’ Kees, een klassieke autist die in 2004 eens te gast was bij Vinger Aan De Pols, echt reddeloos verloren. Zelfs heel drastische stappen worden in dat verband bespreekbaar gemaakt.

De zoektocht naar een nieuwe woonomgeving, waarin Kees zichzelf én gelukkig kan zijn, verloopt in elk geval weinig voorspoedig. Nolte brengt de tot mislukken gedoemde pogingen van de familie Momma met compassie in beeld en zorgt voor meer dan voldoende tegenwicht, in de vorm van aandoenlijke familietaferelen en fraaie sequenties waarin Kees’ passie voor tekenen en treinen in beeld wordt gebracht, zodat haar film geen moment topzwaar wordt. Dat is, inderdaad, een heel knappe prestatie, die niet voor niets door een groot publiek is (h)erkend. Waarbij het wel de vraag is wat een vervolg, behalve méér van de cultheld Kees, daar nog aan kan toevoegen.

De complete documentaire Het Beste Voor Kees is hier te zien bij 2doc.nl.

Het Voorland Is Back

2doc.nl

Hoe ga je om met de zelfdoding van een dierbare? En ook: hoe leef je daarna zelf verder? Die vragen staan centraal in de korte interviewdocumentaire Het Voorland Is Back (44 min.), een film van Susanne Heering. Haar zus Annemartien maakte op 32-jarige leeftijd een einde aan haar leven.

Coen Verbraak gaat in gesprek met Heering en haar broer en drie zussen over die fatale daad, waarschijnlijk als gevolg van een wild om zich heen grijpende bipolaire stoornis, en de aanloop en afwikkeling daarvan. Over verdriet, onmacht en boosheid – ook op jezelf.

Heering omlijst Verbraaks kenmerkende persoonlijke zitinterviews, die de hoofdmoot van deze film vormen, met familiefilmpjes en figuratieve beelden. Die zijn op hun beurt aangekleed met emotioneel geladen muziek. Het resultaat is een familieportret, dat het rouwproces van een gezin intiem in kaart brengt.

De zussen en broer van Annemartien Heering hebben na haar dood een stichting opgericht die zich sterk maakt voor een ‘bewezen effectieve aanvullende therapie voor mensen met een bipolaire stoornis’.

Het Voorland Is Back is hier te bekijken.

In De Armen Van Morpheus

Nederlands Film Festival

Morpheus, de Griekse god van dromen, wikt en beschikt. En wij, gewone mensen, zijn niet meer dan pionnen in zijn ondoorzichtige spel. Komt de slaap of juist niet? En hoe komt-ie dan? Zacht en kalm? Of woest en eng? En wanneer dan? Als je hem zoekt. Of steeds weer als je uit zijn greep probeert te blijven? En ook als we gewoon wakker zijn, ijlt zijn werk natuurlijk na. Als een zoete herinnering of onvervulde droom.

In De Armen Van Morpheus (80 min.) leven we levens die doorgaans verborgen blijven voor anderen. Dolend door een naargeestige wereld bijvoorbeeld. Zoals de ogenschijnlijk goedlachse Emily Simons, een Surinaams meisje met veelkleurig rastahaar en een verleden als Jehova’s getuige. Overdag probeert ze de beelden van de nacht op alle mogelijke manieren kwijt te spelen. Als clown en als illustrator bijvoorbeeld. Maar wat vertellen die beelden over haar en haar (familie)verleden?

Deze associatieve film van Marc Schmidt doolt als een slaapwandelaar door een wereld vol schimmige dagen en doorwaakte nachten. Langs restless legs, die een man van middelbare leeftijd regelmatig midden in de nacht tot een fietstocht door de stad dwingen. Via de aandoening narcolepsie, waardoor een jonge vrouw elk onbewaakt ogenblik kan worden overvallen door slaap en heftige dromen. Voorbij het zogenaamde exploding head syndrome, dat een man harde en vaak enge geluiden laat horen tijdens het inslapen of wakker worden.

En dan zijn er nog mensen met reguliere in- of doorslaapproblemen, die het dagelijks leven niettemin danig kunnen ontwrichten. ‘Het is alsof er een vuist in je lijf duwt: wakker blijven!’, vertelt de Vlaams schrijfster Astrid Haerens bijvoorbeeld over haar problemen om de slaap te vatten. ‘Maar het ergste aan slapeloosheid is dat je nooit kunt ontsnappen aan jezelf.’ Ze zou zichzelf soms zo graag willen kwijtspelen, zegt ze met gevoel voor drama. Of de ervaring op zijn minst willen delen. In haar nachtelijke omzwervingen van de geest staat ze evenwel volstrekt alleen.

Schmidts film is als een koortsachtige symfonie van beelden en geluiden, die zich ongevraagd aandienen, de hele boel ontregelen en dan weer wegsterven. Als kijker blijf je verbluft achter. Totdat Morpheus ze later, in de irrationaliteit van onze eigen nachtelijke uren, weer ontsluit in ons hoofd: een meisje in ondergoed dat in het aardedonker door het water waadt, de man die in zijn kamer met geluidsversterkers een kakofonie van sound en feedback produceert of een willekeurig ander tafereel uit deze zinnenprikkelende film dat je tijdens het kijken misschien niet eens bijzonder was opgevallen…

The Grown-Ups

Anita en Andrés zijn verliefd en willen trouwen. Hij, een voormalige womanizer, is haar steun en toeverlaat. Als haar vader overlijdt, troost Andrés haar liefdevol. ‘De dood is niet echt’, zegt hij zalvend, denkend aan zijn eigen ouders. ‘Zolang we hen in ons hart houden.’ Andres straalt rust uit. Levenswijsheid.

Op een gegeven moment zie je als kijker niet meer dat hij het Syndroom van Down heeft. Net als alle andere hoofdpersonen van de liefdevolle observerende documentaire The Grown-Ups (50 min.) uit 2016 overigens. Anita en Andrés willen in het huwelijk treden, maar ‘mongooltjes’ mogen in Chili niet trouwen voor de wet. Alleen voor de kerk. Andrés gaat maar eens te rade bij meneer pastoor.

Op het gebied van intimiteit is er dan ook nog het een en ander te leren voor de twee tortelduifjes, die al veertig jaar samen naar een speciale dagopvang gaan. Dat treft, want daaraan wordt uitgebreid aandacht besteed door hun begripvolle begeleiders. Liefde en wederzijds respect, daar gaat het om. En het ontdekken van seksualiteit.

Intussen dromen ook de andere bezoekers van het activiteitencentrum van een zelfstandig bestaan. Maar is echte onafhankelijkheid ook voor hen weggelegd? Kan Rita straks bijvoorbeeld zelf bepalen of ze van de chocolade van de bakkerij snoept? Zou Ricardo ooit alleen kunnen wonen? En kan Maria gaan samenleven met Andrés? Beter: mág ze dat? Haar moeder, bij wie ze nog altijd inwoont, ziet er eigenlijk weinig in.

Regisseur Maite Alberdi kijkt met haar camera mee over de schouders van haar hoofdpersonen. Hun begeleiders zijn voor haar niet meer dan figuranten, die onscherp of buiten beeld blijven. Alberdi neemt haar subjecten volledig serieus. Zonder dat ze de complicaties die hun beperking met zich meebrengt uit de weg gaat. Het resultaat is een vertederende en openhartige film, die alleen lieden met een hart van steen onberoerd laat.

Gioia

Ze werd ooit Aphrodite, de Godin van de liefde. Het was geweldig! Gioia (24 min.) voelde zich mooier en opener dan ooit. Later daalde ze als Persephone af in de onderwereld. Naar ‘de kelder’ van haar psyche. Waar je dingen van jezelf tegenkomt die je eigenlijk niet wilt weten.

Beide ervaringen laten zich nauwelijks in woorden vatten. En ook de officiële karakterisering (psychose) schiet hopeloos tekort. De zinderende danssequenties van Scapino-danseres Mara Hulspas, in een choreografie van Liat Waysbort, in deze debuutfilm van radiomaker Laura Stek maken de wanen van Gioia veel beter invoelbaar. Zo moet het zijn geweest – of had het kunnen zijn geweest.

‘Ik heb nog nooit helemaal precies begrepen: wat is het verschil tussen de mensen die goed kunnen blijven functioneren en die daarnaast een rijke fantasiewereld hebben’, vraagt de hoofdpersoon zelf zich hardop af, ‘en de mensen die de wereld verlaten en in die fantasiewereld willen gaan wonen?’ Is dat dan wat we ‘gekte’ noemen? En wat houdt een normaal leven eigenlijk in? Is dat op de één of andere manier te overleven?

In deze gestileerde korte documentaire slaagt Laura Stek er glansrijk in om ons, gewone huis-, tuin- en keukenkijkers, een klein half uur in de wondere wereld van Gioia Norina Melody Fiorito (34), gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis, te laten wonen. Geen lineair verteld levensverhaal dus, maar een louterende, zintuiglijke ervaring, die overrompelende beelden, bewegingen en muziek in je achterlaat. Waardoor je er – een beetje zoals de hoofdpersoon – nét iets anders uitkomt.

Vanuit de achtergrond dringt zich steeds die andere realiteit op – van separeerruimtes, medicijnen en een, gaaaap, regelmatig leven. Als Gioia niet meer opgenomen wil worden, dient ze volgens eigen zeggen voortdurend rekening te houden met ‘de algemeen geaccepteerde werkelijkheid’. In hartje zomer doe je nu eenmaal geen winterkleding aan, ook al ben je van binnen nog zo koud. Die zwierige slalom langs waan en werkelijkheid geeft deze film, die in competitie is voor een Gouden Kalf, een enorme zeggingskracht.

Thuishaven

In de psychiatrie mag je als patiënt nog geen schilderijtje aan de muur hangen, zo wil het verhaal. Uiteindelijk moet het vizier immers altijd gericht blijven op een leven buiten de instellingsmuren. En dus is het niet de bedoeling dat je je tijdens de behandeling thuis gaat voelen.

De 55 bewoners van het Judith van Swethuis in Amsterdam zijn echter uitbehandeld en proberen, met de mogelijkheden en onmogelijkheden die hen zijn gegeven, zo goed en zo kwaad als dat gaat te leven. In Thuishaven (25 min.), zijn afstudeerfilm voor de Nederlandse Filmacademie, observeert Niels Beth hen in hun kleine, beschermde wereld.

Hij vangt zo enkele indringende inkijkjes in het (samen) leven met een beperking. Als bewoner Joost, die tot dan versuft in zijn stoel heeft gehangen, tijdens een bijeenkomst van de religiegroep bijvoorbeeld ineens de telefoon opneemt en een geanimeerd gesprek begint, leidt dit tot irritatie bij de man die op dat moment voorgaat in het gebed.

Hij maant Joost het gesprek te stoppen. ‘Hans, Hans, ik zit midden in een vergadering’, probeert deze zijn (denkbeeldige?) gesprekspartner af te breken, terwijl zijn tics intussen steeds heviger worden. ‘Nee, in een gebed zitten we’, reageert de voorganger geërgerd, waarna hij de draad weer probeert op te pakken. ‘Met David bidden we…’

Met zulke treffende scènes kleurt Beth het leven van de bewoners van het Judith van Swethuis overtuigend in. Hun begeleiders Tanja en Jeffrey fungeren daarbij als verteller. Dat is op zich wat ongemakkelijk: er wordt – overigens met respect en in vrij algemene termen – wel óver de bewoners van het huis gesproken, maar niet mét hen. Waarschijnlijk illustreert die keuze echter vooral het sociale onvermogen van de hoofdpersonen.

Life Overtakes Me

De kinderen stoppen met praten. Ze gaan gewoon liggen. En daarna willen ze steeds minder eten en drinken. Totdat ze er helemaal mee ophouden. In catatonische toestand vervolgen ze hun leven. Doods liggend in een rolstoel. Of gewoon op bed. In een soort coma. Voor enkele maanden. Een compleet jaar. Of… En hun ouders denken dat ze doodgaan.

De korte documentaire Life Overtakes Me (40 min.) belicht het zogenaamde berustingssyndroom, waaraan maar liefst honderden vluchtelingenkinderen in Zweden zouden lijden. De filmmakers John Haptas en Kristine Samuelson portretteren bijvoorbeeld een Oekraïense familie, die zich in eigen land bedreigd voelde en is gevlucht. Als de asielaanvraag van het gezin wordt afgewezen, begint hun ooit zo actieve dochter Daria zich terug te trekken in haar eigen wereld. Al acht maanden oogt ze als Sneeuwwitje, die nodig wakker gekust moet worden.

Ook de andere ‘afwezige’ kinderen in deze sobere film, die in leven moeten worden gehouden met sondevoeding, hebben hun eigen verhaal. Getuige van een moord, aanwezig bij een verkrachting. Getraumatiseerd, dat zeker. Tegenslagen in hun nieuwe vaderland zetten hun lijf vervolgens helemaal op slot. Is het zelfbescherming? Of belazeren deze kinderen en ouders de kluit, zoals sommige criticasters beweren, om zo een verblijfsvergunning voor hun familie af te dwingen?

De psychologen die in Life Overtakes Me aan het woord komen twijfelen niet aan het Resignation Syndrome, maar waarom juist vluchtelingen uit de Balkan of de voormalig Sovjet-republieken deze problemen hebben en waarom die zich vrijwel uitsluitend in Zweden manifesteren? Daarover tast eigenlijk iedereen in het duister. Intussen is het pijnlijk om te zien hoe de ouders, in afwachting van een definitief besluit over hun asielaanvraag, moeten hannessen met kinderen, die bevangen lijken te zijn door pure angst.

XY Chelsea

‘Misschien ben ik gewoon jong, naïef en dom’, schreef soldaat Bradley Manning aan Adrian Lamo, een hacker waarmee hij al een tijdje chatte en die hem niet veel later rücksichtslos zou verraden. Lamo gaf Manning aan bij het Amerikaanse leger: hij had in 2010 honderdduizenden geheime documenten gelekt naar de klokkenluiderssite Wikileaks, waaronder de geruchtmakende Collateral Murder-video met beelden van Amerikaanse soldaten die vanuit een helikopter willekeurige Iraakse burgers neermaaiden. Manning zou hoogverraad hebben gepleegd.

De Amerikaanse militair verdween in 2013 voor 35 jaar achter slot en grendel en groeide intussen uit tot een martelaar voor het vrije woord. En alsof dat nog niet genoeg was, maakte hij vanuit de cel bekend dat hij voortaan als vrouw door het leven ging en Chelsea genoemd wilde worden. De documentaire XY Chelsea (92 min.) pakt het verhaal op als Mannings advocatenteam begin 2017 te horen krijgt dat de Amerikaanse president Barack Obama, net voor het einde van zijn ambtstermijn, heeft besloten om hun cliënt strafvermindering te geven.

Enkele maanden later staat ze plotseling op straat, in een wereld die transvrouwen en ‘landverraders’ zoals zij met argusogen bekijkt. Vervreemd doolt Chelsea door haar nieuwe leven, gaat op bezoek bij de mensen die haar in de voorgaande jaren door dik en dun hebben gesteund en treedt in interviews en fotoshoots voor het eerst als vrouw in de openbaarheid. Intussen vertelt ze filmmaker Tim Travers Hawkins haar tragische levensverhaal.

Het resultaat is een unheimische film over een getroebleerd mens dat wil werken aan een nieuwe toekomst, maar steeds opnieuw wordt geconfronteerd met haar verleden. ‘Ik heb het gevoel dat ik in een hoek word gedreven’, zegt ze strijdbaar. ‘Ik heb geen andere keus dan terugvechten. Ik ga in elk geval zeker niet zitten wachten op het moment dat iemand mij, of ons allemaal, komt redden. Want de kans lijkt me groot dat er helemaal niemand komt.’

Terwijl Chelsea Manning spreekt, laat de filmmaker langzaam het geluid van een Trump-speech opkomen. De boodschap is duidelijk: ook van hem heeft Chelsea niets te verwachten. Enkele seconden later verschijnt er een tweet in beeld: transgenders zijn volgens de president niet welkom in het leger. Waarna de hoofdpersoon doet wat Amerikaanse helden doen in zulke situaties: ze pakt de handschoen op en haalt zich in dit stemmige portret weer een heleboel nieuwe problemen op de hals.

Max, Een Leven In TBS

Doxy

Als één rechterlijke maatregel voortdurend te maken heeft met pure incidentenpolitiek, dan is het TBS. Zodra een behandeling succesvol is en de voormalige patiënt weer probleemloos in de samenleving wordt opgenomen, hoor je er niets over. Elk incident, dat natuurlijk ook vaak gepaard gaat met gruwelijke delicten, leidt echter tot ophef in de media, politieke consternatie en massale verontwaardiging in de samenleving. Een systeem dat nuchter beschouwd een redelijk succes mag worden genoemd, ligt daardoor voortdurend onder het vergrootglas.

In Max, Een Leven In TBS (55 min.) vertellen Roy Dames en Jos Driessen het verhaal van Max, die in 2001 op 17-jarige leeftijd is aangehouden voor meerdere pogingen tot aanranding: het lastigvallen van een volwassen vrouw en een achtjarig jongetje. Op zulke vergrijpen staat – volgens de goedgebekte hoofdpersoon van de documentaire zelf – maximaal acht jaar gevangenisstraf. Hij zal dus hooguit vijf jaar en vier maanden vast hoeven te zitten, berekent Max, die dan al het nodige op zijn kerfstok heeft. Hij krijgt echter TBS opgelegd en wordt zo ontvanger – slachtoffer, zal hij zelf zeggen – van een behandeling met een open einde.

De navolgende jaren worden beheerst door één elementair dilemma: de ontkenningen van Max dat hij de delicten heeft gepleegd en zijn weigering om aan therapie mee te werken worden door de behandelaars geïnterpreteerd als bewijs dat hij niet mag/kan terugkeren in de samenleving, terwijl hijzelf in de vele rechtszittingen over het al dan niet verlengen van de dwangmaatregel volhoudt dat hij onschuldig is en dus niet anders kan dan dwarsliggen. Het zal hem 14 jaar van zijn leven kosten, waarvan een flink deel doorgebracht in de isoleercel. Uiteindelijk komt Max in 2015 als begin-dertiger vrij. Nog altijd even strijdbaar. En behept met een posttraumatische stressstoornis, zegt hij zelf.

Deze televisiedocumentaire is zijn verhaal. Interviewer Roy Dames doet geen poging om z’n beweringen kritisch te bevragen. Het weerwoord komt via citaten uit officiële rapporten over zijn persoonlijkheid, houding en gedrag. Het is geen gemakkelijke jongen, die Max. Hij zorgde voor allerhande problemen in de kliniek en wist zelfs een therapeute voor zijn karretje te spannen. Maar is hij daarmee ook een potentieel gevaar voor de samenleving? Ook dat kan niet voor honderd procent worden vastgesteld. In die zin is de messcherpe jongeling bijna een verpersoonlijking van het centrale dilemma van terbeschikkingstelling.

Wanneer is iemand een gevaar of juist klaar voor de samenleving? Die afweging is en blijft in eerste en laatste instantie altijd mensenwerk – en in zekere zin: giswerk. Deze film, waarin de hoofdpersoon in gesprekken en ontmoetingen met z’n vader Theo, zijn in TBS gespecialiseerde advocaat Jan-Jesse Lieftink en de gerenommeerde forensisch psychiater Hjalmar van Marle z’n relaas doet, maakt de dilemma’s van terbeschikkingstelling inzichtelijk, maar trekt geen al te gemakkelijke conclusies over schuld, onschuld en de (on)rechtvaardigheid van de aan Max opgelegde maatregel. Daarvoor is óók deze zaak, gebaseerd op delicten die op minderjarige leeftijd zouden zijn gepleegd, te gecompliceerd.

Ik Ben Er Even Niet

Enkele seconden. Of een fractie daarvan. Even weg. Diverse keren per dag. Weg en weer terug. Hallo, daar ben ik weer! Waar ik was? Weet ik veel.

Er was kortsluiting. Ik wás kortsluiting. Heel even dus. Een aanval. Die ik daarna heb afgeslagen. Absences, zegt de dokter. Een milde vorm van epilepsie.

Eerst is er die schittering. Een olifant tussen mijn tanden. Sterretjes. Door een rots zo groot als Amsterdam. Zwarte ruimtes. Die wolf met de gele ogen. Of… Sergeant Pepper.

Mijn ouders zagen het. Zagen mij. Mijn zusje, wetenschappertje, helaas niet. Ze zei dat ik loog. Mijn moeder kan het ook niet geloven. Eerlijk gezegd. Dat ik naar een andere wereld ging.

M’n zoon Abel heeft ze ook. Hij zag er kunst in. Of wiskundige formules. Nu is hij bijna afgestudeerd. Natuur- en sterrenkunde. Op zoek naar zwarte gaten. Reikend naar de maan.

Kun je dat andere universum oproepen? Kan een arts dat? Zodat hij weet waar hij moet zoeken. Op de kwetsbare plek kan drukken. De doorgang afsluiten. En zou ik dat dan willen?

Nevejan, Maartje. Ik ben geen patiënt. Of tenminste: niet alleen. Ik ben ook niet weg. Niet alleen, tenminste. Ik ben echt ergens anders.

Ik zoek die wereld nu op. Doelbewust. Doelgericht. Associatief. Bij mezelf en lotgenoten. In concrete ervaringen. Gesprekken. En abstracte sensaties. Beelden. Geluiden. Muziek.

Jonge kwetsbare mensen. Gepaard aan wetenschappers en kunstenaars. Zoals Anish Kapoor. Hij stelt filosofische vragen. Samen op zoek. Naar de wereld tusen hier en daar.

Naar onszelf. En ons eigen voorstellingsvermogen. Waar kunnen we naartoe? En waar zitten we aan vast? Een constructie van het brein? ‘Een ontrafeling van een bewustzijnsversto…

Ik Ben Er Even Niet (92 min.). Of zoals anderen zich afvragen: Are You There?

Avicii: True Stories

Aan de hand van de ontknoping vormt zich ook het voorafgaande verhaal. Als Tim Bergling níet was gestorven op 28-jarige leeftijd, nu een jaar geleden, maar zichzelf helemaal had hervonden en een succesvol vervolg aan zijn carrière had kunnen geven, dan was deze documentaire vast beschouwd als een tamelijk stereotiep portret van een artiest die vastloopt in zijn eigen succes. Nu, door de tragische afloop op 20 april 2018, kan Avicii: True Stories (97 min.) eigenlijk alleen worden gezien als de weerslag van zijn onvermijdelijke tocht naar het einde.

Het begon zoals dat soort verhalen beginnen: een Zweedse tiener stuurt de liedjes die hij op zijn slaapkamer maakte naar zijn grote held, de Nederlandse deejay Laidback Luke, en wordt daarmee al snel buitensporig succesvol in de internationale dancescene. Daarmee lijkt het leuke er ook alweer vanaf: het bestaan van een artiest zoals Avicii gaat gepaard met eindeloos toeren, promotionele verplichtingen en de druk om steeds weer te scoren. De introverte Tim moet, door zijn ogenschijnlijk extraverte muziek, bovendien verplicht het middelpunt van elk feest zijn. ‘Ik liep achter een idee van geluk aan, dat niet van mijzelf was’, zegt hij er zelf over in deze achter de schermen-film van Levan Tsikurishvili, niet wetende wat dat idee nog voor hem in petto zal hebben.

Het is een tragische conclusie: een verlegen jongen verdwaald in een wereld die nooit de zijne kan worden. Hoezeer hij tijdens de opnames voor zijn tweede en laatste studioalbum Stories (2015) ook in zijn element lijkt en hoe hoog vakbroeders als David Guetta, Tiësto, Nile Rodgers en Wycleff Jean ook opgeven van zijn muzikale talent, uiteindelijk kan Bergling de stress niet meer kwijtspelen en bij zichzelf komen, zelfs niet in de steeds langer wordende rustperiodes. Drank en pijnstillers verergeren de zielenpijn alleen maar. Het leven dat een droom leek is dan allang, heel clichématig, een nachtmerrie geworden. Die zelfs met een afscheidsconcert, dat hem uit de wurggreep van de popbusiness moet bevrijden, blijkbaar niet valt af te sluiten.

Gaandeweg wordt in deze vier jaar omspannende documentaire – die soms voelt als de reconstructie van een tragisch ongeluk, waarbij de fatale klap gelukkig achterwege blijft – tevens duidelijk hoe begenadigd Avicii als componist en producer was. Met gevoel voor drama zou je zelfs kunnen stellen dat hij een jaar te laat is overleden. Anders had Tim Bergling, die stille jongen uit Stockholm die de hypercatchy soundtrack voor ’s werelds millennials verzorgde, zonder enige twijfel kunnen toetreden tot de selecte Club van 27. Het zou bepaald geen misselijk rijtje zijn geweest: Brian Jones, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison, Kurt Cobain, Amy Winehouse én Avicii.

Verward

Momentje hoor, daar komt iemand’, zegt Will tegen de camera die hij altijd op zijn buik draagt, ook tijdens het fietsen. Iemand op een brommer komt hem tegemoet gereden in de polder. Zodra die is gepasseerd, hervat Will zijn verhaal. ‘Ik heb hier met groepsstalking te maken, met gangstalking. Met organised harassment. En mind control, of althans een poging daartoe. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik besef dat ik mijn leven lang al gemonitord word en gemanipuleerd.’

Will uit ‘s-Hertogenbosch is de hoofdpersoon van Verward (57 min.), een documentaire van Jos de Jager. Die vermeldt meteen aan het begin van de film dat hij Will bewust niet herkenbaar in beeld heeft gebracht. Tegelijkertijd heeft Will bij het maken van zijn eigen beelden ‘soms een andere keuze gemaakt’. En dat laat De Jager dan wél zien. Zodat we het gezicht van de man die er de wildste complottheorieën op nahoudt gewoon kunnen zien. Een onnavolgbare redenering. Had De Jager Will niet écht tegen zichzelf in bescherming moeten nemen?

De strijd van de Bosschenaar met zijn buren en de plaatselijke woningbouwvereniging Zayaz doet soms denken aan de voortdurende conflicten die Matthijs met zijn directe omgeving uitvecht in De Regels Van Matthijs, de aangrijpende film van Marc Schmidt. Van dat kaliber is Verward niet. De televisiedocumentaire, die voor het leeuwendeel bestaat uit beelden die Will zelf heeft gemaakt (en die hij normaal op YouTube zet), geeft wel op indringende wijze de belevingswereld van iemand met paranoïde wanen weer. Dit is zíjn perspectief op de werkelijkheid, waaraan De Jager met enkele kritische interviewvragen slechts beperkt morrelt.

‘Waaraan heb ik het verdiend dat ik zo behandeld word?’ vraagt Will aan de rechter die zijn verweer tegen een mogelijke huisuitzetting behandelt. Het is allemaal de schuld van de – en dan volgt zijn vaste riedel – fascisten, psychopaten en satanisten, die hem stelselmatig in de gaten houden en intimideren. Totdat, zoals één van zijn buurtgenoten het treffend uitdrukt, de bom barst… Dat fatale moment, waarop bij Will of één van de mensen uit zijn directe omgeving de stoppen doorslaan, lijkt nooit ver weg.

In deze documentaire vindt Will ongetwijfeld weer validatie voor zijn continue strijd tegen alles en iedereen. Anderen zien hoe een actueel maatschappelijk probleem – ruim negentigduizend meldingen over verwarde mensen per jaar – (g)een menselijk gezicht krijgt. ‘Ik ben niet verward’, constateert Will nochtans stellig in deze film, die ongetwijfeld het nodige rumoer zal veroorzaken. ‘Júllie zijn verward.’

Voor Het Donker Wordt

Roos (l) en Lotte (r)

Leef elke dag alsof het de allerlaatste is – dat je hoort en ziet. Dat is het gegeven waarmee de zussen Lotte (18) en Roos (16) Klaver de rest van hun leven hebben te dealen. Ze weten sinds enkele jaren dat ze het Syndroom van Usher hebben. Hun zicht en gehoor zijn al minder geworden en zullen in de komende jaren alleen maar verder afnemen. Totdat ze – probeer het je voor te stellen – helemaal doof en blind zijn.

Kim Smeekes volgt de zussen en hun familie in Voor Het Donker Wordt (55 min.) twee jaar lang en tekent op hoe die aandoening hun leven bepaalt. ‘Ik schaam me er nog altijd voor’, bekent Roos op een kwetsbaar moment. ‘Als het dan niet goed gaat of als ik tegen iets aanloop.’ Ze heeft haar ambities als hockeyer inmiddels moeten laten varen. Lotte ondervindt ondertussen steeds meer problemen op de fotovakschool. De dagen dat de zussen nog normaal kunnen deelnemen aan het sociale leven zijn geteld.

Dat gevoel wordt heel tastbaar bij een oogtest in het ziekenhuis. In het gezichtsveld van Roos wordt een lichtje bewogen. Als ze het ziet, moet ze op een belletje drukken. ‘Nu weer goed?, wil de onderzoekster weten als Roos het lichtje even kwijt lijkt te zijn geraakt. ‘Nee, niet’, antwoordt de tiener. De vrouw helpt: ‘Vlak bij het midden.’ ‘Nee, ik zie niks.’ De onderzoekster kan het nauwelijks geloven: ‘Nee, echt niet?’ Nee,’ antwoordt Roos direct. De vrouw valt even uit haar rol: ‘Jeetje!’ Zij ziet hoe het bereik van de ogen van het meisje in korte tijd verder is verminderd.

Intussen leven de zussen Klaver natuurlijk ook met vragen over de toekomst – of met pure wanhoop bij de gedachte daarbij. Lotte heeft zelfs een concrete deadline gehangen aan het moment waarop licht en geluid worden uitgedaan: nog zo’n negen jaar geeft ze zichzelf. En wat doe je dan in de tussentijd: maak je je school af of kun je beter, nu het nog kan, meteen die wereldreis waarvan je altijd al droomde maken? Eerst gaan de zussen in elk geval samen op reis: ze willen het Noorderlicht zien.

The Devil And Daniel Johnston

Ik herinner het me als de dag van gisteren: ‘I heard the Jews are having a pyjama party at the concentration camp.’ Hij zei ’t echt, tijdens een optreden op het Take Root-festival in Tilburg in 2002. De Amerikaanse singer-songwriter Daniel Johnston. Een dikkige wereldvreemde kerel, die zich met onvaste stem en onbeholpen gitaarspel door zijn eigen oeuvre worstelde. De Holocaust-grap vormde de anticlimax van een sowieso erg ongemakkelijk optreden, waarin hij ook nog verhaalde over een man die de doodstraf had gekregen vanwege een zelfmoordpoging.

Helemaal verbaasd over zijn ontregel(en)de gedrag konden concertgangers niet zijn. De wilde verhalen waren Johnston al vooruitgesneld. En die werden drie jaar later, in 2005, allemaal nog eens bevestigd, van een zeer persoonlijke context voorzien en met ongelooflijk veel verve uitgeserveerd in de overrompelende documentaire The Devil And Daniel Johnston (110 min.) van Jeff Feuerzeig. Het is een portret waarin de hoofdpersoon op alle mogelijke manieren aanwezig is (via zijn muziek, kunstprojecten, familiefilmpjes en archiefmateriaal), maar zelf niet wordt bevraagd. Dat is ook nauwelijks mogelijk.

Behalve een hele stoet liefhebbers en fans komen wel zijn betrokken vader, moeder, broer en zus aan het woord. Daniel zelf laat van zich horen via talloze audiocassettes die hij gedurende de jaren heeft gemaakt. Daarop stort hij zijn hart uit, gaat als een gek tekeer over Satan en legt tevens stiekem situaties in familiekring vast. ’Ik wil niet dat mijn zoon het lachertje wordt’, hoor je zijn moeder Mabel bijvoorbeeld tegen de jonge Daniel tieren. ‘Maar dat is wat je bent.’ De instabiele artistiekeling, gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis, blijkt al van jongs af aan het zorgenkindje van een gelovig gezin. Volgens zijn beste vriend David Thornberry noemde zijn moeder hem regelmatig een ‘unprofitable servant of the Lord’. Daniel zelf verbasterde dat op geheel eigen wijze dan tot ‘an unservicable prophet’.

Daniels beeld van de wereld komt gaandeweg steeds meer op gespannen voet te staan met de werkelijkheid van anderen. Op de plaatselijke kunstacademie ontmoet hij bijvoorbeeld de liefde van zijn leven Laurie Allen, die hij op camera braaf ‘I love you, Danny’ laat zeggen. Zij heeft echter geen idee van zijn gevoelens en al wel een vriendje. Meer heeft Daniel niet nodig om in een diepe depressie te raken. In zekere zin geniet hij, volgens zijn vriend David, echter ook van de ontstane situatie: met haar afwijzing heeft hij iets om zich diep ongelukkig over te voelen. Er zullen nog vele inzinkingen volgen, met de bijbehorende waanbeelden, paranoia en verplichte opnames – en onnavolgbare muziek en tekeningen.

Illustratief is een bizar optreden in de New Yorkse undergroundclub Piers Platter, waarbij Daniel het publiek laat meezingen met het bijzonder macabere lied Funeral Home: ‘Funeral home. Funeral home. Going to the funeral home. Got me a coffin, shiny and black. I’m going to the funeral and I’m never coming back.’ Met zulke ziel snijdende performances verwerft hij begin jaren negentig een cultstatus, zeker nadat Nirvana-zanger Kurt Cobain zich laat vereeuwigen met een Daniel Johnston T-shirt. Vanuit een psychiatrisch ziekenhuis onderhandelt de man zelf intussen met platenmaatschappijen. Tot een succesvolle carrière zal het echter nooit komen. Johnston blijft een figuur in de marge, die vanuit zijn ouderlijk huis een gestage stroom songs en tekeningen (die ook worden geëxposeerd en verkocht) op gang houdt.

‘Ik weet zeker dat Daniel straks naar de hemel gaat’, zegt één van de sprekers in deze bijzonder aangrijpende film. ‘Want in de hel is hij al geweest.’

In 2015 verscheen er nog een lekker speelse korte film met de singer-songwriter, getiteld Hi, How Are You Daniel Johnston?, waarin geanimeerde versies van de jeugdige en oudere Daniel met elkaar in gesprek gaan en de filmmaker zelf, Gabriel Sunday, in enkele scènes een jonge Johnston speelt. Met bovendien een fraai nummer van Lana del Rey, Some Things Last A Long Time.

Stuk

Met niet al te veel fantasie zou je van dit onderwerp, de patiënten van een revalidatiecentrum, relatief eenvoudig een tranentrekkende documentaire(serie) kunnen maken. Je kiest enkele aansprekende hoofdpersonen die in de komende tijd iets te winnen of verliezen hebben, stelt je vervolgens met de camera enige maanden verdekt op in hun leven en volgt simpelweg hoe het hen vergaat. Succes verzekerd. De moed of/der wanhoop van mensen die verpletterende tegenslag proberen te overwinnen en hun leven weer in handen hopen te krijgen laat niemand met enig gevoel in zijn donder onberoerd.

Met héél veel fantasie (en inlevingsvermogen en creativiteit en verteldrang en beeldend vermogen en joie de vivre en…) maak je van datzelfde onderwerp echter een vierdelige serie, waarmee het begrip documentaire verder wordt opgerekt – of op zijn minst heel eigenzinnig wordt geïnterpreteerd. Stuk (200 min.) is de naam, een levensschets in vier bedrijven van Jurjen Blick. Naar verluidt heeft de man, die eerder de serie De Hokjesman regisseerde, zich laten inspireren door speelfilms, dramaseries en romans. Daarmee zal hij beslist niet de eerste documentairemaker zijn, maar in dit specifieke geval heeft het geresulteerd in een unieke vertelling.

Niet voor niets wordt de ‘docuroman’ Stuk op primetime uitgezonden (en niet aan de randen van de nacht, zoals de meeste documentaires). Dit is een serie die op emotioneel niveau een groot publiek kan aanspreken – zoals bijvoorbeeld de televisieprogramma’s Over Mijn Lijk en Je Zal Het Maar Hebben doen – terwijl fijnproevers zich ongegeneerd kunnen verlustigen aan de literaire vertelvorm, het prachtige camerawerk en de gelaagde personages. Stuk is niets minder dan de Schuldig van 2019, de televisiehype voor Verantwoord Nederland van enkele jaren geleden.

Blick is een verteller met een geheel eigen stem. Letterlijk. Hij kruipt in het hoofd van zijn hoofdpersonen en maakt van hen onvergetelijke personages. De van oorsprong Amerikaanse man Paul bijvoorbeeld, die ’s nachts van de trap viel en na een bijzonder actief leven nu gedwongen pas op de plaats moet maken (terwijl zijn vrouw Suzanne nog een ongelofelijke berg andere sores krijgt te verwerken). Of de optimistische zestienjarige scholier Daan die moest leren leven met een spierziekte, maar nu wellicht tevens een dwarslaesie heeft opgelopen. In het centrum sluit hij vriendschap met de bejaarde vliegeraar Jan.

Ook de begeleiders van de patiënten van het revalidatiecentrum van Heliomare in Wijk aan Zee spreken tot de verbeelding. Zo strijdt de stoere wondverpleegkundige Monique op haar werk bijvoorbeeld onversaagd tegen decubitus bij haar ‘revalidanten’, terwijl ze thuis tegen zwaarmoedigheid vecht. Niet alleen bij zichzelf overigens. Blick, gevoed door researcher/interviewer Soraya Pol, keert hen liefdevol binnenstebuiten in deze prachtige momentopname van een parallelle wereld, die met de fraaie titelsequentie van Erwin Olaf en aangrijpende projecties op de muren van het revalidatiecentrum, met beelden uit de vorige levens van de patiënten, helemaal wordt vervolmaakt.

Stuk is werkelijk te mooi om waar te zijn. Bijna dan.

De vier afleveringen van Stuk zijn hier te bekijken op 2doc.nl.

Buddy

Zijn legerbuddy in Afghanistan wist hem ooit weg te krijgen na een explosie, zijn huidige buddy Mister helpt hem nu om met de gevolgen van z’n uitzending naar Uruzgan om te gaan. Trevor Viera is gediagnosticeerd met een post-traumatische stress stoornis, zijn hulphond beschermt hem tegen zijn angsten en herinneringen. Zonder de hond zouden ze waarschijnlijk uit elkaar zijn, bekent Trevors vrouw in deze fraaie film van Heddy Honigmann.

Trevor is één van de zes hoofdpersonen – of, zo je wilt: bijfiguren – van Buddy (86 min.). De echte helden luisteren naar namen als Kai, Utah en Makker. Ze staan trouw naast je, helpen je met aan- en uitkleden of lopen voor je uit als je helemaal niets ziet, kampt met autisme of bent veroordeeld tot een rolstoel. Honigmann slaat hen liefdevol gade en voert persoonlijke gesprekken met hun baasjes.

Die dichten hun steun en toeverlaat bijna menselijk eigenschappen toe. Missy is volgens de man die ze terzijde staat, psycholoog Hans Dekker, rustig, zelfverzekerd en filosofisch. Hij vergelijkt hun omgang zelfs met liefde. ‘Het is een hond en ik ben een mens. Ik vind het heel bijzonder dat wij op deze planeet leven en dat contact met elkaar kunnen hebben, ook al zijn we zo verschillend.’

Is dat wat baas en hond delen liefde, vriendschap of gewoon een relatie van werkgever en werknemer? Afgaande op de liefdevolle manier waarop de eigenaren hun dieren toespreken en aanhalen gaat het beslist om meer dan een zakelijke transactie. Daarbij hoort ook een wrange constatering: in een mensenleven passen meerdere hondenlevens. Afscheid nemen is dus een onvermijdelijk onderdeel van het leven met een hulphond.

Honigmann brengt die onderwerpen invoelend ter sprake. Ze interviewt haar subjecten niet, maar voert gewone gesprekken, van mens tot mens. Over mens en dier. Het belang van de honden brengt ze bovendien overtuigend in beeld met nachtcamera’s die registreren hoe de buddy’s in de beslotenheid van de slaapkamer waken over hun baasjes, die zich blind kunnen overgeven aan de zorg van hun gedienstige dieren.

De hulphonden bieden zelfs een luisterend oor. Oorlogsveteraan Trevor kan bijvoorbeeld moeilijk onder woorden brengen wat hem dwarszit. Dat heeft hij echter wel aan Mister toevertrouwd, bekent hij. ‘Hij vertelt niks door.’ Glimlachend: ‘Dat weet ik zeker.’

Zie Mij Doen

Jessica vindt paardrijden eigenlijk belangrijker dan een relatie, Matthias heeft een fotografisch geheugen voor datums en Quan baalt ervan dat hij tijdens de feestdagen niet naar huis kan. In Zie Mij Doen (83 min.), op het Docville-festival gekozen tot Beste Belgische Documentaire, opent Klara van Es een wereld die voor menigeen doorgaans verborgen blijft. Een wereld waarin iedereen er mag zijn en iedereen zichzelf mag zijn. Ieder met zijn eigen kwaliteiten, eigenaardigheden én beperkingen.

Want de observerende Vlaamse documentaire, geschoten in sfeervol zwart-wit en hier en daar subtiel ingekleurd met muziek, is gesitueerd in een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij staan ook letterlijk centraal in het beeld, hun begeleiders zijn niet meer dan figuranten. De bewoners lijken het best leuk te vinden dat ze worden gefilmd. De filmcrew is regelmatig onderwerp van gesprek en regisseur Van Es wordt zo nu en dan ook in de conversaties betrokken.

In die gesprekken gaan ze geen onderwerp uit de weg. ‘Je mankeert wel iets’, zegt Jessica bijvoorbeeld over haar eigen beperking. ‘Maar je hebt uiteindelijk wel evenveel rechten als gewone mensen om deel te nemen aan de samenleving.’ Even later: ‘Ik vind persoonlijk dat wij soms slimmer zijn dan mensen zonder een beperking.’ Bij een opvangmoeder zag Jessica bijvoorbeeld moeders die niet in staat waren om hun kind op te voeden. ‘Wij weten dat en beginnen daar ook niet aan.’

Kalm volgt Klara van Es de hoofdpersonen tijdens hun activiteiten, terwijl ze aandachtig meeluistert bij toevallige praatjes of bewust door de begeleiders aangezwengelde (groeps)gesprekken. Zo dringt ze door tot de eigenlijk heel normale levens van bijzondere mensen. Want hoewel de bewoners misschien anders ogen en klinken dan Jan Modaal en Mien uit Assen, zoeken ze eigenlijk hetzelfde in het leven als willekeurig welk ander mens: geluk en liefde. En dat is, gewoon en toch ook weer niet, heel mooi om te zien.

De Regels Van Matthijs

Op een gegeven moment begon het in de loop van 2012 rond te zingen: De Regels Van Matthijs (72 min.) is echt een he-le goe-de film. Het regende uitnodigingen voor internationale festivals. Snel daarna volgden de prijzen. In Zwitserland, Taiwan, Canada, Polen en Groot-Brittannië. En – natuurlijk – in eigen land: een Gouden Kalf op het Nederlands Film Festival en later ook nog een Dutch Directors Guild Award.

Toch begon ik destijds tamelijk blanco aan de documentaire: eerst zien, dan geloven. En precies zo ging ’t. Zonder enige kennis vooraf – dat raad ik iedereen aan, al die andere meningen leiden doorgaans alleen maar af – stapte ik in de wondere wereld van Matthijs, de beste vriend van filmmaker Marc Schmidt. Het was alsof ik met dat besluit direct werd getransporteerd naar een mij volledig vreemde kosmos. Ook al behelst die uiteindelijk niet veel meer dan een rommelig appartement, waaruit de hoofdpersoon dreigt te worden verwijderd door de woningbouwvereniging.

De regels die Matthijs hanteert om grip te houden op zijn leven botsen voortdurend met de regeltjes die hij van buitenaf krijgt opgelegd. Waarom zou je je bijvoorbeeld houden aan de datering zoals we die sinds jaar en dag gebruiken als je ook zelf een 36-tallig stelsel kunt bedenken, waarvoor je per dag maar drie tekens nodig hebt? Het tekent de eigenzinnige veertiger, gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. Hij is volledig verdwaald geraakt in ‘onze’ neurotypische wereld, waarin hij maar niet kan aarden. Daarom verschanst Matthijs zich in zijn eigen huis, waarvan hij een onneembare veste probeert te maken.

Schmidt zit zijn jeugdvriend (met extreme close-ups) letterlijk dicht op de huid, legt diens filosofische bespiegelingen, fijne humor en langzaam escalerende conflicten met de buitenwereld nauwgezet vast en komt gaandeweg steeds vaker in de positie dat hij wellicht moet helpen of interveniëren. Want deze indrukwekkende film stevent uiteindelijk af op een ongenadige afloop, die je als een venijnige stomp in de maag treft. Ik heb in elk geval nog dagen naar adem gehapt.