Schuldig

Human

Elke rechtgeaarde docufanaat kijkt reikhalzend uit naar de documentaire Subject, waarin Camilla Hall en Jennifer Tiexiera met hoofdpersonages van bekende documentaires, zoals Elaine en Jesse Friedman (Capturing The Friedmans), Michael Peterson (The Staircase) en Arthur Agee (Hoop Dreams), onderzoeken welke impact deze films hebben gehad op hun leven.

In een Nederlandse variant zouden beslist BeppieJantjeKeesAlicia en Evelien aan het woord moeten komen. En Dennis van de Dierenwinkel, natuurlijk. Dat is overigens niet een licht curieuze achternaam, maar ’s mans professie. Dennis van den Burg runt de kwakkelende dierenspeciaalzaak Ambulia in de Vogelbuurt te Amsterdam-Noord. Terwijl hij zijn dieren en klanten ter wille probeert te zijn, moet hij zich de schuldeisers van het lijf houden.

Alle personages van de gelauwerde zesdelige serie Schuldig (274 min.) uit 2016 zijn niet meer dan radertjes in De Schuldmachine. Paul van het Buurtspreekuur. Abdelmalik van de Voedselbank. Ed van het Deurwaarderskantoor. Will van de Schuldhulpverleningsinstantie. Arjan van het Gemeentebestuur. En Carmelita, Ditte en Ramona & Ron van de Schulden. Vaak rest hén niet meer dan een even eenvoudige als pijnlijke smeekbede: Vergeef Me Mijn Schulden.

Samen met Stuk maakte de serie van Ester Gould en Sarah Sylbing, die later samen ook nog Klassen regisseerden, opzichtig school. Titels als We Zien OnsDilemma’s Van Dokters: Wie Krijg Een Kind?Leven In LimboKanaal Sociaal en Trappers zijn ondenkbaar zonder Schuldig, dat een actueel vraagstuk koppelde aan een kleine groep personages, daarmee een aanzienlijk publiek bereikte en vervolgens met een impactcampagne ook een maatschappelijk gesprek op gang bracht.

Het fundament daarvoor ligt natuurlijk in de serie zelf: de uitstekende casting, permanente nabijheid, uitgelezen dramaturgie, brede blik, smakelijke soundtrack en die karakteristieke vertelstem, ingesproken door Sylbing zelf, die in het hoofd en hart van de personages kruipt. Behalve met schulden kampen ze ook met een handicap, ziekte, de recessie of mantelzorgverplichtingen. Een ongeluk zit immers in een klein hoekje – en dan volgen de schuldeisers vanzelf.

Het zou interessant zijn om, zeven jaar na de serie, nog eens de balans op te maken: heeft Schuldig hun levens daadwerkelijk (een héél klein beetje) kunnen bijsturen?

De serie Schuldig is hier te bekijken.

Dark Days

Dogwoof

In de ‘freedom tunnel’ voelen ze zich veilig. Verschoond van de misprijzende blikken van gewone New Yorkers, veilig voor de politie en dieven bovendien. Want die komen echt niet naar beneden. Dat durven ze niet. Of ze vinden het er gewoon smerig. In het tunnelsysteem onder de Amtrak-treinlijn, tussen Penn Station en Harlem, is een soort wijk voor verschoppelingen ontstaan. Volgens Tommy, die op zijn zestiende van huis wegliep, zijn ze echter niet dakloos. Ze hebben immers een thuis.

Voor het aangrijpende groepsportret Dark Days (82 min.) uit 2000 trok de jonge Brit Marc Singer, in de VS aan het werk als fotomodel, halverwege de jaren negentig zo’n tweeënhalf jaar bij hen in. Dit is hun verhaal, samen verteld. Over hoe ze hun geld verdienen, hun liefde voor honden en de elektriciteit die ze stiekem aftappen bijvoorbeeld. En over traumatische ervaringen, psychische problemen en – de grote gelijkmaker – crack. Waaraan een aanzienlijk deel van de tunnelpopulatie verslaafd is.

Ralph, die zelf alleen nog joints rookt, vindt bijvoorbeeld dat Dee maar eens moet stoppen. Zij wil dat echter pas doen als hij geen druk meer op haar legt. En zo belandt het kibbelende duo in een patstelling, waarbinnen ze zich allebei wel senang lijken te voelen. Voor Singers camera, speciaal voor de opnames aangeschaft, leggen ze los van elkaar hun ziel bloot. Hun leven in de tunnel, waarbij ze zich de ratten van het lijf moeten zien te houden, lijkt de logische slotsom van een turbulent leven.

Via de verschillende tunnelbewoners en hun bezigheden dringt deze documentaire in duister zwart-wit diep door in een parallelle wereld, waarbinnen mensen die over de rand van de westerse winner-takes-all wereld zijn gevallen zich, soms al tientallen jaren, staande weten te houden en samen een gemeenschap vormen. Totdat Amtrak hen laat weten dat ze nu toch eindelijk eens weg moeten en de sloophamer eraan te pas dreigt te komen om hun provisorische thuis aan gruzelementen te slaan.

Dark Days – voorzien van een iconische soundtrack door DJ Shadow, met bestaand en speciaal voor deze documentaire geschreven werk – werd overladen met prijzen, maar zou desondanks Marc Singers enige film blijven. Na de opnames ging hij, volgens dit interview, enkele jaren reizen en duiken. Een latere film wilde maar niet lukken en werd door hemzelf vernietigd. Intussen bleef hij contact houden met sommige van zijn oud-tunnelgenoten, die hij had leren kennen als gewone mensen zoals jij en ik.

Moeders

Baldr

‘Criminaliseren we nu risicojongeren die we juist willen helpen?’ vraagt een medewerker van de gemeente Amsterdam op 3 november 2016 in een memo aan toenmalig burgemeester Eberhard van der Laan. De medewerker reageert op het besluit om een groep jongeren op basis van met algoritmen bepaalde risico’s – en niet op basis van daadwerkelijk gedrag – toe te voegen aan een lijst van veelplegers. Het is de volgende escalatie in een proces dat in 2010 is ingezet. Van der Laan wil de criminaliteit in de hoofdstad terugdringen en neemt daarbij het besluit om heel vroeg in te grijpen bij jongeren die op het verkeerde pad dreigen te belanden.

Hoe dit er in de praktijk uitziet, vertellen vier Moeders (80 min.) met een kind dat in Van der Laans ‘top 400’ is beland. Om de identiteit en privacy van de vrouwen en hun zoons te waarborgen worden zij in beeld vertolkt door actrices, die ‘playbacken’ bij de stemmen van de moeders zelf. Dat is zeer knap gedaan. Terwijl ze zich bezighouden met hun dagelijkse beslommeringen vertellen de vrouwen in beeld over hoe hun kind in aanraking is gekomen met hulpverleners, politie en justitie. Soms spreken ze ook recht in de camera. Daarmee krijgen hun getuigenissen wel bijna het karakter van een performance. Een theatermonoloog in/uit ‘real life’.

Uit de verhalen van de moeders valt af te leiden dat de vroegtijdige signalering van hun zoons volgens hen als een ‘self fulfilling prophecy’ heeft gewerkt. Hun kinderen zijn daardoor eerder dichter bij de gevarenzone terechtgekomen dan eruit weggelokt. Het is de vraag of ze daarmee altijd voldoende zicht hebben op de rol die hun eigen kroost speelt en een reëel en/of volledig beeld van de situatie schetsen. Tegelijkertijd vertoont de manier waarop de lokale overheid in deze situaties optreedt onmiskenbaar overeenkomsten met de handelswijze van de Belastingdienst in het Toeslagenschandaal. En ook hier lijken huidskleur en afkomst – stelt tenminste de enige witte moeder, die overigens wel een donker kind heeft – een bepalende factor.

Met de keuze om zich vooral te verlaten op de ervaringsverhalen van de vrouwen en zelf geen verhaal te halen bij politie, justitie en de betrokken hulpverleners neemt documentairemaker Nirit Peled in elk geval duidelijk stelling. Uit deze prikkelende film spreekt onmiskenbaar haar zorg over het combineren van straf en zorg – inmiddels op diverse plekken in Nederland ingevoerd – teneinde potentiële overlastveroorzakers of criminelen vroegtijdig in beeld te krijgen. Is dit middel misschien erger dan de kwaal?

Nikki

Videoland

Het lijkt soms een klein wonder als het wél goed gaat met Nikki (112 min.). In de jaren dat documentairemaker Monique Nolte (Het Beste Voor Kees) de tiener volgt zit ze namelijk voortdurend tussen twee vuren. Tussen vader Fred, die grote delen van haar leven buiten beeld is en meteen stress veroorzaakt als hij wel even, letterlijk, ‘in the picture’ verschijnt. En moeder Karin, die beslist het beste voorheeft met Nikki, maar ook kampt met borderline.

Op de basisschool gaat het desondanks best goed met het meisje. Ze krijgt een HAVO-advies en meldt zich vol goede moed op het Christelijk Lyceum Zandvliet in Den Haag. Daar blijven haar resultaten, mede door opvallend hoog verzuim, echter toch achter en begint al het tumult in haar jonge bestaan als KOPP-kind, een kind van ouders met psychische problemen, zich te wreken. Hoezeer Karin haar daartegen ook probeert te beschermen.

Monique Nolte nestelt zich met haar camera jarenlang in de omgeving van moeder en dochter en sluit ook aan bij sleutelmomenten op school of met hulpverleners. Zo vangt ze van zeer nabij de ontwikkelingen in het leven van de opgroeiende tiener. In dat opzicht doet Nikki enigszins denken aan Alicia (2017), de verpletterende film van Maasja Ooms over een meisje dat helemaal verdwaald raakt in de Nederlandse jeugdzorg, met buitengewoon tragische gevolgen.

Zo schrijnend is deze observerende documentaire niet – al komt ie soms gevaarlijk dichtbij. Nolte maakt ook uitgesproken artistieke keuzes: ze kiest bijvoorbeeld voor het incorporeren van geanimeerde sequenties, die droom- en angstbeelden van haar hoofdpersoon tastbaar maken. Het is de vraag of de film die nodig heeft. Bij sommige aangrijpende scènes kan de kijker zelf ook wel bedenken wat er in het hoofd van de puber omgaat.

Dit laat onverlet dat ook deze film regelmatig aanvoelt als een stomp in de maagstreek. Nikki moet zich door het ene na het andere loyaliteitsconflict banen en ervoor zorgen dat ze onderweg zichzelf niet kwijtraakt. Het is de tragiek van een jong meisje met een moeder die volgens eigen zeggen een gat van binnen heeft dat door anderen moet worden gevuld en een papa die niet weet hoe hij vader moet zijn. Hoe kan een kind in zo’n omgeving opgroeien tot een (psychisch) gezonde volwassene?

Wij Praten Niet

Halal

Ze zitten vast, in elk geval in hun hoofd, in een wereld, waarin ze vaak niet meer waren dan een lichaam. Dat kon worden ingezet, gebruikt, misbruikt. Al vanaf (te) jonge leeftijd speelt seks een dominante rol in het leven van Dunya (18), Adil (16), Amy (15) en Delilah (15), met desastreuze gevolgen voor hoe ze kijken naar het leven, jongens/mannen én zichzelf. Hoe kunnen ze zich losmaken van die wereld, waardoor ze uiteindelijk zullen worden vermorzeld?

Deze vier jeugdige slachtoffers van seksueel geweld, onherkenbaar in beeld gebracht, doen in Wij Praten Niet (70 min.) onverbloemd hun verhaal tegenover een therapeut. De gezichten van de verschillende hulpverleners fungeren daarbij als spiegel voor de ontboezemingen van de tieners. Meestal reageren zij empathisch en professioneel, een enkele keer schemert er ook iets van hun eigen gedachten of gevoelens door in hun respons.

De ervaringen van hun geanonimiseerde cliënten vormen onmiskenbaar het hart van deze schurende film. Verhalen die zijn doortrokken van schaamte, spijt en stoerheid. Over seks voor een slaapplek, héél onveilige klanten en groepsverkrachting van gedrogeerde meisjes bijvoorbeeld. De jongeren maken daarbij van hun hart bepaald geen moordkuil. Intussen klinkt ook door hoe weinig waarde ze in dat verband aan zichzelf lijken te hechten.

Regisseur Marjolein Busstra omlijst deze gesprekken met symbolische sequenties, zoals een dans op straat waarin alle opgekropte emotie eruit komt, een vervaarlijk ogende hond als ultieme vertrouweling of een hand met een ijshoorntje dat geleidelijk aan helemaal wordt overvoerd met softijs. Zo verbeeldt ze de unheimische atmosfeer die oprijst uit de tienerverhalen, maar lijkt ze ook de copingstrategieën van de beschadigde tieners te willen veruiterlijken.

Uiteindelijk zit de essentie van Wij Praten Niet desondanks in de woorden. ‘Ik zou het wegduwen’, zegt Dunya bijvoorbeeld, heel treffend, over hoe het zou zijn als ze voor de verandering eens liefde, oprechte genegenheid, zou krijgen. ‘Ik zou het afstoten. Ik hou er niet van. Ik wil het niet in mijn leven. Oprotten!’

Jason

VPRO

Terwijl hij razendsnel een Rubiks Kubus oplost, kijkt Jason Bhugwandass op zijn laptop naar een tamelijk bloederige uitlegvideo over een mastectomie. Daarna belt hij met zijn behandelaar. ‘Ik heb je foto gezien die je ons had gestuurd, van hoe je borstkas er nu uitziet’, zegt zij. Op die borstkas komt een groot litteken.

‘Dat maakt mij niet zoveel uit’, stelt Jason resoluut. ‘Ik wil eigenlijk wel plat.’ De Amsterdamse jongen, begin twintig, lacht er beminnelijk en zenuwachtig bij. ‘Eigenlijk heb ik alles wat ik moet weten’, constateert zijn gesprekspartner even later. Jason zelf heeft nog wel een vraag, voor als hij zou komen te overlijden op de operatiekamer. ‘Mocht het gebeuren, maak je me dan wel eerst af?’

Jason (90 min.), de hoofdpersoon van deze nieuwe documentaire van Maasja Ooms is op een missie, maar die heeft slechts zijdelings met zijn transitie van meisje naar jongen te maken. Pas gaandeweg wordt duidelijk waar hij zich precies sterk voor – of beter: tégen – wil maken. Eerst moeten er, vergezeld door zijn vaste knuffel, enkele ‘bakken’ in zijn hoofd, vol met trauma’s uit zijn jeugd, worden geleegd.

In dat kader ondergaat hij EMDR-therapie, een terugkerend element in deze observerende film waarbij Ooms opnieuw haar uitgesproken kracht als maakster toont: ze slaagt erin om héél dichtbij te komen – ook emotioneel – en blijft ogenschijnlijk toch geheel afwezig. Ze neemt verder de tijd voor elke scène en geeft nauwelijks context, zodat de kijker het verhaal zelf bij elkaar moet puzzelen.

Daarbij spelen de ontwikkelingen in het stemmige Jason zich nóg meer onderhuids af dan in haar vorige twee documentaires: Alicia (2017), een aangrijpend portret van een meisje dat helemaal verdwaald raakt in de Nederlandse jeugdzorg, en Rotjochies (2019), over ontspoorde jongeren die tijdens een verblijf op het Franse platteland weer op het rechte spoor moeten worden gebracht.

Die films komen dan ook wat directer binnen dan dit broeierige portret, dat soms ook een heel klein beetje trekt. Samen vormen de documentaires evenwel een verplicht drieluik over knelpunten binnen de Nederlandse jeugdzorg. Want daarover heeft ervaringsdeskundige Jason, die een traumatische opname achter de rug heeft, dus een punt te maken: de gesloten jeugdzorg moet worden afgeschaft.

Terwijl hij de demonen van zijn verleden probeert te bezweren en zich inzet voor een doel dat hemzelf ontstijgt, probeert Jason soms ook heel geconcentreerd, met behulp van een mes en een vork, een Rubiks kubus in een vaas te wurmen. Is het een metafoor voor wie hij zelf is? Een puzzel die je pas kunt oplossen als hij is bevrijd? Of, zoals hij en zijn behandelaar constateren, dat simpelweg niets onmogelijk is?

Goede Moeders

KRO-NCRV

Ze wordt geacht om een melding te doen bij Veilig Thuis of de kinderbescherming. Want de cliënten van verloskundige Sylvia von Kospoth uit Harlingen staan te boek als ongeschikte opvoeders. Eerder werd een kind van hen uit huis geplaatst. Nu ze opnieuw zwanger zijn, soms binnen een nieuwe relatie of situatie, moet Von Kospoth dat laten noteren in het systeem, waarmee ze al zulke slechte ervaringen hebben opgebouwd.

Regisseur Jorien van Nes legt vast hoe de verloskundige zich steeds meer engageert met de ouders en vervolgens in gewetensnood komt: zij ziet vooral Goede Moeders (89 min.), die maar niet los kunnen komen van hun traumatische verleden en die bovendien ernstig worden benadeeld door de bevooroordeelde kijk en onzorgvuldige rapportages van de betrokken instellingen. Zijn ze werkelijk ‘verstandelijk beperkt’ of ‘een gevaar voor hun eigen kind’?

Von Kospoth identificeert zich met de ouders, zet haar tanden in hun zaken en treedt daarmee ogenschijnlijk ook buiten haar eigen rol en expertise. ‘Je gaat ver, hoor’, constateert een medewerker van Veilig Thuis als de verloskundige bij hen op bezoek komt. ‘Ik vind het wel ook heel mooi wat je doet, maar ik vind het ook spannend.’ Het is een subtiel geformuleerde waarschuwing en de enige keer dat een vertegenwoordiger van de ‘instanties’ aan het woord komt in deze film.

Van Nes beperkt zich tot het observeren van de verloskundige en ‘haar’ ouders. Ze stelt geen kritische vragen en haalt ook geen weerwoord bij de betrokken professionals. Daardoor wordt nooit helemaal duidelijk wat er precies met de uit huis geplaatste kinderen is voorgevallen en wat vervolgens de overwegingen van hulpverleners waren (en nog altijd zijn) om hen niet naar huis te laten terugkeren. Von Kospoths gezichtspunt wordt zo automatisch leidend.

‘Levens worden echt geruïneerd!’ fulmineert ze na een bezoek aan een ouderpaar dat in zak en as zit. ‘Echt geruïneerd!’ Zo bezien zijn de ouders in deze film niet meer dan slachtoffer van de situatie. De werkelijkheid bevat ongetwijfeld meer tinten grijs. Waarbij meteen moet worden aangetekend dat Nederland inderdaad opvallend veel kinderen uit huis plaatst. Een kwestie die door het prikkelende Goede Moeders overtuigend wordt geagendeerd.

Tegelijkertijd zou de documentaire zomaar het wantrouwen kunnen voeden naar de professionals, die impliciet de rol van onzichtbare vijand krijgen toebedeeld. De complexiteit van de situatie nodigt in elk geval uit tot een serieuze maatschappelijke discussie over waarmee kwetsbare ouders – en hun kinderen! – nu uiteindelijk het beste zijn gediend.

Goede Moeders is hier te bekijken.

Ik Ben Geen Probleemkind, Ik Ben Een Uitdaging

In een gesloten jeugdinstelling moeten ze een uitweg zien te vinden uit het leven dat hen al op jonge leeftijd in de penarie heeft gebracht. Filmmaker Rolf Orthel volgt in Ik Ben Geen Probleemkind, Ik Ben Een Uitdaging (90 min.) uit 2016 ruim een jaar enkele jongeren met ernstige gedragsproblemen, die verplicht zijn opgenomen.

‘Waarom komen kinderen hier terecht?’, vraagt hij zich af in een inleidende voice-over. ‘En ik hoor: weggelopen van huis, drugs dealen, echtscheiding, misbruikt, poging tot zelfmoord. Soms voelt het aan als straf om hier te zitten, maar het is ook een veilige plek, dat transferium jeugdzorg.’ 

Orthel, zelf inmiddels in de tachtig, had ooit een kleinzoon in een instelling, vertelt hij. Op de muur van diens kamer stonden, in grote hanenpoten, twee woorden: ‘help’ en ‘dood’. Die ervaring heeft hem geïnspireerd om echt het perspectief te kiezen van jongeren, uit een gesloten instelling in Heerhugowaard. ‘Ik ben hier om te kijken, om te luisteren naar de kinderen die hier zitten.’

Hij stuit in deze indringende film op uiteenlopende verhalen. Iris is bijvoorbeeld ‘bang om te hopen’, omdat dingen meestal toch anders lopen dan verwacht. Ze oogt bedrukt, snijdt zichzelf soms en slikt af en toe zelfs batterijen. Tijdens een weekend thuis laat ze een tekst op haar rechterarm tatoeëren: stay strong. Zal het genoeg zijn?

Een andere tiener, Wieke, probeert de relatie met haar ouders te herstellen en verzet zich ondertussen tegen de verlenging van haar verplichte opname. ‘Ik haat de groepsleiding soms’, verzucht ze als die haar weer eens te dicht op de huid zit. Zo is Wieke steeds ‘boos’ in plaats van ‘verdrietig’ en voelt ze zich ondertussen niks waard. En erover praten wil ze al helemaal niet. Toch?

Op hun eigen manier en toon worstelen de jongeren met diep persoonlijke thema’s. Tegelijkertijd keren ze zichzelf tijdens lessen expressie binnenstebuiten in aangrijpende gedichten, liedjes en schilderijen. Zo werken de beschadigde tieners aan zichzelf, voor het oog van de camera. Dat gaat bepaald niet vanzelf. Het resultaat is een eerlijke en dappere film, die alleen doorgewinterde ijskonijnen onberoerd zal laten.

Rotjochies

Jahlano (l), Mitchel (m) & Mike (r) / VPRO

Met Alicia ging Maasja Ooms heel Nederland rond. Tweemaal zelfs. Eerst met de camera toen het verweesde meisje van de ene naar de andere opvangplek werd gestuurd, om te bekijken waar ze op haar plek zou zijn – of op zijn minst gehandhaafd kon worden. En daarna met de film zelf, die als een aanklacht tegen de Nederlandse jeugdzorg moest worden opgevat – of op zijn minst als een serieuze aansporing om het nu toch écht eens beter te gaan doen.

Voor opvolger Rotjochies (91 min.) is Ooms afgereisd naar het Franse platteland, waar de Nederlandse jeugdwerker Petra Knol enkele jongeren opvangt die thuis niet meer welkom zijn en die in den vreemde een allerlaatste kans krijgen om hun leven te beteren. Knol houdt er de wind onder en confronteert de jongeren indringend met hun eigen gedrag en de gevolgen daarvan. Die geladen gesprekken legt de filmmaakster, die zich blijkbaar bijna onzichtbaar wist te maken, van zéér nabij vast.

Niet dat de jongens zomaar het achterste van hun tong laten zien. Binnen hun nieuwe omgeving, waar de verleidingen van thuis zijn vervangen door kluswerk in en rondom het huis, proberen ze vooral de aandacht niet op zich te vestigen. Onderhuids broeit er echter van alles. Als ze buiten het zicht zijn van Petra, en ook Ooms en haar camera niet in de buurt zijn, kan de boel toch nog snel ontvlammen en vallen de ‘mannetjes’ terug op hun (vroegere) overlevingsstrategie: geweld en intimidatie.

En als ze daarmee worden geconfronteerd, is de reactie altijd hetzelfde: glashard ontkennen. Totdat het écht niet meer kan. En dan gewoon ruiterlijk toegeven. Alsof ook dat de normaalste zaak van de wereld is. Hoe dring je door het pantser van zulke beschadigde jongeren? Als gewonde dieren besluipen en beloeren ze elkaar – en zichzelf. Ondanks enkele pittige aanvaringen lijken de jongens in de Morvan in eerste instantie tot een soort wapenstilstand te kunnen komen. En dan verschijnt er een meisje op het toneel…

Maasja Ooms voorziet de ontspoorde jongeren slechts beperkt van context. Uit hun gedragingen en de gesprekken met begeleider Petra zijn zo nu en dan clous te destilleren, die een verklaring zouden kunnen vormen voor hun gedrag. De filmmaakster kadert dit verder niet in met interviews of verbindende teksten. Ze observeert slechts en laat de kijker z’n eigen conclusies trekken als de jongens gaandeweg, of ze dat nu willen of niet, toch steeds meer van zichzelf laten zien.

Waar haar vorige film Alicia de uiterst wrange weerslag was van een jarenlang proces, is Rotjochies eerder een momentopname. Een diepe duik in het leven van zogenaamde probleempubers, met een enigszins frustrerend open einde. Omdat het verhaal niet af is – als het al een verhaal is, met een duidelijke kop en staart. Als kijker wil je weten hoe het de jongens na het maken van de film is vergaan. Want het mogen dan kutmennekes zijn, op de één of andere manier kruipen ze tóch in je hart.

Carrousel

IDFA

Als blikken konden doden. Of gebaren. Of stopwoordjes. Tayfun, Delgano en Nabil stralen in alles uit: blijf van me af. Hun begeleiders in het Rotterdamse centrum Nieuwe Kans, die hen proberen aan te spreken op hun gedrag, noemen ze consequent ‘broer’ of ‘vriend’. Dat klinkt misschien amicaal, maar lijkt vooral bedoeld om hen op afstand te houden.

De jongens proberen hun problematische achtergrond kwijt te spelen en een nieuwe start te maken, maar dat gaat bepaald niet vanzelf – en zeker niet zonder conflicten. In Carrousel (68 min.) knettert het soms flink tussen de cliënten onderling en met hun begeleiders. Filmmaakster Marina Meijer vangt die confrontaties van héél dichtbij en toont ze zonder enige opsmuk.

In lange, enerverende close-up shots, alsof de jongeren gevangen zitten in zowel het frame als hun leven, laat Meijer zien hoe zij stelselmatig spanning opbouwen, die dan plotseling tot een ontlading kan komen. Het is een voortdurend gevecht, waarbij met name kunstdocent Toine Bakermans soms door hun pantser weet te breken. De man heeft zelf 21 jaar in de gevangenis gezeten en laat zich niet zomaar uit de tent lokken.

Dat betekent niet dat elke jongen ook is te redden – of zich wil, of kan, laten redden. Meijer maakt de werkelijkheid niet mooier dan-ie is. Gaandeweg laten de jongens wel steeds meer los over hoe ze zijn geworden tot wie ze nu zijn. En dat geeft te denken over hun toekomstperspectief. Zijn de Tayfuns, Delganos en Nabils van deze wereld daadwerkelijk in staat om zichzelf, net als hun docent Toine, opnieuw uit te vinden?

Deze geladen film is niet meer dan een tussenopname en kan dus geen eenduidig antwoord geven. Duidelijk is wel dat de getroebleerde jongeren nog een lange weg voor de boeg hebben, die onvermijdelijk met vallen en opstaan gepaard zal gaan. En dodelijke blikken, boze gebaren en geïrriteerde stopwoordjes.

De Schuldmachine

Willem Los / BNNVARA

‘Ik had eerst 4.000 en waarschijnlijk nu zelfs minder’, zegt het ene meisje tegen het andere. Die bekent: ‘Ik zit wel op 13.000 euro of zo.’ Zomaar een gesprek in Amsterdam-Zuidoost tussen twee jongeren met een uitstaande schuld. Één op de vijf Nederlandse jongeren zou inmiddels met problematische schulden kampen. In De Schuldmachine (58 min.) volgt Camiel Zwart enkele van hen. Zij worden begeleid door een vrijwilligersinitiatief dat kiest voor een heel persoonlijke aanpak, onder de noemer ONSbank.

Cliënt Mirelva belt in aanwezigheid van financieel adviseur Willem Los, die in het dagelijks leven werkt bij Delta Lloyd, bijvoorbeeld de belastingdienst om zicht te krijgen op de schuld die ze daar heeft opgebouwd. De jonge vrouw, werkzaam in de kinderopvang, kijkt alsof ze elk moment door een bliksemschicht kan worden getroffen als de man aan de andere kant van de lijn de schade opmaakt. Die valt niet mee: 37.648 euro, inclusief eventuele dwangbevelen. Samen met Los en de ONSbank moet Mirelva een weg uit haar benarde situatie zien te vinden.

Willem Los en zijn medestanders krijgen van doen met bijzonder complexe problematiek die niet met eenvoudige interventies is te verhelpen. Waarbij de schuld van deze jongeren meestal bepaald niet op zichzelf staat en de Nederlandse schuldenindustrie, die bovenop de nominale schuld vaak (exorbitante) kosten en rente zet, de situatie alleen maar lijkt te verergeren. De jongeren zelf, met wie je soms echt krijgt te doen, zien door de bomen allang het bos niet meer.

En dan is er nog dat woud van regels. Mag je een kind, als ze meerderjarig wordt, bijvoorbeeld opzadelen met rekeningen die haar ouders nooit hebben betaald? Of een moeder ervoor verantwoordelijk stellen dat de kinderopvang waar haar kinderen werden opgevangen failliet is gegaan? Het zijn zulke vragen die de bevlogen medewerkers van ONSbank in dit boeiende inkijkje in de schuldhulpverlening moeten zien te tackelen. Teneinde hun cliënten de broodnodige ‘schuldrust‘ te bezorgen.

Lost Boys, 5 Jaar Later

EO

Het ene probleem veroorzaakt het andere, dat weer een nieuw probleem oplevert. De situatie van Demo is als een Gordiaanse knoop, die nauwelijks meer valt te ontwarren. Wie hakt hem door? Het begon ooit met gewapende overvallen. Of eerder: met een jeugd, die verder onbesproken blijft. Daarna volgde in elk geval een detentie, voorwaardelijke invrijheidstelling en strubbelingen met de reclassering.

De bokkige jongen, die zijn criminele verleden van zich af probeerde te schudden en begon aan een HBO-opleiding, was in 2011 de blikvanger van de documentaire Lost Boys: Bloods Forever van Margit Balogh (die nog altijd is te zien op de 2doc-website, net als een nabrander van vier jaar later). In die tijd was Demo lid van The Bloods, een Rotterdamse pendant van de beruchte Amerikaanse jeugdbende. Zijn vrienden Mr. T, Smockey en Lil-G hielden zich nog altijd bezig met drugs, geweld en criminaliteit.

In het vervolg Lost Boys, 5 Jaar Later (55 min.) fungeert Jeansen ‘Demo’ Djaoen als enige hoofdpersoon. Hij heeft de bendekleuren, in de vorm van rode bandana’s en shirts, afgelegd en werkt tegenwoordig als reporter/marketingmedewerker van de publieke radiozender Funx. Ogenschijnlijk moeiteloos houdt hij zich staande te midden van politici en collega-journalisten. Met Mijn Eerste Overval, een hoorspel over zijn criminele verleden, wordt hij zelfs genomineerd voor de prestigieuze NTR Radioprijs.

Zijn verleden blijft hem echter achtervolgen. Demo’s torenhoge schulden worden, ondanks aflossingen, door boetes en heffingen alleen maar hoger. En vanwege zijn strafblad komt hij niet in aanmerking voor schuldsanering. Dat is het centrale thema van deze tweede Lost Boys-film, een aangrijpend portret van een bijna-dertiger die blijft betalen voor oude fouten (al blijft wel schimmig waarvoor dan precies) en ervoor moet waken dat hij niet voor gemakkelijke oplossingen valt.

Tegelijkertijd is het (vrijwel geheel) ontbreken van de andere gangleden van The Bloods in deze film wel een gemis. Demo vormt ondanks zijn financiële malheur, die door Balogh zéér uitgebreid in beeld wordt gebracht, de uitzondering op de regel. Hoe zou het de meer stereotiepe bendejongens Mr. T, Smockey en Lil-G zijn vergaan? Die vraag blijft grotendeels onbeantwoord.

Alicia

VPRO

Ze gaat haar hondje van de hand doen via Marktplaats, vertelt Alicia’s moeder. Het is een keilief beestje hoor, maar het heeft een slechte start gemaakt en daar heeft zij het geduld niet voor. Alicia, na haar geboorte uit huis geplaatst, staat erbij. Het negenjarige meisje is een dagje thuis om haar verjaardag te vieren en gaat later weer gewoon terug naar het kindertehuis.

In de aangrijpende fly on the wall-documentaire Alicia (90 min.) volgt Maasja Ooms gedurende drie jaar het verweesde negenjarige kind dat op haar vijfde, na de dood van haar pleegvader bij wie ze enkele jaren heeft gewoond, in een kindertehuis is beland. In de Maashorst in het Brabantse Reek lijkt ze wel op haar plek. ‘Niemand vindt mij lief’, staat er niettemin te lezen in de rapportage van het tehuis. ‘Ik kan er net zo goed niet zijn.’

Gaandeweg gaat het steeds minder goed met de stevig puberende Alicia, die niet meer blijkt te handhaven in Reek en daarna een rondgang door de Nederlandse jeugdzorg moet maken. Intussen probeert ze de relatie met haar moeder, die ook weer haar eigen verhaal blijkt te hebben, in stand te houden. Als kijker zie je het met een kolossale steen in je maag aan. Zijn kwetsbare meisjes zoals Alicia dan nergens op hun plek?

Alicia is zo’n film die je heimelijk blijft achtervolgen en op onverwachte momenten plotseling toeslaat. Als je willekeurige tienermeisjes ziet, als je leest over het belang van hechting in de jongste jeugdjaren of als je, gewoon, heel gewoon, even naar je eigen kinderen kijkt.

Vergeef Me Mijn Schulden

KRO-NCRV

In de beperking toont zich de meester. Vergeef Me Mijn Schulden (55 min.) bestaat voor negentig procent uit steeds weer precies dezelfde situatie: een Nederlander met een volledig uit de hand gelopen schuld meldt zich bij de rechter met de vraag of hij/zij terecht kan in de schuldsanering. Tussendoor krijgen enkele rechters de gelegenheid om hun werk toe te lichten. Dat is het.

In navolging van de veelbesproken en veelbekroonde documentaireserie Schuldig van Ester Gould en Sarah Sylbing, die nog steeds in zijn geheel online is te bekijken, duikt regisseur Ingeborg Jansen in de wereld die schuilgaat achter een flinke schuldenlast. Ze zet de camera op mensen die bereid zijn om drie jaar op het minimum te leven, om zo hun schulden kwijt te spelen.

Stilistisch doet de documentaire denken aan twee films van Suzanne Raes en Monique Lesterhuis: Sta Me Bij (een docu over de cliënten en medewerkers van de sociale dienst van Zutphen) en De Tegenprestatie (een film over de tegenprestaties die Rotterdammers moeten leveren voor een bijstandsuitkering, die werd bekroond met een Gouden Kalf).

Deze films handelen over gewone mensen die letterlijk plaatsnemen tegenover de overheid, die hen wil helpen, bijsturen of straffen. Hoewel de toonzetting van de gesprekken en zittingen varieert, van uiterst begripvol tot bijna denigrerend, is hun afhankelijke positie steeds min of meer hetzelfde; ze hebben (een deel van) de controle over hun leven uit handen moeten geven.

Vergeef Me Mijn Schulden houdt ons een spiegel voor: is onze wereld niet veel te groot en complex geworden om vat te kunnen houden op ons eigen, kleine leven? Én: zouden we ooit zelf daar kunnen belanden, overgeleverd aan het oordeel van een man of vrouw in toga?

Hold Me Tight, Let Me Go


Twee weken geleden zorgde de Nederlandse documentaire Ik Ben Geen Probleemkind, Ik Ben Een Uitdaging van Rolf Orthel voor emotionele kijkersreacties. Met vallen en opstaan probeerden de jongeren van een gesloten jeugdinrichting in deze film hun leven weer op de rails te krijgen. Ook de compassie en betrokkenheid van hun begeleiders sprongen daarbij in het oog.

Ik moest automatisch denken aan Hold Me Tight, Let Me Go (102 min.), een bijzonder indringende film van Kim Longinotto. Deze Britse documentairemaakster heeft inmiddels een uitgebreid oeuvre opgebouwd van veelal observerende documentaires, waarin ze als de spreekwoordelijke fly on the wall een ontwikkeling of proces probeert vast te leggen.

Longinotto is echt van de menselijke maat en heeft daarbij in het bijzonder oog voor de positie van vrouwen. In haar laatste film Dreamcatcher portretteert ze bijvoorbeeld een voormalige prostituee die haar voormalige vakgenoten uit de penarie probeert te krijgen.

Hold Me Tight, Let Me Go (2007) is één van haar indrukwekkendste films. Longinotto volgt enkele zwaar beschadigde kinderen van de Mulberry Bush school, die in hun oorspronkelijke schoolomgeving niet meer waren te handhaven. Met eindeloos geduld proberen de begeleiders deze schoppende, bijtende en spugende Probleemgevallen (nee: Uitdagingen) weer binnenboord te krijgen.