Dichterbij

EO

‘Dames, ik ben de dakloze dichter van Amsterdam’, zegt Hilmano van Velzen tegen de twee vrouwen voor wie hij net in een winkelcentrum in Almere vol vuur een gedicht heeft voorgedragen. Hij ziet er opvallend uit: een Surinamer in een schreeuwerige bontjas, met een zwarte capuchon op en behangen met opzichtige kettingen. Hij neemt de complimentjes in ontvangst en schakelt dan door: ‘En ik ben op zoek naar mijn vader. Die heb ik jaren niet gezien.’

Die vader is een steeds terugkerend thema in de gesprekken met de straatpoëet, voor wie de stad een soort huiskamer is geworden. Ze zijn ooit, ergens, gebrouilleerd geraakt en Hilmano kan dat nog altijd niet verkroppen. Samen met zijn vriendin Iris probeert hij Dichterbij (25 min.) de man te komen, die dat contact blijkbaar al een hele tijd afhoudt. En dichter bij de jongen die hij ooit moet zijn geweest.

De dakloze dichter is ook wel een opvallend portret. Al ruim 35 jaar struint hij door zijn stad (‘liever in Mokum zonder poen dan in Parijs met een miljoen’) en brengt hij zijn poëzie aan de man. Een geboren performer, dromend van z’n grote doorbraak. Er staat inmiddels ook een gedichtenbundel op stapel. Binnen drie maanden denkt Hilmano er zeker een miljoen van te kunnen verkopen. Alleen in Nederland, welteverstaan. ‘En dan die hele merchandise erbij!’

Die overmoed staat vast niet helemaal los van de harddrugs die hij, ook voor de camera, gebruikt in deze intrigerende korte film van Caroline Keman. Want soms kan zijn stemming ineens helemaal omslaan, ook in de relatie met Iris. Het maakt van hem ongetwijfeld een moeilijke en onvoorspelbare man, maar ook een fascinerend documentaire-personage. Zo’n man waar je, met een mengeling van plezier, irritatie en compassie, maar naar blijft kijken.

Keman doet dat met een onmiskenbaar gevoel voor sfeer en compositie. Dichterbij wordt daardoor een hallucinante film, die stiekem onder de huid kruipt. Over een man die met veel bravoure paradeert over het slappe koord tussen genie en gekte, waar hij elk moment vanaf kan donderen. ‘Ik heb niet overal antwoorden op, hè?’ zegt hij zelf. ‘Ik weet alleen dat de poëzie op het juiste moment in mijn leven is gekomen en dat het heelt en dat het verzacht. En dat de dromen die ik altijd had niet voor niets zijn geweest.’

Dichterbij is (tussen 20.00 uur en 6.00 uur) hier te bekijken.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS

VPRO

Een hand speelt met een streng haar. Één enkel oog in een extreme close-up. Het oog zingt. ‘Couldn’t look you in the eye.’ Creep, Radioheads eerste hit. Ook de lippen vallen in. ‘I wish I was special. So fuckin’ special’. Een jonge vrouw, één met de woorden van zanger Thom Yorke. ‘But I’m a creep. I’m a weirdo. What the hell am I doing here?’ Ze wordt afgebroken voordat ze ‘I don’t belong here’ kan zingen.

Zij is ter beschikking gesteld. Veel meer dan die mond, de hand en dat oog krijgen we niet te zien van haar. ‘Ik ben geen lelijk persoon. Ik zie er wel goed uit’, zegt ze, buiten beeld. ‘Maar soms als ik in de spiegel kijk, zie ik weer helemaal dat verminkte gezicht. En omdat ik ooit eens een keer slachtoffer was, voordat dit allemaal begon in de TBS, ben ik dader geworden.’

De korte documentaire Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS (25 min.) van Ingrid Kamerling richt zich niet op het dagelijks bestaan van TBS-patiënten, hun leefomstandigheden of het nut van de opgelegde maatregel. Dit is een zinnenprikkelende film over hoe enkele patiënten van de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek in het reine willen komen met het verleden en hun leven ten goede proberen te keren. 

Óók, of júist, als ze een verpletterende boodschap hebben gekregen. ‘Je moet je richten op een leven binnen’ kreeg een andere jonge vrouw te horen. ‘Je komt nooit meer buiten.’ Het waren niet eens de stemmen in haar hoofd die spraken. Die haar eerder tot brandstichting hadden aangezet. En die haar nu vertellen dat de theaterdocent haar eigenlijk niet op het podium wil en steeds minder tekst zal geven.

Terwijl ze eigenlijk snakt naar dat spel. ‘Als je lang in TBS zit, word je niet meer aangeraakt. En als we samen spelen, raken we elkaar ook heel veel aan. En dat is gewoon heel fijn.’ En, ook niet onbelangrijk: de stemmen vallen stil. Even. Het geeft haar, en de andere deelnemers aan een theaterproject, wellicht de kans om binnenbrandjes te blussen en een nieuw beter ik te exploreren.

‘In de bajes zit je om wat je gedaan hebt…’, vertelt een doek in Delfts blauw. ‘In de TBS om wat je te doen hebt…’ Het is een opdracht waarmee ieder voor zich worstelt. Kamerling slaat dat proces van heel dichtbij gade en dringt zo door tot het zielenleven van haar personages, terwijl ze hen toch niet nodeloos onder het vergrootglas legt. Een nerveus tappende voet, voortdurend wrijvende vingers en een licht trillende haardos. Impressies uit levens in de pauzestand, die toch niet stil kunnen blijven staan.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS is hier te bekijken.

The Weight Of Gold

De post-Olympische blues. De depressie die onvermijdelijk volgt na deelname aan de Olympische Spelen. Ook als je wél Goud hebt gewonnen. ‘Wie ben ik buiten het zwembad?’ vroeg zwemmer Michael Phelps, die in totaal 28 medailles won tijdens de Spelen en daarmee de meest gedecoreerde atleet aller tijden is, zich gedurig af. Tijdens zijn carrière ging hij zo, veelal in stilte, door meerdere crises.

Phelps doet dienst als verteller van The Weight Of Gold (59 min.), een gestileerde documentaire van Brett Rapkin waarin diverse (voormalige) topsporters vertellen over hun psychische problemen; van de identiteitscrisis na een belangrijke wedstrijd of overwinning tot langdurige depressies. Een kwestie die volgens hen schromelijk wordt onderschat en die in de afgelopen jaren inderdaad al tot enkele bijzonder tragische gebeurtenissen heeft geleid. Één van de daarbij betrokken sporters komt zelfs aan het woord in deze film.

In topsport ben je nu eenmaal net zo goed als je laatste overwinning- of nederlaag. ‘Als je klaar bent, donder je gewoon van de lopende band’, stelt kunstschaatser Gracie Gold droog. En dan levert die band gewoon een nieuwe titelpretendent af. Zeker als jij opzichtig hebt gefaald, op dat ene moment dat het erop aankwam. Hordeloopster Lolo Jones kan daarover meepraten. In haar hele leven is ze volgens eigen zeggen drie keer over een horde gestruikeld. Juist in de finale van de honderd meter tijdens de Olympische Spelen van 2008 ging ze onderuit. ‘En nu sta ik bekend als het meisje dat over hordes struikelt.’

Net als andere topsporters verhaalt Jones ook over de voortdurende strijd om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Tijdens haar sportcarrière hield ze er noodgedwongen allerlei bijbaantjes op na. Dat leidde soms tot pijnlijke taferelen. Zoals toen ze in een fitnesscentrum achter de bar stond. Terwijl ze smoothies maakte, verscheen haar Olympische race op de beeldschermen. ‘Ben jij dat?’, vroegen klanten. Ze konden niet geloven dat zij, de Olympische sporter, daar voor zeven dollar per uur drankjes stond te schenken. En toen de lopende band een kekke opvolgster had afgeleverd, kwam ook haar zorgverzekering nog op de tocht te staan.

Trefzeker toont The Weight Of Gold zo de achterkant van de gouden medaille, een survival of the fittest waarbij ook de winnaar uiteindelijk kan verliezen.

De Pedaalridder – Het Buitenaardse Leven Van Willem Koopman

RTV Rijnmond

‘Hij reed zo het beeld uit’, zegt stadgenoot Jules Deelder met zijn gebruikelijke gevoel voor theater. Willem Koopman was niet te stoppen tijdens het Nederlands kampioenschap baanwielrennen in 1967. Die titel was voor hem. Dat ene pilletje, net voor de meet, had hij echter beter niet kunnen nemen. De Rotterdammer moest zijn titel inleveren. Hij werd ook geschrapt als partner op de tandem van Jan Janssen, die bij de Olympische Spelen van 1968 zilver won met een andere teamgenoot. Koopman zou de top nooit bereiken en ging de boeken in als dopingzondaar. ‘Een Lance Armstrong avant la lettre’, aldus Deelder.

Daarna ging het rap bergafwaarts met de sprintkampioen: (kleine) criminaliteit, psychisch verval en, uiteindelijk, dakloosheid. Deelder ontmoette hem in de herentoiletten van een Rotterdams café, vertelt hij in de bijzonder vermakelijke documentaire De Pedaalridder – Het Buitenaardse Leven Van Willem Koopman (49 min.) van zijn dochter Ari Deelder uit 2016. Het kwam zelfs tot een transactie tussen de beide heren. Over de details wil de dichter met de rappe tong verder niet uitweiden. Het is immers niet zeker of de deal is verjaard.

Gaandeweg ontwikkelde Koopman een geheel eigen visie op dit aardse bestaan, dat volgens hem ieder moment onder vuur kon worden genomen vanuit het heelal. Voor de zekerheid bouwde hij alvast ruimteschepen met de gesmolten stampers van zijn Tonic. In 1995 vertelde de oud-wielrenner in het televisieprogramma Sportpaleis de Jong zelfs dat hij niet was geboren, maar uit grond kwam en was geleverd door de spin Atlanta. Interviewer Wilfried de Jong sprak de inmiddels wat smoezelige en duidelijk verwarde oudere man niet tegen. ‘Ik ben wereldkampioen op de 300 meter’, vertelde Koopman nog. ‘Met 1100 kilometer per uur.’

Deze film is een geslaagde verbeelding van Koopmans wonderlijke belevingswereld. Ari Deelder heeft scènes uit zijn absurde leven in een theatrale setting laten naspelen door de acteurs Klaas Postmus en Raymond Thiry. Tussendoor plaatst ze interviews met intimi van de man die in Rotterdam een absolute cultstatus heeft verworven. Dat wordt nog eens bevestigd door de sixtiesband The Kik. Die maakte de tributesong Van Wie Hij Was En Wie Hij Is, waarmee dit joyeuze en liefdevolle portret naar een fijne climax wordt gebracht. ‘Ik denk dat Willem ons met zijn manier van praten en leven beschermde tegen de saaiheid van het bestaan’, heeft Wilfried de Jong even daarvoor nog gezegd. Lachend: ‘Als je daarnaar keek, dacht je: ja, zo kun je ook leven!’

Bedlam

PBS

‘Budi-budi-boop!’, ratelt Johanna. ‘Ik hou van iedereen’, voegt ze eraan toe. ‘Budi-budi-boop! Mijn waarheid zal me vrijmaken.’ Een arts van de psychiatrische Eerste Hulp in Los Angeles probeert haar ondertussen vragen te stellen, maar de 23-jarige vrouw raast in een manisch tempo door. ‘Budi-budi-boop! Ik zag hoe Michael Jackson stierf. Budi-budi-boop. Ik ben niet wie ik ben, begrijp je wel?’

Medicatie wil Johanna echter niet. Als blijkt dat er echt niet met haar valt te praten, krijgt ze uiteindelijk, onder enige dwang, tóch een spuit toegediend. Die brengt haar even onder zeil. De jonge Amerikaanse vrouw is gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en zit midden in een psychotische episode.

Een jaar later oogt dezelfde Johanna een stuk rustiger. Na een periode van in en uit het ziekenhuis is ze nu weer thuis. En flink aangekomen, dat ook. Waarschijnlijk als gevolg van de medicijnen die ze voorgeschreven heeft gekregen. Met die pillen is Joanna nu al enkele maanden gestopt, vertelt ze echter monter aan haar bezorgde vader.

Als de Amerikaanse filmmaker Kenneth Paul Rosenberg, zelf ooit opgeleid tot psychiater, haar weer een jaar later opnieuw thuis opzoekt, zijn de gevolgen daarvan direct zichtbaar: Johanna heeft zichzelf helemaal volgetekend met viltstift, haar woning is een bende en ze dendert weer in een nét iets te hoog tempo door de dag.

Het is een even pijnlijk als vertrouwd beeld, dat enkele malen terugkeert in de documentaire Bedlam (84 min.): van gewone mensen met een psychiatrische aandoening die even lijken op te krabbelen en dan toch weer een terugval hebben. Hun bipolaire stoornis of schizofrenie laat zich nooit definitief de kop indrukken.

In veel westerse landen belanden zulke ‘verwarde mensen’ tegenwoordig eerder op straat of in de cel dan op een plek waar ze echt worden behandeld, stelt Rosenberg. Hij plaatst dat in z’n historische kader: het sociale vangnet dat ooit was opgetuigd, is vanaf de jaren zeventig op een zodanige manier toegetakeld dat het tegenwoordig letterlijk levensgrote gaten bevat.

De filmmaker weet waar hij over praat: zijn eigen zus heeft tientallen jaren met ernstige psychiatrische problemen gekampt. En Rosenbergs gezin met haar. Dat familieverhaal verweeft hij in Bedlam best soepel met pogingen om de psychiatrische zorg te verbeteren en de lotgevallen van enkele doktoren en patiënten die hij gedurende enkele jaren geregeld heeft opgezocht met de camera.

Zoals Johanna, de verpersoonlijking van die bijzonder weerbarstige problematiek. ‘Wat het zo lastig maakt is dat je je een tijd behoorlijk normaal voelt’, zegt ze tegen het eind van de film, weer helemaal bij zinnen. ‘En dan ineens heb je een terugval.’

Alles Wat We Wilden

All we ever wanted is everything, kalkte de Amerikaanse filmer, schrijver en graphic designer Mike Mills ooit op een poster. De slogan doet dienst als leidmotief voor deze persoonlijke film van Sarah Domogala en vat tevens heel aardig de levenshouding samen van veel millennials. In Alles Wat We Wilden (49 min.) uit 2010 portretteert de filmmaakster enkele jongvolwassenen uit de creatieve sector.

Die zijn stuk voor stuk jong, mooi en gelukkig. Ze hebben een creatief beroep: vormgever, fotograaf, modeontwerper, illustrator of scenarioschrijver. En ze zijn internationaal georiënteerd en wonen rustig in het ene land terwijl ze er in het andere een werkplek op nahouden. Aan hun helblauwe lucht is werkelijk geen vuiltje te ontdekken, zo lijkt het.

Totdat je nog eens goed kijkt. Achter de façade van een jaloersmakend succesvol bestaan, door Domagala zorgvuldig geënsceneerd in een gestileerde film, gaat heel gewone menselijke kwetsbaarheid schuil: twijfel, onzekerheid en angst. Gevoelens die nog eens worden versterkt door het leven dat zij leiden in het publieke domein, waar werkelijk iedereen jong, mooi en gelukkig is.

Domogala agendeerde dit thema, dat heden ten dage alomtegenwoordig lijkt in het leven van opgroeiende jongeren, dus al tien jaar geleden en geeft tevens voorbeelden van de problematiek die daaruit kan voortvloeien, zoals burnout, faalangst, paniekaanvallen en depressie. In die zin voelt deze egodocu als een aanklacht tegen de schijn van het zijn.

Ze verpakt die boodschap met fraaie figuratieve beelden en een kekke soundtrack, waaronder dEUS, CocoRosie en Beirut, en schuwt ook kritische vragen niet. Is dit niet gewoon gezeur? houdt ze haar ogenschijnlijk geprivilegieerde gesprekspartners voor. Of luxeproblematiek? En zouden mensen in Afrika ook last hebben van dit soort problemen?

Die vraag stellen is hem tevens beantwoorden. Maar wat heb je daaraan als talentvolle en ambitieuze Nederlandse adolescent, die zijn eigen leefomgeving natuurlijk ook niet zelf heeft uitgekozen?

Mister Soul – A Story About Donny Hathaway

Getty Images / VPRO

Kun je te veel talent hebben? De Amerikaanse soulzanger Donny Hathaway had misschien een gave, maar soms begonnen zijn hersenen te ‘kriebelen’. Zijn hele omgeving kreeg het op een gegeven moment in de gaten. Zijn echtgenote Eulaulah, natuurlijk. Manager Ed Howard. En zijn kibbelende broer en zussen. Als Donny zong, zag je het nauwelijks. Totdat je hem eens goed in zijn ogen keek.

Paranoïde schizofrenie, luidde uiteindelijk de diagnose. Voor de man die een grootheid in de zwarte muziek had moeten worden en die nu een stem krijgt, letterlijk, ingesproken door Frank Sheppard, in deze documentaire van David Kleijwegt. Mister Soul, zo heet Hathaways alter ego, een man in zwarte regenjas, die de zanger overal achtervolgde en elke mogelijke vorm kon aannemen.

Mister Soul – A Story About Donny Hathaway (85 min.) is geen traditionele biografie of routinematig carrièreoverzicht, maar een psychologisch portret van de vergeten zanger die steeds meer verstrikt raakte in zichzelf. Hoewel Kleijwegt allerlei essentiële personen uit diens leven spreekt, laat die zich ruim veertig jaar na zijn dood nog altijd niet in zijn ziel kijken. Donny Hathaway blijft een enigma.

Waarschijnlijk is dat precies de reden dat hij nog steeds tot de verbeelding spreekt van collega’s als zangeres Roberta Flack, met wie de zanger veelvuldig samenwerkte, en de befaamde dominee/politicus Jesse Jackson, die uiteindelijk ‘s mans grafrede zou uitspreken. Ze hebben nooit helemaal vat gekregen op het genie Donny Hathaway.

Kleijwegt geeft Hathaways gedragen songs intussen een bijna mythisch karakter met sfeervolle beelden van de afro-Amerikaanse gemeenschap die hem ooit heeft voortgebracht en die enkele decennia later nog altijd sporen van hem herbergt. Al is het maar via de bevlogen zang van zijn broer en zussen, die zelf ook de schaduwzijden van het bestaan hebben leren kennen…

Mister Soul: A Story About Donny Hathaway is hier te bekijken.

De Kracht Van De Kringloopwinkel

VPRO

Upcyclen, het geven van nieuw leven aan oude spullen, is het centrale thema van de nieuwe vijfdelige serie De Kracht Van De kringloopwinkel van Frank Wiering, het vervolg op Het Succes Van De Kringloopwinkel uit 2017. En de kringloopwinkels doen natuurlijk ook aan het upcyclen van mensen. Binnen de veilige context van de Kringloop hervinden ze zichzelf en elkaar.

Het is daarom zeker geen toeval dat ook de nieuwe serie rond Kerstmis wordt uitgezonden. De kracht van de kringloopwinkel appelleert aan een idee van naastenliefde, dat in de donkere dagen van het jaar menigeen in zijn greep krijgt. Met terloopse gesprekjes met medewerkers en bezoekers probeert Wiering dat idee te pakken te krijgen.

Zo ontmoet hij in Kringloopcentrum Amersfoort bijvoorbeeld de Amerikaanse Sally, die met haar eigen team De Eksters textiel omwerkt tot designtassen. En die mogen ze op Koningsdag aanbieden aan de Koninklijke Familie. Tenminste, als die besluit om halt te houden bij hun kraam. En de leden van het Koninklijk huis toeroepen, dat mag natuurlijk niet…

Via de mensen die voor zijn camera verschijnen brengt Frank Wiering, die het geheel met voice-overs aan elkaar praat en verluchtigt met golden oldies die zo uit de platenbakken van de Kringloop zijn geplukt, de achterkant van de participatiesamenleving in beeld: Nederlanders die ooit over de rand vielen of dreigden te vallen en in een beschutte omgeving aan een nieuw leven zijn begonnen.

Searching Eva

searchingeva.com

‘Ich will dass du mich stosst’, instrueert de klant Eva. Die zin wil de man graag horen terwijl hij haar neemt in een hotelkamer. Eva probeert het, maar de woorden komen maar niet lekker uit haar mond. Het beeld wordt zwart: ‘Some sex advice, please: I love my boyfriend but I don’t feel comfortable sucking his dick.’ Gevolgd door: ‘How can I feel empowered with a massive penis in my mouth?’

Was getekend, internetpersoonlijkheid Eva Collé. De even grillige als exhibitionistische hoofdpersoon van Searching Eva (84 min.). Of zoals ze het zelf verwoordt, als één van haar social media-volgers betwijfelt of ze wel echt bestaat. ‘Eva Collé. 1992. Woonachtig in Berlijn. Sterrenbeeld: maagd. Biseksueel. Zelf gediagnosticeerd autistisch. Officiële diagnose: bipolaire stoornis. Sekswerker. Schrijver. Muzikant. Anarchist. Feminist…’

Deze debuutfilm van de Duitse regisseur Pia Hellenthal is al even onconventioneel als de hoofdpersoon ervan. Een soort visueel dagboek van een jonge vrouw, die haar complete leven deelt met de rest van de mensheid. Elke scène is zorgvuldig dan wel volledig geënsceneerd. Met straffe shots, die zo nu en dan vet worden aangezet met lekker dwarse muziek. Waarin Eva (artiestennaam) alles laat zien. Letterlijk en figuurlijk. En toch blijft ze volstrekt ongrijpbaar.

‘Are you purposely making your life sound shit to be more interesting?’ wil één van haar volgers weten als de protagoniste haar getroebleerde achtergrond schetst. Ze overstelpen Eva met impertinente vragen en opmerkingen. Die vormen, samen met haar antwoorden en persoonlijke ontboezemingen, het karkas van deze ontregelende film, die de hoofdpersoon in de meest intieme settings toont en met hinkstapsprongen steeds dichterbij haar komt.

Als Eva een volledig verzonnen personage zou blijken te zijn, dan zou dat geen verbazing mogen wekken. Het zou tegelijkertijd op geen enkele manier afbreuk doen aan Searching Eva, een provocerend portret van een jonge, onthechte vrouw, dat tevens kan worden geïnterpreteerd als het compromisloze visitekaartje van een compleet verwar(ren)de wereld.

Het Voorland Is Back

2doc.nl

Hoe ga je om met de zelfdoding van een dierbare? En ook: hoe leef je daarna zelf verder? Die vragen staan centraal in de korte interviewdocumentaire Het Voorland Is Back (44 min.), een film van Susanne Heering. Haar zus Annemartien maakte op 32-jarige leeftijd een einde aan haar leven.

Coen Verbraak gaat in gesprek met Heering en haar broer en drie zussen over die fatale daad, waarschijnlijk als gevolg van een wild om zich heen grijpende bipolaire stoornis, en de aanloop en afwikkeling daarvan. Over verdriet, onmacht en boosheid – ook op jezelf.

Heering omlijst Verbraaks kenmerkende persoonlijke zitinterviews, die de hoofdmoot van deze film vormen, met familiefilmpjes en figuratieve beelden. Die zijn op hun beurt aangekleed met emotioneel geladen muziek. Het resultaat is een familieportret, dat het rouwproces van een gezin intiem in kaart brengt.

De zussen en broer van Annemartien Heering hebben na haar dood een stichting opgericht die zich sterk maakt voor een ‘bewezen effectieve aanvullende therapie voor mensen met een bipolaire stoornis’.

Het Voorland Is Back is hier te bekijken.

In De Armen Van Morpheus

Nederlands Film Festival

Morpheus, de Griekse god van dromen, wikt en beschikt. En wij, gewone mensen, zijn niet meer dan pionnen in zijn ondoorzichtige spel. Komt de slaap of juist niet? En hoe komt-ie dan? Zacht en kalm? Of woest en eng? En wanneer dan? Als je hem zoekt. Of steeds weer als je uit zijn greep probeert te blijven? En ook als we gewoon wakker zijn, ijlt zijn werk natuurlijk na. Als een zoete herinnering of onvervulde droom.

In De Armen Van Morpheus (80 min.) leven we levens die doorgaans verborgen blijven voor anderen. Dolend door een naargeestige wereld bijvoorbeeld. Zoals de ogenschijnlijk goedlachse Emily Simons, een Surinaams meisje met veelkleurig rastahaar en een verleden als Jehova’s getuige. Overdag probeert ze de beelden van de nacht op alle mogelijke manieren kwijt te spelen. Als clown en als illustrator bijvoorbeeld. Maar wat vertellen die beelden over haar en haar (familie)verleden?

Deze associatieve film van Marc Schmidt doolt als een slaapwandelaar door een wereld vol schimmige dagen en doorwaakte nachten. Langs restless legs, die een man van middelbare leeftijd regelmatig midden in de nacht tot een fietstocht door de stad dwingen. Via de aandoening narcolepsie, waardoor een jonge vrouw elk onbewaakt ogenblik kan worden overvallen door slaap en heftige dromen. Voorbij het zogenaamde exploding head syndrome, dat een man harde en vaak enge geluiden laat horen tijdens het inslapen of wakker worden.

En dan zijn er nog mensen met reguliere in- of doorslaapproblemen, die het dagelijks leven niettemin danig kunnen ontwrichten. ‘Het is alsof er een vuist in je lijf duwt: wakker blijven!’, vertelt de Vlaams schrijfster Astrid Haerens bijvoorbeeld over haar problemen om de slaap te vatten. ‘Maar het ergste aan slapeloosheid is dat je nooit kunt ontsnappen aan jezelf.’ Ze zou zichzelf soms zo graag willen kwijtspelen, zegt ze met gevoel voor drama. Of de ervaring op zijn minst willen delen. In haar nachtelijke omzwervingen van de geest staat ze evenwel volstrekt alleen.

Schmidts film is als een koortsachtige symfonie van beelden en geluiden, die zich ongevraagd aandienen, de hele boel ontregelen en dan weer wegsterven. Als kijker blijf je verbluft achter. Totdat Morpheus ze later, in de irrationaliteit van onze eigen nachtelijke uren, weer ontsluit in ons hoofd: een meisje in ondergoed dat in het aardedonker door het water waadt, de man die in zijn kamer met geluidsversterkers een kakofonie van sound en feedback produceert of een willekeurig ander tafereel uit deze zinnenprikkelende film dat je tijdens het kijken misschien niet eens bijzonder was opgevallen…

Gioia

Ze werd ooit Aphrodite, de Godin van de liefde. Het was geweldig! Gioia (24 min.) voelde zich mooier en opener dan ooit. Later daalde ze als Persephone af in de onderwereld. Naar ‘de kelder’ van haar psyche. Waar je dingen van jezelf tegenkomt die je eigenlijk niet wilt weten.

Beide ervaringen laten zich nauwelijks in woorden vatten. En ook de officiële karakterisering (psychose) schiet hopeloos tekort. De zinderende danssequenties van Scapino-danseres Mara Hulspas, in een choreografie van Liat Waysbort, in deze debuutfilm van radiomaker Laura Stek maken de wanen van Gioia veel beter invoelbaar. Zo moet het zijn geweest – of had het kunnen zijn geweest.

‘Ik heb nog nooit helemaal precies begrepen: wat is het verschil tussen de mensen die goed kunnen blijven functioneren en die daarnaast een rijke fantasiewereld hebben’, vraagt de hoofdpersoon zelf zich hardop af, ‘en de mensen die de wereld verlaten en in die fantasiewereld willen gaan wonen?’ Is dat dan wat we ‘gekte’ noemen? En wat houdt een normaal leven eigenlijk in? Is dat op de één of andere manier te overleven?

In deze gestileerde korte documentaire slaagt Laura Stek er glansrijk in om ons, gewone huis-, tuin- en keukenkijkers, een klein half uur in de wondere wereld van Gioia Norina Melody Fiorito (34), gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis, te laten wonen. Geen lineair verteld levensverhaal dus, maar een louterende, zintuiglijke ervaring, die overrompelende beelden, bewegingen en muziek in je achterlaat. Waardoor je er – een beetje zoals de hoofdpersoon – nét iets anders uitkomt.

Vanuit de achtergrond dringt zich steeds die andere realiteit op – van separeerruimtes, medicijnen en een, gaaaap, regelmatig leven. Als Gioia niet meer opgenomen wil worden, dient ze volgens eigen zeggen voortdurend rekening te houden met ‘de algemeen geaccepteerde werkelijkheid’. In hartje zomer doe je nu eenmaal geen winterkleding aan, ook al ben je van binnen nog zo koud. Die zwierige slalom langs waan en werkelijkheid geeft deze film, die in competitie is voor een Gouden Kalf, een enorme zeggingskracht.

Thuishaven

Nederlandse Filmacademie

In de psychiatrie mag je als patiënt nog geen schilderijtje aan de muur hangen, zo wil het verhaal. Uiteindelijk moet het vizier immers altijd gericht blijven op een leven buiten de instellingsmuren. En dus is het niet de bedoeling dat je je tijdens de behandeling thuis gaat voelen.

De 55 bewoners van het Judith van Swethuis in Amsterdam zijn echter uitbehandeld en proberen, met de mogelijkheden en onmogelijkheden die hen zijn gegeven, zo goed en zo kwaad als dat gaat te leven. In Thuishaven (25 min.), zijn afstudeerfilm voor de Nederlandse Filmacademie, observeert Niels Beth hen in hun kleine, beschermde wereld.

Hij vangt zo enkele indringende inkijkjes in het (samen) leven met een beperking. Als bewoner Joost, die tot dan versuft in zijn stoel heeft gehangen, tijdens een bijeenkomst van de religiegroep bijvoorbeeld ineens de telefoon opneemt en een geanimeerd gesprek begint, leidt dit tot irritatie bij de man die op dat moment voorgaat in het gebed.

Hij maant Joost het gesprek te stoppen. ‘Hans, Hans, ik zit midden in een vergadering’, probeert deze zijn (denkbeeldige?) gesprekspartner af te breken, terwijl zijn tics intussen steeds heviger worden. ‘Nee, in een gebed zitten we’, reageert de voorganger geërgerd, waarna hij de draad weer probeert op te pakken. ‘Met David bidden we…’

Met zulke treffende scènes kleurt Beth het leven van de bewoners van het Judith van Swethuis overtuigend in. Hun begeleiders Tanja en Jeffrey fungeren daarbij als verteller. Dat is op zich wat ongemakkelijk: er wordt – overigens met respect en in vrij algemene termen – wel óver de bewoners van het huis gesproken, maar niet mét hen. Waarschijnlijk illustreert die keuze echter vooral het sociale onvermogen van de hoofdpersonen.

Life Overtakes Me

Netflix

De kinderen stoppen met praten. Ze gaan gewoon liggen. En daarna willen ze steeds minder eten en drinken. Totdat ze er helemaal mee ophouden. In catatonische toestand vervolgen ze hun leven. Doods liggend in een rolstoel. Of gewoon op bed. In een soort coma. Voor enkele maanden. Een compleet jaar. Of… En hun ouders denken dat ze doodgaan.

De korte documentaire Life Overtakes Me (40 min.) belicht het zogenaamde berustingssyndroom, waaraan maar liefst honderden vluchtelingenkinderen in Zweden zouden lijden. De filmmakers John Haptas en Kristine Samuelson portretteren bijvoorbeeld een Oekraïense familie, die zich in eigen land bedreigd voelde en is gevlucht. Als de asielaanvraag van het gezin wordt afgewezen, begint hun ooit zo actieve dochter Daria zich terug te trekken in haar eigen wereld. Al acht maanden oogt ze als Sneeuwwitje, die nodig wakker gekust moet worden.

Ook de andere ‘afwezige’ kinderen in deze sobere film, die in leven moeten worden gehouden met sondevoeding, hebben hun eigen verhaal. Getuige van een moord, aanwezig bij een verkrachting. Getraumatiseerd, dat zeker. Tegenslagen in hun nieuwe vaderland zetten hun lijf vervolgens helemaal op slot. Is het zelfbescherming? Of belazeren deze kinderen en ouders de kluit, zoals sommige criticasters beweren, om zo een verblijfsvergunning voor hun familie af te dwingen?

De psychologen die in Life Overtakes Me aan het woord komen twijfelen niet aan het Resignation Syndrome, maar waarom juist vluchtelingen uit de Balkan of de voormalig Sovjet-republieken deze problemen hebben en waarom die zich vrijwel uitsluitend in Zweden manifesteren? Daarover tast eigenlijk iedereen in het duister. Intussen is het pijnlijk om te zien hoe de ouders, in afwachting van een definitief besluit over hun asielaanvraag, moeten hannessen met kinderen, die bevangen lijken te zijn door pure angst.

XY Chelsea

‘Misschien ben ik gewoon jong, naïef en dom’, schreef soldaat Bradley Manning aan Adrian Lamo, een hacker waarmee hij al een tijdje chatte en die hem niet veel later rücksichtslos zou verraden. Lamo gaf Manning aan bij het Amerikaanse leger: hij had in 2010 honderdduizenden geheime documenten gelekt naar de klokkenluiderssite Wikileaks, waaronder de geruchtmakende Collateral Murder-video met beelden van Amerikaanse soldaten die vanuit een helikopter willekeurige Iraakse burgers neermaaiden. Manning zou hoogverraad hebben gepleegd.

De Amerikaanse militair verdween in 2013 voor 35 jaar achter slot en grendel en groeide intussen uit tot een martelaar voor het vrije woord. En alsof dat nog niet genoeg was, maakte hij vanuit de cel bekend dat hij voortaan als vrouw door het leven ging en Chelsea genoemd wilde worden. De documentaire XY Chelsea (92 min.) pakt het verhaal op als Mannings advocatenteam begin 2017 te horen krijgt dat de Amerikaanse president Barack Obama, net voor het einde van zijn ambtstermijn, heeft besloten om hun cliënt strafvermindering te geven.

Enkele maanden later staat ze plotseling op straat, in een wereld die transvrouwen en ‘landverraders’ zoals zij met argusogen bekijkt. Vervreemd doolt Chelsea door haar nieuwe leven, gaat op bezoek bij de mensen die haar in de voorgaande jaren door dik en dun hebben gesteund en treedt in interviews en fotoshoots voor het eerst als vrouw in de openbaarheid. Intussen vertelt ze filmmaker Tim Travers Hawkins haar tragische levensverhaal.

Het resultaat is een unheimische film over een getroebleerd mens dat wil werken aan een nieuwe toekomst, maar steeds opnieuw wordt geconfronteerd met haar verleden. ‘Ik heb het gevoel dat ik in een hoek word gedreven’, zegt ze strijdbaar. ‘Ik heb geen andere keus dan terugvechten. Ik ga in elk geval zeker niet zitten wachten op het moment dat iemand mij, of ons allemaal, komt redden. Want de kans lijkt me groot dat er helemaal niemand komt.’

Terwijl Chelsea Manning spreekt, laat de filmmaker langzaam het geluid van een Trump-speech opkomen. De boodschap is duidelijk: ook van hem heeft Chelsea niets te verwachten. Enkele seconden later verschijnt er een tweet in beeld: transgenders zijn volgens de president niet welkom in het leger. Waarna de hoofdpersoon doet wat Amerikaanse helden doen in zulke situaties: ze pakt de handschoen op en haalt zich in dit stemmige portret weer een heleboel nieuwe problemen op de hals.

Max, Een Leven In TBS

Doxy

Als één rechterlijke maatregel voortdurend te maken heeft met pure incidentenpolitiek, dan is het TBS. Zodra een behandeling succesvol is en de voormalige patiënt weer probleemloos in de samenleving wordt opgenomen, hoor je er niets over. Elk incident, dat natuurlijk ook vaak gepaard gaat met gruwelijke delicten, leidt echter tot ophef in de media, politieke consternatie en massale verontwaardiging in de samenleving. Een systeem dat nuchter beschouwd een redelijk succes mag worden genoemd, ligt daardoor voortdurend onder het vergrootglas.

In Max, Een Leven In TBS (55 min.) vertellen Roy Dames en Jos Driessen het verhaal van Max, die in 2001 op 17-jarige leeftijd is aangehouden voor meerdere pogingen tot aanranding: het lastigvallen van een volwassen vrouw en een achtjarig jongetje. Op zulke vergrijpen staat – volgens de goedgebekte hoofdpersoon van de documentaire zelf – maximaal acht jaar gevangenisstraf. Hij zal dus hooguit vijf jaar en vier maanden vast hoeven te zitten, berekent Max, die dan al het nodige op zijn kerfstok heeft. Hij krijgt echter TBS opgelegd en wordt zo ontvanger – slachtoffer, zal hij zelf zeggen – van een behandeling met een open einde.

De navolgende jaren worden beheerst door één elementair dilemma: de ontkenningen van Max dat hij de delicten heeft gepleegd en zijn weigering om aan therapie mee te werken worden door de behandelaars geïnterpreteerd als bewijs dat hij niet mag/kan terugkeren in de samenleving, terwijl hijzelf in de vele rechtszittingen over het al dan niet verlengen van de dwangmaatregel volhoudt dat hij onschuldig is en dus niet anders kan dan dwarsliggen. Het zal hem 14 jaar van zijn leven kosten, waarvan een flink deel doorgebracht in de isoleercel. Uiteindelijk komt Max in 2015 als begin-dertiger vrij. Nog altijd even strijdbaar. En behept met een posttraumatische stressstoornis, zegt hij zelf.

Deze televisiedocumentaire is zijn verhaal. Interviewer Roy Dames doet geen poging om z’n beweringen kritisch te bevragen. Het weerwoord komt via citaten uit officiële rapporten over zijn persoonlijkheid, houding en gedrag. Het is geen gemakkelijke jongen, die Max. Hij zorgde voor allerhande problemen in de kliniek en wist zelfs een therapeute voor zijn karretje te spannen. Maar is hij daarmee ook een potentieel gevaar voor de samenleving? Ook dat kan niet voor honderd procent worden vastgesteld. In die zin is de messcherpe jongeling bijna een verpersoonlijking van het centrale dilemma van terbeschikkingstelling.

Wanneer is iemand een gevaar of juist klaar voor de samenleving? Die afweging is en blijft in eerste en laatste instantie altijd mensenwerk – en in zekere zin: giswerk. Deze film, waarin de hoofdpersoon in gesprekken en ontmoetingen met z’n vader Theo, zijn in TBS gespecialiseerde advocaat Jan-Jesse Lieftink en de gerenommeerde forensisch psychiater Hjalmar van Marle z’n relaas doet, maakt de dilemma’s van terbeschikkingstelling inzichtelijk, maar trekt geen al te gemakkelijke conclusies over schuld, onschuld en de (on)rechtvaardigheid van de aan Max opgelegde maatregel. Daarvoor is óók deze zaak, gebaseerd op delicten die op minderjarige leeftijd zouden zijn gepleegd, te gecompliceerd.

Avicii: True Stories

Netflix

Aan de hand van de ontknoping vormt zich ook het voorafgaande verhaal. Als Tim Bergling níet was gestorven op 28-jarige leeftijd, nu een jaar geleden, maar zichzelf helemaal had hervonden en een succesvol vervolg aan zijn carrière had kunnen geven, dan was deze documentaire vast beschouwd als een tamelijk stereotiep portret van een artiest die vastloopt in zijn eigen succes. Nu, door de tragische afloop op 20 april 2018, kan Avicii: True Stories (97 min.) eigenlijk alleen worden gezien als de weerslag van zijn onvermijdelijke tocht naar het einde.

Het begon zoals dat soort verhalen beginnen: een Zweedse tiener stuurt de liedjes die hij op zijn slaapkamer maakte naar zijn grote held, de Nederlandse deejay Laidback Luke, en wordt daarmee al snel buitensporig succesvol in de internationale dancescene. Daarmee lijkt het leuke er ook alweer vanaf: het bestaan van een artiest zoals Avicii gaat gepaard met eindeloos toeren, promotionele verplichtingen en de druk om steeds weer te scoren. De introverte Tim moet, door zijn ogenschijnlijk extraverte muziek, bovendien verplicht het middelpunt van elk feest zijn. ‘Ik liep achter een idee van geluk aan, dat niet van mijzelf was’, zegt hij er zelf over in deze achter de schermen-film van Levan Tsikurishvili, niet wetende wat dat idee nog voor hem in petto zal hebben.

Het is een tragische conclusie: een verlegen jongen verdwaald in een wereld die nooit de zijne kan worden. Hoezeer hij tijdens de opnames voor zijn tweede en laatste studioalbum Stories (2015) ook in zijn element lijkt en hoe hoog vakbroeders als David Guetta, Tiësto, Nile Rodgers en Wycleff Jean ook opgeven van zijn muzikale talent, uiteindelijk kan Bergling de stress niet meer kwijtspelen en bij zichzelf komen, zelfs niet in de steeds langer wordende rustperiodes. Drank en pijnstillers verergeren de zielenpijn alleen maar. Het leven dat een droom leek is dan allang, heel clichématig, een nachtmerrie geworden. Die zelfs met een afscheidsconcert, dat hem uit de wurggreep van de popbusiness moet bevrijden, blijkbaar niet valt af te sluiten.

Gaandeweg wordt in deze vier jaar omspannende documentaire – die soms voelt als de reconstructie van een tragisch ongeluk, waarbij de fatale klap gelukkig achterwege blijft – tevens duidelijk hoe begenadigd Avicii als componist en producer was. Met gevoel voor drama zou je zelfs kunnen stellen dat hij een jaar te laat is overleden. Anders had Tim Bergling, die stille jongen uit Stockholm die de hypercatchy soundtrack voor ’s werelds millennials verzorgde, zonder enige twijfel kunnen toetreden tot de selecte Club van 27. Het zou bepaald geen misselijk rijtje zijn geweest: Brian Jones, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison, Kurt Cobain, Amy Winehouse én Avicii.

Verward

EO

Momentje hoor, daar komt iemand’, zegt Will tegen de camera die hij altijd op zijn buik draagt, ook tijdens het fietsen. Iemand op een brommer komt hem tegemoet gereden in de polder. Zodra die is gepasseerd, hervat Will zijn verhaal. ‘Ik heb hier met groepsstalking te maken, met gangstalking. Met organised harassment. En mind control, of althans een poging daartoe. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik besef dat ik mijn leven lang al gemonitord word en gemanipuleerd.’

Will uit ‘s-Hertogenbosch is de hoofdpersoon van Verward (57 min.), een documentaire van Jos de Jager. Die vermeldt meteen aan het begin van de film dat hij Will bewust niet herkenbaar in beeld heeft gebracht. Tegelijkertijd heeft Will bij het maken van zijn eigen beelden ‘soms een andere keuze gemaakt’. En dat laat De Jager dan wél zien. Zodat we het gezicht van de man die er de wildste complottheorieën op nahoudt gewoon kunnen zien. Een onnavolgbare redenering. Had De Jager Will niet écht tegen zichzelf in bescherming moeten nemen?

De strijd van de Bosschenaar met zijn buren en de plaatselijke woningbouwvereniging Zayaz doet soms denken aan de voortdurende conflicten die Matthijs met zijn directe omgeving uitvecht in De Regels Van Matthijs, de aangrijpende film van Marc Schmidt. Van dat kaliber is Verward niet. De televisiedocumentaire, die voor het leeuwendeel bestaat uit beelden die Will zelf heeft gemaakt (en die hij normaal op YouTube zet), geeft wel op indringende wijze de belevingswereld van iemand met paranoïde wanen weer. Dit is zíjn perspectief op de werkelijkheid, waaraan De Jager met enkele kritische interviewvragen slechts beperkt morrelt.

‘Waaraan heb ik het verdiend dat ik zo behandeld word?’ vraagt Will aan de rechter die zijn verweer tegen een mogelijke huisuitzetting behandelt. Het is allemaal de schuld van de – en dan volgt zijn vaste riedel – fascisten, psychopaten en satanisten, die hem stelselmatig in de gaten houden en intimideren. Totdat, zoals één van zijn buurtgenoten het treffend uitdrukt, de bom barst… Dat fatale moment, waarop bij Will of één van de mensen uit zijn directe omgeving de stoppen doorslaan, lijkt nooit ver weg.

In deze documentaire vindt Will ongetwijfeld weer validatie voor zijn continue strijd tegen alles en iedereen. Anderen zien hoe een actueel maatschappelijk probleem – ruim negentigduizend meldingen over verwarde mensen per jaar – (g)een menselijk gezicht krijgt. ‘Ik ben niet verward’, constateert Will nochtans stellig in deze film, die ongetwijfeld het nodige rumoer zal veroorzaken. ‘Júllie zijn verward.’

The Devil And Daniel Johnston

Ik herinner het me als de dag van gisteren: ‘I heard the Jews are having a pyjama party at the concentration camp.’ Hij zei ’t echt, tijdens een optreden op het Take Root-festival in Tilburg in 2002. De Amerikaanse singer-songwriter Daniel Johnston. Een dikkige wereldvreemde kerel, die zich met onvaste stem en onbeholpen gitaarspel door zijn eigen oeuvre worstelde. De Holocaust-grap vormde de anticlimax van een sowieso erg ongemakkelijk optreden, waarin hij ook nog verhaalde over een man die de doodstraf had gekregen vanwege een zelfmoordpoging.

Helemaal verbaasd over zijn ontregel(en)de gedrag konden concertgangers niet zijn. De wilde verhalen waren Johnston al vooruitgesneld. En die werden drie jaar later, in 2005, allemaal nog eens bevestigd, van een zeer persoonlijke context voorzien en met ongelooflijk veel verve uitgeserveerd in de overrompelende documentaire The Devil And Daniel Johnston (110 min.) van Jeff Feuerzeig. Het is een portret waarin de hoofdpersoon op alle mogelijke manieren aanwezig is (via zijn muziek, kunstprojecten, familiefilmpjes en archiefmateriaal), maar zelf niet wordt bevraagd. Dat is ook nauwelijks mogelijk.

Behalve een hele stoet liefhebbers en fans komen wel zijn betrokken vader, moeder, broer en zus aan het woord. Daniel zelf laat van zich horen via talloze audiocassettes die hij gedurende de jaren heeft gemaakt. Daarop stort hij zijn hart uit, gaat als een gek tekeer over Satan en legt tevens stiekem situaties in familiekring vast. ’Ik wil niet dat mijn zoon het lachertje wordt’, hoor je zijn moeder Mabel bijvoorbeeld tegen de jonge Daniel tieren. ‘Maar dat is wat je bent.’ De instabiele artistiekeling, gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis, blijkt al van jongs af aan het zorgenkindje van een gelovig gezin. Volgens zijn beste vriend David Thornberry noemde zijn moeder hem regelmatig een ‘unprofitable servant of the Lord’. Daniel zelf verbasterde dat op geheel eigen wijze dan tot ‘an unservicable prophet’.

Daniels beeld van de wereld komt gaandeweg steeds meer op gespannen voet te staan met de werkelijkheid van anderen. Op de plaatselijke kunstacademie ontmoet hij bijvoorbeeld de liefde van zijn leven Laurie Allen, die hij op camera braaf ‘I love you, Danny’ laat zeggen. Zij heeft echter geen idee van zijn gevoelens en al wel een vriendje. Meer heeft Daniel niet nodig om in een diepe depressie te raken. In zekere zin geniet hij, volgens zijn vriend David, echter ook van de ontstane situatie: met haar afwijzing heeft hij iets om zich diep ongelukkig over te voelen. Er zullen nog vele inzinkingen volgen, met de bijbehorende waanbeelden, paranoia en verplichte opnames – en onnavolgbare muziek en tekeningen.

Illustratief is een bizar optreden in de New Yorkse undergroundclub Piers Platter, waarbij Daniel het publiek laat meezingen met het bijzonder macabere lied Funeral Home: ‘Funeral home. Funeral home. Going to the funeral home. Got me a coffin, shiny and black. I’m going to the funeral and I’m never coming back.’ Met zulke ziel snijdende performances verwerft hij begin jaren negentig een cultstatus, zeker nadat Nirvana-zanger Kurt Cobain zich laat vereeuwigen met een Daniel Johnston T-shirt. Vanuit een psychiatrisch ziekenhuis onderhandelt de man zelf intussen met platenmaatschappijen. Tot een succesvolle carrière zal het echter nooit komen. Johnston blijft een figuur in de marge, die vanuit zijn ouderlijk huis een gestage stroom songs en tekeningen (die ook worden geëxposeerd en verkocht) op gang houdt.

‘Ik weet zeker dat Daniel straks naar de hemel gaat’, zegt één van de sprekers in deze bijzonder aangrijpende film. ‘Want in de hel is hij al geweest.’

In 2015 verscheen er nog een lekker speelse korte film met de singer-songwriter, getiteld Hi, How Are You Daniel Johnston?, waarin geanimeerde versies van de jeugdige en oudere Daniel met elkaar in gesprek gaan en de filmmaker zelf, Gabriel Sunday, in enkele scènes een jonge Johnston speelt. Met bovendien een fraai nummer van Lana del Rey, Some Things Last A Long Time.

Buddy

Amstel Film

Zijn legerbuddy in Afghanistan wist hem ooit weg te krijgen na een explosie, zijn huidige buddy Mister helpt hem nu om met de gevolgen van z’n uitzending naar Uruzgan om te gaan. Trevor Viera is gediagnosticeerd met een post-traumatische stress stoornis, zijn hulphond beschermt hem tegen zijn angsten en herinneringen. Zonder de hond zouden ze waarschijnlijk uit elkaar zijn, bekent Trevors vrouw in deze fraaie film van Heddy Honigmann.

Trevor is één van de zes hoofdpersonen – of, zo je wilt: bijfiguren – van Buddy (86 min.). De echte helden luisteren naar namen als Kai, Utah en Makker. Ze staan trouw naast je, helpen je met aan- en uitkleden of lopen voor je uit als je helemaal niets ziet, kampt met autisme of bent veroordeeld tot een rolstoel. Honigmann slaat hen liefdevol gade en voert persoonlijke gesprekken met hun baasjes.

Die dichten hun steun en toeverlaat bijna menselijk eigenschappen toe. Missy is volgens de man die ze terzijde staat, psycholoog Hans Dekker, rustig, zelfverzekerd en filosofisch. Hij vergelijkt hun omgang zelfs met liefde. ‘Het is een hond en ik ben een mens. Ik vind het heel bijzonder dat wij op deze planeet leven en dat contact met elkaar kunnen hebben, ook al zijn we zo verschillend.’

Is dat wat baas en hond delen liefde, vriendschap of gewoon een relatie van werkgever en werknemer? Afgaande op de liefdevolle manier waarop de eigenaren hun dieren toespreken en aanhalen gaat het beslist om meer dan een zakelijke transactie. Daarbij hoort ook een wrange constatering: in een mensenleven passen meerdere hondenlevens. Afscheid nemen is dus een onvermijdelijk onderdeel van het leven met een hulphond.

Honigmann brengt die onderwerpen invoelend ter sprake. Ze interviewt haar subjecten niet, maar voert gewone gesprekken, van mens tot mens. Over mens en dier. Het belang van de honden brengt ze bovendien overtuigend in beeld met nachtcamera’s die registreren hoe de buddy’s in de beslotenheid van de slaapkamer waken over hun baasjes, die zich blind kunnen overgeven aan de zorg van hun gedienstige dieren.

De hulphonden bieden zelfs een luisterend oor. Oorlogsveteraan Trevor kan bijvoorbeeld moeilijk onder woorden brengen wat hem dwarszit. Dat heeft hij echter wel aan Mister toevertrouwd, bekent hij. ‘Hij vertelt niks door.’ Glimlachend: ‘Dat weet ik zeker.’