My Name Is Pauli Murray

Amazon Prime

In 1940, vijftien jaar voordat Rosa Parks in de bus weigerde om op te staan voor een witte passagier, deed een andere zwarte vrouw min of meer hetzelfde. Zij is echter behoorlijk in de vergetelheid geraakt. My Name Is Pauli Murray (93 min.) zet de schijnwerper op deze opmerkelijke persoonlijkheid, die een groot deel van haar leven op de barricaden stond voor een eerlijkere wereld.

Pauli Murray (1910-1985) schreef vlammende brieven aan president Franklin Roosevelt en raakte bevriend met zijn vrouw Eleanor. Later stond ze in de frontlinie van de burgerrechtenstrijd. En als feministe van het eerste uur maakte ze zich sterk voor gelijke rechten voor vrouwen. Intussen paste ze als persoon niet in de vaste hokjes voor de twee geslachten: ze voelde zich een man in een vrouwenlichaam en had jarenlang een relatie met een andere vrouw. Murray worstelde bovendien haar hele leven met depressies en andere psychische problemen.

Elementen genoeg, kortom, voor een doorleefd portret van een strijdbare activiste die vaak voor de muziek uitliep en daardoor lang niet altijd de credits kreeg voor haar baanbrekende werk. Deze film van Betsy West en Julie Cohen (samen ook verantwoordelijk voor RBG, een portret van de linkse superster van het Amerikaanse hooggerechtshof Ruth Bader Ginsburg) brengt alle elementen van Murrays veelzijdige leven netjes bij elkaar, inclusief fragmenten uit haar vele geschriften en audio-opnames waarin ze uit eigen werk voorleest. De film kleurt alleen een beetje al te nadrukkelijk binnen de lijntjes.

Alle sprekers – vrienden en kennissen, enkele biografen en zwarte professoren die het belang van haar leven en werk duiden – vertrekken vanuit min of meer dezelfde positie: dat Pauli Murray een sleutelrol heeft gespeeld in de vrijmaking van groepen die in de Verenigde Staten van de twintigste eeuw een achtergestelde positie hadden. Dat uitgangspunt snijdt ongetwijfeld hout, maar is niet per definitie ook een vruchtbare basis voor een verhaal dat echt sprankelt, knarst of verrast. My Name Is Pauli Murray is uiteindelijk vooral een aansprekende preek voor de eigen parochie.

Britney vs Spears

Netflix

Als het bij één beroemdheid logisch is dat documentairemakers met elkaar wedijveren om haar unieke verhaal te kunnen vertellen, dan is het bij de Amerikaanse zangeres Britney Spears. Tegelijkertijd is het bijzonder tragisch dat zij zelf, terwijl ze al enkele jaren met haar vader/curator Jamie in gevecht is om weer zeggenschap te krijgen over haar eigen leven, ook over dat verhaal weinig tot niets te zeggen heeft. Britney is van iedereen geworden. Van iedereen, behalve van zichzelf.

En dus is er na Framing Britney Spears, opvolger Controlling Britney Spears, The Battle For Britney, Toxic: Britney Spears’ Battle For Freedom en allerlei B-docu’s over dezelfde kwestie nu de ambitieuze Netflix-productie Britney vs Spears (94 min.). Documentairemaker Erin Lee Carr en Rolling Stone-journalist Jenny Eliscu, die de popster enkele keren interviewde, zijn er naar verluidt al tweeënhalf jaar geleden aan begonnen, ruim voordat de Britney-gekte van 2021 losbarstte.

Hun film verschijnt natuurlijk wel te midden van die commotie, als Spears bovendien serieuze pogingen onderneemt om af te komen van de ondertoezichtstelling waarmee ze al sinds 2008 heeft te kampen. De twee makers zijn ook niet helemaal neutraal aan hun project begonnen: Carr was als kind fan van Britney Spears en Eliscu heeft in het verleden meegewerkt aan een poging om de zangeres een verzoek te laten ondertekenen waarin ze om een nieuwe advocaat vroeg.

Het is duidelijk dat het tweetal serieuze twijfels heeft over waarom Britney Spears al jarenlang – een periode waarin ze gewoon albums maakt, blijft optreden en jurylid is in het tv-programma X Factor – onder curatele staat. Hun zoektocht naar bewijsmateriaal en documenten en de verzameling bronnen uit Spears’ directe omgeving die ze weten te verleiden om (desnoods anoniem) te getuigen maken nochtans een gedegen indruk en brengen opvallende kwesties aan het licht over de aanhoudende ondertoezichtstelling.

Britney vs Spears legt zich volledig toe op zulke onderzoeksjournalistiek en laat het verplichte carrière-overzicht, bespiegelingen over hoe de entertainmentindustrie z’n eigen sterren helemaal kan opvreten of een portret van de doldwaze #FreeBritney-beweging achterwege. Dit is de achterkant van het gevecht tussen Britney Spears en haar curatoren, waarvan haar eigen vader het gezicht is geworden. Die opponenten komen overigens niet aan het woord in deze krachtige film. Net als de zangeres zelf.

Natuurlijk, zou je bijna zeggen.

Echo – Theater In De TBS

Nederlands Film Festival

‘Ik denk dat stafleden in de kliniek in de regel wat meer echo’s zijn en de patiënten wat meer Narcissus zijn’, vertelt geestelijk verzorger en scriptschrijver Okke Wisse in Echo – Theater In De TBS (85 min.). ‘Dus het gevaar van het staflid is, is dat het alleen maar de echo is van de patiënt. En het gevaar van de patiënt is, is dat ie alleen maar de ander, het staflid, kan gebruiken voor zichzelf. Wat je eigenlijk zou hopen is dat op het toneel wat de kliniek is de Echo’s en Narcissussen gaan begrijpen dat ze vastzitten in zichzelf.’

En dan sluiten de betraliede deuren zich, aan het begin van deze intrigerende film van Ingrid Kamerling, voor de beslotenheid van de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht. Daar werken geanonimiseerde patiënten in een intieme setting met behandelaars aan hun toekomst. Tegelijkertijd wordt er gerepeteerd voor een uitvoering van het klassieke verhaal van Narcissus, verliefd op zijn eigen spiegelbeeld, en de nimf Echo, die tevergeefs zijn aandacht probeert te trekken. De TBS-kliniek gaat overigens niet helemaal op slot, want ook wijkbewoners zijn van harte welkom om aan te sluiten bij de repetities voor de voorstelling.

Tijdens heel persoonlijke gesprekken met de verschillende hulpverleners, die veel dichter bij hun patiënten komen dan je als buitenstaander misschien zou verwachten, laat Kamerling de camera als spiegel fungeren. Letterlijk: in de cameralens is zij zelf als interviewer te zien, zodat haar gesprekspartners recht in de camera kunnen spreken. En figuurlijk: de camera als spiegel voor de werkelijkheid en ieders visie daarop. Aan de behandelaars legt de documentairemaakster, die tevens werkzaam is als psycholoog, bovendien de vraag voor wat zij eigenlijk komen halen en brengen in de kliniek – en of dat nog wel te dragen is.

Een jaar geleden bracht Ingrid Kamerling al de korte film Rusteloze Zielen: Echo’s Uit De TBS uit. In die voorstudie stonden enkele patiënten en hun theaterlessen centraal. Met deze groter opgezette zusterfilm, waarvoor drie jaar is gefilmd in de kliniek, wordt ook hun behandelteam vol in de spotlight gezet. Via (zelf)reflectie, interactie en theaterscènes van zowel patiënten als hulpverleners schildert Kamerling zo een alternatief portret van een wereld, die vaak als eng en gevaarlijk is afgespiegeld – en nochtans wordt bevolkt door gewone mensen, met stuk voor stuk hun eigen thema’s, verwachtingen en issues.

Monsters Inside: The 24 Faces Of Billy Milligan

Netflix

De diagnose meervoudige persoonlijkheidsstoornis – of de hedendaagse benaming: dissociatieve stoornis – kan doorgaans op scepsis rekenen. Zeker als die wordt ingezet als verklaring voor criminele uitspattingen van de patiënt. Dan duurt het nooit lang voordat iemand ‘onzin!’ roept. Of: ‘geweldige acteerprestatie!’

Bij Billy Milligan, in 1977 opgepakt omdat hij enkele vrouwen zou hebben verkracht op de Ohio State-universiteit, ging dat natuurlijk niet anders. Was dit een truc van zijn verdediging of een zinsbegoocheling van nét iets te gewillige zielenknijpers? Of was er daadwerkelijk iets aan de hand met de 23-jarige Amerikaan, die toen al een aanzienlijke psychiatrische historie had? En waren al die persoonlijkheden dan inderdaad onderdeel van een overlevingsstrategie – net als bij de hoofdpersoon van de toenmalige bestseller Sybil – waarmee extreem trauma uit zijn verleden onschadelijk moest worden gemaakt?

In Monsters Inside: The 24 Faces Of Billy Milligan (242 min.) probeert Olivier Megaton door dat woud van persoonlijkheden te waden. Hij maakt die zichtbaar door bij oude interviewfragmenten van Billy te titelen welke persoon er wanneer aan het woord is. Ragen bijvoorbeeld, de agressor met het Joegoslavische accent. De verlegen negentienjarige lesbienne Adalana. Of Engelsman Arthur, die de boel op de één of andere manier bij elkaar probeert te houden. Als al die verschillende figuren, met elk hun eigen functie en risico’s, daadwerkelijk bestaan in één enkele persoon, dan moet die wel ontoerekeningsvatbaar zijn. En in dat geval – logische conclusie – ligt niet gevangenisstraf maar therapie voor de hand.

Megaton ontleedt de zaak rond/tegen Billy Milligan met zijn broer Jim en zus Kathy, jeugdvrienden en juristen, psychiaters en begeleiders die betrokken waren bij het psychiatrische onderzoek, de strafzaak of z’n behandeling. En natuurlijk ontbreekt ook de schrijver niet die als een gier op zo’n bijzonder geval duikt, om het vervolgens helemaal af te kluiven. Om het unheimische karakter van de hele geschiedenis te benadrukken interviewt de documentairemaker hen bovendien stuk voor stuk in een sinister ogende setting. Niet thuis in een ontspannen atmosfeer of juist binnen een professionele context, maar in een lege kerk, een verlaten cellencomplex of een fabriekshal waar de verf van de muren afbladdert.

Het is en blijft tenslotte true crime. Een genre dat ook gedijt bij nét iets te donkere gedramatiseerde scènes, een duistere soundtrack en slim geplaatste cliffhangers. Ook daarin stelt Monsters Inside niet teleur. Deze vierdelige serie melkt alleen de bizarre levenswandel van Billy Milligan soms wel erg opzichtig uit, maar geeft tegelijkertijd ook interessante achtergrondinformatie over de discussie rond de meervoudige persoonlijkheidsstoornis en hoe die zich sindsdien heeft ontwikkeld. Daar zit ook de meerwaarde van deze diepe duik in de valkuilen dan wel doortrapte streken van de menselijke geest.

Blue Monday

Chester / KRO-NCRV

Zij kijken recht in de camera. En wij als kijkers een héél klein beetje in hun ziel. ‘Ik ben wel heel erg geneigd te geloven dat dit voor mij de juiste zoektocht en de juiste weg is’, zegt Jerry Allon, een dertiger die wil weten wie zijn biologische vader is. ‘En als dan blijkt dat het allemaal een platte ziekte is die mij gewoon maar op een spoor zet waar ik eigenlijk niet op had moeten zitten, zou ik dat wel erg vinden.’ Hij denkt hardop verder en concludeert vervolgens: ‘Dan ben ik toch zieker dan ik dacht.’

Dat is ook het lastige van psychoses, constateert hij in Blue Monday (55 min.), een documentaire van Ingrid Kamerling (die tevens werkzaam is als psycholoog en ook al het thematisch verwante Rusteloze Zielen, Scènes Uit De TBS en Echo – Theater In De TBS maakte). Je overtuigingen blijven in eerste instantie doorgaans dicht bij de realiteit en gaan er dan steeds meer langs lopen, Totdat je, zo heeft Jerry ervaren, helemaal vast zit in een horrorwereld. Los van de psychiatrische problematiek zelf moet dat een enorme mindfuck zijn. Als je jezelf al niet meer kunt vertrouwen…

Chester heeft soortgelijke ervaringen. Hij kent beide kanten van de medaille. De euforie: ‘Het is alsof je ineens door hebt hoe het universum werkt.’ En het diepe, diepe dal: ‘Ik dacht letterlijk dat ik in de hel was, om gemarteld te worden.’ Joyce is dan weer geneigd om zichzelf pijn te doen en heeft bij de stemmen die ze hoort ook nog eens elementaire vragen: ‘Wanneer is iets een psychose en wanneer is iets een spirituele crisis?’ Van de medische wereld heeft ze op dat vlak weinig te verwachten. Die willen de stemmen simpelweg wegdrukken met medicatie. ‘Ze vragen nooit: wat zeggen de stemmen?’

Kamerling geeft haar hoofdpersonen in Blue Monday alle gelegenheid om hun diepste zielenroerselen te delen en dringt zo echt door tot hun belevingswereld, die ze verder vervat in lange close-up shots en stemmige beelden van bovenaf of met opmerkelijk veel hoofdruimte. De drie hoofdpersonen maken daardoor een kwetsbare en onthechte indruk, die nog eens wordt versterkt door het weelderige geluidsdecor en de stemmige muziek. Het is duidelijk: Jerry, Chester en Joyce voeren elk hun eigen eenzame strijd, die bij anderen vaak voor onbegrip zorgt.

Aan het eind van de tunnel lijkt echter licht te gloren. Tijdens de film beginnen ze heel voorzichtig weer contact te maken met de buitenwereld, waarvoor zij soms zo vreemd lijken – en die voor hen ook vaak vreemd aanvoelt.

Oliver Sacks – His Own Life

Periscoop

Hij heeft nog enkele maanden te leven, hooguit een jaar, als Oliver Sacks in 2015 het manuscript voor zijn laatste boek On The Move inlevert. De autobiografie is een soort testament van de geboren verteller, een man die ieders verhaal kan vertellen. Alleen over zijn eigen leven is hij altijd erg terughoudend gebleven. Over zijn homoseksualiteit heeft hij bijvoorbeeld lange tijd zorgvuldig gezwegen. In de verfilming van zijn boek Awakenings, gebaseerd op Sacks’ ervaringen in 1969 met catatone psychiatrische patiënten in het Beth Abraham Hospital in de Bronx, bouwt de hoofdpersoon dan ook doodleuk een zwak op voor één van de verpleegsters.

De aaibare versie van Sacks die acteur Robin Williams in deze prachtige speelfilm tot leven wekt kan ook met geen mogelijkheid in verband worden gebracht met bodybuilding, gewichtheffen, motorrijden, amfetaminen en zelfdestructief gedrag. Toch waren dat centrale elementen in het leven van de jonge Oliver Sacks, die in 1966 in behandeling ging bij een psychotherapeut en dat de rest van zijn leven zou blijven. Hij, de man die zich in iedereen kon inleven, was in werkelijkheid een echte buitenstaander, die zijn hele leven naar liefde en erkenning zocht.

Die andere kant van de vermaarde schrijver/neuroloog is wel prominent aanwezig in deze hele fijne biografie van Ric BurnsOliver Sacks: His Own Life (94 min.) zoomt natuurlijk ook in op de opzienbarende gebeurtenissen in dat New Yorkse ziekenhuis, waar patiënten die decennialang alleen hadden gevegeteerd onder invloed van het speciale medicijn L-dopa plotseling ontwaakten uit hun volledige lethargie – en daarna overigens vaak weer een permanente terugval doormaakten. Het boek Awakenings (1973) werd in eerste instantie lauw ontvangen door veel collega’s. Deze man maakt het allemaal veel mooier dan het was, luidde de kritiek. Zijn schrijfsels waren met geen mogelijkheid wetenschappelijk verantwoord te noemen. Het boek zou dan ook pas veel later, via de film, alsnog z’n weg naar het grote publiek vinden.

Burns laat Sacks uitgebreid aan het woord, maar legt zijn oor ook te luister bij de man die zijn leven op latere leeftijd alsnog met een grote liefde verrijkte, een paar intieme vrienden, ‘s mans vaste redacteur en enkele vooraanstaande vakgenoten, zoals Temple Grandin en Atul Gawande. Gezamenlijk schetsen ze een hartveroverend portret van de man die de wetenschap van het hoofd naar het hart van de gewone man en vrouw wist te brengen – en zo de verpersoonlijking werd van het adagio dat je de mens moet behandelen, in plaats van zijn ziekte. Dat kan alleen eindigen met het diep ontroerende essay, My Own Life, waarmee Oliver Sacks definitief afscheid nam van de wereld.

Gewoon een mens, natuurlijk. Wel een buitengewoon mens.

Jij Bent Van Mij

‘Zie je wel dat je van me houdt?’, zei ze, met het kroos nog in haar haren. Toen wist gitarist Harry Sacksioni dat hij echt iets moest gaan doen. De vrouw tegenover hem, die hij net achter zijn huis in een sloot had gesmeten en op het enge af onder water had gehouden, liet zich écht nergens door afschrikken. Al vijftien jaar kon ze op elk onbewaakt ogenblik opduiken in zijn leven, bij zijn huis of een optreden, er rotsvast van overtuigd dat Zij voor elkaar gemaakt waren.

Toentertijd was er nog geen wet tegen stalking. Die kwam er rond de eeuwwisseling alsnog. In eerste instantie ging deze zelfs door het leven als ‘De Wet Sacksioni’, vertelt de gitarist in deze tv-docu van Hetty Nietsch. Hij wilde echter beslist niet de geschiedenisboeken ingaan als ‘de artiest met die stalkster’. Uiteindelijk bood deze wet, en de mogelijkheid om de geobsedeerde vrouw op basis daarvan te straffen, ook geen enkel soelaas. Harry Sacksioni zou nog lang niet van haar af zijn.

Jij Bent Van mij (55 min.) bevat nog enkele andere schrijnende verhalen van mensen die ongevraagd doelwit worden van een obsessieve liefde. Het medium Daniëlle Nijhuis van Astro-TV hield aan haar werk bijvoorbeeld een nauwelijks af te schudden bewonderaar over. Hoe en waarom de belager van Astrid Tillema zich juist op haar richtte, is dan weer niet helemaal te verklaren. In 1994 was ze ‘met’ haar stalker te gast in het praatprogramma De Ronde Van Witteman.

Het is een pijnlijk tafereel: een veel oudere en op het eerste gezicht doorsnee man, die er heilig van overtuigd lijkt dat zij bestemd is voor hem. Astrid houdt intussen haar hand voor haar gezicht en kijkt hem niet aan. Iedereen kan zien dat zijn gedrag zowel ziekelijk als schadelijk is. Iedereen, behalve hij. Intussen voelt de jonge vrouw zich schuldig. Ooit, toen ze nog niet kon weten met wie ze van doen had, is ze bij diezelfde man in de auto gestapt. Heeft ze de ellende zo over zichzelf afgeroepen?

Het is welhaast nóg gecompliceerder als een voormalige partner zich ontwikkelt tot stalker. Na het beëindigen van hun relatie veranderde de vriend van Ingrid Smit – die haar, zo vertelt ze geëmotioneerd, nog zo goed had ondersteund na het overlijden van haar vader – in een engerd die haar bestookt met bedreigende boodschappen. Hij kalkt zelfs haar halve huis vol, een treffende verbeelding van het feit dat de slachtoffers van stalking echt nergens veilig zijn.

Dat is ook letterlijk het geval. Daarvan kan de directe omgeving van Laura Kosman en Hümeyra Ergincanli getuigen. Beide jonge vrouwen zouden de razernij van hun ex-vriend niet overleven. Politie en justitie lijken daarbij niet adequaat te hebben ingegrepen. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat stalking een buitengewoon gecompliceerde kwestie is. Zolang de belager niets strafbaars doet, is het blijkbaar heel moeilijk om hem of haar te dwingen om te stoppen.

Dat is de somber stemmende slotsom van deze indringende interviewfilm, die een voor alle betrokken partijen tragische patstelling schetst. Harry Sacksioni vat dat treffend samen: als hij eindelijk van zijn belaagster verlost lijkt, voelt hij niet alleen opluchting. Hij ervaart ineens ook een enorme tristesse, over een red(d)eloos verloren leven.

Dagboek Van Mijn Dwang

EO

Je verdient straf.

Je mag dit broodje niet eten.

Eet. Dit. Broodje. Niet.

Wat denk je wel niet, idioot?

‘Dit is wat mijn dwang doet’, vertelt de 25-jarige Rianne Martinus aan haar dagboekcamera, nadat ze op bezoek is geweest bij Boaz, een jongen die ze toch wel erg leuk begint te vinden. ‘Me continu vertellen wat ik wel of niet mag. Maar ik wil me er niet door laten leiden. Daarvoor voel ik te veel voor hem.’

Boaz heeft zijn eigen problemen: een drugscollectie, om precies te zijn. Met slaapmiddelen en designer drugs houdt hij zichzelf vrijwel permanent verdoofd. Rianne weet dat ze zich op risicogebied begeeft, vertelt ze in de persoonlijke film Dagboek Van Mijn Dwang (40 min.), waarin ze een jaar uit haar leven documenteert. Boaz mag voor haar beslist geen obsessie worden.

Bel Boaz en zeg dat je hem leuk vindt.

Laat hem je afwijzen.

Je hebt duidelijkheid nodig.

Je moet zelf de controle houden.

Die monologue intérieur, die later is ingesproken en de stemmen in haar hoofd verklankt, is een probaat middel om buitenstaanders in deze unheimische film toegang te geven tot Riannes belevingswereld. De getroebleerde studente dreigt zich te verliezen in een relatie die haar, zo waarschuwt een goede vriend al direct, wel in de problemen móet brengen.

Met haar eigen camera documenteert ze van binnenuit hoe de omgang met Boaz en haar eigen gemoedstoestand verder evolueren. Waarbij de knoop waarin ze zich samen vastdraaien, een ongemakkelijk tafereel om te aanschouwen, uiteindelijk nauwelijks meer is te ontwarren. Die moet rigoureus worden doorgehakt. Rianne weet dat, maar kan ze het ook?

Je hebt niet meteen geluisterd.

Je hebt het alleen maar erger gemaakt.

Hij haat je nu, ik haat je

Je bent een vieze, vuile egoïst.

Kutwijf!

Lourdes

Zeker drie miljoen mensen maken jaarlijks de pelgrimstocht naar het Franse bedevaartsoord Lourdes (90 min.), meldt de begintekst van deze documentaire. Sinds 1858 zou dit hebben geresulteerd in zo’n zevenduizend onverwachte genezingen. Zeventig ervan worden officieel als wonder erkend door het Vaticaan.

In de stoet gelovigen die dagelijks voorbijtrekt aan de grot van Massabielle, waar de Heilige Maagd Maria in de negentiende eeuw zou zijn verschenen aan de veertienjarige Bernadette Soubirous, bevinden zich mensen met allerlei aspiraties en verwachtingen. In de hoop dat zij als wonder 71 de geschiedenisboeken ingaan, of anders worden geboekstaafd als herstelgeval 7001. Hun bedevaart lijkt een uiting van oprechte (wan)hoop.

Daar – op de plek waar wonderen (moeten) gebeuren, verlichting van alle kwalen kan worden verkregen of op zijn minst vergeving voor ieders zonden wordt verleend – liggen de verhalen natuurlijk voor het oprapen. Op elke straathoek is iemand met een tot de verbeelding sprekend persoonlijk relaas te vinden. Zulke Lourdes-verhalen zijn al veel vaker verteld, maar niet vaak zo sfeervol, van dichtbij en met oog voor detail en drama als in deze film.

De documentairemakers Thierry Demaizière en Alban Teurlai introduceren bijvoorbeeld een gehandicapte man die als kind uit huis ontsnapte en vervolgens werd geschept door een voertuig. Het jongetje dat met zijn vader gaat bidden voor zijn doodzieke kleine broertje. Een man in een rolstoel met de progressieve spierziekte ALS die nog altijd op herstel hoopt. Een tienermeisje dat lijdt onder online pesterijen. En de oudere mannelijke prostituee uit Parijs, die altijd nog eens misdienaar had willen zijn.

Stuk voor stuk bidden ze tot de Heilige Maagd. Deze persoonlijke gebeden, waarvan het audio zéér intiem is vastgelegd, behoren tot de meest overtuigende elementen van een stemmige film, die de massale devotie in het Franse stadje van allerlei verschillende gezichten voorziet. Demaizière en Teurlai werken uiteindelijk toe naar een bijna sacrale slotscène, waarin hun hoofdpersonages mogen baden in ijskoud water uit de heilige grot.

En dan zit de bedevaart naar Lourdes er alweer op, zo op het eerste gezicht zonder wonderbaarlijke genezingen.

Demi Lovato: Dancing With The Devil

YouTube

Nu gaan ze, zangeres Demi Lovato en de mensen uit haar directe omgeving, wél de waarheid vertellen. Hand op het hart. Niet zoals in die nooit uitgebrachte documentaire, waarin Demi werd gefilmd tijdens haar wereldtournee van 2018 en iedereen nog netjes de schijn ophield. Totdat dit – doordat Demi op 23 juli wereldnieuws werd via een bijna fatale overdosis – met geen mogelijkheid meer was vol te houden en het filmen rigoureus werd gestopt. Einde tourfilm.

Welkom échte documentaire: Demi Lovato: Dancing With The Devil (88 min.). Alhoewel, écht? Deze serie van regisseur Michael D. Ratner, bestaande uit vier handzame delen, komt gewoon uit de koker van Team Demi. We mogen nu toch wél over de heroïne vertellen? vraagt één van de sprekers halverwege de eerste aflevering voor de zekerheid. Het antwoord luidt bevestigend. Welke verhalen echter niet in het gekozen narratief passen en dus toch nog binnenskamers worden gehouden, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Als we dat al zouden willen.

Niet dat er op het eerste oog veel onbesproken blijft in dit onthullende portret: seksueel misbruik, eetstoornissen, verslaving, automutilatie en psychiatrische problematiek. Behalve de hoofdpersoon zelf komt ook Demi’s complete entourage aan het woord: haar moeder, zussen, stiefvader, beste vrienden en een hele zwik medewerkers: een personal assistent, business manager, hoofd beveiliging/stafchef, case manager, choreograaf/creatief directeur en ook nog een ‘gewone’ manager. Voor de zekerheid komt Demi er nog wel even naast zitten of spoort ze hen vooraf aan om vooral de complete waarheid te vertellen – en, waar nodig, hun eigen naam te zuiveren.

Dat voelt allemaal heel Amerikaans: elk dieptepunt blijkt uiteindelijk vooral een aanloop naar een moment van diep inzicht. Het probleem is alleen: die diepere inzichten, zo blijkt uit archiefmateriaal, heeft ze al eerder gehad. En die hebben uiteindelijk dan toch weinig effect gesorteerd. In dat verband zou het interessant zijn geweest als ook Lovato’s vorige management, dat haar ten tijde van die overdosis in 2018 aan strikte regels onderwierp en dat sindsdien aan de kant is geschoven, spreektijd had gekregen. Wat zou dit voor effect hebben gehad op dat roestvrijstalen narratief van in de diepste put vallen en er weer geheel gelouterd uitklimmen?

Échte reflectie – op hoe een leven in de spotlights, vanaf heel jonge leeftijd, jou en je omgeving tekent – ontbreekt evenwel in deze échte documentaire, die uiteindelijk toch eerst en vooral weer een promotool lijkt. Want Demi Lovato: Dancing With The Devil wordt natuurlijk opgeleverd met een gelijknamige hitsingle. En in de bijbehorende videoclip speelt ze, ter leering ende vermaeck, haar eigen overdosis nog eens vol overgave na. Dat kun je dapper noemen. Of smakeloos.

De Kinderen Van Ruinerwold

BNNVARA

Dat ene woord roept tegenwoordig een compleet verhaal op: Ruinerwold. Kan het Drentse dorp ooit nog helemaal los worden gezien van het ‘spookgezin’ Van D., dat er jarenlang in een afgelegen boerderij woonde? Vader Gerrit Jan hield er vijf meerderjarige en ongeregistreerde kinderen, die voor de buitenwereld niet bestonden, helemaal in zijn greep en zonderde hen volledig af van de wereld buiten die hij verfoeide.

Toen zoon Israel / Jan de boerderij in oktober 2019 ontvluchtte en het verhaal rond het wereldvreemde gezin in de openbaarheid kwam, ontstond er een enorme mediahype rond ‘de Duivel van Drenthe’ en zijn kroost. Slechts enkele weken later begon documentairemaker Jessica Villerius te filmen met De Kinderen Van Ruinerwold (180 min.). Niet met de kinderen die in de boerderij waren achtergebleven overigens – die mijden elk contact met de media – maar met Israel en twee oudere broers en een zus die het gezin al enkele jaren eerder hadden verlaten.

De toegang die Villerius, specialist in het vertalen van smeuïge actuele onderwerpen naar spraakmakende films, tot hen heeft verkregen is opmerkelijk. De vier oudste kinderen van het spookgezin laten haar echt toe in hun leven en gaan bovendien nauwelijks een onderwerp uit de weg. Via hun getuigenissen ontvouwt zich het bizarre verhaal van een man, die zijn geheel eigen interpretatie van het geloof met harde hand oplegt aan zijn gezin en daarin steeds verder lijkt te gaan, totdat sommige kinderen worden beschouwd als de verpersoonlijking van hun overleden moeder, met seksueel misbruik als voorspelbaar gevolg, of juist als de vijand die letterlijk buitenshuis moet worden gehouden.

‘Hij heeft altijd gezegd: als we niet in deze tijd leefden, had ik jullie allang vermoord’, vertelt zoon Edino over zijn vader. Soms brachten hij of een broer of zus meerdere dagen achter elkaar door in een schuur, caravan of hondenhok. Deze vierdelige serie, waarin die tragische geschiedenis soms echt een beetje wordt uitgemolken, bulkt van zulke pijnlijke verhalen en herinneringen, van kinderen die zich nog altijd, ondanks alles, loyaal voelen aan die onmogelijke vader. Hoe ‘t er in ‘Ruinerwold’ aan toeging, wordt bovendien duidelijk via een berg privé-opnamen die de verziekte situatie in huis treffend in beeld brengen. Zo ziet – maar ook ik ben geen psychiater – godsdienstwaanzin er waarschijnlijk uit.

Met zulk basismateriaal kan het eigenlijk nauwelijks misgaan. En dat doet het uiteindelijk ook niet echt, al lijkt Villerius wel erg veel moeite te hebben om uit die overvloed aan herinneringen een keuze te maken en het geheel te structureren. De serie is zo nu en dan zeer stroperig, ontbeert soms richting en vervalt ook regelmatig in herhaling. Ook het feit dat ze veelvuldig teruggrijpt op fragmenten uit andere media om de ontwikkelingen in de zaak aan te kondigen of in te kaderen, voelt wat gemakkelijk. Die fragmenten leiden uiteindelijk alleen maar af van de indringende persoonlijke getuigenissen van de (oudste) kinderen van Ruinerwold en de unheimische wereld, geïllustreerd met naargeestige beelden van binnenuit, die zij daarmee oproepen.

De Kinderen Van Ruinerwold is hier te bekijken.

Finding Vivian Maier

In haar opslagruimte vindt hij Vivian Maiers complete leven: jurken, rekeningen, folders, treinkaartjes, schoenen, ongecashte belastingcheques, hoeden en een kunstgebit. Én zo’n honderdduizend fotonegatieven en enkele duizenden filmrolletjes.

Daarvoor had John Maloof in 2007 bij een veiling al een doos met negatieven van de onbekende fotografe op de kop getikt. Hij moest er 380 dollar voor neertellen, herinnert hij zich. Eenmaal thuis kon de jonge historicus en handelaar zijn ogen niet geloven: deze foto’s waren zó goed. Wie was deze vrouw? En waarom had hij nog nooit van haar gehoord?

Een zoektocht op Google leverde niets op. Maloof begon de foto’s zelf maar af te drukken en plaatste ze vervolgens op een fotoblog. Al snel stroomden de enthousiaste reacties binnen. Hij besloot ook andere dozen met haar werk op te sporen en aan te kopen. En toen zocht hij nog maar eens op internet en vond een overlijdensbericht: Vivian Maier (1926-2009).

De mensen die haar bij leven en welzijn hadden gekend, hebben bij de start van Finding Vivian Maier (79 min.), de film die John Maloof over zijn zoektocht maakte met Charlie Siskel, weinig woorden nodig om haar te typeren: paradoxaal. Gedurfd. Geheimzinnig. Excentriek. Gesloten. Hoewel ze soms jaren met haar te maken hadden, bijvoorbeeld als kinderoppas, bleef ze altijd een mysterie voor hen.

Stukje bij beetje komt deze slim opgebouwde film toch dichter bij de vrouw, die zich echter nooit helemaal laat vangen. Ook niet in de zelfportretten die ze maakte. Ze was en bleef een eenzaat, met hele vreemde trekjes. Via haar imposante oeuvre, dat ze altijd voor zichzelf heeft gehouden, openbaart zich echter ook een vrouw die via haar Rolleiflex-camera met mededogen naar de wereld keek.

Deze documentaire, die in 2013 overuren maakte in de Nederlandse filmhuizen en ook hier in kunstkringen een bescheiden Vivian Maier-hype veroorzaakte, kijkt op een vergelijkbare manier naar haar: het is niet moeilijk om een heel klein beetje te gaan houden van deze vrouw die nooit ergens thuis was en daarom maar in haar foto’s ging wonen. Het is alleen de vraag wat ze er zelf van zou hebben gevonden dat daar tegenwoordig, na haar overlijden, zoveel bezoek komt.

Een goed verhaal, zoals Finding Vivian Maier, moet je misschien niet doodchecken. Toch is dat wel degelijk gedaan. Door Pamela Bannos bijvoorbeeld, in de biografie Vivian Maier: A Photographer’s Life And Afterlife. Zij nuanceert het moderne sprookje dat James Maloof heeft gemaakt van Vivian Maiers levensverhaal en de manier waarop hij en zijn concurrenten zich haar hebben toegeëigend.

Finding Vivian Maier is hier te bekijken.

Billie Eilish: The World’s A Little Blurry

Apple TV+

Elke zichzelf respecterende 21e eeuwse popster krijgt z’n eigen documentaire. Letterlijk. Een ‘onthullende’ film over de mens achter de artiest, vaak gemaakt in opdracht van de hoofdpersoon zelf en/of diens vertegenwoordigers. Waarover dan de schijn van openhartigheid hangt, terwijl de productie uiteindelijk toch vooral een promotioneel karakter heeft. Het is een dilemma voor elke zichzelf respecterende documentaireveelvraat: wil je afnemer zijn – of zelfs doorgeefluik – van een slim opererende marketingafdeling? Tegelijkertijd kan ook zo’n ‘product’, soms onbedoeld, een zekere oprechtheid bevatten – of, net zo interessant, zijn eigen onoprechtheid verraden.

Is Billie Eilish: The World’s A Little Blurry (140 min.) ook zo’n film? Het is in elk geval géén aalglad portret van Billie’s opmars naar de wereldtop geworden. Al kan dat natuurlijk ook ‘part of the plan’ zijn, dacht de zichzelf respecterende docufreak er direct achteraan. Billie Eilish is immers een alternatieve popster met een zwaarmoedige inborst, zo nu en dan opspelende Gilles de la Tourette-tics en echt een eigen artistieke visie. Daarbij past geen gladgestreken productie. Deze lijvige documentaire van R.J. Cutler toont hoe ze met haar broer en muzikale partner Finneas O’Connell, die bekent dat hij niet aan Billie mag vertellen dat het zijn taak is om hits te schrijven, thuis werkt aan songs die inderdaad wereldhits zullen worden. Met dank aan de GoPro-camera die moeder Maggie ophing in de slaapkamer. Dat levert fascinerend materiaal op: de wisselwerking tussen broer en zus werkt wonderwel en zal later nog resulteren in de Bond-song No Time To Die, die gewoon even in de tourbus in elkaar wordt gezet.

De film ruimt verder opvallend veel tijd in voor haar concerten, met bijzondere aandacht voor de hartstochtelijk meezingende jeugdige fans die elke beweging die zij maakt vastleggen met hun smartphone. Terwijl Billie zelf tussendoor gewoon de dingen blijft doen die een tiener nu eenmaal doet – rijbewijs halen, liefdesverdriet hebben en net te lang in bed blijven liggen, óók als de Grammy-nominaties bekend worden gemaakt – komt ze tevens in aanraking met de entertainmentwereld. Lekker gênant is in dat verband de kennismaking met Katy Perry en haar verloofde, waarvan Billie pas later in de gaten krijgt dat het de acteur Orlando Bloom is. Hij omhelst en kust haar alsof ze al jaren zielsverwanten zijn. Het voorval demonstreert hoezeer zij, de misfit, nog altijd een buitenstaander is in de wereld die haar op stel en sprong heeft omarmd. Maar voor hoe lang nog?

Zoals elk zichzelf respecterend pubermeisje koesterde Billie ooit een totaal onbereikbare liefde. Als twaalfjarige was ze smoor op Justin Bieber. Nu blijkt dat hij ook helemaal weg is van haar. Of ze misschien met hem wil samenwerken? ‘Ik zou mijn hond voor hem doodmaken’, flapt ze er direct uit in één van de vele ontwapenende scènes van deze observerende film. Maar dat is toch ook wel doodeng. Een remix van haar hit Bad Guy dan maar. Billie, die echt gewoon zichzelf lijkt voor de camera, maakt van haar hart geen moordkuil: ‘Ik zou al blij zijn als hij een keer ‘poep’ zou roepen tijdens het nummer.’ En dan, het is eigenlijk al geen verrassing meer, arriveert inderdaad Biebers versie van Bad Guy.

Op het Coachella-festival van 2019 komt het zowaar tot een ontmoeting. Billie durft haar held bijna niet aan te kijken en rent in eerste instantie zelfs van hem weg. En huilt tenslotte ongegeneerd in zijn armen. Het is de scène waarin de hele film samenkomt: hoe ze voor even met haar eigen idool en geestverwant versmelt. Terwijl de twee, natuurlijk, worden omringd door allerlei tieners die zich aan hen vergapen en het hele tafereel, natuurlijk, vastleggen. En dan moet Billie nog achttien worden en staat ook de uitreiking van die Grammy Awards nog op het programma, de apotheose van deze film, die direct en trefzeker het ongelooflijke zeventiende levensjaar van deze belangwekkende stem van Generatie Z vereeuwigt.

En dat is ongetwijfeld precies wat Billie – en haar complete entourage met haar – ook wil uitstralen. Zodat elke zichzelf respecterende documentairekenner zich na afloop achter zijn oren krabt. Tijdloos document over de opkomst van de Bob Dylan, Madonna of Radiohead van haar generatie? Of toch slim in de markt gezet product om Billies status als popster van het moment verder uit te bouwen? Ik – laat ik daar niet verder omheen draaien – ben weer geneigd te zeggen: allebei. Als Eilish erin slaagt om haar huidige succes te continueren, zou deze film niets minder dan de 21e eeuwse variant op Dont Look Back, Truth Or Dare of Meeting People Is Easy kunnen worden, waarin de formatieve jaren van een beeldbepalende act voor het nageslacht zijn vereeuwigd.

En anders is The World’s A Little Blurry op zijn minst een weldadige weerslag van hoe een getroebleerde tiener met haar diepste zielenroerselen zomaar ineens, voor even, de maat der dingen kon worden.

Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel

Netflix

In de openingsscène van deze vierdelige serie ligt ‘t er meteen duimendik bovenop: het Cecil Hotel in Skid Row, een beruchte wijk in het centrum van Los Angeles, is een verdoemde plek. Je kunt er zomaar dope gebruiken of dealen, in de prostitutie verzeild raken of tragisch aan je einde komen. ‘De Cecil is een plek waar seriemoordenaars zich ontspanden’, zegt de plaatselijke historica Kim Cooper over het low-budget hotel waar veelal jonge toeristen terechtkwamen te midden van verschoppelingen die er zo’n beetje permanent hun intrek hadden genomen. Richard Ramirez, berucht geworden als The Night Stalker verbleef er bijvoorbeeld een tijdje.

Heeft Elisa Lam, een jonge Canadese vrouw die eind januari 2013 incheckte bij het hotel, deze duivelse plek ooit nog verlaten? Ze is spoorloos verdwenen. En rechercheurs die de zaak onderzoeken hebben haar op beelden van beveiligingscamera’s alleen naar binnen zien gaan. Lam lijkt nooit meer naar buiten te zijn gekomen. Dat is de uitgangspositie voor Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel (219 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die genreklassiekers als de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes op zijn naam heeft staan.

Een sinistere video van de 21-jarige Elisa Lam, die zich vreemd gedraagt in de hotellift, gaat viral en zet allerlei dubieuze amateurdetectives aan het werk. Ze beginnen de beelden te analyseren en spitten daarna de online-historie van de jonge vrouw door. Op zoek naar aanwijzingen voor wat er kan zijn gebeurd. Daarmee belandt Crime Scene op hetzelfde terrein als de zenuwslopende series Don’t F##k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud. Van dat niveau is deze vet aangezette productie – een bonte verzameling ‘deskundigen’, duistere en suggestieve reconstructiebeelden en een unheimische soundtrack – evenwel niet.

Berlinger geeft opvallend veel ruimte aan wilde speculaties over wat er kan zijn gebeurd en allerlei bizarre complottheorieën over het ‘spookhotel’ Cecil die daar weer uit voortvloeien. De verantwoordelijke figuren – een soort onuitstaanbare combinatie van influencer, ramptoerist en allesweter – vliegen gaandeweg helemaal uit de bocht. Uiteindelijk is het de documentairemaker daar ook om te doen: terwijl deze zelfbenoemde onderzoekers vanachter hun eigen toetsenbord een gruwelijk misdrijf proberen op te lossen, gewoon als aardig tijdverdrijf of als mogelijkheid om zichzelf te profileren, richten ze heel veel schade aan. En het onderzoek naar wat er echt is gebeurd met Elisa Lam wordt er alleen maar door gehinderd.

Deze kanteling van het verhaal – van whodunnit naar schotschrift tegen social media-klopjachten – wordt door Joe Berlinger pas redelijk laat ingezet en plaatst de start van de serie in een verrassend perspectief. En daarna ontstaat er zowaar ruimte om de kwestie rond Elisa Lam écht op zijn merites te beoordelen. Helaas wordt dat effect dan weer een beetje teniet gedaan door het wel erg cheesy einde, waarin de tragische jonge vrouw, op z’n Amerikaans, ineens allerlei héle bijzondere kwaliteiten worden toegedicht. Want zelfs een noodlottige kwestie heeft een echte heldin nodig.

A Glitch In The Matrix

Deze film kan zomaar zijn ontsproten aan het brein van sciencefiction-schrijver Philip K. Dick, de man die ons onvergetelijke dystopische werelden voorschotelde in Blade Runner, Minority Report en Total Recall. Sterker: in zekere zin is dat ook zo. Het startpunt is in elk geval een speech die Dick voor een Frans publiek gaf in 1977. Over zijn ‘preoccupatie voor pluriforme pseudo-werelden’.

Kern van deze film is – denk ik, maar dat is niet mijn meest in het oog springende kwaliteit – de hypothese dat de werkelijkheid waarin we denken te leven in realiteit ook wel eens een groots opgezette simulatie kunnen zijn. Dat klinkt als de clou van een baanbrekende sciencefiction-klassieker van dik twintig jaar geleden. En dat klopt: deze documentaire heet niet voor niets A Glitch In The Matrix (108 min.).

De zinsbegoochelende film van Rodney Ascher refereert ook aan dat gevoel wat je als kind kunt hebben – ik tenminste wel, en mijn voorstellingsvermogen is nooit héél erg groot geweest – dat de wereld alleen bestaat als en op het moment dat jij erin participeert. Zodra je iets de rug toekeert, verdwijnt ‘t. Om pas weer tot leven te komen, als jij besluit om je toch nog een keer om te draaien.

Deze docu, die ik voor het gemak ga opzadelen met de term ‘mindfuck’ – want al te veel fantasie is mij ook nooit gegeven – is niet voor niets vormgegeven als een soort mixture van een videogame, virtual reality en het dark web, waarin originele gedachtenexercities, filosofische bespiegelingen en baldadige luchtfietserij samenkomen in een wereld die wel eens geheel verzonnen zou kunnen zijn. Of niet.

Natuurlijk is de film gelardeerd met filmscènes, animaties en games, wordt de voice-over verzorgd door een computerstem en is het geheel dichtgesmeerd met plastic synthmuziek. Alle ‘mensen’ die aan het woord komen zijn bovendien getransformeerd in geanimeerde personages die zo weggelopen zouden kunnen zijn uit/naar – daar wil ik even vanaf zijn, anders loopt mijn brein er weer op vast – een sci-fi horrorfilm van hooguit B-garnituur.

A Glitch In The Matrix heeft een paranoïde feel en werpt elementaire vragen op over realiteit, psychische gezondheid en moraliteit. Probeer ze alleen maar eens te vangen. Het kostte mij – mijn geest heeft inmiddels de draaicirkel van een aftandse tractor – net zoveel moeite als kandidaten van de Ted Show, die willekeurig uit het plafond vallende staven te pakken moesten krijgen; je hebt net zo vaak prijs als dat je lucht vangt.

En met dat gevoel moet je als eenvoudige kijker – als je het vaak doet, word je er niet per definitie ook beter in – maar zien te dealen. Een oplossing zou kunnen zijn: snel proberen te vergeten. Of: je er helemaal in verliezen, zoals veelkijkers van The Matrix en Inception gebeurt. Dan kan de realiteit alleen óók een dystopie worden. Zoals het relaas van Joshua Cooke aantoont, de naargeestige apotheose van deze ontregelende film.

Philip K. Dick had het niet beter kunnen verzinnen, zou ik zeggen – als ik om woorden verlegen zou zitten. En als hij dat ook niet gewoon heeft gedaan.

Framing Britney Spears

The New York Times

Sinds 2008 heeft ze officieel een ‘conservator’, een curator. Vader Jamie fungeert als een soort voogd voor zangeres Britney Spears, die niet in staat wordt geacht om voor zichzelf te zorgen en zelfstandig beslissingen te nemen. De maatregel kwam destijds niet uit de lucht vallen: Britney was uitgegroeid tot zo’n ongeluk waarop we met z’n allen – of de paparazzi namens ons – stonden te wachten. Wanneer zou ze definitief uit de bocht vliegen? En kon iemand haar daar misschien een handje bij helpen, zodat de crash in elk geval haarscherp in beeld zou zijn?

Van de grootste popster van eind jaren negentig was toen weinig meer over. Alleen een kwetsbare jonge vrouw, aanbeland in een moeilijke periode van haar leven, die genadeloos werd geëxploiteerd door alles en iedereen. De documentaire Framing Britney Spears (74 min) toont daarvan talloze voorbeelden. Geen ervan is pijnlijker dan het fragment uit een spelletjeshow, waarin de quizmaster doodleuk vraagt wat Britney zoal verloren heeft in de afgelopen jaren. Een enthousiaste deelneemster roept onmiddellijk ‘haar echtgenoot’. Er zijn dan nog zes andere antwoordmogelijkheden, waaronder ‘haar haren’ en ‘haar verstand’.

Regisseur Samantha Stark blikt terug op de carrière van de tienerster uit Kentwood, Louisiana met haar voormalige assistent, stylist, talentscout en marketeer en ontleedt tevens Britneys huidige situatie met advocaten die bij haar zaak betrokken zijn (geweest), muziek- en roddeljournalisten, en fotografen die haar het leven jarenlang onmogelijk maakten. En toen Spears haar loopbaan na diverse breed uitgemeten inzinkingen eindelijk weer op de rails leek te hebben, stond ze nog steeds onder toezicht van haar vader. Hij wordt ogenschijnlijk slapend rijk met het werk van zijn dochter, die al twaalf jaar volledig aan hem is overgeleverd.

En daarmee belandt deze ontluisterende film, die gerust als een spiegel van onze tijd mag worden beschouwd, bij de #FreeBritney-beweging. Jonge fans menen in de filmpjes en foto’s die ze tegenwoordig op haar Instagram-account plaatst geheime boodschappen te ontwaren, waarmee de zangeres noodsignalen zou afgeven over haar benarde positie. Als Spears even helemaal uit beeld verdwijnt, instigeren de twee jonge vrouwen die al bijna negentig afleveringen van de podcast ‘Britney’s Gram’ hebben volgekletst zelfs een heuse zoekactie. De hashtag #WhereIsBritney? gaat natuurlijk viral. En ook nu is de persoon in kwestie niet meer dan een leeg canvas waarop eenieder zijn eigen dromen, ambities en complotten mag projecteren.

Het is eigenlijk wel treffend dat Britney zelf – of haar directe familie – niet aan het woord komt in deze documentaire, die onder auspiciën van The New York Times is geproduceerd (en waarin onze eigen Ivo Niehe nog een ongemakkelijk bijrolletje heeft met een impertinente vraag aan de popvedette over haar borsten). Van tieneridool, tabloidster en superhysterica is Britney Spears nu gereduceerd tot een willoos slachtoffer, waarin nog altijd niemand wezenlijk is geïnteresseerd. Dat is een bijzonder treurige slotconclusie.

What Happened, Miss Simone?

In die ene quote van Maya Angelou, waarmee dit portret van zangeres/pianiste Nina Simone (1933-1976) wordt afgetrapt, is de complete thematiek van de film vervat. ‘Miss Simone, je wordt geadoreerd, geliefd zelfs, door miljoenen’, constateert de Afro-Amerikaanse schrijfster. But What Happened, Miss Simone? (102 min.).

Dat er iets mis is gegaan wordt meteen tastbaar in de ongemakkelijke openingsscène: als Nina Simone, voor het eerst in jaren, het podium betreedt tijdens het Montreux Jazz Festival van 1976 en bijna een minuut, met een rare mengeling van vervreemding en onbegrip, naar haar publiek staart. Alsof ze niet kan vatten wat ze is geworden. En dat ze dit weer moet doen. Nadat Simone haar gehoor heeft verteld dat ze eigenlijk had besloten om niet meer op jazzfestivals op te treden, begint ze eindelijk te spelen.

‘Mensen denken dat ze Nina Simone werd als ze het podium beklom’, stelt haar dochter Lisa Simone Kelly in deze aangrijpende documentaire van Liz Garbus uit 2015. ‘Maar mijn moeder was 24 uur per dag Nina Simone. En dat werd een probleem.’ De vrouw die was geboren als Eunice Waymon werd van binnenuit opgegeten, zoals één van haar vrienden, muzikanten, jazzkenners en burgerrechtenactivisten het uitdrukt in dit postume portret. Op een gegeven moment had ze volgens eigen zeggen pillen nodig om te kunnen slapen. En weer andere pillen om het podium op te kunnen.

Simone had ook nogal wat op haar bord: ze zat vast in een explosieve relatie met haar man(ager) en investeerde tegelijk zoveel in de burgerrechtenbeweging dat haar carrière eronder begon te lijden. ‘Mijn vader klaagde dat ze nooit ophield met haar mening verkondigen’, vertelt Lisa Simone Kelly. ‘Maar dit is wie ze was. Dat was prima op het podium. Dan laat je je gaan. En als de show afgelopen was, moest de aap zogezegd terug naar zijn kooi, een banaan eten en zich gedragen. Het was alsof ze werd gestraft omdat ze zichzelf was. En dat is een heel kwetsend en eenzaam gevoel.’

De zwartheid van Nina Simone’s ziel klonk door in haar donkere stem, waarmee ze menigeen recht in zijn ziel raakte. Totdat ze begin jaren zeventig plotseling alles en iedereen achter zich liet en de wijk nam naar het buitenland, een periode waarin ze overigens ook nog enkele jaren in Nederland woonde. Van de vrouw die My Baby Just Cares For Me, Don’t Let Me Be Misunderstood en Ain’t Go No, I Got Life tot onbetwiste klassiekers had gemaakt, leek weinig meer over. Een verward mens, op de vlucht voor zichzelf.

Toen begon wel duidelijk te worden met welke demon ze al die tijd had moeten vechten. En kon ze zich, op de valreep, toch nog opmaken voor de derde akte die ook deze film verdient. Voordat het doek definitief valt en alleen de herinnering nog rest.

Crazy, Not Insane

HBO

‘Vraag je je nooit af waarom jij geen moorden pleegt?’, vraagt forensisch psychiater Dorothy Lewis aan het begin van Crazy, Not Insane (117 min.) aan Alex Gibney. ‘Dat doe ik zeker’, antwoordt de Amerikaanse documentairemaker. Diezelfde vraag stelde Lewis aan het begin van haar carrière ook aan zichzelf, toen ze met getroebleerde kinderen werkte. Bij hen ontdekte Lewis steeds weer dat misbruik en mishandeling z’n weerslag hadden gehad op de werking van de hersenen. Dat maakte hun gestoorde gedrag verklaarbaar.

Op basis van die bevindingen was het eigenlijk onvermijdelijk dat ze op het terrein van ernstige misdrijven zou belanden. En toen was ook de stap snel gemaakt naar het summum daarvan, de seriemoordenaar. Lewis ontwikkelde de hypothese dat er bij hen sprake kon zijn van een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Hun gruwelijke daden zouden ze dan hebben gepleegd tijdens dissociatieve episoden (die in deze film zijn verbeeld met duistere animaties).

Dat idee – een kwestie van nurture, in plaats van het toch enigszins geruststellende nature – werd (en wordt) door haar vermaarde vakgenoot Park Dietz direct afgedaan als klinkklare nonsens. Dit soort monsters zijn gewoon ‘born evil’ en kun je dus – als logisch uitvloeisel van dat uitgangspunt – ook rustig ter dood brengen. Dorothy Lewis is daar vanzelfsprekend mordicus tegen en beijvert zich voor behandeling.

Ze zet haar pleidooi in deze film, waarvoor actrice Laura Dern teksten uit de boeken van Lewis insprak, kracht bij met een verwijzing naar de zaak van de ter dood veroordeelde Ricky Ray Rector. Hij was gewend was om zijn toetje voor later te bewaren. Op de dag van zijn executie liet Rector z’n pecannotentaart apart zetten voor ná de executie. ‘Op basis daarvan zou ik zeggen dat hij niet begreep wat het betekende om geëxecuteerd te worden. Maar mijn collega’s zagen er geen been in om de doodstraf te laten uitvoeren.‘ Ze laat een korte stilte vallen. ‘Ik weet niet wie er uiteindelijk dat stuk taart heeft opgegeten.’

Via bekende voorbeelden van beruchte seriemoordenaars en een angstaanjagende ontmoeting met een professionele beul, die in opdracht van de Amerikaanse overheid in heel het land executies uitvoert, belandt de forensisch psychiater in deze boeiende en tamelijk lang uitgevallen documentaire uiteindelijk aan tafel bij de ultieme killer, Ted Bundy. Was dat nou – de traditionele visie – een man die met een zwart hart op de wereld kwam? Of tóch een slachtoffer van zijn jeugd en omstandigheden? Het antwoord van Dorothy Lewis laat zich raden, maar komt toch stevig binnen.

Dichterbij

EO

‘Dames, ik ben de dakloze dichter van Amsterdam’, zegt Hilmano van Velzen tegen de twee vrouwen voor wie hij net in een winkelcentrum in Almere vol vuur een gedicht heeft voorgedragen. Hij ziet er opvallend uit: een Surinamer in een schreeuwerige bontjas, met een zwarte capuchon op en behangen met opzichtige kettingen. Hij neemt de complimentjes in ontvangst en schakelt dan door: ‘En ik ben op zoek naar mijn vader. Die heb ik jaren niet gezien.’

Die vader is een steeds terugkerend thema in de gesprekken met de straatpoëet, voor wie de stad een soort huiskamer is geworden. Ze zijn ooit, ergens, gebrouilleerd geraakt en Hilmano kan dat nog altijd niet verkroppen. Samen met zijn vriendin Iris probeert hij Dichterbij (25 min.) de man te komen, die dat contact blijkbaar al een hele tijd afhoudt. En dichter bij de jongen die hij ooit moet zijn geweest.

De dakloze dichter is ook wel een opvallend portret. Al ruim 35 jaar struint hij door zijn stad (‘liever in Mokum zonder poen dan in Parijs met een miljoen’) en brengt hij zijn poëzie aan de man. Een geboren performer, dromend van z’n grote doorbraak. Er staat inmiddels ook een gedichtenbundel op stapel. Binnen drie maanden denkt Hilmano er zeker een miljoen van te kunnen verkopen. Alleen in Nederland, welteverstaan. ‘En dan die hele merchandise erbij!’

Die overmoed staat vast niet helemaal los van de harddrugs die hij, ook voor de camera, gebruikt in deze intrigerende korte film van Caroline Keman. Want soms kan zijn stemming ineens helemaal omslaan, ook in de relatie met Iris. Het maakt van hem ongetwijfeld een moeilijke en onvoorspelbare man, maar ook een fascinerend documentaire-personage. Zo’n man waar je, met een mengeling van plezier, irritatie en compassie, maar naar blijft kijken.

Keman doet dat met een onmiskenbaar gevoel voor sfeer en compositie. Dichterbij wordt daardoor een hallucinante film, die stiekem onder de huid kruipt. Over een man die met veel bravoure paradeert over het slappe koord tussen genie en gekte, waar hij elk moment vanaf kan donderen. ‘Ik heb niet overal antwoorden op, hè?’ zegt hij zelf. ‘Ik weet alleen dat de poëzie op het juiste moment in mijn leven is gekomen en dat het heelt en dat het verzacht. En dat de dromen die ik altijd had niet voor niets zijn geweest.’

Dichterbij is (tussen 20.00 uur en 6.00 uur) hier te bekijken.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS

VPRO

Een hand speelt met een streng haar. Één enkel oog in een extreme close-up. Het oog zingt. ‘Couldn’t look you in the eye.’ Creep, Radioheads eerste hit. Ook de lippen vallen in. ‘I wish I was special. So fuckin’ special’. Een jonge vrouw, één met de woorden van zanger Thom Yorke. ‘But I’m a creep. I’m a weirdo. What the hell am I doing here?’ Ze wordt afgebroken voordat ze ‘I don’t belong here’ kan zingen.

Zij is ter beschikking gesteld. Veel meer dan die mond, de hand en dat oog krijgen we niet te zien van haar. ‘Ik ben geen lelijk persoon. Ik zie er wel goed uit’, zegt ze, buiten beeld. ‘Maar soms als ik in de spiegel kijk, zie ik weer helemaal dat verminkte gezicht. En omdat ik ooit eens een keer slachtoffer was, voordat dit allemaal begon in de TBS, ben ik dader geworden.’

De korte documentaire Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS (25 min.) van Ingrid Kamerling richt zich niet op het dagelijks bestaan van TBS-patiënten, hun leefomstandigheden of het nut van de opgelegde maatregel. Dit is een zinnenprikkelende film over hoe enkele patiënten van de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek in het reine willen komen met het verleden en hun leven ten goede proberen te keren. 

Óók, of júist, als ze een verpletterende boodschap hebben gekregen. ‘Je moet je richten op een leven binnen’ kreeg een andere jonge vrouw te horen. ‘Je komt nooit meer buiten.’ Het waren niet eens de stemmen in haar hoofd die spraken. Die haar eerder tot brandstichting hadden aangezet. En die haar nu vertellen dat de theaterdocent haar eigenlijk niet op het podium wil en steeds minder tekst zal geven.

Terwijl ze eigenlijk snakt naar dat spel. ‘Als je lang in TBS zit, word je niet meer aangeraakt. En als we samen spelen, raken we elkaar ook heel veel aan. En dat is gewoon heel fijn.’ En, ook niet onbelangrijk: de stemmen vallen stil. Even. Het geeft haar, en de andere deelnemers aan een theaterproject, wellicht de kans om binnenbrandjes te blussen en een nieuw beter ik te exploreren.

‘In de bajes zit je om wat je gedaan hebt…’, vertelt een doek in Delfts blauw. ‘In de TBS om wat je te doen hebt…’ Het is een opdracht waarmee ieder voor zich worstelt. Kamerling slaat dat proces van heel dichtbij gade en dringt zo door tot het zielenleven van haar personages, terwijl ze hen toch niet nodeloos onder het vergrootglas legt. Een nerveus tappende voet, voortdurend wrijvende vingers en een licht trillende haardos. Impressies uit levens in de pauzestand, die toch niet stil kunnen blijven staan.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS is hier te bekijken.