Murky Skies

Jos Wiersema / VPRO

Na een journalistieke reconstructie van de Bijlmervliegramp (Rampvlucht) en een persoonlijke terugblik op de gevolgen daarvan voor kinderen uit de Amsterdamse wijk (Akwasi’s Een Gat In Mijn Hart) is er nu de Israëlische miniserie Murky Skies (143 min.), die de inmiddels dertigjarige ramp aanvliegt vanuit een internationaal perspectief.

Regisseur Noam Pinchas ontleedt de ramp en de jarenlange nasleep daarvan met diverse Nederlandse slachtoffers en bekende Bijlmervliegramp-gezichten zoals journalist Vincent Dekker (Trouw), onderzoeker van de Rijksluchtvaartdienst Henk Pruis, PvdA-kamerlid Rob ‘Bijlmerboy’ van Gijzel en Theo Meijer, de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie. Pinchas steekt zijn licht daarnaast ook op in Israël. Hij ontfutselt officiële woordvoerders, insiders en deskundigen nieuwe inzichten en stuit op nog niet eerder gebruikt archiefmateriaal en onbekende bewijsstukken.

In aflevering 1 concentreert Pinchas zich op de oorzaken van de fatale vlucht met een Boeing 747 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al op 4 oktober 1992. Was er sprake van een overmoedige vliegtuigcrew, achterstallig onderhoud of toch een probleem in de constructie van het toestel? Het antwoord op die vraag is tevens van belang in verband met de aansprakelijkheid. Bij wie kunnen slachtoffers zich melden voor een schadevergoeding? Bij de Nederlandse overheid, bij vliegmaatschappij El Al of toch bij de Amerikaanse fabrikant Boeing?

Aflevering 2 geeft ruimte aan de overlevenden die zich niet gehoord voelen als ze gezondheidsklachten krijgen. Mensen verzinnen van alles om compensatie te krijgen en worden daarbij geholpen door de media, stelt Israel Chervin, cargo manager van El Al in Europa, zonder te verblikken of verblozen. ‘Alles wat je verwacht als iemand een slaatje probeert te slaan van een ramp zoals deze.’ En van het stiekeme vervoer van verarmd uranium of ‘mysterieuze mannen in witte pakken’ willen de betrokken partijen in eerste instantie al helemaal niets weten.

In de laatste aflevering belicht Murky Skies tenslotte de politieke afhandeling van de Bijlmervliegramp, in de vorm van een parlementaire enquête die bepaald niet door iedereen wordt omarmd. Israël weigert bijvoorbeeld elke medewerking. Het woord ‘antisemitisme’ valt zelfs om de kritische houding in Nederland te omschrijven. Toch zal het onderzoek uiteindelijk weinig opleveren. Er lijkt voor de betrokken landen en ondernemingen te veel op het spel te staan, om zomaar open kaart te spelen naar de slachtoffers en nabestaanden.

Met gedegen onderzoek, scherpe interviews en een flinke scheut suspense brengt Noam Pinchas in deze driedelige docuserie in kaart hoe de machinaties rond dat neergestorte vliegtuig in de Bijlmer, waarbij zeker 43 mensen de dood hebben gevonden, het oorspronkelijke verdriet en verlies alleen maar hebben vergroot en bij menigeen bovendien een gevoel van opperste machteloosheid hebben achtergelaten. Van gewone burgers die worden vermalen door ‘the powers that be’.

A Compassionate Spy

IDFA

‘Als hij destijds had geweten van de gruweldaden van de Sovjet-regering, beweerde hij later, dan had hij nooit het lef gehad om informatie naar hen door te spelen’, zegt Joan Hall over de omstreden stap die haar echtgenoot Ted, enkele jaren voordat zij hem leerde kennen, als jonge man had gezet. ‘Dat is ongetwijfeld waar,’ voegt ze er direct aan toe. ‘Maar als hij ’t niet zou hebben gedaan, was dat slecht geweest voor de wereld.’

Als medewerker van The Manhattan Project in Los Alamos, een team van Amerikaanse militairen en wetenschappers dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het diepste geheim werkte aan de ontwikkeling van de atoombom, lekte de briljante natuurkundige Ted Hall samen met zijn studievriend van Harvard, Saville Sax, in 1944 geheimen naar de Sovjet-Unie, de grootmacht die na afloop van de oorlog de aartsvijand van de Verenigde Staten zou worden in de Koude Oorlog. 

Terwijl het Amerikaanse echtpaar Julius en Ethel Rosenberg in 1953 op de elektrische stoel belandde vanwege spionage, bleef Hall al die jaren uit de handen van de FBI. ‘De Rosenbergs waren maar kleine vissen als je ze vergelijkt met Ted Hall, stelt Joseph Albright, die samen met zijn vrouw Marcia Kunst het boek Bombshell: The Secret Story Of America’s Unknown Spy Conspiracy schreef. Pas in 1998, een jaar voor zijn dood, speelde de gewezen spion en hoofdpersoon van deze film eindelijk open kaart.

Met A Compassionate Spy (102 min.) stapt de gerenommeerde documentairemaker Steve James, de man achter portretterende coming of age-films als Hoop DreamsStevie en America To Me, buiten zijn eigen comfort zone en laat zich door Joan Hall, de kinderen van Ted en Saville en enkele historici meenemen naar het hart van de Koude Oorlog, die mede werd ingeleid door het Amerikaanse besluit om verpletterende atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki te gooien.

De VS wilden vooral indruk maken op de Sovjet-Unie, stelt auteur Daniel Axelrod (To Win A Nuclear War). Japan stond immers op het punt om zich over te geven. Ted Hall was tegen die tijd al gedesillusioneerd afgehaakt. Na de eerste geslaagde test met een atoombom herkende hij zichzelf totaal niet in de euforie binnen het Manhattan Project. Somber trok de jongeling zich terug op zijn kamer en nam een besluit dat zijn leven, dat van zijn latere gezin en wellicht zelfs de wereld zou veranderen.

James reconstrueert dit kleine vergeten verhaal, dat een grote geschiedenis representeert, met een combinatie van interviews, archiefmateriaal en een flinke hoeveelheid nagespeelde scènes met acteurs. Daarmee slaagt hij erin om de geest van de Koude Oorlog op te roepen en invoelbaar te maken wat er destijds op het spel stond. ‘De wereld is extreem dichtbij een totale ramp gekomen’, stelt Hall geëmotioneerd, tijdens een interview aan het einde van zijn leven en de film.

En die dreiging, waarschuwt Steve James in deze overtuigende historische documentaire, blijft actueel zolang er leiders of landen zijn die beschikken over atoomwapens.

Ze Weten Alles Van Je

Videoland

Is hij er stilletjes tussenuit geknepen, op een geheime missie gegaan, ergens de weg kwijtgeraakt, op slinkse wijze ontvoerd door een inlichtingendienst of zelfs uit de weg geruimd? De vrienden van Arjen Kamphuis tasten in het duister. Sinds 20 augustus 2018 is de Nederlandse cyberexpert (47) spoorloos verdwenen.

In de vierdelige serie Ze Weten Alles Van Je (130 min.) gaat de Nederlandse journaliste Nadia op onderzoek uit in Noorwegen, het land waar Arjens spoor vier jaar geleden is doodgelopen. Ze heeft van haar chef zes dagen gekregen om nieuwe aanwijzingen te vinden voor wat er met Kamphuis, die veelvuldig in verband werd gebracht met Julian Assange en de klokkenluiderssite Wikileaks, is gebeurd.

Interessant uitgangspunt voor een typische true crime-docuserie, zou je zeggen. Waarin prominente vrienden van de gedreven cyberdeskundige zoals de bekende internetactivist Ancilla van de Leest, onderzoeksjournalist Sanne Terlingen, hacker Jos Weyers en privacydeskundige Helma de Boer, die gezamenlijk een grootscheepse zoekactie naar Arjen Kamphuis op touw zetten, de vermiste held proberen te duiden.

Nadia probeert intussen met getuigen, direct betrokkenen en deskundigen de laatste stappen van Kamphuis te reconstrueren. Zo ontspint zich een enerverende ontdekkingstocht door een mysterieus (geëindigd) leven. Het type true crime-docu dat overigens vaker wél dan niet in een deceptie eindigt. Want definitieve antwoorden, of zoiets cheesys als een happy end, zijn dit soort producties doorgaans niet gegeven.

Ze Weten Alles Van Je is echter geen reguliere docuserie, maar een hybride van fictie en non-fictie-elementen. En Nadia is een fictief personage, gespeeld door de actrice Charlie Chan Dagelet. Zoals haar chef een rol is van Monic Hendrickx en de informant die ze onderweg ontmoet van Jim Deddes. Het is een gedurfde keuze van regisseur Hanro Smitsman, waarmee dit enerverende verhaal een extra paranoïde thrillerlaagje krijgt.

Of de serie die dramatische ingreep, waarover de maker overigens vanaf het begin transparant is, daadwerkelijk nodig heeft? Dat is nog maar de vraag. Deze verhaallijn maakt de serie ongetwijfeld gemakkelijker te verhapstukken, maar sommige scènes en ontwikkelingen liggen er, in elk geval in de ogen van een dogmatische doculiefhebber, nét te dik bovenop en dreigen de geloofwaardigheid dan een beetje te ondermijnen.

Intussen roept deze ambitieuze productie wel degelijk relevante vragen op, die bovendien verder reiken dan het persoonlijke lot van Arjen Kamphuis: over hoe onze privacy is geborgd in een wereld waarin iedereen overal digitale sporen achterlaat, hoe ver de macht van overheden en inlichtingendiensten daarbij reikt en de zorgen die we daarover allemaal zouden moeten hebben.

The Man Putin Couldn’t Kill

Voor de vlucht had hij nog even geposeerd voor de selfie van een andere passagier. Het had zomaar de allerlaatste foto van hem in levende lijve kunnen worden. 20 augustus 2020. Onderweg van Tomsk in Siberië naar de Russische hoofdstad Moskou werd Aleksej Navalny plotseling ernstig ziek. Hij belandde in coma. De voornaamste criticaster van president Poetin bleek te zijn vergiftigd. Hij overleefde de moordaanslag ternauwernood en werd daarmee, tot nader order, The Man Putin Couldn’t Kill (86 min.).

De aanslag op Navalny past in een naargeestige Russische traditie. Iedereen die Vladimir Poetin publiekelijk de voet dwars zet loopt het risico om te worden neergeschoten, doodgeslagen of vergiftigd. Daarvan zijn legio voorbeelden: van de vergiftigde geheimagent Aleksander Litvinenko tot Navalny’s politieke mentor Boris Nemtsov, die gewoon op straat werd geliquideerd. Deze acties zijn natuurlijk gericht tegen de tegenstanders zelf, maar ook tegen hun directe omgeving. Zij denken nog wel eens goed na voordat ze zich in het openbaar uitspreken tegen de almachtige leider, met dat geheimzinnige KGB-verleden.

Met talloze insiders plaatst regisseur Jon Blair de poging om Navalny definitief kalt te stellen nadrukkelijk binnen die context. Tegelijkertijd duikt hij – aan de hand van wat het onderzoekscollectief Bellingcat daarover heeft ontdekt – ook in de precieze toedracht van de aanslag op Navalny. En die blijkt een stuk klunziger te zijn aangepakt dan verwacht. John le Carré zou er in zijn gelauwerde spionageromans in elk geval niet mee wegkomen. In de woorden van verteller Marcel Theroux: de daders gingen te werk als James Bond-wannabe’s met de kwaliteiten van Rowan Atkinsons karikatuur van een spion, Johnny English.

Aleksej Navalny is zonder enige twijfel als morele winnaar uit die kwestie gekomen – al zit hij inmiddels alweer enige tijd in een Russische cel. Blair schuwt desondanks ook de omstreden elementen uit ‘s mans verleden niet. Zo ontstaat een goed gedocumenteerd portret van een belangrijke opinieleider, waarin sommigen de toekomstige leider van Rusland zien. Zolang die positie wordt geclaimd door ene Vladimir Poetin zijn Navalny en de zijnen hun leven echter bepaald niet zeker. Dat wordt nog eens, wellicht ten overvloede, aangetoond in de apotheose van deze donkere rondgang door Poetins Rusland.

In De Ban Van De Bom

&Bromet

Als hij bij de huidige bewoners van het pand van z’n voormalige werkgever zijn verhaal probeert te doen, zou je Frits Veerman gemakkelijk voor een complotdenker kunnen houden. Hij strooit met allerlei onbekende termen en namen en rept bovendien over spionage: zijn Pakistaanse collega Abdul Khan zou in de jaren zeventig geheime informatie over de verrijking van uranium hebben gestolen. En daarmee zou het Aziatische land, in een soort permanente oorlog verwikkeld met buurland India, een atoombom hebben kunnen testen. De informatie is daarna ook nog terechtgekomen bij schurkenstaten als Noord-Korea.

Jaaaah, Frits, ben je geneigd om te antwoorden, maar hoe gaat het thuis, met je vrouw en kinderen? Zulke reacties heeft de man vast ook vaak gekregen, te beginnen vanuit zijn werkgever FDO waar hij werkte aan zogenaamde ultracentrifuges. Daar hadden ze niets met zijn verhalen. Slecht voor de reputatie van het bedrijf. Frits moest zijn mond houden en werd langzaam maar zeker richting de uitgang gedirigeerd. Er was één klein probleem: hij had gelijk. De notoire complotdenker was in werkelijkheid een klokkenluider.

‘Heb je ooit wel eens de behoefte gevoeld om het voor Frits op te nemen?’ vraagt Frans Bromet in de tv-docu In De Ban Van De Bom (82 min.) aan Veermans voormalige collega Gerrit Kleyn. ‘Nu dus’, reageert die. ‘Nu is een beetje laat, hè’, vindt Bromet. Kleyn: ‘Ja, maar wat kan ik eraan doen?’ En dus stond Frits Veerman er tijdens die jaren grotendeels alleen voor. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) had weliswaar al snel in de smiezen dat het klopte wat hij beweerde, maar probeerde toch – onder invloed van de CIA? – om hem monddood te maken.

Frans Bromet onderzoekt die pijnlijke kwestie met Veerman zelf, zijn vrouw Marie en diverse deskundigen en bekijkt tevens of zijn poging om ruim veertig jaar na dato, via het Huis voor Klokkenluiders, alsnog te worden gerehabiliteerd kans van slagen heeft. Als blijkt dat de AIVD, de opvolger van de BVD, tevens participeert in dat Huis, wordt ook die hoop de bodem ingeslagen. Frits blijft echter, tegen beter weten in, geloven in een goede afloop. Intussen wordt Abdul Khan in Pakistan op het schild gehesen als een soort redder des vaderlands.

Het is een typische David & Goliath-vertelling over een man die, jawel, een complot op het spoor komt en vervolgens jarenlang dwars wordt gezeten, ook door de Nederlandse staat, bij het naar buiten brengen daarvan. Totdat er van de gedreven idealist alleen nog een roepende in de woestijn over is. Bromet neemt alleen wel heel veel tijd om die eenzame strijd uit de doeken te doen. Een iets strengere selectie van de interviews en dus een hoger verteltempo zouden dit schrijnende verhaal, dat inmiddels een erg tragisch staartje heeft gekregen, goed hebben gedaan.

The Mole

Piraya Film / Wingman Media / VPRO

Wie is The Mole? Die vraag ligt voor de hand. Het antwoord ook: Ulrich Larsen, een onopvallende Deense huisvader. Hij begeeft zich als Scandinavische vertegenwoordiger van de Korea Friendship Association jarenlang in schimmige deals met de schurkenstaat Noord-Korea. Als westerse mol welteverstaan, in opdracht van en in samenspraak met regisseur Mads Brügger.

Sinds de Deense documentairemaker in 2009 een kritische film maakte over Kim Jong-Un’s onwezenlijke dictatuur, genaamd The Red Chapel, is hij daar zelf persona non grata. Na de release van die film wordt Brügger echter benaderd door Larsen, die hem alsnog de mogelijkheid biedt om de ware aard van het regime in Pyongyang te tonen.

Voor het zover is, zet de regisseur nog wel even enkele extra pionnen op het bord: Mr. James, een cokedealer in ruste die zich gaat voordoen als potentiële investeerder in Noord-Korea. En een voormalige geheimagente van MI5, Annie Machon, die zowel deze Mr. James als de mol na afloop grondig gaat debriefen. Zie daar de opzet voor de real life-spionagefilm The Mole (125 min.), waarin (waarschijnlijk) niemand is zoals hij/zij zich voordoet.

En net als in eerdere films als The John Dalli Mystery en Cold Case Hammarskjöld claimt Mads Brügger hoogstpersoonlijk de vertellersrol. In Engelstalige voice-overs met een moddervette Deense tongval, die welhaast net zo herkenbaar is als het Sauerkraut-Engels van zijn Duitse collega Werner Herzog. Trefzeker koerst Brügger door een internationaal schimmenspel, veelal vastgelegd met verborgen camera’s, dat zich voor een groot deel afspeelt op anonieme hotelkamers en in kale vergaderruimtes en dat soms zo grotesk lijkt dat het ongeloofwaardig wordt.

Hoe ze bijvoorbeeld het Oegandese eiland hebben gevonden om stiekem een wapenfabriek op te starten? ‘Google’, antwoordt Mr. James met een grote grijns op zijn gezicht. Mads Brügger heeft er achteraf wel spijt van dat hij de nepinvesteerder daarna naar China heeft laten vertrekken, waar zijn leven wellicht gevaar loopt. ‘Maar Mr. James is een man die van actie houdt en ik ben een filmmaker die van sensatie houdt. Dus is hij maar gegaan.’

Het is zulke onmiskenbare zelfspot, waarmee zijn serieuze onderzoeksjournalistiek een absurdistisch vernislaagje krijgt, die ook deze nieuwste ambitieuze onderneming van Mads Brügger kenmerkt. Daarmee reikt hij ditmaal niet zo enorm hoog als in bijvoorbeeld zijn onderzoek naar de dood van Verenigde Naties-topman Dag Hammarskjöld – ook doordat The Mole wel erg veel schimmige beelden van schimmige mannen op schimmige locaties bevat – maar laat hij opnieuw zien dat hij een geweldige neus heeft voor waar het stinkt.

Aan het eind resteert alleen nog steeds de vraag: wie is The Mole nu werkelijk? Wat heeft hij in al die jaren precies uitgevreten? En waarom ook alweer?