Als Mara Lacht

KRO-NCRV

‘Dat is iets voor de kinderarts’, concludeert de dienstdoende arts nuchter in de openingsscène van de aangrijpende documentaire Als Mara Lacht (55 min.). Hij heeft het zojuist geboren meisje, dat nog in de armen van haar moeder lag, kort onderzocht. Elke keer als hij haar handjes of voetjes aanraakte, begon Mara te huilen. Het baby’tje had duidelijk pijn. Die moet worden onderzocht.

25 Jaar later is de zuigeling van toen uitgegroeid tot een intelligente en zelfbewuste jonge vrouw. Mara Tempelman bleek een aangeboren spierziekte, de ziekte van Ullrich, te hebben en zit al haar hele leven in een rolstoel. Door haar aandoening is ze afhankelijk van allerlei apparaten en middelen, moet ze altijd in de buurt zijn van andere mensen en komt ze slechts beperkt toe aan zichzelf. Ze voelt zich ook een last voor anderen, haar ouders in het bijzonder.

‘Lastig lijf, goeie kop, zeggen wij altijd’, vertelt moeder Ingrid. Toch – of juist: daarom – kwam haar dochter gaandeweg tot een pijnlijke conclusie: Mara wilde haar leven (laten) beëindigen. ‘Er is nu een te grote discrepantie tussen wie ik eigenlijk ben en wil zijn en wie ik kan zijn met dit lichaam’, constateert ze nuchter. Haar menselijke waardigheid kwam in het geding. ‘Ik wil niet dood’, vertelde ze aan haar moeder, ‘maar ik wil ook dit leven niet meer.’

Mara’s vader Arnoud is van mening dat ze nog jaren verder kan. Hij beschouwt dat hele ‘euthanasiegebeuren’ als niet meer dan een allerlaatste redmiddel. Haar moeder heeft er intussen vooral moeite mee dat Mara die beslissing helemaal in haar eentje heeft moeten nemen. Documentairemaker Ans L’Espoir legt de gesprekken daarover en de ontwikkelingen die daaruit voortvloeien van dichtbij vast. Het resultaat is een fraaie en genuanceerde tv-film over vrijwillige levensbeëindiging, die echt tot nadenken stemt.

En dan, als Mara de keuze voor euthanasie al lijkt te hebben gemaakt, dient zich een onverwachte kans aan…

Als Mara Lacht is hier te bekijken.

Het Beste Voor Kees

Henriëtte (l), Kees (m) en Willem Momma (r) / npostart.nl

‘Vieze, vuile teringmof’, schreeuwt Kees Momma in de auto van zijn moeder een andere weggebruiker toe. ‘Schweinhund! Arschloch!’ In de inmiddels klassiek geworden scène uit de documentaire Het Beste Voor Kees (87 min.) uit 2014, die destijds direct viral ging, scheldt hij de onzichtbare bestuurder van een Duitse auto de huid helemaal stijf. Zijn moeder Henriëtte rijdt ondertussen onaangedaan verder en probeert haar briesende zoon tot rust te manen. Tevergeefs. ‘Die gore rotmoffen zouden ze een keer moeten afstraffen’, fulmineert Kees. ‘Een waterstofbom op Mofrica gooien.’

Het portret van de autistische veertiger en zijn bejaarde ouders geldt als één van de populairste Nederlandse documentaires van de 21e eeuw. De hoofdpersoon kreeg zelfs een soort cultstatus, compleet met eigen Facebook-pagina en invitaties voor De Wereld Draait Door. Met zijn opvallende fascinaties, archaïsche taalgebruik en kenmerkende manier van doen zou hij ook moeiteloos kunnen doorgaan voor een typetje van Kees van Kooten. Die populariteit – hoewel ongetwijfeld goedbedoeld – voelt nog altijd wat ongemakkelijk. Omdat Kees de stereotypen die bestaan over een autismespectrumstoornis, onbedoeld en ongewild, behoorlijk bevestigt.

Bovendien is deze documentaire van Monique Nolte, die in 1998 al de docu Trainman maakte over Kees en nu werkt aan het groots opgezette derde deel Kees Vliegt Uit, in wezen een behoorlijk zwaarmoedige film. Over een man die inmiddels tegen de vijftig loopt en nog altijd volledig afhankelijk is van zijn vader en moeder. En over ouders die geen afstand kunnen/durven/willen nemen van hun volwassen zoon. Ze houden hun hart vast bij de gedachte dat er iets met hen gebeurt. Zonder zijn vader en moeder is ‘hun’ Kees, een klassieke autist die in 2004 eens te gast was bij Vinger Aan De Pols, echt reddeloos verloren. Zelfs heel drastische stappen worden in dat verband bespreekbaar gemaakt.

De zoektocht naar een nieuwe woonomgeving, waarin Kees zichzelf én gelukkig kan zijn, verloopt in elk geval weinig voorspoedig. Nolte brengt de tot mislukken gedoemde pogingen van de familie Momma met compassie in beeld en zorgt voor meer dan voldoende tegenwicht, in de vorm van aandoenlijke familietaferelen en fraaie sequenties waarin Kees’ passie voor tekenen en treinen in beeld wordt gebracht, zodat haar film geen moment topzwaar wordt. Dat is, inderdaad, een heel knappe prestatie, die niet voor niets door een groot publiek is (h)erkend. Waarbij het wel de vraag is wat een vervolg, behalve méér van de cultheld Kees, daar nog aan kan toevoegen.

De complete documentaire Het Beste Voor Kees is hier te zien bij 2doc.nl.

’t Is Goed Zo

Zelden zal een luchtig uitgesproken ‘doooeeeiii!’ zoveel lading hebben gehad. Het is de bezegeling van een allerlaatste ontmoeting. Enkele uren later zal één van de twee er niet meer zijn. Hij verkiest op 38-jarige leeftijd de dood. Vanwege ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden. Zijn beste vriendin gaat door – moet door.

De aangekondigde euthanasie van de Tilburger Eelco de Gooijer, die in het najaar van 2016 uitgebreid de media haalde, en de nasleep daarvan voor zijn geliefden zijn vervat in de documentaire ‘t Is Goed Zo (52 min.) van Jesse van Venrooij, die de komende weken is te bekijken op de website van Omroep Brabant. Van Venrooij filmde Eelco’s nabestaanden, maar was er ook bij toen de man, die zichzelf met veel zelfspot Hodor noemde, afscheid nam van dat voor hem zo moeilijke leven.

Over de film zelf, en dan met name de invalshoek en structuur ervan, is wel het één en ander op te merken, maar enkele beelden en scènes van met name die laatste dag blijven je nog wel even bij. Eelco’s voicemailbericht bijvoorbeeld, waarmee hij postuum nog allerlei praktische mededelingen doorspeelt aan mensen die hem bellen. Of de plakkertjes op spullen in zijn huis, die bepalen wie straks wat krijgt. En de galgenhumor, waarmee De Gooijer, die was gediagnosticeerd met een vorm van autisme, tot het allerlaatst zijn eigen situatie en lot blijft becommentariëren.

En, natuurlijk, het begin van het einde. Als de dokter hem ‘goede reis’ wenst, zijn moeder die beer van een vent voor het laatst knuffelt en hijzelf nog eenmaal “t Is goed zo’ probeert te zeggen, de zin die een troostend mantra zal worden voor de mensen die hij achterlaat.