Marlee Matlin: Not Alone Anymore

Kino Lorber

Toen ze haar Oscar ging ophalen, durfde Marlee Matlin eigenlijk niet blij te zijn, vertelt ze veertig jaar later. Ze kreeg de Academy Award overhandigd door acteur William Hurt, haar tegenspeler in de film Children Of A Lesser God (1986) en sinds enige tijd ook haar geliefde. Was hij werkelijk blij dat zij op 21-jarige leeftijd, als eerste dove actrice in de geschiedenis, met haar debuut de belangrijkste filmprijs won? Het destabiliseerde hun relatie, die we tegenwoordig ‘toxisch’ zouden noemen.

In haar autobiografie I’ll Scream Later (2010) zou Matlin nog indringend verhalen over haar ervaringen met seksueel geweld. Daarmee was ze haar tijd vooruit. #metoo liet toen nog zeven jaar op zich wachten. Ze zou haar hele leven voor de troepen uitlopen, getuige de documentaire Marlee Matlin: Not Alone Anyore (97 min.). Nadat zij als eerste dove acteur een Oscar won, stond ze 35 jaar later ook aan de basis van haar opvolger. Troy Kotsur kon alleen een Academy Award winnen voor zijn rol in CODA (2021) doordat Matlin, die een bijrol had als zijn eveneens dove vrouw, had gedreigd met opstappen als er een horende acteur zouden worden ingehuurd als haar echtgenoot.

Regisseur Shoshannah Stern, een eveneens dove filmmaakster, neemt voor deze docu tegenover haar hoofdpersoon plaats op een bank en bespreekt met haar in gebarentaal – niet vertolkt, wel ondertiteld – een roerig leven.  Die Oscar bracht Matlin, na toch weer enkele jaren sappelen, rollen in de befaamde televisieseries The West Wing, Seinfeld en The Larry Sanders Show, maar plaatste haar tevens in de voorhoede van de emancipatiestrijd van doven. Toen er een nieuwe voorzitter moest komen bij de dovenuniversiteit Gallaudet, leek er bijvoorbeeld wéér een horende kandidaat te worden gekozen (het thema van de docu Deaf President Now!) en moest Matlin bijspringen.

Marlee Matlins relatie met de dovengemeenschap blijft desondanks lastig, vertelt ze tegen Stern. Want ook zij kreeg gedurig kritiek, zoals toen ze sprekend de winnaar van een Oscar bekend maakte. Dat werd beschouwd als verraad aan haar eigen identiteit als dove vrouw. In dit delicate portret, waarin zowel horende en niet-horende familieleden, vrienden en collega’s hun licht over haar laten schijnen, kijkt Matlin intussen grondig naar wie ze was, wat ze is geworden en welke weg haar heeft gebracht van toen naar nu, waarin ze zowaar een geladen aflevering van de televisieserie Accused over een jonge dove vrouw regisseert, de aangrijpende apotheose van dit boeiende persoonlijke portret.

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Room 237: Being An Inquiry Into The Shining In 9 Parts

IFC Films

De beweringen in deze film komen niet voor rekening van Stanley Kubrick, zijn erven of de makers van de film The Shining, meldt de documentaire Room 237: Being An Inquiry Into The Shining In 9 Parts (103 min.) bij aanvang. Dat is geen overbodige luxe. In de navolgende honderd minuten wordt Kubricks klassieke horrorfilm uit 1980 over de waanzinnig wordende beheerder van het geïsoleerde Overlook Hotel in Colorado, gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Stephen King, van (geheel nieuwe) betekenis voorzien door een vijftal geobsedeerde Kubrick-adepten, die zelf buiten beeld blijven.

The Shining is een film over de genocide op de ‘native American’, stelt één van hen. Nee, beweert een ander, Kubricks sinistere film is een allegorie voor de Holocaust. En de volgende connaisseur ziet een verband met de maanlanding, die door de Amerikaanse sterregisseur in scène zou zijn gezet in een filmstudio. Niet alleen schoonheid zit immers ‘in the eye of the beholder’ – al helpt het dat Stanley Kubrick een onovertroffen oog voor detail had en niets aan het toeval overliet. En dus kan het grote ‘Hineininterpretieren’ beginnen bij pak ‘m beet Calumet-bakpoeder, de Duitse Adler Eagle-typemachine of het labyrintische tapijt in de hotelgangen.

Behalve met scènes uit The Shining, met een ionische maniakale rol van Jack Nicholson, lardeert documentairemaker Rodney Ascher hun soms vergezochte betogen ook met fragmenten uit de Kubrick-klassiekers 2001: A Space Oddity, A Clockwork Orange, Barry Lyndon, Full Metal Jacket en Eyes Wide Shut en andere roemruchte films zoals Jesus Christ Superstar, All The President’s Men en Schindler’s List. Room 237, een titel die verwijst naar een sinistere hotelkamer die in het boek overigens nog het nummer 217 had, wordt zo een vervreemdende ode aan de fantasie, zowel van de maker als de kijker, en verrukte/verrückte nitpickers.

Op zoek naar hun eigen waarheid lopen ze eindeloos rond in een zelf gecreëerd doolhof van ‘easter eggs’, doelbewuste continuïteitsfouten en verborgen boodschappen. Sommige van deze kijkers zitten vermoedelijk levenslang vast in het Overlook Hotel. ‘Mijn leven is in feite The Shining geworden’, constateert één van hen niet voor niets, met een mengeling van begeestering en berusting.

Skin: A History Of Nudity In The Movies

Plausible Film

Al vanaf de geboorte van de Amerikaanse film aan het eind van de negentiende eeuw zoeken makers de grenzen van hun tijd op met naaktscènes. In 2020, als #metoo Hollywood net op zijn grondvesten heeft doen schudden en de intimiteitscoördinator zijn entree heeft gemaakt op de filmset, maakt Danny Wolf in de documentaire Skin: A History Of Nudity In The Movies (130 min.) de balans op van ruim 130 jaar bloot in films.

Gedurende die jaren lijken periodes van vrijheid en preutsheid elkaar voortdurend af te wisselen. Nét voordat in 1934 de zogeheten Production Code wordt ingevoerd, die twintig jaar lang zal bepalen welke films wel en niet in productie kunnen worden genomen, zien bijvoorbeeld nog het baanbrekende Ecstacy (1933), met een naakte Hedy Lamarr en een heuse seksscène, en Tarzan And His Mate (1934), waarin de ster Maureen O’Sullivan tijdens een naaktzwemscène zowaar wordt vervangen door een ‘body double’, het licht.

Hollywood realiseert zich intussen terdege dat ‘sex sells’. Met de vraag ‘What are the two great reasons to see Jane Russell in The Outlaw?’ en een sexy afbeelding van de hoofdrolspeelster wordt in 1943 bijvoorbeeld de Howard Hughes en Hawks-western letterlijk aan de man gebracht. Later fungeren ‘seksbommen’ zoals Brigitte Bardot, Marilyn Monroe en Jayne Mansfield als verleidelijk uithangbord voor nieuwe films. De tijd dat naaktscènes of -foto’s een actrice haar carrière kunnen kosten lijkt dan definitief voorbij.

Behalve op filmjournalisten en -historici verlaat Wolf zich in deze chronologisch opgebouwde film ook op regisseurs zoals Peter Bogdanovich (The Last Great Picture Show), Amy Heckerling (Fast Times At Ridgemont High) en Kevin Smith (Zack And Miri Make A Porno). Hij laat verder actrices aan het woord die spraakmakende blootscènes speelden, waaronder Mamie van Doren (High School Confidential), Pam Grier (Foxy Brown), Mariel Hemingway (Personal Best), Sean Young (No Way Out) en Shannon Elizabeth (American Pie).

Ook aan mannelijk naakt – en het taboe daarop in bepaalde tijdsgewrichten – besteedt Skin volop aandacht, met bijdragen van Malcolm McDowell, die de hoofdrol vertolkte in de klassiekers A Clockwork Orange en Caligula, en Ken Davitian, de zwaarlijvige acteur die een grotesk naaktgevecht leverde in de comedy Borat. ‘Full frontal’-naaktscènes maken sowieso altijd de tongen los, getuige de spraakmakende verhoorscène in Basic Instinct van Paul Verhoeven, die met Showgirls nog een andere zéér omstreden naaktfilm maakte.

Danny Wolf wikkelt de hele historie netjes af, met natuurlijk ook verwijzingen naar de illustere filmmakers Ed Wood, Russ Meyer en Roger Corman, geruchtmakende films zoals Blow-Up, Last Tango In Paris, The Crying Game en Fifty Shades Of Grey en de rol van de alomtegenwoordige filmkeuring, maar hij gaat nooit echt de diepte in. Deze documentaire voelt daardoor, ondanks talloze saillante voorbeelden en de bijbehorende filmfragmenten, eerder als een interessante geschiedenisles dan als een geslaagde vertelling.

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

The Salt Path Scandal

SkyShowtime

Een financieel geschil met een man die ze altijd als een vriend hebben beschouwd zorgt ervoor dat Raynor Winn en haar echtgenoot Moth hun huis in Wales kwijtraken. Tot overmaat van ramp blijkt Moth een terminale ziekte te hebben. Samen hervinden zij zich echter tijdens een wandeltocht van meer dan duizend kilometer langs de Britse zuidwestkust, die ook heilzaam blijkt voor zijn gezondheid. Dit hartverwarmende uitgangspunt vormt de basis voor Winns memoires, die in 2018 uitgroeien tot een internationale bestseller: Het Zoutpad. Als vanzelfsprekend volgt in 2024 ook een verfilming, met Gillian Anderson en Jason Isaacs als het onfortuinlijke echtpaar.

Het optimistische verhaal wordt aan de man gebracht als ‘onverbiddelijk eerlijk’. Non-fictie dus. Tijdens interviews draagt Raynor Winn die boodschap ook consequent uit. En dan wordt onderzoeksjournalist Chloe Hadjimatheou van de Britse krant The Observer begin 2025 benaderd door een anonieme bron: Winn heeft dat hele verhaal bij elkaar verzonnen. De zaak steekt totaal anders in elkaar. Raynor Winn heet, om te beginnen, in werkelijkheid Sally Walker en haar man gewoon Tim. Hadjimatheou heeft in eerste instantie eigenlijk weinig fiducie in het verhaal. Sterker: ze moet Het Zoutpad zelf nog gaan lezen. Al snel valt ze echter van de ene in de andere verbazing.

The Salt Path Scandal (74 min.) is geboren. Eerst via krantenartikelen, daarna als podcast en nu dus in een documentaire van Josie Besbrode, die aansluit bij Hadjimatheous onderzoek naar de achtergronden van dit ‘waargebeurde verhaal’. Een belangrijk deel van haar gesprekken met bronnen, die Winns waarheid op alle mogelijke manieren weerleggen, voelt wel enigszins gekunsteld. Alsof ze voor de camera nog eens zijn overgedaan. De docu behandelt ook slechts een selectie van Hadjimatheous bevindingen. Het feit dat de Walkers nog een (weliswaar vervallen) huis in Frankrijk hadden en tijdens hun wandeling dus niet dakloos waren ontbreekt bijvoorbeeld. 

In de slipstream van Chloe Hadjimatheou maakt Besbrode in haar vertelling, die is doorsneden met fragmenten uit het audioboek van The Salt Path en speelfilmscènes, desondanks zeer aannemelijk dat Raynor Winn een pijnlijk loopje met de waarheid heeft genomen. Menige lezer voelt zich ook bekocht. Niet omdat met een fictief verhaal geen aangrijpend relaas of een groter verhaal kan worden verteld, natuurlijk, maar omdat de schrijfster de authenticiteit van non-fictie misbruikt om een verzonnen verhaal te lanceren. En op het pad naar wereldwijd succes heeft ze talloze mensen, uit haar directe omgeving of onderweg ontmoet, ogenschijnlijk rücksichtslos voor de bus gegooid.

De commotie rond het boek heeft de verkoop van Het Zoutpad overigens helemaal geen kwaad gedaan. Want zoals doorgewinterde marketeers allang weten: er bestaat niet zoiets als slechte publiciteit.

Marlon Brando In Paradise

TVF / vrijdag 1 mei, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Als de Amerikaanse steracteur Marlon Brando (1924-2004) tijdens opnames voor de Hollywood-film Mutiny On The Bounty begin jaren zestig in de Stille Zuidzee stuit op het prachtige eiland Tetiaroa, weet hij direct: dit is de plek voor mij. Enkele jaren later koopt Brando het paradijselijke oord daadwerkelijk aan.

Het is de vervulling van een jeugddroom: als getroebleerde tiener droomde hij al regelmatig weg bij foto’s van Tahiti. De eilandengroep appelleert ook aan Brando’s geknakte ambitie om wetenschapper te worden en zo een bijdrage te kunnen leveren aan het behoud van de aarde. Het Frans-Polynesische koraaleiland Tetiaroa kan een thuishaven worden voor wetenschappelijke experimenten, bedreigde diersoorten en nieuwe vormen van toerisme (die al snel onbetaalbaar blijken).

Het postume portret Marlo Brando In Paradise (52 min.) van Dirk Heth en Silvia Palmigiano behandelt ‘s mans filmcarrière – die resulteert in klassiekers zoals On The Waterfront, The Godfather en Apocalypse Now – vooral als een decor waarin zijn idealisme, sociale bewogenheid en milieubewustzijn tot volle wasdom kunnen komen. Hij is, in de woorden van zijn biograaf Susan Mizruchi (Brando’s Smile), de eerste ‘celebrity do-gooder’ – en daardoor ook bepaald niet onomstreden.

Als Brando in 1973 bijvoorbeeld weigert om de Oscar voor zijn rol als maffiabaas Don Corleone te accepteren en in zijn plaats een vertegenwoordigster van de Native Americans naar de uitreiking stuurt om de Amerikaanse filmindustrie te bekritiseren, wordt hem dat zeker niet door iedereen in dank afgenomen. Buiten Hollywood voelt Marlo Brando zich duidelijk meer senang. Op Tetiaroa kan hij de man zijn die hij diep in zijn hart wil zijn – ook al blijken niet al zijn ideeën levensvatbaar.

Toch leeft ‘s mans droom, ruim twintig jaar na zijn dood, daar nog altijd voort, getuige bijvoorbeeld The Tetiaroa Society en The Brando Resort. De drijvende krachten achter deze initiatieven, alsmede Brando’s dochter Rebecca, krijgen in deze aardige film over één van de meest uitgesproken mannen van Hollywoods gouden jaren dan ook de rol die doorgaans aan insiders van de filmbusiness is voorbehouden: het inkaderen van de held en op gepaste wijze lof over hem uitstrooien.

Één ding is zeker, stelt zijn voormalige personal assistant Avra Douglas nog: Marlon Brando sprak over zo ongeveer alles liever dan over acteren.

Trailer Marlon Brando In Paradise

Irvine Welsh: Reality Is Not Enough

Kaleidoscope

Hoe rijk z’n loopbaan inmiddels ook is – als schrijver, deejay en scenarist – zijn naam blijft altijd verbonden aan dat ene boek en de film die daarvan werd gemaakt: Trainspotting. En hij, Irvine Welsh, wordt geacht om zich te gedragen als het personage dat hij destijds in het leven heeft geroepen: de onverbeterlijke drugsgebruiker Mark Renton, vereeuwigd door acteur Ewan McGregor.

Je bent afgekickt van de heroïne, start de Ierse host van de podcast The Michael Anthony Show bijvoorbeeld een interview met de Schotse auteur. ‘Ben je nu gelukkig?’ Voordat Welsh, die inmiddels ook bestsellers als Acid House, Ecstacy en Filth op zijn naam heeft staan, kan antwoorden, volgt alweer een vraag: heb je je ooit geschaamd toen je een junkie was?

Binnen enkele minuten jast Anthony er vervolgens al zijn drugsvragen doorheen: ben je ooit in therapie geweest? Hoe reageerden je ouders toen je aan de heroïne zat? Reageerden ze net als de ouders van Renton? Hoe lekker is heroïne? Was jij degene in de groep die anderen aan de heroïne bracht? Irvine Welsh laat het over zich heen komen. Hij is en blijft Mr. Trainspotting.

Da’s overigens niet geheel onterecht. De schrijver uit Edinburgh heeft inmiddels een hele serie boeken rond dezelfde groep personages afgeleverd. En voor Irvine Welsh: Reality Is Not Enough (88 min.) geeft hij zich bij Field Trip Toronto over aan een sessie met psychedelica. Die wordt door documentairemaker Paul Sng vervolgens gebruikt als ‘a trip down memory lane’.

Van daaruit belicht hij Welsh’s leven en werk, die nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken te zijn. En dat geheel, van snedig commentaar voorzien door de schrijver zelf, is weer doorsneden met scènes uit verfilmingen van ’s mans boeken en passages uit zijn romans, die zijn ingelezen door onder anderen Liam Neeson, Stephen Graham en Nick Cave.

Jij kiest het materiaal niet, beweert Irvine Welsh’s intussen stellig in dit aardige schrijversportret. Het materiaal kiest jou. ‘Dus als ik racistische, seksistische, gewelddadige of psychopathische personages tot me krijg, dan is dat maar zo. Ik ga me niet voordoen als een verheven schrijver die de personages in zijn boek goed- of afkeurt.’ Waarvan akte.

De Film Die Nooit Afkwam

&Bromet’/ EO

De zwarte bladzijde uit het filmende leven van Frans Bromet kan in 2017 alsnog worden omgeslagen. De documentaire die hij in de jaren zeventig wilde maken over schilder en Holocaust-overlever Sieg Maandag (1937-2013), waarvan de productie jaren eerder vanwege een volledig uit de hand gelopen conflict tussen Bromet en zijn producent George Becht was afgebroken, kan toch nog worden voltooid.

De Film Die Nooit Afkwam (58 min.) begint bij de foto die George Rodger (1908-1995) van de kleine Sieg maakte bij de bevrijding van het concentratiekamp Bergen-Belsen in 1945. De Britse fotograaf van het vermaarde tijdschrift Life kan, als Bromet hem een heel leven later opzoekt, nauwelijks geloven dat het jongetje zijn leven daarna ‘gewoon’ heeft kunnen vervolgen en nog altijd in leven is. Tot een ontmoeting tussen de fotograaf en zijn subject en de foto die daarvan moet worden gemaakt – het beoogde einde van de nooit afgeronde docu Life’s Picture – zal het door alle productionele perikelen echter nooit komen.

Bromet, zelf afkomstig uit een Joodse familie, wilde toentertijd nadrukkelijk uit de zwaarte weg blijven. Niet te veel inzoomen op de ontzaglijke ellende van het kamp, bijvoorbeeld – ook omdat hij die confrontatie zelf nauwelijks aankon. In plaats daarvan filmde hij opgeprikte, soms bijna clowneske reconstructiescènes, waarin Maandag zijn eigen belevenissen naspeelde. Die waren vermoedelijk ook de spreekwoordelijke druppel voor producent Becht. Samen met Sieg Maandags weduwe Karen en zijn kinderen Sarah en Simon kijkt de filmmaker het beeldmateriaal nu terug en bespreekt met hen de man daarachter.

Gaandeweg wordt tevens duidelijk hoe, waarom en door wie Bromets oorspronkelijke film werd getorpedeerd en hoe de direct betrokkenen, waaronder hijzelf, daar jaren later op terugkijken. De tijd lijkt in elk geval deze wonden wel te hebben geheeld. En met De Film Die Alsnog Afkwam kan Bromet toch zijn oorspronkelijke vraag beantwoorden: hoe kan een mens verder leven na het concentratiekamp? De vraag is dan alleen nog hoe hij die nieuwe docu naar z’n einde kan brengen. En ook die vraag wijst uiteindelijk zichzelf, in deze boeiende film over de erfenis van de Tweede Wereldoorlog en hoe die te beheren.

De Film Die Nooit Afkwam is hier te zien.

Studio One Forever

Kanopy

Héél Hollywood kwam er in de jaren zeventig: Liza Minnelli, Rock Hudson, Betty Davis, Cary Grant, Gregory Peck, Diana Ross, Kirk Douglas, Burt Reynolds…. In Studio One Forever (96 min.) lijken de oud-medewerkers en -bezoekers van de gayclub in Los Angeles de namen van alle bekende bezoekers, die ze zich nog kunnen herinneren van die wilde tijden, te willen droppen. Totdat het de kijker bijna begint te duizelen…

Homo-emancipatie was destijds bepaald nog niet vanzelfsprekend. Studio One, een voormalige filmstudio in West Hollywood, speelde een sleutelrol in het ontwikkelen van een eigen cultuur voor de Amerikaanse LHBTIQ+-gemeenschap, daarover zijn alle betrokkenen het een halve eeuw later wel eens. En op de dansvloer werd meteen de basis gelegd voor de dominante muziekstroming van de jaren zeventig: disco.

Van de New Yorkse tegenhanger Studio 54, die eerst de kunst kwamen afkijken en daarna ook maar een jaar of drie open waren, moeten ze in elk geval nog altijd weinig hebben. Studio One, met al z’n onweerstaanbare ‘menergy’, was écht veel puurder, bracht bovendien eigen queerhelden zoals SylvesterDivine en Wayland Flowers and Madame voort en had dus ook nog eens aanzienlijk meer Ausdauer dan 54.

Zoals één van de insiders ’t geheel in stijl verwoordt: New York mocht dan de Stonewall-opstand hebben en San Francisco de moord op het homoseksuele gemeenteraadslid Harvey Milk, maar wij in Los Angeles hadden de enige echte Studio One. Van de mannen die met ontbloot en bezweet bovenlijf op foto’s en film uit die tijd staan is alleen een groot deel niet meer in leven. Drugsverslavingen en – vooral – AIDS eisten hun tol.

Ook die keerzijden van de medaille komen natuurlijk uitgebreid aan de orde in deze vlotte film van Marc Saltarelli, waarin oude tijden herleven en, in het kader van het behoud van cultureel erfgoed, ook het pand van Studio One nog van de ondergang moet worden gered.

Strange Journey: The Story Of Rocky Horror

Kaleidoscope Entertainment

Erg fiducie hebben de mensen die Richard O’Brien begin jaren zeventig benadert niet in zijn idee. Een rockmusical, nog één? Zijn Jesus Christ Superstar, Hair en al die slappe aftreksels daarvan nog niet genoeg?

Met zijn eerste composities krijgt Richard regisseur Jim Sharman en muzikaal leider Richard Hartley nochtans direct aan z’n zijde, vertelt hij aan zijn zoon, filmmaker Linus O’Brien, in diens lekkere documentaire Strange Journey: The Story Of Rocky Horror (90 min.). They Came From Denton High kan ‘t helemaal gaan worden, maar moet dan nog wel een nieuwe titel krijgen: The Rocky Horror Picture Show.

De show is een doorslaand succes. Eerst in het theater in Engeland en later, verfilmd, wereldwijd in de bioscoop. Met zichtbaar plezier kijken de castleden Tim Curry, Susan Sarandon, Nell Campbell, Patricia Quinn en Barry Bostwick, direct betrokkenen zoals producer Lou Adler en kostuumontwerper Sue Blane en de bekende fans Jack Black en Trixie Mattel terug op de storm die ‘Rocky’ ontketende.

Daarachter schuilt nog een ander verhaal. De horrormusical werkt voor Richard O’Brien zelf bevrijdend. Geholpen door de populariteit van de androgyne helden David Bowie, Mick Jagger en Lou Reed durft hij ongegeneerd zijn liefde voor travestie te omarmen. Ook voor andere LHBTIQ+-ers werkt The Rocky Horror Picture Show emanciperend. Niet alleen vijftig jaar geleden, maar ook nu nog.

Bij openbare vertoningen van deze ultieme B-film is participatie bijna verplicht. Een geheel in stijl gekleed publiek blijft vooral niet op z’n stoel zitten, roept op vaste momenten iconische kreten naar het scherm en zingt natuurlijk luidkeels mee. Soms verschijnt er zelfs een schaduwcast op het podium, om de feestvreugde verder te verhogen. Want bij deze gelegenheden mag echt iedereen zichzelf zijn.

En dat is in de hedendaagse wereld niet meer zo vanzelfsprekend als ‘t een halve eeuw geleden leek te gaan worden, toen Richard O’Brien uit zijn binnenste een campy musical opdiepte, die allang niet meer van hem alleen is.

I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.

Mel Brooks: The 99 Year Old Man!

HBO Max

Als ambassadeur van de Amerikaanse comedy doet Judd Apatow zich al jaren gelden. Hij speelde als producer een belangrijke rol bij de Hollywood-hits The Cable Guy, Knocked Up en The 40 Year Old Virgin en behoorde tot de drijvende krachten achter series zoals The Larry Sanders Show, Girls en Love.

En als documentairemaker eert Apatow z’n helden. Met The Zen Diaries Of Garry Shandling (2018) bijvoorbeeld en het dit jaar te verschijnen Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story. Samen met Michael Bonfiglio, met wie hij eerder ook al George Carlin’s American Dream maakte, portretteert hij nu ook een levende legende: Mel Brooks: The 99 Year Old Man! (217 min.), in het jaar, op 28 juni om precies te zijn, waarin die honderd jaar oud hoopt te worden.

De Joodse komiek, regisseur, producer en schrijver Mel Brooks (echte naam: Melvin Kaminsky) scoorde in zijn leven kaskrakers zoals The ProducersBlazing Saddles en Spaceballs, maar leverde zo nu en dan ook flinke flops af. Collega’s zoals Ben Stiller, Conan O’Brien, Jerry Seinfeld, Dave Chappelle en Adam Sandler vinden hem ronduit geniaal. Anderen, ‘de critici’ waarvoor hij graag z’n neus ophaalt, noemen zijn werk dan weer dom en platvloers.

Deze lijvige biografie in twee delen, waarin ook z’n zoons Nicholas, Eddie en Max hun zegje doen, neemt zijn leven van begin tot eind door. Sterke verhalen, smakelijke anekdotes en grappige fragmenten te over. Iemand die zo lang leeft, moet zichzelf nu eenmaal steeds opnieuw uitvinden – als producent van serieuze films, gelauwerd musicalschrijver of ‘wise old man’ van de Amerikaanse comedy bijvoorbeeld – en kan diverse malen in en uit de mode raken.

Te midden van alle (on)gein, gevatheid en wansmaak verschijnt een man die alle tegenslag met humor tegemoet treedt en op de één of andere manier altijd de moed vindt om verder te gaan. Nadat zijn echtgenote Anne Bancroft is overleden, spendeert Mel Brooks bijvoorbeeld elke avond bij zijn beste vriend, collega-komiek Carl Reiner. Hij is ook bij hem als Reiner in 2020 op 98-jarige leeftijd overlijdt. En Brooks blijft ook daarna naar diens woning komen.

‘Maandenlang kwam hij naar het huis, nadat mijn vader gestorven was, om daar te zitten, tv te kijken en te eten’, vertelt Carls zoon Rob Reiner, die onlangs samen met zijn echtgenote Michele op tragische wijze om het leven werd gebracht, aan Apatow en Bonfiglio. Brooks vraagt Rob ook om het hem te laten weten als ze het huis willen verkopen. ‘En toen zei ik: misschien is het beter als we het huis te koop zetten, met jou erin? Wellicht is het dan meer waard.’

Wat er ook zijn levenspad komt – een jong gestorven vader, de Tweede Wereldoorlog of bezoek van Magere Hein – Mel Brooks blijft ogenschijnlijk onverstoorbaar doorwandelen. Nog steeds. Totdat de weg toch doodloopt en even later de allerlaatste lach wegsterft…

All The Walls Came Down

Los Angeles Times

Documentairemaker Ondi Timoner is begin 2025 in Boedapest om een overlevende van de Holocaust te interviewen als ze een appje krijgt van haar overbuurman Randy Vance in Los Angeles County. ‘It’s not looking good’, schrijft hij. ‘My house is gone and I’m sorry to say yours and Steve’s didn’t make it. Most of Altadena is gone.’

Een natuurbrand heeft Timoners woonplaats volledig verwoest. In de loop van twee dagen zijn er 12.500 huizen in de as gelegd. En negentien inwoners komen om in het vuur. Als filmmaker heeft Ondi Timoner (Dig!, We Live In Public en Last Flight Home) geen keuze: ze moet een film maken – al is het alleen uit puur lijfsbehoud.

All The Walls Came Down (39 min.) is de weerslag van het eerste jaar na de brand, als Timoner en haar buren ervaren wat het is om álles kwijt te zijn. Zelfs de as van een ouder. Alles, behalve elkaar. De natuurramp zorgt voor een gevoel van solidariteit bij de bewoners, die met de hardheid van de Amerikaanse samenleving worden geconfronteerd.

Want ook al staat er een rechtszaak van de slachtoffers tegen de verantwoordelijken voor de brand op stapel, in de loop van het jaar komen er toch huisuitzettingen op gang. Bij bewoners die hun hypotheek niet kunnen opbrengen of niet (voldoende) verzekerd waren. Terwijl dat afgebrande huis soms al generaties lang in de familie was.

Bij veel zwarte bewoners van Altadena, die sinds de ramp vastzitten in een goedkoop hotel of slapen in hun eigen auto, vat zelfs het idee post dat de autoriteiten hen eigenlijk wel graag weg willen hebben. Om er duurdere huizen te kunnen bouwen. Never waste a good crisis, toch? Vanachter de solidariteit komt dus ook strijdbaarheid tevoorschijn.

Ondi Timoner legt die eerste rouw- en herstelperiode vast – en is er zelf natuurlijk ook onderdeel van. Het is daarom nauwelijks voor te stellen dat ze dit verhaal nu loslaat. De komende jaren zal die Californische natuurbrand blijven nazinderen en vermoedelijk ook nog wel een vervolg krijgen. Deze korte film is dus vast niet meer dan een eerste aanzet.

Nick Cave’s Veiled World

Sky

In zijn werk gaat Nick Cave onbevreesd de confrontatie aan met het onderbewuste. ‘Hij is op zoek naar de menselijke ziel’, stelt filmmaker Wim Wenders bij de start van Nick Cave’s Veiled World (65 min.). ‘Nick wil weten waarom hij op aarde is. Niet veel mensen willen dat weten.’ Schrijver Irvine Welsh vult aan: ‘We krijgen allemaal met pijn en verlies te maken, met vreugde en euforie. Deze elementen zijn voortdurend met ons in gevecht. En voor mij is dat de plek waar grootse dingen ontstaan.’

Het is helder: in dit associatieve portret probeert Mike Christie de Australische zanger, songschrijver, componist en auteur psychologisch te duiden. In plaats van een ‘en toen en toen en toen’-doorloop van zijn carrière neemt hij een kijkje achter de façade bij de man en kunstenaar, die in z’n oeuvre zo vaak de donkere kanten van het bestaan opzoekt. Hij vervat de ontwikkeling die Cave heeft doorgemaakt in vijf archetypen: de bandiet, de schaduw, de pelgrim, het goddelijke kind en de profeet. Nick Cave zelf komt daarover overigens slechts beperkt – en volledig buiten beeld – aan het woord.

Christie verlaat zich liever op intimi, zoals Warren Ellis, Thomas Wydler en Colin Greenwood (zijn band The Bad Seeds), producer Nick Launay (The Birthday Party), fotograaf Polly Borland, schrijver Seán O’Hagan (co-auteur van het boek Faith, Hope And Carnage), modeontwerper Bella Freud, aartsbisschop Rowan Williams en de filmmakers John Hillcoat, Isabella Eklöf en Pete Jackson (de tv-serie The Death Of Bunny Munro, gebaseerd op Caves gelijknamige roman), Andrew Dominik (One More Time With Feeling en This Much I Know To Be True) en Iain Forsyth & Jane Pollard (20.000 Days On Earth).

Deze insiders worden stuk voor stuk geïnterviewd in een spaarzaam ingerichte ruimte, waarin één of meerdere meubelstukken zijn afgedekt – als de kanten van de menselijke psyche die verborgen (willen) blijven. In Caves songs krijgen die de kans om zich alsnog in al hun lelijke schoonheid te tonen. Terwijl ze z’n teksten lezen vanaf een typemachine laten Cave-fans zoals Florence + The Machine-voorvrouw Florence Welch (The Mercy Seat) en Red Hot Chili Peppers-bassist Flea (Bright Horses) en de bevriende kunstenaar Thomas Houseago (White Elephant) zijn woorden bovendien op zich inwerken.

Samen schetsen zij een kunstenaar, die al enige tijd boven elke kritiek verheven lijkt te zijn – niet zonder reden overigens. Vraag is wel: waar houdt de man op en begint de mythevorming? Daarop geeft deze boeiende exegese van de kunstenaar Nick Cave geen eenduidig antwoord. Duidelijk is dat hij een enorme ontwikkeling – met de dood van zijn vijftienjarige zoon Arthur in 2015 als scharnierpunt – heeft doorgemaakt: van een losgeslagen podiumbeest dat zijn publiek bijna vijandig tegemoet trad naar een ‘wilde God’ die van zijn concerten zowat een plek voor geloof, hoop en liefde heeft gemaakt.

Jodorowsky’s Dune

Sony Pictures Classics

Aan grote ideeën bepaald geen gebrek. De Chileens-Franse filmmaker, striptekenaar en acteur Alejandro Jodorowsky wil halverwege de jaren zeventig een film maken met een hallucinerend effect, vertelt hij een kleine dertig jaar later begeesterd. Hij wil een profeet creëren die alle jonge mensen in de wereld kan veranderen. Iets heiligs, iets vrijs. Waarmee de geest kan worden geopend. ‘Voor mij’, benadrukt Jodorowsky nog maar eens, ‘wordt Dune niets minder dan de komst van een God. Een artistieke, cinematografische God!’

Tot zover de theorie, de praktijk blijkt weer eens verdomd weerbarstig. Na het succes van de cultfilms El Topo (1970) en The Holy Mountain (1973) ligt de wereld aan Jodorowsky’s voeten. De (over)ambitieuze regisseur voelt nochtans de drang om zich te bevrijden uit zijn ‘eigen gevangenis’. Hij stapt echter regelrecht de kerker van de Amerikaanse filmindustrie in. ‘En toen begon ik het gevecht om Dune te maken’, trapt hij de documentaire Jodorowsky’s Dune (88 min.) van Frank Pavich uit 2013 definitief af. En een gevecht zal het worden om de befaamde sciencefictionroman van Frank Herbert te verfilmen!

In eerste instantie verloopt alles crescendo. Voor het storyboard vraagt Jodorowsky de befaamde Franse striptekenaar Jean Giraud (Blueberry), alias kunstenaar Moebius. Hij gaat in zee met de special effects-expert Dan O’Bannon en weet zelfs de Britse superband Pink Floyd te verleiden om de soundtrack te maken. En nadat de regisseur de Amerikaanse acteur David Carradine (Kung Fu) heeft gestrikt voor een belangrijke rol, volgen er nog enkele andere héle grote namen, zoals de befaamde Spaanse kunstenaar Salvador Dali, met zijn muze Amanda Lear. Mick Jagger. En, jawel, Orson Welles.

Totdat de machine plotsklaps tot stilstand komt. De filmstudio’s in Hollywood zijn eensgezind: het plan is super, maar ze hebben hun twijfels over de regisseur. ‘Dit systeem maakt slaven van ons’, reageert die venijnig. ‘Zonder waardigheid, zonder diepte. Met een duivel in onze zak.’ Waarna Alejandro Jodorowsky theatraal een stapeltje geldbiljetten tevoorschijn haalt. Einde verhaal! Regisseur Nicolas Winding Refn is de enige die de film ooit heeft gezien. In zijn hoofd, op bezoek bij Jodorowsky. Die liet hem z’n eigen Dune-boek zien en schetste daarbij de film. ‘En ik kan je vertellen: hij is geweldig!’

Sterker: Dune is waarschijnlijk de beste film die nooit is gemaakt. Dat wordt tenminste gezegd door Richard Stanley. Hij stond zelf ook aan het roer bij een gedoemde film, die uiteindelijk overigens wél is gemaakt: The Island Of Dr. Moreau (1996). En aan het rampzalige productieproces daarvan is ook weer een docu gewijd: Lost Soul: The Damned Journey Of Richard Stanley’s Island Of Dr. Moreau (2014). Vergeleken daarmee heeft Jodorowsky’s Dune echter een heel andere toon. Deze documentaire is vooral een ode aan wat had kunnen zijn – en aan een maker die z’n tijd nét iets te ver vooruit was.

Een groot kunstwerk dat altijd in het hoofd van de maker is blijven steken – en waarvan de ideeën, zo toont Pavich feilloos aan in de apotheose van deze terugblik, hun weg hebben gevonden naar andere Hollywood-hits. Dune wordt zelf overigens ook nog verfilmd. Door niemand minder dan David Lynch. ‘Het is een totale mislukking!’ constateert Jodorowsky met onverholen ‘schadenfreude’. Zeker niet de sciencefiction-klassieker die hij voor ogen had. Die wordt in 1977 wél gemaakt door George Lucas. En ook in Star Wars zijn onmiskenbaar ideeën van Jodorowsky te herkennen. Op Dune is ‘t dan nog wachten tot 2021, als het eerste deel van Denis Villeneuves epos verschijnt.

Bardot

TimpelPictures / Featuristic Films

En God creëerde… Bardot (88 min.). Brigitte Bardot. Kortweg: BB. Met de film Et Dieu… Créa La Femme, geregisseerd door haar toenmalige echtgenoot Roger Vadim, groeit de 22-jarige actrice in 1956 stante pede uit tot een internationale ster, Frankrijks glamoureuze antwoord op Amerikaanse sekssymbolen zoals Marilyn Monroe en Jayne Mansfield. Bardot geldt als vrij, rebels en volstrekt onweerstaanbaar.

En ze wordt daarmee zó populair dat ‘t wel onleefbaar moet worden. ‘Ik was een gevangene van mezelf’, constateert het onlangs overleden icoon in deze sprankelende documentaire van Alain Berliner en Elora Thevenet. De fameuze oorlogsheld Charles de Gaulle zou ooit gezegd hebben: ‘Frankrijk, dat is de Eiffeltoren, Bardot en ik.’ Als Brigitte de heersende moraal begint op te rekken, krijgt ze dat echter keihard op haar bord.

Bardot is behalve een portret van de goddelijke vrouw, die er tevens erg menselijke eigenschappen zoals opvliegendheid en een scherpe tong op nahield, ook een film over de vrouwen van haar tijd en de vooroordelen, het seksisme en de ongevraagde aandacht die zij op hun pad vinden. Berliner en Thevenet zoomen regelmatig uit en koppelen hun hoofdpersoon dan aan andere beeldbepalende figuren in haar wereld.

Ze larderen BB’s levensloop verder met een collage van nieuwsreportages, foto’s en filmfragmenten, verbinden de verschillende verhaalelementen met elkaar via stijlvolle animaties en laten alle gebeurtenissen inkaderen door een keur aan bronnen, waaronder kunstenares Marina Abramovic, fotomodel Naomi Campbell, modeontwerpster Stella McCartney, regisseur Claude LeLouch en Greenpeace-oprichter Paul Watson.

Uiteindelijk keert Brigitte Bardot zich af van de mens en richt zich tot de dieren, die ze liefdevol omarmt en begint te beschermen. Daarbij vliegt ze nogal eens flink uit de bocht, wat haar op rechtszaken en beschuldigingen van xenofobie komt te staan. Ze heeft altijd van dieren gehouden, zegt ze laconiek, vanuit haar thuisbasis in de Franse badplaats Saint-Tropez. ‘Dat is het eerste en mooiste liefdesverhaal van mijn leven.’

‘Ik ben vrij geboren en ik zal vrij sterven’, constateert Brigitte Bardot aan het einde van een groots en meeslepend leven en in de slotseconden van dit boeiende portret, dat haar leven, nét voordat dit daadwerkelijk eindigde, in perspectief plaatst. ‘En ik heb nergens spijt van.’

Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes

VCA

De echte Dirk Diggler heette John Holmes. De befaamde Amerikaanse regisseur Paul Thomas Anderson (Magnolia, There Will Be Blood en One Battle After Another) baseerde een speelfilm op zijn tumultueuze leven: Boogie Nights (1997), met Mark Wahlberg in de rol van Diggler/Holmes, een opvallend groot geschapen jongen die in de jaren zeventig zijn weg zocht (en vond) in de Amerikaanse seksindustrie.

Liefhebbers leerden Holmes in een hele serie films kennen als de actieheld Johnny Wadd. ‘Als je de namen van hedendaagse pornosterren noemt, heeft de gemiddelde huisvrouw geen idee over wie je ‘t hebt’, stelt Anderson in Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes (105 min.), de documentaire van Cass Paley die een jaar later werd uitgebracht. ‘Maar als je John Holmes zegt, weet iedereen wie je bedoelt.’

Maar wie er werkelijk schuil ging achter dit icoon van de beginjaren van de Amerikaanse ‘adult entertainment industry’? Daarover deed Holmes bewust schimmig. Ja, dat hij met 14.000 vrouwen het bed had gedeeld, vertelde hij aan Jan en alleman – al was dit volgens zijn manager Bill Amerson klinkklare onzin. Zodra het persoonlijker werd, hield ie de boot echter af. Zo probeerde hij een pijnlijke jeugd af te schermen.

In de tijd dat ‘de Elvis Presley van de seksindustrie’ actief werd, waren bekende pornoproducenten zoals Larry FlyntAl Goldstein en Bill Margold verwikkeld in een epische strijd om de vrijheid van meningsuiting. Hoewel Holmes tot de grote sterren van de industrie werd gerekend, bleef hij daarbuiten. Hij was een ‘loner’. Zelfs regisseur Bob Vosse, die toch twintig jaar films met hem maakte, kreeg nooit z’n telefoonnummer.

Als dit postume portret z’n midpoint nadert, doen drugs hun intrede in Holmes’ leven. Tot dan toe had hij er naast z’n werk een min of meer normaal privéleven op na gehouden. Zijn eerste vrouw Sharon, die geanonimiseerd haar verhaal doet in deze film, was mordicus tegen zijn besluit om te gaan werken in de seksindustrie. Ze beweert zelfs dat ze nog nooit een pornofilm heeft gezien. Van drugs moest ze al helemaal niets hebben.

Toen haar echtgenoot verslingerd raakte aan cocaïne en al snel ook begon te freebasen, was niet alleen hun huwelijk reddeloos verloren. Intimi schetsen hoe Holmes vervolgens een toonbeeld werd van alle ellende die je met de seksindustrie associeert. Hij verdiende bij in de onderwereld, zette een minderjarige aan tot prostitutie, gedroeg zich onmogelijk op de filmset en ging ook gewoon door met werken toen hij besmet raakte met HIV.

En dan was er nog dat ene incident op 1 juli 1981, een kleine zeven jaar voordat Holmes op slechts 43-jarige leeftijd het loodje zou leggen. Dat bleek ook weer goed voor een Hollywood-film. Voor Wonderland (2003) kroop Val Kilmer in de huid van John Holmes, die verdacht werd van betrokkenheid bij een viervoudige moord. Het laatste restje beschaving was er toen wel vanaf bij de grootste Amerikaanse pornoster.

Al doet Cass Paley, een pseudoniem van Wesley Emerson, ruim tien jaar na zijn overlijden in Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes nog wel een dappere poging om sympathie voor hem op te wekken als het doek daadwerkelijk valt.

Happy Clothes: A Film About Patricia Field

Greenwich Entertainment

Zelf maakt Patricia Field het meestal niet moeilijker dan ‘t is: ze zweert bij gelukkige kleding. ‘Ik houd nu eenmaal van gelukkig’, zegt de New Yorkse modeontwerpster en stylist ter verduidelijking. Ze zou dus nooit willen meewerken aan een oorlogsfilm of een horrorfilm. Field maakte als ontwerper naam met de ‘happy clothes’ van de kaskrakers Sex And The City, Emily In Paris en The Devil Wears Prada.

En de sterren van zulke succesproducties betonen de Grieks-Amerikaanse ontwerpster maar al te graag eer in deze vlotte documentaire van Michael Selditch. ‘Toen ik Pat voor het eerst ontmoette, was ik verliefd’, zegt Sarah Jessica Parker, ofwel Carrie Bradshaw uit Sex And The City, bijvoorbeeld. ‘Ik kan me geen betere partner indenken’, stelt haar collega Kim Cattrall, die samen met Field op shoptrips ging om samen het spraakmakende personage Samantha Jones verder te ontdekken.

En toen Pat Field de jeugdige Lily Collins, de hoofdrolspeelster van Emily In Paris, direct omarmde en zelfs een complimentje gaf voor de broek die ze droeg, voelde die zich de koning te rijk. ‘I feel like I’m winning!’ herinnert Collins zich het gevoel dat ze kreeg tijdens deze eerste ontmoeting. Field voelt zich intussen enigszins bezwaard onder alle loftuitingen, zegt ze meermaals in Happy Clothes: A Film About Patricia Field (100 min.) – misschien ook wel een beetje omdat dat zo hoort.

Bij het optekenen van ‘Planet Pat’ legt Selditch Field en haar getrouwen, die zich nog altijd rond haar tafel of in haar kunst- en modegalerie verzamelen, in elk geval geen strobreed in de weg. Ook niet als die ene, typisch Amerikaanse accessoire in de interviews en gesprekken wel héél vaak wordt gebruikt om de ontwerper met het opvallende rode haar, de zwaar doorrookte stem en inmiddels meer dan tachtig levensjaren in de ongetwijfeld fleurige achterzak te duiden: de veer in de reet.

Van de vrouw achter de trendsetter wordt de bewonderaar van haar happy clothes ondertussen niet al te veel wijzer. Want deze film besteedt nauwelijks aandacht aan Fields persoonlijk leven en richt zich vrijwel volledig op haar professionele bestaan en de hippe New Yorkse (queer)scene waarvan haar werk tegelijk de weerslag en een aanjager is.

The Unstoppable Shirley MacLaine

AVROTROS

Ze is inmiddels begin negentig en zit al ruim zeventig jaar in het vak. The Unstoppable Shirley MacLaine (53 min.) maakte sinds de jaren vijftig naam als actrice, danseres, zangeres, schrijfster en new age-goeroe.

Jean Lauritano probeert al die facetten van haar lange leven en loopbaan tot hun recht te laten komen in deze gesmeerd lopende archieffilm, die wordt aangestuurd door een alwetende verteller. Daarin komen verder alleen verschillende incarnaties van Shirley MacLaine aan het woord en in beeld. Zonder dat andere pratende hoofden de aandacht daarvan kunnen afleiden.

Shirley MacLaine debuteerde in 1955 in de Hitchcock-film The Trouble With Harry en stond als vrouw jarenlang haar mannetje binnen The Rat Pack, een groep acteurs/zangers, onder wie Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis Jr., die de toon zette in Hollywood. MacLaine – met in haar kielzog jongere broer Warren Beatty – werd eveneens zéér succesvol.

Ze liet de ene op de andere filmhit volgen en begon (overigens onverzilverde) Oscar-nominaties te verzamelen: Some Came Running (1959), The Apartment (1961), Irma la Douce (1964) en The Turning Point (1978). Totdat ze in 1984 als vijftigjarige dan tóch een Academy Award op de schouw mocht zetten, voor haar rol als dominante moeder in Terms Of Endearment (1984).

Dit tv-portret zet alle hoogte- en dieptepunten uit het publieke leven van Shirley MacLaine nog eens netjes op een rijtje, zonder dat de kijker ook echt een kijkje achter de façade krijgt bij de larger than life-diva, één van de allerlaatste representanten van de zogeheten ‘Golden Age Of Hollywood’ die voor interviews altijd enkele snedige oneliners in de achterzak lijkt te hebben.

Een vrijgevochten vrouw die, ondanks een huwelijk van bijna dertig jaar, seksuele vrijheid zocht. Ze speelde dat imago ook lekker in het openbaar uit. ‘Ik wil al mijn mannelijke tegenspelers bedanken, met wie ik op het scherm of in het echt de liefde heb bedreven’, krijgt ze tijdens een speech bijvoorbeeld de lachers op haar hand. ‘Ik kan me hooguit de helft van hen herinneren.’

En collega Carrie Fisher zet daar, naar aanleiding van het verhaal dat MacLaine op één dag met drie verschillende mannen zou hebben geslapen, nog een uitroepteken achter: ‘You’re someone I wanna be when I grow balls.’ En dat is in het algemeen het beeld van Shirley MacLain dat na dit portret blijft hangen: een vrouw die met hetzelfde gemak ‘one of the guys’ als een femme fatale speelt.