Punt Uit – Schluss Aus – Full Stop

Cinema Delicatessen

Hij is niet meer de man die hij ooit was en wordt nog steeds elke dag een beetje minder die man. Michael Hellgardt is in de allerlaatste fase van zijn bestaan aanbeland. ‘Mijn leven is voorbij’, meent hij. Michael besluit dat hij wil stoppen met eten. Heeft Rosie, zijn levensgezel, dat goed gehoord? Staat het op camera? Was er geluid? Welnu, dan is er dus bewijs.

Rosemarie Blank tekent in Punt Uit – Schluss Aus – Full Stop (79 min.) nauwgezet het laatste jaar van haar partner op, wiens lichaam en geest ontzettend broos zijn geworden. Alles in het leven kost hem tegenwoordig moeite. En dan is er nog die gekmakende tinnitus in zijn kop (die ook voor de kijker tastbaar wordt gemaakt). ‘Ik heb geen ‘ik’ meer’, zegt Michael tegen zijn huisarts, die het einde zal begeleiden. Zodra hij het zeker weet, tenminste.

Gaandeweg toont Blank, via oude foto’s en video-opnames, ook welke persoon er schuilgaat achter de breekbare en scheefgetrokken man, die zich (letterlijk) nauwelijks meer staande kan houden. Met compassie, maar zonder de waarheid rooskleuriger af te spiegelen dan hij is, documenteert ze het ontluisterende proces dat ze samen doormaken. Waarbij Michael nogal eens van mening verandert: wil hij echt niet verder of zou hij toch nog wel eens naar hun huis in Toscane willen?

Punt Uit is een intieme, pijnlijke en warme film over een man, en zijn vrouw, die de regie probeert te houden over zijn laatste levensfase en eigenlijk te veel van het leven houdt om er afscheid van te kunnen nemen. Ook al is datzelfde leven een lijdensweg geworden.

Farewell Paradise

Persicoop Film

De mise-en-scène spreekt boekdelen. Een stemmige interviewsetting met twee stoelen. Links neemt een oudere man plaats in een gemakkelijke zwarte stoel: vader Ueli. Rechts op een witte fauteuil gaat vervolgens een dame op leeftijd zitten: moeder Dorine. Ze worden gescheiden door een veelzeggende zwarte streep. Van ver klinkt kindergezang, ondersteund door idyllische beelden van een gezin aan het strand, met vier dochters in matchende rode badkleding. Waarna de titel van de film in beeld verschijnt: Farewell Paradise (96 min.).

Filmmaakster Sonja Wyss legt aan haar ouders uit wat ze van plan is: ze wil hun kant van het verhaal horen over hun gezamenlijke verleden. Dat begint met een zwart-wit foto: van hun vertrek uit de Bahama’s. Niet veel later nemen ook haar drie oudere zussen in hetzelfde decor plaats. Eerst Kathrin, dan Chriggi en tenslotte Bettina. Gezamenlijk ontleden ze hun roerige familiegeschiedenis, die hen aan het eind van de jaren zestig van een tropisch eiland naar het koude Zwitserland leidt en die ieder van hen voor de rest van hun bestaan met zich zal meedragen.

Sonja Wyss spaart haar familieleden niet in deze persoonlijke interviewfilm, waarin enkele goed getimede intermezzo’s de openhartige ontboezemingen van de talking heads zo nu en dan kleur geven. Zo pleegt ze vivisectie op een huwelijk, kindertijd en familiesysteem, waarbinnen mensen zichzelf en elkaar zowel kunnen kwijtraken als (weer) terugvinden. Daarmee zegt Wyss iets over haar eigen gezin, maar benadert ze ook het wezen van elke familie.

When Are You Coming Back, Kees?

Movies That Matter

Terug naar ‘het geroofde land’. In 1987 maakte Kees Schaap als filmstudent De Kinderen Van Mevrouw Al Areidy, een documentaire over enkele Palestijnen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetting van hun geboortegrond. Die film is echter nooit uitgezonden en heeft dus geen enkel verschil gemaakt. Schaap voelt zich er nog altijd schuldig over. Terwijl zijn eigen carrière daarna goed op gang kwam, raakten zijn Palestijnse vrienden alleen maar verder in de verdrukking. Joodse kolonisten pikten stelselmatig hun land in.

Samen met zijn zoon Mark besluit de Nederlandse filmmaker zijn toenmalige hoofdpersonen te gaan opzoeken. Schaap heeft de voormalige strijder Adnan Al Areidy, diens moeder Oem Mohammed en zijn eigen vertaler Hisham Sharabati 31 jaar niet gezien. When Are You Coming Back, Kees? (54 min.) is de weerslag van die trip nostalgia naar de Westelijke Jordaanoever, waarbij Kees herinneringen ophaalt en de balans opmaakt met zijn oude kameraden en zijn zoon met hun kinderen in gesprek gaat.

Kees en Mark Schaap doorsnijden hun lotgevallen met passages uit de dertig jaar oude documentaire. Uiteindelijk moet het ook tot een vertoning van die film komen, zodat pa Schaap eindelijk, en dat voelt wat gekunsteld, zijn excuses kan aanbieden aan de familie Al Areidy. Ook zijn film heeft hun land niet kunnen redden. Intussen kan die nieuwe documentaire, constateert zoon Mark nuchter, misschien bewerkstelligen dat diezelfde familie voor het eerst in tijden weer eens als eenheid opereert.

Terug Naar De Akbarstraat

NTR

‘Als dit hele wijkje in Marokko zou wonen, dan zou het niet zo’n vuile troep op straat zijn’, constateerde Felix Rottenberg in 2002 provocerend in de driedelige docu De Akbarstraat. Heeft hij de bewoners van de Kolenkitbuurt in Amsterdam-West destijds tekort gedaan met zulke boude stellingen? Rottenberg gaat het zelf vragen in de wijk, die in 2007 nog tot dé probleembuurt van Nederland werd uitgeroepen. In het genuanceerde tweeluik Terug Naar De Akbarstraat (120 min.), geregisseerd door Gülsah Dogan.

Inmiddels wordt er flink gesloopt en gebouwd in de wijk die ooit was bedoeld als een ‘walhalla voor Hollandse arbeiders’. Toen Rottenberg enkele tientallen jaren later langskwam bleek die wensdroom echter allang dood en begraven en was de Kolenkitbuurt een toevluchtsoord geworden voor wat hij zelf omschrijft als ‘de nieuwe armen’: gastarbeiders. In de voorgaande jaren was bovendien, onder invloed van politici als Bolkestein en Fortuyn, het Nederlandse integratiedebat flink verhard en werd er zelfs gesproken over een multicultureel drama.

‘Er is hier in deze buurt absoluut geen sprake van integratie’, constateerde André Hammersma, die toentertijd een fotozaak runde in de Kolenkitbuurt. ‘Er is geen allochtoon lid van een klaverjasvereniging, om maar iets te noemen.’ Een ongelukkig voorbeeld, vindt de pensionado nu, maar hij maakt zich nog altijd zorgen over het gebrek aan contact tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de wijk. Wijkbewoner en cultureel antropoloog Sinan Cankaya is dan weer van mening dat problemen die zich nu eenmaal altijd voordoen in een verpauperde wijk véél te gemakkelijk worden toegeschreven aan de komst van allochtonen.

De bewoners van de Kolenkitbuurt vinden elkaar in elk geval niet altijd even gemakkelijk, ontdekt Rottenberg. Ook nu er betere huizen zijn gebouwd. De pogingen om de plaatselijke zwarte school te ‘witten’ verlopen bijvoorbeeld niet zonder strubbelingen. Toch heeft Terug naar de Akbarstraat onmiskenbaar een optimistische ondertoon. In diezelfde buurt is bijvoorbeeld eveneens een empowerment-training voor wijkbewoners te vinden. En de lokale boksschool van ome Jan en tante Hennie is inmiddels overgenomen door een wijkbewoner die er in 2002 als allochtone tiener werd opgevangen.

De manier waarop Rottenberg met de wijkbewoners in gesprek gaat – gewoon van mens tot mens, zonder de verplichte kritische vragen in de achterzak of juist een hele lading meel in de mond – en de manier waarop Dogan die ontmoetingen aankleedt – met intieme scènes en uiterst sfeervolle muziek – resulteert in mooie televisie: afgewogen, gevoelig en aanzettend tot nadenken. Zo, ver weg van de politieke discussies die nogal eens over de hoofden van de bewoners van probleemwijken worden uitgevochten, kun je dus óók kijken naar de multiculturele samenleving.

Terug Naar De Akbartstraat is hier te bekijken.

A Complete History Of My Sexual Failures

‘Laten we gewoon naar de feiten kijken’, zegt de computerstem. ‘Je was werkeloos, had nooit geld, was altijd en overal te laat (en dat kon je niets schelen).

De staccato formulerende vrouw komt op stoom: ‘Je maakte grappen over mijn gewicht, terwijl ik relatief slank ben. Je gaf me een slecht gevoel over mezelf. En ik ben er sindsdien achter gekomen dat je me op een feestje hebt voorgesteld als je zus, zodat je misschien andere meisjes kon versieren. Ons seksleven was verschrikkelijk. Je bent onbetrouwbaar, emotioneel onvolwassen en een godvergeten leugenaar. Je bent simpelweg het ergste vriendje dat ik ooit heb gehad.’

Chris Waitt hoort het zuchtend aan. ‘Rachel’ wilde eerst helemaal niet met hem praten voor de egodocu A Complete History Of My Sexual Failures (90 min.), maar nu ze toch heeft toegestemd, nadat ze eerst een advocaat op hem had afgestuurd, gaat ze helemaal los. Volledig onherkenbaar gemaakt, dat wel. Ze typt haar antwoorden op zijn vragen achter een soort gordijn in op de computer. Via een speakertje leest die ze vervolgens voor aan haar ex. Die zit ze voor de camera te incasseren. En oh ja: Chris moet maar eens hulp gaan zoeken.

Nee, helemaal vanzelf gaat Waitts’ persoonlijke zoektocht naar waarom hij steeds gedumpt wordt door zijn vriendinnetjes niet. Als hij zomaar bij hen begint aan te bellen, zijn de reacties ook glashelder. De één smijt de deur dicht, gevolgd door een welgemeend ‘fuck off’. Een ander blijkt allang te zijn verhuisd. En een derde kan zich alleen herinneren dat hij ‘een ongelofelijke klootzak’ was. En dus spreekt hij maar willekeurige mannen en vrouwen op straat aan. Hebben zij misschien tips voor hem?

Chris kan eigenlijk maar één vrouw bedenken die wél met hem wil praten: zijn moeder. En die heeft zowaar nog allerlei liefdesbrieven liggen van/aan vriendinnen die hij allang was vergeten. Moeders legt meteen ook contact met de dames, zodat het alsnog goed komt met die documentaire, waarin de protagonist nog een curieuze ‘wake the snake’-behandeling zal krijgen, bij een therapeut het liedje I’d Like To Fuck Every Girl In The World gaat zingen en zich zelfs onderwerpt aan een SM-meesteres met zweep.

Deze film uit 2008 wordt zo een ontzettend gênante vertoning, die enkele scènes bevat die naar moderne maatstaven eigenlijk echt niet door de beugel kunnen. Een documentaire bovendien, die in werkelijkheid ongetwijfeld veel meer geregisseerd is dan Waitt, met zijn ruwe camerawerk en montage, in eerste instantie doet voorkomen. Tegelijkertijd is A Complete History Of My Sexual Failures, ook niet onbelangrijk, werkelijk dolkomisch. Een documentaire die je laat bulderen van het lachen. Zóveel zijn er daar ook niet van.

Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements

HBO

Toen Beethoven doof begon te worden, componeerde hij de Moonlight Sonate. Juist die stemmige compositie wil de elfjarige Jonas nu instuderen voor een uitvoering. Hij verloor als kleuter ook zijn gehoor, kon toen een tijd helemaal niets horen en heeft daarna met een cochleair implantaat geluid, muziek in het bijzonder, opnieuw een plek gegeven in zijn leven.

Regisseur Irene Taylor Brodsky vertelt in Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements (90 min.) zowel het verhaal van haar zoon als dat van haar ouders. Die zijn eveneens doof en werden in 2007 al door hun dochter geportretteerd in de aangrijpende film Hear And Now. Zij hebben sinds enkele jaren eveneens een implantaat, maar daaraan zijn ze nooit helemaal gewend.

Waren ze zonder gehoor niet gewoon beter af? vragen ze zich inmiddels af. Als opa overprikkeld dreigt te raken, zet hij bijvoorbeeld gewoon zijn gehoorimplantaat uit. Dat is wel zo rustig. Zeker omdat zijn brein serieuze slijtage begint te vertonen. Ook hun kleinzoon wil zich soms afsluiten van de horende wereld, bijvoorbeeld tijdens het oefenen van Beethovens meesterstuk.

Taylor Brodsky begeleidt de ontwikkelingen in haar familie met een persoonlijke voice-over en trekt parallellen met de laatste levensfase van Ludwig van Beethoven, verbeeld met fraaie animaties, die steeds meer in zijn eigen hoofd ging leven. Het resultaat is een intieme film, die toewerkt naar een vanzelfsprekend slotakkoord: Jonas’ interpretatie van de wereldberoemde pianosonate nr. 14.

De Puinhopen Van Irak

VPRO

’Ik eet geen vlees en tomatensoep meer’, zegt een grafdelver in de Iraakse hoofdstad Bagdad. ‘Die doen me denken aan de gruwelijkheden. Al die ellende. Onze kleren zaten altijd onder het bloed.’ De man leeft volgens eigen zeggen van brood en thee. En als hij aan al die verminkte lichamen denkt, krijgt-ie helemaal geen hap meer door zijn keel. Hij is helemaal kapot. ‘Ik drink elke dag om te kunnen slapen.’

In de vijfdelige documentaireserie De puinhopen van Irak (125 min.) neemt Sakir Khader de menselijke schade op van de oorlog in het verscheurde land, dat generaties lang met ijzeren vuist werd geregeerd door Saddam Hoessein. De voormalige dictator, in 2003 afgezet door de Amerikanen, is in bepaalde contreien nog altijd populair, constateert de Palestijns Nederlandse filmmaker in één van zijn bespiegelende voice-overs.

En de Amerikanen kunnen bij veel Irakezen nog altijd weinig goed doen. Effenden zij niet gewoon het pad voor Islamitische Staat? ‘We gaan je zo eerst te eten geven’, grapt een man bijvoorbeeld, die door een Amerikaanse scherpschutter een broer verloor, als hij van Khader hoort dat Nederland participeerde in de invasie van Irak door de Verenigde Staten. ‘Daarna maken we je af.’

Hoe dichter hij naar zijn Arabische roots reist, constateert Sakir Khader, hoe groter de conflicten worden. In elke aflevering probeert hij, soms enigszins geforceerd, zijn eigen geschiedenis te verbinden met z’n riskante trips door Irak. Met zijn persoonlijke betrokkenheid, lef en doorzettingsvermogen slaagt hij erin om de tegenstellingen in het land, en het brute geweld dat daaruit voortvloeit, in kaart te brengen via gewone Irakezen.

Net als Sinan Can maakt Khader zo een wereld toegankelijk die we vooral kennen van mistroostige berichten in de media. De boodschap is overigens niet per definitie optimistischer. ‘Misschien ben ik dood wel beter af dan in leven’, stelt de mijnenruimer Hassan bijvoorbeeld mismoedig. Net als veel landgenoten is hij het leven, in elk geval dít leven, moe. Maar hoe kan deze cyclus van geweld worden doorbroken?

Vleesverlangen

Het vlees is zwak, maar wij ook. Neem programmamaker Marijn Frank (Keuringsdienst van Waarde). Ze groeide op in een ‘macrobiotisch vegetarisch gezin’, was een tijdlang ‘knipperlicht-vegetariër’ en is eigenlijk al jáááren klaar met vlees eten. Haar dochtertje Sally wordt bijvoorbeeld geheel vleesvrij opgevoed.

Één probleem: uit hersenonderzoek bij de start van Vleesverlangen (74 min.) blijkt dat Marijn nog meer zin heeft in vlees dan in seks. Dat vraagt om therapie (echt?) én het aangaan van de confrontatie met haar vleselijke verlangens: in het slachthuis. Voor een soort ultieme shootout. Met een koe.

Tussendoor spreekt ze met boeren, een vertegenwoordiger van de vleessector, slachters, een historicus, vegetariërs en een chefkok die vlees eten juist weer sexy wil maken. Het resultaat is een gewiekste, emotionele, grappige, gestileerde en – juist! – vleselijke film.

Na deze bijzonder (on)smakelijke egodocu was Marijn Frank overigens nog steeds niet klaar met vleesch. In 2017 maakte ze Slagershart, een portret van een dertienjarige jongen die net als zijn vader en opa slager wil worden.

The Biggest Little Farm

Het klinkt als de premisse voor een doldwaze aflevering van Ik Vertrek: stadskoppel uit Los Angeles zoekt vanwege hun dwangmatig blaffende hond een nieuwe woonplek en begint op een afgelegen stuk dode grond in Californië een ouderwetse boerderij, volledig in harmonie met de natuur. Filmmaker John Chester en zijn vrouw Molly, kok en culinair blogger, laten zich daarbij adviseren door een deskundige op het gebied van biodiversiteit, ene Alan York, die het koppel zo authentiek mogelijk wil laten boeren

Deze goeroe houdt het echtpaar voor om zich vooral niet te laten ontmoedigen. Zodra je de natuur zijn gang laat gaan, heeft die de ene na de andere uitdaging in petto. Van een ziek varken en vogels die al het fruit kapot vreten tot hevige regenval en kippen verslindende coyotes. Die ‘plagen’ worden door Chester, die zelf de voice-over verzorgt voor The Biggest Little Farm (93 min.), echter héél slim uitgeserveerd, zodat er levenslessen uit zijn trekken en het verhaal helemaal klopt. Of het dat in werkelijkheid nu deed of niet.

Op Apricot Lane Farms, een boerderij zoals we die kennen van vergeelde plaatjes, wordt gedurende acht intensieve jaren de natuurlijke orde der dingen hersteld. Met nieuw leven. En de dood, die ook. Prachtig vastgelegd. Als in de beste natuurfilms. Het dorre land komt tot leven in deze idyllische ode aan de voedselketen, die enkele vragen onbeantwoord laat (waar betalen de Chesters bijvoorbeeld al die dieren, planten en mensen van?), soms té zoetsappig dreigt te worden en tóch over de hele linie blijft boeien.

Wei.

KRO-NCRV

Uiteindelijk vergeet je dat je vergeet. Tot die tijd is het aftakelingsproces ook voor jou onontkoombaar. Je kunt niet meer wat je kon. Je weet niet meer wat je wist. Je bent niet meer wie je was. En daar word je soms pislink van. Dementie, de term kan met geen mogelijkheid vatten wat die verderfelijke ziekte met een mens doet. Totdat de totale ontluistering een feit is.

Met draaiende camera documenteert Ruud Lenssen ruim twee jaar lang hoe zijn ‘pap’ Jac steeds minder op z’n vader gaat lijken. En hoe zijn moeder Ria, die zich kranig weert binnen penibele omstandigheden, daar volgens eigen zeggen ‘vitterig’ van wordt. Het echtpaar beheert een hectare natuurgrond met kippen, een moestuin en pony’s, maar hoe lang kunnen ze dat nog volhouden? In Wei. (71 min.) komt het afscheid zienderogen dichterbij.

‘Weet je waar we heen gaan, pap?’ vraagt zoon Ruud als ze onderweg zijn naar nieuwe dagbesteding voor zijn vader. ‘Niet precies’, antwoordt deze. ‘Ik denk daar waar er veel zitten, zoals ik.’ Het is een trieste constatering. Van een man die, ergens, beseft waarnaar hij op weg is. En het begon ooit zo vrolijk en levenslustig, getuige de fraaie beelden van vroeger waarmee zijn zoon deze observerende film doorsnijdt. En Jacs muziek die de documentaire kleur geeft.

Ruud spaart zijn vader niet. Ook als boosheid de overhand neemt en Jac steeds moeilijker te hanteren wordt, blijft hij filmen. Dit resulteert in een buitengewoon intiem portret van een leven in verval. Over een man en zijn verwanten die steeds verder in de hoek worden gedreven. Totdat pijnlijke keuzes onvermijdelijk zijn geworden. Waarna Wei afstevent op een bijzonder ontroerende slotscène, waarin vader en zoon nog eenmaal helemaal samen komen.

Roes

VPRO

‘Kunnen we dit er niet uitknippen?’ verzucht Leo de Boer in z’n voice-over, bij een scène waarin zijn vrouw zegt dat ze hem al héél vaak op zijn drankgebruik heeft gewezen. De Boer kan er niet omheen: hij heeft zijn eigen drankzucht, verbeeld door het jerrycannetje whisky dat hij zo nu en dan inslaat, altijd gebagatelliseerd. Zoals stevige drinkers dat nu eenmaal plegen te doen.

Net als al die andere ‘gezelligheidsdrinkers’ nam De Boer slechts een biertje tijdens het koken. Een wijntje bij het eten. Tijdens de avonduren enkele glazen voor de gezelligheid. En een bodem whisky als nachtmutsje. Niks aan de hand, toch? Totdat de dokter na een onfortuinlijk fietsongeluk zijn bloed eens onderzocht…

Samen met enkele andere notoire pimpelaars besluit de documentairemaker zijn drankgebruik onder ogen te zien en te participeren in Dry January, een hele maand zonder alcohol. Het proces wordt begeleid door een psycholoog en gaat gepaard met de onvermijdelijke kringgesprekken en persoonlijke sessies, waarin iedereen reflecteert op zijn eigen drankgedrag.

De Boer is een wat onwillige deelnemer en voorziet de activiteiten in Roes (69 min.) van speels commentaar, dat er soms wat dik bovenop ligt. Waar maken ze zich toch eigenlijk druk over? Die attitude geeft de film een luchtige ondertoon, die goed past bij de achteloze manier waarop veel Nederlanders, ook uit de categorie ‘probleemdrinkers’, nu eenmaal drinken.

Deze vermakelijke film is doordrenkt met die laconieke houding. Van drank als alomtegenwoordig smeermiddel in het gewone dagelijkse sociale verkeer. Waarbij het pas opvalt als je níet meedoet. Lastig, hoor. Toch komt elk van hen voor de keuze te staan: gezelligheidsdrinker, gelegenheidsdrinker of toch geheelonthouder?

Heb Je Kinderen?

KRO-NCRV

Haar ex heeft inmiddels twee kinderen, weet Inés ten Berge. Het is een wrange conclusie. Hij hoefde destijds niet zo nodig. Zij loopt inmiddels tegen de vijftig en is altijd kinderloos gebleven. Emeritus hoogleraar voortplantingskunde Fulco van der Veen, bij wie Ten Berge jarenlang in behandeling is geweest, omschrijft het scherp in deze boeiende film: ongewild kinderloze vrouwen zoals Inés zijn het slachtoffer van een ‘mislukte uitgestelde kinderwens’.

Juist de vrouwen van haar generatie, opgevoed met de instructie om vooral niet (te) jong zwanger te worden, hebben soms de boot gemist. En steeds weer is er dan die ene verpletterende vraag: Heb Je Kinderen? (80 min.). Nee, nog niet, antwoordde Inés jarenlang. Maar ik hoop ze nog wel te krijgen. Elk jaar werd de vraag pijnlijker, het antwoord steeds moeilijker te formuleren. En daarna kwam er dan soms nóg een vraag: waarom adopteer je geen kind?

Ook al zo ongemakkelijk: Waarom heb je het niet gewoon geaccepteerd? Gewoon? In deze egodocu bespreekt Ten Berge het onderwerp met andere vrouwen die bleven zitten met een kinderwens. Ellen en haar man Joost besloten na een mislukte IVF-behandeling bijvoorbeeld te stoppen met hun pogingen om zwanger te worden, Coco kreeg op 48-jarige leeftijd via een gedoneerde eicel alsnog een kind en de oudere vrouw Wilma en haar echtgenoot Fritjof bleven kinderloos in een tijd dat er nog weinig medische mogelijkheden waren.

Met haar lotgenoten maakt Inés ten Berge het grote stille verdriet bespreekbaar, dat hele levens kan gaan beheersen. Intussen vraagt ze zich af, in een vaste interviewsetting die steeds terugkeert in de film: wil ik toch nog één keer, met de mogelijkheden die de medische wetenschap nu biedt, een poging wagen om een kind te krijgen? Het lijkt vooral een gedachtenexercitie. Eigenlijk weet zij, en ook de kijker, allang wat het antwoord op deze onmogelijke vraag zal worden.

One Child Nation

onechildnation.com

We deden gewoon wat er van ons werd verwacht. Het is een verklaring die, in wisselende bewoordingen, steeds weer wordt uitgesproken door gewone Chinezen, die de officiële eenkindpolitiek van het land ten uitvoer brachten. Elk Chinees gezin mocht maar één kind krijgen, liefst een jongetje. 338 Miljoen geboorten werden zo sinds begin jaren zeventig voorkomen, volgens een propagandafilmpje van de Chinese overheid.

Het was een oorlog tegen overbevolking, stelt Nanfu Wang in One Child Nation (89 min.), die uitmondde in een onvervalste oorlog tegen het volk. De inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige filmmaakster keert in deze egodocumentaire, die ze maakte samen met Jialing Zhang, terug naar China om de gevolgen van de omstreden politiek in haar eigen geboortedorp op te tekenen.

Behalve verdriet en wroeging vindt Nanfu daar ook nog altijd trots, op de manier waarop het landelijke beleid lokaal werd uitgevoerd. ‘Het nationale belang kwam voor mijn persoonlijke gevoelens’, zegt Shuqin Jiang bijvoorbeeld, die als plaatselijke functionaris familieplanning gedwongen sterilisaties en (extreem late) abortussen liet uitvoeren. ‘Het was alsof we moesten vechten in een oorlog. De dood is daarbij onvermijdelijk.’

Hoe dieper Nanfu Wang in de eenkindpolitiek duikt, hoe schrijnender de verhalen worden die ze vindt. Over meisjes als tweederangs kinderen of erger, veel erger. En daarmee verbonden corruptie, foute adopties en grootschalige (overheids)criminaliteit. Stuk voor stuk terug te herleiden naar een onmenselijk systeem, dat van gewone mensen slachtoffers, bureaucraten, verweesden, nabestaanden of doodgewone misdadigers heeft gemaakt. En een erg indringende film heeft opgeleverd.

For Sama

Het is een scène die je nooit meer vergeet. Een gewonde vrouw wordt binnengebracht in een noodhospitaal in Aleppo. Ze is hoogzwanger. Het is onduidelijk of de aanstaande moeder kan overleven. De artsen besluiten tot een spoedkeizersnede. Het grijze jongetje dat zo ter wereld wordt gebracht oogt levenloos.

Ze beginnen het kind te reanimeren, schudden hem door elkaar en wrijven zijn ruggetje warm. Wat ze ook doen, het jongetje wil de geest maar niet krijgen. Burgerjournalist Waad al-Kateab staat er met haar camera bovenop en vangt zo een sleutelscène voor haar film: nieuw leven in het hart van de oorlog. Heeft het een kans?

In de persoonlijke film For Sama (95 min.), die de ene na de andere filmprijs wint en op het IDFA nog werd gekozen tot dé publieksfavoriet, richt de jonge Syrische filmmaakster zich in haar verbindende voice-over tot het kind dat in haar eigen buik tot volle wasdom is gekomen. Ze vertelt Sama haar levensverhaal en toont het werk van haar activistische echtgenoot Hamza, die als arts in het hospitaal werkt.

Intussen probeert al-Kateab, samen met co-regisseur Edward Watts, bewijsmateriaal te verzamelen van de vernietigende burgeroorlog in Syrië, die ook haar prille gezin steeds verder in het nauw brengt. Ze stelt zichzelf daarbij pijnlijke vragen: heeft een kind een kans op een normaal leven als rondom haar een bloedige burgeroorlog woedt? En: ben je een egoïst of zelfs een lafaard als je in die omstandigheden je huis ontvlucht?

Het zijn de elementaire dilemma’s die oorlog losmaakt in gewone mensen en die ook al in talloze andere documentaires over Syrië aan de orde zijn gesteld. Het decor voelt ook vertrouwd: een belegerde en inmiddels volkomen kapot geschoten stad, die van alle kanten wordt aangevallen. Totdat er écht geen leven meer inzit. Toch went de bijbehorende mengeling van (wan)hoop, paniek en galgenhumor nooit.

Zeker niet als de bijbehorende mensen echt tot leven komen en hun relaas van binnenuit wordt verteld. Zoals in het verpletterende For Sama, een documentaire die – naast Last Men In Aleppo, City Of Ghosts en The Cave – een plek verwerft in het rijtje essentiële Syrië-films, dat eigenlijk verplicht moet worden gesteld voor iedereen met een gemakkelijke mening over oorlogsslachtoffers en vluchtelingen.

A Fool’s Paradise

‘Ben ik dan racistisch opgevoed?’, vraagt Saskia Vredeveld zich hardop af. ‘En heb ik me daar nooit van losgemaakt?’ De documentairemaakster groeide op in Kaapstad, toen Zuid-Afrika nog volledig in de ban was van Apartheid. In de witte wijk waar de kleine Saskia woonde, was het leven echter perfect. Veilig en vrij. Je zag er geen zwarten.

Het was A Fool’s Paradise (78 min.), vindt ze nu. Je schaamt je ervoor dat je er ooit gelukkig was. Behalve de plekken van haar jeugd bezoekt de Zuid-Afrikaanse Nederlandse voor deze film ook de plaatsen waar ze destijds uit de buurt moest blijven, townships die je als witte alleen met zwarte begeleiding kunt betreden. Zou ze zich nog altijd thuis kunnen voelen in het land, dat ze op zeventienjarige leeftijd verliet voor de geboortegrond van haar ouders, Nederland?

Zo wordt deze bespiegelende roadmovie, langs plaatsen met vertrouwd klinkende plaatsnamen als Haarlem, Middelburg en Amersfoort, een heel persoonlijke zoektocht door heden en verleden van Zuid-Afrika. Vredeveld zelf fungeert daarbij als gids. Haar familiefilmpjes – waarin de comfortabele achterkant van het Apartheidsregime, van bevoorrechte blanken zoals de prille Saskia, wordt getoond – vormen daarbij een prima routebeschrijving: wat staat er op die beelden en voor welke herinneringen zorgen die? En, vooral, wat ontbreekt er in dat ogenschijnlijk idyllische verleden?

Ze ontmoet gewone Zuid-Afrikanen, zwarte inwoners en Afrikaners, en portretteert hen binnen hun eigen uithoek van het land dat ze dacht te kennen. Samen maken ze de balans op over het huidige Zuid-Afrika, waarbij de filmmaakster haar eigen geschiedenis, denkbeelden en (schuld)gevoelens steeds verbindt met de turbulente recente historie van het nog altijd door tegenstellingen, armoede en geweld verscheurde land.

A Fool’s Paradise is zeker geen rozige, slechts door weemoed ingegeven trip nostalgia. Vredeveld, tegelijkertijd insider en buitenstaander, gaat in deze moedige film tevens de confrontatie aan met haar eigen (vroegere) vooroordelen en probeert in het reine te komen met het roomblanke leven dat ze leidde in een inktzwarte periode van haar (voormalige) vaderland. In ‘Dat Andere Zuid-Afrika’ dat nooit meer terugkomt en toch steeds weer op haar netvlies verschijnt.

Your Mum And Dad

‘They fuck you up, your mum and dad’, stelt Philip Larkin in zijn gedicht This Be The Verse, dat als leidmotief fungeert voor deze egodocu van Klaartje Quirijns. ‘They may not mean to, but they do. They fill you with all the faults they had. And add some extra, just for you.’ Het is geen opwekkend beeld van het ouderschap dat Quirijns, via Larkin, aan het begin van Your Mum And Dad (76 min.) oproept: kinderen worden op jonge leeftijd voorgoed verminkt door hun vader en moeder.

Tegelijkertijd kunnen die ouders zelf er ook niets aan doen. ‘They were fucked up in their turn by fools in old-style hats and coats who half the time were soppy-stern and half at one another’s throats.’ Over vicieuze cirkels gesproken. Of, treffender: familiesystemen. En die probeert de Nederlandse filmmaakster te onderzoeken in deze film: haar eigen familie en die van een Amerikaanse vriend, die eveneens grip probeert te krijgen op zijn jeugd en gezin.

Deze Michael Moskowitz, zelf psycholoog, is door haar jarenlang gefilmd als hij in New York letterlijk op de sofa plaatsneemt bij psychoanalyticus Kirkland Vaughans die hem, nog net niet pijprokend, uitvraagt en terugkoppeling geeft. Deze sessies verbindt Klaartje Quirijns met gesprekken met haar eigen moeder, haar twee dochters en haar vader Kees, die ze de laatste jaren uit het oog was verloren. Waarbij het de vraag blijft of de film een middel is om het contact met hem te herstellen of dat contact een middel om deze film te kunnen maken.

De twee familiegeschiedenissen komen in elk geval zonder al te grote kunstgrepen bij elkaar en vertellen zo daadwerkelijk een groter verhaal. De Engelstalige voice-over van Quirijns zelf, die jarenlang in Amerika woonde, vormt daarbij een belangrijke verbindende factor. Die voelt echter wat onnatuurlijk. Is het de tekst zelf, waarmee ze haar betoog een diepere laag wil geven, of toch vooral de manier waarop die is ingesproken? Feit is dat ze als verteller, ondanks de zeer persoonlijke thematiek van deze film, wat op afstand blijft.

Met de bijbehorende beelden, een spannende collage van super 8-home movies van de twee families en archiefbeelden van willekeurige mensen in voor iedereen herkenbare situaties, geeft Quirijns samen met editor Boris Gerrets de film een universeel karakter. Dit is, zoveel wordt duidelijk, een verhaal dat ieder van ons aangaat en raakt. Over het doorgeven, of juist proberen te vermijden, van wat je zelf (onbedoeld) geleerd hebt. Van mensen die zelf ook weer hebben doorgegeven of vermeden.

Een alternatief is er niet. Of je moet het advies van Larkin willen opvolgen: ‘Get out as early as you can and don’t have kids yourself.’

De Man Die Achter De Horizon Keek

Bas Jan Ader / KRO-NCRV

Kijk goed naar de foto hierboven. Dit is Bas Jan Ader. Hij staat op het punt om de Atlantische Oceaan over te steken. Van Amerika naar Engeland. In het kleinste zeilbootje ooit. De Ocean Wave. Gekkenwerk!

Zijn vrouw Mary Sue maakte deze foto van hem. Voordat hij, op 9 juli 1975, aan de oostkust van de Verenigde Staten de zee opging. Het is het laatste beeld van de Nederlandse avonturier en kunstenaar. Negen maanden later is zijn boot teruggevonden bij de Engelse kust. Van Bas Jan ontbreekt ruim veertig jaar later nog elk spoor.

Of toch niet? Martijn Blekendaal stuit op aanwijzingen dat er wel eens iets héél anders achter die verdwijning zou kunnen zitten. Hij pluist bijvoorbeeld de vele zwart-wit video’s die zijn held achterliet uit op mogelijke clous. Slapstickachtige filmpjes. Bas Jan laat zich van een tak in het water vallen. Bas Jan probeert schuin te staan en valt. En Bas Jan rijdt met zijn fiets de plomp in.

Intussen wordt de joyeuze verteller Blekendaal zelf steeds meer de hoofdrolspeler van deze met veel fantasie, schwung en humor aangeklede zoektocht naar De Man Die Achter De Horizon Keek (28 min.), die zijn doel steeds nadrukkelijker uit het oog verliest. En dat, de heilzame ontsporing van Blekendaals queeste, lijkt vanaf het allereerste moment de bedoeling te zijn geweest.

Op die foto hierboven had dus net zo goed Martijn Blekendaal kunnen staan. Dat had hij overigens ook best gewild. Die allesbepalende stap durven te zetten naar dat véél te kleine bootje.

The Edge Of Democracy

Michel Temer (l), Dilma Rousseff (m) en Lula (r)

In bovenstaand beeld zit in zekere zin deze complete film – en de recente politieke geschiedenis van Brazilië – opgesloten. Rechts staat voormalig president Lula (2003-2011), die inmiddels in de gevangenis zit vanwege (vermeende) corruptie. Hij houdt de hand omhoog van zijn opvolgster Dilma Rousseff, die in 2016 na ruim vijf jaar werd afgezet als president omdat… Ja, waarom eigenlijk? En links in beeld kijkt haar vicepresident Michel Temer van enige afstand toe. Hij keerde zich later tegen Rousseff, mocht haar daarna opvolgen en zou zo de weg vrijmaken voor de huidige president van Brazilië, de ultrarechtse Jair Bolsonaro.

In de meeslepende documentaire The Edge Of Democracy (122 min.) verbindt filmmaakster Petra Costa de politieke ontwikkeling van Brazilië met haar eigen familiegeschiedenis. Zij stamt uit een geslacht dat van oudsher over macht en kapitaal beschikte, maar heeft ouders die zich daarvan juist los hebben gemaakt en linkse idealen koesterden. In de jaren dat Brazilië een dictatuur was, van 1964 tot 1983, bracht hen dat gedurig in de problemen. Net als de latere presidenten van ‘hun’ Arbeiderspartij, Lula en Dilma (die in die tijd ook in de gevangenis zat en flink werd gemarteld). Die tegenstellingen, en de bijbehorende keiharde strijd, spelen in de 21e eeuw onverminderd op en verscheuren ouderwets het land.

Costa mag met haar camera nog altijd zéér dichtbij de voormalige strijdmakkers van haar ouders komen en sympathiseert ook duidelijk met hun gevecht om politiek lijfsbehoud. Vanuit dat perspectief registreert ze hoe ‘het kapitaal’ via zijn handlangers in het parlement toch weer de macht probeert te grijpen. En op straat worden politieke tegenstanders intussen met veel theater uitgemaakt voor slangen die vleugels hebben gekregen (die natuurlijk direct moeten worden afgehakt) en weerklinkt ook doodleuk de roep om het leger. ‘Militaire interventie is het medicijn voor dit land’, schreeuwt een man bijvoorbeeld vol overgave in de camera. ‘Ten tijde van de dictatuur was alles veel beter. Dus generaals, waar blijven jullie?’

Het is een angstaanjagend beeld: de roep om een harde hand buiten en het gemak waarmee binnen basisregels van de democratie met voeten worden getreden. Alsof de bijbehorende normen en waarden op geen enkele manier gerespecteerd of onderhouden hoeven te worden, zodra de eigen emoties opspelen of belangen in het geding komen. Tendensen die ook moeiteloos in een Nederlandse context zijn waar te nemen. The Edge Of Democracy, waarin Costa als verteller de schokkende ontwikkelingen probeert te duiden, is daarmee een documentaire die de verwikkelingen in Brazilië, hoe verontrustend ook, duidelijk ontstijgt en iets wezenlijks over onze tijd probeert te zeggen.

Over het doel dat alle middelen heiligt. Over onoverbrugbare afstanden tussen bevolkingsgroepen, ideeën en – vooral – belangen. En over de fragiliteit van democratie (die veel te vaak, betoogt bijvoorbeeld de historicus Timothy Snyder, als vanzelfsprekend wordt beschouwd). Dit is, kortom, een film die ertoe doet. En ertoe zou moeten doen.

Lots Of Kids, A Monkey And A Castle

Als jonge vrouw wilde ze een hele zwik kinderen, een aap en een kasteel, zo wil de familielegende. Al Julita’s dromen kwamen uit, maar niet helemaal op de manier die ze in gedachten had gehad. Haar volwassen zoons en dochters stellen nu impertinente vragen over het verleden, die aap bleek uiteindelijk onhandelbaar en dat droomkasteel werd een ongelooflijk rommeltje en onbetaalbaar bovendien. En nu wil haar echtgenoot de excentrieke Julita ook al niet meer aanraken. Hij trouwde ooit een meisje van 53 kilo, zegt Antonio fijntjes. Tegenwoordig is hij getrouwd met een vrouw die bijna dubbel zoveel weegt.

In Lots Of Kids, A Monkey And A Castle (86 min.) richt de Spaanse acteur Gustavo Salmerón z’n camera op zijn praatzieke moeder. Hij filmt en bevraagt haar in huiselijke kring, een onvervalst huishouden van Juan Piedra dat helemaal, he-le-maal, dichtgegroeid is met spullen. Door de financiële crisis dreigen Julita en haar man Antonio bovendien bankroet te gaan en wordt de vraag actueel hoe dit gigantische hoardershuis in godsnaam kan/moet worden ontruimd? En, een vraag die steeds terugkeert: waar zijn eigenlijk de botten gebleven van Julita’s grootmoeder, die werd geëxecuteerd tijdens de Spaanse burgeroorlog?

Veertien jaar lang maakte Gustavo opnames voor deze film waarvan zijn moeder in eerste instantie dacht dat die alleen voor de eigen familie zou worden. Wie zat er immers op haar verhaal te wachten? En zou dat dan niet goed gefilmd en gemonteerd moeten worden? Een gelikte, strak gestructureerde documentaire zou de plank in dit geval echter behoorlijk mis hebben geslagen. Bij Julita en haar rommelige entourage past een charmante warboel van een film. En die doet in de verte wel wat doet denken aan Grey Gardens, een documentaireklassieker over de buitenissige moeder en dochter Beale, die zich begin jaren zeventig hadden verschanst in een vervallen en vervuild landhuis.

Terwijl haar kinderen beginnen op te ruimen, leegt Julita in Lots Of Kids, A Monkey And A Castle vooral haar overvolle hart, waarvan waarschijnlijk nog nooit een moordkuil is gemaakt. Het is een vermakelijk tafereel, met een melancholieke ondertoon. Van een uitbundig leven dat ten volle is geleefd, maar nu toch echt zijn einde nadert.

The Yes Men

Als je de grootst mogelijke onzin maar op gezaghebbende toon verkondigt, is die vaak nauwelijks te onderscheiden van de enige echte waarheid. Voorbeelden in de politiek en media te over. Zelden is dat basisidee echter doeltreffender én grappiger in de praktijk gebracht dan door The Yes Men, twee antiglobaliseringsactivisten die zich in het openbaar met veel succes voordoen als hun strak in het pak zittende, ideologische opponenten.

Het is allemaal begonnen met het bemachtigen van een internetdomeinnaam die op het eerste gezicht van de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush lijkt te zijn. Daarop plaatsen Jacques ’Andy Bichlbaum’ Servin en Igor ’Mike Bonanno’ Vamos een officieel ogende website en doen het in hun ogen werkelijke beleid van de Republikeinse politicus uit de doeken. Als Bush in interviews vervolgens met die pijnlijke waarheden wordt geconfronteerd, realiseren The Yes Men (82 min.) zich dat ze hun modus operandi hebben gevonden.

Met de website www.gatt.org, een domeinnaam die van de wereldhandelsorganisatie WTO had kunnen zijn, boren de beroepsactivisten vervolgens opnieuw een publicitaire goudmijn aan. Gewiekst fabriceren ze een ogenschijnlijk authentieke website voor de World Trade Organization, een organisatie die zij beschouwen als een zielloze spreekbuis van Het Grote Geld. Niet veel later stromen de verzoeken, klachten én uitnodigingen binnen. En met name die invitaties zijn natuurlijk onweerstaanbaar voor The Yes Men, die maar wat graag in de openbaarheid treden met hun satirische statements.

Nadat Bichlbaum bij een congres in Salzburg als ‘officiële’ WTO-vertegenwoordiger een bevlogen betoog heeft gehouden over het aan de hoogste bieder veilen van stemmen bij de Amerikaanse verkiezingen, om zo het hopeloos inefficiënte stemsysteem te verbeteren, krijgt hij geen enkel weerwoord. De seminargangers horen het onbewogen aan en lijken hem volstrekt serieus te nemen. Daarmee is het hek definitief van de dam en krijgen de plannen van The Yes Men een steeds doldriester karakter.

De filmmakers Chris SmithDan Ollman en Sarah Price leggen bijvoorbeeld met zichtbaar plezier vast hoe het ‘management leisure suit’, waarmee de topman van een multinational gemakkelijk zijn werknemers in ontwikkelingslanden in de gaten kan houden en toch lekker kan ontspannen, wordt ontwikkeld en gepresenteerd. Het ontwerp, een gouden pak waarop een enorme fallus met beeldscherm is bevestigd, wordt met verbazing begroet en gretig opgepikt door de media – essentieel voor de Yes Men-strategie.

Zo steken ze in deze activistische documentaire uit 2003, die met The Yes Men Fix The World (2009) en The Yes Men Are Revolting (2014) vooralsnog twee sequels heeft gekregen, uitbundig de draak met de neoliberale mindset, waarbinnen uiteindelijk alles z’n prijs heeft. Waarom is hongersnood in ontwikkelingslanden een probleem? staat er bijvoorbeeld bloedserieus op de powerpoint van een Yes Men-presentatie over de Reburger, een (meermaals) gerecyclede hamburger. Waarna een even ontluisterend als dolkomisch betoog volgt over hoe voedselgebrek voor eens en altijd uit de derde wereld kan worden geholpen.