Making Marie Antoinette

c: Eleanor Coppola / vanaf vrijdag 6 november op MUBI

Haar motivatie voor deze film lijkt heel particulier: Eleanor Coppola wil simpelweg haar kind aan het werk zien en een rol spelen in haar wereld, schrijft ze in haar dagboek.

Zo is de Amerikaanse documentairemaakster in 2005 op de filmset van Sofia’s nieuwste project terechtgekomen: Marie Antoinette, een film over de jonge en decadente Franse koningin (1753-1799), die de hongerende Franse bevolking, bij gebrek aan brood, aanraadde om dan maar cake te gaan eten. Eleanor Coppola (1936-2024) maakt er zo’n tachtig uur aan making of-materiaal, voor een belangrijk deel op Milena Canonero‘s kostuumafdeling. Die beelden blijven echter altijd op de plank liggen. Totdat zowel Sofia als zijzelf niets beters hebben te doen tijdens de Corona-lockdown van 2020.

Na de dood van haar moeder in 2024 heeft Sofia Coppola de documentaire Making Marie Antoinette (86 min.) zelf afgemaakt. Ze ziet zichzelf natuurlijk terug in haar moeders observerende film en hoort intussen haar gedachten, vastgelegd in dat dagboek en ingesproken door de Amerikaanse actrice Diane Lane. Waarom haar dochter, die eerder de succesvolle speelfilms The Virgin Suicides (1999) en Lost In Translation (2003) heeft gemaakt, bijvoorbeeld altijd vrouwelijke hoofdpersonen kiest, die zich geïsoleerd en onbegrepen voelen? Alsof ze Sofia wil vragen: voel jij je ook zo?

Eleanor is overigens geen groentje in het making of-genre. Eerder registreerde ze hoe haar echtgenoot en Sofia’s vader Francis, regisseur van de Godfather-trilogie, bijna ten onder ging aan de slopende opnames voor zijn Vietnam-klassieker Apocalypse Now. Haar documentaire Heart Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (1991) werd eveneens een ijkpunt in de filmhistorie. Daarmee vergeleken ogen het budget voor Sofia’s film (40 miljoen dollar), de beoogde draaitijd (57 dagen) en de opnamelocaties (enkele plekken in Frankrijk, waaronder het kasteel van Versailles) nog héél bescheiden.

Hetzelfde geldt voor deze making of. Een hoestende regisseur is toch écht iets anders dan een hoofdrolspeler, die in de Filipijnse jungle een hartaanval krijgt. Eleanor laat niettemin een dokter komen. Die stelt bronchitis vast bij haar dochter. Ze vraagt bij acteurs zoals hoofdrolspeelster Kirsten Dunst en Jason Schwartzman (Louis XVI) ook nog wel eens naar de bekende weg. Hoe het was om te werken met Sofia? Alsof ook maar iemand het in z’n hoofd haalt om dan te antwoorden: nepobaby, bakt er eerlijk gezegd weinig van, ik zal blij zijn als ik weer met een echte regisseur mag werken.

Making Marie Antoinette is duidelijk gemaakt vanuit een moederhart. Afgerond bovendien door het object van haar liefde, een filmmaakster die haar sporen inmiddels echt wel heeft verdiend en die nu ook haar eigen making of-docu, waarin ze als een redelijk relaxte vrouwelijke regisseur de scepter zwaait op de set, heeft mogen maken. Als eerbetoon aan de vrouw die zo graag een rol wilde spelen in haar wereld – en die zich tegelijkertijd afvroeg of ze zo langzamerhand niet eens voor haar eigen creatieve proces moest gaan, in plaats van het observeren van het creatieve werk van haar familie.

Motherboard

Tull Stories / Autlook / VPRO / vrijdag 13 november, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Ze is er zelf van overtuigd dat ze het allerlaatste moment dat haar zoon nog écht een kind was heeft vastgelegd. Jim is een jaar of dertien en samen met haar, zijn moeder, op vakantie in Lissabon. Hij dartelt langs het strand, springt over de golven en zegt dat ie van haar houdt. Tegelijk spreekt het ontwapenende joch ook voor het eerst uit dat ie zijn vader wil ontmoeten.

Daar zit een heel verhaal achter, weet zij, zijn moeder Victoria Mapplebeck. Ze was 38 toen ze zwanger van die man raakte. Ze hadden elkaar leren kennen via een datingbureau en waren welgeteld vier keer samen uit geweest. Toen hij een vaderschapstest wilde doen, om zeker te weten dat Jim echt zijn zoon was, wist Victoria het zeker: ze zou het verder alleen moeten doen.

Met haar camera heeft ze sindsdien vastgelegd hoe haar kind is opgegroeid. Als Jim contact wil opnemen met zijn vader, heeft Victoria alleen net heel slecht nieuws gehad, dat alles op het spel zet. Ook dan blijft zij, de voormalige televisiemaker, hun leven echter documenteren. Motherboard (86 min.) is de intieme weerslag van hoe het de twee verder vergaat, in tijden die veel van hen vragen.

Met bij elkaar geklutste privébeelden, gesprekken, voicemails en social media-posts heeft Mapplebeck een verhaallijn gedestilleerd uit de twintig jaar waarin ze als alleenstaande ouder, zo goed en zo kwaad als dat ging, zowel samen met hem als soms ook tegenover haar zoon, Jim naar volwassenheid probeert te loodsen. Daarbij is die afwezige vader altijd aanwezig op de achtergrond.

Deze egodocu lijkt soms net zo chaotisch als het leven zelf. Achteraf valt daar misschien een idee uit te halen, maar op het moment dat het wordt geleefd, in het hier en nu, is er vaak ook geen touw aan vast te knopen. Mapplebeck heeft de verleiding weerstaan om van alle gebeurtenissen, met de wijsheid van nu, een nette vertelling te maken, maar voor een buitenstaander was dat soms wel prettig geweest.

Motherboard heeft overigens wel degelijk structuur. Flashbacks verbinden bijvoorbeeld het heden en verleden, via liedjes en grapjes voor ingewijden. De film voelt echter als een grabbelton van gesprekjes, ervaringen en gevoelens, die met een bruuske beweging is omgekieperd. Waardoor iedereen soms even de weg kwijtraakt en dan in die symbiotische moeder-zoon relatie toch weer iets van zijn gading vindt.

Sucia

Feelsales

Enkele jaren later besluit Bàrbara Mestanza alsnog actie te ondernemen. In 2015 is de Catalaanse actrice en theatermaakster in een massagesalon te Madrid onzedelijk betast. De masseur vroeg de jonge vrouw om zich helemaal uit te kleden en raakte haar daarna op een ongepaste manier en ongepaste plekken aan. Bàrbara zei er weinig van. Ze merkte dat zij en haar lichaam verkrampten.

Waarom ben je niet gewoon opgestaan en vertrokken? vraagt Mestanza zich sindsdien af. Ze wijdde er een theatervoorstelling aan, Sucia, die in 2021 in première ging in het Teatro de la Abadía te Madrid, en schreef daarover weer een boek. En in de egodocu Sucia (internationale titel: Filthy, 82 min.), geregisseerd samen met Marc Pujolar, documenteert ze haar proces na het seksueel misbruik.

Mestanza besluit om actie te ondernemen. Ze spreekt af met voormalige huisgenoten en probeert de masseur zelf te bellen. Op het nummer dat ze eerder heeft geblokkeerd, omdat hij haar maar appjes bleef sturen. Tevergeefs. Nadat ze de eigenaresse van de inmiddels verdwenen salon heeft opgespoord, vindt ze hem alsnog op Facebook. Hij presenteert zich daar als fotograaf. Hoe clichématig!

Dit hele proces speelt zich af voor de camera. Ook het initiële gesprek met de juriste die haar strafrechtadvocaat zal worden, Carla Vall. Hun contact leidt uiteindelijk tot een rechtsgang. Dat is op een erg wrange manier een win-win situatie, als we Vall mogen geloven. ‘Zelfs vrijspraak zou beteken dat jouw pijn wordt beschouwd als onderdeel van een misdrijf. Er is dan alleen niet voldoende bewijs.’

De Spaanse media weten Bàrbara Mestanza intussen goed te vinden. Ze doet overal haar verhaal. ‘Je gaat door een zeer publiek proces en jouw pijn bereikt en helpt heel veel mensen’, constateert de psychologe Anna Planadevall, die gespecialiseerd is in seksueel misbruik, over het idee om zelf de confrontatie met de masseur aan te gaan. ‘Zou je het doen voor de documentaire of voor jezelf?’

Die vraag lijkt gerechtvaardigd. In ‘the court of public opinion’ vormt deze film, die is doorsneden met fragmenten uit Mestanza’s theatervoorstelling, vermoedelijk doorslaggevend bewijs, maar tijdens een rechtsgang zijn kwesties van seksueel geweld heel lastig aan te tonen. Het kost de filmmaakster uiteindelijk tien jaar (!) en ruim 9.000 euro, becijfert ze zelf, voordat ze haar zaak voor de rechter mag bepleiten.

Dit pamflet tegen seksueel misbruik, waarin Bàrbara Mestanza haar eigen casus inzet voor de publieke zaak, is duidelijk een levenswerk geworden en dient uiteindelijk ook een persoonlijk doel. ‘Ik kan deze man niet vergeven’, stelt ze als actrice in de theaterversie van haar eigen leven, die soms nauwelijks van het echte bestaan is te onderscheiden. ‘Maar het is me gelukt om mezelf te vergeven.’

Deel Van Mij: De Zoektocht Naar Mijn Anonieme Donor

Doxy / EO

Hoe oud kun je worden met een beenmergtransplantatie? vraagt Jelmar van Belle zich af. Hij heeft als tiener leukemie gehad en in 2001 een transplantatie ondergaan. Op z’n zestiende kreeg hij daarvoor stamcellen van een anonieme donor. Inmiddels is de filmmaker de veertig gepasseerd en voelt hij de behoefte om dat beladen verleden nog eens op te zoeken: zowel het onbekommerde gevoel van de laatste zomervakantie in Spanje voordat hij slecht nieuws kreeg, als de onbekende persoon die destijds zijn leven heeft gered.

Aan het begin van Deel Van Mij: De Zoektocht Naar Mijn Anonieme Donor (57 min.), de film die hij samen met zijn goede vriend Thomas Sykora heeft gemaakt, neemt Jelmar contact op met Stichting Matchis, in een poging om, in weerwil van de regels, zijn donor persoonlijk te kunnen bedanken. De medewerker die hem telefonisch te woord staat tempert meteen zijn verwachtingen: hij mag een brief of kaart schrijven, met een presentje van hooguit vijftien euro erbij. In het Engels, zonder persoonlijke informatie. Zij kunnen dit dan, geheel geanonimiseerd, doorsturen.

Stukje bij beetje weet Van Belle, via familieleden, behandelaars en het spoor van de stamceltransplantatie in medische dossiers, tóch informatie over de donatie te verzamelen. Er zou sprake zijn geweest van een koffertje, dat afkomstig was van buiten Europa en zo’n drieduizend kilometer heeft afgelegd om hem als tiener te bereiken. Terwijl hij zo de donor probeert te traceren en alvast opneemt wat hij die zou willen vertellen, vraagt ook zijn gezondheid weer aandacht. De behandeling van 25 jaar geleden heeft z’n sporen achtergelaten in zijn lichaam.

Het ‘bonusleven’ dat hij leeft, soms letterlijk per dag, komt weer in zeer woelig water terecht. Dapper blijft Jelmar documenteren hoe hij opnieuw in behandeling moet en weer wordt geconfronteerd met de sterfelijkheid van het bestaan. Dit indringende proces, vanuit zijn eigen perspectief vastgelegd, drukt dan de vraag naar achteren waarmee deze film begon: mag je als ontvanger weten wie je heeft geholpen? Die blijft tegelijk actueel. Zeker nu de Gezondheidsraad onlangs een nieuw advies heeft gegeven, dat perspectief biedt aan stamcelontvangers zoals hij.

Samen ronden Jelmar van Belle en Thomas Sykora intussen ook deze aangrijpende weerslag van zijn persoonlijke zoektocht en ziekteproces af. Ze maken het verhaal, dat nog wel even nazindert, uiteindelijk helemaal rond. Terug naar af: naar die zorgeloze zomer in Spanje.

The Year Of The Ghost

Pieter van Huystee Film / Mokum

Voor iedereen die Louis Hothothots debuutfilm Four Journeys (2021) heeft gezien, voelt de openingsscène van de opvolger The Year Of The Ghost (96 min.) direct vertrouwd. Het gekibbel tussen zijn Chinese ouders in hun woning in Beijing. De permanente wrevel van zijn oudere zus, die zo’n in China betreurde ‘leftover woman’ dreigt te worden en van ruzie zoeken een sport lijkt te hebben gemaakt. En de gefluisterde voice-over waarmee de sinds 2012 in Nederland woonachtige documentairemaker alle gevoelige thema’s inkadert.

Als hij in 2022 het bericht krijgt dat zijn vader ernstig ziek is, vliegt Louis Hothothot onmiddellijk naar China. Daar moet hij 28 dagen in quarantaine. Hij mist daardoor zowel het overlijden als de uitvaart van de man die hem, in weerwil van de gewraakte Chinese eenkindpolitiek, op de wereld heeft gezet. Als Louis eindelijk mag afreizen naar het dorp waar zijn vader begraven ligt, lijkt zijn moeder daar zowaar te willen blijven. Tot frustratie van z’n zus, die terug wil naar Beijing om alsnog, nu ze nog kinderen kan krijgen, een echtgenoot te vinden.

Haar zoon verdiept zich intussen in het leven van de beste vriendin van zijn moeder. Deze ‘tante’ werd op haar zeventiende, zonder dat ze het zelf doorhad, uitgehuwelijkt aan een plaatselijke man. Voor 100 yuan, zo’n vijftien euro. Samen kregen zij, ondanks die eenkindpolitiek, twee zoons en adopteerden ze een dochter. Bijna een halve eeuw later lijken ze het best goed te hebben met elkaar – al moet zijn tante wel toegeven dat oom haar nog wel eens aanpakt. ‘Maar hij slaat me nooit echt hard’, voegt de oude vrouw er snel aan toe.

Via vrouwen zoals deze tante, zijn eigen moeder en z’n zus verdiept Hothothot zich in deze persoonlijke film in de achtergrond, positie en uitdagingen van Chinese vrouwen. Zijn eigen familie fungeert daarbij opnieuw als pijnlijke spiegel. Hij zet het mes ongenadig in eigen vlees en blijft filmen in ongemakkelijke situaties. Als zijn zus uitvaart tegen hun moeder en bekent dat ze hun overleden vader nog steeds haat, bijvoorbeeld. En wanneer zijn moeder bijna in een hoestbui blijft, wordt de camera draaiend weggezet, voordat zoonlief te hulp schiet.

Van zéér dichtbij – ergens op het slappe koord tussen intiem en voyeuristisch – documenteert Louis Hothothot ook de ontwikkelingen rond zijn moeders gezondheid en het relationele leven van zijn zus. Intussen maakt hij, via krachtige animaties, tevens uitstapjes naar hun gezamenlijke verleden. Zo ontstaat een gecompliceerd portret van zijn eigen familie, als weerslag van een verstikkende cultuur waarin vrouwen vooral onderdanig en loyaal behoren te zijn. Als zoon, broer, man én maker heeft hij zich daar maar toe te verhouden.

Nobody’s Business

Alan Berliner / IDFA

‘In ieder leven zit wel iets bijzonders’, houdt de Joods-Amerikaanse documentairemaker Alan Berliner z’n vader Oscar voor bij de start van zijn film over hem. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Jij probeert van niets iets te maken.’ Terwijl de titel van die film in beeld komt – Nobody’s Business (55 min.) – is nog net te horen hoe Alan reageert: ‘Maar Jij bent mijn vader!’

Hij begeleidt hun permanente gekibbel met zwartwit-beelden van een bokswedstrijd. De ene uppercut volgt op de andere maagstoot. Geen van beiden weigeren ze echter knock-out te gaan. Zoonlief wil terug naar het begin. De oorsprong van de Berliners. Die ligt in Rusland en Polen, maar waar precies? Alans neven en nichten weten het ook niet. Alsof hun geschiedenis pas in Amerika is begonnen. Uiteindelijk weet hij toch een precieze locatie vast te stellen: Rajgrod, een dorp dat afwisselend Pools en Russisch was. ‘Dit kan overal zijn’, reageert Oscar, geheel in stijl. ‘Big fucking deal!’

In zijn voorouders is vader Berliner al even weinig geïnteresseerd. Ich bin ein Berliner, so what? Zijn zoon vraagt zich intussen af hoe zijn vader is gevormd door zijn eigen vader Benjamin, naar verluidt een harde en koude man. Samen met zijn echtgenote, volgens de overlevering wél een warme vrouw, zette hij elf kinderen op de wereld, waarvan Oscar de laatste is. Een knappe en charmante man, zo wil het verhaal. Een geboren verkoper ook. Hij weet zichzelf aan een veel jongere vrouw te verkopen, Alans moeder Regina Cassuto, en graaft daarmee, figuurlijk gezien, zijn eigen graf.

Het huwelijk, dat de jeugd van Alan en zijn zus Lynn heeft getekend, mondt uit in een echtscheiding. Het is de grootste teleurstelling in Oscars leven – en de meest traumatische ervaring in het leven van zijn zoon. Alan wil daarover in gesprek, maar treft ook dan een onwillige participant in zijn vader. Ondanks alle tegenwerking weet de filmmaker hem toch het een en ander te ontfutselen. En voor de rest gaat hij te rade bij andere familieleden. Over waarom Oscar altijd alleen is gebleven en ook weinig vriendschappen heeft opgebouwd – en hoe het kan dat de tijd blijkbaar niet alle wonden heelt.

Oscar wil zelf ook nog wel het één en ander kwijt. ‘Je had accountant, jurist of ingenieur kunnen zijn’, zegt hij, nét iets te scherp, tegen z’n zoon, die in zijn ogen maar een armzalige filmmaker is geworden. Ondanks zulke stekeligheden laten Oscar en Elkaar elkaar niet los. Ze kunnen samen wel wat hebben en beschikken allebei over meer dan genoeg zelfspot. Nobody’s Business (1996) ontwikkelt zich intussen tot een prikkelende exploratie van familiebanden, ingenieus aangekleed met messcherpe beeldsequenties en typografie, aan de hand van de vraag of je jezelf beter leert kennen als je weet waar je vandaan komt.

Ik Werd Wakker Op Een Bol

VPRO

Twee jaar nadat Sinterklaas niet meer bestond kreeg ze het ingefluisterd door haar ouders. Althans, dat is het verhaal dat Anne Meffert er later van heeft gemaakt. Het was een zomeravond. Ze was pas elf en ging met haar ouders en zusjes naar een sterrenregen kijken. En toen gebeurde het. ‘Ze vertelden dat we op een heel klein bolletje door een oneindige ruimte schoten.’

In werkelijkheid hebben ze haar dat nooit zo verteld, bekent Meffert even later. Want daarover, het universum, spreken we nu eenmaal niet met elkaar. En dat moet veranderen, vindt de debuterende filmmaakster. Het is tijd voor ‘een grote bewustzijnscampagne om mensen eraan te herinneren dat we niet weten waar we zijn’. De reclamemakers die ze daarover belt, hebben even tijd nodig om dat idee helemaal te vatten.

Uiteindelijk wil een groot marketingbureau wel met Meffert in zee. Als strategisch vertrekpunt nemen ze haar realisatie – Ik Werd Wakker Op Een Bol (31 min.) – en gaan dan bedenken hoe ze dat gevoel kunnen geven ‘aan mensen die daar eigenlijk niet mee bezig zijn’. Ofwel: ‘Hoe maken we iets oneindigs weer persoonlijk?’ De brainstormsessies kunnen beginnen. Kunnen ze dat bolletje misschien koppelen aan tandenpoetsen?

Terwijl de marketeers wilde ideeën uitwisselen en proberen te komen tot een concept, filosofeert Anne Meffert er lustig op los, in een zoekende voice-over die wordt ondersteund door een wirwar van ontregelende beelden. Haar korte film, opgestart vanuit oprechte verwondering, wordt intussen alsmaar absurder en onderstreept tegelijk de nietigheid van de mens. Die vergeet vaak om zichzelf de wezenlijke zijnsvragen te stellen. Zij niet.

Al halen zij en die reclamejongens en -meisjes zich wel heel wat in hun… juist.

De Dode Junk In Mij

EO / 3LAB op YouTube

‘Loop ik zo meteen mijn vader achterna en eindig ik ergens eenzaam en alleen in een flat in Birmingham? vraagt Joseph zich af. Of zou hij toch in staat zijn om z’n eigen pad te vinden? De filmmaker is bang ‘dat zijn destructieve genen ook in mij tikken als een tijdbom’. Zijn vader Richard Hammond overleed in 2019 overleden aan een overdosis heroïne. ‘Joe’ koestert de spullen die hij van hem heeft gekregen. Het boek De Vreemdeling van Albert Camus bijvoorbeeld, een camera en, ja, de film Trainspotting.

Hammond heeft al die jaren nauwelijks over zijn vader gesproken. Hoog tijd om de confrontatie aan te gaan met De Dode Junk In Mij (40 min.). En daarvoor heeft hij naar zijn eigen overtuiging het maken van deze documentaire nodig. Het spoor leidt naar Engeland, want Josephs moeder wil/kan niet meewerken. Die reis roept elementaire vragen op. Want wat weet hij nu écht over zijn vader? ’Er is niks wat ik zeker weet over deze man, behalve dat ie van voetbal hield.’ Aston Villa, om precies te zijn.

De ouder die altijd onbereikbaar leek komt onderweg steeds dichterbij via de verhalen die Richards moeder, broer en vrienden over hem opdiepen. En Joe vindt hem, inderdaad, ook in zichzelf. ‘Alles wat gezegd werd kon ik letterlijk aan mezelf linken’, rapporteert hij telefonisch aan een vriendin in Nederland. Dat is natuurlijk ook een enge gedachte: in hoeverre zou hij zelf dus kunnen eindigen zoals de man die hij nu, zeven jaar na diens dood, met alles wat ie heeft in het vizier probeert te krijgen?

Joseph Hammonds zoektocht vertoont overeenkomsten met Kelly Klingenbergs poging om haar vader terug te vinden in de egodocu Alleen Met Jenever (2021). Een verhaal dat tegelijk heel particulier en toch universeel is. Want zoekt niet iedereen in de levens van z’n ouders een voorspelling voor het eigen bestaan? Inherent aan zo’n zoektocht lijkt dan ook dat die nooit pasklare antwoorden oplevert, hooguit aanknopingspunten om twee levens te verbinden. Totdat ‘t, in elk geval in het eigen hoofd, wel zo’n beetje klopt.

The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist

Netflix

Na het alarmistische eerste half uur van zijn film The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist (105 min.) kunnen ze documentairemaker Daniel Roher (Navalny) opvegen. Kunstmatige intelligentie, ofwel AI, zorgt voor de ondergang van de mensheid.

De ontwikkeling van AGI (Artificial General Intelligence), de Heilige Graal van AI, zal een grotere impact hebben dan de Industriële Revolutie. Het systeem wordt slimmer dan de gehele mensheid bij elkaar (!), volstrekt superieur in het herkennen en vervolgens manipuleren van patronen. Zonder enige vorm van ethiek of moraal. Dat kan alleen verkeerd aflopen. Sommige van de vooraanstaande experts in deze zoekende, vlot en aantrekkelijk opgediende denkfilm van Roher en zijn coregisseur Charlie Tyrell gaan er zelfs vanuit dat hun eigen kinderen nooit de middelbare school zullen bereiken.

Dit toekomstperspectief voelt als een klap in het gezicht voor Roher: zijn echtgenote Caroline Lindy, die tevens dienst doet als verteller van deze docu, is zwanger van hun eerste kind. Hij snakt dus naar licht aan het einde van de tunnel. Welkom, Peter Diamandis. ‘De enige tijd die spannender is dan vandaag is morgen’, stelt deze exponent van het ‘data-gedreven optimisme’. Volgens hem is superintelligentie geen bedreiging maar een voorwaarde voor het voortbestaan van de menselijke soort, hét antwoord op grote uitdagingen zoals pandemieën, hongersnood en klimaatverandering.

De aanstaande vader Roher weet nog niet aan welke kant hij staat, bij de doemdenkers of de rasoptimisten. Want zelfs de meest hoopvol gestemde deskundigen maken zich zorgen om de ‘racedynamiek’ rond AI. Hoe kunnen ze daarvan een race naar de top, in plaats van richting de bodem maken? Roher benadert de CEO’s van de vijf belangrijkste AI-bedrijven, ‘de Oppenheimers van dit moment’. Twee van hen staan hem niet te woord over het fenomeen dat net zo bedreigend zou kunnen worden als kernwapens. Mark Zuckerberg (Meta) heeft geen behoefte om te reageren, Elon Musk (xAI) geen tijd.

Sam Altman (OpenAI), Demis Hassabis (Google Deepmind) en Dario Amodei (Anthropic) staan hem wél welwillend te woord. Roher legt hen eerst de vraag voor of het verstandig is om nu een kind op de wereld te zetten en krijgt ogenschijnlijk eerlijk antwoord. Daarna pleiten de AI-hotshots eensgezind voor internationale afstemming en onafhankelijk toezicht. Net als bij nucleaire wapens. ‘Er zijn op dit moment meer regels voor de verkoop van een broodje dan voor de bouw van een AI, die de wereld kan vernietigen’, voegt de computerwetenschapper Connor Leahy daar nog gortdroog aan toe.

Voor het indammen en afremmen van Artificial Intelligence is publieke druk nodig, betoogt Daniel Roher, nadat zijn vrouw Caroline, net moeder geworden, het oorspronkelijke einde van deze urgente en toch ook wel onrustbarende film heeft afgeschoten met de kwalificatie ‘Kumbaya-onzin’. Haar echtgenoot herpakt zich, met een onverbloemde oproep aan alle ‘Apocaloptimisten’ om in actie te komen.

Fragments Of Belonging

Verde Films

Je hebt mensen nodig ‘die weten wanneer je zingt en wanneer je huilt’, zegt een familielid tegen Tatjana Božić. En dat is precies wat de Kroatische filmmaakster regelmatig mist. Ze heeft het gevoel dat zij er in Nederland, waar ze samen met haar tienerzoon Waldemar woont, niet echt bij hoort. Er lijkt een ‘onzichtbare muur’ te bestaan tussen haar en anderen. Daarover gaat Fragments Of Belonging (Tragovi Pripadanja, 81 min.), een film over haar eigen eenzaamheid als vrouw uit ‘Oost-Europa’, met hooggespannen verwachtingen, een Slavisch accent en onzalige plannen.

Tot voor kort had Božić nog nooit ergens langer dan tien jaar gewoond. Ze werd geboren in een Kroatisch dorp en verhuisde later naar de Sovjet-Unie. Daarna was ze achtereenvolgens woonachtig in Londen, Zagreb en Amsterdam. En op die laatste plek kreeg ze een kind met een Nederlander, in wie zonder al te veel moeite collega-filmmaker Rogier Kappers (en het glasorgel, uit zijn persoonlijke film Glas, Mijn Onvervulde Leven) is te herkennen. Inmiddels is Tatjana een alleenstaande moeder en verhuisd naar een buitenwijk. Komt ze hier nog weg? En zal ze er ooit écht bij horen?

Zij groeide op als onderdeel van een gemeenschap en is nu terecht gekomen in een wereld, waar het individu centraal staat. Aansluiting vinden gaat niet vanzelf. Of ze nu lid wordt van een fietsclub of de slaapkamer van haar zoon begint te verhuren als hotelkamer, in de hoop dat er zo nieuwe vrienden in huis komen. Via een familie-opstelling probeert Tatjana Božić vat te krijgen op waarom ze zoveel moeite heeft om zich ergens thuis te voelen. Hoort dit bij haar geboorteland, dat in half Europa gastarbeiders heeft afgeleverd? Of zit het opgesloten in haar eigen familieverhaal?

Niemand is in hun dorp blijven wonen. Ze zijn uitgewaaierd naar zeven verschillende landen, waar ze nu bezoek mogen verwachten van dat ene ontheemde familielid, dat maar niet ‘ingeburgerd’ raakt in haar huidige thuisland. Božić moet op haar tocht, gelardeerd met persoonlijke gesprekken en begeleid door Balkan-muziek, ook de confrontatie aangaan met de moederrol in haar leven: de omgang met haar zoon en, onlosmakelijk daarmee verbonden, de verhouding tot haar eigen moeder. In deze film probeert ze, tussen alle lachen en tranen door, de weg te vinden naar een thuis.

Zeg maar gerust: een inclusieve wereld. Waldemar heeft er zo z’n twijfels bij. ‘Het is net alsof je er stiekem van houdt om nergens bij te horen’, zegt hij. Zijn moeder wíl volgens hem gewoon een buitenstaander zijn. En zij heeft zich daar maar toe te verhouden.

My Grandfather Charles Manson

Disney+

De jonge Amerikaanse actrice, filmmaakster en babysitter Sophia Maddox kent hem volgens eigen zeggen alleen als sekteleider en moordenaar van Wikipedia. Totdat haar vader, de sappelende acteur en filmmaker Daniel Arguelles, via de genealogiewebsite Ancestry een halfbroer vindt. Hij blijkt een zoon te zijn van die beruchte sekteleider en moordenaar. En dus krijgt Sophia er een illuster familielid bij: My Grandfather Charles Manson (106 min.). Dat is even slikken.

Sophia lijkt zich in deze persoonlijke film, die ze heeft gemaakt met Alexandra ‘Allie’ Orton, soms ook te wentelen in haar rol als kleindochter van de man die door menigeen als de belichaming van de Duivel wordt gezien, de diabolische leider die z’n volgelingen in 1969 aanzette tot moord en zo de sixties hoogstpersoonlijk de nek omdraaide. ‘Ik ben m’n opa niet’, zegt Sophia tegen zichzelf, met betraande ogen. Zij lijkt haar positie als kleindochter soms daadwerkelijk als een rol te benaderen. Als ze geëmotioneerd bij haar therapeut zit, raadt die haar aan om het kaf van het koren te gaan scheiden: wat is er werkelijk gebeurd en wat is vooral onderdeel van het sensatieverhaal Charlie Manson?

Daarvoor bezoekt Maddox de tuchtschool waar haar grootvader zat, spreekt ze met de Family-leden Lynette ‘Squeaky’ Fromme, Dianne ‘Snake’ Lake en Stephanie Schram en ontmoet openbaar aanklager Stephen Kay. Ze gaat ook te rade bij de Manson-‘vrienden’ George Stimson, Nikolas Schreck en ‘Black Wolf’. Zij leerden hem doorgaans pas decennia na de Tate/LaBianca-moorden kennen, maar hebben er desondanks nog wel een boek uit weten te persen. Nadat hij Manson in 2007 een brief heeft geschreven, heeft ’Wolf’ in de navolgende tien jaar bijvoorbeeld bijna achthonderd keer met hem gebeld. Alle gesprekken staan op een USB-stick, die hij grootmoedig aan Sophia overhandigt.

Maddox’s ontmoeting met ‘Beach Boys-fotograaf’ Ed Roach, onlangs overleden, krijgt een zéér unheimisch karakter. Met dubbelzinnige opmerkingen werpt hij zich op als een archetypische ‘vieze ouwe vent’, de ideale figurant in het sensationele Manson-verhaal, dat de berichtgeving is gaan beheersen. Jeff Melnick benadrukt juist de andere kant: van Charlie als getroebleerde buitenstaander, die nooit heeft geleerd om in vrijheid te leven en ernstige mentale problemen ontwikkelt. ‘Hij past precies in het plaatje’, legt de historicus uit. Manson is ‘de vervulling van de nachtmerrie die is voorspeld’. Ga maar na: hij heeft een wilde baard en wild haar, nog wildere ogen en een hakenkruis in z’n voorhoofd gekerfd.

Sophia Maddox vindt het gaandeweg steeds lastiger om haar vader, een man met zijn eigen demonen, los te zien van die man. Sterker: om ze überhaupt van elkaar te kunnen onderscheiden. Zijn het allebei niet meer dan onverbeterlijke narcisten, die haar hebben opgezadeld met een loodzwaar kruis om te dragen? Er ontstaat tevens frictie met coregisseur Allie. Over wie zij zelf is – ondanks, of juist dankzij, die bedenkelijke vader en grootvader – en hoe ze zich tot hen moet verhouden. Een persoonlijkheidstest met inktvlekken moet uitkomst bieden, waarbij forensisch psycholoog Robert Schug haar resultaten vergelijkt met die van de sekteleider en moordenaar van Wikipedia.

Deze egodocu heeft dan een wel erg Amerikaans randje gekregen: van een zoektocht, met z’n verplichte eurekamomenten en existentiële crises, die hoe dan ook tot verlossing moet leiden: de kleindochter, die vrede heeft gesloten met de grootvader die ze nooit heeft ontmoet en die toch zo’n enorme plek claimt in haar leven.

Tikkie Gevoelig

Human

Veertien vrienden, twee nachtjes weg en één vraag: wie betaalt wat? De uitgangspositie voor de korte docu Tikkie Gevoelig (14 min.) klinkt als het uitgangspunt voor een ludieke amateurdetective, maar fungeert in de praktijk vooral als aanleiding voor een goed gesprek over, ja, geld.

Want gaan Milou Gevers en haar vriendengroep, stuk voor stuk inmiddels in de dertig, na afloop van die gezamenlijke oud en nieuw in Friesland de rekening eerlijk verdelen? Of kiezen ze toch voor ‘potluck’, waarbij ieder voor zich bepaalt wat ie meebrengt en dat dan ook voor zijn rekening neemt?

Blijkbaar hebben ze daarover vooraf geen duidelijke afspraken gemaakt. De één heeft voor ongeveer vijftien euro aan eten ingekocht, terwijl een ander bijna tweehonderd euro heeft uitgegeven aan een copieuze maaltijd. En mag het aankopen van vuurwerk werkelijk uit de gezamenlijke pot worden betaald?

Praten over geld zorgt snel voor ongemak en scheve gezichten. Zeker als de één het gemakkelijker kan missen dan de ander – en die dat liever niet aansnijdt. Gevers stelt zulke kwesties toch aan de orde in deze speels vormgegeven interviewfilm, die alleen niet de tijd heeft om er écht diep op in te gaan.

No Baby On Board

Journeyman Pictures / Prime Video

Ze heeft er het geld niet voor, zegt ze tegen zichzelf. Ze is bovendien eigenlijk al te oud. En ze heeft slechte ervaringen met haar eigen familie. Genoeg redenen voor Julia Kots, die al even in de veertig is, om niet (meer) aan kinderen te beginnen. Ze heeft alleen nog wel veertien ingevroren eicellen. Net als het leeuwendeel van de Amerikaanse vrouwen die eitjes in bewaring hebben gegeven bij een cryobank gaat Julia daar nooit daadwerkelijk gebruik van maken. Kan ze ze niet gewoon doneren?

Die vraag is voor de documentairemaakster meteen een aardig startpunt om zich in No Baby On Board (79 min.) te buigen over de afwegingen van Amerikaanse vrouwen om wel of niet voor kinderen te kiezen. In 2035 zal volgens prognoses een kwart van hen geen baby meer ter wereld brengen. De redenen daarvoor zijn divers. Ze wilden van jongs af aan al geen kinderen. Het was hen helaas niet gegeven. Ze willen geen kind op deze wereld zetten. Of zoals Kots zelf: het kwam er door allerlei oorzaken nooit van.

In deze interessante documentaire, verrijkt met speelse animaties van David Makadi en een karrenvracht achtergrondinformatie, gaat ze in gesprek met gelijkgestemde vrouwen die niet zwanger willen (of kunnen) worden – en met haar eigen moeder, die van mening is dat ook het perspectief van vrouwen mét kinderen in de film hoort. Samen met hen beent Kots de overwegingen uit om wel/niet kinderen te nemen en de gevolgen op korte en lange termijn van die keuze, zowel op persoonlijk als maatschappelijk niveau.

De betaalbaarheid van het ouderschap passeert in deze film, die wel een wat breder palet aan vrouwenstemmen had kunnen gebruiken, regelmatig de revue als overweging. Kan ik me eigenlijk wel een kind veroorloven? vraagt niet alleen Julia Kots zelf zich af. Want dat schijnt in de Verenigde Staten, nog los van studiekosten, gemiddeld zo’n 300K te kosten. Enigszins jaloers kijkt ze dus naar landen als Zweden, Frankrijk en Nederland, waar een zorgverzekering, kinderopvang en betaald verlof wel collectief zijn geregeld.

Tussen alle gesprekken over het verwachtingspatroon waarmee vrouwen krijgen te maken, die eeuwige biologische klok en de al dan niet doorzettende overbevolking door, moet de filmmaakster ook nog bepalen wat er met haar ingevroren eicellen moet gebeuren: er een vrouw of stel met een kinderwens mee verblijden, doneren aan de wetenschap of toch… weggooien? Die keuze wordt nog eens gecompliceerd, zo wordt later pas duidelijk, door oud zeer waarmee Kots sinds haar tienerjaren rondloopt.

De keuze om (geen) ouder te worden – als die je überhaupt al is gegeven – laat zich nu eenmaal niet op puur rationele gronden verklaren.

Den Sista Resan

Universal

Van de levenslustige kerel die in 2008 als docent Frans afscheid nam van de Ullvi-school en zich samen met zijn echtgenote Tiina opmaakte voor zijn derde levensfase, z’n ‘troisième âge’, is helemaal niets meer over. Lars Hammar zit er op z’n tachtigste, na een periode van ziekte, sombertjes bij. Elke vorm van levenslust is verdwenen. In hun huis in de Zweedse stad Köping is hij nauwelijks nog uit zijn Belgische leren fauteuil te krijgen. Lars zit gewoon op de dood te wachten.

Dat wil zijn zoon, televisiepersoonlijkheid Filip Hammar, niet laten gebeuren. Hij tikt een oranje Renault 4 op de kop, de auto waarmee ze in de jaren zeventig als gezin op vakantie naar Frankrijk gingen, en besluit om daarmee gouden tijden te laten herleven. Ook Filips tv-maatje Fredrik Wikingsson gaat mee op Den Sista Resan (internationale titel: The Last Journey, 88 min.), waarop Lars weer een beetje zin in het leven moet krijgen. En alles wordt gefilmd, voor wat zo’n typische hartverwarmende roadmovie moet worden.

Op weg naar hun vroegere vakantiebestemming Beaulieu-sur-Mer wordt alles uit de kast gehaald om de oude man op te vrolijken en zijn geheugen op te frissen. Het duo Filip en Fredrik laat niets aan het toeval over en zet de gekste dingen in scène om de vroegere Lars weer uit de broze oude man met de rollator tevoorschijn te laten komen. Dat levert aandoenlijke reacties op van de Francofiel op leeftijd, maar krijgt al snel ook iets krampachtigs. Los daarvan lijken al die strapatsen ook het echte vader-zoon contact in de weg te zitten.

‘Ik hoop dat je niet teleurgesteld in me bent’, zegt Lars als hun gezamenlijke reis er bijna op zit. ‘Waarom zou ik?’ antwoordt Filip, misschien net iets te snel. Lars: ‘Omdat ik niet meer zo ben als vroeger.’ Zijn zoon heeft echter nog één ding voor hem geregeld, in de hoop dat hij daarmee nog een laatste keer de gevoelige snaar kan raken bij zijn vader, voor het verplichte sentimentele einde van deze speciaal voor hem samengestelde Surprise Show.

Mijn Broer

Serious Film / KRO-NCRV

Thuis in het Zeeuwse dorp ‘s-Heer Hendrikskinderen hebben zijn ouders nooit een groot probleem gemaakt van de homoseksualiteit van Bart Davidse. Voor hen blijft de oudere broer van filmmaker Koert Davidse gewoon Bart. Ze spreken alleen nooit over zijn geaardheid. Ook niet als hij, inmiddels als kunstenaar woonachtig in Amsterdam, besmet raakt met het HIV-virus.

In het dagboek van zijn vader leest Koert een kleine veertig jaar later dat die boodschap wel degelijk is overgekomen. ‘Bart belt om zeven uur dat hij weer ernstig ziek is’, schrijft pa begin 1986, het jaar waarin zijn zoon op slechts 28-jarige leeftijd zal overlijden, in het dagboek waarin hij het leven en werk in hun tuinderij documenteert. ‘Zware koorts. Dat is al de derde maal binnen één maand. Wij zijn erg bang dat hij AIDS heeft.’

Als familie weten zij zich geen raad met de situatie. ‘Ik weet nog heel goed dat ik met ma bij Bart zijn bed zat’, herinnert Koert zich. ‘Hij lag op de IC. Toen liep er een traan uit zijn oog.’ Als z’n moeder die wil wegvegen, houdt Koert haar tegen, bang voor besmetting. ‘We wisten dus echt niks van AIDS’, constateert hij nu, vol schaamte. ‘Echt verschrikkelijk!’ ‘Ja’, reageert zus Karin, terwijl ze strak voor zich uit kijkt. ‘Klopt.’

Samen met Karin, hun andere zus Wilma en vrienden uit Barts andere leven in Amsterdam reconstrueert Davidse het veel te korte bestaan van zijn grote broer. In de hoofdstad zal Bart zich vestigen als kunstenaar en kan hij zich uitleven in darkrooms, leerbars bezoeken en cruisen op straat. En daar, in dat Sodom en Gomorra, ligt volgens de veelal vrome mensen uit z’n geboortedorp ook de oorsprong van zijn ondergang.

In Mijn Broer (83 min.) onderzoekt Koert Davidse de enorme afstand tussen Barts levens, die na het overlijden van zijn broer ernstig opspeelt. De Zeeuwse begrafenisondernemer blijkt bijvoorbeeld niet bereid om zijn lichaam op te halen. En er is eigenlijk ook geen kerk die de uitvaart wil verzorgen. Behoedzaam waadt deze delicate film door dat ongemakkelijke verleden, met oog voor beide kanten van het verhaal.

Davidse ondersteunt zijn relaas met live geënsceneerde foto’s, die dierbare herinneringen aan het leven met zijn broer en belangrijke momenten uit zijn beladen ziekteproces en afscheid representeren. Tegelijkertijd maakt hij ook weer kennis met die broer via zijn kunst en bezittingen, die tezamen zijn opgenomen in de expositie Bart Davidse: Een Leven In Beelden, die zijn bewonderde broer weer tot leven wekken.

En met hem wordt ook die traumatische episode uit de wereldwijde queerhistorie, nog niet eens zo lang geleden, weer uitgelicht. Als een dodelijke ziekte ook in Nederland homo’s nog eens extra tot outcast verklaart.

Tussen Broers

Een Van De Jongens / KRO-NCRV

Tien jaar na A Family Affair (2016) vervolgt Tom Fassaert het ontrafelen van zijn eigen familiegeschiedenis met Tussen Broers (105 min.). Deze persoonlijke film begint waar de vorige eindigde: bij het overlijden van zijn 97-jarige grootmoeder Marianne (1917-2015), een voormalige mannequin die een spoor van vernieling door die familie heeft getrokken en die ‘t vanuit haar laatste woonplaats in Zuid-Afrika ook haar kleinzoon erg lastig maakte met tamelijk bizar flirt- en claimgedrag.

‘De film is voorbij’, constateert Fassaerts vader, de psycholoog Rob Fassaert, bij de start van deze nieuwe documentaire. ‘Mijn moeders leven is voorbij. We gaan weer over tot de orde van de dag.’ Dat blijkt echter een voorbarige conclusie. In dat verleden liggen nog tal van prangende vragen verscholen, die om een antwoord vragen – of op z’n minst naar het zoeken daarnaar. Want wat is er geworden van de vader van Rob en diens oudere broer René, de oom van de filmmaker, die al heel lang buiten beeld is?

Eerst concentreert Tom Fassaert zich echter op hoe zijn vader zich bekommert om zijn broer. René is volgens Rob ‘de verpersoonlijking van wat er in hun jeugd is misgegaan’. Hij zat vroeger in een besloten inrichting, maar heeft tegenwoordig een eigen woning. Die is alleen helemaal dichtgegroeid met spullen. Rob probeert hem te helpen om zijn huis op orde te krijgen. Zijn zoon observeert dat proces en kadert dit in met een intieme voice-over, waarin hij ook hun familiegeschiedenis reconstrueert.

Fassaert kan daarbij terugvallen op het beeldmateriaal dat zijn vader gedurende al die jaren maakte. Want dat filmen heeft hij niet van een vreemde. Rob heeft geen enkel detail van z’n eigen ‘doorsneegezin’ ongefilmd gelaten. Die beelden tonen volgens zijn zoon hun gezinsleven, ‘maar misschien vooral zijn onzichtbare verlangen naar iets wat hij zelf nooit gekend heeft’. Ieder op hun eigen manier, toont Tom Fassaert, houden de twee broers vast aan een verleden, dat hen voor het leven heeft getekend.

Deze intrigerende documentaire waadt zo door een ander deel van een woelige familiehistorie. Misschien niet op zo’n verrassende manier als in A Family Affair, maar net zo indringend en toch behoedzaam en subtiel. Een héél particulier en daardoor universeel en invoelbaar verhaal. En de film eindigt min of meer waar ie begon: bij wat er is geworden van die ene (groot)ouder, Richard Fassaert in dit geval, en wat die heeft achtergelaten. Is het mogelijk om de geschiedenis niet te herhalen? vraagt zijn kleinzoon Tom zich af.

Water Tussen Ons

Docmakers

Dochter Faydim Ramshe luistert. Terwijl haar moeder Farèn vertelt. ‘In het jaar dat mijn moederland veranderde, verloor ik mijn vader’, herinnert de Iraans-Nederlandse vrouw zich in de centrale voice-over waarmee ze Water Tussen Ons (27 min.), de korte film van haar dochter, begeleidt. ‘De man die altijd naast het bad stond te tellen.’

Farèn Sallak leerde zwemmen in het Amjadiyeh-zwembad van Teheran en geeft nu zelf zwemles aan de jonge vrouwelijke vluchtelingen die werken in haar restaurant te Maastricht. Het is een activiteit, die niet gespeend is van symboliek: in een ander land moeten zij zelf leren zwemmen en, ja, het hoofd boven water proberen te houden.

Zelf verdween ze na de dood van haar vader in een huwelijk. Dat was geen keuze. ‘Ik zei ja omdat nee onmogelijk was’, vertelt ze aan Faydim. ‘De liefde kwam later, voorzichtig. En met haar kwam jij.’ Dat bleek uiteindelijk echter niet genoeg: het huwelijk strandde en Farèn vluchtte Iran uit, naar de andere kant van de wereld. Zonder haar dochter.

In deze delicate film wordt dit vluchtverhaal, dat daarna een Nederlands asielzoekerscentrum aandoet, gepaard aan hoe zij in het hier en nu als een moederkoek waakt over haar medewerkers. Zij hebben stuk voor stuk met hun eigen thema’s af te rekenen en kunnen bij haar, die ervaren en krachtige lotgenoot, hun hart luchten.

Farèn helpt hen bij hun emancipatie en wordt er zelf ook door geraakt, laat haar dochter zien. Want zij weet ook: haar moeders onafhankelijkheid heeft er waarschijnlijk mede voor gezorgd dat ze al enige tijd alleen is. En sinds Faydim jaren later eveneens naar Nederland is gekomen, is er ook nog die vraag: ben je niet uit egoïsme weggegaan?

Behoedzaam waadt ze in deze documentaire door het water tussen hen. Door te luisteren, niet te oordelen. Net als haar moeder.

Love-22-Love

Periscoop

Toen hij enkele jaren geleden aan deze zeer persoonlijke film begon, had videokunstenaar Jeroen Kooijmans lange, zware jaren achter de rug. Met Love-22-Love (84 min.) wilde hij zich weer concentreren op het licht dat al die tijd op hem was blijven schijnen: zijn geliefde Elspeth Diederix. Kooijmans besloot haar een liefdesbrief te sturen. Die is uiteindelijk heel anders uitgepakt dan ie oorspronkelijk had bedacht.

Zijn film gaat terug naar 1992 als ze allebei op de Rietveld Academie zitten. Hoewel hij zich had voorgenomen om dat nooit te laten gebeuren, begint Kooijmans een relatie met zijn medestudent. Samen zullen ze in de navolgende jaren de halve wereld zien en grote successen boeken. Hij krijgt in 1998 bijvoorbeeld de NPS Cultuur Prijs uitgereikt door Oboema, zij wint enkele jaren later met haar fotografie de prestigieuze Prix de Rome.

In zijn hoofd rommelt ’t dan al enige tijd. Dat is overigens al vanaf het begin duidelijk. Deze egodocu start met een indringende video waarin Jeroen Kooijmans zichzelf filmt als hij in 2002 is opgenomen in het ‘gekkenhuis’. Zulke selfies avant la lettre, waarin hij soms ook tegen de camera spreekt, keren steeds terug in Love-22-Love. Kooijmans laat ermee in zijn hoofd kijken en ordent het bijbehorende leven vervolgens met een persoonlijke voice-over.

Hij maakt z’n gevoelsleven tevens zichtbaar met brieven die zijn pessimistische zelf in die jaren, in het Engels, aan zijn optimistische zelf heeft geschreven. Deze dagboekteksten werken tevens als structurerend element. Als hij spreekt over ‘overthinking’, ‘losing my mind’ of ‘nothing in life makes sense’, reageert zijn alter ego bijvoorbeeld met het advies om het denken over te laten aan de denkers. Tegen zichzelf: ‘I’m actually doing really well.’ 

‘s Mans onbehagen sijpelt natuurlijk ook door in zijn videokunst en homevideo’s, het hart van deze associatieve film. Die beeldenstroom laveert voortdurend tussen artistieke uitspattingen – als jager met geweer achtervolgt hij zijn geliefde, in een Roodkapje-rood jurkje, bijvoorbeeld in het bos – en voor de camera beleefde inzinkingen. Zoals een onvergetelijke naakte dans voor het open raam, terwijl hij de schaar in zijn haren zet.

Dat werk lijkt alomtegenwoordig in zijn leven. Het zorgt voor inspiratie, levert druk op en staat soms ook al het andere in de weg – inclusief de relatie met Elspeth. ‘Ik moet stoppen met kunst’, constateert Jeroen Kooijmans onderweg, in een grillig persoonlijk relaas dat ruim dertig jaar leven samenbalt in nog geen anderhalf uur. ‘Dat is de enige oplossing.’ Een leven als echtgenoot en vader van drie dochters wacht. Maar het bloed kruipt toch…

Zou hij zijn demonen, de depressies en psychoses, misschien kunnen verfilmen? En is dat dan verstandig? Wat zou Zij ervan vinden? Moet ze er überhaupt van weten? De vragen stellen…

The Shipwrecked

The Shipwrecked

We zijn allemaal maar schipbreukelingen. Op drift geraakt,  afgedreven van waar ’t echt om draait of onderweg als verloren opgegeven – soms ook door onszelf. Na dertig jaar in Nederland keert Diego Gutiérrez (Parts Of  A Family, Het Hut Syndicaat en The Mirror And The Window), teleurgesteld in de mens en op zoek naar zingeving, terug naar zijn geboorteland, Mexico. Daar steekt hij zijn licht op bij enkele landgenoten die allemaal hun eigen afslag hebben genomen.

In wat misschien wel zijn laatste film wordt – maar dat denken kunstenaars wel vaker: de nieuwste queeste als belangrijkste ooit – zoekt de Mexicaanse filmmaker hoop, troost en verlossing bij een vrouw die een Jezusbeeld restaureert, twee natuurbeschermers met een fascinatie voor vleermuizen, een arme boer die ternauwernood het hoofd boven water kan houden en een ontheemde jongeling die is teruggekeerd naar zijn geboortegrond, het erf van zijn vader.

Gutiérrez begeleidt deze ontmoetingen met een filosofische, bijna geprevelde voice-over. ‘De filmmaker realiseerde zich dat hij nog nooit dichterbij was gekomen, door afstand te creëren’, constateert hij bijvoorbeeld tegen het eind van zijn queeste over zichzelf. ‘En dat hij, hoezeer ie dit ook wilde, nooit kon weggaan.’ ’s Mans zoektocht brengt hem ook bij de realisatie dat zijn enige truc om te leven het maken van films is – en dat die het leven zelf soms ook weer in de weg staat.

The Shipwrecked (118 min.) wordt daarmee een contemplatieve film, een exploratie van de grote thema’s des levens. De weg naar binnen is daarbij veruiterlijkt met fraaie beelden van de majestueuze wereld waarbinnen die wordt afgelegd. Veel grootse topshots bijvoorbeeld. Alsof het leven op aarde, door een soort opperwezen, vanaf een afstandje wordt bezien en aanschouwd – en er zo meteen een zekere orde wordt aangebracht in de chaos die dat leven zo vaak is.

De verhalen in deze film ontvouwen zich langzaam, soms op het trage af, en beginnen gaandeweg ook in elkaar over te lopen. Intussen gaan ze tevens een verbinding aan met de staat van zijn van die ene spartelende filmmaker. Bij de anderen vindt Diego Gutiérrez ogenschijnlijk houvast. Zij kunnen de stukken drijfhout vormen, waaraan hij zich zou kunnen vastklampen. Zodat ie zijn eigen leven weer kan vervolgen – een nieuwe film maken wellicht – in een wereld die zomaar op drift kan raken.

Imago

Triptyque Films / Need Productions

Met open armen wordt filmmaker Déni Oumar Pitsaev ontvangen in de Pankisivallei in Georgië. Over de grens ligt Tsjetsjenië, de Russische republiek waar hij ooit is geboren en nu niet meer welkom is. Terwijl veel landgenoten, waaronder ook familieleden, tijdens de Tsjetsjeense oorlogen van eind twintigste eeuw over de grens naar Georgië vluchtten, vertrok Déni als kind met zijn moeder naar Frankrijk. Nu heeft zij een stuk grond voor hem gekocht in Pankisi, zodat hij daar alsnog tussen z’n eigen mensen kan gaan leven.

Kalm probeert de beminnelijke Déni in de persoonlijke film Imago (109 min.) weer vertrouwd te raken met zijn familie en andere Tsjetsjenen ter plaatse en neemt hij de bijzonder fraaie omgeving in zich op. Kan de inmiddels bijna veertigjarige banneling hier een volwassen versie van de boomhut bouwen, waarover hij als kind fantaseerde? En ziet hij überhaupt een toekomst voor zichzelf, in een rurale omgeving waar traditie en de islam nog altijd alomtegenwoordig zijn en man en vrouw gebonden aan strakke rolpatronen?

Hij wordt bijvoorbeeld continu bestookt met één en dezelfde vraag: wanneer gaat ie nu eindelijk eens trouwen? Voordat Déni kan doorgaan voor een klassieke Tsjetsjeense man heeft hij echter nog een lange weg te gaan. Tijdens het voetballen kijkt hij vooral toe. Bij een optrekstang geneert ie zich over z’n eigen verrichtingen. En een pistool, om eens lekker mee te schieten, boezemt hem vooral angst in. Nee, met hem winnen ze de oorlog niet. Blijft hij te midden van z’n eigen mensen dus niet gewoon een vreemde?

Zijn moeder Khalimat Pitsaeva komt vanuit Brussel ook nog even op bezoek. En zelfs zijn vader Vakha Magomadov, waarvan hij vervreemd is geraakt en die hij al acht jaar niet heeft gezien, komt poolshoogte nemen met zijn tweede vrouw Malika Abdulaeva en hun zoons Pamzan en Mokhammed. Ook hij is van mening dat zijn zoon nu eindelijk z’n verantwoordelijkheid moet nemen voor ‘de continuering van de clan’. Déni heeft intussen ook nog een appeltje met hem te schillen over zijn rol tijdens de oorlog.

Tijdens die confrontatie borrelen de emoties die in Imago, op het filmfestival van Cannes uitgeroepen tot beste documentaire, tot dan toe onderhuids hebben gesluimerd even op. En net zo snel als de gemoederen verhit zijn geraakt, koelen die ook weer af in deze subtiele en omfloerste film, waarin veel wordt gezegd zonder dat ’t wordt uitgesproken – en ook de kijker dus wordt uitgedaagd om tussen de regels door te lezen.