De Klas van ’94

NTR

Het was een Arabische school. Géén islamitische school. In de Amsterdamse Rivierenbuurt werd begin jaren zeventig speciaal voor kinderen van Marokkaanse gastarbeiders de Bouschraschool opgericht. Ze kregen eenmaal per dag een uur Arabische les, zodat ze klaar waren voor terugkeer naar hun eigen land. Historicus Nadia Bouras zat in De Klas Van ‘94 (50 min.), toen diezelfde school inmiddels een Islamitische school was geworden. Ze ontvangt nu in het toenmalige klaslokaal leerlingen waarmee ze toentertijd op school zat en die natuurlijk gewoon in Nederland zijn gebleven. Ook enkele leerkrachten keren terug naar de klas.

Verder brengt Bouras in Friesland een bezoek aan de Nederlandse dominee Rolf Boiten die de Bouschraschool in 1971 samen met zijn vrouw oprichtte. ‘Wij zeiden: we willen een school waarbij wij samen zijn, ook met mensen die andersdenkend zijn’, vertelt de inmiddels hoogbejaarde dominee over de grondslag van hun geesteskind. ‘Wij vragen van de Marokkaanse leerkrachten dat ze de islam representeren en wij vragen van de Nederlandse leerkrachten dat ze zeggen: daar hebben wij wat mee, met dat christendom. Op die manier krijg je een andere samenleving. En dat was de grote vreugde.’

Boitens idealisme heeft uiteindelijk geleid tot een school met een islamitische signatuur, het type school dat tegenwoordig eerder een symbool lijkt te zijn geworden van segregatie dan van integratie. Intussen is ook het maatschappelijk klimaat rond het verblijf van de voormalige gastarbeiders en hun nazaten in Nederland aanmerkelijk verhard. Hoe interessant die thematiek ook is, deze televisiedocu van Hassnae Bouazza wordt uiteindelijk nooit héél veel meer dan een soort aangeklede aflevering van Klasgenoten op locatie, waarin particuliere herinneringen slechts beperkt een nieuw of ander licht werpen op een actuele maatschappelijke kwestie.

Settela, Gezicht Van Het Verleden

Hij noemde haar Esther. Een nette Joodse naam. Journalist Aad Wagenaar wist in 1994 natuurlijk niet hoe ze echt heette, dat desolate meisje met de witte hoofddoek. In het voorjaar van 1944 stond ze in de deuropening van een treinwagon, die elk ogenblik kon vertrekken naar het vernietigingskamp Auschwitz. Datzelfde meisje werd na de Tweede Wereldoorlog het gezicht van de (Nederlandse) Jodenvervolging. De vermoorde onschuld, letterlijk. En Wagenaar wilde een halve eeuw na dato beslist weten hoe ze écht heette.

De beelden werden onlangs ingekleurd, voor de Nederlandse speelfilm Gemmeker van regisseur Robert Schinkel. Ze zijn afkomstig uit een Westerbork-film die de Joodse fotograaf Rudolf Breslauer in opdracht van de Duitse kampcommandant Gemmeker maakte. Te midden van beelden van het dagelijks leven in het Drentse Durchgangslager is er ineens die ‘documentaire van zeven seconden’ waarin de Endlösung heel tastbaar wordt. Via een kwetsbaar meisje in een treinbarak, waarop pontificaal ‘74 pers’ staat geschreven. Zoveel mensen pasten er blijkbaar in de veewagen. De meesten van hen zouden nooit meer terugkeren naar huis.

In de documentaire Settela, Gezicht Van Het Verleden (55 min.) uit 1994 gaat filmmaker Cherry Duyns op zoek naar het verhaal achter de iconische beelden. Hij bevraagt de editor van de Westerbork-film, laat historici de precieze datum van het transport vaststellen (19 mei 1944) en spreekt overlevenden van de helletocht naar het vernietigingskamp. Zij bevestigen de opzienbarende conclusie die de speurder Wagenaar even daarvoor al had getrokken: het ‘gezicht van de Nederlandse Jodenvervolging’, de gestorven kinderen in het bijzonder, blijkt helemaal geen Joods meisje. Het is een Zigeunerin.

Ze heet Settela Steinbach, is een jaar of tien oud en komt uit het Limburgse Susteren, vertellen inmiddels bejaarde ooggetuigen als Crasa Wagner en het echtpaar Kercha en Leitji Rosenberg. Stukje bij beetje dringt Duyns met hen steeds dieper door in Steinbachs familieverhaal in deze serene, voor hedendaagse begrippen wat trage film. Via Settela, die bij de burgerlijke stand overigens stond geregistreerd onder haar Nederlandse naam Anna Maria, vertelt hij zo ook het verhaal van de Nazi-vervolging van de Nederlandse Sinti en Roma, een menselijke tragedie die tot dat moment onderbelicht was gebleven.

Is de scène met Settela inderdaad stiekem in de Duitse promotiefilm gefrommeld door Rudolf Breslauer, zoals Wagenaar veronderstelt? Als daad van verzet tegen de Shoah, die hij zelf ook niet zou overleven? Of is de wens hier toch de vader van de gedachte? Feit is dat Breslauer in zeven luttele seconden de onverdraaglijke waarheid van de transporten naar de vernietigingskampen op een indrukwekkende manier wist te vereeuwigen.

Settela, Gezicht Van Het Verleden is hier te bekijken.

Maiden

Als een zeepaard van Troje voeren ze in 1989 plotseling een absoluut mannenbolwerk binnen. Tot dat moment hadden vrouwen een ondergeschikte rol gespeeld in de Whitbread Round The World Race, de grootste zeilwedstrijd van de wereld die eenmaal per drie jaar plaatsvindt. Koken, mochten ze. Of schoonmaken.

Totdat de 24-jarige Tracy Edwards, die de race al eens in de keuken van een mannenschip had doorgebracht, met een eigen boot en een volledig vrouwelijke crew wilde gaan deelnemen. Het benodigde geld daarvoor kwam, uiteindelijk, van koning Hoessein van Jordanië. En Sarah Ferguson, de hertogin van Yorke, had het schip alvast heel toepasselijk Maiden (93 min.) gedoopt.

Die vrouwenboot zou de eerste etappe van het Britse Southampton naar Punta Del Este in Uruguay niet gaan uitvaren, spraken insiders toentertijd uit. De twaalf crewleden, onder wie de Nederlandse Tanja Visser, hadden helemaal niets te zoeken in zo’n loodzware race, zo was het idee. Zelf dachten en denken ze daar heel anders over. Voor de camera van Alex Holmes doen de vrouwen bijna dertig jaar na dato hun relaas over de negen maanden die ze op het woelige water zouden doorbrengen.

De filmmaker vermengt hun herinneringen met opwindende beelden vanaf de boot en smeedt zo een behoorlijk enerverend geheel, dat de ervaring aan boord heel aardig invoelbaar maakt. En zoals dat gaat in dit soort verhalen stijgen de heldinnen, na de nodige uitdagingen en ontberingen, uiteindelijk boven zichzelf uit en leren ze elkaar én zichzelf beter kennen. Waarna als vanzelf ook het respect van al die sceptische mannen volgt.

The Fall

De grootte van het podium, hun eigen torenhoge ambities of gewoon het noodlot zet soms sporters tegenover elkaar, die voor altijd in één adem zullen worden genoemd. Muhammad Ali en Joe Frazier. Tonya Harding en Nancy Kerrigan. Bjorn Borg en John McEnroe. Met gouden pen zijn hun al dan niet heroïsche gevechten in de sportgeschiedenisboeken bijgeschreven.

Een ander duo dat tot elkaar veroordeeld is geraakt staat centraal in de stevige documentaire The Fall (90 min.): Mary Decker en Zola Budd. Tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles bonden ze de strijd met elkaar aan op de 3000 meter. De Amerikaanse wereldkampioene tegenover een frêle Zuid-Afrikaanse tiener, die het liefst blootvoets liep en net voor de Spelen was ingelijfd door de Britse ploeg.

Als blanke atlete uit een land dat wereldwijd werd geboycot vanwege het Apartheidsregime, lag Budd toen al gedurig onder vuur. Ze wilde zich niet uitspreken tegen de misstanden in haar land. Zelf zegt ze nu dat ze toentertijd niet eens wist wie Nelson Mandela was. De man was immers al voor haar geboorte vastgezet en werd sindsdien stilgezwegen in Zuid-Afrikaanse media. Het klinkt niet eens heel ongeloofwaardig.

Terwijl Zola Budd ongewild het middelpunt was van een politieke controverse, werd ook de druk op haar Amerikaanse rivale, de gedoodverfde favoriete Decker, flink opgevoerd. Dit moesten haar Spelen worden. Nadat ze al enkele edities, buiten haar eigen schuld, aan zich voorbij had moeten laten gaan. Maar was de ogenschijnlijk zo goedlachse loopster uit Californië nog wel onverslaanbaar?

Los van elkaar blikken de twee atleten ruim dertig jaar na dato terug op de aanloop naar de wedstrijd die hun levens zou definiëren. De herinneringen van Decker en Budd zijn parallel gemonteerd door filmmaker Daniel Gordon (die eerder al sportdocu’s als George Best: All By Himself en het ijzersterke 9,79 regisseerde). Hij werkt zo gestaag toe naar het dramatische moment tijdens de Olympische finale dat hen allebei zal breken.

Die ene fatale misstap, waarbij de meningen verschillen over wie die op zijn geweten heeft, maakte de twee rivalen tevens tot aartsvijanden. Het is de vraag of de twee dames die schaduw van zich af weten te werpen en in de slotmeters van deze film alsnog tot een oprechte verzoening kunnen komen.

A Fool’s Paradise

‘Ben ik dan racistisch opgevoed?’, vraagt Saskia Vredeveld zich hardop af. ‘En heb ik me daar nooit van losgemaakt?’ De documentairemaakster groeide op in Kaapstad, toen Zuid-Afrika nog volledig in de ban was van Apartheid. In de witte wijk waar de kleine Saskia woonde, was het leven echter perfect. Veilig en vrij. Je zag er geen zwarten.

Het was A Fool’s Paradise (78 min.), vindt ze nu. Je schaamt je ervoor dat je er ooit gelukkig was. Behalve de plekken van haar jeugd bezoekt de Zuid-Afrikaanse Nederlandse voor deze film ook de plaatsen waar ze destijds uit de buurt moest blijven, townships die je als witte alleen met zwarte begeleiding kunt betreden. Zou ze zich nog altijd thuis kunnen voelen in het land, dat ze op zeventienjarige leeftijd verliet voor de geboortegrond van haar ouders, Nederland?

Zo wordt deze bespiegelende roadmovie, langs plaatsen met vertrouwd klinkende plaatsnamen als Haarlem, Middelburg en Amersfoort, een heel persoonlijke zoektocht door heden en verleden van Zuid-Afrika. Vredeveld zelf fungeert daarbij als gids. Haar familiefilmpjes – waarin de comfortabele achterkant van het Apartheidsregime, van bevoorrechte blanken zoals de prille Saskia, wordt getoond – vormen daarbij een prima routebeschrijving: wat staat er op die beelden en voor welke herinneringen zorgen die? En, vooral, wat ontbreekt er in dat ogenschijnlijk idyllische verleden?

Ze ontmoet gewone Zuid-Afrikanen, zwarte inwoners en Afrikaners, en portretteert hen binnen hun eigen uithoek van het land dat ze dacht te kennen. Samen maken ze de balans op over het huidige Zuid-Afrika, waarbij de filmmaakster haar eigen geschiedenis, denkbeelden en (schuld)gevoelens steeds verbindt met de turbulente recente historie van het nog altijd door tegenstellingen, armoede en geweld verscheurde land.

A Fool’s Paradise is zeker geen rozige, slechts door weemoed ingegeven trip nostalgia. Vredeveld, tegelijkertijd insider en buitenstaander, gaat in deze moedige film tevens de confrontatie aan met haar eigen (vroegere) vooroordelen en probeert in het reine te komen met het roomblanke leven dat ze leidde in een inktzwarte periode van haar (voormalige) vaderland. In ‘Dat Andere Zuid-Afrika’ dat nooit meer terugkomt en toch steeds weer op haar netvlies verschijnt.

The Central Park Five

Ava DuVernays vierdelige drama When They See Us, sinds kort te zien op Netflix, is zonder enige twijfel de meest geprezen televisieserie van 2019. Over hetzelfde onderwerp, de onterechte veroordeling van vijf donkere New Yorkse jongens vanwege een gewelddadige verkrachting, werd in 2012 ook al een prijswinnende documentaire gemaakt: The Central Park Five (118 min.).

Beide producties gaan terug naar die ene fatale dag in 1989, woensdag 19 april, toen een vrouwelijke jogger nagenoeg levenloos werd achtergelaten in het New Yorkse Central Park. Ze zou twaalf dagen in coma liggen. Enkele jongens, onderdeel van een grotere groep tieners die stenen naar auto’s had gegooid en een paar willekeurige parkbezoekers in elkaar had geslagen, werden gearresteerd voor de verkrachting.

Onder druk van de politie legden ze tijdens hun (gefilmde) verhoren een valse bekentenis af, die hen zou blijven achtervolgen. Ook al was er geen enkel fysiek bewijs – een situatie die herinneringen oproept aan de Puttense moordzaak. Toen in een andere zaak een erkende serieverkrachter als verdachte werd aangehouden, vond niemand het nodig om zijn DNA te testen. The Central Park Five zouden jarenlang achter de tralies zitten.

Met de vijf voormalige verdachten – één van hen wilde alleen niet in beeld – en advocaten, journalisten, burgerrechtenactivisten, psychologen en familieleden van de jongens nemen Ken BurnsDavid McMahon en Sarah Burns de zaak door, die kan worden gezien als de culminatie van raciale spanningen in het door een misdaadgolf en de crackepidemie overspoelde New York van de jaren zeventig en tachtig.

Het vergrijp speelde destijds perfect in op latent racisme. Een blanke vrouw verkracht? Daar kón alleen een zwart roofdier achter zitten. Vijf nog wel. Zelfs in 2016, toen de zaak al lang en breed was opgelost en de onschuldige verdachten allang op vrije voeten waren, bleef een zekere New Yorkse vastgoedman, die ook al eens een advertentie in de krant had geplaatst om de doodstraf te bepleiten voor de vijf, volhouden dat de jongens in wezen schuldig waren.

De uitspraken van deze Donald Trump geven dit dramatische verhaal over stuitend onrecht, dat door Burn, McMahon en Burns zonder effectbejag is opgetekend, een actuele draai. Datzelfde racisme steekt nog altijd de kop op in het hedendaagse Amerika, dat lang niet zo kleurenblind is als je zou hopen.

Bij een zaak met zulke grote maatschappelijke implicaties zou je bijna vergeten dat de gewelddadige verkrachting in eerste en laatste instantie een vrouwelijk slachtoffer had. Trisha Meili maakte zich in 2003 met een boek bekend als de Central Park-jogger, geeft zo nu en dan haar mening over de zaak rond de vijf ten onrechte veroordeelde jongens en schijnt tegenwoordig met andere slachtoffers van seksueel geweld te werken.

Ask Dr. Ruth

Het is gemakkelijk om haar te onderschatten en af te doen als dat kleine kittige vrouwtje met het bijna karikaturale Duitse accent, dat werkelijk alles weet over seks. Dokter Ruth Westheimer noemt zichzelf misschien geen feminist, maar ze heeft met haar seksuele adviezen wel degelijk een sleutelrol gespeeld in de emancipatie van de Amerikaanse vrouw en het bespreekbaar maken van alle denkbare vormen van seksualiteit.

In Ask Dr. Ruth (99 min.) wordt de goedlachse seksuoloog, die al decennia een vaste gast in de internationale media is, gevolgd terwijl ze van de ene naar de andere activiteit stiefelt. Ze is de negentig inmiddels gepasseerd, maar aan energie nog altijd geen enkel gebrek bij ‘oma Freud’. Ze geniet duidelijk ook van de aandacht. Tussen alle mediaoptredens door bezoekt ze in deze film de mensen en plekken die haar leven hebben bepaald.

Achter dokter Ruth Westheimer gaat Karola Siegel schuil, het enige kind van een orthodox-Joods gezin in Frankfurt an Main. Op tienjarige leeftijd werd ze naar Zwitserland gestuurd, om daar te ontsnappen aan de grijpgrage klauwen van Hitlers nationaal-socialisme. Ze zou haar ouders nooit meer zien. Als ‘wees van de Holocaust’ moest ze zichzelf helemaal opnieuw uitvinden. Zonder familie, in een vreemd land.

Dat tragische verleden wordt in deze documentaire van Ryan White opgeroepen met een combinatie van dagboekfragmenten en animaties, die de gebeurtenissen enigszins een Disney-laagje geven. Erg bijzonder is het traditioneel opgebouwde Ask Dr. Ruth sowieso niet. Het zijn de onverschrokken vrouw en haar bijzondere verhaal die het uiteindelijk moeten doen in deze eikenhouten film.

Een Goede Moslima

‘Het is warm buiten, die oven geeft warmte en die arme vrouw moet een hoofddoek om en een lange broek?’, zeurt Frans Bromet op kenmerkende wijze tegen zijn hoofdpersoon Yeter Akin, terwijl haar tantes in Turkije een plaatselijke pannenkoek bereiden. ‘Die vrouwen zijn dus zo sterk dat ze tegen die warmte kunnen’, reageert Yeter onverstoorbaar. Intussen pakt één van de tantes met een verschrikt ‘ooow’ een pannenkoek van het vuur. ‘Verbrand?’, vraagt Bromet plagend. ‘Ja’, laat Yeter, sinds haar dertiende woonachtig in Nederland, zich niet uit het lood slaan. ‘Die is verbrand.’

De nestor onder de Nederlandse camerajournalisten, dik in de zeventig inmiddels, opereert nog altijd regelmatig als de vleesgeworden scepsis. Hij houdt zich van de domme, vraagt echt door en prikkelt als de situatie daar in zijn ogen om vraagt. Samen met Akin, met wie hij eerder een film over eerwraak maakte, gaat Bromet ditmaal op zoek naar waaraan Een Goede Moslima (71 min.) eigenlijk moet voldoen. En het is prettig dat hij daarbij niet met meel in de mond spreekt of al te voorzichtig te werk gaat. Bromet reageert gewoon zoals hij altijd doet en stelt simpelweg de vragen die in hem opkomen.

De gesprekken van Bromet en Akin, met elkaar en met allerlei verschillende vrouwelijke moslims, worden afgewisseld met een interview dat Yeter deed met een Duitse vriendin. De onherkenbaar gemaakte vrouw, gefilmd met een smartphone, vertelt hoe haar dochter langzaam radicaliseerde en uiteindelijk naar het kalifaat van Islamitische Staat vertrok. Dat interview voelt een beetje als een fremdkörper in deze erg praterige televisiedocumentaire, niet Bromets beste film, die een aardig inkijkje geeft in de wereld van moslima’s, zonder dat dit verder wezenlijk nieuwe inzichten oplevert.

Bisbee ’17

Ze vormden zogezegd een gevaar voor ‘the American way of life’. De 1300 mijnwerkers, veelal immigranten, die in de zomer van 1917 vanwege slechte arbeidsomstandigheden en voortdurende discriminatie in staking waren gegaan in Bisbee, Arizona. The Industrial Workers Of The World, een op socialistische leest geschoeide vakbond, stond ferm aan hun zijde.

Voor Harry Wheeler, de sheriff van het mijnwerkersstadje, was het een teken om actie te ondernemen. Hij verzamelde maar liefst tweeduizend plaatselijke vrijwilligers voor een posse, die de stakers hardhandig, met een geweer in hun nek, op de trein naar de woestijn van Nieuw-Mexico zette. Zestien uur waren ze onderweg, zonder eten of drinken. Om op de plek van bestemming, als het zo uitkwam, te creperen.

De zogenaamde ‘Bisbee-deportatie’ op 12 juli 1917, al dan niet in opdracht van het lokale kopermijnbedrijf Phelps Dodge, verdeelt honderd jaar later nog altijd de lokale gemeenschap. Was het een noodzakelijke ingreep om de plaatselijke vrouwen en kinderen te beschermen? Een overdreven reactie op vermeend communistisch oproer? Of toch gewoon een uiting van onversneden racisme?

Regisseur Robert Greene laat het drama, dat doorgaans wordt stilgezwegen, herleven in Bisbee ‘17 (112 min.). Huidige inwoners van het voormalige kopermijnstadje krijgen de hoofdrol in een ‘re-enactment’ van de deportatie – een opzet die doet denken aan de documentaire Casting JonBenét, waarin amateuracteurs een plaatselijke moordzaak naspelen. De lokale radiodeejay fungeert als verteller, een man die de deportatie een goede zaak vindt speelt de toenmalige directeur van het mijnbedrijf en de zoon van een gedeporteerde Mexicaanse vrouw neemt de rol van staker op zich. Tussen de voorbereidingen door verhalen ze ook over hun eigen levens.

In het hedendaagse Bisbee, waar de kopermijn alweer ruim veertig jaar is gesloten, zijn de sporen van het verleden nog altijd duidelijk zichtbaar. Zo vertelt de dochter van een voormalige leidinggevende van Phelps Dodge dat ze werd opgevoed met het idee dat het afvoeren van de stakers volledig terecht was. ‘Ik moet mezelf er steeds aan herinneren dat zulke verhalen afkomstig zijn van mensen uit Bisbee’, zegt ze. ‘Met andere woorden: van mensen die niet zijn gedeporteerd.’

Die verscheurdheid komt het pijnlijkst tot uiting in de Ray-familie, waarvan één voorvader als lid van de volksmilitie destijds zijn eigen broer liet afvoeren. Twee van hun nazaten herbeleven tijdens de uiteindelijke uitvoering van de Bisbee-deportatie de broedertwist die hun familie verscheurde. Hun moeder kan het nauwelijks aanzien. Zo beginnen heden en verleden, fictie en non-fictie, persoon en rol al snel helemaal in elkaar over te vloeien in Bisbee ’17, een intelligente documentaire die alleen wat lang van stof is.

Born Free

Het is nauwelijks voor te stellen dat er nu een nieuwe generatie Zuid-Afrikanen opgroeit die de sensatie (of paniek) van de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 en diens presidentschap vanaf 1994 niet persoonlijk heeft meegemaakt. Inmiddels zijn er 25 jaar verstreken sinds ‘Madiba’ werd verkozen tot vader des vaderlands en staan er opnieuw democratische verkiezingen op het programma. Het verfoeide Apartheidssysteem is intussen definitief afgevoerd naar donkere bladzijden van het Zuid-Afrikaanse geschiedenisboek, maar is de scheiding tussen wit en zwart daarmee ook uit de haarvaten van het land verdwenen? Kun je na zoveel jaar ongelijkheid ineens gelijk zijn.

De veelvuldig bekroonde Nederlandse fotojournalist Ilvy Njiokiktjien, voormalig Fotograaf des Vaderlands, maakte een belangrijk deel van haar werk in Afrika en heeft zich nu ten doel gesteld om de zogenaamde ‘born frees’, de generatie die is geboren rond de afschaffing van de Apartheid en de beëdiging van de eerste zwarte president, te portretteren. In dat kader was er al een fototentoonstelling, die nog tot 16 juni is te zien in Museum Hilversum, en is er nu ook een documentaire: Born Free, Mandela’s Generatie Van Hoop (51 min.), samengesteld door Erik van Empel, waarin een aantal Zuid-Afrikaanse jongeren aan het woord komen.

‘Zuid-Afrika moest met een schone lei beginnen’, vertelt een blond meisje dat een relatie heeft met de zwarte jongen, die lekker tegen haar aanzit. ‘En die schone lei zijn wij.’ In haar herinnering van hun allereerste ontmoeting klinkt echter nog het aloude wantrouwen van wit tegenover zwart door. ‘Jij had een leuk gezicht. Ik had het gevoel dat ik je wel kon vertrouwen. Soms zie je iemand en dan denk je: jij hebt niet het gezicht van een moordenaar. Je weet wel: zo iemand die je gezicht eraf haalt en het als masker gaat gebruiken.’ Ze moeten er allebei om lachen. Hij, luchtig: ‘Op die basis ben ik goedgekeurd.’

Zo brengt Njiokiktjien heel verschillende vertegenwoordigers van de Born Free-generatie in beeld: van een gangsterrapper tot een witte kostschooljongen uit een bevoorrecht milieu, van een meisje dat op straat moet zien te overleven tot een helemaal van zichzelf overtuigde zakenjongen en van een überhippe influencer tot een diep-christelijk meisje uit een authentieke Afrikaner-familie. Via hun eigen ervaringen vertellen ze het verhaal van hun generatie en maken ze in deze aardige sfeertekening, die wel voor een belangrijk deel drijft op zit-interviews, tevens de balans op van 25 jaar democratie in Zuid-Afrika.

America To Me

‘Ik wil met jullie praten, omdat ik weet dat sociale rechtvaardigheid je interesseert’, zegt docent natuurkunde Aaron Podolner tegen vierdejaars-leerling Jada Buford en derdejaars Charles Donalson. De witte docent wil de twee zwarte leerlingen zijn eigen ‘racial memoir’ laten lezen. Podolner is ook benieuwd naar hun mening over hoe hij het thema ras aanpakt in de klas. Het is duidelijk dat hij daar zelf heel tevreden over is.

Charles begint eens te lachen, Jada ziet daarentegen haar kans schoon om eindelijk haar ongenoegen te uiten over Podolners continue opmerkingen en grapjes over haar haren. Alsof hij, die roomblanke leraar, iets begrijpt van een afrokapsel. Ze vindt het duidelijk ook een ongemakkelijke manier van contact leggen. Met frisse tegenzin stemmen de twee leerlingen uiteindelijk in met het verzoek van de docent om zijn stuk te lezen.

Zo proberen ze het wel, op The Oak Park And River Forest High School, een eliteschool in een buitenwijk van Chicago. Het lukt alleen nog niet altijd om op een natuurlijke manier om te gaan met multiculturaliteit, getuige de hartveroverende tiendelige documentaireserie America To Me (623 min.). Ook omdat de cijfers van de zwarte leerlingen nog steeds behoorlijk achterblijven. En dat is een bron van zorg voor alle betrokkenen. Hoe je die problematiek tackelt, daarover lopen de meningen natuurlijk uiteen.

Filmmaker Steve James brengt van dichtbij het leven op de middelbare school in beeld; van het reguliere curriculum met standaardvakken als Engels, wiskunde en geschiedenis tot het rijke leven daaromheen, dat zich afspeelt in sportcomplexen, theaters en danszalen. Gedurende een schooljaar volgt hij twaalf leerlingen, hun families en de leraren en begeleiders die ze tijdens hun schoolloopbaan tegenkomen en spreekt met hen indringend over de rol van ras in hun leven en leefomgeving. Dat levert een genuanceerd beeld op van een multiculturele gemeenschap, waarin iedereen zich bewust is van zijn eigen positie en z’n verhouding tot de ander.

Hoewel alle betrokkenen uiteindelijk van goede wil lijken, gaat de onderlinge afstemming bepaald niet altijd vanzelf. Als meester Podolner en zijn leerlingen Charles en Jada elkaar bijvoorbeeld opnieuw ontmoeten, is er direct weer spanning. Jada: ‘U kunt wel lesgeven aan zwarte leerlingen, maar u weet niet per se alles van ras.’ Volgens haar is het gedrag van Aaron Podolner in de klas gebaseerd op stereotypen. ‘U maakt er grappen over en dat maakt me echt woest.’ Charles voelt zich intussen geroepen om te nuanceren en de leerkracht in bescherming te nemen: ‘Racisme, dat is er nou eenmaal. Maar soms is het grappig.’

En dat is weer tegen het zere been van zijn medeleerling. ‘Zo geef je witte mensen de ruimte om dingen te zeggen en verandert er niks’, fulmineert Jada. ‘Er komt nooit iets positiefs uit als het gaat over ras.’ De docent zit de tirade van zijn zwarte leerling manmoedig uit. Charles is dan al vertrokken en heeft bij het weggaan demonstratief zijn koptelefoon opgezet. Moe van een (twist)gesprek, dat vast al veel vaker zal zijn gevoerd. Met en zonder docenten. Binnen en buiten de school. In een samenleving, waarin de nuance zo vaak weg lijkt.

Exit: Leaving Extremism Behind

Toen ze als tiener Christiane F. zag, wilde ze zelf heroïne spuiten in een Berlijnse nachtclub. Alles wat gevaarlijk was, sprak Karen Winther halverwege de jaren negentig aan. Het werd uiteindelijk extreem-rechts voor de boze Noorse puber. Ze was vanaf haar zestiende twee jaar lid van een White Power-groep.

In de bespiegelende egodocu Exit: Leaving Extremism Behind (52 min.) gaat Karen Winther de confrontatie aan met haar eigen verleden. ‘Zit er soms iets slechts in mij?’ vraagt ze zich in gemoede af. Winther verweeft haar persoonlijke zoektocht met gesprekken met andere voormalige neonazi’s, die nog dagelijks het gevecht moeten aangaan met hun bruine jaren en de wroeging daarover.

Zoals Manuel, ooit de leider van een paramilitaire groep uit het voormalige Oost-Duitsland. ‘Het was ons land’, zegt hij over zijn buitenlanderhaat. ‘En daar hadden parasieten niets te zoeken.’ Bij een vechtpartij in de gevangenis waren het echter Turkse gedetineerden die hem te hulp kwamen. ‘Dat was zeer ontnuchterend, dat ‘beesten’ een ‘mens’ te hulp moesten komen.’ Manuel, nog altijd geen lieverdje, werd gedwongen in de spiegel te kijken.

De Noorse filmmaakster zoekt tevens extremisten uit andere windstreken op. David, een Franse jongen van katholieke huize, bekeerde zich als tiener tot de Jihad en werd vervolgens lid van een extremistische moslimgroepering. Ook hij belandde achter tralies. Na de gevangenisstraf hield hij zich jarenlang gedeisd. Tót het bloedbad bij het satirische tijdschrift Charlie Hebdo.

Met zulke spijtoptanten en enkele deskundigen probeert Karen Winther, die na haar stiekeme vertrek bij extreemrechts terechtkon bij een vriendin die ze nog kende uit haar tijd als antifascist (!), de vinger te krijgen achter wat jongeren in de armen van extreme ideologieën drijft. Opvallend genoeg blijft haar eigen familie daarbij buiten beeld. Geen vader, moeder, broer of zus die haar eigen afslag richting neonazi’s duidt.

Of ligt daar misschien juist (een deel van) het antwoord? Die extremistische jeugd blijft in elk geval altijd bij je. Als een tatoeage die, soms letterlijk, je verleden blijft verraden. Zoals ook de dreiging van vroegere kameraden kan blijven – hetgeen Manuel, die inmiddels regelmatig heeft moeten verhuizen, bijvoorbeeld nog dagelijks ondervindt. En hoe ga je zonder hen, en alle mensen die zich van je hebben afgekeerd, verder met je bestaan?

Period. End Of Sentence

Hij maakt Huggies, zeggen de ongemakkelijk glimlachende mannen. Luiers voor kinderen. Zouden ze echt niet weten wat de maandverbandmachine van Arunachalam Muruganantham fabriceert of houden ze zich gewoon van de domme?

Feit is dat menstruatie nog altijd een enorm taboe is in het Hapur-district van India. De meisjes en vrouwen die in Period. End Of Sentence (25 min.) van Rayka Zehtabchi worden geportretteerd, wenden eveneens beschaamd hun gezicht af als het thema ‘ongesteld zijn’ aan de orde wordt gesteld. Daar praat je niet over.

Tot dusver zijn de hoofdpersonen van deze boeiende film, die vannacht (erg overdreven) de Oscar voor beste korte documentaire heeft gewonnen, aangewezen op smerige doeken, waarvan ze zich na gebruik stiekem moeten zien te ontdoen. Want menstruerende vrouwen zijn onrein – en vrouwen hebben sowieso niks te vertellen en moeten zich maar schikken in hun lot.

Enkele ondernemende feministen besluiten desondanks om maandverband te gaan maken. Daarmee gaan ze de regio in, om hun product aan de vrouw (en aan hun vaders en echtgenoten) te brengen. Met de opbrengsten kunnen ze bovendien, zo betoogt deze typische empowermentfilm, hun eigen maatschappelijke positie verstevigen.

Tanzania Transit

Isayah keert terug naar huis na een bezoek aan zijn kleinzoon William. Samen hebben ze plaatsgenomen in de armencoupé van de Tanzania Transit (53 min.). Als leden van de Masai-stam krijgen ze in de trein, die van Dar es Salaam naar Kigoma rijdt, te maken met de vooroordelen van andere passagiers. ‘Dus jij vindt dat wij het verdienen om stomme apen te worden genoemd?’, vraagt William verontwaardigd aan een groepje mannen, dat zojuist heeft beweerd dat hij en zijn opa in de jungle thuishoren.

Het is één van de weinige momenten dat deze film van Jeroen van Velzen, die zelf jarenlang in Afrika woonde, even ontbrandt. Verder lijkt het een doodnormale treinreis. Van drie dagen, dat wel. Waarin iedereen langzaam maar zeker steeds vermoeider wordt. Even verderop zit de Keniaanse bar-eigenaresse Rukia. Ze is op weg naar een nieuw leven. Het oude, waarin ze op haar veertiende werd uitgehuwelijkt en vervolgens in de huwelijksnacht hardhandig werd ontmaagd, laat ze graag achter zich. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor Peter. Nog niet zo lang geleden leidde hij een misdaadbende, nu brengt hij zijn diensten als ‘healer’ aan de man bij andere reizigers. Met bidden, zo lijkt hij te denken, kan elke vorm van onheil worden afgewend – én een aardig zakcentje worden verdiend.

Documentairemaker Van Velzen en z’n filmcrew tekenen de reis, zowel de fysieke als de mentale, met oog voor detail en sfeer op. De film voelt alsof-ie is gemaakt door een passagier, die zich slapende houdt en intussen stiekem, loerend door zijn oogwimpers, de microkosmos om zich heen in zich opneemt. Zo vangt hij kleine, menselijke scènes, die tevens de diversiteit van de Tanzaniaanse samenleving verbeelden. Als de oudere man Isaya bijvoorbeeld zijn kleinzoon herkent in een YouTube-filmpje met Masai-dansers, oogt hij verbaasd. Hoe is William in die televisie terechtgekomen? En hadden ze dat geld niet beter kunnen besteden aan koeien?

The Two Killings Of Sam Cooke

Als één zwarte soulzanger zich grondig heeft laten ‘whitewashen’, dan is het Sam Cooke. Hij leeft voort als de man van gladgestreken popsoulsongs als Wonderful WorldCupid en You Send Me. Een zwarte Sinatra. Zijn vader waarschuwde hem al: ‘Je kunt de wereld winnen en je ziel verliezen.’ Maar Sam wilde van jongs af aan wereldberoemd worden. Pas na zijn vroegtijdige dood in 1964 werd A Change Is Gonna Comeuitgebracht, een lijflied van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.

In de geoliede popdocu The Two Killings Of Sam Cooke (74 min.) schetsen voormalige vrienden en medewerkers van de zakelijk ingestelde zanger en tijdgenoten als Smokey Robinson, Dionne Warwick en Quincy Jones de opkomst van Cooke, die gaandeweg steeds nadrukkelijker voor zichzelf opkwam en gelijkgestemden vond in politiek activist Malcolm X, acteur Jim Brown en bokser Mohammed Ali. Gezamenlijk stonden ze aan de basis van een nieuw zwart zelfbewustzijn dat Black Power zou gaan heten. Tegen de tijd dat de burgerrechtenbeweging goed op gang kwam, was Sam Cooke echter al dood.

Hij stierf als de eerste de beste ‘nikker’. Onder mysterieuze omstandigheden doodgeschoten in het haveloze Hacienda Motel in de beruchte Watts-wijk van Los Angeles. Theorieën over wat zich daar heeft afgespeeld waren er te over. Had de vrouw die de trekker waarschijnlijk overhaalde zich moeten verdedigen tegen de agressieve dronkenlap Cooke? Was de succesvolle zanger op slinkse wijze beroofd? Of ging het toch om een samenzwering tegen een zwarte artiest die zijn plaats niet wist in een industrie, die van oudsher wordt gerund door louter witte mannen?

Een serieus onderzoek naar zijn gewelddadige dood is er volgens deze documentaire van Kelly Duane nooit gekomen. Als zoiets al met de grote Sam Cooke kon gebeuren, wat had een gewone afro-Amerikaan in de roerige tijden van Martin Luther King, Malcolm X en Medgar Evers dan van de autoriteiten te verwachten? Die vraag is, getuige de Black Lives Matter-beweging, verrassend actueel. En zoals er nu grootschalige protesten ontstonden na de gewelddadige dood van Freddie Gray, Eric Garner en Mike Brown, zou het na Cookes dood blijven broeien in Watts, dat in 1965 het toneel werd van serieuze rassenrellen.

The Hitler Chronicles: Blueprint For Dictators

Hoe portretteer je één van de bekendste mensen van de afgelopen honderd jaar, die tegelijkertijd altijd een enigma is gebleven? Een man bovendien, wiens leven alleen kan worden geïnterpreteerd aan de hand van de gruwelijke slotsom ervan: de Holocaust. Is er ‘eer’ te behalen aan zo’n hoofdpersoon? De bijzonder ‘gründliche’ documentaireserie The Hitler Chronicles: Blueprint For Dictators (211 min.) van Hermann Pölking-Eiken, met veel nooit eerder vertoond archiefmateriaal, waagt een serieuze poging.

In vier afleveringen behandelt de serie chronologisch het leven van de extreem-rechtse politicus die de onbetwiste Führer van nazi-Duitsland werd. Het gemis aan beelden van Hitlers eerste levensjaren – laat staan bewegende beelden – wordt overtuigend gecompenseerd met een enorme veelheid aan menselijke bronnen; van mensen die Hitler persoonlijk hebben gekend tot tijdgenoten die zich uitspreken over zijn persoonlijkheid, toespraken en activiteiten. En Adolf Hitler zelf natuurlijk, via citaten uit zijn manifest Mein Kampf.

Al die intimi, medestanders, politici, journalisten, beroemdheden en criticasters hebben een eigen stem gekregen en spreken in hun moedertaal. Ze stellen zichzelf ook netjes voor. ‘August Kubizek – Linzer Jugendfreund Adolf Hitlers’, bijvoorbeeld. Of: ‘Oskar Maria Graf – Schriftsteller, Aus Meinem Leben.’ En: ‘John F. Kennedy, Student Travelling In Europe, Diary.’ Met name de overvloedige bronvermelding maakt de serie, die bijeen wordt gehouden door een alwetende verteller, nog eens extra praterig en vertraagt de vertelling bovendien.

Die veelvoud aan perspectieven onderstreept wel het epische karakter van deze historische documentaireserie, die (natuurlijk) geen verrassende nieuwe inzichten biedt, maar een gedegen en compleet beeld schetst van de mens, het tijdperk en de mythe Adolf Hitler, een verhaal dat, met alle beschikbare middelen, verteld moet blijven worden.

Copwatch

‘Wat is je naam?’ De vraag wordt steeds herhaald. Net als het antwoord: ‘9311.’ En: ‘Jij hebt hier niks mee te maken.’ Ramsey Orta stelt de vraag nog maar eens: ‘Wat is je naam?’ Intussen filmt hij stug door met zijn smart phone. 9311 en zijn collega gaan door met de aanhouding van een haveloos uitziend stelletje. De agent die alleen zijn badgenummer besluit bovendien om back-up te vragen.

Het is een surrealistische tafereel: een willekeurige arrestatie die wordt vastgelegd door een willekeurige buitenstaander (die op zijn beurt weer wordt gefilmd voor een documentaire). Het is ook een logisch gevolg van de Black Lives Matter-beweging: gewone bewoners wapenen zich met moderne middelen tegen (vermeend) ongeoorloofd geweld door de politie tegen zwarte Amerikanen.

Wat begon als een logische reactie op schokkende filmpjes van de volledig uit de hand gelopen aanhoudingen van Freddie Gray, Eric Garner (‘I can’t breath’) en Mike Brown, heeft geresulteerd in een heuse tegenbeweging: Copwatch (99 min.). Gewapend met een camera – en Copwatch-petten, -shirts en -jacks – gaan de makers van diezelfde filmpjes de straat op.

Deze boeiende documentaire van Camilla Hall tekent de directe gevolgen daarvan op: in een gemiddelde Amerikaanse stad, waar regulier politiewerk zomaar ineens een mediahype kan worden. Én in het leven van deze bevlogen Copwatchers zelf, die ook niet altijd van onbesproken gedrag blijken en daardoor duchtig onder vuur komen te liggen.

Matangi / Maya / M.I.A

‘All I wanna do is bang bang bang bang’, rapt M.I.A., terwijl er geweerschoten klinken in haar wereldhit Paper Planes uit 2007. Een kassa rinkelt: ‘And take your money.’ Zo kijken veel westerlingen toch tegen immigranten aan? Nou, dan kunnen ze het krijgen ook, moet de Britse rapper van Sri Lankaanse origine (echte naam: Maya Arulpragasam) hebben gedacht. In 1985 vluchtte ze als tienjarige Aziatische meisje naar een volledig vreemde wereld, Europa. Die verscheurdheid klinkt door in alles wat ze sindsdien heeft gemaakt.

Dat perspectief – van de buitenstaander die bij ‘ons’ en haar eigen moederland naar binnen kijkt – maakt van de biopic Matangi / Maya / M.I.A. (96 min.) méér dan het zoveelste portret van een succesvolle artiest, die nog eens goed in de markt moet worden gezet of wel een extra veer in zijn reet kan gebruiken. M.I.A.’s venijnige songs kunnen niet los worden gezien van hun maatschappelijke context. Dat betekent overigens niet dat filmmaker Steve Loveridge ook kritisch naar de controversiële rapper kijkt. Daarvoor verblijft hij (blijkbaar) al te lang in haar entourage. Hij filmt Maya sinds halverwege de jaren negentig, toen ze allebei op de kunstacademie zaten.

Onplezierige vragen over de aard van M.I.A.’s activisme of haar omstreden vader, een prominent lid van de verzetsbeweging/terreurgroep de Tamil Tijgers, blijven achterwege. ‘Waarom ben je zo’n problematische popster?’, vraagt Loveridge nog wel aan zijn hoofdpersoon. ‘Waarom…’ Ze maakt de zin zelf af: ‘houd je niet gewoon je bek?’. Waarmee de relatie tussen maker en subject aardig is neergezet. Deze film moet het duidelijk niet hebben van kritische distantie, maar van de nabijheid tussen vrager en bevraagde. De documentaire bestaat voor het leeuwendeel uit B-roll video’s die in huiselijke kring, backstage en tijdens reizen naar Sri Lanka zijn gemaakt.

M.I.A.’s leven en dit spannende portret van een strijdbare jonge vrouw komen tot een climax in 2009 als ze, zwanger van haar eerste kind en genomineerd voor zowel een Oscar als een Grammy Award, ziet hoe de oorlog in haar moederland escaleert. Als ‘enige Tamil in de westerse media’ voelt ze zich geroepen om zich uit te spreken over wat zij de genocide op haar volk noemt. Zo komt Maya zelf ernstig onder vuur te liggen, bijvoorbeeld via een venijnig profiel in New York Times Magazine, waarin ze wordt neergezet als een verwend kind, dat flinterdunne politieke statements maakt. Sleutelquote: ‘”I kind of want to be an outsider”, she said, eating a truffle-flavoured French frie.’

M.I.A. (ofwel: Missing In Action) reageert in stijl met een slicke videoclip, waarin ze zogenaamd met een grote zonnebril op aan een zonovergoten buitenzwembad zit. ‘All I wanna do is check my Monet’, concludeert ze, om met de nodige zelfspot te verduidelijken: ‘M.I.A. investing in third world democracy. These shades were made in Sri Lanka. Don’t you dare write anything else funny about me.’ Waarna de geboren provocateur ostentatief een vliegtuigje vouwt van een dollarbiljet en het door de lucht laat dwarrelen…

Verdacht

Als hij voor de camera zijn uniform aantrekt, wordt hij zichtbaar een ander mens. Tot dat moment leek Sidney M. gewoon de zoveelste donkere kerel met een véél te dure wagen, die staande was gehouden door de politie. ‘Uw auto viel ons op’, luidde de verklaring. Pas toen zijn kinderen hen erop attendeerden dat ze een collega hadden aangehouden, bonden de agenten in en liep de zaak alsnog met een sisser af. Ze wilden de hoofdinspecteur vast ook niet nóg meer voor het hoofd stoten.

Met een donkere huidskleur krijg je, ongewild en regelmatig zonder enige concrete aanleiding, veel vaker met de politie te maken dan blanke burgers, zo betoogt de televisiedocumentaire Verdacht (52 min.). Gezeten aan een spiegelende tafel, met daarop alleen een fles water en een glaasje, en tegen een afwisselend witte en zwarte achtergrond getuigen Nederlanders in alle soorten en maten van hoe ze door de politie zijn onderworpen aan een ‘algemene controle’. Ze hebben alleen hun niet-witte huid met elkaar gemeen.

In deze boeiende interviewfilm worden ze geïntroduceerd zonder achternaam. Als potentiële verdachten, die alleen een initiaal waard zijn: Divano D., Rachid A. én – bekende Nederlander – Jörgen R. De mannen zijn militair, advocaat of jongerenwerker, maar vooral zijn ze anders – en dus automatisch, blijkbaar, verdacht. Ze ondergaan het lijdzaam, voelen zich vernederd of zetten, gewapend met de wet of een camera, de tegenaanval in. Regisseur Nan R. laat ze ongefilterd hun verhaal doen en maakt zo inzichtelijk wat een routineuze politiecontrole in gang kan zetten.

Verdacht werd gemaakt in samenwerking met Control Alt Delete, een organisatie die zich inzet ‘tegen etnisch profileren oftewel voor eerlijke en effectieve controles door de politie’ en toont aan dat problematiek die we wellicht, tegen beter weten in, vooral met de Verenigde Staten associëren ook hier te lande actueel en urgent is.

Shut Up And Dribble

Het had een eer moeten zijn. De uitnodiging voor de kersverse basketbalkampioen The Golden State Warriors om het Witte Huis te bezoeken. Sterspeler LeBron James en zijn teamgenoten bedanken er echter voor in de zomer van 2017. In Donald Trump hebben ze geen zin. ‘De nummer één van Amerika begrijpt de mensen niet en geeft ook geen fuck om hen’, maakt James van zijn hart geen moordkuil. Het komt hem – natuurlijk! – op stevige kritiek van Fox News te staan. ‘Houd je politieke praatjes maar bij je’, zegt talkshow-host Laura Ingraham recht in de camera. ‘Of zoals iemand ooit zei: Shut Up And Dribble.’

En daarmee heeft deze driedelige documentaireserie (153 min.) over de rol van Afro-Amerikanen in de basketbalhistorie meteen zijn leidmotief te pakken. Regisseur Gotham Chopra plaatst de politieke stellingname van Lebron James en de zijnen in hun historische context. Hij keert daarvoor terug naar de tijd dat basketbal nog een volledig witte sport was. Het verheven tijdverdrijf kreeg in de jaren vijftig plotseling te maken met zwarte nieuwelingen, die actief aanvallen gingen blocken, ongegeneerd dunkten en in het algemeen veel swingender speelden. De tegenstelling tussen zwart-wit die zo ontstaat zal decennia later nog slim worden uitgevent met de opgeklopte rivaliteit tussen Magic Johnson en ‘the great white hope’ Larry Bird.

Begeleid door volvette soul, funk en hiphop trekt de gelikte serie soepel langs invloedrijke zwarte basketballers zoals Bill Russell, Kareem Abdul-Jabbar en Isiah Thomas. Gezamenlijk belichamen zij tevens de ontwikkeling die zwart Amerika sinds de Tweede Wereldoorlog heeft doorgemaakt; van de burgerrechtenbeweging en Vietnam via de opkomst van de zwarte celibrity-cultuur en het crackgebruik van de jaren tachtig naar het presidentschap van Barack Obama en Black Lives Matter. Het is een aansprekend verhaal dat van context wordt voorzien door zwarte opiniemakers als LL Cool J, Kendrick Lamar. Common en Jay-Z.

Intussen geraakt de sport via met name superster Michael Jordan volledig vercommercialiseerd. Hij opereert als een kameleon, die op verzoek voor iedereen iemand anders kan zijn en zich dus ook niet zomaar laat inzetten voor de zwarte zaak. Zelfs niet als Rodney King voor het oog van de natie gruwelijk wordt mishandeld door enkele witte politieagenten van de Los Angeles Police Department. Zijn redenering daarvoor is even simpel als fnuikend: Republikeinen kopen ook sneakers. Jordan heeft daarnaast een belangrijke les voor alle zwarte sporters goed in zijn oren geknoopt: ‘don’t scare the white man!’.

Met de komst van Donald Trump keert ook het engagement weer helemaal terug in het topbasketbal. Nadat de American footballer Colin Kaepernick uit protest tegen politiegeweld weigert te gaan staan voor het volkslied, verklaart LeBron James zich solidair. ‘Ik heb sport in mijn leven ervaren als iets dat mensen met elkaar verbroedert’, zegt hij in een interview met Don Lemon. ‘Maar Trump gebruikt sport om verdeeldheid te zaaien tussen blank en zwart.’ En daarmee is het zwarte basketbal in zekere zin weer terug bij af. Al zijn de betrokken atleten niet meer automatisch de onderliggende partij.