36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime

Disclosure Films / Prime Video

Als familieleden van de student tandheelkunde Deah Barakat (23), zijn vrouw en studiegenote Yusor Abu-Salha (21) en haar jongere zus Razan (19) op 10 februari 2015 door de politie  van Durham County in North Carolina op de hoogte worden gebracht van de moord op hun dierbaren, twijfelen ze geen seconde over wie de dader is: die ene boze buurman, Hicks.

‘Mijn naam is Craig Hicks’, zegt die even later inderdaad, zonder omhaal van woorden, tijdens zijn eerste politieverhoor. ‘Ik heb net drie mensen neergeschoten in Chapel Hill.’ Dodelijk kalm vertelt hij vervolgens hoe ie de drie Amerikaanse moslims koelbloedig heeft geëxecuteerd in hun eigen huis. Volgens Craigs vrouw Karen hadden ze ruzie over parkeerplekken. Geen haatmisdrijf dus.

Mohammad Abu-Salha laat zich daardoor niet van de wijs brengen. De vader van Yusor en Razan, als geneeskundestudent naar de VS gekomen vanuit Jordanië, houdt tijdens de uitvaart weliswaar een verzoenende toespraak – ‘Het gaat erom dit land, dat ze liefhebben en waar ze leefden en stierven, vreedzaam te maken voor iedereen.’ – maar is ervan overtuigd dat het wel degelijk om een ‘hate crime’ gaat.

Dat is in de rechtbank alleen verdomd lastig aan te tonen. Tarek Albaba toont in 36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime (94 min.) hoe het jaren duurt voordat Craig Hicks, een man die houdt van ‘shooter games’ en Falling Down als favoriete film heeft, wordt berecht. Intussen worden Amerikaanse moslims, ook doordat presidentskandidaat Donald Trump steeds olie op het vuur gooit, alsmaar vijandiger benaderd.

Tegelijk hangt dus ook boven de markt of het eigenlijk wel gaat om een haatmisdrijf. De video die Deah zelf heeft gemaakt van de drievoudige moord – en waarvan zijn moeder Amira wil dat die wordt getoond in de rechtbank – maakt binnen 36 seconden een einde aan elke twijfel. Eenmaal in de woning van Deah en Yusor lijkt die boze buurman bovendien met voorbedachten rade te handelen.

Deze film laat tevens zien welke ravage Hicks heeft aangericht binnen een gemeenschap, die sowieso al machteloos moet toezien hoe het aantal haatmisdrijven in de Verenigde Staten alleen maar toeneemt en ondertussen worstelt met die ene, nauwelijks te verteren vraag: zou een aanval van moslims op witte Amerikanen ook zo gemakkelijk zijn afgedaan als een uit de hand gelopen parkeerconflict?

Free Nelson Mandela

Channel 4

Eerst bevrijdt muziek de geest, daarna de man. In dit geval: Nelson Mandela. Sinds 1964 zit de leider van het African National Congress (ANC) op Robbeneiland een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn strijd tegen het Apartheidsregime, dat al zoveel zwarte Zuid-Afrikanen heeft geknecht of gedood, krijgt gaandeweg echter steeds meer internationale steun. En muziek speelt daarbij een essentiële rol. Eerst als manier om zelfrespect te verkrijgen en uitdrukking te geven aan hoe de zwarte meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking lijdt onder het witte minderheidsregime. Later om Mandela te lanceren als een wereldwijd symbool en druk uit te oefenen op datzelfde bewind.

Free Nelson Mandela (92 min.), ter gelegenheid van Mandela’s 65e verjaardag in 1983 uitgebracht door The Special AKA, is daarvan het meest iconische voorbeeld. De compositie van Jerry Dammers, de spil van de Britse skaband The Specials, groeit uit tot hét strijdlied van de Anti-Apartheidsbeweging. Deze boeiende documentaire van James Rogan, die zich in Freddie Mercury: The Final Act (2021) al richtte op hoe muziek het bewustwordingsproces rond AIDS bevorderde, belicht nu de rol van songs van Miriam Makeba, Hugh Masekela, Gill Scott-Heron, Peter Gabriel, Bob Marley & The Wailers, Labi Siffre en Artists United Against Apartheid in de strijd tegen een racistisch maatschappijmodel.

En hoewel Rogan Jerry Dammers en andere westerse artiesten zoals Peter Gabriel, Bono, Steven Van Zandt en Jim Kerr aan het woord laat, krijgen zij nooit de overhand. De filmmaker realiseert zich dat het échte verhaal bij zwarte Zuid-Afrikanen zit en roept de bloedige Apartheid-historie op met schokkende nieuwsbeelden, audiofragmenten van Nelson Mandela en zijn omstreden echtgenote Winnie en interviews met nazaten van ANC-kopstukken zoals Steve Biko, Oliver Tambo en Joe Slovo. Hun gezamenlijke inzet blijkt uiteindelijk succesvol: in 1990 komt Nelson Mandela na ruim 27 jaar gevangenschap vrij. Vier jaar later wordt hij beëdigd als de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Ruim veertig jaar sociale strijd, weerspiegeld in en ook aangejaagd door muziek, zijn niet zonder resultaat gebleven en hebben nu ook hun weg gevonden naar een even geladen als swingende film.

Nuestra Tierra

Imagine

De aanleiding is de gewelddadige dood van Javier Chocobar. In oktober 2009 wordt de vertegenwoordiger van de Chuschagasta-gemeenschap in de Argentijnse provincie Tucumán doodgeschoten tijdens een dispuut over het land waarop zijn volk sinds jaar en dag leeft. Van wie is Nuestra Tierra (Engelse titel: Our Land, 123 min.)?

De fatale kogel wordt afgevuurd door de lokale landeigenaar Darío Amín en twee voormalige politieagenten die hem terzijde staan. Met een eigendomsbewijs en wapen in de hand proberen zij de inheemse leider Chocobar en zijn medestanders van dat land te verdrijven. Het tragische tafereel is op video vastgelegd en dient als uitgangspunt voor een politiereconstructie, waarbij de direct betrokkenen hun lezing van de feiten geven.

Deze beelden – de rauwe registratie van Chocobars dood en het gesoebat over wat er precies heeft plaatsgevonden – vormen het startpunt van deze film, waaraan Lucrecia Martel veertien jaar werkte. Want het proces tegen Amín en zijn getrouwen heeft, ondanks eindeloze protesten, liefst negen jaar op zich laten wachten. De ambtelijke molens draaien ook in Argentinië extra langzaam als het om inheemse inwoners gaat.

Die rechtszaak fungeert als geraamte voor een film die het betwiste land als een eigen entiteit behandelt, vervat in epische totaal- en droneshots en begeleid door een bespiegelende voice-over, en die diep in Argentinië’s koloniale erfenis duikt. Volkeren zoals de Chuschagasta’s krijgen niets voor niets in de strijd om hun voortbestaan. Keer op keer trekken ze aan het kortste eind of worden ze gewoon regelrecht bedonderd.

‘Als de tegenpartij wil praten, is dat niet goed voor de gemeenschap’, zegt Demetrio Balderrama, door schade en schande wijs geworden, over hoe ze stelselmatig, ook door de kerk, worden behandeld als tweederangs burgers. ‘Communicatie is natuurlijk belangrijk, maar werkt nooit in ons voordeel. Want als wij instemmen met een gesprek, betekent dit in de praktijk altijd dat we iets verliezen.’ Land, om precies te zijn. Hún land.

Met foto’s en de bijbehorende verhalen brengt Nuestra Tierra tevens de natuurlijke bewoners van dat oogstrelende land en hun geschiedenis in kaart. Zo dringt Martel diep door in een gemeenschap die heeft geleerd wat het betekent om te verliezen. En dat geeft te denken als het vonnis in de rechtszaak rond de dood van Javier Chocobar, het vanzelfsprekende eindstation van deze schrijnende film, eindelijk in zicht  komt.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Emily: I Am Kam

Greg Weight

Kunst als bevrijding. Van armoede, vooroordelen en gebrek aan zelfrespect. Via hun kleurrijke, gebatikte doeken vragen Emily Kam Kngwarray en de andere aboriginal-kunstenaressen van het Utopia Women’s Batik-programma vanaf eind jaren zeventig aandacht voor de achtergestelde positie van hun volk, Australië’s oorspronkelijke bewoners, en maken ze meteen een voorzichtig begin met het verbeteren daarvan.

De ontzagwekkende schilderwerken van de matriarch Emily Kam Kngwarray (1910-1996) mogen zich al snel in bijzondere aandacht verheugen. Dertig jaar na haar dood geldt zij als één van de beeldbepalende kunstenaars van Australië en als een onbetwist boegbeeld van de inheemse bevolking. In de boeiende documentaire Emily: I Am Kam (58 min.) laat Danielle MacLean zien dat dit bepaald niet vanzelf is gegaan. Tijdens de permanente strijd om hun land met de ‘whitefeller’ hebben Emily en de andere vrouwen van de inheemse gemeenschap in het woestijnachtige Alhalker Country in Centraal Australië niets voor niets gekregen.

Met trotse aboriginal-vrouwen, die destijds nog met hun beroemde voorvrouw hebben gewerkt of die later door haar zijn geïnspireerd, en witte kunstkenners en conservatoren van de National Gallery of Australia in Canberra, waar een overzichtstentoonstelling van Emily’s werk wordt georganiseerd, tekent MacLean de vrouw, de kunstenaar en de leider op. Zij komt verder tot leven met fraaie archiefbeelden, uit de tijd waarin Kam Kngwarray de kunst in zichzelf ontdekt en anderen de kunstenares in haar ontdekken, en hedendaagse beelden van de gemeenschap die met en zonder haar doorleeft, vervat in grondig doorleefde zang- en dansceremonies.

Emily Kam Kngwarray leeft voort als een vrouw die op latere leeftijd weliswaar nog moest leren hoe ze haar eigen naam kon schrijven en die tegelijk als geen ander kon schilderen wie zij was en is en wie zij, haar volk, waren en nog altijd zijn.

White With Fear

So Much Film / PBS

Tijdens de Amerikaanse presidentscampagne van 1968 vindt Richard Nixon de sleutel naar verkiezingswinst: maak de witte kiezer bang voor zwarte inwoners, zónder openlijk racistisch te klinken. Hij begint te spreken over ‘law & order’ en de goede verstaander weet dan wel wie/wat hij bedoelt: die vermaledijde zwarte Amerikanen. Sindsdien is datzelfde procedé nog door talloze conservatieve politici toegepast. Ze spreken over ‘welfare queens’, ‘illegal aliens’ of ‘gangbangers’, termen die volgens Ian Haney López, auteur van Dog Whistle Politics, werken als een hondenfluitje.

Het grote geheim van de Amerikaanse politiek, citeert historicus Kevin Kruse de Nixon-fluisteraar Kevin Phillips in de interessante documentaire White With Fear (84 min.), is nu eenmaal: ‘wie haat wie?’ Deze vraag krijgt nieuwe dimensies na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 als de Republikeinse president George W. Bush de oorlog verklaart aan Osama bin Ladens Al-Qaeda en er in zijn land een anti-moslim stemming ontstaat, die vervolgens door de rechtse televisiezender/woedemachine Fox News wordt uitgebouwd tot een heuse cultuuroorlog.

Na de entree van Amerika’s eerste zwarte president Barack ‘Hussein’ Obama, die dus ook nog in verband kan worden gebracht met islam, gaat de ‘witte haat-industrie’ vanaf 2008 helemaal los. ‘De strategie was om reactionaire, racistische beelden over niet-witte immigranten aan de achterban te presenteren als politieke keuzes van de elite om de hardwerkende witte man te verraden’, vertelt Katie McHugh, voormalig medewerker van de website Breitbart, die ziet hoe haar werkgever ook doelbewust wordt ingezet als werktuig van een nieuwe politieke kracht, Donald Trump.

Documentairemaker Andrew Goldberg akkert de tumultueuze historie van het exploiteren van latente onlustgevoelens bij witte Amerikanen, vervat in talloze unheimische speeches, uitspraken en campagnefilmpjes, door met insiders uit beide politieke partijen, zoals Hillary Clinton en Steve Bannon, en een aantal neutrale beschouwers. Trump – en de man die hem zijn meest extreme taal influistert: Stephen Miller – is zo bezien een logisch gevolg van ruim een halve eeuw, vanuit zowel electorale als financiële motieven, doelbewust inspelen op de onderbuik.

‘Het fascinerende aan Donald Trump is dat hij het hele spelbord heeft omgegooid’, stelt de historicus Rick Perlstein, auteur van Nixonland. ‘Van het hondenfluitje heeft hij een stoomfluit gemaakt. Dat zou hem natuurlijk nooit zijn gelukt zonder het fundament van 55 jaar Republikeins hondengefluit.’ Waarna Donald Trump daar in zijn acceptatiespeech op de Republikeinse conventie van 2016 hoogstpersoonlijk een uitroepteken achter plaatst, met een Nixonesk eufemisme: ‘We worden een land van law & order.’

The A List: 15 Stories From Asian And Pacific Diasporas

HBO Max

Kan deze opzet werkelijk méér worden dan een opsomming van op zichzelf best interessante levensverhalen, samengevat in grofweg een minuut of zes? Of tellen de individuele getuigenissen in de interviewfilm The A List: 15 Stories From Asian And Pacific Diasporas (84 min.) daadwerkelijk bij elkaar op?

Regisseur Eugene Yi zet vijftien miniportretjes van bekende Aziatische Amerikanen achter elkaar en probeert zo de dilemma’s van hun leven in een witte wereld te schetsen. Actrice Sandra Oh vierde grote successen met Grey’s Anatomy, een televisieserie met een opvallend diverse cast, en bijt het spits af. Daarna volgt een brede waaier aan biculturele bronnen, variërend van de Pulitzer Prize-winnende fotograaf Manny Crisostomo en zwarte gaten-onderzoeker Nergis Mavalvala tot Basement Bhangra-DJ Rekha en de Democratische politicus Tammy Duckworth.

De bekende Chinees-Amerikaanse journalist Connie Chung probeerde bijvoorbeeld te overleven in de televisiewereld door het gedrag van de witte mannen om haar heen te kopiëren. De Pakistaanse stand-upcomedian Kumail Nanjiani moest zich na de aanslagen van 11 september 2001 gedurig verweren tegen associaties met Osama Bin Laden en voelt zich nog altijd geen volbloed Amerikaan. En Kathy Masaoka maakte zich sterk voor herstelbetalingen aan Japanse Amerikanen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden afgevoerd naar interneringskampen.

Alle sprekers hebben zo hun eigen ervaringen met het leven tussen twee werelden. Recht in de cameralens kijkend delen ze hun verhalen, die door Yi op elkaar worden gestapeld en die uiteindelijk samen een soort totaal-narratief vormen over de Aziatische gemeenschap van de Verenigde Staten. Door de gekozen opzet houdt The A List echter toch echt iets vluchtigs, als ware het een verzameling YouTube-portretjes van rolmodellen die gerust elke zes minuten even op pauze kan worden gezet.

The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Videoland

Andere gasten van het Indiase restaurant Mumutaz in Kirkwall denken in eerste instantie dat hij simpelweg eten komt afhalen. Totdat ze zien dat de onbekende man een zwarte bivakmuts draagt. Vastberaden loopt hij op donderdagavond 2 juni 1994 op zijn doel af: de 26-jarige ober Shamsuddin Mahmood, afkomstig uit Bangladesh. Die schiet ie met een pistool door het hoofd. Het is de eerste moord in 25 jaar op de afgelegen Orkney Islands, die doorgaans vredig ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Is het een koel uitgevoerde liquidatie? Een uit de hand gelopen ruzie? Of toch een racistische moord, op één van de weinige moslims in Orkney? Het schokkende misdrijf zorgt voor onrust. Zowel bij de plaatselijke bevolking, die verdwaasd en getraumatiseerd achterblijft, als bij de Aziatische gemeenschap, die het leeuwendeel van de Indiase restaurants in Schotland runt. Kunnen zij nog veilig over straat of hun werk doen? Als er een verdachte in beeld komt, wordt de ontzetting alleen maar groter. De zaak is daarmee ook bepaald nog niet afgehandeld. Dat zal nog jaaaren kosten.

In de tweedelige documentaire The Orkney Assassin: Murder In The Isles (91 min.) laat Matt Pinder zien hoe Eddy Ross, de vuurwapenexpert van de lokale politie, een sleutelrol speelt in deze tragische kwestie, die de gemeenschap van Orkney ruim dertig jaar later nog altijd tot op het bot verdeelt. De oud-militair gaat met de 9mm-kogelhulzen die bij Mumutaz zijn gevonden op zoek naar het moordwapen en de man die de trekker heeft overgehaald. Al snel blijkt dat Ross zelf aan z’n tijd bij het Black Watch-regiment ook kogels van de Indiase munitieproducent Kirkee Arsenal heeft overgehouden.

Die ongemakkelijke constatering blijkt niet meer dan de opmaat naar een bijzonder moeizaam moordonderzoek, dat nog heel wat onverwachte wendingen zal nemen en commotie blijft veroorzaken bij de Schotse eilanders. Pinder serveert deze ontwikkelingen met diverse direct betrokkenen, waaronder Eddy Ross en zijn vrouw Moira, trefzeker en toch zonder al te veel effectbejag uit. De moord in Kirkwall, zo wordt al snel duidelijk, gaat niet alleen om de zoektocht naar de dader, maar draait net zo goed om de onmogelijke positie van familieleden, vrienden en ooggetuigen.

Door alle verwikkelingen op Orkney blijft het slachtoffer, een Bengalese man die ook maar gewoon zijn werk deed, ondertussen vrijwel buiten beeld – ook omdat hij in feite slechts een mineure rol lijkt te spelen in wat er zich heeft afgespeeld.

Trailer The Orkney Assassin: Murder In The Isles

How To Catch A Butterfly

Docmakers

‘De jongen die geloofde dat hij een jager moest zijn om een man te worden’ begint brieven te ontvangen. Ze zijn afkomstig van ‘het meisje dat geloofde dat ze jouw exotische fantasie moest worden’.

Hij is Robert Aaron Long, de man achter de Atlanta Spa Shooting. Op 16 maart 2021 vermoordde de Amerikaan, die was gediagnosticeerd met een seksverslaving, acht mensen, waaronder zes Aziatische vrouwen.

Zij is Kiriko Mechanicus, een Nederlands-Japanse vrouw en de maker van deze flonkerende film over culturele stereotypen rond Aziatische vrouwen en etnische fetisjes – en haar eigen verhouding daartoe.

Ze kennen elkaar niet als zij hem begint te schrijven in de Fulton-gevangenis, waar hij zijn straf uitzit. Is hij zo’n typische eenzame, door anime geobsedeerde jongen? Een man die bevangen is geraakt door ‘yellow fever’?

En wie is zij zelf, een vrouw die zich door diezelfde stereotypen in het keurslijf van de stille en volgzame Aziatische huisvrouw heeft laten wringen? Een exotische trofee voor mannen met een etnische fetisj?

In de korte documentaire How To Catch A Butterfly (26 min.) komen ze samen: mannen zoals hij met een Aziatische kick en vrouwen zoals zij die zich een ‘vlinderkostuum’ (hebben laten) aanmeten.

Mechanicus vertrekt daarbij vanuit Madama Butterfly, Puccini’s opera over een geisha, en gaat naar Japan met haar moeder, die niet meer aan het stereotiepe beeld van de gedweeë Aziatische vrouw wil en kan voldoen.

Het wordt een broeierige, ravissant vormgegeven tocht door een donkere wereld, langs culturele clichés, Aziatische porno en vrouwen die zich als een vlinder laten vangen. Op weg naar een onbegrijpelijke haatmisdaad.

Is haar vernietiging altijd onderdeel van jouw genot? vraagt de ‘exotische fantasie’ onderweg aan ‘de jager’.

Een Gevleugelde Herinnering

Daiara Tukano in het Mauritshuis / Ida Does / NTR

In 1644 keert Johan Maurits van Nassau-Siegen terug uit Brazilië met dertien schepen vol suiker, tabak, ivoor, tropisch hout, kunst en goud, ter waarde van toen 2,6 miljoen gulden. Met zijn Braziliaanse fortuin laat ‘Mauricio de Nassau’, die ook het pad effende voor de trans-Atlantische slavernij, in Den Haag het Mauritshuis bouwen, dat sinds 1882 dienst doet als museum met een historische collectie.

Ida Does start de documentaire Een Gevleugelde Herinnering (Portugese titel: Uma Memória Emplumada, 56 min.), een logisch vervolg op haar film Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij, met een zeer uitgebreide uitleg over de historische context van het museum. De boodschap is helder: de huidige beheerders van het Mauritshuis hebben zich te verhouden tot deze koloniale geschiedenis en de kunstwerken die daaruit zijn voortgevloeid.

De Braziliaanse kunstenares Daiara Tukano heeft inmiddels de opdracht gekregen om een muurschildering te maken. Als zij rondkijkt in het Mauritshuis, verbaast ze zich over sommige kunstwerken. Op een schilderij van Mary Stuart lijkt een donkere jongen bijvoorbeeld vooral als exotische accessoire te dienen. Waarom weten we niets van die jongen? vraagt ze zich af. Het is sowieso de vraag waarom zwarte personages eigenlijk altijd een onderdanige positie innemen?

Tegelijkertijd krijgt directeur Martine Gosselink – vertelt ze tijdens een bezoek van Braziliaanse museumdirecteuren – regelmatig ook de kritiek dat het Mauritshuis z’n eigen nest bevuilt en zijn oprichter te negatief benadert. Het is een ongemakkelijk gesprek. Kun en mag je van de schoonheid van kunst genieten, zonder de politieke en historische context ervan in ogenschouw te nemen? En hoe kan de dominantie van het witte westerse verhaal worden doorbroken?

Does heeft deze dialoog ingebed in een breed uitwaaierende vertelling, die zich voor een belangrijk deel ook in Brazilië afspeelt, waar Daiara en haar vader, een leider van het Tukano-volk, hun perspectief toevoegen. Die kijk op de pijnlijke historie, inheemse cultuur en thema’s en de kunst die deze hebben voortgebracht worden bovendien tot leven gewekt, met behulp van inheemse rituelen, poëzie en kunst en een bloemrijke soundtrack van Bernardo Bravo du Gomide.

Op de presentatie van Daiara Tukano’s muurschilderij, tijdens de Braziliëdag van 2024, komen deze elementen samen in het Mauritshuis, tijdens een nog wat onwennig gezamenlijk gezongen inheems lied. Zo klinken al die stemmen samen, als het rumoer voor even is verstomd.

Alles Moet Beter

Submarine

Ze zijn in het geweer gekomen tegen het systeem. Drie Nederlandse twintigers die naar hun eigen overtuiging simpelweg geen andere keuze hebben. Gedwongen door hun geweten, gezonde verstand of wanhopige situatie.

PvdA-commissielid Ruben Schilt lekte geheime informatie over een mogelijke schikking tussen de gemeente Dordrecht en de chemiefabriek Chemours. Klimaatadviseur Sam Schwencke van de gemeente Den Haag gaf haar baan eraan en sloot zich aan bij Extinction Rebellion. En Rohan probeert als kinderslachtoffer van de Toeslagenaffaire al jaren zijn recht te halen en uit de financiële problemen te komen.

Regisseur Dikla Zeidler, die enkele jaren geleden in de korte documentaire De Kinderen Van Mokum, En Ik (2022) al verslag deed van haar zoektocht in de jongste Amsterdamse kraakgeneratie naar een nieuwe grote protestbeweging, probeert hun gevecht tegen een slinkse ‘massavergiftiger’, de fossiele industrie en het aloude ‘van het kastje naar de muur’-systeem in al z’n gedrevenheid, woede én opwinding op te tekenen.

Net als in die vorige film verlaat Zeidler zich daarbij ook op de muziek van deze nieuwe generatie activisten. Alles Moet Beter (55 min.) is niet voor niets vernoemd naar een strijdlied van de Amsterdamse punkband Hang Youth. Deze geheel bij de tijdse docu is doorsneden met vurige concertfragmenten van de Amsterdamse groep rond frontman Abel van Gijlswijk en uitgesproken zielsverwanten zoals Ploegendienst en Sophie Straat.

Zonder omhaal van woorden getuigen zij van hun (stijf)linkse idealen. ‘Er zijn mensen die geld heilig hebben gemaakt’, houdt Ruben Steens, alias YoungRubbi, een festivalpubliek bijvoorbeeld voor. ‘En wij moeten die shit ontheiligen, met muziek, met kunst, met dit wat we hier hebben. Hier kan geen ene politicus tegenop. Fuck them all!’ Waarna hij een muzikale tirade tegen genocide in Gaza lanceert, die erin gaat als koek.

Intussen betalen Zeidlers hoofdpersonen de tol voor hun activisme. Ruben dreigt te worden vervolgd, ‘veelpleger’ Sam moet voor de rechter verschijnen en Rohan wordt ingeschat als ‘zelfredzaam’ (en wordt in de praktijk dus aan z’n lot overgelaten). Deze urgente en energieke film toont hoe ze desondanks strijdbaar – en inherent optimistisch – blijven. Met het onwankelbare geloof dat het niet alleen beter móet, maar ook kán.

Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll

Cardinal Releasing

De stoet vakbroeders die in de documentaire Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll (97 min.) eer bewijst aan de Amerikaanse meestergitarist, die dit jaar honderd jaar oud zou zijn geworden, is indrukwekkend:  Steven Van Zandt, George Thorogood, Joe Bonamassa, Nile Rodgers, Steve Jones, Nils Lofgren, Wayne Kramer en Joe Perry. Stuk voor stuk gitaristen van formaat. Één adept die je direct met Berry associeert ontbreekt echter: Keith Richards.

De muzikale leider van The Rolling Stones is natuurlijk tóch aanwezig in Jon Brewers postume portret van de aartsvader van de rock & roll, die klassiekers zoals Johnny B. Goode, Sweet Little Sixteen en Roll Over Beethoven afleverde en de fameuze ‘duck walk’ introduceerde. Ook hij kan niet heen om dat onvergetelijke fragment uit de concertfilm Chuck Berry: Hail Hail Rock ‘N’ Roll (1987), waarin Chuck Berry, terwijl zijn vaste pianist Johnnie Johnson met grote ogen toekijkt, Keith Richards tot gekmakens toe de gitaarriff van zijn hit Carol opnieuw laat spelen.

Behoudens een aantal gereconstrueerde scènes – geheel in zwart-wit met enkele zorgvuldig gekozen elementen, Chuck zelf bijvoorbeeld of de door hem bezongen auto’s, in felle kleuren – wikkelt Brewer met Berry’s echtgenote Themetta, enkele van zijn kinderen en bekende fans zoals Alice Cooper en Gene Simmons verder netjes de hoogte- en dieptepunten uit het leven en de loopbaan van Charles ‘Chuck’ Berry (1926-2017) af. Een baanbrekende zwarte artiest die doorbreekt naar een wit publiek – al gaat dat in de jaren vijftig bepaald niet vanzelf.

Illustratief zijn ‘s mans aanhoudende problemen met de wet. Die hebben ongetwijfeld met Chuck Berry’s gedrag en keuzes te maken, maar kunnen in het gesegregeerde Amerika zeker niet los worden gezien van zijn huidskleur. Ook in de muziekbusiness wordt hij aan de lopende band besodemieterd. Berry’s eerste hit Maybelline wordt bijvoorbeeld alleen gedraaid op de radio, omdat een derde van de royalties stiekem zijn verpatst aan de deejay Alan Freed en de een of andere verkoper van kantoorartikelen. Payola, juist. En dan ontdekken de luisteraars dat Chuck zwart is.

Een half leven later zal hij door de films Back To The Future en Pulp Fiction nog een keer ouderwets furore maken. Berry staat dan bekend als een lastpak, een man die met zijn gitaar, een kam en z’n tandenborstel de wereld rondreist en in elke uithoek optreedt met een plaatselijk begeleidingsbandje, waarna hij erop staat om in keiharde cash te worden uitbetaald. Een muzikant ook, die navolgers graag op hun plek zet, zoals Keith Richards dus aan den lijve ondervindt. En een onverbeterlijke ‘womanizer’ die desondanks ook, als we zijn gezin mogen geloven, een echte familieman is.

Tot op hoge leeftijd zal Chuck Berry zijn signatuursongs blijven spelen en de duck walk doen. Totdat de Duivel de man die hoogstpersoonlijk zijn muziek naar de wereld bracht tóch tot zich roept…

De Verdwenen Buurt

EO

De vader van Louis de Leeuwe wilde uiting geven aan zijn ‘onbenoembare verdriet’. Bij zijn pensionering in 1989 kreeg Jacques de Leeuwe van zijn kinderen het boek De Verdwenen Buurt (58 min.) van ingenieur Ies van Creveld, die zich had opgeworpen als geschiedschrijver van Joods Den Haag. Na het lezen nam De Leeuwe direct contact op met de schrijver. ‘Ik ben er kapot van.’

Een missie voor de rest van zijn leven was geboren. Jacques de Leeuwe, die zelf zijn ouders verloor in de Tweede Wereldoorlog en daar nauwelijks over sprak, besloot om een maquette van ‘de Jodenbuurt’ te gaan maken. De op een na grootste Joodse gemeenschap van Nederland was door de nazi’s vrijwel volledig uitgeroeid. Van de 17.000 Joodse Hagenaars overleefden er slechts tweeduizend de oorlog.

In samenspraak met bewoners probeerde De Leeuwe de huizen van deze verdwenen buurt zo nauwkeurig mogelijk na te maken. Hij wilde volgens zijn zoon Louis niets aan het toeval overlaten en zou uiteindelijk zo’n zeven jaar werken aan deze historische reconstructie, die in 1996 een plek kreeg in het Haagse gemeentehuis. En Louis zorgt ervoor dat het bijbehorende verhaal twintig jaar later nog altijd wordt verteld.

Hij krijgt in deze degelijke documentaire van Danny Akker, waarvoor Job Cohen als verteller fungeert, gezelschap van rabbijn Mendel Katzman, de achterkleinzoon van Izak van Gelder en zijn vrouw Lea. Ook rabbijn Van Gelder ontkwam niet aan deportatie. Samen met zijn vrouw werd hij in 1943 meegenomen naar het Nederlandse kamp Westerbork. Van daaruit volgde hun laatste reis naar het vernietigingskamp Sobibor.

Hoewel zulke verhalen al telkenmale zijn verteld, blijven ze onwerkelijk. En elke ooggetuige of herinnering is er één, nu de oorlog steeds langer geleden is en nieuwe verhalen uit de eerste hand alsmaar spaarzamer worden.

Natchez

VPRO

‘Hou je aan het script’, kreeg de Afro-Amerikaanse huiseigenaar Debbie Cosey te horen toen ze tijdens haar huizentour in Natchez (85 min.) halt hield bij een slavenverblijf en een verhaal vertelde over de tot slaaf gemaakte Dicey. Zulke verhalen zijn tegen het zere been van sommige andere eigenaren van plantagehuizen, die mensen rondleiden in het stadje in Mississippi. Natchez groeide in de 19e eeuw, met dank aan de talloze plantages, uit tot één van de welvarendste centra van het ‘Cotton Kingdom’.

Een deel van de huidige bewoners houdt graag vast aan ‘Zuidelijke sprookjes’, zoals bijvoorbeeld de folklore rond het zogeheten Pelgrimage-koningspaar: elk jaar worden daarvoor twee plaatselijke jongeren gekozen. Zij draagt dan als traditionele ‘southern belle’ een hoepelrok. Hij hijst zich in een uniform van het Geconfedereerde leger, dat in de Amerikaanse burgeroorlog streed tegen de afschaffing van de slavernij.

Toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor Natchez. De revenuen daarvan lopen alleen zienderogen terug. De zwarte pastor Tracy ‘Rev’ Collins, die z’n eigen Rev’s Country Tours organiseert, weet wel hoe dit komt. Millennials zitten helemaal niet te wachten op die ‘Gone With The Wind’-verhalen. Daar maakt hij dus korte metten mee. De kolossale huizen die ze om zich heen zien, vertelt Rev bijvoorbeeld aan de passagiers in zijn busje, zijn gebouwd door slaven. Tijdens z’n tour laat hij de katoenstad van zijn lelijkste kant zien.

Voor een slavenmarktmuseum gaan natuurlijk niet bij elke bewoner van Natchez de handen op elkaar, blijkt in deze documentaire van Suzannah Herbert. ‘Dat vind ik niks’, zegt buurman Gene Williams die al een bod heeft afgewezen om zijn grond te verkopen. ‘Ik was er niet bij. Niemand van ons. En anders had ik het niet gedaan.’ Einde verhaal, wil hij maar zeggen. Net als het neerhalen van al die standbeelden van geconfedereerde generaals, een ander actueel thema in het zuiden van de Verenigde Staten.

Als de geschiedenis wordt herschreven, is het nu eenmaal onvermijdelijk dat de (voormalige) winnaars vasthouden aan hun eigen rozige versie van dat verleden of in het verzet komen – zeker als ze ook in hun portemonnee worden geraakt. Via enkele zorgvuldig gekozen hoofdpersonen toont Herbert die barsten in de gemeenschap: waar de één erkenning wil voor historische misstanden en een ander zich daarvoor best wil openstellen, houden sommige inwoners van Natchez stug vast aan hoe het ooit was.

En als die zich onder elkaar wanen in één van die statige herenhuizen, zo wordt pijnlijk duidelijk in de apotheose van deze scherpe zedenschets van de ‘Deep South’, kan zelfs die ene, allang in onbruik geraakte term, onder het mom van een grapje natuurlijk, als de façade even niet hoeft te worden opgehouden, zomaar weer van stal worden gehaald: ni**er. Dat went gelukkig nooit meer.

Free Leonard Peltier

The Film Collaborative

Dat hij op die 26e juni 1975 op de Pine Ridge Indian Reservation in South Dakota op FBI-agenten heeft geschoten, geeft Leonard Peltier toe. Het was volgens hem zelfverdediging. Dat hij de agenten Ronald Williams en Jack Coler in koelen bloede heeft geëxecuteerd, ontkent de ‘Native American’ echter ten enen male. ‘Ik heb nog nooit in mijn leven iemand vermoord’, stelt Peltier, inmiddels begin tachtig. Hij zit al een halve eeuw in de gevangenis. Volgens zijn achterban is hij de langstzittende politieke gevangene van de Verenigde Staten – en een exemplarisch voorbeeld van hoe Amerika z’n inheemse bevolking behandelt.

In Free Leonard Peltier (108 min.) lichten Jesse Short Bull en David France de pijnlijke zaak, die in 1992 al eens werd behandeld in Michael Apteds klassieke documentaire Incident At Oglala, nog eens helemaal door. Daarvoor zoomen ze eerst uit: naar hoe de troosteloze situatie van de oorspronkelijke bewoners van de VS, die steeds opnieuw zijn bedrogen door ‘de witte man’ en ondertussen werden verdreven naar reservaten, begin jaren zeventig noopt tot actie. De belangenorganisatie AIM (American Indian Movement) begint zich te manifesteren met de zogeheten Trail Of Broken Treaties, organiseert een protestactie in het omstreden Bureau Of Indian Affairs en bezet 71 dagen lang Wounded Knee, een plek waar ruim tachtig jaar eerder een enorm bloedbad werd aangericht.

Als het in 1975 tot een dodelijke schietpartij komt bij Pine Ridge – de dood van de ‘Native American’ Joe Stuntz leidt overigens nooit tot vervolging – worden er drie inheemse activisten gearresteerd. Dino Butler en Bob Robideau beroepen zich op zelfverdediging en worden vrijgesproken. Leonard Peltier krijgt echter levenslang – hoewel er nauwelijks bewijs is tegen hem. Daarbij weegt zwaar dat zijn eigen vriendin Myrtle Poor Bear een getuigenverklaring tegen Peltier heeft afgelegd. Één probleem daarbij: Leonard kent Myrtle helemaal niet. Hij verdwijnt desondanks achter de tralies. De ongerijmdheden in deze zaak zullen in de navolgende decennia nog veel aandacht krijgen in de media. Tot vrijlating komt ‘t, ook door aanhoudende protesten vanuit de FBI, echter nooit.

Short Bull en France zetten deze tragische geschiedenis netjes op een rij, met gebruik van split screen en bezwerende inheemse muziek, en sluiten verder aan bij een nieuwe poging van de gedreven activisten Holly Cook Maccaro en Nick Tilsen om Peltier, die inmiddels bijna vijftig jaar vastzit en allerlei gezondheidsproblemen heeft, alsnog vrij te krijgen. Ze hopen president Joe Biden begin 2025 te bewegen om in de allerlaatste dagen en uren van zijn ambtstermijn alsnog amnestie te verlenen aan dit icoon van hun gemeenschap. Dan krijgt deze historische documentaire, die nog wat traag op gang is gekomen, ineens ook een enorme emotionele lading. ‘Ik ben verdomme een strijder’, zegt Peltier vanuit de gevangenis fel tegen Maccaro. ‘Ik ga nu echt niet opgeven!’

Free Leonard Peltier is begin 2025 in première gegaan op het Amerikaanse Sundance Film Festival, maar heeft sindsdien, vanwege nieuwe ontwikkelingen in de zaak, een ander, zeer aangrijpend slot gekregen. En, met een beetje geluk, wordt de vertoning van deze cruciale film over een schandvlek in Amerika’s geschiedenis, net als onlangs op het International Documentary Festival Amsterdam, ingeleid door Leonard Peltier zelf, een man met een broos lichaam, maar nog altijd met een roestvrijstalen wil. ‘We hebben jullie hulp nodig in dit gevecht’, houdt hij de kijker dan voor, recht in de camera kijkend. ‘Één allerlaatste gevecht.’

Mohammed & Paul – Once Upon A Time In Tangier

Dieptescherpte

De twee tegenpolen vormden een onwaarschijnlijk duo. De gevierde Amerikaanse beatnik-schrijver Paul Bowles (The Sheltering Sky) en de eenvoudige Marokkaanse straatjongen Mohammed Mrabet. Ze ontmoetten elkaar in de jaren zestig te Tanger, destijds een vrijhaven voor westerse schrijvers en kunstenaars. Bowles begon daar de verhalen die Mrabet zo zwierig vertelde vast te leggen op papier. Zo maakte hij van de Marokkaanse visserszoon de eerste analfabeet met veertien boeken op zijn naam.

Voor de Marokkaans-Nederlandse documentairemaker Nordin Lasfar, in Amsterdam opgegroeid in ‘een huis zonder boeken’, veranderden die boeken zijn leven. Net als andere Bowles-adepten ondernam hij als jongeling de reis naar Tanger, om zijn favoriete auteur met een bezoek te vereren. Lasfar leerde toen tevens Mohammed Mrabet kennen, die hij nu voor de documentaire Mohammed & Paul – Once Upon A Time In Tangier (93 min.) opnieuw opzoekt in een kamer vol cassettebandjes met verhalen.

En de oude verteller kan ook nog altijd gewoon uit zijn hoofd putten. Zijn magisch-realistische verhalen zijn voor deze film bovendien met behulp van AI vertaald naar zinnenprikkelende beelden. Van een sprekende vis van wel 150 kilo tot een kolossale watermeloen met een deur erin. ‘Of zijn verhalen waar zijn’, vraagt Lasfar hem onderweg. ‘Wie erin wil geloven, zal erin geloven’, antwoordt de verteller. ‘En wie dat niet doet, zal worden meegenomen door de wind.’ Waarna hij demonstratief zijn handen afklopt.

De vriendschap van Mrabet en Bowles kon floreren op de grens van twee culturen: de traditionele westerse literatuur versus de mondelinge Marokkaanse traditie. De Amerikaanse schrijver kon zich daarmee volzuigen, terwijl de jongen uit Tanger via hem de rest van de wereld kon bereiken. Tegelijkertijd had hun verhouding onmiskenbaar een koloniaal karakter. ‘Hij hield niet van Marokko of Marokkaanse mensen’, vertelt de plaatselijke café-eigenaar Karim Ghailam over Bowles. ‘Hij hield alleen van zichzelf.’

Paul Bowles noemde Mohammed Mrabet zelfs eens ‘the evil one’. En die heeft zelf ook zo z’n grieven, blijkt als Lasfars film vordert. ‘Die westerling ontwikkelde zich tot mijn grootste vijand’, zegt hij bitter. Bowles zou zijn verhalen hebben gestolen en nooit royalty’s aan hem hebben betaald. Andere leden van de kunstenaarskolonie in Tanger weerspreken dit en betitelen Mrabet als onbetrouwbaar. En dat verbinden ze meteen aan de cultuur waaruit hij voortkomt. Die zou van leugens en fantasie aan elkaar hangen.

Geduldig pelt Nordin Lasfar de gecompliceerde relatie tussen Bowles en Mrabet af, schetst zo de botsende werelden waarvan zij een representant zijn en belicht ook de schrijnende ongelijkheid die daarbij voortdurend een rol speelt. Één vraag hangt intussen voortdurend boven de markt: van wie zijn die verhalen eigenlijk? ‘Wat betekent ’t als een stem gehoord wordt, maar via de pen van een ander?’ vraagt Lasfar zich hardop af. ‘Wat betekent ’t als je niet gehoord wordt zonder de pen van de ander?’

Das Deutsche Volk

Milk & Water

Slechts enkele maanden voordat de Coronacrisis de wereld in z’n greep krijgt, wordt Duitsland opgeschrikt door een racistische terreurdaad. Op woensdagavond 19 februari 2020 vermoordt een 43-jarige neonazi negen jongeren met een migratieachtergrond in Hanau, een stad vlakbij Frankfurt. Daarna schiet de man, wiens naam consequent wordt verzwegen in deze indringende film van Marcin Wiezchowski, thuis ook zijn eigen moeder dood en legt de hand aan zichzelf.

Vanaf ongeveer half elf op die avond gaat er een foto rond van zijn zoon Vili in z’n auto, vertelt Niculescu Păun geëmotioneerd in Das Deutsche Volk (113 min.). Hij weet als vader van niets. De volgende ochtend gaat hij gewoon naar zijn werk. Intussen blijft zijn jongen meer dan achttien uur lang liggen op de Kurt-Schumacher-Platz. ‘Dat maakt me kapot’, vertelt Vili’s vader, nadat hij de foto op zijn telefoon heeft laten zien. ‘Hij was alleen. Het maakt me gek dat ik hem niet heb kunnen beschermen.’

Later zal officieel worden erkend dat Vili-Viorel Păun zich op die fatale avond als een held heeft gedragen. Hij riep direct hulp in toen er werd geschoten op de Heumarkt en zette daarna de achtervolging in op de dader. Vili’s vader demonstreert hoe zijn zoon vervolgens ijskoud werd geliquideerd. Niculescu rijdt naar de plaats delict, stapt uit zijn auto en vuurt drie virtuele kogels in de richting van de camera. Hij is alleen vergeten om zijn ruitenwissers af te zetten. Die fungeren als tragische soundtrack.

De Duits-Poolse filmmaker Wiezchowski wijdde in 2021 al twee kortere films aan de brute aanslag, Das Attentat Von Hanau en Ein Nacht Und Ihre Folgen, en laat nu zien hoe ‘t enkele overlevenden en nabestaanden in de vier jaar na de aanslag vergaat. Zij proberen hun leven te vervolgen, vechten met de autoriteiten om het erkennen van gemaakte fouten en beijveren zich voor een herdenkingsmonument op Hanau’s Marktplatz, die eigenlijk is voorbehouden aan een standbeeld van de fameuze Gebroeders Grimm.

In stemmig zwartwit toont Wiezchowski eerst de ontzetting en het verdriet als indaalt dat ze zijn getroffen door het noodlot. Çetin Gültekin kijkt bijvoorbeeld met overlevenden beelden van een beveiligingscamera terug, waarop zijn broer Gökhan wordt neergeschoten. Selahattin Gürbuz, de vader van Sedat, kust de sportschoenen van zijn vermoorde zoon. En Armin Kurtovic is even verbaasd als kwaad dat zijn zoon Hamza, die een witte huid en blauwe ogen had, door de politie werd omschreven als ‘sudländisch orientalisch’.

Als de voor slachtoffers van Hanau neergelegde bloemen zijn weggegooid – ook al zo’n treffende scène – volgt de lange weg naar acceptie en erkenning. Sommigen gaan de strijd aan – met de leus ‘Ausländer raus’ bijvoorbeeld, die veel te lang mocht klinken – anderen gaan die juist uit de weg en vertrekken naar hun land van afkomst. Hoewel de dader dood is en er dus niemand kan worden berecht, zoeken ze naar een afsluiting, iets dat zin kan geven aan een drama dat acht mannen en één vrouw het leven heeft gekost.

Bij elkaar vinden ze in elk geval solidariteit. Broeder- en zusterschap. En de behoefte om er echt bij te horen, Duitser onder de Duitsers te zijn, en de dierbaren die hen zijn ontrukt opnieuw betekenis te geven. Aan het eind van deze aangrijpende film krijgen Niculescu en Iulia Păun letterlijk een nieuwe Vili in de schoot geworden, terwijl Armin en Dijana Kurtovic een Award vernoemen naar hun zoon. Oud-Bundespräsident Christian Wulff krijgt hem overhandigd voor zijn statement dat de Islam bij Duitsland hoort.

Een accordeon speelt intussen Beethovens Ode An Die Freude. ‘Alle Menscher werden Brüder…’

Meer Dan Babi Pangang

Periscoop Film

Hoewel haar ouders vroeger in het Brabantse dorp Sint-Oedenrode een Chinees-Indisch restaurant hadden, waar de kinderen soms onder de afhaaltoonbank sliepen, werd er bij hen thuis nooit babi pangang gegeten. ‘Is niet lekker’, zei Julie Ng’s vader Chun Yuen Ng, die nog altijd een restaurant bestiert in Rozenburg. ‘Is voor de Hollanders.’

Julies moeder Sheila Chung woont inmiddels weer in Hong Kong. Zij voelde zich gevangen in het familierestaurant. Ze hield niet van het werk en was er volgens eigen zeggen ook helemaal niet goed in. En ze zou het ‘rampzalig’ vinden als Julie nu de zaak van haar vader, die zo langzamerhand toch met pensioen wil, zou overnemen.

Dat is meteen ook de tragiek van Chinees-Indische restaurants in Nederland: koks en opvolgers zijn nauwelijks te vinden. En dus dreigen ze te verdwijnen uit het straatbeeld, vervangen door sushi-, wok- en all you can eat-restaurants. Van Julie Ng zou ’t echter niet zover mogen komen: die restaurants horen volgens haar bij Nederland.

Ze zijn in elk geval Meer Dan Babi Pangang (75 min.), betoogt Ng in deze film, waarin ze ontdekt hoe arbeiders begin twintigste eeuw van China naar Nederland kwamen, het eerste Chinese restaurant werd geopend in Katendrecht en na de Tweede Wereldoorlog ook de Indische keuken werd geïncorporeerd achter het doorgeefluik.

Ze spreekt in dat verband met andere (bekende) Chinese Nederlanders, historici en kenners van de Oosterse keuken. Zo haalt ze een weinig zichtbaar deel van de Nederlandse bevolking – en ook de vooroordelen, discriminatie en typisch Hollandse humor waarmee deze gemeenschap gedurig krijgt te maken – achter dat luik vandaan.

Die zoektocht naar het grotere verhaal van die gemeenschap komt beter uit de verf dan het ontsluiten van de geschiedenis van haar eigen familie, die ooit vanuit Zhejiang naar het buitenland is vertrokken om te gaan werken. Dat persoonlijke verhaal komt weliswaar tot een geladen afronding, maar laat ook wat losse eindjes achter.

Onderweg legt Julie Ng haar stelling dat babi pangang – een gerecht dat in zijn huidige samenstelling, met zoetzure saus, helemaal niet bestaat in de Chinese keuken – en de cultuur die daaromheen is ontstaan inmiddels tot Neerlands immaterieel cultureel erfgoed behoort voor aan iedereen die ‘t horen wil en wellicht ook regelen kan.

Babi pangang kan allang zonder dat Chinese doorgeefluik en heeft z’n eigen plek verworven in de Hollandse keuken. 

Rebel Royals: An Unlikely Love Story

Netflix

Nee, hij werd niet beschouwd als koninklijk materiaal, dat kunnen we gerust stellen. Voor de Noorse prinses had werkelijk niemand ‘een zwarte, biseksuele sjamaan’ in gedachten gehad. Een man die in de toekomst – God verhoede ‘t! – wellicht zelfs koning zou kunnen worden. Zelfs Durek Verrett zelf niet. Zegt hij. Hooguit zijn aanstaande, de lieftallige prinses Märtha Louise van Noorwegen.

Nu is zij zelf ook niet het archetypische lid van een koninklijke familie, dat haar gezicht altijd in plooi houdt en netjes binnen de lijntjes kleurt. Ze ervaart haar prinsessenleven regelmatig als een keurslijf, is volgens eigen zeggen hoog sensitief en beschikt zowaar over paranormale gaven. Toen ze Sjamaan Durek voor het eerst zag, dacht ze: ik ken je al. Niet vreemd: de twee ontmoetten elkaar al tijdens een vorig leven in Egypte. ‘Het voelde alsof ik naar Harry Potter-land kwam’, constateert ze tevreden. Als Märtha Louise een prins was geweest, zou er vast iemand op samenzweerderige toon hebben gefluisterd: midlifecrisis. Ze heeft nochtans drie dochters om op te voeden. En die zijn eveneens met bijzondere gaven behept: Maud is een getalenteerde kunstenares, Leah een bekend model en influencer en Emma een uitstekende amazone.

En nu moet dat ‘marriage made in another dimension’, waarop iedereen wel wat heeft aan te merken, nog worden voltrokken. In het Noorse dorp Geiranger, de eerste plek waar de Vikingen ooit landden. Net Lord Of The Rings. Dan staat er nog maar één belangrijke vraag open: moet hij, de sjamaan van Hollywoods sterren en onversaagde Gwyneth Paltrow-fluisteraar, zijn vrouw straks in het openbaar ‘majesteit’ of ‘uwe koninklijke hoogheid’ noemen? En net als Rebel Royals: An Unlikely Love Story (101 min.), nog eens aangezet door een lichte, soms bijna ludieke Bachachtige soundtrack, wel erg gemakkelijk tussen suikerzoet,  aalglad en (onbedoeld) komisch lijkt door te glibberen, vindt documentairemaakster Rebecca Chaiklin (Tiger King) zowaar ook nog wat drama in het familieleven en de gezondheid van het onwaarschijnlijke koppel.

En dan weer door, voorwaarts mars, naar de voorbereidingen op dat Disney-huwelijk. Daarbij houden de lafhartige aanvallen van de Noorse pers op de vreemde snoeshaan, die sinds een bijna-doodervaring geesten ziet en ook nog eens met hen kan communiceren, natuurlijk onverminderd aan. Zoals ook Janteloven, de wet van Jante die in Noorwegen door Jan en alleman wordt gepredikt, met voeten wordt getreden door het koninklijk paar in spe. Doe vooral niet te gewoon, lijken Märtha en Durek tegen zichzelf te zeggen, je doet niet snel gek genoeg. Zo werkt dit 21e eeuwse sprookje toe naar een groots opgezette, overigens met privaat geld gefinancierde, droombruiloft. Waarna er natuurlijk maar één einde kan komen: en ze leefden nog….

Seen & Heard: The History Of Black Television

HBO Max

Ze hebben hun positie moeten bevechten en bevechten en bevechten. De Amerikaanse televisie was van oudsher een wit bastion, waar Afro-Amerikanen heel lang een volstrekt ondergeschikte rol speelden. Op het scherm waren ze veroordeeld tot bij-of schurkenrollen, achter de schermen kregen ze nauwelijks ruimte of moesten ze zich uiteindelijk toch schikken naar een witte man – ook al had die soms best goede intenties, zoals Norman Lear, de man achter de ‘zwarte’ sitcoms Sanford And Son, Good Times en The Jeffersons.

In het lijvige tweeluik Seen & Heard: The History Of Black Television (146 min.) belicht Giselle Bailey deze getroebleerde geschiedenis, een weerspiegeling van de emancipatiestrijd die Zwart Amerika sowieso al sinds jaar en dag voert, met Afro-Amerikaanse kopstukken van voor en achter de schermen zoals Tyler Perry, Shonda Rhimes, Issa Rae, Lena Waithe en Ava DuVernay. Hun verhalen over stereotypen en karikaturen, misstanden in verleden en heden en het belang van representatie voor het zelfbeeld van Amerikanen van kleur zijn gelardeerd met fragmenten uit beeldbepalende televisieprogramma’s zoals The Cosby Show, In Living Color en Black-ish.

‘Ik wilde zwartheid vermenselijken’, vertelt Oprah Winfrey, die met haar immens populaire talkshow, die inmiddels is uitgegroeid tot een heus imperium, bewust stelling nam en de keuze maakte om positieve verhalen te gaan vertellen. Zo maakte zij in Amerika’s huiskamer ruimte voor de mensen, onderwerpen en thema’s van de zwarte gemeenschap. Inmiddels heeft een nieuwe generatie Afro-Amerikaanse makers zoals zij z’n eigen platforms gecreëerd en zo een positie verworven in de entertainmentindustrie. Het belang daarvan voor de beeldvorming en het zelfbeeld van Zwart Amerika wordt er in Sean & Heard met tal van voorbeelden flink in gehamerd.

Deze viering van de zwarte televisiecultuur wordt daardoor soms ook bijna een lange spot voor zwarte makers, hun producties en de kritiek die zij hebben op de wereld waarbinnen zij moeten opereren. Dat heeft ongetwijfeld z’n waarde, maar voelt soms ook wel heel erg als een preek voor eigen parochie.