Molly Vs. The Machines

VPRO / zondag 27 september, om 22.40 uur, op NPO2

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien

FC Twente Media / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op NPO3

Als één lied het gevoel van verbroedering uitdrukt dat voetbal te weeg kan brengen, dan is het You’ll Never Walk Alone. Rien Kamphuis heeft het vast wel eens meegezongen in het stadion van FC Twente. Toch moet hij zich ook regelmatig zielsalleen hebben gevoeld op de tribune. In 2025 stapt Rien uit het leven. Hij is nog geen 25.

Riens kostje lijkt op het eerste oog gekocht. Hij staat op het punt om wiskundedocent te worden, wordt alom gewaardeerd als jeugdvoetbaltrainer en behoort tot een uitgebreide vriendengroep. In Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien (50 min.), een nieuwe aflevering van de Nederlandse docuserie, probeert Martijn Willemen met zijn familie en vrienden te vatten waarom ie desondanks niet meer verder wilde. Riens dood heeft hen allemaal overvallen. Terwijl hij daar, zo blijkt later, in stilte al een hele tijd over nadenkt.

De basis daarvoor – het mag geen verbazing wekken, gezien de titel van deze reeks – ligt ongetwijfeld in zijn pestverleden. Als jong kind is Rien volgens zijn moeder Ilse een ‘knuffelkont’, maar komt ook het plagen en treiteren op gang. Rien kan zich volgens haar verbaal niet zo goed verdedigen en is daardoor een gemakkelijk slachtoffer. Hij wordt uiteindelijk naar een training sociale vaardigheden gestuurd. Hadden ze daar niet beter de pesters naartoe kunnen sturen? vraagt zijn vader Gregor zich nu af.

Het gepest in zijn jonge jaren, dat even ook dreigt over te slaan naar zijn voetbalclub, raakt Rien nooit meer helemaal kwijt. Hij verbergt dat zoveel mogelijk. Zijn Twente-vrienden beschouwen hem zelfs als ‘een sfeermakertje’. In zijn dagboek, dat zijn dierbaren na z’n dood lezen, deelt hij wat er werkelijk in hem omgaat. Het is geschreven in de derde persoon, alsof hij die afstand nodig heeft om in zijn eigen ziel te kijken. Daar weet Rien ook: ik val op jongens. Hij is iets wat hij niet wil zijn, aldus zijn vader.

En dat begint op die tribune, waar zijn voetbalmaten nu een plekje voor hem vrijhouden, steeds meer te wringen, constateren familie en vrienden in deze rechttoe rechtaan docu, die is aangekleed met Riens Spotify-playlist, met daarop bijvoorbeeld Coldplay’s The Scientist: ‘Nobody said it was easy’. Rien probeert de grappen en spreekkoren over homo’s te negeren. ‘Als ik uit de kast moet komen, dan maak ik er een eind aan’, noteert hij voor zichzelf. ‘Deze gedachte is natuurlijk heel erg fout. Maar het gaf mij rust.’

Bij FC Twente hebben z’n voetbalvrinden na zijn dood een spandoek opgehangen: YNWA Rien. De spelers gaan ermee op de foto. You’ll Never Walk Alone.

Death Of The Pastor’s Wife

Netflix

Als bevallig koormeisje valt de tiener Mica Francis predikant John-Paul ‘JP’ Miller vrijwel direct op. De voorganger van de Solid Rock Church, vijftien jaar ouder, is dan nog getrouwd. De afloop van hun affaire, die zal uitlopen op een getroebleerd huwelijk, is bij aanvang van Death Of The Pastor’s Wife (134 min.) al bekend: met de dan dertigjarige predikantsvrouw Mica Miller loopt het niet goed af. De vraag is alleen: heeft zij in het voorjaar van 2024 zelf haar leven beëindigd? Op de sociale media weten ze het antwoord wel.

‘Als jullie je mannen niet seksueel bevredigen’, heeft JP het vrouwelijke deel van zijn kerkgemeenschap dan al voorgehouden, ‘schotelt Satan hem de rest van de dag twintig andere mogelijkheden voor.’ Intussen schrijft Mica de volgende zinnen in haar dagboek. ‘Ik heb met John-Paul te doen, want hij verdient beter. Hij verdient een bevlogen, levendige echtgenote die van hem en God houdt, getalenteerd is en hem altijd het meeste aanmoedigt.’ Ze kan JP’s libido nauwelijks bijbenen.

Met familie, vrienden en andere (oud-)leden van Solid Rock Ministries reconstrueren Julia Willoughby Nason en Michael Gasparro in deze driedelige serie hoe Mica steeds meer in de verdrukking raakt tijdens haar huwelijk met John-Paul, die als echtgenoot en predikant aanzienlijke macht over haar heeft. Intussen ontwikkelt ze ernstige mentale problemen. JP komt daarbij niet aan het woord. Hij fungeert simpelweg als ‘bad guy’ in de tragedie die zich ontwikkelt rond zijn vrouw.

Dat is een tamelijk eendimensionaal verhaal, uitgeserveerd met soms bijna onwerkelijke kerkbeelden, overvloedig social mediamateriaal en – met behulp van AI ingesproken – dagboekfragmenten: over ‘een man van God’ die zijn lusten botviert op zijn echtgenote (en andere vrouwen binnen zijn kerk) en, buiten haar, altijd nog Satan heeft om de schuld te geven. Een kundig gemaakt true crime(?)-verhaal – ‘murder by suicide’ misschien? – dat helemaal ‘viral’ gaat.

Freefall: A Reckoning For Boeing

Netflix

’Ik wilde even je mening vragen’, spreekt een undercoverjournalist in de Dreamliner-fabriek van Boeing in South Carolina een medewerker van de vliegtuigfabrikant aan. ‘M’n schoonouders vliegen met zo’n toestel. Zijn ze veilig, denk je?’ Het geanonimiseerde personeelslid draalt even en probeert zich er dan met een grapje vanaf te maken. ‘Het zijn je schoonouders maar.’ De vragensteller vraagt echter door. ‘Zou jij erin vliegen?’ Daarop heeft de Boeing-medewerker een helder antwoord: ‘nee.’ En hij is zeker niet de enige in de fabriek in Charleston.

‘Moet er dan eerst een vliegtuig neerstorten voordat ze zeggen: we hadden moeten luisteren?’ vraagt John Barnett, van 1985 tot 2017 kwaliteitsmanager bij Boeing en de hoofdpersoon van Freefall: A Reckoning For Boeing (96 min.), zich ten einde raad af. Al zijn signalen over misstanden en mankementen zijn steeds aan dovemansoren gericht geweest. Sinds er een nieuwe wind waait bij de Amerikaanse vliegtuigfabrikant staat winstmaximalisatie voorop. Documentairemaker Rory Kennedy tekende de gevolgen daarvan eerder al op in Downfall: The Case Against Boeing (2022). In deze opvolger zoomt ze verder in op de aanhoudende problemen bij het luchtvaartbedrijf.

Het antwoord op Barnetts vraag komt op 10 maart 2019. Een vliegtuig van Ethiopian Airlines stort neer. Alle 157 passagiers en bemanningsleden komen om. Onder hen is Mick Ryan, een medewerker van de Verenigde Naties. Zijn weduwe Naoise Connolly Ryan laat het er niet bij zitten. Al snel blijkt het niet de eerste crash met een hagelnieuw Boeing-toestel. Vijf maanden eerder is een ander 737 MAX-vliegtuig zomaar uit de lucht gevallen in Indonesië. Boeings CEO Dennis Muilenberg, verantwoordelijk voor die crashes, krijgt bij zijn afscheid desondanks tweehonderd miljoen dollar mee. En het luchtvaartbedrijf zelf gaat onverstoorbaar verder en lijkt met de schrik vrij te komen.

Dan hebben ze echter buiten Ryan en klokkenluiders zoals Barnett gerekend. Kennedy geeft hen in deze woede opwekkende documentaire alle gelegenheid om hun zaak tegen Boeing goed in de verf te zetten. Zo tekent zich een ontluisterend beeld af van een bedrijf dat z’n oren volledig laat hangen naar de aandeelhouders en intussen speelt met de levens van vliegtuigcrews en reizigers. En elke medewerker die daarover zijn zorgen uitspreekt, eerst intern en daarna in het openbaar, wordt het leven onmogelijk gemaakt en zo snel mogelijk buiten gewerkt. Met John Barnett, de man die zijn leven heeft verbonden aan Boeing, als tragisch voorbeeld.

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.

F*ck Drugs

Tangerine Tree / BNNVARA

Nadat hij in Samen Vreemdgaan? (2024) enkele leden van de swingersgemeenschap heeft geportretteerd, volgt Jesse Bleekemolen in F*ck Drugs (60 min.) nu drie Nederlandse queers die zich regelmatig overgeven aan ‘chemsex’: (groep)seks onder invloed van drugs.

Het procedé is eigenlijk vergelijkbaar met zijn eerdere film: hij portretteert enkele hoofdpersonen in hun thuisomgeving, nodigt hen dan uit om openlijk te spreken over hun (seks)leven en volgt hen daarna naar de plekken waar zij zich volledig kunnen overgeven aan hun lustgevoelens. Zo maakt hij een subcultuur toegankelijk, die doorgaans alleen binnen de eigen ‘safe space’ z’n ware gezicht toont. Een broeierige wereld die door Bleekemolen bovendien is vervat in enkele gestileerde erotische sequenties.

Anthony (35) heeft één keer per week seks, vertelt hij lachend in de openingsscène van de film: ‘Het hele weekend!’ In de voorbije tien jaar heeft hij volgens eigen zeggen zo’n 376 feesten bezocht. Davo (22) gaat nu ongeveer tweeëneenhalf jaar naar chemsex-feesten. Hij kan er zijn wildste fantasieën uitleven en heeft volgens eigen zeggen verder geen behoefte aan een romantische relatie. Voor Erik (61) komen de feesten tegemoet aan zijn avontuurlijke inborst en zijn behoefte aan autonomie.

Met een shotje GHB, ketamine en/of een lijntje (of spuit) 3-MMC verdwijnen alle belemmeringen en kunnen ze helemaal los. Vanachter de extase komt echter ook een andere wereld tevoorschijn: van soms haperende zelfacceptatie, onbegrip vanuit de directe omgeving, heteronormativiteit en angst voor echte intimiteit. ‘In mij zit een afschuwelijke ijsvlakte die maar niet ontdooit en die ik zelf dus ook in stand houd’, constateert Erik, die ook thuis 3-MMC is gaan injecteren. Hij zorgt er zo voor dat ook Bleekemolen, achter de camera, even heel kwetsbaar wordt.

Net als eerder Samen Vreemdgaan? wordt F*ck Drugs daarmee een film over de mens achter de seks. Kwetsbaar en behoeftig, op zoek naar lust en bevestiging. Zoals we dat waarschijnlijk allemaal zijn, ieder op z’n eigen manier.

Mysteriepakken

A5 Film / DR Sales

Al 22 jaar wordt er met kerst een pakketje bezorgd bij het oudere echtpaar Arne en Inge Sandnes in Valldal, in het uiterste noorden van Noorwegen. Er zitten geschenken in voor de gehele familie. Met een handgeschreven briefje erbij: prettig kersfeest vanuit Arendal. Wie de gulle gever is, is na al die jaren nog altijd niet duidelijk. Veel meer dan dat hij of zij de pakketjes op de post doet in Arendal, helemaal in het zuiden van Noorwegen, weet de familie niet.

Dat is dus een mooie opdracht voor de kleinkinderen Edle (9) en Brage (6). Als rechtgeaarde kinderdetectives gaan zij direct enthousiast aan het werk. Ze overleggen voortdurend met elkaar via walkie talkies, ondervragen ‘verdachten’ in de familie en vriendenkring en proberen verder bewijsmateriaal, zoals vingerafdrukken op het Mysteriepakken (internationale titel: The Mystery Package, 75 min.), veilig te stellen. Deze kerst moet het raadsel echt worden opgelost!

En hun moeder Silje Evensmo Jacobsen, die enkele jaren geleden met A New Kind Of Wilderness (2024) een fraaie en ingetogen documentaire over verlies en rouw maakte, sluit aan bij de doldwaze queeste van Edle en Brage en legt hun speelse onderzoek met zichtbaar plezier vast. Daarbij helpt ze de kinderen – en de waarheid – zo nu en dan ook wel eens een handje, in deze Linus-achtige documentaire die aanvoelt als een hartveroverende jeugdfilm.

Die pakketjes begonnen overigens te komen na een tragische gebeurtenis in de familie: de zelfdoding van hun oom Hans Petter, de oudere broer van vader Magnus. Zit daar misschien een aanknopingspunt voor de nijvere speurders? Alle familieleden, inclusief de aanhang, laten zich in elk geval graag voor hun karretje spannen in deze verrukkelijke combinatie van whodunnit en familiedocu, die op een luchtige manier een zwaar thema toegankelijk maakt.

Een ideale film, kortom, voor de winterse dagen. Een kerstdocu, zogezegd.

What Will I Become?

Deep Dive Films / Taskovski Films

De cijfers liggen er niet om: iets meer dan vijftig procent van de Amerikaanse jongeren die in transitie gaan van meisje naar jongen proberen volgens onderzoek op enig moment een einde aan hun leven te maken. Lexie Bean en Logan Rozos overleefden zelf ooit zo’n poging tot zelfdoding en exploreren de achterliggende problematiek nu in de documentaire What Will I Become? (88 min.).

Daarvoor verdiepen ze zich in twee transmannen die hun leven wél beëindigden. Van Blake Brockington (1996-2015) is een interview uit 2013 bewaard gebleven. Daarin vertelt hij uitgebreid over zijn achtergrond en leven. Een jaar later zal Blake als eerste transpersoon worden gekozen tot Homecoming King op zijn middelbare school in North Carolina. Die uitverkiezing zorgt natuurlijk ook voor heel veel negatieve reacties. Zeker online krijgt de Afro-Amerikaanse tiener, die vervolgens muziekeducatie gaat studeren aan de universiteit van Charlotte, ’t zwaar te verduren.

In San Diego, Californië, spreken Bean en Rozos met de ouders van Kyler Prescott (2000-2015), een tiener die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, last heeft van depressies en worstelt met genderdysforie. ‘Ik wist eerst niet of dat een idee was wat in Kylers hoofd was beland of dat het echt van binnenuit kwam’, vertelt zijn vader Carl. ‘Uiteindelijk ontdekten we echter dat het echt in hem zat en authentiek was. Vanaf dat moment stonden we honderd procent achter hem.’ Bij therapeuten en zorgmedewerkers vindt Kyler echter niet altijd zulke erkenning.

Dat blijkt een constante in de verhalen die de twee filmmakers tijdens hun reconstructie van de levens van Blake en Kyler bij familie, vrienden, lotgenoten en vertegenwoordigers van de LHBTIQ+-gemeenschap ophalen: het onbegrip en de vijandigheid waarmee zij in de buitenwereld worden geconfronteerd, kunnen een sowieso al héél ingewikkeld proces ernstig compliceren. Ze voelen zich lang niet altijd gesteund door de professionals waarbij ze hulp zoeken. Die komen overigens niet aan het woord in deze documentaire. Zij hadden vast inzicht kunnen geven in hun motieven.

Bean en Rozos maken van hun film liever een ‘safe space’ voor de LHBTIQ+-gemeenschap. Ze verbeelden het gevoelsleven van hun hoofdpersonen met fraaie animaties, laten een gedicht van Kyler vertolken door queerartiesten en vragen vrienden en transmuzikanten om Blake’s favoriete nummer You Are My Sunshine uit te voeren. Verder spreken ze met een kunstenaar die speciale ‘gender expansive life wearable art’ maakt, besteden ze aandacht aan de telefonische hulpdienst Trans Lifeline en sluiten ze aan bij een wandelclub voor oudere transmannen.

Dat laatste voorbeeld is duidelijk ook bedoeld als hart onder de riem: een transitie kan wel degelijk leiden tot een bevredigend leven als volwassene. Die boodschap helpt wellicht bij het lastige pad dat veel transjongens nog moeten bewandelen. Het blijft desondanks een schrale troost voor de directe omgeving van tieners die de weg uit het leven hebben gekozen. Hoeveel respect ze wellicht ook hebben voor hun keuze, die zorgt bij familie en vrienden onvermijdelijk voor schuldgevoelens. Hebben ze hun kind, vriend of familielid wel voldoende ondersteund?

Zo heeft het huwelijk van Kylers ouders Carl en Katharine hun rouwproces bijvoorbeeld niet overleefd. Wellicht geeft het kleine monumentje dat in What Will I Become? wordt opgericht voor hun kind en z’n lotgenoot Blake – en het pleidooi dat daarvan uitgaat om de vraag en zorgen van transjongeren vooral serieus te nemen – hen een héél klein beetje gemoedsrust.

In Waves And War

Netflix

Voor de camera hebben drie stoere mannen – nee: de stoerste mannen, want: Navy SEALs – plaatsgenomen. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2011 zijn ze naar Afghanistan gestuurd, om de verantwoordelijken op te sporen en voor eens en altijd orde op zaken te stellen. Ze komen stuk voor stuk kapot terug. Hun lichaam heeft de onophoudelijke stroom militaire missies, met talloze dodelijke slachtoffers, min of meer ongeschonden doorstaan, maar hun geest begint serieuze mankementen te vertonen.

Hun levens worden ontregeld door hyper-waakzaamheid, survivor’s guilt, angst, woedeaanvallen, nachtmerries, déjà vu-gevoelens en depressies. Kortweg: PTSS. Ze keren zich af van de wereld, verliezen zichzelf in drank of drugs en beginnen te denken aan zelfmoord. ‘Sinds 9/11 zijn er 7100 dodelijke slachtoffers gevallen bij gevechten’, legt admiraal Brian Losey uit in In Waves And War (108 min.). ‘In diezelfde periode hebben zo’n 30.000 veteranen zelfmoord gepleegd. Dat zijn er ongeveer 22 per dag.’

‘I could have done more’, schrijft Navy SEAL Marcus Capone, in de brief waarmee hij in 2013 zijn medisch pensioen aanvraagt. De voormalige footballer is ten einde raad. Als zijn vrouw Amber hem op een ochtend aantreft met een lege fles whisky en een doorgeladen geweer, besluit ze om zelf actie te ondernemen. Zij stuit op een alternatieve therapie met psychedelica in Mexico. ‘En dit moet onze geharde krijgers redden?’ lacht haar echtgenoot cynisch, voordat ie zich toch laat overhalen. Hij heeft ook geen keus.

Behalve Capone volgen de documentairemakers Jon Shenk en Bonni Cohen nog twee andere SEAL-veteranen. D.J. Shipley is zichzelf en zijn relatie dan al enige tijd ten gronde aan het richten. ‘Terminale kanker zou een zegen zijn geweest’, zegt hij nu. Z’n vrouw Patsy dwingt hem om een behandeling te ondergaan bij de Ambio Psychedelic Clinic in Baja California. ‘Als je van me houdt, ga je’, herinnert hij zich haar woorden. ‘Dat is raar om te zeggen: als je van je vrouw houdt, ga je in Mexico psychedelische drugs gebruiken.’

Matty Roberts tenslotte, op het eerste gezicht ook al zo’n roestvrijstalen elitesoldaat, loopt al een tijd met een serieus oorlogstrauma rond. Hij zit volledig opgesloten in zijn hoofd en functioneert alleen nog tussen de broeders van zijn clan. Op een gegeven moment kan hij thuis helemaal geen rust meer vinden. Eenmaal terug op de basis slaapt hij echter weer ‘als een baby’. Ook hij ziet in eerste instantie echter helemaal niets in een behandeling die toch vooral associaties oproept met trippende bloemenkinderen.

In de eerste helft van deze documentaire nemen Shenk en Cohen de tijd om, samen met hun hoofdpersonen en met behulp van trainingsfilms en de foto’s en video’s die zij zelf maakten tijdens hun uitzending, hun periode in actieve dienst te schetsen. Daarna wagen die in Mexico, en gadegeslagen door onderzoekers van de Stanford University, de sprong in de diepte van hun eigen geest, een ervaring die de filmmakers proberen op te roepen met animaties, die het geheel een aantrekkelijk Hollywood-randje geven.

In eerste instantie lijkt In Waves And War triptherapie, onlangs ook al belicht in de Nederlandse documentaire Psychedelisch Pionieren, dan ook als een soort wondermiddel te presenteren. Een duizenddingendoekje voor al uw psychisch leed. Gaandeweg komt de nuance: hoe heilzaam een trip naar binnen ook kan zijn, daarmee is het leed nog niet automatisch geleden of elk pijnpunt ook weggewerkt. De ervaringen van deze stoere mannen doen vermoeden dat er nog een wereld te ontsluiten is – en te winnen.

Voor de camera – en daarmee ook voor zichzelf en hun directe omgeving – stellen ze zich in elk geval opmerkelijk kwetsbaar op en lijken ze ook daadwerkelijk vooruitgang te boeken. Terug naar het gewone leven, naar zichzelf.

Als De Zee

Interakt / EO

Een jaar eerder ging de 25-jarige Kim Smits naar de zee om erin te verdrinken. In de immersieve korte documentaire Als De Zee (25 min.) van Sophie van Bree keert ze terug naar het water, voor een surftherapie met andere jongeren met psychische problemen.

Tussendoor was er een crisisopname, waarvan Kim nu nog moet loskomen. Ze zoekt dwangmatig naar houvast. Grip op haar bestaan, op zichzelf. Haar handen tasten voortdurend haar directe omgeving af. Een kastdeurtje, een kassabon, een fles water. Op zoek naar zekerheid, de controle die nooit helemaal komt.

Kim kan zich geen leven voorstellen zonder een monstertje in haar hoofd. Er mag op zich best iemand in haar hoofd wonen, denkt ze hardop, zolang die lieve dingen tegen haar zegt. Intussen blijft de camera heel dicht bij de jonge vrouw in de buurt en vangt haar permanente onrust en de pogingen om die te bezweren.

Ze moet vertrouwen krijgen in zichzelf, zegt Kims begeleider. Dat voelt alleen alsof ze aan haar lot wordt overgelaten. In de zee, zo laten Van Bree en haar cameraman Rogier Timmermans treffend zien, wordt Kim gedwongen om zich over te geven. De golven beuken soms tegen haar aan, maar voeren haar evengoed mee.

Subtiel toont Als De Zee, ingekaderd met telefoongesprekken van Kim met haar ouders, hoe de kwetsbare jonge vrouw stukje bij beetje iets van haar zelfvertrouwen hervindt. Tegelijkertijd is zij ook bang dat het goed zal gaan. Want dan verliest ze haar rol als patiënt. ‘Wat blijft er dan over?’

Milou’s Strijd Gaat Door

familiefoto / NTR

‘Ik ben Milou’, zegt de hoofdpersoon bij de start van deze indringende film. ‘Je hoort mijn stem, maar ik leef niet meer. Omdat ik het belangrijk vind dat mijn verhaal verteld wordt, is mijn stem met kunstmatige intelligentie nagemaakt. Daarvoor zijn oude geluidsopnamen van mij gebruikt.’

Alles wat ze nu met de kijker deelt heeft Milou overigens ooit zelf gezegd of geschreven, vertelt haar AI-alter ego. De bijbehorende foto’s komen uit het familiealbum. En de tekeningen en social media-filmpjes heeft ze, in de jaren voordat in 2023 euthanasie aan haar werd verleend, zelf gemaakt. ‘Alleen deze introductie niet’, voegt ‘Milou’ daar nog aan toe. ‘Die is geschreven door Bart, de regisseur.’

En die neemt de vertelling vervolgens meteen bij de hand met zijn eigen voice-over: ‘Maar hoe kan het dat Milou, een meisje van zeventien, zodanig psychisch lijdt dat ze euthanasie krijgt?’ Waarna de titel van deze documentaire in beeld verschijnt, Milou’s Strijd Gaat Door (103 min.), en de zoektocht naar het antwoord op die vraag kan beginnen. Als er al een eenduidig antwoord bestaat…

Milou was het nichtje van producent Rob Hüsken, de beste vriend van documentairemaker Bart Hölscher. Samen hebben zij nu, tegemoet komend aan de laatste wens van Milou, een film gemaakt, waarin de lijdensweg van de tiener uit Bavel nog eens pijnlijk gedetailleerd wordt gereconstrueerd met Milou’s ouders Mireille en Louis, haar vriendinnen Lisa en Nyssa en enkele behandelaars.

Daarmee wordt in de eerste helft van deze documentaire het fundament gelegd voor het tweede deel van de film, waarin de openbare discussie aan de orde komt die na Milou’s zelfverkozen ‘humane dood’ losbarstte. Is het wel gewenst dat minderjarigen die ogenschijnlijk ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden in aanmerking komen voor euthanasie? De meningen van behandelaars lopen daarover uiteen.

Kinder- en jeugdpsychiater Menno Oosterhoff, die Milou’s wens om humaan te kunnen sterven honoreerde, noemt dat besluit ‘één van de moeilijkste beslissingen’ uit zijn leven. Naderhand voelde hij zich bovendien gecriminaliseerd door collega’s, en in hun kielzog ook politici, die de zorgvuldigheid daarvan in twijfel trokken. En hij maakte zich kwaad over de ‘parent blaming’ die er ook uit sprak.

Hölscher neemt de tijd om deze pijnlijke discussie, waarbij Oosterhoffs opponenten alleen via archiefbeelden aan bod komen, te behandelen. Het persoonlijke verhaal van Milou dreigt dan wat op de achtergrond te raken – al maakt hulpverlener Halil nog wel een speciale Blue Tree voor haar en bezoeken Milou’s ouders samen met lotgenoten het beeld Stille Strijd, dat aandacht vraagt voor psychisch lijden bij jongeren.

Op zulke kwetsbare momenten wordt nog eens duidelijk dat het leed dat zij met hun kind moeten dragen eigenlijk te groot is om onderdeel te worden gemaakt van een maatschappelijk debat – hoe legitiem dat verder ook is. Voor de ouders van Milou telt uiteindelijk slechts één ding: dat hun kind niet langer hoeft te lijden en niet aan haar lot wordt overgelaten terwijl ze aanstuurt op een waardig einde.

Zie je,

Staccato Films / VPRO

Via het archiveren van haar kunstwerken, dagboeken en foto’s probeert de filmmaakster Kiki Ho haar oudere zus Siu vast te houden. Samen met hond Zula heeft ze zich verschanst in een klein huisje in de Schotse heuvels, om daar in totale afzondering de confrontatie aan te gaan met het verlies van haar zus, een getalenteerde kunstenares die met haar mentale gezondheid worstelde en die plotseling, net voordat ze zou afstuderen aan de Kunstacademie in Den Haag, uit het leven stapte.

Zie Je, (73 min.) is de indringende weerslag van een zeer persoonlijk proces, dat zowel de jonge maakster als haar ouders, met wie ze pijnlijk persoonlijke gesprekken heeft, doormaken na haar overlijden. Siu’s werk fungeert daarbij als spiegel van haar ziel: erin kijken betekent betoverd raken door haar talent en tegelijk bevangen worden door de angsten en bedreigingen die zij op haar pad vond. Toen Siu’s werk ooit werd geclassificeerd als ‘outsider art’, vroeg ze, enigszins beduusd: ‘Ben ik dan een outsider?’

We don’t see things as they are, citeert haar zus nu de schrijfster Anaïs Nin. We see them as we are. Het is één van de quotes waarmee ze deze zoektocht naar haar zus richting geeft en meteen het beeld over psychische problematiek probeert te kantelen. Dat deed Siu zelf ook. Haar psychose noemde ze ‘een buitenaardse ervaring’. En tijdens haar opname in een psychiatrische instelling, schreef ze: ‘Mijn hoofd overstroomt, ik word gek van de gedachte dat ik gek ben, wat ironisch is, omdat ik een gekkenhuis leef.’

De tekst wordt door Kiki geprojecteerd op foto’s die Siu tijdens haar opname maakte in de kliniek waar ze verbleef, analoge beelden van een wereld waarin eigenlijk geen mens kan aarden. Het is voor de filmmaakster een enorme verantwoordelijkheid om die ongrijpbare zus, via wat zij heeft nagelaten, te bewaren en onder de aandacht te brengen – en niet alleen omdat het persoonlijke verhaal erachter zo tragisch is. Kiki wil Siu niet stigmatiseren, reduceren tot patiënt. Haar kunst moet voor zichzelf kunnen spreken.

Behoedzaam ontsluit ze in deze delicate film de binnenwereld van haar zus, het gevecht dat Siu heeft moeten leveren met zichzelf en de hulpverlening en de sporen van schuld en verdriet die haar dood door de levens van de rest van het gezin heeft getrokken. Intiem, kwetsbaar en – niet in het minst door de dwingende muziek van Andre Heuvelman en Frans de Rond – bijzonder geladen. Op weg naar verzoening. Met die ongrijpbare zus, haar lot en hoe het leven ondanks alles toch doorgaat.

Ook, als je er gewillig naar kijkt, voor Siu – al is ‘t dan via haar nalatenschap. Zo opent ze zich alsnog voor de wereld, haar dierbaren in het bijzonder.

Beauty And The Bester

Netflix

Waarom eist een bekende Zuid-Afrikaanse arts en influencer het lichaam van de beruchte ‘Facebook-verkrachter’ op, nadat die op 3 mei 2022 een einde aan zijn leven heeft gemaakt in de Mangaung-gevangenis in Bloemfontein? De beeldschone dermatologe Nandipha Magudumana, oprichter van de bekende kliniek Optimum Medical Aesthetics, beweert dat ze de echtgenote is van Thabo Bester. En als dat nog niet verdacht genoeg is: het begint er al snel ook op te lijken dat de gevaarlijke crimineel zichzelf helemaal niet in brand heeft gestoken in zijn cel.

Terwijl het onderzoek naar de mysterieuze zelfmoord op gang komt, schakelt regisseur Anthony Molyneaux in de driedelige true crime-serie Beauty And The Bester (134 min.) regelmatig terug in de tijd: naar hoe een jonge en ambitieuze vrouw in contact komt met – en onder de invloed van? – een man die naar verluidt iedereen om z’n vingers kan winden. Hij zou ook regelmatig fotomodellen hebben benaderd voor een gefingeerd modellenbureau. Met hen is het lang niet altijd goed afgelopen. Want TK Nkwana, één van Besters vele valse namen, deinst nergens voor terug: beroving, verkrachting en zelfs moord. En dat heeft hem een fikse gevangenisstraf opgeleverd: levenslang, plus 25 jaar.

Met een heel arsenaal aan direct betrokkenen, waaronder de ouders en broer van dokter Nandipha en Thabo Besters moeder Meisie Mabaso, loopt Molyneaux de hele zaak rond het verdachte sterfgeval nog eens grondig door, waarbij hij ook de beschikking heeft over een oud gevangenisinterview met de ‘psychopaat’ Bester en onthullende persoonlijke audioberichtjes van hem aan zijn geliefde Nandipha. Het blijft desondanks moeilijk om echt in de ziel te kijken van het ondoorgrondelijke duo, dat al snel wordt uitgeroepen tot de Zuid-Afrikaanse Bonnie & Clyde. Daarvoor ontbreken er toch nog te veel stukjes van de puzzel over de affaire, die in Zuid-Afrika uitliep op een enorme mediahype.

Deze scandaleuze variant op The Beauty And The Beast slaagt vooral als vaardig opgezet en uitgevoerd misdaadverhaal, dat het aloude adagium ‘good women love bad men’ nog maar eens uitpluist.

Slachtofferhulp

BNNVARA

‘Weet je wat slachtoffers helpt?’ staat er op een wand in het kantoor van Slachtofferhulp Nederland. ‘Oordeel uit, aandacht aan.’ Die houding wordt in de praktijk gebracht door veertig speciaal daarvoor opgeleide casemanagers. Zij ondersteunen slachtoffers en nabestaanden van een ongeval of misdrijf.

In de vierdelige serie Slachtofferhulp (187 min.) brengt Elena Lindemans dit delicate, belangrijke en soms onmenselijk zware werk in beeld via zes casemanagers en de mensen die zij begeleiden. In situaties waarin de emoties zeer hoog oplopen en hun cliënten soms helemaal de weg kwijt dreigen te raken, proberen zij orde in de chaos te scheppen. Ze kunnen het verschil maken, is de stellige overtuiging van Gré’, één van deze professionele hulpverleners. Maar niet in elke situatie.

Hoe begeleid je bijvoorbeeld een gezin, waarvan de 24-jarige zoon zomaar in hun eigen huis is doodgestoken? Als blijkt dat zijn dode lichaam niet goed is geprepareerd? Als de voorlopige hechtenis van één van de twee vermoedelijke daders vanwege ziekte tijdelijk wordt onderbroken en hij de benen neemt? Of als de advocaat van de verdachten tijdens de rechtszaak de kosten van het schoonmaken van de woning, het wegschilderen van het bloed van hun eigen kind, in twijfel trekt.

Al die tijd staat Sandra aan de zijde van de familie Struijs – al is het ook haar soms zwaar te moede. Zulk werk kun je alleen doen als je zelf in balans bent, laat Lindemans, die eerder de series In de TBS en Een Goede Dood maakte, met een mix van observerende scènes en interviews met de casemanagers zien. Anders wordt de last, ook voor een beroepskracht, te zwaar om te dragen en lukt het niet om cliënten langs onderzoekdossiers, fotoschouwen en slachtofferverklaringen te loodsen.

Als cliënt Claudia in de rechtszaal bijvoorbeeld moet aanhoren hoe haar ex opnieuw de verantwoordelijkheid voor de dood van hun zoontje Livio, slechts 55 dagen oud, probeert af te schuiven en diens advocate later zowaar haar onder vuur begint te nemen, dreigen de stoppen door te slaan bij de Brabantse vrouw. Woedend beent ze naar buiten. En Chantal van Slachtofferhulp probeert haar buiten beeld, mooi gevangen met behulp van een zendermicrofoontje, weer tot bedaren te brengen.

Als hulpverleners mogen zij zich niet laten meeslepen door emoties, stelt haar collega Femke, die zelf twee zeer delicate familiekwesties begeleidt. Ze moeten het proces bewaken. Haar collega Peter staat bijvoorbeeld een ouderpaar bij, dat serieuze twijfels heeft bij de zelfdoding van hun dochter. Heeft de politie haar toxische relatie wel goed onderzocht? Hij verbaast zich daarbij over de veerkracht van mensen, maar weet ook: zolang je niet weet waar je mee verder moet, kun je niet verder.

Via de wisselwerking tussen de casemanagers en hun cliënten, het appcontact dat zij daarover hebben en enkele persoonlijke scènes, waarin de mens achter de hulpverlener even is te zien, toont Elena Lindemans alle facetten van Slachtofferhulp. Het is werk dat ertoe doet, met cliënten die veel vragen – en soms ook keihard eisen. Veel langer dan zeven jaar moet je het eigenlijk niet doen, maar sommige medewerkers kunnen en willen langer door. Omdat hun werk er écht toe doet.

‘Jij hebt echt honderd procent naast mij gestaan’, slaat één van de cliënten de spijker op z’n kop tegen haar begeleider. ‘En dat maakte – want je vertrouwt op dat moment niemand meer – dat ik toch dacht: kijk, er zijn nog wel goede mensen.’

Moeders Springen Niet Van Flats

VARA

Elena Lindemans maakt het in de openingsscène van deze zeer persoonlijke film meteen heel concreet. Tastbaar. Misschien ook wel voor zichzelf, om er enigszins vat op te kunnen krijgen. Feitelijkheden. De drie Muntflats in Heerenveen. Vijftien verdiepingen hoog. Maandag 25 februari 2002. 16.02 uur, om precies te zijn. Toen en daar eindigde het leven van haar moeder. ‘Ik wist wat ze ging doen en ik heb haar niet tegengehouden.’

Lindemans is nooit terug naar die plek geweest. Ze durfde er vanaf de snelweg zelfs niet naar te kijken. Voor Moeders Springen Niet Van Flats (56 min.) uit 2014 besluit ze om er tóch naartoe te gaan. ‘Ik heb vragen aan iedereen die met de dood van mijn moeder te maken kreeg en ik ben niet meer bang voor de antwoorden.’ Bestemming bereikt, meldt haar navigatiesysteem even later, als ze ter plaatse arriveert. Bestemming bereikt.

En dan wacht de confrontatie met die drie imposante flatgebouwen en het lot van de vrouw die al zo lang leed. Ondraaglijk en uitzichtloos, vindt Lindemans. Ze gaat erover in gesprek met haar zus Birgitta en Ed Gloudemans, de vriend van haar moeder. Samen waren ze er getuige van hoe zij al een tijd zocht naar een zachte dood. En toen euthanasie haar niet bleek gegeven – wérd gegeven – zocht ze een andere uitweg.

Elena gaat tevens op bezoek bij flatbewoners die haar moeder op die laatste dagen zagen komen – niet voor het eerst overigens – en zagen springen. Een onderbuurman maakte naderhand hoogstpersoonlijk schoon. Ook zij werden getekend door die fatale val – bepaald niet de enige in de voorgaande jaren. Een vrouw herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe ze slechts ternauwernood één van deze desolate mensen kon ontwijken.

En dan zijn er nog de behandelaars, waarmee Elena Lindemans tijdens deze aangrijpende zoektocht in gesprek wil. Zij zagen behandelperspectief bij haar moeder – of durfden ’t simpelweg niet aan. Geen schande, wel uitermate pijnlijk voor alle direct betrokkenen, die ene volstrekt wanhopige vrouw in het bijzonder. Scherp, maar respectvol bevraagt haar dochter hen nu over hun keuzes en beroepsopvatting.

Moeders Springen Niet Van Flats wordt zo een indringend pleidooi voor een humane dood voor mensen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden, een thema dat Elena Lindemans tien jaar later met de docuserie Een Goede Dood (2024) nog eens verder zou exploreren. Want het einde dat haar moeder uiteindelijk moest kiezen, gun je geen mens.

Steve Stevaert, De Schaduw Van De Macht

VRT

Tien jaar na zijn tragische dood probeert de vierdelige serie Steve Stevaert: De Schaduw Van De Macht (155 min.) vat te krijgen op de cafébaas uit Hasselt die in de jaren negentig stormachtig carrière maakte in de Belgische politiek. ‘Steve was de man op de fiets die iedereen bij naam noemde’, vertelt zijn vriend Ivo Konings. ‘Hij had zo’n truc. Dan zei ie: ah, ik ken u, hoe heet ge nu weer? En dan zei die man bijvoorbeeld ‘Karel’.  Dan zei hij: ja, Karel, dat wist ik, maar uw familienaam, die ben ik kwijt.’

En na Hasselt tuinde ook België er met open ogen in. Hij was ‘Steve Stunt’, de man die altijd weer een nieuwe troef uit zijn mouw kon schudden. Liefst gratis. Van openbaar vervoer tot elektriciteit. Later werd hij ‘Steve De Sloper’, de bestuurder die illegaal gebouwde huizen liet afbreken. Bij voorkeur van welgestelde landgenoten, want dat viel goed bij zijn linkse achterban. En na de ongelooflijke verkiezingswinst die hij met SP.A behaalde in 2003, schreef de Vlaamse krant De Morgen sans gêne ‘Steve is God’.

Toen begon zo ongeveer ook de ommekeer, betoogt deze productie van Luc Haekens. Steve Stevaert, de gewezen cafébaas, burgemeester van Hasselt, Vlaamse vicepremier, opper-Teletubbie van de Belgische socialisten, de politicus die alles wat hij aanraakte in goud zag veranderen, bleek ook maar een heel gewoon mens. Een heel feilbaar mens zelfs. Na de eerste haarscheurtjes in zijn imago kwamen de beschuldigingen van ernstig wangedrag, die zijn onaantastbare status van volksheld ernstig beschadigden.

Hij kon zich niet meer beroepen op wat politiek journalist Siegfried Bracke ‘het voordeel dat hij niet had gestudeerd’ beroepen. De ‘amateurmassapsycholoog’ Stevaert, die volgens oud-woordvoerder Jan de Zutter van SP.A zo goed aanvoelde hoe mensen werkelijk zijn, was ook z’n fingerspitzengefühl kwijtgeraakt en moest het voortaan doen zonder de erkenning en aandacht waaraan hij verslaafd was geraakt. Dat moest wel verkeerd aflopen. En dat deed ‘t ook, op 2 april 2015 in het Albertkanaal.

Dit postume portret begint bij dit tragische einde, spoelt daarna terug naar het begin als Steve in 1954 als Robert Stevaert wordt geboren in Rijkhoven en volgt daarna chronologisch zijn leven. Van een jongen die ‘t niet van studeren moet hebben, op de hotelschool beland en daarna een succesvolle horecaondernemer wordt tot een gevallen politicus, die is ingehaald door duistere krachten. Een gebroken man, die alles is kwijtgeraakt wat hij dacht te hebben en dan de dood boven het leven verkiest.

Met die keuze zet hij ook een rouwrand om de 61 jaar ervoor. Politieke kopstukken zoals Willy Claes, Louis Tobback, Johan Vande Lanotte en Bert Anciaux zorgen er in deze miniserie, waarvan ik nu drie delen heb gezien, echter voor dat in elk de geval de politicus Steve Stevaert weer kleur op de wangen krijgt. Naar de persoon daarachter, met volgens Ivo Konings ‘tristesse in zijn ogen’, blijft ‘t ondanks talloze anekdotes en typeringen nog altijd een beetje zoeken. Hij is ergens verdwenen geraakt in Steve Stunt, Steve De Sloper en Steve De Politieke God.

Trailer Steve Stevaert, De Schaduw Van De Macht

Roadrunner: A Film About Anthony Bourdain

Focus Features

‘Je komt er toch wel achter’, richt kunstenaar John Lurie zich rechtstreeks tot de kijker, als Roadrunner: A Film About Anthony Bourdain (119 min.), de documentaire over zijn vriend, pas enkele minuten onderweg is. ‘Dus ik zal het alvast verraden: er komt geen happy end. De eikel pleegde zelfmoord.’

Lurie wendt zich vervolgens tot de maker van die film, Morgan Neville. ‘Hoe ga je dit maken?’ wil hij weten. ‘Natuurlijk wil je praten over de roddels, maar dat is niet wat je wilt maken.’ Nee, antwoordt Neville. ‘Ik wil een film maken over waarom hij was zoals hij was.’ Lurie: ‘Daar heb ik ook geen antwoord op. Daarom zit ik zelf ook hier.’

Dat tragische einde, zo prominent neergezet bij de opening, hangt de hele film als een slagschaduw over het leven van Anthony Bourdain (1956-2018), dat een volstrekt nieuwe wending krijgt als hij, een kok van dik in de veertig bij het New Yorkse restaurant Les Halles, in 2000 een enorme bestseller schrijft: Kitchen Confessions.

In dat boek deelt hij zowel alle geheimen van de keuken als zijn eigen uitspattingen op het gebied van seks, drugs en rock & roll. Met een eigen reisprogramma bouwt Bourdain daarna al snel een vaste achterban op. Hij is een man die bereid lijkt om alles te eten, in Jan en alleman geïnteresseerd is en geweldig over zijn belevenissen kan vertellen.

Achter de schermen maakt hij ’t anderen – en zichzelf – bepaald niet gemakkelijk. Middelmatigheid beschouwt Bourdain bijvoorbeeld als een enorme zonde. ‘Geef deze nerds met eekhoornballen geen macht door ze hun zin te geven’, schrijft hij bijvoorbeeld in een boze bui aan een teamlid. ‘Ze zullen deze show doodknabbelen als hongerige eenden.’

Met Bourdains broer Chris, tweede vrouw Ottavia Busia, vriend Josh Homme (voorman van de rockband Queens Of The Stone Age), de sterkoks Eric Ripert en David Chang en verschillende leden van zijn vaste tv-team probeert Morgan Neville vat te krijgen op deze gecompliceerde persoonlijkheid, die gedurig in de knoop zit met zichzelf.

Als Bourdain, nadat ook zijn tweede huwelijk is stukgelopen en hij Ottavia en hun dochter Ariane heeft achtergelaten, halsoverkop verliefd wordt op de Italiaanse actrice en filmmaakster Asia Argento, begint zijn verslavingsgevoelige persoonlijkheid, waardoor hij eerder verslingerd raakte aan heroïne en cocaïne, hem danig op te breken.

‘Ik heb mijn haar niet meer geknipt sinds hij is gestorven’, vertelt zijn vriend David Choe geëmotioneerd. ‘Ik mis hem gewoon.’ Anthony Bourdains zelfverkozen dood heeft niet alleen bij hem diepe sporen achtergelaten, toont de stemmige apotheose van deze zeer doeltreffende biografie over een man die zoveel meer was dan zijn einde.

Toen Roadrunner in 2021 werd uitgebracht, ontstond er nog wel een controverse nadat bleek dat Neville, met behulp van kunstmatige intelligentie, enkele stukken geschreven tekst van Bourdain had omgezet in voice-overs en die, zonder dat verder expliciet te melden, tussen reguliere ingesproken teksten van zijn hoofdpersoon had geplaatst.

Streetwise

Tiny / c: Mary Ellen Mark / Martin Bell

Wat zou er zijn geworden van de hoofdpersonen van Streetwise (92 min.)? begon ik me halverwege af te vragen. Ik – brave burgerman, van een flink eind in de vijftig, met een ongezonde voorliefde voor documentaires – ben van min of meer hetzelfde bouwjaar als zij. Begin jaren tachtig was voetbal al wat telde voor mij, had ik nog nooit met een meisje gezoend en probeerde ik te overleven op de.., ja, HAVO.

Zij hingen ondertussen als dakloze tiener rond in Seattle, alles in het werk stellend om de genadeloze ‘survival of the fittest’ in een Amerikaanse binnenstad daadwerkelijk te overleven. Met een grote mond en bravoure, maar veelal zonder enig vangnet. De film, die werd genomineerd voor een Oscar, was gebaseerd op het foto-essay Streets Of The Lost van Mary Ellen Mark. Dat werd in juli 1983 gepubliceerd in Life Magazine, met een tekst erbij van journalist Cheryl McCall. Marks echtgenoot, filmmaker Martin Bell, was ervan overtuigd dat er ook een documentaire in die kids aan de zelfkant zat en wist de andere twee daarvan ook te overtuigen.

Die ruwe en directe film maakt, ruim veertig jaar later, nog altijd indruk. De tieners hosselen, ruziën, jatten, knokken en verkopen hun lichaam. Ze eten uit vuilcontainers, laten zich tatoeëren en moeten worden behandeld voor een geslachtsziekte. Ze overnachten in een vervallen hotel, maken ruzie met hun ouders of zoeken hen op in de gevangenis. Ze zijn boos over het verleden, dealen met een weerbarstig heden en dromen over de toekomst. Ze sluiten vriendschap, steunen elkaar en vinden zo een soort thuis op straat. En ze raken op hun veertiende zwanger, worden gearresteerd door de politie en maken een einde aan hun leven.

Het doet nadenken over het menselijke bestaan – en hoe oneerlijk de kaarten soms zijn geschud. Als Tom Waits tijdens de aftiteling van Streetwise begint aan zijn tranentrekkende lied Take Care Of All My Children trekt mijn hele leven aan me voorbij – en dat van hen, de Amerikaanse tieners, kinderen nog, die het net zo goed verdienen om oud te worden, kinderen te krijgen en vrede te hebben met het leven dat hen ten deel is gevallen. Een snelle blik op de Wikipedia-pagina van de docu leert echter – en dat is natuurlijk niet heel verrassend – dat ’t voor veel personages in deze indringende filmklassieker toch echt anders is gelopen.

Bell, Mark en McCall waren halverwege de jaren tachtig overigens nog lang niet klaar met enkele hoofdpersonen van Streetwise. Over het veertienjarige meisje Erin ‘Tiny’ Blackwell, dat inwoont bij haar aan alcohol verslaafde moeder en op straat werkt als prostituee, maakten ze achtereenvolgens Tiny At 20 (1990), Erin (2010) en Tiny: The Life Of Erin Blackwell (2019). In 2021 verscheen bovendien Streetwise Rivisited: Rat, een korte docu over Tiny’s jeugdige maatje Rat.

This Is Sparklehorse

Sparklehorse

Mark Linkous (1962-2010) stond te boek als een ‘muzikantenmuzikant’, een zanger en songschrijver die wel een potje kon breken bij collega’s. Op de gastenlijst van This Is Sparklehorse (91 min.) prijken dan ook talloze andere prominenten uit de indie-hoek: David Lowery (Cracker), Ed Harcourt, Jonathan Donahue (Mercury Rev), Gemma Hayes, Adrian Utley (Portishead), Jason Lytle (Grandaddy) en John Parish.

Acts voor fijnproevers die, net als Linkous’ artistieke alter ego Sparklehorse, nooit stadions konden vullen, maar zich wel in het hart van menige muziekliefhebber hebben gewurmd. De bekendste naam in deze DIY-film van Alex Crowton en Bobby Dass is zonder twijfel David Lynch. ‘Trieste schoonheid’, noemt de befaamde filmmaker Linkous’ muziek. John Carter (Phantogram) omschrijft die dan weer als ‘gothic country-muziek’.

Sparklehorse-albums klinken als een slecht afgestelde draagbare radio: te midden van ruis en gekraak doemt er ineens een vlijmscherpe rocksong op of meldt zich bijna ongemerkt een gefluisterd melancholiek liedje. Die fluistervorm ontdekte Linkous volgens David Lowery per ongeluk. Als hij ‘s nachts in zijn thuisstudio nieuwe liedjes wilde opnemen, lag zijn echtgenote vaak al te slapen en moest hij zacht te werk gaan.

Zij ontbreekt in dit postume portret. Net als Brian Burton (Danger Mouse), met wie Linkous een compleet album maakte. Zijn broer Matt is wel van de partij. En er is een prominente rol voor singer-songwriter Angela Faye Martin, die deze docu opzette en tevens dienst doet als verteller. In die hoedanigheid richt ze zich af en toe rechtstreeks tot de protagonist. Martin verschijnt soms ook in beeld en claimt zo wel erg veel ruimte.

Hun protagonist blijft intussen een enigma. En dat was vast de bedoeling: een held die net zo ongrijpbaar blijft als zijn muziek. Duidelijk is wel dat Linkous al jong worstelde met het leven. Met allerlei roesmiddelen probeerde hij de depressies op afstand te houden. Daar was soms ook alle reden toe. Nadat hij in 1995 ging touren met zijn debuutalbum Viadixiesubmarinetransmissionplot, sloeg in Londen bijvoorbeeld het noodlot toe.

In een hotel viel hij – beneveld? onder invloed van pijnstillers? – in slaap, met zijn benen onder zich bekneld. Uiteindelijk volgde een hartaanval. Linkous kwam er ernstig beschadigd uit. Een tijd leek ’t alsof hij de rest van zijn leven veroordeeld zou zijn tot een rolstoel. ‘Bij de eerste gelegenheid waarop we alleen waren zei hij: je moet me doden’, herinnert David Lowery zich die donkere periode. ‘Ik kan niet leven met deze pijn.’

Later, toen Mark Linkous met de nodige hulpmiddelen weer kon staan en lopen, bleven de donkere episoden – ook omdat zijn muziek nauwelijks genoeg geld binnen bracht om van te kunnen leven. Toen zijn vriend en collega Vic Chesnutt, daadwerkelijk veroordeeld tot een rolstoel, in 2009 de dood boven het leven verkoos, belandde ook Linkous in een niet meer te stoppen neerwaartse spiraal. Binnen drie maanden was hij eveneens dood.

Deze film veegt een flink aantal brokstukken van Mark Linkous’ leven bij elkaar, van een man zonder beschermingslaag, die ver van waar ’t in de muziekbusiness gebeurt, New York en Los Angeles, waar hij zelf nooit kon floreren, zijn eigen stem vond. Ruw, zacht en breekbaar – en nauwelijks te vatten. Zoals de onnavolgbare slogan van die schoorsteenveger op het T-shirt dat hij soms droeg: we may not be good, but we sure are slow.

Avicii – I’m Tim

Netflix

Met Avicii: True Stories (2017) leek eerlijk gezegd het hele verhaal wel verteld. Een jaar na de release van deze achter de schermen-docu van Levan Tsikurshvili maakte de hoofdpersoon een einde aan zijn leven en kreeg die film het karakter van de reconstructie van een tragisch ongeluk: hoe een immens succesvolle deejay en producer al op 28-jarige leeftijd bezwijkt onder het gewicht van zijn eigen beroemdheid.

Zeven jaar na zijn dood is er niettemin Avicii – I’m Tim (97 min.), een tamelijk traditionele popdocu van Henrik Burman over Avicii. Ofwel: Tim Bergling (1989-2018), een introverte en kwetsbare Zweedse jongen, met een bijzonder talent voor het schrijven van onweerstaanbare melodieën. Hij vertelt in deze film zijn eigen verhaal, via audiofragmenten uit één van zijn laatste interviews, en wordt daarbij ondersteund door zijn ouders, vrienden en collega’s.

Die film begint bij het begin. Bijna dan: bij de echo waarbij zijn ouders Klas en Anki horen dat ze een jongetje krijgen. Dit ventje, vervolgens vervat in talloze jeugdfilmpjes, openbaart zich op de basisschool in Stockholm als een pestkop en wordt later een nerdy tiener die te veel gamet. Totdat hij zijn gevoel voor melodie ontdekt, begint samen te werken met Filip ‘Philgood’ Åkesson en een manager krijgt, Arash ‘Ash’ Pournouri, die hem in de vaart der volkeren zal opstuwen.

Met besmettelijke singles zoals Bromance en Levels bereikt Avicii pijlsnel de top van de Electronic Dance Music (EDM). Daar wordt ie al even snel gierend gek. Tim kampt met onzekerheid, angsten en depressieve gedachten, drinkt zich binnen de kortste keren een alvleesklierontsteking en raakt later verslaafd aan pijnstillers. Hij moet daardoor meerdere malen noodgedwongen een flinke pauze inlassen. Geen ramp: de jongeling heeft sowieso een bloedhekel gekregen aan touren.

In de studio is hij wél in zijn element. Daar hervindt Tim zichzelf ook, als hij de pure EDM loslaat en samen gaat werken met ‘muzikanten’. Zo durft hij zichzelf nog altijd niet te noemen. Zijn enige instrument is z’n laptop. Via fraaie studioscènes met Audra Mae (Addicted To You), Sandro Cavazza (Without You) en Incubus-gitarist Mike Einziger en de inderhaast opgetrommelde singer-songwriter Aloe Blacc (Wake Me Up) laat Henrik Burman zien hoe zijn protagonist zichzelf vindt als muzikant.

En die heeft het vermogen om anderen daarin mee te nemen. ‘Dit is zonder enige twijfel het bekendste nummer waaraan ik heb meegewerkt, vertelt Dan Tyminski bijvoorbeeld. Hij liet zich door zijn dochter overhalen om Avicii’s song Hey Brother in te zingen. ‘Ik weet nog dat ik m’n zoon van school ophaalde. Iemand zei: hee, meneer Tyminski. En toen zong een ander kind: hey brother. Drie andere kinderen begonnen mee te zingen.’ Niet veel later is er een spontaan koor ontstaan op het schoolplein.

Dat die nieuwe koers een succes zal worden, staat op voorhand echter niet vast, laat dit gedegen portret zien. Zijn debuut met vocalisten en een live-band in 2013 op het Ultra Dance Festival in Miami lijkt uit te lopen op een fiasco. Danceliefhebbers onthalen hen met boegeroep. Tim is er kapot van, maar Ash ziet zoals altijd mogelijkheden: hij bundelt de ergste Twitter-reacties en publiceert die met een link naar dat nieuwe album: luister zelf waardoor al die commotie is ontstaan. Kat in het bakkie.

Uiteindelijk ziet Avicii zich echter toch genoodzaakt om de regie terug te pakken: hij zegt z’n verplichtingen af, hoopt zichzelf te hervinden tijdens een reis rond de wereld en begint te mediteren. Met een nieuwe band maakt hij zich in 2018 bovendien op voor een muzikale doorstart, op zíjn voorwaarden. Van een tripje tussendoor naar Oman zal hij echter nooit terugkeren. Deze film heeft het antwoord op wat er daar met hem is gebeurd ook niet en doet ook geen echte poging om dat te ontdekken.

Avicii – I’m Tim concentreert zich liever op wat Tim Bergling, behalve een verslagen omgeving, heeft achtergelaten: een muzikaal erfgoed waarmee de wereld nog wel even vooruit kan, getuige ook het door Netflix meegeleverde concert Avicii – My Last Show, dat hij in 2016 gaf op Ibiza.