Behind The Blood

IDFA

Gevangen tussen twee vuren. Van de MS en Terceneros. Twee drugsbendes waarvoor geweld de gewoonste zaak van de wereld is. In San Pedro Sula, de moordhoofdstad van de wereld, bestaat het leven getuige de documentaire Behind The Blood (83 min.) vooral uit overleven. Het is niet vreemd dat Honduras één van de ‘shithole countries’ is, waarvoor de Amerikaanse president Trump zijn veelbesproken muur wil bouwen. Zelfs een plek in de vluchtelingenkaravaan is blijkbaar te verkiezen boven het dagelijks leven in steden als San Pedro Sula.

We moeten loskomen van het stigma dat wie hier komt sterft, meent pastor Daniel Pacheco. Als een soort burgemeester in oorlogstijd probeert hij met alle partijen ‘on speaking terms’ te blijven en hen liquidaties uit het hoofd te praten. Dat is echt een kwestie van spitsroeden lopen. Voor je het weet kom je zelf bij hen in het vizier. Letterlijk. Zijn ‘vriend’ Matathan, een gevreesde huurmoordenaar die zijn ambacht voor het eerst uitoefende op z’n twaalfde, twijfelt intussen of hij er toch niet eens mee moet stoppen.

De job geeft wel status, vertelt hij, onherkenbaar gemaakt, aan de Nederlandse documentairemaakster Loretta van der Horst. En het geld is natuurlijk goed. ‘Mijn favoriete deel is uitbetaald worden’, zegt hij doodgemoedereerd. ‘Vanaf het moment dat ze me bellen voor een klus tel ik de dagen af tot de dag van de missie, want dan word ik immers betaald.’ De gedachte aan wat hij dan allemaal voor zijn zoon en vrouw kan kopen, stemt Matathan nog altijd gelukkig. ‘Dus als ik die persoon heb gedood, ga ik met veel plezier mijn geld ophalen.’ En hij weet natuurlijk ook: de enige manier om een bende te verlaten is in een lijkzak.

‘Daar is het volgende lijk’, zegt televisiejournalist Orlin Castro even later tegen zijn collega’s als de telefoon gaat. En, inderdaad, het duurt niet lang of Castro staat met zijn microfoon en camera weer bij een gedumpt lichaam. Deze persoon blijkt met een machete te zijn afgemaakt. Echt onderzoek doen naar de ware toedracht van het misdrijf is er echter niet bij. Dan ben je je eigen leven niet zeker, weet de verslaggever. Het gevaar komt van alle kanten. Niet alleen van gekende criminelen. Welke rol spelen bijvoorbeeld het Hondurese leger en de politie?

Met zorg portretteert Van der Horst, die zelf geboren is in Honduras, in Behind The Blood de grauwe onwereld die in het Midden-Amerikaanse land is ontstaan. En waarbij je onwillekeurig moet denken aan hoe ook de georganiseerde misdaad in Nederland zich steeds bruter manifesteert. Is dit, moord op bestelling en afgehakte ledematen als dagelijkse kost, ons voorland?

Ze Noemen Me Baboe

Cinema Delicatessen

‘Ba’ betekent juffrouw, ‘boe’ moeder. Ze noemen haar dus Baboe. Juffrouwmoeder. Oftewel: kindermeisje. Haar echte naam doet er niet toe. Het is zelfs maar de vraag of de ‘Belandas’ die kennen: Alima. Op de vlucht voor een gearrangeerd huwelijk is de Javaanse vrouw bij het Nederlandse gezin beland. Niet veel later zit ze zelfs met hen op de boot naar Holland. ‘Baboe’ draagt voortaan zorg voor de aandoenlijke peuter Jantje.

Eenmaal terug in Nederlands Indië worden zij en haar bijna-familie eerst geconfronteerd met de Japanse bezetting en daarna met de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, die voor Alima een heel persoonlijke dimensie krijgt via de onweerstaanbare revolutionair Riboet. Het is een tijd waarin haar loyaliteiten, en die van vele andere lokale gezinshulpen, danig op de proef worden gesteld.

Het kindermeisje doet in Ze Noemen Me Baboe (78 min.) zelf haar verhaal. Althans, regisseur Sandra Beerends heeft op basis van getuigenissen van (kinderen en kleinkinderen van) voormalige baboes en Nederlandse kinderen die een baboe hadden een poëtische voice-over tekst geschreven. Vanuit het perspectief van een fictief kindermeisje, Alima dus, dat zich richt tot haar jong gestorven moeder.

De filmmaakster heeft dit persoonlijke relaas – van een gewone vrouw die op een scharnierpunt in de Nederlandse koloniale historie belandt – verbeeld met een vloeiende combinatie van privé-video’s en (nooit eerder vertoond) beeldmateriaal uit Nederlandse en Indonesische archieven. Een subtiel geluidsdecor en zorgvuldig samengestelde soundtrack kleuren de zwart-wit beelden verder in.

Met deze absolute tour de force brengt Beerends zo op een klein en menselijk niveau, via de empowerment van een kindermeisje, een pregnant stuk Nederlandse historie tot leven.

Carrousel

IDFA

Als blikken konden doden. Of gebaren. Of stopwoordjes. Tayfun, Delgano en Nabil stralen in alles uit: blijf van me af. Hun begeleiders in het Rotterdamse centrum Nieuwe Kans, die hen proberen aan te spreken op hun gedrag, noemen ze consequent ‘broer’ of ‘vriend’. Dat klinkt misschien amicaal, maar lijkt vooral bedoeld om hen op afstand te houden.

De jongens proberen hun problematische achtergrond kwijt te spelen en een nieuwe start te maken, maar dat gaat bepaald niet vanzelf – en zeker niet zonder conflicten. In Carrousel (68 min.) knettert het soms flink tussen de cliënten onderling en met hun begeleiders. Filmmaakster Marina Meijer vangt die confrontaties van héél dichtbij en toont ze zonder enige opsmuk.

In lange, enerverende close-up shots, alsof de jongeren gevangen zitten in zowel het frame als hun leven, laat Meijer zien hoe zij stelselmatig spanning opbouwen, die dan plotseling tot een ontlading kan komen. Het is een voortdurend gevecht, waarbij met name kunstdocent Toine Bakermans soms door hun pantser weet te breken. De man heeft zelf 21 jaar in de gevangenis gezeten en laat zich niet zomaar uit de tent lokken.

Dat betekent niet dat elke jongen ook is te redden – of zich wil, of kan, laten redden. Meijer maakt de werkelijkheid niet mooier dan-ie is. Gaandeweg laten de jongens wel steeds meer los over hoe ze zijn geworden tot wie ze nu zijn. En dat geeft te denken over hun toekomstperspectief. Zijn de Tayfuns, Delganos en Nabils van deze wereld daadwerkelijk in staat om zichzelf, net als hun docent Toine, opnieuw uit te vinden?

Deze geladen film is niet meer dan een tussenopname en kan dus geen eenduidig antwoord geven. Duidelijk is wel dat de getroebleerde jongeren nog een lange weg voor de boeg hebben, die onvermijdelijk met vallen en opstaan gepaard zal gaan. En dodelijke blikken, boze gebaren en geïrriteerde stopwoordjes.

Ademtocht, De Vele Gevechten Van Maite Hontelé

Moondocs

Ze is niet ‘big in Japan’, maar groot in Colombia. De Nederlandse trompettiste Maite Hontelé begon ooit in een plaatselijke fanfare, maar is als ‘lange blonde Nederlandse’ toonaangevend geworden in Colombia. Toen ze er ruim vijftien jaar geleden voor het eerst optrad, verloor ze haar hart. Aan de salsamuziek, het land én een lokale muzikant/producer.

In Nederland staat ze aan de zijlijn, zegt ze in deze documentaire van Marlou van den Berge, maar hier – en dat is sinds acht jaar Colombia – kan ze topsport bedrijven. Met die sterstatus komen ook verantwoordelijkheden. Naar haar eigen carrière en band, maar ook als het gaat om het heersende schoonheidsideaal voor en de positie van vrouwen in Colombia.

En juist daar zit inmiddels ook persoonlijke thematiek, die botst met de conservatieve normen en waarden van haar nieuwe landgenoten. Kan en mag Maite (openlijk) zichzelf zijn in een omgeving die conservatiever blijkt dan haar lief is? Van den Berge verleidt haar hoofdpersoon in Ademtocht, De Vele Gevechten Van Maite Hontelé (60 min.) om het gordijn stukje bij beetje tóch open te doen.

En daarachter blijkt een kwetsbare vrouw verscholen te gaan, die steeds meer begint te verlangen naar een leven naast de muziek. Big in Colombia is in elk geval niet meer genoeg. Dat intense gevecht van enkele jaren, gevoegd bij Hontelés vloeiende muziek, stuwt dit portret voort, naar een onverwachte en persoonlijke ontknoping.

De Schrijver, De Moordenaar En Zijn Vrouw

Ferdi E. (l) en Tim Krabbé (r) / BNNVARA

Het is één van de meest tot de verbeelding sprekende Nederlandse misdaden van de afgelopen vijftig jaar: de ontvoering van Gerrit Jan Heijn op 9 september 1987. Niet door een bende ordinaire criminelen, maar door een nette Nederlandse mijnheer. Ferdi E., een werkloze vliegtuigbouwkundige. Hij had Heijn vrijwel direct doodgeschoten, maar diens nabestaanden nog maandenlang in spanning gelaten en rücksichtslos afgeperst.

Schrijver Tim Krabbé, die eerder al een boek schreef over de school shooting in Columbine, is direct gefascineerd door het misdrijf. Zeker als de dader een man blijkt te zijn die meer op hem lijkt dan hem lief is. Hij besluit E. te gaan opzoeken in de gevangenis. ‘Ik was benieuwd naar het menselijke van een uniek exces’, zegt hij in deze televisiedocu tegen interviewer Twan Huys. ‘Een monster, roepen ze dan. Wat moet je daarmee? Natuurlijk is dat geen monster. Daarmee schuif je de verantwoordelijkheid af.’

Krabbé wilde koste wat het kost kunnen begrijpen hoe Ferdi E., ogenschijnlijk een doodgewone man, tot zijn daad was gekomen, vertelt hij in De Schrijver, De Moordenaar En Zijn Vrouw (74 min.). Hij komt in contact met de ontvoerder via diens echtgenote Els, met wie de auteur al snel flirterige brieven uitwisselt en zelfs een korte romance heeft. Uiteindelijk zal hij in de gevangenis 142 ontmoetingen hebben met Ferdi en een boek over de kwestie schrijven, Vrienden, dat dit najaar uitkomt.

Huys, die de moordenaar zelf ook regelmatig sprak, bevraagt Krabbé uitgebreid over de kwestie. Dat interview wordt geïllustreerd met oude nieuwsitems, televisie-interviews en de schokkende beelden van hoe E. minutieus zijn eigen gruweldaad reconstrueert voor de politie. Die opzet is meteen ook de beperking van deze docu: het wordt nooit meer dan een aangeklede getuigenverklaring, van iemand die dat bizarre misdrijf ook alleen uit de tweede hand kent.

Een teaser van deze documentaire is hier te zien.

Maradona En Sinaloa

Netflix

Diego Maradona als nieuwe trainer van de zieltogende Mexicaanse voetbalclub Dorados de Sinaloa uit Culiacán. Dat kan natuurlijk alleen een ordinaire publiciteitsstunt zijn. Of, op zijn minst, een erg doorzichtige poging om een schokeffect te weeg te brengen. Geen enkele voetbalclub ter wereld zal de voormalige Argentijnse topspeler immers als coach aanstellen vanwege zijn bewezen capaciteiten als leider.

Maradona is een typisch voorbeeld van, om met voormalig topcoach Co Adriaanse te spreken, een geweldig paard dat nooit een overtuigende ruiter is geworden. Sterker: het is tegenwoordig nauwelijks voor te stellen dat die onverbeterlijke paljas ooit een echt raspaard was – al bewijzen zijn wereldberoemde doelpunten, die natuurlijk ook in Maradona En Sinaloa (230 min.) niet ontbreken, overtuigend het tegendeel.

De man is geen schim meer van wie hij ooit geweest moet zijn en wordt in deze zevendelige documentaireserie ook geen moment echt tot leven gewekt. Hoewel het Argentijnse fenomeen met zijn nieuwe team gedurig achter de schermen wordt gefilmd, stapt hij geen enkele keer uit zijn rol van De Karikatuur Maradona. De Argentijn knuffelt, danst, scheldt en bezigt clichés dat het een lieve lust is, maar wie er werkelijk in de Michelinmannetjes-versie van de legendarische voetballer schuilt blijft volstrekt onduidelijk.

Ook filmmaker Angus MacQueen gebruikt Diego Armando Maradona vooral als grotesk uithangbord voor zijn serie en focust zich daarnaast op de voorzitter, spelers en fans van de voetbalclub uit de thuisbasis van drugsbaas El Chapo en diens beruchte kartel. Hij volgt hen als ze proberen te promoveren naar de hoogste Mexicaanse divisie, een weg die de club aan de (wereldberoemde) hand van Maradona, die intussen door Jan en alleman continu wordt bewierookt, zowaar lijkt te vinden.

De opmars van Dorados de Sinaloa, opgeleukt met de verplichte incidenten rond de gewezen wereldster, vormt de rode draad van deze flinterdunne voetbaldocusoap, die vooral laat zien wat een schertsfiguur de legende Diego Maradona is geworden. En, alle slechte toneelstukjes ten spijt, lijkt iedereen dat ook te beseffen. Behalve de grote kleine man zelf, waarschijnlijk.

Belovy

‘De tsaar komt mijn werk inspecteren’, sneert de Russische boerenvrouw Anna Feodorovna Belova over haar broer Mikhaïl, die even een kijkje komt nemen op hun gezamenlijke akker. ‘Peter de Grote!’

De knoestige ‘Peter’, ook wel liefkozend Misha genoemd, liet eerder, in de openingsscène van de zwart-witte documentaire Belovy (58 min.) van Victor Kossakovsky, al uitgebreid zijn gezicht aflikken door hun hond. ‘Als er snot in mijn neus zit, likt zij die schoon’, vertelde hij toen lachend, terwijl het dier uitgebreid zijn gang ging.

Mikhaïl is een typische ongeli… eh gelikte beer. Zo’n man die nooit een blad voor de mond neemt en er geen idee van heeft dat je toon en volume kunt matigen. Hij lijkt ook vrijwel ongelimiteerd te kunnen praten. Oreren. Raaskallen, soms. Zeker als de drank hem in zijn greep heeft. Over het leven, de staat of hun eigen familie. Misha vindt zelf dat hij over de gave van het woord beschikt.

Zijn zus is meer van het melodrama. Twee echtgenoten heeft ze al moeten afgeven, vertelt ze op gedragen toon. En dat is eigenlijk niet meer dan logisch: op last van haar ouders liet ze ooit haar grote liefde lopen. En boontje komt nu eenmaal om zijn loontje. Goedgeluimd probeert ze het verdriet uit haar leven te zingen en dansen. Dat lukt alleen niet helemaal – al ziet het er wel geweldig uit.

In de gesprekken tussen broer en zus waart op de achtergrond voortdurend de geest van het oude Rusland rond en zijn de kwellingen van de Sovjet-Unie regelmatig onderwerp van gesprek. Anna en Mikhaïl mogen dan vechten als kat en hond, maar (blijkbaar) kunnen ze ook niet (meer) zonder elkaar(s verwensingen). En als er familie op bezoek komt, raken de gemoederen nog eens extra verhit.

Kossakovskys verstilde portret van broer en zus Belov, waarin de camera nauwelijks beweegt en dikke muziek de sowieso al grootse emoties nog eens aanzet, neemt de kijker echt mee naar een andere wereld: het Russische platteland, waar de tijd stil lijkt te staan. Het is nauwelijks te geloven dat Belovy slechts 25 jaar oud is en stamt uit 1993, het jaar waarin de documentaire op het International Documentary Festival Amsterdam zowel de Award for Best Feature-Length Documentary als de Publieksprijs won.

King Of The Cruise

Halal Amsterdam

‘Ik heb mensen die naar me toekomen en zeggen: jij bent de interessantste persoon die ik ooit heb ontmoet’, vertelt Ronald Reisinger, alsof het niets voorstelt. ‘En dat is inclusief Hillary Clinton.’ Reisinger, die in werkelijkheid een hele trits officiële namen heeft, is niets minder dan de King Of The Cruise (73 min.), de figuur waarmee iedereen op het kolossale cruiseschip een praatje wil maken.

Zóóóó’n interessante man, vinden de Russische dames aan boord. Een baron. Uit Schotland. Vandaar die kilt. Met zijn eigen kasteel, ook. Ascog Castle. Uit de dertiende eeuw. Het jaar 1250, om precies te zijn. Afstammeling bovendien van de familie die Budweiser-bier maakte. Volgens eigen zeggen werd hij niet met een zilveren lepel in zijn mond geboren. Maar met een gouden.

Baron Ronald Busch Reisinger van Inneryne. Is hij echt van adel of gewoon een fantastische fabulant? En wat moeten al zijn sterke verhalen verhullen? De zwaarlijvige Schot schuifelt over het schip, langs het massa-entertainment dat daarop wordt geboden aan welgestelden, en schiet her en der mensen aan, die hij probeert te verrassen met smeuïge verhalen en smakelijke anekdotes.

Regisseur Sophie Dros maakt van Reisinger een tragikomische figuur, de gedroomde hoofdpersoon voor een weldadige film over de schijn van het zijn. Die vervat ze verder in grootse beelden van het luxueuze schip, de oneindige zee en het wezenloze vermaak dat alle passagiers de dag door helpt. Aalgladde we-wachten-op-verbinding-met-Wimbledon muzak maakt de zaak helemaal af.

Trefzeker schetst Dros een volledig geplastificeerde wereld, waarin decadentie en leegte elkaar perfect in evenwicht houden en figuren als Ronnie Reisinger nét voldoende houvast vinden.

Mijn Rembrandt

Jan Six / Cinéart

Taco Dibbits zal toch ook nooit vermoed hebben dat hij, als kunsthistoricus, een heus filmpersonage zou worden. Toch is dit alweer de derde documentaire van Oeke Hoogendijk waarin de huidige directeur van het Rijksmuseum een prominente rol vertolkt.

Nadat hij eerder figureerde in het jarenlange proces dat moest leiden tot een nieuwe locatie voor het Amsterdamse museum (Het Nieuwe Rijksmuseum) en een centrale rol speelde bij de aankoop van een schilderij van Rembrandt (Marten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk) volgt de documentairemaakster Dibbits in Mijn Rembrandt (95 min.) naar Schotland waar de puissant rijke Duke of Buccleuch nog gewoon een authentiek schilderij van Rembrandt van Rijn aan de muur heeft hangen.

Net als in haar eerdere films ontsluit Hoogendijk met gevoel voor stijl, humor en drama een wereld die normaal verborgen blijft voor buitenstaanders. Een subcultuur waarin hertogen, museumdirecteuren, kunsthistorici, handelaren en verzamelaars zich vergapen aan Rembrandts schilderijen en met elkaar bakkeleien of een bepaald werk nu wel of niet van de grote meester is. Met illustere personages als de nét iets te happige kunsthandelaar Jan Six, een aalgladde verzamelaar met echt te veel geld en de bloedserieuze Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering.

Het decor waarin alle intriges zich afspelen voelt inmiddels vertrouwd: van de barokke huizen van de oude adel en werkplaatsen van kunstenaars of restaurateurs tot musea en veilinghuizen waar de kunst naar het publiek wordt gebracht. Deze locaties vormen het toneel voor enorme ambities, groot geld én oprechte passie voor een grote kunstenaar. Want daarin schuilt eveneens de meerwaarde van deze liefdevolle film (waarin de verhaallijn van de Marten & Oopjen-docu deels is geïncorporeerd): Mijn Rembrandt dwingt ook de niet-kenner om héél aandachtig te kijken naar de Hollandse meester.

Selfie

Pietro (l) en Alessandro (r)

Selfie (80 min.), de titel verraadt het al, is een zelfportret van enkele Napolitaanse tieners. Pietro en Alessandro. Gezworen vrienden. Gewone jongens. Die zich ophouden aan de goede kant van de wet. Wat in Napels, bakermat van de Camorra, niet altijd vanzelfsprekend is. Of heel gemakkelijk.

Regisseur Agostino Ferrente gaf Pietro en Alessandro (en enkele andere tieners, die beperkt in beeld komen) een telefoon om hun leven te filmen. Deze vlogdocu laat van binnenuit zien hoe het is om op te groeien in de arme wijk Viale Traiano. Op de achtergrond speelt de afhandeling van de dood van hun 16-jarige vriend Davide, die na een wilde achtervolging per scooter werd neergeschoten door een politieman.

Selfie biedt geen strak gestructureerde vertelling, maar een collage van meer en minder interessante filmpjes die gezamenlijk een aardig inkijkje geven in het leven van jongeren met een beperkt toekomstperspectief. Een bestaan als kapper en barman, daarop zou het wel eens kunnen uitdraaien voor Pietro en Alessandro. Dat klinkt weinig enerverend. En dat geldt ook een beetje voor deze film, die nochtans veel wordt geprezen door filmcritici.

#387

Een rib, handgewricht en vingerkootje. Enkele haren. Meer resteert er niet van #387 (54 min.). En een riem, een beige hoodie en een portemonnee, met daarin enkele vochtige foto’s en een brief die bijna is vergaan. ‘I love you’, staat erin.

Nummer #387 is één van de ongeveer achthonderd mensen, die op 18 april 2015 stierven bij een scheepsramp op de Middellandse zee. Het kunnen er ook een paar honderd meer zijn. Niemand die precies weet hoeveel mensen er in Libië aan boord zijn gegaan. Of wie ze waren en waar ze vandaan kwam. Uit landen als Mali, Senegal en Mauritanië, waarschijnlijk. Of de Hoorn van Afrika. Met nauwelijks iets op zak, behalve de droom van een nieuw leven.

Een plek in een zeemansmassagraf viel hen te deel. Slechts 28 opvarenden overleefden de ramp. Twee ervan zitten in de cel: de kapitein en zijn plaatsvervanger. Op last van de Italiaanse regering wordt het gekapseisde schip in juni 2016 uit het water gehaald en gaat een forensisch team op Sicilië proberen om de identiteit van de verdronken passagiers vast te stellen. Ze worden op de voet gevolgd door de cameraploeg van regisseur Madeleine Leroyer.

Het onderzoeksteam heeft 528 intacte lichamen om te identificeren. Daarnaast zijn er ook nog losse lichaamsdelen uit het ‘ghost ship’, die een idee kunnen geven over hoeveel mensen er precies op het vaartuig zaten. Hun taak brengt de onderzoekers naar anonieme graven op plaatselijke kerkhoven en andere delen van de wereld, waar getraumatiseerde overlevenden en ontzette familieleden van slachtoffers hen wellicht verder kunnen helpen.

Het uitgangspunt van deze observerende documentaire doet denken aan het non-fictie boek Het Been In De IJssel, waarin Joris van Casteren op zoek gaat naar de herkomst van een menselijk onderbeen dat is aangetroffen in een Nederlandse zijtak van de Rijn. Deze film is breder van opzet en voelt daardoor soms ook wat ongericht. Tis uiteindelijk een speurtocht naar menselijke waardigheid. Waarbij #387 zo nu en dan een beetje uit beeld verdwijnt en uiteindelijk ook nooit écht in beeld komt.

Maar, zoals de Peruviaanse mensenrechtenactivist Jose Pablo Baraybar, die namens het internationale Rode Kruis participeert in het onderzoek, het verwoordt: ‘Ik denk dat we elkaar in eerste instantie tijdens het leven respect verschuldigd zijn. En daarna pas ná de dood. In die volgorde.’

Radio Silence

IDFA

Het ‘pax mafioso’ werd simpelweg hersteld, volgens filmmaakster Juliana Fanjul. Na ruim zeventig jaar aan de macht – een periode waarin Mexico was veranderd in een ‘perfecte dictatuur’ – werd de PRI in 2000 afgestraft door de kiezer. Twaalf jaar later won de oude autocratische partij echter opnieuw de verkiezingen. De okselfrisse Enrique Peña Nieto, zorgvuldig klaargestoomd in bevriende media, werd president.

Een belangrijke criticaster van de nieuwe leider, de populaire radiopresentatrice Carmen Aristegui, kreeg vrij snel daarna ontslag. In een poging om haar monddood te maken, aldus Fanjul in de grimmige documentaire Radio Silence (78 min.). Tevergeefs. Aristegui en enkele getrouwen, gadegeslagen door de filmmaakster, benutten haar verplichte radiostilte om een eigen internetplatform op te starten. Van daaruit hervat ze haar taak als controleur van de macht

Intussen lijkt Mexico definitief te verworden tot een narcostaat: aan bruggen verschijnen demonstratief opgehangen lijken, in Iguala verdwijnen 43 studenten en kritische journalisten bekopen hun werk regelmatig met de dood. ‘Hier stelen we, want daar staat toch geen straf op’, formuleert Fanjul het scherp in één van de vele voice-overs waarmee ze het verhaal van Aristegui en haar land begeleidt. ‘Je kunt beter zwijgen en medeplichtig zijn dan degene worden die zich uitspreekt.’

In die bedreigende atmosfeer, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting een welhaast ondraaglijke plicht wordt, weigeren de protagonist en haar medewerkers om (zelf)censuur te accepteren. Juliana Fanjul volgt hen gedurende vier enerverende jaren, op weg naar de volgende verkiezingen. Ben je bereid om te sterven voor deze baan? vraagt ze. Het is een vraag die ze zichzelf vooral niet stellen.

The Sea Between Us

IDFA

Bijna dertig jaar na het officiële einde van de burgeroorlog in Libanon ijlt de strijd nog altijd na. In The Sea Between Us (102 min.) volgt filmmaakster Marlene Edoyan, die zelf in Libanon opgroeide, twee vrouwen die op een heel verschillende manier omgaan met de erfenis van hun verscheurde land, waar sjiieten, christenen en soennieten vreedzaam samen proberen te leven.

De blonde Falangiste Wafaa Khayrallah lijkt nog steeds achter elke boom een vijand te zien. Ze wapent zichzelf en haar onwillige tienerzoon, die echt geen zin heeft om te oefenen met die luchtbuks, tegen een mogelijke nieuwe oorlog. De islamitische Hayat Fakhereldine lijkt een verzoenendere toon te hebben gevonden. Zij zoekt verbinding met de mensen om haar heen.

Edoyan alterneert in deze stemmige film tussen de twee vrouwen. Zij kijkt en luistert bijvoorbeeld mee als ze een oud-strijder of de ouders van een martelaar ontmoeten. Lange gesprekken over oorlog, de wonden die deze heeft geslagen en of – en zo ja: hoe – die kunnen worden geheeld. Tussendoor is er ook nog het gewone leven, bijvoorbeeld als Wafaa haar hulp in huis, die illegaal in het land verblijft, probeert te bewegen om tóch bij haar te blijven werken.

Ook op die momenten is en blijven de politieke verhoudingen in het land en de regio, Syrië in het bijzonder, te allen tijde op de achtergrond aanwezig. Via de twee parallel vertelde levens belicht Edoyan zo de actuele situatie in deze voormalige brandhaard van het Midden-Oosten, waar in de aanloop naar parlementsverkiezingen de tegenstellingen weer eens ouderwets worden vergroot.

Khartoum Offside

‘Voetbal is voor mannen en niet gepast voor vrouwen’, verordonneert de Islamitische Jurisprudentie Organisatie. ‘We waarschuwen nadrukkelijk tegen activiteiten die de verschillen tussen mannen en vrouwen opheffen. Als vrouwen toch deze sport gaan beoefenen, gaan ze in tegen hun natuur. Dat kan gewelddadige instincten oproepen.’

Dus nee, de Zuid-Soedanese autoriteiten zitten bepaald niet te wachten op de oprichting van een nationaal vrouwenvoetbalteam, dat het land ook nog eens in het buitenland wil gaan vertegenwoordigen. Het is de realiteit van alledag voor de hoofdpersonen van Khartoum Offside (76 min.), die als representanten van het ‘zwakke geslacht’ voortdurend beperkingen krijgen opgelegd. Toch hebben ze al eens stiekem met en tegen jongens gevoetbald.

Voor filmmaakster Marwa Zein lijkt het voetbal vooral een voorwendsel om vrouwen in een streng islamitisch land, dat is ontstaan na een bloedige burgeroorlog, te portretteren. Haar hoofdpersonen zijn mondiger en wereldser dan je op basis van al die restricties zou verwachten, zoals blijkt in een fraaie scène waarin de vrouwen samen naar een wedstrijd van FC Barcelona kijken en ze opmerkelijk goed op de hoogte blijken te zijn van de verhoudingen in het internationale voetbal.

Khartoum Offside bestaat voor een groot deel uit zulke fly on the wall-scènetjes, afgewisseld met een enkele poëtische muzikale sequentie. Gezamenlijk vormen die een aardige sfeerschets van het leven van jonge vrouwen in een land, dat nog altijd wordt gedomineerd door religieuze dogma’s en… mannen.

Niña Maná

IDFA

Ze waren, zijn en/of worden zwanger. Het zijn nochtans slechts tieners. Argentijnse meisjes, vervat in grijswitte beelden. Moeders dus. Die een publiek ziekenhuis bezoeken. Om te bevallen, zorg te krijgen voor hun kind of – en dat is voor de meesten in het katholieke Argentinië eigenlijk geen optie – de zwangerschap te laten afbreken.

Regisseur Andrea Testa registreert de gesprekken die de jonge vrouwen voeren met gynaecologen, verpleegkundigen en andere hulpverleners. Ze concentreert zich in Niña Mamá (66 min.) volledig op hun verhalen. De behandelaars die hen welwillend ontvangen, geïnteresseerd bevragen en zonder waardeoordelen adviseren blijven buiten beeld.

Deze sobere aanpak – de camera beweegt nauwelijks en vangt de soms onwerkelijke werkelijkheid in lange shots – zorgt ervoor dat de nadruk volledig bij de ervaringen van de vrouwen komt te liggen. Zo meldt zich bijvoorbeeld een dertienjarig meisje, dat op een verjaardagsfeestje een jongen leerde kennen. Zes maanden later kregen ze samen ‘de zegen’, zoals ze het zelf zegt. Het meisje lacht er besmuikt bij. De ‘zegen’ stond helaas niet op zichzelf.

Intussen is er in de hele film geen jongen of man te zien. De jonge vrouwen staan er, in elk geval tijdens hun bezoek aan het ziekenhuis, helemaal alleen voor. Hun kerels werden, zijn en/of worden gewoon vader – en gaan vervolgens door met hun leven.

Fat Front

Fat shamen konden ze zelf echt het allerbeste, de hoofdpersonen van de documentaire Fat Front (87 min.). Zij zagen er niet uit. Zij mochten niet sporten. En Zij mochten al helemaal geen badpak of bikini aan. De spiegel, weegschaal en blikken van andere mensen vormden een gezamenlijke vijand, die hen voortdurend van hun eigen monsterlijke uiterlijk probeerden te overtuigen.

Hoog tijd dus voor wat ‘body positivity’: vrede met, of zelfs trots op, het eigen lichaam. Deze film van Louise Detlefsen en Louise Unmack Kjeldsen portretteert enkele stevige Scandinavische vrouwen die zich over hun eigen twijfels heen zetten en een openbaar profiel openen op instagram: @chubbydane, @theonlymarte, @paulinelindborg en @happykropp.

Als alles in het leven simpelweg een keuze zou zijn, was de kous daarmee af geweest. De issues van de vrouwen met hun lichaam blijven echter opspelen. Ook halfnaakt, voor het oog van de wereld, een dansje maken verandert daar in wezen niets aan. Illustratief is in dat verband de vraag die Pauline moet beantwoorden bij de opening van de zogenaamde Big Ass-tweedehandsmarkt in Malmö. ‘Is ‘dik’ een goed woord voor grote mensen?’ wil een journaliste weten.

‘Het woord heeft een negatieve klank, maar het is maar een bijvoeglijk naamwoord’, stelt Pauline, die behalve vol, gezet, mollig of gewoon dik ook opvallend lang is. ’Als ik zeg dat ik lang ben, zegt niemand: nee je bent niet lang. Maar als ik zeg dat ik dik ben, zegt iedereen: nee, jij bent niet dik, je bent gewoon mooi. Dat zijn echter geen tegengestelde begrippen. Ik ben dik én mooi.’

Fat is beautiful, als motto voor een emancipatiebeweging. En tevens als treffend uitgangspunt voor deze actuele en relevante film, die de betrokken vrouwen laat zien voor wat ze zijn: naakt, kwetsbaar en dapper.

Nachts Sinds Alle Katzen Grau

Waar heb ik naar zitten kijken? vroeg ik me na ruim achttien minuten af. Naar Christian, dat in elk geval. Een excentrieke man van middelbare leeftijd en zijn katten Marmelade en Katyuscha. Als de korte documentaire Nachts Sind Alle Katzen Grau (18 min.) enkele minuten onderweg is, gaat hij met hen op weg naar de eigenaresse van de kater Hector. Terwijl Christian stilzwijgend een kopje koffie drinkt met haar, vermaakt Hector zich met Marmelade.

Niet zonder resultaat. Eenmaal thuis is Christian de hele godganse dag met zijn zwangere kat in de weer. ‘Ik hou van je, Marmelade’, fluistert hij haar ‘s nachts toe in deze observerende documentaire (Engelse titel: All Cats Are Grey In The Dark). ‘Jij bent mijn complete hart.’ Contact met andere mensen heeft hij verder niet. Alleen Alexa, een Duitstalige variant op Apples spraakassistent Siri, staat hem te woord. ‘Hoeveel babies kunnen katten krijgen? vraagt hij haar. ‘Dat weet ik helaas niet.‘

Als zijn kat ein-de-lijk gaat jongen, is Christian een soort emotioneel wrak geworden. Een man die in zijn onderbroek op de badrand zit en huilend, op van de zenuwen, een shaggie rookt. Waarom? Joost mag het weten. Of beter: Lasse Linder, de maker van deze tragikomische korte film, die uit louter stilstaande shots bestaat en naar een climax wordt gebracht met orgiastische dan wel bombastische klassieke muziek. Lasse zal het weten.

Sunless Shadows

IDFA

Hierbinnen is het geweldig’, zegt een jonge Iraanse vrouw. ‘Buiten is het stomvervelend.’ Zij heeft echter pech: haar straf zit er inmiddels op. Ze mag hooguit nog eens op bezoek komen in de jeugdgevangenis, waar haar vriendinnen nog altijd hun straf uitzitten en gezellig een spelletje Hints doen of elkaar met een waterslang natspuiten.

Het lijkt de omgekeerde wereld in Sunless Shadows (73 min.). In de gevangenis kunnen de jeugdige moslima’s oprecht van hun leven genieten, terwijl de buitenwereld hen voortdurend allerlei beperkingen oplegt. Dat leefklimaat heeft hen ook gebracht tot de wanhoopsdaad waardoor ze ooit in de cel zijn verdwenen: moord op een man. Hun echtgenoot, zwager of vader. Vaak in samenwerking met een zus of moeder. Die laatsten zitten er vaak veel minder florissant bij: ze verblijven in een normale gevangenis, wachtend tot de doodstraf wordt voltrokken.

Documentairemaker Mehrdad Oskouei gaat met de jonge vrouwen in gesprek en geeft hen tevens de kans om een videoboodschap in te spreken. Voor hun familieleden, medeplichtigen óf het slachtoffer. ‘Ik dwong mezelf om met jou te trouwen, ook al was ik nog maar twaalf jaar oud’, zegt een vrouw bijvoorbeeld tegen Hossein, de echtgenoot die ze doodde. ‘Ik geef toe dat ik in eerste instantie niet van je hield. Ik wilde gewoon ontsnappen aan de hel die mijn ouders ‘thuis’ noemden.’ Even later, mismoedig: ‘Helaas bleek jij niet degene die ik nodig had.’

In alle verhalen klinkt de benarde positie van Iraanse vrouwen door. Het is opmerkelijk hoe open ze daarover spreken met ‘oom Mehrdad’. Hij legt tevens vast hoe de meisjes elkaar in een gefingeerd groepsgesprek het vuur aan de schenen leggen: in hoeverre hebben ze hun positie aan zichzelf te danken en zijn ze eigenlijk wel solidair met elkaar? Intussen wordt het wel degelijk voorstelbaar dat deze jonge vrouwen eigenlijk niet eens zo ongelukkig zijn met het feit dat ze ‘de beste jaren van hun leven’ achter slot en grendel doorbrengen.

For Sama

Het is een scène die je nooit meer vergeet. Een gewonde vrouw wordt binnengebracht in een noodhospitaal in Aleppo. Ze is hoogzwanger. Het is onduidelijk of de aanstaande moeder kan overleven. De artsen besluiten tot een spoedkeizersnede. Het grijze jongetje dat zo ter wereld wordt gebracht oogt levenloos.

Ze beginnen het kind te reanimeren, schudden hem door elkaar en wrijven zijn ruggetje warm. Wat ze ook doen, het jongetje wil de geest maar niet krijgen. Burgerjournalist Waad al-Kateab staat er met haar camera bovenop en vangt zo een sleutelscène voor haar film: nieuw leven in het hart van de oorlog. Heeft het een kans?

In de persoonlijke film For Sama (95 min.), die op het festival van Cannes werd gekozen tot beste documentaire, richt de jonge Syrische filmmaakster zich in haar verbindende voice-over tot het kind dat in haar eigen buik tot volle wasdom is gekomen. Ze vertelt Sama haar levensverhaal en toont het werk van haar activistische echtgenoot Hamza, die als arts in het hospitaal werkt.

Intussen probeert al-Kateab, samen met co-regisseur Edward Watts, bewijsmateriaal te verzamelen van de vernietigende burgeroorlog in Syrië, die ook haar prille gezin steeds verder in het nauw brengt. Ze stelt zichzelf daarbij pijnlijke vragen: heeft een kind een kans op een normaal leven als rondom haar een bloedige burgeroorlog woedt? En: ben je een egoïst of zelfs een lafaard als je in die omstandigheden je huis ontvlucht?

Het zijn de elementaire dilemma’s die oorlog losmaakt in gewone mensen en die ook al in talloze andere documentaires over Syrië aan de orde zijn gesteld. Het decor voelt ook vertrouwd: een belegerde en inmiddels volkomen kapot geschoten stad, die van alle kanten wordt aangevallen. Totdat er écht geen leven meer inzit. Toch went de bijbehorende mengeling van (wan)hoop, paniek en galgenhumor nooit.

Zeker niet als de bijbehorende mensen echt tot leven komen en hun relaas van binnenuit wordt verteld. Zoals in het verpletterende For Sama, een documentaire die – naast Last Men In Aleppo, City Of Ghosts en The Cave – een plek verwerft in het rijtje essentiële Syrië-films, dat eigenlijk verplicht moet worden gesteld voor iedereen met een gemakkelijke mening over oorlogsslachtoffers en vluchtelingen.

Push

De mensenrechten van inwoners van pak ‘m beet Barcelona, Toronto, Valparaiso, Londen en Seoul worden met voeten getreden, zo is de vaste overtuiging van de Canadese advocate Leilani Farha, die als speciale rapporteur voor de Verenigde Naties het thema ‘adequate housing’ beheert. Het op grote schaal speculeren met woningen en leefomgevingen moet worden gestopt. ‘Goud is geen mensenrecht’, zegt ze. ‘Een fatsoenlijk huis wel.’

Het gegeven dat in westerse steden hele woonwijken worden opgekocht door buitenlandse investeerders, de oorspronkelijke bevolking vertrekt of wordt weggepest en overal ‘dood gebied’ dreigt te ontstaan, spreekt natuurlijk minder tot de verbeelding dan oorlog, ziekte of armoede. Daarvoor krijgt ze dus ook moeilijk de handen op elkaar bij VN-gedelegeerden. Als hoofdpersoon van Push (91 min.) grijpt Farha alsnog de kans om haar punt kracht bij te zetten.

Deze boeiende documentaire van de Deense filmer Fredrik Gertten buigt zich over de oververhitte huizenmarkt, gentrificatie en de ongegeneerde handel in onroerend goed. Een pijnlijk voorbeeld is de Grenfell Tower in Londen. Nadat flatbewoners jaren hadden gewaarschuwd voor veiligheidsproblemen, brak er in 2017 brand uit. 72 bewoners vonden de dood. Ruim tweehonderd mensen raakten bovendien thuisloos. En diezelfde tragedie wordt nu benut om de wijk, liefst zonder hen, te upgraden.

Econoom Joseph Stiglitz plaatst dit fenomeen, dat ook in andere wereldsteden is te ontwaren, in het kader van de extreme vrije markt-ideologie die jarenlang is gepropageerd door zijn invloedrijke collega Milton Friedman. Die ging er vanuit dat minder regeltjes automatisch tot meer groei zou leiden. Dat zou uiteindelijk voor iedereen goed zijn. Elke vorm van moraliteit werd intussen terzijde geschoven, aldus Stiglitz. En dat zien we nu. ‘Je kunt geld verdienen door de wereld te vernietigen. En daar is echt iets mis mee.’

VN-rapporteur Leilani Farha wil in dat verband bijvoorbeeld graag in contact komen met het investeringsfonds Blackstone. Deze ‘aasgieren’ spelen overal ter wereld een soort real life-Monopoly met de huizen, straten en buurten van gewone mensen. Zulke internationaal opererende ondernemingen laten zich alleen niet gemakkelijk ter verantwoording roepen. Als ze weer eens bot vangt, zorgt dat voor elementaire twijfel bij Farha. ‘Ben ik belachelijk?’ vraagt ze zich hardop af.

Niet veel later hervindt ze de kracht om haar verhaal te blijven doen en verbinding te zoeken met lokale bestuurders. Want als het urgente Push één ding duidelijk maakt, is dat elke burgemeester van een grote stad, waar ook ter wereld, met min of meer dezelfde problematiek kampt.