Selvportrett

VPRO

Waarschijnlijk is zij zelf een extreme uiting van waar ze met haar fotografie op mikt: het tegenhouden van de tijd en vasthouden van het moment. Sinds haar tiende heeft Lene Marie Fossen anorexia nervosa. Daardoor is ze nooit in de puberteit terechtgekomen. Fossen heeft nooit borsten gekregen en is ook nog nooit ongesteld geweest. ‘Als je niet eet, zet je je emoties uit’, vertelt ze. ‘Je drijft gewoon voort. Ik ben meerdere malen bijna dood geweest. Het is eigenlijk een soort langzame zelfdoding.’

De Noorse fotografe, eind twintig inmiddels, beschrijft de aandoening als ‘een Nazi-regime in mijn eigen lichaam’, een kwaadaardige manifestatie van de angst om op te groeien. Daarbij speelt ook schaamte voortdurend op. Volgens Lene wordt anorexia nu eenmaal beschouwd als een ziekte voor verwende mensen. Terwijl iemand met kanker doorgaans wordt omgeven door medeleven, krijgt een anorexiapatiënt vooral te horen dat ie moet doorbijten en nodig weer eens moet gaan eten.

In Selvportrett (58 min.), een bijzonder indringende film van Margreth Olin, Katja Høgseth en Espen Wallin, gaat ze de conformatie aan en legt zichzelf genadeloos vast, onder andere in een verlaten Grieks leprahospitaal waar ze halfnaakt poseert. Het resulteert in zeer confronterende foto’s, beelden die gewoon pijn doen. Tegelijkertijd zoekt ze met haar camera ook bij anderen, Syrische vluchtelingen bijvoorbeeld, naar wat het bestaan maakt, doet of aanricht in een willekeurig mensengezicht.

Als Fossen haar werk voorlegt aan de befaamde Noorse fotograaf Morten Krogvold, reageert die bijzonder enthousiast. Hij maakt zich sterk voor een expositie tijdens het Nordic Light Festival Of Photography in Kristiansund. Niet omdat ze ziek is, zegt hij er bij herhaling bij, maar omdat haar foto’s zo geweldig zijn. Lene Marie reageert beduusd op ‘s mans superlatieven. ‘Schaam je je?’ vraagt ze zelfs aan haar moeder als de tentoonstelling wordt geopend. ‘Nee, ik ben trots’, antwoordt die. ‘Je bent dapper.’

Toch wringt dat voortdurend in dit schrijnende (zelf)portret: Lene Marie wil gezien worden als fotografe, terwijl anderen via haar, inderdaad, bijzonder krachtige foto’s toch vooral een beschadigd mens zien. Bijna ongewild agendeert ze op zeer pregnante wijze de problematiek van eetstoornissen. De filmmakers vangen die dubbelheid in gestileerde beelden, begeleid door een sacrale soundtrack. Zo wordt de bijna Bijbelse dramatiek van haar werk en leven nog eens benadrukt.

Dit Selvportrett ligt daardoor echt zwaar op de maag – zo’n kijkervaring die bepaald niet alleen fijn is en die tóch verrijkend werkt – en zindert ook nog een hele tijd na.

Point Of Order!

‘Have you no sense of decency, sir?’ Die vraag van Joseph Welch aan senator Joe McCarthy zou de geschiedenisboeken ingaan. Vrij vertaald: hebt u dan geen enkel fatsoen, meneer? De klassiek geworden zinsnede van de professorale advocaat van het Amerikaanse leger aan het adres van de populistische politicus die overal communisten meende te zien, vormt ook de apotheose van deze gortdroge en toch fascinerende documentaire van Emile de Antonio uit 1964.

Point Of Order! (97 min.) volgt chronologisch – in zwart-wit, zonder interviews of toegevoegde muziek – de hoorzittingen van een senaatscommissie in de lente van 1954 rond beschuldigingen tegen McCarthy en zijn meedogenloze rechterhand Roy Cohn, een ploert die later te boek zou komen te staan als één van de gevaarlijkste advocaten van de twintigste eeuw. Zij worden ervan beticht dat ze de Amerikaanse minister van Defensie ernstig onder druk hebben gezet ten faveure van een willekeurige dienstplichtige soldaat. Deze G. David Schine zou Cohns stiekeme geliefde zijn geweest – een suggestie die tijdens het juridische steekspel overigens nooit direct onder woorden wordt gebracht.

De Kwestie Schine lijkt vooral te dienen om de raspopulist McCarthy, die in de voorgaande jaren een heksenjacht op Amerikaanse communisten heeft ontketend, kalt te stellen. De wilde beschuldigingen waarmee de Republikeinse senator uit Wisconsin complete levens ruïneert, moeten koste wat het kost worden gestopt. En dat titanengevecht mondt uit in een wirwar van verbale schermutselingen, juridische haarkloverij en talloze puntjes van orde, die uiteindelijk op maar liefst 187 uur film wordt vastgelegd. De afgewogen selectie die De Antonio daaruit heeft gemaakt werkt soepeltjes toe naar het moment waarop McCarthy, die tijdens de zittingen flink onder vuur heeft gelegen, besluit om terug te slaan.

Hij haalt een jonge kantoorgenoot van Joseph Welch, die communistische sympathieën zou hebben, door het slijk. En leidt daarmee zijn eigen ondergang in. Als Welch klaar is, rest er van de haatzaaier pur sang nog slechts een boer met kiespijn, die zijn ‘beste’ dagen inmiddels achter zich heeft liggen. Joe McCarthy zal drie jaar later op slechts 48-jarige leeftijd overlijden. Een gebroken man, die het collectieve geheugen ingaat als zijn eigen politieke vernietigingsstrategie: het McCarthyisme.

The Capote Tapes

Piece Of Magic

Hoewel Truman Capote (1924-1984) zo’n beetje de belichaming van de ons-kent-ons sfeer binnen de New Yorkse high society was, liep hij er soms ook in vast. Sterker: voor zijn beste werk, de true crime-klassieker In Cold Blood (1966), maakte de befaamde schrijver zich los van de incrowd en vertrok naar Kansas, waar hij zich jarenlang vastbeet in de geruchtmakende moord op de Clutter-familie. Tot het bittere eind, dat hij zelf voor zijn boek probeerde te bespoedigen.

Eenmaal thuis, maakt de gedegen documentaire The Capote Tapes (95 min.) van Ebs Burnough nog maar eens duidelijk, was het een heel eind gedaan met zijn schrijverschap, dat met Breakfast At Tiffany’s in elk geval nog één andere klassieker had opgeleverd. Capote, één van de eerste Amerikanen die openlijk homoseksueel was, zou volledig verzuipen in de celebrity-cultuur die hijzelf mede in gang had gezet. Hij werd meer talkshowgast dan schrijver, zegt auteur Jay McInerney.

Jarenlang zou Truman Capote werken aan een boek genaamd Answered Prayers. ‘Ik noem het mijn postume roman’, vertelde hij toentertijd in de talkshow van Dick Cavett. ‘Óf ik ga ‘m zelf doden. Óf hij doodt mij.’ Het boek zou nooit worden uitgebracht. Enkele gepubliceerde hoofdstukken, met allerlei roddel en achterklap over nauwelijks geanonimiseerde beroemdheden, zouden van hem zowat een persona non grata maken in eigen kring.

Burnough brengt ‘s mans opkomst en ondergang in beeld met fraai archiefmateriaal en laat dat inkaderen door Capote’s adoptiedochter Kate Harrington, enkele intimi en bevriende schrijvers. Hij completeert dit met nooit eerder gepubliceerde audio-opnamen van interviews die de literaire journalist George Plimpton deed met tijdgenoten als actrice Lauren Bacall, schrijver Norman Mailer en opiniemaker William Buckley Jr.

Zo reanimeert deze film vooral het larger than life-personage Truman Capote – méér dan de schrijver Truman Capote – en het tijdsgewricht waarin de cultus rond beroemdheid en beroemdheden op gang kwam. Een maatschappelijk fenomeen waarvan we nog altijd ontzettend veel last/plezier hebben.

Johnny vs Amber

Discovery+

Als vrouwenmepper heeft hij in het post #metoo-tijdperk eigenlijk geen toekomst meer in de filmindustrie. En dus sleept acteur Johnny Depp de Britse krant The Sun, die allerlei verhalen over zijn vermeende gewelddadige gedrag heeft gepubliceerd, voor het gerecht. Daar komt hij oog in oog te staan met zijn voormalige echtgenote, de actrice Amber Heard, de vrouw die hem van huiselijk geweld beschuldigt. Een typisch Zij Zegt/Hij Zegt-verhaal, dat voor buitenstaanders niet is te beoordelen. Al is dat voor menigeen – blijkbaar – geen enkel beletsel om het tóch, vaak zonder enige terughoudendheid, te doen.

De hele wereld kan/mag/moet dus meegenieten van Johnny vs Amber (95 min.), een epische echtelijke ruzie die voor het oog van zo’n beetje de halve mensheid wordt uitgevochten. Vuil, onsmakelijk en – blijkbaar – onweerstaanbaar. Want wij, gewone stervelingen, krijgen – blijkbaar – nooit genoeg van oorlog tussen de sterren. Tromgeroffel. Van Tom Cruise/Nicole Kidman, Brad Pitt/Angelina Jolie en Kanye West/Kim Kardashian tot – God betere dit! – Dré Hazes/Monique Westenberg, Marco Borsato/Leontine Ruiters en Lil’ Kleine/Jaimie Vaes.

In z’n film over Depp/Heard splitst regisseur Eliana Capitani de zaak van het Hollywood-paar op in twee delen: Johnny’s versie en Ambers versie. Onder het mom van ‘Who is lying? And who is telling the truth?’ Dat klinkt als een héél slecht idee, maar valt in de praktijk eigenlijk nog best mee. De inhoud is relatief serieus, de toon relatief ingetogen. Geen al te ranzige tabloid-tv dus – al voel je je als kijker natuurlijk tóch een voyeur. Ook omdat je nooit écht in de zaak zelf kunt kijken – als je dat al zou willen – en de naakte feiten kunt beoordelen. Nog afgezien van het feit dat dit ook helemaal niet je taak is, als Onbekende Nederlander.

Dan rest vooral verbazing over dit ongegeneerde ‘trial by media’ in het likkebaardende ‘court of public opinion’, dat met scherp formulerende medestanders, advocaten, privédetectives en de onvermijdelijke entertainment-deskundigen en een smoezelige grabbelton vol persoonlijke berichten en (stiekeme) beeld- en geluidsopnamen wordt opgetekend. Zo lijkt Johnny vs Amber een bijzonder onappetijtelijk portret van een gewezen droomkoppel te schetsen, maar in werkelijkheid zijn wij het zelf, de zichzelf aan alles wat maar naar ‘celebrity’ ruikt vergapende meute, die onder het vergrootglas en aan de leugendetector liggen.

En zo bezien is dit tweeluik niets minder dan een teken van deze tijd: het met afgewend hoofd voorzichtig oplichten van de deksel van een gezamenlijke beerput, waarvan je uiteindelijk zelfs met dichtgeknepen neus licht onpasselijk wordt.

Our Father

Netflix

Is er na de Nederlandse miniserie Het Zaad Van Karbaat en de Amerikaanse tegenhanger daarvan, Baby God, ruimte voor nóg een documentaire over een fertiliteitsarts die, ongevraagd natuurlijk, zijn eigen zaad heeft gebruikt om patiënten te bevruchten en zo een enorm nageslacht blijkt te hebben nagelaten? In tegenstelling tot zijn twee collega’s, Jan Karbaat en Quincy Fortier, is de stiekeme spermadonor van Our Father (97 min.) in elk geval nog in leven. Donald Cline kan zich dus hoogstpersoonlijk in de zaak mengen en verdedigen tegen alle aantijgingen. Als hij dat tenminste zou willen…

Verder voelt deze documentaire van Lucie Jourdan, wellicht simpelweg door de timing van de release, als een wandeling op bekend terrein. Terwijl het verhaal eigenlijk te gek voor woorden blijft. Net als de Cline-geschiedenis een wel erg hoog mosterd-na-de-maaltijd gehalte dreigt te krijgen, neemt de vertelling ‘gelukkig’ een sinistere wending, die associaties oproept met zowel The Handmaid’s Tale als het beruchte Lebensborn-project. De achtergronden daarvan zitten kernachtig vervat in Cline’s favoriete Bijbelcitaat: ‘Voordat ik u vormde in uw moeders schoot, kende ik u’ (Jeremiah, 1:5). Die intrigerende verhaallijn wordt alleen nauwelijks uitgediept.

Even later hervat Our Father zijn vertrouwde – en natuurlijk toch nog schokkende – betoog over die sjoemelende dokter weer. Met ouders die zich ernstig bedrogen voelen en kinderen die zich schamen voor wie ze (blijkbaar) zijn. De vraag dringt zich op: zou dit altijd al usance zijn geweest in de vruchtbaarheidsbusiness? De kans dat de ware aard van het zaad werd ontdekt leek in het pré-DNA tijdperk immers vrijwel nihil. Was het dan vreemd dat deze artsen, die tenslotte vrijelijk over nieuw leven konden beschikken, een soort God-complex ontwikkelden en begonnen te denken dat de wereld er alleen maar beter van zou worden als zij zich lustig zouden vermenigvuldigen?

Inmiddels zijn er in de Verenigde Staten een kleine vijftig van zulke hulpvaardige artsen tegen de lamp gelopen. Donald Cline, tevens kerkouderling in Indiana, geldt vooralsnog als de productiefste. Zijn nazaten hebben alleen weinig met hem op. Hij wordt door hen consequent ‘Cline’ of ‘that man’ genoemd. Voor hen is hij geen vader, eerder een verkrachter. En dat is dan weer vervat in een vrij plastisch tafereel dat Jourdan, net als andere kerngebeurtenissen uit deze onverkwikkelijke geschiedenis, met acteurs en afstammelingen heeft gereconstrueerd: nét voor de bevruchting maakt Cline zich in een zijkamertje letterlijk klaar voor de klus. Zodat er genoeg zaad is…

Het viezige karakter van ‘s mans levenswerk – zijn heilige missie? – wordt daarmee treffend verbeeld. In een film die een flinke dosis persoonlijk leed blootlegt, veroorzaakt door een man die vindt dat hij mag wikken en beschikken over het lot van een ander. Our Father legt het desondanks af tegen Het Zaad Van Karbaat, waarin dezelfde thematiek met meer diepte, nuance en (beeld)poëzie is uitgewerkt.

De Roze Supporters

KRO-NCRV

Terwijl er op het veld (officieel) nog altijd geen homoseksuele speler rondloopt, vullen de tribunes bij het Nederlandse betaald voetbal zich heel voorzichtig met LHBTIQ+-supporters. In Den Haag zorgt de supportersvereniging De Roze Règâhs al een jaar of acht voor een tolerantere atmosfeer in het stadion. Volgens voorzitter (en oud-hooligan) Maron Pots worden er bij ADO tegenwoordig een stuk minder homo-onvriendelijke slogans gescandeerd.

Ook enkele Feyenoord-supporters zijn van zins om een speciale fanclub op te richten. Zodat er voortaan een bijgewerkte versie van het befaamde clublied van de tribunes schalt: ‘Hand in hand, tegen homofobie’. Zover is het echter nog lang niet. De officiële oprichting van Roze Kameraden komt voorzitter Paul van Dorst op ernstige bedreigingen te staan. Zelfs zijn sportschool wordt doelwit van homofobe hooligans. En de club Feyenoord laat intussen nauwelijks van zich horen.

De vierdelige serie De Roze Supporters (172 min.) belicht deze en andere pogingen van LHBTIQ+-supporters in de rest van het land om, zoals de voormalige Haagse wethouder Rabin Baldewsingh het treffend uitdrukt, gewoon ‘erbij te horen’. In Duitsland is dat volstrekt normaal, toont deze fijne docuserie van Marieke Slinkert, waarvoor Klaas van Kruistum de voice-over verzorgt. Elke zichzelf respecterende Bundesliga-club heeft een roze supportersgroep. En in stadions hangt een inclusieve sfeer.

Elders in Europa hebben homoseksuelen – niet alleen de voetbalsupporters – het soms zwaar. Zo vertrekken de rivalen uit Den Haag en Rotterdam in de zomer van 2021 bijvoorbeeld gezamenlijk naar Boedapest om daar tijdens het Europees Kampioenschap het Nederlands elftal te ondersteunen. Hongarije heeft dan net anti-homowetgeving aangenomen en zit dus bepaald niet te wachten op Oranje-fans met ‘Gay is oké’-shirts of regenboogkleding. Maar die willen toch echt het stadion in…

De Roze Supporters brengt zo van binnenuit de emancipatie van LGBTIQ+-supporters in beeld. Hoewel de situatie, met name bij Feyenoord, soms echt een grimmig karakter krijgt, blijft de grondtoon van deze empowerment-serie positief: die inclusieve voetbalwereld gaat er komen. Hoe dan ook. Of, zoals opper-Roze Règâh Maron Pots het kort en bondig samenvat: ‘Heel Nederland zal moeten toegeven dat het betaalde voetbal gezelliger is met LHBT-mensen op de tribune.’

En dan, zou je zeggen, volgen de homoseksuele spelers vanzelf. Zodat ‘ons voetbal’, indachtig de officiële KNVB-slogan, gaandeweg écht van iedereen wordt.

De Roze Supporters is hier te bekijken.

Hold Your Breath: The Ice Dive

Netflix

Haar oudere zus Elina vindt dat ze het moet proberen – al is ze er bepaald niet gerust op. Johanna Nordblad zelf ziet twee grote uitdagingen: ‘Kan ik lang genoeg m’n adem inhouden en kan ik ontspannen blijven in het ijskoude water?’ De Finse ijsduikster wil in maart 2020 haar eigen wereldrecord aanscherpen. Dat staat voor vrouwen op vijftig meter. Mannen wisten al tachtig meter te overbruggen. En op die afstand heeft Johanna nu haar zinnen gezet.

Na een warme winter zal de recordpoging noodgedwongen moeten plaatsvinden op vreemd terrein, een veel noordelijkere locatie in de kop van Finland. In het Öllöri-meer te Hossa hoopt ze onder het ijs, in een rechte lijn, van het ene naar het andere gat te zwemmen. Totdat ze de grens van het menselijk kunnen heeft verlegd. Het wordt een ontzagwekkende onderneming, die Johanna ook zomaar met de dood kan bekopen. Zeker nu ze ‘een vreemd hoestje’ heeft opgelopen.

Documentairemaker Ian Derry sluit in Hold Your Breath: The Ice Dive (41 min.) aan bij de onverschrokken sportvrouw, maakt via majestueuze (drone)shots optimaal gebruik van de zeer fotogenieke locaties en zorgt intussen met gevaarlijk krakend ijs en de onguur jagende wind voor de juiste ambiance. Hij stuurt zijn cameramensen natuurlijk ook mee onder water, om van daaruit met adembenemende beelden de ambitieuze ijsduik te vereeuwigen.

Daarmee wordt deze gelikte korte documentaire precies wat ie lijkt te willen zijn: een ongegeneerde viering van het streven naar een onmogelijk einddoel. Zonder dat Derry verder echt probeert te begrijpen wat Nordblad daartoe drijft.

Transkids

‘Je weet helemaal niet wat trans is als je klein bent’, zegt Liron tegen zijn moeder, bij de start van zijn hormoonbehandeling. ‘Je voelt gewoon dat je niet jezelf bent, dat je lichaam niet klopt. Je bent van binnen anders dan van buiten, maar je moet je gedragen zoals je eruit ziet. Want dat is wat anderen zien. Die zien niet hoe je je werkelijk voelt. Het is onzichtbaar. Dus als jij je zorgen maakt over het feit dat ik nu stoppels krijg, moet je je realiseren dat dat alleen om de buitenkant gaat. Aan de binnenkant had ik altijd al stoppels.’

In Transkids (103 min.) portretteert Hilla Medalia vier Israëlische jongeren in transitie. Terwijl ze proberen te worden wie ze altijd al waren of eindelijk kunnen zijn wie ze willen, worden ze voortdurend geconfronteerd met verwachtingen of eisen vanuit hun (directe) omgeving. Zo krijgt Liron, midden in de transitie van meisje naar jongen, bijvoorbeeld een oproep voor de dienstplicht, vraagt de oma van Ofri zich af of hij ooit een echte man kan worden en moet Romy, die een carrière als fotomodel ambieert, zich verantwoorden tegenover andere deelnemers aan een missverkiezing.

Als we dit hadden geweten bij de eerste zwangerschapstest, zegt Noams zeer religieuze vader zelfs tijdens een openhartig familiegesprek, dan was je nooit geboren. De man bedoelt het helemaal niet verkeerd, maar de boodschap is desondanks glashelder: dit had hij zijn kind, en zichzelf, graag willen besparen. Tegelijkertijd staat Noam voor zijn gevoel nu dichter bij God dan toen hij nog een meisje was. Het is alleen de vraag of zijn geloofsgemeenschap hem, net als zijn directe familie, ook kan accepteren zoals hij is.

Trefzeker plaatst Transkids een actueel thema, dat inmiddels op alle mogelijke manieren in de media is behandeld, binnen een uitdagende omgeving, waardoor de persoonlijke, sociale en maatschappelijke dilemma’s van tieners die niet vanzelfsprekend kunnen zijn wie ze willen zijn nog eens extra lading krijgen. ‘Ik ben een man, een mens en heet Liron’, concludeert Liron, die tevreden lijkt te zijn met z’n eigen ontwikkeling, tot besluit. ‘En pas daarna ben ik een transgenderpersoon.’

Petites

Rayuela Productions

Ruim 25 jaar zijn alweer verstreken sinds België en de rest van de wereld in de greep raakten van Marc Dutroux. Zijn arrestatie in 1996 zette een collectieve martelgang in gang. Eerst werden de vermiste meisjes Sabine en Laetitia aangetroffen in zijn huis in het Waalse Marcinelle, onder de rook van Charlois. Later bleek dat hij, samen met zijn vrouw Michelle Martin en handlanger Michel Lelièvre, ook verantwoordelijk was voor de geruchtmakende verdwijningen van andere jonge meisjes, waarnaar al een hele tijd werd gezocht: Julie en Melissa. En An en Eefje.

Over Marc Dutroux, de gewetenloze kinderontvoerder en -verkrachter, de spil van een internationaal (?) pedofielennetwerk en de volksvijand die enkele jaren later zowaar nog uit de gevangenis wist te ontsnappen ook is sindsdien veel gezegd en geschreven. Over het complete falen van de Belgische rechtsstaat, waardoor hij véél te lang ongestoord zijn gang kon gaan, eveneens. En over de massale volkswoede als gevolg daarvan, die op 20 oktober 1996 culmineerde in de zogenaamde Witte Mars te Brussel, een massale betoging zonder spandoeken of politieke slogans, natuurlijk ook.

De Zaak Dutroux behoort tot de grootste trauma’s van het moderne België. Dat is ook de insteek die regisseur Pauline Beugnies kiest in de documentaire Petites (Engelse titel: The End Of Innocence, 93 min.). Ze belicht de tragische geschiedenis vanuit het perspectief van kinderen die met ‘Dutroux’ opgroeiden, op zijn jachtterrein bovendien. Gedetailleerd schetsen dertig volwassen Belgen, off screen, hoe ze de gebeurtenissen als kind hebben beleefd en welke gevolgen die hadden voor hun ontwikkeling. De één verzamelde krantenknipsels, een ander maakte speciale radio-uitzendingen over de kwestie.

Hun herinneringen – van ongeloof, angst en verdriet – worden ondersteund door nieuwsreportages en interviews uit de periode dat de nachtmerrie aan het licht kwam en ogenschijnlijk willekeurige familievideo’s uit dezelfde tijd – VHS-beelden die zomaar uit onze eigen kindertijd of gezinnen afkomstig hadden kunnen zijn. Op die manier vloeien de waan van die donkere dagen en de dagelijkse dingen uit het leven van een opgroeiend kind samen tot een persoonlijke impressie van de kwestie die onder de huid van een complete generatie is gekropen en daar springlevend lijkt te zijn gebleven.

‘Voor mij kan elke volwassene een gevaar zijn’, illustreert één van de geanonimiseerde hoofdpersonen bijvoorbeeld treffend hoe seksualiteit voor haar al op heel jonge leeftijd bezoedeld is geraakt. ‘Maar ik wil m’n kinderen die verdrongen gevoelens ook niet inprenten. Daar mogen zij niet het slachtoffer van worden.’ Even daarvoor heeft iemand ook al geconstateerd dat de volwassenen destijds hun catharsis hebben gehad met het politieke debat. ‘Daarmee hebben ze al hun emoties kunnen uiten’, klinkt het spijtig. ‘Al die opstandigheid, wrevel en haat. En de kinderen, tsja…’ 

Het is een wrange conclusie voor een krachtige film, over Dutroux’ directe en indirecte slachtoffers en het land waarin zij nu al 25 jaar leven.

Meltdown: Three Mile Island

Netflix

De speelfilm The China Syndrome, waarin Jane Fonda en Michael Douglas als respectievelijk verslaggever en cameraman misstanden op het spoor komen bij een Amerikaanse kerncentrale, is twaalf dagen eerder in première gegaan. En nu lijkt de werkelijkheid Hollywood zowaar in te halen: bij Three Mile Island ontstaat in maart 1979 een ernstig probleem. Tsjernobyl, de grootste nucleaire ramp uit de wereldgeschiedenis, ligt nog zeven jaar in de toekomst verscholen – en daarna zal het nog eens 25 jaar duren voordat de aarde wordt opgeschrikt door Fukushima.

Het ongeluk in Middletown, Pennsylvania, waardoor iedereen die niet ziende blind wilde zijn wel overtuigd moest raken van de risico’s aan kernenergie, is daardoor enigszins in de vergetelheid geraakt. In de vierdelige serie Meltdown: Three Mile Island (176 min.) reconstrueert Kief Davidson met direct betrokkenen, ooggetuigen, omwonenden, journalisten en deskundigen het ernstigste nucleaire ongeval op Amerikaans grondgebied. Als het allereerste gevaar lijkt te zijn afgewend, volgen de zorgen over de volksgezondheid en dreigt er zich nóg een ramp te voltrekken.

Davidson wil van die ontwikkelingen vooral een spannend heldenverhaal maken, niet zozeer een serieuze verhandeling over de gevaren van kernenergie. De gebruikelijke respons op een ongeval – paniek, ontkenning, zorg – maakt gaandeweg plaats voor thrillerachtige elementen: kwade opzet, intimidatie en samenzwering. Daarbij wordt ook al snel het verband gelegd met een andere Hollywood-hit: Silkwood, een waargebeurd verhaal waarin Meryl Streep een klokkenluider in een Amerikaanse plutoniumfabriek vertolkt, die uiteindelijk zal omkomen bij een mysterieus auto-ongeluk.

De Karen Silkwood van Meltdown luistert naar de naam Rick Parks. Als medewerker luidt hij de noodklok over de kerncentrale. ‘Alleen met een camera op hun beide mondhoeken’, zegt hij met gevoel voor drama over de bedrijfsleiding, ‘zou je kunnen ontdekken uit welke ze logen.’ Waarna hij, om zijn woorden nog eens kracht bij te zetten, even met priemende ogen richting de camera kijkt. Punt. Parks’ ‘tone of voice’ sluit naadloos aan bij de met acteurs nagespeelde scènes die Meltdown soms eerder het karakter van een Hollywoodthriller geven dan van een historische reconstructie.

De drang om een bingehit te scoren, waarbij de behoefte om te amuseren de noodzaak om te informeren regelmatig overvleugelt, ondermijnt zo nu en dan de authenticiteit van deze miniserie, die een nog altijd relevant maatschappelijk thema behandelt.

Hitler En De Macht Van Het Beeld

Heinrich Hoffmann / NOS

Al lang voordat hij een machtige leider was, werd Adolf Hitler al als zodanig geportretteerd. Dat was een weloverwogen keuze: als het beeld maar krachtig genoeg is, volgt de werkelijkheid vanzelf. Centraal in die bepalende beeldvorming was Heinrich Hoffmann, de fotograaf van de NSDAP, betoogt Hitler En De Macht Van Het Beeld (135 min.).

Hoffmann zorgde er bijvoorbeeld voor dat Hitler op foto’s altijd centraal in beeld stond, dan streng in de camera tuurde en zo overkwam als een sterke leider. Een echte staatsman, die achter de schermen stiekem op grote gebaren oefende. Beelden waarop de aanstaande Führer als een gewoon kwetsbaar mens was te zien werden natuurlijk zorgvuldig weggehouden van gewone Duitsers. Tegelijkertijd moest hij als een echte man van het volk worden geportretteerd.

Die delicate balanceeract vormt de kern van de eerste aflevering van dit interessante journalistieke drieluik, waarin de beeldonderzoekers Erik Somers en René Kok van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), die onlangs het boek Adolf Hitler, De Beeldbiografie uitbrachten, worden gevolgd bij hun pogingen om Hitlers beeldvoering te reconstrueren. Daarbij komen ook diverse historici, direct betrokkenen en overlevenden aan het woord.

Deel 2 van de miniserie van Mélinde Kassens en Arjan Nieuwenhuizen belicht de periode dat Hitler, na de door propagandaminister Joseph Goebbels gedirigeerde verkiezingscampagne Hitler Über Deutschland, aan de macht komt: de slinkse campagnes om de jeugd aan deze vader des vaderlands te binden, Richard Wagners bombastische muziek, het massamedium radio, de duivels knappe propagandafilms van Leni Riefenstahl en het ultieme witwasevenement, de Olympische Spelen van Berlijn.

In het slot buigt Hitler En De Macht Van Het Beeld zich over de oorlogsjaren, als Adolf Hitler steeds meer een geïsoleerde leider wordt. Op de beelden van die tijd blijft hij echter het onbetwiste ‘Dreh- und Angelpunkt’ van de Duitse oorlogsmachine. Intussen is het onafwendbare verlies van nazi’s nooit te zien. Zulke beelden zijn pas achteraf, toen Hitlers nederlaag al was bezegeld, beschikbaar gekomen. En toen zou er nog veel meer bewijsmateriaal tegen de nazi’s boven tafel komen…

Als Der Führer zijn land, miljoenen mensen en zichzelf in de afgrond heeft gestort, krijgt zijn beeltenis ook zijn definitieve karakter: als verpersoonlijking van het kwaad. Deze miniserie drukt eenieder echter nog eens goed met de neus op de feiten: een leider die de media van zijn tijd beheerst, zowel letterlijk als figuurlijk, kan tot ongekende hoogten stijgen – of voorgaan in een afdaling richting de hel.

The Big Conn

Apple TV+

Zou het hartveroverende personage Saul Goodman, de lekker louche advocaat uit de gelauwerde series Breaking Bad en Better Call Saul, misschien geënt zijn op Eric C. Conn? De advocaat uit Pikeville, Oost-Kentucky, oogt net zo goedkoop, houdt er al even dubieuze methoden op na en schaamt zich ook niet voor een Goodman-achtige commercial, compleet met country- of rapsongs, koddige dansjes en bevallige dames, onder wie de bekende pornoster Raven Riley. En Conn laat rustig, dat ook, een standbeeld van Abraham Lincoln, à 400.000 dollar, bij zijn privéparkeerplaats plaatsen.

In de mijnstreek heeft ‘Mr. Social Security’, een ‘Appalachian’ kruising tussen Robin Hood en Rudy Giuliani, aan het begin van deze eeuw een uitkeringsfraude van ruim een half miljard opgezet. Bijna honderd procent van de aanvragen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering die hij indiende namens zijn cliënten, doorgaans slecht opgeleide en al enige tijd werkeloze werkemensen, werden toegewezen door één en dezelfde rechter: David Daugherty uit Huntington, West-Virginia. En daarvan kreeg de doorgewinterde – opgelet! – Connman dan weer een heel fijn percentage, dat werd geïnvesteerd in zo ongeveer een week vakantie per maand.

The Big Conn (232 min.), de vierdelige serie van James Lee Hernandez en Brian Lazarte (McMillions) over die kwestie, profiteert intussen van een heuse sterrencast: via passages uit zijn ongepubliceerde autobiografie, ingesproken door Boyd Holbrook, wordt de Conn-artiest zelf opgevoerd. Hij zal ook nog op andere manieren van zich laten horen. Daarnaast is er bijvoorbeeld Mason Tackett, een lochte hillbilly-variant op Eminem. Jennifer Griffith en Sarah Carver, klokkenluiders bij de Sociale Zekerheidsadministratie, fungeren als de tweekoppige Erin Brockovich, terwijl Damian Paletta, de Woodward & Bernstein voor hetzelfde geld van The Wall Street Journal, de zwendel uiteindelijk publiek maakt.

In de handen van Hernandez en Lazarte, die hun sappige schelmenverhaal opleuken met erg dik aangezette reconstructiescènes, losse humor en ludieke muziekjes (waaronder de kraker Little Green Bag van George Baker, dat sinds Quentin Tarantino’s Reservoir Dogs toch echt als een afgelikte boterham geldt), wordt Conn een nóg larger than larger than life-personage. Hoe vaak hij is getrouwd, daarover verschillen bijvoorbeeld de meningen. Ergens tussen de zes en veertig keer. ‘De vent heeft gewoon geen moreel kompas’, stelt Conns goedlachse advocaat Scott White. ‘Je kunt een slang niet verwijten dat ie zich als een slang gedraagt.’

Te midden van Conns kolder dreigt de achterliggende problematiek – van de gewone mensen met een haperend lichaam, die zich ook bij Kentucky’s eigen Goodman hebben gemeld – verloren te gaan. Want als de Amerikaanse overheid begint terug te slaan en toegekende uitkeringen ineens stopzet, worden zij geacht om de klappen op te vangen. Als deze kwetsbare Amerikanen in aflevering drie letterlijk in beeld komen, verandert deze miniserie even rigoureus van toon. Die plotselinge aandacht voor Conns slachtoffers blijft alleen een beetje een fremdkörper. Al snel vervolgt The Big Conn z’n weg weer als het type vermakelijke real life-misdaadkomedie, dat tegenwoordig per strekkende meter wordt afgeleverd.

Skin + Soul: The Life And Images Of Perry Ogden

Ciara Nic Chormaic

De kracht van dit portret van fotograaf Perry Ogden zit in zijn werk: commerciële klussen voor Vogue, Ralph Lauren en Kent & Curwen of persoonlijke projecten over de zogenaamde Smithfield Pony Kids, het verweesde atelier van schilder Francis Bacon of de opgroeiende Ierse jongens Paddy & Liam (die hij al jaren portretteert). In dat imposante oeuvre komt de man tot leven: in de kleuren, enscenering en – vooral – gezichten van zijn personages.

‘Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het idee van schoonheid en wat mooi is’, vertelt de Britse fotograaf in Skin + Soul: The Life And Images Of Perry Ogden (53 min.), een fraai ogende film van de Ierse filmmaakster Ciara Nic Chormaic. ‘Daarvoor heb ik niet per sé een topmodel nodig. Ik probeer mensen te vinden die ik mooi vind en die diepte hebben. Als je in hun ogen kijkt, moet je het gevoel hebben dat er nog iets achter zit.’ En via hen kijken we waarschijnlijk naar hem, de man achter de camera.

Ogden is alleen geen heel enerverende verteller. Tamelijk droog vertelt hij over zijn werk, dat zich op het grensvlak van mode, kunst en documentaire afspeelt. En waarvoor hij, als het enigszins kan, buiten de studio aan het werk gaat. In het echte leven, dat hij dan wel naar zijn hand zet. Dit uitgangspunt wordt door Chormaic optimaal uitgebuit. Deze documentaire bevat prachtige plaatjes van een man in zijn element, op idyllische locaties.

Ze volgt Ogden bij enkele projecten en laat haar hoofdpersoon tussendoor vertellen over zijn carrière. Die heeft hem van het Engelse platteland via (punky) Londen en New York naar Dublin gebracht. De focus ligt in deze documentaire ook bij zijn werk. Pas in de slotscène, als hij zich voor een fotoshoot omringt met directe familie, toont Ogden een tedere glimlach die de hele verdere film verscholen is gebleven achter serieuze bespiegelingen over zijn vak.

Ed van Thijn: Een Oorlog Die Nooit Overging

BNNVARA

Hij deelde zijn persoonlijke verhaal met heel Nederland, maar kon, of wilde, het niet met zijn eigen kinderen bespreken. Ed van Thijn bleef zijn hele leven dat tienjarige jongetje dat níet stierf in de Tweede Wereldoorlog. ‘Wie ben ik dat ik het heb overleefd?’ vraagt hij zich af tijdens een interview uit 2010. ‘Je ziet ook kinderen voor je die het niet hebben overleefd. Ik denk dan: hoeveel burgemeesters van Amsterdam zouden daaronder hebben gezeten? En wie ben ik dan dat ik dit heb mogen worden?’

Oppervlakkig beschouwd heeft Ed van Thijn (1934-2021) een prachtig leven gehad. Hij was fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer, bekleedde enkele jaren het ambt van minister van Binnenlandse Zaken en werd vervolgens de langstzittende burgemeester van Amsterdam ná die vervloekte oorlog (1983-1994). Daarachter, naast en tussen waren er echter altijd dat schuldgevoel, de angst om daar ‘dik’ over te doen en het verdriet over wat verloren ging, ook in de jaren ná 1945.

In het postume portret Ed van Thijn: Een Oorlog Die Nooit Overging (47 min.) onderzoekt Nathalie Toisuta met de hoofdpersoon zelf (in zijn laatste interview uit 2020), zijn vrouw Odette, dochters Marion en Carla, kleindochter Lisa, vriend Frits Barend, biograaf Willem van Bennekom, historicus Geert Mak, partijgenoot Lodewijk Asscher en Bert Jan Flim, kind van een verzetsstrijder, de tragiek van Van Thijns leven en hoe iedereen in zijn directe omgeving in de schaduw daarvan moest leven. ‘Alles herinnert aan de oorlog’, vertelt zijn vrouw. ‘Alles!’

Hoe bevrijdt een man, die de vanzelfsprekendheid van vrijheid niet kent, zich van de oorlog? Dat lijkt de sleutelvraag van dit waardige eerbetoon aan de ouderwetse burgervader Ed van Thijn, een politicus uit en van een andere tijd: getekend door de oorlog en daardoor, elke dag weer, geïnspireerd om het goede te doen.

Notes From Brussels

In Context Productions

‘Het gevoel dat je onderdeel bent van een groter verhaal, is dat het waard om al je andere behoeften en verlangens te onderdrukken?’ vraagt Nadine van Loon zich halverwege Notes From Brussels (79 min.) af. Ze werkte ooit zelf als politiek medewerker van een Europarlementariër en haakte toen af met een burn-out. Voor haar debuutdocu heeft ze gedurende enkele jaren drie vrouwen gevolgd, die nog altijd werkzaam zijn in Brussel en Straatsburg. En dan begint het toch weer te kriebelen. Had ze niet gewoon wat harder moeten zijn voor zichzelf?

Die persoonlijke insteek voelt soms wat gezocht in deze film over het werk aan de basis van de Europese Droom. De verhalen van de drie geportretteerde vrouwen spreken voor zichzelf. De carrière van de Duitse topambtenaar Beate Gminder heeft een normaal gezinsleven bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk gemaakt en de hoeveelheid stress zorgt ook voor gezondheidsproblemen. De Poolse journaliste Joanna Sopinska vraagt zich ondertussen af wanneer ze met haar gezin wil terugkeren naar haar eigen land, dat in de voorgaande jaren steeds verder is geradicaliseerd.

En de jonge Française Anne-Cécile Gault, medewerker van Europarlementariër Nathalie Griesbeck, vraagt zich af of ze nog steeds een lange Europese carrière ambieert. ‘Hoe ik mezelf over tien jaar zie?’ zegt ze in gesprek met twee jonge collega’s. ‘Ik heb werkelijk geen idee.’ Gault hoopt dat ze tegen die tijd kinderen heeft en kan zich niet voorstellen dat ze nog in Brussel werkt. ‘Zou jij geen Europarlementariër willen zijn?’ vraagt ze aan één van de anderen. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Nooit!’ vult de derde jonge vrouw aan. ‘Nooit. Nooit.’

Via drie levens die voortdurend van beleidsnota naar vergadering snellen, waarbij er nauwelijks meer ruimte is voor een privéleven, geeft deze film een aardige inkijk in hoe de Europese politiek en bureaucratie direct betrokkenen helemaal kan slopen. Voor hun idealen en/of carrière moeten ze zien te overleven in de Europese arena, waarbinnen het nog verdomd lastig is om een succesje te scoren ook. Of de kosten opwegen tegen de baten? Nadine van Loons antwoord op de vraag die ze halverwege de film opwierp laat zich wel voorspellen.

20.000 Days On Earth

20.000 Days On Earth (93 min.) heeft hij volgens zijn eigen berekeningen inmiddels achter de rug – althans, dat is de premisse van deze weldadige docu/mockumentary over Nick Cave uit 2014 – en dan lijkt dag 20.001 een ideale gelegenheid om de balans op te maken. Een fictieve dag, dat wel, waarop de Australische zanger en (song)schrijver plaatsneemt op een stoel bij de psychiater en vertelt over zijn eerste seksuele ervaring, relatie met z’n vader en verhouding tot het geloof. 

Een dag ook waarop hij zijn eigen archief bezoekt en kijkt naar De Jonge Cave. Waarop hij achter het stuur van zijn auto kruipt en het gesprek aangaat met bijrijders zoals acteur Ray Winstone, oud-bandlid Blixa Bargeld en zangeres Kylie Minogue. En waarop hij voor een copieuze maaltijd aanschuift bij bloedsbroeder Warren Ellis. En daarbij komt het gesprek dan op een angstaanjagend optreden van Nina Simone. Ellis hield daaraan een kauwgom over. Die inspireerde hem onlangs tot het boek Nina Simone’s Gum. Althans, zo wil het verhaal dat de twee graag delen.

Aan de hand van de levensgeschiedenis van hun illustere protagonist belanden de Britse filmmakers (en kunstenaars) Iain Forsyth en Jane Pollard zo bij een soort gefictionaliseerde werkelijkheid over Cave, ergens in de Bermudadriehoek tussen herinnering, mythe en broodje Aap. Daar waar de waarheid zich wel eens schuil zou kunnen houden. En waar Nick Cave zelf in songs, anekdotes en verbindende teksten hoog kan draven, vrijelijk mag schmieren en zijn zwartgeblakerde ziel wil blootleggen.

‘Mijn grootste angst is dat ik mijn geheugen verlies’, zegt hij bijvoorbeeld in deze zinnenprikkelende ode aan de kracht van verbeelding, die door Forsyth en Pollard wordt doorsneden met opnames voor zijn album Push The Sky Away (2013) en performances van die songs. Want uiteindelijk bestaan wij als mensen volgens Cave vooral uit onze herinneringen. ‘Daar gaat het mij om bij het schrijven van liedjes: het hervertellen van die verhalen en het mythologiseren ervan. Zo bezien is het verliezen van het geheugen een enorm trauma.’

In de navolgende jaren zal Nick Cave daar stug mee doorgaan, ook met het verwerken van de trauma’s die hij nog op zijn weg zal vinden – en die een plek zullen krijgen in de concertfilms One More Time With Feeling en This Much I Know To Be True.

The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes

Netflix

De vraag wordt vrijwel direct opgeworpen: was de dood van Marilyn Monroe op 4 augustus 1962 een onfortuinlijk ongeluk, zelfdoding of toch moord? Voordat regisseur Emma Cooper in The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes (102 min.) op zoek gaat naar een antwoord, probeert ze eerst achter de schermen te kijken bij ‘het grootste sekssymbool van de twintigste eeuw’, in werkelijkheid een kwetsbare vrouw die haar hele leven op zoekt lijkt te zijn geweest naar (zelf)liefde en geborgenheid.

De Ierse onderzoeksjournalist Anthony Summers fungeert daarbij als bruggenhoofd. Voor de biografie Goddess: The Secret Lives Of Marilyn Monroe (1985) sprak hij met talloze bronnen uit de directe omgeving van de Amerikaanse actrice, die in werkelijkheid Norma Jeane Mortenson heette. De tapes daarvan, 650 in getal, zijn voor het eerst te horen in deze documentaire. Zo komen onder anderen regisseur John Huston (The Asphalt Jungle), actrice Jane Russell, Hollywood-agent Al Rosen, Monroe’s huishoudster Eunice Murray en regisseur Billy Wilder (Some Like It Hot) aan het woord, waarbij acteurs lipsynchroon – een enigszins onwerkelijke ervaring – voor de bijbehorende beelden zorgen.

Via Marilyn Monroe’s verhoudingen met beroemde mannen – zoals honkbalheld Joe DiMaggio, toneelschrijver Arthur Miller en de gebroeders Kennedy, president John en zijn minister van justitie Robert – koersen Cooper en Summers af op die fatale zaterdag in 1962, als hun protagonist op 36-jarige leeftijd overlijdt, als gevolg van een overdosis slaappillen. Daarbij zoomt de film nog eens nadrukkelijk in op Monroe’s relatie met de Kennedys en laat Anthony Summers primaire bronnen horen zoals hun zwager Peter Lawford, Robert Kennedy’s secretaresse Angie Novello, privédetective Fred Otash en diens medewerker John Danoff (die Monroe en de gebroeders Kennedy afluisterde in de slaapkamer).

Summers’ grootste troef vormen de vrouw en kinderen van Ralph Greenson, ‘de psychiater van de sterren’, bij wie Marilyn Monroe de laatste jaren van haar leven in behandeling was. Omdat zij regelmatig bij hen thuis kwam en een vriendschap met hen opbouwde, kunnen zij uit de eerste hand vertellen hoe de grote ster, opgegroeid in pleeggezinnen en weeshuizen, privé worstelde met wie ze voor menigeen was: ‘een stuk vlees’. Ze probeerde haar disbalans vervolgens onschadelijk te maken met pillen. Dat zijn geen nieuwe inzichten, zoals ook de exploitatie van vrouwen in het oude Hollywood geen verrassing mag zijn, maar deze stevige film slaagt er met iconische beelden en obscuur archiefmateriaal in om de levensloop van de bekoorlijke blondine treffend te verbeelden.

En over de tragische afloop daarvan – naakt op haar eigen bed, met een telefoonhoorn in de hand, in haar huis te Brentwoord, Californië – heeft The Mystery Of Marilyn Monroe bovendien een geloofwaardige hypothese – ook al is die bepaald niet nieuw. Summers en Cooper blijven daarmee uit de buurt van al te buitenissige complottheorieën.

Anna: Status

Prime Video

Als je imago niet alleen voor de buitenwereld bepaalt wie je bent, moet het verdomd lastig zijn om de controle daarover af te geven aan een willekeurige filmmaker. In Anna: Status (170 min.), waarvan ik tot dusver drie afleveringen heb gezien, twijfelt Anna Nooshin voortdurend over wie of wat ze wil laten zien. Net als Ali B. dat eerder deed in de vergelijkbare productie Ali Bouali. Die conversatie over wat er wel en niet wordt gedeeld voor de camera heeft ongetwijfeld ook tot doel om het belang van dit portret te benadrukken. In de trant van: in deze vierdelige serie laat de befaamde Iraans-Nederlandse influencer Anna Nooshin méér, zo niet álles, zien van zichzelf.

Het is natuurlijk wel de vraag hoeveel ruimte de hoofdpersoon van showrunner Niki Padidar heeft gekregen om te bepalen wat de serie op welke manier mag halen. Wie heeft bijvoorbeeld bedacht om Anna’s eerste sessie met psychiater Glenn Helberg, waarbij ze van binnenuit wordt opgewacht met de camera, te filmen? Wie heeft het initiatief genomen om een soort familiegesprek te organiseren met haar moeder en zus, over hun vluchtverleden en haar gewelddadige vader? En wie heeft het onzalige idee opgevat om acteur Derek de Lint te vragen om een bij vlagen ironische voice-over in te spreken, die de plank af en toe helemaal misslaat?

Anna: Status is over het algemeen tamelijk ruw gefilmd en gemonteerd, zodat de serie een ‘reality’-feel krijgt. Tegelijkertijd oogt ie ook zorgvuldig gestyled. Neem het centrale interview waarin Nooshin het achterste van haar tong lijkt te laten zien. Als ze vertelt over haar kwetsbaarheid, gebrek aan zelfliefde en onvermogen om gelukkig te zijn, zit ze op de grond, tegen een betegelde muur in een soort fabriekssetting. Ze is nauwelijks opgemaakt, draagt onopvallende kleding en kistjes en wordt een beetje van bovenaf gefilmd. Zo, willen de filmmakers/Anna zelf ons duidelijk maken, ziet iemand eruit die zich kwetsbaar opstelt.

In het verleden, in haar geboorteland Iran en de eindeloze tocht langs AZC’s in Nederland, lijkt de sleutel te liggen naar het begrijpen van de persoon Anna Nooshin. Daartegenover staan scènes met het fenomeen Anna Nooshin in de buitenwereld: tijdens fotosessies, bijkletsend met YouTuber Robbert Rodenburg en in een kunstgalerie, waar ze (samen met oud-wielrenner Thomas Dekker) een kunstwerk probeert aan te kopen. Het is duidelijk: in Nooshins leven lijken de binnenkant en de buitenkant soms volledig langs elkaar heen te leven. Duidelijk is ook dat Nooshin een kwetsbaar rolmodel is. Geen slachtoffer overigens, volgens haarzelf, maar een overlever.

In dat opzicht doet deze erg grillige productie enigszins denken aan de twee documentaireseries over een ander omstreden boegbeeld van millennials, Famke Louise De Documentaire en Famke Next. Allebei leven ze een leven waarin het persoonlijke, publieke en zakelijke volledig verknoopt zijn geraakt met elkaar. En waarbij geluk en succes bepaald niet vanzelfsprekend samengaan en soms zelfs op ramkoers met elkaar kunnen liggen.

Social Media Murders: The Murder Of Molly McLaren / The Murder Of Grace Millane

ITV

Ze leefden het social media-bestaan. Zij had overduidelijk lol in haar leven, was het middelpunt van elk feest. En hij deed daar nauwelijks voor onder, met zijn coole looks en stralende glimlach. Toen Molly McLaren en Joshua Stimpson elkaar tegenkwamen op een datingsite, was er duidelijk sprake van een match. En toen begon het echte leven…

Molly had een angststoornis en kampte met boulimia, Josh leverde strijd met mentale problemen. Volgens eigen zeggen was hij bipolair – en ontoerekeningsvatbaar toen het echt helemaal misging tussen hen. Op 29 juni 2017 doodde hij Molly met ruim vijftig messteken, twaalf dagen nadat zij de relatie beëindigde die in totaal zeven maanden had geduurd. Josh wachtte daarna op de politie.

In het eerste deel van het Britse tweeluik Social Media Murders (92 min.), geregisseerd door respectievelijk Angus Cameron en Natasha Cox, reconstrueren Molly’s ouders, vriendinnen en allerlei deskundigen de toxische relatie tussen de twee geliefden. Die wordt verder inzichtelijk gemaakt met hun online-conversatie, die uiteindelijk uitmondt in laster, chantage en stalking.

Deel twee van de true crime-serie concentreert zich op de gewelddadige dood van de Engelse backpacker Grace Millane in Nieuw-Zeeland. Als zij tijdens haar wereldreis in Auckland arriveert, komt ze via social media in contact met ene Jesse Shane. Een dag later, op 2 december 2018 viert Grace haar 22e verjaardag. Op de felicitaties die binnenkomen reageert ze echter helemaal niet. Grace is vermist.

Met behulp van chatberichten, telefoongegevens en beveiligingscamera’s weet de politie te deduceren hoe het Britse meisje de laatste uren voor haar verdwijning heeft doorgebracht, wat er in die periode met haar kan zijn gebeurd en hoe het daarna verder is gegaan. Was het een koelbloedige moord? Of toch een Fifty Shades Of Grey-achtige fantasie die helemaal uit de hand is gelopen?

Deze twee tragische kwesties vestigen de aandacht op de gevaren van de online-wereld: dat iemand die je ontmoet niet hoeft te zijn wie hij zegt dat hij is en dat we allemaal steeds beter zicht- en vindbaar zijn, ook voor de politie, door de sporen die we achterlaten op het web. Intussen voelt de kijker van deze twee crimedocs zich ook een beetje een voyeur. Van levens die op hun kwetsbaarst vanuit allerlei hoeken en gaten zijn vastgelegd. Ter leering ende vermaeck.

The Long Game: Bigger Than Basketball

Apple TV+

Na de gewelddadige dood van George Floyd en de navolgende Black Lives Matters-demonstraties zet het basketbaltalent Makur Maker in de zomer van 2020 een bijzondere stap: hij kiest niet voor een school met een erkend topteam, maar besluit om te verkassen naar Howard University in Washington, D.C., een zwarte school waar ook kopstukken als Kamala Harris, Thurgood Marshall en Toni Morrison ooit studeerden.

Daar wordt hij geconfronteerd met een zieltogende basketbalploeg. En dat heeft meteen gevolgen voor zijn eigen marktwaarde. Over driehonderd dagen vindt echter de volgende NBA-draft plaats, het richtpunt van deze vijfdelige docuserie van Seth Gordon (The King Of Kong). Dan hoopt de gedreven jongeling te worden geselecteerd door een gerenommeerd profteam. Hij zal dus ongenadig aan de bak moeten, binnen lastige omstandigheden.

Makur Maker is overigens niet zomaar een Afro-Amerikaanse jongen die droomt van een lucratieve topsportcarrière. Hij werd geboren in het door oorlog verscheurde Afrikaanse land Zuid-Soedan, groeide op in Australië en volgde van daaruit zijn eveneens basketballende neef Thon Maker naar de Verenigde Staten, om daar zijn grote droom na te jagen. Makurs ouders zijn ‘down under’ achtergebleven.

De Afrikaanse jongen wordt opgevangen in het gastgezin Smith, dat hem naar een carrière als professional hoopt te begeleiden. Want Makur Maker wil duidelijk The Long Game: Bigger Than Basketball (256 min.) spelen. Howard University’s hoekige coach Kenny Blakeney moet hem, midden in de Coronacrisis, veilig naar zijn volgende tussenstation begeleiden. Voor hem is de boomlange speler alleen écht niet groter dan het team.

Zo ontspint zich een typisch Amerikaanse sportdocu, in de traditie van de basketbalklassieker Hoop Dreams, waarin Makur op alle mogelijke manieren wordt uitgedaagd om boven zichzelf uit te stijgen. Intussen dreigt de carrière van zijn oudere neef Thon voortijdig te stranden. En dat is een flink probleem want Edward Smith, de omstreden Amerikaanse gastvader van de Makers, heeft flink geleend om de carrière van de jongens op gang te helpen.

The Long Game bevat allerlei interessante verhaalelementen voor een meeslepende vertelling over winnen en verliezen in de sport – en daarmee het leven – maar neemt wel flink de tijd om die uit te serveren. Sommige zijlijntjes zouden best kunnen worden gekortwiekt of helemaal weggesneden. En dat roept dan meteen de vraag op of deze docuserie als één enkele documentaire niet beter tot zijn recht zou zijn gekomen.