Slay The Dragon

Slay The Dragon (104 min.) opent met een citaat: ‘Democracy never lasts long. It soon wasts, exhausts and murders itself. There never was a democracy yet that did not commit suicide.’ Hoe actueel wil je het hebben? Aan het woord is echter John Adams, een van de founding fathers van de Verenigde Staten. De tweede Amerikaanse president, na de legendarische George Washington, sprak deze onrustbarende woorden uit in 1814, toen het Amerikaanse experiment nog geen halve eeuw onderweg was.

Inmiddels zijn er ruim twee eeuwen verstreken en lijkt de democratie in de Verenigde Staten inderdaad op zijn allerlaatste benen te lopen. Republikeinen en Democraten staan elkaar bijna letterlijk naar het leven, de rechterlijke macht is volledig geīncorporeerd in het politieke spel en het grote geld lijkt werkelijk alles te domineren. Stemmen wordt bijvoorbeeld alleen aangemoedigd als het voor de eigen kandidaat of partij is. En anders hebben de politieke partijen altijd nog middelen om ervoor te zorgen dat die stemmen er helemaal niet toe doen.

En daarmee zijn we aanbeland bij het thema van deze documentaire van Barak Goodman en Chris Durrance: gerrymandering. Tijdens het zogenaamde ‘redistricting’, elke tien jaar na de volkstelling, worden de grenzen van kiesdistricten zo getrokken dat er eigenlijk maar één partij kan winnen. In de regel is dat tegenwoordig de Republikeinse partij, die het aloude middel om de zittende macht in het zadel te houden in 2010 geheel nieuwe dimensies heeft gegeven met het project Redmap.

Een gemiddeld district ziet er inmiddels uit als een platgeslagen octopus, waarbij minderheidsgroeperingen doorgaans volledig in hetzelfde gebied zijn gepropt (packing) of juist zijn verdeeld over allerlei districten waarin ze nooit een meerderheid kunnen vormen (cracking). Zodat het uitgangspunt ‘one person, one vote’ gevoeglijk in de prullenbak kan worden gegooid, je met minder stemmen dan de tegenpartij tóch de verkiezingen kunt winnen en er een politieke klasse ontstaat die aan niemand verantwoording schuldig is.

Het gaat daarbij niet om incidentele gevallen, maar om een landelijk gecoördineerde actie, betoogt David Daley. ‘Het start met het trekken van nieuwe grenzen zodat ze alle kiesdistricten kunnen winnen’, zegt de auteur van het boek Ratf**ked. ‘Het tweede deel van datzelfde proces behelst allerlei vormen van ‘voter suppression’, zodat het moeilijker wordt voor Democraten en minderheden om te stemmen.’ Die houding is ook duidelijk zichtbaar in de huidige presidentsverkiezingen, waarbij alles uit de kast wordt gehaald om andersdenkenden te ontmoedigen om gebruik te maken van hun democratische rechten.

Deze boeiende documentaire is niets minder dan een pamflet tegen zulke praktijken. Daarbij volgen Goodman en Durrance de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Voters Not Politicians in Michigan, die een handtekeningenactie opstarten om het gerommel met kiesdistricten ongedaan te maken. Daarbij stuiten ze op de gebruikelijke politieke profi’s, die met hun giftige attitude, goedgevulde bankrekening en liefst ook nog een bijbel in de hand mensen die dromen van een eerlijke democratie proberen te dwarsbomen.

Het is moeilijk om niet cynisch te worden van Slay The Dragon. Toch biedt de film, in de vorm van allerlei gewone burgers die opkomen voor hun recht, ook een zekere vorm van hoop. Hun weg leidt in 2018, met de steun van niemand minder dan Arnold Schwarzenegger, naar het Amerikaanse hooggerechtshof, dat moet bepalen of gerrymandering in strijd is met de grondwet.

Time

Amazon Prime

De rechter had gezegd dat hij binnen twee dagen uitspraak zou doen. Die twee dagen duren nu wel erg lang. Sibil Fox Richardson, een trotse Afro-Amerikaanse vrouw met een afgeronde masteropleiding en eigen bedrijf, zit intussen maar te wachten. Ze belt met zijn secretaresse en blijft beleefd als er wéér geen uitsluitsel komt. Het is een kwestie van uitzitten.

Datzelfde geldt voor haar echtgenoot Rob. Hij zit al bijna twintig jaar vast in de Louisiana State Prison, bijgenaamd ‘Angola’. Voor een gewapende overval die ze samen pleegden, toen het even tegenzat in hun eigen hiphopkledingwinkel. Als chauffeur kwam zij er nog enigszins genadig vanaf. Hij kreeg zestig jaar gevangenisstraf. Zonder de mogelijkheid op vervroegde vrijlating. Het is maar de vraag of hij ooit vrijkomt.

In de Time (80 min.) dat hij nu achter slot en grendel zit in Angola, probeerde Sibil het gezin bijeen te houden en groeiden hun zes zoons uit tot veelbelovende jongvolwassenen. Zonder Rob. Ondanks de kartonnen replica van hem die ze in huis heeft staan, hebben de kinderen geen idee hoe het is om een man in huis te hebben. Hun vader is een schim geworden, in leven gehouden door de inspanningen van hun onvermoeibare moeder.

Documentairemaker Garrett Bradley maakt de tijd die is verstreken sinds de man verdween uit het leven van zijn vrouw en kinderen invoelbaar met homevideo’s die Sibil in deze periode opnam. Het gewone leven tekent zich daarop af. Waarin hij ontbreekt. Bradley versnijdt deze korrelige beelden met gestileerde impressies uit hun huidige bestaan. Afgewerkt in filmisch zwart-wit en gefühlvol gemonteerd op tamelijk dominante pianomuziek. Een even poëtische als persoonlijke aanklacht tegen de ‘mass incarceration’ van zwarte Amerikanen.

Sibil spreekt zich, als ervaringsdeskundige, ook regelmatig uit tegen het Amerikaanse justitiesysteem. Afro-Amerikanen worden in haar optiek wel heel zwaar straft. Dat is te beschouwen als een moderne equivalent van slavernij. Meestal draagt Sibil simpelweg haar lot – door henzelf veroorzaakt, tenslotte – maar soms nemen wanhoop en woede het even over. ‘We hebben geen haast hoor’, fulmineert ze bijvoorbeeld, nadat het zoveelste telefoontje naar het kantoor van de rechter opnieuw geen nieuws heeft opgeleverd. ‘Gewoon wat nikkers uit de gevangenis die naar huis willen.’

En dan herpakt ze zich en hervat haar pogingen om manlief thuis te krijgen.

The Way I See It

Op 20 januari 2017 veranderde zijn leven. Hij zwaaide af, samen met zijn baas. Die maakte plaats voor een ander. Pete Souza was acht jaar lang de officiële Witte Huis-fotograaf geweest tijdens het presidentschap van Barack Obama. En daarvoor, omdat hij geen politieke scherpslijper was, ook de vaste fotograaf van de Republikein Ronald Reagan (1981-1989).

Souza beschouwt zichzelf vooral als een ‘historicus met een camera’, zegt hij in The Way I See It (101 min.), een film van Dawn Porter die uitgroeit tot een soort lofzang op Barack Obama, de leider die hem vrijwel ongelimiteerd toegang gaf tot zijn leven en werk. Daarmee wordt deze doeltreffende documentaire tevens een diskwalificatie van diens opvolger Donald Trump, die zijn fotografen alleen laat opdraven voor georkestreerde momenten.

Eerst vooral impliciet: door simpelweg te laten zien hoe consciëntieus Obama zijn werk deed en hoe betrokken hij was bij zijn land en mensen, niet in het minst bij Pete zelf (die bijvoorbeeld mocht trouwen in de Rose Garden van het Witte Huis, waarbij Obama zelf als gastheer optrad). En later heel expliciet: als de fotograaf zich openlijk begint uit te spreken tegen Trump en een populair Instagram-account opent om te laten zien hoe een president zich in zijn ogen behoort te gedragen.

‘A different kind of wall’, schrijft hij bijvoorbeeld bij een foto van Obama, die een vlinder schildert op een Wall Of Hope met een afbeelding van Martin Luther King. Of: ‘Here’s how you’re supposed to deal with the Russian president’, bij een verhitte discussie tussen Poetin en Obama. @petesouza verdient er de bijnaam The King Of Shade mee. Het betekent een enorme ommezwaai voor de man, die zich daarvoor altijd achter de schermen ophield en onzichtbaar zijn werk deed.

Souza heeft nu een bundel gemaakt van die venijnige Insta-posts: Shade: A Tale Of Two Presidents. Hij hoopt oprecht dat het boek zijn waarde verliest op 20 januari 2021, als er weer een president wordt beëdigd. En dan verdwijnt Pete zelf opnieuw in de anonimiteit.

The Trump Show

VPRO

Geen dankbaarder object – of doelwit – dan Donald Trump. Ook, of juist, in documentaires. En zoals je naar zijn Russische tegenhanger Vladimir Poetin kunt kijken vanuit de invalshoek van de eeuwige spion (zoals onlangs gebeurde in de miniserie: Putin: A Russian Spy Story), zo kun je Trump natuurlijk bezien als het gematerialiseerde reality-programma: The Trump Show (164 min.).

In deze driedelige docuserie komen, behalve enkele journalisten en politieke insiders, vooral de mensen aan het woord, die op de aftiteling van Trump’s reality show staan of hebben gestaan: persoonlijk advocaat Rudy Giuliani, strateeg Steve Bannon, stafchef Mick Mulvaney, campagnemedewerker Sam Nunberg, veiligheidsadviseur John Bolton en directeur communicatie Anthony Scaramucci. Enne… pornoster Stormy ‘Trump picked the wrong person to fuck with’ Daniels, met wie hij een affaire zou hebben gehad.

Het verhaal van Trumps turbulente opkomst en eerste ambtstermijn mag inmiddels bekend worden verondersteld. Veel roddels en achterklap zijn ook al eerder uitgelekt. En toch biedt deze making of van de reality show nog nieuwe inkijkjes. Witte Huis-medewerker Omarosa Manigault Newman, die Trump nog kent van het tv-programma The Apprentice, vertelt bijvoorbeeld dat de samenstelling van zijn regering een soort casting werd: met mannen die vooral op hun uiterlijk en imago werden geselecteerd.

En niet zonder resultaat. ‘Mensen onderschatten Trump, met negatieve gevolgen voor henzelf’, meent BBC-correspondent Jon Sopel. ‘Hij begrijpt theater en entertainment. En hij snapt politiek als vorm van entertainment.’ Geef het volk dus brood en spelen. Méér dan het kan verteren. Dat lijkt vanaf dag één het parool van het kijkcijferkanon. Daarover kan zijn voormalige woordvoerder Sean Spicer meepraten. Direct na Trumps inauguratie kreeg hij de opdracht om ‘alternative facts’ over het aantal bezoekers bij de inauguratie te verdedigen. ‘De ergste dag van mijn leven’, bekent hij nu.

En de eerste van een doldwaas schouwspel, dat zich nu al vier tumultueuze jaren voor het oog van de wereld voltrekt en dat hier, opgeleukt met beurtelings vette, cheesy en kekke muziek nog eens zwierig wordt opgedist. Via Russiagate, het impeachmentproces en de Black Lives Matters-demonstratie belandt de reality-held uiteindelijk bij zijn grootste uitdaging tot dusver: het Coronavirus. Dat resulteert in een genadeloze cliffhanger als ‘the chosen one‘ wordt ontslagen uit het ziekenhuis, nadat ook hij besmet is geraakt, en op het bordes van Het Witte Huis met een dramatisch gebaar zijn mondkapje afdoet. Komt hij terug voor nóg een seizoen?

Ademloos kijkt het grote publiek ook nu weer toe. Deze documentaireserie van Rob Coldstream is daarmee tevens confronterend als het gaat om wie wij zijn (geworden): wezens die zitten vastgelijmd aan een apparaat dat continu nieuws, ongein en schandalen ophoest. En geen betrouwbaardere leverancier dan Trump. Elke dag, elk uur, elke minuut als het moet. Love it or hate it, het is een show die geen mens, hoe Trump-moe hij of zij ook zegt te zijn, uiteindelijk wil missen.

Tara

Nederlands Film Festival

Persoonlijke bekentenis: tijdens deze film heb ik in een vrijwel lege bioscoopzaal de slappe lach gekregen.

Niet dat Tara (55 min.), een portret van toenmalig GroenLinks-kamerlid Tara Singh Varma uit 2002, zo’n vrolijk stemmende film is. Integendeel: de politica, boegbeeld van de Surinaamse gemeenschap in Nederland, was terminaal ziek. Documentairemaakster Jet Homoet volgde haar en haar directe omgeving in wat de laatste fase van haar leven zou worden. In het kader van een klein monument voor een groots geleefd bestaan.

Er was maar één kleine complicatie: Singh Varma had helemaal geen kanker. Lichamelijk bleek er weinig mis. Tara had haar ziekte, al dan niet bewust, voorgewend. Het televisieprogramma Opgelicht legde daarbij het verband met financiële problemen waarmee ze zou kampen. ‘Tara Singh Varma en geldzaken’, concludeerde presentatrice Antoinette Hertsenberg vilein. ‘Dat bleek een wel erg ongelukkige combinatie.’

Met die wetenschap krijgt haar grootse afscheidstournee langs de Surinaamse gemeenschap, vaderlandse politiek (met prominente partijgenoten als Paul Rosenmöller en Femke Halsema) en de stad Amsterdam een totaal andere lading. ‘Ik zal er niet meer zijn’, zegt ze bijvoorbeeld met een enorme snik in haar stem tijdens een emotioneel vaarwel aan vrienden en familie. ‘Ik hoop dat ik verder zal leven ergens anders. En ik hoop dat het goed met jullie gaat.’

Ook pijnlijk: de scène waarin ze met haar gevolg live de vernietigende aflevering van Opgelicht zit te bekijken. Zelf kan ze het bijna niet aanzien. ‘Ja, wat moet je hier nou van vinden?’ vraagt een familielid. Tara ontkent intussen in alle toonaarden. ‘Pseudologia Fantastica’, volgens het actualiteitenprogramma Netwerk. ‘Een pathologische leugenaar.’ Gaandeweg zal ze tijdens deze film, die is doorsneden met pijnlijke televisiefragmenten, toch de waarheid onder ogen moeten zien.

En dan wordt Tara uitgenodigd voor het praatprogramma Barend & Witteman, waarin ze haar hele hebben en houwen op tafel legt bij interviewer Paul Witteman. Na de uitzending wordt Singh Varma aangesproken door een blonde vrouw. ‘Mag ik u wat zeggen? Ik ben een heel ernstige kankerpatiënt. Ik ben niet boos’, zegt ze geruststellend, in een poging om Singh Varma een hart onder riem te steken. ‘Ik denk dat wat u hebt veel erger is. Dat meen ik serieus.’

En toen weerklonk er dus gênant gehinnik in die uitgestorven zaal. Niet uit leedvermaak, denk ik, over de publieke persoonlijkheid die (opnieuw) in het openbaar werd vernederd. Het was de onbedoelde lulligheid van de situatie. Twintig jaar later zie ik vooral een oprecht bezorgde mevrouw, die waarschijnlijk ook gewoon gelijk had. Hopelijk is het haar daarna goed vergaan. Tara Singh Varma is (gelukkig) in elk geval nog steeds gewoon in leven.

#Lockdocs

Human

Opa is overleden. Ze kunnen niet naar zijn uitvaart. Daarom hebben Lucia en haar familie, die zich vanuit Barcelona hebben teruggetrokken op het Spaanse platteland, maar zijn favoriete toetje gemaakt. Je moet tenslotte wat. Het is exemplarisch voor hoe de kinderen in de jeugddocu #Lockdocs (17 min.) de gevolgen van de (eerste) lockdown tegemoet treden.

Waar ze ook mee worden geconfronteerd – een vader die ze niet mogen zien, een moeder met Corona of een broertje dat erg kwetsbaar is – de Nederlandse jongens en meisjes (9-14 jaar) in deze sympathieke jeugdfilm van Sanne Rovers maken er het beste van. Ze hebben deze docu ook grotendeels zelf gemaakt met hun eigen smartphone en gaan via Zoom met elkaar in gesprek over hoe het gaat.

Niet dat ze geen problemen hebben door COVID-19: hoe vier je je verjaardag, hoe kun je afscheid nemen van de basisschool en – het allerbelangrijkste – hoe overleef je de periode dat je favoriete milkshakezaak dicht is? Met een optimistische ondertoon doen ze zelf, ondersteund door Nederlandse documentairemakers, verslag van hun belevenissen als de wereld voor onbepaalde tijd op slot wordt gegooid.

Vanuit Barcelona en omgeving, vanuit het epicentrum van de pandemie in Noord-Italië en gewoon vanuit allerlei plekken in Nederland. Met de onweerstaanbare open blik van een kind, waarvan wij, bewoners van de grote mensenwereld, soms nog wel eens wat kunnen leren.

Trump A.C./D.C.

Ruim dertig jaar na dato zijn in Donald Trumps escapades in Atlantic City alle karakteristieken van de huidige Amerikaanse president te herkennen. Halverwege de jaren tachtig maakte hij als blitse vastgoedman met veel bravoure zijn opwachting in het gokstadje in New Jersey.

Niet veel later was er een Trump’s Castle, een Trump Plaza en – als kroon op het pronkwerk – een Trump Taj Mahal, destijds met goudomrande letters omschreven als ‘a billion dollar dream come true’. Het zou ook een molensteen om Trumps nek worden. Dat casino moest dagelijks één miljoen dollar binnenbrengen om quitte te kunnen spelen.

In de korte docu Trump A.C./D.C. (19 min.), de voltooiing van hun Trump-trilogie (na het portret van diens dirty trickster Get Me Roger Stone en Slumlord Millionaire, een aflevering van de serie Dirty Money, over Ivanka’s echtgenoot Jared Kushner) schetsen Daniel DiMauro en Morgan Pehme ’s mans opkomst en ondergang in Atlantic City.

Daarbij stuiten ze, gebruikmakend van louter archiefmateriaal, op alle deelpersonages van The Donald die de hele wereld sindsdien heeft leren kennen: De Grote Pocher, De Ordinaire Ruziezoeker, De Serial Suer, De Schaamteloze Wanbetaler en De Comeback Kid. Want dat moest je hem toen al nageven: Trump is geen ‘quitter’. Hij geeft nooit op.

Ook als Forbes zich afvraagt: ‘How much is Donald really worth?’ Als Phil Donahue in zijn veelbekeken talkshow speculeert: ‘Is Donald Trump Broke?’ En als een krantenkop schreeuwt: ‘America is laughing at Trump’. Hij gaat door en zinspeelt dan al, meer dan dertig jaar geleden, op een uitweg uit de financiële malaise: het Amerikaanse presidentschap.

En tegenwoordig is die hele casino-episode zelfs een eclatant succes geworden. ‘Ik heb ontzettend veel geld verdiend in Atlantic City’, stelde nog zo’n bekend Donald-deelpersonage, De Aartsleugenaar, zonder enige gêne tijdens de presidentscampagne van 2016. ‘En daar ben ik heel trots op.’ Zou hij het zelf geloven?

Bruce Springsteen’s Letter To You

Apple TV+

Zonder de waarheid geweld aan te doen kun je dit een simpele ‘making of’ noemen. Van een bandje dat (weer) een nieuwe plaat opneemt. Je kent het wel: oude mannen met jonge hondenenergie, bakkeleiend over de juiste songstructuur of take en intussen gouden herinneringen ophalend.

Dit is alleen wel het bandje van Bruce Springsteen: The E Street Band. Met Stephen ‘Little Stevie’ van Zandt! Bruce’s echtgenote Patti Scialfa! En, tromgeroffel, Mighty Max Weinberg! Zonder de twee die hen ontvielen, dat wel: Danny Federici! En, niet te vergeten, Clarence ‘Big Man’ Clemons!!

Diens neef Jake en zijn saxofoon zijn overigens wél van partij als dat bandje, voor het eerst sinds – herinnert u zich deze nog-nog-nog? – Born In The USA (1984) live een nieuwe langspeler gaat opnemen: Bruce Springsteen’s Letter To You (85 min.).

Daarop is een bandje te horen dat er, als in z’n allerbeste jaren, onvervalste Bruce Springsteen & The E Street Band-songs uitperst. ‘An album that could be no more Springsteen-esque without sounding like self-parody’ stelde de Britse krant The Guardian heel treffend.

Volgens Bruce zelf, in één van de voice-overs waarmee hij de verschillende songs met elkaar verbindt, is het tevens een eerbetoon aan dat bandje zelf. Na de autobiografie Born To Run, de bijbehorende Broadway-uitvoering en de registratie daar weer van is hij opnieuw in een contemplatieve bui.

‘A rockband is a social unit based on the premise that all of us together are greater dan the sum of our individual parts’, klinkt ‘t gedragen. ‘While, in our band, the songs and individual vision are mine, the physical creation of that vision into a real-world presence belongs to all of us.’ Korte stilte: ‘We are a band.’

Vanuit een knusse studio in besneeuwd New Jersey legt Springsteens vaste huisfilmer Thom Zimny ondertussen in zwart-wit de hernieuwde bromance van Bruce en zijn mannen (en vrouw) vast, waarbij het gezelschap zich ook nog drie Springsteen-songs van bijna een halve eeuw geleden toe-eigent.

Verleden en heden, tevens vervat in archiefbeelden van The Boss en zijn koempels, vloeien zo weldadig samen in een weemoedige film over de kracht van rock & roll, oneindige vriendschap en ‘finding your better angels’.

Alsof dit de aller-aller-allerlaatste keer is. Voor Bruce en z’n bandje.

Harry Mulisch: Schepper Van Zichzelf

Harry Mulisch in zijn werkkamer naar aanleiding van een interview voor de Belgische krant De Standaard / C: Michiel Hendryckx

‘Hij is er, maar hij is er ook héél erg niet’, constateert Adriaan van Dis in de voormalige werkkamer van wijlen Harry Mulisch (1927-2010). Dat is een soort mausoleum geworden. ‘Ik geloof niet aan de dood’, beweert de bewierookte schrijver zelf in een interview. ‘Dood ben je alleen voor de omstanders. Ik zal nooit naar waarheid de zin kunnen uitspreken: ik ben dood.’

Hij is natuurlijk wel degelijk kassiewijlen, de man die jarenlang de Nobelprijs voor de Literatuur níet won. Harry Mulisch: Schepper Van Zichzelf (56 min.). Hij kijkt zogezegd nu al tien jaar op ons, doodgewone stervelingen, neer. Zoals hij ook bij leven en welzijn regelmatig deed. Met intimi probeert Coen Verbraak nog eenmaal het fenomeen Mulisch te pakken te krijgen.

‘Hij moest zich als jongetje en opgroeiend kind uitvinden.’ (biograaf Robbert Ammerlaan)

‘Altijd de juiste woorden.’ (collega Remco Campert)

‘Hij dacht dat ie precies wist hoe de wereld in elkaar zat.’ (schrijver/presentator Adriaan van Dis)

‘Een zekere mate van genialiteit.’ (beeldend kunstenaar Jeroen Henneman)

‘Hij was onbenaderbaar.’ (Jeroen Krabbé, regisseur van de film The Discovery Of Heaven)

‘Aardiger tegen honden dan tegen vele mensen.’ (schrijver Cees Nooteboom)

‘Een introvert iemand.’ (vriend Julius Roos)

‘Hij was altijd in zijn eigen bubbel.’ (dochter Anna Mulisch)

 ‘Het leek alsof hij de dood met open ogen tegemoet wilde treden.’ (echtgenote Kitty Saal)

‘Hij kon niet meer spreken, maar hij zag ons nog. Met zijn ogen ging hij ons af en nam op die manier afscheid.’ (Marcel van Dam, vriend en lid van ‘De Herenclub’)

In deze interessante tv-docu, die voor een groot deel uit gesproken woord en pratende hoofden bestaat, krijgt De Grote Mulisch beslist niet alleen lof toegezwaaid, maar in het algemeen wordt de schrijver wel met alle egards benaderd. Niet als de overcompenserende, egocentrische en wellicht ook wat contactgestoorde man, die je met enige afstand ook in hem zou kunnen zien.

En dan is er ook nog prachtig archiefmateriaal. ‘De naam is Mulisch en ik schrijf boeken’, zegt de gevierde auteur bijvoorbeeld tegen een medewerker van een taxibedrijf die maar niet op zijn naam kan komen. ‘Zo zit het in elkaar.’ Waarna de man hem enthousiast bij de chauffeur introduceert. ‘Nou, Dirk, je krijgt meneer Mulisch, de Nobelprijs-winnaar van de vrede geloof ik, mee.’

Waarmee die pompeuze schrijver even, onbedoeld, op zijn plek wordt gezet. Waarna hij in dit eerbetoon zijn zelfgebouwde troon weer mag beklimmen. Als, zeker in zijn eigen ogen, De Grootste van De Grote Drie van de Nederlandse literatuur (Hermans, Mulisch en Reve), die alleen alsmaar minder worden gelezen.

Phil Lynott: Songs For While I’m Away

Piece Of Magic

Achter het podiumbeest, dat moeiteloos alle aandacht naar zich toetrok, ging een verlegen joch schuil. Een half-zwart joch bovendien. Vroeger, in Dublin, scholden ze hem uit voor ‘Blackie’. Toen hij halverwege de jaren zeventig wereldberoemd werd als frontman van de rockband Thin Lizzy, had Phil Lynott echter allang alle schroom afgeworpen. Hij was een archetypische rockster geworden, met een voorliefde voor mooie vrouwen, feesten en drank en drugs. En dan laat de afloop van het verhaal zich doorgaans wel raden…

De biografie Phil Lynott: Songs For While I’m Away (113 min.) reconstrueert het turbulente leven van de charismatische Ierse zanger/bassist met een hele berg archiefmateriaal, dat door regisseur Emer Reynolds is voorzien van sjieke vormgeving en met de nodige bravoure tot een krachtige vertelling wordt gemonteerd. De bijbehorende inkijkjes en anekdotes komen van een afgewogen lijst sprekers; van de verplichte beroemde fans (zoals Metallica-zanger James Hetfield, Suzi Quatro en Adam Clayton, de bassist van U2) tot Lynotts voormalige kompanen in de verschillende incarnaties van Thin Lizzy. En ook zijn eerste vriendin, vrouw Caroline en inmiddels volwassen dochters Sarah en Cathleen ontbreken niet.

Philip Lynott (1949-1986) zelf komt zo nu en dan ook aan het woord via een persoonlijk audio-interview. Verder is het, zoals gebruikelijk in dit soort hommages aan een gevallen popheld, toch de muziek die het ‘m moet doen. Opwindende concertbeelden genoeg. En enkele songs waarmee de tijd die hijzelf nu al weg is moeiteloos kan worden overbrugd, zoals Dancing In The Moonlight, Jailbreak en – natuurlijk! – het jonge honden-anthem The Boys Are Back In Town. Sinds 2005 staat er in het centrum van Dublin al een standbeeld van de stoere rocker met de romantische inborst. Dertig jaar na zijn dood is er met dit stevige portret nu ook een ‘moving statue’ voor de enige echte Phil Lynott opgericht.

Waarom Bleef Je Niet Voor Mij?

Nederlandse Filmacademie

‘Ik wist wel dat hij ziek was’, vertelt Annabel (10). ‘Meer kreeg ik ook niet te horen omdat ik natuurlijk nog heel jong was. Later kreeg ik te horen dat hij de piekerziekte had.’

‘Soms wist ik het wel een beetje dat hij er niet meer wou zijn’, herinnert de twaalfjarige Rebekka zich. ‘Omdat hij dan bijvoorbeeld niet zo lekker in zijn vel zat en zo. Maar toen dacht ik: hij heeft zijn dag niet.’

‘Niks kon hem meer blij maken’, vertelt Hessel, ook twaalf. ‘Dus ja, wij ook niet.’‘Dat is voor het kind moeilijk’, stelt Stef. ‘Dan kan ie ook depressief worden en misschien wil ie dan zelf ook niet meer leven of zo. Dat kind moet ook gewoon een leuk leven hebben. Dat moet je niet voor diegene verpesten.’

Vier kinderen, vier varianten op één en hetzelfde verhaal. Hun vader stapte uit het leven. Ook uit hun leven. Toen zij nog heel jong waren. Sindsdien vragen ze zich af: Waarom Bleef Je Niet Voor Mij? (25 min.). Het was een vraag waarmee ook Milou Gevers jarenlang rondliep. Haar moeder maakte tien jaar geleden een einde aan haar leven. Het was een onderwerp waarover meestal zorgvuldig werd gezwegen.

In deze afstudeerproductie voor de Nederlandse Filmacademie grijpt Gevers alsnog de gelegenheid aan om het onderwerp bespreekbaar te maken. Ze legt de kinderen vragen voor die veel anderen niet durven te stellen – en waarover ze zelf als kind wel had willen praten. ‘Vind jij dat papa voor jou een leuk leven wel een beetje heeft verpest?’ vraagt ze bijvoorbeeld aan Stef. De dertienjarige jongen kijkt droef in de camera. ‘Een beetje wel.’

Zelf zit de documentairemaakster niet in de film. Althans, niet letterlijk. Haar ervaring is via fraaie stop-motion animatie wel degelijk verwerkt. Het alter ego van Milou Gevers belandt tijdens haar tocht van het Boze Bos in de Waterval Van Tranen, kijkt eens goed in het Spiegelmeer en koestert bovendien een Nest Van Herinnerdingen. Om uiteindelijk Onbekend Terrein te betreden.

Gevers begeleidt deze verbeelding van het rouwproces met zeer persoonlijke voice-overs. ‘Ik heb me net als jullie vaak alleen gevoeld’, bekent ze bijvoorbeeld, om vervolgens tot de optimistische slotsom te komen die deze delicate film uiteindelijk kenmerkt. ‘Maar we zijn niet alleen. We maken dezelfde reis. Ik weet niet wat ons nog allemaal te wachten staat, maar we blijven doorgaan. We lopen gewoon door. Elke dag een stapje.’

Waarom Bleef Je Niet Voor Mij? is hier te bekijken.

A Wilderness Of Error

FX

Het is een bloedbad dat nooit werd geclaimd door de beruchte Manson-familie. Slechts een half jaar na eerst de moordpartij op actrice Sharon Tate en haar gezelschap en een dag later de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca vielen drie mannen en een vrouw op 17 februari 1970 de woning van arts Jeffrey MacDonald op Fort Bragg binnen. ‘Acid is great, kill all the pigs’, schreeuwden ze. MacDonalds zwangere vrouw Colette en zijn twee dochters Kimberley (5) en Kristen (2) vonden die avond de dood. Met bloed was het woord ‘pig’ op de muren gekalkt.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen: volgelingen van de gestoorde sekteleider Charles Manson, al dan niet daadwerkelijk door hem aangestuurd. Of was er toch iemand die er belang bij had dat de slachting zou worden toegeschreven aan een stel moordlustige blommenkinderen? De heer des huizes bijvoorbeeld. Een kapitein in het Amerikaanse leger, een Green Beret zelfs. MacDonald kwam er zelf met zeer lichte verwondingen vanaf en werd uiteindelijk buiten bewustzijn op de plaats delict aangetroffen, met een arm over het lijk van zijn echtgenote. Dat schokkende tafereel zet de vijfdelige serie A Wilderness Of Error (234 min.) in gang. Waanzinnige hippiehorror? Of toch, zoals het omstreden boek Fatal Vision van Joe McGinnis en de daarop gebaseerde tv-film in 1983 zonder terughoudendheid beweerden, een koelbloedig gecamoufleerd familiedrama?

‘Wat gebeurt er als het verhaal belangrijker wordt dan wat er echt is gebeurd?’ vraagt documentairemaker Errol Morris, die het boek schreef waarop deze miniserie van Marc Smerling is gebaseerd, zich hardop af. Hij maakte ooit de klassieke true crime-docu The Thin Blue Line (1988), waarmee een man die in de cel zat voor de moord op een politieagent werd vrijgepleit. Morris zou dat kunstje graag nog eens herhalen bij de MacDonald-moorden. Niet dat iedereen erop zit te wachten dat deze zaak (alweer) wordt heropend. ‘Elk jaar wil er weer iemand een touw om mijn benen gooien en me door de poel van bloed van onze familie sleuren’, zegt Colettes broer Bob. En geeft zich er dan toch maar weer aan over. Want net als zijn moeder Mildred en stiefvader Freddy Kassab kan hij wat er toentertijd met zijn zus is gebeurd niet laten rusten.

Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat zij van geboorte af aan al verdoemd was. Twee doodgeboren zusjes genaamd Colette waren haar voorgegaan. En ook nummer drie zou dus niet aan het noodlot ontsnappen. Het is maar één van de talloze naargeestige details in deze intrigerende whodunnit, waarin archiefbeelden en interviews met een aantal belangrijke spelers worden gepaard aan krachtige gedramatiseerde scènes (fraai gematcht ook met audio-opnamen van de rechtszaak), een sjieke soundtrack en enerverende verhaalwendingen. Alleen de twee voornaamste hoofdrolspelers ontbreken: dokter MacDonald die nog altijd stug blijft volhouden dat hij onschuldig is en het voormalige sixtiesmeisje Helena Stoeckley, dat destijds diverse bekentenissen heeft afgelegd en die ook weer net zo gemakkelijk heeft ingetrokken.

Daar staat tegenover dat Errol Morris, geïnterviewd via de interrotron die hij zelf ooit heeft bedacht, een soort sleutelrol krijgt toebedeeld in met name de slotaflevering van deze slimme serie, die twee volstrekt strijdige hypotheses over wat er een halve eeuw geleden op die fatale februarinacht is gebeurd met elkaar laat botsen. Waarbij het de vraag is of A Wilderness Of Errors voor de gevierde documentairemaker Morris een tweede Thin Blue Line wordt. Of toch eerder een variant op The Jinx, de zinderende true crime-serie over moordverdachte Robert Durst waarbij Marc Smerling als producer betrokken was? Smerling heeft nu een al even spraakmakende ontknoping voor ogen.Met Errol Morris, de man die zelf zoveel brisante portretten maakte, in de hoofdrol.

Volg Je Me Nog?

VPRO

Drie jonge vrouwen, lekker ongedwongen op een picknickkleedje in het park. @jolielot maakt nog even gauw een foto. Voor Instagram, waarschijnlijk. Al zijn ze alle drie, zeggen ze tegen elkaar, aan het minderen. Letterlijk.

‘Ik heb nu 185.000 volgers’, vertelt @by.iris.sophia. ‘Maar ik had er eerst 250.000. Dus dat is wel een beetje ingezakt.’

‘Really? Ben je er zoveel kwijtgeraakt?’ vraagt @larissabruijn. ‘Ik ga volgens mij ook omlaag. Ik heb er nu iets van 80.000 of zo. Richting zeventig, zestig, vijftig….’

‘Ik zit nu op 130.000’, stelt @jolielot. ‘Ik ben natuurlijk een half jaar echt stil geweest. Nu dat ik weer actiever word, groei ik wel weer. Maar het is niet meer als vroeger.’

Oftewel: Volg Je Me Nog? (38 min.), een korte documentaire van Willem Timmers (alias @wilmfilm) en Doortje Smithuijsen, die eerder ook het thematisch verwante Mijn Dochter De Vlogger maakte, over drie influencers met een soort midlifecrisis. Ze lijken te worden ingehaald door een nieuwe generatie.

De kijkcijfers dwongen @by.iris.sophia bijvoorbeeld tot voor kort om permanent op reis te zijn. Of ze daar nu zin in had of niet. Haar bedrijf voer er wel bij, maar zij dreigde vast te lopen. Wordt ze niet gewoon te oud voor Instagram? Tijd voor therapie.

@larissabruijn wil vooralsnog van geen ophouden weten. Zij gaat zich richten op haar shopvlog, verkent de plek waar hedendaagse jongeren zijn te vinden, TikTok, en probeert aansluiting te vinden bij de aldaar behoorlijk populaire @drewfelipee.

@jolielot tenslotte is zwanger en worstelt als influencer tevens met haar identiteit. ‘Ik hoop dat mensen het ook leuk vinden om me te blijven volgen in deze nieuwe fase.’ Voor de zekerheid volgt ze een training bij verdiencoach @hannekevanonna.

Ze gaat bovendien op YouTube, om nóg meer van zichzelf te kunnen tonen. ‘Is het een optie om het kind niet te laten zien?’, wil @doortje2000 Smitshuijsen weten als @jolielot de babykamer inricht. ‘Ja.’. Ze denkt even na: ‘Ja, maar als wij er niet tegen zijn, waarom zou het dan een optie zijn om het niet te doen?’

Daar valt natuurlijk weinig tegenin te brengen. Al kun je je afvragen of het fijn is, om op te groeien als vleesgeworden reclamezuil. Om zo oud te worden. Of gewoon volwassen. Dergelijke vragen worden opgeroepen door deze helemaal bijdetijdse film, die ons allen een spiegel voorhoudt. Niet alleen Influencend Nederland.

Bibian Mentel: Leef

Videoland

‘Vroeger was ze dwars, nu is ze ook nog laesie’, grapt echtgenoot Edwin over snowboardkampioen Bibian Mentel, die al jaren een gevecht op leven en dood levert met kanker. Sinds enige tijd zit ze ook in een rolstoel. Het verhindert haar niet om in het najaar van 2019 deel te nemen aan Dancing With The Stars. ‘Dit is mijn overlevingsstrategie’, zegt ze daar zelf over in deze persoonlijke tv-docu.

In het ziekenhuis, wachtend op alweer een uitslag, verbaast Mentel zich over het feit dat ze zelfs de finale van het televisieprogramma heeft gehaald. Even later krijgt ze van haar arts zorgwekkend nieuws. Dat heeft ook weer gevolgen voor de finale trainingen. Extensie van de rug moet volgens hem worden voorkomen. ‘Je wilt geen calamiteit hebben op de dansvloer daar’, klinkt het eufemistisch.

In Bibian Mentel: Leef (55 min.) volgt regisseur Jesse Bleekemolen Mentel, haar man Edwin en zoon Julian gedurende een periode waarin de eindigheid van haar leven steeds nadrukkelijker in zicht komt. Een portret dat direct heftig begint. In de openingsscène doet een huilende Mentel haar echtgenoot in een persoonlijke videoboodschap een belofte: ‘Ik beloof jou dat ik zal knokken.’

Dat zal ook het parool van deze documentaire worden – en een sleutel om haar leven te begrijpen. ‘Wat niet kan, dat kan niet’, zegt een begeleider van Dancing With The Stars bij de start van het programma bijvoorbeeld tegen de vrouw, die er dan nog aan moet wennen dat ze voortaan in een rolstoel zit. ‘Whoa, ik zal je laten zien wat ik kan!’ reageert Mentel vol bravoure.

Daarmee wordt Bibian Mentel: Leef, net als eerder Nada’s van Nie’s docu Marc de Hond: Tot De Dood Ons Scheidt, een uiterst toegankelijk eerbetoon aan mensen die – om de terminologie van de eveneens verwante Gouden Televizier-Ring winnaar Over Mijn Lijk te hanteren – ‘niet rustig willen wachten op de dood en er juist nog een mooie tijd van proberen te maken’.

Waarbij de kijker zich verwondert over de hoeveelheid moed van de hoofdpersoon, al dan niet stiekem met haar een traantje wegpinkt en zich tegelijkertijd ook een héél klein beetje een voyeur voelt.

Honds

Newton

‘Wat heb jij nodig om boos te worden?’ vraagt hondenfluisteraar Ron Kusters. ‘In Godsnaam.’

‘Als er iemand aan mijn kinderen zit’, antwoordt Nikita Merken.

Ron brengt het gesprek op haar bijtgrage hond. ‘Wat heb jij nodig om hier iets aan te doen?’

‘Zelfverzekerdheid.’

‘Aha, oké. Je zult naar je energie toe moeten, naar je gevoel.’ Ron demonstreert: ‘Weet je wel wie ik ben, joh? Zitten, mafkees!’

De booswicht zit even verderop in de kamer: een klein hondje genaamd Chilli. Hij bijt Jan en alleman en is ook niet te vertrouwen met de kinderen, die inmiddels doodsbang voor hem zijn. De enige die buiten schot blijft is Nikita zelf. Ze vreest dat Chilli straks thuis niet meer te handhaven zal zijn.

De jonge Brabantse vrouw heeft haar toevlucht gezocht tot Ron’s Total Dog Care in Tilburg (‘sleutel tussen mens en hond’). Samen met enkele andere baasjes, die eindelijk wel eens de baas willen zijn, krijgt ze acht weken lang bijgebracht hoe ze haar dier weer op zijn plek moet zetten.

Want daar zit de crux: een hond is een dier, geen mens, en moet dus ook als zodanig worden aangesproken. En in de dierenwereld geldt volgens de hondentrainers nu eenmaal het recht van de sterkste. In hondentrainerstaal: je moet niet meer de teef van de leider willen zijn.

In de tragikomische observerende documentaire Honds (27 min.) van Josefien van Kooten voltrekt zich vervolgens een fascinerend schouwspel tussen mens en dier. Achter de onmacht van de baasjes gaan persoonlijke thema’s schuil, zoals een gebrek aan zelfrespect of moeite om grenzen aan te geven.

Die komen onvermijdelijk bovendrijven in de intensieve trainingen en zorgen soms ook voor emotionele taferelen, waarbij fluisteraar Ron en zijn collega’s zonder omhaal van woorden praktische levenslessen geven die de omgang met de hond ontstijgen.

De hondenbezitters worden er zowaar een beter mens van. En het hebben van een hond is voor hen (hopelijk) ook geen hondenbaan meer.

Kingdom Of Silence

Showtime

Hij was gaandeweg verworden tot persona non grata in het land dat hij jarenlang had gediend en vertegenwoordigd. Toen Jamal Khashoggi na zijn verbanning uit Saoedi-Arabië in 2017 venijnige columns over het nieuwe regime begon te publiceren voor de Amerikaanse krant The Washington Post, was hij ook zijn leven niet meer zeker. Wetende hoe dat uiteindelijk op 2 oktober 2018 zou eindigen, in een geïmproviseerde martelkamer op de Saoedische ambassade te Istanboel, grenst zijn moed om zich toch te blijven uitspreken aan het ongelooflijke.

Tegelijkertijd toont Kingdom Of Silence (98 min.) ook hoe gecompliceerd Khashoggi’s leven was. Tijdens zijn lange loopbaan raakte hij bijvoorbeeld bevriend met de jonge Osama Bin Laden en was hij zowel voorstander van de omstreden Irak-oorlog als van de Arabische Lente. Als prominente journalist en opiniemaker onderhield hij bovendien nauwe banden met een bepaalde tak van de Saudische koninklijke familie, die geleidelijk aan uit de gratie zou raken. Net als hijzelf. Jamal Khashoggi werd zo de verpersoonlijking van het voortdurende gekonkel in het Saoedische koninkrijk en de giftige relatie van het land met de altijd weer berekenend opererende Verenigde Staten.

Met zijn echtgenote en Saoedische en Amerikaanse vrienden, collega’s, diplomaten en politici belicht documentairemaker Rick Rowley zowel het leven van de man als de ontwikkeling van zijn land. Waarbij Khashoggi steeds nadrukkelijker in het vizier kwam van kroonprins en minister van defensie Mohammad bin Salman, voor het gemak ook wel MBS genoemd. Als in: MBS wilde hem een kopje kleiner maken. Hij zag uiteindelijk zijn kans schoon omdat er in de Verenigde Staten een man aan de macht was, die het Saoedische bewind geen enkele beperking meer oplegde, zolang het maar voor olie en dollars bleef zorgen. ‘Het gaat mij om Amerika’, aldus president Trump. ‘We gaan niet honderden miljarden dollars aan orders opgeven, zodat Rusland of China die van ons kunnen afpikken. Voor mij is het heel simpel: America first.’

De cynische Amerikaanse diplomaat David Rundell windt er in deze sterke documentaire, die uiteindelijk afstevent op een onontkoombare dramatische climax, ook al geen doekjes om. ‘We hebben politieke en economische redenen om een relatie te onderhouden met Saoedi-Arabië. Saoedi-Arabië is een strategische partner. En dat is uiteindelijk belangrijker dan de dood van één enkel mens.’

Totally Under Control

‘We have it totally under control’, beweerde president Donald Trump op 22 januari 2020, toen de eerste Amerikaanse besmetting met het Coronavirus werd vastgesteld. ‘It’s one person, coming in from China. And we have it under control. It’s gonna be just fine.’

Dat zou consequent Trumps boodschap rond COVID-19 blijven: doorlopen, niks aan de hand, het gaat hier geweldig! Totdat meer dan 200.000 Amerikanen aan het virus waren bezweken – bijna een kwart van het totale aantal slachtoffers, op een bevolking die slechts vier procent van de wereldpopulatie uitmaakt – en de Amerikaanse economie bovendien in een ernstige crisis terecht was gekomen. Niet dat Trump daarvan een toontje lager ging zingen, natuurlijk. Zelfs niet toen hij onlangs zelf, net als een deel van zijn directe entourage, besmet raakte met het Coronavirus. 

In deze ontluisterende documentaire, in het geheim gemaakt tijdens het afgelopen half jaar, reconstrueren Alex Gibney, Ophelia Harutyunyan en Suzanne Hillinger met wetenschappers, virologen, medici, klokkenluiders en voormalige overheidsfunctionarissen hoe de Corona-crisis zo gigantisch uit de hand kon lopen in the land of hope and dreams. Het Amerikaanse getalm en gestuntel wordt bovendien afgezet tegen de daadkrachtige respons van Zuid-Korea, dat ongeveer op hetzelfde moment met het virus werd geconfronteerd en het al snel behoorlijk onder controle kreeg.

In de Verenigde Staten leek de wet van Murphy – of laten we het beestje gewoon bij zijn naam noemen: de wet van Trump – van kracht: de lessen van een grootscheepse pandemie-simulatie (Crimson Contagion, 2019) werden compleet genegeerd, met de ontmanteling van het Global Health Security Team ging tegelijkertijd enorm veel expertise verloren en de totale minachting voor wetenschap in het algemeen was ronduit stuitend. Intussen waren er natuurlijk ook lieden en bedrijven die een slaatje uit de situatie konden/mochten slaan. Never waste a good crisis, tenslotte.

En daarbovenop was er dan nog de man zelf en zijn onwezenlijke statements over COVID-19, de gevolgen van het virus en volledig onbewezen en toch enthousiast aangeprezen behandelingen. Als er niet zoveel slachtoffers waren gevallen, veelal binnen sowieso al kwetsbare bevolkingsgroepen, zou je er smakelijk om lachen. Om dat bezoek aan een mondkapjesfabriek in Arizona bijvoorbeeld, waarbij Trump categorisch weigerde om zelf een mondkapje te dragen en iemand toen maar, uit arren moede?, muziek aanzette: Live And Let Die van Guns N’ Roses.

Het zijn dergelijke smeuïge scènes die deze horrordocu over een gigantische leiderschapscrisis en systemisch falen, door Gibney met gevoel voor drama en suspense aan elkaar gesmeed en gepraat, lucht en zelfs een absurdistisch randje geven. Alsof die Coronacrisis zich in een parallel universum voltrekt, waar feiten er niet toe doen, en, geheel naar de wet van Trump, alles draait om beeldvorming. Dus ja, inderdaad, vanuit die optiek bezien hebben ze ‘t daar nog altijd Totally Under Control (124 min.).

An Honest Liar

De beelden doen pijn aan de ogen: een enorme zaal, gevuld met verrukte, ontroerde en soms compleet hysterische mensen, in afwachting van niets minder dan verlossing. Die komt in de vorm van een aalgladde televisiedominee. In een oogwenk weet hij wat hen mankeert en ook wat hen weer kan redden. De oudere zwarte vrouw die naar hem toe is komen trippelen en buiten zinnen in zijn armen is gevallen krijgt door evangelist Peter Popoff ingefluisterd wat ze volgens hem heeft. En dan, zodat de hele zaal het kan horen: ‘God brandt ze nu weg. Daar gaan ze. Daar gaan ze, Jezus.’

Met veel theater, kabaal en de verplichte Hallelujahs worden allerlei mensen zo bij naam opgeroepen, naar voren gehaald en met behulp van niemand minder dan de Heer gered. Naderhand doet Popoff natuurlijk een beroep op hun bereidheid als gulle gever. Oud-goochelaar James Randi en zijn secondant ontdekken al snel hoe de gladjanus te werk gaat. ‘Een man die de doven geneest, heeft geen gehoorapparaat nodigt, zegt de voormalige meestergoochelaar spottend. En daarmee is het lot van de gebedsgenezer bezegeld. Randi schuift aan in de populaire talkshow van Johnny Carson. ‘Gods frequentie – ik wist niet dat ie een radio had, is 39.170 megahertz. En God is dus een vrouw en klinkt als de vrouw van Popoff.’

The Magical Randi beschouwt het als een ultiem verraad, zegt hij in de documentaire An Honest Liar (82 min.) van Tyler Measom en Justin Weinstein uit 2014: bij hoog en bij laag ontkennen dat je een soort goochelaar bent en vervolgens het publiek leegtrekken met ‘paranormale gaven’. En dus ontwikkelt de vleesgeworden scepticus, een mediagenieke en -geile halfbroer van Gandalf, zich tot de schrik van alles en iedereen die handelt in valse hoop: helderzienden, gebedsgenezers en paranormalen. ‘Als je verliefd ben, mag de hele wereld dat weten’, zegt Bill Nye (The Science Guy) daarover. ‘En James Randi is verliefd op de waarheid.’

Die verliefdheid brengt hem tevens op het spoor van de wereldberoemde Israëlische lepeltjesbuiger Uri Geller, die zal uitgroeien tot de draak die Randi koste wat het kost wil doden. Dat mondt uit in een machtig interessante tweestrijd, tussen ‘geloof’ en ‘wetenschap’. Het speelveld waarop de welbespraakte ‘ontgoochelaar’ glorieert, volgens bijvoorbeeld het goochelaarsduo Penn & Teller, Adam Savage (Mythbusters) en hardrocker Alice Cooper (voor wie Randi een onthoofdingsscène ensceneerde). Intussen houdt Randall James Zwinge thuis al tientallen jaren een ‘geheim’ verborgen, dat zijn eigen kwetsbaarheid laat zien en dit kostelijke portret van een persoonlijke ondergrond voorziet.

I Am Greta

Piece Of Magic

Ze is zonder enige twijfel één van de opmerkelijkste opinieleiders van onze tijd: de Zweedse tiener Greta Thunberg. Als vijftienjarige veegde ze al ongegeneerd wereldleiders de mantel uit vanwege hun totale onvermogen om de klimaatverandering tot staan te brengen. Het voormalige probleemkind, dat is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en dat enkele jaren in een diepe depressie zat, ontwikkelde zich zo tot een toonaangevende klimaatactivist.

In I Am Greta (98 min.) volgt documentairemaker Nathan Grossman Thunberg vanaf het moment dat ze in 2018 in schoolstaking gaat en op vrijdagen als eenzame demonstrant bij het Zweedse parlement begint te posten. Het duurt niet lang of ze wordt gespot door de media. En daarna volgen al snel uitnodigingen voor allerlei bijeenkomsten, ontmoetingen en congressen met politici, diplomaten en activisten, die maar al te graag goede sier maken met de messcherpe en welbespraakte Greta en de kijker zo menigmaal een gevoel van plaatsvervangende schaamte bezorgen.

Grossman richt zich ook op de werkelijkheid achter Het Klimaattheater: een tienermeisje met een fikse gebruiksaanwijzing, dat met haar vader Svante de wereld rondreist en gedurig worstelt met de aandacht die haar ten deel valt, haar eetpatroon en de bikkelharde, soms bijna kwaadaardige kritiek van alles en iedereen die niet op haar boodschap zit te wachten. Ze wordt zelfs het doelwit van dreigementen. En dan komt er een uitnodiging vanuit de Verenigde Naties in New York, de start van een hachelijke onderneming. Want omdat Greta weigert om te vliegen, moet ze per zeilboot de Atlantische Oceaan oversteken. Een tocht van maar liefst twee weken volgt, die veel van haar en haar vader zal vragen.

Onderweg, als de boot een speelbal van de golven is geworden, heeft de jeugdige milieuactivist het soms zwaar te halen. ‘Ik wil dit helemaal niet doen’, bekent ze huilend in de apotheose van deze krachtige documentaire, die uiteindelijk meer wordt dan een rondgang langs ’s werelds praatpaleizen. ‘Het is te veel voor me.’ De verantwoordelijkheid drukt even te zwaar op haar. Maar eenmaal in New York, waar ze wordt opgewacht door een enthousiaste mensenmenigte, pakt Greta de handschoen toch weer op en houdt een ziedende speech zoals alleen zij dat kan.

‘Dit is helemaal verkeerd’, houdt ze de braaf knikkende wereldleiders voor op de klimaattop van september 2019. ‘Ik zou hier niet moeten staan. Ik zou gewoon op school moeten zitten, aan de andere kant van de oceaan. En toch kijken jullie voor hoop naar ons, jonge mensen. Hoe durven jullie?’ Haar boodschap, uitgesproken terwijl de meeslepende soundtrack weer aanzwelt, kan worden opgevat als een onvervalste call to action voor een nieuwe generatie die de wereld wél op waarde weet te schatten: ‘Er komt verandering. Of jullie dat nu willen of niet.’

Rooting For Roona

Netflix

Thuis, in het dorp Jirania Khola in de Indiase deelstaat Tripura, noemen ze haar Jannat. Dat betekent zoveel als hemel. Roona Begum is zestien maanden oud als ze in april 2013 wordt ‘ontdekt’. Het meisje heeft een enorm waterhoofd. Het is bijna niet om aan te zien. ‘Ze zeiden dat als ze behandeld zou worden, ze zou kunnen leven’, vertelt haar moeder Fatema, die meteen problemen voorziet. ‘We leiden een armoedig leven. Hoe moeten we de zorgkosten betalen?’

Roona moet zo snel mogelijk geopereerd worden. In haar directe omgeving ontbreken daarvoor echter de faciliteiten. Pas als journalisten en fotografen de ‘giant head baby’ in de peiling krijgen en ze een wereldwijde hype wordt, dient zich een uitweg aan: Sandeep Vaishya, een neurochirurg van een ziekenhuis in Delhi, is bereid om een serie operaties uit te voeren, om de hulpeloze peuter van een wisse dood te redden.

Rooting For Roona (41 min.), een rechttoe rechtaan-film van Pavitra Chalam en Akshay Shankar, volgt de pogingen van vader Abdul en moeder Fatema om het kind met de aangeboren afwijking een normaal leven te bezorgen, een proces dat uiteindelijk jaren in beslag zal nemen. En als de laatste operatie zich dan eindelijk aandient, blijkt Roona waterpokken te hebben en moet de ingreep alsnog worden uitgesteld.

De vraag is dan allang of het Indiase meisje, als er verder geen complicaties optreden en ze ook die allerlaatste operatie doorstaat, ooit zal kunnen lopen en praten. Voor Roona en haar ouders zou dat niets minder dan de Jannat betekenen. Dit is alleen de rauwe werkelijkheid, niet de B/Hollywood-verfilming ervan.