The One About Matthew Perry

Netflix

Het einde staat op voorhand al vast: deze miniserie kan alleen eindigen met de dood van Matthew Perry, het onderzoek naar de achtergronden daarvan en de geëmotioneerde reacties daarop van zijn zus Mia Perry Bowick, beste vrienden Roger Castillo en David Pressman en enkele ex-vriendinnen, kennissen en collega’s. Een onvervalst Hollywood-drama waarin de nobele held tóch ten onder gaat aan de verslavingen aan drank en drugs waartegen hij zijn hele leven zo heroïsch streed. Intussen heeft hij zich ook onbaatzuchtig ingezet voor lotgenoten.

Perry werd in de jaren negentig wereldberoemd als Chandler Bing, één van de zes hoofdpersonen van de Amerikaanse comedyserie Friends. ‘Ik heb vroeger gebeden: God, u mag alles met me doen, maar maak me alsjeblieft beroemd’, maakt hij er zelf, buiten beeld, een mooi verhaal van in The One About Matthew Perry (181 min.). ‘Ongeveer drie weken later kreeg ik Friends. Maar God vergat het andere deel niet.’ Na een ongeluk met een jetski op de set van de speelfilm Fools Rush In (1997) kreeg de acteur pillen voorgeschreven, die hem een euforisch gevoel bezorgden. Hij was direct verkocht en zou de rest van zijn leven blijven worstelen met middelengebruik.

Want wat de woelige jaren na het succes van Friends (1994-2004) ook brachten aan successen – het zelfgeschreven en autobiografische theaterstuk The End Of Longing en zijn memoires die de bestsellerlijsten bestormden, bijvoorbeeld – op de achtergrond speelde altijd die verslaving. Nuchtere periodes, pijnlijke terugvallen en afkickbehandelingen wisselden elkaar voortdurend af. Totdat Matthew Perry op 28 oktober 2023, op slechts 54-jarige leeftijd, thuis in een jacuzzi overleed aan een overdosis ketamine, een drama waarvoor enkele lieden uit zijn directe omgeving nog in de beklaagdenbank zouden belanden.

‘In alle goede verhalen zit komedie en tragedie’, zegt zijn veertien jaar jongere zus Mia. En dat wordt er ook van Perrys leven gemaakt in dit postume portret: een ‘goed’ verhaal. Over een man die uiteindelijk niet te redden was. Deze tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met media-optredens en scènes uit zijn films en series. Vaak valt daar, met de ogen van nu, wel uit af te leiden hoe het toen met hem ging. Ook omdat ze nu worden ingekaderd door intimi, die de achterkant van die beelden kennen. Regisseur Mary Robertson heeft verder de verleiding weerstaan om van deze miniserie een sterrenparade te maken. De andere Friends ontbreken bijvoorbeeld.

Tegelijk blijft het wel de vraag of Perry’s familie en vrienden werkelijk het achterste van hun tong laten zien. De diepten van zijn verslaving worden wel aangeroerd, maar zeker niet uit en te na verkend. Net als de achtergronden daarvan. Veel verder dan een lastige jeugd, waarin hij al vroeg begon met drinken, reikt deze miniserie niet. Matthew blijft simpelweg de man met een ziekte, die hem uiteindelijk de baas is geworden. Een goeie kerel, die er feitelijk ook weinig aan kon doen. ‘Een onwaarschijnlijke superheld’ zelfs, volgens één van zijn vrienden. Zij geven hoog op over zijn verdiensten voor anderen met een verslaving en weigeren om al te kritische noten te kraken.

Van mensen die rouwen om een overleden vriend is dat best te begrijpen, bij een postuum portret mag de lat wel iets hoger liggen. The One About Matthew Perry blijft nu steken op het niveau van een nét iets te glad Hollywood-drama.

Boy George & Culture Club

VPRO

De popdocu Boy George & Culture Club (95 min.) had een routineus verhaal over de opkomst en ondergang van het zoveelste bandje kunnen worden, verteld door de vier leden, inmiddels mannen van dik in de zestig. Culture Club begon eind jaren zeventig namelijk net als al die andere: met de droom om met hun liedjes, de weerslagen van hun eigen leven, de wereld te veroveren.

Bassist Mikey Craig had gehoord dat George O’Dowd, die later furore zou maken onder de naam Boy George, was ontslagen uit de populaire popgroep Bow Wow Wow en vroeg of hij met hem een nieuwe band wilde beginnen. Dat zag de androgyne zanger inderdaad wel zitten. Het overkwam hem allemaal, stelt George nu. Lachend: ‘Omdat ik een oogje had op de drummer.’

Even later wordt dat bandlid, Jon Moss, daadwerkelijk als een onweerstaanbare Adonis geïntroduceerd in deze documentaire van Alison Ellwood. Het was, zo lijkt de implicatie, liefde op het eerste gezicht tussen die twee. Stiekem, dat wel. Toen moest er alleen nog een (nieuwe) gitarist worden gezocht. ‘Het was niet mijn schuld’, grapt Roy Hay bij zijn entree in de film. ‘Het waren die andere drie.’

Culture Club schopte het al snel tot het populaire televisieprogramma Top Of The Pops. Dat optreden zorgde ervoor dat de Britse groep tegelijk immens populair werd en alweer uit elkaar begon te vallen. Want Boy George bleek zó’n aantrekkelijke en spraakmakende verschijning dat de anderen al snel werden gereduceerd tot ogenschijnlijk willekeurige begeleiders. Tot hun grote frustratie.

De archiefbeelden uit die periode spreken voor zich. Als de blikvanger van het Britse viertal tijdens een persconferentie per ongeluk spreekt over ‘mijn album’, wordt hij direct gecorrigeerd. ‘Ons album.’ Toen Boy George en Moss in 1984 vervolgens zonder de andere twee participeerden in de Band Aid-benefietsingle Do They Know It’s Christmas?, waren de rapen helemaal gaar.

En daarna stond ook Live Aid nog op het programma, de nagel aan de doodskist van de groep die simpelweg een vehikel voor het queer-icoon Boy George leek te zijn geworden. Hij had zelf intussen andere sores, die breed werden uitgemeten in de Britse pers. En daaraan ging, zo blijkt aan het eind van dik negentig vermakelijke minuten Culture Club, niet alleen de band bijna ten onder.

Tyson

Netflix

Zijn jeugd lijkt achteraf bezien de ideale voorbereiding op een leven als de meest gevreesde vechter van z’n tijd. Mike Tyson werd geboren in Brownsville, een achterstandswijk in Brooklyn, New York, als kind van een prostituee en een pooier. Hij groeide op straat op, leerde er van vogels houden en kreeg regelmatig een pak rammel. Al snel begon hij terug te slaan. En toen Tyson eenmaal wist hoe hij zijn vuisten moest gebruiken, kwamen ook de grenzen van de wet al snel binnen handbereik. Hij kwam met de regelmaat van de klok vast te zitten. Daar gingen de handschoenen vervolgens áán. Mike leerde er hoe hij met boksen de achterbuurt achter zich kon laten – al kun je de man wel uit ‘the hood’ halen, maar is ‘the hood’ daarmee nog niet uit de man.

Zijn coach Cus D’Amato overtuigde hem ervan dat hij ‘the greatest fighter that ever lived’ was. Toen Cus in 1985 ziek werd en stervende bleek, wilde Mike alleen niet meer vechten, vertelt hij in de vierdelige docuserie Tyson (263 min.). ‘Ik moest, zei hij. Anders kwam hij spoken.’ Waarna de gevreesde vechter, ruim veertig jaar later, vraagt of de camera uit mag en een zakdoekje pakt, om zijn ogen te drogen. ‘Er moet iets mis zijn met mij’, zegt hij tegen regisseur Floyd Russ (Zion, American Manhunt: The Boston Marathon Bombing en American Manhunt: O.J. Simpson). ‘Dat moet gewoon. Dit zou me niets moeten doen.’ Geen titel, zelfs die van jongste wereldkampioen in het zwaargewicht, kan echter op tegen het verlies van de vaderfiguur D’Amato, een man die iets zag in hem, de straatrat die zo graag in zichzelf wilde geloven en die kort daarna inderdaad die felbegeerde kampioensgordel zou grijpen.

Met ‘Iron Mike’ en mensen uit zijn directe omgeving, waaronder zanger Bobby Brown en de Amerikaanse president (en vechtsportliefhebber) Donald Trump, loopt Russ de carrière en het leven van de omstreden bokser door. Tegenover imponerende overwinningen staan smadelijke nederlagen. En altijd is er reuring in zijn privéleven, waarbij de handschoenen regelmatig úit gaan, in het bijzonder tijdens zijn tumultueuze huwelijk met de actrice Robin Givens (die de uitnodiging om te participeren in deze miniserie overigens heeft afgeslagen). Van vrouwen krijgt Tyson ogenschijnlijk nooit genoeg. Hij lijkt onverzadigbaar. ‘Daardoor voelde ik me de kampioen.’ Seks, al dan niet in combinatie met geweld, zal hem nog gedurig in de problemen brengen. Als zestiger komt Mike Tyson weliswaar niet meer over als het monster dat menigeen ooit in hem zag, maar dat betekent niet dat hij zich nooit als een beest heeft gedragen.

Floyd Russ werkt de hele waslijst aan incidenten binnen en buiten de ring af – van het beruchte bijtincident in de match tegen Evander Holyfield tot beschuldigingen van seksueel misbruik – en probeert ook de man daarachter te pakken te krijgen. Het wantrouwige jongetje, opvallend labiel, soms boos op de hele wereld en uiterst verslavingsgevoelig. Zijn hoofdpersoon stelt zich het ene moment daadwerkelijk kwetsbaar op en bijt dan weer venijnig van zich af. Volgens zijn bodyguard Anthony Pitts is Tysons boksfilosofie, die zich ook lijkt te hebben uitgestrekt tot de rest van zijn leven, heel eenvoudig: doe wat je moet doen om te winnen – en bied later je excuses aan. Uiteindelijk dwingt hij Russ, in de apotheose van dit geslaagde portret, om daarin mee te gaan.

Siren: The Voices Of Shelley Beattie

HBO Max

Als tweejarige peuter weet ze, tot grote schrik van haar moeder Laura, stiekem een potje met aspirines te bemachtigen. Shelley Beattie (1967-2008) vreet dit helemaal leeg. In het ziekenhuis constateren ze dat het meisje een dodelijke dosis van het medicijn heeft ingenomen. De kleine Shelley verliest in de navolgende dagen echter niet eenmaal haar bewustzijn.

Het was een ongelooflijk krachtig en hyperactief kind, vertellen haar moeder Laura, zus Teresa en broers Matt en Jim Beattie bijna zestig jaar later in de documentaire Siren: The Voices Of Shelley Beattie (102 min.). Soms heel blij, dan ineens heel erg boos. En dat zorgt regelmatig voor onbegrip. Shelley negeert anderen, reageert niet op grapjes en past zich niet aan in groepen.

Het duurt veel te lang voordat haar omgeving ontdekt dat ze haar gehoor aan het verliezen is. Als anderen door krijgen dat Shelley Beattie slechthorend is, zit ze al flink in de problemen. Moeder Laura laat haar uit huis plaatsen. Een traumatische ervaring. Via sport vindt de getroebleerde tiener zichzelf terug. Ze begint als een gek te trainen. Eerst op de atletiekbaan, daarna in de sportschool.

Documentairemaakster Irene Taylor groeide zelf op met dove ouders en heeft ook een dove zoon, Jonas. Daarover maakte ze de persoonlijke films Hear And Now (2007) en Moonlight Sonata: A Deafness In Three Movements (2019). Voor dit aangrijpende portret van de dove bodybuildster Shelley Beattie roept ze de hulp in van een absoluut icoon van de Amerikaanse dovengemeenschap.

De actrice Marlee Matlin (Children Of A Lesser God) had, bekent ze aan het begin van de film, nog nooit van Shelley gehoord – hoewel zij, net als zij, is opgegroeid in een horende familie en eveneens furore heeft gemaakt in Hollywood. Matlin probeert, in woord en gebaar, te communiceren wat er in Shelley omgaat. ‘Ik was de enige die echt in mij geloofde’, zegt ze bijvoorbeeld namens haar.

Beattie vertrekt begin jaren negentig naar Venice Beach in Californië en begint in Gold’s Gym met coach John Romano te trainen voor de jaarlijkse Ms. Olympia-wedstrijd. Shelley kan zich volgens hem enorm focussen, óók omdat ze soms gewoon haar gehoorapparaat uitzet. Dan belandt ze in haar eigen cocon. De twee krijgen een relatie – al is het de vraag of zij die in werkelijkheid wel wil.

Want achter de façade van de succesvolle bodybuilder, die landelijk bekend zal worden door het realityprogramma American Gladiators, schuilt een beschadigde vrouw, die koste wat kost haar ware gevoelens probeert te verbergen. Daarin raakt ze steeds verder verstrikt, met zelfmedicatie als vanzelfsprekend vervolg. Totdat ze volledig vastloopt en zichzelf letterlijk begint te beschadigen.

Dit zielstriemende verhaal, over een vrouw die uit de hoek komt waar de klappen vallen, wordt door Taylor omlijst met fraaie geanimeerde scènes, aan de hand van Beatties dagboeken en tekeningen. Alles overziend – haar hele leven, inclusief alle jeugdwonden – is het in feite volstrekt logisch dat juist zij de bodybuildster Shelley Beattie, een vrouw waar mannen bang van konden worden, is geworden.

De Dode Junk In Mij

EO / 3LAB op YouTube

‘Loop ik zo meteen mijn vader achterna en eindig ik ergens eenzaam en alleen in een flat in Birmingham? vraagt Joseph zich af. Of zou hij toch in staat zijn om z’n eigen pad te vinden? De filmmaker is bang ‘dat zijn destructieve genen ook in mij tikken als een tijdbom’. Zijn vader Richard Hammond overleed in 2019 overleden aan een overdosis heroïne. ‘Joe’ koestert de spullen die hij van hem heeft gekregen. Het boek De Vreemdeling van Albert Camus bijvoorbeeld, een camera en, ja, de film Trainspotting.

Hammond heeft al die jaren nauwelijks over zijn vader gesproken. Hoog tijd om de confrontatie aan te gaan met De Dode Junk In Mij (40 min.). En daarvoor heeft hij naar zijn eigen overtuiging het maken van deze documentaire nodig. Het spoor leidt naar Engeland, want Josephs moeder wil/kan niet meewerken. Die reis roept elementaire vragen op. Want wat weet hij nu écht over zijn vader? ’Er is niks wat ik zeker weet over deze man, behalve dat ie van voetbal hield.’ Aston Villa, om precies te zijn.

De ouder die altijd onbereikbaar leek komt onderweg steeds dichterbij via de verhalen die Richards moeder, broer en vrienden over hem opdiepen. En Joe vindt hem, inderdaad, ook in zichzelf. ‘Alles wat gezegd werd kon ik letterlijk aan mezelf linken’, rapporteert hij telefonisch aan een vriendin in Nederland. Dat is natuurlijk ook een enge gedachte: in hoeverre zou hij zelf dus kunnen eindigen zoals de man die hij nu, zeven jaar na diens dood, met alles wat ie heeft in het vizier probeert te krijgen?

Joseph Hammonds zoektocht vertoont overeenkomsten met Kelly Klingenbergs poging om haar vader terug te vinden in de egodocu Alleen Met Jenever (2021). Een verhaal dat tegelijk heel particulier en toch universeel is. Want zoekt niet iedereen in de levens van z’n ouders een voorspelling voor het eigen bestaan? Inherent aan zo’n zoektocht lijkt dan ook dat die nooit pasklare antwoorden oplevert, hooguit aanknopingspunten om twee levens te verbinden. Totdat ‘t, in elk geval in het eigen hoofd, wel zo’n beetje klopt.

Jay-Z In 8

MUBI

Twee mannen van middelbare leeftijd aan een tafel. Tegenover elkaar, in een immense zaal. In zwartwit ook, volledig gericht op elkaar. Een zwarte man, met dreads en een flinke muts op. En een witte, met een kalend hoofd en een volle grijswitte baard. Hiphop-superster Jay-Z en sterproducer Rick Rubin, in wat een Amerikaanse aflevering van Zomergasten of een portretterende podcast zou kunnen zijn. Van bijna zes uur, in acht bedrijven: Jay-Z In 8 (354 min.).

Gastheer Rubin, een cruciale figuur in de ontwikkeling van de Amerikaanse rock en rap, was enkele jaren geleden zelf hoofdpersoon van een docuserie, Shangri-La (2019), en ontving eerder ook al ex-Beatle Paul McCartney voor een diepgaand gesprek in McCartney 3, 2, 1 (2021). Rubin is zen. Geen man voor kritische vragen. Hij heeft zich volledig ondergedompeld in z’n gesprekspartner, neemt (blootsvoets en zo nu en dan ook in kenmerkende kleermakerszit) plaats op zijn stoel en vraagt vervolgens raak, met oprechte interesse, bijna kinderlijk enthousiasme en soms een filosofische inslag.

De geanimeerde conversatie met rapper en producer Shawn Carter, alias Jay-Z, is doorsneden met sleutelsongs uit diens lange loopbaan. De teksten daarvan, waarin hij zijn ziel binnenstebuiten keert, worden zonder poespas in beeld gebracht. Geen blingbling uit de videoclips dus, maar de pure straatpoëzie. De twee mannen luisteren aandachtig, wisselen blikken van herkenning uit en knikken en fluisterrappen zo nu en dan ook enthousiast mee. Twee mannen, jongetjes bijna, in verbinding. Knuffelend zelfs. Bloedsbroeders die voor het oog van de wereld diezelfde wereld even lijken te vergeten.

Tegen die opzet en Rubins werkwijze valt best wat in te brengen – wanneer mondt invoelen bijvoorbeeld uit in stroop om de mond smeren? hoe is bepaald wat er aan de orde komt? – maar hij creëert een veilige omgeving voor Jay-Z om diepgaand te reflecteren op zijn achtergrond, familie, imago, carrière en relatie (met Beyoncé; haar naam valt niet eenmaal). Deze omvangrijke gespreksfilm voelt echt als een samenwerking, waarbij Rubin op de aftiteling staat vermeld als regisseur en Jay-Z als executive producer, en wordt een ongegeneerde viering van Jay-Z’s taal, verhaal en muziek.

Welded Together

Witfilm

Als haar halfzusje Amina, met een tutje in de mond, in slaap valt in de box, kan Katya haar blik nauwelijks losmaken van het kleine meisje. Amina is volledig aangewezen op haar als oudere zus. Hun moeder heeft zich weer eens verloren in drank. God weet waar ze is. Toen Katya’s vader overleed, was zij zelf nog maar zes. Haar moeder verdronk vervolgens haar verdriet en werd uit de ouderlijke macht gezet. En zij belandde als kind in een weeshuis, ergens in de voormalige Sovjet-republiek Belarus. 

De geschiedenis dreigt zich nu te herhalen, terwijl Katya net een eigen leven had opgebouwd als professioneel lasser. Als haar moeder, bij wie ze tegen beter weten in toch weer is ingetrokken, na een nacht aan de boemel niet komt opdagen, staat ze er helemaal alleen voor in hun schamele huurappartement in de Wit-Russische stad Brest. Kan ze Amina behoeden voor het leven dat ze zelf in haar maag gesplitst heeft gekregen? En lukt het intussen ook om de scheuren in haar eigen ziel te herstellen?

Regisseur Anastasiya Miroshnichenko vangt Katya’s gevoelsleven in lange close-ups, waarin zij, met de blik naar binnen, in het oneindige staart. Haar hele leven, ruim twintig jaar ploeteren, lijkt dan voor haar geestesoog te passeren. Tegelijkertijd noopt de realiteit van het hier en nu Katya in Welded Together (96 min.) om na te denken over hoe het verder moet. (Hoe) kan ze haar baan als lasser, de dagelijkse zorg voor haar zusje én het regelwerk om haar alcoholische moeder op het rechte pad te houden combineren?

Everything Will Be Fine, zingt de getormenteerde jonge vrouw, als ze even alles loslaat, enthousiast mee met de Oekraïense artiest Vjerka Serdjoetsjka. Het kost haar alleen moeite om die boodschap te verinnerlijken en een einde te maken aan de maalstroom van armoede en alcoholisme waarin ook zij dreigt te worden meegenomen. Niet in het minst omdat het kiezen voor zichzelf en haar liefde voor haar kleine zusje Amina ook een onmogelijke keuze veronderstelt. Trefzeker werkt Miroshnichenko daarnaartoe.

Welded Together groeit ondertussen uit tot een aangrijpend portret van een jonge vrouw, op handen gedragen door haar mannelijke collega’s en thuis veel te jong bedolven onder volwassen verantwoordelijkheden, die gevangen lijkt te zitten in typische Oostblok-tristesse.

Billy Idol Should Be Dead

Live Nation

Zijn arrogante grijns wordt inmiddels omlijst door een oude mannengezicht. Het haar is, een kleine halve eeuw nadat hij met zijn band Generation X onderdeel werd van de eerste punkgolf, in elk geval nog altijd peroxideblond. En, ogenschijnlijk zonder al te veel moeite, krijgt hij ook die gebalde vuist nog wel stoer in de lucht.

In zijn jonge jaren was Billy Idol even onuitstaanbaar als onweerstaanbaar. Een wandelend – nee: continu poserend – rock & roll-cliché, zeker toen hij eenmaal solo en naar New York was gegaan. Samen met MTV werd Idol groot en scoorde hij in de eighties hits als White Wedding, Rebel Yell en Eyes Without A Face. Rockend, snuivend en neukend in de allerhoogste versnelling – op weg naar het totale niets.

Want uiteindelijk wordt de act Billy Idol zelfs William Broad, kind van een net middenklassegezin uit Bromley in Greater London, te veel. Halverwege de jaren tachtig begint dat ongenaakbare imago, en het bijbehorende destructieve gedrag, hem steeds meer op te breken. Hij is voortdurend ‘coked up’, neemt nogal eens een overdosis en heeft een motorongeluk. Wel met een Harley-Davidson, gelukkig.

Vandaar ongetwijfeld ook de titel van deze typische rockdoc: Billy Idol Should Be Dead (135 min.), waarin regisseur Jonas Åkerlund behalve Billy zelf ook zijn moeder Joan, zus Jane, ex Perri en kinderen Willem, Bonnie en Brant, allerlei profi’s uit de muziekbusiness en bekende collega’s zoals Miley Cyrus, Nile Rodgers, Billie Joe Armstrong, Steve Jones en Pete Townshend aan het woord laat.

Zijn lotgevallen hebben vaak een karikaturaal randje. Als hij probeert te stoppen met heroïne, vertelt Billy Idol bijvoorbeeld over zijn bijzonder hardnekkige drugsverslaving, stapt ie over naar crack. Zulke sterke verhalen zijn door Åkerlund vervat in comic-achtige animaties, die ‘s mans cartooneske karakter nog eens bevestigen en laten zien dat hij, zonder dat motorongeluk, ook carrière had kunnen maken als actieheld.

Totdat het zelfs voor hem, de Britse bloedsbroeder van onze eigen Herman Brood, te zwaar wordt om ‘Mr. Rock & Roll 24/7’ te zijn. De schuinsmarcheerder van weleer lijkt tegenwoordig zelfs eerst en vooral een echt familiemens, dat bovendien zeker niet onsympathiek overkomt. Maar of dit betekent dat hij ook een brave burgerman is geworden?

Travis Barker: Louder Than Fear

Disney+

Travis Barker heeft zijn eigen kledingmerk, rent marathons en is getrouwd met een Kardashian, Kourtney. Eerst en vooral is hij echter drummer. Barker speelt alles wat los en vast zit. Als een bezetene. Bij de punkbands Blink-182, Transplants en Box Car Racer bijvoorbeeld, zijn natuurlijke habitat. Maar ook rappers zoals Eminem, Lil Wayne en Trippie Redd voorziet hij van een drive en fundament.

Bij de start van de documentaire Travis Barker: Louder Than Fear (100 min.), in de loop van negen jaar gefilmd (2017-2026) gefilmd door Michael Dwyer en Justin Krook, krijgt ie dan ook uitgebreid lof toegezwaaid door zijn vakbroeders Stewart Copeland (The Police), Lars Ulrich (Metallica), Questlove? (The Roots), Tommy Lee (Mötley Crüe), Sheila E. (Prince) en wijlen Taylor Hawkins (Foo Fighters).

De filmmakers portretteren hem als een authentiek drumbeest, een vleesgeworden variant op de Muppets-drummer Animal (die op zijn beurt weer een pastiche van Keith Moon van The Who is). Zijn moeder Gloria, veel te jong overleden, spoorde Barker aan om drummer te worden. Op z’n vijftiende nam hij er meteen enkele goed zichtbare tatoeages bij. Zodat ie nooit kan terugvallen op een reguliere baan.

Drummen is ook zijn therapie. Voor een rottige jeugd, de aanhoudende worsteling met verslaving en dat ene vliegtuigongeluk, in september 2008, waarbij hij enkele vrienden en collega’s verloor. Zelf kwam Travis Barker in kritieke toestand in een brandwondencentrum terecht, liefst 65 procent van zijn lichaam was verbrand. Er wachtten 27 operaties op hem – en, natuurlijk, survivor’s guild.

Sindsdien weigert hij te vliegen. Als er weer een wereldtournee voor de deur staat, reist hij per boot. Per cruiseschip, waar gewoon geoefend moet worden. Die crash, verwerkt in een zeer vurige drumsolo, heeft hem als mens getekend en fungeert ook als vliegwiel voor dit portret van een maniakale muzikant, dat gaandeweg, als al zijn andere activiteiten ook nog kort moeten worden belicht, wel wat wegloopt.

Travis Barker, zoveel is dan allang duidelijk, is er een treffend voorbeeld van dat ook drummers een apart slag volk zijn. Apart slagvolk.

Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth

Whyaduck Productions

Zijn scheiding van Hot Honey Harlow maakte Lenny Bruce van Lenny Bruce, stelt zijn moeder Sally. Van tevoren zocht de Amerikaanse stand-upcomedian (1925-1966) ook al de grenzen van het betamelijke op, zowel op het podium als in zijn privéleven, maar daarna was de beer pas écht los.

Honey Bruce, hun dochter Kitty en Lenny’s moeder Sally Marr schetsen in Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth (97 min.) een levendig beeld van de branieschopper uit New York. Hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil, maar moest zijn mond vervolgens wel talloze malen spoelen. Als een aanstootgevend woord maar vaak genoeg wordt gebruikt, zo leek echter Bruces stellige overtuiging, wordt het onschadelijk gemaakt.

Hij verdient ‘De Bad Taste Award’ schreef een krant toen Lenny Bruce in de jaren vijftig een vaste gast werd op de Amerikaanse televisie. Toen moesten zijn problemen met de wet nog beginnen. Regisseur Robert B. Weide toont in dit postume portret uit 1998 hoe de controversiële comedian zichzelf langzaam in een hoek van de kamer schilderde en daarbij een fiks handje werd geholpen door de Amerikaanse autoriteiten.

Zij begonnen Bruce te vervolgen voor obsceen gedrag en -taalgebruik tijdens optredens en arresteerden hem ook vanwege het bezit van drugs. Al snel durfden clubeigenaren hun vingers niet meer te branden aan de komiek en dreigde zijn carrière uit te doven. Intussen ging de man, die de lusten van het leven nauwelijks kon weerstaan en ervan overtuigd was dat hij geen eerlijk proces had gekregen, naar de gallemiezen.

Hij liet een half afgemaakte zin achter op zijn typemachine, aldus verteller Robert de Niro in deze boeiende film, die met een jazzy soundtrack lekker op temperatuur is gebracht: ‘Conspiracy to interfere with the Fourth Amendment const…’ Het woord ‘constitutes’ zou hij nooit afmaken. Lenny Bruce ging ten onder aan datgene waarvoor hij had gestreden, het vrije woord, in combinatie met het gebruik van harddrugs.

Na hem zou er nooit meer een optredende artiest voor de rechter worden gedaagd vanwege obsceniteiten, constateert Weide tot besluit, alvorens hij voor de aftiteling de kraker I Fought The Law van de befaamde punkband The Clash instart. De boodschap daarvan, vervat in een zin van slechts vier woorden, is onontkoombaar: ‘And the law won.’

Boy Band Confidential

HBO Max

Ze hebben eerder hun verhaal gedaan, belooft het intro van de tweedelige documentaire Boy Band Confidential (177 min.). Maar nog nooit zo. ‘We hebben nooit gepraat over hoe het voelde en wat er is gebeurd’, zegt initiatiefnemer Joey Fatone (*NSYNC). ‘Het is de hoogste tijd’, beaamt Jeff Timmons (98 Degrees). ‘We hebben dit nog nooit besproken.’ Zulke beloften zijn nodig. Want natuurlijk is er allang gesproken over de achterkant van de boybandbusiness.

Timmons zelf deed bijvoorbeeld ook al zijn zegje in de documentaire Larger Than Life: Reign Of The Boybands. Net als Lance Bass (*NSYNC), Nick Lachey (98 Degrees) en Alex ‘AJ’ McLean (Backstreet Boys). AJ en Bass zijn ook te zien in The Boy Band Con, terwijl de Backstreet Boy McLean eveneens optreedt in Dirty Pop: The Boy Band Scam. Daar treft hij overigens Erik-Michael Estrada (O-Town), die eveneens participeert in deze gelikte boyband-productie van Joey Fatone. 

Kunt u het nog volgen? Lang verhaal kort: het vertellen over het leven als lid van een boyband dreigt een business op zichzelf te worden, op het moment dat hun achterban waarschijnlijk richting midlifecrisis gaat en wellicht weer extra geïnteresseerd is. Over de volledig gefabriceerde muziek gaat het dan niet. Wel over: het verbergen van je seksuele geaardheid, gefnuikte solocarrières, geldproblemen, quarter-life crises, verslavingen en – natuurlijk, helaas – seksueel misbruik.

Vanzelfsprekend komt daarbij ook Lou Pearlman weer aan de beurt. Hij lanceerde eerst Backstreet Boys en daarna ook een concurrent voor die groep, *NSYNC. Naast McDonald’s was er immers ook ruimte voor Burger King, een treffende vergelijking. ‘Big Poppa’ beschouwde zichzelf bovendien als een extra bandlid en beloonde zichzelf ook als zodanig – los van het percentage dat hij als manager sowieso al afroomde. En – natuurlijk, helaas – de man had ook andere behoeften.

De mastodont doet dienst als de lelijke tronie van een industrie die volgens direct betrokkenen, waartoe ook insiders zoals manager Joe Mulvihill, medewerker Melissa Bell en groepsleden van Boyz II Men, All-4-One, Take 5 en LFO behoren, zowel geweldig als wreed kan zijn. ‘Succes was mijn wraak’, zegt Johnny Wright, agent van talloze Amerikaanse acts niet voor niets in dit tweeluik dat (opnieuw) een inkijkje geeft in de wereld achter de glitter en glamour van tienersterren.

PS Er zijn overigens ook nog boybanddocu’s, veelal volgens hetzelfde recept, over afzonderlijke groepen (Take That, Boyzone en Bros) en groepsleden (Robbie Williams en Nick & Aaron Carter).

Irvine Welsh: Reality Is Not Enough

Kaleidoscope

Hoe rijk z’n loopbaan inmiddels ook is – als schrijver, deejay en scenarist – zijn naam blijft altijd verbonden aan dat ene boek en de film die daarvan werd gemaakt: Trainspotting. En hij, Irvine Welsh, wordt geacht om zich te gedragen als het personage dat hij destijds in het leven heeft geroepen: de onverbeterlijke drugsgebruiker Mark Renton, vereeuwigd door acteur Ewan McGregor.

Je bent afgekickt van de heroïne, start de Ierse host van de podcast The Michael Anthony Show bijvoorbeeld een interview met de Schotse auteur. ‘Ben je nu gelukkig?’ Voordat Welsh, die inmiddels ook bestsellers als Acid House, Ecstacy en Filth op zijn naam heeft staan, kan antwoorden, volgt alweer een vraag: heb je je ooit geschaamd toen je een junkie was?

Binnen enkele minuten jast Anthony er vervolgens al zijn drugsvragen doorheen: ben je ooit in therapie geweest? Hoe reageerden je ouders toen je aan de heroïne zat? Reageerden ze net als de ouders van Renton? Hoe lekker is heroïne? Was jij degene in de groep die anderen aan de heroïne bracht? Irvine Welsh laat het over zich heen komen. Hij is en blijft Mr. Trainspotting.

Da’s overigens niet geheel onterecht. De schrijver uit Edinburgh heeft inmiddels een hele serie boeken rond dezelfde groep personages afgeleverd. En voor Irvine Welsh: Reality Is Not Enough (88 min.) geeft hij zich bij Field Trip Toronto over aan een sessie met psychedelica. Die wordt door documentairemaker Paul Sng vervolgens gebruikt als ‘a trip down memory lane’.

Van daaruit belicht hij Welsh’s leven en werk, die nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken te zijn. En dat geheel, van snedig commentaar voorzien door de schrijver zelf, is weer doorsneden met scènes uit verfilmingen van ’s mans boeken en passages uit zijn romans, die zijn ingelezen door onder anderen Liam Neeson, Stephen Graham en Nick Cave.

Jij kiest het materiaal niet, beweert Irvine Welsh’s intussen stellig in dit aardige schrijversportret. Het materiaal kiest jou. ‘Dus als ik racistische, seksistische, gewelddadige of psychopathische personages tot me krijg, dan is dat maar zo. Ik ga me niet voordoen als een verheven schrijver die de personages in zijn boek goed- of afkeurt.’ Waarvan akte.

F*ck Drugs

Tangerine Tree / BNNVARA

Nadat hij in Samen Vreemdgaan? (2024) enkele leden van de swingersgemeenschap heeft geportretteerd, volgt Jesse Bleekemolen in F*ck Drugs (60 min.) nu drie Nederlandse queers die zich regelmatig overgeven aan ‘chemsex’: (groep)seks onder invloed van drugs.

Het procedé is eigenlijk vergelijkbaar met zijn eerdere film: hij portretteert enkele hoofdpersonen in hun thuisomgeving, nodigt hen dan uit om openlijk te spreken over hun (seks)leven en volgt hen daarna naar de plekken waar zij zich volledig kunnen overgeven aan hun lustgevoelens. Zo maakt hij een subcultuur toegankelijk, die doorgaans alleen binnen de eigen ‘safe space’ z’n ware gezicht toont. Een broeierige wereld die door Bleekemolen bovendien is vervat in enkele gestileerde erotische sequenties.

Anthony (35) heeft één keer per week seks, vertelt hij lachend in de openingsscène van de film: ‘Het hele weekend!’ In de voorbije tien jaar heeft hij volgens eigen zeggen zo’n 376 feesten bezocht. Davo (22) gaat nu ongeveer tweeëneenhalf jaar naar chemsex-feesten. Hij kan er zijn wildste fantasieën uitleven en heeft volgens eigen zeggen verder geen behoefte aan een romantische relatie. Voor Erik (61) komen de feesten tegemoet aan zijn avontuurlijke inborst en zijn behoefte aan autonomie.

Met een shotje GHB, ketamine en/of een lijntje (of spuit) 3-MMC verdwijnen alle belemmeringen en kunnen ze helemaal los. Vanachter de extase komt echter ook een andere wereld tevoorschijn: van soms haperende zelfacceptatie, onbegrip vanuit de directe omgeving, heteronormativiteit en angst voor echte intimiteit. ‘In mij zit een afschuwelijke ijsvlakte die maar niet ontdooit en die ik zelf dus ook in stand houd’, constateert Erik, die ook thuis 3-MMC is gaan injecteren. Hij zorgt er zo voor dat ook Bleekemolen, achter de camera, even heel kwetsbaar wordt.

Net als eerder Samen Vreemdgaan? wordt F*ck Drugs daarmee een film over de mens achter de seks. Kwetsbaar en behoeftig, op zoek naar lust en bevestiging. Zoals we dat waarschijnlijk allemaal zijn, ieder op z’n eigen manier.

The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel

Netflix

De band moet nog definitief doorbreken als het oorspronkelijke driemanschap van The Red Hot Chili Peppers al uiteenvalt in 1988.

De drie hebben elkaar eind jaren zeventig leren kennen op Fairfax High, een middelbare school in Los Angeles. Anthony Kiedis en Mike Balzary zien er het bandje Anthym optreden. Enige tijd later krijgen ze een lift van de gitarist, Hillel Slovak. De drie worden onafscheidelijk. En als de bassist van Anthym er de brui aan geeft, vraagt Hillel Mike. Die heeft nog nooit een basgitaar aangeraakt, maar hapt toch toe. ‘Hij geloofde in mij’, vertelt Mike, een jongen uit een getroebleerd gezin die zich tegenwoordig ‘Flea’ noemt. ‘Hij zag me.’ Bij de gedachte aan dat moment moet de bassist ruim veertig jaar later nog altijd zijn emoties wegslikken. ‘Dat heeft mijn leven definitief veranderd.’

Wanneer Hillel en Flea, die z’n heil een tijdje elders zoekt als Anthym niet echt van de grond komt, weer eens samen willen optreden, sluit ook die andere boezemvriend, Anthony, zich bij hen aan. Zij worden in de rug gedekt door Anthym-drummer Jack Irons. De allereerste incarnatie van The Red Hot Chilli Peppers maakt in december 1982 z’n live-debuut voor een dolenthousiast publiek. Het zal alleen nog jaren kosten voordat de band definitief vlam vat. Tegen die tijd hebben ook drugs al hun verpletterende entree gemaakt. Of zoals Hillel ’t, volgens zijn vriendin Addie Brik, zegt: het is vrijdag, waar is de tofu? Voor Anthony en hem is het alleen al snel elke dag vrijdag.

De Peppers gaan er bijna aan onderdoor en moeten afscheid nemen van Slovak, het eindstation van deze film. Hij wordt opgevolgd door John Frusciante, die later in zijn eigen drugshel zal belanden – in 1994 vereeuwigd in een geruchtmakende aflevering van het Nederlandse muziekprogramma Lola da Musica. Zover komt The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel (95 min.) niet. Documentairemaker Ben Feldman concentreert zich volledig op de onstuimige beginjaren van de Amerikaanse groep en had dus even goed Becoming Peppers kunnen heten. Net als vergelijkbare portretten van muzikale helden zoals David Bowie, Led Zeppelin en Madonna.

De roem en het succes die later altijd vanzelfsprekend lijken te zijn geweest, liggen dan nog in de toekomst verscholen. De meeste Anthony Kiedissen en Fleas van deze wereld – jong, wild en klaar om de wereld te veroveren – lopen onderweg averij op of bereiken, zoals hun maat Hillel Slovak, nooit de jaren waarin het sterrendom wel degelijk komt. Zijn voormalige boezemvrienden betonen de gitarist, tevens tot leven gewekt met z’n tekeningen en persoonlijke geschriften, in deze film alle eer. Hij stond mede aan de basis van – of, zoals dat nu eenmaal gaat bij gevallen helden: hij was de onbetwiste inspiratiebron voor – wat zij uiteindelijk wél zijn geworden.

Echte Mannen Huilen Niet

Cinetree

Één mislukte wedstrijd, onhandige actie of verkeerd woord en de zeis gaat erover. In de kleedkamer, op televisie of online. Als topvoetballer heb je ‘t maar te slikken. Daar word je, zogezegd, een grote jongen van. Erover klagen is in elk geval taboe en lijkt alleen maar vragen om nog meer problemen. In de documentaire Echte Mannen Huilen Niet (53 min.), gelanceerd in het kader van de campagne Samen Voor Kwetsbaarheid, vraagt Jan Paul van der Velden samen met enkele oud-profvoetballers aandacht voor mentale problemen bij mannen.

Voormalig speler en initiatiefnemer Gianni Zuiverloon, die samen met oud-international Edson Braafheid tevens collega’s en coaches interviewt in de podcast Building Bridges, weet waar hij over praat: de druk, ook die hij zichzelf oplegde, speelde hem tijdens z’n carrière regelmatig parten. Samen met de profs Ron Vlaar, Calvin Jong-a-Ping, Ryan Donk, Thomas Marijnissen en Mark Diemers, de enige nog actieve speler, gaan Zuiverloon en Braafheid nu twee dagen onder professionele begeleiding ‘de kracht van kwetsbaarheid’ onderzoeken.

Terwijl ze zich onder handen laten nemen door systemisch coach William Wilson, voormalig commandant bij het Korps Commandotroepen Erik Wegewijs en kickbokser Levi Rigters vinden de oud-spelers elkaar en maken hun ervaringen met eenzaamheid, paniekaanvallen, schuldgevoelens, rouw en (een gebrek aan) zelfliefde bespreekbaar. Als iemand even overmand raakt door emotie, wordt er begripvol geknikt, een arm om de schouder geslagen of geknuffeld. Zo creëren ze samen een ‘safe space’, waarin het gemakkelijk lijkt om gevoelens te delen.

Tussendoor delen ook Demi de Zeeuw, Jan van Halst, Hedwiges Maduro, Martijn Reuser, Henk ten Cate en Daryl Janmaat, die na zijn spelersloopbaan in een drugsverslaving belandde, in deze klassieke film met een boodschap hun eigen ervaringen met hoe ze zich als voetballer of coach – en ‘gewoon’ als man, zoon of vader – staande probeerden te houden in een wereld, waarin prestaties altijd voorop stonden en over gevoelens praten vaak lastig was. Zij vertellen weliswaar geen nieuwe dingen, maar het is wel goed dat zij ze vertellen.

Je hoeft het niet altijd alleen te doen, houdt Echte Mannen Huilen Niet de 39 procent van de Nederlandse mannen die worstelen met mentale problemen tenslotte voor. Kwetsbaarheid is een kracht. Praten helpt. En, de onvermijdelijke ‘call to action’ van deze productie van Zuiverloons Play Mental Foundation, als Typhoons themanummer Kan Niet Alleen al klinkt en de aftiteling begint: durf te delen.

I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.

Zwangere Guy: Dansen Op De Vulkaan

Nozem Films / BNNVARA / VRT

Hoe lang mag je boos blijven en kan die woede als brandstof blijven fungeren voor je leven en carrière? Als hij in 2022 de tournee na zijn eerste albums Wie Is Guy? en Brutaal heeft afgerond, staat de Belgische rapper Zwangere Guy, alias Gorik van Oudheusden, op een keerpunt: kan hij de boosheid richting zijn moeder, die hem met een nieuwe relatie in zijn tienerjaren noopte om vroegtijdig het huis te verlaten, als dertiger loslaten en zichzelf hernieuwen?

Zijn lichaam zegt in elk geval stop. Gesloopt door drank en drugs. ‘Het is heel confronterend geweest om te zien hoe hard bepaalde substanties deel uitmaakten van mijn leven, om mijn kunst te kunnen maken’, zegt de rapper in het persoonlijke portret Zwangere Guy: Dansen Op De Vulkaan (59 min.), waarvoor Leon Veenendaal en Matthijs van Camerijk hem in de navolgende jaren van heel dichtbij hebben gevolgd. Gorik wil zijn destructieve ik achter zich laten.

‘Zelfs ik moet groter zijn dan mijn probleem’, constateert hij sans gêne – hoe tof anderen die kwaaie Guy ook vinden. De transformatie gaat, getuige deze geladen film, alleen niet vanzelf. Tijdens therapiesessies, in de opnamestudio en op reis in Costa Rica werkt Van Oudheusden gedurig aan zichzelf en lijkt ie ook vooral bezig met zichzelf. Intussen werkt hij aan de muziek, die een plek dient te krijgen op z’n nieuwe langspeler Dit Is Guy, het logische eindstation van deze film.

En daarop moet ook Gorik Pt. 1, het razende schotschrift van een beschadigd jongetje aan zijn moeder dat was te vinden op z’n debuutalbum, een vervolg krijgen, dat past bij de levensfase en -instelling van de nieuwe ZG, de échte ZG. ‘Hey dag liefste mama, hoe gaat het ermee?’, begint Guy, als hij de juiste woorden heeft gevonden. ‘Ik ben zo vaak herbegonnen aan die Gorik Pt. 2 / Zat vast achter een muur, met de kleine ZG / Maar na 100 keer vallen, komt de 101.’

Veenendaal en Van Camerijk tekenen dit verlate coming of age-verhaal, over een dertiger die erg op zichzelf betrokken is en eindelijk volwassen moet/wil worden, sfeervol op en laat ook zien hoe fragiel de ontwikkeling die Gorik doormaakt is. Zo nu en dan lonkt nog wel degelijk de roes, om de pijn van het zijn weer even te verdoven. De verantwoordelijkheden die zijn nieuwe bestaan met zich meebrengen nopen hem echter om fit te worden, ook mentaal, en dit ook te blijven.

En dan kan de geheel vernieuwde Zwangere Guy, ‘met een krop in de keel’ bij de gedachte aan al wat hij heeft overwonnen, weer het podium op. Met een heldere boodschap: dit is, tot nader order in elk geval, Guy. Aangenaam.

Broken English

Paradiso Films

The Ministry Of Not Forgetting, belast met het bewaren van cultureel erfgoed, heeft zich nu over de casus Marianne Faithfull gebogen. Een typisch geval van: verkeerd herinnerd. Als ex van Rolling Stones-zanger Mick Jagger, op de eerste plaats. En daarna: als hopeloze junk, ruim twintig jaar verslaafd aan alle mogelijke drank en drugs.

Daar wil het Ministerie van Niet-Vergeten, waar deze hybride film is gesitueerd, dus subiet verandering inbrengen. In een futuristisch ogend researchcentrum gaat de onderzoeker van dienst, een rol van de jonge Britse acteur George McKay (1917), het subject nog eens grondig doorlichten. Daarvoor heeft hij Faithfull zelf ook uitgenodigd, om samen met haar de opgediepte bewijsstukken – archiefinterviews, nieuwsbeelden en concertopnamen – te analyseren.

Toegegeven: de opzet van Broken English (99 min.) doet in eerste instantie gekunsteld aan. De regisseurs Iain Forsyth en Jane Pollard, die eerder samen bijvoorbeeld ook de geweldige Nick Cave-docu 20.000 Days On Earth (2014) maakten, hebben wel heel veel beeld- en verteltrucs, inclusief een onderzoeksleider die toch wel erg veel wegheeft van Tilda Swinton, uit hun mouw geschud om de gebruikelijke plaatje-praatje muziekdocu te vermijden. Het werkt alleen wel. Geweldig zelfs. Deze film kantelt het beeld van de hoofdpersoon en ontstijgt haar tegelijk ook.

Met de misogynie waarmee Marianne Faithfull, tijdens het maken van de film overleden, in haar leven stelselmatig te maken kreeg bijvoorbeeld. De continue vragen in talkshows over met welke bekendheid ze nu weer het bed had gedeeld. Of de volledig overtrokken reactie van alles en iedereen op haar ‘drugslied’ Sister Morphine, dat in 1969 direct in de ban werd gedaan. Toen The Stones het nummer twee jaar later op hun album Sticky Fingers zetten, kraaide er echter geen haan meer naar.

Aan Mick maakt de dame in kwestie weinig woorden vuil. Hij komt natuurlijk wel langs in het archiefmateriaal dat wordt bekeken en beoordeeld. En, natuurlijk, in oude interviews met Marianne Faithfull zelf. ‘Stel je voor dat je op je 45e nog Satisfaction moet zingen’, zegt een eerdere incarnatie van haar. ‘Arme donder’, voegt ze er in tegenwoordige tijd aan toe. Faithfull maakt, in die laatste levensfase, een even kwetsbare als montere indruk. Een vrouw die vrede heeft gesloten met het leven. Háár leven.

Forsyth en Pollard geven ook haar beste songs een nieuw leven. Omdat hun heldin tegenwoordig een artiest in ruste is, afhankelijk van zuurstoftoevoer, laten ze onder andere Beth Orton, Suki Waterhouse, Courtney Love en Nick Cave, in de rug gedekt door Warren Ellis, Ben Christophers, Ed Harcourt en Thurston Moore, enkele van haar songs uitvoeren op het Ministerie. En uiteindelijk geeft de grande dame zelf natuurlijk ook nog een allerlaatste performance. Met Johnny Cash-achtige allure.

Haar werk is niet gestold geraakt in de tijd, maar nog net zo vitaal als ooit. Wanneer het onvermijdelijke nieuws komt – Tilda Swintons woorden ‘Onze onbevreesde vriendin is weg. Weg, maar niet vergeten.’ galmen nog wel even na – zijn de keuzes in en uitvoering van misschien wel de beste muziekfilm van het jaar bovendien op een geloofwaardige manier verklaard en lijkt alles ook wel gezegd, gezien en bezongen. Marianne Faithfull gaat ‘gracefullly’ de herinnering in. Als artiest, als icoon en als mens.

Richard Pryor: Omit The Logic

Showtime

De enige die niet aan de kant voor hem ging toen hij brandend naar buiten kwam gerend, vertelt Richard Pryor in zijn onemanshow, was een ouwe dronkelap. ‘Die vroeg om een vuurtje.’ Zo geeft hij de verplichte komische draai aan de dag, maandag 9 juni 1980, waarop ‘t ook voor de buitenwereld glashelder wordt dat het helemaal mis is met de Afro-Amerikaanse stand-upcomedian. Tijdens het freebasen van cocaïne heeft Pryor zichzelf – al dan niet bewust – in brand gestoken. Bij dit crack-incident, waarbij een kleine veertig procent van zijn lichaam verbrand raakt, zal ‘t altijd de vraag blijven of het misschien toch een desolate zelfmoordpoging was.

Richard Pryor (1940-2005), de man die de weg bereidde voor zwarte entertainers zoals Eddie Murphy, Will Smith en Kevin Hart, stamt uit een familie van hoeren en pooiers in Peoria, Illinois. Die achtergrond op de grens van de boven- en onderwereld zou de rest van zijn onstuimige bestaan zichtbaar blijven. Zijn voormalige manager Sandy Gallin zag in de jaren zestig een ruwe diamant in hem. Als ik hem zover krijg dat hij twee zinnen zonder schuttingtaal erin achter elkaar kan zetten, dacht Gallin toen, wordt hij een grote ster. Pryor moest, kortom, een beetje meer Bill Cosby worden. Die gold toen nog, pré-#metoo, als een acceptabele zwarte ster.

Richard Pryor wilde echter niet alleen de populairste zwarte entertainer zijn, vertelt regisseur Paul Schrader in Richard Pryor: Omit The Logic (83 min.), maar ook de zwartste. Dat bracht hem in talloze Hollywood-hits én frontaal in botsing met televisieproducenten. Hij verzette tegelijk baanbrekend werk. ‘Als comedy is te vergelijken met een vrouw waarop ik verliefd ben, dan heeft Richard Pryor haar al in alle lichaamsopeningen genomen’, stelt Dave Chapelle, op z’n geheel eigen wijze, in deze krachtige documentaire van Marina Zenovich uit 2013. ‘Is er ook nog maar één plekje te vinden waar hij zijn pik niet in heeft gestoken?’

Daarover gesproken: Pryor hield er getuige dit portret ook een onstuimig relatieleven op na. Hij was negen keer getrouwd. Ongeveer. Waarbij moet worden aangetekend dat Jennifer Lee zowel vrouw 4 als 7 was. En Flynn Belaine nummertje 5 en 6. Pryor wilde per se getrouwd zijn, vertelt zijn ex-vriendin Patricia von Heitman, maar als hij eenmaal getrouwd was, was de magie weg. ‘Want dan had hij gewonnen.’ Zolang hij je wilde, had jij de macht in handen, vertelt een andere ex, Kathy McKee. ‘Die was direct weg als hij je had. Dan ging hij meteen achter een ander aan. Dat was zijn spel. En dan stelde hij alles in het werk om jou het huis uit te krijgen.’

Intussen werkte hij zich, vooral door overmatig drugsgebruik, steeds verder in de nesten. Totdat er geen redden meer aan was. ‘Soms is het beste wat je hebt niet goed genoeg’, zegt Pryors laatste manager Skip Brittenham, die afstand nam toen hij zag dat Pryor opnieuw het donkerste hoekje van zijn verslaving opzocht, geëmotioneerd in dit postume portret van een zelfverklaarde ‘ni**er’, die volstrekt grenzeloos leek te leven. ‘En dan kun je iemand niet meer redden van zichzelf.’

Terrazza Sentimento

Netflix

De opdracht van de huiseigenaar is helder: wis direct alle beelden van het camerasysteem. Het is duidelijk dat de bekende Italiaanse webondernemer Alberto Genovese iets te verbergen heeft. In de nacht van 10 oktober 2020 lijkt één van zijn exclusieve privéfeesten, berucht vanwege hun losse moraal, overschot aan jonge meisjes en enorme hoeveelheden cocaïne en andere harddrugs, helemaal uit de hand te zijn gelopen. Genovese zou in Terrazza Sentimento (127 min.) een achttienjarig meisje, speciaal voor de gelegenheid gerekruteerd, hebben gedrogeerd en zich daarna bruut aan haar hebben vergrepen.

De zaak van ‘Flaminia’ – vermoedelijk één van de gefingeerde namen in deze productie, waarin op last van de Italiaanse autoriteiten ook sommige originele beelden, chats en audiofragmenten zijn verwijderd en vervolgens digitaal gereconstrueerd – staat niet op zichzelf: Alberto Genovese wordt in deze vet aangezette en helemaal bijdetijds vormgegeven driedelige serie van Nicola Prosatore tevens in verband gebracht met andere gevallen van seksueel geweld. En de alsnog door de politie opgesnorde beelden zorgen voor het bijbehorende bewijsmateriaal dat sommige vrouwen inderdaad zijn gereduceerd tot ‘een lappenpop in Genovese’s handen’.

De Bunga Bunga-achtige feesten in ’s mans penthouse lijken een Italiaanse variant op de zogeheten ‘white party’s’ van de Amerikaanse hiphopmagnaat P. Diddy, die eveneens tot een veelbesproken rechtszaak hebben geleid. Prosatore reconstrueert het decadente milieu waarbinnen deze Milanese feesten plaatsvinden en de levensloop van de grote roerganger daarvan, de alsmaar meer doorgesnoven patser Alberto Genovese, met enkele kennissen, journalisten, politiemensen én zijn onverstoorbare bodyguard Simone Bonino. Hij hield de wacht bij Genoveses slaapkamerdeur, waarachter een ogenschijnlijk volledig uitgetelde Flaminia toen te ‘gast’ was.

Als slachtoffer hebben meisjes zoals zij overigens niet per definitie ook de sympathie van het grote publiek. Ze zullen ‘t er zelf wel naar hebben gemaakt, veronderstelt menigeen. ‘Brave meisjes overkomt dit niet’, klinkt ‘t dan eufemistisch, in een klassiek voorbeeld van ‘victim blaming’. Terwijl Genovese’s perversies allang bekend waren bij mensen uit zijn directe entourage. Een algehele ‘omerta’ weerhield hen er echter van om zich uit te spreken. Zo werden niet alleen jonge, veelal op drift geraakte, meisjes niet beschermd tegen een man die zichzelf volledig had uitgewoond met coke, maar werd ook Alberto Genovese geconfronteerd met het beest in zichzelf. Sindsdien probeert hij de brokstukken van een ooit zo glamoureus bestaan bijeen te rapen.