Bubbel Bubbel

Narrative Identity

De drie duo’s starten vanuit een wit canvas. Ze zijn samen in de bubbel gestapt, die audiovisual kunstenaar Rutger Nijkamp en filmmaker Vincent Boy Kars voor hen hebben gecreëerd. 2 Uur, 22 minuten en 22 seconden zijn ze daar tot elkaar veroordeeld, om samen te scheppen. Een creatieve blind date, in een kale witte ruimte. Zonder plan of extra attributen.

Een performancekunstenares met een fascinatie voor slapstick en clowns en een danseres die aan storytelling wil doen. Een autonoom kunstenares die leeft voor haar werk en een broodschilder die zijn kunst maakt om te kunnen leven. En een voormalige deejay die een traditioneel instrument, de harp, heeft leren bespelen en een woordmuzikant met de behoefte om alle beperkingen achter zich te laten.

Wit en zwart. Puristisch en commercieel. Jong en oud. Salomé Mooij en Cicely Wijnaldum. Marjolijn van den Assem en Daan Koens. En Ranie Ribeiro en Tom America. Tegenpolen, die soms meer gemeen hebben dan ze in eerste instantie denken. In Bubbel Bubbel (55 min.) gaan ze als duo het creatieve proces aan. Los van elkaar, soms tegenover de ander en vaak ook samen. Wie neemt de leiding? En waar botst het?

Dat wordt het duidelijkst bij de twee schilders. Marjolijn beziet het kunstenaarschap als ‘psychotherapie die je jezelf afneemt’. Een manier van leven, voorbestemd. ‘Ons beroep is eigenlijk levensgevaarlijk’, zegt ze met het nodige drama. ‘Alleen: we kunnen niet anders.’ Haar partner Daan schildert vooral om zichzelf van een inkomen te voorzien en kijkt dus ook waar behoefte aan is. Zo heeft hij zich ras uit de schulden gewerkt.

Vanuit zulke frictie kan echter ook zomaar makerslol ontstaan. Zoals een botsing van ideeën van 1+1 zowel 3 als nog niet eens 2 kan maken. Deze scherpe film, opgestart vanuit een even simpel als krachtig idee en uitstekend gecast, toont intussen, teruggebracht tot z’n essentie, het wezen van kunst, zelfexpressie en het creatieve proces.

Club Heaven

Clin d’oeil films / Cinema Delicatessen

Voor jou tien anderen. Die boodschap krijgen de medewerkers van Club Heaven (77 min.), ofwel de Chinese EDM-club Play House in Chengdu, bij het begin van hun dienst steeds weer te horen. Op barse toon. Niet zo verveeld, tandje erbij. De klant verlangt meer. En wij ook. Als jij niet levert, staan er talloze achttien- en negentienjarigen klaar om ’t van je over te nemen.

Zo wordt, behalve de hal zelf, ook het team geprepareerd voor weer een avond in de Chinese nachtclub, die slechts één God kent: Mammon. De yens moeten rollen, van de clientèle naar de eigenaar van deze Electronic Dance Music-hemel. En ook zijn personeel praat tussen de bedrijven door louter over geld, houdt zich onledig met gokspelletjes of bediscussieert de kosten van cosmetische ingrepen.

Het feest zelf wordt in deze documentaire van Jona Honer van enige afstand, vanuit de ingewanden van de vleesgeworden geldmachine, weergegeven als een surrealistische kerkdienst voor het kapitalisme. Een thermische camera kijkt ogenschijnlijk stiekem mee bij het vertier voor z’n oog. Alsof je naar de negatieven van een liederlijke foto zit te kijken. Waarbij elk geluid, ook geen dancebeat dus, ontbreekt.

De camera lijkt in deze vervreemdende film sowieso meestal verdekt opgesteld, beweegt nauwelijks en registreert slechts het systeem, waarin de mensen, zowel de medewerkers van de club als de bezoekers daarvan, slechts onbeduidende radertjes vormen. Zo tekent zich in Club Heaven een zielloze wereld af, waarvan geld, macht en status het kloppende hart vormen. De hemel op aarde zogezegd.

Jay-Z In 8

MUBI

Twee mannen van middelbare leeftijd aan een tafel. Tegenover elkaar, in een immense zaal. In zwartwit ook, volledig gericht op elkaar. Een zwarte man, met dreads en een flinke muts op. En een witte, met een kalend hoofd en een volle grijswitte baard. Hiphop-superster Jay-Z en sterproducer Rick Rubin, in wat een Amerikaanse aflevering van Zomergasten of een portretterende podcast zou kunnen zijn. Van bijna zes uur, in acht bedrijven: Jay-Z In 8 (354 min.).

Gastheer Rubin, een cruciale figuur in de ontwikkeling van de Amerikaanse rock en rap, was enkele jaren geleden zelf hoofdpersoon van een docuserie, Shangri-La (2019), en ontving eerder ook al ex-Beatle Paul McCartney voor een diepgaand gesprek in McCartney 3, 2, 1 (2021). Rubin is zen. Geen man voor kritische vragen. Hij heeft zich volledig ondergedompeld in z’n gesprekspartner, neemt (blootsvoets en zo nu en dan ook in kenmerkende kleermakerszit) plaats op zijn stoel en vraagt vervolgens raak, met oprechte interesse, bijna kinderlijk enthousiasme en soms een filosofische inslag.

De geanimeerde conversatie met rapper en producer Shawn Carter, alias Jay-Z, is doorsneden met sleutelsongs uit diens lange loopbaan. De teksten daarvan, waarin hij zijn ziel binnenstebuiten keert, worden zonder poespas in beeld gebracht. Geen blingbling uit de videoclips dus, maar de pure straatpoëzie. De twee mannen luisteren aandachtig, wisselen blikken van herkenning uit en knikken en fluisterrappen zo nu en dan ook enthousiast mee. Twee mannen, jongetjes bijna, in verbinding. Knuffelend zelfs. Bloedsbroeders die voor het oog van de wereld diezelfde wereld even lijken te vergeten.

Tegen die opzet en Rubins werkwijze valt best wat in te brengen – wanneer mondt invoelen bijvoorbeeld uit in stroop om de mond smeren? hoe is bepaald wat er aan de orde komt? – maar hij creëert een veilige omgeving voor Jay-Z om diepgaand te reflecteren op zijn achtergrond, familie, imago, carrière en relatie (met Beyoncé; haar naam valt niet eenmaal). Deze omvangrijke gespreksfilm voelt echt als een samenwerking, waarbij Rubin op de aftiteling staat vermeld als regisseur en Jay-Z als executive producer, en wordt een ongegeneerde viering van Jay-Z’s taal, verhaal en muziek.

Billy Idol Should Be Dead

Live Nation

Zijn arrogante grijns wordt inmiddels omlijst door een oude mannengezicht. Het haar is, een kleine halve eeuw nadat hij met zijn band Generation X onderdeel werd van de eerste punkgolf, in elk geval nog altijd peroxideblond. En, ogenschijnlijk zonder al te veel moeite, krijgt hij ook die gebalde vuist nog wel stoer in de lucht.

In zijn jonge jaren was Billy Idol even onuitstaanbaar als onweerstaanbaar. Een wandelend – nee: continu poserend – rock & roll-cliché, zeker toen hij eenmaal solo en naar New York was gegaan. Samen met MTV werd Idol groot en scoorde hij in de eighties hits als White Wedding, Rebel Yell en Eyes Without A Face. Rockend, snuivend en neukend in de allerhoogste versnelling – op weg naar het totale niets.

Want uiteindelijk wordt de act Billy Idol zelfs William Broad, kind van een net middenklassegezin uit Bromley in Greater London, te veel. Halverwege de jaren tachtig begint dat ongenaakbare imago, en het bijbehorende destructieve gedrag, hem steeds meer op te breken. Hij is voortdurend ‘coked up’, neemt nogal eens een overdosis en heeft een motorongeluk. Wel met een Harley-Davidson, gelukkig.

Vandaar ongetwijfeld ook de titel van deze typische rockdoc: Billy Idol Should Be Dead (135 min.), waarin regisseur Jonas Åkerlund behalve Billy zelf ook zijn moeder Joan, zus Jane, ex Perri en kinderen Willem, Bonnie en Brant, allerlei profi’s uit de muziekbusiness en bekende collega’s zoals Miley Cyrus, Nile Rodgers, Billie Joe Armstrong, Steve Jones en Pete Townshend aan het woord laat.

Zijn lotgevallen hebben vaak een karikaturaal randje. Als hij probeert te stoppen met heroïne, vertelt Billy Idol bijvoorbeeld over zijn bijzonder hardnekkige drugsverslaving, stapt ie over naar crack. Zulke sterke verhalen zijn door Åkerlund vervat in comic-achtige animaties, die ‘s mans cartooneske karakter nog eens bevestigen en laten zien dat hij, zonder dat motorongeluk, ook carrière had kunnen maken als actieheld.

Totdat het zelfs voor hem, de Britse bloedsbroeder van onze eigen Herman Brood, te zwaar wordt om ‘Mr. Rock & Roll 24/7’ te zijn. De schuinsmarcheerder van weleer lijkt tegenwoordig zelfs eerst en vooral een echt familiemens, dat bovendien zeker niet onsympathiek overkomt. Maar of dit betekent dat hij ook een brave burgerman is geworden?

The Essence Of Eva

NTR

Ze is zowel de droom als de nachtmerrie van elke muzikant die het helemaal wil gaan maken. Eva Cassidy overlijdt op 2 november 1996 op slechts 33-jarige leeftijd als een grote onbekende, een getalenteerde zangeres die haar belofte nooit helemaal waar heeft kunnen maken. Haar hele carrière heeft ze genoegen moeten nemen met een kleine schare van trouwe fans. Enkele jaren na haar vroegtijdige dood breekt Cassidy echter alsnog wereldwijd door met het compilatiealbum Songbird, waarop ze eigen interpretaties brengt van klassiekers zoals Stings Fields Of Gold, de traditional Wade In The Water en de Wizard Of Oz-hit Over The Rainbow.

Ze moet zo’n zangeres zijn geweest zoals iedere muziekliefhebber wel kent: bemind in kleine kring, door de rest van de wereld over het hoofd gezien. In de documentaire The Essence Of Eva (82 min.) halen Alex Fegan en Malcolm Willis haar alsnog uit de kroegen, restaurants en kleine zaaltjes, waartoe ze bij leven en welzijn was veroordeeld. Met familieleden, vrienden en collega-muzikanten tekenen ze een vrouw en artiest op, die wars is van opsmuk en haar oren ook niet zomaar laat hangen naar wat de muziekbusiness van haar vraagt. Een platencontract bij het befaamde jazzlabel Blue Notes Records gaat daarom aan haar neus voorbij – al biedt directeur Bruce Lundvall daarvoor, nét voordat Eva het tijdige voor het eeuwige verwisselt, nog wel zijn excuses aan.

Illustratief voor Cassidy’s carrière is de totstandkoming van het door haar zelf uitgebrachte live-album Live At Blues Alley. Eerst moet er geld geleend worden om twee avonden in een club in Washington D.C. vast te kunnen leggen. Dan blijkt er een bromgeluid in de opname van de eerste avond te zitten. En de dag erop is ze zelf verkouden. Cassidy heeft dan al niet lang meer te leven. Ze wordt, begin dertig nog maar, gediagnosticeerd met kanker. Tijdens een avond in The Bayou waarop lokale muzikanten geld voor haar inzamelen, betreedt de vrouw die postuum wereldberoemd zal worden, nog eenmaal het podium. Ze zingt – werkelijk waar – de Louis Armstrong-evergreen What A Wonderful World en lijkt daarna gedoemd om vergeten te worden, net als talloze andere zangeressen die plaatselijk worden gekoesterd.

Voor Eva Cassidy zal het echter anders lopen. Via een omweg wordt ze na haar dood alsnog een ster. En misschien is dat wel precies zoals het had moeten zijn. ‘Als ze nog geleefd had, denk ik ook niet dat ze in grote zalen had opgetreden’, meent haar moeder Barbara in dit liefdevolle portret. ‘Dat had ze zwaar gevonden, denk je niet?’ Vader Hugh valt haar direct bij: ‘Ze had het nooit over succes.’

Travis Barker: Louder Than Fear

Disney+

Travis Barker heeft zijn eigen kledingmerk, rent marathons en is getrouwd met een Kardashian, Kourtney. Eerst en vooral is hij echter drummer. Barker speelt alles wat los en vast zit. Als een bezetene. Bij de punkbands Blink-182, Transplants en Box Car Racer bijvoorbeeld, zijn natuurlijke habitat. Maar ook rappers zoals Eminem, Lil Wayne en Trippie Redd voorziet hij van een drive en fundament.

Bij de start van de documentaire Travis Barker: Louder Than Fear (100 min.), in de loop van negen jaar gefilmd (2017-2026) gefilmd door Michael Dwyer en Justin Krook, krijgt ie dan ook uitgebreid lof toegezwaaid door zijn vakbroeders Stewart Copeland (The Police), Lars Ulrich (Metallica), Questlove? (The Roots), Tommy Lee (Mötley Crüe), Sheila E. (Prince) en wijlen Taylor Hawkins (Foo Fighters).

De filmmakers portretteren hem als een authentiek drumbeest, een vleesgeworden variant op de Muppets-drummer Animal (die op zijn beurt weer een pastiche van Keith Moon van The Who is). Zijn moeder Gloria, veel te jong overleden, spoorde Barker aan om drummer te worden. Op z’n vijftiende nam hij er meteen enkele goed zichtbare tatoeages bij. Zodat ie nooit kan terugvallen op een reguliere baan.

Drummen is ook zijn therapie. Voor een rottige jeugd, de aanhoudende worsteling met verslaving en dat ene vliegtuigongeluk, in september 2008, waarbij hij enkele vrienden en collega’s verloor. Zelf kwam Travis Barker in kritieke toestand in een brandwondencentrum terecht, liefst 65 procent van zijn lichaam was verbrand. Er wachtten 27 operaties op hem – en, natuurlijk, survivor’s guild.

Sindsdien weigert hij te vliegen. Als er weer een wereldtournee voor de deur staat, reist hij per boot. Per cruiseschip, waar gewoon geoefend moet worden. Die crash, verwerkt in een zeer vurige drumsolo, heeft hem als mens getekend en fungeert ook als vliegwiel voor dit portret van een maniakale muzikant, dat gaandeweg, als al zijn andere activiteiten ook nog kort moeten worden belicht, wel wat wegloopt.

Travis Barker, zoveel is dan allang duidelijk, is er een treffend voorbeeld van dat ook drummers een apart slag volk zijn. Apart slagvolk.

Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice

France TV

Rolmodellen heeft ze niet. Vrijwel alle vrouwelijke musici en componisten die zich vóór haar hebben gemanifesteerd in de klassieke muziek zijn aan het begin van de twintigste eeuw, als Charlotte Sohy (1887-1955) haar eerste composities schrijft, in de vergetelheid geraakt. Zoals ook de Franse componiste, na haar overlijden op 68-jarige leeftijd, zal overkomen. De geschiedenis wordt doorgaans nu eenmaal geschreven door mannen. En die willen vrouwen, ook als ze hun bladmuziek doelbewust verbloemd ondertekenen met Ch. Sohy, nog wel eens over het hoofd zien.

Pas als haar kleinzoon François-Henri Labey zich over haar muzikale nalatenschap buigt, begint het tij te keren. In Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice (uitzendtitel: Charlotte Sohy – een onvolprezen componist, 52 min.) schetst Matthias Weber de postume comeback van de Franse componiste. Via Claire Bodin, die een festival organiseert voor vrouwelijke componisten, komt de jonge dirigente Debora Waldman in 2013 aanraking met Sohy’s werk. Het is liefde op het eerste gezicht. Op het festival ontmoet ze vervolgens François-Henri, die haar meteen voorziet van ander werk van zijn grootmoeder.

Die is in 1909, schetst de centrale verteller van deze tv-docu, onderdeel geworden van een hecht duo. Want dan ontmoet Charlotte Sohy haar twaalf jaar oudere collega Marcel Labey (33). Het is ook dan liefde op het eerste gezicht – of beter: op het eerste gehoor. De twee zijn daarna altijd samen bezig. ‘Wordt het eerste resultaat een baby of een symfonie?’ vraagt Sohys docent compositie Vincent d’Indy zich af. Allebei, geeft kleindochter Catherine Werner honderd jaar later glimlachend antwoord. In het jaar erop. Er zullen er nog een flink aantal volgen: kinderen én composities.

Sohy heeft misschien niet héél veel werk nagelaten, maar volgens Debora Waldman is elk stuk een meesterwerk. In 2019 breekt zij de ban met een uitvoering van de symfonie Grand Guerre door het Orchestre Victor-Hugo Franche-Comté in Besançon. Sindsdien is Charlotte Sohy populairder dan ooit. Niet in het minst ook door de inspanningen van de celliste Héloïse Luzzati en pianiste Célia Oneto Bensaid. Zij nemen Sohys muziek op en geven uitvoeringen in haar voormalige huiskamer. De Chinese sterpianist Lang Lang gaat eveneens overstag. Ook hij betoont Sohy alle eer in dit gedegen portret.

Free Nelson Mandela

Channel 4

Eerst bevrijdt muziek de geest, daarna de man. In dit geval: Nelson Mandela. Sinds 1964 zit de leider van het African National Congress (ANC) op Robbeneiland een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn strijd tegen het Apartheidsregime, dat al zoveel zwarte Zuid-Afrikanen heeft geknecht of gedood, krijgt gaandeweg echter steeds meer internationale steun. En muziek speelt daarbij een essentiële rol. Eerst als manier om zelfrespect te verkrijgen en uitdrukking te geven aan hoe de zwarte meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking lijdt onder het witte minderheidsregime. Later om Mandela te lanceren als een wereldwijd symbool en druk uit te oefenen op datzelfde bewind.

Free Nelson Mandela (92 min.), ter gelegenheid van Mandela’s 65e verjaardag in 1983 uitgebracht door The Special AKA, is daarvan het meest iconische voorbeeld. De compositie van Jerry Dammers, de spil van de Britse skaband The Specials, groeit uit tot hét strijdlied van de Anti-Apartheidsbeweging. Deze boeiende documentaire van James Rogan, die zich in Freddie Mercury: The Final Act (2021) al richtte op hoe muziek het bewustwordingsproces rond AIDS bevorderde, belicht nu de rol van songs van Miriam Makeba, Hugh Masekela, Gill Scott-Heron, Peter Gabriel, Bob Marley & The Wailers, Labi Siffre en Artists United Against Apartheid in de strijd tegen een racistisch maatschappijmodel.

En hoewel Rogan Jerry Dammers en andere westerse artiesten zoals Peter Gabriel, Bono, Steven Van Zandt en Jim Kerr aan het woord laat, krijgen zij nooit de overhand. De filmmaker realiseert zich dat het échte verhaal bij zwarte Zuid-Afrikanen zit en roept de bloedige Apartheid-historie op met schokkende nieuwsbeelden, audiofragmenten van Nelson Mandela en zijn omstreden echtgenote Winnie en interviews met nazaten van ANC-kopstukken zoals Steve Biko, Oliver Tambo en Joe Slovo. Hun gezamenlijke inzet blijkt uiteindelijk succesvol: in 1990 komt Nelson Mandela na ruim 27 jaar gevangenschap vrij. Vier jaar later wordt hij beëdigd als de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Ruim veertig jaar sociale strijd, weerspiegeld in en ook aangejaagd door muziek, zijn niet zonder resultaat gebleven en hebben nu ook hun weg gevonden naar een even geladen als swingende film.

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

McCartney – The Hunt For The Lost Bass

BBC / Freemantle / Dartmouth Films

Toen The Beatles in het voorjaar van 1970 uit elkaar gingen, raakte het instrument waarmee Paul McCartney groot was geworden vermist. Hij kocht de Höfner-vioolbasgitaar nadat Stu Sutcliffe, de oorspronkelijke bassist van de Britse band, in 1961 had besloten om voor de liefde in Hamburg te blijven en niet met de rest terug te keren naar Liverpool. Gitarist McCartney nam Sutcliffes taak toen over en kocht een bas die de hele Beatles-carrière meeging – en toen spoorloos verdween.

De zoektocht naar ‘de heilige graal van de rock & roll’ drijft de documentaire McCartney – The Hunt For The Lost Bass (87 min.) van Arthur Cary. Het is nog wel even de vraag om welke basgitaar het precies gaat: in 1963 kreeg McCartney namelijk een vervangende bas, van dezelfde Duitse fabrikant. Het oorspronkelijke instrument is waarschijnlijk voor het laatst vereeuwigd op een foto van de befaamde Let It Be-sessies in 1969. Jan en alleman heeft hem sindsdien echter nog gezien, vermoedelijk in de contreien van Bigfoot, het Monster van Loch Ness of Elvis.

Met de goedkeuring van Paul zelf, die ook zijn jongere broer Mike heeft gecharterd voor deze smakelijke film, gaat een medewerker van Höfner, Nick Wass, op zoek naar de befaamde basgitaar. Zijn echtgenote Cathy Harrison bedenkt een pakkende slogan: #TraceTheBass. De twee krijgen in 2023 versterking van een ander echtpaar, de ‘basdetectives’ Scott en Naomi Jones. Zodra hun zoektocht uitlekt naar de media, ontstaat er zelfs een soort nieuwe Beatlemania: de Joneses ontvangen binnen 48 uur zeshonderd e-mails met tips en aanknopingspunten.

Op het pad dat hen naar die befaamde bas moet leiden stuiten ze op een bonte stoet aan personages, zoals de Duitse graphic designer Klaus Voormann (die in Hamburg nog bijna zelf bassist van The Beatles was geworden), Pauls vakbroeder Elvis Costello, Wings-geluidstechnicus Ian Horne, de verdachte roadie Dik Mik, anti-Beatlesband Hawkwind en twee ambulancebroeders die helemaal idolaat zijn van de ‘fab four’. Via hen en die bas vindt Cary intussen een nieuw geitenpaadje naar de weg die McCartney en z’n bandje hebben afgelegd en die in docu’s al zo vaak is nagelopen.

I Was A Teenage Sex Pistol

Pink Moon

Hij schittert nu eens door afwezigheid: John Lydon. Ofwel: Johnny Rotten, het boegbeeld van The Sex Pistols. De man die de geschiedenis van de legendarische Britse punkband heeft bepaald en geschreven. En daarbinnen was wel héél véél ruimte voor ‘bassist’ Sid Vicious, de wildeman die in 1979 op 21-jarige leeftijd overleed aan een overdosis heroïne – en verdacht weinig voor zijn voorganger, de man die de basgitaar daadwerkelijk bespeelde: Glen Matlock.

Hij krijgt nu alle gelegenheid om zijn eigen versie van dat stukje pophistorie te delen in de documentaire I Was A Teenage Sex Pistol (96 min.) van Andre Relis en Nick Mead, die is gebaseerd op Matlock gelijknamige autobiografie (2012). Hij wordt daarbij in de rug gedekt door zijn voormalige Pistol-maatjes, gitarist Steve Jones en drummer Paul Cook. Samen schetsen zij de opkomst van hun band, waarvan hij als bassist en songschrijver een integraal onderdeel was.

Niet zonder trots demonstreert Glen Matlock hoe zijn baslijnen het fundament hebben gevormd voor de Pistols-klassiekers Anarchy In The UK, Pretty Vacant en God Save The Queen. Tegen de tijd dat die werden opgenomen voor het klassieke debuutalbum Never Mind The Bollocks (1977), was hij echter al de laan uitgestuurd. Volgens de officiële persverklaring van manager Malcolm McLaren, altijd op zoek naar nieuwe relletjes, omdat hij stiekem van The Beatles hield.

In werkelijkheid botste Matlock gedurig met Rotten en moest ie dus het veld ruimen. Hij zou echter nooit een punkvariant worden op de vergeten Beatle Pete Best of de man die nooit echt een Stone mocht zijn, Ian Stewart. Want het lukte de bassist in de navolgende decennia met Rich Kids, Iggy Pop, Johnny Thunders, The Faces en Blondie om een bestendige muzikale carrière op te bouwen. Hij zou zelfs nog op het podium belanden met zijn illustere opvolger, Sid Vicious.

Met dat vermakelijke relaas, opgetekend met fraai archiefmateriaal en aangekleed met quotes van Billy Idol en leden van verwante bands zoals The MC5, Blondie, The Damned, Sigue Sigue Sputnik, Dead Boys, The Vandals, Spandau Ballet en The Stray Cats, zetten Relis en Mead de schijnwerper nu eens vol op de grote onbekende Sex Pistol.

Kings From Queens: The Run-DMC Story

Peacock

Bij de introductie van Run-DMC in de Rock & Roll Hall Of Fame in 2009 vat de rapper Eminem het bondig samen: ‘Ze waren de eerste rocksterren van de rap. De eerste filmsterren van rap. De eerste rapgroep die op MTV was te zien. De eerste rapgroep met een platina plaat. De eerste rapgroep met een eigen sneaker. En de eerste die wereldwijd stadions uitverkocht.’ En daarvoor hadden Joseph ‘Run’ Simmons, Darryl ‘DMC’ McDaniels en Jason ‘Jam Master Jay’ Mizell, voegt Eminem er bij de start van Kings From Queens: The Run-DMC Story (140 min.) nog aan toe, in feite niet meer nodig dan ‘two turntables and a microphone’.

De gastenlijst van deze driedelige docuserie van Kirk Fraser onderstreept de status van het New Yorkse trio nog maar eens en oogt als een stamboom van de eerste hiphop-generatie: Runs oudere broer en platenbaas Russell Simmons, Cheryl ‘Salt’ James (Salt-N-Pepa), Kurtis Blow, Doug E. Fresh, Chuck D (Public Enemy), Ice-T, Ad-Rock en Mike D (Beastie Boys), LL Cool J en Ice Cube. Ook Tom Morello (Rage Against The Machine), Eminem en Questlove (The Roots) kussen de ring van The Beatles/Stones van de hiphop. Één man ontbreekt natuurlijk: Run-DMC’s deejay Jam Master Jay. Hij werd in 2002 vermoord, het breekpunt van de slotaflevering van Kings From Queens.

Dan heeft Run-DMC’s zegetocht – de opkomst netjes geschetst in deel 1, gevolgd door een patente dwarsdoorsnede van hun glorieperiode in het tweede deel – sowieso al averij opgelopen. De drie leden kiezen elk hun eigen pad. Run trekt zich terug met z’n familie en in de kerk, waar hij zich ontwikkelt tot de ‘Reverend Joseph Simmons’. DMC krijgt stemproblemen, die een psychosomatisch karakter lijken te hebben, en daalt vervolgens af in zijn eigen diepte. En Jay volgt zijn neus richting steeds weer nieuwe muziek. Totdat hij wordt neergeschoten bij zijn eigen studio. Zijn weduwe Terri vertelt er geëmotioneerd over. Op ‘s mans uitvaart wordt Run-DMC daarna meteen opgeheven.

Ruim twintig jaar later laat Fraser zich door Run en DMC op sleeptouw nemen naar de plekken die hun levens en carrière hebben gevormd. Hij geeft hun baanbrekende rapsongs natuurlijk ook alle ruimte en zet de teksten met typografie aan. Zo werkt ie toe naar een allerlaatste Run-DMC show, als headliner van een groot festival in Yankee Stadium in 2023, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hiphop. Daar laten de twee rappende ‘Kings of Rock’, die tegenwoordig vooral bezig lijken met hun religie en eigen comic books, nog eenmaal oude tijden herleven. Zónder hun maatje Jam Master Jay, het oliemannetje binnen hun driemanschap.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven

Videoland

‘Jij zegt heel vaak: ik vind het heel leuk om Suzan van Suzan & Freek te zijn’, vertelt Freek aan het begin van de documentaire Suzan & Freek: Tussen Jou En Mij (2023), terwijl hij met zijn arm om Suzan op het strand van Santa Barbara zit. ‘En ik vind het leuk om Freek van Suzan & Freek te zijn.’ Sindsdien is er heel wat gebeurd – understatement! – maar lijken ze dat gevoel vast te hebben gehouden.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven (64 min.) is tenminste doortrokken van een soort onverwoestbaar optimisme. Ondanks dat verpletterende nieuws in mei 2025: Freek heeft uitgezaaide longkanker, zonder kans op genezing. Die boodschap sloeg natuurlijk in als een bom. Het was zelfs de vraag of het zingende duo ooit nog samen het podium zou betreden. Maar zie daar: precies een jaar later staan Suzan Stortelder en Freek Rikkerink met hun band in het Gelredome te Arnhem. Tienmaal, welteverstaan.

Al snel volgde er ook beter nieuws: ze mochten hun eerste kindje Sef verwelkomen en kregen een prominente rol als coach in het televisieprogramma The Voice Of Holland. De twee hielden er intussen allebei hun eigen coping strategie op na. Suzan stortte zich op het inrichten van de kinderkamer. En Freek begon alles wat los en vast zit te lezen over mensen die een vergelijkbaar ‘rampscenario’ hadden gekregen. Zo lijken ze, doelbewust levend in het hier en nu, de boel weer behoorlijk op de rit te hebben gekregen.

‘Waarom maken we deze documentaire volgens jou?’ vraagt de interviewer van dienst in deze docu aan Suzan, terwijl ze met Sef in de kinderwagen aan de waterkant zit. ‘Ik vind het zelf heel leuk om dingen vast te leggen’, antwoordt zij. ‘Ik wilde dit zelf voor mezelf ook hebben en ik vind het prima dat andere mensen het ook zien.’ Dan lijkt ze ‘t vooral te hebben over die concertreeks, want nuchter als ze (blijkbaar) zijn, gaan Suzan & Freek, nadat ze dat overbekende verhaal hebben gedaan, het liefst over tot de orde van de dag.

Daarmee wordt dat vieren van het leven toch vooral een gesmeerd lopend kijkje achter de schermen bij een groots opgezette live-productie, waarvoor alles tot in de puntjes wordt geregeld en de twee bijvoorbeeld over het publiek gaan zweven. Er staat zelfs een dixi onder het podium, grapt hun vriend Snelle, die natuurlijk ook van de partij is in het Geldedome. Net als een geëmotioneerde Claude en ‘hun’ Voice Of Holland-winnaar Ruben Hillen. Samen vieren ze ongegeneerd het leven. Van Suzan & Freek, in het bijzonder.

Azart Come Make Art

Marja de Vries / Amstelfilm

Van een vissersboot maakt hij een varend theater, dat ruim dertig jaar de wereld rond zeilt. Sinds 1989 vaart de Azart, het ‘Ship Of Fools’ van de Nederlandse avonturier August Dirks, vanuit Amsterdam de wereld rond. Iedereen is welkom aan boord bij dit narrenschip. Come make art! zegt de kapitein en artistiek leider van het internationale, steeds van samenstelling wisselende collectief van acteurs, muzikanten, theatermakers, komieken en kunstenaars enthousiast.

Dirks is ook alomtegenwoordig in de documentaire Azart Come Make Art (83 min.) van Masha Novikova, die in de jaren tachtig zelf een tijd op de zottenschuit woonde, en Annike Kaljouw, die het schip sinds 2017 volgt met haar camera. Hij krijgt van hen alle ruimte om in zijn eigen ronkende taal, koeterwaals soms, kond te doen van zijn geesteskind, dat de wilde wateren bevaart en in elke uithoek van de wereld aanmeert om daar ongegeneerd theater en lol te gaan maken.

Dat gaat bepaald niet altijd vanzelf. De geschiedenis van de Azart lijkt in deze joyeuze film soms ook op een feest van de gemiste kansen, met allerlei reizen en bestemmingen die ergens onderweg verdampen. Want Dirks’ Villa Kakelbont op zee hangt van de houwtje-touwtje oplossingen aan elkaar. En van binnen de lijntjes kleuren wil de kapitein doorgaans ook niet weten. Hij ligt dus nogal eens overhoop met pennenlikkers, die het ‘artistieke kapitaal’ van de Azart niet altijd op waarde schatten.

Via de historie van het schip en de perikelen aan de kade, verlevendigd met stop motion-animaties, benadrukken Novikova en Kaljouw en passant ook het belang van culturele broedplaatsen, waar kunstenaars de ruimte krijgen om te experimenteren, te falen én te groeien. Als culturele piraten hebben de kleurrijke bemanningsleden van de Azart, geïnspireerd door het schilderij Het Narrenschip van Jheronimus Bosch, bovendien werkelijk in alle windstreken drukte en jolijt gebracht.

Inmiddels wordt Dirks zelf, door fysieke malheur, gedwongen om pas op de plaats te maken. Voordat hij ‘voor onbepaalde tijd op wereldtournee vertrekt’ dient er in deze bruisende weerslag van de filosofie dat elke dag een feest zou kunnen/moeten worden dus een (voorlopige) eindbestemming gevonden te worden voor het schip dat hij met zoveel joie de vivre heeft aangestuurd en dat hem nog altijd levensadem geeft.

Earth, Wind & Fire (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World)

HBO

Met de begeestering en overtuigingskracht van een echte liefhebber is Ahmir ‘Questlove’ Thompson al enkele jaren druk doende om zijn eigen muzikale helden te eren in documentaires. De drummer van de Amerikaanse hiphopgroep The Roots, die tegenwoordig vooral actief is als filmmaker, heeft zich al gebogen over respectievelijk het Harlem Cultural Festival in 1969 in de Oscar-winnaar Summer Of Soul (…Or When The Revolution Could Not Be Televised), de muzikale invloed van het befaamde televisieprogramma Saturday Night Live in Ladies & Gentlemen… 50 Years Of SNL Music en de brille van Sly & The Family Stone in Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius).

Nu bekommert Questlove zich om de Afro-Amerikaanse soul-, funk- en discogroep die tussen 1971 en 1984 veertig miljoen platen verkocht, dertig hits had en zes Grammy Awards won: Earth, Wind & Fire. En hij geeft ook die film een onnavolgbare ondertitel mee: (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World) (119 min.). Centrale figuur is de enigmatische bandleider Maurice White (1941-2016), een man met een enorme geldingsdrang en groter dan grote ideeën, geïnspireerd door spiritualiteit, meditatie en astrologie. Een man ook, die zelden het achterste van zijn tong laat zien – en ook in deze film, waarin hij via archiefbeelden en -interviews aanwezig is, ongrijpbaar blijft.

Maurice White leert zijn groep eerst ongenadig funken, maakt daarna fluks de oversteek naar een top 40-publiek en omarmt tenslotte zeer commerciële disco. De dampende optredens van Earth, Wind & Fire gaan vergezeld van spectaculaire kostuums, uitzinnige decors en uitgekiende podiumchoreografie. Totdat White gaandeweg zijn ‘mojo’ kwijtraakt en de groep zonder aankondiging vooraf plotseling ontbindt. De man die in het openbaar geloof, hoop en liefde predikt, heerst achter de schermen als een verlichte despoot en zet zo behoorlijk wat kwaad bloed bij sommige andere groepsleden. Die hebben sowieso al langer het gevoel dat ze door hem worden behandeld als willekeurige sessiemuzikanten. Totdat ze tóch niet zonder elkaar blijken te kunnen – en willen.

Thompson tekent deze geschiedenis vaardig op met de bandleden Philip BaileyRalph Johnson en Maurices broer Verdine White, andere verwanten van de voorman en Earth, Wind & Fire-medewerkers, zoekt zijn heil tevens bij tijdgenoten zoals Booker T. Jones, Lionel Richie en Stevie Wonder (die tot Questloves grote verbazing bekent dat zijn evergreen I Wish is geïnspireerd op EWF’s eerste hit Shining Star) en geeft de navolgers Flea, Anderson .Paak en H.E.R. alle gelegenheid om de loftrompet te steken over White en consorten. En die maken in de 21e eeuw nog een serieuze revival door als Barack en Michelle Obama, nog altijd fan, in 2009 hun entree maken in Het Witte Huis.

Mede dankzij de eerste zwarte Amerikaanse president en zijn echtgenote hebben hits als FantasyBoogie Wonderland en September een zoveelste nieuw leven gekregen. Deze ferme film, die is volgestort met fraai archiefmateriaal en opgeleukt met animaties, legt alle stukjes van de kleurrijke Earth, Wind & Fire-puzzel nog eens netjes op hun plek. Zodat het totaalplaatje, dat verder niet héél wereldschokkend is, volledig zichtbaar wordt.

Batik, Beats & Bumbu

Periscoop Film / vanaf donderdag 18 juni in de bioscoop

De eerste generatie Nederlanders met Indonesische roots probeerde geruisloos te integreren. Generatie twee vormde zogezegd een brug tussen de eerste en de volgende generaties. En de derde generatie, waarop Claire Pijman zich richt in de documentaire Batik, Beats & Bumbu (84 min.), probeert de verbinding te leggen tussen de wereld waarin zij zijn opgegroeid en het land van hun voorouders.

‘Er is wel echt iets aan het bloeien’, stelt Megan de Klerk, de leadzangeres van Nusantara Beat, een zeskoppige groep uit Amsterdam die zich onderscheidt met moderne interpretaties van traditionele Indonesische muziek. Pijman (Living The Light – Robby Muller / Een Vrouw Als Monique) volgt de groep naar Indonesië voor enkele optredens. Ook de andere hoofdpersonen van deze bedaarde film, jonge kunstenaars met wortels in het voormalige Nederlands Indië, doen inspiratie op in het Aziatische land waar hun oorsprong ligt.

Chefkok Vanja van der Leeden, auteur van het boek Indorock, laat zich door haar collega William Wongso bijvoorbeeld nóg verder inwijden in de geheimen van de Indonesische keuken. De modeontwerpers Romée Mulder en Myrthe Groot van atelier Guave bezoeken hun batikcontact Nia Hasan Batik. En deejay Michiel Sekan is als baas van zijn eigen platenlabel Jiwa Jiwa Records en connaisseur van de Indonesische muziek altijd op zoek naar verborgen pareltjes. Hij schrijft ook een boek, Soundwriters, over de Indische muzikale diaspora.

Stuk voor stuk zoeken ze een weg door hun eigen culturele erfgoed: wat valt er nog te ontdekken en hoe kunnen – en mogen – ze daar hun eigen draai aan geven? Deze documentaire registreert dat proces, waarin zij ook nadrukkelijk verbinding zoeken met vakbroeders en -zusters in Indonesië. Dat levert geen héél spannende of verrassende vertelling op. Pijman volgt haar hoofdpersonen simpelweg op de weg die zij afleggen: van Nederland naar dat land, waar ze net zo goed thuis zijn, en nóg dieper de cultuur in, die ze zich eigen hebben gemaakt.

Eenmaal terug in het land waar ze zijn opgegroeid vertalen deze vertegenwoordigers van de derde generatie Indische Nederlanders hun indrukken naar exposities, feesten en optredens, waarmee ons aller cultuur verder wordt verrijkt.

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

The Great Hip Hop Hoax

Vertigo Films / Docplay / vrijdag 12 juni, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

In Londen, het centrum van de Britse muziekwereld, worden ze aan het begin van deze eeuw als Schotse rappers totaal niet serieus genomen. Een medewerker van een platenmaatschappij dubt hen met het nodige dedain ‘de rappende Proclaimers’, naar de Schotser dan Schotse tweelingbroers Craig en Charlie Reid die ooit een wereldwijde hit scoorden met (I’m Gonna Be) 500 Miles. Gedesillusioneerd keren Billy Boyd en Gavin Bain terug naar Dundee.

Niet veel later melden ze zich opnieuw in Londen, met een Amerikaanse tongval. Als respectievelijk Silibil en Brains McLoud, ofwel het Californische hiphopduo Silibil n’ Brains – ook al zijn ze in werkelijkheid nog nooit in de Verenigde Staten geweest. The Great Hip Hop Hoax (88 min.) Is van start gegaan. Binnen de kortste keren krijgen de twee extra puberale varianten op Eminem een platencontract onder hun neus geschoven en lijkt hun kostje gekocht.

De Britse filmmaakster Jeanie Finlay tekent het jongensboekverhaal in deze vermakelijke docu uit 2013 op met de bijna karikaturale relrappers zelf en mensen uit hun persoonlijke en professionele omgeving, lardeert hun herinneringen met interviews, backstage-materiaal en televisieoptredens van Silibil n’ Brains en hecht dit geheel vervolgens af met tamelijk cartooneske animaties, die de banale absurditeit van hun schelmenstreek nog eens benadrukken.

De gretigheid waarmee de complete muziekindustrie erin tuint en het hiphopduo, dat zelf natuurlijk wel beter weet, in z’n eigen imago begint te geloven, is tegelijkertijd verbazingwekkend en volkomen begrijpelijk – al worden de Schotse poseurs uiteindelijk, een illusie armer, natuurlijk tóch ingehaald door de wetten van de business die ze zo gemakkelijk in luren hebben gelegd als Silibil en Brains McLoud.

Tot De Laatste Noot

NTR

De één mist de ‘dodelijke perfectie’ niet, een ander beschouwt haar werk nog altijd als een ‘levenselixer’. In Tot De Laatste Noot (60 min.) portretteert Marlou van den Berge vier operazangeressen op leeftijd. Ze hebben in feite niets meer te bewijzen, maar dat voelt lang niet altijd zo.

Hoewel ze zich soms een marionet van de almachtige regisseur heeft gevoeld en aan het einde van haar carrière volgens een bruuske recensent ‘de vocale bruikbaarheid voorbij’ was, moest de Nederlandse sopraan Charlotte Margiono (1955) wel even wennen toen ze na een voorstelling niet meer werd begroet met een bos bloemen. ‘Dat is echt diva af’, vertelt ze zonder omhaal van woorden. ‘Géén bloemen meer.’

Haar Franse collega Sandrine Piau (1965) is nog altijd actief, maar twijfelt of ze moet doorgaan tot haar stem het begeeft. Iedere zangeres krijgt te maken met een afnemend stembereik, geleidelijk of juist héél plotseling. Dat betekent soms ook rollen opgeven of de componist vragen om de rol om te schrijven naar een iets lagere toonsoort. Maar waar en wanneer bereik je als performer je eigen grens?

De Duitse mezzosopraan Doris Soffel (1948) lijkt zich die vraag niet te willen stellen. Ze staat op late leeftijd nog altijd op de grootste podia en wil duidelijk in het harnas sterven. De Amerikaans-Nederlandse sopraan Roberta Alexander (1949–2025) tenslotte, die tijdens de montage van deze film is overleden, heeft dit uitgangspunt min of meer in de praktijk gebracht. Tot het laatst vraagt ze het uiterste van zichzelf.

Van den Berge (Ademtocht, De Vele Gevechten Van Maite Hontelé, Het Dinsdagavondgevoel en Klaas de Jonge, De Prijs Van Vrijheid) volgt deze vier gelauwerde operazangeressen tijdens repetities, voorstellingen en hun andere bezigheden, laat hen terugkijken naar fragmenten uit hun absolute hoogtijdagen en vangt ondertussen hun bespiegelingen op ouder worden en het dealen daarmee.

De opzet van Tot De Laatste Noot doet denken aan die van Tot De Laatste Snik!? (2022), de documentaire waarin Marcel Goedhart vijf Nederlandse pophelden portretteerde, en is al net zo effectief. Een boeiende film over hoe je als begenadigde veteraan vitaal, relevant én gelukkig blijft.

Kylie

Netflix

‘Ik weet niet waar we heen gaan’, zegt Kylie Minogue bij de start van deze driedelige serie tegen documentairemaker Michael Harte. ‘Maar je zal veel gaan onthullen. Je kan niet wachten, hè? Je wil alle sappige details. Maar ik wil niet alles zien wat ik verberg. Want ik verberg het niet voor jou maar voor mezelf.’ Uitroepteken.

En voor de kijker die dan nog niet voldoende is geteasd om stante pede te beginnen aan dat (zelf)portret, voegt Minogue eraan toe: ‘Het was goed, geweldig, verschrikkelijk, maar ik blijf proberen weer op het podium te komen. Het leven heeft voor mij zin op het podium.’ Korte stilte. ‘En mensen weten niet waarom.’ Uitroepteken 2.

Welkom bij Kylie (181 min.), van het team dat u eerder vergelijkbare producties zoals Beckham en Wham! bracht. Met een zekere mate van diepgang en openheid – zolang die het uit te dragen ‘brand’ versterkt en niet in de weg zit. In dit geval: een Australische vrouw die al haar hele bestaan een publiek leven leidt – en soms ook lijdt.

Met Kylie zelf, haar beroemde zus Dannii, producer Pete Waterman, mede-soapie en ex-geliefde Jason Donovan en zanger/songschrijver Nick Cave gaat Harte terug naar het ideale buurmeisje uit de soap Neighbours, dat onder de hoede van het producersteam Stock, Aitken & Waterman uitgroeit tot de, ahum, ‘grootste vrouwelijke artiest’.

En dat daarna aan de zijde van Michael Hutchence, de frontman van de populaire Australische rockband INXS, en Nick Cave, als zijn slachtoffer in de onweerstaanbare moordballade Where The Wild Roses Grow, van bimbo naar diva transformeert. Om tenslotte van sekssymbool via een ernstige aandoening een ‘wise old woman’ te worden.

Minogue’s gecompliceerde relatie met de roddelpers loopt als een rode draad door al die ontwikkelingen heen. Omhoog geschreven naar de top van de hitlijsten, afgeschreven als ‘de zingende parkiet’. Opgejaagd ook als helft van een onweerstaanbaar sterrenkoppel en nét iets te hartelijk verwelkomd als bekende vrouw met borstkanker.

Die ziekte, waarover ze open spreekt in de slotaflevering, en het leed daaruit voortkomt geven deze amusante miniserie een geladen laatste akte, waarna de hoofdpersoon op herkansing mag bij het Glastonbury-festival, dat ze eerder noodgedwongen heeft moeten afzeggen, en en nog een allerlaatste intieme onthulling in petto heeft.