Liesbeth List – Heb Me Lief

https://www.deborahvandam.nl/projects/liesbeth-list-heb-me-lief

‘Onopgemaakt ben ik Elly Driessen’, zegt de zangeres, terwijl ze zich in de openingsscène van deze documentaire zorgvuldig opmaakt. ‘En met make-up is ’t het Liesbeth List-gezicht.’ Haar karakteristieke zangstem weerklinkt. ‘Als een boom die is ontworteld. Door de adem van de tijd losgerukt uit de grond onder mijn voeten ben ik herbeplant op onbekend terrein.’ Waarna de titel van de film uit 2006 in beeld verschijnt: Liesbeth List – Heb Me Lief (52 min.).

‘Het ontbreekt me eigenlijk aan niets’, zingt ze vervolgens, op het podium van alweer een theater. ‘Maar toch: ik hoor niet hier.’ Het is geen toeval dat filmmaakster Deborah van Dam haar portret van List juist met dit lied start. Het refereert aan het centrale drama uit haar leven: de zangeres bracht haar jongste jaren door in een jappenkamp in Nederlands Indië. Na de dood van haar moeder werd ze op zevenjarige leeftijd door haar vader achtergelaten bij Jaap List, de vuurtorenwachter van Vlieland. Elly Driessen werd Liesbeth List.

En die kreeg, als geen ander, van doen met Ramses. Altijd weer Ramses. De weergaloze chansonnier, flamboyante mediapersoonlijkheid en onverbeterlijke drinkebroer. Ramses Shaffy, de (onbeantwoorde) liefde van Lists leven. Deze film bevat een fijne scène waarin ze met Ramses, inmiddels een breekbare oude man, een prachtige nieuwe versie van diens klassieker Laat Me opneemt met Alderliefste. De oude magie herleeft. Voor haar theatervoorstelling Dichterbij Liesbeth werkt de grand old lady daarnaast vanzelfsprekend samen met Beau van Erven Dorens, Bastiaan Ragas en wijlen Antonie Kamerling.

Intussen herontdekt Liesbeth List in deze film, allereerst met frisse tegenzin, haar eigen verleden als Elly Driessen. Waarbij het afgewezen kind altijd zichtbaar blijft in de volgroeide vrouw, die zich hier van haar kwetsbaarste kant toont. Als halfzus van een ander kind van haar vader, maar ook als moeder van haar eigen dochter Elisah. Gevoelens die perfect zijn vervat in een tekst die Freek de Jonge voor haar schreef: ‘En nu ben ik moeder. Moeder dan mijn moeder. Meer moeder dan mijn moeder. Ooit heeft kunnen zijn.’ Daarmee bewijst List/Driessen haar moeder Corrie, die ze eigenlijk nooit heeft leren kennen, op passende wijze eer.

En als apotheose voor dit portret, dat de essentie van de vrouw blootlegt, leeft de zangeres zich uit in een gedragen interpretatie van Frank Boeijens De Verzoening, met de sleutelwoorden die ook haar eigen leven lijken te domineren: Heb Me Lief.

De documentaire Liesbeth List – Heb Me Lief is hier te bekijken.

Farewell Paradise

Persicoop Film

De mise-en-scène spreekt boekdelen. Een stemmige interviewsetting met twee stoelen. Links neemt een oudere man plaats in een gemakkelijke zwarte stoel: vader Ueli. Rechts op een witte fauteuil gaat vervolgens een dame op leeftijd zitten: moeder Dorine. Ze worden gescheiden door een veelzeggende zwarte streep. Van ver klinkt kindergezang, ondersteund door idyllische beelden van een gezin aan het strand, met vier dochters in matchende rode badkleding. Waarna de titel van de film in beeld verschijnt: Farewell Paradise (96 min.).

Filmmaakster Sonja Wyss legt aan haar ouders uit wat ze van plan is: ze wil hun kant van het verhaal horen over hun gezamenlijke verleden. Dat begint met een zwart-wit foto: van hun vertrek uit de Bahama’s. Niet veel later nemen ook haar drie oudere zussen in hetzelfde decor plaats. Eerst Kathrin, dan Chriggi en tenslotte Bettina. Gezamenlijk ontleden ze hun roerige familiegeschiedenis, die hen aan het eind van de jaren zestig van een tropisch eiland naar het koude Zwitserland leidt en die ieder van hen voor de rest van hun bestaan met zich zal meedragen.

Sonja Wyss spaart haar familieleden niet in deze persoonlijke interviewfilm, waarin enkele goed getimede intermezzo’s de openhartige ontboezemingen van de talking heads zo nu en dan kleur geven. Zo pleegt ze vivisectie op een huwelijk, kindertijd en familiesysteem, waarbinnen mensen zichzelf en elkaar zowel kunnen kwijtraken als (weer) terugvinden. Daarmee zegt Wyss iets over haar eigen gezin, maar benadert ze ook het wezen van elke familie.

Woman

Cherry Pickers

Hoe is het om vrouw te zijn aan het begin van de 21e eeuw? Er zijn minder ambitieuze uitgangspunten voor een film. Toch is dat precies wat Woman (108 min.) beoogt: een totaalbeeld geven van het vrouw zijn, met vertegenwoordigers van alle leeftijden, uit alle windstreken en van alle mogelijke gezindten.

Liefst tweeduizend vrouwen zouden er zijn geïnterviewd voor deze epische productie. Uit meer dan vijftig landen bovendien. Hun persoonlijke ontboezemingen, recht in de camera, worden doorsneden met gestileerde thematische sequenties rond de verschillende rollen die vrouwen in hun leven (moeten) aannemen,

Kleine, particuliere ervaringen worden in handen van de filmmakers Anastasia Mikova en Yann Arthus-Bertrand onderdeel van het universele verhaal van het ‘zwakke’ geslacht. Waarbij mannen slechts een bijrol spelen: als echtgenoot, concurrent en – helaas maar al te vaak – agressor.

Woman duikt door de gekozen opzet, waarbij elke vrouw maar eenmaal en slechts kort aan het woord komt, nergens echt de diepte in, maar laat door zijn grootse karakter wel de enorme verscheidenheid aan vrouwen zien, die met elkaar verbonden zijn door thema’s die hen allemaal raken.

Finding The Way Home

HBO

De meeste van de acht miljoen kinderen ter wereld die in een weeshuis verblijven, zijn helemaal geen wees, stellen Jon Alpert en Matthew O’Neill bij aanvang van de documentaire Finding The Way Home (64 min.). Ze zijn gewoon van hun ouders gescheiden door armoede, rampspoed of discriminatie. In deze film worden zes kinderen gevolgd die toch een (nieuw) thuis hebben gevonden.

Ze komen uit landen als Roemenië, Nepal en Brazilië en hun persoonlijke geschiedenis is zonder uitzondering schrijnend: kind van verslaafde ouders, ten prooi gevallen aan mensenhandelaars of gedumpt in een troosteloos opvanghuis voor gehandicapten. Zonder liefhebbende ouders moeten ze op eigen kracht zien uit te groeien tot evenwichtige volwassenen.

De filmmakers portretteren de kinderen binnen hun nieuwe omgeving en bezoeken tevens de plekken waar ze ooit noodgedwongen hun dagen sleten. Hun herinneringen daaraan zijn bovendien vervat in fraaie animaties. Het ontroerendst zijn de portretjes van het spastische Roemeense meisje Maria en de meervoudig gehandicapte tiener Isus uit Bulgarije. Ze waren allebei weggestopt in zo’n typisch somber Oostblok-instituut met bedompte slaapzalen vol ernstig verwaarloosde kinderen.

Liefdevolle pleegmoeders hebben nu de deur voor hen geopend naar een volwaardig bestaan. Op de nieuwe kansen die het leven soms ook biedt ligt de nadruk in deze gedegen, enigszins brave film, waaruit de hoop spreekt dat ook deze jeugdige wereldburgers, en al die andere verweesde kinderen, zich thuis kunnen gaan voelen op deze soms zo liefdeloze aardkloot.

Wei.

KRO-NCRV

Uiteindelijk vergeet je dat je vergeet. Tot die tijd is het aftakelingsproces ook voor jou onontkoombaar. Je kunt niet meer wat je kon. Je weet niet meer wat je wist. Je bent niet meer wie je was. En daar word je soms pislink van. Dementie, de term kan met geen mogelijkheid vatten wat die verderfelijke ziekte met een mens doet. Totdat de totale ontluistering een feit is.

Met draaiende camera documenteert Ruud Lenssen ruim twee jaar lang hoe zijn ‘pap’ Jac steeds minder op z’n vader gaat lijken. En hoe zijn moeder Ria, die zich kranig weert binnen penibele omstandigheden, daar volgens eigen zeggen ‘vitterig’ van wordt. Het echtpaar beheert een hectare natuurgrond met kippen, een moestuin en pony’s, maar hoe lang kunnen ze dat nog volhouden? In Wei. (71 min.) komt het afscheid zienderogen dichterbij.

‘Weet je waar we heen gaan, pap?’ vraagt zoon Ruud als ze onderweg zijn naar nieuwe dagbesteding voor zijn vader. ‘Niet precies’, antwoordt deze. ‘Ik denk daar waar er veel zitten, zoals ik.’ Het is een trieste constatering. Van een man die, ergens, beseft waarnaar hij op weg is. En het begon ooit zo vrolijk en levenslustig, getuige de fraaie beelden van vroeger waarmee zijn zoon deze observerende film doorsnijdt. En Jacs muziek die de documentaire kleur geeft.

Ruud spaart zijn vader niet. Ook als boosheid de overhand neemt en Jac steeds moeilijker te hanteren wordt, blijft hij filmen. Dit resulteert in een buitengewoon intiem portret van een leven in verval. Over een man en zijn verwanten die steeds verder in de hoek worden gedreven. Totdat pijnlijke keuzes onvermijdelijk zijn geworden. Waarna Wei afstevent op een bijzonder ontroerende slotscène, waarin vader en zoon nog eenmaal helemaal samen komen.

Who Killed Little Grégory?

Netflix

Als in het najaar van 1984 de vierjarige Grégory dood wordt aangetroffen in de Volonge-rivier weet iedereen in het Franse dorp Lépanges wie de moordenaar is: de kraai. De man of vrouw achter dit angstaanjagende pseudoniem valt de familie van Grégory Villemin, zijn ouders Jean-Marie en Christine in het bijzonder, immers al jaren lastig met venijnige, lasterlijke en bedreigende brieven en telefoontjes. Maar wie binnen of nét buiten de familie is deze kraai? vraagt de enerverende eerste episode van deze vijfdelige true crime-serie zich af. Hij/zij zal in elk geval een dramatische keten van gebeurtenissen in gang zetten.

In Who Killed Little Grégory? (297 min.) wordt de onopgeloste moordzaak 35 jaar na dato nog eens kritisch tegen het licht gehouden. Het is een bizar relaas, dat zo nu en dan doet denken aan de geruchtmakende zaak rond de verdwenen peuter Maddy McCann (die onlangs werd behandeld in de docureeks The Disappearance Of Madeleine McCann) en dat hier vooral uit de doeken wordt gedaan door omstanders: politieagenten, advocaten en journalisten. De echte hoofdrolspelers, de Villemins en aanverwanten, blijven zwijgen.

Bijzondere aandacht besteedt regisseur Gilles Marchand aan de kwalijke rol van de Franse schandaalpers. Die heeft, geholpen door publiciteitsgeile overheidsfunctionarissen, allerlei roddels en insinuaties de wereld ingestuurd, waarmee de verhoudingen nog verder op scherp zijn gezet. Een familietragedie in de Vogezen werd zo een landelijk mediaspektakel van jewelste. Zelfs oprechte zoekers naar de waarheid zagen door de bomen het bos niet meer.

Deze miniserie ontleedt die hype vakkundig, maar heeft (logischerwijs) meer moeite om klaarheid in de zaak zelf te brengen en krijgt dat verhaal dan ook niet rond. De zoektocht naar de identiteit van ‘de kraai’, en de nefaste rol die deze heeft gespeeld in de familie Villemin, raakt in de latere afleveringen zelfs helemaal op de achtergrond, ten faveure van allerlei complicaties bij het onderzoek naar de moord op de kleine Grégory. Waardoor ook deze true crime-productie de belofte van zijn spannende start uiteindelijk niet volledig waarmaakt.

Oma En Chris & De Rode Auto

BNNVARA

Lekker enkele daagjes naar Luxemburg. Voor misschien wel haar allerlaatste vakantie. De 94-jarige Hildegard is ‘s ochtends alleen meestal even kwijt dat ze in het buitenland is. Haar kleinzoon Chris moet haar er elke dag bij het wakker maken aan herinneren. Liefdevol heeft hij zijn breekbare oma op sleeptouw genomen. De oude vrouw wordt echt verwend.

Het tweetal wordt gevolgd door nicht/kleindochter Ingrid Kamerling, die zelf, enigszins onvast, de camera ter hand neemt. In Oma En Chris & De Rode Auto (65 min.) observeert ze hoe Chris ook tijdens deze korte vakantie invulling geeft aan de belofte die hij ooit deed aan hun opa. Bij diens dood verzekerde Chris hem dat hij oma Hildegard nog enkele fijne jaren zou bezorgen. In ruil daarvoor kreeg hij de rode auto waarmee ze nu naar Luxemburg zijn afgereisd.

Het is bijna niet te geloven dat diezelfde opgeruimde Chris ooit is gediagnosticeerd met autisme, een kwalificatie die hij ver van zich werpt, en inmiddels in een speciale woongroep leeft. De mantelzorg die hij enkele dagen per week verleent aan zijn oma is onderdeel van zijn eigen activiteitenprogramma. Het voormalige zorgenkind is zowaar een zorgkind geworden.

Zo bezien is dit redelijke dubbelportret van de fragiele oudere vrouw en haar kleinzoon, gelardeerd met homevideo’s van Chris en familiefilmpjes, een hoopvolle film. Samen komen we voorbij onze eigen en elkaars beperkingen en kunnen we het leven (weer) aan, zo lijkt Kamerling te willen zeggen. En de lach van haar oma, als die uiteindelijk afscheid neemt van Chris, is ronduit onbetaalbaar.

Belovy

‘De tsaar komt mijn werk inspecteren’, sneert de Russische boerenvrouw Anna Feodorovna Belova over haar broer Mikhaïl, die even een kijkje komt nemen op hun gezamenlijke akker. ‘Peter de Grote!’

De knoestige ‘Peter’, ook wel liefkozend Misha genoemd, liet eerder, in de openingsscène van de zwart-witte documentaire Belovy (58 min.) van Victor Kossakovsky, al uitgebreid zijn gezicht aflikken door hun hond. ‘Als er snot in mijn neus zit, likt zij die schoon’, vertelde hij toen lachend, terwijl het dier uitgebreid zijn gang ging.

Mikhaïl is een typische ongeli… eh gelikte beer. Zo’n man die nooit een blad voor de mond neemt en er geen idee van heeft dat je toon en volume kunt matigen. Hij lijkt ook vrijwel ongelimiteerd te kunnen praten. Oreren. Raaskallen, soms. Zeker als de drank hem in zijn greep heeft. Over het leven, de staat of hun eigen familie. Misha vindt zelf dat hij over de gave van het woord beschikt.

Zijn zus is meer van het melodrama. Twee echtgenoten heeft ze al moeten afgeven, vertelt ze op gedragen toon. En dat is eigenlijk niet meer dan logisch: op last van haar ouders liet ze ooit haar grote liefde lopen. En boontje komt nu eenmaal om zijn loontje. Goedgeluimd probeert ze het verdriet uit haar leven te zingen en dansen. Dat lukt alleen niet helemaal – al ziet het er wel geweldig uit.

In de gesprekken tussen broer en zus waart op de achtergrond voortdurend de geest van het oude Rusland rond en zijn de kwellingen van de Sovjet-Unie regelmatig onderwerp van gesprek. Anna en Mikhaïl mogen dan vechten als kat en hond, maar (blijkbaar) kunnen ze ook niet (meer) zonder elkaar(s verwensingen). En als er familie op bezoek komt, raken de gemoederen nog eens extra verhit.

Kossakovskys verstilde portret van broer en zus Belov, waarin de camera nauwelijks beweegt en dikke muziek de sowieso al grootse emoties nog eens aanzet, neemt de kijker echt mee naar een andere wereld: het Russische platteland, waar de tijd stil lijkt te staan. Het is nauwelijks te geloven dat Belovy slechts 25 jaar oud is en stamt uit 1993, het jaar waarin de documentaire op het International Documentary Festival Amsterdam zowel de Award for Best Feature-Length Documentary als de Publieksprijs won.

Midnight Family

Het is een familiebedrijf, de ambulance van het Mexicaanse gezin Ochoa. Een bedrijf, juist. Als er geen officiële ambulance kan komen in Mexico-Stad, maakt dat de weg vrij voor commerciële hulpteams zoals de ziekenwagen van de Ochoa’s. De zeventienjarige zoon Juan, een guitig joch met een beugel, zit achter het stuur. Achter in de ambulance ligt Juans elfjarige broertje Josué, die nogal eens van school spijbelt, loom te wezen. Samen met hun vader Fernando en de kalme ambulancebroeder Manuel Hernández scheuren ze ’s nachts door de Mexicaanse metropool.

Op een bevolking van negen miljoen mensen rijden er dagelijks slechts 45 officiële ambulances in Mexico-Stad. De meeste calamiteiten worden overgelaten aan de vrije markt. Juan en zijn ambulancecowboys jagen dus op klussen en moeten de concurrentie daarbij letterlijk inhalen of van zich afschudden. Elke wagen wil nu eenmaal als eerste bij een incident of ongeval zijn, om in elk geval zijn onkosten vergoed te krijgen. Het leidt tot wild west-taferelen in het holst van de nacht, waarbij de patiënt eerst en vooral een potentiële klant is.

Als een tienermeisje, dat een gebroken neus heeft overgehouden aan een ruzie met haar vriendje, de ambulance instapt, is haar eerste vraag: ‘Wordt dit duur?’ Of ze een zorgverzekering heeft? wil het medische team weten. Nee. Nog voor de behandeling wordt opgestart, moet er daarom duidelijkheid komen over waar ze woont. ‘Bij mijn moeder, maar die heeft echt geen geld.’ Tussen alle vragen door, wil het gehavende meisje eigenlijk maar één ding: een knuffel. Terwijl ze wordt getroost en behandeld, blijft het echter de vraag wie de rekening gaat betalen. En óf die wordt betaald.

Het gebedel om geld lijkt in Midnight Family (77 min.) regelmatig te interfereren met de primaire taak van het hulpverleningsteam, dat in een financiële wurggreep lijkt te zitten. Benzine is duur en tippende politieagenten moeten tevreden worden gehouden met smeergeld. In die onmogelijke situatie stapt filmmaker Luke Lorentzen voor enkele zenuwslopende nachten in de Ochoa-auto. Hij focust zich daarbij volledig op de ambulancebroeders. De behandelde patiënten worden niet herkenbaar in beeld gebracht. Uit privacyoverwegingen, ongetwijfeld, maar ook omdat ze nooit meer worden dan bijfiguren.

Te midden van alle hectiek en geldzorgen moeten Juan Ochoa en zijn team het hoofd koel en de benzinetank gevuld zien te houden in deze machtige film, die als een losgeslagen zwarte ambulance door de donkerste spelonken van Mexico’s hoofdstad dendert en en passant het belang van goede en betaalbare gezondheidszorg onderstreept.

The Wolfpack

Daar staan ze dan. Zes jongens. Latino’s. Broers. In pak en stropdas, met een donkere zonnebril op. Ze richten hun pistolen op de camera. The Wolfpack (89 min.). Zojuist hebben ze met zichtbaar plezier enkele scènes uit de Quentin Tarantino-speelfilm Reservoir Dogs nagespeeld. Ze blijken zeer rolvast. Opererend vanuit hun eigen appartement. In een verloederd New Yorks flatgebouw in de Lower East Side.

Crystal Moselle kwam de wereldvreemde gebroeders Angulo tegen in het park toen ze net bezig waren om de buitenwereld te leren kennen. Het was alsof ze een verdwenen gewaande indianenstam uit de Amazone ontdekte, vertelde de debuterende filmmaakster toentertijd tijdens interviews. De jongens waren jarenlang nauwelijks buiten geweest. Negenmaal in één jaar, op zijn hoogst. Soms slechts eenmaal. En in één specifiek jaar helemaal niet. Vader Oscar hield ze binnen. Wilde ze beschermen tegen het gevaarlijke New York. En moeder Susanne gaf thuis les.

Via films hielden de Angulo’s – gezegend met namen als Govinda, Jagadisa en Narayana – contact met de buitenwereld. 5000 VHS-banden en dvd’s stonden er inmiddels thuis. En menige film werd tot in detail nagespeeld. The Dark Knight, Pulp Fiction en Nightmare On Elm Street. Papa Oscar, aanhanger van Hare Krishna, vond het allemaal best. Zolang zijn kinderen maar binnen bleven. Hij maakte van hen zijn eigen sekte. Een volledig naar binnen gerichte enclave, midden in één van de drukste steden van de wereld.

Samen vormden ze tevens een tikkende tijdbom, stelt zijn zoon Mukunda. Het was volgens hem een kwestie van tijd totdat de boel ontplofte. Uiteindelijk was hij het zelf, die op vijftienjarige leeftijd de stap naar die onbekende buitenwereld waagde. Met een Michael Myers-masker op. Niet veel later volgden zijn broers. De Angulo’s ontdekten dat de echte wereld zowaar behoorlijk leek op het universum dat ze al van het witte doek kenden. En dat het thuis waar ze al die jaren hadden vertoefd met verbazing werd bekeken door de rest van de wereld.

Filmmaakster Moselle heeft zich jarenlang als een soort extra huisgenoot in het bizarre huishouden verschanst en registreerde van binnenuit hoe de keuzes van de dictatoriale vader Oscar uitpakten voor zijn vrouw en kinderen. Met haar rommelige gefilmde beelden, op een collageachtige manier gecombineerd met vreemde (familie)filmpjes, ving ze het onwerkelijke verhaal van een zonderling gezin. Het resultaat is een ronduit unheimische film, die in 2015 op het Sundance Film Festival werd bekroond met de Grand Jury Prize.

Tell Me Who I Am

Netflix

Links in beeld zit Alex Lewis, rechts Marcus Lewis. Tweelingbroers. Los van elkaar geïnterviewd. Over de kwestie die hun leven veranderde. Als Alex op achttienjarige leeftijd na een motorongeluk in coma terechtkomt en zijn geheugen kwijtraakt, is het Marcus die hem uitlegt dat die oudere mevrouw zijn moeder is en die afstandelijke meneer papa. Alles in de wereld is weer als nieuw voor de tiener Alex, zelfs dat hij een vriendin heeft. ‘Onze vaste grap was dat ik twee keer ontmaagd ben door dezelfde vrouw’, zegt de Britse vijftiger lachend in deze documentaire van Ed Perkins.

Marcus sleept de achttienjarige Alex weer het leven in. Hij schetst hem de idyllische jeugd die ze hebben gehad in de bevoorrechte omgeving van de Britse upperclass. Één ding vertelt hij echter niet. Het victoriaanse huis, waarin de eeneiige tweeling opgroeide, herbergt een groot geheim. Dat komt Marcus later op flinke kritiek te staan. ‘Het was niet aan jou om God te spelen’, zeggen vrienden over het feit dat hij een groot deel van hun gezamenlijke leven verzweeg voor zijn verdwaasde broer.

Tell Me Who I Am (85 min.) onthult dit geheim stapsgewijs. Het eerste bedrijf van deze gestileerde film, waarin het relaas van de eeneiige tweeling wordt geïllustreerd met een combinatie van authentieke familiefoto’s en -filmpjes en verfilmde herinneringen, wordt verteld vanuit het perspectief van Alex. Het volgende bedrijf voegt daar Marcus’ lezing van de feiten aan toe. In het laatste bedrijf, waarin de gebroeders Lewis letterlijk tegenover elkaar gaan zitten, komen de beide werkelijkheden tenslotte met het nodige kunst- en vliegwerk bij elkaar.

Die confrontatie voor de camera, het eerste gesprek dat de twee broers naar verluidt hebben over de bijzonder precaire kwestie die tussen hen in is gaan staan, voelt gekunsteld. Gecreëerd drama. Zoals de hele vertelling sowieso erg geconstrueerd oogt. Had de tweeling nu werkelijk deze documentaire nodig om elkaar recht in de ogen te kijken en de waarheid te zeggen? Een diep persoonlijke kwestie, voorheen onmogelijk om met zijn tweeën te bespreken, wordt nu met de hele wereld gedeeld.

En dan blijft de kijker ook nog met de nodige losse eindjes achter: hebben de broers, die eerder (!) al een boek schreven over de zaak, bijvoorbeeld actie ondernomen tegen de lieden waarmee ze nog een appeltje hebben te schillen? Daarover reppen ze in elk geval met geen woord in deze slinkse film, die soms een loopje lijkt te nemen met een bijzonder, dat wel, pijnlijke waarheid.

Het Voorland Is Back

2doc.nl

Hoe ga je om met de zelfdoding van een dierbare? En ook: hoe leef je daarna zelf verder? Die vragen staan centraal in de korte interviewdocumentaire Het Voorland Is Back (44 min.), een film van Susanne Heering. Haar zus Annemartien maakte op 32-jarige leeftijd een einde aan haar leven.

Coen Verbraak gaat in gesprek met Heering en haar broer en drie zussen over die fatale daad, waarschijnlijk als gevolg van een wild om zich heen grijpende bipolaire stoornis, en de aanloop en afwikkeling daarvan. Over verdriet, onmacht en boosheid – ook op jezelf.

Heering omlijst Verbraaks kenmerkende persoonlijke zitinterviews, die de hoofdmoot van deze film vormen, met familiefilmpjes en figuratieve beelden. Die zijn op hun beurt aangekleed met emotioneel geladen muziek. Het resultaat is een familieportret, dat het rouwproces van een gezin intiem in kaart brengt.

De zussen en broer van Annemartien Heering hebben na haar dood een stichting opgericht die zich sterk maakt voor een ‘bewezen effectieve aanvullende therapie voor mensen met een bipolaire stoornis’.

Het Voorland Is Back is hier te bekijken.

Torso

‘Dan mag je een heel klein beetje zo je billen naar achter doen’, zegt de vrouw met de spuitfles met lichaamsbruiner in de openingsscène van deze korte documentaire. Axel Paulina staat met zijn rug naar de camera. In een soort minitent, poedelnaakt. Zijn brede schouders en rug, bekleed met een imposante tatoeage, worden van een dun laagje bruin voorzien. De titel verschijnt in beeld: Torso (24 min.). Van Olivier J. Garcia.

In de volgende scène showt Paulina zijn spierballen. Eerst licht onzeker, daarna met zelfvertrouwen. Opgepompt, in een strakke slip. Zijn tienerzoons Caine en Montell (die in 2017 overigens Holland’s Next Top Model won) kijken vol bewondering naar de man die bij een bodybuild-toernooi zijn comeback maakt. Hun inmiddels 48-jarige vader, die jarenlang buiten beeld was, is terug én in vorm.

Nog niet zo lang geleden had hij een buikje. En papperige bovenbenen. Die zijn binnen korte tijd met een personal trainer weggewerkt. Axel wilde een nieuwe man worden. Een ouder voor zijn twee jongens. ‘Je oogst wat je zaait’, zegt hij over zijn vroegere bestaan als vechtsporter, drugsdealer en afperser, dat z’n sporen heeft achtergelaten op zijn lijf. ‘Ik zaai ellende en ik krijg ook ellende terug.’

‘Was je toen heel anders?’ wil de documentairemaker weten. ’Toen had je me niet willen leren kennen’, antwoordt de held van zijn film met een ontwapende glimlach. ’Ik was een heel andere persoon.’ Die ‘bad boy’ laat zich niettemin nog wel eens zien voor Garcia’s camera. Als hij bij het begin van het toernooi bijvoorbeeld zijn zoons probeert op te trommelen. ‘Waar ben je?’ klinkt het nét iets te dwingend.

Hij oogt op zulke momenten als de man die hij ooit geweest moet zijn. Die gewend is om zijn zin te krijgen – of zijn zin, met alles wat hij in zich heeft, af te dwingen. Zo moeten zijn zoons nú naar hem komen kijken. Vaders wil is wet. Axel hengelt ondertussen ook naar hun goedkeuring en respect. Zodat hij dat ook voor zichzelf kan opbrengen, vermoedelijk.

In sfeervol zwart-wit brengt deze krachtige film haarfijn in beeld hoe Axel als vader zijn kinderen probeert terug te verdienen. Terwijl die jongens al die tijd, zeggen ze zelf, gewoon ‘een superheld’ in hem zijn blijven zien.

Our Godfather

Netflix

Wat zou het breekpunt zijn geweest voor Tommaso Buscetta? Toen zijn twee zoons in opdracht van maffiabaas Toto Riina werden doodgemarteld en opgelost in zuur? Toen vervolgens de man van zijn zus Felicia werd gedood bij een overval op zijn pizzeria? Of toen ook zijn oudere broer Vincenzo en diens zoon nog op brute wijze werden afgemaakt?

Feit is dat Tommaso ‘Don Masino’ Buscetta halverwege de jaren tachtig een ondenkbaar geachte stap zette. Hij besloot de omertá, de zwijgplicht van La Cosa Nostra, te doorbreken en in het openbaar te getuigen over de wandaden van de Siciliaanse maffia, waarvan hij enkele decennia onderdeel had uitgemaakt. Hij werd daarmee de allereerste spijtoptant en bracht ‘de mannen van eer’ zowel in binnen- als buitenland een gevoelige slag toe. Die cruciale beslissing en de gevolgen daarvan komen in Our Godfather (92 min.) vanzelfsprekend uitgebreid aan de orde.

Na zijn getuigenis doken Buscetta en wat er nog restte van zijn familie onder in de Verenigde Staten. Daar moesten ze, onder een valse naam en voortdurend omgeven door bodyguards, een nieuw bestaan opbouwen. Intussen betaalden de Italiaanse onderzoeksrechters aan wie hij zijn verhaal deed de tol voor zijn ‘verraad’. Giovanni Falcone en Paulo Borsselino werden met veel aplomb opgeblazen door handlangers van Toto ‘Het Beest’ Riina, die het natuurlijk ook op ‘Il Primo Pentito’ had gemunt.

In deze boeiende documentaire van Mark Franchetti en Andrew Meier verbreken Buscetta’s nazaten eindelijk het stilzwijgen. Ruim dertig jaar hielden z’n (derde) vrouw Cristina en hun zoon Roberto en dochter Lisa zich op in de schaduw. Verhuizend van het ene naar het andere Amerikaanse ‘safe house’, altijd beducht op verrassingsaanvallen vanuit Sicilië. Ze vertellen hoe het was om te leven in geleende tijd, met een man die zichzelf niet meer kon zijn. Een doorgewinterde maffioso, vermomd als brave huisvader.

Hun herinneringen aan ‘de pratende peetvader’, die in het openbaar altijd met zijn rug tegen een muur wilde zitten, worden rijkelijk geïllustreerd met familiefilmpjes en vormen echt een meerwaarde. Het verhaal van de bloederige maffiaoorlog, en Tommaso Buscetta’s sleutelrol daarbinnen, is al eerder verteld, maar niet eerder werden de gevolgen daarvan voor de directe verwanten van de klokkenluider, die zich altijd een ‘man van eer’ bleef voelen, zo pregnant in beeld gebracht.

De Wereld Aan Je Voeten

Mitchell / VPRO

‘Wat ligt er op jonge leeftijd toch al veel vast, hè?’ verzucht Mijn Medekijker als De Wereld Aan Je Voeten (80 min.) een kwartiertje onderweg is. In deze documentaire volgt Michiel van Erp enkele Utrechtse jongeren van hun tiende tot hun achttiende jaar. En, inderdaad, op tienjarige leeftijd is vaak al precies uit te tekenen hoe (het leven van) de achttienjarige versie van het desbetreffende kind eruit zal zien. Is het nature of toch nurture wat we menen te zien?

‘Give me a child until he is seven and I will give you the man’, luidt niet voor niets het parool van de klassieke documentaireserie waaraan deze Nederlandse film, die voortborduurt op Van Erps televisieserie Tijd Van Je Leven (2011-2015), schatplichtig is: Michael Apteds wereldberoemde Up-serie, waarvoor een groep zevenjarige Britse kinderen sinds 1964 elke zeven jaar is opgezocht. Ze zijn inmiddels 63 en zo langzamerhand in de winter van hun leven aanbeland.

Van Erps documentaire is natuurlijk over een veel kortere periode opgenomen, met hoofdpersonen die bovendien op een leeftijd zijn dat ze écht niet alles willen of kunnen delen. Toch komen ze regelmatig raak uit de hoek. Zo moet Medekijker bijvoorbeeld flink lachen om de reactie van stratenmaker Mitchell op de vraag of de relatie van zijn ouders een voorbeeld is voor wat hij met zijn nieuwe vriendinnetje wil. De jongen laat er geen misverstand over bestaan: ‘Nou nee.’

Ook zijn ouders op de achtergrond kunnen er smakelijk om lachen. Later krijgt het verhaal echter nog een staartje. Liefdes- en relatieperikelen zijn er sowieso volop in De Wereld Aan Je Voeten. In de gezinnen van de hoofdpersonen, maar ook bij henzelf. ‘Ach gos’, reageert Medekijker bijvoorbeeld medelevend als het schattige tienermeisje Luka moet huilen omdat haar vriendje het na drie maanden heeft uitgemaakt. Enige tijd later heeft ze serieuze plannen met een andere jongen.

Van Erp monteert zijn hoofdpersonen door elkaar heen, waardoor de film echt als één geheel voelt. Erg diep reiken de portretjes niet, maar gezamenlijk schetsen ze een heel aardig beeld van een nieuwe generatie Nederlanders die nu over de drempel van volwassenheid stapt. ‘Wel leuk, wel vermakelijk’, constateert Mijn Medekijker na afloop. ‘Het geeft je wel te denken over wat ons nog te wachten staat.’

Lots Of Kids, A Monkey And A Castle

Als jonge vrouw wilde ze een hele zwik kinderen, een aap en een kasteel, zo wil de familielegende. Al Julita’s dromen kwamen uit, maar niet helemaal op de manier die ze in gedachten had gehad. Haar volwassen zoons en dochters stellen nu impertinente vragen over het verleden, die aap bleek uiteindelijk onhandelbaar en dat droomkasteel werd een ongelooflijk rommeltje en onbetaalbaar bovendien. En nu wil haar echtgenoot de excentrieke Julita ook al niet meer aanraken. Hij trouwde ooit een meisje van 53 kilo, zegt Antonio fijntjes. Tegenwoordig is hij getrouwd met een vrouw die bijna dubbel zoveel weegt.

In Lots Of Kids, A Monkey And A Castle (86 min.) richt de Spaanse acteur Gustavo Salmerón z’n camera op zijn praatzieke moeder. Hij filmt en bevraagt haar in huiselijke kring, een onvervalst huishouden van Juan Piedra dat helemaal, he-le-maal, dichtgegroeid is met spullen. Door de financiële crisis dreigen Julita en haar man Antonio bovendien bankroet te gaan en wordt de vraag actueel hoe dit gigantische hoardershuis in godsnaam kan/moet worden ontruimd? En, een vraag die steeds terugkeert: waar zijn eigenlijk de botten gebleven van Julita’s grootmoeder, die werd geëxecuteerd tijdens de Spaanse burgeroorlog?

Veertien jaar lang maakte Gustavo opnames voor deze film waarvan zijn moeder in eerste instantie dacht dat die alleen voor de eigen familie zou worden. Wie zat er immers op haar verhaal te wachten? En zou dat dan niet goed gefilmd en gemonteerd moeten worden? Een gelikte, strak gestructureerde documentaire zou de plank in dit geval echter behoorlijk mis hebben geslagen. Bij Julita en haar rommelige entourage past een charmante warboel van een film. En die doet in de verte wel wat doet denken aan Grey Gardens, een documentaireklassieker over de buitenissige moeder en dochter Beale, die zich begin jaren zeventig hadden verschanst in een vervallen en vervuild landhuis.

Terwijl haar kinderen beginnen op te ruimen, leegt Julita in Lots Of Kids, A Monkey And A Castle vooral haar overvolle hart, waarvan waarschijnlijk nog nooit een moordkuil is gemaakt. Het is een vermakelijk tafereel, met een melancholieke ondertoon. Van een uitbundig leven dat ten volle is geleefd, maar nu toch echt zijn einde nadert.

63 Up

Kun je in het kind al de latere volwassene zien? Die vraag legt filmmaker Michael Apted ditmaal letterlijk voor aan zijn inmiddels 63-jarige hoofdpersonen. Ze antwoorden eigenlijk stuk voor stuk bevestigend. Het was ooit ook het startpunt van deze epische documentaireserie in 1964: kun je al op zevenjarige leeftijd zien wie of wat een kind later zal worden? Apted heeft de jongens en meisjes van toen sindsdien elke zeven jaar opgezocht met de camera.

Ruim een halve eeuw later laten ze zich bijna allemaal opnieuw door hem portretteren. Je zou kunnen betogen dat dit relatief oppervlakkig gebeurt: relatie, kinderen, werk, hobby’s en de toekomst. Het wordt allemaal aangeraakt, maar echt diep erop ingaan is er niet bij. Een mensenleven wordt gecomprimeerd tot een minuut of tien. Tegelijkertijd is dat wellicht ook de kracht van de invloedrijkste documentaireserie aller tijden. In wezen ging het nooit over deze specifieke hoofdpersonen. Zij zijn niet meer dan tamelijk willekeurige representanten van een generatie, ooit bijeengebracht omdat ze de Britse klassenmaatschappij aardig weerspiegelden.

‘Het is geen portret van wie Nick is’, zegt Nick Hitchon, die als wetenschapper carrière maakte in de Verenigde Staten. ‘Het is een portret van ons allemaal. Het gaat over hoe een mens, elk mens, verandert.’ Hij is inmiddels ernstig ziek en laat zich in 63 Up (141 min.) van zijn kwetsbaarste kant zien. ‘De serie is extreem belangrijk voor mij en lijkt ook voor anderen iets te betekenen’, zei hij al op 49-jarige leeftijd. ‘Dat maakt het echter niet gemakkelijk. Ik kan echt niet uitleggen hoe het je emotioneel helemaal leeg trekt om de interviews en filmopnames te doen. En dan doe ik voor mezelf nog alsof er helemaal niemand kijkt.’

Ook in deze aflevering verbindt regisseur Apted, zelf inmiddels tegen de tachtig, bekende oude fragmenten met nieuwe interviews en scènes. Het zevenjarige straatschoffie Tony Walker vloeit bijvoorbeeld naadloos over in een wildebras van 21 die uit de penarie moet zien te blijven, de veertiger met huwelijksproblemen en nu een man die de pensioengerechtigde leeftijd nadert en zijn keuze voor het Brexit betreurt. De taxichauffeur draagt het hart nog altijd op de tong, andere vaste Up-gasten opereren gereserveerder en laten het achterste van hun tong echt niet zien. Tegelijkertijd vertellen hun uiterlijk, partner, gezinssituatie, huis en werk alles wat we eigenlijk zouden willen – of moeten – weten.

Elke aflevering van de Up-serie behandelt de kernvragen die ieder mens dient te beantwoorden in een bepaalde levensfase. In 63 Up zit de carrière er bijna op, is het huis een heel eind afbetaald en zijn de kinderen nu echt de deur uit, zodat voorspelbare thema’s in beeld komen: ziekte, pensionering én de dood. En Magere Hein heeft inderdaad al eens toegeslagen in de Up-rangen. Enkele jaren na 56 Up kwam één van de hoofdpersonen plotseling te overlijden. Nabestaanden zetten nu een persoonlijke punt achter een heel gewoon, maar publiek geleefd bestaan, dat in zekere zin groter is geworden dan een mensenleven eigenlijk kan zijn.

70 Up, dat bij leven en welzijn van Michael Apted en zijn subjecten, in 2026 het licht zou moeten zien, bevat ongetwijfeld nog meer dramatische verhalen. Want zelfs het leven van mensen die altijd een beetje zeven zullen blijven, begint nu stilaan zijn slotaflevering(en) te naderen.

Just, Melvin: Just Evil

Het is alsof je een volledig vreemde wereld betreedt. De verteller, recht in de camera, oogt nog vertrouwd. James Ronald Whitney speelt piano, was onderdeel van een succesvol dansduo en nam geregeld deel aan allerlei televisiequizjes. Een strebertje, dat wel, maar verder volstrekt normaal. Een typische all American guy. Totdat hij in Just, Melvin: Just Evil (74 min.) uit 2000 zijn volledig verknipte familie voorstelt.

Archetypische white trash, uit het bagger van het één of ander achtergebleven Amerikaans hellehol getrokken. Inteeltkoppen. Zuipogen. Ingevallen monden. Met plompe of juist uitgeteerde lijven. De tijd – zo’n twintig jaren, maar het lijken er véél meer! – heeft ook hun kleding geen goed gedaan. Oversized brillen met jampotglazen. Verwaarloosde kapsels. En verwassen spijkerblouses en campingsmokings die zelfs een wespentaille zouden misstaan. Je kunt er de bijbehorende schimmelige trailers, sloopauto’s en vuilnisbelttuinen moeiteloos bij bedenken.

Het is sowieso geen familie waarin je zou willen opgroeien. Vrijwel elk gezinslid heeft zijn eigen issues met verslavingen, crisissituaties en zelfmoordpogingen. En dat is allemaal de schuld van één godvergeten klootzak: hun stiefvader Melvin Just, die zich aan zo’n beetje elk vrouwelijk familielid zou hebben vergrepen. ‘De walgelijkste persoon die God ooit heeft gecreëerd’, volgens Whitneys behoorlijk gesoigneerde moeder, duidelijk ook een buitenbeentje in de familie. ‘Hij leerde mij om te haten.’ In deze morsige egodocu gaat haar zoon op zoek naar wat die walgelijke Melvin heeft aangericht in de familie.

De filmmaker praat met zijn tantes en spreekt zijn broze grootmoeder Fay aan, de vrouw die de bullebak ooit in de familie introduceerde en hem daar blijkbaar gewoon zijn gang liet gaan. En ook Melvin zelf, inmiddels een oude vent mét bierbuik, zónder kunstgebit en ín rolstoel wordt ter verantwoording geroepen. ‘Dat heb ik nooit gedaan, gore klootzak’, werpt hij alle beschuldigingen ver van zich. ‘Als ik in staat was om uit deze rolstoel te komen, dan sloeg ik je nu helemaal de tering.’ Het is geen verheffend tafereel, zowel van de geïnterviewde als van zijn kleinzoon die hem voor de camera voor het blok zet. Maar wellicht heiligt het doel in dit geval de middelen.

Ook de andere familieleden maken van hun hart geen moordkuil en doen hun, door scheldwoorden en verwensingen overwoekerde, relaas. Met de nodige galgenhumor en een rokerslach, waarmee vervolgens elke vorm van ellende op de één of andere manier draaglijk wordt gemaakt. ‘Kijk, ik heb tegenwoordig tieten!’ roept één van Whitneys tantes bijvoorbeeld naar haar neef, terwijl ze met een blik bier op de achterbak van een oud brik zit. Waarna tante demonstratief haar shirt omhoog doet en haar volwassen boezem laat zien. Gevolgd door weer zo’n uitzinnige lach.

Het is in eerste instantie alsof je naar een afzichtelijke freakshow zit te kijken, waarin gewone, kwetsbare mensen volledig verdwaald zijn geraakt. Het zelfportret, omlijst met Bijbelcitaten, van een trailer trash-familie, die volledig is ontwricht door een systeem van misbruik. Dat decennialang, van generatie op generatie, in stand wordt gehouden. En iedereen zit er nu volledig in vast – ook al zouden ze zo graag anders willen. Het is de treurige slotsom van een vieze film.

All In My Family

‘Ik ben er keihard op tegen dat mensen zoals jij kinderen krijgen’, zegt mama Zhang zonder te verblikken of verblozen tegen haar zoon Hao. ‘Als je een normaal gezin had zoals je zus, zou ik er niet op tegen zijn.’ De Chinese vrouw is op bezoek bij haar kind en diens vriend Eric in New York en heeft bij aankomst ook al het hele huis gepoetst (dat speciaal voor haar komst al extra goed onder handen was genomen door Eric).

Papa drukt zich al even subtiel uit. Toen hij ontdekte dat zijn zoon homoseksueel was, gaf het al zijn dromen ‘een vernietigende klap’. Hao Wu is China niet voor niets op zijn twintigste ontvlucht. Behalve zijn voortdurend op elkaar vittende ouders, een begripvolle zus en die ene invoelende tante weet thuis niemand van zijn ‘situatie’. Daar zit hij gewoon nog/weer in de kast. Maar hoe moet het verder nu er kinderen, twee maar liefst, op komst zijn? En wat vinden ze thuis eigenlijk van het fenomeen draagmoeders?

In de korte egodocu All In My Family (40 min.) moet Hao niet alleen de confrontatie aangaan met zijn kibbelende ouders. Hij krijgt met de complete familie van doen. En die is te kenschetsen als driftig, bot en luidruchtig. Dat levert diverse ongemakkelijke scènes op, waarbij de filmmaker steeds voor de keuze staat of hij voor de camera (waarom eigenlijk?) met de billen bloot wil gaan of verder zijn leugen leeft. Want wil je als enige kleinzoon écht je inmiddels dik negentigjarige opa, die steeds roept dat je maar eens met een meisje thuis moet komen, nog een keer grondig tegen de haren instrijken?

Western Arabs

‘Met deze film hoopte ik mijn vader beter te leren kennen’, stelt de Deens-Palestijnse filmmaker Omar Shargawi halverwege Western Arabs (77 min.). ‘Dichter bij hem te komen. Hem te raken in zijn ziel.’ Even daarvoor lijkt de explosieve relatie met zijn vader Munir, waarin het al gedurig heeft gerommeld en geknetterd, echter definitief op de klippen te zijn gelopen. ‘Je hebt nooit iets om ons gegeven’, voegde Omar hem via de telefoon toe. Waarna zijn ‘Babba’ had geantwoord: ‘Je moet me maar gewoon vergeten.’ En de hoorn op de haak had gesmeten.

Over en uit, zo oogde het. Dit zou nooit meer goed komen. Misschien leken vader en zoon, ondanks de generatiekloof die hen verscheurde en de verschillende werelden waarin ze opgroeiden, stiekem wel te veel op elkaar. Tegelijkertijd: dit is een film. En we moeten nog zo’n drie kwartier. Omar en Babba, één van de eerste Palestijnen die vanuit Gaza naar Denemarken vluchtte, zullen elkaar in deze broeierige egodocu op de één of andere manier moeten vinden. Koste wat het kost. Intussen vraagt Omar zich af hoe hij de relatie met zijn eigen dochter Amina wél gezond kan houden.

Wees gerust, dit is geen Hollywood-film. Verre van dat, zelfs. Over deze vader-zoon relatie wordt geen suikerlaagje gestrooid. Zelfs niet aan het eind, als Omar inmiddels al twaalf jaar in de familiekring filmt. Het beeld is rudimentair, de toon bikkelhard. De verhouding ouder-kind wordt tot aan de kern afgepeld met hoog oplopende ruzies, slepende conflicten en een enkel moment van wederzijds begrip. Wat rest zijn twee uiterst temperamentvolle mannen, die gevangen zitten tussen twee culturen, erdoor vermorzeld worden bijna. En hun woede koelen op elkaar – en daardoor op zichzelf.

Western Arabs is geen prettige kijkervaring. En dat was vast ook de bedoeling. De explosieve relatie tussen de vluchteling Munir en zijn zoon, die met typische tweede generatie-problematiek kampt, is vervat in een grimmige, zelfs wat exhibitionistische film, die van binnenuit optekent hoe een familie kan imploderen door een nog altijd verder etterend verleden.