Challenger: The Final Flight

Netflix

Slechts 73 seconden duurde de vlucht van hun leven. Zeven representanten van de glorieuze United States of America vonden voor het oog van een geschokte natie de dood. Zes specialisten van de National Aeronautics and Space Administration (NASA) en een ‘gewone burger’, de lerares Christa McAuliffe. In navolging van Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins, de eerste mannen op de maan (en helden van de ontzagwekkende spacedocu Apollo 11), zouden ook zij onderdeel van de ruimtevaarthistorie worden, als de eerste dodelijke slachtoffers van Amerika’s drang om het complete heelal te veroveren.

Ze maakten stuk voor stuk deel uit van de Klas van 1978, de eerste generatie astronauten die niet volledig uit witte mannen bestond. En ze waren tevens onderdeel van een soort reboot van de Amerikaanse ruimtevaart, die gaandeweg wat van zijn oorspronkelijke glans was verloren. ‘Amerikanen hebben de wereld laten zien dat ze niet alleen groots dromen’, oreerde Ronald Reagan bij de lancering van de eerste spaceshuttle, ‘maar dat we die ook durven te realiseren.’ De toenmalige Amerikaanse president instigeerde ook de zoektocht naar de eerste burgerpassagier voor de shuttle, ‘one of America’s finest’: een leraar.

De aanloop naar de fatale vlucht en de selectie van de crew daarvoor vormen het hart van Challenger: The Final Flight (180 min.), een stevige vierdelige docuserie van Daniel Junge en Steven Leckart. Trots maken de uitverkorenen zich op voor hun historische missie, al hebben ze geen idee waarom die in de geschiedenisboeken zal belanden. De promotionele beelden van hun enthousiaste voorbereiding, en de herinneringen daaraan van hun nabestaanden, collega’s en plaatsvervangers (die de dans dus ontsprongen), hebben sindsdien een onheilspellend karakter gekregen. Zij, weten wij, gaan nietsvermoedend hun ondergang tegemoet.

Terwijl er op dat moment toch ook al technische problemen waren en enkele insiders zelfs waarschuwden voor serieuze ongelukken. ‘De shuttle gaat ontploffen’, zou hoofdingenieur Bob Ebeling enkele uren voor de lancering van de Challenger, die diverse malen was uitgesteld, hebben gezegd tegen zijn dochter. De klok liep alleen al en was met geen mogelijkheid meer te stoppen, vertellen NASA-medewerkers en -klokkenluiders. Op 28 januari 1986 ging de Challenger met een ‘big bang’ de lucht in. De toeschouwers die zich bij Cape Canaveral in Florida hadden verzameld om de lancering bij te wonen waren volledig uit het veld geslagen toen ze van de omroeper hoorden wat die vreemde taferelen boven hen betekenden: ‘Het ruimtevaartuig is ontploft.’

Ook president Reagan reageerde vanzelfsprekend geschokt. ‘De bemanning van de Challenger eerde ons met de manier waarop ze leefden’, wist hij de stemming in het land opnieuw in grootse woorden te vatten. ‘We zullen ze nooit vergeten, noch de laatste keer dat we ze zagen, deze ochtend, toen ze zich voorbereidden op de reis, zwaaiden en de aarde achter zich lieten om Gods gezicht aan te raken.’ De achterblijvers zouden zich een leven lang boos, verdrietig en schuldig voelen.

Missie NS

KRO-NCRV

‘De reiziger staat op 1, 2 en 3.’ De NS wil voor ‘een 9+ ervaring’ zorgen bij de klant. Zodat de conducteur, ook wel ‘gastheer’ of ‘host’ genaamd, te maken krijgt met louter ‘blije reizigers’. Want de NS gaat voor ‘totale reisbeleving’. Dat is ‘the narrative’. Met een slogan met de onmiskenbare wilde frisheid van limoenen: ‘Proef de vrijheid’.

Elke stiel heeft zijn eigen jargon – al begint die van grote organisaties wel steeds meer op elkaar te lijken. De Nederlandse Spoorwegen laten bijvoorbeeld allang niet meer (alleen) treinen op tijd rijden. Ook op het spoor gaat het tegenwoordig om beleving, waarbij de voormalige reiziger (blijkbaar) iets van zichzelf moet zien te verwerkelijken. Terwijl hij wacht op een trein die niet komt, zich propt in iets wat het meest weg heeft van een veewagon of – in het leeuwendeel van de gevallen – gewoon netjes op tijd op de plaats van bestemming wordt afgeleverd.

Missie NS (82 min.) brengt het totale bedrijf in beeld; van de top in het hoofdkantoor en de omroepers op het operationeel controle centrum tot de mensen die met hun poten door de coupés en balkons banjeren: de conducteurs, machinisten en schoonmakers. Regisseur Catherine van Campen hanteert daarbij een procedé dat inmiddels vertrouwd voelt: ze kiest niet voor duidelijke hoofdpersonen, maar observeert in alle hoeken en gaten van het bedrijf, waarbij de kijker wel enkele vaste gezichten krijgt voorgeschoteld.

De film bestaat uiteindelijk uit een vloeiend gemonteerde collectie snapshots die gezamenlijk een narratief vormen, wellicht zelfs ‘the narrative’ die NS zelf wil uitdragen. In die zin doet de documentaire denken aan vergelijkbare films over de snelweg (Snelweg NL), bouwsector (Jongens Van De Bouw) en aandachtsindustrie (Nu Verandert Er Langzaam Iets). Ook Missie NS, dat wel wat drama ontbeert, registreert hoe gewone mensen onderdeel zijn van een dienst, onderneming of beroepsgroep en legt zo en passant iets van onze volksaard bloot.

Van Campen is er duidelijk niet op uit om iets of iemand te ontmaskeren. Ze houdt ons simpelweg een spiegel voor: dit is de wereld waarin wij leven, van gezichtsloze instituties die wel degelijk door gewone mensen worden bevolkt. Zo bezien zijn er ook nog wel wat spannende organisaties te bedenken, waar de Nederlandse subsidieverstrekkers eens een filmploeg naartoe kunnen sturen: de Belastingdienst, Shell of de NAM. Die kunnen vast ook nog wel aan hun ‘beleving’ werken.

There’s Something Wrong With Aunt Diane

Op zondag 26 juli 2009 komt er via alarmnummer 911 een melding binnen bij de politie van Sleepy Hollow. Op de Taconic State Parkway heeft een spookrijder een gruwelijke ongeluk veroorzaakt. Acht mensen zijn dood: de bestuurster van het rode busje zelf, haar tweejarige dochter Erin, drie nichtjes van acht, zeven en vijf, en de drie passagiers van een tegenligger. Alleen het vijfjarige zoontje Bryan van de automobiliste overleeft de ramp. En dan komen de testresultaten binnen: had de 36-jarige Diane Schuler werkelijk gedronken en ook nog eens geblowd?

Zes maanden na de ramp benadert filmmaker Liz Garbus Dianes familie en gaat samen met hen op zoek naar wat er gebeurd kan zijn. Haar echtgenoot, broer, zwager en vriendinnen kunnen zich niet voorstellen dat de vrouw die zij kennen onder invloed achter het stuur is gaan zitten. Garbus zoekt tevens contact met ooggetuigen en familieleden van de slachtoffers uit de SUV waarop Diane frontaal is gecrasht. Met deze bronnen, officiële bewijsstukken en het audioverkeer tussen de hulpdiensten reconstrueert ze de fatale autorit, de aanloop daarnaartoe en de verpletterende gevolgen ervan.

There’s Something Wrong With Aunt Diane (100 min.), zou één van de nichtjes tijdens een paniekerig telefoongesprek tegen haar ouders hebben gezegd, toen hun tante zich onderweg niet goed leek te voelen en ronduit roekeloos begon te rijden. Had ze te veel Wodka gedronken, uit een fles die vreemd genoeg sowieso standaard in de auto lag? Was het de medicatie vanwege tandpijn, die onderweg met haar op de loop ging? Of werd Diane tóch plotseling overvallen door het één of andere medische probleem?

Die laatste theorie wordt in elk geval door Dianes verwanten aangehangen. Garbus mengt zich samen met hen actief in het onderzoek naar het tragische ongeval. Zo hopen ze in deze indringende film uit 2011 dichter bij de waarheid te komen – óf bij acceptatie van het noodlot dat over/door Schuler is afgeroepen. Want zit onder die weigering om de officiële lezing van de fatale crash te accepteren niet gewoon, en heel begrijpelijk, het onvermogen om te dealen met de (verborgen) gebreken van een geliefd familielid?

In The Absence

Een kapitein verlaat als allerlaatste het zinkende schip. Dat geldt evenwel niet voor de man die de lakens uitdeelt op de Zuid-Koreaanse veerboot Sewol. Als hij op de ochtend van 16 april 2014 de boot verlaat, bevindt meer dan de helft van zijn ruim 450 passagiers zich nog gewoon aan boord. Blijf zitten waar je zit, hebben ze te horen gekregen. En die boodschap zal het leeuwendeel van hen fataal worden.

De scheepsramp wordt in de korte documentaire In The Absence (28 min.) van YI Seung-Jun gereconstrueerd met een combinatie van nieuwsbeelden, het audioverkeer van/tussen de scheepscrew, de kustwacht en het gezag aan wal, beeldmateriaal van beveiligingscamera’s en filmpjes en SMS’jes naar het thuisfront van de passagiers, waaronder een klas van ruim driehonderd studenten.

Terwijl de Sewol steeds verder overhelt naar het water – een angstaanjagend beeld – duurt het ongelofelijk lang voordat de ernst daarvan doordringt tot de plaatselijke autoriteiten, die vooral bezig lijken te zijn met hun eigen bureaucratie en beeldvorming. Zo voltrekt zich en plein publique een ramp, die nog jaren zal na-ijlen en niet zonder politieke consequenties kan blijven.

De hele tragedie van deze beklemmende film is vervat in die ene ongemakkelijke scène: van de kapitein die door reddingswerkers van het gekapseisde schip wordt geholpen en zichzelf zo in veiligheid brengt. 

Snelweg NL

SNG Film

Een ode aan de liefde. De vrijheid. Of… de snelweg. Het Nederlandse wegennet, om precies te zijn. Ben van Lieshout doorkruist in een oude camper het gehele land en observeert ondertussen het bestaan op, achter, onder, voor, langs en boven de weg. Snelweg NL (90 min.) is een filmisch portret van een wereld die voortdurend in beweging is. Auto’s, bussen en vrachtwagens, natuurlijk. Maar ook: vorkheftrucks, ganzen en wasstraten.

De filmmaker, die zelf volledig buiten beeld blijft, maakt slechts spaarzaam gebruik van gesproken woord, in de vorm van enkele korte en ogenschijnlijk tamelijk willekeurige interviews met verschillende soorten ‘wegwerkers’:  De camera beweegt nauwelijks en observeert slechts. Vrachtwagenchauffeurs die langs de weg met een gasbrander hun prakkie warm maken. Een fabriek waar secuur nieuwe verkeersborden worden gemaakt. Of het afval van een fastfoodrestaurant dat zienderogen verwaait.

De snelweg wordt in handen van Van Lieshout zowat een personage, waarop auto’s voort denderen, elkaar opjagen of juist ellenlang in de file staan, dat in controleruimtes minutieus wordt geobserveerd om verdere ongelukken te voorkomen en waar mensen van allerlei slag dagelijks hun plicht, juk of roeping vinden. Waarbij de weg in dit geval dus inderdaad belangrijker is dan de bestemming.

Het is een wereld waarin menigeen zich dagelijks beweegt, maar die door de gekozen insteek en kadrering toch weer als nieuw aanvoelt. Met oog voor detail schetst Snelweg NL, net als contemporaine films zoals John Appels Sprekend Nederland en Nu Verandert Er Langzaam Iets van Menna Laura Meijer, zo indirect een portret van het hedendaagse Nederland en wat ons, in dit geval letterlijk, verbindt.

Het Fatale Scooterongeluk

Ik reed niet, zegt de één. Híj reed.

Nee, beweert de ander. Ik reed niet. Dat was híj.

Zie daar de kern van de spraakmakende strafzaak die in de documentaire Het Fatale Scooterongeluk (56 min.) wordt gereconstrueerd. Op weg naar een overval op een hotel in Nijmegen wil de politie twee jongens staande houden vanwege een defect achterlicht. Ze slaan op de vlucht en rijden een voetganger aan. Mario van de Geijn, medewerker van filmhuis Lux, overlijdt kort daarna. Maar wie reed er op die fatale januaridag in 2010 op de scooter en wie was er ‘slechts’ bijrijder?

Mohamed el G. (19) en Mohamed A. (18) blijven consequent elkáár beschuldigen. En ooggetuigen kunnen ook geen uitsluitsel geven. Daarmee ontstaat een patstelling, die zal resulteren in een jarenlange juridische hellegang voor Van de Geijns nabestaanden. De twee verdachten, die zich na het ongeluk ook al schuldig hebben gemaakt aan intimidatie van hulpverleners, zullen zich daarin van hun allerslechtste kant laten zien en de rechtsgang tot in den treure traineren.

Programmamaker Hetty Nietsch heeft de zaak al die jaren van zeer nabij gevolgd en contact onderhouden met Mario van de Geijns levenspartner Gé Creemers, die op zoek blijft naar rechtvaardigheid en dialoog. Met ooggetuigen, politieagenten, medewerkers van het ziekenhuis, officieren van justitie, journalisten en de advocaten van de twee verdachten neemt Nietsch het ongeluk en de nasleep daarvan minutieus door. Ze ondersteunt haar narratief met nieuwsbeelden en reconstructies van de politieverhoren. Oud-rechter Egbert Myjer fungeert opmerkelijk genoeg als verteller.

Het eindresultaat bevat weliswaar veel pratende hoofden, recht in de camera, maar maakt tegelijkertijd het centrale dilemma van een uiterst frustrerende strafzaak inzichtelijk. Want zolang niet duidelijk is wie er achter het stuur zat, kun je de één het ongeluk van de ander niet aanrekenen. Of zijn de twee, als (potentiële) plegers van een misdrijf, roekeloze rijders en schaamteloze saboteurs van de rechtsgang, misschien sowieso allebei schuldig?

Trappen

KRO-NCRV

Je zou bij deze film bijna een Simon Carmiggelt-achtige voice-over verzinnen: ‘Zie ze gaan, die dappere Amsterdammers. Het is hard werken op dat stalen ros. Stampen, manoeuvreren en versnellen. Strijdend om een plek. In een stad die nooit stil wil staan, maar soms noodgedwongen halt moet houden.’

Met heel veel goede wil zou je Trappen (46 min.) kunnen zien als een moderne variant op Bert Haanstra’s legendarische documentaire Alleman. De film van Wilko Bello, die eerder de stad doorkruiste op zijn skates voor Wheels Of Fortune, lijkt soms een uitgesponnen versie van Haanstra’s kijk op een overvol strand in het Nederland van begin jaren zestig.

De film is al acht minuten onderweg, en een tamelijk zwaar aangezette begin-voiceover en fietsbeelden in alle soorten en maten verder, als er voor het eerst iemand aan het woord komt: een deskundige die zich erover verbaast dat er fietsen worden weggesleept, terwijl in de officiële stalling nog volop ruimte blijkt te zijn (en even verderop een parkeergarage leeg staat te staan).

Dat somt Trappen wel aardig op: veel clipachtige sequenties van fietsdrukte, inclusief de bijbehorende stress, asociale acties en (bijna) ongelukken. Hier en daar aangevuld met duiding door mobiliteitsexperts. Maar of dat voldoende is voor een aansprekende documentaire (die ook interessant is voor mensen van buiten de hoofdstad)?

Carmiggelt zou er waarschijnlijk wel raad mee hebben geweten: ‘De fiets, het handzame bakbeest van de gewone mensch. Langzaam maar zeker verdrijft hij de auto uit zijn natuurlijke biotoop. De fiets, hij laat zich nooit klein krijgen. In weer en wind doet hij zelfs vermetele pogingen om ook die doldrieste scooter aan de kant te zetten.’ Of zoiets…

Taxibotsing


In zijn debuutfilm Roger And Me ging Amerika’s bekendste documentairemaker Michael Moore ooit een filmlang op zoek naar de CEO van General Motors, Roger Smith. Met het sluiten van de plaatselijke fabriek zou die verantwoordelijk zijn geweest voor massawerkeloosheid in Moores geboortestad Flint, Michigan.

In de documentaire Taxibotsing (55 min.) kiest good old Frans Bromet, die op 73-jarige leeftijd liefst elke dag nog gaat filmen, een vergelijkbare insteek. Hij probeert de baas van Über, de Nemesis van de gemiddelde taxichauffeur, te spreken te krijgen. En als dat op niets uitloopt, haalt Bromet alles uit de kast om een interview te regelen met de Nederlandse vertegenwoordiger van de ambitieuze Amerikaanse startup.

De uitkomst laat zich raden en is exemplarisch voor de manier waarop Über de Nederlandse vervoersmarkt probeert te penetreren; met veel slagkracht en weinig zin om zich te verantwoorden. En dus stapt Frans Bromet, die eerder dit jaar een Ere-Nipkowschijf kreeg voor zijn omvangrijke oeuvre, in de auto bij zowel reguliere taxichauffeurs als een Überrijder.

Gezamenlijk vertellen zij, vanachter het stuur natuurlijk, het verhaal van de hoofdstedelijke taxiwereld, waar het er soms stevig aan toe kan gaan. Kleine zelfstandigen stellen zich te weer tegenover een grote gezichtsloze vijand, die zelf overigens ook weer kleine zelfstandigen aan het werk zet.

Volgens NRC-journalist Wouter van Noort wil Über de Facebook- of Google van het vervoer in steden worden. Bromet vraagt zich in deze oerdegelijke film af of het bedrijf, in navolging van bijvoorbeeld Airbnb, voor illegale broodroof of gewoon gezonde concurrentie zorgt.

In Een Klap

KRO-NCRV

Afgelopen week werd bekend dat Frans Bromet een Ere-Nipkowschijf krijgt voor zijn bijzonder omvangrijke oeuvre. Sinds jaar en dag trekt de inmiddels 72-jarige filmer als een soort eenmansleger het land door, op zoek naar de verhalen van veelal ‘gewone Nederlanders’.

Bromets werk is divers (van de fameuze docuserie Buren tot De Film Die Nooit Afkwam, een documentaire over een Holocaust-overlever die 4 mei jongstleden werd uitgezonden), maar altijd herkenbaar door zijn geheel eigen tone of voice. Letterlijk: die zeurende stem, die rücksichtslos vragen blijft stellen. En figuurlijk: dat enorme gevoel voor waar het verhaal zit, daar waar het wringt, en het vermogen om dat er dan ook ter plekke uit te halen.

De interviewstijl van Frans Bromet, die vaak gewoon de laatste woorden van zijn gesprekspartners herhaalt, is zelfs een begrip geworden (zie ook onderstaand fragment uit De Grens Van Frans Bromet, een film over de man zelf).

In de ontroerende documentaire In Een Klap (54 min.) uit 2015 spreekt Frans Bromet met mensen die betrokken waren bij een dodelijk ongeval en die daar nog dagelijks last van hebben. In een onbewaakt ogenblik kreeg hun leven ineens een geheel ander karakter.