Trust No One: The Hunt For The Crypto King

Netflix

Begin 2019 komt de onheilstijding: Gerald Cotten, de dertigjarige oprichter van de Canadese cryptowisselbeurs QuadrigaCX, is tijdens een reis in India plotseling overleden. Hij neemt de wachtwoorden van zijn klanten mee het graf in. Ruim tweehonderd miljoen dollar, geïnvesteerd in bitcoins, wordt daardoor onbereikbaar. 

Enkele Quadriga-gebruikers, waaronder een digitaal geanonimiseerde investeerder met de schuilnaam QCXINT, laten het er niet bij zitten en gaan online op zoek naar hun geld. Ze beginnen zich al snel af te vragen of Gerry eigenlijk wel dood is. Is die nerdy jongen, die nog geen vlieg kwaad leek te doen, er misschien stiekem tussenuit geknepen met hun inleg?

Dat is een aardige premisse voor Trust No One: The Hunt For The Crypto King (91 min.), een diepe duik in de ondoorzichtige wereld van het grote (virtuele) geld, waarbij ook nu weer niets is wat het lijkt en het antwoord op de ene vraag alleen maar een volgende vraag inluidt. Waarbij het bovendien, zo gaat dat dan, de vraag is wanneer een bruikbare hypothese verandert in een ordinaire complottheorie.

Met slachtoffers, direct betrokkenen en enkele deskundigen probeert regisseur Luke Sewell in deze interessante financiële thriller door te dringen tot de kern van de grootschalige zwendel (?), die een spoor van gedupeerden heeft achtergelaten. Zij willen genoegdoening, maar bij wie kunnen ze terecht voor digitaal geld dat spoorloos is verdwenen en misschien zelfs wel nooit heeft bestaan?

Icahn: The Restless Billionaire

HBO Max

‘Het gaat hem vreemd genoeg niet om het geld’, zegt zijn echtgenote Gail Golden-Icahn. ‘Hij raakt op een gegeven moment gewoon geobsedeerd door iets en gaat dan als een bulldozer door totdat hij heeft wat hij wil.’ Dan mengt haar echtgenoot, de hoofdpersoon van Icahn: The Restless Billionaire (101 min.), zich in het gesprek. ‘Het gaat om winnen. Met een nieuw idee komen waarmee je de concurrentie kunt verslaan.’

Carl Icahn, het ultieme ‘Greed Is Good’-type, heeft belangen in multinationals zoals Apple, eBay en Netflix en zou inmiddels goed zijn voor een kleine zeventien miljard dollar. Hij koopt zich doorgaans stiekem in bij een bedrijf. En zodra Icahn voldoende aandelen heeft verzameld, begint hij zich met de koers te bemoeien. Hij wordt ‘activist’ genoemd. Of ‘overvaller’. Een vechtersbaas, zoveel is zeker, waarachter een ‘papa, kijk dan!’-jongetje schuilgaat.

‘Jullie zijn er vandaag getuige van geweest dat er weer heel wat geschiedenis is geschreven, jongens’, zegt Carl Icahn bijvoorbeeld tegen regisseur Bruce David Klein en z’n cameraploeg als hij weer eens heeft geruzied met enkele ‘captains of industry’. En strijd, daar gedijt Icahn bij, getuige dit portret. Met onwillige CEO’s, de concurrentie en zijn eigen vrouw, een geplastificeerde blondine met wie hij heerlijk kan kibbelen.

De Amerikaanse investeerder, die inderdaad model schijnt te hebben gestaan voor Gordon ‘Greed is good’ Gekko in de speelfilm Wall Street, wordt in Icahn: The Restless Billionaire zeker kritisch benaderd. Toch spreekt uit de vermakelijke documentaire onmiskenbaar ook bewondering voor deze belichaming van het Amerikaanse ‘winner takes all’-kapitalisme, die ongegeneerd mag verhalen over zijn stoere zakenavonturen.

Downfall: The Case Against Boeing

Netflix

Al snel kwam ‘the blame game’ op gang. De 189 slachtoffers van de vliegramp met de Indonesische vlucht 610 op 29 oktober 2018 waren nog niet geborgen of het zwartepieten begon. Het zou wel aan luchtvaartmaatschappij Lion Air liggen, een Indonesische prijsvechter. Aan de luchthaven, Soekarno-Hatta in Jakarta. Of anders aan de gezagvoerder, de Indiase piloot Bhavye Suneja. Over één ding waren deskundigen het in elk geval eens: het kon niet liggen aan de Amerikaanse fabrikant van de gloednieuwe Boeing 737 Max. En toen, negentien weken later, viel er op 10 maart 2019 ineens nóg zo’n kist, vlucht 302 van Ethiopian Arlines, uit de lucht in Addis Abeba. Ruim honderdvijftig inzittenden lieten het leven.

En daarmee kwam Boeing, een bedrijf waar Amerika trots op was, een onderneming die zichzelf in de mark zette met de slogan ‘If it ain’t Boeing, I ain’t going’, ineens tóch serieus onder vuur te liggen. Rory Kennedy ontleedt in Downfall: The Case Against Boeing (90 min.) nauwgezet hoe de luchtvaartgigant zichzelf in de voorgaande jaren uiterst effectief in de nesten had gewerkt. Ze herleidt alle problemen tot één specifiek moment: Boeings fusie met McDonnell Douglas in 1997. Daarna was het gedaan met de aandacht voor kwaliteit bij de betrouwbare vliegtuigfabrikant, werd winst maken het enige parool en bezuinigen de voornaamste bedrijfsstrategie. Intussen verhuisde het hoofdkantoor naar Chicago, weg van de vaste thuisbasis Seattle.

De nieuwe focus op snel en goedkoop moest wel tot problemen leiden, stellen oud-medewerkers onomwonden in deze film. En als ze daarover hun zorg probeerden uit te spreken, werden ze direct de mond gesnoerd en linea recta naar de uitgang gedirigeerd. Zoals het echte klokkenluiders betaamt. Een gegeven dat Boeing na de ongelukken in Jakarta en Addis Abeba, toen het bedrijf druk doende was om de schuld op anderen af te schuiven, natuurlijk bepaald niet meer goed uitkwam. De Amerikaanse vliegtuigbouwer nam dus zijn toevlucht tot wat multinationals nu eenmaal doen in dit soort kwesties (en wat ook al in talloze documentaires aan de kaak is gesteld): ze huren de ‘allerbeste’ juristen in. Die mogen hun positie gaan beschermen, waarbij veel, zo niet gewoon alles, is geoorloofd.

En de rekening komt dan bij het gewone publiek te liggen. In dit specifieke geval: bij de crew van de twee gecrashte Boeings, hun passagiers én de nabestaanden daarvan. Zij brengen de grote, soms ook technische verwikkelingen in deze oerdegelijke documentaire terug tot menselijke proporties. ‘Boeings totale onvermogen om alles op alles te zetten om het tweede ongeluk te voorkomen heeft ons leven compleet verpest’, zegt Michael Stumo, die zijn dochter Samya verloor bij de crash in Ethiopië. ‘En dat geldt niet alleen voor ons gezin. Dat geldt voor iedereen die stierf met deze vliegtuigen.’

Pharma Bro

Hij mocht zich even de meest gehate man van de Verenigde Staten noemen. Als CEO van Turing Pharmaceuticals verhoogde Martin Shkreli in 2015 de prijs van een Daraprim-pil van 13,50 naar 750 dollar. Patiënten met de infectieziekte toxoplasmose, afhankelijk van dit medicijn, kregen de rekening gepresenteerd – al was het in de praktijk vaak hun zorgverzekeraar die de exorbitante bedragen moest ophoesten.

En toen kocht Shkreli, voor een slordige twee miljoen dollar, ook nog het enige exemplaar van de nieuwe CD van de hiphopgroep The Wu-Tang Clan, Once Upon A Time In Shaolin. Kutventje! Martin Shkreli heeft zijn uiterlijk natuurlijk ook niet mee: de voormalige hedgefund-manager heeft zo’n zelfgenoegzame tronie, dat menigeen hem het liefst stante pede tweede blauwe ogen en een bloedlip zou bezorgen.

Of is dat toch vooral imago? vraagt Brent Hodge zich af in Pharma Bro (86 min.). Zijn al die bravoure en provocaties slechts uiterlijke schijn? Houdt zich ergens in die omhooggevallen engerd gewoon een onzeker joch verscholen, dat zijn achtergrond in een immigrantengezin in New York maar blijft overschreeuwen? Een jongeling die zo scherp en onhandig communiceert dat de kwalificatie ‘autisme’ wellicht op zijn plaats is?

Hodge gaat op onderzoek uit in het leven van de man die de belichaming van Big Pharma werd. Terwijl hij gewoon de regels van het (kapitalistische) spel heeft gevolgd. Net als allerlei andere farmaceuten. Híj verbergt zich alleen niet achter een Raad van Bestuur of communicatieafdeling. Shkreli staat gewoon iedereen te woord – via de pers, z’n smartphone of zijn eigen livestream – en spreekt dan bepaald niet met meel in de mond.

Brent Hodge vergelijkt zijn protagonist nét iets te nadrukkelijk met de slechterik uit superheldenfilms, met als geuzennaam ‘Pharma Bro’, en heeft daarin natuurlijk ook een rol voor zichzelf bedacht. Hij gaat bijvoorbeeld in hetzelfde gebouw wonen als Shkreli en meldt zich bovendien heel nadrukkelijk met vragen in diens livestream. Zonder dat dit verder heel veel oplevert. Behalve aandacht voor de held zelf.

Terwijl er een rechtszaak loopt tegen Shkreli vanwege fraude, spreekt Hodge verder met een vriend (rapper Billy The Fridge), zijn advocaat Ben Brafman, de rechtse provocateur Milo Yiannopoulos en de Wu-Tan Clanners Ghostface Killa en Cilvaringz. Een bijzondere rol is er voor ex-vriendinnen en (vrouwelijke) journalisten, met wie hij meestal al snel publiekelijk in een moddergevecht verzeild raakt en een heel enkele keer, zoals bij zijn biografe Christie Smythe, een bijzondere relatie opbouwt.

Als man you love to hate (of hate to love) is Martin Shkreli beslist een ideale hoofdpersoon voor een portret. Deze film – en dan met name Brent Hodges rol daarin – laat alleen nog wel wat te wensen over.

De Zorgkoningin

KRO-NCRV

‘Ziekenhuis te koop’, staat er in de krant. Ondernemer Aysel Erbudak en haar financier Jan Schram besluiten toe te happen. Op 31 augustus 2006 komt het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis, dat in acute geldnood verkeert, in particuliere handen. 320 bedden, 100 medisch specialisten en 1300 personeelsleden worden gered door – in de woorden van voice-over Marlijn Weerdenburg – ‘een mensenschuwe grondhandelaar met geld en een goedgebekte zakenvrouw met ambitie’.

Erbudak, die even daarvoor nog parkeerwacht is bij de zwarte markt in Beverwijk (al lijkt dat toch eerder een mooi verhaal dan een adequate beschrijving van haar positie), wordt directeur van het ziekenhuis. Ofwel: De Zorgkoningin (52 min.). En vaste patiënten zoals Stella Huygens en Inge Roele, die in deze journalistieke documentaire van Steven Schoppert als ervaringsdeskundige aan het woord komen, worden voortaan beschouwd als klant.

Zo moet de positie van het Slotervaartziekenhuis, dat al enige tijd dienst lijkt te doen als afvoerputje van de stad en financieel nauwelijks het hoofd boven water kan houden, worden gestabiliseerd. De zakenvrouw gaat inderdaad als een wervelwind van start, krijgt het ziekenhuis al snel winstgevend en werkt als een magneet voor de vaderlandse pers. Alleen: Erbudak blijkt ook een strafblad te hebben en maakt bovendien wel erg gemakkelijk vijanden.

Met de Turks-Nederlandse directeur zelf, voormalige medewerkers van het ziekenhuis, journalist Bas Soetenhorst (die samen met Jeroen Wester het boek De Kraak Van Het Slotervaartziekenhuis schreef), SP-kamerlid Renske Leijten en de toenmalige minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst (een groot voorstander van marktwerking in de zorg) blikt Schoppert terug op de zes turbulente jaren dat Erbudak de scepter zwaaide in het ziekenhuis.

Hij begeleidt hun herinneringen met nogal dik aangezette vamp-beelden van zijn hoofdpersoon en visualiseert de slangenkuil die het Slotervaart voor haar zou zijn geweest letterlijk met slangen die door het ziekenhuis glibberen, op zoek naar een prooi. Het ligt voor de hand wie daarvan uiteindelijk het slachtoffer zal zijn – al is Aysel Erbudak, zo blijkt ook weer uit deze boeiende vertelling, natuurlijk bepaald geen willoos slachtoffer.

The Gig Is Up

IDFA

Hij doet zich voor als zwarte Republikein. In werkelijkheid is Jason Edwards zo wit als wat. Een uitgesproken politieke voorkeur lijkt de Amerikaanse dertiger met de criminele antecedenten en gouden tanden – echt! zegt hij, geen grillz! – ook niet te hebben. Voor de mening van rechtse Afro-Amerikanen is simpelweg een markt. Met het invullen van online surveys kan Edwards, die inwoont bij zijn morsige, aan krasloten verslaafde moeder in Florida, zo volgens eigen zeggen een fatsoenlijke boterham verdienen.

De op het eerste oog tamelijk labiele Edwards is onderdeel van de snel uitdijende klusjeseconomie. De klant is daarbij koning. Om ervoor te zorgen dat die zich inderdaad als een vorst behandeld voelt, zijn alleen talloze ‘ghost workers’ nodig: Über-chauffeurs, Deliveroo-bezorgers en TaskRabbit-klussers – en de anonieme werkbijen, zoals Amazons zwaar onderbetaalde MTurkers, die daar weer achter schuilgaan. Zij worden doorgaans per opdracht betaald en werken dus niet meer voor een baas. Denken ze. Beter: dachten ze. Wie eenmaal met ‘de tirannie van de algoritmen’ is geconfronteerd, weet wel beter.

Met ‘gig workers’ uit verschillende landen en deskundigen met een helikopterview brengt de Canadese documentairemaker Shannon Walsh deze nieuwe economie in kaart, waarbij klantbeoordelingen en sterwaarderingen het welzijn van de wereld en het op waarde schatten van de individuele mens vreemd genoeg vooral in de weg lijken te zitten. Walsh focust zich in deze gedegen film vooral op die misstanden, ongevallen en excessen (zoals een afzichtelijk groot huurfietsenkerkhof in het Chinese Shenzhen). Zodat de vraag zich onvermijdelijk opdringt of deze vorm van platformkapitalisme eigenlijk wel kan bestaan zónder schaduwarbeid. Walsh draait er in elk geval niet omheen: The Gig Is Up (90 min.). Ofwel: het spel is uit!

Al zou de wens daarbij toch wel eens de vader van de gedachte kunnen zijn…

Bob Ross: Happy Accidents, Betrayal & Greed

Netflix

Een film met een titel als Bob Ross: Happy Accidents, Betrayal & Greed (93 min.) roept automatisch verwachtingen op: hier wordt rücksichtslos de mantel der liefde afgetrokken van de man die met zijn vermaarde televisieprogramma The Joy Of Painting wereldberoemd werd en hele volksstammen aan het schilderen kreeg. Met landschapsschilderijen die hij bovendien binnen een half uur, de speelduur van elke aflevering, in elkaar flanste.

Een man die zo relaxt overkomt moet wel een enorme huichelaar zijn. Binnen enkele minuten heeft regisseur Joshua Roffé de eerste mythe dan ook al ontkracht: die weelderige haardos was niet echt. Volgens Ross zelf had hij dat halfbakken ‘afrokapsel’ te danken aan God én de kapper. ‘Het was een permanent’, bekent zijn eveneens schilderende zoon Steve. ‘En Bob zei altijd dat hij af en toe z’n veren strakker liet zetten.’

Niet veel later volgt Ross’ zoetgevooisde stem, sexy met een Candlelight-feel. Daar bleek ie dus gewoon op te hebben geoefend, om zo een contrast te laten ontstaan met zijn eigen leermeester William Alexander, die was behept met een hoog en benepen stemgeluid. En dan kan het natuurlijk niet lang meer duren voordat Die Andere Bob Ross uit de coulissen stapt: een man die houdt van snelle auto’s, schuine moppen én vrouwen. Check.

En dan… dan houdt het gewoon op. Dat is het. Géén demasqué van de sympathieke painter you hate to love Bob Ross (1942-1995). Wél een aanklacht tegen de industrie die rondom hem is opgetuigd. Bij leven en welzijn – met én ondanks Bob zelf – en ook ná ‘s mans dood. De Bob Ross Inc., bestierd door zijn voormalige zakenpartners Walt en Annette Kowalski, zou een bron voor conflicten worden en de onderlinge verhoudingen ernstig versturen.

Uit angst voor juridische stappen van de Kowalski’s willen veel bronnen uit de directe omgeving van de protagonist niet meewerken aan deze documentaire. De vrienden, collega’s, medewerkers en concurrenten die het wél aandurven schetsen een loffelijk beeld van de man, docent en kunstenaar Bob Ross, maar hebben duidelijk nog een appeltje te schillen met het roestvrijstalen echtpaar dat zijn naam, beeldmerk en producten beheert.

De lieden die op een totale ontmaskering van de mens Bob Ross hadden gehoopt, zoals yours truly, komen dus van een koude kermis thuis. ‘s Mans nagedachtenis wordt echter ernstig overschaduwd door het merk Bob Ross en de ordinaire strijd om de credits en centen die daaromheen is losgebarsten. Dat zijn aardige bouwstenen voor een portret van een schilder die in de kwart eeuw na zijn overlijden gewoon een beeldbepalende figuur is gebleven.

Myth & Mogul: John DeLorean

Netflix

‘Als je een tijdmachine wilt maken van een auto, dan kun je ‘t maar het beste in stijl doen, niet?’ zegt uitvinder Doc Brown tegen de blitse tiener Marty McFly, gespeeld door Michael J. Fox, in de klassieke speelfilm Back To The Future (1985). Samen gaan ze met de DeLorean, verrijkt met een door Brown ontworpen ‘Flux Capacitor’, terug in de tijd reizen.

Een beter uithangbord kon een nieuwe autofabrikant zich natuurlijk niet wensen. John DeLorean, bedenker en naamgever van het übercoole voertuig, wreef zich ongetwijfeld in de handen: zijn jongensdroom, een eigen sportauto, werd nu definitief onderdeel van de populaire cultuur. En hij, de voormalige ingenieur van General Motors in Detroit, kon intussen doorgaan voor een absolute topondernemer.

‘s Mans luchtfietserij was echter voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door Brits overheidsgeld. Daarom vestigde DeLorean zijn fabriek eind jaren zeventig ook in West-Belfast, waar het Noord-Ierse conflict niet alleen voor doden en gewonden, maar ook voor enorme werkeloosheid had gezorgd. In de autofabriek kwam een aparte ingang voor katholieken en protestanten, die voor het eerst gezamenlijk aan één product gingen werken. Maar of die droom werkelijk levensvatbaar was?

In de gedegen driedelige serie Myth & Mogul: John DeLorean (132 min.) ontrukt documentairemaker Mike Connolly de man en zijn verhaal aan de vergetelheid. De Messiaanse autofabrikant – ziener of toch charlatan? – werd al eerder geportretteerd in een documentaire, DeLorean (1981) van het legendarische direct cinema-duo D.A. Pennebaker en Chris Hegedus. Toen werd hij nog beschouwd als de Elon Musk van zijn tijd. Veertig jaar later is er van dat blitse imago weinig meer over.

Samen met zijn zoon Zach en ex-vrouw Cristina en lieden die gedurende zijn turbulente levenswandel z’n pad kruisten, zoals schrijfster Gail Sheehy, journalist Jeremy Paxman en politicus Michael Heseltine, schetst Connolly de opkomst en (onvermijdelijke) ondergang van de man die zich rustig van slinkse methoden bediende om zijn eigen droom te kunnen verwezenlijken.

Le Grain De Sable Dans La Machine

‘Over tien jaar verlangen we terug naar 2020’, stelt milieuactivist Carola Rackete ferm. De echte grote crisis moet in haar ogen nog komen. Het Coronavirus is niet meer dan een voorbode, de aankondiging van een fundamentele afrekening met onze manier van leven. Toch brengt ook die proloog het leven zoals we dat tot dusver hebben geleid al danig in gevaar.

Kijk maar om ons heen. Of luister naar al die deskundigen in Le Grain De Sable Dans La Machine (88 min.): economen, psychologen, filosofen, biologen, epidemiologen, antropologen, sociologen, fysiologen en ecologen. Vanuit hun eigen gezichtspunt belichten ze in deze documentaire van de Belgische filmmaker Alain de Halleux de Coronacrisis en hoe die de wereld in het jaar 2020 volledig heeft ontwricht.

Het virus zelf – volgens eigen zeggen ‘niet meer dan een zandkorrel, een stukje genetische code’ – laat ook van zich horen, in de vorm van een (in Nederland door acteur Stefan de Walle ingesproken) dwingende voice-over. ‘Ik heb alleen maar aangetoond hoe zwak uw immuniteit is’, zegt de snoodaard tamelijk pedant. De mensheid heeft zijn verdediging veronachtzaamd en betaalt daar nu de tol voor. Simpel, toch?

Het virus beschouwt zichzelf helemaal niet als de ziekte, maar simpelweg als een symptoom daarvan. En trouwens, betogen dat stukje genetische code en alle opgevoerde deskundigen, is de mens zelf ook niet een beetje te vergelijken met een virus dat over de aarde raast? Een virus dat – via z’n nefaste samenlevingsmodel, oneerlijke economische systeem en broze democratie – bovendien zijn eigen antistoffen ontwikkelt.

En dat zichzelf op die manier best wel eens zou kunnen vernietigen. Als de klimaatcrisis hem tenminste niet voor is. Het is natuurlijk geen onbekende boodschap die in deze alarmistische film nog eens goed in de verf wordt gezet: zolang wij onszelf niet veranderen, zouden we zomaar met gezwinde spoed onze eigen ondergang tegemoet kunnen gaan. Het is alleen de vraag of ie nu wél aankomt.

Zodat 2020 niet hoeft te worden geboekstaafd als het jaar van het virus, maar van de grote ommekeer.

WeWork

Hulu

‘We dedicate this

To the energy of we

Greater than any one of us

But inside each of us’

Tot zover het mission statement van WeWork

Het verhaal erachter is te goed om dood te checken. Over twee jonge entrepreneurs die niets minder dan de wereld willen veranderen: man achter de schermen Miguel McKelvey en boegbeeld Adam Neumann. De één groeide op in een woongroep te Oregon, de ander is afkomstig van een kibboets in Israël. Van een ik-wereld, gesymboliseerd door moderne verworvenheden als de iPhone en iPad, gaan zij hoogstpersoonlijk een wij-wereld maken. Hun bedrijf heet niet voor niets WeWork. Ze willen ‘de grootste netwerkgemeenschap van de planeet’ ontwikkelen, waar elke zichzelf respecterende startup bij wil horen. Met een totale waarde van zeker een miljard dollar, ook niet onbelangrijk.

Iedereen die de uitkomst kent ziet een zeepbel die erop wacht om te worden doorgeprikt – en herkent in de goeroe-achtige Adam Neumann direct een hipsterversie van de tweedehands autoverkoper. Het punt is: wie constateerde dat ‘live’, toen de illusie werd gecreëerd, tot algehele euforie leidde en op ramkoers begon te liggen met zoiets onhandigs als de realiteit? Wellicht rook een enkeling, vanuit de financiële wereld bijvoorbeeld, wel onraad, maar dan is er altijd nog zoiets als FOMO: fear of missing out. Wat nu als jij de situatie verkeerd inschat en de zilvervloot vervolgens bij je buurman komt binnenvaren?

Met voormalige medewerkers van WeWork – en ambitieuze spinoffs zoals WeLive en WeGrow – reconstrueert Jed Rothstein hoe de hotshot Neumann, met z’n al even streberige echtgenote Rebekah aan zijn zijde, werkelijk overal zijn marketingverhaal mag komen verkondigen, zodat het lijkt alsof zijn bedrijf inderdaad heel succesvol is. Totdat het kaartenhuis wel in elkaar moet vallen. In dat opzicht is WeWork (101 min.) een soort zusterfilm van de recente documentaires The Inventor: Out For Silicon Valley, Fyre: The Greatest Party That Never Happened en Rothsteins eigen The China Hustle. Over hoe een collectieve zinsbegoocheling gaandeweg alle betrokkenen van hun illusies berooft.

De Neumanns en McKelvey laten zelf verstek gaan in deze ontluisterende ontleding van hun geesteskind, die uiteindelijk een even voorspelbaar als pijnlijk einde kent. Het bedrog is echter al prominent aanwezig in de openingsscène van de film, die volledig bestaat uit opnames voor een promovideo om de beursgang van WeWork kracht bij te zetten. Adam Neumann weet dan allang dat de geur van gebakken lucht elk moment ook tot de buitenwereld kan doordringen, maar probeert de façade nog even op te houden. Zijn tekst wil er alleen maar niet vlot uitkomen. Op een onbewaakt ogenblik laat hij, tot grote hilariteit van alle betrokkenen, een duidelijk hoorbare wind. Het lachen zal hen de navolgende honderd minuten helemaal vergaan.

Desert Paradise

Baldr

De Namdeb-diamantmijn zal binnen afzienbare termijn gaan sluiten. En dat heeft gevolgen voor iedereen in Oranjemund. Het stadje in het zuiden van Namibië moet alle zeilen bijzetten om te kunnen blijven bestaan. Want met de mijn dreigt ook de werkgelegenheid te verdwijnen. En dan vertrekken als vanzelf tevens de mensen. Waardoor het voorzieningenniveau nóg verder onder druk komt te staan.

Ike Bertels documenteert de krimp in de geïsoleerde gemeenschap, die een pad naar de toekomst probeert te vinden. Her en der worden er nieuwe initiatieven ontplooid, elders pakken mensen echter hun biezen. De gloriedagen van het stadje, dat in 1936 werd gesticht nadat er diamanten waren gevonden, komen volgens hen echt niet meer terug. Desert Paradise (88 min.) zou wel eens ten dode opgeschreven kunnen zijn, hoezeer sommige inwoners ook de moed erin proberen te houden. Zou toerisme misschien de ommekeer kunnen inluiden?

Met engelengeduld observeert Bertels de verwikkelingen in het Namibische stadje. Die spelen zich af tegen een prachtig decor, dat ook zeer fraai is vereeuwigd met grote, weidse shots. De aankleding van de film is verder sober gehouden. Het verteltempo blijft bovendien tamelijk laag. Erg veel gebeurt er eigenlijk niet. Zo wordt voelbaar dat het hedendaagse Oranjemund niet mee kan in de eisen van deze tijd.

Die aanpak dwingt de kijker echter om volledig weg te zinken in de activiteiten en gesprekken van de Oranjemunders. Anders wordt deze kalme documentaire vooral een kwestie van uitzitten.

The New Corporation: The Unfortunately Necessary Sequel

Volgens de Amerikaanse wet hebben ondernemingen opmerkelijk genoeg dezelfde rechten als mensen. Dat bracht de makers van de documentaire The Corporation er in 2003 toe om bedrijven eens door te lichten aan de hand van de Personality Diagnostic Checklist uit de DSM-IV, het standaardwerk over psychische stoornissen. Als ondernemingen inderdaad vergelijkbaar waren met mensen, concludeerden ze, dan gedroegen die zich als psychopaten. Voor het maximaliseren van de winst was zo’n beetje alles geoorloofd.

Een kleine twintig jaar later heeft menige multinational zijn koers verlegd. Maatschappelijk verantwoord ondernemen lijkt het nieuwe parool. Gaat het om een serieuze koerswijziging of is het vooral een cosmetische ingreep? vragen de makers van dit vervolg zich af. Toevallig is er inmiddels ook een nieuwe editie van de DSM verschenen. Die bevat zowaar een extra kenmerk om psychopatie te scoren: het gebruik van verleiding, charme, welbespraaktheid of vleierij om je doelen te bereiken. Als dat geen aardige invalshoek is voor The New Corporation: The Unfortunately Necessary Sequel (107 min.)…

De documentairemakers Joel Bakan en Jennifer Abbott houden het opereren van grote ondernemingen vervolgens weer ouderwets kritisch tegen het licht. Ze belichten diverse pijnlijke voorbeelden van ‘creative capitalism’ en ontwaren daarin allerlei boeiende tendensen, zoals bijvoorbeeld de pogingen om de overheid steeds onmachtiger te maken, ‘starve the beast’, en daarna, onder het mom van ‘dat kunnen wij beter’, elementaire taken te privatiseren: van de gezondheidszorg en het onderwijs tot de watervoorziening en het leger. Alles moet aan de markt worden overgelaten. En daardoor gaan ondernemingen steeds meer de dienst uitmaken en worden sociale verbanden, de democratie en de aarde zelf steeds verder ontwricht.

The New Corporation brengt een onversneden activistische boodschap, met treffende acties van linkse helden als Alexandria Ocasio-Cortez en Katie Porter en interviews met gekende criticasters van het hedendaagse kapitalisme, zoals de strijder tegen inkomensongelijkheid Robert Reich, Indiase activiste Vandana Shiva, Winner Takes All-schrijver Anand Giridharadasm, activistische burgemeester van Barcelona Ada Colau en filosoof Noam Chomsky. In wezen slaat dit vervolg daarmee op dezelfde trom als de oorspronkelijke Corporation-film en voegt het ook niet zo heel veel toe aan recente documentaires zoals Saving Capitalism en het Thomas Piketty-vehikel Capital In The Twenty-First Century.

Hoewel de inhoud soms echt schokkend is, klinkt die inmiddels toch ook wel erg vertrouwd en zou deze preek dus wel eens alleen de eigen parochianen, van de Linkse kerk natuurlijk, kunnen bereiken.

Normal Is Over

Renée Scheltema

Bijna een halve eeuw geleden waarschuwde een groep prominente wetenschappers, verzameld in de Club van Rome, al dat de aarde de oneindige behoefte aan beter, groter en meer van de mens nooit aan zou kunnen. Het rapport De Grenzen Aan De Groei fungeerde in 1972 als een wake-up call voor een complete generatie: het moest en zou anders met de wereld. Renée Scheltema was één van hen. Ze herinnert zich nog goed hoe ze tijdens de oliecrisis ging rolschaatsen op autoloze zondagen. Tegelijkertijd zag ze dat er uiteindelijk (te) weinig veranderde. Economische groei bleef leidend.

Sinds begin jaren negentig woont de Nederlandse met haar gezin in Zuid-Afrika. Gaandeweg groeide bij haar behoefte om de staat van de aarde op te maken in een persoonlijke film en te bekijken hoe de klimaatverandering, milieuverontreiniging en de massale uitroeiing van allerlei diersoorten tot staan kan worden gebracht. Want het roer moet om volgens haar en, zoals wiskundige/filosoof Charles Eisenstein het uitdrukt, Normal Is Over (102 min.). Dat uitgangspunt brengt haar gedurende enkele jaren naar alle uithoeken van de wereld, waar ze in gesprek gaat met wetenschappers, deskundigen en activisten.

De teneur van de film is beurtelings idealistisch, alarmistisch én hoopvol. Want initiatieven om de zaak ten goede te keren zijn er ook volop. Al blijft het vigerende maatschappijmodel, en de daarmee verbonden economische mores en verhoudingen, erg hardnekkig. Een enkele keer stuit Scheltema tevens op een luchtig tafereel, zoals wanneer de enorme koe van dierenactiviste Marina Rust-Evans in de keuken belandt en het halve interieur dreigt te verpletteren. Knuffelend krijgt de ‘cowgirl’ hem uiteindelijk toch weer naar buiten. 

Door zijn inhoud en toonzetting zal Normal Is Over, dat ongegeneerd ijvert voor een betere wereld, niettemin vooral aftrek vinden bij een kijkersgroep, die zich sowieso al bekommert om de toekomst van de aarde en haar bewoners. Want om de (meeste) ideeën in de documentaire te omarmen, zal ieder van ons ook zijn eigen streven naar economische groei moeten loslaten. En dat lukt vermoedelijk pas als we in ons eigen leven de absolute noodzaak daartoe zien.

Wellicht dat de Coronacrisis daarin nog als vliegwiel gaat fungeren…

The Hunt For Gaddafi’s Billions

VPRO

Na een uur krijgt hij telefoon en moet plotseling weg. George Darmanovic laat zijn gesprekspartners Misha Wessel en Thomas Blom met allerlei vragen achter. De Zuid-Afrikaanse geheimagent weet alles over de weggesluisde miljarden van de Libische leider Muammar Gaddafi, maar heeft het achterste van zijn tong nog niet laten zien.

Darmanovic vertrekt met de belofte dat hij bij een volgend interview foto’s en ander bewijsmateriaal zal laten zien. Wessel en Blom zullen hem echter nooit meer ontmoeten. Zes weken later wordt zijn ontzielde lichaam gevonden in de Servische hoofdstad Belgrado. Hij is geliquideerd. Later volgen ook de twee huurmoordenaars die Darmanovic zouden hebben neergeschoten.

Deze kille afrekeningen lijken aan te tonen dat er echt wat op het spel staat in The Hunt For Gaddafi’s Billions (91 min.). Ettelijke miljarden dollars, zoals het zich laat aanzien. Toen de grond hem te heet onder de voeten werd, ten tijde van de Arabische Lente van 2011, besloot de Libische leider Gaddafi een groot deel van zijn vermogen, geschat op zeker 150 miljard dollar, clandestien naar het buitenland te verplaatsen. Als een enorme oorlogskas of voor – wie zal het zeggen? – een riant bestaan als pensionado.

Wat is er met dat geld gebeurd? En wie heeft er zich over ontfermd? Het spoor in deze groots opgezette internationale productie leidt naar Zuid-Afrika, waar een deel van de verdwenen cash werd vrijgemaakt voor een wapendeal en daarna spoorloos is verdwenen. Twee concurrerende groeperingen – bestaande uit dubieuze diplomaten, privédetectives, geheimagenten, wapenhandelaren, premiejagers en huurlingen – zetten de jacht in op de verdonkeremaande schat. Voor de goede zaak, hun land of – zo gaat dat in deze schimmige wereld – het op te strijken vindersloon.

Hun jarenlange speurtocht naar waar Gaddafi’s erfenis terecht is gekomen leidt Wessel en Blom naar de donkerste spelonken van de internationale diplomatie, waar ze stuiten op enkele politieke kopstukken die zich ogenschijnlijk in duistere zaakjes hebben begeven. Onderweg hebben de Nederlandse onderzoeksjournalisten zowaar ook een ontmoeting met een Deep Throat-achtige anonieme bron. In een parkeergarage, natuurlijk.

Stukje bij beetje komen ze in deze enerverende jacht op Gaddafi’s geld en de bijbehorende goudzoekers zo steeds dichter bij wat er met die miljarden gebeurd zou kunnen zijn.

The Hunt For Gaddafi’s Billions is hier te bekijken.

Trump A.C./D.C.

Ruim dertig jaar na dato zijn in Donald Trumps escapades in Atlantic City alle karakteristieken van de huidige Amerikaanse president te herkennen. Halverwege de jaren tachtig maakte hij als blitse vastgoedman met veel bravoure zijn opwachting in het gokstadje in New Jersey.

Niet veel later was er een Trump’s Castle, een Trump Plaza en – als kroon op het pronkwerk – een Trump Taj Mahal, destijds met goudomrande letters omschreven als ‘a billion dollar dream come true’. Het zou ook een molensteen om Trumps nek worden. Dat casino moest dagelijks één miljoen dollar binnenbrengen om quitte te kunnen spelen.

In de korte docu Trump A.C./D.C. (19 min.), de voltooiing van hun Trump-trilogie (na het portret van diens dirty trickster Get Me Roger Stone en Slumlord Millionaire, een aflevering van de serie Dirty Money, over Ivanka’s echtgenoot Jared Kushner) schetsen Daniel DiMauro en Morgan Pehme ’s mans opkomst en ondergang in Atlantic City.

Daarbij stuiten ze, gebruikmakend van louter archiefmateriaal, op alle deelpersonages van The Donald die de hele wereld sindsdien heeft leren kennen: De Grote Pocher, De Ordinaire Ruziezoeker, De Serial Suer, De Schaamteloze Wanbetaler en De Comeback Kid. Want dat moest je hem toen al nageven: Trump is geen ‘quitter’. Hij geeft nooit op.

Ook als Forbes zich afvraagt: ‘How much is Donald really worth?’ Als Phil Donahue in zijn veelbekeken talkshow speculeert: ‘Is Donald Trump Broke?’ En als een krantenkop schreeuwt: ‘America is laughing at Trump’. Hij gaat door en zinspeelt dan al, meer dan dertig jaar geleden, op een uitweg uit de financiële malaise: het Amerikaanse presidentschap.

En tegenwoordig is die hele casino-episode zelfs een eclatant succes geworden. ‘Ik heb ontzettend veel geld verdiend in Atlantic City’, stelde nog zo’n bekend Donald-deelpersonage, De Aartsleugenaar, zonder enige gêne tijdens de presidentscampagne van 2016. ‘En daar ben ik heel trots op.’ Zou hij het zelf geloven?

Totally Under Control

‘We have it totally under control’, beweerde president Donald Trump op 22 januari 2020, toen de eerste Amerikaanse besmetting met het Coronavirus werd vastgesteld. ‘It’s one person, coming in from China. And we have it under control. It’s gonna be just fine.’

Dat zou consequent Trumps boodschap rond COVID-19 blijven: doorlopen, niks aan de hand, het gaat hier geweldig! Totdat meer dan 200.000 Amerikanen aan het virus waren bezweken – bijna een kwart van het totale aantal slachtoffers, op een bevolking die slechts vier procent van de wereldpopulatie uitmaakt – en de Amerikaanse economie bovendien in een ernstige crisis terecht was gekomen. Niet dat Trump daarvan een toontje lager ging zingen, natuurlijk. Zelfs niet toen hij onlangs zelf, net als een deel van zijn directe entourage, besmet raakte met het Coronavirus. 

In deze ontluisterende documentaire, in het geheim gemaakt tijdens het afgelopen half jaar, reconstrueren Alex Gibney, Ophelia Harutyunyan en Suzanne Hillinger met wetenschappers, virologen, medici, klokkenluiders en voormalige overheidsfunctionarissen hoe de Corona-crisis zo gigantisch uit de hand kon lopen in the land of hope and dreams. Het Amerikaanse getalm en gestuntel wordt bovendien afgezet tegen de daadkrachtige respons van Zuid-Korea, dat ongeveer op hetzelfde moment met het virus werd geconfronteerd en het al snel behoorlijk onder controle kreeg.

In de Verenigde Staten leek de wet van Murphy – of laten we het beestje gewoon bij zijn naam noemen: de wet van Trump – van kracht: de lessen van een grootscheepse pandemie-simulatie (Crimson Contagion, 2019) werden compleet genegeerd, met de ontmanteling van het Global Health Security Team ging tegelijkertijd enorm veel expertise verloren en de totale minachting voor wetenschap in het algemeen was ronduit stuitend. Intussen waren er natuurlijk ook lieden en bedrijven die een slaatje uit de situatie konden/mochten slaan. Never waste a good crisis, tenslotte.

En daarbovenop was er dan nog de man zelf en zijn onwezenlijke statements over COVID-19, de gevolgen van het virus en volledig onbewezen en toch enthousiast aangeprezen behandelingen. Als er niet zoveel slachtoffers waren gevallen, veelal binnen sowieso al kwetsbare bevolkingsgroepen, zou je er smakelijk om lachen. Om dat bezoek aan een mondkapjesfabriek in Arizona bijvoorbeeld, waarbij Trump categorisch weigerde om zelf een mondkapje te dragen en iemand toen maar, uit arren moede?, muziek aanzette: Live And Let Die van Guns N’ Roses.

Het zijn dergelijke smeuïge scènes die deze horrordocu over een gigantische leiderschapscrisis en systemisch falen, door Gibney met gevoel voor drama en suspense aan elkaar gesmeed en gepraat, lucht en zelfs een absurdistisch randje geven. Alsof die Coronacrisis zich in een parallel universum voltrekt, waar feiten er niet toe doen, en, geheel naar de wet van Trump, alles draait om beeldvorming. Dus ja, inderdaad, vanuit die optiek bezien hebben ze ‘t daar nog altijd Totally Under Control (124 min.).

The Trump Dynasty

A&E

Nicht Mary schreef een kritisch boek. Jongere broer Robert overleed op 71-jarige leeftijd. En Melania, Ivanka, Eric, Tiffany en Don Jr. (en diens vriendin Kimberly) spraken op de Republikeinse presidentscampagne. Niet eerder stond de familie Trump zo nadrukkelijk in de belangstelling als nu, in de nazomer van 2020. En dat allemaal door dat ene familielid: vastgoedman, mediapersoonlijkheid en president Donald. Is hij de logische optelsom van een familie die zich maar al te graag, zo lijkt het althans, wil ontwikkelen tot The Trump Dynasty (245 min.)?

Feit is dat Donald Trump een logische voortzetting lijkt van zijn grootvader Friedrich en vader Fred, twee bijzonder harde en ambitieuze mannen voor wie niets ging boven geld en naam maken. Toen het tijd werd om ruimte te maken voor Donalds generatie, maakte zijn vader daar een genadeloze competitie van. Die kostte zijn oudste zoon en beoogde opvolger Fred Jr. uiteindelijk de kop. Hij zou wegzinken in een alcoholverslaving. En zo ontstond er ruimte voor de zoon die net zo rücksichtslos was als Fred zelf en bovendien een ongelooflijk gevoel voor showbusiness had.

Enter ‘The Donald’, een man die van zichzelf en zijn achternaam een merk maakte en die maar drie dingen belangrijk lijkt te vinden in het leven: winnen, winnen en nog eens winnen. En als dat bijvoorbeeld betekende dat hij onder een valse naam (John Barron) de pers moest bellen om met bullshit een hogere plek op de Forbes-ranglijst van rijkste Amerikanen te claimen, dan deed hij dat zonder problemen, zoals is te horen in tamelijk gênant geluidsmateriaal van die gesprekken. Allemaal (p)art of the deal.

Deze zesdelige serie licht Trumps doopceel met een fijne collectie archiefmateriaal, laat geen onderwerp onbesproken (inclusief duistere zaakjes en geruchten daarover) en voert een imposante lijst sprekers op: klasgenoten, medewerkers, historici, journalisten, critici én prominente medestanders zoals Sean Hannity en Roger Stone. Het fenomeen zelf komt aan het woord via audio-opnamen van interviews die biograaf Michael D’Antonio in 2014 met hem had.

Zo ontstaat een kritisch, compleet en behoorlijk afgewogen overzicht van het leven van een man die als geen ander de Amerikaanse mediacultuur verpersoonlijkt, waarbij opvalt dat de jonge Donald een veel gematigdere indruk maakt dan de karikaturale figuur die nu in de Oval Office huist. Aan zijn kroost, waarvan het nog maar de vraag is of die in staat zal zijn om de Trump-dynastie definitief te vestigen, wordt verder geen enkele aandacht besteed. De kinderen staan volledig in de schaduw van de huidige Trump-patriarch.

Hij zou niet anders willen. Of kunnen.

Rohwedder: Einigkeit Und Mord Und Freiheit

Netflix

De Rote Armee Fraction eiste de aanslag op. De derde generatie daarvan, om precies te zijn. Als die al ooit heeft bestaan. Namen of gezichten heeft de Duitse politie daarbij nooit weten te verkrijgen. Vaststaat dat Detlev Karsten Rohwedder, de leider van de zogenaamde Treuhand, op 1 april 1991 in koelen bloede werd vermoord. En dat de extreem-linkse terreurbeweging RAF de dood van het ‘imperialistische beest’ claimde met zo’n typisch bombastische verklaring tegen het kapitalisme.

Maar was de Rote Armee Fraction wel verantwoordelijk voor de brute moord op de man, die de voormalige DDR gereed moest maken voor een plek in de vrijemarkteconomie van het Verenigde Duitsland en die met de bijbehorende bedrijfsliquidaties en massaontslagen vele vijanden had gemaakt? Of ging het in werkelijkheid om een slinkse actie van de Stasi, de binnenlandse veiligheidsdienst van het voormalige Oost-Duitsland?

Die vragen liggen ten grondslag aan de boeiende vierdelige serie Rohwedder: Einigkeit Und Mord Und Freiheit (168 min.), waarin de achterkant van de succesvolle Duitse hereniging, aan het einde van de Koude Oorlog, wordt belicht: roofkapitalisme, corruptie en het verkeerd soort nationalisme. Regisseur Jan Peter Georg Tschurtschenthaler laat in dat kader Treuhand-medewerkers, politici, misdaadbestrijders, DDR-functionarissen, Stasi-agenten, (misdaad)journalisten en ook twee voormalige RAF-leden, van de tweede generatie, aan het woord.

Hij illustreert hun relaas met fascinerende archiefbeelden van de gebeurtenissen rond ‘Die Wende’, oude interviews met Rohwedder en een straffe reconstructie van de schimmige schietactie. Zo wordt het verscheurde land opgeroepen dat een eenheid moest gaan vormen. Binnen dat onverdraagzame klimaat zou Detlev Rohwedder uitgroeien tot een perfecte bliksemafleider, waarop menigeen zijn woede kon koelen en een onbekende schutter uiteindelijk daadwerkelijk het vuur opende.

Het Geheim Van De Hema

VPRO

Was acht jaar geleden al zichtbaar dat de toekomst van de HEMA nu aan een zijden draadje zou hangen? Met de recente onheilsberichten over de Nederlandse winkelketen in het achterhoofd wordt Het Geheim Van De HEMA (72 min.), een fijne documentaire van Yan Ting Yuen uit 2012, in elk geval een geheel andere kijkervaring.

Dan krijgen de pogingen van HEMA om in het buitenland voet aan de grond te krijgen, het bijbehorende zelfvertrouwen van CEO Ronald van Zetten en zijn directe medewerkers en hun pogingen om ‘Echt HEMA’ te blijven en tóch te vernieuwen ineens een geheel andere lading.

Ze zijn onderdeel van een uniek en onverwoestbaar concept, zo is de vaste overtuiging. En tegelijkertijd is er het besef dat HEMA niet anders kan dan in het voetspoor treden van retailers als Ikea, H&M en Zara, die hun eigen thuismarkt zijn ontgroeid. Anders prijs je jezelf uit de markt. Maar zitten ze in Parijs te wachten op Nederlandse mode? En hoe krijg je ze daar aan die befaamde HEMA-worst?

Documentairemaker Yan Ting Yuen, die zelf ook de verbindende voice-over verzorgt, beschikt voor deze boeiende bedrijfsfilm over opvallend veel toegang tot Van Zetten en zijn entourage en krijgt zo de gelegenheid om echt de temperatuur op te nemen binnen het warenhuis. Ze is alleen niet welkom als hij gaat overleggen met de eigenaar van het merk, het Britse private equity-fonds Lion Capital.

Duidelijk is dat HEMA een bedrijf in (permanente) transitie is, dat mee wil in de steeds sneller draaiende markt en daarbij moet oppassen, in de woorden van de kritische directeur marketing René Repko, voor middelmatigheid. We schaatsen best lekker, waarschuwt hij, maar wel op dun ijs.

Met de wetenschap van nu zou je een onderneming met een identiteitscrisis kunnen zien, die de weg aan het kwijtraken is en zich nauwelijks staande kan houden in een zeer competitieve wereld. Zodat nu, enkele jaren later, de vraag op tafel ligt of die typisch Nederlandse HEMA zijn eerste eeuw nog wel gaat volmaken in 2026.

Het Geheim Van De Hema is hier te bekijken.

Planet Of The Humans

Hoe weten we wanneer het tijd is om te gaan? vraagt Jeff Gibbs zich bij aanvang van Planet Of The Humans (100 min.) hardop af. Als zelfverklaarde ‘tree hugger’ sloot hij zich ooit enthousiast aan bij de Green Energy Movement, maar inmiddels heeft hij toch zijn twijfels gekregen: multinationals als Tesla, Apple, Google staan zich voor op hun klimaatvriendelijke benadering, maar kunnen in werkelijkheid nog altijd niet ‘off the grid’.

Groene energie levert verdacht weinig op en kan helemaal niet zonder fossiele energie, constateert Gibbs. Hij kan daar talloze voorbeelden van geven en doet dat dan ook. Waarbij overdaad op een gegeven moment echt begint te schaden. De enige echte oplossing voor de klimaatproblematiek ligt volgens hem op een ander gebied, waar we liever niet over praten: het terugbrengen van het aantal mensen op aarde.

Dat punt zet Gibbs best overtuigend neer in deze dwarse film, die publiekelijk is omarmd door de bekendste Amerikaanse documentairemaker, de linkse stokebrand Michael Moore. Hoewel de strekking van deze docu netjes aansluit bij het gedachtegoed dat uit diens oeuvre spreekt, staat Gibbs’ aanpak soms bijna haaks op de popi-jopi benadering van Michael Moore, die de waarheid nooit in de weg laat staan van een goed verhaal.

Natuurlijk, Gibbs verluchtigt zijn boodschap zo nu en dan ook met een grap of snedige montage, maar hij blijft verder vooral bewijsmateriaal aandragen voor zijn stelling dat groene energie slechts een marketingtruc is, van beroepsactivisten en bedrijven die daar bepaald niet slechter van worden. Een non non-believer zou dat op een gegeven moment kunnen gaan ervaren als drammerig.