Schuldig

Human

Elke rechtgeaarde docufanaat kijkt reikhalzend uit naar de documentaire Subject, waarin Camilla Hall en Jennifer Tiexiera met hoofdpersonages van bekende documentaires, zoals Elaine en Jesse Friedman (Capturing The Friedmans), Michael Peterson (The Staircase) en Arthur Agee (Hoop Dreams), onderzoeken welke impact deze films hebben gehad op hun leven.

In een Nederlandse variant zouden beslist BeppieJantjeKeesAlicia en Evelien aan het woord moeten komen. En Dennis van de Dierenwinkel, natuurlijk. Dat is overigens niet een licht curieuze achternaam, maar ’s mans professie. Dennis van den Burg runt de kwakkelende dierenspeciaalzaak Ambulia in de Vogelbuurt te Amsterdam-Noord. Terwijl hij zijn dieren en klanten ter wille probeert te zijn, moet hij zich de schuldeisers van het lijf houden.

Alle personages van de gelauwerde zesdelige serie Schuldig (274 min.) uit 2016 zijn niet meer dan radertjes in De Schuldmachine. Paul van het Buurtspreekuur. Abdelmalik van de Voedselbank. Ed van het Deurwaarderskantoor. Will van de Schuldhulpverleningsinstantie. Arjan van het Gemeentebestuur. En Carmelita, Ditte en Ramona & Ron van de Schulden. Vaak rest hén niet meer dan een even eenvoudige als pijnlijke smeekbede: Vergeef Me Mijn Schulden.

Samen met Stuk maakte de serie van Ester Gould en Sarah Sylbing, die later samen ook nog Klassen regisseerden, opzichtig school. Titels als We Zien OnsDilemma’s Van Dokters: Wie Krijg Een Kind?Leven In LimboKanaal Sociaal en Trappers zijn ondenkbaar zonder Schuldig, dat een actueel vraagstuk koppelde aan een kleine groep personages, daarmee een aanzienlijk publiek bereikte en vervolgens met een impactcampagne ook een maatschappelijk gesprek op gang bracht.

Het fundament daarvoor ligt natuurlijk in de serie zelf: de uitstekende casting, permanente nabijheid, uitgelezen dramaturgie, brede blik, smakelijke soundtrack en die karakteristieke vertelstem, ingesproken door Sylbing zelf, die in het hoofd en hart van de personages kruipt. Behalve met schulden kampen ze ook met een handicap, ziekte, de recessie of mantelzorgverplichtingen. Een ongeluk zit immers in een klein hoekje – en dan volgen de schuldeisers vanzelf.

Het zou interessant zijn om, zeven jaar na de serie, nog eens de balans op te maken: heeft Schuldig hun levens daadwerkelijk (een héél klein beetje) kunnen bijsturen?

De serie Schuldig is hier te bekijken.

Madoff: The Monster Of Wall Street

Netflix

Bernie Madoff leidde ‘de grootste criminele onderneming ooit op Wall Street’, was niets minder dan ‘een financiële seriemoordenaar’ en vertegenwoordigde zo ‘het pure kwaad’. In het intro van de vierdelige docuserie Madoff: The Monster Of Wall Street (253 min.) stapelt regisseur Joe Berlinger, de man achter de true crime-franchises Crime Scene en Conversations With A Killer van Netflix, allerlei smeuïge quotes op elkaar. Zodat de zappende kijker zijn afstandsbediening aan de kant legt en blijft hangen bij deze thriller uit het hart van de financiële wereld. ‘Over honderd jaar zullen mensen zich dit verhaal herinneren’, zegt één van de gedupeerden nog.

In zijn officiële verklaring bekent Bernard L. Madoff (1938-2021) dat hij inderdaad loog voor de kost. Zo liet hij maar liefst 64 miljard dollar verdwijnen. En dat kon hij alleen volhouden omdat hij zo’n onberispelijke reputatie had op Wall Street. Madoff werd, als bestuursvoorzitter van de NASDAQ, beschouwd als één kopstukken van de financiële wereld. Intussen hield hij er een beleggingsadviesbedrijf op na, dat zich aan elke controle onttrok. Daarmee zei hij gelden van derden in sterk speculerende aandelen te beleggen. In werkelijkheid ging het om een Ponzifraude, waarmee Bernie permanent ongelooflijke geldbedragen rondschoof en voor zichzelf afroomde.

En wanneer iemand twijfelde over de gang van zaken was zijn reactie altijd hetzelfde: als je al die vragen hebt, moet je misschien je geld eruit halen. Want daarvoor had hij, een succesvol en drukbezet man, natuurlijk geen tijd. Zelfs doorgewinterde investeerders tuinden er dan weer in. Want als keizer zonder kleren, dat maken de verschillende sprekers in deze serie (Madoffs advocaat, oud-medewerkers, beursdeskundigen, financiële specialisten, journalisten, opsporingsambtenaren en slachtoffers) wel duidelijk, kende Madoff zijn gelijke niet. Ook al opereerde hij dan in een wereld, waarin nog wel meer figuren met ontzettend veel bravoure en heel weinig kleren rondlopen.

Behalve met archiefbeelden, officiële documenten en figuratieve shots van computers, cijferreeksen en Manhattan illustreert Berlinger de ervaringen, anekdotes en conclusies van al die pratende hoofden tevens met een fikse hoeveelheid gereconstrueerde scènes. Met veel gebruik van slow-motion, en vaak zonder natuurlijk geluid, zet hij het drama flink aan. Daarin slaat hij soms echt door: de shots waarin de acteur Joseph Scotto, die de spil van het piramidespel vertolkt, als ‘een financiële seriemoordenaar’ in de camera tuurt werken bijvoorbeeld eerder op de lachspieren dan dat ze buitenstaanders een blik in de ziel van ‘Mr. Ponzi Scheme’ verschaffen.

Madoff: The Wolf Of Wall Street is bovendien nogal overcompleet. Berlinger neemt erg veel tijd om Bernies gigantische fraude en het totale gebrek aan controle daarop uit de doeken te doen. Insiders hebben weliswaar regelmatig aan de bel getrokken over mogelijke witteboordencriminaliteit, maar toch weet hij steeds weer de dans te ontspringen. Niemand wil of kan geloven dat ook deze keizer geen kleren aanheeft – of heeft er simpelweg belang bij om te blijven doen alsof Bernard Madoff er weer prachtig bij zit. En als het doek dan toch is gevallen en deze zaak van epische proporties moet worden afgewikkeld, zijn het, natuurlijk, vooral ‘de kleine luyden’ die aan het kortste eind trekken.

Ook de familie Madoff krijgt in de geladen climax van deze miniserie echter ongenadig de rekening gepresenteerd.

The Elon Musk Show

Viaplay

‘Je gebruikt dit vast niet’, zegt Jim Cantrell tegen documentairemaker Jeremy Llewellyn-Jones als hij zijn initiële reactie wil laten zien op Elon Musks idee om van de mensheid ‘een multi-planetaire soort’ te maken. ‘Maar dit is wat ik in eerste instantie dacht, oké?’ De goedlachse ruimtevaarttechnicus maakt een opzichtige masturbatiebeweging.

Daarbij kan een buitenstaander zich vast iets voorstellen als het gaat om de rijkste man ter wereld, visionair, bullebak, superondernemer, opperhaan, autist en internettrol Elon Musk. The Sky is beslist niet the limit voor de drijvende kracht achter baanbrekende ondernemingen als Tesla en SpaceX en de omstreden nieuwe eigenaar van Twitter. Zoals overigens ook de ondergrens soms maar niet in zicht komt bij de man die met één tweet een bedrijf op zijn kop zet of de beurskoers ervan kan laten kelderen.

In Llewellyn-Jones’ driedelige serie The Elon Musk Show (170 min.) loopt verteller Kate Fleetwood het leven en de carrière van zijn enigmatische protagonist door en probeert ondertussen vat te krijgen op Musks persoonlijkheid met zijn moeder (en grootste fan) Maye, vader Errol, tweevoudige ex-vrouw Talulah Riley, durfkapitalist Steve Jurverson (die volgens eigen zeggen honderd miljoen dollar in Elons bedrijven heeft geïnvesteerd) en allerlei medewerkers van zijn bedrijven.

Is hij, zoals zijn moeder beweert, niets minder dan een genie? En ‘immuun voor risico’? Een notoire wereldverbeteraar misschien? Of toch één van de gevaarlijkste mannen op aarde? Alle betrokkenen zijn ’t er wel over eens dat Elon Musk een imposant intellect heeft, maar wat hij daar dan mee doet? Dit gesmeerde portret, waarin hij zelf alleen via archiefmateriaal aan het woord komt, belicht ook ‘s mans schaduwzijden, maar benadert die toch vooral als onvermijdelijke bijwerkingen bij zijn grootse verrichtingen.

Het is natuurlijk niet voor niets The Elon Musk Show.

Branson

HBO Max

Die afscheidsboodschap, voor als het onverhoopt mis zou gaan, kost Richard Branson meerdere takes. Het is vrijdag 25 juni 2021. Over zestien dagen gaat hij de ruimte in. En de realisatie dat dit verkeerd kan aflopen hakt er toch in bij de Britse rasentrepreneur. Dat hij misschien afscheid moet nemen van de mensen die hem dierbaar zijn – of beter: dat zij afscheid moeten nemen van hem, de man die altijd en overal voor reuring zorgt.

Het is een treffende openingsscène voor de vierdelige serie Branson (251 min.): even een kwetsbare kant van de durfal die alles wat hij aanraakt in goud lijkt te veranderen. ‘Sir’ Richard Branson had ooit zijn eigen tijdschrift, begon het platenlabel Virgin Records, opende overal muziekwinkels, kocht een Caribisch eiland, startte een vliegmaatschappij, probeerde records te verbreken met zijn boot, werd ballonvaarder, kreeg gegijzelden vrij uit Irak, manifesteerde zich als klimaatactivist, richtte zijn eigen ruimtevaartmaatschappij Virgin Galactic op en wil daarmee nu, in 2021, de eerste beroemde rijkaard in de ruimte te worden, nét voor die andere miljardairs Jeff Bezos (Blue Origin) en Elon Musk (SpaceX).

Bransons kamerbrede glimlach verhult een slimme zakenman, handige verkoper en keiharde onderhandelaar, zeggen mensen die het kunnen weten in deze productie van Chris Smith (American Movie, The Yes Men en Jim & Andy: The Great Beyond). Daarin komen behalve medewerkers, (zaken)partners, journalisten en deskundigen op terreinen als ondernemerschap, (personal) branding en ruimtevaart ook zijn moeder, zussen, vrouw, dochter en zoon aan het woord. Als jongen met dyslexie uit een Brits upper class-milieu ontwikkelde Branson een enorme geldingsdrang. En energie had hij altijd al in overvloed. Volgens één van zijn zussen zou Richard als kind nu beslist met ADHD zijn gediagnosticeerd. Die heeft hem voortgedreven, van de ene naar de andere onbereikbare droom, die met het nodige kunst- en vliegwerk vaak tóch kon worden gerealiseerd.

In dit, ondanks de nodige kanttekeningen en kritische noten, overwegend positief ingestoken portret geeft Smith zijn hoofdpersoon, aan de vooravond van diens ongetwijfeld weer doldwaze ruimte-avonturen, de gelegenheid om de balans op te maken van die ruim zeventig jaar waarin grenzen er vooral waren om verlegd te worden, soms ook ten koste van de idealen die hij zegt aan te hangen of de mensen in zijn directe omgeving. Maar wat de tegenslag of weerstand ook is, Richard Branson ploegt, meestal best wel moedig, voorwaarts. Zodat hij weer ergens, bij de één of andere nieuwe mijlpaal, een smakelijk soundbite kan voeren aan de verzamelde pers – en daarmee aan de wereld die zich blijft vergapen aan al zijn strapatsen.

Free Money

IDFA

Moet ik dan mijn eerstgeboren kind offeren? wil een dorpeling weten. Net als de andere bewoners van het Keniase dorp Kogutu kan hij zijn oren niet geloven. Dit klinkt echt te mooi om waar te zijn. Gratis geld!

Het Keniaanse dorp is onderdeel van een groots opgezet experiment. De Amerikaanse nonprofit-organisatie GiveDirectly gaat de bewoners twaalf jaar lang van een basisinkomen voorzien, om te bekijken wat dit doet met de plaatselijke gemeenschap en de individuele leden ervan. Toen oprichter Michael Faye, een op Harvard opgeleide econoom, het basisidee enige tijd eerder presenteerde op het hoofdkantoor van Google, vroeg één van de aanwezigen nog of hij misschien crack rookte. Toch kwamen ze uiteindelijk over de brug met maar liefst twee miljoen dollar.

In Free Money (77 min.) maken Lauren DeFilippo en Sam Soko halverwege het project, dat nog tot 2031 loopt, de balans op. De documentairemakers waren er al bij toen de deelnemers werden geselecteerd en geïnstrueerd en legden ook vast hoe ze, nog altijd ongelovig, bij hun telefoon zaten te wachten of het eerste geldbedrag daadwerkelijk zou arriveren. Zouden ze het gaan verbrassen of juist strategisch inzetten? Hun film heeft dan nog een onmiskenbaar optimistisch karakter en bevat bovendien enkele grappige scènes.

Gaandeweg komen er ook complicaties van het ideële project in zicht. Is het niet paternalistisch, vraagt de Keniaanse journalist Larry Madowo zich bijvoorbeeld af, om als westerlingen, van bovenaf bovendien, de armoede in Afrika op te gaan lossen? En kun je het eigenlijk wel maken om de buurdorpen van Kogutu níet te voorzien van dat gratis geld? Wat doet dat met een samenleving? Toch verliest deze fijne documentaire nooit zijn hoopvolle karakter. Dat is ook een logisch gevolg van de ideeën achter GiveDirectly, dat een oprechte poging doet om een succesvolle vorm van ontwikkelings(zelf)hulp te ontwikkelen.

Of dat gaat lukken? Daarover Free Money Too, over een jaar of negen, wellicht definitief uitsluitsel geven.

The Power Of Big Oil

VPRO

Het is moeilijk om níet woest te worden van deze nauwgezette reconstructie van de pogingen van de fossiele industrie om het Amerikaanse klimaatbeleid te ontregelen. Eind jaren zeventig laat oliemaatschappij ExxonMobil enkele wetenschappers de rol van de mens bij de opwarming van de aarde onderzoeken. De conclusie liegt er niet om: als het verbruik van fossiele brandstoffen niet wordt teruggedrongen, zal het klimaat significant veranderen. ‘Het is onze morele verantwoordelijkheid om ons onderzoek te publiceren’, leest wetenschapper Martin Hoffert voor uit het rapport. ‘Als we dat nalaten, is dat een inbreuk op Exxons ethische opvattingen over eerlijkheid en integriteit.’

Toch is dat precies wat er gebeurt: het rapport over klimaatverandering verdwijnt in de diepste lade. Want volgens de topmannen van multinationals zoals ExxonMobil is er geen praktisch en betaalbaar alternatief voor fossiele brandstof. Om hun eigen bedrijvigheid te beschermen beginnen ze zich dus actief bezig te houden met klimaatontkenning. Dat start met het zaaien van twijfel over wetenschappelijke bevindingen – via dik betaalde opiniemakers, die hun sporen vaak al hebben verdiend als vertegenwoordiger van de tabaksindustrie, en belangenorganisaties met neutraal klinkende namen als de Global Climate Coalition – en eindigt met agressieve desinformatiecampagnes en juridische procedures.

De meeste beslissers en uitvoerders van dat beleid zeggen natuurlijk beleefd ‘nee’ als ze door Robin Barnwell en Gesbeen Mohammad worden gevraagd om daarover eens tekst en uitleg te geven in het tweeluik The Power Of Big Oil (107 min.). Daarbij hebben ze tenslotte helemaal niets te winnen. De (dappere) uitzondering die wel plaatsneemt voor de camera kan een trotse glimlach vaak nauwelijks onderdrukken: dat hebben ze toch maar mooi voor elkaar gekregen met hun denktanks, pseudowetenschappers en straffe PR-trucs. En deze lieden zijn al zo vaak gevraagd naar de maatschappelijke implicaties van hun werk dat ze daarvan ook niet meer van hun stoel vallen (al trekt een enkeling – en dat valt te waarderen – wél en plein public het boetekleed aan).

‘Om de klimaatcrisis op te lossen moeten we de desinformatie-crisis oplossen’, zegt het Democratische congreslid Ro Khanna, die onlangs de CEO’s van de grote brandstofconcerns flink aan de tand heeft gevoeld, niet voor niets aan het eind van dit ontluisterende betoog in twee bedrijven. Heel veel hoop valt er uit het voorgaande relaas evenwel niet te putten. Zolang er op de korte termijn nog altijd winst is te maken, blijft het aantrekkelijk om de lange termijn-gevolgen van het gekozen beleid gewoon te negeren. Die zijn, zoals dat dan gaat, voor hun en onze kinderen en kleinkinderen.

Eat The Rich: The GameStop Saga

Netflix

Hedgefondsen als Citadel, Point72 en Melvin Capital weten het zeker: GameStop gaat kapot. En dat is, tenminste in de wereld van het aasgierkapitalisme, een geweldige kans om eens goed binnen te lopen. De fondsen besluiten om aandelen van de Amerikaanse videogameketen te ‘short sellen’. Met andere woorden: aandelen van hun klanten te verkopen, zodat ze die straks goedkoper kunnen terugkopen voor hen. En het verschil, dat al snel ettelijke miljoenen kan belopen, is dan voor henzelf.

Dat er intussen wellicht een bedrijf onderuit gaat, medewerkers op straat komen te staan en hele gezinnen hun huis kwijtraken, soit. Dat is nu eenmaal the (p)art of the deal. Daarmee hebben deze nietsontziende roofdieren echter buiten Robinhood (!) gerekend, een app waarmee kleine beleggers in aandelen kunnen handelen. In hun eigen Reddit-groep WallStreetBets besluiten ze, aangevuurd door hun eigen deskundige ‘Roaring Kitty’, om tegen de markt in te gaan beleggen. Zij beginnen en masse GameStop-aandelen te kopen. En daarmee worden de rollen ineens omgedraaid.

De driedelige docuserie Eat The Rich: The GameStop Saga (109 min.) reconstrueert hoe de kleine investeerders zo in 2020, in het hart van de COVID-19 pandemie, ineens al die dik/duurbetaalde hedgefondsmanagers schaakmat zetten – en daarmee het complete systeem onderuit dreigen te halen. Want zij moeten de verkochte aandelen nu ineens tegen een veel hogere prijs terugkopen. ‘Dit is de gameficatie van de markt’, zegt hun aartsvijand Andrew Left van Citron Research (in WallStreetBet-taal: Shitron Research). Of zoals Washington Post-journalist Taylor Lorenz het dramatisch formuleert: ‘Laten we de economie vernietigen.’

Regisseur Theo Love roept voor deze miniserie de hulp in van allerlei beursdeskundigen, probeert ingewikkelde financiële materie met hen in Jip & Janneke-taal te vatten en laat verteller Guy Raz alle elementen vervolgens met ontzettend veel humor en allerlei beeldgrapjes bij elkaar brengen. Zo creëert Love (die eerder een soortgelijke ‘tone of voice’ aansloeg in McMillions en The Legend Of Cocaine Island) een onweerstaanbaar Davids tegen Goliath-verhaal, waarin al die kleine luyden – een doodgewoon gezinnetje, dolkomisch rapgroepje of karikaturale would be-influencer bijvoorbeeld – de show stelen.

En dan, als donderslag bij heldere hemel, blijkt het ineens niet meer mogelijk te zijn om GameStop-aandelen te kopen, waardoor al die kleine beleggers alsnog het onderspit dreigen te delven. Paniek om niks of toch grove marktmanipulatie? En zo ja, door wie- dan? Dat zijn de vragen waarmee deze bijzonder vermakelijke en toch wel degelijk serieus te nemen serie, over een volstrekt amorele wereld die meer dan eens de geur van gebakken lucht afgeeft, op zijn ontluisterende einde afstevent.

Skandal! Bringing Down Wirecard

Netflix

Zonder voorbehoud afficheert Wirecard zichzelf als ’’s werelds grootste innovator in digitale financiële technologie’. En CEO Markus Braun is niets minder dan ‘de Steve Jobs van de Alpen’. Het duurt niet lang of de aandelen van de Duitse ‘FinTech’-onderneming gaan door het dak. Bondskanselier Angela Merkel gaat het bedrijf zelfs hoogstpersoonlijk aan de man brengen in China.

Hoewel zulke succesverhalen regelmatig gepaard gaan met de geur van gebakken lucht, lijkt het zaakje bij deze schimmige variant op PayPal écht te stinken. In Skandal! Bringing Down Wirecard (93 min.) reconstrueert James Erskine met de journalisten Dan McCrum, Paul Murphy en Stefania Palma van de Financial Times hoe zij via zogenaamde ‘short sellers’, beleggers die inzetten op bedrijven waarvan ze verwachten dat de beurskoers ervan zal gaan dalen, schadelijke informatie over de Duitse onderneming in handen krijgen en vervolgens ontdekken dat Wirecard in wezen als een criminele organisatie opereert.

Tijdens hun onderzoek krijgen de FT-verslaggevers tegelijkertijd het gevoel dat ze voortdurend in de gaten worden gehouden, afgeluisterd en gehackt. Met informatie die over hen is verzameld wordt bovendien de suggestie gewekt dat zij onder één hoedje spelen met de short sellers en samen met hen miljoenen verdienen als Wirecard onderuit gaat. Zelfs de Duitse overheid lijkt de mening toegedaan dat McCrum, Murphy en Palma er vooral op uit zijn om het bedrijf te vernietigen. Binnen zo’n vijandige klimaat moeten zij gewoon hun journalistieke handwerk blijven doen: follow the money.

Daarbij stuiten ze op nepfirma’s, witwaspraktijken en ongemakkelijke politieke dwarsverbanden. Erskine serveert hun soms tamelijk ingewikkelde bevindingen in hapklare brokken uit, maakt ondertussen van CEO Markus Braun en diens ondoorgrondelijke operationeel directeur Jan Marsalek tot de verbeelding sprekende personages en brengt zijn vertelling tenslotte op smaak met kekke muziekjes en animaties (die, vreemd genoeg, aan superheldenstrips doen denken). Zo maakt hij van Skandal! een even smakelijke als relevante financiële thriller.

Koning Op De Dam

Witfilm

In een klein kantoortje werken broer en zus samen de administratie weg. Horecatycoon Won Yip mag dan alle cafés op de Dam in Amsterdam bezitten, samen met zijn oudere zus Anine bekommert hij zich nog altijd hoogstpersoonlijk om de boekhouding. Met een calculator lopen ze alles na en verwerken de facturen en stapeltjes geldbiljetten die binnenkomen.

Het is een treffend tafereel, exemplarisch voor de mores binnen het Chinees-Nederlandse familiebedrijf, waar handen uit de mouwen steken voor iedereen de norm is en de baas toch gewoon de baas blijft. ‘De controlerende factor’, noemt Won Yip dat zelf. Hij legt uit: ‘Het feit dat ik hier boven de zaak woon, al dertig jaar, is twee, drie procent extra op je bedrijfsresultaat.’

Waarom? vraagt documentairemaker Sarah Vos, die Koning Op De Dam (85 min.) met Sander Snoep heeft geregisseerd. Won Yip benadrukt dat alle betrokkenen ervan op de hoogte moeten zijn dat de baas op elk moment kan meekijken. ‘Dus het kan ook zomaar zijn dat ik op het dak sta of dat ik op mijn dakterras naar beneden aan het kijken ben. Ze weten ook niet wanneer ik kom.’

Terwijl het hoofd van de Yipgroup met straffe hand zijn business micromanaget, een luxueus penthouse laat inrichten in het hartje van Amsterdam (om na zeventien jaar eindelijk met zijn Zeeuwse vriendin Heleen te gaan samenwonen) en enkele persoonlijke en zakelijke crises moet zien te bezweren, legt Vos hem op de pijnbank over zijn doelen, werkwijze en motieven. 

In die persoonlijke vraaggesprekken, slim versneden met interviews met Heleen en Anine, komt automatisch het familieverhaal van de Yips boven. Over hoe hun ouders vanuit China, een land waar armoede en repressie hand in hand gingen, in Nederland terechtkwamen en daar met een Chinees restaurant, waar de klok rond werd gewerkt, het fundament legden voor een familie-imperium.

Het is een beladen verhaal over mensen die door hun eigen leiders zijn verjaagd, dat door Vos en Snoep met fraai archiefmateriaal, begeleid door een expressieve soundtrack, wordt verbeeld en uiteindelijk treffend samenkomt in die ene anekdote over Won Yips vader. Die ging volgens hem elke dag slapen met zijn paspoort en 25 briefjes van duizend gulden in het borstzakje van zijn pyjama.

In zulke herinneringen en de bijbehorende sfeertekeningen zit de kracht van Koning Op De Dam. De film portretteert niet alleen van dichtbij een gestaalde ondernemer en z’n zakelijke entourage, maar zet de schijnwerper tevens op de wereld die daarachter schuilgaat en die meestal buiten beeld blijft: van al die Aziatische families in Nederland, die op hun eigen voorwaarden aan de weg timmeren.

Flight/Risk

Prime Video

Is het omdat documentaires, vergeleken met dramaproducties, relatief goedkoop zijn? Feit is dat er, met name sinds de komst van allerlei verschillende streamers, een run lijkt te zijn ontstaan op relevante onderwerpen die in potentie een groot en internationaal publiek kunnen bereiken. En dit kan zomaar resulteren in concurrentie tussen productiebedrijven die tegelijkertijd aan vergelijkbare films werken.

Zo bezien is het niet meer dan logisch dat twee verschillende platforms binnen een half jaar een documentaire over precies hetzelfde thema presenteren: de twee hagelnieuwe Boeing 737 MAX-vliegtuigen die enkele jaren geleden binnen vijf maanden en zonder duidelijke aanleiding uit de lucht vielen, met honderden dodelijke slachtoffers als gevolg. Eerst Netflix’s Downfall: The Case Against Boeing, nu Flight/Risk (98 min.) op Prime Video, een film die bijna per definitie als mosterd na de maaltijd aanvoelt.

Toch verdient deze productie eigenlijk de voorkeur. De documentaire van Karim Amer en Omar Mullick bevat min of meer dezelfde basiselementen als de film die hem de loef heeft afgestoken, maar is minder technisch van aard, lijkt nét wat dichter bij het vuur te zitten en volgt de ontwikkelingen in de zaak bovendien via enkele tot de verbeelding sprekende personages. Daarvan springt met name een Boeing-manager, die zich heeft opgeworpen als klokkenluider, in het oog: oud-marineman Ed Pierson

‘Op 9 juni 2018, toen het Lion Air-toestel werd geproduceerd en vier maanden voor het neerstortte, heb ik een e-mail naar de 737-manager geschreven, waarin ik hem aanraadde de productie stil te leggen’, verklaart hij tijdens een hoorzitting van het Amerikaanse congres. ‘Ik ben genegeerd. Toen ik zei dat ik meegemaakt had dat processen in het leger vanwege kleinere problemen waren stilgelegd, gaf hij een antwoord dat ik nooit zal vergeten: het leger heeft geen winstoogmerk.’

Daarmee koerst Flight/Risk op dezelfde conclusie af als Downfall: het verkopen van zoveel mogelijk toestellen, en het op peil houden of opkrikken van de beurskoers van het bedrijf, heeft bij Boeing voorrang gekregen op het afleveren van veilige vliegtuigen. En de controle daarop door de Federal Aviation Agency, de officiële regeringsinstantie die veel te weinig afstand blijkt te hebben gehouden tot de vliegtuigfabrikant, is schromelijk tekort geschoten.

De gevolgen daarvan zijn onontkoombaar: in honderden families, in allerlei verschillende landen, ontbreken sinds enkele jaren mensen die niet gemist kunnen worden. ‘Verjaardagen en sterfdagen zijn heel zwaar’, vertelt nabestaande Zipporrah Kuria, terwijl ze slingers ophangt voor een bescheiden feestje. ‘Dus we zorgen dat we niet alleen verdrietig zijn, maar dat we pap ook vieren, dat we zijn lach en zijn leven vieren.’ Ze houdt een ogenblik pauze. ‘Dat hebben we wel nodig, want de 737 Max vliegt alweer.’

Trust No One: The Hunt For The Crypto King

Netflix

Begin 2019 komt de onheilstijding: Gerald Cotten, de dertigjarige oprichter van de Canadese cryptowisselbeurs QuadrigaCX, is tijdens een reis in India plotseling overleden. Hij neemt de wachtwoorden van zijn klanten mee het graf in. Ruim tweehonderd miljoen dollar, geïnvesteerd in bitcoins, wordt daardoor onbereikbaar. 

Enkele Quadriga-gebruikers, waaronder een digitaal geanonimiseerde investeerder met de schuilnaam QCXINT, laten het er niet bij zitten en gaan online op zoek naar hun geld. Ze beginnen zich al snel af te vragen of Gerry eigenlijk wel dood is. Is die nerdy jongen, die nog geen vlieg kwaad leek te doen, er misschien stiekem tussenuit geknepen met hun inleg?

Dat is een aardige premisse voor Trust No One: The Hunt For The Crypto King (91 min.), een diepe duik in de ondoorzichtige wereld van het grote (virtuele) geld, waarbij ook nu weer niets is wat het lijkt en het antwoord op de ene vraag alleen maar een volgende vraag inluidt. Waarbij het bovendien, zo gaat dat dan, de vraag is wanneer een bruikbare hypothese verandert in een ordinaire complottheorie.

Met slachtoffers, direct betrokkenen en enkele deskundigen probeert regisseur Luke Sewell in deze interessante financiële thriller door te dringen tot de kern van de grootschalige zwendel (?), die een spoor van gedupeerden heeft achtergelaten. Zij willen genoegdoening, maar bij wie kunnen ze terecht voor digitaal geld dat spoorloos is verdwenen en misschien zelfs wel nooit heeft bestaan?

Icahn: The Restless Billionaire

HBO Max

‘Het gaat hem vreemd genoeg niet om het geld’, zegt zijn echtgenote Gail Golden-Icahn. ‘Hij raakt op een gegeven moment gewoon geobsedeerd door iets en gaat dan als een bulldozer door totdat hij heeft wat hij wil.’ Dan mengt haar echtgenoot, de hoofdpersoon van Icahn: The Restless Billionaire (101 min.), zich in het gesprek. ‘Het gaat om winnen. Met een nieuw idee komen waarmee je de concurrentie kunt verslaan.’

Carl Icahn, het ultieme ‘Greed Is Good’-type, heeft belangen in multinationals zoals Apple, eBay en Netflix en zou inmiddels goed zijn voor een kleine zeventien miljard dollar. Hij koopt zich doorgaans stiekem in bij een bedrijf. En zodra Icahn voldoende aandelen heeft verzameld, begint hij zich met de koers te bemoeien. Hij wordt ‘activist’ genoemd. Of ‘overvaller’. Een vechtersbaas, zoveel is zeker, waarachter een ‘papa, kijk dan!’-jongetje schuilgaat.

‘Jullie zijn er vandaag getuige van geweest dat er weer heel wat geschiedenis is geschreven, jongens’, zegt Carl Icahn bijvoorbeeld tegen regisseur Bruce David Klein en z’n cameraploeg als hij weer eens heeft geruzied met enkele ‘captains of industry’. En strijd, daar gedijt Icahn bij, getuige dit portret. Met onwillige CEO’s, de concurrentie en zijn eigen vrouw, een geplastificeerde blondine met wie hij heerlijk kan kibbelen.

De Amerikaanse investeerder, die inderdaad model schijnt te hebben gestaan voor Gordon ‘Greed is good’ Gekko in de speelfilm Wall Street, wordt in Icahn: The Restless Billionaire zeker kritisch benaderd. Toch spreekt uit de vermakelijke documentaire onmiskenbaar ook bewondering voor deze belichaming van het Amerikaanse ‘winner takes all’-kapitalisme, die ongegeneerd mag verhalen over zijn stoere zakenavonturen.

Downfall: The Case Against Boeing

Netflix

Al snel kwam ‘the blame game’ op gang. De 189 slachtoffers van de vliegramp met de Indonesische vlucht 610 op 29 oktober 2018 waren nog niet geborgen of het zwartepieten begon. Het zou wel aan luchtvaartmaatschappij Lion Air liggen, een Indonesische prijsvechter. Aan de luchthaven, Soekarno-Hatta in Jakarta. Of anders aan de gezagvoerder, de Indiase piloot Bhavye Suneja. Over één ding waren deskundigen het in elk geval eens: het kon niet liggen aan de Amerikaanse fabrikant van de gloednieuwe Boeing 737 Max. En toen, negentien weken later, viel er op 10 maart 2019 ineens nóg zo’n kist, vlucht 302 van Ethiopian Arlines, uit de lucht in Addis Abeba. Ruim honderdvijftig inzittenden lieten het leven.

En daarmee kwam Boeing, een bedrijf waar Amerika trots op was, een onderneming die zichzelf in de markt zette met de slogan ‘If it ain’t Boeing, I ain’t going’, ineens tóch serieus onder vuur te liggen. Rory Kennedy ontleedt in Downfall: The Case Against Boeing (90 min.) nauwgezet hoe de luchtvaartgigant zichzelf in de voorgaande jaren uiterst effectief in de nesten had gewerkt. Ze herleidt alle problemen tot één specifiek moment: Boeings fusie met McDonnell Douglas in 1997. Daarna was het gedaan met de aandacht voor kwaliteit bij de betrouwbare vliegtuigfabrikant, werd winst maken het enige parool en bezuinigen de voornaamste bedrijfsstrategie. Intussen verhuisde het hoofdkantoor naar Chicago, weg van de vaste thuisbasis Seattle.

De nieuwe focus op snel en goedkoop moest wel tot problemen leiden, stellen oud-medewerkers onomwonden in deze film. En als ze daarover hun zorg probeerden uit te spreken, werden ze direct de mond gesnoerd en linea recta naar de uitgang gedirigeerd. Zoals het echte klokkenluiders betaamt. Een gegeven dat Boeing na de ongelukken in Jakarta en Addis Abeba, toen het bedrijf druk doende was om de schuld op anderen af te schuiven, natuurlijk bepaald niet meer goed uitkwam. De Amerikaanse vliegtuigbouwer nam dus zijn toevlucht tot wat multinationals nu eenmaal doen in dit soort kwesties (en wat ook al in talloze documentaires aan de kaak is gesteld): ze huren de ‘allerbeste’ juristen in. Die mogen hun positie gaan beschermen, waarbij veel, zo niet gewoon alles, is geoorloofd.

En de rekening komt dan bij het gewone publiek te liggen. In dit specifieke geval: bij de crew van de twee gecrashte Boeings, hun passagiers én de nabestaanden daarvan. Zij brengen de grote, soms ook technische verwikkelingen in deze oerdegelijke documentaire terug tot menselijke proporties. ‘Boeings totale onvermogen om alles op alles te zetten om het tweede ongeluk te voorkomen heeft ons leven compleet verpest’, zegt Michael Stumo, die zijn dochter Samya verloor bij de crash in Ethiopië. ‘En dat geldt niet alleen voor ons gezin. Dat geldt voor iedereen die stierf met deze vliegtuigen.’

Pharma Bro

Hij mocht zich even de meest gehate man van de Verenigde Staten noemen. Als CEO van Turing Pharmaceuticals verhoogde Martin Shkreli in 2015 de prijs van een Daraprim-pil van 13,50 naar 750 dollar. Patiënten met de infectieziekte toxoplasmose, afhankelijk van dit medicijn, kregen de rekening gepresenteerd – al was het in de praktijk vaak hun zorgverzekeraar die de exorbitante bedragen moest ophoesten.

En toen kocht Shkreli, voor een slordige twee miljoen dollar, ook nog het enige exemplaar van de nieuwe CD van de hiphopgroep The Wu-Tang Clan, Once Upon A Time In Shaolin. Kutventje! Martin Shkreli heeft zijn uiterlijk natuurlijk ook niet mee: de voormalige hedgefund-manager heeft zo’n zelfgenoegzame tronie, dat menigeen hem het liefst stante pede tweede blauwe ogen en een bloedlip zou bezorgen.

Of is dat toch vooral imago? vraagt Brent Hodge zich af in Pharma Bro (86 min.). Zijn al die bravoure en provocaties slechts uiterlijke schijn? Houdt zich ergens in die omhooggevallen engerd gewoon een onzeker joch verscholen, dat zijn achtergrond in een immigrantengezin in New York maar blijft overschreeuwen? Een jongeling die zo scherp en onhandig communiceert dat de kwalificatie ‘autisme’ wellicht op zijn plaats is?

Hodge gaat op onderzoek uit in het leven van de man die de belichaming van Big Pharma werd. Terwijl hij gewoon de regels van het (kapitalistische) spel heeft gevolgd. Net als allerlei andere farmaceuten. Híj verbergt zich alleen niet achter een Raad van Bestuur of communicatieafdeling. Shkreli staat gewoon iedereen te woord – via de pers, z’n smartphone of zijn eigen livestream – en spreekt dan bepaald niet met meel in de mond.

Brent Hodge vergelijkt zijn protagonist nét iets te nadrukkelijk met de slechterik uit superheldenfilms, met als geuzennaam ‘Pharma Bro’, en heeft daarin natuurlijk ook een rol voor zichzelf bedacht. Hij gaat bijvoorbeeld in hetzelfde gebouw wonen als Shkreli en meldt zich bovendien heel nadrukkelijk met vragen in diens livestream. Zonder dat dit verder heel veel oplevert. Behalve aandacht voor de held zelf.

Terwijl er een rechtszaak loopt tegen Shkreli vanwege fraude, spreekt Hodge verder met een vriend (rapper Billy The Fridge), zijn advocaat Ben Brafman, de rechtse provocateur Milo Yiannopoulos en de Wu-Tan Clanners Ghostface Killa en Cilvaringz. Een bijzondere rol is er voor ex-vriendinnen en (vrouwelijke) journalisten, met wie hij meestal al snel publiekelijk in een moddergevecht verzeild raakt en een heel enkele keer, zoals bij zijn biografe Christie Smythe, een bijzondere relatie opbouwt.

Als man you love to hate (of hate to love) is Martin Shkreli beslist een ideale hoofdpersoon voor een portret. Deze film – en dan met name Brent Hodges rol daarin – laat alleen nog wel wat te wensen over.

De Zorgkoningin

KRO-NCRV

‘Ziekenhuis te koop’, staat er in de krant. Ondernemer Aysel Erbudak en haar financier Jan Schram besluiten toe te happen. Op 31 augustus 2006 komt het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis, dat in acute geldnood verkeert, in particuliere handen. 320 bedden, 100 medisch specialisten en 1300 personeelsleden worden gered door – in de woorden van voice-over Marlijn Weerdenburg – ‘een mensenschuwe grondhandelaar met geld en een goedgebekte zakenvrouw met ambitie’.

Erbudak, die even daarvoor nog parkeerwacht is bij de zwarte markt in Beverwijk (al lijkt dat toch eerder een mooi verhaal dan een adequate beschrijving van haar positie), wordt directeur van het ziekenhuis. Ofwel: De Zorgkoningin (52 min.). En vaste patiënten zoals Stella Huygens en Inge Roele, die in deze journalistieke documentaire van Steven Schoppert als ervaringsdeskundige aan het woord komen, worden voortaan beschouwd als klant.

Zo moet de positie van het Slotervaartziekenhuis, dat al enige tijd dienst lijkt te doen als afvoerputje van de stad en financieel nauwelijks het hoofd boven water kan houden, worden gestabiliseerd. De zakenvrouw gaat inderdaad als een wervelwind van start, krijgt het ziekenhuis al snel winstgevend en werkt als een magneet voor de vaderlandse pers. Alleen: Erbudak blijkt ook een strafblad te hebben en maakt bovendien wel erg gemakkelijk vijanden.

Met de Turks-Nederlandse directeur zelf, voormalige medewerkers van het ziekenhuis, journalist Bas Soetenhorst (die samen met Jeroen Wester het boek De Kraak Van Het Slotervaartziekenhuis schreef), SP-kamerlid Renske Leijten en de toenmalige minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst (een groot voorstander van marktwerking in de zorg) blikt Schoppert terug op de zes turbulente jaren dat Erbudak de scepter zwaaide in het ziekenhuis.

Hij begeleidt hun herinneringen met nogal dik aangezette vamp-beelden van zijn hoofdpersoon en visualiseert de slangenkuil die het Slotervaart voor haar zou zijn geweest letterlijk met slangen die door het ziekenhuis glibberen, op zoek naar een prooi. Het ligt voor de hand wie daarvan uiteindelijk het slachtoffer zal zijn – al is Aysel Erbudak, zo blijkt ook weer uit deze boeiende vertelling, natuurlijk bepaald geen willoos slachtoffer.

The Gig Is Up

IDFA

Hij doet zich voor als zwarte Republikein. In werkelijkheid is Jason Edwards zo wit als wat. Een uitgesproken politieke voorkeur lijkt de Amerikaanse dertiger met de criminele antecedenten en gouden tanden – echt! zegt hij, geen grillz! – ook niet te hebben. Voor de mening van rechtse Afro-Amerikanen is simpelweg een markt. Met het invullen van online surveys kan Edwards, die inwoont bij zijn morsige, aan krasloten verslaafde moeder in Florida, zo volgens eigen zeggen een fatsoenlijke boterham verdienen.

De op het eerste oog tamelijk labiele Edwards is onderdeel van de snel uitdijende klusjeseconomie. De klant is daarbij koning. Om ervoor te zorgen dat die zich inderdaad als een vorst behandeld voelt, zijn alleen talloze ‘ghost workers’ nodig: Über-chauffeurs, Deliveroo-bezorgers en TaskRabbit-klussers – en de anonieme werkbijen, zoals Amazons zwaar onderbetaalde MTurkers, die daar weer achter schuilgaan. Zij worden doorgaans per opdracht betaald en werken dus niet meer voor een baas. Denken ze. Beter: dachten ze. Wie eenmaal met ‘de tirannie van de algoritmen’ is geconfronteerd, weet wel beter.

Met ‘gig workers’ uit verschillende landen en deskundigen met een helikopterview brengt de Canadese documentairemaker Shannon Walsh deze nieuwe economie in kaart, waarbij klantbeoordelingen en sterwaarderingen het welzijn van de wereld en het op waarde schatten van de individuele mens vreemd genoeg vooral in de weg lijken te zitten. Walsh focust zich in deze gedegen film vooral op die misstanden, ongevallen en excessen (zoals een afzichtelijk groot huurfietsenkerkhof in het Chinese Shenzhen). Zodat de vraag zich onvermijdelijk opdringt of deze vorm van platformkapitalisme eigenlijk wel kan bestaan zónder schaduwarbeid. Walsh draait er in elk geval niet omheen: The Gig Is Up (90 min.). Ofwel: het spel is uit!

Al zou de wens daarbij toch wel eens de vader van de gedachte kunnen zijn…

Bob Ross: Happy Accidents, Betrayal & Greed

Netflix

Een film met een titel als Bob Ross: Happy Accidents, Betrayal & Greed (93 min.) roept automatisch verwachtingen op: hier wordt rücksichtslos de mantel der liefde afgetrokken van de man die met zijn vermaarde televisieprogramma The Joy Of Painting wereldberoemd werd en hele volksstammen aan het schilderen kreeg. Met landschapsschilderijen die hij bovendien binnen een half uur, de speelduur van elke aflevering, in elkaar flanste.

Een man die zo relaxt overkomt moet wel een enorme huichelaar zijn. Binnen enkele minuten heeft regisseur Joshua Roffé de eerste mythe dan ook al ontkracht: die weelderige haardos was niet echt. Volgens Ross zelf had hij dat halfbakken ‘afrokapsel’ te danken aan God én de kapper. ‘Het was een permanent’, bekent zijn eveneens schilderende zoon Steve. ‘En Bob zei altijd dat hij af en toe z’n veren strakker liet zetten.’

Niet veel later volgt Ross’ zoetgevooisde stem, sexy met een Candlelight-feel. Daar bleek ie dus gewoon op te hebben geoefend, om zo een contrast te laten ontstaan met zijn eigen leermeester William Alexander, die was behept met een hoog en benepen stemgeluid. En dan kan het natuurlijk niet lang meer duren voordat Die Andere Bob Ross uit de coulissen stapt: een man die houdt van snelle auto’s, schuine moppen én vrouwen. Check.

En dan… dan houdt het gewoon op. Dat is het. Géén demasqué van de sympathieke painter you hate to love Bob Ross (1942-1995). Wél een aanklacht tegen de industrie die rondom hem is opgetuigd. Bij leven en welzijn – met én ondanks Bob zelf – en ook ná ‘s mans dood. De Bob Ross Inc., bestierd door zijn voormalige zakenpartners Walt en Annette Kowalski, zou een bron voor conflicten worden en de onderlinge verhoudingen ernstig versturen.

Uit angst voor juridische stappen van de Kowalski’s willen veel bronnen uit de directe omgeving van de protagonist niet meewerken aan deze documentaire. De vrienden, collega’s, medewerkers en concurrenten die het wél aandurven schetsen een loffelijk beeld van de man, docent en kunstenaar Bob Ross, maar hebben duidelijk nog een appeltje te schillen met het roestvrijstalen echtpaar dat zijn naam, beeldmerk en producten beheert.

De lieden die op een totale ontmaskering van de mens Bob Ross hadden gehoopt, zoals yours truly, komen dus van een koude kermis thuis. ‘s Mans nagedachtenis wordt echter ernstig overschaduwd door het merk Bob Ross en de ordinaire strijd om de credits en centen die daaromheen is losgebarsten. Dat zijn aardige bouwstenen voor een portret van een schilder die in de kwart eeuw na zijn overlijden gewoon een beeldbepalende figuur is gebleven.

Myth & Mogul: John DeLorean

Netflix

‘Als je een tijdmachine wilt maken van een auto, dan kun je ‘t maar het beste in stijl doen, niet?’ zegt uitvinder Doc Brown tegen de blitse tiener Marty McFly, gespeeld door Michael J. Fox, in de klassieke speelfilm Back To The Future (1985). Samen gaan ze met de DeLorean, verrijkt met een door Brown ontworpen ‘Flux Capacitor’, terug in de tijd reizen.

Een beter uithangbord kon een nieuwe autofabrikant zich natuurlijk niet wensen. John DeLorean, bedenker en naamgever van het übercoole voertuig, wreef zich ongetwijfeld in de handen: zijn jongensdroom, een eigen sportauto, werd nu definitief onderdeel van de populaire cultuur. En hij, de voormalige ingenieur van General Motors in Detroit, kon intussen doorgaan voor een absolute topondernemer.

‘s Mans luchtfietserij was echter voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door Brits overheidsgeld. Daarom vestigde DeLorean zijn fabriek eind jaren zeventig ook in West-Belfast, waar het Noord-Ierse conflict niet alleen voor doden en gewonden, maar ook voor enorme werkeloosheid had gezorgd. In de autofabriek kwam een aparte ingang voor katholieken en protestanten, die voor het eerst gezamenlijk aan één product gingen werken. Maar of die droom werkelijk levensvatbaar was?

In de gedegen driedelige serie Myth & Mogul: John DeLorean (132 min.) ontrukt documentairemaker Mike Connolly de man en zijn verhaal aan de vergetelheid. De Messiaanse autofabrikant – ziener of toch charlatan? – werd al eerder geportretteerd in een documentaire, DeLorean (1981) van het legendarische direct cinema-duo D.A. Pennebaker en Chris Hegedus. Toen werd hij nog beschouwd als de Elon Musk van zijn tijd. Veertig jaar later is er van dat blitse imago weinig meer over.

Samen met zijn zoon Zach en ex-vrouw Cristina en lieden die gedurende zijn turbulente levenswandel z’n pad kruisten, zoals schrijfster Gail Sheehy, journalist Jeremy Paxman en politicus Michael Heseltine, schetst Connolly de opkomst en (onvermijdelijke) ondergang van de man die zich rustig van slinkse methoden bediende om zijn eigen droom te kunnen verwezenlijken.

Le Grain De Sable Dans La Machine

‘Over tien jaar verlangen we terug naar 2020’, stelt milieuactivist Carola Rackete ferm. De echte grote crisis moet in haar ogen nog komen. Het Coronavirus is niet meer dan een voorbode, de aankondiging van een fundamentele afrekening met onze manier van leven. Toch brengt ook die proloog het leven zoals we dat tot dusver hebben geleid al danig in gevaar.

Kijk maar om ons heen. Of luister naar al die deskundigen in Le Grain De Sable Dans La Machine (88 min.): economen, psychologen, filosofen, biologen, epidemiologen, antropologen, sociologen, fysiologen en ecologen. Vanuit hun eigen gezichtspunt belichten ze in deze documentaire van de Belgische filmmaker Alain de Halleux de Coronacrisis en hoe die de wereld in het jaar 2020 volledig heeft ontwricht.

Het virus zelf – volgens eigen zeggen ‘niet meer dan een zandkorrel, een stukje genetische code’ – laat ook van zich horen, in de vorm van een (in Nederland door acteur Stefan de Walle ingesproken) dwingende voice-over. ‘Ik heb alleen maar aangetoond hoe zwak uw immuniteit is’, zegt de snoodaard tamelijk pedant. De mensheid heeft zijn verdediging veronachtzaamd en betaalt daar nu de tol voor. Simpel, toch?

Het virus beschouwt zichzelf helemaal niet als de ziekte, maar simpelweg als een symptoom daarvan. En trouwens, betogen dat stukje genetische code en alle opgevoerde deskundigen, is de mens zelf ook niet een beetje te vergelijken met een virus dat over de aarde raast? Een virus dat – via z’n nefaste samenlevingsmodel, oneerlijke economische systeem en broze democratie – bovendien zijn eigen antistoffen ontwikkelt.

En dat zichzelf op die manier best wel eens zou kunnen vernietigen. Als de klimaatcrisis hem tenminste niet voor is. Het is natuurlijk geen onbekende boodschap die in deze alarmistische film nog eens goed in de verf wordt gezet: zolang wij onszelf niet veranderen, zouden we zomaar met gezwinde spoed onze eigen ondergang tegemoet kunnen gaan. Het is alleen de vraag of ie nu wél aankomt.

Zodat 2020 niet hoeft te worden geboekstaafd als het jaar van het virus, maar van de grote ommekeer.

WeWork

Hulu

‘We dedicate this

To the energy of we

Greater than any one of us

But inside each of us’

Tot zover het mission statement van WeWork

Het verhaal erachter is te goed om dood te checken. Over twee jonge entrepreneurs die niets minder dan de wereld willen veranderen: man achter de schermen Miguel McKelvey en boegbeeld Adam Neumann. De één groeide op in een woongroep te Oregon, de ander is afkomstig van een kibboets in Israël. Van een ik-wereld, gesymboliseerd door moderne verworvenheden als de iPhone en iPad, gaan zij hoogstpersoonlijk een wij-wereld maken. Hun bedrijf heet niet voor niets WeWork. Ze willen ‘de grootste netwerkgemeenschap van de planeet’ ontwikkelen, waar elke zichzelf respecterende startup bij wil horen. Met een totale waarde van zeker een miljard dollar, ook niet onbelangrijk.

Iedereen die de uitkomst kent ziet een zeepbel die erop wacht om te worden doorgeprikt – en herkent in de goeroe-achtige Adam Neumann direct een hipsterversie van de tweedehands autoverkoper. Het punt is: wie constateerde dat ‘live’, toen de illusie werd gecreëerd, tot algehele euforie leidde en op ramkoers begon te liggen met zoiets onhandigs als de realiteit? Wellicht rook een enkeling, vanuit de financiële wereld bijvoorbeeld, wel onraad, maar dan is er altijd nog zoiets als FOMO: fear of missing out. Wat nu als jij de situatie verkeerd inschat en de zilvervloot vervolgens bij je buurman komt binnenvaren?

Met voormalige medewerkers van WeWork – en ambitieuze spinoffs zoals WeLive en WeGrow – reconstrueert Jed Rothstein hoe de hotshot Neumann, met z’n al even streberige echtgenote Rebekah aan zijn zijde, werkelijk overal zijn marketingverhaal mag komen verkondigen, zodat het lijkt alsof zijn bedrijf inderdaad heel succesvol is. Totdat het kaartenhuis wel in elkaar moet vallen. In dat opzicht is WeWork (101 min.) een soort zusterfilm van de recente documentaires The Inventor: Out For Silicon Valley, Fyre: The Greatest Party That Never Happened en Rothsteins eigen The China Hustle. Over hoe een collectieve zinsbegoocheling gaandeweg alle betrokkenen van hun illusies berooft.

De Neumanns en McKelvey laten zelf verstek gaan in deze ontluisterende ontleding van hun geesteskind, die uiteindelijk een even voorspelbaar als pijnlijk einde kent. Het bedrog is echter al prominent aanwezig in de openingsscène van de film, die volledig bestaat uit opnames voor een promovideo om de beursgang van WeWork kracht bij te zetten. Adam Neumann weet dan allang dat de geur van gebakken lucht elk moment ook tot de buitenwereld kan doordringen, maar probeert de façade nog even op te houden. Zijn tekst wil er alleen maar niet vlot uitkomen. Op een onbewaakt ogenblik laat hij, tot grote hilariteit van alle betrokkenen, een duidelijk hoorbare wind. Het lachen zal hen de navolgende honderd minuten helemaal vergaan.