Claudia de Breij – Hier Zijn Wij

Hans Peter van Veldhoven

‘Claudia die vertelt hoe de wereld in elkaar zit’ had even behoefte aan adempauze. In Heintje Davids (1888-1975), de rasartieste die maar geen afscheid kon nemen, vond ze haar ‘paard van Troje’. En in multi-instrumentalist Michelle Samba en deejay/human beatboxer Abdelhadi Baaddi ontdekte Claudia de Breij trouwe kompanen. Ook om gezamenlijk de Corona-periode, waarin ze alle drie een schrijnend optreedtekort opliepen, enigszins gezond door te komen.

In Claudia de Breij – Hier Zijn Wij (50 min.) documenteert Suzanne Raes hoe het drietal zich leven en werk van Davids, telg van een befaamde Nederlandse artiestenfamilie, eigen probeert te maken. Dat lijkt in eerste instantie vooral spielerei. Totdat ze toch, voor een klein publiek, mogen gaan spelen. Sterker: Carré wacht. En dan worden het sleutelen aan en doorleven van de voorstelling, die voor De Breij toch dichterbij komt dan gedacht, ineens een zaak van, nou ja, levensbelang.

‘De familie Davids was een Joodse familie’, vertelt ze tijdens de muzikale familievoorstelling Hier Ben Ik. ‘Dat had ik helemaal niet verteld, want het maakt toch eigenlijk ook niet uit. Het maakt nooit uit wat je bent. Totdat je het van andere mensen niet mag zijn, toch?’ De oversteek naar haar eigen leven is dan snel gemaakt. ‘Je bent gewoon verliefd op iemand. En dan zegt iemand dat dat niet mag. Dan ben je in één keer een homoseksueel.’

Zo gaat deze voorstelling behalve over de onverbeterlijke revuester ook over Claudia de Breij zelf en haar muzikale partners, voor wie ‘spelen’ niets minder dan noodzaak is. Raes brengt die behoefte en het bijbehorende proces treffend in beeld in een achter de schermen-docu, die is doorsneden met Heintje Davids-fragmenten. En als de voorstelling dan echt staat, gooit Corona weer roet in het eten.

Snelle: Zonder Jas Naar Buiten

Netflix

Nee, het is niet zo dat hij altijd al voorbestemd was om volle zalen te trekken: Lars Bos uit het Gelderse dorp Gorssel. Een hele gewone jongen, met een schisis bovendien. En als het grote succes dan tóch komt, onder zijn nom de plume Snelle, en de gelegenheid zich aandient om dat in heel het land hoogstpersoonlijk in ontvangst te komen nemen, slaat het Coronavirus toe en wordt de ‘singer-songrapper’ gedwongen om pas op de plaats te maken, in een speciaal voor het werk op de kop getikte flat te Diemen en op een jurystoel van het televisieprogramma The Voice Kids.

Intussen moeten ook zijn Gelderse vrienden, die zijn opmars in de afgelopen jaren hebben ondersteund en begeleid, elders hun heil zoeken. Het is een klassieke catch-22: de artiest die door zijn succes letterlijk wordt losgezongen van zijn achtergrond en natuurlijke omgeving. Snelle worstelt ermee. Net als met de roem die hem ten deel is gevallen en de druk die er daardoor op hem wordt uitgeoefend. Zie daar het, op zichzelf weinig opzienbarende, centrale drama van de documentaire Snelle: Zonder Jas Naar Buiten (89 min.), die enkele weken geleden is ‘aangekondigd’ met het nieuws dat de hoofdpersoon vanwege oververmoeidheid een pauze inlast.

De documentaire van Anne de Clercq wordt alleen nooit meer dan een tamelijk vlakke biografie, opgehangen aan een actueel haakje. Een prima platform ook om zijn nieuwe single, die toevallig dezelfde titel draagt, te lanceren. In de film komt natuurlijk Snelle’s complete entourage aan het woord: moeder Saskia, vader Jan, opa Willem, vriendin Sterre, collega Maan, platenbaas Jebroer en de kameraden die hem ter zijde staan als manager, muzikale partner of tourmanager. Zoals deze film vanzelfsprekend ook privèfilmpjes, videoclips en achter de schermen-werk van het gesleutel aan nieuwe hits bevat. En, ja, de hoofdpersoon komt sympathiek over, heeft ook best wat te melden en laat zo nu en dan zeker iets over zichzelf los.

Doordat De Clercq het complete Snelle-verhaal wil vertellen, komt de kijker echter ‘weinig over veel’ te weten. Terwijl ‘veel over weinig’ wellicht interessanter was geweest. Misschien zit ‘t ook in de hoofdpersoon zelf en is Snelle misschien toch nét iets te veel Lars Bos om interessant documentaire-materiaal te zijn. Om het te vertalen naar zijn muziek: hij lijkt uiteindelijk meer op Acda & De Munnik, niet voor niets zijn grote inspiratiebron, dan op pak ‘m beet Boef, die hem ooit na een sessie op het hiphopplatform 101Barz op weg hielp. Dat wordt ook duidelijk zichtbaar in de ontknoping van dit portret. Waar zijn controversiële concullega in de docuserie Gewoon Boef moederziel alleen eindigt in een protserige villa, gaat Snelle, als de verstandige jongen die hij nu eenmaal is, toch weer huiswaarts.

Once Aurora

IDFA

‘Het beste aan muziek is dat het niet kan sterven’, zegt ze in een filosofische bui.

Aurora Aksnes vervolgt: ‘Elke keer als ik een liedje schrijf raak ik een stukje van mezelf kwijt.’

‘Ik ben er nog steeds niet zeker van dat ik artiest wil worden’, constateert de Noorse tiener ook. ‘Het is gewoon gebeurd.’

‘Ik heb een gecompliceerde relatie met mijn debuutalbum’, stelt ze even later. ‘De muziek deed gewoon pijn. Als ik ooit nog een liedje moet uitbrengen waaraan ik zelf een hekel heb, stop ik ermee.’

Aldus popster tegen wil en dank AURORA (let op: hoofdletters!).

Bij aanvang van deze persoonlijke documentaire wordt er nochtans ‘gewoon’ een nieuwe langspeler van haar verwacht. Dat ‘altijd moeilijke tweede album’ zelfs. Dit proces wordt in Once Aurora (71 Min.) door Benjamin Langeland en Stian Servoss van zeer dichtbij gevolgd. Intussen zit hun frêle protagonist ook nog midden in een uitputtende wereldtournee.

Die duivelse combinatie dreigt de sensitieve tiener boven het hoofd te groeien. Haar strenge manager stuurt niettemin aan op radiohits. Steun en toeverlaat Magnus vraagt zich af of hij nog wel in haar begeleidingsband past. En Aurora’s fans willen haar zien en aanraken (terwijl ze toch echt een hekel heeft aan knuffelen). Een catharsis lijkt bijna onvermijdelijk.

Op een iets beperktere schaal koerst deze fijne film zo door dezelfde wereld als de epische documentaire over Billy Eilish: The World’s A Little Blurry. Met een introverte outsider die in het middelpunt van de belangstelling komt te staan en daardoor moet afzien van elke vorm van persoonlijke ruimte, óók doordat zij, of iemand in haar directe omgeving, ermee heeft ingestemd dat alles van dichtbij wordt vastgelegd door een camera.

Once Aurora, sfeervol en opwindend gemonteerd, documenteert hoe de spanning in en rond de feeërieke singer-songwriter naar aanzienlijke hoogte oploopt en is er bovendien getuige van hoe Aurora vervolgens het heft bij AURORA weer in handen probeert te nemen. Want achter dat flegmatiek ogende meisje gaat een krachtige artistieke persoonlijkheid schuil, die precies weet wat ze wil. En wat niet.

We Are Fucked

‘Dames, zouden jullie het pand willen verlaten, alstjeblieft?’ zegt de beveiliger tegen de drie jonge vrouwen die halfnaakt in de etalage van de H&M-winkel zijn gaan staan. ‘Ik zit vastgeplakt met superlijm’, reageert Robin Bruisje gevat. ‘Sorry.’

H&M maakt zich volgens haar schuldig aan ‘grootschalige green washing’. De activiste van Extinction Rebellion eist dat de winkelketen z’n deuren sluit. Intussen is de politie ook gearriveerd. Die sommeert de demonstranten om het pand te verlaten. Even later worden ze zelfs aangehouden vanwege huisvredebreuk. Één kleine uitdaging nog: die handen moeten losgeweekt worden van de winkelruit.

Robin is één van de vele jongeren die zich zorgen maken over de toekomst van de aarde. ‘Je woont in een huis met alle mensen waar je van houdt’, legt ze uit. ‘En je ziet dat dit in brand wordt gestoken. En je staat ervoor en het enige wat je hebt is een gieter.’ Die onmacht zet ze om in dadendrang. Soms loopt ze met een megafoon door een drukke winkelstraat en houdt haar gehoor, of ze dat nu willen of niet, voor ‘dat het anders moet en anders kan’.

In de korte documentaire We Are Fucked (24 min.) worden nog twee jonge activisten geportretteerd. Armando van Vlastuin is met zijn studie technische bedrijfskunde gestopt om zich volledig te kunnen richten op Extinction Rebellion. Dat levert bepaald niet alleen lof op. En de zestienjarige Melih neemt, in navolging van klimaatactiviste Greta Thunberg, deel aan stakingen en activiteiten van Fridays For Future. Thuis kampt hij met een vader die klimaatontkenner is en een moeder die vindt dat hij gewoon vlees moet eten.

Via drie gedreven jongeren portretteert regisseur Eef Hilgers zo een nieuwe generatie aardbewoners die, met een ferme combinatie van ouderwets engagement en hedendaagse middelen, de wereld wil veranderen. Achter al dat idealisme gaat oprechte zorg schuil. Over een wereld die wel eens ten onder zou kunnen gaan. Noem het klimaatdepressie of ecorexia. Het is de tol die zij moeten betalen voor het gedrag van eerdere generaties.

Mae West: Dirty Blonde

‘When I’m good, I’m very good’, lacht ze schalks naar de man in haar armen. ‘But when I’m bad I’m better.’ Gewiekst speelde actrice Mae West (1892-1980) haar imago van wellustige blondine in talloze speelfilms uit. Ook al leverde haar dat in 1927 zowaar een gevangenisstraf van acht dagen op, vanwege onzedelijk gedrag in een theatervoorstelling. Intussen zette ze zo echter de toon voor sterke vrouwen van later datum, die zich niet schamen voor hun sex appeal, zoals Marilyn Monroe, Madonna en Beyoncé.

In Mae West: Dirty Blonde (52 min.) – een titel die ook zomaar op een schmutzige VHS-cassette had kunnen staan – belichten Sally Rosenthal en Julia Marchesi het leven en de carrière van de flamboyante actrice, die in de jaren dertig uitgroeide tot de grootste Hollywood-ster van haar tijd. Wests sexy imago en dubbelzinnige opmerkingen maakten haar echter tot een ideaal doelwit voor moraalridders, die de mannenvreetster als een bedreiging voor de goede zeden van gewone Amerikanen beschouwden..

Deze smakelijke tv-docu, opgebouwd rond zwart-foto’s van de femme fatale met de scherpe tong en treffende scènes uit haar vele films, duikt met haar biograaf, historici, schrijvers, journalisten en een burlesque- en drag-artiest diep in het fenomeen Mae West, zonder dat de vrouw erachter heel duidelijk tevoorschijn komt. Die bleef tot op hoge leeftijd, eerst in Las Vegas en daarna gewoon weer in films, haar kunstje doen. ‘Is that a gun in your pocket’, fleemt ze bijvoorbeeld op 85-jarige leeftijd, in de film Sextette uit 1977, tegen de toenmalige hunk George Hamilton. ‘Or are you just glad to see me?’

This Is A Robbery: The World’s Biggest Art Heist

Netflix

Rond het Isabella Stewart Gardner Museum kon het jaarlijkse ‘Carnaval’ elk ogenblik losbarsten. Terwijl de rest van Boston, ‘de Ierse hoofdstad van de Verenigde Staten’, zich op zondag 18 maart 1990 opmaakte voor de Saint Patrick’s Day-parade, ontdekten medewerkers van het museum echter dat er was ingebroken. Dertien kunstwerken bleken gestolen. Van illustere namen als Rembrandt, Vermeer en Manet. ‘De grootste kunstroof ooit’, schreeuwden kranten en televisiezenders. Geschatte schade: ettelijke honderden miljoenen dollar.

De bewakers van het Gardner-museum waren, gekneveld met duct tape, achtergelaten in de kelder. Ze verklaarden dat ze die nacht werden overweldigd door enkele als agent vermomde mannen. Toch lijkt de kraak van de vierdelige serie This Is A Robbery: The World’s Biggest Art Heist (210 min.) bij nadere beschouwing een stuk minder professioneel dan je op basis van de buit zou verwachten. De rovers hebben enkele kostbare schilderijen gewoon laten hangen en zijn ogenschijnlijk tamelijk klunzig te werk gegaan. En aan wie kun je zulke wereldberoemde werken eigenlijk verpatsen?

Hoewel er verdachten te over zijn – één van de beveiligers, een beruchte kunstdief en de plaatselijke georganiseerde misdaad, de Ieren dan wel de Italianen – is de zaak ruim dertig jaar na dato nog altijd niet (helemaal) opgelost. Regisseur Colin Barnicle loopt met direct betrokkenen, politieagenten, journalisten, advocaten en kunstkenners de verschillende onderzoekspistes af en probeert verdachten weg te strepen, om zo bij de echte daders te komen. Als die daadwerkelijk in beeld lijken te komen, resteert er nog één vraag: waar is de gestolen kunst?

Van een vaardig vertelde whodunnit, waarin met de regelmaat van de klok een potentiële rover achter de tralies of onder de zoden verdwijnt, wordt deze miniserie zo een zoektocht naar de verdonkeremaande werken: liggen ze ergens bij een pseudo-Soprano in de achterbak? Hangen ze aan de muur bij een kunstconnaisseur zonder scrupules? Of zijn ze allang weggerot in het één of ander vochtig magazijn? Én, als ze ooit nog voor de dag komen, is het dan vooral als handig ‘verlaat de gevangenis zonder te betalen’-kaartje?

Van een slim opgebouwde rondleiding door het doolhof dat is opgetrokken rond de Gardner-roof wordt This Is A Robberty uiteindelijk ook een aansprekend portret van de penoze van Boston. De serie eindigt daardoor een stuk grimmiger dan de oorspronkelijke inbraak in het museum deed vermoeden.

306 Hollywood

Het huis aan 306 Hollywood Avenue in Newark, New Jersey, was al verkocht. En toen bleek dat Jonathan en Elan Bogarín toch nog geen afscheid konden nemen van hun oma Annette Ontell, die daar maar liefst 67 jaar had gewoond. Ze kregen twaalf maanden respijt van hun moeder Marilyn om grootmoeders huis en spullen te bekijken, sorteren en arrangeren. De kleding die ze ontwierp en zelf ook droeg. Al wat er is overgebleven van hun jong overleden oom David. En de kunstgebitten van opa Herman, die een prachtig tableau kunnen vormen met zijn tandenborstels.

Broer en zus vergelijken de onderneming met een archeologische opgraving, waarbij ditmaal een compleet leven wordt blootgelegd en tentoongesteld. Ze hebben daarbij tevens de beschikking over gefilmde interviews die ze tussen haar 83e en haar 93e deden met oma Annette en gaan tijdens hun zoektocht naar wat er na de dood overblijft van het leven ook te rade bij een archeoloog, uitvaartverzorger, bibliothecaris, modeconservator, natuurkundige en de archivaris van een puissant rijke familie. Want welke waarde moet er worden toegekend aan de restanten van het bestaan van een heel gewone vrouw zoals hun grootmoeder?

Dat blijkt toch vooral te zitten in de blik waarmee dat erfgoed wordt bezien. Annettes jurken zijn bijvoorbeeld beeldschoon. Paste ze er op latere leeftijd nog in? Haar dochter Marilyn heeft het eens samen met haar uitgeprobeerd. Dit resulteert in een lange en aandoenlijke scène, die buitenstaanders toch een wat voyeuristisch gevoel geeft. Even later komen die jurken in deze sprankelende film opnieuw tot leven als ze de ranke lichamen van jonge brunettes omspannen. Die gaan er bovendien ‘spontaan’ van dansen in de voortuin van het huis.

Zulke plotselinge oprispingen van magisch realisme, waarbij ook de feeërieke soundtrack een hoofdrol claimt, geven 306 Hollywood (94 min.) een onmiskenbaar joyeuze feel. Die wordt nog eens versterkt door de speelse verteltrant: Jonathan en Elan doen hun verhaal via een soort permanente dialoog. ‘Er is een reden dat mensen geen huizen aanhouden waarin ze niet wonen’, concludeert Jonathan als ze bij hun ‘opgraving’ overal schimmel tegenkomen. ‘Brood van vorig jaar’, toont Elan vervolgens een bedorven boterham. Haar broer vult aan: ‘gefillte fisch uit het vorige decennium’. Waarna zijn zus ‘toiletpapier uit de vorige eeuw’ vindt.

Uiteindelijk stuiten ze op een audiocassette met de mysterieuze titel ‘The Fighting Ontells’. Alle familieleden zijn er zowaar op te horen. Ruziënd, dat wel. ‘Wacht eens even’, denkt Jonathan hardop. ‘Tien maanden lang hebben we met al die spullen geprobeerd om het verleden weer tot leven te wekken. Met het aanzetten van die tape zijn we er ineens.’ En met behulp van de enorme telescoop die toch niets staat te doen in huis en de inzet van enkele lipsynchroon opererende acteurs kunnen ze hun grootouders nog zien ook!

Al die bravoure en humor kunnen evenwel niet verhullen dat deze betoverende film, die zich direct in je systeem nestelt, in wezen gaat over rouw, weemoed en het accepteren van die twee nauwelijks te bevatten waarheden van het leven: dat elke dag maar één keer kan worden geleefd en dat iemand die eenmaal weg is, hoezeer je het ook probeert, echt nooit meer terugkomt. Alleen de herinnering blijft – en spullen die deze ongenadig kunnen kietelen.

Banksy Most Wanted

Geen kunstenaar beheerst het ‘feed the beast’-principe zo goed als Banksy. Steeds weer weet de Brit, die zijn ware identiteit zorgvuldig afschermt, met zijn spraakmakende, geëngageerde werk de aandacht op zich te vestigen. Terwijl hij, althans volgens zijn voormalige manager Steve Lazarides, vermoedelijk de enige aardbewoner is die niet maalt om de door Andy Warhol aan ons allen toegezegde ‘fifteen minutes of fame’.

In het najaar van 2018 werd Banksy weer wereldnieuws toen zijn schilderij Girl With Balloon, direct nadat het voor 860.000 pond was geveild bij Sotheby’s, zichzelf begon te vernietigen. Een openlijke ‘fuck you’ naar de kunstwereld, die hij toch al geruime tijd in zijn greep houdt. Met sloganeske kunst voor de gewone werkeman, zoals een met graffiti beklede olifant, het anti-pretpark Dismaland of de omstreden sjabloonafbeelding van een Israëlische soldaat die het identiteitsbewijs van een ezel wil zien.

Banksy Most Wanted (82 min.) start als een gedegen inleiding op het oeuvre van de wereldberoemde onbekende kunstenaar, die zich rond de eeuwwisseling als graffiti-artiest begon te manifesteren in Bristol. Anonimiteit was toen nog gewoon bittere noodzaak, hij kon immers elk ogenblik opgepakt worden door de politie. Sindsdien heeft de volksheld echter een Robin Hood-achtige allure gekregen, die het onthullen van zijn identiteit tot een soort internationale volkssport heeft gemaakt.

Daaraan besteden Aurélia Rouvier, Laurent Richard en Seamus Haley dan ook volop aandacht in de tweede helft van deze bijzonder vermakelijke film: wie is Banksy? Een bekende muzikant uit Bristol? Zomaar een onopvallende man? Een vrouw misschien? Of toch een collectief? Al die speculaties leiden uiteindelijk tot een ‘serieus onderzoek’, waarbij methoden worden ingezet die eerder zijn toegepast om seriemoordenaars in de kraag te grijpen. Maar of daarmee ook definitief uitsluitsel kan worden verkregen over de echte naam van dit ontregelende fenomeen?

Banksy Most Wanted vergroot het mysterie uiteindelijk alleen maar en zet zo het zoeklicht nog eens nadrukkelijk op zijn/haar/hun voornaamste kunstwerk: Banksy zelf.

Demi Lovato: Dancing With The Devil

YouTube

Nu gaan ze, zangeres Demi Lovato en de mensen uit haar directe omgeving, wél de waarheid vertellen. Hand op het hart. Niet zoals in die nooit uitgebrachte documentaire, waarin Demi werd gefilmd tijdens haar wereldtournee van 2018 en iedereen nog netjes de schijn ophield. Totdat dit – doordat Demi op 23 juli wereldnieuws werd via een bijna fatale overdosis – met geen mogelijkheid meer was vol te houden en het filmen rigoureus werd gestopt. Einde tourfilm.

Welkom échte documentaire: Demi Lovato: Dancing With The Devil (88 min.). Alhoewel, écht? Deze serie van regisseur Michael D. Ratner, bestaande uit vier handzame delen, komt gewoon uit de koker van Team Demi. We mogen nu toch wél over de heroïne vertellen? vraagt één van de sprekers halverwege de eerste aflevering voor de zekerheid. Het antwoord luidt bevestigend. Welke verhalen echter niet in het gekozen narratief passen en dus toch nog binnenskamers worden gehouden, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Als we dat al zouden willen.

Niet dat er op het eerste oog veel onbesproken blijft in dit onthullende portret: seksueel misbruik, eetstoornissen, verslaving, automutilatie en psychiatrische problematiek. Behalve de hoofdpersoon zelf komt ook Demi’s complete entourage aan het woord: haar moeder, zussen, stiefvader, beste vrienden en een hele zwik medewerkers: een personal assistent, business manager, hoofd beveiliging/stafchef, case manager, choreograaf/creatief directeur en ook nog een ‘gewone’ manager. Voor de zekerheid komt Demi er nog wel even naast zitten of spoort ze hen vooraf aan om vooral de complete waarheid te vertellen – en, waar nodig, hun eigen naam te zuiveren.

Dat voelt allemaal heel Amerikaans: elk dieptepunt blijkt uiteindelijk vooral een aanloop naar een moment van diep inzicht. Het probleem is alleen: die diepere inzichten, zo blijkt uit archiefmateriaal, heeft ze al eerder gehad. En die hebben uiteindelijk dan toch weinig effect gesorteerd. In dat verband zou het interessant zijn geweest als ook Lovato’s vorige management, dat haar ten tijde van die overdosis in 2018 aan strikte regels onderwierp en dat sindsdien aan de kant is geschoven, spreektijd had gekregen. Wat zou dit voor effect hebben gehad op dat roestvrijstalen narratief van in de diepste put vallen en er weer geheel gelouterd uitklimmen?

Échte reflectie – op hoe een leven in de spotlights, vanaf heel jonge leeftijd, jou en je omgeving tekent – ontbreekt evenwel in deze échte documentaire, die uiteindelijk toch eerst en vooral weer een promotool lijkt. Want Demi Lovato: Dancing With The Devil wordt natuurlijk opgeleverd met een gelijknamige hitsingle. En in de bijbehorende videoclip speelt ze, ter leering ende vermaeck, haar eigen overdosis nog eens vol overgave na. Dat kun je dapper noemen. Of smakeloos.

The Dilemma Of Desire

Kartemquin Films

‘Wát?’ dacht biologe Stacey Dutton toen ze de ‘cliteracy’-tekeningen zag van kunstenares Sophia Wallace. ‘Dus zo ziet een clitoris eruit?’ Tegelijkertijd schaamde ze zich. ‘Hoe kan het dat ik er als vrouwelijke bioloog geen idee van heb hoe mijn eigen biologie eruit ziet?’

Sophia Wallace had haar eigen openbaring toen ze na de dood van haar oma, moeder van vijf kinderen, hoorde dat die nooit een orgasme had gehad. Sophia kon daar niet over uit. Toen één van haar vriendinnen vroeg of ze eigenlijk wel wist dat de clitoris een hartstikke groot orgaan is, ging de New Yorkse kunstenares op onderzoek uit. Ze ontdekte tot haar verbazing dat ze nauwelijks wist hoe haar lichaam in elkaar stak, inclusief het inwendige deel van de clitoris.

Intussen wisten beide vrouwen natuurlijk alles over de penis. Want, zo betoogt de interessante, nét iets te lijvige documentaire The Dilemma Of Desire (108 min.) van Maria Finitzo: het mannelijke perspectief domineert op alle mogelijke manieren onze seksuele opvoeding en beleving. Aan de hand van Wallaces werk en de persoonlijke verhalen van enkele vrouwen die hun eigen seksualiteit hebben (her)ontdekt belicht de film welke voetangels en klemmen ze daarbij tegenkomen. Waarbij de man toch steeds weer een sleutelrol speelt. Als partner in crime, agressor of (dominant) rolmodel.

Zo zou de vibrator bijvoorbeeld ooit door mannelijke artsen zijn ontwikkeld om hysterische vrouwen een climax te laten beleven en weer in het gareel te krijgen. In de woorden van industrieel ontwerper Ti Chang, die met haar eigen bedrijf Crave smaakvolle erotische producten maakt: ‘Genot was een ziekte.’ Die drempel is, een dikke eeuw later, nog altijd niet geheel geslecht. En dat gaat ons allemaal aan, vindt Sophia Wallace. Niet alleen vrouwen. Zoals ze het uitdrukt in een projectie op Trump Tower: ‘Democracy Without Cliteracy… is a phallusy.’

Hitchcock/Truffaut

‘Beste meneer Truffaut, uw brief zorgde voor tranen in mijn ogen’, schreef de vermaarde filmregisseur Alfred Hitchcock begin jaren zestig aan zijn veel jongere Franse collega. ‘Ik ben zo dankbaar voor deze erkenning van u.’

Nouvelle vague-pionier François Truffaut wilde in gesprek met de ‘master of suspense’, die hij beschouwde als de beste regisseur ter wereld. En de Britse gigant, geplaagd door het gevoel dat hij niet serieus werd genomen als kunstenaar, wilde zich maar al te graag uitgebreid – een week lang zelfs, met een vertaalster – laten interviewen over zijn oeuvre.

De gesprekken die ze voerden voor Hitchcock/Truffaut, het boek dat daaruit voortvloeide en dat wordt beschouwd als een essentieel werk over het medium film, vormen de basis voor deze documentaire van Kent Jones uit 2015, die verplichte kost is voor elke cinefiel en tevens dienst kan doen als masterclass voor aspirant-filmmakers.

Aan de hand van fragmenten uit klassieke Hitchcock-films zoomen de hedendaagse filmmakers David FincherMartin Scorsese, Arnaud Desplechin, Richard Linklater, Kiyoshi Kurosawa, Wes Anderson, James Gray, Paul Schrader, Peter Bogdanovich en Olivier Assayas in op het werk van de grootmeester en destilleren er elementaire lessen uit.

Hitchcock/Truffaut (80 min.), dat ook een fotoserie van de tweegesprekken incorporeert, slaagt daardoor ook als eigenstandig kunstwerk: de documentaire dwingt de kijker om de alledaagse werkelijkheid, waartoe we de speelfilms van Alfred Hitchcock toch zo langzamerhand mogen rekenen, met arendsogen te bekijken.

En dan valt er, ruim een halve eeuw na dato, nog van alles te ontdekken. Want, zoals één van de sprekers ‘t formuleert, zelfs de slechtste Hitchcock-film is vele malen interessanter dan de meeste andere rolprenten.

Fresh Dressed

Zie ze staan. Die zwarte gleufhoeden. Opzichtige gouden kettingen. Lekker glanzende trainingspakken. En, natuurlijk, de blitse sneakers met de drie signatuurstrepen. Vereeuwigd in de hit My Adidas. Run-DMC, hiphoppioniers van het zuiverste water. Ze hielpen ooit vrolijk mee met het definiëren van de inmiddels immens succesvolle muziekstroming en legden via een samenwerking met Aerosmith bovendien hoogstpersoonlijk de crossover tussen rap en rock. Ze ogen net zo cool als ze klinken.

We hebben wel wat weg van pauwen, zegt collega-rapper Nas in Fresh Dressed (80 min.), een vlotte docu van Sacha Jenkins uit 2015 over de hiphopcultuur. Alles behalve de muziek zelf eigenlijk. De kleren. De blingbling. De schoenen. Hoe de lifestyle ontstond, zich ontwikkelde en groot werd. Een levenswijze die werd vermarkt via kopstukken als LL Cool J en Tupac, zijn weg naar tv vond via de comedy The Fresh Prince Of Bel-Air en niet lang daarna zijn officiële entree maakte in de modewereld.

Het complete verhaal van de hiphopstijl dus, geplaatst te midden van het straatleven, graffiti en de urban-cultuur. Opgedist door toonaangevende rappers als Kanye West, Pharrell Williams en Sean ‘Puffy’ Combs. Bijgestaan door insiders zoals Vogue-editor André Leon Talley, kledingdesigner Dapper Dan en fotograaf Jamel Shabazz. Opgeleukt met geinige animatiesequenties. En aaneengesmeed met, natuurlijk, klassieke hiphoptracks.

Het is een verhaal over cultuur en business, maar ook over identiteit. Want de oorsprong van al dat uiterlijk vertoon ligt toch echt in de achtergestelde positie van Afro-Amerikanen in de grote steden. Op straat moest je iemand lijken – ook al had je geen nagel om aan je kont te krabben. Hoe kon je jezelf anders onderscheiden, de competitie met anderen aangaan of – gewoon – iets van zelfrespect behouden?

Nu hiphop onderdeel is geworden van de mainstream, is er heel veel veranderd. En ook weer heel weinig.

Hans van Manen: Van Oud Naar Jong

NTR

Het Coronavirus is zich stilaan ook in documentaires aan het nestelen. Vanaf het najaar van 2020 beginnen er al films binnen te druppelen waarin COVID-19 een bijrol speelt – of zelfs de hoofdrol opeist. Totdat we dat net zo spuugzat zijn als in het echte leven.

Over een tijd, als die pandemie (hopelijk) tot de voltooid verleden tijd behoort, zullen we ons wellicht opnieuw verbazen over de alomtegenwoordige mondkapjes, de verplichte isolatie en het gesteggel over van overheidswege opgelegde maatregelen. Tot dat moment moeten we accepteren dat al die ongemakken ook in kunstvormen als documentaire en dans de kop opsteken. Want in deze situatie hebben makers maar één keuze: van de nood een deugd maken.

Ook de leden van het Nationale Ballet moeten alle zeilen bijzetten om gemotiveerd, fysiek in vorm en in goede mentale conditie te blijven. Ze verkennen de mogelijkheden van Zoom-trainingen, repeteren in kleine groepjes en experimenteren met online-voorstellingen. De honger naar échte uitvoeringen voor een volle zaal is alleen nauwelijks te stillen. Op zulke momenten is het een zegen dat er een invloedrijke choreograaf binnen handbereik is.

In Hans van Manen: Van Oud Naar Jong (49 min.) kijkt regisseur Joost van Krieken mee hoe het Nationale Ballet zich het oeuvre van de oude meester eigen probeert te maken. In veertig jaar maakte hij meer dan honderd choreografieën. ‘Als je kijkt naar zijn balletten, zie je een enorme rijkdom en toch een stilistische eenheid’ stelt directeur Ted Brandsen. ‘Een soort heldere visie over wat dans kan uitdrukken en wat het kan betekenen voor mensen.’

Begeleid door een zoals altijd bevlogen Van Manen, inmiddels bijna negentig, maken de dansers Floor Eimers en Edo Wijnen zich uiteindelijk op voor een online reprise van zijn klassieke werk Déja Vù. Ze weten daarbij ook Rachel Beaujean, de adjunct-artistiek directeur van het Nationale Ballet, aan hun zijde. Zij was jarenlang de muze van Hans van Manen en danste in 1981 met Clint Farha zelf het stuk, dat de laatste twaalf minuten van deze verzorgde dansdocu bestrijkt.

Tina

HBO

De Bruin, Fey of Trucker? Nee, met Tina wordt natuurlijk Turner bedoeld. De achternaam die ze erfde van haar eerste echtgenoot Ike. De voornaam verzon hij, zonder overleg overigens, voor haar: Tina (117 min.). Die dus eigenlijk Anna Mae Bullock heet. En nu haar eigen documentaire heeft. Na eerder al een autobiografie (I, Tina: My Life Story), een speelfilmhit die daar weer op was gebaseerd (What’s Love Got To Do With It) en onlangs nog eens Tina: The Musical.

De Amerikaanse zangeres is inmiddels begin tachtig, maar wordt nog altijd geassocieerd met Ike, de ploert die ze alweer bijna een halve eeuw geleden verliet. Enkele jaren later zou ze, via een openhartig interview met het tijdschrift People in 1981, eindelijk schoon schip proberen te maken. Over de jaren waarin ze met de Ike & Tina Turner Revue de wereld veroverden – en hij haar achter de schermen alle hoeken van de (kleed)kamer liet zien.

Dat interview met Carl Arrington, gepubliceerd onder de kop ‘Tina Turner, The Woman Who Taught Mick Jagger To Dance’, krijgt ook weer een prominente plek in deze biopic van Daniel Lindsay en T.J. Martin. Zoals het misbruik Anna Mae haar hele leven zou blijven achtervolgen. Ook toen ze in de jaren tachtig als soloartiest een onverwachte comeback maakte en uitgroeide tot een absolute wereldster, bleef iedereen maar vragen naar Ike. Nooit kwam ze los van die vent. Ook nu niet.

Het is de tragiek van een vrouw die, tegen wil en dank, een voorbeeld werd voor andere vrouwen die gebukt gaan onder huiselijk geweld. In die zin biedt deze ongebreidelde lofzang op Tina Turner ook weinig nieuws over dat oude vertrouwde verhaal – verteld door de hoofdpersoon zelf en haar vriendin Oprah Winfrey, achtergrondzangeres/danseres Le’Jeune Fletcher, ghostwriter Kurt Loder, manager Roger Davies en Zwitserse echtgenoot Erwin Bach.

Behalve dan dat het vertellen van dat verhaal nog altijd zwaar weegt op Anna Mae. En dat daarachter nog een ander verhaal schuilgaat. Over een liefdeloze jeugd. Dat al wat later kwam – wellicht – een beetje verklaart. En dat in deze liefdevolle film, waarin haar huidige familieleven overigens behoorlijk wordt afgeschermd, als opmaat fungeert naar de gelikte apotheose. De documentaire die volgens haar man Erwin een soort punt zet. Achter Tina’s leven en carrière.

Turner.

Maddy The Model

Als achttienjarige maakte ze in 2015 haar debuut op de New York Fashion Week. Madeline Stuart was het allereerste model met het Syndroom van Down op de catwalk. Twee jaar later overheerst bij moeder en manager Rosanne nochtans teleurstelling: haar dochter wordt nog altijd niet behandeld én betaald als een topmodel.

Die carrière was enkele jaren daarvoor zonder al te veel illusies begonnen. Nadat Maddy The Model (92 min.) voor het eerst een modeshow had gezien, kreeg ze van haar moeder een professionele fotoshoot cadeau. Het resultaat daarvan was zo verbazingwekkend dat Rosanne Stuart, inmiddels ook Madelines belangenbehartiger, de foto’s online plaatste. Ze verzon er meteen een prikkelende slogan bij: Getting Down To Modelling. Niet veel later hing New York aan de lijn.

Maar is de Australische tiener sindsdien meer geworden dan een curiosum op de catwalk, een voorbeeld van de inclusiviteit die de internationale modellenwereld nastreeft of zegt na te streven? Rosanne legt zich er in elk geval niet zomaar bij neer dat haar dochter, die door haar verstandelijke beperking van jongs af aan een zorgenkindje is geweest, te midden van al die mooie mensen automatisch aan het kortste eind trekt.

Daarbij speelt onvermijdelijk de vraag op wie van de twee nu eigenlijk droomt van een modellencarrière – en in hoeverre een rol speelt of/dat Rosanne moeite heeft om Madelines beperking te accepteren. ‘Ik doe dit niet voor mezelf, oké’, zegt ze snibbig tegen haar dochter als die geen zin heeft in weer een show. Even daarvoor heeft ze Maddy al proberen te verleiden om nog één laatste interviewer te woord te staan: ‘Een interview en dan een ijsje.’

Thuis, bij haar lieve vriendje Robbie in Brisbane, lijkt Madeline meestal net zo gelukkig als in pak ‘m beet Parijs, Dubai, Londen, Kampala of Palm Beach, waar de schone schijn regeert en zij een plek moet zien te verwerven. Moeder blijft in deze observerende film van Jane Magnusson intussen onverminderd pushen en mopperen. Het is bewonderenswaardig dat ze zo onvoorwaardelijk in haar kind gelooft – of onuitstaanbaar dat ze die haar eigen dromen blijft opdringen.

Afhankelijk van de bril waarmee je deze documentaire bekijkt, is Maddy The Model dus een fraai portret van twee diversiteitsstrijders die door het glazen plafond proberen te breken. Of een onvervalste kromme tenen-film over een behoorlijk ongezonde moeder-dochter verhouding. Óf – dat kan ook nog – een lekker schurende combinatie van die twee.

Guy Weizman – Voorheen/Nadien

Tangerine Tree

‘Probeer het niet te begrijpen’, instrueert Guy Weizman zijn performers. Ze zijn uit de hele wereld overkomen naar Groningen om zijn artistieke visie te verwerkelijken. Energie componeren, noemt hij dat. De Israëlisch-Marokkaanse artistiek leider van het Nederlandse theatergezelschap wil geen voorstellingen maken, zegt hij in deze film van Willem Baptist, maar die tijdens het maakproces zelf ontdekken. 

Guy Weizman – Voorheen/Nadien (55 min.) is dan ook geen typische making of-docu van de nieuwste productie van het Noord Nederlands Toneel. Het wordt ‘een poëtische film’ legt één van de medewerkers in een Droste-achtige scène uit aan een participant. En dat is geen woord te veel gezegd: Baptist vangt Weizmans visuele bombardement in bloemrijke, straf gekadreerde beelden, waaronder fraaie shots vanuit vogelperspectief.

Zo visualiseert hij de gedachtewereld van de man die zichzelf een soort ‘Godfather uit een Marokkaanse maffiafamilie’ noemt, zomaar kan gaan delibreren over het ‘butterfly effect’ en ontregelende telefoongesprekken met zijn moeder in Marokko voert. Het wordt een zinnenprikkelende ontdekkingstocht door een brein dat altijd in overdrive lijkt te staan en dat bij een splitsing al gauw het minst begaanbare pad kiest.

Baptist begeleidt de beeldenpracht met enigmatische oneliners van Weizman, die als hij zijn troepen dirigeert ook wel iets wegheeft van een goeroe.

‘Een blinde man wacht niet totdat het licht is om te beginnen met lopen.’ Frons.

‘Het stijgt op of het blijft dood op de grond.’ Punt.

‘Het lichaam liegt niet.’ Pauze. ‘Nooit.’

‘Het gaat om de schoonheid van onze onmacht.’ Uitroepteken.

En dan zorgen de Coronamaatregelen ervoor dat alle plannen in het honderd lopen. ‘Fúúúck!’ schreeuwt Weizman gefrustreerd. Geen première. Alleen een weerslag op video, van een generale repetitie/voorstelling zonder publiek. Inmiddels begint het te dagen: deze film zou wel eens die voorstelling kunnen zijn. Niets meer, niets minder. Die dus niet zomaar is gemaakt, maar ergens onderweg is ontdekt.

Finding Vivian Maier

In haar opslagruimte vindt hij Vivian Maiers complete leven: jurken, rekeningen, folders, treinkaartjes, schoenen, ongecashte belastingcheques, hoeden en een kunstgebit. Én zo’n honderdduizend fotonegatieven en enkele duizenden filmrolletjes.

Daarvoor had John Maloof in 2007 bij een veiling al een doos met negatieven van de onbekende fotografe op de kop getikt. Hij moest er 380 dollar voor neertellen, herinnert hij zich. Eenmaal thuis kon de jonge historicus en handelaar zijn ogen niet geloven: deze foto’s waren zó goed. Wie was deze vrouw? En waarom had hij nog nooit van haar gehoord?

Een zoektocht op Google leverde niets op. Maloof begon de foto’s zelf maar af te drukken en plaatste ze vervolgens op een fotoblog. Al snel stroomden de enthousiaste reacties binnen. Hij besloot ook andere dozen met haar werk op te sporen en aan te kopen. En toen zocht hij nog maar eens op internet en vond een overlijdensbericht: Vivian Maier (1926-2009).

De mensen die haar bij leven en welzijn hadden gekend, hebben bij de start van Finding Vivian Maier (79 min.), de film die John Maloof over zijn zoektocht maakte met Charlie Siskel, weinig woorden nodig om haar te typeren: paradoxaal. Gedurfd. Geheimzinnig. Excentriek. Gesloten. Hoewel ze soms jaren met haar te maken hadden, bijvoorbeeld als kinderoppas, bleef ze altijd een mysterie voor hen.

Stukje bij beetje komt deze slim opgebouwde film toch dichter bij de vrouw, die zich echter nooit helemaal laat vangen. Ook niet in de zelfportretten die ze maakte. Ze was en bleef een eenzaat, met hele vreemde trekjes. Via haar imposante oeuvre, dat ze altijd voor zichzelf heeft gehouden, openbaart zich echter ook een vrouw die via haar Rolleiflex-camera met mededogen naar de wereld keek.

Deze documentaire, die in 2013 overuren maakte in de Nederlandse filmhuizen en ook hier in kunstkringen een bescheiden Vivian Maier-hype veroorzaakte, kijkt op een vergelijkbare manier naar haar: het is niet moeilijk om een heel klein beetje te gaan houden van deze vrouw die nooit ergens thuis was en daarom maar in haar foto’s ging wonen. Het is alleen de vraag wat ze er zelf van zou hebben gevonden dat daar tegenwoordig, na haar overlijden, zoveel bezoek komt.

Een goed verhaal, zoals Finding Vivian Maier, moet je misschien niet doodchecken. Toch is dat wel degelijk gedaan. Door Pamela Bannos bijvoorbeeld, in de biografie Vivian Maier: A Photographer’s Life And Afterlife. Zij nuanceert het moderne sprookje dat James Maloof heeft gemaakt van Vivian Maiers levensverhaal en de manier waarop hij en zijn concurrenten zich haar hebben toegeëigend.

Finding Vivian Maier is hier te bekijken.

Soul Boys Of The Western World

Natuurlijk, dit is zo’n typische banddocu. Die chronologisch uiteenzet hoe de som uiteindelijk – pas na een slordige 24 minuten – meer werd dan de delen. Waarin de grote successen van de helden (True, Gold en natuurlijk Through The Barricades) vanzelfsprekend uitbundig worden gevierd. En die niet geheel toevallig werd uitgebracht toen hun groep, Spandau Ballet, na ruim twintig jaar een onverwachte comeback had gemaakt.

Soul Boys Of The Western World (110 min.) is niettemin een joyeuze viering van hoe de ‘working-class lads’ uit Noord-Londen, na diverse valse starts, ergens in de jaren tachtig de synthesizer ontdekten, zich precies het juiste imago aanmaten en een eigentijdse en poppy draai gaven aan hun voorliefde voor soul. Ze werden er even héél succesvol mee: echte popsterren, de vervulling van al hun jongensdromen. En toen begonnen de steeds verder opgeblazen ego’s, gepersonifieerd door zanger Tony Hadley en songschrijver Gary Kemp, ongenadig te botsen. Vanwege een ordinaire centenkwestie kwamen de bandleden zelfs tegenover elkaar te staan bij de rechter.

Regisseur George Hencken serveert dat al duizenden malen vertelde verhaal over de opkomst, ondergang en wederopstanding van een popgroep aanstekelijk uit, laat het off screen becommentariëren door de individuele bandleden en heeft daarnaast genoeg oog voor de maatschappelijke context in het toenmalige Verenigd Koninkrijk, straf geleid door ‘iron lady’ Margaret Thatcher, om er nét iets meer van te maken dan alleen een routineuze vertelling over een dertien-in-een-dozijn bandje. Ook als je weinig hebt met hun muziek – understatement – en zelfs wel een beetje moet grinniken om hun uitbundige kapsels, zorgvuldige gestylede kostuums en nét iets te kleine speedo’s – bekentenis – houdt deze film je bijna twee uur bij de les.

Slechts enkele jaren na het uitbrengen van deze popdocu uit 2014 was er overigens tóch weer herrie in de tent bij Spandau Ballet. Sindsdien moeten de overjarige glamourboys het doen zonder frontman Tony Hadley. Totdat ook die in zijn portemonnee weer de dringende noodzaak begint te voelen om zich en plein publique te verzoenen met zijn jeugdvrienden. En de camera’s wellicht kunnen gaan draaien voor Soul Boys Of The Western World – The Sequel.

Nelson Carrilho: Ik Ben Een Zwarte Beeldhouwer

Talent United

Hij legt de nadruk op elk afzonderlijk woord in de zin: Ik. Ben. Een. Zwarte. Beeldhouwer. Alsof hij ook zichzelf daarvan soms nog moet overtuigen. Dat is niet zo vreemd. Nelson Carrilho werd grootgebracht op Curaçao. Daar mocht hij als zwarte jongen geen Papiamento spreken. De connectie met zijn oorsprong in Afrika moest hij echt zelf gaan zoeken. En dat had vanzelfsprekend z’n weerslag op zijn kunst. Daarin is hij op zoek naar nieuwe beelden om te gedenken. Voorbij de gebruikelijke beelden van geketende slaven of een geheven zwarte vuist.

Monumenten die de zwarte gemeenschap van het slachtofferschap kunnen bevrijden, zoals hij het zelf formuleert. Toen Nelson Carrilho werd gevraagd om een monument te maken voor Kerwin Duinmeijer, die in 1983 vanwege zijn donkere huidskleur werd doodgestoken, fabriceerde hij bijvoorbeeld niet het gevraagde portret van het slachtoffer. In plaats daarvan maakte Carrilho Ma Baranka, een moederbeeld dat nog altijd de kracht van zwarte vrouwen representeert in het Amsterdamse Vondelpark.

In de documentaire die buurman en vriend Robin van Erven Dorens over de kunstenaar maakte speelt ook Carrilho’s familiegeschiedenis een belangrijke rol. Hij verhaalt bijvoorbeeld over zijn overgrootmoeder, die als koelie van India naar Suriname is gehaald en vervolgens werd geronseld voor de wereldtentoonstelling van 1883 in Amsterdam, waar ze als onderdeel van een ‘human zoo’ geacht werd om haar eigen leven na te spelen. Het is een beeld dat ook in de 21e eeuw nog pijn doet: van exoten die als een soort kermisattractie worden tentoongesteld.

Nelson Carrilho: Ik Ben Een Zwarte Beeldhouwer (51 min.) portretteert de kunstenaar in zijn atelier in de Jordaan, volgt hem naar de olieraffinaderij van Shell nabij zijn geboortegrond en gaat met hem naar een Italiaans kustplaatsje, waar in 1972 de zogenaamde Bronzen van Riace, beelden van Griekse strijders die dateren van 450 jaar voor Christus, werden aangetroffen in zee. Carillho wil daar nu een monument maken voor vluchtelingen die er vanuit Afrika, het continent waar ook zijn eigen wortels liggen, aanmeren voor een verblijf in het veilige Europa.

Van Erven Dorens raakt intussen allerlei interessante kwesties aan, maar pakt eigenlijk nergens door en brengt ook niet altijd samenhang aan. Hoewel Nelson Carrilho een interessant personage is, dit portret enkele hele fraaie scènes bevat en ook de sprankelende Afrikaanse soundtrack tot de verbeelding spreekt, heeft deze film daardoor soms toch moeite om de aandacht vast te houden.

Song Of Lahore

Hun muziek en de bijbehorende cultuur dreigden verloren te gaan. Nadat Pakistan in de jaren zeventig een streng islamitische staat was geworden, kwam de traditionele Song Of Lahore (82 min.) in het verdomhoekje terecht. Het was muziek die van generatie op generatie was doorgegeven en die na een glorieperiode, waarin de orkesten voor regeringsleiders optraden en soundtracks maakten voor films, ineens gedoemd leek om een kwijnend bestaan te leiden.

Tótdat Izzat Majid besloot om te starten met Sachal Studios, een plek waar de traditie van de voormalige culturele hoofdstad van Pakistan levend wordt gehouden en doorgegeven aan een nieuwe generatie. ‘Het is niet míjn werk wat ik doe in Sachal’, zegt muzikaal leider Nijat Ali, die heeft moeten aanzien hoe zijn vader, de vermaarde dirigent/arrangeur Riaz Hoessain, bij zijn dood zonder al te veel ceremonieel uitgeleide is gedaan. ‘Ik vervul de plicht aan mijn vader. Dat is een enorme verantwoordelijkheid. En soms vraag ik me af of ik die kan dragen.’

Tegelijkertijd staan de muzikanten van het Sachal Jazz Ensemble ook open voor ontwikkelingen van buitenaf. Zo ontstaat in deze ontwapenende documentaire van Andy Schocken en Sharmeen Obaid-Chinoy uit 2015 bijvoorbeeld een geheel eigen interpretatie van de jazz-evergreen Take Five van het Dave Brubeck Quartet. Die wordt wereldwijd opgepikt en leidt tot een uitnodiging voor Jazz at Lincoln Center in New York. Nijat Ali: ‘Als God het wil, kunnen we daar laten zien dat Pakistanen artiesten zijn en niet alleen terroristen.’

Aan de andere kant van de wereld blijkt het alleen bepaald geen sinecure om traditionele instrumenten als sitar, fluit en tabla te laten samensmelten met een Amerikaanse jazzband. In de aanloop naar het concert lopen de spanningen behoorlijk op bij de Pakistaanse muzikanten, die buiten hun vertrouwde omgeving regelmatig ogen als vissen op het droge. Tegelijkertijd kunnen ze in de Verenigde Staten, als alles toch nog goed uitpakt, wellicht de waardering oogsten die in eigen land uitblijft.

En dan blijkt dat muziek daadwerkelijk barrières kan slechten.