The Good Terrorist

Was het in zekere zin kinderspel waar de zogenaamde Hofstadgroep, die in 2004 met veel machtsvertoon door de Haagse politie werd gearresteerd, zich mee bezighield? Of hadden de leden van de terroristische cel daadwerkelijk de potentie om later aanslagen van het kaliber Brussel of Parijs te gaan plegen? Hun toenmalige advocaat Victor Koppe is duidelijk: die Hofstadgroep stelde weinig voor.

Paul Abels, Raadadviseur Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, is daarvan niet overtuigd: in wezen hadden deze ‘homegrown terroristen’ hetzelfde gedachtengoed als de moslimextremisten die later wel degelijk een bloedbad aanrichtten. De tijd was blijkbaar alleen nog niet rijp voor zo’n goed georganiseerde aanslag.

Afgaande op wat voormalig Hofstadgroep-lid Jason Walters zelf zegt in The Good Terrorist (80 min.) – en de moord op Theo van Gogh door Hofstadgroep-lid Mohammed B. – ben je geneigd om Abels te volgen. Niet-moslims waren volgens de jonge Jason onrein. De grootst mogelijke misdadigers. Het zorgde voor superioriteitsgevoelens. En een dodenlijst. ‘Quasi-serieus’, zegt hij nu. ‘Half opschepperig bedoeld.’

‘Het is de islamisering van de radicaliteit’, stelt de Belgische gevangenisdocent en activist Luk Vervaet in deze film van Robert Oey. De bron van de radicalisering van bepaalde jongeren is volgens hem vooral de onvrede die zij van binnen voelen, de islam is niet meer dan een omhulsel. Hun bloedeigen Rage Against The Machine, die uiteindelijk wel uitdooft.

Jason Walters is in dat verband een interessante casus. Oey spreekt met mensen die direct met hem te maken kregen: de officier van justitie, het afdelingshoofd van de Terroristenafdeling van de Penitentiaire Inrichting Vught en de gevangenisdocent, die hem daar begeleidde bij zijn studie Cultuurwetenschappen –de stap die hem naar verluidt richting deradicalisering leidde.

Maar kunnen mensen daadwerkelijk deradicaliseren? vraagt Robert Oey, geholpen door geluidstechnicus en medebedenker van deze film Maaik Krijgsman (die zo nu en dan ook in beeld verschijnt), zich af. Hebben we de mogelijkheid om onszelf te resetten? En hoe zouden anderen dat dan kunnen controleren? Zoals Jason zelf stelt: de echte (de)radicalisering komt van binnenuit.

Definitieve antwoorden zijn Oey dus per definitie niet gegeven in deze, met dwingende klassieke muziek aangeklede denkfilm over de psychologie van het (moslim)terrorisme. Ook niet als hij zijn licht opdoet in Islamabad, het Rifgebergte of gewoon in Den Haag, bij een winkelier die er ooit getuige van was hoe de Hofstadgroep werd ingerekend. Waarbij steeds dezelfde vraag opspeelt: bestaat er zoiets als een ex-terrorist? En hoe herken je die dan?

Een Goede Moslima

‘Het is warm buiten, die oven geeft warmte en die arme vrouw moet een hoofddoek om en een lange broek?’, zeurt Frans Bromet op kenmerkende wijze tegen zijn hoofdpersoon Yeter Akin, terwijl haar tantes in Turkije een plaatselijke pannenkoek bereiden. ‘Die vrouwen zijn dus zo sterk dat ze tegen die warmte kunnen’, reageert Yeter onverstoorbaar. Intussen pakt één van de tantes met een verschrikt ‘ooow’ een pannenkoek van het vuur. ‘Verbrand?’, vraagt Bromet plagend. ‘Ja’, laat Yeter, sinds haar dertiende woonachtig in Nederland, zich niet uit het lood slaan. ‘Die is verbrand.’

De nestor onder de Nederlandse camerajournalisten, dik in de zeventig inmiddels, opereert nog altijd regelmatig als de vleesgeworden scepsis. Hij houdt zich van de domme, vraagt echt door en prikkelt als de situatie daar in zijn ogen om vraagt. Samen met Akin, met wie hij eerder een film over eerwraak maakte, gaat Bromet ditmaal op zoek naar waaraan Een Goede Moslima (71 min.) eigenlijk moet voldoen. En het is prettig dat hij daarbij niet met meel in de mond spreekt of al te voorzichtig te werk gaat. Bromet reageert gewoon zoals hij altijd doet en stelt simpelweg de vragen die in hem opkomen.

De gesprekken van Bromet en Akin, met elkaar en met allerlei verschillende vrouwelijke moslims, worden afgewisseld met een interview dat Yeter deed met een Duitse vriendin. De onherkenbaar gemaakte vrouw, gefilmd met een smartphone, vertelt hoe haar dochter langzaam radicaliseerde en uiteindelijk naar het kalifaat van Islamitische Staat vertrok. Dat interview voelt een beetje als een fremdkörper in deze erg praterige televisiedocumentaire, niet Bromets beste film, die een aardig inkijkje geeft in de wereld van moslima’s, zonder dat dit verder wezenlijk nieuwe inzichten oplevert.

The Miami Showband Massacre

Ze waren zomaar een Iers bandje. Heel populair, dat wel. Ook bij de meisjes. De Ierse Beatles, zeggen ze nu zelf. Maar dat is natuurlijk zwaar overdreven. Ruim veertig jaar na dato zou er waarschijnlijk geen haan meer kraaien naar The Miami Showband als de groep in 1975 niet betrokken zou zijn geraakt bij het bijzonder gewelddadige conflict over Noord-Ierland.

In ruim drie decennia raakten zo’n 40.000 gewone burgers gewond tijdens ’The Troubles’. 3700 Ieren, vaak op geen enkele manier betrokken bij de strijd om Ulster, stierven een gewelddadige dood. Waaronder drie muzikanten die nu anders waarschijnlijk in het golden oldies-circuit zouden hebben gespeeld: zanger Fran O’Toole, gitarist Tony Geraghty en trompettist Brian McCoy. Ze kwamen op 31 juli 1975 om bij een bloedige bomaanslagThe Miami Showband Massacre (71 min.).

Twee bandleden, bassist Stephen Travers en saxofonist Des McAlea, zaten ook in het Volkswagenbusje dat de band naar huis moest brengen na een optreden in de Castle Ballroom in Banbridge, maar overleefden de tragedie. Een derde, drummer Ray Miller, was in zijn eigen auto op weg naar huis en ontsprong de dans eveneens. Zes Ieren. Vier katholieken, twee protestanten. Al was dat volgens de overlevende bandleden nooit een thema binnen de groep.

In een burgeroorlog is echter niemand veilig en worden er bovendien regelmatig vieze spelletjes gespeeld. In deze boeiende tv-docu belicht Stuart Sender de pogingen van Stephen Travers om de ware toedracht te ontdekken achter de tragedie die drie van zijn muzikale vrienden het leven kostte. Was het een volledig uit klauw gelopen blokkade van de loyalistische Ulster Volunteer Force? Of ging het zelfs om een clandestiene actie van de Britse geheime dienst MI5, die Noord-Ierland koste wat het kost bij Groot-Brittannië wilde houden?

Stad Van Twee Lentes

Iemand van het ministerie van Volksgezondheid moet mij, de VN, om bloedmonsters vragen. In een snel gearrangeerd tweegesprek instrueert VN-vertegenwoordiger Lise Grande de stafchef van de Iraakse premier, Mahdi al-Allaq. Het is zo’n moment waarop je als kijker van een observerende documentaire op het puntje van je stoel gaat zitten. Het is vast ook een moment geweest waarop de filmmakers Frederick Mansell en Laurens Samson extra alert waren. Op dit moment konden ze daadwerkelijk laten zien en horen hoe dat in de praktijk gaat: het bezweren van een humanitaire crisis in de Iraakse stad Mosul.

Met dank aan het bij Grande opgeprikte zendermicrofoontje, dat feilloos registreert hoe het hoofd van de humanitaire missie van de Verenigde Naties na een zogenaamde ‘photo op’, een moment waarop voor het oog van de pers een officieel verdrag wordt bekrachtigd, de stafchef even apart neemt. Lise Grande informeert hem over het feit dat er bij twee politieagenten symptomen van zenuwgas aangetroffen. Weet hij wel wat dat precies is? Nee? Dit richt schade aan in je hersenen. En daar moeten zij, van het officiële Iraakse gezag, snel meer van te weten zien te komen.

In Stad Van Twee Lentes (70 min.) wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gestaalde diplomate Grande en de Nederlandse ambassadeur Jan Waltmans de situatie in Mosul, jarenlang geteisterd door Islamitische Staat en de strijd daartegen, proberen te stabiliseren en een start maken met de wederopbouw van de Iraakse stad. Grote groepen vluchtelingen moeten opnieuw worden gehuisvest. Een enorme logistieke operatie, waarmee ettelijke miljoenen dollars zijn gemoeid. En dus ligt ook corruptie voortdurend op de loer.

Als tegenhanger van de bureaucraten presenteren Mansell en Samson het elfjarige meisje Ala’ en haar familie. In een vluchtelingenkamp zonder elektriciteit of stromend water wachten zij op het moment dat ze toestemming krijgen om terug te keren naar hun woning. Als die nog overeind staat, tenminste. Ala’ zorgt als oudste kind intussen voor haar broertjes, schrijf brieven aan haar oma en fantaseert over een eigen tuin, waar haar plantjes mogen bloeien.

Het verlangen naar een eigen plekje, waar nieuw leven kan ontspruiten, representeert ongetwijfeld de toekomst van het verscheurde Mosul en de dromen die de ontheemde inwoners van de stad nog altijd koesteren en is een terugkerend element in deze serene film, die helder maakt dat de oorlog echt niet ineens ophoudt als de strijd wordt gestaakt en er grote beslissingen moeten worden genomen om kleine mensen weer vredig te kunnen laten leven.

Lost Warrior

Hij heeft zijn zoon Yassir nog nooit in het echt gezien. Al drie jaar zit de 23-jarige Mohammed ondergedoken in de Somalische hoofdstad Mogadishu. Daar is hij ook stiekem getrouwd met Fathi, die vervolgens is teruggekeerd naar Londen. Sindsdien onderhouden ze contact via Skype en fungeert hij als virtuele vader voor hun peutertje in Engeland.

Mohammed zou dolgraag terugkeren naar Groot-Brittannië, het land waar ook hij is opgegroeid. Daar is hij echter persona non grata. Hij staat te boek als terrorist. Één impulsieve beslissing is hem fataal geworden: op zijn twintigste werd de rebelse jongeling, na een gevangenisstraf, uitgezet naar zijn moederland. Daar werd hij lid van al-Shabaab, een Somalisch neefje van extremistische moslimorganisaties als IS en Al-Qaeda.

Inmiddels heeft hij de terreurbeweging alweer verlaten. Mohammed wist helemaal niet voor welke organisatie hij was geronseld. Zegt hij nu. Als hoofdpersoon van de documentaire Lost Warrior (57 min.). De spijtoptant is zijn leven bovendien niet zeker in Somalië, beweert hij. Want zijn voormalige vrinden van al-Shabaab hebben nog een appeltje met hem te schillen.Deze observerende film van Nasib Farah en Søren Steen Jespersen volgt zowel de ontheemde vader in Mogadishu als zijn vrouw, kind en familie in Londen bij hun pogingen om een gezinshereniging tot stand te brengen. In het Verenigd Koninkrijk zitten ze echter, net als in Nederland, bepaald niet te wachten op terugkerende islamitische strijders. Alle officiële toegangswegen naar Londen lijken afgesloten.

Terwijl de spijtoptant zoekt naar een sluiproute die hem moet terugbrengen naar zijn vorige en toekomstige leven, komt de relatie van Mohammed en de uitgesproken, in plat-Engels van zich afbijtende Fathi danig onder druk te staan. Ook als ze erin slagen om weer bij elkaar te komen, blijft het in deze interessante documentaire, die een actueel thema behandelt, de vraag of het hen ook lukt om hun huwelijk te lijmen.

The Radical Story Of Patty Hearst

Haar naam is bijna een synoniem voor het Stockholm-syndroom geworden. Patricia Hearst, de steenrijke erfgename van de befaamde Amerikaanse Hearst-familie, werd op 4 februari 1974 ontvoerd door het Symbionese Liberation Army (SLA). Dik twee maanden later pleegde ze, als de gedreven strijder ‘Tania’, samen met haar ontvoerders een overval op de Hibernia Bank in San Francisco. De kleindochter van mediamagnaat William Randolph Hearst, die ooit model stond voor de Orson Welles-film Citizen Kane, had zich volledig vereenzelvigd met de idealen en methoden van een radicale representant van de Amerikaanse tegencultuur, die ook terreurgroepen als The Black Liberation Army en The Weather Underground zou voortbrengen. Was ze gehersenspoeld of gewoon een ‘natuurtalent’?

In de zesdelige serie The Radical Story Of Patty Hearst (240 min.) belicht regisseur Pat Kondelis de opzienbarende wildemansrit van Hearst met de extreem-linkse splintergroep, die in een orgie van geweld zou uitmonden. De SLA-leden stond niets minder dan de revolutie voor ogen. Al bleef volgens auteur Jeffrey Toobin, die de ongeautoriseerde biografie American Heiress schreef waarop deze serie is gebaseerd, onduidelijk wat ze nu precies wilden en hoe ze dat dachten te bereiken. De organisatie schuwde geweldsmiddelen in elk geval niet. Vóór de ontvoering van hun toekomstige strijdmakker, die toen nog een rijkeluisleventje met haar aanstaande echtgenoot leidde, was de organisatie met de zevenkoppige cobra als logo al verantwoordelijk voor de moord op een in hun ogen repressief schoolhoofd, Marcus Foster.

‘Dood aan het fascistische insect dat het volk misbruikt’, stond er pontificaal in de eerste verklaring die de Symbionese Liberation Army na de ontvoering naar de Hearst-familie stuurde. Patty’s vader Randy moest die voorlezen tijdens een persconferentie. Er zouden nog veel boodschappen volgen, waarvan een groot deel ingesproken door ‘Tania’ zelf. Het waren ‘crazy ass communiques’ volgens voormalig SLA-kaderlid Bill Harris, één van de belangrijkste bronnen van Toobins boek en deze serie. Hij praat erover alsof die hele ontvoering niet meer dan een onschuldige jeugdzonde was. En het Symbionese Liberation Army een soort hippiebende van Robin Hood. Soms klinkt er zelfs trots in zijn woorden door, bijvoorbeeld als de afgedwongen voedseldonaties aan arme Amerikanen ter sprake komen. Serieuze zelfreflectie lijkt in elk geval te ontbreken bij de voormalige extremist.

Hearsts voormalige verloofde Steven Weed noemt de SLA-leden daarentegen zonder omhaal van woorden ‘compleet gestoord’. Patty zelf, die binnenkort 65 wordt en al enige tijd oma is, ontbreekt helaas in de serie. Zij had volgens een officiële verklaring ‘geen interesse om deze gewelddadige en pijnlijke periode uit haar leven opnieuw te beleven’ en stelt zelfs dat Toobins boek haar verkrachting en marteling heeft geromantiseerd. Ze is in de serie alleen aanwezig via oude audio-interviews en archiefmateriaal. Als psychologisch portret van een jonge vrouw in zeer uitzonderlijke omstandigheden komt The Radical Story Of Patty Hearst daardoor niet uit de verf. De hoofdpersoon, die zich binnen luttele maanden ontwikkelt van rijkeluisdochter tot de gestaalde guerrillastrijder ‘Tania’, blijft een enigma.

Als historische reconstructie heeft de documentaireserie, die wordt bevolkt door diverse direct betrokkenen, de gehele affaire minutieus doorneemt en is aangekleed met gedramatiseerde scènes en een overdaad aan fraai archiefmateriaal, zeker zijn waarde. Tegelijkertijd voelt de serie minder urgent dan vergelijkbare historische producties als The Clinton Affair en Enemies: The President, Justice & The FBI, waarin duidelijke parallellen met het heden worden getrokken.

Matangi / Maya / M.I.A

‘All I wanna do is bang bang bang bang’, rapt M.I.A., terwijl er geweerschoten klinken in haar wereldhit Paper Planes uit 2007. Een kassa rinkelt: ‘And take your money.’ Zo kijken veel westerlingen toch tegen immigranten aan? Nou, dan kunnen ze het krijgen ook, moet de Britse rapper van Sri Lankaanse origine (echte naam: Maya Arulpragasam) hebben gedacht. In 1985 vluchtte ze als tienjarige Aziatische meisje naar een volledig vreemde wereld, Europa. Die verscheurdheid klinkt door in alles wat ze sindsdien heeft gemaakt.

Dat perspectief – van de buitenstaander die bij ‘ons’ en haar eigen moederland naar binnen kijkt – maakt van de biopic Matangi / Maya / M.I.A. (96 min.) méér dan het zoveelste portret van een succesvolle artiest, die nog eens goed in de markt moet worden gezet of wel een extra veer in zijn reet kan gebruiken. M.I.A.’s venijnige songs kunnen niet los worden gezien van hun maatschappelijke context. Dat betekent overigens niet dat filmmaker Steve Loveridge ook kritisch naar de controversiële rapper kijkt. Daarvoor verblijft hij (blijkbaar) al te lang in haar entourage. Hij filmt Maya sinds halverwege de jaren negentig, toen ze allebei op de kunstacademie zaten.

Onplezierige vragen over de aard van M.I.A.’s activisme of haar omstreden vader, een prominent lid van de verzetsbeweging/terreurgroep de Tamil Tijgers, blijven achterwege. ‘Waarom ben je zo’n problematische popster?’, vraagt Loveridge nog wel aan zijn hoofdpersoon. ‘Waarom…’ Ze maakt de zin zelf af: ‘houd je niet gewoon je bek?’. Waarmee de relatie tussen maker en subject aardig is neergezet. Deze film moet het duidelijk niet hebben van kritische distantie, maar van de nabijheid tussen vrager en bevraagde. De documentaire bestaat voor het leeuwendeel uit B-roll video’s die in huiselijke kring, backstage en tijdens reizen naar Sri Lanka zijn gemaakt.

M.I.A.’s leven en dit spannende portret van een strijdbare jonge vrouw komen tot een climax in 2009 als ze, zwanger van haar eerste kind en genomineerd voor zowel een Oscar als een Grammy Award, ziet hoe de oorlog in haar moederland escaleert. Als ‘enige Tamil in de westerse media’ voelt ze zich geroepen om zich uit te spreken over wat zij de genocide op haar volk noemt. Zo komt Maya zelf ernstig onder vuur te liggen, bijvoorbeeld via een venijnig profiel in New York Times Magazine, waarin ze wordt neergezet als een verwend kind, dat flinterdunne politieke statements maakt. Sleutelquote: ‘”I kind of want to be an outsider”, she said, eating a truffle-flavoured French frie.’

M.I.A. (ofwel: Missing In Action) reageert in stijl met een slicke videoclip, waarin ze zogenaamd met een grote zonnebril op aan een zonovergoten buitenzwembad zit. ‘All I wanna do is check my Monet’, concludeert ze, om met de nodige zelfspot te verduidelijken: ‘M.I.A. investing in third world democracy. These shades were made in Sri Lanka. Don’t you dare write anything else funny about me.’ Waarna de geboren provocateur ostentatief een vliegtuigje vouwt van een dollarbiljet en het door de lucht laat dwarrelen…

Of Fathers And Sons

‘Hij is geboren op de dag dat het World Trade Center viel’, aait de Syrische vader Abu zijn zoon Mohammad-Omar (vernoemd naar Mullah Omar, de leider van de Afghaanse Taliban) over zijn bol. ‘Op de dag van de aanval vroeg ik God om die dag te zegenen met een kind.’ Abu Osama wil dat filmmaker Talal Derki, die zich in de Noord-Syrische provincie Idlib voordoet als sympathisant van IS en Al-Qaida, ook met zijn andere kinderen kennismaakt. Ze dragen namen als Osama (een verwijzing naar Bin Laden, de voormalige leider van Al-Qaida) en Ayman (vernoemd naar al-Zawahiri, diens opvolger bij de terreurorganisatie) en worden klaargestoomd voor de jihad.

Abu, overtuigd lid van de al-Nusrah-brigade, is een echte gelover. In zijn auto galmt hij enthousiast mee met strijdliederen. ‘Gods volgelingen zullen jullie vermorzelen, hoe lang het ook duurt’, zingt hij de ‘beschermers van Israël’ Hezbollah vol overgave toe. ‘We verspillen ons bloed ruimhartig, want God geeft ons onze kracht.’ Naar zijn kinderen kan Abu, bij wie Derki twee jaar inwoont, liefdevol zijn. Maar hij schuwt de harde hand (en voet) ook niet.

Gaandeweg verlegt de documentairemaker de focus in Of Father And Sons (53 min.) van de volwassen strijder naar zijn opgroeiende kinderen. Naar zijn jongens, om precies te zijn. In de gehele documentaire is nauwelijks een meisje of vrouw te zien. Die doen er niet toe. Het zijn de jongens die de (wan)hoop van het kalifaat vertegenwoordigen. Zij krijgen al op jonge leeftijd een shariastudie en gedegen militaire training, waarin marcheren en de stormbaan natuurlijk niet ontbreken. Zodat ze klaar zijn voor het slagveld.

Talal Derki, die de verwording van Syrië eerder vastlegde in Return To Homs (2013), ziet het met lede ogen en zorgvuldig observerende camera aan. Met bespiegelende voice-overs beschrijft hij ondertussen hoe zijn thuisland, dat hij zelf ooit ontvluchtte ‘om te ontsnappen aan het onrecht en de dood’, een Gouden Eeuw heeft gegeven aan wat hij ‘het salafisten-jihadisme’ noemt. Het stemt de documentairemaker – en de kijker met hem – ronduit somber.

De Beveiligers

Alert kijkt hij in het rond, voortdurend op zijn hoede. Om hem heen is het feestgedruis losgebarsten, maar voor Jory Brenders is het een gewone werkdag. Tot dusver is er nog nooit iets mis gegaan tijdens de Gay Pride in Amsterdam, maar de evenementen- en winkelbeveiliger houdt voortdurend rekening met een terroristische aanslag. ‘Ik heb zelf geen angst dat mij iets overkomt’, zegt hij. Brenders is volgens eigen zeggen alleen maar bezig met de veiligheid voor de bezoekers. ‘Om het zomaar eens te zeggen: je leven geven ervoor.’ Hij moet er zelf een beetje om lachen.

‘Je grootste wapen is je mond,’ stelt hij later. ‘En daar moeten we het mee doen.’ Toch treedt Brenders ook regelmatig handelend op, zoals is te zien bij de aanhouding van een winkeldief. ‘Ik hoop dat jij een kogel krijgt’, voegt die een opgetrommelde politieagent toe. ‘Een kogel in je kwibus.’ Ook de beveiliger zelf krijgt het soms zwaar te verduren, getuige bewakingscamerabeelden van een stevige worsteling met de klant van een supermarkt. De observerende documentaire De Beveiligers (67 min.) van Anneloek Sollart kijkt voortdurend stiekem mee op gewone werkdagen van veiligheidsmedewerkers.

Bij de Rotterdamse metro zijn ze bijvoorbeeld continu verdachte personen op het spoor. ‘Letten wij op mensen met baarden?’, vraagt een beveiliger demonstratief aan zijn collega. ‘Niet specifiek’, antwoordt deze. Dan kunnen ze ook wel op mensen met rood haar letten. Een terrorist kun je toch niet herkennen. Elke aanslag is anders. Zoals ook niet elke ‘spoorloper’ een doodloper wordt. Diezelfde filosofie wordt aangehangen door John de Nooijer, security manager van de kerncentrale Borssele. Hij verafschuwt de Amerikaanse aanpak, waarbij elke beveiliger is uitgerust met een wapen – dat hij/zij vroeger of later dan ook gaat gebruiken.

Persoonsbeveiliger Michael (achternaam onbekend) is echter wel degelijk bewapend. In opdracht van de Nederlandse overheid waakt hij over landgenoten, die wellicht doelwit zouden kunnen worden van een aanslag. Sollart volgt hem tijdens een publiek optreden van PVV-leider Geert Wilders. De scène heeft een hoog Frank Horrigan-gehalte. De lijfwacht uit de film In The Line Of Fire, vertolkt door Clint Eastwood, kon ooit ‘zijn’ president niet redden, een traumatische gebeurtenis die de lijfwacht nog dagelijks achtervolgt. Nederlandse persoonsbeveiligers hebben hun eigen trauma: de moord op Pim Fortuyn. Sindsdien ziet de wereld er totaal anders uit; een politicus taarten zou zomaar de eerste stap kunnen zijn naar een geslaagde liquidatie.

Zo neemt Sollart de kijker mee in de leef- en belevingswereld van Nederlandse beveiligers. Ze doet daarbij alom bekende plekken en activiteiten aan, die door de context waarbinnen ze worden getoond een totaal andere lading krijgen. Het volksfeest wordt een potentieel terroristisch doelwit, een willekeurige winkel de plek voor diefstal of een vechtpartij. Het zit allemaal in de blik waarmee je ernaar kijkt. Zo kan zelfs een licht uitdagende man met een joint, althans in de ogen van een beveiliger in opleiding, een mogelijke bedreiging vormen. De intrigerende film De Beveiligers, waarbij de camera vaak het perspectief van de hoofdpersonen kiest en de beelden extra kleur krijgen met een spannende mixture van geluid en muziek, maakt een essentieel beroep inzichtelijk, dat in een betere wereld overbodig zou zijn.

The Weather Underground

Duitsland had de Baader Meinhof Gruppe, Italië de Brigate Rosse en de Verenigde Staten The Weather Underground. Stuk voor stuk extreem-linkse groeperingen, voortgekomen uit de militante studentenbeweging, die in de jaren zeventig overgingen tot terroristische aanslagen. Die (communistische) revolutie moest en zou er komen, desnoods met grof geweld. En daarmee zouden ook rassendiscriminatie, monogamie en die godvergeten oorlog in Vietnam verdwijnen.

In de voor een Oscar genomineerde documentaire The Weather Underground (90 min.) reconstrueren de filmmakers Sam Green en Bill Siegel, die afgelopen week op 55-jarige leeftijd is overleden, met allerlei voormalige leden de historie van de ondergrondse organisatie. De radicale studentengroep, ook wel bekend als The Weathermen, ontstond tijdens het paranoïde presidentschap van Richard Nixon als bijproduct van de Students For A Democratic Society (SDS) en ging al snel over tot geweld. Ze besloten om de Vietnam-oorlog naar huis te brengen.

‘Dit zijn geen romantische revolutionairen’, aldus de toenmalige Republikeinse president, die de FBI direct instrueerde om zich niet al te druk te maken om wet- en regelgeving bij het opjagen van de groep. ‘Dit is hetzelfde tuig en uitschot dat de goeie mensen altijd dwars heeft gezeten.’ Politiek activist Todd Gitlin, in principe een medestander van The Weather Underground, formuleert het nog scherper dan Nixon. Volgens de voormalige SDS-leider waren de geradicaliseerde studenten bereid om massamoordenaars te worden. ‘Ze kwamen tot de conclusie – en dat is dezelfde conclusie die alle grote moordenaars, zoals bijvoorbeeld Hitler, Stalin en Mao, ook trokken – dat bij hun grote project voor de transformatie en zuivering van de wereld de levens van gewone mensen er niet toe deden.’

Zo heet werd de soep niet gegeten, stellen de voormalige kaderleden in deze traditioneel opgezette documentaire uit 2002, waarin verteller Lili Taylor een bulk aan treffend archiefmateriaal verbindt met interviews met voormalige Weathermen en -girls en tevens het woord geeft aan criticasters en opponenten van de anti-establishmentgroep (waarvan sommige leden, later, toch echt tot datzelfde establishment zouden gaan behoren). Met gemengde gevoelens kijken ze terug op een tijdsgewricht waarin Amerika serieus aan zichzelf begon te twijfelen en zijzelf, in al hun jeugdige overmoed, de ‘moral high ground’ meenden te bewandelen. In dat opzicht is The Weather Underground echt een film van alle tijden.

Toen Barack Obama in 2008 een serieuze kandidaat bleek te zijn voor het Amerikaanse presidentschap, speelde ineens ook het verhaal van The Weather Underground weer flink op. Hij zou onder de invloed staan van Bill Ayers, een voormalig lid van de terreurgroep dat afstand had genomen van zijn verleden en inmiddels les gaf op de Universiteit van Illinois in Obama’s woonplaats Chicago.

On Her Shoulders

Je bent alles wat je bezat kwijtgeraakt Je halve familie is uitgemoord. En je hebt zelf een jaar als seksslaaf in een kamp gezeten. Als je dan eindelijk bent ontsnapt aan de gruwelen van Islamitische Staat, wacht de rest van de wereld. Met jouw verhaal kun je de genocide op jouw volk wereldwijd onder de aandacht brengen, maar wil en kun je jouw persoonlijke nachtmerrie steeds herbeleven? Het voelt soms bijna als een tweede verkrachting.

Hoe begripvol haar gesprekspartners ook proberen te zijn, uiteindelijk zijn ze meedogenloos voor Nadia Murad, mensenrechtenactivist tegen wil en dank. Hoe hebben ze je verkracht? willen ze weten. Of: je bent nu beroemd, wat betekent dat voor je? Zelf wil Nadia eigenlijk praten over wat er met al die andere jonge meisjes is gebeurd, in welke omstandigheden de vluchtelingen in de kampen moeten leven en hoe de situatie is van haar volk, maar altijd weer is er die hunkering naar persoonlijke details die haar betoog extra indringend maken.

Nog niet zo lang geleden woonden de Jezidi’s als een christelijke minderheid in Noord-Irak, nu draagt een vrouw van begin twintig de last van haar volk On Her Shoulders (89 min.). Terwijl ze langs media en politici wordt geleid, moet Nadia in deze film van Alexandria Bombach iets van zichzelf zien te behouden. ‘Voor een meisje van mijn leeftijd is dit iets heel groots’, zegt ze zelf. ‘Het is groot, maar het zal nooit groter zijn dan het onrecht dat ons is aangedaan.’ Even later verzucht Nadia dat ze bekend had willen staan als een uitstekende naaister, atlete, studente, visagiste of boerin. ‘Ik wil niet dat mensen me kennen als een slachtoffer van IS-terrorisme.’

Inmiddels is ze toch de stem geworden van haar volk, het gezicht van een campagne van de Verenigde Naties en een potentieel doelwit van Islamitische Staat, maar ergens daarachter gaat nog steeds die rouwende dochter, zus en vriendin schuil, die afscheid heeft moeten nemen van (zowat) alles wat haar dierbaar was. Een tengere vrouw, een meisje nog, dat een symbool is geworden – en daarmee ook een speelbal van allerlei belangen en idealen. Deze aangrijpende film brengt de bijbehorende vervreemding treffend in beeld en laat tegelijkertijd zien hoe dapper Nadia zich desondanks van haar plicht kwijt.

Het leverde haar onlangs, samen met de Congolese gynaecoloog Denis Mukwege, de Nobelprijs voor de Vrede op.

Back To The Taj Mahal Hotel

 

‘Ik ga níet dood in een hotel’, zegt de man, die zichzelf even daarvoor een ‘professionele paranoïde’ heeft genoemd, heel stellig. Voor twijfel is geen ruimte. Hij werkt zelf in de beveiliging en denkt volgens eigen zeggen altijd na over wat er fout kan gaan, maar nu zit hij vast in het Taj Mahal Palace in Mumbai, dat in november 2008 plotseling wordt overmeesterd door terroristen. De gasten zitten als ratten in de val, in een Indiaas vijfsterrenhotel.

‘Wat zou MacGyver doen?’ vraagt een andere hotelgast zich af. ‘Wat zou The A-team doen?’ Zo gaat ieder op zijn eigen manier om met de angst en onzekerheid die het uitzinnige geweld te weeg brengt. De een is doodsbang als er geweerschoten of knallen door de gangen van het luxueuze hotel galmen, een ander wordt volstrekt apathisch bij de gedachte aan wat er kan gebeuren.

Regisseur, en theatermaker, Carina Molier neemt vijf overlevenden van de geruchtmakende terroristische aanslag, die ruim 150 mensen het leven kostte, letterlijk Back To The Taj Mahal Hotel (70 min.). Voor de camera herbeleven ze de traumatische gebeurtenis, die een scharnierpunt in hun leven is geworden. Want hoe geef je de lichamelijke en psychische littekens een plek in je verdere bestaan? Wie heeft überhaupt bepaald dat jij wél verder mocht leven?

Het gevoel dat er iets staat te gebeuren wat groter is dan een mens eigenlijk kan dragen, drijft deze stemmige documentaire, die is opgebouwd rond de getuigenissen van vijf totaal verschillende mensen die sindsdien een herinnering delen. Met indringende beeld- en geluidsopnames van beveiligingscamera’s en zelf geschoten scènes in het hotel transporteert Molier de kijker naar de andere kant van de wereld en bijna tien jaar terug in de tijd, naar een nacht die ook tien jaar na dato nog steeds eindeloos lijkt te duren.

Path Of Blood

Buiten wordt een potje gevoetbald, binnen wordt een auto met explosieven geprepareerd. Tot slot poseren de martelaren van de Dandani Brigade netjes voor een groepsfoto. Waarna ze hun Path Of Blood (87 min.), dat werd ingezet met de aanslagen van 11 september 2001 en vervolgens een flinke boost kreeg door de Amerikaanse inval in Irak, vervolgen en een enorme ravage aanrichten in een buitenlandse enclave te Saudi-Arabië.

De menselijke schade is nauwelijks te overzien. Na de aanslag worden talloze naam- en gezichtsloze lichamen afgevoerd. De camera van het Saudische bewind verzamelt intussen bewijsmateriaal van de gewelddadige acties van de volgelingen van Osama Bin Laden. Deze grimmige documentaire maakt de bloedige rekening op van de heilige strijd die enkele Al-Qaeda-cellen zichzelf en hun omgeving aan het begin van de 21e eeuw hebben opgelegd.

Tegelijkertijd tonen deze zelfverklaarde soldaten van God, die rücksichtslos ten strijde trekken tegen alles wat zij als ongelovig bestempelen, ook hun menselijke gezicht. We zien hoe ze kletsen, dollen en sporten. Daarvoor maakt regisseur Jonathan Hacker gebruik van filmopnamen die ze zelf maakten tijdens trainingen, voorbereidingen op aanslagen en het opnemen van de bijbehorende propagandavideo’s.

Het is bijna niet voor te stellen dat de opgeschoten jongeren die op deze ontspannen beelden flauwe grappen maken of stuntelen voor de camera even later allerlei gewelddadige acties ten uitvoer kunnen brengen. Zijn het eigenlijk meer dan jongens onder elkaar? Die door een overdaad aan testosteron – en een gruwelijke speling van het lot – voor de ultieme keuze worden gesteld: victorie of martelaarschap.

De knulligheid waarmee dat soms gebeurt – op weg naar een aanslag dreigt een met explosieven beladen auto bijvoorbeeld zonder benzine komen te staan en niemand heeft geld bij zich om af te rekenen bij de benzinepomp – staat in schril contrast met de vernietigende gevolgen van hun doldrieste acties, die in deze film pijnlijk helder zijn opgetekend. Met angst en beven wachten we intussen af of er ook zulke B-roll beelden boven water komen van Islamitische Staat.

I Was A Yazidi Slave

 

Nadat het leeuwendeel van de mannen van de Koerdische Jezidi-gemeenschap in Noord-Irak in 2014 (letterlijk) een kopje kleiner is gemaakt, besluit de nieuwe bezetter van de stad Sinjar, Islamitische Staat, zijn politiek van de verschroeide aarde ook toe te passen op de vrouwen. Die dienen natuurlijk sowieso maar één doel: het behagen van de mannen.

In I Was A Jazidi Slave (59 min.) reconstrueren enkele vrouwen die in handen vielen van de bebaarde barbaren hun ervaringen als sexslavin. Dat doen ze, eenmaal opgevangen in Duitsland, in een therapeutische context. Zodat ze straks een nieuw leven kunnen opbouwen in Europa. Tegelijkertijd kunnen met hun gedetailleerde getuigenissen de verantwoordelijke IS’ers misschien worden aangeklaagd bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Deze journalistieke documentaire van David Evans laat behalve de vrouwen zelf ook diverse hulpverleners en mensenrechtenactivisten aan het woord. Zij geven ‘de zaak tegen IS’ gewicht en context, maar zorgen er tevens voor dat de docu, die ook nog is voorzien van een eikenhouten voice-over, erg praterig wordt en uiteindelijk meer aan het hoofd dan aan het hart appelleert. Terwijl Islamitische Staat toch echt onuitsprekelijke ellende heeft aangericht…

13 Novembre: Fluctuat Nec Mergitur

 

Het was daadwerkelijk vrijdag de dertiende. En zo’n dag werd het ook. Een pure ongeluksdag. 13 november 2015. De gruwelijke aanslagen in Parijs. Een dag die tweeëneenhalf jaar later nog altijd nazindert. Die erom vraagt om nauwgezet te worden gereconstrueerd. Met beslissers, hulpverleners en – vooral – slachtoffers. Alleen de acht daders ontbreken. Zeven vonden de dood die ze zochten. Nummer acht, Salah Abdeslam, werd enkele maanden later aangehouden.

In de driedelige documentaireserie 13 Novembre: Fluctuat Nec Mergitur(161 min.) wordt die fatale novemberavond minutieus doorgenomen met voetbalfans die de interland Frankrijk-Duitsland bezochten, bezoekers en werknemers van diverse Parijse horecagelegenheden en fans van de Amerikaanse rockband Eagles Of Death Metal die optrad in de concertzaal Bataclan. Stuk voor stuk kregen ze te maken met redeloos geweld.

Zoals wel vaker: the devil is in the details. Ook in deze serie van de broers Gédéon en Jules Naudet. De serene manier waarop de echtgenote van de eigenaar van het café La Belle Equipe in zijn armen het leven laat. Mobieltjes die plots afgaan en zo hun eigenaars tot doelwit maken van mannen met een AK47. En de man die de dood in de ogen ziet en zich afvraagt of zijn appartement is opgeruimd – anders hebben zijn ouders er straks zoveel werk aan.

Zulke huiveringwekkende verhalen van overlevenden worden geschraagd met nieuws- en amateurbeelden, gedetailleerde animaties en de al even indringende getuigenissen van hulpverleners en bestuurders, zoals burgemeester Anne Hidalgo van Parijs, de toenmalige Franse president Francois Hollande en enkele van zijn ministers. Gezamenlijk brengen ze een dag tot leven die door een vrijwel gezichtsloze vijand in het teken werd gezet van de dood. Van maar liefst 130 onschuldige mensen.

Aan de aanslagen in Parijs werden al meer documentaires gewijd. In Die Avond In Bataclan concentreert Jessica Villerius zich bijvoorbeeld op het concert van Eagles Of Death Metal. De aangrijpende film Eagles Of Death Metal: Nos Amis, nog steeds te zien op Netflix, vertelt het verhaal van datzelfde concert vanuit het perspectief van de band.

House Of Saud: A Family At War

 

Deze driedelige documentaireserie over Saudi-Arabië start enkele duizenden kilometers verderop: in Sarajevo, waar de grootste moskee van Bosnië en Herzegovina, die een radicale variant van de islam predikt, net als diverse Nederlandse moskees blijkt te zijn gefinancierd met Saudisch geld. Halverwege de jaren negentig was het Arabische regime ook al actief in het voormalige Joegoslavië, toen Bosnische moslims en Servische christenen elkaar naar het leven stonden in een bloedige burgeroorlog.

De betrokkenheid van de Saudi’s bij de interne aangelegenheden van een Europees land tekenen de internationale ambities van het regime, dat ook in verband gebracht met Osama Bin Laden’s al-Qaida, verantwoordelijk voor de aanslagen op elf september, en de gruwelen van Islamitische Staat. House Of Saud: A Family At War (174 min.) onderzoekt de rol van de koninklijke familie van Saudi-Arabië als grootfinancier van extremistisch geweld en hoe het kan dat die niet ten koste is gegaan van de internationale positie van het land.

Welke rol speelt olie daarin? En smeergeld? En is er met kroonprins Mohammed bin Salman wellicht een kentering op komst? Deze gedegen journalistieke documentaireserie probeert met politici, deskundigen, critici en vertegenwoordigers van het Saudische bewind antwoorden te formuleren en neemt intussen bij direct betrokkenen en slachtoffers de schade op van terroristische acties die door de Saudi’s zouden zijn ondersteund, zoals de aanslag in het Taj Mahal-hotel in Mumbai, het steeds weer de kop opstekende Taliban-bewind en de voortdurende strijd in Syrië.

En dan is er natuurlijk ook nog de aanzienlijke hoeveelheid boter op het hoofd van westerse leiders en bedrijven, die het Saudische regime misschien verafschuwen, maar altijd bereid blijken te zijn om er tóch geld aan te verdienen. Zo belandt de BBC-productie House Of Saudbijvoorbeeld in Amsterdam, waar het Nederlandse bouwbedrijf Ballast Nedam ettelijke honderden miljoenen naar een sowieso al puissant rijk lid van de Saudische koninklijke familie zou hebben overgemaakt om een lucratieve deal binnen te halen.

De Saudische leiders, die doorgaans wel raad weten met afwijkende meningen en zich schuldig zouden maken aan massale surveillance van de eigen burgers en propaganda via sociale media, wilden naar verluidt niet reageren op de bevindingen in deze interessante en op dit momentbijzonder actuele serie, die op drie opeenvolgende dinsdagen wordt uitgezonden op NPO2. De filmmakers kregen, volgens een verklaring aan het eind van elke aflevering, ook geen toestemming om te filmen in het Saudische koninkrijk.

City Of Ghosts

 

Het zou me niet hebben verbaasd, zo schreef ik in mijn jaaroverzicht voor 2017, als Matthew Heineman de Oscar voor beste documentaire zou winnen met City Of Ghosts (92 min.), een onontkoombare film over Syrische burgerjournalisten die met gevaar voor eigen leven berichten over de gruwelen van IS. De prijs zou echter gaan naar Icarus, een fascinerende documentaire over het Russische dopingprogramma.

In 2016 was Heineman al eens dichtbij een Oscar met Cartel Land (nog steeds te zien op Netflix), een geweldige film over de drugsoorlog die op de grens van de Verenigde Staten en Mexico wordt uitgevochten (en die onlangs een krachtig vervolg kreeg met de miniserie The Trade). Zijn volgende film City Of Ghosts is opnieuw een mokerslag die je nog dagen op je bakkes voelt: actueel, urgent en superspannend. Niet eerder werd de nefaste ideologie van Islamitische Staat, dat alles wat het Kalifaat voor de voeten loopt letterlijk de kop probeert af te hakken, zo pregnant in beeld gebracht.

De Amerikaanse filmmaker volgt de burgerjournalisten van het collectief Raqqa Is Being Slaughtered Silently, die met gevaar voor eigen leven, en dat van hun dierbaren, proberen te berichten over de dagelijkse dreiging van het leven met/onder IS. Zelfs in het buitenland zijn deze onbekende helden, die de Duivel brutaal in de bek hebben gespuugd, niet meer veilig als IS-cellen worden ingezet om hen met grof geweld uit de weg te ruimen.

De angst die hen begeleidt bij elke stap die ze zetten, elk stuk dat ze schrijven en elke misstand die ze fotograferen of filmen – en de moed die ze ergens diep van binnen toch steeds weer vinden om hun missie te vervolgen – wekt evenveel bewondering als verbazing. Hoe blijf je mens in dit genadeloze kat- en muisspel? Gaandeweg dringt in deze doodenge docu echter het besef door dat ze helemaal geen keuze meer hebben: ‘Of we winnen of ze doden ons allemaal.’

No Stone Unturned

 

Binnen enkele seconden was het voorbij. Ray Houghton had zojuist gescoord voor Ierland en leek zijn land in de openingswedstrijd van het WK langs de Italianen te schieten. Iedereen in The Heights Bar in de kleine plattelandsgemeenschap Loughinisland was opgetogen; hoe ver zou de Ierse nationale ploeg kunnen reiken tijdens dit wereldkampioenschap voetbal? En toen, op die fatale achttiende juni in 1994, barstte het geweervuur los. Enkele ogenblikken later waren er zes plaatselijke mannen dood. Stuk voor stuk katholiek.

Sir Patrick Mayhew, de Britse staatssecretaris voor Noord-Ierland, sprak de daders na de uitvaart stevig toe: ‘je wordt gepakt en zult heel veel jaren in de cel doorbrengen.’ Na zulke ferme taal zou je een gigantische klopjacht op de twee voortvluchtige schutters verwachten. Die werd de nabestaanden ook beloofd: de politie zou letterlijk elke steen omdraaien om de daders te vinden. Bijna 25 jaar na dato maakt No Stone Unturned(110 min.) van Alex Gibney, één van Amerika’s succesvolste documentairemakers, die belofte eindelijk echt waar.

Tijdens zijn diepgravende onderzoek naar de nog altijd onopgeloste moorden belandt Gibney midden in ‘the Troubles’, de pijnlijke strijd om Noord-Ierland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Moest dat worden opgenomen in Ierland, zoals katholieke republikeinen wilden? Of onderdeel blijven van het Verenigd Koninkrijk, wat de protestantse loyalisten voorstonden? Paramilitaire groepen zoals de IRA (Irish Republican Army) en de UVF (Ulster Volunteer Force) bestreden elkaar te vuur en te zwaard. En gewone burgers, zelfs als ze ogenschijnlijk ver van de frontlinie in Belfast woonden, werden er het slachtoffer van.

De zoektocht naar de daders van het lukrake geweld tijdens The Loughinisland Massacre, en het drijfzand waarin die vastliep, staat centraal in deze spannende documentaire. Gibney komt talloze pijnlijke en weggemoffelde feiten op het spoor, die hij met gevoel voor suspense en drama uitserveert. Die belofte aan de nabestaanden is nooit ook maar een Penny waard geweest, zo wordt glashelder. Het is moeilijk om er niet boos van te worden. No Stone Unturned blaast met verve het stof van een aloude politieke wijsheid: the cover-up is worse than the crime. Bijna dan.

Dat deze kwestie, bijna 25 jaar na dato, nog altijd veel emoties losmaakt, bleek vorig jaar enkele dagen voor aanvang van het Tribeca Film Festival, waar de documentaire in première zou gaan. Vanwege ‘outstanding legal isssues’ werd de film teruggetrokken. Die complicaties zijn inmiddels – blijkbaar – uit de weg geruimd.

Het naderende Brexit zet de verhoudingen ondertussen weer op scherp. Dat is tenminste het uitgangspunt van de boeiende webdocu Borderlands (11 min.) van Oisín Kearney, die is te bekijken bij De Correspondent. Na een Brexit is Noord-Ierland geen onderdeel meer van de Europese Gemeenschap, terwijl de rest van Ierland dat wél blijft. Dat lijkt vragen om – aloude en veel te bekende – problemen.

Recruiting For Jihad

 

In Recruiting For Jihad (80 min.) vertelt Adel Khan Farooq het verhaal van Ubaydullah Hussain. Beide mannen zijn ongeveer even oud, hebben hun roots allebei in Pakistan liggen en groeiden op in Noorwegen. Toch staan ze mijlenver van elkaar: Farooq werd journalist, Hussain islamist. De één koestert de westerse democratie, de ander wil die juist omver werpen.

Via zijn contact met Hussain krijgt Farooq, die wordt ondersteund door de Noorse filmmaker Ulrik Imtiaz Rolfsen, begin 2014 toegang tot de verborgen wereld van radicale moslims in Europa, die in de dan net opgerichte Islamitische Staat een soort ideale samenleving zien. Jonge ‘gelovigen’, die daadwerkelijk bereid zijn om de wapens op te nemen in Irak of Syrië. Ze duiken op in IS-video’s, als martelaar of beul.

Intussen trekt Ubaydullah Hussain steeds meer de aandacht met extreme uitspraken na de aanslagen op Charlie Hebdo en bij de marathon van Boston en begint de Noorse politie interesse te krijgen in het ruwe beeldmateriaal dat Farooq heeft gemaakt van de goedgebekte jihad-werver en de door hem geronselde strijders, die in deze interessante volgdocu worden klaargestoomd voor de heilige strijd.

De Verloren Kinderen Van Het Kalifaat

 
Grootvader Houssein wil op zoek naar zijn dochter Meryem en haar twee kinderen. Hij weet nauwelijks waar hij moet zoeken. In Syrië, zoveel is duidelijk. Het verscheurde land waar zijn dochter, samen met Housseins ex-vrouw, enkele jaren eerder is beland. De twee vrouwen hadden zich aansloten bij IS.
 
Sinan Can, met in zijn kielzog regisseur Jochem Pinxteren, vergezelt de (groot)vader in De Verloren Kinderen Van Het Kalifaat (50 min.) naar het hart van de Islamitische Staat. Daar stierf ook Hoesseins jongste zoon Ilyas, eveneens als onderdeel van IS. Op zestienjarige leeftijd, voor een nooit verwezenlijkt ideaal; Islamitische Staat heeft inmiddels de aftocht moeten blazen en een totaal verwoest land achtergelaten.
 
In Racca, het voormalige hoofdkwartier van IS, hangt nog letterlijk de geur van de dood. Die went nooit. Even verderop, op het centrale plein, werden ten overstaan van de lokale bevolking de wekelijkse executies voltrokken. Enkele geradicaliseerde Nederlanders deden er enthousiast aan mee en gingen daarna trots op de foto met de afgehakte hoofden, meldt Can in één van de vele voice-overs waarmee hij de gesprekken en gebeurtenissen tijdens de reis van diepte en context voorziet.
 
Terwijl de twee mannen hun zoektocht vervolgen door de volledig ingestorte Islamitische Staat en spreken met plaatselijke burgers en notabelen, komt één vraag steeds terug: waarom? Wat heeft Syriëgangers zoals Housseins ex-vrouw, dochter en zoon bezield om strijder voor het Kalifaat te worden? Zo stevenen ze af op een aangrijpende ontknoping, waarbij Sinan Can het hoofd opmerkelijk koel weet te houden. Zodat de kijker vooral met prangende vragen achterblijft, in plaats van al te gemakkelijke antwoorden.
 
De complete documentaire is hier te bekijken.