Why We Hate

Haat valt af te leren. Is logisch. Beschermt ons. Wordt doelbewust ingezet. Kan besmettelijk zijn. Én maakt héél veel kapot.

Aan de hand van zes subthema’s en een daarbij behorende wetenschapper schetst de docuserie Why We Hate (264 min.), geregisseerd door Geeta Gandbir en Sam Pollard en geproduceerd door Steven Spielberg en Alex Gibney, de psychologische, genetische, sociologische, juridische, neurologische en biologische achtergronden van de menselijke behoefte om De Ander te wantrouwen, beschimpen of zelfs bestrijden. Dit levert interessante inzichten en dwarsverbanden op, die met soms schokkende beelden worden geïllustreerd.

Over tribalisme bijvoorbeeld, een fenomeen dat zowel zichtbaar is in de rivaliteit tussen voetbalclubs als de permanente stammenstrijd tussen de Democratische en Republikeinse partij in de Verenigde Staten en de steeds weer oplaaiende oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Hopeloze kwesties ogenschijnlijk, waarbij ‘de psychologie van het slachtofferschap’ (ook al behoor je tot de bovenliggende partij) een dominante rol lijkt te spelen. Wetenschappelijke experimenten tonen echter aan dat die verhoudingen wel degelijk zijn te reframen – al leidt dat helaas niet per definitie ook tot betere verhoudingen.

Het blijft tevens pijnlijk hoe effectief propaganda kan zijn als middel om een andere bevolkingsgroep te dehumaniseren. De bijbehorende weerzinwekkende beelden – de Obama’s als apen, moslims als vleesgeworden bommen en Joden als afgezanten van de Duivel – mogen dan bekend zijn, het blijft nauwelijks te bevatten dat mensen bereid zijn om dit soort vuiligheid te produceren en consumeren. En de gevolgen daarvan zijn onmiskenbaar. In Rwanda werden de Tutsi’s in de jaren negentig bijvoorbeeld stelselmatig door kranten en radiostations van de Hutu-meerderheid uitgemaakt voor ‘kakkerlakken’. En wat doe je met zulke beesten? Juist: kapot maken.

Met verve slalomt de zesdelige serie Why We Hate verder langs de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, Pol Pots Cambodja en het Hongarije van Viktor Orbán, zoomt in op het Internationaal Strafhof in Den Haag, de Charleston Church Shooting en de beruchte Milgram– en Stanford Prison- experimenten (en de rol van instructie daarbij) en introduceert haatzaaiers die tot inkeer zijn gekomen, zoals een voormalige neonazi, ex-extremistische moslim en oud-lid van de omstreden Westboro Baptist Church. Uit hun gezamenlijke relaas kan tóch hoop worden geput. Als voorbeelden daarvan focussen Gandbir en Pollard op hoe Zuid-Afrika Apartheid en Duitsland het Derde Rijk achter zich hebben gelaten.

Er is uiteindelijk ook geen alternatief voor het loslaten van de haat, zo wordt glashelder. Met het ontmenselijken van de ander, stelt mensenrechtenadvocaat Patricia Viseur Sellers bijvoorbeeld, doen we ook onze eigen humaniteit geweld aan.

This Is Not A Movie

VPRO

Dit is geen speelfilm.

‘Je kunt een Hollywood-crew hiernaartoe brengen en een film maken’, zegt de Britse oorlogsjournalist Robert Fisk terwijl hij in 2018 door de volledig verwoeste Syrische stad Homs loopt. ‘Alleen kunnen de doden niet praten en zijn de levenden allemaal weg.’ Op deze plek, zo realiseerde hij zich enkele jaren geleden, begint het verhaal van de mensen die uiteindelijk als vluchteling in Griekenland, Hongarije en Duitsland zijn beland. ‘Hier is de lont naar het kruitvat aangestoken.’

Nogmaals: This Is Not A Movie (108 min.).

Regisseur Yung Chang volgt de vermaarde Midden-Oosten correspondent naar conflictgebieden als Syrië, Libanon en Bosnië en laat Fisk aan het woord over de ervaringen die hem nog altijd achtervolgen. Zoals de slachting onder Palestijnse burgers bij Sabra & Shatila, volgens Fisk het hedendaagse equivalent van nazi-oorlogsmisdaden. Die traumatische gebeurtenis in 1982, onder het oog van Israëlische militairen, bevrijdde hem van elke vorm van schroom om te berichten over de werkelijkheid zoals hij die zag. Gewoon de ongemakkelijke feiten. Zonder de behoefte om daarbij beide partijen aan het woord te laten en een soort (vals) evenwicht te creëren.

Dit is immers geen speelfilm.

Fisks parool is en blijft: challenge authority. Teneinde, ergens, de waarheid te vinden. Dit gedegen portret van de strijdbare correspondent, die zich al een halve eeuw in ‘s werelds voornaamste brandhaard bevindt en liefst zelf ter plekke, met pen en papier in de hand, poolshoogte gaat nemen als er iets gebeurt, werkt tevens als een aanklacht tegen oorlog in het algemeen en het allereerste slachtoffer daarbij: diezelfde waarheid. En die zal de inmiddels 73-jarige Robert Fisk, met alles wat hij in zich heeft, tot zijn allerlaatste ademtocht blijven zoeken. Wat anderen – of het nu gaat om de autoriteiten of zijn eigen eindredacteuren – daar ook van vinden…

Dit. Is. Echt.

Once The Dust Settles

Het slagveld of rampgebied van nu is de toeristische attractie van straks. Wat gebeurt er als het stof is neergedaald? vraagt documentairemaker John Appel zich af. (Hoe) kun je je bestaan weer oppakken nadat de storm is uitgeraasd of de laatste kogel is afgevuurd en jouw leven, blijkbaar, nog niet is beëindigd?

Appel onderzocht eerder de rol van het toeval bij calamiteiten in zijn film Wrong Time, Wrong Place uit 2012, waarvoor hij mensen portretteerde die betrokken raakten bij de massamoord van Anders Breivik op het Noorse eiland Utoya. In Once The Dust Settles (87 min.) bezoekt hij drie voormalige rampplekken en onderzoekt wat de situatie en mensen daar met elkaar gemeen hebben: Amatrice (getroffen door een verwoestende aardbeving), Tsjernobyl (van de kernreactorontploffing) en Aleppo (strijdtoneel van de Syrische burgeroorlog).

Appel presenteert zijn bevindingen als losse blokken. Het zijn eigenlijk drie films in één, met elk hun eigen hoofdpersonen. Een Italiaanse pastor die zijn thuis is kwijtgeraakt, de operator van unit 4 van de beruchte Russische kernreactor die ooit een zwijgcontract moest ondertekenen van de KGB en een Syrische hoteleigenaar en reisgids die jarenlang hun werk niet konden uitoefenen en hun stiel nu weer proberen op te pakken. Terwijl ze hun weg vinden in een nieuwe werkelijkheid, proberen ze zich tevens te verzoenen met hun ervaringen uit het verleden.

Once The Dust Settles is een verzorgde, bespiegelende en soms ook wat trage documentaire geworden over menselijke veerkracht. Vanuit de gedachte dat op de puinhopen van toen nu iets nieuws kan ontstaan. Hopelijk iets beters…

De Puinhopen Van Irak

VPRO

’Ik eet geen vlees en tomatensoep meer’, zegt een grafdelver in de Iraakse hoofdstad Bagdad. ‘Die doen me denken aan de gruwelijkheden. Al die ellende. Onze kleren zaten altijd onder het bloed.’ De man leeft volgens eigen zeggen van brood en thee. En als hij aan al die verminkte lichamen denkt, krijgt-ie helemaal geen hap meer door zijn keel. Hij is helemaal kapot. ‘Ik drink elke dag om te kunnen slapen.’

In de vijfdelige documentaireserie De puinhopen van Irak (125 min.) neemt Sakir Khader de menselijke schade op van de oorlog in het verscheurde land, dat generaties lang met ijzeren vuist werd geregeerd door Saddam Hoessein. De voormalige dictator, in 2003 afgezet door de Amerikanen, is in bepaalde contreien nog altijd populair, constateert de Palestijns Nederlandse filmmaker in één van zijn bespiegelende voice-overs.

En de Amerikanen kunnen bij veel Irakezen nog altijd weinig goed doen. Effenden zij niet gewoon het pad voor Islamitische Staat? ‘We gaan je zo eerst te eten geven’, grapt een man bijvoorbeeld, die door een Amerikaanse scherpschutter een broer verloor, als hij van Khader hoort dat Nederland participeerde in de invasie van Irak door de Verenigde Staten. ‘Daarna maken we je af.’

Hoe dichter hij naar zijn Arabische roots reist, constateert Sakir Khader, hoe groter de conflicten worden. In elke aflevering probeert hij, soms enigszins geforceerd, zijn eigen geschiedenis te verbinden met z’n riskante trips door Irak. Met zijn persoonlijke betrokkenheid, lef en doorzettingsvermogen slaagt hij erin om de tegenstellingen in het land, en het brute geweld dat daaruit voortvloeit, in kaart te brengen via gewone Irakezen.

Net als Sinan Can maakt Khader zo een wereld toegankelijk die we vooral kennen van mistroostige berichten in de media. De boodschap is overigens niet per definitie optimistischer. ‘Misschien ben ik dood wel beter af dan in leven’, stelt de mijnenruimer Hassan bijvoorbeeld mismoedig. Net als veel landgenoten is hij het leven, in elk geval dít leven, moe. Maar hoe kan deze cyclus van geweld worden doorbroken?

Ghosts Of Sugar Land

Netflix

Ze verschijnen allemaal gemaskerd voor de camera: als Spider Man, Super Mario of Star Wars-schurk. Alleen ‘Mark’ komt met zijn gezicht in beeld. Hij was de enige zwarte jongen in de vriendengroep. Ze willen hem nu overigens ook best ‘Steve’ noemen. Zolang het maar niet zijn eigen naam is.

Alle jongens groeiden op in een multiculturele wijk in Sugar Land, Texas. Ze waren bovendien stuk voor stuk moslim. En dat wilde ‘Mark’, een jongen die maar moeilijk zijn plek kon vinden, ook best worden. Ook al stonden moslims volgens hen nóg lager in de pikorde dan zwarte Amerikanen.

In Ghosts Of Sugar Land (22 min.), een korte documentaire van Bassam Tariq, kijken de vrienden terug op hoe ze samen opgroeiden en vertellen ze hoe ‘Mark’ voor hun ogen radicaliseerde, een proces dat inzichtelijk wordt gemaakt via Facebook-posts van de verder afwezige hoofdpersoon.

Of waren al die opruiende berichten, vragen de gemaskerde kameraden zich nu af, eigenlijk bedoeld om hén uit hun tent te lokken? Met andere woorden: hadden ze een mol, een FBI-infiltrant, in de gelederen, die moest bekijken of zij gevoelig waren voor een extremistische opvatting van de islam?

‘Mark’ zou inmiddels de oversteek hebben gemaakt naar Syrië, waar hij zich heeft aangesloten bij Islamitische Staat. Niets is echter zeker: voor hetzelfde geld houdt hij zich gewoon, met een andere identiteit, ergens in Amerika schuil. Die elementaire twijfel drijft deze boeiende interviewfilm, die even klein als raak is.

Na afloop blijft wel één vraag hangen: waarom hoefde ‘Mark’, of hij nu Jihad-strijder of toch undercoveragent is, eigenlijk géén masker te krijgen?

One Day In September

The games must go on.’ De woorden van IOC-voorzitter Avery Brundage hangen nog altijd als een slagschaduw over de Olympische Spelen van München in 1972. Ondanks een terroristische aanslag op het Israëlische team, waarbij diverse atleten op brute wijze werden geslachtofferd, ging het toernooi door. Sporters, zoals de Nederlandse judoka Wim Ruska, die na ‘het bloedbad van München’ een medaille wonnen, zouden zich daarvoor tot in lengte der dagen moeten verantwoorden.

De Oscar-winnende documentaire One Day In September (93 min.) van Kevin Macdonald uit 1999 volgt met overlevenden, nabestaanden, politieagenten, onderhandelaars, politici, journalisten én Jamal Al-Gashey, de enige aanvaller van Black September die de actie zou overleven, de aanloop naar en gebeurtenissen op die fatale vijfde september van 1972. De Palestijnse terreurgroep eiste dat meer dan tweehonderd medestanders werden vrijgelaten uit gevangenissen in de gehele wereld, in Israël in het bijzonder. De geplande gijzeling zou he-le-maal uit de hand lopen.

Illustratief is het relaas van de Nederlandse vrouw Ankie Spitzer. Voor de Olympische Spelen zette ze haar echtgenoot, de Israëlische schermcoach André Spitzer, nietsvermoedend op de trein. Ze zou hem nooit meer terugzien. Behalve dan in het televisienieuws, toen hij met een geweer in zijn rug door de gijzelnemers naar voren werd geschoven, om vanuit een raam met de verzamelde media te praten. Ankie, die later correspondent in Israël zal worden voor Nieuwsuur en de VRT, zag het met afgrijzen aan. Ze zou nog ruim veertig jaar moeten ijveren voor een herdenking van ‘München’.

Filmmaker Macdonald laat de verbijsterende gebeurtenissen in het Olympische dorp echt herleven met deze straffe reconstructie. De Schotse filmmaker maakt bijzonder effectief gebruik van graphics om de stormachtige ontwikkelingen te verduidelijken en zet de naargeestige sfeer bovendien vet aan met muziek. Ook acteur Michael Douglas is een belangrijke troef. Als verteller geeft hij het drama echt urgentie. Zo slaagt Macdonald erin om de hectiek van het moment te vangen: de gewelddadige actie van Black September en het navolgende geblunder van de West-Duitse autoriteiten, dat de situatie nog veel erger maakte.

Niet iedereen bewaart overigens slechte herinneringen aan het ‘Munich Massacre’. De actie heeft zijn doel bereikt, constateert Al-Gashey, die niet wil zeggen of hij persoonlijk Israëli’s heeft gedood of niet, ruim 25 jaar na dato in One Day In September: ‘Ik ben trots op wat ik heb gedaan in München omdat dit De Palestijnse Zaak enorm heeft geholpen. Vóór München had de wereld geen idee van onze strijd.’

I, Dolours

‘If you hate the British army, clap your hands’, zingt een groep schoolkinderen op straat enthousiast, terwijl de gemoederen in Belfast begin jaren zeventig oplopen. ‘If you hate the British army…’ In diezelfde tijd mengt ook Dolours Price, de hoofdpersoon van deze documentaire, zich in het Noord-Ierse conflict: ze wordt lid van het Irish Republican Army (IRA) en begint een bloedige strijd met de Britse overheersers en de aan hen gelieerde loyalisten.

In I, Dolours (82 min.) construeert filmmaker Maurice Sweeney haar levensverhaal, via een serie interviews die Price in 2010 gaf aan journalist Ed Moloney. Ze oogt daarin als een doorsnee vrouw van middelbare leeftijd, die je eerder op naailes verwacht dan in de gewelddadige tak van een bevrijdingsbeweging/terreurgroep. Geen persoon in elk geval waaraan je bankovervallen, verdwijningen, bomaanslagen en liquidaties zou toeschrijven.

Achter Dolours’ conventionele uiterlijk gaat echter een geharde vrouw schuil, die volledig is gevormd door The Troubles, het gevecht om Ulster. Als ze in 1973, na een bomaanslag in Londen, voor jaren in een Engelse gevangenis belandt, zet ze daar samen met haar eveneens geradicaliseerde zus Marian meteen een hongerstaking op. Die wordt door de Britten rigoureus de kop ingedrukt. Dolours zal er de rest van haar leven mee blijven worstelen.

De traumatische gebeurtenis is indringend verfilmd in deze solide film, waarin Sweeney een overtuigende middenweg tussen documentaire en drama vindt en zijn hoofdpersonage zich zo nu en dan laat verleiden om héél voorzichtig haar kwetsbare kant, en zowaar iets van wroeging, te laten zien.

De Oorlog Is Oud Ade Binnengekomen, Vijf Jaar Na MH17

‘De oorlog is Oud Ade binnengekomen’, sprak diaken André van Aarle, nu alweer vijf jaar geleden, tijdens de kerkdiensten na MH17. Hij leende de woorden van dorpsbewoner Dammes van der Poel, die het gevoel in de Zuid-Hollandse gemeenschap perfect wist te verwoorden. Van der Poel wist ook als geen ander waarover hij sprak. Zijn eigen zoon Erik en diens vriendin Truike Heemskerk kwamen om het leven toen de vlucht van Malaysian Airlines boven Oekraïne uit de lucht werd geschoten.

Dammes en zijn vrouw Toos doorlopen in De Oorlog Is Oud Ade Binnengekomen, Vijf Jaar Na MH17 (42 min.) nog eens het hele proces dat ze toen moesten doormaken: van de allereerste berichten over een neergestort vliegtuig tot het begraven van de botdeeltjes van hun kind. In deze televisiedocumentaire van Stephanie Sint Nicolaas en Alje Kamphuis komen daarnaast diverse dorpsgenoten aan het woord: vrienden en kennissen van de overledenen, de voorzitter van de voetbalclub, een wethouder en de regisseur van de toneelgroep.

Gezamenlijk schetsen ze het beeld van een hechte gemeenschap, die eensgezind treurt en verwerkt. ‘Heel het dorp was in de rouw’, zegt diaken Van Aarle. ‘Er hing een soort van vacuüm, er hing een ijzige stilte waarin je de pijn voelde.’ Die onderlinge verbondenheid is duidelijk ook wat de documentairemakers aan de kijker willen meegeven. Het gevoel voor gemeenschapszin wordt steeds weer benadrukt. Zoals sommige activiteiten van Eriks ouders ook nét iets te geregisseerd ogen; alsof ze speciaal voor de camera worden uitgevoerd.

Dit laat onverlet dat De Oorlog Is Oud Ade Binnengekomen treffend documenteert wat het met ouders doet als ze het meest onnatuurlijke verlies, de dood van een kind, moeten zien te incasseren en welke rol de directe omgeving kan spelen bij het dragen van dat lot.

The Good Terrorist

Was het in zekere zin kinderspel waar de zogenaamde Hofstadgroep, die in 2004 met veel machtsvertoon door de Haagse politie werd gearresteerd, zich mee bezighield? Of hadden de leden van de terroristische cel daadwerkelijk de potentie om later aanslagen van het kaliber Brussel of Parijs te gaan plegen? Hun toenmalige advocaat Victor Koppe is duidelijk: die Hofstadgroep stelde weinig voor.

Paul Abels, Raadadviseur Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, is daarvan niet overtuigd: in wezen hadden deze ‘homegrown terroristen’ hetzelfde gedachtengoed als de moslimextremisten die later wel degelijk een bloedbad aanrichtten. De tijd was blijkbaar alleen nog niet rijp voor zo’n goed georganiseerde aanslag.

Afgaande op wat voormalig Hofstadgroep-lid Jason Walters zelf zegt in The Good Terrorist (80 min.) – en de moord op Theo van Gogh door Hofstadgroep-lid Mohammed B. – ben je geneigd om Abels te volgen. Niet-moslims waren volgens de jonge Jason onrein. De grootst mogelijke misdadigers. Het zorgde voor superioriteitsgevoelens. En een dodenlijst. ‘Quasi-serieus’, zegt hij nu. ‘Half opschepperig bedoeld.’

‘Het is de islamisering van de radicaliteit’, stelt de Belgische gevangenisdocent en activist Luk Vervaet in deze film van Robert Oey. De bron van de radicalisering van bepaalde jongeren is volgens hem vooral de onvrede die zij van binnen voelen, de islam is niet meer dan een omhulsel. Hun bloedeigen Rage Against The Machine, die uiteindelijk wel uitdooft.

Jason Walters is in dat verband een interessante casus. Oey spreekt met mensen die direct met hem te maken kregen: de officier van justitie, het afdelingshoofd van de Terroristenafdeling van de Penitentiaire Inrichting Vught en de gevangenisdocent, die hem daar begeleidde bij zijn studie Cultuurwetenschappen –de stap die hem naar verluidt richting deradicalisering leidde.

Maar kunnen mensen daadwerkelijk deradicaliseren? vraagt Robert Oey, geholpen door geluidstechnicus en medebedenker van deze film Maaik Krijgsman (die zo nu en dan ook in beeld verschijnt), zich af. Hebben we de mogelijkheid om onszelf te resetten? En hoe zouden anderen dat dan kunnen controleren? Zoals Jason zelf stelt: de echte (de)radicalisering komt van binnenuit.

Definitieve antwoorden zijn Oey dus per definitie niet gegeven in deze, met dwingende klassieke muziek aangeklede denkfilm over de psychologie van het (moslim)terrorisme. Ook niet als hij zijn licht opdoet in Islamabad, het Rifgebergte of gewoon in Den Haag, bij een winkelier die er ooit getuige van was hoe de Hofstadgroep werd ingerekend. Waarbij steeds dezelfde vraag opspeelt: bestaat er zoiets als een ex-terrorist? En hoe herken je die dan?

Een Goede Moslima

‘Het is warm buiten, die oven geeft warmte en die arme vrouw moet een hoofddoek om en een lange broek?’, zeurt Frans Bromet op kenmerkende wijze tegen zijn hoofdpersoon Yeter Akin, terwijl haar tantes in Turkije een plaatselijke pannenkoek bereiden. ‘Die vrouwen zijn dus zo sterk dat ze tegen die warmte kunnen’, reageert Yeter onverstoorbaar. Intussen pakt één van de tantes met een verschrikt ‘ooow’ een pannenkoek van het vuur. ‘Verbrand?’, vraagt Bromet plagend. ‘Ja’, laat Yeter, sinds haar dertiende woonachtig in Nederland, zich niet uit het lood slaan. ‘Die is verbrand.’

De nestor onder de Nederlandse camerajournalisten, dik in de zeventig inmiddels, opereert nog altijd regelmatig als de vleesgeworden scepsis. Hij houdt zich van de domme, vraagt echt door en prikkelt als de situatie daar in zijn ogen om vraagt. Samen met Akin, met wie hij eerder een film over eerwraak maakte, gaat Bromet ditmaal op zoek naar waaraan Een Goede Moslima (71 min.) eigenlijk moet voldoen. En het is prettig dat hij daarbij niet met meel in de mond spreekt of al te voorzichtig te werk gaat. Bromet reageert gewoon zoals hij altijd doet en stelt simpelweg de vragen die in hem opkomen.

De gesprekken van Bromet en Akin, met elkaar en met allerlei verschillende vrouwelijke moslims, worden afgewisseld met een interview dat Yeter deed met een Duitse vriendin. De onherkenbaar gemaakte vrouw, gefilmd met een smartphone, vertelt hoe haar dochter langzaam radicaliseerde en uiteindelijk naar het kalifaat van Islamitische Staat vertrok. Dat interview voelt een beetje als een fremdkörper in deze erg praterige televisiedocumentaire, niet Bromets beste film, die een aardig inkijkje geeft in de wereld van moslima’s, zonder dat dit verder wezenlijk nieuwe inzichten oplevert.

The Miami Showband Massacre

Ze waren zomaar een Iers bandje. Heel populair, dat wel. Ook bij de meisjes. De Ierse Beatles, zeggen ze nu zelf. Maar dat is natuurlijk zwaar overdreven. Ruim veertig jaar na dato zou er waarschijnlijk geen haan meer kraaien naar The Miami Showband als de groep in 1975 niet betrokken zou zijn geraakt bij het bijzonder gewelddadige conflict over Noord-Ierland.

In ruim drie decennia raakten zo’n 40.000 gewone burgers gewond tijdens ’The Troubles’. 3700 Ieren, vaak op geen enkele manier betrokken bij de strijd om Ulster, stierven een gewelddadige dood. Waaronder drie muzikanten die nu anders waarschijnlijk in het golden oldies-circuit zouden hebben gespeeld: zanger Fran O’Toole, gitarist Tony Geraghty en trompettist Brian McCoy. Ze kwamen op 31 juli 1975 om bij een bloedige bomaanslagThe Miami Showband Massacre (71 min.).

Twee bandleden, bassist Stephen Travers en saxofonist Des McAlea, zaten ook in het Volkswagenbusje dat de band naar huis moest brengen na een optreden in de Castle Ballroom in Banbridge, maar overleefden de tragedie. Een derde, drummer Ray Miller, was in zijn eigen auto op weg naar huis en ontsprong de dans eveneens. Zes Ieren. Vier katholieken, twee protestanten. Al was dat volgens de overlevende bandleden nooit een thema binnen de groep.

In een burgeroorlog is echter niemand veilig en worden er bovendien regelmatig vieze spelletjes gespeeld. In deze boeiende tv-docu belicht Stuart Sender de pogingen van Stephen Travers om de ware toedracht te ontdekken achter de tragedie die drie van zijn muzikale vrienden het leven kostte. Was het een volledig uit klauw gelopen blokkade van de loyalistische Ulster Volunteer Force? Of ging het zelfs om een clandestiene actie van de Britse geheime dienst MI5, die Noord-Ierland koste wat het kost bij Groot-Brittannië wilde houden?

Stad Van Twee Lentes

Iemand van het ministerie van Volksgezondheid moet mij, de VN, om bloedmonsters vragen. In een snel gearrangeerd tweegesprek instrueert VN-vertegenwoordiger Lise Grande de stafchef van de Iraakse premier, Mahdi al-Allaq. Het is zo’n moment waarop je als kijker van een observerende documentaire op het puntje van je stoel gaat zitten. Het is vast ook een moment geweest waarop de filmmakers Frederick Mansell en Laurens Samson extra alert waren. Op dit moment konden ze daadwerkelijk laten zien en horen hoe dat in de praktijk gaat: het bezweren van een humanitaire crisis in de Iraakse stad Mosul.

Met dank aan het bij Grande opgeprikte zendermicrofoontje, dat feilloos registreert hoe het hoofd van de humanitaire missie van de Verenigde Naties na een zogenaamde ‘photo op’, een moment waarop voor het oog van de pers een officieel verdrag wordt bekrachtigd, de stafchef even apart neemt. Lise Grande informeert hem over het feit dat er bij twee politieagenten symptomen van zenuwgas aangetroffen. Weet hij wel wat dat precies is? Nee? Dit richt schade aan in je hersenen. En daar moeten zij, van het officiële Iraakse gezag, snel meer van te weten zien te komen.

In Stad Van Twee Lentes (70 min.) wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gestaalde diplomate Grande en de Nederlandse ambassadeur Jan Waltmans de situatie in Mosul, jarenlang geteisterd door Islamitische Staat en de strijd daartegen, proberen te stabiliseren en een start maken met de wederopbouw van de Iraakse stad. Grote groepen vluchtelingen moeten opnieuw worden gehuisvest. Een enorme logistieke operatie, waarmee ettelijke miljoenen dollars zijn gemoeid. En dus ligt ook corruptie voortdurend op de loer.

Als tegenhanger van de bureaucraten presenteren Mansell en Samson het elfjarige meisje Ala’ en haar familie. In een vluchtelingenkamp zonder elektriciteit of stromend water wachten zij op het moment dat ze toestemming krijgen om terug te keren naar hun woning. Als die nog overeind staat, tenminste. Ala’ zorgt als oudste kind intussen voor haar broertjes, schrijf brieven aan haar oma en fantaseert over een eigen tuin, waar haar plantjes mogen bloeien.

Het verlangen naar een eigen plekje, waar nieuw leven kan ontspruiten, representeert ongetwijfeld de toekomst van het verscheurde Mosul en de dromen die de ontheemde inwoners van de stad nog altijd koesteren en is een terugkerend element in deze serene film, die helder maakt dat de oorlog echt niet ineens ophoudt als de strijd wordt gestaakt en er grote beslissingen moeten worden genomen om kleine mensen weer vredig te kunnen laten leven.

Lost Warrior

Hij heeft zijn zoon Yassir nog nooit in het echt gezien. Al drie jaar zit de 23-jarige Mohammed ondergedoken in de Somalische hoofdstad Mogadishu. Daar is hij ook stiekem getrouwd met Fathi, die vervolgens is teruggekeerd naar Londen. Sindsdien onderhouden ze contact via Skype en fungeert hij als virtuele vader voor hun peutertje in Engeland.

Mohammed zou dolgraag terugkeren naar Groot-Brittannië, het land waar ook hij is opgegroeid. Daar is hij echter persona non grata. Hij staat te boek als terrorist. Één impulsieve beslissing is hem fataal geworden: op zijn twintigste werd de rebelse jongeling, na een gevangenisstraf, uitgezet naar zijn moederland. Daar werd hij lid van al-Shabaab, een Somalisch neefje van extremistische moslimorganisaties als IS en Al-Qaeda.

Inmiddels heeft hij de terreurbeweging alweer verlaten. Mohammed wist helemaal niet voor welke organisatie hij was geronseld. Zegt hij nu. Als hoofdpersoon van de documentaire Lost Warrior (57 min.). De spijtoptant is zijn leven bovendien niet zeker in Somalië, beweert hij. Want zijn voormalige vrinden van al-Shabaab hebben nog een appeltje met hem te schillen.Deze observerende film van Nasib Farah en Søren Steen Jespersen volgt zowel de ontheemde vader in Mogadishu als zijn vrouw, kind en familie in Londen bij hun pogingen om een gezinshereniging tot stand te brengen. In het Verenigd Koninkrijk zitten ze echter, net als in Nederland, bepaald niet te wachten op terugkerende islamitische strijders. Alle officiële toegangswegen naar Londen lijken afgesloten.

Terwijl de spijtoptant zoekt naar een sluiproute die hem moet terugbrengen naar zijn vorige en toekomstige leven, komt de relatie van Mohammed en de uitgesproken, in plat-Engels van zich afbijtende Fathi danig onder druk te staan. Ook als ze erin slagen om weer bij elkaar te komen, blijft het in deze interessante documentaire, die een actueel thema behandelt, de vraag of het hen ook lukt om hun huwelijk te lijmen.

The Radical Story Of Patty Hearst

Haar naam is bijna een synoniem voor het Stockholm-syndroom geworden. Patricia Hearst, de steenrijke erfgename van de befaamde Amerikaanse Hearst-familie, werd op 4 februari 1974 ontvoerd door het Symbionese Liberation Army (SLA). Dik twee maanden later pleegde ze, als de gedreven strijder ‘Tania’, samen met haar ontvoerders een overval op de Hibernia Bank in San Francisco. De kleindochter van mediamagnaat William Randolph Hearst, die ooit model stond voor de Orson Welles-film Citizen Kane, had zich volledig vereenzelvigd met de idealen en methoden van een radicale representant van de Amerikaanse tegencultuur, die ook terreurgroepen als The Black Liberation Army en The Weather Underground zou voortbrengen. Was ze gehersenspoeld of gewoon een ‘natuurtalent’?

In de zesdelige serie The Radical Story Of Patty Hearst (240 min.) belicht regisseur Pat Kondelis de opzienbarende wildemansrit van Hearst met de extreem-linkse splintergroep, die in een orgie van geweld zou uitmonden. De SLA-leden stond niets minder dan de revolutie voor ogen. Al bleef volgens auteur Jeffrey Toobin, die de ongeautoriseerde biografie American Heiress schreef waarop deze serie is gebaseerd, onduidelijk wat ze nu precies wilden en hoe ze dat dachten te bereiken. De organisatie schuwde geweldsmiddelen in elk geval niet. Vóór de ontvoering van hun toekomstige strijdmakker, die toen nog een rijkeluisleventje met haar aanstaande echtgenoot leidde, was de organisatie met de zevenkoppige cobra als logo al verantwoordelijk voor de moord op een in hun ogen repressief schoolhoofd, Marcus Foster.

‘Dood aan het fascistische insect dat het volk misbruikt’, stond er pontificaal in de eerste verklaring die de Symbionese Liberation Army na de ontvoering naar de Hearst-familie stuurde. Patty’s vader Randy moest die voorlezen tijdens een persconferentie. Er zouden nog veel boodschappen volgen, waarvan een groot deel ingesproken door ‘Tania’ zelf. Het waren ‘crazy ass communiques’ volgens voormalig SLA-kaderlid Bill Harris, één van de belangrijkste bronnen van Toobins boek en deze serie. Hij praat erover alsof die hele ontvoering niet meer dan een onschuldige jeugdzonde was. En het Symbionese Liberation Army een soort hippiebende van Robin Hood. Soms klinkt er zelfs trots in zijn woorden door, bijvoorbeeld als de afgedwongen voedseldonaties aan arme Amerikanen ter sprake komen. Serieuze zelfreflectie lijkt in elk geval te ontbreken bij de voormalige extremist.

Hearsts voormalige verloofde Steven Weed noemt de SLA-leden daarentegen zonder omhaal van woorden ‘compleet gestoord’. Patty zelf, die binnenkort 65 wordt en al enige tijd oma is, ontbreekt helaas in de serie. Zij had volgens een officiële verklaring ‘geen interesse om deze gewelddadige en pijnlijke periode uit haar leven opnieuw te beleven’ en stelt zelfs dat Toobins boek haar verkrachting en marteling heeft geromantiseerd. Ze is in de serie alleen aanwezig via oude audio-interviews en archiefmateriaal. Als psychologisch portret van een jonge vrouw in zeer uitzonderlijke omstandigheden komt The Radical Story Of Patty Hearst daardoor niet uit de verf. De hoofdpersoon, die zich binnen luttele maanden ontwikkelt van rijkeluisdochter tot de gestaalde guerrillastrijder ‘Tania’, blijft een enigma.

Als historische reconstructie heeft de documentaireserie, die wordt bevolkt door diverse direct betrokkenen, de gehele affaire minutieus doorneemt en is aangekleed met gedramatiseerde scènes en een overdaad aan fraai archiefmateriaal, zeker zijn waarde. Tegelijkertijd voelt de serie minder urgent dan vergelijkbare historische producties als The Clinton Affair en Enemies: The President, Justice & The FBI, waarin duidelijke parallellen met het heden worden getrokken.

Matangi / Maya / M.I.A

‘All I wanna do is bang bang bang bang’, rapt M.I.A., terwijl er geweerschoten klinken in haar wereldhit Paper Planes uit 2007. Een kassa rinkelt: ‘And take your money.’ Zo kijken veel westerlingen toch tegen immigranten aan? Nou, dan kunnen ze het krijgen ook, moet de Britse rapper van Sri Lankaanse origine (echte naam: Maya Arulpragasam) hebben gedacht. In 1985 vluchtte ze als tienjarige Aziatische meisje naar een volledig vreemde wereld, Europa. Die verscheurdheid klinkt door in alles wat ze sindsdien heeft gemaakt.

Dat perspectief – van de buitenstaander die bij ‘ons’ en haar eigen moederland naar binnen kijkt – maakt van de biopic Matangi / Maya / M.I.A. (96 min.) méér dan het zoveelste portret van een succesvolle artiest, die nog eens goed in de markt moet worden gezet of wel een extra veer in zijn reet kan gebruiken. M.I.A.’s venijnige songs kunnen niet los worden gezien van hun maatschappelijke context. Dat betekent overigens niet dat filmmaker Steve Loveridge ook kritisch naar de controversiële rapper kijkt. Daarvoor verblijft hij (blijkbaar) al te lang in haar entourage. Hij filmt Maya sinds halverwege de jaren negentig, toen ze allebei op de kunstacademie zaten.

Onplezierige vragen over de aard van M.I.A.’s activisme of haar omstreden vader, een prominent lid van de verzetsbeweging/terreurgroep de Tamil Tijgers, blijven achterwege. ‘Waarom ben je zo’n problematische popster?’, vraagt Loveridge nog wel aan zijn hoofdpersoon. ‘Waarom…’ Ze maakt de zin zelf af: ‘houd je niet gewoon je bek?’. Waarmee de relatie tussen maker en subject aardig is neergezet. Deze film moet het duidelijk niet hebben van kritische distantie, maar van de nabijheid tussen vrager en bevraagde. De documentaire bestaat voor het leeuwendeel uit B-roll video’s die in huiselijke kring, backstage en tijdens reizen naar Sri Lanka zijn gemaakt.

M.I.A.’s leven en dit spannende portret van een strijdbare jonge vrouw komen tot een climax in 2009 als ze, zwanger van haar eerste kind en genomineerd voor zowel een Oscar als een Grammy Award, ziet hoe de oorlog in haar moederland escaleert. Als ‘enige Tamil in de westerse media’ voelt ze zich geroepen om zich uit te spreken over wat zij de genocide op haar volk noemt. Zo komt Maya zelf ernstig onder vuur te liggen, bijvoorbeeld via een venijnig profiel in New York Times Magazine, waarin ze wordt neergezet als een verwend kind, dat flinterdunne politieke statements maakt. Sleutelquote: ‘”I kind of want to be an outsider”, she said, eating a truffle-flavoured French frie.’

M.I.A. (ofwel: Missing In Action) reageert in stijl met een slicke videoclip, waarin ze zogenaamd met een grote zonnebril op aan een zonovergoten buitenzwembad zit. ‘All I wanna do is check my Monet’, concludeert ze, om met de nodige zelfspot te verduidelijken: ‘M.I.A. investing in third world democracy. These shades were made in Sri Lanka. Don’t you dare write anything else funny about me.’ Waarna de geboren provocateur ostentatief een vliegtuigje vouwt van een dollarbiljet en het door de lucht laat dwarrelen…

Of Fathers And Sons

‘Hij is geboren op de dag dat het World Trade Center viel’, aait de Syrische vader Abu zijn zoon Mohammad-Omar (vernoemd naar Mullah Omar, de leider van de Afghaanse Taliban) over zijn bol. ‘Op de dag van de aanval vroeg ik God om die dag te zegenen met een kind.’ Abu Osama wil dat filmmaker Talal Derki, die zich in de Noord-Syrische provincie Idlib voordoet als sympathisant van IS en Al-Qaida, ook met zijn andere kinderen kennismaakt. Ze dragen namen als Osama (een verwijzing naar Bin Laden, de voormalige leider van Al-Qaida) en Ayman (vernoemd naar al-Zawahiri, diens opvolger bij de terreurorganisatie) en worden klaargestoomd voor de jihad.

Abu, overtuigd lid van de al-Nusrah-brigade, is een echte gelover. In zijn auto galmt hij enthousiast mee met strijdliederen. ‘Gods volgelingen zullen jullie vermorzelen, hoe lang het ook duurt’, zingt hij de ‘beschermers van Israël’ Hezbollah vol overgave toe. ‘We verspillen ons bloed ruimhartig, want God geeft ons onze kracht.’ Naar zijn kinderen kan Abu, bij wie Derki twee jaar inwoont, liefdevol zijn. Maar hij schuwt de harde hand (en voet) ook niet.

Gaandeweg verlegt de documentairemaker de focus in Of Father And Sons (53 min.) van de volwassen strijder naar zijn opgroeiende kinderen. Naar zijn jongens, om precies te zijn. In de gehele documentaire is nauwelijks een meisje of vrouw te zien. Die doen er niet toe. Het zijn de jongens die de (wan)hoop van het kalifaat vertegenwoordigen. Zij krijgen al op jonge leeftijd een shariastudie en gedegen militaire training, waarin marcheren en de stormbaan natuurlijk niet ontbreken. Zodat ze klaar zijn voor het slagveld.

Talal Derki, die de verwording van Syrië eerder vastlegde in Return To Homs (2013), ziet het met lede ogen en zorgvuldig observerende camera aan. Met bespiegelende voice-overs beschrijft hij ondertussen hoe zijn thuisland, dat hij zelf ooit ontvluchtte ‘om te ontsnappen aan het onrecht en de dood’, een Gouden Eeuw heeft gegeven aan wat hij ‘het salafisten-jihadisme’ noemt. Het stemt de documentairemaker – en de kijker met hem – ronduit somber.

De Beveiligers

Alert kijkt hij in het rond, voortdurend op zijn hoede. Om hem heen is het feestgedruis losgebarsten, maar voor Jory Brenders is het een gewone werkdag. Tot dusver is er nog nooit iets mis gegaan tijdens de Gay Pride in Amsterdam, maar de evenementen- en winkelbeveiliger houdt voortdurend rekening met een terroristische aanslag. ‘Ik heb zelf geen angst dat mij iets overkomt’, zegt hij. Brenders is volgens eigen zeggen alleen maar bezig met de veiligheid voor de bezoekers. ‘Om het zomaar eens te zeggen: je leven geven ervoor.’ Hij moet er zelf een beetje om lachen.

‘Je grootste wapen is je mond,’ stelt hij later. ‘En daar moeten we het mee doen.’ Toch treedt Brenders ook regelmatig handelend op, zoals is te zien bij de aanhouding van een winkeldief. ‘Ik hoop dat jij een kogel krijgt’, voegt die een opgetrommelde politieagent toe. ‘Een kogel in je kwibus.’ Ook de beveiliger zelf krijgt het soms zwaar te verduren, getuige bewakingscamerabeelden van een stevige worsteling met de klant van een supermarkt. De observerende documentaire De Beveiligers (67 min.) van Anneloek Sollart kijkt voortdurend stiekem mee op gewone werkdagen van veiligheidsmedewerkers.

Bij de Rotterdamse metro zijn ze bijvoorbeeld continu verdachte personen op het spoor. ‘Letten wij op mensen met baarden?’, vraagt een beveiliger demonstratief aan zijn collega. ‘Niet specifiek’, antwoordt deze. Dan kunnen ze ook wel op mensen met rood haar letten. Een terrorist kun je toch niet herkennen. Elke aanslag is anders. Zoals ook niet elke ‘spoorloper’ een doodloper wordt. Diezelfde filosofie wordt aangehangen door John de Nooijer, security manager van de kerncentrale Borssele. Hij verafschuwt de Amerikaanse aanpak, waarbij elke beveiliger is uitgerust met een wapen – dat hij/zij vroeger of later dan ook gaat gebruiken.

Persoonsbeveiliger Michael (achternaam onbekend) is echter wel degelijk bewapend. In opdracht van de Nederlandse overheid waakt hij over landgenoten, die wellicht doelwit zouden kunnen worden van een aanslag. Sollart volgt hem tijdens een publiek optreden van PVV-leider Geert Wilders. De scène heeft een hoog Frank Horrigan-gehalte. De lijfwacht uit de film In The Line Of Fire, vertolkt door Clint Eastwood, kon ooit ‘zijn’ president niet redden, een traumatische gebeurtenis die de lijfwacht nog dagelijks achtervolgt. Nederlandse persoonsbeveiligers hebben hun eigen trauma: de moord op Pim Fortuyn. Sindsdien ziet de wereld er totaal anders uit; een politicus taarten zou zomaar de eerste stap kunnen zijn naar een geslaagde liquidatie.

Zo neemt Sollart de kijker mee in de leef- en belevingswereld van Nederlandse beveiligers. Ze doet daarbij alom bekende plekken en activiteiten aan, die door de context waarbinnen ze worden getoond een totaal andere lading krijgen. Het volksfeest wordt een potentieel terroristisch doelwit, een willekeurige winkel de plek voor diefstal of een vechtpartij. Het zit allemaal in de blik waarmee je ernaar kijkt. Zo kan zelfs een licht uitdagende man met een joint, althans in de ogen van een beveiliger in opleiding, een mogelijke bedreiging vormen. De intrigerende film De Beveiligers, waarbij de camera vaak het perspectief van de hoofdpersonen kiest en de beelden extra kleur krijgen met een spannende mixture van geluid en muziek, maakt een essentieel beroep inzichtelijk, dat in een betere wereld overbodig zou zijn.

The Weather Underground

Duitsland had de Baader Meinhof Gruppe, Italië de Brigate Rosse en de Verenigde Staten The Weather Underground. Stuk voor stuk extreem-linkse groeperingen, voortgekomen uit de militante studentenbeweging, die in de jaren zeventig overgingen tot terroristische aanslagen. Die (communistische) revolutie moest en zou er komen, desnoods met grof geweld. En daarmee zouden ook rassendiscriminatie, monogamie en die godvergeten oorlog in Vietnam verdwijnen.

In de voor een Oscar genomineerde documentaire The Weather Underground (90 min.) reconstrueren de filmmakers Sam Green en Bill Siegel, die afgelopen week op 55-jarige leeftijd is overleden, met allerlei voormalige leden de historie van de ondergrondse organisatie. De radicale studentengroep, ook wel bekend als The Weathermen, ontstond tijdens het paranoïde presidentschap van Richard Nixon als bijproduct van de Students For A Democratic Society (SDS) en ging al snel over tot geweld. Ze besloten om de Vietnam-oorlog naar huis te brengen.

‘Dit zijn geen romantische revolutionairen’, aldus de toenmalige Republikeinse president, die de FBI direct instrueerde om zich niet al te druk te maken om wet- en regelgeving bij het opjagen van de groep. ‘Dit is hetzelfde tuig en uitschot dat de goeie mensen altijd dwars heeft gezeten.’ Politiek activist Todd Gitlin, in principe een medestander van The Weather Underground, formuleert het nog scherper dan Nixon. Volgens de voormalige SDS-leider waren de geradicaliseerde studenten bereid om massamoordenaars te worden. ‘Ze kwamen tot de conclusie – en dat is dezelfde conclusie die alle grote moordenaars, zoals bijvoorbeeld Hitler, Stalin en Mao, ook trokken – dat bij hun grote project voor de transformatie en zuivering van de wereld de levens van gewone mensen er niet toe deden.’

Zo heet werd de soep niet gegeten, stellen de voormalige kaderleden in deze traditioneel opgezette documentaire uit 2002, waarin verteller Lili Taylor een bulk aan treffend archiefmateriaal verbindt met interviews met voormalige Weathermen en -girls en tevens het woord geeft aan criticasters en opponenten van de anti-establishmentgroep (waarvan sommige leden, later, toch echt tot datzelfde establishment zouden gaan behoren). Met gemengde gevoelens kijken ze terug op een tijdsgewricht waarin Amerika serieus aan zichzelf begon te twijfelen en zijzelf, in al hun jeugdige overmoed, de ‘moral high ground’ meenden te bewandelen. In dat opzicht is The Weather Underground echt een film van alle tijden.

Toen Barack Obama in 2008 een serieuze kandidaat bleek te zijn voor het Amerikaanse presidentschap, speelde ineens ook het verhaal van The Weather Underground weer flink op. Hij zou onder de invloed staan van Bill Ayers, een voormalig lid van de terreurgroep dat afstand had genomen van zijn verleden en inmiddels les gaf op de Universiteit van Illinois in Obama’s woonplaats Chicago.

On Her Shoulders

Je bent alles wat je bezat kwijtgeraakt Je halve familie is uitgemoord. En je hebt zelf een jaar als seksslaaf in een kamp gezeten. Als je dan eindelijk bent ontsnapt aan de gruwelen van Islamitische Staat, wacht de rest van de wereld. Met jouw verhaal kun je de genocide op jouw volk wereldwijd onder de aandacht brengen, maar wil en kun je jouw persoonlijke nachtmerrie steeds herbeleven? Het voelt soms bijna als een tweede verkrachting.

Hoe begripvol haar gesprekspartners ook proberen te zijn, uiteindelijk zijn ze meedogenloos voor Nadia Murad, mensenrechtenactivist tegen wil en dank. Hoe hebben ze je verkracht? willen ze weten. Of: je bent nu beroemd, wat betekent dat voor je? Zelf wil Nadia eigenlijk praten over wat er met al die andere jonge meisjes is gebeurd, in welke omstandigheden de vluchtelingen in de kampen moeten leven en hoe de situatie is van haar volk, maar altijd weer is er die hunkering naar persoonlijke details die haar betoog extra indringend maken.

Nog niet zo lang geleden woonden de Jezidi’s als een christelijke minderheid in Noord-Irak, nu draagt een vrouw van begin twintig de last van haar volk On Her Shoulders (89 min.). Terwijl ze langs media en politici wordt geleid, moet Nadia in deze film van Alexandria Bombach iets van zichzelf zien te behouden. ‘Voor een meisje van mijn leeftijd is dit iets heel groots’, zegt ze zelf. ‘Het is groot, maar het zal nooit groter zijn dan het onrecht dat ons is aangedaan.’ Even later verzucht Nadia dat ze bekend had willen staan als een uitstekende naaister, atlete, studente, visagiste of boerin. ‘Ik wil niet dat mensen me kennen als een slachtoffer van IS-terrorisme.’

Inmiddels is ze toch de stem geworden van haar volk, het gezicht van een campagne van de Verenigde Naties en een potentieel doelwit van Islamitische Staat, maar ergens daarachter gaat nog steeds die rouwende dochter, zus en vriendin schuil, die afscheid heeft moeten nemen van (zowat) alles wat haar dierbaar was. Een tengere vrouw, een meisje nog, dat een symbool is geworden – en daarmee ook een speelbal van allerlei belangen en idealen. Deze aangrijpende film brengt de bijbehorende vervreemding treffend in beeld en laat tegelijkertijd zien hoe dapper Nadia zich desondanks van haar plicht kwijt.

Het leverde haar onlangs, samen met de Congolese gynaecoloog Denis Mukwege, de Nobelprijs voor de Vrede op.

Back To The Taj Mahal Hotel

 

‘Ik ga níet dood in een hotel’, zegt de man, die zichzelf even daarvoor een ‘professionele paranoïde’ heeft genoemd, heel stellig. Voor twijfel is geen ruimte. Hij werkt zelf in de beveiliging en denkt volgens eigen zeggen altijd na over wat er fout kan gaan, maar nu zit hij vast in het Taj Mahal Palace in Mumbai, dat in november 2008 plotseling wordt overmeesterd door terroristen. De gasten zitten als ratten in de val, in een Indiaas vijfsterrenhotel.

‘Wat zou MacGyver doen?’ vraagt een andere hotelgast zich af. ‘Wat zou The A-team doen?’ Zo gaat ieder op zijn eigen manier om met de angst en onzekerheid die het uitzinnige geweld te weeg brengt. De een is doodsbang als er geweerschoten of knallen door de gangen van het luxueuze hotel galmen, een ander wordt volstrekt apathisch bij de gedachte aan wat er kan gebeuren.

Regisseur, en theatermaker, Carina Molier neemt vijf overlevenden van de geruchtmakende terroristische aanslag, die ruim 150 mensen het leven kostte, letterlijk Back To The Taj Mahal Hotel (70 min.). Voor de camera herbeleven ze de traumatische gebeurtenis, die een scharnierpunt in hun leven is geworden. Want hoe geef je de lichamelijke en psychische littekens een plek in je verdere bestaan? Wie heeft überhaupt bepaald dat jij wél verder mocht leven?

Het gevoel dat er iets staat te gebeuren wat groter is dan een mens eigenlijk kan dragen, drijft deze stemmige documentaire, die is opgebouwd rond de getuigenissen van vijf totaal verschillende mensen die sindsdien een herinnering delen. Met indringende beeld- en geluidsopnames van beveiligingscamera’s en zelf geschoten scènes in het hotel transporteert Molier de kijker naar de andere kant van de wereld en bijna tien jaar terug in de tijd, naar een nacht die ook tien jaar na dato nog steeds eindeloos lijkt te duren.