The New Greatness Case

Autlook

De groepering had dertien leden en een duidelijk oogmerk: het omverwerpen van de staat. Althans, dat stelt die staat. Inmiddels zitten tien leden van The New Greatness vast. De drie anderen bleken in werkelijkheid undercoveragent te zijn, namens diezelfde Russische staat. En één van hen, ene Ruslan D., heeft de organisatie zelfs opgericht, beweren de reguliere leden. Dat kan dan met een gerust hart uitlokking worden genoemd.

Welkom in het Rusland van Vladimir Poetin, waar politieke vervolging aan de orde van de dag is en een groepje idealistische studenten in Moskou zomaar ineens kan worden geïnfiltreerd door agenten van de binnenlandse veiligheidsdienst FSB. Intussen worden hun activiteiten stiekem gefilmd met beveiligingscamera’s, zodat er meteen voldoende bewijsmateriaal tegen deze ‘staatsgevaarlijke’ coupplegers wordt verzameld.

Die beelden hebben tevens hun weg gevonden naar een film over hun zaak: The New Greatness Case (92 min.) van Anna Shishova. Zij sluit aan bij Julia en Dima, de ouders van één van de aangeklaagden, de zeventienjarige biologiestudent Anya Pavlikova. Zij oogt als een konijn in de koplampen wanneer ze in 2018 wordt voorgeleid bij de rechter. Daar confronteren de aanklagers haar met (afgedwongen) bekentenissen van groepsgenoten.

‘We zijn gewend geraakt aan een leven met angst’, stelt Shishova in één van de voice-overs waarmee ze de gebeurtenissen rond het proces begeleidt. ‘Die heeft ons gehoorzaam en onverschillig gemaakt.’ Gedwongen door de omstandigheden begint met name moeder Julia, ondersteund door de jonge mensenrechtenactivist Kostya Kostov, zich echter steeds openlijker en militanter te verzetten tegen het lot dat haar dochter ten deel valt.

Aan de hand van deze ene casus legt Shishova intussen een Kafkaësk politiek systeem bloot, dat ze verbindt met de genadeloze repressie van het Stalinisme. Demonstraties tegen het regime worden bijvoorbeeld keihard neergeslagen. En politieke tegenstanders een kopje kleiner gemaakt, liefst letterlijk. Elke vorm van oppositie wordt volstrekt onmogelijk gemaakt. Zodat, constateert de filmmaakster bitter, Poetin zijn handen vrij heeft voor het buitenland.

The New Greatness Case laat zo het hedendaagse Rusland nog eens in al z’n lelijkheid zien, een land waar de waarheid en de verkondigers daarvan er zijn om vertrapt te worden. Tenminste, als het de grote leider en zijn trawanten uitkomt.

Master Of Light

One Story Up Productions

Oppervlakkig beschouwd is het verhaal van George Anthony Morton één groot succesverhaal. De Afro-Amerikaanse dertiger groeide op in een drugsmilieu te Kansas City, werd op zijn twintigste vanwege het bezit van crack cocaïne veroordeeld tot ruim elf gevangenisstraf en leerde achter de tralies Rembrandt en zichzelf als kunstenaar kennen. Eenmaal buiten ging hij studeren aan een prestigieuze kunstacademie in New York en werd een schilder om rekening mee te houden.

Intussen is er echter nog altijd dat gewone leven: vrienden en familieleden die niet bij machte waren om uit die wereld te stappen. Zelfs zijn eigen moeder Tela, die hij jarenlang niet zag omdat ook zij gedetineerd was, beweegt zich permanent op of over de grenzen van de wet. Als ze weer eens buiten beeld is geraakt, belt Morton simpelweg alle gevangenissen in de directe omgeving. ‘Wat heb ik gedaan dat zo erg is dat je me niet kunt vergeven?’ vraagt ze als hij haar toch weer heeft opgespoord.

Zulke vragen probeert deze moderne Master Of Light (84 min.) met een therapeut te beantwoorden in deze stemmige en geladen film van de Nederlandse maakster Rosa Ruth Boesten, die op het South By Southwest Festival in Austin, Texas, werd uitgeroepen tot beste documentaire. Via het schilderen van de gezichten uit zijn leven – moeder Tela, zijn broer en zus en z’n elfjarig neefje Treshon, waarin hij zijn jongere zelf herkent – portretteert hij ook zichzelf, een man die gevangen zit tussen twee werelden.

De man die bij een spel met gemerkte kaarten, waarbij elke deelnemer op voorhand weet wat hij gaat trekken, per ongeluk een troefkaart in handen heeft gekregen: een buitengewoon talent waardoor hij boven zichzelf kon uitstijgen. Tegelijkertijd is hij als man van Afrikaanse afkomst ook klaar met de ‘eurocentrische gelaatstrekken’ die hij tot in den treure heeft moeten reproduceren tijdens zijn opleiding,. ‘Ik draag een traditie mee de toekomst in, waarvan mensen als ik nooit deel hebben uitgemaakt.’

Hij is, nu in de woorden van rapper Tupac, een roos die uit beton groeit. Boesten vervat ‘s mans strijd in veelal donkere, onheilszwangere beelden, begeleid door een broeierige soundtrack, en neemt echt de tijd om haar protagonist reliëf te geven en in te kleuren. Een moderne meester, laverend langs zowel Rembrandt als de Amerikaanse ‘war on drugs’ en Black Lives Matters, dóór opgekropte woede, ‘survivor’s guilt’ en het onvermogen om te vertrouwen, vluchtend in zijn kunst en al wat hem lief is, op zoek naar het licht.

Free Chol Soo Lee

Dáár, die Chinees heeft ‘t gedaan!, zegt de ene na de andere getuige. Op basis van hun verklaringen verdwijnt Chol Soo Lee in 1973 voor de rest van zijn leven achter de tralies – ook al is hij toch echt een Koreaan en kan iedereen die ook maar iets van Aziaten weet dus direct zien dat hij niet uit China komt. De 21-jarige immigrant, een jongen van de straat, wordt beschuldigd van de brute liquidatie van bendeleider Yip Yee Tak in Chinatown, San Francisco, en zal de rest van zijn leven moeten doorbrengen in een gevangenis, de Deuel Vocational Institute in Tracy, die ook wel bekend staat als ‘Gladiator School’.

En daar, in een penitentiaire inrichting die wordt gedomineerd door allerlei bendes, zal Chol Soo Lee al snel een lid van de Aryan Brotherhood doden. Hij krijgt weer een moord op zijn naam, hoewel hij volgens eigen zeggen niet eens wist dat de man met wie hij had gevochten was gestorven. Dat nieuwe incident is meteen ook een klap in het gezicht voor medestanders zoals advocaat Ranko Yamada en onderzoeksjournalist Kyung Won Lee, die overtuigd zijn geraakt van zijn oorspronkelijke onschuld. Nu worden ook zij geconfronteerd met een nieuwe situatie: de jongeling kan de doodstraf krijgen.

Julie Ha en Eugene Yi tekenen in Free Chol Soo Lee (85 min.) op hoe de onfortuinlijke Koreaan een symbool wordt van onrecht, van ernstige vooroordelen tegen hemzelf en Aziatische Amerikanen in het algemeen. Actiecomités eisen dat hij wordt vrijgesproken van de huurmoord in Chinatown en een nieuw en eerlijk proces krijgt voor het sterfgeval in de gevangenis. Chol Soo is dankbaar voor alle steun, maar strijdt in stilte tegen donkere gedachten. Die worsteling kunnen de filmmakers inzichtelijk maken met persoonlijke teksten van hun protagonist, ingesproken door Sebastian Yoon.

Die vormen een welkome aanvulling op de herinneringen van alle mensen die toentertijd voor Chol Soo Lee in de bres sprongen en die zich gaandeweg, in de slotakte van deze aangrijpende film, beginnen af te vragen of hij wel is te redden. Dan wordt ook pas echt duidelijk hoeveel klappen het leven aan Chol Soo heeft uitgedeeld. Dat ene fatale ogenblik, waarop het vooroordeel dat alle ‘Chinezen’ nu eenmaal allemaal op elkaar lijken werd gericht op hem, is niet meer dan een scharnierpunt geweest in een ronduit tragisch bestaan.

Buurman Abdi

Als het aan de hoofdpersoon Abdiwahab Ali had gelegen, zou deze documentaire ‘Tussen Gekte En Geniaal, Tussen Gevaar En Genade Beweegt Abdi Zijn Leven’ hebben geheten. Of: ‘Tussen Gekte En Gevaar, Genade En Volgeladen Met Creativiteit’. Met dan schietgeluiden erachteraan. Filmmaker Douwe Dijkstra heeft echter voor Buurman Abdi (28 min.) gekozen. Zijn korte documentaire over de Somalische man, die de werkruimte naast hem in gebruik heeft en die hij graag beter zou leren kennen, viel onlangs op het Locarno Film festival in de prijzen en werd geselecteerd voor de European Film Awards.

Niet voor niets. Het is een buitengewoon ingenieuze film, die consequent rommelt met de waarneming van de kijker en tegelijkertijd een wezenlijk verhaal heeft te vertellen. Over een constructief heden, dat is geworteld in een destructief verleden. Abdi groeide op in een uiterst gewelddadige omgeving, arriveerde op zijn elfde in Nederland en kwam hier al snel ernstig in aanvaring met de wet. ‘Ik ben niet getraumatiseerd, hè’, zegt hij daarover stellig. ‘Over nergens, snap je.’ Hij voelt zich beslist geen slachtoffer. ‘Kan ook niet, want dat ben ik niet.’ Die nuchtere constatering krijgt gaandeweg, als duidelijk wordt wat hijzelf zoal op zijn kerfstok heeft, steeds meer reliëf.

Tegenwoordig lijkt Abdi z’n leven op de rit te hebben. Hij werkt als meubelontwerper. Trots laat hij in Douwe’s atelier enkele van zijn creaties zien. In diezelfde ruimte gaan ze samen ook aan de slag met acteurs, maquettes en een ‘green screen’ (waarop bijvoorbeeld echte omgevingsbeelden van Mogadishu kunnen worden geprojecteerd) om re-enactments te maken van de heftige gebeurtenissen uit zijn leven, in zowel Somalië als Nederland. Zo wordt de kijker niet alleen geconfronteerd met het verhaal dat Abi van zijn herinneringen heeft gemaakt, maar ook met hoe dat verhaal dan weer, in samenwerking met Douwe Dijkstra, heel zorgvuldig op beeld wordt gefabriceerd.

‘Wat je hebt gedaan, is niet wie je bent’, stelt de hoofdpersoon. En dat blijkt een thema om grondig te exploreren. Tegelijkertijd is Buurman Abdi ook een film met humor, inventiviteit én makerslol. Met hun acteurs, nepwapens, schaalmodellen en camera’s hebben de twee buurmannen duidelijk veel plezier gehad bij het reconstrueren van Abdi’s verwoestende ervaringen. Die dubbelheid, ook terug te zien in de joyeuze vorm, maakt van deze documentaire een soort macaber feest voor de oogballen. Een afdaling in een persoonlijke hel, die beslist niemand had willen missen.

Jacinta

Jacinta (l) en Rosemary (r) / Hulu

Rosemary vindt het verschrikkelijk dat de gevangenisstraf van haar 26-jarige dochter Jacinta (105 min.) erop zit. Zelf heeft ze nog een jaar of drie te gaan. De twee vrouwen werden allebei op zeer jonge leeftijd moeder en kampen met een hardnekkige drugsverslaving. Is Jacinta Hunt nu wel in staat om van de heroïne af te blijven en bovendien een bestendige relatie op te bouwen met haar eigen tienjarige dochter Caylynn?

De vooruitzichten zijn ronduit slecht: de jonge vrouw is al eerder de fout ingegaan en heeft thuis in de Amerikaanse staat Maine een wel heel wankele basis om op terug te vallen. Want Jacinta is een telg van de lokaal beruchte familie Geisinger. Onvervalste ‘deplorables’, altijd in de weer met dope en/of criminaliteit. Haar halve familie – van haar broer tot de vader van haar kind – zit inmiddels in de bajes of is hard op weg om daarnaar terug te keren.

Filmmaker Jessica Earnshaw sluit drie jaar lang met haar camera aan bij Jacinta en haar verwanten en legt van zéér dichtbij hun strubbelingen met drugs, elkaar en het leven in het algemeen vast. Balancerend tussen hoop en wanhoop, tussen clean, helemaal van de wereld en ‘cold turkey’, lijken ze stuk voor stuk inwisselbare onderdelen van een volstrekt disfunctioneel familiesysteem, dat zichzelf al generaties lang in stand houdt.

Terwijl ze in de periode na haar vrijlating steeds twee stappen vooruit en één achteruit zet (of andersom), probeert Jacinta op de één of andere manier een relatie te onderhouden met Caylynn. ‘Heb ik nu de keuze gemaakt om high te worden, in plaats van mijn kind te zien?’ zegt ze op een ontmoedigend moment, ergens halverwege haar trip naar de uitgang/draaideur. ‘Ja. Maar dat gaat volledig tegen mijn eigen gevoel in.’

Haar dochter fungeert sowieso afwisselend als licht aan het einde van de tunnel en – als dit uit het zicht raakt – als onuitputtelijke bron voor wéér een periode duisternis. Jacinta’s pogingen om voor haar dochter een betere versie van zichzelf te vinden vormen daardoor een bij vlagen ronduit deprimerend verhaal, waarbij het nog maar de vraag is of ze zich uiteindelijk weet te ontworstelen aan het verwachtingspatroon dat anderen – en zijzelf – van haar hebben.

The Jump

Cineuropa

‘Ik, Litouwer’, zegt de man. ‘Geen Rus.’ Hij wil overlopen. Van de Sovjet-Unie, waar hij zich nooit thuis heeft gevoeld, naar het Vrije Westen. Simas Kudirka besluit uiteindelijk The Jump (84 min.) te wagen naar het Amerikaanse schip. Hij laat zijn collega’s op de Russische boot achter. Het is een wanhoopsdaad. Kudirka wil weg uit die beknellende wereld achter het IJzeren Gordijn en heeft er nauwelijks over nagedacht dat hij dan ook zijn vrouw, werk en thuis moet achterlaten.

Met een schip op zee als decor reconstrueert hij vijftig jaar na dato met veel drama wat er toen, op 24 november 1970, op die twee schepen nabij de Amerikaanse kust, verwikkeld in visserijbesprekingen, is gebeurd. Met één ding heeft Kudirka geen rekening gehouden: de Amerikaanse kustwacht zit helemaal niet te wachten op een Russische staatsburger die politiek asiel aanvraagt. De ‘overloper’ wordt gedwongen om terug te keren naar zijn schip van oorsprong. 

Deze film van Giedré Zickyté belicht hoe de zaak zich daarna verder ontwikkelt bij de twee grote vijanden van de Koude Oorlog. In de Verenigde Staten, waar het terugsturen van Simas Kudirka leidt tot een politiek schandaal. En in de Sovjet-Unie waar de Litouwse zeeman in handen valt van de KGB, de Russische geheime dienst, en vervolgens wordt veroordeeld tot een fikse gevangenisstraf. En dan wordt duidelijk dat Kudirka wel eens Amerikaans bloed zou kunnen hebben…

Met de expressieve Litouwer zelf, bemanningsleden van het Amerikaanse schip, een KGB-ondervrager, Litouws-Amerikaanse activisten en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger blikt Zickyté in deze gedegen, soms wat vette, documentaire terug op hoe Kudirka een speelbal wordt in de epische strijd tussen de kapitalistische en communistische grootmacht. Hij krijgt zelfs zijn eigen speelfilm: The Defection Of Simas Kudirka.

Waarbij het heldenverhaal het gaandeweg overneemt van de werkelijkheid. The Jump lijkt in eerste instantie dezelfde kant op te gaan: een Hollywood-verhaal met toch nog een happy end. Totdat Simas Kudirka op de valreep alsnog op de rem trapt en op pregnante wijze aandacht vraagt voor het lot van al die gewone burgers die zijn verpieterd in de Siberische Goelag. ‘Ik heb nog niet één politieke gevangene kunnen redden’, constateert hij bitter.

Intussen blijft het inmiddels onafhankelijke Litouwen lonken.

Clinton Young: About Time

KRO-NCRV

Als een vrouwelijke Peter R. de Vries heeft Jessica Villerius zich in de afgelopen jaren vastgebeten in de zaak van Clinton Young. De Amerikaanse dertiger zit sinds 2001 in een Texaanse dodencel vanwege een dubbele moord, die hij zegt niet te hebben gepleegd. In Youngs medeverdachte David Paige meent de Nederlandse documentairemaakster intussen de werkelijke dader te hebben gevonden. Ze heeft hem enige tijd geleden zelfs aan een soort verhoor onderworpen, waarin het tot een bekentenis lijkt te zijn gekomen.

Clinton Young: About Time (49 min.) is na Code Rood: De Doodstraf (2014) en Deal Met De Dood (2017) de derde televisiedocu die de Nederlandse maakster wijdt aan de zaak van de ter dood veroordeelde Amerikaan. Mede door de inspanningen van Villerius en twee jonge advocaten, Renate Bouwmeester en Merel Pontier, die eveneens in de ban zijn geraakt van de omstreden moordzaak, is er in de afgelopen tijd zowaar beweging gekomen in de kwestie van de Texaan, die volgens hen dus al jaren onschuldig in de gevangenis zit.

De drie Nederlandse vrouwen spelen ook de hoofdrol in deze film. Als Youngs zaak een onverwachte positieve wending krijgt en hij in vrijheid een nieuw proces mag afwachten, vertrekt Villerius onmiddellijk naar de Verenigde Staten, om zich daar samen met Bouwmeester en Pontier over hun protegé te ontfermen. Die heeft bijna twintig jaar achter de tralies doorgebracht en moet nu weer zijn weg zien te vinden binnen de hedendaagse maatschappij, in de wetenschap dat zijn nieuwe proces opnieuw tot een veroordeling zou kunnen leiden.

Hoewel deze derde Clinton Young-docu behalve die vrijlating niet al te veel toevoegt aan z’n twee voorgangers, is het voor vaste volgers van Villerius’ speurwerk ongetwijfeld een bevredigende afsluiter (?). Een viering ook van het Nederlandse netwerk dat rond de Amerikaanse gedetineerde is ontstaan en waarbinnen Jessica Villerius zelf een centrale positie inneemt.

Attica

Showtime

Op 9 september 1971 komt het tot een massale opstand in de Attica State Prison, in de Amerikaanse staat New York. In de gevangenis zijn de maatschappelijke spanningen die er sowieso al bestaan tussen zwart en wit in de Verenigde Staten en grove misstanden in de gevangenis zelf versmolten tot een mengsel dat wel tot explosie móet komen. De gedetineerden, voor driekwart zwart of latino, komen daarbij oog in oog te staan met een volledig witte bewaardersgroep, afkomstig uit de plaatselijke gemeenschap. En de hele wereld kijkt mee, via enkele reporters die vanuit de gevangenis verslag doen.

Regisseur Stanley Nelson heeft zich met documentaires als Marcus Garvey: Look For Me In The Whirlwind, Freedom Riders, The Black Panthers: Vanguard Of The Revolution en Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy in de afgelopen jaren opgeworpen als een betrouwbare chroniqueur van de historie van Zwart Amerika. In zijn nieuwe film Attica (117 min.) reconstrueert hij de roemruchte gevangenisopstand met voormalige gevangenen, familieleden van gegijzelde bewaarders, advocaten, onafhankelijke observeerders, leden van de National Guard en de verslaggevers die destijds ter plaatse waren.

De gedetineerden leggen een heel eisenpakket op tafel, met uiteindelijk één heel eenvoudige boodschap: ze willen voortaan als mens worden behandeld. Burgerrechten, juist. Daarmee lijken ze zowaar een heel eind te komen. Tótdat na enkele dagen een bewaarder aan zijn verwondingen bezwijkt en gouverneur Nelson Rockefeller van New York, onder invloed van het Law & Order-beleid van de Republikeinse president Nixon, zich genoodzaakt ziet om de onderhandelingen te staken. De afloop laat zich vervolgens zonder al te veel moeite voorspellen: deze situatie gaat vol-le-dig escaleren.

In de tragische ontknoping, opgeroepen met emotionele getuigenissen en dramatische archiefbeelden, worden de oproerlingen hardhandig tot de orde geroepen – ‘ontmenselijkt’ is ook geen slechte omschrijving. Zo ongeveer moeten die ‘niggers’ op slavenschepen ooit zijn behandeld. Een enkele bewaarder bestaat het zelfs om voor de camera ‘white power’ te roepen. Het is de treurige slotsom van een krachtige historische film, die zich weliswaar een halve eeuw geleden afspeelt maar toch bijzonder actueel voelt. In het protest van de gevangenen is zonder moeite de zwarte pijn te ontdekken die ook de hedendaagse Black Lives Matter-protesten voortdrijft.

René – The Prisoner Of Freedom

IDFA

Deze documentaire begint met een verzoek: of René Plásil zijn mobiele telefoon wil uitzetten? Hij dreigt de première van zijn eigen film te verstoren. Dat zit zo: de kleine crimineel is twintig jaar gevolgd door de Tsjechische documentairemaakster Helena Trestiková. In die periode zit hij af en aan in de gevangenis, waarbij zij zo’n beetje de enige constante factor in zijn leven lijkt. Trestiková wordt in die tijd zelf overigens ook eens bestolen door de man, die zijn levenshouding heeft laten tatoeëren in zijn nek, inclusief spelfout: Fuck Of People. Tegelijkertijd is René gevoeliger dan een buitenstaander misschien zou verwachten en huist er zowaar een liefhebber van literatuur, en schrijver in de dop, in dat door ruim dertig jaar leven aan de zelfkant gehavende lijf.

De vasthoudendheid van zowel filmer als protagonist, die haar gedurig brieven blijft schrijven, resulteert in 2008 in een film die simpelweg René is genaamd. Hij wordt er een heuse knuffelcrimineel mee, een graag geziene gast in Tsjechische media. Tegelijkertijd verandert zijn leven er in eerste instantie verrassend weinig door: hij blijft een man van twaalf klusjes en dertien ongelukken. En Trestiková blijft ook gewoon stug doorgaan met filmen. Plásils nieuwe roem zorgt er hooguit voor dat er aan zijn eindeloze rij knipperlichtrelaties ook enkele ‘thrill seekers’ worden toegevoegd. Een blond gevangenisliefje bijvoorbeeld, dat hem trouw brieven schrijft en knuffelbeestjes geeft, maar uiteindelijk toch twijfelt of ze een échte relatie wil met zo’n gevaarlijke man.

René Plásil laat zich al die aandacht ogenschijnlijk tamelijk onbewogen aanleunen. Wat kan hij anders? Hij houdt er ook wat geld en zo nu en dan een verzetje aan over. En Trestiková blijft hem gewoon trouw om de paar maanden opzoeken om de actuele stand van zaken op te maken. Óók als zijn leven in rustiger vaarwater terecht lijkt te komen, met zowaar een vaste vriendin met kind – al houdt hij het nooit lang vol in een baantje. Helena Trestiková’s nieuwe film over hem, René – The Prisoner Of Freedom (102 min.), krijgt daardoor gaandeweg wel een wat routineus karakter – we filmen omdat we nu eenmaal filmen – en dreigt zelfs een beetje als een nachtkaars uit te gaan. Uiteindelijk is René Plásil echter toch een te interessant filmpersonage en zorgt zijn werkrelatie met Trestiková, ook door het longitudinale karakter ervan, toch voor te veel intimiteit en diepte om dat te laten gebeuren.

The Return: Life After ISIS

VPRO

‘Weet jij wat de Jihad echt inhoudt?’ zegt de ene kleuter tegen de andere. ‘De Jihad is belangrijk. Als je een Jihadi bent, kan niemand je pijn doen. Je bent je eigen baas, begrijp je?’ Intussen klauteren ze samen op een geïmproviseerd klimrek in Kamp Al-Roj. ‘En als je sterft als Jihadi, ga je rechtstreeks naar het paradijs.’

De kinderen zijn zojuist met hun moeders gearriveerd in het gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië en zullen daar nog een aanzienlijke tijd verblijven. De vrouwen komen oorspronkelijk uit Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland én Nederland. In hun geboortelanden zijn deze ‘bruiden’ van de terreurbeweging Islamitische Staat echter helemaal niet meer welkom. Maar waar moeten ze dan heen? En wat willen ze, ouder en soms wijzer, eigenlijk zelf?

The Return: Life After ISIS (90 min.) portretteert de vrouwen, waaronder Hafida Haddouch en Nawal Hammoudi uit Nederland, terwijl hun leven in de pauzestand staat en er alle gelegenheid is om te reflecteren op hun jeugd in het westen, hun bekering tot de fundamentalistische Islam en hun, veelal ellendige, tijd in het kalifaat. Regisseur Alba Sotorra Clua omkleedt deze herinneringen met beelden van de oorlog tegen Islamitische Staat en propagandavideo’s van de bruten zelf.

Is het voor te stellen dat de westerse tieners – want zo oud waren ze meestal toen ze radicaliseerden – ten prooi vielen aan de perverse IS-ideologie? Of valt het deze zusters van Laura H wel degelijk aan te rekenen dat ze afreisden naar het kalifaat en daar onderdeel werden van een regime dat zich schuldig maakte aan alle mogelijke mensenrechtenschendingen? Ook al kleeft er aan hun eigen handen, omdat ze thuis voor de kinderen moesten zorgen, dan toevallig geen bloed.

‘Ik wil naar huis en niet verplicht worden om hier te zijn’, moppert de Canadese Kimberly, die beweert dat ze zelfs nog nooit een verkeersboete heeft gehad. ‘Waarom wordt me de toegang tot mijn land en kinderen ontzegd?’ Haar begeleidster, de doorgaans vergevingsgezinde Koerdische vrouwenrechtenactiviste Sevinaz Evdike, reageert fel. ‘Jij misschien niet, maar je echtgenoot misschien wel. Hij kan mijn neef vermoord hebben. Mijn buurman. Mijn leraar. Of mijn vriend.’

In kampen zoals Roj bevinden zich zo’n 64.000 vrouwen en kinderen van Islamitische Staat. Deze indringende film ontdoet hen van hun afzichtelijke IS-tronie en geeft hen weer een menselijk gezicht, zónder dat ze daarmee automatisch ook de verantwoordelijkheid voor hun eigen keuzes mogen ontlopen. Verdient Hoda Muthana, een jonge Amerikaanse vrouw die onder de noemer @UmmJihad duizenden opruiende tweets plaatste, bijvoorbeeld ook een tweede kans?

Feit is dat vrouwen zoals zij worden uitgekotst door hun vroegere omgeving, waarnaar ze nu maar al te graag zouden terugkeren. Ze zitten daardoor gevangen in een soort niemandsland tussen de droom die een nachtmerrie werd – óók voor hen – en het andere leven dat hen – vanwege begrijpelijke overwegingen – niet wordt vergund. Dat schept getuige deze krachtige en ook belangwekkende film weliswaar een band, maar lijkt tegelijkertijd ook onhoudbaar. Al is het alleen vanwege die kinderen.

Only The Devil Lives Without Hope

Herrie

‘Ik weet niet hoe hij er nu uitziet’, constateert Dilya Erkinzoda in de winter van 2016 over haar broer. ‘De enige foto die ik van Iskandar heb, is een paspoortfoto van toen hij 25 was.’ Inmiddels zit Iskandar Choedajberganov al zestien jaar in een Oezbeekse gevangenis. Volgens zijn zus, die tegenwoordig in Zweden verblijft, vanwege ‘religieuze en politieke redenen’. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij bomaanslagen in de hoofdstad Tasjkent in februari 1998 en heeft levenslang gekregen.

Amnesty International bekommert zich ook om zijn lot, maar komt niet eens in de buurt van de beruchte Jaslyk-gevangenis waar de ‘moslimextremist’ zit opgesloten. Ze moeten het doen met satellietfoto’s. Intussen blijft zijn zus onvermoeibaar voor Iskandars vrijlating ijveren. Als lid van de organisatie Moeders Tegen De Doodstraf En Marteling verzet ze zich tegen het schrikbewind van de dictator ter plaatse, president Islam Karimov. Vooralsnog zonder al te veel resultaat. Of het moet zijn dat Iskander nooit ter dood is gebracht.

Only The Devil Lives Without Hope (58 min.) is de weerslag van Erkinzoda’s jarenlange strijd om gerechtigheid, die een nieuwe wending lijkt te krijgen als Karimov overlijdt en diens opvolger Sjavkat Mirzijojev mogelijke herziening van vonnissen aankondigt. Tegelijkertijd ontstaan er spanningen in haar huwelijk met een Oezbeekse man. Is Dilya’s echtgenoot Anvar wel wie hij leek te zijn? En wat betekent dit dan voor de zaak van haar broer?

Via de strijdbare Oezbeekse vrouw en haar ontmoetingen met familieleden, een journaliste in ballingschap, andere mensenrechtenactivisten, een lid van de oppositie en Iskanders jeugdvriend Bekzod, die samen met hem werd gearresteerd, schetst documentairemaker Magnus Gertten in deze schrijnende film een wereld waarin vrijheid van meningsuiting een voorrecht is dat alleen aan de regerende elite is voorbehouden. En alle anderen moeten voortdurend op hun tellen passen.

En dan meldt ineens Iskandar zich, via zijn nieuwe advocaat. Met een boodschap die Dilya en haar familie helemaal uit het lood slaat…

Fly So Far

IDFA

Dertig jaar gevangenisstraf. Na de moord op je eigen kind. Wij zouden ‘t een miskraam noemen. Een afschuwelijk ongeluk. Of een doodgeboren kind. In het zwaar katholieke El Salvador, waar een onvoltooide zwangerschap direct verdacht is, kan dat de moeder evenwel op een verblijf in de gevangenis komen te staan. Teodora del Carmen Vásquez, de hoofdpersoon van Fly So Far (89 min.) werd bijvoorbeeld beroofd in de bus. Daarna viel ze, hoogzwanger, op haar buik. Op 13 juli 2007 ging het mis.

Vásquez zit inmiddels meer dan tien jaar vast. Ze dacht in eerste instantie dat ze de enige was in de Ilopango-vrouwengevangenis die voor dit ‘vergrijp’ achter slot en grendel was gezet. Tegenwoordig weet ze wel beter. De 34-jarige vrouw heeft zich opgeworpen als woordvoerster van Mujeres Libres, een groep van ruim twintig moeders die het dragen van het verdriet om een verloren kind moeten combineren met de ontberingen van het gevangenisleven. En dat is in Latijns-Amerika bepaald geen sinecure.

Tegenover deze strijdbare vrouwen, die gaandeweg Amnesty International aan hun zijde krijgen, staat een krachtige pro-life beweging – mannen natuurlijk – die zich sterk maakt om abortus koste wat het kost strafbaar te houden in El Salvador en die ook nauwelijks genade kent als er onverhoopt iets misgaat tijdens een zwangerschap. Dit resulteert onvermijdelijk in een publieke confrontatie, waarna het uiteindelijk toch weer mannen zijn die over het lot van de vrouwelijke gedetineerden mogen beslissen.

Regisseur Celina Escher schaart zich achter Vásquez en haar vrouwen en verbeeldt met stemmige animaties ook enkele van hun persoonlijke verhalen. De tragiek ligt er duimendik bovenop: terwijl ze worden geconfronteerd met één van de grootste drama’s van hun leven, rukt justitie hen ruw weg uit hun gewone leven, waarbij er bovendien vaak nauwelijks gelegenheid is om afscheid te nemen van eventuele andere kinderen. Dat drama drijft deze geïnspireerde en inspirerende film, die aan het eind alleen wel erg veel tijd neemt voor de uitlopers van de triestige kwestie.

Imperdonable

IDFA

Als je goed kijkt, zie je een ontwapenend joch. Dan moet je wel goed kijken. Tussen de tralies en tatoeages door, ook in het aangezicht. Halfnaakt zit Geovanny in een soort kooi. Sommige gedetineerden om hem heen hangen lusteloos in een hangmat. Half ontkleed. Uitgestald bijna. In het zicht van de gehele populatie van San Francesco Gotera, een gevangenis in El Salvador die louter wordt bevolkt door leden van de rivaliserende bendes Barrio 18 en La Mara Salvatrucha (kortweg: MS-13).

‘Onze enige taak was om te doden’, herinnert Geovanny, die tot Barrio 18 behoorde, zich in Imperdonable (36 min.). ‘Ik begon dit te beschouwen als een soort hobby, als een sport.’ In de trant van: wie kan er het meeste mensen vermoorden? Hij haatte MS-13, al een jaar of dertig de aartsvijand van zijn eigen gang, met alles wat hij had. Zonder al te veel moeite roept de jongen herinneringen op aan die ene keer dat ze een lid van de andere bende langzaam openhaalden en vervolgens zijn organen eruit trokken. Het is een gruwelijk verhaal, waarin hijzelf een naargeestige hoofdrol vertolkt.’

Sinds 2017 hebben de gedetineerden van San Francesco Gotero zich collectief tot de Heer bekeerd. Alleen een klein groepje gevangenen, onder wie Geovanny, is buitengesloten. Omdat ze hun ware aard hebben laten zien. Hun seksuele geaardheid. Volgens God zijn mensen zoals zij niet meer dan honden. Tenminste, dat stelt één van de religieuze leiders zonder omhaal van woorden. Geovanny en de zijnen bevinden zich nu in een afgezonderde cellenvleugel en zijn hun leven niet meer zeker binnen de gevangenismuren. Van de ene onverdraagzame wereld zijn ze in de andere beland.

In hun cel doden ze de tijd en kunnen ze ook even zichzelf zijn. En samen, niet te vergeten. Het is een intrigerende uitgangspositie voor deze bijzonder indringende film van Marlén Vinayo, die niet voor niets al op diverse festivals is uitgeroepen tot beste korte documentaire. Imperdonable (Engelse titel: Unforgivable) portretteert met verve een grimmige wereld waarvan slechts een enkeling waarschijnlijk het bestaan vermoedde – en die menigeen zonder enige twijfel liever helemaal niet had leren kennen.

Waarin vliegen zich verzamelen rond een stapeltje slippers. Een kwetsbare muis met een paars draadje aan een kat wordt verbonden. En Geovanny inmiddels een transfer naar een andere plek heeft aangevraagd. Daar zal hij dan wel alleen naartoe moeten.

Trial 4

Netflix

21 jaar, 7 maanden en 29 dagen. Het is niet de leeftijd van zijn oudste kind, de periode dat hij al bij dezelfde werkgever in dienst is of de tijd dat hij nu is gestopt met roken. Zo lang, bijna 22 jaar, zat de 44-jarige zwarte Amerikaan Sean Ellis vast. Voor een moord die hij niet zegt te hebben gepleegd. Drie keer stond hij al voor de rechter. En nu staat Trial 4 (440 min.) op het punt van beginnen.

Als hij daadwerkelijk heeft gedaan waar ie van wordt beschuldigd, dan is Ellis zo ongeveer het ergste wat je in Amerika kunt zijn: een ‘cop killer’. Op 26 september 1993 zou hij John Mulligan hebben omgelegd. Die werd dood aangetroffen in zijn auto, bij een betaalde beveiligingsklus bij een Walgreens-apotheek in Boston. Een executie leek het. Vijf kogels. In zijn gezicht geschoten ook. Alsof er een signaal moest worden afgegeven.

Dat is nogal wat voor een negentienjarige jongen zonder strafblad. En wat zou zijn motief dan zijn geweest? Het dienstwapen van de agent? Werkelijk? Bovendien heeft het er alle schijn van dat Mulligan een ‘dirty cop’ was. Moet de dader dan niet in een heel andere hoek worden gezocht? Mulligans collega’s bij de Boston Police Department kennen echter geen twijfel: Sean Ellis is, net als zijn vriend Terry Patterson (die ontbreekt in de serie en vreemd genoeg ook slechts beperkt ter sprake komt), schuldig en hoort achter de tralies.

Regisseur Remy Burkel keert de strafzaak tegen Ellis helemaal binnenstebuiten in deze achtdelige serie, heeft in dat kader ook kerngebeurtenissen uit het verleden laten animeren en diept daarnaast de context van de politiemoord tot in detail uit: Ellis’ achtergrond en familiesituatie, corruptie in het politiekorps van Boston, vergelijkbare stinkende zaken, het persoonlijke verhaal van advocaat Rosemary Scapicchio en de politieke situatie in de hoofdstad van Massachusetts, om maar eens wat te noemen. Het voordeel daarvan is dat Trial 4 geen eendimensionale crimetrash is geworden, het nadeel is dat al die zijpaden elke vorm van vaart uit de serie halen.

Iets anders wat je tegen deze docuserie, geproduceerd door Jean-Xavier de Lestrade (die de true crime-klassieker The Staircase regisseerde), kunt inbrengen is dat er wel heel veel kernfiguren ontbreken. Diverse mensen die een zwarte Piet krijgen toebedeeld hebben ervoor gekozen om daarop niet te reageren. Hoewel Burkels betoog, dat grotendeels stoelt op het betoog van Ellis’ strijdbare advocaat Scapicchio, in grote lijnen zeker plausibel lijkt, is voor buitenstaanders nauwelijks vast te stellen of er nog een andere kant zit aan dit verhaal.

De veroordeling van Sean Ellis verdient het zeker om onder het vergrootglas te worden gelegd in een serieuze documentaire, maar Trial 4 is echt te lang, eenzijdig en ongericht om de aandacht over de hele linie vast te houden.

Bruce

KRO-NCRV

Met een zonnebril op en een bloemetje in de hand loopt hij in de openingsscène over een begraafplaats: een man met een verleden. Beter: een jongen met een verleden. Nog geen dertig en toch al een heel leven achter de rug. Dat begon al direct verkeerd: de ouders van Bruce (48 min.) hadden meer oog voor drugs dan voor hem. Op zijn zesde werd hij naar een internaat gestuurd. Daar ging het van kwaad tot erger. Op een gegeven moment deed de jongen zelfs dienst als leverancier voor zijn ouders.

En toen besloot hij ook nog om een overval te ‘zetten’. Daarbij kwam een man om het leven. Bruce’s vader gaf hem hoogstpersoonlijk aan. ‘Als hij niks had gezegd, was er niks gebeurd, man’, zegt zijn zoon, nog altijd verontwaardigd. ‘Al zou de politie me pakken, ik heb geen DNA daar achtergelaten. Geen vingerafdrukken, niks. Geen getuiges, snap je? Niemand heeft mij gezien. Ik heb acht jaar gehad voor die grap.’

Al te veel zelfreflectie spreekt er niet uit die reactie. Bruce, ruim een jaar uit de gevangenis, heeft moeite om los te komen van wie hij was. Hij wordt daarbij ondersteund door zijn coach Lamyn Belgaroui, die zich als een oudere broer over de ontheemde jongen heeft ontfermd. Ze gaan samen – natuurlijk, zou je bijna zeggen – kickboksen en rappen. En praten over het leven. Gesprekken die zijn gelardeerd met straattermen als parra (gek), osso (huis) en djonko (wiet) en die moeten leiden tot zelfinzicht.

‘Als je de basis niet hebt, geen fundering, kun je niet bouwen, man’, zegt Bruce. ‘Ik denk dat ik daar ook van flip gewoon. Dat ik die basis niet heb, snap je?’ Hij is tevens boos op allerlei instanties, dat ze niks voor hem geregeld krijgen. Lamyn vindt dat Bruce zich beter kan richten op wat hij wél in de hand heeft: ‘Wat kan ik doen om mijn doelen te bereiken? Steek daar energie in, in plaats van dat je energie steekt in shit die allemaal nog niet is geregeld, weet je wel. En van daaruit ga je groeien.’

Dat proces, met horten en stoten, twee stappen vooruit en dan weer één terug, wordt door regisseur Daniel Krikke met compassie gadegeslagen. Het kutventje, dat ‘weinig liefde’ heeft gehad en eigenlijk ‘behandelmoe’ is, probeert zijn (jeugd)zonden weg te wassen. Het is een ontwikkeling die gaandeweg van zijn gezicht is af te lezen. Dat trekt langzaam maar zeker open. De man die hij zou kunnen worden begint erdoorheen te schijnen. En dat is mooi om te zien.

Time

Amazon Prime

De rechter had gezegd dat hij binnen twee dagen uitspraak zou doen. Die twee dagen duren nu wel erg lang. Sibil Fox Richardson, een trotse Afro-Amerikaanse vrouw met een afgeronde masteropleiding en eigen bedrijf, zit intussen maar te wachten. Ze belt met zijn secretaresse en blijft beleefd als er wéér geen uitsluitsel komt. Het is een kwestie van uitzitten.

Datzelfde geldt voor haar echtgenoot Rob. Hij zit al bijna twintig jaar vast in de Louisiana State Prison, bijgenaamd ‘Angola’. Voor een gewapende overval die ze samen pleegden, toen het even tegenzat in hun eigen hiphopkledingwinkel. Als chauffeur kwam zij er nog enigszins genadig vanaf. Hij kreeg zestig jaar gevangenisstraf. Zonder de mogelijkheid op vervroegde vrijlating. Het is maar de vraag of hij ooit vrijkomt.

In de Time (80 min.) dat hij nu achter slot en grendel zit in Angola, probeerde Sibil het gezin bijeen te houden en groeiden hun zes zoons uit tot veelbelovende jongvolwassenen. Zonder Rob. Ondanks de kartonnen replica van hem die ze in huis heeft staan, hebben de kinderen geen idee hoe het is om een man in huis te hebben. Hun vader is een schim geworden, in leven gehouden door de inspanningen van hun onvermoeibare moeder.

Documentairemaker Garrett Bradley maakt de tijd die is verstreken sinds de man verdween uit het leven van zijn vrouw en kinderen invoelbaar met homevideo’s die Sibil in deze periode opnam. Het gewone leven tekent zich daarop af. Waarin hij ontbreekt. Bradley versnijdt deze korrelige beelden met gestileerde impressies uit hun huidige bestaan. Afgewerkt in filmisch zwart-wit en gefühlvol gemonteerd op tamelijk dominante pianomuziek. Een even poëtische als persoonlijke aanklacht tegen de ‘mass incarceration’ van zwarte Amerikanen.

Sibil spreekt zich, als ervaringsdeskundige, ook regelmatig uit tegen het Amerikaanse justitiesysteem. Afro-Amerikanen worden in haar optiek wel heel zwaar straft. Dat is te beschouwen als een moderne equivalent van slavernij. Meestal draagt Sibil simpelweg haar lot – door henzelf veroorzaakt, tenslotte – maar soms nemen wanhoop en woede het even over. ‘We hebben geen haast hoor’, fulmineert ze bijvoorbeeld, nadat het zoveelste telefoontje naar het kantoor van de rechter opnieuw geen nieuws heeft opgeleverd. ‘Gewoon wat nikkers uit de gevangenis die naar huis willen.’

En dan herpakt ze zich en hervat haar pogingen om manlief thuis te krijgen.

Cannabis

KRO-NCRV

Hij is een wat tragische ‘poster boy’ geworden voor het Nederlandse softdrugsbeleid: Johan van Laarhoven, de grote man van de coffeeshopketen The Grass Company. In 2014 werd de Brabander gearresteerd in Thailand. Hij zou voor jaren achter de tralies verdwijnen en moest zien te overleven in ronduit erbarmelijke omstandigheden. Het initiatief voor zijn aanhouding zou volgens zijn broer en compagnon Frans en z’n advocaten Gerard Spong en Sidney Smeets zijn gekomen vanuit het drugsgidsland Nederland. Iets wat door het Openbaar Ministerie dan weer wordt genuanceerd.

De zaak Van Laarhoven loopt als een rode draad door de zesdelige serie Cannabis (304 min.) waarin Arjen Sinninghe Damsté stijlvol door de geschiedenis van het Nederlandse softdrugsbeleid zwiert. Van het hippiefestival Kralingen en de allereerste Amsterdamse coffeeshops tot de hedendaagse wietzolders, internationale cannabisindustrie en medicinale wiet. In de tussenliggende jaren is er altijd reuring geweest rond het vaderlandse gedoogbeleid. Was het niet de aanhoudende kritiek vanuit Amerika, waar al decennia een ‘war on drugs’ wordt uitgevochten, dan ontstond er wel een enorm schandaal rond het feit dat politie en justitie enorme hoeveelheden drugs bleken te hebben doorgelaten, de zogenaamde IRT-affaire.

Cannabis geeft crimefighters het woord, maar focust zich vooral op de vrije jongens die ooit besloten om een boterham te gaan verdienen met hashhandel. Zij zouden stelselmatig worden gemangeld tussen de steeds steviger optredende overheid en de altijd weer brutaler denkende georganiseerde misdaad. Zo kreeg Henk de Vries, eigenaar van de befaamde coffeeshop The Bulldog, tussen de invallen van de politie en belastingdienst door bijvoorbeeld ineens bezoek van ene Klaas Bruinsma. Het criminele kopstuk kondigde doodleuk een vijandige overname van de coffeeshop aan. Niet veel later werd Bruinsma geliquideerd. De Vries had er niets mee van doen, zegt hij. ‘Ik moet er enkel bij zeggen: ik was op dat moment wel bereid om het te doen. Iemand anders heeft mijn probleem opgelost.’

Met zulke verhalen uit alle uithoeken van de softdrugswereld dringt Cannabis, lekker sjiek gefilmd en verlevendigd met bijzonder fijn archiefmateriaal, door tot het hart van een business die zich noodgedwongen op het snijvlak tussen legaal en illegaal afspeelt. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor de joyeuze verteller Tom Vermeir. Met losse, informele voice-overs, die qua toonzetting doen denken aan de series Schuldig en Stuk, en het nodige kunst- en vliegwerk houdt hij de verschillende verhaallijnen en personages bij elkaar. Vermeir moet ook steeds de verbinding leggen met de zaak Van Laarhoven, waarin Nederlands dubbelhartige houding tegenover softdrugs, vervat in die ene multi-interpretabele term ‘gedogen’, nog eens goed onder het vergrootglas komt te liggen.

De kwestie rond de Brabantse coffeeshophouder claimt gaandeweg steeds meer ruimte. Als in de slotafleveringen de vraag op tafel komt of Van Laarhoven naar Nederland kan worden gehaald (en of hij hier dan nog de rest van zijn straf moet uitzitten), schaart Sinninghe Damsté zich bovendien heel nadrukkelijk aan zijn kant en krijgt het Openbaar Ministerie ondubbelzinnig de schurkenrol toebedeeld. Het is een laatste akte die deze ambitieuze serie enigszins uit het lood trekt.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS

VPRO

Een hand speelt met een streng haar. Één enkel oog in een extreme close-up. Het oog zingt. ‘Couldn’t look you in the eye.’ Creep, Radioheads eerste hit. Ook de lippen vallen in. ‘I wish I was special. So fuckin’ special’. Een jonge vrouw, één met de woorden van zanger Thom Yorke. ‘But I’m a creep. I’m a weirdo. What the hell am I doing here?’ Ze wordt afgebroken voordat ze ‘I don’t belong here’ kan zingen.

Zij is ter beschikking gesteld. Veel meer dan die mond, de hand en dat oog krijgen we niet te zien van haar. ‘Ik ben geen lelijk persoon. Ik zie er wel goed uit’, zegt ze, buiten beeld. ‘Maar soms als ik in de spiegel kijk, zie ik weer helemaal dat verminkte gezicht. En omdat ik ooit eens een keer slachtoffer was, voordat dit allemaal begon in de TBS, ben ik dader geworden.’

De korte documentaire Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS (25 min.) van Ingrid Kamerling richt zich niet op het dagelijks bestaan van TBS-patiënten, hun leefomstandigheden of het nut van de opgelegde maatregel. Dit is een zinnenprikkelende film over hoe enkele patiënten van de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek in het reine willen komen met het verleden en hun leven ten goede proberen te keren. 

Óók, of júist, als ze een verpletterende boodschap hebben gekregen. ‘Je moet je richten op een leven binnen’ kreeg een andere jonge vrouw te horen. ‘Je komt nooit meer buiten.’ Het waren niet eens de stemmen in haar hoofd die spraken. Die haar eerder tot brandstichting hadden aangezet. En die haar nu vertellen dat de theaterdocent haar eigenlijk niet op het podium wil en steeds minder tekst zal geven.

Terwijl ze eigenlijk snakt naar dat spel. ‘Als je lang in TBS zit, word je niet meer aangeraakt. En als we samen spelen, raken we elkaar ook heel veel aan. En dat is gewoon heel fijn.’ En, ook niet onbelangrijk: de stemmen vallen stil. Even. Het geeft haar, en de andere deelnemers aan een theaterproject, wellicht de kans om binnenbrandjes te blussen en een nieuw beter ik te exploreren.

‘In de bajes zit je om wat je gedaan hebt…’, vertelt een doek in Delfts blauw. ‘In de TBS om wat je te doen hebt…’ Het is een opdracht waarmee ieder voor zich worstelt. Kamerling slaat dat proces van heel dichtbij gade en dringt zo door tot het zielenleven van haar personages, terwijl ze hen toch niet nodeloos onder het vergrootglas legt. Een nerveus tappende voet, voortdurend wrijvende vingers en een licht trillende haardos. Impressies uit levens in de pauzestand, die toch niet stil kunnen blijven staan.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS is hier te bekijken.

I Am A Killer: Released

Netflix

Er mag dan geen tweede kans bestaan om een eerste indruk te maken voor Dale Sigler (een beer van een vent met de bijpassende verlopen kop, lijzige ‘southern drawl’ en een lijf bezaaid met tatoeages, waarvoor je graag een straatje omloopt). Dat hoeft nog niet te betekenen dat hij geen tweede kans verdient in zijn leven. Sigler heeft al bijna dertig jaar in een Texaanse gevangenis versleten, nadat hij ooit in eerste instantie de doodstraf had gekregen. Hij hoopt nu opnieuw op clementie: de mogelijkheid om zijn laatste jaren in vrijheid door te brengen.

De nabestaanden van John Zeltner, de man die hij in april 1990 vermoordde tijdens een overval op de fastfoodketen Subway, hebben er geen enkel vertrouwen in. Zeltner was nota bene een oude bekende van wie hij even van tevoren nog een sigaretje had gebietst. Dale, zo twijfelen Zeltners halfbroers geen moment, gaat binnen de kortste keren weer de fout in. Een oudere vrouw die hij tijdens zijn gevangenisstraf heeft leren kennen, en die Dale liefkozend ‘mama Carole’ is gaan noemen, zegt nochtans toe dat hij welkom is bij haar.

En daarmee staan alle pionnen op het bord voor de driedelige true crime-serie I Am A Killer: Released (105 min.), een spin-off van de gelijknamige reeks over ter dood veroordeelden. Regisseur Itamar Klasmer is erbij als Dale voor het eerst Caroles stacaravan betreedt, waar hij in elk geval voor het komende jaar een klein slaapkamertje kan betrekken. Klasmer blijft hem daarna volgen als de inmiddels tot het geloof bekeerde ex-gedetineerde een normaal leven probeert op te bouwen. Intussen heeft Dale nog iets op zijn lever, dat zijn misdrijf in een ander perspectief zet en dat ook heel wat losmaakt bij de familieleden van zijn slachtoffer.

Deze serie brengt die ontwikkelingen betrekkelijk ingetogen in beeld en ontvouwt intussen rustig, op het trage af, wat er volgens Dale Sigler echt is gebeurd in die Subway, waar zijn leven voorgoed veranderde en dat van John Zeltner eindigde, met een heleboel kogels in zijn lijf.

Murder To Mercy: The Cyntoia Brown Story

Netflix

‘De baarmoeder van mijn moeder had op haar zestiende verwijderd moeten worden’, zegt Joan Warren, het type morsige Amerikaanse vrouw, voor wie het predicaat ‘white trash’ lijkt te zijn uitgevonden. Als ze het allemaal had geweten, was ze zelf ook nooit aan kinderen begonnen, zegt Joan ferm. Haar dochter Georgina Mitchell zit ernaast en moet er, enigszins gegeneerd, om lachen. Zij was verslaafd aan alcohol en crack, zat een tijd in de gevangenis en kreeg op haar zestiende een dochter: Cyntoia Brown.

En ook die zit vast, levenslang zelfs. Op haar zestiende zou ze, weggelopen bij haar adoptiegezin en zichzelf prostituerend, in koelen bloede een klant hebben vermoord. Dat Cyntoia de trekker heeft overgehaald staat buiten kijf, maar zou het ook noodweer kunnen zijn? En mag je zo’n jong meisje, met een bijzonder getroebleerde achtergrond bovendien, zomaar als een volwassene berechten? Dat zijn de centrale vragen van Murder To Mercy: The Cyntoia Brown Story (97 min.)

Regisseur Daniel H. Birman volgt de zaak al sinds 6 augustus 2004, de dag waarop de ontspoorde tiener een fatale black-out had, en maakte er in 2011 ook al een film over: Me Facing Life: Cyntoia’s Story. Dit vervolg laat zien hoe de kwestie vervolgens jarenlang aansleept en uiteindelijk een zwieper krijgt als celebrities zoals Rihanna, Lana del Rey en Kim Kardashian op Instagram (via de hashtag #FreeCyntoiaBrown) aandacht beginnen te vragen voor het lot van de jonge vrouw die heeft moeten opgroeien in de gevangenis.

Hoewel het gaat om een schrijnende kwestie – was Cyntoia achteraf bezien eigenlijk wel een prostituee, of toch eerder een minderjarig slachtoffer van vrouwenhandel? – wordt Murder To Mercy nooit écht enerverend of aangrijpend. Daarvoor is de documentaire te traag en voorspelbaar. Bovendien wordt het familieverhaal, dat toch als basis dient voor de zoveelste beroepszaak, slechts beperkt uitgewerkt. Daar had Birman de diepte in gekund – en gemoeten.

Nu wordt de zaak rond Cyntoia Brown, hoe tragisch ook, nooit meer dan een dertien-in-een-dozijn true crime-verhaal, waarin de pleitbezorgers van een gedetineerde voor diens (vroegtijdige) vrijlating ijveren.