Hillary

VPRO

‘Mensen hebben altijd een mening over mij, positief dan wel negatief’, zegt de hoofdpersoon zelf. ‘Ik heb eens tegen iemand gezegd die me vroeg wat ik op mijn grafsteen wilde: ze was lang niet zo goed of slecht als mensen zeggen dat ze was.’ Hillary (257 min.), achternaam overbodig, lacht erbij. Professioneel. Zoals ze de anekdote vast ook wel eens vaker zal hebben verteld. Als onderdeel van haar standaardrepertoire als politicus.

En dat is natuurlijk precies het beeld wat kleeft aan mevrouw Clinton, een achternaam die ze overigens pas enkele jaren ná haar huwelijk met Bill en puur vanuit politieke overwegingen aannam. Van de vrouw die zegt wat ze denkt dat je wilt horen óf de vrouw die je voor de gek houdt waar je bij staat. Geen authentiek mens. Laat staan: iemand van wie je zou kunnen houden. Het is natuurlijk maar de vraag of zij, de eerste vrouw die een serieuze gooi naar het Amerikaanse presidentschap deed, daarmee recht wordt gedaan.

Een persoonlijk zitinterview met diezelfde wegbereider, dat zich over maar liefst zeven dagen heeft uitgestrekt, vormt het hart van deze vierdelige documentaireserie, waarin Hillarys turbulente bestaan grondig wordt doorlopen. Met bijdragen van echtgenoot Bill en dochter Chelsea, haar vaste getrouwen en journalisten. Regisseur Nanette Burstein wisselt dit levensverhaal af met een afgewogen selectie uit duizenden uren backstage-beelden die Team Clinton zelf maakte van de dramatisch verlopen presidentscampagne van 2016, waarbij Hillary het onderspit zou delven tegen Donald Trump.

Dat levert bijzondere inzichten op. Al in oktober 2016, een dikke maand voor die fatale verkiezingsdag, voorspelt Clinton in zekere zin de ongemakkelijke verhouding van Trump tot Poetin én de Oekraïne, die onlangs tot een impeachmentproces tegen de zittende Amerikaanse president heeft geleid. Ze reageert op dat moment op haar vicepresidentskandidaat Tim Kaine die door Trumps voorganger Barack Obama, in het openbaar altijd erg diplomatiek over Donald Trump, zou zijn aangespoord om er alles aan te doen om ‘een fascist uit het Witte Huis te houden’.

Zo biedt deze groots opgezette miniserie een fascinerende inkijk in een halve eeuw Amerikaanse politiek en wordt de heldin van vrouwelijk Amerika/Crooked Hillary (doorhalen wat niet van toepassing is) in die periode meteen op een geloofwaardige manier gehumaniseerd. Als in: een gewoon mens, met opmerkelijke talenten en enkele opzichtige karakterzwaktes. Een gewoon mens, dat de belichaming werd van de (vooralsnog gefnuikte) vrouwelijke emancipatiestrijd in de Verenigde Staten werd, dat wel.

Dirty Money – Season 2

Netflix

In de eerste reeks exploreerde de documentaireserie Dirty Money, geproduceerd door het bedrijf van de gerenommeerde filmmaker Alex Gibney, de wereld van het smerige geld, met afleveringen over onder andere de sjoemelsoftware van Volkswagen, stuitend gemanipuleer met medicijnprijzen en de Amerikaanse evenknie van Dirk Scheringa, een linkmiegel met zijn eigen autoraceteam.

Dit zesdelige tweede seizoen van Dirty Money (349 min.) waaiert wederom breed uit; van het witwassen van criminele opbrengsten met goud (en de gevolgen daarvan voor gewone gouddelvers in Peru) en de nietsontziende haaienmentaliteit bij de Amerikaanse bank Wells Fargo tot Maleisisch gemeenschapsgeld waarmee The Wolf Of Wall Street is gefinancierd (ook al onderwerp van de fijne docu The Kleptocrats) en grootschalige grond- en watervervuiling in Texas door een plasticfabrikant uit Taiwan, die zich nergens wat van aantrekt. Daarbij gaat het er soms stevig aan toe. ‘Wanneer je bang begint te worden weet je dat je de juiste weg bent ingeslagen’, meent Diane Wilson bijvoorbeeld, die actie voert tegen de vervuiler Formosa.

Niet alle afleveringen zijn even sterk: de bewijsvoering in deel 5 voor misbruik van voogdijschap bij (gefortuneerde) ouderen is bijvoorbeeld niet altijd even overtuigend. De bejaarden zouden niet meer voor zichzelf kunnen zorgen en worden vervolgens helemaal leeggeplukt door gewiekste bewindvoerders en hun entourage. Één van de slechts twee opgevoerde ouderen komt zelf echter helemaal niet aan het woord. Alleen zijn veel jongere vrouw en haar belangenbehartigers. Dat maakt wat wantrouwig.

Over het algemeen wordt er in deze ambitieuze serie echter stevige (onderzoeks)journalistiek bedreven, waarmee tegels worden gelicht in maatschappelijk relevante dossiers. Óók rond Bekende Amerikanen. In de eerste Dirty Money-serie was bijvoorbeeld een aflevering gewijd aan de dubieuze deals van de Amerikaanse president Donald Trump, ditmaal komt zijn schoonzoon Jared Kushner aan de beurt in een ontluisterende episode genaamd ‘Slumlord Millionaire’. Diens schandelijke praktijken als huisjesmelker en onroerend goed-man (die er zowaar een bedrijf met de naam 666, het duivelsgetal, op nahoudt) vormen de basis voor de sterkste aflevering, geregisseerd door Daniel DiMauro en Morgan Pehme, van deze tweede afdaling in de beerput van het grote geld.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.

Stop Filming Us

Doxy

Is het een goed idee om een koekje te geven aan plaatselijke kinderen? vraagt de Nederlandse regisseur Joris Postema aan de plaatselijke medewerkers van de filmcrew met wie hij filmt in de Congolese stad Goma. Maakt hij zich daarmee misschien schuldig aan koloniaal gedrag? Postema kijkt een beetje beteuterd als de mannen hem inderdaad uitgebreid de les lezen. Die zag hij toch niet helemaal aankomen.

In Stop Filming Us (95 min.) probeert Joris Postema voorbij het beeld te komen dat buitenstaanders doorgaans hebben van de situatie in de Democratische Republiek Congo en dat door westerse filmmakers driftig wordt bevestigd: een desolaat land waar sinds jaar en dag oorlog wordt gevoerd. Alles wordt geframed vanuit dat uitgangspunt, ook door de talloze hulporganisaties die actief zijn in het gebied (en waarvoor Postema  tien jaar geleden een film maakte over ‘de ergste plek op aarde’).

Maar hoe kijkt de lokale bevolking naar diezelfde leefomgeving? En kun je als westerse filmmaker ooit los komen van je eigen rol en positie en daar enigszins vat op krijgen? Postema probeert dit andere perspectief te vangen via enkele plaatselijke filmers en fotografen. Hij doet via hen ook aan zelfonderzoek, maar krijgt daarbij regelmatig te horen dat hij beter kan inpakken en zijn geld aan een lokale regisseur kan geven. Maar zou die het leven in Goma dan wél eerlijk (kunnen) laten zien?

In het intrigerende Stop Filming Us gaat Postema, vanuit zijn eigen bevoorrechte en bevooroordeelde positie, zo op zoek naar ongemakkelijke waarheden. De film wordt gekenmerkt door een meta-benadering, waarbij de maker inzichtelijk maakt hoe de documentaire wordt geproduceerd, welke dilemma’s hij daarbij tegenkomt en – vooral – welke vragen hij daarbij stelt (of welke vragen er aan hem worden gesteld).

En voor wie is de film nu eigenlijk een eye opener: voor de westerse kijker, die nodig een ander perspectief voorgeschoteld dient te krijgen? Of toch voor de lokale bevolking die al even nodig gedekoloniseerd moet worden?

Allen Tegen Allen

Cinema Delicatessen

Vanuit een ontwenningskliniek bedankte hij uiteindelijk voor de eer. Namens de Rapaille Partij was de zwerver Had-Je-Me-Maar zojuist gekozen voor de Amsterdamse gemeenteraad. In het partijprogramma voor de verkiezingen van 1921 stond eigenlijk maar één belangrijk punt: gratis jenever voor iedereen.

Achter de Rapaille Partij, één van de eerste Nederlandse fascistische partijen, ging de mislukte kunstenaar/dichter Erich Wichman schuil. Hij had een afkeer van democratie. Van de mensen was volgens hem zestig procent gek, stelt kenner en verzamelaar Joep Haffmans. Dus als een meerderheid van de bevolking mocht kiezen, zou het land gegarandeerd door gekken geregeerd worden. Wichman zwoer bij een sterke leider.

De Rapaille Partij is maar één van de vele vergeten splinterpartijen, die gezamenlijk de historie van het vaderlandse fascisme vormen. In Allen Tegen Allen (104 min.) akkert Luuk Bouwman de complete stamboom van Bruin Nederland door. Uiteindelijk zou maar één partij de geschiedenisboeken halen: de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert, die van 1942-1945 de door nazi-Duitsland gesanctioneerde leider van het Nederlandse volk werd.

Al die vergeten would be-führers, Raspoetins en trouwe volgelingen van partijen als De Bezem, Nederlandse Oranje Nationalisten en Zwart Front, die na de oorlog ogenschijnlijk zonder al te veel wroeging weer zouden opgaan in het gewone Nederland, worden onder het stof vandaan gehaald door enkele bevlogen historici, auteurs en verzamelaars.

Bouwman illustreert hun gloedvolle verhalen met brieven, attributen, officiële documenten, curiosa en een overvloed aan beeld- en geluidsmateriaal en raakt duidelijk ook gefascineerd door hun fascinatie voor het fascisme. Hij omkleedt dit geheel vervolgens met grootse shots van het hedendaagse Nederland en kadert de verwrongen familie-opstelling in met een bespiegelende voice-over over de psychologie van het fascisme.

Zo ontstaat een uitputtend overzicht van een verborgen geschiedenis, die allerlei relevante en actuele lessen oplevert.

Who Killed Malcolm X?

Netflix

‘Ik ben ten dode opgeschreven’, realiseerde Malcolm X zich in het laatste jaar van zijn leven. Hij was een ‘marked man’. Op 21 februari 1965 zou het daadwerkelijk zover komen: de Afro-Amerikaanse activist werd op 39-jarige leeftijd rücksichtslos neergemaaid. Ook zijn dood – net als die van prominente tijdgenoten als John F. Kennedy, Martin Luther King en Robert Kennedy – zou het onderwerp van eindeloze geruchten en speculaties worden.

Who Killed Malcolm X? (258 min.) is de vraag die ook het leven beheerst van Abdur-Rahman Muhammad, volgens eigen zeggen een ‘regular brother’ die de moord op X nu al zo’n dertig jaar onderzoekt. Hij fungeert als hoofdpersoon van deze zesdelige documentairereeks van Rachel Dretzin en Phil Bertelsen, waarin de dood van de ‘black muslim’ opnieuw tegen het licht wordt gehouden, een verhaal dat menigeen in de zwarte moslimgemeenschap liever zou laten rusten.

Deze boeiende serie komt daarbij onvermijdelijk uit bij de Nation Of Islam van ‘the Honorable Elijah Muhammad’, die de kruimeldief Malcolm Little onder zijn hoede nam en hem binnen korte tijd omvormde tot een leider met de gave des woords, Malcolm X. Daarmee groef die meteen zijn eigen graf: hij werd een bedreiging voor de enigmatische geestelijk leider Muhammad, die leden van Fruit Of Islam, de paramilitaire tak van zijn organisatie, vervolgens zou hebben opgedragen om de charismatische spreker te liquideren.

Dat is tenminste de centrale hypothese van Who Killed Malcolm X?. Waarbij ook de FBI van directeur/meesterintrigant J. Edgar Hoover een cruciale rol zou hebben gespeeld. De enerverende zoektocht naar de moordenaars, en hun opdrachtgevers, is echter ook een dekmantel om met direct betrokkenen, ooggetuigen, politiemedewerkers en historici de opkomst en ondergang van de controversiële figuur Malcolm X nog eens goed in de verf te zetten.

En daarbij valt op dat diens woorden ruim een halve eeuw na dato nog nauwelijks aan kracht en actualiteit hebben ingeboet. In die ferme statements leeft hij voort, als de ultieme vertolker van zwarte onvrede. Waarbij zijn slogans over de positie van ‘the negro’ in de jaren zestig ook prima blijken aan te sluiten bij actuele kwesties zoals Black Lives Matters.

A Gift From God

VPRO

Was het een mislukte staatsgreep? Of toch een slinkse streek om de macht van de zittende regering verder te versterken? De halfbakken poging van het Turkse leger op 15 juli 2016 om president Recep Erdogan af te zetten roept ruim twee jaar na dato nog altijd talloze vragen op. Jørgen Lorentzen concludeert in de journalistieke documentaire A Gift From God (53 min.) dat de gebeurtenissen onderdeel waren van een schijncoup, of op zijn minst van een staatsgreepje waarmee Erdogan zijn voordeel meende te kunnen doen.

Tekenend is bijvoorbeeld een brief van openbaar aanklager Serdar Coskun, die de juridische basis vormde om binnen 24 uur na de coup duizenden mensen te arresteren. Dit document werd al om één uur ‘s nachts ondertekend, ontdekken Lorentzen en zijn partner Nefise Özkal Lorentzen, terwijl de staatsgreep nog in volle gang was. Het verwijst bovendien naar gebeurtenissen die nooit hebben plaatsgevonden. Zou de brief al geschreven zijn vóór de couppoging, vraagt de Noorse filmmaker zich af, zodat allang geplande aanhoudingen in gang konden worden gezet?

Lorentzen zet zijn betoog stevig in de verf, met een gedegen bronnenlijst: enkele kritische journalisten, Midden-Oosten deskundige Henri Barkey, de ouders van een gelynchte soldaat, gewone burgers die aangehouden die dreigden te worden aangehouden, (anonieme) bronnen vanuit het Turkse leger en Erdogans voormalige samenwerkingspartner Fethullah Gülen (die gaandeweg tot diens aartsvijand is gebombardeerd). Alleen Recep Erdogan zelf, die niet reageerde op een interviewaanvraag, en zijn pleitbezorgers ontbreken in deze gedegen journalistieke zoektocht naar de waarheid.

A Gift From God komt uiteindelijk tot een schrikbarende slotsom: na de mislukte couppoging werden honderden journalisten gearresteerd, talloze scholen gesloten en een heleboel wetenschappers, juristen en militairen ontslagen. Een half miljoen gewone Turken werden onderzocht, bijna honderdduizend daarvan daadwerkelijk gearresteerd. Dat klinkt verdacht veel als een politieke afrekening, die past bij een land dat in een dictatuur dreigt te veranderen en zich daarnaast lijkt af te wenden van de NATO, om het gezelschap van Vladimir Poetin op te zoeken. Geen héél opbeurende conclusie.

The John Dalli Mystery

VPRO

Afgelopen week maakte de premier van Malta bekend dat hij in januari aftreedt. Hij is de zoveelste lokale functionaris die in de nasleep van de moord op de onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 het veld moet ruimen.

Galizia speelt ook een prominente rol in The John Dalli Mystery (59 min.) van Jesper Rønde. In deze documentaire onderzoekt het kekke journalistenduo Mads Brügger en Mikael Bertelsen de achtergronden van het corruptieschandaal rond de Maltese politicus John Dalli, die in 2012 moest aftreden als eurocommissaris.

Is Dalli het slachtoffer van een complot of smeedt hij deze complotten juist zelf? Die vraag drijft deze bijzonder vermakelijke film, waarin ook nog de nodige tegels worden gelicht. Gedegen onderzoeksjournalistiek dus, vermomd als absurd theater.

Het is een vorm die Mads Brügger dit jaar ook gebruikte in Cold Case Hammarskjöld, zijn overrompelende zoektocht naar wat er toch is gebeurd met Dag Hammarskjöld. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties kwam in 1961 om bij een mysterieus vliegtuigongeluk.

The John Dalli Mystery kan met terugwerkende kracht worden beschouwd als een fijne voorstudie.

Brexit: Behind Closed Doors

VPRO

Elke keer als er in de Britse politiek weer Brexit-chaos ontstaat wordt een befaamde tweet van premier Cameron rondgestuurd. De man die het referendum over de Britse afscheiding van Europa mogelijk maakte, waarschuwt daarin voor zijn rivaal van de Labour-partij: ‘Britain faces a simple and inescapable choice – stability and strong Government with me, or chaos with Ed Miliband.’

Hoe die ‘stabiliteit en sterke overheid’ eruit zien in het Verenigd Koninkrijk – rumoerige parlementszittingen, messcherpe interviews met politici en de altijd boze burger – weten we inmiddels wel. Het documentaire-tweeluik Brexit: Behind Closed Doors (119 min.) belicht de kwestie die de halve wereld nu al ruim 2,5 jaar bezighoudt vanuit Europees perspectief. In het bijzonder: vanuit de zogenaamde Brexit-stuurgroep, onder leiding van de voormalige Belgische premier Guy Verhofstadt, die met de Britse regering tot een akkoord moet zien te komen over de vertrekregeling van Groot-Brittannië.

Als de spreekwoordelijke vlieg op de muur kijkt regisseur Lode Desmet twee jaar lang mee bij de onderhandelingen, bilateraaltjes en nababbels en vangt zo de achterkant van de bloedserieuze ‘running gag’ die Brexit inmiddels is geworden.

The Forum

Klaus Schwab & Jair Bolsonaro / idfa.nl

‘Een pastoor wil de zondaren ook binnenhalen in zijn kerk’, zegt Klaus Schwab, de inmiddels 81-jarige oprichter en directeur van het World Economic Forum in Davos. ‘Die ziet hij nog liever komen dan zijn vaste parochianen.’ De man wordt op zijn wenken bediend. Tijdens The Forum (118 min.) van 2018 mag hij de Amerikaanse president Donald Trump ontvangen, een jaar later volgt diens al even omstreden Braziliaanse tegenhanger Jair Bolsonaro.

Deze fascinerende documentaire van Marcus Vetter volgt de geboren diplomaat Schwab van de ene naar de andere editie en kijkt achter de schermen mee bij zijn non-profit organisatie en het jaarlijkse terugkerende forum, dat geldt als het ultieme podium voor al die witte mannen die wereldwijd de politiek en economie bestieren. Schwab is daarvoor een perfect boegbeeld. Hij oogt niet alleen een beetje als een schildpad, hij lijkt ook zo te opereren. Behoedzaam, zorgvuldig en altijd attent. Met oog voor ieders belangen en alle mogelijke gevoeligheden.

‘Het is niet altijd zo slecht als het eruit ziet’, meent de man in kwestie als hij aan de filmmaker probeert uit te leggen waarom zijn organisatie samenwerkt met omstreden bedrijven als Nestle en Monsanto. Het World Economic Forum bestaat nu eenmaal bij de gratie van de stille dialoog, stelt Schwab, in plaats van openlijke confrontatie. ‘Mega-groepsdenken’, werpt Jennifer Morgan van Greenpeace tegen. Zij vraagt zich af of de deelnemers aan het WEF ooit écht iets goeds doen voor de wereld. Volgens haar bestendigen ze vooral de status quo. Intussen wordt de situatie rond het klimaat steeds nijpender.

Het knappe aan The Forum is dat de film nooit een gemakkelijke aanval op de gevestigde orde wordt. Tegelijkertijd besteedt de documentaire aandacht aan loffelijke initiatieven van Schwab en de zijnen, zoals betere distributie van medicijnen in Rwanda en pogingen om ontbossing tegen te gaan in Indonesië, maar zonder dat dit een kritiekloze lofzang wordt op de organisatie, die zich profileert met de slogan ‘Committed To Improving The State Of The World’.

En aan het eind slaagt Vetter er zowaar in om van al die speeches, overleggen en bilateraaltjes meeslepende cinema te maken, waarbij de klimaatdiscussie twee uitersten als gezicht krijgt: de Braziliaanse Amazone-verwoester Bolsonaro versus de jeugdige klimaatactiviste Greta Thunberg. Het is zo’n beetje het levenswerk geworden van Klaus Schwab om dergelijke tegenstellingen in Davos te overbruggen. Met zalvende woorden, een zuinig mondje en ontzettend veel ausdauer.

The Trial

Als je hun eigen toelichting hoort, kan er geen twijfel bestaan over de schuld van de verdachten. Zij hebben zich schuldig gemaakt aan verraad van het proletariaat en het socialistische ideaal en geven dat nu ruiterlijk toe. Vanuit hun functies hebben de vooraanstaande wetenschappers en economen een poging gewaagd om het communistische regime omver te werpen.

In de rechtszaal luistert een enorm publiek ademloos toe hoe deze mannen zichzelf beschuldigen. Buiten roepen demonstranten ongegeneerd om de doodstraf. Het is 1930. Jozef Stalin is sinds twee jaar aan de macht in de Sovjet-Unie. Tegenstanders zullen in de komende jaren stelselmatig monddood worden gemaakt. Of gewoon dood.

En er zullen processen worden gevoerd. Showprocessen. Tegen iedereen die kan worden aangemerkt als criticaster van Stalins schrikbewind. In The Trial (128 min.) reconstrueert Sergei Loznitsa de eerste vertoning. Want dat was het: een opvoering. Waarbij een geheel verzonnen complot te berde wordt gebracht, op basis waarvan daadwerkelijk mensen worden veroordeeld.

Als de uitkomst niet zo naargeestig zou zijn – en het venijn zit in deze film echt in de staart – en de links met het heden niet zo voor de hand hadden gelegen – probeer maar eens níet te denken aan de schijnwereld die de huidige Russische leider Vladimir Poetin om zich heen optrekt – had het een geinig schouwspel kunnen zijn. Een dictatoriale komedie.

Loznitsa maakt het de kijker alleen niet gemakkelijk. Hij observeert slechts en laat de rechtszaak tot in detail zien. Elke getuigenis wordt, ogenschijnlijk, van begin tot eind in beeld gebracht. Zo is te zien hoe bureaucratisch de aanklagers te werk gingen en wordt het archaïsche taalgebruik daarbij (‘krachten van de oude bourgeoisie’) benadrukt.

Met een speeltijd van ruim twee uur is deze film echter een heel lange zit, die serieuze investering en doorzettingsvermogen van de kijker vereist. Als pijnlijk precieze geschiedschrijving is The Trial niets minder dan een voltreffer. Dat is echter niet per definitie hetzelfde als het engageren van je publiek met een meeslepend verhaal. Dat had ook moeiteloos in de helft van de speelduur gekund.

Where’s My Roy Cohn?

Altimeter Films

Where’s My Roy Cohn? (98 min.), schijnt Donald Trump nog wel eens te roepen als er een smerig klusje opgeknapt moet worden. Roy Cohn (1927-1986) was de spreekwoordelijke bullebak, die letterlijk over lijken ging om zijn cliënt te dienen. Een soort ‘Moszkowicz from hell’, met verdacht weinig respect voor de wet. En een man die intussen consequent aan ‘the wrong side of history’ belandde.

Bij het proces dat leidde tot de ter dood veroordeling van de Amerikaanse communisten Julius en Ethel Rosenberg, bijvoorbeeld. Of als rechterhand van senator Joe McCarthy, die een heksenjacht op vermeende communisten ontkende, het zogenaamde McCarthyisme. In een consigliererol voor de New Yorkse maffia ook. Én als een soort peetvader voor de jonge Donald Trump, die Cohns parool ‘als ze jou slaan, sla ze dan tien keer zo hard terug’ sindsdien volledig heeft verinnerlijkt.

Matt Tyrnauer portretteert het larger than life-personage Cohn met familieleden, geliefden, collega’s, journalisten en ‘dirty trickster’ Roger Stone, die de kneepjes van het vak kreeg bijgebracht door de diabolische Cohn en in de afgelopen jaren zelf als klusjesman voor Donald Trump fungeerde. Zij strooien met spraakmakende verhalen en smeuïge anekdotes, die door Tyrnauer met de nodige zwier aan fraai archiefmateriaal zijn geknoopt en met bombastische muziek worden opgediend.

Where’s My Roy Cohn? stevent uiteindelijk af op een tragische climax als de (niet al te) stiekeme homoseksueel ten prooi valt aan de meest gevreesde ziekte van zijn tijd. In dat kader zal hij na zijn dood nog worden vereeuwigd in het vermaarde theaterstuk Angels In America. Dit boeiende portret toont bovendien aan hoe invloedrijk de rücksichtslose Cohn is geweest. Ruim dertig jaar na zijn dood werpt hij nog altijd een schaduw over het hedendaagse Amerika, waar zijn voormalige protegé het zowaar tot president geschopt heeft.

Collective

De beelden van 30 oktober 2015 gaan door merg en been: ‘Ga naar de hel met je kloterige corruptie’, zingschreeuwt Andrei Galut, de frontman van de Roemeense metalcoreband Goodbye To Gravity. ‘Die is er al sinds we ooit zijn gesticht.’ Niet veel later breekt er een kleine brand uit in de nachtclub Colectiv in Boekarest, waar de groep zijn album Mantras Of War presenteert. Het brandje ontwikkelt zich tot een hels vuur. En deugdelijke nooduitgangen ontbreken…

Van de vijf bandleden is Galut, wiens lichaam bijna voor de helft is verbrand, de enige die de ramp overleeft. Het hongerige vuur wordt in totaal 27 aanwezigen fataal. Daarnaast sterven in de navolgende maanden maar liefst 37 andere concertgangers in Roemeense ziekenhuizen. Uiteindelijk kost de brand dus 64 mensen het leven. ‘Hoe kan iemand die ontsnapte aan het vuur’, vraagt de wanhopige vader van een gestorven concertgangster zich af, ‘alsnog twaalf dagen later sterven in een ziekenhuis?’

Die vraagt staat centraal in de observerende documentaire Collective (109 min.), waarin regisseur Alexander Nanau eerst onderzoeksjournalist Catalin Tolontan en zijn team van de Gazeta Sporturilor-krant volgt. Zij lichten de ene na de andere tegel en leggen zo een enorm corruptieschandaal in de Roemeense gezondheidszorg bloot: politieke benoemingen, omkoping en fraude.

Hun onthullingen zorgen voor massale protesten en brengen uiteindelijk zelfs de sociaal-democratische PSD-regering ten val. In afwachting van nieuwe verkiezingen wordt een zakenkabinet benoemd met louter technocraten, bestuurders die niet verbonden zijn aan een bepaalde politieke partij. In de nieuwe minister van volksgezondheid Vlad Voiculescu vindt Nanau zijn volgende hoofdpersoon voor deze kale, maar zéér doeltreffende direct cinema-film.

Ook deze voormalige voorvechter van patiëntenrechten geeft de filmmaker ongefilterde toegang. Voiculescu begint ferm en optimistisch aan zijn nieuwe job, maar dreigt al snel vast te lopen in precies de grootschalige corruptie die hij zou moeten bestrijden. ‘s Mans uiteindelijke conclusie over zijn eigen ministerie is ontluisterend. Dat is niet alleen verouderd, de rot zit in zijn ogen veel dieper. ‘They don’t give a fuck’, klinkt het ronduit cynisch.

Tolontans drang om de waarheid boven tafel te krijgen en Voiculescu’s onmacht om die vertalen naar bestuurlijke daadkracht – zeker als de PSD volgens de peilingen weer de grootste partij lijkt te worden – worden doorsneden met scènes van Tedy Ursuleanu, een verminkte jonge vrouw die de ramp in Colectiv overleefde en met een fotosessie en hulpmiddelen haar leven weer in de hand probeert te krijgen. Zo werken land en slachtoffers in deze aangrijpende film op geheel eigen wijze aan herstel.

Four Horsemen

Leven we in het zesde en laatste stadium waarin elk wereldrijk ooit terechtkomt? Die vraag gooit de documentaire Four Horsemen (98 min.) met de nodige bravoure in de lucht. Elk rijk, in dit geval het vrije Westen, gaat ongeveer 250 jaar mee, zo stelt Sir John Glubb in zijn boek The Fate Of Empires. Zo’n tien generaties. En dan breekt de laatste fase aan, ‘the age of decadence’. Daar zitten we nu middenin. Als iconen van dit geperverteerde stadium voert regisseur Ross Ashcroft in deze pamflettistische film uit 2011 enkele bekende babyboomers op, zoals Bill Clinton, Silvio Berlusconi en een showman/ondernemer die dan nog op geen enkele manier in verband wordt gebracht met het Amerikaanse presidentschap.

De Britse filmmaker bouwt zijn linksige video-essay, gemaakt in de nasleep van de financiële crisis van 2008, vervolgens op rond vier hedendaagse varianten op de Bijbelse ‘ruiters van de apocalyps‘: een roofzuchtig financieel systeem, escalerend georganiseerd geweld, stuitende armoede bij miljarden mensen en het uitputten van de natuurlijke grondstoffen van de aarde. Ashcrofts pleidooi is helder: het vigerende maatschappij-paradigma moet op de helling. De dog-eat-dog samenleving heeft zijn langste tijd nu echt gehad.

Zover is het natuurlijk nog niet. Met een dwingende voice-over en 23 vooraanstaande denkers, waaronder sociaal epidemioloog Richard Wilkinson, de Nobel Prijs-winnende econoom Joseph Stiglitz en filosoof (en vaste gast in dit soort films) Noam Chomsky, legt Ashcroft dus eerst de vinger op de zere plek. Bij een kapitalistische wereld die volgens hem in werkelijkheid neerkomt op ‘socialisme voor de rijken’. De overheid mag overal de brandjes blussen die door de zichzelf verrijkende elite zijn gesticht. Nadat hij die diagnose heeft gesteld, proberen de filmmaker en zijn pratende hoofden vervolgens een remedie te formuleren: samenwerking in plaats van competitie.

Four Horsemen is goed gedocumenteerd, bevat interessante sprekers en spoort echt aan om na te denken over de tijd en wereld waarin we leven. De film is zo nu en dan wel wat prekerig en wordt waarschijnlijk vooral in eigen parochie goed verstaan. Of we inderdaad in de nadagen van Het Moderne Rome leven, valt bovendien waarschijnlijk pas ná de eventuele val van het rijk vast te stellen. Al is het natuurlijk wel héél opmerkelijk dat Ross Ashcroft destijds, een jaar of vijf voordat hij zich verkiesbaar stelde voor een politiek ambt, al een icoon van deze decadente tijd herkende in die ene patserige zakenman met dat voluptueuze kapsel…

Madam Prime Minister

Golda Meir / EO

Was ze wel opgewassen tegen haar taak? Kon ze dat, als vrouw, überhaupt zijn volgens sommige mannen in haar omgeving? Als compromiskandidaat werd Golda Meir in 1969 op 71-jarige leeftijd de eerste en enige vrouwelijke premier van Israël (en de derde vrouwelijke leider in de wereldgeschiedenis). Tijdens haar vijfjarige ambtstermijn loodste ze haar land door crises als de Uitputtingsoorlog, ‘het bloedbad van München’ en de Jom Kippoer-oorlog, maar ze bleef omstreden. ‘IJzeren Dame’ of toch ‘Moeder Van Israël’?

In het traditionele portret Madam Prime Minister (52 min.), volledig opgebouwd uit zitinterviews en archiefmateriaal, zijn voor- en tegenstanders (kleinzoon Gideon, medewerkers, politici, journalisten en vertegenwoordigers van de Mossad) het nog altijd niet eens of ze nu een vloek of een zegen voor het land was. Israëls slechtste premier ooit, zegt de één in deze degelijke film van Sagi BornsteinUdi Nir en Shani Rozanes. Een ander is dan weer van mening dat ze een belangrijke bijdrage aan haar land heeft geleverd en tegenwoordig niet voldoende op waarde wordt geschat.’

Als u er nu zo op terugkijkt’, vraagt een journalist de hoofdpersoon aan het eind van haar leven, ‘had u de baan dan moeten aannemen?’ Golda Meir aarzelt geen moment: ‘Ik heb in elk geval alles gegeven wat ik in me had. Of dat genoeg was of niet, kan ik zelf niet beoordelen.’ Verklaard tegenstander Uri Avnery, een journalist en voormalig lid van de Knesset die in de hele documentaire geen goed woord voor haar over heeft gehad, verwoordt het zo: ‘Vergeleken met haar opvolgers was ze een geweldige vrouw.’

Marten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk

NTR

Met de veel gelauwerde documentaireserie Het Nieuwe Rijksmuseum bracht Oeke Hoogendijk in 2014 de perikelen rond de renovatie van het Amsterdamse museum op prachtige wijze in beeld. In Marten & Oopjen – Portret Van Een Huwelijk (55 min.), een film over de mogelijke aankoop van twee schilderijen van Rembrandt, valt ze terug op twee vertrouwde gezichten uit die serie: voormalig directeur Wim Pijbes (2008-2016) en huidig directeur Taco Dibbits (2016-heden). De spanning tussen hen is soms voelbaar.

De twee krijgen in deze film gezelschap van de aandoenlijke Franse baron Eric de Rotschildt, een telg van de puissant rijke familie die de twee schilderijen in privébezit heeft, en Sébastien Allard, de directeur schilderijen van het concurrerende Franse museum het Louvre, die de kunstwerken ook maar wat graag aan de collectie wil toevoegen. 160 miljoen moeten ze opbrengen. Kunnen de musea Marten en Oopjen misschien samen aanschaffen? Dat lijkt een goed idee. Totdat het Rijksmuseum het bedrag ook in zijn eentje denkt te kunnen ophoesten…

Op een gegeven moment dreigt zelfs een diplomatieke rel tussen Nederland en Frankrijk. Met bravoure, zo nu en dan wat venijn en het nodige gevoel voor humor ontrafelt Hoogendijk het roerige aankoopproces, dat door meerdere crises gaat. Wie daarvoor verantwoordelijk is, daarover verschillen de meningen. Over één ding zijn de direct betrokkenen het echter allemaal eens: het is van eminent belang dat deze twee essentiële Rembrandts in Europa toegankelijk worden gemaakt voor publiek.

En uiteindelijk, na de fraai in beeld gebrachte restauratie, is het dan zover en kunnen Marten en Oopjen aan de wereld worden getoond, een vanzelfsprekende apotheose voor deze chique film, die kleiner van opzet en minder gelaagd is dan Het Nieuwe Rijksmuseum, maar een uitstekende nabrander vormt voor Hoogendijks pièce de résistance.

Videocracy

Het presidentschap van Donald Trump lijkt een typisch Amerikaans aangelegenheid: het onvermijdelijke resultaat van decennialange debilisering op de Amerikaanse (kabel)televisie en het internet. Als het maar beweegt, lawaai maakt en consternatie veroorzaakt, krijgt het ook oeverloos aandacht. Enter: The Donald, de man die zijn eigen mediapersonage is geworden en het leiderschap van zijn land heeft gereduceerd tot een soort real life equivalent van een echte reality show.

Trump staat echter bepaald niet op zichzelf en is zonder twijfel schatplichtig aan Silvio Berlusconi, de vastgoedmagnaat, mediatycoon, voorzitter van de voetbalclub AC Milan en voormalige president van Italië. In deze documentaire uit 2009 verbindt de Zweeds-Italiaanse filmmaker Erik Gandini de opkomst van Berlusconi met het ontstaan van commerciële televisie en de celebritycultuur die daarmee is verbonden. Waarin alles om uiterlijk vertoon draait, dat bovendien met alle mogelijke middelen, inclusief plastische chirurgie, in stand moet worden gehouden.

Videocracy (81 min.) is geen traditioneel portret van de populist, topondernemer en overjarige playboy Berlusconi, maar een exposé over de wereld die hem heeft voortgebracht en die hij zelf mede heeft gecreëerd. Gandini vindt daarin onvergetelijke personages. Talentmanager Lele Mora bijvoorbeeld, een goedlachse kerel in smetteloos wit met een onbeschaamde voorliefde voor de fascistische leider Mussolini. Of een geboren loser genaamd Riccardo Canevali. Hij wil kost wat het kost beroemd worden. En de louche paparazzi-fotograaf Fabrizio Corona, die er wel een héél opmerkelijk verdienmodel op nahoudt en daarmee zelf een B-ster wordt.

Gezamenlijk portretteren zij Berlusconi’s videocratie tevens als een absolute mannenwereld. Vrouwen (liever: meisjes) zijn er vooral om de heren te behagen. Ze moeten lange benen hebben, bereid zijn om hun kleren uit te trekken en – belangrijk! – altijd blijven lachen. Daarbij past een bepaald soort leider. Voor wie schaamte niet bestaat. Zo kon bijvoorbeeld ‘grab ‘em by the pussy’ voor Donald worden wat ‘bunga bunga’ ooit was voor Silvio: op het eerste oog een serieuze bedreiging voor zijn carrière, maar uiteindelijk vooral een bevestiging van ‘s mans onomstreden succesverhaal. Behalve geld, macht en status hebben mannen als Trump en Berlusconi nu eenmaal een soort onvervreemdbaar recht verworven op jonge, aantrekkelijke meisjes.

Met zijn tandpastasmile, grondig gerenoveerde hoofd en opzichtige haarimplantaten oogt Silvio, net als zijn zelfs nóg larger than life- evenknie Trump, in eerste instantie als een echte clown. Waarbij het lachen je gaandeweg, als de maatschappelijke schade duidelijk wordt, wel vergaat. Al is het tegelijkertijd vrijwel onmogelijk om niet te grinniken bij het potsierlijke campagnelied van Berlusconi’s partij Il Popolo Della Libertà, Meno Male Che Silvio C’è, dat Gandini als belangrijk plotpoint halverwege de film heeft geparkeerd: ‘Dank God, Silvio, dat je bestaat.’ Met zulke leiders en volgers dreigen echte komieken werkeloos en de wereld een levensechte parodie te worden.

Street Fight

PBS

Als Democratische presidentskandidaat lijkt Cory Booker het in de voorverkiezingen van 2020 te gaan afleggen tegen Joe Biden, Elizabeth Warren of Bernie Sanders. De documentaire Street Fight (81 min.) uit 2005 laat echter zien dat de Afro-Amerikaanse outsider nooit helemaal kan worden uitgevlakt.

In deze voor een Oscar genomineerde campagnedocu van Marshall Curry bindt gemeenteraadslid Booker de strijd om het burgemeesterschap van de Amerikaanse stad Newark in New Jersey aan met de gedoodverfde favoriet Sharpe James. Deze eveneens zwarte bulldog is al zestien jaar burgervader, heeft nog nooit een verkiezing verloren en haalt werkelijk alles uit de kast om bij zijn opponent een stok tussen de spaken te steken. Samen strijden ze om de zegen van de verpauperde stad.

De sympathie van de kijker, en maker Curry, ligt automatisch bij de uitdager Booker, die vanaf het begin van de campagne, als nauwelijks iemand in zijn kansen gelooft, wordt gevolgd met de camera. ‘Volgens een oude grap in Newark kan een ‘incumbent’ slechts op twee manieren zijn ambt verlaten: dood of veroordeeld’, stelt Curry die tevens als verteller van deze ‘fly on the wall’-documentaire fungeert. ‘Maar Cory denkt dat hij een andere manier heeft gevonden.’

De filmmaker wordt zelf al snel een personage in zijn eigen film. Team James beschouwt hem als onderdeel van ‘de vijand’ en begint hem ook als zodanig te behandelen. Hij is ‘de Cory Booker-man’. Als Curry niet stopt met filmen, dan nemen ze hem zijn camera af. Desnoods met geweld. Sharpe James’ eigen communicatieadviseur, stiekem gefilmd, kan er niet over uit. De man zal het nog druk krijgen: bij James liggen er nog de nodige lijken in de kast.

Street Fight wordt zo precies het gevecht waar liefhebbers van campagnefilms op hopen: een vuile tweekamp tussen een verfijnde jonge uitdager, op elitescholen klaargestoomd voor een publieke functie, en de gevreesde zwaargewicht, die eraan gewend is geraakt dat hij elke tegenstander kan slopen. Pas als de gong heeft geklonken wordt duidelijk wie de burgemeesterswoning mag betrekken. En wie er liggend op de grond, versuft en bloedend, achterblijft.

Het campagnegevecht tussen Booker en James uit 2002 kan tevens worden gezien als een microversie van de strijd om het hart van zwart Amerika (waarin ene Barack Obama zich dan nog moet gaan mengen). Of een doodgewoon, maar erg vermakelijk moddergevecht, waaruit ook de okselfrisse Cory Booker niet brandschoon lijkt te kunnen komen.

Tricky Dick

CNN

Als de huidige Amerikaanse president Donald Trump al een politieke voorvader heeft, dan moet het Richard Milhous Nixon zijn. De 37e president van de Verenigde Staten moest op 9 augustus 1974 aftreden vanwege een dreigend impeachment (een afzettingsprocedure die ook Trump, vanwege de nasleep van Russiagate, nog altijd boven het hoofd hangt). Het Watergate-schandaal was hem fataal geworden.

De drang van zowel Nixon als Trump om ten koste van alles te winnen, waarbij stelselmatig grove taal wordt gebezigd, geen ‘dirty trick’ onbenut blijft en de opponent liefst he-le-maal kapot wordt gemaakt, blijft ongeëvenaard. Het lijkt bovendien alsof beide mannen een aartsvijand nodig hadden/hebben om zichzelf als politicus te definiëren. Wat de Clintons, Crooked Hillary voorop, zijn voor Trump, waren destijds de Kennedys voor Nixon.

Hoewel de parallellen tussen de twee omstreden leiders onmiskenbaar zijn, worden die in Tricky Dick (168 min.) niet getrokken. De vierdelige docuserie brengt sec, chronologisch en zonder voice-over Nixons leven in beeld met een uitputtende collectie (nog niet eerder vertoond) archiefmateriaal. Uit de tijd dat de hele westerse wereld in brand leek te staan en Nixon als zelfverklaarde pleitbezorger van de gewone man afwisselend als pyromaan en brandweerman optrad.

Intussen wordt steeds duidelijker zichtbaar hoe de slinkse Nixon zich, net als Donald Trump een halve eeuw later, kon ontwikkelen tot de meest gehate Amerikaanse politicus van zijn tijd. Met behulp van ‘the silent majority’ wist hij nochtans twee presidentsverkiezingen te winnen. Niet dat hij daarvan gelukkig werd, trouwens. De persoonlijke achtergronden en motieven van de getroebleerde politicus worden in deze serie echter nauwelijks belicht. Naar wat Nixon werkelijk dreef – en uiteindelijk verteerde – blijft het gissen.

Deel 1 opent met zijn afscheidsspeech, gaat vervolgens terug naar zijn armoedige jeugd en stapt daarna met zevenmijlslaarzen door de beginperiode van zijn politieke carrière. Die culmineert in de presidentsverkiezingen van 1960, waarbij hij het nét aflegt tegen John F. Kennedy. In de volgende episode klimt hij uit een diep dal en hervindt zichzelf voor de presidentscampagne van 1968. Daarin komt het uiteindelijk niet tot een reprise van de tweekamp Nixon-Kennedy, omdat ook Johns jongere broer Bobby wordt vermoord.

Als president heeft Nixon in het derde deel van Tricky Dick vervolgens zijn handen vol aan de oorlog in Vietnam, die steeds verder ontspoort en ook in eigen land tot gewelddadige confrontaties leidt. Het is ook in deze periode dat hij geheime opnameapparatuur – die zijn gekonkel en vuilbekkerij rücksichtslos vastlegt – installeert in zijn ‘oval office’. Deze beslissing zal als een boemerang bij hem terug komen en in de slotaflevering ook zijn politieke lot bezegelen.

En daarmee zijn we weer aanbeland bij de openingsscène van deze gedegen geschiedenisles, die de kritische momenten uit Tricky Dicks veelbewogen leven netjes op een rij zet, zonder daaraan nieuwe elementen toe te voegen: het historische moment waarop diezelfde Richard Milhous Nixon zich klaarmaakt voor de aankondiging van zijn gedwongen afscheid, als eerste en vooralsnog enige Amerikaanse president. Zittend voor de camera maakt hij enkele belegen grapjes en lacht zijn tanden nog eens bloot, waarna hij de moeilijkste woorden van zijn leven probeert te vinden.

The Great Hack

Is deze geest ooit nog in de fles te krijgen? vraag je je in gemoede af na The Great Hack (114 min.), een unheimische film van Karim Amer en Jehane Noujaim over hoe het verzamelen van onwerkelijke hoeveelheden persoonlijke data door techgiganten en de (online) inzet daarvan voor propaganda-doeleinden wereldwijd een bedreiging vormen voor de democratie.

De filmmakers, die eerder samen de bekroonde docu The Square over het begin van de Arabische Lente op het Egyptische Tahrir-plein maakten, focussen zich op één concrete casus: Cambridge Analytica, het Britse bedrijf dat illegaal enorme datacollecties van Facebook ripte en daarmee online campagnes opzette om stiekem het stemgedrag van grote groepen mensen, de zogenaamde ‘persuadables’, te beïnvloeden. De Britse keuze voor een Brexit en de verkiezing van Trump gelden als hun voornaamste wapenfeiten – al blijft schimmig welke invloed de politieke marketeers nu precies hebben gehad.

Cambridge Analyticas business model voelt voor de Engelse schrijver en politiek technoloog Paul Hilder in elk geval ‘als een inbreuk op de autonomie en vrijheid van een individu en het idee van democratie’. Hij spoort ‘somewhere in Thailand’ voormalig kopstuk Brittany Kaiser op en confronteert haar met die onrustbarende conclusie. ’Ik weet het niet’, houdt de vrouw, die een sleutelrol speelde bij het Britse bedrijf en begin 2018 ineens last kreeg van haar geweten, de boot af.

Zij verwijst naar het door haar en haar collega’s gemanipuleerde stemvee in Amerikaanse swing states en het Engelse Leave-kamp. ‘Uiteindelijk zijn zij degenen die het stembiljet invullen.’ Liever spreekt Kaiser over haar leven vóór Cambridge Analytica toen ze werkte voor Team Obama en zich volgens eigen zeggen bezighield met mensenrechten en internationale betrekkingen. Totdat ze dus op een onbewaakt ogenblik, toen het water haar en de haren aan de lippen stond, Cambridge-CEO Alexander Nix tegenkwam…

Wil de enigmatische Brittany Kaiser, die inmiddels onder de noemer OwnYourData een eigen campagne voor meer transparantie is begonnen, werkelijk openheid van zaken geven? Of probeert ze vooral haar eigen straatje schoon te vegen? The Great Hack geeft daarop geen eenduidig antwoord. In die zin is ze een ideaal documentairepersonage: a woman you love to hate. Die je op zijn minst wantrouwt. Met een achtergrond waarin, wellicht, ook wel weer een geloofwaardige verklaring huist voor haar gedrag.

Intussen eist de New Yorkse dataprofessor David Carroll in een Britse rechtbank de van hem gestolen persoonlijke gegevens terug, vergelijkt onderzoeksjournaliste Carole Cadwalladr Cambridge Analyticas propagandacampagne met PSYOPS, een psychologische oorlogsvoeringscampagne van de CIA, en is de voormalige CFO van de gewraakte Engelse onderneming nog altijd geschokt dat juist zijn werkgever publiekelijk onder vuur is komen te liggen.

Gezamenlijk schetsen deze insiders een schemerwereld waarin ‘data’ de plek van ‘olie’ als meest waardevolle grondstof hebben ingenomen, morele overwegingen nauwelijks een rol lijken te spelen en in de tussentijd ons on(der)bewuste op alle mogelijke manieren wordt bespeeld. Met datamisbruik, fake news en haatcampagnes als logisch gevolg. Deze documentaire, vlot verteld en lekker bij de tijds vormgegeven, doet zo een overtuigend appel op eenieder die de democratie een warm hart toedraagt, om zich daartegen véél beter te gaan wapenen.