Obada

VPRO

Bij een viskraam in Zandvoort staat een Syrische jongen op zijn beurt te wachten. Hoe hij heet? wil de man achter de toonbank weten. ‘Obada’, antwoordt de jongen. Hij vult aan: ‘Ik heb twee miljoen subscribers op YouTube.’ De man kan het nauwelijks geloven: ‘Twee miljoen? Serieus? Wauw! Cool.’ Echt twee miljoen abonnees? vraagt een andere jongen, die ook op zijn visje staat te wachten, voor de zekerheid. ‘Ja, en een half miljard views.’

Obada (45 min.), die naderhand rustig zijn harinkje weghapt, is een YouTuber. Geen Nederlandse, maar een Arabische. Vanuit het Gelderse dorp Angeren verovert hij het Midden-Oosten. Hier stelt hij niks voor: gewoon een Syrische jongeling, zonder al te veel opleiding. Hij heeft de praktijkschool, waar ze hem volgens eigen zeggen ‘kankervluchteling’ noemden, niet afgemaakt. Arabische jongeren kennen hem echter als zanger, acteur en rapper. Als hij een video online zet, kan die binnen een uur zomaar 150.000 keer bekeken zijn. ‘Als ik niet beroemd was’, constateert hij nochtans mistroostig, ‘zou ik waardeloos zijn.’

Influencer of niet, zoals elke opgroeiende jongen heeft Obada Kheireddin thuis gewoon te maken met ouders, die zich zorgen over hem maken. Omdat hij niet is gaan studeren. En vanwege dat vriendinnetje uit Irak, dat hij in het AZC heeft leren kennen. Niets voor hem, vinden zij. Past gewoon niet in de familie. Die houding zorgt al snel voor conflicten. ‘Misschien komt het door zijn beroemdheid’, meent zijn vader Rajaie. ‘Dat het hem naar zijn hoofd stijgt.’ Het kan natuurlijk ook door Nederland komen. In Syrië kon je als kind doen wat je wilde, stelt Rajaie strikt, maar uiteindelijk had je vader toch het laatste woord.

Documentairemaker Sakir Khader dringt door tot de kern van het generatieconflict dat zich in de familie Kheireddin aftekent. Vooral tussen Obada en zijn vader, die in verschillende werelden opgroeiden en die nu toch in dezelfde moeten leven, loopt de spanning zienderogen op – al bevat deze film ook een bijzonder intieme scène van een heftige ruzie tussen Obada en zijn moeder. Khader lardeert de schermutselingen met aandoenlijke familievideo’s en een liefdevolle audioboodschap van Rajaie aan zijn zoon. Hoever ze ook van elkaar verwijderd dreigen te raken, op deze manier blijven ze toch onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Zo ontstaat een fraaie, geladen en aangrijpende coming of age-docu, die voor elke (ouder met een) opgroeiende tiener herkenbaar zal zijn en die door zijn achtergrond en setting toch nieuwe elementen toevoegt aan het welbekende verhaal van aantrekken en afstoten. Waarbij het steeds weer de vraag is of de liefde voor elkaar genoeg is om samen het leven te vervolgen, of op zijn minst de komende jaren met elkaar door te brengen.

Can’t Get You Out Of My Head

BBC

De ‘Illuminatie’, die volgens een deel van de mensheid nog altijd vanuit de coulissen een groot deel van de ontwikkelingen op het wereldtoneel bestieren, zouden een verzinsel zijn van schrijver Kerry Thornley en zijn vriend Greg Hill. Het was de belachelijkste complottheorie die de twee representanten van de Amerikaanse tegencultuur in de jaren zestig konden bedenken. Wie zou er nu werkelijk kunnen geloven in het geheime genootschap van een achttiende eeuwse professor uit Beieren? Hun ‘Operation Mindfuck’ zou echter een doorslaand succes worden – of een gigantisch fiasco – dat tot op de dag van vandaag doorwerkt.

Een bezopen samenzweringstheorie die voor werkelijkheid wordt aangezien, in een wereld waar wel degelijk ook echte complotten worden gesmeed. Het is maar één van de vele kleine verhalen die Adam Curtis in zijn zoveelste ambitieuze project Can’t Get You Out Of My Head (473 min.) verbindt aan de grote verhalen van onze tijd, zoals individualisering, consumentisme en technologie als ideaal middel om (het onderbewuste van) de grote massa te bespelen. Als een ouderwetse schoolmeester, met zijn eigen tics en preoccupaties, wandelt hij met veel bravoure door het doolhof van de moderne geschiedenis. Het resultaat is een ontzagwekkend labyrint op zichzelf: een wirwar van lange, korte en losse verhaallijntjes die op gezaghebbende toon aan elkaar worden geknoopt. Orde in de chaos, die op zichzelf ook weer net zo goed voor verwarring zou kunnen zorgen.

Typisch Curtis, de Britse homo universalis die met zijn wijdlopige video-essays een genre op zichzelf is geworden. In zijn beschouwingen op de hedendaagse maatschappij maakt hij gebruik van inzichten uit de moderne psychologie, economie, filosofie, geschiedenis, sociologie en politiek. Hij hangt die ditmaal op aan enkele hoofdpersonen (zoals bijvoorbeeld Mao Zedongs militante vierde vrouw Jiang Qing, valium-propagator Arthur Sackler, Artsen Zonder Grenzen-oprichter Bernard Kouchner, transgender-activist Julia Grant en Afeni Shakur, lid van The Black Panthers, crack-verslaafde én moeder van een wereldberoemde rapper). Curtis illustreert zijn betoog zoals gebruikelijk met een uitbundige collectie archiefmateriaal en zet daarbij treffende accenten met een edgy soundtrack.

Noem het gerust pompeus, tendentieus en hier en daar zelfs incoherent (of gewoon niet helemaal te bevatten; probeer de Franse revolutie bijvoorbeeld maar eens te verbinden met Tupac Shakur en de chaostheorie). Ook deze nieuwe Adam Curtis-productie probeert echter een net over de aardbol te gooien en zo de psyche van onze tijd te vangen. Alsof je in hartje winter de luiken eens goed tegen elkaar openzet. In de laatste van de zes afleveringen culmineert dit in vragen over de vermeende machinaties achter het Brexit en de verkiezing van Donald Trump en of zulke samenzweringstheorieën niet gewoon pogingen zijn om vat te krijgen op een voor ons allen onbegrijpelijk wereld.

Uiteindelijk ging zelfs Kerry Thornley twijfelen over Operation Mindfuck. Niet zozeer over de ‘Illuminati’, maar over zijn eigen rol in het satirisch bedoelde complot: was hij misschien, zonder dat hij het wist of wilde, toch ingezet als een werktuig van de CIA?

Fake Famous

‘Do you want to be famous?’ Die oproep levert duizenden reacties op. Een team van social media-experts, castingagenten en stylisten krijgt vervolgens de onmogelijke taak om daaruit drie mensen te selecteren voor een sociaal experiment. Zij gaan wereldberoemd worden – of in elk geval: lijken.

De keuze valt uiteindelijk op actrice @dominiquedruckman (1137 Instagram-volgers), visual creator @chrisvsmyself (1157 Instagram-volgers) en het manusje van alles van een onroerend goed-bedrijf @wylezzz (2528 Instagram-volgers). Eerst krijgen ze een kleine restyling en daarna talloze extra volgers. Voor een kleine honderd dollar kun je namelijk al gauw 7500 bots aanschaffen, met ook nog eens 2500 likes. En dan kunnen de eerste foto’s voor Fake Famous (87 min.) worden gemaakt. 

Bij Ikea kun je bijvoorbeeld doen alsof je een luxueuze vakantie op Bali hebt, met een goedkope wc-bril is het mogelijk om te suggeren dat je vanuit een privéjet naar buiten zit te turen. Zolang de social media-goegemeente maar denkt dat je ‘the lifestyle of the rich and famous’ leeft. Want dat werkt als een ‘selffulfilling prophecy’: met rijk lijken, kun je daadwerkelijk rijk worden. Als druk selfiënde reclamezuil. @kimkardashian schijnt bijvoorbeeld 500.000 dollar te rekenen voor één enkele Insta-post.

Journalist @nickbilton gebruikt het sociale experiment met de drie would be-celebrities om de gekte, decadentie en tristesse van de influencerwereld bloot te leggen. Hoewel de subjecten uiteindelijk heel verschillend reageren op de uitdagingen die op hun pad komen en dus ook een totaal andere status bereiken, levert Fake Famous geen opzienbarende inzichten op. De welbekende leegte van Instaland, waar met ‘roem’ goud geld is te verdienen, wordt nog maar eens uitgelicht.

Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel

Netflix

In de openingsscène van deze vierdelige serie ligt ‘t er meteen duimendik bovenop: het Cecil Hotel in Skid Row, een beruchte wijk in het centrum van Los Angeles, is een verdoemde plek. Je kunt er zomaar dope gebruiken of dealen, in de prostitutie verzeild raken of tragisch aan je einde komen. ‘De Cecil is een plek waar seriemoordenaars zich ontspanden’, zegt de plaatselijke historica Kim Cooper over het low-budget hotel waar veelal jonge toeristen terechtkwamen te midden van verschoppelingen die er zo’n beetje permanent hun intrek hadden genomen. Richard Ramirez, berucht geworden als The Night Stalker verbleef er bijvoorbeeld een tijdje.

Heeft Elisa Lam, een jonge Canadese vrouw die eind januari 2013 incheckte bij het hotel, deze duivelse plek ooit nog verlaten? Ze is spoorloos verdwenen. En rechercheurs die de zaak onderzoeken hebben haar op beelden van beveiligingscamera’s alleen naar binnen zien gaan. Lam lijkt nooit meer naar buiten te zijn gekomen. Dat is de uitgangspositie voor Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel (219 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die genreklassiekers als de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes op zijn naam heeft staan.

Een sinistere video van de 21-jarige Elisa Lam, die zich vreemd gedraagt in de hotellift, gaat viral en zet allerlei dubieuze amateurdetectives aan het werk. Ze beginnen de beelden te analyseren en spitten daarna de online-historie van de jonge vrouw door. Op zoek naar aanwijzingen voor wat er kan zijn gebeurd. Daarmee belandt Crime Scene op hetzelfde terrein als de zenuwslopende series Don’t F##k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud. Van dat niveau is deze vet aangezette productie – een bonte verzameling ‘deskundigen’, duistere en suggestieve reconstructiebeelden en een unheimische soundtrack – evenwel niet.

Berlinger geeft opvallend veel ruimte aan wilde speculaties over wat er kan zijn gebeurd en allerlei bizarre complottheorieën over het ‘spookhotel’ Cecil die daar weer uit voortvloeien. De verantwoordelijke figuren – een soort onuitstaanbare combinatie van influencer, ramptoerist en allesweter – vliegen gaandeweg helemaal uit de bocht. Uiteindelijk is het de documentairemaker daar ook om te doen: terwijl deze zelfbenoemde onderzoekers vanachter hun eigen toetsenbord een gruwelijk misdrijf proberen op te lossen, gewoon als aardig tijdverdrijf of als mogelijkheid om zichzelf te profileren, richten ze heel veel schade aan. En het onderzoek naar wat er echt is gebeurd met Elisa Lam wordt er alleen maar door gehinderd.

Deze kanteling van het verhaal – van whodunnit naar schotschrift tegen social media-klopjachten – wordt door Joe Berlinger pas redelijk laat ingezet en plaatst de start van de serie in een verrassend perspectief. En daarna ontstaat er zowaar ruimte om de kwestie rond Elisa Lam écht op zijn merites te beoordelen. Helaas wordt dat effect dan weer een beetje teniet gedaan door het wel erg cheesy einde, waarin de tragische jonge vrouw, op z’n Amerikaans, ineens allerlei héle bijzondere kwaliteiten worden toegedicht. Want zelfs een noodlottige kwestie heeft een echte heldin nodig.

Caught In The Net

Cinema Delicatessen

Drie volledige kinderkamers worden er ingericht. Naast elkaar. In een soort Big Brother-setting. Met spullen uit de echte kinderkamers van de meisjes. Beter: van de jonge Tsjechische vrouwen die zich gaan voordoen als meisje van twaalf. Tien dagen lang. In het kader van een sociaal experiment, rond de gevaren van het internet voor opgroeiende kinderen. Het is de bedoeling dat ze twaalf uur per etmaal online zijn. Als lokaas voor seksuele roofdieren die het hebben gemunt op (veel) te jonge meisjes.

De regels zijn glashelder: we benaderen zelf niemand, benadrukken dat we twaalf zijn, flirten niet, reageren met ‘ik weet niet’ op seksuele toespelingen, sturen pas naaktfoto’s als er diverse malen om is gevraagd en initiëren zelf zeker geen fysieke ontmoetingen. De actrices maken gebruik van platforms zoals Facebook, Skype en Snapchat en worden tijdens het experiment begeleid door psychologen, seksuologen, juristen en opsporingsambtenaren.

En dan kan Caught In The Net (100 min.) van start. Zelfs de twee regisseurs Vit Klusák en Barbora Chalupová zijn verbaasd als het eerste nepprofiel van de meisjes dat online wordt geplaatst binnen vijf minuten al vijftien reacties heeft opgeleverd. En in het eerste de beste gesprek zit een volwassen kerel binnen enkele minuten met zijn broek op zijn enkels te masturberen. Een lekkere binnenkomer, voor wat een verontrustende afdaling zal worden naar een hellehol waar perverse mannen met alle mogelijke middelen naïeve pubers proberen te manipuleren, verleiden en chanteren.

Die kerels zijn onherkenbaar gemaakt. Alleen hun ogen – glimmend, vals, pathetisch, hard, geil, sadistisch zelfs – zijn haarscherp. En onvergetelijk. Zo kijkt een roofdier, dat nog even speelt met zijn slachtoffer. Voordat het dat de kop afbijt. En dat er, dat ook, geen idee van heeft dat de rollen in werkelijkheid zijn omgedraaid en dat hij, tijdens een eveneens wat ranzige Peter R. de Vries-achtige ontmaskering, straks een kopje kleiner zal worden gemaakt.

Het is de ongemakkelijke apotheose van een naargeestige film over de online-verleidingen en gevaren waarmee hedendaagse pubers opgroeien. Een schokkend groot aantal van hen zal op de één of andere manier te maken krijgen met seksuele intimidatie. Caught In The Net, een documentaire die de kijker helemaal uitgehold achterlaat, maakt tastbaar hoe dat er in de praktijk uit kan zien. Na afloop voelen niet alleen de betrokken actrices en filmcrew zich danig bezoedeld.

White Noise

The Atlantic

‘De alt-right heeft zojuist gewonnen!’ roept Richard Spencer enthousiast in de camera na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten in november 2016. De mainstreammedia, ofwel ‘de lügenpresse’, heeft dat helemaal niet zien aankomen, zegt de man die de term alt-right muntte. Tijdens een speech voor zijn achterban, enkele dronken dagen na Trumps onverwachte overwinning, gaat hij lekker los. ‘Wij hebben van onze droom de realiteit gemaakt’, schreeuwt Spencer. Hij sluit af met een omstreden leus: ’Heil Trump!’ En inderdaad, een groot deel van de aanwezigen steekt zijn rechterarm ferm omhoog. Een enkeling antwoordt zelfs met ‘Sieg Heil’.

Het komt Richard Spencer ook op eigen kritiek vanuit eigen kring te staan. Later zal hij, als organisator van een helemaal uit de gelopen demonstratie in Charlottesville, nog verder onder vuur komen te liggen en gaandeweg komt hij, hoezeer hij dat zelf ook ontkent, steeds meer alleen te staan. In White Noise (94 min.) volgt regisseur Daniel Lombroso de met onmiskenbaar narcisme behepte Spencer en twee andere sleutelfiguren uit de extreemrechtse beweging tijdens de eerste ambtsperiode van Donald Trump. Hij krijgt daarbij opmerkelijk veel toegang tot mensen die door een groot deel van de samenleving worden beschouwd als racist of neonazi.

‘Fuck islam’, kalkt YouTubester Lauren Southern met lippenstift op haar eigen wangen, in een geheel eigen variant op een make-up tutorial. Ze oogt overigens in alles als een typische influencer. Alleen haar ideeën en de manier waarop ze die uitdrukt zijn nogal extreem. Waar een gemiddelde vlogger eens uitgebreid gaat shoppen, onderneemt Southern bijvoorbeeld een, overigens hopeloos naïeve, trip naar Rusland om daar Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen te ‘onderzoeken’. En wat te denken van haar kwalificatie van groepsverkrachting als inherent democratisch? ‘Het is in essentie negen stemmen tegen één over wat ze willen doen.’

Of Southerns omzwervingen door de alt-right wereld werkelijk (alleen) een uitdrukking zijn van diepgewortelde ideeën of toch ook een manier om zichzelf te manifesteren en de winkel draaiende te houden? Die vraag dringt zich tevens op bij Mike Cernovich, een mediapersoonlijkheid die zich eerst manifesteerde als expert op het gebied van male dominance (en het als een teken van kracht ziet dat hij nog altijd alimentatie ontvangt van zijn eerste vrouw). Daarna maakte hij carrière als complotdenker, nationalist en Trump-propagandist. En nu zou hij de politiek eigenlijk het liefst (een heel eind) links laten liggen, om zijn brood te gaan verdienen met de online-verkoop van ‘mindset supplements’.

Via zijn hoofdpersonen, stuk voor stuk aandachtszoekers van het zuiverste water, geeft Lombroso een fascinerende inkijk in de belevingswereld van radicaal-rechtse entrepreneurs. Tussendoor vangt hij zo nu en dan ook de twijfel en frustraties, die ze in het openbaar niet laten zien. Hun levenskeuze heeft ook iets tragisch: (jonge) mensen die hun bestaansrecht volledig ontlenen aan de handel in boosheid en eigenlijk geen andere route meer zien naar een succesvol bestaan. Als Richard Spencer bijvoorbeeld speculeert over de toekomst klinkt hij als een klein jongetje dat wil dat de hele wereld om hem draait. ‘In de etnostaat die ik nooit zal meemaken, maar mijn kleinkinderen wel, zal er een Richard Spencer-boulevard zijn.’

Feels Good Man

Het is een soort monster van Frankenstein geworden. De Amerikaanse cartoonist Matt Furie verzon ooit een onschuldige stripfiguur, Pepe The Frog. Die groeide al snel uit tot een immens populaire internetmeme. De verpersoonlijking van de sullige outsider, met als laconieke lijfspreuk Feels Good Man (94 min.). Lekker melige slackershumor, waarschijnlijk geconcipieerd onder invloed van een flinke joint. En volstrekt ongevaarlijk.

Tenminste, totdat de kikker in de duisterste uithoeken van het wereldwijde web, het internetforum 4chan in het bijzonder, werd gekaapt door de alt-right beweging en vervolgens een soort menselijke bloedsbroeder kreeg: Donald Trump. Die veegde zijn achterwerk af met elke vorm van politieke correctheid en zou zich ontwikkelen tot de katalysator die van Pepe een wereldwijd symbool van racisme, haat en antisemitisme maakte. Met humor als dekmantel.

Furie besluit zijn geesteskind op een gegeven moment zelfs maar ten grave te dragen. Er is geen redden meer aan. Pepe The Frog lijkt dan eenzelfde lot beschoren als Jacobse & Van Es van De Tegenpartij, die zo succesvol werden als parodie op extreemrechtse partijen dat buitenstaanders nauwelijks nog het verschil zagen en hun scheppers Kees van Kooten en Wim de Bie zich genoodzaakt zagen om het duo te laten sterven.

Regisseur Arthur Jones reconstrueert de levensgeschiedenis van de uncoole kikker met zijn geestelijk vader en diens directe (werk)omgeving, illustreert die met alle mogelijke Pepes en koerst in deze boeiende en actuele film uiteindelijk af op een juridische confrontatie tussen Furie en meestercomplotdenker Alex Jones van InfoWars, die zich de koddige kikker heeft toegeëigend en posters met zijn beeltenis verkoopt.

Kan Matt Furie met een rechtszaak over inbreuk op zijn auteursrecht de controle terugkrijgen over zijn eigen creatie en Pepe redden van de extreemrechtse troepen die hem in de afgelopen jaren hebben gegijzeld? En kan dat ooit meer worden dan een Pyrrusoverwinning, die vooral hem persoonlijk een aardige afkoopsom oplevert? Feels Good Man geeft een dubbelzinnig antwoord.

Famke Next

Videoland

Met haar desastreuze optreden bij de talkshow Jinek, waarin ze onbeholpen de anti-Corona actie #ikdoenietmeermee probeerde te verdedigen, gaf de Nederlandse zangeres en YouTube-ster Famke Louise half Nederland, waaronder haar vaste haters, de kans om ongegeneerd de strontkar over haar uit te rijden. Kort daarna volgde een openbare boetedoening. Een maand later is er alweer de driedelige docuserie Famke Next (95 min.), het vervolg op Famke Louise, De Documentaire uit 2018. Het is de vraag of die gunstig uitpakt voor ‘the babe you love to hate’ – hoewel ze oprecht haar best doet om zich daarin te presenteren als een heel gewoon meisje van begin twintig: Famke Meijer.

Een meisje met allerlei problemen, dat wel: met haar moeder Marja, met haar nicht/huisgenoot Yvonne en met zo ongeveer haar complete professionele entourage, waaronder de rappers Bizzey en Ali B. Documentairemaakster June te Spenke stond er in het afgelopen jaar bovenop en legde alle twijfels, frustraties en ruzies van akelig dichtbij vast met haar camera. ‘Soms voel ik mezelf niet mezelf’, verzucht Famke op een gegeven moment. Of: ‘Zelfs mijn eigen moeder onderschat mij.’ En, tijdens een ruzie met diezelfde ouder: ‘Ik heb hier ook gewoon geen zin in, als-je-blieft, en ik wil ook niet dat dit in de docu komt.’

Het fragment zit natuurlijk wél in Famke Next, een even exhibitionistische als onevenwichtige miniserie. Want niets lijkt daarvoor te privé of ongemakkelijk. De geregistreerde gebeurtenissen roepen regelmatig de vraag op of er nu echt niemand in Famkes directe omgeving is die zegt: zet dat ding eens uit. Of beter: leg hem gewoon weg. Als ze op bezoek gaat bij de oud-buurman van haar vader, acteur Hugo Metsers, om meer zicht te krijgen op de ware toedracht van diens (zelfverkozen?) dood, wordt bijvoorbeeld ook dat heel kwetsbare moment rücksichtslos opgetekend. Inclusief het verdriet en de verwarring naderhand.

Uiteindelijk lijkt alles, ook voor de hoofdpersoon zelf, gewoon materiaal. Of het nu ruw, intiem of pijnlijk is. Het echte leven zogezegd, of op zijn minst de (social) media-versie daarvan. Een ontzettend schrijnende selfie. Associatief gemonteerd en verbonden met gestileerde sequenties van het ongenaakbare jeugdidool Famke Louise. En daarachter schuilt dus een gewoon – en gewond – meisje dat wil communiceren wat haar echt, écht, beweegt. Waarbij zo langzamerhand toch ook de vraag op tafel komt of ze, om Britney Spears-achtige taferelen te voorkomen, in bescherming moet worden genomen tegen zichzelf.

Maar wie heeft daar belang bij in tijden van Corona, als de entertainmentsector alle zeilen bij moet zetten om te overleven? Zou Famkes debuutalbum Next, een jaar geleden al aangekondigd, nu misschien dan toch echt in aantocht zijn? Jawel hoor. Het lijken perverse prikkels voor nóg meer openbaar uitgevent drama – en, wie weet, serieuze brokken.

Volg Je Me Nog?

VPRO

Drie jonge vrouwen, lekker ongedwongen op een picknickkleedje in het park. @jolielot maakt nog even gauw een foto. Voor Instagram, waarschijnlijk. Al zijn ze alle drie, zeggen ze tegen elkaar, aan het minderen. Letterlijk.

‘Ik heb nu 185.000 volgers’, vertelt @by.iris.sophia. ‘Maar ik had er eerst 250.000. Dus dat is wel een beetje ingezakt.’

‘Really? Ben je er zoveel kwijtgeraakt?’ vraagt @larissabruijn. ‘Ik ga volgens mij ook omlaag. Ik heb er nu iets van 80.000 of zo. Richting zeventig, zestig, vijftig….’

‘Ik zit nu op 130.000’, stelt @jolielot. ‘Ik ben natuurlijk een half jaar echt stil geweest. Nu dat ik weer actiever word, groei ik wel weer. Maar het is niet meer als vroeger.’

Oftewel: Volg Je Me Nog? (38 min.), een korte documentaire van Willem Timmers (alias @wilmfilm) en Doortje Smithuijsen, die eerder ook het thematisch verwante Mijn Dochter De Vlogger maakte, over drie influencers met een soort midlifecrisis. Ze lijken te worden ingehaald door een nieuwe generatie.

De kijkcijfers dwongen @by.iris.sophia bijvoorbeeld tot voor kort om permanent op reis te zijn. Of ze daar nu zin in had of niet. Haar bedrijf voer er wel bij, maar zij dreigde vast te lopen. Wordt ze niet gewoon te oud voor Instagram? Tijd voor therapie.

@larissabruijn wil vooralsnog van geen ophouden weten. Zij gaat zich richten op haar shopvlog, verkent de plek waar hedendaagse jongeren zijn te vinden, TikTok, en probeert aansluiting te vinden bij de aldaar behoorlijk populaire @drewfelipee.

@jolielot tenslotte is zwanger en worstelt als influencer tevens met haar identiteit. ‘Ik hoop dat mensen het ook leuk vinden om me te blijven volgen in deze nieuwe fase.’ Voor de zekerheid volgt ze een training bij verdiencoach @hannekevanonna.

Ze gaat bovendien op YouTube, om nóg meer van zichzelf te kunnen tonen. ‘Is het een optie om het kind niet te laten zien?’, wil @doortje2000 Smitshuijsen weten als @jolielot de babykamer inricht. ‘Ja.’. Ze denkt even na: ‘Ja, maar als wij er niet tegen zijn, waarom zou het dan een optie zijn om het niet te doen?’

Daar valt natuurlijk weinig tegenin te brengen. Al kun je je afvragen of het fijn is, om op te groeien als vleesgeworden reclamezuil. Om zo oud te worden. Of gewoon volwassen. Dergelijke vragen worden opgeroepen door deze helemaal bijdetijdse film, die ons allen een spiegel voorhoudt. Niet alleen Influencend Nederland.

Zouden Ze Het Weten

VPRO

Juf Magalie brengt de klas op orde. Ze zet de stoelen op hun plek, verdeelt het leermateriaal en doet de gordijnen open in een leeg klaslokaal. September 2019. Een nieuw schooljaar staat voor de deur. Het is een bijzondere gelegenheid voor de Vlaamse onderwijzeres. Na een afwezigheid van zes jaar keert ze terug in de klas. ‘Zal ik weer zo spontaan kunnen zijn als eerst of niet?’ vraagt ze zich hardop af. ‘Niet te weten wat er gaat komen, bezorgt mij heel veel stress. Gaan de ouders beginnen over mijn verleden? Misschien hebben ze me al gegoogeld?’

Tijdens het trainen in een boksschool dwalen haar gedachten zes jaar terug in de tijd, toen ze nog kleuterjuf was op basisschool De Blokkendoos in Antwerpen. ‘Ik ga haar doodmaken als er iets met mijn dochter is gebeurd’, schreeuwde een uitzinnige moeder. ‘Jullie kinderen worden verkracht en jullie moeten toekijken’, brulde een bijna nóg bozere vader. En Magalie Alpaerts zat alleen in haar klas. Iemand van school raadde haar aan om ziekteverlof op te nemen, vertelt ze in Zouden Ze Het Weten (25 min.). Recht in de camera, kwetsbaar. ‘Ik had echt zoiets van: Nee. Ik laat me echt niet naar huis sturen door een paar ouders die onzin uitkramen.’

En nu, na jaren van strijd en persoonlijke misère, is er een school die haar de kans geeft om weer voor de klas te staan. Magalies eerste ervaringen lijken positief. ‘Het zijn kinderen die graag komen knuffelen’, zegt ze in het audiodagboek, waarmee haar herstart in het onderwijs wordt ingekaderd. ‘En op zich was het niet zo moeilijk om dat weer toe te laten.‘ Toch zal ze in deze indringende korte documentaire van Kim Faber beslist haar peren nog zien. Het verleden laat zich nu eenmaal niet zomaar afschudden.

De dramatische gebeurtenissen op De Blokkendoos roepen ook vragen op: waarom werd juist Magalie destijds onderwerp van wilde verhalen? En in hoeverre hielden die ook verband met de achtergrond van de betrokken ouders, die vrijwel allemaal van allochtone afkomst lijken? Faber laat die vragen boven de markt hangen en zoomt in op de gevolgen van een onterechte beschuldiging van seksueel misbruik.

Kun je daarvan ooit loskomen? In de dagelijkse praktijk: via de verhalen die altijd zullen rondzwerven op het internet. En in je eigen hoofd, waar de beschuldigingen ook nog jarenlang kunnen naijlen. Het zit allemaal vervat in de dramatische beelden van Magalie, die door het raam van dat lege klaslokaal naar buiten tuurt, naar de wereld waarin boze tongen van alles over haar beweren.

Zouden Ze Het Weten is hier te bekijken.

Agents Of Chaos

HBO

‘Maakt het wat uit wie er heeft gehackt?’ glimlacht Vladimir Poetin vilein als hem wordt gevraagd of Rusland achter de gestolen e-mails van Hillary Clinton zit. ‘Het gaat om de inhoud van wat er is gehackt.’ In de wereld van een autocratische leider kan dat bijna doorgaan voor een bekentenis. Duidelijk is dat de publicatie van Clintons mails, naar verluidt ontvreemd door de Russische hackersgroep Fancy Bear, in 2016 ernstige schade heeft toegebracht aan de door Poetin zo gehate presidentskandidaat. En dat speelde de uiteindelijke winnaar van die verkiezingen, Donald Trump, natuurlijk in de kaart.

Met Agents Of Chaos (237 min.) begeeft de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney zich op bekend terrein. In We Steal Secrets: The Story Of Wikileaks (toevallig ook de club die de Clinton-mails de wereld in hielp) en Zero Days drong hij al door tot de diepste krochten van het internet, waar duistere (informatie)oorlogen worden uitgevochten. Aan de hand van de in onmin geraakte Russische oligarch Mikhail Khodorkovsky exploreerde Gibney in Citizen K bovendien de duistere uithoeken van Poetins regime. En Trump werd onder handen genomen in The Confidence Man, een episode van Gibneys reeks Dirty Money, en komt binnenkort ongetwijfeld weer aan de beurt in Totally Under Control, een nog voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verschijnen film over de respons van zijn regering op het Coronavirus.

Nee, goed voor het vertrouwen in de mens zijn de films van Alex Gibney niet. En daarin brengt dit tweeluik over Ruslands clandestiene buitenlandpolitiek geen verandering. Deel 1 richt zich op de Russische desinformatiecampagne via sociale media, waarbij de insteek vooral lijkt om in het westen tweespalt te creëren of bestaande tegenstellingen te vergroten. Vanuit trollenfabrieken in Sint-Petersburg worden dus zowel Black Lives Matter- als Blue Lives Matters-accounts beheerd, die in Amerikaanse steden demonstraties en de bijbehorende tegendemonstraties organiseren. De implicaties daarvan zijn lastig te kwantificeren. In hoeverre hebben webcampagnes zoals ‘I won’t vote, WILL YOU?’, speciaal gericht op de zwarte gemeenschap, bijvoorbeeld daadwerkelijk de opkomst bij de verkiezingen van 2016 beïnvloed? In Detroit gingen 75.000 mensen die vier jaar eerder nog op Obama hadden gestemd niet naar de stembus. Clinton verloor de staat Michigan uiteindelijk met slechts 10.000 stemmen verschil. Overwinning voor Trump, maar ook voor Poetin?

Het tweede deel richt zich volledig op Russiagate en de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse verkiezingen. Gibney reconstrueert deze kwestie minutieus met belangrijke spelers en deskundigen, zoals Andrew Weissmann (hoofdonderzoeker Müller-onderzoek), Andrew McCabe (adjunct-directeur FBI), Timothy Snyder (historicus en Rusland-deskundige), John Brennan (directeur CIA) en John Podesta (Clinton-campagneleider). Over het feit dat Poetin zijn Agents Of Chaos opdracht heeft gegeven om de Amerikaanse verkiezingsstrijd te beïnvloeden, bestaat nauwelijks verschil van mening. Of dat ook tot de conclusie leidt dat Team Trump daarin actief heeft geparticipeerd en zich dus, in de woorden van Rusland-deskundige Celeste Wallander (National Security Council), schuldig heeft gemaakt aan hoogverraad, blijft een kwestie van interpretatie. Feit is dat Amerika z’n eigen Agent Of Chaos in het Witte Huis heeft gekregen, met de steun en goedkeuring van zijn vrind Vladimir.

Alex Gibney, die deel twee heeft geregisseerd samen met Javier Alberto Botero, presenteert zijn bevindingen op karakteristieke wijze: met een sturende voice-over, Hollywood-vormgeving en een hele stoet aan schimmige personages, waaronder ook nog Trumps omstreden zakenpartner Felix Sater (met wie hij tot diep in de presidentscampagne een Trump Tower in Moskou probeerde te realiseren), zijn dubieuze buitenlandadviseur Carter Page, een medewerker met gewetensbezwaren van de Russische trollenfabriek The Internet Research Agency en de eindredacteur van Poetins propagandazender Russia Today, Margarita Simonyan. Vanuit hun eigen invalshoek belichten zij de slimme/slinkse wijze waarop Rusland zijn grote tegenstrever Amerika bespeelt. Donald Trump lijkt daarbij eerder een min of meer toevallige passant in Poetins machtsspel dan een doortrapte samenzweerder die zelf aan de touwtjes trekt. Deze boeiende afdaling naar het riool van de wereldpolitiek fungeert zo als een ferme waarschuwing voor ongetwijfeld weer een turbulent verkiezingsjaar.

This Is Paris

YouTube

Eerst zijn er de spotlights. Dan is er het leven achter de schermen, dat natuurlijk ook wordt vastgelegd. En vervolgens is er ook nog de persoon achter dat leven achter de schermen. Die wil zich nu ook laten zien. Voor de camera, natuurlijk. De échte echte Paris Hilton, zeg maar. Ze draagt al haar hele leven een geheim met zich mee, dat ze nu, eindelijk!, met de wereld gaat delen.

Toegegeven, het is moeilijk om niet cynisch te kijken naar de oer-influencer, de vrouw die Kim Kardashian het vak leerde, zeg maar. Ontwikkelt Paris zich nu ook tot zo’n menselijk ongeluk, waar we ons met zijn allen weer aan kunnen vergapen? De fase waar Britney Spears nooit meer uit lijkt te komen en Kanye West nu middenin schijnt te zitten. Kijk, stoten we elkaar aan, Paris Hilton, daar is ook van alles mee aan de hand.

This Is Paris (105 min.) was blijkbaar in eerste instantie gewoon bedoeld als een combinatie van het dagelijks leven van Paris Hilton en haar levensverhaal, zoals dat wordt verteld door het fenomeen zelf en haar moeder en zus. Vlieg op de muur-materiaal dus, gelardeerd met interviews en allerlei familiefilmpjes, privévideo’s en de talloze weerslagen van haar publieke leven. Maar toen wilde haar geheim toch echt naar buiten.

Regisseur Alexandra Dean vervat dat drama in zorgvuldig geplaatste animaties en pakt het zo heel langzaam uit. Alsof daar, in dat niet voor niets zorgvuldig verborgen gehouden verleden, dan eindelijk de sleutel kan worden gevonden naar de échte echte Paris Hilton, zeg maar. Paris heeft er meteen promotiefoto’s bij laten maken, waarop ze poseert met een stuk plakband over haar mond.

Zodat toch weer, zonder dat het persoonlijke verhaal van Hilton en haar lotgenoten verder in twijfel hoeft te worden getrokken, de vraag opspeelt of ze ooit nog kan loskomen van het personage Paris en het personage dat daar weer op reflecteert (zoals onlangs ook al in de rond Hilton en haar geestverwanten opgebouwde documentaire The American Meme)? Is er achter zulke facade(s) nog voldoende ruimte voor zoiets banaals als een normaal mens?

Het zit allemaal al opgesloten in de tagline voor deze ongemakkelijke film: ‘Everyone knows her. No one knows her story.’

The Social Dilemma

Netflix

‘Toen ik daar werkte had ik echt het gevoel dat we met iets goeds bezig waren’, zegt de voormalige toptechneut van Twitter. ‘Nu weet ik dat niet meer zo zeker.’

‘Ik maak me ernstige zorgen’, vult de mede-uitvinder van onder meer Google Drive en de like-knop van Facebook aan. ‘Grote zorgen.’

‘Het is gemakkelijk om uit het oog te verliezen dat deze tools zijn gemaakt om mooie dingen te doen in de wereld’, zegt een voormalige leidinggevende bij zowel Facebook als Pinterest. ‘Ze hebben verloren familieleden herenigd en orgaandonoren gevonden. Er zijn overal ter wereld ingrijpende veranderingen geweest dankzij deze platforms. We waren alleen naïef wat betreft de andere kant van de medaille.’

In The Social Dilemma (95 min.) luiden voormalige medewerkers van techgiganten de noodklok: hun geesteskinderen dreigen een monster van Frankenstein te worden, dat de samenleving grondig zou kunnen ontwrichten. De kern van hun betoog zit misschien wel in die ene eenvoudige constatering: als je niet betaalt voor het product, dan bén je het product. Ofwel: in werkelijkheid bestaat de klantenkring van social media uit adverteerders en zijn normale gebruikers niets meer dan koopwaar. Die mogen dus naar hartenlust worden verhandeld en beïnvloed, ook als dat ten koste gaat van hun persoonlijke welzijn of de sociale cohesie in de wereld waartoe ze behoren.

Die alarmerende boodschap is natuurlijk al vaker afgegeven, maar wordt hier ook echt gestut met ‘daderkennis’ vanuit de onderbuik van Big Tech, waar psychologische inzichten worden gebruikt/misbruikt om het publiek volledig verslaafd te maken aan hun product. Met alle maatschappelijke gevolgen van dien: van vereenzaming en depressies tot stammenoorlogen en samenzweringstheorieën. Regisseur Jeff Orlowski vervlecht de bijbehorende doemscenario’s van deze insiders met een fictief en tamelijk clichématig verhaaltje over een jongen die via sociale media langzaam in zijn eigen echoput dondert.

De kwade genius daarachter, die van gewone stervelingen willoze laboratoriumratten maakt, krijgt bovendien letterlijk een gezicht via acteur Vincent Kartheiser (Pete Campbell uit de serie Mad Men). Vanuit een soort controleruimte, die zomaar een decorstuk van Star Trek had kunnen zijn, manipuleert hij de protagonist alle kanten op. Dat eendimensionale Hollywood-verhaallijntje akkedeert niet helemaal met de toon en boodschap van het documentairedeel. Want deze film wil wel degelijk een serieuze oproep doen tot een ethisch reveil bij Big Tech. Vooralsnog lijken de Zuckerbergs van deze wereld daarvan alleen nog niet echt warm of koud te worden.

Why We Hate

Haat valt af te leren. Is logisch. Beschermt ons. Wordt doelbewust ingezet. Kan besmettelijk zijn. Én maakt héél veel kapot.

Aan de hand van zes subthema’s en een daarbij behorende wetenschapper schetst de docuserie Why We Hate (264 min.), geregisseerd door Geeta Gandbir en Sam Pollard en geproduceerd door Steven Spielberg en Alex Gibney, de psychologische, genetische, sociologische, juridische, neurologische en biologische achtergronden van de menselijke behoefte om De Ander te wantrouwen, beschimpen of zelfs bestrijden. Dit levert interessante inzichten en dwarsverbanden op, die met soms schokkende beelden worden geïllustreerd.

Over tribalisme bijvoorbeeld, een fenomeen dat zowel zichtbaar is in de rivaliteit tussen voetbalclubs als de permanente stammenstrijd tussen de Democratische en Republikeinse partij in de Verenigde Staten en de steeds weer oplaaiende oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Hopeloze kwesties ogenschijnlijk, waarbij ‘de psychologie van het slachtofferschap’ (ook al behoor je tot de bovenliggende partij) een dominante rol lijkt te spelen. Wetenschappelijke experimenten tonen echter aan dat die verhoudingen wel degelijk zijn te reframen – al leidt dat helaas niet per definitie ook tot betere verhoudingen.

Het blijft tevens pijnlijk hoe effectief propaganda kan zijn als middel om een andere bevolkingsgroep te dehumaniseren. De bijbehorende weerzinwekkende beelden – de Obama’s als apen, moslims als vleesgeworden bommen en Joden als afgezanten van de Duivel – mogen dan bekend zijn, het blijft nauwelijks te bevatten dat mensen bereid zijn om dit soort vuiligheid te produceren en consumeren. En de gevolgen daarvan zijn onmiskenbaar. In Rwanda werden de Tutsi’s in de jaren negentig bijvoorbeeld stelselmatig door kranten en radiostations van de Hutu-meerderheid uitgemaakt voor ‘kakkerlakken’. En wat doe je met zulke beesten? Juist: kapot maken.

Met verve slalomt de zesdelige serie Why We Hate verder langs de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, Pol Pots Cambodja en het Hongarije van Viktor Orbán, zoomt in op het Internationaal Strafhof in Den Haag, de Charleston Church Shooting en de beruchte Milgram– en Stanford Prison- experimenten (en de rol van instructie daarbij) en introduceert haatzaaiers die tot inkeer zijn gekomen, zoals een voormalige neonazi, ex-extremistische moslim en oud-lid van de omstreden Westboro Baptist Church. Uit hun gezamenlijke relaas kan tóch hoop worden geput. Als voorbeelden daarvan focussen Gandbir en Pollard op hoe Zuid-Afrika Apartheid en Duitsland het Derde Rijk achter zich hebben gelaten.

Er is uiteindelijk ook geen alternatief voor het loslaten van de haat, zo wordt glashelder. Met het ontmenselijken van de ander, stelt mensenrechtenadvocaat Patricia Viseur Sellers bijvoorbeeld, doen we ook onze eigen humaniteit geweld aan.

Taylor Swift: Miss Americana

Netflix

‘Ik werd de persoon die iedereen wilde zien’, herinnert de hoofdpersoon van Taylor Swift: Miss Americana (85 min.) zich in de openingsscène. Een overtuigende ‘good girl’, die aan het begin van de 21e eeuw in het middelpunt van de belangstelling moest opgroeien. Het zou niet lang duren voordat Amerika’s nieuwste hartendief in een ‘beef’ met Kanye West belandde, een eetstoornis ontwikkelde en een geliefde boksbal op de sociale media werd. Intussen maakte ze de oversteek van country naar modepoppop, van aaibaar talent naar absolute superster.

En dan wordt ze bij de Grammy Awards van 2018 ineens overgeslagen bij de nominaties voor de belangrijkste categorieën. ‘Ik moet gewoon een betere plaat maken!’ constateert ze als het teleurstellende nieuws binnen sijpelt. Als de boodschap echt is doorgedrongen blijkt er alle reden om te resetten, eindelijk eens Me-time te nemen én een nieuwe start te maken. Die wordt in deze gladde documentaire van Lana Wilson goed in de verf gezet, inclusief de politieke ontwaking van Swift die zich in het openbaar begint te manifesteren als een zelfbewuste en uitgesproken vrouw.

Zo bezien zet Miss Americana echt de luiken open bij een gevestigde wereldster en krijgt de kijker een uitgebreide rondleiding door het spiegelpaleis dat rond dit soort celebrities wordt opgetrokken. Tegelijkertijd gebruikt Taylor deze film natuurlijk ook om zichzelf te manifesteren, publiekelijk de koers bij te stellen en een punt te maken. In handen van de popbusiness verwordt zo’n documentaire bovendien al snel tot een handige promotool. Want er is natuurlijk toevallig ook altijd een product te verkopen: een nieuwe plaat of tournee. Van… (reclamestem) ‘De Geheel Vernieuwde Taylor Swift’.

Kevin Hart: Don’t F**k This Up

Netflix

Enkele homo-onvriendelijke tweets van jaren terug kostten hem begin 2019 zijn plek als presentator van de Oscar-uitreiking. Daarover wil stand-upcomedian Kevin Hart het echter later pas over hebben. Eerst wil hij in deze zesdelige documentaireserie zíjn verhaal kwijt. Over een zwarte jongen uit een gebroken gezin, die zich opwerkte tot één van de succesvolste komieken van de wereld. Hart, een man met zoveel geldingsdrang dat het zelfs voor willekeurige kijkers vermoeiend wordt, is echter nog lang niet de ‘mogul’ en ‘miljardair’ die hij wil worden.

Hoewel Kevin Hart: Don’t Fuck This Up (197 min.) ook de pijnlijke onderwerpen uit het leven van de hoofdpersoon niet uit de weg gaat, krijgen die steevast een Amerikaans sausje. Het zijn eerst en vooral levenslessen voor de hyperambitieuze entertainment-entrepeneur. Zelfs een uitgelekte sekstape, waarin is te zien hoe hij een slippertje maakt, dient uiteindelijk vooral als een reality check voor Kevin Hart en een bestendiging van zijn vriendschap met enkele collega’s, die hem uit de shit hebben getrokken.

Deze serie, een productie waarbij Hart een flinke vinger in de pap had, wordt daardoor uiteindelijk een afspiegeling van Teflon Kevin zelf: een overdaad aan zogenaamde eerlijkheid, diepgang en kwetsbaarheid, maar in werkelijkheid zo glad dat je er met geen mogelijkheid écht vat op krijgt. Intussen geeft Kevin Hart – niet door wat hij zegt of doet, maar gewoon door te zijn wie hij wil zijn – meer prijs over zichzelf dan hij zelf waarschijnlijk doorheeft.

Searching Eva

searchingeva.com

‘Ich will dass du mich stosst’, instrueert de klant Eva. Die zin wil de man graag horen terwijl hij haar neemt in een hotelkamer. Eva probeert het, maar de woorden komen maar niet lekker uit haar mond. Het beeld wordt zwart: ‘Some sex advice, please: I love my boyfriend but I don’t feel comfortable sucking his dick.’ Gevolgd door: ‘How can I feel empowered with a massive penis in my mouth?’

Was getekend, internetpersoonlijkheid Eva Collé. De even grillige als exhibitionistische hoofdpersoon van Searching Eva (84 min.). Of zoals ze het zelf verwoordt, als één van haar social media-volgers betwijfelt of ze wel echt bestaat. ‘Eva Collé. 1992. Woonachtig in Berlijn. Sterrenbeeld: maagd. Biseksueel. Zelf gediagnosticeerd autistisch. Officiële diagnose: bipolaire stoornis. Sekswerker. Schrijver. Muzikant. Anarchist. Feminist…’

Deze debuutfilm van de Duitse regisseur Pia Hellenthal is al even onconventioneel als de hoofdpersoon ervan. Een soort visueel dagboek van een jonge vrouw, die haar complete leven deelt met de rest van de mensheid. Elke scène is zorgvuldig dan wel volledig geënsceneerd. Met straffe shots, die zo nu en dan vet worden aangezet met lekker dwarse muziek. Waarin Eva (artiestennaam) alles laat zien. Letterlijk en figuurlijk. En toch blijft ze volstrekt ongrijpbaar.

‘Are you purposely making your life sound shit to be more interesting?’ wil één van haar volgers weten als de protagoniste haar getroebleerde achtergrond schetst. Ze overstelpen Eva met impertinente vragen en opmerkingen. Die vormen, samen met haar antwoorden en persoonlijke ontboezemingen, het karkas van deze ontregelende film, die de hoofdpersoon in de meest intieme settings toont en met hinkstapsprongen steeds dichterbij haar komt.

Als Eva een volledig verzonnen personage zou blijken te zijn, dan zou dat geen verbazing mogen wekken. Het zou tegelijkertijd op geen enkele manier afbreuk doen aan Searching Eva, een provocerend portret van een jonge, onthechte vrouw, dat tevens kan worden geïnterpreteerd als het compromisloze visitekaartje van een compleet verwar(ren)de wereld.