Free Nelson Mandela

Channel 4 / zondag 19 juli, om 22.40 uur, op NPO2

Eerst bevrijdt muziek de geest, daarna de man. In dit geval: Nelson Mandela. Sinds 1964 zit de leider van het African National Congress (ANC) op Robbeneiland een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn strijd tegen het Apartheidsregime, dat al zoveel zwarte Zuid-Afrikanen heeft geknecht of gedood, krijgt gaandeweg echter steeds meer internationale steun. En muziek speelt daarbij een essentiële rol. Eerst als manier om zelfrespect te verkrijgen en uitdrukking te geven aan hoe de zwarte meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking lijdt onder het witte minderheidsregime. Later om Mandela te lanceren als een wereldwijd symbool en druk uit te oefenen op datzelfde bewind.

Free Nelson Mandela (92 min.), ter gelegenheid van Mandela’s 65e verjaardag in 1983 uitgebracht door The Special AKA, is daarvan het meest iconische voorbeeld. De compositie van Jerry Dammers, de spil van de Britse skaband The Specials, groeit uit tot hét strijdlied van de Anti-Apartheidsbeweging. Deze boeiende documentaire van James Rogan, die zich in Freddie Mercury: The Final Act (2021) al richtte op hoe muziek het bewustwordingsproces rond AIDS bevorderde, belicht nu de rol van songs van Miriam Makeba, Hugh Masekela, Gill Scott-Heron, Peter Gabriel, Bob Marley & The Wailers, Labi Siffre en Artists United Against Apartheid in de strijd tegen een racistisch maatschappijmodel.

En hoewel Rogan Jerry Dammers en andere westerse artiesten zoals Peter Gabriel, Bono, Steven Van Zandt en Jim Kerr aan het woord laat, krijgen zij nooit de overhand. De filmmaker realiseert zich dat het échte verhaal bij zwarte Zuid-Afrikanen zit en roept de bloedige Apartheid-historie op met schokkende nieuwsbeelden, audiofragmenten van Nelson Mandela en zijn omstreden echtgenote Winnie en interviews met nazaten van ANC-kopstukken zoals Steve Biko, Oliver Tambo en Joe Slovo. Hun gezamenlijke inzet blijkt uiteindelijk succesvol: in 1990 komt Nelson Mandela na ruim 27 jaar gevangenschap vrij. Vier jaar later wordt hij beëdigd als de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Ruim veertig jaar sociale strijd, weerspiegeld in en ook aangejaagd door muziek, zijn niet zonder resultaat gebleven en hebben nu ook hun weg gevonden naar een even geladen als swingende film.

McCartney – The Hunt For The Lost Bass

BBC / Freemantle / Dartmouth Films

Toen The Beatles in het voorjaar van 1970 uit elkaar gingen, raakte het instrument waarmee Paul McCartney groot was geworden vermist. Hij kocht de Höfner-vioolbasgitaar nadat Stu Sutcliffe, de oorspronkelijke bassist van de Britse band, in 1961 had besloten om voor de liefde in Hamburg te blijven en niet met de rest terug te keren naar Liverpool. Gitarist McCartney nam Sutcliffes taak toen over en kocht een bas die de hele Beatles-carrière meeging – en toen spoorloos verdween.

De zoektocht naar ‘de heilige graal van de rock & roll’ drijft de documentaire McCartney – The Hunt For The Lost Bass (87 min.) van Arthur Cary. Het is nog wel even de vraag om welke basgitaar het precies gaat: in 1963 kreeg McCartney namelijk een vervangende bas, van dezelfde Duitse fabrikant. Het oorspronkelijke instrument is waarschijnlijk voor het laatst vereeuwigd op een foto van de befaamde Let It Be-sessies in 1969. Jan en alleman heeft hem sindsdien echter nog gezien, vermoedelijk in de contreien van Bigfoot, het Monster van Loch Ness of Elvis.

Met de goedkeuring van Paul zelf, die ook zijn jongere broer Mike heeft gecharterd voor deze smakelijke film, gaat een medewerker van Höfner, Nick Wass, op zoek naar de befaamde basgitaar. Zijn echtgenote Cathy Harrison bedenkt een pakkende slogan: #TraceTheBass. De twee krijgen in 2023 versterking van een ander echtpaar, de ‘basdetectives’ Scott en Naomi Jones. Zodra hun zoektocht uitlekt naar de media, ontstaat er zelfs een soort nieuwe Beatlemania: de Joneses ontvangen binnen 48 uur zeshonderd e-mails met tips en aanknopingspunten.

Op het pad dat hen naar die befaamde bas moet leiden stuiten ze op een bonte stoet aan personages, zoals de Duitse graphic designer Klaus Voormann (die in Hamburg nog bijna zelf bassist van The Beatles was geworden), Pauls vakbroeder Elvis Costello, Wings-geluidstechnicus Ian Horne, de verdachte roadie Dik Mik, anti-Beatlesband Hawkwind en twee ambulancebroeders die helemaal idolaat zijn van de ‘fab four’. Via hen en die bas vindt Cary intussen een nieuw geitenpaadje naar de weg die McCartney en z’n bandje hebben afgelegd en die in docu’s al zo vaak is nagelopen.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven

Videoland

‘Jij zegt heel vaak: ik vind het heel leuk om Suzan van Suzan & Freek te zijn’, vertelt Freek aan het begin van de documentaire Suzan & Freek: Tussen Jou En Mij (2023), terwijl hij met zijn arm om Suzan op het strand van Santa Barbara zit. ‘En ik vind het leuk om Freek van Suzan & Freek te zijn.’ Sindsdien is er heel wat gebeurd – understatement! – maar lijken ze dat gevoel vast te hebben gehouden.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven (64 min.) is tenminste doortrokken van een soort onverwoestbaar optimisme. Ondanks dat verpletterende nieuws in mei 2025: Freek heeft uitgezaaide longkanker, zonder kans op genezing. Die boodschap sloeg natuurlijk in als een bom. Het was zelfs de vraag of het zingende duo ooit nog samen het podium zou betreden. Maar zie daar: precies een jaar later staan Suzan Stortelder en Freek Rikkerink met hun band in het Gelredome te Arnhem. Tienmaal, welteverstaan.

Al snel volgde er ook beter nieuws: ze mochten hun eerste kindje Sef verwelkomen en kregen een prominente rol als coach in het televisieprogramma The Voice Of Holland. De twee hielden er intussen allebei hun eigen coping strategie op na. Suzan stortte zich op het inrichten van de kinderkamer. En Freek begon alles wat los en vast zit te lezen over mensen die een vergelijkbaar ‘rampscenario’ hadden gekregen. Zo lijken ze, doelbewust levend in het hier en nu, de boel weer behoorlijk op de rit te hebben gekregen.

‘Waarom maken we deze documentaire volgens jou?’ vraagt de interviewer van dienst in deze docu aan Suzan, terwijl ze met Sef in de kinderwagen aan de waterkant zit. ‘Ik vind het zelf heel leuk om dingen vast te leggen’, antwoordt zij. ‘Ik wilde dit zelf voor mezelf ook hebben en ik vind het prima dat andere mensen het ook zien.’ Dan lijkt ze ‘t vooral te hebben over die concertreeks, want nuchter als ze (blijkbaar) zijn, gaan Suzan & Freek, nadat ze dat overbekende verhaal hebben gedaan, het liefst over tot de orde van de dag.

Daarmee wordt dat vieren van het leven toch vooral een gesmeerd lopend kijkje achter de schermen bij een groots opgezette live-productie, waarvoor alles tot in de puntjes wordt geregeld en de twee bijvoorbeeld over het publiek gaan zweven. Er staat zelfs een dixi onder het podium, grapt hun vriend Snelle, die natuurlijk ook van de partij is in het Geldedome. Net als een geëmotioneerde Claude en ‘hun’ Voice Of Holland-winnaar Ruben Hillen. Samen vieren ze ongegeneerd het leven. Van Suzan & Freek, in het bijzonder.

Earth, Wind & Fire (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World)

HBO

Met de begeestering en overtuigingskracht van een echte liefhebber is Ahmir ‘Questlove’ Thompson al enkele jaren druk doende om zijn eigen muzikale helden te eren in documentaires. De drummer van de Amerikaanse hiphopgroep The Roots, die tegenwoordig vooral actief is als filmmaker, heeft zich al gebogen over respectievelijk het Harlem Cultural Festival in 1969 in de Oscar-winnaar Summer Of Soul (…Or When The Revolution Could Not Be Televised), de muzikale invloed van het befaamde televisieprogramma Saturday Night Live in Ladies & Gentlemen… 50 Years Of SNL Music en de brille van Sly & The Family Stone in Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius).

Nu bekommert Questlove zich om de Afro-Amerikaanse soul-, funk- en discogroep die tussen 1971 en 1984 veertig miljoen platen verkocht, dertig hits had en zes Grammy Awards won: Earth, Wind & Fire. En hij geeft ook die film een onnavolgbare ondertitel mee: (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World) (119 min.). Centrale figuur is de enigmatische bandleider Maurice White (1941-2016), een man met een enorme geldingsdrang en groter dan grote ideeën, geïnspireerd door spiritualiteit, meditatie en astrologie. Een man ook, die zelden het achterste van zijn tong laat zien – en ook in deze film, waarin hij via archiefbeelden en -interviews aanwezig is, ongrijpbaar blijft.

Maurice White leert zijn groep eerst ongenadig funken, maakt daarna fluks de oversteek naar een top 40-publiek en omarmt tenslotte zeer commerciële disco. De dampende optredens van Earth, Wind & Fire gaan vergezeld van spectaculaire kostuums, uitzinnige decors en uitgekiende podiumchoreografie. Totdat White gaandeweg zijn ‘mojo’ kwijtraakt en de groep zonder aankondiging vooraf plotseling ontbindt. De man die in het openbaar geloof, hoop en liefde predikt, heerst achter de schermen als een verlichte despoot en zet zo behoorlijk wat kwaad bloed bij sommige andere groepsleden. Die hebben sowieso al langer het gevoel dat ze door hem worden behandeld als willekeurige sessiemuzikanten. Totdat ze tóch niet zonder elkaar blijken te kunnen – en willen.

Thompson tekent deze geschiedenis vaardig op met de bandleden Philip BaileyRalph Johnson en Maurices broer Verdine White, andere verwanten van de voorman en Earth, Wind & Fire-medewerkers, zoekt zijn heil tevens bij tijdgenoten zoals Booker T. Jones, Lionel Richie en Stevie Wonder (die tot Questloves grote verbazing bekent dat zijn evergreen I Wish is geïnspireerd op EWF’s eerste hit Shining Star) en geeft de navolgers Flea, Anderson .Paak en H.E.R. alle gelegenheid om de loftrompet te steken over White en consorten. En die maken in de 21e eeuw nog een serieuze revival door als Barack en Michelle Obama, nog altijd fan, in 2009 hun entree maken in Het Witte Huis.

Mede dankzij de eerste zwarte Amerikaanse president en zijn echtgenote hebben hits als FantasyBoogie Wonderland en September een zoveelste nieuw leven gekregen. Deze ferme film, die is volgestort met fraai archiefmateriaal en opgeleukt met animaties, legt alle stukjes van de kleurrijke Earth, Wind & Fire-puzzel nog eens netjes op hun plek. Zodat het totaalplaatje, dat verder niet héél wereldschokkend is, volledig zichtbaar wordt.

Batik, Beats & Bumbu

Periscoop Film / vanaf donderdag 18 juni in de bioscoop

De eerste generatie Nederlanders met Indonesische roots probeerde geruisloos te integreren. Generatie twee vormde zogezegd een brug tussen de eerste en de volgende generaties. En de derde generatie, waarop Claire Pijman zich richt in de documentaire Batik, Beats & Bumbu (84 min.), probeert de verbinding te leggen tussen de wereld waarin zij zijn opgegroeid en het land van hun voorouders.

‘Er is wel echt iets aan het bloeien’, stelt Megan de Klerk, de leadzangeres van Nusantara Beat, een zeskoppige groep uit Amsterdam die zich onderscheidt met moderne interpretaties van traditionele Indonesische muziek. Pijman (Living The Light – Robby Muller / Een Vrouw Als Monique) volgt de groep naar Indonesië voor enkele optredens. Ook de andere hoofdpersonen van deze bedaarde film, jonge kunstenaars met wortels in het voormalige Nederlands Indië, doen inspiratie op in het Aziatische land waar hun oorsprong ligt.

Chefkok Vanja van der Leeden, auteur van het boek Indorock, laat zich door haar collega William Wongso bijvoorbeeld nóg verder inwijden in de geheimen van de Indonesische keuken. De modeontwerpers Romée Mulder en Myrthe Groot van atelier Guave bezoeken hun batikcontact Nia Hasan Batik. En deejay Michiel Sekan is als baas van zijn eigen platenlabel Jiwa Jiwa Records en connaisseur van de Indonesische muziek altijd op zoek naar verborgen pareltjes. Hij schrijft ook een boek, Soundwriters, over de Indische muzikale diaspora.

Stuk voor stuk zoeken ze een weg door hun eigen culturele erfgoed: wat valt er nog te ontdekken en hoe kunnen – en mogen – ze daar hun eigen draai aan geven? Deze documentaire registreert dat proces, waarin zij ook nadrukkelijk verbinding zoeken met vakbroeders en -zusters in Indonesië. Dat levert geen héél spannende of verrassende vertelling op. Pijman volgt haar hoofdpersonen simpelweg op de weg die zij afleggen: van Nederland naar dat land, waar ze net zo goed thuis zijn, en nóg dieper de cultuur in, die ze zich eigen hebben gemaakt.

Eenmaal terug in het land waar ze zijn opgegroeid vertalen deze vertegenwoordigers van de derde generatie Indische Nederlanders hun indrukken naar exposities, feesten en optredens, waarmee ons aller cultuur verder wordt verrijkt.

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

Kylie

Netflix

‘Ik weet niet waar we heen gaan’, zegt Kylie Minogue bij de start van deze driedelige serie tegen documentairemaker Michael Harte. ‘Maar je zal veel gaan onthullen. Je kan niet wachten, hè? Je wil alle sappige details. Maar ik wil niet alles zien wat ik verberg. Want ik verberg het niet voor jou maar voor mezelf.’ Uitroepteken.

En voor de kijker die dan nog niet voldoende is geteasd om stante pede te beginnen aan dat (zelf)portret, voegt Minogue eraan toe: ‘Het was goed, geweldig, verschrikkelijk, maar ik blijf proberen weer op het podium te komen. Het leven heeft voor mij zin op het podium.’ Korte stilte. ‘En mensen weten niet waarom.’ Uitroepteken 2.

Welkom bij Kylie (181 min.), van het team dat u eerder vergelijkbare producties zoals Beckham en Wham! bracht. Met een zekere mate van diepgang en openheid – zolang die het uit te dragen ‘brand’ versterkt en niet in de weg zit. In dit geval: een Australische vrouw die al haar hele bestaan een publiek leven leidt – en soms ook lijdt.

Met Kylie zelf, haar beroemde zus Dannii, producer Pete Waterman, mede-soapie en ex-geliefde Jason Donovan en zanger/songschrijver Nick Cave gaat Harte terug naar het ideale buurmeisje uit de soap Neighbours, dat onder de hoede van het producersteam Stock, Aitken & Waterman uitgroeit tot de, ahum, ‘grootste vrouwelijke artiest’.

En dat daarna aan de zijde van Michael Hutchence, de frontman van de populaire Australische rockband INXS, en Nick Cave, als zijn slachtoffer in de onweerstaanbare moordballade Where The Wild Roses Grow, van bimbo naar diva transformeert. Om tenslotte van sekssymbool via een ernstige aandoening een ‘wise old woman’ te worden.

Minogue’s gecompliceerde relatie met de roddelpers loopt als een rode draad door al die ontwikkelingen heen. Omhoog geschreven naar de top van de hitlijsten, afgeschreven als ‘de zingende parkiet’. Opgejaagd ook als helft van een onweerstaanbaar sterrenkoppel en nét iets te hartelijk verwelkomd als bekende vrouw met borstkanker.

Die ziekte, waarover ze open spreekt in de slotaflevering, en het leed daaruit voortkomt geven deze amusante miniserie een geladen laatste akte, waarna de hoofdpersoon op herkansing mag bij het Glastonbury-festival, dat ze eerder noodgedwongen heeft moeten afzeggen, en en nog een allerlaatste intieme onthulling in petto heeft.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

Jean-Paul Goude: Breaking The Frame

AVROTROS

De man en zijn kunst zijn niet veranderd, betoogt de centrale verteller bij de start van Jean-Paul Goude: Breaking The Frame (52 min.). Maar de wereld wel.

Het werk van de Franse illustrator, regisseur, fotograaf, beeldhouwer, modeontwerper, reclamemaker en designer, zo lijkt de implicatie, moet dus vooral in z’n context worden gezien. In Goudes werk is een permanente fascinatie voor het menselijk lichaam, liefst van kleur, terug te zien. En bij zijn pogingen om barricaden tussen verschillende culturen te halen heeft hij zich regelmatig – andere tijd! – verlaten op exotische stereotypen. Daarmee is hij ook opgegroeid. Sla er Kuifje in Afrika bijvoorbeeld maar eens op na. Is een koloniale blik, ondanks al zijn goede bedoelingen, dan niet logisch?

In de jaren zeventig verwerft Jean-Paul Goude, laat Michel Guerrin zien in dit gedegen portret, de bijnaam ‘The French Correction’: met alle mogelijke middelen probeert hij – in het pre-Photoshop tijdperk, als ook plastische chirurgie nog niet wijdverbreid is – met slimme trucs en aanpassingen het uiterlijk van zijn modellen te verbeteren. Deze missie vervolmaakt hij met de supermodellen Radiah Frye, Farida Khelfa en Grace Jones (voor wie hij bijvoorbeeld haar kenmerkende kubistische kapsel bedacht). Goude maakt talloze iconische beelden van/met deze kleurrijke vrouwen.

Met hedendaagse ogen bekeken kunnen sommige Goude-creaties, constateren nieuwe generaties vrouwen, ook in deze film, helemaal niet door de beugel. Dit verrast Farida Khelfa. Zij heeft zich als model altijd laten voorstaan op haar Arabische roots. ‘Ik ben verbaasd dat mensen het niet gewoon als kunst kunnen zien.’ Jean-Paul Goude vindt de ophef rond sommige beelden die hij heeft gecreëerd zelfs ‘pure hypocrisie’. Bits: ‘Ze zien tegenwoordig overal racisme in.’ Tegelijkertijd zou hij sommige beelden, van een vrijwel naakte Grace Jones in een kooi bijvoorbeeld, liever niet hebben gemaakt.

Goude heeft nooit een statement willen maken, stelt hij met de wijsheid van nu. Hij is vooral op zoek geweest naar schoonheid.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

Boy Band Confidential

HBO Max

Ze hebben eerder hun verhaal gedaan, belooft het intro van de tweedelige documentaire Boy Band Confidential (177 min.). Maar nog nooit zo. ‘We hebben nooit gepraat over hoe het voelde en wat er is gebeurd’, zegt initiatiefnemer Joey Fatone (*NSYNC). ‘Het is de hoogste tijd’, beaamt Jeff Timmons (98 Degrees). ‘We hebben dit nog nooit besproken.’ Zulke beloften zijn nodig. Want natuurlijk is er allang gesproken over de achterkant van de boybandbusiness.

Timmons zelf deed bijvoorbeeld ook al zijn zegje in de documentaire Larger Than Life: Reign Of The Boybands. Net als Lance Bass (*NSYNC), Nick Lachey (98 Degrees) en Alex ‘AJ’ McLean (Backstreet Boys). AJ en Bass zijn ook te zien in The Boy Band Con, terwijl de Backstreet Boy McLean eveneens optreedt in Dirty Pop: The Boy Band Scam. Daar treft hij overigens Erik-Michael Estrada (O-Town), die eveneens participeert in deze gelikte boyband-productie van Joey Fatone. 

Kunt u het nog volgen? Lang verhaal kort: het vertellen over het leven als lid van een boyband dreigt een business op zichzelf te worden, op het moment dat hun achterban waarschijnlijk richting midlifecrisis gaat en wellicht weer extra geïnteresseerd is. Over de volledig gefabriceerde muziek gaat het dan niet. Wel over: het verbergen van je seksuele geaardheid, gefnuikte solocarrières, geldproblemen, quarter-life crises, verslavingen en – natuurlijk, helaas – seksueel misbruik.

Vanzelfsprekend komt daarbij ook Lou Pearlman weer aan de beurt. Hij lanceerde eerst Backstreet Boys en daarna ook een concurrent voor die groep, *NSYNC. Naast McDonald’s was er immers ook ruimte voor Burger King, een treffende vergelijking. ‘Big Poppa’ beschouwde zichzelf bovendien als een extra bandlid en beloonde zichzelf ook als zodanig – los van het percentage dat hij als manager sowieso al afroomde. En – natuurlijk, helaas – de man had ook andere behoeften.

De mastodont doet dienst als de lelijke tronie van een industrie die volgens direct betrokkenen, waartoe ook insiders zoals manager Joe Mulvihill, medewerker Melissa Bell en groepsleden van Boyz II Men, All-4-One, Take 5 en LFO behoren, zowel geweldig als wreed kan zijn. ‘Succes was mijn wraak’, zegt Johnny Wright, agent van talloze Amerikaanse acts niet voor niets in dit tweeluik dat (opnieuw) een inkijkje geeft in de wereld achter de glitter en glamour van tienersterren.

PS Er zijn overigens ook nog boybanddocu’s, veelal volgens hetzelfde recept, over afzonderlijke groepen (Take That, Boyzone en Bros) en groepsleden (Robbie Williams en Nick & Aaron Carter).

Irvine Welsh: Reality Is Not Enough

Kaleidoscope

Hoe rijk z’n loopbaan inmiddels ook is – als schrijver, deejay en scenarist – zijn naam blijft altijd verbonden aan dat ene boek en de film die daarvan werd gemaakt: Trainspotting. En hij, Irvine Welsh, wordt geacht om zich te gedragen als het personage dat hij destijds in het leven heeft geroepen: de onverbeterlijke drugsgebruiker Mark Renton, vereeuwigd door acteur Ewan McGregor.

Je bent afgekickt van de heroïne, start de Ierse host van de podcast The Michael Anthony Show bijvoorbeeld een interview met de Schotse auteur. ‘Ben je nu gelukkig?’ Voordat Welsh, die inmiddels ook bestsellers als Acid House, Ecstacy en Filth op zijn naam heeft staan, kan antwoorden, volgt alweer een vraag: heb je je ooit geschaamd toen je een junkie was?

Binnen enkele minuten jast Anthony er vervolgens al zijn drugsvragen doorheen: ben je ooit in therapie geweest? Hoe reageerden je ouders toen je aan de heroïne zat? Reageerden ze net als de ouders van Renton? Hoe lekker is heroïne? Was jij degene in de groep die anderen aan de heroïne bracht? Irvine Welsh laat het over zich heen komen. Hij is en blijft Mr. Trainspotting.

Da’s overigens niet geheel onterecht. De schrijver uit Edinburgh heeft inmiddels een hele serie boeken rond dezelfde groep personages afgeleverd. En voor Irvine Welsh: Reality Is Not Enough (88 min.) geeft hij zich bij Field Trip Toronto over aan een sessie met psychedelica. Die wordt door documentairemaker Paul Sng vervolgens gebruikt als ‘a trip down memory lane’.

Van daaruit belicht hij Welsh’s leven en werk, die nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken te zijn. En dat geheel, van snedig commentaar voorzien door de schrijver zelf, is weer doorsneden met scènes uit verfilmingen van ’s mans boeken en passages uit zijn romans, die zijn ingelezen door onder anderen Liam Neeson, Stephen Graham en Nick Cave.

Jij kiest het materiaal niet, beweert Irvine Welsh’s intussen stellig in dit aardige schrijversportret. Het materiaal kiest jou. ‘Dus als ik racistische, seksistische, gewelddadige of psychopathische personages tot me krijg, dan is dat maar zo. Ik ga me niet voordoen als een verheven schrijver die de personages in zijn boek goed- of afkeurt.’ Waarvan akte.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

EPIC: Elvis Presley In Concert

Neon

Wanneer hij het podium verlaat, als een veldheer na alweer een zegetocht, beloont ie sommige vrouwelijke fans met een kus. Een enkeling probeert daar een heuse zoen van te maken. En hij stribbelt dan niet tegen. Want de Elvis Presley van EPIC: Elvis Presley In Concert (96 min.) is (nog) niet de Elvis die we sindsdien zijn gaan associëren met Las Vegas: een karikaturale, volgevreten en lamgeslagen showbizzbeest, dat in niets meer doet denken aan de viriele rockgod met de soepele stem, het gebronsde gelaat en de op hol slaande heupen van twintig jaar eerder.

Hier staat nog altijd een rasperformer, vereeuwigd in de periode 1970-1972, die weliswaar ouder en wijzer is geworden, maar desondanks topfit oogt. On top of his game – en dus ook nog altijd onweerstaanbaar voor vrouwelijke fans, die soms bijna in katzwijm dreigen te vallen onder zijn aanblik of het spontaan op een gillen zetten. Terwijl regisseur Baz Luhrmann, die eerder ook de speelfilm Elvis (2022) maakte, ‘The King of Rock & Roll’ bijna halverwege deze docu devote fans laat begroeten, mag hij buiten beeld vertellen over zijn jeugd. ‘Ik was helemaal niet populair’, herinnert Presley zich. ‘Ik had geen vriendinnetje op school.’ Een halve eeuw later eten de meisjes ongegeneerd uit zijn hand.

Het hart van EPIC wordt gevormd door concertfragmenten van deze geïnspireerde Elvis, aangetroffen in een vergeten hoekje van zijn nalatenschap en slim versneden met beelden van de bijbehorende repetities, waarin hij lekker geint met zijn bandleden en oprecht lijkt te genieten van het samen musiceren. Luhrmann kleedt zijn enerverende optredens verder aan met een persconferentie, archiefinterviews, oude televisieoptredens en dus een monologue intérieur. Waarin de man die, zo laat het zich vooralsnog aanzien, ondanks zijn dood in 1977 altijd zal blijven bestaan op een aardse manier de balans opmaakt van een leven in sneltreinvaart, dat daarna snel zijn eindstation zal bereiken.

Hij is ‘maar een entertainer’, laat ie zelf niet na om te zeggen. Met dampende uitvoeringen van You’ve Lost That Loving Feeling, Burning Love en Suspicious Minds toont deze concertfilm deluxe echter overtuigend aan dat Elvis Presley als entertainer nauwelijks z’n gelijke kent.

Studio One Forever

Kanopy

Héél Hollywood kwam er in de jaren zeventig: Liza Minnelli, Rock Hudson, Betty Davis, Cary Grant, Gregory Peck, Diana Ross, Kirk Douglas, Burt Reynolds…. In Studio One Forever (96 min.) lijken de oud-medewerkers en -bezoekers van de gayclub in Los Angeles de namen van alle bekende bezoekers, die ze zich nog kunnen herinneren van die wilde tijden, te willen droppen. Totdat het de kijker bijna begint te duizelen…

Homo-emancipatie was destijds bepaald nog niet vanzelfsprekend. Studio One, een voormalige filmstudio in West Hollywood, speelde een sleutelrol in het ontwikkelen van een eigen cultuur voor de Amerikaanse LHBTIQ+-gemeenschap, daarover zijn alle betrokkenen het een halve eeuw later wel eens. En op de dansvloer werd meteen de basis gelegd voor de dominante muziekstroming van de jaren zeventig: disco.

Van de New Yorkse tegenhanger Studio 54, die eerst de kunst kwamen afkijken en daarna ook maar een jaar of drie open waren, moeten ze in elk geval nog altijd weinig hebben. Studio One, met al z’n onweerstaanbare ‘menergy’, was écht veel puurder, bracht bovendien eigen queerhelden zoals SylvesterDivine en Wayland Flowers and Madame voort en had dus ook nog eens aanzienlijk meer Ausdauer dan 54.

Zoals één van de insiders ’t geheel in stijl verwoordt: New York mocht dan de Stonewall-opstand hebben en San Francisco de moord op het homoseksuele gemeenteraadslid Harvey Milk, maar wij in Los Angeles hadden de enige echte Studio One. Van de mannen die met ontbloot en bezweet bovenlijf op foto’s en film uit die tijd staan is alleen een groot deel niet meer in leven. Drugsverslavingen en – vooral – AIDS eisten hun tol.

Ook die keerzijden van de medaille komen natuurlijk uitgebreid aan de orde in deze vlotte film van Marc Saltarelli, waarin oude tijden herleven en, in het kader van het behoud van cultureel erfgoed, ook het pand van Studio One nog van de ondergang moet worden gered.

Borrowed Time: Lennon’s Last Decade

Kaleidoscope / VPRO

Voor documentairemakers zijn acts als The Beatles niets minder dan ‘the gift that keeps on giving’. Steeds is er weer nét een andere ingang, nieuwe bron of frisse invalshoek om de illustere Britse popband of het leven van (één van) ‘The Fab Four’ te belichten. Met John Lennon (1940-1980), niet in het minst door zijn tragische einde, als overduidelijke favoriet.

Borrowed Time: Lennon’s Last Decade (134 min.) probeert zijn leven ná The Beatles in kaart te brengen en kan dus doorgaan voor de zusterfilm van Paul McCartney: Man On The Run, de documentaire waarmee onlangs werd gedocumenteerd hoe Lennons muzikale bloedsbroeder zich losmaakte van de legendarische popgroep die van hen allebei iconen had gemaakt.

De film van Alan G. Parker is ook meteen een soort tegenhanger ervan. Waar McCartney en mensen uit zijn directe omgeving buiten beeld terugblikken aan de hand van bijzonder, soms nog niet eerder toegankelijk gemaakt archiefmateriaal, wordt deze Lennon-docu vooral bevolkt door bronnen uit zijn periferie en een hele stoet biografen, journalisten en andere deskundigen.

Zij spreken overigens niet met meel in de mond. Ze belichten tevens Lennons maar al te menselijke kanten, zijn (verplicht) kritisch over z’n partner Yoko Ono en strooien intussen met smeuïge anekdotes. En natuurlijk vergeten ze ook hun eigen, vanzelfsprekend héél bijzondere, ervaringen met de aanbeden Beatle niet. Samen schetsen ze zo een aardig beeld van Lennons laatste decennium.

Van hun uitgebreide verhalen moet deze praterige film ‘t ook hebben. Want hoewel Borrowed Time oude interviews bevat met John Lennon, diens tante Mimi en de andere Beatles, die bijvoorbeeld reageren op zijn gewelddadige dood, moet de documentaire ‘t wel zonder zijn muziek doen. En die had, zo is al veel vaker aangetoond, wonderen kunnen doen.

The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel

Netflix

De band moet nog definitief doorbreken als het oorspronkelijke driemanschap van The Red Hot Chili Peppers al uiteenvalt in 1988.

De drie hebben elkaar eind jaren zeventig leren kennen op Fairfax High, een middelbare school in Los Angeles. Anthony Kiedis en Mike Balzary zien er het bandje Anthym optreden. Enige tijd later krijgen ze een lift van de gitarist, Hillel Slovak. De drie worden onafscheidelijk. En als de bassist van Anthym er de brui aan geeft, vraagt Hillel Mike. Die heeft nog nooit een basgitaar aangeraakt, maar hapt toch toe. ‘Hij geloofde in mij’, vertelt Mike, een jongen uit een getroebleerd gezin die zich tegenwoordig ‘Flea’ noemt. ‘Hij zag me.’ Bij de gedachte aan dat moment moet de bassist ruim veertig jaar later nog altijd zijn emoties wegslikken. ‘Dat heeft mijn leven definitief veranderd.’

Wanneer Hillel en Flea, die z’n heil een tijdje elders zoekt als Anthym niet echt van de grond komt, weer eens samen willen optreden, sluit ook die andere boezemvriend, Anthony, zich bij hen aan. Zij worden in de rug gedekt door Anthym-drummer Jack Irons. De allereerste incarnatie van The Red Hot Chilli Peppers maakt in december 1982 z’n live-debuut voor een dolenthousiast publiek. Het zal alleen nog jaren kosten voordat de band definitief vlam vat. Tegen die tijd hebben ook drugs al hun verpletterende entree gemaakt. Of zoals Hillel ’t, volgens zijn vriendin Addie Brik, zegt: het is vrijdag, waar is de tofu? Voor Anthony en hem is het alleen al snel elke dag vrijdag.

De Peppers gaan er bijna aan onderdoor en moeten afscheid nemen van Slovak, het eindstation van deze film. Hij wordt opgevolgd door John Frusciante, die later in zijn eigen drugshel zal belanden – in 1994 vereeuwigd in een geruchtmakende aflevering van het Nederlandse muziekprogramma Lola da Musica. Zover komt The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel (95 min.) niet. Documentairemaker Ben Feldman concentreert zich volledig op de onstuimige beginjaren van de Amerikaanse groep en had dus even goed Becoming Peppers kunnen heten. Net als vergelijkbare portretten van muzikale helden zoals David Bowie, Led Zeppelin en Madonna.

De roem en het succes die later altijd vanzelfsprekend lijken te zijn geweest, liggen dan nog in de toekomst verscholen. De meeste Anthony Kiedissen en Fleas van deze wereld – jong, wild en klaar om de wereld te veroveren – lopen onderweg averij op of bereiken, zoals hun maat Hillel Slovak, nooit de jaren waarin het sterrendom wel degelijk komt. Zijn voormalige boezemvrienden betonen de gitarist, tevens tot leven gewekt met z’n tekeningen en persoonlijke geschriften, in deze film alle eer. Hij stond mede aan de basis van – of, zoals dat nu eenmaal gaat bij gevallen helden: hij was de onbetwiste inspiratiebron voor – wat zij uiteindelijk wél zijn geworden.

In Whose Name?

Amsi Entertainment / Prime Video

Binnen vijf minuten zijn Lady Gaga, LeBron James, Chris Rock, P. Diddy en Pharrell Williams in de documentaire In Whose Name? (104 min.) al zijn ring komen kussen. De Amerikaanse hiphopper Kanye West staat in 2009 onmiskenbaar op eenzame hoogte. En dan wordt hij ingehaald door zijn eigen onmogelijke gedrag. Tijdens de uitreiking van de MTV Awards heeft hij bruusk Taylor Swifts dankbetuiging onderbroken, met de mededeling dat eigenlijk Beyoncé had moeten winnen.

‘Ye’ laat zich door alle commotie niet van de wijs brengen – dat is ie waarschijnlijk allang – en brengt backstage, met zangeres Rihanna erbij, een toast uit op alle ‘douchebags’. Daarna kan deze observerende documentaire van Nico Ballesteros, samengesteld uit drieduizend uur ‘fly on the wall’-beeldmateriaal uit de periode 2018-2024, daadwerkelijk beginnen. Met als dominante thema de mentale gezondheid van de alsmaar verder ontsporende rapper, ontwerper en innovator.

Dat biedt geen fijne aanblik – ook niet op hoe zijn entourage op hem reageert. Allerlei gênante varianten op ‘kiss the ring’, bij de man die altijd en overal het middelpunt is. Of ie nu zijn steun uitspreekt aan president Donald Trump, helemaal uit de bocht vliegt in Saturday Night Live, op een megalomane manier tot christen wordt gedoopt, zich kandidaat stelt voor het Amerikaanse presidentschap, zijn deal met The Gap halsoverkop beëindigt, stuitende antisemitische uitspraken doet of…

Slechts een enkeling gaat de confrontatie aan met de bipolaire artiest. En zijn echtgenote, influencer Kim Kardashian, participeert de ene keer maar al te gewillig in het sprookje dat ze samen, ook voor zichzelf, ophouden en geeft een andere keer haar grenzen aan. In zulke gevallen is een redeloze woedeaanval van de keizer, die er volledig van overtuigd is dat ie z’n kleren nog aanheeft, nooit ver weg. Een echtscheiding blijkt onvermijdelijk voor het wereldberoemde koppel.

Ballesteros is geen maker die onderweg kritische vragen stelt, tegenwerpingen maakt of het gedrag van zijn hoofdpersoon inkadert. Hij laat hem begaan – show, don’t tell – en gaat, net als bijvoorbeeld Kenny G, Marilyn Manson en Elon Musk, mee in wat Wests brein nu weer dicteert. Dit resulteert in een even fragmentarisch als unheimisch portret van een in zichzelf verdwaalde man, dat nooit echt een coherente vertelling wordt.

Alles Moet Beter

Submarine

Ze zijn in het geweer gekomen tegen het systeem. Drie Nederlandse twintigers die naar hun eigen overtuiging simpelweg geen andere keuze hebben. Gedwongen door hun geweten, gezonde verstand of wanhopige situatie.

PvdA-commissielid Ruben Schilt lekte geheime informatie over een mogelijke schikking tussen de gemeente Dordrecht en de chemiefabriek Chemours. Klimaatadviseur Sam Schwencke van de gemeente Den Haag gaf haar baan eraan en sloot zich aan bij Extinction Rebellion. En Rohan probeert als kinderslachtoffer van de Toeslagenaffaire al jaren zijn recht te halen en uit de financiële problemen te komen.

Regisseur Dikla Zeidler, die enkele jaren geleden in de korte documentaire De Kinderen Van Mokum, En Ik (2022) al verslag deed van haar zoektocht in de jongste Amsterdamse kraakgeneratie naar een nieuwe grote protestbeweging, probeert hun gevecht tegen een slinkse ‘massavergiftiger’, de fossiele industrie en het aloude ‘van het kastje naar de muur’-systeem in al z’n gedrevenheid, woede én opwinding op te tekenen.

Net als in die vorige film verlaat Zeidler zich daarbij ook op de muziek van deze nieuwe generatie activisten. Alles Moet Beter (55 min.) is niet voor niets vernoemd naar een strijdlied van de Amsterdamse punkband Hang Youth. Deze geheel bij de tijdse docu is doorsneden met vurige concertfragmenten van de Amsterdamse groep rond frontman Abel van Gijlswijk en uitgesproken zielsverwanten zoals Ploegendienst en Sophie Straat.

Zonder omhaal van woorden getuigen zij van hun (stijf)linkse idealen. ‘Er zijn mensen die geld heilig hebben gemaakt’, houdt Ruben Steens, alias YoungRubbi, een festivalpubliek bijvoorbeeld voor. ‘En wij moeten die shit ontheiligen, met muziek, met kunst, met dit wat we hier hebben. Hier kan geen ene politicus tegenop. Fuck them all!’ Waarna hij een muzikale tirade tegen genocide in Gaza lanceert, die erin gaat als koek.

Intussen betalen Zeidlers hoofdpersonen de tol voor hun activisme. Ruben dreigt te worden vervolgd, ‘veelpleger’ Sam moet voor de rechter verschijnen en Rohan wordt ingeschat als ‘zelfredzaam’ (en wordt in de praktijk dus aan z’n lot overgelaten). Deze urgente en energieke film toont hoe ze desondanks strijdbaar – en inherent optimistisch – blijven. Met het onwankelbare geloof dat het niet alleen beter móet, maar ook kán.