Pray, Obey, Kill

This image has an empty alt attribute; its file name is prayobeykill.jpg
HBO

Pastor Helge Fossmo van de Knutby Philadelphia-kerk had er al over gedroomd dat zijn vrouw Heléne zou sterven. En verdomd, niet veel later overleed ze inderdaad, slechts 27 jaar oud, in de badkuip. De hele kerkgemeente in het Zweedse dorp was er in 1999 van overtuigd dat God hem de boodschap hoogstpersoonlijk had ingefluisterd. Tegelijkertijd was er enorm respect voor de martelaar Helge, een weduwnaar die zijn lot manmoedig droeg. Nu scheelde ‘t natuurlijk ook dat Heléne naar een betere plek ging. Uiteindelijk was zij in de hemel misschien zelfs wel beter af dan hier in het ondermaanse.

Vijf jaar later verwisselde ook Helge’s tweede echtgenote Alexandra het tijdelijke voor het eeuwige. Zij bleek te zijn neergeschoten door Sara Svensson, het kindermeisje van het stel dat op dezelfde avond ook hun buurman Daniel Linde ernstig verwondde. Van diens vrouw Anette werd overigens gefluisterd dat ze alles had om vrouw numero drie van Helge te worden. Het was hem als pastor alleen niet toegestaan om te scheiden. Echt vreemd was het dan ook niet dat de politie in 2004 serieus inzoomde op het uitbundige SMS-verkeer tussen Helge en Sara. Hij zou haar toch niet hebben aangezet om zijn vrouw en de echtgenoot van zijn clandestiene geliefde neer te schieten?

Het illustere duo opereerde, getuige de zesdelige docuserie Pray, Obey, Kill (318 min.) van Henrik Georgsson, alleen beslist niet in een vacuüm. Ook Åsa Waldau, de leidster van de eigenzinnige pinkstergemeente die zich ‘de Bruid van Christus’ liet noemen, speelde daarin een prominente rol. Zij had haar zinnen eveneens gezet op Helge – een man die nochtans eerder oogt als een gemiddelde verwarmingsmonteur dan als een dodelijke combinatie van Brad Pitt, George Clooney en Johnny Depp – en wilde de ontwikkelingen ook maar al te graag naar haar hand zetten. Oh ja, om de zaak helemaal ingewikkeld te maken: Åsa was tevens de oudere zus van Alexandra.

De gebeurtenissen worden vijftien jaar na dato nog eens grondig onderzocht door de journalisten Martin Johnson en Anton Berg, die de hand weten te leggen op de originele politieverhoren van Helge Fossmo en met behulp van maquettes en tests duidelijk proberen te krijgen wat er precies gebeurd kan zijn. Ze krijgen tevens de kans om allerlei leden van de kerkgemeenschap te interviewen, inclusief de man die sinds 2004 vastzit voor de mysterieuze dood van zijn echtgenotes én de vrouw die namens hem bij echtgenote numero twee de trekker zou hebben overgehaald. Een handlanger met wie hij, natuurlijk, ook amoureuze betrekkingen had aangeknoopt.

Zoals dat gaat bij dit soort true crime-producties doorlopen de protagonisten allerlei onderzoekspistes die de zaak verdiepen of verbreden, worden ze aan het eind van elke aflevering met een belangwekkend nieuw feit geconfronteerd en stuiten ze onderweg op bewijs dat de gebeurtenissen wel eens in een ander licht zou kunnen plaatsen, zoals het ruwe materiaal van de politiereconstructie van Sara’s dodelijke tocht langs de slaapkamers van Alexandra en Daniel. De pogingen van Johnson en Berg om – via een continue onderlinge dialoog, die soms op een toneelstukje begint te lijken – tot waarheidsvinding te komen zijn overtuigend en spannend.

Wat er zich rond de eeuwwisseling precies heeft afgespeeld in die verknipte Zweedse sekte te Knutby, is na een kleine zes uur nog altijd niet helemaal opgehelderd: wie was het werktuig van welke duivel? Trok de onopvallende charmeur Helge aan de touwtjes? Of was het stiekem tóch, in de woorden van Sara, ‘de koningin van de hemel, de opperste liefde van het universum’ Äsa? Pray, Obey, Kill laat de kijker in elk geval achter met een knoeperd van een cliffhanger, die doet vermoeden dat er nog wel eens een tweede seizoen in het vat zou kunnen zitten.

The Prophet And The Space Aliens

VPRO

Hij werd uitgenodigd door de Elohim en mocht in de jaren zeventig maar liefst zes dagen in hun ruimteschip verblijven. Later werd Raël door de buitenaardse wezens zelfs nog uitgenodigd op hun eigen planeet. Daar maakten ze hem deelgenoot van hun geheim: zij, en niemand anders, hadden de mensheid en alle religies op aarde geschapen. Geheel verlicht keerde hij vervolgens terug op aarde. Sindsdien heeft de zelfverklaarde profeet een schare volgelingen om zich heen verzameld, de Raëlianen. Het zijn er inmiddels meer dan 100.000.

In de documentaire The Prophet And The Space Aliens (84 min.) oogt Raël als een blijmoedig man. Met een mutsje over zijn kalende schedel en het weinige haar samengebonden in een parmantig staartje. Steevast gestoken in een smetteloos wit kostuum bovendien. En met om zijn hals een opzichtige hanger waarin dat geheel eigen symbool, een versmelting van de Davidster en een swastika, is te herkennen. Als je een religieuze leider zou mogen ontwerpen, zou hij er ongeveer zo uitzien. Hij glimlacht zowel mysterieus als begripvol, spreekt over (vrije) liefde en haalt regelmatig zijn gitaar voor de dag om een aanstekelijk lied aan te heffen, dat onmiddellijk wordt overgenomen door zijn trouwe schare volgelingen.

Daarbij heeft Claude Vorilhon, de Franse zeventiger die schuilgaat achter de moderne profeet, natuurlijk profijt van zijn gesneefde carrière als ‘de nieuwe Jacques Brel’. Zoals zijn ervaring als journalist hem ongetwijfeld helpt om de blijde boodschap zorgvuldig te communiceren. En, ja, je zou zelfs kunnen betogen dat ‘s mans kortstondige escapades als autocoureur hem helpen om daarbij niet al te opzichtig uit de bocht te vliegen. Want Raël en zijn eigen religie mogen op het eerste gezicht dan alle kenmerken vertonen van een doodordinaire sekte, het blijkt voor documentairemaker Yoav Shamir nog een hele klus om de man te ontmaskeren en misstanden achter de schermen bloot te leggen.

Of was dat helemaal niet de bedoeling van deze opvallend ontspannen film, waarin bijvoorbeeld ook de initiatieven die de Raëlianen ontplooien tegen vrouwenbesnijdenis in Burkina Faso uitgebreid aan de orde komen? Zou het dan toch kunnen: een sektarisch gezelschap rond een geestelijk leider, die zichzelf beschouwt als de halfbroer van Jezus, dat níet verwordt tot een Jim Jones-, Charles Manson– of David Koresh-achtige aangelegenheid? Waarbij het dan meteen de vraag is of Raël en zijn gelovigen op termijn kunnen uitgroeien tot een volwaardige religie zoals het christendom, de islam of het boeddhisme.

Shamir legt die kwestie en aanverwante zaken voor aan de Amerikaans-Joodse religiehistoricus Daniel Boyarin en gaat in deze bijzonder vermakelijke film uiteindelijk dan toch op zoek naar de schaduwzijden van de man die de vrije liefde predikt en – natuurlijk! – bedrijft en die zich – dat kan dan ook geen verrassing zijn – het liefst omringt met mooie mensen, vrouwen in het bijzonder. En die bovendien – zonder ook maar een spoor van twijfel – beweert dat hij lijven kan klonen, waarvoor dan alleen nog een persoonlijkheid hoeft te worden gedownload. En daarna – ook al zo logisch – ligt voor elke Raëliaan het eeuwige leven in het verschiet.

In The Face Of Terror

Dimitri Bontinck vertrekt in 2013 hoogstpersoonlijk naar Syrië. De Belg wil zijn zoon Jejoen ophalen. Die is in de voorgaande jaren geradicaliseerd en onder de invloed gekomen van Sharia4Belgium. Dimitri wil hem ter plaatse uit de klauwen van Islamitische Staat (IS) rukken. Hij haalt echter bakzeil. Als gevolg van zijn bevrijdingspoging wordt zijn zoon alleen beschouwd als een mogelijke spion en vastgezet. Jejoen slaat op de vlucht. Eenmaal thuis beweert de jongen dat hij in een cel heeft gezeten met de gegijzelde fotografen John Cantlie en Jim Foley.

Bontinck besluit contact op te nemen met Foleys ouders. Het Amerikaanse echtpaar wacht al een hele tijd op nieuws over hun oudste zoon. Zoals de Schot Michael Haines in onzekerheid verkeert over het lot van zijn broer David. En Carl en Marsha Mueller zich afvragen of hun enige kind, hulpverleenster Kayla, nog in leven is. Zij worden in deze driedelige documentaireserie gedwongen om In The Face Of Terror (175 min.) te staan. Diane en John Foley krijgen op 19 augustus 2014 zelfs de ergst denkbare klap te verwerken, in de vorm van een ijzingwekkende IS-video, waarin hun zoon voor het oog van de wereld een gruwelijke dood sterft.

Nog enkele andere gegijzelden zullen publiekelijk worden terechtgesteld. Drie IS-terroristen van Britse origine lijken verantwoordelijk. Van hun gevangenen hebben ze de bijnaam ‘The Beatles’ gekregen. Één van hen, de 26-jarige computerprogrammeur Mohammed Emwazi (bijgenaamd Jihadi John) uit West-Londen, zal zelf omkomen bij een Amerikaanse luchtaanval, maar zijn twee trawanten blijken nog in leven. Op initiatief van de nabestaanden van hun slachtoffers wordt in de eerste twee afleveringen van deze serie de jacht geopend op de Britse terroristen, die het kalifaat inmiddels zijn ontvlucht. En Kayla Muellers ouders vinden aanknopingspunten in de zaak van hun dochter, die nu al enkele jaren vermist is.

De derde aflevering van deze kwaliteitsserie van Tim Lawton, waarvoor acteur David Morrissey als voice-over fungeert, staat vreemd genoeg helemaal los van de eerste twee. Hierin wordt een andere vorm van terrorisme belicht: de extreemrechtse aanval op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, die in maart 2019 meer dan vijftig moslims het leven kostte en ‘live’ werd gestreamd voor een enthousiaste achterban. Met het manifest van de dader in de hand, genaamd The Great Replacement, gaan onderzoekers en voormalige neo-Nazi’s op zoek naar diens banden met de Europese Identitaire Beweging en ultranationalisten in de Verenigde Staten.

Tegelijkertijd proberen de overlevenden en nabestaanden van deze fundamentalisten, aan beide zijden van een vuile oorlog, zin te geven aan het onuitputtelijke verdriet dat hen is toegebracht. Zij zijn uiteindelijk de helden van In The Face Of Terror, dat ondanks alles een soort eerbetoon wordt aan menselijke moed, compassie en veerkracht.

Searching For Sheela

Netflix

Ruim 35 jaar is Ma Anand Sheela, de voormalige rechterhand van de omstreden geestelijk leider Bhagwan sir Rajneesh, niet in haar geboorteland India geweest. Nadat ze begin jaren tachtig in Oregon een eigen stad stichtte voor diens beweging, Rajneeshpuram, en vervolgens verwikkeld raakte in een vuile oorlog met de plaatselijke bewoners, belandde ze in de Verenigde Staten achter de tralies. ‘Welke rol speelt u het liefst?’ werd haar destijds gevraagd. ‘Sneeuwwitje of de gemene heks?’ Ze antwoordde met een mysterieuze glimlach: ‘Allebei.’

Intussen raakte Sheela ook in onmin met de man aan wie ze haar leven had gewijd. Het kwam tot een publieke breuk met Bhagwan. Die tumultueuze geschiedenis is in 2018 tot in detail opgerakeld in een intrigerende documentaireserie, de bingehit Wild Wild Country. Dit ‘vervolg’ pikt de draad op als de inmiddels zeventigjarige Sheela, die al zo’n dertig jaar een verzorgingstehuis voor mensen met een beperking runt in het Zwitserse Bazel, in 2019 een rondreis plant door India.

Is dat wel veilig? vraagt ze aan de organisator van de trip. Nou, gevaarlijk wordt het niet in het navolgende uur. Vermoeiend wel. Sheela reist het halve land door, mag steeds op de foto met een andere celibrity en holt van het ene naar het andere interview. De vragen die ze krijgt hebben een uitgesproken repetitief karakter: heeft ze inderdaad geprobeerd om een heel dorp te vergiftigen? Was ze Bhagwans geliefde? En, verplichte kost, heeft ze misschien spijt van wat ze hebben gedaan?

Nieuwe antwoorden heeft Sheela natuurlijk niet. Niet dat iemand daarop had gerekend overigens. Het lijkt om het ritueel zelf te gaan – standaardvragen met geautomatiseerde antwoorden – en de aandacht die alle betrokkenen zo ten deel valt. En daarmee is ook de documentaire Searching For Sheela (58 min.) van Shakun Batra gedoemd om op een dood spoor te belanden. Want die opgewarmde beelden van de Bhagwan-sekte uit Wild Wild Country hebben hun geheimen natuurlijk ook allang prijsgegeven.

Wat rest is een voor alle partijen vermoeiende trip nostalgia, onderdeel van Sheela’s ogenschijnlijk geslaagd charmeoffensief, die zelfs lieden met ernstige Rajneeshpuram-nahonger achterlaat met een onbevredigd gevoel.

Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam

‘Jij goddeloze hoer.’

‘Ik ga je neuken.’

‘Je moet worden doodgestoken.’

Zomaar wat reacties die Seyran Ates op social media krijgt. Zowel rechts als links kunnen haar bloed soms wel drinken. Conservatieve moslims moeten bijvoorbeeld niets hebben van de seksuele revolutie die de vrijdenker bepleit in de islam. En linksmensen en feministen hebben dan weer flinke kritiek op haar verzet tegen hoofddoekjes, die zij als een wapen van het patriarchaat ziet. De Turkse activiste en juriste, sinds haar jeugd woonachtig in Duitsland, wordt er alleen maar strijdbaarder van.

Vanwege haar baanbrekende boeken gaat ze al meer dan tien jaar met beveiliging door het leven. En, oh ja, ook vanwege de progressieve Ibn Rushd-Goethe-moskee in Berlijn, waar mannen, vrouwen en LGBT’ers van harte welkom zijn. En waar vrouwen als imam kunnen functioneren, dat ook. In dit opzicht is ze een geestverwant van Sherin Khankan, de gedreven moslimfeminist uit de documentaire The Reformist die zich in Denemarken beijvert voor een vooruitstrevende islam.

In Seyrans moskee heeft ook haar neef Tugay z’n plek gevonden. Na de dood van z’n vader dreigde hij te radicaliseren, vertelt hij in Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam (82 min.). Zijn tante nam hem net op tijd onder haar hoede. Anders was de tiener, die al jaren met een geheim rondliep, volgens eigen zeggen beslist de geschiedenisboeken ingegaan als dader van een terroristische aanslag. De dreiging van fundamentalistisch geweld speelt sowieso een belangrijke rol in deze stevige film.

Regisseur Nefise Özkal Lorentzen begeleidt Seyrans activiteiten met een jazzy soundtrack en gestileerde sequenties en laat de activiste met haar moeder en zus bovendien met speelgoedtreintjes, blokken en huisjes haar jeugd reconstrueren. Ze volgt haar ook tijdens het zendingswerk dat ze in de hele wereld verricht. Ates bezoekt bijvoorbeeld een herdenkingsbijeenkomst voor de terroristische aanslagen in Madrid en ontmoet nabestaanden van een slachtoffer van Anders Breivik.

In haar jonge jaren blijkt ze zelf ook een traumatische ervaring te hebben opgelopen. Ontspannen liggend op een matje in het park vertelt ze over de gebeurtenis die haar heeft gemaakt tot de uitgesproken moslimvernieuwer die ze nu is. In haar eigen moskee neemt Seyran Ates vervolgens lacherig met Tugay de respons daarop door: een archiefmap met verwensingen en bedreigingen. Hoewel haar (anonieme) opponenten creatief te werk proberen te gaan, is er één constante.

‘Uiteindelijk ben ik’, constateert ze met een zekere berusting, ‘toch altijd weer een hoer.’

They Call Me Dr. Miami

Met vermeldingen in songs als I Don’t Care, Cuddle My Wrist en 4 AM droegen de rappers Snoop Dogg, Future en 2 Chains eraan bij Dr. Miami een begrip werd in de Amerikaanse plastische chirurgie. Dé man om een snelle ‘boob job’, ‘tummy tuck’ of ‘butt lift’ te krijgen. Op social media laat deze karikaturale variant op onze eigen Robert Schumacher zich ook zelf niet onbetuigd. Via popi filmpjes op Instagram en Snapchat geeft hij potentiële klanten alvast een kijkje in zijn catalogus, operatiekamer of slechte gevoel voor humor.

Achter het personage van de supersnelle dokter, die je voor een paar duizend dollar van een ‘perfect’ en volstrekt inwisselbaar uiterlijk kan voorzien, blijkt in deze documentaire van Jean-Simon Chartier de gladjanus Michael Salzhauer schuil te gaan. Deze Joodse businessman hoopt dat hij nog maar een dikke tien jaar hoeft te werken en daarna lekker kan gaan rentenieren. Tot die tijd gaat hij z’n product ongegeneerd aan de man/vrouw brengen – en die op de loer liggende burn-out op afstand proberen te houden.

Die geldingsdrang moet zijn onzekerheid compenseren, stelt echtgenote Eva in het tamelijk treurige portret They Call Me Dr. Miami (78 min.). Ze lijkt zich soms behoorlijk te generen voor de publieke escapades van haar man, die zich voor wat extra aandacht nergens voor lijkt te schamen en die thuis bovendien de gelovige familieman uithangt. Salzhauers dochter heeft zich zelfs afgewend van de sociale media. Dat lijkt bepaald geen onnatuurlijke reactie voor een kind dat zich moet zien te verhouden tot een vader, die zo’n beetje alles representeert wat de influencer-cultuur zo intens leeg kan maken.

Al te veel om het lijf heeft deze film, die met de Franse slag ook nog wat ethische kwesties rond cosmetische chirurgie aan de orde stelt, uiteindelijk niet. Het is vooral een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks zijn innig beleefde relatie met het Joodse geloof, met recht een plastic arts mag noemen.

Only The Devil Lives Without Hope

Herrie

‘Ik weet niet hoe hij er nu uitziet’, constateert Dilya Erkinzoda in de winter van 2016 over haar broer. ‘De enige foto die ik van Iskandar heb, is een paspoortfoto van toen hij 25 was.’ Inmiddels zit Iskandar Choedajberganov al zestien jaar in een Oezbeekse gevangenis. Volgens zijn zus, die tegenwoordig in Zweden verblijft, vanwege ‘religieuze en politieke redenen’. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij bomaanslagen in de hoofdstad Tasjkent in februari 1998 en heeft levenslang gekregen.

Amnesty International bekommert zich ook om zijn lot, maar komt niet eens in de buurt van de beruchte Jaslyk-gevangenis waar de ‘moslimextremist’ zit opgesloten. Ze moeten het doen met satellietfoto’s. Intussen blijft zijn zus onvermoeibaar voor Iskandars vrijlating ijveren. Als lid van de organisatie Moeders Tegen De Doodstraf En Marteling verzet ze zich tegen het schrikbewind van de dictator ter plaatse, president Islam Karimov. Vooralsnog zonder al te veel resultaat. Of het moet zijn dat Iskander nooit ter dood is gebracht.

Only The Devil Lives Without Hope (58 min.) is de weerslag van Erkinzoda’s jarenlange strijd om gerechtigheid, die een nieuwe wending lijkt te krijgen als Karimov overlijdt en diens opvolger Sjavkat Mirzijojev mogelijke herziening van vonnissen aankondigt. Tegelijkertijd ontstaan er spanningen in haar huwelijk met een Oezbeekse man. Is Dilya’s echtgenoot Anvar wel wie hij leek te zijn? En wat betekent dit dan voor de zaak van haar broer?

Via de strijdbare Oezbeekse vrouw en haar ontmoetingen met familieleden, een journaliste in ballingschap, andere mensenrechtenactivisten, een lid van de oppositie en Iskanders jeugdvriend Bekzod, die samen met hem werd gearresteerd, schetst documentairemaker Magnus Gertten in deze schrijnende film een wereld waarin vrijheid van meningsuiting een voorrecht is dat alleen aan de regerende elite is voorbehouden. En alle anderen moeten voortdurend op hun tellen passen.

En dan meldt ineens Iskandar zich, via zijn nieuwe advocaat. Met een boodschap die Dilya en haar familie helemaal uit het lood slaat…

Mères

IDFA

‘Ik weet zeker dat mijn zus dit nooit zou doen’, zegt een jongen tijdens een bijeenkomst op de universiteit in de Marokkaanse stad Ait Melloul. ‘De vrouw die dit heeft gedaan kan niet doen alsof ze een slachtoffer is. Ze heeft het zelf gedaan. En ze is dus ook zelf verantwoordelijk voor het kind.’ Het meisje kan volgens hem niemand iets verwijten. ‘Ik ben het ermee eens dat het kind slachtoffer is, maar de moeder niet. Die is gewoon schuldig.’

De man die het ongehuwde meisje zwanger heeft gemaakt, valt in elk geval niets te verwijten, meent de student. Hij oogst een beleefd applaus, aan het begin van de documentaire Mères (62 min). ‘Ik ben het met je eens dat het meisje verantwoordelijk is’, reageert Mahjouba Edbouche, de moderator van de bijeenkomst over zwangerschappen buiten het huwelijk. ‘Ze denkt er te gemakkelijk over. Maar er zijn toch echt twee mensen nodig om een kind te maken.’

De Marokkaanse feministe Edbouche beijvert zich al jaren voor de positie van ongetrouwde ouders. Dat is lang niet altijd gemakkelijk. De vrouwen die zich, meestal hoogzwanger, melden in haar huis voor ongehuwde moeders, Oum al Banine in Agadir, willen bijvoorbeeld vaak twee dingen die met geen mogelijkheid zijn te verenigen: stiekem het kind krijgen en blijven verzorgen en intussen gewoon verder gaan met hun leven, alsof er helemaal niets gebeurd is.

Buitenechtelijke seks is volgens de Marokkaanse wet vergelijkbaar met prostitutie en kan hen op gevangenisstraf komen te staan, variërend van één maand tot een jaar. Tegelijkertijd zou een jongen die een minderjarig meisje heeft bevrucht zomaar kunnen worden veroordeeld vanwege verkrachting. Het is een soort mijnenveld, waardoorheen Mahjouba en haar medewerkers zich een weg proberen te banen. Voor hen kan ouderschap in elk geval nooit strafbaar zijn.

Documentairemaker Myriam Bakir kijkt mee als ze jonge (voor de film geanonimiseerde) vrouwen opvangen, de acute paniek proberen te bedwingen en met hen een plan de campagne voor de nabije toekomst proberen op te stellen. Daarbij hoort vaak ook het contacteren van de ouders van de aanstaande moeder, die vaak nog van niets (zeggen te) weten. Dit zorgt voor aangrijpende scènes, waarin angst, schaamte en verantwoordelijkheidsgevoel om voorrang vechten.

Het is bewonderenswaardig hoe Mahjouba Edbouche en haar medewerkers, soms directief en dan weer ‘leading from one step behind’, langs alle gevoelens en maatschappelijke conventies laveren, om zo tot een bevredigende oplossing te komen voor (groot)ouder en kind. Mères (Engelse titel: Mothers) weet dat delicate werk op een serene manier te vangen.

De Kinderen Van Ruinerwold

BNNVARA

Dat ene woord roept tegenwoordig een compleet verhaal op: Ruinerwold. Kan het Drentse dorp ooit nog helemaal los worden gezien van het ‘spookgezin’ Van D., dat er jarenlang in een afgelegen boerderij woonde? Vader Gerrit Jan hield er vijf meerderjarige en ongeregistreerde kinderen, die voor de buitenwereld niet bestonden, helemaal in zijn greep en zonderde hen volledig af van de wereld buiten die hij verfoeide.

Toen zoon Israel / Jan de boerderij in oktober 2019 ontvluchtte en het verhaal rond het wereldvreemde gezin in de openbaarheid kwam, ontstond er een enorme mediahype rond ‘de Duivel van Drenthe’ en zijn kroost. Slechts enkele weken later begon documentairemaker Jessica Villerius te filmen met De Kinderen Van Ruinerwold (180 min.). Niet met de kinderen die in de boerderij waren achtergebleven overigens – die mijden elk contact met de media – maar met Israel en twee oudere broers en een zus die het gezin al enkele jaren eerder hadden verlaten.

De toegang die Villerius, specialist in het vertalen van smeuïge actuele onderwerpen naar spraakmakende films, tot hen heeft verkregen is opmerkelijk. De vier oudste kinderen van het spookgezin laten haar echt toe in hun leven en gaan bovendien nauwelijks een onderwerp uit de weg. Via hun getuigenissen ontvouwt zich het bizarre verhaal van een man, die zijn geheel eigen interpretatie van het geloof met harde hand oplegt aan zijn gezin en daarin steeds verder lijkt te gaan, totdat sommige kinderen worden beschouwd als de verpersoonlijking van hun overleden moeder, met seksueel misbruik als voorspelbaar gevolg, of juist als de vijand die letterlijk buitenshuis moet worden gehouden.

‘Hij heeft altijd gezegd: als we niet in deze tijd leefden, had ik jullie allang vermoord’, vertelt zoon Edino over zijn vader. Soms brachten hij of een broer of zus meerdere dagen achter elkaar door in een schuur, caravan of hondenhok. Deze vierdelige serie, waarin die tragische geschiedenis soms echt een beetje wordt uitgemolken, bulkt van zulke pijnlijke verhalen en herinneringen, van kinderen die zich nog altijd, ondanks alles, loyaal voelen aan die onmogelijke vader. Hoe ‘t er in ‘Ruinerwold’ aan toeging, wordt bovendien duidelijk via een berg privé-opnamen die de verziekte situatie in huis treffend in beeld brengen. Zo ziet – maar ook ik ben geen psychiater – godsdienstwaanzin er waarschijnlijk uit.

Met zulk basismateriaal kan het eigenlijk nauwelijks misgaan. En dat doet het uiteindelijk ook niet echt, al lijkt Villerius wel erg veel moeite te hebben om uit die overvloed aan herinneringen een keuze te maken en het geheel te structureren. De serie is zo nu en dan zeer stroperig, ontbeert soms richting en vervalt ook regelmatig in herhaling. Ook het feit dat ze veelvuldig teruggrijpt op fragmenten uit andere media om de ontwikkelingen in de zaak aan te kondigen of in te kaderen, voelt wat gemakkelijk. Die fragmenten leiden uiteindelijk alleen maar af van de indringende persoonlijke getuigenissen van de (oudste) kinderen van Ruinerwold en de unheimische wereld, geïllustreerd met naargeestige beelden van binnenuit, die zij daarmee oproepen.

De Kinderen Van Ruinerwold is hier te bekijken.

Salah

VPRO

De dag dat hij op zijn tiende Hamid Abaaoud ontmoette werd er een tragische ontwikkeling in gang gezet die zijn leven en dat van talloze anderen voorgoed zou veranderen. Samen met hem zou Salah Abdeslam eerst het dievenpad opgaan in hun gezamenlijke woonplaats Molenbeek. Enkele jaren later volgde de radicalisering die hen, onder de vlag van Islamitische Staat, naar Parijs zou brengen, waar ze op 13 november 2015 participeerden in een gruwelijke terroristische aanslag.

131 onschuldige mensen kwamen daarbij om. Net als zeven handlangers van Salah (180 min.), onder wie diezelfde Hamid. Zelf zou hij nog vier maanden op vrije voeten blijven. Totdat Abdeslam op 18 maart 2016 bij een anti-terreuractie alsnog in de boeien werd geslagen, gewoon in zijn eigen thuisbasis Molenbeek. Slechts vier dagen later zou er echter opnieuw bloed vloeien: bij aanslagen op vliegveld Zaventem te Brussel en het metrostation van Maalbeek vielen op dinsdag 22 maart 35 doden en ruim 340 gewonden.

Deze vierdelige serie van Eric Goens onderzoekt hoe het zover heeft kunnen komen met enkele familieleden van Abdeslam, de oud-leraar die zich over hem ontfermde, zijn advocaat, een islamoloog, de officier van justitie, een terreurexpert en enkele geanonimiseerde leden van de antiterreureenheid. Hun bevindingen worden omkleed met chique reconstructies van de verhoren van de hoofdpersoon zelf, die het niet over zijn hart kon verkrijgen om bij de aanslagen in Parijs ook zichzelf op te blazen.

In de twee laatste afleveringen reconstrueren medewerkers van de luchthaven en de nabestaande van een slachtoffer op indringende wijze de gebeurtenissen op 22 maart 2016 en de gevolgen daarvan voor hen en hun directe omgeving. Het is al met al een even triest als fascinerend relaas, dat talloze vragen oproept. Met de kennis van nu is het bijvoorbeeld bijna niet te bevatten dat een concrete waarschuwing van één van Salahs familieleden niet werd opgepikt door de Belgische justitie en dat Salah bij een groots opgezette arrestatiepoging wist te ontsnappen.

Zulke dramatische ontwikkelingen hebben er in elk geval toe geleid dat hij, als enige overlevende aanslagpleger, nu een status heeft verworven die helemaal niet lijkt te passen bij zijn oorspronkelijke rol en positie in de terreurorganisatie. Salah Abdeslam, de kleine crimineel die zichzelf uiteindelijk niet kon of wilde offeren, leeft voort als één van Europa’s gevaarlijkste terroristen en wint intussen – door te zwijgen en verder te radicaliseren – alleen maar aan mysterie.

Song Of Lahore

Hun muziek en de bijbehorende cultuur dreigden verloren te gaan. Nadat Pakistan in de jaren zeventig een streng islamitische staat was geworden, kwam de traditionele Song Of Lahore (82 min.) in het verdomhoekje terecht. Het was muziek die van generatie op generatie was doorgegeven en die na een glorieperiode, waarin de orkesten voor regeringsleiders optraden en soundtracks maakten voor films, ineens gedoemd leek om een kwijnend bestaan te leiden.

Tótdat Izzat Majid besloot om te starten met Sachal Studios, een plek waar de traditie van de voormalige culturele hoofdstad van Pakistan levend wordt gehouden en doorgegeven aan een nieuwe generatie. ‘Het is niet míjn werk wat ik doe in Sachal’, zegt muzikaal leider Nijat Ali, die heeft moeten aanzien hoe zijn vader, de vermaarde dirigent/arrangeur Riaz Hoessain, bij zijn dood zonder al te veel ceremonieel uitgeleide is gedaan. ‘Ik vervul de plicht aan mijn vader. Dat is een enorme verantwoordelijkheid. En soms vraag ik me af of ik die kan dragen.’

Tegelijkertijd staan de muzikanten van het Sachal Jazz Ensemble ook open voor ontwikkelingen van buitenaf. Zo ontstaat in deze ontwapenende documentaire van Andy Schocken en Sharmeen Obaid-Chinoy uit 2015 bijvoorbeeld een geheel eigen interpretatie van de jazz-evergreen Take Five van het Dave Brubeck Quartet. Die wordt wereldwijd opgepikt en leidt tot een uitnodiging voor Jazz at Lincoln Center in New York. Nijat Ali: ‘Als God het wil, kunnen we daar laten zien dat Pakistanen artiesten zijn en niet alleen terroristen.’

Aan de andere kant van de wereld blijkt het alleen bepaald geen sinecure om traditionele instrumenten als sitar, fluit en tabla te laten samensmelten met een Amerikaanse jazzband. In de aanloop naar het concert lopen de spanningen behoorlijk op bij de Pakistaanse muzikanten, die buiten hun vertrouwde omgeving regelmatig ogen als vissen op het droge. Tegelijkertijd kunnen ze in de Verenigde Staten, als alles toch nog goed uitpakt, wellicht de waardering oogsten die in eigen land uitblijft.

En dan blijkt dat muziek daadwerkelijk barrières kan slechten.

De Jongens Van De Broederweg

EO

Er wordt luidkeels gezongen. En gedronken natuurlijk. ‘t Is en blijft tenslotte een studentenvereniging. Gewoon nette jongens en meisjes die nog even de bloemetjes buiten zetten, zou je denken. Totdat de plicht roept en het volwassen bestaan een aanvang neemt. Als buitenstaander zie je er in elk geval niet aan af dat een belangrijk deel van de aanwezigen zich geroepen voelt tot God. Ze studeren theologie en zijn voorbestemd om predikant te worden.

In de verzorgde korte documentaire De Jongens Van De Broederweg (30 min.) worden drie jongens geportretteerd, die samen in een studentenhuis te Kampen wonen en zich voorbereiden op een leven als dominee. Natuurlijk kampen ze soms met twijfels over hun lotsbestemming. ‘Soms heb je wel zoiets van: ja, het had me ook wel leuk geleken om wat anders te doen’, zegt Ben van Steenis, die op een stoel naast een kratje Jupiler-bier zit. In de weekends thuis in Bleskensgraaf werkt hij gewoon bij een tanktransportbedrijf en hangt hij rond met zijn oude vrienden. Toch blijft het geloof roepen. ‘Gewoon voor God leven. En als ik daarmee bezig kan zijn, vind ik dat gewoon mooi.’

Via de drie dominees in spe brengt filmmaker Michiel van de Kamp de toekomst van gelovig Nederland in beeld. Tweedejaars student Simon Haverkamp loopt bijvoorbeeld stage en mag zijn eerste preek verzorgen in de voor hem onbekende gemeente Steenwijk. Onderweg naar dat grote moment raakt hij alleen verdwaald. ‘Ik heb ’t er wel voor over’, constateert hij over zijn roeping. ‘Maar ik weet niet of ik het aankan.’ Martin Kamp is intussen bijna afgestudeerd. Hij gaat een beetje gebukt onder de verwachtingen die het ambt oproept. Een predikant moet in zijn ogen zonder zonden zijn. ‘Ik voel me daar toch een beetje los van staan.’ Misschien is jeugdwerk toch meer iets voor hem?

Zo zijn de twintigers, net als hun leeftijdsgenoten, op zoek naar hoe ze hun volwassen leven willen invullen. Welke rol zal God daarin spelen? En kunnen ze de eenzaamheid van het predikantschap wel aan? Van de Kamp maakt een sfeervolle momentopname, met drie jonge mensen die aan de vooravond staan van wat een betekenisvol leven moet worden. Hij gaat daarbij de plekken waar het schuurt, knarst of wringt niet uit de weg, maar zoekt die ook niet doelbewust op. Dat resulteert in een empathisch portret van een nieuwe kerkgeneratie.

De Onfatsoenlijken

VPRO

Boos zijn is niet moeilijk. Omdat je het hoofd nauwelijks boven water kunt houden, voortdurend stoot of blijft breken over wat er zoal gebeurt.

Vanwege die kutbaan. Een hennepkwekerij. Dat onterechte ontslag. Het beroerde pensioen. Die eindeloze pesterijen. Onze vertrapte tradities. Abortus. Homohaat. Het verstikkende maatschappelijke debat. De oneindige stroom vluchtelingen. Grootschalig seksueel misbruik. Die beschuldiging van verkrachting. Moord zelfs. Wezensvreemde normen en waarden. Het volk dat je ‘camion’ dreigt te overmeesteren. Die brug waarvan iedereen wist dat ie ooit zou instorten. De toren die wel in brand móest vliegen. De grootschalige corruptie. Moord. Ja, moord!

De algehele onvrede in Europa vertaalt zich overal op het continent in boze burgers en steun voor populistische partijen. De Belgische auteur Jan Antonissen schreef in 2018 een boek over gewone Europeanen die zich hebben afgekeerd van de traditionele politiek, De Onfatsoenlijken (307 min.). Dat vormt nu de basis voor een gelijknamige docuserie van Luc Lemaitre. In zeven thematisch gegroepeerde afleveringen – met titels als Migratie, Restjesmensen en Politieke Correctheid – worden steeds drie kwesties uitgediept met een direct betrokkene: een slachtoffer, (vermeende) dader of klokkenluider.

Zo ontstaat een lappendeken van groot, groter en grootst onrecht in Europa, waarbij de geportretteerde gewone mannen en vrouwen zich in elk geval niet gehoord voelen door de (linkse) elite die de dienst uitmaakt. Niet alle verhalen lijken overigens even goed in dat frame te passen. Zoals het predicaat ‘onfatsoenlijk’ ook zeker niet op alle hoofdpersonen van toepassing is. Lemaitre laat zijn hoofdpersonen in elk geval ongefilterd hun verhaal doen of mening verkondigen. ‘We kunnen niet generaliseren dat ‘homoseksueel’ en ‘pedofiel’ hetzelfde betekenen’, zegt de Poolse anti-abortusactivist Dawid Wachowiak bijvoorbeeld. ‘Desondanks komen de meeste pedofielen uit de homogemeenschap.’

Zo’n bewering wordt door Lemaitre verder niet gestaafd of kritisch bevraagd. Dat lijkt ook niet de bedoeling van De Onfatsoenlijken, dat vooral de beleving wil optekenen van gewone burgers die het gevoel hebben dat er over hen wordt beslist. Door lieden bovendien, die hen kennen noch begrijpen. Hoe verschillend al deze Europeanen ook lijken, ze zijn daardoor verenigd in onvrede. En dus nemen ze deel aan een boerenprotest, rijden met een bloederig ‘abortus is moord’-busje rond, trekken een geel hesje aan, gaan de straat op voor Alternative für Deutschland of zitten gewoon thuis op de bank te fulmineren. Boos.

Murder Among The Mormons

Netflix

Is Joseph Smith nu wel of niet door een witte salamander naar de gouden platen verwezen? Het is niet direct een vraag waarvan de meeste aardbewoners wakker liggen. Laat staan dat ze bereid zijn om ervoor te moorden. Binnen de Mormoonse kerk zorgde de vondst van de zogenaamde Salamander-brief, waarin een heel opmerkelijke draai wordt gegeven aan de totstandkoming van het heilige Book Of Mormon, halverwege de jaren tachtig echter voor heel wat consternatie.

Was deze godslasterlijke brief authentiek – en dus een bedreiging voor de fundamenten onder de geloofsgemeenschap? Of was het een vervalsing en had iemand daar dan iets mee te winnen? Ook letterlijk: in het verhandelen van zulke Mormoonse documenten ging behoorlijk wat geld om. En binnen die lucratieve business speelde één man een sleutelrol: Mark Hofmann. Hij duikelde het ene na het andere unieke document op. En daarmee zou hij allerlei gebeurtenissen in gang zetten, die leidden tot een serie bomaanslagen in het hart van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints te Salt Lake City.

Dat is het startpunt voor Murder Among The Mormons (160 min.), een driedelige documentaireserie waarin Jared Hess en Tyler Measom de wereld achter die wandaden blootleggen. De achtergronden van de misdaden zelf, de zoektocht naar de dader en de persoon die daarbij uiteindelijk in beeld komt, natuurlijk. Maar ook de context waarbinnen de misdaden zich hebben afgespeeld: een geloofsgemeenschap waarin aan heilige geschriften een enorm belang wordt toegekend en aloude waarden plotseling onder druk kunnen komen te staan door de vondst van nieuwe documenten.

Naarmate de serie vordert, wordt dat eigenlijk steeds interessanter. Wat begint als een ogenschijnlijk tamelijk routineuze whodunnit, compleet met larger than life-personages en gelikte reconstructiebeelden, ontwikkelt zich gaandeweg tot een intrigerend portret van een gemeenschap en één persoon daarbinnen, die zich als een gewetenloze parasiet manifesteert en de onderlinge verhoudingen helemaal op scherp zet.

Once Upon A Time In Iraq

‘Waar zou u de serie mee beginnen?’ wil de interviewer bij de start van Once Upon A Time In Iraq (295 min.) weten. ‘Jeetje…’, peinst de Amerikaanse oorlogscorrespondent Dexter Filkins (The New York Times). ‘Irak zou niet met 9/11 in verband moeten worden gebracht, maar dat is helaas wel gebeurd.’

Regisseur James Bluemel keert daarna inderdaad terug naar de aanslagen op 11 september 2001, die door de Amerikaanse president George W. Bush als aanleiding werden gebruikt om in het voorjaar van 2003 Irak binnen te vallen. Ook al was (en is) de connectie tussen de terroristische aanval op het Amerikaanse World Trade Center en het Pentagon en het gehate regime van de Iraakse leider Saddam Hoessein nooit overtuigend aangetoond. Hem wilden Amerikaanse neoconservatieven echter al heel lang weg hebben. In elk geval sinds de Golfoorlog, toen president George H. Bush – juist, de vader van – Hoessein begin jaren negentig op zijn plek liet zitten.

Dat is de politieke context, die tot een eindeloze (burger)oorlog en de opkomst van Islamitische Staat zou leiden. Deze tragische geschiedenis wordt in deze krachtige vijfdelige docureeks, met acteur Andy Serkis als verteller, nu eens niet uit de doeken gedaan door politieke kopstukken, hooggeplaatste militairen en topdiplomaten (die in de docuserie The Iraq War al uitgebreid aan het woord zijn gekomen), maar door gewone mensen uit Irak en de Verenigde Staten: burgers, journalisten en soldaten. De mensen die – toen de bombardementen, beschietingen en onthoofdingen begonnen – met hun poten in de modder stonden. Of in het bloed.

En zij hebben nogal wat op hun lever. Een meisje herinnert zich bijvoorbeeld hoe ze een oog verloor door een granaatscherf. Een tolk vertelt hoe hij in een kuil de gevluchte Saddam Hoessein ontdekte. Een Amerikaanse bataljonscommandant realiseert zich nu dat hij langzaam maar zeker helemaal doordraaide. Een Iraakse militair verhaalt over hoe hij als enige een moordpartij van IS overleefde. Een jonge vrouw herinnert zich hoe ze als kind tijdens de komst van het Amerikaanse leger begroette: ‘Zijn jullie Ninja Turtles?’ En één van die soldaten, sergeant Rudy Reyes, laat een fles tequila aanrukken, om zijn verhaal te kunnen doen. ‘Of het ‘t allemaal waard was?’ vraagt Bluemel naderhand. Reyes: ‘Nou ja, dat moet gewoon. Wat is het alternatief?’

Grote geschiedenis, kortom, bezien door gewone mensen, die uitstekend invoelbaar maken hoe het is om te leven of werken te midden van oorlog en terreur. En die nog altijd kampen met de gevolgen daarvan. ‘Waar eindigt dit verhaal?’ vraagt de filmmaker tot besluit aan oorlogsjournalist Dexter Filkins. ‘Ik weet het niet’, antwoordt deze vertwijfeld. ‘Ik denk niet dat er binnenkort een einde aan komt. Er is geen oplossing. In het Midden-Oosten is er geen oplossing. We zijn er nog lang zoet mee.’

The Art Of Political Murder

HBO

Twee dagen nadat de Guatemalteekse bisschop Juan Gerardi een rapport over mensenrechtenschendingen had gepresenteerd, werd hij op zondag 26 april 1998 bruut vermoord. Blijkbaar zat niet iedereen te wachten op ‘s mans bevindingen over de burgeroorlog die tussen 1960 en 1996 woedde in Guatemala en zo’n 200.000 burgerslachtoffers had gemaakt. Of zat er toch een persoonlijk motief achter zijn uiterst gewelddadige dood? Kort nadat hij moest zijn gestorven, zag een dakloze man hoe een kerel met ontbloot bovenlichaam Gerardi’s woning verliet.

The Art Of Political Murder (89 min.) laat de tijd herleven dat het Midden-Amerikaanse land nog volledig werd verscheurd door de strijd tussen de militaire regering van stijfrechtse signatuur en linkse rebellen, die werden ondersteund door de oorspronkelijke Maya-bevolking van Guatemala. Deze tweespalt zou ook de loop van het politieonderzoek naar de moord op de bisschop en mensenrechtenactivist beïnvloeden. Kon het recht ooit zijn loop hebben binnen zo’n politiek geladen context? Zou er überhaupt een fatsoenlijk onderzoek naar de ware toedracht kunnen plaatsvinden?

Ruim twintig jaar na dato kijken de officier van justitie, direct betrokkenen en de dakloze ooggetuige, die nog een kaart in zijn mouw blijkt te hebben, in deze krachtige documentaire van Paul Taylor terug op Guatemala’s nationale tragedie, waarbij ook Gerardi’s eigen huisgenoot, eerwaarde Mario Orantes, nog een opmerkelijke rol zal spelen.

The Vow

HBO/Ziggo

Hoe zou het toch komen dat ik van letterlijk elk afzonderlijk personage van The Vow koude rillingen krijg?

Even recapituleren dan maar: eerst hebben ze zich stuk voor stuk volledig overgegeven aan een beweging die de maakbaarheid van het zelf tot religie heeft verklaard. Daarna zijn ze alles wat ze in die tijd deden of zeiden, op het enge af, gaan documenteren op papier, video en audio. Omdat dit van zulk wezenlijk belang was – voor de gehele mensheid, waarschijnlijk – dat er geen woord of idee verloren mocht gaan. En tenslotte zijn ze hun blijde boodschap met typische Amerikaanse overtuigingskracht, alsof er geen andere waarheid bestaat, op elk denkbaar podium gaan uitdragen.

En als de schellen dan eindelijk van hun ogen vallen over de aard van hun leider Keith Raniere en diens organisatie NXIVM – iets wat elke buitenstaander in één oogopslag had kunnen vaststellen – en ze zien dat ze onderdeel zijn geworden van een doodordinaire sekte, besluiten ze om met hetzelfde vuur datgene te gaan bestrijden waarvan ze zelf jarenlang onderdeel hebben uitgemaakt (en de misstanden die ze, al dan niet bewust, hebben gefaciliteerd). En ook dat wordt dan tot in detail vastgelegd en direct met de wereld gedeeld. Omdat ze ook nu voor de goede zaak staan en de waarheid in pacht hebben. Je hebt nu eenmaal het reli-gen of je hebt net niet.

Het is bijvoorbeeld bijna onverteerbaar om documentairemaker Mark Vicente (What The #$*! Do We know!?), één van de hoofdpersonen van deze negendelige serie van Jehane Noujaim en Karim Amer (The Square en The Great Hack), in beeld te zien transformeren van ideale NXIVM-discipel, die overal zijn TED Talk-versie op het leven verkondigt of simpelweg instemmend knikt als de kleine grote leider iets semi-diepzinnigs zegt, naar ideale NXIVM-afvallige, die overal zijn TED Talk-versie op het sekteleven verkondigt of simpelweg begripvol knikt als een vrouwelijk sektelid vertelt welk misbruik haar ten deel is gevallen op instigatie van diezelfde kleine grote leider.

Nu heeft Raniere het ook wel bont gemaakt. Vrijwel elke aflevering van deze met veel drama uitgeserveerde serie, die jeuk op alle mogelijke plekken veroorzaakt, brengt weer nieuwe onthullingen. Van supergeheime ‘sisterhoods’ en brandmerken tot wraakzuchtige rechtszaken en ‘collateral’ (chantagemateriaal, in de vorm van pijnlijke geheimen of naaktfoto’s, dat de ‘slaven’ moeten overleggen om hun trouw aan de organisatie te bewijzen). Waarbij opvalt hoeveel jonge Hollywood-acteurs en –actrices de kleine grote leider in zijn tent weet te lokken. En naar de tent in zijn broek, natuurlijk.

The Vow (526 min.) is overcompleet, eenzijdig en véél te lang. Met zijn ongelooflijke inkijk in de inwendige machinerie van NXIVM – vrijwel elke activiteit, conversatie of training lijkt te zijn vastgelegd – is de serie op de één of andere verwrongen manier tóch een aanrader voor iedereen met oprechte interesse in de werking van sekte-achtige organisaties en/of de diepgevoelde behoefte om zich eens ongegeneerd te ergeren aan mensen die het staren in hun eigen navel tot kunst hebben verheven.

Zoals ik al zei: koude rillingen over mijn hele lichaam (en toch voldoende goesting in datzelfde lijf om door te kijken – en door!).

En niet getreurd: er is inmiddels een tweede seizoen van The Vow aangekondigd.

The Square

Netflix

‘United we stand, divided we fall.’ Aan het begin van 2011 staan ze zij aan zij op het Tahrirplein in Caïro. Christenen en moslims. Idealisten en hardliners. En gewone Egyptenaren. Hosni Mubarak, de man die al ruim dertig jaar aan de macht is in hun land, moet weg. Nu echt. Pas dan verlaten ze hun plek.

De atmosfeer is strijdbaar en optimistisch. Een nieuwe generatie eist zijn plek op. Ook in de landen om hen heen waait de wind van verandering, die zal worden gevangen onder de noemer De Arabische Lente. Al op 11 februari hebben de actievoerders succes: Mubarak druipt met de staart tussen de benen af. En The Square (109 min.) loopt weer leeg.

Intussen neemt het Egyptische leger de macht in het land over. Allereerst lijken de militairen aan de kant van de vernieuwers te staan. Gaandeweg komen de verhoudingen toch op scherp te staan en keren de demonstranten weer terug naar hun plek op het Tahrirplein. Er ontstaat ook tweespalt: speelt de Moslim Broederschap inmiddels onder één hoedje met het militaire regime?

Deze documentaire van Jehane Noujaim en Karim Amer uit 2013 brengt van binnenuit in beeld hoe de eenheid op het plein binnen twee jaar volledig verbrokkelt, waardoor voormalige strijdmakkers zoals Moslimbroeder Magdy Ashour en de jonge demonstrant Ahmed Hassan, tevens de verteller van deze film, bijna lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Wat begon als een toonbeeld van algehele eensgezindheid is dan allang het decor voor een grimmige burgeroorlog geworden. Met – de naam zegt het al – talloze burgerslachtoffers. De (zoveelste) Arabische herfst lijkt te zijn begonnen. En: winter is coming.

Zo komt The Square uiteindelijk tot een ronduit tragische slotsom: zolang er een gemeenschappelijke vijand bestaat, is er bij verschillende bevolkingsgroepen de bereidheid om samen te werken. Zodra die echter wegvalt, trekt eenieder zich direct terug in zijn eigen gelijk. En dan is het verdomd moeilijk om banden met de andere kant te blijven onderhouden.

‘Er is maar een bepaalde hoeveelheid ellende die een mens aankan’, zegt Ahmed op een gegeven moment in deze krachtige documentaire, waarvoor de politieke ontwikkelingen in Egypte tevens zijn vervat in bijzonder expressieve muurschilderingen. ‘Er komt een moment dat ik ontplof.’ Hij herhaalt de zin nog eens, ook voor zichzelf: ‘Er komt een moment dat ik ontplof ‘

En toch probeert de jongen, soms tegen beter weten in, on speaking terms te blijven met de man die hem ooit zo na stond, Magdy.

Dood In De Bijlmer

Witfilm

‘Nederland ziet er niet meer uit zoals Anita van Loon’, zegt Anita van Loon. De medewerkster van uitvaartorganisatie Yarden en hoofdpersoon van de documentaire Dood In De Bijlmer (74 min.) wordt verantwoordelijk voor ‘het eerste multiculturele uitvaartcentrum van Nederland‘, dat moet verschijnen in Amsterdam-zuidoost.

Van Loon bezoekt in dat kader diverse gemeenschappen om bij de potentiële clièntele de vraag te inventariseren. Worden de toiletten wel groot genoeg? vraagt een vrouw van Afrikaanse komaf. Ze is bang dat ze met haar traditionele gewaad niet terecht kan op een kleine Nederlandse wc. Kan ik voor mijn uitvaart mijn eigen drankjes meenemen uit de Lidl of Aldi? wil een man weten.

En er moet een keuken komen in het nieuwe centrum, constateren ze bij de uitvaartonderneming. Zodat er roti kan worden gekookt. Gelukkig mag er op de gekozen plek gewoon lawaai gemaakt worden. Want Ghanezen willen tijdens hun afscheidsceremonies kunnen dansen. Terwijl ze zich zo verdiept in hoe andere culturen de overledene uitgeleide doen, bijvoorbeeld via een soort re-enactment van een Hindoestaanse uitvaart, krijgt Van Loon in eigen kring te maken met een sterfgeval.

‘De dood is wel een dingetje’, constateert ze in deze intrigerende documentaire van Paul Sin Nam Rigter. Intussen kost het haar werkgever heel wat kruim om de business case voor het nieuwe uitvaartcentrum rond te maken. Want is er bij elke cultuur wel evenveel behoefte? De moskee redt het bijvoorbeeld best op eigen kracht. ‘Dit land is gestoeld op het christendom.’, stelt oprichter Muhammad Gaffar scherp. ‘Ze hebben alles verwaarloosd.’

Gedurende vijf jaar volgt Dood In De Bijlmer (Internationale titel: Dealing With Death) het proces dat moet leiden tot een breed gedragen uitvaartcentrum. Tegelijkertijd zoomt de film via bijzonder sprekende fly on the wall-scènes ook in op verschillende uitvaartdiensten, waarbij een zeer extraverte Ghanese afscheidsbijeenkomst en een traditionele Nederlandse begrafenis bijvoorbeeld parallel zijn gemonteerd.

Zulke intieme inkijkjes in verschillende culturen maken tevens helder hoe weinig we eigenlijk van elkaar weten, ook al maken we misschien gebruik van dezelfde school of supermarkt. Het is een gedachte die ook bij Anita van Loon post lijkt te vatten. Ze begint zich af te vragen of dat idee van een uitvaartcentrum voor iedereen niet een zinsbegoocheling is. Want dood gaan we allemaal, maar afscheid nemen doet ieder toch echt op zijn of haar eigen manier. En in zijn eigen omgeving.

‘Til Kingdom Come

IDFA

Totdat de grote eindstrijd losbarst bij Armageddon, waarbij ze volgens de Bijbel recht tegenover elkaar komen te staan, trekken evangelische Amerikanen en Israëlische Joden gezamenlijk op. Teneinde Het Beloofde Land van een bloeiend bestaan te verzekeren. Het is een ‘strategische samenwerking van God’, die de twee partijen vooralsnog geen windeieren legt. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd in 2018 het besluit van de regering Trump om Jeruzalem te erkennen als Israëls hoofdstad en de Amerikaanse ambassade naar die stad te verplaatsen bijvoorbeeld met gejuich begroet.

Jaarlijks doneren conservatieve christenen zo’n 130 miljoen dollar aan The International Fellowship Of Christians And Jews van Yechiel Eckstein en zijn dochter/beoogde opvolger Yael, die in ‘Til Kingdom Come (76 min.) het Amerikaanse heartland afreist om hun boodschap te verkondigen en de bijbehorende giften te incasseren. Dat geld wordt naar verluidt besteed aan Israëliërs die onder de armoedegrens leven, Holocaust-overlevenden en ‘veiligheidsprojecten’. Joodse kolonisten zijn in elk geval bepaald niet ongelukkig met hun werk. Palestijnen, de christenen (!) in het bijzonder, voelen zich intussen ongehoord en behandeld als tweederangs burgers die het land uit worden gejaagd.

‘Waarin verschilt dat van moslims, die zeggen dat ze een mandaat hebben om een Jihad te starten en alle ongelovigen van hun land te verdrijven’, vraagt de Palestijnse dominee Munther Isaac van The Evangelical Lutheran Christmas Church in Bethlehem bijvoorbeeld aan zijn Amerikaanse collega Boyd Bingham IV, die net als zijn vader en grootvader predikant is van de Binghamtown Baptist Church in een tobbend stukje Kentucky. ‘Omdat zij niet ónze God aanbidden’, is het ontluisterende antwoord. Even later is de jeugdige Bingham, die in deze delicate documentaire de spreekwoordelijke godsvruchtige Amerikaan met een vuurwapen vertegenwoordigt, nog duidelijker: volgens de Bijbel is dit Heilig Land. Daarbij passen helemaal geen Palestijnen, christelijk of niet.

Het is een rechtlijnige wijze van denken – nee: geloven – en een gewiekste manier van opereren die steeds weer de kop opsteekt in ‘Til Kingdom Come. De Israëlische filmmaakster Maya Zinshtein, die eerder de oerrechtse voetbalclub Beitar Jerusalem F.C. portretteerde in de explosieve documentaire Forever Pure, maakt daarin een rondgang langs kerkgemeenschappen, lobbygroepen en organisaties die De Joodse Zaak dienen en laat diverse sleutelfiguren daarvan, zoals de Amerikaanse tv-dominee Pat Robertson die de twee partijen bij elkaar bracht, aan het woord. Zo legt ze een labyrint van connecties bloot, dat een nieuw licht werpt op de vooralsnog bijzonder succesvolle Amerikaans-Israëlische combi.

Tenminste, totdat de Messias zich meldt in het Beloofde Land…