The Reformist

Marie Skovsgaard

Zou ze dan ook een homohuwelijk kunnen sluiten? De Deense auteur en godsdienstsocioloog Sherin Khankan heeft zelf geen bezwaren, maar haar medestanders zien nog wel wat beren op de weg. En dan is er nog die andere kwestie: zitten haar geloofsgenoten überhaupt op een vrouwelijke imam te wachten?

De vrijgevochten Khankan, kind van een islamitische man uit Syrië en een christelijke vrouw uit Finland, staat een progressieve islam voor, waarin aloude waarden en gebruiken worden vertaald naar een moderne Europese context. Een ‘methodologie van het hart’, in plaats van eeuwenoude dogma’s. Met haar organisatie Femimam maakt ze zich bijvoorbeeld sterk voor een vrouwenmoskee. Als die er in 2016 inderdaad komt, de Mariam Moskee in Kopenhagen, levert dat behalve een heleboel aandacht natuurlijk ook flinke kritiek op.

The Reformist (59 min.) laat zich daardoor echter niet ontmoedigen en gaat ook stug door met het verlenen van islamitische geestelijke zorg aan vrouwen van wie de man niet wil toestemmen in een echtscheiding, meisjes die uitgehuwelijkt dreigen te worden en moslims die verliefd zijn geworden op iemand met een ander geloof. Als ze besluit om voor de camera een islamitisch interreligieus huwelijk te sluiten, waarbij de geliefden overigens onherkenbaar in beeld worden gebracht, zorgt dit ook in eigen kring voor tweespalt.

Loopt de ‘moslimfeministe’ niet veel te veel voor de troepen uit? Filmmaker Marie Skovgaard legt van zeer dichtbij vast hoe Sherin Khankan trouw probeert te blijven aan zichzelf, zonder de moslims om haar heen van zich te vervreemden. Dat blijkt een welhaast onmogelijke opdracht voor deze moedige vrouw, die wil meehelpen aan een wereld waarin de islam en het christendom vreedzaam kunnen co-existeren.

Celibaat

Ze zullen elkaar vast heel anders leren kennen door de film, zegt Edgard bij het begin van deze documentaire. Hij is één van de Kruisheren van Sint Agatha die in Celibaat (70 min.) worden geportretteerd. En daarvan mag de kloosterorde in het land van Cuijk er dan maar een handvol hebben. Dat wil niet zeggen dat ze alles met elkaar delen. Een goede confrater is immers nog geen goede vriend.

Net als in zijn vorige film Boer Peer, over een bijna honderdjarige Brabantse keuterboer die zijn hele leven halverwege de twintigste eeuw is blijven steken, begeeft filmmaker Daan Jongbloed zich in een stilaan verdwijnende wereld. Met zijn camera zwerft hij, in stemmig zwart-wit, door een omgeving, waarin de tijd stil lijkt te hebben gestaan – al blijft de klok hoorbaar doortikken. Ook omdat Jongbloed tijdens de montage de stilte heeft verkozen boven het toevoegen van muziek.

Hij spreekt vier van de Kruisheren en bevraagt hen los van elkaar over thema’s als eenzaamheid, verliefd zijn en – de titel van deze film verraadt het al – seksuele onthouding. Het zijn gesprekken waarin hij letterlijk dichtbij komt. ‘Ik zie in de kerk waartoe ik behoor eigenlijk een huiver voor seksualiteit en een zeker wantrouwen of argwaan daartegen’, stelt de bedachtzaam formulerende Joe bijvoorbeeld. Hij kwam op zijn zeventiende in het klooster en voelde zich er direct meer thuis dan in het huis van zijn ouders, maar is tegelijkertijd wel ‘heel nieuwsgierig’ hoe dat is, ‘gewoon een ander aan te raken, met respect en tederheid’.

Kruisheer Edgard heeft nog nooit gemeenschap gehad met een vrouw, bekent hij zonder omhaal van woorden. ‘Maar ik kan niet missen wat ik niet ken.’ Hij ervaart het kloosterleven op middelbare leeftijd nog altijd als een soort schoolkamp. Het mag dan soms aanvoelen als een kleine kloteorde, zegt hij ferm, het is wel zíjn kleine kloteorde. Jongbloed heeft een zomerlang onderdeel uitgemaakt van het selecte gezelschap Kruisheren. Hij kreeg zelfs zijn eigen kamertje in het oudste bewoonde klooster van Nederland. Die investering betaalt zich dubbel en dwars uit.

Geen thema blijft onbesproken. De broeders laten zich echt in hun ziel kijken en antwoorden ook als Jongbloed bijzonder impertinente vragen stelt. Hij doorsnijdt hun getuigenissen met de gewone dagelijkse dingen die het leven in een mannenhuishouden nu eenmaal met zich meebrengt. Zo ontstaat een afwisselend aandoenlijk, beklemmend en ontroerend beeld van een kleine gemeenschap, waarin iedereen op zijn eigen manier een relatie met God onderhoudt (‘de jus op het eten’, aldus Edgard) en met zichzelf in het reine probeert te blijven.

Hail Satan?

Hij zou de torso van Iggy Pop krijgen. Vleugels. Hoorns, natuurlijk. En twee kinderen die bewonderend naar hem zouden opkijken. Baphomet. Ofwel: de Duivel zelf. Een gedegenereerde bok, comfortabel op zijn troon. Met op zijn schoot voldoende ruimte voor bezoekers om even te gaan zitten. Te poseren voor de onvermijdelijke foto. Vreemd genoeg zaten ze er in Oklahoma niet op te wachten. De hel brak los rond het monument dat The Satanic Temple wilde laten plaatsen op officieel overheidsterrein, direct naast een christelijk monument met de tien geboden.

Puberale pesterij? Of toch een serieus politiek statement? Hail Satan? (94 min.) onthult stapsgewijs de motieven van het verantwoordelijke gezelschap, dat in eerste instantie zo lijkt te zijn weggelopen uit een goedkope horrorfilm. Hun ludieke en provocerende acties werken aanvankelijk vooral op de lachspieren (en resulteren in krantenkoppen als: ‘Mississippi police want to arrest the Satanists who turn dead people gay’), maar worden in deze heerlijke film van Penny Lane gaandeweg van een serieuze onderlaag voorzien.

Als woordvoerder van de inmiddels wijdvertakte satanische organisatie opereert een enigmatische jongeling die zich Lucien Greaves noemt. Hij heeft een onderkoeld soort humor en bovendien een beschadigd oog dat je gemakkelijk voor een ‘evil eye’ zou kunnen verslijten (over ‘evil’ gesproken: draai het om, zeggen de satanisten, en er staat ‘live’). Greaves opereert als een soort satanische variant op The Yes Men, overtuigde antiglobaliseringsactivisten die wereldwijd hun punt maken met hilarische en messcherpe pranks en daarmee inmiddels drie documentaires hebben gevuld.

Zelf zal hij zeggen: Satan staat simpelweg voor ‘de tegenstander’. Een nuttige dwarsligger. In hedendaagse termen: een troll. En die rol speelt Lucien Greaves, ondersteund door een kleurrijk gezelschap van overtuigde en in deze film soms geanonimiseerde tempeliers, met plezier en verve. Vanuit één centrale overtuiging: de Verenigde Staten zijn in wezen een seculier land, dat zich aan het christelijke juk moet zien te ontworstelen. En dat resulteert in provocerende acties die Conservatief Amerika steeds weer op de kast krijgen.

Filmmaker Lane plaatst de activiteiten van The Satanic Temple, een club die duidelijk is geworteld in de alternatieve jongerencultuur, in hun historische context: de ‘satanische paniek’ van de jaren tachtig en negentig, toen allerlei rituele moorden en verkrachtingen aan satanisten werden toegeschreven (denk aan de Paradise Lost-trilogie) en metalmuziek en het gezelschapsspel Dungeons & Dragons in de ban dreigden te worden gedaan. Die associatie roepen de satanisten nog steeds op bij brave burgers – en dat vinden deze geboren outsiders stiekem helemaal niet erg.

En soms boeken ze zelfs concreet resultaat: die Baphomet in Oklahoma zou bijvoorbeeld een flinke staart krijgen. Nog voordat het blasfemische beeld kon worden geplaatst, besliste het hooggerechtshof van de staat Oklahoma dat het monument met de tien geboden moest worden verwijderd. Het bleek toch in strijd met de scheiding tussen kerk en staat. En toen hoefde Baphomet er ook niet meer te komen voor Lucien en zijn tempelgenoten. Althans, in Oklahoma…

Waco: Madman Or Messiah

Een leider die alle antwoorden heeft en zelf toch één groot vraagteken blijft. Het is niet vreemd dat charismatische mannen als Bhagwan Sri Rajneesh, Jim Jones en Charles Manson een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen op zowel hun (voormalige) volgelingen als filmmakers. Na recente documentaires over de Bhagwan-beweging (Wild Wild Country), The Peoples Temple (Jonestown: Terror In The Jungle) en de Manson-familie (Inside The Manson Cult: The Lost Tapes) heeft Christopher Spencer nu de Waco-archieven uitgeplozen om met negen voormalige leden van de Branch Davidians en zijn tegenstanders een al even illustere sekteleider te portretteren: David Koresh.

Alle elementen voor een interessant en dramatisch verhaal dienen zich in 1993 als vanzelf aan rond de thuisbasis van diens religieuze gemeenschap op Mount Carmel, nabij Waco, Texas. De enigmatische leider die zich als vanzelfsprekend, omdat hij nu eenmaal een heilige plicht heeft, de (minderjarige) meisjes toe-eigent, gaat steeds meer in zichzelf geloven en zorgt zo intern voor spanningen. Het absolute Wij-gevoel, dat hij probeert af te dwingen, zorgt automatisch ook voor frictie met de buitenwereld. Waar Koresh zijn volgelingen de hemel op aarde leek bieden, leidt hij ze in werkelijkheid met vaste hand naar de poorten van de hel. Waar een eindconfrontatie van liefst Bijbelse proporties volgt. In het geval van Waco: de langste belegering uit de Amerikaanse historie. Met 82 dode leden, waaronder 23 kinderen, tot gevolg.

Het tweeluik Waco: Madman Or Messiah (172 min.) vertelt in eerste instantie twee parallelle verhalen: de ontwikkeling van de Branch Davidiansen de getormenteerde jongeling Vernon Howell – net als Charles Manson een mislukte muzikant – die zich onder de naam David Koresh opwerpt als absolute leider van de religieuze gemeenschap. Én de aanloop naar de maandenlange belegering van de thuisbasis van de sekte in Waco, die in het tweede deel zal uitlopen op een bloedige confrontatie tussen zwaarbewapende sekteleden en de FBI. Waarbij de federale agenten de ene na de andere tactische blunder begaan en Koresh en de zijnen, in een slinkse mediaoorlog, rücksichtslos als niets minder dan de vijand portretteren. Dat zal alle betrokkenen duur komen te staan.

Behalve voormalige sekteleden komen in deze stevige film ook hun voormalige opponenten aan het woord: FBI-medewerkers, de undercoveragent die bij de Branch Dividians infiltreerde en onderhandelaars die een confrontatie met Koresh’ familie moesten zien te voorkomen. Bijbel-kenners proberen intussen vat te krijgen op de ideologie en profetieën van Koresh, terwijl zijn stiefbroer en tante de persoon achter de messias/madman proberen te duiden. De grote leider zelf laat van zich horen via 247 geluidsbanden die door de FBI zijn gemaakt tijdens de belegering. Die opnames maken tastbaar hoe de situatie in Waco steeds verder ontspoort en een dramatische ontknoping, met het bijbehorende martelaarschap voor David Koresh, onafwendbaar wordt.

Tegelijkertijd geven de tapes een inkijkje in het hoofd van deze zelfverklaarde heiland, die nog altijd diep onder de huid zit bij zijn voormalige volgelingen. Waarbij onvermijdelijk de vraag opspeelt: was de man echt in zichzelf gaan geloven of was alles, van de diepe vergezichten tot de vurige preken, onderdeel van één grote relishow die alleen nog met hel en verdoemenis kon eindigen?

Een Goede Moslima

‘Het is warm buiten, die oven geeft warmte en die arme vrouw moet een hoofddoek om en een lange broek?’, zeurt Frans Bromet op kenmerkende wijze tegen zijn hoofdpersoon Yeter Akin, terwijl haar tantes in Turkije een plaatselijke pannenkoek bereiden. ‘Die vrouwen zijn dus zo sterk dat ze tegen die warmte kunnen’, reageert Yeter onverstoorbaar. Intussen pakt één van de tantes met een verschrikt ‘ooow’ een pannenkoek van het vuur. ‘Verbrand?’, vraagt Bromet plagend. ‘Ja’, laat Yeter, sinds haar dertiende woonachtig in Nederland, zich niet uit het lood slaan. ‘Die is verbrand.’

De nestor onder de Nederlandse camerajournalisten, dik in de zeventig inmiddels, opereert nog altijd regelmatig als de vleesgeworden scepsis. Hij houdt zich van de domme, vraagt echt door en prikkelt als de situatie daar in zijn ogen om vraagt. Samen met Akin, met wie hij eerder een film over eerwraak maakte, gaat Bromet ditmaal op zoek naar waaraan Een Goede Moslima (71 min.) eigenlijk moet voldoen. En het is prettig dat hij daarbij niet met meel in de mond spreekt of al te voorzichtig te werk gaat. Bromet reageert gewoon zoals hij altijd doet en stelt simpelweg de vragen die in hem opkomen.

De gesprekken van Bromet en Akin, met elkaar en met allerlei verschillende vrouwelijke moslims, worden afgewisseld met een interview dat Yeter deed met een Duitse vriendin. De onherkenbaar gemaakte vrouw, gefilmd met een smartphone, vertelt hoe haar dochter langzaam radicaliseerde en uiteindelijk naar het kalifaat van Islamitische Staat vertrok. Dat interview voelt een beetje als een fremdkörper in deze erg praterige televisiedocumentaire, niet Bromets beste film, die een aardig inkijkje geeft in de wereld van moslima’s, zonder dat dit verder wezenlijk nieuwe inzichten oplevert.

The Witchdoctor Hunters

EO

‘Mijn kind lag op de grond. Zijn linkerhand lag op zijn buik’, zegt de vader van de zesjarige Issa in de openingsscène van The Witchdoctor Hunters (56 min.). ‘De man pakte zijn kapmes en hakte het hoofd van mijn zoon eraf.’ Vader wordt ondervraagd door de Oegandese politie: ‘Dus hij deed dat en het bloed spatte alle kanten uit?’ ‘Nee’, corrigeert Issa’s vader. ‘Hij ving het bloed op in plastic zakken en stopte die in een tas. Het was een rugzak en daar deed hij het hoofd in.’ De agent vraagt door: ‘Waarom liet u hem uw kind offeren?’ Vader: ‘Ik kreeg één miljard shilling.’

Met kinderoffers valt in Oeganda een flinke smak geld te verdienen. Want als je kinderledematen in de fundering van een gebouw verwerkt, schijnt dat macht en voorspoed te brengen. Dat is een relatief nieuw idee, blijkbaar. En waar een vraag is, ontstaat meestal al snel ook een aanbod. Je moet alleen bereid zijn om een (of: je) kind te laten afslachten, in stukken te hakken en de verschillende lichaamsdelen in de juiste handen te laten belanden. Plaatselijke medicijnmannen – Oeganda schijnt er miljoenen te hebben – spelen daarin vaak een sleutelrol.

Peter Sewakiryanga, de hoofdpersoon van deze journalistieke documentaire van Mags Gavan en Joost van der Valk, bindt met zijn organisatie Kyampisi Childcare Ministries actief de strijd aan met deze ‘witchdoctors’. Hij krijgt ook de medicijnman die Issa zou hebben geslachtofferd te pakken. ‘Ik behandel mensen die last hebben van demonen’, zegt deze. ‘En ik geef kinderen aan onvruchtbare vrouwen.’ Of hij ook ooit offers heeft gebracht, wil Sewakiryanga weten. ‘Ik heb nog nooit iets geofferd’, zegt de medicijnman met een stalen gezicht.

In The Witchdoctor Hunters openen Gavan en Van der Valk opnieuw een even gruwelijke als onbegrijpelijke wereld. Zoals het Brits-Nederlandse filmduo eerder deed in de met een BAFTA en Emmy Award bekroonde documentaire Saving Africa’s Witch Children (2008), over kinderen die bezeten zouden zijn door de duivel en daarom rücksichtslos uit de weg moeten worden geruimd, en Donordrama (2018), een schrijnende film over de internationale handel in menselijke organen uit India en Bangladesh.

Het resultaat is wederom schokkend: afgetapt bloed, handel in kinderschedels en afgehakte handen. In het kielzog van Peter Sewakiryanga nemen de filmmakers de schade op bij de slachtoffers en hun familieleden, maar maken ze ook jacht op de daders, die via een undercoveractie met verborgen camera in de val moeten worden gelokt. Zo wordt een angstaanjagende wereld blootgelegd, waarin bijgeloof en winstbejag hand in hand gaan en het leven van een kind soms niet meer waard lijkt dan dat van een willekeurig dier.

Inside The Manson Cult: The Lost Tapes

‘Ik ben Charlie’, zegt Thomas Walleman. ‘En als hij sterft, sterf ik.’ Het hippiemeisje Mary Brunner kijkt bewonderend toe als Walleman vervolgt: ‘Ik heb mijn persoonlijkheid opgegeven en ben geworden wat hij me heeft laten zien dat ik kon zijn.’ ‘En dat is wat?’ wil interviewer Robert Hendrickson weten? Walleman, een kerel met een woeste baard, begint gelukzalig te lachen: ‘Totale liefde.’

Wat Charles Manson bij die onvoorwaardelijke liefde voor ogen had, zou gaandeweg glashelder worden: volledige overgave. Aan hem, welteverstaan, de zelfverklaarde leider van The Family, een verzameling losgeslagen hippies die in 1969 uit moorden werd gestuurd. Ze zouden een achttal willekeurige slachtoffers maken, waaronder de hoogzwangere actrice Sharon Tate, en op de muren van de plaatsen delict opruiende, met bloed geschreven teksten als ‘Rise’ en ‘Death to pigs’ achterlaten. Zo hoopte Charlie een onvervalste rassenoorlog te ontketenen. Geïnspireerd door Helter Skelter van The Beatles.

Dat overbekende horrorverhaal, het symbolische einde van de vrijgevochten jaren zestig, werd al veel vaker verteld. En met elke poging was de kleine crimineel en loverboy avant la lettre Charlie Manson, die in 2017 zijn laatste adem uitblies in de gevangenis, nóg nadrukkelijker de verpersoonlijking van Het Kwaad geworden. Een extatisch lachende ‘creep‘ met hypnotiserende ogen, die zijn volgelingen, de meisjes in het bijzonder, werkelijk alles kon laten doen. Op basis daarvan rijst de vraag: is die onverkwikkelijke episode uit de historie van de tegencultuur nu nog niet voldoende uitgemolken?

De documentaire Inside The Manson Cult: The Lost Tapes (85 min.) van Hugh Ballantyne, die de komende twee woensdagen wordt uitgezonden op Canvas, heeft behalve de gebruikelijke vet aangezette voice-over, berouwvolle ex-volgelingen (‘Snake‘ en ‘Gypsy‘) en tamelijk overbodige reconstructies echter één belangrijke nieuwe troef: beelden die werden gemaakt binnen Mansons volledig doorgedraaide sekte, direct na de door hem geïnstigeerde moorden. Documentairemaker Hendrickson filmde en interviewde volgelingen op de beruchte Spahn Ranch en legde daar de blinde adoratie voor de inmiddels gearresteerde leider vast.

‘Ik ben bereid om voor hem te sterven’, zegt sektelid Lynette ‘Squeakie’ Fromme, die samen met twee andere Manson-groupies voor de camera met allerhande wapens in de weer is, zonder ook maar een spoor van twijfel. In zulke beelden zit de meerwaarde van deze zoveelste Manson-documentaire. De complete verdwazing van normale meisjes, die in handen van Charlie onvervalste moordwapens werden. ‘Je moet er de liefde mee bedrijven’, zegt diezelfde Fromme even later, terwijl ze liefdevol de loop van een geweer betast. In 1975 zal ze proberen om de daad bij het woord te voegen met een aanslag op de Amerikaanse president Ford.

Of Fathers And Sons

‘Hij is geboren op de dag dat het World Trade Center viel’, aait de Syrische vader Abu zijn zoon Mohammad-Omar (vernoemd naar Mullah Omar, de leider van de Afghaanse Taliban) over zijn bol. ‘Op de dag van de aanval vroeg ik God om die dag te zegenen met een kind.’ Abu Osama wil dat filmmaker Talal Derki, die zich in de Noord-Syrische provincie Idlib voordoet als sympathisant van IS en Al-Qaida, ook met zijn andere kinderen kennismaakt. Ze dragen namen als Osama (een verwijzing naar Bin Laden, de voormalige leider van Al-Qaida) en Ayman (vernoemd naar al-Zawahiri, diens opvolger bij de terreurorganisatie) en worden klaargestoomd voor de jihad.

Abu, overtuigd lid van de al-Nusrah-brigade, is een echte gelover. In zijn auto galmt hij enthousiast mee met strijdliederen. ‘Gods volgelingen zullen jullie vermorzelen, hoe lang het ook duurt’, zingt hij de ‘beschermers van Israël’ Hezbollah vol overgave toe. ‘We verspillen ons bloed ruimhartig, want God geeft ons onze kracht.’ Naar zijn kinderen kan Abu, bij wie Derki twee jaar inwoont, liefdevol zijn. Maar hij schuwt de harde hand (en voet) ook niet.

Gaandeweg verlegt de documentairemaker de focus in Of Father And Sons (53 min.) van de volwassen strijder naar zijn opgroeiende kinderen. Naar zijn jongens, om precies te zijn. In de gehele documentaire is nauwelijks een meisje of vrouw te zien. Die doen er niet toe. Het zijn de jongens die de (wan)hoop van het kalifaat vertegenwoordigen. Zij krijgen al op jonge leeftijd een shariastudie en gedegen militaire training, waarin marcheren en de stormbaan natuurlijk niet ontbreken. Zodat ze klaar zijn voor het slagveld.

Talal Derki, die de verwording van Syrië eerder vastlegde in Return To Homs (2013), ziet het met lede ogen en zorgvuldig observerende camera aan. Met bespiegelende voice-overs beschrijft hij ondertussen hoe zijn thuisland, dat hij zelf ooit ontvluchtte ‘om te ontsnappen aan het onrecht en de dood’, een Gouden Eeuw heeft gegeven aan wat hij ‘het salafisten-jihadisme’ noemt. Het stemt de documentairemaker – en de kijker met hem – ronduit somber.

Missing Allen

Samen maakten ze zeven films. In 2001 zag de Duitse documentairemaker Christian Bauer zich echter genoodzaakt om een film te maken óver zijn Amerikaanse cameraman Allen Ross. Die was ruim vijf jaar eerder, eind 1995, plotseling van de aardbodem verdwenen.

Enkele jaren daarvoor had de zoeker Allen een mysterieuze nieuwe liefde opgedaan, ene Linda Greene (of Jennifer of Genevieve of…), en was hij van zijn geliefde geboortestad Chicago naar Oklahoma verhuisd. Van daaruit stuurde hij de Duitse regisseur ansichtkaarten met tot nadenken stemmende teksten als: ‘I seized the opportunity to seek answers for questions I had not been able to ask’. Of: ‘The masters will shut you up in a pen with others. Then it will be up to you to find a house to enter.’

Na Allens vertrek uit Chicago hadden ze nog een paar keer samen gedraaid, één keer zelfs met diens echtgenote erbij. Tijdens het filmen van een documentaire over de Mississippi-rivier in New Orleans had deze Linda erg opzichtig voor Allens camera gedanst, waarna haar echtgenoot, ogenschijnlijk gegeneerd, zich snel op andere activiteiten had geconcentreerd. Die gezamenlijke draaidag bleek achteraf de laatste keer dat Christian zijn vriend zou zien. Niet lang daarna was Ross weg. Voorgoed, zo leek het.

In Missing Allen (91 min.) probeert Christian Bauer, ondersteund door Allens tweelingbroer Brad, hoogbejaarde vader Laurids en vriendenkring, klaarheid te brengen in de raadselachtige verdwijningszaak. De film is gestructureerd als een zoektocht naar de waarheid. Naar wat er precies is gebeurd met Allen, maar zeker ook naar zijn enigmatische vrouw Linda, die ooit als verpleegster werkte in een hospice, maar liefst vijfmaal eerder getrouwd blijkt te zijn geweest en een eigen religieuze beweging, The Samaritan Foundation, schijnt te leiden.

In de documentaire schakelt Bauer soepel tussen zijn eigen herinneringen aan de cameraman Allen Ross, die daarmee opnieuw tot leven komt, en nieuwe ontwikkelingen in diens zaak, die hem steeds dieper het schaduwleven van zijn vermiste vriend insturen en tegelijkertijd langs enkele schokkende gebeurtenissen in het Amerika van de jaren negentig leiden. Het is een fascinerende tocht, niet voor niets diverse malen in de prijzen gevallen, die stelselmatig weigert om een hijgerige dertien-in-een-dozijn true crime-docu te worden.

Searching For Allen van NBC’s Dateline daarentegen is een typisch Amerikaanse crimestory. De aalgladde reportage uit 2005 geeft wel extra context bij Missing Allen en belicht bovendien wat er na het afronden van Christian Bauers documentaire nog duidelijk is geworden over het lot van Allen Ross. Te bekijken na de documentaire dus.

Mijn Broer En Ik

Hij gaat op vrijdag naar de moskee, zij naar de club. Hij is getrouwd en heeft al drie kinderen, zij heeft gewoon verkering. Hij drinkt thee, zij alcohol. Hoe kan het toch dat wij zo verschillend zijn? vraagt Xena zich af in de korte egodocumentaire Mijn Broer En Ik (25 min.). Ze komen toch allebei uit hetzelfde nest?

En thuis moesten ze helemaal niets hebben van welke vorm van religie dan ook. Excuus: he-le-maal niets. De ouders van Falco en filmmaakster Xena Maria Evers ogen nog steeds allesbehalve traditioneel. Terwijl Xena hen interviewt, doet pa de afwas en werkt moeder juist in de tuin. Hun verhaal lijkt een variant op de bekende televisieserie Family Ties, over twee doorgewinterde hippies die een oerconservatieve zoon op de wereld hebben gezet.

Hun zoon, die eerst ‘gewoon’ van surfen en blowen hield, heeft zich bekeerd tot de Islam. ’Je moet elkaar helpen. De materie neem je niet mee het graf in’, zegt Falco over het moment dat hij zijn lotsbestemming vond. ‘Dus zorg dat andere mensen ook gewoon mooi kunnen leven. Dat vond ik toen destijds supermooi.’ Hij wrijft in zijn ogen. Geëmotioneerd. ‘Dat was de trigger om moslim te worden.’

Falco neemt Xena voor een dag mee zijn wereld in. Tijdens het eten mag ze echter niet bij de mannen zitten. Is er afstand tussen hen ontstaan? Hij heeft dat gevoel niet. Zij wel: Falco heeft in haar ogen afstand genomen van normen en waarden die ze deelden. Het zorgt voor de nodige frictie in deze speels vormgegeven film, die nochtans is gericht op contact en verbinding. Falco en Xena blijven tenslotte, ondanks alles, gewoon broer en zus.

Jonestown: Terror In The Jungle

Of de grote leider nu David Koresh, Charles Manson of in dit geval Jim Jones heet, het patroon bij (religieuze) sektes is altijd hetzelfde: de man die zich ooit, wellicht met nobele motieven, heeft opgeworpen als bevlogen spreker en voorganger, gaat gaandeweg zozeer in zichzelf geloven dat het gevaarlijk wordt voor de buitenwereld en zijn eigen volgelingen.

Veertig jaar geleden, op 18 november 1978, kwam er zo in Guyana een dramatisch einde aan The Peoples Temple. Dominee Jim Jones overreedde, of verplichtte, zijn parochianen om een einde aan hun leven te maken. Ruim 900 mensen stierven in de nederzetting Jonestown door het drinken van fruitsap met het vergif cyanide erin – of, als ze niet wilden, verwurging of een dodelijk schot. Na een schietpartij, waarbij onder anderen een Amerikaans congreslid was gestorven, was de grond Jones te heet onder de voeten geworden.

De gedegen vierdelige documentaireserie Jonestown: Terror In The Jungle (170 min.), waarin regisseur Shan Nicholson archiefmateriaal combineert met gedramatiseerde scènes, reconstrueert met voormalige kerkleden, deskundigen én twee kinderen van Jones de opkomst van The Peoples Temple als een multiraciale kerk met een socialistische inslag en de onvermijdelijke neergang die daarna volgt, met een gruwelijke apotheose in de Guyaanse jungle tot gevolg.

Jim Jones verwordt in die periode van een gepassioneerde voorganger tot een maniakale machtswellusteling, die steeds meer toewijding vraagt van zijn familie en daarvoor alle mogelijke middelen inzet; van diverse vormen van emotionele chantage tot regelrechte oplichting, zoals de gefingeerde healings waarmee hij z’n gemeenschap van zijn directe lijn met God probeert te overtuigen. Of het nu om kanker of gewoon een gebroken been gaat, Jones beweert het te kunnen genezen.

Intussen grossiert de leider in paranoïde complottheorieën, een slimme manier om de buitenwereld op afstand te houden. De man raakt gaandeweg bovendien verslingerd aan drugs, een verslaving die moet worden gemaskeerd met een donkere zonnebril, en eigent zich natuurlijk ook de vrouwen van de sekte toe. Terwijl gewone kerkleden zich ver moeten houden van seks – die energie kan immers véél beter worden benut – gaat Jones zelf lekker zijn gang. 

Het is een klassiek sekteverhaal van een man die zichzelf boven de wet heeft gesteld, dat hier en daar doet denken aan het relaas van de Bhagwan-beweging, eerder dit jaar succesvol vervat in de documentaireserie Wild Wild Country. Jonestown: Terror In The Jungle concentreert zich echter minder op de conflicten van de sekte met de buitenwereld, maar probeert de innerlijke psychologie van de gemeenschap, en daarmee ook van Jim Jones zelf, te vatten.

‘Welk goed werk de kerk ook verrichtte’, zegt zijn zoon Stephan in de serie. ‘Mijn vader was vooral bezig met het bouwen van zijn eigen koninkrijk.’ Hij vocht volgens hem altijd met die stem van binnen, die zei dat hij niet goed genoeg was en hem uitmaakte voor fraudeur. Het inwendige gat dat Jones met geen mogelijkheid kreeg gedicht werd talloze anderen uiteindelijk fataal, zowel de sekteleden die sneuvelden in de jungle als anderen die de macabere dans met de dood ternauwernood wisten te ontspringen.

Over het tragische lot van Jonestown werden in de afgelopen jaren al diverse films gemaakt. Van speelfilms zoals Guyana Tragedy: The Jim Jones Story, met een angstaanjagende Powers Boothe als de getormenteerde sekteleider, tot Jonestown: The Life And Death Of Peoples Temple, die allebei in zijn geheel op YouTube zijn te bekijken.

God’s Address

KEG2010002G

(Geert van Kesteren)

 

God in Jeruzalem heeft het er maar druk mee. Via briefjes die zijn gemaild of verzonden naar de Westelijke Muur, volgens de overlevering het centrum van de wereld waar direct contact tussen mens en God mogelijk is, krijgt hij talloze brieven: ‘Heer, bescherm mij en mijn familie en het bedrijf.’ ‘Heer, help me om de vrouw te zijn die ik wil zijn.’ En natuurlijk: ‘Heer, ik heb gezondigd.’

Mensen van allerlei slag wenden zich tot het opperwezen van hun keuze in God’s Address (54 min.), een filmische ontdekkingsreis door gelovig Jeruzalem, de Israëlische stad waar het jodendom, de islam en het christendom samen (moeten) leven. Drie geloven op één kussen, daar slaapt zéker de Duivel tussen. Want natuurlijk beschouwt iedere stroming zijn eigen eigen God ook als De Enige Ware.

De onverzoenlijke houding van sommige stadsbewoners wordt in deze beklemmende film verpersoonlijkt door twee ijzeren Heinige vrouwen uit Oost-Jeruzalem, een joodse en islamitische fundamentalist. Van vreedzame coëxistentie lijken zij nog nooit te hebben gehoord. Aangevuurd door hun extremistische politieke leiders zoeken ze voortdurend de confrontatie.

De filmmakers Noa Ben-Shalom en Geert van Kesteren laten daarnaast met grootse, meeslepende beelden zien hoe intens en massaal religie wordt beleefd in de bakermat van het Jodendom en het christendom, die tegenwoordig door zowel Israël als de Palestijnen wordt opgeëist. Geloven lijkt behalve een persoonlijke aangelegenheid vooral ook een collectief gebeuren, waarbij de verschillende religies zichzelf in vervoering brengen en daarnaast met elkaar in botsing komen.

De joodse archeoloog en historicus Israel Finkelstein, christelijke filoloog en theoloog Thomas Römer en Palestijnse politicoloog Mohammed Dajani Daoudi voorzien de soms bijna middeleeuwse taferelen in deze documentaire van (hun eigen) context en plaatsen deze binnen de lange historie van de heilige stad Jeruzalem, die al van oudsher heeft te kampen met religieuze spanningen.

God heeft het er maar druk mee.

Church & State

 

Is Utah een democratie of een theocratie? Die vraag lijkt gerechtvaardigd. In de Amerikaanse staat is de wil van de Mormoonse kerk wet. En die kerk moet weinig hebben van homoseksuelen. Om over het homohuwelijk nog maar te zwijgen. Ze hebben er zelfs een speciale wet voor opgetuigd: Amendement 3. Daarmee moet het traditionele huwelijk, en de toekomst van onschuldige kinderen, worden beschermd.

Mark Lawrence, een oudere homoseksuele man, besluit om de knuppel in het hoenderhok te gooien. Hij chartert twee koppels en een zeer betrokken advocatenteam om een principezaak aan te spannen en de omstreden wet neer te halen, zodat mannen in Utah voortaan met mannen kunnen trouwen en vrouwen met vrouwen. Hoe ze dat precies moeten aanpakken, daarover gaan de meningen echter al snel verschillen.

De stevige documentaire Church & State (85 min.) belicht de juridische – en morele – strijd vanuit hun perspectief en laat zien wat de mogelijkheid om te trouwen, en bijvoorbeeld ook om kinderen te adopteren, concreet betekent in de levens van de betrokken stellen. Intussen schetst de film van Holly Tuckett en Kendall Wilcox ook de achtergronden van The Church Of Jesus Christ Of The Latter-Day Saints en haar lastige verhouding tot de LGBT-gemeenschap.

Believer

HBO

Hij floreert op het podium, Dan Reynolds. En de zanger van de Amerikaanse indieband Imagine Dragons gebruikt dat podium tevens om een serieus pijnpunt in eigen kring aan te snijden (of, zoals sommigen in die gemeenschap dat zullen hebben ervaren, de hand te bijten die hem heeft gevoed): de benarde positie van homoseksuelen binnen de Mormoonse kerk.

Dan Reynolds groeide op als lid van de Latter-day Saints in de Amerikaanse staat Utah. Als jongeling werd hij op pad gestuurd om twee jaar lang de leer van zijn kerk aan de man te brengen. Een missionaris, die letterlijk van deur tot deur gaat. Inmiddels is Reynolds door zijn muziek uitgegroeid tot een Bekende Mormoon en voelt hij zich, gealarmeerd door het aantal zelfdodingen binnen het LGBT-deel van zijn gemeenschap, genoodzaakt om kleur te bekennen.

In de (geautoriseerde?) documentaire Believer (103 min.) van regisseur Don Argott probeert de zanger van Imagine Dragons, in eendrachtige samenwerking met zijn vrouw Aja Volkman, het taboe bespreekbaar te maken. Hij besluit het festival LoveLoud te gaan organiseren, dat in de zomer van 2017 voor het eerst moet plaatsvinden. Deze film documenteert het complete proces; van het allereerste idee via de verplichte strubbelingen onderweg tot de uiteindelijke festivaldag.

Dat roept meteen de vraag op wanneer Reynolds heeft besloten om te starten met filmen. Want als de zanger voor het eerst contact zoekt met Tyler Glenn, de openlijk homoseksuele frontman van de band Neon Treesdie door de Mormoonse kerk is geëxcommuniceerd, en vraagt of hij een festival een goed idee vindt, is de camera er al bij. Alsof deze documentaire altijd al onderdeel van het plan was.

Die film brengt de thematiek van mensen die door hun geaardheid ineens worden verstoten door de wereld waartoe ze altijd hebben behoord overigens wel treffend tot leven; van gewaardeerd kerklid verworden ze tot persona non grata. Believer, ondersteund door een catchy titelnummer van Imagine Dragons, voelt soms wel erg gestroomlijnd. Alsof de documentaire ook is bedoeld om het goede werk dat de heteroman Reynolds en zijn lieftallige echtgenote verrichten voor hun LGBT-medemens nog eens te benadrukken.

In april van dit jaar volgde bovendien nog een wat ongemakkelijke epiloog, in de vorm van een bericht op Twitter dat Reynolds en zijn vrouw ’na zeven mooie jaren’ uit elkaar zijn. Deze documentaire, slechts een half jaar eerder opgenomen, laat nochtans alleen een uiterst liefdevol koppel zien. Alle eventuele huwelijksproblemen zijn netjes buiten beeld gehouden of weg geretoucheerd. Je zou er bijna – bijna! – wat van gaan denken.

De Hoofdvrouw

 

Ze zit tegen een volledig witte achtergrond en kijkt recht in de camera. Dat probeert ze tenminste. Marijke zonder achternaam. Ze is duidelijk geëmotioneerd. Met horten en stoten doet ze haar verhaal: ‘Ik weet niet wat erger is: om te moeten zeggen dat mijn moeder is weggegaan en ons, mij, in de steek gelaten heeft en nooit meer is teruggekomen. Of dat ik ook nog moet zeggen wat ze gedaan heeft: dat ze veroordeeld is voor het misbruik van kinderen.’

Marijke keert terug naar de sekte De Gemeente Gods, waarin haar moeder van de profeet Sipke Vrieswijk de rol van De Hoofdvrouw (70 min.) toebedeeld had gekregen. Ze reconstrueert de gebeurtenissen met vader Hans, zus Annemieke, zussen van haar moeder en enkele voormalige sekteleden. Stuk voor stuk zijn ze onherkenbaar gemaakt. Alleen Marijke zelf toont zich aan de kijker. Het benadrukt de eenzame strijd waartoe ze zichzelf heeft verplicht.

De film die Hester Overmars daarover maakte is opgebouwd als een zoektocht. Naar het verleden van een religieuze gemeenschap, maar vooral naar haar moeder die ze al twintig jaar niet heeft gezien. Al te veel context krijgt de kijker daarbij niet. Die volgt gewoon Marijke. Zij probeert de witte plekken in haar geheugen (en leven) in te kleuren: wat bezielde haar moeder? Letterlijk. Of: wie? En dachten ze werkelijk dat ze uitverkoren waren door God?

Stukje bij beetje ontvouwt zich een dramatisch persoonlijk verhaal. De liefdevolle moeder uit die familiefilmpjes, hoe kon zij Vrieswijks ‘koningin’ worden? Marijke luistert naar oude geluidsopnames en wordt opnieuw emotioneel. Beelden van de sekte zelf zijn er niet – of krijgen we in elk geval niet te zien. Die kun je er wel bij bedenken. We zien vooral Marijke, innerlijk verscheurd, en haar gevecht om de waarheid boven tafel te krijgen. Intussen maakt ze zich klaar voor een dramatische confrontatie.

The Poetess

 

‘Als een vogel opgroeit in een kooi’, stelt de Saudische dichteres Hissa Helal Remia. ‘Dan past hij zich aan de kooi aan.’ De hoofdpersoon van The Poetess (57 min.) toont nochtans aan dat zo’n vogeltje gewoon blijft zingen (of beter: declameren) zoals het gebekt is. Op tamelijk luchtige wijze belichten Stephanie Brockhaus en Andreas Wolff in deze fijne documentaire de (benarde) positie van vrouwen in de Arabische wereld en hoe die in de afgelopen eeuw is ontstaan.

Een vrouw op een podium is voor bepaalde mannen nog altijd vergelijkbaar met een zedendelict, meent Hissa Helal. In een volledig geblindeerde zwarte nikab doet ze in Abu Dhabi mee aan Million’s Poet, een soort Arabia’s Got Talent waarin poëten uit landen als Jordanië, Oman en Koeweit een miljoenenpubliek proberen te veroveren. Vrijwel alle deelnemers zijn mannelijk, want vrouwen kunnen natuurlijk niet dichten.

Met haar eloquente tirades tegen de misstanden in haar wereld oogst Hissa zowel bewondering als kritiek. ‘Je bent duidelijk opstandig’, zegt de plaatselijke Gordon tijdens zijn beoordelingspraatje, maar hij laat haar wel naar de volgende aflevering gaan. Bij ronde 3 slaat de vlam in de pan als ze zich ongeremd uitspreekt tegen oproepen tot geweld van prominente geestelijken, de zogenaamde fatwa’s.

‘Als ik de waarheid onthul’, doceert Hissa Helal Remia op gedragen toon in het gedicht dat haar voor even wereldnieuws zal maken, ‘komt er een monster tevoorschijn met barbaarse denkwijzen en handelingen.’

Recruiting For Jihad

 

In Recruiting For Jihad (80 min.) vertelt Adel Khan Farooq het verhaal van Ubaydullah Hussain. Beide mannen zijn ongeveer even oud, hebben hun roots allebei in Pakistan liggen en groeiden op in Noorwegen. Toch staan ze mijlenver van elkaar: Farooq werd journalist, Hussain islamist. De één koestert de westerse democratie, de ander wil die juist omver werpen.

Via zijn contact met Hussain krijgt Farooq, die wordt ondersteund door de Noorse filmmaker Ulrik Imtiaz Rolfsen, begin 2014 toegang tot de verborgen wereld van radicale moslims in Europa, die in de dan net opgerichte Islamitische Staat een soort ideale samenleving zien. Jonge ‘gelovigen’, die daadwerkelijk bereid zijn om de wapens op te nemen in Irak of Syrië. Ze duiken op in IS-video’s, als martelaar of beul.

Intussen trekt Ubaydullah Hussain steeds meer de aandacht met extreme uitspraken na de aanslagen op Charlie Hebdo en bij de marathon van Boston en begint de Noorse politie interesse te krijgen in het ruwe beeldmateriaal dat Farooq heeft gemaakt van de goedgebekte jihad-werver en de door hem geronselde strijders, die in deze interessante volgdocu worden klaargestoomd voor de heilige strijd.

Wild Wild Country

 

Ooit heette het dorp in Oregon Antelope. Het lag in ‘the middle of nowhere’, in het afgelegen Noordwesten van de Verenigde Staten, en herbergde zo’n vijftig inwoners, veelal oude van dagen. Conservatieve Amerikanen, die het goed hadden met elkaar. Totdat de Bhagwan-beweging uit India in 1981 even verderop met veel bombarie een eigen stad bouwt. Niet veel later is Antelope helemaal onder de voet gelopen en omgedoopt tot Rajneeshpuram, ofwel City Of Rajneesh.

Die nieuwe stad moet het centrum worden van de wereldwijde beweging van Bhagwan Sri Rajneesh, die over de hele wereld zijn eigen communes heeft opgericht, waaronder ook in Amsterdam. Duizenden ‘sannyasins’, in die karakteristieke roze, paars en bordeauxrode kleding, prediken in naam van de enigmatische goeroe gemeenschapszin, meditatie en vrije liefde. De oorspronkelijke bewoners van Antelope zien de komst van ‘de sekte’  met lede ogen aan. Een confrontatie is onvermijdelijk.

De zesdelige serie Wild Wild Country (400 min.) van de broers Chapman Way en Maclain Way reconstrueert met enkele hoofdrolspelers, onder wie Bhagwans roestvrijstalen rechterhand Ma Anand Sheela, kopstukken van de beweging en dorpsbewoners, de clash tussen de commune en Antelopers, die zowel met wapens als in de rechtszaal wordt uitgevochten. Bhagwan zelf, ook wel Osho genaamd, houdt zich veelal afzijdig en laat Sheela, die al snel als een bordeauxrode lap op een stier werkt bij de dorpelingen, de kastanjes uit het vuur halen. Dat doet ze met overtuiging, binnen en buiten de wet.

Het verhaal van het escalerende conflict tussen de Rasjneeshees en hun directe omgeving alterneert in deze wel erg lang uitgevallen serie met het grotere verhaal van de Bhagwan-beweging, die z’n vleugels uitslaat naar Hollywood en steeds meer op een traditionele sekte begint te lijken. Dat verhaal wordt met een karrenvracht prachtig archiefmateriaal tot leven gebracht. Intussen vertoont Osho, die zelfs voor zijn meest vertrouwde medewerkers een raadsel blijft, steeds irrationeler gedrag en komt hij ook nog eens lijnrecht tegenover Sheela te staan.

Wild Wild Country doet geen serieuze poging om de onbenaderbare spirituele leider te duiden en concentreert zich ook niet op het dagelijks leven binnen de Bhagwan-gemeenschap. Deze intrigerende serie richt zich vooral op de machinaties rond, en uiteindelijk ook binnen, de beweging. De ideale samenleving, die de Rajneeshees dachten te hebben opgezet, blijkt natuurlijk net zo onvolmaakt als willekeurig welke andere maatschappijvorm waarin één enkele man – en dan ook nog het prototype Indiase goeroe, met een groot vermogen tot zelfpersiflage – ‘t volledig voor het zeggen heeft. Met alle problemen, excessen en conflicten van dien.

Maroesja Perizonius maakte in 2004 een film over haar ervaringen als Nederlands kind in de Bhagwan-beweging. In de egodocumentaire Communekind confronteert ze haar moeder met de keuzes die zij maakte en die ervoor zorgden dat Maroesja een tijd, gescheiden van haar moeder, moest leven in een kindercommune in Engeland. Ze schreef er ook een boek over, De Droom Van Mijn Moeder.

Snelwegkerk

 

Langs de ooit zo roemruchte Duitse Autobahn zit op een Raststätte, te midden van de Tankstelles en Rasthäuser, soms een Snelwegkerk (53 min.) verstopt. Het zijn toevluchtsoorden voor mensen die even een moment stilte en bezinning zoeken in onze wereld van voortdurend onderweg. Elsbeth Fraanje maakte er een subtiele film over, die tijdens het Nederlands Film Festival met het Gouden Kalf voor beste korte documentaire werd beloond.

‘Een mozaïekvertelling over mensen die op zoek gaan naar wat hen ten diepste beroert’, aldus de jury van dienst. ‘Aan de hand van diverse personages die elk met een ander motief de snelwegkerk bezoeken en openhartige teksten uit het Anliegenbuch wordt een beeld geschetst van de hedendaagse condition humaine.’ Waarvan acte.

Stapvoets portretteert Fraanje enkele ‘vaste klanten’ van een Autobahnkirche, zoals een Vlaamse vrouw die soms heel even weg kan bij haar ernstig zieke man, de vrachtwagenchauffeur die aan een knokpartij de bijnaam Zahnfee overhield en twee oudere vrouwen die samen een kapelletje schoonhouden en intussen stiekem gluren in het gastenboek.

Het is een ingetogen vertelling geworden, zonder grootse emoties of spannende ontwikkelingen. Snelwegkerk observeert vanaf een zekere afstand – en blijft daardoor ook wat op afstand. Een verstilde, omfloerste en soms droogkomische sfeertekening, waarin gewone mensen verbinding zoeken; met een hogere macht, met de mensen om hen heen of, gewoon, met zichzelf.

Patience, Patience, T’Iras Au Paradis!

 

Geduld, straks ga je naar het paradijs!, luidt de Nederlandse titel van deze Belgische documentaire, die in 2015 de Prix Europa voor beste televisieprogramma over diversiteit en de multiculturele samenleving won. In deze levenslustige film van Hadja Lahbib neemt een groepje oudere moslima’s uit Brussel geen genoegen meer met die belofte voor het hiernamaals en besluit om de bloemetjes eens ongegeneerd buiten te gaan zetten.

Hun hele leven hebben ze  netjes voor het huishouden en de kinderen gezorgd. Nu ze eindelijk hun handen vrij hebben, ontdekken Mina en haar goedlachse vriendinnen, geïnspireerd door de vrijgevochten Marokkaanse poetry slamster Tata Milouda, dat een islamitische vrouw nog een ánder leven kan leiden, ontdaan van de vertrouwde huiselijke plichten.

Ze leren lezen en schrijven, bezoeken de opera en besluiten uiteindelijk zelfs om een trip naar New York te maken. Als kijker krijg je ondertussen zicht op een wereld die doorgaans verborgen blijft. Het leidt tot een even voorspelbare als opzienbarende conclusie: ‘t zijn net gewone mensen, daar onder die hoofddoek. Uitroepteken.

De Belgische moslima’s kletsen en giebelen in Patience, Patience, T’Iras Au Paradis! (50 min.) net zo uitbundig als het gemiddelde clubje Nederlandse vrouwen van onbestemde leeftijd, dat in het weekend winkels, musea en restaurants onveilig maakt. Waar die meestal al snel op de zenuwen beginnen te werken, roepen de hoofdpersonen van deze hartverwarmende film vooral gevoelens van vertedering op.