Bikram: Yogi, Guru, Predator

Netflix

Hoe is het toch mogelijk dat anderen direct kunnen zien wat voor jou soms heel lang verborgen blijft? Neem Bikram Choudhury. Één blik op deze blitse yogaleraar, meestal alleen gekleed in een Speedo, is eigenlijk voldoende: charlatan, machtswellusteling en seksfreak. Toch weet de man vanaf begin jaren zeventig een enorme schare volgelingen op te bouwen. Hij wordt de ‘bad boy van yoga’ gedubd. McYoga zelfs. En met zijn ‘martelkamer-aanpak’ weet de Indiase yogameester in de Verenigde Staten een lucratieve franchise op te bouwen. Waarbij ‘s mans massale lerarentrainingen een geweldige ‘cash cow’ werden.

Kijk er een fractie van een seconde naar in de documentaire Bikram: Yogi, Guru, Predator (95 min.) en je ziet: een slinkse combinatie van grootspraak, vernedering en groepsdruk. Vervat in platte, semi-diepzinnige oneliners. Zijn leerlingen hebben evenwel het gevoel dat hij recht in hun ziel kijkt, hen de straf geeft die ze al zo lang verdienen en – uiteindelijk – een beter mens van hen zal maken. Wat zien zij wel en wij, de buitenstaanders, niet? En waarom zien zij niet dat dit onmogelijk goed kan blijven gaan? Iets wat elke outsider vanaf de allereerste minuut voorziet?

Deze stevige film van Eva Orner wordt afgewikkeld volgens het inmiddels welbekende #metoo-sjabloon: man met machtspositie dringt zich op bij van hem afhankelijke jonge vrouw en overschrijdt langzaam maar zeker al haar grenzen. Het overkwam bijvoorbeeld Sarah Baughn, die later een rechtszaak tegen Bikram zou aanspannen. Nadat ze door hem was overweldigd, hoorde ze zichzelf bij vertrek gewoon ‘goedenacht, chef’ zeggen. Zo waren de verhoudingen. Hij was de baas. En zij was gebaat bij zijn goedkeuring, dat ook. Mede daardoor duurde het zo lang voordat de zaak publiek werd: allemaal wilden ze een eigen Bikram-school runnen en bleven ze ook in de achterliggende filosofie geloven.

Bikram zelf blijft intussen een enigma. De archetypische goeroe die ook maar gewoon een man van vlees, dat vooral, en bloed blijkt te zijn. Uitgerust met dat typische roofdierachtige instinct, waarmee hij onmiddellijk het zwakste plekje van anderen weet te vinden en dit vervolgens genadeloos exploiteert. Zou deze Bikram, een goeroe tenslotte, zien wat wij zien als we naar hem kijken? Het lijkt er vooralsnog helemaal niet op. Aan het eind van de film blijkt dat hij zijn werkterrein simpelweg heeft verlegd. En daar ziet blijkbaar (nog) niemand wat wij, kijkers van deze frontale aanval, niet meer kunnen aanzien.

Tell Me Who I Am

Netflix

Links in beeld zit Alex Lewis, rechts Marcus Lewis. Tweelingbroers. Los van elkaar geïnterviewd. Over de kwestie die hun leven veranderde. Als Alex op achttienjarige leeftijd na een motorongeluk in coma terechtkomt en zijn geheugen kwijtraakt, is het Marcus die hem uitlegt dat die oudere mevrouw zijn moeder is en die afstandelijke meneer papa. Alles in de wereld is weer als nieuw voor de tiener Alex, zelfs dat hij een vriendin heeft. ‘Onze vaste grap was dat ik twee keer ontmaagd ben door dezelfde vrouw’, zegt de Britse vijftiger lachend in deze documentaire van Ed Perkins.

Marcus sleept de achttienjarige Alex weer het leven in. Hij schetst hem de idyllische jeugd die ze hebben gehad in de bevoorrechte omgeving van de Britse upperclass. Één ding vertelt hij echter niet. Het victoriaanse huis, waarin de eeneiige tweeling opgroeide, herbergt een groot geheim. Dat komt Marcus later op flinke kritiek te staan. ‘Het was niet aan jou om God te spelen’, zeggen vrienden over het feit dat hij een groot deel van hun gezamenlijke leven verzweeg voor zijn verdwaasde broer.

Tell Me Who I Am (85 min.) onthult dit geheim stapsgewijs. Het eerste bedrijf van deze gestileerde film, waarin het relaas van de eeneiige tweeling wordt geïllustreerd met een combinatie van authentieke familiefoto’s en -filmpjes en verfilmde herinneringen, wordt verteld vanuit het perspectief van Alex. Het volgende bedrijf voegt daar Marcus’ lezing van de feiten aan toe. In het laatste bedrijf, waarin de gebroeders Lewis letterlijk tegenover elkaar gaan zitten, komen de beide werkelijkheden tenslotte met het nodige kunst- en vliegwerk bij elkaar.

Die confrontatie voor de camera, het eerste gesprek dat de twee broers naar verluidt hebben over de bijzonder precaire kwestie die tussen hen in is gaan staan, voelt gekunsteld. Gecreëerd drama. Zoals de hele vertelling sowieso erg geconstrueerd oogt. Had de tweeling nu werkelijk deze documentaire nodig om elkaar recht in de ogen te kijken en de waarheid te zeggen? Een diep persoonlijke kwestie, voorheen onmogelijk om met zijn tweeën te bespreken, wordt nu met de hele wereld gedeeld.

En dan blijft de kijker ook nog met de nodige losse eindjes achter: hebben de broers, die eerder (!) al een boek schreven over de zaak, bijvoorbeeld actie ondernomen tegen de lieden waarmee ze nog een appeltje hebben te schillen? Daarover reppen ze in elk geval met geen woord in deze slinkse film, die soms een loopje lijkt te nemen met een bijzonder, dat wel, pijnlijke waarheid.

Niks Aan De Hand

BNNVARA

’Ik heb ook heel lang gedacht: iemand gaat natuurlijk een keer zien dat ik zwanger ben’, vertelt Miranda. Even later: ‘Als ik onder de douche stond bijvoorbeeld dacht ik altijd: oh, als die buik maar niet dikker wordt. Want dan heb ik straks echt een groot probleem. Dan moet ik ergens met een kind heen en ik heb geen idee hoe ik dat moet oplossen.’

Miranda, inmiddels een vrouw in de kracht van haar leven, moet toentertijd een jaar of zeven zijn geweest. Van haar vierde tot haar dertiende werd ze misbruikt door een neef, in een ondergrondse hut in het bos. Naar haar omgeving hield ze niettemin vol dat er Niks Aan De Hand (48 min.) was. Voor de camera van Heleen Minderaa doet ze nu haar verhaal.

De documentairemaakster omkleedt Miranda’s herinneringen met privéfoto’s en -filmpjes en beelden van wat de kunstenaar Armando het ‘schuldige landschap’ zou noemen, het bos waar de tragedie die haar leven zou definiëren zich voltrok. ’Jongens waren leuk met hun kleren aan’, vertelt Miranda over hoe de traumatische ervaringen doorwerkten in haar latere leven. ‘En anders werd het veel te ingewikkeld.’

Miranda’s moeder, de lerares van haar lagere school en een familielid zorgen, off screen, voor ondersteunende verklaringen. Miranda zelf fungeert echter als voornaamste bron. En net als je als kijker begint te denken dat je dit persoonlijke verhaal over seksueel misbruik van een kind, hoe ingrijpend ook, (helaas) eerder hebt gehoord, verschijnt de man ten tonele die Miranda’s leven heeft ontwricht.

Haar neef, onherkenbaar gemaakt, gaat voor de camera in gesprek met zijn nichtje. Hij heeft zelf ook een verhaal. ‘Ik weet elk detail nog, plek nog, plaats nog en waarschijnlijk de tijd nog van wat er met mij gebeurd is’, zegt hij daarover. ‘Maar wat er met jou gebeurd is – waar precies en hoe laat – daarvan kan ik me maar een paar dingen herinneren.’

Zo ontspint zich een waardevol gesprek tussen neef en nicht, die allebei beschadigd uit hun jeugd zijn gekomen. Juist in die confrontatie tussen slachtoffer en dader/slachtoffer zit de meerwaarde van deze film, die een genuanceerd beeld geeft van seksueel geweld en de oorzaken en gevolgen daarvan.

Deze documentaire is overigens onderdeel van een crossmediaal project. Naast de film komt er ook een website, waarop experts in korte interviews reflecteren op de film en inzichten geven die ‘helpend’ zijn voor zowel slachtoffers als daders van seksueel geweld.

Murder In The Bayou

Ze gingen om met ‘the wrong crowd’, zeggen hun nabestaanden. Ze leefden een ‘high-risk lifestyle’, werpt de plaatselijke politiechef Ricky Edwards tegen. En dat komt hem op flinke kritiek te staan. Alsof de vrouwen, die verslaafd waren aan crack en hun lichaam verkochten, er zelf om hebben gevraagd om te worden vermoord en gedumpt in een plaatselijke ‘swamp’.

Acht prostituees werden er tussen 2005 en 2009 gedood in Jennings County, Louisiana. Ze staan inmiddels bekend als The Jeff Davis 8. En wie verantwoordelijk was voor hun tragische lot, is ruim tien jaar na dato nog altijd ongewis. Murder In The Bayou (269 min.), gebaseerd op het gelijknamige boek van onderzoeksjournalist Ethan Brown, zet opnieuw het mes in de lang slepende kwestie, die als inspiratie zou hebben gediend voor het eerste seizoen van de thrillerserie True Detective.

Het is in elk geval geen seriemoordenaar, volgens de ziedende moeder van slachtoffer Brittney Gary. Ze blijft het maar herhalen in deze vijfdelige documentaireserie van Matthew Galkin. Er. Is. Geen. Seriemoordenaar. En zeker geen ‘seriedumper’, ook al zo’n term waarmee de politiechef, die net als enkele andere sleutelfiguren schittert door afwezigheid in deze serie, de plaatselijke bevolking tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Zou hij die term ook hebben gebruikt als de vrouwen niet afkomstig waren van de verkeerde kant van het spoor?

Behalve Ethan Brown en journalist Scott Lewis van de plaatselijke krant The Jennings Daily News, die als extern deskundigen enige klaarheid in de kwestie proberen te brengen, wordt deze serie vooral bevolkt door zogenaamde ‘deplorables’: verlopen mannen en vrouwen met de spreekwoordelijke vuile bek, een troebele oogopslag en die nietsontziende zucht om het complete bestaan te verdoven. Gezamenlijk vormen ze bovendien een potentiële goudmijn voor elke tandarts.

Onder hen zijn ook twee mogelijke verdachten: de schmutzige lokale dealer/pooier Frankie Richard en zijn nicht Hannah Conner. Hebben zij die acht moorden op hun geweten? Werden ze daarna door plaatselijke agenten uit de wind gehouden (of zijn die zelfs betrokken bij het mysterie van de gedode vrouwen)? En welke rol speelde het luizige motel The Boudreaux Inn, waar volgens direct betrokkenen heel wat werd ‘afgepartyd’ (maar het leven desondanks bepaald geen feest was)?

Zoals het een echte true crime-serie betaamt, duwt Murder In The Bayou een dossierkast met mogelijke scenario’s omver. Die worden door Galkin vervolgens met suggestieve beelden, dreigende muziek en de nodige cliffhangers smakelijk uitgeserveerd. Zo ontstaat een duistere, onheilszwangere wereld, waaruit steeds weer nieuwe verhalen kunnen worden opgediept die het daglicht eigenlijk niet kunnen velen.

Hoe die losse incidenten zich precies tot elkaar zouden verhouden en welke overkoepelende theorie daar dan uit voortvloeit, blijft tot het einde van deze beklemmende miniserie ongewis. En ook dan zijn er nog altijd meer vragen gesteld dan beantwoord. Een even onvermijdelijke als onbevredigende slotsom, die een vervolg, al dan niet in documentairevorm, onontkoombaar maakt.

Inside Deep Throat

De gimmick is eigenlijk te lachwekkend om nog enige vorm van seksuele opwinding toe te laten: Linda Lovelace zou een clitoris in haar keel hebben. En er is maar één manier om die te stimuleren. Deep throat, juist. Waarbij zij dan óók een orgasme krijgt. Een smakelijke premisse, die het mannelijke publiek destijds natuurlijk héél goed uitkwam.

De Amerikaanse pornofilm, die op 12 juni 1972 in première ging, zou een enorm kassucces worden. Een B-productie die een habbekrats, slechts 25.000 dollar, had gekost en uiteindelijk jarenlang in de bioscoop zou draaien en meer dan zeshonderd miljoen opbracht. Intussen kwam er een serieuze discussie over de vrijheid van meningsuiting op gang (en werd Deep Throat tevens de schuilnaam van de mysterieuze klokkenluider in het Watergate-schandaal).

De lekker schmutzige documentaire Inside Deep Throat (85 min.), een titel die verwijst naar de infame Deep Inside-seksfilmserie, neemt de kijker mee naar de tijd dat pornografie nog werd gezien als een belangrijk onderdeel van de seksuele revolutie en een soort cultuuroorlog met vertegenwoordigers van Conservatief Amerika, zoals de moraalridder Charles Keating, op gang bracht.

De filmmakers Fenton Bailey en Randy Barbato reconstrueren het maakproces van de film (met sleutelfiguren als regisseur Gerard Damiano en acteur Harry Reems), laten erotische kopstukken als Hugh Hefner, Xaviera Hollander en Larry Flynt aan het woord over de bijbehorende industrie en schetsen met opiniemakers als Gore Vidal, Camille Paglia en Norman Mailer het maatschappelijke klimaat (dat bijvoorbeeld gestalte kreeg via de actie porNO).

Het geheel wordt in deze sappige docu uit 2005 opgediend met jofele archiefbeelden, kekke seventiesmuziek én acteur Dennis Hopper als verteller en krijgt nog een rauw randje als de veelbesproken seksfilm blijkt te zijn gefinancierd met maffiageld en de grote ster Linda Lovelace begint te beweren dat ze in werkelijkheid wordt verkracht als ze haar orale arbeid verricht voor de camera.

Afrikaanse Bruid

Gilbert en Maxy / filmfestival.nl

‘Wat ik hier doe, dat kan ik in Europa niet doen’, zegt de Belgische pensionado Gilbert Heijndels, terwijl hij in een zwembad in zijn tweede thuisland Kenia een zoen ontvangt van de donkere schone Helen. ‘Mooie zwarte meisjes, zachte huid. En ik ga je uitleggen: ik heb nooit willen neuken met zwarten. Ik ben vele keren in Afrika geweest en ik wou daar niet aan beginnen. Ik was er vies van. Die stinken. Dat was een idee wat in mijn hoofd zat. Toen heb ik het toch een keer gedaan. En ik was gebeten door de microbe, hè?’. Hij vat samen: ‘Eenmaal zwart, altijd zwart.’

De hoofdpersoon van Afrikaanse Bruid (87 min.), de nieuwe documentaire van Roy Dames en Jos Driessen, laat het zich goed smaken in het zonnige Afrika. Alleen die Helen begint steeds meer een pijn in de bips te worden. Ze is net als al die anderen, foetert de voormalige militair: eerst laten ze zich bezwangeren door een plaatselijke vent en dan mag ik voor hen en voor het kind zorgen. Gilbert is echter niet overdreven kieskeurig als het zwarte vrouwen betreft: geen handvol, maar een landvol.

Die donkere dames weten zelf overigens ook wel van wanten. ‘Zie je die witte vent daar?’ zegt een Afrikaans meisje in een strandtent tegen haar vriendin. ‘Hij heeft een eng gezicht’, constateert die. ‘Waarom kijk je naar zijn gezicht? Je moet naar zijn portemonnee kijken.’ Ze geven elkaar lachend een high five. Hoewel ook Gilbert best doorheeft dat ze echt niet alleen vallen voor zijn vriendelijke karakter, laat hij zich uiteindelijk met liefde en plezier in de luren leggen. Niets in regenachtig België kan op tegen de geneugten van vrouwelijk Afrika, dat zich bovendien spontaan online aanbiedt.

Dames en Driessen volgen de overjarige schuinsmarcheerder in de laatste drie jaar van zijn leven, zonder commentaar of kritische vragen. De ‘Kenya Kimbo’ wordt wel van zéér dichtbij geobserveerd. ‘Die gaan we neuken, hè’, zegt hij bijvoorbeeld thuis tegen een oudere Belgische vrouw, die met hem op internet alweer een nieuwe vlam zoekt. Hij kiest voor Beatrice uit Oeganda, met die ‘mooie kont’. In Afrika laat Gilbert er geen gras over groeien. Hij stelt vast dat haar ‘kuma’ nat is. En dat zijn ‘mboro’ op haar wacht. Zonder condoom, kondigt hij aan tijdens de ontmoeting met Beatrice. Hij is tenslotte geen machine. Gewoon van tevoren een HIV-test doen. En dan… ‘diggi-diggi’.

Alle grootspraak ten spijt lijkt Gilbert helemaal niet gelukkig. Hij steekt de ene sigaret met de andere aan, drinkt als een Tempelier en mijmert over een zwarte schone genaamd Maxy, waaraan hij ooit écht zijn hart verloor. De Belg voelt zich bedrogen door al die veel te dure liefjes. ‘Die zuigen een blanke leeg’, moppert hij. ‘Het zijn net beesten.’ En als hij buiten gehoorsafstand is, laten zij zich (natuurlijk) ook niet al te flatteus uit over hem. Die openheid, op het gênante af, behoort tot de pluspunten van deze lekker ongemakkelijke film, die aan het eind, als Gilberts krachten beginnen weg te vloeien, alleen wat rommelig wordt afgewikkeld.

Afrikaanse Bruid laat echter op indringende wijze zien dat Westerse uitbuiting van vrouwen uit een arm land en het slim leegtrekken van een Europese oudere man heel goed samen kunnen gaan. En niemand wordt er echt gelukkig van. Ook Gilbert niet. Of, in elk geval nooit véél langer dan een seconde of tien.

Roll Red Roll

De soundtrack voor de langste nacht van haar leven kwam van Nirvana: Rape Me. De jongens, footballers van een plaatselijke middelbare school, voegden meteen de daad bij het woord. En ‘Jane Doe’ was het slachtoffer. Gewillig of niet? Want dat is na afloop van het ‘feest’ de sleutelvraag: was het anonieme zestienjarige meisje een bereidwillige participant, een sletje dat zich dronken liet voeren? Of toch slachtoffer van een groepsverkrachting, die naderhand door de daders en hun verlekkerd meekijkende vrienden via sociale media enthousiast werd uitgevent?

Plaats van handeling is Steubenville, een arbeidersstadje in Ohio, dat trots is op het American footballteam van de Big Red High School (strijdkreet: Roll Red Roll). En juist twee spelers van die ploeg, Trent Mays en Ma’lik Richmond, raken in augustus 2012 in opspraak vanwege een al te uitbundige zaterdagavond. Het slachtoffer zelf herinnert zich niets, maar de talloze SMS’jes, foto’s en social media-berichtjes van de footballers spreken boekdelen over wat er heeft plaatsgevonden op het gezellige feestje van het stel.

In de lokale gemeenschap is nochtans lang niet iedereen overtuigd van de slechte intenties van ‘hun’ jongens, getuige Roll Red Roll (80 min.). Het gaat volgens sommige Ohioans om een typisch ‘she said, he said’-verhaal. Ze zal er, zo wordt er dan zo treffend bijgezegd, zelf wel om gevraagd hebben. Dat lijkt op zijn beurt een typisch geval van ‘victim blaming’. Hoewel het slachtoffer, om heel begrijpelijke redenen, verstek laat gaan in deze film, weet regisseur Nancy Schwartzman met beelden van getuigenverklaringen en verhoren de zaak toch helder over het voetlicht te brengen.

Ze accentueert die in deze gedegen documentaire zo nu en dan met agressieve metalmuziek en kadert de gebeurtenissen in met de misdaadblogger die de zaak aan het rollen bracht, enkele activisten (#OccupySteubenville) die er een landelijk nieuwsverhaal van maakten en de rechercheur, aanklager en advocaten van dienst. Gezamenlijk schetsen ze een zorgwekkend portret van Average America, waar tienerjongens in de 21e eeuw er (blijkbaar) nog altijd geen been zien in het gebruiken van een (laveloos) meisje voor eigen gerief en de volwassenen om hen heen dat vergoelijken of zelfs in de doofpot proberen te stoppen.

Untouchable

‘He would never take ‘no’ for an answer’, zegt Deborah Slater, de vroegere secretaresse van Harvey Weinstein, over de tijd dat hij nog een ambitieuze concertpromotor in Buffalo was. Ze probeert zijn zakelijke attitude te omschrijven aan het begin van de documentaire Untouchable (98 min.), maar de analogie met ‘s mans buitensporige seksuele gedrag is natuurlijk onontkoombaar. Om aan alle eventuele twijfel daarover een einde te maken, laat regisseur Ursula Macfarlane tegelijkertijd een foto zien van Harvey met een ander icoon van geweld tegen vrouwen, O.J. Simpson. Waarna Hope D’Amore het eerste aangrijpende verhaal van deze documentaire mag vertellen: over hoe ze eind jaren zeventig tijdens een bezoek aan New York met een jonge en bijzonder opdringerige Harvey in een hotelkamer belandde.

Toen Miramax, het filmproductiebedrijf van Weinstein en zijn broer Bob, vanaf halverwege de jaren tachtig stormenderhand Hollywood begon te veroveren, kreeg zijn wangedrag een structureel karakter. Niet alleen naar vrouwen overigens. Ook de mannelijke Miramaxers hadden het regelmatig zwaar te verduren met hun lomperd van een baas, vertellen ze in dit pijnlijke portret van de filmmagnaat. De asbakken vlogen zogezegd in het rond. Tegelijkertijd was er die onweerstaanbare drive, zijn grootse visie op films en die oprechte liefde voor cinema. Harvey was dan misschien een bullebak, lijken ze nog steeds (tegen zichzelf) te zeggen, maar zijn manier van werken leverde wel wat op: de ene na de ander Oscar. En ach, iedereen gaat wel eens een keer over de schreef.

En dan, halverwege de documentaire, introduceert Macfarlane de actrices Rosanna Arquette, Caitlin Dulany, Nannette Klatt, Louise Godbold en Paz de la Huerta. Ze hebben elk hun eigen ervaringen, maar vertellen tegelijkertijd één en hetzelfde verhaal, dat bovendien parallel is gemonteerd. De modus operandi van een seksueel roofdier, dat weet dat het ongestoord zijn gang kan gaan. Als er al details over zijn erotische escapades zouden uitlekken, dan kunnen die altijd in verband worden gebracht met jonge actrices, die zich nu eenmaal omhoog proberen te neuken. En in Hollywood weten ze allang dat híj, de onbetwiste baas van Miramax, daar niet vies van is, getuige bijvoorbeeld Seth MacFarlanes opmerkingen daarover bij de Oscar-uitreiking van 2013, die ene grap in de comedyserie 30 Rock en de ‘slip of the tongue’ van Courtney Love uit 2005.

Harvey waant zich onaantastbaar, zo ervaren oud-medewerkers, vrouwen en journalisten die hem tegen de haren instrijken. Met behulp van alle mogelijke middelen worden ze geïntimideerd. En als ‘the fucking sheriff of this fucking lawless piece-of-shit town’ uiteindelijk toch niet weg komt met wat hij nu weer heeft geflikt, kan er nog altijd worden geschikt, met een stevige geheimhoudingsverklaring erbij. Harvey meent daardoor dat hij boven de wet staat. Tótdat de onderzoeksjournalisten Ronan Farrow (The New Yorker) en Megan Twohey en Jodi Kantor van The New York Times in 2017, als de #metoo-beweging duchtig van zich doet spreken, eindelijk bronnen vinden die tegen Weinstein willen getuigen en zijn hele leven en bedrijf als een kaartenhuis in elkaar donderen.

De complete, inmiddels welbekende Weinstein-affaire wordt in deze doortimmerde documentaire netjes uit de doeken gedaan met jeugdvrienden, voormalige medewerkers en de gebruikelijke journalisten en deskundigen, maar wordt in Untouchable slechts beperkt in verband gebracht met de mucho macho-mores die er al sinds jaar en dag leven bij/rond dit soort hele machtige mannen, zeker in de entertainmentindustrie. Een tijdperk dat nu echter op z’n einde lijkt te lopen. Na R. Kelly en Michael Jackson is ‘Zweinstein’ al de derde grootheid die in 2019 wordt gesloopt in een documentaire. Nu is het alleen nog wachten op de definitieve Bill Cosby-film, die zich onlangs, vanuit de gevangenis, alweer op de sociale media meldde als ‘America’s dad’.

Oh ja, Harvey Weinstein ontkent alles. Bijna dan. En zijn broer Bob wist van niets.

The Central Park Five

Ava DuVernays vierdelige drama When They See Us, sinds kort te zien op Netflix, is zonder enige twijfel de meest geprezen televisieserie van 2019. Over hetzelfde onderwerp, de onterechte veroordeling van vijf donkere New Yorkse jongens vanwege een gewelddadige verkrachting, werd in 2012 ook al een prijswinnende documentaire gemaakt: The Central Park Five (118 min.).

Beide producties gaan terug naar die ene fatale dag in 1989, woensdag 19 april, toen een vrouwelijke jogger nagenoeg levenloos werd achtergelaten in het New Yorkse Central Park. Ze zou twaalf dagen in coma liggen. Enkele jongens, onderdeel van een grotere groep tieners die stenen naar auto’s had gegooid en een paar willekeurige parkbezoekers in elkaar had geslagen, werden gearresteerd voor de verkrachting.

Onder druk van de politie legden ze tijdens hun (gefilmde) verhoren een valse bekentenis af, die hen zou blijven achtervolgen. Ook al was er geen enkel fysiek bewijs – een situatie die herinneringen oproept aan de Puttense moordzaak. Toen in een andere zaak een erkende serieverkrachter als verdachte werd aangehouden, vond niemand het nodig om zijn DNA te testen. The Central Park Five zouden jarenlang achter de tralies zitten.

Met de vijf voormalige verdachten – één van hen wilde alleen niet in beeld – en advocaten, journalisten, burgerrechtenactivisten, psychologen en familieleden van de jongens nemen Ken BurnsDavid McMahon en Sarah Burns de zaak door, die kan worden gezien als de culminatie van raciale spanningen in het door een misdaadgolf en de crackepidemie overspoelde New York van de jaren zeventig en tachtig.

Het vergrijp speelde destijds perfect in op latent racisme. Een blanke vrouw verkracht? Daar kón alleen een zwart roofdier achter zitten. Vijf nog wel. Zelfs in 2016, toen de zaak al lang en breed was opgelost en de onschuldige verdachten allang op vrije voeten waren, bleef een zekere New Yorkse vastgoedman, die ook al eens een advertentie in de krant had geplaatst om de doodstraf te bepleiten voor de vijf, volhouden dat de jongens in wezen schuldig waren.

De uitspraken van deze Donald Trump geven dit dramatische verhaal over stuitend onrecht, dat door Burn, McMahon en Burns zonder effectbejag is opgetekend, een actuele draai. Datzelfde racisme steekt nog altijd de kop op in het hedendaagse Amerika, dat lang niet zo kleurenblind is als je zou hopen.

Bij een zaak met zulke grote maatschappelijke implicaties zou je bijna vergeten dat de gewelddadige verkrachting in eerste en laatste instantie een vrouwelijk slachtoffer had. Trisha Meili maakte zich in 2003 met een boek bekend als de Central Park-jogger, geeft zo nu en dan haar mening over de zaak rond de vijf ten onrechte veroordeelde jongens en schijnt tegenwoordig met andere slachtoffers van seksueel geweld te werken.

Max, Een Leven In TBS

Doxy

Als één rechterlijke maatregel voortdurend te maken heeft met pure incidentenpolitiek, dan is het TBS. Zodra een behandeling succesvol is en de voormalige patiënt weer probleemloos in de samenleving wordt opgenomen, hoor je er niets over. Elk incident, dat natuurlijk ook vaak gepaard gaat met gruwelijke delicten, leidt echter tot ophef in de media, politieke consternatie en massale verontwaardiging in de samenleving. Een systeem dat nuchter beschouwd een redelijk succes mag worden genoemd, ligt daardoor voortdurend onder het vergrootglas.

In Max, Een Leven In TBS (55 min.) vertellen Roy Dames en Jos Driessen het verhaal van Max, die in 2001 op 17-jarige leeftijd is aangehouden voor meerdere pogingen tot aanranding: het lastigvallen van een volwassen vrouw en een achtjarig jongetje. Op zulke vergrijpen staat – volgens de goedgebekte hoofdpersoon van de documentaire zelf – maximaal acht jaar gevangenisstraf. Hij zal dus hooguit vijf jaar en vier maanden vast hoeven te zitten, berekent Max, die dan al het nodige op zijn kerfstok heeft. Hij krijgt echter TBS opgelegd en wordt zo ontvanger – slachtoffer, zal hij zelf zeggen – van een behandeling met een open einde.

De navolgende jaren worden beheerst door één elementair dilemma: de ontkenningen van Max dat hij de delicten heeft gepleegd en zijn weigering om aan therapie mee te werken worden door de behandelaars geïnterpreteerd als bewijs dat hij niet mag/kan terugkeren in de samenleving, terwijl hijzelf in de vele rechtszittingen over het al dan niet verlengen van de dwangmaatregel volhoudt dat hij onschuldig is en dus niet anders kan dan dwarsliggen. Het zal hem 14 jaar van zijn leven kosten, waarvan een flink deel doorgebracht in de isoleercel. Uiteindelijk komt Max in 2015 als begin-dertiger vrij. Nog altijd even strijdbaar. En behept met een posttraumatische stressstoornis, zegt hij zelf.

Deze televisiedocumentaire is zijn verhaal. Interviewer Roy Dames doet geen poging om z’n beweringen kritisch te bevragen. Het weerwoord komt via citaten uit officiële rapporten over zijn persoonlijkheid, houding en gedrag. Het is geen gemakkelijke jongen, die Max. Hij zorgde voor allerhande problemen in de kliniek en wist zelfs een therapeute voor zijn karretje te spannen. Maar is hij daarmee ook een potentieel gevaar voor de samenleving? Ook dat kan niet voor honderd procent worden vastgesteld. In die zin is de messcherpe jongeling bijna een verpersoonlijking van het centrale dilemma van terbeschikkingstelling.

Wanneer is iemand een gevaar of juist klaar voor de samenleving? Die afweging is en blijft in eerste en laatste instantie altijd mensenwerk – en in zekere zin: giswerk. Deze film, waarin de hoofdpersoon in gesprekken en ontmoetingen met z’n vader Theo, zijn in TBS gespecialiseerde advocaat Jan-Jesse Lieftink en de gerenommeerde forensisch psychiater Hjalmar van Marle z’n relaas doet, maakt de dilemma’s van terbeschikkingstelling inzichtelijk, maar trekt geen al te gemakkelijke conclusies over schuld, onschuld en de (on)rechtvaardigheid van de aan Max opgelegde maatregel. Daarvoor is óók deze zaak, gebaseerd op delicten die op minderjarige leeftijd zouden zijn gepleegd, te gecompliceerd.

Just, Melvin: Just Evil

Het is alsof je een volledig vreemde wereld betreedt. De verteller, recht in de camera, oogt nog vertrouwd. James Ronald Whitney speelt piano, was onderdeel van een succesvol dansduo en nam geregeld deel aan allerlei televisiequizjes. Een strebertje, dat wel, maar verder volstrekt normaal. Een typische all American guy. Totdat hij in Just, Melvin: Just Evil (74 min.) uit 2000 zijn volledig verknipte familie voorstelt.

Archetypische white trash, uit het bagger van het één of ander achtergebleven Amerikaans hellehol getrokken. Inteeltkoppen. Zuipogen. Ingevallen monden. Met plompe of juist uitgeteerde lijven. De tijd – zo’n twintig jaren, maar het lijken er véél meer! – heeft ook hun kleding geen goed gedaan. Oversized brillen met jampotglazen. Verwaarloosde kapsels. En verwassen spijkerblouses en campingsmokings die zelfs een wespentaille zouden misstaan. Je kunt er de bijbehorende schimmelige trailers, sloopauto’s en vuilnisbelttuinen moeiteloos bij bedenken.

Het is sowieso geen familie waarin je zou willen opgroeien. Vrijwel elk gezinslid heeft zijn eigen issues met verslavingen, crisissituaties en zelfmoordpogingen. En dat is allemaal de schuld van één godvergeten klootzak: hun stiefvader Melvin Just, die zich aan zo’n beetje elk vrouwelijk familielid zou hebben vergrepen. ‘De walgelijkste persoon die God ooit heeft gecreëerd’, volgens Whitneys behoorlijk gesoigneerde moeder, duidelijk ook een buitenbeentje in de familie. ‘Hij leerde mij om te haten.’ In deze morsige egodocu gaat haar zoon op zoek naar wat die walgelijke Melvin heeft aangericht in de familie.

De filmmaker praat met zijn tantes en spreekt zijn broze grootmoeder Fay aan, de vrouw die de bullebak ooit in de familie introduceerde en hem daar blijkbaar gewoon zijn gang liet gaan. En ook Melvin zelf, inmiddels een oude vent mét bierbuik, zónder kunstgebit en ín rolstoel wordt ter verantwoording geroepen. ‘Dat heb ik nooit gedaan, gore klootzak’, werpt hij alle beschuldigingen ver van zich. ‘Als ik in staat was om uit deze rolstoel te komen, dan sloeg ik je nu helemaal de tering.’ Het is geen verheffend tafereel, zowel van de geïnterviewde als van zijn kleinzoon die hem voor de camera voor het blok zet. Maar wellicht heiligt het doel in dit geval de middelen.

Ook de andere familieleden maken van hun hart geen moordkuil en doen hun, door scheldwoorden en verwensingen overwoekerde, relaas. Met de nodige galgenhumor en een rokerslach, waarmee vervolgens elke vorm van ellende op de één of andere manier draaglijk wordt gemaakt. ‘Kijk, ik heb tegenwoordig tieten!’ roept één van Whitneys tantes bijvoorbeeld naar haar neef, terwijl ze met een blik bier op de achterbak van een oud brik zit. Waarna tante demonstratief haar shirt omhoog doet en haar volwassen boezem laat zien. Gevolgd door weer zo’n uitzinnige lach.

Het is in eerste instantie alsof je naar een afzichtelijke freakshow zit te kijken, waarin gewone, kwetsbare mensen volledig verdwaald zijn geraakt. Het zelfportret, omlijst met Bijbelcitaten, van een trailer trash-familie, die volledig is ontwricht door een systeem van misbruik. Dat decennialang, van generatie op generatie, in stand wordt gehouden. En iedereen zit er nu volledig in vast – ook al zouden ze zo graag anders willen. Het is de treurige slotsom van een vieze film.

At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal

Deze ‘good cop’- en ‘bad cop’-combinatie bleek toch echt uit twee bad cops te bestaan. Turncoach John Geddert, een doorgewinterde ijzervreter, en zijn teamarts Larry Nassar, het prototype aimabele vertrouwenspersoon. Als Geddert ze weer eens ongenadig had afgeblaft of volledig door de pijngrens had laten gaan, konden de piepjonge atletes altijd terecht bij de nerdy arts die ze dan weer oplapte en… misbruikte. Sinds 1992 zou Nassar zich hebben vergrepen aan meer dan driehonderd turnster(tje)s, waaronder diverse medaillewinnaressen op de Olympische Spelen. En Geddert moet ervan hebben geweten. Zolang de resultaten, die natuurlijk te allen tijde heilig bleven, goed waren, zag hij echter geen reden om in te grijpen. Net als Nassars werkgever Michigan State University, de Amerikaanse turnbond en het Olympisch comité.

In At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal (89 min.) zijn het, net als in thematisch verwante films zoals Surving R. Kelly en Leaving Neverland, de slachtoffers die aan het woord komen. Hun getuigenissen zijn door regisseur Erin Lee Carr omlijst met beelden van de bikkelharde trainingen, topprestaties van de meiden in wedstrijden én de zorgzame arts Nassar in actie. Liefdevol behandelt hij piepjonge, onherkenbaar gemaakte meisjes. De bijbehorende verhalen hebben een onwerkelijk karakter. Over Nassars signatuurbehandeling bijvoorbeeld. Waarbij de teamarts via drukpunten in de vagina elk pijntje, waar dan ook in het lichaam, zei te kunnen verhelpen. De eerste, relatief onschuldige sessies vonden vaak plaats met de ouders van de turnster erbij, zodat Nassar daarna zonder enige terughoudendheid en met erectie ‘de behandeling’ verder kon uitbouwen.

Uiteindelijk, zo’n 25 jaar na de eerste beschuldigingen aan zijn adres, loopt de man toch tegen de lamp en wordt de gewaardeerde sportarts, op het moment dat ook de #metoo-affaires rond Harvey Weinstein, Bill Cosby en Kevin Spacey losbarsten, ontmaskerd als een onverbeterlijke pedofiel. Via bijzonder indringende beelden uit de rechtszaal plaatst Carr hem aan het eind van de film recht tegenover zijn slachtoffers. Zij krijgen spreekrecht en vertellen, omringd door al dan niet schuldbewuste verwanten, hun schokkende verhalen. Nassar moet die aanhoren – of hij nu wil of niet. ’May God bless your dark, broken soul’, voegt één van zijn slachtoffers de inmiddels bevende teamarts toe, waarna mevrouw de rechter hem als een onvervalste wraakengel een loodzware straf oplegt.

Die apotheose is bijna niet om aan te zien. Talloze vrouwen, meisjes, die nog eenmaal de man onder ogen moeten komen die hun lichaam onteerde. En Larry Nassar zelf, een wolf die oogt (of probeert te ogen) als een lammetje. Met in het achterhoofd de wetenschap dat diverse mensen in hun directe omgeving deze malheur (grotendeels) hadden kunnen voorkomen. Voor hen krijgt dit verhaal nog een juridisch staartje. Deze aangrijpende film is dus geen definitief sluitstuk, maar een voorlopige samenvatting van één van de vele misbruikzaken die in de afgelopen uit de riolen van de sportwereld zijn opgediept.

Leaving Neverland

‘Jij en ik zijn samengebracht door God’, zou Michael volgens Wade hebben gezegd. ‘We zijn gewoon voorbestemd voor elkaar.’ Wade ‘Little One’ Robson, een Australische Jackson-fan en -imitator, was zeven. Ze waren voor het eerst intiem met elkaar. Er was niks engs aan. Gewoon twee kinderen die elkaar ontdekten – ook al was die ander, in theorie dan, al rond de dertig. Michael beschouwde zichzelf echter als Peter Pan, de jongen die nooit wilde opgroeien. Ze bevonden zich niet voor niets in Neverland. En misschien hoorde daar ook wel orale seks bij.

Jimmy Safechuck had soortgelijke ervaringen. Het Amerikaanse jongetje, dat met Michael in een commercial voor een colamerk had gespeeld, lichtte op onder de blik van het ultieme popicoon en beschouwde alles wat daarna kwam eigenlijk als normaal. En zijn ouders lieten zich, net als de familie van Wade, kinderlijk eenvoudig buitenspel zetten. Verblind als ze waren door Michaels sterrenstatus. Zodat de vriendschap met hun kind, die zelfs uitmondde in een soort van ‘huwelijk’, uitbundig kon bloeien.

Eenmaal uit elkaar, toen de muziek en het tourleven Michael weer riepen, floreerde hun omgang als nooit tevoren met urenlange telefoongesprekken, stapels faxen en logeerpartijtjes. En nog steeds greep er niemand in. Tenminste, als we Robson, Safechuck en hun families moeten geloven. Want Leaving Neverland (244 min.) is hún getuigenis. Ongefilterd, zonder weerwoord. De erven Jackson is niets gevraagd – en Michael zelf ligt alweer bijna tien jaar in zijn graf (waar hij zich nu wellicht omdraait).

Vanaf het moment dat de epische film van de Britse filmmaker Dan Reed eind januari in première ging op het Amerikaanse Sundance Film Festival werd de documentaire genadeloos onder vuur genomen door Michael Jackson-fans. De verklaringen van Robson en Safechuck, die hun relaas volgens Reed volledig los van elkaar hebben gedaan, zouden volstrekt ongeloofwaardig zijn en puur voor de poen. Echte Jacksonites bleven volledig overtuigd van Michaels onschuld en riepen dat van de hoogste toren – zónder overigens dat ze de film hadden gezien.

En nu is de gewraakte documentaire dan eindelijk toegankelijk gemaakt voor de ganse wereld. Met twee mannen, en hun directe verwanten, die helemaal tot de bodem gaan. En een regisseur die hun schokkende ervaringen, ondersteund door bijzonder archiefmateriaal van het in opspraak geraakte idool en de jongetjes die zij ooit geweest moeten zijn, met grootse (overzichts)shots en weelderige muziek heeft ingekleurd. Hij geeft ze bovendien alle tijd van de wereld: meer dan vier uur zuivere speeltijd.

Uit die (te) uitputtende interviews valt een verontrustende narratief te destilleren. Van een eeuwig (en beschadigd) kind, dat elk jaar een jeugdig object zoekt – een afspiegeling van zijn jonge, onschuldige zelf wellicht – waarop hij zijn liefde en lust kan projecteren. Totdat er een nieuw liefdeskind langskomt en z’n huidige protegé wordt afgedankt (of zich althans zo voelt). Voor wat het waard is: de andere jongensnamen die in dat verband vallen, waaronder de vermaarde kinderster Macaulay Culkin, houden (tot dusver) vol dat ze nooit een seksuele relatie hebben gehad met Jackson.

Waarmee je zou kunnen concluderen dat de nee- of nikszeggers het betoog van de ja-sprekers in deze interviewfilm vakkundig neutraliseren. Gezien de mate van detail in de belastende verklaringen van Robson en Safechuck, en het indirecte ondersteunende bewijsmateriaal, laten die zich echter niet zomaar wegredeneren. Het zijn aangrijpende, van schuld en schaamte doortrokken verhalen die blijven resoneren. Hetzelfde geldt voor deze krachtige, hoewel wat overcomplete documentaire, die het beeld van Michael Jackson wel eens definitief zou kunnen doen kantelen.

Binnen enkele uren is Neverland niet alleen voor Jacksons voormalige oogappels een plek geworden die je, als je er eenmaal geweest bent, nooit meer helemaal kunt verlaten.

Dirty John: The Dirty Truth

Eerst was er de succesvolle Dirty John-podcast van Los Angeles Times-journalist Christopher Goffard. Toen verscheen de gelijknamige Netflix-miniserie met Eric Bana als de charmante psychopaat John Meehan en Connie Britton in de rol van binnenhuisarchitecte Debra Newell, die volledig in diens macht belandt. En nu levert datzelfde platform een bijsluiter in documentairevorm: Dirty John: The Dirty Truth (86 min.).

De echte Debra Newell en haar dochters worden daarin vergezeld door diverse andere vrouwen, die hun ervaringen delen met de kwaadaardige charmeur, die een spoor van gedupeerde en ernstig beschadigde vrouwen heeft achtergelaten. Achter de aantrekkelijke arts met de tandpastasmile bleek een duistere figuur met een serieuze drugsverslaving, hele verzameling contactverboden en gewelddadige inslag schuil te gaan.

Hoewel de hoofdpersoon in principe alles heeft om uit te groeien tot een gelaagd documentaire-personage, wordt hij in deze televisiedocu van Sara Mast nooit meer dan een standaard Hollywood-slechterik. Hetzelfde geldt voor Dirty John: The Dirty Truth zelf: dertien-in-een-dozijn true crime. Een rechttoe rechtaan ‘good woman loves bad man’-tragedie, met veel interviewquotes, ‘spannende’ beelden en donkere muziekjes, die geen moment écht enerverend wil worden.

Lorena

Ze werd een soort archetype van de wraakzuchtige echtgenote. Tenminste, als je alleen afging op de chocoladeletters in de roddelbladen. Tegelijkertijd groeide Lorena Bobbitt in 1993 uit tot een symbool voor alle Amerikaanse vrouwen die zich tegen hun gewelddadige mannen moesten verdedigen. De Ecuadoriaanse immigrante belandde in de schmutzige tabloid-historie als de vrouw die de penis van haar echtgenoot John afsneed.

Op het moment dat de hulpdiensten in huize Bobbitt arriveren, is het geslachtdeel, zoals een opmerkelijk goedgeluimde uroloog het treffend uitdrukt, zelfs nog ‘lost in action’. Zou ze hem ingeslikt hebben? vraagt een politieagente die de plaats delict moet onderzoeken zich af. Het gebruikte mes vinden ze uiteindelijk in een vuilnisbak, de vermiste penis op een nabij gelegen veldje. ‘Een brandweerman heeft ‘m uiteindelijk gevonden en opgepakt’, vertelt Lorena zelf 25 jaar na dato. Waarna ze haar handen voor de mond slaat en beschaamd begint te lachen. ‘Oh, mijn god!’

Het was doodeng, zegt haar ontmande ex-echtgenoot John Wayne Bobbitt, die volgens eigen zeggen bedwelmd was toen zijn vrouw het mes in zijn edele delen zette. ‘Alsof Freddy Kruegers hand door de muur kwam.’ De eerste aflevering van de vierdelige serie Lorena (253 min.) is dan pas tien minuten onderweg. De ‘castratie’, die nog een uitbundig vervolg zal krijgen in de rechtszaal en de (roddel)pers, vormt de opmaat naar een boeiend exposé over huiselijk geweld, mediahypes en de kwetsbare positie van immigranten.

De voormalige geliefden Lorena en John Wayne Bobbitt dreigen ondertussen volledig vermalen te worden door de onverkwikkelijke kwestie, die hen in de navolgende jaren nog in een psychiatrisch ziekenhuis, de porno-industrie en Hollywood zal brengen. Dat verhaal wordt kundig uit de doeken gedaan in deze krachtige miniserie van Joshua Rofé (die alleen wel wat lang is uitgevallen). Waarbij Lorena’s wanhoopsdaad, waarover elke mishandelde vrouw wel eens zal hebben gefantaseerd, niet meer is dan het kwartje dat in een automaat wordt gegooid, die vervolgens een continue stroom blunders, gênante situaties en tegenslagen uitspuugt.

Wat je niet doodt, stelt een (ongetwijfeld Amerikaans) spreekwoord, maakt je sterker. Dat geldt zeker voor één van de twee Bobbitts, die zich helemaal van de ander lijkt te hebben losgemaakt. Díe kan echter maar moeilijk afstand nemen van het verleden. Het is natuurlijk ook geen sinecure, een vrouw die het mes in haar mans penis zet. Al valt zelfs dat te relativeren. ‘In Afrika kunnen ze miljoenen vrouwen besnijden, zonder dat je er ooit iets over hoort’, zegt een vrouw, die een bijrol speelt in deze docuserie, aan het slot ervan. ‘Maar snijd één pik eraf en het land is te klein.’ Ze begint te lachen: ‘it’s a man’s world.’

Inside The Manson Cult: The Lost Tapes

‘Ik ben Charlie’, zegt Thomas Walleman. ‘En als hij sterft, sterf ik.’ Het hippiemeisje Mary Brunner kijkt bewonderend toe als Walleman vervolgt: ‘Ik heb mijn persoonlijkheid opgegeven en ben geworden wat hij me heeft laten zien dat ik kon zijn.’ ‘En dat is wat?’ wil interviewer Robert Hendrickson weten? Walleman, een kerel met een woeste baard, begint gelukzalig te lachen: ‘Totale liefde.’

Wat Charles Manson bij die onvoorwaardelijke liefde voor ogen had, zou gaandeweg glashelder worden: volledige overgave. Aan hem, welteverstaan, de zelfverklaarde leider van The Family, een verzameling losgeslagen hippies die in 1969 uit moorden werd gestuurd. Ze zouden een achttal willekeurige slachtoffers maken, waaronder de hoogzwangere actrice Sharon Tate, en op de muren van de plaatsen delict opruiende, met bloed geschreven teksten als ‘Rise’ en ‘Death to pigs’ achterlaten. Zo hoopte Charlie een onvervalste rassenoorlog te ontketenen. Geïnspireerd door Helter Skelter van The Beatles.

Dat overbekende horrorverhaal, het symbolische einde van de vrijgevochten jaren zestig, werd al veel vaker verteld. En met elke poging was de kleine crimineel en loverboy avant la lettre Charlie Manson, die in 2017 zijn laatste adem uitblies in de gevangenis, nóg nadrukkelijker de verpersoonlijking van Het Kwaad geworden. Een extatisch lachende ‘creep‘ met hypnotiserende ogen, die zijn volgelingen, de meisjes in het bijzonder, werkelijk alles kon laten doen. Op basis daarvan rijst de vraag: is die onverkwikkelijke episode uit de historie van de tegencultuur nu nog niet voldoende uitgemolken?

De documentaire Inside The Manson Cult: The Lost Tapes (85 min.) van Hugh Ballantyne, die de komende twee woensdagen wordt uitgezonden op Canvas, heeft behalve de gebruikelijke vet aangezette voice-over, berouwvolle ex-volgelingen (‘Snake‘ en ‘Gypsy‘) en tamelijk overbodige reconstructies echter één belangrijke nieuwe troef: beelden die werden gemaakt binnen Mansons volledig doorgedraaide sekte, direct na de door hem geïnstigeerde moorden. Documentairemaker Hendrickson filmde en interviewde volgelingen op de beruchte Spahn Ranch en legde daar de blinde adoratie voor de inmiddels gearresteerde leider vast.

‘Ik ben bereid om voor hem te sterven’, zegt sektelid Lynette ‘Squeakie’ Fromme, die samen met twee andere Manson-groupies voor de camera met allerhande wapens in de weer is, zonder ook maar een spoor van twijfel. In zulke beelden zit de meerwaarde van deze zoveelste Manson-documentaire. De complete verdwazing van normale meisjes, die in handen van Charlie onvervalste moordwapens werden. ‘Je moet er de liefde mee bedrijven’, zegt diezelfde Fromme even later, terwijl ze liefdevol de loop van een geweer betast. In 1975 zal ze proberen om de daad bij het woord te voegen met een aanslag op de Amerikaanse president Ford.

Call Her Ganda

‘Als die freak zich heeft voorgedaan als vrouw en daarover niet eerlijk is geweest, dan heb ik geen enkele moeite met de houding van de marine’, stelt Mike Coleman op Twitter. ‘Die transgender-jongen heeft gelogen, zo simpel is het’, vult Kelly Darcy aan. ‘Dit is seksueel misbruik.’ En ene Justin Darling, tweet: ‘Gerechtvaardigde doodslag! Ze moeten die gast met een rode loper onthalen in Amerika. Je speelt nu eenmaal met vuur als je liegt over wie je bent…’

Zomaar wat reacties op het ‘open riool’ Twitter op de gewelddadige dood van Jennifer Laude, een transgender-vrouw uit de Filipijnen. De verdachte is een Amerikaanse marinier genaamd Joseph Scott Pemberton, die in de voormalige kolonie van de Verenigde Staten was gestationeerd. Hij zou er pas tijdens de seks achter zijn gekomen dat hij met een she-male, een vrouw met een piemel, in bed was beland. Dat is het uitgangspunt van de activistische documentaire Call Her Ganda (97 min.), die de navolgende rechtszaak vanuit het perspectief van Laudes nabestaanden benadert.

Regisseur PJ Raval plaatst de gewelddadige dood uit 2014 in een historische context. In het pre-koloniale tijdperk maakten transgenders deel uit van de Babaylan-cultuur en werden ze gezien als spirituele leiders en sjamanen. Na de kolonisatie van de Filipijnen door Spanje deed de katholieke kerk hen echter in de ban. ‘We zijn verdreven naar niche-industrieën, zoals de schoonheidsindustrie en de seksindustrie’, stelt de activiste Naomi Fontanos. ‘De transgender-beweging zelf moet een einde maken aan het idee dat je je lichaam moet verkopen om te kunnen overleven.’

Terwijl Jennifer Laudes radeloze moeder (die niet onder ogen wil zien dat haar kind waarschijnlijk sekswerk verrichtte), haar zus Marilou (die vermoedt dat haar eigen zoontje homoseksueel is) en Jennifers aanstaande Duitse echtgenoot Marc Sueselbeck (die zich gestaag ontwikkelt tot LGBT-activist) Pemberton veroordeeld proberen te krijgen, schermt diens team met het zogenaamde Visiting Forces Agreement. Op basis daarvan vallen Amerikaanse militairen ook als ze in de Filipijnen een misdaad begaan onder Amerikaans recht.

Intussen probeert Pembertons moeder Lisa het beeld van haar zoon als een licht ontvlambare homohater te nuanceren. Zo zit het niet: de negentienjarige soldaat eerste klas uit Massachusetts heeft zelf een lesbische zus. Daarmee legt deze interessante film twee volledig tegengestelde werelden bloot, waarbij de moeders meer met elkaar gemeen hebben dan ze zelf denken: allebei steunen ze onvoorwaardelijk hun eigen kind en zien ze hun eventuele karakterzwaktes het liefst door de vingers. Al blijft er natuurlijk een essentieel verschil tussen dader en slachtoffer…

In The Name Of Your Daughter

‘Als je te hard schreeuwt of problemen maakt, worden er jongens bij gehaald om je benen vast te houden’, waarschuwt een man een groep Tanzaniaanse meisjes, die zojuist in een speciaal Safe House een film over vrouwenbesnijdenis te zien heeft gekregen. ‘Wie wil er nou z’n geslacht laten zien aan jongens van twaalf?’ De voorlichter doet zelfs nog even aan groepsparticipatie in de openingsscène van In The Name Of Your Daughter (52 min.). ‘Wat moet elk meisje houden?’ roept hij de verzamelde kinderen toe. ‘Haar clitoris’, antwoorden die plichtsgetrouw.

En dat alles onder het motto: jongens worden besneden, meisjes verminkt. Want vrouwelijke genitale verminking mag dan officieel verboden zijn in Tanzania, in bepaalde delen van het Afrikaanse land wordt het in onze ogen barbaarse ritueel wel degelijk regelmatig uitgevoerd. Zonder dat de minderjarige meisjes in kwestie om hun mening wordt gevraagd, vanzelfsprekend. Ze kunnen vluchten naar het opvanghuis van Rhobi Samwelli totdat het besnijdenisseizoen weer voorbij is, toont deze degelijke documentaire van de filmmaker/mensenrechtenactiviste Giselle Portenier. Óf de hele procedure lijdzaam ondergaan. Waarna ze waarschijnlijk worden uitgehuwelijkt.

Voor sommige mannen is die hele vrouwenbesnijdenis nochtans geen enkel thema, zo blijkt uit de reacties van enkele kerels op het dorpsplein waar Samwelli haar emancipatoire verhaal komt doen. ‘Meisjes die besneden worden, blijven schoon’, stelt één van hen onomwonden. ‘Want als ze de clitoris houden, wordt de vagina vies.’ Een ander weet bovendien: ‘Een besneden meisje gaat niet vreemd. Als ze niet besneden is, doet ze het met iedereen.’ Een derde dorpeling ziet besnijdenis vooral als een praktische keuze. Een besneden huwelijkskandidate is nu eenmaal meer koeien waard dan een onbesneden meisje. Zeker vijftien of twintig exemplaren!

Of het nu gebeurt uit overtuiging, sociale druk of praktische overwegingen, helder is dat genitale verminking niet zomaar kan worden uitgebannen in Tanzania. Samwelli en de strijdbare vrouwen van het Safe House proberen er nochtans voor te zorgen dat ‘hun’ meisjes het besnijdenisseizoen schadevrij doorkomen. Daarna mogen/moeten ze weer naar huis. Zoals de dappere Rosie Makore, die spoorslags van huis is gevlucht toen ze van haar moeder kreeg te horen dat het nu haar beurt was. Is het gevaar nu echt geweken voor Rosie? ‘Ik wijs jou niet af’, zegt het twaalfjarige meisje, dat als een soort ambassadeur voor vrouwenrechten is teruggekeerd naar haar dorp, tegen haar eigen moeder. ‘Alleen de besnijdenis.’

Ik Heb Het Niet Gedaan

Waarom, zo vraag je je af na de openingsscène van Ik Heb Het Niet Gedaan (85 min.), corrigeert documentairemaker Elena Lindemans haar hoofdpersoon zo nadrukkelijk als hij zijn eerste brief aan de Nederlandse autoriteiten voorleest? ‘Er staat toch wél Van der Dussen?’, stelt ze scherp. ‘Je vergeet je achternaam.’ ‘Maar dan komt het zo stom over’, werpt Romano tegen. Lindemans wil echter van geen wijken weten. Vanwaar deze prominente rol voor de regisseur zelf? In de tweede helft van de film volgt het antwoord als de filmmaker en haar subject serieus met elkaar beginnen te botsen.

Tot die tijd vertelt deze documentaire het verhaal dat je zou verwachten en blijft Lindemans grotendeels buiten beeld: Romano van der Dussen, in 2016 vrijgekomen nadat hij twaalf jaar onschuldig vastzat in een Spaanse cel, probeert zijn leven weer te op te pakken, de band met zijn vader Rob te herstellen en (financiële) genoegdoening te krijgen van de Spaanse overheid. Intussen weidt hij uit over zijn verleden. Nee, hij was geen lieverdje. En ja, hij is in zijn jeugd regelmatig in aanraking met justitie gekomen. Type ontspoorde ADHD’er. Maar dat is natuurlijk geen reden om iemand vast te zetten voor drie gewelddadige verkrachtingen die hij beslist niet heeft gepleegd.

Het is een schrijnend verhaal, dat vooralsnog echter niet tot een opzienbarende documentaire leidt. Enerverender wordt het als Van der Dussen halverwege de film besluit om een brief te schrijven aan de veroordeelde serieverkrachter en moordenaar Mark Dixie. Zijn DNA is aangetroffen bij één van de verkrachtingszaken waarvoor Romano werd veroordeeld. Die vondst leidde tot de vroegtijdige vrijlating van de Nederlander. Nu wil die hem een gunst vragen: of Dixie nog één keer wil proberen om zich te herinneren of hij ook die andere verkrachtingen heeft gepleegd. Van der Dussen sluit onwerkelijk beleefd af: ‘Bedankt voor wat je voor me hebt gedaan.’

En daarna komt Lindemans zelf in actie en gaat de confrontatie met haar hoofdpersoon aan. Want de puzzel Romano van der Dussen, zoals zijn eigen vader het treffend uitdrukt, blijkt nog enkele ontbrekende stukjes te bevatten. Die wending doet Ik Heb Het Niet Gedaan beslist goed. Het geeft de documentaire spanning en maakt van het hoofdpersonage, dat met enige verhaaltechnische soepelheid had kunnen worden gereduceerd tot een bordkartonnen slachtoffer, weer een man van vlees en bloed. Met zijn eigen karakterzwaktes, frustraties en geheimen. ‘Mensen worden niet zo geboren’, zegt hij er zelf over, als Lindemans hem de duimschroeven aanzet. ‘Mensen worden zo gemaakt door omstandigheden in het leven. En dan later zeggen ze: die is gek!’

Surviving R. Kelly

‘Age ain’t nothing but a number’, zong de vijftienjarige zangeres Aaliyah in 1994. ‘Take my hand and come with me. Let me show you to ecstacy. Boy be brave, don’t be afraid. Cause tonight we’re gonna go all the way.’ De hitsingle Age Ain’t Nothing But A Number werd geschreven door de twaalf jaar oudere Robert Sylvester Kelly, oftewel R&B-superster R. Kelly, met wie ze later dat jaar, zogenaamd als achttienjarige, kortstondig in het huwelijk zou treden. De affaire werd een flinke mediahype, die voor de man in kwestie verder geen serieuze consequenties had.

Een voorliefde voor jonge meisjes hoeft geen onoverkomelijke kwestie te zijn voor popsterren of rock & rollers. ‘I’ll do anything for my sweet sixteen, zong Billy Idol niet voor niets. Jerry Lee Lewis zag er ook geen kwaad in en trouwde zijn dertienjarige nichtje. ‘I can see that you’re fifteen years old’, sneerde Mick Jagger enige tijd later in de Rolling Stones-evergreen Stray Cat Blues. ‘No, I don’t want your ID.’ Zijn bandmaatje Bill Wyman, tegen de vijftig inmiddels, zou later de daad bij het woord voegen en werd verliefd op de dertienjarige Mandy Smith. Toen ze achttien was, konden ze trouwen. Net voordat het huwelijk stuk liep, trouwde Wymans oudste zoon nog met Smiths moeder.

Het tienersterretje Aaliyah is inmiddels al achttien jaar dood, in 2001 gestorven tijdens een vliegtuigongeluk. Haar voormalige echtgenoot R. Kelly kan zich zo langzamerhand gaan opmaken voor een bestaan als Robert K. De man, toepasselijke ‘survivor’-tattoo op de onderarm, waant zich al decennia onaantastbaar, maar het net begint zich nu toch echt te sluiten rond de glibber die een miljoenenpubliek wijs heeft gemaakt dat hij kan vliegen. De zesdelige televisiedocu Surviving R. Kelly (297 min.), waarvan Kelly uitzending heeft proberen te voorkomen, is een nieuwe nagel aan de doodskist van het seksuele roofdier, dat zich tot dusver door niets of niemand heeft laten kooien.

Sinds hij begin jaren negentig carrière begon te maken als zanger en songschrijver wordt R. Kelly omgeven door hardnekkige geruchten over seksueel misbruik. Volgens diverse getuigen in deze vet aangezette serie, volgepompt met slicke shots en dreigende muziekjes, hing hij als twintiger al geregeld rond op middelbare scholen, hongerig naar nieuw tienervlees. Sindsdien heeft Kelly zijn modus operandi alleen maar geprofessionaliseerd. Als een volledig oversekste rattenvanger van Hamelen, een imago dat hem ook als artiest wel past, is hij altijd op zoek gebleven naar ambitieuze zangeresjes, die goedschiks dan wel kwaadschiks hun carrière een zetje in de goede richting willen geven.

Ook z’n fans zijn niet veilig voor R. Kelly. Jerhonda Pace bijvoorbeeld is veertien als ze haar held in 2008 ontmoet bij de rechtbank, waar hij zich moet verdedigen vanwege het bezit van kinderporno, in het bijzonder een videotape waarop hij seks zou hebben met een minderjarig meisje. Jerhonda wordt bij hem thuis uitgenodigd. Ze is nog maagd. ‘Dat komt goed uit’, zou Kelly hebben gezegd. ‘Dan kan ik je zelf trainen en van je maagdelijkheid verlossen.’ Als het zover komt, is de zanger nog in de veronderstelling dat ze meerderjarig is. Hij laat zich echter niet ontmoedigen door haar identiteitsbewijs. ‘Blijf tegen iedereen zeggen dat je achttien ben’, zou hij haar hebben geadviseerd. ‘En gedraag je als 21.’

Alle getuigenissen in deze serie van Dream Hampton tezamen – van familieleden, medewerkers, journalisten, deskundigen, familieleden en talloze misbruikte meisjes, waaronder zijn ex-vrouw Andrea – schetsen een onthutsend beeld van R. Kelly als een ongelooflijke machtswellusteling, die jarenlang vrijelijk zijn gang mocht gaan en zijn eigen sekssekte kon stichten. Omdat zijn hele entourage, die wel degelijk op de hoogte was van Kellys lopende band met véél te jonge meisjes en de gretige afname daarvan door ‘daddy’ zelf, besloot om niet in te grijpen, de lippen stijf op elkaar te houden en eventuele geruchten erover de kop in te drukken. Ook toen er geweld, videocamera’s en gevangenschap aan te pas kwamen.

Die attitude is in zekere zin nog altijd in Surviving R. Kelly te herkennen. Waar in vrijwel elke muziekdocu een hele trits popsterren zijn licht over de hoofdpersoon laat schijnen, telt deze er welgeteld één: John Legend. Anderen wilden (of durfden) blijkbaar hun vingers nog altijd niet te branden aan de dirty old man van de zwarte Amerikaanse muziek, die een volledig verknipte relatie met seksualiteit lijkt te hebben (gekregen). Het gevolg is een #metoo-kwestie in het kwadraat, waarvoor deze gelikte en erg lange documentaireserie, inclusief bevrijdingsactie met verborgen camera, een enorme berg bewijsmateriaal overlegt aan het grote publiek, dat nu voor ‘judge’ en ‘jury’ mag fungeren.

Robert K. ontkent, natuurlijk, alles.