Naziha’s Lente

Het moest een portret worden van de vrouw achter het probleemgezin. De alleenstaande Marokkaanse moeder uit Amsterdam-West met tien kinderen, waarvan er al een aantal in aanraking waren geweest met justitie. Een sterke vrouw nochtans, die druk doende was om haar zaakjes op orde te krijgen. En toen zette een dramatische gebeurtenis Naziha’s leven helemaal op zijn kop. Hoe kon regisseur Gülsah Dogan haar oorspronkelijke idee, het geven van een menselijk gezicht aan een hardnekkig maatschappelijk probleem, overeind houden, zónder de waarheid geweld aan te doen?

Naziha’s Lente (90 min.) is de uitkomst van wat een worsteling moet zijn geweest. Een film over een Marokkaans-Nederlandse vrouw die zich bijna letterlijk heeft moeten vrijvechten. ‘Ik vind het jammer voor je dat je zonder vader moet opgroeien’, schrijft ze in een brief aan haar jongste kind en enige dochter Rachma (waarmee de documentaire begint en wordt afgesloten). ‘Ik had het graag anders gewild. Ik wil voor jou een ander leven dan wat ik heb gehad. Ik wil, Inshallah, dat je elke kans benut die op je pad komt. Ik wil dat je leert om voor jezelf op te komen en je stem laat horen.’

Als vrouw en moeder draagt Naziha de sporen van een ongelukkig huwelijk met een veel oudere man. Hij ‘kocht’ haar van haar moeder, maakte haar maar liefst tienmaal zwanger en hield er ronduit archaïsche ideeën over mannen, vrouwen en de opvoeding op na. Die komt Naziha nog steeds tegen: binnen zichzelf en bij haar jongens. Als Rachma straks zestien is, stelt één van haar zoons bijvoorbeeld half grappend over Naziha’s dochter, krijgt ze een hoofddoek en een plek in de keuken. En van een relatie met een jongen met een andere afkomst kan natuurlijk ook geen sprake zijn.

Terwijl ze zo voortdurend met één van haar opgroeiende kinderen in de weer is, ervoor moet zorgen dat er dagelijks eten op tafel komt en het huis aan kant is, mag Naziha zichzelf niet kwijtraken. Ze probeert los te komen van alle hulpverleners en haar ondertoezichtstelling te laten beëindigen. Naziha wil op eigen kracht verder, als spil van haar eigen gezin, voorbeeldfiguur in de wijk én vertrouwenspersoon. Daarvoor heeft ze zelfs een certificaat verdiend. Haar eerste. ‘Ik had die al van kinderen baren’, grapt ze tijdens de officiële uitreiking. ‘Maar dat is zonder certificaat.’

Met zulke scènes geeft Gülsah Dogan Naziha’s Lente lucht. Haar hoofdpersoon mag dan regelmatig het slachtoffer zijn geworden van haar achtergrond, cultuur of situatie, ze is in wezen geen slachtoffer. Binnen moeilijke omstandigheden probeert Naziha in deze delicate film uit 2014 te allen tijde verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en de haren. ‘Het is nog geen tijd voor mij’, constateert ze tegelijkertijd. ‘Ik weet dat die put zo groot is, zo donker, zo diep, dat ik bang ben dat ik, als ik die put eenmaal opendoe, erin val. En daar hebben mijn kinderen niks aan.’

Naziha’s Lente is hier te bekijken.

His Big White Self

‘Als Mandela oorlog wil, dan kan hij die krijgen!’, houdt Eugène Terre’Blanche zijn aanhang met gebalde vuist voor. De leider van de extreemrechtse Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) is in 1991 een niet te onderschatten machtsfactor in Zuid-Afrika, waar het Apartheidsregime piept en kraakt in z’n voegen. Al is het simpelweg door de dreiging van bruut geweld.

Met zijn gestaalde troepen, die zo zouden kunnen doorgaan voor een nazi-keurkorps en die bovendien een vlag eren waarop in eerste instantie een Swastika lijkt te prijken, kan de Afrikaner-leider elk moment een nieuwe geweldsgolf ontketenen in het land, waar een witte minderheid al tientallen jaren de grotendeels zwarte bevolking onderdrukt. Terre’Blanche staat totale segregatie voor, waarbij alle zwarte Zuid-Afrikanen tot hun eigen thuisland zijn veroordeeld.

De voormalige boer en politiechef, die graag te paard opereert, waant zich onaantastbaar als Nick Broomfield hem, samen met zijn chauffeur/dommekracht J.P. Meyer en diens echtgenote Anita, portretteert in The Leader, His Driver, And The Driver’s Wife. Veertien jaar later gaat de Britse filmmaker opnieuw op bezoek bij His Big White Self (93 min.), die dan net uit de gevangenis is. Ook ‘s mans voormalige chauffeur en zijn (inmiddels ex-)vrouw participeren weer in deze tweede film.

In de tijd die is verstreken sinds de eerste documentaire heeft er een aardverschuiving plaatsgevonden in Zuid-Afrika. ANC-leider Nelson Mandela, die in 1990 na 27 jaar gevangenschap eindelijk is vrijgekomen, wordt in 1994 tot president gekozen en zal het land vervolgens vijf jaar lang leiden. En het ANC is anno 2006 nog altijd de toonaangevende politieke partij. Het is een wereld waarin Zwart Zuid-Afrika de dienst uitmaakt en ‘The Leader’ en de zijnen nauwelijks meer op hun plek lijken.

Hoewel zij veelal blijven vasthouden aan hun archaïsche mengeling van traditioneel christelijke en racistische denkbeelden, zijn Terre’Blanche en de andere AWB’ers hun sleutelpositie in het land allang kwijtgeraakt. De herinneringen aan het Apartheidsregime, dat Nick Broomfield met archiefmateriaal nog eens in al zijn lelijkheid oproept, zijn echter nog lang niet vervaagd. En het barbaarse geweld waarmee dit tot het bittere einde toe is verdedigd kan elk ogenblik weer oplaaien.

De gevaarlijke bullebak Terre’Blanche, zichtbaar in beelden die de documentairemaker vijftien jaar eerder maakte, oogt inmiddels als een teruggetrokken oudere man, die zich gedeisd houdt en vooral bezig is met preken in de kerk en het schrijven van gedichten. Al verliest een oude vos zoals hij nooit helemaal zijn streken, zo blijkt als de theatraal aangelegde Broomfield – incognito, vanwege zijn lastige relatie met ‘The Leader’ – hem uiteindelijk in zijn thuisbasis Ventersdorp tóch voor de camera weet te krijgen.

Enkele jaren na het filmen van His Big White Self zal Eugène Terre’Blanche overigens alsnog worden ingehaald door de haat, die hij en andere landgenoten hebben gezaaid. Hij wordt in 2010 op zijn eigen boerderij op brute wijze vermoord.

De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar

Videoland

‘Hoe erg het ook is en hoe groot de koppen in de krant ook zijn, ik kan mezelf niet stoppen’, stelt Michel Stokx, via teksten die zijn gebaseerd op officiële politieverslagen en ingesproken door stemacteur Alexander van Breemen. ‘Ik kan niet zeggen: het is nu één keer gebeurd en nu ben ik er vanaf. Dat bestaat niet. Als het weer wat rustiger wordt, komt de drang weer opzetten. Dat kan een maand of een jaar duren, maar terugkomen doet het.’

Terwijl de Belgische trucker, die al enige tijd in Nederland woont, aan het woord is, zijn in beeld krantenartikelen te zien. ‘Verdachte zaak Jessica Laven verdacht van tweede moord’ bijvoorbeeld. Of: ‘Team-Jessica kijkt ook naar verjaarde zaken.’ En: ‘Onderzoek naar meer kindermoorden.’ Het is duidelijk: hier is een heus monster aan het woord, een lage landen-variant op beruchte seriemoordenaars zoals Ted Bundy, Dennis Nilsen of John Wayne Gacy.

En net als zijn Amerikaanse ‘vakbroeders’ heeft Stokx nu zijn eigen documentaire gekregen: de driedelige serie De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar (74 min.). Regisseur Flynn von Kleist heeft daarvan een klassieke true crime-productie gemaakt, compleet met duistere re-enactments, slinkse tijdssprongen én intrigerende verklaringen van de dader zelf, die worden vergezeld door close-up beelden van draaiende geluidsbanden.

‘s Mans gruweldaden worden belicht via nieuwsreportages en televisieprogramma’s (Crimetime bijvoorbeeld) en van context voorzien door onder anderen zijn advocaat, een oud-collega, de leider van het politieonderzoek en een Vlaamse daderprofiler. Ook de ouders van Cheryl Morriën en Nathalie Geijsbregts, die al tientallen jaren worden vermist en mogelijk ten prooi zijn gevallen aan Stokx, komen aan het woord. Zij willen zekerheid over wat er met hun kind is gebeurd.

Von Kleist introduceert verder de (geanonimiseerde) dochter van Michel Stokx. Zij worstelt met de loodzware erfenis van haar vader, een op het eerste gezicht heel aardige man die nochtans is veroordeeld voor drie kindermoorden en bovendien in verband wordt gebracht met nog enkele tientallen andere verdwijningen. De eventuele details daarover heeft hij in 2001 alleen mee het graf ingenomen. Zo ‘leeft’ de kinderlokker nu alweer twintig jaar voort, als verdachte in talloze cold cases.

In deze straffe serie worden de archetypische psychopaat en zijn modus operandi vakkundig en met de nodige visuele bravoure tegen het licht gehouden. Net als beruchte ‘collega’s’ zoals The Night Stalker, Son Of Sam en The Golden State Killer heeft hij zelfs een typische seriemoordenaarsnaam toebedeeld gekregen: De Sneeuwman. Het wordt alleen niet helemaal duidelijk waar die op is gebaseerd. Of is-ie vooral bedoeld om bij te dragen aan de mythevorming van Michel S.?

De DocUpdater

Johnny vs Amber

Discovery+

Als vrouwenmepper heeft hij in het post #metoo-tijdperk eigenlijk geen toekomst meer in de filmindustrie. En dus sleept acteur Johnny Depp de Britse krant The Sun, die allerlei verhalen over zijn vermeende gewelddadige gedrag heeft gepubliceerd, voor het gerecht. Daar komt hij oog in oog te staan met zijn voormalige echtgenote, de actrice Amber Heard, de vrouw die hem van huiselijk geweld beschuldigt. Een typisch Zij Zegt/Hij Zegt-verhaal, dat voor buitenstaanders niet is te beoordelen. Al is dat voor menigeen – blijkbaar – geen enkel beletsel om het tóch, vaak zonder enige terughoudendheid, te doen.

De hele wereld kan/mag/moet dus meegenieten van Johnny vs Amber (95 min.), een epische echtelijke ruzie die voor het oog van zo’n beetje de halve mensheid wordt uitgevochten. Vuil, onsmakelijk en – blijkbaar – onweerstaanbaar. Want wij, gewone stervelingen, krijgen – blijkbaar – nooit genoeg van oorlog tussen de sterren. Tromgeroffel. Van Tom Cruise/Nicole Kidman, Brad Pitt/Angelina Jolie en Kanye West/Kim Kardashian tot – God betere dit! – Dré Hazes/Monique Westenberg, Marco Borsato/Leontine Ruiters en Lil’ Kleine/Jaimie Vaes.

In z’n film over Depp/Heard splitst regisseur Eliana Capitani de zaak van het Hollywood-paar op in twee delen: Johnny’s versie en Ambers versie. Onder het mom van ‘Who is lying? And who is telling the truth?’ Dat klinkt als een héél slecht idee, maar valt in de praktijk eigenlijk nog best mee. De inhoud is relatief serieus, de toon relatief ingetogen. Geen al te ranzige tabloid-tv dus – al voel je je als kijker natuurlijk tóch een voyeur. Ook omdat je nooit écht in de zaak zelf kunt kijken – als je dat al zou willen – en de naakte feiten kunt beoordelen. Nog afgezien van het feit dat dit ook helemaal niet je taak is, als Onbekende Nederlander.

Dan rest vooral verbazing over dit ongegeneerde ‘trial by media’ in het likkebaardende ‘court of public opinion’, dat met scherp formulerende medestanders, advocaten, privédetectives en de onvermijdelijke entertainment-deskundigen en een smoezelige grabbelton vol persoonlijke berichten en (stiekeme) beeld- en geluidsopnamen wordt opgetekend. Zo lijkt Johnny vs Amber een bijzonder onappetijtelijk portret van een gewezen droomkoppel te schetsen, maar in werkelijkheid zijn wij het zelf, de zichzelf aan alles wat maar naar ‘celebrity’ ruikt vergapende meute, die onder het vergrootglas en aan de leugendetector liggen.

En zo bezien is dit tweeluik niets minder dan een teken van deze tijd: het met afgewend hoofd voorzichtig oplichten van de deksel van een gezamenlijke beerput, waarvan je uiteindelijk zelfs met dichtgeknepen neus licht onpasselijk wordt.

Conversations With A Killer: The John Wayne Gacy Tapes

Netflix

Van november 1979 tot april 1980 voerde John Wayne Gacy, in afwachting van een rechtszaak vanwege moord, gesprekken met een medewerkers van zijn eigen verdedigingsteam, iemand waarvan de identiteit nog altijd onbekend moet blijven van z’n familie. De opnamen, zestig uur in totaal, zijn voor het eerst te horen in de driedelige documentaireserie Conversations With A Killer: The John Wayne Gacy Tapes (185 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die in 2019 al een serie afleverde over een andere beruchte seriemoordenaar: Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes.

In de kruipruimte onder het huis van Gacy in Des Plaines, een stadje ten noordwesten van Chicago, heeft de politie eind 1978 de lijken van bijna dertig jonge mannen aangetroffen. Dat griezelverhaal is al talloze malen verteld – niet zo lang geleden in de sterke docuserie John Wayne Gacy: Devil In Disguise, opgebouwd rond gesprekken die de killer had met de befaamde FBI-profiler Robert Ressler – maar blijft onverminderd tot de verbeelding spreken. Niet vreemd: Gacy was een lokaal bekende ondernemer, deed dienst als voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Democratische Partij en stond zelfs op de foto met Rosalynn Carter, de vrouw van de toenmalige Amerikaanse president.

De joviale baas van aannemersbedrijf Painting Decorating Maintenance, die in zijn vrije tijd graag op kinderfeestjes kwam opdraven als Pogo The Clown en nog altijd voortleeft als de personificatie van de horrorclown, had al eens eerder in de gevangenis gezeten. Vanwege sodomie. Dat had hem ook zijn huwelijk gekost. Toen hij begin jaren zeventig opnieuw trouwde besloot hij volgens eigen zeggen om eerlijk te zijn naar zijn tweede echtgenote. ‘Ik wilde vertellen dat ik biseksueel was en me inliet met andere dingen, maar dat ik geen homo was of zo’, legt hij, volgens een geheel eigen logica, uit op de nieuwe audio-opnames. ‘Daar hoefde ze niet bang voor te zijn. Ik was tegen ze. Ze waren ziek en zwak.’

John Gacy – zou die tweede naam, Wayne, overigens ooit zijn toegevoegd om van hem de absolute tegenpool te maken van de ‘all American hero’ John Wayne? – ging zijn geperverteerde lusten en (zelf)woede genadeloos botvieren op de jongens die hij naar zijn huis wist te lokken. De agenten die hem destijds inrekenden kunnen de geur van hun rottende vlees en de bijbehorende beelden van ontbindende lichamen ruim veertig jaar later nog altijd moeiteloos oproepen. Hoe vaak zouden die sindsdien al hebben verteld over die macabere zoektocht door Gacy’s woning en hun ervaringen met de heer des huizes? En, zo bezien, delen zij nu werkelijk hun herinneringen of het logische verhaal dat ze daarvan ooit hebben gemaakt?

Berlinger laat hen in elk geval gewoon weer hun verhaal doen en ruimt tevens plek in voor een oude celmaat van John Wayne Gacy, zijn advocaten, een overlevende, de openbaar aanklagers, een voormalige medewerker en nabestaanden van enkele slachtoffers. Hun herinneringen worden gestut met nieuwsbeelden, naargeestige collageachtige sequenties en een onheilszwangere soundtrack. Zo wordt de huiveringwekkende geschiedenis van de sadistische moordenaar weer opgedist. Adequaat en kundig, met enkele eigen accenten, zoals de nadruk op de homoseksualiteit van veel slachtoffers. Daardoor kwam de politie waarschijnlijk later dan gebruikelijk in actie en kon Gacy dus langer ongestoord zijn gang gaan.

Uiteindelijk is het echter lastig om nog iets wezenlijks toe te voegen aan een levensverhaal dat al zo vaak, in al z’n gore details, is verteld. Ondanks hun schokkende karakter zijn de daden van John Wayne Gacy bijna vertrouwd gaan voelen. Tegelijkertijd blijft het schokkend om de man zelf bijvoorbeeld te horen vertellen dat hij heeft genoten van de rechtszaak. ‘Ik sta graag in het middelpunt’, zegt hij op de opnametapes. ‘Maar ik heb het ook verdiend. Niemand anders is weggekomen met wat ik heb gedaan.’

Generation Columbine

Hoewel er zeker eerder schietpartijen zijn geweest op Amerikaanse scholen – in 1966 bij de Universiteit van Texas bijvoorbeeld, opnieuw opgeroepen in de bloedstollende, deels geanimeerde documentaire Tower – geldt het bloedbad dat Eric Harris en Dylan Klebold in 1999 aanrichtten in de Columbine High School als de officieuze start van een eindeloze stroom ‘school shootings’ in de Verenigde Staten.

Behalve Columbine zijn ook plaatsnamen zoals Red Lake, Newtown en Parkland daarbij ernstig besmet geraakt. In Generation Columbine (89 min.) laat Matt McDonough overlevenden, nabestaanden en direct betrokkenen van deze school shootings aan het woord. Waarbij het meteen de vraag is of de leerlingen van de Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, die in 2018 het doelwit werden van een ontspoorde schutter en daarna nadrukkelijk het politieke debat probeerden te beïnvloeden, de ommekeer kunnen bewerkstelligen die zelfs na de twintig vermoorde basisschoolkinderen van ‘Sandy Hook’ in 2012 uitbleef?

Aan al die afzonderlijke ‘school shootings’ zijn zo ongeveer documentaires gewijd. Michael Moores Bowling For Columbine, natuurlijk. Het zielstriemende Newtown. Of Us Kids, over de Parkland-jongeren die hun gezamenlijke trauma omzetten in actie, met de succesvolle March Of Our Lives als voorlopig hoogtepunt. Verder belicht een film als Raising A School Shooter het vuurwapengeweld vanuit het perspectief van de ouders van daders en schetst Bulletproof op kille wijze de bizarre industrie die is ontstaan rond school shootings.

Wat heeft het traditioneel opgezette Generation Columbine daar nog aan toe te voegen? Wellicht oog voor de effecten op lange termijn voor mensen die waren betrokken bij een schietpartij, zoals bijvoorbeeld verslavingsproblematiek en zelfdoding. Verder schenkt de documentaire ook aandacht aan initiatieven om het leven van overlevenden draaglijk te maken en het wapenbezit in de Verenigde Staten, ondanks de bezwaren van The National Rifle Association, eindelijk – nu echt! – aan banden te leggen.

Intussen zijn de school shooters voorlopig nog niet te stoppen: gemiddeld eenmaal per twaalf dagen loopt er iemand gewapend een nietsvermoedende school binnen. De gevolgen daarvan worden treffend zichtbaar gemaakt in de lange en tragische slotsequentie van deze degelijke film.

Mist

BNNVARA

Er zijn de verplichte privéfilmpjes, weerslagen van een ogenschijnlijk benijdenswaardige jeugd. Gemaakt door een trotse ouder die vereeuwigt hoe zijn/haar kind, een jong meisje in het officiële tenue van de turnbond, steeds weer boven zichzelf uitstijgt. Ze heeft duidelijk talent en wint ook medailles. Het zijn video’s die ongetwijfeld met familie en vrienden zijn gedeeld. Kijk eens, wat onze Stephanie nu weer heeft gepresteerd!

‘Ik krijg het helemaal benauwd’, zegt een inmiddels volwassen Stephanie Tijmes als ze jaren later haar vaste trainingshal binnenstapt. ‘Gadver!’ Haar herinneringen aan de periode dat ze topsport bedreef worden begeleid door opvallend unheimische muziek. Niet voor niets: waar zij aan denkt bij die formatieve jaren is niet te zien op de filmpjes. ‘Ik heb tien jaar lang elke dag gehoord dat ik lelijk en te dik was’, vertelt de voormalige topturnster in Mist (26 min). ‘En dat ik niet goed was, niet hard genoeg trainde, stijf was.’

Sinds de Amerikaanse documentaires At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal en Athlete A genadeloos de mores blootlegden binnen de Amerikaanse turnwereld, waar ‘tough love’ de norm leek en dat ‘love’ soms dan ook nog eens héél verkeerd werd geïnterpreteerd, is ook grensoverschrijdend gedrag in Nederland op de agenda komen te staan. Stephanies ervaringen doen denken aan die van haar Amerikaanse collega’s. ‘Ze hebben ons afgemaakt, geschreeuwd, gekleineerd, genegeerd, gemanipuleerd.’

Daarmee worstelt ze, getuige deze indringende korte film van Sophie Kalker, nog elke dag. Tijdens therapiesessies probeert de oud-topsporter vat te krijgen op haar problemen, waardoor ze moeite heeft om haar grenzen te bewaken en regelmatig dissocieert. Stephanie is niet de enige, blijkt tijdens een groepsgesprek met voormalige teamgenoten. Stuk voor stuk zitten ze in therapie. ‘Ik heb geprobeerd om te achterhalen of ik überhaupt iemand wist die er niet beschadigd is uitgekomen’, zegt Loes Linders tegen de anderen. ‘Ik ken er geen.’

Dat is een treurige conclusie: veelbelovende meisjes zijn tijdens hun turncarrière ernstig beschadigd geraakt. Niet als gevolg van één enkele trainer die alleen zijn eigen grenzen (er)kende, maar als bijproduct van een breed gedragen benadering van topsport die hen tot grootse prestaties moest aanzetten. ‘Ja, hoe hoop ik dat de toekomst eruit gaat zien?’ zegt Stephanie Tijmes, die ooit als het naïeve kind op al die turnfilmpjes dat giftige systeem binnenstapte. ‘Ik hoop in eerste instantie dat ik gewoon eens een dag kan doorkomen.’

Homecoming: Marina Abramovic And Her Children

Een trip nostalgia van de Servische kunstenares Marina Abramovic, die in haar videokunst en performances gedurig met zelfpijniging en uitputting in de weer is geweest, kan nooit echt comfortabel worden. Dat gebeurt dan ook niet.

Terwijl ze zich in 2019 met de overzichtstentoonstelling The Cleaner opmaakt voor een bezoek aan haar geboortestad Belgrado in het voormalige Joegoslavië, reist Abramovic door haar eigen leven en loopbaan. Dat begint al direct in stijl. ‘De nacht voordat ik werd geboren droomde mijn moeder dat ze een gigantische slang zou baren’, vertelt ze, met kenmerkend gevoel voor drama. ‘De volgende dag, na een partijbijeenkomst, braken haar vliezen.’

De kunstenares claimt zelf de rol van verteller in de boeiende documentaire Homecoming: Marina Abramovic And Her Children (83 min.) van regisseur Boris Miljkovic en doet daarin ankerpunten uit haar eigen persoonlijke geschiedenis aan. Haar jeugd bijvoorbeeld, gedomineerd door een zeer strikte moeder en het regime van de communistische leider Tito. Die zijn oneindige inspiratiebronnen gebleken voor haar.

Ook Marina Abramovic’s samenwerking/relatie met kunstenaar Ulay kan vanzelfsprekend niet ontbreken. Ze waren twaalf jaar samen. ‘En ik zou nog net zo lang door hem moeten lijden’, voegt ze er onderkoeld aan toe. Daarna volgt niettemin een als performance verpakt emotioneel weerzien, begeleid door de lekker melodramatische muziek van Antony and the Johnsons. In het aangezicht van haar voormalige andere helft houdt de hoofdpersoon ‘t niet droog.

De enerverende ontmoeting vormt, samen met reprises van bekende performances van Marina Abramovic, de opmaat naar een verrassend warmbloedige apotheose: een spontane groepsperformance in haar eigen Belgrado, waarvoor ze haar participanten zowaar een onversneden positieve opdracht meegeeft. Geef elkaar onvoorwaardelijke liefde.

Dit Ben Ik Niet

Nederlands Film Festival

In eerste instantie heeft ze ‘het volste vertrouwen’ in hem. Ontspannen vertrouwt Rian haar levensverhaal toe aan haar 42-jarige zoon Joris, die speciaal voor de gelegenheid enkele weken bij haar is ingetrokken, inclusief de feestdagen. Een zus van Joris Koptod Nioky geeft dan weer direct aan dat ze helemaal geen zin heeft in het oprakelen van het verleden. Bang voor de grote emoties die loskomen. Dat kwartje valt pas later bij Rian. Als de film bijna klaar is, heeft ze spijt als haren op haar hoofd dat ze heeft besloten om mee te werken.

Dit Ben Ik Niet (102 min.), constateert Rian boos en diep teleurgesteld als ze een voorlopige montage van de egodocu te zien krijgt. Joris wil oud zeer bovenhalen, misschien zelfs rekeningen vereffenen. Deze film kan een manier zijn om weer verbinding tot stand te brengen binnen de familie, zegt hij onderweg, maar dat lijkt eerlijk gezegd toch echt niet de insteek. Als een film daarvoor überhaupt een geëigend middel zou zijn. De maker kan de camera immers als wapen inzetten en heeft later ook nog altijd de montage – scherp, associatief en humorvol, in dit geval – om de vertelling naar zich toe te trekken.

Het ogenschijnlijk bijna lukraak samengestelde gezin waarbinnen de documentairemaker opgroeide – een uitvloeisel van de woongroepen van de jaren zeventig – is nooit een veilige omgeving voor hem geworden, betoogt hij. Joris en zijn (half)broers en -zussen zijn beschadigd uit de strijd gekomen die hun jeugd gaandeweg werd. Rian, die bang is dat ze wordt geportretteerd als een ‘tokkie’, herinnert zich dat totaal anders. De vragen van haar zoon en diens conclusies ervaart ze als een koude douche. ‘Als ik jou zou opnemen, dan zou jij ook van alles zien over jezelf’, zegt ze verontwaardigd. ‘Nou, dat is wat ik nu zie.’

Joris laat zijn 71-jarige moeder naar getuigenissen van enkele van haar (stief)kinderen kijken. ‘Is er nou nooit iemand geweest – een docent, een buurman, een buurvrouw, een vriend, iemand die vaak over de vloer kwam – die zag dat het niet in orde was bij ons?’ vraagt een broer van Joris zich af. Rian vertrekt ogenschijnlijk geen spier als ze wordt gedwongen om via hen naar zichzelf te kijken. Ook letterlijk: Joris zet een laptop op het salontafeltje voor haar. Op het beeldscherm ziet ze zichzelf zitten zoals ze daar nu zit: een oudere vrouw, met een kussen op haar schoot, die participeert in wat ze zelf ‘een lelijke film’ noemt. Een documentaire die onderdeel zal worden van een hevig ontsporende familieruzie.

Haar zoon houdt de teugels intussen stevig in handen bij deze ontleding van wat hij als zijn eigen verhaal beschouwt: close-up beelden van een huishouden van Jan Steen, strak gearrangeerde gesprekken, tijdsprongen, parallel gemonteerde gesprekken, ontregelende geluiden en spannende muziek (waaronder een ingenieus slotduet). Als maker trekt Koptod Nioky alles uit de kast om zijn persoonlijke betoog kracht bij te zetten, maar van wie is dat verhaal eigenlijk? Van hem als kind? Van zijn moeder? Of van andere familieleden, waarvan sommigen zijn missie ondersteunen en anderen juist verafschuwen wat hij bij zijn naasten aanricht?

Als de film wordt ontdaan van zijn morele dimensies – kan dat überhaupt en is dat gewenst? – dan resteert een enerverende, zinnenprikkelende en slim gestructureerde vertelling over een kind dat zijn moeder wil laten zien wie ze volgens hem is – en dat wil dat ze ook hem nu eindelijk eens ziet. Als buitenstaander zie je daarnaast een gecompliceerde familiesituatie die, voor het oog van de wereld, verder op scherp wordt gezet.

Raising A School Shooter

Na zedendelinquenten (Pervert Park, 2014) en ouders die (mede)schuldig zijn aan de dood van hun kind (Death Of A Child, 2017) rondt het Deense echtpaar Frida en Lasse Barkfors z’n trilogie over sociale stigma’s af met alweer een hartbrekende film: Raising A School Shooter (69 min.).

Op 20 april 1999 richtte Sue Klebolds zeventienjarige zoon Dylan samen met klasgenoot Eric Harris een bloedbad aan op de Columbine High School in Colorado. ‘Ze hadden de bedoeling om iedereen op school te doden en de school zelf te verwoesten’, zegt Sue. ‘En als ik ergens in dit proces iets van dankbaarheid kan voelen, dan is het over het feit dat dat is mislukt.’ Dylan en Eric doodden uiteindelijk twaalf studenten en een leraar. En meer dan twintig mensen raakten gewond voordat het dodelijke tweetal de hand aan zichzelf sloeg.

Andy, de vijftienjarige zoon van Jeff Williams, trok op 5 maart 2001 een spoor van vernieling door de Santa Fe High School in Californië. Hij liet twee doden, dertien gewonden en een ontredderde vader achter. Met al even snode plannen betrad Clarence Elliots zestienjarige zoon Nicholas op 16 december 1988 de Atlantic Shores Christian School in Virginia. Hij droeg drie brandbommen, een semiautomatisch pistool en tweehonderd kogels bij zich. Zo bezien bleef de schade beperkt: een dode en een gewonde leraar. En een jongen die voor de rest van zijn leven de gevangenis inging.

De daden van hun kinderen werden de ouders zwaar aangerekend. Natuurlijk. Want zo gaat dat: ook voor ogenschijnlijk irrationele daden zoeken we rationele redenen. De opvoeding, daaraan moest het dus wel liggen. En daarmee moesten zij, ouders die de ellende ook op geen enkele manier aan hadden zien komen, maar zien te dealen. Naast het rouwproces dat ze sowieso al doormaakten: ontkenning, teleurstelling, onbegrip, schuldgevoelens, woede en acceptatie.

Die komen in deze stemmige vertelling stuk voor stuk uitgebreid ter sprake en worden door Frida en Lasse Barkfors gepaard aan intieme beelden van het huidige bestaan van hun protagonisten, die nog altijd dagelijks het gewicht met zich meetorsen van de onbegrijpelijke daden van hun kind. Dat vraagt immens veel van een mens. Zoals Sue Klebold het naar haar zoon Dylan verwoordde tijdens diens uitvaart: help het me begrijpen! ‘En dat is inderdaad de missie van mijn leven geworden.’

The Return: Life After ISIS

VPRO

‘Weet jij wat de Jihad echt inhoudt?’ zegt de ene kleuter tegen de andere. ‘De Jihad is belangrijk. Als je een Jihadi bent, kan niemand je pijn doen. Je bent je eigen baas, begrijp je?’ Intussen klauteren ze samen op een geïmproviseerd klimrek in Kamp Al-Roj. ‘En als je sterft als Jihadi, ga je rechtstreeks naar het paradijs.’

De kinderen zijn zojuist met hun moeders gearriveerd in het gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië en zullen daar nog een aanzienlijke tijd verblijven. De vrouwen komen oorspronkelijk uit Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland én Nederland. In hun geboortelanden zijn deze ‘bruiden’ van de terreurbeweging Islamitische Staat echter helemaal niet meer welkom. Maar waar moeten ze dan heen? En wat willen ze, ouder en soms wijzer, eigenlijk zelf?

The Return: Life After ISIS (90 min.) portretteert de vrouwen, waaronder Hafida Haddouch en Nawal Hammoudi uit Nederland, terwijl hun leven in de pauzestand staat en er alle gelegenheid is om te reflecteren op hun jeugd in het westen, hun bekering tot de fundamentalistische Islam en hun, veelal ellendige, tijd in het kalifaat. Regisseur Alba Sotorra Clua omkleedt deze herinneringen met beelden van de oorlog tegen Islamitische Staat en propagandavideo’s van de bruten zelf.

Is het voor te stellen dat de westerse tieners – want zo oud waren ze meestal toen ze radicaliseerden – ten prooi vielen aan de perverse IS-ideologie? Of valt het deze zusters van Laura H wel degelijk aan te rekenen dat ze afreisden naar het kalifaat en daar onderdeel werden van een regime dat zich schuldig maakte aan alle mogelijke mensenrechtenschendingen? Ook al kleeft er aan hun eigen handen, omdat ze thuis voor de kinderen moesten zorgen, dan toevallig geen bloed.

‘Ik wil naar huis en niet verplicht worden om hier te zijn’, moppert de Canadese Kimberly, die beweert dat ze zelfs nog nooit een verkeersboete heeft gehad. ‘Waarom wordt me de toegang tot mijn land en kinderen ontzegd?’ Haar begeleidster, de doorgaans vergevingsgezinde Koerdische vrouwenrechtenactiviste Sevinaz Evdike, reageert fel. ‘Jij misschien niet, maar je echtgenoot misschien wel. Hij kan mijn neef vermoord hebben. Mijn buurman. Mijn leraar. Of mijn vriend.’

In kampen zoals Roj bevinden zich zo’n 64.000 vrouwen en kinderen van Islamitische Staat. Deze indringende film ontdoet hen van hun afzichtelijke IS-tronie en geeft hen weer een menselijk gezicht, zónder dat ze daarmee automatisch ook de verantwoordelijkheid voor hun eigen keuzes mogen ontlopen. Verdient Hoda Muthana, een jonge Amerikaanse vrouw die onder de noemer @UmmJihad duizenden opruiende tweets plaatste, bijvoorbeeld ook een tweede kans?

Feit is dat vrouwen zoals zij worden uitgekotst door hun vroegere omgeving, waarnaar ze nu maar al te graag zouden terugkeren. Ze zitten daardoor gevangen in een soort niemandsland tussen de droom die een nachtmerrie werd – óók voor hen – en het andere leven dat hen – vanwege begrijpelijke overwegingen – niet wordt vergund. Dat schept getuige deze krachtige en ook belangwekkende film weliswaar een band, maar lijkt tegelijkertijd ook onhoudbaar. Al is het alleen vanwege die kinderen.

Nail Bomber: Manhunt

Netflix

Zie hem in de beginscène van Nail Bomber: Manhunt (72 min.) zitten in een net iets te donkere ruimte, die lijkt op een verlaten wegrestaurant. Verscholen in zijn kraag. Het gezicht verduisterd. Een biertje bestellend. Arthurs identiteit moet, ruim twintig jaar na dato, nog altijd geheim blijven. Omdat Zij nog altijd geloven dat hij, de infiltrant, óók een nazi is. ‘Een spion zijn vind ik leuk’, zegt Arthur nochtans. ‘Het geeft een kick.’

In 1999 ging hij undercover bij de extreemrechtse British National Party. Arthur begaf zich daarmee tevens in de omgeving van de man die dat jaar een spijkerbom op een multiculturele markt in de Londense wijk Brixton plaatste. Ook deze ‘David’ komt aan het woord. Niet letterlijk overigens, maar via een re-enactment van zijn politieverhoor. ‘s Mans identiteit blijft in eerste instantie onbekend en wordt in deze documentaire van Daniel Vernon pas gaandeweg onthuld.

In de weken na ‘Brixton’ zou de mysterieuze extremist, die op de onscherpe beelden van beveiligingscamera’s een wit honkbalpetje lijkt te dragen, nog meerdere malen toeslaan. En wederom op plekken waar vooral minderheden waren te vinden. De getroffen gemeenschap wist het zeker: de dader moest in extreemrechtse kringen worden gezocht. Dat hadden ze goed aangevoeld. De bommenlegger, op wiens persoonlijkheid en achtergrond overigens nauwelijks wordt ingegaan, wilde niets minder dan een rassenoorlog ontketenen.

Deze degelijke reconstructie van de terreurcampagne die de Britse neonazi net voor de eeuwwisseling ontketende en de klopjacht die er vervolgens op hem werd geopend moet het intussen niet van zijn spanning hebben. Op voorhand staat immers al vast dat de man uiteindelijk in de boeien wordt geslagen en valt ook te voorspellen dat het infiltrant Arnold zal zijn die hem het laatste zetje geeft. Nail Bomber: Manhunt is vooral geslaagd als sfeertekening van een onguur milieu, een geschokte gemeenschap en een grimmig tijdsgewricht, die op een noodlottige manier zullen samenkomen.

In The Face Of Terror

Dimitri Bontinck vertrekt in 2013 hoogstpersoonlijk naar Syrië. De Belg wil zijn zoon Jejoen ophalen. Die is in de voorgaande jaren geradicaliseerd en onder de invloed gekomen van Sharia4Belgium. Dimitri wil hem ter plaatse uit de klauwen van Islamitische Staat (IS) rukken. Hij haalt echter bakzeil. Als gevolg van zijn bevrijdingspoging wordt zijn zoon alleen beschouwd als een mogelijke spion en vastgezet. Jejoen slaat op de vlucht. Eenmaal thuis beweert de jongen dat hij in een cel heeft gezeten met de gegijzelde fotografen John Cantlie en Jim Foley.

Bontinck besluit contact op te nemen met Foleys ouders. Het Amerikaanse echtpaar wacht al een hele tijd op nieuws over hun oudste zoon. Zoals de Schot Michael Haines in onzekerheid verkeert over het lot van zijn broer David. En Carl en Marsha Mueller zich afvragen of hun enige kind, hulpverleenster Kayla, nog in leven is. Zij worden in deze driedelige documentaireserie gedwongen om In The Face Of Terror (175 min.) te staan. Diane en John Foley krijgen op 19 augustus 2014 zelfs de ergst denkbare klap te verwerken, in de vorm van een ijzingwekkende IS-video, waarin hun zoon voor het oog van de wereld een gruwelijke dood sterft.

Nog enkele andere gegijzelden zullen publiekelijk worden terechtgesteld. Drie IS-terroristen van Britse origine lijken verantwoordelijk. Van hun gevangenen hebben ze de bijnaam ‘The Beatles’ gekregen. Één van hen, de 26-jarige computerprogrammeur Mohammed Emwazi (bijgenaamd Jihadi John) uit West-Londen, zal zelf omkomen bij een Amerikaanse luchtaanval, maar zijn twee trawanten blijken nog in leven. Op initiatief van de nabestaanden van hun slachtoffers wordt in de eerste twee afleveringen van deze serie de jacht geopend op de Britse terroristen, die het kalifaat inmiddels zijn ontvlucht. En Kayla Muellers ouders vinden aanknopingspunten in de zaak van hun dochter, die nu al enkele jaren vermist is.

De derde aflevering van deze kwaliteitsserie van Tim Lawton, waarvoor acteur David Morrissey als voice-over fungeert, staat vreemd genoeg helemaal los van de eerste twee. Hierin wordt een andere vorm van terrorisme belicht: de extreemrechtse aanval op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, die in maart 2019 meer dan vijftig moslims het leven kostte en ‘live’ werd gestreamd voor een enthousiaste achterban. Met het manifest van de dader in de hand, genaamd The Great Replacement, gaan onderzoekers en voormalige neo-Nazi’s op zoek naar diens banden met de Europese Identitaire Beweging en ultranationalisten in de Verenigde Staten.

Tegelijkertijd proberen de overlevenden en nabestaanden van deze fundamentalisten, aan beide zijden van een vuile oorlog, zin te geven aan het onuitputtelijke verdriet dat hen is toegebracht. Zij zijn uiteindelijk de helden van In The Face Of Terror, dat ondanks alles een soort eerbetoon wordt aan menselijke moed, compassie en veerkracht.

The People V. The Klan

CNN

Beulah Mae Donald uit Mobile, Alabama staat er in 1981 op dat de kist van haar vermoorde zoon Michael openblijft. Zoals ook Mamie Till dat ruim 25 jaar eerder had afgedwongen toen haar veertienjarige zoon Emmett was gelyncht omdat hij een wit meisje zou hebben nagefloten. De hele wereld moet zien hoe hun kinderen eerst bruut zijn afgeslacht en vervolgens genadeloos tentoongesteld. Puur en alleen vanwege hun huidskleur.

Deze moedige moeders hebben sindsdien tragische navolgers gekregen met #BlackLivesMatter-boegbeelden als Gwen Carr (Eric ‘I can’t breathe’ Garner), Wanda Johnson (Oscar Grant) en Tamika Palmer (Breonna Taylor). Documentairemaker Donnie Eichar legt in The People V. The Klan (168 min.) niet voor niets voortdurend de verbinding tussen de pogingen van Beulah Mae Donald om de moordenaars van haar zoon veroordeeld te krijgen en gebeurtenissen in het heden, waarbij het moderne lynchen gebeurt met een taser, wurggreep of politiepistool.

Deze vierdelige serie plaatst de lynching van Michael Donald ook overtuigend binnen de inktzwarte historie van Alabama, waar gouverneur George Wallace ooit ferm de overtuiging ‘segregation now, segregation tomorrow, segregation forever!’ uitsprak, Martin Luther Kings protestmars van Selma naar Montgomery op Bloody Sunday rücksichtslos werd neergeslagen en de Ku Klux Klan jarenlang ongestraft zijn gang kon gaan, met als absoluut dieptepunt een bomaanslag op de 16th Street Baptist Church, waarbij vier zwarte meisjes om het leven kwamen.

Via gesprekken met familieleden van Donald en Till, politieagenten, openbaar aanklagers, advocaten, activisten, voormalige Klan-leden en voormalig minister van justitie Jeff Sessions, die toentertijd hulpofficier van justitie was in Alabama, ontvouwt zich in deze sterke productie een tragische geschiedenis, die van Beulah Mae Donald een krachtige heldin zal maken. Uiteindelijk reikt haar strijd om gerechtigheid ook voorbij de individuele Klan-leden. Ze wil de KKK zelf laten betalen voor de haat die ze al die jaren heeft gezaaid.

The Times Of Harvey Milk

Deze Oscar-winnende documentaire uit 1984 valt direct met de deur in huis: Dianne Feinstein, voorzitter van de gemeenteraad van San Francisco, legt op 27 november 1978 een verklaring af voor de verzamelde pers. ‘Zowel burgemeester Moscone als stadsbestuurder Harvey Milk zijn neergeschoten en dood.’ Een golf van ontzetting gaat door de zaal. ‘Nee!’, roept iemand. ‘Jezus Christus!’ Als het rumoer weer een beetje is weggestorven, vervolgt Feinstein haar statement: ‘De verdachte is stadsbestuurder Dan White.’

Beide mannen zijn vermoord in het gemeentehuis. Milk, de eerste openlijke homoseksuele stadsbestuurder van de Verenigde Staten, was pas elf maanden in functie. Hij had zelf al voorzien dat het zo zou kunnen eindigen. Een jaar voor zijn dood maakte hij een audio-opname van zijn laatste wil. ‘Deze opname mag alleen afgespeeld worden als ik ben vermoord’, zegt hij daarop. ‘Ik realiseer me dat iemand die staat waar ik voor sta, een homo-activist, het doelwit kan worden van iemand die onzeker, bezorgd, angstig of gestoord is.’

Harvey Milk beschouwde zichzelf niet zomaar als een kandidaat, zegt hij in de woorden die na zijn gewelddadige dood een nieuwe lading kregen, maar als een werktuig voor het grotere ideaal: een volwaardige plek voor LGBT’ers in de samenleving. Zo wordt hij ook geportretteerd in The Times Of Harvey Milk (88 min.) van Rob Epstein en Richard Schmiechen. Als een typische representant van Frisco’s bijzonder vitale gayscene en als een leider die het gezicht zou worden van de bijbehorende emancipatiebeweging. Want voor homo’s was er nog een wereld te winnen.

Illustratief is een foto van Harvey met de toenmalige president Jimmy Carter, een man die wereldwijd een reputatie zou opbouwen als onvermoeibare voorvechter van mensenrechten. Destijds wilde hij echter helemaal niet op de foto met een homo. Carters vrouw Rosalynn was er zelfs van overtuigd dat de Jood Milk zich moest bekeren tot het christendom. Dan zou die homoseksualiteit ook wel verdwijnen. ‘Ik ben verbaasd dat u mijn hand wilde schudden’, zou Harvey tegen de ‘first lady’ hebben gezegd. ‘Want u heeft geen idee waar die hand al is geweest.’

Harvey Milk beleefde zijn finest hour toen hij een campagne opzette tegen Proposition 6, een initiatiefvoorstel om homo’s uit het onderwijs te weren. Het moment waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt fungeert als omslagpunt voor deze aangrijpende film. Daarna is het rap afgelopen met de gay-politicus, die koelbloedig – of was het toch een vlaag van verstandsverbijstering? – zal worden geliquideerd door zijn collega Dan White, een brandweerman wiens eikenhouten wereld op zijn grondvesten schudde door de Harvey Milks van zijn tijd.

Het leven van Harvey Milk zou nóg een Oscar opleveren: voor acteur Sean Penn, die Harvey vertolkte in de speelfilm Milk.

John Wayne Gacy: Devil In Disguise

‘Ik zie niet in hoe ik antisociaal kan zijn als ik toch zoveel contacten met andere mensen onderhoud’, zegt de man aan de andere kant van de tafel licht verontwaardigd. ‘En hoe zit het dan met die meervoudige persoonlijkheidsproblematiek?’ wil zijn gesprekspartner weten, tijdens een interview dat nooit eerder was te zien. Oh, dat? Dat was vooral een probleem van enkele gekke doktoren. Toen ze langskwamen, had hij zich nog netjes voorgesteld: ik ben John Wayne Gacy, de politicus, de clown, de familieman en de zakenman. ‘De volgende dag stond er in de krant dat ik een meervoudige persoonlijkheid had!’

De gesprekken die Gacy in 1992 met de legendarische FBI-profiler Robert Ressler had – niet vanwege zijn veelzijdige bestaan, maar vanwege de bijna dertig lijken die in de kruipruimte van zijn huis werden aangetroffen – vormen het hart van deze zesdelige docuserie over één van de beruchtste seriemoordenaars aller tijden. Hier is, zoveel is duidelijk, een monster aan het woord. Of op zijn minst een zeer beschadigde man. Hij oogt niettemin als een joviale buurman, die meteen bijspringt als er een klusje moet worden gedaan. Als aannemer had hij in de regio Chicago zo ook een uitgebreid netwerk opgedaan, waarin zich tevens talloze jonge mannen bevonden. Jongens eigenlijk nog. Voor altijd. Door hem.

Drieëndertig moorden zouden er uiteindelijk officieel worden toegeschreven aan de man, die in 1978 werd gearresteerd en die, ondanks het feit dat hij in 1994 toch echt ter dood is gebracht, nog altijd voortleeft als de ultieme killerclown, Pogo. John Wayne Gacy: Devil In Disguise (310 min.) kan worden beschouwd als het definitieve verhaal van deze volledig verknipte figuur. Daarbij heeft regisseur Rod Blackhurst niet gekozen voor een dramatische, nét iets te dik aangezette true crime-‘tone of voice’ gekozen, maar eerder voor een tamelijk nuchtere toonzetting. Ingetogen bijna. Waarbij niet alleen het bizarre personage Gacy en diens gruweldaden worden uitgediept, maar waarbij er ook aandacht is voor z’n slachtoffers en zijn eigen familie, Johns zus Karen Kuzma in het bijzonder.

Behalve agenten, aanklagers en journalisten die destijds bij het onderzoek betrokken waren, komen ook Gacy’s oude celmaat, voormalige medewerkers en – via een audio-interview – zijn tweede vrouw Carole (die zich regelmatig beklaagde over de stank in huis) aan het woord. Hun herinneringen zijn aangekleed met een uitputtende collectie archiefmateriaal. Daarbij springen met name beelden uit 1969 van Gacy in een gevangenis te Iowa in het oog. Hij zat toen, lang vóórdat hij zijn moordzucht zou gaan botvieren, al een straf uit voor ‘sodomie’. Tijdens activiteiten in de keuken en in gesprekken met het bezoek is een modelgevangene te zien, een man die zijn leven heeft gebeterd en die na achttien maanden vervroegd in vrijheid zal worden gesteld. Het monster, dat zich dus al schuldig had gemaakt aan verkrachting, moest zijn ware gezicht nog tonen.

In de slotafleveringen buigt Blackhurst zich over de vragen die onbeantwoord zijn gebleven na Gacy’s executie: van extra slachtoffers tot grootse complottheorieën. Omdat overtuigende antwoorden opnieuw uitblijven, gaat de serie een beetje als een nachtkaars uit. Al heeft John Wayne Gacy: Devil In Disguise ook dan nog altijd één uitgesproken troef: de grijze, ietwat morsige man, die een ordner heeft aangelegd met gedetailleerde informatie over alle 33 slachtoffers en die intussen tegenover Ressler stellig blijft beweren dat hij daar toch echt niets mee te maken heeft. Iemand die niet beter weet zou hem inderdaad voor een sociale vent kunnen verslijten.

John Wayne Gacy is ook de hoofdpersoon van de driedelige docuserie Conversations With A Killer; The John Wayne Gacy Tapes.

Tina

HBO

De Bruin, Fey of Trucker? Nee, met Tina wordt natuurlijk Turner bedoeld. De achternaam die ze erfde van haar eerste echtgenoot Ike. De voornaam verzon hij, zonder overleg overigens, voor haar: Tina (117 min.). Die dus eigenlijk Anna Mae Bullock heet. En nu haar eigen documentaire heeft. Na eerder al een autobiografie (I, Tina: My Life Story), een speelfilmhit die daar weer op was gebaseerd (What’s Love Got To Do With It) en onlangs nog eens Tina: The Musical.

De Amerikaanse zangeres is inmiddels begin tachtig, maar wordt nog altijd geassocieerd met Ike, de ploert die ze alweer bijna een halve eeuw geleden verliet. Enkele jaren later zou ze, via een openhartig interview met het tijdschrift People in 1981, eindelijk schoon schip proberen te maken. Over de jaren waarin ze met de Ike & Tina Turner Revue de wereld veroverden – en hij haar achter de schermen alle hoeken van de (kleed)kamer liet zien.

Dat interview met Carl Arrington, gepubliceerd onder de kop ‘Tina Turner, The Woman Who Taught Mick Jagger To Dance’, krijgt ook weer een prominente plek in deze biopic van Daniel Lindsay en T.J. Martin. Zoals het misbruik Anna Mae haar hele leven zou blijven achtervolgen. Ook toen ze in de jaren tachtig als soloartiest een onverwachte comeback maakte en uitgroeide tot een absolute wereldster, bleef iedereen maar vragen naar Ike. Nooit kwam ze los van die vent. Ook nu niet.

Het is de tragiek van een vrouw die, tegen wil en dank, een voorbeeld werd voor andere vrouwen die gebukt gaan onder huiselijk geweld. In die zin biedt deze ongebreidelde lofzang op Tina Turner ook weinig nieuws over dat oude vertrouwde verhaal – verteld door de hoofdpersoon zelf en haar vriendin Oprah Winfrey, achtergrondzangeres/danseres Le’Jeune Fletcher, ghostwriter Kurt Loder, manager Roger Davies en Zwitserse echtgenoot Erwin Bach.

Behalve dan dat het vertellen van dat verhaal nog altijd zwaar weegt op Anna Mae. En dat daarachter nog een ander verhaal schuilgaat. Over een liefdeloze jeugd. Dat al wat later kwam – wellicht – een beetje verklaart. En dat in deze liefdevolle film, waarin haar huidige familieleven overigens behoorlijk wordt afgeschermd, als opmaat fungeert naar de gelikte apotheose. De documentaire die volgens haar man Erwin een soort punt zet. Achter Tina’s leven en carrière.

Turner.

Us Kids

Cargo Films

‘No way to prevent this, says only nation where this regularly happens’, kopt de satirische website The Onion steevast na elke uitbarsting van vuurwapengeweld in de Verenigde Staten. Zoals het leeuwendeel van de politici dan ‘thoughts & prayers’ offreert, de National Rifle Association (NRA) roept dat alleen een ‘good guy with a gun’ die ‘bad guy with a gun’ een halt toe kan roepen en voorstanders van strengere wapenwetten tevergeefs echte hervormingen eisen. En dan wordt het al snel weer stil. Tot de volgende geweldseruptie.

Deze rituele dans werd ook weer met verve opgevoerd na de zogenaamde Parkland-school shooting in Florida op 14 februari 2018, waarbij veertien leerlingen en drie schoolmedewerkers de dood vonden. De overlevenden, scholieren van de Marjorie Stoneman Douglas High School, namen er alleen geen genoegen mee. Ze begonnen zich uit te spreken voor stringentere wapenwetten en tegen het grote geld dat politici al sinds jaar en dag aannemen van de wapenindustrie. Hun activiteiten mondden op 24 maart uit in de March Of Our Lives, die in Washington en bijna negenhonderd andere Amerikaanse steden een enorme mensenmassa op de been bracht en van leerling Emma Gonzalez – ze hield zes minuten en twintig seconden, precies de tijd die de schutter nodig had, haar mond op het podium – een soort ster maakte.

In Us Kids (96 min.) volgt regisseur Kim A. Snyder, die eerder een korte en een lange documentaire maakte over de gruwelijke moordpartij op de Sandy Hook-basisschool in Newtown, hoe het de groep Parkland-leerlingen in de achttien maanden na de tragedie vergaat. Ze worden al snel omgeven door scepsis (wat weten die jonkies nou?) en verdachtmakingen (het zijn acteurs, marionetten van die vervloekte ‘liberals’) en op sommige plekken zelfs opgewacht door zwaarbewapende verdedigers van het ‘second amendment’, het artikel uit de Amerikaanse grondwet dat het recht om een wapen te dragen beschermt. Gezichten van de beweging zoals David Hogg en Cameron Kasky worden – opnieuw – doelwit van destructieve krachten als ze de NRA de genadeklap proberen toe te brengen.

Bijzonder aangrijpend is het verhaal van Samantha Fuentes, die gewond raakte bij de schietpartij en zag hoe haar klasgenoot Nick Dworet, een talentvolle zwemmer, voor haar ogen stierf. Terwijl ze contact onderhoudt met diens jongere broer Alex, die zelf ook verwondingen opliep bij de school shooting, probeert ze het podium dat haar door de tragische gebeurtenissen wordt geboden zo goed mogelijk te benutten. Tot kotsen aan toe. Want tegelijkertijd kampt ze met de trauma’s die ook sommige andere participanten steeds meer parten beginnen te spelen.

Us Kids is een empathisch portret van een groep activisten tegen wil en dank. Zij vertegenwoordigen een nieuwe generatie Amerikanen, die de hoop op een betere wereld nog niet heeft verloren. Snyder weet hun tragische strijdbaarheid perfect te vangen en geeft die bovendien kleur met een eigentijdse soundtrack met bijdragen van onder anderen Andra DayLCD Soundsystem en Michael Kiwanuka (waarbij ook Sam Fuentes zelf nog enkele hartroerende liedjes ten gehore brengt).

Intussen is er enkele jaren later, alle inspanningen van de kids ten spijt, nog altijd weinig veranderd. Of het moet zijn dat de NRA onlangs zijn faillissement heeft aangevraagd. De cynische oneliner van The Onion zorgt echter nog steeds regelmatig voor een grimlach in ‘Merica.

De Onfatsoenlijken

VPRO

Boos zijn is niet moeilijk. Omdat je het hoofd nauwelijks boven water kunt houden, voortdurend stoot of blijft breken over wat er zoal gebeurt.

Vanwege die kutbaan. Een hennepkwekerij. Dat onterechte ontslag. Het beroerde pensioen. Die eindeloze pesterijen. Onze vertrapte tradities. Abortus. Homohaat. Het verstikkende maatschappelijke debat. De oneindige stroom vluchtelingen. Grootschalig seksueel misbruik. Die beschuldiging van verkrachting. Moord zelfs. Wezensvreemde normen en waarden. Het volk dat je ‘camion’ dreigt te overmeesteren. Die brug waarvan iedereen wist dat ie ooit zou instorten. De toren die wel in brand móest vliegen. De grootschalige corruptie. Moord. Ja, moord!

De algehele onvrede in Europa vertaalt zich overal op het continent in boze burgers en steun voor populistische partijen. De Belgische auteur Jan Antonissen schreef in 2018 een boek over gewone Europeanen die zich hebben afgekeerd van de traditionele politiek, De Onfatsoenlijken (307 min.). Dat vormt nu de basis voor een gelijknamige docuserie van Luc Lemaitre. In zeven thematisch gegroepeerde afleveringen – met titels als Migratie, Restjesmensen en Politieke Correctheid – worden steeds drie kwesties uitgediept met een direct betrokkene: een slachtoffer, (vermeende) dader of klokkenluider.

Zo ontstaat een lappendeken van groot, groter en grootst onrecht in Europa, waarbij de geportretteerde gewone mannen en vrouwen zich in elk geval niet gehoord voelen door de (linkse) elite die de dienst uitmaakt. Niet alle verhalen lijken overigens even goed in dat frame te passen. Zoals het predicaat ‘onfatsoenlijk’ ook zeker niet op alle hoofdpersonen van toepassing is. Lemaitre laat zijn hoofdpersonen in elk geval ongefilterd hun verhaal doen of mening verkondigen. ‘We kunnen niet generaliseren dat ‘homoseksueel’ en ‘pedofiel’ hetzelfde betekenen’, zegt de Poolse anti-abortusactivist Dawid Wachowiak bijvoorbeeld. ‘Desondanks komen de meeste pedofielen uit de homogemeenschap.’

Zo’n bewering wordt door Lemaitre verder niet gestaafd of kritisch bevraagd. Dat lijkt ook niet de bedoeling van De Onfatsoenlijken, dat vooral de beleving wil optekenen van gewone burgers die het gevoel hebben dat er over hen wordt beslist. Door lieden bovendien, die hen kennen noch begrijpen. Hoe verschillend al deze Europeanen ook lijken, ze zijn daardoor verenigd in onvrede. En dus nemen ze deel aan een boerenprotest, rijden met een bloederig ‘abortus is moord’-busje rond, trekken een geel hesje aan, gaan de straat op voor Alternative für Deutschland of zitten gewoon thuis op de bank te fulmineren. Boos.

Doelwit

Matty Siersema / KRO-NCRV

Wat hebben Muntendam, Bergen op Zoom, Oldenbroek, Amstelveen, Enschede en Rotterdam met elkaar gemeen? Niet dat lokale bestuurders van die gemeenten te maken hebben gekregen met intimidatie, bedreiging en geweld. Dat geldt helaas voor veel meer Nederlandse steden en dorpen. Vijfendertig procent van de in totaal 10.000 plaatselijke bestuurders krijgt ermee te maken. Het leeuwendeel daarvan zwijgt.

(Voormalige) wethouders van bovenstaande zes gemeenten spreken zich in deze tv-docu van Nan Rosens echter nadrukkelijk uit. Zij willen niet langer als Doelwit (48 min.) fungeren voor redeloze dan wel zeer gerichte acties tegen hun persoon, achtergrond, filosofie of beslissingen. Via een soort videobrieven, recht in de camera uitgesproken, richten ze zich tot hun veelal anonieme bedreigers. Tegelijkertijd verhalen ze indringend over de impact van die sinistere boodschappen op hen en hun directe familie.

De dreiging, ook al lijkt die voorlopig niet concreet te worden, kruipt onherroepelijk onder de huid. Matty Siersema, wethouder in Muntendam, laat bijvoorbeeld één van de boodschappen horen, die een plaatselijke man op haar antwoordapparaat achterliet. ‘Maar ik zeg je: kom mij niet tegen in het donker. Je mag gerust naar de politie gaan, maar dan moet je wel weten dat ze me daar nooit levenslang voor geven. Ik kom altijd weer vrij. En dan vind ik je. Denk erom.’ Probeer zo’n boodschap maar eens koeltjes weg te relativeren als lokale bestuurder.

Gezamenlijk maken de wethouders uiteindelijk de staat op van onze huidige democratie. Die ondervindt de gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen zoals de opkomst van sociale media, het toenemende individualisme en de keuze voor een participatiesamenleving. Het respect dat notabelen in vroeger tijden nog als vanzelf ten deel viel is mede daardoor geërodeerd. Waar ooit vriendelijk de hoed werd afgenomen en vervolgens bedeesd een vraag werd gesteld, eisen sommige burgers nu anoniem waar ze recht op menen te hebben. Of ze vieren simpelweg hun algehele onvrede bot op de eerste de beste bestuurder die op hun pad komt.

Het lijkt een geest die niet zomaar terug in de fles is te krijgen. En dan besteedt deze boeiende documentaire nog niet eens aandacht aan hoe de georganiseerde misdaad in bepaalde delen van het land bestuurders het leven onmogelijk maakt. Dat is ook nog wel een film waard. Maar durft iemand die te maken?