Indian Space Dreams

NTR

Waar elke ruimtevlucht van de Amerikaanse NASA op een grootse Hollywood-productie lijkt, ogen de pogingen van de Indian Space Research Organisation om een astronomische satelliet de ruimte in te krijgen eerder op een uit de hand gelopen project van professor Barabas. Het budget van de Indiërs is dan ook maar een tiende van wat NASA ter beschikking heeft. Met de Astrosat hopen ze niettemin zwarte gaten te kunnen gaan bestuderen en meer inzicht te krijgen in hoe het heelal is ontstaan.

Voor het zover is moeten er in Indian Space Dreams (51 min.), waarin Sue Sudbury enkele wetenschappers van ruimteonderzoekscentrum TIFR in Mumbai volgt, nog wel de nodige logistieke hobbels worden genomen. Variërend van vertraging van een essentieel onderdeel, doordat een vrachtwagen onderweg vaststaat met twee lekke banden, tot het jaarlijkse regenseizoen dat het vervoer van de satelliet naar de lanceerlocatie in Bangalore tot een hachelijke onderneming maakt.

En dan is er nog een onhandige actie van promovenda Vinita Navalkar, die haar harddisk, met 800 GB aan informatie, heeft geformatteerd toen ze er een backup van wilde maken. De 26-jarige wetenschapper heeft sowieso van alles aan haar hoofd. Wanneer ga je trouwen? vragen ze vanuit haar familie, die maar al te graag een huwelijk wil arrangeren. Ook de geïnteresseerde mannen willen liefst snel duidelijkheid. Bij voorkeur bij de eerste date. En anders toch zeker bij de tweede.

Intussen leven de kinderen in Mumbai’s sloppenwijk Geeta Nagar mee met de pogingen van hun dappere landgenoten om een raket te lanceren, als eerste ontwikkelingsland in de menselijke historie. Ze krijgen elke zaterdag natuurkundeles van het hoofd van TIFR’s röntgen-detector team, de aimabele professor Rao. De beoefening van wetenschap is in zijn ogen een zeer krachtig middel tegen armoede, vertelt hij in deze sympathieke film.

Zijn collega, professor Manchanda, verbaast zich er tegelijkertijd over hoeveel tijd hij, een vooraanstaande wetenschapper, moet besteden aan stom regelwerk. Dat behoort evenwel tot de realiteit van de dag in een land, waarbij de aspiraties vooralsnog de mogelijkheden lijken te ontstijgen. Creativiteit is onontbeerlijk, laat KP Singh, hoofd van het röntgen-telescoop team, zien. Met isolatiemateriaal heeft hij een willekeurige kamer laten ombouwen tot een heuse ‘clean room’.

De pogingen van de Indiërs om hun ruimteproject tot een succes te maken dwingen zowel respect als sympathie af. Na vijftien jaar komt de climax, die tot zoveel stress heeft geleid en die al diverse malen is uitgesteld, eindelijk in zicht. Kunnen ze hun eigen ambities waarmaken en een nieuwe generatie wetenschappers inspireren?

An Honest Liar

De beelden doen pijn aan de ogen: een enorme zaal, gevuld met verrukte, ontroerde en soms compleet hysterische mensen, in afwachting van niets minder dan verlossing. Die komt in de vorm van een aalgladde televisiedominee. In een oogwenk weet hij wat hen mankeert en ook wat hen weer kan redden. De oudere zwarte vrouw die naar hem toe is komen trippelen en buiten zinnen in zijn armen is gevallen krijgt door evangelist Peter Popoff ingefluisterd wat ze volgens hem heeft. En dan, zodat de hele zaal het kan horen: ‘God brandt ze nu weg. Daar gaan ze. Daar gaan ze, Jezus.’

Met veel theater, kabaal en de verplichte Hallelujahs worden allerlei mensen zo bij naam opgeroepen, naar voren gehaald en met behulp van niemand minder dan de Heer gered. Naderhand doet Popoff natuurlijk een beroep op hun bereidheid als gulle gever. Oud-goochelaar James Randi en zijn secondant ontdekken al snel hoe de gladjanus te werk gaat. ‘Een man die de doven geneest, heeft geen gehoorapparaat nodigt, zegt de voormalige meestergoochelaar spottend. En daarmee is het lot van de gebedsgenezer bezegeld. Randi schuift aan in de populaire talkshow van Johnny Carson. ‘Gods frequentie – ik wist niet dat ie een radio had, is 39.170 megahertz. En God is dus een vrouw en klinkt als de vrouw van Popoff.’

The Magical Randi beschouwt het als een ultiem verraad, zegt hij in de documentaire An Honest Liar (82 min.) van Tyler Measom en Justin Weinstein uit 2014: bij hoog en bij laag ontkennen dat je een soort goochelaar bent en vervolgens het publiek leegtrekken met ‘paranormale gaven’. En dus ontwikkelt de vleesgeworden scepticus, een mediagenieke en -geile halfbroer van Gandalf, zich tot de schrik van alles en iedereen die handelt in valse hoop: helderzienden, gebedsgenezers en paranormalen. ‘Als je verliefd ben, mag de hele wereld dat weten’, zegt Bill Nye (The Science Guy) daarover. ‘En James Randi is verliefd op de waarheid.’

Die verliefdheid brengt hem tevens op het spoor van de wereldberoemde Israëlische lepeltjesbuiger Uri Geller, die zal uitgroeien tot de draak die Randi koste wat het kost wil doden. Dat mondt uit in een machtig interessante tweestrijd, tussen ‘geloof’ en ‘wetenschap’. Het speelveld waarop de welbespraakte ‘ontgoochelaar’ glorieert, volgens bijvoorbeeld het goochelaarsduo Penn & Teller, Adam Savage (Mythbusters) en hardrocker Alice Cooper (voor wie Randi een onthoofdingsscène ensceneerde). Intussen houdt Randall James Zwinge thuis al tientallen jaren een ‘geheim’ verborgen, dat zijn eigen kwetsbaarheid laat zien en dit kostelijke portret van een persoonlijke ondergrond voorziet.

Challenger: The Final Flight

Netflix

Slechts 73 seconden duurde de vlucht van hun leven. Zeven representanten van de glorieuze United States of America vonden voor het oog van een geschokte natie de dood. Zes specialisten van de National Aeronautics and Space Administration (NASA) en een ‘gewone burger’, de lerares Christa McAuliffe. In navolging van Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins, de eerste mannen op de maan (en helden van de ontzagwekkende spacedocu Apollo 11), zouden ook zij onderdeel van de ruimtevaarthistorie worden, als de eerste dodelijke slachtoffers van Amerika’s drang om het complete heelal te veroveren.

Ze maakten stuk voor stuk deel uit van de Klas van 1978, de eerste generatie astronauten die niet volledig uit witte mannen bestond. En ze waren tevens onderdeel van een soort reboot van de Amerikaanse ruimtevaart, die gaandeweg wat van zijn oorspronkelijke glans was verloren. ‘Amerikanen hebben de wereld laten zien dat ze niet alleen groots dromen’, oreerde Ronald Reagan bij de lancering van de eerste spaceshuttle, ‘maar dat we die ook durven te realiseren.’ De toenmalige Amerikaanse president instigeerde ook de zoektocht naar de eerste burgerpassagier voor de shuttle, ‘one of America’s finest’: een leraar.

De aanloop naar de fatale vlucht en de selectie van de crew daarvoor vormen het hart van Challenger: The Final Flight (180 min.), een stevige vierdelige docuserie van Daniel Junge en Steven Leckart. Trots maken de uitverkorenen zich op voor hun historische missie, al hebben ze geen idee waarom die in de geschiedenisboeken zal belanden. De promotionele beelden van hun enthousiaste voorbereiding, en de herinneringen daaraan van hun nabestaanden, collega’s en plaatsvervangers (die de dans dus ontsprongen), hebben sindsdien een onheilspellend karakter gekregen. Zij, weten wij, gaan nietsvermoedend hun ondergang tegemoet.

Terwijl er op dat moment toch ook al technische problemen waren en enkele insiders zelfs waarschuwden voor serieuze ongelukken. ‘De shuttle gaat ontploffen’, zou hoofdingenieur Bob Ebeling enkele uren voor de lancering van de Challenger, die diverse malen was uitgesteld, hebben gezegd tegen zijn dochter. De klok liep alleen al en was met geen mogelijkheid meer te stoppen, vertellen NASA-medewerkers en -klokkenluiders. Op 28 januari 1986 ging de Challenger met een ‘big bang’ de lucht in. De toeschouwers die zich bij Cape Canaveral in Florida hadden verzameld om de lancering bij te wonen waren volledig uit het veld geslagen toen ze van de omroeper hoorden wat die vreemde taferelen boven hen betekenden: ‘Het ruimtevaartuig is ontploft.’

Ook president Reagan reageerde vanzelfsprekend geschokt. ‘De bemanning van de Challenger eerde ons met de manier waarop ze leefden’, wist hij de stemming in het land opnieuw in grootse woorden te vatten. ‘We zullen ze nooit vergeten, noch de laatste keer dat we ze zagen, deze ochtend, toen ze zich voorbereidden op de reis, zwaaiden en de aarde achter zich lieten om Gods gezicht aan te raken.’ De achterblijvers zouden zich een leven lang boos, verdrietig en schuldig voelen.

Vaarwel Amerika

Gideon Levy (l) en Myron Ebell (r) / BNNVARA

‘Als je werkt voor de federale overheid, dan weet je dat je baan kan verdwijnen als je de verkeerde dingen zegt’, stelt Emily Wilson, een medewerkster van de NASA, die een draagbaar meetinstrument, ter grootte van een rugzak, heeft ontwikkeld. Ze hoopt er overal ter wereld vervuilende broeikasgassen in de lucht mee te kunnen detecteren. Het apparaat is bijna klaar. Bijna. Emily kiest haar woorden zorgvuldig: ‘We proberen tijdens ons werk zoveel mogelijk onder de radar te blijven.’ De opdracht is duidelijk: proberen het ding los te laten in de wereld voordat ‘ze’ erachter komen.

Wilson is één van de weinige Amerikaanse klimaatonderzoekers die de Nederlandse journalist Gideon Levy te woord wil staan. Sinds het aantreden van de regering Trump, die zich openlijk aan de zijde van de klimaatontkenners heeft geschaard, voelen ze zich niet meer vrij om zich uit te spreken. Bang om hun eigen baan op de tocht te zetten. Intussen zien ze hoe milieuwetten worden teruggedraaid en projecten stopgezet. Klimaatverandering lijkt rigoureus van de agenda te worden geschrapt, ten faveure van ‘good old’ fossiele brandstof.

In 2016 sprak Levy met een prominente lobbyist van die bedrijfstak, Myron Ebell. Hij leek toentertijd een soort relikwie van het stenen tijdperk, toen olie, gas en steenkool nog ongegeneerd de wereld draaiende mochten houden. Sindsdien heeft de gedreven klimaatscepticus, in een grijs verleden ook woordvoerder van de tabaksindustrie, echter een gewillig oor gevonden bij de mannen die tegenwoordig de dienst uitmaken in Washington. Ebell is dus een uitermate geschikte schurk voor een film over de strijd tegen de opwarming van de aarde.

In deze activistische docu volgt Gideon Levy enkele wetenschappers tijdens de eerste ambtstermijn van Donald Trump. Voor hen, en hun gezinnen, dreigt een gedwongen Vaarwel Amerika (59 min.). In een onbaatzuchtige bui hebben Europese landen als Frankrijk en Rusland zich al bereid verklaard om opvang te verzorgen. Ook Levy trekt zich het lot van de verweesde wetenschappers aan. Hij begint zich zelf in de kwestie rond het onderzoek van Emily te mengen, een stap waarover hij meteen openlijk – en niet geheel onterecht – zijn twijfels uitspreekt.

Aan de zijlijn blijven staan is met deze crisis geen optie, meent hij. In dat licht moet ook deze journalistieke egodocu worden bezien: als een overtuig(en)de poging om het klimaat, ook in tijden van Trump en Corona, op de agenda te houden.

Hope Frozen: A Quest To Live Twice

Netflix

‘We hebben het einde bereikt’, constateren de ouders van Einz lijdzaam in de videoboodschap die ze achterlaten voor hun dochter. ‘Het einde van wat medisch en menselijk mogelijk is. Er is niets meer. We hebben de limiet bereikt. Je zult altijd in ons hart zijn.’ Ze geven elkaar een kus. ‘Als je op een dag wakker wordt en deze video bekijkt, misschien over honderden jaren, willen we dat je weet dat we van je houden.’

Niet veel later overlijdt Einz, op tweejarige leeftijd aan hersenkanker. Nadat ze dood is verklaard, begint direct ‘het cryonische proces’. Het Thaise meisje wordt ingevroren, in de hoop dat de wetenschap ooit een manier vindt om haar ziekte alsnog te genezen. Zodat zij dan de kans krijgt op een tweede leven. Ze wordt echt letterlijk in een tijdcapsule geplaatst. Wanhoopsdaad? Dat zeker. Sciencefiction? Vooralsnog wel. Of toch een reëel toekomstperspectief? Wie weet.

Hoe Einz, Japans voor ‘liefde’, ooit gereanimeerd zou moeten worden, valt nu nog niet te zeggen, zegt Max More, CEO van de Amerikaanse Alcor Life Extension Foundation, in Hope Frozen: A Quest To Live Twice (80 min.). Hij hoopt in elk geval dat haar ouders er tegen die tijd zullen zijn en dat zij ze ook herkent. ‘Hopelijk zijn ze rond dezelfde leeftijd of jonger dan eerst, omdat we dan het probleem van ouder worden hopelijk hebben opgelost’, klinkt ‘t monter. Het verwijt dat hij het verdriet van rouwende mensen exploiteert werpt More in elk geval ver van zich.

Intussen mijmert de vader van Einz, zelf ook wetenschapper, over een wereld zonder ziekte en zorgt haar moeder ervoor dat al haar kleren en spulletjes in bewaring worden gegeven aan Alcor, zodat haar dochter daar misschien ooit nog plezier van kan hebben. De familie Naovaratpong, inclusief zoon Matrix, gaat ook nog even zelf poolshoogte bij het bedrijf in Arizona, waar op de patiëntenafdeling inmiddels 141 ingevroren lichamen zijn opgeslagen. Zullen zij ooit weer het levenslicht zien? Of is dat idee vooral een manifestatie van de weigering, of het onvermogen, om te accepteren dat het leven, zelfs dat van een volstrekt weerloze peuter, toch echt eindig is?

’Het kan me niet schelen dat mensen denken dat we haar niet loslaten’, zegt vader Sahatorn in deze wrange film van Pailin Wedel. ‘Zo ben ik nu eenmaal. Ik kan haar niet loslaten.’ Einz’s broer Matrix heeft zich ondertussen voorgenomen om er als wetenschapper in de Verenigde Staten hoogstpersoonlijk voor te gaan zorgen dat zijn zus ooit kan reïncarneren. Zijn eerste bevindingen over de beschikbare technologie zijn echter weinig hoopgevend, meldt hij telefonisch aan zijn vader. Die laat zich niet uit het veld slaan. ‘We kunnen geduldig zijn’, zegt hij, ook tegen zichzelf. ‘We kunnen duizend jaar wachten. Wie weet? Misschien zijn er dan tijdmachines.’

Jim Allison: Breakthrough

HBO

Als kind had hij de bijnaam ‘Diamond Head’. Volgens zijn broer Murphy omdat zijn hoofd uit ‘the hardest substance known to man’ bestond. Ofwel: als Jim Allison iets in z’n kop had, dan had hij het niet in zijn… juist. In dat opzicht is er sindsdien weinig veranderd. Allison weet nog altijd precies wat hij wil, stoort zich daarbij niet aan conventies en gaat door tot het gaatje.

De Texaan oogt tegenwoordig als een willekeurige oudere bluesmuzikant. En dat klopt: de man zingt en speelt bepaald niet onverdienstelijk mondharmonica. Met countryheld Willie Nelson bijvoorbeeld. En hij heeft sinds 2018 een Nobelprijs voor Geneeskunde op zak, dat ook. Voor zijn baanbrekende kankeronderzoek naar de zogenaamde T-cel receptor.

In Jim Allison: Breakthrough (84 min.), waarin acteur Woody Harrelson als verteller fungeert, belicht de gelauwerde immunoloog zelf, samen met familieleden, vrienden en collega’s zijn levensloop, wetenschappelijke loopbaan en het onderzoek dat niet alleen zijn eigen leven volledig heeft veranderd. Dat is door regisseur Bill Haney met fraaie animaties gevisualiseerd.

Bij een test met muizen ontdekt Allison halverwege de jaren negentig een manier om tumoren onschadelijk te maken. Een behandeling tegen kanker is dan nog ver weg. En daar heeft Allison zijn zinnen op gezet. Voor Sharon Belvin, een 22-jarige vrouw met een hersentumor, die in deze gedegen film alle kankerpatiënten vertegenwoordigt die wachten op een behandeling.

Én voor zijn eigen moeder, die aan de gevreesde ziekte overleed toen hij een jongen van elf was. Met een buik vol verdriet en een hoofd als een diamant, dat wel.

Why We Hate

Haat valt af te leren. Is logisch. Beschermt ons. Wordt doelbewust ingezet. Kan besmettelijk zijn. Én maakt héél veel kapot.

Aan de hand van zes subthema’s en een daarbij behorende wetenschapper schetst de docuserie Why We Hate (264 min.), geregisseerd door Geeta Gandbir en Sam Pollard en geproduceerd door Steven Spielberg en Alex Gibney, de psychologische, genetische, sociologische, juridische, neurologische en biologische achtergronden van de menselijke behoefte om De Ander te wantrouwen, beschimpen of zelfs bestrijden. Dit levert interessante inzichten en dwarsverbanden op, die met soms schokkende beelden worden geïllustreerd.

Over tribalisme bijvoorbeeld, een fenomeen dat zowel zichtbaar is in de rivaliteit tussen voetbalclubs als de permanente stammenstrijd tussen de Democratische en Republikeinse partij in de Verenigde Staten en de steeds weer oplaaiende oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Hopeloze kwesties ogenschijnlijk, waarbij ‘de psychologie van het slachtofferschap’ (ook al behoor je tot de bovenliggende partij) een dominante rol lijkt te spelen. Wetenschappelijke experimenten tonen echter aan dat die verhoudingen wel degelijk zijn te reframen – al leidt dat helaas niet per definitie ook tot betere verhoudingen.

Het blijft tevens pijnlijk hoe effectief propaganda kan zijn als middel om een andere bevolkingsgroep te dehumaniseren. De bijbehorende weerzinwekkende beelden – de Obama’s als apen, moslims als vleesgeworden bommen en Joden als afgezanten van de Duivel – mogen dan bekend zijn, het blijft nauwelijks te bevatten dat mensen bereid zijn om dit soort vuiligheid te produceren en consumeren. En de gevolgen daarvan zijn onmiskenbaar. In Rwanda werden de Tutsi’s in de jaren negentig bijvoorbeeld stelselmatig door kranten en radiostations van de Hutu-meerderheid uitgemaakt voor ‘kakkerlakken’. En wat doe je met zulke beesten? Juist: kapot maken.

Met verve slalomt de zesdelige serie Why We Hate verder langs de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, Pol Pots Cambodja en het Hongarije van Viktor Orbán, zoomt in op het Internationaal Strafhof in Den Haag, de Charleston Church Shooting en de beruchte Milgram– en Stanford Prison- experimenten (en de rol van instructie daarbij) en introduceert haatzaaiers die tot inkeer zijn gekomen, zoals een voormalige neonazi, ex-extremistische moslim en oud-lid van de omstreden Westboro Baptist Church. Uit hun gezamenlijke relaas kan tóch hoop worden geput. Als voorbeelden daarvan focussen Gandbir en Pollard op hoe Zuid-Afrika Apartheid en Duitsland het Derde Rijk achter zich hebben gelaten.

Er is uiteindelijk ook geen alternatief voor het loslaten van de haat, zo wordt glashelder. Met het ontmenselijken van de ander, stelt mensenrechtenadvocaat Patricia Viseur Sellers bijvoorbeeld, doen we ook onze eigen humaniteit geweld aan.

Spaceship Earth

Het is een ongelooflijk spektakel, dat rechtstreeks afkomstig lijkt uit Star Trek en tevens herinneringen oproept aan hoe de eerste lichting bewoners het Big Brother-huis inging: acht speciaal geselecteerde mannen en vrouwen in hetzelfde uniform maken zich op voor hun intrede in een gigantisch terrarium van glas en staal, waar ze de komende twee jaar zullen verblijven.

Een mensenmenigte kijkt in 1991 ademloos toe als ze via een soort loper daadwerkelijk Biosphere 2 betreden, de door gewone stervelingen samengestelde Hof van Eden met een afgewogen mixture van flora en fauna. ‘The future is here’, declameren de ‘bionauts’ na binnenkomst tegen de camera. Dit kon wel eens de opvolger worden van ‘Biosphere 1’, ofwel moeder aarde.

Het project is een geesteskind van het Amerikaanse ‘genie’ John Allen en zijn discipelen. Een groep wetenschappers, entrepreneurs en theatermakers – een commune of sekte, zeggen critici – die zich zorgen maakt over de toekomst van de aarde en daarom een geheel eigen ecosysteem heeft opgezet, dat straks ook op de maan of mars moet kunnen functioneren.

Op die volledig afgezonderde plek – zichtbaar voor publiek, dat wel – voeren de bionauts tests uit: kun je een boerderij runnen die niet schadelijk is voor het milieu of zoiets als een eigen koraalrif onderhouden? Is dat nu grensverleggende wetenschap? Of toch ‘trendy ecologisch entertainment’? Daarover lopen de meningen uiteen in de documentaire Spaceship Earth (114 min.).

In deze fascinerende film van Matt Wolf, thematisch verwant aan The Raft (over een menselijk experiment uit de jaren zeventig, op een soort Big Brother-boot), blikken enkele voormalige participanten en medewerkers van hun regieruimte, Biosphere 2’s ‘mission control room’, terug op de ambitieuze onderneming, die onder een levensgroot vergrootglas moest worden uitgevoerd.

Met een krachtige montage en dwingende klassieke muziek wekt Wolf het nét iets te mediagenieke project overtuigend tot leven. Hij schetst tevens het veredelde hippiegedachtegoed dat daarachter schuilgaat. En de onvermijdelijke kritiek. Waarbij elk foutje wordt uitvergroot en elk conflict breed uitgemeten. Totdat er weinig meer over lijkt van de grootse idealen waarmee het ooit begon.

Als het team in de identieke uniformen na afloop, opgewacht door opnieuw een enorme mensenmassa, Biosphere 2 weer verlaat, rest de vraag of de proef ook bruikbare kennis heeft opgeleverd. Het project drukte in elk geval een diep doorvoelde zorg over klimaatverandering uit. En een oprecht verlangen naar die betere wereld, waar we nu nog altijd op zitten te wachten.

Babies

Netflix

In de documentaire Babies uit 2010 volgde de Franse documentairemaker Thomas Balmès vier pasgeborenen en hun verwanten gedurende hun eerste levensjaar. De kinderen waren afkomstig uit zeer uiteenlopende landen en culturen (Verenigde Staten, Mongolië, Namibië en Japan) en schetsten gezamenlijk een veelkleurig beeld van de rituelen en gebruiken waarmee nieuwe wereldbewoners worden verwelkomd.

De gelijknamige documentaireserie Babies (301 min.) borduurt tien jaar later voort op hetzelfde thema en voorziet de verhalen van vijftien gezinnen uit alle windstreken van een wetenschappelijke context. Vragen als: Wat zit er nu werkelijk in moedermelk en wat betekent dit voor de ontwikkeling van een kind? Hoe leren baby’s communiceren met hun omgeving of konden ze dat altijd al? En hoe belangrijk is goede nachtrust voor de ontwikkeling van het kinderbrein?

De zes afleveringen zijn thematisch gegroepeerd en bieden stuk voor stuk interessante inzichten, die voor lichte verbazing of juist een Aha-erlebnis zullen zorgen bij (jonge) ouders. Babies moet het daarbij niet hebben van spectaculaire ontwikkelingen of tranentrekkende persoonlijke verhalen, maar biedt een populair-wetenschappelijk overzicht van actuele opvattingen over geboorte en ontwikkeling van jonge kinderen, dat tegelijkertijd demonstreert hoeveel er nog valt te leren over de aard van het mens-zijn.

Pandemic: How To Prevent An Outbreak

Netflix

Er komt gegarandeerd een nieuwe mutatie van het griepvirus aan, stelt expert Dennis Carroll van de Amerikaanse hulporganisatie USAID. Dit kan bovendien met gemak honderden miljoenen slachtoffers maken. Niet alleen door de dodelijke ziekte zelf, maar ook door de bijbehorende ontwrichting van de samenleving. Ga maar na: de Spaanse Griep van 1918 maakte al meer slachtoffers dan de Eerste en Tweede Wereldoorlog samen: ergens tussen vijftig en honderd miljoen mensen. En sindsdien is de wereld echt véél dichter bevolkt en toegankelijker geworden.

Wetenschappers als Carroll en artsen zoals Syra Madad, die ooit nota bene door de Hollywood-blockbuster Outbreak een fascinatie voor dodelijke virussen ontwikkelde, zijn in de zesdelige docuserie Pandemic: How To Prevent An Outbreak (282 min.) in een voortdurende ratrace verwikkeld met (nieuwe) besmettelijke ziektes: of het nu gaat om SARS en de vogelgriep of om Ebola en het coronavirus, dat afgelopen week de kop opstak in China.

De serie is breed opgezet en portretteert gedreven doktoren en wetenschappers uit alle windstreken; van een gepassioneerde arts die in een overvol ziekenhuis in India lijders aan varkensgriep probeert te redden tot de ambitieuze leiders van een test met varkens in Guatemala. Tegenover hun pogingen om virussen op te sporen, preventieve maatregelen doorgevoerd te krijgen of een universeel vaccin te ontwikkelen staan overtuigde anti-vaxxers uit Oregon, die uit principiële en praktische overwegingen weigeren om hun kinderen te laten inenten.

Pandemic begeeft zich zo in de frontlinie van de oorlog tegen virussen, die op alle mogelijke manieren wordt uitgevochten. Waarbij gewone mensen, die net als iedereen worstelen met hun gezin, geld en geloof, voor niets minder dan het lot van de mensheid, of op zijn minst één enkel mens, boven zichzelf proberen uit te stijgen. Het resultaat is interessant en informatief, maar wordt zelden zo meeslepend als de thematiek wellicht doet vermoeden.

Human Nature

VPRO

Die wilde ik altijd al eens zien: een documentaire over Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats. Ofwel: CRISPR. Ik vertaal het even naar gewoon Nederlands: geclusterde korte palindromische herhalingen met regelmatige intervallen. Huh-huh.

Nu alleen nog proberen te begrijpen waar die sciencefiction-achtige film in hemelsnaam over zou kunnen gaan. Het heeft in elk geval te maken met zoiets als manipulatie van het menselijke genoom, het aanbrengen van mutaties daarin om erfelijke fouten te verbeteren. Ah, ja.

Vergelijk het met de cursor van een tekstverwerker, die je op de juiste plaats in het menselijke genoom zet, zegt één van de vele wetenschappers in Human Nature (87 min.). Op die plek kun je dan een verbetering in het DNA proberen te typen. Ooo-ké.

Al die pratende hoofden – van vooraanstaande genetici, biologen en biochemici – gidsen de kijker door een prachtig gevisualiseerd labyrint van ideeën en ontdekkingen naar een eenvoudige conclusie: we kunnen als mensheid tegenwoordig genetische eigenschappen verbeteren. Check.

Iets met klok en klepel inmiddels. Naar de menselijke maat dan maar: de Amerikaanse tiener David, om precies te zijn. Hij lijdt aan de aandoening sikkelcelanemie. Als de zwakke plekken in zijn DNA worden verbeterd, kan zijn leven aanmerkelijk beter worden – of gewoon een stuk langer. Juist.

Maar wat zijn de ethische implicaties van al dat gesleutel aan ons erfelijke materiaal? vraagt filmmaker Adam Bolt zich af. Loodst genetische manipulatie de mensheid misschien naar Aldous Huxleys Brave New World? Naar Jurassic Park? Of gewoon naar Hitler-Duitsland. Slik.

In hoeverre tasten designerbaby’s, soldaten zonder pijn of de Nobel-spermabank de menselijke natuur aan? Het fascinerende Human Nature werpt onontkoombare morele, filosofische en praktische vragen op. Voor de antwoorden is een fundamentele discussie nodig over wie we (willen) zijn. Denk-denk.

MS

‘Ik wil die puzzel oplossen’, zegt de ambitieuze neurowetenschapper Jeroen Geurts tegen schrijfster Lineke van den Boezem, die tegenover hem heeft plaatsgenomen. ‘Jij hebt die ziekte in je. Die zit in jou. Jij wil die puzzel ook oplossen.’ Ze kunnen (en mogen ook) niet zonder elkaar, de onderzoeker die speurt naar de oorzaak van de aandoening Multiple Sclerose (MS) en de vrouw die de gevolgen daarvan dagelijks aan den lijve ondervindt.

In de documentaire MS (54 min.) probeert Suzanne Raes met behulp van een insiders- en outsidersblik de gevreesde ziekte te doorgronden. Lineke kan Jeroen vertellen hoe dat is als je nauwelijks meer op schoenen met hak kunt lopen – een treffend beeld, van een vrouw die uiteindelijk niet meer op haar benen kan blijven staan, dat echt beklijft.

Hij kan die symptomen dan weer vanuit wetenschappelijk oogpunt verklaren en van een achtergrond en toekomstperspectief voorzien. Samen moeten ze ervoor zorgen dat neurowetenschapper en ervaringsdeskundige dezelfde taal blijven spreken en – een stokpaardje van Geurts – dezelfde metaforen gebruiken. Zo is het brein volgens hem eerder te vergelijken met een zwerm vogels dan met een traditionele computer.

Raes verrijkt deze perspectieven met een wirwar van zinnenprikkelende beelden, waarmee de ziekte wordt gevisualiseerd. Daarnaast portretteert ze de levens van Geurts en Van den Boezem, die door een tragische speling van het lot samen zijn gekomen. Waarbij de één overweegt om in Portugal een behandeling met Vitamine D te gaan doen, terwijl de ander op een congres juist constateert dat die remedie zijn beste tijd toch echt heeft gehad.

Het is de tegenstelling tussen hoop en geloof enerzijds en wetenschappelijk bewijs anderzijds, die in dit boeiende dubbelportret treffend over het voetlicht wordt gebracht.

The World Of Thinking

Robbert Dijkgraaf / BNNVARA

Een leeg canvas biedt alle mogelijkheden van de wereld, maar kan ook ontzettend intimiderend werken. Het kan nog alles worden, maar wordt het ook wat? Als jonge veelbelovende wetenschapper krijg je op het Institute For Advanced Study in Princeton bijvoorbeeld alle vrijheid. En juist dat zorgt voor een enorme druk. ‘Ik ben ontzettend zenuwachtig’, zegt de jonge theoretisch natuurkundige Yvonne Geyer, die drie jaar de tijd krijgt om zich te bewijzen. Ze gaat op zoek naar een ‘theory of everything, die alle waarneembare krachten in het universum beschrijft’. En als dat onverhoopt niets oplevert, zal ze daar volgens eigen zeggen helemaal ‘kapot’ van zijn.

In The World Of Thinking (67 min.) belichten Thomas Blom en Misha Wessel de ‘wetenschappelijke vrijplaats, gericht op diepe gedachten en radicale ideeën’, die zich ten doel heeft gesteld om de grenzen van de menselijke kennis te verleggen en sinds 1930 al 33 Nobelprijs-winnaars heeft voortgebracht. Het is de plek waar iconen als Albert Einstein, Niels Bohr en Robbert Oppenheimer excelleerden en nu de Nederlander Robbert Dijkgraaf de scepter zwaait. In Princeton huist een elitegezelschap waar je je letterlijk moet indenken. Bewijzen dat je erbij hoort. En daarbij kan het er stevig aan toegaan, zoals zichtbaar wordt in een pijnlijke scène waarin de van oorsprong Iraanse wiskundige Nima Arkani-Hamed de ‘intellectuele luiheid’ van een andere wetenschapper rücksichtslos afstraft.

Tegenover de botsing van ideeën staat het hoogst persoonlijke proces van research en ideeënontwikkeling. Met een machete baan je je dan een weg door een intellectuele jungle, aldus de gelauwerde wiskundige Helmut Hofer. ‘Als je eenmaal aan het denken bent, ben je in je eigen wereld’, zegt hij. ‘Dan vergeet je alles.’ Hofer is volledig geobsedeerd, bekent hij. Op zoek naar iets dat groter is dan hijzelf. Voordat je iets kunt vinden, stelt Robbert Dijkgraaf, moet je het je voorgesteld hebben. Zoals er lang voordat er een raket naar de maan ging ooit iemand moet zijn geweest – volgens de overlevering: Jules Verne – die bedacht dat de mens überhaupt naar dat hemellichaam zou moeten afreizen.

Zulke grootse aspiraties leiden onvermijdelijk ook tot elementaire twijfel, zo ervaart Yvonne Geyer als haar onderzoek in de eerste maanden op Princeton niet wil vlotten. Is een vaste plek binnen dit elitegezelschap, met zijn eigen taal en codes, wel voor haar weggelegd? Hebben ze niet gewoon een hele grote fout gemaakt met haar aanstelling? Via de twijfelende nieuweling en vier ervaren collega’s die ook hun eigen issues hebben, maakt The World Of Thinking van topbreinen weer normale mensen. Tegelijkertijd verleent de boeiende film gewone stervelingen toegang tot een wereld die hun denkvermogen eigenlijk te buiten gaat.

Ik Ben Er Even Niet

Enkele seconden. Of een fractie daarvan. Even weg. Diverse keren per dag. Weg en weer terug. Hallo, daar ben ik weer! Waar ik was? Weet ik veel.

Er was kortsluiting. Ik wás kortsluiting. Heel even dus. Een aanval. Die ik daarna heb afgeslagen. Absences, zegt de dokter. Een milde vorm van epilepsie.

Eerst is er die schittering. Een olifant tussen mijn tanden. Sterretjes. Door een rots zo groot als Amsterdam. Zwarte ruimtes. Die wolf met de gele ogen. Of… Sergeant Pepper.

Mijn ouders zagen het. Zagen mij. Mijn zusje, wetenschappertje, helaas niet. Ze zei dat ik loog. Mijn moeder kan het ook niet geloven. Eerlijk gezegd. Dat ik naar een andere wereld ging.

M’n zoon Abel heeft ze ook. Hij zag er kunst in. Of wiskundige formules. Nu is hij bijna afgestudeerd. Natuur- en sterrenkunde. Op zoek naar zwarte gaten. Reikend naar de maan.

Kun je dat andere universum oproepen? Kan een arts dat? Zodat hij weet waar hij moet zoeken. Op de kwetsbare plek kan drukken. De doorgang afsluiten. En zou ik dat dan willen?

Nevejan, Maartje. Ik ben geen patiënt. Of tenminste: niet alleen. Ik ben ook niet weg. Niet alleen, tenminste. Ik ben echt ergens anders.

Ik zoek die wereld nu op. Doelbewust. Doelgericht. Associatief. Bij mezelf en lotgenoten. In concrete ervaringen. Gesprekken. En abstracte sensaties. Beelden. Geluiden. Muziek.

Jonge kwetsbare mensen. Gepaard aan wetenschappers en kunstenaars. Zoals Anish Kapoor. Hij stelt filosofische vragen. Samen op zoek. Naar de wereld tusen hier en daar.

Naar onszelf. En ons eigen voorstellingsvermogen. Waar kunnen we naartoe? En waar zitten we aan vast? Een constructie van het brein? ‘Een ontrafeling van een bewustzijnsversto…

Ik Ben Er Even Niet (92 min.). Of zoals anderen zich afvragen: Are You There?

Ockels Erfenis

BNNVARA

‘I’m am an astronaut from spaceship earth’, staat er te lezen op het T-shirt dat Wubbo Ockels tijdens één van zijn laatste interviews draagt. Sterker: zulke astronauten zijn we volgens hem allemaal. Van de eerste Nederlandse ruimtevaarder ontwikkelde Ockels zich op latere leeftijd tot een overtuigde klimaatactivist. Vanuit de ruimte had hij hoogstpersoonlijk gezien hoe de aarde de enige plek was waar de mens zou kunnen leven. En dus zouden we in zijn ogen een stuk zuiniger moeten zijn op onze planeet.

In dat kader ontplooide hij het ene na het andere initiatief; van energie opwekkende vliegers en de elektrische superbus tot een duurzaam zeiljacht. Daarbij speelde beslist ook geldingsdrang een rol, bekennen zijn vrouw Joos en kinderen Gean en Martin in het postume portret Ockels Erfenis (51 min.). Wubbo Ockels was, ook nadat hij zich in 1985 als passagier van de Space Shuttle Challenger in Nederland onsterfelijk had gemaakt, altijd op zoek naar erkenning. En overtuigd van zijn eigen visie. Die ter discussie stellen leidde onvermijdelijk tot conflicten.

Zijn gezin zette hij daarbij nadrukkelijk op het tweede plan, vertellen de nabestaanden van de man die op 18 mei 2014 overleed aan de gevolgen van kanker. Zijn kinderen noemen hem in deze interessante televisiefilm van Daan van Alkemade nog altijd ‘Wubbo’ in plaats van papa. Zelfs toen hij ziek werd, bleef er die drang om zijn ideeën, ditmaal een hoopvolle boodschap over het redden van de aarde, te verkondigen en verwerkelijken. Via zulke vergezichten, op basis waarvan oud-collega’s en studenten na z’n dood zijn verder gegaan, leeft Ockels in zekere zin nog steeds voort. Zoals hij het zelf ongetwijfeld gewild zou hebben.

Behind The Curve

U denkt vast dat de aarde rond is. Dat wij van The Flat Earth Society een stelletje doorgedraaide complotdenkers zijn. Omdat wij denken – nee: weten! – dat de mensheid in een enorm terrarium leeft. We zijn in werkelijkheid niet meer dan figuranten in een soort extra large-versie van The Truman Show. En niemand mag dat weten.

Zodat we Hun vaccins accepteren. Hun bloedrituelen overnemen. Hun verzinsel geloven dat er ooit dinosaurussen zijn geweest. Hun chemtrails negeren. Hun ideeën overnemen om van jongens meisjes te maken (en andersom natuurlijk). En Hun pogingen om onze gemeenschap te infiltreren door de vingers zien.

Zij denken dat we complete idioten zijn die nog bij hun moeder inwonen en alles geloven wat ons wordt verteld. Het is juist het tegenovergestelde: wij testen alles. En we kennen trouwens helemaal niemand die bij zijn moeder in de kelder woont. Zoals we ook echt niet allemaal permanent een Aluhoedje dragen.

We hebben wel eigen T-shirts van de Flat Earth-army en -champions. En kentekenplaten, liedjes en horloges. Natuurlijk zijn er ook speciale datingsites. Want je kunt vanzelfsprekend alleen écht ‘bonden’ met andere Flat Earthers. Anders is het paradigmaverschil simpelweg te groot. Misschien zit het leeuwendeel van ons daarom nog in de kast. In de flat earth-kast, welteverstaan.

Zij proberen wat wij zeggen natuurlijk met ‘wetenschappelijk’ bewijsmateriaal te weerleggen. En Ze nemen bij ons – zonder dat wij daarom gevraagd hebben, natuurlijk – het Dunning-Krugereffect waar. Eens kijken wat de deep state daarover schrijft op Wikipedia: een psychologisch effect dat optreedt bij incompetente mensen die ‘het megacognitieve vermogen missen om in te zien dat hun keuzes en conclusies verkeerd zijn’.

Maar zo zit het dus niet. Die aardbol is gewoon een platte pannenkoek. En wij hebben Flat Earth niet gekozen. Die koos ons. Ook al kunt u dat (nog) niet geloven.

Mark Sargent, koning van de Flat Earth Society

PatriCIA Steere

& de andere Flat Earthers in de Daniel J. Clark-documentaire Behind The Curve (95 min.).

P.S. Al die wetenschappers in deze film mogen dan dure titels hebben (astrofysicus, hoogleraar psychiatrie, astronaut, psycholoog of fysicus), maar neem hun woorden gerust met een korreltje zout. Zij worden vast betaald door de CIA, NASA of Bilderberg Groep.

De Race – Hoe Bouw Je Een Quantum Computer?

‘Als je denkt dat je kwantummechanica begrijpt, dan begrijp je helemaal niets van kwantummechanica.’ Met dit citaat van Richard Feynman, het eerste van een hele serie wijsheden over de onbegrijpelijke wetenschap, trapt David Kleijwegt zijn documentaire De Race – Hoe Bouw Je Een Quantum Computer? (78 min.) af. Is het een waarschuwing?

Kleijwegt volgt de Delftse Nano-wetenschapper Leo Kouwenhoven, een aspirant-Nobelprijswinnaar als we deze film mogen geloven, in zijn pogingen om een kwantumcomputer, die bijvoorbeeld simulaties van levende organismen en gepersonaliseerde geneeskunde mogelijk moet maken, te fabriceren. Zijn team heeft een voorsprong op de internationale concurrentie omdat het als eerste de zogenaamde Majoranadeeltjes heeft waargenomen – als ik het allemaal goed heb begrepen (en daar zou ik zelf geen geld op durven te zetten).

Dat is tevens de grootste uitdaging van deze documentaire: de finesses van de ontwikkeling van de kwantumcomputer zijn verdomd lastig tastbaar te maken én in beeld te brengen. En dus richt Kleijwegt zich tevens op de persoon Kouwenhoven, zijn team van ambitieuze promovendi en ’s mans pogingen om erkenning en financiering te vinden voor hun onderzoeksproject.

Bij de presentatie van zijn nieuwe onderzoekscentrum QuTech moet Kouwenhoven bijvoorbeeld ook de pers te woord staan. ‘Ik heb me nog een beetje verdiept in de kwantumcomputer’, begint een redacteur die een item voorbereidt over die dekselse wondercomputer. ‘En waar voor ons het grootste probleem zou zitten is: is het begrijpelijk voor de kijkers?’ De topwetenschapper maakt van zijn hart geen moordkuil. ‘Dat is het punt. Want wij begrijpen het zelf ook niet, hè?’

’Wat zeg je?’, klinkt het verward aan de andere kant van de telefoonlijn. Kouwenhoven legt het nog één keer uit: ‘Wij begrijpen het zelf ook niet. De principes van de kwantumcomputer zijn onbegrijpbaar, maar als je dat accepteert kun je daar de meest fantastische dingen mee doen.’ Het optimisme van de wetenschapper wordt gaandeweg de film echter flink getemperd. Waar de supercomputer een pronkstuk voor de nabije toekomst leek, blijft hij door tegenslag vooralsnog buiten handbereik.

Die menselijke insteek, van persoonlijke ambities die moeten worden bijgesteld of zelfs worden geknakt, vormt het interessantste element van deze film, waarin Kleijwegt de kijker naar mijn smaak wat meer had mogen gidsen. Nu heeft De Race een behoorlijk hoog instapniveau en zal de film waarschijnlijk vooral ingang vinden bij een publiek dat de ontwikkelingen in de wetenschap sowieso al op de voet volgt.

Genesis 2.0

Een koudebestendige olifant, die wil de Amerikaanse geneticus George Church best ontwikkelen. Een geheel nieuw dier, juist. Ergens tussen olifant en mammoet. Met zijn lange witte baard heeft de wetenschapper van Harvard University ook wel wat weg van onze lieve Heer.

Semyon Grigoriev, de directeur van het mammoetmuseum in Jakoetsk zou al tevreden zijn met een gewone levende mammoet. Misschien kan zijn broer Peter daarvoor zorgen. Hij is op de Nieuw Siberische Eilanden op jacht naar slagtanden van het allang uitgestorven dier. En misschien stuit hij daarbij tevens op levende cellen van de mammoet. Semyon zegt er maar eentje nodig te hebben.

In Genesis 2.0 (113 min.) buigt een gewone sterveling, regisseur Christian Frei, zich over wetenschap die voor God speelt. Van het combineren van bestaande diersoorten – men neme bijvoorbeeld de gaap of een zorse – tot het klonen van overleden huisdieren. Zo bezien is het reanimeren van de mammoet op termijn ook geen brug te ver. Om over het reproduceren van mensen nog maar niet te spreken.

Terwijl Frei de wereldwijde ontwikkelingen in de synthetische biologie in kaart brengt, is zijn coregisseur Maxim Arbugaev met een groep jagers afgereisd naar het Siberisch poolgebied. Ze houden elkaar op de hoogte middels brieven, die tevens als structurerend element fungeren voor deze overweldigende documentaire. Tegenover de geestdrift en geldingsdrang van ‘s werelds wetenschappers staat de noeste arbeid van gewone mannen in het langzaam smeltende permafrost.

Uitgedaagd door de barbaarse omstandigheden, op hun hoede voor ijsberen en vechtend tegen het gemis van hun naasten doorkruisen ze het onherbergzame gebied, ieder voor zich op zoek naar het ivoor dat hen van een inkomen kan voorzien. Frei begeleidt hun maandenlange queeste met enkele dramatisch getoonzette dichtregels uit een plaatselijk voorouderepos. Want een mammoet, zo leert het bijgeloof, brengt ongeluk.

Tijdens hun zoektocht naar het witte goud stuiten de mannen op een vrijwel intact exemplaar van het kolossale dier, dat daar al tienduizenden jaren moet liggen. Lukt het hen om genetisch materiaal veilig te stellen? En, werpt deze onrustbarende film op: moeten we dat eigenlijk wel willen?

The Raft

Enkele jaren na het beruchte Stanford Prison Experiment en lang voordat het Big Brother-huis de televisiewereld op zijn kop zou zetten, stapten tien vrijwilligers op een vlot dat vanuit de Canarische eilanden koers zette richting open zee. 11 mei 1973, een dag die hen hun hele leven bij zal blijven. Ze kenden elkaar niet, kwamen vanuit alle windstreken en verschilden als dag en nacht. Drie maanden zouden ze letterlijk met elkaar opgescheept zitten. Zes vrouwen en vier mannen. Stuk voor stuk aantrekkelijk. Zouden ze gaan samenwerken om te overleven? Of maakten de spartaanse omstandigheden het beest in hen wakker?

De Mexicaanse antropoloog Santiago Genovés, die het sociale experiment opzette en zelf als elfde participant het ruime sop koos, had daar wel ideeën over. Tegen de achtergrond van de Vietnam-oorlog, die op dat moment de halve wereld verscheurde, vroeg hij zich af waarom mensen zich agressief gedragen. Hij wilde onderzoeken wanneer en waarom ze overgaan tot geweld. En in hoeverre spelen seksuele aantrekkingskracht en -competitie daarin een rol? Om dat te onderzoeken had Genovés, die in zichzelf misschien wel een Lord Of The Flies zag, zijn eigen Animal Farm nodig: het vlot, dat in de media al snel ‘the sex raft’ werd gedubd.

Ruim veertig jaar later reflecteren de zeven deelnemers die nog in leven zijn in de uitstekende documentaire The Raft (98 min.) op hun gezamenlijke trip die hen – dat wist de onderzoeker vrijwel zeker – naar de rand van de afgrond zou brengen. De Zweedse filmmaker Marcus Lindeen heeft daarvoor een replica op ware grootte van het houtvlot Acali (‘het huis op water’) laten maken. Aan boord, hoewel niet midden op zee, is vluchten opnieuw onmogelijk. Samen herbeleven de deelnemers, zes vrouwen en één enkele man, de gebeurtenissen en laten hun herinneringen met elkaar botsen.

Ook de onderzoeker zelf is nadrukkelijk aanwezig in de film. Als verteller, ingesproken door de acteur Daniel Giménez Cacho, reconstrueert Genovés het experiment, waarin hij zelf gaandeweg een steeds prominentere plek ging innemen. Vanaf het begin viel hij de anderen al wekelijks lastig met lijsten vol impertinente vragen over henzelf en de anderen, maar op een gegeven moment begon hij de antwoorden daarop ook nog openlijk te delen op dat slechts zeven meter lange vlot. In de trant van: jij vindt hem misschien onweerstaanbaar, maar hij vindt dat jij véél te veel praat.

Van afstandelijke observator ontwikkelt hij zo zich tot provocateur, would be-dictator en regisseur van levens. De regisseur van deze film, Marcus Lindeen, schakelt intussen soepel tussen de acht uur 16mm-film die aan boord is geschoten en actuele scènes met de hoofdrolspelers, die hij voorziet van enkele gave visuele vondsten. The Raft voelt daardoor geen moment als een historische documentaire, maar als een actuele en urgente film over het wezen van de mens. Waarbij het de vraag is wie nu eigenlijk het interessantste onderzoeksobject is: de passagiers van het vlot of toch Genovés zelf?

The Most Unknown


Het uitgangspunt van deze documentaire schept een helder kader, maar legt de maker tegelijkertijd een serieuze beperking op. The Most Unknown (92 min.) is het gevolg van een experiment. Regisseur Ian Cheney heeft een keten van blind dates tussen negen wetenschappers gearrangeerd; A ontmoet B, die op bezoek gaat bij C, die op zijn beurt D opzoekt… Totdat de cirkel rond is en A de laatste in de rij, bolleboos numero negen, te gast heeft gehad.

Onderweg raken de wetenschappers in gesprek met elkaar; de natuurkundige en de psycholoog, een neurowetenschapper met een gedragsonderzoeker. Ze delen hun fundamentele onderzoeksvragen en gaan op zoek naar overeenkomsten en verschillen. Dat resulteert in amusante ontmoetingen, een aardig inkijkje in verschillende disciplines en al met al ook een boeiend overzicht van actuele ontwikkelingen binnen de hedendaagse wetenschap (dat er bovendien vaak geweldig uitziet, met enerverende experimenten in grotten, op bergtoppen of bij een apengemeenschap, verspreid over de hele wereld).

Tegelijkertijd zorgt de gekozen vorm ervoor dat The Most Unknown steeds door moet. Net als een bepaalde ontmoeting echt diepte begint te krijgen, stoomt de film weer op naar een nieuwe hoofdpersoon met een andere expertise (en bijbehorend speeltje, zoals bijvoorbeeld een robothand die je met je hersenen kunt sturen of een geavanceerde installatie, waarmee je op zoek kunt naar ’dark matter’). Als kijker krijg je daardoor slechts beperkt vat op de materie en snak je aan het eind, na een vermakelijke rondreis langs alle uithoeken van de wetenschap, naar afdoende antwoorden op al die prangende vragen die onderweg zijn opgeworpen.