Four Horsemen

Leven we in het zesde en laatste stadium waarin elk wereldrijk ooit terechtkomt? Die vraag gooit de documentaire Four Horsemen (98 min.) met de nodige bravoure in de lucht. Elk rijk, in dit geval het vrije Westen, gaat ongeveer 250 jaar mee, zo stelt Sir John Glubb in zijn boek The Fate Of Empires. Zo’n tien generaties. En dan breekt de laatste fase aan, ‘the age of decadence’. Daar zitten we nu middenin. Als iconen van dit geperverteerde stadium voert regisseur Ross Ashcroft in deze pamflettistische film uit 2011 enkele bekende babyboomers op, zoals Bill Clinton, Silvio Berlusconi en een showman/ondernemer die dan nog op geen enkele manier in verband wordt gebracht met het Amerikaanse presidentschap.

De Britse filmmaker bouwt zijn linksige video-essay, gemaakt in de nasleep van de financiële crisis van 2008, vervolgens op rond vier hedendaagse varianten op de Bijbelse ‘ruiters van de apocalyps‘: een roofzuchtig financieel systeem, escalerend georganiseerd geweld, stuitende armoede bij miljarden mensen en het uitputten van de natuurlijke grondstoffen van de aarde. Ashcrofts pleidooi is helder: het vigerende maatschappij-paradigma moet op de helling. De dog-eat-dog samenleving heeft zijn langste tijd nu echt gehad.

Zover is het natuurlijk nog niet. Met een dwingende voice-over en 23 vooraanstaande denkers, waaronder sociaal epidemioloog Richard Wilkinson, de Nobel Prijs-winnende econoom Joseph Stiglitz en filosoof (en vaste gast in dit soort films) Noam Chomsky, legt Ashcroft dus eerst de vinger op de zere plek. Bij een kapitalistische wereld die volgens hem in werkelijkheid neerkomt op ‘socialisme voor de rijken’. De overheid mag overal de brandjes blussen die door de zichzelf verrijkende elite zijn gesticht. Nadat hij die diagnose heeft gesteld, proberen de filmmaker en zijn pratende hoofden vervolgens een remedie te formuleren: samenwerking in plaats van competitie.

Four Horsemen is goed gedocumenteerd, bevat interessante sprekers en spoort echt aan om na te denken over de tijd en wereld waarin we leven. De film is zo nu en dan wel wat prekerig en wordt waarschijnlijk vooral in eigen parochie goed verstaan. Of we inderdaad in de nadagen van Het Moderne Rome leven, valt bovendien waarschijnlijk pas ná de eventuele val van het rijk vast te stellen. Al is het natuurlijk wel héél opmerkelijk dat Ross Ashcroft destijds, een jaar of vijf voordat hij zich verkiesbaar stelde voor een politiek ambt, al een icoon van deze decadente tijd herkende in die ene patserige zakenman met dat voluptueuze kapsel…

The Corporation

Is het een monster, een kapitalistische weldoener of toch een psychopaat? In het messcherpe video-essay The Corporation (144 min.) uit 2003 ontleden Mark AchbarJennifer Abbott en Joel Bakan (die ook het gelijknamige boek schreef) wat een onderneming nu eigenlijk is, wat zo’n in essentie indentiteitsloze entiteit werkelijk beoogt en wat daarvan de maatschappelijke impact is. De aanleiding is amoreel gedrag van (CEO’s van) multinationals, de toon zonder enige twijfel links-activistisch en de overkoepelende boodschap nog altijd ontzettend actueel: de namen van toenmalige boosdoeners als Exxon, Dow Chemical en Monsanto kunnen moeiteloos worden vervangen door moderne pendanten zoals Facebook, Google en – in een Nederlandse context – Shell en de NAM.

Omlijst door een aanstekelijke mixture van fragmenten uit nieuwsreportages, commercials, voorlichtingsfilmpjes, animaties, speelfilms en documentaires geven zowel linksige opiniemakers zoals Noam ChomskyNaomi Klein en Michael Moore als (voormalige) topmannen van internationaal opererende ondernemingen, beurshandelaren, vertegenwoordigers van rechtse denktanks en de Nobelprijs-winnende vrije marktdenker Milton Friedman hun visie op de aard van onderneming en het kapitalisme in het algemeen. Mijn eerste reactie op de aanslagen van elf september? bekent een beurshandelaar openhartig. Simpel: ‘Gaat de goudprijs nu omhoog?’ Ofwel, het welbekende adagium: never waste a good crisis.

Alles op de wereld zou een exploitant moeten hebben, stelt een andere geboren entrepreneur zelfs. Want zo iemand draagt beslist zorg voor zijn eigen eigendom. En dat zou dan de ultieme bescherming zijn voor alles wat waarde vertegenwoordigt. Deze film toont nochtans moeiteloos aan dat diezelfde wereld nog veel vaker compleet weerloos is tegenover de mensen en bedrijven die van ‘moving product’ hun hoogste ideaal hebben gemaakt en zoomt in op enkele absurde voorbeelden van dat doorgeslagen kapitalisme, zoals het doodenge Disney-stadje Celebration in Florida, een undercover-campagne voor ‘real life-product placement’ en het patenteren van zowat alles wat je in je stoutste dromen kunt bedenken; van de complete drinkwatervoorziening in de Boliviaanse stad Cochabamba tot levende organismen (waarbij de mens, vooralsnog, is uitgezonderd).

Voor de Amerikaanse wet hebben ondernemingen dezelfde rechten als fysieke personen. Ze moeten dan echter wel worden beschouwd als psychopathische personen, constateren de makers van The Corporation. Zorgvuldig vinken ze alle eigenschappen af op de zogenaamde ‘Personality Diagnostic Checklist’ van de World Health Organisation. De gevolgen laten zich raden: van stuitende witte boordencriminaliteit en slinkse marketingcampagnes die volledig zijn gericht op maximaal zeurende kinderen tot exploitatie van mens en dier, massaontslagen, de verspreiding van ziektes, klimaat- en milieuverontreiniging en – natuurlijk! – oorlog. ‘Elk mens van vlees en bloed is een morele persoon’, stelt Noam Chomsky. ‘Tegelijkertijd laten we allerlei verschillende soorten gedragingen zien. Ieder van ons kan, onder bepaalde omstandigheden, medewerker van een gaskamer of juist een heilige worden.’

Dat is een ontnuchterende gedachte, met potentieel nefaste gevolgen. En die worden in deze pamflettistische film in een naargeestige historische context geplaatst – inderdaad: de banden tussen Hitler-Duitsland en bedrijven als IBM en Coca Cola (dat speciaal voor de Duitse markt Fanta ontwikkelde) – en zeker niet altijd even genuanceerd uitgeserveerd. Behalve voor winst zouden die ondernemingen immers ook – ik noem maar een dwarsstraat – voor perspectief voor mensen en hun gemeenschappen kunnen zorgen. Als totaalpakket is The Corporation niettemin een indrukwekkende aanklacht tegen het ongebreidelde kapitalisme, dat in grote delen van de wereld nog altijd – ook ná de financiële crisis van 2008, waarvan nog altijd niet iedereen is hersteld – als een allesomvattend geloof wordt aangehangen.

The Inventor: Out For Blood In Silicon Valley

‘One tiny drop changes everything.’ In die soepele slogan zat de complete bedrijfsfilosofie van Theranos verscholen. Met één klein druppeltje bloed zou de startup van Elizabeth Holmes, een idealistische jonge vrouw die het bedrijf op haar negentiende oprichtte en het sindsdien als haar eigen keizerrijk regeerde, vroegtijdig en goedkoop ziektes en aandoeningen kunnen opsporen, waarvoor tot dat moment nog heel duur onderzoek en héél veel bloed nodig was. 

Dat klonk als een revolutionaire vernieuwing. En zo presenteerde Holmes het door haar bedrijf ontwikkelde testapparaat ‘Edison’ ook. Binnen enkele jaren was de startup negen miljard dollar waard en stak Holmes met deze ‘Apple van de gezondheidszorg’ inderdaad haar grote idool Steve Jobs naar de kroon. Ze was net dertig en werd beschouwd als een genie, dat zich net zo gemakkelijk tussen CEO’s van topbedrijven als leden van de regering Obama bewoog. Het leek allemaal te mooi om waar te zijn. En dat was het natuurlijk ook.

In The Inventor: Out For Blood In Silicon Valley (119 min.) ontleedt Alex Gibney, die eerder al ‘vijandige’ portretten maakte van Julian Assange, Lance Armstrong en Steve Jobs, de opkomst van het bewierookte fenomeen Elizabeth Holmes en haar onvermijdelijke neergang in de afgelopen jaren. Gibney fungeert zelf als verteller en verbindt op gewiekste wijze een overload aan archiefbeelden van Holmes en Theranos, verzameld feiten- en bewijsmateriaal en interviews met belangrijke getuigen, journalisten en deskundigen met elkaar. De vormgeving is zoals gebruikelijk even fraai als bombastisch.

Met muziek zet de Amerikaanse regisseur bovendien lekker cynische accenten. Wie deze overtuigende film heeft gezien, zal MC Hammers U Can’t Touch This voortaan associëren met de zorgvuldig geënsceneerde zegetocht van Holmes voor haar eigen personeel, terwijl het water hen allang aan de lippen staat. Zo construeert Gibney een dwingende narratief waarin de hoofdpersoon steeds verder wordt afgeschminkt, totdat het demasqué compleet is en niemand er meer omheen kan: ook deze steevast in zwart geklede keizerin heeft in werkelijkheid helemaal geen kleren aan.

Inside Europe: Ten Years Of Turmoil

Het is een running gag geworden op het sociale medium Twitter. Elke keer als er in de Britse politiek weer chaos ontstaat over het Brexit, wordt een befaamde tweet van David Cameron rondgestuurd. De man die het referendum over de Britse afscheiding van Europa mogelijk maakte, waarschuwt daarin voor zijn rivaal van de Labour-partij: ‘Britain faces a simple and inescapable choice – stability and strong Government with me, or chaos with Ed Miliband.’

Camerons zelfoverschatting staat model voor de houding van het Verenigd Koninkrijk in Europa en veroorzaakte één van de belangrijkste binnenbranden die de Europese gemeenschap in het afgelopen decennium moest zien te blussen. Aflevering 1 van Inside Europe: Ten Years Of Turmoil (178 min.) laat zien hoe de Britse premier met het referendum (tevergeefs) de eenheid in zijn eigen partij probeerde te herstellen. In het documentaire-drieluik komen verder de Griekse schuldencrisis en de problematiek rond de vluchtelingeninstroom vanuit Syrië aan de orde.

De serie werd gemaakt door Norma Percy van het befaamde productiehuis Brook Lapping, dat eerder groots opgezette en gezaghebbende documentaires maakte over geopolitieke onderwerpen als de relatie tussen Iran en het Westen, Vladimir Poetin en de Irak-oorlog. De Britse producent strikt voor zijn producties steevast een indrukwekkende lijst van kopstukken en insiders, die gezamenlijk de binnenkant van een ontwikkeling, crises of oorlog schetsen. Moderne geschiedschrijving in optima forma.

Ook Inside Europe kan weer bogen op een imposante bronnenlijst: Sarkozy, Tusk, Renzi, Van Rompuy, Davatoglu, Juncker, Hollande, Barroso, Schäuble, Varoufakis, Trichet, Geithner, Rehn, Strauss-Kahn en onze eigen Timmermans, Dijsselbloem en Rutte (die, ook met het oog op zijn eigen Europese ambities, bepaald niet ongelukkig zal zijn met de sleutelrol die hem hier wordt toebedeeld in het bezweren van de vluchtelingencrisis). Eigenlijk ontbreken alleen beeldbepalende figuren als Cameron, Merkel en Erdogan. Met slim gebruik van archiefmateriaal en gesprekken met hun naaste medewerkers wordt dat gemis handig gecamoufleerd.

Zo ontstaat een afgewogen en genuanceerd beeld van de uitdagingen voor Europa in de afgelopen tien jaar, waarin populistische anti-Europese partijen opgeld hebben gedaan. Deze serie benadrukt zo onwillekeurig het belang van Europa en werkt in zekere zin dus als tegengif: als het water één van de lidstaten aan de lippen staat of een crisis de draagkracht van een enkel land overstijgt, dan zijn het bureaucraten en vergadertijgers van de gezamenlijk opererende Europese landen die het verschil kunnen maken.

Schone Schijn

schone-schijn-auto

 

Als hij een mogelijke investeerder uit Canada ontvangt, trekt Serge Janssen Daalen zijn enige maatpak aan en leent hij een representatieve auto. Het water staat de ondernemer al jaren aan de lippen, maar dat mogen potentiële zakenpartners natuurlijk niet weten. Hij dient succes uit te stralen. Anders is succes uitgesloten.

Intussen let zijn vrouw Merel noodgedwongen op de kleintjes in de supermarkt. Bij de kassa moet ze zelfs boodschappen terugleggen. Ziedaar de vicieuze cirkel waarin Janssen Daalen, de hoofdpersoon van Schone Schijn (55 min.), verzeild is geraakt. Sinds de crisis van 2008 gaat hij, net als enkele honderdduizenden concullega’s, gebukt onder een enorme schuld. Hij moet continu het ene gat met het andere dichten en probeert schuldeisers van zich af te houden. Intussen ontplooit de geboren plannenmaker nieuwe initiatieven, waarmee hij zich hoopt te verzekeren van inkomen.

Thuis begint de financiële malaise steeds nadrukkelijker zijn tol te eisen, getuige deze schrijnende documentaire van camerajournalist Fleur Amesz, die de zelfstandig ondernemer enkele jaren op de huid zat. Het huis dreigt per executie te worden verkocht, vrouwlief moet de was soms in de badkuip doen en het hele gezin is al twee jaar niet naar de tandarts geweest omdat er nog een flinke rekening openstaat. Bij zijn eerste behandeling in tijden meldt Janssen Daalen zijn tandarts dat hij niet verdoofd hoeft te worden. ‘Dat scheelt weer dertig euro.’

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. De licht kakkineuze ondernemer geeft ronduit toe dat hij heeft gefantaseerd over foute dingen: drugshandel of fraude. Zover is het volgens eigen zeggen nooit gekomen, maar het geeft aan hoever Janssen Daalen bereid is te gaan om te voorkomen dat hij de ultieme nederlaag moet slikken: een baan in loondienst. Het is echter maar de vraag of hij dat onheil definitief weet af te wenden. Als hij via de schuldsanering van die loden bal aan zijn been af wil, dan zal Janssen Daalen toch echt moeten stoppen als ondernemer…

Inside Lehman Brothers: The Story Goes On

lehman (1)

 

Als een donderslag bij heldere hemel ‘viel’ tien jaar geleden Lehman Brothers. De Amerikaanse zakenbank dreigde in 2008 bovendien de complete financiële sector met zich mee te trekken in het ravijn. Tijdens de wereldwijde economische crisis die zo ontstond moesten overal overheden bijspringen. Bij banken die als ‘too big to fail’ werden betiteld, maar er in de voorgaande jaren alles aan leken te hebben gedaan om juist die ondergang te bewerkstelligen.

‘Als ik dit zou laten zien aan Stevie Wonder, dan zou zelfs hij het zien’, vertelt Linda Meekes, een voormalige medewerkster van Lehman, als ze een vervalst financieel overzicht laat zien. Samen met enkele collega’s probeerde ze, ruim voordat de bank in 2008 plotseling in een vrije val terecht zou komen, de onregelmatigheden bij haar werkgever al aan de orde te stellen en Lehmans (ram)koers bij te sturen. Het kwam hen op vijandigheid, hoon en pure intimidatie te staan.

In Inside Lehman Brothers: The Story Goes On (85 min.) reconstrueren deze klokkenluiders hoe Lehmans übercompetitieve CEO Dick Fuld, bijgenaamd ‘de gorilla’, en zijn ‘cowboys’ in die jaren zonder enige vorm van scrupules handelden in dubieuze financiële producten en hypotheken. Om er zelf rijk van te worden, zonodig ten koste van hun eigen klanten. Fuld en de zijnen opereerden natuurlijk liefst binnen de wet, maar als het nodig was gingen ze ook gerust erbuiten. En als je daar als eenvoudige medewerker iets van wilde zeggen, zo toont deze stevige documentaire van Jennifer Deschamps aan, was je je baan bepaald niet meer zeker.

Inside Lehman Brothers: The Story Goes On biedt verder geen opzienbarende nieuwe inzichten. De roofdiermentaliteit binnen de financiële sector, zakenbanken zoals Lehman in het bijzonder, is al eerder tot in detail opgetekend in speelfilms en documentaires. Deze film laat echter zien dat er binnen die giftige werkatmosfeer ook wel degelijk medewerkers waren die hun geweten lieten spreken. Terwijl Gorilla Fuld en sommige van zijn cowboys de mede door hen veroorzaakte cris verlieten met een spreekwoordelijke zak geld, bleven zij achter met niet veel meer dan pek en veren.

De financiële crisis van 2008 heeft in de afgelopen jaren al tot een hele serie boeiende, veelal messcherpe documentaires geleid. In Oscar-winnaar Inside Job legt Charles Ferguson bijvoorbeeld enkele hoofdrolspelers ongenadig het vuur aan de schenen.

Enron: The Smartest Guys In The Room richt zich op malversaties bij het energiebedrijf Enron, die in 2001 aan het licht kwamen en zo de crisis van 2008 al min of meer aankondigden.

De Achtste Dag

 

Er zit letterlijk geen enkele vrouw in de documentaire De Achtste Dag(92 min.). Alleen maar mannen. Gezamenlijk moesten die, op het moment dat de financiële crisis van 2008 ontbrandde, het bankroet van de Belgisch-Nederlandse systeembank Fortis zien te voorkomen. Een crisis die, zo zou je kunnen betogen, door typisch mannengedrag was veroorzaakt.

Ze kijken recht in de camera, de mannen die dat klusje toen klaarden. Ze dragen namen als Wouter Bos, Yves Leterme, Nout Wellink, Didier Reynders, Mervyn King en Jean Claude Trichet. En bekleedden officiële functies zoals premier, minister van financiën en president van de centrale Europese Bank. Tien jaar na dato leggen ze verantwoording af voor hun handelingen toen het water hen, en ons, aan de lippen stond.

Deze film van Yan Ting Yuen en Robert Kosters doet denken aan de documentaires van Brian Lapping, die geopolitieke gebeurtenissen reconstrueert met de hoofdrolspelers. Ook De Achtste Dag bestaat voor het leeuwendeel uit zitinterviews met politieke kopstukken, die smaakvol zijn aangekleed met archiefmateriaal en figuratieve beelden. De turbulente acht dagen in het najaar van 2008, waarin Nederland en België achter de schermen soms recht tegenover elkaar kwamen te staan, komen tot leven.

De acute crisis werd met het nodige kunst- en vliegwerk bezworen, maar het achterliggende gevaar is tien jaar later nog altijd niet verdwenen, zo constateren ze stuk voor stuk. Het haantjesgedrag dat de bancaire sector, en de financiële wereld in het algemeen, in de afgrond dreigde te storten, doet nog altijd opgeld. In die zin kan De Achtste Dag gerust als een waarschuwing worden opgevat. Zolang de machomores onaangetast blijft, lijkt elke vorm van regelgeving nog altijd kansloos.

Inside Job

 

Alan Greenspan wilde geen interview geven voor deze film.’ Het zijn dergelijke, steeds terugkerende mededelingen, ditmaal over de voormalige directeur van de Amerikaanse Centrale Bank, die de premisse van Inside Job (108 min.) elke keer opnieuw bevestigen: de verantwoordelijken voor de financiële crisis van 2008 laten zich daarvoor niet ter verantwoording roepen.

Deze pamflettistische film, waarvoor regisseur Charles Ferguson in 2010 met een Oscar werd beloond, laat er geen misverstand over bestaan dat die crisis door de financiële sector zelf is veroorzaakt, dat de kopstukken met onverantwoorde risico’s over de rug van hun eigen klanten schathemeltjerijk zijn geworden en dat dit bij hen op geen enkele manier tot berouw heeft geleid – of tot enige vorm van gedragsverandering.

De volgende crisis staat alweer in de steigers, zo wil Ferguson maar zeggen, als we deze überhaantjes niet stevig halt toeroepen. Ze smijten bovendien opzichtig met geld, snuiven cocaïne per strekkende meter en zijn vaste klant bij stripclubs en bordelen. Hun morele kompas hebben ze blijkbaar allang uitgezet. De betrokkenen die Ferguson wel te woord willen staan, zitten vaak al snel met een mond vol tanden (of worden gewoon op gezette tijden pislink).

Als we de deskundigen mogen geloven, zijn er weinig redenen om te veronderstellen dat er tien jaar later wél wet- en regelgeving ligt die financieel wangedrag kan en wil beteugelen. In die zin is Inside Job, dat ingewikkelde economische thema’s en financiële constructies razendknap toegankelijk en interessant maakt, ook in tijden van Trump (of in de Nederlandse context: Hamers en Van der Veer) nog steeds uiterst actueel.

Sterker: het is de vraag of The Donald, die zelf ook zweert bij ‘the art of the deal’, zonder de woede van gewone Amerikanen over de desastreuze gevolgen van de crisis, zoals massale werkeloosheid en mensen die hun huis kwijtraakten, ooit zou zijn verkozen tot president van de Verenigde Staten.

The China Hustle

 

Zelfs de poortwachters hebben geen idee. Dat zeggen ze tenminste. Toonaangevende accountants zetten moeiteloos hun handtekening onder de boekhouding van onbekende Chinese bedrijven, maar geven niet thuis als er wordt gevraagd naar de werkelijkheid achter die cijfers. Tot zover de officiële controle, waarop beleggers dachten te kunnen vertrouwen.

Intussen krijgen handige jongens vrij spel om Chinese bedrijven op slinkse wijze naar de Amerikaanse beurs te manoeuvreren en daar te presenteren met jaarcijfers die écht te goed zijn om waar te kunnen zijn. Probeer dat echter maar eens wijs te maken aan iemand met dollartekens in de ogen.

Je kunt zulke zwendel aan de kaak stellen. En als je dat slim doet, is dat weer een businessmodel op zichzelf, blijkt uit The China Hustle (84 min.). Shortselling noemen ze ‘t, volgens die geheel eigen logica van de financiële sector; je zet je geld erop dat de aandelen van een dubieus bedrijf snel zullen kelderen en loopt daarmee dan zelf binnen.

Populair word je daar niet mee, getuige deze ontluisterende film over de wereld van het grote geld. Illustratief is het venijn van Dick Fuld, de CEO van de bank Lehman Brothers. Net voor de financiële crisis van 2008 die door zijn eigen bank in gang werd gezet, zei hij over deze beurscowboys: ‘Ruk hun hart eruit en eet ze op voor ze doodgaan.’ Maar Fuld belazerde de kluit natuurlijk net zo goed.

De shortseller Dan David probeert ondertussen de klok te luiden over de misstanden in zijn bedrijfstak, maar in de politiek lijkt niemand te willen luisteren – laat staan dat ze willen weten waar de klepel hangt. De gedreven David fungeert als protagonist voor deze stevige witte boorden-thriller van Jed Rothstein. Goliath heeft in diezelfde film vele (gladgeschoren) gezichten.

The China Hustle is beslist onderhoudend, maar wordt nooit zo spannend als klassiekers in het genre zoals Enron: The Smartest Guys In The Room(van Alex Gibney, tevens producent van deze documentaire, die een carbon kopie lijkt van zijn eigen werk, inclusief sturende voice-over) en Oscar-winnaar Inside Job. Of komt dat vooral omdat we inmiddels gewend zijn geraakt aan de schimmige businessmodellen van de Firma Gebakken Lucht?

Trump: An American Dream

 

Is er iets óver, ván of mét Donald Trump te bedenken wat we nog niet weten (en wat we dan ook nog zouden wíllen weten)? Of is onze honger om alles te vernemen over de Amerikaanse president werkelijk niet te stillen? De vierdelige documentaireserie Trump: An American Dream(221 min.) zoekt het in elk geval niet in nieuwe schandalen of pijnlijke onthullingen, maar probeert via zijn publieke leven de man achter de (zelf gecreëerde) mythe te vinden en schetst intussen een portret van het hedendaagse Amerika.

Niet op de hap-slik-weg manier, waarbij boude statements, scherpe veroordelingen of overtrokken  loftuitingen elkaar afwisselen – op zijn Trumps, zeg maar. Maar gedegen, afgewogen en genuanceerd. Daarvoor gaat de serie van Barnaby Peel terug naar de jaren zeventig. Naar de beginnende ondernemer Donald J. Trump, een jonge hond die zijn succesvolle vader Fred naar de kroon wil steken. Een cocky mannetje, dat zeker, maar bepaald niet het karikaturale personage dat veertig jaar later president van de Verenigde Staten zal worden.

Trump: An American Dream belicht met een zorgvuldige mixture van treffend archiefmateriaal en interviews met intimi, medewerkers, journalisten en opponenten achtereenvolgens zijn vastgoedcarrière in New York, de casino’s in Atlantic City die hem aan de rand van de financiële afgrond brachten, zijn celebrity-huwelijken met de bijbehorende publieke crises en de politieke carrière die hem het presidentschap bracht. Ergens onderweg heeft hij elke reserve laten varen; de ambitieuze entrepeneur transformeert voor je ogen in zowat de verpersoonlijking van reality-tv. Van snelle jongen naar boze witte man, zogezegd.

Rest de vraag: waarom? Had hij al die bravado, zelffelicitatie en blufpoker nodig, zo vraagt deze Britse docuserie zich af, om uit de schaduw van Fred Trump te kunnen springen? En welke rol speelde de rücksichtslose advocaat Roy Cohn, de voormalige rechterhand van de beruchte Amerikaanse communistenjager Joe McCarthy, in dat proces? Voor Cohn, die de jonge Donald onder zijn hoede nam, telde werkelijk maar één ding: winnen. Ten koste van alles en iedereen. Graag zelfs. En als een ander toevallig eens won, dan betekende dat indirect verlies voor jou en moest diens kop er dus af. Liefst in het openbaar.

Die eenvoudige logica lijkt Trump ook als politicus te typeren. Trump: An American Dream hamert dat er niet in. Het vierluik doet het bijvoorbeeld zonder voice-over en laat de beelden, getuigen en The Donald zelf voor zichzelf spreken. En zo kom je tot nieuwe inzichten – de gelijkenissen tussen de politieke carrières van Trump en worstelaar Jesse Venturabijvoorbeeld – en stuit je zelfs nog op nieuwe weetjes over de vleesgeworden mediahype. Dat zijn favoriete film de Orson Welles-klassieker Citizen Kane is, bijvoorbeeld. Over een tycoon die alleen en verbitterd eindigt. Waarbij Trump, de man die toch zo opzichtig zweert bij uiterlijk vertoon, vreemd genoeg constateert dat geld niet gelukkig maakt en je zelfs van de rest van de wereld kan isoleren.

Als bijsluiter voor deze uitstekende serie adviseer ik de documentaire Get Me Roger Stone van Morgan Pehme, eveneens te zien op Netflix. Deze kostelijke film over de schmutzige rechterhand van Donald Trump is zowel schokkend als grappig en geeft nog meer inzicht in het fenomeen The Donald.

Dirty Money

 

Ze balanceren voortdurend op het slappe koord tussen gewiekste bedrijfsvoering en pure oplichting, de hoofdpersonen van de zesdelige documentaireserie Dirty Money (376 min.). Zolang ze niet worden betrapt – of door de mazen van de wet kunnen glippen – lijkt alles, werkelijk alles, geoorloofd.

En daarmee belanden ze op het vizier van documentairemaker Alex Gibney, die eerder financiële malversaties bij de energiegigant Enron, het pyramidespel van Jack Abramoff en wanpraktijken op Wall Street onder de loep nam. Onder zijn bezielende leiding buigen enkele gerenommeerde regisseurs zich nu over een eigen schandaal in zes, los van elkaar te bekijken afleveringen.

In deel één hard NOx (75 min.) rekent Gibney zelf af met Volkswagen, dat doelbewust sjoemelsoftware inbouwde in zijn dieselauto’s, zodat de werkelijke uitstoot van kwalijke gassen (en Gibney legt daarbij rücksichtslos de link naar een zekere Duitse leider, die ooit mede aan de wieg van het bedrijf stond en ook gedurig wordt geassocieerd met gas) werd versluierd. En als er dan ook nog levende apen blijken te zijn gebruikt om die uitlaatgassen te testen…

In andere afleveringen neemt Dirty Money bijvoorbeeld  de Amerikaanse medicijnenfabrikant Valeant, die de prijzen van cruciale pillen talloze malen over de kop liet gaan om zo de eigen financiële huishouding min of meer op orde te houden, en het bankconcern HSBC, dat zonder enige scrupules enorme geldbedragen aannam van Mexicaanse drugskartels, op de korrel. Als brave burger zie je het afwisselend met open mond, gebalde vuist of steen in de maag aan.

Mijn favoriet? Aflevering 2, Payday (68 min.), van Erin Lee Carr (die ook één van de spannendste films van 2017 maakte: de bizarre true crime-klapper Mommy Dead And Dearest). Zij volgt Scott Tucker tijdens de voorbereidingen op een grote rechtszaak. Deze Amerikaanse Dirk Scheringa werd schathemeltjerijk van zogenaamde flitsleningen en maakte met dat geld vervolgens goede sier met een eigen autoraceteam. De man blijft consequent de vermoorde onschuld spelen terwijl intussen zijn schandelijke modus operandi uit de doeken wordt gedaan.

Elke vorm van schaamte, of zelfs maar de meest basale vorm van zelfreflectie, lijkt te ontbreken bij de linkmiegels die worden geportretteerd in Dirty Money. Één man mag daarom niet ontbreken tussen al die hele en halve witte boordencriminelen: de huidige Amerikaanse president, die tijdens zijn lange carrière als Con(fidence) Man ook – het zal niemand verbazen – de nodige dubieuze deals heeft gesloten. Aan hem, de zelfverklaarde dealmaker, is de laatste aflevering gewijd.

Saving Capitalism

 

Robert Reich wordt zo langzamerhand de Al Gore van de inkomensongelijkheid. In de jaren negentig zaten ze samen in de regering van de Amerikaanse president Bill Clinton. Gore als vicepresident, Reich als minister van Sociale Zaken. In de jaren daarna werden ze respectievelijk milieu-activist en propagator van een eerlijkere economie.

Al Gore presenteerde in 2007 de documentaire An Inconvenient Truth, die regisseur Davis Guggenheim een Oscar opleverde en Gore zelf de Nobelprijs voor de Vrede bezorgde. Dit jaar volgde An Inconvenient Sequel: Truth To Power. Van Reich verscheen in 2013 de documentaire Inequality For All, die nu een vervolg krijgt met Saving Capitalism (73 min.).

De econoom Reich is een voormalige studiegenoot van de Clintons – hij beweert zelfs Bill aan Hillary te hebben voorgesteld – en maakt zich al sinds zijn vertrek uit hun regering in 1997 druk over de toenemende tweedeling in de Amerikaanse samenleving. Voor zijn nieuwste boek Saving Capitalism gaat hij tijdens de navolgende boektour in gesprek met gewone Amerikanen die het hoofd nauwelijks boven water kunnen houden.

Intussen geeft Reich een soort college over de Amerikaanse economie en de manier waarop grote bedrijven, soms op bijzonder slinkse wijze, invloed uitoefenen op de politiek. Dat mag dan een bekend verhaal zijn. Zo bij elkaar en in perspectief gezet levert het toch een schrikbarend beeld op; van een democratie waarin de doorsnee Amerikaan volledig buitenspel is gezet (en daarom zijn toevlucht maar zoekt tot populisme).

Filmisch heeft deze documentaire van Jacob Kornbluth misschien niet al te veel om het lijf, maar als pamflet voor een eerlijkere wereld, in de rug gedekt door cijfers en onderzoek, kunnen Saving Capitalism en de altijd optimistische Robert Reich wel degelijk nuttig werk verrichten.