The Velvet Queen

IDFA

De pijn verbijten, de tijd vergeten en nooit twijfelen of je krijgt wat je verlangt. Dat is kortweg, in de woorden van de Franse romanschrijver en rasavonturier Sylvain Tesson, de attitude van zijn reisgenoot in The Velvet Queen (originele titel Les Panthère Des Neiges, 92 min.). Natuurfotograaf Vincent Munier heeft Tesson meegenomen naar het Tibetaanse hoogland. In dat adembenemende decor, op duizenden meters hoogte en in ijzige kou, hopen ze samen een sneeuwluipaard te betrappen.

Tijdens hun wekenlange voettocht praat de fotograaf zijn metgezel fluisterend bij over de dieren die ze ontwaren: antilopen, blauwschapen, yaks, Tibetaanse vossen of blauwe beren. Samen verbazen ze zich over deze majestueuze wereld, waarin de mens niet meer is dan een voetboot. De heilige graal, zo’n ongrijpbaar luipaard, blijft vooralsnog echter buiten (camera)bereik. ‘Waar is mijn kameraad naar op zoek?’ vraagt Tesson, die als verteller fungeert, zich ondertussen af. ‘Rondsnuffelend tussen de rotsen met zijn verrekijker.’ Munier zegt dat hij vooral de schoonheid van de natuur wil vieren. Hij is er niet op uit om de onvolkomenheden daarvan bloot te leggen.

Die houding, vervat in een ontzag voor al wat leeft of geleefd heeft, geeft hun queeste – en daarmee ook deze film – een groots en filosofisch karakter. Waarbij de twee mannen steeds die ene zin in hun achterhoofd houden: Big Brother is watching you. Misschien zien wij het dier dat we zoeken niet, maar dat ziet ons wel degelijk. Illustratief daarvoor is de intrigerende foto van een valk die de Franse fotograaf tijdens een eerdere reis naar Tibet heeft gemaakt. Is dat werkelijk een sneeuwluipaard dat hem vanachter die rotspartij gadeslaat? Of is het toch een zinsbegoocheling?

Munier en Tesson gebruiken alles wat ze hebben om het mythische dier alsnog te vangen. Ze plaatsen bijvoorbeeld op strategische plekken kleine, gecamoufleerde cameraatjes, in de hoop zo een glimp van een sneeuwluipaard te kunnen opvangen. Dat streven naar een ogenschijnlijk vrijwel onbereikbaar doel drijft deze magnifieke documentaire van Marie Amiguet, waarin de vergezichten van Tesson en Munier, het weldadige decor en de prachtige soundtrack van Warren Ellis, gemaakt in samenwerking met Nick Cave, op een glorieuze manier versmelten. Via deze ontzagwekkende wereld laat The Velvet Queen de mens zien zoals hij werkelijk is: een nietig wezen, dat ongegeneerd begeesterd en ontroerd kan, mag én moet raken door al wat hem omgeeft.

Jagged

HBO

Op voorhand waren er de berichten: Alanis Morissette distantieert zich van deze documentaire over het enorme succes van haar debuut als volwassen artiest, Jagged Little Pill (1995). Morissette voelt zich verraden door maakster Alison Klayman, verklaarde ze aan Variety. Die zou misbruik hebben gemaakt van een kwetsbare periode in haar leven, de postnatale depressie waarin ze belandde na de geboorte van haar derde kind. De film zou ook enkele pertinente onwaarheden bevatten.

Het is niet moeilijk om te bedenken met welke passages uit Jagged (99 min.) Morissette achteraf bezien moeite zou kunnen hebben. Ze hint bijvoorbeeld duidelijk naar seksueel misbruik in haar jaren als prille tiener, vóórdat ze Jagged Little Pill maakte. En verhaalt over die keer dat ze werd uitgenodigd door haar producer om enkele zangpartijen opnieuw in te zingen. In werkelijkheid wilde die het eens over haar gewicht hebben. Het was in zo’n omgeving, wil ze maar zeggen, slechts een kwestie voordat ze een eetstoornis ontwikkelde.

Waarom ze al die tijd heeft gewacht om zulke ontboezemingen te doen? Vrouwen wachten helemaal niet, zegt ze scherp. Er was gewoon een cultuur van niet (willen) luisteren. En dat is het dan wel zo’n beetje. Verder is Jagged ‘gewoon’ een popdocu over een artiest die boven zichzelf uitstijgt en een onwaarschijnlijk succesverhaal wordt. Verteld door de hoofdpersoon zelf, enkele getrouwen (producer en mede-songschrijver Glen Ballard, drummer Taylor Hawkins en haar vriendinnen Steph Gibson en Johanna Stein) en enkele ‘kenners’ (waarvan je je kunt afvragen wat ze nu werkelijk toevoegen).

Het uitgangspunt is intrigerend: tienerster wordt gedumpt door haar platenmaatschappij (en door een nog altijd onbekend vriendje, aan wie ze de vlijmscherpe wereldhit You Oughta Know zal wijden) en neemt op de best mogelijke manier wraak: met een collectie onweerstaanbare hart-op-de-tong liedjes, die zich halverwege de jaren negentig ontwikkelen tot de lijfliederen van een nieuwe generatie (vrouwen). Die songs – waarvan de teksten typografisch worden afgebeeld – hebben in de tussentijd nauwelijks aan kracht ingeboet. En ook Morissettes performances met haar band – waarvan sommige leden zich overigens, ondanks haar, gewoon als rockbeesten gedroegen – staan 25 jaar na dato nog altijd fier overeind.

Leuk, dat zeker. En voor generatiegenoten van de Canadese zangeres zonder enige twijfel ook een feest van herkenning. Méér wordt Jagged evenwel nooit: een alleraardigste terugblik op de formatieve jaren van een toonaangevende artiest, die de wereld van de popmuziek definitief zou hebben opengebroken voor vrouwen. Géén diep persoonlijk verhaal van een vrouw die al haar halve leven in therapie zegt te zitten en nu in het openbaar het achterste van haar tong laat zien.

Judges Under Pressure

IDFA

Judges Under Pressure (86 min.) maakt zichtbaar waar half Europa zich al een behoorlijke tijd zorgen over maakt: de aanval van de rechts-conservatieve regering van Polen op de rechterlijke macht. De onafhankelijkheid van de rechtspraak – en daarmee van de democratie zelf – komt erdoor onder druk te staan.

Met zijn strijd tegen de vermeende immuniteit van de ‘juridische aristocratie’, die geen draagvlak zou hebben onder het gewone volk, zetten president Andrzej Duda en zijn medestanders van de PiS-partij de ene na de andere rechter de duimschroeven aan. Intussen proberen ze ook plannen ten uitvoer te brengen die abortus moeilijker maken en de rechten van de LGBTI-gemeenschap inperken. Een heuse cultuuroorlog dus, in het hart van de Europese gemeenschap.

In deze onrustbarende film sluit documentairemaker Kacper Lisowski aan bij het gezicht van de protestbeweging tegen de regeringsplannen, Igor Tuleya, en andere rechters die worden geraakt door Duda’s machtsgreep en zich verzetten tegen de inbreuk op hun onafhankelijkheid. Op vertrouwd terrein natuurlijk, de rechtszaal in eigen land en Europa, maar ook op onontgonnen gebied: popfestivals, workshops en demonstraties.

Het dreigt een gevecht tegen de bierkaai te worden, waarbij de strijdbaarheid van de rechters gaandeweg steeds vaker gezelschap krijgt van moedeloosheid en wanhoop. Tuleya, gedurig therapeutisch rokend, probeert nochtans zijn gevoel voor humor te behouden in deze traditioneel opgezette documentaire, waarin Lisowski de ontwikkelingen op de voet volgt, diverse juristen aan het woord laat en dit geheel dan weer doorsnijdt met stekelige Poolse protestsongs.‘

‘Een guillotine is alleen gevaarlijk als het mes nog in de lucht hangt’, constateert Igor Tuleya, die strafrechtelijk wordt vervolgd in eigen land, uiteindelijk enigszins mismoedig. ‘Niet meer als dat al is gevallen.’ Het is de zwartgallige conclusie van een urgente film, over de verwording van een Europese democratie.

Hallelujah: Leonard Cohen, A Journey, A Song

IDFA

John CaleJeff Buckley en zelfs Shrek moesten eraan te pas komen, maar toen werd Leonard Cohens Hallelujah dan toch echt een absolute evergreen, die via televisieprogramma’s als The VoiceX Factor en – pak ‘m beet – Matthijs Gaat Door definitief zijn weg naar het grote publiek zou vinden. Het zorgde voor ‘een mild gevoel van wraak’ bij de Canadese zanger-songschrijver. Zijn eigen platenmaatschappij Columbia Records had de bijbehorende langspeler Various Positions, kant en klaar en dus allang betaald, in 1984 niet willen uitbrengen. Columbia’s baas Walter Yetnikoff vond het een waardeloze plaat en wilde er geen cent meer aan uitgeven.

Via een glorieuze omweg zou de wereld Hallejujah dus alsnog ontdekken. Het betekende ook eerherstel voor producer/arranger John Lissauer. Zijn bemoeienis met Various Positions leek enige tijd de nekslag voor zijn florerende opnamecarrière. Hij is één van de ‘helden’ van Hallelujah: Leonard Cohen, A Journey, A Song (125 min.) – in zoverre een documentaire over zo’n uitgesproken persoonlijkheid als Cohen nog andere helden toelaat. Als dat zo is, dan verdient natuurlijk ook Jeff Buckley een eervolle vermelding. De begenadigde zanger, zoon van singer-songwriter Tim Buckley, leek de ideale vertolker van het Hallelujah-gevoel. Totdat hij in 1997 op slechts dertigjarige leeftijd een fatale duik in de Mississippi-rivier nam.

Deze film van Dan Geller en Dayna Goldfein start bij Cohens laatste uitvoering van Hallelujah op 21 december 2013, reconstrueert daarna met insiders als journalist Larry ‘Ratso’ Sloman, zangeres Judy Collins, ’s mans rabbi Mordecai Finley, samenwerkingspartner Sharon Robinson en ex-vriendin Dominique Isserman de loopbaan van de zwaarmoedige bard en werkt zo toe naar de conceptie en wedergeboorte van het lied, waaraan hij jaaaaaren werkte, dat wel 180 verschillende coupletten zou hebben gehad en waarvan sommige zinnen maar liefst 250 keer zouden zijn herschreven. Maar dan, zo wil de mythe, heb je ook wat.

Al heeft Bob Dylan zijn vrind Leonard naar verluidt wel eens ingewreven dat hij zijn eigen songs soms binnen een kwartier schrijft, gewoon achter in een taxi. Grootspraak meent de Ierse zanger Glen Hansard, die samen met vakbroeders zoals Brandi CarlileEric Church en Rufus Wainwright enthousiast de zegeningen van Cohens songschrijverschap telt in deze krachtige documentaire. Die vindt een slimme middenweg tussen een portret van de zanger/poëet en het verhaal van zijn signatuursong, waarin ‘s mans ‘holiness’ en ‘horniness’ perfect samenkomen. Één van de beste muziekfilms van het jaar.

In de documentaire Judges Under Pressure zit, voor de liefhebber, ook nog een heerlijke versie van Hallelujah. De woorden Andrzej en Duda, die samen de naam van de Poolse president vormen, blijken perfect in de melodie van Hallelujah te passen. En dan is er snel een zangeres gevonden…

Gabi, Between Ages 8 And 13

IDFA

Gabi wil zo’n kapsel als Robin van Persie. Ze heeft alleen Emma Watson-haar. Het kapsel van Gareth Bale zou ook al goed zijn. Of een opgeschoren kop zoals Cristiano Ronaldo. Van haar moeder Tracy mag de gedreven voetbalster het alleen niet te kort laten knippen. Dat wordt het alleen wel. Steeds iets korter. Totdat ze kan doorgaan voor een jongen.

Gabriella Jude Fletcher, de hoofdpersoon van Gabi, Between Ages 8 And 13 (78 min.), werd geboren in Newcastle, leefde daarna zes jaar in Stockholm en verhuist nu met haar moeder en stiefvader Thomas naar het Zweedse platteland. Regisseur Engeli Broberg registreert gedurende vijf jaar hoe het haar vergaat: een kind dat niet past in vaste genderrollen. Dat demonstratief een T-shirt draagt met de tekst ‘Raise Boys And Girls The Same Way’.

Dit persoonlijk portret van een buitenbeentje, volledig verteld vanuit het perspectief van het kind, oogt fraai en komt dichtbij hoe zij de wereld ervaart, wat haar daarbij bezighoudt (wie en waar is haar biologische vader?) en met wie ze die zielenroerselen deelt (beste vriend Henry, die naar Australië is verhuisd). Dat is een klein en groot verhaal tegelijk, dat verder zonder al te hoge pieken en diepe dalen aangenaam voorbij trekt.

Flee

De reis begon in Kaboel en zou eindigen in Kopenhagen. Tussendoor zag Amin – als dat zijn echte naam is, tenminste – allerlei uithoeken van de wereld. Het begon allemaal met de verdwijning van zijn vader, die eind jaren tachtig werd opgepakt door de Moedjahedien. De tijd van vliegeren, popmuziek luisteren en volleyballen met zijn broer was toen voorbij voor de Afghaanse jongen. Samen met zijn moeder, broers en zussen sloeg hij op de vlucht. Tijdens zijn tocht zou Amin worden geconfronteerd met mensensmokkelaars, corrupte Russische politieagenten en filmende passagiers van een cruiseschip

Flee (90 min.) is zijn persoonlijke vluchtverhaal en meteen een universele vertelling over vluchten in het algemeen. Amin – althans een fraaie geanimeerde versie van hem – vertrouwt zijn persoonlijke verhaal toe aan Jonas Poher Rasmussen. Met horten en stoten. In meerdere etappes. Soms gewoon zittend. Andere keren ook liggend, met gesloten ogen in het verleden verdwijnend. De twee zijn vertrouwd met elkaar: ze leerden elkaar in Denemarken op school kennen en zijn inmiddels al 25 jaar bevriend.

Gedurende die periode begon bij Rasmussen het idee te groeien om Amins levensverhaal te verfilmen. Daarvoor moest hij het alleen wel willen én kunnen vertellen. Dat bleek al moeilijk genoeg. Van meet af aan was ook duidelijk dat zijn Afghaanse vriend dit niet in beeld wilde doen. Hij wil anoniem blijven. Deze documentaire moest dus voor een groot deel uit geanimeerde scènes bestaan, aangevuld met archiefmateriaal uit de landen waar Amin onderweg tijdelijk onderdak had gevonden.

Daarbij is dan het originele audio te horen van de gesprekken tussen de filmmaker en zijn subject. Ook over diens homoseksualiteit. In Afghanistan bestaat dat niet. Ze hebben er niet eens een woord voor. Amin wel. Beter: een naam. Jean-Claude Van Damme. De stoere actieheld maakte heftige gevoelens los bij het jongetje, dat tevens een poster van Chuck Norris aan de muur had hangen. Hij kon toen nog niet weten wat diezelfde gevoelens in de wereld om hem heen te weeg zouden brengen.

Inmiddels is Amin een geslaagd man – een gearriveerde academicus, meer laat hij daar niet over los – en heeft hij bovendien al enige tijd een vaste relatie. Dat hedendaagse leven, en de strubbelingen die de Afghaan daarbij ondervindt, verweeft Rasmussen ingenieus met diens vluchtverhaal. Zoals ook de fraaie animaties soepel samenvloeien met ‘echte’ beelden van een vredig Kaboel, het grimmige Rusland dat na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ontstond en een desolate vluchtelingengevangenis in Estland.

Tezamen vormen al die elementen een aangrijpend vluchtelingenverhaal, dat uiteindelijk overigens wezenlijk afwijkt van wat Amin bij binnenkomst in Denemarken aan douanebeambten heeft verteld. Ook daar zit de schaamte – en wellicht ook nog de angst. Die geven deze razendknappe film, al op diverse plekken in de prijzen gevallen, alleen nog maar méér lading.

Shabu

Tangerine Tree

Shit is aan bij Shabu. De veertienjarige Rotterdamse jongen heeft het goed verbruid bij zijn familie. Hij is gaan joyriden met de auto van zijn oma, die al een tijdje in Suriname verblijft, en heeft het ding vervolgens total-loss gereden. Dit betekent dat de goedlachse jongen (echte naam: Sharonio) zijn zomer nu moet gaan besteden aan allerlei klusjes, te beginnen met het verkopen van zelfgemaakte ijslolly’s, om zo een bedrag van maar liefst 1200 euro bij elkaar te sparen.

Regisseur Shamira Raphaëla, die een film over enkele jongeren uit Rotterdam-Zuid wilde maken, is zes weken bij hem aangesloten. De belhamel besluit een feest te organiseren, waarmee hij geld wil inzamelen. Dat sluit ook mooi aan bij wat Sharonio sowieso in zijn hoofd heeft voor de toekomst: hij wil een populaire artiest worden. ‘Ik ben Shabu en ik word beroemd’, roept hij zelfverzekerd tegen iedereen die het maar wil horen. En naar zijn eventuele internationale gehoor: ‘I’m gonna be famous!’

Alle ingrediënten voor een hartveroverende feelgoodfilm zijn daarmee aanwezig. En dat is precies wat Shabu (75 min.) is geworden. Niet in het minst door de hoofdpersoon zelf, die op het eerste gezicht van alles tegen lijkt te hebben – huidskleur, lichaamsgewicht en sociale omgeving: het beruchte Rotterdamse gebouw De Peperklip – en die desondanks overloopt van levenslust en zelfvertrouwen. Gulzig verslindt hij het leven. En ondertussen geeft Shabu zelf consequent de toon en het ritme aan. Hij trommelt letterlijk op alles wat hij tegenkomt en zet – metaforisch gezien – de boel flink in beweging.

Raphaëla doet daarnaast ook zelf een stevige duit in het zakje: ze beziet haar goedlachse protagonist en diens directe omgeving vanuit een positieve basishouding en concentreert zich op hoe hij met vallen en opstaan en – als het gaat om zijn vriendinnetje Stephany en aandoenlijke ‘bro’ Jahnoa – met aantrekken en afstoten op dat zelfbedachte feest en (een begin van) volwassenheid afkoerst. Die ontwikkeling heeft ze lekker vlot gemonteerd en krijgt bovendien extra vaart en humor met allerlei smakelijke riefeltjes soul, blues en jazz.

Deze onweerstaanbare coming of age-docu – bedoeld voor een jong publiek, maar geschikt voor iedereen die jong van geest is – voelt mede daardoor soms bijna als een speelfilm. Zeker als in de finale, wanneer Sharonio’s feest dan toch eindelijk gaat beginnen, alle verhaallijntjes netjes bij elkaar komen en ‘Shabu Beertje’ ten overstaan van de hele buurt zijn (eerste) moment van glorie mag beleven. Ook al blijft het dan wel de vraag of hij voldoende geld heeft verdiend om zijn oma schadeloos te stellen…

H6

SaNoSi Productions

Op de gang van het overvolle Sixth People’s Hospital in Sjanghai heft een man luidkeels, nét naast de toonsoort, zoetgevooisde liederen aan. Hij zegt dat hij voor zijn dochter zingt, die even verderop ligt. Hua Mengzia heeft een ernstig ongeluk gehad en ligt met twee gebroken benen in een ziekenhuisbed. ‘Ik mis mijn moeder’, zegt het meisje tegen de verpleging. ‘Komt ze vandaag?’ Één ding heeft haar vader, die een onnatuurlijk soort optimisme uitstraalt, haar echter nog niet verteld: moeder is overleden bij datzelfde ongeluk.

Het kolossale ziekenhuis in de Chinese metropool vormt het decor voor de observerende documentaire H6 (114 min.), waarin de Chinees-Franse filmmaakster Ye Ye enkele patiënten en hun families volgt. Gao Ji Mei, een zachtaardige oudere man, wijkt bijvoorbeeld nauwelijks van de zijde van zijn ernstig zieke vrouw, die elk ogenblik haar laatste adem lijkt te kunnen uitblazen. Liefdevol bevochtigt hij steeds haar lippen. Intussen overweegt hij of hij hun appartement moet verkopen om de ziekenhuisrekeningen te kunnen voldoen.

Dat is een terugkerend patroon. In het ziekenhuis wordt ook het driejarige meisje Song Xueling verzorgd. Zij is nabij de fruitkraam van haar grootvader aangereden door een bus. De linkerhand van het kind moet behandeld worden, maar is het busbedrijf ook bereid om daarvoor te betalen? Als één van haar familieleden tijdens het verwisselen van het verband vraagt wat er gebeurt als de schroef die zojuist in Songs vinger is geplaatst eruit valt, antwoordt de arts doodleuk: dan kost het minder.

Zo blijkt geld steeds weer het voornaamste gespreksonderwerp in het ziekenhuis, ogenschijnlijk belangrijker dan de gezondheid van de patiënten. In het geval van Nie Shiwu wordt dat wel heel erg schrijnend. De arme boer is vrijwel geheel verlamd geraakt. Een operatie zou hem wellicht kunnen helpen, maar is tegelijkertijd ook risicovol. Wat nu als ze al die kosten maken en hij straks tóch bezwijkt? Kunnen ze dan niet beter nu de spreekwoordelijke stekker eruit trekken?

Ye Ye brengt zulke verwikkelingen zonder enige opsmuk in beeld. Ze permitteert zich alleen enkele muzikale intermezzo’s, die de bedrukte sfeer heel even verluchtigen. Zo introduceert ze met een straf muziekje bijvoorbeeld een spichtige man in FC Barcelona-tenue, die zich overgeeft aan allerlei koddige ren-, rek- en strekoefeningen. Daarna gaat de arts aan het werk: hij werpt een vluchtige blik op enkele röntgenfoto’s en zet daarna met het nodige kunst en vliegwerk breuken recht. Dat scheelt weer, juist, een operatie.

En dan is er nog die ene oudere man op krukken, die zich tergend langzaam door de stad en de film beweegt. Pas gaandeweg wordt in deze ontluisterende documentaire, een schotschrift tegen gezondheidszorg waarvoor direct moet worden afgerekend, duidelijk waarnaar hij op weg is…

Becoming Cousteau

Disney+

Gedurende zijn leven zag hij de wereld onder water ernstig verschralen. Hij, Jacques-Yves Cousteau (1910-1997), had die hoogstpersoonlijk toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Met zijn boot De Calypso en vaste bemanning, waaronder zijn ferme echtgenote Simone, bevoer hij jarenlang de wereldzeeën. Hij produceerde in die tijd onder andere de Oscar-winnende documentaire Le Monde De Silence (1956) en werd een graag geziene gast op televisie met de serie The Undersea World Of Jacques Cousteau. Niet eerder was het leven onder de zeespiegel zo (prachtig) in beeld gebracht.

‘Duiken is de beste afleiding die je kunt hebben’, zegt hij daarover aan het begin van Becoming Cousteau (96 min.). ‘Als ik uit het water kom, voel ik me beroerd. Het is alsof je kennis hebt mogen maken met de hemel en dan wordt terug gesmeten op aarde.’ Je ziet hem meteen weer staan op zijn schip: met die kamerbrede glimlach, pregnante haviksneus en eeuwige rode beanie. Een ranke gestalte, verder meestal slechts gekleed in een zwembroek. De archetypische ‘oceanaut’, zoals hij zijn stiel, met een knipoog naar de toentertijd eveneens immens populaire ruimtevaart, zelf ooit dubde.

Regisseur Liz Garbus slaagt er vervolgens in om de man achter de missie vandaan te halen. Met dagboekfragmenten, ingesproken door de Franse acteur Vincent Cassel, kleurt ze het fraaie beeldmateriaal in en schetst ze ook de achtergronden daarvan, inclusief een persoonlijk drama dat Cousteau zal tekenen. Daarnaast laat Garbus bemanningsleden en intimi, off screen, aan het woord over de man waarmee hele generaties natuurliefhebbers zijn opgegroeid. Daarbij komen tevens de achtergronden van zijn publieke leven aan de orde: het auto-ongeluk dat ervoor zorgde dat hij geen piloot kon worden, een fatale diepzeeduikmissie met een collega bij de Franse marine en het feit dat hij zijn expedities ooit financierde met olie-onderzoek.

In het licht van ‘s mans latere klimaatactivisme, de vanzelfsprekende derde akte van dit aansprekende portret, is met name dat laatste saillant. Kapitein Cousteau en zijn crew zouden bijvoorbeeld het leeuwendeel van de olievelden van Abu Dhabi hebben ontdekt. Toen hij een half leven later zag wat de mensheid op aarde had aangericht, bijvoorbeeld bij het koraalrif dat hem zo dierbaar was, restte Jacques Cousteau nog maar één ding: al zijn prestige in de strijd gooien om het tij alsnog te keren. Bijna 25 jaar na z’n dood echoot ‘s mans boodschap nog altijd na – al is er in die tijd tragisch weinig bereikt.

Procession

Netflix

Zijn eigen zaak moet nog voor de rechter komen. Daarom heeft Tom Viviano, een Amerikaan van halverwege de zestig, zijn verhaal nog niet in een filmscène kunnen verwerken. ‘Maar ik kan acteren voor de anderen. Ik vind het een eer en een voorrecht om dit te mogen doen.’

Viviano heeft niet de gemakkelijkste rol toebedeeld gekregen. Hij kijkt naar zijn priestergewaad, het uniform van de dader in alle afzonderlijke verhalen die ze gaan verfilmen. ‘Het was niet gemakkelijk om dit aan te trekken, om er zo bij te zitten’, zegt hij geëmotioneerd. ‘Maar op deze manier kan ik bijdragen.’ Even later speelt de gezette Amerikaan een angstaanjagende priester, een representatie van de man die zijn lotgenoot Joe Eldred sinds z’n jeugd bezoekt in nachtmerries. Eldred kijkt toe hoe een traumatische gebeurtenis uit zijn leven wordt nagespeeld en mag bijsturen of ingrijpen als hij dat nodig vindt.

In de documentaires Actress, Kate Plays Christine en Bisbee ‘17 werkte regisseur Robert Greene al eerder met gedramatiseerde scènes. Nadat hij in 2018 een persconferentie zag van zes slachtoffers van seksueel misbruik door katholieke priesters besloot hij hun advocate Rebecca Randles te benaderen, met het voorstel om samen met hen een film te maken. Procession (118 min.) is de aangrijpende weerslag van een intensief proces, dat uiteindelijk drie jaar in beslag zou nemen. In die periode zijn de mannen, onder begeleiding van een dramatherapeute, stuk voor stuk de confrontatie met hun verleden aangegaan.

Via het bezoeken van cruciale plekken in Missouri, de staat waar het misbruik plaatsvond en stelselmatig werd afgedekt, en het ter plaatse (laten) uitspelen van pijnlijke ervaringen proberen ze hun angsten te overwinnen. Als vanzelf ontstaat er zo ook een broederschap tussen de mannen, die elkaar helpen om het contact met hun vroegere zelf te herstellen. Binnen dat kwetsbare proces is een bijzondere rol weggelegd voor de jonge lokale acteur Terrick Trobough. Hij wordt gecast om het kind in hen te vertolken, dat steeds weer, voor het oog van God, zijn onschuld verliest.

Met een combinatie van gedetailleerd uitgewerkte herbelevingsscènes en de gesprekken en activiteiten die daaromheen plaatsvinden dringt Procession door tot de schaamte, het verdriet en de woede die deze mannen al decennia in zich dragen. Die worden nog eens versterkt doordat zeker niet alle daders, van de in totaal ruim 230 verdachte priesters uit de omgeving van Kansas City, ook daadwerkelijk ter verantwoording zijn geroepen voor hun daden. Hun slachtoffers moeten de vrede dus eerst en vooral in zichzelf vinden.

René – The Prisoner Of Freedom

IDFA

Deze documentaire begint met een verzoek: of René Plásil zijn mobiele telefoon wil uitzetten? Hij dreigt de première van zijn eigen film te verstoren. Dat zit zo: de kleine crimineel is twintig jaar gevolgd door de Tsjechische documentairemaakster Helena Trestiková. In die periode zit hij af en aan in de gevangenis, waarbij zij zo’n beetje de enige constante factor in zijn leven lijkt. Trestiková wordt in die tijd zelf overigens ook eens bestolen door de man, die zijn levenshouding heeft laten tatoeëren in zijn nek, inclusief spelfout: Fuck Of People. Tegelijkertijd is René gevoeliger dan een buitenstaander misschien zou verwachten en huist er zowaar een liefhebber van literatuur, en schrijver in de dop, in dat door ruim dertig jaar leven aan de zelfkant gehavende lijf.

De vasthoudendheid van zowel filmer als protagonist, die haar gedurig brieven blijft schrijven, resulteert in 2008 in een film die simpelweg René is genaamd. Hij wordt er een heuse knuffelcrimineel mee, een graag geziene gast in Tsjechische media. Tegelijkertijd verandert zijn leven er in eerste instantie verrassend weinig door: hij blijft een man van twaalf klusjes en dertien ongelukken. En Trestiková blijft ook gewoon stug doorgaan met filmen. Plásils nieuwe roem zorgt er hooguit voor dat er aan zijn eindeloze rij knipperlichtrelaties ook enkele ‘thrill seekers’ worden toegevoegd. Een blond gevangenisliefje bijvoorbeeld, dat hem trouw brieven schrijft en knuffelbeestjes geeft, maar uiteindelijk toch twijfelt of ze een échte relatie wil met zo’n gevaarlijke man.

René Plásil laat zich al die aandacht ogenschijnlijk tamelijk onbewogen aanleunen. Wat kan hij anders? Hij houdt er ook wat geld en zo nu en dan een verzetje aan over. En Trestiková blijft hem gewoon trouw om de paar maanden opzoeken om de actuele stand van zaken op te maken. Óók als zijn leven in rustiger vaarwater terecht lijkt te komen, met zowaar een vaste vriendin met kind – al houdt hij het nooit lang vol in een baantje. Helena Trestiková’s nieuwe film over hem, René – The Prisoner Of Freedom (102 min.), krijgt daardoor gaandeweg wel een wat routineus karakter – we filmen omdat we nu eenmaal filmen – en dreigt zelfs een beetje als een nachtkaars uit te gaan. Uiteindelijk is René Plásil echter toch een te interessant filmpersonage en zorgt zijn werkrelatie met Trestiková, ook door het longitudinale karakter ervan, toch voor te veel intimiteit en diepte om dat te laten gebeuren.

Writing With Fire

Toen enkele vrouwen uit de Noord-Indiase deelstaat Uttar Pradesh in 2002 begonnen met Khabar Lahariya had niemand, inclusief hun eigen echtgenoten, daar al te veel fiducie in. Een krant gerund door louter vrouwen, afkomstig bovendien uit de allerlaagste kaste? Kansloze missie. Inmiddels is Khabar Lahariya (‘Golven van Nieuws’) uitgegroeid tot een modern en onafhankelijk journalistiek medium, met een bijzonder succesvol eigen YouTube-kanaal.

In een wereld waarin vrouwen nog steeds worden beschouwd als tweederangs burgers en (seksueel) geweld tegen hen aan de orde van de dag is, werpen hoofdredacteur Meera Devi en haar medewerkers zich op als onversaagde controleurs van de macht. Ze onderzoeken net zo gemakkelijk misstanden in een illegale mijn, die wordt gerund door de plaatselijke georganiseerde misdaad, als dat ze lokale politici ongenadig het vuur aan de schenen leggen.

In eerste instantie lijken de vrouwelijke journalisten in Writing With Fire (94 min.) niet altijd serieus te worden genomen door het manvolk dat ze met hun scherpe vragen en filmende mobiele telefoons trotseren, maar meestal dwingen ze met hun moed en onafhankelijkheid snel respect af. Als een echte luis in de pels zorgt Khabar Lahariya er bovendien regelmatig voor dat politie en justitie (alsnog) hun werk doen. Die ‘dalits’, onaanraakbaren, zijn een factor geworden om rekening mee te houden.

Daarbij moeten ze altijd op hun qui vive blijven, blijkt uit deze boeiende documentaire van Rintu Thomas en Sushmit Ghosh. Zeker als de hindoe-nationalistische Bharatiya Janata-partij van de Indiase premier Modi zijn macht versterkt, lijkt de speelruimte voor de moedige vrouwen kleiner te worden. Sterverslaggever Suneeta Prajapati, een alleenstaande jonge vrouw, voelt bijvoorbeeld van alle kanten de druk om haar werk op te geven, ten faveure van een traditioneler leven.‘

Terwijl we werken als journalist, proberen we ook onze samenleving te transformeren’, zegt Meera Devi, die zelf op haar veertiende is getrouwd en daarna, met toestemming van haar schoonouders, heeft kunnen studeren. ‘Maar ik zie die verandering op dit moment niet plaatsvinden. En daar heb ik erg veel last van.’ Khabar Lahariya opereert nu eenmaal binnen zo’n conservatieve omgeving dat Devi en de haren bijna automatisch voor de muziek uitlopen. Al ontlenen ze daar ook weer hun bestaansrecht aan.

Bigger Than Us

Cinéart

Uit deze film spreekt onmiskenbaar hoop. De gedachte dat er zelfs in tijden van opperste wanhoop iemand is die opstaat om het tij te keren – en die daarmee zowaar nog succes kan boeken ook. Een jong iemand, vertegenwoordiger van de Greta-generatie zogezegd, die in navolging van de Zweedse klimaatstrijder Greta Thunberg weigert om de status quo te accepteren en overgaat tot actie.

De Indonesische klimaatactiviste Melati Wijsen is zo’n jonge idealist. Samen met haar zus Isabel zette ze al op twaalfjarige leeftijd de actie Bye Bye Plastic Bags op, om de troep op het strand van Bali te verminderen. Melati fungeert nu als hoofdpersoon voor Bigger Than Us (96 min.), een film van Flore Vasseur, die werd geproduceerd door de Franse actrice Marion Cotillard. Daarin zoekt ze in alle uithoeken van de aarde gelijkgestemden op, die zich eveneens op zéér jonge leeftijd begonnen te beijveren voor een betere wereld.

Op het Griekse eiland Lesbos biedt Mary Finn bijvoorbeeld hulp aan vluchtelingen, die huis en haard hebben moeten verlaten en nu in Kamp Moria terechtkomen. Memory Banda leidde als tiener de strijd tegen kindhuwelijken en ontmaagdingsrituelen (ofwel: verkrachting) in Malawi en droomt nu van een politieke carrière. En de Syrische vluchteling Mohamad Al Jounde startte in een Libanees vluchtelingenkamp zijn eigen school. Die is in zijn ogen niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van deze ontheemde kinderen, maar ook voor hun gevoel van eigenwaarde.

In Rio de Janeiro begon Rene Silva als elfjarig jongetje zijn eigen krant, Voz das Comunidades, waarmee hij eerlijk wil berichten over het leven in een Braziliaanse favela. Voorbij de bendes, de drugs en de wapens. De Indiaans-Amerikaanse rapper Xiuhtezcati Martinez verzet zich intussen in Colorado met alle middelen tegen het gebruik van pesticiden en fracking. En met haar organisatie YICE leert Winnie Tushabe Oegandese boeren hoe ze, met zeer beperkte middelen, hun eigen voedsel kunnen verbouwen. Zodat hun kinderen gewoon naar school kunnen.

Stuk voor stuk belichamen deze wereldverbeteraars een deel van wat gerust een linkse agenda kan worden genoemd. Het is gemakkelijk om daar cynisch over te doen: elke vorm van kritische distantie ontbreekt bijvoorbeeld in deze gelikte productie, de jongeren worden ongegeneerd op het schild gehesen. Je kunt tegelijkertijd ook denken: fijn dat er een nieuwe generatie is die zich inzet voor aloude waarden als rentmeesterschap, solidariteit en democratie.

Zo bezien is Bigger Than Us niets minder dan een film die een hart onder de riem wil steken. In een tijd waarin wanhoop, egoïsme en woede soms alomtegenwoordig lijken kan dat vast geen kwaad.

Liever Kroes?!

VPRO

Is het misschien een uitdrukking van zelfhaat? vraagt Nelly dos Reis zich af. Van geïnternaliseerd racisme? Al zo’n 25 jaar, sinds haar tiende, ontkroest de Kaapverdiaans-Nederlandse vlogger met chemische middelen haar haren. Nelly wilde als kind gewoon mooi zijn. Net als haar Barbies. Met lang, blond en steil haar dus. Dat was natuurlijk een behoorlijke uitdaging voor een meisje met een afrokapsel. Gelukkig was ze wel ‘light-skinned’, dacht ze er dan stiekem bij.

Inmiddels heeft Nelly twijfels gekregen bij haar pogingen om te voldoen aan het traditionele witte schoonheidsideaal. In Liever Kroes?! (27 min.) besluit ze terug te gaan naar af: naar de haardos die ze van moeder natuur heeft gekregen. De kapster mag dus rigoureus de schaar zetten in haar lange haren. Terwijl ze een metamorfose ondergaat, moet Nelly in deze korte documentaire, die ze maakte samen met Soraya Pol, opnieuw naar zichzelf leren kijken. Dit gaat regelmatig gepaard met stevige emoties. Ze ziet iemand die ze niet wil – of durft te – zijn.

Intussen spreekt ze met haar moeder, die haar haren ook altijd heeft ontkroesd, en haar vader, die zelf in zijn jonge jaren wél een afro had. Op foto’s uit de jaren zeventig is hij te zien met het destijds behoorlijk hippe kapsel. Alle vrouwen om hem heen hebben hun haar echter gestraight. Pa kan zich ook niet herinneren dat hij ooit een vriendin met kroeshaar heeft gehad, moet hij bekennen aan zijn inmiddels volwassen dochter.

Die probeert zich nu te ontworstelen aan het schoonheidsideaal dat ze zichzelf van jongs af aan heeft opgelegd en dat zwarte vrouwen zichzelf – en elkaar – sowieso lijken op te leggen. In dat kader belandt Nelly bij een workshop van Aminata Cairo, die is gespecialiseerd in inclusie en diversiteit. Samen met andere vrouwen gaat ze letterlijk in de spiegel kijken en probeert vervolgens die ene cruciale zin, waarin uiteindelijk alles zit opgesloten, over haar lippen te krijgen: ik mag er zijn.

The Line

Apple TV

Als ze Islamitische Staat in 2017 uit de Iraakse stad Mosul hebben verjaagd, lijkt het verhaal klaar voor team 7 van de Navy SEALs. Mission accomplished. Op dat moment begint het echter pas voor de Amerikaanse pelotonscommandant Eddie Gallagher en zijn elite-eenheid. De ervaren rot Gallager wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden. Door enkele leden van zijn eigen team, welteverstaan.

Die teamleden, en ook Gallagher zelf, komen aan het woord in The Line (226 min.), een vierdelige serie die is gebaseerd op de gelijknamige podcast. De ijzervreter, die van zijn ondergeschikten de bijnaam ‘El Diablo’ (de Duivel) heeft gekregen, kan niet begrijpen wat hij verkeerd heeft gedaan. Hij weet immers wat er van een man wordt gevraagd tijdens oorlog. En ze hebben hun missie toch tot een goed einde gebracht?

Gallaghers ondergeschikten verbazen zich er tegelijkertijd al heel lang over dat hij zo opzichtig pocht over het enorme aantal doden dat hij op zijn geweten heeft. Als ze eenmaal met hem in Irak zijn, zien de SEALs bovendien hoe Eddie een gewonde vijftienjarige krijgsgevangene doodsteekt, er een foto van maakt en die rondstuurt met de boodschap: ‘Deze heb ik te pakken gekregen met mijn jachtmes.’

Zijn teamleden hebben eveneens meegekregen hoe hij – voor de lol? – onschuldige Iraakse burgers neerschiet. Dat is niets minder dan moord met voorbedachte rade. Eddie bestrijdt dit echter met alles wat hij heeft. Als hij wordt opgepakt, zet zijn echtgenote Andrea direct een enorme Free Eddie-campagne op. Ze begint de klokkenluiders in de media bovendien weg te zetten als ‘millennial-SEALs’ die te laf zijn om echt te vechten.

In deze vierdelige serie proberen de documentairemakers Jeff Zimbalist en Doug Shultz er de vinger achter te krijgen wat er precies is gebeurd en hoe de zaak daarna is geëscaleerd. Ze hebben daarbij de beschikking over de oorspronkelijke verhoren en verklaringen in de rechtszaal, maar kunnen ook terugvallen op beelden die de militairen in Mosul hebben geschoten, onder andere met hun eigen helmcamera’s.

Naarmate The Line vordert, krijgt de serie steeds meer het karakter van een rechtbankdrama, waarin de verklaringen van Team Gallagher en de mannen die hem betichten van oorlogsmisdaden keihard botsen en – al dan niet bewerkte – getuigen voor onverwachte verhaalwendingen zorgen. De kwestie krijgt uiteindelijk zelfs een politieke lading als de Amerikaanse president Donald Trump zich er hoogstpersoonlijk mee bemoeit.

Het is een oncomfortabel verhaal, dat vrijwel alleen verliezers heeft opgeleverd. Waaronder, zo laat het zich tenminste aanzien, de waarheid. Dat wordt nog eens benadrukt in de epiloog waarin de zaak vanuit een geheel ander perspectief wordt belicht en Gallagher zelf nog heel even het achterste van zijn tong laat zien.

Tiger King 2

Netflix

Aan larger than life-personages was er al bepaald geen tekort in het eerste seizoen van de trashy bingehit Tiger King. Allereerst was er natuurlijk Joe Exotic zelf, de flamboyante, homoseksuele, country zingende, licht ontvlambare en altijd aandacht zoekende eigenaar van een privédierentuin in Oklahoma. Tussen het knuffelen met tijgers en leeuwen door zou hij een complot hebben gesmeed om Carole Baskin te laten vermoorden. Deze betweterige dierenrechtenactiviste, ook te zien in The Conservation Game, zou zelf dan weer een schimmige rol hebben gespeeld in de verdwijning van haar echtgenoot Don Lewis in 1997.

Rond dit tweetal had zich een bizarre verzameling typetjes verzameld: de kille Allen Glover werd ingehuurd als huurmoordenaar, maar bleek uiteindelijk toch niet op zijn taak berekend. James Garretson, een corpulente entrepreneur met niet al te veel smaak of ethiek, lapte Joe Exotic erbij en zorgde ervoor dat hij achter slot en grendel belandde. En would be-Hells Angel Jeff Lowe en zijn wulpse vriendin Lauren zouden hem dan weer op lafhartige wijze zijn dierentuin afhandig hebben gemaakt.

In Tiger King 2 (212 min.) wordt er nog een hele stoet andere profiteurs, lowlifes en wannabes aan deze dubieuze sterrencast toegevoegd. Terwijl Carole Baskin deelneemt aan Dancing With The Stars krijgt Joe Exotic bijvoorbeeld plotseling steun van ene Eric Love, een aalgladde cowboy die hij nog nooit heeft ontmoet. Met zijn ‘Team Tiger’ begint Love desondanks druk voor gratie te lobbyen bij president Trump. Hij reist op 6 januari 2021, de dag van de bestorming van het Capitool, zelfs in een speciaal vliegtuig, de ‘Exotic 1’, naar Washington om een handtekening onder Exotics gratieverzoek te krijgen.

Intussen krijgen de drie dochters van Don Lewis in hun zoektocht naar wat er bijna 25 jaar geleden is gebeurd met hun vader spontaan ‘hulp’ van privédetective Jerry Mitchell, internetspeurder Ripper Jack en ‘helderziende detective’ Troy Griffin. Schimmige figuren die vooral een plek in deze ranzige docusoap lijken te willen bemachtigen en die daarin ook alle ruimte krijgen van de makers Eric Goode en Rebecca Chaiklin. John Phillips, de advocaat die de nabestaanden van Lewis bijstaat, is de erven Lewis uiteindelijk toch te mediageil. Nadat hij voor zijn diensten is bedankt, gaat hij dus Joe zelf maar bijstaan – en blijft zijn bijrol in Tiger King verzekerd.

Joe Exotic, die alleen via de gevangenistelefoon kan participeren in de serie, krijgt in dit tweede seizoen zelf overigens serieuze concurrentie: zijn dwarse collega Tim Stark, die zich vreemd genoeg volledig vereenzelvigt met Johnny Cash’s A Boy Named Sue, blijkt al net zo’n meester in het veroorzaken van het soort commotie dat Goode en Chaiklin nodig hebben om weer vijf nieuwe afleveringen te vullen. Waarbij steeds nadrukkelijker de vraag opspeelt of Tiger King de weerslag is van wat er sowieso zou zijn gebeurd in de louche wereld van de grote katachtigen of dat al die spannend bedoelde verwikkelingen, al dan niet met medeweten van de makers, speciaal voor de serie in scène worden gezet.

Toneelstukjes of niet, elke vorm van entertainment, spanning en humor, die van dat eerste Tiger King-seizoen nog een ‘guilty pleasure’ maakte, is uit dit bloedeloze vervolg verdwenen. De bekende verhaallijnen voelen uitgekauwd, het nogmaals afspeuren van doodgelopen sporen levert nauwelijks iets op en de nieuwe intriges willen maar niet beklijven. Dan resteert plat kijkvermaak dat niet eens vermaakt.

Foto-Eddy: De Negatieven Van Mijn Vader

NTR

Voor een artikel voor Vrij Nederland over de autolobby en Neerlands overvolle wegennetwerk zou hij halverwege de jaren zeventig de fotografie verzorgen. Enkele dagen voor de deadline overlegde Eddy de Jongh een enorme stapel foto’s op de redactie van het weekblad. ‘Er stonden bijna geen auto’s op’, herinnert een collega zich nog altijd verbaasd. ‘Doodstille straten’, vertelt een ander. Eddy haalde hulpeloos zijn schouders op: ‘Ja, ze waren er niet.’ Nog jaren later kreeg de schrijver van het artikel, Gerard Mulder, volgens eigen zeggen af en toe telefoontjes van de fotograaf. ‘Die zei dan met een soort grafstem: kijk op de klok. Ik zei: ja, het is vijf uur. Dan zei ie: en geen files! Ik zeg het je maar even: geen files!’

Zulke verhalen waren er in overvloed over Eddy de Jongh (1920-2002), die tevens jarenlang voor het NOS Journaal werkte. Was het onhandigheid of opzet, onderdeel van een soort zelfvernietiging? Zoon David gaat in de documentaire Foto-Eddy – Negatieven Van Mijn Vader (83 min.) uit 2013 met collega’s, andere kinderen en ex-vrouwen (vijf in getal, David is uit huwelijk vier) op onderzoek uit in het turbulente leven van zijn vader. De naam Foto-Eddy kreeg hij omdat er nog een andere Eddy in de familie was, een neef die internationale faam zou verwerven als kunsthistoricus. Ofwel: Kunst-Eddy. Ze waren de enige twee van hun familie, niet-gelovige Joden, die de Tweede Wereldoorlog overleefden.

Dat leek heel lang geen thema in het leven van Eddy de Jongh. Althans, er werd niet over gesproken. Er waren ook genoeg andere gespreksonderwerpen: drank, schulden en vrouwen bijvoorbeeld. Altijd weer vrouwen. ‘Bij elk opwaaiend zomerjurkje gingen de hormonen alweer de Bolero dansen’, zegt een vriendin. ‘Een rokkenjager eerste klas’, noemt een collega hem. ‘Verliefd zijn is een ziekte’, constateert Eddy zelf in één van de interviews, vastgelegd op ouderwetse audiocassettes, die David ooit met hem deed. ‘Maar een heerlijke ziekte.’ Nadat hij zich een delirium had gedronken en daarna even was opgenomen in een psychiatrische kliniek beschreef Eddy ’t aan Davids moeder Toos ooit als volgt: ‘Het neuken staat mij nader dan het lachen.’

Zo’n vent – een flierefluiter waar je nooit helemaal nooit vat op kreeg, een kerel die de oorlog de leukste tijd van zijn leven noemde en een man waarop je met geen mogelijkheid boos kon worden en die zijn laatste echtgenote tóch tot razernij dreef – is natuurlijk een tot de verbeelding sprekend filmpersonage. David de Jongh smeedt Eddys lotgevallen bovendien hoogstpersoonlijk aaneen met een nuchtere voice-over, onderkoelde humor en swingende jazzmuziek (die de man zelf ook wel had kunnen waarderen). Behalve een fijn postuum portret van zijn vader is Foto-Eddy ook een boeiend document geworden over de tijd dat Vrij Nederland nog de dienst uitmaakte in de door allerlei kleurrijke figuren bevolkte journalistiek.

En te langen leste bleken die autoloze wegen zowaar ook nog hun eigen verhaal te hebben…

Foto-Eddy: De Negatieven Van Mijn Vader is hier te bekijken. En op David de Jonghs YouTube-account zijn allerlei extra’s te vinden.

La Educación De Luca

IDFA

Als zijn peuterzoontje Luca, kind van een Nederlandse vader en Cubaanse moeder, opgegroeid in Parijs, later iets wil begrijpen van zijn eigen oorsprong, dan moet hij dit verhaal kennen volgens Salvador Gieling. Hij gaat Luca dus het tragische relaas van zijn Cubaanse oom Ezequiel vertellen. Die had een eigen stuk land, verkocht een koe en werd gearresteerd.

En dat is al bijna meer dan de documentairemaker had mogen vertellen. ‘Je kunt deze zaak best bespreken, zolang je maar aan de oppervlakte blijft’, waarschuwt zijn schoonmoeder via de telefoon alvast Salvadors vrouw Belga. Dus: niet vertellen waar hij wordt vastgehouden, niet gaan graven naar de reden voor zijn straf en ook niet de hoogte daarvan naar buiten brengen. En al helemaal geen pleidooi houden voor ‘s mans onschuld, natuurlijk!

Toch vertrekken Salvador en Belga met hun kind naar haar geboorteland Cuba, voor wat La Educación De Luca (Engelse titel: Lessons For Luca, 88 min.) moet worden. Een taak waaraan zijn oma, ooms, tantes en nicht van moederskant uiteindelijk tóch een bijdrage willen leveren. Ze dompelen de kleine jongen onder in de zaak Ezequiel, het verhaal van zijn boerenfamilie uit het dorp Sibanicú en de recente geschiedenis van het Cubaanse platteland.

Via hun persoonlijke boodschappen voor Luca, en gesprekken daarover met diens ouders, ontwikkelt zich een fraaie en warmbloedige vertelling over gewone Cubanen, die leven in een land dat nog altijd in de geest van Fidel Castro wordt geregeerd. ‘El Commandante’, bijna een halve eeuw Cuba’s onbetwiste leider, betitelde koeienvlees ooit als het ‘rode goud’ en lanceerde een ambitieus programma, waarmee het Caribische eiland Nederland naar de kroon zou gaan steken als melkproducent.

Hoe vrij konden en kunnen burgers zijn in zo’n strak geleid natie? Volgens Luca’s moeder Belga, die het land is ontvlucht, hebben alle Cubanen moeten leren om gehoorzaam te zijn. Als het aankomt op vrijheid, ben je nergens zo vrij als hier, stelt haar oom Quirito nochtans, de oudste broer van de onfortuinlijke Ezequiel. ‘Hier in Cuba is de vrijheid geweldig.’ Hij specificeert: ‘Je kunt hier lopen waar je wilt, maar alleen als je het juiste pad neemt.’

Zulke ‘vrijheid’ en wat die in de praktijk inhoudt voor een gewone Cubaanse plattelandsfamilie wordt in deze oogstrelende film, voorzien van een sfeervolle soundtrack door cellist Ernst Reijseger, op een weldadige manier over het voetlicht gebracht. Het is een les die de kleine Luca, als hij eenmaal groot genoeg is om ‘m te kunnen bevatten, ongetwijfeld in zijn oren zal knopen. Ook al gaat het volgens Ezequiel om niet meer dan ‘een onbelangrijke episode voor het Cubaanse platteland’.

Mayor Pete

Prime Video

Pete en Chasten hebben onlangs hun pasgeboren tweeling voorgesteld aan de rest van Amerika. Dat is op zich niets bijzonders: ze gedragen zich gewoon als trotse ouders, die het blijde nieuws willen delen met de wereld. Dat blijde nieuws komt dan wel van twee mannen. Getrouwde mannen, welteverstaan. Waarvan er één, Pete Buttigieg, in 2020 bovendien de eerste openlijk homoseksuele presidentskandidaat uit de Amerikaanse historie was. En diezelfde Pete is nu de eerste openlijk homoseksuele minister in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Niet slecht voor ‘een Maltees-Amerikaanse, linkshandige, episcopale, homoseksuele oorlogsveteraan’, die ook al burgemeester was van South Bend, Indiana. Mayor Pete (97 min.) dus. Een man die met zijn kandidatuur voor het presidentschap doelbewust het beeld probeert bij te stellen dat Amerikanen hebben van wie of wat een politicus kan zijn. Tegelijkertijd moet hij er rekening mee houden dat zijn seksualiteit voor sommige landgenoten een onbelangrijk detail is, terwijl het voor anderen zo’n beetje zijn raison d’être is als politicus – of, voor opponenten, reden genoeg om hem te beledigen of ridiculiseren.

Campagne voeren gaat hem desondanks gemakkelijk af, getuige deze documentaire van Jesse Moss, waarin hij wordt gevolgd tijdens zijn opmars bij de Democratische voorverkiezingen. Buttigieg lijkt een natuurtalent. Zelfs als er in zijn eigen gemeente een bescheiden Black Lives Matter-storm opsteekt, trotseert hij die met verve. Waar de meeste politieke docu’s overlopen van conflict, schandalen en slinkse trucs, moet Mayor Pete het echter vooral hebben van het historische karakter van Buttigiegs kandidatuur en de ernst, overtuiging en integriteit waarmee hij zijn missie uitdraagt. In de politiek komt het volgens hem aan op: het spel leren spelen, zonder dat het spel jou verandert.

Dat is een loffelijk uitgangspunt, maar geen basis voor een campagnedocu op het scherpst van de snede à la The War Room of Weiner. Mayor Pete is niettemin een interessante film geworden. Over een man die zo nu en dan echt even in zijn binnenste laat kijken, bijvoorbeeld als hij spreekt over de worsteling met zijn homoseksualiteit, en die zich gaandeweg steeds comfortabeler begint te voelen binnen zijn politieke missie. Zodra duidelijk wordt dat de Democratische nominatie desondanks buiten handbereik blijft, werpt hij opvallend kalm de handdoek in de ring en brengt Moss de film toch adequaat naar een climax, met behulp van Lou Reeds klassieke song Perfect Day.

Als politicus lijkt Pete Buttigieg een nieuwe generatie Witte Mannen te vertegenwoordigen. Wie weet waar het hem, na zijn jaren als minister van Transport in de regering Biden, ooit nog brengt…

Mijn Ouders Zijn Gescheiden

EO

‘Je weet dan’, zegt een meisje, ‘vanaf dat moment wordt alles anders…’ Alle kinderen in de korte jeugddocu van Eef Hilgers kennen dat moment: dat je ouders vragen of je even bij hen wilt komen zitten en dat jij even later de grond onder je voeten voelt wegzakken. Ze gaan scheiden! Hilgers ontvangt haar hoofdpersonen in een compleet wit decor, in een leven dat van elke kleur lijkt te zijn ontdaan, en laat hen daar tot in detail vertellen over ‘die ene dag’ dat hun leventjes helemaal op hun kop werden gezet. De toonzetting is direct, speels en humorvol. Zwaar en toch geen zware kost.

Vanaf Dat Moment Wordt Alles Anders (21 november) is de eerste van vier fijne jeugddocumentaires die onder de noemer Mijn Ouders Zijn Gescheiden worden uitgezonden. Verhalen die vanuit de belevingswereld van de kinderen worden verteld en die aantrekkelijk zijn vormgegeven. In Scheids! Wissel! (28 november) portretteert Tim van Gils bijvoorbeeld de twaalfjarige Din. Ze hebben het nodige met elkaar gemeen: beiden kind van gescheiden ouders en gek van voetbal. Terwijl ze praten over hoe Dins ouders gingen scheiden, wordt de twaalfjarige jongen gevolgd tijdens een wedstrijd, die grondig wordt ontregeld. Een ietwat opzichtige metafoor voor hoe ook Dins leven door beslissingen van anderen een andere wending heeft gekregen. In een nieuwe wereld met nieuwe regels vindt hij opnieuw zijn weg. Hij pikt zelfs een doelpuntje mee.

Voor de negenjarige Levin zijn vakanties behalve leuk ook wel verwarrend. Want haar ouders mogen dan uit elkaar zijn, ze gaan nog wel elk jaar gezamenlijk op vakantie. Zijn ze dan misschien Half Gescheiden?! (5 december), vraagt Levin zich af in een joyeuze korte film van Nina de Vriendt, die aandoenlijke scènes van het ‘gezin’ paart aan geinige animaties, enkele goedgekozen liedjes en rake bespiegelingen van de hoofdpersoon zelf. ‘Mijn ouders snappen zelf ook niet helemaal hoe erg ze nou gescheiden zijn’, constateert die ontwapenend. En het heeft eerlijk gezegd ook nadelen, zo’n halfbakken scheiding. Sommige andere kinderen mogen twee keer op vakantie.

‘Scène 1: introductie’, leest de hoofdrolspeelster en scenarioschrijfster van Safiya The Movie (12 december) voor. ‘Safiya, elf jaar oud zit achter een bureautje. Voor haar ligt een script. Ze slaat de eerste pagina om.’ Safiya voegt meteen de daad bij het woord. ‘Ze krijgt naar de crew achter de camera.’ Die krijgt er een stralende glimlach bij. ‘Verder gaan?’, vraagt het meisje aan regisseur Huibert van Wijk. ‘Ja’, antwoordt die. En dus vertelt Safiya, die heel veel van acteren houdt, over hoe haar ouders zijn gescheiden toen zij één jaar was. Sindsdien heeft ze een ‘bonusgezin’. Samen met andere leden speelt ze vervolgens sleutelscènes uit haar eigen leven na in dit hartverwarmende portret, waarin het gegeven dat Safiya het contact met haar vader verloor toen hij in aanraking kwam met de politie een centrale rol speelt.

Stuk voor stuk brengen deze korte jeugdfilms in een slordige vijftien minuten een belangrijk thema uit het leven van veel opgroeiende kids terug tot kinderlijke proporties. En dan blijken ze ook voor ouderen heel goed te verhapstukken.