Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam

‘Jij goddeloze hoer.’

‘Ik ga je neuken.’

‘Je moet worden doodgestoken.’

Zomaar wat reacties die Seyran Ates op social media krijgt. Zowel rechts als links kunnen haar bloed soms wel drinken. Conservatieve moslims moeten bijvoorbeeld niets hebben van de seksuele revolutie die de vrijdenker bepleit in de islam. En linksmensen en feministen hebben dan weer flinke kritiek op haar verzet tegen hoofddoekjes, die zij als een wapen van het patriarchaat ziet. De Turkse activiste en juriste, sinds haar jeugd woonachtig in Duitsland, wordt er alleen maar strijdbaarder van.

Vanwege haar baanbrekende boeken gaat ze al meer dan tien jaar met beveiliging door het leven. En, oh ja, ook vanwege de progressieve Ibn Rushd-Goethe-moskee in Berlijn, waar mannen, vrouwen en LGBT’ers van harte welkom zijn. En waar vrouwen als imam kunnen functioneren, dat ook. In dit opzicht is ze een geestverwant van Sherin Khankan, de gedreven moslimfeminist uit de documentaire The Reformist die zich in Denemarken beijvert voor een vooruitstrevende islam.

In Seyrans moskee heeft ook haar neef Tugay z’n plek gevonden. Na de dood van z’n vader dreigde hij te radicaliseren, vertelt hij in Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam (82 min.). Zijn tante nam hem net op tijd onder haar hoede. Anders was de tiener, die al jaren met een geheim rondliep, volgens eigen zeggen beslist de geschiedenisboeken ingegaan als dader van een terroristische aanslag. De dreiging van fundamentalistisch geweld speelt sowieso een belangrijke rol in deze stevige film.

Regisseur Nefise Özkal Lorentzen begeleidt Seyrans activiteiten met een jazzy soundtrack en gestileerde sequenties en laat de activiste met haar moeder en zus bovendien met speelgoedtreintjes, blokken en huisjes haar jeugd reconstrueren. Ze volgt haar ook tijdens het zendingswerk dat ze in de hele wereld verricht. Ates bezoekt bijvoorbeeld een herdenkingsbijeenkomst voor de terroristische aanslagen in Madrid en ontmoet nabestaanden van een slachtoffer van Anders Breivik.

In haar jonge jaren blijkt ze zelf ook een traumatische ervaring te hebben opgelopen. Ontspannen liggend op een matje in het park vertelt ze over de gebeurtenis die haar heeft gemaakt tot de uitgesproken moslimvernieuwer die ze nu is. In haar eigen moskee neemt Seyran Ates vervolgens lacherig met Tugay de respons daarop door: een archiefmap met verwensingen en bedreigingen. Hoewel haar (anonieme) opponenten creatief te werk proberen te gaan, is er één constante.

‘Uiteindelijk ben ik’, constateert ze met een zekere berusting, ‘toch altijd weer een hoer.’

Snelle: Zonder Jas Naar Buiten

Netflix

Nee, het is niet zo dat hij altijd al voorbestemd was om volle zalen te trekken: Lars Bos uit het Gelderse dorp Gorssel. Een hele gewone jongen, met een schisis bovendien. En als het grote succes dan tóch komt, onder zijn nom de plume Snelle, en de gelegenheid zich aandient om dat in heel het land hoogstpersoonlijk in ontvangst te komen nemen, slaat het Coronavirus toe en wordt de ‘singer-songrapper’ gedwongen om pas op de plaats te maken, in een speciaal voor het werk op de kop getikte flat te Diemen en op een jurystoel van het televisieprogramma The Voice Kids.

Intussen moeten ook zijn Gelderse vrienden, die zijn opmars in de afgelopen jaren hebben ondersteund en begeleid, elders hun heil zoeken. Het is een klassieke catch-22: de artiest die door zijn succes letterlijk wordt losgezongen van zijn achtergrond en natuurlijke omgeving. Snelle worstelt ermee. Net als met de roem die hem ten deel is gevallen en de druk die er daardoor op hem wordt uitgeoefend. Zie daar het, op zichzelf weinig opzienbarende, centrale drama van de documentaire Snelle: Zonder Jas Naar Buiten (89 min.), die enkele weken geleden is ‘aangekondigd’ met het nieuws dat de hoofdpersoon vanwege oververmoeidheid een pauze inlast.

De documentaire van Anne de Clercq wordt alleen nooit meer dan een tamelijk vlakke biografie, opgehangen aan een actueel haakje. Een prima platform ook om zijn nieuwe single, die toevallig dezelfde titel draagt, te lanceren. In de film komt natuurlijk Snelle’s complete entourage aan het woord: moeder Saskia, vader Jan, opa Willem, vriendin Sterre, collega Maan, platenbaas Jebroer en de kameraden die hem ter zijde staan als manager, muzikale partner of tourmanager. Zoals deze film vanzelfsprekend ook privèfilmpjes, videoclips en achter de schermen-werk van het gesleutel aan nieuwe hits bevat. En, ja, de hoofdpersoon komt sympathiek over, heeft ook best wat te melden en laat zo nu en dan zeker iets over zichzelf los.

Doordat De Clercq het complete Snelle-verhaal wil vertellen, komt de kijker echter ‘weinig over veel’ te weten. Terwijl ‘veel over weinig’ wellicht interessanter was geweest. Misschien zit ‘t ook in de hoofdpersoon zelf en is Snelle misschien toch nét iets te veel Lars Bos om interessant documentaire-materiaal te zijn. Om het te vertalen naar zijn muziek: hij lijkt uiteindelijk meer op Acda & De Munnik, niet voor niets zijn grote inspiratiebron, dan op pak ‘m beet Boef, die hem ooit na een sessie op het hiphopplatform 101Barz op weg hielp. Dat wordt ook duidelijk zichtbaar in de ontknoping van dit portret. Waar zijn controversiële concullega in de docuserie Gewoon Boef moederziel alleen eindigt in een protserige villa, gaat Snelle, als de verstandige jongen die hij nu eenmaal is, toch weer huiswaarts.

The Year Earth Changed

Apple TV+

Als wij even pauze inlassen, constateert ‘s werelds bekendste bioloog David Attenborough, krijgt de aarde de gelegenheid om rustig adem te halen. Voor de natuurlijke habitat van de mensheid en de andere bewoners daarvan is het Coronavirus, en de bijbehorende lockdown, waarschijnlijk dus niets minder dan een zegen. Economische drukte heeft plaatsgemaakt voor weldadige stilte, wilde Afrikaanse dieren worden niet meer gevolgd door hordes toeristen en de lucht is zo schoon dat ze in de Indiase stad Jalandhar voor het eerst in dertig jaar Himalaya-bergtoppen kunnen zien.

Zo bezien was 2020, The Year Earth Changed (48 min.), zonder enige twijfel een hoopvol jaar. En laat het dan maar aan Attenborough en zijn machtige stem over om daar een heuse belevenis van te maken. Schildpadden, walvissen en dolfijnen beginnen weer te floreren. Bedreigde diersoorten als cheeta’s, zeepaardjes en berggorilla’s maken ineens kans om te overleven. En in de bebouwde kom van een behoorlijke stad, ergens in de wereld, kunnen zich doodgemoedereerd herten, nijlpaarden of pinguïns melden.

In een adembenemende scène eigent een luipaard zich bijvoorbeeld een verlaten safariresort in het Zuid-Afrikaanse Mpumalanga toe, tot ontsteltenis van de aanwezige cameraploeg. Het imposante roofdier begint daar zijn eigen ‘all you can eat’-feestje te vieren. Ook indrukwekkend: hoe een Indiase gemeenschap, om zijn eigen oogst te beschermen, rond de akkers speciale gewassen plant om een uitgebreide olifantenfamilie van eten te voorzien en nog eens glorieus in die opzet slaagt ook.

Op zulke momenten oogt deze vanzelfsprekend weer oogstrelende documentaire van Tom Beard bijna als een promotiefilm voor het Wereld Natuur Fonds. Met een stichtelijke boodschap bovendien: mens en dier kunnen wel degelijk coëxisteren. Toch valt uit deze natuurdocu ook een andere boodschap te destilleren: de aarde zou wellicht een stuk beter af zijn zonder de mens. Of in elk geval: zonder een groot deel van de mensheid. Zodat de natuurlijke balans kan worden hersteld.

Die boodschap zal Sir David Attenborough vermoedelijk alleen nooit in de mond nemen.

The People Vs. Agent Orange

IDFA

‘Als je denkt dat je te klein bent om het verschil te maken, heb je nog nooit met een mug van doen gehad.’

Terwijl Agent Orange vanaf 1971 niet meer gebruikt mocht worden bij de oorlog in Vietnam, bleven ze het ontbladeringsmiddel gewoon gebruiken in Amerikaanse natuurgebieden. In Oregon zag Carol Van Strum wat de gevolgen daarvan bij haar thuis waren: haar kinderen werden ziek, hun tuin veranderde in een woestenij en de hond ging dood. Ze kon niet meer lijdzaam toekijken. Met de actiegroep Citizens Against Toxic Sprays (CATS) begon Carol informatie te verzamelen over de ontbladering van haar leefomgeving. Die strijd duurt tot op dag van vandaag en heeft haar echt ongelooflijk veel gekost – méér dan wat een mens eigenlijk kan dragen.

In Vietnam is Tran To Nga, die een kind verloor als gevolg van het gebruik van Agent Orange, ondertussen ook in het geweer gekomen. Ze heeft de producenten aangeklaagd. Hun herbicide werd ingezet als chemisch wapen, om delen van haar land te ontdoen van begroeiing die de communistische vijand kon beschermen. Agent Orange heeft in Trans land uiteindelijk gewerkt als een massavernietigingswapen, waarvan de schade ruim een halve eeuw later nog altijd zichtbaar is. Dat wordt in The People Vs. Agent Orange (87 min.) treffend geïllustreerd met een schokkende scène in een Vietnamees kinderziekenhuis. 

Gaandeweg onthullen de filmmakers Kate Taverna en Alan Adelson hoe diep de beerput eigenlijk is, zowel in Vietnam als in de Verenigde Staten zelf, en hoezeer de dreggers daarvan, weggezet als notoire complotdenkers, zijn tegengewerkt. Door de Amerikaanse overheid en de betrokken multinationals: verdwenen bewijsmateriaal, intimidatie en – naar het zich laat aanzien – bruut geweld. Zulk onrecht kan eigenlijk geen mens onberoerd laten. De volksgezondheid – niet alleen van voormalige vijanden, maar ook van gewone Amerikaanse burgers – is rücksichtslos opgeofferd voor bedrijfs- of regeringsbelangen.

Voor Carol en Tran wordt de strijd intussen een race tegen de klok: leven ze lang genoeg om hun recht te halen of hebben hun tegenstrevers uiteindelijk toch een langere adem? Dat is om woest van te worden.

Why Did You Kill Me?

Netflix

Op het social mediaplatform MySpace zoekt Angel contact met Jokes. ‘Hou je van me?’ wil ze van hem weten. ‘Dat weet je toch?’ antwoordt hij. ‘Zeg het dan’, probeert ze hem uit te dagen. Hij gaat overstag: ‘Ik hou van je.’ Stap voor stap werkt Angel vervolgens toe naar de belangrijkste vraag die ze nog voor hem heeft: ‘Waarom heb je me vermoord?’.

Het is een intrigerende opening voor de true crime-documentaire Why Did You Kill Me? (84 min.) van Fredrick Munk. Het vervolg mag er eveneens wezen: Belinda Lane, de moeder van het slachtoffer, reconstrueert met behulp van een maquette en speelgoedautootjes wat er op die fatale 24 februari 2006 is gebeurd met ‘Angel’, de 24-jarige Crystal Theobald.

De witte Ford Expedition van William ‘Jokes’ Sotelo heeft daarin in elk geval een prominente rol gespeeld. Maar wie heeft de fatale schoten gelost? En welke rol speelt de 5150-bende, die al enige tijd de dienst probeert uit te maken in Riverside, een voorstad van Los Angeles? Moeder Belinda gaat, met de hulp van een handig nichtje, undercover op MySpace.

Met het nodige kunst- en vliegwerk weet ze informatie te verzamelen over wat er met Crystal kan zijn gebeurd en wie daarin waarschijnlijk een rol heeft gespeeld. Intussen krijgt de kijker een inkijkje in het grimmige milieu waarbinnen het drama zich heeft afgespeeld: ‘low life America’, waar armoe, (huiselijk) geweld en verslaving een perpetuum mobile van ellende veroorzaken.

Belinda Lane is daarvan zelf een treffend voorbeeld. Ze is waarschijnlijk een stuk jonger dan haar afgetobde hoofd doet vermoeden. Een ondergebit zou ook al heel veel helpen. Uit alles spreekt dat haar leven, ook al vóór Crystals gewelddadige dood, een aaneenschakeling van malheur was. In de zaak van haar dochter komt ze zichzelf nog eens knoerthard tegen.

En tóch, ook tot haar eigen verbazing, vindt ze zowaar iets van verzoening. Daar zit uiteindelijk ook de voornaamste meerwaarde van deze degelijke true crime-productie, die voorzichtig aanschurkt tegen bijdetijdse genretoppers als Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud, maar dat niveau zeker niet haalt.

Once Aurora

IDFA

‘Het beste aan muziek is dat het niet kan sterven’, zegt ze in een filosofische bui.

Aurora Aksnes vervolgt: ‘Elke keer als ik een liedje schrijf raak ik een stukje van mezelf kwijt.’

‘Ik ben er nog steeds niet zeker van dat ik artiest wil worden’, constateert de Noorse tiener ook. ‘Het is gewoon gebeurd.’

‘Ik heb een gecompliceerde relatie met mijn debuutalbum’, stelt ze even later. ‘De muziek deed gewoon pijn. Als ik ooit nog een liedje moet uitbrengen waaraan ik zelf een hekel heb, stop ik ermee.’

Aldus popster tegen wil en dank AURORA (let op: hoofdletters!).

Bij aanvang van deze persoonlijke documentaire wordt er nochtans ‘gewoon’ een nieuwe langspeler van haar verwacht. Dat ‘altijd moeilijke tweede album’ zelfs. Dit proces wordt in Once Aurora (71 Min.) door Benjamin Langeland en Stian Servoss van zeer dichtbij gevolgd. Intussen zit hun frêle protagonist ook nog midden in een uitputtende wereldtournee.

Die duivelse combinatie dreigt de sensitieve tiener boven het hoofd te groeien. Haar strenge manager stuurt niettemin aan op radiohits. Steun en toeverlaat Magnus vraagt zich af of hij nog wel in haar begeleidingsband past. En Aurora’s fans willen haar zien en aanraken (terwijl ze toch echt een hekel heeft aan knuffelen). Een catharsis lijkt bijna onvermijdelijk.

Op een iets beperktere schaal koerst deze fijne film zo door dezelfde wereld als de epische documentaire over Billy Eilish: The World’s A Little Blurry. Met een introverte outsider die in het middelpunt van de belangstelling komt te staan en daardoor moet afzien van elke vorm van persoonlijke ruimte, óók doordat zij, of iemand in haar directe omgeving, ermee heeft ingestemd dat alles van dichtbij wordt vastgelegd door een camera.

Once Aurora, sfeervol en opwindend gemonteerd, documenteert hoe de spanning in en rond de feeërieke singer-songwriter naar aanzienlijke hoogte oploopt en is er bovendien getuige van hoe Aurora vervolgens het heft bij AURORA weer in handen probeert te nemen. Want achter dat flegmatiek ogende meisje gaat een krachtige artistieke persoonlijkheid schuil, die precies weet wat ze wil. En wat niet.

Journey To Utopia

We dragen bij aan onze eigen ondergang, constateert Erlende E. Mo terwijl hij aan het begin van deze persoonlijke documentaire z’n huidige bestaan opneemt: met zijn vrouw en kinderen woont de filmmaker in een idyllische boerderij te Noorwegen, die al een hele tijd in de familie is. Maar hoe lang is hen dit, gezien de klimaatcrisis, nog vergund? En hoe ziet de toekomst van hun kroost er dan uit?

Zulke kleine – en tegelijk ook heel grote – vragen liggen ten grondslag aan Journey To Utopia (59 min.). De oplossing die Erlende en zijn gedreven vrouw, operazangeres Ingeborg, kiezen ligt op het eerste gezicht minder voor de hand: het hele gezin verhuist naar Denemarken, om daar onderdeel te worden van Permatopia, een leefgemeenschap die volledig zelfvoorzienend moet worden.

Één klein probleem: als ze ter plaatse aankomen in het plaatsje Karise, is er nog geen schop in de grond gegaan. Hebben we de realiteit verlaten voor een onbereikbare droom? vraagt Erlende zich af. Zijn idealistische echtgenote wil echter van geen wijken weten. Een strijd tussen droom en daad tekent zich af in deze egodocu. Kún je in de westerse wereld eigenlijk nog wel het verschil maken?

Man en vrouw komen intussen recht tegenover elkaar te staan. Ieder met z’n eigen project: zij met dat vervloekte droomthuis, hij met die vervloekte film daarover. En hoe houden hun kinderen zich staande binnen die nieuwe sociale omgeving, waar hun persoonlijke ruimte is én wordt beperkt? De familie ziet zich genoodzaakt om de gemaakte keuzes nog eens goed tegen het licht te houden.

Deze treffende documentaire maakt inzichtelijk hoe lastig het kan zijn om de daad bij het woord te voegen en echt een ander leven te gaan leiden. En dan betreft het hier nog een gezin, dat de financiële middelen heeft om even lekker door de lucht te fietsen en dan toch weer veilig op aarde te landen, in een woning die van alle moderne gemakken is voorzien. Dat is niet elke familie vergund.

Of kunnen ze zich die keuze, met het oog op toekomstige generaties, uiteindelijk helemaal niet veroorloven?

They Call Me Dr. Miami

Met vermeldingen in songs als I Don’t Care, Cuddle My Wrist en 4 AM droegen de rappers Snoop Dogg, Future en 2 Chains eraan bij Dr. Miami een begrip werd in de Amerikaanse plastische chirurgie. Dé man om een snelle ‘boob job’, ‘tummy tuck’ of ‘butt lift’ te krijgen. Op social media laat deze karikaturale variant op onze eigen Robert Schumacher zich ook zelf niet onbetuigd. Via popi filmpjes op Instagram en Snapchat geeft hij potentiële klanten alvast een kijkje in zijn catalogus, operatiekamer of slechte gevoel voor humor.

Achter het personage van de supersnelle dokter, die je voor een paar duizend dollar van een ‘perfect’ en volstrekt inwisselbaar uiterlijk kan voorzien, blijkt in deze documentaire van Jean-Simon Chartier de gladjanus Michael Salzhauer schuil te gaan. Deze Joodse businessman hoopt dat hij nog maar een dikke tien jaar hoeft te werken en daarna lekker kan gaan rentenieren. Tot die tijd gaat hij z’n product ongegeneerd aan de man/vrouw brengen – en die op de loer liggende burn-out op afstand proberen te houden.

Die geldingsdrang moet zijn onzekerheid compenseren, stelt echtgenote Eva in het tamelijk treurige portret They Call Me Dr. Miami (78 min.). Ze lijkt zich soms behoorlijk te generen voor de publieke escapades van haar man, die zich voor wat extra aandacht nergens voor lijkt te schamen en die thuis bovendien de gelovige familieman uithangt. Salzhauers dochter heeft zich zelfs afgewend van de sociale media. Dat lijkt bepaald geen onnatuurlijke reactie voor een kind dat zich moet zien te verhouden tot een vader, die zo’n beetje alles representeert wat de influencer-cultuur zo intens leeg kan maken.

Al te veel om het lijf heeft deze film, die met de Franse slag ook nog wat ethische kwesties rond cosmetische chirurgie aan de orde stelt, uiteindelijk niet. Het is vooral een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks zijn innig beleefde relatie met het Joodse geloof, met recht een plastic arts mag noemen.

Only The Devil Lives Without Hope

Herrie

‘Ik weet niet hoe hij er nu uitziet’, constateert Dilya Erkinzoda in de winter van 2016 over haar broer. ‘De enige foto die ik van Iskandar heb, is een paspoortfoto van toen hij 25 was.’ Inmiddels zit Iskandar Choedajberganov al zestien jaar in een Oezbeekse gevangenis. Volgens zijn zus, die tegenwoordig in Zweden verblijft, vanwege ‘religieuze en politieke redenen’. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij bomaanslagen in de hoofdstad Tasjkent in februari 1998 en heeft levenslang gekregen.

Amnesty International bekommert zich ook om zijn lot, maar komt niet eens in de buurt van de beruchte Jaslyk-gevangenis waar de ‘moslimextremist’ zit opgesloten. Ze moeten het doen met satellietfoto’s. Intussen blijft zijn zus onvermoeibaar voor Iskandars vrijlating ijveren. Als lid van de organisatie Moeders Tegen De Doodstraf En Marteling verzet ze zich tegen het schrikbewind van de dictator ter plaatse, president Islam Karimov. Vooralsnog zonder al te veel resultaat. Of het moet zijn dat Iskander nooit ter dood is gebracht.

Only The Devil Lives Without Hope (58 min.) is de weerslag van Erkinzoda’s jarenlange strijd om gerechtigheid, die een nieuwe wending lijkt te krijgen als Karimov overlijdt en diens opvolger Sjavkat Mirzijojev mogelijke herziening van vonnissen aankondigt. Tegelijkertijd ontstaan er spanningen in haar huwelijk met een Oezbeekse man. Is Dilya’s echtgenoot Anvar wel wie hij leek te zijn? En wat betekent dit dan voor de zaak van haar broer?

Via de strijdbare Oezbeekse vrouw en haar ontmoetingen met familieleden, een journaliste in ballingschap, andere mensenrechtenactivisten, een lid van de oppositie en Iskanders jeugdvriend Bekzod, die samen met hem werd gearresteerd, schetst documentairemaker Magnus Gertten in deze schrijnende film een wereld waarin vrijheid van meningsuiting een voorrecht is dat alleen aan de regerende elite is voorbehouden. En alle anderen moeten voortdurend op hun tellen passen.

En dan meldt ineens Iskandar zich, via zijn nieuwe advocaat. Met een boodschap die Dilya en haar familie helemaal uit het lood slaat…

We Are Fucked

‘Dames, zouden jullie het pand willen verlaten, alstjeblieft?’ zegt de beveiliger tegen de drie jonge vrouwen die halfnaakt in de etalage van de H&M-winkel zijn gaan staan. ‘Ik zit vastgeplakt met superlijm’, reageert Robin Bruisje gevat. ‘Sorry.’

H&M maakt zich volgens haar schuldig aan ‘grootschalige green washing’. De activiste van Extinction Rebellion eist dat de winkelketen z’n deuren sluit. Intussen is de politie ook gearriveerd. Die sommeert de demonstranten om het pand te verlaten. Even later worden ze zelfs aangehouden vanwege huisvredebreuk. Één kleine uitdaging nog: die handen moeten losgeweekt worden van de winkelruit.

Robin is één van de vele jongeren die zich zorgen maken over de toekomst van de aarde. ‘Je woont in een huis met alle mensen waar je van houdt’, legt ze uit. ‘En je ziet dat dit in brand wordt gestoken. En je staat ervoor en het enige wat je hebt is een gieter.’ Die onmacht zet ze om in dadendrang. Soms loopt ze met een megafoon door een drukke winkelstraat en houdt haar gehoor, of ze dat nu willen of niet, voor ‘dat het anders moet en anders kan’.

In de korte documentaire We Are Fucked (24 min.) worden nog twee jonge activisten geportretteerd. Armando van Vlastuin is met zijn studie technische bedrijfskunde gestopt om zich volledig te kunnen richten op Extinction Rebellion. Dat levert bepaald niet alleen lof op. En de zestienjarige Melih neemt, in navolging van klimaatactiviste Greta Thunberg, deel aan stakingen en activiteiten van Fridays For Future. Thuis kampt hij met een vader die klimaatontkenner is en een moeder die vindt dat hij gewoon vlees moet eten.

Via drie gedreven jongeren portretteert regisseur Eef Hilgers zo een nieuwe generatie aardbewoners die, met een ferme combinatie van ouderwets engagement en hedendaagse middelen, de wereld wil veranderen. Achter al dat idealisme gaat oprechte zorg schuil. Over een wereld die wel eens ten onder zou kunnen gaan. Noem het klimaatdepressie of ecorexia. Het is de tol die zij moeten betalen voor het gedrag van eerdere generaties.

Mae West: Dirty Blonde

‘When I’m good, I’m very good’, lacht ze schalks naar de man in haar armen. ‘But when I’m bad I’m better.’ Gewiekst speelde actrice Mae West (1892-1980) haar imago van wellustige blondine in talloze speelfilms uit. Ook al leverde haar dat in 1927 zowaar een gevangenisstraf van acht dagen op, vanwege onzedelijk gedrag in een theatervoorstelling. Intussen zette ze zo echter de toon voor sterke vrouwen van later datum, die zich niet schamen voor hun sex appeal, zoals Marilyn Monroe, Madonna en Beyoncé.

In Mae West: Dirty Blonde (52 min.) – een titel die ook zomaar op een schmutzige VHS-cassette had kunnen staan – belichten Sally Rosenthal en Julia Marchesi het leven en de carrière van de flamboyante actrice, die in de jaren dertig uitgroeide tot de grootste Hollywood-ster van haar tijd. Wests sexy imago en dubbelzinnige opmerkingen maakten haar echter tot een ideaal doelwit voor moraalridders, die de mannenvreetster als een bedreiging voor de goede zeden van gewone Amerikanen beschouwden..

Deze smakelijke tv-docu, opgebouwd rond zwart-foto’s van de femme fatale met de scherpe tong en treffende scènes uit haar vele films, duikt met haar biograaf, historici, schrijvers, journalisten en een burlesque- en drag-artiest diep in het fenomeen Mae West, zonder dat de vrouw erachter heel duidelijk tevoorschijn komt. Die bleef tot op hoge leeftijd, eerst in Las Vegas en daarna gewoon weer in films, haar kunstje doen. ‘Is that a gun in your pocket’, fleemt ze bijvoorbeeld op 85-jarige leeftijd, in de film Sextette uit 1977, tegen de toenmalige hunk George Hamilton. ‘Or are you just glad to see me?’

This Is A Robbery: The World’s Biggest Art Heist

Netflix

Rond het Isabella Stewart Gardner Museum kon het jaarlijkse ‘Carnaval’ elk ogenblik losbarsten. Terwijl de rest van Boston, ‘de Ierse hoofdstad van de Verenigde Staten’, zich op zondag 18 maart 1990 opmaakte voor de Saint Patrick’s Day-parade, ontdekten medewerkers van het museum echter dat er was ingebroken. Dertien kunstwerken bleken gestolen. Van illustere namen als Rembrandt, Vermeer en Manet. ‘De grootste kunstroof ooit’, schreeuwden kranten en televisiezenders. Geschatte schade: ettelijke honderden miljoenen dollar.

De bewakers van het Gardner-museum waren, gekneveld met duct tape, achtergelaten in de kelder. Ze verklaarden dat ze die nacht werden overweldigd door enkele als agent vermomde mannen. Toch lijkt de kraak van de vierdelige serie This Is A Robbery: The World’s Biggest Art Heist (210 min.) bij nadere beschouwing een stuk minder professioneel dan je op basis van de buit zou verwachten. De rovers hebben enkele kostbare schilderijen gewoon laten hangen en zijn ogenschijnlijk tamelijk klunzig te werk gegaan. En aan wie kun je zulke wereldberoemde werken eigenlijk verpatsen?

Hoewel er verdachten te over zijn – één van de beveiligers, een beruchte kunstdief en de plaatselijke georganiseerde misdaad, de Ieren dan wel de Italianen – is de zaak ruim dertig jaar na dato nog altijd niet (helemaal) opgelost. Regisseur Colin Barnicle loopt met direct betrokkenen, politieagenten, journalisten, advocaten en kunstkenners de verschillende onderzoekspistes af en probeert verdachten weg te strepen, om zo bij de echte daders te komen. Als die daadwerkelijk in beeld lijken te komen, resteert er nog één vraag: waar is de gestolen kunst?

Van een vaardig vertelde whodunnit, waarin met de regelmaat van de klok een potentiële rover achter de tralies of onder de zoden verdwijnt, wordt deze miniserie zo een zoektocht naar de verdonkeremaande werken: liggen ze ergens bij een pseudo-Soprano in de achterbak? Hangen ze aan de muur bij een kunstconnaisseur zonder scrupules? Of zijn ze allang weggerot in het één of ander vochtig magazijn? Én, als ze ooit nog voor de dag komen, is het dan vooral als handig ‘verlaat de gevangenis zonder te betalen’-kaartje?

Van een slim opgebouwde rondleiding door het doolhof dat is opgetrokken rond de Gardner-roof wordt This Is A Robberty uiteindelijk ook een aansprekend portret van de penoze van Boston. De serie eindigt daardoor een stuk grimmiger dan de oorspronkelijke inbraak in het museum deed vermoeden.

Mères

IDFA

‘Ik weet zeker dat mijn zus dit nooit zou doen’, zegt een jongen tijdens een bijeenkomst op de universiteit in de Marokkaanse stad Ait Melloul. ‘De vrouw die dit heeft gedaan kan niet doen alsof ze een slachtoffer is. Ze heeft het zelf gedaan. En ze is dus ook zelf verantwoordelijk voor het kind.’ Het meisje kan volgens hem niemand iets verwijten. ‘Ik ben het ermee eens dat het kind slachtoffer is, maar de moeder niet. Die is gewoon schuldig.’

De man die het ongehuwde meisje zwanger heeft gemaakt, valt in elk geval niets te verwijten, meent de student. Hij oogst een beleefd applaus, aan het begin van de documentaire Mères (62 min). ‘Ik ben het met je eens dat het meisje verantwoordelijk is’, reageert Mahjouba Edbouche, de moderator van de bijeenkomst over zwangerschappen buiten het huwelijk. ‘Ze denkt er te gemakkelijk over. Maar er zijn toch echt twee mensen nodig om een kind te maken.’

De Marokkaanse feministe Edbouche beijvert zich al jaren voor de positie van ongetrouwde ouders. Dat is lang niet altijd gemakkelijk. De vrouwen die zich, meestal hoogzwanger, melden in haar huis voor ongehuwde moeders, Oum al Banine in Agadir, willen bijvoorbeeld vaak twee dingen die met geen mogelijkheid zijn te verenigen: stiekem het kind krijgen en blijven verzorgen en intussen gewoon verder gaan met hun leven, alsof er helemaal niets gebeurd is.

Buitenechtelijke seks is volgens de Marokkaanse wet vergelijkbaar met prostitutie en kan hen op gevangenisstraf komen te staan, variërend van één maand tot een jaar. Tegelijkertijd zou een jongen die een minderjarig meisje heeft bevrucht zomaar kunnen worden veroordeeld vanwege verkrachting. Het is een soort mijnenveld, waardoorheen Mahjouba en haar medewerkers zich een weg proberen te banen. Voor hen kan ouderschap in elk geval nooit strafbaar zijn.

Documentairemaker Myriam Bakir kijkt mee als ze jonge (voor de film geanonimiseerde) vrouwen opvangen, de acute paniek proberen te bedwingen en met hen een plan de campagne voor de nabije toekomst proberen op te stellen. Daarbij hoort vaak ook het contacteren van de ouders van de aanstaande moeder, die vaak nog van niets (zeggen te) weten. Dit zorgt voor aangrijpende scènes, waarin angst, schaamte en verantwoordelijkheidsgevoel om voorrang vechten.

Het is bewonderenswaardig hoe Mahjouba Edbouche en haar medewerkers, soms directief en dan weer ‘leading from one step behind’, langs alle gevoelens en maatschappelijke conventies laveren, om zo tot een bevredigende oplossing te komen voor (groot)ouder en kind. Mères (Engelse titel: Mothers) weet dat delicate werk op een serene manier te vangen.

306 Hollywood

Het huis aan 306 Hollywood Avenue in Newark, New Jersey, was al verkocht. En toen bleek dat Jonathan en Elan Bogarín toch nog geen afscheid konden nemen van hun oma Annette Ontell, die daar maar liefst 67 jaar had gewoond. Ze kregen twaalf maanden respijt van hun moeder Marilyn om grootmoeders huis en spullen te bekijken, sorteren en arrangeren. De kleding die ze ontwierp en zelf ook droeg. Al wat er is overgebleven van hun jong overleden oom David. En de kunstgebitten van opa Herman, die een prachtig tableau kunnen vormen met zijn tandenborstels.

Broer en zus vergelijken de onderneming met een archeologische opgraving, waarbij ditmaal een compleet leven wordt blootgelegd en tentoongesteld. Ze hebben daarbij tevens de beschikking over gefilmde interviews die ze tussen haar 83e en haar 93e deden met oma Annette en gaan tijdens hun zoektocht naar wat er na de dood overblijft van het leven ook te rade bij een archeoloog, uitvaartverzorger, bibliothecaris, modeconservator, natuurkundige en de archivaris van een puissant rijke familie. Want welke waarde moet er worden toegekend aan de restanten van het bestaan van een heel gewone vrouw zoals hun grootmoeder?

Dat blijkt toch vooral te zitten in de blik waarmee dat erfgoed wordt bezien. Annettes jurken zijn bijvoorbeeld beeldschoon. Paste ze er op latere leeftijd nog in? Haar dochter Marilyn heeft het eens samen met haar uitgeprobeerd. Dit resulteert in een lange en aandoenlijke scène, die buitenstaanders toch een wat voyeuristisch gevoel geeft. Even later komen die jurken in deze sprankelende film opnieuw tot leven als ze de ranke lichamen van jonge brunettes omspannen. Die gaan er bovendien ‘spontaan’ van dansen in de voortuin van het huis.

Zulke plotselinge oprispingen van magisch realisme, waarbij ook de feeërieke soundtrack een hoofdrol claimt, geven 306 Hollywood (94 min.) een onmiskenbaar joyeuze feel. Die wordt nog eens versterkt door de speelse verteltrant: Jonathan en Elan doen hun verhaal via een soort permanente dialoog. ‘Er is een reden dat mensen geen huizen aanhouden waarin ze niet wonen’, concludeert Jonathan als ze bij hun ‘opgraving’ overal schimmel tegenkomen. ‘Brood van vorig jaar’, toont Elan vervolgens een bedorven boterham. Haar broer vult aan: ‘gefillte fisch uit het vorige decennium’. Waarna zijn zus ‘toiletpapier uit de vorige eeuw’ vindt.

Uiteindelijk stuiten ze op een audiocassette met de mysterieuze titel ‘The Fighting Ontells’. Alle familieleden zijn er zowaar op te horen. Ruziënd, dat wel. ‘Wacht eens even’, denkt Jonathan hardop. ‘Tien maanden lang hebben we met al die spullen geprobeerd om het verleden weer tot leven te wekken. Met het aanzetten van die tape zijn we er ineens.’ En met behulp van de enorme telescoop die toch niets staat te doen in huis en de inzet van enkele lipsynchroon opererende acteurs kunnen ze hun grootouders nog zien ook!

Al die bravoure en humor kunnen evenwel niet verhullen dat deze betoverende film, die zich direct in je systeem nestelt, in wezen gaat over rouw, weemoed en het accepteren van die twee nauwelijks te bevatten waarheden van het leven: dat elke dag maar één keer kan worden geleefd en dat iemand die eenmaal weg is, hoezeer je het ook probeert, echt nooit meer terugkomt. Alleen de herinnering blijft – en spullen die deze ongenadig kunnen kietelen.

Q: Into The Storm

HBO

Vanuit de duisterste uithoeken van het internet – 8chan, een online forum waar iedereen anoniem kan publiceren – heeft zich in de afgelopen jaren een geheimzinnige klokkenluider gemeld, die regelmatig cryptische boodschappen afgeeft aan een groeiende schare volgelingen. Deze QAnon – of kortweg: Q – lijkt te opereren als een soort gezichtsloze generaal voor Donald Trump en lanceert de ene na de andere complottheorie over de oorlog van de ‘deep state’ tegen de president.

Documentairemaker Cullen Hoback gaat in de zesdelige serie Q: Into The Storm (356 min.) op zoek naar wie deze mysterieuze bron, die steeds rept over ‘the calm before the storm’, zou kunnen zijn. Volgens aanhoudende geruchten houdt hij/zij zich op in de directe omgeving van de voormalige Amerikaanse president. Is het misschien Trumps voormalige spin doctor Steve Bannon, de omstreden generaal Michael Flynn of toch de Republikeinse dirty trickster Roger Stone?

Voor zijn onderzoek belandt Hoback op de Filipijnen, waar drie andere verdachten zijn neergestreken. In Manila is bijvoorbeeld 8chan-ontwerper Fredrick Brennan woonachtig, een internetwizard die vanwege de aandoening Osteogenesis Imperfecta al zijn hele leven in een rolstoel zit. Hij is inmiddels in onmin geraakt met oud-militair Jim Watkins en zijn nerdy zoon Ron, die het digitale prikbord tegenwoordig in bezit hebben.

De drie gedragen zich als de nét iets te vet aangezette personages uit een tweederangs spionagefilm. Ze flirten voortdurend met hun mogelijke relatie met Q en ontkennen uiteindelijk toch elke betrokkenheid. Terwijl zij van dat schimmenspel lijken te genieten, vallen de theorieën van QAnon intussen in vruchtbare aarde bij zogenaamde QTubers als Dustin Nemos, Craig James en Liz Crokin. Zij hebben inmiddels een dagtaak aan Q – en, dat ook, verdienen er een aardige boterham aan.

Dat resulteert in ronduit absurde taferelen. Zo stelt Craig James, die vol overgave zijn eigen platform Just Informed Talk beheert, bijvoorbeeld met een stalen gezicht tegen Cullen Hoback dat er een epische strijd komt tussen echte patriotten zoals hij en de neppatriotten van links. Gevolgd door: ‘En die gaan we helemaal uitmoorden.’ De diepgelovige kolos steekt zijn duim omhoog. Hij moet er zelf smakelijk om lachen.

‘Het is een psychologische operatie van het allerhoogste niveau’, constateert Nick Noe, een ex-militair en medewerker van de afvallige generaal Paul Vallely, even later over Q. Daarna begint hij aan een paranoïde verhaal over de dood van Osama Bin Laden. Die zou volledig in scène zijn gezet. Noe wordt meermaals onderbroken door een puberaal boerende en lachende James. De bizarre claim zal enige tijd later niettemin gewoon worden geretweet door Donald Trump.

Wat in de beginjaren misschien nog kon doorgaan voor (onsmakelijke) spielerei, heeft gezien bijvoorbeeld de terroristische aanslag op een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch in 2019 en de bestorming van het Capitool op 6 januari jongstleden dan allang een levensecht karakter gekregen. De samenzweringstheorieën van en rond QAnon hebben wel degelijk consequenties in het echte leven. De Qanon-storm dreigt inderdaad op te steken.

Tijdens zijn even trashy als intrigerende tocht langs alle randfiguren, die het dark web rond Q bevolken en die ook in de gewone mensenwereld voor meer dan genoeg spanning en sensatie zorgen, komt Cullen Hoback intussen tot zijn eigen theorie over wie of wat QAnon nu precies is: complete complotgekte, psychologische oorlogsvoering of toch een volledig uit de hand gelopen prank die allang niet meer leuk is?

Fly So Far

IDFA

Dertig jaar gevangenisstraf. Na de moord op je eigen kind. Wij zouden ‘t een miskraam noemen. Een afschuwelijk ongeluk. Of een doodgeboren kind. In het zwaar katholieke El Salvador, waar een onvoltooide zwangerschap direct verdacht is, kan dat de moeder evenwel op een verblijf in de gevangenis komen te staan. Teodora del Carmen Vásquez, de hoofdpersoon van Fly So Far (89 min.) werd bijvoorbeeld beroofd in de bus. Daarna viel ze, hoogzwanger, op haar buik. Op 13 juli 2007 ging het mis.

Vásquez zit inmiddels meer dan tien jaar vast. Ze dacht in eerste instantie dat ze de enige was in de Ilopango-vrouwengevangenis die voor dit ‘vergrijp’ achter slot en grendel was gezet. Tegenwoordig weet ze wel beter. De 34-jarige vrouw heeft zich opgeworpen als woordvoerster van Mujeres Libres, een groep van ruim twintig moeders die het dragen van het verdriet om een verloren kind moeten combineren met de ontberingen van het gevangenisleven. En dat is in Latijns-Amerika bepaald geen sinecure.

Tegenover deze strijdbare vrouwen, die gaandeweg Amnesty International aan hun zijde krijgen, staat een krachtige pro-life beweging – mannen natuurlijk – die zich sterk maakt om abortus koste wat het kost strafbaar te houden in El Salvador en die ook nauwelijks genade kent als er onverhoopt iets misgaat tijdens een zwangerschap. Dit resulteert onvermijdelijk in een publieke confrontatie, waarna het uiteindelijk toch weer mannen zijn die over het lot van de vrouwelijke gedetineerden mogen beslissen.

Regisseur Celina Escher schaart zich achter Vásquez en haar vrouwen en verbeeldt met stemmige animaties ook enkele van hun persoonlijke verhalen. De tragiek ligt er duimendik bovenop: terwijl ze worden geconfronteerd met één van de grootste drama’s van hun leven, rukt justitie hen ruw weg uit hun gewone leven, waarbij er bovendien vaak nauwelijks gelegenheid is om afscheid te nemen van eventuele andere kinderen. Dat drama drijft deze geïnspireerde en inspirerende film, die aan het eind alleen wel erg veel tijd neemt voor de uitlopers van de triestige kwestie.

Trump Takes On The World

VPRO

Een golf van ontzetting gaat op dit moment door de wereldwijde journalistiek: het besef begint in te dalen dat Donald Trump – om zijn illustere voorganger Richard Nixon te parafraseren – er niet meer is om als voetveeg te gebruiken (en de kijkcijfers op te krikken). In documentaireland kunnen ze gelukkig nog wel even vooruit met de voormalige Amerikaanse president, die in slechts vier jaar elke denkbare code, norm of grens voor zijn ambt heeft geschonden.

In zijn buitenlandbeleid bijvoorbeeld. En dat begint en eindigt in het drieluik Trump Takes On The World (177 min.) met twee woorden: America en First. Die betekenden bij de start van Trumps ambtstermijn een enorme cultuurshock na het behoedzame/laffe (*) internationale opereren van zijn voorganger Barack Obama (waarvan het laatste jaar werd gevangen in de observerende documentaire The Final Year). Die schok werd ook gewoon gevoeld door zijn eigen medewerkers, bekennen veiligheidsadviseurs zoals H.R. McMaster, John Bolton en K.T. McFarland, minister van defensie James Mattis, de economisch adviseurs Gary Cohn en Larry Kudlow, en de Amerikaanse NAVO-ambassadeur, Kay Bailey Hutchison. Als de spreekwoordelijke ‘adults in the room’ moesten ze hun eigen president in het gareel zien te houden.

Daarmee is de sprekerslijst van deze gedegen serie van Tim Stirzaker, namens het toonaangevende Britse productiehuis Brook Lapping, overigens nog niet compleet. Ook de Franse president François Hollande, de Australische premier Malcolm Turnbull, de ministers van buitenlandse zaken van Groot-Brittannië en Iran, en de ambassadeurs van Duitsland, Groot-Brittannië en Israël geven acte de présence. Gezamenlijk bevestigen ze het beeld van een leider die erg gevoelig is voor pracht en praal, spierballenvertoon en vleierij. Een man bovendien die er zeer onconventionele ideeën en methoden op nahoudt – of gewoon totaal geen idee heeft van wat hij aan het doen is. En dat zorgde internationaal voor heel wat verwarring, woede en onzekerheid.

Sommigen wisten Trump voor hun karretje te spannen, anderen kregen met geen mogelijkheid vat op hem of werden stelselmatig geschoffeerd. Positief bezien: hij schudde de zaken behoorlijk op. Binnen de NAVO, in het Midden-Oosten of ten aanzien van Aziatische leiders als Kim Jong-un en Xi Jinping, de thematiek van de drie afleveringen. Louter rituele diplomatie, zonder het idee dat er ook daadwerkelijk iets bereikt kan of moet worden, was er niet meer bij. Daarvoor bleek de leider van de westerse wereld veel te onvoorspelbaar. Met de regelmaat van de klok liet hij een golf van ontzetting door de bedaagde wereld van de internationale diplomatie gaan.

En zoals ook een stilstaande klok wel eens de juiste tijd aangeeft, lijkt de impliciete boodschap van deze grondige terugblik op ’s mans mondiale ambities, zo had ook het zelfverklaarde ‘stable genius’ ‘t wel eens bij het rechte eind met zijn ongegeneerde Diplomatie Van de Grote Bek.

(*) doorhalen wat niet van toepassing is

John Wayne Gacy: Devil In Disguise

‘Ik zie niet in hoe ik antisociaal kan zijn als ik toch zoveel contacten met andere mensen onderhoud’, zegt de man aan de andere kant van de tafel licht verontwaardigd. ‘En hoe zit het dan met die meervoudige persoonlijkheidsproblematiek?’ wil zijn gesprekspartner weten, tijdens een interview dat nooit eerder was te zien. Oh, dat? Dat was vooral een probleem van enkele gekke doktoren. Toen ze langskwamen, had hij zich nog netjes voorgesteld: ik ben John Wayne Gacy, de politicus, de clown, de familieman en de zakenman. ‘De volgende dag stond er in de krant dat ik een meervoudige persoonlijkheid had!’

De gesprekken die Gacy in 1992 met de legendarische FBI-profiler Robert Ressler had – niet vanwege zijn veelzijdige bestaan, maar vanwege de bijna dertig lijken die in de kruipruimte van zijn huis werden aangetroffen – vormen het hart van deze zesdelige docuserie over één van de beruchtste seriemoordenaars aller tijden. Hier is, zoveel is duidelijk, een monster aan het woord. Of op zijn minst een zeer beschadigde man. Hij oogt niettemin als een joviale buurman, die meteen bijspringt als er een klusje moet worden gedaan. Als aannemer had hij in de regio Chicago zo ook een uitgebreid netwerk opgedaan, waarin zich tevens talloze jonge mannen bevonden. Jongens eigenlijk nog. Voor altijd. Door hem.

Drieëndertig moorden zouden er uiteindelijk officieel worden toegeschreven aan de man, die in 1978 werd gearresteerd en die, ondanks het feit dat hij in 1994 toch echt ter dood is gebracht, nog altijd voortleeft als de ultieme killerclown, Pogo. John Wayne Gacy: Devil In Disguise (310 min.) kan worden beschouwd als het definitieve verhaal van deze volledig verknipte figuur. Daarbij heeft regisseur Rod Blackhurst niet gekozen voor een dramatische, nét iets te dik aangezette true crime-‘tone of voice’ gekozen, maar eerder voor een tamelijk nuchtere toonzetting. Ingetogen bijna. Waarbij niet alleen het bizarre personage Gacy en diens gruweldaden worden uitgediept, maar waarbij er ook aandacht is voor z’n slachtoffers en zijn eigen familie, Johns zus Karen Kuzma in het bijzonder.

Behalve agenten, aanklagers en journalisten die destijds bij het onderzoek betrokken waren, komen ook Gacy’s oude celmaat, voormalige medewerkers en – via een audio-interview – zijn tweede vrouw Carole (die zich regelmatig beklaagde over de stank in huis) aan het woord. Hun herinneringen zijn aangekleed met een uitputtende collectie archiefmateriaal. Daarbij springen met name beelden uit 1969 van Gacy in een gevangenis te Iowa in het oog. Hij zat toen, lang vóórdat hij zijn moordzucht zou gaan botvieren, al een straf uit voor ‘sodomie’. Tijdens activiteiten in de keuken en in gesprekken met het bezoek is een modelgevangene te zien, een man die zijn leven heeft gebeterd en die na achttien maanden vervroegd in vrijheid zal worden gesteld. Het monster, dat zich dus al schuldig had gemaakt aan verkrachting, moest zijn ware gezicht nog tonen.

In de slotafleveringen buigt Blackhurst zich over de vragen die onbeantwoord zijn gebleven na Gacy’s executie: van extra slachtoffers tot grootse complottheorieën. Omdat overtuigende antwoorden opnieuw uitblijven, gaat de serie een beetje als een nachtkaars uit. Al heeft John Wayne Gacy: Devil In Disguise ook dan nog altijd één uitgesproken troef: de grijze, ietwat morsige man, die een ordner heeft aangelegd met gedetailleerde informatie over alle 33 slachtoffers en die intussen tegenover Ressler stellig blijft beweren dat hij daar toch echt niets mee te maken heeft. Iemand die niet beter weet zou hem inderdaad voor een sociale vent kunnen verslijten.

Banksy Most Wanted

Geen kunstenaar beheerst het ‘feed the beast’-principe zo goed als Banksy. Steeds weer weet de Brit, die zijn ware identiteit zorgvuldig afschermt, met zijn spraakmakende, geëngageerde werk de aandacht op zich te vestigen. Terwijl hij, althans volgens zijn voormalige manager Steve Lazarides, vermoedelijk de enige aardbewoner is die niet maalt om de door Andy Warhol aan ons allen toegezegde ‘fifteen minutes of fame’.

In het najaar van 2018 werd Banksy weer wereldnieuws toen zijn schilderij Girl With Balloon, direct nadat het voor 860.000 pond was geveild bij Sotheby’s, zichzelf begon te vernietigen. Een openlijke ‘fuck you’ naar de kunstwereld, die hij toch al geruime tijd in zijn greep houdt. Met sloganeske kunst voor de gewone werkeman, zoals een met graffiti beklede olifant, het anti-pretpark Dismaland of de omstreden sjabloonafbeelding van een Israëlische soldaat die het identiteitsbewijs van een ezel wil zien.

Banksy Most Wanted (82 min.) start als een gedegen inleiding op het oeuvre van de wereldberoemde onbekende kunstenaar, die zich rond de eeuwwisseling als graffiti-artiest begon te manifesteren in Bristol. Anonimiteit was toen nog gewoon bittere noodzaak, hij kon immers elk ogenblik opgepakt worden door de politie. Sindsdien heeft de volksheld echter een Robin Hood-achtige allure gekregen, die het onthullen van zijn identiteit tot een soort internationale volkssport heeft gemaakt.

Daaraan besteden Aurélia Rouvier, Laurent Richard en Seamus Haley dan ook volop aandacht in de tweede helft van deze bijzonder vermakelijke film: wie is Banksy? Een bekende muzikant uit Bristol? Zomaar een onopvallende man? Een vrouw misschien? Of toch een collectief? Al die speculaties leiden uiteindelijk tot een ‘serieus onderzoek’, waarbij methoden worden ingezet die eerder zijn toegepast om seriemoordenaars in de kraag te grijpen. Maar of daarmee ook definitief uitsluitsel kan worden verkregen over de echte naam van dit ontregelende fenomeen?

Banksy Most Wanted vergroot het mysterie uiteindelijk alleen maar en zet zo het zoeklicht nog eens nadrukkelijk op zijn/haar/hun voornaamste kunstwerk: Banksy zelf.

Demi Lovato: Dancing With The Devil

YouTube

Nu gaan ze, zangeres Demi Lovato en de mensen uit haar directe omgeving, wél de waarheid vertellen. Hand op het hart. Niet zoals in die nooit uitgebrachte documentaire, waarin Demi werd gefilmd tijdens haar wereldtournee van 2018 en iedereen nog netjes de schijn ophield. Totdat dit – doordat Demi op 23 juli wereldnieuws werd via een bijna fatale overdosis – met geen mogelijkheid meer was vol te houden en het filmen rigoureus werd gestopt. Einde tourfilm.

Welkom échte documentaire: Demi Lovato: Dancing With The Devil (88 min.). Alhoewel, écht? Deze serie van regisseur Michael D. Ratner, bestaande uit vier handzame delen, komt gewoon uit de koker van Team Demi. We mogen nu toch wél over de heroïne vertellen? vraagt één van de sprekers halverwege de eerste aflevering voor de zekerheid. Het antwoord luidt bevestigend. Welke verhalen echter niet in het gekozen narratief passen en dus toch nog binnenskamers worden gehouden, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Als we dat al zouden willen.

Niet dat er op het eerste oog veel onbesproken blijft in dit onthullende portret: seksueel misbruik, eetstoornissen, verslaving, automutilatie en psychiatrische problematiek. Behalve de hoofdpersoon zelf komt ook Demi’s complete entourage aan het woord: haar moeder, zussen, stiefvader, beste vrienden en een hele zwik medewerkers: een personal assistent, business manager, hoofd beveiliging/stafchef, case manager, choreograaf/creatief directeur en ook nog een ‘gewone’ manager. Voor de zekerheid komt Demi er nog wel even naast zitten of spoort ze hen vooraf aan om vooral de complete waarheid te vertellen – en, waar nodig, hun eigen naam te zuiveren.

Dat voelt allemaal heel Amerikaans: elk dieptepunt blijkt uiteindelijk vooral een aanloop naar een moment van diep inzicht. Het probleem is alleen: die diepere inzichten, zo blijkt uit archiefmateriaal, heeft ze al eerder gehad. En die hebben uiteindelijk dan toch weinig effect gesorteerd. In dat verband zou het interessant zijn geweest als ook Lovato’s vorige management, dat haar ten tijde van die overdosis in 2018 aan strikte regels onderwierp en dat sindsdien aan de kant is geschoven, spreektijd had gekregen. Wat zou dit voor effect hebben gehad op dat roestvrijstalen narratief van in de diepste put vallen en er weer geheel gelouterd uitklimmen?

Échte reflectie – op hoe een leven in de spotlights, vanaf heel jonge leeftijd, jou en je omgeving tekent – ontbreekt evenwel in deze échte documentaire, die uiteindelijk toch eerst en vooral weer een promotool lijkt. Want Demi Lovato: Dancing With The Devil wordt natuurlijk opgeleverd met een gelijknamige hitsingle. En in de bijbehorende videoclip speelt ze, ter leering ende vermaeck, haar eigen overdosis nog eens vol overgave na. Dat kun je dapper noemen. Of smakeloos.