
Het verhaal wil dat Errol Morris in Vernon, Florida (55 min.) belandde omdat hij daar een saillante kwestie ging onderzoeken: in het Amerikaanse stadje werden in de jaren vijftig en zestig namelijk zoveel verzekeringsclaims ingediend vanwege tragische ongelukken, waarbij iemand een ledemaat was kwijtgeraakt, dat het verdacht was. Ze deden het toch niet expres?
Op die documentaire, met de werktitel Nub City, zat echter bepaald niet elke bewoner van het gehucht in Florida te wachten. Na tal van bedreigingen liet de eigenwijze filmmaker zijn oorspronkelijke plan varen, ten faveure van een groepsportret van enkele inwoners van het typische ‘southern town’, om zo het wezen van de plaatselijke gemeenschap bloot te leggen – al kan dat natuurlijk ook gewoon een Broodje Aapverhaal zijn.
Zoals er in Morris’ tweede film, de opvolger van zijn tragikomische debuut Gates Of Heaven (1979), wel vaker sterke verhalen worden verteld. Door lokale mannen die duidelijk genieten van de aandacht die hen ten deel valt. Een wormenkweker, een jager en een dominee bijvoorbeeld. Zij dissen hun lotgevallen, filosofieën en herinneringen met het nodige drama, theater en (onbedoelde) humor op voor Morris’ camera.
Deze vermakelijke praatfilm uit 1981 is tamelijk sober van opzet en komt nooit echt op tempo. De documentaire is daardoor nauwelijks te vergelijken met latere films van Errol Morris, die worden gekenmerkt door virtuoos geframede interviews, ravissante vormgeving en een stuwende soundtrack. Samen vormen ze echter een geheel eigen universum, dat regelmatig gefronste wenkbrauwen en een besmuikte glimlach oproept.
Vernon, Florida staat of valt met de personages, stuk voor stuk kleurrijke representanten van een welhaast vergeten Amerika, en de dingen die hen van het hart moeten over pak ‘m beet de kalkoenjacht, het menselijke brein en alle mogelijke betekenissen van het woord ‘therefore’. ‘We hadden een zes-minuten-regel’, legde Morris ooit uit. ‘Hou je mond en laat mensen zes minuten aan het woord, dan bewijzen ze vanzelf hoe gek ze eigenlijk zijn.’
Over verzekeringsfraude, en wat die kost, zwijgen ze echter als het graf.


















