Making Marie Antoinette

c: Eleanor Coppola / vanaf vrijdag 6 november op MUBI

Haar motivatie voor deze film lijkt heel particulier: Eleanor Coppola wil simpelweg haar kind aan het werk zien en een rol spelen in haar wereld, schrijft ze in haar dagboek.

Zo is de Amerikaanse documentairemaakster in 2005 op de filmset van Sofia’s nieuwste project terechtgekomen: Marie Antoinette, een film over de jonge en decadente Franse koningin (1753-1799), die de hongerende Franse bevolking, bij gebrek aan brood, aanraadde om dan maar cake te gaan eten. Eleanor Coppola (1936-2024) maakt er zo’n tachtig uur aan making of-materiaal, voor een belangrijk deel op Milena Canonero‘s kostuumafdeling. Die beelden blijven echter altijd op de plank liggen. Totdat zowel Sofia als zijzelf niets beters hebben te doen tijdens de Corona-lockdown van 2020.

Na de dood van haar moeder in 2024 heeft Sofia Coppola de documentaire Making Marie Antoinette (86 min.) zelf afgemaakt. Ze ziet zichzelf natuurlijk terug in haar moeders observerende film en hoort intussen haar gedachten, vastgelegd in dat dagboek en ingesproken door de Amerikaanse actrice Diane Lane. Waarom haar dochter, die eerder de succesvolle speelfilms The Virgin Suicides (1999) en Lost In Translation (2003) heeft gemaakt, bijvoorbeeld altijd vrouwelijke hoofdpersonen kiest, die zich geïsoleerd en onbegrepen voelen? Alsof ze Sofia wil vragen: voel jij je ook zo?

Eleanor is overigens geen groentje in het making of-genre. Eerder registreerde ze hoe haar echtgenoot en Sofia’s vader Francis, regisseur van de Godfather-trilogie, bijna ten onder ging aan de slopende opnames voor zijn Vietnam-klassieker Apocalypse Now. Haar documentaire Heart Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (1991) werd eveneens een ijkpunt in de filmhistorie. Daarmee vergeleken ogen het budget voor Sofia’s film (40 miljoen dollar), de beoogde draaitijd (57 dagen) en de opnamelocaties (enkele plekken in Frankrijk, waaronder het kasteel van Versailles) nog héél bescheiden.

Hetzelfde geldt voor deze making of. Een hoestende regisseur is toch écht iets anders dan een hoofdrolspeler, die in de Filipijnse jungle een hartaanval krijgt. Eleanor laat niettemin een dokter komen. Die stelt bronchitis vast bij haar dochter. Ze vraagt bij acteurs zoals hoofdrolspeelster Kirsten Dunst en Jason Schwartzman (Louis XVI) ook nog wel eens naar de bekende weg. Hoe het was om te werken met Sofia? Alsof ook maar iemand het in z’n hoofd haalt om dan te antwoorden: nepobaby, bakt er eerlijk gezegd weinig van, ik zal blij zijn als ik weer met een echte regisseur mag werken.

Making Marie Antoinette is duidelijk gemaakt vanuit een moederhart. Afgerond bovendien door het object van haar liefde, een filmmaakster die haar sporen inmiddels echt wel heeft verdiend en die nu ook haar eigen making of-docu, waarin ze als een redelijk relaxte vrouwelijke regisseur de scepter zwaait op de set, heeft mogen maken. Als eerbetoon aan de vrouw die zo graag een rol wilde spelen in haar wereld – en die zich tegelijkertijd afvroeg of ze zo langzamerhand niet eens voor haar eigen creatieve proces moest gaan, in plaats van het observeren van het creatieve werk van haar familie.

Based On A True Story

Walter Stokman / Kassander Films

Op 27 maart 1973, halverwege de documentaire Based On A True Story (71 min.), krijgt het liefdesverhaal van John Wojtowicz en Liz Eden een dramatische wending. Een klein jaar eerder, in augustus 1972, heeft Wojtowicz, samen met z’n kompanen Sal en Robert, het Chase Manhattan Bank-filiaal in New York beroofd. Deze overval vormde het uitgangspunt voor Sidney Lumets Oscar-winnende film Dog Day Afternoon (1975), waarin Al Pacino excelleerde als de onnavolgbare Wojtowicz.

Zo’n dertig jaar later wil de Nederlandse filmmaker Walter Stokman de man zelf aan het woord laten over die ene onbezonnen actie, waarmee hij wereldnieuws werd en die hem ook een gevangenisstraf heeft bezorgd. Wojtowicz is alleen nogal een typisch heerschap. Als Stokman hem belt, krijgt hij eerst ‘zijn zoon’ aan de lijn. Z’n ‘vader’ John is alleen tussen middernacht en zes uur ’s ochtends bereikbaar, waarschuwt die. Hij hangt bovendien op als ie niet meteen het afgesproken wachtwoord hoort: The Dog.

Zo komt een serie intrigerende telefoongesprekken op gang tussen de documentairemaker en zijn beoogde hoofdpersoon, die bizarre ontboezemingen paart aan onmogelijke (financiële) eisen. Terwijl hij tot filmafspraken probeert te komen met John Wojtowicz, spreekt Stokman alvast met zijn ex-vrouw Carmen, slachtoffers van de overval, politiemensen en regisseur Sidney Lumet en scenarioschrijver Frank Pearson, de verantwoordelijken voor de speelfilmversie van Wojtowicz’s wanhoopsdaad.

Naar verluidt wilde hij met de opbrengst van de bankberoving, die uitliep op een chaotische gijzeling, een geslachtsveranderende operatie financieren voor zijn vriend Ernie Aaron, ofwel Liz Eden. Of dat ook werkelijk z’n bedoeling was? Feit en fictie lopen continu door elkaar heen in de wereld van John Wojtowicz. Aan Walter Stokman de schone taak om het kaf van het koren te scheiden in deze film, die ook de waarheid van de filmversie van de gebeurtenissen afzet tegen wat er werkelijk is gebeurd.

Want ook Pearson heeft zich vrijheden gepermitteerd, die vervolgens direct hun weerslag hadden op het leven van de man waarop hij zijn belangrijkste personage baseerde. Laverend tussen al deze versies van de waarheid probeert Stokman, die zijn belevenissen met de onberekenbare Wojtowicz inkadert met een persoonlijke voice-over, de bankoveral in z’n context te plaatsen en intussen zijn eigen film tot een goed einde te brengen. Beide missies lopen samen op en worden succesvol afgerond.

En dan wordt het dus, halverwege Based On A True Story, 27 maart 1973, de dag waarop Ernie definitief Liz wordt. ‘Daarna heb ik haar nooit meer gezien’, vertelt Wojtowicz. Ze kwam naar de gevangenis en zei: m’n dokter en iedereen die ik ken raadt contact met je af.’ Sindsdien is er geen contact meer tussen de man en de vrouw voor wie hij een bank overviel.

In 2013 verscheen er overigens nóg een documentaire over John Wojtowicz: The Dog. Of hij daarin ongebreideld zijn eigen waarheid kan ventileren….

Motherboard

Tull Stories / Autlook / VPRO / vrijdag 13 november, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Ze is er zelf van overtuigd dat ze het allerlaatste moment dat haar zoon nog écht een kind was heeft vastgelegd. Jim is een jaar of dertien en samen met haar, zijn moeder, op vakantie in Lissabon. Hij dartelt langs het strand, springt over de golven en zegt dat ie van haar houdt. Tegelijk spreekt het ontwapenende joch ook voor het eerst uit dat ie zijn vader wil ontmoeten.

Daar zit een heel verhaal achter, weet zij, zijn moeder Victoria Mapplebeck. Ze was 38 toen ze zwanger van die man raakte. Ze hadden elkaar leren kennen via een datingbureau en waren welgeteld vier keer samen uit geweest. Toen hij een vaderschapstest wilde doen, om zeker te weten dat Jim echt zijn zoon was, wist Victoria het zeker: ze zou het verder alleen moeten doen.

Met haar camera heeft ze sindsdien vastgelegd hoe haar kind is opgegroeid. Als Jim contact wil opnemen met zijn vader, heeft Victoria alleen net heel slecht nieuws gehad, dat alles op het spel zet. Ook dan blijft zij, de voormalige televisiemaker, hun leven echter documenteren. Motherboard (86 min.) is de intieme weerslag van hoe het de twee verder vergaat, in tijden die veel van hen vragen.

Met bij elkaar geklutste privébeelden, gesprekken, voicemails en social media-posts heeft Mapplebeck een verhaallijn gedestilleerd uit de twintig jaar waarin ze als alleenstaande ouder, zo goed en zo kwaad als dat ging, zowel samen met hem als soms ook tegenover haar zoon, Jim naar volwassenheid probeert te loodsen. Daarbij is die afwezige vader altijd aanwezig op de achtergrond.

Deze egodocu lijkt soms net zo chaotisch als het leven zelf. Achteraf valt daar misschien een idee uit te halen, maar op het moment dat het wordt geleefd, in het hier en nu, is er vaak ook geen touw aan vast te knopen. Mapplebeck heeft de verleiding weerstaan om van alle gebeurtenissen, met de wijsheid van nu, een nette vertelling te maken, maar voor een buitenstaander was dat soms wel prettig geweest.

Motherboard heeft overigens wel degelijk structuur. Flashbacks verbinden bijvoorbeeld het heden en verleden, via liedjes en grapjes voor ingewijden. De film voelt echter als een grabbelton van gesprekjes, ervaringen en gevoelens, die met een bruuske beweging is omgekieperd. Waardoor iedereen soms even de weg kwijtraakt en dan in die symbiotische moeder-zoon relatie toch weer iets van zijn gading vindt.

Brommers Kiek’n

VPRO

Bij de start van deze ode aan de plattelandscultuur neemt Geertjan Lassche zelf even de tijd om z’n hoofdpersonen te introduceren: twee vriendengroepen uit Overijssel, twintigers uit Nieuwleusen en tieners uit Espelo, zo’n dertig kilometer verderop. ‘Genoeg geluld’, sluit de filmmaker het voorstelrondje ook al snel weer af. ‘Geen diepzinnig geouwehoer. Daar zijn we hier niet van. We gaan gewoon kijken en beginnen met het laatste en eerste feest van het jaar.’

En daarna beperkt Lassche zich in de documentaire Brommers Kiek’n (90 min.) uit 2017 inderdaad tot observeren en registreren. Zijn subjecten lijken zich tegelijkertijd helemaal niet bekeken te voelen – vermoedelijk omdat hij als één van hen voelt en hen ook niet be- of veroordeelt. Ze werken in een boerenbedrijf, fabriek of magazijn, eten knakworsten, friet of broodjes hamburger en gaan los in hun keet, op het plaatselijke festival of in een feesttent (waar je goed met hooi kunt gooien).

Ze lijken alles best te vinden. Zolang Lassche, die zelf ook opgroeide in het Oosten van het land en daar later ook nog de docu’s Duutsers (2023) en Tik Van De Meule (2024) maakte, er maar geen ordinaire zuipfilm maakt. Aan politiek correct lijken ze verder niet te doen. Van sommige scheldwoorden, liedjes of grappen zouden ze in ‘de stad’ beslist een rolberoerte krijgen. Hier, in hun eigen wereld, maalt niemand erom. Daar doen ze gewoon normaal. Tenminste, wat voor hen normaal is.

‘Een ode aan het maaiveld – in plaats van aan degene die z’n kop boven het maaiveld uitsteekt’, noemde Geertjan Lassche de film zelf in een interview met NPO Doc. De interviews die hij met de Overijsselse jongeren deed, sneuvelden intussen in de montage. Net als de behoefte om echte hoofdpersonen te vinden en daarmee een dramatische verhaallijn te smeden. Hij maakt van zijn hoofdpersonen ogenschijnlijk inwisselbare vertegenwoordigers van hun gemeenschap.

Die film begint en eindigt bij de jaarwisseling en volgt tussendoor het ritme van de seizoenen, via ijkpunten zoals de paasvuurverbranding, een autorodeo en Fokveedag. In deze wereld zijn de jongeren tot elkaar veroordeeld, voelen ze zich geborgen en lijken de jongens ook nog steeds de boventoon te voeren. Brommers Kiek’n toont hun levens zonder waardeoordeel, met oog voor wat klopt en wringt. Als vertegenwoordigers van het platteland, dat elders niet altijd even goed begrepen wordt.

‘Zo, dat was dat’, maakt Geertjan Lassche zijn film, waarin heel veel gebeurt en uiteindelijk weinig verandert, aan het einde weer rond. ‘Het laatste en het eerste feest van het jaar is voorbij.’

La Caída De El Mayo

Netflix

Tijdens een operatie in 2001 slaat het Mexicaanse leger een belangrijke slag in de strijd tegen het Sinaloa-kartel. In een loods vinden ze zowaar een foto van één van de leiders, Ismael ‘El Mayo’ Zambada García. Tot dan toe hadden ze er geen idee van hoe hij eruit zag. Terwijl Zambada, samen met de veel bekendere Joaquin ‘El Chapo’ Gúzman Loera, het beruchte drugskartel al sinds eind jaren tachtig bestiert. Die foto was cruciaal om hem uiteindelijk te kunnen arresteren, vertelt generaal in ruste Roberto Aquilera in La Caída De El Mayo (internationale titel: The Fall Of El Majo, 84 min.). De Amerikaanse Drugs Enforcement Agency hangt meteen de halve grensstreek vol met Wanted-posters.

Het zal desondanks nog een kleine 25 jaar duren voordat El Mayo, die in tegenstelling tot zijn kompaan het liefst volledig onder de radar blijft, daadwerkelijk kan worden ingerekend. Als het criminele kopstuk op 25 juli 2024 dan eindelijk wordt gearresteerd, het startpunt van deze driedelige serie van Darren Foster en Miguel Fernández Flores, zit El Chapo overigens al zes jaar vast. De twee hebben ondertussen allebei, bij verschillende vrouwen, een hele zwik kinderen op de wereld gezet. Die vormen samen een malicieuze samengestelde familie en vertegenwoordigen tevens de volgende generatie van het kartel. En deze erfgenamen vormen ook de zwakke plek van de Godfathers Guzmán en Zambada, die zich lang onaantastbaar lijken te wanen.

Na de aanhouding van zijn partner in crime in 2018 ontstaan er problemen tussen El Mayo en El Chapo’s kinderen, Los Chapitos, die met de handel in de pijnstiller Fentanyl mede aan de basis staan van de zogeheten ‘Opioid Crisis’ in de VS. Zij lijken nóg gewelddadiger dan hun vader. In 2019 gaan ze bijvoorbeeld over tot uitzinnig geweld tijdens een confrontatie met het Mexicaanse leger in Culiacán, die de boeken ingaat als Culiacanazo. Mayo Zambada ziet het met lede ogen aan. Een confrontatie lijkt onafwendbaar. Totdat hij in 2024, samen met El Chapo’s zoon Joaquín, naar de VS wordt gevlogen en daar wordt gearresteerd. Of heeft hij toch een deal gesloten met de Amerikanen en zichzelf overgegeven? De Mexicaanse autoriteiten tasten in het duister.

Foster en Flores ontleden de jacht op de drugsbaron met vertegenwoordigers van de Mexicaanse en Amerikaanse politie, justitie en politiek, enkele misdaadjournalisten en een paar geanonimiseerde insiders, die tegenwoordig als informant werken. Zo tekenen ze op hoe Mexico, onder invloed van de kartels, volledig gecorrumpeerd is geraakt. Een narcostaat pur sang, waar het bloed rijkelijk vloeit. De drugsoorlog heeft volgens schattingen al bijna een half miljoen levens opgeëist. In Mexico is het tegenwoordig al een privilege, stelt een journaliste cynisch, als nabestaanden een lichaam hebben om uitgeleide te doen. Van menig slachtoffer wordt simpelweg nooit meer iets vernomen.

De val van El Mayo, in het kielzog van El Chapo, betekent in dat verband eigenlijk weinig, toont deze grimmige miniserie. Hun erfgenamen zetten, na de verplichte bloedige strijd om de macht, hun werk gewoon voort. En de situatie in Mexico, zo laten Foster en Flores aan het eind zien, is nog net zo hopeloos als vóór de arrestatie van de tweekoppige leiding van het Sinaloa-kartel.

De Brom Van Lansingerland

Nozem Films / VPRO

Ze hebben last van brommen, zoemen en trillingen, de bewoners van Lansingerland. Althans, sommige bewoners. Anderen horen helemaal niets – en vragen zich af waar hun medebewoners zich zo druk over maken.

Deborah Fidder en Sikko Medema trekken in deze korte documentaire naar de Zuid-Hollandse gemeente en spreken met Nicole en Susanne, die al twee jaar dagelijks overlast ervaren van De Brom Van Lansingerland (32 min.). ‘s Nachts liggen ze wakker van de bromtoon en overdag proberen ze die met allerlei kunstgrepen zoveel mogelijk onschadelijk te maken. De geluidstechnicus van Fidder en Medema krijgt de vermaledijde brom alleen ook niet helemaal te pakken.

De kwestie heeft inmiddels ook de plaatselijke politiek bereikt. Leon Erwich van de lokale partij Leefbaar 3B, bepaald niet ongelukkig met de bijnaam ‘Mister Bromsnor’, vraagt Lansingerlanders op straat naar hun ervaringen met de brom, die hij zelf overigens ook niet hoort. Verder gaat hij met Nicole en Susanne, die inmiddels een Facebookgroep hebben opgericht voor lotgenoten, op pad om te ontdekken wat hun woonplezier nu al zo’n tijd vergalt. Nicole overweegt zelfs om te verhuizen.

Via deze casus belichten Fidder en Medema in hun bijna tactiele docu, waarin ze allerlei dronegeluiden ook op het gemoed van de kijker laten inwerken, een probleem van deze tijd. In een dichtbevolkt land kunnen zonnepanelen, warmtepompen en andere laagfrequente geluiden een serieuze inbreuk op het thuisgevoel vormen. En Nederlanders die daarvan last hebben, zoals Nicole en Susanne, voelen zich machteloos. Niet alleen die brom, ook zijzelf worden niet gehoord.

De zaak ligt nu op het bordje van de net geïnstalleerde wethouder Jan Dirk van der Borg. Onderzoek heeft alleen geen oorzaak opgeleverd. En op kritiek op dat onderzoek willen zowel de wethouder als de onderzoekers zelf niet ingaan. Nicole en Susanne hebben inmiddels wel een donkerbruin vermoeden waar dat gebrom, gezoem en getril vandaan komt, maar daarmee begeven ze zich op gevoelig terrein. Want dan komen ze aan Lansingerlands economische motor.

Hallo, Ik Ben Hier

VPRO / zondag 8 november, om 19.20 uur, op NPO3

Cas (13) wordt nog wel eens vergeten in de klas. Hij is er soms wel, maar ook weer niet. Vanwege jeugdreuma kan de brugklasser uit Amstelhoek niet alle lessen bijwonen. Op zulke dagen laat hij zich vervangen door een robot. Alleen: ze vergeten best vaak om die aan te zetten. En dan zit Cas thuis maar te wachten.

Hallo, Ik Ben Hier (16 min.), denkt hij dan. Cas baalt er sowieso van dat hij regelmatig eerder naar huis moet en daardoor lessen mist, vertelt hij in deze jeugddocu van Tanja Warning. En zal hij dat bezoek aan Diergaarde Blijdorp maar aan zich voorbij laten gaan? Anders moet hij vast de hele week van het inspannende uitstapje bijkomen.

Thuisonderwijs heeft zo z’n beperkingen, laat Warning zien. Zeker als alle andere leerlingen wel ‘gewoon’ naar school komen. Het is voor Cas zo ook lastig om aansluiting te houden met zijn klasgenoten. Op zware dagen moet hij nu eenmaal die robot, zijn ogen en oren, naar de les sturen. Zodat hij straks toch naar het VWO kan.

Dit perspectief – en het feit dat Cas ook regelmatig wordt omringd door vrienden en dan leuke dingen met hen doet – zorgt ervoor dat Hallo, Ik Ben Hier Ik nooit topzwaar wordt. Zoals het een echte jeugdfilm betaamt wordt er weliswaar een maatschappelijk thema geagendeerd, maar gebeurt dit klein en met een optimistische ondertoon.

Zodat het te allen tijde fijn blijft om te kijken.

Joods

Man Op De Maan / EO / vanaf woensdag 4 november, om 20.25 uur, op NPO2

De aanleiding is helder: sinds de bloedige aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 en Israëls vernietigende reactie in Gaza zijn en voelen veel Joodse Nederlanders zich minder veilig. Camerajournalist Sahar Meradji, die veelbesproken series zoals Verdoofd, Verloren Kinderen en Moslims maakte, zoekt vijf vertegenwoordigers van deze gemeenschap in de verdrukking op en gaat in de driedelige serie Joods (142 min.) met hen in gesprek over wat het betekent om Joods te zijn in Nederland. ‘Niet in het verleden, maar nu. In het leven van alledag.’

Het orthodoxe echtpaar Sacha en Berthe bereidt zich bijvoorbeeld voor op Pesach. Sacha maakt zich tegelijk ernstige zorgen over de veiligheid van Joodse Nederlanders. ‘Ik heb genoeg derde generatietrauma om de voelsprieten daarvoor te hebben’, vertelt hij. Verder probeert verbinder Chantal de dialoog tussen verschillende partijen te stimuleren. Ze bezoekt ook een Joods theatervoorstelling die wordt opgevoerd bij een asielzoekerscentrum. Intussen gaat de student Sid op pad om de straat weer ‘Jood-vriendelijk’ te maken. Hij plakt bijvoorbeeld stickers over antisemitische boodschappen.

De 24-jarige liberale Jood Yoram is verliefd, maar niet op een Joods meisje. Als hij kinderen met haar zou krijgen, zijn die dus niet-Joods. Tot groot verdriet van zijn moeder. Want Yoram is de enige die de lijn van de familie, die is gedecimeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, kan voortzetten. Nati woont als streng orthodoxe Jood ondertussen in een studentenhuis met dertien niet-Joodse huisgenoten. Hij wil ook graag trouwen, maar alleen met een Joods meisje. Het zijn thema’s waarop Sahar Meradji, die als interviewer vooral reageert op wat er zich op dat moment voor haar camera afspeelt, steeds weer terugkomt.

In die gesprekken worden aan de hand van concrete situaties of activiteiten het Joodse geloof, de bijbehorende gebruiken en de Joodse identiteit besproken, zonder dat de filmmaakster voorbij de woorden komt of écht de diepte in gaat. ‘What you see’ is in het geval van deze reportageachtige miniserie ook daadwerkelijk ‘what you get’.

Hold Your Breath

Zeppers Film / Cinema Delicatessen

‘Wie heeft er zichzelf opgeschreven?’ vraagt de psychologe aan een groepje Oekraïense soldaten. Zij heeft hen, mannen die in een oud sanatorium enkele weken pauze krijgen van de oorlog met Rusland, gevraagd om de namen op te schrijven van de mensen waar ze om geven. Niemand heeft zijn eigen naam genoteerd. ‘Luister, als je niet voor jezelf zorgt, kun je ook niet zorgen voor alle mensen die je op je lijstje hebt gezet’, legt ze nog maar eens uit. ‘Alles begint met zelfzorg.’

We begrijpen echt wel wat je bedoelt, reageert één van de militairen scherp, maar dat is niet mogelijk in onze realiteit. ‘Sinds de invasie leven wij in de hel.’ Nadat ze een periode hebben kunnen rusten en bijkomen, keren soldaten zoals hij doorgaans weer terug naar het front. Een enkeling gaat naar huis. Vincent Sparreboom vangt hen voor Hold Your Breath (73 min.) in die tussenwereld, op een plek waar ze even los moeten/mogen komen van die vervloekte oorlog en adem kunnen halen.

Daar proberen ze de beelden kwijt te spelen die zich aan hen opdringen. Van kameraden die voor hun ogen sneuvelden of ernstig gewond raakten, maar ook van de dingen die ze zelf in het heetst van de strijd hebben gedaan. Sparreboom zet al die gebutste mannen naast elkaar. Zo goed en zo kwaad als dat gaat worden ze opgelapt. Niet eens zozeer om ze geestelijk weer helemaal gezond te krijgen, maar om ze klaar te maken voor het vervolgen van de strijd. Oekraïne is en blijft tenslotte in oorlog.

Je hebt helemaal geen therapeut nodig na een gevecht’, zegt soldaat Viktor, terwijl hij over een meertje met zwemmende en spelende kinderen uitkijkt. Door hen weet hij waarvoor ie vecht. ‘Voor het gelach van die kinderen, voor hun vrede.’ Zijn collega Maksym lijkt na een ernstige verwonding, juist alle geloof in die oorlog kwijt te zijn geraakt. ‘Ik heb een been verloren’, zegt hij bozig. ‘Maar waarvoor eigenlijk?’ Niemand zit meer op hem te wachten. Zelfs God niet.

Zijn openlijke wanhoop weerspiegelt ongetwijfeld het gemoed van een deel van zijn land, dat nu alweer bijna vijf jaar voor z’n bestaansrecht vecht. Zoals anderen, in deze kalme en bespiegelende film, er juist onverminderd de moed inhouden en weer helemaal klaar lijken voor de strijd.

Hard

Danielle van den Boogaard / PowNed

Over één ding zijn alle betrokkenen in Hard (151 min.) het wel eens: hardcore is eind jaren tachtig in Nederland ontstaan. Maar waar precies? In Amsterdam, op de illegale raves van Ray Oostendorp? Of toch in het Rotterdamse Parkzicht, met de feesten van DJ Rob? Deze rivaliteit werd destijds door de Euromasters van de Rotterdamse DJ Paul Estak al vervat in de single Amsterdam Waar Lech Dat Dan? (1992). Het was vooral een kwestie van ‘morphic resonance’, meent Dov Elkabas, alias DJ The Prophet. Er hangt iets in de lucht, dat er op verschillende plekken min of meer tegelijkertijd wordt uitgeplukt. Zonder dat ze het van elkaar weten.

Deze vierdelige serie van Arne van Terphoven en Duco Coops brengt met insiders de historie van Nederlandse hardcore en hardstyle in kaart en vormt daarmee een welkome aanvulling op de internationale productie Can You Feel It – How Dance Music Conquered The World en de Nederlandse serie 30 Jaar Dutch Dance. Na de baanbrekende avonden en illegale feesten van de formatieve jaren worden het genre en de bijbehorende scene via (outdoor)evenementen als Eurorave, Hellraiser en Thunderdome snel volwassen. Een derde van de Nederlandse jongeren identificeert zich halverwege de jaren negentig als gabber. Daarna gaat het echter snel bergafwaarts.

Er ontstaat een commerciële variant, happy hardcore, die bepaald niet door iedereen wordt gepruimd. Als de pionier Paul Elstak enkele hits scoort, beschouwen puristen dit als verraad. Hij moet zelfs beveiligd worden. Tegelijk wordt gabber alom gepersifleerd, een logisch gevolg van de vercommercialisering van de muziek en levensstijl die ooit underground waren. ‘Daar hebben wij ook aan meegewerkt’, erkennen Duncan Stutterheim en Irfan van Ewijk van ID&T, het bedrijf achter het Thunderdome-merk. Gabber is dood, schreeuwt de cover van het tijdschrift Update Magazine zelfs in die tijd. Tegelijk wordt zo ook de weg vrijgemaakt voor een nieuw subgenre, hardstyle.

In de tweede helft van deze straffe miniserie, waarin de randzaken die vaak met hardcore worden geassocieerd veelal links blijven liggen, tonen Van Terphoven en Coops hoe de Nederlandse bedrijvigheid intussen uitgroeit tot een internationale miljoenenbusiness, met eigen helden zoals Brennan Heart en Dr. Peacock. Dat is een aantrekkelijk verhaal, verlevendigd met smeuïge anekdotes en beelden van het betere hak- en zaagwerk op feesten en festivals. Het lijkt ook een mannenverhaal. Behoudens Lindsay van der Eng, ofwel DJ Korsakoff, komen er nauwelijks vrouwen aan bod in deze terugblik op de ontstaansgeschiedenis van een belangrijk Nederlands exportproduct.

Vluchten kan inmiddels écht niet meer, om de nederpopklassieker van Frans Halsema en Jenny Arean te parafraseren, de lekker ludieke start van Hards slotaflevering.

Hoelang Nog

Een van de jongens / Cinema Delicatessen

De één heeft zijn vrouw meegenomen, de ander haar echtgenoot. De ene man noteert alle informatie met een pen en blocnote, terwijl de andere zijn hele gezin bij zich heeft om mee te luisteren. Ze hebben stuk voor stuk heel veel vragen. Die laten zich allemaal samenvatten in één enkele vraag, de vraag der vragen: Hoelang Nog (internationale titel: How Much Longer, 85 min.). Hoeveel tijd is mij, ons, nog vergund?

Eric Geijteman, de internist-oncoloog van het Erasmus MC in Rotterdam, aan de andere kant van de camera, kan geen eensluidend antwoord geven. Hij heeft geen keiharde prognoses, maar baseert zich op gemiddelden en de uitslagen van de laatste onderzoeken. Samen met zijn patiënten probeert hij er het beste van te maken in die spreekkamer en deze aangrijpende documentaire van Niels van Koevorden.

Die kiest een heel basale aanpak: zijn camera fungeert als ogen en oren van de arts, die zelf alleen bij de begroeting en het vaarwel zeggen even in beeld komt. Door deze benadering, die ook in recente gespreksfilms zoals Mijn Woord Tegen Het Mijne en De Manager wordt toegepast, komt de aandacht te liggen waar die hoort: bij de mensen die een onheilstijding hebben gekregen. Kanker, met al wat daarbij hoort.

‘Magere Hein heeft aan mij een hele kwaaie’, zegt de één strijdbaar. ‘Nu gaan we de bloemetjes buitenzetten’, een ander, met de moed der wanhoop. ‘Als ik het dan goed begrijp’, probeert een dochter de situatie van haar vader te vatten, ‘kan het dus eigenlijk heel snel gaan?’ ‘Ik had eigenlijk wel de hoop dat het stil zou staan’, zegt de vrouw die eerder een paar keer goed nieuws kreeg. ‘Maar dat doet het duidelijk niet.’

Geijteman houdt echt oog voor de mensen tegenover zich, maar heeft ook met de feiten van doen: die onderzoeken geven misschien geen definitief uitsluitsel, maar ze liegen niet. Behoedzaam, met veel empathie en soms ook wat humor probeert hij ieders verwachtingen te managen. Seks, mag en kan dat nog? Op vakantie, is dit het juiste moment? En terug naar Hong Kong, om familie te zien – en in te lichten?

Van Koevorden beperkt zich verder tot registreren. Hij bouwt alleen zo nu en dan een realisatiemoment in – met stillevens van die spreekkamer, begeleid door serene synthmuziek – om te kunnen bevatten wat er zojuist in de gesprekken is gepasseerd. Met die volledig uitgebeende vorm maakt hij het ziekte- en acceptatieproces zichtbaar en inzichtelijk. Voor zolang als hen vergund is.

Capturing Bigfoot

XYZ Films

Natuurlijk, de Zapruder-film, waarmee de moord op president John F. Kennedy werd vereeuwigd, ging natuurlijk ‘viral’ in de jaren zestig – als dat woord toen had bestaan. En Neil Armstrongs eerste stappen op de maan eveneens. Ook de Patterson-Gimlin film werd echter een ongekende hit. Althans, binnen en volgens de Bigfoot-gemeenschap.

In oktober 1967 maakte Roger Patterson tijdens een expeditie in Noord-Californië beelden die nog altijd gelden als het enige bewijs dat het mysterieuze harige wezen, waarnaar sommige Amerikanen al hun hele leven op zoek zijn, werkelijk bestaat. Noem hem Bigfoot, Sasquatch of Yeti, The Abominable Snowman. 59 seconden lang loopt er een vrouwelijk exemplaar, Patty genoemd, voor Pattersons camera. Sindsdien is er een heuse industrie ontstaan rond Bigfoot – en, parallel daaraan, een permanente discussie over de Patterson-film. Is dat niet gewoon een hoax?

Feit is dat Patterson zelf korte tijd later overleed, zijn zwager Al DeAtley schatrijk werd van het vermarkten van die film en het andere expeditielid Bob Gimlin zich jarenlang bekocht heeft gevoeld. Alle reden dus om in Capturing Bigfoot (102 min.) de Sasquatch-historie nog eens onder het vergrootglas te leggen. Zeker omdat er ook nog een figuur rondloopt, op een manier die toch echt aan Bigfoot doet denken, die beweert dat hij destijds duizend dollar heeft gekregen om een soort gorillapak aan te trekken. Anderen noemen Bob Heironimus echter een faker.

Regisseur Marq Evans belooft aan het begin van deze documentaire niets minder dan het definitieve antwoord op alle vragen. Anatomieprofessor Jeff Meldrum (Idaho State University) heeft de film alvast uit en te na onderzocht en is nog altijd overtuigd van de authenticiteit ervan. Hij krijgt bijval vanuit de filmindustrie. Kijk maar naar Planet Of the Apes uit dezelfde periode. Zulke kostuums konden ze destijds helemaal niet maken! Tegelijk vraagt Pattersons zoon Clint zich af wat zijn vader uitspookte in het afgelegen schuurtje dat altijd zorgvuldig werd afgesloten.

Evans gaat ook te rade bij Greg Long. Hij schreef het boek The Making Of Bigfoot en wordt sindsdien consequent weggehoond binnen de Sasquatch-gemeenschap. De manier waarop Long is bejegend en hoe gelovers vasthouden aan hun eigen waarheid doet sterk denken aan de manier waarop complotdenkers zich tegenwoordig manifesteren. Daarmee is Capturing Bigfoot niet alleen een zeer vermakelijke documentaire over het verschijnsel Bigfoot – of vergelijkbare legendes zoals het Monster van Loch Ness – maar ook een relevante en urgente film.

En binnen die grote maatschappelijke kwestie, over de/onze/hun waarheid, zit ook nog een schrijnend familieverhaal over de verwijdering tussen Clint Patterson en zijn moeder Pat verscholen, dat door Marq Evans al net zo slim wordt op- en uitgebouwd als de Bigfoot-zaak zelf. Bovendien wordt aan het eind, bepaald niet vanzelfsprekend in true crime-achtige producties, de oorspronkelijke belofte inderdaad ingelost: met behulp van een unieke vondst wordt het definitieve antwoord gegeven op alle Patterson-vragen. Een verduiveld knappe prestatie.

The One About Matthew Perry

Netflix

Het einde staat op voorhand al vast: deze miniserie kan alleen eindigen met de dood van Matthew Perry, het onderzoek naar de achtergronden daarvan en de geëmotioneerde reacties daarop van zijn zus Mia Perry Bowick, beste vrienden Roger Castillo en David Pressman en enkele ex-vriendinnen, kennissen en collega’s. Een onvervalst Hollywood-drama waarin de nobele held tóch ten onder gaat aan de verslavingen aan drank en drugs waartegen hij zijn hele leven zo heroïsch streed. Intussen heeft hij zich ook onbaatzuchtig ingezet voor lotgenoten.

Perry werd in de jaren negentig wereldberoemd als Chandler Bing, één van de zes hoofdpersonen van de Amerikaanse comedyserie Friends. ‘Ik heb vroeger gebeden: God, u mag alles met me doen, maar maak me alsjeblieft beroemd’, maakt hij er zelf, buiten beeld, een mooi verhaal van in The One About Matthew Perry (181 min.). ‘Ongeveer drie weken later kreeg ik Friends. Maar God vergat het andere deel niet.’ Na een ongeluk met een jetski op de set van de speelfilm Fools Rush In (1997) kreeg de acteur pillen voorgeschreven, die hem een euforisch gevoel bezorgden. Hij was direct verkocht en zou de rest van zijn leven blijven worstelen met middelengebruik.

Want wat de woelige jaren na het succes van Friends (1994-2004) ook brachten aan successen – het zelfgeschreven en autobiografische theaterstuk The End Of Longing en zijn memoires die de bestsellerlijsten bestormden, bijvoorbeeld – op de achtergrond speelde altijd die verslaving. Nuchtere periodes, pijnlijke terugvallen en afkickbehandelingen wisselden elkaar voortdurend af. Totdat Matthew Perry op 28 oktober 2023, op slechts 54-jarige leeftijd, thuis in een jacuzzi overleed aan een overdosis ketamine, een drama waarvoor enkele lieden uit zijn directe omgeving nog in de beklaagdenbank zouden belanden.

‘In alle goede verhalen zit komedie en tragedie’, zegt zijn veertien jaar jongere zus Mia. En dat wordt er ook van Perrys leven gemaakt in dit postume portret: een ‘goed’ verhaal. Over een man die uiteindelijk niet te redden was. Deze tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met media-optredens en scènes uit zijn films en series. Vaak valt daar, met de ogen van nu, wel uit af te leiden hoe het toen met hem ging. Ook omdat ze nu worden ingekaderd door intimi, die de achterkant van die beelden kennen. Regisseur Mary Robertson heeft verder de verleiding weerstaan om van deze miniserie een sterrenparade te maken. De andere Friends ontbreken bijvoorbeeld.

Tegelijk blijft het wel de vraag of Perry’s familie en vrienden werkelijk het achterste van hun tong laten zien. De diepten van zijn verslaving worden wel aangeroerd, maar zeker niet uit en te na verkend. Net als de achtergronden daarvan. Veel verder dan een lastige jeugd, waarin hij al vroeg begon met drinken, reikt deze miniserie niet. Matthew blijft simpelweg de man met een ziekte, die hem uiteindelijk de baas is geworden. Een goeie kerel, die er feitelijk ook weinig aan kon doen. ‘Een onwaarschijnlijke superheld’ zelfs, volgens één van zijn vrienden. Zij geven hoog op over zijn verdiensten voor anderen met een verslaving en weigeren om al te kritische noten te kraken.

Van mensen die rouwen om een overleden vriend is dat best te begrijpen, bij een postuum portret mag de lat wel iets hoger liggen. The One About Matthew Perry blijft nu steken op het niveau van een nét iets te glad Hollywood-drama.

De Burgemeester – Halsema En De Hoofdstad

c: Maarten Kramer / Witfilm / NTR

Te midden van een wirwar aan lopende, wachtende, fietsende, trammende en demonstrerende Amsterdammers introduceert Mijke de Jong in de openingsscène van deze documentaire haar hoofdpersoon simpelweg als een vrouw die de hond uitlaat. Even later zit diezelfde Femke Halsema alweer in haar dienstauto, als burgemeester van de hoofdstad, op weg naar de volgende afspraak – en de volgende en de volgende.

In die hoedanigheid is ze ook vooral te zien in De Burgemeester – Halsema En De Hoofdstad (internationale titel: The Mayor – Halsema & Amsterdam, 78 min.). De Jong toont haar in actie. Ze leidt, speecht en lauwert. Bezoekt, luistert en overlegt met de driehoek. Verdedigt zich, wordt uitgejoeld en kijkt mee met beveiligingscamera’s. Grapt, lacht en citeert Nick Cave. Knuffelt, schiet vol en gaat op de foto – en werkt tegen de klok.

Halsema wordt geheel 2025 gevolgd, een jaar dat begint met de afwikkeling van de rellen rond de wedstrijd van Ajax tegen Maccabi Tel Aviv en dat tot een dramatische climax komt met de brand in de Vondelkerk. Tussendoor heeft ze heel wat te stellen met kritische bewoners, ambtenaren, politiemensen, journalisten, relschoppers, Den Haag en deelnemers aan de 3323 (!) demonstraties die er dat jaar plaatsvinden in haar stad.

Een bestuurder die volledig opgaat in haar rol, waarbinnen ook nauwelijks ruimte lijkt te zijn voor een ander leven. Deze film is eerst en vooral een functieportret. Van een burgemeester in vredestijd – al voelt dat lang niet altijd zo. Van een vrouw ook, die voor sommigen een burgermoeder is geworden en voor anderen altijd een steen des aanstoots blijft. Ze kan wel tegen een stootje, maar oogt soms ook even aangeslagen.

Mijke de Jong snijdt al die verschillende activiteiten, ontmoetingen en verplichtingen kriskras door elkaar en vangt zo de hectiek van het burgemeestersbestaan. Met deze fragmenten, tot hun essentie teruggebracht, vormt ze een emotionele verhaallijn, die verder wordt ingekaderd met citaten van Femke Halsema in de media en tijdens een ogenschijnlijk ontspannen interview met de bestuurder in haar eigen woonkamer.

Ze is wel somberder geworden, bekent Halsema aan het einde van de film, als De Jong haar nét voor het uitlaten van die hond nog overvalt met een vraag. Het gevoel dat zij deel uitmaakt van een meerderheid van de westerse bevolking, die meer democratie en meer mensenrechten wil, is verdwenen, stelt ze staand in de hal. Tijdens het wandelen met haar hond komt ze daar nog even op terug: ‘Ik word er ook best strijdlustig van.’

Waarna de burgemeester, te midden van gewone Amsterdammers en begeleid door Celeste’s Hear My Voice, de aftiteling inloopt.

La Messagerie Du Diable

HBO Max

Wie indruk wil maken op straat, vertelt de zorgvuldig geanonimiseerde telefoonverkoper en dealer ‘Albert’ uit Marseille, laat zien dat ie een Sky ECC-telefoon heeft. ‘Als je Sky hebt, ga je met gevaarlijke mensen om.’ Drugsdealers, wapenhandelaren en huurmoordenaars, om precies te zien. Voor enkele duizenden euro’s – een schijntje, afgezet tegen hun inkomsten – wanen zij zich onaantastbaar met zo’n telefoon. Want de code van Sky ECC is op geen enkele manier te kraken. Althans, dat denken ze.

Hoewel de versleutelde telefoons bijna lijken te zijn gemaakt voor criminele activiteiten, wast het Canadese bedrijf Sky Global z’n handen in onschuld. CEO Jean-François Eap is van Cambodjaanse origine en zweert bij privacy. Op zich niet vreemd voor iemand waarvan de familie is ontsnapt aan de Rode Khmer, vertelt Sky’s distributeur Thomas Herdman, die vanwege soortgelijke discretie inmiddels is aangehouden in Frankrijk, in La Messagerie Du Diable (internationale titel: The Narco Hack, 137 min.).

Die telefoons hebben maar één nadeel, constateert ‘Albert’. ‘Je kunt berichten, foto’s en spraakberichten sturen, maar je kunt niet bellen.’ Eenmaal ín de telefoon, ligt het belastende bewijsmateriaal dus voor het oprapen, concludeert de Franse cybercrime-unit van onderzoeksrechter Johanna Brousse die het versleutelingssysteem samen met collega’s uit België en Nederland probeert te ontmantelen. Eind 2020 komt er heuglijk nieuws: een ‘geniale’ Nederlandse student is erin geslaagd om de code te kraken.

Deze driedelige serie van Ksenia Bolchakova en Simon Bouisson, straf vormgegeven met animaties, gedramatiseerde scènes en een sjiek interviewdecor, begint dan aan aflevering 2. Daarin houden de meekijkende agenten zich veelal gedeisd, zodat ze informatie kunnen verzamelen over criminelen met gebruikersnamen als Escobar, Heisenberg en – jawel! – Tony Montana. Zij weten niet dat er iemand over hun schouder meekijkt – en de agenten weten nog niet altijd bij wie ze over de schouder meekijken.

In de slotaflevering van deze miniserie, die thematisch verwant is aan de Britse productie Operation Dark Phone: Murder By Text (2025), richten de onderzoekers zich op een kille afrekening op de openbare weg bij Besançon. Het slachtoffer, Houcine Hakkar, belt op 8 maart 2020 zelf in met de meldkamer, terwijl er driftig op hem wordt geschoten. De brute moord wordt door ooggetuigen en bewakingscamera’s ook gefilmd. Sky ECC kan vervolgens de vraag beantwoorden waarom de monteur Hakkar is geliquideerd.

Via zulke data krijgen politie en justitie, eerst live en later ook via de administratieve weerslag ervan, inzicht in hoe de internationale onderwereld denkt, communiceert en opereert. Tegelijkertijd, werpen kritische advocaten tegen, roept de grootschalige Sky ECC-operatie ook de vraag op in hoeverre zulke ‘massasurveillance’ gewettigd is. Intussen lijkt de criminele sector alweer te zijn overgeschakeld op nieuwe communicatiemiddelen.

We Had A Plan

Docmakers

Tien jaar lang hebben ze toegewerkt naar dit moment. Tien jaar van poetsen en sparen, tien jaar zonder familie. En nu is het dan eindelijk zover voor Paul en Daniel: ze keren terug naar de Filipijnen. Ze hebben een flatje geregeld in de hoofdstad Manilla, waar ze een Airbnb beginnen. Daarnaast hebben ze nog een klein huisje voor zichzelf. Zo hebben de twee het zich altijd voorgesteld. Na jaren van harde arbeid in Nederland, zeven dagen per week en ongedocumenteerd, wacht nu het goede leven voor het Filipijnse koppel, te midden van de mensen die van hen houden. Ze kunnen hun geluk niet op.

We Had A Plan (96 min.) – and we love it when a plan comes together, zoiets. Daniel laat het zich lekker aanleunen, Paul raakt om de haverklap overmand door emoties. Bevangen door het geluk dat op hun pad komt. Dat ze overigens zelf hebben afgedwongen, met al die jaren noeste arbeid in de schaduw, en dat hij, de plannenmaker van de twee, al zo vaak heeft gevisualiseerd. Paul wil bovendien gaan ondernemen, terwijl Daniel terugkeert naar zijn oude baan in het ziekenhuis. Kortom: de zon schijnt. Het leven wordt zelfs begeleid door vrolijke muziekjes. Al is dat laatste vooral de keuze van regisseur Suzanne Raes. Alsof ze nu al, nu het Paul en Dan zo voor de wind gaat, wil zeggen: geniet ervan zolang het kan, want dit kan zo niet duren.

Als alles inderdaad niet geheel volgens plan verloopt, blijkt Paul – anders zou hij Paul natuurlijk niet zijn – ook nog een Plan B te hebben. Essentieel is dat Daniel zijn vaardigheden als verpleegkundige weer op peil weet te krijgen in het plaatselijke ziekenhuis, waar hij voor een hongerloon ellenlange diensten moet draaien. Maar: life is what happens to you, while you’re busy making other plans. Het dreigt hen zelfs uit elkaar te spelen. Hun liefdessprookje, zo fraai opgezet door henzelf en Raes en haar Filipijnse coregisseur Venice de Castro Atienza, lijkt te ontsporen in het echte leven, waarin zij onderdeel zijn van grote maatschappelijke thema’s zoals armoede, LHBTIQ+-acceptatie, arbeidsmigratie en de uitdagingen binnen de gezondheidszorg.

We Had A Plan – and we hate it when the plan seems to fall apart – keert echter altijd terug naar de kern: de relatie tussen deze mannen, die voor elkaar lijken te zijn gemaakt. Als twee figuren die inmiddels volledig in elkaar overlopen, net als de knuffelende beeldjes die in hun huis staan. Raes vangt de wisselwerking tussen de twee sowieso met veel oog voor sfeer en detail. Als de één, wanneer het lot hen toch uit elkaar lijkt te drijven, een nachtelijk tochtje maakt door de Amsterdamse grachten, blijkt de ander ineens te roken. De nette sweater van de ander die liefdevol rond een kussen wordt geplooid, zodat je er lekker tegenaan kunt kruipen. Intussen nestelen die dekselse Paul en Daniel, geheel volgens het plan van de filmmaker(s), zich in het hart.

Ze hebben alleen nog wel het één en ander te overwinnen. Voordat alles toch nog volgens plan kan worden afgerond.

Swipe Right On The Devil

Disney+

De verdwijning van Sydney Loofe op 16 november 2017 zet een keten van gebeurtenissen in gang. De politie van Lincoln, Nebraska, moet op zoek naar de mysterieuze jonge vrouw Audrey, ‘sexy as fuuuuuuck’, met wie Sydney op een Tinder-date is gegaan. Audrey blijkt al snel een schuilnaam van Bailey Boswell (23). Samen met haar ‘sugar daddy’, de antiekhandelaar Aubrey Trail (51), verzamelt zij via Tinder kwetsbare meisjes voor een eigentijdse heksenkring. Als ze daarvan deel willen uitmaken, moeten de nieuwe leden overigens wel een moord plegen. Uitroepteken.

Terwijl enkele jonge vrouwen vertellen hoe zij via een date met de verleidelijke Bailey, die inspeelt op hun (soms nog verhulde) seksuele geaardheid, de sekte zijn ingelokt, reconstrueert Brian Biegel in Swipe Right On The Devil (179 min.) hoe Sydneys omgeving probeert te achterhalen wat er met haar is gebeurd. ‘Naarmate de dagen verstrijken word je banger en banger’, vertelt Sydneys oudere broer Levi, als de 24-jarige vrouw twee weken spoorloos is. ‘Emotioneel kon ik mezelf er niet toe brengen om ze te leren kennen’, bekent rechercheur Matt Franken over Sydneys familie. ‘De angst om te falen was gigantisch.’

Op haar rechterbovenarm heeft Sydney Loofe, die soms verzinkt in sombere buien, een citaat uit de rocksong Wonderful van de Amerikaanse band Everclear laten tatoeëren: ‘everything will be wonderful someday’. Die tattoo zal nog een naargeestige rol spelen in het blootleggen van wat er zich in de kleine kring rond het diabolische duo Bailey en Aubrey heeft afgespeeld. De duistere achtergronden en afwikkeling daarvan staan centraal in de slotaflevering van deze stevig aangezette driedelige serie. Daaruit rijst het beeld van twee beschadigde figuren die niet anders lijken te kunnen dan anderen beschadigen.

Dit roept onwillekeurig de vraag op in hoeverre ook true crime een rol heeft gespeeld. Zou, los van alle BDSM-experimenten, het geraaskal over hekserij en zwarte magie en de dramatische gebaren in de rechtszaal, ook het idee om ooit en plein public als verpersoonlijking van Het Kwaad te worden opgevoerd een motivatie kunnen zijn geworden? Om iets van betekenis, hoe verknipt ook, uit een desolaat bestaan te halen? Een verwrongen licht in de duisternis, waaraan anderen zich kunnen verlustigen.

Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story

Netflix

In The Tale Of Norm Macdonald, een portret van de onnavolgbare Canadese stand-upcomedian (1959-2021), beperkte de Amerikaanse regisseur/producer Judd Apatow zich onlangs tot louter archiefmateriaal. Met een slimme montage van lekker dwaze fragmenten wist hij de enigmatische komiek, die een geliefde gast was van Amerikaanse talkshows en die vanwege zijn aanhoudende grappen over O.J. Simpson ooit werd ontslagen bij Saturday Night Live, heel aardig te pakken te krijgen.

Bij deze film over de comedian Maria Bamford staat Apatow, samen met coregisseur Neil Berkeley, voor een geheel andere uitdaging: de vrouw zelf. Zij heeft helemaal geen zin in een documentaire, zegt ze (huhuh!), maar is bereid om het voor vijfhonderd dollar tóch een dagje te proberen. Als die horde is genomen, blijft ze natuurlijk gewoon aan boord voor Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story (116 min.), een portret van een labiele vrouw, voor wie het podium opgaan echt (bittere) noodzaak is.

Als kind had Bamford al last van depressies, een eetstoornis en dwanggedachten. Ze zette zelfs haar eigen zelfdoding in scène. Als comédienne vond ze een manier om die gekte een plek te geven. Met talloze stemmetjes bijvoorbeeld, die ze de meest gestoorde dingen liet zeggen. Ze bouwde een eigen achterban op met ontregelende stand-up optredens en verwierf tevens de goedkeuring van vakgenoten zoals Stephen Colbert, Sarah Silverman, Conan O’Brien, Tig Notaro, Zach Galifianakis en Patton Oswalt,

Zij laten in dit grimlachende portret uitgebreid de loftrompet over haar schallen. Tegelijkertijd schetsen de hoofdpersoon zelf, haar zus Sarah en echtgenoot Scott (die eveneens met depressies kampt) de dunne lijn tussen komedie en tragedie in haar leven. Moeder Marilyn was eveneens mentaal kwetsbaar, terwijl ook vader Joel z’n sombere buien had. Bamford moest dus leven met ‘de vrees voor krankzinnigheid’ en zou in haar leven ook daadwerkelijk enkele malen (gedwongen) opgenomen worden.

Met medicatie, die haar stemming stabiliseert, en de erfenis van haar ouders, waarmee de druk om geld binnen te brengen is weggevallen, lijkt Maria Bamford inmiddels een soort evenwicht te hebben gevonden. Zelfs een verwoestende natuurbrand in haar huidige woonplaats Altadena, die behalve hun woning ook haar ochtendoptredens in een plaatselijk cultureel centrum in gevaar brengt, lijkt haar niet wezenlijk te kunnen raken. En sinds ze haar niet meer imiteert, is ook de relatie met zus Sarah beter dan ooit.

Zonder tegenbericht alles in orde dus – al blijft het ogenschijnlijk wel een precair evenwicht. Paralyzed By Hope is ondertussen een waardevolle toevoeging geworden op de serie documentaires, die verder bestaat uit films over Garry Shandling, George Carlin en Mel Brooks), waarmee Judd Apatow de Amerikaanse humorhistorie inkadert. ’s Mans ‘comedy train’ lijkt voorlopig nog niet aan zijn laatste halte toe. Zijn collega Neil Berkeley deed overigens ook al een duit in het zakje met portretten van Gilbert Gottfried en Martin Mull.

La Masacre De Flores

HBO Max

Als de Argentijnse brandweerman Carlos de Rissio in de nacht van 17 februari 1994 bij een brandende woning in Buenos Aires arriveert, twijfelt hij geen moment: dit is geen ongeluk. Het huis in de wijk Flores moet zijn aangestoken. Slechts één gezinslid zal aan het vuur ontkomen: de zestienjarige zoon Matías Bagnato. Zijn ouders José en Alicia, z’n jongere broers Fernando en Alejandro en een vriendje dat bij hen blijft slapen overleven de brand niet. Het eerste wat Matías zegt als ze hem hebben gered, herinnert openbaar aanklager Gustavo Gerlero zich nog goed: ‘Het was Cacho.’

Cacho, ofwel Fructuoso Álvarez Gonzáles, is de man van een nichtje van moeder Alicia Bagnato en een voor de hand liggende verdachte. Hij is het type dat denkt dat geld alles oplost, aldus Matías. ‘Er bestaat geen ergere rijke dan een voormalige arme’, zegt zijn oom Héctor Colucion over dit aangetrouwde familielid, die hij ook nog ‘Don Corleone’ noemt. Met zijn geld heeft Fructuoso zich het leven van de Bagnato’s in gemanoeuvreerd. Als de schoenenfabriek van vader José in zwaar weer is beland, steekt ie de helpende hand toe. Hij wil alleen wel met dikke winst terugbetaald worden.

De hoofdverdachte is in La Masacre De Flores (internationale titel: The Flores Massacre, 136 min.) doorgekrast op alle familiefoto’s. Ook de geïnterviewden leggen het er dik bovenop als het om Fructuoso gaat. Hij was ongedierte, stelt de journaliste Cristina Pérez. ‘Je zag het kwaad in hem’, vult Matías’ advocate Rogelia Pozzi aan. Op beelden uit die tijd oogt ie vooral als een jonge Al Pacino, de acteur die, inderdaad, de rol van de Godfather Michael Corleone vertolkt. Afgaande op wat er over hem wordt verteld, verdient Cacho op een soortgelijke manier zijn geld.

De geruchtmakende brandstichting wordt in deze driedelige serie nauwgezet, en soms ook met enig Latijns-Amerikaans drama, gereconstrueerd met direct betrokkenen. In dat verhaal is er een hoofdrol voor de enige overlevende Matías, een typische schurkenrol voor Fructuoso Álvarez Gonzáles en – toch wel opvallend – geen enkele rol voor het vijfde slachtoffer, Nicolás Borda. Want zo werkt, blijkbaar, het vertellen van een verhaal: het jongetje is toevallig in huis, speelt geen rol in het plot en kan dus gerust worden veronachtzaamd in deze tragische geschiedenis.

Die lijkt overigens halverwege aflevering 2 al te zijn afgerond. Dat is echter buiten Cacho gerekend. Hij maakt in het laatste deel van deze gedegen miniserie van Augusto Tejada, ruim vijftien jaar na ‘het bloedbad van Flores’, een opmerkelijke comeback. Tegen die tijd is Matías Bagnato, oud-deelnemer aan Big Brother, overigens al een Bekende Argentijn geworden.

Wham! 10 Days in China

Martin Goddard / AVROTROS / dinsdag 3 en 10 november, om 20.25 uur, op NPO2

Het is de grote droom van de Britse zanger George Michael, halverwege de jaren tachtig nog de ene helft van het popduo Wham!, om in Amerika door te breken. Maandenlang touren in de Verenigde Staten ziet hij echter niet zitten. Manager Simon Napier-Bell bedenkt een list: een bezoek aan China, het communistische land dat sinds mensenheugenis vrijwel onbereikbaar is voor westerlingen, zal beslist veel aandacht genereren en die Amerikaanse ambities binnen handbereik brengen. Andrew Ridgeley, de andere helft van Wham!, ziet er alleen weinig in. Hij vindt het maar een riskante onderneming, vertelt ie in de tweedelige docu Wham! 10 Days In China (91 min.).

Die titel impliceert al dat de trip er toch is gekomen. Met Ridgeley en andere leden van Team Wham! – George Michael, die in 2016 overleed, natuurlijk uitgezonderd – reconstrueert Mike Christie deze reis naar de andere kant van de wereld. Ook de Britse roddelpers, met wie dan nog vooral Ridgeley een moeizame relatie heeft, sluit aan. Want de strapatsen van Wham! zijn natuurlijk eerst en vooral een publiciteitsstunt, om via een ideologische opponent de VS open te breken. Teneinde de kosten te drukken moet er ook een documentaire, gemaakt door de gerenommeerde filmmaker Lindsay Anderson, opgenomen worden – en dat is dus niet dit tweeluik.

De cultuurclash die Anderson voor ogen had, is er overigens wel degelijk in te herkennen. Ingepast in het verhaal van de boezemvrienden George en Andrew, dat onlangs ook al in de documentaires Wham! (2023) en Wham! The Story Of Last Christmas (2024) is vervat. Het ongemak waarmee de twee Britten, gadegeslagen door journalisten en fotografen uit eigen land, zich door China bewegen, wordt door Christie gepaard aan de reactie op hen van gewone Chinezen. Stoïcijns voor zich uit starende mannen, die voor het eerst hun muziek horen. Concertgangers die stil blijven zitten en niet weten hoe ze moeten meeklappen. En een enkeling die zich dan, in weerwil van de plaatselijke regels, toch helemaal laat gaan – en prompt wordt gearresteerd.

‘Het was een soort raam’, herinnert Cui Jian zich. ‘En op het moment dat je dat raam opendoet, zie je dat de wereld groter is.’ Net als andere Chinese concertbezoekers zal hij later zelf carrière maken als artiest. In die zin lijken de optredens van Wham! in Beijing en Guangzhou op dat legendarische Sex Pistols-concert in het Manchester van 1976, waarover het verhaal gaat dat elke afzonderlijke aanwezige daarna z’n eigen punkband begon. En net als Johnny Rotten en de andere Pistols worden George Michael en Andrew Ridgeley permanent met argusogen bekeken door de Britse pers. Enkele journalisten hebben natuurlijk ook hun giftige pen meegenomen.

De beelden voor Lindsay Andersons documentaire, die uiteindelijk achter slot en grendel zouden belanden, brengen de driehoeksverhouding tussen Wham!, China en de media overtuigend in kaart en vormen meteen een treffend tijdsbeeld. Ruim veertig jaar na dato laten ze bovendien nog eens zien hoe getalenteerd George Michael, die later definitief een wereldster zou worden als soloartiest, als jonkie al was.