Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams

Reiner Holzemer / maandag 22 juni, om 22.40 uur, op NPO2

‘Wat zegt zijn werk over Thom Browne zelf?’ werpt Tim Blank, hoofdredacteur van The Business Of Fashion, direct, met het nodige aplomb, de centrale vraag van dit portret op. ‘Die vraag heb ik hem al een miljoen keer gesteld, maar hij geeft er nooit echt antwoord op.’

In de eerste minuten van de documentaire Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams (95 min.) mogen eerst kopstukken uit zijn werkwereld – een Anna Wintour, een Janet Jackson, een Whoopi Goldberg – hun zegje doen voordat de Amerikaanse modeontwerper zelf aan bod komt. Zijn werk heeft dan al voor hem gesproken: geheel eigen herinterpretaties van het maatpak, gepresenteerd met veel drama, theater en, jawel, korte broek.

Hij draagt het grijze pak zelf, vertelt Thom Browne dan in deze gestileerde film, maar ook de mensen om hem heen moesten ‘m in onversneden vorm uitdragen. ‘Zodat het duidelijk zou zijn dat de look niet aan één individu gekoppeld was, maar over de hele linie identiek was. Ik zie het ook als een levend kunstwerk: als je ons in al onze uniformiteit ziet, straalt dat iets heel krachtigs uit. Want binnen die uniformiteit zie je prachtige, unieke individuen.’

Documentairemaker Reiner Holzemer heeft dan al laten zien dat Browne bepaald geen pakken voor grijze muizen maakt – of voor de talloze teddyberen die, netjes in pak natuurlijk, ‘s mans buitenissige creaties vanuit de zaal aanschouwen tijdens de publieke presentatie ervan. Hij volgt de ontwerper als die weer een ravissante nieuwe collectie, ook voor vrouwen, op een lekker ontregelende manier presenteert. Wie het pak past, lijkt het parool, trekke hem aan.

Maar wie hij nu zelf is? Thom Browne had een ‘gemakkelijke jeugd’, deed een tijd aan wedstrijdzwemmen en wist daarna niet wat hij met zijn leven aan moest. In New York vond hij via Giorgio Armani, Ralph Lauren én David Bowie zijn weg in de modewereld en bakende daar al snel zijn geheel eigen hoekje af, waar alles lijkt te mogen en kunnen en Holzemer nu vol de spotlights op zet. Zijn hoofdpersoon blijft intussen ‘gewoon’ een enigma.

The Spy In Your Mobile

BBC / zondag 21 juni, om 23.15 uur, op Canvas

‘We verkopen het alleen aan overheden en entiteiten waarvan we weten, of willen geloven, dat ze de mogelijkheden niet zullen misbruiken’, laat Shalev Hulio, CEO van de Israëlische NSO Group, optekenen tijdens een televisie-interview in april 2020. En we beschikken over alle mechanismen, voegt hij er met het nodige aplomb aan toe, om ervoor te zorgen dat klanten geen misbruik maken van het systeem.

Slechts enkele maanden later krijgen medewerkers van het journalistieke netwerk Forbidden Stories in Parijs een databestand in handen met ruim 50.000 telefoonnummers. Op deze telefoons is in het diepste geheim NSO’s voornaamste product Pegasus geïnstalleerd. Met de spyware kunnen buitenstaanders stiekem meelezen, -kijken en -luisteren. Het is de ideale tool voor repressieve regimes, stelt journalist Paul Lewis van de Britse krant The Guardian. Nooit was surveillance van kritische burgers gemakkelijker. De technologie is niet voor niets verkocht aan zo’n veertig landen.

Samen met tachtig nieuwsorganisaties uit zeventien landen gaat Forbidden Stories de kwestie verder onderzoeken. Terwijl documentairemaker Anne Poiret meekijkt, proberen ze de personen achter de nummers op te sporen. Aan het begin van The Spy In Your Mobile (86 min.) stuiten ze bijvoorbeeld op de Azerbeidzjaanse journaliste Khadija Ismayilova, die al een hele tijd wordt geïntimideerd door de machthebbers in haar land. Zij is níet verrast dat haar telefoon is gehackt, wél dat dit is gebeurd zonder dat ze zelf ook maar iets heeft aangeklikt. Én ze voelt zich schuldig, tegenover haar familie, vrienden én bronnen.

Ook de regeringen van Mexico en Saudi-Arabië zetten Pegasus in om kritische geluiden de kop in te drukken, stellen CNN-journaliste Carmen Aristegui en de mensenrechtenactiviste Hatice Cengiz. Bij de moord op Cengiz’s Saudische verloofde Jamal Khashoggi in 2018 zou Pegasus zelfs een faciliterende rol hebben gespeeld – ook al ontkent The NSO Group dit ten stelligste. In deze duistere wereld mag immers niets lijken wat het is. Het bedrijf komt voort uit de Israëlische defensie-industrie en weet zich in de rug gedekt door de regering Netanyahu, die vindt dat cyberveiligheid zo min mogelijk belast en gereguleerd moet worden.

Als de onderzoekers ontdekken dat ook de Franse president Macron en andere leden van zijn regering worden bespioneerd en hun gezamenlijke deadline in 2021 nadert, loopt de spanning op in deze typische journalistenfilm. De lancering van The Pegasus Project veroorzaakt wereldwijd opwinding en verontwaardiging. De Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden luidt dan nog eens de noodklok. Volgens hem zijn er nog véél meer bedrijven zoals NSO. ‘Als we veilig willen zijn, moeten we het spel fundamenteel veranderen.’

En ook als het Pegasus-verhaal eenmaal op straat op straat ligt, duiken er nog talloze nieuwe slachtoffers op. Het Europese parlement ziet zich genoodzaakt om The NSO Group ter verantwoording te roepen. Uiteindelijk moet de Israëlische onderneming bekennen dat ze ook veertien landen van de Europese Unie als cliënt heeft. NSO ontkent verder de meeste aantijgingen in deze film. En ook de regering Netanyahu werpt de suggestie dat Pegasus als politiek wisselgeld is aangeboden aan andere landen ver van zich. Waarvan akte.

The Spy In Your Mobile is hier te zien.

Maternal Instinct

Netflix

Hun dochter zal Clancy Gaile Griffin gaan heten. Op sociale media brengt Taylor Parker de hele wereld ervan op de hoogte dat ze zwanger is van Wade Griffin, een boerenjongen die ze kort daarvoor heeft leren kennen in de Texaanse dorpsgemeenschap New Boston. Op 9 oktober 2020 belt Taylor echter in naar de hulpdiensten. Politieagenten treffen de 27-jarige vrouw aan langs de kant van de weg. Ze heeft net in haar auto een kind gekregen. Tenminste, dat beweert ze. Medewerkers van het ziekenhuis concluderen even later echter dat deze patiënt met geen mogelijkheid kan zijn bevallen van de baby die ze bij zich draagt.

Het zéér ongemakkelijke tafereel is vastgelegd met bodycams van agenten en hulpverleners, beelden die blijkbaar tot het publieke domein zijn gaan behoren en waarmee Jessica Dimmock nu de documentaire Maternal Instinct (96 min.) opstart. Daarna gaat zij met Wade, zijn familie en een veelheid aan vrienden en kennissen terug in de tijd, om van daaruit weer toe te werken naar het unheimische moment dat Taylor hysterisch de politie te woord staat in haar auto op de vluchtstrook. Het gedrag van de jonge vrouw is dan al grondig ontleed: Taylor Parker lijkt een beroepsfantast. Ze kijkt niet op een leugentje meer of minder en fabuleert er lustig op los.

Maar, zoals dat dan gaat in Amerikaanse true crime-docu’s, de waarheid blijkt altijd nog véél vreemder – en schokkender – dan wat we hadden kunnen verzinnen. Met vaste hand stuurt Dimmock de kijker door het doolhof dat haar hoofdpersoon rondom zichzelf heeft opgetrokken. Parker stamt bijvoorbeeld uit een zéér gefortuneerde familie, heeft allerlei aandoeningen onder de leden gehad en is nu dus zwanger. Niets blijft daarbij privé en (vrijwel) alles mag in beeld worden gebracht – ook als Taylor de controle over haar verhaal verliest en wordt geconfronteerd met haar eigen daden. Het is een enerverende kijkervaring, waarna je je als buitenstaander wel een beetje vies voelt.

‘Iedereen kan worden vergeven’, zegt één van haar slachtoffers dodelijk kalm. Alleen niet door ons.’

Kings From Queens: The Run-DMC Story

Peacock / vanaf woensdag 17 juni, om 22.45 uur, op Canvas

Bij de introductie van Run-DMC in de Rock & Roll Hall Of Fame in 2009 vat de rapper Eminem het bondig samen: ‘Ze waren de eerste rocksterren van de rap. De eerste filmsterren van rap. De eerste rapgroep die op MTV was te zien. De eerste rapgroep met een platina plaat. De eerste rapgroep met een eigen sneaker. En de eerste die wereldwijd stadions uitverkocht.’ En daarvoor hadden Joseph ‘Run’ Simmons, Darryl ‘DMC’ McDaniels en Jason ‘Jam Master Jay’ Mizell, voegt Eminem er bij de start van Kings From Queens: The Run-DMC Story (140 min.) nog aan toe, in feite niet meer nodig dan ‘two turntables and a microphone’.

De gastenlijst van deze driedelige docuserie van Kirk Fraser onderstreept de status van het New Yorkse trio nog maar eens en oogt als een stamboom van de eerste hiphop-generatie: Runs oudere broer en platenbaas Russell Simmons, Cheryl ‘Salt’ James (Salt-N-Pepa), Kurtis Blow, Doug E. Fresh, Chuck D (Public Enemy), Ice-T, Ad-Rock en Mike D (Beastie Boys), LL Cool J en Ice Cube. Ook Tom Morello (Rage Against The Machine), Eminem en Questlove (The Roots) kussen de ring van The Beatles/Stones van de hiphop. Één man ontbreekt natuurlijk: Run-DMC’s deejay Jam Master Jay. Hij werd in 2002 vermoord, het breekpunt van de slotaflevering van Kings From Queens.

Dan heeft Run-DMC’s zegetocht – de opkomst netjes geschetst in deel 1, gevolgd door een patente dwarsdoorsnede van hun glorieperiode in het tweede deel – sowieso al averij opgelopen. De drie leden kiezen elk hun eigen pad. Run trekt zich terug met z’n familie en in de kerk, waar hij zich ontwikkelt tot de ‘Reverend Joseph Simmons’. DMC krijgt stemproblemen, die een psychosomatisch karakter lijken te hebben, en daalt vervolgens af in zijn eigen diepte. En Jay volgt zijn neus richting steeds weer nieuwe muziek. Totdat hij wordt neergeschoten bij zijn eigen studio. Zijn weduwe Terri vertelt er geëmotioneerd over. Op ‘s mans uitvaart wordt Run-DMC daarna meteen opgeheven.

Ruim twintig jaar later laat Fraser zich door Run en DMC op sleeptouw nemen naar de plekken die hun levens en carrière hebben gevormd. Hij geeft hun baanbrekende rapsongs natuurlijk ook alle ruimte en zet de teksten met typografie aan. Zo werkt ie toe naar een allerlaatste Run-DMC show, als headliner van een groot festival in Yankee Stadium in 2023, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hiphop. Daar laten de twee rappende ‘Kings of Rock’, die tegenwoordig vooral bezig lijken met hun religie en eigen comic books, nog eenmaal oude tijden herleven. Zónder hun maatje Jam Master Jay, het oliemannetje binnen hun driemanschap.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven

Videoland

‘Jij zegt heel vaak: ik vind het heel leuk om Suzan van Suzan & Freek te zijn’, vertelt Freek aan het begin van de documentaire Suzan & Freek: Tussen Jou En Mij (2023), terwijl hij met zijn arm om Suzan op het strand van Santa Barbara zit. ‘En ik vind het leuk om Freek van Suzan & Freek te zijn.’ Sindsdien is er heel wat gebeurd – understatement! – maar lijken ze dat gevoel vast te hebben gehouden.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven (64 min.) is tenminste doortrokken van een soort onverwoestbaar optimisme. Ondanks dat verpletterende nieuws in mei 2025: Freek heeft uitgezaaide longkanker, zonder kans op genezing. Die boodschap sloeg natuurlijk in als een bom. Het was zelfs de vraag of het zingende duo ooit nog samen het podium zou betreden. Maar zie daar: precies een jaar later staan Suzan Stortelder en Freek Rikkerink met hun band in het Gelredome te Arnhem. Tienmaal, welteverstaan.

Al snel volgde er ook beter nieuws: ze mochten hun eerste kindje Sef verwelkomen en kregen een prominente rol als coach in het televisieprogramma The Voice Of Holland. De twee hielden er intussen allebei hun eigen coping strategie op na. Suzan stortte zich op het inrichten van de kinderkamer. En Freek begon alles wat los en vast zit te lezen over mensen die een vergelijkbaar ‘rampscenario’ hadden gekregen. Zo lijken ze, doelbewust levend in het hier en nu, de boel weer behoorlijk op de rit te hebben gekregen.

‘Waarom maken we deze documentaire volgens jou?’ vraagt de interviewer van dienst in deze docu aan Suzan, terwijl ze met Sef in de kinderwagen aan de waterkant zit. ‘Ik vind het zelf heel leuk om dingen vast te leggen’, antwoordt zij. ‘Ik wilde dit zelf voor mezelf ook hebben en ik vind het prima dat andere mensen het ook zien.’ Dan lijkt ze ‘t vooral te hebben over die concertreeks, want nuchter als ze (blijkbaar) zijn, gaan Suzan & Freek, nadat ze dat overbekende verhaal hebben gedaan, het liefst over tot de orde van de dag.

Daarmee wordt dat vieren van het leven toch vooral een gesmeerd lopend kijkje achter de schermen bij een groots opgezette live-productie, waarvoor alles tot in de puntjes wordt geregeld en de twee bijvoorbeeld over het publiek gaan zweven. Er staat zelfs een dixi onder het podium, grapt hun vriend Snelle, die natuurlijk ook van de partij is in het Geldedome. Net als een geëmotioneerde Claude en ‘hun’ Voice Of Holland-winnaar Ruben Hillen. Samen vieren ze ongegeneerd het leven. Van Suzan & Freek, in het bijzonder.

Trump And The Tech Titans

BBC / donderdag 18 juni, om 20.45 uur, op Canvas

Het beeld spreekt boekdelen: bij de tweede inauguratie van Donald Trump als president van de Verenigde Staten, begin 2025, staan techmiljardairs zoals Elon Musk en Peter Thiel te glimmen op de eerste rij. Zij zijn stuk voor stuk, stelt Trump-biograaf Michael Wolff in de Britse documentaire Trump And The Tech Titans (58 min.), ‘rijker dan iemand ooit is geweest in de menselijke geschiedenis’.

De omstreden kopstukken van Big Tech hebben een ‘diabolisch verbond’ gesloten met de Republikeinse president, constateert de econoom en Democratische politicus Robert Reich. Het gevolg daarvan is ook duidelijk volgens senator Bernie Sanders, de spreekbuis van Links Amerika die altijd zegt waar het op staat. ‘Abraham Lincoln sprak over een overheid van, door en voor de mensen. Ik denk dat je nu met een gerust hart kunt zeggen dat Amerika een land van, door en voor de miljardairs is geworden.’

Onzin, werpt Trump-fluisteraar Steve Bannon tegen in deze journalistieke film van Matthew Hill. Jullie hebben helemaal niets tegen oligarchen, houdt hij z’n opponenten voor. ‘Jullie hebben alleen problemen met oligarchen die jullie niet steunen’. Daar valt wel iets voor te zeggen. Ook bij de Democratische partij zijn rijke donoren natuurlijk van harte welkom – al gaan hun Republikeinse tegenstrevers zonder twijfel véél verder. Sinds de entree van Trump ligt de rode loper uit voor de stoutste jongens van Silicon Valley.

Hill zoomt natuurlijk in op Elon Musk, die met de aankoop van Twitter z’n eigen megafoon heeft gekocht (waarmee ook ‘vrolijk’ voor Trump kan worden geroeptoeterd). In Brownsville, Texas, waar ie met z’n ruimtebedrijf SpaceX is neergestreken, runt Musk bovendien z’n eigen (bananen)republiek, waar hij rustig andere bewoners kan intimideren en een eigen milieuramp mag veroorzaken. Het is een somber stemmende proeftuin voor hoe de wereld eruit zal zien als Musk hem helemaal in z’n handen krijgt.

De ‘tech titan’ die in deze ontluisterende exegese van het monsterverbond tussen MAGA en Big Tech echter het meeste aandacht opeist is de libertariër Peter Thiel. Hij is steenrijk geworden met de betalingsdienst PayPal en faciliteert met zijn huidige bedrijf Palantir de totalitaire ordedienst ICE. En ook daarmee verdient ie, natuurlijk, geld als water. Vanuit Thiels ‘PayPal Mafia’ is bovendien vicepresident J.D. Vance voortgekomen, een man die met techgeld wordt klaargestoomd om zijn baas in 2028 op te volgen.

Net als Trump, die crypto-ondernemers en AI-ontwikkelaars vooral niet lastig valt met regulering en lekker meeprofiteert als er geld wordt verdiend, zal hij Big Tech geen strobreed in de weg leggen. ‘We zijn op weg naar een dystopie’, zegt nota bene Steve Bannon over de wereld die zo lijkt te ontstaan. ‘Tenzij we hen stoppen.’

Trump And The Tech Titans is hier te bekijken.

Azart Come Make Art

Marja de Vries / Amstelfilm

Van een vissersboot maakt hij een varend theater, dat ruim dertig jaar de wereld rond zeilt. Sinds 1989 vaart de Azart, het ‘Ship Of Fools’ van de Nederlandse avonturier August Dirks, vanuit Amsterdam de wereld rond. Iedereen is welkom aan boord bij dit narrenschip. Come make art! zegt de kapitein en artistiek leider van het internationale, steeds van samenstelling wisselende collectief van acteurs, muzikanten, theatermakers, komieken en kunstenaars enthousiast.

Dirks is ook alomtegenwoordig in de documentaire Azart Come Make Art (83 min.) van Masha Novikova, die in de jaren tachtig zelf een tijd op de zottenschuit woonde, en Annike Kaljouw, die het schip sinds 2017 volgt met haar camera. Hij krijgt van hen alle ruimte om in zijn eigen ronkende taal, koeterwaals soms, kond te doen van zijn geesteskind, dat de wilde wateren bevaart en in elke uithoek van de wereld aanmeert om daar ongegeneerd theater en lol te gaan maken.

Dat gaat bepaald niet altijd vanzelf. De geschiedenis van de Azart lijkt in deze joyeuze film soms ook op een feest van de gemiste kansen, met allerlei reizen en bestemmingen die ergens onderweg verdampen. Want Dirks’ Villa Kakelbont op zee hangt van de houwtje-touwtje oplossingen aan elkaar. En van binnen de lijntjes kleuren wil de kapitein doorgaans ook niet weten. Hij ligt dus nogal eens overhoop met pennenlikkers, die het ‘artistieke kapitaal’ van de Azart niet altijd op waarde schatten.

Via de historie van het schip en de perikelen aan de kade, verlevendigd met stop motion-animaties, benadrukken Novikova en Kaljouw en passant ook het belang van culturele broedplaatsen, waar kunstenaars de ruimte krijgen om te experimenteren, te falen én te groeien. Als culturele piraten hebben de kleurrijke bemanningsleden van de Azart, geïnspireerd door het schilderij Het Narrenschip van Jheronimus Bosch, bovendien werkelijk in alle windstreken drukte en jolijt gebracht.

Inmiddels wordt Dirks zelf, door fysieke malheur, gedwongen om pas op de plaats te maken. Voordat hij ‘voor onbepaalde tijd op wereldtournee vertrekt’ dient er in deze bruisende weerslag van de filosofie dat elke dag een feest zou kunnen/moeten worden dus een (voorlopige) eindbestemming gevonden te worden voor het schip dat hij met zoveel joie de vivre heeft aangestuurd en dat hem nog altijd levensadem geeft.

Brutalt Broderskab: Bandidos

HBO Max

Na het zoveelste gewelddadige incident in de dertig jaar dat de Bandidos actief zijn in Denemarken, besluit minister van Justitie Peter Hummelgaard in 2023 om in te grijpen. Hij probeert de zeer omstreden motorclub verboden te krijgen. Om de beeldvorming rond hun club te verbeteren, kiezen enkele Bandidos-kopstukken, onder aanvoering van hun Europese leider Michael ‘Kok’ Rosenvold, vervolgens de vlucht naar voren en doorbreken hun stilzwijgen.

In de zesdelige serie Brutalt Broderskab: Bandidos (internationale titel: Gang War: Bandidos, 253 min.) neemt Jon Adelsten met leden van de ‘1%MC’, alsmede journalisten, strafrechtdeskundigen en vertegenwoordigers van de Deense politie en justitie, eerst ‘De Scandinavische Motoroorlog’ door. Sinds begin jaren negentig worden Denemarken en de omringende landen opgeschrikt door een maalstroom van bloedige liquidaties, bom- en raketaanslagen en aanvallen op de gevangenis.

Wanneer na moeizame onderhandelingen eindelijk een staakt het vuren wordt bereikt met hun aartsrivalen van de Hell Angels, begint ’t aan het begin van de 21e eeuw binnen de Bandidos zelf te rommelen. Na interne conflicten moet het ene na het andere lid in ‘bad standing’ de club verlaten. Ook dan geldt het parool dat op Bandidos-insignes en -tattoos prijkt: ‘expect no mercy.’ Als de broederschap wegvalt, waarvoor ze zichzelf vaak op de borst kloppen, wordt er ook met bekende clubleden keihard afgerekend.

Elke dag laat je iets meer van je moraal los, vertelt Lars Toxværd, de voormalige president van de afdeling Holbæk en enige tijd lid van het landelijke Bandidos-bestuur. Na een aanvaring met andere bestuursleden wordt ie beschuldigd van verraad. Hij voelt zich ‘een levende dode’ binnen de club, die hem al snel buiten werkt. Hoewel dat niet zonder gevaar is, kijkt ie nu (zelf)kritisch terug op zijn jaren bij de Bandidos. Alle erecodes ten spijt had hij het gevoel ‘dat je nu juist niet kon vertrouwen op de mensen om je heen.’

Tegenover de klokkenluider Lars Toxværd staan gestaalde soldaten zoals de boomlange bodybuildbiker Claus Palermo. Hij was ooit een talentvolle volleyballer, maar werd betrapt op drugshandel. In de gevangenis leerde ie de Bandidos kennen, een organisatie waarbij hij zich direct thuis voelde en die hij nog altijd te vuur en te zwaard verdedigt. De motorclub is géén criminele organisatie, betoogt Palermo. En wat individuele leden in hun vrije tijd doen – de redenering klinkt zéér vertrouwd – is zijn zaak natuurlijk niet.

Adelsten brengt alle verwikkelingen in beeld met een combinatie van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden en gereconstrueerde scènes. Net als Kampen Om Pusher Street (2025), een verwante docuserie over hoe de hippievrijstaat Christiania in Kopenhagen al decennia strijd levert met drugshandel en misdaadbendes, begint Brutalt Broderskab: Bandidos na verloop van tijd wel te lijden onder een overdaad aan interne en externe conflicten, die nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden.

Daarbij wreekt zich ook dat de miniserie zelden voorbij de strijd en het geweld kijkt. Over waarom mannen zich aansluiten bij éénprocentclubs zoals de Bandidos, wat dit hen oplevert en waarom de onderlinge dynamiek altijd weer uitmondt in moord en doodslag. Het antwoord laat zich wellicht raden, maar komt alleen in de kantlijn ter sprake in deze reconstructie van een eindeloze bendeoorlog, die toewerkt naar het antwoord op een vraag die ook aan de Deense rechter wordt voorgelegd: Bandidos, verbieden of niet?

En daarvoor brengt de Deense officier van justitie een anonieme getuige, een voormalige prospect met de codenaam Guldfugl, in stelling…

Earth, Wind & Fire (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World)

HBO

Met de begeestering en overtuigingskracht van een echte liefhebber is Ahmir ‘Questlove’ Thompson al enkele jaren druk doende om zijn eigen muzikale helden te eren in documentaires. De drummer van de Amerikaanse hiphopgroep The Roots, die tegenwoordig vooral actief is als filmmaker, heeft zich al gebogen over respectievelijk het Harlem Cultural Festival in 1969 in de Oscar-winnaar Summer Of Soul (…Or When The Revolution Could Not Be Televised), de muzikale invloed van het befaamde televisieprogramma Saturday Night Live in Ladies & Gentlemen… 50 Years Of SNL Music en de brille van Sly & The Family Stone in Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius).

Nu bekommert Questlove zich om de Afro-Amerikaanse soul-, funk- en discogroep die tussen 1971 en 1984 veertig miljoen platen verkocht, dertig hits had en zes Grammy Awards won: Earth, Wind & Fire. En hij geeft ook die film een onnavolgbare ondertitel mee: (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World) (119 min.). Centrale figuur is de enigmatische bandleider Maurice White (1941-2016), een man met een enorme geldingsdrang en groter dan grote ideeën, geïnspireerd door spiritualiteit, meditatie en astrologie. Een man ook, die zelden het achterste van zijn tong laat zien – en ook in deze film, waarin hij via archiefbeelden en -interviews aanwezig is, ongrijpbaar blijft.

Maurice White leert zijn groep eerst ongenadig funken, maakt daarna fluks de oversteek naar een top 40-publiek en omarmt tenslotte zeer commerciële disco. De dampende optredens van Earth, Wind & Fire gaan vergezeld van spectaculaire kostuums, uitzinnige decors en uitgekiende podiumchoreografie. Totdat White gaandeweg zijn ‘mojo’ kwijtraakt en de groep zonder aankondiging vooraf plotseling ontbindt. De man die in het openbaar geloof, hoop en liefde predikt, heerst achter de schermen als een verlichte despoot en zet zo behoorlijk wat kwaad bloed bij sommige andere groepsleden. Die hebben sowieso al langer het gevoel dat ze door hem worden behandeld als willekeurige sessiemuzikanten. Totdat ze tóch niet zonder elkaar blijken te kunnen – en willen.

Thompson tekent deze geschiedenis vaardig op met de bandleden Philip BaileyRalph Johnson en Maurices broer Verdine White, andere verwanten van de voorman en Earth, Wind & Fire-medewerkers, zoekt zijn heil tevens bij tijdgenoten zoals Booker T. Jones, Lionel Richie en Stevie Wonder (die tot Questloves grote verbazing bekent dat zijn evergreen I Wish is geïnspireerd op EWF’s eerste hit Shining Star) en geeft de navolgers Flea, Anderson .Paak en H.E.R. alle gelegenheid om de loftrompet te steken over White en consorten. En die maken in de 21e eeuw nog een serieuze revival door als Barack en Michelle Obama, nog altijd fan, in 2009 hun entree maken in Het Witte Huis.

Mede dankzij de eerste zwarte Amerikaanse president en zijn echtgenote hebben hits als FantasyBoogie Wonderland en September een zoveelste nieuw leven gekregen. Deze ferme film, die is volgestort met fraai archiefmateriaal en opgeleukt met animaties, legt alle stukjes van de kleurrijke Earth, Wind & Fire-puzzel nog eens netjes op hun plek. Zodat het totaalplaatje, dat verder niet héél wereldschokkend is, volledig zichtbaar wordt.

Marlee Matlin: Not Alone Anymore

Kino Lorber

Toen ze haar Oscar ging ophalen, durfde Marlee Matlin eigenlijk niet blij te zijn, vertelt ze veertig jaar later. Ze kreeg de Academy Award overhandigd door acteur William Hurt, haar tegenspeler in de film Children Of A Lesser God (1986) en sinds enige tijd ook haar geliefde. Was hij werkelijk blij dat zij op 21-jarige leeftijd, als eerste dove actrice in de geschiedenis, met haar debuut de belangrijkste filmprijs won? Het destabiliseerde hun relatie, die we tegenwoordig ‘toxisch’ zouden noemen.

In haar autobiografie I’ll Scream Later (2010) zou Matlin nog indringend verhalen over haar ervaringen met seksueel geweld. Daarmee was ze haar tijd vooruit. #metoo liet toen nog zeven jaar op zich wachten. Ze zou haar hele leven voor de troepen uitlopen, getuige de documentaire Marlee Matlin: Not Alone Anyore (97 min.). Nadat zij als eerste dove acteur een Oscar won, stond ze 35 jaar later ook aan de basis van haar opvolger. Troy Kotsur kon alleen een Academy Award winnen voor zijn rol in CODA (2021) doordat Matlin, die een bijrol had als zijn eveneens dove vrouw, had gedreigd met opstappen als er een horende acteur zouden worden ingehuurd als haar echtgenoot.

Regisseur Shoshannah Stern, een eveneens dove filmmaakster, neemt voor deze docu tegenover haar hoofdpersoon plaats op een bank en bespreekt met haar in gebarentaal – niet vertolkt, wel ondertiteld – een roerig leven.  Die Oscar bracht Matlin, na toch weer enkele jaren sappelen, rollen in de befaamde televisieseries The West Wing, Seinfeld en The Larry Sanders Show, maar plaatste haar tevens in de voorhoede van de emancipatiestrijd van doven. Toen er een nieuwe voorzitter moest komen bij de dovenuniversiteit Gallaudet, leek er bijvoorbeeld wéér een horende kandidaat te worden gekozen (het thema van de docu Deaf President Now!) en moest Matlin bijspringen.

Marlee Matlins relatie met de dovengemeenschap blijft desondanks lastig, vertelt ze tegen Stern. Want ook zij kreeg gedurig kritiek, zoals toen ze sprekend de winnaar van een Oscar bekend maakte. Dat werd beschouwd als verraad aan haar eigen identiteit als dove vrouw. In dit delicate portret, waarin zowel horende en niet-horende familieleden, vrienden en collega’s hun licht over haar laten schijnen, kijkt Matlin intussen grondig naar wie ze was, wat ze is geworden en welke weg haar heeft gebracht van toen naar nu, waarin ze zowaar een geladen aflevering van de televisieserie Accused over een jonge dove vrouw regisseert, de aangrijpende apotheose van dit boeiende persoonlijke portret.

Norges Vei Tilbake

Netflix

Een hele generatie Noren is opgegroeid zonder eindtoernooi. Beter: met toernooien zonder het Noorse voetbalelftal. Sinds het Europees Kampioenschap van 2000 krijgt Noorwegen steeds de deksel op de neus tijdens de kwalificatie. De ene deceptie volgt op de andere.

Als de voetbalbond in 2020 oud-international Ståle Solbakken aanstelt als bondscoach, is er echter nieuwe hoop. Het Scandinavische elftal heeft met aanvoerder en spelverdeler Martin Ødegaard (Arsenal) en spits Erling Haaland (Manchester City) inmiddels internationale sterren in de gelederen. Toch gaat het in de kwalificatieronden voor het WK van 2022 en het EK van 2024 wéér mis. Solbakken dreigt de zak te krijgen. Hij krijgt echter nog één allerlaatste kans, om zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten, Mexico en Canada van 2026.

En ditmaal slaagt de fanatieke coach wél in zijn missie. In het tweeluik Norges Vei Tilbake (internationale titel: Norway: The Dark Horse, 120 min.) reconstrueert Emil Trier de Noorse wederopstanding: hoe een elftal, dat in 2023 nog gebroken uit een verloren beslissingswedstrijd tegen Schotland is gekomen, zich weer opricht en via zeges op Italië, Moldavië, Estland en Israël een ideale uitgangspositie verwerft om het WK te bereiken. De climax daarvan, de allesbeslissende laatste wedstrijd tegen groepsfavoriet Italië, is alleen vreemd genoeg al aan het begin van de tweede aflevering geposteerd.

Als die horde is genomen – en, net als de vorige wedstrijden, met de gebruikelijke bombast en het nodige drama is uitgeserveerd – volgt de voorbereiding van het Noorse elftal op het wereldkampioenschap zelf, inclusief een oefenwedstrijd tegen het Nederlands elftal. Deze productie dreigt dan als een nachtkaars uit te gaan. Wat rest is alleen nog een kwestie die vermoedelijk vooral in Noorwegen zelf de gemoederen verhit: welke spelers halen de definitieve WK-selectie wel/niet? Is er bijvoorbeeld een plek voor Jens Petter Hauge, de sterspeler van de Champions League-revelatie Bodø/Glimt?

Net als de rest van het land verneemt de flankaanvaller het nieuws via een live-uitzending op televisie, waarin de namen van de geselecteerde spelers nog altijd omfloerst bekend worden gemaakt. Zodat het toch nog even spannend wordt.

Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd

Lex Reitsma / AVROTROS / maandag 15 juni, om 22.40 uur, op NPO2

Op het getuigschrift dat Kho Liang Ie (1927-1975) op 6 juli 1954 kreeg uitgereikt van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs te Amsterdam, de latere Rietveldacademie, staat dat hij het eindexamen ‘binnenhuiskunst’ met goed gevolg heeft afgelegd. Zijn zoon Eng Tie Kho is er ruim zeventig jaar later nog altijd verguld mee. Kunst. Géén architectuur. ‘Ik denk dat hij juist een kunstenaar was, in wie hij was.’

De man die zou uitgroeien tot een toonaangevende industrieel ontwerper en interieurarchitect was in 1949 van Jakarta naar Nederland gekomen, volgens zijn dochter Mira met het idee dat hij snel zou terugkeren naar huis en dan een Chinese vrouw ging trouwen. Na zijn afstuderen werd hij echter al snel benaderd door Artifort uit Maastricht, de start van een bloeiende carrière als architect die uiteindelijk alleen slechts een jaar of twintig zou duren. Op 47-jarige leeftijd overleed Kho Liang Li, de designer van talloze meubels, interieurs en kantoortuinen, waaronder het interieur van het stationsgebouw van Schiphol.

Ruim vijftig jaar later is Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd (52 min.) in de vergetelheid geraakt en beijvert met name zijn zoon Eng Bo zich voor een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, de plek waar zijn vader bij leven en welzijn al eens exposeerde. Regisseur Lex Reitsma (Het Oog Dat Voelt: De Portretten Van Koos Breukel / Rietveldhuizen: Een Meubel Om In Te Wonen) volgt Ie’s kinderen tijdens de samenstelling van dit retrospectief en zoomt intussen, samen met collega’s en kunsthistoricus Ineke van Ginneke, in op de carrière en het levenswerk van de begenadigde ontwerper.

Hij behandelt diens ontwerpen ook daadwerkelijk als kunstwerken, zorgvuldig uitgestald en gestileerd vereeuwigd, die op geen enkele manier zijn te vergelijken met zielloze gebruiksvoorwerpen en die bovendien de tand des tijds doorgaans glansrijk hebben doorstaan. Zo wordt dit postume portret, in combinatie met de expositie die op dit moment in het Stedelijk Museum is te zien, een waardig eerbetoon aan leven en werk van Kho Liang Ie.

Tetra: Acreditar De Novo

Netflix

Achter elke afzonderlijke naam hoort een uitroepteken. Carlos Alberto Parreira! (de coach die het Braziliaanse voetbalelftal in de aanloop naar het WK van 1994 door lastige tijden loodst). Dunga! (zijn onverwoestbare aanvoerder die daar de beslissende strafschop voor zijn rekening neemt). Branco! (de man die met z’n verwoestende linkerbeen dan al hoogstpersoonlijk het Nederlands elftal uit het toernooi heeft geknald). Bebeto! (de ene helft van het beste Braziliaanse spitsenduo sinds Pelé en Garrincha, die tijdens het toernooi vader wordt en al wiegend z’n doelpunten viert). En Romário! (Bebeto’s ongrijpbare aanvalsmaatje en de goaltjesdief onder de goaltjesdieven). In de Verenigde Staten maken ze hun land, na 24 lange jaren, met een zege op Italië eindelijk weer wereldkampioen.

Vrijwel de gehele Seleçao draaft ruim dertig jaar na dato ook op voor de terugblik Tetra: Acreditar De Novo (86 min.), inclusief ook Márcio Santos!, Jorginho!, Raí!, Mauro Silva!, Zinho!, Paulo Sérgio!, Viola!, Aldair! én reservekeeper Gilmar Rinaldi! Hij maakte in ‘94 achter de schermen maar liefst acht uur beeldmateriaal, dat nu als basis dient voor deze documentaire van Luis Ara. Alleen Rinaldi’s concurrent Taffarel! (de doelman die in de finale als overwinnaar uit de penaltyserie kwam) schittert ditmaal door afwezigheid. Zijn voormalige teamgenoten halen verrukt en geëmotioneerd herinneringen op aan een enerverend toernooi, dat even daarvoor extra lading heeft gekregen door het overlijden van hun teamgenoot Dener en de Braziliaanse Formule 1-legende Ayrton Senna.

Uit Rinaldi’s beelden komen smakelijke anekdotes voort, bijvoorbeeld over die ene motivatiespeech in de kleedkamer, nét voor aanvang van de WK-finale, waarin de spelers worden aangespoord om als Japanse Kawasaki-piloten voor de overwinning te gaan. Tot grote hilariteit van zijn medespelers corrigeert spits Romário de spreker direct: hij bedoelt kamikazepiloten! Zo wordt de spanning voor de belangrijkste wedstrijd van hun leven even doorbroken. Ook voormalige tegenstanders van Brazilië (de Zweed Patrik Andersson, de Amerikaan Tab Ramos, de Nederlanders Aron Winter en Ronald de Boer en de Italianen Gianluca Pagliuca, Demetrio Albertini, Alberico Evani) blikken in deze vermakelijke sportdocu terug op het toernooi dat voor hén uitloopt op een teleurstelling.

Inmiddels is het opnieuw 24 jaar geleden dat het Braziliaanse elftal wereldkampioen is geworden, tijdens het WK van 2002 in Zuid-Korea en Japan, en snakt ‘s werelds succesvolste voetballand naar een nieuwe titel – al zou het natuurlijk ook wel aardig zijn als Virgil van Dijk!, Frenkie de Jong! en Memphis Depay! over een jaar of dertig op een soortgelijke manier mogen terugkijken op hun avontuur in de Verenigde Staten, Canada en Mexico in 2026.

The Murder Of Rachel Nickell

Netflix

’Alex, de man die mama vermoordde, waar was die?’ vraagt André Hanscombe aan zijn zoontje als ze de plaats delict naderen in het Londense park Wimbledon Common. Rachel Nickell is daar op 15 juli 1992 met bijna vijftig messteken om het leven gebracht. De enige getuige van de gruwelijke moord is haar tweejarige zoontje. Omdat de politie volledig in het duister tast over de ‘gemene man’ die de jonge vrouw heeft gedood, wordt Alex later mee teruggenomen naar het park, in de hoop dat hij zich details herinnert waarmee de dader kan worden geïdentificeerd. En zijn vader André moet hem daar, voor een camera die hun bezoek documenteert, bevragen over de grootste tragedie van hun leven.

Ruim dertig jaar later blikt Hanscombe, samen met anderen die destijds bij het politieonderzoek betrokken raakten, in The Murder Of Rachel Nickell (96 min.) terug op het schokkende misdrijf en de zoektocht naar de dader, die aanvankelijk maar niet op gang wil komen. Doordat de moordenaar geen vingerafdrukken of andere bruikbare sporen heeft achtergelaten op de plaats delict, weet hij heel lang uit handen van de politie te blijven. Deze geruchtmakende zaak vormt ook het uitgangspunt voor de zojuist uitgebrachte dramaserie The Witness. Voor kijkers daarvan toont deze indringende documentaire van Lucy Bowden de echte mensen achter de personages en de tragedie waarin zij verzeild raken.

Anderen zien een vaardig verteld true crime-verhaal, waarbij de filmmaakster stapsgewijs nieuwe informatie en bronnen introduceert. Zo laat ze nieuwkomers bij deze geschiedenis, die in Groot-Brittannië heel wat stof deed opwaaien, de zaak echt meebeleven. Centraal daarin staan een jonge vrouw die haar zoontje met haar eigen leven beschermt, een kind dat zich ook na haar dood aan zijn moeder blijft vastklampen en een man die daarna de weg terug naar het leven moet vinden voor zichzelf en hun zoon. Én een ‘ongeorganiseerde seriemoordenaar’, aldus de Amerikaanse FBI-profiler Robert Ressler, voor wie het misdrijf blijkbaar de apotheose is van een verwrongen fantasie. En hij is nog niet klaar.

‘De gemene man stak zijn ding in haar’ vertelt Alex een jaar na de dood van zijn moeder, tijdens een zorgvuldig voorbereid kinderverhoor, aan zijn vader André. ‘Een mes.’

Poldi

Netflix

Bij de meeste voetbaldocu’s gaat tachtig procent over de carrière van de hoofdpersoon en slechts twintig over zijn privéleven. De Duitse aanvaller Lukas Podolski, die maar liefst 130 keer uitkwam voor ‘Die Mannschaft’, zou dat in ‘zijn’ documentaire graag omdraaien. Terwijl hij op z’n veertigste bezig is aan zijn ‘vermoedelijk laatste seizoen’ als speler van de Poolse club Górnik Zabrze, maakt de zakenman Podolski bijvoorbeeld al overuren. In een sportwinkel overlegt hij met enkele medewerkers over een ‘goodbye collection’, om zijn pensionering als voetballer ook te gelde te maken. Één van de anderen stelt een LD-tuinkabouter voor. Poldi (94 min.) twijfelt. Iedereen heeft al een tuinkabouter. ‘Klopt’, antwoordt één van de anderen. ‘Maar niet eentje die op jou lijkt.’

Daarmee is de toon gezet voor een voetbalportret dat vooral geen routineuze sportdocu mag worden. Natuurlijk komt Podolski’s loopbaan, die hem langs clubs als FC Köln, Bayern München, Arsenal, Inter Milan en Galatasaray heeft geleid, aan de orde in deze film van Nicolas Berse-Gilles, Simone Schillinger en Kai Sehr, maar, ondanks de bijdrage van Duitse kopstukken zoals Joachim Löw, Oliver Kahn, Toni Kroos, Thomas Müller en Bastian Schweinsteiger, gebeurt dit met mate. De nadruk ligt meer op de man dan op de voetballer. In 1987 verkaste die als peuter met zijn hele familie, stuk voor stuk ‘positiv verrückt’ aldus Podolski, van Polen naar Duitsland. Als kind van een migrantengezin werd ‘geen woorden maar daden’ zijn levensfilosofie. Ofwel: wer schläft verliert.

Samen met zijn vrouw, zoon, ouders, zus, tantes en oma laat hij zijn achtergrond, jeugd, gezinsleven, zakelijke carrière én voetbalbestaan de revue passeren. Dat gebeurt open, nuchter en met veel humor. Als ze zijn aanbeland bij Podolski’s periode in Londen, snijden de filmmakers bijvoorbeeld een pijnpuntje aan: ‘We hebben beelden van Arsenal die we graag zouden gebruiken. Ze vragen daar [****] euro voor.’ Poldi vertrekt geen spier. ‘Dat gaat dan ten koste van je budget’, antwoordt hij grinnikend en loopt vervolgens alle leden van de filmcrew na. ‘Als iedereen [****] lapt, dan is het voor de bakker.’ Daarna verschijnt er een tekst in beeld: ‘Het geld werd niet ingezameld. Vandaar alleen een foto.’ Van Lukas Podolski, glunderend in een Arsenal-shirt. Hij heeft vermoedelijk net gescoord.

Zo nemen Berge-Gilles, Schillinger en Podolski in deze zeer vermakelijke documentaire behalve zichzelf ook consequent de dertien-in-een-dozijn sportfilm op de hak. Waarbij ze zich, helemaal aan het eind, zelfs nog bezondigen aan een kostelijk staaltje geschiedvervalsing en de hoofdpersoon Duitsland hoogstpersoonlijk naar de wereldtitel laten schieten.

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Batik, Beats & Bumbu

Periscoop Film / vanaf donderdag 18 juni in de bioscoop

De eerste generatie Nederlanders met Indonesische roots probeerde geruisloos te integreren. Generatie twee vormde zogezegd een brug tussen de eerste en de volgende generaties. En de derde generatie, waarop Claire Pijman zich richt in de documentaire Batik, Beats & Bumbu (84 min.), probeert de verbinding te leggen tussen de wereld waarin zij zijn opgegroeid en het land van hun voorouders.

‘Er is wel echt iets aan het bloeien’, stelt Megan de Klerk, de leadzangeres van Nusantara Beat, een zeskoppige groep uit Amsterdam die zich onderscheidt met moderne interpretaties van traditionele Indonesische muziek. Pijman (Living The Light – Robby Muller / Een Vrouw Als Monique) volgt de groep naar Indonesië voor enkele optredens. Ook de andere hoofdpersonen van deze bedaarde film, jonge kunstenaars met wortels in het voormalige Nederlands Indië, doen inspiratie op in het Aziatische land waar hun oorsprong ligt.

Chefkok Vanja van der Leeden, auteur van het boek Indorock, laat zich door haar collega William Wongso bijvoorbeeld nóg verder inwijden in de geheimen van de Indonesische keuken. De modeontwerpers Romée Mulder en Myrthe Groot van atelier Guave bezoeken hun batikcontact Nia Hasan Batik. En deejay Michiel Sekan is als baas van zijn eigen platenlabel Jiwa Jiwa Records en connaisseur van de Indonesische muziek altijd op zoek naar verborgen pareltjes. Hij schrijft ook een boek, Soundwriters, over de Indische muzikale diaspora.

Stuk voor stuk zoeken ze een weg door hun eigen culturele erfgoed: wat valt er nog te ontdekken en hoe kunnen – en mogen – ze daar hun eigen draai aan geven? Deze documentaire registreert dat proces, waarin zij ook nadrukkelijk verbinding zoeken met vakbroeders en -zusters in Indonesië. Dat levert geen héél spannende of verrassende vertelling op. Pijman volgt haar hoofdpersonen simpelweg op de weg die zij afleggen: van Nederland naar dat land, waar ze net zo goed thuis zijn, en nóg dieper de cultuur in, die ze zich eigen hebben gemaakt.

Eenmaal terug in het land waar ze zijn opgegroeid vertalen deze vertegenwoordigers van de derde generatie Indische Nederlanders hun indrukken naar exposities, feesten en optredens, waarmee ons aller cultuur verder wordt verrijkt.

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

The Great Hip Hop Hoax

Vertigo Films / Docplay / vrijdag 12 juni, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

In Londen, het centrum van de Britse muziekwereld, worden ze aan het begin van deze eeuw als Schotse rappers totaal niet serieus genomen. Een medewerker van een platenmaatschappij dubt hen met het nodige dedain ‘de rappende Proclaimers’, naar de Schotser dan Schotse tweelingbroers Craig en Charlie Reid die ooit een wereldwijde hit scoorden met (I’m Gonna Be) 500 Miles. Gedesillusioneerd keren Billy Boyd en Gavin Bain terug naar Dundee.

Niet veel later melden ze zich opnieuw in Londen, met een Amerikaanse tongval. Als respectievelijk Silibil en Brains McLoud, ofwel het Californische hiphopduo Silibil n’ Brains – ook al zijn ze in werkelijkheid nog nooit in de Verenigde Staten geweest. The Great Hip Hop Hoax (88 min.) Is van start gegaan. Binnen de kortste keren krijgen de twee extra puberale varianten op Eminem een platencontract onder hun neus geschoven en lijkt hun kostje gekocht.

De Britse filmmaakster Jeanie Finlay tekent het jongensboekverhaal in deze vermakelijke docu uit 2013 op met de bijna karikaturale relrappers zelf en mensen uit hun persoonlijke en professionele omgeving, lardeert hun herinneringen met interviews, backstage-materiaal en televisieoptredens van Silibil n’ Brains en hecht dit geheel vervolgens af met tamelijk cartooneske animaties, die de banale absurditeit van hun schelmenstreek nog eens benadrukken.

De gretigheid waarmee de complete muziekindustrie erin tuint en het hiphopduo, dat zelf natuurlijk wel beter weet, in z’n eigen imago begint te geloven, is tegelijkertijd verbazingwekkend en volkomen begrijpelijk – al worden de Schotse poseurs uiteindelijk, een illusie armer, natuurlijk tóch ingehaald door de wetten van de business die ze zo gemakkelijk in luren hebben gelegd als Silibil en Brains McLoud.

Si Tu Tues, Appelle-Moi

Ladybirds Films

Aan bijnamen heeft hun beroepsgroep nooit een gebrek gehad: maffiamaatje, advocaat van de duivel en – natuurlijk – consigliere. Als juridisch adviseur van een crimineel kopstuk kunnen deze advocaten bovendien zelf in de vuurlinie belanden. Letterlijk. En voor hetzelfde geld worden ze ook meegezogen in het strafrechtelijke moeras waarin hun cliënten al terecht zijn gekomen.

Tegelijkertijd zijn er de macht, de roem en de inkomsten die bij de job horen. In de interviewdocu Si Tu Tues, Appelle-Moi (internationale titel: If You Kill, Call Me, 55 min.) uit 2022 laat Eduardo Febbro enkele prominente advocaten, die drugskartels, de maffia of andere georganiseerde misdaadorganisaties bijstaan, aan het woord over hun leven en werk en de Capo’s die zij hebben vertegenwoordigd. Ze balanceren in hun professie voortdurend op het slappe koord tussen gewoon hun juridische werk doen en daadwerkelijk onderdeel worden van een crimineel netwerk.

‘Mijn oma zei altijd: advocaten gaan naar de hel’, vertelt Gustavo Salazar, de vaste advocaat van de legendarische Colombiaanse drugsbaas Pablo Escobar, die zelf opgroeide in een arm boerengezin. ‘En ook mijn hele familie was ertegen. Het zijn dieven of leugenaars, zeiden ze tegen me, die niet meer gered kunnen worden. Op een ochtend werd ik echter wakker en zei tegen mijn moeder: ik word advocaat en ga naar de hel.’ Salazar heeft een glashelder uitgangspunt. ‘Vertel mij de waarheid’, zegt hij tegen zijn cliënten. ‘Zodat ik kan liegen tegen de jury.’

Juristen zoals hij kiezen hun woorden doorgaans zorgvuldig, óók in deze aardige rondgang langs met name Mexicaanse vertegenwoordigers van de beroepsgroep, waaronder verschillende advocaten van Joaquin ‘El Chapo’ Guzmán, de leider van het Sinaloa-drugskartel. Zij spreken vooral in algemeenheden, mijden al te concrete voorbeelden of navrante inkijkjes en laten nooit het achterste van hun tong zien. Tegenover hen posteert Febbro een openbaar aanklager, een lid van de Mexicaanse orde van advocaten en de weduwe van een vermoorde advocaat.

Zo wordt in grote lijnen het speelveld van de karteladvocaat afgebakend, waarbij zij vooral aan de zijlijn moeten blijven staan en nooit aan het spel zelf mogen gaan deelnemen. En via hen komt ook het schrikbeeld van een narcostaat in beeld.