
Je hebt mensen nodig ‘die weten wanneer je zingt en wanneer je huilt’, zegt een familielid tegen Tatjana Božić. En dat is precies wat de Kroatische filmmaakster regelmatig mist. Ze heeft het gevoel dat zij er in Nederland, waar ze samen met haar tienerzoon Waldemar woont, niet echt bij hoort. Er lijkt een ‘onzichtbare muur’ te bestaan tussen haar en anderen. Daarover gaat Fragments Of Belonging (Tragovi Pripadanja, 81 min.), een film over haar eigen eenzaamheid als vrouw uit ‘Oost-Europa’, met hooggespannen verwachtingen, een Slavisch accent en onzalige plannen.
Tot voor kort had Božić nog nooit ergens langer dan tien jaar gewoond. Ze werd geboren in een Kroatisch dorp en verhuisde later naar de Sovjet-Unie. Daarna was ze achtereenvolgens woonachtig in Londen, Zagreb en Amsterdam. En op die laatste plek kreeg ze een kind met een Nederlander, in wie zonder al te veel moeite collega-filmmaker Rogier Kappers (en het glasorgel, uit zijn persoonlijke film Glas, Mijn Onvervulde Leven) is te herkennen. Inmiddels is Tatjana een alleenstaande moeder en verhuisd naar een buitenwijk. Komt ze hier nog weg? En zal ze er ooit écht bij horen?
Zij groeide op als onderdeel van een gemeenschap en is nu terecht gekomen in een wereld, waar het individu centraal staat. Aansluiting vinden gaat niet vanzelf. Of ze nu lid wordt van een fietsclub of de slaapkamer van haar zoon begint te verhuren als hotelkamer, in de hoop dat er zo nieuwe vrienden in huis komen. Via een familie-opstelling probeert Tatjana Božić vat te krijgen op waarom ze zoveel moeite heeft om zich ergens thuis te voelen. Hoort dit bij haar geboorteland, dat in half Europa gastarbeiders heeft afgeleverd? Of zit het opgesloten in haar eigen familieverhaal?
Niemand is in hun dorp blijven wonen. Ze zijn uitgewaaierd naar zeven verschillende landen, waar ze nu bezoek mogen verwachten van dat ene ontheemde familielid, dat maar niet ‘ingeburgerd’ raakt in haar huidige thuisland. Božić moet op haar tocht, gelardeerd met persoonlijke gesprekken en begeleid door Balkan-muziek, ook de confrontatie aangaan met de moederrol in haar leven: de omgang met haar zoon en, onlosmakelijk daarmee verbonden, de verhouding tot haar eigen moeder. In deze film probeert ze, tussen alle lachen en tranen door, de weg te vinden naar een thuis.
Zeg maar gerust: een inclusieve wereld. Waldemar heeft er zo z’n twijfels bij. ‘Het is net alsof je er stiekem van houdt om nergens bij te horen’, zegt hij. Zijn moeder wíl volgens hem gewoon een buitenstaander zijn. En zij heeft zich daar maar toe te verhouden.


















