Crip Camp: A Disability Revolution

Netflix

In Camp Jened ontdekten ze dat ze, behalve gehandicapt, ook gewoon mens konden zijn. Daar, op dat vakantiekamp voor jongeren met een lichamelijke beperking, werd begin jaren zeventig de basis gelegd voor een ferme emancipatiestrijd. Niet alleen bezoekers van het kamp zouden zich overigens veel beter bewust worden van hun eigen maatschappelijke positie. Ook Afro-Amerikaanse begeleiders merkten dat er in hun leven buiten Jened nog een wereld te winnen was.

In Crip Camp: A Disability Revolution (108 min.) van Nicole Newnham en James LeBrecht, die zelf als tiener het kamp bezocht en tevens als verteller van deze aangrijpende film fungeert, blikken sleutelfiguren van deze authentieke bevrijdingsbeweging terug op hun ervaringen in het kamp, die een diepgevoelde behoefte aan een volwaardig bestaan in hen losmaakten. Hun herinneringen worden ondersteund met fraaie filmbeelden van (groeps)gesprekken en activiteiten tijdens het zomerkamp en een lekkere soundtrack met gekende hippiehits.

Via de verhalen laten ze zich ook echt in hun ziel kijken. Dit resulteert in diep ontroerende ontboezemingen. Zo had Denise Sherer Jacobson, die ernstige hersenbeschadiging opliep bij haar geboorte, zich voorgenomen om beslist niet als maagd te sterven. Na een blindedarmoperatie kreeg ze van haar dokter te horen dat ze gonorroe had. ‘En heel even was ik zo trots op mezelf’, bekent ze nu lachend, ‘Maar toen ik erover nadacht was dat vooral omdat ik ervan uitging dat die arts vast dacht dat ik niet seksueel actief kon zijn. Kijk maar naar me. Wie wilde er nu seks met mij?’

De vrouw uit New York, veroordeeld tot een elektrische rolstoel, besloot om weer te gaan studeren en haalde een master in menselijke seksualiteit. ‘En dat was mijn ticket uit de Bronx.’ Intussen laten Newnham en LeBrecht een oude foto zien van Denise, waarop ze een shirt draagt met de tekst ‘Behind this T-shirt lies a sensuous woman’. Crip Camp maakt zo duidelijk wat een beperking doet met mensen en maakt die mensen tegelijkertijd ook weer los van die beperking. Voor ons, 21e eeuwers, lijkt dat misschien vanzelfsprekend, maar een kleine halve eeuw geleden was er doorgaans nog weinig oog voor de persoon achter het spasme of in de rolstoel.

Die aandacht voor hun persoon en belangen hebben de Crip Campers ook echt moeten bevechten. Tot een hongerstaking aan toe. Het maatschappelijke respect, en bijbehorende zelfrespect, is hen dus bepaald niet komen aanwaaien. Deze prachtfilm, geproduceerd door Barack en Michelle Obama en winnaar van de Audience Award op het Sundance-filmfestival, maakt die persoonlijke strijd uitstekend invoelbaar en blaast meteen het stof van een welhaast vergeten deel van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.

Hillary

VPRO

‘Mensen hebben altijd een mening over mij, positief dan wel negatief’, zegt de hoofdpersoon zelf. ‘Ik heb eens tegen iemand gezegd die me vroeg wat ik op mijn grafsteen wilde: ze was lang niet zo goed of slecht als mensen zeggen dat ze was.’ Hillary (257 min.), achternaam overbodig, lacht erbij. Professioneel. Zoals ze de anekdote vast ook wel eens vaker zal hebben verteld. Als onderdeel van haar standaardrepertoire als politicus.

En dat is natuurlijk precies het beeld wat kleeft aan mevrouw Clinton, een achternaam die ze overigens pas enkele jaren ná haar huwelijk met Bill en puur vanuit politieke overwegingen aannam. Van de vrouw die zegt wat ze denkt dat je wilt horen óf de vrouw die je voor de gek houdt waar je bij staat. Geen authentiek mens. Laat staan: iemand van wie je zou kunnen houden. Het is natuurlijk maar de vraag of zij, de eerste vrouw die een serieuze gooi naar het Amerikaanse presidentschap deed, daarmee recht wordt gedaan.

Een persoonlijk zitinterview met diezelfde wegbereider, dat zich over maar liefst zeven dagen heeft uitgestrekt, vormt het hart van deze vierdelige documentaireserie, waarin Hillarys turbulente bestaan grondig wordt doorlopen. Met bijdragen van echtgenoot Bill en dochter Chelsea, haar vaste getrouwen en journalisten. Regisseur Nanette Burstein wisselt dit levensverhaal af met een afgewogen selectie uit duizenden uren backstage-beelden die Team Clinton zelf maakte van de dramatisch verlopen presidentscampagne van 2016, waarbij Hillary het onderspit zou delven tegen Donald Trump.

Dat levert bijzondere inzichten op. Al in oktober 2016, een dikke maand voor die fatale verkiezingsdag, voorspelt Clinton in zekere zin de ongemakkelijke verhouding van Trump tot Poetin én de Oekraïne, die onlangs tot een impeachmentproces tegen de zittende Amerikaanse president heeft geleid. Ze reageert op dat moment op haar vicepresidentskandidaat Tim Kaine die door Trumps voorganger Barack Obama, in het openbaar altijd erg diplomatiek over Donald Trump, zou zijn aangespoord om er alles aan te doen om ‘een fascist uit het Witte Huis te houden’.

Zo biedt deze groots opgezette miniserie een fascinerende inkijk in een halve eeuw Amerikaanse politiek en wordt de heldin van vrouwelijk Amerika/Crooked Hillary (doorhalen wat niet van toepassing is) in die periode meteen op een geloofwaardige manier gehumaniseerd. Als in: een gewoon mens, met opmerkelijke talenten en enkele opzichtige karakterzwaktes. Een gewoon mens, dat de belichaming werd van de (vooralsnog gefnuikte) vrouwelijke emancipatiestrijd in de Verenigde Staten werd, dat wel.

Divorce Iranian Style

Als één documentairemaker zich in haar werk sterk heeft gemaakt voor vrouwenrechten, dan is het de Britse regisseur Kim Longinotto. In de afgelopen decennia maakte ze talloze films over vrouwen die opkwamen voor zichzelf en hun seksegenoten; van de Kameroense Sisters In Law (2005) en de strijdsters tegen vrouwenbesnijdenis in The Day I Will Never Forget (2002) tot de Japanse worstelaars van Gaea Girls (2000) en de zogenaamde Rough Aunties (2008), die zich bekommeren om het lot van Zuid-Afrikaanse kinderen.

Voor Divorce Iranian Style (76 min.) uit 1998, bekroond met een BAFTA, filmde Longinotto samen met coregisseur Ziba Mir-Hosseini in een zogenaamde familierechtbank in Teheran. Daar raken de gemoederen behoorlijk verhit als enkele vrouwen besluiten om echtscheiding aan te vragen. Want dat gaat zo maar niet… De zestienjarige Ziba laat zich daardoor echter niet ontmoedigen: ze wil beslist van haar véél oudere echtgenoot af. Ook al betekent dit dat zij, ontdaan van haar maagdelijkheid, voortaan als verschoppeling door het leven moet.

Longinotto en Mir-Hosseini observeren nog enkele andere vrouwen die dreigen vast te lopen in de mannenwereld waartoe ze zijn veroordeeld en die alle zeilen moeten bijzetten om de voogdij over hun kinderen te behouden of uit een ongelukkige relatie te kunnen stappen. De vrouwen praten als Brugman en maken daarbij van hun hart bepaald geen moordkuil. De filmmakers tonen de beschuldigingen, conflicten en onderhandelingen zonder enige opsmuk. Met een verbindende voice-over plaatsen ze de gebeurtenissen alleen in hun context.

Het resultaat is een kale en doeltreffende film, waarmee de positie van Iraanse vrouwen echt tastbaar wordt gemaakt – zonder dat ze meteen worden gereduceerd tot slachtoffer. Fraai is in dat verband een scène waarin een meisje van een jaar of vijf op de plek van de familierechter gaat zitten en feilloos naspeelt hoe die zijn rol invult. ‘Als een vrouw erg haar best doet om met je te leven en respectvol naar je te zijn’, zegt ze tegen een denkbeeldige verdachte, ‘waarom behandel je haar dan zo slecht en toon je geen respect?’

In 2000 keerden Kim Longinotto en Ziba Mir-Hosseini overigens terug naar Teheran voor de documentaire Runaway, waarin ze meisjes in een opvangcentrum portretteren, die zijn weggelopen van huis en een nieuwe draai aan hun leven proberen te geven.

After Truth: Disinformation And The Cost Of Fake News

HBO

‘So what?’, zegt Jack Burkman als filmmaker Andrew Rossi hem vraagt of nepnieuws negatieve consequenties heeft. ‘Je moet gewoon wat je moet doen.’ De politieke lobbyist was er enkele jaren geleden dan ook als de kippen bij om zijn steentje bij te dragen aan de verspreiding van een complottheorie rond de dood van Seth Rich. Deze onbekende medewerker van de Democratische partij zou rücksichtslos zijn geliquideerd omdat hij informatie over de campagne van Hillary Clinton wilde doorspelen aan WikiLeaks.

Complete onzin, dat weet Burkman zelf ook wel. Hij schaamt zich echter niet voor zijn duistere escapades en laat zich in deze film dan ook gewoon volgen als hij met de alt-right provocateur Jacob Wohl een nieuwe lastercampagne opzet. ‘Ik gebruik nepnieuws als een wapen omdat het nu eenmaal bestaat.’ Daarmee is Burkman een treffend voorbeeld van de hedendaagse handel in desinformatie, propaganda en kwaadaardige roddel die de centrale thematiek vormt van After Truth: Disinformation And The Cost Of Fake News (95 min).

Illustratief is het relaas van James Alefantis, de eigenaar van pizzeria Comet Ping Pong in Washington, waar eind 2016 ineens een man met een doorgeladen geweer binnenstormde om ontvoerde kinderen te bevrijden. Alefantis was, zonder dat hij het doorhad, de centrale figuur geworden van Pizzagate, een samenzweringstheorie die via de riolen van het internet was opgeborreld naar een groot publiek. In de kelder van de pizzeria zouden George Soros en (alweer) Hillary Clinton stelselmatig kinderen misbruiken.

Sindsdien is de term ‘fake news’ gekaapt door Donald Trump, die onwelgevallige media of journalisten met die term wegzet en meteen door zijn supporters laat uitjouwen. Intussen zijn ook Democraten zich gaan bedienen van gefingeerde websites en -nieuws om hun Republikeinse tegenstrevers te slim af te zijn. Zo zoeken ze doelbewust het speelveld op van rechtse stokers als Sean Hannity, Jerome Corsi en InfoWars-boegbeeld Alex Jones, de man die bijvoorbeeld beweert dat de schietpartij op de Sandy Hook-basisschool volledig in scène is gezet.

Via zulke usual suspects schetst Rossi een ontluisterend beeld van een schemerwereld waarin de waarheid volledig ondergeschikt is geraakt is aan het eigen ideaal of – vooral – het eigen gewin. Een wereld die er in al zijn hard- en smerigheid altijd al was, maar die met name door de komst van sociale media, Mark Zuckerbergs Facebook voorop, en opgepookt door Poetins Rusland geheel nieuwe dimensies heeft gekregen.

Leve De Vrouw Van De SRV

BNNVARA

Probeer haar maar eens níet in je hart te sluiten. Met dat (grote) hart op de tong, het eeuwige shaggie in de mond en die onmiskenbaar Tilburgse tongval. Tonny Steenis, voormalig probleemgeval. Dwars. Agressief. Tokkie. Ooit was ze zelfs dakloos. En probeerde ze naar binnen te rijden bij het politiebureau.

Met ‘Tonneke’s rijdende winkel’ heeft ze zichzelf opnieuw uitgevonden (‘ik ga nooit meer naar de soos’) en is ze zowaar een sociale functie gaan vervullen in de wijken die ze met haar wagen aandoet. Ze maakt her en der een praatje, biedt een luisterend oor en matst vaste klanten die even op zwart zaad zitten.

Tonny heeft zelf eigenlijk ook geen cent te makken. Heel veel levert die wagen niet op. Ze heeft er ook flinke schulden voor moeten maken. En vriend Kees, met wie ze oeverloos kan bekvechten, maakt haar zo nu en dan horendol. Soms komt de stoom bijna letterlijk uit haar oren en ziet zelfs deze doorgewinterde doordouwer het niet meer zitten.

Toch is Leve De Vrouw Van De SRV (originele titel: Laatste Der Mohikanen, 47 min.) op de één of andere manier een optimistische film. De documentaire, waarmee Max Ploeg afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, toont een vrouw die zich niet laat ontmoedigen door de klappen die het leven aan haar heeft uitgedeeld.

Ploeg dringt via zijn cultheld in de dop tevens diep door in een volksbuurt, waar allerlei kwetsbare mensen het hoofd boven water moeten zien te houden. Hij kijkt onbevooroordeeld met Tonny mee, begeleidt haar lotgevallen met een lekker lome jazzsoundtrack – en dus niet met Nederlandstalige schlagers – en tilt de film zo moeiteloos uit boven de gemiddelde docusoap over een probleemwijk.

Tonneke blijft intussen, soms tegen beter weten in, stug rondrijden. ‘Totdat we erbij neervallen.’

Diva Fong Leng

Deborah Faraone Mennella / AVROTROS

‘Kijk, jij wilt een film van mij maken: niet omdat ik een saaie vrouw ben, neem ik aan’, zegt modeontwerpster Fong Leng, nadat ze net in de openingsscène allerlei intrigerende oefeningen heeft gedaan op een matje in de woonkamer, tegen filmmaakster Deborah Faraone Mennella ‘Dus wilde ik daar ook iets bijzonders van maken.’ ‘Ja, dat begrijp ik’, antwoordt Faraone Mennella. ‘Maar jij bent al bijzonder genoeg, van jezelf.’

Zo delibreren ze nog even verder, maker en subject van het portret Diva Fong Leng (52 min.), over hoe die film zou moeten worden. ‘Glamorous’ en ‘mysterieus’ volgens Fong Leng. ‘That’s me. Dus dat moet het ook worden.’ Het is duidelijk: ook de hoofdpersoon van deze documentaire heeft goed nagedacht over wat ze met deze film wil zeggen. En dan verkiest ze het sprookje boven het veel te saaie gewone leven, zo zal ook in het vervolg blijken.

Faraone Mennella geeft haar ook de mogelijkheid om delen van de film, samen met partner Gerti Bierenbroodspot, terug te bekijken. Dat zorgt voor een opmerkelijk Droste-effect. Zo vertelt Fong Leng bijvoorbeeld over haar jong overleden moeder. ‘Ik heb mezelf eigenlijk opgevoed’, zegt ze op het scherm. ‘Ik vind dat ik het nog niet zo slecht gedaan heb.’ Waarna Bierenbroodspot haar in ‘real life’ een goedkeurend kneepje in de nek geeft en zegt: ‘Je bent altijd heel knap in je emoties gelijk wegdrukken en iets leuks zeggen, hè schat?’

Diva Fong Leng wordt zo meer dan een rechttoe rechtaan terugblik op een leven ‘ontwerpen zonder enige remming’, waarvan de hoogtijdagen met fraai beeldmateriaal van modeshows uit met name de jaren zeventig worden gereproduceerd op een groot scherm (voor een aandachtige Fong Leng in gemakkelijke stoel). Deze film gaat tevens over wie eigenlijk bepaalt hoe zo’n portret eruit komt te zien en waar identiteit ophoudt en imago begint.

Missie NS

KRO-NCRV

‘De reiziger staat op 1, 2 en 3.’ De NS wil voor ‘een 9+ ervaring’ zorgen bij de klant. Zodat de conducteur, ook wel ‘gastheer’ of ‘host’ genaamd, te maken krijgt met louter ‘blije reizigers’. Want de NS gaat voor ‘totale reisbeleving’. Dat is ‘the narrative’. Met een slogan met de onmiskenbare wilde frisheid van limoenen: ‘Proef de vrijheid’.

Elke stiel heeft zijn eigen jargon – al begint die van grote organisaties wel steeds meer op elkaar te lijken. De Nederlandse Spoorwegen laten bijvoorbeeld allang niet meer (alleen) treinen op tijd rijden. Ook op het spoor gaat het tegenwoordig om beleving, waarbij de voormalige reiziger (blijkbaar) iets van zichzelf moet zien te verwerkelijken. Terwijl hij wacht op een trein die niet komt, zich propt in iets wat het meest weg heeft van een veewagon of – in het leeuwendeel van de gevallen – gewoon netjes op tijd op de plaats van bestemming wordt afgeleverd.

Missie NS (82 min.) brengt het totale bedrijf in beeld; van de top in het hoofdkantoor en de omroepers op het operationeel controle centrum tot de mensen die met hun poten door de coupés en balkons banjeren: de conducteurs, machinisten en schoonmakers. Regisseur Catherine van Campen hanteert daarbij een procedé dat inmiddels vertrouwd voelt: ze kiest niet voor duidelijke hoofdpersonen, maar observeert in alle hoeken en gaten van het bedrijf, waarbij de kijker wel enkele vaste gezichten krijgt voorgeschoteld.

De film bestaat uiteindelijk uit een vloeiend gemonteerde collectie snapshots die gezamenlijk een narratief vormen, wellicht zelfs ‘the narrative’ die NS zelf wil uitdragen. In die zin doet de documentaire denken aan vergelijkbare films over de snelweg (Snelweg NL), bouwsector (Jongens Van De Bouw) en aandachtsindustrie (Nu Verandert Er Langzaam Iets). Ook Missie NS, dat wel wat drama ontbeert, registreert hoe gewone mensen onderdeel zijn van een dienst, onderneming of beroepsgroep en legt zo en passant iets van onze volksaard bloot.

Van Campen is er duidelijk niet op uit om iets of iemand te ontmaskeren. Ze houdt ons simpelweg een spiegel voor: dit is de wereld waarin wij leven, van gezichtsloze instituties die wel degelijk door gewone mensen worden bevolkt. Zo bezien zijn er ook nog wel wat spannende organisaties te bedenken, waar de Nederlandse subsidieverstrekkers eens een filmploeg naartoe kunnen sturen: de Belastingdienst, Shell of de NAM. Die kunnen vast ook nog wel aan hun ‘beleving’ werken.

Ghost Fleet

BNNVARA

Ze konden een baantje krijgen. Op een kippenboerderij, fabriek of varkenshouderij. En toen ging de deur op slot, kregen ze een nepnaam toebedeeld en belandden ze op een heus slavenschip. Voor zeven jaar, elf jaar of tot de dood erop volgde. Als de gezichtsloze arbeidskrachten van de Thaise visserij. Hun families in Cambodja, Burma of Myanmar dachten intussen dat ze dood waren. Zijzelf soms ook.

Activiste Patima Tungpuchayakul van het Labour Protection Network, in 2017 genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, bekommert zich om deze moderne slaven. In de gestileerde documentaire Ghost Fleet (90 min.) van Shannon Service en Jeffrey Waldron vaart de gedreven Thaise de 4000 mijl naar Indonesië. Daar hoopt Tungpuchakaykul mannen te vinden, die uit hun gevangenschap zijn ontsnapt en zich nu, soms al jarenlang, verschansen voor de mensenhandelaars.

In hun getuigenissen beschrijven deze voormalige slaven talloze schendingen van basale mensenrechten. Tungpuchayakul wil hen herenigen met hun thuisfront, maar de mannen hebben in den vreemde soms een ander leven opgebouwd, zijn angstig geworden of kampen met schaamte. De ervaring heeft van hen andere mensen gemaakt, die bovendien volledig losgerukt zijn geraakt van hun natuurlijke leefomgeving. En dat allemaal voor een luizig baantje – waarvoor ook wij, zo maakt de fraaie slotscène helder, verantwoordelijkheid dragen.

Tiger King: Murder, Mayhem And Madness

Netflix

Knuffelen met een leeuw. Of stoeien met een tijger. In Greater Wynnewood Exotic Animal Park, een privédierentuin met enkele honderden katachtigen in Oklahoma, is het de gewoonste zaak van de wereld. Het geesteskind van Joe ‘Exotic’ Schreibvogel-Maldonado-Passage vormt tevens het decor voor een grotesk drama, dat zal eindigen met een poging tot moord. Op de messianistische dierenrechtenactiviste Carole Baskin van Big Cat Rescue, de absolute aartsvijand van de welhaast karikaturale freak, met wie hij al jaren op ramkoers ligt en die zelf ook ‘een verleden’ blijkt te hebben.

Exotic, ‘een totaal geschifte, homoseksuele, schietgrage, drugsverslaafde fanaat’ volgens zijn leermeester en directe concurrent Bhagavan ‘Doc’ Antle van Myrtle Beach Safari (die zelf met een eigen harem en een olifant als vervoersmiddel overigens ook niet bepaald Meneer Doorsnee lijkt) is zeker niet het enige bizarre personage in de docuserie Tiger King: Murder, Mayhem And Madness (314 min.), die wordt bevolkt door een enorme stoet misfits, outcasts en ronduit louche types. Onvervalste white trash met een tic, bijna op het ongeloofwaardige af.

De zevendelige serie van Eric Goode en Rebecca Chaiklin, gefilmd gedurende een periode van ruim vijf jaar, belicht via hen de schimmige wereld van katachtigen als huisdier, de handel in exotische soorten en drugssmokkel via slangen, om maar eens wat te noemen. Het speelt zich allemaal af in een soort redneck Fort Oranje, waar Joe zelf melodramatische countrymuziek verzorgt, elk moment de Confederate Flag kan worden gehesen en loyaliteiten met de regelmaat van de klok wisselen. Dat levert gegarandeerd goede (reality-)tv op, met portretjes van flamboyante rouwdouwers en niet te vergeten gevaarlijke wilde dieren, maar heeft het ook voldoende diepte voor een documentaire?

Spannend en spectaculair is het zeker, met bijvoorbeeld dieren die hun verzorgers aanvallen. ‘Mijn God’, verzucht Joe Exotic na een angstaanjagend incident met één van zijn medewerkers. ‘Ik kom hier financieel nooit meer overheen.’ De man zal echter nog veel hogere hordes moeten nemen – om ze daarna doodgemoedereerd zelf weer op te zoeken. Want Exotic is een geboren provocateur met een enorme hang naar snelle roem. Die zal in Tiger King nog tot opzienbarende ontwikkelingen en complicaties leiden. Truth is trashier than fiction, zoveel is helder.

Deze potentiële bingehit wordt daarmee nooit meer dan een volledig op hol geslagen Amerikaanse variant op Jambers. With lots of dope, guns & tigers. En misschien is dat, als je de ‘true’ bij crime tussen aanhalingstekens zet en niet al te veel eisen stelt aan zoiets verantwoords als artistieke visie en psychologische diepgang, voor deze ene keer ook wel genoeg. Meer camp dan deze ranzige docusoap zal het in elk geval niet snel worden. Tiger King: Murder, Mayhem And Madness is een superieure vorm van aapjes kijken. En leeuwen en tijgers.

McMillions

HBO

Hoe groot is de kans dat meerdere familieleden los van elkaar een prijs van een miljoen dollar winnen bij één en dezelfde loterij, een variant op Monopoly, georganiseerd door de Amerikaanse fastfoodketen McDonald’s? Dat is de startvraag van de lekker kekke docuserie McMillions (344 min.), waarin het onderzoek naar deze sappige affaire uit de jaren negentig met de hoofdrolspelers, en een dramatisering van hun lotgevallen, wordt gereconstrueerd.

De regisseurs James Lee Hernandez en Brian Lazarte slaan daarbij een luchtige toon aan, alsof het een levensechte Tarantino-productie is. Ze bouwen rond de meesterzwendel een doldwaze ‘heist movie’, die met veel schwung, humor en een volvette seventies funk-soundtrack wordt uitgeserveerd. Een tone of voice, die eerder al was te ontwaren in de Netflix-docu The Legend Of Cocaine Island – bij beide producties staat overigens ene Theo Love op de aftiteling.

Van gewone stervelingen worden zo volbloed filmpersonages gemaakt, die linea recta op hun doel, het oplossen of juist in stand houden van dit mysterie, afgaan en zichzelf, en de rest van de wereld, tóch niet al te serieus nemen. ‘Zo was mijn broer niet’, zegt de broer van één van de verdachten, telg van de beruchte Italiaanse Colombo-familie, bijvoorbeeld nadat hem enkele gewelddadige scènes uit maffiaklassiekers zijn voorgeschoteld. ‘Maar deed hij zulke dingen? Absoluut. Hij deed het alleen met humor.’

In een betere wereld had diezelfde Jerry Colombo vast een prachtrol in The Sopranos bemachtigd. In déze wereld gedroeg hij zich echter ook gewoon als een stereotiepe handlanger van maffiabaas Tony Soprano, die niet terugdeinst voor een schimmige deal meer of minder. Hij werpt zich zo op als één van de sleutelfiguren in dit door blufferige FBI-agenten, tweederangs boeven, gangsterliefjes en kleine krabbelaars bevolkte schelmenverhaal, dat behoorlijk uit de hand loopt. 

Hernandez en Lazarte sturen de kijker intussen regelmatig met zichtbaar plezier het bos in. Die gewiekste opbouw, gevoegd bij de bizarre ontwikkelingen en volvette grappen en grollen, maken van McMillions een bijzonder smakelijke – zie je de woordspeling al aankomen? – fastfooddocu. Liefst in één ruk te verorberen. Al had het tamelijk zoete toetje wel wat sneller mogen worden opgediend.

De Dijk – Hou Me Vast

NTR

De knuppel gaat in het hoenderhok. Huub van der Lubbe vraagt zich af of ze het bijltje er niet bij neer moeten gooien. Dertig jaar lang was spelen met De Dijk het allerleukste wat hij deed. Op dit moment kan de zanger echter nog wel een paar andere dingen bedenken, die hij ooit eens wil doen. De rest kan z’n oren nauwelijks geloven: ‘die eikel’ gaat hun band toch niet opblazen?

Deze heikele kwestie vormt het startpunt voor de documentaire De Dijk – Hou Me Vast (83 min.) uit 2011, waarvoor Suzanne Raes de nederpopgroep, aan de vooravond van het dertigjarige jubileum, een veelbewogen jaar lang volgde. In de steeds terugkerende beelden vanuit het spreekwoordelijke tourbusje, waarmee ze het land blijven doorkruisen, ogen de mannen nog steeds als een echt bandje.

Jongens onder elkaar. Van dik in de vijftig. Jongetjes nog, stiekem. Als ze door soullegende Solomon Burke worden benaderd om samen een plaat op te nemen, bijvoorbeeld. Die invitatie leidt onder anderen tot een prachtige scène als de bandleden, los van elkaar, de eerste gezamenlijke opname Hold On Tight terugluisteren. Zo trots als een hond met zeven lullen.

En dan wil de held ook nog met hen gaan optreden. Aan de einder gloort een Amerikaanse tournee. Dat zou een wedergeboorte zijn voor de band, die al zeker zeven levens had. De ogen van de oude rotten beginnen ervan te glinsteren. En dan slaat het noodlot toe en moeten de eeuwige jongens opnieuw schakelen.

‘Je kan de blues wel willen verlaten’, zingen ze zelf in een nummer waaraan tijdens de filmopnames druk wordt gesleuteld. ‘Maar de blues verlaat jou nooit.’ Raes krijgt de interne machinerie van de groep intussen stevig te pakken – de onderlinge concurrentie bijvoorbeeld, die tot de beste liedjes leidt – en kijkt zeer goed om zich heen in de oefenruimte, kleedkamer en studio.

Met die gedegen aanpak legt ze het grote, bloedende en nog altijd wild kloppende hart van De Dijk moeiteloos bloot.

De Dijk – Hou Me Vast is hier te bekijken.

Op De Tast: Tussen Verbeelding En Herinnering

EO

‘Je groeit natuurlijk mee met zo’n stad’, zegt Marianne Polderman. ‘Maar op een gegeven moment is de maat vol en denk je: het is tijd om weg te zijn hier.’ Samen met haar eveneens blinde echtgenoot Ronald woont ze al veertig jaar op tweehoog in een flat in Amsterdam-Slotervaart. De stad wordt langzamerhand echter te druk voor het oudere echtpaar, dat zich Op De Tast: Tussen Verbeelding En Herinnering (55 min.) door de wereld beweegt.

In de openingsscène van deze observerende documentaire van Thomas Doebele en Maarten Schmidt moeten ze zo ook hun nieuwe woning leren kennen. Met hun handen volgen Marianne en Ronald de contouren van de muur en proberen ze zich te oriënteren op de plek waar hun leven zich voortaan zal afspelen: Het Schild, een beschermde woonomgeving voor blinden en slechtzienden op de Veluwe.

Deze film is echter nog grotendeels gesitueerd in de wereld waarvan zij vrijwel hun hele leven deel hebben uitgemaakt: een levendige en rumoerige stad, die voortdurend onderhavig is aan veranderingen en waarin het leeftempo steeds verder wordt opgeschroefd. Totdat ’t voor het echtpaar Polderman nauwelijks meer is bij te benen. Een doodgewoon middagje boodschappen doen wordt al snel een onzekere ontdekkingstocht.

Doebele en Schmidt slaan hun hoofdpersonen van enige afstand gade en slagen er zo perfect in om dat gevoel tastbaar te maken. Als kijker zie je voortdurend potentieel gevaar waarvan de hoofdpersonen op dat moment nog geen vermoeden hebben. Dat geldt zelfs voor de nieuwe leefomgeving van het echtpaar, die weliswaar aangepast en voorspelbaar is, maar voor hen in eerste instantie net zo onoverzichtelijk en onvoorspelbaar oogt als hartje Amsterdam.

This Is Not A Movie

VPRO

Dit is geen speelfilm.

‘Je kunt een Hollywood-crew hiernaartoe brengen en een film maken’, zegt de Britse oorlogsjournalist Robert Fisk terwijl hij in 2018 door de volledig verwoeste Syrische stad Homs loopt. ‘Alleen kunnen de doden niet praten en zijn de levenden allemaal weg.’ Op deze plek, zo realiseerde hij zich enkele jaren geleden, begint het verhaal van de mensen die uiteindelijk als vluchteling in Griekenland, Hongarije en Duitsland zijn beland. ‘Hier is de lont naar het kruitvat aangestoken.’

Nogmaals: This Is Not A Movie (108 min.).

Regisseur Yung Chang volgt de vermaarde Midden-Oosten correspondent naar conflictgebieden als Syrië, Libanon en Bosnië en laat Fisk aan het woord over de ervaringen die hem nog altijd achtervolgen. Zoals de slachting onder Palestijnse burgers bij Sabra & Shatila, volgens Fisk het hedendaagse equivalent van nazi-oorlogsmisdaden. Die traumatische gebeurtenis in 1982, onder het oog van Israëlische militairen, bevrijdde hem van elke vorm van schroom om te berichten over de werkelijkheid zoals hij die zag. Gewoon de ongemakkelijke feiten. Zonder de behoefte om daarbij beide partijen aan het woord te laten en een soort (vals) evenwicht te creëren.

Dit is immers geen speelfilm.

Fisks parool is en blijft: challenge authority. Teneinde, ergens, de waarheid te vinden. Dit gedegen portret van de strijdbare correspondent, die zich al een halve eeuw in ‘s werelds voornaamste brandhaard bevindt en liefst zelf ter plekke, met pen en papier in de hand, poolshoogte gaat nemen als er iets gebeurt, werkt tevens als een aanklacht tegen oorlog in het algemeen en het allereerste slachtoffer daarbij: diezelfde waarheid. En die zal de inmiddels 73-jarige Robert Fisk, met alles wat hij in zich heeft, tot zijn allerlaatste ademtocht blijven zoeken. Wat anderen – of het nu gaat om de autoriteiten of zijn eigen eindredacteuren – daar ook van vinden…

Dit. Is. Echt.

Unstoppable: Sean Scully And The Art Of Everything

Nick Willing

Als gekooide tijgers staan ze naast elkaar. Grijnzend en loerend. Tegenwoordig zijn ze allebei gevierde kunstenaars, maar ooit, in het New York van de jaren tachtig, was Sean Scully de leraar en Ai Weiwei de leerling. ‘Hij heeft me ontwapend’, zegt die laatste. ‘Ik zei dat hij niet moest schilderen’, vult Scully aan. ‘Ik heb z’n leven gered. Anders was hij een waardeloze schilder geworden.’ Ai Weiwei vertelt dat hij toentertijd regelmatig in Scully’s atelier kwam. ‘Stapels schilderijen. Betere schilderijen dan hij nu maakt.’

Die opmerking blijft nog wel even hangen. ‘Het kan me echt geen moer schelen wat hij denkt’, zegt Scully even later. Maar twijfelt hij dan nooit aan zichzelf? wil filmmaker Nick Willing weten. ‘Nee, ik ken geen twijfel’, beweert hij. ‘Volgens mij heeft twijfel geen enkel nut.’ Die onverschrokken benadering – van zijn kunst en het leven in het algemeen – loopt dwars door Unstoppable: Sean Scully And The Art Of Everything (54 min.), een geladen portret van de Britse topkunstenaar.

Deze film volgt hem van de ene naar de andere expositie en loopt ondertussen leven en carrière door van de man die aan zijn jeugd in een Londense arbeidersbuurt echt een vechtersmentaliteit overhield en volgens eigen zeggen abstracte kunst uit de handen wil grissen van de mensen met gefronste wenkbrauwen en wil teruggeven aan het gewone volk. Al moet je dan wel blijven uitleggen wat je waarom doet. ‘Je kunt niet iets maken dat zo arrogant is als een abstract schilderij’, stelt hij in deze stevige documentaire. ‘En dan zeggen: zoek het maar uit, anders ben je dom.’ Waarvan acte.

Punt Uit – Schluss Aus – Full Stop

Cinema Delicatessen

Hij is niet meer de man die hij ooit was en wordt nog steeds elke dag een beetje minder die man. Michael Hellgardt is in de allerlaatste fase van zijn bestaan aanbeland. ‘Mijn leven is voorbij’, meent hij. Michael besluit dat hij wil stoppen met eten. Heeft Rosie, zijn levensgezel, dat goed gehoord? Staat het op camera? Was er geluid? Welnu, dan is er dus bewijs.

Rosemarie Blank tekent in Punt Uit – Schluss Aus – Full Stop (79 min.) nauwgezet het laatste jaar van haar partner op, wiens lichaam en geest ontzettend broos zijn geworden. Alles in het leven kost hem tegenwoordig moeite. En dan is er nog die gekmakende tinnitus in zijn kop (die ook voor de kijker tastbaar wordt gemaakt). ‘Ik heb geen ‘ik’ meer’, zegt Michael tegen zijn huisarts, die het einde zal begeleiden. Zodra hij het zeker weet, tenminste.

Gaandeweg toont Blank, via oude foto’s en video-opnames, ook welke persoon er schuilgaat achter de breekbare en scheefgetrokken man, die zich (letterlijk) nauwelijks meer staande kan houden. Met compassie, maar zonder de waarheid rooskleuriger af te spiegelen dan hij is, documenteert ze het ontluisterende proces dat ze samen doormaken. Waarbij Michael nogal eens van mening verandert: wil hij echt niet verder of zou hij toch nog wel eens naar hun huis in Toscane willen?

Punt Uit is een intieme, pijnlijke en warme film over een man, en zijn vrouw, die de regie probeert te houden over zijn laatste levensfase en eigenlijk te veel van het leven houdt om er afscheid van te kunnen nemen. Ook al is datzelfde leven een lijdensweg geworden.

Dirty Money – Season 2

Netflix

In de eerste reeks exploreerde de documentaireserie Dirty Money, geproduceerd door het bedrijf van de gerenommeerde filmmaker Alex Gibney, de wereld van het smerige geld, met afleveringen over onder andere de sjoemelsoftware van Volkswagen, stuitend gemanipuleer met medicijnprijzen en de Amerikaanse evenknie van Dirk Scheringa, een linkmiegel met zijn eigen autoraceteam.

Dit zesdelige tweede seizoen van Dirty Money (349 min.) waaiert wederom breed uit; van het witwassen van criminele opbrengsten met goud (en de gevolgen daarvan voor gewone gouddelvers in Peru) en de nietsontziende haaienmentaliteit bij de Amerikaanse bank Wells Fargo tot Maleisisch gemeenschapsgeld waarmee The Wolf Of Wall Street is gefinancierd (ook al onderwerp van de fijne docu The Kleptocrats) en grootschalige grond- en watervervuiling in Texas door een plasticfabrikant uit Taiwan, die zich nergens wat van aantrekt. Daarbij gaat het er soms stevig aan toe. ‘Wanneer je bang begint te worden weet je dat je de juiste weg bent ingeslagen’, meent Diane Wilson bijvoorbeeld, die actie voert tegen de vervuiler Formosa.

Niet alle afleveringen zijn even sterk: de bewijsvoering in deel 5 voor misbruik van voogdijschap bij (gefortuneerde) ouderen is bijvoorbeeld niet altijd even overtuigend. De bejaarden zouden niet meer voor zichzelf kunnen zorgen en worden vervolgens helemaal leeggeplukt door gewiekste bewindvoerders en hun entourage. Één van de slechts twee opgevoerde ouderen komt zelf echter helemaal niet aan het woord. Alleen zijn veel jongere vrouw en haar belangenbehartigers. Dat maakt wat wantrouwig.

Over het algemeen wordt er in deze ambitieuze serie echter stevige (onderzoeks)journalistiek bedreven, waarmee tegels worden gelicht in maatschappelijk relevante dossiers. Óók rond Bekende Amerikanen. In de eerste Dirty Money-serie was bijvoorbeeld een aflevering gewijd aan de dubieuze deals van de Amerikaanse president Donald Trump, ditmaal komt zijn schoonzoon Jared Kushner aan de beurt in een ontluisterende episode genaamd ‘Slumlord Millionaire’. Diens schandelijke praktijken als huisjesmelker en onroerend goed-man (die er zowaar een bedrijf met de naam 666, het duivelsgetal, op nahoudt) vormen de basis voor de sterkste aflevering, geregisseerd door Daniel DiMauro en Morgan Pehme, van deze tweede afdaling in de beerput van het grote geld.

The Trade – Season 2

Showtime

In 2015 bracht Matthew Heineman in Cartel Land op een meeslepende manier de bloedige drugsoorlog in beeld, die in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten wordt uitgevochten. Die geweld(dad)ige film kreeg drie jaar later een onofficieel vervolg met de vijfdelige documentaireserie The Trade, waarin de Amerikaanse filmmaker alle hoeken en gaten van de Amerikaanse Opioid Crisis belichtte: van de Mexicaanse drugsdons en federale agenten die daar poppyvelden laten platbranden tot de gewone dealers en gebruikers in de Verenigde Staten en de politieagenten die fanatiek op hen jagen.

En nu is er seizoen 2 van The Trade (200 min.), waarin Heineman het spoor verlegt van de handel in drugs naar de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning. De documentairemaker richt zich in deze vierdelige reeks op enkele hoofdpersonen, die elk een deel van de problematiek representeren, en observeert hen terwijl ze hun eigen kleine rolletje spelen in het drama dat zich in Midden- en Noord-Amerika voltrekt. Van zulke gewone mensen maakt hij memorabele personages.

Een vrouw uit Honduras die na de moord op haar echtgenoot, een voormalig bendelid van het beruchte MS-13, met haar dochtertje aanhaakt bij de vluchtelingenkaravaan naar de Verenigde Staten. Texaanse rechtshandhavers die de wacht houden bij de grens met Mexico. Een mensenrechtenactivist die strijdt tegen vrouwenhandel en seksueel misbruik. Mensen die al decennia illegaal in de Verenigde Staten verblijven en nu, met achterlating van hun partner en kinderen, dreigen te worden uitgezet. En een vrouw, een beetje een fremdkörper in deze vertelling, die getuigt tegen de leider van een invloedrijke Mexicaanse kerkgemeente, die stelselmatig kinderen zou hebben misbruikt.

Ook in dit tweede seizoen van The Trade, hoewel wellicht wat minder overweldigend dan z’n voorganger, legt Matthew Heineman met oog voor detail, de menselijke natuur en het grotere geheel een welhaast duivels systeem bloot, waarin gewone mensen helemaal vast kunnen komen te zitten en het beste/slechtste uit zichzelf naar boven halen.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.

There’s Something Wrong With Aunt Diane

Op zondag 26 juli 2009 komt er via alarmnummer 911 een melding binnen bij de politie van Sleepy Hollow. Op de Taconic State Parkway heeft een spookrijder een gruwelijke ongeluk veroorzaakt. Acht mensen zijn dood: de bestuurster van het rode busje zelf, haar tweejarige dochter Erin, drie nichtjes van acht, zeven en vijf, en de drie passagiers van een tegenligger. Alleen het vijfjarige zoontje Bryan van de automobiliste overleeft de ramp. En dan komen de testresultaten binnen: had de 36-jarige Diane Schuler werkelijk gedronken en ook nog eens geblowd?

Zes maanden na de ramp benadert filmmaker Liz Garbus Dianes familie en gaat samen met hen op zoek naar wat er gebeurd kan zijn. Haar echtgenoot, broer, zwager en vriendinnen kunnen zich niet voorstellen dat de vrouw die zij kennen onder invloed achter het stuur is gaan zitten. Garbus zoekt tevens contact met ooggetuigen en familieleden van de slachtoffers uit de SUV waarop Diane frontaal is gecrasht. Met deze bronnen, officiële bewijsstukken en het audioverkeer tussen de hulpdiensten reconstrueert ze de fatale autorit, de aanloop daarnaartoe en de verpletterende gevolgen ervan.

There’s Something Wrong With Aunt Diane (100 min.), zou één van de nichtjes tijdens een paniekerig telefoongesprek tegen haar ouders hebben gezegd, toen hun tante zich onderweg niet goed leek te voelen en ronduit roekeloos begon te rijden. Had ze te veel Wodka gedronken, uit een fles die vreemd genoeg sowieso standaard in de auto lag? Was het de medicatie vanwege tandpijn, die onderweg met haar op de loop ging? Of werd Diane tóch plotseling overvallen door het één of andere medische probleem?

Die laatste theorie wordt in elk geval door Dianes verwanten aangehangen. Garbus mengt zich samen met hen actief in het onderzoek naar het tragische ongeval. Zo hopen ze in deze indringende film uit 2011 dichter bij de waarheid te komen – óf bij acceptatie van het noodlot dat over/door Schuler is afgeroepen. Want zit onder die weigering om de officiële lezing van de fatale crash te accepteren niet gewoon, en heel begrijpelijk, het onvermogen om te dealen met de (verborgen) gebreken van een geliefd familielid?

Farewell Paradise

Persicoop Film

De mise-en-scène spreekt boekdelen. Een stemmige interviewsetting met twee stoelen. Links neemt een oudere man plaats in een gemakkelijke zwarte stoel: vader Ueli. Rechts op een witte fauteuil gaat vervolgens een dame op leeftijd zitten: moeder Dorine. Ze worden gescheiden door een veelzeggende zwarte streep. Van ver klinkt kindergezang, ondersteund door idyllische beelden van een gezin aan het strand, met vier dochters in matchende rode badkleding. Waarna de titel van de film in beeld verschijnt: Farewell Paradise (96 min.).

Filmmaakster Sonja Wyss legt aan haar ouders uit wat ze van plan is: ze wil hun kant van het verhaal horen over hun gezamenlijke verleden. Dat begint met een zwart-wit foto: van hun vertrek uit de Bahama’s. Niet veel later nemen ook haar drie oudere zussen in hetzelfde decor plaats. Eerst Kathrin, dan Chriggi en tenslotte Bettina. Gezamenlijk ontleden ze hun roerige familiegeschiedenis, die hen aan het eind van de jaren zestig van een tropisch eiland naar het koude Zwitserland leidt en die ieder van hen voor de rest van hun bestaan met zich zal meedragen.

Sonja Wyss spaart haar familieleden niet in deze persoonlijke interviewfilm, waarin enkele goed getimede intermezzo’s de openhartige ontboezemingen van de talking heads zo nu en dan kleur geven. Zo pleegt ze vivisectie op een huwelijk, kindertijd en familiesysteem, waarbinnen mensen zichzelf en elkaar zowel kunnen kwijtraken als (weer) terugvinden. Daarmee zegt Wyss iets over haar eigen gezin, maar benadert ze ook het wezen van elke familie.