The Great Hack

Is deze geest ooit nog in de fles te krijgen? vraag je je in gemoede af na The Great Hack (114 min.), een unheimische film van Karim Amer en Jehane Noujaim over hoe het verzamelen van onwerkelijke hoeveelheden persoonlijke data door techgiganten en de (online) inzet daarvan voor propaganda-doeleinden wereldwijd een bedreiging vormen voor de democratie.

De filmmakers, die eerder samen de bekroonde docu The Square over het begin van de Arabische Lente op het Egyptische Tahrir-plein maakten, focussen zich op één concrete casus: Cambridge Analytica, het Britse bedrijf dat illegaal enorme datacollecties van Facebook ripte en daarmee online campagnes opzette om stiekem het stemgedrag van grote groepen mensen, de zogenaamde ‘persuadables’, te beïnvloeden. De Britse keuze voor een Brexit en de verkiezing van Trump gelden als hun voornaamste wapenfeiten – al blijft schimmig welke invloed de politieke marketeers nu precies hebben gehad.

Cambridge Analyticas business model voelt voor de Engelse schrijver en politiek technoloog Paul Hilder in elk geval ‘als een inbreuk op de autonomie en vrijheid van een individu en het idee van democratie’. Hij spoort ‘somewhere in Thailand’ voormalig kopstuk Brittany Kaiser op en confronteert haar met die onrustbarende conclusie. ’Ik weet het niet’, houdt de vrouw, die een sleutelrol speelde bij het Britse bedrijf en begin 2018 ineens last kreeg van haar geweten, de boot af.

Zij verwijst naar het door haar en haar collega’s gemanipuleerde stemvee in Amerikaanse swing states en het Engelse Leave-kamp. ‘Uiteindelijk zijn zij degenen die het stembiljet invullen.’ Liever spreekt Kaiser over haar leven vóór Cambridge Analytica toen ze werkte voor Team Obama en zich volgens eigen zeggen bezighield met mensenrechten en internationale betrekkingen. Totdat ze dus op een onbewaakt ogenblik, toen het water haar en de haren aan de lippen stond, Cambridge-CEO Alexander Nix tegenkwam…

Wil de enigmatische Brittany Kaiser, die inmiddels onder de noemer OwnYourData een eigen campagne voor meer transparantie is begonnen, werkelijk openheid van zaken geven? Of probeert ze vooral haar eigen straatje schoon te vegen? The Great Hack geeft daarop geen eenduidig antwoord. In die zin is ze een ideaal documentairepersonage: a woman you love to hate. Die je op zijn minst wantrouwt. Met een achtergrond waarin, wellicht, ook wel weer een geloofwaardige verklaring huist voor haar gedrag.

Intussen eist de New Yorkse dataprofessor David Carroll in een Britse rechtbank de van hem gestolen persoonlijke gegevens terug, vergelijkt onderzoeksjournaliste Carole Cadwalladr Cambridge Analyticas propagandacampagne met PSYOPS, een psychologische oorlogsvoeringscampagne van de CIA, en is de voormalige CFO van de gewraakte Engelse onderneming nog altijd geschokt dat juist zijn werkgever publiekelijk onder vuur is komen te liggen.

Gezamenlijk schetsen deze insiders een schemerwereld waarin ‘data’ de plek van ‘olie’ als meest waardevolle grondstof hebben ingenomen, morele overwegingen nauwelijks een rol lijken te spelen en in de tussentijd ons on(der)bewuste op alle mogelijke manieren wordt bespeeld. Met datamisbruik, fake news en haatcampagnes als logisch gevolg. Deze documentaire, vlot verteld en lekker bij de tijds vormgegeven, doet zo een overtuigend appel op eenieder die de democratie een warm hart toedraagt, om zich daartegen véél beter te gaan wapenen.

Drømmeland

Als het maar geen Into The Wild wordt, verzucht Mijn Medekijker als de begintitels van Drømmeland in beeld verschijnen. En inderdaad, de keuze van de zestigjarige Noor Nils Leidal doet in de verte denken aan de tragisch geëindigde terugtocht in de natuur van Christopher McCandless, zoals die werd verfilmd door Sean Penn en van een soundtrack voorzien door Pearl Jam-zanger Eddie Vedder.

Drømmeland (72 min.) van Joost van der Wiel is echter geen treurig stemmende film over een loner die lijdzaam zijn einde tegemoet gaat. Nils is een strijdbare man, die bij aanvang van deze observerende documentaire officieel afstand doet van zijn Noorse staatsburgerschap, demonstratief zijn paspoort verbrandt en de samenleving vervolgens officieel de rug toe keert, om in z’n eentje zijn heil te zoeken in een houten hut in het Hardangervidda-gebergte.

Mijn Medekijker moet zelfs grinniken als Nils door het een of ander dier wordt gestoord terwijl hij net poedelnaakt van de zon ligt te genieten. Half aangekleed en gewapend met zijn buks gaat hij erachteraan. Niet veel later heeft hij een eland geschoten en wordt die voor de camera gevild en leeg getrokken. Nou smakelijk!, vindt Medekijker. Na afloop neemt Nils er voldaan een drankje op. Hij heeft voorlopig weer te eten.

Toch zondert de overtuigde autonoom zich niet volledig af van de wereld zoals wij die kennen. Behalve de gesprekken met zijn trouwe paard Lettir houdt de man via zijn iPhone ook voortdurend voeling met de wereld die hij heeft achtergelaten. De solitaire Nils, die natuurlijk ook al regelmatig wordt gevolgd door een cameraploeg, blijkt toch meer behoefte te hebben aan menselijk contact, een publiek zelfs, dan hij zelf had gedacht.

Van der Wiel laat die drang om te communiceren, om ondanks alles mens onder de mensen te zijn, steeds duidelijker naar de oppervlakte komen in deze sfeervolle film, waarbij de soundtrack van componist Tobias Borkert echt een wezenlijk onderdeel van het verhaal vertelt. Drømmeland roept zo de vraag op of moderne mensen nog in staat zijn om de wereld links (of in het geval van Nils Leidal: rechts) te laten liggen. De zelfverkozen kluizenaar Nils Leidal is, volgens Mijn Medekijker, in elk geval ‘gewoon’ een sociaal dier.

Sakawa

‘Hoeveel dagen moet ik wachten voordat ik geld kan vragen?’, vraagt Ama, een alleenstaande Ghanese vrouw die net heeft geleerd hoe ze moet chatten en ‘I’m doing fine’ heeft getypt naar een wildvreemde vent in Engeland. Een week, meent Fi, een man die haar wegwijs maakt in de wereld van de digitale oplichting. Als het een goede vent is. Hooguit twee weken. ‘En hoeveel kan ik dan vragen?’ wil Ama nog weten. Zo’n vijftig dollar. Fi grinnikt: oh ja, de domste mannen van Engeland heten allemaal Peter.

Als Ama’s pogingen om een man in haar netten te vangen toch niet helemaal willen vlotten, vraagt ze advies aan een ervaren collega. Die laat haar een sexy foto op haar telefoon zien. Ama schrikt. ‘We gebruiken wat we hebben om te krijgen wat we willen’, zegt de vrouw zakelijk, waarmee ze deze documentaire van Ben Asamoah, een Belgische maker met Ghanese roots, meteen een soort motto meegeeft. Vanzelfsprekend wil de wereldwijze dame ook een percentage van de opbrengst als Ama’s onbeholpen pogingen om de man digitaal op te vrijen toch slagen.

Geld verdienen staat centraal bij de hoofdpersonen van Asamoahs debuutfilm Sakawa (77 min.). Westerlingen zijn er om helemaal leeg te trekken, zonder scrupules. Hun oude computers, gedumpt op een vuilnisbelt in Ghana, kun je plunderen op zoek naar gegevens. Via Google Maps is vervolgens te zien hoe en waar ze wonen. En daarna zijn ze met een nepprofiel van een aantrekkelijke dame en geveinsde zwoele stem telefonisch relatief eenvoudig het hoofd op hol te brengen. Waarna de geldstroom vanuit Europa of de Verenigde Staten, idealiter, op gang kan komen.

De werkelijkheid is echter weerbarstiger dan de theorie. Zijn de verhoudingen tussen dader en slachtoffer wel zo eenvoudig als ze in eerste instantie lijken? En waarom verlaten de kille laaielichters zich op plaatselijke predikers en voodoopriesters, die net zo goed van zwendel zijn te betichten? Asamoah observeert zijn subjecten in deze intrigerende film zonder hun gedrag te be- of veroordelen en toont op die manier het andere/echte gezicht van die veel gevreesde Afrikaanse internetoplichters.

Behind The Curve

U denkt vast dat de aarde rond is. Dat wij van The Flat Earth Society een stelletje doorgedraaide complotdenkers zijn. Omdat wij denken – nee: weten! – dat de mensheid in een enorm terrarium leeft. We zijn in werkelijkheid niet meer dan figuranten in een soort extra large-versie van The Truman Show. En niemand mag dat weten.

Zodat we Hun vaccins accepteren. Hun bloedrituelen overnemen. Hun verzinsel geloven dat er ooit dinosaurussen zijn geweest. Hun chemtrails negeren. Hun ideeën overnemen om van jongens meisjes te maken (en andersom natuurlijk). En Hun pogingen om onze gemeenschap te infiltreren door de vingers zien.

Zij denken dat we complete idioten zijn die nog bij hun moeder inwonen en alles geloven wat ons wordt verteld. Het is juist het tegenovergestelde: wij testen alles. En we kennen trouwens helemaal niemand die bij zijn moeder in de kelder woont. Zoals we ook echt niet allemaal permanent een Aluhoedje dragen.

We hebben wel eigen T-shirts van de Flat Earth-army en -champions. En kentekenplaten, liedjes en horloges. Natuurlijk zijn er ook speciale datingsites. Want je kunt vanzelfsprekend alleen écht ‘bonden’ met andere Flat Earthers. Anders is het paradigmaverschil simpelweg te groot. Misschien zit het leeuwendeel van ons daarom nog in de kast. In de flat earth-kast, welteverstaan.

Zij proberen wat wij zeggen natuurlijk met ‘wetenschappelijk’ bewijsmateriaal te weerleggen. En Ze nemen bij ons – zonder dat wij daarom gevraagd hebben, natuurlijk – het Dunning-Krugereffect waar. Eens kijken wat de deep state daarover schrijft op Wikipedia: een psychologisch effect dat optreedt bij incompetente mensen die ‘het megacognitieve vermogen missen om in te zien dat hun keuzes en conclusies verkeerd zijn’.

Maar zo zit het dus niet. Die aardbol is gewoon een platte pannenkoek. En wij hebben Flat Earth niet gekozen. Die koos ons. Ook al kunt u dat (nog) niet geloven.

Mark Sargent, koning van de Flat Earth Society

PatriCIA Steere

& de andere Flat Earthers in de Daniel J. Clark-documentaire Behind The Curve (95 min.).

P.S. Al die wetenschappers in deze film mogen dan dure titels hebben (astrofysicus, hoogleraar psychiatrie, astronaut, psycholoog of fysicus), maar neem hun woorden gerust met een korreltje zout. Zij worden vast betaald door de CIA, NASA of Bilderberg Groep.

Pre-Crime

Science fiction-schrijver Philip K. Dick (1928-1982), verantwoordelijk voor klassiekers als Blade Runner, Total Recall en A Scanner Darkly, kon het zo gek niet bedenken of het wordt vroeger of later werkelijkheid. In het korte verhaal The Minority Report, verfilmd met Tom Cruise in de hoofdrol, creëerde hij bijvoorbeeld een wereld waarin misdaden worden voorkomen doordat de potentiële daders al vóór het vergrijp in de boeien worden geslagen.

Toekomstmuziek? Niet als je het vraagt aan Matthias Heeder, de verteller van de unheimische documentaire Pre-Crime (52 min.). ‘Hollywood is nu echt werkelijkheid geworden’, mijmert hij hardop, zittend op een rotspartij bij een woelige zee. ‘Software die voorspelt waar een misdaad zal plaatsvinden. De politie die eerder ter plaatse is dan de misdadiger. Computers die lijsten maken van toekomstige moordenaars. Pre-crime noemen ze dat.’

Neem de Amerikaanse stad Chicago, waar de politie inmiddels een strategische doelenlijst heeft opgesteld. Allerlei databases zijn gekoppeld. Van arrestaties en sociale contacten tot huisuitzettingen en psychiatrische- en bijstandsdossiers. Daarna is op basis van algoritmes, waarvan natuurlijk niemand weet hoe ze precies werken en wie ze controleert, een lijst met een voorspellende werking samengesteld: van wie kan op basis van zijn contacten en activiteiten worden verondersteld dat hij in beeld komt als dader dan wel slachtoffer van geweld?

Via deze prikkelende insteek, en de bijbehorende science fiction-achtige vormgeving en muziek, buigt deze film van Heeder en Monika Hielscher zich over een inmiddels tamelijk vertrouwd maatschappelijk thema: hoe en door wie worden onze data beheerd? Zitten er bugs in dat systeem? En hoe zorgen we ervoor dat onze gegevens niet in verkeerde handen belanden en zonder onze toestemming – of dat we het überhaupt weten – worden ingezet voor commerciële dan wel ideële doeleinden?

Met datadeskundigen, privacypleiters, politieagenten, advocaten, (misdaad)journalisten, mensenrechtenactivisten en enkele gewone burgers, die ten onrechte in beeld zijn gekomen bij de politie vanwege een ongelukkige combinatie van gegevens, brengt Pre-Crime, een term die overigens ook werd gemunt door Philip K. Dick, de mogelijke gevaren in kaart van al die gekoppelde gegevensbestanden.

Op de achtergrond speelt daarbij steeds de vraag op of we op weg zijn naar de dystopie die die andere onheilsschrijver, George Orwell, al eens op huiveringwekkende wijze schetste? Of zijn we met zijn allen toch in staat om Big Brother een toontje lager te laten zingen?

The Facebook Dilemma

Het is nauwelijks voor te stellen dat de kwade genius achter Facebook, het sociale medium dat zo langzamerhand echt Orwelliaanse trekken vertoont, ooit is begonnen op een studentenkamer. In een korte broek nota bene. Toch is dat echt zo. Zuckerberg – toen we nog gewoon Mark mochten zeggen – zit er in juni 2005 ontspannen bij, met een bekertje Heineken op een goedkope grijze tweezitsbank. Voor een ontspannen interviewtje ter gelegenheid van de driemiljoenste gebruiker. Dat hoeven er overigens niet meer te worden hoor, aldus een bescheiden Zuckerberg (spreek uit: sukkerburg). Hij laat ook nog even de goedgevulde koelkast zien en toont de studentikoze graffiti in het trappenhuis van het Facebook-hoofdkwartier.

Het is een treffende opening voor The Facebook Dilemma (110 min.). ‘Vaak zijn mensen te voorzichtig’, zegt de toekomstige mediatycoon even later in het documentaire-tweeluik van de Amerikaanse achtergrondrubriek Frontline, dat op maandag en dinsdag wordt uitgezonden door NPO2. ‘Je kunt beter iets doen en er dan later je excuses voor aanbieden dan steeds alle puntjes op de i willen zetten en uiteindelijk tot niets komen.’ Die filosofie is ook vervat in het oorspronkelijke bedrijfsmotto ’Move Fast And Break Things’. Dat is andere koek dan ’To Make The World More Open And Connected’, het parool waarmee Zuckerberg en de zijnen Facebook aan de wereld hebben verkocht.

De consequenties in de echte mensenwereld van de likes die met een eenvoudige muisklik op Facebooks virtuele aardbol worden uitgedeeld, moeten de whiz kids op het hoofdkantoor hebben verrast. Die geven hen een enorme maatschappelijke verantwoordelijkheid, zo bewijzen bijvoorbeeld de gebeurtenissen rond de Arabische lente die al snel in een heftige herfst zou veranderen. De Egyptische activist Wael Ghonim zag eerst hoe Facebook het verzet tegen dictatoriale regimes faciliteerde, maar werd vervolgens geconfronteerd met de schaduwzijden ervan: laster en fake news. Een naargeestige voorbode van wat er later op grotere schaal rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen, Filipijnse dictator Duterte en de Rohingya-minderheid in Myanmar zou plaatsvinden.

Met (voormalige) Facebook-medewerkers, deskundigen en criticasters brengt verslaggever James Jacoby in The Facebook Dilemma in kaart hoe Zuckerbergs laissez-faire politiek vrij spel geeft aan cynische bedrijven als Cambridge Analytica en de desinformatiecampagnes van Russische trollenfabrieken. De waarheid wordt geslachtofferd ten faveure van een heilig verklaard business model, waarbij algoritmen ervoor zorgen dat juist het meest polariserende (nep)nieuws viral gaat. Mark Zuckerberg en co proberen elke vorm van verantwoordelijkheid daarvoor te ontlopen. Verder dan dat ze misschien ‘te traag’ hebben gereageerd, opvallend eensgezind uitgesproken door alle medewerkers die voor de camera verschijnen, wil Facebook niet gaan. Intussen worden critici in stilte keihard aangepakt, met zelf gefabriceerd fake news en lastercampagnes.

Deze dubbele Frontline-aflevering licht Facebook ongenadig door. En dat is opvallend: het documentaireprogramma van de Amerikaanse publieke omroep PBS slaat doorgaans een heel neutrale toon aan, maar schat de bedreiging die Facebook op dit moment vormt of kan vormen voor de democratie blijkbaar als behoorlijk ernstig in. En eigenlijk zat dat al verscholen in de woorden die de jonge sukkerburg op zijn studentenkamertje bedacht om zijn bedrijf te promoten: ‘Move Fast And Break Things’.

The American Meme

Als Paris Hilton wordt gepresenteerd als boegbeeld van een wereldwijde ontwikkeling, dan weet je wel zo’n beetje wat die beweging inhoudt. Laten we haar een vertegenwoordiger van de plastic generatie noemen: volledig gericht op uiterlijke schijn en het schaamteloos exploiteren daarvan. Opportunisme in optima forma, als ultiem voorbeeld van een succesvol bestaan uitgeserveerd.

Zo, dat is eruit! Laat ik daarbij meteen een voorbehoud maken. Misschien hoort het ook zo: dat je niets van de volgende generatie begrijpt en je op basis daarvan zorgen maakt over de toekomst van de wereld. Zo verging het gabbers, punkers en hippies tenslotte ook. Stuk voor stuk uitgemaakt voor ‘de jeugd van tegenwoordig’ en voorzien van adjectieven als subversief, oppervlakkig en gevaarlijk.

‘Ik ben een 21-jarige, al twee decennia lang’, zegt Paris Hilton in The American Meme (98 min.). ‘Het is allemaal onderdeel van een imago en een merk en een product zijn. Het is net Groundhog Day. Alles wat ik doe is dezelfde shit op een andere dag.’ Is het oprechte reflectie van de vrouw, die ooit het lichtende voorbeeld was van Kim Kardashian (@kimkardashian, 121,7 miljoen volgers)? Of het verplichte, eveneens openlijk getoonde berouw na een onbezonnen jeugd, die je alle denkbare roem en geld heeft opgeleverd?

Geloof het of niet, Hilton (@parishilton, 9,9 miljoen volgers) lijkt één van de normalere personages in deze uiterst ongemakkelijke film van Bert Marcus, die verder wordt bevolkt door figuren als de getroebleerde Vine-comedian Brittany Furlan (@brittanyfurlan, 2,4 miljoen volgers), de onbeschaamde instagram-celebrity en zakenman The Fat Jewish (@thefatjewish, 10,8 miljoen volgers) en de Amerikaanse variant op onze eigen schuinsmarcheerder Mental Theo, Kirill Bichutsky (@slutwhisperer, 1,1 miljoen volgers).

Zij delen hun hele leven met hun instagram-achterban en laten in deze documentaire daarvan weer de achterkant zien. ‘Privacy is dood’, aldus Emily Ratajkowski (@emrata, 20,8 miljoen volgers), die ‘doorbrak’ met een topless optreden in de muziekvideo van Robin Thickes, Blurred Line. DJ Khaled (@djkhaled, 13 miljoen volgers) illustreert dat nog maar eens: zijn zoontje Asahd (@asahdkhaled, 2 miljoen volgers) heeft een eigen, dik gesponsord instagram-account. In zo’n wereld is er maar één logische president: Donald J. Trump.

Achter al dat uiterlijke vertoon zit, zo toont deze horrordocu doeltreffend aan, heel veel leegte en (veel te) gewoon persoonlijk leed. Van aandachtszoekers die vermoedelijk nooit zullen vinden waarnaar ze werkelijk verlangen. De enige die echt tegenwicht biedt is nota bene de acteur Matthew Felker, die zijn roem met name ontleent aan een kus met Britney Spears in de videoclip Toxic. Hoe toepasselijk. Felker heeft zich inmiddels afgekeerd van de social media en zet kanttekeningen bij al die influencers, die hun eigen monster hebben gecreëerd en geen idee hebben hoe ze dat ooit weer in zijn hok moeten krijgen.

Als kijker zit je erbij en kijk je ernaar. Verbaasd over de ondraaglijke lichtheid van dat bestaan. Geagiteerd door de schaamteloze exploitatie van alles en iedereen. En uiteindelijk helemaal murw vanwege je eigen onmacht om deze ongein te begrijpen of waarderen. Van deze wereld kan en wil je geen deel uitmaken, zoveel is zeker. Maar, ga je je door deze onrustbarende film afvragen: is er (straks) nog een andere?

En dan volgt meteen de relativering: met die genadeloos doorhakkende kaalkoppen, het anarchistische geteisem en dat werkschuwe tuig is het ook weer goed gekomen.

Our New President

Als het niet zo gevaarlijk en ontwrichtend was, zou het grappig zijn. De manier waarop de Russische televisie – de omschrijving staatsomroep is hier wel op zijn plaats – Hillary Clinton op alle mogelijke manieren zwart heeft gemaakt. Het begint in Our New President (78 min.), een documentaire die volledig is opgebouwd uit beelden van Russische makelij, al direct prachtig: in 1997 zou Clinton tijdens een bezoek aan Rusland als Amerika’s first lady de vloek van een mummie-prinses over zichzelf hebben afgeroepen.

De gevolgen daarvan zijn verpletterend: haar man Bill begint een affaire met Monica Lewinsky, zij gaat zich ronduit bizar gedragen en later volgen serieuze gezondheidsproblemen. Heeft ze epilepsie of wordt ze misschien dement? En zo gaat Russia Today, dat sinds 2013 helemaal onder controle staat van president Vladimir Poetin, vrolijk verder: Hillary blijkt een fervente cokegebruiker, runt haar eigen pedonetwerk en is waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor al die mysterieuze sterfgevallen in haar directe omgeving (‘Killary’).

Intussen wordt haar tegenstrever bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, Donald Trump, ongegeneerd op het schild gehesen als een selfmade man, die het volledig verrotte systeem van de Amerikaanse elite komt opschonen. Hij is, opmerkelijk genoeg, ook enorm populair bij gewone Russen, die de moeite nemen om een liedje aan hem op te dragen, de man openlijk de liefde verklaren of een tribute-filmpje voor hem opnemen. In Rusland is zelfs een heuse collectie Trump-merchandise te koop.

Propaganda en censuur zijn woorden uit de vorige eeuw, aldus Dmitry Kiselyov, de hoofdredacteur en blikvanger van Russia Today die liefde voor het vaderland heeft gelijkgeschakeld aan steun voor de regering Poetin. Al die loftuitingen aan het adres van de huidige Amerikaanse president zijn nochtans onderdeel van een grootscheepse propagandacampagne, zo betoogt deze zinsbegoochelende documentaire van Maxim Pozdorovkin. Zonder het uitdrukkelijk zo te stellen. Die conclusie mag de kijker zelf trekken.

De stortvloed aan suggestieve beelden met bijna absurde voice-overs, aangezet met een unheimische soundtrack, werkt intussen regelmatig op de lachspieren en oogt soms ronduit onwerkelijk. Letterlijk alles wordt uit de kast gehaald om de tegenstander, of die zich nu in eigen land of aan de andere kant van de Beringstraat bevindt, te koeioneren. Niemand is uiteindelijk veilig. Zodra Donald Trump eenmaal is geïnstalleerd als president, wordt ook hij aangepakt en geridiculiseerd in deze oncomfortabele film, die een angstaanjagende schijnwereld blootlegt.

Follow Me

Afgelopen week stak Memphis, die overigens ook heel aardig kan voetballen, en plein publique een dikke sigaar op omdat zijn Instagram-account inmiddels vijf miljoen volgers heeft. Depay, die de voorkeur geeft aan zijn voor/merknaam ‘Memphis’, geldt tegenwoordig niet alleen als begaafde spits. Hij is net zo goed ‘influencer’. Wat dat ook moge zijn.

In Follow Me (86 min.) duikt Asri Bendacha uit Dubai in de wereld van Instagram, Facebook, Snapchat en YouTube. Asri wil ook ‘beïnvloeder’ worden, zegt hij. Zijn startpositie is echter belabberd: op de kop af nul volgers. Want daar draait het allemaal om in de wereld van de sociale media. Niet: wie ben je, wat kun je of waar sta je voor? Maar: hoeveel likes en volgers heb je?

Bendacha spreekt met diverse influencers, met name uit het Midden-Oosten. In hoeverre voelen ze zich verantwoordelijk voor hun posts en volgers? Of laten ze zichzelf zonder al te veel nadenken reduceren tot wandelende reclamezuil? Zoals DJ Khaled die onder de douche laat zien met welke zeep hij zichzelf wast. ‘Alles is zo echt aan hem’, zegt de bevriende radiomaker DJ Nasty niettemin met een stalen gezicht tegen Bendacha. ‘Mensen houden daarvan. Het is authentiek.’

Over ‘authenticiteit’ gesproken: sommigen Instagrammers hebben last van ernstige ‘influenza’ en kopen volgers: echte (levende mensen, die op je posts gaan reageren) of volledig verzonnen volgers (de zogenaamde bots). Als een vleesgeworden avatar werpt ook Bendacha zichzelf in de strijd om de aandacht – al wordt dat nooit helemaal geloofwaardig en soms ronduit krampachtig. In Los Angeles vraagt hij bijvoorbeeld aan willekeurige mensen of ze weten waar Selena Gomez woont, de beroemdheid met de meeste Instagram-volgers. Zij zou hem aan een grotere achterban kunnen helpen.

En natuurlijk probeert Asri Bendacha z’n populaire interviewkandidaten ook voor zijn eigen karretje te spannen. Of ze hem alstjeblieft kunnen gaan volgen en een oproepje willen doen aan hun volgers. Zodat hun netwerk het zijne wordt. Uiteindelijk geldt echter voor zowel Follow Me als voor de maker ervan, die tot dusver is blijven steken op een (blijkbaar) treurig aantal van 5000 volgers: in tegenstelling tot Memphis schoppen ze niet echt een deuk in een pakje boter.

En alsof de Duivel ermee speelt – en in het geval van Instagram zou dat best toepasselijk zijn – verscheen er vorige week nóg een documentaire getiteld Follow Me. Met een hashtag ervoor ditmaal. #followme (49 min.) dus.

De Nederlander Nicolaas Veul verbaast zich over de schijn van ‘Insta’, het kopen van nepvolgers en Instagram als stiekeme winkeletalage. Een interessante televisiedocu over de uitwassen van de social media-cultuur, die zijn naamgenoot uit Dubai eigenlijk moeiteloos overvleugelt.

De Nederlandse documentaire #followme is hier te bekijken.

Winnebago Man

Hij ging viral, voordat er zoiets als ‘viral gaan’ bestond. Via good old VHS-banden. De Winnebago Man (85 min.). Alias The RV Guy. Of gewoon: Jack Rebney. Misschien ken je hem wel: als verkoper vertolkte hij in 1989 de hoofdrol in een promofilm voor Winnebago-campers. Bij de opnames ging er echter van alles mis, waardoor Rebney met de regelmaat van de klok he-le-maal uit zijn plaat ging.

Outtakes van die profane woede-uitbarstingen werden stiekem verspreid en vonden gretig aftrek bij een wereldwijd publiek, dat zich en masse verkneukelde om ‘the angriest man in the world’. En zinsneden als ‘Will you do me a kindness?’, ‘I don’t want any more bullshit from anyone and that includes me!’ en ‘ My mind is just a piece of shit this morning’ kregen een cultstatus en gingen zelfs tot het Hollywood-lexicon behoren.

Bijna twintig jaar na dato besluit filmmaker Ben Steinbauer om Rebney te gaan zoeken en verhaal bij hem te halen. Welke man gaat er schuil achter die bullebak van een vent die zich in beeld van zijn lelijkste kant heeft laten zien? En zou een ontmoeting met het mens van vlees en bloed achter de Winnebago Man ‘de magie’ verstoren? Intussen vraagt Steinbauer zich ook af of Rebney misschien een slachtoffer is geworden van wat we nu cyberpesten zouden noemen.

Als de documentairemaker teleurgesteld zijn zoektocht wil staken omdat zelfs het inschakelen van een privédetective geen soelaas heeft geboden, vindt hij ineens die overbekende dwingende stem op zijn voicemail. Rebney kan zich nauwelijks voorstellen dat er iemand in hem is geïnteresseerd, maar wil Steinbauer best ontvangen. Die is de koning te rijk en reist af naar een afgelegen plek in de bossen, waar hij een uiterst aimabele man aantreft, die zich nauwelijks bewust lijkt van zijn online-populariteit en daarmee ook geen enkele moeite heeft.

Steinbauer verlaat de man enigszins teleurgesteld. Geen drama, geen film. Hij zal afscheid moeten nemen van het verhaal, dat in zijn hoofd een eigen leven is gaan leiden. Maar dan blijkt dat de oude vos hem bij de neus heeft genomen. Jack Rebney is bepaald geen zielloze ouwe man geworden en nog altijd een geschikte hoofdpersoon voor deze vermakelijke documentaire uit 2009, die het zoeklicht nog eenmaal op de vuilbekkende Winnebago Man zet en van de karikatuur weer een gewone sterveling maakt.

De volledige documentaire is hier te bekijken.

Famke Louise, De Documentaire

 

De succesvolste Nederlandse rapper Ronnie Flex wordt vader, maar wil niet zeggen wie de moeder van het kind is. De afgelopen tijd stonden de roddelbladen er vol mee. Enkele weken eerder werden diezelfde pagina’s gevuld met het verhaal dat Flex en YouTube-ster Famke Louise een setje zouden zijn. Zij is echter niet zwanger.

Vanuit marketingtechnisch oogpunt zou je zulke reuring de ideale opmaat kunnen noemen voor deze vierdelige documentaireserie over Famke Louise, het negentienjarige meisje uit Hoogezand dat ineens wereldberoemd werd. En supergehaat, dat ook. Met een fanatisme dat in Nederland, voor zover ik het kan overzien, tot dusver was voorbehouden aan Dinand Woesthoff, de voormalige zanger van Kane.

Met een geheel eigen mengeling van verbazing, lol en ingehouden vrees leest de hoofdpersoon in de eerste aflevering van Famke Louise, De Documentaire (97 min.) voor waar ze online zoal voor wordt uitgemaakt. Het leeuwendeel is het herhalen echt niet waard. Veel ziektes, scheldwoorden en slechtbedoelde adviezen. En tijdens optredens is er altijd wel iemand die ‘hoer’ roept, zijn middelvinger opsteekt of een lading bier over haar heen probeert te kieperen. Het is, blijkbaar, de tol van de roem.

Famke Louise speelt zelf opzichtig met haar imago van ‘the babe you love to hate’ en maakt van haar hart bepaald geen moordkuil. ‘Neem die oorbellen mee van die slet’, sneert ze in de hitsingle Zonder Jou naar haar (foute?) ex-vriend Tim van Teunenbroek, alias vlogger Gameking, met wie ze een in het openbaar geconsumeerde en beëindigde relatie had. ‘Ik hoef die shit niet meer te vinden in mijn bed.’

Bij een zo publiek geleefd bestaan is het natuurlijk de vraag wat een documentaire nog kan toevoegen. Deze vierdelige serie van Elza Jo Tratlehner levert in elk geval extra achterkant bij het fenomeen Famke Louise: clipopnames, een schrijverskamp om liedjes te fabriceren en de bezichtiging van een nieuwe woning. En daarnaast – verplicht, want haar management heeft grootse plannen – zangles, dansles, mediatraining en een mental coach. Die laatste helpt haar met losgaan bij optredens, want dat wil nog niet helemaal lukken.

Stilistisch sluit deze ‘allereerste documentaireserie over de veelbesproken Famke Louise’ (aldus Videoland, dat blijkbaar nog meer series voorziet) perfect aan bij de vlogcultuur. Het camerawerk en de montage zijn erg hoekig. Bovendien zijn de afleveringen zeer rudimentair gestructureerd; ze schakelen tussen het gebruikelijke achter de schermen-werk en Famke Louises getroebleerde achtergrond, die met name in wisselwerking met haar moeder Marja reliëf krijgt.

Zij dwingt haar dochter met zachte hand om echt de luiken te openen en zo nu en dan de kwetsbare negentienjarige te laten zien die nog altijd schuilgaat achter de ongenaakbare Famke Louise, waarvan we alles allang dachten te hebben gezien.

Bellingcat – Truth In A Post-Truth World

Bellingcat

Als idealistische beelddetectives struinen de leden van het internationale collectief Bellingcat vrijwillig het internet af. Vanuit hun huiskamers in pak ‘m beet Leicester, Berlijn en Helsinki belanden de burgerjournalisten zo in alle uithoeken van het wereldwijde web, op zoek naar de waarheid en niets dan de waarheid. Met behulp van online foto’s, kaartjes en video’s en eigen onderzoek deduceerden ze bijvoorbeeld wat er precies is gebeurd met vlucht MH17. Daarmee lieten Bellingcat-oprichter Eliot Higgins en zijn getrouwen het officiële onderzoek, de reguliere journalistiek en ene Vladimir Poetin zijn hielen zien.

Een gemiddelde wereldburger krijgt per dag meer beelden te verwerken dan een mens in de middeleeuwen tijdens zijn hele leven. Die beelden verrijken ons leven, zorgen voor begrip van de wereld en leveren bewijsmateriaal van mogelijke misstanden, maar ze kunnen net zo gemakkelijk worden gebruikt om de waarheid te versluieren of zelfs te verminken. Dat is het speelveld van Bellingcat – Truth In A Post-Truth World (83 min.), een fascinerende film van Hans Pool over een groepje onverschrokken frontsoldaten in de voortdurende oorlog om de waarheid.

Waar leiders als Poetin, Kim Jong-Un en Trump stelselmatig het vertrouwen in de media proberen te ondermijnen, en daarmee wereldwijd democratieën verzwakken, zweren zij ouderwets bij de feiten. Daarvoor verlaten ze zich wel op nieuwerwetse middelen. Zo demonstreert de Nederlander Christiaan Triebert, die voor zijn werk al de European Press Prize won, bijvoorbeeld hoe hij ontdekte dat een verwoestende autobom in Irak, waarover nieuwsmedia in de hele wereld hadden bericht, in werkelijkheid volledig in scène was gezet. Een ontluisterende conclusie, die voor je ogen nog eens ondubbelzinnig wordt aangetoond.

Pool maakt het urgente werk van Bellingcat met indringende voorbeelden uit onder anderen Charlottesville en Raqqa uitstekend inzichtelijk en laat dit door media-onderzoeker Jay Rosen van de University Of New York, Alexa Koenig van het Center For Human Rights en Harvard-professor Claire Wardle bovendien in zijn maatschappelijke context plaatsen. Het resultaat is een belangrijke film over het politieke tijdsgewricht waarin we leven en hoe de waarheid daarin voortdurend onder druk staat en wellicht tóch kan overleven. Met mogelijk een voortrekkersrol voor Bellingcat, een organisatie die de mogelijkheden van deze tijd in elk geval ten volle benut.

Ubiquity

 

Met hun elektronische apparatuur moeten regisseur Bregtje van der Haak en haar cameraploeg uit de buurt blijven van Per Segerbäck. De Zweedse ingenieur, die bij Ericsson werkte aan de ontwikkeling van smartphones, wil best een interview geven, maar dat moet dan worden gefilmd met analoge apparatuur. Van der Haaks crew draait dus met een ouderwetse Bolex-filmcamera zonder batterij en neemt het gesprek op met een bekabelde audioset. Hun mobieltjes laten ze achter in een afgesloten pan.

Segerbäck is elektrohypersensitief. Hij leeft daarom al achttien jaar als een kluizenaar in de bossen. Zodra hij in contact komt met straling krijgt hij allerlei lichamelijke klachten. Het is een moderne aandoening, een onvermoede bijwerking van de hedendaagse wens om overal, altijd en draadloos in contact te staan met de rest van de wereld. Een soort Ziekte van Zuckerberg dus, die in de hele wereld mensen schijnt te vellen. In een metropool zoals Tokyo, maar ook gewoon in Nederland, waar eveneens nauwelijks meer stralingsvrij gebied is.

Het net sluit zich letterlijk om de mensen met elektrohypersensitiviteit(EHS), vinden ze. Overal om hen heen dreigt gevaar. In Ubiquity (82 min.), wat zoveel betekent als ‘een staat van zijn waarbij je overal tegelijkertijd kunt zijn’, wordt die dreiging treffend verbeeld en verklankt. Grootse beelden van een wereld die voortdurend communiceert en beweegt, worden gepaard aan de repeterende geluiden van modems, routers en zendmasten op zoek naar verbinding. Zo ongeveer moeten mensen met EHS zich voelen, wil Van der Haak maar zeggen. Ze portretteert hen als representanten van een verloren wereld en stelt verder geen kritische vragen bij de ziekte die niet bij iedereen onomstreden is.

‘Als ze de wereld willen veroveren met al die technologie, moeten ze ook rekening houden met ons’, zegt één van deze verschoppelingen van de digitale wereld over het ideaal om op de hele aardbol draadloos internet aan te leggen. ‘Wij hebben rechten. Dit is ook onze wereld.’ Dat pleidooi, kracht bijgezet door een Dylaneske videoclip en ouderwetse demonstratie, lijkt door de makers van deze bespiegelende film van harte te worden ondersteund.

The Cleaners

 

Zou bij de content moderatoren van Facebook, Google en Twitter ook posttraumatische stress voorkomen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Deze werkbijen van het internet, veelal afkomstig uit ontwikkelingslanden zoals de Filipijnen, schuimen voortdurend als een soort onzichtbare beveiligingsbeambten het worldwide web af en stuiten daarbij op alle mogelijke vuiligheid; van kinderporno en cyberpesten tot executies en terroristische aanvallen.

Het is lopende bandwerk: ignore, ignore, delete, ignore, delete… Met gezwinde spoed ruimen ze zulke rotzooi op. Maar kunnen en mogen deze vuilnismannen en -vrouwen, die elk ook weer hun eigen context en perspectief meebrengen, werkelijk bepalen wat er weg kan of moet? Was het verwijderen van dat schilderij van Trump met een hele kleine pik – nadat hij in een verkiezingsdebat had gepocht over zijn gereedschap – bijvoorbeeld een kwestie van goede smaak of toch een serieus geval van censuur? De verantwoordelijke kunstenares weet het antwoord wel.

Wie bepaalt wat er hoe op het internet belandt? Komt de vrijheid van meningsuiting in het gedrang als we dat overlaten aan de Mark Zuckerbergs van deze wereld? En in hoeverre laten die hun oren hangen naar de regimes van landen als Turkije, Myanmar en de Filippijnen? De documentaire The Cleaners (88 min.) van Hans Block en Moritz Riesewieck stelt prangende vragen over de manier waarop de sociale media worden beheerd en laat ook de gewone frontsoldaten in de bijbehorende informatieoorlog aan het woord. Zij moeten dagelijks keuzes maken, die letterlijk voor miljarden mensen gevolgen kunnen hebben. En fouten kunnen ze zich daarbij niet permitteren volgens hun bazen.

Ook opponenten van de almachtige techbedrijven mengen zich in de strijd. Zo is er bijvoorbeeld een club die direct oorlogsbeelden veilig stelt, vóórdat die door de digitale schoonmakers worden weggepoetst. Dat blijkt geen overbodige luxe. De klassieke foto van Kim Phuc, het naakte meisje dat met een verbrand lijf op de vlucht ging na een napalmaanval en zo het symbool werd van de vuile oorlog in Vietnam, zou nu direct worden verwijderd, stelt één van de cleaners onomwonden. Het is een tekenend voorbeeld van de dilemma’s die in deze bijzonder urgente film, over de wereld waarin wij met zijn allen leven en hoe we daarbinnen de democratie proberen te onderhouden, aan de orde worden gesteld.

Nobody Speak: Trials Of The Free Press

Een sextape van all star wrestling-held Hulk Hogan. Die kostte de Amerikaanse website Gawker uiteindelijk de kop. Want na het publiceren van die smoezelige beelden spande de Hulkster een rechtszaak aan en werden Gawker en enkele betrokken journalisten veroordeeld tot het betalen van de lieve som van 140 miljoen dollar.

Dat is het kleine verhaal van de fascinerende documentaire Nobody Speak (95 min.): sleazy website werkt zichzelf in de nesten met onsmakelijke click bait. Maar, zoals de ondertitel van Brian Knappenbergers film (‘Trials Of The Free Press’) al verraadt, is er ook een groter verhaal.

Want achter Hogan, die eigenlijk Terry Bollea heet en Hulk beschouwt als een personage (waarachter hij zich soms lekker kan verschuilen), gaat ene Peter Thiel schuil. Een Amerikaanse entrepeneur uit Silicon Valley, die medeoprichter was van Paypal, als een van de eersten investeerde in Facebook én Hulk Hogans rechtszaak financierde.

De gefortuneerde Thiel is een van die mensen (nee: mannen) die er geen been in zien om hun geld te gebruiken om onwelgevallige media de mond te snoeren. Zoals zijn favoriete politicus Donald Trump de pers al tot ‘vijand van het volk’ verklaarde.

Deze pamflettistische film brengt die gevaarlijke ontwikkeling glashelder in kaart. Gawker, dat journalistieke scoops paarde aan sleazy berichtjes, blijft alleen een wat ongemakkelijk voertuig. Alsof je Gordon, die ooit onder vuur lag vanwege Chinezengrapjes, gebruikt om de maatschappelijke rol van humor te onderstrepen.

Wat Nobody Speak echter glashelder maakt, is dat het principe uiteindelijk de spelers overstijgt en dat Gawker, Hogan en Thiel slechts pionnen zijn in een veel groter spel, waarbij het draait om niets minder dan de vrijheid van meningsuiting.

Gringo: The Dangerous Life Of John McAfee

 

Hij had een soort Bill Gates kunnen worden, maar werd een moderne variant op Colonel Kurtz (de griezel uit het boek Heart Of Darkness en de bijbehorende film Apocalypse Now), die zich in zijn eigen koninkrijkje van gekte en geweld heeft teruggetrokken.
John McAfee, de man achter de befaamde virusscanner en tevens het larger than life-hoofdpersonage van Gringo: The Dangerous Life Of John McAfee (97 min.), een vermakelijke, maar soms net iets te vet aangezette documentaire van Nanette Burstein, die voor de film een soort paringsdans uitvoert met de ogenschijnlijk onwillige McAfee.

in Gringo trekt de doorgedraaide multimiljonair, rasentrepeneur en mediapersoonlijkheid zich uiteindelijk terug in Belize. In een veel te groot huis, waar hij een harem van (iets te jonge) lokale liefjes samenstelt en zich omringd met zijn eigen zwaarbewapende militie, samengesteld uit de allerbeste plaatselijke gangsters.

Het is een beproefd recept voor ellende. En die komt er: de gewelddadige dood van een buurman die zijn honden zou hebben vergiftigd. Als de grond hem te heet onder de voeten wordt, vertrekt McAfee en stelt zich in eigen land kandidaat voor het presidentschap van de Verenigde Staten.

En daar moet hij, net als ene Hillary, zijn meerdere erkennen in een nog veel groter uitgevallen personage, (The) Donald Trump.

Zero Days

 

De naam Alex Gibney zorgt niet direct voor volle bioscoopzalen of kijkcijferrecords. Toch is de Amerikaanse filmer één van de belangrijkste én succesvolste documentairemakers van onze tijd (waarover ik twee jaar geleden onderstaand stuk voor De Correspondent schreef).

Als Gibney zich aan een project waagt, dan weet je dat het een toegankelijke film met drama, schwung en maatschappelijke relevantie wordt. Of het nu gaat om Scientology, de financiële crisis of de dopingschandalen rond Lance Armstrong.

Voor Zero Days (116 min.) begeeft Gibney zich, als een soort vervolg op de biopic die hij eerder maakte over Wikileaks-Dreh und Angelpunkt Julian Assange, opnieuw in de donkerste uithoeken van het internet. Hij gaat op zoek naar de achtergronden van het mysterieuze Stuxnet-virus, een cyberwapen dat door geheime diensten zou zijn ingezet om computernetwerken van de vijand te ontregelen.

Zero Days laat zich bekijken als een enerverende docuthriller, die in de allerbeste Hollywood-traditie van de ene onthulling naar de andere cliffhanger davert.

National Bird

Het lijkt bijna een reguliere kantoorbaan: je neemt plaats op je vaste werkplek op een paar kilometer van huis, houdt je blik de hele dag gericht op het beeldscherm voor je en seint een collega in als je iets bijzonders waarneemt. En die zorgt ervoor dat het eventuele probleem direct uit de wereld wordt geholpen. Letterlijk.

In de intrigerende documentaire National Bird (91 min.) van Sonia Kennebeck worden drie veteranen van Amerika’s moderne oorlogen geportretteerd. Om te vechten hoefden ze alleen in te loggen. Drones deden de rest en zorgden ervoor dat ‘enemy combatants’ in een explosie of stofwolk verdwenen, ergens ver weg in een deel van de wereld dat zij alleen van hun computerscherm kenden.

Deze manier van oorlogsvoering lijkt risicoloos, maar de soldaten die de beeldschermen bemensen kampen regelmatig met depressies, suïcidale gedachten en drank- en drugsgebruik. Voor een posttraumatische stressstoornis hoef je echt niet meer af te reizen naar een frontlinie in Irak of Afghanistan.

Daarin schuilt nog een ander groot gevaar; dat de vijand wordt gereduceerd tot een willekeurige slechterik uit een schietgame die liefst met veel kabaal tot pulp moet worden geschoten. Burgerslachtoffers zijn daarbij bovendien niet meer dan onvermijdelijk ’collateral damage’.

De drie geportretteerde militairen kunnen niet meer leven met die gedachte en nemen het heft in eigen handen. Heather, een voormalig drone-analiste, luidt de klok met een opiniestuk in The Guardian. Haar collega Daniel besluit om het recht in eigen hand te nemen. En Lisa gaat in Afghanistan op zoek naar de slachtoffers van één van de dronestrikes, die ze zelf in gang zette.

Gezamenlijk zetten ze in National Bird aan tot nadenken over de hedendaagse vorm van oorlogsvoering en en de morele dilemma’s die deze oproept.