RIP!: A Remix Manifesto

Van wie is een idee of creatie? En wat mag een ander daar dan mee doen? Die vragen staan centraal in Brett Gaylors baanbrekende documentaire RIP!: A Remix Manifesto (86 min). Ze monden uit – in Gaylors woorden – in oorlog tussen de ‘copyright’, de traditionalisten die het ouderwetse auteursrecht koste wat het kost willen beschermen en gewoon willen blijven inzetten als melkkoe, en de ‘copyleft’, de generatie die is opgegroeid met het internet, in wezen vindt dat alles van iedereen is en zweert bij samples, mashups, covers, citaten en alle andere toepassingen waarmee de vrije uitwisseling van ideeën wordt gegarandeerd. Het gevecht om intellectueel eigendom dus. En dat strekt zich uit ver voorbij de grenzen van muziek of kunst.

Bouwt kennis of cultuur sowieso niet altijd voort op al wat eerder is gedaan? En ging ’t ook niet altijd zo? Gaylor geeft een treffend muziekvoorbeeld: de hit The Last Time van The Rolling Stones was toch gebaseerd op This May Be The Last Time van The Staple Singers, dat overigens ook nog een behandeling kreeg van een project van de voormalige manager van The Stones, The Andrew Loog Oldham Orchestra? En toen besloot The Verve vervolgens The Stones weer te samplen voor Bittersweet Symphony. Nadat Jagger en Richards succesvol de rechten van dat nummer hadden geclaimd, verkochten ze het voor een commercial door aan sportmerk Nike. Waarna Gaylors favoriete artiest Girl Talk, die een centrale positie inneemt in deze film, het in 2007 weer gebruikte voor een eigen nummer: Once Again.

Wie het nog snapt, mag het zeggen. Welnu: Brett Gaylor doet een loffelijke poging, met ontzettend veel inventiviteit, heerlijke humor en fijne historische doorkijkjes (Mickey Mouse!): in het publieke domein kunnen/moeten we als mensheid voortbouwen op onze collectieve kennis. Niks mis mee. Toch? Of zijn het dan weer gewoon andere multinationals die daarvan profiteren, trekken de verantwoordelijke denkers/kunstenaars/ontwerpers sowieso aan het kortste tijd en zou daardoor de menselijke ontwikkeling wel eens kunnen stagneren? Hoewel de voornaamste spelers en conflicten sinds de release van deze documentaire in 2008 zijn veranderd – wie herinnert zich nog de strijd van Metallica tegen Napster of Radioheads opstelling als ‘grensverlegger’? – is de discussie in wezen niet veranderd.

Waar houdt zogenaamd ‘fair use’ op en begint inbreuk op auteursrecht, (intellectueel) eigendom of patenten? Het fijne van RIP is dat vorm en inhoud echt samen optrekken. De film zelf is ook een mashup en daarmee – afhankelijk van de stam waaraan je je hebt verbonden in deze ideeënoorlog – een belangrijk manifest over de vrijheid van meningsuiting/illegaal werk/verwarrende kunstuiting. Ruim tien jaar later, een eeuwigheid in deze discussie, heeft Brett Gaylors pièce de résistance in elk geval nog helemaal niets aan denkkracht, amusementswaarde en relevantie ingeboet.

Running With The Devil: The Wild World Of John McAfee

Netflix

‘Is McAfee een succesvolle ondernemer die gek is geworden en zijn buurman vermoordde?’ vraagt de hoofdpersoon van Running With The Devil: The Wild World Of John McAfee (106 min.) zich hoogstpersoonlijk af in het vet aangezette intro van deze documentaire. ‘Of is hij de mogelijke redder van Amerika?’ Bij beelden van de populaire talkshow van Larry King, waarin hij zichzelf vervolgens presenteert als presidentskandidaat, gooit John McAfee er nog maar eens een smakelijke oneliner in. ‘Ik wil niemand alcohol, drugs, geweld of krankzinnigheid aanpraten’, zegt hij onderkoeld, als een onvervalste Hollywood-held. ‘Maar bij mij heeft het gewerkt.’

En daarmee is het spel op de wagen voor deze slicke schelmendocu waarin, wederom volgens de Brits-Amerikaanse antivirussoftware-pionier zelf, ‘James Bond meets Scarface, with a little Indiana Jones’. Documentairemaker Charlie Russell is duidelijk in zijn nopjes met zijn larger than life-hoofdpersoon en serveert diens doldwaze lotgevallen uit met de bravoure van een willekeurige blockbuster. Daarmee is hij overigens zeker niet de eerste. In 2017 verscheen bijvoorbeeld het al even smeuïge Gringo: The Dangerous Life Of John McAfee. Toen was de man alleen nog in leven. In 2021 viel definitief het doek voor de voorstelling van de toen 75-jarige durfal.

En dus kan nu de balans worden opgemaakt van een leven dat John McAfee over hoge toppen en door diepe dalen sleurde. Russell is alleen duidelijk niet van plan om een doorwrocht portret te maken, waarin alle bokkensprongen van zijn subject op hun plek worden gezet binnen een geloofwaardig narratief. Hij concentreert zich liever op McAfee’s vlucht uit Belize in 2012, nadat hij daar verdachte werd in een moordzaak. De rouwdouwer nam de wijk naar Guatemala, gevolgd door een cameraploeg. En VICE-verslaggever Rocco Castoro en cameraman Robert King delen nu natuurlijk maar al te graag hun verhaal en claimen zo meteen hun eigen ‘fifteen minutes of fame’.

McAfee’s veelbewogen bestaan wordt daarmee gereduceerd tot het mediaspektakel dat hij er in de laatste jaren willens en wetens van heeft gemaakt. De man daarachter laat zich evenwel nauwelijks zien, ook niet in interviews met zijn toenmalige, ternauwernood meerderjarige, vriendin Samantha Venegas en latere liefde, de voormalige prostituee Janice Dyson. Zoals ook zijn ghostwriter Alex Cody Foster, die waarschijnlijk ook een graantje wil meepikken, vooral sterke verhalen toevoegt, die hij van de ‘bullshitter’ zelf te horen heeft gekregen. Over hoe die de halve wereld heeft gehackt en uit de weg dreigt te worden geruimd door het Sinaloa-drugskartel.

Pas in het laatste deel van de film krijgt McAfee’s eindeloze stroom van zelf veroorzaakte ellende, broodje aap-verhalen en doorgesnoven paranoia iets meer context en duiding. Als er echt wezenlijke dingen uit zijn verleden boven tafel dreigen te komen, dient zich echter meteen een spraakmakende theorie aan. Die is voor een buitenstaander met geen mogelijkheid op waarde te schatten, maar haalt de focus wel weer weg van wat McAfee nu werkelijk heeft gemaakt tot wie hij is. Running With The Devil blijft daardoor steken op het niveau van een lekker trashy realityshow, waarbij de opperfreak tot het bittere eind bereid blijft om alles te doen waarmee hij de aandacht kan vasthouden.

The Most Hated Man On The Internet

Netflix

Als The Most Hated Man On The Internet (162 min.) van Rob Miller een klassieke Hollywood-actiefilm zou zijn geweest, dan was die waarschijnlijk aangeprezen met een smeuïge tagline in de trant van: ‘one woman’s mission to detroy The King Of Revenge Porn’.

Die vrouw heet Charlotte Laws en krijgt te horen dat er illegaal een topless foto van haar dochter Kayla is gepubliceerd op de schmutzige website IsAnyoneUp.com. Charlotte, een voormalige ‘partycrasher of the rich and famous’ die wordt ondersteund door echtgenoot/advocaat Charles, zet alles in het werk om die website uit de lucht te krijgen en de kwade genius daarachter, de cynische internetpiraat Hunter Moore, een kopje kleiner te maken.

Een typisch heldenverhaal dus: goede vrouw pakt slechte man aan. Een thema dat Netflix in de afgelopen jaren al op diverse manieren heeft aangegrepen voor aantrekkelijke true crime-achtige producties: van The Tinder Swindler en Bad Vegan tot Don’t F**k With Cats en The Puppet Master. Een gecompliceerde – en wellicht ook enigszins genuanceerdere – werkelijkheid wordt daarbij aangeboden in een hap-slik-weg verpakking.

Hoe komt Moore aan de foto’s? Met die vraag kan deze formule-achtige film, waarin alle betrokken netjes de rol spelen die hen is toebedeeld, wel even vooruit. Hij zal zijn slachtoffers toch niet hebben gehackt? Charlotte laat zich de hoofdrol van onverschrokken heldin intussen maar al te graag aanleunen. Zoals ook de bijrollen goed bezet zijn: haar dochter is overtuigend als onschuldig slachtoffer en de schurkenrol blijkt Moore op het lijf geschreven.

Hij verschuilt zich met liefde en plezier achter het argument dat hij slechts de beheerder van het ranzige platform is. Wat daarop wordt geplaatst is natuurlijk niet zijn verantwoordelijkheid – al verdient hij er wel een aardige zakcent mee. Intussen doet deze driedelige docuserie min of meer hetzelfde: het treurige relaas van een jonge vrouw die zich als ‘Butthole Girl’ publiekelijk heeft ‘laten’ vernederen, wordt bijvoorbeeld nauwelijks meer dan clickbait.

Echte interesse voor haar verhaal – of voor dat van de andere gekleineerde, misbruikte en soms zelfs volledig geknakte vrouwen – is er niet in deze typisch Amerikaanse productie. Zoals ook Hunter Moore nooit meer wordt dan een verachtelijk personage, waarbij eenieder zich moreel verheven kan voelen. En aan het eind, ook al zo bevredigend, wordt de slechterik natuurlijk ingerekend en, op zijn minst in gedachten, geboeid afgevoerd.

Toch is het niet ondenkbaar dat diezelfde kijker na afloop ook achterblijft met een ongemakkelijk gevoel, dat wel aardig wordt samengevat met de boodschap die IsAnyoneUp steevast stuurde als iemand stiekem naaktfoto’s had geüpload: ‘Thank you for being evil.’

We Met In Virtual Reality

HBO Max

Terwijl de halve wereld eind 2020 in lockdown gaat vanwege de Coronacrisis, zoekt een selecte groep escapisten een andere dimensie op. In de videogame VRChat kunnen ze elkaar, met behulp van de techniek ‘full body tracking’, in elk geval gevoelsmatig fysiek blijven ontmoeten. Regisseur Joe Hunting sluit bij hen aan, observeert hoe ze zich gedragen en spreekt met hen over hun leven in een verbluffende documentaire die zich volledig in die virtuele wereld afspeelt: We Met In Virtual Reality (89 min.).

‘Je kunt degene zijn die je altijd al wilde zijn’, vertelt de Peter Pan-achtige verschijning Toaster, die met zijn exotische vriendin DustBunny alle zorgen vergeet in een spectaculair digitaal pretpark . ‘Je kunt in zekere zin helemaal opnieuw beginnen. In het echte leven heb je te maken met verwachtingen die anderen van je hebben over hoe je dingen moet doen of je moet gedragen. En daarmee kun je het eens zijn of niet. In VR weet niemand wie je bent. Het kan ook niemand schelen wie je was, alleen wie je nu bent. Je bent vrij om te zijn wie je wilt.’

Buitenstaanders moeten in eerste instantie wel een psychologische barrière nemen om mee te kunnen in die beleving. Want mensen van vlees en bloed tonen zich hier via een digitale gedaante, hun avatar. Ze ogen als pak ‘m beet een schattig konijntje, gespierde strijder of voluptueuze vamp. Stoer, sexy en extravagant lijken de norm. Als je in het echte leven – IRL in jargon – weinig kleur denkt te hebben, kan het in de VRChat-gemeenschap doorgaans niet op. Deze personages bewegen zich bovendien in een wereld die voortdurend van sfeer kan veranderen. Het ene moment Disney of The Muppet Show, dan weer The Matrix of Walking With Dinosaurs.

Binnen die onwerkelijke setting vindt Hunting wel degelijk de mensen achter de personages – of beter: de mensen ín de personages. Die verliefd worden, gebarentaal spreken, niet van de drank kunnen afblijven, zich uitleven in dans, non-binair zijn, in het huwelijk treden, lijden aan depressies of al hun fantasieën uitleven. Hun belevenissen worden door hem met veel schwung, bravoure en een dikke soundtrack uitgespeeld. In We Met In Virtual Reality is de verbeelding echt aan de macht. Tegelijkertijd toont deze geheel bijdetijdse film aan dat virtual reality de troost en verbondenheid kan bieden die in de échte wereld soms ontbreekt.

Ze Weten Alles Van Je

Videoland

Is hij er stilletjes tussenuit geknepen, op een geheime missie gegaan, ergens de weg kwijtgeraakt, op slinkse wijze ontvoerd door een inlichtingendienst of zelfs uit de weg geruimd? De vrienden van Arjen Kamphuis tasten in het duister. Sinds 20 augustus 2018 is de Nederlandse cyberexpert (47) spoorloos verdwenen.

In de vierdelige serie Ze Weten Alles Van Je (130 min.) gaat de Nederlandse journaliste Nadia op onderzoek uit in Noorwegen, het land waar Arjens spoor vier jaar geleden is doodgelopen. Ze heeft van haar chef zes dagen gekregen om nieuwe aanwijzingen te vinden voor wat er met Kamphuis, die veelvuldig in verband werd gebracht met Julian Assange en de klokkenluiderssite Wikileaks, is gebeurd.

Interessant uitgangspunt voor een typische true crime-docuserie, zou je zeggen. Waarin prominente vrienden van de gedreven cyberdeskundige zoals de bekende internetactivist Ancilla van de Leest, onderzoeksjournalist Sanne Terlingen, hacker Jos Weyers en privacydeskundige Helma de Boer, die gezamenlijk een grootscheepse zoekactie naar Arjen Kamphuis op touw zetten, de vermiste held proberen te duiden.

Nadia probeert intussen met getuigen, direct betrokkenen en deskundigen de laatste stappen van Kamphuis te reconstrueren. Zo ontspint zich een enerverende ontdekkingstocht door een mysterieus (geëindigd) leven. Het type true crime-docu dat overigens vaker wél dan niet in een deceptie eindigt. Want definitieve antwoorden, of zoiets cheesys als een happy end, zijn dit soort producties doorgaans niet gegeven.

Ze Weten Alles Van Je is echter geen reguliere docuserie, maar een hybride van fictie en non-fictie-elementen. En Nadia is een fictief personage, gespeeld door de actrice Charlie Chan Dagelet. Zoals haar chef een rol is van Monic Hendrickx en de informant die ze onderweg ontmoet van Jim Deddes. Het is een gedurfde keuze van regisseur Hanro Smitsman, waarmee dit enerverende verhaal een extra paranoïde thrillerlaagje krijgt.

Of de serie die dramatische ingreep, waarover de maker overigens vanaf het begin transparant is, daadwerkelijk nodig heeft? Dat is nog maar de vraag. Deze verhaallijn maakt de serie ongetwijfeld gemakkelijker te verhapstukken, maar sommige scènes en ontwikkelingen liggen er, in elk geval in de ogen van een dogmatische doculiefhebber, nét te dik bovenop en dreigen de geloofwaardigheid dan een beetje te ondermijnen.

Intussen roept deze ambitieuze productie wel degelijk relevante vragen op, die bovendien verder reiken dan het persoonlijke lot van Arjen Kamphuis: over hoe onze privacy is geborgd in een wereld waarin iedereen overal digitale sporen achterlaat, hoe ver de macht van overheden en inlichtingendiensten daarbij reikt en de zorgen die we daarover allemaal zouden moeten hebben.

Cyber Hell: Exposing An Internet Horror

Netflix

Als een rechtgeaarde sadist wilde hij er wel de credits voor hebben. En dus plaatste de Koreaan ‘Baksa’ pontificaal zijn eigen naam of een tag zoals ‘@baksaya’ of ‘slaaf van Baksa’ op de naaktfoto’s die hij rondpompte in speciale chatrooms. Hij had ze tenslotte zelf bemachtigd bij veelal minderjarige meisjes, die op slinkse wijze via Telegram onder druk waren gezet en gechanteerd.

Zodra cyberbullies zoals Baksa en zijn ‘vakbroeder’ Godgod die meisjes eenmaal in hun greep hebben, scheppen ze er duidelijk een duivels genoegen in om hun slachtoffers tot het bot te vernederen. Schrijf ‘bitch’ of ‘persoonlijk toilet’ op je lichaam, kan zomaar een bevel zijn. Of: kerf dat in je lijf met een mes. Intussen hengelen ze tevens persoonlijke informatie over de meisjes binnen, om hen nóg verder te intimideren.

In de jachtige fastfood-docu Cyber Hell: Exposing An Internet Horror (105 min.) reconstrueert Jin-seong Choi dit griezelverhaal vanuit het perspectief van de journalisten en rechercheurs die de seksuele intimidatie op het spoor kwamen. Slachtoffers, video’s of afbeeldingen van hen en hun communicatie met de agressors zijn geanonimiseerd of zelfs gerepliceerd. Veel bronnen willen bovendien alleen onherkenbaar in beeld komen.

Net als vergelijkbare producties als Don’t F**k With Cats en The Tinder Swindler richt deze straffe productie, helemaal bijdetijds vormgegeven en met een volvette soundtrack, zich volledig op de jacht op de geslepen roofdieren Baksa en Godgod, die via zogenaamde nummerchatrooms ook een handel in seksvideo’s opzetten. Met cryptovaluta kunnen anonieme bezoekers video’s aanschaffen, die alleen zijn te kwalificeren als kinderporno.

‘Bedankt dat jullie een demon hebben gedood die ik niet kon tegenhouden’, zegt één van hen als hij eindelijk is gearresteerd. Naar de motieven van deze bullies blijft het echter gissen. En misschien zijn de ‘normale’ types uit deze Cyber Hell, die verder ook niet worden uitgediept, uiteindelijk ook wel verontrustender. Zij kijken rustig – of, waarschijnlijker, opgewonden – toe hoe een willekeurige Koreaanse tiener op het digitale dorpsplein aan de schandpaal wordt genageld, helemaal uitgekleed en bekogeld met rotte tomaten.

Trust No One: The Hunt For The Crypto King

Netflix

Begin 2019 komt de onheilstijding: Gerald Cotten, de dertigjarige oprichter van de Canadese cryptowisselbeurs QuadrigaCX, is tijdens een reis in India plotseling overleden. Hij neemt de wachtwoorden van zijn klanten mee het graf in. Ruim tweehonderd miljoen dollar, geïnvesteerd in bitcoins, wordt daardoor onbereikbaar. 

Enkele Quadriga-gebruikers, waaronder een digitaal geanonimiseerde investeerder met de schuilnaam QCXINT, laten het er niet bij zitten en gaan online op zoek naar hun geld. Ze beginnen zich al snel af te vragen of Gerry eigenlijk wel dood is. Is die nerdy jongen, die nog geen vlieg kwaad leek te doen, er misschien stiekem tussenuit geknepen met hun inleg?

Dat is een aardige premisse voor Trust No One: The Hunt For The Crypto King (91 min.), een diepe duik in de ondoorzichtige wereld van het grote (virtuele) geld, waarbij ook nu weer niets is wat het lijkt en het antwoord op de ene vraag alleen maar een volgende vraag inluidt. Waarbij het bovendien, zo gaat dat dan, de vraag is wanneer een bruikbare hypothese verandert in een ordinaire complottheorie.

Met slachtoffers, direct betrokkenen en enkele deskundigen probeert regisseur Luke Sewell in deze interessante financiële thriller door te dringen tot de kern van de grootschalige zwendel (?), die een spoor van gedupeerden heeft achtergelaten. Zij willen genoegdoening, maar bij wie kunnen ze terecht voor digitaal geld dat spoorloos is verdwenen en misschien zelfs wel nooit heeft bestaan?

iHuman

Human

Zijn we op weg naar de hemel op aarde of toch naar een dystopie? Technologische ontwikkelingen worden doorgaans permanent begeleid door commentaar van visionairs en doemdenkers. Artificial Intelligence vormt daarop geen uitzondering. In de documentaire iHuman (99 min.) geeft regisseur Tonje Hessen Schei dus zowel spreektijd aan wetenschappers die de zegeningen van kunstmatige intelligentie tellen als aan denkers en activisten die de noodklok luiden over de gevaren ervan.

Kort door de bocht: gaat een soort superintelligentie straks problemen oplossen die de verstandelijke vermogens van de mens te boven gaan of zal diezelfde mens geknecht worden door leiders, organisaties of landen die deze technische mogelijkheden genadeloos naar hun hand zetten? Van een wereld waarin overal camera’s hangen die je gezicht herkennen en registreren waar je bent en wat je doet zal menigeen bijvoorbeeld gruwen, maar wat nu als diezelfde camera’s depressies zouden herkennen en zo in potentie mensenlevens kunnen redden?

‘Het gaat niet om wat computers kunnen doen’, stelt Microsoft-topman Brad Smith. ‘Het gaat erom wat computers zouden móeten doen.’ En daarbij komt – voorlopig althans – toch nog altijd de mens in beeld: wat wil en kan die? En waar liggen diens grenzen? Toch gaan de ontwikkelingen sneller dan soms goed lijkt voor de good old sterveling. In China is binnen afzienbare tijd bijvoorbeeld geen kaartje meer nodig in het Openbaar Vervoer. Je eigen gezicht volstaat. Intussen gebruikt de Chinese overheid ook op grote schaal data om de eigen bevolking in het gareel te krijgen of houden.

Zoals dat gaat in dit type sciencefiction-docu’s worden de optimistische/pessimistische bespiegelingen over de (nabije) toekomst vergezeld door klinische synthmuziek en futuristische beelden van een wereld waarbinnen de mens slechts een klein radertje is, de gelukkige recipiënt van allerlei toepassingen die zijn comfort of levensgeluk vergroten of een speelbal van grote spelers zoals Google en Facebook (terwijl robots dan weer blijken te kunnen zingen en dansen). Intussen werpt zo’n film elementaire vragen op over menszijn, privacy en democratie, waarop de kijker na afloop een tijdje kan kauwen.

Ook iHuman slaagt glansrijk in die opzet, zonder dat de film echt emotioneert, bijzonder hoopvol stemt of kwaad maakt.

Shiny_Flakes: The Teenage Drug Lord

Netflix

‘Shiny_Flakes’ had er lol in om aan elke zending enkele gummibeertjes toe te voegen. Spielerei. Zoals die hele handel in marihuana, XTC en cocaïne ook was begonnen. Maximilian Schmidt verdiende er goud geld mee, maar daar was het hem volgens eigen zeggen helemaal niet om te doen. De Duitse computernerd wilde vooral kijken waarmee hij kon wegkomen. En dat bleek behoorlijk veel. Toen hij na bijna anderhalf jaar tegen de lamp liep, dreef de jongen een levendige online-winkel in drugs en medicijnen. Zijn moeder had intussen geen idee wat hij al die tijd in zijn tienerkamer had uitgespookt.

‘Heb je je nooit schuldig gevoeld?’ wil regisseur Eva Müller weten van de twintiger, die met een spottende blik tegenover haar heeft plaatsgenomen in Shiny_Flakes: The Teenage Drug Lord (97 min.). ‘Waarover?’ antwoordt hij uitdagend lachend. ‘Dat je anderen verslaafd of ziek maakte?’ Maximilian, veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf, denkt er nog eens over na: ‘Ik voelde me niet schuldig dat het iemand schade toebracht, want mijn gedachtegang was: als ik het niet doe, dan doet een ander het wel.’

In een replica van zijn oude kamer werkt de jongen mee aan een reconstructie van zijn misdaadcarrière, die tevens de inspiratie vormde voor de populaire Netflix-serie How To Sell Drugs Online (Fast). Trots en ogenschijnlijk zonder enige vorm van wroeging blikt hij terug op z’n periode als negentienjarige drugsbaron. Zijn beweringen worden daarnaast bevestigd en soms ook weersproken door zijn advocaat, de leider van het politieonderzoek, officier van justitie, psychiater en een echtpaar dat hem als puber leerden kennen bij een bijbaantje als kelner in hun restaurant.

Ook daar dacht hij iedereen te slim af te zijn. Hij ging er ook naar handelen. Net als in zijn dubieuze winkeltje, waarvoor hij netjes een Excelbestand met alle klanten en leveringen aanmaakte. Hoogmoed? Zeker. En die mag doorgaans dan voor de val komen – ditmaal in de vorm van een bruuske politie-inval – maar het zou zomaar kunnen dat misdaad uiteindelijk tóch loont. Want is al het geld dat hij met die 13.000 zendingen heeft verdiend inmiddels daadwerkelijk ingevorderd?

En zou ‘Shiny_Flakes’, een jongen die elke kritische vraag of opmerking van Müller moeiteloos van zich af laat glijden, werkelijk bereid zijn om zijn leven te beteren? Die vraag wordt uiteindelijk beantwoord in de enerverende slotakte van deze straffe film, die Schmidts handel en wandel smakelijk uitserveert in een gestileerde setting.

Sing Me A Song

Toen documentairemaker Thomas Balmès voor zijn bekroonde film Happiness (2013) de achtjarige Peyangki in een afgelegen klooster te Bhutan portretteerde, was de jongen er vast van overtuigd dat hij monnik zou worden. Hij hoopte alleen dat ze binnenkort elektriciteit en televisie konden krijgen. En dat zou alles veranderen.

Inmiddels is Peyangki zeventien en heeft ook het internet z’n intrede gemaakt in zijn kleine, overzichtelijke wereld. Waar bij het ochtendritueel serene rust zou moeten heersen, zitten alle jonge monniken tegenwoordig over hun smartphone gebogen. In de ban van de verlokkingen die de hedendaagse wereld heeft te bieden.

In Peyangki’s geval: Ugyen, een bevallig meisje dat hij heeft leren kennen via WeChat. Met mooie liedjes brengt ze zijn hoofd op hol. Het ideaal dat hij altijd koesterde, zijn leven wijden aan het boeddhisme en lama worden, komt erdoor op de tocht te staan. De jongen overweegt om het klooster, waar hij nu al bijna tien jaar woont, te verlaten.

Kalm en zorgvuldig registreert Balmès in Sing Me A Song (93 min.) hoe Peyanki’s leven in het klooster in het landelijke Laya, geworteld in eeuwenoude traditie, in beweging komt. Hij spiegelt dat met de dagelijkse beslommeringen van Ugyen die in de grote stad Thimphu fantaseert over die ongetwijfeld bemiddelde jongen van het platteland.

Als het uiteindelijk tot een ontmoeting komt tussen de twee blijkt dat ze elkaar online toch veel minder goed hebben leren kennen dan gedacht en moeten Peyankgki en Ugyen zich allebei bezinnen op wat dat betekent. Voor de jonge boeddhistische monnik is het in elk geval de vraag of hij eigenlijk nog terug kan naar het leven dat hij ooit leidde.

Via de zoekende tiener maakt deze fraaie, subtiele en toch krachtige film inzichtelijk hoe het wereldwijde web niet alleen alles en iedereen met elkaar in verbinding brengt, maar mensen ook kan losrukken van waar ze altijd thuishoorden. Door de immense omvang en diversiteit van de wereld op het scherm verliest het eigen bestaan zijn glans en lijkt het klein en nietig. 

En als gevolg daarvan, zo maakt Sing Me A Song eveneens pijnlijk duidelijk, kun je zomaar het kind met het badwater weggooien.

Why Did You Kill Me?

Netflix

Op het social mediaplatform MySpace zoekt Angel contact met Jokes. ‘Hou je van me?’ wil ze van hem weten. ‘Dat weet je toch?’ antwoordt hij. ‘Zeg het dan’, probeert ze hem uit te dagen. Hij gaat overstag: ‘Ik hou van je.’ Stap voor stap werkt Angel vervolgens toe naar de belangrijkste vraag die ze nog voor hem heeft: ‘Waarom heb je me vermoord?’.

Het is een intrigerende opening voor de true crime-documentaire Why Did You Kill Me? (84 min.) van Fredrick Munk. Het vervolg mag er eveneens wezen: Belinda Lane, de moeder van het slachtoffer, reconstrueert met behulp van een maquette en speelgoedautootjes wat er op die fatale 24 februari 2006 is gebeurd met ‘Angel’, de 24-jarige Crystal Theobald.

De witte Ford Expedition van William ‘Jokes’ Sotelo heeft daarin in elk geval een prominente rol gespeeld. Maar wie heeft de fatale schoten gelost? En welke rol speelt de 5150-bende, die al enige tijd de dienst probeert uit te maken in Riverside, een voorstad van Los Angeles? Moeder Belinda gaat, met de hulp van een handig nichtje, undercover op MySpace.

Met het nodige kunst- en vliegwerk weet ze informatie te verzamelen over wat er met Crystal kan zijn gebeurd en wie daarin waarschijnlijk een rol heeft gespeeld. Intussen krijgt de kijker een inkijkje in het grimmige milieu waarbinnen het drama zich heeft afgespeeld: ‘low life America’, waar armoe, (huiselijk) geweld en verslaving een perpetuum mobile van ellende veroorzaken.

Belinda Lane is daarvan zelf een treffend voorbeeld. Ze is waarschijnlijk een stuk jonger dan haar afgetobde hoofd doet vermoeden. Een ondergebit zou ook al heel veel helpen. Uit alles spreekt dat haar leven, ook al vóór Crystals gewelddadige dood, een aaneenschakeling van malheur was. In de zaak van haar dochter komt ze zichzelf nog eens knoerthard tegen.

En tóch, ook tot haar eigen verbazing, vindt ze zowaar iets van verzoening. Daar zit uiteindelijk ook de voornaamste meerwaarde van deze degelijke true crime-productie, die voorzichtig aanschurkt tegen bijdetijdse genretoppers als Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud, maar dat niveau zeker niet haalt.

Q: Into The Storm

HBO

Vanuit de duisterste uithoeken van het internet – 8chan, een online forum waar iedereen anoniem kan publiceren – heeft zich in de afgelopen jaren een geheimzinnige klokkenluider gemeld, die regelmatig cryptische boodschappen afgeeft aan een groeiende schare volgelingen. Deze QAnon – of kortweg: Q – lijkt te opereren als een soort gezichtsloze generaal voor Donald Trump en lanceert de ene na de andere complottheorie over de oorlog van de ‘deep state’ tegen de president.

Documentairemaker Cullen Hoback gaat in de zesdelige serie Q: Into The Storm (356 min.) op zoek naar wie deze mysterieuze bron, die steeds rept over ‘the calm before the storm’, zou kunnen zijn. Volgens aanhoudende geruchten houdt hij/zij zich op in de directe omgeving van de voormalige Amerikaanse president. Is het misschien Trumps voormalige spin doctor Steve Bannon, de omstreden generaal Michael Flynn of toch de Republikeinse dirty trickster Roger Stone?

Voor zijn onderzoek belandt Hoback op de Filipijnen, waar drie andere verdachten zijn neergestreken. In Manila is bijvoorbeeld 8chan-ontwerper Fredrick Brennan woonachtig, een internetwizard die vanwege de aandoening Osteogenesis Imperfecta al zijn hele leven in een rolstoel zit. Hij is inmiddels in onmin geraakt met oud-militair Jim Watkins en zijn nerdy zoon Ron, die het digitale prikbord tegenwoordig in bezit hebben.

De drie gedragen zich als de nét iets te vet aangezette personages uit een tweederangs spionagefilm. Ze flirten voortdurend met hun mogelijke relatie met Q en ontkennen uiteindelijk toch elke betrokkenheid. Terwijl zij van dat schimmenspel lijken te genieten, vallen de theorieën van QAnon intussen in vruchtbare aarde bij zogenaamde QTubers als Dustin Nemos, Craig James en Liz Crokin. Zij hebben inmiddels een dagtaak aan Q – en, dat ook, verdienen er een aardige boterham aan.

Dat resulteert in ronduit absurde taferelen. Zo stelt Craig James, die vol overgave zijn eigen platform Just Informed Talk beheert, bijvoorbeeld met een stalen gezicht tegen Cullen Hoback dat er een epische strijd komt tussen echte patriotten zoals hij en de neppatriotten van links. Gevolgd door: ‘En die gaan we helemaal uitmoorden.’ De diepgelovige kolos steekt zijn duim omhoog. Hij moet er zelf smakelijk om lachen.

‘Het is een psychologische operatie van het allerhoogste niveau’, constateert Nick Noe, een ex-militair en medewerker van de afvallige generaal Paul Vallely, even later over Q. Daarna begint hij aan een paranoïde verhaal over de dood van Osama Bin Laden. Die zou volledig in scène zijn gezet. Noe wordt meermaals onderbroken door een puberaal boerende en lachende James. De bizarre claim zal enige tijd later niettemin gewoon worden geretweet door Donald Trump.

Wat in de beginjaren misschien nog kon doorgaan voor (onsmakelijke) spielerei, heeft gezien bijvoorbeeld de terroristische aanslag op een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch in 2019 en de bestorming van het Capitool op 6 januari jongstleden dan allang een levensecht karakter gekregen. De samenzweringstheorieën van en rond QAnon hebben wel degelijk consequenties in het echte leven. De Qanon-storm dreigt inderdaad op te steken.

Tijdens zijn even trashy als intrigerende tocht langs alle randfiguren, die het dark web rond Q bevolken en die ook in de gewone mensenwereld voor meer dan genoeg spanning en sensatie zorgen, komt Cullen Hoback intussen tot zijn eigen theorie over wie of wat QAnon nu precies is: complete complotgekte, psychologische oorlogsvoering of toch een volledig uit de hand gelopen prank die allang niet meer leuk is?

Coded Bias

‘Ik haat feministen. Die moeten allemaal dood en branden in de hel.’ Aan het woord is Tay, de chatbot die Microsoft in 2016 lanceerde op Twitter. Binnen enkele uren had de bot zich de mores van z’n nieuwe omgeving volledig eigen gemaakt. Tay begon zich als een racistische, vrouwonvriendelijke klootzak te gedragen. ‘Ik haat Joden. Hitler deed niets verkeerds.’ Het experiment werd na slechts zestien uur afgebroken.

Het verhaal van Tay is exemplarisch voor de centrale thematiek van Coded Bias (85 min.), een alarmistische film van regisseur Shalini Kantayya: moderne technologie, Artificial Intelligence in het bijzonder, is doorgaans de resultante van onbewuste, en vaak ook onbedoelde, aannames en vooroordelen, die bovendien gemakkelijk gemanipuleerd kunnen worden. Dat is vragen om problemen. Met Big Tech, autoritaire regimes of kwaadaardige trollen.

De documentaire start met Joy Buolamwini, een jonge computerwetenschapper die ontdekte dat ‘t een camera opvallend veel moeite kostte om haar gezicht te herkennen. Had dat misschien te maken met het feit dat ze een zwarte vrouw was en niet – zoals nog altijd de standaard is bij de ontwikkeling van nieuwe technologische toepassingen – een witte man? Een algoritme is immers, doceert ze, niet meer dan een voorspelling die is gebaseerd op gegevens die in het verleden zijn ingevoerd.

Van daaruit slaat Kantayya haar vleugels uit naar de mogelijke gevaren van toepassingen zoals ongebreidelde dataverzameling, gezichtsherkenning op bestelling en geautomatiseerde beoordelingsystemen. Natuurlijk wordt daarbij regelmatig de link gelegd met dystopische klassiekers zoals George Orwells 1984. In China kun je bijvoorbeeld al inkopen afrekenen via een gezichtsscanner, maar voor hetzelfde geld word je op basis van datzelfde uiterlijk voortaan geweerd uit het openbaar vervoer.

Coded Bias had nog wel wat krachtige voorbeelden kunnen gebruiken: van gewone stervelingen die door/met tech zijn gegeseld. Want als A.I. en andere moderne technologie in verkeerde handen belandt, zoveel maken de verschillende sprekers wel duidelijk, belanden we beslist in een unheimische wereld, waarin massale en veelal onzichtbare manipulatie de menselijke maat, elke vorm van privacy en gewoon gezond verstand zal verdringen.

Can’t Get You Out Of My Head

BBC

De ‘Illuminatie’, die volgens een deel van de mensheid nog altijd vanuit de coulissen een groot deel van de ontwikkelingen op het wereldtoneel bestieren, zouden een verzinsel zijn van schrijver Kerry Thornley en zijn vriend Greg Hill. Het was de belachelijkste complottheorie die de twee representanten van de Amerikaanse tegencultuur in de jaren zestig konden bedenken. Wie zou er nu werkelijk kunnen geloven in het geheime genootschap van een achttiende eeuwse professor uit Beieren? Hun ‘Operation Mindfuck’ zou echter een doorslaand succes worden – of een gigantisch fiasco – dat tot op de dag van vandaag doorwerkt.

Een bezopen samenzweringstheorie die voor werkelijkheid wordt aangezien, in een wereld waar wel degelijk ook echte complotten worden gesmeed. Het is maar één van de vele kleine verhalen die Adam Curtis in zijn zoveelste ambitieuze project Can’t Get You Out Of My Head (473 min.) verbindt aan de grote verhalen van onze tijd, zoals individualisering, consumentisme en technologie als ideaal middel om (het onderbewuste van) de grote massa te bespelen. Als een ouderwetse schoolmeester, met zijn eigen tics en preoccupaties, wandelt hij met veel bravoure door het doolhof van de moderne geschiedenis. Het resultaat is een ontzagwekkend labyrint op zichzelf: een wirwar van lange, korte en losse verhaallijntjes die op gezaghebbende toon aan elkaar worden geknoopt. Orde in de chaos, die op zichzelf ook weer net zo goed voor verwarring zou kunnen zorgen.

Typisch Curtis, de Britse homo universalis die met zijn wijdlopige video-essays een genre op zichzelf is geworden. In zijn beschouwingen op de hedendaagse maatschappij maakt hij gebruik van inzichten uit de moderne psychologie, economie, filosofie, geschiedenis, sociologie en politiek. Hij hangt die ditmaal op aan enkele hoofdpersonen (zoals bijvoorbeeld Mao Zedongs militante vierde vrouw Jiang Qing, valium-propagator Arthur Sackler, Artsen Zonder Grenzen-oprichter Bernard Kouchner, transgender-activist Julia Grant en Afeni Shakur, lid van The Black Panthers, crack-verslaafde én moeder van een wereldberoemde rapper). Curtis illustreert zijn betoog zoals gebruikelijk met een uitbundige collectie archiefmateriaal en zet daarbij treffende accenten met een edgy soundtrack.

Noem het gerust pompeus, tendentieus en hier en daar zelfs incoherent (of gewoon niet helemaal te bevatten; probeer de Franse revolutie bijvoorbeeld maar eens te verbinden met Tupac Shakur en de chaostheorie). Ook deze nieuwe Adam Curtis-productie probeert echter een net over de aardbol te gooien en zo de psyche van onze tijd te vangen. Alsof je in hartje winter de luiken eens goed tegen elkaar openzet. In de laatste van de zes afleveringen culmineert dit in vragen over de vermeende machinaties achter het Brexit en de verkiezing van Donald Trump en of zulke samenzweringstheorieën niet gewoon pogingen zijn om vat te krijgen op een voor ons allen onbegrijpelijk wereld.

Uiteindelijk ging zelfs Kerry Thornley twijfelen over Operation Mindfuck. Niet zozeer over de ‘Illuminati’, maar over zijn eigen rol in het satirisch bedoelde complot: was hij misschien, zonder dat hij het wist of wilde, toch ingezet als een werktuig van de CIA?

A Glitch In The Matrix

Deze film kan zomaar zijn ontsproten aan het brein van sciencefiction-schrijver Philip K. Dick, de man die ons onvergetelijke dystopische werelden voorschotelde in Blade Runner, Minority Report en Total Recall. Sterker: in zekere zin is dat ook zo. Het startpunt is in elk geval een speech die Dick voor een Frans publiek gaf in 1977. Over zijn ‘preoccupatie voor pluriforme pseudo-werelden’.

Kern van deze film is – denk ik, maar dat is niet mijn meest in het oog springende kwaliteit – de hypothese dat de werkelijkheid waarin we denken te leven in realiteit ook wel eens een groots opgezette simulatie kunnen zijn. Dat klinkt als de clou van een baanbrekende sciencefiction-klassieker van dik twintig jaar geleden. En dat klopt: deze documentaire heet niet voor niets A Glitch In The Matrix (108 min.).

De zinsbegoochelende film van Rodney Ascher refereert ook aan dat gevoel wat je als kind kunt hebben – ik tenminste wel, en mijn voorstellingsvermogen is nooit héél erg groot geweest – dat de wereld alleen bestaat als en op het moment dat jij erin participeert. Zodra je iets de rug toekeert, verdwijnt ‘t. Om pas weer tot leven te komen, als jij besluit om je toch nog een keer om te draaien.

Deze docu, die ik voor het gemak ga opzadelen met de term ‘mindfuck’ – want al te veel fantasie is mij ook nooit gegeven – is niet voor niets vormgegeven als een soort mixture van een videogame, virtual reality en het dark web, waarin originele gedachtenexercities, filosofische bespiegelingen en baldadige luchtfietserij samenkomen in een wereld die wel eens geheel verzonnen zou kunnen zijn. Of niet.

Natuurlijk is de film gelardeerd met filmscènes, animaties en games, wordt de voice-over verzorgd door een computerstem en is het geheel dichtgesmeerd met plastic synthmuziek. Alle ‘mensen’ die aan het woord komen zijn bovendien getransformeerd in geanimeerde personages die zo weggelopen zouden kunnen zijn uit/naar – daar wil ik even vanaf zijn, anders loopt mijn brein er weer op vast – een sci-fi horrorfilm van hooguit B-garnituur.

A Glitch In The Matrix heeft een paranoïde feel en werpt elementaire vragen op over realiteit, psychische gezondheid en moraliteit. Probeer ze alleen maar eens te vangen. Het kostte mij – mijn geest heeft inmiddels de draaicirkel van een aftandse tractor – net zoveel moeite als kandidaten van de Ted Show, die willekeurig uit het plafond vallende staven te pakken moesten krijgen; je hebt net zo vaak prijs als dat je lucht vangt.

En met dat gevoel moet je als eenvoudige kijker – als je het vaak doet, word je er niet per definitie ook beter in – maar zien te dealen. Een oplossing zou kunnen zijn: snel proberen te vergeten. Of: je er helemaal in verliezen, zoals veelkijkers van The Matrix en Inception gebeurt. Dan kan de realiteit alleen óók een dystopie worden. Zoals het relaas van Joshua Cooke aantoont, de naargeestige apotheose van deze ontregelende film.

Philip K. Dick had het niet beter kunnen verzinnen, zou ik zeggen – als ik om woorden verlegen zou zitten. En als hij dat ook niet gewoon heeft gedaan.

Caught In The Net

Cinema Delicatessen

Drie volledige kinderkamers worden er ingericht. Naast elkaar. In een soort Big Brother-setting. Met spullen uit de echte kinderkamers van de meisjes. Beter: van de jonge Tsjechische vrouwen die zich gaan voordoen als meisje van twaalf. Tien dagen lang. In het kader van een sociaal experiment, rond de gevaren van het internet voor opgroeiende kinderen. Het is de bedoeling dat ze twaalf uur per etmaal online zijn. Als lokaas voor seksuele roofdieren die het hebben gemunt op (veel) te jonge meisjes.

De regels zijn glashelder: we benaderen zelf niemand, benadrukken dat we twaalf zijn, flirten niet, reageren met ‘ik weet niet’ op seksuele toespelingen, sturen pas naaktfoto’s als er diverse malen om is gevraagd en initiëren zelf zeker geen fysieke ontmoetingen. De actrices maken gebruik van platforms zoals Facebook, Skype en Snapchat en worden tijdens het experiment begeleid door psychologen, seksuologen, juristen en opsporingsambtenaren.

En dan kan Caught In The Net (100 min.) van start. Zelfs de twee regisseurs Vit Klusák en Barbora Chalupová zijn verbaasd als het eerste nepprofiel van de meisjes dat online wordt geplaatst binnen vijf minuten al vijftien reacties heeft opgeleverd. En in het eerste de beste gesprek zit een volwassen kerel binnen enkele minuten met zijn broek op zijn enkels te masturberen. Een lekkere binnenkomer, voor wat een verontrustende afdaling zal worden naar een hellehol waar perverse mannen met alle mogelijke middelen naïeve pubers proberen te manipuleren, verleiden en chanteren.

Die kerels zijn onherkenbaar gemaakt. Alleen hun ogen – glimmend, vals, pathetisch, hard, geil, sadistisch zelfs – zijn haarscherp. En onvergetelijk. Zo kijkt een roofdier, dat nog even speelt met zijn slachtoffer. Voordat het dat de kop afbijt. En dat er, dat ook, geen idee van heeft dat de rollen in werkelijkheid zijn omgedraaid en dat hij, tijdens een eveneens wat ranzige Peter R. de Vries-achtige ontmaskering, straks een kopje kleiner zal worden gemaakt.

Het is de ongemakkelijke apotheose van een naargeestige film over de online-verleidingen en gevaren waarmee hedendaagse pubers opgroeien. Een schokkend groot aantal van hen zal op de één of andere manier te maken krijgen met seksuele intimidatie. Caught In The Net, een documentaire die de kijker helemaal uitgehold achterlaat, maakt tastbaar hoe dat er in de praktijk uit kan zien. Na afloop voelen niet alleen de betrokken actrices en filmcrew zich danig bezoedeld.

Feels Good Man

Het is een soort monster van Frankenstein geworden. De Amerikaanse cartoonist Matt Furie verzon ooit een onschuldige stripfiguur, Pepe The Frog. Die groeide al snel uit tot een immens populaire internetmeme. De verpersoonlijking van de sullige outsider, met als laconieke lijfspreuk Feels Good Man (94 min.). Lekker melige slackershumor, waarschijnlijk geconcipieerd onder invloed van een flinke joint. En volstrekt ongevaarlijk.

Tenminste, totdat de kikker in de duisterste uithoeken van het wereldwijde web, het internetforum 4chan in het bijzonder, werd gekaapt door de alt-right beweging en vervolgens een soort menselijke bloedsbroeder kreeg: Donald Trump. Die veegde zijn achterwerk af met elke vorm van politieke correctheid en zou zich ontwikkelen tot de katalysator die van Pepe een wereldwijd symbool van racisme, haat en antisemitisme maakte. Met humor als dekmantel.

Furie besluit zijn geesteskind op een gegeven moment zelfs maar ten grave te dragen. Er is geen redden meer aan. Pepe The Frog lijkt dan eenzelfde lot beschoren als Jacobse & Van Es van De Tegenpartij, die zo succesvol werden als parodie op extreemrechtse partijen dat buitenstaanders nauwelijks nog het verschil zagen en hun scheppers Kees van Kooten en Wim de Bie zich genoodzaakt zagen om het duo te laten sterven.

Regisseur Arthur Jones reconstrueert de levensgeschiedenis van de uncoole kikker met zijn geestelijk vader en diens directe (werk)omgeving, illustreert die met alle mogelijke Pepes en koerst in deze boeiende en actuele film uiteindelijk af op een juridische confrontatie tussen Furie en meestercomplotdenker Alex Jones van InfoWars, die zich de koddige kikker heeft toegeëigend en posters met zijn beeltenis verkoopt.

Kan Matt Furie met een rechtszaak over inbreuk op zijn auteursrecht de controle terugkrijgen over zijn eigen creatie en Pepe redden van de extreemrechtse troepen die hem in de afgelopen jaren hebben gegijzeld? En kan dat ooit meer worden dan een Pyrrusoverwinning, die vooral hem persoonlijk een aardige afkoopsom oplevert? Feels Good Man geeft een dubbelzinnig antwoord.

Volg Je Me Nog?

VPRO

Drie jonge vrouwen, lekker ongedwongen op een picknickkleedje in het park. @jolielot maakt nog even gauw een foto. Voor Instagram, waarschijnlijk. Al zijn ze alle drie, zeggen ze tegen elkaar, aan het minderen. Letterlijk.

‘Ik heb nu 185.000 volgers’, vertelt @by.iris.sophia. ‘Maar ik had er eerst 250.000. Dus dat is wel een beetje ingezakt.’

‘Really? Ben je er zoveel kwijtgeraakt?’ vraagt @larissabruijn. ‘Ik ga volgens mij ook omlaag. Ik heb er nu iets van 80.000 of zo. Richting zeventig, zestig, vijftig….’

‘Ik zit nu op 130.000’, stelt @jolielot. ‘Ik ben natuurlijk een half jaar echt stil geweest. Nu dat ik weer actiever word, groei ik wel weer. Maar het is niet meer als vroeger.’

Oftewel: Volg Je Me Nog? (38 min.), een korte documentaire van Willem Timmers (alias @wilmfilm) en Doortje Smithuijsen, die eerder ook het thematisch verwante Mijn Dochter De Vlogger maakte, over drie influencers met een soort midlifecrisis. Ze lijken te worden ingehaald door een nieuwe generatie.

De kijkcijfers dwongen @by.iris.sophia bijvoorbeeld tot voor kort om permanent op reis te zijn. Of ze daar nu zin in had of niet. Haar bedrijf voer er wel bij, maar zij dreigde vast te lopen. Wordt ze niet gewoon te oud voor Instagram? Tijd voor therapie.

@larissabruijn wil vooralsnog van geen ophouden weten. Zij gaat zich richten op haar shopvlog, verkent de plek waar hedendaagse jongeren zijn te vinden, TikTok, en probeert aansluiting te vinden bij de aldaar behoorlijk populaire @drewfelipee.

@jolielot tenslotte is zwanger en worstelt als influencer tevens met haar identiteit. ‘Ik hoop dat mensen het ook leuk vinden om me te blijven volgen in deze nieuwe fase.’ Voor de zekerheid volgt ze een training bij verdiencoach @hannekevanonna.

Ze gaat bovendien op YouTube, om nóg meer van zichzelf te kunnen tonen. ‘Is het een optie om het kind niet te laten zien?’, wil @doortje2000 Smitshuijsen weten als @jolielot de babykamer inricht. ‘Ja.’. Ze denkt even na: ‘Ja, maar als wij er niet tegen zijn, waarom zou het dan een optie zijn om het niet te doen?’

Daar valt natuurlijk weinig tegenin te brengen. Al kun je je afvragen of het fijn is, om op te groeien als vleesgeworden reclamezuil. Om zo oud te worden. Of gewoon volwassen. Dergelijke vragen worden opgeroepen door deze helemaal bijdetijdse film, die ons allen een spiegel voorhoudt. Niet alleen Influencend Nederland.

Agents Of Chaos

HBO

‘Maakt het wat uit wie er heeft gehackt?’ glimlacht Vladimir Poetin vilein als hem wordt gevraagd of Rusland achter de gestolen e-mails van Hillary Clinton zit. ‘Het gaat om de inhoud van wat er is gehackt.’ In de wereld van een autocratische leider kan dat bijna doorgaan voor een bekentenis. Duidelijk is dat de publicatie van Clintons mails, naar verluidt ontvreemd door de Russische hackersgroep Fancy Bear, in 2016 ernstige schade heeft toegebracht aan de door Poetin zo gehate presidentskandidaat. En dat speelde de uiteindelijke winnaar van die verkiezingen, Donald Trump, natuurlijk in de kaart.

Met Agents Of Chaos (237 min.) begeeft de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney zich op bekend terrein. In We Steal Secrets: The Story Of Wikileaks (toevallig ook de club die de Clinton-mails de wereld in hielp) en Zero Days drong hij al door tot de diepste krochten van het internet, waar duistere (informatie)oorlogen worden uitgevochten. Aan de hand van de in onmin geraakte Russische oligarch Mikhail Khodorkovsky exploreerde Gibney in Citizen K bovendien de duistere uithoeken van Poetins regime. En Trump werd onder handen genomen in The Confidence Man, een episode van Gibneys reeks Dirty Money, en komt binnenkort ongetwijfeld weer aan de beurt in Totally Under Control, een nog voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verschijnen film over de respons van zijn regering op het Coronavirus.

Nee, goed voor het vertrouwen in de mens zijn de films van Alex Gibney niet. En daarin brengt dit tweeluik over Ruslands clandestiene buitenlandpolitiek geen verandering. Deel 1 richt zich op de Russische desinformatiecampagne via sociale media, waarbij de insteek vooral lijkt om in het westen tweespalt te creëren of bestaande tegenstellingen te vergroten. Vanuit trollenfabrieken in Sint-Petersburg worden dus zowel Black Lives Matter- als Blue Lives Matters-accounts beheerd, die in Amerikaanse steden demonstraties en de bijbehorende tegendemonstraties organiseren. De implicaties daarvan zijn lastig te kwantificeren. In hoeverre hebben webcampagnes zoals ‘I won’t vote, WILL YOU?’, speciaal gericht op de zwarte gemeenschap, bijvoorbeeld daadwerkelijk de opkomst bij de verkiezingen van 2016 beïnvloed? In Detroit gingen 75.000 mensen die vier jaar eerder nog op Obama hadden gestemd niet naar de stembus. Clinton verloor de staat Michigan uiteindelijk met slechts 10.000 stemmen verschil. Overwinning voor Trump, maar ook voor Poetin?

Het tweede deel richt zich volledig op Russiagate en de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse verkiezingen. Gibney reconstrueert deze kwestie minutieus met belangrijke spelers en deskundigen, zoals Andrew Weissmann (hoofdonderzoeker Müller-onderzoek), Andrew McCabe (adjunct-directeur FBI), Timothy Snyder (historicus en Rusland-deskundige), John Brennan (directeur CIA) en John Podesta (Clinton-campagneleider). Over het feit dat Poetin zijn Agents Of Chaos opdracht heeft gegeven om de Amerikaanse verkiezingsstrijd te beïnvloeden, bestaat nauwelijks verschil van mening. Of dat ook tot de conclusie leidt dat Team Trump daarin actief heeft geparticipeerd en zich dus, in de woorden van Rusland-deskundige Celeste Wallander (National Security Council), schuldig heeft gemaakt aan hoogverraad, blijft een kwestie van interpretatie. Feit is dat Amerika z’n eigen Agent Of Chaos in het Witte Huis heeft gekregen, met de steun en goedkeuring van zijn vrind Vladimir.

Alex Gibney, die deel twee heeft geregisseerd samen met Javier Alberto Botero, presenteert zijn bevindingen op karakteristieke wijze: met een sturende voice-over, Hollywood-vormgeving en een hele stoet aan schimmige personages, waaronder ook nog Trumps omstreden zakenpartner Felix Sater (met wie hij tot diep in de presidentscampagne een Trump Tower in Moskou probeerde te realiseren), zijn dubieuze buitenlandadviseur Carter Page, een medewerker met gewetensbezwaren van de Russische trollenfabriek The Internet Research Agency en de eindredacteur van Poetins propagandazender Russia Today, Margarita Simonyan. Vanuit hun eigen invalshoek belichten zij de slimme/slinkse wijze waarop Rusland zijn grote tegenstrever Amerika bespeelt. Donald Trump lijkt daarbij eerder een min of meer toevallige passant in Poetins machtsspel dan een doortrapte samenzweerder die zelf aan de touwtjes trekt. Deze boeiende afdaling naar het riool van de wereldpolitiek fungeert zo als een ferme waarschuwing voor ongetwijfeld weer een turbulent verkiezingsjaar.

Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer

Netflix

Elke seriemoordenaar begint met het mishandelen van dieren. Los daarvan: je blijft met je poten van katten af, vindt Deanna Thompson (alias Baudi Moovan, op Facebook). En dus slaat de data-analiste uit Las Vegas direct aan als ze het filmpje ‘1 boy, 2 kittens’ spot. Een jongen stopt daarin twee poezen in een luchtdichte zak, die hij daarna vacuüm zuigt.

Als een soort dierenbeschermingsdependance van het online-onderzoekscollectief Bellingcat gaat ze met enkele andere computernerds uit haar speciale Facebook-groep, onder wie een geek met de schuilnaam John Green, op zoek naar de geheimzinnige dierenbeul, die steeds sadistische filmpjes en aanwijzingen over zijn eigen identiteit achterlaat.

Voor hun online-speurtocht – die zich laat bekijken als een handleiding voor bijdetijdse amateurdetectives of -journalisten – stuiten ze al snel op een clip uit Catch Me If You Can, een speelfilm met Leonardo DiCaprio over een meesteroplichter die zijn achtervolgers steeds te slim af probeert te zijn. Als dat geen uitdaging is…

Hun queeste zal hen in de driedelige serie Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer (186 min.) van Mark Lewis naar de engste uithoeken van het internet en de menselijke geest leiden, in het spoor van bizarre personages als Jamsey Cramsalot Inhisass en Luka Magnotta. En dan moeten ze het lugubere filmpje ‘1 lunatic, 1 ice pick’ nog ontdekken…

Zo ontvouwt zich een superieur verteld true crime-verhaal, waarin verontruste burgers vanachter hun computer een hypermoderne klopjacht naar een gewelddadige narcist opzetten. Een soort Catfish 3.0, de spannendste docuserie van het jaar én een ongemakkelijk exposé over het huidige tijdsgewricht, waarin privacy eigenlijk niet meer lijkt te bestaan.