25 Jaar Foute Vrienden

NTR

Ruim 25 jaar documenteert Roy Dames nu al de levens van enkele vrije jongens uit Amsterdam-Oost, die voortdurend op het slappe koord tussen onder- en bovenwereld balanceren. Dat resulteerde in drie documentaires, die gezamenlijk een zwaar dooraderd portret van de onderkant van de hoofdstedelijke penoze schetsen: Ik Ben Jantje (1994), Vrienden Voor Het Leven (2000) en Foute Vrienden (2010).

In de driedelige serie 25 Jaar Foute Vrienden (150 min.) maakt Dames, die als maker sowieso graag aan de zelfkant lijkt te bivakkeren, opnieuw de balans op met Verbrande Herman, Rooie Jos en Jantje van Amsterdam. Ze zijn inmiddels dik in de zestig en getekend door het leven dat ze hebben geleid. Doordat hij hen nu al zo lang volgt – ook, of juist, op de momenten dat het tegenzit – dringt Dames echt door tot het wezen van zijn hoofdpersonen. De vierde Foute Vriend, Dikke Bob, wordt door hem ook nog altijd behandeld als hoofdpersoon. Ook al ligt die toch echt al ruim vijftien jaar onder de groene zoden.

Net als bij de Britten die sinds 1964 elke zeven jaar opnieuw worden opgezocht voor de befaamde Up-serie, zijn de Mokummers uitgegroeid tot het soort kennissen waarvan kijkers eens in de zoveel tijd willen weten hoe het hen is vergaan. Vaste ‘fans’ moeten daarbij dan op de koop toenemen dat sommige spraakmakende scènes uit het verleden (zoals de volledig ontsporende ruzies tussen Jantje en zijn vrouw Hermien, Hermans afranseling van een vermeende pedofiel en de autodiefstal door Jos en Bob) opnieuw een prominente plek in de vertelling hebben gekregen.

Die gebeurtenissen worden associatief met het heden verbonden en vormen zo nu en dan aanleiding voor bescheiden reflectie. Want Dames is er de man niet naar om zijn subjecten aan een ethisch vragenvuur te onderwerpen of te dwingen tot diepgaand zielzoeken. Hij benadert hen empathisch – als de vriend die hij, de ‘katholieke ex-student uit Beverwijk’ – zo graag wil zijn voor hen. Voor kerels die het klappen van de zweep kennen en die er zelf ook flink van langs hebben gekregen.

Foute Vrienden portretteert de ‘bloedgabbers’ in de herfst van hun levens, die uiteindelijk weinig echte zomers lijken te hebben gekend. Jantje is tegenwoordig meer van de woorden dan van de daden, de socio Jos probeert oprecht op het rechte pad te blijven en nurkse Herman (‘Alleen al om bepaalde mensen te treiteren, blijf ik leven gewoon’) wil in het reine komen met zijn volwassen dochter, die zelf ook een woelig bestaan heeft geleid. Zo maken ze elk, onnadrukkelijk en zonder al te veel sentiment, de balans op: wat heeft hun leven opgeleverd en wat heeft dit gekost?

Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía?

Netflix

‘Kijk, als ze me zouden vermoorden en ik m’n beroemde laatste woorden kon zeggen‘, vertelt Manuel Buendía op een geluidsopname, ‘zou ik alleen zeggen: ik heb het verdiend.’ 

In zijn columns nam de Mexicaanse journalist nooit een blad voor de mond. In felle bewoordingen kaartte hij misstanden of corruptie aan. Het leverde hem talloze vijanden op, ook bij Mexico’s drugskartels. Dat kon niet goed aflopen. En dat deed het ook niet. Op woensdag 30 mei 1984 werd Buendía geliquideerd, toen hij op weg was naar zijn auto. Zijn dood veroorzaakte een schokgolf in het Midden-Amerikaanse land, dat één van zijn meest kritische stemmen verloor.

In Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía? (100 min.) onderzoekt documentairemaker Manuel Alcala de geruchtmakende moord, die onvermijdelijk vergelijkingen oproept met de aanslag op de Nederlandse misdaadjournalist Peter R. de Vries. Waar die liquidatie waarschijnlijk puur op het conto van de georganiseerde misdaad kan worden geschreven, leken onder- en bovenwereld in het Mexico van Buendía helemaal met elkaar verweven.

Vrienden, collega’s, politieagenten en medewerkers van inlichtingendiensten leggen bijvoorbeeld het verband met de gewelddadige dood van Kiki Camarena, een undercoveragent van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (die ook in de televisieserie Narcos Mexico een prominente rol speelde). Wat was Buendía op het spoor gekomen, dat hem uiteindelijk op vier laffe kogels in zijn rug kwam te staan? En wie zag in de journalist een bedreiging of wilde via hem juist publiekelijk zijn barbaarse punt maken?

Na die gruwelijke daad klinken in deze degelijke documentaire, met veel pratende hoofden en scherpe citaten uit Buendía’s columns, woorden die inmiddels vertrouwd aandoen. ‘Het was een misdaad tegen heel Mexico, het was niet alleen gericht tegen één man, meent een geschokte man. ‘Maar de ideeën, vrijheid en waarheid zullen blijven bestaan, ongeacht of ze dappere mannen zoals Manuel Buendía vermoorden.’ 

Je kunt het ook hem bijna horen zeggen: on bended knee is no way to be free.

Heist

Netflix

Als documentairemaker kun je proberen om de waarheid te vinden. Een waarheid, in elk geval. Of: jouw waarheid. Je kunt de werkelijkheid ook gebruik om een verhaal te vertellen. Dat luistert nauw: als je te ver gaat, delft juist datgene het onderspit waaraan documentaires doorgaans hun meerwaarde ontlenen: de verbinding met de werkelijkheid. Dat de vertelling die zich zojuist voor je ogen heeft afgespeeld niet zomaar is ontsproten uit het op hol gelagen brein van een scenarioschrijver uit Hollywood, maar is geworteld in het echte leven en daar ook iets over probeert te zeggen.

Bij de zesdelige docuserie Heist (257 min.) staat juist dit uitgangspunt – je kunt dat natuurlijk ook gewoon geloofwaardigheid noemen – vanaf het allereerste begin onder druk. En niet eens doordat de serie echt een aanzienlijke hoeveelheid gedramatiseerde scènes met acteurs bevat. Het is vooral de lollige ‘tone of voice’. Die doet denken aan de misdaadkomedie The Legend Of Cocaine Island en komt in de eerste twee afleveringen met name van het hoofdpersonage Heather Tallchief. Ze is er eens goed voor gaan zitten om de hoofdrol te spelen in een Hollywood-versie van haar eigen wilde jonge jaren.

Tollchiefs signatuurverhaal – 21-jarige babe en oudere beroepscrimineel gaan er na een overval op een geldtransport vandoor met drie miljoen dollar – krijgt daarmee een plastic randje. Natuurlijk, zij was een femme fatale waarvoor elke vent door zijn knieën ging. Roberto Solis bleek niets minder dan een veroordeelde moordenaar, die zichzelf bovendien in Folsom Prison had heruitgevonden als de schrijver Pancho Aguila. En hun gezamenlijke misdaad was een huzarenstukje dat natuurlijk wordt opgezadeld met de term ‘perfecte misdaad’. Het duurt niet lang voordat Tallchief zelf de onvermijdelijke vergelijking maakt: Bonnie & Clyde.

In de andere twee sterke kraakverhalen die worden opgedist in Heist – over een vliegveldoverval door een klunzige Latijnse variant op The Sopranos en de diefstal van een lading bourbon in Kentucky – speelt die behoefte om de waarheid op te leuken en van kleine krabbelaars karikaturale helden en schurken te maken al even nadrukkelijk op. Die zit echte identificatie met de gebeurtenissen alleen in de weg. Heist wordt een soort real life-versie van kassuccessen als Ocean’s Eleven, Jackie Brown of The Usual Suspects. Waarbij de werkelijkheid – ondanks de vlotte montage, kekke muziekjes en opzichtige pogingen tot humor – het dan toch aflegt tegen de echte Hollywood-versie ervan.

Al blijkt echt, zeker als het gaat om Heather Tallchief, ook nog een relatief begrip.

I, Sniper

Vice

‘Je hebt het gevoel dat je de families in de steek hebt gelaten.’ Steve Bailey veegt zijn tranen weg. De Amerikaanse agent heeft destijds de auto van het tweetal, met de spotter achter het stuur en zijn scherpschutter in de achterbak, staande gehouden, maar had niet door wie hij voor zich had. Uiteindelijk liet hij ze toch weer verder rijden. ‘We hadden ze’, constateert Bailey geëmotioneerd. ‘Mijn fout.’

De volstrekte willekeur van de moorden maakte het een stuk lastiger om hen in de kraag te grijpen. Natuurlijk, ze hadden een motief. Vooral hij, de 41-jarige Golfoorlog-veteraan John Muhammad. Lee Malvo, de Jamaicaanse tiener die daadwerkelijk de trekker overhaalde, was niet meer dan een werktuig. De dodelijke slachtoffers die ze samen maakten hadden feitelijk maar één ding gemeen: ze waren op het verkeerde moment op de verkeerde plek.

In het najaar van 2002, ruim een jaar na de aanslagen van 11 september 2001 en enkele maanden voor de Amerikaanse inval in Irak, begon het duivelse duo aan zijn beulswerk. Ze zouden uiteindelijk een hele serie dodelijke slachtoffers maken in de omgeving van Washington. Gewone, volstrekt onschuldige mensen. Op laffe wijze afgemaakt. Tankend bij het benzinestation. Zittend voor hun eigen huis. Of rustig het gras maaiend. Vermoord omdat Muhammad zijn woede op de wereld moest koelen en de outcast Malvo als was in diens handen was.

Vanuit de Red Onion State Prison te Virginia doet die laatste nu, via gesprekken met de gevangenistelefoon van maximaal een kwartier, zijn relaas in I, Sniper (308 min.). Daartegenover staan de huiveringwekkende verhalen van overlevenden, nabestaanden en politiemensen die jacht op hen maakten. De filmmakers, onder leiding van regisseur Ursula MacFarlane, hebben zich bovendien toegang verschaft tot ex-geliefden, familieleden en vrienden van het moordduo. Zij kunnen van binnenuit hun totale ontsporing duiden.

Deze achtdelige documentaireserie schetst hoe de terreurcampagne van Muhammad en Malvo huishoudt in de betrokken gemeenschap. Er ontstaat bijvoorbeeld een massale klopjacht op een man uit het Midden-Oosten en een kleine witte truck, terwijl de verdachten in werkelijkheid zwart waren en rondreden in een donkere Chevrolet Caprice. Schietend, welteverstaan. Alsof ze op een militaire missie waren. Maar tegen wie of wat? En hoe zijn ze gekomen tot hun ogenschijnlijk willekeurige wraakactie? Is er een levenspad denkbaar dat op een logische manier naar dit soort blinde woede leidt?

I, Sniper is groots aangepakt, dramatisch getoonzet en meeslepend gemonteerd. Een tragische geschiedenis die zich stap voor stap ontvouwt, steeds spannender wordt en onderweg ook aan diepte en betekenis wint. Totdat het drama in zijn volledige omvang zichtbaar is geworden. Geen gemakzuchtige trashy true crime dus, maar een gelaagd psychologisch portret van een jeugdige scherpschutter, diens getormenteerde leermeester en de wereld die zij ongenadig opschudden, met talloze verwoeste levens tot gevolg. Een vrijwel vergeten schokgolf die een kleine twintig jaar later hier en daar nog altijd nadreunt.

Elize Matsunaga: Era Uma Vez Um Crime

Netflix

Ze heeft haar echtgenoot doodgeschoten en daarna zijn lichaam in stukken gesneden. En daarover geeft Elize Matsunaga, als ze na jaren in de gevangenis een weekje verlof krijgt, voor het eerst een interview. Maakt ze eindelijk schoon schip? Of trekt ze – opnieuw, volgens critici – een geraffineerd rookgordijn op?

Een buitenechtelijke affaire had Marcos Matsunaga, de puissant rijke erfgenaam van het Braziliaanse voedselbedrijf Yoki, volgens haar in 2012 de kop gekost. Die leidde tot een echtelijke twist en een moment van totale verstandsverbijstering – of, afhankelijk van je gezichtspunt, doodenge koelbloedigheid. Niet veel later was Elize weduwe én schathemeltjerijk.

De vierdelige serie Elize Matsunaga: Era Uma Vez Um Crime (197 min.) richt zich niet op óf de bedrogen echtgenote/sluwe golddigger Marcos heeft gedood, maar op de situatie waarbinnen dat gebeurde en de achtergronden van haar duizelingwekkende daad. In dat kader doorloopt regisseur Eliza Capai stapsgewijs de fatale avond en maakt van daaruit uitstapjes naar haar jeugd, de aanloop naar de moord en de gebeurtenissen die daarop volgden.

Echt enerverend wordt dat nooit. Daarvoor is de vertelling te stroperig. Natuurlijk probeert ook deze true crime-serie met verhaalwendingen en cliffhangers de aandacht vast te houden. In wezen wordt het centrale drama echter al in de allereerste minuten geïntroduceerd en volgen er naderhand vooral dwaalsporen en pogingen om de misdaad van Elize Matsunaga begrijpelijk en invoelbaar te maken. Geen wereldschokkende ontwikkelingen die de zaak uiteindelijk écht op zijn kop zetten.

En voor een karakterschets van een getroebleerde vrouw lijkt de serie soms wel heel nadrukkelijk aan te sturen op een soort rehabilitatie van de veroordeelde moordenares, die ernaar snakt om haar dochter weer te zien. Zeker aan het eind ligt dat er wel erg dik bovenop.

I’ll Be Gone In The Dark Special Episode

HBO/Ziggo

Deze epiloog van Liz Garbus’ documentaireserie I’ll Be Gone In The Dark uit 2020 is tegelijk ook een proloog. De Special Episode (49 min.), die is geregisseerd door Elizabeth Wolff, geeft namelijk niet alleen een update over wat er sindsdien is gebeurd met de man die werd gearresteerd als de beruchte Golden State Killer, maar gaat ook terug naar het allereerste begin: het gruwelijke misdrijf waardoor de veertienjarige Michelle McNamara in 1984 helemaal in de ban raakte van het fenomeen misdaad.

Michelles alles verterende fascinatie voor true crime zette haar uiteindelijk op het spoor van de angstaanjagende verkrachter en moordenaar die in de jaren zeventig en tachtig talloze levens vernielde in Californië. Ze gaf hem een straffe bijnaam en schreef een huiveringwekkend boek, I’ll Be Gone In The Dark, dat na haar plotselinge dood in 2016 een enorme bestseller werd. En dit vormde, samen met haar eigen tragische levensgeschiedenis, dan weer de basis voor een emotioneel geladen docuserie.

Michelle McNamara zou helaas nooit de identiteit leren kennen van de killer, die zich nu als verward en hulpbehoevend voordoet in de rechtbank en zo alsnog zijn welverdiende straf hoopt te ontlopen. En de Amerikaanse schrijfster, echtgenote van komiek Patton Oswalt, zou ook nooit het onderzoek kunnen afronden naar de verkrachting van en moord op de 24-jarige Kathleen Lombardo in haar woonplaats Oak Park, die haar als tiener helemaal in zijn greep kreeg en die al die jaren onopgelost is gebleven.

Die oude lustmoord en een wellicht daarmee samenhangende gewelddadige verkrachting uit dezelfde periode wil in deze nabrander van de documentaireserie alleen maar niet echt een logische eenheid vormen met de afhandeling van de strafzaak tegen The Golden State Killer. In het universum van Michelle McNamara waren ze misschien onlosmakelijk verbonden, maar hier lijken de twee verhaallijnen vooral tot elkaar veroordeeld omdat ze afzonderlijk toch te weinig body hebben om een eigen documentaire te rechtvaardigen.

Sophie: A Murder In West Cork

Netflix

Bij de ruïne van een kasteel op Three Castle Head had ze een geestverschijning. Op die idyllische plek zou een mythisch personage rondwaren dat ooit bij het nabijgelegen meer had gewoond, ‘de witte dame’. De aanblik daarvan maakte Sophie Toscan du Plantier doodsbang. Ze kende de lokale legende die erbij hoorde: als je deze vrouw hebt gezien, zal je binnen een paar uur sterven.

‘Ze werd bevangen door een diepgevoelde, onverklaarbare paniek, slechts enkele uren voordat ze op brute wijze zou worden gedood’, schreef de plaatselijke journalist Ian Bailey later in een artikel over de moord op de Française, op 23 december 1996 in het dorp Schull aan de afgelegen zuidwestkust van Ierland. Sophie werd verminkt langs een weg achtergelaten, ver weg van haar zoon en echtgenoot, de vermaarde filmproducent Daniel Toscan du Plantier, in Frankrijk.

Het onderzoek naar die spraakmakende moord staat vanzelfsprekend centraal in de driedelige true crime-serie Sophie: A Murder In West Cork (164 min.), waarin regisseur John Dower de gebeurtenissen reconstrueert met nabestaanden, de lokale bevolking en vertegenwoordigers van politie en justitie. Gaandeweg komt er ook een verdachte in beeld, die ruim 25 jaar na dato nog altijd stug vasthoudt aan zijn onschuld en zich toch goedgeluimd laat filmen en interviewen.

Deze man – een even intrigerend als complex personage – is één van de troeven van deze slim opgebouwde miniserie: is hij wie hij zegt te zijn? Of toch degene die anderen in hem zien? Hij krijgt in elk geval fijn tegenspel van de toenmalige hoofdcommissaris van de Ierse Garda, Dermot Dwyer, die ‘s mans verhalen ogenschijnlijk geamuseerd probeert te weerleggen. Ook Sophie’s familie en de inwoners van Schull blijven ervan overtuigd: deze vent is zo schuldig als wat.

Dat is een intrigerend uitgangspunt voor een boeiende vertelling, die zich bovendien afspeelt binnen een aansprekend decor: het Ierse platteland, dat zich had ontwikkeld tot een thuishaven voor ‘inwaaiers’, die er stilte, veiligheid of een ander leven hoopten te vinden. Totdat het schokkende misdrijf elk gevoel van (gemoeds)rust rigoureus verstoorde, ook bij de plaatselijke bevolking. Die moet nu al een kwart eeuw met een onopgeloste moord zien te leven. En met een man die daarvan verdacht wordt.

‘Sophie’s ingewikkelde liefdesleven’, kopte journalist Ian Bailey, die vanaf het begin bij de zaak betrokken was, twee dagen na haar dood in The Star. Ze zou volgens hem zijn gedood met een stomp voorwerp en niet seksueel zijn misbruikt.

El Caso Wanninkhof – Carabantes

Netflix

Als El Caso Wanninkhof – Carabantes (89 min.) een half uur onderweg is, lijkt duidelijk wie in oktober 1999 het 19-jarige Spaanse meisje Rocío Wanninkhof Hornos, dat onderweg naar de plaatselijke kermis plotseling is verdwenen, heeft vermoord. Dan heeft de true crime-documentaire van Tània Balló echter nog bijna een uur te gaan. De kijker weet genoeg: hiermee is de zaak beslist niet afgehandeld.

Niet veel later introduceert de filmmaakster nóg een vermist meisje: de 17-jarige Sonia Carabantes. Enkele dagen later wordt ze dood aangetroffen. De zaak blijkt – natuurlijk! – verband te houden met het trieste lot van Rocío. En dan verschijnt er een vrouw op het toneel, de Britse Cecilia King, die wellicht nieuw licht op de tragische kwesties kan werpen. Ze is jarenlang voor gek verklaard door haar directe omgeving.

Met direct betrokkenen, advocaten en de gebruikelijke deskundigen en journalisten reconstrueert Balló in deze degelijke docu (Engelse titel: Murder By The Coast) de spraakmakende misdaad in de Costa del Sol, die jarenlang goed zou zijn voor een absoluut mediacircus in Spanje. Gaat het om een crime passionel? Een trieste wraakzaak? Of toch een ordinaire lustmoord? De dader lijkt doelbewust een dwaalspoor te hebben uitgezet.

De whodunnit-vraag is natuurlijk leidend in El Caso Wanninkhof – Carabantes, maar ook de rol van de media komt nadrukkelijk aan de orde: hebben die bijgedragen aan de zoektocht naar de moordenaar? Of juist ernstig in de weg gezeten? En uiteraard kent ook deze schrijnende zaak – het mag geen verbazing wekken – te langen leste louter verliezers.

A Genuine Forger

Guy Ribes maakte geen kopieën van Picasso, Chagall of Modigliani. Hij kopieerde gewoon hun werkwijze en gaf er vervolgens een eigen draai aan. Zo ontstonden in ruim dertig jaar duizenden pastiches – niemand weet precies hoeveel – eigen kunstwerken die perfect in het oeuvre van wereldberoemde kunstenaars pasten. Verduiveld knap. En volstrekt illegaal, dat ook. Want ze werden natuurlijk verhandeld als echte Picasso’s, Chagalls of Modigliani’s.

In de documentaire A Genuine Forger (88 min.) van Jean-Luc Leon uit 2016 vertelt Ribes zijn complete levensverhaal en demonstreert hij tevens hoe hij te werk gaat, als een echte ambachtsman. Hij laat het effe zien. Zo maak je een vroege Picasso. Fernand Léger is met een beetje goede wil ook best te doen. En bij Matisse moet je hierop letten. Zoals Ribes het uitlegt, lijkt het heel gemakkelijk. Goud geld verdienen, met enkele uurtjes werk. En dat de schilderijen niet ‘echt’ zijn doet in wezen niets af aan de kwaliteit of schoonheid ervan.

Waar zijn werk uiteindelijk is beland? De rechtbank van Créteil staat er in elk geval mee vol. Alles moet worden vernietigd. Tegelijk zijn Ribes schilderijen ook doorgedrongen tot privécollecties, veilinghuizen en musea. Dat ligt echt heel gevoelig. Sommige werken die hij zich nu toe-eigent mogen dan ook niet worden getoond in deze film. Anders sneuvelen er reputaties van connaisseurs, krijgen Ribes’ handlangers met justitie te maken en gaan de bezitters ervan gigantisch de boot in – of beter: wordt publiekelijk bekend dat ze erin zijn gestonken.

De schimmige wereld van kunstvervalsingen is al vaker en ook met meer bravoure binnenstebuiten gekeerd dan in deze wat stroperige film. Guy Ribes is een interessant personage, maar hij krijgt wel erg veel ruimte om zijn relaas te doen. Waarbij het punt dat de Fransman maakt steeds min of meer hetzelfde is: hij was onderdeel van een systeem, dat nog veel meer fake-schilderijen heeft afgeleverd. Een deel ervan houdt zich verborgen in ‘s werelds kunstcollecties.

Een scherpere selectie zou deze film, waarin ook kunstkenners, handelaren en medewerkers van justitie aan het woord komen, een stuk puntiger hebben gemaakt. Zodat Ribes’ wonderlijke ambacht krachtiger over het voetlicht komt.

Philly D.A.

PBS

Philly D.A. is al vergeleken met de vermaarde dramaserie The Wire. Daarin werd eerst de ‘war on drugs’ in de Amerikaanse stad Baltimore in kaart gebracht, waarna geestelijk vader David Simon steeds een laag toevoegde aan zijn vertelling: het bedrijfsleven, de politiek, het onderwijs en de media. Uiteindelijk ontstond zo een verpletterend beeld van een volledig disfunctionele samenleving. Maatschappijkritiek, verpakt als Shakesperiaans drama.

De achtdelige documentaireserie Philly D.A. (440 min.) is een totaal andere productie, maar kijkt al even kritisch naar de weeffouten in het Amerikaanse samenlevingsconstruct. Plaats van handeling is Philadelphia, de stad van ‘brotherly love’ waar nochtans zo’n driehonderd moorden per jaar worden gepleegd, de Opioid Crisis in sommige wijken een menselijke ravage veroorzaakt en ook de Black Lives Matter-beweging vlam vat nadat een politieagent een zwarte man in de rug heeft geschoten.

De linkse advocaat Larry Krasner vindt dat het plaatselijke rechtssysteem fundamenteel moet worden hervormd en stelt zich in 2017 kandidaat voor het ambt van officier van justitie. Eenmaal gekozen gooit hij begin 2018 direct de knuppel in het hoenderhok. Zijn ambtsperiode begint met bijltjesdag: ruim dertig medewerkers op het kantoor van de District Attorney, waarvan een enkeling al tientallen jaren in dienst is, krijgen te horen dat ze per direct hun biezen moeten pakken.

Dat is het startpunt van een serieuze poging om Vrouwe Justitia met een andere mond te laten spreken: (veel) minder repressie, ten faveure van onderwijs, sociaal werk en preventie. Krasner wil zo het perpetuum mobile van ‘mass incarceration’, dat met name zwarte Philadelphians treft, tot stilstand brengen. Daarbij zal hij niet alleen in botsing komen met hardliners binnen zijn eigen gelederen, maar ook met slachtoffers van misdrijven, bezorgde burgers en – niet te vergeten – de machtige vakbond Fraternal Order of Police.

Het is een ideologische strijd – over het nut en de functie van straffen en aanverwante thema’s als voorarrest, borgsommen en voorwaardelijke invrijheidstelling – die behalve een politieke lading natuurlijk ook een persoonlijke dimensie heeft. De ‘bulldozer’ Krasner stond als advocaat immers jarenlang aan de andere kant van de strijd en werd toen beschouwd als een soort aartsvijand van de wetshandhavers. Nu worden ze geacht om samen te werken.

De filmmakers Yoni Brook, Ted Passon en Nicole Salazar sluiten aan bij Team Krasner en documenteren in de navolgende jaren, aan de hand van enkele concrete gevallen, wat zijn komst te weeg brengt. Zo portretteren ze bijvoorbeeld LaTonya Myers, een jonge Afro-Amerikaanse vrouw die meermaals vastzat vanwege relatief kleine vergrijpen. De komende jaren staat ze nog onder supervisie van de reclassering, intussen heeft de nieuwe D.A. haar echter in dienst genomen om het vastgelopen beleid van binnenuit te veranderen.

Aan de andere kant van de steeds hoger oplopende discussie bivakkeert onder anderen Scott DiClaudio, een rechter die er heilig in gelooft dat iemand zelf verantwoordelijk is voor de misdaden die hij pleegt en die bovendien hoogstpersoonlijk een kijkje gaat nemen bij mensen die een taakstraf uitvoeren. Hij en zijn medestanders staan model voor de traditionele benadering van hard, harder en vaker straffen, die het in Philadelphia altijd voor het zeggen heeft gehad.

Dat is de kracht van Philly D.A.: het verhaal wordt weliswaar verteld vanuit het perspectief van Krasner en zijn vertrouwelingen, maar ook hun ideologische opponenten krijgen het woord. En hun bijdrage heeft aanzienlijk meer substantie dan de ‘talking points’ van Fox News, waar officier van justitie Krasner en zijn medewerkers simpelweg worden uitgemaakt voor ‘the enemies of civilisation’, en de insteek van president Trump, die beweert dat Krasner doelbewust killers vrijlaat.

Zo ontstijgt deze boeiende docuserie met gemak het niveau van een politiek pamflet. Brook, Passon en Salazar brengen treffend in kaart hoe weerbarstig de praktijk kan zijn als een volstrekt andere benadering van het recht wordt geïntroduceerd. Wat betekent de nieuwe aanpak bijvoorbeeld voor de criminaliteitscijfers? (Hoe) zien gewone mensen deze benadering terug in hun eigen leven? En kan deze de onvermijdelijke incidenten, die tegenstanders aangrijpen om hun punt te maken, eigenlijk overleven?

The Mystery Of D.B. Cooper

HBO

Al 31 jaar loopt hij door de heuvels en bossen rond Seattle. Op zoek naar de parachute van D.B. Cooper. Want voormalig beroepsmilitair Jerry Thomas is ervan overtuigd dat de man zelf de val onmogelijk kan hebben overleefd. Cooper sprong op 24 november 1971 uit een Boeing 727, nadat hij die met een bom had gekaapt. De ‘skywalker’ vertrok met 200.000 dollar losgeld en werd nooit meer gezien.

Bijna een halve eeuw later is The Mystery Of D.B. Cooper (85 min.) nog altijd onopgelost. Verdachten genoeg. Volgens Jo Weber, en haar souffleur Tim Collins, heeft haar echtgenoot op zijn sterfbed bekend dat hij Dan Cooper was. National Guard-lid Ben Anjewierden is er dan weer van overtuigd dat zijn collega Richard Floyd McCoy, die vijf maanden later een ander vliegtuig kaapte, de dader moet zijn. Of was het toch Barbara Dayton, een vrouw die vroeger als man door het leven ging en haar geslachtsoperatie zou hebben bekostigd met de buit?

En zo lopen er nog veel meer Amerikanen met hun eigen D.B. Cooper-theorie rond, stuk voor stuk overtuigd van hun eigen gelijk. De Britse documentairemaker John Dower baant zich met veel bravoure en humor een weg door alle scenario’s en portretteert tegelijkertijd de bijbehorende getuigen, amateurdetectives en schrijvers. Met gedramatiseerde scènes illustreert hij bovendien hun ‘herinneringen’ en Coopers kamikazemisdrijf dat via interviews met een stewardess, copiloot en passagier van de roemruchte vlucht en een FBI-agent die de zaak onderzocht nog eens zorgvuldig wordt gereconstrueerd.

Al blijft het de vraag of het er in deze kostelijke true/fake crime docu uiteindelijk toe doet wie werkelijk de waarheid vertelt en wie er een Ape Sandwich probeert te verkopen.

The Crime Of The Century

HBO

De belofte was onweerstaanbaar: (chronische) pijn zou definitief tot het verleden gaan behoren. En kans op verslaving was er niet. Een kleine 25 jaar later is die belofte, met name in de Verenigde Staten, veranderd in een nachtmerrie: The Opioid Crisis heeft inmiddels aan meer dan een half miljoen Amerikanen het leven gekost. Want wat de fabrikanten van pijnstillers als OxyContin en Fentanyl er niet bij vertelden – sterker: op alle mogelijke manier probeerden te verhullen – was dat het medicijn erger kon worden dan de kwaal.

Als die gedachte post begint te vatten, verzet OxyContins producent Purdue Pharma, die de aan heroïne verwante pijnbestrijder agressief aan de man heeft gebracht en er goud geld mee verdient, zich daar bijvoorbeeld met hand en tand tegen. Verslaving is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de junks zelf, luidt hun redenering. Zij zijn die de pillen tenslotte zelf gaan snuiven en injecteren. De Sackler-familie, eigenaars van Purdue, wuift elke verantwoordelijkheid van de hand.

Laat het dan maar over aan de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney – die eerder onder andere de Scientology-kerk aanklaagde, het Coronabeleid van de regering Trump sloopte en de puissant rijke populatie van Park Avenue te kijk zette – om het mes te zetten in The Crime Of The Century (232 min.). Met artsen, wetenschappers, oud-medewerkers van de farmaceuten, DEA-medewerkers, aanklagers, slachtoffers en nabestaanden analyseert hij hoe pijnmedicatie simpelweg een product werd dat op grote schaal aan de man moest worden gebracht.

In deel 1 van dit lijvige tweeluik zet Gibney, gebruikmakend van een zoals gebruikelijk scherpe voice-over, daarbij zijn zaak tegen de Sacklers goed in de verf en illustreert dat met enkele pijnlijke voorbeelden van Amerikanen die ten prooi zijn gevallen aan OxyContin. Van ernstige verslaving tot fatale overdoses. Het tweede deel zoomt in op de levendige online-handel in OxyContin, Fentanyl  en aanverwante pijnmedicatie, waarbij Big Pharma echt begint te opereren als een soort drugskartel. Alles is geoorloofd, inclusief omkoping en grootschalige fraude.

Trefzeker schetst The Crime Of The Century, dat wat wat ruim in zijn jasje zit en ook enkele onnodige reality-scènes bevat, een bedrijfstak waarvoor het bevorderen van de volksgezondheid allang lijkt te zijn geslachtofferd ten faveure van winstmaximalisatie.

The Sons Of Sam: A Descent Into Darkness

Netflix

In de eerste aflevering bewandelt The Sons Of Sam: A Descent Into Darkness (239 min.) nog netjes het seriemoordenaarspad. Trefzeker schetst de doorgewinterde true crimer Joshua Zeman het desolate New York van halverwege de jaren zeventig, waar een mysterieuze killer volstrekt willekeurige slachtoffers begint te maken. Op zogenaamde ‘lover’s lanes’, plekken waar geliefden zich terugtrekken om elkaar te verkennen, liquideert hij koelbloedig enkele jongeren. Om de spanning verder op te voeren begint de freak bovendien een publieke briefwisseling met columnist Jimmy Breslin van The New York Daily News. En dan wordt aan het eind van aflevering 1 David Berkowitz, alias The Son Of Sam, in de boeien geslagen. Case closed, zou je zeggen.

Het echte verhaal moet dan echter nog beginnen. Zeman volgt daarin het spoor van crimejournalist Maury Terry (1946-2015), die ook bij de start van de serie al voorzichtig is geïntroduceerd als verteller en via acteur Paul Giamatti een eigen, nét iets te vet aangezette stem heeft gekregen. Terry gelooft er niets van dat de politie met Berkowitz, een 24-jarige postbode uit Yonkers die beweert dat hij in opdracht van de duizenden jaren oude hond van de buren opereerde, de (enige) moordenaar in de kraag heeft gegrepen. Hij lijkt helemaal niet op de politietekeningen die aan de hand van getuigenverklaringen zijn gemaakt. En hoe zit het trouwens met die buurman? Die heet toch Sam en heeft ook nog eens twee zoons?

Gaandeweg begint Terry’s onderzoek naar de ware toedracht van de Summer Of Sam bijna karikaturale proporties aan te nemen. Hij legt ‘een eindeloos web van moorden door het hele land’ bloot, waarin werkelijk geen uitwas ontbreekt: orgies, zwarte magie, Scientology, de Manson-familie, satanisme, kinderporno en ‘snuff films’. ‘Elke nieuwe aanwijzing leek onvermijdelijk te leiden naar een dood spoor en het volgende lijk’, constateert Maury Terry in zijn boek The Ultimate Evil, dat in 1987, ruim tien jaar na de Son Of Sam-moorden, zou verschijnen . ‘Er was iets smerigs aan de hand.’ Hij zou een vaste gast worden in Amerika’s schmutzigste praatprogramma’s.

Handelde David Berkowitz in zijn eentje? Of was hij toch onderdeel van een occulte sekte? Voor de protagonist van deze serie, het prototype ‘complotdenker’, kan daarover geen twijfel bestaan. Zijn lezing van de feiten wordt bovendien bevestigd door enkele directe collega’s en oud-politieagenten. Dat betekent alleen niet dat Terry ook wordt geloofd door de autoriteiten, die in deze intrigerende serie zo nu en dan de ruimte krijgen om Terry’s take op de moorden te ontmantelen. Berkowitz, die ’s mans conclusies desgevraagd best wil bevestigen, voorspelde die desinteresse overigens al in een brief aan de amateurdetective. ‘Maury, het publiek zal je nooit echt geloven’, schrijft hij in een zin die het leidmotief voor diens kruistocht zou worden, ‘hoe goed je je bewijs ook presenteert.’

Sons Of Sam volgt ’s mans paranoïde gedachtespinsels, verbeeld met duistere shots en aangezet met een onheilszwangere soundtrack, intussen tot het bittere einde. Als een moegestreden Maury Terry in z’n echoput eigenlijk alleen nog zijn eigen stem terug hoort. Case closed, zou je opnieuw zeggen. Wat rest is een tijdloos exposé over de bezeten zoektocht naar een eigen waarheid en het uitsluiten van elke vorm van twijfel daarbij. En dan geeft documentairemaker Joshua Zeman op de valreep toch weer lucht aan ‘s mans wilde theorieën…

Pray, Obey, Kill

This image has an empty alt attribute; its file name is prayobeykill.jpg
HBO

Pastor Helge Fossmo van de Knutby Philadelphia-kerk had er al over gedroomd dat zijn vrouw Heléne zou sterven. En verdomd, niet veel later overleed ze inderdaad, slechts 27 jaar oud, in de badkuip. De hele kerkgemeente in het Zweedse dorp was er in 1999 van overtuigd dat God hem de boodschap hoogstpersoonlijk had ingefluisterd. Tegelijkertijd was er enorm respect voor de martelaar Helge, een weduwnaar die zijn lot manmoedig droeg. Nu scheelde ‘t natuurlijk ook dat Heléne naar een betere plek ging. Uiteindelijk was zij in de hemel misschien zelfs wel beter af dan hier in het ondermaanse.

Vijf jaar later verwisselde ook Helge’s tweede echtgenote Alexandra het tijdelijke voor het eeuwige. Zij bleek te zijn neergeschoten door Sara Svensson, het kindermeisje van het stel dat op dezelfde avond ook hun buurman Daniel Linde ernstig verwondde. Van diens vrouw Anette werd overigens gefluisterd dat ze alles had om vrouw numero drie van Helge te worden. Het was hem als pastor alleen niet toegestaan om te scheiden. Echt vreemd was het dan ook niet dat de politie in 2004 serieus inzoomde op het uitbundige SMS-verkeer tussen Helge en Sara. Hij zou haar toch niet hebben aangezet om zijn vrouw en de echtgenoot van zijn clandestiene geliefde neer te schieten?

Het illustere duo opereerde, getuige de zesdelige docuserie Pray, Obey, Kill (318 min.) van Henrik Georgsson, alleen beslist niet in een vacuüm. Ook Åsa Waldau, de leidster van de eigenzinnige pinkstergemeente die zich ‘de Bruid van Christus’ liet noemen, speelde daarin een prominente rol. Zij had haar zinnen eveneens gezet op Helge – een man die nochtans eerder oogt als een gemiddelde verwarmingsmonteur dan als een dodelijke combinatie van Brad Pitt, George Clooney en Johnny Depp – en wilde de ontwikkelingen ook maar al te graag naar haar hand zetten. Oh ja, om de zaak helemaal ingewikkeld te maken: Åsa was tevens de oudere zus van Alexandra.

De gebeurtenissen worden vijftien jaar na dato nog eens grondig onderzocht door de journalisten Martin Johnson en Anton Berg, die de hand weten te leggen op de originele politieverhoren van Helge Fossmo en met behulp van maquettes en tests duidelijk proberen te krijgen wat er precies gebeurd kan zijn. Ze krijgen tevens de kans om allerlei leden van de kerkgemeenschap te interviewen, inclusief de man die sinds 2004 vastzit voor de mysterieuze dood van zijn echtgenotes én de vrouw die namens hem bij echtgenote numero twee de trekker zou hebben overgehaald. Een handlanger met wie hij, natuurlijk, ook amoureuze betrekkingen had aangeknoopt.

Zoals dat gaat bij dit soort true crime-producties doorlopen de protagonisten allerlei onderzoekspistes die de zaak verdiepen of verbreden, worden ze aan het eind van elke aflevering met een belangwekkend nieuw feit geconfronteerd en stuiten ze onderweg op bewijs dat de gebeurtenissen wel eens in een ander licht zou kunnen plaatsen, zoals het ruwe materiaal van de politiereconstructie van Sara’s dodelijke tocht langs de slaapkamers van Alexandra en Daniel. De pogingen van Johnson en Berg om – via een continue onderlinge dialoog, die soms op een toneelstukje begint te lijken – tot waarheidsvinding te komen zijn overtuigend en spannend.

Wat er zich rond de eeuwwisseling precies heeft afgespeeld in die verknipte Zweedse sekte te Knutby, is na een kleine zes uur nog altijd niet helemaal opgehelderd: wie was het werktuig van welke duivel? Trok de onopvallende charmeur Helge aan de touwtjes? Of was het stiekem tóch, in de woorden van Sara, ‘de koningin van de hemel, de opperste liefde van het universum’ Äsa? Pray, Obey, Kill laat de kijker in elk geval achter met een knoeperd van een cliffhanger, die doet vermoeden dat er nog wel eens een tweede seizoen in het vat zou kunnen zitten.

In The Face Of Terror

Dimitri Bontinck vertrekt in 2013 hoogstpersoonlijk naar Syrië. De Belg wil zijn zoon Jejoen ophalen. Die is in de voorgaande jaren geradicaliseerd en onder de invloed gekomen van Sharia4Belgium. Dimitri wil hem ter plaatse uit de klauwen van Islamitische Staat (IS) rukken. Hij haalt echter bakzeil. Als gevolg van zijn bevrijdingspoging wordt zijn zoon alleen beschouwd als een mogelijke spion en vastgezet. Jejoen slaat op de vlucht. Eenmaal thuis beweert de jongen dat hij in een cel heeft gezeten met de gegijzelde fotografen John Cantlie en Jim Foley.

Bontinck besluit contact op te nemen met Foleys ouders. Het Amerikaanse echtpaar wacht al een hele tijd op nieuws over hun oudste zoon. Zoals de Schot Michael Haines in onzekerheid verkeert over het lot van zijn broer David. En Carl en Marsha Mueller zich afvragen of hun enige kind, hulpverleenster Kayla, nog in leven is. Zij worden in deze driedelige documentaireserie gedwongen om In The Face Of Terror (175 min.) te staan. Diane en John Foley krijgen op 19 augustus 2014 zelfs de ergst denkbare klap te verwerken, in de vorm van een ijzingwekkende IS-video, waarin hun zoon voor het oog van de wereld een gruwelijke dood sterft.

Nog enkele andere gegijzelden zullen publiekelijk worden terechtgesteld. Drie IS-terroristen van Britse origine lijken verantwoordelijk. Van hun gevangenen hebben ze de bijnaam ‘The Beatles’ gekregen. Één van hen, de 26-jarige computerprogrammeur Mohammed Emwazi (bijgenaamd Jihadi John) uit West-Londen, zal zelf omkomen bij een Amerikaanse luchtaanval, maar zijn twee trawanten blijken nog in leven. Op initiatief van de nabestaanden van hun slachtoffers wordt in de eerste twee afleveringen van deze serie de jacht geopend op de Britse terroristen, die het kalifaat inmiddels zijn ontvlucht. En Kayla Muellers ouders vinden aanknopingspunten in de zaak van hun dochter, die nu al enkele jaren vermist is.

De derde aflevering van deze kwaliteitsserie van Tim Lawton, waarvoor acteur David Morrissey als voice-over fungeert, staat vreemd genoeg helemaal los van de eerste twee. Hierin wordt een andere vorm van terrorisme belicht: de extreemrechtse aanval op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, die in maart 2019 meer dan vijftig moslims het leven kostte en ‘live’ werd gestreamd voor een enthousiaste achterban. Met het manifest van de dader in de hand, genaamd The Great Replacement, gaan onderzoekers en voormalige neo-Nazi’s op zoek naar diens banden met de Europese Identitaire Beweging en ultranationalisten in de Verenigde Staten.

Tegelijkertijd proberen de overlevenden en nabestaanden van deze fundamentalisten, aan beide zijden van een vuile oorlog, zin te geven aan het onuitputtelijke verdriet dat hen is toegebracht. Zij zijn uiteindelijk de helden van In The Face Of Terror, dat ondanks alles een soort eerbetoon wordt aan menselijke moed, compassie en veerkracht.

De Lijst Van Mengelberg

Moondocs

Van volksheld naar staatsvijand nummer één. Het ‘overkwam’ de immens populaire Nederlandse dirigent Willem Mengelberg, die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tot ontsteltenis van veel landgenoten aan de zijde van de Duitse bezetter schaarde.

De keuze van Mengelberg, volgens zijn biograaf Frits Zwart bepaald geen prettige persoonlijkheid, liet een schokgolf door het land gaan, die 75 jaar na dato op bepaalde plekken nog altijd voor kleine rimpelingen in het water zorgt. ‘De musicus kunnen we prijzen’, zegt David Bazen, de huidige directeur van het Amsterdamse Concertgebouworkest, over de erfenis van het omstreden boegbeeld van zijn orkest. ‘Maar de mens Mengelberg blijft echt een problematische persoon.’

Toch is dat niet alles wat er kan (en moet) worden gezegd over de man die zijn volk zo opzichtig verraadde. De werkelijkheid lijkt genuanceerder dan het verhaal dat ervan is gemaakt. Zo was Mengelberg om te beginnen Duits van origine. Hij kwam op zijn tweede pas naar Nederland. Thuis zou er altijd in zijn moedertaal worden gesproken. Het is dan misschien geen echt excuus voor zijn latere geestdrift voor de nazi’s, zoals bijvoorbeeld nog altijd blijkt uit aantekeningen die de dirigent maakte op oude Duitse kranten, maar maakt die wel begrijpelijker.

En dan blijkt er ook nog een andere kant te zitten aan Mengelbergs positie tijdens de oorlog. Daarop concentreert Jaap van Eyck zich dan ook in De Lijst Van Mengelberg (77 min.). Hij gebruikt niet voor niets het woord ‘lijst’. Dat roept associaties op met Oskar Schindler die tijdens de oorlog bijna elfhonderd Joden redde (of, in een Nederlandse context, De Kinderen Van Truus Wijsmuller). Mengelberg spande zich in woord en daad in voor de Joden in zijn directe omgeving, zijn eigen orkestleden in het bijzonder.

75 Jaar later kunnen hun kinderen er nog steeds van getuigen. En dat doen ze dan ook uitgebreid in deze gedegen film, die met fraaie zwartwit-animaties en klassieke muziek naar een hoger plan wordt getild. Terwijl driekwart van de Nederlandse Joden tijdens de oorlog in vernietigingskampen belandde, werden hun ouders, gekenschetst als mensen ‘die verdienstelijk waren geweest voor de Nederlandse samenleving’, ondergebracht op Landgoed Schaffelaar in Barneveld. Van daaruit konden deze vertegenwoordigers van de culturele elite de oorlog uiteindelijk wél overleven.

‘Zo werkt het nu eenmaal’, zegt historica Pauline Micheels bijna schouderophalend. Ze blijft nochtans hard oordelen over Willem Mengelberg. Die ambiguïteit kenmerkt deze documentaire die weliswaar een onderbelichte kant verkent van de man die na de oorlog een dirigeerverbod kreeg, maar die hem verder helemaal niet probeert vrij te pleiten.

De Lijst Van Mengelberg is hier te zien.

Searching For Sheela

Netflix

Ruim 35 jaar is Ma Anand Sheela, de voormalige rechterhand van de omstreden geestelijk leider Bhagwan sir Rajneesh, niet in haar geboorteland India geweest. Nadat ze begin jaren tachtig in Oregon een eigen stad stichtte voor diens beweging, Rajneeshpuram, en vervolgens verwikkeld raakte in een vuile oorlog met de plaatselijke bewoners, belandde ze in de Verenigde Staten achter de tralies. ‘Welke rol speelt u het liefst?’ werd haar destijds gevraagd. ‘Sneeuwwitje of de gemene heks?’ Ze antwoordde met een mysterieuze glimlach: ‘Allebei.’

Intussen raakte Sheela ook in onmin met de man aan wie ze haar leven had gewijd. Het kwam tot een publieke breuk met Bhagwan. Die tumultueuze geschiedenis is in 2018 tot in detail opgerakeld in een intrigerende documentaireserie, de bingehit Wild Wild Country. Dit ‘vervolg’ pikt de draad op als de inmiddels zeventigjarige Sheela, die al zo’n dertig jaar een verzorgingstehuis voor mensen met een beperking runt in het Zwitserse Bazel, in 2019 een rondreis plant door India.

Is dat wel veilig? vraagt ze aan de organisator van de trip. Nou, gevaarlijk wordt het niet in het navolgende uur. Vermoeiend wel. Sheela reist het halve land door, mag steeds op de foto met een andere celibrity en holt van het ene naar het andere interview. De vragen die ze krijgt hebben een uitgesproken repetitief karakter: heeft ze inderdaad geprobeerd om een heel dorp te vergiftigen? Was ze Bhagwans geliefde? En, verplichte kost, heeft ze misschien spijt van wat ze hebben gedaan?

Nieuwe antwoorden heeft Sheela natuurlijk niet. Niet dat iemand daarop had gerekend overigens. Het lijkt om het ritueel zelf te gaan – standaardvragen met geautomatiseerde antwoorden – en de aandacht die alle betrokkenen zo ten deel valt. En daarmee is ook de documentaire Searching For Sheela (58 min.) van Shakun Batra gedoemd om op een dood spoor te belanden. Want die opgewarmde beelden van de Bhagwan-sekte uit Wild Wild Country hebben hun geheimen natuurlijk ook allang prijsgegeven.

Wat rest is een voor alle partijen vermoeiende trip nostalgia, onderdeel van Sheela’s ogenschijnlijk geslaagd charmeoffensief, die zelfs lieden met ernstige Rajneeshpuram-nahonger achterlaat met een onbevredigd gevoel.

The People V. The Klan

CNN

Beulah Mae Donald uit Mobile, Alabama staat er in 1981 op dat de kist van haar vermoorde zoon Michael openblijft. Zoals ook Mamie Till dat ruim 25 jaar eerder had afgedwongen toen haar veertienjarige zoon Emmett was gelyncht omdat hij een wit meisje zou hebben nagefloten. De hele wereld moet zien hoe hun kinderen eerst bruut zijn afgeslacht en vervolgens genadeloos tentoongesteld. Puur en alleen vanwege hun huidskleur.

Deze moedige moeders hebben sindsdien tragische navolgers gekregen met #BlackLivesMatter-boegbeelden als Gwen Carr (Eric ‘I can’t breathe’ Garner), Wanda Johnson (Oscar Grant) en Tamika Palmer (Breonna Taylor). Documentairemaker Donnie Eichar legt in The People V. The Klan (168 min.) niet voor niets voortdurend de verbinding tussen de pogingen van Beulah Mae Donald om de moordenaars van haar zoon veroordeeld te krijgen en gebeurtenissen in het heden, waarbij het moderne lynchen gebeurt met een taser, wurggreep of politiepistool.

Deze vierdelige serie plaatst de lynching van Michael Donald ook overtuigend binnen de inktzwarte historie van Alabama, waar gouverneur George Wallace ooit ferm de overtuiging ‘segregation now, segregation tomorrow, segregation forever!’ uitsprak, Martin Luther Kings protestmars van Selma naar Montgomery op Bloody Sunday rücksichtslos werd neergeslagen en de Ku Klux Klan jarenlang ongestraft zijn gang kon gaan, met als absoluut dieptepunt een bomaanslag op de 16th Street Baptist Church, waarbij vier zwarte meisjes om het leven kwamen.

Via gesprekken met familieleden van Donald en Till, politieagenten, openbaar aanklagers, advocaten, activisten, voormalige Klan-leden en voormalig minister van justitie Jeff Sessions, die toentertijd hulpofficier van justitie was in Alabama, ontvouwt zich in deze sterke productie een tragische geschiedenis, die van Beulah Mae Donald een krachtige heldin zal maken. Uiteindelijk reikt haar strijd om gerechtigheid ook voorbij de individuele Klan-leden. Ze wil de KKK zelf laten betalen voor de haat die ze al die jaren heeft gezaaid.

Sasquatch

Hulu

In oktober 1993 zou hij, nabij een grote wietkwekerij in Mendocino County, drie dodelijke slachtoffers hebben gemaakt. Sasquatch (139 min.). Ofwel: Bigfoot. Een soort angstaanjagende combinatie van beer en gorilla. Het mythische monster zou nog altijd ronddolen in de uitgestrekte bossen van de zogenaamde ‘Emerald Triangle’, een soort Californische vrijstaat waar eind jaren zestig een contingent hippies is neergestreken. Heeft hij een kleine dertig jaar geleden inderdaad drie gruwelijk verminkte lijken achtergelaten op Spy Rock Road?

De morsige journalist David Holthouse was ter plaatse toen het gerucht over de drie lijken de ronde begon te doen. De zaak heeft hem sindsdien nooit meer losgelaten. Nu gaat hij alsnog op onderzoek uit in het uitgestrekte gebied, dat wordt bevolkt door losgeslagen cannabistelers, verdorven Hells Angels en onversaagde Sasquatch-jagers en dat eerder het decor vormde voor de white trash-docuserie Murder Mountain. Als Bigfoot ergens op zijn plek zou zijn, dan is het in dit wetteloze land.

Regisseur Joshua Rofé volgt Holthouse als die met bibberende camera afspreekt op duistere plekken, telefoontjes voert met vervormde stemmen en onherkenbaar gemaakte bronnen met namen als Razor, Ghostdance en – juist! – Bigfoot aan de tand voelt. Wat niet (meer) is te filmen, zoals de sinistere gebeurtenissen in het najaar van ‘93, is in grimmige animaties vervat. Intussen wordt de queeste die begon als een zoektocht naar de geheimzinnige überprimaat gaandeweg een rondgang door het (semi)criminele circuit van Mendocino, speurend naar wat er toentertijd kan zijn gebeurd.

Zoals dat gaat in dit soort true crime-series loopt de protagonist het ene na het andere dwaalspoor af, hoort hij ademloos smeuïge van-horen-zeggen verhalen aan en laat hij zich ook wel eens ongenadig – jawel! – het bos insturen. Daar ziet de kijker op een gegeven moment allang de bomen niet meer. Begrijpelijke wraakactie? Afrekening binnen de plaatselijke penoze? Of tóch een onsmakelijk Broodje Sasquatch?

Over het ondoorgrondelijke monster zijn overigens talloze ‘documentaires’ gemaakt, waaronder het hilarische Shooting Bigfoot.

WeWork

Hulu

‘We dedicate this

To the energy of we

Greater than any one of us

But inside each of us’

Tot zover het mission statement van WeWork

Het verhaal erachter is te goed om dood te checken. Over twee jonge entrepreneurs die niets minder dan de wereld willen veranderen: man achter de schermen Miguel McKelvey en boegbeeld Adam Neumann. De één groeide op in een woongroep te Oregon, de ander is afkomstig van een kibboets in Israël. Van een ik-wereld, gesymboliseerd door moderne verworvenheden als de iPhone en iPad, gaan zij hoogstpersoonlijk een wij-wereld maken. Hun bedrijf heet niet voor niets WeWork. Ze willen ‘de grootste netwerkgemeenschap van de planeet’ ontwikkelen, waar elke zichzelf respecterende startup bij wil horen. Met een totale waarde van zeker een miljard dollar, ook niet onbelangrijk.

Iedereen die de uitkomst kent ziet een zeepbel die erop wacht om te worden doorgeprikt – en herkent in de goeroe-achtige Adam Neumann direct een hipsterversie van de tweedehands autoverkoper. Het punt is: wie constateerde dat ‘live’, toen de illusie werd gecreëerd, tot algehele euforie leidde en op ramkoers begon te liggen met zoiets onhandigs als de realiteit? Wellicht rook een enkeling, vanuit de financiële wereld bijvoorbeeld, wel onraad, maar dan is er altijd nog zoiets als FOMO: fear of missing out. Wat nu als jij de situatie verkeerd inschat en de zilvervloot vervolgens bij je buurman komt binnenvaren?

Met voormalige medewerkers van WeWork – en ambitieuze spinoffs zoals WeLive en WeGrow – reconstrueert Jed Rothstein hoe de hotshot Neumann, met z’n al even streberige echtgenote Rebekah aan zijn zijde, werkelijk overal zijn marketingverhaal mag komen verkondigen, zodat het lijkt alsof zijn bedrijf inderdaad heel succesvol is. Totdat het kaartenhuis wel in elkaar moet vallen. In dat opzicht is WeWork (101 min.) een soort zusterfilm van de recente documentaires The Inventor: Out For Silicon Valley, Fyre: The Greatest Party That Never Happened en Rothsteins eigen The China Hustle. Over hoe een collectieve zinsbegoocheling gaandeweg alle betrokkenen van hun illusies berooft.

De Neumanns en McKelvey laten zelf verstek gaan in deze ontluisterende ontleding van hun geesteskind, die uiteindelijk een even voorspelbaar als pijnlijk einde kent. Het bedrog is echter al prominent aanwezig in de openingsscène van de film, die volledig bestaat uit opnames voor een promovideo om de beursgang van WeWork kracht bij te zetten. Adam Neumann weet dan allang dat de geur van gebakken lucht elk moment ook tot de buitenwereld kan doordringen, maar probeert de façade nog even op te houden. Zijn tekst wil er alleen maar niet vlot uitkomen. Op een onbewaakt ogenblik laat hij, tot grote hilariteit van alle betrokkenen, een duidelijk hoorbare wind. Het lachen zal hen de navolgende honderd minuten helemaal vergaan.