Songs Of Repression

Gusto Entertainment

Hoewel hun leider Paul Schäfer al 25 jaar geleden is vertrokken, zijn zo’n 120 leden van Colonia Dignidad altijd op hun plek gebleven. Ruim een halve eeuw nadat de voormalige nazi Schäfer begin jaren zestig de oversteek maakte van Europa naar Chili is de voertaal in de christelijke gemeenschap van Villa Baviera bovendien nog steeds Duits. De stemmen van de bewoners vloeien prachtig samen als ze traditionele liederen aanheffen.

Ooit leefden de mannen en vrouwen volledig van elkaar gescheiden. Op instigatie van de grote leider, die inspiratie had opgedaan bij de Hitlerjugend, groeiden ook de jongens en meisjes apart op. Zodat Paul Schäfer zich, kan er met de wijsheid van nu cynisch aan worden toegevoegd, ongestraft kon vergrijpen aan al die ontluikende jongenslijven. De meisjes en vrouwen, tweederangs burgers, werden vooral geslagen – en zonodig seksueel afgestraft.

Die tragische geschiedenis, inclusief Schäfers hechte band met de Chileense dictator Pinochet en het beulswerk dat zijn onderknuppels in de martelkelder uitvoerden voor diens regime, werd onlangs helemaal uit de doeken gedaan in de Netflix-serie Colonia Dignidad: Una Secta Alemana En Chile. Een naargeestig verhaal over een volledig ontspoorde religieuze groep, van binnenuit opgeroepen met een combinatie van getuigenissen en archiefmateriaal.

Songs Of Repression (89 min.) vertrekt echt vanuit het heden en tekent van daaruit, zonder oude beelden, de gevolgen van het leven in die gemeenschap op. Geduldig portretteren Marianne Hougen-Moraga en Estephan Wagner de leden in hun natuurlijke habitat en spreken met hen over de periode dat Schäfers wil wet was. De jaren waarin de één levenslange trauma’s heeft opgelopen worden door een ander beschouwd als ‘die goeie ouwe tijd’.

De harmonie die ze in hun samenzang zo gemakkelijk vinden is in werkelijkheid ver te zoeken. Daders en slachtoffers moeten samenleven. Net als mensen die Schäfer ‘een monster’ of ‘Hitler-type’ vinden en Pinochet ‘zo’n lieve man’. Terwijl het verleden zich blijft opdringen – ondanks de nadrukkelijke opdracht om te vergeten en vergeven – probeert de gespleten gemeenschap zich tegelijkertijd te vernieuwen als een ideale plek voor toerisme.

Wanneer in Villa Barbiera bijvoorbeeld een traditioneel Oktoberfest wordt gevierd, vindt er buiten de poort een stil protest plaats. Die schizofrenie – van een beladen plek en leefgemeenschap, die de toekomst desondanks zonnig tegemoet probeert te zien – geeft deze even subtiele als krachtige film een bijzonder ongemakkelijke ondertoon.

Curse Of The Chippendales

Was het simpelweg het idee (een groep mannelijke strippers), de chique uitvoering ervan (een soort tegenhanger van Hugh Hefners playmates) of toch de tijdgeest die er nu eenmaal rijp voor was (de eighties, waarin de gevaren van seks en drugs nog nauwelijks werden onderkend)? Feit is dat The Chippendales begin jaren tachtig overal voor uitzinnige ‘ladies only’-avonden begonnen te zorgen.

‘Take it off’ riepen ze vanuit het publiek, totdat de mannen in kwestie alleen nog een minuscule string droegen. Eerst in thuisbasis Los Angeles, daarna in ‘the place to be’ New York en tenslotte op wereldtournee. Waar de blitse binken ook kwamen – in een nachtclub, gemeenschapshuis of plattelandsdisco – ze werden begroet door dolenthousiaste vrouwen van alle leeftijden en gezindten. Moeder de vrouw kon zich dan ineens gedragen als de eerste de beste lellebel.

‘De hele tent werd op zijn kop gezet’, vertelt Michael Rapp, ooit een gewoon onzeker joch, in Curse Of The Chippendales (193 min.) over zijn allereerste optreden als Chippendale. ‘Voor mij!’ De boomlange adonis zou al snel alle schroom van zich afwerpen en een immens populaire Perfect Man-routine ontwikkelen. Die bracht hem tevens in contact met een lieftallige fan, het blonde fotomodel Nancy Dineen. Tezamen vormden ze een droomkoppel.

Het huwelijkse leven laat zich alleen lastig verenigen met het bestaan van een Chippendale. Zoals het runnen van een stripshow ook moeilijk is te combineren met een normale bedrijfsvoering, zo toont deze smeuïge terugblik van Jesse Vile aan. Zodra het Chippendale-businessmodel goed geld begint op te leveren, begint eigenaar Steve Banerjee bijvoorbeeld uitbundig te clashen met enkele (oud)medewerkers. Dat loopt al snel helemaal uit de hand, met moord en doodslag tot gevolg.

Daardoor krijgt met name het slot van deze vierdelige serie een onmiskenbaar true crime-karakter. De drie zwierige delen daarvoor, waarin de nadruk vooral ligt op het ontstaan en uitventen van het Chippendales-concept, zijn echter zeker zo leuk, niet in het minst door het heerlijke beeldmateriaal van übercoole kerels die er alles (behalve hun string) voor over hebben om hun publiek te plezieren en een zeer gemêleerde groep vrouwen die daarvan ongegeneerd geniet. Het blijft een onweerstaanbaar tafereel, dat een kleine veertig jaar later nog altijd tot de verbeelding spreekt.

The Men Who Sold The World Cup

Discovery+

Hij wordt beschreven als een maffiabaas, het hoofd van een door en door corrupte organisatie. Toch neemt Sepp Blatter, voormalige topman van de FIFA, goedgehumeurd plaats voor de camera. Van 1998 tot en met 2015 zwaaide de Zwitser de scepter over de wereldvoetbalbond. In deze periode kwam de organisatie, die onder zijn voorganger Joao Havelange al in de ban van het grote (smeer)geld was geraakt, steeds weer in het nieuws vanwege nieuwe schandalen.

In het tweeluik The Men Who Sold The World Cup (109 min.) buigen Morgan Pehme en Daniel DiMauro zich bijvoorbeeld over de toewijzing van de wereldkampioenschappen voetbal van 2018 en 2022 aan respectievelijk Rusland en Qatar. Die keuzes worden omgeven door hardnekkige verhalen over omkoping. ‘Het is opvallend hoe gemakkelijk Rusland dat WK binnenhaalde’, wast Blatter zijn handen in onschuld. ‘Hebben ze daarvoor betaald?’ En over Qatar: ‘Ik weet niet of ze hebben betaald. Ik heb dat niet gezien. Maar om de wereldkampioenschappen te krijgen is alles mogelijk in voetbal.’

De documentairemakers laten zich in het eerste deel bij de hand nemen door de Britse journalisten Heidi Blake en Jonathan Calvert van The Sunday Times, die de kwestie grondig onderzochten en er een boek over schreven (The Ugly Game). In deel 2 sluiten ze aan bij de in georganiseerde criminaliteit gespecialiseerde FBI-agent Michael Gaeta. Samen met de belastingdienst van de Verenigde Staten heeft hij zijn tanden gezet in Chuck Blazer, de voorzitter van de Amerikaanse voetbalbond en lid van het almachtige uitvoerende comité van de FIFA.

Via dit larger than life-personage, die zijn bevoorrechte positie jarenlang ten volle uitnut, proberen ze de voetbalbond zelf in de tang te krijgen. Pehme en DiMauro dreggen uitgebreid in de beerput die zo zichtbaar wordt met Blazers lekker naïeve vriendin, voormalig FIFA-functionaris Guido Tognoni en oud-geheimagent Christopher Steele (die namens de Britse regering onderzoek deed naar misstanden bij de bond). Het zijn kwesties die al vaker onder de loep zijn genomen, maar in deze tweedelige documentaire nog eens zorgvuldig worden uitgeplozen en bovendien toegankelijk opgediend.

En Blatter zelf? Er is volgens onderzoeksjournalist Calvert geen bewijs dat ook hij geld aannam. Misschien is hij daar gewoon te gewiekst voor. De mannen om hem heen – geen vrouw te bekennen bij de FIFA – werden bijna letterlijk slapend rijk en zorgden er dus wel voor dat hij, de man die officieel van niets wist, in het zadel kon blijven. ‘Was de FIFA een maffia-achtige organisatie?’ willen Pehme en DiMauro nog weten van Blatter. ‘Nee’, antwoordt de voormalige baas, die inmiddels persona non grata is bij organisatie die hij ruim veertig jaar diende, minzaam glimlachend. ‘Beslist niet. Dat is zo’n onzin.’

De Moord Op Marianne Vaatstra

Discovery+

‘Toen wist ik dat alles zou veranderen en nooit meer hetzelfde zou worden’, zegt beste vriendin Aafie Kloosterman geëmotioneerd in de openingsscène van de vierdelige docuserie De Moord Op Marianne Vaatstra (183 min.). Na een avondje uit, op Koninginnedag 1999, had Mariannes vader Bauke haar opgebeld. Zijn dochter was die nacht niet thuisgekomen. Was ze misschien bij Aafie blijven slapen? Nee dus. Ze ging direct met haar toenmalige vriendje op zoek. Nadat ze eerst haar fiets hadden aangetroffen, vond de jongen even later het levenloze lichaam van Marianne.

Voor het eerst in hun jonge levens was Aafie niet mee op stap geweest met haar zestienjarige vriendin. Daar voelt ze zich ruim twintig jaar na dato nog altijd schuldig over. Kloosterman fungeert als hoofdpersoon van deze docuserie, waaraan Marianne Vaatstra’s directe familie geen medewerking lijkt te hebben verleend. De aanpak is typisch true crime: een minutieuze reconstructie van het misdrijf en de nasleep daarvan, met een overload aan schokkend archiefmateriaal, openhartige gesprekken met rechercheurs, een criminoloog en journalisten (waaronder Peter R. de Vries, geïnterviewd in juni), duistere gedramatiseerde scènes en een onheilszwangere soundtrack.

Het spoor leidt onvermijdelijk naar het nabijgelegen asielzoekerscentrum. ‘Dit is niet westers’, constateren Mariannes getraumatiseerde ouders Bauke en Maaike al snel over de brute verkrachting en moord. ‘Een Zwaagwesteinder moordt anders’, kopt Trouw enkele dagen later. Het duurt niet lang voordat het halve dorp ‘AZC, weg ermee!’ staat te schreeuwen bij explosieve bijeenkomsten, die uitlopen op een soort volksgericht. De Friese moordzaak mondt uit in een enorm mediaspektakel, waarbij behalve De Vries (die zich beijverde voor grootschalig DNA-onderzoek) ook de internetmiljonair Wim Dankbaar een hoofdrol opeist.

Bij de moord op de weduwe Wittenberg in datzelfde jaar – onderwerp van het boek De Deventer Moordzaak van onderzoeksjournalist Bas Haan, de daarop gebaseerde podcast De Deventer Mediazaak en de succesvolle speelfilm De Veroordeling – is er gaandeweg steeds meer aandacht gekomen voor de rol van het type bezorgde burger dat zichzelf benoemt tot openbaar aanklager en vervolgens iemand als dader aanwijst. In dit geval: Maurice de Hond en zijn (volstrekt onschuldige) ‘Klusjesman’. Diens evenknie in de Vaatstra-zaak Wim Dankbaar, die zelfs nadat er met DNA een dader is gevonden stug blijft volhouden dat de echte booswicht elders moet worden gezocht, blijft in deze serie echter volledig buiten schot.

De Moord Op Marianne Vaatstra lijkt geen grotere boodschap te willen uitdragen over de (potentieel) nefaste werking van de media in dit soort strafzaken. Hoewel daar alle aanleiding voor is, getuige bijvoorbeeld ook het televisieprogramma Het Zesde Zintuig waarin Beau van Erven Dorens paragnosten loslaat op de zaak. Met louter dwaalsporen tot gevolg, natuurlijk. De serie concentreert zich evenwel vooral op het misdrijf zelf. Waarbij de laatste aflevering volledig is ingeruimd voor Jasper S. en zijn verklaringen tijdens de rechtszaak, waarvan op basis van de officiële audiodescripties een reconstructie is gemaakt. Daarin geeft de Friese boer – beperkt, tot grote frustratie van Mariannes nabestaanden – inzicht in zijn gruwelijke wandaad.

Het is de emotionele climax van een vaardig verteld moordverhaal, dat nog altijd voortleeft in alle mensen die erdoor werden aangeraakt.

In een ontluisterende aflevering keek Medialogica in 2013 overigens wél naar de manier waarop Nederlandse media zijn omgesprongen met de Zaak Marianne Vaatstra. Toen moesten de complottheorieën overigens nog echt helemaal uit de bocht vliegen.

The Phantom

Netflix

Geen krachtiger argument tégen de doodstraf dan iemand die onschuldig ter dood blijkt te zijn gebracht.

Carlos DeLuna leek zo schuldig als wat. Op 4 februari 1983 was er een telefoontje binnengekomen bij de politie van de Texaanse stad Corpus Christi: de 24-jarige Wanda Lopez, medewerkster van een tankstation, belde op dat ze werd overvallen. Toen de agenten ter plaatse arriveerden, was Wanda al dood. Er werd direct een verdachte aangehouden. Die beweerde echter dat niet hij, maar een andere latino met de naam Carlos, Carlos Hernandez, de jonge caissière had neergestoken.

DeLuna had levenslang kunnen krijgen, met kans op voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij hield echter vast aan zijn onschuld. Dat zou hem duur komen te staan. De jury veroordeelde de ontspoorde jongeling, die tijdens het proces consequent was afgeschilderd als een ‘roofdier’, tot de doodstraf. Zes jaar later werd het vonnis daadwerkelijk voltrokken. Carlos DeLuna kreeg op 7 december 1989 om middernacht een dodelijke injectie toegediend. Case closed. Toch?

Niet echt. Nog eens veertien jaar later werd de zaak opnieuw onder de loep gehouden door principiële tegenstanders van de doodstraf. Zij stuitten zowaar op Die Andere Carlos, ofwel The Phantom (80 min.). Zou het dan tóch? Documentairemaker Patrick Forbes licht de pijnlijke zaak nog eens grondig door met DeLuna’s broer en zus, z’n advocaat, de aanklager en een verslaggeefster van de lokale tv-zender, die tot twee uur vóór zijn executie contact had met de veroordeelde.

Minutieus reconstrueert Forbes bovendien met ooggetuigen de gebeurtenissen op de fatale avond, die met gedramatiseerde scènes en een dreigende soundtrack verder worden aangekleed. Gaandeweg wordt de conclusie onontkoombaar dat er sprake moet zijn geweest van een gerechtelijke dwaling. Intussen ontwikkelt deze doeltreffende film zich tot een krachtig schotschrift tegen de doodstraf.

Colonia Dignidad: Una Secta Alemana En Chile

Netflix

Al vóórdat de Duitse christelijke gemeenschap in 1961 aankwam in z’n nieuwe thuisbasis Chili, waren er beschuldigingen van seksueel misbruik tegen leidsman Paul Schäfer. Hij zou zich in eigen land hebben vergrepen aan enkele kinderen. Daarom had het voormalige lid van de Hitlerjugend ook elders zijn heil moeten zoeken. In het Zuid-Amerikaanse land stichtte Schäfer Colonia Dignidad: Una Secta Alemana En Chile (312 min.), waarbij hij ruim dertig jaar als een despoot heerste en ook zijn eigen jeugdbeweging kon starten, Villa Baviera.

‘Hij was een pathologische leugenaar’, zegt voormalig volgeling Ida Gatz. ‘Een oplichter. En een rattenvanger van Hamelen.’ Die kwalificaties, door meerdere oud-kolonisten onderschreven, contrasteren nogal met de idyllische beelden die destijds in Schäfers opdracht werden gemaakt van zijn gemeenschap: zingende, dansende of houthakkende sekteleden in lederhosen, hemels samenzingende koren en Florence Nightingale-achtige verpleegsters die zich over plaatselijke kinderen ontfermden. Propaganda van de bovenste plank.

Schäfer zelf bleef overigens het liefst buiten beeld. Alsof hij eigenlijk ook wel wist dat wie hij was of wat hij deed het daglicht niet kon verdragen. Van zijn blaffende Duits, dat onvermijdelijk aan die andere Germaanse leider doet denken, is wel meer dan genoeg audio bewaard gebleven. Dat verraadt de ware aard van de man, die gaandeweg een echt schrikbewind begon te voeren in de sekte. Het werd een pedofielenparadijs, vertelt een vroegere kolonist. Een ander begint meteen over de zogenaamde ‘Kartoffelkeller’, een martelplek waar heel wat bloed zou vloeien.

Deze zesdelige serie van Wilfried Huismann en Annette Baumeister verbindt de ontwikkeling van Schäfers geesteskind nadrukkelijk met de woelige politieke historie van Chili, dat eerst in 1970 de socialist Salvador Allende tot president verkoos en enkele jaren later een militaire staatsgreep te verduren kreeg, waardoor Augusto Pinochet aan de macht kwam. Die wist Schäfer, en daarmee ook diens volgelingen, steevast aan zijn zijde. Colonia Dignidad ontwikkelde zich tot een gewillig werktuig van Pinochets dictatuur.

Deze duistere geschiedenis, inclusief structureel seksueel misbruik, wordt met krachtige getuigenissen van direct betrokkenen, slachtoffers of een combinatie van beiden en bijzonder sprekend archiefmateriaal gedetailleerd opgeroepen. Zodat de volle omvang van Paul Schäfers perverse regime wordt geopenbaard.

In de naargeestige documentaire Songs Of Repression kijken voormalige leden van Colonia Dignidad op hun jaren binnen de gemeenschap en bedenken ze bovendien hoe de toekomst van Villa Barbiera eruit zou kunnen zien.

Last Man Standing: Suge Knight And The Murders Of Biggie & Tupac

Vanuit de Oostkust opereerden Puff Daddy en The Notorious B.I.G. (alias Biggie Smalls) van het New Yorkse platenlabel Bad Boy Records. De Westkust werd vertegenwoordigd door Snoop Dogg, Dr. Dre en Tupac Shakur van Death Rowe Records. De wedijver tussen de hiphoppers van de Amerikaanse Eastcoast en Westcoast zou halverwege de jaren negentig helemaal uit de hand lopen. Op 13 september 1996 werd Tupac neergeschoten. Dik een half jaar later, op 9 maart 1997, volgde zijn evenknie aan de andere kant, Biggie Smalls.

Nadat hij eerder al de dood van Nirvana-zanger Kurt Cobain had onderzocht in het trashy Kurt & Courtney (1998) ging Nick Broomfield in Biggie And Tupac (2002) op zoek naar de ware toedracht van de twee hiphop-moorden. Toen stuitte de Britse documentairemaker, die destijds meestal zelf het geluid deed voor zijn films en daarin dan ook prominent aanwezig was als ‘man met een missie’, nogal eens op gesloten deuren. Een kleine twintig jaar later is de bereidwilligheid bij direct betrokkenen om te praten over wat er destijds is gebeurd een stuk groter.

Dat heeft een heel praktische reden: sinds 2018 zit Marion ‘Suge’ Knight, de eigenaar van Death Rowe Records, vanwege moord in de gevangenis, waarschijnlijk voor de rest van zijn leven. Suge zou de kwade genius zijn geweest, die van zijn platenmaatschappij een bolwerk maakte van bendeleden, afkomstig van zowel The Bloods als hun grote vijand The Crips. Hij was er naar verluidt ook hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor dat de intelligente en welbespraakte jongeling Tupac veranderde in een onvervalste ‘street thug’. Intussen werd de rivaliteit met de rappers van de Eastcoast naar steeds gevaarlijker hoogte opgepookt.

Met allerlei insiders en fraai archiefmateriaal van achter de schermen vangt Nick Broomfield in Last Man Standing: Suge Knight And The Murders Of Biggie & Tupac (105 min.) het giftige klimaat binnen Death Row Records, dat tot allerlei excessen leidde en Tupac uiteindelijk de kop zou kosten. Vanuit de gevangenis zou Suge Knight, die in de documentaire American Knightmare / American Knightmare (2008) al zijn lezing van het verhaal heeft gegeven, vervolgens de opdracht hebben gegeven om Biggie te liquideren. En daarbij kunnen best eens politieagenten van de Los Angeles Police Department betrokken zijn geweest.

Het is inmiddels een klassiek verhaal geworden: over Tupac en Biggie, twee rappers die door hun dood voorgoed met elkaar zijn verbonden. Die tragedie wordt hier nog eens van extra details en context voorzien. Zonder dat dit tot wezenlijk nieuwe inzichten leidt.

Monsters Inside: The 24 Faces Of Billy Milligan

Netflix

De diagnose meervoudige persoonlijkheidsstoornis – of de hedendaagse benaming: dissociatieve stoornis – kan doorgaans op scepsis rekenen. Zeker als die wordt ingezet als verklaring voor criminele uitspattingen van de patiënt. Dan duurt het nooit lang voordat iemand ‘onzin!’ roept. Of: ‘geweldige acteerprestatie!’

Bij Billy Milligan, in 1977 opgepakt omdat hij enkele vrouwen zou hebben verkracht op de Ohio State-universiteit, ging dat natuurlijk niet anders. Was dit een truc van zijn verdediging of een zinsbegoocheling van nét iets te gewillige zielenknijpers? Of was er daadwerkelijk iets aan de hand met de 23-jarige Amerikaan, die toen al een aanzienlijke psychiatrische historie had? En waren al die persoonlijkheden dan inderdaad onderdeel van een overlevingsstrategie – net als bij de hoofdpersoon van de toenmalige bestseller Sybil – waarmee extreem trauma uit zijn verleden onschadelijk moest worden gemaakt?

In Monsters Inside: The 24 Faces Of Billy Milligan (242 min.) probeert Olivier Megaton door dat woud van persoonlijkheden te waden. Hij maakt die zichtbaar door bij oude interviewfragmenten van Billy te titelen welke persoon er wanneer aan het woord is. Ragen bijvoorbeeld, de agressor met het Joegoslavische accent. De verlegen negentienjarige lesbienne Adalana. Of Engelsman Arthur, die de boel op de één of andere manier bij elkaar probeert te houden. Als al die verschillende figuren, met elk hun eigen functie en risico’s, daadwerkelijk bestaan in één enkele persoon, dan moet die wel ontoerekeningsvatbaar zijn. En in dat geval – logische conclusie – ligt niet gevangenisstraf maar therapie voor de hand.

Megaton ontleedt de zaak rond/tegen Billy Milligan met zijn broer Jim en zus Kathy, jeugdvrienden en juristen, psychiaters en begeleiders die betrokken waren bij het psychiatrische onderzoek, de strafzaak of z’n behandeling. En natuurlijk ontbreekt ook de schrijver niet die als een gier op zo’n bijzonder geval duikt, om het vervolgens helemaal af te kluiven. Om het unheimische karakter van de hele geschiedenis te benadrukken interviewt de documentairemaker hen bovendien stuk voor stuk in een sinister ogende setting. Niet thuis in een ontspannen atmosfeer of juist binnen een professionele context, maar in een lege kerk, een verlaten cellencomplex of een fabriekshal waar de verf van de muren afbladdert.

Het is en blijft tenslotte true crime. Een genre dat ook gedijt bij nét iets te donkere gedramatiseerde scènes, een duistere soundtrack en slim geplaatste cliffhangers. Ook daarin stelt Monsters Inside niet teleur. Deze vierdelige serie melkt alleen de bizarre levenswandel van Billy Milligan soms wel erg opzichtig uit, maar geeft tegelijkertijd ook interessante achtergrondinformatie over de discussie rond de meervoudige persoonlijkheidsstoornis en hoe die zich sindsdien heeft ontwikkeld. Daar zit ook de meerwaarde van deze diepe duik in de valkuilen dan wel doortrapte streken van de menselijke geest.

Raising A School Shooter

Na zedendelinquenten (Pervert Park, 2014) en ouders die (mede)schuldig zijn aan de dood van hun kind (Death Of A Child, 2017) rondt het Deense echtpaar Frida en Lasse Barkfors z’n trilogie over sociale stigma’s af met alweer een hartbrekende film: Raising A School Shooter (69 min.).

Op 20 april 1999 richtte Sue Klebolds zeventienjarige zoon Dylan samen met klasgenoot Eric Harris een bloedbad aan op de Columbine High School in Colorado. ‘Ze hadden de bedoeling om iedereen op school te doden en de school zelf te verwoesten’, zegt Sue. ‘En als ik ergens in dit proces iets van dankbaarheid kan voelen, dan is het over het feit dat dat is mislukt.’ Dylan en Eric doodden uiteindelijk twaalf studenten en een leraar. En meer dan twintig mensen raakten gewond voordat het dodelijke tweetal de hand aan zichzelf sloeg.

Andy, de vijftienjarige zoon van Jeff Williams, trok op 5 maart 2001 een spoor van vernieling door de Santa Fe High School in Californië. Hij liet twee doden, dertien gewonden en een ontredderde vader achter. Met al even snode plannen betrad Clarence Elliots zestienjarige zoon Nicholas op 16 december 1988 de Atlantic Shores Christian School in Virginia. Hij droeg drie brandbommen, een semiautomatisch pistool en tweehonderd kogels bij zich. Zo bezien bleef de schade beperkt: een dode en een gewonde leraar. En een jongen die voor de rest van zijn leven de gevangenis inging.

De daden van hun kinderen werden de ouders zwaar aangerekend. Natuurlijk. Want zo gaat dat: ook voor ogenschijnlijk irrationele daden zoeken we rationele redenen. De opvoeding, daaraan moest het dus wel liggen. En daarmee moesten zij, ouders die de ellende ook op geen enkele manier aan hadden zien komen, maar zien te dealen. Naast het rouwproces dat ze sowieso al doormaakten: ontkenning, teleurstelling, onbegrip, schuldgevoelens, woede en acceptatie.

Die komen in deze stemmige vertelling stuk voor stuk uitgebreid ter sprake en worden door Frida en Lasse Barkfors gepaard aan intieme beelden van het huidige bestaan van hun protagonisten, die nog altijd dagelijks het gewicht met zich meetorsen van de onbegrijpelijke daden van hun kind. Dat vraagt immens veel van een mens. Zoals Sue Klebold het naar haar zoon Dylan verwoordde tijdens diens uitvaart: help het me begrijpen! ‘En dat is inderdaad de missie van mijn leven geworden.’

Blood Brothers: Malcolm X & Muhammad Ali

Netflix

Cassius Clay zou het gaan opnemen tegen Sonny Liston. Malcolm X zag zijn kans schoon. Clay kon de Nation Of Islam heel veel nieuwe volgers bezorgen. En daarmee zou Malcolm, die in onmin was geraakt met de geestelijk leider Elijah Muhammad, zijn positie in de organisatie kunnen herstellen of zelfs versterken. In februari 1964 ging Malcolm X dus met zijn complete gezin op bezoek bij Cassius Clay om hem succes te wensen. De foto’s zouden al snel in alle kranten staan.

Nu moest Clay alleen nog even Liston tegen de touwen slaan en de wereldtitel boksen in het zwaargewicht opeisen. Er was alleen niemand die daarin geloofde. Deze praatjesmaker, bijgenaamd The Louisville Lip, zou zonder enige twijfel het onderspit delven tegen de imposante titelverdediger Sonny Liston. Even later zou dan ook Malcolm X definitief in het stof bijten. Het liep helemaal anders: Cassius Clay won, bekeerde zich vervolgens tot de islam en veranderde zijn naam in Muhammad Ali. Malcolm zou daarvan echter nauwelijks profiteren. Binnen een jaar was hij dood, de machtsstrijd met Elijah Muhammad was hem letterlijk fataal geworden.

De documentaire Blood Brothers: Malcolm X & Muhammad Ali (96 min.) concentreert zich op de relatie tussen de twee trotse zwarte Amerikanen, die zich in die jaren, samen met Martin Luther King, ontwikkelden tot de meest uitgesproken pleitbezorgers van Zwart Amerika. Gedurende enkele jaren onderhielden zij een relatie die voor beiden profijtelijk leek. Totdat hun vriendschap grondig werd verziekt door de vuile oorlog binnen de Nation Of Islam. Regisseur Marcus A. Clarke laat die geschiedenis herleven met familieleden, vrienden en biografen van Ali en Malcolm en inkaderen door zwarte opinieleiders zoals Cornel West, Al Sharpton en Julius Garvey, de zoon van de vermaarde burgerrechtenpionier Marcus Garvey. Clarke kleedt hun herinneringen en statements natuurlijk aan met fraai archiefmateriaal en verbindt dat dan weer met een lekker jazzy soundtrack.

De levensverhalen van Malcolm X en Muhammad Ali zijn al talloze malen verteld en zullen nog talloze malen worden verteld. Deze stevige documentaire onderscheidt zich echter van vrijwel alle Ali-portretten door het nagenoeg ontbreken van boksbeelden, terwijl films over/met Malcolm X doorgaans minder aandacht besteden aan diens geslepenheid en opportunisme. De focus op hun onderlinge relatie, die overigens ook al een prominente rol speelt in de fijne misdaadserie Godfather Of Harlem, betaalt zich aan het eind van Blood Brothers bovendien nog eens extra uit als de oude bokser toch wel spijt blijkt te hebben gekregen van enkele verbale opdoffers die hij aan zijn vermoorde vriend heeft uitgedeeld.

Rudi – Achtervolgd Door 9/11

Videoland

‘Ik zeg altijd: 9/12 is mijn 9/11’ vertelt Rudi Dekkers over de terroristische aanslagen van 11 september 2001. ‘Het was voor mij een ver van mijn bed-show op dat moment. Want wie had er nou de indruk dat ik ermee te maken zou hebben?’ En toen stonden er, een dag nadat twee ‘kisten’ de World Trade Centers-torens waren binnenvlogen, ineens FBI-agenten voor de deur bij Dekkers’ vliegschool in Florida. Ze wilden enkele dossiers inzien. De Nederlander wist direct over welke klanten ze meer informatie wilden hebben: Mohamed Atta en Marwan El Shehhi.

De Al-Qaeda-terroristen hadden hun vliegbrevet gehaald bij Huffman Aviation in Venice. En dat namen veel gewone Amerikanen de eigenaar kwalijk, vertelt die in Rudi – Achtervolgd Door 9/11 (111 min.). Rudi Dekkers voelde zich uitgekotst door het land van de onbegrensde dromen, waar hij in de jaren negentig naartoe was geëmigreerd. En nieuwe klanten kwamen er ook niet meer. Waardoor eerst zijn bedrijf op de fles ging en daarna zijn huwelijk stukliep. Rudi werd volgens eigen zeggen ‘destroyed’ door 9/11. Hij bleef uiteindelijk volledig berooid achter, woedend op de ‘government’.

Toen kennissen van zijn nieuwe geliefde hem vroegen of hij eens van Houston naar Miami of North Carolina wilde vliegen, rook de Nederlander direct onraad. Hij zat echter ‘compleet aan de grond’ en stemde dus tóch toe. ‘Eerlijk gezegd was Rudi geen goede crimineel’, zegt zijn advocaat John T. Floyd daar nu over. ‘Dit was de eerste keer dat hij bij zoiets betrokken was. En hij heeft zijn sporen bepaald niet goed uitgewist.’ Rudi Dekkers vroeg om problemen en kreeg ze dus ook, eerst met justitie en later in de gevangenis.

In deze driedelige serie laat hij zich kennen als een stronteigenwijze man, die nog altijd achter zijn eigen keuzes lijkt te staan. Hoe verkeerd die soms ook zijn uitgepakt. Omdat hij nu eenmaal op ‘zwart zaad’ zat of met zijn rug ‘ín de muur’ stond. En dat is nog veel erger dan tégen de muur! Regisseur Alessio Cuomo laat zijn hoofdpersoon helemaal leeglopen, stut diens relaas met interviews met een persoonlijke vriend, zijn ghost writer, een FBI-agent en de Nederlandse correspondent Max Westerman en laat er uiteindelijk ook, via zijn zoon, enkele flinke kanttekeningen bij plaatsen.

Een logisch en compleet verhaal wordt dit – ondanks, of door, een overdaad aan sterke verhalen, dikke muziek en slow motion-sequenties – uiteindelijk niet. Waarbij het ook de vraag is of de gebeurtenissen op 9/11 en de nasleep daarvan, gecombineerd met ‘s mans moeilijke jeugd, werkelijk een verklaring vormen voor Dekkers’ aanvaringen met de wet. Doordat Cuomo allerlei tijdsprongen maakt, zijpaden bewandelt en losse eindjes achterlaat wordt zijn betoog soms echt onsamenhangend. Zelfs nieuwe informatie over Rudi’s rol in het onderzoek naar 11 september, helemaal aan het eind van de serie geoffreerd, slaat daarom een beetje dood.

Amanda Knox

Netflix

Ben je eigenaar van je eigen verhaal? En kun je dat op de één of andere manier afdwingen? Zulke vragen stelde Amanda Knox onlangs in een vlijmscherp essay bij de bioscooppremière van Stillwater. In promotie-interviews vertelde regisseur Tom McCarthy namelijk dat die speelfilm ‘geïnspireerd was door de Amanda Knox-saga’. De inmiddels 34-jarige Amerikaanse uitwisselingsstudente zat bijna vier jaar in een Italiaanse cel vanwege de moord op haar Britse huisgenote Meredith Kercher in 2007.

Knox werd uiteindelijk vrijgesproken, het verhaal bleek echter te smeuïg om volledig te verdwijnen. Zoals die ene affaire Monica Lewinsky altijd zal blijven achtervolgen (binnenkort weer in de vorm van de tv-serie American Crime Story). En ‘de klusjesman’ Michaël de Jong altijd zal worden geassocieerd met de Deventer moordzaak (een pijnlijke kwestie die op dit moment wordt aangekaart in de bejubelde speelfilm De Veroordeling). Hun leven lijkt te zijn gereduceerd tot één enkele kwestie, die ook nog van ons allen is geworden.

In 2016 is er een documentaire gemaakt over de gewelddadige dood van Meredith Kercher in een studentenflat in Perugia, waarvan haar huisgenote dus werd beschuldigd. Die heet… Amanda Knox (92 min.). Alsof die naam inderdaad niet meer van haarzelf is, maar simpelweg een codewoord voor een smakelijke moordzaak. Knox werkt overigens zelf mee aan de film. Het lijkt een poging om het initiatief weer in handen te krijgen bij wat dan inmiddels ‘a drug fuelled sex game’ wordt genoemd. In dat spel heeft zij de bijnaam Foxy Knoxy gekregen. Is zij dit nog? Gaat die enorme mediahype werkelijk over wat er zich in haar huis heeft afgespeeld? Of is dit nu eenmaal het grote gevaar van true crime, dat het sensatieverhaal altijd wint van de nuchtere feiten?

De documentaire van Rod Blackhurst en Brian McGinn laat haarfijn zien hoe de Amerikaanse studente een speelbal werd van de roddelpers. Deze zaak was niets minder dan ‘een geschenk uit de hemel’, bekent de Britse journalist Nick Pisa, die een net pak heeft aangetrokken voor het interview, zonder gêne. Van Knox werd een groteske karikatuur gemaakt. Sommige ‘onthullingen’ waren gewoon pure kolder. ‘Maar wat moeten we anders?’ vraagt Pisa hardop. ‘Als journalisten berichten we over wat we horen. Ik kan niet zeggen: wacht even, ik wil dat zelf eerst controleren. Hoe moet ik dat doen? En als de concurrent er dan eerder bij is, ben ik een primeur kwijt.’

Zulke persmuskieten kunnen zich waarschijnlijk nauwelijks voorstellen dat Amanda Knox zelf, als hoofdpersoon tegen wil en dank, totaal anders naar deze treurige kwestie kijkt. ‘Wat gaat ze doen met deze nieuwe bekendheid?, vraagt één van hen zich af nadat Knox is vrijgesproken. ‘Gaat ze een boek schrijven? Doet ze mee aan Dancing With The Stars?’ Binnen zo’n krachtenveld ben je als individu volstrekt kansloos en verdwijnt jouw persoonlijke relaas in het verhaal dat anderen ervan maken – en blijkbaar ook kunnen blíjven maken.

Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story

‘The dingo’s got my baby!’ Die ene zin zou de geschiedenis ingaan en meteen het lot van Lindy Chamberlain-Creighton bezegelen. De Australische vrouw was in 1980 met haar man Michael en hun kinderen aan het kamperen in het rotsachtige Uluru-gebied. En toen zou er dus een verwilderde hond zijn gekomen, die haar jongste dochtertje Azaria meenam. Het kind, negen weken oud, werd nooit meer gezien. In de tent bleef wel bloed achter. Even verderop werd een jumpsuit aangetroffen.

De tragische gebeurtenis, onder de noemer A Cry In The Dark verfilmd met Meryl Streep en Sam Neill (die tevens de voice-over voor deze docu verzorgt) veroorzaakte een enorme mediahype en zou uitmonden in een eindeloze stroom complottheorieën. Die smolten uiteindelijk samen tot één enkel uitgangspunt: Lindy, inmiddels de meest gehate vrouw van haar land, had haar eigen kind vermoord. Uitroepteken. Een jaar later werd ze officieel aangeklaagd. De veroordeling volgde snel: Azaria’s moeder, inmiddels alweer zwanger van een dochtertje, verdween levenslang achter slot en grendel.

Iedereen had kunnen bedenken dat dit een gerechtelijke dwaling moest zijn, zo betoogt Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story (148 min.), waarin de hoofdpersoon, haar kinderen en talloze betrokkenen veertig jaar na dato hun verhaal doen. Ontlastende verklaringen en bewijzen waren er volop, waaronder berichten over aanvallen van zeer agressieve dingo’s in dezelfde omgeving. Maar Barbertje, lid van een sowieso al gewantrouwde kerkgemeenschap, moest hangen. Enne… ‘the dingo was framed’.

Hoewel dit drama zich begin jaren tachtig afspeelde, voelt deze tweedelige documentaire opvallend actueel. Nuchter legt regisseur Mark Joffe allerlei mechanismen bloot, die we wellicht eerder associëren met het huidige tijdsgewricht, van nepnieuws, wappies en trial by social media. De zaak Azaria Chamberlain, die ook onmiskenbaar gelijkenissen vertoont met de dramatische verdwijning van de Britse peuter Madeleine McCann, toont evenwel aan dat een blind volksgericht van alle tijden is en echt geen algoritmen nodig heeft.

Shiny_Flakes: The Teenage Drug Lord

Netflix

‘Shiny_Flakes’ had er lol in om aan elke zending enkele gummibeertjes toe te voegen. Spielerei. Zoals die hele handel in marihuana, XTC en cocaïne ook was begonnen. Maximilian Schmidt verdiende er goud geld mee, maar daar was het hem volgens eigen zeggen helemaal niet om te doen. De Duitse computernerd wilde vooral kijken waarmee hij kon wegkomen. En dat bleek behoorlijk veel. Toen hij na bijna anderhalf jaar tegen de lamp liep, dreef de jongen een levendige online-winkel in drugs en medicijnen. Zijn moeder had intussen geen idee wat hij al die tijd in zijn tienerkamer had uitgespookt.

‘Heb je je nooit schuldig gevoeld?’ wil regisseur Eva Müller weten van de twintiger, die met een spottende blik tegenover haar heeft plaatsgenomen in Shiny_Flakes: The Teenage Drug Lord (97 min.). ‘Waarover?’ antwoordt hij uitdagend lachend. ‘Dat je anderen verslaafd of ziek maakte?’ Maximilian, veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf, denkt er nog eens over na: ‘Ik voelde me niet schuldig dat het iemand schade toebracht, want mijn gedachtegang was: als ik het niet doe, dan doet een ander het wel.’

In een replica van zijn oude kamer werkt de jongen mee aan een reconstructie van zijn misdaadcarrière, die tevens de inspiratie vormde voor de populaire Netflix-serie How To Sell Drugs Online (Fast). Trots en ogenschijnlijk zonder enige vorm van wroeging blikt hij terug op z’n periode als negentienjarige drugsbaron. Zijn beweringen worden daarnaast bevestigd en soms ook weersproken door zijn advocaat, de leider van het politieonderzoek, officier van justitie, psychiater en een echtpaar dat hem als puber leerden kennen bij een bijbaantje als kelner in hun restaurant.

Ook daar dacht hij iedereen te slim af te zijn. Hij ging er ook naar handelen. Net als in zijn dubieuze winkeltje, waarvoor hij netjes een Excelbestand met alle klanten en leveringen aanmaakte. Hoogmoed? Zeker. En die mag doorgaans dan voor de val komen – ditmaal in de vorm van een bruuske politie-inval – maar het zou zomaar kunnen dat misdaad uiteindelijk tóch loont. Want is al het geld dat hij met die 13.000 zendingen heeft verdiend inmiddels daadwerkelijk ingevorderd?

En zou ‘Shiny_Flakes’, een jongen die elke kritische vraag of opmerking van Müller moeiteloos van zich af laat glijden, werkelijk bereid zijn om zijn leven te beteren? Die vraag wordt uiteindelijk beantwoord in de enerverende slotakte van deze straffe film, die Schmidts handel en wandel smakelijk uitserveert in een gestileerde setting.

De Villamoord – Seizoen 2

KRO-NCRV

Niet minder dan 44 afleveringen van zijn misdaadprogramma wijdde Peter R. de Vries ooit aan de zogenaamde Puttense moordzaak. Totdat de geruchtmakende moord op Christel Ambrosius echt he-le-maal was uitgeplozen en de naam van de onterecht veroordeelde zwagers Herman du Bois en Wilco Viets definitief gezuiverd.

Met het wederom drie afleveringen tellende tweede seizoen van de true crime-serie De Villamoord (143 min.) is Joost van Wijk inmiddels zes afleveringen onderweg met het onder de aandacht brengen van een andere zaak: de gewelddadige dood van een 63-jarige villabewoonster uit Arnhem in 1998. Dat zou ook zomaar een gerechtelijke dwaling kunnen zijn – al wil de Hoge Raad daar (voorlopig) nog niet aan.

Waar de documentairemaker zich in het eerste seizoen van De Villamoord vooral concentreerde op de intimiderende politieverhoren, een valse bekentenis die daaruit voortkwam en het schrale fysieke bewijs op basis waarvan hoofdverdachte Nefzat Altay en acht andere mannen uiteindelijk werden veroordeeld, zoomt hij in dit vervolg nadrukkelijk uit naar het criminele circuit van Arnhem.

In het beruchte Spijkerkwartier hielden de veelal Turkse mannen zich bezig met de handel in heroïne en is waarschijnlijk ook het antwoord te vinden op de vraag waarom juist zij als daders van de moord zijn aangemerkt. In het bijzonder bij ‘straatagent’ Henk Evers en het zogenaamde Dotterteam, dat destijds de welig tierende drugscriminaliteit te lijf ging.

Hoewel de nieuwe afleveringen dezelfde strafzaak behandelen – en de sfeer en toonzetting vergelijkbaar zijn, de muziekkeuze vertrouwd smaakvol is en verteller Stefan Stasse de bevindingen weer met net zoveel bravoure uitserveert – worden die geen herhaling van zetten. Ze bevatten bijvoorbeeld een keur aan nieuwe bronnen: enkele nog niet eerder geïntroduceerde verdachten, (anonieme) getuigen en opvallend kritische rechercheurs die toentertijd betrokken waren bij het politieonderzoek.

Aan Eline, een kennis van het slachtoffer die de fatale avond in de villa op wonderbaarlijke wijze overleefde, wordt ditmaal zelfs helemaal geen aandacht besteed. Van Wijk concentreert zich op het ontrafelen – en daarmee onderuit halen – van de strafzaak tegen de negen veroordeelde mannen. Met als onderliggende vraag: leed het team van de omstreden onderzoeksleider Ad Baars, die zelf niet aan de serie wil meewerken, aan tunnelvisie? Of was er meer aan de hand?

Dat betoog legt (wederom) allerlei zwakke plekken (of zelfs ernstige misstanden) in het politieonderzoek bloot, maar wordt tijdens het secuur uitpluizen van het onderzoek soms ook wat praterig en stroperig. Joost van Wijk waagt zich verder niet aan wat er dan wél kan zijn gebeurd als de veroordeelden inderdaad onschuldig zouden blijken te zijn. Na twee seizoenen heeft de serie daardoor nog altijd meer vragen opgeworpen dan beantwoord. Wordt dus ongetwijfeld weer vervolgd.

Hoeveel afleveringen van De Villamoord er nog moeten komen? Peter R. zou het wel weten: totdat onomstotelijk vaststaat wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is. En geen seconde eerder.

Myth & Mogul: John DeLorean

Netflix

‘Als je een tijdmachine wilt maken van een auto, dan kun je ‘t maar het beste in stijl doen, niet?’ zegt uitvinder Doc Brown tegen de blitse tiener Marty McFly, gespeeld door Michael J. Fox, in de klassieke speelfilm Back To The Future (1985). Samen gaan ze met de DeLorean, verrijkt met een door Brown ontworpen ‘Flux Capacitor’, terug in de tijd reizen.

Een beter uithangbord kon een nieuwe autofabrikant zich natuurlijk niet wensen. John DeLorean, bedenker en naamgever van het übercoole voertuig, wreef zich ongetwijfeld in de handen: zijn jongensdroom, een eigen sportauto, werd nu definitief onderdeel van de populaire cultuur. En hij, de voormalige ingenieur van General Motors in Detroit, kon intussen doorgaan voor een absolute topondernemer.

‘s Mans luchtfietserij was echter voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door Brits overheidsgeld. Daarom vestigde DeLorean zijn fabriek eind jaren zeventig ook in West-Belfast, waar het Noord-Ierse conflict niet alleen voor doden en gewonden, maar ook voor enorme werkeloosheid had gezorgd. In de autofabriek kwam een aparte ingang voor katholieken en protestanten, die voor het eerst gezamenlijk aan één product gingen werken. Maar of die droom werkelijk levensvatbaar was?

In de gedegen driedelige serie Myth & Mogul: John DeLorean (132 min.) ontrukt documentairemaker Mike Connolly de man en zijn verhaal aan de vergetelheid. De Messiaanse autofabrikant – ziener of toch charlatan? – werd al eerder geportretteerd in een documentaire, DeLorean (1981) van het legendarische direct cinema-duo D.A. Pennebaker en Chris Hegedus. Toen werd hij nog beschouwd als de Elon Musk van zijn tijd. Veertig jaar later is er van dat blitse imago weinig meer over.

Samen met zijn zoon Zach en ex-vrouw Cristina en lieden die gedurende zijn turbulente levenswandel z’n pad kruisten, zoals schrijfster Gail Sheehy, journalist Jeremy Paxman en politicus Michael Heseltine, schetst Connolly de opkomst en (onvermijdelijke) ondergang van de man die zich rustig van slinkse methoden bediende om zijn eigen droom te kunnen verwezenlijken.

Memories Of A Murderer: The Nilsen Tapes

Netflix

‘Normaal gesproken heb je bij een moord een slachtoffer en ga je op zoek naar de moordenaar’, stelt rechercheur Steve McCusker. ‘In dit geval hadden we een moordenaar, maar hij wist niet wie de slachtoffers waren.’

In de flat en voormalige woning van Dennis Nilsen in Londen had de politie in 1983 de lijken van diverse jonge mannen aangetroffen. Het waren er in totaal vijftien of zestien volgens de man des huizes, werkzaam als leidinggevende bij het plaatselijke arbeidsbureau. Een schrikbarend aantal, dat op een naargeestige manier deed denken aan de bijna dertig dode jongens die waren gevonden in de kruipruimte onder de woning van de beruchte Amerikaanse seriemoordenaar John Wayne Gacy.

Nilsen wilde best over zijn daden vertellen, hoor, maar kon zich de details écht niet meer voor de geest halen. Herinneringen had de voormalige politieman niettemin genoeg, zo bleek later. In zijn gevangeniscel vertrouwde hij die met liefde en plezier toe aan een serie cassettebandjes. Ze hebben nu hun weg gevonden naar Memories Of A Murderer: The Nilsen Tapes (85 min.). ‘Ik ben een man’, zegt Dennis Nilsen daarop. ‘Geen monster. Raar, hè?’

Was de man knettergek of oerslecht? Regisseur Michael Harte probeert er de vinger achter te krijgen via interviews met politieagenten, nabestaanden, collega’s en zijn advocaat en benadrukt verder het duistere karakter van diens verhaal met onthullend archiefmateriaal, unheimische gestileerde beelden en onheilszwangere muziek. Het resultaat is stemmig, onrustbarend en niet al te cheap en behoort tot de betere exemplaren die de lopende band van seriemoordenaarsdocu’s in de afgelopen jaren heeft afgeleverd.

Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami

Netflix

Het waren getapte jongens, Sal Magluta en Willy Falcon. In hun powerboats maakten ze in de jaren tachtig zo’n beetje onderling uit wie er met het Amerikaanse kampioenschap vandoor ging. En zoals dat gaat bij dit soort onweerstaanbare schelmen waren er in hun aanwezigheid altijd feestjes, mooie vrouwen en drugs. Cocaïne, om precies te zijn. Waar de twee Cubaanse Amerikanen dan weer zelf op grote schaal in handelden.

Als eerste generatie-immigranten hadden ze aan den lijve ondervonden wat armoe was, vertellen familie, vrienden en collega’s in de zesdelige serie Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami (272 min.). En dus kon je het Sal en Willy toch moeilijk verwijten dat ze gevoelig waren voor het snelle geld? Daarbij gedroegen ze zich overigens netjes, hoor: het olijke duo uit ‘The Sunshine State’ Florida hield zich altijd ver van geweld.

Tenminste, tótdat de grond hen echt te heet onder de voeten werd. Toen ze in de jaren negentig voor de rest van hun leven in de cel dreigden te verdwijnen, lieten hun advocaten in een juristen- en gevangenistijdschrift een lijst met potentiële getuigen van justitie publiceren. Die werden rücksichtslos uit de weg geruimd. It’s all in a day’s job for cocaine cowboy (die het appartement waar ze gingen feesten doodleuk ‘Scarface‘ noemden).

En regisseur Billy Corben laat alle ‘muchachos’, gangsterliefjes, consiglieres en domme krachten in deze pastiche op Miami Vice, The Sopranos en Narcos nu gewoon lekker leeglopen. Kritische kanttekeningen blijven achterwege. Hij voorziet hun sterke verhalen liever van kekke montagetrucs, popi humor en – natuurlijk – een overload aan latin-muziekjes, onderbroken door een enkele eighties-klassieker.

Want het moet natuurlijk wel leuk blijven, zo’n trip nostalgia door de gouden jaren van de cokebusiness. Gaandeweg krijgt Cocaine Cowboys een iets grimmiger karakter, als het politieonderzoek naar en de rechtszaken tegen de drugsbaronnen en hun trawanten de aandacht beginnen op te eisen. Deze gladde miniserie verzuimt echter om hun wereld écht bloot te leggen en blijft daardoor aan de, weliswaar best vermakelijke, oppervlakte steken.

25 Jaar Foute Vrienden

NTR

Ruim 25 jaar documenteert Roy Dames nu al de levens van enkele vrije jongens uit Amsterdam-Oost, die voortdurend op het slappe koord tussen onder- en bovenwereld balanceren. Dat resulteerde in drie documentaires, die gezamenlijk een zwaar dooraderd portret van de onderkant van de hoofdstedelijke penoze schetsen: Ik Ben Jantje (1994), Vrienden Voor Het Leven (2000) en Foute Vrienden (2010).

In de driedelige serie 25 Jaar Foute Vrienden (150 min.) maakt Dames, die als maker sowieso graag aan de zelfkant lijkt te bivakkeren, opnieuw de balans op met Verbrande Herman, Rooie Jos en Jantje van Amsterdam. Ze zijn inmiddels dik in de zestig en getekend door het leven dat ze hebben geleid. Doordat hij hen nu al zo lang volgt – ook, of juist, op de momenten dat het tegenzit – dringt Dames echt door tot het wezen van zijn hoofdpersonen. De vierde Foute Vriend, Dikke Bob, wordt door hem ook nog altijd behandeld als hoofdpersoon. Ook al ligt die toch echt al ruim vijftien jaar onder de groene zoden.

Net als bij de Britten die sinds 1964 elke zeven jaar opnieuw worden opgezocht voor de befaamde Up-serie, zijn de Mokummers uitgegroeid tot het soort kennissen waarvan kijkers eens in de zoveel tijd willen weten hoe het hen is vergaan. Vaste ‘fans’ moeten daarbij dan op de koop toenemen dat sommige spraakmakende scènes uit het verleden (zoals de volledig ontsporende ruzies tussen Jantje en zijn vrouw Hermien, Hermans afranseling van een vermeende pedofiel en de autodiefstal door Jos en Bob) opnieuw een prominente plek in de vertelling hebben gekregen.

Die gebeurtenissen worden associatief met het heden verbonden en vormen zo nu en dan aanleiding voor bescheiden reflectie. Want Dames is er de man niet naar om zijn subjecten aan een ethisch vragenvuur te onderwerpen of te dwingen tot diepgaand zielzoeken. Hij benadert hen empathisch – als de vriend die hij, de ‘katholieke ex-student uit Beverwijk’ – zo graag wil zijn voor hen. Voor kerels die het klappen van de zweep kennen en die er zelf ook flink van langs hebben gekregen.

Foute Vrienden portretteert de ‘bloedgabbers’ in de herfst van hun levens, die uiteindelijk weinig echte zomers lijken te hebben gekend. Jantje is tegenwoordig meer van de woorden dan van de daden, de socio Jos probeert ogenschijnlijk op het rechte pad te blijven en nurkse Herman (‘Alleen al om bepaalde mensen te treiteren, blijf ik leven gewoon’) wil in het reine komen met zijn volwassen dochter, die zelf ook een woelig bestaan heeft geleid. Zo maken ze elk, onnadrukkelijk en zonder al te veel sentiment, de balans op: wat heeft hun leven opgeleverd en wat heeft dit gekost? Ofwel… loont misdaad?

Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía?

Netflix

‘Kijk, als ze me zouden vermoorden en ik m’n beroemde laatste woorden kon zeggen‘, vertelt Manuel Buendía op een geluidsopname, ‘zou ik alleen zeggen: ik heb het verdiend.’ 

In zijn columns nam de Mexicaanse journalist nooit een blad voor de mond. In felle bewoordingen kaartte hij misstanden of corruptie aan. Het leverde hem talloze vijanden op, ook bij Mexico’s drugskartels. Dat kon niet goed aflopen. En dat deed het ook niet. Op woensdag 30 mei 1984 werd Buendía geliquideerd, toen hij op weg was naar zijn auto. Zijn dood veroorzaakte een schokgolf in het Midden-Amerikaanse land, dat één van zijn meest kritische stemmen verloor.

In Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía? (100 min.) onderzoekt documentairemaker Manuel Alcala de geruchtmakende moord, die onvermijdelijk vergelijkingen oproept met de aanslag op de Nederlandse misdaadjournalist Peter R. de Vries. Waar die liquidatie waarschijnlijk puur op het conto van de georganiseerde misdaad kan worden geschreven, leken onder- en bovenwereld in het Mexico van Buendía helemaal met elkaar verweven.

Vrienden, collega’s, politieagenten en medewerkers van inlichtingendiensten leggen bijvoorbeeld het verband met de gewelddadige dood van Kiki Camarena, een undercoveragent van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (die ook in de televisieserie Narcos Mexico een prominente rol speelde). Wat was Buendía op het spoor gekomen, dat hem uiteindelijk op vier laffe kogels in zijn rug kwam te staan? En wie zag in de journalist een bedreiging of wilde via hem juist publiekelijk zijn barbaarse punt maken?

Na die gruwelijke daad klinken in deze degelijke documentaire, met veel pratende hoofden en scherpe citaten uit Buendía’s columns, woorden die inmiddels vertrouwd aandoen. ‘Het was een misdaad tegen heel Mexico, het was niet alleen gericht tegen één man, meent een geschokte man. ‘Maar de ideeën, vrijheid en waarheid zullen blijven bestaan, ongeacht of ze dappere mannen zoals Manuel Buendía vermoorden.’ 

Je kunt het ook hem bijna horen zeggen: on bended knee is no way to be free.