The Children In The Pictures

BNNVARA

Het is een gruwelijke lakmoesproef. Nadat de undercoveragenten van de taskforce Argos de online identiteit van een kindermisbruiker hebben aangenomen en zijn geïnfiltreerd in hun internationaal opererende netwerk, volgt onvermijdelijk de vraag: kun je eens wat delen? Niet reageren is geen optie. Dan worden de banden onmiddellijk doorgesneden. En dus verlagen ze zich noodgedwongen tot zo’n beetje het walgelijkste waartoe een mens in staat is en klikken vervolgens op verzenden, met een luchtig berichtje erbij: Geniet ervan.

Met zulke omstreden infiltraties proberen rechercheur Jon Rouse, het Australische hoofd van de toonaangevende taskforce, en zijn Britse collega Paul Griffiths wereldwijd netwerken op te rollen en kinderen te redden van misselijkmakend misbruik. Daarmee is de kous dan overigens nog niet af. Jaren nadat ze zijn bevrijd kunnen er nog steeds foto’s of filmpjes van hen rondgaan op het dark web. ‘De seksuele uitbuiting van die kinderen gaat door lang nadat ze gered zijn’, vertelt Warren Bulmer, een Canadees lid van de taskforce Argos. ‘En zij moeten daar hun hele leven mee omgaan.’

In de schokkende documentaire The Children In The Pictures (80 min.) van Akhim Dev en Simon Nasht leggen de gedreven rechercheurs tot in detail uit hoe ze aan het begin van deze eeuw, tijdens een onderzoek genaamd Operation Achilles, infiltreren bij het netwerk ‘The Group’. Onder de schuilnaam ‘Red_Rocket’ jagen ze daar bijvoorbeeld twee jaar lang op een specifieke ‘producent’. Hij levert al jaren achter elkaar afzichtelijk beeldmateriaal van één enkel meisje, ‘Girl One’ gedubd, dat letterlijk voor de camera opgroeit. Het geweld in de filmpjes lijkt bovendien ernstig te escaleren.

Terwijl ze de identiteit weten vast te stellen van verschillende deelnemers aan het netwerk, waaronder een Nederlander met de bijnaam ‘Thunderbird’, en zo langzamerhand willen overgaan tot arrestaties, lukt het Rouse en zijn vakbroeders maar niet om de identiteit van Girl One en haar kwelgeest vast te stellen. Daardoor komen ze voor een duivels dilemma te staan: ze hebben nu de kans om een aantal notoire kindermisbruikers uit te schakelen, maar als ze dat doen raken Girl One en de man die haar misbruikt waarschijnlijk weer buiten beeld.

Van zulke keuzes liggen de gespecialiseerde rechercheurs, die dagelijks verschrikkelijke dingen (moeten) zien, nachten wakker. Behalve een afdaling in een bijzonder naargeestige schaduwwereld is deze unheimische film tevens een portret van hen, gedreven politiemensen die werkelijk door riemen en ruiten gaan voor de kinderen. Daarbij worden de omstandigheden steeds lastiger. De techniek staat, letterlijk, voor niets en faciliteert steeds grotere en geavanceerdere netwerken. Namen als The Love Zone, Child’s Play en Baby Corner laten weinig aan de verbeelding over.

En hoewel hun werk soms dweilen met de kraan vol open lijkt, sociale netwerken zoals TikTok (die kinderen stimuleren om selfies, ofwel: user generated content, te maken) alweer voor nieuwe uitdagingen zorgen en seksuele uitbuiting van kinderen sowieso het snelst groeiende zware misdrijf in de wereld is, blijven Rouse en zijn team op de één of andere manier optimistisch. ‘Zonder hoop zou ik niet naar m’n werk gaan’, zegt hij ferm, vast ook tegen zichzelf, in deze documentaire die niemand wil maar iedereen moet zien. Zolang de taskforce Argos maar één kind kan redden…

Midwives

Dogwoof

Waar verloskundige Hla simpelweg moeders en kinderen ziet, zien anderen in het overwegend boeddhistische land Myanmar slechts moslims. De verfoeide Rohingya, om precies te zijn. Een volk om te verdrijven of vertrappen. Zeker geen mensen die moeten worden geholpen bij het op de wereld zetten van nakomelingen.

‘De moslims in de provincie Rakhine zijn geen inwoners van Myanmar’, stelt generaal Min Aung-Hlaing, de leider van het leger dat het Aziatische land dan in z’n greep probeert te krijgen, tijdens een officiële speech. ‘Het zijn illegale immigranten. Er bestaat helemaal niet zoiets als een Rohingya-volk.’ Aung-Hlaing wil maar al te graag korte metten maken met deze uitvreters.

Hla’s jonge collega Nyo Nyo behoort zelf tot de vervolgde religieuze Rohingya-minderheid. Waarom zijn wij als moslims geboren in Rakhine? vraagt zij zich vertwijfeld af. Mensen zoals Nyo Nyo kunnen eigenlijk geen kant op. Toch probeert ze aan de zijde van de strenge Hla het vak van verloskundige te leren, zodat ze misschien ooit een eigen kraamkliniek kan openen.

Dat idee zorgt tevens voor spanningen in Midwives (91 min.), de observerende film waarin Hnin Ei Hlaing geduldig gadeslaat hoe Hla en Nyo Nyo aanstaande moeders bijstaan terwijl om hen heen de strijd steeds nadrukkelijker losbarst. Het is een treffend tafereel: terwijl de mannen dood en verderf zaaien, eren de vrouwen onverminderd het leven.

Daarmee vertegenwoordigen zij de hoop in Myanmar, dat inmiddels opnieuw is verworden tot een uiterst repressieve militaire dictatuur. Een land waar wanhoop weer de overhand heeft gekregen en Rohingya-kinderen, net geboren of niet, hun leven in elk geval niet zeker zijn.

Innocence

Autlook

Het pad naar volwassenheid loopt in Israël via het leger. Iedere achttienjarige wordt geacht om zijn dienstplicht te vervullen. Jongens drie jaar, meisjes twee. De voorbereiding begint echter al veel eerder, toont de Israëlische regisseur Guy Davidi, die zijn eigen diensttijd als traumatisch heeft ervaren, in Innocence (101 min.). Jonge kinderen leren op school bijvoorbeeld al dat groen de kleur van het leger is, worden aangemoedigd om tekeningen van soldaten of tanks te maken en krijgen voortdurend te maken met het gevaar dat hun volk bedreigt of heeft bedreigd.

Toch worstelen sommige Israëlische jongeren met de verplichting om militair te worden. Met homevideo’s en persoonlijke brieven, ingesproken door stemacteurs, introduceert Davidi enkele van deze soldaten tegen wil en dank. Zij twijfelen openlijk over hun dienstplicht – of kunnen hun weerzin daartegen nauwelijks onderdrukken. Het zal niet goed met hen aflopen, vertelt de filmmaker, die eerder als coregisseur betrokken was bij een verpletterende aanklacht tegen Israëls nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever (Five Broken Camera’s), er meteen bij.

‘Hier, in het leger, realiseer je je dat je twee opties hebt’, schrijft Ron Adler tijdens de vervulling van z’n dienstplicht bijvoorbeeld aan zijn ouders. ‘Een goede frontsoldaat zijn. Of een goed mens.’ Hij krijgt volgens eigen zeggen het zogenaamde ‘brothers in arms’-gevoel, dat schijnt te horen bij het leger, maar niet te pakken en schaamt zich intussen kapot wanneer collega’s dingen zeggen als: de enige goede Arabier is een dode Arabier. Dáár, tijdens het bereiken van de jaren des onderscheids, wil Adler maar zeggen, verliest Israëls jeugd collectief zijn onschuld.

Guy Davidi verbindt de zielenroerselen van zulke bezwaarde brievenschrijvers, en privéfilmpjes waarin zij ondertussen uitgroeien tot jongvolwassenen, met scènes van kinderen en tieners die worden klaargestoomd voor hun periode bij de krijgsmacht, trainingen van nieuwe rekruten en het uiteindelijke resultaat van dat vormingswerk: Israëls leger in actie. In deze wereld, met z’n druk om je ondergeschikt te maken aan het grotere ideaal of gemeenschappelijke belang, lijkt geen ruimte voor het vormen van een eigenstandig oordeel of ethische bezwaren. Iedereen loopt in de pas.

Het is een constructie die tot reflectie noopt: is een volk dat collectief onder de wapenen moet niet automatisch geneigd om bij conflicten ook zijn toevlucht tot die wapens te nemen? En hoe kan zo de vicieuze cirkel van geweld, waarin het land al sinds jaar en dag is verwikkeld, worden doorbroken?

A House Made Of Splinters

Kolya en Kristina / c: Final Cut For Real & Simon Lereng Wilmont

‘Dochter van me, waarom wil je me het graf in jagen?’ vraagt moeder als Eva haar, via de telefoon op de gang van de tijdelijke opvang, eindelijk weer eens aan de lijn heeft gekregen. ‘Ik zit hier in m’n eentje te huilen.’ Eva, een verweesd meisje van een jaar of tien dat veel te wijs is voor haar leeftijd, verblijft dan al enige tijd in A House Made Of Splinters (87 min.) te Lysytsjansk, zo’n twintig kilometer van de frontlinie in Oost-Oekraïne. Ze oogt ineens ongelooflijk eenzaam.

Het is haar tweede periode in Het opvanghuis, waar de oorlog zoveel mogelijk buiten de deur wordt gehouden. Eva’s vader is niet meer in leven. En haar moeder is soms dagenlang verdwenen als ze de strijd met de drank weer eens heeft verloren. Zij dreigt nu ook uit de ouderlijke macht te worden gezet. En dan moet Eva naar een weeshuis. Haar begeleider Marharyta probeert op de valreep nog een familielid of pleeggezin te vinden, waar het meisje terecht kan. Misschien wil Eva’s grootmoeder de voogd van het meisje worden?

Als het ene kind vertrekt, dient zich echter al snel weer een nieuw kind aan in deze aangrijpende film van Simon Lereng Wilmont (The Distant Barking Of Dogs). Hij heeft zich gedurende langere tijd in het opvanghuis genesteld en vangt vanuit die positie, met de ogen en het hart wijd open, ontzettend intieme taferelen. Van kinderen, terzijde gestaan door enkele liefdevolle begeleiders, die het samen moeten zien te rooien: stoeiend, knuffelend, dansend, klierend, spelend en troostend. Via hen wordt tevens zichtbaar wat de werkelijke schade is van al die disfunctionele families, gesloopt door oorlog, depressies en drank, altijd weer drank.

Als Kolya’s moeder, die ruikt naar alcohol, bijvoorbeeld op bezoek komt, maant ze het stoere joch om te stoppen met huilen. Hij is immers een man. En als zodanig draagt hij ook de verantwoordelijkheid voor een jonger broertje en zusje. Kinderen zoals zij mogen maximaal negen maanden blijven in de tijdelijke opvang. Daarna moet er een definitieve oplossing komen: terug naar huis, naar een pleeggezin of toch naar het kindertehuis van Vadertje Staat. Het kan zomaar betekenen dat Kolya en zijn broertje Zhenya en zusje Kristina straks uit elkaar worden gehaald.

Intussen heeft het vertederende meisje Sasha in het opvanghuis te Lysytsjansk vriendschap gesloten met een ander meisje, Alina. Als er voor haar een pleeggezin is gevonden, staat het kind met de gewonde ogen er ineens weer helemaal alleen voor. En dan is er speciaal bezoek voor Sasha, van iemand die wordt aangekondigd als ‘tante Lena’. Ligt daar misschien haar toekomst, bij een vriendelijke mevrouw waarvan ze nauwelijks meer weet dan dat ze in de buurt woont en een schattige teckel heeft?

Simon Lereng Wilmont observeert deze kwetsbare kinderen met zeer veel compassie en gevoel voor poëzie. Hij vindt bij hen kleine momenten – een telefoon die maar niet wordt beantwoord, een magisch spel met zeepbellen of een schoolbord dat beslist wordt schoongeveegd bijvoorbeeld – die door de setting een enorme betekenis krijgen, daardoor ongenadig op het gevoel werken en van A House Made of Splinters een buitengewoon aangrijpende film maken.

Een Gat In Mijn Hart

Omroep Zwart

Op die zondag in 1992 begon zijn leven. Van vóór die tijd kan hij zich niets herinneren. ‘Alleen maar wat er ná die dag kwam.’ Die dag was 4 oktober. Toen stortte een Boeing 747 van de Israëlische vliegtuigmaatschappij El Al neer op de Amsterdamse flats Groeneveen en Klein-Kruitberg. De Bijlmerramp.

De bekende rapper, acteur, dichter en activist Akwasi O. Ansah was nog maar een jongetje van vier toen het vrachtvliegtuig zich voor zijn ogen in de flatgebouwen boorde. Het is zijn eerste actieve herinnering. Hij mocht zijn indrukken destijds verwerken in de bundel Een Gat In Mijn Hart (48 min.), waarin kinderen uit de Bijlmer hun verhalen, gedichten en tekeningen over de ramp kwijt konden (en die nu fraai tot leven zijn gewekt met animaties).

Akwasi laat het boek dertig jaar later zien aan zijn dochtertje Nekaya, nu ook vier jaar oud. ‘Hier zie je papa’s mama en daar zie je brand’, vertelt hij haar. ‘Brand in het huis.’ Daarna maakt hij in deze persoonlijke documentaire, die werd geregisseerd door Olivier S. Garcia (Torso en Gewoon Boef), een rondgang door de omgeving waar hij de eerste jaren van zijn leven doorbracht. Na de ramp verhuisde hij met zijn gezin naar Osdorp, weg van de herinneringen.

Hij bezoekt zijn moeder en broer, de schooldirecteur die het boek bedacht, de rampjuf die drie jaar lang ouders en kinderen begeleidde in hun rouwproces en voormalige flatbewoners voor wie de Bijlmerramp een vormende ervaring was in hun jeugd. ‘Ik vind het niet leuk want het vliegtuig is neergestort’, leest één van hen uit het boek voor tijdens een groepsgesprek. ‘En misschien is Lisandra dood. En dat wil ik niet. Want Lisandra is mijn beste vriendin.’

Joey Jasien Khan was elf toen het vliegtuig zich in de flat Groeneveen boorde. Zijn vader raakte vermist. En hun huis werd naderhand, vanwege brand- en waterschade, onbewoonbaar verklaard. In zijn huidige woning hangt nog altijd een brokstuk van het vervloekte toestel aan de muur. ‘The Killer’ is erop geschilderd. ‘Je kan niet komen bij mij thuis zonder de Bijlmerramp te voelen en de verbinding te maken met het vliegtuig zelf.’

Zo maakt deze delicate film invoelbaar hoe de vliegramp – waarbij meer dan veertig mensen de dood vonden, waarvan een deel ongedocumenteerd was en nooit is geïdentificeerd – een half leven later nog altijd doorwerkt in het dagelijks bestaan van de Bijlmer-bewoners die er getuige of slachtoffer van werden. De ramp is nooit onderdeel geworden van hun verleden, maar nog altijd onlosmakelijk verbonden met wie ze nu zijn.

Je moet tot je door laten dringen wat het met je doet en dat accepteren, stelt Berthold Gersons, voormalig afdelingshoofd psychiatrie van het AMC ziekenhuis, tegen Akwasi. ‘Het klinkt heel raar, maar ik zou zeggen: koester het gat in je hart.’

Young Plato

Soilsiu Films

‘The Troubles’ mogen dan al enige tijd tot het verleden behoren. In de grauwe straten van Ardoyne, een arbeidersbuurt in de Noord-Ierse hoofdstad Belfast, zijn de tegenstellingen tussen loyalisten en republikeinen nog altijd overal zichtbaar. ‘End British internment of Irish republicans’, eist één van de vele kenmerkende muurschilderingen. En elders wordt een ode gebracht aan de gevallen strijders van de ‘Marrowbone Belfast Brigade’.

Het hier en nu kent dan weer zijn eigen problemen. ‘Parasite drug dealers leave our kids alone!’ schreeuwt een poster, met daarop een wel erg plastische injectiespuit. Binnen die harde omgeving probeert directeur (en Elvis-fan) Kevin McArevey van de Holy Cross Boys’ Primary School, zo’n man waarvan je stante pede gaat houden, zijn jongens met filosofielessen voor te bereiden op het leven. Hij laat hen denken. Over de wereld, de ander en zichzelf.

In Young Plato (99 min.) kijken Declan McGrath en Neasa Ní Chianáin, die eerder samen met David Rane het hartverwarmende School Life regisseerde) mee hoe hij de kinderen (en ook hun ouders) op een heel eenvoudige manier, met een filosofiebord, ideeënverzamelaar en socratische kring bijvoorbeeld, laat kennismaken met Aristoteles, Plato, en Seneca en zo aanzet tot (zelf)reflectie. Mag je ooit je woede koelen op een ander? vraagt hij bijvoorbeeld aan de jongens in schooluniform. Waarna er een genuanceerd groepsgesprek ontstaat.

McArevey confronteert hen tegelijkertijd ook met beelden van twintig jaar eerder, van heftige onlusten tussen katholieken en protestanten bij de Holly Cross Girls School. Geweld als ultieme consequentie van je niet willen of kunnen verplaatsen in de ander. Speels, met humor en recht voor zijn raap geeft McAvey zijn leerlingen, die natuurlijk af ten toe flink hun hoofd stoten, zo een plek om samen betere mensen te creëren en daarmee ook een betere wereld.

Young Plato wordt uiteindelijk een heel optimistische film, over de kracht van onderwijs. Een goede leraar kan daadwerkelijk het verschil maken. Óók – of júist – op beschadigde plekken zoals Belfast. Het zit allemaal vervat in een nieuwe muurschildering, op de plek waar ouders en kinderen elkaar voor en na school ontmoeten. Conor, één van McArevey’s jongens, is daarop afgebeeld als De Denker van Auguste Rodin, in schoolkostuum te midden van grote denkers.

‘To find yourself, think for yourself.’

Please Vote For Me

‘Wat betekent dat eigenlijk, democratie?’ vraagt Cheng Cheng. ‘Het betekent dat mensen de baas zijn over zichzelf’, antwoordt zijn stiefvader. Het achtjarige jongetje is één van de drie kinderen die zich kandidaat hebben gesteld om klassenvertegenwoordiger te worden. Hij zal het moeten opnemen tegen zijn klasgenootjes Luo Lei, het kind van twee politieagenten dat de functie nu twee jaar bekleedt, en Xu Xiaofei, de frêle dochter van een alleenstaande schoolmedewerkster.

Please Vote For Me (55 min.), dat wordt het motto voor de komende weken op de Evergreen-basisschool in de Chinese stad Wuhan. In een land waar nauwelijks ervaring is met democratie. De verkiezing is onderdeel van een experiment: hoe gedragen de kandidaten, hun vaders en moeders en de andere kinderen in de klas zich als ze het zelf voor het zeggen krijgen? Regisseur Weijun Chen legt de gebeurtenissen sec vast in deze authentieke campagnedocu uit 2007.

Geen enkele politieke truc blijft onbenut: van het zwartmaken van tegenstanders en beloven van gouden bergen tot het ronselen van stemmen en spelen van handjeklap. Ook de ouders laten zich bepaald niet onbetuigd en adviseren hun kroost om de concurrentie van onder uit de zak te geven. Als Luo Lei zijn opponent Cheng Cheng tijdens een debat bijvoorbeeld meermaals uitmaakt voor leugenaar, steekt zijn vader vanuit de coulissen goedkeurend zijn duim op.

Het is niet moeilijk om in de strijd tussen de kinderen, waarbij de emoties soms hoog oplopen, parallellen te ontdekken met het politieke discours in Nederland, waarbij slecht gedrag net zo vaak wordt beloond als afgestraft. In die zin is deze Lord Of The Flies-achtige film ook een ontluisterende ervaring: plaats willekeurige kinderen tegenover elkaar in een wedkamp en ze komen letterlijk tegenover elkaar te staan, met aan beide zijden devote medestanders.

Waarbij niemand nog een goed woord over heeft voor de ander – en elke vorm van sociale cohesie dreigt te verdwijnen.

Dilemma’s Van Dokters: Wie Krijgt Een Kind?

KRO-NCRV

Kan het, mag het en willen we het? Dat zijn de elementaire vragen die bij gynaecoloog Marieke Schoonenberg aan de orde van de dag zijn. In haar vruchtbaarheidskliniek krijgt de Brabantse arts te maken met allerlei verschillende wensouders. Zelf kent ze de bijbehorende thematiek van binnenuit: met haar echtgenote had Schoonenberg zelf ook een kinderwens. Inmiddels zijn ze de trotse ouders van drie bloedjes van kinderen.

Toch weegt de verantwoordelijkheid soms zwaar op de fertiliteitsarts, getuige de driedelige serie Dilemma’s Van Dokters: Wie Krijgt Een Kind? (120 min.): wie is zij om voor een ander te beslissen of die een kind mag krijgen? In het geval van de fanatieke vlogger Annick is dat bijvoorbeeld een confronterende vraag. Nog niet zo lang geleden overwoog de alleenstaande vrouw uit Best om uit het leven te stappen.

Als de beslissing om iemand de kans te gunnen om ouder te worden eenmaal positief is beantwoord, dienen de volgende vragen zich alweer aan: eigen donor of bankdonor? Met andere woorden: een bekende als ‘vader’ of sperma van onbekende oorsprong? Melissa en Dyonne kiezen voor het laatste en willen tevens gaan voor Shared Lesbian Motherhood. Het eitje van de één wordt geplaatst in de buik van de ander.

Zo brengt deze serie van Els van Driel en Miranda Grit via enkele concrete casussen een grotere thematiek in beeld. Dat gebeurt op een manier die we inmiddels kennen van series als Schuldig, Stuk en – onlangs – Leven In Limbo. Via een betrokken verteller, in dit geval actrice Olga Zuiderhoek, proberen de makers in het hoofd en hart te kruipen van enkele tot de verbeelding sprekende hoofdpersonen, die van zeer dichtbij worden geportretteerd.

Dave en Jan Willem willen bijvoorbeeld dolgraag een kind. Dave’s veertigjarige zus is ook bereid om voor een eitje te zorgen, maar is zij eigenlijk niet te oud? En wie gaat er dan de zwangerschap verzorgen? Zonder draagmoeder stokt het proces. Mirjam wil dan weer met zaad van haar man Gerben de eicel van een vriendin bevruchten, die daarna wordt ingebracht bij een draagmoeder. Zo hopen ze ‘met zijn vieren’ een kind te krijgen.

Het zijn heel persoonlijke kwesties die elk hun eigen dilemma’s meebrengen, zeker ook voor de begeleidende artsen. Zij moeten regelmatig, zoals Marieke Schoonenberg ‘t uitdrukt, een ‘middenweg vinden tussen duidelijkheid en botheid’. Om haar blik te verbreden steekt ze in de afsluitende aflevering met een collega haar licht op in Engeland, waar de twee spreken met een vrouw die een draagmoederbank runt en een alleenstaande man die een kind wilde.

Die verhaallijn, die voor nadere verdieping zorgt, haalt de focus wel een heel klein beetje weg bij dat exemplarische groepje Nederlanders met een (onvervulde) kinderwens en de artsen die hen terzijde staan – op de grens van wat kan, mag en gewenst is – waaraan deze geslaagde miniserie uiteindelijk zijn zeggingskracht ontleent.

Petites

Rayuela Productions

Ruim 25 jaar zijn alweer verstreken sinds België en de rest van de wereld in de greep raakten van Marc Dutroux. Zijn arrestatie in 1996 zette een collectieve martelgang in gang. Eerst werden de vermiste meisjes Sabine en Laetitia aangetroffen in zijn huis in het Waalse Marcinelle, onder de rook van Charlois. Later bleek dat hij, samen met zijn vrouw Michelle Martin en handlanger Michel Lelièvre, ook verantwoordelijk was voor de geruchtmakende verdwijningen van andere jonge meisjes, waarnaar al een hele tijd werd gezocht: Julie en Melissa. En An en Eefje.

Over Marc Dutroux, de gewetenloze kinderontvoerder en -verkrachter, de spil van een internationaal (?) pedofielennetwerk en de volksvijand die enkele jaren later zowaar nog uit de gevangenis wist te ontsnappen ook is sindsdien veel gezegd en geschreven. Over het complete falen van de Belgische rechtsstaat, waardoor hij véél te lang ongestoord zijn gang kon gaan, eveneens. En over de massale volkswoede als gevolg daarvan, die op 20 oktober 1996 culmineerde in de zogenaamde Witte Mars te Brussel, een massale betoging zonder spandoeken of politieke slogans, natuurlijk ook.

De Zaak Dutroux behoort tot de grootste trauma’s van het moderne België. Dat is ook de insteek die regisseur Pauline Beugnies kiest in de documentaire Petites (Engelse titel: The End Of Innocence, 93 min.). Ze belicht de tragische geschiedenis vanuit het perspectief van kinderen die met ‘Dutroux’ opgroeiden, op zijn jachtterrein bovendien. Gedetailleerd schetsen dertig volwassen Belgen, off screen, hoe ze de gebeurtenissen als kind hebben beleefd en welke gevolgen die hadden voor hun ontwikkeling. De één verzamelde krantenknipsels, een ander maakte speciale radio-uitzendingen over de kwestie.

Hun herinneringen – van ongeloof, angst en verdriet – worden ondersteund door nieuwsreportages en interviews uit de periode dat de nachtmerrie aan het licht kwam en ogenschijnlijk willekeurige familievideo’s uit dezelfde tijd – VHS-beelden die zomaar uit onze eigen kindertijd of gezinnen afkomstig hadden kunnen zijn. Op die manier vloeien de waan van die donkere dagen en de dagelijkse dingen uit het leven van een opgroeiend kind samen tot een persoonlijke impressie van de kwestie die onder de huid van een complete generatie is gekropen en daar springlevend lijkt te zijn gebleven.

‘Voor mij kan elke volwassene een gevaar zijn’, illustreert één van de geanonimiseerde hoofdpersonen bijvoorbeeld treffend hoe seksualiteit voor haar al op heel jonge leeftijd bezoedeld is geraakt. ‘Maar ik wil m’n kinderen die verdrongen gevoelens ook niet inprenten. Daar mogen zij niet het slachtoffer van worden.’ Even daarvoor heeft iemand ook al geconstateerd dat de volwassenen destijds hun catharsis hebben gehad met het politieke debat. ‘Daarmee hebben ze al hun emoties kunnen uiten’, klinkt het spijtig. ‘Al die opstandigheid, wrevel en haat. En de kinderen, tsja…’ 

Het is een wrange conclusie voor een krachtige film, over Dutroux’ directe en indirecte slachtoffers en het land waarin zij nu al 25 jaar leven.

North By Current

Twee weken na Kalla’s dood trouwde zijn zus Jesse met David. ‘Ik ontmoette hem voor het eerst op de uitvaart’, vertelt filmmaker Angelo Madsen Minax in een voice-over. ‘Ze woonden net een week samen toen ze stierf.’ Hadden Kalla’s moeder en haar nieuwe geliefde, die met zijn gewelddadige verleden de schijn een beetje tegen heeft, misschien iets van doen met het overlijden van zijn tweejarige nichtje? Als Madsen in 2016 in ‘Nowhere Michigan’ arriveert, lijken ze van alle blaam gezuiverd.

‘Zal ik je nog vertellen over het andere kind dat we hebben verloren?’ vraagt Madsens vader even later aan hem. ‘We zijn er twee kwijtgeraakt: een kleinkind en een dochter’, vult zijn moeder aan. ‘We hadden een klein meisje met de naam Angela. Dat was me er eentje. En daar hebben we nooit eerder over gesproken, maar het was echt een hartendief.’ Madsen staat perplex door wat zijn ouders zeggen: Gaan jullie mijn transitie nu echt vergelijken met de dood van Kalla?’

Hij is even sprakeloos. Voor de egodocumentaire North By Current (85 min.) keert Madsen in de navolgende jaren regelmatig terug naar zijn geboortegrond, waar duidelijk heel wat oud zeer is achtergebleven. Om de gevolgen van Kalla’s dood op zijn oudere zus en haar partner, die inmiddels enkele kinderen verder zijn, op te tekenen en in het reine te komen met zijn eigen achtergrond daar, in de hoop dat zijn familie ook bereid of in staat is om in het reine te komen met hem.

Madsen heeft zijn zeer persoonlijke film een collage-achtig karakter gegeven: gesprekken met familieleden worden doorsneden met jeugdvideo’s, natuurbeelden, abstracte shots en re-enactments van situaties uit het verleden. Het geheel wordt bijeengehouden met een indie-soundtrack en ingekaderd door Madsens filosofisch bedoelde voice-over die in een permanente dialoog lijkt te zijn verwikkeld met de stem van een vroegrijp kind, ingesproken door Sigrid Harmon.

In die tegelijk zeer associatieve en ook erg geconstrueerde vorm zit zowel een rouwfilm als een coming of age-drama verscholen. Die komen alleen slechts ten dele binnen. Hoewel ruw en persoonlijk – op het voyeuristische af soms – voelt North By Current soms ook nét iets te bedacht en gekunsteld.

The Doll

VPRO

De broers en zussen van de Iraanse fotograaf Alireza zijn kritisch. Van een aantal van hen is de relatie uitgelopen op een echtscheiding – en bij enkele andere huwelijken zou dat niet minder dan een bevrijding zijn geweest. Toch wil de alleenstaande vader, zelf ook net gescheiden, zijn dochter van veertien uithuwelijken. Hij zit in financiële problemen. En er heeft zich een goede huwelijkskandidaat voor Asal aangediend: Soroush is gelovig en komt uit een goede familie.

Één van Alireza’s broers schetst nochtans een weinig rooskleurig beeld van het leven van getrouwde vrouwen in Iran: ‘Ze dragen hun lot en proberen met hun man te leven.’, zegt hij nuchter in The Doll (33 min.). ‘Ik laat mijn dochter nooit jong trouwen, zelfs niet met de zoon van de president’, stelt een zus van Alireza daarom beslist. ‘Ik heb een kind van dezelfde leeftijd’, vult een andere broer nog lachend aan. ‘Die pruilt als hij groente moet eten.’

Alireza is echter onvermurwbaar. En Asal heeft zo haar eigen overwegingen blijkt uit deze korte docu van Elahe Esmaili, die zich als jonge Iraanse vrouw zorgen maakt over kinderhuwelijken. ‘Sommige van mijn klasgenoten zijn getrouwd’, zegt het meisje. ‘Zij hebben geen problemen op school. Ze worden met rust gelaten.’ De tiener is er ook wel van gecharmeerd dat haar aanbidder gummibeertjes en Nutella voor haar heeft gekocht. ‘Als hij dat niet had gedaan, waren we niet verloofd geweest.’

Asals oudste broer Amir, die overigens een stuk jonger lijkt dan zijn verliefde zus, is niet overtuigd. ‘Soroush heeft nog niet bewezen dat hij van m’n zus houdt’, zegt het aandoenlijke jongetje ferm, terwijl hij een grote teddybeer wiegt. ‘Ik ben een man van eer. Als iemand haar lastigvalt, sla ik z’n voorruit in.’ En anders hakt Amir hem, werkelijk waar, gewoon doormidden. Het joch moet alleen nog bedenken welk (speelgoed)zwaard hij daarvoor wil gebruiken.

Met al die verschillende stemmen uit één en dezelfde familie – waarin religie, gevoel, gezond verstand, praktische overwegingen én het ontspoorde huwelijk van Asals ouders doorklinken – laat Esmaili niet alleen verschillende perspectieven op het uithuwelijken van kinderen zien, maar schetst ze tevens een boeiend portret van haar land, dat met het ene been in z’n culturele traditie staat en met het andere in een zeer moderne werkelijkheid.

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Maryana

KRO-NCRV

Voor het raam van de rijtjeswoning in een klein Nederlands dorp hangt een regenboogvlag. De slaapkamer van Maryana is ongemoeid gelaten. Die ligt er als vanouds bij, alsof ze elk ogenblik weer tussen de knuffels in het bed kan kruipen of verlangend uit dat raam gaat staren, fantaserend over wat de toekomst zal brengen. De werkelijkheid is compleet anders en nauwelijks te bevatten: dat meisje leeft al meer dan een jaar niet meer. Op zaterdag 14 november 2020 maakte ze, slechts veertien jaar oud, een einde aan haar leven.

In het laatste voicemailberichtje dat Maryana achterliet, waarmee Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Maryana (48 min.) ook opent, klinkt niets door van de diepe wanhoop die ze moet hebben gevoeld. Ook in familiefilmpjes en -foto’s en haar eigen social mediaposts is een heel normaal meisje te zien. Leuk, knap en vol zelfvertrouwen. Toch ontving ze jarenlang nare berichten, waarvan er één steeds weer terugkeerde: jij hebt geen vrienden. En daar bleef het niet bij. Roddels over een Maryanavirus, stenen tegen het raam, openlijke bedreigingen. En de vraag die maar blijft nagalmen: ‘Waarom pleeg je geen zelfmoord?’

Met alle belangrijke mensen uit haar leven (moeder Corita, vader Ed, broer Damiam, oma Bets, familievriendin Caecilia, vriendinnen Rensia en Ine, buurmeisje Dylana, schoolvriendin Jinthe, oude juf Gabrielle en docent Engels Brendan) reconstrueert deze tv-docu het leven van een meisje dat lang niet altijd liet zien wat het (cyber)pesten bij haar aanrichtte. Die tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met hoe de puber zichzelf, soms bedrieglijk zelfverzekerd, presenteerde op social media, haar favoriete muziek en de haatberichtjes die ze ontving. Totdat ze het echt niet meer kon verdragen.

Helaas is Maryana’s verhaal geen uitzondering. Elke week overlijdt er een Nederlandse tiener door zelfdoding, zegt Saskia Mérelle, senior onderzoeker bij 113 Zelfmoordpreventie. In die zin is er met de opkomst van social media ook wel echt iets veranderd. Oma Bets verwoordt het treffend: waar kinderen vroeger thuis vaak nog veilig waren voor pesters, hebben ze nu echt ‘geen veilige haven’ meer. Behalve een klein monumentje voor een verloren leven is Eindeloos Gepest dus vooral ook een indringende aansporing om pestgedrag en de gevolgen daarvan héél goed in de gaten te houden.

Children Of The Enemy

‘Te bedenken dat mijn dochter lid is geworden van die terroristische groepering is verschrikkelijk.’ Patricio Galvez, een Chileense muzikant die woonachtig is in Göteborg, kan er met zijn hoofd nog altijd niet bij dat juist Amanda op achttienjarige leeftijd koos voor de Jihad. Hij is haar nu definitief kwijt. Amanda Gonzalez werd op 3 januari 2019 gedood bij een luchtaanval.

‘Ik kon haar niet helpen’, zegt Patricio. ‘Maar ik kan wél iets doen voor de kinderen.’ Zeven heeft zij er achtergelaten, in leeftijd variërend van één tot acht jaar oud. Zonder ouders – want ook vader Michael Skråmo, de beruchte Noorse IS-propagandist, is gesneuveld – verblijven ze in het Syrische opvangkamp al-Hol. Net als talloze andere nakomelingen van geradicaliseerde westerlingen, die zich in de afgelopen jaren hebben aangesloten bij Islamitische Staat.

Van de Zweedse regering heeft Patricio waarschijnlijk niets te verwachten. Veel politici zijn deze kinderen van het Kalifaat – ook al hebben er slechts tachtig de Zweedse nationaliteit en kan hun onschuld nauwelijks worden betwist – liever kwijt dan rijk. Ze blijven tenslotte Children Of The Enemy (96 min.). Er rest grootvader niets anders dan zelf afreizen naar voormalig IS-gebied, om te bekijken of hij van daaruit zijn ondervoede en ziekelijke kleinkinderen naar huis kan krijgen.

Vanuit een ander perspectief belicht deze schrijnende documentaire dezelfde thematiek als The Return: Life After ISIS, een recente film over IS-bruiden, die na de val van het Kalifaat vastzitten in kamp al-Hol omdat hun geboortelanden hen niet terug willen. Het verschil is ook duidelijk: terwijl deze vrouwen zich daadwerkelijk hebben verbonden aan de extremistische ideologie van Islamitische Staat, beschikken Patricio’s kleinkinderen écht over een zuiver geweten.

Galvez wordt op z’n tocht vergezeld door zijn landgenoot Gorki Glaser-Müller. Hij zal steeds directer betrokken raken bij ‘s mans helletocht langs politiek, bureaucratie en journalistiek. Die wordt nog eens bemoeilijkt als ook Patricio’s ex-vrouw zich bij hem meldt. Samen met Amanda bekeerde zij zich enkele jaren geleden tot de Islam. Ze woonde ook enkele jaren in Syrië. Vormt zij nu een veiligheidsrisico voor de kinderen? En moeten die eigenlijk worden beschouwd als moslim?

Voor Patricio Galvez staat bij zulke lastige vragen één ding voorop: de toekomst van zijn kleinkinderen. En Glaser-Müller zit in deze urgente film op de eerste rang bij de emotionele achtbaan waarin hij vervolgens noodgedwongen rondjes maakt. Totdat de hele machinerie tot stilstand komt en duidelijk wordt of Patricio deze nieuwe generatie van zijn familie (voorlopig) kan redden van het Kalifaat.

Gabi, Between Ages 8 And 13

IDFA

Gabi wil net zo’n kapsel als Robin van Persie. Ze heeft alleen Emma Watson-haar. Het kapsel van Gareth Bale zou ook al goed zijn. Of een opgeschoren kop zoals Cristiano Ronaldo. Van haar moeder Tracy mag de gedreven voetbalster het alleen niet te kort laten knippen. Dat wordt het alleen wel. Steeds iets korter. Totdat ze kan doorgaan voor een jongen.

Gabriella Jude Fletcher, de hoofdpersoon van Gabi, Between Ages 8 And 13 (78 min.), werd geboren in Newcastle, leefde daarna zes jaar in Stockholm en verhuist nu met haar moeder en stiefvader Thomas naar het Zweedse platteland. Regisseur Engeli Broberg registreert gedurende vijf jaar hoe het haar vergaat: een kind dat niet past in vaste genderrollen. Dat demonstratief een T-shirt draagt met de tekst ‘Raise Boys And Girls The Same Way’.

Dit persoonlijk portret van een buitenbeentje, volledig verteld vanuit het perspectief van het kind, oogt fraai en komt dichtbij hoe zij de wereld ervaart, wat haar daarbij bezighoudt (wie en waar is haar biologische vader?) en met wie ze die zielenroerselen deelt (beste vriend Henry, die naar Australië is verhuisd). Dat is een klein en groot verhaal tegelijk, dat verder zonder al te hoge pieken en diepe dalen aangenaam voorbij trekt.

Shabu

Tangerine Tree

Shit is aan bij Shabu. De veertienjarige Rotterdamse jongen heeft het goed verbruid bij zijn familie. Hij is gaan joyriden met de auto van zijn oma, die al een tijdje in Suriname verblijft, en heeft het ding vervolgens total-loss gereden. Dit betekent dat de goedlachse jongen (echte naam: Sharonio) zijn zomer nu moet gaan besteden aan allerlei klusjes, te beginnen met het verkopen van zelfgemaakte ijslolly’s, om zo een bedrag van maar liefst 1200 euro bij elkaar te sparen.

Regisseur Shamira Raphaëla, die een film over enkele jongeren uit Rotterdam-Zuid wilde maken, is zes weken bij hem aangesloten. De belhamel besluit een feest te organiseren, waarmee hij geld wil inzamelen. Dat sluit ook mooi aan bij wat Sharonio sowieso in zijn hoofd heeft voor de toekomst: hij wil een populaire artiest worden. ‘Ik ben Shabu en ik word beroemd’, roept hij zelfverzekerd tegen iedereen die het maar wil horen. En naar zijn eventuele internationale gehoor: ‘I’m gonna be famous!’

Alle ingrediënten voor een hartveroverende feelgoodfilm zijn daarmee aanwezig. En dat is precies wat Shabu (75 min.) is geworden. Niet in het minst door de hoofdpersoon zelf, die op het eerste gezicht van alles tegen lijkt te hebben – huidskleur, lichaamsgewicht en sociale omgeving: het beruchte Rotterdamse gebouw De Peperklip – en die desondanks overloopt van levenslust en zelfvertrouwen. Gulzig verslindt hij het leven. En ondertussen geeft Shabu zelf consequent de toon en het ritme aan. Hij trommelt letterlijk op alles wat hij tegenkomt en zet – metaforisch gezien – de boel flink in beweging.

Raphaëla doet daarnaast ook zelf een stevige duit in het zakje: ze beziet haar goedlachse protagonist en diens directe omgeving vanuit een positieve basishouding en concentreert zich op hoe hij met vallen en opstaan en – als het gaat om zijn vriendinnetje Stephany en aandoenlijke ‘bro’ Jahnoa – met aantrekken en afstoten op dat zelfbedachte feest en (een begin van) volwassenheid afkoerst. Die ontwikkeling heeft ze lekker vlot gemonteerd en krijgt bovendien extra vaart en humor met allerlei smakelijke riefeltjes soul, blues en jazz.

Deze onweerstaanbare coming of age-docu – bedoeld voor een jong publiek, maar geschikt voor iedereen die jong van geest is – voelt mede daardoor soms bijna als een speelfilm. Zeker als in de finale, wanneer Sharonio’s feest dan toch eindelijk gaat beginnen, alle verhaallijntjes netjes bij elkaar komen en ‘Shabu Beertje’ ten overstaan van de hele buurt zijn (eerste) moment van glorie mag beleven. Ook al blijft het dan wel de vraag of hij voldoende geld heeft verdiend om zijn oma schadeloos te stellen…

Mijn Ouders Zijn Gescheiden

EO

‘Je weet dan’, zegt een meisje, ‘vanaf dat moment wordt alles anders…’ Alle kinderen in de korte jeugddocu van Eef Hilgers kennen dat moment: dat je ouders vragen of je even bij hen wilt komen zitten en dat jij even later de grond onder je voeten voelt wegzakken. Ze gaan scheiden! Hilgers ontvangt haar hoofdpersonen in een compleet wit decor, in een leven dat van elke kleur lijkt te zijn ontdaan, en laat hen daar tot in detail vertellen over ‘die ene dag’ dat hun leventjes helemaal op hun kop werden gezet. De toonzetting is direct, speels en humorvol. Zwaar en toch geen zware kost.

Vanaf Dat Moment Wordt Alles Anders (21 november) is de eerste van vier fijne jeugddocumentaires die onder de noemer Mijn Ouders Zijn Gescheiden worden uitgezonden. Verhalen die vanuit de belevingswereld van de kinderen worden verteld en die aantrekkelijk zijn vormgegeven. In Scheids! Wissel! (28 november) portretteert Tim van Gils bijvoorbeeld de twaalfjarige Din. Ze hebben het nodige met elkaar gemeen: beiden kind van gescheiden ouders en gek van voetbal. Terwijl ze praten over hoe Dins ouders gingen scheiden, wordt de twaalfjarige jongen gevolgd tijdens een wedstrijd, die grondig wordt ontregeld. Een ietwat opzichtige metafoor voor hoe ook Dins leven door beslissingen van anderen een andere wending heeft gekregen. In een nieuwe wereld met nieuwe regels vindt hij opnieuw zijn weg. Hij pikt zelfs een doelpuntje mee.

Voor de negenjarige Levin zijn vakanties behalve leuk ook wel verwarrend. Want haar ouders mogen dan uit elkaar zijn, ze gaan nog wel elk jaar gezamenlijk op vakantie. Zijn ze dan misschien Half Gescheiden?! (5 december), vraagt Levin zich af in een joyeuze korte film van Nina de Vriendt, die aandoenlijke scènes van het ‘gezin’ paart aan geinige animaties, enkele goedgekozen liedjes en rake bespiegelingen van de hoofdpersoon zelf. ‘Mijn ouders snappen zelf ook niet helemaal hoe erg ze nou gescheiden zijn’, constateert die ontwapenend. En het heeft eerlijk gezegd ook nadelen, zo’n halfbakken scheiding. Sommige andere kinderen mogen twee keer op vakantie.

‘Scène 1: introductie’, leest de hoofdrolspeelster en scenarioschrijfster van Safiya The Movie (12 december) voor. ‘Safiya, elf jaar oud zit achter een bureautje. Voor haar ligt een script. Ze slaat de eerste pagina om.’ Safiya voegt meteen de daad bij het woord. ‘Ze krijgt naar de crew achter de camera.’ Die krijgt er een stralende glimlach bij. ‘Verder gaan?’, vraagt het meisje aan regisseur Huibert van Wijk. ‘Ja’, antwoordt die. En dus vertelt Safiya, die heel veel van acteren houdt, over hoe haar ouders zijn gescheiden toen zij één jaar was. Sindsdien heeft ze een ‘bonusgezin’. Samen met andere leden speelt ze vervolgens sleutelscènes uit haar eigen leven na in dit hartverwarmende portret, waarin het gegeven dat Safiya het contact met haar vader verloor toen hij in aanraking kwam met de politie een centrale rol speelt.

Stuk voor stuk brengen deze korte jeugdfilms in een slordige vijftien minuten een belangrijk thema uit het leven van veel opgroeiende kids terug tot kinderlijke proporties. En dan blijken ze ook voor ouderen heel goed te verhapstukken.

Beppie

IDFA

In 1964 verscheen het eerste deel van de legendarische Up-serie. 7Up liet veertien Britse kinderen van zeven jaar aan het woord, die vervolgens elke zeven jaar opnieuw zouden worden opgezocht. Een jaar later, in 1965, verscheen Johan van der Keukens portret van zijn buurmeisje Beppie (36 min.), een tienjarig Amsterdams straatschoffie dat menigeen voor zich innam. Niet in het minst Van der Keuken zelf, die haar ‘het zonnetje van de achtergracht’ noemde.

Hoe zou het zeven jaar later met Beppie Klaassen zijn geweest? En weer zeven jaar daarna? Sterker: hoe zou het nu zijn met haar? Ze moet inmiddels zo ongeveer de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. In de documentaire Leven Met Je Ogen, die Ramón Gieling in 1997 maakte over regisseur Johan van der Keuken, vertelt ze in elk geval hoe ze voor de opnames van Beppie een koude douche moest nemen. Anders besloeg de cameralens. Naderhand kreeg ze naar verluidt een zak patat van de filmmaker.

Met acht broertjes en zusjes woont Beppie begin jaren zestig met haar ouders in een kleine woning in de hoofdstad. Thuis hebben ze het niet breed. Op school is ze een keer blijven zitten. Ze kletst te veel. Tijdens het oefenen van tafels zingt het ontwapenende meisje nochtans uit volle borst mee. Haar vrije tijd brengt ze vooral op straat door. Met kattenkwaad natuurlijk. Ze vertelt er open over. Over een ‘ruitje inkinkelen’ met een ander meisje bijvoorbeeld. ‘Haar zusje zegt dat er een foto van je wordt gemaakt’, zegt Beppie. Ze richt zich vervolgens tot de camera: ‘Is dat waar?’

Dan is belletje trekken toch veiliger. Samen met andere kinderen trekt Beppie van deur naar deur. Van der Keuken volgt haar op de voet: ook naar de Zeedijk, waar ze de vrouwen achter de ramen ‘uitslovertjes’ noemt. Of de plaatselijke bioscoop waar Beppie, voor het oog van de camera van Ed en Gerda van der Elsken, echt helemaal opgaat in de tekenfilms. Tussendoor praat ze over de westernserie Bonanza, Caballero-sigaretten en de jongen, geen eens een gemene, die sinds kort haar vriendje is. Al blijft ze, zo zegt ze er meteen nuchter achteraan, waarschijnlijk niet haar hele leven bij hem.

Met hedendaagse ogen bekeken roepen de opzet en verhaallijn van Beppie allerlei vragen op – moest die bioscoopscène bijvoorbeeld echt zo lang? vanwaar die soms wel erg dominante muziek? waarom komen haar ouders pas helemaal aan het eind van de film aan het woord? – maar als kinderportret, sfeertekening en tijdsbeeld staat deze korte documentaire nog altijd fier overeind. Helaas is het bij deze ene productie over de potentiële publiekslieveling Beppie gebleven.

Beautiful Something Left Behind

Peter / Good Company Pictures

‘Wat betekent het als iemand dood is?’ vraagt één van de begeleiders van Good Grief aan een groepje kinderen. ‘Je ziet ze nooit meer terug’, antwoordt Peter. Het zesjarige jongetje is zowel zijn moeder als zijn vader kwijtgeraakt. ‘En nu zit ik vast bij oom C.J.’ Even later laten Peter en zijn oom twee ballonnen de lucht invliegen. ‘Forever in our hearts’, staat erop.

In Beautiful Something Left Behind (88 min.) volgt de Deense filmmaakster Katrine Philp gedurende een jaar hoe enkele Amerikaanse kinderen die een ouder hebben verloren vat proberen te krijgen op het concept dood. Tijdens wekelijkse bijeenkomsten in het hulpcentrum te Morristown, New Jersey kunnen ze hun verdriet laten zien, praten over gevoelens en alle emoties uitdrukken in spel, bijvoorbeeld door met een speelgoedautootje een ongeluk na te spelen, lekker boos te worden in de vulkaanruimte of een begraafplaats in te richten met Playmobil-poppetjes.

Philp maakt zich daarbij klein en blijft volledig op de achtergrond. Ze laat de gebeurtenissen voor zichzelf spreken en voegt hier en daar alleen wat muziek toe, die gelukkig nooit opdringerig wordt. Ze portretteert de kinderen daarnaast (in hun nieuwe) thuis, vangt hun rituelen om uiting te geven aan hun rouw en geeft hen de ruimte om te vertellen over de dierbaren die ze moeten missen. De één haalt er duidelijk bevrediging uit om dat onder woorden te brengen, een ander houdt z’n gevoelens het liefst bij zich en communiceert zijn verdriet of verwarring vooral non-verbaal.

In die zin beleven de kinderen een overlijden in hun directe omgeving niet anders dan volwassenen. En ze begrijpen er evenveel – of even weinig – van als ieder ander. De veerkracht van de jongens en meisjes om hun leven weer op te pakken – en de manier waarop ze daarbij worden geholpen door bijzonder empathische procesbegeleiders en familieleden – is bewonderenswaardig én aangrijpend. Bij vertrek laten de kinderen in Good Grief een soort herinneringsmuur achter, met daarop familiefoto’s van het gezin dat ze ooit vormden. In betere tijden, die de toekomst echter niet in de weg hoeven te staan. 

Zo’n zorgvuldig rouwproces gun je elk kind – al gun je natuurlijk geen kind het overlijden van een ouder. Ook de kleine Peter stapt uiteindelijk bijna ongemerkt de rest van zijn leven binnen. In een ‘Uncles Are The Best’ T-shirt.

Hoe Overleef Ik – Francine Oomen Doorbreekt Het Zwijgen

Francine Oomen / c: Pascalle Bonnier

Als tiener had ze haar eigen Hoe Overleef Ik-boeken wel kunnen gebruiken, bekent gevierd schrijver Francine Oomen aan het begin van deze persoonlijke film. Hoe overleef ik de uitdagingen en gevaren van mijn puberteit? Haar voornaamste houvast tijdens die lastige jaren was de drie-eenheid lezen, tekenen en schrijven. Intussen was er dat ene trauma, dat al in de openingsscène van Hoe Overleef Ik – Francine Oomen Doorbreekt Het Zwijgen (55 min.) aan de orde komt en dat toch pas tegen het eind van de documentaire (vrijwel) volledig wordt ingelost.

‘Wat is er gebeurd, hoe herhalen de dingen zich en hoe kun je ervoor zorgen dat die herhaling, dat intergenerationele trauma, stopt?’ vat ze het nog een keer samen voor haar uitgever Elik Lettinga. ‘Want dat is wat ik uiteindelijk wil onderzoeken.’ Oomen is tenslotte niet voor niets schrijver geworden. Een boek moet de afronding worden van een zeer persoonlijk proces dat nu al enkele jaren in beslag neemt. Dit heeft haar heel wat kruim gekost en lijkt vooralsnog weinig echte verlichting op te leveren.

Pascalle Bonnier volgt haar op die intieme reis: door het verleden (naar de echtscheiding van haar ouders bijvoorbeeld, die daarna allebei zouden trouwen met de buurman/vrouw) en naar een toekomst waarin ze haar eigen rol als partner en ouder een nieuwe invulling kan geven. Want intimiteit en verbinding blijven heel moeilijk voor Oomen. ‘Ik ben mijn hele leven bezig met me te herinneren wat liefde nu echt is’, zegt ze bijvoorbeeld gefrustreerd als haar relatie is gestrand. ‘Niet die shit die m’n ouders me voorgedaan hebben.’

Bonnier waakt er intussen voor dat de film geen al te tobberig karakter krijgt. Ze verluchtigt Oomens confrontatie met de demonen uit haar jeugd bijvoorbeeld met enkele komische scènes waarin zij een paar schapen aankoopt voor bij haar nieuwe woning. Terwijl de schrijfster nog druk aan het ‘socialiseren’ is met haar nieuwe huisgenoten, zetten die het op een lopen. Eenmaal thuis laat ook ex-echtgenoot Erik, met wie ze nog altijd een goed contact onderhoudt, zich wéér in de luren leggen door de schichtige beesten. Een nieuw begin, zo gemakkelijk is dat nog niet.

Met vallen en opstaan probeert Francine Oomen zo in dit persoonlijke portret tegelijkertijd in het reine te komen met haar verleden en een vruchtbare basis te leggen voor een leven met haar dierbaren.

Death Of A Child

finalcutforreal.dk

Schuld is een veel te mild woord. Rouw volstaat ook niet. Als ouder zou je het liefst je kop door een muur beuken, om hem vervolgens af te hakken. Overmand door een nauwelijks te bevatten falen, dat je je hele leven blijft achtervolgen.

Doug vergat ‘s ochtends zijn driejarige dochtertje Kristen af te leveren bij de kinderopvang. ‘s Middags ging hij haar daar ophalen met zijn vrouw Diana. Kristen bleek nog in zijn auto te liggen. Eerste hulp mocht niet meer baten.

Bishop werd nog geen half jaar oud. Zijn ouders dachten van elkaar dat ze hun zoontje naar het dagcentrum hadden gebracht. Thuis ging het ondertussen helemaal mis.

Ook Bryce zou z’n eerste verjaardag niet halen. Zijn moeder Lynn, in het dagelijks leven militair, kon hem niet meer redden. ‘Geen ouder wil weten hoe het is om je eigen kind te beademen.’ En toen moesten de officiële beschuldigingen nog komen.

In hun vorige film Pervert Park (2014) portretteerden Frida en Lasse Barkfors Amerikaanse zedendelinquenten. In Death Of A Child (79 min.) uit 2017 richten ze zich op een al even omstreden groep: ouders die ‘schuldig’ zijn aan de dood van hun eigen kind. Het resultaat is al net zo indringend. Terwijl hun hoofdpersonen zijn te zien in hun dagelijks leven, inclusief (dezelfde) partner en kinderen, doen ze hun verhaal. Volstrekt normale ouders die een ondraaglijke last met zich meetorsen.

Het Deense echtpaar Barkfors blijft zelf vrijwel volledig op de achtergrond en laat de diep persoonlijke getuigenissen zoveel mogelijk voor zichzelf spreken: over schaamte, depressie, huwelijksproblemen, laster, ouderschap, sociale uitsluiting én de vraag of ze hun kind ooit, in het hiernamaals, nog zullen ontmoeten. En of het dan niet boos op hen zal zijn. Niemand anders kan hen immers nog een verwijt maken dat ze zichzelf nooit hebben gemaakt. Behalve het kind dat alleen in hun gedachten voortleeft.

Toch is deze stemmige film geen eindeloos tranendal geworden. Na afloop overheerst vooral het gevoel dat ook na het grootst denkbare verdriet het leven gewoon verdergaat. Het vergt dan alleen wel ongelooflijk veel moed en doorzettingsvermogen om het weer ten volle aan te gaan.