Showbiz Kids

Evan Rachel Wood, Cameron Boyce, Henry Thomas & Wil Wheaton / HBO

Van Drew Barrymore en River Phoenix tot Britney Spears en Lindsay Lohan. Er zijn legio voorbeelden van kindersterren die op latere leeftijd in de problemen komen. Ze kunnen de weelde van het succes niet dragen, worden als jongvolwassene al beschouwd als oud nieuws of raken verstrikt in dat eeuwige dilemma: vinden al die mensen míj leuk of kicken ze gewoon op mijn bekendheid? Toch zijn er altijd weer kinderen – en niet te vergeten: hun ouders – die naar Hollywood verkassen om daar, voor eventjes dan, eeuwige roem te verwerven.

Marc Slater en zijn moeder Melanie zijn bijvoorbeeld vanuit Orlando in Florida gekomen om te auditeren voor een rol in de pilot van een serie. De ouders van het guitige joch hebben al hun spaargeld moeten aanspreken om de reis te betalen en een acteercoach in te huren. Zonder enige garantie op succes. Demi Singleton heeft al een voet tussen de deur gekregen in de entertainmentindustrie. Ze speelde maandenlang in de musicals School Of Rock en The Lion King. Maar kan ze het zich nu ook permitteren om een zomer vrijaf te nemen? vragen Demi en haar moeder zich af.

Regisseur Alex Winter, die zelf als jongeling actief was op Broadway, paart de lotgevallen van de twee aspirant-publieksfavorieten in de interessante documentaire Showbiz Kids (94 min.) aan de ervaringen van gewezen kindersterren zoals Evan Rachel Wood (Thirteen), Henry Thomas (E.T.), Mila Jovovich (Return To The Blue Lagoon), Wil Wheaton (Stand By Me), Todd Bridges (Diff’rent Strokes), Mara Wilson (Mrs. Doubtfire) en de onlangs op twintigjarige leeftijd aan een epilepsie-aanval overleden Cameron Boyce (Jesse). Hun verhalen over plotselinge roem en de keerzijde daarvan worden geïllustreerd met fragmenten uit de films en televisieprogramma’s waarin ze ooit schitterden.

Een aardige trouvaille is ook één van de allereerste kindersterren, Baby Peggy. Diana Serra Cary is de grens van honderd jaar inmiddels gepasseerd en kan vanuit eigen ervaring bevestigen dat de kansen en uitdagingen van hedendaagse sterretjes eigenlijk al zo oud zijn als pak ‘m beet Shirley Temple. Waarbij alle actoren rondom de Hollywood-ster in spe – de ouders, managers, filmbonzen, fans én kritische recensenten – wel eens uit het oog verliezen dat ze toch echt met een tere kinderziel hebben te maken.

Dads

Apple

Zelf is ze de dochter van niemand minder/meer dan filmmaker Ron Howard, die haar geboorte en jeugd natuurlijk netjes op video heeft vastgelegd. En ze doet tevens dienst als de zus van Reed Howard, die binnenkort voor het eerst papa wordt. Een mooie gelegenheid voor Bryce Dallas Howard om een portet te maken van hedendaagse Dads (80 min.).

In dat kader zoomt ze in op enkele mannen die hun eigen invulling geven aan het ouderschap en zeker niet passen in het beeld van de traditionele vader, die op zondag het vlees aansnijdt. Zoals een full time-papa die daarover een eigen vlog begint, een homoseksueel stel met enkele adoptiekinderen en een workaholic die door ziekte tot inkeer komt, huisman wordt en een serieuze kinderwens ontwikkelt.

Howard doorsnijdt hun ervaringen met treffende televisiefragmenten en homevideo’s van vaders en hun kroost en doet snappy interviews met – die mochten natuurlijk niet ontbreken – Bekende Vaders als Will Smith, Jimmy Fallon, Judd Apatow, Conan O’Brien en Jimmy Kimmel over het worden van vader, de valkuilen en zegeningen van het ouderschap en – die mocht natuurlijk ook niet ontbreken – hun eigen vader.

Het totaalpakket doet erg Amerikaans aan. Aan platitudes over het vaderschap geen gebrek, maar de scherpe randjes ervan worden echt niet opgezocht. Dads wil vooral een feest van herkenning zijn voor iedereen die met vaders van doen heeft (gehad). Wij allemaal dus. En dan komt het natuurlijk goed uit dat dit aardige niemendalletje (cadeautip!) rond Vaderdag wordt uitgebracht.

Born Into Brothels: Calcutta’s Red Light Kids

Wat komt er terecht van een kind dat opgroeit in de rosse buurt van de Indiase metropool Calcutta? De Britse fotografe Zana Briski, die in Sonagachi is gaan wonen om de aldaar werkzame prostituees te fotograferen, begint zich het lot van hun kroost aan te trekken. Ze deelt cameraatjes uit en stimuleert hen om hun eigen leefwereld vast te gaan leggen. Al snel brengen de kinderen mensen en plekken in beeld, die voor buitenstaanders doorgaans goed verborgen blijven. En laten ze ook steeds meer van zichzelf zien.

Born Into Brothels: Calcutta’s Red Light Kids (83 min.), bekroond met een Oscar en talloze andere filmprijzen, geeft een bezielde impressie van het leven van deze opgroeiende jongens en meisjes in een omgeving, waar ruzie, drugsgebruik en geweld aan de orde van de dag zijn. De documentaire uit 2004 laat tevens zien hoe Briski, als een typische westerse weldoener, de levens van de kinderen probeert op te vrolijken met uitstapjes naar het strand en de dierentuin. En altijd gaan de cameraatjes weer mee.

Intussen doet Zana Briski, die deze film heeft geregisseerd met Ross Kauffman, serieuze pogingen om hen echt van een betere toekomst te verzekeren. Dat is nog geen sinecure. De meeste meisjes zijn bijvoorbeeld voorbestemd om ook in ‘het vak’ te belanden. Neem het uiterst aaibare meiske Kochi. Haar moeder kon niet voor haar zorgen. En haar vader stond op het punt om haar te verkopen. Alleen oma trekt zich haar lot aan. Welke kans heeft zo’n meisje om aan Sonagachi te ontsnappen?

Én: je kunt het kind wel uit het ‘red light district’ halen, maar haal je het ‘red light district’ daarmee ook uit het kind? Welke school accepteert überhaupt kinderen met zo’n achtergrond? Hoeveel goede intenties er ook schuilgaan achter deze film, en het bijbehorende project Kids With Cameras, het blijft de vraag of je als relatieve buitenstaander daadwerkelijk de levensloop van deze kinderen kunt bijsturen. Het lijkt onvermijdelijk dat in elk geval enkele meisjes die werden geboren in een bordeel daar ook ooit zal sterven.

Er is niet al te veel bekend over hoe het na de documentaire verder ging met de kinderen. In dit artikel van The Times Of India uit 2009 komen Preeti en Abhijit aan het woord. Ze zijn heel verschillend terecht gekomen.

Spelling The Dream

Netflix

In het Amerikaanse woordenboek staan ongeveer 475.000 woorden, zegt de vader van Shourav Dasari. Hij heeft er een database van aangemaakt. ‘We kunnen die lijst inkorten tot zo’n 125.000 door de uitbreidingen weg te laten.’ En daarvan heeft hun zoon, die door vriendjes ‘de Michael Jordan van het spellen’ wordt genoemd, volgens eigen zeggen nu zo’n 98 tot 99 procent in zijn hoofd zitten. ‘Als iemand deze database kent’, zegt zijn vader, ‘is de kans zeer groot dat hij elk dictee kan winnen, inclusief het Scripps Dictee.’

En daar draait het allemaal om in Spelling The Dream (83 min.). Een jeugdwedstrijd waarvoor de bollebozen jarenlang trainen. ‘Je redt het echt niet met een uurtje studeren per dag’, stelt Tejas Muthusamy, een andere tiener die zijn zinnen heeft gezet op het winnen van dit prestigieuze dictee, waarvan de finale live op televisie worden uitgezonden. Deelnemen daaraan kan vanaf zeer jonge leeftijd: Akash Vukoti is pas zes, maar het jongetje spelt als de allerbesten. Er is wel een andere overeenkomst tussen de deelnemers die worden geportretteerd in deze documentaire: ze zijn allemaal van Indiase afkomst.

Aanleg speelt daarbij zeker een rol. En het feit dat Indiërs vaak meertalig opgroeien. Maar dictees zijn ook bon ton in de Indiaas-Amerikaanse gemeenschap. Sinds de klassieke documentaire Spellbound (2002), waarin het Scripps Nationaal Dictee werd gewonnen door de veertienjarige Nupur Lala, lijkt spellen volkssport nummer één binnen de gemeenschap. Bij de kinderen zelf, maar zeker ook bij hun ouders. ‘Als Akash in de toekomst net zo graag blijft spellen als hij nu doet, verwachten we dat hij het Nationaal Dictee over drie of vier jaar wint’, zegt de vader van het zesjarige jongetje. ‘Dan is hij gezegend en wij ook.’

Regisseur Sam Rega richt zich op het belang van dictees binnen de Indiaas-Amerikaanse gemeenschap, maar volgt verder trouw het vaste stramien van dit soort typisch Amerikaanse wedstrijddocu’s, waarbij enkele deelnemers en hun eveneens erg competitieve entourage worden gevolgd naar de finale, de vanzelfsprekende apotheose van de film. Dat maakt Spelling The Dream zowel best vermakelijk als zeer I-N-W-I-S-S-E-L-B-A-A-R.

Marathon Boy

VPRO

Op zijn derde liep hij zijn zesde halve marathon. Een jaar later heeft hij er al diverse hele marathons opzitten. Het Indiase jongetje Budhia Singh is een fenomeen in eigen land. Hij moet de beste marathonloper van de wereld worden. Dat lijkt overigens vooral de droom van zijn streberige coach en adoptievader Biranchi Das, die samen met zijn vrouw Gita een weeshuis en judoschool runt.

Dat lopen is ooit begonnen als boetedoening. Nadat Budhia, een kind van de volksbuurt, weer eens grof in de mond was geweest, liet Biranchi hem voor straf rondjes lopen. Toen hij vervolgens zelf wegging, dacht-ie dat het druistige jongetje vanzelf wel zou stoppen. Die bleef echter maar rennen. En de rest is geschiedenis – of moet dat, als het aan de gewiekste (zelf)promoter Biranchi ligt, beslist worden.

De plaatselijke autoriteiten dreigen Budhia echter een loopverbod op te leggen. Volgens hen wordt de Marathon Boy (98 min.), met alle gezondheidsrisico’s van dien, geëxploiteerd door zijn mentor, die vooral op eigen naam en faam uit zou zijn. Waarom leeft het ‘wonderkind’ überhaupt niet meer bij zijn biologische moeder Sulanti in de straatarme sloppenwijk Bhubaneswar? Heeft zij hem daadwerkelijk verkocht?

Zo ontstaat in deze documentaire van Gemma Atwal uit 2010 rond de hoofdpersoon – een klein kind dat niet alleen veel te winnen heeft, maar alles ook weer kan verliezen – een politiek steekspel dat het hele land in zijn greep krijgt. De beurtelings spannende, potsierlijke en dramatische ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op in deze lekker vette Bollywood-docu, die met korte geanimeerde intermezzo’s een tijdspanne van vijf jaar overbrugt.

Totdat de kwestie echt helemaal uit de hand loopt en het verhaal van Budhia en zijn surrogaatvader Biranchi Das een onverwachte dramatische wending neemt…

Budhia Singh is inmiddels achttien en heeft nog altijd een droom. ‘Ik wil voor India de gouden medaille op de marathon tijdens de Olympische Spelen van 2024’, zei hij in 2018 tegen persbureau Reuters.

Wolkenzusje

Human

Het ogenschijnlijk alledaagse tafereel vormt een hartverscheurend openingsbeeld: twee meisjes, kleuters nog, die lol hebben op de schommel. ‘Bo hield altijd van aardbeien op wafels en slagroom’, vertelt haar zus Kess, inmiddels een ontluikende puber. Er volgen nog meer familiefilmpjes van de kinderen: de eerste stapjes, samen op de glijbaan en lekker wandelend. Bo’s favoriete liedje was De Drie Biggetjes van K3, zegt Kess nog.

Heb je broers of zussen? gaan ze haar straks, na de zomervakantie, ongetwijfeld vragen op de middelbare. ‘En dan weet ik niet goed wat ik dan moet zeggen.’ Want Bo is een Wolkenzusje (16 min.) geworden. Ze overleed toen Kess nog geen vijf jaar oud was. ‘Soms ben ik bang dat ik vergeet hoe ze lachte en praatte’, zegt ze in deze prachtige jeugddocu van Sara Kolster (die zelf op jonge leeftijd een zus verloor).

Alle elementen vallen op hun plek in dit kostbare kleinood: de fraaie inktanimaties van Kolster en Tonke Koppelaar, het weldadige camerawerk van Rogier Timmermans en de sfeervolle muziek van Roald van Oosten en singer-songwriter Liztophe Verhoeven. Ze creëren een vruchtbare bedding voor de gedachtestroom van Kess. Over hoe het leven kan ophouden en toch weer moet doorgaan.

Wolkenzusje is een perfecte weerslag van hoe het Limburgse tienermeisje behalve van de basisschool ook voor de tweede keer afscheid moet nemen van haar zus. Een poëtische korte film, die gedurig de hartspier beroert. Zonder ook maar een moment sentimenteel te worden.

Djordy

BNNVARA

‘Ik ga tellen’, zegt de kleuter River. ‘Één-twee-drie-vier…’ Mama gaat zich ondertussen verstoppen. ‘Ik kom!’ roept het meisje en gaat op zoek. ‘Waar is mammie?’ zegt ze vrolijk. Als ze die niet kan vinden, is de lol er echter snel af. Huilen. ‘Je was bang dat ik weg was, hè?’ zegt moeder Cherrisha, nadat ze zich toch heeft laten vinden. ‘Áách, schatje!’ Snikkend valt het meisje haar in de armen. ‘Zullen we dit spelletje dan maar niet meer spelen?’

Het oogt als een onschuldig familietafereel, waarbij het kind verstoppertje spelen toch wat enger vindt dan gedacht. Totdat je de familiegeschiedenis van River hoort. Haar vader is Djordy Latumahina. Hij werd op 8 oktober 2016 geliquideerd in een Amsterdamse parkeergarage. Een ‘vergismoord’, zoals ze het zijn gaan noemen. De 31-jarige deejay en feestorganisator werd voor een ander aangezien. Zijn vriendin Cherrisha Sackman raakte zwaargewond. De toen tweejarige River bleef, min of meer, ongedeerd.

En dan gaat het leven door, omdat het dat nu eenmaal doet. Moeder en dochter kijken filmpjes van papa, gaan een eindje fietsen en eten een ijsje in de speeltuin. En Djordy’s ouders Jozef en Marlou bekijken oude foto’s en halen bij zijn vroegere school liefdevol herinneringen op aan hun zoon. Als je niet beter zou weten, zou je kunnen denken: ze hebben er inmiddels vrede mee. Die stomme persoonsverwisseling met fatale afloop heeft dan toch een plek gekregen.

Als de tv-docu Djordy (43 min.) ruim een kwartier onderweg is, volgt echter alsnog de terugkeer naar die verdomde parkeergarage. Djordy’s echtgenote kan zich de bijna absurde beelden nog zo voor de geest halen. ‘Is het een soort van prank of zo?’ En bij zijn ouders staat die fatale oktoberdag natuurlijk ook op het netvlies gebrand. ‘En dat het niet voor hem bedoeld was, dat maakt het helemaal…’, valt moeder stil. En daarna moesten ze dus toch verder, gebroken en gehavend. Omdat het leven nu eenmaal doorgaat. Moet. Ook zonder Djordy.

Regisseur Mark Schrader doorsnijdt hun getuigenissen met beelden van Djordy als deejay, laat ook diens voetbalvrienden nog aan het woord en brengt het geheel op temperatuur met een tamelijk dwingende soundtrack. Aan de daders en hun opdrachtgever(s) wordt geen woord vuilgemaakt in deze wat onevenwichtige film, die ondanks alles een optimistische ondertoon probeert te houden. Tegelijkertijd maakt Djordy ook tastbaar hoe onwerkelijk zo’n onbedoelde moord is – en hoe werkelijk de gevolgen ervan.

Babies

Netflix

In de documentaire Babies uit 2010 volgde de Franse documentairemaker Thomas Balmès vier pasgeborenen en hun verwanten gedurende hun eerste levensjaar. De kinderen waren afkomstig uit zeer uiteenlopende landen en culturen (Verenigde Staten, Mongolië, Namibië en Japan) en schetsten gezamenlijk een veelkleurig beeld van de rituelen en gebruiken waarmee nieuwe wereldbewoners worden verwelkomd.

De gelijknamige documentaireserie Babies (301 min.) borduurt tien jaar later voort op hetzelfde thema en voorziet de verhalen van vijftien gezinnen uit alle windstreken van een wetenschappelijke context. Vragen als: Wat zit er nu werkelijk in moedermelk en wat betekent dit voor de ontwikkeling van een kind? Hoe leren baby’s communiceren met hun omgeving of konden ze dat altijd al? En hoe belangrijk is goede nachtrust voor de ontwikkeling van het kinderbrein?

De zes afleveringen zijn thematisch gegroepeerd en bieden stuk voor stuk interessante inzichten, die voor lichte verbazing of juist een Aha-erlebnis zullen zorgen bij (jonge) ouders. Babies moet het daarbij niet hebben van spectaculaire ontwikkelingen of tranentrekkende persoonlijke verhalen, maar biedt een populair-wetenschappelijk overzicht van actuele opvattingen over geboorte en ontwikkeling van jonge kinderen, dat tegelijkertijd demonstreert hoeveel er nog valt te leren over de aard van het mens-zijn.

Ceres

EO

Het Zeeuwse land wordt in handen van filmmaker Janet van den Brand een geborgen wereld waar mens, dier en plant op natuurlijke wijze samenleven. Van den Brand observeert een beschutte agrarische gemeenschap tijdens het oogstseizoen. Via vier kids die op één van de afgelegen boerderijen opgroeien, met de ambitie om, als vanzelfsprekend, het familiebedrijf op termijn over te nemen.

Elke vorm van moderniteit, op een enkele boerengame en filmpjes van tractor pulling na, blijft achterwege in Ceres (54 min.). Van den Brand, zelf opgegroeid in Zeeland, kijkt mee als de kids appels en peren plukken, een vogel kortwieken of helpen als er een haan moet worden geslacht, die vervolgens gezamenlijk wordt gevild en uitgebeend. Uit alles spreekt een vanzelfsprekende relatie met het land en dit leven.

Door Van den Brands filmische benadering, het weldadige camerawerk van haar vriend Timothy Josha Wennekes (met veel close-up shots en nóg meer oog voor detail) en het levendige geluidsdecor van Tim Taeymans wordt deze film welhaast een zintuiglijke ervaring. Een ode aan de agrarische sector, zou je kunnen zeggen. Zonder een dwingende narratief, maar met een natuurlijke orde waarbinnen nieuw leven en de dood elkaar, als vanzelfsprekend, afwisselen.

Toch sijpelt zo nu en dan door dat die vanzelfsprekendheid niet meer zo vanzelfsprekend is als ooit. De volgende generatie boeren mijmert ook openlijk over de vrijheid van Australië, Canada of Nieuw-Zeeland. Want: ‘hierzo verdrink je bijna in al die regels’. En kan Ceres, de Godin van de landbouw, dus niet meer geheel onbevangen aanbeden worden.

The Trials Of Gabriel Fernandez

Netflix

Volgens de allereerste melding bij het alarmnummer 911 is hij ‘uitgegleden in bad’. Terwijl de opgetrommelde hulpverleners de achtjarige jongen proberen te reanimeren, nemen ze ongewild de verdere schade op: blauwe plekken, striemen, breuken, wurgsporen, bijtwonden, ribfracturen en brandwonden. Gabriel Fernandez ziet er gruwelijk uit. Hij is een (dan nog) levend toonbeeld van kindermishandeling geworden.

Wat is er op die fatale 22e mei 2013 gebeurd in het huis van Gabriels moeder Pearl Fernandez en haar vriend Isauro Aguirre, tegen wie nu de doodstraf wordt geëist? En in hoeverre zijn de plaatselijke jeugdzorgmedewerkers medeschuldig aan de dood van het jongetje, die zij als professionals toch al maanden hadden kunnen/moeten zien aankomen? De zesdelige docuserie The Trials Of Gabriel Fernandez (328 min.) belicht de noodlottige kwestie van verschillende kanten.

Waarbij het de vraag is of de ramp die met de wijsheid van nu gemakkelijk lijkt te voorspellen ook daadwerkelijk zichtbaar was voor de directe omgeving van Gabriel en de agenten, schoolambtenaren en hulpverleners daaromheen. En houdt de hele kwestie nog verband met werkdruk bij maatschappelijk werkers (van wie er nu vier ettelijke jaren gevangenisstraf boven het hoofd hebben hangen) en het feit dat elementaire zorgtaken zijn uitbesteed aan bedrijven met een winstoogmerk?

De werkelijkheid ligt in elk geval een stuk genuanceerder dan de gemakkelijke waarheid van slechte ouders die hun kind, al dan niet met voorbedachte rade, hebben doodgemarteld. Dit is een systeemfout, betoogt filmmaker Brian Knappenberger, die de tijd neemt om alle lagen van de zaak af te pellen en te bekijken hoe het opsporen van mogelijke bedreigende situaties in de toekomst kan worden verbeterd.

Daarmee drijft deze lijvige miniserie soms wel erg ver af van dat ene gemaltraiteerde achtjarige jongetje, dat een tragische posterboy is geworden voor de gruwelijkste vormen van kindermishandeling.

Finding The Way Home

HBO

De meeste van de acht miljoen kinderen ter wereld die in een weeshuis verblijven, zijn helemaal geen wees, stellen Jon Alpert en Matthew O’Neill bij aanvang van de documentaire Finding The Way Home (64 min.). Ze zijn gewoon van hun ouders gescheiden door armoede, rampspoed of discriminatie. In deze film worden zes kinderen gevolgd die toch een (nieuw) thuis hebben gevonden.

Ze komen uit landen als Roemenië, Nepal en Brazilië en hun persoonlijke geschiedenis is zonder uitzondering schrijnend: kind van verslaafde ouders, ten prooi gevallen aan mensenhandelaars of gedumpt in een troosteloos opvanghuis voor gehandicapten. Zonder liefhebbende ouders moeten ze op eigen kracht zien uit te groeien tot evenwichtige volwassenen.

De filmmakers portretteren de kinderen binnen hun nieuwe omgeving en bezoeken tevens de plekken waar ze ooit noodgedwongen hun dagen sleten. Hun herinneringen daaraan zijn bovendien vervat in fraaie animaties. Het ontroerendst zijn de portretjes van het spastische Roemeense meisje Maria en de meervoudig gehandicapte tiener Isus uit Bulgarije. Ze waren allebei weggestopt in zo’n typisch somber Oostblok-instituut met bedompte slaapzalen vol ernstig verwaarloosde kinderen.

Liefdevolle pleegmoeders hebben nu de deur voor hen geopend naar een volwaardig bestaan. Op de nieuwe kansen die het leven soms ook biedt ligt de nadruk in deze gedegen, enigszins brave film, waaruit de hoop spreekt dat ook deze jeugdige wereldburgers, en al die andere verweesde kinderen, zich thuis kunnen gaan voelen op deze soms zo liefdeloze aardkloot.

Buddha In Africa

NCRV / BOS

In het hart van Afrika krijgen kinderen een Chinese naam. Ze leren Mandarijn, eten (vegetarisch) met stokjes en krijgen onderricht in kung fu. Het weeshuis ACC in Malawi wordt gerund door de Boeddhistische oprichter Hui Li en een groep Chinese leerkrachten, die de Afrikaanse kinderen met tucht en discipline opvoeden.

De ultieme beloning is de mogelijkheid om door te studeren in China. Het vijftienjarige kung fu-talent Enock Bello (Chinese naam: Alu) krijgt die kans, maar erg veel zin heeft hij er eigenlijk niet in. Net als veel andere kinderen zou ‘Alu’ zich het liefst bevrijden van het Chinese juk. Maar wat is zijn alternatief? De jongen redt zich inmiddels beter in het Mandarijn dan in zijn eigen taal.

Met Buddha In Africa (93 min.) laat regisseur Nicole Schafer zien hoe de geschiedenis in Afrika zich blijft herhalen; waar zomaar een christelijke missieschooltje had kunnen staan, heeft zich nu een Chinees internaat op Boeddhistische grondslag gevestigd. De activiteiten van de verantwoordelijke liefdadigheidsinstelling zijn tevens een treffend voorbeeld van hoe China, dat jarenlang met zijn rug naar de rest van de wereld stond, zich nu actief bemoeit met het dagelijks leven op een ander continent.

De bevoogding van Afrikaanse jongeren zoals Enock begint gaandeweg steeds nadrukkelijker te schuren in deze observerende film. Ze raken vervreemd van hun directe omgeving, ten faveure van een cultuur waarvan ze ook nooit volwaardig deel kunnen uitmaken. Zo blijkt dat de weg naar de hel, zelfs als je persoonlijke verlichting nastreeft, toch geplaveid kan zijn met goede bedoelingen.

One Child Nation

onechildnation.com

We deden gewoon wat er van ons werd verwacht. Het is een verklaring die, in wisselende bewoordingen, steeds weer wordt uitgesproken door gewone Chinezen, die de officiële eenkindpolitiek van het land ten uitvoer brachten. Elk Chinees gezin mocht maar één kind krijgen, liefst een jongetje. 338 Miljoen geboorten werden zo sinds begin jaren zeventig voorkomen, volgens een propagandafilmpje van de Chinese overheid.

Het was een oorlog tegen overbevolking, stelt Nanfu Wang in One Child Nation (89 min.), die uitmondde in een onvervalste oorlog tegen het volk. De inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige filmmaakster keert in deze egodocumentaire, die ze maakte samen met Jialing Zhang, terug naar China om de gevolgen van de omstreden politiek in haar eigen geboortedorp op te tekenen.

Behalve verdriet en wroeging vindt Nanfu daar ook nog altijd trots, op de manier waarop het landelijke beleid lokaal werd uitgevoerd. ‘Het nationale belang kwam voor mijn persoonlijke gevoelens’, zegt Shuqin Jiang bijvoorbeeld, die als plaatselijke functionaris familieplanning gedwongen sterilisaties en (extreem late) abortussen liet uitvoeren. ‘Het was alsof we moesten vechten in een oorlog. De dood is daarbij onvermijdelijk.’

Hoe dieper Nanfu Wang in de eenkindpolitiek duikt, hoe schrijnender de verhalen worden die ze vindt. Over meisjes als tweederangs kinderen of erger, veel erger. En daarmee verbonden corruptie, foute adopties en grootschalige (overheids)criminaliteit. Stuk voor stuk terug te herleiden naar een onmenselijk systeem, dat van gewone mensen slachtoffers, bureaucraten, verweesden, nabestaanden of doodgewone misdadigers heeft gemaakt. En een erg indringende film heeft opgeleverd.

Scheme Birds

‘Locked up’ of ‘knocked up’? Dat is doorgaans waarop het uitdraait voor de jongeren uit de Schotse industriestad Motherwell, die worden geportretteerd in de coming of age-docu Scheme Birds (86 min.). Sinds de Britse premier Margaret Thatcher de plaatselijke staalindustrie de nek omdraaide – zo zien ze dat tenminste ter plaatse – is er nauwelijks meer perspectief voor de lokale jeugd.

Neem de tiener Gemma Gillon, de hoofdpersoon van deze fijne film van Ellen Fiske en Ellinor Hallin. Véél meer dan haar net iets te stoere vriendje, de vechtersbaas Pat, lijkt ze niet te hebben. Haar moeder, die is weggezonken in haar eigen drugsverslaving, heeft ze nauwelijks gekend en hoeft ze – zegt ze zelf – ook nooit meer te zien. En vader is eveneens buiten beeld. Alleen ‘papa’ is gebleven, haar opa die een boksschool runt, waar soms ook duivententoonstellingen worden gehouden.

Zuipen, blowen en tattoos zetten, héél veel meer doen het tienermeisje en haar wild feestende vrienden niet. En ruzie maken, veel en heftig. Met de mond, hun vuisten en alles wat er toevallig voorhanden is. De gevolgen zijn soms ronduit verpletterend. En ook in Gemma’s kleine leventje dient zich een wezenlijke verandering aan. Die zet alles he-le-maal op zijn kop. De losbol zal moeten opgroeien. Of ze nu dat nu wil en kan of niet.

De Zweedse filmmakers Fiske en Hallin observeren het ontwortelde meisje en haar vrienden van héél dichtbij. Scheme Birds, straf gemonteerd en aangezet met dikke alternatieve popmuziek, sluit gevoelsmatig perfect aan bij het kitchen sink realism van sociaal bewogen filmers als Ken Loach. Alleen is het verhaal van Gemma écht echt. Zij is geen speelfilmpersonage, maar een jonge vrouw die zich moet losmaken van alles wat ze was om te worden wie ze wil zijn. Als een duif uit papa’s boksschool.

For Sama

Het is een scène die je nooit meer vergeet. Een gewonde vrouw wordt binnengebracht in een noodhospitaal in Aleppo. Ze is hoogzwanger. Het is onduidelijk of de aanstaande moeder kan overleven. De artsen besluiten tot een spoedkeizersnede. Het grijze jongetje dat zo ter wereld wordt gebracht oogt levenloos.

Ze beginnen het kind te reanimeren, schudden hem door elkaar en wrijven zijn ruggetje warm. Wat ze ook doen, het jongetje wil de geest maar niet krijgen. Burgerjournalist Waad al-Kateab staat er met haar camera bovenop en vangt zo een sleutelscène voor haar film: nieuw leven in het hart van de oorlog. Heeft het een kans?

In de persoonlijke film For Sama (95 min.), die de ene na de andere filmprijs wint en op het IDFA nog werd gekozen tot dé publieksfavoriet, richt de jonge Syrische filmmaakster zich in haar verbindende voice-over tot het kind dat in haar eigen buik tot volle wasdom is gekomen. Ze vertelt Sama haar levensverhaal en toont het werk van haar activistische echtgenoot Hamza, die als arts in het hospitaal werkt.

Intussen probeert al-Kateab, samen met co-regisseur Edward Watts, bewijsmateriaal te verzamelen van de vernietigende burgeroorlog in Syrië, die ook haar prille gezin steeds verder in het nauw brengt. Ze stelt zichzelf daarbij pijnlijke vragen: heeft een kind een kans op een normaal leven als rondom haar een bloedige burgeroorlog woedt? En: ben je een egoïst of zelfs een lafaard als je in die omstandigheden je huis ontvlucht?

Het zijn de elementaire dilemma’s die oorlog losmaakt in gewone mensen en die ook al in talloze andere documentaires over Syrië aan de orde zijn gesteld. Het decor voelt ook vertrouwd: een belegerde en inmiddels volkomen kapot geschoten stad, die van alle kanten wordt aangevallen. Totdat er écht geen leven meer inzit. Toch went de bijbehorende mengeling van (wan)hoop, paniek en galgenhumor nooit.

Zeker niet als de bijbehorende mensen echt tot leven komen en hun relaas van binnenuit wordt verteld. Zoals in het verpletterende For Sama, een documentaire die – naast Last Men In Aleppo, City Of Ghosts en The Cave – een plek verwerft in het rijtje essentiële Syrië-films, dat eigenlijk verplicht moet worden gesteld voor iedereen met een gemakkelijke mening over oorlogsslachtoffers en vluchtelingen.

The Wolfpack

Daar staan ze dan. Zes jongens. Latino’s. Broers. In pak en stropdas, met een donkere zonnebril op. Ze richten hun pistolen op de camera. The Wolfpack (89 min.). Zojuist hebben ze met zichtbaar plezier enkele scènes uit de Quentin Tarantino-speelfilm Reservoir Dogs nagespeeld. Ze blijken zeer rolvast. Opererend vanuit hun eigen appartement. In een verloederd New Yorks flatgebouw in de Lower East Side.

Crystal Moselle kwam de wereldvreemde gebroeders Angulo tegen in het park toen ze net bezig waren om de buitenwereld te leren kennen. Het was alsof ze een verdwenen gewaande indianenstam uit de Amazone ontdekte, vertelde de debuterende filmmaakster toentertijd tijdens interviews. De jongens waren jarenlang nauwelijks buiten geweest. Negenmaal in één jaar, op zijn hoogst. Soms slechts eenmaal. En in één specifiek jaar helemaal niet. Vader Oscar hield ze binnen. Wilde ze beschermen tegen het gevaarlijke New York. En moeder Susanne gaf thuis les.

Via films hielden de Angulo’s – gezegend met namen als Govinda, Jagadisa en Narayana – contact met de buitenwereld. 5000 VHS-banden en dvd’s stonden er inmiddels thuis. En menige film werd tot in detail nagespeeld. The Dark Knight, Pulp Fiction en Nightmare On Elm Street. Papa Oscar, aanhanger van Hare Krishna, vond het allemaal best. Zolang zijn kinderen maar binnen bleven. Hij maakte van hen zijn eigen sekte. Een volledig naar binnen gerichte enclave, midden in één van de drukste steden van de wereld.

Samen vormden ze tevens een tikkende tijdbom, stelt zijn zoon Mukunda. Het was volgens hem een kwestie van tijd totdat de boel ontplofte. Uiteindelijk was hij het zelf, die op vijftienjarige leeftijd de stap naar die onbekende buitenwereld waagde. Met een Michael Myers-masker op. Niet veel later volgden zijn broers. De Angulo’s ontdekten dat de echte wereld zowaar behoorlijk leek op het universum dat ze al van het witte doek kenden. En dat het thuis waar ze al die jaren hadden vertoefd met verbazing werd bekeken door de rest van de wereld.

Filmmaakster Moselle heeft zich jarenlang als een soort extra huisgenoot in het bizarre huishouden verschanst en registreerde van binnenuit hoe de keuzes van de dictatoriale vader Oscar uitpakten voor zijn vrouw en kinderen. Met haar rommelige gefilmde beelden, op een collageachtige manier gecombineerd met vreemde (familie)filmpjes, ving ze het onwerkelijke verhaal van een zonderling gezin. Het resultaat is een ronduit unheimische film, die in 2015 op het Sundance Film Festival werd bekroond met de Grand Jury Prize.

Little Stars Of Bethlehem

NTR

Het zijn doodgewone kinderen. Na de Dode Zee willen ze ook wel eens een echte zee zien: de Noordzee. Waarin je echt ongegeneerd lol kunt maken. Het is sowieso een opwindende tijd voor de Little Stars Of Bethlehem (48 min.). De Palestijnse kinderen zijn uitgenodigd om tijdens de Cello Biënnale van 2018 op te komen treden in het verre Amsterdam. De meesten zijn nog nooit buiten Bethlehem geweest. Laat staan in het buitenland.

De acht kleine cellisten zijn geboren en getogen in een Palestijns vluchtelingenkamp, waar de tenten inmiddels zijn vervangen door min of meer normale woningen. De meeste ouders bewaren echter nog steeds de sleutel van het huis dat ze ooit moesten achterlaten, vertelt Fabienne van Eck, de Nederlandse artistiek directeur van het plaatselijke muziekproject Sounds Of Palestine.

Zulke families hebben doorgaans wel wat anders aan hun hoofd dan muziekles voor hun kinderen. Juist daarom, betoogt Van Eck, is het zo belangrijk dat deze vaak getraumatiseerde jongens en meisjes in contact worden gebracht met muziek. Het werken met lokale kinderen is voor haar echt een soort roeping. Nadat ze was afgestudeerd aan het Nederlandse conservatorium, reisde Van Eck af naar Bethlehem om daar werk te gaan doen dat haar uiteindelijk veel belangrijker leek dan het spelen in een Nederlands orkest.

Regisseur Shariff Nasr portretteert de protegés van Fabienne van Eck eerst in hun eigen omgeving en volgt hen vervolgens tijdens hun muzikale trip naar het vrije Westen. Dat levert innemende taferelen op, van kinderen die even loskomen van hun beladen leefomgeving en weer, juist, kind mogen zijn. Het is ontroerend om te zien hoe ze bijvoorbeeld met grote ogen in de trein naar buiten zitten te kijken, zich wagen aan haring happen of, in het ouderlijk huis van Fabienne, hagelslag op hun boterham strooien.

Wat voor ons, westerlingen uit een land dat al decennia vrede kent, volstrekt normale activiteiten zijn, is voor deze oorlogskinderen een heuse belevenis. Daarmee krijgt het tweede deel van deze televisiedocu wel een hoog toeristisch gehalte. Pas zodra de Palestijnse kinderen, als onderdeel van een veel groter kinderorkest, aan het eind van deze observerende film het podium op mogen, komt ook de muziek, die hen deze trip heeft bezorgd en die hen nog altijd een kans op een ander leven zou kunnen geven, weer echt centraal te staan.

De Klas van ’94

NTR

Het was een Arabische school. Géén islamitische school. In de Amsterdamse Rivierenbuurt werd begin jaren zeventig speciaal voor kinderen van Marokkaanse gastarbeiders de Bouschraschool opgericht. Ze kregen eenmaal per dag een uur Arabische les, zodat ze klaar waren voor terugkeer naar hun eigen land. Historicus Nadia Bouras zat in De Klas Van ‘94 (50 min.), toen diezelfde school inmiddels een Islamitische school was geworden. Ze ontvangt nu in het toenmalige klaslokaal leerlingen waarmee ze toentertijd op school zat en die natuurlijk gewoon in Nederland zijn gebleven. Ook enkele leerkrachten keren terug naar de klas.

Verder brengt Bouras in Friesland een bezoek aan de Nederlandse dominee Rolf Boiten die de Bouschraschool in 1971 samen met zijn vrouw oprichtte. ‘Wij zeiden: we willen een school waarbij wij samen zijn, ook met mensen die andersdenkend zijn’, vertelt de inmiddels hoogbejaarde dominee over de grondslag van hun geesteskind. ‘Wij vragen van de Marokkaanse leerkrachten dat ze de islam representeren en wij vragen van de Nederlandse leerkrachten dat ze zeggen: daar hebben wij wat mee, met dat christendom. Op die manier krijg je een andere samenleving. En dat was de grote vreugde.’

Boitens idealisme heeft uiteindelijk geleid tot een school met een islamitische signatuur, het type school dat tegenwoordig eerder een symbool lijkt te zijn geworden van segregatie dan van integratie. Intussen is ook het maatschappelijk klimaat rond het verblijf van de voormalige gastarbeiders en hun nazaten in Nederland aanmerkelijk verhard. Hoe interessant die thematiek ook is, deze televisiedocu van Hassnae Bouazza wordt uiteindelijk nooit héél veel meer dan een soort aangeklede aflevering van Klasgenoten op locatie, waarin particuliere herinneringen slechts beperkt een nieuw of ander licht werpen op een actuele maatschappelijke kwestie.

Mijn Dochter De Vlogger

Jaydie en haar ouders / VPRO

In het bedrijf Nina Schotpoort werkt de moeder van Nina Schotpoort voor haar dochter Nina Schotpoort. De vader van de dertienjarige Nina Schotpoort figureert ook in de filmpjes van Nina Schotpoort. Op het YouTube-kanaal van Nina Schotpoort (134.000 abonnees & counting) worden fans van Nina Schotpoort vanzelfsprekend op alle mogelijke manieren bediend.

De ouders van de kindvloggers Jaydie en Jaylinn (houd die namen goed uit elkaar!) zouden maar wat graag de aantallen van Nina Schotpoort halen. Al hoeft het YouTube-kanaal van de driejarige Jaydie, Just Jadie (ruim 1100 volgers & counting), morgen nog niet direct 100.000 abonnees te hebben, hoor, zegt de moeder van Jaydie, die als fotografe thuis gelukkig een studio heeft voor de opnames met Jaydie. Overmorgen is ook goed, vult de vader van Jaydie aan. Dat zou best een grap van de vader van Jaydie kunnen zijn.

De negenjarige Jaylinn zit intussen een beetje in een lastige periode, aldus de vader van Jaylinn. De views op het YouTube-kanaal van Jaylinn (ruim 5000 volgers & counting) gaan de laatste tijd namelijk niet zo goed. En de filmpjes van Jaylinn zouden een prima springplank voor de acteercarrière van Jaylinn kunnen zijn, aldus de vader van Jaylinn. ‘Wat zou je anders moeten doen in je video’s om toch meer kijkers te trekken?’ wil de vader van Jaylinn nu van Jaylinn weten.

De ouders van de (would be)influencers Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn stappen in de korte documentaire Mijn Dochter De Vlogger (34 min.) uit de schaduw van Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn. De filmmakers Doortje Smithuijsen en Joep van Osch geven hen uitgebreid de gelegenheid om hun verhaal te doen, observeren hoe ze te werk gaan met Nina Schotpoort, Jaydie en – niet te vergeten, natuurlijk – Jaylinn en leuken het geheel op met enkele smakelijke muziekjes. Een oordeel over de ouders van Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn laten ze verder over aan de kijker.

Welnu, deze kijker kreeg er ontaarde jeuk van.

Doortje Smithuijsen is in dit interview met de Volkskrant een stuk milder.

Als bijsluiter adviseer ik niettemin dringend de Tegenlicht-aflevering Goudzoekers In YouTubeland uit 2017, een tamelijk deprimerend kijkje in de wereld van Nederlandse YouTubers en hun managers en marketeers.

Kabul, City In The Wind

Ooit, nog niet eens zo lang geleden, moet de Afghaanse hoofdstad Kabul een bruisend en vooruitstrevend oord zijn geweest. Een plek waar alleen vliegers met elkaar vochten, zo beschreef Khaled Hosseini de stad waar hij opgroeide in zijn bestseller De Vliegeraar (2003). Totdat halverwege de jaren zeventig een eindeloos gevecht begon, dat tot op de dag vandaag voortduurt.

De tiener Afshin Amiri en zijn kleine broertje Benjamin groeien op in dezelfde stad, een slordige halve eeuw later. Het is een totaal andere plek geworden. Kabul, een stoffige stad die leeft onder de schaduw van oorlog. De vader van de jongens, een voormalige militair, neemt hen mee naar een gedenkplaats voor slachtoffers van een vernietigende bomaanslag. Niet veel later vertrekt hij voor werk naar het buitenland en krijgt zijn zoon Afshin ineens de rol van gezinshoofd toebedeeld.

‘Waar ik bang voor ben?’, vraagt hij tijdens één van de indringende interviews, waarmee de lotgevallen van de achtergebleven broers zo nu en dan worden doorsneden. Hij kijkt recht in de camera van de Nederlands-Afghaanse filmmaker Aboozar Amini, die hem in de gesprekken zeer dicht op de huid zit, en laat een ongemakkelijk lange stilte vallen. ‘Zelfmoordaanslagen. Want mijn vader is erbij gewond geraakt en z’n vriend Reza is omgekomen.’

Hoewel Amini ervoor past om zulk geweld expliciet in beeld te brengen, is de dreiging ervan permanent op de achtergrond aanwezig in Kabul, City In The Wind (89 min.). Als zijn derde hoofdpersoon, de sjacherende buschauffeur Abbas Tanay die voortdurend malheur heeft met zijn gammele voertuig, bijvoorbeeld gezellig met zijn vrienden in het theehuis zit te kletsen, komt net het nieuws binnen dat er weer een bomaanslag is gepleegd. De Taliban is nog niet verslagen, constateren de mannen gezamenlijk, of IS steekt alweer zijn lelijke kop op.

‘Ze zeggen dat het morgen gaat sneeuwen’, vervolgt een goedlachse man met baard het gesprek. Alsof die bom alweer is vergeten. ‘President Ashraf Ghani zegt dat we moeten bidden om regen’, reageert een ander. ‘En wat doen we voor bomaanslagen?’ Ook naar de moskee, constateert de eerste man glunderend. ‘Dan stuur ik de zelfmoordterrorist, die jullie allemaal afmaakt.’

De mannen gieren het uit van het lachen en houden de ellende om hen heen zo even op afstand. Galgenhumor als overlevingsstrategie. Net als de hasjpijp. Een larmoyant lied. Of gewoon doen wat papa van je verwacht. Deze subtiele film toont hoe gewone mensen ondanks alles hun leven vervolgen. Zelfs in een Kabul, vereeuwigd met fraaie panoramashots, dat nog maar een schim lijkt van de plek waar ooit vooral vliegers met elkaar vochten.