Hoe Nikita Een Paard Kreeg

VPRO

Hoe Nikita Een Paard Kreeg (24 min.)?

Niet omdat het elfjarige meisje fris van de lever alles zegt wat ze op haar grote hart heeft.

Niet vanwege haar ontwapenende ‘beugelbekkie’, waarmee ze een geweldige glimlach tevoorschijn kan toveren.

Niet omdat ze zo Amsterdams is als een mens maar kan zijn. Net als haar familie trouwens.

En zelfs niet vanwege het enthousiasme waarmee ze voor de camera haar favoriete liedjes zingt.

Nee, omdat Nikita Neijssel op de lagere school zo werd gepest dat ze…

Ja, daarvoor moet je toch echt zelf naar deze kwikzilveren jeugddocu van Anneke de Lind van Wijngaarden uit 2006 kijken. Het mikpunt van spot en pesterijen is daarin allang uitgegroeid tot een spring-in-het-veld puber, die de ervaringen uit haar jongste jaren al best een plek lijkt te hebben gegeven.

Het verhaal dat ze samen met haar moeder Jopie vertelt gaat echter door merg en been. Dit is wat er kan gebeuren, op een doodnormale basisschool in Amsterdam-Noord. Wat waarschijnlijk onschuldig is begonnen, ontspoort op een gegeven moment volledig. Per ongeluk, waarschijnlijk. Maar dan nog.

Toch is Hoe Nikita Een Paard Kreeg helemaal geen treurige vertelling. Nikita dartelt over het scherm alsof er nooit iets gebeurd is. Nu eens niet met een denkbeeldig vriendinnetje, maar op het voetbalveld, in de sneeuw én met een heel zorgvuldig uitgekozen paard. Waarmee ze een geweldig team vormt.

En dus laat deze héle fijne jeugdfilm over een zwaar en beladen onderwerp ‘gewoon’ een lekker gevoel achter. Dat is zonder enige twijfel een puike prestatie van alle betrokkenen.

Hoe Nikita Een Paard Kreeg is hier te bekijken.

A Lion In The House

Ze worden kaal, blazen langzaam helemaal op of verliezen plotseling één of meerdere lichaamsfuncties. Al op zeer jonge leeftijd moeten de hoofdpersonen van A Lion In The House (230 min.) dealen met de meest gevreesde ziekte van onze tijd.

Toen Steven Bognar en Julia Reichert, de makers van deze tweedelige documentaire uit 2006, door het kinderenziekenhuis in Cincinnati werden gevraagd om te komen filmen, had hun eigen dochter net een behandeling tegen kanker achter de rug. Toch stemden ze toe, om het verhaal van enkele zieke kinderen en hun families te vertellen. Daarbij nemen ze afwisselend de voice-over voor hun rekening.

Over Alex bijvoorbeeld, een schattig meisje van nauwelijks zeven. Ze heeft op die leeftijd al diverse terugvallen en remissies achter de rug. Haar prognose blijft zorgwekkend. Alex’s moeder Judy vraagt zich af hoever ze nog moeten gaan met behandelingen. Haar echtgenoot Scott wil echter van geen wijken weten. En dus wordt de kleine Alex steeds weer met nieuwe tegenslagen en ontberingen geconfronteerd. ‘Papa had beloofd: geen auwtjes meer’, kermt ze op een gegeven moment wanhopig.

Door de jeugdige leeftijd van de meeste patiëntjes zijn het eigenlijk hun ouders die als hoofdpersonen voor deze indringende film fungeren. Hun twijfel over wat het beste is voor hun kind staat centraal. Hun verdriet. Hun onmacht. En ook: hun onenigheid. Want het pad naar een gezonde toekomst – of de dood – dient zich niet vanzelfsprekend aan, maar moet steeds, elke keer weer, onderweg ontdekt worden. Artsen en verpleegkundigen staan hen daarbij terzijde.

Dat kan ook een heel eenzaam proces worden. De afro-Amerikaanse puber Tim heeft bijvoorbeeld al een veelbewogen leven achter de rug als hij wordt gediagnosticeerd met een nektumor. Zijn vader werd vermoord toen hij nog maar een kind was. Sindsdien staat zijn moeder Marietha er helemaal alleen voor. Ze kan zijn ellende en verdriet er eigenlijk niet bij hebben. De jongen heeft intussen een leerachterstand opgelopen en ook zijn complete sociale leven is naar de gallemiezen. En dan blijft ook die K-ziekte steeds terugkomen.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld een tv-programma zoals Over Mijn Lijk ontbreekt in deze film de Bucketlist: de insteek van vrijwel alle betrokkenen is niet gericht op het verzamelen van zoveel mogelijk piekervaringen voordat Magere Hein dan toch langskomt, maar volledig op het leven redden, verlengen of op zijn minst menswaardig laten eindigen. En dat blijkt al moeilijk genoeg.

Merlijn En de Rode Appel

Susan Filmt

Voor hetzelfde geld was dit een sombere film geworden over een jongen die al een hele tijd thuis zit. Net als zesduizend andere kinderen in Nederland. Omdat hij op geen enkele school kan aarden. Een probleemgeval van nog geen twaalf, een jongen met een nauwelijks te dragen rugzakje. Zo’n documentaire is Merlijn En De Rode Appel (15 min.) bepaald niet geworden.

‘Dit zijn kinderen zonder autisme’, legt Merlijn Goldsack zelf monter uit, terwijl hij een groene appel laat zien. ‘En dit zijn kinderen met autisme’, vertelt hij met een rode appel in de hand. ‘Deze kinderen doen zo van buiten spelen en zo’, weet hij te vertellen over de groene kinderen. ‘Gewoon naar school. Want ze hebben er geen moeite mee, denk ik. Want ik kan niet in hun hoofd kijken.’

Hij vervolgt, nog steeds op bijzonder opgewekte toon. ‘En dit zijn de kinderen – daar weet ik wel weer meer van – die houden van binnen zijn. En die vinden het moeilijk’, pakt hij er weer een groen exemplaar bij, ‘om met deze appels om te gaan.’ Voor Merlijn is het glashelder: ‘Ik zou nooit een groene appel willen zijn, want, ja, het is best wel een fijn gevoel als je mij bent.’

En zo dartelt Merlijn, en met hem deze heerlijke jeugddocu van Susan Koenen uit 2013, verder door zijn eigen kleine leven. Ravottend met de hond, kletsend met zijn moeder en spelend met het speelgoed dat hij zelf heeft gefabriceerd. Natuurlijk worden in de tussentijd ook zijn problemen aangestipt, maar die krijgen niet de overhand en vertroebelen ook nooit het zicht op wat een heerlijk joch Merlijn is.

Zo wil hij best leren, maar heeft hij dan weer geen zin in school. Een diploma is toch ook maar een stukje papier? En Merlijn zou Merlijn niet zijn als hij niet gewoon zelf een getuigschrift zou maken. ‘Goed gedaan, Merlijn’, staat erop. ‘We zijn supertrots.’ Met kaarsvet zet hij er een officiële stempel op. Deftig: ‘Hiermee verklaar ik dat Merlijn het goed heeft gedaan.’

Het is een prachtig (bijna)slotakkoord voor een onweerstaanbare film, heerlijk op tempo en verluchtigd met lekkere indiemuziek, die een belangrijk maatschappelijk probleem aankaart, zonder het betrokken kind en zijn moeder te problematiseren. Een niet te onderschatten prestatie. Voor hoe Merlijn zichzelf ziet en hoe wij Merlijn, en kinderen zoals hij, zien.

Dat zelfgemaakte diploma vormt tevens het startpunt voor My Journey For Education (43 min.), een documentaire die Merlijn Goldsack in de afgelopen drie jaar zelf heeft gemaakt. Hij onderzoekt daarin waarom er eigenlijk zo’n slechte match was tussen hem en het onderwijs dat hij kreeg aangeboden. In dat kader spreekt hij met een voormalige leerkracht, zijn remedial teacher, de coach die hem bijstond in zware tijden en – jawel! – een docent van de multimedia-opleiding die hij dit moment volgt.

Merlijn, inmiddels een ogenschijnlijk doodnormale jongvolwassene, steekt ook zijn licht op bij scholen in Finland en de Verenigde Staten, waar hij een andere Nederlandse jongen met een autismespectrumstoornis en zijn moeder opzoekt. Het vergaat hen daar aanmerkelijk beter dan in ons land. Wat zouden Nederlandse onderwijsprofessionals van hun lesmethoden en ervaringen kunnen leren?

Merlijn steekt niet onder stoelen of banken dat het maken van deze persoonlijke film lang niet altijd gemakkelijk was: hij werd meermaals geconfronteerd met hoe zijn hersens prikkels (niet) verwerken en de depressies die zijn tevergeefse rondgang langs al die scholen en de bijbehorende teleurstellingen hebben vergezeld.

Ook ditmaal wacht er aan het eind van deze film echter een fraai getuigschrift. Hij spijkert het hoogstpersoonlijk netjes aan de muur. Alleen het officiële stempel van kaarsvet ontbreekt. Goed gedaan, Merlijn!

Giovanni En Het Waterballet

KRO-NCRV

Nee, je bent niet automatisch de ‘coolste dude’ van de klas als je als tienjarige jongen aan synchroonzwemmen doet. En nee, je bent ook niet automatisch één met de meiden als je met je allersierlijkste bewegingen bij hen aansluit. Giovanni van der Zon lijkt een eenling. Hij wil als allereerste jongen meedoen aan het Nederlands kampioenschap.

Dat is bepaald geen sinecure. Hij moet bijvoorbeeld eerst officieel op examen. En daarvoor moet dan weer flink getraind worden. Het gaat er op zulke momenten soms stevig aan toe, bijvoorbeeld bij het oefenen van de split. ‘Doet het pijn?’ vraagt zijn trainster naar de bekende weg als haar pupil het uiterste vraagt van zijn lichaam. ‘Dat is goed.’ Ze laat hem even ademhalen. ‘Nog verder. Probeer het!’

Toch is Giovanni En Het Waterballet (17 min.) geen beladen sportfilm, hoor. Regisseur Astrid Bussink dient de verrichtingen van haar aandoenlijke hoofdpersoon op met een uitbundige soundtrack en vervlecht ze bovendien met heerlijke scènetjes van de jongen met zijn vriendinnetje Kim. Waarbij het voortdurend de vraag is of ze eigenlijk nog wel verkering hebben of niet.

Deze hartveroverende jeugddocu uit 2014 werd niet voor niets wereldwijd op allerlei festivals vertoond en bovendien bekroond met diverse prijzen. Het is een film die in wezen, zonder ook maar een moment zwaar op de hand te worden, over de ontwikkeling van elk kind gaat: durf ik voor mijn dromen te gaan of laat ik me toch leiden door wat mijn omgeving ervan vindt?

Via onderstaande link is na de documentaire zelf nog te zien hoe Giovanni terugkijkt op het maken ervan en hoe hij zijn toekomst ziet. Met een badmuts en neusklem in het water? Of toch op een andere plek? En, ook belangrijk, is Kim nog in zijn leven?

Transhood

HBO

‘Ik heb liever een gezonde zoon dan een suïcidale dochter’, zegt Bryce, de moeder van Jay. De tiener krijgt binnenkort hormonen toegediend, zodat haar borstgroei niet op gang komt. Dat is wel een opluchting: geen ijszakjes of duct tape meer om de onvermijdelijke zwellingen tegen te gaan. De ingreep is ook hard nodig. Jay heeft sinds drie maanden een vriendinnetje. Die heeft er echter geen idee van dat haar vriendje nog niet helemaal de jongen is die hij wil zijn.

Intussen vraagt Bryce zich af of ze wel voldoende geld heeft voor alle behandelingen en medicatie. Want de fysieke overgang van het ene naar het andere geslacht wordt in de Verenigde Staten niet automatisch vergoed. In Transhood (97 min.) volgt Sharon Liese gedurende vijf jaar vier gezinnen uit Kansas City die een kind in transitie hebben. Bij aanvang zijn ze respectievelijk vier, zeven, twaalf en vijftien jaar oud.

Elke leeftijd brengt zo zijn eigen uitdagingen met zich mee. Leena, de oudste van de vier, heeft bijvoorbeeld haar eerste vriendje. Die zegt dat het hem niet uitmaakt dat zij een transvrouw is. De twee ogen ook oprecht verliefd. De ouders van ‘girlboy’ Phoenix overwegen intussen om afstand te nemen van hun familie omdat die, ook vanwege hun geloofsovertuiging, toch wel heel veel moeite heeft met het feit dat de kleuter nu als meisje door het leven gaat.

En het fotogenieke meisje Avery Jackson vraagt zich af, na enkele gewelddadige acties tegen de LGBTQ-gemeenschap, of ze toch niet wat voorzichtiger moet zijn met publiciteit. Als negenjarige belandt ze niettemin op de cover van het tijdschrift National Geographic. Haar moeder Debi wil haar bovendien actief inzetten in een mediacampagne om het beleid van de nieuwe Amerikaanse president Trump te beïnvloeden. En, omdat zo’n heel persoonlijk proces tevens zo z’n kansen biedt, wordt het ook tijd voor een boek van Avery, It’s Okay To Sparkle!, dat tijdens een heuse tour aan de mens wordt gebracht.

De rol en positie van de ouders, en hoe die zich gedurende de jaren ontwikkelt, vormt het saillantste deel van deze erg Amerikaanse documentaire, die het vooral van zijn longitudinale aanpak moet hebben. Als één van de hoofdpersonen onverwacht nóg een transitie doormaakt, maken ook de bijbehorende ouders ineens een draai van 180 graden. Wat eerst nog volledig werd ondersteund, krijgt nu het predicaat ‘psychische stoornis’. Het is een ontluisterende conclusie, die de dubbelzinnigheid laat zien waarmee de ontwikkeling van een transkind ook gepaard kan gaan.

Skies Above Hebron

Doxy

‘Soldaat!’ roept de Joodse overbuurvrouw naar militairen van de legerpost als de Palestijnse broers Amer (11) en Anas (7) te dichtbij komen met de duiven die ze houden op hun dak. Tegen de jongens: ‘Deze plek is niet van jullie. Wegwezen!’

‘Ga zelf weg’, roepen ze terug. ‘Houd je mond!’ De broers weten dan al hoe laat het is. ‘Nu komen de soldaten eraan’, zegt Anas. Hij maakt er schietgeluiden en –bewegingen bij. Als de Israëlische militairen zich daadwerkelijk melden, raken de gemoederen snel verhit. ‘Ik zweer bij God dat ik je hoofd verbrijzel als je mijn zoon meeneemt’, zegt de moeder van de broers.

‘Ze hebben iets gedaan’, legt één van de soldaten uit. ‘We moeten ze boven aan een officier laten zien. Alle kinderen. Nu! Anders kom ik vannacht terug en arresteer ik iedereen in huis.’

Skies Above Hebron (56 min.) is nauwelijks vijf minuten onderweg en de situatieschets is compleet: Hebron, een stad aan de Westelijke Jordaanoever waar de Palestijnse bevolking en Joodse kolonisten op voet van oorlog met elkaar leven. Het is de plek waar de broers Quneibi en een andere Palestijnse jongen, Marwaan Sharabati, opgroeien. Die heeft als elfjarige al een foto gemaakt van een ‘martelaar’ die werd doodgeschoten door een Israëlische soldaat.

‘Ik was daar aan het spelen’, vertelt hij, bij zijn huis tegenover een grote Israëlische nederzetting. ‘Daar beneden viel hij neer, bij die witte steen. Hij vervolgt: ‘Een oude kolonist richtte zijn geweer op me. Hij schoot en ik bukte. De kogel ging net langs me heen.’ Toen kwamen er soldaten, die het geheugenkaartje van Marwaans telefoon wilden hebben. Dat liet hij niet gebeuren. Met vastberaden blik toont de jongen zijn foto. Die gun je geen enkel kind.

Esther Hertog en Paul King volgen de opgroeiende jongens gedurende enkele jaren. Het conflict dat rondom hen woedt werkt vormend. Ook zij worden, of ze dat nu willen of niet, meegezogen in de tragische waan van de dag. Waarbij camera’s worden ingezet als wapen, kinderen aan een waterpijp lurken om de stress te managen en Joden, en Joodse kinderen, automatisch tot vijand worden gebombardeerd.

Totdat iedereen, zo laat Skies Above Hebron trefzeker zien, zijn voorbestemde plek in de strijd heeft ingenomen of eieren voor z’n geld besluit te kiezen. Intussen proberen Amer en Anas gewoon hun duiven in leven te houden. In een wereld die daarin geen potentieel vredessymbool herkent, maar ze gewoon betrekt in de strijd.

#Lockdocs

Human

Opa is overleden. Ze kunnen niet naar zijn uitvaart. Daarom hebben Lucia en haar familie, die zich vanuit Barcelona hebben teruggetrokken op het Spaanse platteland, maar zijn favoriete toetje gemaakt. Je moet tenslotte wat. Het is exemplarisch voor hoe de kinderen in de jeugddocu #Lockdocs (17 min.) de gevolgen van de (eerste) lockdown tegemoet treden.

Waar ze ook mee worden geconfronteerd – een vader die ze niet mogen zien, een moeder met Corona of een broertje dat erg kwetsbaar is – de Nederlandse jongens en meisjes (9-14 jaar) in deze sympathieke jeugdfilm van Sanne Rovers maken er het beste van. Ze hebben deze docu ook grotendeels zelf gemaakt met hun eigen smartphone en gaan via Zoom met elkaar in gesprek over hoe het gaat.

Niet dat ze geen problemen hebben door COVID-19: hoe vier je je verjaardag, hoe kun je afscheid nemen van de basisschool en – het allerbelangrijkste – hoe overleef je de periode dat je favoriete milkshakezaak dicht is? Met een optimistische ondertoon doen ze zelf, ondersteund door Nederlandse documentairemakers, verslag van hun belevenissen als de wereld voor onbepaalde tijd op slot wordt gegooid.

Vanuit Barcelona en omgeving, vanuit het epicentrum van de pandemie in Noord-Italië en gewoon vanuit allerlei plekken in Nederland. Met de onweerstaanbare open blik van een kind, waarvan wij, bewoners van de grote mensenwereld, soms nog wel eens wat kunnen leren.

Waarom Bleef Je Niet Voor Mij?

Nederlandse Filmacademie

‘Ik wist wel dat hij ziek was’, vertelt Annabel (10). ‘Meer kreeg ik ook niet te horen omdat ik natuurlijk nog heel jong was. Later kreeg ik te horen dat hij de piekerziekte had.’

‘Soms wist ik het wel een beetje dat hij er niet meer wou zijn’, herinnert de twaalfjarige Rebekka zich. ‘Omdat hij dan bijvoorbeeld niet zo lekker in zijn vel zat en zo. Maar toen dacht ik: hij heeft zijn dag niet.’

‘Niks kon hem meer blij maken’, vertelt Hessel, ook twaalf. ‘Dus ja, wij ook niet.’

‘Dat is voor het kind moeilijk’, stelt Stef. ‘Dan kan ie ook depressief worden en misschien wil ie dan zelf ook niet meer leven of zo. Dat kind moet ook gewoon een leuk leven hebben. Dat moet je niet voor diegene verpesten.’

Vier kinderen, vier varianten op één en hetzelfde verhaal. Hun vader stapte uit het leven. Ook uit hun leven. Toen zij nog heel jong waren. Sindsdien vragen ze zich af: Waarom Bleef Je Niet Voor Mij? (25 min.). Het was een vraag waarmee ook Milou Gevers jarenlang rondliep. Haar moeder maakte tien jaar geleden een einde aan haar leven. Het was een onderwerp waarover meestal zorgvuldig werd gezwegen.

In deze afstudeerproductie voor de Nederlandse Filmacademie grijpt Gevers alsnog de gelegenheid aan om het onderwerp bespreekbaar te maken. Ze legt de kinderen vragen voor die veel anderen niet durven te stellen – en waarover ze zelf als kind wel had willen praten. ‘Vind jij dat papa voor jou een leuk leven wel een beetje heeft verpest?’ vraagt ze bijvoorbeeld aan Stef. De dertienjarige jongen kijkt droef in de camera. ‘Een beetje wel.’

Zelf zit de documentairemaakster niet in de film. Althans, niet letterlijk. Haar ervaring is via fraaie stop-motion animatie wel degelijk verwerkt. Het alter ego van Milou Gevers belandt tijdens haar tocht van het Boze Bos in de Waterval Van Tranen, kijkt eens goed in het Spiegelmeer en koestert bovendien een Nest Van Herinnerdingen. Om uiteindelijk Onbekend Terrein te betreden.

Gevers begeleidt deze verbeelding van het rouwproces met zeer persoonlijke voice-overs. ‘Ik heb me net als jullie vaak alleen gevoeld’, bekent ze bijvoorbeeld, om vervolgens tot de optimistische slotsom te komen die deze delicate film uiteindelijk kenmerkt. ‘Maar we zijn niet alleen. We maken dezelfde reis. Ik weet niet wat ons nog allemaal te wachten staat, maar we blijven doorgaan. We lopen gewoon door. Elke dag een stapje.’

Waarom Bleef Je Niet Voor Mij? is hier te bekijken.

Rooting For Roona

Netflix

Thuis, in het dorp Jirania Khola in de Indiase deelstaat Tripura, noemen ze haar Jannat. Dat betekent zoveel als hemel. Roona Begum is zestien maanden oud als ze in april 2013 wordt ‘ontdekt’. Het meisje heeft een enorm waterhoofd. Het is bijna niet om aan te zien. ‘Ze zeiden dat als ze behandeld zou worden, ze zou kunnen leven’, vertelt haar moeder Fatema, die meteen problemen voorziet. ‘We leiden een armoedig leven. Hoe moeten we de zorgkosten betalen?’

Roona moet zo snel mogelijk geopereerd worden. In haar directe omgeving ontbreken daarvoor echter de faciliteiten. Pas als journalisten en fotografen de ‘giant head baby’ in de peiling krijgen en ze een wereldwijde hype wordt, dient zich een uitweg aan: Sandeep Vaishya, een neurochirurg van een ziekenhuis in Delhi, is bereid om een serie operaties uit te voeren, om de hulpeloze peuter van een wisse dood te redden.

Rooting For Roona (41 min.), een rechttoe rechtaan-film van Pavitra Chalam en Akshay Shankar, volgt de pogingen van vader Abdul en moeder Fatema om het kind met de aangeboren afwijking een normaal leven te bezorgen, een proces dat uiteindelijk jaren in beslag zal nemen. En als de laatste operatie zich dan eindelijk aandient, blijkt Roona waterpokken te hebben en moet de ingreep alsnog worden uitgesteld.

De vraag is dan allang of het Indiase meisje, als er verder geen complicaties optreden en ze ook die allerlaatste operatie doorstaat, ooit zal kunnen lopen en praten. Voor Roona en haar ouders zou dat niets minder dan de Jannat betekenen. Dit is alleen de rauwe werkelijkheid, niet de B/Hollywood-verfilming ervan.

Summer de Snoo: Picture Perfect

Videoland

’Als ik naar haar foto’s kijk, dan zie ik geen kind. Zij heeft zo’n volwassen blik dat ik zelf soms gewoon versteld sta: ben jij tien?’ (moeder Jessica)

‘Wie ben ik om haar van haar droom te weerhouden?’ (vader Joeri)

‘Ze weten dat ik hen later ga verwennen met het geld dat ik ga verdienen.’ (Summer)

‘Toen ik vier jaar was stond ik voor het eerst voor de lens’, zegt het jonge fotomodel Summer geroutineerd bij aanvang van Summer de Snoo: Picture Perfect (96 min.). ‘Zes jaar en verschillende shoots later tekende ik een contract bij één van de werelds grootste modellenbureau’s, New York Model Management.’ Dat nieuws maakte destijds nogal wat los. Kinderarbeid, stelde de onvermijdelijke Peter R. de Vries. Foto’s van een vrij bedenkelijk karakter, volgens de al even onvermijdelijke Maarten van Rossem.

In deze driedelige serie brengt Cheeru Mampaey het dagelijks leven van Summer de Snoo en haar ouders in beeld, van de zomer van 2019 tot het begin van dit jaar. Dat leven speelt zich vooralsnog overigens gewoon in Nederland af. De aangekondigde oversteek naar de Verenigde Staten blijft steeds uit, een groeiende bron van frustratie bij Summers ouders die voor spanningen zorgt met haar manager Anthony, die het ook nog heeft gewaagd om zich met de voeding (‘dit is je laatste snoepje’) van hun dochter te bemoeien.

Die verhaallijn met een kartelrandje kan deze soapachtige docu, die duidelijk op een groot publiek mikt, ook wel gebruiken. Mampaey stelt verder geen al te lastige vragen, volgt vooral de bal en komt zo in het kielzog van Summer bijvoorbeeld terecht op de camping, bij de Engelse les en in de Efteling (waar ze tevens een modeshow mag lopen). En bij talloze ‘shoots’ en evenementen natuurlijk, waarbij alles en iedereen de loftrompet laat schallen over Summer (die tussen de bedrijven door ook nog aan school moet werken).

Dat levert vooral heel veel ‘eye candy’ op, die met vlotte, bijdetijdse muziek wordt uitgeserveerd. Gezeten op een rode bank, met daarachter de Amerikaanse vlag, reflecteren Summer en haar ouders vervolgens op wat ze zoal hebben ondernomen en wat dat voor hen betekent. Ze benadrukken dat er vanzelfsprekend niets gebeurt als ‘de nieuwe Doutzen Kroes’ ’t niet wil. Want Summer mag dan een topmodel in de dop zijn – en hoogbegaafd en een getalenteerde voetbalster – ze is ook maar een héél gewoon meisje.

Rauw / Rauwer

NCRV

‘Heb je wel eens pannenkoeken gegeten?’ wil een jongetje weten van zijn vriendje, dat naast hem op de trampoline ligt.

‘Nee, nog nooit’, antwoordt de tienjarige Tom.

‘Erwtjes?’ vraagt zijn kameraadje door.

‘Nee, ook niet.’

‘En, pizza, heb je dat ooit gegeten?’

‘Nee.’ Tom moet ook bekennen dat frietjes en tosti’s onbekend terrein zijn voor hem. Hij eet namelijk Rauw (25 min.), in elk geval geen voedsel dat is gekookt of gebakken. Daarmee schijnt Tom het enige kind in Nederland te zijn. Hij leeft alleen op groente, fruit en noten. Zijn moeder Francis is van mening dat dit beter voor hem is. Dat aten ze in de prehistorie immers ook.

‘Wat denk jij als je die stukken vlees in de koekenpan ziet liggen?’, vraagt ze in de keuken aan haar zoon terwijl haar eigen moeder ‘normaal’ staat te koken voor het kerstdiner. ‘Denk je: daar ligt eten? Of denk je: daar ligt een stuk dood beest?’ Haar zoon antwoordt nuchter: ‘Nee, dan denk ik: daar ligt vlees.’ Francis Kenter vraagt nog even door: ‘En als je dat bloed eruit ziet lopen, wat denk je dan?’

En met die vraag is moeder nog lang niet klaar. Het is één van de ongemakkelijkste scènes uit de spraakmakende jeugddocu van Anneloek Sollart, die het portret van Tom en de gedreven Francis garneert met beelden van allerlei lekkernijen: pizza’s, snoepgoed en snacks. De film veroorzaakte in 2008 heel wat deining. Zou deze freak, die zichzelf als een pionier beschouwt, niet uit de ouderlijke macht moeten worden gezet?

Die commotie vormde tevens de basis voor het schurende vervolg Rauwer (55 min.) uit 2012, waarin Toms moeder zich moet verweren tegen beschuldigingen van kindermishandeling omdat de lichaamsgroei van haar zoon achterblijft. In deze film is zij ook echt de hoofdpersoon. Voor een belangrijke zitting bij de rechtbank besluit ze zelfs om te gaan vasten. Ze maakt daarbij zelf de vergelijking met Jezus en Boeddha, die zich zo ook zouden hebben voorbereid op hun taak.

Tom is dan al gereduceerd tot een bijfiguur: zowel in Sollarts vertelling als in de strijd van zijn moeder, die hem ook nog eens van school wil halen. Wat op zich een valide kwestie is – wie bepaalt hoe een kind moet worden opgevoed en welke grenzen kunnen daaraan worden gesteld? – dreigt een prestigestrijd te worden, die eigenlijk alleen ten koste van de opgroeiende puber kan gaan.

Rauwer is hier te bekijken.

Showbiz Kids

Evan Rachel Wood, Cameron Boyce, Henry Thomas & Wil Wheaton / HBO

Van Drew Barrymore en River Phoenix tot Britney Spears en Lindsay Lohan. Er zijn legio voorbeelden van kindersterren die op latere leeftijd in de problemen komen. Ze kunnen de weelde van het succes niet dragen, worden als jongvolwassene al beschouwd als oud nieuws of raken verstrikt in dat eeuwige dilemma: vinden al die mensen míj leuk of kicken ze gewoon op mijn bekendheid? Toch zijn er altijd weer kinderen – en niet te vergeten: hun ouders – die naar Hollywood verkassen om daar, voor eventjes dan, eeuwige roem te verwerven.

Marc Slater en zijn moeder Melanie zijn bijvoorbeeld vanuit Orlando in Florida gekomen om te auditeren voor een rol in de pilot van een serie. De ouders van het guitige joch hebben al hun spaargeld moeten aanspreken om de reis te betalen en een acteercoach in te huren. Zonder enige garantie op succes. Demi Singleton heeft al een voet tussen de deur gekregen in de entertainmentindustrie. Ze speelde maandenlang in de musicals School Of Rock en The Lion King. Maar kan ze het zich nu ook permitteren om een zomer vrijaf te nemen? vragen Demi en haar moeder zich af.

Regisseur Alex Winter, die zelf als jongeling actief was op Broadway, paart de lotgevallen van de twee aspirant-publieksfavorieten in de interessante documentaire Showbiz Kids (94 min.) aan de ervaringen van gewezen kindersterren zoals Evan Rachel Wood (Thirteen), Henry Thomas (E.T.), Mila Jovovich (Return To The Blue Lagoon), Wil Wheaton (Stand By Me), Todd Bridges (Diff’rent Strokes), Mara Wilson (Mrs. Doubtfire) en de onlangs op twintigjarige leeftijd aan een epilepsie-aanval overleden Cameron Boyce (Jesse). Hun verhalen over plotselinge roem en de keerzijde daarvan worden geïllustreerd met fragmenten uit de films en televisieprogramma’s waarin ze ooit schitterden.

Een aardige trouvaille is ook één van de allereerste kindersterren, Baby Peggy. Diana Serra Cary is de grens van honderd jaar inmiddels gepasseerd en kan vanuit eigen ervaring bevestigen dat de kansen en uitdagingen van hedendaagse sterretjes eigenlijk al zo oud zijn als pak ‘m beet Shirley Temple. Waarbij alle actoren rondom de Hollywood-ster in spe – de ouders, managers, filmbonzen, fans én kritische recensenten – wel eens uit het oog verliezen dat ze toch echt met een tere kinderziel hebben te maken.

Dads

Apple

Zelf is ze de dochter van niemand minder/meer dan filmmaker Ron Howard, die haar geboorte en jeugd natuurlijk netjes op video heeft vastgelegd. En ze doet tevens dienst als de zus van Reed Howard, die binnenkort voor het eerst papa wordt. Een mooie gelegenheid voor Bryce Dallas Howard om een portet te maken van hedendaagse Dads (80 min.).

In dat kader zoomt ze in op enkele mannen die hun eigen invulling geven aan het ouderschap en zeker niet passen in het beeld van de traditionele vader, die op zondag het vlees aansnijdt. Zoals een full time-papa die daarover een eigen vlog begint, een homoseksueel stel met enkele adoptiekinderen en een workaholic die door ziekte tot inkeer komt, huisman wordt en een serieuze kinderwens ontwikkelt.

Howard doorsnijdt hun ervaringen met treffende televisiefragmenten en homevideo’s van vaders en hun kroost en doet snappy interviews met – die mochten natuurlijk niet ontbreken – Bekende Vaders als Will Smith, Jimmy Fallon, Judd Apatow, Conan O’Brien en Jimmy Kimmel over het worden van vader, de valkuilen en zegeningen van het ouderschap en – die mocht natuurlijk ook niet ontbreken – hun eigen vader.

Het totaalpakket doet erg Amerikaans aan. Aan platitudes over het vaderschap geen gebrek, maar de scherpe randjes ervan worden echt niet opgezocht. Dads wil vooral een feest van herkenning zijn voor iedereen die met vaders van doen heeft (gehad). Wij allemaal dus. En dan komt het natuurlijk goed uit dat dit aardige niemendalletje (cadeautip!) rond Vaderdag wordt uitgebracht.

Born Into Brothels: Calcutta’s Red Light Kids

Wat komt er terecht van een kind dat opgroeit in de rosse buurt van de Indiase metropool Calcutta? De Britse fotografe Zana Briski, die in Sonagachi is gaan wonen om de aldaar werkzame prostituees te fotograferen, begint zich het lot van hun kroost aan te trekken. Ze deelt cameraatjes uit en stimuleert hen om hun eigen leefwereld vast te gaan leggen. Al snel brengen de kinderen mensen en plekken in beeld, die voor buitenstaanders doorgaans goed verborgen blijven. En laten ze ook steeds meer van zichzelf zien.

Born Into Brothels: Calcutta’s Red Light Kids (83 min.), bekroond met een Oscar en talloze andere filmprijzen, geeft een bezielde impressie van het leven van deze opgroeiende jongens en meisjes in een omgeving, waar ruzie, drugsgebruik en geweld aan de orde van de dag zijn. De documentaire uit 2004 laat tevens zien hoe Briski, als een typische westerse weldoener, de levens van de kinderen probeert op te vrolijken met uitstapjes naar het strand en de dierentuin. En altijd gaan de cameraatjes weer mee.

Intussen doet Zana Briski, die deze film heeft geregisseerd met Ross Kauffman, serieuze pogingen om hen echt van een betere toekomst te verzekeren. Dat is nog geen sinecure. De meeste meisjes zijn bijvoorbeeld voorbestemd om ook in ‘het vak’ te belanden. Neem het uiterst aaibare meiske Kochi. Haar moeder kon niet voor haar zorgen. En haar vader stond op het punt om haar te verkopen. Alleen oma trekt zich haar lot aan. Welke kans heeft zo’n meisje om aan Sonagachi te ontsnappen?

Én: je kunt het kind wel uit het ‘red light district’ halen, maar haal je het ‘red light district’ daarmee ook uit het kind? Welke school accepteert überhaupt kinderen met zo’n achtergrond? Hoeveel goede intenties er ook schuilgaan achter deze film, en het bijbehorende project Kids With Cameras, het blijft de vraag of je als relatieve buitenstaander daadwerkelijk de levensloop van deze kinderen kunt bijsturen. Het lijkt onvermijdelijk dat in elk geval enkele meisjes die werden geboren in een bordeel daar ook ooit zal sterven.

Er is niet al te veel bekend over hoe het na de documentaire verder ging met de kinderen. In dit artikel van The Times Of India uit 2009 komen Preeti en Abhijit aan het woord. Ze zijn heel verschillend terecht gekomen.

Spelling The Dream

Netflix

In het Amerikaanse woordenboek staan ongeveer 475.000 woorden, zegt de vader van Shourav Dasari. Hij heeft er een database van aangemaakt. ‘We kunnen die lijst inkorten tot zo’n 125.000 door de uitbreidingen weg te laten.’ En daarvan heeft hun zoon, die door vriendjes ‘de Michael Jordan van het spellen’ wordt genoemd, volgens eigen zeggen nu zo’n 98 tot 99 procent in zijn hoofd zitten. ‘Als iemand deze database kent’, zegt zijn vader, ‘is de kans zeer groot dat hij elk dictee kan winnen, inclusief het Scripps Dictee.’

En daar draait het allemaal om in Spelling The Dream (83 min.). Een jeugdwedstrijd waarvoor de bollebozen jarenlang trainen. ‘Je redt het echt niet met een uurtje studeren per dag’, stelt Tejas Muthusamy, een andere tiener die zijn zinnen heeft gezet op het winnen van dit prestigieuze dictee, waarvan de finale live op televisie worden uitgezonden. Deelnemen daaraan kan vanaf zeer jonge leeftijd: Akash Vukoti is pas zes, maar het jongetje spelt als de allerbesten. Er is wel een andere overeenkomst tussen de deelnemers die worden geportretteerd in deze documentaire: ze zijn allemaal van Indiase afkomst.

Aanleg speelt daarbij zeker een rol. En het feit dat Indiërs vaak meertalig opgroeien. Maar dictees zijn ook bon ton in de Indiaas-Amerikaanse gemeenschap. Sinds de klassieke documentaire Spellbound (2002), waarin het Scripps Nationaal Dictee werd gewonnen door de veertienjarige Nupur Lala, lijkt spellen volkssport nummer één binnen de gemeenschap. Bij de kinderen zelf, maar zeker ook bij hun ouders. ‘Als Akash in de toekomst net zo graag blijft spellen als hij nu doet, verwachten we dat hij het Nationaal Dictee over drie of vier jaar wint’, zegt de vader van het zesjarige jongetje. ‘Dan is hij gezegend en wij ook.’

Regisseur Sam Rega richt zich op het belang van dictees binnen de Indiaas-Amerikaanse gemeenschap, maar volgt verder trouw het vaste stramien van dit soort typisch Amerikaanse wedstrijddocu’s, waarbij enkele deelnemers en hun eveneens erg competitieve entourage worden gevolgd naar de finale, de vanzelfsprekende apotheose van de film. Dat maakt Spelling The Dream zowel best vermakelijk als zeer I-N-W-I-S-S-E-L-B-A-A-R.

Marathon Boy

VPRO

Op zijn derde liep hij zijn zesde halve marathon. Een jaar later heeft hij er al diverse hele marathons opzitten. Het Indiase jongetje Budhia Singh is een fenomeen in eigen land. Hij moet de beste marathonloper van de wereld worden. Dat lijkt overigens vooral de droom van zijn streberige coach en adoptievader Biranchi Das, die samen met zijn vrouw Gita een weeshuis en judoschool runt.

Dat lopen is ooit begonnen als boetedoening. Nadat Budhia, een kind van de volksbuurt, weer eens grof in de mond was geweest, liet Biranchi hem voor straf rondjes lopen. Toen hij vervolgens zelf wegging, dacht-ie dat het druistige jongetje vanzelf wel zou stoppen. Die bleef echter maar rennen. En de rest is geschiedenis – of moet dat, als het aan de gewiekste (zelf)promoter Biranchi ligt, beslist worden.

De plaatselijke autoriteiten dreigen Budhia echter een loopverbod op te leggen. Volgens hen wordt de Marathon Boy (98 min.), met alle gezondheidsrisico’s van dien, geëxploiteerd door zijn mentor, die vooral op eigen naam en faam uit zou zijn. Waarom leeft het ‘wonderkind’ überhaupt niet meer bij zijn biologische moeder Sulanti in de straatarme sloppenwijk Bhubaneswar? Heeft zij hem daadwerkelijk verkocht?

Zo ontstaat in deze documentaire van Gemma Atwal uit 2010 rond de hoofdpersoon – een klein kind dat niet alleen veel te winnen heeft, maar alles ook weer kan verliezen – een politiek steekspel dat het hele land in zijn greep krijgt. De beurtelings spannende, potsierlijke en dramatische ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op in deze lekker vette Bollywood-docu, die met korte geanimeerde intermezzo’s een tijdspanne van vijf jaar overbrugt.

Totdat de kwestie echt helemaal uit de hand loopt en het verhaal van Budhia en zijn surrogaatvader Biranchi Das een onverwachte dramatische wending neemt…

Budhia Singh is inmiddels achttien en heeft nog altijd een droom. ‘Ik wil voor India de gouden medaille op de marathon tijdens de Olympische Spelen van 2024’, zei hij in 2018 tegen persbureau Reuters.

Wolkenzusje

Human

Het ogenschijnlijk alledaagse tafereel vormt een hartverscheurend openingsbeeld: twee meisjes, kleuters nog, die lol hebben op de schommel. ‘Bo hield altijd van aardbeien op wafels en slagroom’, vertelt haar zus Kess, inmiddels een ontluikende puber. Er volgen nog meer familiefilmpjes van de kinderen: de eerste stapjes, samen op de glijbaan en lekker wandelend. Bo’s favoriete liedje was De Drie Biggetjes van K3, zegt Kess nog.

Heb je broers of zussen? gaan ze haar straks, na de zomervakantie, ongetwijfeld vragen op de middelbare. ‘En dan weet ik niet goed wat ik dan moet zeggen.’ Want Bo is een Wolkenzusje (16 min.) geworden. Ze overleed toen Kess nog geen vijf jaar oud was. ‘Soms ben ik bang dat ik vergeet hoe ze lachte en praatte’, zegt ze in deze prachtige jeugddocu van Sara Kolster (die zelf op jonge leeftijd een zus verloor).

Alle elementen vallen op hun plek in dit kostbare kleinood: de fraaie inktanimaties van Kolster en Tonke Koppelaar, het weldadige camerawerk van Rogier Timmermans en de sfeervolle muziek van Roald van Oosten en singer-songwriter Liztophe Verhoeven. Ze creëren een vruchtbare bedding voor de gedachtestroom van Kess. Over hoe het leven kan ophouden en toch weer moet doorgaan.

Wolkenzusje is een perfecte weerslag van hoe het Limburgse tienermeisje behalve van de basisschool ook voor de tweede keer afscheid moet nemen van haar zus. Een poëtische korte film, die gedurig de hartspier beroert. Zonder ook maar een moment sentimenteel te worden.

Wolkenzusje is hier te bekijken.

Djordy

BNNVARA

‘Ik ga tellen’, zegt de kleuter River. ‘Één-twee-drie-vier…’ Mama gaat zich ondertussen verstoppen. ‘Ik kom!’ roept het meisje en gaat op zoek. ‘Waar is mammie?’ zegt ze vrolijk. Als ze die niet kan vinden, is de lol er echter snel af. Huilen. ‘Je was bang dat ik weg was, hè?’ zegt moeder Cherrisha, nadat ze zich toch heeft laten vinden. ‘Áách, schatje!’ Snikkend valt het meisje haar in de armen. ‘Zullen we dit spelletje dan maar niet meer spelen?’

Het oogt als een onschuldig familietafereel, waarbij het kind verstoppertje spelen toch wat enger vindt dan gedacht. Totdat je de familiegeschiedenis van River hoort. Haar vader is Djordy Latumahina. Hij werd op 8 oktober 2016 geliquideerd in een Amsterdamse parkeergarage. Een ‘vergismoord’, zoals ze het zijn gaan noemen. De 31-jarige deejay en feestorganisator werd voor een ander aangezien. Zijn vriendin Cherrisha Sackman raakte zwaargewond. De toen tweejarige River bleef, min of meer, ongedeerd.

En dan gaat het leven door, omdat het dat nu eenmaal doet. Moeder en dochter kijken filmpjes van papa, gaan een eindje fietsen en eten een ijsje in de speeltuin. En Djordy’s ouders Jozef en Marlou bekijken oude foto’s en halen bij zijn vroegere school liefdevol herinneringen op aan hun zoon. Als je niet beter zou weten, zou je kunnen denken: ze hebben er inmiddels vrede mee. Die stomme persoonsverwisseling met fatale afloop heeft dan toch een plek gekregen.

Als de tv-docu Djordy (43 min.) ruim een kwartier onderweg is, volgt echter alsnog de terugkeer naar die verdomde parkeergarage. Djordy’s echtgenote kan zich de bijna absurde beelden nog zo voor de geest halen. ‘Is het een soort van prank of zo?’ En bij zijn ouders staat die fatale oktoberdag natuurlijk ook op het netvlies gebrand. ‘En dat het niet voor hem bedoeld was, dat maakt het helemaal…’, valt moeder stil. En daarna moesten ze dus toch verder, gebroken en gehavend. Omdat het leven nu eenmaal doorgaat. Moet. Ook zonder Djordy.

Regisseur Mark Schrader doorsnijdt hun getuigenissen met beelden van Djordy als deejay, laat ook diens voetbalvrienden nog aan het woord en brengt het geheel op temperatuur met een tamelijk dwingende soundtrack. Aan de daders en hun opdrachtgever(s) wordt geen woord vuilgemaakt in deze wat onevenwichtige film, die ondanks alles een optimistische ondertoon probeert te houden. Tegelijkertijd maakt Djordy ook tastbaar hoe onwerkelijk zo’n onbedoelde moord is – en hoe werkelijk de gevolgen ervan.

Babies

Netflix

In de documentaire Babies uit 2010 volgde de Franse documentairemaker Thomas Balmès vier pasgeborenen en hun verwanten gedurende hun eerste levensjaar. De kinderen waren afkomstig uit zeer uiteenlopende landen en culturen (Verenigde Staten, Mongolië, Namibië en Japan) en schetsten gezamenlijk een veelkleurig beeld van de rituelen en gebruiken waarmee nieuwe wereldbewoners worden verwelkomd.

De gelijknamige documentaireserie Babies (301 min.) borduurt tien jaar later voort op hetzelfde thema en voorziet de verhalen van vijftien gezinnen uit alle windstreken van een wetenschappelijke context. Vragen als: Wat zit er nu werkelijk in moedermelk en wat betekent dit voor de ontwikkeling van een kind? Hoe leren baby’s communiceren met hun omgeving of konden ze dat altijd al? En hoe belangrijk is goede nachtrust voor de ontwikkeling van het kinderbrein?

De zes afleveringen zijn thematisch gegroepeerd en bieden stuk voor stuk interessante inzichten, die voor lichte verbazing of juist een Aha-erlebnis zullen zorgen bij (jonge) ouders. Babies moet het daarbij niet hebben van spectaculaire ontwikkelingen of tranentrekkende persoonlijke verhalen, maar biedt een populair-wetenschappelijk overzicht van actuele opvattingen over geboorte en ontwikkeling van jonge kinderen, dat tegelijkertijd demonstreert hoeveel er nog valt te leren over de aard van het mens-zijn.

Ceres

EO

Het Zeeuwse land wordt in handen van filmmaker Janet van den Brand een geborgen wereld waar mens, dier en plant op natuurlijke wijze samenleven. Van den Brand observeert een beschutte agrarische gemeenschap tijdens het oogstseizoen. Via vier kids die op één van de afgelegen boerderijen opgroeien, met de ambitie om, als vanzelfsprekend, het familiebedrijf op termijn over te nemen.

Elke vorm van moderniteit, op een enkele boerengame en filmpjes van tractor pulling na, blijft achterwege in Ceres (54 min.). Van den Brand, zelf opgegroeid in Zeeland, kijkt mee als de kids appels en peren plukken, een vogel kortwieken of helpen als er een haan moet worden geslacht, die vervolgens gezamenlijk wordt gevild en uitgebeend. Uit alles spreekt een vanzelfsprekende relatie met het land en dit leven.

Door Van den Brands filmische benadering, het weldadige camerawerk van haar vriend Timothy Josha Wennekes (met veel close-up shots en nóg meer oog voor detail) en het levendige geluidsdecor van Tim Taeymans wordt deze film welhaast een zintuiglijke ervaring. Een ode aan de agrarische sector, zou je kunnen zeggen. Zonder een dwingende narratief, maar met een natuurlijke orde waarbinnen nieuw leven en de dood elkaar, als vanzelfsprekend, afwisselen.

Toch sijpelt zo nu en dan door dat die vanzelfsprekendheid niet meer zo vanzelfsprekend is als ooit. De volgende generatie boeren mijmert ook openlijk over de vrijheid van Australië, Canada of Nieuw-Zeeland. Want: ‘hierzo verdrink je bijna in al die regels’. En kan Ceres, de Godin van de landbouw, dus niet meer geheel onbevangen aanbeden worden.