Frida – Viva La Vida

‘Ik ben drie kinderen en een heleboel andere dingen kwijtgeraakt die mijn verschrikkelijke leven zin hadden kunnen geven’, citeert regisseur Giovanni Troilo bij aanvang van dit portret zijn hoofdpersoon Frida Kahlo. ‘Het schilderen moest dit allemaal vervangen.’ Daarmee zou de Mexicaanse kunstenares zichzelf echter onsterfelijk maken, zo wordt nog eens onderstreept met de gestileerde documentaire Frida – Viva La Vida (93 min.)

De filmmaker maakt daarin opmerkelijke keuzes. Een verteller in beeld, bijvoorbeeld: de mysterieuze Asia Argento. Zij wordt gesecondeerd door Kahlo-kenners en kunsthistorici, die de kijker, enigszins opgeprikt, langs plekken in het hedendaagse Mexico leiden die zijn gelieerd aan de hoofdpersoon. Deze getuige-deskundigen proberen het iconische beeld van Frida Kahlo van enige nuance te voorzien. Uiteindelijk leveren ze evenwel vooral hun eigen bijdrage aan het mythologiseren van hun heldin.

Alle kernelementen uit haar opmerkelijke levenswandel passeren daarbij de revue: het dramatische ongeluk dat Kahlo’s leven veranderde, zodat er ineens twee Frida’s zouden zijn ontstaan: de feministe avant la lettre en de gevierde kunstenares. Haar ontmoeting met de vermaarde schilder Diego Rivera, die tot belangwekkende kunst en twee (!) stormachtige huwelijken zou leiden. En die ontzettend beladen beslissing in 1953, het startpunt van deze film, om haar rechterbeen te amputeren – het begin van het einde, háár einde.

Troilo lardeert zijn dramatische vertelling met passages uit Kahlo’s geschriften en zet die nog eens stevig aan met een tamelijk bombastische mixture van haar kunstwerken, archiefmateriaal, panorama’s van het hedendaagse Mexico, symbolische sequenties die de emotionele ontwikkeling van zijn protagonist moeten weerspiegelen en een dikke soundtrack. Het is allemaal wat veel, voelt soms ook wat gekunsteld en slaat uiteindelijk een beetje dood.

Citizen Jane Fonda

Aurimages

Is ze nu de verleidelijke cyberbabe Barbarella? Volksvijand Hanoi Jane? Uw favoriete aerobics-instructrice? Of tóch, na meer dan een halve eeuw eclatant succes, nog steeds de dochter van Henry?

‘Kan een acteur ooit zichzelf zijn in het dagelijks leven?’ wil een interviewer weten van de jonge Jane Fonda (die onlangs ook al weer geportretteerd in Jane Fonda In Five Acts). Ze antwoordt ontwijkend. Hij vraagt door: ‘U komt nu heel oprecht over, maar is dat gespeeld? Fonda begint te lachen. ‘Dit is allemaal gespeeld. Wat dacht je dan? Ik moet wel acteren, er is een camera bij. Als je me morgen hetzelfde vraagt, krijg je vast een ander antwoord.’

De openingsscène van Citizen Jane Fonda (52 min.) zet de toon voor een tv-film waarin regisseur Florence Platarets met onmiskenbare souplesse door haar leven, carrière en activisme kuiert en ook de protagoniste zelf, buiten beeld, aan het woord laat. Over Fonda’s lange carrière, die resulteerde in maar liefst twee Oscars (Klute en Coming Home), en haar persoonlijk leven, dat de Hollywood-ster over hoge pieken (drie huwelijken) en door diepe dalen (drie echtscheidingen) leidde.

Zoals gebruikelijk bij dit soort portretten wordt er vooral aandacht besteed aan de grote successen van de hoofdpersoon en het bijbehorende leven in de spotlights. De tweede veertig jaar van Jane Fonda’s veelbewogen bestaan – inclusief gelauwerde film- en televisierollen, haar huwelijk met mediamagnaat Ted Turner en een reclamecampagne als rijpere vrouw voor l’Oréal – worden er dan ook in minder dan tien minuten doorheen gejast.

En daarna wordt, voor de mensen die denken dat ook het echte leven eindigt met een happy end, nog even samengevat wat ze zoal heeft geleerd tijdens die inmiddels al meer dan tachtig levensjaren.

Saving Face

‘Ik word nooit meer zoals God me ooit heeft gemaakt, maar hopelijk wordt het nog wat beter voor mij’, zegt een Pakistaans meisje, dat haar halve gezicht achter een sluier moet verbergen.

‘Het kostte één seconde om mijn leven te ruïneren’, stelt een andere vrouw, die een oog dreigt te verliezen. Nadat de 39-jarige Zakia echtscheiding wilde aanvragen, werd ze door haar eigen man Pervez geattaqueerd. ‘Één seconde.’

‘Mijn echtgenoot gooide zuur op me’, vertelt Rukhsana bedremmeld. ‘En mijn schoonzus gooide daar benzine bij. Toen heeft mijn schoonmoeder een lucifer aangestoken en me in brand gezet.’

Het zijn gruwelijke herinneringen, waarbij het relaas van Rukhsana nog eens extra pijnlijk aandoet. Want zij woont inmiddels weer in bij diezelfde schoonfamilie. Het lukte de 25-jarige vrouw niet om zelfstandig haar kinderen te onderhouden, vertelt ze huilend. Rukhsana heeft daarom vrede moeten sluiten met de mensen die haar voor het leven hebben verminkt en woont nu ook weer op de plek waar de aanval heeft plaatsgevonden.

Yasir, haar wat sullig ogende echtgenoot, ontkent die overigens. Volgens hem heeft zijn vrouw het zichzelf aangedaan. Per ongeluk, in een hysterische bui. Kijk maar eens om je heen op de brandwondenafdeling van het ziekenhuis, zegt hij. ‘99 Procent van de vrouwen daar heeft zichzelf verbrand.’ Yasir heeft zelf overigens een opvallende brandwond op zijn rechterhand. ‘Die is van het doven van het vuur’, zegt hij hakkelend, als daar eens naar wordt gevraagd.

Bij het verhaal van de gehavende Rukhsana krijgt zelfs Mohammad Jawad het even te kwaad. In een hospitaal te Islamabad probeert de Britse plastische chirurg, van oorsprong Pakistaans, de vrouwen te helpen. Saving Face (40 min.) juist. Als in: het gezicht repareren. Maar ook: als poging van de betrokken mannen om gezichtsverlies te voorkomen of beperken. En daarvoor is in bepaalde kringen, blijkbaar, heel veel geoorloofd.

Per jaar worden in Pakistan ongeveer honderd vrouwen ongenadig toegetakeld met zulke zuuraanvallen. Deze indringende korte documentaire van Daniel Junge en Sharmeen Obaid Chinoy, in 2012 beloond met een Oscar, stelt die kwestie nadrukkelijk aan de orde en brengt tevens het verschrikkelijke leed dat de vrouwen is berokkend in beeld. En het doet bijna letterlijk pijn om dat te aanschouwen.

Saving Face kreeg overigens nog wel een naar staartje via een in de pers breed uitgemeten conflict tussen Rukhsana en filmmaakster Sharmeen Obaid Chinoy. Die laatste zou haar allerlei beloften hebben gedaan, die nooit zijn nagekomen.

Vrankrix En Het Amsterdamse Rijk

De vergelijking met Asterix en Obelix is onvermijdelijk: dat ene kleine dorpje dat zich te weer stelt tegen de wereld om zich heen. Een stadsdorpje in dit geval, dat zich blijft verzetten tegen het moderne Amsterdam. Gentrificatie heet de hedendaagse bedreiging, maar in wezen is dat gewoon een moderne variant op de woningnood die eind jaren zeventig het ontstaan van de kraakbeweging aanjoeg.

De linkse idealen en dwarse attitude van toen worden nog altijd gehuldigd in Vrankrijk (‘autonoom & solidair’), het bekendste kraakpand van Nederland dat tegenwoordig overigens gewoon in eigendom is van de negentien bewoners. De LGBTI-gemeenschap heeft er een thuis gevonden, vluchtelingen zijn er altijd welkom en obscure acts vinden er een podium. Onverwoestbare linkse idealen worden in het krakersbolwerk nog altijd vervat in ouderwetse of – zo je wilt – tijdloze slogans.

In Vrankrix En Het Amsterdamse Rijk (57 min.) portretteert Annegriet Wietsma de beweging van binnenuit, waarbij ze er enkele kleurrijke bewoners uitlicht, mensen die doelbewust de marge van de samenleving hebben opgezocht. Ze voldoen daarmee moeiteloos aan het clichébeeld dat menigeen van krakers zal hebben: met de Vranse slag onderhouden hanenkammen, verwassen T-shirts en afgetrapte legerkistjes. Voorzien van een overdaad aan opzichtige tattoos en piercings bovendien.

Hoewel Wietsma als eerste uitgebreid toegang heeft gekregen tot het doorgaans gesloten bastion, komt ze in deze toch wat magere documentaire, voorzien van schreeuwerige stripvormgeving die perfect aansluit bij de esthetiek van de beweging, ook niet veel verder: een tamelijk oppervlakkig beeld van de gedreven populatie van dat ene kleine dorpje, dat zich blijft verzetten tegen een stad die steeds nadrukkelijker in handen komt van (buitenlandse) projectontwikkelaars en investeringsmaatschappijen.

Hillary

VPRO

‘Mensen hebben altijd een mening over mij, positief dan wel negatief’, zegt de hoofdpersoon zelf. ‘Ik heb eens tegen iemand gezegd die me vroeg wat ik op mijn grafsteen wilde: ze was lang niet zo goed of slecht als mensen zeggen dat ze was.’ Hillary (257 min.), achternaam overbodig, lacht erbij. Professioneel. Zoals ze de anekdote vast ook wel eens vaker zal hebben verteld. Als onderdeel van haar standaardrepertoire als politicus.

En dat is natuurlijk precies het beeld wat kleeft aan mevrouw Clinton, een achternaam die ze overigens pas enkele jaren ná haar huwelijk met Bill en puur vanuit politieke overwegingen aannam. Van de vrouw die zegt wat ze denkt dat je wilt horen óf de vrouw die je voor de gek houdt waar je bij staat. Geen authentiek mens. Laat staan: iemand van wie je zou kunnen houden. Het is natuurlijk maar de vraag of zij, de eerste vrouw die een serieuze gooi naar het Amerikaanse presidentschap deed, daarmee recht wordt gedaan.

Een persoonlijk zitinterview met diezelfde wegbereider, dat zich over maar liefst zeven dagen heeft uitgestrekt, vormt het hart van deze vierdelige documentaireserie, waarin Hillarys turbulente bestaan grondig wordt doorlopen. Met bijdragen van echtgenoot Bill en dochter Chelsea, haar vaste getrouwen en journalisten. Regisseur Nanette Burstein wisselt dit levensverhaal af met een afgewogen selectie uit duizenden uren backstage-beelden die Team Clinton zelf maakte van de dramatisch verlopen presidentscampagne van 2016, waarbij Hillary het onderspit zou delven tegen Donald Trump.

Dat levert bijzondere inzichten op. Al in oktober 2016, een dikke maand voor die fatale verkiezingsdag, voorspelt Clinton in zekere zin de ongemakkelijke verhouding van Trump tot Poetin én de Oekraïne, die onlangs tot een impeachmentproces tegen de zittende Amerikaanse president heeft geleid. Ze reageert op dat moment op haar vicepresidentskandidaat Tim Kaine die door Trumps voorganger Barack Obama, in het openbaar altijd erg diplomatiek over Donald Trump, zou zijn aangespoord om er alles aan te doen om ‘een fascist uit het Witte Huis te houden’.

Zo biedt deze groots opgezette miniserie een fascinerende inkijk in een halve eeuw Amerikaanse politiek en wordt de heldin van vrouwelijk Amerika/Crooked Hillary (doorhalen wat niet van toepassing is) in die periode meteen op een geloofwaardige manier gehumaniseerd. Als in: een gewoon mens, met opmerkelijke talenten en enkele opzichtige karakterzwaktes. Een gewoon mens, dat de belichaming werd van de (vooralsnog gefnuikte) vrouwelijke emancipatiestrijd in de Verenigde Staten werd, dat wel.

Divorce Iranian Style

Als één documentairemaker zich in haar werk sterk heeft gemaakt voor vrouwenrechten, dan is het de Britse regisseur Kim Longinotto. In de afgelopen decennia maakte ze talloze films over vrouwen die opkwamen voor zichzelf en hun seksegenoten; van de Kameroense Sisters In Law (2005) en de strijdsters tegen vrouwenbesnijdenis in The Day I Will Never Forget (2002) tot de Japanse worstelaars van Gaea Girls (2000) en de zogenaamde Rough Aunties (2008), die zich bekommeren om het lot van Zuid-Afrikaanse kinderen.

Voor Divorce Iranian Style (76 min.) uit 1998, bekroond met een BAFTA, filmde Longinotto samen met coregisseur Ziba Mir-Hosseini in een zogenaamde familierechtbank in Teheran. Daar raken de gemoederen behoorlijk verhit als enkele vrouwen besluiten om echtscheiding aan te vragen. Want dat gaat zo maar niet… De zestienjarige Ziba laat zich daardoor echter niet ontmoedigen: ze wil beslist van haar véél oudere echtgenoot af. Ook al betekent dit dat zij, ontdaan van haar maagdelijkheid, voortaan als verschoppeling door het leven moet.

Longinotto en Mir-Hosseini observeren nog enkele andere vrouwen die dreigen vast te lopen in de mannenwereld waartoe ze zijn veroordeeld en die alle zeilen moeten bijzetten om de voogdij over hun kinderen te behouden of uit een ongelukkige relatie te kunnen stappen. De vrouwen praten als Brugman en maken daarbij van hun hart bepaald geen moordkuil. De filmmakers tonen de beschuldigingen, conflicten en onderhandelingen zonder enige opsmuk. Met een verbindende voice-over plaatsen ze de gebeurtenissen alleen in hun context.

Het resultaat is een kale en doeltreffende film, waarmee de positie van Iraanse vrouwen echt tastbaar wordt gemaakt – zonder dat ze meteen worden gereduceerd tot slachtoffer. Fraai is in dat verband een scène waarin een meisje van een jaar of vijf op de plek van de familierechter gaat zitten en feilloos naspeelt hoe die zijn rol invult. ‘Als een vrouw erg haar best doet om met je te leven en respectvol naar je te zijn’, zegt ze tegen een denkbeeldige verdachte, ‘waarom behandel je haar dan zo slecht en toon je geen respect?’

In 2000 keerden Kim Longinotto en Ziba Mir-Hosseini overigens terug naar Teheran voor de documentaire Runaway, waarin ze meisjes in een opvangcentrum portretteren, die zijn weggelopen van huis en een nieuwe draai aan hun leven proberen te geven.

The Rise Of Jordan Peterson

Hij verzet zich tegen radicaal-links en is zo het gezicht van radicaal-rechts geworden. Waar de omstreden Canadese klinisch psycholoog Jordan Peterson komt, komt commotie. Voor zijn supportersschare van veelal witte mannen is hij een metershoge held die eindelijk eens de vinger op de zere plek legt, opponenten zien in hem een man die onverdraagzaamheid uitdraagt en dus monddood moet worden gemaakt.

In de genuanceerde documentaire The Rise Of Jordan Peterson (90 min.) worden die beide reacties gepersonifieerd via fans die maar al te graag een selfie willen maken met de rockster van rechts en linkse activisten die keihard lawaai aanzetten zodra hij begint te speechen. ‘Dit is hoe ik er echt uitzie’, zegt hij tegen regisseur Patricia Marcoccia en zet vervolgens een eng masker op. ‘En dit is hoe ik eruit zie volgens mensen die een hekel aan me hebben.’

‘Welke van de twee klopt?’ wil Marcoccia weten. Misschien wel allebei, antwoordt Peterson, die in deze film wordt geportretteerd met zowel zijn gezin, ouders, vrienden en medestanders als ideologische tegenstanders. Daarbij is een speciale rol weggelegd voor zijn (voormalige) vriend Bernard Schiff, bij wie hij ooit zelfs vijf maanden inwoonde. Die schreef in 2018 een spraakmakend opiniestuk: ‘I was Jordan Peterson’s strongest supporter. Now I think he’s dangerous.’

‘Er is de Jordan Peterson die ik ken, de Jordan Peterson die ik zie op Twitter en dan is er de mythe van Jordan Peterson die ook zijn eigen ideeën heeft’, zegt zijn vriend Wil Cunningham, zelf professor in de psychologie, met lichte verbazing. ‘En die houden soms nauwelijks verband met wat hij echt vindt.’ Cunningham vindt tegelijkertijd dat zijn kameraad in het openbaar soms stuitende dingen zegt en zo al die ophef ook over zichzelf afroept.

Waarna de filmmaakster enkele van die provocerende beweringen laat zien. ‘Weigeren feministen om de islam te bekritiseren omdat ze eigenlijk onbewust hunkeren naar mannelijke dominantie?’ tweette de (anti)held van alt-right bijvoorbeeld in het najaar van 2017. Of, in een televisie-interview over maatregelen tegen seksuele intimidatie op het werk zei hij: ‘Hoe zou het zijn zonder make-up op het werk? Of zonder hoge hakken?’

Via the man you love to hate (of hate to love) Peterson agendeert deze afgewogen film tevens het thema vrijheid van meningsuiting en of die, zolang er geen discriminatie of geweld aan te pas komt, eigenlijk mag worden begrensd.

De Slag Om Het Vrouwenhart

VPRO

Waarom worden hartklachten bij vrouwen consequent gemist? Heeft de beperkte aandacht daarvoor te maken met het feit dat de cardiologie nog echt een mannenbolwerk is? En in hoeverre heeft actie daartegen dan in wezen een feministisch karakter?

Hella de Jonge, die al een boek schreef over haar eigen ‘hartschade’, spreekt in de tv-docu De Slag Om Het Vrouwenhart (58 min.) met lotgenoten, belangenbehartigers en (vrouwelijke) artsen over de oorzaken van de onderschatting van vrouwelijk hartfalen en wat daaraan kan worden gedaan.

Volgens De Jonge is een mentaliteitsverandering nodig, de ‘protocollencultuur’ (waarbij mannen en het mannenlichaam nog altijd als uitgangspunt gelden) volstaat niet meer. Er is behoefte aan serieuze aandacht voor de lichamelijke klachten van vrouwen, die aan het hart in het bijzonder.

De Jonge vindt daarmee aansluiting bij actuele bevindingen van met name vrouwelijke cardiologen, die zelfs in het theater aandacht vragen voor deze problematiek. Hun gezamenlijke strijdbare boodschap domineert deze film, die vooral een aaneenschakeling van gesprekjes lijkt.

De thematiek wordt zo wel uitgebreid geagendeerd, maar dit levert niet per definitie ook een meeslepende film op.

Woman

Hoe is het om vrouw te zijn aan het begin van de 21e eeuw? Er zijn minder ambitieuze uitgangspunten voor een film. Toch is dat precies wat Woman (108 min.) beoogt: een totaalbeeld geven van het vrouw zijn, met vertegenwoordigers van alle leeftijden, uit alle windstreken en van alle mogelijke gezindten.

Liefst tweeduizend vrouwen zouden er zijn geïnterviewd voor deze epische productie. Uit meer dan vijftig landen bovendien. Hun persoonlijke ontboezemingen, recht in de camera, worden doorsneden met gestileerde thematische sequenties rond de verschillende rollen die vrouwen in hun leven (moeten) aannemen,

Kleine, particuliere ervaringen worden in handen van de filmmakers Anastasia Mikova en Yann Arthus-Bertrand onderdeel van het universele verhaal van het ‘zwakke’ geslacht. Waarbij mannen slechts een bijrol spelen: als echtgenoot, concurrent en – helaas maar al te vaak – agressor.

Woman duikt door de gekozen opzet, waarbij elke vrouw maar eenmaal en slechts kort aan het woord komt, nergens echt de diepte in, maar laat door zijn grootse karakter wel de enorme verscheidenheid aan vrouwen zien, die met elkaar verbonden zijn door thema’s die hen allemaal raken.

Carnavalsvrouwen

IKON

Voor de zes Brabantse Carnavalsvrouwen (47 min.) uit deze documentaire van Anne Marie Borsboom uit 2007 opent zich een nieuwe wereld als hun woonplaats voor enkele dagen verandert in een plek waar ze wél mogen drinken, hossen en sjansen. Ineens is er de mogelijkheid om even uit die relatie te stappen waarin je al sinds je zeventiende zit, contact te leggen met een geheel ander segment van (het mannelijke deel van) de lokale gemeenschap of gewoon de zorgen van alledag eens helemaal van je af te laten glijden.

‘Vrouwen voelen zich met Carnaval veel vrijer dan mannen’, zegt één van de hoofdpersonen heel treffend. ‘Die voelen zich altijd vrij.’ Als de oudere vrouw Riet van der Plas noodgedwongen ziek thuis moet blijven terwijl haar zussen Annie en Thea in de plaatselijke horeca de bloemetjes buiten te zetten, voelt dat dan ook als een enorme teleurstelling. Somber zit ze in haar huiskamer, met de afstandsbediening van de televisie lusteloos in haar hand. Wachtend op betere tijden. Want elke Carnaval, zo realiseert ze zich, kan wel eens de allerlaatste zijn.

Carnavalsvrouwen wordt zo een portret van vrouwen, die dromen van een ander leven dat ze enkele dagen per jaar ook (min of meer) in de praktijk mogen brengen. Dat gevoel is treffend vervat in de stemmige versie van het lied Mensch, Durf Te Leven van Felix Stratehier (zang) en Kim Soepnel (contrabas), waarmee Borsboom de verschillende portretjes verbindt.

De documentaire Carnavalsvrouwen is hier te bekijken.

Leftover Women

VPRO

‘Als je niet trouwt, is je geluk geen echt geluk’, krijgt de 34-jarige Chinese advocate Qiu Hua Mei tijdens een familieruzie toegebeten door haar zus. Ze is één van de zogenaamde Leftover Women (83 min.): nog altijd niet getrouwd en vooralsnog ook niet van plan om te huwen en kinderen te krijgen. En dat zint haar familie helemaal niet. Ze liggen er ‘s nachts zelfs wakker van. ’Ik maak me zorgen’, zegt vader. ‘Als mensen naar je vragen, weet ik niet wat ik moet zeggen.’ Moeder vult aan: ‘Het maakt je allemaal niks uit. Je doet gewoon je eigen zin.’

De gemoederen raken behoorlijk verhit. Niet gek: er is in China flinke sociale druk op vrouwen om jong te trouwen. Ook vanuit de overheid. Als gevolg van de eenkindpolitiek heeft het land een enorm overschot aan mannen. En dus proberen ze jonge, vrijgevochten vrouwen zoals Hua Mei en de twee andere hoofdpersonen van deze fijne observerende film, de 28-jarige radiopresentatrice Xu Min en hoogleraar Gai Qi, met alle mogelijke middelen aan de man, liefst met een goede baan en eigen huis, te helpen of houden.

Huwelijksmarkten voor ouders, erg directieve relatiebemiddelaars en blind date-evenementen van de overheid, geen middel wordt onbenut gelaten om de onwillige dames in het traditionele keurslijf te proppen. De filmmakers Shosh Shlam en Hilla Medalia slaan de ongemakkelijke, grappige en soms ronduit pijnlijke taferelen van heel dichtbij gade en vangen tevens geladen gesprekjes van hun drie protagonisten met familie, vriendinnen én dates.

Via hen belichten Shlam en Medalia de benarde positie van moderne Chinese vrouwen, die gewoon door te zijn wie ze zijn (geworden), ongewild voor de troepen uit lopen en zichzelf steeds opnieuw te weer moeten stellen tegen wie ze eigenlijk hádden moeten zijn. Totdat het een kwestie wordt van buigen, barsten of…

Leftover Women is hier te bekijken.

Khartoum Offside

‘Voetbal is voor mannen en niet gepast voor vrouwen’, verordonneert de Islamitische Jurisprudentie Organisatie. ‘We waarschuwen nadrukkelijk tegen activiteiten die de verschillen tussen mannen en vrouwen opheffen. Als vrouwen toch deze sport gaan beoefenen, gaan ze in tegen hun natuur. Dat kan gewelddadige instincten oproepen.’

Dus nee, de Zuid-Soedanese autoriteiten zitten bepaald niet te wachten op de oprichting van een nationaal vrouwenvoetbalteam, dat het land ook nog eens in het buitenland wil gaan vertegenwoordigen. Het is de realiteit van alledag voor de hoofdpersonen van Khartoum Offside (76 min.), die als representanten van het ‘zwakke geslacht’ voortdurend beperkingen krijgen opgelegd. Toch hebben ze al eens stiekem met en tegen jongens gevoetbald.

Voor filmmaakster Marwa Zein lijkt het voetbal vooral een voorwendsel om vrouwen in een streng islamitisch land, dat is ontstaan na een bloedige burgeroorlog, te portretteren. Haar hoofdpersonen zijn mondiger en wereldser dan je op basis van al die restricties zou verwachten, zoals blijkt in een fraaie scène waarin de vrouwen samen naar een wedstrijd van FC Barcelona kijken en ze opmerkelijk goed op de hoogte blijken te zijn van de verhoudingen in het internationale voetbal.

Khartoum Offside bestaat voor een groot deel uit zulke fly on the wall-scènetjes, afgewisseld met een enkele poëtische muzikale sequentie. Gezamenlijk vormen die een aardige sfeerschets van het leven van jonge vrouwen in een land, dat nog altijd wordt gedomineerd door religieuze dogma’s en… mannen.

Fat Front

Fat shamen konden ze zelf echt het allerbeste, de hoofdpersonen van de documentaire Fat Front (87 min.). Zij zagen er niet uit. Zij mochten niet sporten. En Zij mochten al helemaal geen badpak of bikini aan. De spiegel, weegschaal en blikken van andere mensen vormden een gezamenlijke vijand, die hen voortdurend van hun eigen monsterlijke uiterlijk probeerden te overtuigen.

Hoog tijd dus voor wat ‘body positivity’: vrede met, of zelfs trots op, het eigen lichaam. Deze film van Louise Detlefsen en Louise Unmack Kjeldsen portretteert enkele stevige Scandinavische vrouwen die zich over hun eigen twijfels heen zetten en een openbaar profiel openen op instagram: @chubbydane, @theonlymarte, @paulinelindborg en @happykropp.

Als alles in het leven simpelweg een keuze zou zijn, was de kous daarmee af geweest. De issues van de vrouwen met hun lichaam blijven echter opspelen. Ook halfnaakt, voor het oog van de wereld, een dansje maken verandert daar in wezen niets aan. Illustratief is in dat verband de vraag die Pauline moet beantwoorden bij de opening van de zogenaamde Big Ass-tweedehandsmarkt in Malmö. ‘Is ‘dik’ een goed woord voor grote mensen?’ wil een journaliste weten.

‘Het woord heeft een negatieve klank, maar het is maar een bijvoeglijk naamwoord’, stelt Pauline, die behalve vol, gezet, mollig of gewoon dik ook opvallend lang is. ’Als ik zeg dat ik lang ben, zegt niemand: nee je bent niet lang. Maar als ik zeg dat ik dik ben, zegt iedereen: nee, jij bent niet dik, je bent gewoon mooi. Dat zijn echter geen tegengestelde begrippen. Ik ben dik én mooi.’

Fat is beautiful, als motto voor een emancipatiebeweging. En tevens als treffend uitgangspunt voor deze actuele en relevante film, die de betrokken vrouwen laat zien voor wat ze zijn: naakt, kwetsbaar en dapper.

The Reformist

Marie Skovsgaard

Zou ze dan ook een homohuwelijk kunnen sluiten? De Deense auteur en godsdienstsocioloog Sherin Khankan heeft zelf geen bezwaren, maar haar medestanders zien nog wel wat beren op de weg. En dan is er nog die andere kwestie: zitten haar geloofsgenoten überhaupt op een vrouwelijke imam te wachten?

De vrijgevochten Khankan, kind van een islamitische man uit Syrië en een christelijke vrouw uit Finland, staat een progressieve islam voor, waarin aloude waarden en gebruiken worden vertaald naar een moderne Europese context. Een ‘methodologie van het hart’, in plaats van eeuwenoude dogma’s. Met haar organisatie Femimam maakt ze zich bijvoorbeeld sterk voor een vrouwenmoskee. Als die er in 2016 inderdaad komt, de Mariam Moskee in Kopenhagen, levert dat behalve een heleboel aandacht natuurlijk ook flinke kritiek op.

The Reformist (59 min.) laat zich daardoor echter niet ontmoedigen en gaat ook stug door met het verlenen van islamitische geestelijke zorg aan vrouwen van wie de man niet wil toestemmen in een echtscheiding, meisjes die uitgehuwelijkt dreigen te worden en moslims die verliefd zijn geworden op iemand met een ander geloof. Als ze besluit om voor de camera een islamitisch interreligieus huwelijk te sluiten, waarbij de geliefden overigens onherkenbaar in beeld worden gebracht, zorgt dit ook in eigen kring voor tweespalt.

Loopt de ‘moslimfeministe’ niet veel te veel voor de troepen uit? Filmmaker Marie Skovgaard legt van zeer dichtbij vast hoe Sherin Khankan trouw probeert te blijven aan zichzelf, zonder de moslims om haar heen van zich te vervreemden. Dat blijkt een welhaast onmogelijke opdracht voor deze moedige vrouw, die wil meehelpen aan een wereld waarin de islam en het christendom vreedzaam kunnen co-existeren.

In The Name Of Your Daughter

‘Als je te hard schreeuwt of problemen maakt, worden er jongens bij gehaald om je benen vast te houden’, waarschuwt een man een groep Tanzaniaanse meisjes, die zojuist in een speciaal Safe House een film over vrouwenbesnijdenis te zien heeft gekregen. ‘Wie wil er nou z’n geslacht laten zien aan jongens van twaalf?’ De voorlichter doet zelfs nog even aan groepsparticipatie in de openingsscène van In The Name Of Your Daughter (52 min.). ‘Wat moet elk meisje houden?’ roept hij de verzamelde kinderen toe. ‘Haar clitoris’, antwoorden die plichtsgetrouw.

En dat alles onder het motto: jongens worden besneden, meisjes verminkt. Want vrouwelijke genitale verminking mag dan officieel verboden zijn in Tanzania, in bepaalde delen van het Afrikaanse land wordt het in onze ogen barbaarse ritueel wel degelijk regelmatig uitgevoerd. Zonder dat de minderjarige meisjes in kwestie om hun mening wordt gevraagd, vanzelfsprekend. Ze kunnen vluchten naar het opvanghuis van Rhobi Samwelli totdat het besnijdenisseizoen weer voorbij is, toont deze degelijke documentaire van de filmmaker/mensenrechtenactiviste Giselle Portenier. Óf de hele procedure lijdzaam ondergaan. Waarna ze waarschijnlijk worden uitgehuwelijkt.

Voor sommige mannen is die hele vrouwenbesnijdenis nochtans geen enkel thema, zo blijkt uit de reacties van enkele kerels op het dorpsplein waar Samwelli haar emancipatoire verhaal komt doen. ‘Meisjes die besneden worden, blijven schoon’, stelt één van hen onomwonden. ‘Want als ze de clitoris houden, wordt de vagina vies.’ Een ander weet bovendien: ‘Een besneden meisje gaat niet vreemd. Als ze niet besneden is, doet ze het met iedereen.’ Een derde dorpeling ziet besnijdenis vooral als een praktische keuze. Een besneden huwelijkskandidate is nu eenmaal meer koeien waard dan een onbesneden meisje. Zeker vijftien of twintig exemplaren!

Of het nu gebeurt uit overtuiging, sociale druk of praktische overwegingen, helder is dat genitale verminking niet zomaar kan worden uitgebannen in Tanzania. Samwelli en de strijdbare vrouwen van het Safe House proberen er nochtans voor te zorgen dat ‘hun’ meisjes het besnijdenisseizoen schadevrij doorkomen. Daarna mogen/moeten ze weer naar huis. Zoals de dappere Rosie Makore, die spoorslags van huis is gevlucht toen ze van haar moeder kreeg te horen dat het nu haar beurt was. Is het gevaar nu echt geweken voor Rosie? ‘Ik wijs jou niet af’, zegt het twaalfjarige meisje, dat als een soort ambassadeur voor vrouwenrechten is teruggekeerd naar haar dorp, tegen haar eigen moeder. ‘Alleen de besnijdenis.’

Feminists: What Were They Thinking?

Netflix

Hillary Clinton had de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten moeten worden. In 2008 dolf ze echter het onderspit tegen de eerste zwarte president Barack Obama. Acht jaar later zette Donald Trump de hoop van vrouwelijk Amerika de voet dwars, een man die het land het liefst terug zou willen brengen naar de jaren vijftig. Een man ook, die een beetje feminist associeert met patserpraat van het kaliber ‘grab ‘em by the pussy’.

Het moet onwerkelijk zijn voor de vrouwen die aan het woord komen in de documentaire Feminists: What Were They Thinking? (86 min.). De persoonlijke en maatschappelijke strijd die zij in de jaren zestig en zeventig hebben uitgevochten, lijkt helemaal voor niets te zijn geweest. De onvervalste mucho machoman is terug van nooit weggeweest. Zou God dan toch een hij zijn? vraag je je af – vrij naar een feministisch spandoek uit die tijd.

Uitgangspunt voor deze film is een fotoserie die Cynthia MacAdams halverwege de jaren zeventig maakte van prominente feministes. Enkele van deze vrouwen, onder wie comédienne Lili Tomlin, actrice Jane Fonda, kunstenares Laurie Anderson en zangeres Michelle Philips (The Mamas And The Papas), blikken nu terug op de periode waarin ze zich los probeerden te maken van de rolpatronen die ze kregen ingeprent in hun jeugd.

Meer dan afzonderlijke levensverhalen, die tezamen een aardig tijdsbeeld schetsen, wordt deze documentaire van hun zielsverwant en generatiegenoot Johanna Demetrakas echter nooit. De verhalen achter de foto’s, die vaak wel erg naar de achtergrond verdwijnen, gaan nooit echt leven. Ook de kijk van enkele representanten van de huidige generatie feministen op de afbeeldingen van hun voorgangers brengt daarin geen verandering.

Feminists: What They Thinking blijft te veel een braaf geschiedenislesje, ondersteund door tamelijk particuliere getuigenissen, en wordt nooit dat meeslepende verhaal waarmee ook toekomstige generaties strijdbare vrouwen, die de Women’s Marches tegen Trump en zijn geestverwanten kunnen bevolken, zullen worden veroverd.