The Clearing

Near/By Film / Cinema Delicatessen / vanaf donderdag 4 maart in de bioscoop

De stem die The Clearing (88 min.) opent, klinkt alsof ie uit een andere wereld komt. ‘We hebben het zwijgen van de rubberplantages gehoord te midden van de stilletjes wenende bomen’, beweert die in Láadan, een kunsttaal die door Suzette Haden Elgin vanuit een vrouwelijk perspectief werd ontwikkeld. De stem wordt begeleid door unheimische zwartwit-beelden en geluiden van wat een geestenwereld zou kunnen zijn.

Een centrale vertelster neemt het daarna over, bij filmbeelden van jonge Indische meisjes die poseren met rubberproducten. ‘Net als de bomen werden we van elders hiernaartoe gebracht’, begint die aan haar persoonlijke relaas, dat de hele film zal omspannen. ‘Thuis in Java benaderde één van hun mannen elk meisje dat hongerig genoeg was en te jong om het echt te begrijpen. Hij vroeg: ben je op zoek naar werk?’

Deze meisjes ondertekenen hun arbeidscontract  bij de Deli Maatschappij met een vingerafdruk. Een schuld krijgen ze er gratis bij. Op Sumatra worden ze opgewacht door mannen in witte pakken. Nederlanders. Deze koloniale planters zetten hen, getuige de filmbeelden die Groenewegen dan laat zien, aan het werk op het land. Intussen kijkt de filmmaakster zelf, in een montageset, nog eens kritisch naar datzelfde archiefmateriaal.

Zijn er beelden tussenuit geknipt? Waarom? En door wie? Het blijkt te gaan om scènes uit de Nederlandse speelfilm Rubber (1936), gebaseerd op een boek van Madelon Székely-Lulofs. Zij is kritisch op ‘de witte pakken’ en hoe die plaatselijke vrouwen behandelen. Ze nemen hen in dienst als huishoudster of gebruiken hen zelfs als ‘njai’, concubine. Totdat er alsnog een witte Nederlandse dame wordt overgevaren om mee te trouwen.

Juist die huishoudster is uit de film verwijderd. En de bijbehorende actrice Amsy Moina zal na deze rol ook nooit meer in een film spelen. Sabine Groenewegen gaat op zoek naar wat er is gebeurd en verbindt dit ook weer aan de zoektocht naar haar eigen overgrootmoeder Helena. Zo legt ze een systeem van verborgen vrouwen bloot, dat ongemerkt Neerlands positie als kolonisator van Nederlands Indië heeft gefaciliteerd.

In een vergadering van ‘de afdeeling Medan van den Indischen Bond’ heeft ene J. van den Brand zich in 1903 al uitgesproken tegen de door de Nederlanders verdedigde ‘koelie ordonnantie’. Ferm maakt hij Groenewegens punt over mensensmokkel en (seksuele) slavernij. ‘Deli is zeer welvarend’, schrijft Van den Brand in zijn verslag aan Nederland. ‘En achter de pracht en praal zit zedeloosheid, verdorvenheid en onrecht.’

Via dit intrigerende forensisch onderzoek, verrijkt met fictieve elementen en prikkelend aangekleed door geluidskunstenaar Malu Peeters, komt intussen stukje bij beetje de werkelijkheid achter de officiële woorden en beelden tevoorschijn, het verwrongen hart van een koloniale wereld.

Not Made For Politics

Svetlana Tichanovskaja / HBO Max

Politiek is niets voor meisjes, leerde Volia Chajkouskaya ooit van haar moeder. De filmmaakster, inmiddels hoogzwanger, woont tegenwoordig in Estland. Haar geboorteland Belarus heeft ze in 2018 uit angst verlaten. Want dictator Aleksandr Loekasjenko, de trouwste vazal van de Russische leider Vladimir Poetin, houdt het land sinds zijn verkiezing tot president in 1994, bij de eerste en tot dusver enige vrije verkiezingen in de voormalige Sovjet-republiek, al dertig jaar in een ijzeren greep. Voor kritische geluiden is geen enkele ruimte.

Nadat Loekasjenko in de aanloop naar de verkiezingen van 2020 bijna routineus zijn belangrijkste tegenstander Sergej Tichanovski heeft vastgezet, komt diens echtgenote Svetlana, echter in het geweer. Omdat achter elke sterke man nu eenmaal een sterke vrouw staat. Ook al zijn vrouwen – althans, volgens De Grote Leider – Not Made For Politics (89 min.). Loekasjenko blijkt het gelijk aan z’n zijde te hebben: hij wordt met een overweldigende meerderheid van ruim tachtig procent herkozen. Overigens ook omdat hij zelf het Centraal Kiescomité heeft samengesteld. Onafhankelijke tellingen geven de overwinning namelijk aan zijn vrouwelijke opponent, Svetlana Tichanovskaja.

Het vervolg laat zich voorspellen: De Grote Leider blijft, ondanks grootschalige protesten en dankzij bot staatsgeweld, aan de macht. Chajkouskaya ziet het vanaf een afstand met lede ogen aan. Als ze de inmiddels naar Litouwen uitgeweken politica, verdreven door haar tegenstander, hoort spreken over het overwinnen van hun angsten, raakt ze zelf ook geïnspireerd. In deze film begint de filmmaakster Tichanovskaja, die zich ook internationaal opwerpt als de stem van de Belarussische oppositie, dus te volgen in haar strijd tegen Loekasjenko’s wrede bewind. Zeker als hij ook bij de Russische aanval op Oekraïne, tevens een buurland van Belarus, zonder enig voorbehoud Poetins kant kiest.

Die nieuwe rol past Svetlana Tichanovskaja verrassend goed. Ze groeit zichtbaar in haar rol. ‘Ik was eraan gewend om ‘achter mijn man te staan’, vertelt ze. ‘Eigenlijk liep mijn leven zo dat ik altijd mijn man volgde. En nu doe ik het helemaal zelf. Blijkbaar ben ik daar ook toe in staat.’ Die realisatie, een bijproduct van het lot dat haar man ten deel is gevallen, heeft ook andere Belarussische vrouwen kracht gebracht. Volia Chajkouskaya toont in haar film ook de eveneens in Estland woonachtige Nadia Zelenkova en een geanonimiseerde vrouw, die ze Masha Rukis noemt. ‘Masha’ weigert om Belarus te verlaten en loopt dus nog altijd direct gevaar. Van beide vrouwen zit de echtgenoot vast.

Deze indrukwekkende activisten en hun verhalen spreken beslist tot de verbeelding. Tegelijk komt Chajkouskaya‘s rol in de film niet helemaal uit de verf. Hoewel ze in de openingsscène met haar moeder spreekt over haar ongeboren zoon, komen die in de navolgende anderhalf uur allebei nauwelijks meer aan de orde. Ze beperkt zich doorgaans tot de rol van verteller en ooggetuige en verwerkt haar eigen leven – hoe en waarom is ze zelf bijvoorbeeld uit Belarus vertrokken? – enigszins halfslachtig in Not Made For Politics, een film over een belangrijk onderwerp die wel had gevaren bij iets duidelijkere keuzes van de maker.

Chun Ri Huan You

Cinema Delicatessen / vanaf donderdag 26 november in de bioscoop

Je bent nu misschien helemaal volwassen, zeggen haar beste vriendinnen Atnyop en Mengying, maar zo zie je er nog helemaal niet uit. Ze pakken een spiegel erbij en beginnen Qihuo’s haar te kammen. Als zij nu ook nog een andere rok aantrekt, geven de ouders van het veertienjarige Chinese meisje, dat behoort tot het Yi-volk, haar vast toestemming om ook te starten met daten. Een huwelijk is dan nog slechts een kwestie van tijd. Want, constateren haar vriendinnen bloedserieus: Qihuo is een ongelooflijke babe. ‘Zo mooi als een bloem’.

Samen met haar hartsvriendinnen verkent de puber uit het afgelegen berggebied in Zuid-China, die onlangs voor het eerst ongesteld is geworden, in Chun Ri Huan You (internationale titel: Whispers In May, 95 min.) de weg naar volwassenheid. Ze gaan letterlijk op pad, vergezeld door Mengyings zusje Itsi, om in Buxte een traditionele rok voor de officiële volwassenwording van Qihuo te bemachtigen. Dat is toch zeker een dag of vier lopen en klimmen. Een waarzegger voorspelt hen alvast een mooie toekomst, met geluk, voorspoed en echtgenoten die elkaars beste vrienden zullen worden.

Tegelijkertijd probeert Qihuo haar moeder, als arbeidsmigrant werkzaam in de stad, van het lijf te houden. Zij belt in deze klassieke coming of age-docu, die zich ontwikkelt tot een mythische roadmovie, regelmatig om de dwarse tiener ferm de les te lezen of uitgebreid de mantel uit te vegen. Het meisje stapt ondertussen dapper door met haar vriendinnen, over de imposante bergen. Onderweg wisselen ze spannende verhalen uit en hebben ze, al dan niet gearrangeerde, ontmoetingen met oudere landgenoten die hen, letterlijk of figuurlijk, de weg wijzen.

Regisseur Dongnam Chen begeleidt hun tocht bovendien met fraaie animaties, de verbeelding van traditionele Yi-fabels over het zware levenslot van vrouwen. Zolang de aandoenlijke meisjes onderweg zijn, kunnen ze nog kind blijven. Wanneer ze de drempel naar volwassenheid nemen, die wacht aan het einde van hun idyllische voetreis en deze ontwapenende en in co-creatie tot stand gekomen film, zullen ze het echte leven moeten binnenstappen. En waar hen rijkdom en geluk zijn voorspeld, kan dan ook wel eens gewoon het leven in een fabriek wachten.

The Year Of The Ghost

Pieter van Huystee Film / Mokum

Voor iedereen die Louis Hothothots debuutfilm Four Journeys (2021) heeft gezien, voelt de openingsscène van de opvolger The Year Of The Ghost (96 min.) direct vertrouwd. Het gekibbel tussen zijn Chinese ouders in hun woning in Beijing. De permanente wrevel van zijn oudere zus, die zo’n in China betreurde ‘leftover woman’ dreigt te worden en van ruzie zoeken een sport lijkt te hebben gemaakt. En de gefluisterde voice-over waarmee de sinds 2012 in Nederland woonachtige documentairemaker alle gevoelige thema’s inkadert.

Als hij in 2022 het bericht krijgt dat zijn vader ernstig ziek is, vliegt Louis Hothothot onmiddellijk naar China. Daar moet hij 28 dagen in quarantaine. Hij mist daardoor zowel het overlijden als de uitvaart van de man die hem, in weerwil van de gewraakte Chinese eenkindpolitiek, op de wereld heeft gezet. Als Louis eindelijk mag afreizen naar het dorp waar zijn vader begraven ligt, lijkt zijn moeder daar zowaar te willen blijven. Tot frustratie van z’n zus, die terug wil naar Beijing om alsnog, nu ze nog kinderen kan krijgen, een echtgenoot te vinden.

Haar zoon verdiept zich intussen in het leven van de beste vriendin van zijn moeder. Deze ‘tante’ werd op haar zeventiende, zonder dat ze het zelf doorhad, uitgehuwelijkt aan een plaatselijke man. Voor 100 yuan, zo’n vijftien euro. Samen kregen zij, ondanks die eenkindpolitiek, twee zoons en adopteerden ze een dochter. Bijna een halve eeuw later lijken ze het best goed te hebben met elkaar – al moet zijn tante wel toegeven dat oom haar nog wel eens aanpakt. ‘Maar hij slaat me nooit echt hard’, voegt de oude vrouw er snel aan toe.

Via vrouwen zoals deze tante, zijn eigen moeder en z’n zus verdiept Hothothot zich in deze persoonlijke film in de achtergrond, positie en uitdagingen van Chinese vrouwen. Zijn eigen familie fungeert daarbij opnieuw als pijnlijke spiegel. Hij zet het mes ongenadig in eigen vlees en blijft filmen in ongemakkelijke situaties. Als zijn zus uitvaart tegen hun moeder en bekent dat ze hun overleden vader nog steeds haat, bijvoorbeeld. En wanneer zijn moeder bijna in een hoestbui blijft, wordt de camera draaiend weggezet, voordat zoonlief te hulp schiet.

Van zéér dichtbij – ergens op het slappe koord tussen intiem en voyeuristisch – documenteert Louis Hothothot ook de ontwikkelingen rond zijn moeders gezondheid en het relationele leven van zijn zus. Intussen maakt hij, via krachtige animaties, tevens uitstapjes naar hun gezamenlijke verleden. Zo ontstaat een gecompliceerd portret van zijn eigen familie, als weerslag van een verstikkende cultuur waarin vrouwen vooral onderdanig en loyaal behoren te zijn. Als zoon, broer, man én maker heeft hij zich daar maar toe te verhouden.

Planina

Cherry Pickers / vanaf 14 januari in de bioscoop

Ze koestert haar moederrol. Mileca ‘Gara’ Jovanović kan het niet laten om haar tienerdochter Nada Staniśić steeds weer te vertellen hoeveel mama van haar houdt. Samen leven ze op de Sinjajevina-berg in het noorden van Montenegro. In hun eenvoudige woning, op tweeduizend meter hoogte, slapen ze zelfs in één en hetzelfde bed. Een basaal en vruchtbaar leven, met hun koeien, schapen en katten. Afgezet tegen een weldadig decor van besneeuwde bergtoppen en oneindig grasland.

Dat vredige bestaan wordt in Planina (internationale titel: To Hold A Mountain,105 min.) echter niet alleen bedreigd door wolven en een enkele beer. Het leger wil ook een militair oefen- en schietterrein maken van de hoogvlakte, die door de UNESCO tot werelderfgoed is uitgeroepen. En dan is er nog Nada’s vader, die zich weer, al even onuitgenodigd, in hun leven zou kunnen melden. Die gedachte boezemt Gara angst in. Hij kan alles wat ze in de afgelopen twaalf jaar heeft opgebouwd met haar dochter verwoesten.

Deze observerende documentaire van Biljana Tutorov en Petar Glomazić speelt zich volledig af op die bergweide. Behalve één scène, halverwege de film. ‘Luister, vriend, kom naar mijn huis en eet mijn kaas’, bijt Gara dan een vertegenwoordiger van het leger toe, in een praatprogramma van TV Vijesti. ‘Iedereen is welkom, maar niet zolang die oefeningen plaatsvinden. Want dat gaat niet gebeuren. Die gaan alleen door nadat jullie ons, als herders, hebben afgeschoten. En begin dan maar met mij.’

Deze onverzettelijke activiste, die vlijmscherp uit de hoek kan komen om haar wereld te verdedigen, toont zich in de rest van de film vooral een liefdevolle herder, warme vriendin en beschermende moeder – en een personage om direct in de armen te sluiten. Gara is één met haar land en koestert haar mensen. Te midden van het overweldigende natuurschoon van één van Europa’s grootste bergweiden leiden zij een eenvoudig leven dat in de afgelopen eeuw nauwelijks lijkt te zijn veranderd. 

Tutorov en Glomazić vangen dat bestaan in al z’n grootsheid, maar tonen ook hun timmermansoog als het gaat om de kleine dingen des levens. Als Gara en Nada bijvoorbeeld met een kruiwagen en een dekentje de berg op gaan, op zoek naar een vermiste koe die vermoedelijk heeft gekalfd, resulteert dit in een even fraaie als ontroerende scène, die bovendien appelleert aan hun eigen familiegeschiedenis – waarover de filmmakers heel gedoceerd informatie prijsgeven.

Als dubbelportret van een moeder en dochter, twee sterke vrouwen die door het lot nóg sterker met elkaar verbonden zijn geraakt, komt To Hold A Mountain keihard binnen. Tegelijk blijft er ook genoeg ruimte voor de verbeelding, in de wonderschone wereld rond de Sinjajevina-berg.

How To Build A Library

Autlook / Omroep Zwart

In de bibliotheek, die ooit alleen voor witte bezoekers was bedoeld, wordt nu een beladen film over Kenia’s koloniale verleden vertoond. De emoties lopen hoog op bij de veelal zwarte aanwezigen in de McMillan Memorial Library te Nairobi. De bijeenkomst past in het initiatief van twee Nigeriaanse vrouwen, Shiro Koinange en Angela Wachuka, om de bibliotheek te revitaliseren en aan te laten sluiten bij hedendaagse ideeën.

De McMillan-bibliotheek werd in 1931 opgericht, strikt voor wit gebruik. Pas vanaf 1958 waren ook zwarte bezoekers welkom. Sindsdien is het gebouw in verval geraakt en de collectie zwaar verouderd. Aan Koinange en Wachuka de taak om de zaak vlot te trekken. Hebben deze dames wel door waarmee ze zichzelf hebben ingelaten? vraagt hoofdbibliothecaris Jacob Ananda zich af, als de twee in 2017 aan hun monsterklus beginnen. Hij is, als zelfbewuste professional, ronduit sceptisch.

En die houding zal de twee initiatiefnemers in de navolgende jaren blijven achtervolgen. Er is steeds weerstand om te overwinnen. Als ze bijvoorbeeld het classificatiesysteem van de ongeveer 400.000 boeken en objecten ter discussie stellen, zetten de bibliothecarissen hun hakken in het zand. ‘We kunnen toch niet alles dekoloniseren en dan wel zonder aanpassing het systeem van de kolonisator handhaven?’ werpt Shiro op. En zo krijgt ze de zaak alsnog in beweging. Een beetje, teminste.

In de observerende film How To Build A Library (85 min.) documenteren Maia Lekow en Christopher King dit moeizame proces, dat jaaaren in beslag neemt. Ze larderen dat met zwartwit-beelden en -foto’s van het beladen verleden van het Afrikaanse land, toen witte mannen de dienst uitmaakten en de zwarte bevolking zich daar maar naar had te schikken. Tegenwoordig hebben de ‘dames’ nog altijd te maken met mannen en mannetjes – doorgaans overigens met een zwarte huidskleur.

Shiro Koinange en Angela Wachuka werpen afwisselend hun daadkracht en charme in de strijd en moeten soms ook compromissen sluiten met zichzelf. Het doel, een plek waar iedereen welkom is en ook de stemmen van zwarte Afrikanen worden gehoord, heiligt nu eenmaal de middelen.

We Need To Talk About Sex

Docmakers

Terwijl er pijnlijke scènes uit hun leven worden nagespeeld, in een decor en met acteurs, reflecteren Inge Maria en Christine op hun leven. Zij zijn slachtoffer geworden van grooming, huiselijk geweld en seksuele uitbuiting en kunnen nu, letterlijk, even naar hun vroegere zelf kijken. Naderhand gaan ze ook in gesprek met de actrices die hun ervaringen hebben uitgespeeld en de acteurs die daarin de (gewelddadige) mannen voor hun rekening nemen.

In de driedelige serie We Need To Talk About Sex (144 min.), een hybride van documentaire en drama, verdiepen Yan Ting Yuen en coregisseur Annegriet Wietsma zich, aan de hand van deze twee tragische cases, in de positie, het (zelf)beeld en de uitdagingen van vrouwen in de hedendaagse maatschappij. Die belichten ze puur vanuit vrouwelijk perspectief. Behalve de acteurs in schurkenrollen komen er helemaal geen mannen in beeld of aan het woord.

Met tal van vrouwelijke deskundigen – een auteur, socioloog, ondernemer, plastisch chirurg, seksuoloog, filosoof, theoloog, econoom, psychiater, jurist, leiderschapscoach en onderzoeksjournalist – vragen ze zich af wat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand houdt. Behoort die tot de natuurlijke orde der dingen? Of is die afgedwongen door het patriarchaat? En welke rol spelen nature en nurture? Als die al van elkaar zijn te onderscheiden.

Interessant is ook het perspectief van de transpersonen Dinah De Riquet Bons en Suus te Braak, die het verschil tussen man en vrouw echt aan den lijve hebben ondervonden en ook kunnen getuigen over wat dit met hun psyche en identiteit doet. Met hun gesprekspartners zoeken Yuen en Wietsma zo naar hoe het vrouwelijke streven naar gelijkheid kan worden gerealiseerd. Ligt de sleutel bij het vormen van een ‘sisterhood’? En moeten mannen daarin worden meegenomen? 

Het is wel de vraag hoe deze bespiegelingen over mannelijke dominantie, vrouwenrechten en empowerment zich verhouden tot de schrijnende persoonlijke verhalen van Inge Maria en Christine, die in de slotaflevering van deze miniserie ervaringen uitwisselen met elkaar en de kans krijgen om alsnog de regie te nemen in een benarde situatie uit hun verleden.

Kusama In Holland

Memphis Film

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

Germaine Acogny – The Essence Of Dance

AVROTROS

‘Zweet is nooit verspild’, zegt Germaine Acogny overtuigd. ‘En ook al hebben we veel moeilijkheden moeten overwinnen, dat zweet is niet voor niets geweest.’ In Senegal runt de inmiddels hoogbejaarde ‘koningin van de hedendaagse Afrikaanse dans’ samen met haar Duitse echtgenoot Helmut Vogt een eigen dansschool, l’École des Sables. Het is steeds weer een heel gedoe om alles geregeld te krijgen voor die school en de zoektocht naar geld lijkt nooit op te houden, stelt ze, maar met haar eigen opleiding kan ze er wel voor zorgen dat de ‘Acogny-techniek’, haar geheel eigen vermenging van traditionele West-Afrikaanse en moderne westerse dans, nooit verloren gaat.

In Germaine Acogny – The Essence Of Dance (88 min.) portretteert Greta-Marie Becker de gelauwerde danser en choreograaf, die nadat ze in haar jonge jaren klassieke dans studeerde in Parijs een geheel eigen plek wist te verwerven in de internationale danswereld – een wereld die niet per definitie op haar zat te wachten. Deze film is doorsneden met dampende dansscènes en hoogtepunten uit haar lange loopbaan, zoals die ene avond in 2021, waarop Acogny tijdens de Biënnale van Venetië een Gouden Leeuw voor dans krijgt overhandigd. ‘Haar unieke stem verhaalt niet alleen over haar eigen ervaringen’, ronkt de jury, ‘maar reikt en resoneert véél verder.’

In deze ene krachtige vrouw komen liefde voor dans, vrijheid en een eigen culturele identiteit samen. Acogny durft zich ook uit te spreken. Over kolonialisme, voor vrouwenrechten en tegen seksueel geweld. Op haar eigen school spoort ze dansers uit alle windstreken intussen aan om vooral hun eigen stem te ontdekken. ‘De borst is de zon’, vertelt de mater familias, terwijl ze de Acogny-techniek aan een nieuwe generatie doceert. De billen zijn de maan, legt ze uit. En het schaambeen vormt de sterren. ‘We hebben dus een minikosmos in ons lichaam.’ Waarna ze het geleerde, onder haar bezielende leiding en opgestuwd door trommels, in de praktijk brengen.

Dans wordt zo een collectieve vorm van vrijheidsbeleving – een bevrijding van al wat ooit was, met tegelijk daarin opgesloten de belofte van wat nog komen kan. Zowel een kunstvorm als een idee om door te geven, de laatste opdracht die Germaine Acogny zichzelf lijkt te hebben gegeven.

De Witte Man

Omroep Zwart

Ze heeft een tiental Nederlandse mannen verzameld in haar ‘reservaat’, dat verdacht veel lijkt op een Hollandse kroeg. Ze heten, bepaald niet toevallig, allemaal Jan. Samen vormen Afvaljan, Geschiedenisjan, Reclamejan, Boerjan en hun naamgenoten een aardige afspiegeling van De Witte Man (93 min.). Want daarover wil Qian van Binsbergen haar licht eens laten schijnen. Ze gaat die spreekwoordelijke man in pak ook observeren: in zijn eigen territorium, op een rots in een dierentuin, kan hij ongegeneerd worden aangegaapt, bewonderd en verafschuwd.

Deze driedelige serie is stilistisch een logisch vervolg op De Afhaalchinees, de docuserie waarmee ze in de afgelopen jaren de ene na de andere prijs won. Van Binsbergens signatuur als maker is direct herkenbaar: ze is zelf nadrukkelijk aanwezig, legt dwarse dwarsverbanden (tussen mannen en wolven, vogels en vissen bijvoorbeeld), verbeeldt haar thematiek met theatrale mise-en-scènes, maakt historische uitstapjes, veroorlooft zich best eens een grapje, klutst er vlotte hits doorheen en gaat tussendoor ook nog met Jan en alleman in gesprek. More is more, zogezegd.

Met zowel deskundigen als cultureel antropoloog Gloria Wekker, criminoloog Marieke Liem, sociaal psycholoog Elena Bacchini en politicoloog Sarah de Lange als de mannetjes Tim Hofman (BOOS), Abel van Gijlswijk en Nout Kooij (Hang Youth), Tibor Wouda (fitfluencer) en acteur Michiel Romeyn (de man achter de Jiskefet-personages Oboema ‘de witte neger’, en de lullo, jawel, Van Binsbergen) akkert de filmmaakster actuele thema’s als cancelcultuur, femicide, wit privilege, positieve discriminatie, seksisme, de manosfeer en anti-AZC protesten door.

Met haar geprononceerde voice-over verbindt Qian van Binsbergen al die mensen en onderwerpen losjes met elkaar. Ze zigzagt tussen verhaalelementen, houdt het tempo erin en snijdt daarbij ook wel eens een bochtje af. Want het blijft te allen tijde ook duidelijk waar zij zelf staat: aan de kant van alle niet-witte mannen die van mening zijn dat dat ene roofdier nu maar eens pas op de plaats moet maken, op z’n nummer gezet mag worden of op zijn minst goed in de spiegel dient te kijken. Daarbij vraagt ze zich meteen af of die witte man wel kan zien hoe wit hij is.

Waarbij de wedervraag natuurlijk zou kunnen zijn: ziet zij in elke witte man werkelijk dezelfde witte man? Geen Jan lijkt immers hetzelfde.

Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice

France TV

Rolmodellen heeft ze niet. Vrijwel alle vrouwelijke musici en componisten die zich vóór haar hebben gemanifesteerd in de klassieke muziek zijn aan het begin van de twintigste eeuw, als Charlotte Sohy (1887-1955) haar eerste composities schrijft, in de vergetelheid geraakt. Zoals ook de Franse componiste, na haar overlijden op 68-jarige leeftijd, zal overkomen. De geschiedenis wordt doorgaans nu eenmaal geschreven door mannen. En die willen vrouwen, ook als ze hun bladmuziek doelbewust verbloemd ondertekenen met Ch. Sohy, nog wel eens over het hoofd zien.

Pas als haar kleinzoon François-Henri Labey zich over haar muzikale nalatenschap buigt, begint het tij te keren. In Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice (uitzendtitel: Charlotte Sohy – een onvolprezen componist, 52 min.) schetst Matthias Weber de postume comeback van de Franse componiste. Via Claire Bodin, die een festival organiseert voor vrouwelijke componisten, komt de jonge dirigente Debora Waldman in 2013 aanraking met Sohy’s werk. Het is liefde op het eerste gezicht. Op het festival ontmoet ze vervolgens François-Henri, die haar meteen voorziet van ander werk van zijn grootmoeder.

Die is in 1909, schetst de centrale verteller van deze tv-docu, onderdeel geworden van een hecht duo. Want dan ontmoet Charlotte Sohy haar twaalf jaar oudere collega Marcel Labey (33). Het is ook dan liefde op het eerste gezicht – of beter: op het eerste gehoor. De twee zijn daarna altijd samen bezig. ‘Wordt het eerste resultaat een baby of een symfonie?’ vraagt Sohys docent compositie Vincent d’Indy zich af. Allebei, geeft kleindochter Catherine Werner honderd jaar later glimlachend antwoord. In het jaar erop. Er zullen er nog een flink aantal volgen: kinderen én composities.

Sohy heeft misschien niet héél veel werk nagelaten, maar volgens Debora Waldman is elk stuk een meesterwerk. In 2019 breekt zij de ban met een uitvoering van de symfonie Grand Guerre door het Orchestre Victor-Hugo Franche-Comté in Besançon. Sindsdien is Charlotte Sohy populairder dan ooit. Niet in het minst ook door de inspanningen van de celliste Héloïse Luzzati en pianiste Célia Oneto Bensaid. Zij nemen Sohys muziek op en geven uitvoeringen in haar voormalige huiskamer. De Chinese sterpianist Lang Lang gaat eveneens overstag. Ook hij betoont Sohy alle eer in dit gedegen portret.

Emily: I Am Kam

Greg Weight

Kunst als bevrijding. Van armoede, vooroordelen en gebrek aan zelfrespect. Via hun kleurrijke, gebatikte doeken vragen Emily Kam Kngwarray en de andere aboriginal-kunstenaressen van het Utopia Women’s Batik-programma vanaf eind jaren zeventig aandacht voor de achtergestelde positie van hun volk, Australië’s oorspronkelijke bewoners, en maken ze meteen een voorzichtig begin met het verbeteren daarvan.

De ontzagwekkende schilderwerken van de matriarch Emily Kam Kngwarray (1910-1996) mogen zich al snel in bijzondere aandacht verheugen. Dertig jaar na haar dood geldt zij als één van de beeldbepalende kunstenaars van Australië en als een onbetwist boegbeeld van de inheemse bevolking. In de boeiende documentaire Emily: I Am Kam (58 min.) laat Danielle MacLean zien dat dit bepaald niet vanzelf is gegaan. Tijdens de permanente strijd om hun land met de ‘whitefeller’ hebben Emily en de andere vrouwen van de inheemse gemeenschap in het woestijnachtige Alhalker Country in Centraal Australië niets voor niets gekregen.

Met trotse aboriginal-vrouwen, die destijds nog met hun beroemde voorvrouw hebben gewerkt of die later door haar zijn geïnspireerd, en witte kunstkenners en conservatoren van de National Gallery of Australia in Canberra, waar een overzichtstentoonstelling van Emily’s werk wordt georganiseerd, tekent MacLean de vrouw, de kunstenaar en de leider op. Zij komt verder tot leven met fraaie archiefbeelden, uit de tijd waarin Kam Kngwarray de kunst in zichzelf ontdekt en anderen de kunstenares in haar ontdekken, en hedendaagse beelden van de gemeenschap die met en zonder haar doorleeft, vervat in grondig doorleefde zang- en dansceremonies.

Emily Kam Kngwarray leeft voort als een vrouw die op latere leeftijd weliswaar nog moest leren hoe ze haar eigen naam kon schrijven en die tegelijk als geen ander kon schilderen wie zij was en is en wie zij, haar volk, waren en nog altijd zijn.

Hoeksteen Van De Samenleving

BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film

’Volgens de Emancipatiemonitor wil meer dan de helft van de heterostellen bij de komst van een kind zorg en werk gelijk verdelen’, stelt documentairemaker Juul Op den Kamp als verteller van haar documentaire Hoeksteen Van De Samenleving (61 min.). ‘Maar slechts negen procent slaagt daar daadwerkelijk in.’

‘Négen procent’, herhaalt schrijfster Anja Meulenbelt. ‘Na een halve eeuw feminisme!’ Alle reden om dat eens nader te onderzoeken. Daarvoor duikt Op den Kamp, aan de hand van fraai archiefmateriaal, eerst de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de Industriële Revolutie, de tijd dat de splitsing tussen het privé- en het publieke domein ontstaat. Mannen gaan buitenshuis werken, vrouwen zorgen thuis voor het gezin. Dit wordt ook in de wet verankerd. De Wet handelingsonbekwaamheid zorgt er tot dik in de jaren vijftig voor dat vrouwen afhankelijk zijn van hun echtgenoot.

In de navolgende zeventig jaar is er weliswaar héél veel veranderd, maar binnen de zogeheten kerngezinnen ijlt het traditionele rollenpatroon van man en vrouw nog altijd flink na. Want Nederlandse vrouwen mogen dan hoger opgeleid zijn dan ooit, als het gaat om inkomen en macht hobbelen ze nog steeds achter het andere geslacht aan. Veertig procent van hen is financieel afhankelijk van hun partner, doceert Juul Op den Kamp in deze interessante interviewfilm. En bij vrouwen met een migratieachtergrond of in een lage sociale klasse ligt dat cijfer nog hoger.

In een ouderwetse keuken en traditionele huiskamer spreekt ze over de aanhoudende ongelijkheid in het Nederlandse gezin, waar de komst van kinderen nogal eens zorgt voor een stereotiepe rolverdeling, met vrouwen zoals oud-politicus Hedy d’Ancona, journalist Lynn Berger, historicus Lotte Houwink ten Cate, universitair docent dekoloniale studies Nawal Mustafa en econoom Sophie van Gool – en enkele mannen. Wat er binnen het gezin gebeurt, lijkt misschien een privéaangelegenheid, maar is in werkelijkheid een weerslag van maatschappelijke normen.

Achter de voordeur stoeien man en vooral vrouw, zeventig jaar na de afschaffing van de Wet handelingsonbekwaamheid, dus met ouderschapsverlof, babyboete, deeltijdklem, loonkloof en scheefgroei. Alsof de tijd, ondanks alle verworvenheden van het feminisme en de vrouwenemancipatie, toch een beetje stil heeft gestaan.

Trailer Hoeksteen Van de Samenleving

Naked Ambition

Music Box Films

Ze wordt ‘the world’s most prettiest photographer’ genoemd. Dat is niet zo gek. Linnea Eleanor ‘Bunny’ Yeager (1929-2014) is haar carrière gestart als pin-upgirl. Als fotograaf weet zij vervolgens het beste uit haar eigen modellen te halen. Ze heeft het vermogen om van elk knap meisje een onweerstaanbare vamp te maken en schuwt naakt daarbij niet. In de jaren vijftig zoekt Bunny zo doelbewust de grens op van wat nog als acceptabel en smaakvol wordt gezien.

Bij haar voelen fotomodellen zich veilig en durven ze meer van zichzelf te laten zien. Het voormalige fetishmodel Bettie Page bijvoorbeeld, in (en zonder) een luipaardpakje. De foto’s vormen de opmaat naar een kerstreportage in Playboy, waarmee ze allebei definitief doorbreken. Yeager groeit al snel uit tot de hoffotograaf van het ultieme mannenblad en slaat haar vleugels daarna uit naar boeken en films. Totdat ze begin jaren zeventig onaangenaam wordt verrast door de opkomst van pornografie en explicietere bladen zoals Penthouse en Hustler.

Tegen die tijd begint Naked Ambition (72 min.), het postume portret dat Dennis Scholl en Kareem Tabsch van de fotografe hebben gemaakt, zich te richten op de magere jaren van Bunny Yeager, waarin het haar zowel persoonlijk als professioneel bepaald niet voor de wind gaat. Haar dochters Lisa en Cherilu herinneren zich nog goed hoe hun moeder destijds geen cent te makken heeft. Totdat Bettie Page in de jaren negentig wordt herontdekt als een symbool van vroege vrouwelijke seksualiteit en Yeagers oeuvre zowaar doordringt tot de kunstwereld.

Met prominente bronnen zoals televisiepresentator Larry King, Playboy-oprichter Hugh Hefner, fotograaf Bruce Weber, actrice/regisseur Guinevere Turner en het burleske model Dita von Teese tekenen Scholl en Tabsch de fotografe, die zelf ook regelmatig voor de camera blijft verschijnen en zo misschien wel de weg plaveit voor wat we nu selfies noemen, met grove penseelstreken op, in een film die tamelijk braaf blijft en nooit écht doordringt tot de vrouw achter het icoon. Bunny Yeager blijft eerst en vooral een baanbrekende vrouwelijke kunstenaar.

La Fiscal

Netflix

‘Waarom is straffeloosheid de norm?’ vraagt de zojuist benoemde hoofdofficier van justitie Femicide van Mexico-stad, de activistische advocate Sayuri Herrera Román, zich af bij aanvang van La Fiscal (internationale titel: The Prosecutor, 176 min.). In 2020 zijn er bijna 3800 vrouwen vermoord in Mexico, waaronder zo’n duizend gevallen van femicide. Op de dag dat zij aantreedt, nemen alle openbaar aanklagers echter ontslag. Ze weigeren om samen te werken met deze linkse ‘herrieschopper’.

Onrecht voor één vrouw betekent onrecht voor alle vrouwen, vindt Herrera. Overal op het kantoor van het Parket Femicide liggen gigantische stapels papieren, dossiers van allerlei openstaande cases. ‘Deze samenleving genereert geweld omdat het sociale weefsel gewelddadig is’, vertelt ze in de driedelige docuserie van Paula Mónaco Felipe en Miguel Tovar. ‘We lossen één moord op en er komen drie nieuwe bij.’ En desondanks blijft ze zich met haar team vastbijten in de lijvige onderzoeksdossiers.

Enkele van die zaken worden in La Fiscal verder uitgewerkt. Jonge vrouwen die plotseling zijn verdwenen of bruut vermoord, met doorgaans hun (ex-)partner als voornaamste verdachte. Als Sayuri Herrera en haar gedreven collega’s zich in zulke casussen verdiepen, ontdekken ze hoe weinig een vrouwenleven soms waard is in hun land en hoe moeilijk ‘t is om mannen daarvoor veroordeeld te krijgen, ook omdat die regelmatig in de rug worden gedekt door machtige vrienden of corrupte autoriteiten.

De strijd tegen femicide krijgt zo ook een politiek karakter, waarbij Herrera en haar beschermvrouwe, procureur-generaal Ernestina Godoy, zich opwerpen als pleitbezorgers van de vermoorde vrouwen en hun nabestaanden. Intussen besluit zij, als alleenstaande vrouw, ook om een kind te adopteren – een verhaallijn waarvan de achtergronden slechts beperkt wordt uitgewerkt. De keuze voor het moederschap dwingt Herrera tot zelfreflectie: is haar missie wel te combineren met het opvoeden van een kind?

Deze schrijnende miniserie toont hoe weerbarstig dat gevecht om gerechtigheid is. Hoe hard de hoofdofficier van justitie Femicide, haar medewerkers en de familieleden en vrienden van de slachtoffers ook hun best doen om de waarheid boven tafel te krijgen, veel daders blijven tot hun grote verdriet en frustratie onbestraft. Terwijl het, in de woorden van Sayuri Herrera, in wezen heel simpel is: gerechtigheid is de beste therapie. Voor de nabestaanden, Mexicaanse vrouwen en hun land in het algemeen.

Overal waar ze komt, ontmoet zij echter vrouwen – moeders, zussen, vriendinnen – die een foto omhoog houden. Van nóg een slachtoffer dat op gerechtigheid wacht.

Gedwongen Geloften

BNNVARA

Het onzegbare is misschien nog wel uit te spreken, maar hoe breng je dit dan in beeld? Roxanne Herder en Eva Strating hebben voor Gedwongen Geloften (53 min.), hun documentaire over Nederlandse vrouwen die werden gedwongen om te trouwen en/of getrouwd te blijven, een creatieve oplossing gevonden: ze introduceren enkele jonge actrices die eerst via een koptelefoon het persoonlijke verhaal van een slachtoffer beluisteren en dit daarna zelf, vanuit een neutraal ingerichte kamer, uitspelen voor de camera.

Zo werd ‘Sarah’ door haar ouders verplicht om naar Somalië te gaan, om daar met een oom te trouwen. Die zou dan ook een Nederlands paspoort krijgen. ‘Nadia’ werd in Afghanistan voor 10.000 dollar verkocht. Haar paspoort werd afgepakt, de beoogde echtgenoot ontmoette ze pas op de huwelijksdag. En ‘Zainab’, die in Nederland een vriendje had gekregen, dreigde door haar familie naar Turkije te worden gebracht, zodat haar vader haar daar kon uithuwelijken. Bij een supermarkt in Bulgarije sloeg ze op de vlucht.

Behalve Nederlandse vrouwen van buitenlandse komaf, met een islamitische achtergrond, introduceren Herder en Strating ook ‘Deborah’, een vrouw die opgroeide in een zwaar gereformeerde omgeving. Toen haar huwelijk uitmondde in huiselijk en seksueel geweld, wilde zij zich daarvan losmaken. Als dochter van een dominee was een echtscheiding echter niet aan de orde. En hoewel haar echtgenoot later werd veroordeeld, was het toch Deborah die door haar gemeenschap als de dader werd aangemerkt.

Hun tragische verhalen worden in deze indringende film ingekaderd door de Pakistaans-Nederlandse mensenrechtenactiviste Shirin Musa, die de vrouwen op alle mogelijke manieren bijstaat en die zich met haar organisatie Femmes For Freedom sterk maakt voor hen. Ze ijvert bijvoorbeeld voor de zogeheten ‘dochterregeling’, zodat voormalige (kind)bruiden die hier zijn opgegroeid en tijdens een gedwongen verblijf in het buitenland hun nationaliteit en verblijfsrecht zijn kwijtgeraakt, weer kunnen terugkeren naar Nederland.

Musa kent de problematiek van binnenuit. Haar betrokkenheid is volgens eigen zeggen ontstaan ‘vanuit persoonlijke wanhoop en groot verdriet’. Zij weet dus hoe belangrijk ‘t is om een bondgenoot te vinden, liefst ook in de Nederlandse overheid, en om een stem te krijgen als je mensenrechten met voeten worden getreden.

Becoming Katharine Graham

Prime Video

Als Katharine Graham (1917-2001) nog de lakens had uitgedeeld bij The Washington Post, dan was het ondenkbaar geweest dat de Amerikaanse krant zo z’n oren had laten hangen naar de regering van Donald Trump als de huidige eigenaar Jeff Bezos in de afgelopen tijd heeft gedaan.

Toch wees in eerste instantie niets erop dat ‘Kay’ de toonaangevende krantenuitgeefster van haar tijd zou worden. Ze was weliswaar de dochter van eigenaar Eugene Meyer, die de krant in 1933 op een publieke veiling had gekocht voor de luttele som van 825.000 dollar, en werkte in haar jonge jaren ook daadwerkelijk op de redactie, maar papa vertrouwde de leiding van de krant toch liever toe aan zijn schoonzoon, Katherine’s echtgenoot Phil. Pas toen die in 1963 een einde aan zijn leven maakte, als gevolg van een veronachtzaamde bipolaire stoornis, kwam zij als vrouw in aanmerking voor de toppositie bij The Post.

Één foto – Becoming Katharine Graham (92 min.) is nog geen twintig minuten onderweg – verraadt de situatie waarin zij toen als werkende moeder terecht kwam: aan de bestuurstafel zitten 22 witte mannen in pak en welgeteld één vrouw, in een blauw jurkje. Van ‘doormat wife’ was Graham volgens eigen zeggen ineens een ‘working woman’ geworden. Een feministe avant la lettre, dat ook. Dit liet overigens onverlet dat ook zij, als werkgever bij een bedrijf waar vrouwen nog altijd vooral ondergeschikte functies bekleedden, een doelwit werd van de vrouwenbeweging. En daarvoor was de voormalige huismoeder zeker niet ongevoelig.

Toen Graham eind jaren zestig eenmaal in haar rol was gegroeid, toont deze gedegen biografie van George en Teddy Kunhardt, was ze ook klaar voor de grote uitdaging die op The Washington Post wachtte: Watergate. Samen met hoofdredacteur Ben Bradlee gaf zij de sterverslaggevers Bob Woodward en Carl Bernstein, die allebei ook participeren in deze film, rugdekking bij een stroom journalistieke onthullingen die de zittende president Richard Nixon steeds verder in het nauw brachten en in 1974 leidden tot zijn aftreden. ‘Tricky Dick’ had haar toen, getuige de geruchtmakende Nixon-tapes, allang tot staatsvijand verklaard.

Die geluidsopnames vormen, samen met archiefinterviews met Graham, passages uit haar Pulitzer Prize-winnende memoires Personal History en de herinneringen van haar kinderen Don en Lally, Post-medewerkers en intimi zoals Gloria Steinem en Warren Buffett, het geraamte van dit postume portret. Ruim een halve eeuw na dato zijn de tapes nog altijd schokkend. ‘She’s gonna get her tit caught in a big fat wringer’, liet Nixons campagnemanager bijvoorbeeld optekenen over de vrouw die later tot haar onvrede – was ze nu weer gepasseerd door kerels? – bleek te zijn weggesneden uit de Oscar-winnende film over Watergate, All The President’s Men (1976).

Zo kan ‘t er dus aan toe gaan als er in Het Witte Huis geen enkele morele code meer geldt. En zo dapper was Katharine Graham destijds, een leider met een héél rechte rug.

Bardot

TimpelPictures / Featuristic Films

En God creëerde… Bardot (88 min.). Brigitte Bardot. Kortweg: BB. Met de film Et Dieu… Créa La Femme, geregisseerd door haar toenmalige echtgenoot Roger Vadim, groeit de 22-jarige actrice in 1956 stante pede uit tot een internationale ster, Frankrijks glamoureuze antwoord op Amerikaanse sekssymbolen zoals Marilyn Monroe en Jayne Mansfield. Bardot geldt als vrij, rebels en volstrekt onweerstaanbaar.

En ze wordt daarmee zó populair dat ‘t wel onleefbaar moet worden. ‘Ik was een gevangene van mezelf’, constateert het onlangs overleden icoon in deze sprankelende documentaire van Alain Berliner en Elora Thevenet. De fameuze oorlogsheld Charles de Gaulle zou ooit gezegd hebben: ‘Frankrijk, dat is de Eiffeltoren, Bardot en ik.’ Als Brigitte de heersende moraal begint op te rekken, krijgt ze dat echter keihard op haar bord.

Bardot is behalve een portret van de goddelijke vrouw, die er tevens erg menselijke eigenschappen zoals opvliegendheid en een scherpe tong op nahield, ook een film over de vrouwen van haar tijd en de vooroordelen, het seksisme en de ongevraagde aandacht die zij op hun pad vinden. Berliner en Thevenet zoomen regelmatig uit en koppelen hun hoofdpersoon dan aan andere beeldbepalende figuren in haar wereld.

Ze larderen BB’s levensloop verder met een collage van nieuwsreportages, foto’s en filmfragmenten, verbinden de verschillende verhaalelementen met elkaar via stijlvolle animaties en laten alle gebeurtenissen inkaderen door een keur aan bronnen, waaronder kunstenares Marina Abramovic, fotomodel Naomi Campbell, modeontwerpster Stella McCartney, regisseur Claude LeLouch en Greenpeace-oprichter Paul Watson.

Uiteindelijk keert Brigitte Bardot zich af van de mens en richt zich tot de dieren, die ze liefdevol omarmt en begint te beschermen. Daarbij vliegt ze nogal eens flink uit de bocht, wat haar op rechtszaken en beschuldigingen van xenofobie komt te staan. Ze heeft altijd van dieren gehouden, zegt ze laconiek, vanuit haar thuisbasis in de Franse badplaats Saint-Tropez. ‘Dat is het eerste en mooiste liefdesverhaal van mijn leven.’

‘Ik ben vrij geboren en ik zal vrij sterven’, constateert Brigitte Bardot aan het einde van een groots en meeslepend leven en in de slotseconden van dit boeiende portret, dat haar leven, nét voordat dit daadwerkelijk eindigde, in perspectief plaatst. ‘En ik heb nergens spijt van.’

Taylor

Getty / Channel 4 / NTR

Is Taylor (91 min.) wat er dan nog wél mogelijk is? De onafhankelijke documentaire die kan worden gemaakt over een hedendaagse topartiest zoals Taylor Swift. Want laten we wel wezen: een productie zoals de zesdelige serie Taylor Swift: The End Of An Era, de weerslag van haar imposante Eras-tournee die nu is te zien op Disney+, is natuurlijk van voor tot achter onder handen genomen door Team Taylor.

En intimi en collega-sterren staan vermoedelijk ook niet te springen om écht het achterste van hun tong te laten zien over de vrouw die zo’n beetje elke mediaoorlog uiteindelijk in haar voordeel heeft beslist en die een machtige PR-machine achter zich heeft staan. Dan rest dus een productie zoals deze documentaire van Guy King, waarin Swifts leven en loopbaan worden gereconstrueerd met archief- en social media-materiaal en becommentarieerd door relatieve buitenstaanders, zoals songschrijver/producer Robert Ellis Orrall, oud-manager Rick Barker en schrijver Zing Tsjeng, aangevuld met enkele devote Swifties en entertainment-deskundigen.

Over hoe ze als meisje uit een welgesteld gezin in Nashville countryliedjes begint te zingen. Over moeder Andrea die zich volledig wegcijfert voor de muzikale carrière van haar dochter. Over Taylors verzameling ex-vriendjes, de wraakliedjes die ze over hen schrijft en de aanhoudende media-aandacht voor haar liefdesleven. Over haar vete met Kanye West en hoe ze die en plein public lijken bij te leggen, voordat ie toch, met dank aan Ye’s echtgenote Kim Kardashian, weer oplaait. Over hoe ze zich uiteindelijk publiekelijk uitspreekt over politieke en maatschappelijke thema’s. Over dat ze als artiest telkenmale dood en begraven wordt verklaard en dan toch weer opstaat. Over…

Gezamenlijk vormen al die stemmen, als fan of juist onafhankelijk van toon, een aardig perspectief op het fenomeen Taylor Swift. Een vrouw die is en wordt getypeerd als pak ‘m beet slang, Arische godin en mensenmens. Met functionele animaties verbindt King al die meningen, inkijkjes en kwalificaties met elkaar en belicht intussen grotere thema’s zoals misogynie, cross-marketing en de strijd om auteursrecht binnen de entertainmentindustrie, die van oudsher wordt gedomineerd door mannen. Die lijken vooralsnog overigens hun meerdere te moeten erkennen in deze vrouw die haar status, macht en succes ontleent aan een enorme en superfanatieke achterban.

Broken English

Paradiso Films

The Ministry Of Not Forgetting, belast met het bewaren van cultureel erfgoed, heeft zich nu over de casus Marianne Faithfull gebogen. Een typisch geval van: verkeerd herinnerd. Als ex van Rolling Stones-zanger Mick Jagger, op de eerste plaats. En daarna: als hopeloze junk, ruim twintig jaar verslaafd aan alle mogelijke drank en drugs.

Daar wil het Ministerie van Niet-Vergeten, waar deze hybride film is gesitueerd, dus subiet verandering inbrengen. In een futuristisch ogend researchcentrum gaat de onderzoeker van dienst, een rol van de jonge Britse acteur George McKay (1917), het subject nog eens grondig doorlichten. Daarvoor heeft hij Faithfull zelf ook uitgenodigd, om samen met haar de opgediepte bewijsstukken – archiefinterviews, nieuwsbeelden en concertopnamen – te analyseren.

Toegegeven: de opzet van Broken English (99 min.) doet in eerste instantie gekunsteld aan. De regisseurs Iain Forsyth en Jane Pollard, die eerder samen bijvoorbeeld ook de geweldige Nick Cave-docu 20.000 Days On Earth (2014) maakten, hebben wel heel veel beeld- en verteltrucs, inclusief een onderzoeksleider die toch wel erg veel wegheeft van Tilda Swinton, uit hun mouw geschud om de gebruikelijke plaatje-praatje muziekdocu te vermijden. Het werkt alleen wel. Geweldig zelfs. Deze film kantelt het beeld van de hoofdpersoon en ontstijgt haar tegelijk ook.

Met de misogynie waarmee Marianne Faithfull, tijdens het maken van de film overleden, in haar leven stelselmatig te maken kreeg bijvoorbeeld. De continue vragen in talkshows over met welke bekendheid ze nu weer het bed had gedeeld. Of de volledig overtrokken reactie van alles en iedereen op haar ‘drugslied’ Sister Morphine, dat in 1969 direct in de ban werd gedaan. Toen The Stones het nummer twee jaar later op hun album Sticky Fingers zetten, kraaide er echter geen haan meer naar.

Aan Mick maakt de dame in kwestie weinig woorden vuil. Hij komt natuurlijk wel langs in het archiefmateriaal dat wordt bekeken en beoordeeld. En, natuurlijk, in oude interviews met Marianne Faithfull zelf. ‘Stel je voor dat je op je 45e nog Satisfaction moet zingen’, zegt een eerdere incarnatie van haar. ‘Arme donder’, voegt ze er in tegenwoordige tijd aan toe. Faithfull maakt, in die laatste levensfase, een even kwetsbare als montere indruk. Een vrouw die vrede heeft gesloten met het leven. Háár leven.

Forsyth en Pollard geven ook haar beste songs een nieuw leven. Omdat hun heldin tegenwoordig een artiest in ruste is, afhankelijk van zuurstoftoevoer, laten ze onder andere Beth Orton, Suki Waterhouse, Courtney Love en Nick Cave, in de rug gedekt door Warren Ellis, Ben Christophers, Ed Harcourt en Thurston Moore, enkele van haar songs uitvoeren op het Ministerie. En uiteindelijk geeft de grande dame zelf natuurlijk ook nog een allerlaatste performance. Met Johnny Cash-achtige allure.

Haar werk is niet gestold geraakt in de tijd, maar nog net zo vitaal als ooit. Wanneer het onvermijdelijke nieuws komt – Tilda Swintons woorden ‘Onze onbevreesde vriendin is weg. Weg, maar niet vergeten.’ galmen nog wel even na – zijn de keuzes in en uitvoering van misschien wel de beste muziekfilm van het jaar bovendien op een geloofwaardige manier verklaard en lijkt alles ook wel gezegd, gezien en bezongen. Marianne Faithfull gaat ‘gracefullly’ de herinnering in. Als artiest, als icoon en als mens.