De Onbegrijpelijke Dood Van Mitchel

BNNVARA

Suicide by cop? Of toch een Nederlandse Black Lives Matters-kwestie? Dat vraagt Wytzia Soetenhorst zich al jaren af bij de zaak van de 21-jarige Mitchel Winters, die zich in 2016 doelbewust door een agent zou hebben laten doden. ‘Is het omdat een agent een zwarte jongen heeft doodgeschoten?’ zegt ze in een inleidende voice-over. ‘Is het omdat hij even oud is als mijn eigen zoon? Of is het omdat hij na één dag van de voorpagina’s verdwijnt en ik wél wil weten wat daar gebeurd is?’

Soetenhorst is werkzaam als researcher voor documentaires. In haar debuutfilm De Onbegrijpelijke Dood Van Mitchel (51 min.) gebruikt ze haar speurwerk als uitgangspunt. De documentaire is opgebouwd als een weerslag van haar zoektocht door Mitchels leven, in de hoop zo ook vat te kunnen krijgen op het einde daarvan. Ze loopt daarbij soms tegen een muur op: zo wil de politie bijvoorbeeld niet meewerken en is Mitchels moeder op zich niet tegen de film, maar wil ze ook niet in beeld. Zijn jeugdvrienden en voetbalmaatjes zijn wel bereid om haar te woord te staan.

Soetenhorsts grootste troef is stiefvader Marco, de man waarbij Mitchel opgroeide en waarvan hij pas op zijn elfde ontdekte dat hij niet zijn biologische vader was. Marco wil graag zijn kant van het verhaal kwijt en vertelt nog altijd liefdevol over de jongen, die ooit een toekomst als profvoetballer bij Feyenoord tegemoet leek te gaan. Totdat zijn nét iets te korte lontje weer opspeelde en de bloedfanatieke verdediger de kop kostte. Niet voor het laatst.

De analogie van een verdediger, die zich gaandeweg begint te realiseren dat hij zijn grip op het spel is verloren, wordt door de filmmaakster gretig omarmd. Alsof die een soort psychologische verklaring geeft voor Mitchels tragische dood. Er zijn echter genoeg andere elementen in zijn leven te ontdekken, die daarin een rol kunnen hebben gespeeld: het lot van Mitchels biologische vader bijvoorbeeld, de vechtscheiding van zijn moeder en stiefvader of de jeugddetentie die hij kreeg opgelegd.

Naar de ware toedracht van wat er toen op die fatale mei-avond in dat Schiedamse park heeft plaatsgevonden en of Mitchel, en zo ja waarom, zelf voor een slotakkoord met zeven kogels heeft gekozen, blijft het bovendien ook voor Soetenhorst en haar bronnen gissen. Gezamenlijk schilderen ze wel een schrijnend portret, aangekleed met stemmige omgevingsbeelden van zijn leefwereld, van Mitchels korte, turbulente en uiteindelijk tragische leven.

Leve De Organen

Esmee Feenstra / filmfestival.nl

Het is relatief eenvoudig om te formuleren wat hersendood inhoudt, stelt professor Van Dijk van het Leids Universitair Medisch Centrum: de hersenen doen niets meer en zullen ook nooit meer iets gaan doen.

Tot zover de theorie, de praktijk is een stuk minder eenduidig. In de interviewdocumentaire Leve De Organen (55 min.) introduceert Frans Bromet meteen de jonge vrouw Esmee Feenstra, die na een zwaar ongeval in coma raakte, hersendood werd verklaard en de situatie tóch overleefde. Ze staat hem nu ogenschijnlijk kerngezond te woord. Het had weinig gescheeld of Feenstra’s organen waren verwijderd om te worden gedoneerd. De artsen stonden op het punt om het zogenaamde hersendoodprotocol op te starten toen haar zus constateerde dat ze nog reageerde op prikkels.

Het verhaal van Esmee Feenstra vormt het startpunt voor een serie gesprekken die Bromet, naar aanleiding van de komst van de nieuwe Wet op de Orgaandonatie in 2020, voert met direct betrokkenen: neurologen, oud-cardioloog/schrijver Pim van Lommel, een wetenschapsfilosoof, nabestaanden, een verpleegkundige, mensen met een bijna-dood ervaring en de ontvanger van een gedoneerd orgaan. Want wat betekent het als we straks allemaal automatisch donor zijn? Lopen we het risico dat de dood vooral een medische aangelegenheid wordt, waarbij de te overlijden persoon dreigt te verworden tot een soort leverancier van organen?

Bromet monteert zijn gesprekken puur op inhoud (met de nodige jump cuts), doorsnijdt die met ogenschijnlijk tamelijk willekeurige klassieke kunstwerken met medische taferelen en voegt zo nu en dan wat stemmige pianomuziek toe. Het is een sobere aanpak, die ervoor zorgt dat er, behalve allerlei pratende hoofden, weinig valt te zien en die kijkers dwingt om vooral aandachtig te luisteren naar de filosofische, praktische en ethische dilemma’s en overwegingen van de verschillende sprekers.

Kurt Cobain: Montage Of Heck

 

‘I hope I die before I get old’, beweerde de nog altijd springlevende Pete Townshend halverwege de jaren zestig in My Generation, het lijflied van de babyboom-generatie. De gitarist van The Who wordt deze week 73. Bij de man die ruim 25 jaar later het lijflied van de generatie X zou neerpennen, Smells Like Teen Spirit, eindigde het leven al op 27-jarige leeftijd. In 1994 voegde hij zich eigenhandig bij een club van opvallend jong gestorven pophelden.

Kurt Cobain, de man die met Nirvana hoogstpersoonlijk alternatieve rock naar MTV en het bijbehorende miljoenenpubliek bracht. Het boegbeeld van slackers in de hele wereld. En de ontheemde twintiger, een jongen nog, die worstelde met zichzelf, zijn plots verworven roem en het leven in het algemeen. In de fabuleuze biografie Kurt Cobain: Montage Of Heck(132 min.) komt regisseur Brett Morgen voorbij het stereotiepe beeld van De Getormenteerde Zanger, dat zo vaak van Cobain is geschetst, en slaagt hij erin om daarachter de kleine Kurt te vinden.

Daaraan liggen een aantal opvallende keuzes ten grondslag. Zo hanteert Morgen op het gebied van interviews stringent het ‘less is more’-principe. Waar voor de meeste popbiografieën een karrenvracht aan celebrities wordt ingevlogen, beperkt Morgen zich tot louter essentiële bronnen: Cobains moeder, vader, stiefmoeder, zus, ex-vriendin, weduwe Courtney Love en Nirvana-bassist Krist Novoselic. Zelfs Nirvana-drummer (en tegenwoordig boegbeeld van The Foo Fighters) Dave Grohl, die blijkbaar niet op tijd kon worden geïnterviewd, ontbreekt in de film. Door die scherpe keuze blijft rock & roll-bullshit achterwege en kan de film direct door naar de kern.

Bij de aankleding van zijn documentaire heeft hij zichzelf dan weer geen enkele beperking opgelegd. Met zichtbaar plezier maakt Brett Morgen – naast de gebruikelijke obligate popinterviews en enerverende concert- en studiobeelden – gebruik van Cobains dagboekfragmenten, brieven en naargeestige tekeningen, vertederende familiefilmpjes en speciaal voor de film gemaakte animaties (waarvan overigens niet iedereen gecharmeerd was). Die paart hij op virtuoze wijze aan Nirvana’s overbekende rocksongs, die daardoor van een extra dimensie worden voorzien. Alsof je ze voor het allereerst hoort. Dat lijkt me een verdienste op zich.

Uiteindelijk drijft Montage Of Heck echter op een klein menselijk verhaal: over een jongetje dat door allebei zijn ouders werd afgewezen en daarna met zijn ziel onder zijn arm, en het hart op de tong, door het leven moest. Het is maar al te goed voor te stellen dat in die door allerlei lichamelijke en psychische klachten geteisterde schreeuwzanger nog dat enthousiaste blonde menneke uit de Cobain-jeugdfilmpjes zat verstopt. Ergens onderweg is hij onherstelbaar beschadigd geraakt en de drang ontstaan tot zelfmedicatie – en, uiteindelijk, zelfdestructie.

Regisseur Brett Morgen, die onlangs een prachtige biografie maakte over een ander icoon, de beroemde primatologe Jane Goodall, slaagt erin om van het fenomeen Kurt Cobain weer een mens van vlees en bloed te maken. Terwijl hij in de laatste fase van zijn leven afglijdt in een heroïneverslaving, zet de zanger samen met zijn vrouw Courtney tegen beter weten in een kind op de wereld en blijft hunkeren naar zoiets als een traditioneel gezin. De uiteindelijke afloop staat al bijna 25 jaar vast en zindert desondanks nog wel even na.

 

 

Amy

 

Ja, ook zij werd slechts 27 jaar! Amy Winehouse, de Britse popdiva die de strijd verloor met haar demonen. Met haar vroegtijdige dood trad ze toe tot de zogenaamde 27 Club, een illuster rijtje popgrootheden dat op 27-.jarige leeftijd het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde: Kurt Cobain (Nirvana), Janis Joplin, James Morrison (The Doors) en Jimi Hendrix zijn (helaas) ook lid. De komende vrijdagen herhaalt de NPO documentaires over deze getroebleerde helden, die veel te jong stierven en zo (?) een heldenstatus verwierven. Te beginnen dus met Amy.

‘They tried to make me go to rehab’, zingt ze met die karakteristieke diepe stem in haar grootste hit Rehab. ‘But I said no, no, no.’ Het bleken profetische woorden. Afkicken van drank en drugs zou er uiteindelijk niet inzitten voor Amy Winehouse. Ze liet zich met huid en haar verslinden, in de ban van een soort onontkoombare zelfdestructie. En dat zie je ruim twee uur aankomen in Asif Kapadia’s meeslepende portret van de Britse zangeres, dat hem in 2016 een Oscar voor beste documentaire opleverde.

Waarom? Daarnaar kunnen we alleen gissen. Was het die dodelijke onzekerheid en verlegenheid, die zo contrasteerde met het sterrendom? Haar moeizame verhouding met vader Mitch, die zijn dochter rücksichtslos zou hebben geëxploiteerd (en naderhand woest was op de maker van deze film)? Of toch die foute ex-man Blake Fielder-Civil, die haar steeds weer meetrok in het drijfzand van verslaving? Een eenduidig antwoord geeft Amy niet. En dat is frustrerend. Alsof de eindbestemming, een roemloos (?) einde in fatale dronkenschap, allang vaststond en alleen de precieze weg ernaartoe nog moest worden uitgestippeld.

Met een weldaad aan archiefmateriaal maakt Kapadia Winehouses onvermijdelijke afdaling naar de hel voelbaar. Hij ondersteunt de opgediepte jeugdfilmpjes, radio-optredens, interviews, concerten en paparazzi-beelden met quotes van enkele zorgvuldig uit haar directe omgeving geselecteerde bronnen, zoals haar vader en echtgenoot. De geïnterviewden blijven letterlijk buiten beeld. Alle aandacht is gericht op de tragische figuur Amy, die net als Kurt, Janis en Jimi uitgroeide tot een popicoon, waarbij een achternaam overbodig is geworden.

Dit is iemand die wilde verdwijnen, zegt rapper Mos Def nochtans, met gevoel voor drama, in deze upppercut van een film. Of, zoals Winehouse het zelf treffend zingt in haar andere grote hit, Back To Black, waarin je sinds haar dood in 2011 allerlei betekenissen kunt terugvinden: ‘I’ll go back to black.’

After Inez / Losing Layla

 

In 2001 maakte de Australische documentaire Losing Layla (52 min.), die hier is te bekijken, emotionele reacties los. Met een videodagboek documenteerden de bijna veertigjarige Vanessa Gorman en haar vriend Michael enthousiast haar eerste zwangerschap. Wat een vreugdevolle viering van nieuw leven had moeten worden, werd echter een gigantisch persoonlijk drama: hun dochtertje overleefde de bevalling niet.

Intussen bleef een vriendin ‘gewoon’ filmen: de plotselinge paniek, het navolgende drama en de golven van immens verdriet die daarna maar bleven komen. Niets ontsnapte aan het oog van de camera. En alles belandde uiteindelijk ook gewoon in de film, die bijna te intiem en pijnlijk werd om te zien. Moesten deze beelden werkelijk worden gedeeld met de buitenwereld? vroeg menigeen zich af. En zo ja, wat moesten willekeurige kijkers er dan mee?

Waar Losing Layla eindigde, begint de documentaire After Inez (53 min) van Karin Ekberg: Denize en Filip koesteren hun zojuist gestorven kind, brengen het ten grave en proberen daarna samen de weg naar het normale leven terug te vinden. De toonzetting is ook geheel anders. Deze Zweedse film is veel minder in your face, minder soapy zou je ook kunnen zeggen. Zoals het stel zelf soms ook wat secundair reageert.

Kalm en sober registreert Ekberg het emotionele proces dat het jonge koppel doormaakt; de bezoekjes aan het grafje voor de kleine Inez, de gesprekssessies met lotgenoten en de onvermijdelijke pogingen om opnieuw zwanger te worden. After Inez brengt zo’n beetje het grootste verdriet dat een mens moet dragen in beeld, maar dat gaat slechts beperkt gepaard met zichtbare emoties. Daardoor is de film minder instant invoelbaar dan Losing Layla, dat nietsontziend op je vader/moederhart trapt.

Deze Zweedse tegenhanger, die in eigen land een Tempo Documentary Award won en is verrijkt met muziek van de Noorse singer-songwriter Ane Brun, had soms nét iets dichter bij de getroffen ouders mogen komen. Zonder dat het plat of opdringerig wordt de tragedie die in hen huist, het verliezen van een kind dat je nauwelijks hebt gekend, in beeld brengen én invoelbaar maken. Nu moet je als kijker regelmatig tussen de regels door lezen. Wat je op die manier aantreft, gaat soms overigens nog steeds door merg en been.

Vanessa Gorman maakte na Losing Layla nog een persoonlijke film over haar pogingen om moeder te worden: Regarding Raphael, een documentaire die ik zelf nooit heb gezien en die online ook niet te vinden lijkt te zijn.

Losing Layla is hier te bekijken.

One More Time With Feeling


Als een grauwsluier hangt het drama boven elke scène van de diep ontroerende documentaire One More Time With Feeling (113 min.), zonder dat het tragische ongeluk zelf steeds ter sprake komt. Arthur, de vijftienjarige zoon van zanger Nick Cave, viel van een klif. Sindsdien is niets meer hetzelfde.

Cave liep nooit voorop in de polonaise binnen het feesten- en partijencircuit. In zijn zwartgeblakerde muziek zocht hij nadrukkelijk de schaduwzijden en rafelranden van het leven op. Die Cave had nochtans iets onaantastbaars. Alsof de zwaarmoedigheid van zijn muziek nooit écht vat kreeg op de man zelf.

Tot die fatale veertiende juli in 2015 kon hij moeiteloos doorgaan voor de ongenaakbare hogepriester van de alternatieve popmuziek. Een positie die hij in de overrompelend mooie documentaire 20.000 Days On Earth uit 2014 nog op weergaloze wijze uitbuit. Welnu, die Nick Cave bestaat niet meer. Nooit meer, vermoedelijk.

In de man die in stemmig zwart-wit wordt geportretteerd in One More Time With Feeling (2016) is iets kapot gegaan. Via muziek probeert hij samen met zijn gezin en muzikale partners de weg terug naar het leven te vinden. Regisseur Andrew Dominik vertelt dat verhaal niet lineair, doet nauwelijks aan duiding en hengelt ook niet opzichtig naar grote emoties.

Met aangrijpende interviewfragmenten, verloren scènes en prachtige muziek, die uiteindelijk zijn weg heeft gevonden naar het Nick Cave-album Skeleton Tree, laat hij een man in verwarring zien. Rouw is nu eenmaal geen logisch proces waarin je stapsgewijs alle verplichte fasen doorloopt, waarna aan het eind van de tunnel altijd prachtig licht gloort.

Sinds hij ooit woest aan de rock & roll-deur klopte met zijn band The Birthday Party is Nick Cave een geliefd onderwerp van Nederlandse televisiemakers. Zo portretteerde Bram van Splunteren Cave bijvoorbeeld dertig jaar geleden in Stranger In A Strange Land, een portret dat integraal op YouTube is te vinden.

Rio Ferdinand: Being Mum And Dad

 

Zoals het een (voormalige) topvoetballer betaamt, heeft hij van zijn naam een soort merk gemaakt. Rio Ferdinand, de onverstoorbare verdediger van Manchester United die 81 interlands speelde voor Engeland en met zijn club zes keer landskampioen werd en één keer de Champions League won. Het type man dat niet mag huilen, zou je zeggen.

In de rechttoe rechtaan documentaire Rio Ferdinand: Being Mum And Dad (56 min.) zien we de mens achter het voetbalicoon. Een bijna-veertiger, die verder probeert te gaan nadat zijn vrouw Rebecca in 2015 is bezweken aan de gruwelijke ziekte met de K. Ineens moet Ferdinand, in zijn eigen woorden, zowel mama als papa zijn voor z’n drie opgroeiende kinderen.

Het is ongelofelijk dapper zoals hij dat proces van rouwverwerking voor de camera aangaat. De gewezen topsporter laat zich in therapiesessies en gesprekken met lotgenoten van zijn kwetsbaarste kant zien. Getuige deze aangrijpende film wil Rio Ferdinand het type man zijn dat wel degelijk zijn emoties mag laten zien. Zelfs in het openbaar.

Afgelopen week maakte Ferdinand bekend dat die K-ziekte opnieuw een slachtoffer heeft gemaakt in zijn familie: Rio’s moeder Janice overleed op 58-jarige leeftijd.