Ice Grave

Lightdox / SEPPIA

Op 11 juli 1897, een jaar later dan oorspronkelijk gepland, vertrekken ze vanaf Danskøya, een onbewoond eiland in de archipel van Spitsbergen. Initiatiefnemer Salomon August Andrée (42), een Zweedse ingenieur, en zijn twee expeditieleden, de fotograaf Nils Strindberg (26) en ingenieur/atleet Knut Frænkel (27), gaan van Svalbard op weg naar de Noordpool. Ze willen de ruim duizend kilometer afleggen in een waterstofballon en houden hun achterban op de hoogte met berichten die ze versturen via postduiven. Al snel droogt de stroom brieven echter op en wordt het stil.

Pas 33 jaar later ontdekt een ander gezelschap, de Bratvaag-expeditie, hoe het Andrée en de zijnen is vergaan. In 1930 worden de perfect geconserveerde lichamen van de drie poolreizigers en de restanten van hun expeditie aangetroffen op Kvitøya, het ‘witte eiland’ in de Arctische Oceaan. Met hun dagboeken, brieven en foto’s reconstrueert regisseur Robin Hunzinger weer een kleine honderd jaar later in de weldadige archieffilm Ice Grave (78 min.) de ontzaglijke onderneming van de drie Zweedse avonturiers en de tragische afloop daarvan.

Andrée’s dagboek eindigt op 8 oktober 1897, de laatste notitie van zijn kompaan Nils Strindberg dateert van enkele dagen later, 17 oktober. Hij heeft een gletsjer vernoemd naar zijn vriendin, Anna Harlier. Zij is bijna zestig en al lang en breed met een andere man getrouwd als ze zijn brieven voor het eerst onder ogen krijgt en kan lezen hoe haar vroegere geliefde zijn laatste levensdagen heeft beleefd. Het is alsof de tijd Anna, ruim dertig jaar na zijn verdwijning, alsnog inhaalt. Bijna een eeuw later komen hun beider levens opnieuw tot leven in deze film.

Met de zorgvuldig gedocumenteerde ontdekking op Kvitøya, aangekleed met een heel precies geluidsdecor en een delicate soundtrack, haalt Hunzinger het tragisch geëindigde avontuur naar het hier en nu. Hij wordt terzijde gestaan door de historicus Tyrone Martinson en de schrijfsters Hélène Gaudy en Béa Uusma, die zich allen hebben verdiept in de Andrée-expeditie. Samen kleuren zij Strindbergs foto’s en de daarbij opgediepte informatie in, zodat Ice Grave de achterkant en keerzijde kan tonen van de vaak met romantiek omklede ontdekkingsreizen.

In Andrée, Strindberg en Frænkel is nog altijd de onbedwingbare behoefte van de mens om de wereld z’n wil op te leggen te herkennen – en diens uiteindelijke onvermogen daartoe. Tegelijk werkt deze documentaire ook als een bezwerend en aangrijpend eerbetoon aan degenen die het desondanks, met gevaar voor eigen lijf en leden, blijven proberen.

I Follow Rivers

Field Productions

Ze heeft haar zinnen gezet op de Aldeyjarfoss-waterval in IJsland. Die wil de Noorse kajakster Mariann Sæther eigenlijk al twintig jaar bedwingen. Ze heeft in haar lange carrière alles al bereikt, maar wil haar grenzen blijven verleggen. Dat gaat onvermijdelijk gepaard met risico’s. In de voorbije jaren zijn er zes extreme kajakkers in Sæthers omgeving om het leven gekomen. Ze heeft haar zoontje Benjamin naar één van hen vernoemd.

Inmiddels is er opnieuw gezinsuitbreiding op komst in de caravan die ze met haar Zwitserse vriend Ron Fischer bewoont in Trofors. Hij vindt die Aldeyjarfoss helemaal geen goed idee. Sterker: hij haat watervallen – ook omdat hij zelf meermaals rugletsel heeft opgelopen – maar weet ook: als Mariann iets in haar kop heeft… De hoofdpersoon van I Follow Rivers (90 min.) heeft een ijzeren wil en stalen zenuwen, maar beschikt natuurlijk gewoon over een lijf van vlees en bloed.

Het is Ron soms zwaar te moede in deze ferme film van Barbora Hollan, die Sæther zeven jaar lang heeft gefilmd. Met Aldeyjarfoss voortdurend als stip op de horizon laveert zij tussen haar twee levens. Thuis, met Ron en de kinderen, in die krappe caravan, terwijl er tegelijk een eigen huis moet worden gebouwd en een raftingbedrijf onderhouden. En in woeste wateren, waar ze als oudere wildwaterkoningin een nieuwe generatie kajakkers probeert bij te benen.

Sæthers manoeuvres langs verraderlijke stroomversnellingen en kolossale watervallen zijn enerverend vastgelegd, ook vanuit een ik-perspectief met GoPro-camera’s, en trekken natuurlijk de aandacht, niet in het minst door de adembenemende decors. Toch is I Follow Rivers ook een kleine film, over een gedreven vrouw die de confrontatie met zichzelf moet aangaan: wat is die Aldeyjarfoss me waard? Durf ik hem werkelijk aan? En waartoe verplicht ik anderen dan?

Als ze eenmaal in IJsland is aanbeland en de ontzagwekkende waterval in de ogen kijkt – en daarmee ook haar eigen sterfelijkheid – weet Mariann Sæther pas zeker of die droom het haar werkelijk waard is om te blijven najagen.

Monsters Of God

HBO Max

Zelfs vrienden staan na een praatje meestal bij hem in het krijt. Want Ray Van Nostrand, inmiddels een broze oude man met dementie, is een geboren verkoper. Zijn specialiteit zijn reptielen, slangen in het bijzonder. Die begint hij in de jaren zeventig in Florida te verkopen bij het bedrijf Pet Farm. En daarbij wil hij nog wel eens een loopje met de regels nemen.

Ray komt al snel in contact met de ‘Cocaine Cowboy’ Mario Tabraue, een Cubaanse drugshandelaar met een voorliefde voor wilde dieren en een eigen bedrijf, Zoological Imports Unlimited. Behalve leeuwen en tijgers bezit die bijvoorbeeld ook Caesar, een chimpansee met een gouden Rolex en een opzichtige ketting om. De aap is werkelijk verzot op coke. Al snel stapt Ray met Mario ook in een andere business. Hij houdt er een bijnaam aan over: Ray Van Nostril. Want hij voorziet ook zijn eigen neusgaten rijkelijk van witte lijntjes.

Met zijn bedrijf Strictly Reptiles, ‘de Amazon.com van de reptielen’, zet Rays zoon Mike de familiezaak voort. Net als zijn vader verwerft hij een bijnaam ‘The Lizard Ling of Florida’. Met Mike Van Nostrand kan deze vijfdelige serie van Eric Goode, die eerder met ditzelfde bijltje heeft gehakt als maker van de groteske bingehit Tiger King (2020) en het al bijna even scandaleuze Chimp Crazy (2024), weer verder. Jarenlang brengt Mike koffersvol regenboogboa’s, pijlgifkikkers en ringstaartleguanen het land in. Een miljoenenbusiness, volstrekt legaal. Toch?

Via deze ‘reptielmensen’ brengt Goode, die zelf sinds z’n zesde wilde dieren bezit en ook regelmatig een illegale aankoop heeft gedaan, de geschiedenis van de (illegale) handel in reptielen in de Verenigde Staten in kaart, een business waarin (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar worden beschouwd. Die lijkt te zijn opgestart door twee aartsrivalen. De lepe leverancier Hank Molt en zijn concurrent, meesterfokker Tommy Crutchfield (voor al uw custom made-reptielen!), nemen het allebei niet zo nauw met de wet en mogen dus ook een tijdje brommen.

Monsters Of God (273 min.) zit barstensvol met zulke ‘larger than life’-personages. Types als Larry Loveless, géén artiestennaam, een agent van de Drugs Enforcement Agency die, volgens eigen zeggen dan, masturbeert bij de gedachte aan criminelen die hem op de korrel willen nemen. De kluizenaar Al Killian, die met een collectie gifslangen woont, waaronder de levensgevaarlijke koningscobra. Én de Maleisische superhandelaar Anson Wong die via Nederland, blijkbaar een knooppunt in de internationale reptielensmokkel, zo’n beetje elk exotisch dier kan leveren.

Waardige opvolgers van Tiger Kings Joe Exotic, zonder de bijbehorende reality-achtige ontwikkelingen. Zij vertegenwoordigen in deze intrigerende en (on)smakelijke serie een subcultuur, waarin sommigen (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar beschouwen en anderen juist helemaal gebiologeerd zijn door de variëteit in reptielenland – en dus ook bereid zijn om de poeplap te trekken en/of schimmige paadjes te bewandelen.

Underland

Oscilloscope Laboratories

In een kooilift daalt Mariangela Lisanti af naar het binnenste van de aarde. Op twee kilometer diepte houdt de natuurkundige pas halt. Ze is gearriveerd op haar werkplek, de SNOLAB Underground Reseach Facility. In het Canadese laboratorium doet ze wetenschappelijk onderzoek naar zogeheten ‘dark matter’. Lisanti’s grootmoeder noemde haar als kind al gekscherend ‘McWhy’ – omdat ze altijd overal vragen over had.

En dat lijkt ze gemeen te hebben met de andere twee hoofdpersonen van Underland (79 min.), de zinnenprikkelende documentaire die Rob Petit maakte aan de hand van het gelijknamige boek van Robert Macfarlane. Op het Mexicaanse schiereiland Yucatán laat de archeologe Fátima Tec Pool zich bijvoorbeeld naar beneden glijden voor een expeditie door een verraderlijke grot, die vroeger ook met een brandende toorts door haar Maya-voorouders werd bezocht. Het inheemse Mexicaanse volk beschouwde grotten als ‘Xibalba’, ingangen naar de onderwereld.

En in Las Vegas heeft urban explorer/schrijver Bradley Garrett zich toegang verschaft tot een ondergronds afwateringssysteem, waar ie sporen vindt van de levens van mensen die zich daar hebben verschanst. Armoede zinkt, constateert hij. Dat is alleen niet ongevaarlijk. Als het in deze ‘storm drain’ begint te regenen, loopt ie gevaarlijk snel vol. ‘In case of rain stop reading’, staat er niet voor niets op de muur gekalkt. Tegelijk ervaart Garrett, die ook al Londense tunnels, Koude Oorlog-bunkers en Parijse catacomben bezocht, juist in zo’n omgeving een gevoel van ultieme vrijheid.

‘We need to go’, zegt Garrett later ineens met de nodige urgentie tegen Petit. ‘Right now.’ Ze vervolgen hun exploratie elders, in een verlaten mijn op een onbekende locatie. Die lijkt dienst te doen als dumpplek. Dingen die mensen proberen te vergeten, aldus de schrijver, in deze filmische reis door het onderland, waarvoor verhalen uit de diepste diepten worden gehaald. Elk hoofdstuk daarvan wordt poëtisch ingeleid door verteller Sandra Hüller en krijgt daarna vorm met prachtig (drone- of onderwater-)camerawerk, verbluffende special effects en een prikkelende soundtrack.

Underland is behalve een film over het rondstruinen in de buik van het beest aarde ook een contemplatieve film over menszijn. Over de onbedwingbare behoefte om het onbekende te exploreren en te begrijpen. Al die inspanningen komen zonder garantie, realiseert Mariangela Lisanti zich terdege in haar ondergrondse laboratorium. Wat als de antwoorden op al haar vragen uitblijven? Zou het ook allemaal voor niets kunnen zijn?

The Welcome Table

HBO Max

Aan een welkomsttafel op een dijk bij New Orleans, genaamd Bywater Levee, ontvangt documentairemaker Josh Fox (Gasland) de hoofdpersonen van zijn nieuwe film The Welcome Table (131 min.). Ze komen van heinde en verre, op de vlucht geslagen voor de gevolgen van klimaatverandering. ‘Hoe zijn we hier beland?’ vraagt hij zich halverwege af, in zijn deel van een duo voice-over met de Amerikaanse jazzzanger John Boutté, waarmee deze alarmistische documentaire wordt aangestuurd. ‘Kunnen we hier nog weg? En hoeveel erger gaat het nog worden?’

Fox verwelkomt zijn gasten aan die tafel met muziek, toepasselijke liederen gespeeld door een keur aan muzikanten, en dompelt zich vervolgens onder in de verhalen van deze klimaatvluchtelingen. Hij begint in eigen land bij Ali en haar jonge gezin. Zij woonden in Paradise, California, en zijn in 2018 gevlucht voor een verwoestende natuurbrand. De beelden staan op haar netvlies gebrand: terwijl er een propaantank ontploft, klinkt op de radio een bekende hit van The Bee Gees: stayin’ alive, stayin’ alive ah, ha, ha, ha, stayin’ alive. Terwijl ze hun auto vervolgens door het vuur sturen, kan Ali maar aan één ding denken: ‘Zo wil ik niet doodgaan.’

Daarna begeeft Fox zich naar Brazilië, waar hoosbuien in 2023 een modderstroom op gang hebben gebracht die een hele favela met de grond gelijk maakte en de bewoners, als ze al overleefden, dakloos achterliet. In de Mexicaanse stad Juárez treft Fox een jonge Colombiaanse vrouw, die op de vlucht is voor overstromingen in haar land. Ze is twee jongere zussen kwijtgeraakt bij de grens. Die zijn weggevoerd door de Amerikaanse autoriteiten. En in Italië ontmoet hij de Nigeriaanse bootvluchteling Chris Obehi, die de barre tocht over de Middellandse Zee heeft overleefd en nu carrière maakt als zanger. Non Siamo Pesce, zingt hij. We zijn geen vissen.

Josh Fox reist de halve wereld over. Naar de Maagdeneilanden, om de schade van orkanen op te nemen. Naar het kurkdroge Kenia, waar een heel dorp inmiddels afhankelijk is van één enkele waterput. Naar Peru, om te zien hoe oliewinning het Amazonegebied ernstig verontreinigt. En naar Australië, waar Aboriginals het slachtoffer worden van ‘klimaatgentrificatie’. Heel herkenbaar: in New Orleans, bij die dijk, gebeurde in 2015, na de Orkaan Katrina, precies hetzelfde. Die conclusie trekt de filmmaker steeds weer in deze erg ruim uitgevallen film: de mensen die het minst kunnen doen aan de klimaatverandering, worden er het hardst door geraakt.

Niet in het minst doordat de machthebbers steeds weer nieuwe blokkades voor hen opwerpen. Letterlijk. Met als duidelijkste voorbeeld de spreekwoordelijke muur van de Amerikaanse president Trump en de manier waarop hij ICE loslaat op migranten. Josh Fox schroomt daarbij niet om de vergelijking te trekken met Hitler en Mussolini. Hij probeert sowieso dwarsverbanden te leggen, met grote thema’s zoals migratie, kolonialisme en mensenrechten. En aan het eind dropt Fox nog een klein bommetje: al zijn hoofdpersonen zijn weliswaar uitgenodigd aan zijn tafel op die dijk, maar lang niet iedereen heeft daadwerkelijk een visum voor de Verenigde Staten gekregen.

Marlon Brando In Paradise

TVF / vrijdag 1 mei, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Als de Amerikaanse steracteur Marlon Brando (1924-2004) tijdens opnames voor de Hollywood-film Mutiny On The Bounty begin jaren zestig in de Stille Zuidzee stuit op het prachtige eiland Tetiaroa, weet hij direct: dit is de plek voor mij. Enkele jaren later koopt Brando het paradijselijke oord daadwerkelijk aan.

Het is de vervulling van een jeugddroom: als getroebleerde tiener droomde hij al regelmatig weg bij foto’s van Tahiti. De eilandengroep appelleert ook aan Brando’s geknakte ambitie om wetenschapper te worden en zo een bijdrage te kunnen leveren aan het behoud van de aarde. Het Frans-Polynesische koraaleiland Tetiaroa kan een thuishaven worden voor wetenschappelijke experimenten, bedreigde diersoorten en nieuwe vormen van toerisme (die al snel onbetaalbaar blijken).

Het postume portret Marlo Brando In Paradise (52 min.) van Dirk Heth en Silvia Palmigiano behandelt ‘s mans filmcarrière – die resulteert in klassiekers zoals On The Waterfront, The Godfather en Apocalypse Now – vooral als een decor waarin zijn idealisme, sociale bewogenheid en milieubewustzijn tot volle wasdom kunnen komen. Hij is, in de woorden van zijn biograaf Susan Mizruchi (Brando’s Smile), de eerste ‘celebrity do-gooder’ – en daardoor ook bepaald niet onomstreden.

Als Brando in 1973 bijvoorbeeld weigert om de Oscar voor zijn rol als maffiabaas Don Corleone te accepteren en in zijn plaats een vertegenwoordigster van de Native Americans naar de uitreiking stuurt om de Amerikaanse filmindustrie te bekritiseren, wordt hem dat zeker niet door iedereen in dank afgenomen. Buiten Hollywood voelt Marlo Brando zich duidelijk meer senang. Op Tetiaroa kan hij de man zijn die hij diep in zijn hart wil zijn – ook al blijken niet al zijn ideeën levensvatbaar.

Toch leeft ‘s mans droom, ruim twintig jaar na zijn dood, daar nog altijd voort, getuige bijvoorbeeld The Tetiaroa Society en The Brando Resort. De drijvende krachten achter deze initiatieven, alsmede Brando’s dochter Rebecca, krijgen in deze aardige film over één van de meest uitgesproken mannen van Hollywoods gouden jaren dan ook de rol die doorgaans aan insiders van de filmbusiness is voorbehouden: het inkaderen van de held en op gepaste wijze lof over hem uitstrooien.

Één ding is zeker, stelt zijn voormalige personal assistant Avra Douglas nog: Marlon Brando sprak over zo ongeveer alles liever dan over acteren.

Trailer Marlon Brando In Paradise

Green over Gray: Emilio Ambasz

AVROTROS

Groen over grijs. Dat zou het uitgangspunt moeten zijn, aldus Emilio Ambasz. Een architect dient als beschermheer te fungeren voor de stenen woestijn die de mens heeft gemaakt van zijn steden. De natuur moet daarin worden teruggebracht. Niet als decor of decoratie, maar als integraal onderdeel van een organisch geheel van de mens, z’n woon- en werkomgeving en de aarde. Zo brengt de Argentijnse visionair vanaf de jaren zeventig architectuur en natuur weer bij elkaar en vraagt hij tevens aandacht voor de noodzaak om te strijden tegen wat we later klimaatverandering zijn gaan noemen.

In de gestileerde documentaire Green Over Gray: Emilio Ambasz (52 min.) tonen Francesca Molteni en Mattia Colombo daarvan enkele fraaie voorbeelden. Het imposante huis La Casa de Retiro Espiritual in Sevilla bijvoorbeeld. De botanische tuin van het Texaanse San Antonio. Het ACROS-gebouw in Fukuoka in Japan, dat eerst alleen een betonnen kolos leek, daarna langzaam overwoekerd raakte door groen en toen z’n volledige potentieel onthulde. En met het Ospedale Dell’Angelo in het Italiaanse Venice-Mestre toonde Ambasz aan dat ook een ziekenhuis kan worden vergroend.

Aan de hand van deze sprekende voorbeelden laten enkele collega-architecten en kenners hun licht schijnen over de visie, werkwijze en impact van hun enigmatische collega, die zelf met enkele poëtische teksten z’n eigen mythe nog eens versterkt. Ambasz tekent naar verluidt helemaal niet om z’n ideeën stapsgewijs aan te scherpen. De concepten komen in hun totaliteit tot hem. Alsof ze allang ergens rondzweefden en alleen nog door hem, de man met het idee, esthetische gevoel en ideaal, uit de lucht moesten worden gepakt, om vervolgens op de dorre aarde te worden gedropt.

Deze film – over het levenswerk, in plaats van het leven daarachter – brengt de visie van Emilio Ambasz overtuigend over het voetlicht.

We Have To Survive

Taskovski Films

Mick Farkas gelooft niet in klimaatverandering. De verzengende hitte in Coober Pedy, in het zuiden van Australië, is volgens hem simpelweg het gevolg van de evolutie. Ooit stond deze plek toch ook onder water, was het een tropisch gebied en of moest het een ijstijd verduren?

Met al dat geëmmer over de opwarming van de aarde proberen ze gewoon elektrische auto’s en andere producten aan de man te brengen, is zijn stellige overtuiging. Intussen is Farkas zelf, die voor de zekerheid toch maar een fikse watervoorraad heeft aangelegd, druk met het bouwen van ondergrondse woningen. Zelf woont hij met zijn vrouw Irene al twintig jaar in zo’n grot. Het is volgens hem dé manier om aangenaam te kunnen blijven wonen als de temperaturen in zijn deel van de wereld nog verder oplopen.

Elders, in We Have To Survive (101 min.) en de wereld, moeten andere aardbewoners ook dealen met de gevolgen van klimaatverandering – ook al zien ze soms weinig in dat idee en de manier waarop het wordt gepolitiseerd. In Groenland is het ijs inmiddels vaak te dun voor de Inuit om er met sledehonden overheen te rijden, terwijl de Amerikaanse kustplaats Rodanthe steeds meer last krijgt van de stijgende zeespiegel. Woeste golven dreigen strandhuizen te verzwelgen – en soms voegen ze ook de daad bij het woord.

In de Gobi-woestijn te Mongolië heeft Baraaduuz Demchig de strijd aangebonden met de aanhoudende droogte. Hij plant bomen, irrigeert de grond en probeert zo een nieuwe groene oase te creëren – en de toekomst van zijn nageslacht veilig te stellen. Het is een opmerkelijk staaltje omdenken. Vanuit die gedachte belicht de Slowaakse filmmaker Tomás Krupa in deze documentaire ook de gevolgen van klimaatverandering: hoe kunnen we dealen – of ons voordeel doen – met de nieuwe aardse verhoudingen?

Dat vereist wel inventiviteit en aanpassingsvermogen, want een paar kuub zand helpen niet tegen de woeste golven van de Atlantische oceaan, zoals is te zien in spectaculaire beelden van een strandhuis in Rodanthe dat door zijn hoeven zakt. Want op de – ondanks alles: soms nog altijd verblindend mooie – aarde die door Krupa in imposante shots is vervat, blijft de mens niet meer dan een eenvoudige onderknuppel. Zoals één van de hoofdpersonen ‘t uitdrukt: de natuur gaat zich echt niet aan ons aanpassen.

Ghost Elephants

Skellig Rock, Inc / Piece Of Magic

Ze hebben hem Henry genoemd. De grootste olifant die de mens ooit heeft gezien. Of op zijn minst: de grootste olifant die de mens ooit heeft gedocumenteerd. Een opgezette versie van het kolossale dier behoort tot de pronkstukken van het Amerikaanse museum The Smithsonian in Washington D.C.

Achter het museumstuk gaat een foto schuil, die de vermaarde Duitse cineast Werner Herzog in z’n nieuwste avonturendocu ook laat zien: van een man die met een brede glimlach op zijn trofee is geklommen. Hij steekt z’n geweer trots in de lucht. Na het vastleggen van dit pijnlijke tafereel, op 13 november 1955, heeft Josef Fénykövi de mastodont nog nauwkeurig opgemeten, vooral om zijn eigen prestatie te markeren.

Volgens de Zuid-Afrikaanse bioloog en natuurbeschermer Steve Boyes moet ‘Henry’ meer dan honderd jaar oud zijn geweest. Met zijn team, bestaande uit antropologen en plaatselijke spoorzoekers, zoekt hij in de Angolese hooglanden al tien jaar naar afstammelingen van Henry, de zogeheten Ghost Elephants (99 min.). Maar of deze mythische dieren ook daadwerkelijk rondlopen in het hedendaagse Afrika?

‘Is het belangrijk of ze echt of alleen in onze verbeelding bestaan? wil Werner Herzog, die als filmmaker weer eens op een expeditie naar een onbekende wereld op aarde is beland, van zijn hoofdpersoon weten. Het is geen probleem als ze alleen in onze dromen bestaan, vindt Boyes. ‘Dat is misschien nog wel beter. Dan zouden ze er voor altijd zijn of kunnen zijn – en kan ik er ook voor de rest van mijn leven naar blijven zoeken.’

Een typisch Herzog-personage, kortom. Een man met een levensopdracht, die tot het einde der dagen kan worden nagejaagd. Omringd door een ensemble van kleurrijke figuren met bijzondere gaven of zienswijzen bovendien, zoals drie ‘bosjesmannen’ van de KhoiSan-stam. Zij staan véél dichter bij de natuur dan de gemiddelde westerse mens, vertelt de Duitse regisseur erbij, met die uit duizenden herkenbare vertelstem.

Samen gaan zij op zoek naar de spookolifant, een missie die door een inmiddels wel erg oud klinkende Herzog van context en cachet wordt voorzien. Als het Steve Boyes in deze interessante film, verrijkt met fraaie dronebeelden en theatrale muziek, lukt om DNA van het dier veilig te stellen, kan dit worden vergeleken met Henry in het Smithsonian. En dan kan meteen worden vastgesteld of het inderdaad om een unieke olifantensoort gaat.

Nuisance Bear

Documist

Als ijsbeer heeft ie ‘t er maar druk mee. Steeds weer poseren voor de fototoestellen van toeristen – al gaat dat inmiddels in één moeite door met gewoon leven. Als er weer zo’n toeristenbus van Lazy Bear Expeditions langskomt, kijkt hij daar niet meer van op. ‘It’s all in a day’s work for polar bear’ in Churchill, de zelfverklaarde ‘ijsbeerhoofdstad van de wereld’, die is gelegen aan de Hudsonbaai. De dagjesmensen lijken in de veronderstelling te zijn dat hij met uitsterven wordt bedreigd.

De Inuit, de inheemse bewoners van het noordelijke deel van de Canadese provincie Manitoba, noemen hem Avinnaarjuk. Ofwel: Nuisance Bear (91 min.). Voor hen is hij op z’n best een lastpak, die overal inbreekt, voedsel steelt en spullen vernielt. In het slechtste geval, als de winter uitblijft en hij niet de oversteek naar het noorden kan maken, is ie levensgevaarlijk. ‘Hoe langer ze op het land blijven’, constateert de Inuit-verteller Mike Tunalaaq Gibbons, ‘hoe gevaarlijker ze worden.’

In tegenstelling tot officiële rapporten van wetenschappers dat ijsberen zoals hij aan het uitsterven zijn, lijken de Inuit ervan overtuigd dat de berenpopulatie juist groeit. In hun dorp Arviat beschouwen ze hem inmiddels als een ongenode gast, die ze het liefst direct naar de andere wereld helpen. Jagen mag alleen niet meer, zo heeft de witte man bepaald. Die heeft sowieso hun hele leven op z’n kop gezet. Van een traditioneel nomadenbestaan kan bijvoorbeeld ook al geen sprake meer zijn.

Zo woelt hij als ijsbeer, op zoek naar eten in de wereld die de mens zich heeft toegeëigend, heel wat los in deze oogstrelende film van Gabriela Osio Vanden en Jack Weisman en wordt hij tegelijk een symbool van al wat er is veranderd in de biotoop van de Inuit, die zijn losgerukt uit het leven dat hun voorouders leidden. Hij heeft er overigens ook geen bezwaar tegen om zo geportretteerd te worden. Als roofdier is hij misschien niet helemaal in zijn element, maar hij doet overtuigend alsof.

Met het verhaal van zijn volk, dat uitmondt in een persoonlijk drama, tilt verteller Gibbons de lotgevallen van deze ‘ergernisbeer’ naar een metaforisch niveau. Zo groeit de ‘natuurfilm’ Nuisance Bear, die werd voorafgegaan door een shortfilm over hetzelfde thema en op het Sundance Film Festival onlangs de Grand Jury Prize won, uit tot een ontzaglijk mooie weerslag van het veranderen van de loop der dingen. Bij de Inuit, hun leefomgeving en andere bewoners daarvan. Zoals hij, die ene onverstoorbare ijsbeer.

The Python Hunt

Artists Equity

Florida is tegenwoordig python-territorium. In het Everglades National Park zijn inmiddels meer Birmese wurgslangen te vinden dan goed is voor de biodiversiteit in het natuurgebied. Naar de reden daarvoor blijft het gissen: zijn de reptielen, die oorspronkelijk alleen in Zuidoost-Azië voorkwamen, na de orkaan Andrew ontsnapt bij een importeur van exotische dieren? Of hebben eigenaren hen gedumpt toen ze te groot werden? Feit is dat de pythons zich razendsnel hebben voortgeplant en dat ze ook een serieus gevaar kunnen opleveren voor mensen.

En Amerika zou Amerika niet zijn als deze uitdaging niet vooral wordt beschouwd als de ideale gelegenheid voor een wedstrijd. De plaatselijke overheid organiseert dus jaarlijks een challenge: wie kan er in tien dagen de meeste pythons vangen? Dat idee vormt meteen het startschot voor de documentaire The Python Hunt (92 min.) van Xander Robin, waarbij Lance Oppenheim als producer betrokken is. Dat is ook duidelijk herkenbaar: deze koortsdroom van een film doet qua personages, opbouw en sfeer onmiskenbaar denken aan Oppenheims producties Spermworld en Ren Faire.

Het is een donker land dat Robin toont. Letterlijk: een belangrijk deel van zijn film speelt zich af in het duister als jagers dagenlang, ogenschijnlijk doelloos, rondrijden door Florida’s moerasgebied, spiedend naar hun prooi in het struikgewas en gadegeslagen door de onvermijdelijke camera, ook van henzelf. Totdat er ineens ruw wordt geremd, iemand opgewonden ‘Python!’ roept en de jacht daadwerkelijk kan beginnen. En figuurlijk: de jacht op ‘the animal you love to hate’ haalt niet alleen het beste in de mensch boven. Sommige avonturiers willen vooral eens een wild dier doden.

Anne Stratton Hilts, een 82-jarige weduwe uit Tucson, vindt de jacht zelf bijvoorbeeld saai. Zij wil vooral een mes in de kop steken van zo’n beest, dat volgens haar de plaatselijke flora en fauna verziekt. Anne gaat in een motel zitten wachten, totdat gids Toby Benoit, een gemoedelijke ‘southerner’ die zich heeft opgeworpen als chroniqueur van deze wereld, haar de beloofde python levert. Docent Richard Perenyi is intussen alweer voor het derde jaar overgekomen uit Californië om deel te nemen aan de Python Challenge. Hij wil, zegt ie zelf, spijt hebben van wat hij wél heeft gedaan in zijn leven.

De jacht op de wurgslangen, een enerverend schouwspel, is ook niet slecht voor het lokale toerisme. Een bareigenaar organiseert zelfs een Python Festival en looft duizend dollar prijzengeld uit voor het langste exemplaar. Jimbo McCartney ziet de komst van al die buitenstaanders – er zijn zelfs hobbyjagers uit België – met lede ogen aan. Om hen te ontmoedigen legt hij enorme nepslangen in de struiken. Met zijn negentienjarige dochter Shannon probeert Jimbo intussen zelf ook pythons te vangen. De jacht is nu eenmaal – dat weten ze niet alleen in ‘America’s arsehole’, Florida – véél mooier dan de vangst.

Het is ondertussen wel de vraag of die pythonpopulatie het werkelijk probleem is. Wordt Florida’s biodiversiteit niet veel meer bedreigd door vervuiling en het gebruik van pesticiden? Zulke vragen komen in de kantlijn aan de orde in deze broeierige film, vol kleurrijke personages en spannende scènes en afgetopt met een zinnenprikkelende soundtrack, die ook als alle pythons (niet) zijn gedood of gevangen nog wel een tijdje nazindert.

Just Our Heart

Amstelfilm

Rouw is liefde die z’n bestemming is kwijtgeraakt, zegt de boeddhistische schrijfster en rouwdeskundige Joan Halifax, één van de hoofdpersonen van Just Our Heart (105 min.), de nieuwe documentaire van Maartje Nevejan (Ik Ben Er Even Niet / Descending The Mountain). In deze spirituele reis onderzoekt de Nederlandse filmmaakster, die zelf een verlies heeft te dragen en die bij haar kinderen ziet hoe ook de verwording van de aarde tot rouw kan leiden, naar nieuwe rituelen om afscheid te nemen en te treuren.

De film begint direct met zo ongeveer de gemakkelijkst invoelbare vorm van rouw: het verdriet van kinderen die plotseling hun ouders zijn kwijtgeraakt. De vader en moeder van de Belgische zussen Linde (10) en Bente (7) zijn tien maanden eerder omgekomen bij een auto-ongeluk. Theatermaakster Barbara Raes neemt hen mee naar een schip, voor een reis op zee waarbij ze met spel, muziek en andere rituelen hun verlies onder ogen mogen zien en een plek kunnen geven. Dit resulteert in aangrijpende taferelen, zowel voor de verweesde meisjes zelf als hun directe omgeving.

Ook de verliesverhalen van de deelnemers aan een wetenschappelijk studie van de psycholoog Déborah González naar het gebruik van ayahuasca bij rouw zijn onmiddellijk herkenbaar. Bij La Montaña de Montserrat, een berg in de omgeving van Barcelona, verkennen zij met behulp van de hallucinogene thee hun binnenwereld en het verdriet dat daar wild rondgaat, in de hoop dat ze na dit overgangsritueel doorstromen naar een nieuwe fase in de omgang daarmee. Zodat ze, in de woorden van Joan Halifax, kunnen terugkeren naar hun leven. Als een andere persoon, dat wel.

Bij de andere stations die Nevejan aandoet in haar stemmige reis is de rouw abstracter en betreft ie geen verloren mensenlevens maar de verwording van de aarde en de giftige erfenis van het kolonialisme. Ibelisse Guardia Ferraggutti organiseert bijvoorbeeld rouwrituelen voor Moeder Aarde. Op de heilige berg Cerro Rico laat zij oude gebruiken van de inheemse bevolking van Bolivia herleven. Eeuwenlang werd daar zilver gedolven dat vervolgens naar Spanje werd gebracht. Terwijl miljoenen arbeiders stierven, werd volgens haar zo het fundament voor de westerse welvaart gelegd.

Ecoloog Monica Galiano is intussen tot de overtuiging gekomen dat de westerse mens opnieuw moet leren om mens te zijn en te co-creëren met z’n natuurlijke omgeving. ‘Als we onszelf terugplaatsen binnen de familie van de aarde, dan hoeven we onszelf niet meer als een plaag zien’, stelt ze. ‘We zouden dan gewoon tot de kinderen behoren.’ Samen met Joan Halifax fungeert Galiano als getuige-deskundige in Nevejans sfeervolle exploratie, die echt de tijd neemt om diep in de materie door te dringen en zo de verschillende vormen en stadia van verdriet en rouw te verbeelden.

Met z’n beladen thematiek, zweverige beelden en etherische muziek lijkt Just Our Heart wel een trip die niet iedereen zal willen aangaan. Deze film is vooral bestemd voor degenen die hun verbinding met de aarde, het leven en de dood, en zichzelf verder willen verkennen. Teneinde, om Monica Galiano te parafraseren, het anker uit te kunnen werpen op de enige geschikte plek: het hart.

Vol Gas Door De Modder

BNNVARA / Kleine Storm Media

‘Dat wordt emotioneel als we hier weg zouden moeten’, zegt Tony Verhorevoort, een Brabantse zeventiger met een markante snor die al sinds jaar en dag voorzitter is van M.A.C. De Helm in Helmond, terwijl hij zijn emotie probeert weg te slikken. ‘En dat komt ervan, dat weten we.’ Het circuit van zijn motorcrossvereniging lijkt na 42 jaar te moeten verdwijnen.

En dat zou een kleine ramp zijn voor de Helmondse familie Verhorevoort. Tony’s vrouw Ria werkt niet alleen in hun eigen meubelzaak maar is tevens penningmeester bij de motorcrossclub. Hun zoon Jarno was ooit een nationale topper en is nog altijd bloedfanatiek. Zijn zestienjarige zoon Seth staat inmiddels ook z’n mannetje in de modder en wordt daarbij flink op z’n huid gezeten door vaderlief. En Tony’s kleindochter Kelsey verleent regelmatig hand- en spandiensten bij de vereniging en stapt soms zelf ook op de motor.

Het geluid van motoren klinkt de Verhorevoorts en andere crossliefhebbers als muziek in de oren. Dat geldt zeker niet voor iedereen in ons land. Steeds vaker krijgen clubs, circuits en wedstrijden te maken met strikte geluidsnormen en milieumaatregelen. Dat is ook de uitgangspositie van de vierdelige docuserie Vol Gas Door De Modder (147 min.), waarin regisseur Bas Voorwinde de bedreigde subcultuur, door critici vaak weggezet als ‘herriesport’, op een toepasselijke manier, rechttoe rechtaan en zonder poespas dus, optekent.

Hij kijkt verder mee bij een wedstrijd van de Cross Club Cuijk, laat zich bijpraten door commentator Kees De Omroeper, luistert naar de elektrische crossmotor van oudgediende Johan uit Hummelo en sluit aan bij de 22-jarige Kaylee van Dam die zich als Nederlands kampioen bij de amateurs wil meten met de professionals. Want motorsport mag dan het imago van een mannensport hebben, er stappen ook steeds meer vrouwen op de motor – al is er voor sommige mannelijke coureurs nog altijd niets erger dan verliezen van een meisje.

Op weg naar de finishlijn bezoekt Voorwinde, begeleid door een noeste voice-over van de Overijsselse zanger/acteur Hendrik Jan Bökkers, trainingen en races en vergezelt hij de rijders ook naar huis, waar de olie die door hun aderen vloeit kan worden ververst en hun motoren en lijven weer worden opgelapt. Zodat ze straks opnieuw – cliché-waarschuwing! – oerend hart van start kunnen.

Finding Harmony: A King’s Vision

Prime Video

Al in 1970 spreekt hij zich uit over de vervuiling van de aarde. En sindsdien heeft de Britse koning Charles III, zo betoogt Finding Harmony: A King’s Vision (89 min.), zich consequent bekommerd om de relatie van de mens met zijn natuurlijke omgeving. Volgens Charles is die verhouding na de Tweede Wereldoorlog verstoord geraakt.

Hij pleit voor harmonie en wijdt daar zijn complete leven aan. Althans, dat beweert Kate Winslet, als verteller van deze film van Nicolas Brown. Ze bezigt daarbij grote woorden: ‘Zijn onvertelde persoonlijke verhaal laat ons zien hoe harmonie onze toekomst kan veranderen.’ Charles, dan nog prins van Wales, begint in z’n jonge jaren bijvoorbeeld organisch te boeren en laat zich daarna in een interview, tot grote hilariteit van iedereen die hem sowieso al niet serieus nam, ontvallen dat hij soms met zijn planten praat.

De koning zou echter de koning niet zijn – of een film aan zijn gedachtegoed gewijd krijgen – als hij niet stug vasthoudt aan zijn eigen filosofie. Want of ‘t nu gaat om zijn eigen landelijk gelegen Dumfries House, het behoud van de biodiversiteit in Guyana of het door oorlog geteisterde Kaboel, harmonie blijkt goed voor zowel de mens als z’n gemeenschap en de aarde. Charles is tegelijk de eerste om toe te geven dat er nog een wereld is te winnen en blijft bereid om het platform dat hij daarvoor heeft in te zetten.

In Finding Harmony wordt het groene gedachtegoed van de monarch nog eens goed in de verf gezet en geschraagd door ecologen, klimaatwetenschappers en geestverwanten zoals de voormalige Amerikaanse vicepresident Al Gore. Dat levert geen héél spannende film op, maar wel een aardig inkijkje in het hoofd van een man die verder vooral figureert in de royaltyrubrieken.

Le Chant Des Forêts

Periscoop Film

Michel Munier kan het zich nog als de dag van gisteren herinneren – ook al is ‘t toch al ruim een halve eeuw geleden. Eind jaren zestig, vertelt de oudere Franse natuurliefhebber, bijna fluisterend, aan zijn kleinzoon Simon, zag hij voor het eerst een auerhoen. ‘We liepen door het bos’, herinnert de oude man zich. ‘Er lag een pak sneeuw van twee meter dik. Het leek net een kathedraal, met hoge stammen, hoge sparren.’

Michels zoon, de filmmaker Vincent Munier, luistert eveneens aandachtig toe in die knusse boshut in de Vogezen. Hij kijkt ook naar wat opa’s verhaal losmaakt bij zijn zoon Simon. Later heeft Vincent nog bijna mythische beelden toegevoegd aan de anekdote, die in zijn documentaire Le Chant Des Forêts (internationale titel: Whispers In The Woods, 94 min.) wordt opgedist als een spannend verhaal. ‘Toen de mist weer dichttrok, zei ik bij mezelf: je hebt gedroomd’, vervolgt zijn vader/opa Michel. ‘Dat beeld is me altijd bijgebleven. Het beeld van een fantoom. De fantoomvogel.’

Michel Munier is al net zo’n bevlogen verteller als zijn zoon Vincent, die enkele jaren geleden een fikse hit scoorde met de zinderende film The Velvet Queen (2021), over zijn zoektocht naar een sneeuwluipaard in het Tibetaanse hoogland. Ditmaal zoekt de Franse natuurfilmer en -fotograaf ‘t in alle opzichten dichter bij huis, met een documentaire over hoe zijn vader ook zijn eigen zoon Simon inwijdt in de geheimen van moeder natuur. Michel neemt hen daarvoor mee op een ontdekkingstocht door hun eigen omgeving, om te kijken én luisteren naar al wat daar leeft. 

Hun belevenissen in het uitgestrekte bos, waar ze uilen, eekhoorns en een lynx observeren en het gehamer van nijvere spechten, bronstig brullende herten en het gezang van een lijster proberen te vangen, worden begeleid door muziek van Warren Ellis, ditmaal ondersteund door Dom La Nena en Rosemary Standley. Le Chant Des Forêts, met z’n schilderachtige luchten, imposante bomen en dierenpracht, ziet er bovendien schitterend uit – al voelen de familiegesprekken in die knusse, fraai uitgelichte boshut soms wel enigszins opgeprikt.

Intussen wordt de auerhoen, een vogel die sinds de laatste ijstijd in de Vogezen leeft, met uitsterven bedreigd. ‘Voor mij is dat hartverscheurend’, vertelt Michel aan zijn kleinzoon. ‘Vooral omdat we ons hebben ingezet om z’n bos te behouden.’ Waarna de drie generaties Munier een list bedenken om Simon alsnog z’n eerste auerhoen te laten aanschouwen, in het winterse Noorwegen. En met het laten zien en horen van de schoonheid van de aarde, liefst in een goed geoutilleerd filmtheater, werpen Michel, Vincent en Simon meteen een deugdelijke verdedigingswal op.

Wie via de Muniers kennis maakt met de geheimen van het bos, kan er nooit meer onverschillig doorheen wandelen.

The Tale Of Silyan

Ciconia Film / Jean Dakar

De aardappels die ze even daarvoor nog enthousiast hebben gerooid, liggen nu te rotten in de schuur. De oudere Macedonische boer Nikola Conev en zijn familie komen ze aan de straatstenen niet kwijt. Niet tegen een fatsoenlijke prijs, tenminste. Op de markt blijven ze ook met hun tomaten, paprika’s en kroppen sla zitten.

Hier valt niet tegenaan te werken, vinden Nikola en de andere bewoners van Cesinovo, het dorp met de grootste ooievaarpopulatie van Noord-Macedonië. Samen met andere boeren blokkeren ze met hun tractor de straat, protesterend tegen het overheidsbeleid dat voor véél te lage prijzen heeft gezorgd. Met een theatraal gebaar gooien ze daarbij hun watermeloenen kapot op de straat en kieperen bakken met groente en fruit om, zodat de weg bezaaid is met hun oogst. Zonder opbrengst of resultaat.

Nikola’s dochter Ana en haar echtgenoot hebben eieren voor hun geld gekozen en de wijk genomen naar Duitsland, om daar werk te gaan zoeken. Nikola’s vrouw Jana reist hen al snel achterna, om voor hun kleindochter Ilina te gaan zorgen. Haar opa blijft dus alleen achter, in een dorp dat duidelijk betere tijden heeft gekend. Ook de ooievaars hebben daaronder te lijden. Op de akkers is ook voor hen weinig meer te halen. Net als Nikola zoeken ze dus hun toevlucht tot de plaatselijke vuilstort.

En daar krijgt The Tale Of Silyan (80 min.), de nieuwe film van Tamara Kotevska, pas echt een mythisch karakter. Zij heeft het relaas van de Macedonische boer ingebed in een eeuwenoud (?) volksverhaal, dat wordt verteld door een dorpeling. Over een zoon die z’n geboortedorp verlaat, wordt veranderd in de ooievaar Silyan en vanuit die hoedanigheid het leven van de achterblijvers aanschouwt. Intussen ontfermt Nikola zich op die stortplaats over een verminkte ooievaar: Silyan. Juist.

Net als in de voor een Oscar genomineerde publieksfavoriet Honeyland (2019), die ze samen met Ljubomir Stefanov maakte, creëert Kotevska in deze sprookjesachtige film een geheel eigen universum, niet in het minst door het verbluffende camerawerk van Jean Dakar. Hij heeft de parallelle werelden van de ooievaars en menselijke bewoners van Cesinovo majestueus vereeuwigd. Daarvoor geldt vermoedelijk wel hetzelfde als voor de rest van deze documentaire: te mooi om (volledig) waar te zijn.

The Tale Of Silyan verweeft intussen grote maatschappelijke thema’s – de tragiek van de hedendaagse boer, arbeidsmigratie en de achterkant van de consumptiemaatschappij – met een parabel over de moderne mens, die losgetrokken is van zijn wortels, en de moderne ooievaar, die daardoor gedwongen wordt om ‘fast food’ te scoren op een vuilnisbelt. Een betoverende film, waardoor de kijker zich maar al te graag in de luren laat leggen.

De Wilde Noordzee

MN Media / EO

Zijn passie voor de onderwaterwereld werd ooit in gang gezet door de films van de befaamde Franse ‘oceanaut’ Jacques Cousteau. En gaandeweg wist de Nederlandse duiker en natuurfilmer Peter van Rodijnen van zijn hobby zowaar z’n beroep te maken. Het duurde alleen even voordat hij ook in zijn eigen omgeving begon rond te kijken, naar De Wilde Noordzee (89 min.).

Hij start deze groots opgezette natuurfilm, geregisseerd door Mark Verkerk, dicht bij huis, in zijn eigen biotoop Zeeland. Daar observeert hij bijvoorbeeld hoe een mannelijke zeedonderpad wekenlang tussen de oesters waakt over z’n eitjes. ‘Na al die weken zorg voor hem en zo’n tien koude duiken voor mij komen de eitjes uit’, vertelt Van Rodijnen erbij. ‘Ja, je krijgt echt een band! Nou ja, of het echt wederzijds is…’

Zo begeleidt hij de verwikkelingen in en om het water van persoonlijk, veelal luchtig commentaar. Bij de reuzenhaai bijvoorbeeld, ‘formaat stadsbus’, die hij zowaar ook in die good old Noordzee aantreft. Voor de mens vormt die geen gevaar. Want deze haai mag dan gigantisch groot zijn, volgens de Nederlandse Cousteau eet hij piepklein. ‘Hij zwemt met zijn muil open’, windt hij er geen doekjes om, ‘en filtert er plankton uit.’

Peter van Rodijnen is natuurlijk geen Jacques Cousteau – of ‘een’ David Attenborough – maar zeker een verdienstelijke verteller, met ook oog voor de rol van de mens: van vissers uit Urk tot de aanleg van windmolens. Hij benoemt de schade die zo wordt aangericht, maar zoomt ook in op initiatieven om de biodiversiteit te stimuleren, zoals Deense pogingen om de zalm te laten terugkeren in z’n oorspronkelijke leefgebied.

Van Rodijnens verhalen strekken zich uit tot alle landen rond de Noordzee en worden begeleid door treffende Cousteau-citaten, een weelderige soundtrack van Sven Figee en – natuurlijk – zinnenprikkelende beelden van het waterleven, zowel (extreme) close-ups van al wat leeft onder de zeespiegel als epische droneshots van de wereld daaromheen. Ernaar kijken betekent ook bij De Wilde Noordzee er waarde aan hechten.

En, citeert Peter van Rodijnen tot besluit ene Jacques-Yves Cousteau: mensen beschermen waar ze van houden.’

Agatha’s Almanac

Bantam Film

‘Wil je het verhaal horen?’ vraagt Agatha Brock aan haar nicht Amalie. ‘Vrijer nummer één’, begint ze vervolgens. ‘Ik gaf les in de buurt van Arborg. Even verderop woonde een vrijgezel. En die had een oogje op me. Hij knipte z’n heg, zodat hij me door de tuin kon zien lopen.’ Het kon echter niets worden tussen hen, vertelt de hoogbejaarde Canadese vrouw, terwijl ze een spade in de grond van haar uitgestrekte moestuin zet. ‘Ik zou nooit met een katholiek trouwen.’

Door met verhaal twee. Dat werd dus ook niks. Net als met nummer drie… ‘Als het geen ware liefde is, ben je alleen beter af’, constateert Agatha. ‘En dat ben ik al m’n hele leven. Maar ik ben niet eenzaam, ik ben altijd bezig.’ Ze woont nog altijd in haar eentje op de oude familieboerderij in Manitoba, een perceel van 22 hectare. Daar neemt ze haar nicht, multidisciplinair kunstenaar Amalie Atkins, mee in alle wederwaardigheden van het leven op het platteland.  Hoe je groenten en fruit zaait, oogst en bewaart – en hoe je aan de grond, planten en lucht kunt zien wat je moet doen.

Agatha’s Almanac (86 min.) is de weerslag van inmiddels negentig jaar leven op het land, in de loop van zes jaar vereeuwigd op 16mm-film. Door een filmmaakster die vrijwel volledig op de achtergrond blijft, maar met haar kiene oog voor Agatha’s zorgvuldig gelabelde spullen, sequenties van details uit Agatha Brocks leven en kleurrijke synth-soundtrack wel degelijk kleur geeft aan de praktische tips van de vrouw die volledig in harmonie met de natuur lijkt te leven – en tevens vrede heeft met de grillen van het bestaan, dat ook aan haar de nodige klappen heeft uitgedeeld.

En sommige delen daarvan kunnen het best onbesproken blijven, laat ze haar nicht in niet mis te verstane bewoordingen weten. Want Agatha is een eigenzinnige vrouw. Ze spreekt regelmatig voicemails in bij Amalie – ook omdat ze zelf wel kan bellen, maar niet gebeld kan worden. Atkins gebruikt deze berichtjes als rode draad voor dit aandoenlijke portret van een kromgetrokken, dapper voortploegende vrouw en een levensstijl die met het verdwijnen van haar generatie alsmaar zeldzamer wordt in de westerse wereld.

The Shipwrecked

The Shipwrecked

We zijn allemaal maar schipbreukelingen. Op drift geraakt,  afgedreven van waar ’t echt om draait of onderweg als verloren opgegeven – soms ook door onszelf. Na dertig jaar in Nederland keert Diego Gutiérrez (Parts Of  A Family, Het Hut Syndicaat en The Mirror And The Window), teleurgesteld in de mens en op zoek naar zingeving, terug naar zijn geboorteland, Mexico. Daar steekt hij zijn licht op bij enkele landgenoten die allemaal hun eigen afslag hebben genomen.

In wat misschien wel zijn laatste film wordt – maar dat denken kunstenaars wel vaker: de nieuwste queeste als belangrijkste ooit – zoekt de Mexicaanse filmmaker hoop, troost en verlossing bij een vrouw die een Jezusbeeld restaureert, twee natuurbeschermers met een fascinatie voor vleermuizen, een arme boer die ternauwernood het hoofd boven water kan houden en een ontheemde jongeling die is teruggekeerd naar zijn geboortegrond, het erf van zijn vader.

Gutiérrez begeleidt deze ontmoetingen met een filosofische, bijna geprevelde voice-over. ‘De filmmaker realiseerde zich dat hij nog nooit dichterbij was gekomen, door afstand te creëren’, constateert hij bijvoorbeeld tegen het eind van zijn queeste over zichzelf. ‘En dat hij, hoezeer ie dit ook wilde, nooit kon weggaan.’ ’s Mans zoektocht brengt hem ook bij de realisatie dat zijn enige truc om te leven het maken van films is – en dat die het leven zelf soms ook weer in de weg staat.

The Shipwrecked (118 min.) wordt daarmee een contemplatieve film, een exploratie van de grote thema’s des levens. De weg naar binnen is daarbij veruiterlijkt met fraaie beelden van de majestueuze wereld waarbinnen die wordt afgelegd. Veel grootse topshots bijvoorbeeld. Alsof het leven op aarde, door een soort opperwezen, vanaf een afstandje wordt bezien en aanschouwd – en er zo meteen een zekere orde wordt aangebracht in de chaos die dat leven zo vaak is.

De verhalen in deze film ontvouwen zich langzaam, soms op het trage af, en beginnen gaandeweg ook in elkaar over te lopen. Intussen gaan ze tevens een verbinding aan met de staat van zijn van die ene spartelende filmmaker. Bij de anderen vindt Diego Gutiérrez ogenschijnlijk houvast. Zij kunnen de stukken drijfhout vormen, waaraan hij zich zou kunnen vastklampen. Zodat ie zijn eigen leven weer kan vervolgen – een nieuwe film maken wellicht – in een wereld die zomaar op drift kan raken.

Monikondee

Cinema Delicatessen

Met zijn motorboot bevaart Boggi Josef Adijontoe, alias ‘Boogie’, de Marowijne-rivier. Die markeert de grens tussen Suriname en Frans Guyana. Boogie bevoorraadt inheemse en Marron-gemeenschappen, die al sinds mensenheugenis aan de rivier wonen. Zij hebben het kapitalisme heel lang op afstand weten te houden, maar worden door overstromingen, droogte en vervuiling alsmaar afhankelijker van de aanvoer van elementaire goederen.

Bootsman Boogie is onderdeel van deze dynamiek. Met zijn korjaal van achttien meter voert hij bijvoorbeeld ook olievaten aan voor goudzoekers. Die kwamen enige tijd geleden en masse vanuit Brazilië. Zoals eerder Amerikaanse missionarissen en Chinezen al aanmeerden in het Marron-gebied. En deze nieuwkomers jagen, vissen, kappen bomen, zoeken vertier en dumpen afval in het water. Het regenwoudgebied is veranderd in ‘Geldland’, Monikondee (103 min.). ‘Sinds we geld zijn gaan gebruiken’, zegt een plaatselijke vrouw treffend, ‘delen we minder met elkaar.’

Tolin Alexander, Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan volgen Boogie tijdens z’n tochten naar het Surinaamse binnenland, als hij zijn boot door het verraderlijke water stuurt. Onderweg ontmoet hij vertegenwoordigers van plaatselijke gemeenschappen, voert met hen tamelijk vormelijke onderhandelingen en luistert naar hun monologen en liederen. Zo ontstaat een fraaie synthese van documentaire, poëzie en theater. Een logische voortzetting ook van hun vorige film Stones Have Laws (2019), die eveneens in nauwe samenwerking met de hoofdpersonen is gemaakt.

Tussendoor laat de nijvere bootsman, een plaatselijke variant op de pakketbezorger of truckchauffeur, zijn gedachten de vrije loop over het heden en verleden van zijn gemeenschap. Boogie beschouwt zichzelf als een ‘Fiiman’, een vrije man. Zijn voorouders sloten in 1760 als eerste vrede met de Nederlanders die zich in Suriname hadden gemeld. ‘Maar je weet hoe de witte mannen zijn: een overeenkomst duurt net zo lang als dat zij er voordeel van hebben’, zegt hij mismoedig. ‘Toen er goud werd gevonden, vergaten ze de overeenkomst.’

Kalm en trefzeker ontsluiten Alexander, Van Brummelen en De Haan via Boogie de leefwereld van de volkeren in het Surinaamse regenwoud, waarbij de interactie van de bootsman met de mensen die hij onderweg ontmoet soms wel erg geënsceneerd aandoet. Dit geldt overigens ook voor het plot waarmee de oogstrelende film naar z’n climax wordt gestuurd: Boogie wordt door zijn clanleiders opgeroepen om in Diitabiki, bij de Tapanahony-rivier, te verschijnen. Daar gaan zij een conflict afhandelen waarin zijn goud winnende neef verzeild is geraakt.

De boodschap van Monikondee is dan allang helder: van deze ‘vooruitgang’ wordt lang niet iedereen beter.