You Don’t Nomi

De critici waren het erover eens: Showgirls was zonder enige twijfel de slechtste film van 1995. Beloond met een recordaantal van zeven Razzies, de anti-Oscars die jaarlijks worden uitgereikt. Voor onder meer slechtste film, hoofdrolspeler én regisseur. De Nederlander Paul Verhoeven ging zijn Award hoogstpersoonlijk ophalen, als eerste filmmaker in de historie. Hij stak nog nét zijn middelvinger niet op naar alle haters.

25 jaar na de première is het gesprek over die omstreden film, blijkbaar toch niet zo’n waardeloze rolprent, nog altijd niet verstomd. In You Don’t Nomi (91 min.) laat Jeffrey McHale allerlei verschillende lezingen los op de film. Van filmcritici die Showgirls destijds helemaal neersabelden, anderen die er een moderne klassieker inzien, een dichter die eindeloos inspiratie vond in de film en hedendaagse drag queens en andere performers die nog altijd op de planken staan met de bijbehorende musical.

Zij claimen voor Showgirls een eigen plek in de (cult)filmhistorie en plaatsen de beoogde blockbuster ook overtuigend binnen het oeuvre van de provocateur ‘Verhooven’ (die zelf overigens niet aan het woord komt). Als logisch vervolg op zijn Nederlandse periode, via fragmenten van Turks Fruit, Spetters en De Vierde Man. En als culminatie van zijn jaren in Hollywood, het (omgekeerde) uitroepteken achter kaskrakers als Robocop, Total Recall en Basic Instinct. In Showgirls zijn bovendien allerlei motieven en stijlvormen te ontwaren, die ook in zijn vroegere films en later werk als Zwartboek en Elle zijn te herkennen.

Ook de morele kritiek op de film – misogynie en homofobie – klonk Verhoeven-volgers vertrouwd in de oren. Net als de beschuldiging dat hij eigenlijk niet van de vrouwen in zijn films houdt. In dat opzicht maakte hij met Showgirls zijn duidelijkste slachtoffer: actrice Elizabeth Berkley, het voormalige sterretje uit de sitcom Saved By The Bell. Na haar rol als stripper in Showgirls kwam ze nauwelijks meer aan de bak. Afgaande op deze intrigerende documentaire had Berkley kunnen weten wat ze zich op de hals haalde. In de film heet ze niet voor niets Nomi Malone. Nomi. Als in: Know me. No me. Of: No… Me.

‘Wie heeft ‘t bij het rechte eind over Showgirls?’, vraagt Adam Nayman, auteur van het boek It Doesn’t Suck: Showgirls, zich af in deze verplichte film over film, waarbij rechtgeaarde cinefielen hun vingers aflikken. ‘De mensen die het een verschrikkelijk slechte grap vinden? Of degenen die het beschouwen als een onbegrepen meesterwerk?’ Nayman geeft zelf antwoord: Showgirls is een ‘masterpiece of shit’. Waarvan acte.

Voorspel

VPRO

Nergens klinkt de bel zo indringend als in de gangen van een middelbare school. Uit met de pret, terug naar de les! Dit wordt wel een bijzondere bijeenkomst. Niet zozeer saai, als wel gênant. Of spannend. Informatief, misschien.

De pubers kijken elkaar veelbetekenend aan. Ze kunnen een lach niet onderdrukken. ‘Nou, hier zie je dus eigenlijk het vrouwelijk geslachtsorgaan’, zegt de lerares, met een plastic replica van een vagina in haar handen. ‘Heb je een ander woord daarvoor?’ De grappigste jongen van de klas reageert direct: ‘Kut’.

‘Dat is een woord wat we dus niet gebruiken’, laat de juf zich niet uit het veld slaan in de openingsscène van de ontwapenende jeugddocu Voorspel (15 min.). ‘Dit plekje daar is de clitoris. Als je dat van binnen zou voelen, dat kan net als bij de eikel van een jongen een prettig gevoel geven.’

In een ander lokaal kondigt de mannelijke leerkracht een les Basisstof 1: ‘primaire en secundaire geslachtskenmerken’ aan. Daarna volgen Basisstof 2 ‘voortplantingsstelsel man’, 3 ‘voortplantingsstelsel vrouw’, 4 ‘menstruatie’ en 5 ‘seksualiteit’. De klas zit in een kring, met de leraar midden in de groep.

En de camera van Anne van Campenhout observeert hoe de pubers de les aanhoren, in zich opnemen of gewoon uitzitten. En hoe ze een condoom over een houten penis proberen te rollen, dat ook. In de pauze bevraagt ze de jongens en meiden over seksualiteit, porno en de gevaren daarvan.

Zo maakt Van Campenhout tastbaar hoe tieners, nét voordat het kwartje echt is gevallen, worden voorbereid op hun relationele bestaan. Met timmermansoog legt de filmmaakster vast hoe de spelregels en -techniek van de seksualiteit worden uitgelegd, die ze vervolgens met dikke esoterische muziek naar een hoger plan tilt.

En dan kan elk moment de bel weer gaan…

Voorspel is hier te bekijken.

Circus Of Books

Netflix

‘Op de vraag waar onze ouders werkten was het antwoord: in een boekwinkel’, vertelt Micah Mason. Het duurde niet lang of de jongen wist wel beter. ‘Wij hebben een boekwinkel’, luidde de instructie van zijn vader en moeder volgens broer Josh. ‘Dat vertel je mensen.’ De kinderen moesten echter naar beneden kijken als ze in diezelfde winkel waren. Want behalve een boekenzaak was de firma van hun ouders Karen en Barry ook ‘een hardcore gaypornozaak‘: Circus Of Books (86 min.) aan de Santa Monica Boulevard in West-Hollywood. Zus/dochter Rachel Mason wijdde er deze documentaire aan.

Niet dat haar vader en moeder zich schaamden voor hun business, die ook nog het maken van ‘adult entertainment’ voor mannen omvatte, maar ze wilden niet dat hun kinderen er last van zouden krijgen. Via hun winkel zou het Joodse echtpaar deelgenoot worden van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de strijd van puriteins Amerika tegen pornografie, de AIDS-epidemie van de jaren tachtig en de opkomst van het internet – en de onvermijdelijke neergang van (porno)videotheken die daarop zou volgen. Die roerige geschiedenis doen Karen en Barry Mason, samen op de bank, nuchter uit de doeken. Daarbij wordt al snel duidelijk dat zij thuis de broek aanheeft en hij over de beste glimlach van het westelijk halfrond beschikt.

Het no-nonsense koppel wordt bij het ophalen van herinneringen aan de tijd dat ze in de frontlinie stonden van de strijd tegen censuur en homodiscriminatie bijgestaan door hun kinderen, medewerkers en klanten van hun winkel én blikvangers uit de business waarin ze zich al die jaren hebben opgehouden: Hustler-uitgever Larry Flynt (altijd op zoek naar distributie voor zijn schmutzige tijdschriften), gaypornoster Jeff Stryker (met zijn eigen actiepoppetje, inclusief te verbuigen geslachtsdeel) en LGBT-activist van het eerste uur Alexei Romanoff (die net als veel andere gays een geborgen plek vond bij Circus Of Books, waar je tussen de schappen bovendien lekker kon vozen).

Toch was de homo-emancipatie ook in Huize Mason nog altijd niet volledig afgerond. Daar zit ook het persoonlijke drama van deze aardige egodocu, die tevens van dichtbij vastlegt hoe de klad er inmiddels stevig inzit bij Circus Of Books. Voor Karen en Barry is het tegenwoordig steeds afwachten of ze aan het eind van de week het personeel kunnen betalen. Hun winkel, die al sinds 1982 draait, dreigt roemloos ten onder te gaan. Voor de zekerheid ruimen ze alvast het magazijn leeg. Hele stapels gayporno, educatief materiaal voor hele generaties opgroeiende homo’s, verdwijnt in de afvalcontainer. Waar het volgens sommige Amerikanen altijd al thuishoorde. En voor die mannen was er dan een kast.

Im Keller

In de kelder, waar een normaal mens zakken rijst, frisdrank en blikken soep stalt, kun je ook héél rustig gaan zitten toekijken hoe jouw enorme slang een muis besluipt en opvreet, de wildste sadomasochistische fantasieën uitleven en allerlei opgezette dieren bewaren (die je natuurlijk stuk voor stuk – met één schot, dat spreekt vanzelf – hebt geschoten). Om maar enkele voorbeelden te geven uit Im Keller (85 min.), een bijzonder unheimische film uit 2014 van de Oostenrijkse filmer Ulrich Seidl.

Hij presenteert personages die je het liefst meteen zou vergeten. Dat wil alleen niet lukken. Een volwassen vrouw die uitgebreid haar levensechte babypoppen vertroetelt en ze daarna terug stopt in hun bananendoos. De voluptueuze prostituee, die via haar vak veel ‘lustige Typen’ ontmoet, en haar klant, die er trots op is dat hij zo uitbundig kan ejaculeren. Een hoornblazer die lekker met z’n muzikale kameraden zit te pimpelen in zijn kamertje met nazi-parafernalia. En de dominante vrouw en haar slaaf, die poedelnaakt en met gewichten aan zijn geslachtsdeel het huishouden doet. En goed ook. Daarna volgt de kelder, waar het pas echt menens wordt.

Elders worden prachtige gesprekken gevoerd. Bij de ondergrondse schietbaan bijvoorbeeld. Over ‘oriëntaalse logica’. ‘Die kunnen niet logisch denken’ meent een man met een baard. ‘Hoe kan het dan dat sommige van hen zijn opgeleid tot ingenieur?’ werpt een ander tegen. ‘Als er op honderdduizend idioten één slimmerik is, dan maakt ze dat nog niet allemaal slim’, stelt een derde even later. Precies, meent de man met baard: ‘Dat is nou een generalisatie.’ Het duurt niet lang of het gesprek gaat over Turken die hún vrouwen willen neuken, boerka’s en de achtergestelde cultuur van moslims in het algemeen. Waarna ze weer lekker gaan schieten.

Seidls camera beweegt nauwelijks. Hij zet zijn hoofdpersonen bovendien midden in hun eigen decor en laat ze vervolgens wezenloos en ongemakkelijk lang in de lens staren. Zet de filmmaker zijn subjecten te kijk? Heeft hij dingen geënsceneerd? Of laat hij de nare werkelijkheid zien zoals die nu eenmaal is? En legt hij zo de (bedorven) ziel van zijn land bloot? Zeg het maar. Im Keller oogt in elk geval als een ongenadige freakshow, regelmatig te gênant om aan te zien, die slechts een enkele keer wordt onderbroken door redelijk normale mensen met een modeltreinbaan of drumstel. De kelder als wanstaltige representatie van Oostenrijks onderbuik. Alleen Josef Fritzl ontbreekt, de man die zijn dochter 24 jaar lang opgesloten hield en van zijn kelder een voorgeborchte van de hel had gemaakt.

Tiger King: Murder, Mayhem And Madness

Netflix

Knuffelen met een leeuw. Of stoeien met een tijger. In Greater Wynnewood Exotic Animal Park, een privédierentuin met enkele honderden katachtigen in Oklahoma, is het de gewoonste zaak van de wereld. Het geesteskind van Joe ‘Exotic’ Schreibvogel-Maldonado-Passage vormt tevens het decor voor een grotesk drama, dat zal eindigen met een poging tot moord. Op de messianistische dierenrechtenactiviste Carole Baskin van Big Cat Rescue, de absolute aartsvijand van de welhaast karikaturale freak, met wie hij al jaren op ramkoers ligt en die zelf ook ‘een verleden’ blijkt te hebben.

Exotic, ‘een totaal geschifte, homoseksuele, schietgrage, drugsverslaafde fanaat’ volgens zijn leermeester en directe concurrent Bhagavan ‘Doc’ Antle van Myrtle Beach Safari (die zelf met een eigen harem en een olifant als vervoersmiddel overigens ook niet bepaald Meneer Doorsnee lijkt) is zeker niet het enige bizarre personage in de docuserie Tiger King: Murder, Mayhem And Madness (314 min.), die wordt bevolkt door een enorme stoet misfits, outcasts en ronduit louche types. Onvervalste white trash met een tic, bijna op het ongeloofwaardige af.

De zevendelige serie van Eric Goode en Rebecca Chaiklin, gefilmd gedurende een periode van ruim vijf jaar, belicht via hen de schimmige wereld van katachtigen als huisdier, de handel in exotische soorten en drugssmokkel via slangen, om maar eens wat te noemen. Het speelt zich allemaal af in een soort redneck Fort Oranje, waar Joe zelf melodramatische countrymuziek verzorgt, elk moment de Confederate Flag kan worden gehesen en loyaliteiten met de regelmaat van de klok wisselen. Dat levert gegarandeerd goede (reality-)tv op, met portretjes van flamboyante rouwdouwers en niet te vergeten gevaarlijke wilde dieren, maar heeft het ook voldoende diepte voor een documentaire?

Spannend en spectaculair is het zeker, met bijvoorbeeld dieren die hun verzorgers aanvallen. ‘Mijn God’, verzucht Joe Exotic na een angstaanjagend incident met één van zijn medewerkers. ‘Ik kom hier financieel nooit meer overheen.’ De man zal echter nog veel hogere hordes moeten nemen – om ze daarna doodgemoedereerd zelf weer op te zoeken. Want Exotic is een geboren provocateur met een enorme hang naar snelle roem. Die zal in Tiger King nog tot opzienbarende ontwikkelingen en complicaties leiden. Truth is trashier than fiction, zoveel is helder.

Deze potentiële bingehit wordt daarmee nooit meer dan een volledig op hol geslagen Amerikaanse variant op Jambers. With lots of dope, guns & tigers. En misschien is dat, als je de ‘true’ bij crime tussen aanhalingstekens zet en niet al te veel eisen stelt aan zoiets verantwoords als artistieke visie en psychologische diepgang, voor deze ene keer ook wel genoeg. Meer camp dan deze ranzige docusoap zal het in elk geval niet snel worden. Tiger King: Murder, Mayhem And Madness is een superieure vorm van aapjes kijken. En leeuwen en tijgers.

Woman

Hoe is het om vrouw te zijn aan het begin van de 21e eeuw? Er zijn minder ambitieuze uitgangspunten voor een film. Toch is dat precies wat Woman (108 min.) beoogt: een totaalbeeld geven van het vrouw zijn, met vertegenwoordigers van alle leeftijden, uit alle windstreken en van alle mogelijke gezindten.

Liefst tweeduizend vrouwen zouden er zijn geïnterviewd voor deze epische productie. Uit meer dan vijftig landen bovendien. Hun persoonlijke ontboezemingen, recht in de camera, worden doorsneden met gestileerde thematische sequenties rond de verschillende rollen die vrouwen in hun leven (moeten) aannemen,

Kleine, particuliere ervaringen worden in handen van de filmmakers Anastasia Mikova en Yann Arthus-Bertrand onderdeel van het universele verhaal van het ‘zwakke’ geslacht. Waarbij mannen slechts een bijrol spelen: als echtgenoot, concurrent en – helaas maar al te vaak – agressor.

Woman duikt door de gekozen opzet, waarbij elke vrouw maar eenmaal en slechts kort aan het woord komt, nergens echt de diepte in, maar laat door zijn grootse karakter wel de enorme verscheidenheid aan vrouwen zien, die met elkaar verbonden zijn door thema’s die hen allemaal raken.

A Complete History Of My Sexual Failures

‘Laten we gewoon naar de feiten kijken’, zegt de computerstem. ‘Je was werkeloos, had nooit geld, was altijd en overal te laat (en dat kon je niets schelen).

De staccato formulerende vrouw komt op stoom: ‘Je maakte grappen over mijn gewicht, terwijl ik relatief slank ben. Je gaf me een slecht gevoel over mezelf. En ik ben er sindsdien achter gekomen dat je me op een feestje hebt voorgesteld als je zus, zodat je misschien andere meisjes kon versieren. Ons seksleven was verschrikkelijk. Je bent onbetrouwbaar, emotioneel onvolwassen en een godvergeten leugenaar. Je bent simpelweg het ergste vriendje dat ik ooit heb gehad.’

Chris Waitt hoort het zuchtend aan. ‘Rachel’ wilde eerst helemaal niet met hem praten voor de egodocu A Complete History Of My Sexual Failures (90 min.), maar nu ze toch heeft toegestemd, nadat ze eerst een advocaat op hem had afgestuurd, gaat ze helemaal los. Volledig onherkenbaar gemaakt, dat wel. Ze typt haar antwoorden op zijn vragen achter een soort gordijn in op de computer. Via een speakertje leest die ze vervolgens voor aan haar ex. Die zit ze voor de camera te incasseren. En oh ja: Chris moet maar eens hulp gaan zoeken.

Nee, helemaal vanzelf gaat Waitts’ persoonlijke zoektocht naar waarom hij steeds gedumpt wordt door zijn vriendinnetjes niet. Als hij zomaar bij hen begint aan te bellen, zijn de reacties ook glashelder. De één smijt de deur dicht, gevolgd door een welgemeend ‘fuck off’. Een ander blijkt allang te zijn verhuisd. En een derde kan zich alleen herinneren dat hij ‘een ongelofelijke klootzak’ was. En dus spreekt hij maar willekeurige mannen en vrouwen op straat aan. Hebben zij misschien tips voor hem?

Chris kan eigenlijk maar één vrouw bedenken die wél met hem wil praten: zijn moeder. En die heeft zowaar nog allerlei liefdesbrieven liggen van/aan vriendinnen die hij allang was vergeten. Moeders legt meteen ook contact met de dames, zodat het alsnog goed komt met die documentaire, waarin de protagonist nog een curieuze ‘wake the snake’-behandeling zal krijgen, bij een therapeut het liedje I’d Like To Fuck Every Girl In The World gaat zingen en zich zelfs onderwerpt aan een SM-meesteres met zweep.

Deze film uit 2008 wordt zo een ontzettend gênante vertoning, die enkele scènes bevat die naar moderne maatstaven eigenlijk echt niet door de beugel kunnen. Een documentaire bovendien, die in werkelijkheid ongetwijfeld veel meer geregisseerd is dan Waitt, met zijn ruwe camerawerk en montage, in eerste instantie doet voorkomen. Tegelijkertijd is A Complete History Of My Sexual Failures, ook niet onbelangrijk, werkelijk dolkomisch. Een documentaire die je laat bulderen van het lachen. Zóveel zijn er daar ook niet van.

Jonathan Agassi Saved My Life

Trots laat Yonatan Langer de speelfilm zien waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Zijn moeder kijkt geïnteresseerd toe. Op het scherm drinkt hij een biertje en bestuurt met ontbloot bovenlijf een boot. ‘Het is geweldig’, zegt moeder. ‘Yonatan, je bent het echt!’ Haar zoon kijkt zelf trots toe als de film verder gaat en het moment nadert dat die niet meer zo geschikt is voor zijn moeder. ‘En nu gaan we naar boven om te neuken.’

De Israëlische hunk Yonatan is in de gayscene bekend, beroemd zelfs, als Jonathan Agassi. Pornoster van beroep. Deze documentaire van Tomer Heymann toont hem in zijn dagelijks leven: tijdens filmshoots, rond live-performances en gewoon bij mams thuis, met wie hij een erg innige band heeft. ‘Ik ben jouw vent’, zegt hij, als hij haar weer eens geld toestopt. Ze voelt zich zichtbaar ongemakkelijk. Yonatan blijft toch eerst en vooral haar kind.

Jonathan Agassi Saved My Life (106 min.), meent de getroebleerde hoofdpersoon, die stelselmatig lijkt weg te lopen voor wie hij werkelijk was en is. Hij gaat van feest naar feest, verhuurt zichzelf als escort en wordt steeds vaker high. Heymann legt acht jaar lang onverbiddelijk vast hoe Agassi zo in ijl tempo afstevent op een catharsis, waarin hij de problematische relatie met zijn moeder, afwezige vader én zichzelf onder ogen moet zien.

Van de ongecompliceerde patser, die met veel bravoure door het leven dendert, is dan weinig meer over. Alleen het moederskindje Yonatan Langer, een beschadigde jongen, die hunkert naar liefde, handelt in seks en in deze pijnlijke, ontluisterende film op alle terreinen dreigt te verliezen.

Sex Sirens

Vice

Iemand verleiden. Ook als hij/zij niet op jouw geslacht valt. Dat is de uitdaging voor de zogenaamde Sex Sirens (25 min.). Want, aldus Mariah Vineyard, iedereen kan sexy zijn op zijn of haar manier. ‘It’s all about confidence’, zegt ze, alsof ze de essentie van haar Vogue-huis, het Rotterdamse House Of Vineyard, in een pakkende slogan heeft vervat. ‘It’s all about you.’

In deze korte docu van Max Kutschenreuter en Cholena de Koningh, voortgekomen uit de Vice x IDFA-documentaire-pitch van 2018, staat de vaderlandse Ballroom-cultuur centraal, extravagante dans- en schoonheidswedstrijden waaraan vooral donkere LGBT-ers deelnemen. Diezelfde subcultuur is in de afgelopen jaren al geportretteerd in de films Mother’s Balls en Father Figure, waarbij onvermijdelijk ook thema’s als zelfacceptatie, seksuele expressie en genderdiversiteit aan de orde kwamen.

Deze docu bestrijkt grotendeels hetzelfde terrein en concentreert zich in het bijzonder op deelnemers aan de balls die de zogenaamde Sex Siren lopen, een act die op het eerste gezicht draait om pure verleiding, maar uiteindelijk natuurlijk gaat om zelfrespect en de (sensuele) expressie daarvan, die zowel een heel vrouwelijke als een heel mannelijke kant op kan gaan. Dit resulteert in heel wat uiterlijk vertoon, dat door Amber Vineyard, de ‘moeder’ van House Of Vineyard, met veel bravoure aan elkaar wordt gepraat.

Niña Maná

IDFA

Ze waren, zijn en/of worden zwanger. Het zijn nochtans slechts tieners. Argentijnse meisjes, vervat in grijswitte beelden. Moeders dus. Die een publiek ziekenhuis bezoeken. Om te bevallen, zorg te krijgen voor hun kind of – en dat is voor de meesten in het katholieke Argentinië eigenlijk geen optie – de zwangerschap te laten afbreken.

Regisseur Andrea Testa registreert de gesprekken die de jonge vrouwen voeren met gynaecologen, verpleegkundigen en andere hulpverleners. Ze concentreert zich in Niña Mamá (66 min.) volledig op hun verhalen. De behandelaars die hen welwillend ontvangen, geïnteresseerd bevragen en zonder waardeoordelen adviseren blijven buiten beeld.

Deze sobere aanpak – de camera beweegt nauwelijks en vangt de soms onwerkelijke werkelijkheid in lange shots – zorgt ervoor dat de nadruk volledig bij de ervaringen van de vrouwen komt te liggen. Zo meldt zich bijvoorbeeld een dertienjarig meisje, dat op een verjaardagsfeestje een jongen leerde kennen. Zes maanden later kregen ze samen ‘de zegen’, zoals ze het zelf zegt. Het meisje lacht er besmuikt bij. De ‘zegen’ stond helaas niet op zichzelf.

Intussen is er in de hele film geen jongen of man te zien. De jonge vrouwen staan er, in elk geval tijdens hun bezoek aan het ziekenhuis, helemaal alleen voor. Hun kerels werden, zijn en/of worden gewoon vader – en gaan vervolgens door met hun leven.

Fat Front

Fat shamen konden ze zelf echt het allerbeste, de hoofdpersonen van de documentaire Fat Front (87 min.). Zij zagen er niet uit. Zij mochten niet sporten. En Zij mochten al helemaal geen badpak of bikini aan. De spiegel, weegschaal en blikken van andere mensen vormden een gezamenlijke vijand, die hen voortdurend van hun eigen monsterlijke uiterlijk probeerden te overtuigen.

Hoog tijd dus voor wat ‘body positivity’: vrede met, of zelfs trots op, het eigen lichaam. Deze film van Louise Detlefsen en Louise Unmack Kjeldsen portretteert enkele stevige Scandinavische vrouwen die zich over hun eigen twijfels heen zetten en een openbaar profiel openen op instagram: @chubbydane, @theonlymarte, @paulinelindborg en @happykropp.

Als alles in het leven simpelweg een keuze zou zijn, was de kous daarmee af geweest. De issues van de vrouwen met hun lichaam blijven echter opspelen. Ook halfnaakt, voor het oog van de wereld, een dansje maken verandert daar in wezen niets aan. Illustratief is in dat verband de vraag die Pauline moet beantwoorden bij de opening van de zogenaamde Big Ass-tweedehandsmarkt in Malmö. ‘Is ‘dik’ een goed woord voor grote mensen?’ wil een journaliste weten.

‘Het woord heeft een negatieve klank, maar het is maar een bijvoeglijk naamwoord’, stelt Pauline, die behalve vol, gezet, mollig of gewoon dik ook opvallend lang is. ’Als ik zeg dat ik lang ben, zegt niemand: nee je bent niet lang. Maar als ik zeg dat ik dik ben, zegt iedereen: nee, jij bent niet dik, je bent gewoon mooi. Dat zijn echter geen tegengestelde begrippen. Ik ben dik én mooi.’

Fat is beautiful, als motto voor een emancipatiebeweging. En tevens als treffend uitgangspunt voor deze actuele en relevante film, die de betrokken vrouwen laat zien voor wat ze zijn: naakt, kwetsbaar en dapper.

Searching Eva

searchingeva.com

‘Ich will dass du mich stosst’, instrueert de klant Eva. Die zin wil de man graag horen terwijl hij haar neemt in een hotelkamer. Eva probeert het, maar de woorden komen maar niet lekker uit haar mond. Het beeld wordt zwart: ‘Some sex advice, please: I love my boyfriend but I don’t feel comfortable sucking his dick.’ Gevolgd door: ‘How can I feel empowered with a massive penis in my mouth?’

Was getekend, internetpersoonlijkheid Eva Collé. De even grillige als exhibitionistische hoofdpersoon van Searching Eva (84 min.). Of zoals ze het zelf verwoordt, als één van haar social media-volgers betwijfelt of ze wel echt bestaat. ‘Eva Collé. 1992. Woonachtig in Berlijn. Sterrenbeeld: maagd. Biseksueel. Zelf gediagnosticeerd autistisch. Officiële diagnose: bipolaire stoornis. Sekswerker. Schrijver. Muzikant. Anarchist. Feminist…’

Deze debuutfilm van de Duitse regisseur Pia Hellenthal is al even onconventioneel als de hoofdpersoon ervan. Een soort visueel dagboek van een jonge vrouw, die haar complete leven deelt met de rest van de mensheid. Elke scène is zorgvuldig dan wel volledig geënsceneerd. Met straffe shots, die zo nu en dan vet worden aangezet met lekker dwarse muziek. Waarin Eva (artiestennaam) alles laat zien. Letterlijk en figuurlijk. En toch blijft ze volstrekt ongrijpbaar.

‘Are you purposely making your life sound shit to be more interesting?’ wil één van haar volgers weten als de protagoniste haar getroebleerde achtergrond schetst. Ze overstelpen Eva met impertinente vragen en opmerkingen. Die vormen, samen met haar antwoorden en persoonlijke ontboezemingen, het karkas van deze ontregelende film, die de hoofdpersoon in de meest intieme settings toont en met hinkstapsprongen steeds dichterbij haar komt.

Als Eva een volledig verzonnen personage zou blijken te zijn, dan zou dat geen verbazing mogen wekken. Het zou tegelijkertijd op geen enkele manier afbreuk doen aan Searching Eva, een provocerend portret van een jonge, onthechte vrouw, dat tevens kan worden geïnterpreteerd als het compromisloze visitekaartje van een compleet verwar(ren)de wereld.

Mystify: Michael Hutchence

Michael Hutchence / Andrew de Groot

Zijn geruchtmakende dood leek een logisch uitroepteken achter een turbulent leven. Van een man die als een archetypische rockgod – compleet met mysterieuze blik, lange manen en structureel ontbloot bovenlijf – het collectieve geheugen zou ingaan. Michael Hutchence, frontman van de Australische rockband INXS. Zanger van wereldhits als Original Sin, Never Tear Us Apart en Need You Tonight. Gestorven op 22 november 1997, op 37-jarige leeftijd. Een dood die werd omgeven door roddel en achterklap. Was het zelfdoding? Of toch zoiets sinisters als wurgseks?

In Mystify: Michael Hutchence (102 min.) probeert regisseur Richard Lowenstein, die diverse INXS-clips maakte en voor deze documentaire toegang kreeg tot het privé-archief van zijn hoofdpersoon, met Hutchences familie, management en bandleden, ex-vriendinnen als zangeres Kylie Minogue en topmodel Helena Christensen en ’s mans beroemde vriend/collega Bono het leven en de carrière van het idool uit te diepen. Lowensteins bronnen leveren (off screen) allerlei anekdotes, maar tot een coherente of diepgravende narratief leidt dit uiteindelijk niet. Hutchence blijft de klassieke getormenteerde zanger – zoals elke muziekgeneratie lijkt voort te brengen – die met gezwinde spoed op zijn onvermijdelijke dramatische einde afkoerst.

De filmmaker kent speciale waarde toe aan een gewelddadig incident in Denemarken, waarbij de zanger een hersenbeschadiging zou hebben opgelopen. Daarna werd alles anders bij Michael Hutchence, die tot dan volstrekt toe ongenaakbaar had geleken. Tekenend is een pijnlijk tafereel bij de Brit Awards van 1996. Nadat  de INXS-voorman een prijs heeft overhandigd aan Oasis, wordt hij publiekelijk afgeserveerd door de gitarist van die band, Noel Gallagher: ‘Has-beens shouldn’t present awards to gonna-beens’. Hutchence druipt vernederd af.

Hij was toen al in een veelbesproken relatie met Bob Geldofs ex-vrouw Paula Yates beland en zou met haar in een duizelingwekkende spiraal van drugs en depressie terechtkomen, die beiden fataal werd. Uiteindelijk was er geen redden meer aan voor Michael Hutchence, luidt dan de conclusie. En in wezen kon hij daar zelf dus ook niet al te veel aan doen. Die ene knal voor zijn hoofd had hem voorgoed veranderd.

Ging het werkelijk zo? Of is dit hoe van elk groots geleefd leven een verhaal met kop en staart wordt gemaakt en een duidelijke oorzaak automatisch tot een onontkoombaar gevolg leidt? Deze film, hoe meeslepend die soms ook wordt, slaagt er in elk geval niet helemaal in om de mens achter het fenomeen Michael Hutchence te pakken te krijgen.

Noel Gallagher mag natuurlijk ook al enige tijd een has-been worden genoemd. Niet dat hij dat zelf doorheeft, overigens.

Buzz

HBO

‘Ze weten niet dat ik, geheel in tegenstelling tot mijn imago, maar met ongeveer vijf vrouwen seks heb gehad in mijn leven’, leest H.G. ‘Buzz’ Bissinger hardop voor. ‘Met drie ervan was ik getrouwd.’ Caitlyn Jenner, voorheen Olympische atleet Bruce Jenner, luistert aandachtig naar wat de ghostwriter van haar levensverhaal heeft gemaakt. ‘God, wat heb jij een kansen verspild’, constateert die al lezende. Jenner kan er wel om lachen: ‘Dus jij zou graag in mijn schoenen hebben gestaan?’

Samen werken de befaamde transvrouw en de auteur/journalist die haar transitie van man naar vrouw in 2015 beschreef in een veelbesproken artikel in Vanity Fair aan een boek over Jenners turbulente leven. Die sessies, waarin ze de tekst minutieus doornemen, fungeren als structurerend element voor Buzz (90 min.), een erg onevenwichtige film over Bissinger, die als winnaar van een Pulitzer-prijs vooral in eigen land bekendheid geniet. Gaandeweg wordt duidelijk dat hij zijn eigen issues heeft met seksualiteit.

Wat volgt is een zoektocht naar ’s mans ‘authentieke zelf’, die met een iets minder milde blik ook voor de (zoveelste) midlifecrisis zou kunnen doorgaan. Die tocht leidt Buzz langs onder anderen travestie, SM, onaneren en een leerfetish. Zijn vrouw Lisa moet al die uitingen van seksuele expressie – want daar draait het allemaal om in het leven – op de één of andere manier zien bij te benen. Waarbij de filmmaker soms beter op de hoogte lijkt van de laatste uitingen van Bissinger, die zichzelf gekscherend ‘de Angelina Jolie van cross dressing’ noemt, dan zijn eigen echtgenote.

Buzz zou – zo geeft hij eerlijk toe – eigenlijk het liefst met zichzelf willen neuken. Dat verhoudt zich natuurlijk lastig tot een regulier huwelijk. Meneer en mevrouw Bissinger moeten in deze exhibitionistische docu, waarbij je je steeds afvraagt of de hoofdpersoon ook speciaal voor de film het één en ander uitprobeert, dus alle zeilen bijzetten om hun relatie intact te houden. Het is voor hen allebei al hun derde huwelijk.

Intussen komt ook de release van Caitlyn Jenners autobiografie The Secrets Of My Life naderbij. Van een sekseoperatie is het echter nog niet gekomen. En dat moet gebeuren vóórdat het boek uitkomt, constateren subject en auteur gezamenlijk. In die gedachtegang zit in zekere zin ook de essentie van deze documentaire vervat.

Inside Deep Throat

De gimmick is eigenlijk te lachwekkend om nog enige vorm van seksuele opwinding toe te laten: Linda Lovelace zou een clitoris in haar keel hebben. En er is maar één manier om die te stimuleren. Deep throat, juist. Waarbij zij dan óók een orgasme krijgt. Een smakelijke premisse, die het mannelijke publiek destijds natuurlijk héél goed uitkwam.

De Amerikaanse pornofilm, die op 12 juni 1972 in première ging, zou een enorm kassucces worden. Een B-productie die een habbekrats, slechts 25.000 dollar, had gekost en uiteindelijk jarenlang in de bioscoop zou draaien en meer dan zeshonderd miljoen opbracht. Intussen kwam er een serieuze discussie over de vrijheid van meningsuiting op gang (en werd Deep Throat tevens de schuilnaam van de mysterieuze klokkenluider in het Watergate-schandaal).

De lekker schmutzige documentaire Inside Deep Throat (85 min.), een titel die verwijst naar de infame Deep Inside-seksfilmserie, neemt de kijker mee naar de tijd dat pornografie nog werd gezien als een belangrijk onderdeel van de seksuele revolutie en een soort cultuuroorlog met vertegenwoordigers van Conservatief Amerika, zoals de moraalridder Charles Keating, op gang bracht.

De filmmakers Fenton Bailey en Randy Barbato reconstrueren het maakproces van de film (met sleutelfiguren als regisseur Gerard Damiano en acteur Harry Reems), laten erotische kopstukken als Hugh Hefner, Xaviera Hollander en Larry Flynt aan het woord over de bijbehorende industrie en schetsen met opiniemakers als Gore Vidal, Camille Paglia en Norman Mailer het maatschappelijke klimaat (dat bijvoorbeeld gestalte kreeg via de actie porNO).

Het geheel wordt in deze sappige docu uit 2005 opgediend met jofele archiefbeelden, kekke seventiesmuziek én acteur Dennis Hopper als verteller en krijgt nog een rauw randje als de veelbesproken seksfilm blijkt te zijn gefinancierd met maffiageld en de grote ster Linda Lovelace begint te beweren dat ze in werkelijkheid wordt verkracht als ze haar orale arbeid verricht voor de camera.

Afrikaanse Bruid

Gilbert en Maxy / filmfestival.nl

‘Wat ik hier doe, dat kan ik in Europa niet doen’, zegt de Belgische pensionado Gilbert Heijndels, terwijl hij in een zwembad in zijn tweede thuisland Kenia een zoen ontvangt van de donkere schone Helen. ‘Mooie zwarte meisjes, zachte huid. En ik ga je uitleggen: ik heb nooit willen neuken met zwarten. Ik ben vele keren in Afrika geweest en ik wou daar niet aan beginnen. Ik was er vies van. Die stinken. Dat was een idee wat in mijn hoofd zat. Toen heb ik het toch een keer gedaan. En ik was gebeten door de microbe, hè?’. Hij vat samen: ‘Eenmaal zwart, altijd zwart.’

De hoofdpersoon van Afrikaanse Bruid (87 min.), de nieuwe documentaire van Roy Dames en Jos Driessen, laat het zich goed smaken in het zonnige Afrika. Alleen die Helen begint steeds meer een pijn in de bips te worden. Ze is net als al die anderen, foetert de voormalige militair: eerst laten ze zich bezwangeren door een plaatselijke vent en dan mag ik voor hen en voor het kind zorgen. Gilbert is echter niet overdreven kieskeurig als het zwarte vrouwen betreft: geen handvol, maar een landvol.

Die donkere dames weten zelf overigens ook wel van wanten. ‘Zie je die witte vent daar?’ zegt een Afrikaans meisje in een strandtent tegen haar vriendin. ‘Hij heeft een eng gezicht’, constateert die. ‘Waarom kijk je naar zijn gezicht? Je moet naar zijn portemonnee kijken.’ Ze geven elkaar lachend een high five. Hoewel ook Gilbert best doorheeft dat ze echt niet alleen vallen voor zijn vriendelijke karakter, laat hij zich uiteindelijk met liefde en plezier in de luren leggen. Niets in regenachtig België kan op tegen de geneugten van vrouwelijk Afrika, dat zich bovendien spontaan online aanbiedt.

Dames en Driessen volgen de overjarige schuinsmarcheerder in de laatste drie jaar van zijn leven, zonder commentaar of kritische vragen. De ‘Kenya Kimbo’ wordt wel van zéér dichtbij geobserveerd. ‘Die gaan we neuken, hè’, zegt hij bijvoorbeeld thuis tegen een oudere Belgische vrouw, die met hem op internet alweer een nieuwe vlam zoekt. Hij kiest voor Beatrice uit Oeganda, met die ‘mooie kont’. In Afrika laat Gilbert er geen gras over groeien. Hij stelt vast dat haar ‘kuma’ nat is. En dat zijn ‘mboro’ op haar wacht. Zonder condoom, kondigt hij aan tijdens de ontmoeting met Beatrice. Hij is tenslotte geen machine. Gewoon van tevoren een HIV-test doen. En dan… ‘diggi-diggi’.

Alle grootspraak ten spijt lijkt Gilbert helemaal niet gelukkig. Hij steekt de ene sigaret met de andere aan, drinkt als een Tempelier en mijmert over een zwarte schone genaamd Maxy, waaraan hij ooit écht zijn hart verloor. De Belg voelt zich bedrogen door al die veel te dure liefjes. ‘Die zuigen een blanke leeg’, moppert hij. ‘Het zijn net beesten.’ En als hij buiten gehoorsafstand is, laten zij zich (natuurlijk) ook niet al te flatteus uit over hem. Die openheid, op het gênante af, behoort tot de pluspunten van deze lekker ongemakkelijke film, die aan het eind, als Gilberts krachten beginnen weg te vloeien, alleen wat rommelig wordt afgewikkeld.

Afrikaanse Bruid laat echter op indringende wijze zien dat Westerse uitbuiting van vrouwen uit een arm land en het slim leegtrekken van een Europese oudere man heel goed samen kunnen gaan. En niemand wordt er echt gelukkig van. Ook Gilbert niet. Of, in elk geval nooit véél langer dan een seconde of tien.

Videocracy

Het presidentschap van Donald Trump lijkt een typisch Amerikaans aangelegenheid: het onvermijdelijke resultaat van decennialange debilisering op de Amerikaanse (kabel)televisie en het internet. Als het maar beweegt, lawaai maakt en consternatie veroorzaakt, krijgt het ook oeverloos aandacht. Enter: The Donald, de man die zijn eigen mediapersonage is geworden en het leiderschap van zijn land heeft gereduceerd tot een soort real life equivalent van een echte reality show.

Trump staat echter bepaald niet op zichzelf en is zonder twijfel schatplichtig aan Silvio Berlusconi, de vastgoedmagnaat, mediatycoon, voorzitter van de voetbalclub AC Milan en voormalige president van Italië. In deze documentaire uit 2009 verbindt de Zweeds-Italiaanse filmmaker Erik Gandini de opkomst van Berlusconi met het ontstaan van commerciële televisie en de celebritycultuur die daarmee is verbonden. Waarin alles om uiterlijk vertoon draait, dat bovendien met alle mogelijke middelen, inclusief plastische chirurgie, in stand moet worden gehouden.

Videocracy (81 min.) is geen traditioneel portret van de populist, topondernemer en overjarige playboy Berlusconi, maar een exposé over de wereld die hem heeft voortgebracht en die hij zelf mede heeft gecreëerd. Gandini vindt daarin onvergetelijke personages. Talentmanager Lele Mora bijvoorbeeld, een goedlachse kerel in smetteloos wit met een onbeschaamde voorliefde voor de fascistische leider Mussolini. Of een geboren loser genaamd Riccardo Canevali. Hij wil kost wat het kost beroemd worden. En de louche paparazzi-fotograaf Fabrizio Corona, die er wel een héél opmerkelijk verdienmodel op nahoudt en daarmee zelf een B-ster wordt.

Gezamenlijk portretteren zij Berlusconi’s videocratie tevens als een absolute mannenwereld. Vrouwen (liever: meisjes) zijn er vooral om de heren te behagen. Ze moeten lange benen hebben, bereid zijn om hun kleren uit te trekken en – belangrijk! – altijd blijven lachen. Daarbij past een bepaald soort leider. Voor wie schaamte niet bestaat. Zo kon bijvoorbeeld ‘grab ‘em by the pussy’ voor Donald worden wat ‘bunga bunga’ ooit was voor Silvio: op het eerste oog een serieuze bedreiging voor zijn carrière, maar uiteindelijk vooral een bevestiging van ‘s mans onomstreden succesverhaal. Behalve geld, macht en status hebben mannen als Trump en Berlusconi nu eenmaal een soort onvervreemdbaar recht verworven op jonge, aantrekkelijke meisjes.

Met zijn tandpastasmile, grondig gerenoveerde hoofd en opzichtige haarimplantaten oogt Silvio, net als zijn zelfs nóg larger than life- evenknie Trump, in eerste instantie als een echte clown. Waarbij het lachen je gaandeweg, als de maatschappelijke schade duidelijk wordt, wel vergaat. Al is het tegelijkertijd vrijwel onmogelijk om niet te grinniken bij het potsierlijke campagnelied van Berlusconi’s partij Il Popolo Della Libertà, Meno Male Che Silvio C’è, dat Gandini als belangrijk plotpoint halverwege de film heeft geparkeerd: ‘Dank God, Silvio, dat je bestaat.’ Met zulke leiders en volgers dreigen echte komieken werkeloos en de wereld een levensechte parodie te worden.

Celibaat

Ze zullen elkaar vast heel anders leren kennen door de film, zegt Edgard bij het begin van deze documentaire. Hij is één van de Kruisheren van Sint Agatha die in Celibaat (70 min.) worden geportretteerd. En daarvan mag de kloosterorde in het land van Cuijk er dan maar een handvol hebben. Dat wil niet zeggen dat ze alles met elkaar delen. Een goede confrater is immers nog geen goede vriend.

Net als in zijn vorige film Boer Peer, over een bijna honderdjarige Brabantse keuterboer die zijn hele leven halverwege de twintigste eeuw is blijven steken, begeeft filmmaker Daan Jongbloed zich in een stilaan verdwijnende wereld. Met zijn camera zwerft hij, in stemmig zwart-wit, door een omgeving, waarin de tijd stil lijkt te hebben gestaan – al blijft de klok hoorbaar doortikken. Ook omdat Jongbloed tijdens de montage de stilte heeft verkozen boven het toevoegen van muziek.

Hij spreekt vier van de Kruisheren en bevraagt hen los van elkaar over thema’s als eenzaamheid, verliefd zijn en – de titel van deze film verraadt het al – seksuele onthouding. Het zijn gesprekken waarin hij letterlijk dichtbij komt. ‘Ik zie in de kerk waartoe ik behoor eigenlijk een huiver voor seksualiteit en een zeker wantrouwen of argwaan daartegen’, stelt de bedachtzaam formulerende Joe bijvoorbeeld. Hij kwam op zijn zeventiende in het klooster en voelde zich er direct meer thuis dan in het huis van zijn ouders, maar is tegelijkertijd wel ‘heel nieuwsgierig’ hoe dat is, ‘gewoon een ander aan te raken, met respect en tederheid’.

Kruisheer Edgard heeft nog nooit gemeenschap gehad met een vrouw, bekent hij zonder omhaal van woorden. ‘Maar ik kan niet missen wat ik niet ken.’ Hij ervaart het kloosterleven op middelbare leeftijd nog altijd als een soort schoolkamp. Het mag dan soms aanvoelen als een kleine kloteorde, zegt hij ferm, het is wel zíjn kleine kloteorde. Jongbloed heeft een zomerlang onderdeel uitgemaakt van het selecte gezelschap Kruisheren. Hij kreeg zelfs zijn eigen kamertje in het oudste bewoonde klooster van Nederland. Die investering betaalt zich dubbel en dwars uit.

Geen thema blijft onbesproken. De broeders laten zich echt in hun ziel kijken en antwoorden ook als Jongbloed bijzonder impertinente vragen stelt. Hij doorsnijdt hun getuigenissen met de gewone dagelijkse dingen die het leven in een mannenhuishouden nu eenmaal met zich meebrengt. Zo ontstaat een afwisselend aandoenlijk, beklemmend en ontroerend beeld van een kleine gemeenschap, waarin iedereen op zijn eigen manier een relatie met God onderhoudt (‘de jus op het eten’, aldus Edgard) en met zichzelf in het reine probeert te blijven.

The Grown-Ups

Anita en Andrés zijn verliefd en willen trouwen. Hij, een voormalige womanizer, is haar steun en toeverlaat. Als haar vader overlijdt, troost Andrés haar liefdevol. ‘De dood is niet echt’, zegt hij zalvend, denkend aan zijn eigen ouders. ‘Zolang we hen in ons hart houden.’ Andres straalt rust uit. Levenswijsheid.

Op een gegeven moment zie je als kijker niet meer dat hij het Syndroom van Down heeft. Net als alle andere hoofdpersonen van de liefdevolle observerende documentaire The Grown-Ups (50 min.) uit 2016 overigens. Anita en Andrés willen in het huwelijk treden, maar ‘mongooltjes’ mogen in Chili niet trouwen voor de wet. Alleen voor de kerk. Andrés gaat maar eens te rade bij meneer pastoor.

Op het gebied van intimiteit is er dan ook nog het een en ander te leren voor de twee tortelduifjes, die al veertig jaar samen naar een speciale dagopvang gaan. Dat treft, want daaraan wordt uitgebreid aandacht besteed door hun begripvolle begeleiders. Liefde en wederzijds respect, daar gaat het om. En het ontdekken van seksualiteit.

Intussen dromen ook de andere bezoekers van het activiteitencentrum van een zelfstandig bestaan. Maar is echte onafhankelijkheid ook voor hen weggelegd? Kan Rita straks bijvoorbeeld zelf bepalen of ze van de chocolade van de bakkerij snoept? Zou Ricardo ooit alleen kunnen wonen? En kan Maria gaan samenleven met Andrés? Beter: mág ze dat? Haar moeder, bij wie ze nog altijd inwoont, ziet er eigenlijk weinig in.

Regisseur Maite Alberdi kijkt met haar camera mee over de schouders van haar hoofdpersonen. Hun begeleiders zijn voor haar niet meer dan figuranten, die onscherp of buiten beeld blijven. Alberdi neemt haar subjecten volledig serieus. Zonder dat ze de complicaties die hun beperking met zich meebrengt uit de weg gaat. Het resultaat is een vertederende en openhartige film, die alleen lieden met een hart van steen onberoerd laat.

Ask Dr. Ruth

Het is gemakkelijk om haar te onderschatten en af te doen als dat kleine kittige vrouwtje met het bijna karikaturale Duitse accent, dat werkelijk alles weet over seks. Dokter Ruth Westheimer noemt zichzelf misschien geen feminist, maar ze heeft met haar seksuele adviezen wel degelijk een sleutelrol gespeeld in de emancipatie van de Amerikaanse vrouw en het bespreekbaar maken van alle denkbare vormen van seksualiteit.

In Ask Dr. Ruth (99 min.) wordt de goedlachse seksuoloog, die al decennia een vaste gast in de internationale media is, gevolgd terwijl ze van de ene naar de andere activiteit stiefelt. Ze is de negentig inmiddels gepasseerd, maar aan energie nog altijd geen enkel gebrek bij ‘oma Freud’. Ze geniet duidelijk ook van de aandacht. Tussen alle mediaoptredens door bezoekt ze in deze film de mensen en plekken die haar leven hebben bepaald.

Achter dokter Ruth Westheimer gaat Karola Siegel schuil, het enige kind van een orthodox-Joods gezin in Frankfurt an Main. Op tienjarige leeftijd werd ze naar Zwitserland gestuurd, om daar te ontsnappen aan de grijpgrage klauwen van Hitlers nationaal-socialisme. Ze zou haar ouders nooit meer zien. Als ‘wees van de Holocaust’ moest ze zichzelf helemaal opnieuw uitvinden. Zonder familie, in een vreemd land.

Dat tragische verleden wordt in deze documentaire van Ryan White opgeroepen met een combinatie van dagboekfragmenten en animaties, die de gebeurtenissen enigszins een Disney-laagje geven. Erg bijzonder is het traditioneel opgebouwde Ask Dr. Ruth sowieso niet. Het zijn de onverschrokken vrouw en haar bijzondere verhaal die het uiteindelijk moeten doen in deze eikenhouten film.