Ik Rouw Van Jou

BNNVARA

Heb je haar weer met d’r dooie moeder, dacht ze soms over zichzelf. Het is inmiddels al vijf jaar geleden. En toch voelt het als de dag van gisteren. Eerst belandt Spuiten & Slikken-presentatrice Nellie Benner in Ik Rouw Van Jou (48 min.), de documentaire die ze samen met Leon Veenendaal maakte, bij een rouwtherapeut, bij wie ze een luisterend oor vindt. Daarna gaat de Nederlandse twintiger in gesprek met haar vader Gerrit-Jan. Zij vond zijn verdriet om het overlijden van haar moeder destijds bijna ondraaglijk, hij durfde intussen niet te vragen hoe het met haar ging.

Vader weet inmiddels wel beter: ‘Verdriet kun je niet ontvluchten.’ En zijn dochter besluit de daad bij het woord te voegen en het verdriet inderdaad op te gaan zoeken. Eerst bij andere jongeren, die eveneens een ouder verloren. Stuk voor stuk vonden ze een uitlaatklep voor hun rouw: schrijven, schilderen of dansen. En ook voetballen, fotograferen of zelfs kickboksen. Imad Hadar vertelt bijvoorbeeld dat hij een andere vechter is geworden door het overlijden van zijn moeder. Hij heeft er een ‘zachter hart’ van gekregen.

Daarnaast richt Nellie ook nadrukkelijk de blik naar binnen. Ze zoekt bijvoorbeeld haar toevlucht tot physical coach Markus Schnizer – ‘geen therapeut, psycholoog of healer’ – met wie ze door het verdriet heen wil gaan en brengt een bezoek aan een voormalige buurvrouw, die al meermaals contact zou hebben gehad met Benners overleden moeder. Het openen van een briefje met een persoonlijke boodschap van gene zijde resulteert vervolgens in een ietwat ongemakkelijke emotionele scène.

Op zulke momenten dreigt deze persoonlijke zoektocht, doorsneden met fraaie gestileerde sequenties en intieme gedachtestromen van de maakster over rouw en verlies, even naar de verkeerde kant over te hellen, naar nét iets te nadrukkelijk gezocht drama. In het algemeen houdt Nellie Benner in deze aansprekende film evenwel prima koers bij het bewandelen van het pad van rouw naar acceptatie en het opzoeken daarbij van haar eigen en andermans emotie.

Honds

Newton

‘Wat heb jij nodig om boos te worden?’ vraagt hondenfluisteraar Ron Kusters. ‘In Godsnaam.’

‘Als er iemand aan mijn kinderen zit’, antwoordt Nikita Merken.

Ron brengt het gesprek op haar bijtgrage hond. ‘Wat heb jij nodig om hier iets aan te doen?’

‘Zelfverzekerdheid.’

‘Aha, oké. Je zult naar je energie toe moeten, naar je gevoel.’ Ron demonstreert: ‘Weet je wel wie ik ben, joh? Zitten, mafkees!’

De booswicht zit even verderop in de kamer: een klein hondje genaamd Chilli. Hij bijt Jan en alleman en is ook niet te vertrouwen met de kinderen, die inmiddels doodsbang voor hem zijn. De enige die buiten schot blijft is Nikita zelf. Ze vreest dat Chilli straks thuis niet meer te handhaven zal zijn.

De jonge Brabantse vrouw heeft haar toevlucht gezocht tot Ron’s Total Dog Care in Tilburg (‘sleutel tussen mens en hond’). Samen met enkele andere baasjes, die eindelijk wel eens de baas willen zijn, krijgt ze acht weken lang bijgebracht hoe ze haar dier weer op zijn plek moet zetten.

Want daar zit de crux: een hond is een dier, geen mens, en moet dus ook als zodanig worden aangesproken. En in de dierenwereld geldt volgens de hondentrainers nu eenmaal het recht van de sterkste. In hondentrainerstaal: je moet niet meer de teef van de leider willen zijn.

In de tragikomische observerende documentaire Honds (27 min.) van Josefien van Kooten voltrekt zich vervolgens een fascinerend schouwspel tussen mens en dier. Achter de onmacht van de baasjes gaan persoonlijke thema’s schuil, zoals een gebrek aan zelfrespect of moeite om grenzen aan te geven.

Die komen onvermijdelijk bovendrijven in de intensieve trainingen en zorgen soms ook voor emotionele taferelen, waarbij fluisteraar Ron en zijn collega’s zonder omhaal van woorden praktische levenslessen geven die de omgang met de hond ontstijgen.

De hondenbezitters worden er zowaar een beter mens van. En het hebben van een hond is voor hen (hopelijk) ook geen hondenbaan meer.

Your Mum And Dad

‘They fuck you up, your mum and dad’, stelt Philip Larkin in zijn gedicht This Be The Verse, dat als leidmotief fungeert voor deze egodocu van Klaartje Quirijns. ‘They may not mean to, but they do. They fill you with all the faults they had. And add some extra, just for you.’ Het is geen opwekkend beeld van het ouderschap dat Quirijns, via Larkin, aan het begin van Your Mum And Dad (76 min.) oproept: kinderen worden op jonge leeftijd voorgoed verminkt door hun vader en moeder.

Tegelijkertijd kunnen die ouders zelf er ook niets aan doen. ‘They were fucked up in their turn by fools in old-style hats and coats who half the time were soppy-stern and half at one another’s throats.’ Over vicieuze cirkels gesproken. Of, treffender: familiesystemen. En die probeert de Nederlandse filmmaakster te onderzoeken in deze film: haar eigen familie en die van een Amerikaanse vriend, die eveneens grip probeert te krijgen op zijn jeugd en gezin.

Deze Michael Moskowitz, zelf psycholoog, is door haar jarenlang gefilmd als hij in New York letterlijk op de sofa plaatsneemt bij psychoanalyticus Kirkland Vaughans die hem, nog net niet pijprokend, uitvraagt en terugkoppeling geeft. Deze sessies verbindt Klaartje Quirijns met gesprekken met haar eigen moeder, haar twee dochters en haar vader Kees, die ze de laatste jaren uit het oog was verloren. Waarbij het de vraag blijft of de film een middel is om het contact met hem te herstellen of dat contact een middel om deze film te kunnen maken.

De twee familiegeschiedenissen komen in elk geval zonder al te grote kunstgrepen bij elkaar en vertellen zo daadwerkelijk een groter verhaal. De Engelstalige voice-over van Quirijns zelf, die jarenlang in Amerika woonde, vormt daarbij een belangrijke verbindende factor. Die voelt echter wat onnatuurlijk. Is het de tekst zelf, waarmee ze haar betoog een diepere laag wil geven, of toch vooral de manier waarop die is ingesproken? Feit is dat ze als verteller, ondanks de zeer persoonlijke thematiek van deze film, wat op afstand blijft.

Met de bijbehorende beelden, een spannende collage van super 8-home movies van de twee families en archiefbeelden van willekeurige mensen in voor iedereen herkenbare situaties, geeft Quirijns samen met editor Boris Gerrets de film een universeel karakter. Dit is, zoveel wordt duidelijk, een verhaal dat ieder van ons aangaat en raakt. Over het doorgeven, of juist proberen te vermijden, van wat je zelf (onbedoeld) geleerd hebt. Van mensen die zelf ook weer hebben doorgegeven of vermeden.

Een alternatief is er niet. Of je moet het advies van Larkin willen opvolgen: ‘Get out as early as you can and don’t have kids yourself.’

Nu Verandert Er Langzaam Iets

Cinema Delicatessen

Het duurt toch nog dik twintig minuten voordat er iemand in zijn kracht moet gaan staan. Met een paard bovendien. Voor een documentaire over zingeving en ontplooiing is dat verrassend lang. Nu Verandert Er Langzaam Iets (106 min.), op het IDFA bekroond met de Dutch Documentary Award, zit nochtans vol met coachingstaal. Intrinsieke motivatie. Trechteren. In je hoofd zitten. Rood gedrag. Ergens energie van krijgen. Je boosheid pakken. Vertaalslag. Gehoord worden. Rugzak. Competenties. Even parkeren.

Het is een wereld waarin mensen aandacht hebben voor elkaar. Professionele aandacht, welteverstaan. Halverwege deze documentaire van Menna Laura Meijer zegt een spreker over burn out, ook al zo’n hedendaags thema, zonder omhaal van woorden tegen zijn volle zaal: ‘Het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu verwacht dat we in 2030 ruim zeven miljoen chronisch zieken hebben in Nederland. En dat is aan de ene kant slecht nieuws, maar voor iedereen die coach wil worden…’

De zaal begint te lachen. Hij vervolgt met hoorbaar plezier, alsof hij de kern van zijn betoog (en misschien ook wel van deze film) bereikt: ‘Er worden tien kerken per week gesloten in Nederland en mensen zitten met heel veel zingevingsvragen die niet meer beantwoord worden. En ik denk dat dat één van de redenen is dat er zo’n grote vraag is naar coaching. Sinds dat de biecht werd afgeschaft, zeg ik wel eens, ben je op zoek naar een betaalde vriend of vriendin.’

Deze intrigerende documentaire brengt de bijbehorende ‘aandachtsindustrie’ haarfijn in beeld. Meijer zet de camera op een vast standpunt en kijkt van een afstandje mee bij allerlei soorten sessies: trainingen, presentaties, coaching, therapieën, TEDtalks, rollenspelen en – natuurlijk – workshops. Er worden families opgesteld, kaarten uitgezocht, pionnen neergezet, varkens gemasseerd en dronkenlappen gearresteerd. En gepraat. Eindeloos veel gepraat.

Omdat de mens maakbaar is – of denkt te zijn – en móet groeien. Nu Verandert Er Langzaam Iets brengt al die persoonlijke processen sereen in beeld: zonder duidelijke hoofdpersonen, interviews, muziek, montagetrucs of overduidelijk oordeel. ‘New observationalism’, aldus het IDFA-juryrapport. ‘Een onthullende “auto-etnography” die misschien niet de meest flatterende kant van de Nederlandse cultuur blootlegt, maar wel degelijk iets belangrijks heeft te zeggen.’ Een collage van deze tijd bovendien, boordevol zingevingsdrang (of -dwang), die wellicht pas later, met enige afstand, helemaal op waarde kan worden geschat.

Titicut Follies


Ruim vijftig jaar geleden maakte hij met zijn eerste film Titicut Follies (84 min.) direct het pièce de résistance van zijn omvangrijke oeuvre. Anno 2018 is Frederick Wiseman, die inmiddels tegen de negentig loopt, echter nog altijd actief als documentairemaker. Zijn nieuwste film Monrovia, Indiana, over het leven in een vaak vergeten deel van de Verenigde Staten, komt aan het eind van deze maand uit.

In Titicut Follies uit 1967 begeeft Wisemans observerende camera zich in het Bridgewater State Hospital, waar veroordeelde psychiatrische patiënten met wel héél weinig compassie worden behandeld. Hij vangt talloze indringende scènes, die in deze klassieke direct cinema-film zonder enige opsmuk worden gepresenteerd. De camera volgt simpelweg de handelingen in beeld, die sober zijn gemonteerd. Interviews, muziek en andere mogelijke toevoegingen blijven achterwege. Dit is de rauwe waarheid. Tenminste, zoals Wiseman hem toentertijd zag. In grauw zwart-wit.

Vijftig jaar verder, en een hele stortvloed aan schokkende beelden, doet de film nog altijd pijn aan je ogen. Bijvoorbeeld als je ziet hoe een poedelnaakte man, die verward en verweesd op de gang staat, wordt getreiterd door de begeleiders die hem eigenlijk terzijde zouden moeten staan. Hij belandt uiteindelijk in een separeerruimte, alleen en bevuild. Een zielig hoopje mens. Ook uiterst ongemakkelijk: hoe een andere patiënt een slang in zijn neus krijgt gepropt en verplicht wordt gevoed. De dokter haalt er zijn sigaret niet voor uit zijn mond. De liefdeloosheid straalt er vanaf.

Het totale gebrek aan privacy, zowel in de instelling zelf als in deze film, is bovendien ronduit schrijnend. De vraag is onvermijdelijk: willen we dit zien? De lange monoloog bijvoorbeeld, van een geëxalteerde man die ogenschijnlijk louter wartaal uitslaat. Totdat je woorden als ‘christ’, ‘nigger’ en ‘sick boy’ meent te onderscheiden. Hij sluit af met het slaan van een kruis en een herhaaldelijk uitgesproken ‘amen’. Zogenaamd fier, maar volstrekt machteloos. Of de jonge kerel die tijdens uitgebreide praatsessies door een psychiater, met een bijna karikaturaal buitenlands accent, aan de tand wordt gevoeld over zijn seksuele voorkeuren en het misbruik van een elfjarig meisje.

Als we deze beelden al zouden wíllen zien, is het nog de vraag of we ze mógen zien. Er was de staat Massachusetts, die Wiseman nochtans toestemming had gegeven om te filmen, destijds in elk geval veel aan gelegen om de documentaire te verbieden. Titicut Follies deed te veel kwaad – en maakte kwaad. De debuterende filmmaker had de privacy van de geportretteerden geschonden, betoogden ze bij de rechter. Na enkele vertoningen op festivals verdween de documentaire dan ook achter slot en grendel. Pas 25 jaar later werd Wisemans debuut officieel vrijgegeven.

Met deze nog altijd schokkende documentaire legde Frederick Wiseman in de jaren zestig al een blauwdruk neer voor zijn latere werk. Met zijn observerende films – een term waarover hij zelf overigens niet zo enthousiast was, omdat die volgens hem suggereerde dat hij als maker geen dwingende keuzes maakte – zou de filmer zich in de navolgende decennia buigen over Amerikaanse instituties zoals de middelbare schoolhet ziekenhuis en de sociale dienst en hoe de mens zich daarbinnen staande probeert te houden.

The Work


‘Pas als iedereen heeft gehuild, mogen we naar huis’, maakten mijn klasgenoten en ik elkaar ooit wijs voor aanvang van enkele vormingsdagen, die hoorden bij de zorgopleiding die ik een grijs verleden volgde. Ik moest eraan denken tijdens de daverende documentaire The Work (89 min.), waarin een groep gedetineerden van de beruchte Folsom Prison én enkele mannen van buiten de gevangenis een gezamenlijke vierdaagse training aangaan.

Ze vertellen de anderen hun diepste trauma’s, kruisen gedurig de degens met elkaar en beleven vrijwel stuk voor stuk een soort catharsis. In een kring zitten ze en kijken elkaar diep in de ogen: de leider van een Crips-gang, het voormalige lid van de Aryan Brotherhood, de native American die helemaal kan doordraaien en… drie gewone mannen van buiten die aan zichzelf willen werken. Elk met hun eigen verhaal en reden om de confrontatie aan te gaan.

Soms wordt het contact fysiek en krijgt één van de mannen letterlijk de opdracht om zich ergens doorheen te vechten. Of geeft hij zichzelf die opdracht. Dan wordt het bijna knokken. Een andere keer wordt iemand uitgedaagd, getergd zelfs, om ‘het’ eruit te gooien. En vrijwel altijd volgen er aan het eind diepgewortelde tranen. Ze worden eruit geperst, gelepeld of geschreeuwd. En daarna zijn er knuffels. Van die typisch mannelijke ‘bear hugs’, die alles weer goed maken. Voor even. Heel even.

Regisseur Jairus McLeary en zijn cameraploeg concentreren zich in The Work op een groep van zo’n vijftien mannen. Van heel dichtbij en zonder enige opsmuk registreren ze de emotionele achtbaan die zij ondergaan. Mannen die zijn getekend door het leven en die zelf op hun beurt het leven van anderen hebben getekend. Ze maken voor de camera ongeremd de verlies- en winstrekening op en proberen zichzelf en elkaar vervolgens weer op koers te krijgen. Dat gaat gepaard met de allerbeste bedoelingen en ook heel wat psychologie van de koude grond.

Maar blijkbaar werkt dat wel; van de gedetineerden die Folsom na deze training hebben verlaten is tot dusver niemand teruggekeerd in de cel. Want die training komt ongenadig hard binnen, zeker bij mannen die nooit eerder over hun gevoelens hebben leren praten – laat staan dat ze die ook aan anderen hebben laten zien. Die ruwe emotie maakt van The Work een film die aanvoelt als een ongenadige kaakslag. Waarna deze kijker, eerlijk gezegd, ook wel een ‘bear hug’ had kunnen gebruiken.

City Of Joy

Netflix

Verkrachting als strategisch wapen. Volgens Christine Schuler-Deschryver, één van de oprichters van City Of Joy (76 min.), wordt dit brute middel systematisch ingezet tijdens de oorlog in Congo. Een gebied waar genoeg vrouwen en kinderen zijn overweldigd stroomt immers vanzelf leeg en kan dus worden ingenomen. Prettige bijkomstigheid: verkrachting is niet alleen traumatisch voor de vrouw zelf. Het is ook een vernedering voor haar echtgenoot. Dikke kans dat hij haar verlaat.

Via de vrouw wordt zo de vijand, en uiteindelijk de gehele gemeenschap, ontwricht. Want wat kan er terecht komen van de kinderen die worden geboren uit zo’n gruwelijke gewelddaad? Hoe kunnen zij ooit anderen, vrouwen in het bijzonder, respecteren? In de ‘stad der vreugde’, een veilige enclave nabij de Oost-Congolese stad Bukavu, proberen ze die vicieuze cirkel te doorbreken. De slachtoffers van ‘seksueel terrorisme’ worden opgevangen, op de been geholpen en vervolgens voorbereid op een voortrekkersrol in de samenleving.

Belangrijk werk, van moedige mensen die zich onderscheiden tijdens een eindeloze en vrijwel vergeten oorlog, dat in deze documentaire van Madeleine Gavin terecht onder de aandacht wordt gebracht. De film zelf spreekt alleen minder tot de verbeelding. Indringende interviews en scènes genoeg, maar een dwingende narratief of dramatische ontwikkeling ontbreekt. City Of Joy werkt vooral als een krachtig pleidooi voor medemenselijkheid, van vrouwen én mannen die van geen opgeven willen weten.

Pervert Park


Je zult er maar wonen; in een Amerikaans trailer park met maar liefst 120 zedendelinquenten. Of ernaast. De buren noemen het Pervert Park (53 min.), een plek voor mannen en vrouwen die hun straf hebben uitgezeten. Binnen het Florida Justice Transitions-project, een initiatief van een moeder van een veroordeelde ‘sex offender’ die maar geen woonplek kon vinden, proberen ze de laatste stap te zetten naar een plek in de reguliere maatschappij.

In de Verenigde Staten bevat het register van zedendelinquenten meer dan 800.000 namen. Zij moeten uit de buurt blijven van plekken waar regelmatig kinderen komen. Duizend voet om precies te zijn, zo’n driehonderd meter. Bovendien zijn er inmiddels applicaties zoals Offender Locator beschikbaar, waarmee iedere geïnteresseerde kan zien welke viezeriken er in zijn directe omgeving wonen. Met naam, adres en foto erbij.

Ze zien er volstrekt normaal uit, de hoofdpersonen van deze indringende film van het Scandinavische echtpaar Frida en Lasse Barkfors uit 2014. Niet als de seksuele roofdieren of kinderlokkers die je misschien zou verwachten. Neem bijvoorbeeld de trieste vrouw, die jarenlang werd misbruikt door haar vader. Ze vertelt hoe ze zich, onder druk van een man die haar uit de brand zou helpen, vergreep aan haar eigen achtjarige zoon en die kerel via zijn computer liet meekijken. Hartverscheurend huilend: ‘He was my baby.’

Stuk voor stuk nemen de ‘perverts’, in interviews en groepsgesprekken, verantwoordelijkheid voor hun misdrijven. Coming clean, letterlijk. De meesten gaan zichtbaar gebukt onder berouw. Anderen zijn onthutsend eerlijk over zichzelf. Mensen zoals ik moeten in de gaten gehouden worden, zegt een man die in Mexico een vijfjarig meisje verkrachtte zonder omhaal van woorden. ‘Niet om ons te straffen of vernederen, maar om ons te helpen niet opnieuw in de fout te gaan.’

De Barkforsen schorten hun eigen waardeoordelen intussen op en leggen de verhalen van hun hoofdpersonen sereen en met compassie vast. Beschadigde mensen die niets anders wisten of konden dan zelf ook beschadigen. Ze zijn zich bewust van het stigma dat er rond hun daden hangt en besluiten er desondanks rond voor uit te komen. Dat mag je gerust dapper noemen. Daders worden zo weer mens. Die een gigantische misstap hebben begaan, dat wel. Na het zien van Pervert Park wordt het echter vrijwel onmogelijk om heel gemakkelijk ‘castreer ze!’ te blijven roepen.

Recovery Boys

Netflix

Bedremmeld staan ze aan de rand van de dansvloer. Niemand zit toch op hen te wachten? Het hele dorp Aurora kijkt vast op hun neer. Zij, de bewoners van Jacob’s Ladder, een boerderij waar verslaafden definitief een streep onder hun woelige verleden willen zetten. Met de zorg voor dieren, noeste arbeid en de onvermijdelijke groepsgesprekken proberen ze terug te keren bij zichzelf.

Op het feest in het Amerikaanse heartland, West Viginia om precies te zijn, moeten ze wel uit de buurt van drank en drugs zien te blijven. Uiteindelijk laten Jeff, Rush, Adam en Ryan zich toch overhalen. Aan de arm van een plaatselijke vrouw zwieren ze, broodnuchter, over de dansvloer. Intussen verschijnt op hun gezicht een glimlach, die ze allang kwijt geraakt dachten te zijn.

De mannen zijn al enkele maanden clean als ze op het plattelandsfeest verzeild raken en werken gestaag aan zichzelf op de boerderij van Kevin Blankenship, die zelf een zoon heeft die ooit verslaafd was. Hun vertrek uit het veilige Jacob’s Ladder nadert. Ze hebben vertrouwen in de toekomst. Sobriety rocks my socks!, staat er ferm op de deur van één de slaapkamers.

Halverwege de indringende documentaire Recovery Boys (90 min.) van Elaine McMillion Sheldon, die eerder het voor een Oscar genomineerde Heroin(e) maakte, lijkt de toekomst de mannen eindelijk toe te lachen. Vergeten zijn het misbruik en de misère van hun jeugd en het eenzame gevecht met heroïne en coke. Ze lijken klaar voor de rest van hun leven. Maar de film is dan nauwelijks over de helft…

Over de Amerikaanse Opioid Crisis zijn in het afgelopen jaar al diverse documentaires gemaakt. McMillion Sheldons Heroin(e) focust zich bijvoorbeeld op de hulpverleners, terwijl Warning: This Drug May Kill You kijkt naar de verslaafden zelf, gewone mensen die door een wrede speling van het lot (vaak een ziekte of ongeluk) in de hoek zijn beland waar de klappen vallen.

En als je echt diep in de materie wilt duiken, de problematiek aan den lijve wilt ervaren als het ware, ga dan op zoek naar de geweldige vijfdelige documentaireserie The Trade van Matt Heineman (Cartel Land), een soort real life mash-up van Narcos en The Wire waarin alle aspecten van de drugsepidemie aan bod komen.

Het Wraakprotocol

KRO-NCRV

‘Het was voor mij een hobby geworden om iets te zoeken of een reden te krijgen om mensen in elkaar te slaan’, bekent oorlogsveteraan Brian. Hij realiseert zich dat dat helemaal ‘fucked up’ is. ‘Heel mijn leven is oorlog geweest’, stelt Marian, de andere hoofdpersoon van de observerende documentaire Het Wraakprotocol (55 min.), even later in plat Haags. Ze is volgens eigen zeggen ‘kutjedolgedraaid’. En zo oogt ze ook: als een trillend stuk elastiek dat tot het uiterste is opgerekt en elk moment kan knappen.

Brian en Marian gaan bij therapeut Herman Veerbeek aan de slag met de woede die zich in hen heeft opgekropt en op elk ogenblik naar buiten kan golven. Ze zijn, zoals hij het zegt, ‘gegijzeld door hun eigen drang tot wraak’. Tijdens ‘Het Wraakprotocol’, een therapie gebaseerd op EMDR(Eye Movement Desensitization and Reprocessing), laat hij hen traumatische momenten herbeleven en vervolgens in gedachten de bijbehorende wraakfantasieën uitvoeren. De schurende sessies met de getormenteerde ex-soldaat en opgefokte vrouw vormen het hoofdbestanddeel van deze film van Caspar Haspels en Jos Kuijer.

‘Alsof ik een heroïnehoer was, zo heb ze me behandeld’, stelt Marian tijdens een intens gesprek over haar dochter, die haar ooit een kampbeul zou hebben genoemd. Even later kwam de ontlading: ‘Ik heb alles kort en klein geslagen in die kamer.’ Al snel komt ook Marians eigen moeder aan de beurt. Niet vreemd, want Veerbeek gaat in zijn therapie op zoek naar de wortels van de kwaadheid. Ook de PTSS van Brian, die woest terugkwam van een militaire missie in Joegoslavië, heeft z’n roots in zijn jongste jeugdjaren. Gaandeweg weet de therapeut, voor het opmerkzame oog van de camera, iets van ontspanning te weeg te brengen bij zijn gesprekspartners.

‘Zal ik altijd zo’n monster blijven?’ wil Marian op een gegeven moment weten. ‘Nee, geen monster’, meent Veerbeek, die de essentie van zijn behandeling, en deze enerverende film, probeert te vatten. ‘Je blijft altijd iemand met een 78 toeren-plaat, maar je hebt gezellige muziek en je hebt vervelende muziek. En volgens mij komt er straks alleen maar gezellige muziek uit.’ ‘Sure!’, lacht Marian met evenveel berusting als zelfspot. ‘Túúrlijk.’

Metallica: Some Kind Of Monster


Samen met zijn inmiddels overleden samenwerkingspartner Bruce Sinofsky heeft Joe Berlinger op zijn minst drie onvervalste documentaireklassiekers op zijn naam staan: het tragische relaas van enkele wereldvreemde broers in Brother’s Keeper, de hartverscheurende true crime-trilogie Paradise Lost en deze nietsontziende blik in het zwarte hart van ’s werelds grootste metalband.

Metallica: Some Kind Of Monster (141 min.) werd door Berlinger en Sinofsky gefilmd in de jaren 2001-2003 en was oorspronkelijk gewoon bedoeld als een verslag van de opnames van album nummer zoveel, St. Anger. Niemand kon voorzien dat de pleuris zou uitbreken bij de Amerikaanse methalheads.

Eerst ruimt bassist Jason Newsted het veld, daarna raakt zanger James Hetfield helemaal verstrikt in zichzelf en laat hij zich opnemen in een ontwenningskliniek. Na zijn terugkeer barst de echte crisis los: de frontman komt lijnrecht tegenover drummer en voormalige boezemvriend Lars Ulrich te staan. Er moet zelfs een therapeut aan te pas komen, die de boel, ondanks talloze groepssessies, maar niet gelijmd krijgt.

Terwijl de twee haantjes elkaar naar de keel vliegen blijft de camera genadeloos draaien. Intussen is er ook nog altijd geen nieuwe bassist gevonden. Het voortbestaan van de band Metallica, die eigenlijk te groot is geworden voor z’n individuele leden, hangt in deze zinnenprikkelende documentaire voortdurend aan een zijden draadje.

Thin


Vorig jaar scoorde de Nederlandse documentairemaakster Jessica Villerius (opnieuw) bij het grote publiek met een film over Emma, een meisje met een fatale vorm van anorexia nervosa.

De ‘nooit eerder vertoonde kijk in de strijd tegen anorexia’ in Emma Wil Leven deed me sterk denken aan de cinéma vérité-klassieker Thin (102 min.) uit 2006, waarin fotografe Lauren Greenfield vier jonge vrouwen volgt, die zijn opgenomen in de Renfrew-kliniek in Florida.

Zelf blijft Greenfield, in tegenstelling tot de altijd op de voorgrond tredende Villerius, afwezig in de documentaire. Als een vlieg op de muur documenteert ze de turbulente gebeurtenissen in en rond haar hoofdpersonen (met wie ’t niet altijd even goed afliep, zoals is te lezen op de Wikipedia-pagina van de docu). Dat levert een indringende film op, die je nog wel even bijblijft.

Hold Me Tight, Let Me Go


Twee weken geleden zorgde de Nederlandse documentaire Ik Ben Geen Probleemkind, Ik Ben Een Uitdaging van Rolf Orthel voor emotionele kijkersreacties. Met vallen en opstaan probeerden de jongeren van een gesloten jeugdinrichting in deze film hun leven weer op de rails te krijgen. Ook de compassie en betrokkenheid van hun begeleiders sprongen daarbij in het oog.

Ik moest automatisch denken aan Hold Me Tight, Let Me Go (102 min.), een bijzonder indringende film van Kim Longinotto. Deze Britse documentairemaakster heeft inmiddels een uitgebreid oeuvre opgebouwd van veelal observerende documentaires, waarin ze als de spreekwoordelijke fly on the wall een ontwikkeling of proces probeert vast te leggen.

Longinotto is echt van de menselijke maat en heeft daarbij in het bijzonder oog voor de positie van vrouwen. In haar laatste film Dreamcatcher portretteert ze bijvoorbeeld een voormalige prostituee die haar voormalige vakgenoten uit de penarie probeert te krijgen.

Hold Me Tight, Let Me Go (2007) is één van haar indrukwekkendste films. Longinotto volgt enkele zwaar beschadigde kinderen van de Mulberry Bush school, die in hun oorspronkelijke schoolomgeving niet meer waren te handhaven. Met eindeloos geduld proberen de begeleiders deze schoppende, bijtende en spugende Probleemgevallen (nee: Uitdagingen) weer binnenboord te krijgen.

Sta Op En Loop

KRO-NCRV


Claudia Commijs
 heeft een dwarslaesie en wil niets liever dan weer kunnen lopen. Via de Sint Maartenskliniek in Nijmegen komt ze in contact met een groep studenten van de Technische Universiteit in Delft, die iemand zoeken om met het door hen ontwikkelde exoskelet deel te nemen aan de allereerste Bionische Wereldspelen.

In de ontroerende film Sta Op En Loop (55 min.) van Sander Burger, die enkele weken geleden werd uitgezonden op NPO2, worden twee parallelle verhalen verteld: het persoonlijke relaas van de jonge vrouw die koste wat het kost weer wil lopen én de strubbelingen van een groep ambitieuze whiz kids die internationaal van zich willen doen spreken op de zogenaamde cybathlon.

Of Claudia’s droom en de aspiraties van het lekker kek getitelde TU-Project March uiteindelijk samenkomen of juist gaan botsen? De vraag stellen…