Four Journeys

Op de foto die van het gezin werd gemaakt op het Plein van de Hemelse Vrede, met op de achtergrond een afbeelding van de grote leider Mao, staan drie mensen: Louis‘ moeder, zijn vader en z’n oudere zus. Louis Hothothot (echte naam: Louis Yi Liu) zelf ontbreekt op de Tiananmen-familiefoto, waarnaar hij onlangs flink heeft moeten zoeken in zijn ouderlijk huis. Althans, hij is er niet op te zien. Louis zit dan nog in de buik van zijn moeder. En zij is naarstig op zoek naar een plek om in stilte te bevallen.

Officieel mocht hij niet bestaan, als tweede kind. Ten tijde van zijn geboorte in 1986 stond de Chinese overheid gezinnen slechts één nakomeling toe. Hij was dus illegaal. Zijn vader moest ervoor boeten. Letterlijk. Dat tweede kind kostte hem zo’n drie jaarsalarissen en zijn politieke carrière. Het is en blijft voor alle partijen een lastig thema, dat vanzelfsprekend tóch komt bovendrijven als Hothothot, die vijf jaar in Europa heeft gebivakkeerd, zijn ouders en zus gaat opzoeken in hun nieuwe appartement te Beijing.

Louis Hothothot snijdt in de persoonlijke documentaire Four Journeys (112 min.), die hij met intieme, bijna gefluisterde voice-overs tot een eenheid smeedt, wel vaker gevoelige thema’s aan: de broze verhouding die hij heeft met z’n vader en moeder, de steeds weer opspelende jaloezie tussen hem en zijn zus en die ene olifant in de kamer, een onderwerp dat eigenlijk te pijnlijk is om ter sprake te brengen en misschien juist daarom wel aan de orde moet komen. Omdat ook dat anders tussen hen in blijft staan.

Nadat hij bij hen op bezoek is geweest, ontvangt Louis zijn ouders en zus, die langzamerhand zo’n typische, in China betreurde ‘leftover woman’ dreigt te worden, in zijn huidige thuisbasis Amsterdam. Daar komt ook de vraag op tafel of het dan niet hoog tijd is dat hij en zijn Franse vriendin Artemise ook eens over kinderen – meervoud! – gaan nadenken. Waar ooit de eenkindpolitiek regeerde, dreigt nu immers vergrijzing. En waar de onderlinge verhoudingen soms gespannen zijn, moeten de familiebanden in deze delicate film nodig worden aangehaald.

Four Journeys ontwikkelt zich zo tot een universeel familieverhaal, waarin desondanks op alle mogelijke manieren de moderne Chinese historie doorklinkt.

Found

Netflix

Het is een niet te bevatten waarheid: ooit hebben hun ouders hen achtergelaten. Bij een weeshuis, in een doos of gewoon aan de kant van een weg. Zelf weten ze daar niets meer van. Ze waren net geboren. En hoe goed ze daarna ook terecht zijn gekomen in de Verenigde Staten – bij een fijn Joods gezin, een alleenstaande vrouw of een christelijk echtpaar – dat blijft natuurlijk knagen.

Misschien konden de vaders en moeders van Lily, Chloe en Sadie helemaal niet anders. De meisjes leerden elkaar als tiener kennen. Uit DNA-onderzoek bleek toen dat ze familie van elkaar zijn. Ze werden alle drie geadopteerd vanuit China, een land dat ten tijde van hun geboorte een strenge eenkindpolitiek voerde. Elk gezin wilde daarom een jongetje op de wereld zetten. Dochters stonden dat ideaal alleen maar in de weg.

En nu willen die meisjes toch weten waar ze vandaan komen. Ze schakelen familieresearcher Liu Hao in, die zelf ook bijna werd afgestaan door haar biologische ouders. Zij trekt erop uit om informatie en erfelijk materiaal te verzamelen in hun geboorteland. Te beginnen in het weeshuis, waar Lily, Chloe en Sadie als kind werden opgevangen, wachtend op een familie die hen een nieuw thuis kon bieden.

In Found (97 min.) volgt regisseur Amanda Lipitz de poging van de drie geadopteerde tieners om hun biologische ouders te vinden. Dat is een persoonlijk en kwetsbaar proces, dat onvermijdelijk gepaard gaat met teleurstellingen. DNA is in dat verband ook onverbiddelijk bewijsmateriaal. Hoe graag de potentiële ouders en kinderen ‘t ook willen, er is uiteindelijk wél of géén match. Een tussenweg bestaat er niet.

Hoewel die zoektocht grote emoties veroorzaakt, wordt deze documentaire nooit echt enerverend. Daarvoor is Lipitz’s aanpak, inclusief zijige muziek, toch te zoet en veilig. Found wordt nooit heel veel meer dan een willekeurige aflevering van Spoorloos, die voor liefhebbers van een happy end bovendien nog wel wat te wensen overlaat.

Wonder Boy – Olivier Rousteing, Né Sous X

Netflix

‘Nu ik steeds beter weet waar ik heen wil, moet ik weten waar ik vandaan kom’, zegt Olivier Rousteing gedecideerd tegen zijn chauffeur Mohammed. Op zijn 24e werd de jonge Fransman creatief directeur van het prestigieuze Parijse modehuis Balmain, het wonderkind van de internationale modewereld. Inmiddels is Rousteing enkele jaren verder en een gevestigde naam geworden. In stilte worstelt hij echter met zijn afkomst.

Daarvan weet hij heel weinig. Olivier Rousteing zou een kind zijn van een heel donkere moeder en een heel witte vader. Meer weet – of wil? – zijn adoptiemoeder er ook niet over te vertellen. In Wonder Boy: Olivier Rousteing, Né Sous X (82 min.) begint hij aan een persoonlijke zoektocht naar zijn oorsprong. Hij wil zijn biologische ouders vinden. Om te ontdekken waarom ze hem hebben afgestaan. Afgewezen, zoals hij dat zelf ervaart.

Regisseur Anissa Bonnefont mag getuige zijn van dat zéér intieme proces en vangt de emoties die hem onderweg overspoelen met lange, intieme shots. Rousteings existentiële eenzaamheid sijpelt gaandeweg ook steeds meer door naar zijn werk. Te midden van celebrities als Claudia Schiffer, Neymar en Jennifer Lopez begint hij, ogenschijnlijk het middelpunt van elk feest, steeds meer te ogen als een verweesd jongetje.

Het contrast tussen de intieme scènes van het volwassen kind dat via officiële instanties zijn ouders hoopt te vinden en de grootse taferelen rond de gevierde ontwerper wordt door Bonnefont ten volle uitgenut in deze stemmige en aangrijpende film. De conclusie die Olivier Rousteing zelf allang heeft getrokken wordt daarmee onvermijdelijk: zonder ouderliefde – en de daarmee verbonden eigenliefde – stelt dat succes geen ene mallemoer voor.

‘Ik ben bang voor het einde van deze film’, bekent Rousteing halverwege tegen Mohammed, die hij als een soort biechtvader gebruikt. ‘Wat wordt de laatste scène?’ Hij laat een lange stilte vallen. ‘Gaat mijn leven daarna gewoon door?’

Allen v. Farrow

HBO/Ziggo

Jarenlang vormden ze een befaamd Hollywood-koppel. Zij schitterde de gehele jaren tachtig in de films, waarmee hij als regisseur een nóg grotere lieveling van pers en publiek werd. Woody Allen en Mia Farrow kregen daarnaast drie kinderen, van wie er twee waren geadopteerd. Hun samengestelde gezin, waarbij de ouders elk in hun eigen huis bleven wonen, bestond daarnaast uit enkele (geadopteerde) kinderen uit een eerdere relatie van Farrow.

Op 13 januari 1992 barstte de bom toen Mia Farrow naaktfoto’s vond van haar 21-jarige adoptiedochter Soon-Yi Previn, die zouden zijn gemaakt door haar eigen geliefde, de 35 jaar oudere Woody Allen. Toen ook besefte het meisje dat zij samen als baby hadden geadopteerd, de zesjarige Dylan, dat ze niet de enige was die zich in de bijzondere belangstelling van haar beroemde vader mocht verheugen. Hun relatie was volgens een psychiater beslist ‘ongepast intens’, maar was er ook sprake van misbruik?

Sindsdien is het Allen v. Farrow (256 min.), een publiekelijk uitgevochten strijd over wat er precies is gebeurd en wie daaraan schuldig is. Woody Allen, inmiddels dik in de tachtig, houdt vol dat hij volledig onschuldig is en het slachtoffer van een wraakzuchtige ex-geliefde (zoals bijvoorbeeld in dit recente interview met de Britse krant The Guardian). Farrow blijft ervan overtuigd dat haar adoptiedochters zijn misbruikt door haar toenmalige partner, die daarvoor nooit, behalve dan in de publieke opinie, echt is gestraft. En gewoon films is blijven maken over oudere mannen met jonge vriendinnen, dat ook.

In deze krachtige vierdelige serie van Kirby Dick, Amy Ziering en Amy Herdy wordt vooral Farrows kant van het verhaal belicht. Met een imposante verzameling getuigen à charge: Mia Farrow zelf, ondersteund door haar kinderen Dylan, Fletcher en Ronan (die als journalist overigens een sleutelrol speelde in de publieke val van #metoo-bullebak Harvey Weinstein). Familievrienden, een privélerares en diverse deskundigen bevestigen hun lezing van de gebeurtenissen. Daar tegenover staat het relaas van Allen, via audiofragmenten uit zijn autobiografie Apropos Of Nothing (2020).

Aflevering 1 en 2 concentreren zich op wat er destijds is gebeurd in het huishouden Allen-Farrow en de achtergronden daarvan. De derde aflevering zet de schijnwerper nog eens goed op het strafrechtelijke onderzoek tegen Woody Allen en de bijbehorende rechtszaken en mediahype, terwijl in de slotaflevering de rekening wordt opgemaakt. De complete serie is doorspekt met intieme familievideo’s, privéfoto’s, materiaal uit allerlei archieven en stiekem gemaakte audio-opnames van telefoongesprekken tussen de voormalige echtelieden.

De documentairemakers staan duidelijk aan de kant van de beschuldigers. Zoals ze dat overigens al in diverse films (The Invisible War, The Hunting Ground en On The Record) hebben gestaan. Of er ook een andere kant aan dit verhaal zit? Vast. Woody Allen zal echter moeten praten als brugman, hetgeen hem natuurlijk wel is toevertrouwd, om de hier tegen hem opgestapelde bewijzen te ontkrachten. Tot die tijd geldt Allen v. Farrow als een ferme aanklacht die de positie van Allen, sinds de opkomst van #metoo sowieso al precair, nóg benarder maakt.

Mia Farrow beweert in elk geval dat ze na hem nooit meer een man in huis heeft gelaten. Behalve haar nieuwe geliefden durfde ze ook zichzelf niet meer vertrouwen.

Het Zaad Van Karbaat

VPRO

Het hele café stroomt vol met Karbaatjes. Sommigen kennen elkaar al. Anderen ontmoeten elkaar voor het eerst. In de ander zien ze zichzelf. Of juist niet. Alle aanwezigen stammen af van één en dezelfde man: de beruchte Nederlandse fertiliteitsarts Jan Karbaat (1927-2017). Hij gebruikte stiekem zijn eigen sperma om onvruchtbare vrouwen te ‘helpen’. Dit zou geresulteerd kunnen hebben in maar liefst honderden kinderen. Precieze aantallen ontbreken.

In 2018 studeerde Miriam Guttmann af aan de Filmacademie met de gestileerde korte documentaire Het Zaad Van Karbaat, waarin ze vrouwen en kinderen van de omstreden dokter aan het woord liet. Deze film blijkt niet meer dan een vingeroefening voor de groots opgezette driedelige serie Het Zaad Van Karbaat (134 min.), die begin dit jaar in première is gegaan op het prestigieuze Amerikaanse Sundance Film Festival onder de noemer Seeds Of Deceit.

Over een soortgelijke kwestie, de sperma-strapatsen van arts Quincy Fortier uit Las Vegas, is onlangs ook een Amerikaanse documentaire uitgebracht: Baby God. Deze ambitieuze Nederlandse productie bestrijkt echter een breder terrein en reikt ook dieper. Aflevering 1 concentreert zich op Karbaats ‘wensmoeders’, in de tweede aflevering staan de zogenaamde ‘Karbastards’ centraal en de laatste aflevering verbreedt de kwestie naar de trouwste donoren van de wonderdokter, twee mannen die ook meewerken aan deze documentaire, en de kinderen die zij weer op de wereld hebben gezet.

Zo ontstaat een verbazingwekkend verhaal over een arts die op eigen houtje, voor een deel wellicht onbewust en onbedoeld, een immoreel sociaal experiment rond erfelijkheid opzet, waarmee de aloude nature-nurture discussie nieuw leven kan worden ingeblazen. De omvang van wat hij in gang zette is bovendien nog altijd nauwelijks te overzien. Uit alle hoeken en gaten kunnen nieuwe Karbaatjes tevoorschijn komen. Ze worden dan onderdeel van een lukraak samengestelde familie, die bijna letterlijk voor het oog van de camera tot stand komt.

Dat is een ronduit fascinerend schouwspel, waarbij mensen die zich soms altijd wat onthecht hebben gevoeld in een willekeurig café ineens een bloedverwant kunnen ontmoeten. Guttmann vervat hun ervaringen in een smeuïge en zinnenprikkelend verbeelde vertelling en probeert daarin ook vat te krijgen op de man zelf, die in zijn reguliere leven ook nog eens negen kinderen, onder wie een zoon uit een buitenechtelijke relatie, op de wereld zette. Was hij nou een gewetenloze dokter, een oversekste ladiesman of toch eerder een rommelende idealist?

En dan dient ook de eerste Karbaat-afstammeling uit het buitenland zich aan…

Het Zaad Van Karbaat is hier te bekijken.

Raquel Van Haver – De Vrouwen Van Mijn Land

NTR

‘De vrouwen van mijn land zijn zo mooi als een bloem’, zingt een vrouw in bezwerend Spaans in de openingsscène. ‘Ze zijn moedig en vastberaden. Ze verdienen, altijd, onze bewondering.’

Zulke Colombiaanse vrouwen kijken recht in de camera van kunstenares Raquel van Haver, die hen portretteert als moderne varianten op Maria. Deze foto’s gebruikt ze weer als basismateriaal voor haar in alle opzichten grote schilderijen, die zullen worden geëxposeerd in het Bonnefanten Museum in Maastricht.

Van Haver is zelf ook zo’n sterke Colombiaanse vrouw. Opgegroeid in Nederland, dat wel. Geadopteerd. Toen ze jong was, zegt ze in Raquel Van Haver – De Vrouwen Van Mijn Land (50 min.), moest ze zich gedragen als een blond meisje met blauwe ogen. In haar geboorteland zoekt ze weer verbinding met haar oorsprong. Zodat Van Haver (ook) weer Velasco kan worden.

De vanuit Amsterdam opererende kunstenares bezoekt bijvoorbeeld het weeshuis Fana Bogotá en komt daar oog in oog te staan met een foto van het driejarige kind dat ze ooit was. ‘Kunst heeft mijn leven gered’, vertelt ze aan de jongens en meisjes die nu in het tehuis verblijven.’ Ik hoop te laten zien, vooral aan de kinderen, dat kunst en muziek en dans zo belangrijk zijn, en goed voor je.’

Die kunst heeft haar volgens een ronkende recensie uit NRC Handelsblad, waarmee deze fraaie documentaire van Bibi Fadlalla start, inmiddels gemaakt tot een cultuurfenomeen dat je niet mag missen ‘als je midden in de maatschappij’ wilt staan. De film toont vervolgens gedetailleerd hoe Van Havers werk tot stand komt, inclusief de wereld die ze daarmee toegankelijk wil maken.

Die behelst op het eerste oog vooral ‘exotische’, onmiskenbaar Latijnse taferelen, maar verraadt tegelijkertijd ontegenzeggelijk Europese invloeden, vervat in de Madonna-achtige beelden die als koloniale erfenis in Zuid-Amerika zijn achtergebleven. Van Haver brengt deze elementen in haar kunst gloedvol tezamen. Zoals ze ook in haar persoon en achtergrond samen zijn gekomen.

Deze documentaire is tegelijkertijd een psychologisch portret van een belangwekkende nieuwe stem en een grondige introductie in haar intieme werk(wijze) als een exploratie van een uiteindelijk grenzeloze wereld. Aan het eind van de film zien we niet voor niets een krachtige Colombiaanse in haar eigen habitat: Raquel van Haver zelf, voor een flatgebouw in Amsterdam Zuidoost.

‘De vrouwen van mijn land zijn ze mooi als een bloem’, klinkt het helemaal tot besluit, in bezwerend gezang. ‘Ze zijn moedig en vastberaden. Ze verdienen, altijd, onze bewondering. Wees gegroet, Heer Koningin en Moeder. Moeder van genade.’

Ik Kóm Niet Uit Sri Lanka

Human

‘Van binnen voel ik me heel anders dan ik er van buiten uitzie’, zegt Dinja Pannebakker. De jonge vrouw is zo Nederlands als maar kan. Ze komt alleen wel uit Sri Lanka. Als baby werd Dinja geadopteerd door een Nederlands stel. En volgens lotgenoten zou ze nu echt eens op zoek moeten gaan naar haar roots. Zelf heeft ze daar echter geen enkele behoefte aan.

Vandaar de hartekreet: Ik Kóm Niet Uit Sri Lanka (42 min.). De hoofdpersoon vertelt zelf haar verhaal in deze aardige webdocu in vier delen van Lisa Grooters en Reinout Lanting, die nu als één geheel op televisie wordt uitgezonden. Dinja gaat daarin onderzoeken waarom ze helemaal niets voelt als ze een foto van haar biologische moeder ziet. Bij een bezoek aan haar geboorteland wilde ze zelfs maar één ding: weg.

Dinja gaat in gesprek met haar ouders, vriendinnen en collega’s bij de radiozender FunX en spreekt, soms met de nodige tegenzin, af met lotgenoten. De documentaire wordt daardoor wel wat praterig. Gaandeweg wordt haar bovendien iets helder wat de oplettende kijker allang duidelijk is: hoezeer je ook je best doet, je wortels verloochen je echt niet zomaar.

Finding The Way Home

HBO

De meeste van de acht miljoen kinderen ter wereld die in een weeshuis verblijven, zijn helemaal geen wees, stellen Jon Alpert en Matthew O’Neill bij aanvang van de documentaire Finding The Way Home (64 min.). Ze zijn gewoon van hun ouders gescheiden door armoede, rampspoed of discriminatie. In deze film worden zes kinderen gevolgd die toch een (nieuw) thuis hebben gevonden.

Ze komen uit landen als Roemenië, Nepal en Brazilië en hun persoonlijke geschiedenis is zonder uitzondering schrijnend: kind van verslaafde ouders, ten prooi gevallen aan mensenhandelaars of gedumpt in een troosteloos opvanghuis voor gehandicapten. Zonder liefhebbende ouders moeten ze op eigen kracht zien uit te groeien tot evenwichtige volwassenen.

De filmmakers portretteren de kinderen binnen hun nieuwe omgeving en bezoeken tevens de plekken waar ze ooit noodgedwongen hun dagen sleten. Hun herinneringen daaraan zijn bovendien vervat in fraaie animaties. Het ontroerendst zijn de portretjes van het spastische Roemeense meisje Maria en de meervoudig gehandicapte tiener Isus uit Bulgarije. Ze waren allebei weggestopt in zo’n typisch somber Oostblok-instituut met bedompte slaapzalen vol ernstig verwaarloosde kinderen.

Liefdevolle pleegmoeders hebben nu de deur voor hen geopend naar een volwaardig bestaan. Op de nieuwe kansen die het leven soms ook biedt ligt de nadruk in deze gedegen, enigszins brave film, waaruit de hoop spreekt dat ook deze jeugdige wereldburgers, en al die andere verweesde kinderen, zich thuis kunnen gaan voelen op deze soms zo liefdeloze aardkloot.

Foster

HBO

Op de avond voordat haar dochter werd geboren, gebruikte Raeanne cocaïne. Dat komt haar duur te staan: baby Kris’Lyn wordt uit huis geplaatst. Samen met vader Chris moet moeder voor de rechter verschijnen. Het kind, waarvan het de vraag is of het iets heeft opgelopen door Raeannes drugsgebruik, mag bij Chris verblijven. Hij komt alleen wel onder curatele te staan. En zijn vriendin moet afkicken en krijgt een beperkte bezoekregeling.

Terwijl de prille ouders proberen op te krabbelen, ondersteund en gecontroleerd door jeugdzorg, vertellen ze in deze documentaire hun eigen levensverhaal. Dat blijkt uiteindelijk een logische aanloop naar het punt in hun leven waarop ze nu in aanvaring zijn gekomen met de wet of een beroep moeten doen op hulpverlening. En dat geldt eigenlijk voor alle hoofdpersonen van Foster (113 min.), een poignante film van Deborah Oppenheimer en Mark Jonathan Harris over het reilen en zeilen bij de jeugdzorg van Los Angeles.

Één op de acht kinderen in de Verenigde Staten komt in contact met jeugdzorg vanwege verwaarlozing of mishandeling. 400.000 Amerikaanse kinderen en jongeren verblijven in de opvang. Deze documentaire zoekt enkele van hen op in die vermaledijde hoek waar steeds weer de klappen vallen. De achttienjarige tiener Mary bijvoorbeeld, een mooi meisje waarvan je in eerste instantie zou kunnen denken dat ze alles goed voor elkaar heeft. Mary werd echter geboren als drugsbaby en verbleef al op talloze opvangplekken. ‘Waarom gaven al die families me op?’ vraagt ze zich nu af.

Of de zestienjarige Dasani, die regelmatig voor de jeugdrechter moet verschijnen vanwege problemen die hij veroorzaakt in het opvanghuis waar hij op dit moment verblijft. Terwijl de Afro-Amerikaanse jongen wordt gestimuleerd en gedwongen om zijn leven te beteren, is er nog altijd dat ene onverwerkte familietrauma. Zou erover rappen helpen? En lukt het hem uiteindelijk om zichzelf op de rit te krijgen en tegelijkertijd dat achterstallige onderhoud weg te werken?

Oppenheimer en Harris spreken en portretteren niet alleen de kids zelf, maar ook de advocaten, hulpverleners, belangenbehartigers, deskundigen en reclasseringsmedewerkers om hen heen. Mensen met het hart veelal op de goede plek, zoals de voormalige Mom USA Earcylene Beavers, die al tientallen jaren zogenaamde probleemkinderen opvangt, en de betrokken jeugdzorgmedewerker Jessica Chandler. Zij werkt tegenwoordig bij de instantie waarop ze ooit zelf als verwezen tiener was aangewezen.

Foster is een optimistische film en wil dat ook duidelijk zijn. Dat laat onverlet dat het (net als in ons eigen land overigens, getuige bijvoorbeeld de veelbesproken documentaire Alicia) gaat om bijzonder weerbarstige problematiek, die bovendien een duidelijke relatie heeft met al even hardnekkige maatschappelijke kwesties als armoede, gebroken gezinnen en onleefbare wijken. Gezamenlijk staan de jongeren en hun entourage daarom voor een enorme opdracht: hoe houd je in zo’n leefomgeving, soms tegen beter weten in, zoiets elementair menselijks als hoop levend?

Girl In Return

Haar vorige film over geadopteerde Ethiopische kinderen veroorzaakte in eigen land heel wat commotie. In Mercy Mercy (2012) maakte de Deense filmmaakster Katrine Rijs Kjær inzichtelijk hoe een adoptie helemaal fout kan lopen. Met alleen maar slachtoffers: Masho’s biologische ouders in Afrika, haar Scandinavische adoptie-ouders en het verweesde meisje zelf, dat uiteindelijk verstrikt raakte in de jeugdhulpverlening. Ook Kjær zelf kwam onder vuur te liggen: had ze niet moeten ingrijpen?

Enkele jaren later is er nu een soort vervolg, Girl In Return (55 min.). Ander meisje, hetzelfde liedje: het botert niet met de adoptie-ouders, tegen alle afspraken in is het contact met de biologische ouders rigoureus verbroken en ook dit kind dreigt een speelbal te worden van hulpverleners en de bijbehorende instanties. Ze is alleen wat ouder en al flink aan het puberen. Het adoptiekind in kwestie heet Amy Rebecca Steen. Althans, dat is de naam die ze van haar adoptiegezin heeft gekregen. Eigenlijk heet ze Tigist Anteneh. En ze zit gevangen tussen haar biologische, adoptie- en pleegouders.

Haar verhaal is ronduit treurig stemmend: op tienjarige leeftijd samen met haar zusje overgekomen naar Denemarken, slechts twee jaar later alweer uit huis geplaatst, in een pleeggezin terecht gekomen en daar weer weggehaald. Inmiddels is ze terug bij pleegmoeder Hanne, met wie ze een warme band lijkt te hebben, maar haar adoptieouders die de officiële voogdij hebben liggen dwars. Snapt u het nog? En zou het meisje zelf, dat terugverlangt naar Ethiopië en haar biologische moeder en zus, het dan kúnnen begrijpen? Intussen zit haar jongere zusje Buzayo nog gewoon in het adoptiegezin (en niet in deze film).

Kjær volgt Amy/Tigist van haar veertiende tot haar achttiende en filmt ook haar biologische familie in Addis Abeba, die (aan) haar blijft trekken. Waar ze in Mercy Mercy nog een rol als alwetende verteller claimde, blijft de documentairemaakster in deze wederom zeer schrijnende film geheel buiten beeld. Ze stelt alleen zo nu en dan een vraag aan het verweesde meisje, dat zich inmiddels afvraagt of de adoptie kan worden teruggedraaid. Van de Deense autoriteiten mag ze echter niet naar Ethiopië reizen om de band met haar familie te herstellen. Het is een hopeloos stemmende patstelling. Wie voelt zich geroepen, of genoodzaakt, om die te doorbreken?

Three Identical Strangers

Hij voelde zich de populairste nieuwe leerling ooit. Op de allereerste schooldag op het Sullivan Country Community College werd Bobby Shafran onthaald als een oude bekende. ‘Hee, hoe is het met jou? Hoe was je zomer?’ Andere studenten gaven hem een high five of sloegen hem enthousiast op de schouder. Er waren zelfs meisjes die hem begroetten met een gepassioneerde zoen. ‘Ik ben zo blij dat je terug bent.’ Wel vreemd: iedereen noemde hem Eddy.

Bobby kon er niet over uit. Er moest sprake zijn van een persoonsverwisseling. Zijn nieuwe kamergenoot dacht er het zijne van. Toen hij vaststelde dat die okselfrisse leerling écht geen Eddy heette, had hij maar één vraag: ‘ben jij misschien geadopteerd?’ Nadat Bobby bevestigend had geantwoord en hij bovendien bleek te zijn geboren op 12 juli 1961, was er maar één conclusie mogelijk: de krullenbol had een tweelingbroer. De nieuwbakken kamergenoten snelden naar een telefooncel en besloten om de echte Eddy maar eens te bellen.

Het verhaal van de 19-jarige tweelingbroers Bobby en Eddy sprak natuurlijk tot de verbeelding. Plaatselijke media smulden ervan. Dat verhaal zou echter nóg mooier worden. Want via een artikel in The New York Post belandde het bij een derde geadopteerde 19-jarige jongen, ene David Kellman. Ook hij was geboren op 12 juli. Niet veel later was de mediagenieke drieling het snoepje van de week in de Amerikaanse media. Geen talkshow of spelprogramma, of Bobby, Eddy en David waren er te gast. Elkaars zinnen aanvullend. En in dezelfde kleding, natuurlijk.

De wonderlijke ontmoeting tussen de drie ogenschijnlijk identieke jongens in 1981 vormt het startpunt van deze gewéldige film van Tim Wardle. Want meer dan een startpunt is het ook niet, het moment waarop drie afzonderlijke levens ogenschijnlijk toevallig samenkomen. Deze documentaire is echt wat ze een ‘gift that keeps on giving’ noemen. Steeds als de film uitzoomt, wordt er een nieuwe verhaallaag zichtbaar. Alsof je via een valluik steeds dieper in de geschiedenis van Bobby, David, Eddy en hun lotgenoten dondert.

Three Identical Strangers (96 min.) is geconstrueerd als een ingenieuze real life-thriller, waarbij Wardle als een rechtgeaarde erfgenaam van Hitchcock zeer gewiekst spanning opbouwt en steeds hints geeft over wat er nog gaat komen, die na verloop van tijd allemaal op hun plek vallen. Intussen stelt hij ook wezenlijke levensvragen. Over wie we zijn en waarom we zijn wie we zijn. Het resultaat is een documentaire die je voortdurend op het puntje van je stoel houdt en intussen ook doet nadenken over het bestaan. En, als je het mij vraagt, één van de absolute hoogtepunten van het filmjaar 2018.

Mercy Mercy

DK Sales

Een heel enkele keer veroorzaakt een documentaire een storm van verontwaardiging, die maar nauwelijks wil gaan liggen. De IDFA-favoriet Mercy Mercy (56 min.), donderdag opnieuw te zien op NPO2, zorgt in 2012 voor parlementaire enquêtes en kamervragen. Hoe kan dit zomaar gebeuren en waarom grijpt niemand in?

Dat verwijt wordt ook filmmaakster Katrine Rijs Kjær gemaakt. Gedurende vijf jaar volgt zij de lotgevallen van het Ethiopische meisje Masho en haar broertje Roba, die in 2008 op vier- en tweejarige leeftijd worden geadopteerd door een Deens stel. Wat een succesverhaal had moeten worden – kinderen vinden nieuw thuis in liefdevol gezin – mondt uit in een nachtmerrie.

Henriette en Gert probeerden al jaren kinderen te krijgen, maar als het eenmaal zover is blijken ze er niet voor in de wieg gelegd. De adoptieouders kunnen de soms wat obstinate Masho, die hechtingsproblematiek zou hebben, nauwelijks de baas en nemen uiteindelijk een dramatische beslissing. Kjær legt dat hele proces van héél dichtbij vast, zónder tussenbeide te komen.

Intussen snakken de biologische ouders van Masho en Roba, die met AIDS besmet zijn geraakt en waarschijnlijk niet lang meer hebben te leven, in Ethiopië tevergeefs naar contact met hun kinderen. Dat is hen immers meerdere malen beloofd door het bemiddelende adoptiebureau. Ze horen echter niets meer van hen. Hun wanhoop gaat door merg en been.

Mercy Mercy belicht de schaduwzijde van de adoptie van (Afrikaanse) kinderen, zorgt voor een nauwelijks weg te slikken brok in de keel en werpt tevens vragen op over de rol van een documentairemaker: is die film (en wat je daarmee eventueel zou kunnen bereiken) werkelijk zo belangrijk dat menselijke waarden ervoor aan de kant gaan? Of prevaleert uiteindelijk toch de directe verantwoordelijkheid die je hebt als je wordt geconfronteerd met lijden dat je zou kunnen voorkomen of verminderen?