The One About Matthew Perry

Netflix

Het einde staat op voorhand al vast: deze miniserie kan alleen eindigen met de dood van Matthew Perry, het onderzoek naar de achtergronden daarvan en de geëmotioneerde reacties daarop van zijn zus Mia Perry Bowick, beste vrienden Roger Castillo en David Pressman en enkele ex-vriendinnen, kennissen en collega’s. Een onvervalst Hollywood-drama waarin de nobele held tóch ten onder gaat aan de verslavingen aan drank en drugs waartegen hij zijn hele leven zo heroïsch streed. Intussen heeft hij zich ook onbaatzuchtig ingezet voor lotgenoten.

Perry werd in de jaren negentig wereldberoemd als Chandler Bing, één van de zes hoofdpersonen van de Amerikaanse comedyserie Friends. ‘Ik heb vroeger gebeden: God, u mag alles met me doen, maar maak me alsjeblieft beroemd’, maakt hij er zelf, buiten beeld, een mooi verhaal van in The One About Matthew Perry (181 min.). ‘Ongeveer drie weken later kreeg ik Friends. Maar God vergat het andere deel niet.’ Na een ongeluk met een jetski op de set van de speelfilm Fools Rush In (1997) kreeg de acteur pillen voorgeschreven, die hem een euforisch gevoel bezorgden. Hij was direct verkocht en zou de rest van zijn leven blijven worstelen met middelengebruik.

Want wat de woelige jaren na het succes van Friends (1994-2004) ook brachten aan successen – het zelfgeschreven en autobiografische theaterstuk The End Of Longing en zijn memoires die de bestsellerlijsten bestormden, bijvoorbeeld – op de achtergrond speelde altijd die verslaving. Nuchtere periodes, pijnlijke terugvallen en afkickbehandelingen wisselden elkaar voortdurend af. Totdat Matthew Perry op 28 oktober 2023, op slechts 54-jarige leeftijd, thuis in een jacuzzi overleed aan een overdosis ketamine, een drama waarvoor enkele lieden uit zijn directe omgeving nog in de beklaagdenbank zouden belanden.

‘In alle goede verhalen zit komedie en tragedie’, zegt zijn veertien jaar jongere zus Mia. En dat wordt er ook van Perrys leven gemaakt in dit postume portret: een ‘goed’ verhaal. Over een man die uiteindelijk niet te redden was. Deze tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met media-optredens en scènes uit zijn films en series. Vaak valt daar, met de ogen van nu, wel uit af te leiden hoe het toen met hem ging. Ook omdat ze nu worden ingekaderd door intimi, die de achterkant van die beelden kennen. Regisseur Mary Robertson heeft verder de verleiding weerstaan om van deze miniserie een sterrenparade te maken. De andere Friends ontbreken bijvoorbeeld.

Tegelijk blijft het wel de vraag of Perry’s familie en vrienden werkelijk het achterste van hun tong laten zien. De diepten van zijn verslaving worden wel aangeroerd, maar zeker niet uit en te na verkend. Net als de achtergronden daarvan. Veel verder dan een lastige jeugd, waarin hij al vroeg begon met drinken, reikt deze miniserie niet. Matthew blijft simpelweg de man met een ziekte, die hem uiteindelijk de baas is geworden. Een goeie kerel, die er feitelijk ook weinig aan kon doen. ‘Een onwaarschijnlijke superheld’ zelfs, volgens één van zijn vrienden. Zij geven hoog op over zijn verdiensten voor anderen met een verslaving en weigeren om al te kritische noten te kraken.

Van mensen die rouwen om een overleden vriend is dat best te begrijpen, bij een postuum portret mag de lat wel iets hoger liggen. The One About Matthew Perry blijft nu steken op het niveau van een nét iets te glad Hollywood-drama.

Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story

Netflix

In The Tale Of Norm Macdonald, een portret van de onnavolgbare Canadese stand-upcomedian (1959-2021), beperkte de Amerikaanse regisseur/producer Judd Apatow zich onlangs tot louter archiefmateriaal. Met een slimme montage van lekker dwaze fragmenten wist hij de enigmatische komiek, die een geliefde gast was van Amerikaanse talkshows en die vanwege zijn aanhoudende grappen over O.J. Simpson ooit werd ontslagen bij Saturday Night Live, heel aardig te pakken te krijgen.

Bij deze film over de comedian Maria Bamford staat Apatow, samen met coregisseur Neil Berkeley, voor een geheel andere uitdaging: de vrouw zelf. Zij heeft helemaal geen zin in een documentaire, zegt ze (huhuh!), maar is bereid om het voor vijfhonderd dollar tóch een dagje te proberen. Als die horde is genomen, blijft ze natuurlijk gewoon aan boord voor Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story (116 min.), een portret van een labiele vrouw, voor wie het podium opgaan echt (bittere) noodzaak is.

Als kind had Bamford al last van depressies, een eetstoornis en dwanggedachten. Ze zette zelfs haar eigen zelfdoding in scène. Als comédienne vond ze een manier om die gekte een plek te geven. Met talloze stemmetjes bijvoorbeeld, die ze de meest gestoorde dingen liet zeggen. Ze bouwde een eigen achterban op met ontregelende stand-up optredens en verwierf tevens de goedkeuring van vakgenoten zoals Stephen Colbert, Sarah Silverman, Conan O’Brien, Tig Notaro, Zach Galifianakis en Patton Oswalt,

Zij laten in dit grimlachende portret uitgebreid de loftrompet over haar schallen. Tegelijkertijd schetsen de hoofdpersoon zelf, haar zus Sarah en echtgenoot Scott (die eveneens met depressies kampt) de dunne lijn tussen komedie en tragedie in haar leven. Moeder Marilyn was eveneens mentaal kwetsbaar, terwijl ook vader Joel z’n sombere buien had. Bamford moest dus leven met ‘de vrees voor krankzinnigheid’ en zou in haar leven ook daadwerkelijk enkele malen (gedwongen) opgenomen worden.

Met medicatie, die haar stemming stabiliseert, en de erfenis van haar ouders, waarmee de druk om geld binnen te brengen is weggevallen, lijkt Maria Bamford inmiddels een soort evenwicht te hebben gevonden. Zelfs een verwoestende natuurbrand in haar huidige woonplaats Altadena, die behalve hun woning ook haar ochtendoptredens in een plaatselijk cultureel centrum in gevaar brengt, lijkt haar niet wezenlijk te kunnen raken. En sinds ze haar niet meer imiteert, is ook de relatie met zus Sarah beter dan ooit.

Zonder tegenbericht alles in orde dus – al blijft het ogenschijnlijk wel een precair evenwicht. Paralyzed By Hope is ondertussen een waardevolle toevoeging geworden op de serie documentaires, die verder bestaat uit films over Garry Shandling, George Carlin en Mel Brooks), waarmee Judd Apatow de Amerikaanse humorhistorie inkadert. ’s Mans ‘comedy train’ lijkt voorlopig nog niet aan zijn laatste halte toe. Zijn collega Neil Berkeley deed overigens ook al een duit in het zakje met portretten van Gilbert Gottfried en Martin Mull.

Sucia

Feelsales

Enkele jaren later besluit Bàrbara Mestanza alsnog actie te ondernemen. In 2015 is de Catalaanse actrice en theatermaakster in een massagesalon te Madrid onzedelijk betast. De masseur vroeg de jonge vrouw om zich helemaal uit te kleden en raakte haar daarna op een ongepaste manier en ongepaste plekken aan. Bàrbara zei er weinig van. Ze merkte dat zij en haar lichaam verkrampten.

Waarom ben je niet gewoon opgestaan en vertrokken? vraagt Mestanza zich sindsdien af. Ze wijdde er een theatervoorstelling aan, Sucia, die in 2021 in première ging in het Teatro de la Abadía te Madrid, en schreef daarover weer een boek. En in de egodocu Sucia (internationale titel: Filthy, 82 min.), geregisseerd samen met Marc Pujolar, documenteert ze haar proces na het seksueel misbruik.

Mestanza besluit om actie te ondernemen. Ze spreekt af met voormalige huisgenoten en probeert de masseur zelf te bellen. Op het nummer dat ze eerder heeft geblokkeerd, omdat hij haar maar appjes bleef sturen. Tevergeefs. Nadat ze de eigenaresse van de inmiddels verdwenen salon heeft opgespoord, vindt ze hem alsnog op Facebook. Hij presenteert zich daar als fotograaf. Hoe clichématig!

Dit hele proces speelt zich af voor de camera. Ook het initiële gesprek met de juriste die haar strafrechtadvocaat zal worden, Carla Vall. Hun contact leidt uiteindelijk tot een rechtsgang. Dat is op een erg wrange manier een win-win situatie, als we Vall mogen geloven. ‘Zelfs vrijspraak zou beteken dat jouw pijn wordt beschouwd als onderdeel van een misdrijf. Er is dan alleen niet voldoende bewijs.’

De Spaanse media weten Bàrbara Mestanza intussen goed te vinden. Ze doet overal haar verhaal. ‘Je gaat door een zeer publiek proces en jouw pijn bereikt en helpt heel veel mensen’, constateert de psychologe Anna Planadevall, die gespecialiseerd is in seksueel misbruik, over het idee om zelf de confrontatie met de masseur aan te gaan. ‘Zou je het doen voor de documentaire of voor jezelf?’

Die vraag lijkt gerechtvaardigd. In ‘the court of public opinion’ vormt deze film, die is doorsneden met fragmenten uit Mestanza’s theatervoorstelling, vermoedelijk doorslaggevend bewijs, maar tijdens een rechtsgang zijn kwesties van seksueel geweld heel lastig aan te tonen. Het kost de filmmaakster uiteindelijk tien jaar (!) en ruim 9.000 euro, becijfert ze zelf, voordat ze haar zaak voor de rechter mag bepleiten.

Dit pamflet tegen seksueel misbruik, waarin Bàrbara Mestanza haar eigen casus inzet voor de publieke zaak, is duidelijk een levenswerk geworden en dient uiteindelijk ook een persoonlijk doel. ‘Ik kan deze man niet vergeven’, stelt ze als actrice in de theaterversie van haar eigen leven, die soms nauwelijks van het echte bestaan is te onderscheiden. ‘Maar het is me gelukt om mezelf te vergeven.’

Who is Martin Mull?

Netflix

Zet twee komieken tegenover elkaar voor een documentaire. ‘Ik wil teruggaan naar even voor je geboorte’, zegt de ene. ‘Negen maanden misschien. Je conceptie. Weet je dat nog?’ Waarna die andere antwoordt: ‘Toen ik nog maar een fles wijn onder de arm van mijn vader was?’. Precies, reageert de ene weer. ‘Ik was een toeval van sperma en eicel’, legt die andere vervolgens uit. ‘Daar komt het op neer.’ Waarna de ene toch meer een afmaker dan een aangever blijkt te zijn. ‘Dat had ik dus als ontbijt.’

Die ene is Bob Saget, bekend van Full House en America’s Funniest Home Videos. En de andere Martin Mull, bekend van… ja, waarvan eigenlijk? Niet van zijn grote liefde schilderen, in elk geval. Waarschijnlijk van zijn muziek, theatervoorstellingen, comedyshows of talloze film- en televisierollen. Mull kon zich in elke stijlvorm goed handhaven, maar was nergens écht goed in. Geen ideaal documentaire-subject zogezegd. Of, zoals hij het zelf formuleert: Who is Martin Mull? (94 min.). Om er meteen aan toe te voegen: ‘And who gives a shit?’

Allerlei bekende Amerikaanse komieken, om te beginnen. Behalve Saget steken bijvoorbeeld ook Monty Pythons Eric Idle, Seth MacFarlane en Mulls grote vriend Steve Martin (die samen met hem The Steve Martin Mull Show vormde) de loftrompet over deze ‘comedian’s comedian’. Zijn broer David en zus Anodea geven verder een indruk van hoe het er bij de Mulls thuis aan toeging – niet fijn, door een kille en onverschillige vader – en zijn vrouw Wendy en dochter Maggie schetsen de man achter de grappenmaker, acteur en kunstenaar.

Bob Saget begon in 2018 aan dit portret van zijn favoriete komiek. De film is na Sagets plotselinge overlijden in 2022 afgemaakt door Neil Berkeley. Ook enkele mensen uit Mulls omgeving – zoals televisieproducer Norman Lear en tegenspeler Fred Willard, met wie hij de talkshowparodie Fernwood 2Night maakte – waren inmiddels overleden toen deze aardige docu z’n afronding naderde. De hoofdpersoon zelf was toen al een oude man. Hij zou nooit een absolute wereldster worden, maar heeft uiteindelijk wel erkenning gevonden als schilder.

En dan valt ook voor hem het doek.

Giovanni/Carmen

Prospektor / NTR

Op het eerste oog is de Nederlandse theatermaker Giovanni Brand natuurlijk niet de meest voor de hand liggende persoon om de rol van Carmen op zich te nemen. Toch staat ie dichter bij de hoofdpersoon van Georges Bizets befaamde opera (1875), een vurige zigeunervrouw die alle mannen om haar vingers windt, dan die eerste indruk doet vermoeden.

Brands wortels liggen in een woonwagen. Behalve een vrijgevochten vamp ziet hij in Carmen ook een representatie van de Roma en Sinti, waarbij vooroordelen en clichés regelmatig om voorrang vechten. In de korte documentaire Giovanni/Carmen (34 min.) volgt Laura Stek haar hoofdpersoon dus zowel naar een stierenvechtersarena in Sevilla, waar hij zich als een androgyne toreador uitleeft in zijn rol, als naar een wagen waar zijn familie op hem wacht.

In zijn eigen leven beweegt Giovanni Brand zich tussen de ene wereld, het leven op wielen, en de andere, de burgermaatschappij, met alle uitdagingen en complicaties van dien. Taalproblemen bijvoorbeeld, vanwege zijn aanvankelijke laaggeletterdheid. Of door zijn geladen verhouding, als queerpersoon, tot masculiniteit. Op dat pad is Carmen een logisch tussenstation – hoewel dat dansen als de vurige verleidster voor hem soms ook ‘heel Hollands’ voelt.

Brand spreekt verder met de ervaren Carmen-vertolker Matia Kataeva van het Teatro de la Maestranza, laat zich bijspijkeren door flamencodanseres Conchi Maya en bezoekt zijn eigen neef, volkszanger Bob Offenberg. Met dramatische en gestileerde scènes vangt Stek tegelijk hoe haar hoofdpersoon, afwisselend geheel overtuigd en licht beschroomd, werkt aan zijn eigen, satirische interpretatie van ‘het meest toxische liefdesverhaal dat er bestaat’.

Intussen lijkt hij ook weer een stukje van de liefde voor zichzelf, zijn achtergrond en de kronkelige weg die hij heeft afgelegd te vinden.

Bubbel Bubbel

Narrative Identity

De drie duo’s starten vanuit een wit canvas. Ze zijn samen in de bubbel gestapt, die audiovisual kunstenaar Rutger Nijkamp en filmmaker Vincent Boy Kars voor hen hebben gecreëerd. 2 Uur, 22 minuten en 22 seconden zijn ze daar tot elkaar veroordeeld, om samen te scheppen. Een creatieve blind date, in een kale witte ruimte. Zonder plan of extra attributen.

Een performancekunstenares met een fascinatie voor slapstick en clowns en een danseres die aan storytelling wil doen. Een autonoom kunstenares die leeft voor haar werk en een broodschilder die zijn kunst maakt om te kunnen leven. En een voormalige deejay die een traditioneel instrument, de harp, heeft leren bespelen en een woordmuzikant met de behoefte om alle beperkingen achter zich te laten.

Wit en zwart. Puristisch en commercieel. Jong en oud. Salomé Mooij en Cicely Wijnaldum. Marjolijn van den Assem en Daan Koens. En Ranie Ribeiro en Tom America. Tegenpolen, die soms meer gemeen hebben dan ze in eerste instantie denken. In Bubbel Bubbel (55 min.) gaan ze als duo het creatieve proces aan. Los van elkaar, soms tegenover de ander en vaak ook samen. Wie neemt de leiding? En waar botst het?

Dat wordt het duidelijkst bij de twee schilders. Marjolijn beziet het kunstenaarschap als ‘psychotherapie die je jezelf afneemt’. Een manier van leven, voorbestemd. ‘Ons beroep is eigenlijk levensgevaarlijk’, zegt ze met het nodige drama. ‘Alleen: we kunnen niet anders.’ Haar partner Daan schildert vooral om zichzelf van een inkomen te voorzien en kijkt dus ook waar behoefte aan is. Zo heeft hij zich ras uit de schulden gewerkt.

Vanuit zulke frictie kan echter ook zomaar makerslol ontstaan. Zoals een botsing van ideeën van 1+1 zowel 3 als nog niet eens 2 kan maken. Deze scherpe film, opgestart vanuit een even simpel als krachtig idee en uitstekend gecast, toont intussen, teruggebracht tot z’n essentie, het wezen van kunst, zelfexpressie en het creatieve proces.

Wilder

Getty Images / NTR

Trekkebenend loopt hij als snoepfabriekeigenaar Willy Wonka de fameuze film Willy Wonka & The Chocolate Factory (1971) in. Het is een idee van acteur Gene Wilder zelf. Als Wonka’s wandelstok zogenaamd vast komt te zitten in het asfalt, laat ie zich voorover vallen en maakt daar vervolgens een koprol van. Hij sluit af met een buiging. Zo begroet Wonka de kinderen die een bezoek brengen aan zijn snoepfabriek. Waarom hij zo z’n entree wil maken in de film, die is gebaseerd op Roald Dahls kinderboek Sjakie En De Chocoladefabriek? vraagt regisseur Mel Stuart. ‘Omdat ze vanaf dat moment nooit meer weten of ik lieg of de waarheid spreek’, antwoordt Wilder.

Het is exemplarisch voor de werkwijze van de acteur, regisseur en persoon Gene Wilder (1933-2016), die furore maakt met (komische) films zoals The Producers, Blazing Saddles en Young Frankenstein. Achter de lol zitten altijd kwetsbaarheid, melancholie en een zekere labiliteit. Om de man achter het personage te pakken te krijgen verlaat regisseur Chris Smith zich in dit postume portret op Wilders neef (en filmmaker) Jordan Walker-Pearlman, voor wie hij een soort surrogaatvader was. Hij deed eind jaren negentig ook een interview met hem, dat nu als onderlegger fungeert voor Wilder (uitzendtitel: Gene Wilder – Achter de lach, 85 min.), een docu die verder uit filmfragmenten, archiefbeelden en oude interviews bestaat.

De man die bekend zal worden als Gene Wilder komt ter wereld als Jerry Silverman. In 1961 meet hij zich die artiestennaam aan, een verwijzing naar zijn moeder Jeanne die net daarvoor is overleden. Nadat zij, als hij nog maar zeven is, een hartaanval heeft gehad, zegt de dokter al tegen de kleine Gene: zorg dat je haar nooit kwaad maakt. Dat zou het einde van haar leven kunnen betekenen. Laat haar lachen! En dat zal zijn parool worden. Hij oogt daarbij als een menselijke variant op zo’n beschadigd Japans kunstwerk waarvan de breuklijnen zijn opgevuld met goud- of zilverlak, stelt zijn neef Jordan. De barsten en littekens worden niet verborgen, maar zijn juist veredeld.

Wilder blijft desondanks een ongrijpbare figuur in deze documentaire, waarin zijn carrière – en van daaruit ook mondjesmaat zijn privéleven – wordt uitgelicht. Smith doet dit aan de hand van drie personen die hem bij de hand hebben genomen: regisseur en acteur Mel Brooks (waarnaar Wilder opkijkt als een grote broer), komiek Richard Pryor (met wie hij een zeer succesvol filmduo vormt) en Saturday Night Live-ster Gilda Radner (op wie hij smoorverliefd wordt). Met en via hen kan hij zichzelf verwerkelijken, een man die volgens eigen zeggen via het acteren de liefde probeert te krijgen die ontbreekt in zijn leven. En dat lijkt, afgaande op dit alleraardigste portret, heel behoorlijk gelukt.

Kusama In Holland

Memphis Film

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

Zwijgen Of Spreken

Human

In welke wereld wil jij leven? vraagt Marte Boneschansker aan de Nederlanders die deelnemen aan haar voorstelling Opstand. Met deze ‘collectieve oefening in verzet’, die filmmaakster Esther Pardijs heeft vervat in de korte documentaire Zwijgen Of Spreken (15 min.), wil de theatermaakster ‘het stille midden’ in beweging brengen.

Aan het begin worden de deelnemers geacht om een paar te vormen met iemand die ze nog niet kennen. Daarna worden ze als groep geconfronteerd met een scherm, als verbeelding van de macht, dat hen bijstuurt, verdeelt of zelfs gevangen neemt. Hoe gaan ze daarmee om? Laten ze zich uit elkaar spelen? En komen ze als groep in beweging?

Pardijs start het theaterexperiment op vanuit haar eigen gevoel van onmacht over de verruwing van de samenleving. ‘Tot nu toe heb ik gezwegen, maar dat knelt’, vertelt ze. ‘Ik ben op zoek naar mijn stem. En ik ben niet de enige.’ Waarna ze de camera richt op al die anderen op het podium, die vast met al even goede bedoelingen zijn gearriveerd.

Gewone Nederlanders, veelal in close-up in beeld gebracht, die zich laten meevoeren in het machtsspel met het scherm en die ondertussen, buiten beeld, verwoorden wat er in hen omgaat. De één realiseert zich dat ze zich doorgaans snel bij de frontlinie voegt, een ander wordt volgens eigen zeggen juist geconfronteerd met z’n eigen lafheid.

‘Is dit wat er in de samenleving gebeurt maar wat we niet altijd zien?’ vraagt Pardijs zich af aan het eind van haar film, die vooral benieuwd maakt naar het daadwerkelijk ervaren van deze Opstand. ‘Een stille massa die, net als ik, wel iets wil doen maar niet weet wat.’

Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth

Whyaduck Productions

Zijn scheiding van Hot Honey Harlow maakte Lenny Bruce van Lenny Bruce, stelt zijn moeder Sally. Van tevoren zocht de Amerikaanse stand-upcomedian (1925-1966) ook al de grenzen van het betamelijke op, zowel op het podium als in zijn privéleven, maar daarna was de beer pas écht los.

Honey Bruce, hun dochter Kitty en Lenny’s moeder Sally Marr schetsen in Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth (97 min.) een levendig beeld van de branieschopper uit New York. Hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil, maar moest zijn mond vervolgens wel talloze malen spoelen. Als een aanstootgevend woord maar vaak genoeg wordt gebruikt, zo leek echter Bruces stellige overtuiging, wordt het onschadelijk gemaakt.

Hij verdient ‘De Bad Taste Award’ schreef een krant toen Lenny Bruce in de jaren vijftig een vaste gast werd op de Amerikaanse televisie. Toen moesten zijn problemen met de wet nog beginnen. Regisseur Robert B. Weide toont in dit postume portret uit 1998 hoe de controversiële comedian zichzelf langzaam in een hoek van de kamer schilderde en daarbij een fiks handje werd geholpen door de Amerikaanse autoriteiten.

Zij begonnen Bruce te vervolgen voor obsceen gedrag en -taalgebruik tijdens optredens en arresteerden hem ook vanwege het bezit van drugs. Al snel durfden clubeigenaren hun vingers niet meer te branden aan de komiek en dreigde zijn carrière uit te doven. Intussen ging de man, die de lusten van het leven nauwelijks kon weerstaan en ervan overtuigd was dat hij geen eerlijk proces had gekregen, naar de gallemiezen.

Hij liet een half afgemaakte zin achter op zijn typemachine, aldus verteller Robert de Niro in deze boeiende film, die met een jazzy soundtrack lekker op temperatuur is gebracht: ‘Conspiracy to interfere with the Fourth Amendment const…’ Het woord ‘constitutes’ zou hij nooit afmaken. Lenny Bruce ging ten onder aan datgene waarvoor hij had gestreden, het vrije woord, in combinatie met het gebruik van harddrugs.

Na hem zou er nooit meer een optredende artiest voor de rechter worden gedaagd vanwege obsceniteiten, constateert Weide tot besluit, alvorens hij voor de aftiteling de kraker I Fought The Law van de befaamde punkband The Clash instart. De boodschap daarvan, vervat in een zin van slechts vier woorden, is onontkoombaar: ‘And the law won.’

Azart Come Make Art

Marja de Vries / Amstelfilm

Van een vissersboot maakt hij een varend theater, dat ruim dertig jaar de wereld rond zeilt. Sinds 1989 vaart de Azart, het ‘Ship Of Fools’ van de Nederlandse avonturier August Dirks, vanuit Amsterdam de wereld rond. Iedereen is welkom aan boord bij dit narrenschip. Come make art! zegt de kapitein en artistiek leider van het internationale, steeds van samenstelling wisselende collectief van acteurs, muzikanten, theatermakers, komieken en kunstenaars enthousiast.

Dirks is ook alomtegenwoordig in de documentaire Azart Come Make Art (83 min.) van Masha Novikova, die in de jaren tachtig zelf een tijd op de zottenschuit woonde, en Annike Kaljouw, die het schip sinds 2017 volgt met haar camera. Hij krijgt van hen alle ruimte om in zijn eigen ronkende taal, koeterwaals soms, kond te doen van zijn geesteskind, dat de wilde wateren bevaart en in elke uithoek van de wereld aanmeert om daar ongegeneerd theater en lol te gaan maken.

Dat gaat bepaald niet altijd vanzelf. De geschiedenis van de Azart lijkt in deze joyeuze film soms ook op een feest van de gemiste kansen, met allerlei reizen en bestemmingen die ergens onderweg verdampen. Want Dirks’ Villa Kakelbont op zee hangt van de houwtje-touwtje oplossingen aan elkaar. En van binnen de lijntjes kleuren wil de kapitein doorgaans ook niet weten. Hij ligt dus nogal eens overhoop met pennenlikkers, die het ‘artistieke kapitaal’ van de Azart niet altijd op waarde schatten.

Via de historie van het schip en de perikelen aan de kade, verlevendigd met stop motion-animaties, benadrukken Novikova en Kaljouw en passant ook het belang van culturele broedplaatsen, waar kunstenaars de ruimte krijgen om te experimenteren, te falen én te groeien. Als culturele piraten hebben de kleurrijke bemanningsleden van de Azart, geïnspireerd door het schilderij Het Narrenschip van Jheronimus Bosch, bovendien werkelijk in alle windstreken drukte en jolijt gebracht.

Inmiddels wordt Dirks zelf, door fysieke malheur, gedwongen om pas op de plaats te maken. Voordat hij ‘voor onbepaalde tijd op wereldtournee vertrekt’ dient er in deze bruisende weerslag van de filosofie dat elke dag een feest zou kunnen/moeten worden dus een (voorlopige) eindbestemming gevonden te worden voor het schip dat hij met zoveel joie de vivre heeft aangestuurd en dat hem nog altijd levensadem geeft.

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Ai Weiwei’s Turandot

Incipit Film / La Monte Productions

Hij is bepaald geen voor de hand liggende keuze als regisseur voor Turandot. En ook voor Ai Weiwei is ‘t in het voorjaar van 2020 een flinke stap om zich over een opera van Giacomo Puccini te ontfermen. Hij heeft er eigenlijk niets mee. En dat is waarschijnlijk precies de reden dat de tegendraadse Chinese kunstenaar de klus toch heeft aanvaard. Los daarvan had hij ruim dertig jaar geleden al eens een rolletje als figurant in de opera. En toen kreeg hij ook te maken met Chiang Ching, die nu als choreografe fungeert voor zijn uitvoering van Puccini’s laatste opera voor het Teatro Dell’Opera in Rome.

Ai Weiwei’s Turandot (77 min.) wordt dus een héél andere opera. Politiek geladen, dat staat vast. Want voor Ai Weiwei is kunst altijd politiek. Turandot gaat in zijn optiek over vluchtelingen. Zoals hij zelf is, als dappere en onvermoeibare strijder tegen de Chinese dictatuur die tegenwoordig noodgedwongen vanuit het westen opereert. Turandot representeert de autocratie waartegen hij zelf te hoop – en bijna stuk – is gelopen en is zo bezien dus ook een persoonlijk project. ‘Het is geen simpele opera. Het gaat om ons begrip en onze individuele interpretatie van hoe onze wereld zou moeten zijn.’

Het is een bijzondere tijd voor kunstenaars zoals wij, houdt hij de cast en crew voor. Met deze opera kunnen ze een rol spelen in het verdedigen van de vrede en menselijkheid. De Chinese kunstenaar, die tijdens z’n leven regelmatig als vleesgeworden opgestoken middelvinger heeft geacteerd, lardeert zijn versie van Turandot dus met paraplu’s als schild tegen de oproerpolitie, Michael Jackson-achtige moonwalks en geladen nieuwsbeelden uit de wereld van nu. Documentairemaker Maxim Derevianko registreert dit maakproces en doorsnijdt ‘t met impressies van zijn roerige kunstenaarsbestaan.

En dan – het is tenslotte 2020, het jaar van de pandemie – gooit het Coronavirus, halverwege de film, roet in het eten en bevriest de ontwikkeling van Weiweis interpretatie van Turandot. En wanneer de productie in 2022 wordt hervat, valt Rusland, tot grote ontzetting van een aantal medewerkers aan de groots opgezette productie, buurland Oekraïne binnen.

Studio One Forever

Kanopy

Héél Hollywood kwam er in de jaren zeventig: Liza Minnelli, Rock Hudson, Betty Davis, Cary Grant, Gregory Peck, Diana Ross, Kirk Douglas, Burt Reynolds…. In Studio One Forever (96 min.) lijken de oud-medewerkers en -bezoekers van de gayclub in Los Angeles de namen van alle bekende bezoekers, die ze zich nog kunnen herinneren van die wilde tijden, te willen droppen. Totdat het de kijker bijna begint te duizelen…

Homo-emancipatie was destijds bepaald nog niet vanzelfsprekend. Studio One, een voormalige filmstudio in West Hollywood, speelde een sleutelrol in het ontwikkelen van een eigen cultuur voor de Amerikaanse LHBTIQ+-gemeenschap, daarover zijn alle betrokkenen het een halve eeuw later wel eens. En op de dansvloer werd meteen de basis gelegd voor de dominante muziekstroming van de jaren zeventig: disco.

Van de New Yorkse tegenhanger Studio 54, die eerst de kunst kwamen afkijken en daarna ook maar een jaar of drie open waren, moeten ze in elk geval nog altijd weinig hebben. Studio One, met al z’n onweerstaanbare ‘menergy’, was écht veel puurder, bracht bovendien eigen queerhelden zoals Sylvester, Divine en Wayland Flowers and Madame voort en had dus ook nog eens aanzienlijk meer Ausdauer dan 54.

Zoals één van de insiders ’t geheel in stijl verwoordt: New York mocht dan de Stonewall-opstand hebben en San Francisco de moord op het homoseksuele gemeenteraadslid Harvey Milk, maar wij in Los Angeles hadden de enige echte Studio One. Van de mannen die met ontbloot en bezweet bovenlijf op foto’s en film uit die tijd staan is alleen een groot deel niet meer in leven. Drugsverslavingen en – vooral – AIDS eisten hun tol.

Ook die keerzijden van de medaille komen natuurlijk uitgebreid aan de orde in deze vlotte film van Marc Saltarelli, waarin oude tijden herleven en, in het kader van het behoud van cultureel erfgoed, ook het pand van Studio One nog van de ondergang moet worden gered.

Streetart Frankey

September Film

Met zijn guitige lach, pretoogjes en – jawel! – Frankey-rode muts zou hij kunnen doorgaan voor een personage uit zijn eigen oeuvre. Sterker, misschien is Streetart Frankey (68 min.) – want over hem hebben we ‘t – dat ook wel. Een naïeve, speelse en grappige kaaskopvariant op – pak ‘m gerust beet – de Britse straatkunstenaar Banksy.

Frankey is de man achter de legoversie van André Hazes op de Dam, een waterkraan die eruit ziet als Manneke Pis en de (Nederlandse) leeuw met het helpbordje die kopje onder gaat in een hoofdstedelijke gracht. Als een soort Kuifje in Amsterdam begeeft hij zich op het kruispunt tussen Maurizio Cattelan, Wim T. Schippers en – daar istie weer! – Banksy. Schatplichtig aan Suske en Wiske, Ghostbusters en Buurman & Buurman.

Peter Wingerder volgt Frankey, die eigenlijk – ssst! – Frank de Ruwe heet, van de ene vette knipoog naar de andere schelmenstreek. Samen met zijn geliefde Urs Hasham, die het ‘megaleuk’ vindt om mee te doen en mee te helpen, maakt ie van elke (on)bezonnen actie ook een lekkere foto, die onderdeel is van ’s mans alsmaar uitdijende collectie straatkunstwerkjes, waarmee hij ook best ’s werelds galerieën en musea in wil.

’s Mans strapatsen worden in deze joyeuze film opgeleukt met tekeningen van Typex en animaties van Ot Leendertse. Met een poppetje van een speels figuurtje met een Frankey-rode muts bijvoorbeeld. Zo heeft Streetart Frankey – de docu dus – uiteindelijk hetzelfde effect als het werk van de Nederlandse kunstenaar, designer en handige jongen met precies dezelfde naam: een mens wordt er zowaar vrolijk van.

Kom daar maar eens om in tijden waarin het begrip – lees het navolgende woord aub met gefronste wenkbrauwen –  ‘documentaire’ toch vooral associaties oproept met de oorlog in Oekraïne, het lijden van Gaza en de wankelende democratie in de Verenigde Staten. Over dat laatste gesproken: Frankey – en in zijn kielzog: Wingerder – is erbij als dat wankelen (weer) begint: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024.

Als de held van dit verhaal – nee, niet Donald Trump! – New York heeft voorzien van openbare Teenage Mutant Ninja Turtles en WALL-E verkeersborden, hijst hij zich in een levensgrote Hug For Unity-knuffelbeer. Voor de verandering zónder Frankey-rode muts. Als ie in dat pak, in het kader van de naderende verkiezingen, de straat op wil, moet Frankey echter wel een kogelvrij vest aan. Het blijft tenslotte Amerika.

Daar schrikt hij zich een hoedje – vast niet Frankey-rood – bij een campagnebijeenkomst van de Republikeinse presidentskandidaat: ‘nog nooit zo’n negatief event meegemaakt’. En dan wordt de zelfverklaarde held nog gekozen ook! Is de beoogde campagne ‘Frankey Comes To America’ daarna nog wel gepast? vraagt de echte held – Streetart Frankey dus – zich dan af. Al te lang laat hij zich echter niet uit het veld slaan. De plicht/pret roept!

En dus eindigt deze documentaire waar ie begon: bij een zorgvuldig voorbereide en secuur uitgevoerde ludieke actie van de Frankey-rode muts en het mannetje daaronder, de enige echte Frankey.

Strange Journey: The Story Of Rocky Horror

Kaleidoscope Entertainment

Erg fiducie hebben de mensen die Richard O’Brien begin jaren zeventig benadert niet in zijn idee. Een rockmusical, nog één? Zijn Jesus Christ Superstar, Hair en al die slappe aftreksels daarvan nog niet genoeg?

Met zijn eerste composities krijgt Richard regisseur Jim Sharman en muzikaal leider Richard Hartley nochtans direct aan z’n zijde, vertelt hij aan zijn zoon, filmmaker Linus O’Brien, in diens lekkere documentaire Strange Journey: The Story Of Rocky Horror (90 min.). They Came From Denton High kan ‘t helemaal gaan worden, maar moet dan nog wel een nieuwe titel krijgen: The Rocky Horror Picture Show.

De show is een doorslaand succes. Eerst in het theater in Engeland en later, verfilmd, wereldwijd in de bioscoop. Met zichtbaar plezier kijken de castleden Tim Curry, Susan Sarandon, Nell Campbell, Patricia Quinn en Barry Bostwick, direct betrokkenen zoals producer Lou Adler en kostuumontwerper Sue Blane en de bekende fans Jack Black en Trixie Mattel terug op de storm die ‘Rocky’ ontketende.

Daarachter schuilt nog een ander verhaal. De horrormusical werkt voor Richard O’Brien zelf bevrijdend. Geholpen door de populariteit van de androgyne helden David Bowie, Mick Jagger en Lou Reed durft hij ongegeneerd zijn liefde voor travestie te omarmen. Ook voor andere LHBTIQ+-ers werkt The Rocky Horror Picture Show emanciperend. Niet alleen vijftig jaar geleden, maar ook nu nog.

Bij openbare vertoningen van deze ultieme B-film is participatie bijna verplicht. Een geheel in stijl gekleed publiek blijft vooral niet op z’n stoel zitten, roept op vaste momenten iconische kreten naar het scherm en zingt natuurlijk luidkeels mee. Soms verschijnt er zelfs een schaduwcast op het podium, om de feestvreugde verder te verhogen. Want bij deze gelegenheden mag echt iedereen zichzelf zijn.

En dat is in de hedendaagse wereld niet meer zo vanzelfsprekend als ‘t een halve eeuw geleden leek te gaan worden, toen Richard O’Brien uit zijn binnenste een campy musical opdiepte, die allang niet meer van hem alleen is.

Bagasi – Wat We Meedragen 

Emma Lesuis / Docmakers / Human

Enkele jaren geleden heeft Opa Hans een koffer gegeven aan zijn schoondochter Emma Lesuis. Die vormt nu het startpunt van haar film Bagasi – Wat We Meedragen (55 min.). In de koffer zitten spullen van de grootvader van Hans, die ruim dertig jaar hoge functies bekleedde in de voormalige Nederlandse kolonie Suriname. En daarvan wil theatermaakster Emma, die zelf wortels heeft in Suriname en die inmiddels ook zwanger is van een kleinkind van Hans, nu eindelijk wel eens meer weten.

Opa geeft haar nog wel mee om alles wat ze ontdekt goed te checken en in z’n context en tijdgeest te plaatsen. Intussen waarschuwt de bevriende kunstenaar Raul Emma juist om vooral geen ‘zijden handschoentjes’ aan te trekken. Ze hoeft volgens hem geen leuke multicultifilm te maken. ‘Het is 2025 en je hebt de kans om een film te maken en kolonialisme anders te framen, in al z’n geweld – ook al is het de voorvader van je man.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘Be honest.’

Met deze adviezen in de achterzak gaat Lesuis op pad, om via de betovergrootvader van haar ongeboren kind Suriname’s koloniale verleden te ontrafelen. Maarten de Niet was als rechterhand van de beruchte Nederlandse gouverneur Kielstra bijvoorbeeld betrokken bij de aanhoudingen van de Surinaamse schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom en vakbondsleider Louis Doedel. Volgens de overlevering was hij een ‘maka’, een doorn. Als hij je te pakken had, liet hij niet meer los.

De Surinaamse historica Mildred Caprino noemt De Niet zelfs ‘een neerhaler in het kwadraat’. Zulke kwalificaties zou ze destijds overigens nooit hebben durven uitspreken. ‘Ik zou het zeggen en hard wegrennen.’ Praten over het koloniale verleden is nog altijd ellende, stelt de taxichauffeur Rasta, die Emma Lesuis en enkele van haar familieleden, zowel van de Nederlandse als van de Surinaamse tak, rondrijdt door het land dat hen nog altijd met zoveel lastige vragen opzadelt.

Was Suriname voor Nederland inderdaad niet meer dan een schatkist om te plunderen? Is het land door de kolonisator ook nog beroofd van een generatie leiders? En hebben Surinamers in Nederland hun eigen cultuur verloochend? Bagasi – Wat We Meedragen gaat geen vraag uit de weg, maar zoekt ook geen gemakkelijke antwoorden. Een genuanceerde film, met enkele fraaie theatrale toevoegingen, over een verleden dat nog altijd tot het heden behoort.

June

Paramount

Bij de gedachte aan June Carter Cash (1929-2003) ziet menigeen waarschijnlijk Reese Witherspoon voor zich, de actrice die haar vol verve vertolkte in de biopic van haar echtgenoot, Walk The Line. Of ze denken gewoon aan hem, de Amerikaanse countrylegende Johnny Cash. Het duurt echter ruim een half uur voordat de illustere zanger met die uit duizenden herkenbare, aardedonkere stem haar levensverhaal binnenstapt in de documentaire June (98 min.). Met, natuurlijk, de iconische woorden: ‘Hello, I’m Johnny Cash’.

Het is dan 1956 en June heeft er al een half leven opzitten: ze groeit op als lid van de befaamde folkgroep The Carter Family, wordt daarna als komisch talent ontdekt in de befaamde Grand Ole Opry in het countrymekka Nashville en is dan al aan haar tweede huwelijk bezig – en heeft als gevolg daarvan ook twee dochters, Carlene en Rosie. Na enige tijd afhouden kan ze ‘The Man in Black’ begin jaren zestig echter niet meer weerstaan – ook al is hij een onverbeterlijke junk. De real life-versie van Walk The Line staat op het punt om te beginnen.

Als hij ein-de-lijk is afgekickt, leven ze nog lang en gelukkig. Althans, in de sprookjesversie van hun leven, zoals één van de sprekers in deze documentaire van Kristen Vaurio de speelfilm met Joaquin Phoenix als Cash en Witherspoon als zijn onweerstaanbare echtgenote betitelt. Dat beeld is overigens ook al flink genuanceerd in The Gift: The Journey Of Johnny Cash (2019), tot nader order het definitieve portret van de muzikale legende Cash. June zal nog tot diep in de jaren tachtig heel wat te stellen hebben met de verslavingen van haar echtgenoot.

Intussen staat zij, de telg van een baanbrekende muzikale familie, ook volledig in zijn schaduw. Terwijl June – betogen hun kinderen, vrienden en bekende collega’s zoals Dolly Parton, Willie Nelson en Emmylou Harris – bijvoorbeeld zijn grootste hit Ring Of Fire heeft geschreven. Niet Johnny. Zij zal zich echter naar hem moeten plooien, Als een matrone blijft ze ook zijn leven bijsturen. ‘It’s hard to be Johnny Cash’, zegt June wel eens vergoelijkend over haar echtgenoot, volgens hun zoon John Carter Cash. Voor zichzelf huldigt ze een eenvoudig levensparool: Press On.

En met een soloalbum dat zo is getiteld wint ze in 1999, slechts enkele jaren voor haar dood, zowaar een Grammy Award, de kroon op een dienstbaar leven, als vrouw, moeder en artiest, dat in deze film nu eens centraal wordt gezet. Haar man, die ’t nog maar een paar maanden zal volhouden zónder haar, heeft daarin slechts een bijrol. De belangrijkste bijrol, dat wel. Daarmee wordt June een prima tegenhanger voor The Gift – en voor My Darling Vivian (2021), het portret van de eerste vrouw van Cash, Vivian Liberto.

I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.