How To Build A Library

Autlook / Omroep Zwart

In de bibliotheek, die ooit alleen voor witte bezoekers was bedoeld, wordt nu een beladen film over Kenia’s koloniale verleden vertoond. De emoties lopen hoog op bij de veelal zwarte aanwezigen in de McMillan Memorial Library te Nairobi. De bijeenkomst past in het initiatief van twee Nigeriaanse vrouwen, Shiro Koinange en Angela Wachuka, om de bibliotheek te revitaliseren en aan te laten sluiten bij hedendaagse ideeën.

De McMillan-bibliotheek werd in 1931 opgericht, strikt voor wit gebruik. Pas vanaf 1958 waren ook zwarte bezoekers welkom. Sindsdien is het gebouw in verval geraakt en de collectie zwaar verouderd. Aan Koinange en Wachuka de taak om de zaak vlot te trekken. Hebben deze dames wel door waarmee ze zichzelf hebben ingelaten? vraagt hoofdbibliothecaris Jacob Ananda zich af, als de twee in 2017 aan hun monsterklus beginnen. Hij is, als zelfbewuste professional, ronduit sceptisch.

En die houding zal de twee initiatiefnemers in de navolgende jaren blijven achtervolgen. Er is steeds weerstand om te overwinnen. Als ze bijvoorbeeld het classificatiesysteem van de ongeveer 400.000 boeken en objecten ter discussie stellen, zetten de bibliothecarissen hun hakken in het zand. ‘We kunnen toch niet alles dekoloniseren en dan wel zonder aanpassing het systeem van de kolonisator handhaven?’ werpt Shiro op. En zo krijgt ze de zaak alsnog in beweging. Een beetje, teminste.

In de observerende film How To Build A Library (85 min.) documenteren Maia Lekow en Christopher King dit moeizame proces, dat jaaaren in beslag neemt. Ze larderen dat met zwartwit-beelden en -foto’s van het beladen verleden van het Afrikaanse land, toen witte mannen de dienst uitmaakten en de zwarte bevolking zich daar maar naar had te schikken. Tegenwoordig hebben de ‘dames’ nog altijd te maken met mannen en mannetjes – doorgaans overigens met een zwarte huidskleur.

Shiro Koinange en Angela Wachuka werpen afwisselend hun daadkracht en charme in de strijd en moeten soms ook compromissen sluiten met zichzelf. Het doel, een plek waar iedereen welkom is en ook de stemmen van zwarte Afrikanen worden gehoord, heiligt nu eenmaal de middelen.

Welded Together

Witfilm

Als haar halfzusje Amina, met een tutje in de mond, in slaap valt in de box, kan Katya haar blik nauwelijks losmaken van het kleine meisje. Amina is volledig aangewezen op haar als oudere zus. Hun moeder heeft zich weer eens verloren in drank. God weet waar ze is. Toen Katya’s vader overleed, was zij zelf nog maar zes. Haar moeder verdronk vervolgens haar verdriet en werd uit de ouderlijke macht gezet. En zij belandde als kind in een weeshuis, ergens in de voormalige Sovjet-republiek Belarus. 

De geschiedenis dreigt zich nu te herhalen, terwijl Katya net een eigen leven had opgebouwd als professioneel lasser. Als haar moeder, bij wie ze tegen beter weten in toch weer is ingetrokken, na een nacht aan de boemel niet komt opdagen, staat ze er helemaal alleen voor in hun schamele huurappartement in de Wit-Russische stad Brest. Kan ze Amina behoeden voor het leven dat ze zelf in haar maag gesplitst heeft gekregen? En lukt het intussen ook om de scheuren in haar eigen ziel te herstellen?

Regisseur Anastasiya Miroshnichenko vangt Katya’s gevoelsleven in lange close-ups, waarin zij, met de blik naar binnen, in het oneindige staart. Haar hele leven, ruim twintig jaar ploeteren, lijkt dan voor haar geestesoog te passeren. Tegelijkertijd noopt de realiteit van het hier en nu Katya in Welded Together (96 min.) om na te denken over hoe het verder moet. (Hoe) kan ze haar baan als lasser, de dagelijkse zorg voor haar zusje én het regelwerk om haar alcoholische moeder op het rechte pad te houden combineren?

Everything Will Be Fine, zingt de getormenteerde jonge vrouw, als ze even alles loslaat, enthousiast mee met de Oekraïense artiest Vjerka Serdjoetsjka. Het kost haar alleen moeite om die boodschap te verinnerlijken en een einde te maken aan de maalstroom van armoede en alcoholisme waarin ook zij dreigt te worden meegenomen. Niet in het minst omdat het kiezen voor zichzelf en haar liefde voor haar kleine zusje Amina ook een onmogelijke keuze veronderstelt. Trefzeker werkt Miroshnichenko daarnaartoe.

Welded Together groeit ondertussen uit tot een aangrijpend portret van een jonge vrouw, op handen gedragen door haar mannelijke collega’s en thuis veel te jong bedolven onder volwassen verantwoordelijkheden, die gevangen lijkt te zitten in typische Oostblok-tristesse.

Au Bain Des Dames

Caviar Paris / Les Films de Nout

‘Beha aan, ouwe taarten’, staat er op een wand bij het strand van Marseille gekalkt. Joëlle reageert direct. De oudere Française trekt haar topje uit, steekt haar beide middelvingers in de lucht en roept demonstratief ‘fuck!’. De korte documentaire Au Bain Des Dames (30 min.), een joyeuze film van Margaux Fournier, kan beginnen. Even later liggen Joëlle en haar vriendinnen comfortabel aan het strand. Enkele van hen inderdaad, net als zij, zonder beha, topless.

Ze praten over mannen, over relaties en over seks. Zonder meel in de mond. Expliciet. Vulgair zelfs. Zoals we vrouwen op leeftijd eigenlijk niet meer hebben horen praten sinds Heddy Honigmanns O Amor Natural (1996). Joëlle houdt van stoere mannen, vertelt ze. Type Charles Bronson, Al Pacino of Robert De Niro. En Patrick Bruel, die wordt alsmaar knapper. Ze heeft overigens ook ervaring met vrouwen, vertelt Joëlle onbeschroomd op dat stukje strand dat helemaal van hen lijkt.

Geflirt wordt er ook, in het zonovergoten Marseille. ‘Ik zou hem wel lusten’, bekent Joëlle bijvoorbeeld over een plaatselijke Casanova, een man met een gebruind lijf in een flatterende zwembroek. ‘Een lekker stuk vlees.’ Is het bluf? ‘Honden geven mij de liefde die jullie mij niet geven’, klaagt een andere oudere Adonis, terwijl hij het hondje van één van de dames, in leeftijd uiteenlopend van grofweg zestig tot honderd, liefdevol aanhaalt. Hij gaat daarna tussen hen in liggen.

Fournier zet de verwikkelingen onder de zon aan met romantische muziek en schroomt ook niet om close-ups van de gebruinde oudere lichamen te tonen. Gaandeweg komt vanachter het gebabbel en de bravoure ook een kwetsbaardere kant van met name Joëlle tevoorschijn. De hekel die ze heeft gekregen aan haar eigen uiterlijk, bijvoorbeeld. ‘Ik kijk in de spiegel’ vertelt ze. ‘En spuug naar mezelf.’ En de relatie met haar ex-echtgenoot, die we nu toxisch zouden noemen.

Au Bain Des Dames is desondanks doordesemd van een onweerstaanbaar joie de vivre, van oude lijven met jonge geesten (of andersom), dat vertrouwen geeft in de toekomst, als menigeen z’n geest jong probeert te houden terwijl dat lichaam toch echt ouder wordt.

Silent Flood

Tabor Film

‘Ze hebben geen elektriciteit of andere moderne gemakken’, vertelt de ene Oekraïense soldaat aan de andere, terwijl ze aan het front handgebakken brood met elkaar delen. Dat is belachelijk, vindt die. Geen televisie of telefoons, benadrukt de eerste nog maar eens. ‘Als je bij hen binnenkomt, schrik je je dood. Alles is van hout. Geen plastic of metaal.’ Zijn collega begint te glimlachen. ‘Zelfs hun wasmachines zijn zeker van hout?’ Nee, reageert z’n gesprekspartner. Ze brengen hun was naar de Dnjestr-rivier en doen hem daarin met de hand. ‘Met stenen!’

De soldaten kunnen er niet over uit: de ‘kashketniky’, een soort Oekraïense Amish, lijken echt in een ander tijdsgewricht te leven. Ze mijden het contact met de buitenwereld. Bij hen is er ook geen alcohol, geen moderne geneeskunde en geen oorlog. Tenminste, zolang de jaarlijks overstromende Dnjestr hen niet opzadelt met vijandelijke soldaten. Want de Russische aanval bereikt uiteindelijk ook het westen van Oekraïne. Op hun eigen voorwaarden levert de pacifistische gemeenschap tóch een bijdrage aan de strijd: militairen aan het front worden voorzien van zelfgemaakt brood.

Dmytro Sukholytkyy-Sobchuk begint zijn observerende documentaire Silent Flood (90 min.), op het IDFA van 2025 bekroond met de Award voor beste cinematografie, bij de rivier, die tijdens zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog aan de frontlinie lag en nu geen afdoende barrière lijkt te vormen tegen Poetins aanvalsdrift. Een idyllische leefomgeving, weldadig vereeuwigd. De mens is er eerst en vooral onderdeel van een gemeenschap. De Oekraïense filmmaker licht er dus ook geen individuen uit, maar richt zich op het collectief, de leefwijze en hun mores.

Bij de beeldenpracht klinken stemmen van binnen en buiten de gemeenschap. Over hoe zij de wereld op afstand proberen te houden, om puur te blijven voor hun God. ‘Wij hebben geen priesters of geestelijk leiders’, vertelt een kashketniky-man bijvoorbeeld, buiten beeld. ‘We bidden samen en vragen God om ons te behoeden voor zonde en weg te houden bij het moderne leven.’ En over hoe de buitenwereld soms naar hen kijkt: profiteurs, inteelt en landverraders. ‘Onze jongens werden naar de oorlog gestuurd’, laat een vrouw optekenen. ‘Maar zij wilden niet gaan.’

Halverwege laat Sukholytkyy-Sobchuk de idylle achter zich en reist met een zending brood mee naar het frontgebied. Zijn film verschiet dan van kleur: de grauwe realiteit van oorlog doet zijn intrede. Deze wereld, eveneens gecreëerd door God, is door de mens bezaaid met landmijnen. Een treffende metafoor voor hoe de Russische invasie gaandeweg elk stukje Oekraïne overspoelt en zelfs degenen die zich willen onttrekken aan de strijd meezuigt in een maalstroom van geweld. Net als de Dnjestr-rivier: zonder genade.

Sotto Le Nuvole

Bantam Film

De laatste uitbarsting van de Vesuvius dateert alweer van tachtig jaar geleden. Toch leven de inwoners van Napels nog altijd in de schaduw van de vulkaan. Bij de meldkamer van de brandweer komen regelmatig telefoontjes van verontruste bewoners binnen. Zij hebben een schok gevoeld of beving waargenomen. 

Bij gewone Napolitanen zit de teloorgang van Pompeï nu eenmaal in het collectieve geheugen. In het jaar 79 na Christus werd de Romeinse stad bij een uitbarsting van de Vesuvius verzwolgen door een golf van gloeiende lava, vulkaangruis en as. De dreiging van onheil – en de onrust die daarmee gepaard gaat – werkt ook als een permanente onderstroom voor Sotto Le Nuvole (Internationale titel: Below The Clouds, 114 min.).

Heden en verleden lopen voortdurend door elkaar heen in deze nieuwe film van de Italiaanse regisseur Gianfranco Rosi, die eerder in Sacro GRA (2013) en Fuocoammare (2016) respectievelijk de ringweg rond Rome en de vluchtelingencrisis op het eiland Lampedusa belichtte en nu de havenstad Napels portretteert, waar het verleden middels Romeinse ruïnes en archeologische opgravingen alomtegenwoordig is.

Rosi kijkt mee bij archeologisch onderzoek van de Universiteit van Tokio bij de Romeinse Villa Augustea, laat zich door een gids met een zaklamp rondleiden door een kelder met kunstschatten en sluit aan als brandweerlieden en de procureur-generaal afdalen onder de grond, waar ze zijn gestuit op het werk van grafrovers. Met zelf gegraven tunnels zijn deze ‘rioolratten’ erin geslaagd om talloze historische artefacten te ontvreemden.

Sotto Le Nuvole is door de filmmaker geschoten in straf zwart-wit. Bij het vereeuwigen van de stad en z’n inwoners speelt hij voortdurend met perspectief, kadrering en licht. Hij beperkt zich verder tot observeren en neemt daarvoor ook ruim de tijd. Deze mozaïekfilm bevat weliswaar enkele terugkerende personages en situaties, maar richt zich niet op het opzetten, uitwerken en afwikkelen van afgeronde verhalen.

Illustratief is het relaas van Syrische mannen die met een schip Oekraïens graan komen lossen. ‘Wat geweldig, Napels!’ reageert de echtgenote van één van hen enthousiast, als ze hem aan de telefoon krijgt. ‘Eet je daar pizza?’ Even later spreekt ze haar zorg uit: de Oekraïense stad waar ie net vandaan komt is gebombardeerd. En hij weet dat ze over vijf dagen – ze hebben nu eenmaal geen andere keus – weer naar Odessa vertrekken.

Als al het graan aan het eind van deze verstilde film is gelost, liggen de Syriërs uitgeteld in het lege ruim van hun schip. Zoals Titti, een leraar die Victor Hugo’s Les Misérables heeft voorgelezen aan zijn pupillen, de laatste bladzijden van zijn boek bereikt. En een lege metro tot stilstand komt in de nachtelijke stad. Zulke stemmige beelden vormen de bouwstenen van Rosi’s narratief, in een lijvige film om langzaam in weg te zinken.

Ghost Elephants

Skellig Rock, Inc / Piece Of Magic

Ze hebben hem Henry genoemd. De grootste olifant die de mens ooit heeft gezien. Of op zijn minst: de grootste olifant die de mens ooit heeft gedocumenteerd. Een opgezette versie van het kolossale dier behoort tot de pronkstukken van het Amerikaanse museum The Smithsonian in Washington D.C.

Achter het museumstuk gaat een foto schuil, die de vermaarde Duitse cineast Werner Herzog in z’n nieuwste avonturendocu ook laat zien: van een man die met een brede glimlach op zijn trofee is geklommen. Hij steekt z’n geweer trots in de lucht. Na het vastleggen van dit pijnlijke tafereel, op 13 november 1955, heeft Josef Fénykövi de mastodont nog nauwkeurig opgemeten, vooral om zijn eigen prestatie te markeren.

Volgens de Zuid-Afrikaanse bioloog en natuurbeschermer Steve Boyes moet ‘Henry’ meer dan honderd jaar oud zijn geweest. Met zijn team, bestaande uit antropologen en plaatselijke spoorzoekers, zoekt hij in de Angolese hooglanden al tien jaar naar afstammelingen van Henry, de zogeheten Ghost Elephants (99 min.). Maar of deze mythische dieren ook daadwerkelijk rondlopen in het hedendaagse Afrika?

‘Is het belangrijk of ze echt of alleen in onze verbeelding bestaan? wil Werner Herzog, die als filmmaker weer eens op een expeditie naar een onbekende wereld op aarde is beland, van zijn hoofdpersoon weten. Het is geen probleem als ze alleen in onze dromen bestaan, vindt Boyes. ‘Dat is misschien nog wel beter. Dan zouden ze er voor altijd zijn of kunnen zijn – en kan ik er ook voor de rest van mijn leven naar blijven zoeken.’

Een typisch Herzog-personage, kortom. Een man met een levensopdracht, die tot het einde der dagen kan worden nagejaagd. Omringd door een ensemble van kleurrijke figuren met bijzondere gaven of zienswijzen bovendien, zoals drie ‘bosjesmannen’ van de KhoiSan-stam. Zij staan véél dichter bij de natuur dan de gemiddelde westerse mens, vertelt de Duitse regisseur erbij, met die uit duizenden herkenbare vertelstem.

Samen gaan zij op zoek naar de spookolifant, een missie die door een inmiddels wel erg oud klinkende Herzog van context en cachet wordt voorzien. Als het Steve Boyes in deze interessante film, verrijkt met fraaie dronebeelden en theatrale muziek, lukt om DNA van het dier veilig te stellen, kan dit worden vergeleken met Henry in het Smithsonian. En dan kan meteen worden vastgesteld of het inderdaad om een unieke olifantensoort gaat.

Le Chant Des Forêts

Periscoop Film

Michel Munier kan het zich nog als de dag van gisteren herinneren – ook al is ‘t toch al ruim een halve eeuw geleden. Eind jaren zestig, vertelt de oudere Franse natuurliefhebber, bijna fluisterend, aan zijn kleinzoon Simon, zag hij voor het eerst een auerhoen. ‘We liepen door het bos’, herinnert de oude man zich. ‘Er lag een pak sneeuw van twee meter dik. Het leek net een kathedraal, met hoge stammen, hoge sparren.’

Michels zoon, de filmmaker Vincent Munier, luistert eveneens aandachtig toe in die knusse boshut in de Vogezen. Hij kijkt ook naar wat opa’s verhaal losmaakt bij zijn zoon Simon. Later heeft Vincent nog bijna mythische beelden toegevoegd aan de anekdote, die in zijn documentaire Le Chant Des Forêts (internationale titel: Whispers In The Woods, 94 min.) wordt opgedist als een spannend verhaal. ‘Toen de mist weer dichttrok, zei ik bij mezelf: je hebt gedroomd’, vervolgt zijn vader/opa Michel. ‘Dat beeld is me altijd bijgebleven. Het beeld van een fantoom. De fantoomvogel.’

Michel Munier is al net zo’n bevlogen verteller als zijn zoon Vincent, die enkele jaren geleden een fikse hit scoorde met de zinderende film The Velvet Queen (2021), over zijn zoektocht naar een sneeuwluipaard in het Tibetaanse hoogland. Ditmaal zoekt de Franse natuurfilmer en -fotograaf ‘t in alle opzichten dichter bij huis, met een documentaire over hoe zijn vader ook zijn eigen zoon Simon inwijdt in de geheimen van moeder natuur. Michel neemt hen daarvoor mee op een ontdekkingstocht door hun eigen omgeving, om te kijken én luisteren naar al wat daar leeft. 

Hun belevenissen in het uitgestrekte bos, waar ze uilen, eekhoorns en een lynx observeren en het gehamer van nijvere spechten, bronstig brullende herten en het gezang van een lijster proberen te vangen, worden begeleid door muziek van Warren Ellis, ditmaal ondersteund door Dom La Nena en Rosemary Standley. Le Chant Des Forêts, met z’n schilderachtige luchten, imposante bomen en dierenpracht, ziet er bovendien schitterend uit – al voelen de familiegesprekken in die knusse, fraai uitgelichte boshut soms wel enigszins opgeprikt.

Intussen wordt de auerhoen, een vogel die sinds de laatste ijstijd in de Vogezen leeft, met uitsterven bedreigd. ‘Voor mij is dat hartverscheurend’, vertelt Michel aan zijn kleinzoon. ‘Vooral omdat we ons hebben ingezet om z’n bos te behouden.’ Waarna de drie generaties Munier een list bedenken om Simon alsnog z’n eerste auerhoen te laten aanschouwen, in het winterse Noorwegen. En met het laten zien en horen van de schoonheid van de aarde, liefst in een goed geoutilleerd filmtheater, werpen Michel, Vincent en Simon meteen een deugdelijke verdedigingswal op.

Wie via de Muniers kennis maakt met de geheimen van het bos, kan er nooit meer onverschillig doorheen wandelen.

Broken English

Paradiso Films

The Ministry Of Not Forgetting, belast met het bewaren van cultureel erfgoed, heeft zich nu over de casus Marianne Faithfull gebogen. Een typisch geval van: verkeerd herinnerd. Als ex van Rolling Stones-zanger Mick Jagger, op de eerste plaats. En daarna: als hopeloze junk, ruim twintig jaar verslaafd aan alle mogelijke drank en drugs.

Daar wil het Ministerie van Niet-Vergeten, waar deze hybride film is gesitueerd, dus subiet verandering inbrengen. In een futuristisch ogend researchcentrum gaat de onderzoeker van dienst, een rol van de jonge Britse acteur George McKay (1917), het subject nog eens grondig doorlichten. Daarvoor heeft hij Faithfull zelf ook uitgenodigd, om samen met haar de opgediepte bewijsstukken – archiefinterviews, nieuwsbeelden en concertopnamen – te analyseren.

Toegegeven: de opzet van Broken English (99 min.) doet in eerste instantie gekunsteld aan. De regisseurs Iain Forsyth en Jane Pollard, die eerder samen bijvoorbeeld ook de geweldige Nick Cave-docu 20.000 Days On Earth (2014) maakten, hebben wel heel veel beeld- en verteltrucs, inclusief een onderzoeksleider die toch wel erg veel wegheeft van Tilda Swinton, uit hun mouw geschud om de gebruikelijke plaatje-praatje muziekdocu te vermijden. Het werkt alleen wel. Geweldig zelfs. Deze film kantelt het beeld van de hoofdpersoon en ontstijgt haar tegelijk ook.

Met de misogynie waarmee Marianne Faithfull, tijdens het maken van de film overleden, in haar leven stelselmatig te maken kreeg bijvoorbeeld. De continue vragen in talkshows over met welke bekendheid ze nu weer het bed had gedeeld. Of de volledig overtrokken reactie van alles en iedereen op haar ‘drugslied’ Sister Morphine, dat in 1969 direct in de ban werd gedaan. Toen The Stones het nummer twee jaar later op hun album Sticky Fingers zetten, kraaide er echter geen haan meer naar.

Aan Mick maakt de dame in kwestie weinig woorden vuil. Hij komt natuurlijk wel langs in het archiefmateriaal dat wordt bekeken en beoordeeld. En, natuurlijk, in oude interviews met Marianne Faithfull zelf. ‘Stel je voor dat je op je 45e nog Satisfaction moet zingen’, zegt een eerdere incarnatie van haar. ‘Arme donder’, voegt ze er in tegenwoordige tijd aan toe. Faithfull maakt, in die laatste levensfase, een even kwetsbare als montere indruk. Een vrouw die vrede heeft gesloten met het leven. Háár leven.

Forsyth en Pollard geven ook haar beste songs een nieuw leven. Omdat hun heldin tegenwoordig een artiest in ruste is, afhankelijk van zuurstoftoevoer, laten ze onder andere Beth Orton, Suki Waterhouse, Courtney Love en Nick Cave, in de rug gedekt door Warren Ellis, Ben Christophers, Ed Harcourt en Thurston Moore, enkele van haar songs uitvoeren op het Ministerie. En uiteindelijk geeft de grande dame zelf natuurlijk ook nog een allerlaatste performance. Met Johnny Cash-achtige allure.

Haar werk is niet gestold geraakt in de tijd, maar nog net zo vitaal als ooit. Wanneer het onvermijdelijke nieuws komt – Tilda Swintons woorden ‘Onze onbevreesde vriendin is weg. Weg, maar niet vergeten.’ galmen nog wel even na – zijn de keuzes in en uitvoering van misschien wel de beste muziekfilm van het jaar bovendien op een geloofwaardige manier verklaard en lijkt alles ook wel gezegd, gezien en bezongen. Marianne Faithfull gaat ‘gracefullly’ de herinnering in. Als artiest, als icoon en als mens.

Agatha’s Almanac

Bantam Film

‘Wil je het verhaal horen?’ vraagt Agatha Brock aan haar nicht Amalie. ‘Vrijer nummer één’, begint ze vervolgens. ‘Ik gaf les in de buurt van Arborg. Even verderop woonde een vrijgezel. En die had een oogje op me. Hij knipte z’n heg, zodat hij me door de tuin kon zien lopen.’ Het kon echter niets worden tussen hen, vertelt de hoogbejaarde Canadese vrouw, terwijl ze een spade in de grond van haar uitgestrekte moestuin zet. ‘Ik zou nooit met een katholiek trouwen.’

Door met verhaal twee. Dat werd dus ook niks. Net als met nummer drie… ‘Als het geen ware liefde is, ben je alleen beter af’, constateert Agatha. ‘En dat ben ik al m’n hele leven. Maar ik ben niet eenzaam, ik ben altijd bezig.’ Ze woont nog altijd in haar eentje op de oude familieboerderij in Manitoba, een perceel van 22 hectare. Daar neemt ze haar nicht, multidisciplinair kunstenaar Amalie Atkins, mee in alle wederwaardigheden van het leven op het platteland.  Hoe je groenten en fruit zaait, oogst en bewaart – en hoe je aan de grond, planten en lucht kunt zien wat je moet doen.

Agatha’s Almanac (86 min.) is de weerslag van inmiddels negentig jaar leven op het land, in de loop van zes jaar vereeuwigd op 16mm-film. Door een filmmaakster die vrijwel volledig op de achtergrond blijft, maar met haar kiene oog voor Agatha’s zorgvuldig gelabelde spullen, sequenties van details uit Agatha Brocks leven en kleurrijke synth-soundtrack wel degelijk kleur geeft aan de praktische tips van de vrouw die volledig in harmonie met de natuur lijkt te leven – en tevens vrede heeft met de grillen van het bestaan, dat ook aan haar de nodige klappen heeft uitgedeeld.

En sommige delen daarvan kunnen het best onbesproken blijven, laat ze haar nicht in niet mis te verstane bewoordingen weten. Want Agatha is een eigenzinnige vrouw. Ze spreekt regelmatig voicemails in bij Amalie – ook omdat ze zelf wel kan bellen, maar niet gebeld kan worden. Atkins gebruikt deze berichtjes als rode draad voor dit aandoenlijke portret van een kromgetrokken, dapper voortploegende vrouw en een levensstijl die met het verdwijnen van haar generatie alsmaar zeldzamer wordt in de westerse wereld.

Het Ondergronds Orkest

Eye Film

Muziek overstijgt elke taal en communiceert met iedereen. Altijd en overal. In de Parijse metro weerklinkt bijvoorbeeld zowel harp- en accordeonmuziek als Otis Redding en zigeunermelodieën. In de onlangs gerestaureerde documentaire Het Ondergronds Orkest (110 min.) uit 1997 probeert de Peruaans-Nederlandse filmmaakster Heddy Honigmann (1951-2022) zowel de muziek zelf als de mensen daarachter te vangen.

De Franse politie is tegelijkertijd onverbiddelijk: filmen in de metro is strikt verboden. Iedereen die dit toch probeert, wordt er zonder pardon uitgebonjourd. Honigmann en haar crew, die al snel naar buiten worden gedirigeerd, laten zich echter niet ontmoedigen en volgen een aantal straatmuzikanten, ogenschijnlijk spontaan, de stad in, richting hun eigen onderkomens. Daar leggen ze hun ziel bloot. Niet alleen met hun zangstem of instrument.

Het gaat veelal om bannelingen, professionele muzikanten die een wereld hebben achtergelaten waar ze niet gelukkig, gewenst of veilig waren. Zanger Malo Kélé uit Kinshasa bijvoorbeeld. Hij leeft in een piepklein appartement, ‘mijn cel’’. Daarvan heeft ie er in Zaïre meer van binnen gezien. ‘Ik was een slaaf van Mobutu’, vertelt hij. ‘Ik was één van de kinderen die hij naar de concentratiekampen stuurde.’ Malo kwam uiteindelijk met de boot naar Frankrijk.

Of de Venezolaanse harpist Mario Guacarán. Hij speelde al in half Europa, maar dreigt nu uit zijn huis gezet te worden omdat hij geen paspoort heeft. ‘Soms huil ik’, zegt hij. ‘Zodat ik niet dood.’ De Malinese zangeres Assitan Keïta betaalt intussen de hoofdprijs voor een eenkamerflat. ‘Je kunt niet anders als je uit Afrika komt. Ik kan nergens anders heen.’ Want in eigen land is geen werk. Ze kan sowieso niet lezen of schrijven. ‘Ik wil sterven in muziek’, zegt ook zij dramatisch.’

De Roemeense cellist Georges Florea raakte teleurgesteld in de revolutie in zijn eigen land, waaraan hij zelf actief had deelgenomen, en besloot daarna om in Frankrijk te blijven toen hij daar met zijn orkest speelde. Hij treedt soms op met zijn zoon. Die is van zins om naar het conservatorium te gaan, maar speelt net zo goed elektrische gitaar. ‘Bach is AC/DC voor mij’, legt ie uit. ‘Het ultieme.’ Van die band hebben zowel zijn vader als Honigmann echter nog nooit gehoord.’

Voor een grijpstuiver spelen deze muzikale nomaden bijna letterlijk alsof hun leven ervan afhangt. Bijzonder indringend is het relaas van de Argentijnse pianist Miguel Angel Estrella. Hij moest vluchten voor de doodseskaders van het Videla-regime omdat ie had opgetreden voor ‘het tuig’ en zo een klassenbewustzijn aanwakkerde waaraan de machthebbers helemaal geen behoefte hadden. Toen hij werd gemarteld, zochten zijn folteraars doelbewust zijn speelvingers op.

Die gesprekken gaan soms diep, maar voelen soms ook wat vluchtig en voxpopperig. Zoals menigeen aan de keukentafel, bij een borreltje of in het café ook wel eens over zichzelf begint te vertellen. Tezamen benadrukken ze echter het belang van muziek, de universele taal waaraan Heddy Honigmann twee jaar later opnieuw een film zou wijden: het eveneens bekroonde Crazy (1999), een aangrijpende documentaire over het belang van muziek voor oorlogsveteranen.

Bajo Las Banderas, El Sol

Icarus Films

Vrede, werk en welzijn met Stroessner. Met die slogan zal de president van Paraguay volgend jaar opnieuw worden verkozen, stelt de verslaggever van dienst in een nieuwsreportage over de eerste verre reis van de Zuid-Amerikaanse leider naar Japan. Op 12 april 1972 neemt hij op het Aeropuerto Internacional President Stroessner afscheid van een enthousiaste natie. Alfredo Stroessner zit dan al sinds 1954 in het zadel in Paraguay, na de bijna verplichte militaire coup, en is voorlopig ook niet van zins om te wijken. Hij zal nog tot 1989 aan de macht blijven.

Alfredo Stroessner Matiauda (1912-2006) geldt dan als de langstzittende dictator van Zuid-Amerika. Vanuit de hoofdstad Asunción regeert hij, net als tijdgenoten en gelijkgezinden zoals de generaals Augusto Pinochet en Jorge Videla, met ijzeren land over Paraguay, dat zit ingeklemd tussen Argentinië, Brazilië en Bolivia. In Bajo Las Banderas, El Sol (internationale titel: Under The Flags, The Sun, 90 min.) laat Juanjo Pereira dit land opnieuw zien: via de promofilms en lofliederen die De Grote Leider en zijn Colorado-partij de wereld instuurden. En, zeker in de tweede helft van deze archieffilm, ook via dossiers en kritische reportages, veelal van buitenlandse makelij, over de uitwassen van de dictatuur.

Over Hotel Tirol bijvoorbeeld, waar (oud-)nazi’s zoals de beruchte kamparts Josef Mengele vertoeven en ook Stroessner, die zelf een Duitse achtergrond heeft, zich graag laat zien. Over de abominabele behandeling van Paraguay’s inheemse bevolking, die het leven onmogelijk wordt gemaakt. En over de folteringen in de gevangenissen van het regime, natuurlijk. Geen totalitaire staat kan zonder. ‘Misschien wordt u soms moe van ons’, spreekt een volgeling Alfredo Stroessner geheel in stijl publiekelijk toe op een partijcongres, aan de vooravond van weer een herverkiezing. ‘Maar als u ziet dat wij, als uw volk, u nodig hebben, dan kunt u ons niet in de steek laten, generaal!’

Stroessner en de zijnen presenteren zichzelf dan doodleuk als hoeders van de democratie, die populisten, oproerkraaiers en allerlei links gespuis de pas afsnijden. De hardwerkende Paraguayaan mag zijn handen dichtknijpen bij zoveel onbaatzuchtige gemeenschapszin. Met de selectie en rangschikking van beschikbare beelden, en het vinden van overeenkomsten en contrasten daartussen, laat Pereira intussen een land herleven dat ruim 35 jaar na dato ongetwijfeld van menig netvlies was verdwenen en dat desondanks – onder een andere naam, op een andere plek in de wereld – nog gewoon lijkt te bestaan. Alleen de namen van de zelfverkozen leiders zijn anders.

Voordat hij kon worden geliquideerd door zijn opvolger, generaal Andrés Rodriguez, wist Alfredo Stroessner in 1989 naar het buitenland te ontkomen. Daar zal hij zich nog wel eens achter z’n oren hebben gekrabd. De man die hem met een staatsgreep van de macht beroofde behoorde niet alleen tot zijn eigen Colorado-partij, die overigens nog altijd aan de lakens uitdeelt in Paraguay, maar was ook nog eens aangetrouwde familie. Andrés Rodriguez zou de macht na vier jaar, een opmerkelijke stap die bijna voor democratisch zou kunnen worden versleten, overigens alweer afstaan.

A Fox Under A Pink Moon

Oskouei Films

‘Oom Mehrdad’, schrijft Soraya Akhlaghi aan filmmaker Mehrdad Oskouei na haar zoveelste mislukte ‘game’. ‘We hebben ‘t weer niet gehaald.’ De tiener zit vast in Iran. Ze wil naar Oostenrijk, waar haar moeder wacht. Die heeft ze al meer dan acht jaar niet gezien. Via Turkije doet Soraya talloze pogingen om in Europa te komen. Zoals bij veel lotgenoten lijkt haar reis echter vervloekt.

Soraya stamt eigenlijk uit Afghanistan, een land waar ze nooit heeft gewoond. Daar moet ze eigenlijk naartoe om een identiteitsbewijs te halen, maar om in dat land te kunnen komen heeft ze een paspoort nodig. En dat heeft ze dus niet. Haar leven is een Gordiaanse knoop geworden die nauwelijks is te ontwarren. In de gelauwerde film A Fox Under A Pink Moon (77 min.) doet ze nochtans een dappere poging.

Vijf jaar lang legt Soraya haar leven vast met haar mobiele telefoon. De filmpjes stuurt ze door naar Oskouei, haar partner in crime op afstand. In die periode moet zij aanzien hoe de Taliban de macht overnemen in haar moederland en krijgt ze zelf steeds meer te verduren van haar hardvochtige echtgenoot Ali, die eigenlijk niet wil worden gefilmd en uiteindelijk alleen onherkenbaar in beeld is gebracht.

Met een andere, minder kleurrijke protagonist had deze tragische situatie wellicht geresulteerd in een even schrijnende als inwisselbare film over een vrouw, die nu eenmaal in de hoek zit waar de klappen vallen. Soraya is echter ook een buitengewoon begaafde kunstenares, die sprekende sculpturen fabriceert, surrealistische schilderijen maakt en zingt en gitaar speelt. Een jonge vrouw die blijft verbazen.

Via de figuur van een clown drukt ze haar pijn uit, vertelt Soraya. Zij spreekt met een roze maan over haar verlangens. Een schrandere vos geeft haar advies. En haar angsten drukt ze uit in een demon, die zo voor één van de mannen met baard uit haar moederland zou kunnen doorgaan. Al deze figuren huizen in haar. ‘Voor mijn gevoel zijn we een complete familie’, zegt Soraya in de voice-over waarmee ze film aanstuurt.

De manier waarmee ze haar bleke bestaan vormgeeft, inkleurt en uitdrijft, tevens uitgewerkt in expressieve animaties die samenvloeien met haar telefoonbeelden, sublimeert deze film en resulteert in onvergetelijke beelden, bijvoorbeeld van een man met baard die ze eerst boetseert, daarna een clown – de vermoorde Afghaanse komiek Khasha Zhuwan – de keel laat dichtknijpen en tot slot het hoofd inslaat.

Als Soraya, tegen het einde van de film, bont en blauw, voor een spiegel staat, klaar voor weer een ‘game’, misschien wel de allerlaatste, besluit ze om een kleurrijk kunstwerk, misschien ook wel haar allerlaatste, te verrijken met haar eigen bloed, een traan om het leven dat ze heeft geleden, dat nu snel achter haar ligt. Op zoek naar een thuis, aan de andere zijde van Europa’s ondoordringbare grens.

32 Meters

Road Pictures

Normaal wordt er bij wedstrijden vanaf 45 meter afstand geschoten. Door mannen. De vrouwen gaan nu, hebben diezelfde mannen besloten, vanaf 32 Meters (84 min.) schieten. Als dat echt zo nodig moet.

Want eerlijk gezegd zitten de meeste mannen in de Turkse dorpsgemeenschap er niet op te wachten. Vrouwen horen, kortgezegd, in de keuken. Dan kennen ze Halime echter nog niet. Beter: die kennen ze wel. Deze plaatselijke vrijbuitster heeft al eens aan schietwedstrijden meegedaan en daarbij menige schutterende kerel in het stof laten bijten. Als gevreesde scherpschutter noopt ze nu ook haar vriendinnenclub om eens te gaan schieten.

Daarvoor hebben die dan wel toestemming nodig van de man des huizes. Zeker als ze niet alleen voor de kat z’n… willen gaan schieten, maar echt voor de prijzen willen gaan bij een lokale wedstrijd. Deze vrouwen zijn echter niet voor een kleintje vervaard. Als ‘t niet mag van onze mannen, zeggen ze tegen elkaar in deze kostelijke film van Morteza Atabaki, maken we die gewoon tot doelwit. En dan noemen ze zichzelf De Mannen Vernietigingsbende.

Alle gekheid op een stokje: 32 Meters snijdt wel degelijk een relevant maatschappelijk thema aan: de achtergestelde positie van vrouwen in een patriarchale samenleving. Stukje bij beetje weet de rebbel(en)club in deze real life-comedy beweging te krijgen in hun vastgeroeste wereld – al is dat schieten nog best lastig. ‘Proficiat, je hebt een berg geraakt!’, zegt Halime sarcastisch als één van de aspirant-schutters de trekker voor het eerst heeft overgehaald.

Van de meeste kerels hebben ze overigens weinig te vrezen. Op een enkele Joris Goedbloed die alles doet voor zijn ‘prinses’ na, zijn dat niet meer dan sukkels die lamlendig op de bank voor de tv hangen, zonnebloempitten zitten weg te knagen of in het gemeenschapshuis oeverloos met elkaar lullen. Althans, zo zet Atabaki ze in de wereld. Dat wordt soms bijna te leuk om waar te kunnen zijn. En dit zou je ook op deze lekker gestileerde docu tegen kunnen hebben.

Logischer is het echter om de personages en premisse zonder voorbehoud te omarmen en eens lekker te schuddebuiken om dit onvervalste stukje vrouwemancipatie, dat al die oenige mannen met wie zij leven en werken, zonder dat ze ’t doorhebben, toch maar overkomt. Tot besluit gooien de prijsschutsters voor de zekerheid zelfs nog letterlijk een steen in de vijver.

Free Leonard Peltier

The Film Collaborative

Dat hij op die 26e juni 1975 op de Pine Ridge Indian Reservation in South Dakota op FBI-agenten heeft geschoten, geeft Leonard Peltier toe. Het was volgens hem zelfverdediging. Dat hij de agenten Ronald Williams en Jack Coler in koelen bloede heeft geëxecuteerd, ontkent de ‘Native American’ echter ten enen male. ‘Ik heb nog nooit in mijn leven iemand vermoord’, stelt Peltier, inmiddels begin tachtig. Hij zit al een halve eeuw in de gevangenis. Volgens zijn achterban is hij de langstzittende politieke gevangene van de Verenigde Staten – en een exemplarisch voorbeeld van hoe Amerika z’n inheemse bevolking behandelt.

In Free Leonard Peltier (108 min.) lichten Jesse Short Bull en David France de pijnlijke zaak, die in 1992 al eens werd behandeld in Michael Apteds klassieke documentaire Incident At Oglala, nog eens helemaal door. Daarvoor zoomen ze eerst uit: naar hoe de troosteloze situatie van de oorspronkelijke bewoners van de VS, die steeds opnieuw zijn bedrogen door ‘de witte man’ en ondertussen werden verdreven naar reservaten, begin jaren zeventig noopt tot actie. De belangenorganisatie AIM (American Indian Movement) begint zich te manifesteren met de zogeheten Trail Of Broken Treaties, organiseert een protestactie in het omstreden Bureau Of Indian Affairs en bezet 71 dagen lang Wounded Knee, een plek waar ruim tachtig jaar eerder een enorm bloedbad werd aangericht.

Als het in 1975 tot een dodelijke schietpartij komt bij Pine Ridge – de dood van de ‘Native American’ Joe Stuntz leidt overigens nooit tot vervolging – worden er drie inheemse activisten gearresteerd. Dino Butler en Bob Robideau beroepen zich op zelfverdediging en worden vrijgesproken. Leonard Peltier krijgt echter levenslang – hoewel er nauwelijks bewijs is tegen hem. Daarbij weegt zwaar dat zijn eigen vriendin Myrtle Poor Bear een getuigenverklaring tegen Peltier heeft afgelegd. Één probleem daarbij: Leonard kent Myrtle helemaal niet. Hij verdwijnt desondanks achter de tralies. De ongerijmdheden in deze zaak zullen in de navolgende decennia nog veel aandacht krijgen in de media. Tot vrijlating komt ‘t, ook door aanhoudende protesten vanuit de FBI, echter nooit.

Short Bull en France zetten deze tragische geschiedenis netjes op een rij, met gebruik van split screen en bezwerende inheemse muziek, en sluiten verder aan bij een nieuwe poging van de gedreven activisten Holly Cook Maccaro en Nick Tilsen om Peltier, die inmiddels bijna vijftig jaar vastzit en allerlei gezondheidsproblemen heeft, alsnog vrij te krijgen. Ze hopen president Joe Biden begin 2025 te bewegen om in de allerlaatste dagen en uren van zijn ambtstermijn alsnog amnestie te verlenen aan dit icoon van hun gemeenschap. Dan krijgt deze historische documentaire, die nog wat traag op gang is gekomen, ineens ook een enorme emotionele lading. ‘Ik ben verdomme een strijder’, zegt Peltier vanuit de gevangenis fel tegen Maccaro. ‘Ik ga nu echt niet opgeven!’

Free Leonard Peltier is begin 2025 in première gegaan op het Amerikaanse Sundance Film Festival, maar heeft sindsdien, vanwege nieuwe ontwikkelingen in de zaak, een ander, zeer aangrijpend slot gekregen. En, met een beetje geluk, wordt de vertoning van deze cruciale film over een schandvlek in Amerika’s geschiedenis, net als onlangs op het International Documentary Festival Amsterdam, ingeleid door Leonard Peltier zelf, een man met een broos lichaam, maar nog altijd met een roestvrijstalen wil. ‘We hebben jullie hulp nodig in dit gevecht’, houdt hij de kijker dan voor, recht in de camera kijkend. ‘Één allerlaatste gevecht.’

The Six Billion Dollar Man

Charlotte Street Films

Regisseur Eugene Jarecki hamert ‘t er bij de start van The Six Billion Dollar Man (129 min.) nog even in: vóórdat Julian Assange een hacker, een verkrachter en een spion werd (genoemd), was hij de man die in 2010 met WikiLeaks de beruchte Collateral Murder-video publiceerde. Schokkend beeldmateriaal waarmee ondubbelzinnig werd aangetoond dat Amerikaanse militairen zich in Irak schuldig maakten aan oorlogsmisdaden.

Want daar ligt de oorsprong van al wat Assange daarna overkwam: een beschuldiging van seksueel misbruik in Zweden, een jarenlang verblijf als verstekeling op de Ecuadoriaanse ambassade te Londen en daarna nog een tragische periode van eenzame opsluiting in de Engelse gevangenis Belmarsh. Een rechtsgang – lees: martelgang – die in totaal toch al gauw veertien jaar in beslag heeft genomen.

Dat proces is natuurlijk al op diverse momenten en vanuit verschillende gezichtspunten opgetekend in gewaardeerde documentaires zoals We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (2013), Ithaka: A Fight To Free Julian Assange (2021) en A Dangerous Boy (2024). Niet eerder werd dit verhaal echter zo compleet, goed gedocumenteerd en meeslepend gepresenteerd als in deze essentiële film van Eugene Jarecki.

Jarecki (The Trials Of Henry Kissinger, The House I Live In en The King) moest zijn film volgens eigen zeggen in Duitsland maken, omdat in het huidige Amerika niemand z’n vingers eraan wilde én wil branden. Niet vreemd: Julian Assange wordt, zéér overtuigend, geportretteerd als het slachtoffer van een buitengewoon geraffineerde Amerikaanse lastercampagne, die in feite neerkomt op ‘een slow-motion publieke executie’.

De documentairemaker kan daarvoor terugvallen op een ware sterrencast, met Edward Snowden, Sigurdur ‘Siggi The Hacker’ Thordarson, Naomi Klein, Yanis Varoufakis en Chelsea Manning. Zelfs Vivienne Westwood en, jawel, Pamela Anderson, die Assange opzochten tijdens zijn ballingschap, sluiten nog even aan. Alleen de man zelf ontbreekt. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn vrouw Stella Moris en advocate Jennifer Robinson.

De onkreukbare Robinson, Assanges trouwste metgezel in een episch juridisch gevecht, fungeert tevens als verteller. Zij scheidt, vanuit het perspectief van haar cliënt, het kaf van het koren in een tragische zaak die uiteindelijk uitmondt in koehandel tussen de leiders van Ecuador en de Verenigde Staten, Moreno en Trump. Voor een slordige zes miljard dollar wordt de banneling van de hand gedaan – en in een Britse cel gesmeten.

The Six Billion Dollar Man belicht de zaak in z’n volle omvang. Rond een man die – of je nu sympathie voor hem hebt of niet; alsof dat er eigenlijk toe doet – stelselmatig kapot is gemaakt. Een kwaadaardig geval van ‘kill the messenger’, waarvan iedereen die belang hecht aan het vrije woord ernstige buikpijn zou moeten krijgen. Julian Assange bekent uiteindelijk wel schuld: ‘I plead guilty to journalism’, zegt de Man van Zes Biljoen cynisch.

Love-22-Love

Periscoop

Toen hij enkele jaren geleden aan deze zeer persoonlijke film begon, had videokunstenaar Jeroen Kooijmans lange, zware jaren achter de rug. Met Love-22-Love (84 min.) wilde hij zich weer concentreren op het licht dat al die tijd op hem was blijven schijnen: zijn geliefde Elspeth Diederix. Kooijmans besloot haar een liefdesbrief te sturen. Die is uiteindelijk heel anders uitgepakt dan ie oorspronkelijk had bedacht.

Zijn film gaat terug naar 1992 als ze allebei op de Rietveld Academie zitten. Hoewel hij zich had voorgenomen om dat nooit te laten gebeuren, begint Kooijmans een relatie met zijn medestudent. Samen zullen ze in de navolgende jaren de halve wereld zien en grote successen boeken. Hij krijgt in 1998 bijvoorbeeld de NPS Cultuur Prijs uitgereikt door Oboema, zij wint enkele jaren later met haar fotografie de prestigieuze Prix de Rome.

In zijn hoofd rommelt ’t dan al enige tijd. Dat is overigens al vanaf het begin duidelijk. Deze egodocu start met een indringende video waarin Jeroen Kooijmans zichzelf filmt als hij in 2002 is opgenomen in het ‘gekkenhuis’. Zulke selfies avant la lettre, waarin hij soms ook tegen de camera spreekt, keren steeds terug in Love-22-Love. Kooijmans laat ermee in zijn hoofd kijken en ordent het bijbehorende leven vervolgens met een persoonlijke voice-over.

Hij maakt z’n gevoelsleven tevens zichtbaar met brieven die zijn pessimistische zelf in die jaren, in het Engels, aan zijn optimistische zelf heeft geschreven. Deze dagboekteksten werken tevens als structurerend element. Als hij spreekt over ‘overthinking’, ‘losing my mind’ of ‘nothing in life makes sense’, reageert zijn alter ego bijvoorbeeld met het advies om het denken over te laten aan de denkers. Tegen zichzelf: ‘I’m actually doing really well.’ 

‘s Mans onbehagen sijpelt natuurlijk ook door in zijn videokunst en homevideo’s, het hart van deze associatieve film. Die beeldenstroom laveert voortdurend tussen artistieke uitspattingen – als jager met geweer achtervolgt hij zijn geliefde, in een Roodkapje-rood jurkje, bijvoorbeeld in het bos – en voor de camera beleefde inzinkingen. Zoals een onvergetelijke naakte dans voor het open raam, terwijl hij de schaar in zijn haren zet.

Dat werk lijkt alomtegenwoordig in zijn leven. Het zorgt voor inspiratie, levert druk op en staat soms ook al het andere in de weg – inclusief de relatie met Elspeth. ‘Ik moet stoppen met kunst’, constateert Jeroen Kooijmans onderweg, in een grillig persoonlijk relaas dat ruim dertig jaar leven samenbalt in nog geen anderhalf uur. ‘Dat is de enige oplossing.’ Een leven als echtgenoot en vader van drie dochters wacht. Maar het bloed kruipt toch…

Zou hij zijn demonen, de depressies en psychoses, misschien kunnen verfilmen? En is dat dan verstandig? Wat zou Zij ervan vinden? Moet ze er überhaupt van weten? De vragen stellen…

Lowland Kids

Cineart

De bewoners van het Isle de Jean Charles valt een twijfelachtige eer ten deel: zij worden beschouwd als de allereerste Amerikaanse klimaatvluchtelingen. De inheemse bevolking van de ‘Bayou’, in het zuiden van de staat Louisiana, wordt dagelijks geconfronteerd met de alsmaar stijgende zeespiegel. Hun huizen, die eerder al op palen zijn gezet, dreigen nu definitief opgeslokt te worden door het water.

De Lowland Kids (94 min.) Howard (16) en Juliette Brunet (14) wonen in bij hun oom Chris, die vanwege cerebrale parese in een rolstoel zit. De ouders van de broer en zus zijn ten onder gegaan aan een verslaving, waaraan hun kinderen het liefst niet al te veel woorden vuilmaken. Met hun oom vormen Howard en Juliette een hechte drie-eenheid. In een omgeving die lijkt te zijn gemaakt voor een avontuurlijke jeugd. Tijdens een vaartocht kan er bijvoorbeeld zomaar een alligator z’n kop opsteken uit het water.

Sinds de orkaan Ida er in 2021 een spoor van vernieling trok, is het Isle, dat van oudsher toebehoort aan de Jean Charles Band Of Biloxi-Chitimacha-Choctaw stam, echter ten dode opgeschreven. Het is niet meer dan ‘een skelet’ van wat het ooit was, stelt Howard. Het afscheid van de plek waar hun hele verleden ligt – en de doden die ze hebben begraven – komt steeds dichterbij. ‘Als we moeten verhuizen’, zegt oom Chris stellig aan het begin van deze oogstrelende film van Sandra Winther, ‘ga ik niet mee.’

De Deense filmmaakster heeft deze verloren wereld alsvast voor het nageslacht vereeuwigd. Afgaande op deze documentaire schijnt op het Isle de Jean Charles daadwerkelijk de hele dag een ondergaande zon. De schoonheid daarvan dreigt de alarmistische boodschap van deze film alleen soms wel een beetje te overschaduwen. Zoals ook de dikke soundtrack, met een hoofdrol voor overbekende Moby-songs, nogal nadrukkelijk wordt ingezet om de uitgewoonde plek eens goed te veredelen.

Al die tornado’s en overstromingen zijn overigens niet vanzelf ontstaan. Louisiana is ook een typische olie- en gasstaat. De fossiele industrie heeft er enthousiast geboord en blijft dit voorlopig ook doen. En dus trekken de oorspronkelijke bewoners weg – al is het de vraag of ze gelukkig worden in de even verderop aangelegde huurhuizen. Ligt daar de toekomst voor de nieuwe generatie? Kunnen deze ‘ontheemden’ – die omschrijving past hen toch beter dan ‘vluchtelingen’ – zich daar werkelijk thuis gaan voelen?

De Lowland Kids lijken echter genoodzaakt om de jaren des verstands te betreden.

Steal This Story, Please!

Elsewhere Films

Als onverschrokken journalist is Amy Goodman zonder enige twijfel een product van haar familie. Thuis, in huize Goodman te New York, hadden ze vroeger bijvoorbeeld een familiekrant, Dave’s Press. Die was opgericht door haar achtjarige broer Dave. En kleine Amy zorgde ervoor dat alle familieleden netjes hun penny abonnementsgeld betaalden. Op een dag schreef Dave in de krant dat zijn moeder hem een tik had gegeven. Dit was ma Goodman toch te gortig. En dat vond Dave dan weer censuur.

Via ingezonden brieven bestookten de Goodmans elkaar met meningen over actuele thema’s, zoals de oorlog in Vietnam. ‘Dat hoorde ook bij mijn Joodse opvoeding’, vertelt Amy Goodman, inmiddels al zo’n dertig jaar het boegbeeld van het onafhankelijke Amerikaanse platform Democracy Now!. ‘Je stelt vragen en neemt niets voor vanzelfsprekend aan. Je benadert de wereld vanuit een intense nieuwsgierigheid en bent nooit bang om voor je principes te gaan staan.’ Die attitude heeft ze, kunnen we zo’n zestig jaar later wel vaststellen, sindsdien met verve in de praktijk gebracht.

Steal This Story, Please! (100 min.) is zowel een eerbetoon aan Amy Goodmans journalistieke loopbaan als aan onafhankelijke journalistiek in het algemeen. Want of ‘t nu in Nigeria, Irak of Gaza is, Goodman gaat met haar poten in de modder staan en stelt de vragen die gesteld moeten worden. Zij wil tevens een podium bieden aan mensen die anders niet aan het woord komen. Ook die attitude heeft ze van thuis meegekregen. Haar grootouders konden in Oost-Europa ternauwernood aan de Jodenvervolging ontkomen. Zij gaven het belang van het vrije woord door aan volgende generaties van de familie.

De journalist in Amy Goodman beleefde haar vuurdoop in Oost-Timor. Daar was ze er in 1991 getuige van hoe het Indonesische leger een bloedbad aanrichtte onder demonstranten. Sindsdien laat ze niet meer los. In dat opzicht zet de openingsscène van deze urgente documentaire van Carl Deal en Tia Lessin meteen de toon: nadat de Amerikaanse president Donald Trump in 2018 heeft verklaard dat klimaatverandering niets meer is dan een hoax, zet Goodman op de navolgende klimaattop in Katowice de achtervolging in op zijn vertegenwoordiger. De man rent voor zijn politieke leven.

Goodmans vasthoudendheid pakt in Steal This Story, Please! – een oproep aan andere media om er vooral ook met haar verhalen vandoor te gaan – wel vaker grappig uit. Als de Amerikaanse president Bill Clinton op de dag van de verkiezingen van 2000 bijvoorbeeld even inbelt om burgers op te roepen om vooral te gaan stemmen, onderwerpt ze hem aan een waar vragenvuur. Een half uur later is Clinton kribbig en krijgt Amy Goodman een ferme reprimande van zijn persvoorlichter. Daarover haalt ze haar schouders op: hij is de leider van de vrije wereld, die kan toch gewoon de hoorn erop gooien?

Hoewel haar achtergrond in dit bewonderende portret regelmatig wordt verbonden aan haar werk, blijft Goodmans privéleven volledig buiten beeld. Behalve d at haar hondje Zazu heet – nee, niet vernoemd naar het gelijknamige personage uit de Disney-klassieker The Lion King, maar naar een antifascistische jeugdbeweging in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog – worden we over de vrouw achter de journalist nauwelijks iets wijzer. Zelfs niet of het haar soms zwaar te moede is, met een man zoals Donald Trump, die zijn achterwerk afveegt aan de persvrijheid, aan de macht.

Duidelijk is dan al wel: Amy Goodman laat zich niet de mond snoeren. Nooit.

Gaza’s Twins, Come Back To Me

Alef / Een van de jongens/ BNNVARA

Via de foto’s en video’s die haar zus Isreen met haar telefoon doorstuurt, proberen de Palestijnse vrouw Rania Deifallah en haar echtgenoot Akram hun pasgeboren tweeling te leren kennen. Hamoud en Jowan hadden oorspronkelijk ook nog een zusje. Dat is in november 2023 echter overleden in het Kamal Adwan-ziekenhuis te Beit Lahia, in het noorden van Gaza. Door complicaties bij de bevalling of de continue bombardementen van het Israëlische leger, wie zal het zeggen?

Na hun geboorte moesten de twee andere baby’s aansterken in de couveuse. Toen het ziekenhuis vervolgens werd geëvacueerd, zijn zij, na een periode waarin onduidelijk was ’t of ze ’t überhaupt overleefd hadden, in zuid-Gaza terechtgekomen. Daar worden ze opgevangen door hun tante Isreen en de rest van de familie, die daar al eerder was beland. Een reisverbod houdt hun moeder Rania vast in Beit Hanoun, in het uiterste noorden van de Gazastrook. Daar wacht zij op de tweeling.

Intussen probeert de jonge vrouw met haar man en hun andere kinderen in barre omstandigheden te overleven. De rest van de familie lijdt al evenzeer door de oorlog en moet steeds verkassen naar een nieuw, min of meer veilig, onderkomen. In de indringende documentaire Gaza’s Twins, Come Back To Me (96 min.) volgt regisseur Mohammed Sawwaf, zelf woonachtig in Gaza, gedurende zestien maanden of het hen lukt om de ouders en hun kinderen te herenigen.

Terwijl de beide takken van de familie de dood te slim af proberen te zijn – effectief tegenover elkaar weggesneden door de filmmaker, die dicht op het verhaal zit – beginnen de kinderen zich ook te hechten aan hun liefdevolle tantes en grootouders. En moeder Rania moet van een afstandje toekijken. Óók als blijkt dat Hamoud achterloopt bij zijn zusje ‘Juju’. Hij is niet volledig ongeschonden uit de bevalling gekomen en heeft behoefte aan extra zorg, die niemand hem in deze helse situatie kan bieden.

Het kwetsbare jongetje zal gewoon moeten overleven, in de hoop dat er ooit betere tijden komen. Net als de rest van zijn familie. Aan woede of wanhoop worden verder verrassend weinig woorden gewijd. ‘We wachten allemaal gewoon op de dood’, laat Rania zich weliswaar een keer ontglippen, maar al snel herpakt ze zichzelf en is het parool weer: moedig voorwaarts. Samen. In desolate omstandigheden die mensen dwingen om te laten zien uit welk hout ze gesneden zijn.

Daarmee wordt deze film over de twee Palestijnse baby’s een lofzang op familie, het sociale netwerk en de gemeenschap. Het geheel blijkt weer eens meer dan de som der delen, aangetoond in bijzonder tragische omstandigheden. Samen zijn ze moediger, vindingrijker en liefdevoller dan ze zelf waarschijnlijk ooit zouden hadden kunnen bedenken.

Elon Musk Unveiled – The Tesla Experiment

Beetz Brothers / IDFA

Fake it till you make it. Dat is zo ongeveer Elon Musks handelsmerk, beweert een Tesla-insider. Grootspraak is sinds jaar en dag een essentieel onderdeel van de strategie waarmee hij zijn eigen automerk aan de man brengt. Musk belooft regelmatig dingen waarvan hij zelf ook wel weet dat z’n auto’s die helemaal niet waar kunnen maken.

En dat is beslist niet zonder risico, betoogt Andreas Pichler in de uitstekend gedocumenteerde onderzoeksfilm Elon Musk Unveiled – The Tesla Experiment (90 min.). Met name Tesla’s zelfrijdende auto kan zomaar een gevaar op de weg worden, want de ingebouwde automatische piloot werkt lang niet altijd naar behoren.

De Duitse filmmaker maakt zijn punt aan de hand van één concreet voorbeeld: een tragisch ongeval bij een T-splitsing in Florida, waarbij in 2019 een 22-jarige vrouw overlijdt. De nabestaanden van Naibel Benavides Leon dagen Tesla voor de rechter, waar de autofabrikant staande houdt dat het ongeluk de schuld was van de bestuurder.

Deze kwestie staat niet op zichzelf. Klokkenluiders vanuit Tesla maken aannemelijk dat zulke ongevallen bij Musks bedrijfsvoering horen. Hij gebruikt nietsvermoedende consumenten als proefkonijn. En als het fout gaat, wordt direct het autopilot-systeem uitgeschakeld. Zodat de crash een menselijke fout kan worden genoemd.

Hoewel de nadruk in Elon Musk Unveiled ligt op Tesla, komen zijn ruimteavonturen met SpaceX, aankoop van Twitter en alliantie met Donald Trump – naar verluidt vooral om zijn eigen juridische problemen onschadelijk te maken – ook aan de orde in deze ontluisterende exegese van de persoon, ondernemer en bekendheid Elon Musk.

Een zéér intelligente man met een Messiascomplex – hij gaat er hoogstpersoonlijk voor zorgen dat de mensheid kan overleven op Mars – en intussen verdacht weinig oog en gevoel voor z’n medemens. Met gewone stervelingen heeft de techmiljardair duidelijk heel weinig op. Die stuurt hij dus ongevraagd als testpiloot de openbare weg op.

Zo bezien is ‘t ook helemaal niet zo vreemd dat Musk in de afgelopen jaren aansluiting heeft gevonden bij totalitaire krachten. Voor hem is democratie niet meer dan een obstakel, zeggen mensen die Musk van dichtbij kennen. Niemand mag hem in de weg staan. Hij is immers bezig om de mensheid te redden – ook al heeft ie niets met mensen.

In zorgvuldig gekozen archieffragmenten van een sociaal onhandige of erg ongemakkelijke Musk toont Andreas Pichler hem ook zo: als een 21e eeuwse variant op de excentrieke entrepreneur Howard Hughes, die zich alsmaar wereldvreemder begint te gedragen en ondertussen aanzienlijke maatschappelijke schade veroorzaakt.