Outcry

‘Hij stopte zijn pee-pee in mijn mond’, vertelt het vierjarige jongetje tijdens z’n gesprek met een kinderrechercheur. En ook dat Greg een veel grotere pee-pee heeft. Hij is tenslotte nog maar een kind. Het is een schokkend tafereel: een kleuter die op de hoogte lijkt te zijn van dingen waaraan ie nog lang niet toe is.

Vanaf de openingsscène van de vijfdelige serie Outcry (300 min.) is ook helder dat de achttienjarige Greg Kelley, een bekende footballspeler van de Leander-middelbare school in Williamson County te Texas, serieus in de problemen zit. Zeker als zich al snel nog een tweede slachtoffer meldt. Dat kan alleen fout gaan. En dat gebeurt dan ook: Kelly verdwijnt voor 25 jaar achter de tralies.

Maar… – en dan volgt nu de vraag der vragen die vrijwel elke true crime-productie drijft – heeft hij ‘t eigenlijk wel gedaan? Zijn aalgladde nieuwe advocaat Keith Hampton is in elk geval overtuigd van Kelleys onschuld en is ook van mening – al even voorspelbaar – dat diens oorspronkelijke advocaat allerlei steken heeft laten vallen. Hampton weet zich bovendien in de rug gesteund door een soort burgercomité dat er voetstoots van uitgaat dat zijn cliënt onschuldig vastzit voor zo’n beetje het ergst denkbare misdrijf, kindermisbruik.

Drijvende kracht daarachter is ene Jake Brydon, een plaatselijke aannemer, die, zonder duidelijk motief of al te veel kennis van zaken, een #FightForGK-campagne begint op te zetten. Lijnrecht daartegenover staat dan weer ervaringsdeskundige Lindsay Armstrong, die zich in deze serie opwerpt als pleitbezorger van de slachtoffers. Hun bemoeienis geeft deze toch al gecompliceerde zaak, die natuurlijk ook slordige of zelfs kwaadwillende agenten, aanklagers met scoringsdrift, een door spijt overmand jurylid en alternatieve verdachten opvoert, een vet Amerikaans randje.

Gedurende enkele jaren volgt documentairemaker Pat Kondelis alle ontwikkelingen in deze Making A Murder-achtige miniserie, die vanzelfsprekend ook een stortvloed aan beelden van getuigenverklaringen en rechtbankzittingen bevat. Hij schaart zich bovendien erg nadrukkelijk aan de zijde van Team Kelley, waarbij het voor buitenstaanders moeilijk is om vast te stellen of hij zo een waarheidsgetrouw beeld van de kwestie schetst.

Feit is dat de serie wel erg lang is uitgevallen, desondanks nog enkele opzichtige losse eindjes bevat en het leeuwendeel van de andere betrokkenen bovendien de gelegenheid laat lopen om te reageren op alle verdachtmakingen en beschuldigingen. Hoewel de zaak tegen Greg Kelley aan het eind tot een min of meer sluitende oplossing komt, laat Outcry daardoor allerlei vragen onbeantwoord en een onbevredigend gevoel achter.

Philly D.A.

PBS

Philly D.A. is al vergeleken met de vermaarde dramaserie The Wire. Daarin werd eerst de ‘war on drugs’ in de Amerikaanse stad Baltimore in kaart gebracht, waarna geestelijk vader David Simon steeds een laag toevoegde aan zijn vertelling: het bedrijfsleven, de politiek, het onderwijs en de media. Uiteindelijk ontstond zo een verpletterend beeld van een volledig disfunctionele samenleving. Maatschappijkritiek, verpakt als Shakesperiaans drama.

De achtdelige documentaireserie Philly D.A. (440 min.) is een totaal andere productie, maar kijkt al even kritisch naar de weeffouten in het Amerikaanse samenlevingsconstruct. Plaats van handeling is Philadelphia, de stad van ‘brotherly love’ waar nochtans zo’n driehonderd moorden per jaar worden gepleegd, de Opioid Crisis in sommige wijken een menselijke ravage veroorzaakt en ook de Black Lives Matter-beweging vlam vat nadat een politieagent een zwarte man in de rug heeft geschoten.

De linkse advocaat Larry Krasner vindt dat het plaatselijke rechtssysteem fundamenteel moet worden hervormd en stelt zich in 2017 kandidaat voor het ambt van officier van justitie. Eenmaal gekozen gooit hij begin 2018 direct de knuppel in het hoenderhok. Zijn ambtsperiode begint met bijltjesdag: ruim dertig medewerkers op het kantoor van de District Attorney, waarvan een enkeling al tientallen jaren in dienst is, krijgen te horen dat ze per direct hun biezen moeten pakken.

Dat is het startpunt van een serieuze poging om Vrouwe Justitia met een andere mond te laten spreken: (veel) minder repressie, ten faveure van onderwijs, sociaal werk en preventie. Krasner wil zo het perpetuum mobile van ‘mass incarceration’, dat met name zwarte Philadelphians treft, tot stilstand brengen. Daarbij zal hij niet alleen in botsing komen met hardliners binnen zijn eigen gelederen, maar ook met slachtoffers van misdrijven, bezorgde burgers en – niet te vergeten – de machtige vakbond Fraternal Order of Police.

Het is een ideologische strijd – over het nut en de functie van straffen en aanverwante thema’s als voorarrest, borgsommen en voorwaardelijke invrijheidstelling – die behalve een politieke lading natuurlijk ook een persoonlijke dimensie heeft. De ‘bulldozer’ Krasner stond als advocaat immers jarenlang aan de andere kant van de strijd en werd toen beschouwd als een soort aartsvijand van de wetshandhavers. Nu worden ze geacht om samen te werken.

De filmmakers Yoni Brook, Ted Passon en Nicole Salazar sluiten aan bij Team Krasner en documenteren in de navolgende jaren, aan de hand van enkele concrete gevallen, wat zijn komst te weeg brengt. Zo portretteren ze bijvoorbeeld LaTonya Myers, een jonge Afro-Amerikaanse vrouw die meermaals vastzat vanwege relatief kleine vergrijpen. De komende jaren staat ze nog onder supervisie van de reclassering, intussen heeft de nieuwe D.A. haar echter in dienst genomen om het vastgelopen beleid van binnenuit te veranderen.

Aan de andere kant van de steeds hoger oplopende discussie bivakkeert onder anderen Scott DiClaudio, een rechter die er heilig in gelooft dat iemand zelf verantwoordelijk is voor de misdaden die hij pleegt en die bovendien hoogstpersoonlijk een kijkje gaat nemen bij mensen die een taakstraf uitvoeren. Hij en zijn medestanders staan model voor de traditionele benadering van hard, harder en vaker straffen, die het in Philadelphia altijd voor het zeggen heeft gehad.

Dat is de kracht van Philly D.A.: het verhaal wordt weliswaar verteld vanuit het perspectief van Krasner en zijn vertrouwelingen, maar ook hun ideologische opponenten krijgen het woord. En hun bijdrage heeft aanzienlijk meer substantie dan de ‘talking points’ van Fox News, waar officier van justitie Krasner en zijn medewerkers simpelweg worden uitgemaakt voor ‘the enemies of civilisation’, en de insteek van president Trump, die beweert dat Krasner doelbewust killers vrijlaat.

Zo ontstijgt deze boeiende docuserie met gemak het niveau van een politiek pamflet. Brook, Passon en Salazar brengen treffend in kaart hoe weerbarstig de praktijk kan zijn als een volstrekt andere benadering van het recht wordt geïntroduceerd. Wat betekent de nieuwe aanpak bijvoorbeeld voor de criminaliteitscijfers? (Hoe) zien gewone mensen deze benadering terug in hun eigen leven? En kan deze de onvermijdelijke incidenten, die tegenstanders aangrijpen om hun punt te maken, eigenlijk overleven?

Pray, Obey, Kill

This image has an empty alt attribute; its file name is prayobeykill.jpg
HBO

Pastor Helge Fossmo van de Knutby Philadelphia-kerk had er al over gedroomd dat zijn vrouw Heléne zou sterven. En verdomd, niet veel later overleed ze inderdaad, slechts 27 jaar oud, in de badkuip. De hele kerkgemeente in het Zweedse dorp was er in 1999 van overtuigd dat God hem de boodschap hoogstpersoonlijk had ingefluisterd. Tegelijkertijd was er enorm respect voor de martelaar Helge, een weduwnaar die zijn lot manmoedig droeg. Nu scheelde ‘t natuurlijk ook dat Heléne naar een betere plek ging. Uiteindelijk was zij in de hemel misschien zelfs wel beter af dan hier in het ondermaanse.

Vijf jaar later verwisselde ook Helge’s tweede echtgenote Alexandra het tijdelijke voor het eeuwige. Zij bleek te zijn neergeschoten door Sara Svensson, het kindermeisje van het stel dat op dezelfde avond ook hun buurman Daniel Linde ernstig verwondde. Van diens vrouw Anette werd overigens gefluisterd dat ze alles had om vrouw numero drie van Helge te worden. Het was hem als pastor alleen niet toegestaan om te scheiden. Echt vreemd was het dan ook niet dat de politie in 2004 serieus inzoomde op het uitbundige SMS-verkeer tussen Helge en Sara. Hij zou haar toch niet hebben aangezet om zijn vrouw en de echtgenoot van zijn clandestiene geliefde neer te schieten?

Het illustere duo opereerde, getuige de zesdelige docuserie Pray, Obey, Kill (318 min.) van Henrik Georgsson, alleen beslist niet in een vacuüm. Ook Åsa Waldau, de leidster van de eigenzinnige pinkstergemeente die zich ‘de Bruid van Christus’ liet noemen, speelde daarin een prominente rol. Zij had haar zinnen eveneens gezet op Helge – een man die nochtans eerder oogt als een gemiddelde verwarmingsmonteur dan als een dodelijke combinatie van Brad Pitt, George Clooney en Johnny Depp – en wilde de ontwikkelingen ook maar al te graag naar haar hand zetten. Oh ja, om de zaak helemaal ingewikkeld te maken: Åsa was tevens de oudere zus van Alexandra.

De gebeurtenissen worden vijftien jaar na dato nog eens grondig onderzocht door de journalisten Martin Johnson en Anton Berg, die de hand weten te leggen op de originele politieverhoren van Helge Fossmo en met behulp van maquettes en tests duidelijk proberen te krijgen wat er precies gebeurd kan zijn. Ze krijgen tevens de kans om allerlei leden van de kerkgemeenschap te interviewen, inclusief de man die sinds 2004 vastzit voor de mysterieuze dood van zijn echtgenotes én de vrouw die namens hem bij echtgenote numero twee de trekker zou hebben overgehaald. Een handlanger met wie hij, natuurlijk, ook amoureuze betrekkingen had aangeknoopt.

Zoals dat gaat bij dit soort true crime-producties doorlopen de protagonisten allerlei onderzoekspistes die de zaak verdiepen of verbreden, worden ze aan het eind van elke aflevering met een belangwekkend nieuw feit geconfronteerd en stuiten ze onderweg op bewijs dat de gebeurtenissen wel eens in een ander licht zou kunnen plaatsen, zoals het ruwe materiaal van de politiereconstructie van Sara’s dodelijke tocht langs de slaapkamers van Alexandra en Daniel. De pogingen van Johnson en Berg om – via een continue onderlinge dialoog, die soms op een toneelstukje begint te lijken – tot waarheidsvinding te komen zijn overtuigend en spannend.

Wat er zich rond de eeuwwisseling precies heeft afgespeeld in die verknipte Zweedse sekte te Knutby, is na een kleine zes uur nog altijd niet helemaal opgehelderd: wie was het werktuig van welke duivel? Trok de onopvallende charmeur Helge aan de touwtjes? Of was het stiekem tóch, in de woorden van Sara, ‘de koningin van de hemel, de opperste liefde van het universum’ Äsa? Pray, Obey, Kill laat de kijker in elk geval achter met een knoeperd van een cliffhanger, die doet vermoeden dat er nog wel eens een tweede seizoen in het vat zou kunnen zitten.

The People V. The Klan

CNN

Beulah Mae Donald uit Mobile, Alabama staat er in 1981 op dat de kist van haar vermoorde zoon Michael openblijft. Zoals ook Mamie Till dat ruim 25 jaar eerder had afgedwongen toen haar veertienjarige zoon Emmett was gelyncht omdat hij een wit meisje zou hebben nagefloten. De hele wereld moet zien hoe hun kinderen eerst bruut zijn afgeslacht en vervolgens genadeloos tentoongesteld. Puur en alleen vanwege hun huidskleur.

Deze moedige moeders hebben sindsdien tragische navolgers gekregen met #BlackLivesMatter-boegbeelden als Gwen Carr (Eric ‘I can’t breathe’ Garner), Wanda Johnson (Oscar Grant) en Tamika Palmer (Breonna Taylor). Documentairemaker Donnie Eichar legt in The People V. The Klan (168 min.) niet voor niets voortdurend de verbinding tussen de pogingen van Beulah Mae Donald om de moordenaars van haar zoon veroordeeld te krijgen en gebeurtenissen in het heden, waarbij het moderne lynchen gebeurt met een taser, wurggreep of politiepistool.

Deze vierdelige serie plaatst de lynching van Michael Donald ook overtuigend binnen de inktzwarte historie van Alabama, waar gouverneur George Wallace ooit ferm de overtuiging ‘segregation now, segregation tomorrow, segregation forever!’ uitsprak, Martin Luther Kings protestmars van Selma naar Montgomery op Bloody Sunday rücksichtslos werd neergeslagen en de Ku Klux Klan jarenlang ongestraft zijn gang kon gaan, met als absoluut dieptepunt een bomaanslag op de 16th Street Baptist Church, waarbij vier zwarte meisjes om het leven kwamen.

Via gesprekken met familieleden van Donald en Till, politieagenten, openbaar aanklagers, advocaten, activisten, voormalige Klan-leden en voormalig minister van justitie Jeff Sessions, die toentertijd hulpofficier van justitie was in Alabama, ontvouwt zich in deze sterke productie een tragische geschiedenis, die van Beulah Mae Donald een krachtige heldin zal maken. Uiteindelijk reikt haar strijd om gerechtigheid ook voorbij de individuele Klan-leden. Ze wil de KKK zelf laten betalen voor de haat die ze al die jaren heeft gezaaid.

Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam

‘Jij goddeloze hoer.’

‘Ik ga je neuken.’

‘Je moet worden doodgestoken.’

Zomaar wat reacties die Seyran Ates op social media krijgt. Zowel rechts als links kunnen haar bloed soms wel drinken. Conservatieve moslims moeten bijvoorbeeld niets hebben van de seksuele revolutie die de vrijdenker bepleit in de islam. En linksmensen en feministen hebben dan weer flinke kritiek op haar verzet tegen hoofddoekjes, die zij als een wapen van het patriarchaat ziet. De Turkse activiste en juriste, sinds haar jeugd woonachtig in Duitsland, wordt er alleen maar strijdbaarder van.

Vanwege haar baanbrekende boeken gaat ze al meer dan tien jaar met beveiliging door het leven. En, oh ja, ook vanwege de progressieve Ibn Rushd-Goethe-moskee in Berlijn, waar mannen, vrouwen en LGBT’ers van harte welkom zijn. En waar vrouwen als imam kunnen functioneren, dat ook. In dit opzicht is ze een geestverwant van Sherin Khankan, de gedreven moslimfeminist uit de documentaire The Reformist die zich in Denemarken beijvert voor een vooruitstrevende islam.

In Seyrans moskee heeft ook haar neef Tugay z’n plek gevonden. Na de dood van z’n vader dreigde hij te radicaliseren, vertelt hij in Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam (82 min.). Zijn tante nam hem net op tijd onder haar hoede. Anders was de tiener, die al jaren met een geheim rondliep, volgens eigen zeggen beslist de geschiedenisboeken ingegaan als dader van een terroristische aanslag. De dreiging van fundamentalistisch geweld speelt sowieso een belangrijke rol in deze stevige film.

Regisseur Nefise Özkal Lorentzen begeleidt Seyrans activiteiten met een jazzy soundtrack en gestileerde sequenties en laat de activiste met haar moeder en zus bovendien met speelgoedtreintjes, blokken en huisjes haar jeugd reconstrueren. Ze volgt haar ook tijdens het zendingswerk dat ze in de hele wereld verricht. Ates bezoekt bijvoorbeeld een herdenkingsbijeenkomst voor de terroristische aanslagen in Madrid en ontmoet nabestaanden van een slachtoffer van Anders Breivik.

In haar jonge jaren blijkt ze zelf ook een traumatische ervaring te hebben opgelopen. Ontspannen liggend op een matje in het park vertelt ze over de gebeurtenis die haar heeft gemaakt tot de uitgesproken moslimvernieuwer die ze nu is. In haar eigen moskee neemt Seyran Ates vervolgens lacherig met Tugay de respons daarop door: een archiefmap met verwensingen en bedreigingen. Hoewel haar (anonieme) opponenten creatief te werk proberen te gaan, is er één constante.

‘Uiteindelijk ben ik’, constateert ze met een zekere berusting, ‘toch altijd weer een hoer.’

The People Vs. Agent Orange

IDFA

‘Als je denkt dat je te klein bent om het verschil te maken, heb je nog nooit met een mug van doen gehad.’

Terwijl Agent Orange vanaf 1971 niet meer gebruikt mocht worden bij de oorlog in Vietnam, bleven ze het ontbladeringsmiddel gewoon gebruiken in Amerikaanse natuurgebieden. In Oregon zag Carol Van Strum wat de gevolgen daarvan bij haar thuis waren: haar kinderen werden ziek, hun tuin veranderde in een woestenij en de hond ging dood. Ze kon niet meer lijdzaam toekijken. Met de actiegroep Citizens Against Toxic Sprays (CATS) begon Carol informatie te verzamelen over de ontbladering van haar leefomgeving. Die strijd duurt tot op dag van vandaag en heeft haar echt ongelooflijk veel gekost – méér dan wat een mens eigenlijk kan dragen.

In Vietnam is Tran To Nga, die een kind verloor als gevolg van het gebruik van Agent Orange, ondertussen ook in het geweer gekomen. Ze heeft de producenten aangeklaagd. Hun herbicide werd ingezet als chemisch wapen, om delen van haar land te ontdoen van begroeiing die de communistische vijand kon beschermen. Agent Orange heeft in Trans land uiteindelijk gewerkt als een massavernietigingswapen, waarvan de schade ruim een halve eeuw later nog altijd zichtbaar is. Dat wordt in The People Vs. Agent Orange (87 min.) treffend geïllustreerd met een schokkende scène in een Vietnamees kinderziekenhuis. 

Gaandeweg onthullen de filmmakers Kate Taverna en Alan Adelson hoe diep de beerput eigenlijk is, zowel in Vietnam als in de Verenigde Staten zelf, en hoezeer de dreggers daarvan, weggezet als notoire complotdenkers, zijn tegengewerkt. Door de Amerikaanse overheid en de betrokken multinationals: verdwenen bewijsmateriaal, intimidatie en – naar het zich laat aanzien – bruut geweld. Zulk onrecht kan eigenlijk geen mens onberoerd laten. De volksgezondheid – niet alleen van voormalige vijanden, maar ook van gewone Amerikaanse burgers – is rücksichtslos opgeofferd voor bedrijfs- of regeringsbelangen.

Voor Carol en Tran wordt de strijd intussen een race tegen de klok: leven ze lang genoeg om hun recht te halen of hebben hun tegenstrevers uiteindelijk toch een langere adem? Dat is om woest van te worden.

Sisters In Law

Als je de Sisters In Law (102 min.) Vera Ngassa en Beatrice Ntuba op strenge toon Afrikaanse mannen ziet toespreken in deze documentaire van Kim Longinotto en Florence Ayisi uit 2005, dan zou je bijna gaan denken dat ‘het zwakke geslacht’ in Kameroen ongegeneerd de lakens uitdeelt. De gevallen die ze voor hun kiezen krijgen in de rechtbank van Kumba Town, schetsen echter een totaal ander beeld: van een samenleving die nog lang niet zover is dat man en vrouw gelijkwaardig zijn. En waar geweld tegen vrouwen – en meisjes – aan de orde van de dag is.

Dit wordt wel heel tastbaar als de tienjarige Sonita Muandre in de rechtbank tot in detail getuigt over hoe een buurman haar heeft verkracht. Intussen zit de vermeende dader enkele meters van haar vandaan, demonstratief met zijn armen over elkaar, opzichtig te zuchten en met zijn hoofd te schudden. Welnee, zal hij even later zeggen, ze wilde het zelf. De verdachte stelt zelfs dat hij in eerste instantie weigerde, hij ging liever in zijn bijbel lezen. ‘U wilt dus dat de rechtbank gelooft dat een negenjarig kind, dat nog helemaal geen borsten heeft, u vorig jaar benaderde voor seksueel contact, dat u dit weigerde en dat zij zich vervolgens tot bloedens toe sneed en om hulp begon te roepen?’ sneert openbaar aanklager Vera Ngassa

Niet alleen mannelijke agressors worden overigens de mantel uitgeveegd. Ook een vrouw die haar stiefkind, het zesjarige meisje Manka, ernstig heeft mishandeld met een kleerhanger en ingesmeerd met peper krijgt er genadeloos van langs in de rechtbank, waar met flair en stemverheffing nieuwe maatschappelijke mores worden uitgedragen. Ook buiten de rechtszaal wordt de vrouw indringend ter verantwoording geroepen. Longinotto en Ayisi observeren zulke processen van nabij en dringen zo door tot het hart van hoe man, vrouw en kind in het Afrikaanse land, met vallen en opstaan, proberen samen te leven. Zulke ontwikkelingen worden zonder enige opsmuk uitgeserveerd: basale montage, geen muziek en niet of nauwelijks interviews.

Uit Sisters In Law spreekt onmiskenbaar hoop: dat het beter kan en moet. Tegelijkertijd wordt ook glashelder dat zulke vooruitgang nog heel veel kruim gaat kosten en bovendien bestaat bij de gratie van progressieve en strijdbare Kameroeners als Ngassa en Ntuba.

Dying To Divorce

Arzu trouwde met hem op haar veertiende. In de navolgende jaren kreeg het Turkse stel zes kinderen. Toen Ahmet een ander bleek te hebben, wilde zij echter scheiden. Als retributie schoot hij haar onderweg naar de rechtbank in beide armen en benen. Inmiddels zit Arzu in een rolstoel en dreigt het gevaar dat ze ook haar armen niet meer kan gebruiken. En dan kan ze niet voor haar kinderen zorgen. ‘Ik had niet zover moeten gaan’, stelt haar man vanuit de Yozgat-gevangenis. ‘Maar ze beledigde mijn trots en eer.’

Het relaas van Kübra is zo mogelijk nóg schrijnender. Ze was een succesvolle televisiejournalist voor Bloomberg TV. Speciaal voor haar nieuwe liefde Neptün keerde ze vanuit Londen terug naar Istanboel. Het huwelijk werd geen succes. Enkele dagen na de geboorte van hun eerste kind kregen ze ruzie. Kübra liep daarbij ernstige hersenschade op – al is die volgens Neptün veroorzaakt door complicaties bij de keizersnede. Ze heeft haar dochter Alara, ondanks afspraken over een bezoekregeling, inmiddels ruim tweeënhalf jaar niet gezien.

De twee vrouwen worden bijgestaan door de strijdvaardige advocate Ipek Bozkurt, de hoofdpersoon van Dying To Divorce (82 min.). Documentairemaker Chloë Fairweather observeert hoe zij de twee vrouwen gedurende enkele jaren probeert bij te staan. Ze heeft het tij alleen niet mee in het hedendaagse Turkije, waar president Recep Erdogan steeds meer macht naar zich toetrekt. En hij heeft uitgesproken ideeën over de positie van vrouwen. Die moeten eerst en vooral moeder zijn, zegt hij tijdens een speech op Internationale Vrouwendag. ‘Maar probeer dat maar eens uitgelegd te krijgen aan feministen.’

Inmiddels krijgt eenderde van de Turkse vrouwen te maken met huiselijk geweld en begint ook het aantal gevallen van femicide schrikbarende vormen aan te nemen. De ruimte om je daartegen uit te spreken wordt echter zienderogen kleiner, zo ervaart Bozkurt aan den lijve in deze beklemmende film, waarin de zaken van Arzu en Kübra binnen de Turkse politieke context worden geplaatst. De vrijheid van meningsuiting komt steeds verder onder druk te staan, waardoor ook de mogelijkheden voor hen om hun recht te halen ernstig wordt beknot.

Influence

Hij werd zelfs geridderd voor zijn werk: Lord Tim Bell. De ultieme beloning voor de public relationsman in hart en nieren. Bell werd groot bij het reclamebureau Saatchi & Saatchi en sloeg via de Britse premier Margaret Thatcher z’n vleugels uit richting politiek. Met zijn eigen firma Bell Pottinger werd hij vervolgens een gevierde mannetjesmaker, een spin doctor par excellence, een meester in strategische communicatie.

Dat hij daarbij regelmatig aan de verkeerde kant van de geschiedenis terecht kwam? Soit. Part of business. Tegen een billijke vergoeding zette Lord Tim ook voor mannen als Pinochet, Lukashenko en Zuma zijn beste beentje voor. Hij werd een expert in, zoals Ketso Gordhan van het African National Congress ‘t in Influence (91 min.) formuleert: het bijsturen van het verhaal, zaaien van twijfel en inspelen op angst. De klant is immers koning en moet dat vooral ook blijven.

Bell stak bijvoorbeeld met liefde en plezier zijn handen uit de mouwen voor Asma Al-Assad, de vrouw van de gevreesde Syrische dictator. ‘Ze was heel aardig’, zegt hij daarover in deze film van Richard Poplak en Diana Neille, ontspannen lurkend aan een eeuwige sigaret. ‘Ze dreigde nooit om mensen te doden of baby’s in brand te steken. Daarin had ze geen interesse. Dat deed haar echtgenoot terwijl zij druk bezig was om aardig te zijn.’

Met die attitude kwam zijn firma Bell Pottinger soms ook in opmerkelijk vaarwater terecht: aan de zijde van zwarte Zuid-Afrikanen bijvoorbeeld, die de witte elite wilden aanpakken. Stiekem natuurlijk. Andile Mngxitama, de oprichter van de Black First Land First Party, kan het nog altijd niet geloven. ‘Leg me dan maar eens uit hoe het kan dat een Britse bedrijf, dat was gelieerd aan Margaret Thatcher, het een goed idee vond om te gaan strijden tegen de witte monopoliepositie? Dat slaat toch nergens op?’ De interviewer heeft een eenvoudige verklaring. ‘Het antwoord daarop is dat ze voor geld tot alles bereid zijn.’

Met de morele implicaties daarvan moet je Tim Bell natuurlijk niet al te veel lastigvallen. Dat doet hij zelf ook niet. Hij noemt zichzelf amoreel – ‘niet immoreel!’ – in deze boeiende documentaire. Tegelijkertijd wordt glashelder wat de maatschappelijke gevolgen kunnen zijn als communicatieprofessionals hun geweten volledig uitschakelen – wat in sommige gevallen overigens niet al te veel inspanning lijkt te kosten – en rücksichtslos hun werk uitvoeren. Een thema dat in tijden van ‘fake news’ actueel blijft.

‘Als we de waarheid niet kunnen herkennen’, zegt één van de sprekers in Influence, ‘hoe kunnen we dan de oorlog tegen de waarheid herkennen?’ Lord Tim Bell, in 2019 overleden, kent zijn hele leven in elk geval maar één waarheid: die van de keiharde pecunia en – vooruit – de daarbij behorende positie en status.

Nasrin

Movies That Matter/ Francois Guillot / AFP

De politieke situatie in Iran domineert Nasrin Sotoudehs leven volledig. Het ene moment moet ze een vrouw bijstaan die zojuist te horen heeft gekregen dat haar zoon, waarschijnlijk onschuldig, ter dood is gebracht en die vervolgens helemaal buiten zinnen raakt. Op een ander moment gaat de mensenrechtenactiviste dan weer het gesprek aan met de vader van twee jongens die een willekeurige man hebben vermoord, omdat die toevallig de verkeerde godsdienst aanhing. En ze leidt ook net zo goed een demonstratie voor de vrijheid van meningsuiting, die in haar land natuurlijk bepaald niet vanzelfsprekend is.

Deze documentaire van Jeff Kaufman mag dan een wat eikenhouten pak aangemeten hebben gekregen – met een tamelijk brave voice-over van Olivia Colman (de actrice die ook koningin Elizabeth vertolkt in de serie The Crown), voorgelezen brieven van de hoofdpersoon en een hele stoet zitinterviews met mensen die haar bewonderen – maar het relaas dat eronder schuilgaat, van een vrouw die haar eigen leven gedurig in de waagschaal stelt voor haar idealen, spreekt wel degelijk tot de verbeelding. In hachelijke omstandigheden moet Nasrin Sotoudeh het hoofd koel houden, terwijl ze thuis gewoon een liefhebbende vrouw en moeder probeert te blijven.

Nasrin (91 min.), terzijde gestaan door haar loyale echtgenoot Reza, is zo’n idealist die daadwerkelijk het verschil wil en kan maken voor bevolkingsgroepen die in het hedendaagse Iran danig in de verdrukking zitten. Dat vereist juridische handigheid, doorzettingsvermogen én enorme moed, want zelf heeft ze inmiddels ook de binnenkant van de gevangenis leren kennen en de kans dat ze opnieuw wordt opgepakt, en dat vervolgens de sleutel wordt weggegooid, is levensgroot. Deze degelijke docu, gefilmd door cameraploegen die voor hun eigen veiligheid het beste anoniem kunnen blijven, zet de schijnwerper op deze dappere vrijheidsstrijder, die moet werken en (over)leven in een samenleving die van restricties aan elkaar hangt.

De Onfatsoenlijken

VPRO

Boos zijn is niet moeilijk. Omdat je het hoofd nauwelijks boven water kunt houden, voortdurend stoot of blijft breken over wat er zoal gebeurt.

Vanwege die kutbaan. Een hennepkwekerij. Dat onterechte ontslag. Het beroerde pensioen. Die eindeloze pesterijen. Onze vertrapte tradities. Abortus. Homohaat. Het verstikkende maatschappelijke debat. De oneindige stroom vluchtelingen. Grootschalig seksueel misbruik. Die beschuldiging van verkrachting. Moord zelfs. Wezensvreemde normen en waarden. Het volk dat je ‘camion’ dreigt te overmeesteren. Die brug waarvan iedereen wist dat ie ooit zou instorten. De toren die wel in brand móest vliegen. De grootschalige corruptie. Moord. Ja, moord!

De algehele onvrede in Europa vertaalt zich overal op het continent in boze burgers en steun voor populistische partijen. De Belgische auteur Jan Antonissen schreef in 2018 een boek over gewone Europeanen die zich hebben afgekeerd van de traditionele politiek, De Onfatsoenlijken (307 min.). Dat vormt nu de basis voor een gelijknamige docuserie van Luc Lemaitre. In zeven thematisch gegroepeerde afleveringen – met titels als Migratie, Restjesmensen en Politieke Correctheid – worden steeds drie kwesties uitgediept met een direct betrokkene: een slachtoffer, (vermeende) dader of klokkenluider.

Zo ontstaat een lappendeken van groot, groter en grootst onrecht in Europa, waarbij de geportretteerde gewone mannen en vrouwen zich in elk geval niet gehoord voelen door de (linkse) elite die de dienst uitmaakt. Niet alle verhalen lijken overigens even goed in dat frame te passen. Zoals het predicaat ‘onfatsoenlijk’ ook zeker niet op alle hoofdpersonen van toepassing is. Lemaitre laat zijn hoofdpersonen in elk geval ongefilterd hun verhaal doen of mening verkondigen. ‘We kunnen niet generaliseren dat ‘homoseksueel’ en ‘pedofiel’ hetzelfde betekenen’, zegt de Poolse anti-abortusactivist Dawid Wachowiak bijvoorbeeld. ‘Desondanks komen de meeste pedofielen uit de homogemeenschap.’

Zo’n bewering wordt door Lemaitre verder niet gestaafd of kritisch bevraagd. Dat lijkt ook niet de bedoeling van De Onfatsoenlijken, dat vooral de beleving wil optekenen van gewone burgers die het gevoel hebben dat er over hen wordt beslist. Door lieden bovendien, die hen kennen noch begrijpen. Hoe verschillend al deze Europeanen ook lijken, ze zijn daardoor verenigd in onvrede. En dus nemen ze deel aan een boerenprotest, rijden met een bloederig ‘abortus is moord’-busje rond, trekken een geel hesje aan, gaan de straat op voor Alternative für Deutschland of zitten gewoon thuis op de bank te fulmineren. Boos.

De Waarheid

BNNVARA

Complotdenkers hadden er jarenlang een dagtaak aan: de Vuurwerkramp in Enschede. Op zaterdag 13 mei 2000 vloog daar een fabriek van S.E. Fireworks, gelegen in de woonwijk Roombeek, in brand. De navolgende explosie, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog, zorgde voor een enorme ravage in de Twentse stad. Honderden huizen waren volledig verwoest. Er vielen bovendien 23 doden en bijna duizend gewonden. Dat kón geen eenvoudige samenloop van omstandigheden zijn, vonden sommigen.

De titel van deze documentaire belooft dat Pieter Fleury nu, ruim twintig jaar na dato, niets minder dan De Waarheid (93 min.) gaat onthullen. De filmmaker zit echter op een ander spoor dan vuurwerkwappies misschien vermoeden. Hij gaat niet op zoek naar een sinistere samenzwering maar naar de gewone alledaagse waarheid: de combinatie van onachtzaamheid, pech, bureaucratie, winstbejag en politiek spel die de ontploffing (door Fleury tastbaar gemaakt met onwerkelijke beelden van hoe de Nederlandse stad het toneel werd van een bizar vuurwerkbombardement) destijds mogelijk maakte.

Hij spreekt met vrijwel alle belangrijke spelers: de burgemeester, minister, onderzoeker, hoofdofficier van justitie, brandweerman, ambtenaar milieuzaken, ambtenaar juridische zaken, bezwaar makende burger en vuurwerkhandelaar. In eerste instantie worden die zonder naam opgevoerd, om te benadrukken dat ze echt vanuit hun functie worden aangesproken. Nu is het persoonlijke en zakelijke in dit soort kwesties altijd lastig te scheiden, maar in sommige gevallen is dat wel héél moeilijk. Voor Rudi Bakker, één van twee directeuren van het verantwoordelijke bedrijf S.E. Fireworks, is dat bijvoorbeeld nauwelijks te doen. Hij wordt nog altijd met de nek aangekeken.

Ook voor anderen had de ramp, en het onderzoek dat daarnaar werd gedaan door de Commissie Oosting, persoonlijke consequenties, blijkt uit deze nauwgezette reconstructie, waarbij het spel zwarte pieten ruim twintig jaar na dato nog altijd niet helemaal blijkt te zijn uitgespeeld. Na afloop blijft toch de vraag hangen of ‘Enschede’ en soortgelijke rampen werkelijk zijn te voorkomen. De koe in de kont kijkend kan natuurlijk iedereen constateren wat er zoal verkeerd is gegaan, en wie dat is te verwijten (of, in politieke termen, wie ervoor verantwoordelijk was), maar was de vuurwerkramp echt te voorzien en daardoor ook te voorkomen?

De Waarheid is hier te bekijken.

Doelwit

Matty Siersema / KRO-NCRV

Wat hebben Muntendam, Bergen op Zoom, Oldenbroek, Amstelveen, Enschede en Rotterdam met elkaar gemeen? Niet dat lokale bestuurders van die gemeenten te maken hebben gekregen met intimidatie, bedreiging en geweld. Dat geldt helaas voor veel meer Nederlandse steden en dorpen. Vijfendertig procent van de in totaal 10.000 plaatselijke bestuurders krijgt ermee te maken. Het leeuwendeel daarvan zwijgt.

(Voormalige) wethouders van bovenstaande zes gemeenten spreken zich in deze tv-docu van Nan Rosens echter nadrukkelijk uit. Zij willen niet langer als Doelwit (48 min.) fungeren voor redeloze dan wel zeer gerichte acties tegen hun persoon, achtergrond, filosofie of beslissingen. Via een soort videobrieven, recht in de camera uitgesproken, richten ze zich tot hun veelal anonieme bedreigers. Tegelijkertijd verhalen ze indringend over de impact van die sinistere boodschappen op hen en hun directe familie.

De dreiging, ook al lijkt die voorlopig niet concreet te worden, kruipt onherroepelijk onder de huid. Matty Siersema, wethouder in Muntendam, laat bijvoorbeeld één van de boodschappen horen, die een plaatselijke man op haar antwoordapparaat achterliet. ‘Maar ik zeg je: kom mij niet tegen in het donker. Je mag gerust naar de politie gaan, maar dan moet je wel weten dat ze me daar nooit levenslang voor geven. Ik kom altijd weer vrij. En dan vind ik je. Denk erom.’ Probeer zo’n boodschap maar eens koeltjes weg te relativeren als lokale bestuurder.

Gezamenlijk maken de wethouders uiteindelijk de staat op van onze huidige democratie. Die ondervindt de gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen zoals de opkomst van sociale media, het toenemende individualisme en de keuze voor een participatiesamenleving. Het respect dat notabelen in vroeger tijden nog als vanzelf ten deel viel is mede daardoor geërodeerd. Waar ooit vriendelijk de hoed werd afgenomen en vervolgens bedeesd een vraag werd gesteld, eisen sommige burgers nu anoniem waar ze recht op menen te hebben. Of ze vieren simpelweg hun algehele onvrede bot op de eerste de beste bestuurder die op hun pad komt.

Het lijkt een geest die niet zomaar terug in de fles is te krijgen. En dan besteedt deze boeiende documentaire nog niet eens aandacht aan hoe de georganiseerde misdaad in bepaalde delen van het land bestuurders het leven onmogelijk maakt. Dat is ook nog wel een film waard. Maar durft iemand die te maken?

RBG

Netflix

Toen deze film in 2018 werd uitgebracht, kon niemand vermoeden dat zij, juist zij, president Trump aan één van zijn grootste overwinningen zou helpen. Ruth Bader Ginsberg, het onbetwiste idool van Links Amerika, was blijkbaar toch te verslingerd geraakt aan haar eigen positie in het Amerikaanse Hooggerechtshof om op tijd plaats te maken. Ze stierf op 18 september 2020 op 87-jarige leeftijd. In het harnas, natuurlijk.

Daarmee kwam er, middenin de tumultueuze presidentsstrijd tussen Donald Trump en Joe Biden, voor de derde keer in Trumps ambtstermijn een positie vrij in het hoogste juridische orgaan van de Verenigde Staten. Die vulden hij en zijn Republikeinse medestanders maar al te graag met een jonge conservatieve vrouw. Amy Coney Barrett kan het hof voor decennia naar rechts buigen. Verworvenheden waarvoor RBG (198 min.) haar hele leven heeft gestreden zouden daardoor wel eens in gevaar kunnen komen.

In dit portret van Betsy West en Julie Cohen is te zien hoe rechter Ginsburg, die dan nog geen idee heeft van hoe ze het hof achterlaat, geniet van haar status als hoogbejaard popidool. Daarnaast blikt ze, ondersteund door verwanten, medewerkers, vrienden en collega’s, terug op haar leven. Toen ze in 1993 door een senaatscommissie onder leiding van Joe Biden werd benoemd tot lid van het Hooggerechtshof, had ze zich allang bewezen als een briljante juriste, die via een aaneenschakeling van principiële rechtszaken de positie van Amerikaanse vrouwen aanzienlijk wist te verbeteren.

Zoals ze het zelf in de jaren zeventig tijdens een klassieke rechtszaak, aan de hand van een citaat van de legendarische vrouwenactiviste Sarah Grimké uit 1837, eens kernachtig uitdrukte: ‘Ik vraag niet of u m’n seksegenoten wilt bevoordelen. Ik vraag onze broeders alleen of ze hun voeten van onze hals willen halen.’ Op basis van die strijdbare attitude en de juridische successen die ze daarmee boekte groeide ze uit tot een onbetwist idool voor vrouwen van alle leeftijden: The Notorious RBG.

Deze degelijke biografie, gelardeerd met de rechtszaken waarmee ze naam maakte, is niets minder dan een monumentje voor het fenomeen Ruth Bader Ginsburg, waarbij het de vraag is of iets meer distantie en iets minder fandom deze scherpzinnige vrouw misschien nóg meer recht hadden gedaan. Juist in de contramine, als verwoorder van het minderheidsstandpunt in het Hooggerechtshof bijvoorbeeld, was ze doorgaans op haar sterkst.

The Hunt For Gaddafi’s Billions

VPRO

Na een uur krijgt hij telefoon en moet plotseling weg. George Darmanovic laat zijn gesprekspartners Misha Wessel en Thomas Blom met allerlei vragen achter. De Zuid-Afrikaanse geheimagent weet alles over de weggesluisde miljarden van de Libische leider Muammar Gaddafi, maar heeft het achterste van zijn tong nog niet laten zien.

Darmanovic vertrekt met de belofte dat hij bij een volgend interview foto’s en ander bewijsmateriaal zal laten zien. Wessel en Blom zullen hem echter nooit meer ontmoeten. Zes weken later wordt zijn ontzielde lichaam gevonden in de Servische hoofdstad Belgrado. Hij is geliquideerd. Later volgen ook de twee huurmoordenaars die Darmanovic zouden hebben neergeschoten.

Deze kille afrekeningen lijken aan te tonen dat er echt wat op het spel staat in The Hunt For Gaddafi’s Billions (91 min.). Ettelijke miljarden dollars, zoals het zich laat aanzien. Toen de grond hem te heet onder de voeten werd, ten tijde van de Arabische Lente van 2011, besloot de Libische leider Gaddafi een groot deel van zijn vermogen, geschat op zeker 150 miljard dollar, clandestien naar het buitenland te verplaatsen. Als een enorme oorlogskas of voor – wie zal het zeggen? – een riant bestaan als pensionado.

Wat is er met dat geld gebeurd? En wie heeft er zich over ontfermd? Het spoor in deze groots opgezette internationale productie leidt naar Zuid-Afrika, waar een deel van de verdwenen cash werd vrijgemaakt voor een wapendeal en daarna spoorloos is verdwenen. Twee concurrerende groeperingen – bestaande uit dubieuze diplomaten, privédetectives, geheimagenten, wapenhandelaren, premiejagers en huurlingen – zetten de jacht in op de verdonkeremaande schat. Voor de goede zaak, hun land of – zo gaat dat in deze schimmige wereld – het op te strijken vindersloon.

Hun jarenlange speurtocht naar waar Gaddafi’s erfenis terecht is gekomen leidt Wessel en Blom naar de donkerste spelonken van de internationale diplomatie, waar ze stuiten op enkele politieke kopstukken die zich ogenschijnlijk in duistere zaakjes hebben begeven. Onderweg hebben de Nederlandse onderzoeksjournalisten zowaar ook een ontmoeting met een Deep Throat-achtige anonieme bron. In een parkeergarage, natuurlijk.

Stukje bij beetje komen ze in deze enerverende jacht op Gaddafi’s geld en de bijbehorende goudzoekers zo steeds dichter bij wat er met die miljarden gebeurd zou kunnen zijn.

The Hunt For Gaddafi’s Billions is hier te bekijken.

De Laatste Sociaal Advocaten

Jacqueline Nieuwstraten / KRO-NCRV

In hun gezamenlijke naam zit de geest van een verdwenen tijd opgesloten: Advokatenkollektief Rotterdam. Met allerlei K’s, juist. Een naam die ondubbelzinnig refereert aan de gedachte dat we voor elkaar moeten zorgen. Ook, of juist, juridisch. Als er een conflict is over de huur, uitzetting naar land van herkomst dreigt of een voormalige werkgever weigert uit te betalen, is deskundige ondersteuning onontbeerlijk.

Dat zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als een bezoek aan de huisarts, vinden ze bij het Kollektief. Sinds 1975 staan ze daar juist die mensen bij, die niet vanzelfsprekend de weg vinden in het doolhof dat de overheid, bedrijven en de rechtspraak rondom hen hebben opgetrokken. Bezuinigingen en privatisering maken dat werk echter alsmaar moeilijker. Totdat goede juridische hulp alleen nog is weggelegd voor de Nederlanders met een rappe tong, de juiste vrinden en hele diepe zakken.

De documentaire De Laatste Sociaal Advocaten (55 min.) kan alleen uitgelegd worden als een pleidooi voor het (voort)bestaan van de sociale advocatuur. Regisseur Ingeborg Jansen schuift aan bij het spreekuur, gaat mee op huisbezoek en neemt plaats in de rechtszaal, om van dichtbij te registreren hoe de medewerkers van het Advokatenkollektief basale juridische zorg verlenen aan hun veelal kwetsbare cliënten. Zulke vlieg op de muur-scènes vult ze aan met enigszins overbodige persoonlijke interviews met de advocaten, die onder woorden brengen wat allang duidelijk is geworden uit hun daden: dit werk doe je vanuit oprechte betrokkenheid.

Dat wordt bijvoorbeeld zonneklaar tijdens het optreden van advocaat Jacqueline Nieuwstraten in de rechtszaal. Ze staat een cliënte bij die is gekort op haar kinderopvangtoeslag door de belastingdienst. Haar buitenlandse achternaam zal daarbij vast een rol hebben gespeeld. Nieuwstraten noemt het beestje bij de naam (‘etnische profilering’) en raakt zelfs geëmotioneerd. ‘Ik heb heel veel zaken hier bij de rechtbank Rotterdam gehad over moeders die hun kinderopvangtoeslag…’, zegt ze, terwijl de woede even op haar keel slaat. ‘Ik word nu haast gewoon emotioneel ervan. Maar als daar in die zaken hetzelfde is gebeurd…’

‘Dan is er echt onrecht geweest’, constateert de dienstdoende rechter. Nieuwstraten: ‘Ik vind dat echt onrecht. Zo hoor je als overheid niet met mensen, met burgers, die het ontzettend zwaar hebben, om te gaan.’ In haar gepassioneerde houding en betoog zit het wezen van de sociale advocatuur verscholen: opkomen voor mensen die dat zelf niet kunnen, met alles wat je hebt. En vanuit dat uitgangspunt boekt het Advokatenkollektief Rotterdam zo nu en dan, ook in deze boeiende film, overwinningen die wezenlijk verschil maken in het leven van de betrokken burgers.

Afghanistan: The Wounded Land

VPRO

Ooit, nog niet eens zo lang geleden, was er een mythisch land. Een prachtig land, een vooruitstrevend land, een welvarend land. Het werd op een onvergetelijke manier vereeuwigd in de klassieke roman De Vliegeraar van Khaled Hosseini en leeft nog altijd voort in de herinnering van talloze inwoners. Zij bewonen tegenwoordig een vervloekte versie van datzelfde land: Afghanistan: The Wounded Land (210 min.), een woestenij waar al bijna een halve eeuw oorlog wordt gevoerd.

In deze vierdelige serie onderzoeken Mayte Carrasco en Marcel Mettelsiefen hoe de mondaine hoofdstad Kabul die begin jaren zeventig nog fungeerde als een toevluchtsoord voor hippies uit alle windstreken, op zoek naar vertier en Afghaanse hash, later ten prooi kon vallen aan de Sovjets, Moedjahedien, Taliban en Amerikanen. In een hopeloos stemmende stammenstrijd rond geld, macht, status en religie, die uiteindelijk alleen verliezers kon hebben.

Carrasco en Mettelsiefen beschikken over afwisselend prachtig, schokkend en aangrijpend archiefmateriaal en hebben een imposante bronnenlijst samengesteld; variërend van politieke kopstukken, religieuze leiders en prominente activisten tot een lid van het Afghaanse koningshuis, de dochter van de laatste communistische president en niemand minder dan Miss Afghanistan 1972. Ook de Russen, buitenlandse hulpverleners en de Amerikanen ontbreken natuurlijk niet. Met die middelen hebben ze een superieur aangeklede geschiedenisles samengesteld, waarin met een helikopterview naar de recente historie van Afghanistan wordt gekeken en de gewone menselijke verhalen toch niet worden vergeten.

Een ‘heldenrol’ is weggelegd voor de eloquente guerrillastrijder, politicus, diplomaat en dichter Masood Khalili die de trieste toestand van zijn land steeds in woorden en beelden weet te vatten. ‘Mijn ezel was stervende, zijn oog zat vol bloed’, vertelt hij bijvoorbeeld over het moment dat hij als rechterhand van de legendarische militieleider Achmed Sjah Massoud in een bombardement verzeild raakte. ‘Ik zat daar alsof hij tegen me sprak. Waarom vechten jullie? Wat mankeren jullie? Wie zijn jullie?’ Khalili laat een kleine stilte vallen. ‘Hebben jullie ooit een ezel het huis van een andere ezel zien platbranden?’

Noodweer, Ik Ben Niet Begonnen

KRO-NCRV

Vier heel uiteenlopende verhalen. Een man in het holst van de nacht in zijn eigen café. Een buitenlandse student in het huis van een vreemde kerel. Een vrouw achter het stuur van haar auto. En een politieagent tijdens de controle van een zwaarbeladen busje. Daar, op een moment dat ze het helemaal niet zagen aankomen, werden zij eerst slachtoffer en daarna dader. Door de acties van een ander en hun eigen impulsieve reactie daarop, vanuit het reptielenbrein.

Zet dat ‘dader’ overigens maar meteen tussen aanhalingstekens. Althans, zo voelen de hoofdpersonen van de verzorgde tv-docu Noodweer, Ik Ben Niet Begonnen (55 min.) het zelf. Ze konden niet anders. Gedwongen door een inbreker, verkrachter, overvaller of agressor. Regisseur Hans Pool brengt hen terug naar de ‘plaats delict’ en laat hen daar het moment herbeleven waarop zij voor eigen rechter speelden en dat hun leven voorgoed veranderde.

Ze zijn stuk voor stuk niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Vrijgesproken of niet. Met of zonder wroeging. In stilte lijdend of publiekelijk aan de schandpaal genageld. Zoals bijvoorbeeld de onherkenbaar gefilmde Germaine C. die in 2005 een tasjesdief doelbewust zou hebben doodgereden. Terwijl voor haar slachtoffer, een negentienjarige jongen met een aanzienlijk strafblad, een stille tocht werd georganiseerd, pendelde zij uit angst voor wraak en de media jarenlang van het ene naar het andere onderduikadres.

Hoewel het gaat om heel verschillende zaken overheerst bij alle slachtoffers/daders, die hier zonder weerwoord hun verhaal kunnen doen, een diepgeworteld gevoel van onrechtvaardigheid. Dat ene fatale ogenblik blijkt bovendien een enorme impact op hun verdere leven te hebben gehad. Want zij mogen dan niet zijn begonnen, deze zaak eindigt toch echt bij hen.

Playing God

Hoeveel geld moet je neertellen voor een mensenleven? Dat verschilt nogal, eerlijk gezegd. ‘Als het een beurshandelaar of bankier is die op straat dood valt, dan moet je echt meer betalen dan bij een ober, soldaat, agent of brandweerman’, zegt Ken Feinberg nuchter in Playing God (98 min.). ‘Zo werkt het systeem nu eenmaal.’

De Amerikaanse advocaat weet waarover hij praat: Feinberg wordt met de regelmaat van de klok gevraagd om als arbiter op te treden als na een ramp, ongeluk of aanval de schade moet worden opgemaakt (en bedrijven of de overheid zelf mogelijke rechtszaken willen voorkomen). Na tragedies zoals de aanslagen van 11 september 2001, Orkaan Katrina en de Sandy Hook-school shooting was hij het die zich boog over de verzoeken van slachtoffers – of van lieden die een slaatje probeerden te slaan uit de situatie.

Dat vereist een olifantshuid. Eigenlijk kan een man als Kenneth R. Feinberg geen goed doen, er is altijd wel iemand die teleurgesteld is, z’n onmacht op hem richt of behoefte heeft om zijn woede te koelen. En geld – bloedgeld, zeggen sommigen – kan sowieso de onderliggende ellende nooit wegpoetsen. ‘Er zit geen enkel plezier in dat geld’, zegt Rosemary Cain, die een familielid verloor tijdens de aanslagen van 11 september. ‘Het is overladen met schuld.’

Deze interessante documentaire van de Duitse documentairemaakster Karin Jurschick behandelt de belangrijkste klussen en dilemma’s van Feinbergs werkzame leven, dat in de jaren tachtig een vlucht nam met een zaak van veteranen die compensatie wilden voor het gebruik van napalm tijdens de Vietnamoorlog, en zoekt daarbij ook de rafelranden op: is hij wel altijd zo onafhankelijk? Kan dat überhaupt in gevallen waarbij hij zelf is ingehuurd door een partij die de schade of het letsel heeft veroorzaakt?

Duidelijk is dat een levenlang salomonsoordelen vellen een wissel op je trekt. ‘Overdag zie ik het slechtste van de menselijke beschaving: dood, woede, frustratie, drama’, zegt Feinberg in de openingsscène, terwijl hij in het donker voor de televisie zit en weldadige klassieke muziek op zich laat inwerken. ‘In de nacht laaf ik me aan een concert of opera, het summum van menselijke beschaving: Wagner, Verdi, Beethoven, Brahms, Mahler.’

Intussen zwerft de camera over foto’s van Feinberg met allerlei Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleders. Ieder voor zich moesten ze soms voor God spelen en de waarde van een mensenleven bepalen. Die prijs was, afhankelijk van het gezichtspunt van de betrokkene, altijd te hoog of te laag.

Wij Moszkowicz

Hij werd geboren als stamhouder van het roemruchte geslacht Moszkowiz, is de oudste zoon van het zwarte schaap van die familie en wordt nu zelf vader van een zoon. Alle reden voor Max Moszkowicz om in 2016 zijn eigen familiegeschiedenis te onderzoeken in de even liefdevolle als schrijnende egodocumentaire Wij Moszkowicz (79 min.).

Zijn tocht begint bij zijn vader Robert, die in de openingsscène één van zijn bezittingen gaat belenen bij de Stadsbank Van Lening. Vanuit zijn luxueuze Jaguar probeert hij even later ook nieuwe kantoorruimte te vinden. Een huurachterstand noopt hem om te verkassen. Ooit was Robert de jongste advocaat van Nederland en de trots van zijn eigen vader, de vermaarde strafpleiter Max, naar wie hij zijn oudste kind heeft vernoemd. Daarna raakte hij opzichtig aan lager wal en viel hij (definitief?) in ongenade bij zijn vader en broers.

Robert Moszkowicz mag zich geen advocaat meer noemen. Hij is, net als zijn jongste broer Bram, van het tableau geschrapt. Zit er iets (zelf)destructiefs in de Moszkowicz-genen? En welke rol speelt het kampverleden van stamoudste Max Sr., die al enige jaren een teruggetrokken bestaan leidt, in de schadelijke interactie binnen zijn gezin? Max Jr. probeert hierover echt in contact te komen met zijn vader, die zich nog altijd afgewezen voelt, maar legt de vragen tevens voor aan zijn eigen (half)broers en –zussen. En: hebben zij als kind ook gezien hoe pa in hun aanwezigheid heroïne gebruikte?

Het drama ligt voor het oprapen in de familie Moszkowicz. En Max, de ultieme insider, kan het met z’n eigen camera van binnenuit optekenen en van context voorzien. Het resultaat is een pijnlijke film over een dysfunctionele familie, vol gekwetste en kwetsende zielen, die buitengewone talenten en opvallende karakterzwaktes hebben geërfd. Dat resulteert in publiek geleefde levens met bijzonder hoge pieken en al even diepe dalen. Waarbij de naam Moszkowicz een kruis lijkt te zijn geworden, dat ieder op zijn eigen manier probeert te dragen.

Wij Moszkowicz is hier te bekijken.