Aurora’s Sunrise

Periscoop Film

Het is altijd een uitdaging geweest voor documentairemakers om het onverfilmbare tóch in beeld te brengen. Wat zich in het hoofd van personages afspeelt, waar de camera toevallig, of minder toevallig, niet bij kan zijn of wat simpelweg in een nét iets te ver verleden gebeurde. In de afgelopen jaren is animatie een steeds probater middel gebleken om het onverfilmde, in combinatie met interviews en échte beelden, tóch te incorporeren in een documentaire, met fraaie films zoals TowerFlee en Eternal Spring als sprekend voorbeeld.

In Aurora’s Sunrise (97 min.) volgt regisseur Inna Sahakyan min of meer hetzelfde procedé. Zij vertelt het verhaal van Arshaluys ‘Aurora’ Mardiganian (1901-1994), die als tiener de Armeense genocide overleefde. Op latere leeftijd gaf ze daarover nog enkele interviews, die nu als anker fungeren voor deze documentaire. In 1919 ging in New York echter al de stomme film Auction Of Souls in première. Dit was een verfilming van Aurora’s op schrift gestelde herinneringen aan de massamoord op haar volk: Ravished Armenia. Ze had hoogstpersoonlijk de hoofdrol op zich genomen.

Mettertijd verdwenen echter alle kopieën van de speelfilm. Voor Aurora’s Sunrise heeft Sahakyan de hand weten te leggen op fragmenten die pas na Arshaluys’ dood werden opgediept. In combinatie met de geanimeerde beelden krijgen die nu bijna een authentiek karakter, terwijl het toch echt gaat om een door Hollywood geënsceneerde werkelijkheid, waarbij de Armeense tiener gebeurtenissen uit haar eigen verleden naspeelt. ‘Veel van wat er wordt afgebeeld in de film is in werkelijkheid niet zo gebeurd’, tekent ze daarbij aan. ‘De realiteit was veel te grimmig voor het Amerikaanse publiek.’

De opnames waren nochtans traumatisch voor de jonge Armeense. Om aandacht te vragen voor wat haar volk was aangedaan, bleef Arshaluys de film desondanks aan de man brengen in de Verenigde Staten. Dit werd al snel een soort reprise van de helletocht die ze in haar eigen land had moeten maken. In Aurora’s Sunrise wordt die, aan de hand van verteller Arpi Petrossian, nog eens nauwkeurig opgeroepen. Zodat er beelden zijn – ook al dateren die in werkelijkheid van later datum – bij de onverfilmbare en onverfilmde verschrikkingen van de eerste volkerenmoord van de twintigste eeuw.

Blind Ambition

Paradiso Entertainment

‘Het is alsof Egypte meedoet met skiën tijdens de Olympische Winterspelen’, stelt wijnschrijver Tamlyn Currin over het speciaal samengestelde Team Zimbabwe dat aan de wereldkampioenschappen wijnproeven wil meedoen. De vier Zimbabwanen, die los van elkaar en soms met gevaar voor eigen leven hun land zijn ontvlucht, werken nu stuk voor stuk als sommelier in hun nieuwe thuisbasis Zuid-Afrika.

In Château de Gilly in de Bourgogne gaan Joseph Dhafana, Tinashe Nyamudoka, Pardon Taguzu en Marlvin Gwese de strijd aanbinden met 23 andere nationale teams, om de officieuze wereldtitel te bemachtigen. Ze moeten daarvoor blind twaalf wijnen proeven en dan vaststellen uit welke streek die afkomstig zijn, wat de druifsoort is, wie de wijnmaker is geweest en wat het jaar van oorsprong zou kunnen zijn. Team Zimbabwe moet van tevoren met een crowdfundingsactie alleen nog wel 6500 pond ophalen om überhaupt naar Frankrijk te kunnen afreizen.

Die wedstrijd fungeert in deze aardige film van Warwick Ross en Rob Coe in eerste instantie vooral als aansprekend decor voor de persoonlijke verhalen van de vier gevluchte Zimbabwanen. ‘Iedereen moet zich bewust worden van het feit dat migranten geen kakkerlakken zijn die moeten worden vernietigd omdat ze een invasie zijn van onze heilige ruimte’, stelt de Zuid-Afrikaanse dominee Paul Verryn, die Joseph Dhafana na z’n vlucht opving in zijn kerk. ‘Sommige van de meest diepgaand ontwikkelde en ongelooflijk prachtige geesten passen niet op de plek waar wij denken dat ze horen.’

Datzelfde lijkt in Blind Ambition (96 min.) ook een beetje op te gaan voor Joseph en de drie andere zwarte Afrikanen, wanneer zij onder de noemer Team Zimbabwe participeren in een bezigheid voor voornamelijk welgestelde witte mensen. Gelukkig hebben ze een gerenommeerde coach gevonden: Denis Garret. ‘Denis is een spectaculaire man. Heel bizar. Je mag ‘m of je hebt een hekel aan hem.’ Aan het woord is de excentrieke Franse wijnexpert zelf, die deze documentaire een zekere joie de vivre en smakelijke afdronk geeft én de aandacht ook weer richting de wedstrijd stuurt.

Daar – boven een wijnglas, naast een coach waarvan ze vooral last blijken te hebben en in een Frans chateau – worden de vier Afrikanen geconfronteerd met wie ze zijn, waren én willen worden. En dat is, om te beginnen, in elk geval niet allerlaatste.

In Her Hands

Netflix

‘Mevrouw Zarifa Ghafari, asalaam alaikoem’, leest de jongste burgemeester van Afghanistan zelf voor. ‘U blijft heidens werk doen ondanks onze waarschuwingen. In naam van de democratie verspreidt u verdorvenheid in onze samenleving. Voor de laatste keer: we bevelen u om Maidan Wardak binnen een week te verlaten. Als u weigert, wordt u vermoord.’ 

Zarifa Ghafari, slechts 26 jaar oud, laat zich niet intimideren door de dreigbrief van de Taliban. Ook al hebben zij de omgeving van de hoofdstad van de Afghaanse provincie Wardak, zo’n veertig kilometer van Kabul, inmiddels stevig in hun greep. ‘Mannen hebben hier de afgelopen 40 of 50 jaar hun kans gehad’, zegt ze strijdlustig. ‘Wat hebben ze bereikt? Niks.’

In januari 2020, negentien maanden voor de dramatische val van Kabul in augustus 2021, zijn de documentairemakers Tamana Ayazi en Marcel Mettelsiefen bij de moedige politica en haar entourage aangesloten voor de aangrijpende film In Her Hands (93 min.). De Taliban, waarvan ook enkele strijders worden geportretteerd in de documentaire, krijgen dan steeds grotere delen van het verscheurde land in hun macht.

Terwijl Zarifa in de Verenigde Staten een Women of Courage-award krijgt uitgereikt en de Afghaanse president Ashraf Ghani haar vervolgens in het parlement ‘een dappere vrouw’ noemt, neemt het gevaar voor haar en de haren zienderogen toe. Intussen worstelt ze in kleine kring tevens met de verwachtingen van haar conservatieve vader, commandant van de aanvalstroepen bij het ministerie van defensie in Kabul.

Die twee verhaallijnen komen op een dramatische manier samen. Tegelijkertijd raakt Zarifa Ghafari vervreemd van haar steun en toeverlaat: chauffeur en bodyguard Massoud, een man die haar altijd met één hand op z’n pistool rondrijdt en zijn leven voor haar zou geven. Als hun wegen zich scheiden, zullen ze allebei hun weg moeten vinden in een ronduit vijandige omgeving. Massoud simpelweg doordat hij wordt geassocieerd met een ideologische tegenstander van de Taliban. Zarifa is daarnaast ook nog eens vrouw.

Via deze twee jonge Afghanen schilderen Ayazi en Mettelsiefen een land dat permanent in staat van oorlog verkeert en nu weer, in elk geval bezien vanuit het perspectief van de vrouwen, in ‘the dark ages’ terecht dreigt te komen. De vertelling eindigt uiteindelijk in 2022, een jaar na de val van Kabul, wanneer de ogen van de wereld alweer enige tijd op Oekraïne zijn gericht, de Taliban ongestoord Afghanistan naar hun hand kunnen zetten en politieke tegenstanders hun leven daar niet meer zeker zijn.

Scènes Met Mijn Vader

IDFA

In een fraai uitgelichte, oude fabriekshal nemen Vinko en zijn volwassen dochter Biserka, nadat ze de stoelen nog even hebben schoongepoetst, naast elkaar plaats voor een persoonlijk gesprek. Filmmaakster Biserka Suran heeft allerlei vragen voor Vinko over zijn verleden in het voormalige Joegoslavië en hoe hij daar haar Nederlandse moeder ontmoette en met haar een gezin begon. Ze ontdekt ook meer over hun liefdesverhaal in een briefwisseling die de twee er op nahielden.

Toen de Joegoslavische leider Tito overleed, die bijna dertig jaar aan de macht was geweest in het communistische land, viel de door hem bijeen gehouden natie – hier tot leven gewekt met fraaie archiefbeelden – langzaam uit elkaar. Biserka’s familie besloot om naar Nederland te vluchten. Het land dat ze toen halsoverkop moesten verlaten bestaat inmiddels niet meer en is uiteengereten in verschillende naties, waaronder het land dat ze nu als moederland beschouwen: Kroatië.

Biserka en Vinko maken in de gestileerde documentaire Scènes Met Mijn Vader (46 min.), via enkele verschillende decors, een symbolische reis door het verleden, waarbij hun conversatie zich vooral richt op hoe ze hun land van oorsprong hebben moeten verlaten en wat ze vervolgens onderweg hebben opgepikt of zijn kwijtgeraakt. Dat is een persoonlijk gesprek over identiteit, land en familie, dat zo nu en dan wordt aangevuld door andere familieleden.

De zorgvuldige enscenering vergemakkelijkt de uitwisseling van gedachten en gevoelens en maakt de toegang naar herinneringen ook eenvoudiger, maar geeft de dialoog tevens een wat opgeprikt karakter. En wat er zoal te berde wordt gebracht voelt al bekend en is eerder een smaakvol opgediende reprise van dan een wezenlijke toevoeging aan het universele vluchtverhaal, dat inmiddels in alle mogelijke bewoordingen, talen en beelden is uitgedrukt.

Indisch Zwijgen

Amstelfilm

‘Denk dan maar eeeven. Het kan niet altijd goed gaan in het leeeven’ zingt Wil Richards, een oudere Indische Nederlander, voor zijn achternicht, de beeldend kunstenaar Mei Oele. Hij vervolgt: ‘Zorg bij tegenslaagen dat je die ook kunt verdraagen.’ Wil weet waar hij over zingt. Hij zat vroeger in een interneringskamp. Terwijl zijn broer, Mei’s opa, net als veel lotgenoten die in Indië klem kwamen te zitten tussen de kolonisator en de gekoloniseerden, altijd bleven zwijgen over hun traumatische verleden, zette Wil zijn ervaringen juist op papier.

Tussen 1945 en 1968 kwamen er zo’n 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Zij volharden meestal nog altijd in een Indisch Zwijgen (32 min.) over wat ze hebben meegemaakt, tot frustratie van hun nazaten. Hoewel Wil destijds het gevoel had dat hij werd beschouwd als een indringer is hij volgens eigen zeggen tegenwoordig ‘helemaal volledig ingeburgerd’ in Nederland. ‘Maar misschien ook vanwege de asielzoekers die dus binnenkomen’, zegt hij er besmuikt lachend bij. ‘Die hebben eigenlijk mijn plaats overgenomen van niet welkom zijn.’

Inmiddels wonen er zo’n anderhalf tot twee miljoen mensen met Indische wortels in Nederland. Filmmaakster Juliette Dominicus wil als vertegenwoordiger van de derde generatie het zwijgen over hun gezamenlijke verleden doorbreken. Tijdens een familie-opstelling bij een lichaamsgerichte therapeut ervaart ze de afstand binnen haar eigen familie echt aan den lijve. Tijd om het gesprek aan te gaan met haar vader. Amara van der Elst, spoken word-artiest, constateert intussen met haar moeder dat praten over het verleden soms ook gewoon pijn doet.

Samen hebben de drie jongen vrouwen ondertussen een kunstwerk gemaakt, waarmee ze het gesprek over dat gedeelde verleden proberen te openen. In dit appèl aan hun gemeenschap komen alle verschillende elementen – theater, video en beeldende kunst – mooi samen en wordt deze film die, met een héél uitgebreide begintekst, enigszins stroef van start is gegaan alsnog tot een fraaie climax gebracht.

Al Wat Je Ziet

VPRO

Het begint vaak met: Waar kom jij vandaan? Hoe lang woon je al in Nederland? Spreek je Nederlands?

En, als het ijs eenmaal is gebroken en het allereerste contact gelegd, kunnen er volgens de Rotterdamse verpleegkundige Khadija Sabriye, die oorspronkelijk uit Somalië komt, nog veel meer vragen volgen: ben je besneden? Mag je seks hebben? Ben je uitgehuwelijkt? En daarna volgen, als vanzelf, de meningen: wat kun jij goed fietsen! Wat een mooie naam! Je bent zeker dankbaar dat je hier bent. Je bent zo exotisch.

Welkom in Nederland, een nieuwe wereld. Een wereld waarin buitenstaanders, of ze het nu willen of niet, een nieuwe versie van zichzelf moeten worden. Of zoals zij ‘t in Al Wat Je Ziet (72 min) zelf uitdrukken: niemand kan zien wie ik was. De van origine Iraanse filmmaakster Niki Padidar woont vanaf haar zevende in Nederland en weet dus uit eigen ervaring hoe dat voelt. Ze vergelijkt het met een ‘eeuwig durende auditie’.

Padidar onderzoekt in deze film hoe ‘t is om wakker te worden in zo’n vreemde wereld en daar onderworpen te worden aan de blikken van vreemden, die vooral jou als een vreemde ervaren. Vanuit dat perspectief kijkt ze, met vier meisjes/vrouwen die haar eigen ervaringen lijken te weerspiegelen, naar ‘ons’ Nederland, een aangeharkt land dat er voor iemand van buitenaf zomaar steriel, onnozel en levenloos kan uitzien.

De documentairemaakster vervat die ervaring tevens in theatrale beelden. Ze plaatst haar hoofdpersonen bijvoorbeeld in een vervreemdend decor: ieder z’n eigen kale, grijze kamer – naast elkaar op een podium – die ze zich met wat persoonlijke bezittingen eigen proberen te maken. Deze uitgesproken vormkeuze werkt als een spiegel voor de buitenstaanders, die ook ‘gewone’ Nederlanders gaandeweg worden in Al Wat Je Ziet.

Zodat de boodschap van deze prikkelende en geraffineerde film, onlosmakelijk verbonden met het persoonlijke levensverhaal van de maakster, uiteindelijk kan worden gecondenseerd tot één kernachtige vraag: wat als je van de ene op de andere dag niet meer wordt gezien, maar wel  wordt bekeken? Gevolgd door gedachten als: wie ben je dan (nog)? Wat zie je? Kun je erdoorheen breken? En: zou het ergens anders werkelijk anders zijn?

Escape From Kabul

HBO Max

Terwijl de Taliban op 15 augustus 2021 Kabul innemen, bereidt een speciaal ingevlogen groep mariniers de evacuatie van Amerikaanse burgers en hun Afghaanse medewerkers voor. Ze verwachten een ‘relatief geordend proces’. Dat zal echter heel anders uitpakken. Het vliegveld van de Afghaanse hoofdstad groeit uit tot een soort menselijke mierenhoop, waar zo’n 24.000 gewone burgers zich verzamelen om het land te kunnen verlaten en godsonmogelijke keuzes moeten worden gemaakt. Buiten de luchthaven bevinden zich nog veel meer gewone Afghanen, vrouwen in het bijzonder, die de repressie van een nieuw Taliban-bewind niet willen afwachten.

En de nieuwe machthebbers willen dan weer koste wat het kost voorkomen, zeggen ze met de nodige bravoure in Escape From Kabul (74 min.), dat landgenoten door ongelovigen worden meegenomen en zich een Amerikaanse levensstijl gaan aanmeten. Dat is ook meteen het aardige aan deze documentaire van Jamie Roberts (Four Hours At The Capitol): behalve Amerikanen en ‘verlichte Afghanen’, komen ook de vijanden van het vrije westen aan het woord. Ruwe mannen met woeste blikken en baarden, die duidelijk jaren oorlog in de benen hebben zitten en geweld bepaald niet schuwen om hun wil, zeker als het gaat om de positie van Afghaanse vrouwen, tot wet te verklaren.

Vanuit totaal verschillende perspectieven wordt zo de Amerikaanse aftocht belicht en de massahysterie en menselijke tragedies die daarvan onderdeel zijn geworden. De bijbehorende beelden, van zowel nieuwszenders als gewone burgers, tonen paniek en verwarring. Ouders proberen te vertrekken met hun kroost. En sommige kinderen, waarvan de ouders het niet hebben gehaald, worden simpelweg met de hand doorgegeven, zodat ze alsnog een kans maken op dat andere leven. In die hachelijke situatie wordt ook nog een bermbom tot ontploffing gebracht. Islamitische Staat eist de aanslag bij Abbey Gate op.

Als op 31 augustus de laatste vlucht naar de Verenigde Staten vertrekt, de vanzelfsprekende climax van deze nauwgezette reconstructie, neemt de Amerikaanse ambassadeur in Afghanistan, Ross Wilson, stil en somber afscheid. Intussen kraait de Taliban victorie: na twintig jaar is er een einde gekomen aan de Amerikaanse ‘invasie’. ‘We zijn vrij’, zegt Qari Mohammed Zahid, lid van een speciale eenheid van de Taliban. ‘Ons bezette Afghanistan is nu een vrij Afghanistan.’

Het grotere verhaal van Amerika’s twintigjarige bemoeienis met Afghanistan wordt verteld in het tweeluik Leaving Afghanistan, terwijl de vierdelige serie Afghanistan: The Wounded Land laat zien hoe het land al zo’n vijftig jaar permanent verwikkeld is in oorlog.

Elisabetta

VPRO

Een klein donker meisje met twee aandoenlijke staartjes in het haar doolt door een soort eindeloze groene gang. Zo nu en dan gaat ze een kamer binnen. Een andere keer stuit ze op een gesloten deur. In diverse symbolische sequenties representeert het kind Elisabetta (25 min.), de hoofdpersoon, naamgever en maker van deze korte documentaire.

Zij wil bestáán. Kort na haar geboorte in de Noord-Italiaanse stad Brescia, nu zo’n dertig jaar geleden, heeft Elisabetta’s moeder haar identiteit aan een ander meisje gegeven. Daardoor heeft Elisabetta Agyeiwas, die via een tante in Nederland is beland, nog altijd geen officieel bewijs van haar eigen bestaan. En sinds het overlijden van haar Nederlandse pleegmoeder, staat ze er als AMA (Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker) ook nog eens helemaal alleen voor.

In deze persoonlijke film richt Elisabetta zich tot haar biologische, van oorsprong Ghanese moeder. ‘Alle gesprekken die ik voer leiden naar jou’, zegt ze bijvoorbeeld in één van de voice-overs waarmee de vertelling wordt gestuurd. ‘Waarom heb je ervoor gekozen om mij niet op te voeden?’ Uiteindelijk besluit de jonge vrouw om bij de Nederlandse politie aangifte te doen van identiteitsfraude en hoogstpersoonlijk verhaal te gaan halen in Italië.

Elisabetta’s moeder wil haar echter niet te woord staan, haar vader is sowieso helemaal buiten beeld en de zaak zelf blijkt zo gecompliceerd dat ie in beide landen vastloopt. Ze gaat daarover in gesprek met haar tante, de voormalige adjunct-directeur van haar basisschool, een vertegenwoordiger van de Nederlandse politie en de honorair consul in Verona. Zo probeert zij klaarheid te krijgen in een zaak die voor niemand echt van levensbelang lijkt. Behalve voor haar.

Elisabetta dreigt verloren te raken op een stukje niemandsland in hartje Europa, vastgeketend aan een kwestie die ook de kijker met de nodige onbeantwoorde vragen achterlaat. Terwijl de jonge vrouw juist op dit moment, nu ze een volgende stap in haar leven gaat zetten, zo’n behoefte heeft aan vaste grond onder de voeten.

Een filmpje van/over Elisabetta van enkele jaren geleden:

Buurman Abdi

Als het aan de hoofdpersoon Abdiwahab Ali had gelegen, zou deze documentaire ‘Tussen Gekte En Geniaal, Tussen Gevaar En Genade Beweegt Abdi Zijn Leven’ hebben geheten. Of: ‘Tussen Gekte En Gevaar, Genade En Volgeladen Met Creativiteit’. Met dan schietgeluiden erachteraan. Filmmaker Douwe Dijkstra heeft echter voor Buurman Abdi (28 min.) gekozen. Zijn korte documentaire over de Somalische man, die de werkruimte naast hem in gebruik heeft en die hij graag beter zou leren kennen, viel onlangs op het Locarno Film festival in de prijzen en werd geselecteerd voor de European Film Awards.

Niet voor niets. Het is een buitengewoon ingenieuze film, die consequent rommelt met de waarneming van de kijker en tegelijkertijd een wezenlijk verhaal heeft te vertellen. Over een constructief heden, dat is geworteld in een destructief verleden. Abdi groeide op in een uiterst gewelddadige omgeving, arriveerde op zijn elfde in Nederland en kwam hier al snel ernstig in aanvaring met de wet. ‘Ik ben niet getraumatiseerd, hè’, zegt hij daarover stellig. ‘Over nergens, snap je.’ Hij voelt zich beslist geen slachtoffer. ‘Kan ook niet, want dat ben ik niet.’ Die nuchtere constatering krijgt gaandeweg, als duidelijk wordt wat hijzelf zoal op zijn kerfstok heeft, steeds meer reliëf.

Tegenwoordig lijkt Abdi z’n leven op de rit te hebben. Hij werkt als meubelontwerper. Trots laat hij in Douwe’s atelier enkele van zijn creaties zien. In diezelfde ruimte gaan ze samen ook aan de slag met acteurs, maquettes en een ‘green screen’ (waarop bijvoorbeeld echte omgevingsbeelden van Mogadishu kunnen worden geprojecteerd) om re-enactments te maken van de heftige gebeurtenissen uit zijn leven, in zowel Somalië als Nederland. Zo wordt de kijker niet alleen geconfronteerd met het verhaal dat Abi van zijn herinneringen heeft gemaakt, maar ook met hoe dat verhaal dan weer, in samenwerking met Douwe Dijkstra, heel zorgvuldig op beeld wordt gefabriceerd.

‘Wat je hebt gedaan, is niet wie je bent’, stelt de hoofdpersoon. En dat blijkt een thema om grondig te exploreren. Tegelijkertijd is Buurman Abdi ook een film met humor, inventiviteit én makerslol. Met hun acteurs, nepwapens, schaalmodellen en camera’s hebben de twee buurmannen duidelijk veel plezier gehad bij het reconstrueren van Abdi’s verwoestende ervaringen. Die dubbelheid, ook terug te zien in de joyeuze vorm, maakt van deze documentaire een soort macaber feest voor de oogballen. Een afdaling in een persoonlijke hel, die beslist niemand had willen missen.

Dit Was Aad, Goedenavond

KRO-NCRV

‘Hoe kan dat nou, iemand die zoveel betekend heeft voor de Nederlandse televisie?’ vraagt Mark van den Heuvel zich enigszins verontwaardigd af, als hij samen met zijn zus Caroline ontdekt dat hun vader Aad ontbreekt op de Wall of Fame van museum Beeld & Geluid te Hilversum. ‘Met Brandpunt, met de Alles Is Anders-show, met de J.C.J. Van Speykshow, met Ook Dat Nog!, waar ook vier miljoen mensen naar keken. Ja, dan mag er toch op zijn minst wel iets tastbaars hier te vinden zijn.’

Het overlijden van journalist en televisiemaker Aad van den Heuvel ging in de zomer van 2020 ook al enigszins verloren in het nieuws over de Coronacrisis. Zijn kinderen Mark en Caroline, die in navolging van hun vader eveneens in de journalistiek terecht zijn gekomen, betreuren dat. Met Dit Was Aad, Goedenavond (50 min.) richten ze alsnog een televisiemonumentje op voor de man die zij overigens consequent ‘Aad’ noemen, een pionier die altijd de wijde wereld opzocht en mede daardoor als vader wat op afstand bleef.

Mark bezoekt bijvoorbeeld samen met zijn jeugdvriend Matthijs van Nieuwkerk idyllische plekken uit hun jeugd die ze associëren met Aad, gaat op audiëntie bij Joop van den Ende en ontmoet Youp van ‘t Hek, die doorbrak met een optreden in een tv-programma van zijn vader. Caroline spreekt op haar beurt af met collega’s als Catherine Keyl en Fons de Poel, kijkt met cameraman Ron van der Lugt ruw materiaal uit Rwanda terug en zoekt Aads weduwe Annette op, om beelden uit hun privé-archief te bekijken.

Hun vader had last van het tegendeel van heimwee. ‘Fernweh’, noemde Aad van den Heuvel dat zelf. Hij wilde zijn waar het gebeurde. En dus deed hij bijvoorbeeld vanuit Memphis verslag van de moord op Martin Luther King, was hij ooggetuige van een bombardement in Biafra en kon hij de Indonesische leider Soekarno net voordat die afstand moest doen van de macht nog een vileine vraag stellen. Toen hij later in zijn carrière aan het lichtere werk begon, bleef zijn betrokkenheid bij de wereld.

Volgens Anna Visser, met wie Aad van den Heuvel de idealistische omroep Llink oprichtte, was hij ‘behoorlijk woke voor een witte oude man’. En zo gaat hij ook de herinnering in: als een westerse journalist die altijd over de grenzen van zijn eigen wereld heen wilde kijken.

Hunting The Essex Lorry Killers

BBC

Maurice Robinson, de 25-jarige chauffeur van de vrachtwagen, vertrekt in eerste instantie geen spier als hij wordt gearresteerd. In de container achter z’n truck zijn op 23 oktober 2019 39 lijken gevonden. De politie heeft via een tekening weergegeven hoe ze zijn aangetroffen. Het geheel oogt als de schematische plattegrond van een aan te schaffen tent. Alleen liggen de lichamen, gemarkeerd met de letter V van Victim en een willekeurig nummer, niet netjes verspreid over de ruimte, maar op, over of onder elkaar. 

Een grootschalig politieonderzoek komt op gang, allereerst naar de identiteit van al die gezichtsloze poppetjes, gestikt op hun weg naar een beter leven. En daarna is het een kwestie van Hunting The Essex Lorry Killers (60 min.), een jacht op gewetenloze mensenhandelaars, die vermoedelijk nog veel meer bloed aan hun handen hebben. Via het verhoor van Robinson – getuige of toch verdachte? – en zijn gedrag in de voorgaande 24 uur, gereconstrueerd met gegevens van zijn mobiele telefoon en beelden van beveiligingscamera’s, komt het rechercheteam steeds dichter bij wat er zich heeft afgespeeld rond die verdoemde truck.

Terwijl de politiemensen in deze zeer gedegen documentaire van Niamh Kennedy stapsgewijs hun onderzoek doorlopen en gaandeweg stuiten op een internationaal netwerk van mensensmokkelaars, geven enkele nabestaanden de 39 slachtoffers een gezicht. Van anonieme ‘gelukszoekers’ worden zij weer mensen met dromen, idealen én een volwaardig leven. Dat hebben ze definitief moeten achterlaten, in de diepste krochten van het Europese niemandsland waar wetteloosheid regeert en het slechtste in de mens – of althans in sommige mensen – komt bovendrijven.

Mel

Windmill Film

Van trots van het land naar risee van de gemeenschap. Dezelfde inwoners van Armenië die Meline toejuichen als ze Europees kampioen gewichtheffen wordt, moeten niets hebben van Mel als die zich enkele jaren later gaat presenteren als man – terwijl hij dat volgens eigen zeggen altijd is geweest. Sport is voor Mel Daluzyan zijn hele leven een toevluchtsoord geweest, om bij de jongens te kunnen horen.

Tijdens die carrière wordt Meline wel regelmatig gedwongen om haar haren te laten groeien, make-up te dragen en een rokje aan te trekken. Mel (76 min.) is er op een gegeven moment helemaal klaar mee en overweegt om uit het leven te stappen. En dan kruist hij het pad van Lilit Ghazaryan, een jonge vrouw uit een conservatief dorp, waar vrouwen geacht worden om hun mond te houden. Vanachter het aanrecht, natuurlijk.

In het christelijke Armenië moeten ze vanzelfsprekend niets hebben van homoseksuelen, om van transgenders nog maar te zwijgen. Dat zijn niets minder dan kinderen van Satan, die traditionele gezinswaarden vertrappen. ‘Ze moeten worden neergeschoten voordat ze zich vermenigvuldigen’, zegt een vriendelijk glimlachende jongeman op straat. Een ogenschijnlijk volstrekt normaal meisje concludeert droog: ‘Ze hebben het recht niet om te leven.’

Er rest Mel en Lilith niets anders dan het land te ontvluchten. Precies halverwege deze documentaire. Ze komen in een asielzoekerscentrum in Arnhem terecht en proberen van daaruit de draad weer op te pakken. Regisseur Inna Sahakyan, in samenwerking met de Nederlandse documentairemaker Paul Cohen, legt van dichtbij vast hoe hun leven ook dan niet in rustiger vaarwater terecht komt en de twee uit elkaar dreigen te drijven.

Die tweede, Nederlandse, helft van deze documentaire, waarin Mel volledig Mel probeert te worden en Lilit worstelt met haar positie aan zijn zijde, is wel wat fragmentarischer dan het eerste deel, waarin de onverdraagzaamheid en beklemmende atmosfeer in hun moederland Armenië, met behulp van een meeslepende montage en soundtrack, zeer treffend wordt opgeroepen. Hier lijken de twee veilig, al blijft het de vraag of ze ooit echt aan hun verleden kunnen ontkomen.

Leven In Limbo

Human

Ze leven tussen hoop en vrees, wal en schip, en kastje en muur. Omdat ze niet kunnen bewijzen wie ze zijn, vastzitten in een heilloze situatie of niet terug willen of kunnen naar waar ze ooit thuis waren. Naar schatting telt Nederland zo’n 50.000 ongedocumenteerden. Daarvan wonen er dan weer ongeveer 5.000 in Rotterdam. Zonder verblijfsvergunning, recht op werk of onderwijs en perspectief op een ‘normaal’ leven in het land waar ze soms al tientallen jaren verblijven.

De vierdelige docuserie Leven In Limbo (160 min.), waarvoor acteur Gijs Scholten van Aschat de stevig aangezette voice-over verzorgt, portretteert een aantal van deze illegalen tijdens hun dagelijks leven. Ze worden ondersteund door het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS), dat is gehuisvest in de voormalige rooms-katholieke kerk ‘De Doortocht’ in Katendrecht. Die begeleiding is vooral een kwestie van pappen en nathouden, stelt één van de oprichters Connie van den Broek. Ze beantwoorden vragen, steken de helpende hand toe en verzorgen gratis Nederlandse les. Want bij de officiële lessen zijn hun cliënten niet welkom. Die worden immers geacht om het land te verlaten.

‘Ik wil eigenlijk niet wonen in een stad waar mensen doodgaan op straat’, stelt Van den Broek. Tegelijkertijd denkt hij ook praktisch: zelfs op de zwarte arbeidsmarkt is het voor deze uitgeprocedeerden handig als ze Nederlands kunnen. Ishmail een man uit Sierra Leone, is dat stadium allang voorbij. Hij heeft zelfs een eigen dichtbundel uit: Landschap Van Mijn Ziel. De 19-jarige Emilia beheerst de taal eveneens prima. De kans dat ze hier mag blijven is echter klein. Ze is in Nederland opgegroeid, maar heeft zich na een periode in Brazilië te laat, ná haar achttiende verjaardag, weer bij haar Braziliaanse moeder in Rotterdam gevoegd. Als volwassen vrouw heeft ze nu nauwelijks kans op een verblijfsvergunning.

Soms roepen die levensverhalen ook vragen op, zoals bijvoorbeeld het treurige relaas van Amro. Hij werd volgens eigen zeggen geboren in Frankrijk, heeft een Marokkaanse vader en woont al veertig jaar in Nederland, tegenwoordig in een klein hok nabij het water waarvoor hij elke dag over een hek moet klimmen. Frankrijk kent hem niet, Marokko accepteert hem niet en Nederland wil hem niet. Het is een hopeloos stemmende situatie, zoveel is duidelijk. Maar is dat ook het complete (achtergrond)verhaal? Daar ligt echter niet de focus van Leven in Limbo. Regisseur Martijn Heijne richt zich op de kleine menselijke verhalen. Hij laat zien hoe het is om te (over)leven in de illegaliteit en geeft personen die we doorgaan alleen kennen van statistieken – of zelfs dat vaak niet eens – een gezicht.

Soms tegen beter weten in houden ze in deze empathische miniserie hoop op een (legale) toekomst in Nederland. Ook omdat, volgens de gedreven Connie van den Broek, hoop nu eenmaal het laatste is wat sterft in een mens. Mede door Nederlanders met het hart op de goede plek zoals hij, overigens. Die ook nog beschikken over een inventieve geest, zo blijkt in het laatste deel. ‘Ik realiseer me ook wel dat ik een lot uit de loterij heb gehad’, zegt Van den Broek. ‘Zoals heel veel mensen in Nederland een lot uit de loterij hebben, als je dat op mondiale schaal gaat bekijken.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘En dat ik met dat lot uit de loterij tegen iemand anders ga zeggen: ja, jij hebt dat lot niet. En zoek het maar uit…’

Anna: Status

Prime Video

Als je imago niet alleen voor de buitenwereld bepaalt wie je bent, moet het verdomd lastig zijn om de controle daarover af te geven aan een willekeurige filmmaker. In Anna: Status (170 min.), waarvan ik tot dusver drie afleveringen heb gezien, twijfelt Anna Nooshin voortdurend over wie of wat ze wil laten zien. Net als Ali B. dat eerder deed in de vergelijkbare productie Ali Bouali. Die conversatie over wat er wel en niet wordt gedeeld voor de camera heeft ongetwijfeld ook tot doel om het belang van dit portret te benadrukken. In de trant van: in deze vierdelige serie laat de befaamde Iraans-Nederlandse influencer Anna Nooshin méér, zo niet álles, zien van zichzelf.

Het is natuurlijk wel de vraag hoeveel ruimte de hoofdpersoon van showrunner Niki Padidar heeft gekregen om te bepalen wat de serie op welke manier mag halen. Wie heeft bijvoorbeeld bedacht om Anna’s eerste sessie met psychiater Glenn Helberg, waarbij ze van binnenuit wordt opgewacht met de camera, te filmen? Wie heeft het initiatief genomen om een soort familiegesprek te organiseren met haar moeder en zus, over hun vluchtverleden en haar gewelddadige vader? En wie heeft het onzalige idee opgevat om acteur Derek de Lint te vragen om een bij vlagen ironische voice-over in te spreken, die de plank af en toe helemaal misslaat?

Anna: Status is over het algemeen tamelijk ruw gefilmd en gemonteerd, zodat de serie een ‘reality’-feel krijgt. Tegelijkertijd oogt ie ook zorgvuldig gestyled. Neem het centrale interview waarin Nooshin het achterste van haar tong lijkt te laten zien. Als ze vertelt over haar kwetsbaarheid, gebrek aan zelfliefde en onvermogen om gelukkig te zijn, zit ze op de grond, tegen een betegelde muur in een soort fabriekssetting. Ze is nauwelijks opgemaakt, draagt onopvallende kleding en kistjes en wordt een beetje van bovenaf gefilmd. Zo, willen de filmmakers/Anna zelf ons duidelijk maken, ziet iemand eruit die zich kwetsbaar opstelt.

In het verleden, in haar geboorteland Iran en de eindeloze tocht langs AZC’s in Nederland, lijkt de sleutel te liggen naar het begrijpen van de persoon Anna Nooshin. Daartegenover staan scènes met het fenomeen Anna Nooshin in de buitenwereld: tijdens fotosessies, bijkletsend met YouTuber Robbert Rodenburg en in een kunstgalerie, waar ze (samen met oud-wielrenner Thomas Dekker) een kunstwerk probeert aan te kopen. Het is duidelijk: in Nooshins leven lijken de binnenkant en de buitenkant soms volledig langs elkaar heen te leven. Duidelijk is ook dat Nooshin een kwetsbaar rolmodel is. Geen slachtoffer overigens, volgens haarzelf, maar een overlever.

In dat opzicht doet deze erg grillige productie enigszins denken aan de twee documentaireseries over een ander omstreden boegbeeld van millennials, Famke Louise De Documentaire en Famke Next. Allebei leven ze een leven waarin het persoonlijke, publieke en zakelijke volledig verknoopt zijn geraakt met elkaar. En waarbij geluk en succes bepaald niet vanzelfsprekend samengaan en soms zelfs op ramkoers met elkaar kunnen liggen.

Little Palestine: Diary Of A Siege

IDFA

‘Jullie kunnen ons niet verdrijven uit ons eigen kamp’, staat er op een muur gekalkt. In Kamp Yarmouk, in de Syrische hoofdstad Damascus, leven zo’n 100.000 Palestijnen. Sommigen wonen er al sinds 1948, het jaar dat de staat Israël werd gesticht en Palestijnen van hun land werden verdreven. Als in Syrië een heftige burgeroorlog uitbreekt, sluit president Assad het kamp volledig af. De belegering van Yarmouk zal van 2013 tot 2015 duren.

In Little Palestine: Diary Of A Siege (89 min.) legt Abdallah Al Khatib, zelf geboren in het vluchtelingenkamp, samen met enkele vrienden vast hoe het leven in Kamp Yermouk, dat eerder al het strijdtoneel vormde voor de documentaire Dance Or Die, gewoon doorgaat – moet! – als het halve kamp kapot wordt geschoten, een nijpend tekort aan voedsel en medicijnen ontstaat en de gemeente dodelijke slachtoffers krijgt te betreuren.

Terwijl sommige kampbewoners, zoals Abdallahs moeder Umm Mahmoud, zich blijven bekommeren om kwetsbare ouderen, laat de woede in het kamp zich nauwelijks meer beteugelen. Er ontstaan massale protesten over de deplorabele leefomstandigheden en het feit dat de wereld nauwelijks oog lijkt te hebben voor, in de woorden van secretaris-generaal Ban-Ki Moon van de Verenigde Naties, ‘de binnenste cirkel van de hel’.

‘Als je wordt belegerd, is individuele rouw een luxe en geheime rouw een onvergeeflijk verraad’, stelt Al Khatib in één van de filosofische voice-overs waarmee hij zijn schrijnende film aanstuurt. ‘Voor de belegerden is collectieve pijn een verworvenheid en onderdeel van het pad naar overleving. Als je wordt belegerd, verberg je je verdriet niet voor anderen als een held, maar voel je de pijn en huil je met elkaar zoveel je kan.’

Little Palestine wil echter méér zijn dan een oneindige treurzang van woede en verdriet. Te midden van de ravage is er ook ruimte voor hoop, medemenselijkheid en dromen over een betere toekomst. Zo kan er, in een prachtige scène, ineens een gedragen lied klinken als een groepje jongeren, begeleid op piano, gewoon op straat de ellende van zich afzingt. Op de achtergrond klinken schermutselingen, de soundtrack van het leven in het kamp.

En dan moeten Islamitische Staat en de Russen zich nog melden in Kamp Yarmouk…

Simple As Water

vanaf 8-3 op HBO Max

Ze wonen al twee maanden in een benauwd koepeltentje op een soort parkeerterrein nabij de haven van Athene. Yasmin al Kadad en haar vier kinderen van negen, zeven, zes en vijf maken er het beste van. Echtgenoot Safwan verblijft al tien maanden in Duitsland. Hopelijk komen ze in aanmerking voor familiehereniging. Hij wordt alleen nog altijd niet officieel erkend als vluchteling. ‘Ik krijg hier hoofdpijn van’, zegt Yasmin moedeloos. ‘Uiteindelijk ga ik wel weer terug naar Syrië.’

De documentaire Simple As Water (99 min.) is een logisch vervolg op heftige films vanuit het hart van de Syrische burgeroorlog, zoals The CaveFor Sama en Last Men In Aleppo. Een portret van een ontheemd volk, dat door die oorlog is uitgestrooid over de wereld. Doodgewone mensen zijn noodgedwongen ‘vreemdelingen’ geworden. Regisseur Megan Mylan (Lost Boys Of Sudan) observeert hoe zij in den vreemde hun verminkte levens opnieuw vorm proberen te geven.

In het Turkse Reyhanli stuit ze bijvoorbeeld op Samra Abo Ghanooj. Haar echtgenoot werd enige tijd geleden gearresteerd. Sindsdien heeft deze moeder van vijf kinderen niets meer van hem vernomen. Zij moet intussen op het land werken om haar kroost te onderhouden en overweegt nu om die onder te brengen in een weeshuis. Oudste zoon Fayez, nog maar twaalf jaar oud, heeft tot dusver als een surrogaat-vader gefungeerd voor haar andere kinderen en ziet helemaal niets in dat plan.

Omar Sabha is in Pennsylvania beland en heeft daar de zorg voor zijn zestienjarige broer Abudi, die gewond is geraakt tijdens de oorlog, op zich genomen. Abudi moet bovendien de opleiding krijgen die hij zelf nooit heeft genoten. En misschien kan de jongen dan ook een verblijfsvergunning voor de Verenigde Staten bemachtigen. Want die lijkt voor Omar zelf, als voormalig lid van de Free Syrian Army, niet te zijn weggelegd. Hij staat officieel te boek als terrorist.

In het thuisland hopen Diaa en haar echtgenoot Hosain ondertussen tegen beter weten in nog altijd op de terugkeer van hun zoon Mohammed. Die werd in Raqqa gevangen genomen door ISIS. Terwijl ze zorgt voor Yazzan, een andere zoon met een verstandelijke beperking, probeert de Syrische vrouw de moed (der wanhoop) erin te houden. In een asielzoekerscentrum te Duitsland wacht Safwan tenslotte ongeduldig af of het Yasmin en hun kinderen lukt om zich bij hen te voegen.

Deze zorgvuldig gecaste hoofdpersonen representeren samen de verschillende aspecten van de oorlog, die zoveel Syriërs van huis en haard heeft verdreven (of, in het geval van Diaa, hun thuis heeft ontmanteld). Mylan komt in het groot opgezette en toch heel intieme Simple As Water héél dicht bij haar protagonisten, zonder dat ze zelf ook een rol voor zichzelf claimt, en schetst via hen overtuigend de ervaring van het volledig ontheemd zijn, achtervolgd door een oorlog waaraan eigenlijk niet valt te ontsnappen.

Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn

Sander Francken / NTR

De ene na de andere Oranjenaar spreekt zijn zorg uit over de komst van vluchtelingen. Ook veel lokale politici vinden het geen doen: 1400 asielzoekers in een dorp met slechts 150 inwoners. Intussen wordt die nieuwkomers elders in het Drentse dorp Oranje hartelijk verwelkomd: de kinderen krijgen les op school, Syrische muzikanten treden op tijdens de kerstviering en Jan Voortman begint in zijn tuincentrum een Arabische winkel voor de nieuwe overburen.

Nadat de komst van een tijdelijke opvang voor asielzoekers in 2014 nog voor veel argwaan heeft gezorgd in de gemeente Midden-Drenthe, worden de nieuwelingen gaandeweg steeds meer onderdeel van de gemeenschap. Getuige de tv-documentaire Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn (53 min.) van Sander Francken en Robbert van Lanschot fungeert de goedlachse Voortman daarbij als verbindende figuur. Bij hem voelen de nieuwkomers zich welkom en kunnen ze activiteiten ontplooien.

Behalve de steeds weer nieuwe initiatieven ontplooiende Voortman volgen Francken en Van Lanschot ook enkele nieuwe bewoners van Oranje: de Syrische journalist Zakwan en zijn vader, die druk bezig zijn om een leven op te bouwen in hun nieuwe vaderland. En hun landgenoot Walid en zijn vrouw, die als respectievelijk muzikant en arts juist met hun ziel onder hun arm door het Drentse dorp lopen. Zij dreigen verstrikt te raken in de Nederlandse bureaucratie en overwegen daarom een vertrek naar Duitsland.

Deze kleine menselijke portretjes leveren weliswaar meer dan genoeg aansprekende scènes op – van mensen die zichzelf vinden of tegenkomen en een gemeenschap die zich, soms met horten en stoten, openstelt – maar vormen samen maar moeilijk een coherent geheel. Oranje – Hoe Een Klein Dorp Groot Kan Zijn oogt een beetje als een grabbelton, waaruit allerlei min of meer verwante verhalen, exemplarisch voor hoe vluchtelingen een plek vonden in Oranje, worden opgediept.

Als het plaatselijke asielzoekerscentrum uiteindelijk zijn deuren sluit in 2017, hebben de meeste bewoners ervan het dorp al verlaten. En dat is dan voor het Drentse dorp allang geen reden meer om de vlag uit te hangen.

Flee

De reis begon in Kaboel en zou eindigen in Kopenhagen. Tussendoor zag Amin – als dat zijn echte naam is, tenminste – allerlei uithoeken van de wereld. Het begon allemaal met de verdwijning van zijn vader, die eind jaren tachtig werd opgepakt door de Moedjahedien. De tijd van vliegeren, popmuziek luisteren en volleyballen met zijn broer was toen voorbij voor de Afghaanse jongen. Samen met zijn moeder, broers en zussen sloeg hij op de vlucht. Tijdens zijn tocht zou Amin worden geconfronteerd met mensensmokkelaars, corrupte Russische politieagenten en filmende passagiers van een cruiseschip.

Flee (90 min.) is zijn persoonlijke vluchtverhaal en meteen een universele vertelling over vluchten in het algemeen. Amin – althans een fraaie geanimeerde versie van hem – vertrouwt zijn persoonlijke verhaal toe aan Jonas Poher Rasmussen. Met horten en stoten. In meerdere etappes. Soms gewoon zittend. Andere keren ook liggend, met gesloten ogen in het verleden verdwijnend. De twee zijn vertrouwd met elkaar: ze leerden elkaar in Denemarken op school kennen en zijn inmiddels al 25 jaar bevriend.

Gedurende die periode begon bij Rasmussen het idee te groeien om Amins levensverhaal te verfilmen. Daarvoor moest hij het alleen wel willen én kunnen vertellen. Dat bleek al moeilijk genoeg. Van meet af aan was ook duidelijk dat zijn Afghaanse vriend dit niet in beeld wilde doen. Hij wil anoniem blijven. Deze documentaire moest dus voor een groot deel uit geanimeerde scènes bestaan, aangevuld met archiefmateriaal uit de landen waar Amin onderweg tijdelijk onderdak had gevonden.

Daarbij is dan het originele audio te horen van de gesprekken tussen de filmmaker en zijn subject. Ook over diens homoseksualiteit. In Afghanistan bestaat dat niet. Ze hebben er niet eens een woord voor. Amin wel. Beter: een naam. Jean-Claude Van Damme. De stoere actieheld maakte heftige gevoelens los bij het jongetje, dat tevens een poster van Chuck Norris aan de muur had hangen. Hij kon toen nog niet weten wat diezelfde gevoelens in de wereld om hem heen te weeg zouden brengen.

Inmiddels is Amin een geslaagd man – een gearriveerde academicus, meer laat hij daar niet over los – en heeft hij bovendien al enige tijd een vaste relatie. Dat hedendaagse leven, en de strubbelingen die de Afghaan daarbij ondervindt, verweeft Rasmussen ingenieus met diens vluchtverhaal. Zoals ook de fraaie animaties soepel samenvloeien met ‘echte’ beelden van een vredig Kaboel, het grimmige Rusland dat na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ontstond en een desolate vluchtelingengevangenis in Estland.

Tezamen vormen al die elementen een aangrijpend vluchtelingenverhaal, dat uiteindelijk overigens wezenlijk afwijkt van wat Amin bij binnenkomst in Denemarken aan douanebeambten heeft verteld. Ook daar zit de schaamte – en wellicht ook nog de angst. Die geven deze razendknappe film, al op diverse plekken in de prijzen gevallen, alleen nog maar méér lading.

Bigger Than Us

Cinéart

Uit deze film spreekt onmiskenbaar hoop. De gedachte dat er zelfs in tijden van opperste wanhoop iemand is die opstaat om het tij te keren – en die daarmee zowaar nog succes kan boeken ook. Een jong iemand, vertegenwoordiger van de Greta-generatie zogezegd, die in navolging van de Zweedse klimaatstrijder Greta Thunberg weigert om de status quo te accepteren en overgaat tot actie.

De Indonesische klimaatactiviste Melati Wijsen is zo’n jonge idealist. Samen met haar zus Isabel zette ze al op twaalfjarige leeftijd de actie Bye Bye Plastic Bags op, om de troep op het strand van Bali te verminderen. Melati fungeert nu als hoofdpersoon voor Bigger Than Us (96 min.), een film van Flore Vasseur, die werd geproduceerd door de Franse actrice Marion Cotillard. Daarin zoekt ze in alle uithoeken van de aarde gelijkgestemden op, die zich eveneens op zéér jonge leeftijd begonnen te beijveren voor een betere wereld.

Op het Griekse eiland Lesbos biedt Mary Finn bijvoorbeeld hulp aan vluchtelingen, die huis en haard hebben moeten verlaten en nu in Kamp Moria terechtkomen. Memory Banda leidde als tiener de strijd tegen kindhuwelijken en ontmaagdingsrituelen (ofwel: verkrachting) in Malawi en droomt nu van een politieke carrière. En de Syrische vluchteling Mohamad Al Jounde startte in een Libanees vluchtelingenkamp zijn eigen school. Die is in zijn ogen niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van deze ontheemde kinderen, maar ook voor hun gevoel van eigenwaarde.

In Rio de Janeiro begon Rene Silva als elfjarig jongetje zijn eigen krant, Voz das Comunidades, waarmee hij eerlijk wil berichten over het leven in een Braziliaanse favela. Voorbij de bendes, de drugs en de wapens. De Indiaans-Amerikaanse rapper Xiuhtezcati Martinez verzet zich intussen in Colorado met alle middelen tegen het gebruik van pesticiden en fracking. En met haar organisatie YICE leert Winnie Tushabe Oegandese boeren hoe ze, met zeer beperkte middelen, hun eigen voedsel kunnen verbouwen. Zodat hun kinderen gewoon naar school kunnen.

Stuk voor stuk belichamen deze wereldverbeteraars een deel van wat gerust een linkse agenda kan worden genoemd. Het is gemakkelijk om daar cynisch over te doen: elke vorm van kritische distantie ontbreekt bijvoorbeeld in deze gelikte productie, de jongeren worden ongegeneerd op het schild gehesen. Je kunt tegelijkertijd ook denken: fijn dat er een nieuwe generatie is die zich inzet voor aloude waarden als rentmeesterschap, solidariteit en democratie.

Zo bezien is Bigger Than Us niets minder dan een film die een hart onder de riem wil steken. In een tijd waarin wanhoop, egoïsme en woede soms alomtegenwoordig lijken kan dat vast geen kwaad.

The Return: Life After ISIS

VPRO

‘Weet jij wat de Jihad echt inhoudt?’ zegt de ene kleuter tegen de andere. ‘De Jihad is belangrijk. Als je een Jihadi bent, kan niemand je pijn doen. Je bent je eigen baas, begrijp je?’ Intussen klauteren ze samen op een geïmproviseerd klimrek in Kamp Al-Roj. ‘En als je sterft als Jihadi, ga je rechtstreeks naar het paradijs.’

De kinderen zijn zojuist met hun moeders gearriveerd in het gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië en zullen daar nog een aanzienlijke tijd verblijven. De vrouwen komen oorspronkelijk uit Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland én Nederland. In hun geboortelanden zijn deze ‘bruiden’ van de terreurbeweging Islamitische Staat echter helemaal niet meer welkom. Maar waar moeten ze dan heen? En wat willen ze, ouder en soms wijzer, eigenlijk zelf?

The Return: Life After ISIS (90 min.) portretteert de vrouwen, waaronder Hafida Haddouch en Nawal Hammoudi uit Nederland, terwijl hun leven in de pauzestand staat en er alle gelegenheid is om te reflecteren op hun jeugd in het westen, hun bekering tot de fundamentalistische Islam en hun, veelal ellendige, tijd in het kalifaat. Regisseur Alba Sotorra Clua omkleedt deze herinneringen met beelden van de oorlog tegen Islamitische Staat en propagandavideo’s van de bruten zelf.

Is het voor te stellen dat de westerse tieners – want zo oud waren ze meestal toen ze radicaliseerden – ten prooi vielen aan de perverse IS-ideologie? Of valt het deze zusters van Laura H wel degelijk aan te rekenen dat ze afreisden naar het kalifaat en daar onderdeel werden van een regime dat zich schuldig maakte aan alle mogelijke mensenrechtenschendingen? Ook al kleeft er aan hun eigen handen, omdat ze thuis voor de kinderen moesten zorgen, dan toevallig geen bloed.

‘Ik wil naar huis en niet verplicht worden om hier te zijn’, moppert de Canadese Kimberly, die beweert dat ze zelfs nog nooit een verkeersboete heeft gehad. ‘Waarom wordt me de toegang tot mijn land en kinderen ontzegd?’ Haar begeleidster, de doorgaans vergevingsgezinde Koerdische vrouwenrechtenactiviste Sevinaz Evdike, reageert fel. ‘Jij misschien niet, maar je echtgenoot misschien wel. Hij kan mijn neef vermoord hebben. Mijn buurman. Mijn leraar. Of mijn vriend.’

In kampen zoals Roj bevinden zich zo’n 64.000 vrouwen en kinderen van Islamitische Staat. Deze indringende film ontdoet hen van hun afzichtelijke IS-tronie en geeft hen weer een menselijk gezicht, zónder dat ze daarmee automatisch ook de verantwoordelijkheid voor hun eigen keuzes mogen ontlopen. Verdient Hoda Muthana, een jonge Amerikaanse vrouw die onder de noemer @UmmJihad duizenden opruiende tweets plaatste, bijvoorbeeld ook een tweede kans?

Feit is dat vrouwen zoals zij worden uitgekotst door hun vroegere omgeving, waarnaar ze nu maar al te graag zouden terugkeren. Ze zitten daardoor gevangen in een soort niemandsland tussen de droom die een nachtmerrie werd – óók voor hen – en het andere leven dat hen – vanwege begrijpelijke overwegingen – niet wordt vergund. Dat schept getuige deze krachtige en ook belangwekkende film weliswaar een band, maar lijkt tegelijkertijd ook onhoudbaar. Al is het alleen vanwege die kinderen.