Everybody To Kenmure Street

Conic

’Let them go!’ scanderen de demonstranten. ‘These are our neighbours.’ Wat begint als spontaan verzet tegen de poging van de Immigration Enforcement van het Schotse Home Office om twee Indiase buurtgenoten aan te houden, mondt binnen de kortste keren uit in een grootschalige sit-in, die acht uur lang live kan worden gevolgd via televisie, internet en social media. 

De multiculturele wijk Polokshields in Glasgow wordt op 13 mei 2021 het strijdtoneel voor een felle confrontatie tussen ‘gewone’ burgers en de Schotse autoriteiten. Nadat de twee mannen in een busje zijn geplaatst, zodat ze het land kunnen worden uitgezet, duikt er een demonstrant onder het voertuig. Zolang deze ‘van man’ daar ligt, kan dat busje niet vertrekken. Al snel wordt de halve wijk opgetrommeld en verschijnt ook de politie ten tonele. ‘Refugees are welcome here!’ roepen de demonstranten dan, terwijl agenten de orde proberen te handhaven. Zodat die uitzetting toch kan doorgaan. De situatie ontwikkelt zich tot een spannende ‘stare down’ tussen overheid en burgers. 

Interculturele spanningen die al lang onder de oppervlakte leven komen nu tot uiting. ‘Je kunt hier tweehonderd jaar wonen, maar in de ogen van de machthebbers word je nooit Brits’, vertelt Mohammad Asif, één van de leiders van het spontane protest in Everybody To Kenmure Street (98 min). Als hij bijvoorbeeld terugkeert vanuit het buitenland, wordt ie er op het vliegveld altijd tussenuit gepikt door de douane. ‘In 2005 werd me gevraagd of ik wist waar Bin Laden was. Meen je dat serieus? vroeg ik. Als ik wist waar Bin Laden was, dan zou ik nu niet naar Glasgow komen. Dan zou ik naar Downing Street gaan, Tony Blair vertellen waar Bin Laden was en de beloning van vijf miljoen incasseren.’

Samen met andere lokale leiders, demonstranten en bewoners van de kleurrijke wijk blikt Asif in deze reconstructie terug op het moment dat Polokshields een vuist maakt tegen hoe de staat met burgers van kleur zoals hij omgaat. Regisseur Felipe Bustos Sierra ondersteunt hun herinneringen met beelden van deze enerverende dag en vult die aan met enkele bronnen, die alleen anoniem hun verhaal willen delen. Acteurs, geplaatst in een replica van de situatie, vertellen wat er toen door hen heen ging. De ‘van man’ wordt opmerkelijk genoeg gespeeld door een vrouw, de bekende actrice Emma Thompson. Vanonder de bus belicht zij de patstelling waarin de twee partijen elkaar gevangen hebben gehouden.

Terwijl Kenmure Street lijkt af te stevenen op een harde confrontatie, plaatst Bustos Sierra de spanningen op straat met een archiefsequentie, een Fremdkörper halverwege de film, tevens binnen de geschiedenis van Glasgow. De Schotse stad, waar activisme en protest van oudsher welig kunnen tieren, heeft vanwege z’n betrokkenheid bij zowel de slavenhandel als de strijd tegen Apartheid ook een beladen historie. De situatie op 13 mei, tevens de dag dat moslims Eid Mubarak vieren, doet ook denken aan het ijskoude ingrijpen van ICE in de Verenigde Staten en de navolgende protesten – en aan de volledig ontsporende betogingen in Nederland bij plekken waar een asielzoekerscentrum komt.

Om zulke onlusten te voorkomen, roepen de leiders van het protest in Glasgow hun achterban op om zich te onthouden van geweld. ‘The world is watching us.’ Met die gedachte in het achterhoofd koerst Everybody To Kenmure Street af op z’n ontknoping.

One In A Million

Jack MacInnes / KEO Films

Als Itab Azzam en Jack MacInnes in 2015 het elfjarige Syrische meisje Israa ontmoeten, is zij al enige tijd van huis. Vanuit Aleppo is Israa met haar familie naar de Turkse stad Izmir gevlucht. Van daaruit wil het gezin nu, in de rubberboot van een smokkelaar, de Middellandse Zee oversteken naar Europa.

Nadat vader Tarek ervoor heeft gezorgd dat al z’n kinderen een zwemvest aanhebben, kunnen ze vertrekken. ‘Samen leven of sterven.’ Hij heeft zijn falafel- en shoarmastand in Aleppo verlaten om zijn kinderen een (betere) toekomst te bieden en kan dan niet vermoeden wat hen in de komende tien jaar nog te wachten staat. Tarek drukt Azzam, die zelf afkomstig is uit Syrië, en haar Britse collega MacInnes wel op het hart: ‘Als er iets slechts met ons gebeurt, moeten jullie ons verhaal vertellen.’

One In A Million (102 min.) begint als Israa in 2025 terugkeert in haar volledig verwoeste geboortestad. Kom je op bezoek of wil je blijven? vraagt een taxichauffeur haar dan. Het antwoord moet ze hem schuldig blijven. Als jonge Syrische vrouw vraagt ze zich wel af: ben ik een buitenlander geworden? De ‘wie ben ik?’-vraag houdt haar vaker bezig. Als ze tien jaar eerder in Oostenrijk ‘een trein vol vreemdelingen’ ziet, bijvoorbeeld, en zich dan pas realiseert: hier ben ik de vreemdeling.

Na een lange reis bereikt het Syrische gezin Duitsland. Daar beginnen de uitdagingen voor Israa’s familie pas echt. Eerst juicht vader Tarek de westerse vrijheden nog toe, later moet hij hoofdschuddend aanzien hoe die zijn vrouw Nisreen en hun kinderen grondig veranderen. Totdat hij zich, als een traditionele pater familias, genoodzaakt voelt om de familie-eer te bewaken. Azzam en MacInnes leggen dit pijnlijke proces van binnenuit vast, met oog voor alle betrokkenen.

Want ook Israa heeft zich, als de puberteit eenmaal achter de rug is, te verhouden tot haar nieuwe leefomgeving: wil ze gewoon een westerse tiener worden? Of wil ze de traditie waarbinnen ze is opgegroeid recht aan doen? Haar ontmoeting met Mohammed, een charmante jongen die eveneens is gevlucht uit Syrië, dwingt ook haar om positie te kiezen in deze intieme film en te bepalen hoe – en, nadat de Syrische dictator Assad eind 2024 is afgezet, ook wáár – ze verder wil met haar leven.

Volgt Israa het voorbeeld van haar moeder? En wat betekent dit dan voor de relatie met haar vader?

Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

When I Go Outside

Too Many Words Inc. / AVROTROS

In zijn huidige thuis, de Canadese stad Winnipeg, maakt de Koerdische kunstenaar Bîstyek een replica van de benauwde kamers waarin hij, eerst in Syrië en daarna in Libanon, als kind opgroeide. Die representeert de pittige jeugd die hij heeft gehad, vol gevaren en ontberingen, met het hele gezin in een eenkamerappartement. Zonder vader bovendien, want die overleed vlak na zijn geboorte.

Samen met zijn onverzettelijke moeder en broers probeerde Bîstyek, dromend van een eigen stem en een podium om die te laten horen, te overleven in een kille omgeving. Die vijandigheid ontdekte hij al op jonge leeftijd. Als jongetje werd hij hardhandig geconfronteerd met zijn identiteit. Een tekening die de jonge Bîstyek maakte van de Koerdische vlag werd door een docent bijvoorbeeld beloond met een oorvijg.

Als vluchteling heeft hij dus helemaal geen ‘mijn land’ om naar terug te verlangen, toont Geordie Sabbagh in de documentaire When I Go Outside (69 min.). Alleen een plek waar hij toevallig is geboren. In zijn huidige thuis Canada gaat de autodidact Bîstyek, die regelmatig wordt vergeleken met de befaamde straatkunstenaar Jean-Michel Basquiat ook aan het werk in die representatie van zijn vroegere kinderkamer.

In de beklemmende ruimte zet hij een bed neer en begint te werken. Totdat die kamer, de zelfgebouwde kooi waar hij ook weer uit wil breken, zijn gehele leven tot dusver omvat – of tenminste Bîstyeks eigen visie daarop. You don’t belong, staat er bijvoorbeeld op de muur, te midden van zijn kleurrijke, graffiti-achtige werk. Of: I will get out of here. En, terugdenkend aan hoe hij als kind al beroemd wilde worden: I wasn’t dreaming.

‘Zijn kunst is een reflectie van onze levens’, zegt een Koerdische vluchteling, die eveneens in Canada is beland, aan het begin van dit levendige portret, dat onderweg wel wat praterig wordt. Vanuit zijn eigen perspectief kijkt Bîstyek naar de Amerikaanse populaire cultuur, constateert een andere liefhebber van ‘s mans ‘outsider art’. En tegelijkertijd geeft hij een nieuwe draai aan de cultuur van het Midden-Oosten.

Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul

KRO-NCRV

Niemand had zien aankomen dat de Taliban de macht in Afghanistan in augustus 2021 zo snel zouden kunnen overnemen. Behalve iedereen die op de hoogte was van de situatie ter plaatse.

Voor de medewerkers van de Nederlandse ambassade in Kabul kwam dit volgens plaatsvervangend ambassadeur Ceel Roels in elk geval helemaal niet als een verrassing. Toch hield de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Sigrid Kaag, in de Tweede Kamer staande dat het tempo van de opmars van de Taliban de hele internationale gemeenschap had overvallen. Zij is ook de grote afwezige in het vierdelige docudrama Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (123 min.) over Nederlands vertrek uit Afghanistan, waarin haar ministerie flink onder vuur wordt genomen.

Er was nóg een opvallend meningsverschil: de ambassade wilde alle zestig lokale medewerkers evacueren, Den Haag slechts drie. Daarnaast is er het verhaal van het ambassadeteam, dat al was vertrokken toen de nood aan de man kwam op het vliegveld van Kabul en ‘burger’ Janno Cazemier, die hier z’n verhaal doet, verantwoordelijk maakte voor de evacuatie van tolken en andere Afghaanse ondersteuners van Nederland. Over wie, via de ‘leave no man behind’-regeling, wel en niet in aanmerking kwamen voor evacuatie, ontstond daarna ook nog politieke discussie.

Die keuze kon letterlijk van levensbelang worden, zo wordt nog eens bevestigd door het verhaal van de Afghaanse vriendinnen Aziza en Mursal, met behulp van acteurs gedramatiseerd, en een aantal plaatselijke medewerkers, die op hun onderduikadres in Afghanistan zijn geïnterviewd. Uit veiligheidsoverwegingen zijn zij stuk voor stuk, soms met behulp van AI, geanonimiseerd. Ze voelden zich aan hun lot overgelaten door de Nederlanders. En dat zorgt bijna vijf jaar later nog altijd voor schaamte bij een aantal direct betrokkenen in Nederland.

Via een gat in een hek konden ‘special forces’ op het vliegveld uiteindelijk de veilige plek creëren waaraan deze miniserie, naar een idee van Els van Driel en geregisseerd door Joey Boink en Annemieke Ruggenberg, zijn naam ontleent – al verwijst die titel ongetwijfeld ook naar Watergate en alle andere Gate-schandalen. Want de politici, diplomaten en experts in Holland Gate zijn duidelijk ook van mening dat Nederland z’n ‘ereschuld’ naar Afghaanse medewerkers niet heeft ingelost en de kastanjes bovendien uit het vuur heeft laten halen door vrijwilligers.

Het was een ‘clusterfuck’, aldus CDA-kamerlid Derk Boswijk, tegenwoordig staatssecretaris van het Ministerie van Defensie. Samen met partijgenoot en oud-minister Ank Bijleveld, het kritische kamerlid Salima Belhaj (D66) en voormalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Ankie Broekers-Knol (VVD), die met de suggestie dat er mogelijk 100.000 Afghanen naar Nederland zouden komen nog flink olie op het vuur gooide, verzorgen zij de politieke terugblik op een affaire, waarbij letterlijk mensenlevens op het spel stonden.

Dit gaat consequenties hebben voor militaire missies in de toekomst, concludeert Boswijk aan het eind van deze ontluisterende ontleding van Holland Gate. ‘Wie wil er nog voor Nederland werken als je weet dat, als het fout gaat, je in de steek wordt gelaten?’

The Road To Fenix

M&N Film

In een oude havenloods in de Rotterdamse wijk Katendrecht, een omgeving die ooit werd bevolkt door zeelui en hoeren, is in de afgelopen jaren het migratiemuseum Fenix verrezen. Bij de officiële opening in mei 2025, in aanwezigheid van koningin Máxima, spreekt de jonge directeur van het museum, Anne Kremers, over migratie ‘als universele menselijke beweging’. Behalve in de historie moet de kunstcollectie van Fenix dus ook in het hier en nu geworteld zijn.

Na de feestelijke opening gaat deze film van Mark Bakker vijf jaar terug in de tijd, om The Road To Fenix (91 min.) op te tekenen. En daarin speelt niet alleen Kremers een belangrijke rol. De hoofdrol wordt opgeëist door Wim Pijbes, oud-directeur van Het Rijksmuseum en in die hoedanigheid ook één van de hoofdpersonen van Oeke Hoogendijks klassieke documentaireserie Het Nieuwe Rijksmuseum. Hij is tegenwoordig directeur van Droom en Daad, het filantropische fonds van de Rotterdamse rederijfamilie Van der Vorm dat de culturele sector in de havenstad ondersteunt en ook Fenix heeft geïnitieerd.

Pijbes staat voor ‘hoge kwaliteit, lage drempel’, zegt ie zelf. ‘Verwacht dingen die je kunt verwachten’, houdt hij buurtbewoners voor. ‘Maar verwacht vooral verrassingen.’ Een kolossale tornado bijvoorbeeld, ontworpen door de Chinese architect Ma Yansong, op het dak van het museum. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde. Voor de metershoge zeemeeuw die Ma op het dak wil laten landen – de eerste vogel die je begroet als je een haven invaart en de laatste vogel die je weer uitzwaait – gaan de handen nu niet direct op elkaar in de Maasstad. Zoals Kremers en Pijbes wel meer flinke hobbels moeten nemen in de aanloop naar deze nieuwe Rotterdamse blikvanger.

Intussen moet ook de collectie worden samengesteld. Om inspiratie op te doen reizen Kremers en haar team af naar het Amerikaanse Ellis Island National Museum Of Immigration en het Canadian Museum of Immigration. Elders proberen ze interessante aankopen te doen. Zo tikt Pijbes op een onbewaakt ogenblik bijvoorbeeld een portret van de Rotterdamse wereldburger Erasmus op de kop. En in hun eigen ateliers zijn hedendaagse kunstenaars zoals Efrat Zehavi en Raquel van Haver aan het werk. Beya Gille Gacha fabriceert bijvoorbeeld een collectie handen. Want als we elkaars taal niet spreken, stelt zij, zijn we genoodzaakt om met onze handen te spreken.

Behalve kunstwerken en foto’s toont Bakker hoe ook gewone gebruiksvoorwerpen met een emotionele lading, zoals de stoelen die Molukkers bij hun komst kregen en koffers die de reis van en naar Nederland hebben gemaakt, een plek verwerven in het gelaagde verhaal over migratie dat Fenix wil delen. Zijn documentaire wordt daarmee een traditionele making of-film: hoe met vereende kracht, worstelend met tegenslag en weerwerk, een museum uit de grond wordt gestampt. Misschien niet met zoveel grandeur als bij Pijbes’ vorige project, Het Rijksmuseum, maar met evenveel bloed, zweet en tranen.

Heilig Schuim

VPRO

John Kavakure is een BBB, vertelt hij in de documentaire Heilig Schuim (59 min.). Een Black Belgian Brewer. Als jongeling werd hij in de jaren negentig door Belgische Jezuïeten in de kofferbak van een auto zijn geboorteland Burundi uitgesmokkeld, op de vlucht voor de burgeroorlog die daar was uitgebroken tussen Hutu’s en Tutsi’s. In België belandde de Burundees op het Institut Meurice, waar hij zich als enige zwarte – en soms ook onbegrepen of genegeerde – student verder kon bekwamen in het brouwen van bier.

John is opgegroeid met bier. In zijn jeugd leerde zijn grootmoeder hem al hoe hij met bananen en de graansoort sorghum eigen bier kon maken. Het gerstenat is sowieso alomtegenwoordig in Burundi. De economie van het Afrikaanse land draait er zelfs voor een groot deel op. En ook cultureel speelt bier een belangrijke rol. Bij belangrijke gelegenheden in het leven – van geboorten tot huwelijken – wordt gezamenlijk de fles geheven. ‘In Afrika drinken we geen bier’, zegt Kavakure enthousiast. ‘We delen het!’

Het lag dus voor de hand dat hij ooit terug zou keren naar zijn geboorteland, om er de missie van zijn oma voort te zetten. Met eigen bier: Soma Burundi. Dat bier drink je niet, zegt John als een volleerde marketeer. Dat próef je. Maar of de marktleider, Heineken-dochter Brarudi, ook zo blij was met een plaatselijke concurrent? De vraag stellen is hem beantwoorden. In 2013 vertrok Kavakure alweer uit Burundi. Hij voelde zich er niet meer veilig, vertelt hij in deze documentaire van Thomas Blom en Misha Wessel.

In de film reconstrueren zij Johns levensverhaal niet rechttoe rechtaan, maar laten ze de puzzelstukjes langzaam maar zeker in elkaar vallen. Pas tegen het einde is het totaalplaatje min of meer volledig zichtbaar – al blijft er ook dan nog wel wat te vragen en raden over. Feit is dat bier, de gezelschapsdrank die gewone Burundezen bij elkaar brengt, ook voor tweespalt heeft gezorgd in de voormalige Belgische kolonie, waar de oude koloniale verhoudingen nog altijd doorwerken in Burundi’s heden.

Als hij zich dan toch nog eens in zijn geboorteland meldt, om zijn moeder te bezoeken en een kijkje te gaan nemen bij de brouwerij die hij er heeft achtergelaten, laat John Kavakure, ondanks zijn openlijke trots, gulle lach en sterke ideeën over hoe Soma-bier moet worden gebrouwen, zijn waakzaamheid nooit helemaal varen. Hij weet dat in dit Afrikaanse land, dat hem zoveel heeft gegeven, soms ook zomaar alles weer kan worden afgenomen.

Klantreis

Newton Film

Aan het begin van de Klantreis Inburgering van de gemeente Breda hebben de Somalische zussen Fotoon en Khulud Alsomali, gevlucht vanuit Saudi-Arabië, en de Syrische familie Barakat geen idee van waar die trip hen zal brengen. Als nieuwkomers in Nederland zijn deze statushouders voor hun inburgering vrijwel volledig aangewezen op de gemeente. En de reis begint, min of meer dan, bij de Vogeltjesdans, een hilarische scène in een woonzorgcentrum. Iedereen doet mee. Dus zij ook.

Documentairemaker Ton van Zantvoort volgt van dichtbij hun Klantreis (85 min.) door regel(tjes)land Nederland, waarin ze bij de hand worden genomen door talloze professionals en soms waarschijnlijk toch het gevoel krijgen dat ze aan hun lot zijn overgelaten. Want onderweg worden de nieuwkomers werkelijk doodgegooid met ge- en verboden. Wat mag er wél en – vooral – wat niet. ‘Dat is heel belangrijk.’ Of, zoals een gevatte medewerker van de gemeente Breda ’t treffend uitdrukt: ‘Je wordt één groot excelbestand.’

Als ze een woning krijgen aangeboden, zorgt dit bij de jonge zussen Alsomali voor blijdschap. De familie Barakat wil het huis in eerste instantie echter weigeren. Te klein voor zo’n groot gezin. Erg veel keus hebben ze alleen niet. En daarmee lijkt de toon gezet voor het vervolg: Fotoon en Khulud gaan alles wat er op hun pad komt ogenschijnlijk vol goede moed aan, terwijl de blikken van de Syrische nieuwkomers met elke nieuwe brief en elk nieuw gesprek, gevoerd met behulp van een tolk of vertaalapp, alsmaar wanhopiger worden.

Van Zantvoort zet de twee casussen steeds tegenover elkaar. De Somalische zussen als voorbeeld van nieuwelingen die snel hun weg weten te vinden door het bureaucratische doolhof dat, vaak met de beste bedoelingen, rondom hen wordt opgetrokken. En hun Syrische lotgenoten die er hopeloos in verdwalen en vervolgens in conflict komen met de instanties en elkaar. Voor hen blijft die Nederlandse samenleving en de ‘kernwaarden’ die daarbinnen gelden een ver van hun bed-show. Alleen staat hun bed tegenwoordig wel degelijk in die show.

En die wordt gerund door casemanagers, klantregisseurs en budgetcoaches. Zij kunnen weliswaar zorgen voor inrichtingskrediet, buddy’s en een uitkering, maar bepalen ook de route van de klantreis, langs niveautoetsen, taallessen en allerlei andere hoepels om doorheen te springen. Het is een buitengewoon taai proces, dat in deze observerende film afwisselend op het gemoed en de lachspieren werkt. Tegelijkertijd stemt die lange weg ook tot nadenken: hoe reëel is ‘t dat nieuwkomers kunnen aarden in een wereld die hen soms volkomen vreemd lijkt?

Als Klantreis na een kleine anderhalf uur – en zo’n twee jaar inburgeren – wordt afgerond, is er echt wel wat bereikt, maar valt er ook nog héél veel te wensen. Het doorzettingsvermogen van Fotoon en Khulud heeft hen redelijk op koers gehouden voor het leven in vrijheid dat ze nastreven, maar de Barakats hebben nog een lange weg te gaan om volledig onderdeel te worden van Nederland en intussen, dat maakt deze film pijnlijk duidelijk, ook de familie bij elkaar te houden.

Critical Incident: Death At The Border

HBO Max

‘Hij schopte naar agenten’, vertelt een grensbewaker tijdens de civiele rechtszaak. ‘Hij spartelde en sloeg wild om zich heen als een alligator. Zoals in de show The Crocodile Hunter. Net een krokodil die zijn prooi grijpt en doodt en daarna gaat rollen en draaien.’

Het was kortom bittere noodzaak, probeert de medewerker van de Amerikaanse Border Patrol duidelijk te maken, om Anastasio Hernández Rojas keihard aan te pakken. De 42-jarige Mexicaanse immigrant verbleef al ruim 25 jaar zonder papieren in de Verenigde Staten. Samen met zijn vrouw Maria Puga en hun vijf kinderen woonde Hernández in San Diego toen de grenspolitie hem op 28 mei 2010 toch weer probeerde uit te zetten. Volgens de officiële lezing dienden agenten hem op die dag een volstrekt noodzakelijke schok met een stroomstootwapen toe omdat hij zich met hand en tand tegen zijn aanhouding verzette. Met een fatale hartaanval tot gevolg.

En bij die officiële uitleg zou ‘t wellicht zijn gebleven als onderzoeksjournalist John Carlos Frey zich niet zou hebben vastgebeten in dit Critical Incident: Death At The Border (86 min.). Hij weet de hand te leggen op een video die het beeld van Hernández’s dood volledig op z’n kop zet. Diens vrouw Maria en haar advocaat Gene Iredale hebben dan al een civiele procedure aangespannen tegen Border Patrol. Het is de vraag waar die op uitloopt, want tot dan toe is er nog nooit een agent van de grenspolitie veroordeeld vanwege dodelijk geweld tegen immigranten. Critici stellen dat zij in feite ‘volledige straffeloosheid’ hebben.

Documentairemaker Rick Rowley gebruikt de casus van Anastasio Hernández om de beladen historie van de Amerikaanse grensbewaking te onderzoeken. Hij sluit daarvoor aan bij Frey, die op zijn beurt wordt bijgestaan door de mensenrechtenadvocaat Roxanna Altholz en oud-agent Jenn Budd. Samen stuiten zij op een geheime Border Patrol-eenheid, het Critical Incident Team. Dit CIT zou al decennia worden afgestuurd op ‘kritieke incidenten’, om daar de schade te beperken, direct betrokkenen te instrueren en bewijs te verdonkeremanen.

Geen reguliere Interne Zaken-afdeling dus, maar een soort doofpotclub. Tenminste, als hun informatie klopt… Frey en co trekken jarenlang elk spoor na, om dit verhaal over een staat binnen de staat, zogezegd om diezelfde staat te beschermen, rond te krijgen. Als ze daarin slagen – het antwoord volgt in de apotheose van deze interessante zoektocht naar de waarheid en gerechtigheid – komt er wellicht ook weer beweging in de zaak rond de dubieuze dood van Anastasio Hernández Rojas, die de gemoederen ruim tien jaar later nog altijd verhit.

Één ding is dan allang duidelijk: alleen iemand die iets heeft te verbergen zou in de Hernández’s laatste seconden het gedrag van een agressieve alligator kunnen zien.

We Komen Niets Verkopen

Human / dinsdag 23 december, om 22.50 uur, op NPO2

Uit onderzoek blijkt naar verluidt dat één op de tien mensen na een deep canvassing-gesprek blijvend van mening verandert. ‘Dat is tien procent van je wijk’, houdt een spreker de deelnemers aan een workshop over deze gesprekstechniek voor. ‘Tien procent van je stad. Tien procent van het land. Stel je voor dat die zich anders zouden verhouden tot nieuwkomers of anders zouden stemmen.’

Ruim anderhalf miljoen Nederlanders zouden zo bezien dus bereid zijn om hun mening bij te stellen. Daarvoor moeten dan natuurlijk wel achttien miljoen gesprekken gevoerd worden. Huis aan huis. Aanbellen en beginnen maar. Één misverstand moet daarbij meestal meteen uit de weg worden geruimd: We Komen Niets Verkopen (20 min.). En daarna het volgende: we zijn niet van een politieke partij – al gebiedt de eerlijkheid om te zeggen dat de mensen die zich in deze korte observerende documentaire van Halil Ibrahim Özpamuk aan de deur melden een links profiel lijken te hebben.

Als de cursisten die hordes hebben genomen en de deur niet met een ferm ‘geen interesse’ in hun gezicht is dichtgesmeten, kunnen ze ‘het goede gesprek’ aangaan over thema’s die als een splijtzwam fungeren in de Nederlandse samenleving. De deep canvassing-gesprekstechniek komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten en wil tegenstellingen overbruggen en de dialoog met andersdenkenden stimuleren. ‘Een deep canvasgesprek is oordeelloos’, hebben de nieuwe vrijwilligers nog meegekregen. ‘Maar niet neutraal.’ En Özpamuk kijkt mee wat er gebeurt nadat zij op de bel hebben gedrukt.

De behoefte om de ander te begrijpen en ‘common ground’ te vinden, staan voorop bij deze dialoogverkopers aan huis, die ook regelmatig hun eigen ervaringen en emoties inbrengen. Want, zo is ongetwijfeld de gedachte, als er begrip en empathie in het spel komen, verzacht zelfs de meest gestaalde hardliner – al zou juist die de deur wel eens helemaal niet open kunnen doen.

Aimée & Samir

Elbe Stevens Film / NTR

Aimée de Jongh wil laten zien wat onzichtbaar is geworden, zegt ze in de korte documentaire Aimée & Samir (29 min.). Zodat we niet meer kunnen wegkijken van wat er onder onze ogen gebeurt. De Nederlandse stripauteur en illustrator, die zelf Indonesische roots heeft, doelt dan vooral op de schaduwkanten van migratie, bijvoorbeeld voor de vluchtelingen aan de grenzen van Fort Europa.

Met een beperkt aantal, tamelijk droog ingesproken voice-overs stuurt ze deze sfeervolle film van Catherine van Campen zelf aan. Die laat De Jonghs succesvolle carrière veelal links liggen en concentreert zich op de totstandkoming van haar nieuwe graphic novel Samir. Over een fictieve Syrische jongen in een Grieks vluchtelingenkamp, die de reis op zee heeft overleefd door zich vast te klampen aan een jerrycan.

Om hiervoor research te doen is de stripkunstenares afgereisd naar Lesbos. Ze gaat in gesprek met vluchtelingen die daar in een tentenkamp zijn beland en bevraagt bewoners van het Griekse eiland. Terwijl ze hen tekent – een proces dat Van Campen tegelijkertijd met animaties in beeld brengt – geeft De Jongh hen alle ruimte om te vertellen. Als bedankje ontvangen ze naderhand hun eigen portret.

Of hij hier met familie is, wil ze bijvoorbeeld weten van een tienerjongen. Alleen met mijn oma en opa, antwoordt die. Hij heeft verder geen andere familie in het kamp. ‘Ik hoop dat zij ook hierheen kunnen komen’, reageert De Jongh, die ondertussen geconcentreerd blijft doortekenen. ‘Wie?’ vraagt de jongen. ‘Je familie’, antwoordt zij. ‘Nee, die heb ik niet’, zegt de jongen bijna achteloos. ‘Ze zijn dood.’

Een plaatselijke visser vertelt dat hij tijdelijk is gestopt met zijn werk. ‘Ik haalde mensen binnen in plaats van vis’, vertelt hij. Dat wordt zichtbaar op een begraafplaats voor onbekende vluchtelingen, waar De Jongh de Afghaanse vluchteling Sohrab ontmoet. Rondom hen liggen overal vluchtelingen begraven. Vooral moslimvrouwen, legt hij uit. Want die hebben vaak niet leren zwemmen.

Met haar fraaie en treffende illustraties, die Catherine van Campen integraal onderdeel heeft gemaakt van deze film, probeert Aimée de Jongh deze werkelijkheid zichtbaar te maken. Tegelijk zit er bij haar ook ongemak over hoe zij, als een willekeurige westerse toerist, zomaar uit de wereld van vluchtelingen en eilanders kan stappen, om gewoon even van de zon en de omgeving te genieten.

Die dubbelheid weerhoudt de Nederlandse kunstenares er niet van om met potlood en schetsboek letterlijk vorm te geven aan haar idealen en overtuigingen. Met haar nieuwe album, afgeleverd bij Uitgeverij Dargaud te Brussel, geeft ze iets terug aan de mensen die haar hebben gevoed.

Leven Na De Dictatuur

TMD Media / NTR / zondag 14 en 21 december, om 16.25 uur, op NPO2

In 2014 stemde Thaeer Muhreez bij de presidentsverkiezingen nog op de Syrische leider Bashar al-Assad, een jaar later ontvluchtte hij zijn land en de oorlog die daar woedde. In de tweedelige docu Leven Na De Dictatuur (51 min.) kijkt hij terug op zijn eigen vluchtverhaal, dat hem tien jaar geleden naar Nederland heeft gebracht. Helemaal loskomen van de wereld die hem heeft voortgebracht is moeilijk gebleken. ‘Zonder dictator raak je verdwaald’, constateert Thaeer in de voice-over waarmee hij zijn persoonlijke relaas richting geeft. ‘Je voelt eenzaamheid die moeilijk te beschrijven is.’

Vluchten is ‘alsof je opnieuw bent geboren’, stelt zijn beste vriend en collega-filmmaker Jamil Makhoul zelfs. Thaeer heeft hem destijds overgehaald om uit Syrië te vertrekken. Samen legden ze hun reis naar Europa ook vast. In de herfst van 2015 kwamen de twee in Nederland aan, waar ze werden opgevangen in een tent. Al snel ontmoetten ze daar de filmmaker Robert van Tellingen, die vriendschap met de Syriërs sloot en bijvoorbeeld Sinterklaas met hen vierde. Later kwam er een ruis op de lijn tussen de Nederlander en Jamil, die ook z’n weerslag had op de relatie tussen de Syrische vrienden.

Tien jaar later kijkt Thaeer Muhreez met hen terug op deze periode en hoe hun leven in het ‘vrije’ westen sindsdien is verlopen. Robert en Jamil hebben geen contact meer – al wordt niet helemaal duidelijk wat er precies is gebeurd. Ook de gesprekken tussen Thaeer en zijn Syrische vriend daarover blijven tamelijk omfloerst. Duidelijk is dat hun achtergrond in een wereld waarin alles voor hen werd bepaald daarbij een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo’n dictator bepaalt niet alleen ieders hele leven, maar kruipt ook onder de huid. Hij wordt ongemerkt onderdeel van wie iemand is of denkt te zijn.

‘Eigenlijk ben je eerst uit de oorlog gekomen’, zegt Robert tegen Thaeer, als zij tijdens een wandeling hun vriendschap bespreken. ‘En de afgelopen tien jaar is de oorlog uit jou gekomen.’ Dat proces van vasthouden wie je bent en tegelijk loskomen van wat je belemmert is tevens vervat in fraaie animaties van Studio Yoko. Terwijl hij veel dogma’s van zijn oude wereld, waarin achter zich heeft gelaten, maakt Thaeer Muhreez zich in deze bespiegelende film intussen zorgen over de roep om een sterke leider zoals Geert Wilders. Weten Nederlanders wel hoe ’t is als je niet hardop mag denken?

A Fox Under A Pink Moon

Oskouei Films

‘Oom Mehrdad’, schrijft Soraya Akhlaghi aan filmmaker Mehrdad Oskouei na haar zoveelste mislukte ‘game’. ‘We hebben ‘t weer niet gehaald.’ De tiener zit vast in Iran. Ze wil naar Oostenrijk, waar haar moeder wacht. Die heeft ze al meer dan acht jaar niet gezien. Via Turkije doet Soraya talloze pogingen om in Europa te komen. Zoals bij veel lotgenoten lijkt haar reis echter vervloekt.

Soraya stamt eigenlijk uit Afghanistan, een land waar ze nooit heeft gewoond. Daar moet ze eigenlijk naartoe om een identiteitsbewijs te halen, maar om in dat land te kunnen komen heeft ze een paspoort nodig. En dat heeft ze dus niet. Haar leven is een Gordiaanse knoop geworden die nauwelijks is te ontwarren. In de gelauwerde film A Fox Under A Pink Moon (77 min.) doet ze nochtans een dappere poging.

Vijf jaar lang legt Soraya haar leven vast met haar mobiele telefoon. De filmpjes stuurt ze door naar Oskouei, haar partner in crime op afstand. In die periode moet zij aanzien hoe de Taliban de macht overnemen in haar moederland en krijgt ze zelf steeds meer te verduren van haar hardvochtige echtgenoot Ali, die eigenlijk niet wil worden gefilmd en uiteindelijk alleen onherkenbaar in beeld is gebracht.

Met een andere, minder kleurrijke protagonist had deze tragische situatie wellicht geresulteerd in een even schrijnende als inwisselbare film over een vrouw, die nu eenmaal in de hoek zit waar de klappen vallen. Soraya is echter ook een buitengewoon begaafde kunstenares, die sprekende sculpturen fabriceert, surrealistische schilderijen maakt en zingt en gitaar speelt. Een jonge vrouw die blijft verbazen.

Via de figuur van een clown drukt ze haar pijn uit, vertelt Soraya. Zij spreekt met een roze maan over haar verlangens. Een schrandere vos geeft haar advies. En haar angsten drukt ze uit in een demon, die zo voor één van de mannen met baard uit haar moederland zou kunnen doorgaan. Al deze figuren huizen in haar. ‘Voor mijn gevoel zijn we een complete familie’, zegt Soraya in de voice-over waarmee ze film aanstuurt.

De manier waarmee ze haar bleke bestaan vormgeeft, inkleurt en uitdrijft, tevens uitgewerkt in expressieve animaties die samenvloeien met haar telefoonbeelden, sublimeert deze film en resulteert in onvergetelijke beelden, bijvoorbeeld van een man met baard die ze eerst boetseert, daarna een clown – de vermoorde Afghaanse komiek Khasha Zhuwan – de keel laat dichtknijpen en tot slot het hoofd inslaat.

Als Soraya, tegen het einde van de film, bont en blauw, voor een spiegel staat, klaar voor weer een ‘game’, misschien wel de allerlaatste, besluit ze om een kleurrijk kunstwerk, misschien ook wel haar allerlaatste, te verrijken met haar eigen bloed, een traan om het leven dat ze heeft geleden, dat nu snel achter haar ligt. Op zoek naar een thuis, aan de andere zijde van Europa’s ondoordringbare grens.

Water Tussen Ons

Docmakers

Dochter Faydim Ramshe luistert. Terwijl haar moeder Farèn vertelt. ‘In het jaar dat mijn moederland veranderde, verloor ik mijn vader’, herinnert de Iraans-Nederlandse vrouw zich in de centrale voice-over waarmee ze Water Tussen Ons (27 min.), de korte film van haar dochter, begeleidt. ‘De man die altijd naast het bad stond te tellen.’

Farèn Sallak leerde zwemmen in het Amjadiyeh-zwembad van Teheran en geeft nu zelf zwemles aan de jonge vrouwelijke vluchtelingen die werken in haar restaurant te Maastricht. Het is een activiteit, die niet gespeend is van symboliek: in een ander land moeten zij zelf leren zwemmen en, ja, het hoofd boven water proberen te houden.

Zelf verdween ze na de dood van haar vader in een huwelijk. Dat was geen keuze. ‘Ik zei ja omdat nee onmogelijk was’, vertelt ze aan Faydim. ‘De liefde kwam later, voorzichtig. En met haar kwam jij.’ Dat bleek uiteindelijk echter niet genoeg: het huwelijk strandde en Farèn vluchtte Iran uit, naar de andere kant van de wereld. Zonder haar dochter.

In deze delicate film wordt dit vluchtverhaal, dat daarna een Nederlands asielzoekerscentrum aandoet, gepaard aan hoe zij in het hier en nu als een moederkoek waakt over haar medewerkers. Zij hebben stuk voor stuk met hun eigen thema’s af te rekenen en kunnen bij haar, die ervaren en krachtige lotgenoot, hun hart luchten.

Farèn helpt hen bij hun emancipatie en wordt er zelf ook door geraakt, laat haar dochter zien. Want zij weet ook: haar moeders onafhankelijkheid heeft er waarschijnlijk mede voor gezorgd dat ze al enige tijd alleen is. En sinds Faydim jaren later eveneens naar Nederland is gekomen, is er ook nog die vraag: ben je niet uit egoïsme weggegaan?

Behoedzaam waadt ze in deze documentaire door het water tussen hen. Door te luisteren, niet te oordelen. Net als haar moeder.

Vagevuur

EO

Hoe komt een 25-jarige Marokkaanse jongen via Oekraïne in een asielzoekerscentrum in Almere terecht? Die vraag blijft een tijdje in de lucht hangen in deze stemmige korte documentaire van Pieter Genee. Waarom is Salem, toen er oorlog uitbrak in het land waar hij medicijnen studeerde, naar Nederland gekomen en niet teruggegaan naar zijn land van herkomst? ‘Derdelanders’ zoals hij, die ook al een tijdelijke verblijfsvergunning hadden in Oekraïne, weten inmiddels dat ze niet meer in Nederland mogen blijven.

Salem bevindt zich zogezegd in het Vagevuur (29 min.). Hij leidt noodgedwongen een leven in de wacht, tussen hoop en vrees, tussen hier en daar en tussen toen, nu en straks. Genee, die zijn essayistische film over de Marokkaanse jongeling en het Europese asielbeleid aanstuurt met een nogal dominante voice-over, besteedt slechts beperkt aandacht aan waarom Salem in Nederland wil blijven. Duidelijk is dat hij niet naar ‘huis’ wil. Zijn redenen daarvoor worden uiteindelijk in enkele bijzinnen afgedaan.

Want dit is niet het punt dat de filmmaker wil maken. Genee toont een jongen die hier voetbalt, werkt en de eendjes voert en vraagt zich af waarom hij hier niet mag zijn. Die vraag wordt ook al snel verbreed: waarom zijn mensen zoals hij, moslims, überhaupt niet welkom in het hedendaagse Europa? De Zuid-Spaanse regio Andalusië, waar Salem best zou willen studeren, was ooit Arabisch terrein. ‘Op dit moment wil Europa alleen de lichamen‘, constateert Genee scherp. ‘Niet de bijbehorende geesten.’

In de huidige constellatie heeft zijn hoofdpersoon – volgens Genee’s betoog, dat is gelardeerd met wijsheden uit de Koran – slechts één optie: een illegale migrant worden. Zo probeert hij in deze korte docu een principieel punt te maken en omzeilt tegelijk de praktische vragen die deze gecompliceerde kwestie ook kan oproepen: waarom Salem niet in eigen land kan studeren, welke rol zijn familie speelt in zijn keuze en of/hoe Nederland verantwoordelijk is voor de benarde positie waarin hij terecht is gekomen?

Vagevuur richt zich zo ook op de dubbele houding van Europa tegenover al wat van buiten komt: we kunnen feitelijk niet zonder migranten, zo blijkt steeds weer, maar doen graag alsof dat wel zo is.

De Bus Naar Mostar

BNNVARA / De Haaien

Er was in feite geen weg terug meer. De 26 meisjes van een Joegoslavisch handbalteam, in leeftijd uiteenlopend van dertien tot en met achttien jaar, waren in 1992 naar het Noord-Hollandse dorp Oosterblokker gekomen voor een pinkstertoernooi. Ze zouden een dag of tien blijven. Daarop hadden ook hun gastouders zich ingesteld. En toen bracht Joško Stanic, de voorzitter van de handbalclub van Mostar en initiatiefnemer van hun trip naar Nederland, een videoband mee uit hun geboorteland. De tieners konden daarop met eigen ogen zien dat hun stad inmiddels helemaal kapot geschoten was.

Achteraf bezien was het een omslagpunt, concluderen enkele speelsters ruim dertig jaar later in de driedelige docuserie De Bus Naar Mostar (128 min.). Het tafereel is destijds ook vastgelegd: een groep meisjes in een willekeurige Nederlandse woonkamer kijkt ontzet naar de ravage die er op hun geboortegrond is aangericht. Ze hebben geen keuze: alles beter dan daar. Een half leven verder woont de helft van de handbalsters nog altijd hier. Ze hebben in Nederland een bestaan opgebouwd. Als, ja, vluchteling. En in de wetenschap dat hun families en vrienden in barre omstandigheden moesten zien te overleven.

Onder begeleiding van psycholoog Iva Bicanic maken vier van deze vrouwen nu een symbolische reis, met de bus terug naar waar ze ooit, 33 jaar geleden, zijn vertrokken. ‘Het is maar voor een paar dagen’, grapt één van hen naar de Hollandse vrienden die zijn gekomen om hen uit te zwaaien. ‘Daar gaan die buitenlanders uit Blokker’, vult een ander geëmotioneerd aan. Onderweg komen er in deze miniserie van Yvette Nieuwstad, die voortborduurt op het boek De Bus Uit Mostar van GerBen van ’t Hek en Rens Lieman, natuurlijk allerlei herinneringen boven aan de heenreis die al snel meer dan zomaar een pleziertripje werd.

Tegelijk blijkt het geheugen ook trucs met Tea, Lidija, Mirela en Lemja uit te hebben uitgehaald. Niet alles wat ze nu tegenkomen strookt met hun herinneringen. Om voor eens en altijd duidelijkheid te krijgen, leggen ze in de bus alle brieven en dagboeken naast elkaar en maken een sluitende tijdlijn. En eenmaal op de plaats van bestemming, het Mostar van hun jeugd, gaan ze in gesprek met de achterblijvers – al gaat dat niet bij iedereen van harte. Want de oorlog blijkt ook ruim dertig jaar na dato nog altijd lastig terrein. En die heeft tevens de 26 tienermeisjes, die naar de andere kant van Europa werden gestuurd, ernstig beschadigd.

Via archiefbeelden van hoe ’t de handbalsters en hun gastgezinnen destijds verging in het verre Nederland brengt Yvette Nieuwstad ook dat beladen verleden in beeld. Daarnaast kijkt ze in het hier en nu mee bij de activiteiten, ontmoetingen en gesprekken van haar hoofdpersonen en begeleidt die met een toepasselijke Balkan-soundtrack. Iva Bicanic verbindt de verschillende elementen intussen met een bespiegelende voice-over. Samen fabriceren ze zo een solide verslag van een bewogen trip. Waarbij alle betrokkenen, zoals ‘t hoort bij een roadmovie, ook een innerlijke reis maken en daar gelouterd uitkomen.

Het verleden mag dan niet definitief afgesloten zijn, het heeft wel meer z’n plek gevonden.

The Invisible Ones

c: Pim Hawinkels / Amstelfilm

‘Ik ben veel dank verschuldigd aan de vele superhelden en hun scheppers die mij vanaf mijn jeugd hebben geïnspireerd om ook een superheldenfilm te maken’, begint Martijn Blekendaal aan de aftiteling van zijn, ja, superheldenfilm The Invisible Ones (Nederlandse titel: De Onzichtbaren, 77 min.). ‘In het bijzonder de filmmakers die met hun prachtige films licht in mijn duisternis toverden.’ Hij noemt meteen enkele titels van comics en superheldenfilms, waarvan hij in de voorgaande vijf kwartier toch maar mooi tekeningen, shots en fragmenten heeft mogen verwerken: Superman, Batman, Wonder Woman, Captain America en The Hulk.

Blekendaal vervolgt zijn mission statement in de aftiteling van deze sprankelende jeugddocu met een ode aan films over onzichtbare helden, waarbij er een bijzondere vermelding is voor Paul Verhoevens Hollow Man. ‘Deze prachtige films met een onzichtbaar karakter inspireerden mij om voorbij het zichtbare te denken en zelf op zoek te gaan naar een speelse vorm die de verbeelding alle ruimte geeft.’ En dat is ook precies waarin The Invisible Ones met verve slaagt: de verbeelding aan de macht. Met vallende sterren als superheldenmobielen, een laboratorium waar het uitvindersduo Keez en Ruud z’n eigen superheld gaat ontwerpen én onzichtbaar gemaakte hoofdpersonen.

Het gaat om mensen die als kind al onzichtbaar konden worden. Meestal niet uit vrije wil overigens. Eerder door omstandigheden gedwongen. Zoals hijzelf ooit was, een bang tienjarig jongetje, dat van een ander joch kreeg te horen: ‘Jij hoort hier niet, je bent zwart.’ En misschien had die nog wel gelijk ook. Want: ‘Niemand die op mij lijkt.’ De kleine Martijn wilde daarom graag – aap uit de mouw! – onzichtbaar zijn. Andere voorbeelden? De blinde skateboarder Nathan die met zijn tong klikgeluiden maakt, een oude vleermuizentechniek, om te navigeren. Of de negentienjarige dakloze jongen Samir, die zich thuis altijd onzichtbaar moest maken en nog altijd onder de radar wil blijven.

En, natuurlijk, het Joodse ‘Broertje’, dat in 1944 meermaals moest verdwijnen om uit de handen van de Duitsers te blijven. Inmiddels is hij een oudere man, genaamd meneer Eljon, met een wel heel bijzonder huis. Verder een Palestijnse jongeling, die vanwege zijn geaardheid vanuit Gaza naar België is gevlucht. En een oudere mevrouw, Walvisch genaamd, die veel krachtiger is dan ze in eerste instantie lijkt. Daarvoor moet je dan wel héél goed naar haar kijken. En in dat geval kun je, als je het slingerachtige pad langs allerlei ontmoetingen, activiteiten en beeldgrappen dat Martijn Blekendaal hier met overduidelijk plezier uitstippelt, ook nog wat van haar en de andere superhelden leren.

Blekendaal blijft zelf ook onzichtbaar in deze film. Als in: hij laat zich niet zien. Of ’t moet zijn in een greenscreen-groen superheldenpak. Zijn stem is intussen, letterlijk, uit duizenden herkenbaar. Of tenminste uit de jeugdfilm De Man Die Achter De Horizon Keek (2019), een hartveroverend portret van de avonturier Bas Jan Ader die in 1975 in een piepklein bootje de Oceaan wilde oversteken en sindsdien nooit meer is gezien. Niet alleen qua dictie en timbre trouwens, ook hoe hij als verteller speels verbanden legt, onmogelijke bochten neemt en soms hoog boven ons allen uittorent. Zo formuleert hij een speels en inventief pleidooi voor empathie. Om, simpel gezegd, het goede te doen.

Intussen spat de makerslol er vanaf in deze lijvige jeugddocu. En daarover zegt hij dan weer in de aftiteling. ‘Deze film is gemaakt vanuit een diepe en persoonlijke fascinatie voor het superheldenfenomeen in de populaire cultuur en liefde voor de filmgeschiedenis.’  Waarvan akte.

La Caravana

Cabal Films / True Day Films / Omroep Zwart

‘Als iedereen in Honduras werk en geld had, dan bestond deze karavaan niet’, zegt metselaar Miguel Ortiz in La Caravana (76 min.). Samen met zijn negentienjarige echtgenote Maryuri ‘Yuri’ Serrano, acht maanden zwanger, en hun tweejarige zoontje Santiago is de Hondurese jongeling in oktober 2018 op weg gegaan naar het beloofde land, de Verenigde Staten. Het onzekere voor het zekere. Alles beter dan de armoe, het geweld en de pure uitzichtloosheid van thuis. En de drugskartels die wel raad weten met jonge mensen zonder perspectief.

Het gezinnetje is onderdeel van de zogenaamde immigrantenkaravaan, die inmiddels is aanbeland in de Mexicaanse deelstaat Chiapas. Nog ruim vierduizend kilometer tot de Amerikaanse grens, de zwaarbewaakte poort naar een land waar vrijwel niemand op hen zit te wachten. Tijdens zijn eerste verkiezingscampagne betitelde president Donald Trump immigranten uit Centraal-Amerika al als drugsdealers, criminelen en verkrachters. ‘And some, I assume, are good people’. En nu de congresverkiezingen van 2018 er aankomen, maakt hij weer flink kabaal rond deze ‘invasie’.

Wat ze daar in de karavaan zelf van meekrijgen? Afgaande op deze observerende film van Nuria Clavero en Aitor Palacios: betrekkelijk weinig. De hoogzwangere Yuri is vooral bezig met haar eigen agenda. Ze heeft haar zinnen gezet op een bevalling in de Verenigde Staten. Zodat hun kind straks geldt als Amerikaans staatsburger. Eerst moeten ze echter Mexico nog achter zich laten en dan in het grensstadje Tijuana een list verzinnen. Want terwijl er onderweg nog volop solidariteit is tussen de migranten, wordt ’t in het zicht van de haven toch vooral ieder voor zich en God voor ons allen.

Thuis in El Progreso, een flinke stad in het noordwesten van Honduras, maken Miguels ouders zich ondertussen zorgen over hun zoon en zijn gezinnetje. Via de telefoon probeert vader hen te behoeden voor onheil. Hij voelt zich ongetwijfeld zoals al die andere achterblijvers, die ooit afscheid moesten nemen van hun geliefden. Op weg naar een nieuw bestaan en het leven van de Amerikaanse droom. Vrijwel alle inwoners van de Verenigde Staten stammen feitelijk af van soortgelijke ‘gelukszoekers’, die ooit dezelfde stap zetten als het Hondurese stel Miguel en Maryuri.

La Caravana kiest hun perspectief en toont zo meteen dat er inderdaad ‘good people’ op weg zijn – en, dat ook, onderweg. Al is die weg ook lang en vaak onbegaanbaar en weet niemand zeker dat ie daadwerkelijk de eindbestemming bereikt.

Name Me Lawand

BFI

In Koerdistan in Noord-Irak stellen zijn ouders jarenlang alles in het werk om hem te laten praten. Ze willen niet dat Lawand anders is dan andere kinderen. Bij zijn leeftijdgenoten vindt hij echter nooit aansluiting. Omdat hij niet kan horen, valt het jongetje er helemaal buiten. Lawand Hamad Amin wordt gepest. Tot verdriet van zijn vader en moeder leeft hij een geïsoleerd bestaan. Al te veel zelfvertrouwen heeft ie natuurlijk niet: Lawand denkt in die tijd zelf dat hij ‘Bad’ heet.

Als hij vijf is, besluiten zijn ouders om Irak te verlaten, op zoek naar een beter leven voor hun kind. Na een maandenlange reis, waarbij hun leven regelmatig aan een zijden draadje hangt, stuiten ze in een vluchtelingenkamp te Frankrijk op een dove vrijwilliger die het Koerdische jochie in contact brengt met gebarentaal. Hij effent ook het pad voor hem naar The Royal School for the Deaf Derby. In 2016 komt Lawand, met zijn ouders en oudere broer Rawa, terecht in Groot-Brittannië.

Daar hoort de Britse documentairemaker Edward Lovelace, die in 2014 met The Possibilities Are Endless al een immersieve film maakte over het herstelproces van zanger Edwyn Collins na een beroerte, over het Koerdische kind dat samen met zijn familie, met wie hij eigenlijk nauwelijks kan communiceren, naar Engeland is gekomen. Lovelace leert zelf gebarentaal, stelt een deels dove crew samen en begint de zevenjarige jongen en zijn familie te volgen en spreken.

Name Me Lawand (90 min.) is de zinnenprikkelende weerslag van een zeer delicaat proces: stukje bij beetje ontdekt Lawand dat er meer mensen zijn zoals hij en dat doofheid op zich niet iets is om je voor te schamen. Tegelijkertijd moet hij dealen met zijn verleden, vervat in plotseling vanuit zijn onderbewuste de kop opstekende flashbacks. ‘Ik dacht dat er in de hele wereld niemand was zoals ik’, vertelt de jongen daar later over. ‘Ik raakte eraan gewend dat ik alleen was.’

Zijn docente, ‘gespeeld’ overigens door de bekende dove actrice Sophie Stone, probeert hem uit zijn schulp te krijgen. Taal, weet zij als geen ander, betekent vrijheid. Zij groeide zelf op met een sprekende ouder en kent de eenzaamheid, het isolement. Terwijl Lawand stilaan zijn reserves laat varen, tot bloei komt op school én vriendjes krijgt, hangt er nog een zwaard van Damocles boven het hoofd van de Koerdische familie. Want het is bepaald niet zeker dat ze een verblijfsvergunning krijgen.

Edward Lovelace verwerkt de interactie van de dove jongen met zijn inspirerende docent, klasgenoten en directe verwanten in gestileerde beelden, waaronder veel fraaie droneshots, en besteedt vanzelfsprekend ook veel aandacht aan het geluid. Soms is het gewoon helemaal stil in de film, terwijl er, in British Sign Language (BSL), toch druk wordt gecommuniceerd. En de geluiden die hij wél laat horen klinken vaak gedempt. Zo geeft hij de kijker toegang tot het hoofd van Lawand.

Rawa en Lawands ouders voorzien de gebeurtenissen intussen, buiten beeld, van context. Communicatie tussen de dove jongen en de rest van het gezin blijft intussen lastig: de anderen zijn de taal waarin Lawand zichzelf heeft gevonden nog altijd niet machtig. Met gebarentaal wint hij een wereld, maar dreigt hij ook zijn familie achter zich te moeten laten.

Strijders Voor Gelijke Rechten: HTIP 50 Jaar

Human

Met de komst van Turkse gastarbeiders naar Nederland kwam ook de behoefte om op te komen voor hun belangen. In 1974 werd HTIB opgericht door politieke vluchtelingen uit Turkije. Hollanda Turkiyeli Isciler Birligi. Ofwel: de Turkse Arbeidersvereniging Nederland. De organisatie vierde onlangs zijn vijftigjarige bestaan. In die periode heeft HTIB zich sterk gemaakt voor het bevorderen van de integratie, emancipatie en participatie van de Turkse gemeenschap in Nederland.

In de documentaire Strijders Voor Gelijke Rechten: HTIP 50 Jaar (51 min.) blikt Nilüfer Öder met leden van verschillende generaties terug op de roerige geschiedenis van de organisatie, die zich consequent schrap zette tégen racisme en discriminatie en streed vóór democratische rechten. Ze staken daarbij ook hun nek uit voor mensen met wie ze het niet eens waren, vertelt journalist Sinan Can, die opgroeide in een echt HTIB-gezin. Hij is ervan overtuigd dat zijn eigen morele kompas in die omgeving, tijdens de eindeloze debatavonden in het bijzonder, verder scherp is gesteld.

De Turks-Nederlandse belangenorganisatie bemiddelde daarnaast bij taal- en huisvestingsproblemen van gastarbeiders. Die leefden in Nederland vaak in erbarmelijke omstandigheden. Veel meer dan een piepkleine kamer met een bed kregen ze niet. En als ze ploegendienst draaiden, moesten ze die ook nog delen met een collega uit een andere dienst. HTIB boekte daarnaast ook politieke successen: stemrecht voor gastarbeiders bij de gemeenteraadsverkiezingen, gezinshereniging werd vergemakkelijkt voor buitenlandse arbeiders en er kwam amnestie voor witte illegalen.

Soms moesten ze daarbij ook hun eigen grenzen flink verleggen, vertelt Mustafa Ayranci, sinds twintig jaar voorzitter van HTIP. Voor een demonstratie na de racistische moord op Kerwin Duinmeijer (Lucas) in 1983 wilde een vertegenwoordiger van het COC bijvoorbeeld dat er in de gezamenlijke tekst ook een passage werd opgenomen over discriminatie tegen homo’s. Dat kon wel eens verkeerd vallen in de Turkse gemeenschap. ‘In die tijd dacht ik dat homoseksualiteit een ziekte was’, vertelt Ayranci, die afkomstig is uit een klein dorp. ‘Ik was in shock. Wat moest ik doen?’

Hij ging te rade bij toenmalig voorzitter Nihat Karaman. ‘Hij zei: ga naar die tafel en zeg ja’, herinnert Ayranci zich. ‘Als jij zijn rechten niet verdedigt, kan morgen iemand anders jouw rechten niet verdedigen.’ En dat zou, blijkens deze interessante terugblik, een belangrijke leidraad worden voor HTIB, dat zich ging inzetten voor vrouwen- en LHBTIQ+-rechten, de strijd aanbond met huiselijk geweld en eerwraak en zich met hand en tand verzette tegen de extreemrechtse Turkse organisatie De Grijze Wolven, die ook in Nederland voet aan de grond probeerde te krijgen.

Met wijlen Nihat Karaman, die samen met zijn echtgenote Maviye aan de wieg stond van HTIP, is meteen de grote afwezige in deze documentaire genoemd – al wordt niet helemaal duidelijk wat er precies waarom met hem is gebeurd (als dat al helemaal helder is). Via zijn vrouw en zoons Deniz en Saydan, die samen met bijvoorbeeld de voormalige kamerleden Tofik Dibi en Emre Ünver een nieuwe HTIB-generatie vertegenwoordigen, waart zijn geest echter nog altijd rond in de organisatie, die ook in tijden van individualisering onverminderd saamhorigheid blijft prediken.