Etgar Keret – Een Waargebeurd Verhaal

NTR

Als nou één man in zijn fantasie leeft, dan is het de Israëlische schrijver Etgar Keret. In zijn korte verhalen kan alles – en gebeurt dat ook. Hij is altijd goed voor een (uitbundige) lach en, dat ook, hier en daar een traan. Zo’n man verdient geen bloedserieuze auteursdocumentaire, waarin met gefronste wenkbrauwen zijn oeuvre tot achter de komma wordt uitgeplozen op persoonlijke thematiek, verborgen motieven en, yuk!, inspiratiebronnen. Saaaaai!

Die kwalificatie is gelukkig met geen mogelijkheid van toepassing op Etgar Keret – Een Waargebeurd Verhaal (54 min.), een Nederlandse film waar de makerslol werkelijk vanaf spat – en dan zit het met de kijkerslol meestal ook wel goed. Net als in het werk van hun protagonist laten Stephane Kaas en Rutger Lemm in hun joyeuze portret van de geboren verhalenverteller de verbeelding aan de macht. Feit en fictie raken volledig met elkaar verstrikt. Net als documentaire, speelfilm en animatie. Samen met Keret liegen ze de waarheid.

Nadeel daarvan, zou je met een zure blik kunnen constateren, is dat geen verhaal in deze documentaire helemaal is te vertrouwen. Maakte één van Etgars beste vrienden echt een einde aan zijn leven tijdens hun gezamenlijke diensttijd? En hebben zijn ouders elkaar werkelijk ontmoet toen hij zich voordeed als agent en haar contactgegevens noteerde? Hetzelfde geldt trouwens ook voor het relaas van Kaas en Lemm zelf: zijn zij onderweg naar hun held serieus staande gehouden door een Israëlische douaneambtenaar omdat hij de reden van hun reis, ‘shoot’ a documentary, niet vertrouwde?

Goede verhalen moet je natuurlijk niet dood checken. Ze zijn volgens Keret ook vooral bedoeld als reclame voor het leven. Omdat het dat blijkbaar (nog) nodig heeft. Deze documentaire uit 2017, die zowaar werd bekroond met een Emmy Award, is niets minder dan reclame voor het vertellen van die verhalen. Met bravoure, gevoel voor de absurditeit van het bestaan én – hoewel de ondertoon bij Keret stiekem behoorlijk zwaarmoedig is – een overdosis joie de vivre.

Etgar Keret – Een Waargebeurd Verhaal is hier te bekijken.

Belushi

Showtime

De achternaam volstaat: Belushi (108 min.). Bijna veertig jaar na zijn dood, op slechts 33-jarige leeftijd, spreekt die nog altijd tot de verbeelding. John Belushi werd beroemd als gezicht van het populaire comedyprogramma Saturday Night Live, stal de show in de bioscoophit National Lampoon’s Animal House en vormde met zijn vaste kompaan Dan Aykroyd het onvergetelijke duo The Blues Brothers.

Intussen bouwde hij wel een heftige cocaïneverslaving op, die zijn toch al ontregel(en)de gedrag verder versterkte. Die tragiek – van een man die zichzelf gaandeweg helemaal kwijtraakt – vormt vanzelfsprekend ook de ruggengraat van deze gedegen biografie van R.J. Cutler, al krijgt ook hij zijn vinger er niet helemaal achter waarom Belushi steeds de rand van de afgrond opzocht.

‘Honey’, schrijft hij in een brief aan zijn vrouw en muze Judy. ‘Ik ben serieus verslaafd. Ik krijg mijn emoties niet onder controle als ik gebruik, maar het lukt me niet om daarmee te stoppen.’ Uit alle verhalen die in deze film – waarvoor Cutler gebruik kon maken van audio-interviews die Belushi’s biograaf Tanner Colby een jaar of tien geleden deed met intimi en collega’s zoals Dan Aykroyd, Chevy Chase en Carrie Fisher – rijst het beeld van een man die en plein publique een kuil graaft en er dan, inderdaad, zelf invalt.

Belushi werd, zoals ze dat zo treurig zeggen, ‘an accident waiting to happen’. Toen hij botste met zijn eigen sterfelijkheid – de boosdoener was naar verluidt heroïne – ging een beeldbepalende komiek verloren, waarop in deze documentaire met traditioneel archiefmateriaal en enkele geanimeerde sequenties nog eens ouderwets de schijnwerper wordt gezet. Zoals eerder gebeurde in thematisch verwante films over komieken als Robin Williams, Garry Shandling en Bill Hicks. Belushi dus.

Feels Good Man

Het is een soort monster van Frankenstein geworden. De Amerikaanse cartoonist Matt Furie verzon ooit een onschuldige stripfiguur, Pepe The Frog. Die groeide al snel uit tot een immens populaire internetmeme. De verpersoonlijking van de sullige outsider, met als laconieke lijfspreuk Feels Good Man (94 min.). Lekker melige slackershumor, waarschijnlijk geconcipieerd onder invloed van een flinke joint. En volstrekt ongevaarlijk.

Tenminste, totdat de kikker in de duisterste uithoeken van het wereldwijde web, het internetforum 4chan in het bijzonder, werd gekaapt door de alt-right beweging en vervolgens een soort menselijke bloedsbroeder kreeg: Donald Trump. Die veegde zijn achterwerk af met elke vorm van politieke correctheid en zou zich ontwikkelen tot de katalysator die van Pepe een wereldwijd symbool van racisme, haat en antisemitisme maakte. Met humor als dekmantel.

Furie besluit zijn geesteskind op een gegeven moment zelfs maar ten grave te dragen. Er is geen redden meer aan. Pepe The Frog lijkt dan eenzelfde lot beschoren als Jacobse & Van Es van De Tegenpartij, die zo succesvol werden als parodie op extreemrechtse partijen dat buitenstaanders nauwelijks nog het verschil zagen en hun scheppers Kees van Kooten en Wim de Bie zich genoodzaakt zagen om het duo te laten sterven.

Regisseur Arthur Jones reconstrueert de levensgeschiedenis van de uncoole kikker met zijn geestelijk vader en diens directe (werk)omgeving, illustreert die met alle mogelijke Pepes en koerst in deze boeiende en actuele film uiteindelijk af op een juridische confrontatie tussen Furie en meestercomplotdenker Alex Jones van InfoWars, die zich de koddige kikker heeft toegeëigend en posters met zijn beeltenis verkoopt.

Kan Matt Furie met een rechtszaak over inbreuk op zijn auteursrecht de controle terugkrijgen over zijn eigen creatie en Pepe redden van de extreemrechtse troepen die hem in de afgelopen jaren hebben gegijzeld? En kan dat ooit meer worden dan een Pyrrusoverwinning, die vooral hem persoonlijk een aardige afkoopsom oplevert? Feels Good Man geeft een dubbelzinnig antwoord.

Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging

VPRO

Het lijkt een typische MacGuffin, een term die naar verluidt ooit werd geïntroduceerd door meesterregisseur Alfred Hitchcock: het object dat of de gebeurtenis die een film echt in gang zet. Het complot om de wereld te vernietigen dat James Bond moet zien te verijdelen. De Bijbelse Ark Des Verbonds waarvoor Indiana Jones zijn leven op het spel zet. Enne… , in dit geval, de Drentse steen, die na 200.000 jaar eindelijk wel eens terug naar huis wil, ergens in het hoge noorden. Een stukje Finland, om precies te zijn, waar ze toevallig vooral Zweeds spreken.

Een steen met heimwee, zogezegd. Door een gletsjer aan zijn moedersteen ontrukt tijdens de voorlaatste ijstijd. Althans volgens de held in kwestie, Bart Eysink Smeets. Hij is van plan om één van die zwerfkeien naar huis te begeleiden. Zo begint in Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging (53 min.) een gevecht op leven en dood, bij wijze van spreken dan, met ambtenaren, commissies, douaniers en de ondernemers van de Drentse ‘hunebedhoofdstad’ Borger.

En dan zijn er nog natuurwezenopstellers. Een man belt op dat Eysink Smeets een grote fout maakt ‘als hij voor de steen beslist dat hij heimwee heeft’. Hij moet de steen zelf aan het woord laten, vindt Ferry van der Loos, die (natuurlijk) zelf wel even met de steen zou kunnen praten. ‘Vet!’ meent Tom Eysink Smeets, Barts broer die de hele onderneming filmt. ‘Dan gaan we met de steen praten.’ De held sputtert tegen: ‘Maar wat als de steen niet wil?’

Er is maar één manier om daar achter te komen. En dus besluit Bart Eysink Smeets – oh ja, hij is kunstenaar – om ook dit obstakel te gaan nemen tijdens zijn surrealistische queeste. Het gaat immers om de reis, niet om de bestemming. Daarbij lijkt overigens altijd een camera aanwezig. Is het niet die van Tom, dan van een plaatselijk medium (en dan bedoel ik, voor de duidelijkheid, dus geen paranormaal begaafde steengenezer).

Voor officiële gelegenheden, zoals een afscheid met plaatselijke notabelen, trekt de altijd montere Bart zelfs een blits pak aan, als het niet anders kan gewoon op het toilet van de trein. Het zijn de momenten waarop de besmuikte glimlach, waarmee buitenstaanders deze absurde tocht nu eenmaal onvermijdelijk begeleiden, zowaar plaatsmaakt voor een harde hinnik. Want deze heldhaftige reddingsactie van een verweesde zwerfkei behoudt te allen tijde zijn luchtige karakter.

En aan het eind van deze ontzettende leuke film heeft de Drentse evenknie van James Bond de wereld dan misschien niet gered en in navolging van de snoodaards in Indiana Jones ook geen wereldheerschappij verkregen, maar wel degelijk, vrij naar Bram Vermeulens toepasselijke evergreen De Steen, een steen verlegd op aarde. ‘Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.’

Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging is hier te bekijken.

Dick Johnson Is Dead

Netflix

Dick Johnson gaat dood. Net als zijn echtgenote Catie Jo. Sterker: die is al dood. Een heup gebroken en daarna verder in het slop geraakt. Alzheimer ook. Dick wordt op straat verpletterd door een computer die uit het raam valt. Of hij dondert met een genadeloze klap van de trap. Of hij wordt op straat door een werkeman per ongeluk voor zijn kop geslagen met een stuk hout. Of…

‘Het is net Groundhog Day’, zegt hij zelf. Zijn dochter filmt Dick Johnson op weg naar de dood. Ze oefent dat einde alvast met hem, als het ware. Zodat zij, Kirsten Johnson, aan het idee kan wennen, waarschijnlijk. En dus wordt dit in wezen kleine verhaal, van een man die stilaan afscheid moet nemen van het bestaan, op een glorieuze wijze aangekleed met fatale ongelukken en ravissante sequenties, waarin Dicks idee van de hemel (of wat zijn dochter zich daarbij voorstelt) wordt verbeeld.

Als de voormalig psychiater begint te kampen met vergeetachtigheid (‘Ik val uit elkaar’) besluit hij bovendien om zijn huis in Washington te verlaten en bij haar in te trekken in New York. ‘We lijken wel gek’, zegt Kirsten. ‘Maar het probleem is dat ik anders niet bij je in de buurt ben’, meent haar vader. ‘Zo is het’, beaamt zij. ‘Ik ruil dit huis zo in om bij jou te zijn’, zegt Dick met de liefste glimlach van de wereld. ‘Geen twijfel over mogelijk. Daar hoef ik niet over na te denken.’ Kirsten klinkt ontroerd: ‘Dat gevoel heb ik ook.’

‘Soms hebben mensen het gevoel dat het op een bepaald ogenblik niet meer hoeft’, snijdt zij, een kwartier verderop in de film, als hij al lang en breed bij haar inwoont en zienderogen achteruit gaat, een lastig thema aan. ‘Daarvoor hou ik te veel van het leven’, stelt Dick. Kirsten houdt echter aan: ‘Dus je wilt wel blijven leven tot het punt waarop mam was, toen ze niet meer kon communiceren?’ Hij haalt zijn beste glimlach weer voor de dag. ‘Ik denk het wel. Maar je mag me ook euthanaseren. Overleg het eerst even met me.’

Met een lichte toets koersen vader en dochter in deze bijzonder grappige, buitengewoon vertederende en zeldzaam aangrijpende documentaire zo af op een ronduit briljante slotscène. Waarbij op voorhand natuurlijk al vaststond dat deze film maar op één manier kan eindigen: Dick Johnson Is Dead (90 min.).

Jochem Myjer – Nog Eentje Dan

NTR

Een emotionele achtbaan. Elke voorstelling weer. Nog een stuk of vijftien te gaan. Het laatste staartje van een tournee van drie jaar: Adem In, Adem Uit. Straks door bijna 400.00 cabaretliefhebbers gezien. En dan? Hoe verder?

Alles gaat op uur en tijd. Nee: móet op uur en tijd. Soundcheck, precies om zeven uur. ‘En dat is niet om vijf voor zeven of om vijf over zeven’, zegt mijn geluidstechnicus Bo. Anders raakt mijn ritme verstoord. Autistische trekjes, hè?

Elke voorstelling moet perfect zijn. Dus geen onverwachte bezoekjes meer tijdens de pauze. Komt dat plastic geluid in de coulissen trouwens van jullie camera, Suzanne? Rust heb ik nodig. Concentratie. En dan: knallen!

Ook al kan het eigenlijk niet meer. Kost dit leven simpelweg te veel. Soms ben ik zo ‘fucking moe’. Maar: ‘ik ben klaar met het ziek zijn. Met moe en niet meer fit zijn’. Ik wil doorbijten.

Ook voor al die fans. Ze zijn overal. Via social media. Gewoon privé. En na elke voorstelling. Voor een warm woordje. Geintje. En een selfie, natuurlijk. Totdat mijn kok/bodyguard Bob ‘ho’ zegt. Tien minuten. Daarna is het schluss.

Roofbouw, vindt m’n manager Robert-Jan. Ik moet eens nadenken waarom ik iedereen altijd honderd procent wil geven, vindt mijn vrouw Marloes. Het mooiste vak op aarde, vind ik zelf. Dat me steeds meer kruim kost, dat wel.

Al dagen van tevoren in een hotel. Overdag gapen en slapen. Bijkomen in het zwembad. En weg van mijn kinderen Limoni en Melle. Die natuurlijk gewoon hun eigen leven hebben. En daarover hebben we thuis soms ook best zorgen.

Na elke voorstelling – honderd in Carré! – ben ik volledig uitgewoond. Kom nauwelijks op adem. Twijfel aan mezelf. Huil in de kleedkamer. En, natuurlijk, soms is er die blijdschap. Over alwéér een zaal, hier in mijn achterzak.

Ik laat me nu bekijken. Observeren alsof ik een bijzondere diersoort ben. Suzanne Raes en de fly on the wall-camera van Victor Horstink. Ze hebben ook mijn dierbaren geïnterviewd. En stiekem, vanaf de achterkant van allerlei theaters, meegekeken tijdens mijn voorstelling.

Hier ben ik te zien als het podiumgordijn (nog) dicht is. Wat ik ervoor moet doen en laten. En hoe graag ik dat doe.

Doeioei,

Jochem Myjer

– Nog Eentje Dan (54 min.)?

Mijn Naam Is Stefano Keizers

BNNVARA

‘Je hebt het niet verneukt’ probeert theaterregisseur Jelle Kuiper de schade te beperken na de première van de voorstelling Sorry Baby. Cabaretier Stefano Keizers, tevens bekend vanwege zijn deelname aan de televisieprogramma’s De Slimste Mens en Maestro, laat zich echter niet overtuigen. ‘Ik heb het gewoon verpest’, zegt hij mismoedig. ‘Wat wil je dat ik eraan doe? Ik schaam me ervoor.’ Keizers begint even later zelfs met zijn vuisten op tafel te slaan en schreeuwt vervolgens met overslaande stem: ‘Ik heb het gewoon ongelofelijk kut gedaan!’

Die plotselinge woede zou niet misstaan in een slecht toneelstuk over een getormenteerde kunstenaar die zich heeft verslikt in die altijd moeilijke tweede voorstelling. Het is tevens een treffende openingsscène voor de docu Mijn Naam Is Stefano Keizers (50 min.), die vervolgens zes maanden terug in de tijd gaat: als de protagonist een documentaire over zijn leven aankondigt in de talkshow Pauw. ‘Ik zou nu eindelijk wel een keer willen weten of het allemaal een rol is die ik speel of dat ik echt zo ben als dat ik zeg en denk dat ik ben.’

‘Wat denk jij, Lavinia, is er een ontmaskering gaande?’, wil Jeroen Pauw weten van de maakster van de documentaire, die nu inmiddels bijna vijf minuten onderweg is. ‘Ik denk dat het een hele grote strijd wordt’, antwoordt Lavinia Aronson. ‘Tussen ons.’ Dat verbale steekspel krijgt vervolgens vorm via een serie ontmoetingen, waarbij de filmmaakster als een soort beste vriendin opereert: een drankje nuttigend, geinend met speelgoedpistooltjes of sparrend met een boksbal. Intussen bestookt ze hem met persoonlijke vragen, waarmee ze zo nu en dan zowaar een gaatje lijkt te prikken in het pantser Stefano Keizers (een alter ego van ene Gover Meit).

In eerste instantie lijkt die totaal mislukte voorstelling dan overigens nog behoorlijk in de steigers te staan. Gaandeweg begint Aronsons hoofdpersoon – wiens achtergrond en carrière worden geschetst met jeugdfilmpjes, televisiefragmenten en doldwaze sketches en een ludiek interview met broer Felix – echter een licht ontredderde indruk te maken. Al kan dat ook onderdeel van z’n ongrijpbare spel zijn. Keizers lijkt voortdurend op het slappe koord tussen genie en gekte te balanceren, waarbij het nooit helemaal zeker is of hij het achterste van zijn tong laat zien of die juist provocerend uitsteekt.

Dat gevoel van desoriëntatie wordt nog eens versterkt door de ruwe cameravoering en montage. Met de ene na de andere rare bokkensprong stevent de theatermaker (letterlijk) uiteindelijk af op de gedoemde première van zijn tweede voorstelling, waarin het uitgangspunt dat die is mislukt een integrale rol speelt. Zodat feit en fabel volledig zijn verweven. Waarna Keizers dus, tevens de slotscène van deze ontregel(en)de tv-docu, even he-le-maal uit zijn plaat gaat. Toch?

Mijn Naam Is Stefano is hier te bekijken.

Narrowsburg

Het klinkt als het plot van een onvervalste B-film. Of in dit geval: een B-docu. Whacking Narrowsburg, of zoiets. Een tweederangs maffioso arriveert rond de eeuwwisseling met veel bravoure in een slaperig Amerikaans stadje om daar een gangsterfilm, met Four Deadly Reasons als beoogde titel, te gaan maken met de plaatselijke bevolking. En, o ja, om samen met zijn partner, de Française Jocelyne uit Zuid-Afrika (?), ook even het ‘Sundance van de Oostkust’ uit de grond te stampen: het enige echte Narrowsburg International Filmfestival.

’s Mans voornaamste wapenfeit? Een bijrol in de maffiakomedie Analyze This met Robert de Niro. En een manier van doen die bepaald niet zou misstaan in The Sopranos. Nee, deze patser heeft geen artiestennaam: hij heet echt Richie Castellano. Toch? En ja, hij komt uit The Bronx en zat een tijdje in de nor. In Attica om precies te zijn, vanwege gewapende overvallen op banken. Aan ‘street credibility’ bepaald geen gebrek. Right?

Maar is die hele onderneming van Richie en Jocelyn niet te mooi om waar te zijn? In Narrowsburg (84 min.) reconstrueren alle hoofdpersonen, inclusief de tweederangs maffioso en zijn ‘mystery lady’, de gebeurtenissen die natúúrlijk zullen uitlopen op een gigantisch fiasco. ‘Ik hou van de camera’, zegt Richie niettemin glunderend tijdens de start van zijn interview. ‘Ik heb altijd van aandacht gehouden. En hoe kun je meer aandacht krijgen dan dit? Hehe.’

En zo ontvouwt zich een kostelijke real life-comedy over een dubieus duo met meer wilde plannen dan goed is voor (het spaargeld van) de lokale gemeenschap. Regisseur Martha Shane raapt de brokstukken bij elkaar, plakt er speelfilmfragmenten en ruwe opnamen van de amateurs in actie tussen en lijmt het geheel vervolgens met een lekker vette knipoog aan elkaar. Gegarandeerd goed voor bijna anderhalve uur topvermaak.

Im Keller

In de kelder, waar een normaal mens zakken rijst, frisdrank en blikken soep stalt, kun je ook héél rustig gaan zitten toekijken hoe jouw enorme slang een muis besluipt en opvreet, de wildste sadomasochistische fantasieën uitleven en allerlei opgezette dieren bewaren (die je natuurlijk stuk voor stuk – met één schot, dat spreekt vanzelf – hebt geschoten). Om maar enkele voorbeelden te geven uit Im Keller (85 min.), een bijzonder unheimische film uit 2014 van de Oostenrijkse filmer Ulrich Seidl.

Hij presenteert personages die je het liefst meteen zou vergeten. Dat wil alleen niet lukken. Een volwassen vrouw die uitgebreid haar levensechte babypoppen vertroetelt en ze daarna terug stopt in hun bananendoos. De voluptueuze prostituee, die via haar vak veel ‘lustige Typen’ ontmoet, en haar klant, die er trots op is dat hij zo uitbundig kan ejaculeren. Een hoornblazer die lekker met z’n muzikale kameraden zit te pimpelen in zijn kamertje met nazi-parafernalia. En de dominante vrouw en haar slaaf, die poedelnaakt en met gewichten aan zijn geslachtsdeel het huishouden doet. En goed ook. Daarna volgt de kelder, waar het pas echt menens wordt.

Elders worden prachtige gesprekken gevoerd. Bij de ondergrondse schietbaan bijvoorbeeld. Over ‘oriëntaalse logica’. ‘Die kunnen niet logisch denken’ meent een man met een baard. ‘Hoe kan het dan dat sommige van hen zijn opgeleid tot ingenieur?’ werpt een ander tegen. ‘Als er op honderdduizend idioten één slimmerik is, dan maakt ze dat nog niet allemaal slim’, stelt een derde even later. Precies, meent de man met baard: ‘Dat is nou een generalisatie.’ Het duurt niet lang of het gesprek gaat over Turken die hún vrouwen willen neuken, boerka’s en de achtergestelde cultuur van moslims in het algemeen. Waarna ze weer lekker gaan schieten.

Seidls camera beweegt nauwelijks. Hij zet zijn hoofdpersonen bovendien midden in hun eigen decor en laat ze vervolgens wezenloos en ongemakkelijk lang in de lens staren. Zet de filmmaker zijn subjecten te kijk? Heeft hij dingen geënsceneerd? Of laat hij de nare werkelijkheid zien zoals die nu eenmaal is? En legt hij zo de (bedorven) ziel van zijn land bloot? Zeg het maar. Im Keller oogt in elk geval als een ongenadige freakshow, regelmatig te gênant om aan te zien, die slechts een enkele keer wordt onderbroken door redelijk normale mensen met een modeltreinbaan of drumstel. De kelder als wanstaltige representatie van Oostenrijks onderbuik. Alleen Josef Fritzl ontbreekt, de man die zijn dochter 24 jaar lang opgesloten hield en van zijn kelder een voorgeborchte van de hel had gemaakt.

RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek

‘De naam Veulpoepers?’ vraagt zanger Zjef Naaijkens met Brabantse tongval en kenmerkende humor. ‘Eigenlijk betekent dat de Veulneukers.’ Hij verduidelijkt: ‘Op z’n Bels.’ De hippiegroep uit Hilvarenbeek was volgens hem ‘absurdisties aktivisties.’ Eenvoudiger gesteld: ze wilden ‘de zaak opnaaien’. Voor een ‘socialistische samenleving’ die ze volgens Naaijkens mede mogelijk gingen maken. ‘Vooruit’, voegt hij met twinkelende oogjes aan dat ‘mede’ toe. ‘We gingen het niet alleen doen.’

In RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek (75 min.) wordt de hele geschiedenis van de Brabantse rebellenclub, die met name in de jaren zeventig stad en land afreisde om op elke demonstratie of festival aan te treden, nog eens uitgebreid uit de doeken gedaan. Van het ontstaan als typische anarchistische folkband tot de verwording daarvan tot een heuse BV, met een eigen woongroep, café en drukkerij. Waarna de groep (natuurlijk) ten onder ging aan precies die dingen waar ze zich jarenlang in het openbaar, met veel bombarie en humor, tegen had verzet.

Deze documentaire van Joris Hendrix en Frank van Osch, die eerder een film maakte over de eveneens stijflinkse generatie- en provinciegenoot Bots, bevat een karrenvracht aan fraai archiefmateriaal (waaruit glashelder wordt hoe populair die Veulpoepers ooit waren), maar heeft wel een erg anekdotisch karakter (met veel heerlijke verhalen, dat wel). Het is en blijft een verzameling herinneringen van een specifieke groep mensen en wordt nooit meer dan dat. Een exposé van Neerlands linkse protestbands uit de jaren zeventig bijvoorbeeld.

Dat gezegd hebbende: het schelmenverhaal van De Veulpoepers, en het aan hen gelieerde ‘actieorkest’ Fanfare Van De Eeuwigdurende Bijstand, biedt ruim voldoende stof voor vijf kwartier vermaak, waarbij de spanningen tussen het ‘Politburo’ en de anderen de groep uiteindelijk op een opvallend kille wijze de das om zullen doen. Die verwijdering, tussen mensen die samen zijn opgegroeid en jarenlang in één huis hebben gewoond, wordt door de filmmakers slim vervat in een actuele uitvoering van de enige echte (bijna)hit die de Poepers ooit hadden: Café Den Egelantier.

Een nummer dat ze destijds, natuurlijk, niet op televisie wilden playbacken. ‘Ja, een tweede huis in Spanje’, grapt Zjef Naaijkens daarover, geheel in stijl. ‘Had-ie kunnen hebben, heeft-ie niet gedaan!’

Carmen Meets Borat

‘Ik ben Borat’, zegt het gelijknamige typetje van de Britse komiek Sacha Baron Cohen tot grote hilariteit van de verzamelde dorpsbewoners in het gemeenschapshuis van het Roemeense zigeunerdorp Glod. Ze kijken welwillend toe hoe hij op het krakkemikkige televisietje door hun eigen dorp loopt: ‘Dit is mijn land Kazachstan.’ De opmerking leidt tot commotie in het zaaltje. ‘Kazachstan? Dat is geen Kazachstan. Eikels!’

‘Kijk, Oana is op tv!’ constateren ze niettemin gierend, als Borat ‘Orkin, de dorpsverkrachter’ heeft voorgesteld. Niet veel later introduceert hij ene Muktar Sahanov ‘de dorpsmecanicien en -aborteur’. Langzaam maar zeker begint het de dorpsbewoners te dagen: die Amerikaanse filmcrew heeft hen voor de gek gehouden. Ze kwamen helemaal geen documentaire opnemen. ‘Borat heeft ons helemaal verkeerd gefilmd! Hij zet het hele dorp voor lul.’

Roemeense cameraploegen die vervolgens verhaal komen halen in Glod krijgen de wind van voren. Ook de Nederlandse filmmaakster Mercedes Stalenhoef en haar crew, die al een hele tijd filmen in het dorp, kunnen op weerwerk rekenen. Uiteindelijk wil ‘aborteur’ Spiri het nog wel één keer uitleggen: ‘Ze stonden daar te filmen en vroegen of ik vonken wou maken’, zegt hij, terwijl hij met een laskap op staat te lassen en verdwijnt in zijn eigen rookwolk. ‘Ze zeggen dat ik gynaecoloog ben en dat ik abortussen doe.’

Het bezoek van Borat – en de dolkomische afwikkeling daarvan – heeft ook Stalenhoef overvallen. Zij was wel degelijk een documentaire aan het maken over het desolate leven van de Roemeense zigeuners, waar de drank nogal eens in de man en de wijsheid dus in de kan is. In dat kader volgde ze Spiri’s zeventienjarige kleindochter Ionela – zelf geeft ze de voorkeur aan de naam Carmen – die Glod nog liever vandaag dan morgen zou verlaten. Zij droomt van een bestaan in het Spanje, dat ze kent van soapseries.

Wat waarschijnlijk een stemmig portret van een ongedurige tiener in een stuk achtergesteld Europa had moeten worden, is in 2008 uitgemond in Carmen Meets Borat (60 min.), een heerlijke tragikomische film waarin niet alleen de bespotte ‘Glodiatoren’ een slaatje proberen te slaan uit het bezoek van Borat. Intussen zit Carmen nog altijd vast in dat godvergeten dorp, waar ze allang een echtgenoot in spe had moeten strikken.

Carmen Meets Borat is hier te bekijken.

Dark Side Of The Moon

De wereldberoemde beelden van de maanlanding in 1969 zijn fake. Die zijn destijds in scène gezet door de Amerikaanse regering, onder leiding van Richard ‘I am not a crook’ Nixon. En in het diepste geheim vastgelegd door een filmcrew onder leiding van niemand minder dan Stanley Kubrick, die even tevoren de sciencefiction-klassieker 2001: A Space Odyssey had gemaakt. Neil Armstrongs ‘one giant leap for mankind’ bleek toch gewoon maar ‘one small step for man’ te zijn. In een filmstudio, nota bene.

Je hoeft mij niet te geloven, hoor. Luister gewoon naar astronaut Buzz Aldrin, toenmalig veiligheidsadviseur Henry Kissinger, minister van defensie Donald Rumsfeld, stafchef Alexander Haig, CIA-directeur Richard Helms, presidentieel adviseur Lawrence Eagleburger óf Nixons secretaresse Eve Kendall in Dark Side Of The Moon (52 min.). Zij zijn glashelder in deze onthullende film van de Franse regisseur William Karel (oorspronkelijke titel: Opération Lune) over een zaak, die al snel he-le-maal uit de hand zou lopen.

Christiane Kubrick, de weduwe van Stanley, kwam de onverkwikkelijke kwestie op het spoor na het overlijden van haar echtgenoot. En filmmaker Karel zocht die vervolgens tot in detail uit, met ouderwets speurwerk en een indrukwekkende lijst bronnen. Ook al waren heel veel getuigen tegen die tijd allang verdwenen. Beter: uit de weg geruimd. Dark Side Of The Moon oogt zonder meer als onderzoeksjournalistiek van de bovenste plank, die van een real life sciencefictionfilm een razend spannende thriller maakt.

De maanlanding als een onvervalste Hollywood-productie. Het is lang niet zo onwaarschijnlijk als het lijkt. Dit complot staat bovendien niet op zichzelf. Paul McCartney is natuurlijk ook allang ‘dood‘. Elf september was gewoon een ‘inside job’. En bij de ‘school shooting’ op Sandy Hook zijn vanzelfsprekend acteurs ingezet. Het is alleen wachten op de bijbehorende ‘mockumentaries’.

Kevin Hart: Don’t F**k This Up

Netflix

Enkele homo-onvriendelijke tweets van jaren terug kostten hem begin 2019 zijn plek als presentator van de Oscar-uitreiking. Daarover wil stand-upcomedian Kevin Hart het echter later pas over hebben. Eerst wil hij in deze zesdelige documentaireserie zíjn verhaal kwijt. Over een zwarte jongen uit een gebroken gezin, die zich opwerkte tot één van de succesvolste komieken van de wereld. Hart, een man met zoveel geldingsdrang dat het zelfs voor willekeurige kijkers vermoeiend wordt, is echter nog lang niet de ‘mogul’ en ‘miljardair’ die hij wil worden.

Hoewel Kevin Hart: Don’t Fuck This Up (197 min.) ook de pijnlijke onderwerpen uit het leven van de hoofdpersoon niet uit de weg gaat, krijgen die steevast een Amerikaans sausje. Het zijn eerst en vooral levenslessen voor de hyperambitieuze entertainment-entrepeneur. Zelfs een uitgelekte sekstape, waarin is te zien hoe hij een slippertje maakt, dient uiteindelijk vooral als een reality check voor Kevin Hart en een bestendiging van zijn vriendschap met enkele collega’s, die hem uit de shit hebben getrokken.

Deze serie, een productie waarbij Hart een flinke vinger in de pap had, wordt daardoor uiteindelijk een afspiegeling van Teflon Kevin zelf: een overdaad aan zogenaamde eerlijkheid, diepgang en kwetsbaarheid, maar in werkelijkheid zo glad dat je er met geen mogelijkheid écht vat op krijgt. Intussen geeft Kevin Hart – niet door wat hij zegt of doet, maar gewoon door te zijn wie hij wil zijn – meer prijs over zichzelf dan hij zelf waarschijnlijk doorheeft.

American: The Bill Hicks Story

Hij is de comedian’s comedian. De man die door collega’s als misschien wel de allerbeste uit het vak wordt gezien. Bill Hicks, in 1994 op slechts 32-jarige leeftijd overleden. Met zijn ontregelende humor was hij de standaard stand-up comedy routine allang ontstegen. Hicks deed aan niets minder dan ‘truthin’: ongemakkelijke waarheden, vervat in bikkelharde grappen.

25 Jaar na zijn dood duiken er nog altijd regelmatig Hicks-quotes op in het publieke domein. Over oorlogsvoering, abortus, marketing én geestverruimende middelen. Want dat was bepaald geen onbekend terrein voor de man die zich regelmatig verloor in paddo’s en zo nu en dan ook met een kwaaie dronk op het podium stond. Hij was de gemakkelijke grap allang voorbij. Hicks wilde écht iets zeggen over de wereld waarin hij leefde.

Zo vroeg hij zich bijvoorbeeld af waarom verhalen in de media over drugs altijd negatief waren. ‘Always that same LSD story, you’ve all seen it. ‘Young man on acid, thought he could fly, jumped out of a building. What a tragedy.’ What a dick! Fuck him, he’s an idiot. If he thought he could fly, why didn’t he take off on the ground first? ‘

Dat kon ook anders, meende Hicks: ‘Today a young man on acid realized that all matter is merely energy condensed to a slow vibration, that we are all one consciousness experiencing itself subjectively, there is no such thing as death, life is only a dream, and we are the imagination of ourselves….’ Waarna hij een korte, perfect getimede stilte liet vallen. ‘Here’s Tom with the Weather.’

American: The Bill Hicks Story (101 min.), een tamelijk conventionele film van Matt Harlock en Paul Thomas uit 2009 over een allesbehalve conventionele comedian, zet de geboren dwarsligger weer eens in de spotlights met een uitputtende collectie archiefmateriaal, die soepel wordt verbonden met (off screen) quotes van directe familie, vrienden en collega’s. Zij verhalen over een man die op dubbele snelheid dacht, sprak en leefde en die als geen ander de spijker op z’n kop kon slaan.

‘The best kind of comedy to me is when you make people laugh at things they’ve never laughed at, and also take a light into the darkened corners of people’s minds, exposing them to the light.’ (brainyquote)

The Amazing Johnathan Documentary

Nee, het is geen probleem hoor als Ben filmt dat hij speed rookt. Johnathan heeft twintig jaar coke gebruikt, maar daarmee is hij nu gestopt. En het is trouwens geen speed, maar crystal meth. Net als de gebruiker en de documentairemaker er helemaal klaar voor zijn om een ongetwijfeld spraakmakende scène te filmen, gaat de telefoon.

Het is John Edward Szeles alias The Amazing Johnathan zelf, die na de opnames toch zijn bedenkingen heeft gekregen. ‘Je kunt beter geen materiaal laten zien waarin ik drugs gebruik’, zegt hij tegen regisseur Ben Berman. Een zwart vierkantje erover, dat is misschien beter. Dan kunnen we het alleen horen en niet zien. En zo zal inderdaad geschieden. Voila!

Inmiddels is dan al wel duidelijk dat The Amazing Johnathan Documentary (92 min.) bepaald geen standaarddocumentaire is, waarin een prangende maatschappelijke kwestie vanuit een artistiek bijzonder verantwoorde visie wordt benaderd. Welnee, dit is pure lol! Makerslol ook. Zo heeft Johnathan bijvoorbeeld nog een figurant nodig voor zijn comebacktournee. Of Bermans geluidsman even wil meewerken? Geen probleem, natuurlijk.

Enne…. comebacktournee, zegt u? Ja, dat komt doordat Johnathan eigenlijk was gestopt als goochelende comedian. Omdat hij doodgaat. Oh, was dat nog niet duidelijk? Nou ja, zelfs dat mag de pret niet drukken. Het overlijden van de hoofdpersoon zou toch ook wel een natuurlijk einde zijn voor de film, niet? Dan is er alleen nog die andere cameraploeg waarmee de man blijkbaar in zee is gegaan. Van de producer van Oscar-winnende documentaires als Man On Wire en Searching For Sugar Man, dat ook nog.

Dan lijkt de lol er héél even af bij Berman. Maar ook die hobbel kunnen de filmmaker en zijn onberekenbare protagonist uiteindelijk nemen in deze dolkomische docu, die qua toon en inhoud perfect aansluit bij de Andy Kaufman-achtige pranks die Johnathan al z’n hele leven uithaalt met zijn publiek (lees: iedereen). Intussen steekt The Amazing Johnathan Documentary ook lekker de draak met de stijlvorm documentaire en de wereld waarbinnen die wordt geproduceerd.

Zelden zal het Droste-effect met meer plezier en – laten we dat alstjeblieft ook niet vergeten – kunde zijn ingezet. Dit portret van Amazing Johnathan, deze documentaire dus, is niets minder dan een verademing. Te midden van al die films die gemaakt móésten worden, mág deze er beslist ook zijn. Beslist!

Wrinkles The Clown

Als je een vervelend kind de stuipen op het lijf wilt jagen, bel dan Wrinkles The Clown (78 min.). Hij roept ongehoorzame zoons of dochters genadeloos tot de orde, op een manier die ze nooit meer vergeten. Deze film openbaart wie er schuil gaat achter de beruchte horrorclown: een nurkse en morsige ouwe vent die alleen in een camper woont, zo nu en dan een stripclub bezoekt en beslist niet herkenbaar in beeld wil. Hij krijgt nu namelijk al continu telefoontjes, waaronder een hele zwik doodsbedreigingen. En je weet nooit zeker hoe serieus je die moet nemen.

Wrinkles appelleert aan de aloude angst voor clowns, die ook al in talloze griezelfilms is geëxploiteerd en in de jaren zeventig via seriemoordenaar John Wayne Gacy een gruwelijke real life-variant heeft gekregen. Er is zelfs een speciale webplek waarop sightings kunnen worden gemeld: HvUseenWrinkles? Met video’s van Wrinkles die door een beveiligingscamera wordt gesnapt als hij onder het bed van een meisje vandaan kruipt. Of van Wrinkles als hij op een schemerige parkeerplaats wordt gespot, sjokkend achter een winkelwagen met daarin zijn hele leven. De naargeestige clown is intussen een enorme hype geworden. Amerikaanse media krijgen geen genoeg van de engerd, die natuurlijk perfect aansluit bij de sensationele verhalen die zij het liefst vertellen.

Filmmaker Michael Beach Nichols zet de mythe rond de ‘terrorclown’ in deze slim opgebouwde documentaire nog eens flink in de steigers, haalt daarbij alle denkbare horror-clichés van stal en onderzoekt tegelijk met kinderen, hun ouders, clowns en deskundigen de aantrekkingskracht van griezelverhalen en urban legends in het algemeen. En uiteindelijk weet hij in deze, jawel, spannende film de echte Wrinkles The Clown tóch in beeld te krijgen.

Being Frank: The Chris Sievey Story

‘Voor mijn gevoel werd het méér dan een alter ego’, zegt een man die hem – hun allebei eigenlijk – goed kende. ‘Het leek wel schizofrenie. Hij werd écht iemand anders.’

‘Je kon nooit via Chris bij Frank komen’, beweert een ander. ‘En ik heb nooit iets tegen Frank gezegd en dat Chris dan antwoord gaf.’

‘Er zijn mensen die stellen dat Chris wist dat Frank maar een act was, stelt nummer drie. ‘Anderen menen dat het gecompliceerder lag. Ik denk zelf ook dat er echt iets gaande was.’

Welkom in de verknipte wereld van Chris Sievey (1955-2010), een gesjeesde Britse popmuzikant, en zijn bizarre creatie Frank Sidebottom, die op zijn beurt ook weer een bezopen bordkartonnen nakomeling voortbracht, de hopeloos populaire Little Frank. Wat ooit simpelweg begon als een ludiek typetje, een bijzonder gevatte botterik met een enorm hoofd van papier-maché, werd gaandeweg een soort monster van Frankenstein, dat Sieveys leven helemaal overnam en uiteindelijk zijn oorspronkelijke droom, een nieuwe Paul McCartney worden, volledig om zeep hielp. Intussen wist niemand wie er schuil ging achter de cultheld Frank Sidebottom.

Being Frank: The Chris Sievey Story (100 min.) brengt deze clown tegen wil en dank overtuigend tot leven, met dozenvol schriften, VHS-tapes, brieven, tekeningen, liedjes, rekwisieten, collages, artwork, halffabrikaten en allerlei andere gekkigheid die in Sieveys vochtige kelder werden aangetroffen. Zijn hele privé-archief werd maar ternauwernood van de vuilstort gered. Het bonte, op sneltreinvaart geleefde bestaan dat zich daarin openbaart wordt in deze film ingekaderd met boeiende, grappige en trefzeker gestylede interviews met zijn vrouw, kinderen, vriendin, collega’s en (jeugd)vrienden. Zij portretteren Sievey als een creatieve duizendpoot, briljante ontregelaar en ongeleid projectiel pur sang, dat het allerbest tot zijn recht kwam als-ie zomaar wat mocht improviseren.

Filmmaker Steve Sullivan, die in 2006 met Frank Sidebottom én Chris Sievey werkte aan de Magic Timperly Tour (een weerslag van een busrit met honderd Frank-fans door zijn thuisbasis in Manchester), heeft jarenlang ziel en zaligheid gestoken in dit project, dat uiteindelijk via een Kickstarter-campagne is gerealiseerd. Het resultaat is ernaar: een kostelijke film, die aanvoelt als een dollemansrit met een botsauto door een speeltuin voor volwassenen. Met een beduimelde audiocassette vol Beatles-afdankertjes op de speakers. Een liefdevolle ode aan een vergeten/ongekend genie, in wiens wondere wereld je beslist (opnieuw) wilt vertoeven.

The Yes Men

Als je de grootst mogelijke onzin maar op gezaghebbende toon verkondigt, is die vaak nauwelijks te onderscheiden van de enige echte waarheid. Voorbeelden in de politiek en media te over. Zelden is dat basisidee echter doeltreffender én grappiger in de praktijk gebracht dan door The Yes Men, twee antiglobaliseringsactivisten die zich in het openbaar met veel succes voordoen als hun strak in het pak zittende, ideologische opponenten.

Het is allemaal begonnen met het bemachtigen van een internetdomeinnaam die op het eerste gezicht van de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush lijkt te zijn. Daarop plaatsen Jacques ’Andy Bichlbaum’ Servin en Igor ’Mike Bonanno’ Vamos een officieel ogende website en doen het in hun ogen werkelijke beleid van de Republikeinse politicus uit de doeken. Als Bush in interviews vervolgens met die pijnlijke waarheden wordt geconfronteerd, realiseren The Yes Men (82 min.) zich dat ze hun modus operandi hebben gevonden.

Met de website www.gatt.org, een domeinnaam die van de wereldhandelsorganisatie WTO had kunnen zijn, boren de beroepsactivisten vervolgens opnieuw een publicitaire goudmijn aan. Gewiekst fabriceren ze een ogenschijnlijk authentieke website voor de World Trade Organization, een organisatie die zij beschouwen als een zielloze spreekbuis van Het Grote Geld. Niet veel later stromen de verzoeken, klachten én uitnodigingen binnen. En met name die invitaties zijn natuurlijk onweerstaanbaar voor The Yes Men, die maar wat graag in de openbaarheid treden met hun satirische statements.

Nadat Bichlbaum bij een congres in Salzburg als ‘officiële’ WTO-vertegenwoordiger een bevlogen betoog heeft gehouden over het aan de hoogste bieder veilen van stemmen bij de Amerikaanse verkiezingen, om zo het hopeloos inefficiënte stemsysteem te verbeteren, krijgt hij geen enkel weerwoord. De seminargangers horen het onbewogen aan en lijken hem volstrekt serieus te nemen. Daarmee is het hek definitief van de dam en krijgen de plannen van The Yes Men een steeds doldriester karakter.

De filmmakers Chris SmithDan Ollman en Sarah Price leggen bijvoorbeeld met zichtbaar plezier vast hoe het ‘management leisure suit’, waarmee de topman van een multinational gemakkelijk zijn werknemers in ontwikkelingslanden in de gaten kan houden en toch lekker kan ontspannen, wordt ontwikkeld en gepresenteerd. Het ontwerp, een gouden pak waarop een enorme fallus met beeldscherm is bevestigd, wordt met verbazing begroet en gretig opgepikt door de media – essentieel voor de Yes Men-strategie.

Zo steken ze in deze activistische documentaire uit 2003, die met The Yes Men Fix The World (2009) en The Yes Men Are Revolting (2014) vooralsnog twee sequels heeft gekregen, uitbundig de draak met de neoliberale mindset, waarbinnen uiteindelijk alles z’n prijs heeft. Waarom is hongersnood in ontwikkelingslanden een probleem? staat er bijvoorbeeld bloedserieus op de powerpoint van een Yes Men-presentatie over de Reburger, een (meermaals) gerecyclede hamburger. Waarna een even ontluisterend als dolkomisch betoog volgt over hoe voedselgebrek voor eens en altijd uit de derde wereld kan worden geholpen.

The Legend Of Cocaine Island

Netflix

‘Ken je het verschil tussen een sprookje uit het Noorden van het land en een sprookje hier uit het zuiden?’ vraagt Russell, een goedlachse bewoner van het dorpje Archer in de Amerikaanse staat Florida, bij aanvang van deze kostelijke documentaire. ‘Een noordelijk sprookje begint met: Once upon a time. En een zuidelijk sprookje met: Y’all ain’t gonna believe this shit!’

Voordat Russell daadwerkelijk aan zijn verhaal begint, heeft Theo Love, de maker van The Legend Of Cocaine Island (97 min.), echter nog een disclaimer: ‘We can’t confirm many details of this story.’ Tis maar dat u ’t weet. Waarna Russell nog eens goed op zijn praatstoel gaat zitten en begint te vertellen over zijn buurman Julian: ‘Zijn vrouw runde een schildpaddencentrum in Culebra. Julian liep op het strand op zoek naar schildpadnesten en zo begon het verhaal.’

In de zee bij Puerto Rico heeft de hippie Julian vijftien jaar eerder een tas gevonden, die maar liefst 32 kilo cocaïne bevat. ‘Dus iemand was een hoop geld kwijt.’ Julian weet volgens Russell niet wat hij ermee moet doen. ‘Uiteindelijk zei hij: verrek! Hij begroef het. En daar lag het voor meer dan tien, vijftien jaar.’ Totdat het verhaal dat al tijden rondgaat in Julians nieuwe woonplaats Archer een plaatselijke aannemer bereikt, ene Rodney Hyden.

En die lijkt zo te zijn weggelopen – als ik niet zoveel respect had voor de medemens, zou ik zeggen: weggewaggeld – uit een doldwaze film van Quentin Tarantino of Guy Ritchie. Over kleine kruimelaars die het grote geld ruiken en maar al te graag die verborgen schat willen gaan opgraven – al zijn ze in eerste instantie wel de schop vergeten. Dat klinkt als een karikaturale avonturenfilm en dat is het ook. Een true crime-comedy, met vette humor, kekke muziekjes en kolderieke verhaalwendingen.

En, natuurlijk, talloze larger than life-personages: de nét iets te goedgelovige antiheld Rodney, diens verwende vrouw Jamie, hun schalkse dochter Emily, de plaatselijke ‘stoner kid’ Andy die wel een extra zakcentje kan gebruiken, een kleine naamloze dealer die zich verschuilt achter zijn sjaal met een skelet erop én Carlos, de authentieke Latijns-Amerikaanse drugscrimineel die zo lijkt te zijn weggelopen uit Scarface. Voor een grijpstuiver zijn ze voor zowat alles te porren.

The Legend Of Cocaine Island is zo’n beetje de antithese van de gemiddelde documentaire, waarin een zwaarwegende maatschappelijke kwestie tot achter de komma wordt uitgediept. In deze baldadige film verbindt Theo – zou ’t een artiestennaam zijn? – Love op onnavolgbare wijze humor en elementen uit documentaire en speelfilm met elkaar. Het eindresultaat, waarin de hoofdpersonen met zichtbaar plezier hun eigen lotgevallen naspelen, fladdert vrolijk op en neer tussen waarheid, herinnering en broodje aap en hapt verdacht lekker weg.

Kap Nâh!! – Het Verhaal Van Marnix Rueb

NTR

Zijn eerste Haagse Harry-tekening publiceerde Marnix Rueb in 1991 in het tijdschrift Doen, bij een artikel van zijn jongere broer Robert-Jan over Haagse dichters. Ruebs volkse ‘poëet-proleet’ Harry staat achter de microfoon op een podium en draagt voor uit eigen werk: ‘Uit me laaste bundel ut plèn bè nach: ut erotiese ve’haal “Kânkâhoeâ!”.’

Harry was het duiveltje in Marnix, zegt Jean-Marc van Tol, tekenaar van de Fokke en Sukke-strip in de documentaire Kap Nâh!! – Het Verhaal Van Marnix Rueb (60 min.) van Bart Grimbergen en Roel Wijngaards-de Meij. De Hagenees met die mat in zijn nek en zijn eeuwige campingsmoking past perfect in de prachtige Haagse traditie van Jacobse en Van EsHarrie ‘O, O, Den Haag’ Klorkestein enne… Henk Bres (al is dat geen typetje; niet bewust, tenminste).

De man achter Haagse Harry was echter bepaald geen Hagenees, maar een echte Hagenaar. Als zoon van een kinderrechter groeide hij op in een bevoorrecht milieu. Zonder moeder, dat wel. Zij overleed toen hij nog een kind was. En dan was er nog die persoonlijke tragiek die hem als persoon heeft gevormd. Misvormd, aldus zijn vriend Sjaak Bral (een typetje overigens van Marcel van der Heijden). Marnix Rueb, een echte binnenvetter, sprak er nooit over. Beter: bijna nooit.

Via gesprekken met Ruebs broers, weduwe, beste vriend en dochter vertelt dit vlotte portret het levensverhaal van de in 2014 overleden striptekenaar. Dat is ook meteen het nadeel van de film: veel pratende hoofden en erg anekdotisch. Filmisch blijft deze biografie een beetje achter, al werken de archiefbeelden van gewone mensen, Hagenezen en Hagenaars, die hardop voorlezen uit de strips erg aanstekelijk en is de scène waarin Rueb kort voor zijn dood meezingt bij een concert van zijn idool Bruce Springsteen zeer ontroerend.

Kap Nâh!! wordt nooit meer dan een typisch televisieportret, maar is daarom niet minder vermakelijk. ‘Vestaat u mèn?!’, zou Harry zelluf zeggen. Met opgestoken middelvinger, natuurlijk.