The Capote Tapes

Piece Of Magic

Hoewel Truman Capote (1924-1984) zo’n beetje de belichaming van de ons-kent-ons sfeer binnen de New Yorkse high society was, liep hij er soms ook in vast. Sterker: voor zijn beste werk, de true crime-klassieker In Cold Blood (1966), maakte de befaamde schrijver zich los van de incrowd en vertrok naar Kansas, waar hij zich jarenlang vastbeet in de geruchtmakende moord op de Clutter-familie. Tot het bittere eind, dat hij zelf voor zijn boek probeerde te bespoedigen.

Eenmaal thuis, maakt de gedegen documentaire The Capote Tapes (95 min.) van Ebs Burnough nog maar eens duidelijk, was het een heel eind gedaan met zijn schrijverschap, dat met Breakfast At Tiffany’s in elk geval nog één andere klassieker had opgeleverd. Capote, één van de eerste Amerikanen die openlijk homoseksueel was, zou volledig verzuipen in de celebrity-cultuur die hijzelf mede in gang had gezet. Hij werd meer talkshowgast dan schrijver, zegt auteur Jay McInerney.

Jarenlang zou Truman Capote werken aan een boek genaamd Answered Prayers. ‘Ik noem het mijn postume roman’, vertelde hij toentertijd in de talkshow van Dick Cavett. ‘Óf ik ga ‘m zelf doden. Óf hij doodt mij.’ Het boek zou nooit worden uitgebracht. Enkele gepubliceerde hoofdstukken, met allerlei roddel en achterklap over nauwelijks geanonimiseerde beroemdheden, zouden van hem zowat een persona non grata maken in eigen kring.

Burnough brengt ‘s mans opkomst en ondergang in beeld met fraai archiefmateriaal en laat dat inkaderen door Capote’s adoptiedochter Kate Harrington, enkele intimi en bevriende schrijvers. Hij completeert dit met nooit eerder gepubliceerde audio-opnamen van interviews die de literaire journalist George Plimpton deed met tijdgenoten als actrice Lauren Bacall, schrijver Norman Mailer en opiniemaker William Buckley Jr.

Zo reanimeert deze film vooral het larger than life-personage Truman Capote – méér dan de schrijver Truman Capote – en het tijdsgewricht waarin de cultus rond beroemdheid en beroemdheden op gang kwam. Een maatschappelijk fenomeen waarvan we nog altijd ontzettend veel last/plezier hebben.

Johnny vs Amber

Discovery+

Als vrouwenmepper heeft hij in het post #metoo-tijdperk eigenlijk geen toekomst meer in de filmindustrie. En dus sleept acteur Johnny Depp de Britse krant The Sun, die allerlei verhalen over zijn vermeende gewelddadige gedrag heeft gepubliceerd, voor het gerecht. Daar komt hij oog in oog te staan met zijn voormalige echtgenote, de actrice Amber Heard, de vrouw die hem van huiselijk geweld beschuldigt. Een typisch Zij Zegt/Hij Zegt-verhaal, dat voor buitenstaanders niet is te beoordelen. Al is dat voor menigeen – blijkbaar – geen enkel beletsel om het tóch, vaak zonder enige terughoudendheid, te doen.

De hele wereld kan/mag/moet dus meegenieten van Johnny vs Amber (95 min.), een epische echtelijke ruzie die voor het oog van zo’n beetje de halve mensheid wordt uitgevochten. Vuil, onsmakelijk en – blijkbaar – onweerstaanbaar. Want wij, gewone stervelingen, krijgen – blijkbaar – nooit genoeg van oorlog tussen de sterren. Tromgeroffel. Van Tom Cruise/Nicole Kidman, Brad Pitt/Angelina Jolie en Kanye West/Kim Kardashian tot – God betere dit! – Dré Hazes/Monique Westenberg, Marco Borsato/Leontine Ruiters en Lil’ Kleine/Jaimie Vaes.

In z’n film over Depp/Heard splitst regisseur Eliana Capitani de zaak van het Hollywood-paar op in twee delen: Johnny’s versie en Ambers versie. Onder het mom van ‘Who is lying? And who is telling the truth?’ Dat klinkt als een héél slecht idee, maar valt in de praktijk eigenlijk nog best mee. De inhoud is relatief serieus, de toon relatief ingetogen. Geen al te ranzige tabloid-tv dus – al voel je je als kijker natuurlijk tóch een voyeur. Ook omdat je nooit écht in de zaak zelf kunt kijken – als je dat al zou willen – en de naakte feiten kunt beoordelen. Nog afgezien van het feit dat dit ook helemaal niet je taak is, als Onbekende Nederlander.

Dan rest vooral verbazing over dit ongegeneerde ‘trial by media’ in het likkebaardende ‘court of public opinion’, dat met scherp formulerende medestanders, advocaten, privédetectives en de onvermijdelijke entertainment-deskundigen en een smoezelige grabbelton vol persoonlijke berichten en (stiekeme) beeld- en geluidsopnamen wordt opgetekend. Zo lijkt Johnny vs Amber een bijzonder onappetijtelijk portret van een gewezen droomkoppel te schetsen, maar in werkelijkheid zijn wij het zelf, de zichzelf aan alles wat maar naar ‘celebrity’ ruikt vergapende meute, die onder het vergrootglas en aan de leugendetector liggen.

En zo bezien is dit tweeluik niets minder dan een teken van deze tijd: het met afgewend hoofd voorzichtig oplichten van de deksel van een gezamenlijke beerput, waarvan je uiteindelijk zelfs met dichtgeknepen neus licht onpasselijk wordt.

The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes

Netflix

De vraag wordt vrijwel direct opgeworpen: was de dood van Marilyn Monroe op 4 augustus 1962 een onfortuinlijk ongeluk, zelfdoding of toch moord? Voordat regisseur Emma Cooper in The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes (102 min.) op zoek gaat naar een antwoord, probeert ze eerst achter de schermen te kijken bij ‘het grootste sekssymbool van de twintigste eeuw’, in werkelijkheid een kwetsbare vrouw die haar hele leven op zoekt lijkt te zijn geweest naar (zelf)liefde en geborgenheid.

De Ierse onderzoeksjournalist Anthony Summers fungeert daarbij als bruggenhoofd. Voor de biografie Goddess: The Secret Lives Of Marilyn Monroe (1985) sprak hij met talloze bronnen uit de directe omgeving van de Amerikaanse actrice, die in werkelijkheid Norma Jeane Mortenson heette. De tapes daarvan, 650 in getal, zijn voor het eerst te horen in deze documentaire. Zo komen onder anderen regisseur John Huston (The Asphalt Jungle), actrice Jane Russell, Hollywood-agent Al Rosen, Monroe’s huishoudster Eunice Murray en regisseur Billy Wilder (Some Like It Hot) aan het woord, waarbij acteurs lipsynchroon – een enigszins onwerkelijke ervaring – voor de bijbehorende beelden zorgen.

Via Marilyn Monroe’s verhoudingen met beroemde mannen – zoals honkbalheld Joe DiMaggio, toneelschrijver Arthur Miller en de gebroeders Kennedy, president John en zijn minister van justitie Robert – koersen Cooper en Summers af op die fatale zaterdag in 1962, als hun protagonist op 36-jarige leeftijd overlijdt, als gevolg van een overdosis slaappillen. Daarbij zoomt de film nog eens nadrukkelijk in op Monroe’s relatie met de Kennedys en laat Anthony Summers primaire bronnen horen zoals hun zwager Peter Lawford, Robert Kennedy’s secretaresse Angie Novello, privédetective Fred Otash en diens medewerker John Danoff (die Monroe en de gebroeders Kennedy afluisterde in de slaapkamer).

Summers’ grootste troef vormen de vrouw en kinderen van Ralph Greenson, ‘de psychiater van de sterren’, bij wie Marilyn Monroe de laatste jaren van haar leven in behandeling was. Omdat zij regelmatig bij hen thuis kwam en een vriendschap met hen opbouwde, kunnen zij uit de eerste hand vertellen hoe de grote ster, opgegroeid in pleeggezinnen en weeshuizen, privé worstelde met wie ze voor menigeen was: ‘een stuk vlees’. Ze probeerde haar disbalans vervolgens onschadelijk te maken met pillen. Dat zijn geen nieuwe inzichten, zoals ook de exploitatie van vrouwen in het oude Hollywood geen verrassing mag zijn, maar deze stevige film slaagt er met iconische beelden en obscuur archiefmateriaal in om de levensloop van de bekoorlijke blondine treffend te verbeelden.

En over de tragische afloop daarvan – naakt op haar eigen bed, met een telefoonhoorn in de hand, in haar huis te Brentwoord, Californië – heeft The Mystery Of Marilyn Monroe bovendien een geloofwaardige hypothese – ook al is die bepaald niet nieuw. Summers en Cooper blijven daarmee uit de buurt van al te buitenissige complottheorieën.

Omari – Geen Gezeik

Nielsz Weekhorst / BNNVARA

‘Ik ga heel slecht op me oneerlijk bejegend voelen’, stelt Selma Omari over de kritiek die ze na de breuk met rapper Boef te verduren kreeg. Als uitgesproken jonge Nederlandse vrouw met zowel Marokkaanse als Iraakse roots ligt ze sowieso permanent onder het vergrootglas en in de vuurlinie. De vlogger, influencer en zangeres uit de Rotterdamse volkswijk Crooswijk maakt van haar hart echter geen moordkuil. In Omari – Geen Gezeik (50 min.) trekt ze flink van leer tegen alles en iedereen die haar de voet dwars probeert te zetten.

‘Ik begrijp niet hoe je als vrouw op een andere vrouw kan haten’, zegt ze bijvoorbeeld. ‘Op de manier waarop er bij mij wordt gehaat. Dus het maakt niet uit wat ik doe. Mensen blijven toch wel op mijn naam spugen. Dus dan kan ik toch gewoon doen wat ik leuk vind?’ Daarbij heeft ze in elk geval geen last van valse bescheidenheid of een gebrek aan zelfvertrouwen. Selma Omari steekt haar ambities niet onder stoelen of banken: ze wil de nieuwe Kim Kardashian worden. Over enkele jaren hoopt ze haar eigen imperium te hebben, met enkele honderden personeelsleden.

Regisseur Wouter Vogel portretteert deze vurige representant van het nieuwe Nederland binnen haar natuurlijke omgeving, in Rotterdam en Casablanca, te midden ook van de mensen die haar dierbaar zijn. Omari krijgt zo ogenschijnlijk veel ruimte en laat daarbinnen, bedoeld en onbedoeld, ook echt zien wie ze is. Daarmee komt dit persoonlijke, soms lekker schurende portret heel dicht bij de biculturele vrouw Selma Omari, haar getroebleerde achtergrond en de uitdagingen waarvoor zij nog altijd staat.

Strijd lijkt daarbij sleutelwoord. Als voornaamste kenmerk van de weg die ze tot nu toe heeft afgelegd én als basishouding richting de toekomst, die in haar hoofd alleen in termen van groot, groter, grootst kan worden uitgedrukt.

A Family Affair

KRO-NCRV

‘Dit was ons gezin’, vertelt Tom Fassaert bij oude familievideo’s. ‘Totdat oma in ons leven verscheen en alles veranderde.’ Marianne Hertz woont inmiddels al jaren in Zuid-Afrika en heeft ook al enige tijd geen contact meer met de rest van de familie. Nu ‘Mammie’ 95 is, wil ze echter nog eenmaal, samen met haar kleinzoon, de reis naar Nederland maken. ‘Ik geloof niet dat die mensen van mij enthousiast zijn om me te zien’, stelt ze met de nodige zelfkennis. ‘Dat denk ik niet.’

Ze lijkt haar pijlen ook vooral te richten op Tom. ‘Ik hou van jou, too much’, zegt ze tijdens een gezamenlijke safari, flirtend met de kleinzoon die een documentaire over haar maakt. ‘Ik mag het niet, het is verkeerd. Maar het is een feit.’ Marianne kan zich nauwelijks voorstellen dat Tom, die ook nog eens een vriendin blijkt te hebben, alleen geïnteresseerd is in haar als oma en als object voor zijn film. ‘Ergens denk je misschien ook’, fleemt ze tijdens één van haar dagelijkse opmaaksessies, ‘God, was ze maar 25 of 26 jaar oud.’

A Family Affair (108 min.) is nochtans méér dan een ‘excentrieke-oma-wordt-verliefd-op-kleinkind’-film. De persoonlijke documentaire – Fassaert heeft bezwaar tegen de term ‘egodocu’ – belicht een uiterst belastend familiesysteem. De ene generatie heeft de volgende generatie opgezadeld met allerlei thema’s of zelfs verminkt. Fassaert maakt de schade op met zijn vader en diens kwetsbare broer René, maar belandt via de verhalen van hun moeder ook bij zijn overgrootouders, die vanuit Hitlers Duitsland naar ons land zijn gevlucht.

Zorgvuldig pelt de Nederlandse filmmaker de verhoudingen af binnen zijn familie, waarin de voormalige mannequin en ‘perfecte moeder’ Mammie een sleutelrol speelt. Oma is een rasmanipulante, stelt Fassaerts vader Rob. Hij weet waarover hij spreekt. Het is alsof ze voortdurend op een schaakbord speelt. ‘Eerst word je een beetje koning’, zegt hij. ‘Dan daal je langzaam af naar koningin, dan word je toren of loper en uiteindelijk ben je pion. En dan word je, tsjoep, van het schaakbord afgemieterd als het haar niet meer uitkomt.’

Het is een manier van doen die Tom bekend begint voor te komen. Terwijl hij tijdens de reis naar Nederland vat probeert te krijgen op zijn oma, lijkt zij hem voortdurend te bespelen. Wie is deze intrigerende vrouw, die permanent bezig is met haar make-up en de spiegels om haar heen? Wat probeert zij op te houden? Samen koersen de onnavolgbare femme fatale, haar beschadigde zoons en dat filmende kleinkind in deze bekroonde film uit 2016 af op de finale ontmoeting, die het karakter van een verzoening moet krijgen.

Maar of ‘Mammie’ daartoe werkelijk bereid en in staat is…

Inmiddels werkt Tom Fassaert overigens alweer aan een nieuwe ‘persoonlijke documentaire’. In Tussen Broers, een film die voor 2023 staat gepland, belicht hij de pogingen van zijn vader Rob om het leven van diens broer René op orde te krijgen.

A Family Affair is hier te bekijken.

Jimmy Savile: A British Horror Story

Netflix

Hij kan met gemak voor een dorpsgek worden versleten. En dat wordt hij ook: de bekendste dorpsgek van het hele land. Die tevens dienst doet als televisiepresentator, verslaggever, deejay, fondsenwerver en algehele mascotte. Jimmy Savile (1926-2011) is dan misschien een eigenaardige jongen, lijken ze in het Verenigd Koninkrijk te denken, maar het is wel ‘onze’ eigenaardige jongen. Hij wordt razendpopulair. Een volksheld pur sang, die geen kwaad lijkt te kunnen doen.

En dus kan het zomaar gebeuren dat Jimmy, met die boerse kop, tamelijk oenige glimlach en uitzinnige blonde haardos, tijdens zijn carrière van ruim een halve eeuw aan de zijde belandt van grootheden zoals premier Margaret Thatcher, de paus en Lady Di (en tevens een penvriend wordt van haar echtgenoot Charles). ‘Een man van het volk mag onder het volk zijn’, zoals televisiecriticus Mark Lawson het uitdrukt in de tweedelige docu Jimmy Savile: A British Horror Story (170 min.) van Rowan Deacon. Hij laat even een stilte vallen. ‘Daardoor zijn er vreselijke dingen gebeurd.’

Want er zijn al die tijd ook geruchten. Over kleine meisjes. Die kunnen evenwel niet voorkomen dat Savile in 1990 wordt geridderd, de apotheose van het eerste deel van deze documentaire. Daarin is te zien hoe hij met televisieprogramma’s zoals Jimmy’ll Fix It – waarin hij, werkelijk waar!, kinderwensen vervult – en breed uitgemeten vrijwilligerswerk en liefdadigheidsacties uitgroeit tot een publieksfavoriet. Als je al die elementen, met de wijsheid van nu, opnieuw bekijkt, is het vrijwel onmogelijk om níet te zien wat hij ondertussen achter de schermen uitvreet.

Hij maakt er zelf ook gedurig grappen over. Wat voor avonturen heb je beleefd? vraagt een verslaggever hem bijvoorbeeld als hij in de jaren zeventig, voor de camera natuurlijk, een week gaat joggen voor een goed doel. ‘Zoveel avonturen dat mijn zaak donderdag voorkomt in meerdere regio’s’, antwoordt Jimmy Savile. ‘We vertrekken meestal vrij snel als we ergens hebben geslapen. Wanneer alle vriendjes, broers en vader je komen zoeken met geweren, vinden ze alleen een dieselwolk en een oliedruppel.’ Hij kan zulke dingen zeggen, zonder dat iemand er iets van denkt. Enkele gesprekspartners van toen kunnen het nu nauwelijks aanzien.

In het tweede deel van de docu wordt de pleister echt van de collectieve wonde getrokken en komt de volle omvang van het leed dat deze onverbeterlijke kindermisbruiker heeft veroorzaakt in beeld. En ook dan wordt weer pijnlijk duidelijk dat hij er zelf eigenlijk nooit een geheim van heeft gemaakt. ‘Soms help ik de jongens’, vertelt Savile bijvoorbeeld over zijn vrijwilligerswerk in een ziekenhuis te Leeds. ‘En soms, als niemand kijkt, help ik de meiden. We stoeien gewoon wat en ik maak me verdienstelijk als er een patiënt is die mijn specialiteit nodig heeft.’ De verslaggever kan er wel om lachen.

Dat schaapachtige gelach, in alle soorten en maten, is zo mogelijk bijna nog schrijnender dan het misbruik zelf. De sociaal handige Jimmy is alles en iedereen steeds te slim af. Dat is ook de portee van deze geladen productie die zich in tegenstelling tot de meeste seksueel misbruik- of #metoo-documentaires niet op de slachtofferverhalen richt – slechts één misbruikt kind komt aan het woord, tegen het einde van het tweeluik – maar op de manier waarop de pedofiel Savile al die jaren ongestoord zijn gang kan gaan. Niet door een groot complot, zo lijkt het, maar omdat hij nu eenmaal Jimmy is. Een eigenaardige jongen die nooit kwaad in de zin lijkt te hebben.

Johnny Par Johnny

Netflix

Johnny Hallyday? Een nep-Elvis, de Franse evenknie van Rob de Nijs, een halfbakken Jean-Paul Belmondo. Zoiets. Niet geïnteresseerd. En dan start de vijfdelige docuserie Johnny Par Johnny (172 min.), een portret van de Franse zanger/acteur. ‘Was er ooit een dag dat je trots op jezelf was?’ wil een interviewer, te midden van een flashy montage van hoogtepunten uit ‘s mans lange loopbaan, weten in de openingsscène. ‘Weet ik niet. Nooit over nagedacht.’

De interviewer vraagt door: ‘Een dag waarop je van jezelf walgde?’ Johnny Hallyday (1943-2017) denkt even na terwijl zijn gesprekspartner hem een ontboezeming probeert te ontlokken. ‘Ja’, zegt hij te langen leste, ogenschijnlijk schuldbewust. ‘Daar baal je vast van’, houdt de interviewer aan. ‘Nee’, antwoordt Hallyday ferm. Hij laat vervolgens zijn tanden zien. Een glimlach. Soort van. En dan is het zover: ook de niet Hallyday-fan is helemaal verkocht.

Nog bijna drie uur te gaan. Van dat ongenaakbare gelaat. De onmiskenbare oerkracht daarachter. En, niet te vergeten, als spiegel van een getormenteerde ziel: die ogen. Helblauw. Hard. Dodelijk, als het moet. In deze serie snijden de makers Alexandre Danchin en Jonathan Gallaud interviewfragmenten uit allerlei tijdsgewrichten dwars door elkaar heen. Zoveel verschillende incarnaties van Johnny. Elke keer nét anders. En toch precies hetzelfde. Onweerstaanbaar.

James Dean, Herman Brood, Elvis in Vegas, Mad Max en Johnny Cash ineen. Een onverbeterlijke meidengek, drinkebroer, cokesnuiver, brokkenpiloot, tabloidster, potsenmaker, has-been, rijpe man, pseudo-Hells Angel en megalomane rockster. In een groter dan grootst leven kreeg hij, tussen alle optredens, affaires en drinkgelagen door, ook nog te maken met belastingontduiking, een zelfmoordpoging, Russische roulette, een auto-ongeluk en een mislukte Amerikaanse droom.

Alle hoogte- en dieptepunten hebben hun plek gevonden binnen een hallucinante, bombastische en opwindende vertelling, ingekaderd met off screen-quotes van mensen die de man achter de ster hebben leren kennen. Het turbulente leven van Jean-Philippe Smet, alias Johnny Hallyday, dat doortrokken lijkt te zijn geweest van pure doodsverachting of -drift – tis maar hoe je ernaar kijkt – en dat hier met ontzettend veel bravoure wordt opgediend.

The Andy Warhol Diaries

Netflix

Een man, een kunstenaar, een genie, een mythe, een personage, een evenement zelfs. Andy Warhol (1928-1987), één van de bekendste kunstenaars van de twintigste eeuw, laat zich in deze serie niet zomaar in één enkele omschrijving vangen. ‘Andy Warhols belangrijkste kunstwerk is Andy Warhol’, stelt kunstkenner Jeffrey Deitch. ‘Hij is een perfect voorbeeld van de kunstenaar als kunst. Hij valt daarmee in dezelfde categorie als Gertrude Stein, Salvador Dali en Oscar Wilde.’

De Andy Warhol van The Andy Warhol Diaries (398 min.) is een man die het al lang en breed heeft gemaakt. De zesdelige docuserie is opgebouwd rond fragmenten uit een dagboek dat hij sinds 24 november 1976 bijhield en dat in 1989, twee jaar na zijn dood, onder redactie van zijn persoonlijke assistent Pat Hackett (aan wie hij het ook dicteerde) werd uitgebracht. Regisseur Andrew Rossi heeft Warhols stem met behulp van Artificial Intelligence gekloond en acteur Bill Irwin vervolgens de teksten laten inspreken. Die techniek is omstreden, maar lijkt in dit geval, ook gezien Warhols eigen kopieerkunst, zeker te billijken en zorgt bovendien voor een ongefilterde kijk in het hoofd en hart van een man, die doorgaans niet gemakkelijk in zijn ziel liet kijken.

Aan het woord komen verder Jay Johnson (de tweelingbroer van Andy’s eerste serieuze liefde Jed Johnson), Jay Gould (de tweelingbroer van Andy’s tweede serieuze liefde Jon Gould), vrienden, medewerkers, collega’s, kunstkenners en een flinke parade van sterren, die elk op hun eigen manier hun door Warhol voorspelde ’15 minutes of fame’ hebben geconsumeerd: Debbie Harry, Rob Lowe, John Waters, Julian Schnabel, Mariel Hemingway, Fab 5 Freddy en Jerry Hall. Zij kenschetsen hem als een man die zich van jongs af aan schaamt voor zijn uiterlijk, voordoet als aseksueel en – hoewel hij nooit écht uit de kast is gekomen – graag omringt met mooie jonge mannen. Een man ook waarbij de AIDS-crisis flink zal huishouden.

Behalve zijn relationele leven belichten zij tevens de artistieke ontwikkeling van Warhol. Daarbij ligt de nadruk op zijn latere carrière als hij allang zijn eigen merk is geworden, zich meer en meer als een typische celebrity gaat gedragen en tegelijkertijd steeds minder serieus wordt genomen binnen de kunstscene. Warhols formatieve jaren, inclusief daarmee verbonden begrippen zoals popart, The Factory en The Velvet Underground, worden slechts in de kantlijn behandeld. In plaats daarvan is er uitgebreid aandacht voor zijn rol als beschermheer voor een nieuwe generatie (straat)kunstenaars zoals Keith Haring en met name Jean-Michel Basquiat, met wie hij een win-winrelatie ontwikkelt die gaandeweg toch helemaal spaak loopt.

En dan nadert Andy Warhols oneindige ‘feest’ plotseling toch zijn eind, na een tragisch verlopen galblaasoperatie. Op één van de laatste schilderijen die hij maakt staat de tekst: heaven and hell are just one breath away! Als hij die laatste adem uitblaast, halverwege de laatste aflevering, heeft de kijker beslist een relatie opgebouwd met deze ‘mechanische voyeur’ uit een andere tijd, die als één van de allereerste influencers (en een eigenzinnige beschouwer van de bijbehorende cultuur) kan worden beschouwd. Ook al heeft diezelfde kijker, net als Warhols tijdgenoten, tegelijk nooit helemaal vat gekregen op de man, de kunstenaar, het genie, de mythe, het personage en het evenement Andy Warhol.

Jeen-Yuhs: A Kanye Trilogy

Netflix

Het is een gok die totaal verkeerd had kunnen uitpakken. Eind jaren negentig stuit de stand up-comedian Clarence ‘Coodie’ Simmons tijdens het filmen voor een lokaal tv-station in Chicago op een uniek hiphop-talent: Kanye West. Hij valt op door zijn beats, zijn raps en – ook – zijn enorme zelfvertrouwen. Coodie besluit om zijn eigen carrière aan de kant te schuiven en zich, geïnspireerd door Steve James’ klassieke coming of age-documentaire Hoop Dreams, volledig te gaan richten op Kanye, die naar New York verkast om het daar te gaan maken.

Ruim twintig jaar later is helder dat Coodie op het juiste paard heeft gewed: Kanye is een absolute wereldster geworden. Met zijn (voormalige?) echtgenote Kim Kardashian vormt hij bovendien zo’n beetje het bekendste koppel op aarde. Maar heeft de man die zijn eigen imago streng bewaakt ook voor de juiste videograaf gekozen? Met andere woorden: Is Jeen-Yuhs: A Kanye Trilogy (367 min.) een productie die past bij de statuur van Kanye West? En is de driedelige serie over het Amerikaanse enigma ook méér geworden dan zomaar een door de ster zelf gladgestreken promodocu?

Coodie heeft Kanye in elk geval als een schaduw kunnen volgen tijdens zijn formatieve jaren, toen hij nog vooral werd beschouwd als een getalenteerde producer en nauwelijks serieus werd genomen als rapper. Zelfs nadat hij een contract had getekend bij de toonaangevende platenmaatschappij Roc-A-Fella bleef hem dat parten spelen. Hoewel dat moet hebben geknaagd aan zijn zelfvertrouwen laat West daarvan in beeld weinig blijken. Sterker: hij geeft meermaals zelf aan dat er vooral moet worden gefilmd, bijvoorbeeld als hij na een auto-ongeluk zijn kaak moet laten repareren bij de tandarts. Dit is immers, daarvan lijkt hij zelf overtuigd, ‘history in the making’.

Filmer Coodie fungeert daarbij als alwetende verteller, die dat belangwekkende verhaal van binnenuit mag vertellen. Zonder al te veel distantie, maar wel met ongekende toegang. Zo nu en dan had Coodie zeker scherper kunnen selecteren – dan dobbert Jeen-Yuhs wat stuurloos rond in oeverloze hiphop-clichés – maar daartegenover staat dat hij unieke opnames in de studio, met collega’s als Jay-Z, Jamie Foxx en Pharrell Williams, en heel bijzondere privémomenten, bijvoorbeeld thuis met zijn moeder Donda, heeft kunnen vastleggen. Belangwekkende beelden, áls Kanye West inderdaad die beeldbepalende artiest wordt die Coodie in hem zag.

Heel lang lijkt die carrière echter op niets uit te lopen. Totdat, tegen het einde van aflevering twee, Kanye West begin 2004 alsnog vlam vat met zijn debuutalbum The College Dropout en al dat fly on the wall-materiaal van Coodie, die deze serie in elkaar zette met filmmaker/graficus Chike Ozah, ineens tóch waarde krijgt voor de buitenwereld. Met het succes ontstaat er tevens verwijdering tussen de filmer en zijn protagonist, die voortaan vooral het megalomane personage ‘Kanye’ wil uitventen. Ook over deze productie wilde de hoofdpersoon bijvoorbeeld het laatste woord hebben, waarschijnlijk om enkele scènes te kunnen verwijderen.

Het gaat dan vermoedelijk om materiaal uit de derde aflevering, die overvloedig bewijsmateriaal bevat van zijn toenemende instabiliteit. Als Kanye van een hoogmoedige jonge hond zienderogen verandert – zeker na de plotselinge dood van zijn moeder – in een zich steeds vreemder gedragende celebritiy en onderdeel wordt van een droomkoppel met Kim Kardashian (die overigens vrijwel volledig ontbreekt in deze serie). Waarschijnlijk heeft Coodie, zoals hij onlangs al aankondigde in een interview met Variety, inderdaad artistieke eindverantwoordelijkheid voor de serie gekregen en zijn poot stijf kunnen houden.

Jeen-Yuhs is daardoor niets minder geworden dan muziekgeschiedenis die zich voor ieders ogen – en zonder reflectie achteraf, in de vorm van interviews – stap voor stap ontvouwt. Waarbij wat nu vanzelfsprekend lijkt – Kanye West als (volledig doorgedraaide) megaster – helemaal niet zo vanzelfsprekend blijkt te zijn geweest.

Deze bespreking is na elke aflevering geactualiseerd.

Het Verdriet Van Carnaval

John Meulesteen / c: Van Osch Films

‘De stad leeft niet’, zegt John Meulesteen, die gekleed is in traditionele Oeteldonk-kledij. ‘Ik zal niet zeggen dat het oorlog is, want die heb ik nooit meegemaakt, maar het lijkt er wel op.’ Hij laat een dramatische stilte vallen: ‘Tis dood.’

‘Toen alles nog erger werd met die Corona zakte echt de vloer onder ons weg’, vertelt mede-Bosschenaar Jan van den Heuvel. ‘En wat nu? Daar zit je dan, thuis. Het was net of ze door je kop heen schoten, laat ik het zo zeggen. Dus…’

‘Tja, hoe ziet de Carnaval er voor mij uit?’ Piet Netten, die eveneens de kenmerkende kiel en rood-wit-gele sjaal van de Brabantse hoofdstad draagt, denkt er eens over na. ‘Ik denk dat ik mezelf opsluit.’ Hij vraagt zich af: ‘Moet ik deze kleding aantrekken en lekker binnen blijven zitten?’

Het gemis van het jaarlijkse volksfeest doet zich voelen in Het Verdriet Van Carnaval (50 min.) van de Bossche documentairemaker Frank van Osch, die behalve in zijn eigen stad Oeteldonk ook in Grolle (Groenlo) en Oeles-riek (Tegelen) heeft opgetekend welke plek Carnaval inneemt in het leven van fanatieke vierders en wat het voor hen betekent als het absolute hoogtepunt van het jaar moet worden afgeblazen. Zonder Carnaval is het leven, zo wordt duidelijk uit enkele treffende scènes, maar een troosteloze bedoening.

Zijn hoofdpersonen hebben zich voor de gelegenheid in hun zorgvuldig samengestelde Carnavalskloffie gestoken en worden zo door fotograaf Jan Banning, met wie Van Osch al eerder samenwerkte, ook op de foto gezet. Hun verhalen over het feest der feesten, steevast voorzien van een lach en een traan, worden begeleid door toepasselijke, soms alleen wat nadrukkelijk aanwezige blaasmuziek. Als ze vertellen over de pracht en praal, de bijbehorende tradities en de algehele verbroedering, beginnen hun ogen overduidelijk te glinsteren.

En soms, ineens, is er die brok in de keel. Wat Carnaval voor hen betekent laat zich ook niet altijd in woorden vatten – dat moet je nu eenmaal voelen – maar hun gezichten spreken dan boekdelen en laten er geen misverstand over bestaan wat die dolle dagen al een leven lang in hen te weeg brengen. Dat wordt ook glashelder voor degenen onder ons die niets ‘voelen’ bij Carnaval en geneigd zijn om hun wenkbrauwen te fronsen bij de aanblik van het jaarlijkse feestgedruis in met name het zuiden des lands.

Tiny Tim: King For A Day

Man, vrouw, volwassene en kind. Ze gingen allemaal in de blender, volgens Susan M. Khaury Wellman. En eruit kwam Tiny Tim, alias Herbert Butros Khaury (1932-1996), een performer met een uitgesproken ‘seksuele, politieke en etnische ambiguïteit’. Susan wist het meteen: met Tim wil ik trouwen. Hij was alleen ‘half-homo’, maar dat ging volgens haar meer om identiteit dan om seksuele voorkeur. 

Niemand kon in elk geval zo overtuigend zingen op ‘the sissy way’. Tim begon in de jaren vijftig op te treden te midden van andere toenmalige misfits, zoals Het Armloze Wonder en De Scherpschutter Zonder Handen. Hijzelf werd destijds De Menselijke Kanarie genoemd. Nee, echt serieus werd de androgyne artiest, met die nét iets te hoge stem en zijn eeuwige ukelele, toen niet genomen. Totdat Tim een plek vond binnen de tegencultuur van de jaren zestig en als cultfiguur een graag geziene gast in allerlei televisieprogramma’s werd. Op het gênante af.

In Tiny Tim: King For A Day (75 min.) roept regisseur Johan von Sydow de wondere wereld van deze welhaast vergeten ‘freak’ uit New York op. Hij maakt daarbij gebruik van heel persoonlijke dagboekfragmenten van zijn protagonist, die worden ingelezen door diens geestverwant ‘Weird Al’ Yankovic. Von Sydow ondersteunt Tims gedachtewereld bovendien met fantasievolle zwart-wit animaties. Zo worden kerngebeurtenissen uit zijn veelbewogen verleden opgehaald en ook de sombere binnenkant van de extraverte publieke persoonlijkheid inzichtelijk gemaakt.

Deze inkijkjes in het leven van de excentriekeling worden gestut door interviews met zijn weduwe, dochter, neven, jeugdliefde, vrienden, muzikanten, manager, biograaf en de voorzitter van de Tiny Tim-fanclub. Ook zij herkenden in de flamboyante performer een getormenteerde ziel. Die raakt in de tweede helft van dit empathische portret langzaam uit de gratie en verwordt dan tot een tamelijk deerniswekkende figuur. Volgens schrijver Will Friedwald heeft hij nochtans hoogstpersoonlijk het pad geëffend voor androgyne sterren als David Bowie, Prince en Boy George.

Behalve een charmant portret van een eigenzinnige entertainer werkt Tiny Tim: King For A Day ook als aanklacht tegen het soms ontzettend cynische talkshowcircuit, dat buitenbeentjes eerst enthousiast binnenhaalt, daarna helemaal uitmelkt en tenslotte achteloos dumpt. Als ‘koning’ van de dag, een wegwerpproduct met een beperkte uiterste houdbaarheid. Zo bezien krijgen Tims bezoekjes aan de show van Johnny Carson zelfs bijna een wreed karakter. Geamuseerd kijkt Amerika’s bekendste talkshowhost steeds toe hoe zijn gast zichzelf keer op keer te kijk zet.

Phat Tuesdays: The Era Of Hip Hop Comedy

Prime Video

In de nasleep van de Rodney King-rellen in Los Angeles startte Guy Torry begin jaren negentig een speciale avond met louter zwarte comedians in The Comedy Story. Dat podium zou een springplank worden voor een nieuwe generatie Afro Amerikaanse stemmen, zoals Martin Lawrence, Chris Tucker en Kevin Hart.

In de driedelige serie Phat Tuesdays: The Era Of Hip Hop Comedy (158 min.) kijkt Reginald Hudlin met de fine fleur van de Amerikaanse stand-upcomedy terug op die glorieperiode. ‘Guy stuurde een groep jonge, zwarte professionals aan’, vertelt comedian Dave Chappelle bijvoorbeeld. ‘Er zaten wat gangsterrappers bij, maar het was een eclectisch gezelschap. Zoals het leven van zwarte Amerikanen ook divers is. Het was geen eenheidsworst. De één was naar Harvard geweest, een ander naar de gevangenis.’

Phat Tuesday was voor hen een vuurdoop, vertellen entertainers als Steve Harvey, Tiffany Haddish, Cedric The Entertainer, Snoop Dogg en Regina King. Want Will Smith, Magic Johnson of Prince konden zomaar in de zaal zitten. En een zwart publiek is sowieso geen gedwee publiek. Een beleefd applaus hoef je als halfbakken grappenmaker niet te verwachten. Als het hen niet bevalt, laten ze dit op niet mis te verstane wijze merken. Ze beginnen misprijzend te kijken, draaien zich demonstratief van je af of roepen iets in de trant van: ‘Heb je ook nog wat leuks, gast?’

In de kantlijn worden er af en toe ook min of meer serieuze thema’s behandeld – seksisme, transcomedians en ‘bomben’, de plank helemaal misslaan, bijvoorbeeld – maar deze miniserie is eerst en vooral een ongegeneerde viering van de zwarte humor. Met veel sterke verhalen, popi jopi-gedrag en snelle grappen.

Janet Jackson.

Videoland / Lifetime

De vraag blijft ruim anderhalf uur boven de markt hangen: gaat ze nog iets zeggen over de beschuldigingen tegen Michael?

Want Janet Jackson mag dan op eigen kracht een popster zijn geworden en haar privéleven tot dusver bovendien zorgvuldig hebben afgeschermd, maar ook deze film over haar kan natuurlijk niet om haar oudere broer ‘Mike’ heen, ofwel ‘The King Of Pop’ Michael Jackson (1958-2009). Zeker sinds die, in de spraakmakende documentaire Leaving Neverland (2019), opnieuw publiekelijk is beschuldigd van seksueel misbruik van kinderen.

In de vierdelige serie – let op de demonstratieve punt: – Janet Jackson. (167 min.), zet Janet met haar moeder Katherine, zus Rebbie en broers Tito en Gary haar verhaal goed in de verf. Regisseur Benjamin Hirsch start daarvoor bij de opkomst van The Jackson 5/The Jacksons, de immens succesvolle popgroep rond haar oudere broers, en schetst vervolgens Janets solocarrière die daar logisch uit voortvloeit en in eerste instantie maar moeilijk op gang komt. Alle Jackson-kinderen zitten dan nog volledig onder de knoet bij vader Joe, een man met een ijzeren wil en losse handjes.

Om zich van die overheersende ouder bevrijden stapt ze een toxische relatie in met zanger James DeBarge, die angstvallig zijn drugsprobleem verborgen probeert te houden voor haar. Als ze zich ook van hem heeft losgemaakt, vindt Janet eindelijk haar eigen stem. Halverwege de jaren tachtig wordt ook zij een absolute wereldster. Toch blijft er voortdurend die vergelijking met Michael, de oudere broer met wie ze vroeger zo close was. Ten tijde van zijn killeralbum Thriller (1982), nog altijd de best verkochte plaat aller tijden, lijkt ze hem echter helemaal te zijn kwijtgeraakt.

Daar zit ook het verhaal van dit geautoriseerde portret. Niet bij Jacksons artistieke volwassenwording (geschetst met haar producers, choreografen en medespelers in films en series) enkele hardnekkige geruchten die nodig moeten worden ontzenuwd (zoals het kind dat ze in stilte zou hebben afgestaan of dat Nipplegate een ordinaire publiciteitsstunt was) en de obligate quotejes van medebekendheden (Mariah Carey, Questlove?, Whoopi Goldberg, Norman Lear, Missy Elliott en Samuel L. Jackson). Daar zou Janet Jackson, met die punt er dus achter, ook wel zonder kunnen.

De meerwaarde van deze serie, gefilmd over een periode van vijf jaar, zit in de persoonlijke insteek: de inkijkjes bij de Jackson-familie, haar moeizame relatieleven en – vooral – de verhouding tot ‘Mike’, haar iconische broer die alsmaar vreemder gedrag begint te vertonen en steeds nadrukkelijker in verband wordt gebracht met pedofilie. Net als haar broers en zussen heeft de zangeres daar een duidelijke mening over, die ze uiteindelijk dus ook deelt met de buitenwereld.

Al te diep gaat Janet Jackson. uiteindelijk niet in op die bijzonder pijnlijke kwestie, waardoor de meeste vragen onbeantwoord blijven. Al snel roept de plicht weer: het vieren van de muziek en betekenis van de heldin zelf die – logisch en in dit specifieke geval toch frustrerend – op haar eigen merites beoordeeld wil worden.

We Need To Talk About Cosby

Showtime

Als Zwart Amerika één gidsfiguur heeft gehad in de tweede helft van de twintigste eeuw, dan was het Bill Cosby. Ga maar na: hij geldt als de eerste breed geaccepteerde zwarte stand-up comedian, had als allereerste Afro-Amerikaan een hoofdrol in een televisieserie (I Spy), ontwikkelde zich in de jaren zeventig tot de grote kindervriend Fat Albert en floreerde tenslotte jarenlang als Amerika’s favoriete vaderfiguur Cliff Huxtable in de immens populaire The Cosby Show. En toen staken er steeds hardnekkigere geruchten de kop op over het drogeren en seksueel misbruiken van talloze vrouwen.

We Need To Talk About Cosby (236 min.) herbergt natuurlijk diverse pijnlijke getuigenissen van de vrouwen die, gedurende ruim een halve eeuw, werden misbruikt door ‘America’s Dad’. Toch is deze vierdelige documentaireserie van W. Kamau Bell veel meer dan de volgende #metoo-productie, waarin een bewonderde bekendheid wordt ontmaskerd als een vunzige machtswellusteling die geen enkel respect heeft voor de grenzen van een ander. Om precies te zijn, in Bill Cosby’s geval: als de belichaming van de zwarte verkrachter, die zich ook zomaar aan witte vrouwen kan vergrijpen.

Bell richt zich niet alleen op het afschminken van de notoire geilneef – en na bijna vier uur rest er van het Afro-Amerikaanse icoon nauwelijks meer dan een zielig hoopje man – maar plaatst hem ook nadrukkelijk binnen zijn culturele context: een zwarte gemeenschap die snakt naar rolmodellen en in Bill Cosby bijna een halve eeuw een ideaal uithangbord lijkt te hebben gevonden. In dat opzicht doet We Need To Talk About Cosby denken aan een andere epische docuserie over een gevallen zwart symbool, O.J.: Made In America (2016), over de van moord verdachte oud-footballer O.J. Simpson.

W. Kamau Bell, die zich als komiek een erfgenaam van Cosby voelt, vergeet ook diens verdiensten niet. De comedian/acteur/producent/schrijver heeft grote waarde gehad voor de ontwikkeling van een soort zwart bewustzijn. ‘Mensen zien in Cosby twee verschillende personen’, zegt schrijver/docent Jelani Cobb. ‘De ene is de grote mensenvriend en de andere een onvervalst roofdier. Maar ik vraag me af of je die twee van elkaar kunt scheiden.’ Want elke publieke belofte, daad of gift verhoogde Bill Cosby’s status en maakte het moeilijker om hem van zijn voetstuk te stoten.

Met een uitgelezen selectie van veelal zwarte oud-medewerkers, intellectuelen en deskundigen licht Bell de verschillende aspecten van Bill Cosby’s leven en carrière door, waarbij hij soms plotseling, zonder aankondiging vooraf, afslaat richting een individueel slachtofferverhaal. Zoals het ook in de praktijk ging: terwijl het publieke personage Bill Cosby weer een nieuwe manier had gevonden om ieders hart te veroveren, speurde de vent daarachter voortdurend naar jonge, kwetsbare vrouwen om enkele Quaalude-pilletjes te laten slikken en daarna zijn lusten op te botvieren.

De documentairemaker laat zijn gesprekspartners ook naar Cosby’s werk kijken. Fragmenten die destijds onschuldig leken, krijgen met de kennis van nu een geheel nieuwe lading en leiden tot ongemakkelijke conclusies. Dat het geperverteerde oeuvre van de inmiddels ook van wandaden beschuldigde shockrocker Marilyn Manson allerlei clous bevat over wat hij privé zoal uitspookte, kan nauwelijks een verrassing zijn. Maar dat ook de aimabele vrouwen(!)arts Cliff Huxtable uit The Cosby Show soms opzichtig hintte naar de hitsigheid van zijn bedenker/vertolker wekt toch wel enige verbazing.

Cosby’s strapatsen bleven echter verdacht lang een publiek geheim. Ook omdat zijn eigen gemeenschap ten koste van alles wilde voorkomen dat zwarte mannen zoals hij publiekelijk werden gelyncht. Totdat de comedian Hannibal Buress in 2014 de handschoen oppakte. ‘’Als je hier weggaat, googel dan “Bill Cosby verkrachting”’, hield hij zijn publiek voor. ‘Dat is niet grappig bedoeld. Die shit levert meer resultaten op dan “Hannibal Buress”.’ Zijn min of meer spontane actie vormde het startschot voor de publieke ontmanteling van het fenomeen Bill Cosby.

Deze intelligente, gelaagde en aangrijpende serie voorziet de Kwestie Cosby, en de toxische mannencultuur die de entertainer is gaan representeren, van allerlei verschillende perspectieven en zoekt daarbij ook de pijnpunten binnen de zwarte wereld op. ‘Eerlijk gezegd heb ik tijdens het maken van deze documentaire vaak overwogen om ermee te stoppen’, zegt W. Kamau Bell niet voor niets. ‘Ik wilde vasthouden aan mijn herinneringen aan de Bill Cosby van voordat ik Bill Cosby leerde kennen.’

Tot De Laatste Snik!?

NTR

Eindigt het straks in een zielloze kantoortuin? Achter de geraniums? Of toch in café Vergane Glorie te Nergenshuizen? Voor artiesten die in de herfst van hun carrière zijn aanbeland liggen er nogal wat bananenschillen om te ontwijken. Ze kunnen zomaar een ouwe lul worden, een schim van zichzelf of een tragische karikatuur. Óf, nog erger: een oud wijf.

Volgens Angela Groothuizen, één van de hoofdpersonen van Tot De Laatste Snik!? (55 min.), had je als vrouwelijke artiest tot voor kort niets meer op een podium te zoeken na je veertigste. Althans volgens anderen. Hoewel ze zelf de zestig inmiddels is gepasseerd, treedt Groothuizen nog altijd op met de meidengroep The Dolly Dots. Binnenkort houdt ze er echter mee op. ‘Ik moet steeds harder werken om die stem een beetje op gang te krijgen’, zegt ze. ‘Ik ben gewoon versleten, man!’

De andere hoofdpersonen van deze boeiende documentaire van Marcel Goedhart moeten daar (nog) niet aan denken. Golden Earring-bassist Rinus Gerritsen heeft na het einde van zijn eigen band, als gevolg van de ziekte van gitarist George Kooymans, bijvoorbeeld een nieuwe uitdaging gevonden bij Supersister, de progrockgroep rond voormalig Earring-toetsenist Robert Jan Stips. Als het aan Gerritsen ligt, stopt hij pas als het fysiek écht niet meer gaat.

Ook Michel van Dijk, zanger van de Delftse progrockband Alquin, gaat maar door – al twijfelt hij daar soms ook wel over. Het bloed kruipt alleen waar het niet gaan kan. Terwijl hij de gevaren ervan toch zo goed heeft leren kennen. Tijdens zijn carrière raakte Van Dijk ernstig verslaafd aan heroïne. Nu hij daarvan is losgekomen, treurt hij om een geestverwant als Herman Brood: wat jammer dat die ons niet wat meer jaren van zijn talent heeft gegund.

Monique en Suzanne Klemann van Loïs Lane weten eveneens van geen ophouden. Zolang ze er straks maar niet ‘als een oud wijf‘ bijstaan. Daarbij vertrouwen de zussen ook op enkele mensen uit hun directe omgeving: die moeten ‘t beslist zeggen als het tijd wordt om te stoppen. Vooralsnog worden de dames naar eigen overtuiging echter alleen maar beter in hun vak, opteren ze vol overtuiging voor sterven in het harnas en zingen intussen alsof hun leven ervan afhangt.

Dat geldt op een wrange manier ook voor Jan Rot, die volgens zijn vrouw Daan gewoon een minder leuk mens is als hij niet optreedt. De zanger/hertaler is ongeneeslijk ziek en floreert tegelijkertijd als nooit tevoren. Hij weet dat het feest waarvan hij al sinds jaar en dag het middelpunt is nu toch echt naar zijn einde loopt, maar wil door totdat het licht definitief wordt uitgedaan. Hopelijk kan hij het nog tot de zomer rekken, zegt hij nuchter. ‘En daarna zal het wel afgelopen zijn.’

Met oprechte interesse en compassie observeert Goedhart deze oude rotten voor, tijdens en na een optreden, de voornaamste reden dat ze ooit op aarde zijn gezet en daar ook nog altijd ronddolen. Hoe houd je dat geloofwaardig, zorg je ervoor dat het niet gênant wordt en tegelijkertijd ook nog een beetje leuk blijft? Het zijn dilemma’s waarvoor ze allemaal, ieder op z’n eigen manier, worden gesteld. En wat nu als zíj nog wel willen maar het publiek afhaakt? 

Het slotakkoord van deze weemoedige film is voor – hoe kan het ook anders? – Jan Rot. Met een (laatste) snik in zijn stem zingt Rot zijn eigen hertaling van de klassieker My Way. ‘I did it my way’ wordt in die uitvoering: ‘Dit was wat ik was’. Waarvan acte. Tijdens de climax van het aangrijpende lied draait hij, perfect getimed, zijn gezicht naar de camera en tovert zijn meest ontwapenende glimlach tevoorschijn. Inderdaad: artiest, tot de aller-allerlaatste snik.

Tot De Laatste Snik is hier te bekijken.

Talked To Death – The Dark Side Of Daytime Talk Shows

HBO

‘Ze is een liegende hoer die je zo een mes in je rug steekt’, zegt Stephanie over haar beste vriendin en huisgenoot in The Geraldo Rivera Show. Delora zit er gewoon naast, in een aflevering genaamd ‘Friendship Becomes A Battleship’. ‘Ze is naar bed geweest met de echtgenoot van mijn zus’, fulmineert Stephanie, ‘die trouwens ook de vader van mijn kind is.’ Uitroepteken. Delora hoort de verwijten ondertussen schaapachtig aan.

Senior producer Kevin McMahon bekijkt het gênante tafereel goedkeurend vanuit de regieruimte: dit is het spektakel dat ze willen bij Geraldo. Toch ontbreekt er nog iets aan het segment van de trashy talkshow. En de verantwoordelijke redacteur Alyx Sachs weet dat maar al te goed: de twee vriendinnen behoren nu op zijn minst te schreeuwen tegen elkaar. Ze belt met de studiovloer: ‘Moet ik even komen om dat voor elkaar te krijgen?’

Na het reclameblok, waarin Sachs Delora vermanend heeft toegesproken, komt de jonge vrouw die voor van alles is uitgemaakt een héél klein beetje los. Al moet Geraldo daar wel zelf aan te pas komen. De talkshowhost met de karakteristieke snor slaat een arm om Delora heen en geeft haar begripvol het woord. Echt veel komt er alleen niet uit. Sachs blijft ontevreden. Met twee duimen omlaag begeleidt ze vanuit de regieruimte het einde van de show.

Op naar de volgende uitzending. Een prikbord verraadt wat er op de planning staat bij The Geraldo Rivera Show: ‘My daughter dates criminals’, ‘Underaged, Oversexed, Out Of Control’ en ‘Raped and pregnant by grandpa’. Exemplarische onderwerpen voor zo’n typisch Amerikaanse trashtalkshow uit de jaren negentig. De essentie daarvan werd ooit treffend vervat in die ene collectieve oerkreet voor de host der hosts, Jerry Springer: Jerry, Jerry, Jerry!

In de documentaire Talked To Death – The Dark Side Of Daytime Talk Shows (57 min.) uit 1997 krabt Eames Yeates het dunne laagje vernis van de ranzige praatshows die destijds in de hele wereld bijzonder populair waren. Hoewel de grote kanonnen – Jerry Springer, Ricki Lake, Jenny Jones en Oprah Winfrey, die overigens geldt als een witte raaf binnen deze smoezelige business – ontbreken, wordt hun modus operandi glashelder.

Presentatoren als Geraldo Rivera, Phil Donahue en Maury Povich proberen nog de façade op te houden dat ze het beste voorhebben met hun gasten, maar de feiten vertellen toch echt een ander verhaal: gasten worden regelmatig onder valse voorwendselen de studio ingelokt, om daar publiekelijk te kijk te worden gezet. Met mogelijk desastreuze gevolgen, zoals een berucht geworden fragment uit The Jenny Jones Show genadeloos laat zien.

Zulke talkshows waren tegelijkertijd een weerslag van het hedendaagse Amerika en de aanjager van verdere verruwing, polarisatie en algehele debilisering binnen het publieke debat in de Verenigde Staten. Zou de opkomst van (The) Donald Trump, die zelf veelvuldig te gast was in de meest ranzige tv-programma’s, bijvoorbeeld mogelijk zijn geweest zonder de normvervaging die dagelijks op de Amerikaanse televisie was/is te zien?

Biography: The Nine Lives Of Ozzy Osbourne

De aanloop was ronduit moeizaam: armoedige jeugd, dyslexie en gevangenisstraf. Het middenstuk heftig en opwindend: frontman van de (allereerste) heavy metalband Black Sabbath en een lange en onverwacht succesvolle solocarrière. En de afwikkeling niets minder dan een surprise: een hoofdrol in de komische reallifesoap The Osbournes.

Nu was John ‘Ozzy’ Osbourne, een larger than life-stuiterbal uit de Britse industriestad Birmingham, altijd al een clown. Of zoals hij het zelf formuleert in Biography: The Nine Lives Of Ozzy Osbourne (88 min.): ‘Ik maak jou aan het lachen, zodat ik me veilig bij je kan voelen.’ Veelvuldig gebruik van drank, drugs en vrouwen hielp ook. Hierbij, tenminste. Ook bij het afbijten van het hoofd van een duif of vleermuis, trouwens. Een ‘normaal’ leven als John Osbourne met vrouw en kinderen werd alleen wel wat lastiger. Om niet te zeggen: onmogelijk.

Een verblijf in de beruchte Betty Ford Clinic bleek onvermijdelijk. Hoe lang hij daarna nuchter bleef? Zijn echtgenote Sharon, die door de docusoap zelf ook een bekendheid is geworden, laat nét genoeg pauze vallen. ‘Ongeveer drie kwartier.’ Zo speelt de gehele familie Osbourne zijn eigen rol in deze film over de hogepriester van de metalmuziek, waarvoor regisseur Greg Johnston netjes diens leven en loopbaan doorakkert met verwanten, bandleden en collega-artiesten zoals Rick Rubin, Marilyn Manson, Jonathan Davis, Billy Idol en Ice-T.

Hij zet de ‘onweerstaanbare mafketel’ (dochter Kelly) bovendien in een bioscoopzaaltje en confronteert hem op het witte doek met zichzelf. Dat is geen onverdeeld genoegen voor de man die over de hoogste toppen en door de diepste dalen ging. De aandacht ligt in dit zeer vermakelijke portret sowieso wel erg op Osbournes uitspattingen. Zijn baanbrekende werk met Black Sabbath komt er bijvoorbeeld wat bekaaid vanaf. Of is hijzelf, ‘Ozzy’, uiteindelijk toch zijn voornaamste kunstwerk? Een metershoog personage, dat entertainment voor de gehele familie verzorgt.

Epstein’s Shadow: Ghislaine Maxwell

Viaplay

Wie staat er op de foto met Donald Trump, Mick Jagger, Elon Musk, Naomi Campbell, Bill Clinton, Paris Hilton, Rupert Murdoch, Michael Caine en de Britse koningin Elizabeth? Nee, geen regeringsleider, filmster of topsporter. Ghislaine Maxwell, een Britse socialite die floreerde op recepties, premières en cocktailparty’s en bovendien zou hebben gefungeerd als postiljon d’amour voor Jeffrey Epstein.

Dat klinkt een stuk mooier dan het was. Ghislaine Maxwell faciliteerde ‘s mans misbruik. Als vrouw legde zij de rode loper uit voor talloze minderjarige meisjes, waaraan Epstein en zijn trawanten, onder wie naar verluidt de Britse prins Andrew, zich dan konden vergrijpen. Volgens schrijfster Anna Pasternak, die haar leerde kennen op de universiteit van Oxford, is Maxwell daarom misschien nog wel meer schuldig dan Epstein. ‘Zij heeft haar geslacht verraden.’

In de driedelige serie Epstein’s Shadow: Ghislaine Maxwell (161 min.), die volgt op diverse docuseries over Epstein zelf en zijn met complotten omgeven dood in de gevangenis, verdiept Barbara Shearer zich in deze omstreden vrouw. Het roofdier Jeffrey Epstein was, opnieuw volgens de uitgesproken Pasternak, eigenlijk een soort nieuwe versie van haar bullebak van een vader, de tamelijk louche mediamagnaat Robert Maxwell. Net als Epstein zou hij op mysterieuze wijze om het leven komen.

Met veel verschillende ‘talking heads’ uit Maxwells periferie, waaronder ook huisvriend Christopher Mason en Ghislaines voormalige vriendin Lady Victoria Hervey, probeert Shearer vat te krijgen op haar omstreden hoofdpersonage, dat vanzelfsprekend zelf geen medewerking heeft verleend aan de serie. De stelligheid waarmee secundaire bronnen zoals Anna Pasternak, die in de afgelopen jaren nauwelijks directe toegang lijken te hebben gehad tot Maxwell, haar gedrag duiden wekt enige verbazing. Naar wat Ghislaine echt beweegt is het ook voor hen gissen.

Als psychologisch portret laat de serie dus nogal wat te wensen over. De meerwaarde zit hem met name in het perspectief: de getuigenverklaringen van slachtoffers, want die ontbreken natuurlijk ook niet in Epstein’s Shadow, richten zich vooral op de rol van Ghislaine Maxwell als de vrouw die het grootschalige seksueel misbruik mogelijk maakte. Of ze dat louter als rechterhand van Jeffrey Epstein deed of daar zelf ook een pervers genoegen aan beleefde blijft daarbij de vraag.

Zoals ook boven de markt blijft hangen wie er verder nu precies betrokken waren bij de verdorven escapades van het tweetal en of die, zoals complotdenkers beweren, doelbewust in de doofpot zijn gestopt. En was Ghislaine Maxwell, net als haar vader, stiekem in dienst van de Israëlische geheime dienst? Vragen te over in deze wat gemakkelijke miniserie. De antwoorden laten alleen op zich wachten – en zijn ook niet allemaal beantwoord tijdens de rechtszaak tegen haar die onlangs werd afgerond.

Rob de Nijs – Voor Het Laatst

Videoland

Het mag natuurlijk niet zielig worden. Dan werpt hij zelf de handdoek in de ring. Tot die tijd geniet Rob de Nijs van zijn laatste jaren als artiest, een vak dat hij al ruim een halve eeuw beoefent. Ook al wordt dat door de ziekte van Parkinson steeds moeilijker. Hij is er kwetsbaarder door geworden. Dat zachte en broze siert hem echter wel. En zijn carrière heeft mede daardoor nog een opvallende remonte doorgemaakt.

In het tweeluik Rob de Nijs – Voor Het Laatst (70 min.) portretteert documentairemaker Eric Goens de Nederlandse zanger in de aanloop naar zijn afscheidsconcert op 21 november 2021 in het Sportpaleis in Antwerpen. Van tevoren kampt De Nijs volgens eigen zeggen met ‘de doodsangst of het allemaal wel goed gaat’. Niet gek: hij heeft anderhalf jaar niet gezongen en verbleef zelfs zes weken in een revalidatiecentrum om zich optimaal te kunnen prepareren voor dit optreden.

Behalve met de zanger zelf spreekt Goens ook met zijn 26 jaar jongere vrouw Jet, pianist/manager Frank Jansen en tekstschrijver en ex-echtgenote Belinda Meuldijk. Zij hink-stap-springen even vluchtig door zijn leven en carrière, maar richten zich vooral op het ziekteproces en de weg naar dat uitroepteken achter zijn imposante loopbaan, de vanzelfsprekende climax van dit aardige kijkje achter de schermen. ‘Iedereen in de zaal mag tranen hebben, maar ik niet’, zegt de professional daarover nuchter.

Het is alleen de vraag of het zo werkt bij zo’n beladen concert. In de coulissen houdt zijn neuroloog Bas Bloem in de gaten of alles goed gaat. En ook Jet en zoontje Julius wijken niet van zijn zijde als Rob de Nijs voor het allerlaatst – écht!, alhoewel… – het podium betreedt voor hits als Ritme Van De Regen, Banger Hart en Malle Babbe.

The Real Charlie Chaplin

Showtime

Als Charlie Chaplin in 1947 het podium opstapt voor een persconferentie in het Gotham Hotel in New York, weet hij dat er nauwelijks vragen zullen komen over zijn nieuwe film Monsieur Verdoux, de eerste zonder zijn vaste zwerverspersonage The Tramp. ‘Dank u, dames en heren van de pers’, valt hij meteen met de deur in huis. ‘Ik ga uw tijd niet verdoen. Begint u maar met de slachting.’

Via een over shoulder-shot is inderdaad te zien hoe het verzamelde journaille al in de aanvalshouding is gaan staan. ‘Meneer Chaplin, er zijn in het verleden verschillende verhalen geweest waarin u er min of meer van wordt beschuldigd dat u een ‘fellow traveller’ bent, een sympathisant van de communisten’, barst één van de vragenstellers los. ‘Kunt u een directe vraag beantwoorden: bent u een communist?’

‘Hoe zijn we op dit punt gekomen?’ vraagt actrice Pearl Mackie, die dienst doet als de alwetende verteller van The Real Charlie Chaplin (113 min.), op dat moment. We zijn ongeveer halverwege de film. De documentaire keert vervolgens enkele jaren terug in de tijd, naar het moment waarop Chaplin net is begonnen aan de eindspeech van The Great Dictator (1940). Bij de opnames van die film, over de opkomst van Adolf Hitler, waren we net ook al. Nu komt echter het verhaal over het enorme succes ervan. Chaplin wordt daardoor een veelgevraagd spreker. Niet slecht voor een man die de grote held van de stomme film was en lang weigerde om zijn mond open te doen op het witte doek.

Charlie Chaplin (1887-1977) komt zo echter ook op de radar te staan van J. Edgar Hoovers Federal Bureau of Investigation, dat na de Tweede Wereldoorlog op communistenjacht is en dat daarbij dus ook bij de komiek uitkomt. Tijdens de persconferentie, die in deze documentaire van Peter Middleton en James Spinney wordt gereconstrueerd met acteurs en het oorspronkelijke geluid, leggen journalisten hem daarover ongenadig het vuur aan de schenen. Chaplin werpt alle beschuldigingen ver van zich.

Het is een exemplarische scène voor een speels gemaakte historische documentaire. Van Charlie Chaplin zijn er natuurlijk speelfilmfragmenten te over. Aan foto’s ook geen gebrek. Hij heeft echter nauwelijks interviews nagelaten. En de meeste vrienden en tijdgenoten zijn inmiddels ook overleden. Wat rest is vooral nog wat audiomateriaal – van Chaplin zelf, zijn kinderen, een handvol kennissen en enkele openbare gebeurtenissen – dat door de filmmakers vakkundig van nieuwe, bijpassende beelden is voorzien. Dat werkt heel behoorlijk.

Met al die verschillende elementen bouwen Middleton en Spinney een gelaagd portret op van een bijzonder gecompliceerd mens: een man die aan het eind van de negentiende in bittere armoede opgroeide in Londen en vervolgens overzee één van de allereerste celebrities werd. Een geniale komiek ook, een onmogelijk heerschap en een liefhebber van nét iets te jonge vrouwen. The Real Charlie Chaplin probeert al die persoonlijkheden bij hun lurven te pakken en een plek te geven in een allesomvattend portret van één van de beeldbepalende figuren van de twintigste eeuw.