RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek

‘De naam Veulpoepers?’ vraagt zanger Zjef Naaijkens met Brabantse tongval en kenmerkende humor. ‘Eigenlijk betekent dat de Veulneukers.’ Hij verduidelijkt: ‘Op z’n Bels.’ De hippiegroep uit Hilvarenbeek was volgens hem ‘absurdisties aktivisties.’ Eenvoudiger gesteld: ze wilden ‘de zaak opnaaien’. Voor een ‘socialistische samenleving’ die ze volgens Naaijkens mede mogelijk gingen maken. ‘Vooruit’, voegt hij met twinkelende oogjes aan dat ‘mede’ toe. ‘We gingen het niet alleen doen.’

In RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek (75 min.) wordt de hele geschiedenis van de Brabantse rebellenclub, die met name in de jaren zeventig stad en land afreisde om op elke demonstratie of festival aan te treden, nog eens uitgebreid uit de doeken gedaan. Van het ontstaan als typische anarchistische folkband tot de verwording daarvan tot een heuse BV, met een eigen woongroep, café en drukkerij. Waarna de groep (natuurlijk) ten onder ging aan precies die dingen waar ze zich jarenlang in het openbaar, met veel bombarie en humor, tegen had verzet.

Deze documentaire van Joris Hendrix en Frank van Osch, die eerder een film maakte over de eveneens stijflinkse generatie- en provinciegenoot Bots, bevat een karrenvracht aan fraai archiefmateriaal (waaruit glashelder wordt hoe populair die Veulpoepers ooit waren), maar heeft wel een erg anekdotisch karakter (met veel heerlijke verhalen, dat wel). Het is en blijft een verzameling herinneringen van een specifieke groep mensen en wordt nooit meer dan dat. Een exposé van Neerlands linkse protestbands uit de jaren zeventig bijvoorbeeld.

Dat gezegd hebbende: het schelmenverhaal van De Veulpoepers, en het aan hen gelieerde ‘actieorkest’ Fanfare Van De Eeuwigdurende Bijstand, biedt ruim voldoende stof voor vijf kwartier vermaak, waarbij de spanningen tussen het ‘Politburo’ en de anderen de groep uiteindelijk op een opvallend kille wijze de das om zullen doen. Die verwijdering, tussen mensen die samen zijn opgegroeid en jarenlang in één huis hebben gewoond, wordt door de filmmakers slim vervat in een actuele uitvoering van de enige echte (bijna)hit die de Poepers ooit hadden: Café Den Egelantier.

Een nummer dat ze destijds, natuurlijk, niet op televisie wilden playbacken. ‘Ja, een tweede huis in Spanje’, grapt Zjef Naaijkens daarover, geheel in stijl. ‘Had-ie kunnen hebben, heeft-ie niet gedaan!’

Pavarotti

NPR

Ruim tien jaar na zijn dood leeft hij nog altijd voort in ons collectieve geheugen als de rockster onder de operazangers: Luciano Pavarotti (1935-2007). Een kolos van een man met een kolossale stem. Woeste baard, kamerbrede glimlach. Wijd zittend zwart pak, witte blouse en gilet eronder. De handen steevast zoekend naar dat grote gebaar, met in de linker steevast een witte zakdoek. Zo is hij altijd onderweg naar een zinderende apotheose.

Regisseur Ron Howard maakte met Pavarotti (115 min.) een al even grote biopic over de tenor uit het Italiaanse universiteitsstadje Modena, die grote successen vierde binnen de operawereld en gaandeweg de oversteek maakte naar de pop- en entertainmentindustrie. Hij kreeg toegang tot alle relevante personen uit Pavarotti’s directe omgeving: zijn vrouw en dochters, (ex-) vriendinnen, medewerkers, collega’s en de twee andere matadoren uit het sterrenensemble The Three Tenors, Placido Domingo en José Carreras.

Howard kleedt hun herinneringen aan met een volumineuze collectie beelden en muziek. Daarmee loopt hij chronologisch leven en werk door van de zanger die bij leven al larger than life was. Tot héél opzienbarende conclusies leidt dit niet. Alle sprekers, inclusief Pavarotti’s eerste echtgenote die hij verliet voor een ander, richten zich vooral op wat de gigant hen en de wereld bracht. Niet zozeer op wat hij daarbij naliet of vergat. Het is vrij eenvoudig om te bepalen wat er dan onder de streep overblijft: Luciano Pavarotti, de beste tenor van zijn generatie.

Taylor Swift: Miss Americana

Netflix

‘Ik werd de persoon die iedereen wilde zien’, herinnert de hoofdpersoon van Taylor Swift: Miss Americana (85 min.) zich in de openingsscène. Een overtuigende ‘good girl’, die aan het begin van de 21e eeuw in het middelpunt van de belangstelling moest opgroeien. Het zou niet lang duren voordat Amerika’s nieuwste hartendief in een ‘beef’ met Kanye West belandde, een eetstoornis ontwikkelde en een geliefde boksbal op de sociale media werd. Intussen maakte ze de oversteek van country naar modepoppop, van aaibaar talent naar absolute superster.

En dan wordt ze bij de Grammy Awards van 2018 ineens overgeslagen bij de nominaties voor de belangrijkste categorieën. ‘Ik moet gewoon een betere plaat maken!’ constateert ze als het teleurstellende nieuws binnen sijpelt. Als de boodschap echt is doorgedrongen blijkt er alle reden om te resetten, eindelijk eens Me-time te nemen én een nieuwe start te maken. Die wordt in deze gladde documentaire van Lana Wilson goed in de verf gezet, inclusief de politieke ontwaking van Swift die zich in het openbaar begint te manifesteren als een zelfbewuste en uitgesproken vrouw.

Zo bezien zet Miss Americana echt de luiken open bij een gevestigde wereldster en krijgt de kijker een uitgebreide rondleiding door het spiegelpaleis dat rond dit soort celebrities wordt opgetrokken. Tegelijkertijd gebruikt Taylor deze film natuurlijk ook om zichzelf te manifesteren, publiekelijk de koers bij te stellen en een punt te maken. In handen van de popbusiness verwordt zo’n documentaire bovendien al snel tot een handige promotool. Want er is natuurlijk toevallig ook altijd een product te verkopen: een nieuwe plaat of tournee. Van… (reclamestem) ‘De Geheel Vernieuwde Taylor Swift’.

Surviving R. Kelly Part II: The Reckoning

Als de originele documentaireserie Surviving R. Kelly, die begin 2019 werd uitgebracht, hem al niet de das om heeft gedaan, dan zou dit al even lijvige vervolg, met net zoveel nieuwe beschuldigingen als bekende verhaallijnen die gewoon opnieuw worden uitgemolken, wel eens definitief een einde kunnen maken aan de carrière van R&B-zanger Robert K.

R. Kelly’s muziek is afgelopen jaar in de ban gedaan (neem de actie #MuteRKelly), zijn platencontract werd verscheurd en ’s mans concerten zijn gecanceld, maar het is nog altijd de vraag of alle beschuldigingen ook zullen leiden tot een veroordeling. Surviving R. Kelly Part II: The Reckoning (288 min.) kijkt naar de gevolgen van de eerste afleveringen, zet de conclusies daarvan nog eens extra in de verf en brengt schokkende nieuwe getuigenissen. Van ‘patient zero’ bijvoorbeeld: de destijds vijftienjarige Tiffany Hawkins, volgens eigen zeggen Kelly’s allereerste slachtoffer in 1991. Of van Dominique Gardner, het beschadigde meisje dat in de eerste reeks uit de klauwen van Kelly werd bevrijd. In het zicht van een verborgen camera, natuurlijk.

‘We zijn volwassen vrouwen, maar we huilen als kleine meisjes’, vat achtergrondzangeres Jovante Cunningham, één van zijn vele, sowieso al kwetsbare slachtoffers, de hele affaire nog maar eens samen. Kelly en zijn harem zijn intussen steeds meer op een volledig doorgedraaide sekte, rond een zieke machtswellusteling, gaan lijken. Toch probeert deze bijzonder gelikte serie, bij monde van zijn broers Bruce en Carey, het beeld van Kelly ook enigszins te nuanceren en te vatten hoe hij tot zijn manipulatieve en oversekste gedrag is gekomen. Waarbij de omstreden zanger, die nog altijd volhoudt dat hij onschuldig is en die zelf natuurlijk ook niet meewerkt aan de aanklacht die hier en plein publique tegen hem wordt geformuleerd, méér wordt dan alleen dader.

Het blijft alleen wel lastig om die kant van het verhaal voor ogen te houden als de man zelf tegelijkertijd, onder de noemer Surviving Lies, nog steeds een campagne lijkt aan te sturen om de meisjes en vrouwen die zich tegen hem hebben uitgesproken online onder druk te zetten en te belasteren. Kelly heeft bovendien twee voormalige medewerkers, de twee zussen Jen Emrich en Lindsey Perryman-Dunn, bereid gevonden om die strategie te komen rechtvaardigen. Maar of die zijn zaak nu echt goed doen? ‘De vrouwen die ik in de documentaireserie zag behoren inderdaad tot het type dat Robert zou kunnen uitkiezen’ stelt de laatste bijvoorbeeld. ‘En weet je waar ze nu overstuur over zijn? Dat ze uiteindelijk nooit een ster zijn geworden. Tenminste, totdat ze in deze serie belandden.’

Deze tweede reeks van Surviving R. Kelly zorgt zo voor een zekere verdieping, met name via de journalist Jim DeRogatis die zich jarenlang heeft vastgebeten in de scandaleuze zaak, en brengt verder de machinerie rond het misbruik, zoals het stelselmatige gebruik van Non-Disclosure Agreements om de vrouwen met behulp van hun eigen advocaat het zwijgen op te leggen, verder in kaart. Dat laat onverlet dat ook dit vervolg echt véél te lang is uitgesponnen en de onthullingen bovendien met onsmakelijk veel suspense en melodrama worden uitgeserveerd. Toch zal deze herhaling van zetten Robert Kelly ongetwijfeld nog verder in het nauw brengen.

Kevin Hart: Don't F**k This Up

Netflix

Enkele homo-onvriendelijke tweets van jaren terug kostten hem begin 2019 zijn plek als presentator van de Oscar-uitreiking. Daarover wil stand-upcomedian Kevin Hart het echter later pas over hebben. Eerst wil hij in deze zesdelige documentaireserie zíjn verhaal kwijt. Over een zwarte jongen uit een gebroken gezin, die zich opwerkte tot één van de succesvolste komieken van de wereld. Hart, een man met zoveel geldingsdrang dat het zelfs voor willekeurige kijkers vermoeiend wordt, is echter nog lang niet de ‘mogul’ en ‘miljardair’ die hij wil worden.

Hoewel Kevin Hart: Don’t Fuck This Up (197 min.) ook de pijnlijke onderwerpen uit het leven van de hoofdpersoon niet uit de weg gaat, krijgen die steevast een Amerikaans sausje. Het zijn eerst en vooral levenslessen voor de hyperambitieuze entertainment-entrepeneur. Zelfs een uitgelekte sekstape, waarin is te zien hoe hij een slippertje maakt, dient uiteindelijk vooral als een reality check voor Kevin Hart en een bestendiging van zijn vriendschap met enkele collega’s, die hem uit de shit hebben getrokken.

Deze serie, een productie waarbij Hart een flinke vinger in de pap had, wordt daardoor uiteindelijk een afspiegeling van Teflon Kevin zelf: een overdaad aan zogenaamde eerlijkheid, diepgang en kwetsbaarheid, maar in werkelijkheid zo glad dat je er met geen mogelijkheid écht vat op krijgt. Intussen geeft Kevin Hart – niet door wat hij zegt of doet, maar gewoon door te zijn wie hij wil zijn – meer prijs over zichzelf dan hij zelf waarschijnlijk doorheeft.

Soulmates: Ladies Of Soul

NTR

De som is weer eens meer dan de delen. Alleen kunnen ze een zaal als de Ziggo Dome waarschijnlijk niet vullen, maar samen lukt dat heel aardig. Glennis Grace, Edsilia Rombley, Berget Lewis en Candy Dulfer alias The Ladies Of Soul. Achter de sisters gaat een brother schuil: Tjeerd Oosterhuis. Juist, de broer van: Trijntje, die oorspronkelijk ook deel uitmaakte van het gezelschap.

Gezamenlijk vormen ze een succesvolle tributegroep, die de hoogtijdagen van soul en disco probeert te laten herleven. In de tv-docu Soulmates: Ladies of Soul (62 min.) van Marcel de Vré nemen de dames en heer de ontstaansgeschiedenis door van de gelegenheidsformatie, die elk jaar een paar keer met een band en dansers het podium opgaat om met veel bravoure Aretha, Whitney en hun geestverwanten eer te betonen.

Terwijl de Ladies Of Soul toewerken naar nieuwe shows, zoomen ze in op zowel hun gezamenlijke als persoonlijke geschiedenis. Erg diep graaft dat allemaal niet en de dames zijn ook wel erg lief voor elkaar, maar de sisterhood van de Ladies lijkt oprecht en ze hebben duidelijk ook lol in wat ze doen. En die soulklassiekers werken, als je er gevoelig voor bent, natuurlijk altijd als een tierelier. Succes verzekerd.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story

Queen Productions LTD / NTR

Hoe kun je als wereldberoemde band verder zonder je zanger, frontman en blikvanger? Kan dat überhaupt? En: mág het eigenlijk wel?

Na het overlijden van Freddie Mercury in 1991 beet menige topvocalist zich stuk op Queens breed uitwaaierende repertoire en het imposante stembereik van die geboren frontman. Zijn band leek dood en begraven. Of veroordeeld tot een stille dood in het golden oldies-circuit. Deze zanger, voor wie elk superlatief (blijkbaar) tekort schiet, was écht niet te vervangen.

‘Er zijn veel Freddie-na-apers, met een plaksnor en geel jackje aan’, zegt drummer Roger Taylor in deze gelikte tv-docu van Christopher Bird en Simon Lupton. ‘Nou, veel succes ermee. Op het cruiseschip.’ Het bleef echter kriebelen bij de overgebleven Queen-leden. Zou er dan tóch een opvolger zijn, iemand die Freddies vocale spierballenvertoon kon interpreteren in plaats van kopiëren? Het antwoord laat zich raden: jawel, American Idol-runner up Adam Lambert.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story (86 min.) toont de lange weg die gitarist Brian May en drummer Roger Taylor moesten afleggen om, na de nodige bokkensprongen en zijstappen, met Lambert een volwaardige nieuwe incarnatie van hun band uit de grond te stampen. Queen 8.0, of zoiets. Die ontwikkeling wordt van commentaar voorzien door bekendheden als het wereldberoemde jurylid Simon Cowell, Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins en Rami Malek, de acteur die Freddie Mercury speelde in de gelijknamige biopic uit 2018.

Vanzelfsprekend valt er geen onvertogen woord in deze lofzang op alles wat met Queen te maken heeft – niemand wil zich tenslotte bezondigen aan heiligschennis – die helemaal is dicht gesmeerd met uitbundige live-versies van de hits van de superband. En van bovenaf zag Freddie – dat is tenminste de stellige overtuiging van zijn oude bandmakkers – dat het goed was…

Very Ralph

Het schijnt een begrip te zijn: Very Ralph (108 min.). Als in: iets – een kledingstuk, tafereel of totaalplaatje – dat precies die geheel eigen blik op de wereld van Ralph weerspiegelt. Ralph is, natuurlijk, modeontwerper Ralph Lauren. Wie anders? De vleesgeworden Polo. Hij staat inmiddels aan de vooravond van zijn vijftigjarig jubileum.

Deze oerdegelijke film van Susan Lacy reconstrueert trouw het levensverhaal en de carrière van de Amerikaanse autodidact, die een centrale plek in de modewereld veroverde en het begrip ‘mode’ gaandeweg oprekte tot ‘lifestyle’. Behalve Ralph zelf en zijn familie komen daarbij ook mensen met wie hij werkte (zoals fotograaf Bruce Weber en model Naomi Campbell), collega’s als Calvin Klein, Donna Karan en Karl Lagerfeld en allerlei journalisten en deskundigen aan het woord.

Ook de onvermijdelijke celebrities – ditmaal vertegenwoordigd door onder anderen filmmaker Woody Allen, politicus Hillary Clinton, rapper Kanye West en actrice Jessica Chastain – laten zich niet onbetuigd. Er valt (natuurlijk) nauwelijks een onvertogen woord. Want Ralph zelf mag dan geen man ván superlatieven zijn, hij blijkt wel een man vóór superlatieven. Ralph verkoopt, natuurlijk, niets minder dan ‘the American dream’. Hij heeft een ‘zesde zintuig om te weten wat de wereld wil’. En waar voor menigeen geldt dat ‘life imitates art’, is dat onderscheid bij Ralph nauwelijks te maken.

Tis maar dat u het weet. Very Ralph wordt daarmee een traditioneel, erg Amerikaans portret van een letterlijk beeldbepalende ontwerper. Een nette, fraaie en complete, maar ook volstrekt ongevaarlijke biografie, die wel een rafelrandje had kunnen gebruiken. Very… eh, ja, komt u maar… Ralph.

The Kingmaker

De fotolijstjes staan netjes uitgestald: Imelda met allerlei wereldleiders. Ze is er duidelijk trots op. De voormalige ‘first lady’ van de Filipijnen pakt één van de lijstjes om de foto voor de camera te laten zien. Diverse andere fotolijstjes vallen daardoor op de grond. Terwijl de inmiddels hoogbejaarde weduwe van president Ferdinand Marcos onverstoorbaar haar verhaal doet, veegt één van haar medewerkers in stilte de scherven bij elkaar.

Tijdens het filmen voor The Kingmaker (100 min.) zijn er zo voortdurend stille krachten beschikbaar om Imelda’s haar te schikken, haar make-up bij te werken of de vouwen uit één van haar talloze jurken te wrijven. Documentairemaker Lauren Greenfield, die met The Queen Of Versailles en Generation Wealth eerder liet zien dat ze een oog heeft voor de gekte van de allerrijksten, grijpt zulke kleine momentjes aan om haar hoofdpersonage, type ‘stijl met hoofdletter S’, te kenschetsen.

Nu heeft Greenfield met Marcos ook wel het prototype Verkwistende Vrouw te pakken: Imelda’s schoenencollectie, die volgens eigen zeggen slechts drieduizend paar omvat, is met de jaren een symbool van ongegeneerd materialisme geworden. Een ‘mooie’ anekdote is ook hoe ze talloze wilde dieren uit Afrika liet importeren, om op een Filipijns eiland een heus safaripark te laten aanleggen. En dat daarvoor de oorspronkelijke eilandbewoners, ruim 250 families, moesten wijken? Soit. 

‘Perceptie is echt’, stelt ze resoluut tegen de Amerikaanse documentariemaakster. ‘En de waarheid niet.’ En dus strooit de voormalige Miss Manilla driftig met bankbiljetten als ze wordt geconfronteerd met minderbedeelde landgenoten. Ze kan natuurlijk ook wel wat missen. Toen het presidentschap van haar inmiddels overleden echtgenoot in 1986 na 21 jaar eindigde, zou ze het land met een waar fortuin hebben verlaten. Over sigaren uit eigen doos gesproken.

Dit is echter niet alleen het verhaal van een vrouw, die op kosten van gewone Filipino’s al ruim een halve eeuw als een koningin leeft. Dit is tevens het verhaal van de Marcos-dynastie die nog altijd machtspolitiek bedrijft in de Filipijnen. Zo schuift Imelda, zelf inmiddels alweer parlementslid in haar geboorteland, in 2016 haar zoon Bongbong naar voren als kandidaat voor het vicepresidentschap, achter de nieuwe sterke man Rodrigo Duterte.

De wandaden van het regime van haar echtgenoot worden door ‘Meldy’ nog altijd stelselmatig onder het tapijt geveegd. Greenfield laat haar daarmee niet wegkomen. Met slachtoffers neemt ze de rekening op van ruim twee decennia Marcos aan de macht. Daarmee ontwikkelt The Kingmaker zich gaandeweg van een tragikomisch portret van een zelfbenoemde vorstin tot een politieke geladen film over de recente historie van de Filipijnen – en wat de Marcosjes wellicht nog in petto hebben voor het land.

The Apollo

HBO

In een volledig gesegregeerde wereld gaf The Apollo in Harlem, New York een thuis aan de Afro-Amerikaanse cultuur. Sinds 1934 kreeg vrijwel elke zwarte muzikant, comedian of theatermaker wel eens de vloer in het roemruchte theater. Het was de plek waar ‘black is beautiful’ daadwerkelijk gestalte kreeg. Of zoals James Brown, die er meer dan tweehonderd keer op het podium stond en in 1963 een absolute klassieker opnam met Live At The Apollo, het verwoordde: ‘Say it loud! I’m black and I’m proud!’

In de collageachtige documentaire The Apollo (102 min.) roept Roger Ross Williams de hoogtijdagen van het kleine theater (ruim 1500 plekken) op met beeldbepalende figuren als Pharrell Williams, Smokey Robinson, Gladys Knight, Aretha Franklin, Jamie Foxx, Angela Bassett en Paul McCartney (die met de roomblanke Beatles optrad in het zwarte bolwerk). Het portretteren van een gebouw en z’n historie blijft echter een lastig verhaal, want de stenen zelf léven natuurlijk niet.

Williams vervlecht hedendaagse activiteiten in het theater, zoals repetities voor een eerbetoon aan Ella Fitzgerald en een rondleiding door de historicus van dienst, met hoogte- en dieptepunten uit de lange historie van het podium. De film krijgt daardoor een anekdotisch karakter. Als er al een duidelijke lijn is te ontdekken, dan zit die in de voortdurende emancipatoire strijd die zwart Amerika heeft moeten voeren en de manier waarop die werd en wordt uitgedrukt in kunst.

Dat levert overigens wel mooie verhalen op, bijvoorbeeld over het notitiesysteem van Frank Schiffman, die decennialang de scepter zwaaide in het Apollo-theater. Op 7 juni 1946 maakte hij bijvoorbeeld een cataloguskaartje aan voor Billie Holiday. ‘Vocalist. Zingt smartlappen’. Vijf jaar later: ‘Gaf een goede show. Zeer behulpzaam in de finale. Zong behoorlijk goed. Geen wangedrag.’ Op 14 augustus 1953 noteerde hij echter: ‘Verschrikkelijk! Ze was ziek, maar leek ook onder invloed van stimulerende middelen. Alleen een wonder kan dit meisje nog redden.’

Ook fraai: de bikkelharde competitie tijdens de zogenaamde ‘amateur nights’. In een, achteraf bezien, dolkomische scène wordt een piepjonge Lauryn Hill tijdens één van deze talentenavonden genadeloos uitgejouwd. Niet erg, lijkt de redenering. Daar wordt ze hard van. Als volgroeid artiest steelt Hill enkele jaren later inderdaad de show in een volgepakte zaal. De ongegeneerde kritiek heeft haar boven zichzelf doen uitstijgen.

Zo worden de mores van dit stukje heilige grond voor zwart Amerika aardig in beeld gebracht, waarbij ook de eerste Afro-Amerikaanse president natuurlijk niet mag ontbreken. In 2012, tijdens zijn herverkiezingscampagne, zong Barack Obama er een stukje van Al Greens Let’s Stay Together. Een grotere erkenning van en voor de zwarte cultuur was nauwelijks denkbaar.

In de parade van Apollo-sterren ontbreekt overigens comedian/presentator Bill Cosby, die diverse keren optrad in het kleine theater. Sinds hij in 2018 werd veroordeeld vanwege zedendelicten, is ‘Amerika’s favoriete zwarte huisvader’ echter geen man meer waarmee je als gemeenschap of podium wil pronken.

King Of The Cruise

Halal Amsterdam

‘Ik heb mensen die naar me toekomen en zeggen: jij bent de interessantste persoon die ik ooit heb ontmoet’, vertelt Ronald Reisinger, alsof het niets voorstelt. ‘En dat is inclusief Hillary Clinton.’ Reisinger, die in werkelijkheid een hele trits officiële namen heeft, is niets minder dan de King Of The Cruise (73 min.), de figuur waarmee iedereen op het kolossale cruiseschip een praatje wil maken.

Zóóóó’n interessante man, vinden de Russische dames aan boord. Een baron. Uit Schotland. Vandaar die kilt. Met zijn eigen kasteel, ook. Ascog Castle. Uit de dertiende eeuw. Het jaar 1250, om precies te zijn. Afstammeling bovendien van de familie die Budweiser-bier maakte. Volgens eigen zeggen werd hij niet met een zilveren lepel in zijn mond geboren. Maar met een gouden.

Baron Ronald Busch Reisinger van Inneryne. Is hij echt van adel of gewoon een fantastische fabulant? En wat moeten al zijn sterke verhalen verhullen? De zwaarlijvige Schot schuifelt over het schip, langs het massa-entertainment dat daarop wordt geboden aan welgestelden, en schiet her en der mensen aan, die hij probeert te verrassen met smeuïge verhalen en smakelijke anekdotes.

Regisseur Sophie Dros maakt van Reisinger een tragikomische figuur, de gedroomde hoofdpersoon voor een weldadige film over de schijn van het zijn. Die vervat ze verder in grootse beelden van het luxueuze schip, de oneindige zee en het wezenloze vermaak dat alle passagiers de dag door helpt. Aalgladde we-wachten-op-verbinding-met-Wimbledon muzak maakt de zaak helemaal af.

Trefzeker schetst Dros een volledig geplastificeerde wereld, waarin decadentie en leegte elkaar perfect in evenwicht houden en figuren als Ronnie Reisinger nét voldoende houvast vinden.

Jasperina: Op Eenzame Hoogte

pepper.com

Als werkende vrouw plaveide ze de weg voor een generatie vrouwelijke theatermakers. Tegenwoordig zit Jasperina de Jong (81) met veel plezier achter de geraniums. ‘Ik wou zo graag de schemerlamp aandoen als het donker werd’, zei ze daarover toen het langzamerhand tijd werd om afscheid te gaan nemen.

Jasperina: Op Eenzame Hoogte (88 min.) is een vakkundig gemaakt portret, waarin de kleinkunstenaar zelf, zonder inbreng van concullega’s of kenners, terugblikt op haar lange carrière. Ze leerde het vak bij Wim Kan en Wim Sonneveld, floreerde in de jaren zestig bij het satirische cabaretgezelschap Lurelei en trok uiteindelijk als eerste vrouw met een onewomanshow langs de Nederlandse theaters.

Deze documentaire van Simone de Vries is eerder een carrièreoverzicht dan een psychologisch profiel. De film is volgestouwd met alleraardigst beeldmateriaal van De Jongs voorstellingen, (televisie)optredens en musicals, maar scheert een beetje vluchtig langs de dieptepunten in haar leven, zoals bijvoorbeeld het langdurige ziekbed van haar echtgenoot Eric Herfst.

De Vries vraagt op zulke momenten niet door en lijkt daarom geen moment écht onder de waterlijn te komen bij haar verbaal begaafde hoofdpersoon die – hoe kan het ook anders? – met gevoel voor theater haar levensverhaal doet. Wat rest is een vermakelijk portret van een expressieve vrouw die een eigen plek veroverde in een wereld die tot dan toe was gedomineerd door mannen.

Wrinkles The Clown

Als je een vervelend kind de stuipen op het lijf wilt jagen, bel dan Wrinkles The Clown (78 min.). Hij roept ongehoorzame zoons of dochters genadeloos tot de orde, op een manier die ze nooit meer vergeten. Deze film openbaart wie er schuil gaat achter de beruchte horrorclown: een nurkse en morsige ouwe vent die alleen in een camper woont, zo nu en dan een stripclub bezoekt en beslist niet herkenbaar in beeld wil. Hij krijgt nu namelijk al continu telefoontjes, waaronder een hele zwik doodsbedreigingen. En je weet nooit zeker hoe serieus je die moet nemen.

Wrinkles appelleert aan de aloude angst voor clowns, die ook al in talloze griezelfilms is geëxploiteerd en in de jaren zeventig via seriemoordenaar John Wayne Gacy een gruwelijke real life-variant heeft gekregen. Er is zelfs een speciale webplek waarop sightings kunnen worden gemeld: HvUseenWrinkles? Met video’s van Wrinkles die door een beveiligingscamera wordt gesnapt als hij onder het bed van een meisje vandaan kruipt. Of van Wrinkles als hij op een schemerige parkeerplaats wordt gespot, sjokkend achter een winkelwagen met daarin zijn hele leven. De naargeestige clown is intussen een enorme hype geworden. Amerikaanse media krijgen geen genoeg van de engerd, die natuurlijk perfect aansluit bij de sensationele verhalen die zij het liefst vertellen.

Filmmaker Michael Beach Nichols zet de mythe rond de ‘terrorclown’ in deze slim opgebouwde documentaire nog eens flink in de steigers, haalt daarbij alle denkbare horror-clichés van stal en onderzoekt tegelijk met kinderen, hun ouders, clowns en deskundigen de aantrekkingskracht van griezelverhalen en urban legends in het algemeen. En uiteindelijk weet hij in deze, jawel, spannende film de echte Wrinkles The Clown tóch in beeld te krijgen.

Mijn Dochter De Vlogger

Jaydie en haar ouders / VPRO

In het bedrijf Nina Schotpoort werkt de moeder van Nina Schotpoort voor haar dochter Nina Schotpoort. De vader van de dertienjarige Nina Schotpoort figureert ook in de filmpjes van Nina Schotpoort. Op het YouTube-kanaal van Nina Schotpoort (134.000 abonnees & counting) worden fans van Nina Schotpoort vanzelfsprekend op alle mogelijke manieren bediend.

De ouders van de kindvloggers Jaydie en Jaylinn (houd die namen goed uit elkaar!) zouden maar wat graag de aantallen van Nina Schotpoort halen. Al hoeft het YouTube-kanaal van de driejarige Jaydie, Just Jadie (ruim 1100 volgers & counting), morgen nog niet direct 100.000 abonnees te hebben, hoor, zegt de moeder van Jaydie, die als fotografe thuis gelukkig een studio heeft voor de opnames met Jaydie. Overmorgen is ook goed, vult de vader van Jaydie aan. Dat zou best een grap van de vader van Jaydie kunnen zijn.

De negenjarige Jaylinn zit intussen een beetje in een lastige periode, aldus de vader van Jaylinn. De views op het YouTube-kanaal van Jaylinn (ruim 5000 volgers & counting) gaan de laatste tijd namelijk niet zo goed. En de filmpjes van Jaylinn zouden een prima springplank voor de acteercarrière van Jaylinn kunnen zijn, aldus de vader van Jaylinn. ‘Wat zou je anders moeten doen in je video’s om toch meer kijkers te trekken?’ wil de vader van Jaylinn nu van Jaylinn weten.

De ouders van de (would be)influencers Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn stappen in de korte documentaire Mijn Dochter De Vlogger (34 min.) uit de schaduw van Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn. De filmmakers Doortje Smithuijsen en Joep van Osch geven hen uitgebreid de gelegenheid om hun verhaal te doen, observeren hoe ze te werk gaan met Nina Schotpoort, Jaydie en – niet te vergeten, natuurlijk – Jaylinn en leuken het geheel op met enkele smakelijke muziekjes. Een oordeel over de ouders van Nina Schotpoort, Jaydie en Jaylinn laten ze verder over aan de kijker.

Welnu, deze kijker kreeg er ontaarde jeuk van.

Doortje Smithuijsen is in dit interview met de Volkskrant een stuk milder.

Als bijsluiter adviseer ik niettemin dringend de Tegenlicht-aflevering Goudzoekers In YouTubeland uit 2017, een tamelijk deprimerend kijkje in de wereld van Nederlandse YouTubers en hun managers en marketeers.

Clive Davis: The Soundtrack Of Our Lives

De ondertitel van dit portret van platenhoncho Clive Davis luidt: de soundtrack van onze levens. Dat lijkt een boude bewering. Totdat je een overzicht ziet van de acts die hij voor achtereenvolgens Columbia Records, zijn eigen Arista Records, allerlei afsplitsingen daarvan en platengigant BMG vastlegde:

Janis Joplin, Chicago, Santana, Bruce Springsteen, Simon & Garfunkel, Miles Davis, Aerosmith, Earth, Wind & Fire, Billy Joel, Barry Manilow, Alan Parson’s Project, Bay City Rollers, The Grateful Dead, Patti Smith, Aretha Franklin, Kenny G, Whitney Houston, Milli Vanilli, Eurythmics, Ace Of Base, Toni Braxton, Usher, The Notorious B.I.G., Alicia Keys, Busta Rhymes, Maroon 5 en – via American Idol – Kelly Clarkson.

Probeer dan nog maar eens te beweren dat die gewiekste gladjanus géén rol heeft gespeeld in jouw leven. Of je dat nu wilt of niet. Want hoewel Davis een goed stel oren aan zijn kale kop heeft zitten, is hij altijd heel nadrukkelijk op zoek geweest naar hits. Niet zozeer naar muziek die door merg en been gaat of de tijdgeest helemaal te pakken heeft. Nee: hits! Scoren!!

Clive Davis: The Soundtrack Of Our Lives (124 min.) is precies de documentaire die past bij zo’n carrière: een ongegeneerde lofzang op de man en zijn muziek. Met allerlei andere hotshots uit de muziekbusiness en een rode loper-lange stoet celebrities: Puff Daddy, Carlos Santana, Paul Simon, Patti Smith, Aretha Franklin en Alicia Keys. Waarbij een hele platenkast omvalt en de ene hyperbool de andere opvolgt. Totdat je er pijn in je oren van krijgt.

Het dramatische persoonlijke verhaal van de man (die op zeer jonge leeftijd beide ouders kwijtraakte), zijn turbulente relationele leven en de kritische vragen die óók bij zijn imposante loopbaan zijn te stellen, verdwijnen in de volledig plastic wereld die hij om zich heeft opgetrokken en die hier nog eens van alle kanten wordt uitgelicht. Alleen de vroegtijdige dood van de door hem gelanceerde zangeres Whitney Houston zorgt voor enig drama. Dat kan en mag evenwel niet verhullen dat Clive Davis letterlijk een halve eeuw toonaangevend was.

Mystify: Michael Hutchence

Michael Hutchence / Andrew de Groot

Zijn geruchtmakende dood leek een logisch uitroepteken achter een turbulent leven. Van een man die als een archetypische rockgod – compleet met mysterieuze blik, lange manen en structureel ontbloot bovenlijf – het collectieve geheugen zou ingaan. Michael Hutchence, frontman van de Australische rockband INXS. Zanger van wereldhits als Original Sin, Never Tear Us Apart en Need You Tonight. Gestorven op 22 november 1997, op 37-jarige leeftijd. Een dood die werd omgeven door roddel en achterklap. Was het zelfdoding? Of toch zoiets sinisters als wurgseks?

In Mystify: Michael Hutchence (102 min.) probeert regisseur Richard Lowenstein, die diverse INXS-clips maakte en voor deze documentaire toegang kreeg tot het privé-archief van zijn hoofdpersoon, met Hutchences familie, management en bandleden, ex-vriendinnen als zangeres Kylie Minogue en topmodel Helena Christensen en ’s mans beroemde vriend/collega Bono het leven en de carrière van het idool uit te diepen. Lowensteins bronnen leveren (off screen) allerlei anekdotes, maar tot een coherente of diepgravende narratief leidt dit uiteindelijk niet. Hutchence blijft de klassieke getormenteerde zanger – zoals elke muziekgeneratie lijkt voort te brengen – die met gezwinde spoed op zijn onvermijdelijke dramatische einde afkoerst.

De filmmaker kent speciale waarde toe aan een gewelddadig incident in Denemarken, waarbij de zanger een hersenbeschadiging zou hebben opgelopen. Daarna werd alles anders bij Michael Hutchence, die tot dan volstrekt toe ongenaakbaar had geleken. Tekenend is een pijnlijk tafereel bij de Brit Awards van 1996. Nadat  de INXS-voorman een prijs heeft overhandigd aan Oasis, wordt hij publiekelijk afgeserveerd door de gitarist van die band, Noel Gallagher: ‘Has-beens shouldn’t present awards to gonna-beens’. Hutchence druipt vernederd af.

Hij was toen al in een veelbesproken relatie met Bob Geldofs ex-vrouw Paula Yates beland en zou met haar in een duizelingwekkende spiraal van drugs en depressie terechtkomen, die beiden fataal werd. Uiteindelijk was er geen redden meer aan voor Michael Hutchence, luidt dan de conclusie. En in wezen kon hij daar zelf dus ook niet al te veel aan doen. Die ene knal voor zijn hoofd had hem voorgoed veranderd.

Ging het werkelijk zo? Of is dit hoe van elk groots geleefd leven een verhaal met kop en staart wordt gemaakt en een duidelijke oorzaak automatisch tot een onontkoombaar gevolg leidt? Deze film, hoe meeslepend die soms ook wordt, slaagt er in elk geval niet helemaal in om de mens achter het fenomeen Michael Hutchence te pakken te krijgen.

Noel Gallagher mag natuurlijk ook al enige tijd een has-been worden genoemd. Niet dat hij dat zelf doorheeft, overigens.

The Kleptocrats

In de filmindustrie had niemand ooit van Red Granite Pictures gehoord. Toch investeert het bedrijf ettelijke honderden miljoenen dollars in de Hollywood-blockbuster The Wolf Of Wall Street uit 2013, een film van Martin Scorsese met in de hoofdrol Leonardo DiCaprio als überkapitalistisch roofdier. Op het Filmfestival van Cannes organiseert Red Granite bovendien een groots, zéér exclusief feest, waarbij sterren als Pharrell Williams, Jamie Foxx en Kanye West optreden. Dat kan niet kloppen, zou je zeggen. En dat doet het dus ook niet.

Het spoor in de boeiende financiële thriller The Kleptocrats (86 min.) leidt naar Najib Razak, de minister-president van Maleisië. Via het geheime fonds 1MDB zou op grote schaal publiek geld zijn weggesluisd om zijn herverkiezingscampagne te financieren. Gelukkig bleven er ook nog wat dollars over voor de man zelf en zijn lieftallige echtgenote Rosmah Mansor. Van die ene diamant van 27 miljoen dollar die Razak aan zijn vrouw gaf, hadden 3.333 leraren een jaar kunnen worden betaald, becijfert oppositielid Tony Pua. Zelfs Nazir Razak, de broer van de Maleisische premier, verbaast zich in deze documentaire over de welig tierende corruptie onder het bewind van zijn broer, die tot massale protesten leidt in de straten van Kuala Lumpur.

Een deel van het gestolen geld is ook in Hollywood beland. En dus gaan de filmmakers Sam Hobkinson en Havana Marking, in het kielzog van enkele onderzoeksjournalisten, op zoek naar de investeerder Jho Low, een omhoog gevallen sjacheraar die het breed laat hangen in het Amerikaanse uitgaansleven en zich probeert op te houden in de directe omgeving van sterren als Leonardo DiCaprio, Paris Hilton en Robert De Niro (die overigens lekker nijdig wordt, als hij telefonisch wordt bevraagd over zijn connectie met Low en diens plannen om te investeren in de nieuwe Scorsese-film The Irishman). Die speurtocht naar witteboordencriminelen levert een smakelijke film op, die aantoont dat de wereld van het grote geld inmiddels echt grenzeloos is geworden.

‘De echte vraag is: was dit allemaal legaal?’ vraagt Leonardo DiCaprio, als Jordan Belfort in The Wolf Of Wall Street, demonstratief aan de kijker. Hij antwoordt zelf: ‘Absoluut niet!’

Videocracy

Het presidentschap van Donald Trump lijkt een typisch Amerikaans aangelegenheid: het onvermijdelijke resultaat van decennialange debilisering op de Amerikaanse (kabel)televisie en het internet. Als het maar beweegt, lawaai maakt en consternatie veroorzaakt, krijgt het ook oeverloos aandacht. Enter: The Donald, de man die zijn eigen mediapersonage is geworden en het leiderschap van zijn land heeft gereduceerd tot een soort real life equivalent van een echte reality show.

Trump staat echter bepaald niet op zichzelf en is zonder twijfel schatplichtig aan Silvio Berlusconi, de vastgoedmagnaat, mediatycoon, voorzitter van de voetbalclub AC Milan en voormalige president van Italië. In deze documentaire uit 2009 verbindt de Zweeds-Italiaanse filmmaker Erik Gandini de opkomst van Berlusconi met het ontstaan van commerciële televisie en de celebritycultuur die daarmee is verbonden. Waarin alles om uiterlijk vertoon draait, dat bovendien met alle mogelijke middelen, inclusief plastische chirurgie, in stand moet worden gehouden.

Videocracy (81 min.) is geen traditioneel portret van de populist, topondernemer en overjarige playboy Berlusconi, maar een exposé over de wereld die hem heeft voortgebracht en die hij zelf mede heeft gecreëerd. Gandini vindt daarin onvergetelijke personages. Talentmanager Lele Mora bijvoorbeeld, een goedlachse kerel in smetteloos wit met een onbeschaamde voorliefde voor de fascistische leider Mussolini. Of een geboren loser genaamd Riccardo Canevali. Hij wil kost wat het kost beroemd worden. En de louche paparazzi-fotograaf Fabrizio Corona, die er wel een héél opmerkelijk verdienmodel op nahoudt en daarmee zelf een B-ster wordt.

Gezamenlijk portretteren zij Berlusconi’s videocratie tevens als een absolute mannenwereld. Vrouwen (liever: meisjes) zijn er vooral om de heren te behagen. Ze moeten lange benen hebben, bereid zijn om hun kleren uit te trekken en – belangrijk! – altijd blijven lachen. Daarbij past een bepaald soort leider. Voor wie schaamte niet bestaat. Zo kon bijvoorbeeld ‘grab ‘em by the pussy’ voor Donald worden wat ‘bunga bunga’ ooit was voor Silvio: op het eerste oog een serieuze bedreiging voor zijn carrière, maar uiteindelijk vooral een bevestiging van ‘s mans onomstreden succesverhaal. Behalve geld, macht en status hebben mannen als Trump en Berlusconi nu eenmaal een soort onvervreemdbaar recht verworven op jonge, aantrekkelijke meisjes.

Met zijn tandpastasmile, grondig gerenoveerde hoofd en opzichtige haarimplantaten oogt Silvio, net als zijn zelfs nóg larger than life- evenknie Trump, in eerste instantie als een echte clown. Waarbij het lachen je gaandeweg, als de maatschappelijke schade duidelijk wordt, wel vergaat. Al is het tegelijkertijd vrijwel onmogelijk om niet te grinniken bij het potsierlijke campagnelied van Berlusconi’s partij Il Popolo Della Libertà, Meno Male Che Silvio C’è, dat Gandini als belangrijk plotpoint halverwege de film heeft geparkeerd: ‘Dank God, Silvio, dat je bestaat.’ Met zulke leiders en volgers dreigen echte komieken werkeloos en de wereld een levensechte parodie te worden.

Ring Of Dreams

‘Realiteit is gewoon een kwestie van perspectief’, zegt Tengkwa, de gemaskerde verteller van deze documentaire over Nederlandse showworstelaars. ‘Als je dat snapt, is alles mogelijk.’ Regisseur Willem Baptist begint Ring Of Dreams (70 min.) niet voor niets met deze constatering van de worsteltrainer met het skeletmasker. Die kan tevens dienst doen als leidmotief voor deze surreële film.

Binnen enkele minuten is duidelijk dat dit geen doorsnee observerend portret wordt van een subcultuur met geheel eigen mores. Waarbij doodgewone burgermannen in de ring transformeren tot gemankeerde superhelden, die gezamenlijk een choreografie van spectaculaire gevechtsroutines uitvoeren – al komt dat aspect natuurlijk ook aan de orde in Baptists eigenzinnige kijk op het vaderlandse showworstelwereldje.

De filmmaker benadert de worstelaars van Pro Wrestling Holland eerder als een ensemblecast voor een absurde komedie. Hij alterneert daarbij tussen gestileerde scènes, waarin de eeuwige jongens een soort lullige Hollandse variant op het welbekende Amerikaanse wrestlemania ten tonele voeren, en backstagebeelden van trainingen, kleedkamers en thuis, die echter al even geënsceneerd ogen. De grens tussen realiteit en fictie vervaagt zienderogen.

‘Pro-worstelen is voor het ongetrainde oog een Amerikaans spektakel’, doceert de selfkicker Emil Sitoci, als professioneel worstelaar actief in binnen- en buitenland, tijdens een soort beginnersles voor aspirant-leden. ‘Gespierde, beetje viezige, bezwete mannen, die mekaar in een veel te strak broekje te lijf gaan. Maar dat is voor het ongetrainde oog.’ Sitoci wijst naar zijn flipover. Griekse tragedie, staat erop. Pro-wrestling is volgens hem kunst. ‘Weten jullie überhaupt iets van kunst?’

Hij oogt als een doelbewust gecreëerde karikatuur, de patser die zich onoverwinnelijk waant. Totdat zijn hoogmoed, onvermijdelijk, wordt afgestraft. Het gevaar lijkt in elk geval niet te komen van het nieuwe lid Christian Ace, een slungelige jongen die er nou niet direct uitziet als een absolute prijsvechter. Of van oudgediende UFO Joe, die overweegt om zijn alienbril en blauwe cape definitief op te bergen. ‘Als je moet kiezen tussen schreeuwende fans en je kind dat om je aandacht vraagt’, zegt deze. ‘Dat is lastig.’ Alleen de Dominicaanse beul El Chico lijkt echt een bedreiging. Hij heeft maar één zwakke plek: zijn moeder.

Baptist is er duidelijk niet op uit om van zijn personages mensen van vlees en bloed te maken. Ze blijven ogen alsof ze met een vette knipoog zichzelf acteren. In die zin sluiten vorm en inhoud van Ring Of Dreams, dichtgesmeerd met een plastic synthesizersoundtrack, uitstekend op elkaar aan. Dat maakt het alleen niet direct ook tot een prettige kijkervaring. Of een boeiende vertelling. Uiteindelijk ontworstelt de film zich, net als z’n protagonisten, nooit aan het predicaat ‘aardige gimmick’.

Al kan dat natuurlijk ook aan het ongetrainde oog van deze kijker liggen.

Wig

In hoeverre kan Wigstock in de 21e eeuw nog een bijdrage leveren aan empowerment van de LGBT-gemeenschap? vraagt een drag queen aan haar collega. Of zou het festival wel eens te ‘Disney’ kunnen worden? In de jaren tachtig en negentig was de functie van Wigstock glashelder: travestie bevrijden uit de randen van de nacht en aantonen dat de stijlvorm, en de bijbehorende beoefenaars, het daglicht wel degelijk kon verdragen.

Sinds 2001, toen het festival na de aanslagen van 11 september werd stopgezet, is er evenveel hetzelfde gebleven als veranderd, bewijst Wig (90 min.), een portret van de veelkleurige New Yorkse drag scene en haar bewogen historie. De gemeenschap die in eerste instantie vooral een emancipatoir karakter had en uitbundig de eigen diversiteit wilde vieren, heeft zich gaandeweg flink doorontwikkeld. Met (meer) acceptatie kwam ook professionalisering – en verdween volgens sommigen de oorspronkelijke charme.

Exemplarisch is het verhaal van Charlene Incarnate, één van de hoofdpersonen van deze documentaire. Zij was volgens eigen zeggen een ‘closeted church boy from Alabama’, werd nadat ze uit de kast kwam verstoten door haar familie en begon in New York een nieuw leven. Inmiddels heeft ze haar transitie van man naar vrouw onderdeel gemaakt van haar Drag Queen-performance. Tijdens een festival in 2015 liet ze op het podium bijvoorbeeld voor het eerst vrouwelijk hormoon inspuiten. Inmiddels heeft Charlene een pronte buste, die ze zonder enige gêne laat zien.

Regisseur Chris Moukarbel alterneert voortdurend tussen heden en verleden in deze collectie snapshots van een uitbundige subcultuur, die kan worden beschouwd als een update van de klassieke documentaire Paris Is Burning uit 1990. De baanbrekende toeren die de queens toentertijd uithaalden zijn echter allang (uitvergrote) clichés geworden, blijkt uiteindelijk op het Wigstock-festival van 2018, de climax van deze wat fragmentarische film. Intussen worden er alweer vrolijk nieuwe grenzen verlegd.