De Dick Maas Methode

WW Entertainment

‘Nederland heeft een heel ordinaire smaak’, zegt filmkenner René Mioch met een olijke glimlach bij aanvang van De Dick Maas Methode (97 min.). ‘Dick heeft daar een goed gevoel voor.’

‘Een boodschap?’ smaalt actrice Monique van de Ven even later over de Nederlandse regisseur die kaskrakers als Flodder, Amsterdamned en Sint op zijn naam heeft staan. ‘Er is geen boodschap.’

‘Boodschappen doe je bij Albert Heijn’, maakt producent Matthijs van Heijningen, de producent van Maas’ eerste grote succes De Lift, de introductie van deze documentaire van Jeffrey De Vore met een kwinkslag af.

En dan kan die film, vlot gemonteerd en als een lekker trashy Maas-productie vormgegeven, van start. Een publieksdocumentaire zou je het kunnen noemen. Met een aantrekkelijke vertelling over een cineast die in navolging van Paul Verhoeven de Nederlandse film naar een groot publiek bracht, vervolgens zakelijk helemaal aan de grond raakte en uiteindelijk tóch weer met de nodige bravoure opkrabbelde. En heel veel bekende koppen natuurlijk: Huub Stapel, Willeke van Ammelrooy, Barry Hay, Pierre Bokma en – natuurlijk – Tatjana ‘dochter Kees’ Simic. Géén documentaire dus om aan de randen van de nacht te vertonen voor een select publiek met een intellectuele bril.

Al komt behalve Maas’ grote bioscoopsuccessen ook zijn werkwijze als filmmaker serieus aan de orde met collega-regisseurs als Martin Koolhoven, Johan Nijenhuis, Mike van Diem, Tim Oliehoek en (echtgenote) Esmé Lammers. Zij schetsen de contouren van een bijna onNederlandse maker die altijd op zoek is naar een groot publiek. Een man ook die leeft voor het spektakel op zijn monitor. Aan de lieden die daarop hinderlijk door het beeld lopen – of vaker: scheuren, vrijen of vechten – besteedde hij meestal weinig aandacht. ‘Van acteurs weet ie geen reet af’, zegt René van ‘t Hof, die in de eerste Flodder-films zoon Kees vertolkte. Dick Maas zou er op de filmset zelfs een vaste boutade naar hoofdrolspelers op na hebben gehouden: ‘Doe het nou effe goed, eikel.’

Toen hij, tijdens een internationaal uitstapje, te maken kreeg met William Hurt, een acteur die zichzelf héél serieus nam, moest dat wel tot frictie leiden. Dat imago kleeft sowieso aan Dick Maas: een wat sikkeneurige man, die nogal eens in de clinch ligt met zijn directe omgeving. Is het niet met de cast van zijn eigen films, dan is het wel met Laurens Geels, zijn voormalige compagnon in het ter ziele gegane First Floor Features (die in deze docu niet aan het woord komt), of met subsidiënten die maar niet over de brug willen komen voor zijn nieuwste project.

Gelukkig is De Dick Maas Methode bepaald geen docu waar het chagrijn van afdruipt, maar een levendig portret van een man die met zijn films doorgaans meer dan genoeg vertier biedt om negentig minuten uit het dorre dagelijks bestaan te stappen. En dat lukt met dit zwaar entertainende portret gelukkig ook zonder enig probleem.

Demi Lovato: Dancing With The Devil

YouTube

Nu gaan ze, zangeres Demi Lovato en de mensen uit haar directe omgeving, wél de waarheid vertellen. Hand op het hart. Niet zoals in die nooit uitgebrachte documentaire, waarin Demi werd gefilmd tijdens haar wereldtournee van 2018 en iedereen nog netjes de schijn ophield. Totdat dit – doordat Demi op 23 juli wereldnieuws werd via een bijna fatale overdosis – met geen mogelijkheid meer was vol te houden en het filmen rigoureus werd gestopt. Einde tourfilm.

Welkom échte documentaire: Demi Lovato: Dancing With The Devil (88 min.). Alhoewel, écht? Deze serie van regisseur Michael D. Ratner, bestaande uit vier handzame delen, komt gewoon uit de koker van Team Demi. We mogen nu toch wél over de heroïne vertellen? vraagt één van de sprekers halverwege de eerste aflevering voor de zekerheid. Het antwoord luidt bevestigend. Welke verhalen echter niet in het gekozen narratief passen en dus toch nog binnenskamers worden gehouden, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Als we dat al zouden willen.

Niet dat er op het eerste oog veel onbesproken blijft in dit onthullende portret: seksueel misbruik, eetstoornissen, verslaving, automutilatie en psychiatrische problematiek. Behalve de hoofdpersoon zelf komt ook Demi’s complete entourage aan het woord: haar moeder, zussen, stiefvader, beste vrienden en een hele zwik medewerkers: een personal assistent, business manager, hoofd beveiliging/stafchef, case manager, choreograaf/creatief directeur en ook nog een ‘gewone’ manager. Voor de zekerheid komt Demi er nog wel even naast zitten of spoort ze hen vooraf aan om vooral de complete waarheid te vertellen – en, waar nodig, hun eigen naam te zuiveren.

Dat voelt allemaal heel Amerikaans: elk dieptepunt blijkt uiteindelijk vooral een aanloop naar een moment van diep inzicht. Het probleem is alleen: die diepere inzichten, zo blijkt uit archiefmateriaal, heeft ze al eerder gehad. En die hebben uiteindelijk dan toch weinig effect gesorteerd. In dat verband zou het interessant zijn geweest als ook Lovato’s vorige management, dat haar ten tijde van die overdosis in 2018 aan strikte regels onderwierp en dat sindsdien aan de kant is geschoven, spreektijd had gekregen. Wat zou dit voor effect hebben gehad op dat roestvrijstalen narratief van in de diepste put vallen en er weer geheel gelouterd uitklimmen?

Échte reflectie – op hoe een leven in de spotlights, vanaf heel jonge leeftijd, jou en je omgeving tekent – ontbreekt evenwel in deze échte documentaire, die uiteindelijk toch eerst en vooral weer een promotool lijkt. Want Demi Lovato: Dancing With The Devil wordt natuurlijk opgeleverd met een gelijknamige hitsingle. En in de bijbehorende videoclip speelt ze, ter leering ende vermaeck, haar eigen overdosis nog eens vol overgave na. Dat kun je dapper noemen. Of smakeloos.

Tina

HBO

De Bruin, Fey of Trucker? Nee, met Tina wordt natuurlijk Turner bedoeld. De achternaam die ze erfde van haar eerste echtgenoot Ike. De voornaam verzon hij, zonder overleg overigens, voor haar: Tina (117 min.). Die dus eigenlijk Anna Mae Bullock heet. En nu haar eigen documentaire heeft. Na eerder al een autobiografie (I, Tina: My Life Story), een speelfilmhit die daar weer op was gebaseerd (What’s Love Got To Do With It) en onlangs nog eens Tina: The Musical.

De Amerikaanse zangeres is inmiddels begin tachtig, maar wordt nog altijd geassocieerd met Ike, de ploert die ze alweer bijna een halve eeuw geleden verliet. Enkele jaren later zou ze, via een openhartig interview met het tijdschrift People in 1981, eindelijk schoon schip proberen te maken. Over de jaren waarin ze met de Ike & Tina Turner Revue de wereld veroverden – en hij haar achter de schermen alle hoeken van de (kleed)kamer liet zien.

Dat interview met Carl Arrington, gepubliceerd onder de kop ‘Tina Turner, The Woman Who Taught Mick Jagger To Dance’, krijgt ook weer een prominente plek in deze biopic van Daniel Lindsay en T.J. Martin. Zoals het misbruik Anna Mae haar hele leven zou blijven achtervolgen. Ook toen ze in de jaren tachtig als soloartiest een onverwachte comeback maakte en uitgroeide tot een absolute wereldster, bleef iedereen maar vragen naar Ike. Nooit kwam ze los van die vent. Ook nu niet.

Het is de tragiek van een vrouw die, tegen wil en dank, een voorbeeld werd voor andere vrouwen die gebukt gaan onder huiselijk geweld. In die zin biedt deze ongebreidelde lofzang op Tina Turner ook weinig nieuws over dat oude vertrouwde verhaal – verteld door de hoofdpersoon zelf en haar vriendin Oprah Winfrey, achtergrondzangeres/danseres Le’Jeune Fletcher, ghostwriter Kurt Loder, manager Roger Davies en Zwitserse echtgenoot Erwin Bach.

Behalve dan dat het vertellen van dat verhaal nog altijd zwaar weegt op Anna Mae. En dat daarachter nog een ander verhaal schuilgaat. Over een liefdeloze jeugd. Dat al wat later kwam – wellicht – een beetje verklaart. En dat in deze liefdevolle film, waarin haar huidige familieleven overigens behoorlijk wordt afgeschermd, als opmaat fungeert naar de gelikte apotheose. De documentaire die volgens haar man Erwin een soort punt zet. Achter Tina’s leven en carrière.

Turner.

Maddy The Model

Als achttienjarige maakte ze in 2015 haar debuut op de New York Fashion Week. Madeline Stuart was het allereerste model met het Syndroom van Down op de catwalk. Twee jaar later overheerst bij moeder en manager Rosanne nochtans teleurstelling: haar dochter wordt nog altijd niet behandeld én betaald als een topmodel.

Die carrière was enkele jaren daarvoor zonder al te veel illusies begonnen. Nadat Maddy The Model (92 min.) voor het eerst een modeshow had gezien, kreeg ze van haar moeder een professionele fotoshoot cadeau. Het resultaat daarvan was zo verbazingwekkend dat Rosanne Stuart, inmiddels ook Madelines belangenbehartiger, de foto’s online plaatste. Ze verzon er meteen een prikkelende slogan bij: Getting Down To Modelling. Niet veel later hing New York aan de lijn.

Maar is de Australische tiener sindsdien meer geworden dan een curiosum op de catwalk, een voorbeeld van de inclusiviteit die de internationale modellenwereld nastreeft of zegt na te streven? Rosanne legt zich er in elk geval niet zomaar bij neer dat haar dochter, die door haar verstandelijke beperking van jongs af aan een zorgenkindje is geweest, te midden van al die mooie mensen automatisch aan het kortste eind trekt.

Daarbij speelt onvermijdelijk de vraag op wie van de twee nu eigenlijk droomt van een modellencarrière – en in hoeverre een rol speelt of/dat Rosanne moeite heeft om Madelines beperking te accepteren. ‘Ik doe dit niet voor mezelf, oké’, zegt ze snibbig tegen haar dochter als die geen zin heeft in weer een show. Even daarvoor heeft ze Maddy al proberen te verleiden om nog één laatste interviewer te woord te staan: ‘Een interview en dan een ijsje.’

Thuis, bij haar lieve vriendje Robbie in Brisbane, lijkt Madeline meestal net zo gelukkig als in pak ‘m beet Parijs, Dubai, Londen, Kampala of Palm Beach, waar de schone schijn regeert en zij een plek moet zien te verwerven. Moeder blijft in deze observerende film van Jane Magnusson intussen onverminderd pushen en mopperen. Het is bewonderenswaardig dat ze zo onvoorwaardelijk in haar kind gelooft – of onuitstaanbaar dat ze die haar eigen dromen blijft opdringen.

Afhankelijk van de bril waarmee je deze documentaire bekijkt, is Maddy The Model dus een fraai portret van twee diversiteitsstrijders die door het glazen plafond proberen te breken. Of een onvervalste kromme tenen-film over een behoorlijk ongezonde moeder-dochter verhouding. Óf – dat kan ook nog – een lekker schurende combinatie van die twee.

Operation Varsity Blues: The College Admissions Scandal

Netflix

Prima deal. In ruil voor een aardige donatie krijgt je nageslacht toegang tot een droomschool. Wat is nu een miljoen dollar – of een ietsiepietsie meer – als de toekomst van je kind ervan afhangt? Via een kleine omweg koop je bijvoorbeeld een sportbeurs. Ook al heeft je ‘allesie’ nog nooit een football vastgehouden, een waterpolocap gedragen of op een zeilboot gevaren. En dan staan de deuren van Yale, Harvard of Princeton plotsklaps wagenwijd open en is het kostje van Junior gekocht.

Schoolkeuzecoach Rick Singer was daarvoor jarenlang een perfecte postiljon d’amour. Als geen ander wist hij welk (sport)onderwijsprogramma van een Ivy League-school nog wel wat financiële ondersteuning kon gebruiken. Via hem konden gefortuneerde ouders zo ‘prestige’ inkopen voor hun kroost. Volgens John Reider, voormalig lid van de toelatingscommissie van Stanford University, betekent dat woord in het Frans niet voor niets bedrog. ‘Dat is wat prestige is op de universiteit: het is denkbeeldig, een illusie. En toch geloven mensen erin.’

Regisseur Chris Smith, die in Fyre: The Greatest Party That Never Happened al de gebakken lucht van een gigantisch festivalfiasco blootlegde, ontleedt in Operation Varsity Blues: The College Admissions Scandal (100 min.) hoe Singer zijn schoolzwendel opzette. Dat wordt nooit zo buitenissig of grappig als in Fyre, maar zeker zo pijnlijk. Smith heeft de beschikking over opnamen die de FBI maakte van Singers (telefoon)gesprekken met bereidwillige ouders en schoolmedewerkers. Die heeft hij letterlijk, soms in gecondenseerde vorm, laten naspelen door acteurs, met Matthew Modine in de rol van aalgladde schooladviseur.

Hij, de slinkse ‘coach’, wordt in dit gesmeerde docudrama gepresenteerd als het oliemannetje van een volledig geperverteerd systeem, waarbinnen gefortuneerde ouders, zoals bijvoorbeeld de actrices Felicity Huffman en Lori Loughlin, er geen been in zien om hun kind op onoorbare wijze vooruit te helpen en universiteiten rustig dubieuze donaties incasseren en vervolgens een oogje dichtknijpen als leerlingen onder valse voorwendselen de school worden binnengesmokkeld. Het is al met al een treurige bedoening, de totale verwording van een door en door competitieve maatschappij. 

Die kent natuurlijk ook zijn slachtoffers: behalve alle kinderen die onder de prestatiedruk dreigen te bezwijken gaat het dan ook om bollebozen die door de fraude níet worden toegelaten. ‘Het is gewoon klote om je zo te voelen’, zegt een meisje, dat net heeft gehoord dat ze niet welkom is op de school van haar voorkeur. ‘Maar ik weet zeker dat de iedereen die wel is aangenomen het verdient.’ Daarop introduceert Chris Smith met bijna sardonisch genoegen Olivia Jade, een YouTube-sterretje met miljoenen volgers dat zomaar een plek kreeg toegespeeld in het roeiteam van de prestigieuze University of Southern California. Ze zou nooit aan een training of wedstrijd deelnemen.

In een wereld waarin alleen winnen, of de schijn daarvan, lijkt te tellen kan dat zomaar gebeuren. Uiteindelijk is het wel de vraag of het werkelijk in het belang is van de betrokken kinderen, die vaak overigens niet of nauwelijks op de hoogte waren van de schimmige praktijken van hun ouders, dat ze terechtkomen op een school waar ze eigenlijk niet op hun plek zijn. En wanneer het omkoopschandaal in 2019 plotseling in de openbaarheid komt, nadat de centrale figuur daarvan rücksichtslos dubbelspel is gaan spelen, worden zij bovendien publiekelijk gebrandmerkt als jongeren die het niet op eigen kracht kunnen. Over een slechte deal gesproken.

Soul Boys Of The Western World

Natuurlijk, dit is zo’n typische banddocu. Die chronologisch uiteenzet hoe de som uiteindelijk – pas na een slordige 24 minuten – meer werd dan de delen. Waarin de grote successen van de helden (True, Gold en natuurlijk Through The Barricades) vanzelfsprekend uitbundig worden gevierd. En die niet geheel toevallig werd uitgebracht toen hun groep, Spandau Ballet, na ruim twintig jaar een onverwachte comeback had gemaakt.

Soul Boys Of The Western World (110 min.) is niettemin een joyeuze viering van hoe de ‘working-class lads’ uit Noord-Londen, na diverse valse starts, ergens in de jaren tachtig de synthesizer ontdekten, zich precies het juiste imago aanmaten en een eigentijdse en poppy draai gaven aan hun voorliefde voor soul. Ze werden er even héél succesvol mee: echte popsterren, de vervulling van al hun jongensdromen. En toen begonnen de steeds verder opgeblazen ego’s, gepersonifieerd door zanger Tony Hadley en songschrijver Gary Kemp, ongenadig te botsen. Vanwege een ordinaire centenkwestie kwamen de bandleden zelfs tegenover elkaar te staan bij de rechter.

Regisseur George Hencken serveert dat al duizenden malen vertelde verhaal over de opkomst, ondergang en wederopstanding van een popgroep aanstekelijk uit, laat het off screen becommentariëren door de individuele bandleden en heeft daarnaast genoeg oog voor de maatschappelijke context in het toenmalige Verenigd Koninkrijk, straf geleid door ‘iron lady’ Margaret Thatcher, om er nét iets meer van te maken dan alleen een routineuze vertelling over een dertien-in-een-dozijn bandje. Ook als je weinig hebt met hun muziek – understatement – en zelfs wel een beetje moet grinniken om hun uitbundige kapsels, zorgvuldige gestylede kostuums en nét iets te kleine speedo’s – bekentenis – houdt deze film je bijna twee uur bij de les.

Slechts enkele jaren na het uitbrengen van deze popdocu uit 2014 was er overigens tóch weer herrie in de tent bij Spandau Ballet. Sindsdien moeten de overjarige glamourboys het doen zonder frontman Tony Hadley. Totdat ook die in zijn portemonnee weer de dringende noodzaak begint te voelen om zich en plein publique te verzoenen met zijn jeugdvrienden. En de camera’s wellicht kunnen gaan draaien voor Soul Boys Of The Western World – The Sequel.

Billie Eilish: The World’s A Little Blurry

Apple TV+

Elke zichzelf respecterende 21e eeuwse popster krijgt z’n eigen documentaire. Letterlijk. Een ‘onthullende’ film over de mens achter de artiest, vaak gemaakt in opdracht van de hoofdpersoon zelf en/of diens vertegenwoordigers. Waarover dan de schijn van openhartigheid hangt, terwijl de productie uiteindelijk toch vooral een promotioneel karakter heeft. Het is een dilemma voor elke zichzelf respecterende documentaireveelvraat: wil je afnemer zijn – of zelfs doorgeefluik – van een slim opererende marketingafdeling? Tegelijkertijd kan ook zo’n ‘product’, soms onbedoeld, een zekere oprechtheid bevatten – of, net zo interessant, zijn eigen onoprechtheid verraden.

Is Billie Eilish: The World’s A Little Blurry (140 min.) ook zo’n film? Het is in elk geval géén aalglad portret van Billie’s opmars naar de wereldtop geworden. Al kan dat natuurlijk ook ‘part of the plan’ zijn, dacht de zichzelf respecterende docufreak er direct achteraan. Billie Eilish is immers een alternatieve popster met een zwaarmoedige inborst, zo nu en dan opspelende Gilles de la Tourette-tics en echt een eigen artistieke visie. Daarbij past geen gladgestreken productie. Deze lijvige documentaire van R.J. Cutler toont hoe ze met haar broer en muzikale partner Finneas O’Connell, die bekent dat hij niet aan Billie mag vertellen dat het zijn taak is om hits te schrijven, thuis werkt aan songs die inderdaad wereldhits zullen worden. Met dank aan de GoPro-camera die moeder Maggie ophing in de slaapkamer. Dat levert fascinerend materiaal op: de wisselwerking tussen broer en zus werkt wonderwel en zal later nog resulteren in de Bond-song No Time To Die, die gewoon even in de tourbus in elkaar wordt gezet.

De film ruimt verder opvallend veel tijd in voor haar concerten, met bijzondere aandacht voor de hartstochtelijk meezingende jeugdige fans die elke beweging die zij maakt vastleggen met hun smartphone. Terwijl Billie zelf tussendoor gewoon de dingen blijft doen die een tiener nu eenmaal doet – rijbewijs halen, liefdesverdriet hebben en net te lang in bed blijven liggen, óók als de Grammy-nominaties bekend worden gemaakt – komt ze tevens in aanraking met de entertainmentwereld. Lekker gênant is in dat verband de kennismaking met Katy Perry en haar verloofde, waarvan Billie pas later in de gaten krijgt dat het de acteur Orlando Bloom is. Hij omhelst en kust haar alsof ze al jaren zielsverwanten zijn. Het voorval demonstreert hoezeer zij, de misfit, nog altijd een buitenstaander is in de wereld die haar op stel en sprong heeft omarmd. Maar voor hoe lang nog?

Zoals elk zichzelf respecterend pubermeisje koesterde Billie ooit een totaal onbereikbare liefde. Als twaalfjarige was ze smoor op Justin Bieber. Nu blijkt dat hij ook helemaal weg is van haar. Of ze misschien met hem wil samenwerken? ‘Ik zou mijn hond voor hem doodmaken’, flapt ze er direct uit in één van de vele ontwapenende scènes van deze observerende film. Maar dat is toch ook wel doodeng. Een remix van haar hit Bad Guy dan maar. Billie, die echt gewoon zichzelf lijkt voor de camera, maakt van haar hart geen moordkuil: ‘Ik zou al blij zijn als hij een keer ‘poep’ zou roepen tijdens het nummer.’ En dan, het is eigenlijk al geen verrassing meer, arriveert inderdaad Biebers versie van Bad Guy.

Op het Coachella-festival van 2019 komt het zowaar tot een ontmoeting. Billie durft haar held bijna niet aan te kijken en rent in eerste instantie zelfs van hem weg. En huilt tenslotte ongegeneerd in zijn armen. Het is de scène waarin de hele film samenkomt: hoe ze voor even met haar eigen idool en geestverwant versmelt. Terwijl de twee, natuurlijk, worden omringd door allerlei tieners die zich aan hen vergapen en het hele tafereel, natuurlijk, vastleggen. En dan moet Billie nog achttien worden en staat ook de uitreiking van die Grammy Awards nog op het programma, de apotheose van deze film, die direct en trefzeker het ongelooflijke zeventiende levensjaar van deze belangwekkende stem van Generatie Z vereeuwigt.

En dat is ongetwijfeld precies wat Billie – en haar complete entourage met haar – ook wil uitstralen. Zodat elke zichzelf respecterende documentairekenner zich na afloop achter zijn oren krabt. Tijdloos document over de opkomst van de Bob Dylan, Madonna of Radiohead van haar generatie? Of toch slim in de markt gezet product om Billies status als popster van het moment verder uit te bouwen? Ik – laat ik daar niet verder omheen draaien – ben weer geneigd te zeggen: allebei. Als Eilish erin slaagt om haar huidige succes te continueren, zou deze film niets minder dan de 21e eeuwse variant op Dont Look Back, Truth Or Dare of Meeting People Is Easy kunnen worden, waarin de formatieve jaren van een beeldbepalende act voor het nageslacht zijn vereeuwigd.

En anders is The World’s A Little Blurry op zijn minst een weldadige weerslag van hoe een getroebleerde tiener met haar diepste zielenroerselen zomaar ineens, voor even, de maat der dingen kon worden.

Helmut Newton – The Bad And The Beautiful

Crocodile Wupperthal / NTR

Zelf had hij het eigenlijk niet zo op documentaires over zijn beroepsgroep. ‘De films over fotografen die ik heb gezien zijn slaapverwekkend’, zegt Helmut Newton (1920-2004) aan het begin van deze documentaire tegen zijn toenmalige gesprekspartner. ‘Je ziet een vent achter de camera, zijn rug en de camera. Je hoort klik, klik, klik. En het domme geklets tussen het model, of degene die poseert, en de fotograaf.’

Toch kost het weinig moeite om de ogen open te houden bij Helmut Newton – The Bad And The Beautiful (93 min.). Dat heeft in eerste instantie natuurlijk van doen met het ravissante werk van de vermaarde (naakt)fotograaf, dat leek te bestaan bij de gratie van de provocatie. Een krokodil met een vrouwenlichaam in zijn bek bijvoorbeeld. Een blonde vamp die als een levende Barbiepop na gebruik is achtergelaten op het bed. En een politieagente die de broek bepaald niet aanheeft (en ook geen ondergoed trouwens). 

Het zijn beelden die zijn gecreëerd door een man die van sterke vrouwen houdt, zeggen liefhebbers en modellen die met hem werkten, zoals Grace Jones, Claudia Schiffer, Isabella Rossellini, Charlotte Rampling en Marianne Faithfull. Ze getuigen van misogynie, vindt een ander. ‘Veel vrouwenhaters zijn ‘dol’ op vrouwen, maar maken toch vernederende beelden’, voegde schrijfster Susan Sontag hem bijvoorbeeld ooit toe in een talkshow. ‘Ik verwacht nooit dat de man op zijn werk lijkt. Integendeel: die kan dit kwijt in zijn werk en kan verder dus heel aardig zijn.’

Volgens eigen zeggen was Newton vooral een beroepsvoyeur, alleen geïnteresseerd in de buitenkant. Over de ziel van zijn modellen maakte hij zich bijvoorbeeld geen seconde druk. En mannen waren al helemaal niet meer dan accessoires voor zijn foto’s. Zij ontbreken dan ook volledig in deze lekkere vlotte documentaire van Gero von Boehm, waarin behalve de gevierde fotograaf zelf alleen vrouwen aan het woord komen. Omdat de beelden die hij via en met hen kon creëren het enige waren wat er werkelijk toe leek te doen voor Helmut Newton.

Allen v. Farrow

HBO/Ziggo

Jarenlang vormden ze een befaamd Hollywood-koppel. Zij schitterde de gehele jaren tachtig in de films, waarmee hij als regisseur een nóg grotere lieveling van pers en publiek werd. Woody Allen en Mia Farrow kregen daarnaast drie kinderen, van wie er twee waren geadopteerd. Hun samengestelde gezin, waarbij de ouders elk in hun eigen huis bleven wonen, bestond daarnaast uit enkele (geadopteerde) kinderen uit een eerdere relatie van Farrow.

Op 13 januari 1992 barstte de bom toen Mia Farrow naaktfoto’s vond van haar 21-jarige adoptiedochter Soon-Yi Previn, die zouden zijn gemaakt door haar eigen geliefde, de 35 jaar oudere Woody Allen. Toen ook besefte het meisje dat zij samen als baby hadden geadopteerd, de zesjarige Dylan, dat ze niet de enige was die zich in de bijzondere belangstelling van haar beroemde vader mocht verheugen. Hun relatie was volgens een psychiater beslist ‘ongepast intens’, maar was er ook sprake van misbruik?

Sindsdien is het Allen v. Farrow (256 min.), een publiekelijk uitgevochten strijd over wat er precies is gebeurd en wie daaraan schuldig is. Woody Allen, inmiddels dik in de tachtig, houdt vol dat hij volledig onschuldig is en het slachtoffer van een wraakzuchtige ex-geliefde (zoals bijvoorbeeld in dit recente interview met de Britse krant The Guardian). Farrow blijft ervan overtuigd dat haar adoptiedochters zijn misbruikt door haar toenmalige partner, die daarvoor nooit, behalve dan in de publieke opinie, echt is gestraft. En gewoon films is blijven maken over oudere mannen met jonge vriendinnen, dat ook.

In deze krachtige vierdelige serie van Kirby Dick, Amy Ziering en Amy Herdy wordt vooral Farrows kant van het verhaal belicht. Met een imposante verzameling getuigen à charge: Mia Farrow zelf, ondersteund door haar kinderen Dylan, Fletcher en Ronan (die als journalist overigens een sleutelrol speelde in de publieke val van #metoo-bullebak Harvey Weinstein). Familievrienden, een privélerares en diverse deskundigen bevestigen hun lezing van de gebeurtenissen. Daar tegenover staat het relaas van Allen, via audiofragmenten uit zijn autobiografie Apropos Of Nothing (2020).

Aflevering 1 en 2 concentreren zich op wat er destijds is gebeurd in het huishouden Allen-Farrow en de achtergronden daarvan. De derde aflevering zet de schijnwerper nog eens goed op het strafrechtelijke onderzoek tegen Woody Allen en de bijbehorende rechtszaken en mediahype, terwijl in de slotaflevering de rekening wordt opgemaakt. De complete serie is doorspekt met intieme familievideo’s, privéfoto’s, materiaal uit allerlei archieven en stiekem gemaakte audio-opnames van telefoongesprekken tussen de voormalige echtelieden.

De documentairemakers staan duidelijk aan de kant van de beschuldigers. Zoals ze dat overigens al in diverse films (The Invisible War, The Hunting Ground en On The Record) hebben gestaan. Of er ook een andere kant aan dit verhaal zit? Vast. Woody Allen zal echter moeten praten als brugman, hetgeen hem natuurlijk wel is toevertrouwd, om de hier tegen hem opgestapelde bewijzen te ontkrachten. Tot die tijd geldt Allen v. Farrow als een ferme aanklacht die de positie van Allen, sinds de opkomst van #metoo sowieso al precair, nóg benarder maakt.

Mia Farrow beweert in elk geval dat ze na hem nooit meer een man in huis heeft gelaten. Behalve haar nieuwe geliefden durfde ze ook zichzelf niet meer vertrouwen.

Billie

‘Ik wil weten waarom alle zangeressen op een gegeven moment kapotgaan’, zegt de befaamde crooner Tony Bennett tegen Billie Holiday’s biograaf Linda Lipnack Kuehl. ‘Zodra ze de top bereiken, gebeurt er iets tragisch. Ik wil weten hoe dat komt.’ Voordat ze haar allesomvattende boek kon uitbrengen over de Amerikaanse jazzlegende, die in 1959 op slechts 44-jarige leeftijd overleed, was de journaliste zelf dood. Lipnack Kuehl, een vertegenwoordiger van de witte middenklasse die ogenschijnlijk niets gemeen had met haar protagonist, stierf op 38-jarige leeftijd in 1978.

De audiocassettes van de gesprekken die de biografe over Holiday voerde met mensen als John Hammond, Bennie Goodman en Count Basie en delen van haar onuitgebrachte manuscript, vormen nu het fundament onder Billie (98 min.) van regisseur James Erskine. Een gloedvol portret van de getormenteerde ‘zwarte zangeres’, die carrière moest zien te maken in een volledig gesegregeerde Verenigde Staten. Soms mocht Holiday niet eens gebruik maken van het toilet in de tent die ze dezelfde avond helemaal in vervoering zou zingen. En terwijl haar witte bandleden na een drukke dag uit mochten rusten in een hotelkamer, probeerde zij de slaap te vatten in de groepsbus of een geparkeerde auto.

Billie Holiday (echte naam: Eleonara Fagan) zou haar grootste hit, de wrange protestsong Strange Fruit, wijden aan dat continue onrecht. Daarmee werd ze een icoon van haar tijd én een geliefd doelwit voor gezagsdragers, die een zwarte vrouw zoals zij maar al te graag een toontje lager lieten zingen. Nu gaf ze die lieden ook wel alle gelegenheid om haar te attaqueren met ongebreideld drugsgebruik, een voorliefde voor foute mannen en promiscuïteit. Holiday zong zoals ze was, zou de enigszins gemakzuchtige conclusie kunnen luiden. Maar waarom wás ze dan zo? Erskine slaagt in dit ge(s)laagde portret, via de interviews die Linda Lipnack Kuehl afnam en slim gebruik van fraaie archiefbeelden, om een geloofwaardig antwoord te formuleren. En tussen de bedrijven door wordt ook die gestorven biograaf niet over het hoofd gezien.

‘Waarom lijkt het alsof zoveel jazzgrootheden al op jonge leeftijd overlijden?’ wilde een interviewer eens weten van Billie Holiday. Die antwoordde: ‘Ik kan die vraag alleen beantwoorden met: we proberen honderd dagen in één dag te leven.’ Zo bezien is ze toch nog behoorlijk oud geworden.

Yab Yum

Wat gebeurt in Yab Yum (75 min.), blijft in Yab Yum. De meeste oud-medewerkers van het vermaarde Amsterdamse bordeel hullen zich bijvoorbeeld nog altijd in stilzwijgen over de toenmalige clientèle. Want er kwam van alles: internationale beroemdheden, Bekende Nederlanders, vermaarde zakenmensen, het halve Saoedische koningshuis én de topcriminelen over wie sindsdien boeken zijn geschreven en films gemaakt.

En daar praten de voormalige eigenaar Theo Heuft en zijn manager, barkeepers, portier en gastvrouwen liever al helemaal niet over. Want de Amsterdamse penoze begon de exclusieve gelegenheid aan de Singel op een gegeven moment als zijn eigen clubhuis te beschouwen. En daarmee was het lot van de club bezegeld. Yab Yum verwerd tot een plek waar schimmige deals werden beklonken, zwart in wit geld veranderde en vetes tot heftige confrontaties konden leiden.

In het Amsterdamse grachtenpand, waar de kogelgaten nog in het plafond zitten, leidt Anna Maria van ’t Hek haar gesprekspartners door het woelige verleden van de chique club; van de jaren van vrijheid blijheid via de doemtijd van het AIDS-virus naar de verstikkende wurggreep van de onderwereld. De filmmaakster omkleedt hun smeuïge herinneringen met een zinnenprikkelende verbeelding van Yab Yums geleidelijke aftocht naar de hel, waar boosaardige engelen voortaan de dienst zouden uitmaken.

En wat al die oud-medewerkers niet over hun lippen krijgen, wordt ingevuld door voormalig politiewoordvoerder Klaas Wilting, die namen en rugnummers geeft bij de onvermijdelijke neergang van wat eens ‘het beroemdste bordeel van de wereld’ was. Onvermijdelijk, want bordelen lijken van lieverlee altijd in verkeerde handen te belanden. Sommige sprekers in deze boeiende documentaire blijken de teloorgang nog altijd te betreuren. Als het kon, zouden ze zo weer aan de bar plaats nemen tussen de klanten die alleen al 75 gulden hadden afgetikt om binnen te mogen.

Om naar ‘boven’ te mogen met een ‘dame’ kwamen daar nog gauw enkele honderden guldens bij. Voor ‘een beetje jeuk aan je snikkel en één vingerhoedje stijfsel’, zouden de Klisjeemannetjes zeggen. Maar daarmee zou dit hoogwaardige etablissement gelijkgeschakeld worden met een ordinair bordeel en, in elk geval volgens de direct betrokkenen, danig tekort worden gedaan.

Fake Famous

‘Do you want to be famous?’ Die oproep levert duizenden reacties op. Een team van social media-experts, castingagenten en stylisten krijgt vervolgens de onmogelijke taak om daaruit drie mensen te selecteren voor een sociaal experiment. Zij gaan wereldberoemd worden – of in elk geval: lijken.

De keuze valt uiteindelijk op actrice @dominiquedruckman (1137 Instagram-volgers), visual creator @chrisvsmyself (1157 Instagram-volgers) en het manusje van alles van een onroerend goed-bedrijf @wylezzz (2528 Instagram-volgers). Eerst krijgen ze een kleine restyling en daarna talloze extra volgers. Voor een kleine honderd dollar kun je namelijk al gauw 7500 bots aanschaffen, met ook nog eens 2500 likes. En dan kunnen de eerste foto’s voor Fake Famous (87 min.) worden gemaakt. 

Bij Ikea kun je bijvoorbeeld doen alsof je een luxueuze vakantie op Bali hebt, met een goedkope wc-bril is het mogelijk om te suggeren dat je vanuit een privéjet naar buiten zit te turen. Zolang de social media-goegemeente maar denkt dat je ‘the lifestyle of the rich and famous’ leeft. Want dat werkt als een ‘selffulfilling prophecy’: met rijk lijken, kun je daadwerkelijk rijk worden. Als druk selfiënde reclamezuil. @kimkardashian schijnt bijvoorbeeld 500.000 dollar te rekenen voor één enkele Insta-post.

Journalist @nickbilton gebruikt het sociale experiment met de drie would be-celebrities om de gekte, decadentie en tristesse van de influencerwereld bloot te leggen. Hoewel de subjecten uiteindelijk heel verschillend reageren op de uitdagingen die op hun pad komen en dus ook een totaal andere status bereiken, levert Fake Famous geen opzienbarende inzichten op. De welbekende leegte van Instaland, waar met ‘roem’ goud geld is te verdienen, wordt nog maar eens uitgelicht.

Madonna: Truth Or Dare

‘De onschuld van de dansers ontroerde me. Ik bedoel: ze waren nog nooit ergens geweest’, zegt de ‘Queen of Pop’ over de jonge dansers die ze onder haar hoede nam. ‘Dit is de kans van hun leven. Ze hebben geen gemakkelijk bestaan gehad: lastige familie of gewoon armoede. Ik wilde hen de sensatie van hun leven geven.’

Kun je als cameraploeg observeren, zonder de werkelijkheid te beïnvloeden? De vraag stellen is hem in zekere zin ook beantwoorden. Toch kan een ervaren team, zolang het zich maar onzichtbaar kan maken en vooral heel veel geduld heeft, wel degelijk iets van de waarheid vinden. Het is alleen de vraag of dat ook nog lukt als degene die bespied moet worden zo imagobewust is als Madonna. Geen detail lijkt aan haar oog te ontspannen. Ook als ze gewoon zichzelf – wat dat ook moge zijn – probeert te zijn.

Madonna: Truth Or Dare (119 min.) uit 1991 was naar verluidt oorspronkelijk bedoeld als concertfilm. Regisseur Alek Keshishian ving achter de schermen van de immens succesvolle Blond Ambition Tour echter zoveel interessant materiaal dat het toch een volwaardige documentaire moest worden. Die beelden werden vervolgens zwart-wit gemaakt om ze de ‘feel’ van klassieke direct cinema-films mee te geven. De concertbeelden van de groots opgezette, ravissante en wellustige show bleven wel in kleur en ogen dertig jaar na dato nog altijd vitaal. Hoewel het absolute ‘Dreh- und Angepunkt’ eerlijk gezegd niet altijd even overtuigend zingt.

Wat er achter de schermen ook gebeurt, het is in één oogopslag duidelijk wie er de lakens uitdeelt. Als ze vanwege stemproblemen bijvoorbeeld naar haar stem laat kijken en vriendje van het moment Warren Beatty zich hardop afvraagt of dat soort dingen eigenlijk wel gefilmd moeten worden (ja dus). Als in een roddelblad wordt beweerd dat ze een relatie is begonnen met haar achtergronddanser Oliver (nu stoppen met die onzin). En als de politie haar dreigt te arresteren vanwege een obscene masturbatiescène tijdens haar show (geen gelul, artistieke vrijheid).

Als een echte moederkloek – die status claimt ze overigens maar al te graag in de voice-overs waarmee de film aaneen is gesmeed – waakt Madonna ook over haar entourage. Ze is bovendien het middelpunt van elk feest. Daar zorgt ze wel voor. Óók, of juist, als andere celebrities zoals Al Pacino, Olivia Newton-John en Kevin Costner op audiëntie komen in de kleedkamer. Een kleine tegenvaller moet ze ook verwerken: de Spaanse acteur Antonio Banderas blijkt al getrouwd en heeft zijn vrouw ook nog eens bij zich. Madonna kan er niet over uit hoe knap Antonio is. Er zal toch ook wel iets níet perfect zijn aan hem? ‘Hij heeft vast een kleine penis.’

Zo is en blijft deze documentaire, die in grote delen van de wereld onder de titel In Bed With With Madonna werd uitgebracht, te allen tijd De Grote Madonna Show. Zelfs als dat ten koste gaat van mensen in haar directe omgeving, zoals in die ene klassiek geworden scène waarin één van haar dansers, die dan nog stevig in de kast zit, tijdens een spelletje Truth Or Dare een andere man moet tongzoenen. Dat tafereel had hij, getuige de documentaire Strike A Pose, maar al te graag uit de film laten verwijderen. Madonna – en niemand anders – beschikte echter anders. De werkelijkheid die zij voor de observerende camera orkestreerde bleek uiteindelijk heilig.

Framing Britney Spears

The New York Times

Sinds 2008 heeft ze een ‘conservator’. Vader Jamie fungeert als een soort voogd voor zangeres Britney Spears, die niet in staat wordt geacht om voor zichzelf te zorgen en zelfstandig beslissingen te nemen. De maatregel kwam destijds niet uit de lucht vallen: Britney was uitgegroeid tot zo’n ongeluk waarop we met z’n allen – of de paparazzi namens ons – stonden te wachten. Wanneer zou ze definitief uit de bocht vliegen? En kon iemand haar daar misschien een handje bij helpen, zodat de crash in elk geval haarscherp in beeld zou zijn?

Van de grootste popster van eind jaren negentig was toen weinig meer over. Alleen een kwetsbare jonge vrouw, aanbeland in een moeilijke periode van haar leven, die genadeloos werd geëxploiteerd door alles en iedereen. De documentaire Framing Britney Spears (74 min) toont daarvan talloze voorbeelden. Geen ervan is pijnlijker dan het fragment uit een spelletjeshow, waarin de quizmaster doodleuk vraagt wat Britney zoal verloren heeft in de afgelopen jaren. Een enthousiaste deelneemster roept onmiddellijk ‘haar echtgenoot’. Er zijn dan nog zes andere antwoordmogelijkheden, waaronder ‘haar haren’ en ‘haar verstand’.

Regisseur Samantha Stark blikt terug op de carrière van de tienerster uit Kentwood, Louisiana met haar voormalige assistent, stylist, talentscout en marketeer en ontleedt tevens Britneys huidige situatie met advocaten die bij haar zaak betrokken zijn (geweest), muziek- en roddeljournalisten, en fotografen die haar het leven jarenlang onmogelijk maakten. En toen Spears haar loopbaan na diverse breed uitgemeten inzinkingen eindelijk weer op de rails leek te hebben, stond ze nog steeds onder toezicht van haar vader. Hij wordt ogenschijnlijk slapend rijk met het werk van zijn dochter, die al twaalf jaar volledig aan hem is overgeleverd.

En daarmee belandt deze ontluisterende film, die gerust als een spiegel van onze tijd mag worden beschouwd, bij de #FreeBritney-beweging. Jonge fans menen in de filmpjes en foto’s die ze tegenwoordig op haar Instagram-account plaatst geheime boodschappen te ontwaren, waarmee de zangeres noodsignalen zou afgeven over haar benarde positie. Als Spears even helemaal uit beeld verdwijnt, instigeren de twee jonge vrouwen die al bijna negentig afleveringen van de podcast ‘Britney’s Gram’ hebben volgekletst zelfs een heuse zoekactie. De hashtag #WhereIsBritney? gaat natuurlijk viral. En ook nu is de persoon in kwestie niet meer dan een leeg canvas waarop eenieder zijn eigen dromen, ambities en complotten mag projecteren.

Het is eigenlijk wel treffend dat Britney zelf – of haar directe familie – niet aan het woord komt in deze documentaire, die onder auspiciën van The New York Times is geproduceerd (en waarin onze eigen Ivo Niehe nog een ongemakkelijk bijrolletje heeft met een impertinente vraag aan de popvedette over haar borsten). Van tieneridool, tabloidster en superhysterica is Britney Spears nu gereduceerd tot een willoos slachtoffer, waarin nog altijd niemand wezenlijk is geïnteresseerd. Dat is een bijzonder treurige slotconclusie.

Author: The JT LeRoy Story

Voor iedereen die wel eens knorrend de familie Van de Biggelaar heeft opgebeld, ongevraagd boekenseries van Lekturama heeft besteld voor vriendjes of de buren heeft gebeld dat ze de loterij hebben gewonnen, klinkt dit verhaal een heel klein beetje bekend. Een héél klein beetje.

Dit is het verhaal van de Amerikaanse auteur JT LeRoy, het transseksuele kind van een verslaafde tankstation-prostituee uit West-Virginia die zelf ook zijn lichaam verkoopt voor dope. De jonge puber begint zijn hart eind jaren negentig uit te storten bij de psychiater Terrence Owens. Via de telefoon. Ze ontmoeten elkaar nooit. Hij legt daarna ook al snel contact met de schrijvers Bruce Benderson en Dennis Cooper.

LeRoy wil zijn getormenteerde bestaan vereeuwigen. Inmiddels vertolken ook tot de verbeelding sprekende personages zoals ‘Speedie’ en ‘Astor’ daarin een saillante bijrol. Benderson en Cooper zijn wildenthousiast over wat JT neerpent over hun tranentrekkende bestaan en geven hun sensationele nieuwe collega een flinke duw in de rug. Het duurt dan ook niet lang of de ‘angry young kid’ is binnengehaald als één van de interessantste nieuwe stemmen van de Amerikaanse literatuur.

Één probleem: de übercoole Jeremiah Terminator LeRoy bestaat helemaal niet. Het is niet meer/minder dan het geesteskind van het muurbloempje Laura Albert, een dertiger die zich bepaald niet cool voelt. Ineens wordt haar parallelle persoonlijkheid echter onderdeel van ‘the beautiful people’. Beroemdheden als Gus van Sant, Tom Waits, Courtney Love, Matthew Modine en Billy Corgan hangen geregeld aan de telefoon, gesprekken die ze allemaal opneemt.

Die cassettes hebben natuurlijk een prominente rol gekregen in de hele fijne documentaire Author: The JT LeRoy Story (111 min.) van Jeff Feuerzeig, die eerder al een prachtige biopic maakte van een andere heerlijke weirdo, de getroebleerde singer-songwriter Daniel Johnston. Deze nieuwe film uit 2016, waarin ook Winona Ryder, Bono en Asia Argento nog een gênante bijrol vertolken, is van hetzelfde schmutzige laken een pak. Een bizar verhaal, met een karrenvracht heerlijke archiefbeelden en animaties heel aantrekkelijk aangekleed.

Met bijna twee uur speelduur is Author: The JT LeRoy Story natuurlijk een hele zit, maar de docu weet de aandacht over het algemeen moeiteloos vast te houden. Het is natuurlijk niet alleen een ‘too good to be true’-verhaal, dat dus vooral niet moet worden doodgecheckt, maar ook een genadeloos exposé van de literaire wereld en celebrity-cultuur. Het pseudoniem JT LeRoy wordt tevens een synoniem voor het Kleren van de Keizer-gehalte van de ons kent ons-wereld.

En nee, eenieders favoriete verschoppeling die zich door tout Hollywood knorrend laat opbellen, dat is voorwaar geen kattenkwaad meer.

The Reagans

Showtime

Het was destijds voor veel Nederlanders waarschijnlijk nauwelijks voor te stellen dat de figuur Ronald Reagan, een voormalige acteur die nooit president van de Verenigde Staten (1981-1989) had mogen worden, ooit nostalgische gevoelens zou kunnen oproepen. Nooit meer zou een man immers zo evident ongeschikt zijn voor het ambt dat hij mocht bekleden. En toen, een kleine dertig jaar later, werd Donald Trump gekozen tot president en begon het Republikeinse icoon Reagan steeds meer te lijken op een adequate vertegenwoordiger van betere tijden.

Deze vierdelige docuserie van Matt Tyrnauer heet echter niet voor niets The Reagans (218 min.). Meervoud. Want achter deze ‘all American hero’ staat niet zomaar een representatieve echtgenote of glamoureus fotomodel, maar een kleine, vinnige dame: Nancy Davis, een voormalige actrice die haar ‘Ronnie’ naar grote hoogten zou dirigeren en – ondanks een aanzienlijke collectie charmante mantelpakjes – thuis stevig de broek aanhad. Zonder Nancy is Reagans opmars van verdienstelijke bijrolspeler, voorzitter van de acteursvakbond en rondreizend uithangbord voor General Electric tot eerst gouverneur van de staat Californië en daarna Amerikaans president volstrekt ondenkbaar.

Die heldhaftige klim naar ‘this shining city upon a hill’, waarbij Reagan en zijn echtgenote de mythe van Amerika consequent verkozen boven de soms barre realiteit, wordt in deze gedegen dubbelbiografie met een karrenvracht aan fraai archiefmateriaal en een keur aan bronnen gereconstrueerd. Van de onvermijdelijke biografen, journalisten en historici tot insiders zoals James Baker, George Shultz en Stu Spencer. Zij aanschouwden van spuugafstand hoe de Reagans opereerden als politiek tweemanschap.

De teneur van de serie is opvallend kritisch. Tyrnauer zoomt bijvoorbeeld in op hoe Ronald een ommezwaai van links naar rechts maakte, waarbij hij slim inspeelde op ressentiment bij witte Amerikanen, zijn eigen (fictieve) ‘welfare queen’ introduceerde en nauwelijks begrip toonde voor bevolkingsgroepen die zich niet thuis voelden in zijn geïdealiseerde versie van Amerika. Was zijn vader misschien een racist? Zoon Ron Jr, die zich al vaker kritisch heeft uitgelaten over de verrichtingen van zijn ouders, vindt het een lastige vraag. Ook al kan hij zich niet herinneren dat thuis ooit het N-woord werd gebezigd.

Junior kreeg zijn vader in elk geval niet aan z’n verstand gepeuterd dat alleen de rijken profiteerden van Reaganomics en dat zijn rigoureuze bezuinigingen juist de kwetsbaarste Amerikanen troffen. Intussen liet zijn moeder Het Witte Huis opnieuw decoreren en kreeg ze aan de lopende band nieuwe designerjurkjes aangemeten. Zulke kritiek – en die weerklinkt volop in deze soms ronduit ontluisterende reeks – werd door de twee volleerde acteurs gepareerd met een kundig uitgeserveerde grap, een vleugje zelfspot of een aantrekkelijk fotomomentje. The Reagan Show, zoals vervat in de gelijknamige documentaire.

Hoe hard zijn beleid ook uitpakte, bijvoorbeeld voor homoseksuelen met AIDS, Ronald bleef ogen als een goeiige grootvader des vaderlands. En die roestvrijstalen glimlach verliet nooit Nancy’s gezicht. Beiden speelden immers de rol van hun leven. ‘Laat ons naar elkaar uitspreken’, speechte Reagan bijvoorbeeld bij het Amerikaanse vrijheidsbeeld tijdens de presidentscampagne van 1980, ‘dat we in staat zijn om en – als God het ons toestaat – daadwerkelijk “make America great again”.’ Niet voor niets zou die slogan later geleend worden door die andere Republikeinse president, een man die op min of meer dezelfde grondslagen zou gaan regeren. De toon was alleen volledig anders.

Nao ’t Zuuje

BNNVARA

U kent Lex Uiting wellicht als presentator van RTL Boulevard. Of eerder als host van Kinderen Voor Kinderen. In zijn geboortestad Venlo kennen ze hem sinds 2017 vooral als prins Lex de Eerste van carnavalsvereniging Jocus.

En Lex en zijn directe familie zijn tot tranen toe geroerd als dat bekend wordt gemaakt. Want Carnaval – ‘vastelaovend’ in Venlose termen – doet ertoe in grote delen van Zuid-Nederland. Als er één ding spreekt uit de documentaire Nao ‘t Zuuje (50 min.) van mede-Venlonaar Rob Hodselmans, dan is het dat: voor overtuigde vierders is vastelaovend véél meer dan enkele dagen zingen, slempen en sjansen.

Het feest vertegenwoordigt voor hen traditie, gemeenschapszin en verzoening. Vrijwel allemaal benadrukken ze, ieder op z’n eigen manier, dat vastelaovend behalve loskomen ook een soort thuiskomen is. De ultieme bevestiging dat ze ‘hier’ horen. En Hodselmans tekent dat liefdevol en van dichtbij op, in een documentaire met een melancholieke ondertoon die nooit een ordinaire hosfilm wordt.

Hij volgt hoe Prins Lex van het Jocusrijk en z’n twee adjudanten, zijn broer Dick en beste vriend Martijn, enkele dagen lang helemaal opgaan in het feestgedruis, maar heeft intussen ook oog voor de kleine menselijke verhalen die daarbinnen zijn te vinden: van een vrouw die allang weg is uit Venlo, maar nu in echtscheiding ligt en overweegt terug te keren. Een zieke man die aan de vooravond van zijn allerlaatste vastelaovend lijkt te staan. En een Venlonaar met een donkere huidskleur die voor de verandering eens helemaal in de massa kan opgaan.

Stuk voor stuk worden ze onderdeel van het grotere geheel. Voor even. Want als het laatste lied van dat feest, waarin alle zorgen even konden worden vergeten, heeft geklonken, dient het gewone leven zich weer aan. En wordt ook die prins weer een doodgewone jongen. Die vanuit Amsterdam het hele jaar naar vastelaovend verlangt.

Als u na Nao ‘t Zuuje weer naar RTL Boulevard kijkt, ziet u vermoedelijk Lex de Eerste achter de presentatiedesk staan – en het kleine jongetje daarachter, voor wie een droom uitkomt.

Nao ’t Zuuje is hier te bekijken.

McKellen: Playing The Part

Achteraf lijkt het logisch dat juist hij, Sir Ian McKellen, in The Lord Of The Rings werd gecast en als Gandalf zou uitgroeien tot één van de meest tot de verbeelding sprekende filmpersonages. Geen acteur wordt echter geboren als charismatische tovenaar in één van de grootse successen uit de bioscoophistorie. Heel lang leek het er zelfs op dat McKellens filmcarrière helemaal niet van de grond zou komen. Hij was voorbestemd om het collectieve geheugen in te gaan als zo’n typisch Britse theateracteur, die met de ene na de andere Shakespeare-voorstelling het land doortrok.

Toch zou het, uiteindelijk, anders lopen voor de charmeur uit Wigan die nu ook nog eens de hoofdrol speelt in het portret McKellen: Playing The Part (91 min.). Want je bent nu eenmaal acteur of niet. Óók als je wordt geacht om jezelf te zijn. Dit is de monoloog van zijn leven (die slechts een heel enkele keer wordt onderbroken door regisseur Joe Stephenson). Een in memoriam avant la lettre, zoals hij het zelf gekscherend noemt. Ian neemt plaats op zijn praatstoel en loopt, ogenschijnlijk moeiteloos, leeg over zijn leven, carrière en dat ene onbesproken thema dat vanuit de achtergrond toch wel heel veel bepaalde, zijn seksuele geaardheid. ‘Ik had een geheim’, zegt hij in deze documentaire uit 2017. ‘Sprak er niet over, begreep het niet. Maar het was van mij.’

Pas toen het AIDS-virus in de jaren tachtig genadeloos toesloeg en de Britse premier Margaret Thatcher bovendien een wet probeerde in te voeren die het bespreekbaar maken van homoseksualiteit bij opgroeiende jongeren moeilijker zou maken, kwam hij uit de kast. Op televisie. In een programma, dat twee dagen later zou worden uitgezonden. Zoveel tijd had hij dus om de mensen uit zijn directe omgeving in te lichten. Het was alsof er een last van zijn schouders viel, vertelt hij nu, een last waarvan hij zich nooit bewust was geweest dat hij die permanent met zich meedroeg.

McKellen is een vaardige verteller die, zo geeft hij grif toe, zich altijd bewust blijft van de boodschap die hij wil afgeven en het publiek dat daarbij hoort. Dat is in deze film, waarin enkele van zijn vroegste herinneringen knap (en lipsynchroon) zijn gedramatiseerd met acteurs, natuurlijk niet anders. Hier spreekt een man zijn publiek toe. Over de mens achter de gevierde acteur en zijn issues. Al kan het achteraf natuurlijk ook een prachtige karakterrol blijken te zijn geweest.

The Disappearance of My Mother

Ooit belichaamde Benedetta Barzini alles wat ze tegenwoordig veracht: een vrouw zoals mannen die wilden zien. Een Italiaans fotomodel, in de glamoureuze jaren zestig. De vleesgeworden (witte) mannenfantasie. En nu is Benedetta oud en verrimpeld en wil ze de wereld het liefst stilletjes verlaten.

Dan heeft de oudere vrouw echter buiten haar zoon gerekend. Voor Beniamino Barrese is moeder een muze waarvan hij nooit genoeg krijgt. Hij is nu zelfs op zoek naar jonge modellen die klassieke foto’s van haar tot leven kunnen wekken. Ze krijgen de opdracht om met een oogpotlood die kenmerkende moedervlek op hun wang aan te brengen.

The Disappearance Of My Mother (97 min.) moet Benny’s afscheid worden van de vrouw die hij al zijn hele leven filmt en fotografeert. Zij zet zich intussen ongenadig af tegen de industrie waarvan ze zowat haar hele leven deel uitmaakte en benadrukt, als feminist en als docent, het belang van imperfectie. Tegelijkertijd heeft ze ook heel wat te stellen met haar filmende zoon, die van geen ophouden wil weten – ook niet als ze boos wordt, van hem wegrent of gewoon ‘klotecamera!’ roept.

Een ontmoeting met voormalig topmodel Lauren Hutton wordt erdoor verpest – of, tis maar hoe je het bekijkt, voor de eeuwigheid opgetekend. Gaandeweg laat echter ook Benedetta een zekere ambivalentie zien. Ze participeert, met allerlei jonge modellen en enkele oud-collega’s, in een show van modeontwerper David Koma en poseert uiteindelijk toch als een profi in haar mooiste jurk voor de camera van haar gewillige zoon.

Wil Benedetta eigenlijk verdwijnen van de wereld, omdat ze daarmee niets meer gemeen heeft? Of wil ze juist verdwijnen voor die wereld, omdat ze deze niets meer te bieden denkt te hebben? En projecteert Beniamino zijn eigen gevoelens over schoonheid op haar? Is deze film tevens een schreeuw om aandacht? Of is het toch een treffend eerbetoon aan die moeder die hij adoreert? Die vragen blijven gedurig opspelen tijdens deze ontmanteling van een model(len)leven en alles wat dat heeft betekend.

Moeder en zoon laten daarbij ook zien hoe deze film wordt gemaakt: hij alsmaar regisserend, zij luidkeels daartegen protesterend. Dat amuseert, irriteert en fascineert. Zodat deze exhibitionistische egodocu soms voor een vieze smaak in de mond zorgt en vreemd genoeg toch naar meer blijft smaken.

Aretha Franklin – Soul Sister

David Redfern

Deze tv-docu begint in de kerk. Natuurlijk. Kan een film over de Queen of Soul ergens anders beginnen dan in een zwarte kerk? In de New Bethel Baptist Church van dominee C.L. Franklin in Detroit, Michigan, om precies te zijn. Daar groeide de aankomende wereldster op en was bijvoorbeeld ook Martin Luther King kind aan huis. Aretha’s vader kon preken alsof niet alleen zijn eigen leven ervan afhing. Daarvan werden zelfs langspelers gemaakt, die in heel Amerika gretig aftrek vonden.

De appel viel niet ver van de boom, getuige Aretha Franklin – Soul Sister (53 min.). C.L.’s dochter erfde zijn gaven als voorganger en was bovendien gezegend met een kolossale stem. Zo gemakkelijk, zo expressief, zo raak! Ze zong bij menigeen de tranen in en uit de ogen. De carrière die Aretha Franklin op basis daarvan opbouwde staat centraal in dit portret, waarin haar werk in zijn culturele, politieke, raciale en muzikale context wordt geplaatst door de gebruikelijke pratende hoofden, zoals biograaf Mark Bego, enkele historici en tijdgenoot Abdul ‘Duke’ Fakir van The Four Tops.

Echte intimi komen er niet aan het woord. En ook Aretha zelf krijgt slechts zo nu en dan een paar zinnetjes toebedeeld. Dit is dan ook geen psychologisch profiel van de vrouw, maar een duiding van het fenomeen Aretha Franklin. En dat lukt regisseur France Swimberge met de hulp van de zangeres zelf, via prachtig archiefmateriaal van allerlei glorieuze performances, uiteindelijk best behoorlijk. Waarna Franklins kleindochter Grace nog eenmaal om R.E.S.P.E.C.T. mag vragen. In die ene zwarte kerk, natuurlijk. Waar alles begon en nog altijd wordt voorgezet.