The Velvet Underground

Apple TV+

Het zou ongepast zijn geweest als Todd Haynes van The Velvet Underground (120 min.) zo’n typische joyeuze popdocu, waarin nostalgie de boventoon voert, had gemaakt. Hoewel de documentaire in wezen het vaste stramien van zulke films volgt – ontstaan, opkomst, bloei, implosie en herwaardering – is de toonzetting aanmerkelijk donkerder en wekt ook het veelvuldige gebruik van splitscreen licht vervreemdend. De film lijkt daarmee in eerste instantie al net zo weinig aaibaar als de experimentele rockband rond zanger/songschrijver Lou Reed en multi-instrumentalist John Cale.

Zij creëerden samen met gitarist Sterling Morrison en drummer Maureen Tucker, en onder de hoede van popartheld Andy Warhol, in de tweede helft van de jaren zestig een geheel eigen universum. Met als voornaamste wapenfeit dat klassieke debuutalbum uit 1967, met tijdloze Reed-songs over drugsgebruik en sadomasochisme zoals Venus In Furs, Heroin en I’m Waiting For The Man, vocale bijdragen van de Duitse actrice/zangeres Nico (Femme Fatale, All Tomorrow’s Parties en I’ll Be Your Mirror) en natuurlijk Warhols klassieke bananenhoes.

Haynes neemt de tijd om toe te werken naar het ontstaan van The Velvet Underground. Eerst schetst hij de achtergrond van de twee belangrijkste groepsleden, de getormenteerde Reed en zijn Welshe tegenpool Cale, en hoe zij elkaar vonden in de avant-garde scene van New York. Daarna zoomt hij in op de illustere band zelf en z’n natuurlijke omgeving, Warhols Factory. Hij spreekt met de twee nog levende bandleden, John Cale en Maureen Tucker, laat Lou Reeds zus Merrill en vertegenwoordigers van de toenmalige scene aan het woord en vult dat aan met archiefinterviews met Reed, Morrison en Nico.

Met een arty montage van concertbeelden, foto’s, kunstwerken, posters, performances en tijdsbeelden weet Todd Haynes vervolgens de geest van de band goed te pakken te krijgen. The Velvet Underground is daardoor precies de bandfilm – conventioneel met een rafelrandje – geworden die de goegemeente verwacht. En dat is in dit geval niet eens een diskwalificatie.

Homecoming: Marina Abramovic And Her Children

Een trip nostalgia van de Servische kunstenares Marina Abramovic, die in haar videokunst en performances gedurig met zelfpijniging en uitputting in de weer is geweest, kan nooit echt comfortabel worden. Dat gebeurt dan ook niet.

Terwijl ze zich in 2019 met de overzichtstentoonstelling The Cleaner opmaakt voor een bezoek aan haar geboortestad Belgrado in het voormalige Joegoslavië, reist Abramovic door haar eigen leven en loopbaan. Dat begint al direct in stijl. ‘De nacht voordat ik werd geboren droomde mijn moeder dat ze een gigantische slang zou baren’, vertelt ze, met kenmerkend gevoel voor drama. ‘De volgende dag, na een partijbijeenkomst, braken haar vliezen.’

De kunstenares claimt zelf de rol van verteller in de boeiende documentaire Homecoming: Marina Abramovic And Her Children (83 min.) van regisseur Boris Miljkovic en doet daarin ankerpunten uit haar eigen persoonlijke geschiedenis aan. Haar jeugd bijvoorbeeld, gedomineerd door een zeer strikte moeder en het regime van de communistische leider Tito. Die zijn oneindige inspiratiebronnen gebleken voor haar.

Ook Marina Abramovic’s samenwerking/relatie met kunstenaar Ulay kan vanzelfsprekend niet ontbreken. Ze waren twaalf jaar samen. ‘En ik zou nog net zo lang door hem moeten lijden’, voegt ze er onderkoeld aan toe. Daarna volgt niettemin een als performance verpakt emotioneel weerzien, begeleid door de lekker melodramatische muziek van Antony and the Johnsons. In het aangezicht van haar voormalige andere helft houdt de hoofdpersoon ‘t niet droog.

De enerverende ontmoeting vormt, samen met reprises van bekende performances van Marina Abramovic, de opmaat naar een verrassend warmbloedige apotheose: een spontane groepsperformance in haar eigen Belgrado, waarvoor ze haar participanten zowaar een onversneden positieve opdracht meegeeft. Geef elkaar onvoorwaardelijke liefde.

House Of Cardin

Genie. Visionair. Enigma. Bij de start van dit geautoriseerde portret van designer Pierre Cardin (1922-2020) regent het superlatieven. De verantwoordelijke sprekers vormen bovendien een indrukwekkende gastenlijst: ontwerper en protegé Jean Paul Gaultier, hardrocker Alice Cooper, zangeres Dionne Warwick, supermodel Naomi Campbell, componist Jean-Michel Jarre, actrice Sharon Stone en talloze andere (mode)ontwerpers. Gezamenlijk vertegenwoordigen ze tevens het enorme terrein dat Cardin in zijn lange, imposante loopbaan bestreek.

Er is vrijwel geen product te bedenken of Pierre Cardin heeft er zijn naam aan geleend. Haute couture, natuurlijk. Brillen. Parfum. Handdoeken. Dominospellen. Tassen. Deodorant. Sieraden. Make-up. Onderbroeken. Föhns. Auto’s. En zelfs vliegtuigen. Als de protagonist in House Of Cardin (97 min.) over zijn werk praat, spreekt hij regelmatig in de derde persoon. Alsof het niet van hemzelf is – nooit was ook – en moet worden toegeschreven aan een fenomeen dat hem, de man van vlees en bloed, volledig ontstijgt: Cardin.

Voor deze documentaire van P. David Ebersole en Todd Hughes uit 2019 is het complete archief van de invloedrijke ontwerper gelicht. Zo ontstaat een compleet overzicht van zijn carrière, die met name in de jaren zestig en zeventig een enorme vlucht nam. Als couturier vertaalde hij de tijdgeest naar somtijds futuristisch werk. Pierre Cardin begon in die periode tevens speciale mode voor mannen te ontwikkelen en zette bij de presentaties van nieuwe collecties ook de deur open voor zwarte en Aziatische modellen.

En zoals past bij een man van zijn statuur is er nu een film die hem, nog nét bij leven en welzijn, vol in de schijnwerper heeft gezet. De ontwerper Pierre Cardin om precies te zijn. De mens Pierre Cardin komt daar slechts zo nu en dan achter tevoorschijn en blijft dus – geheel in stijl bij een man die van zichzelf een symbool, een logo, maakte – enigszins een raadsel.

Bob Ross: Happy Accidents, Betrayal & Greed

Netflix

Een film met een titel als Bob Ross: Happy Accidents, Betrayal & Greed (93 min.) roept automatisch verwachtingen op: hier wordt rücksichtslos de mantel der liefde afgetrokken van de man die met zijn vermaarde televisieprogramma The Joy Of Painting wereldberoemd werd en hele volksstammen aan het schilderen kreeg. Met landschapsschilderijen die hij bovendien binnen een half uur, de speelduur van elke aflevering, in elkaar flanste.

Een man die zo relaxt overkomt moet wel een enorme huichelaar zijn. Binnen enkele minuten heeft regisseur Joshua Roffé de eerste mythe dan ook al ontkracht: die weelderige haardos was niet echt. Volgens Ross zelf had hij dat halfbakken ‘afrokapsel’ te danken aan God én de kapper. ‘Het was een permanent’, bekent zijn eveneens schilderende zoon Steve. ‘En Bob zei altijd dat hij af en toe z’n veren strakker liet zetten.’

Niet veel later volgt Ross’ zoetgevooisde stem, sexy met een Candlelight-feel. Daar bleek ie dus gewoon op te hebben geoefend, om zo een contrast te laten ontstaan met zijn eigen leermeester William Alexander, die was behept met een hoog en benepen stemgeluid. En dan kan het natuurlijk niet lang meer duren voordat Die Andere Bob Ross uit de coulissen stapt: een man die houdt van snelle auto’s, schuine moppen én vrouwen. Check.

En dan… dan houdt het gewoon op. Dat is het. Géén demasqué van de sympathieke painter you hate to love Bob Ross (1942-1995). Wél een aanklacht tegen de industrie die rondom hem is opgetuigd. Bij leven en welzijn – met én ondanks Bob zelf – en ook ná ‘s mans dood. De Bob Ross Inc., bestierd door zijn voormalige zakenpartners Walt en Annette Kowalski, zou een bron voor conflicten worden en de onderlinge verhoudingen ernstig versturen.

Uit angst voor juridische stappen van de Kowalski’s willen veel bronnen uit de directe omgeving van de protagonist niet meewerken aan deze documentaire. De vrienden, collega’s, medewerkers en concurrenten die het wél aandurven schetsen een loffelijk beeld van de man, docent en kunstenaar Bob Ross, maar hebben duidelijk nog een appeltje te schillen met het roestvrijstalen echtpaar dat zijn naam, beeldmerk en producten beheert.

De lieden die op een totale ontmaskering van de mens Bob Ross hadden gehoopt, zoals yours truly, komen dus van een koude kermis thuis. ‘s Mans nagedachtenis wordt echter ernstig overschaduwd door het merk Bob Ross en de ordinaire strijd om de credits en centen die daaromheen is losgebarsten. Dat zijn aardige bouwstenen voor een portret van een schilder die in de kwart eeuw na zijn overlijden gewoon een beeldbepalende figuur is gebleven.

Servais

‘Een film is nooit perfect’, zegt de Belgische animatiefilmer Raoul Servais. Hij legt uit hoe dat werkt in zijn hoofd: ‘Laten we zeggen dat tien procent van een film niet perfect is, maar je hebt de indruk dat negentig procent niet perfect is. Die indruk krijg ik telkens als ik mijn films afgewerkt heb.’ Die twijfel zorgde er bijvoorbeeld voor dat hij de première van zijn laatste film Tank (2015) op het filmfestival van Gent bijna had afgeblazen.

Dergelijke gevoelens drijven de inmiddels hoogbejaarde pionier van de Belgische animatiefilm ongetwijfeld nog altijd voort, maar erg veel reden is er niet voor zulke elementaire twijfel. Servais’ loopbaan, die inmiddels ruim een halve eeuw omspant, is een aaneenschakeling van loftuitingen geworden. Met Harpya won hij in 1979 bijvoorbeeld een Gouden Palm op het filmfestival van Cannes. Een jaar later werd de korte productie zelfs gekozen tot één van de beste animatiefilms aller tijden.

De aimabele Servais (60 min.) blijft in dit fraaie portret van Rudy Pinceel, dat vanzelfsprekend is doordesemd met fragmenten uit zijn imposante oeuvre en dat zijn privéleven veelal buiten beschouwing laat, evenwel de bescheidenheid zelve. Als hij een eigen vleugel krijgt aangeboden in het Muzee in zijn geboorteplaats Oostende, te midden van schilders als James Ensor en Léon Spilliaert, stelt hij zichzelf weer elementaire vragen. ‘Verdien ik dat wel? Is mijn werk sterk genoeg?’

Intussen steken collega’s en notabelen ongegeneerd de loftrompet over de peetvader van de Europese animatie, bijvoorbeeld als hij in 2018 bij z’n negentigste verjaardag wordt uitgeroepen tot ereburger van zijn stad. Hij heeft niet alleen baanbrekend werk verricht met zijn eigen films, maar stond begin jaren zestig ook aan de basis van de allereerste Europese animatieopleiding in Gent. ‘Je moet daar niet trots op zijn’, zegt hij, geheel in stijl, tegen een verslaggever van de VRT. ‘Alleen tevreden dat je het mag doen.’

A Genuine Forger

Guy Ribes maakte geen kopieën van Picasso, Chagall of Modigliani. Hij kopieerde gewoon hun werkwijze en gaf er vervolgens een eigen draai aan. Zo ontstonden in ruim dertig jaar duizenden pastiches – niemand weet precies hoeveel – eigen kunstwerken die perfect in het oeuvre van wereldberoemde kunstenaars pasten. Verduiveld knap. En volstrekt illegaal, dat ook. Want ze werden natuurlijk verhandeld als echte Picasso’s, Chagalls of Modigliani’s.

In de documentaire A Genuine Forger (88 min.) van Jean-Luc Leon uit 2016 vertelt Ribes zijn complete levensverhaal en demonstreert hij tevens hoe hij te werk gaat, als een echte ambachtsman. Hij laat het effe zien. Zo maak je een vroege Picasso. Fernand Léger is met een beetje goede wil ook best te doen. En bij Matisse moet je hierop letten. Zoals Ribes het uitlegt, lijkt het heel gemakkelijk. Goud geld verdienen, met enkele uurtjes werk. En dat de schilderijen niet ‘echt’ zijn doet in wezen niets af aan de kwaliteit of schoonheid ervan.

Waar zijn werk uiteindelijk is beland? De rechtbank van Créteil staat er in elk geval mee vol. Alles moet worden vernietigd. Tegelijk zijn Ribes schilderijen ook doorgedrongen tot privécollecties, veilinghuizen en musea. Dat ligt echt heel gevoelig. Sommige werken die hij zich nu toe-eigent mogen dan ook niet worden getoond in deze film. Anders sneuvelen er reputaties van connaisseurs, krijgen Ribes’ handlangers met justitie te maken en gaan de bezitters ervan gigantisch de boot in – of beter: wordt publiekelijk bekend dat ze erin zijn gestonken.

De schimmige wereld van kunstvervalsingen is al vaker en ook met meer bravoure binnenstebuiten gekeerd dan in deze wat stroperige film. Guy Ribes is een interessant personage, maar hij krijgt wel erg veel ruimte om zijn relaas te doen. Waarbij het punt dat de Fransman maakt steeds min of meer hetzelfde is: hij was onderdeel van een systeem, dat nog veel meer fake-schilderijen heeft afgeleverd. Een deel ervan houdt zich verborgen in ‘s werelds kunstcollecties.

Een scherpere selectie zou deze film, waarin ook kunstkenners, handelaren en medewerkers van justitie aan het woord komen, een stuk puntiger hebben gemaakt. Zodat Ribes’ wonderlijke ambacht krachtiger over het voetlicht komt.

Truth To Power

Nee, tactisch was het niet om direct na de aanslagen van 11 september 2001 aandacht te vragen voor de beweegredenen van de terroristen en kritische vragen te stellen bij het Amerikaanse Midden-Oosten beleid. De rest van System Of A Down stond in elk geval bepaald niet te juichen toen frontman Serj Tankian zijn essay daarover, zonder overleg vooraf, op de bandwebsite plaatste. Toxicity, het tweede album van de Armeens-Amerikaanse metalgroep, was net uit en leek een enorme hit te gaan worden. Nu dreigde de band in de ban te worden gedaan.

Volgens Rick Rubin, die deze langspeler had geproduceerd, pakte de zanger simpelweg zijn rol als kunstenaar en maakte hij gebruik van het podium dat hij nu eenmaal had. En toen had Tankian nog niet eens stelling genomen tegen de Amerikaanse inval in Irak. ‘Why must we kill our own kind?’ zong hij op de van hem welbekende lyrische manier in Boom!, waarvoor een videoclip was gemaakt door de linkse stokebrand Michael Moore. Met de al even radicale Rage Against The Machine-gitarist Tom Morello richtte Serj Tankian vervolgens de ideële non-profitorganisatie Axis Of Justice op.

De andere bandleden van System Of A Down zouden zich liever vooral op de muziek hebben gericht, bekennen ze in Truth To Power (79 min.), een portret van de bevlogen artiest en opiniemaker Serj Tankian. Over één ding waren ze het wél roerend eens: de Armeense genocide van 1915. Die traumatische gebeurtenis, waardoor hun voorouders ooit de wijk hadden moeten nemen naar de Verenigde Staten, moest nu eindelijk eens officieel erkend worden. Met die stellingname zouden ze in aanvaring komen met hun eigen platenbaas, de Turkse Amerikaan Ahmet Ertegun die allerlei initiatieven had gefinancierd om die erkenning juist te ontmoedigen.

En daarna sloot Tankian zich ook nog aan bij het verzet tegen de huidige Armeense regering. Niet zonder resultaat overigens. Dat lijkt ook het verhaal van zijn leven. De zanger (en componist en dichter en kunstenaar) heeft blijkbaar altijd wel een zaak waarvoor hij zich sterk wil maken. Van regisseur Garin Hovannisian krijgt hij in deze wat brave policor-docu alle ruimte om zijn idealen uit te dragen. Weerwoord of kritische noten blijven uit. Daarmee wordt Truth To Power eerder een soort monumentje voor de oerkracht Serj Tankian dan een afgewogen film die ook voor buitenstaanders of zelfs tegenstanders interessant is.

Je Lichaam Je Geest

Human

‘We vieren het leven zolang het nog kan’, zegt een vertegenwoordiger van Mamba Negra, een extravagant kunstenaarscollectief uit Sao Paulo, in de korte docu Je Lichaam Je Wapen (13 min.) van Elizabeth Rocha Salgado. ’Vieren dat we nog leven, dat we nog werken, dat we nog samen zijn.’ Het is alsof zij – de zwarte vrouwen, travestieten, transgenders – in het hedendaagse Brazilië dansen op een vulkaan.

‘Op het moment dat Bolsonaro aan de macht kwam, begreep iedereen dat je vanaf nu ongestraft racistisch en homofoob kan zijn’, stelt een imposante donkere danser, die met ontbloot bovenlijf sensueel voor de camera beweegt. ‘Als kunstenaar, homoseksueel en zwarte heb ik heel mijn leven moeten vechten, maar dat houdt me ook op de been. Mijn huid straalt en die gloed kunnen ze niet doven.’

Van die bravoure en energie moet deze korte sfeertekening, die geen lineair verhaal vertelt en ook geen diepe duik neemt in het leven van de nachtvlinders, ‘t ook hebben. Op dampende muziek geven de edgy dansers en kunstenaars zich over aan lekker mateloze zelfexpressie. Daarmee vormen ze een schild tegen het verstikkende Bolsonaro-klimaat, dat in alles de verwerkelijking dreigt te worden van de boze witte mannen-wereld.

Je Lichaam Je Wapen is hier te bekijken.

Jetje Van Radio Oranje: Van Het Één Kwam Het Ander

Frits Droog / Max

Van het één kwam het ander. Voor het werk van haar vader was het hele gezin Paerl toevallig in het buitenland toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen. De Joodse tiener Jetty en haar familie probeerden tevergeefs weer naar huis te reizen, maar belandden uiteindelijk in Engeland. Daar werd ze gevraagd voor Radio Oranje. Ze zou er als zangeres uitgroeien tot Jetje Van Radio Oranje: Van Het Één Kwam Het Ander (50 min.), een symbool voor het Nederlandse verzet.

Via een gesprek met dochter Anne-Rose Bantzinger, woonachtig in een huis dat oogt als één groot eerbetoon aan haar moeder, portretteren Pamela Sturhoofd en Jessica van Tijn de vrouw die haar beroemdheid na de oorlog wist te continueren, onder andere via deelname aan het Eurovisie Songfestival en de hit De Vogels Van Holland. Ook haar echtgenoot, tekenaar en kunstschilder Cees Bantzinger, wordt heel uitgebreid eer betoond in dit verzorgde tv-monumentje.

Dat laatste roept in eerste instantie vragen op. Die worden in het slot van Jetje Van Radio Oranje echter geheel beantwoord, als een uiterst pijnlijke kwestie uit het verleden hem halverwege de jaren tachtig alsnog dreigt in te halen. ‘Hoe ik dat thuis moet vertellen, dat is me nog een raadsel’, vertelde Bantzinger destijds aan de omstreden schrijver Adriaan Venema, die consequent in de onderbuik van de oorlog was blijven wroeten. ‘Het is gebeurd. Het is geschiedenis.’

Van het een kwam ook nu, ruim veertig jaar na dato, het ander. En Jetty’s leven nam weer een dramatische wending.

This Is A Robbery: The World’s Biggest Art Heist

Netflix

Rond het Isabella Stewart Gardner Museum kon het jaarlijkse ‘Carnaval’ elk ogenblik losbarsten. Terwijl de rest van Boston, ‘de Ierse hoofdstad van de Verenigde Staten’, zich op zondag 18 maart 1990 opmaakte voor de Saint Patrick’s Day-parade, ontdekten medewerkers van het museum echter dat er was ingebroken. Dertien kunstwerken bleken gestolen. Van illustere namen als Rembrandt, Vermeer en Manet. ‘De grootste kunstroof ooit’, schreeuwden kranten en televisiezenders. Geschatte schade: ettelijke honderden miljoenen dollar.

De bewakers van het Gardner-museum waren, gekneveld met duct tape, achtergelaten in de kelder. Ze verklaarden dat ze die nacht werden overweldigd door enkele als agent vermomde mannen. Toch lijkt de kraak van de vierdelige serie This Is A Robbery: The World’s Biggest Art Heist (210 min.) bij nadere beschouwing een stuk minder professioneel dan je op basis van de buit zou verwachten. De rovers hebben enkele kostbare schilderijen gewoon laten hangen en zijn ogenschijnlijk tamelijk klunzig te werk gegaan. En aan wie kun je zulke wereldberoemde werken eigenlijk verpatsen?

Hoewel er verdachten te over zijn – één van de beveiligers, een beruchte kunstdief en de plaatselijke georganiseerde misdaad, de Ieren dan wel de Italianen – is de zaak ruim dertig jaar na dato nog altijd niet (helemaal) opgelost. Regisseur Colin Barnicle loopt met direct betrokkenen, politieagenten, journalisten, advocaten en kunstkenners de verschillende onderzoekspistes af en probeert verdachten weg te strepen, om zo bij de echte daders te komen. Als die daadwerkelijk in beeld lijken te komen, resteert er nog één vraag: waar is de gestolen kunst?

Van een vaardig vertelde whodunnit, waarin met de regelmaat van de klok een potentiële rover achter de tralies of onder de zoden verdwijnt, wordt deze miniserie zo een zoektocht naar de verdonkeremaande werken: liggen ze ergens bij een pseudo-Soprano in de achterbak? Hangen ze aan de muur bij een kunstconnaisseur zonder scrupules? Of zijn ze allang weggerot in het één of ander vochtig magazijn? Én, als ze ooit nog voor de dag komen, is het dan vooral als handig ‘verlaat de gevangenis zonder te betalen’-kaartje?

Van een slim opgebouwde rondleiding door het doolhof dat is opgetrokken rond de Gardner-roof wordt This Is A Robberty uiteindelijk ook een aansprekend portret van de penoze van Boston. De serie eindigt daardoor een stuk grimmiger dan de oorspronkelijke inbraak in het museum deed vermoeden.

Banksy Most Wanted

Geen kunstenaar beheerst het ‘feed the beast’-principe zo goed als Banksy. Steeds weer weet de Brit, die zijn ware identiteit zorgvuldig afschermt, met zijn spraakmakende, geëngageerde werk de aandacht op zich te vestigen. Terwijl hij, althans volgens zijn voormalige manager Steve Lazarides, vermoedelijk de enige aardbewoner is die niet maalt om de door Andy Warhol aan ons allen toegezegde ‘fifteen minutes of fame’.

In het najaar van 2018 werd Banksy weer wereldnieuws toen zijn schilderij Girl With Balloon, direct nadat het voor 860.000 pond was geveild bij Sotheby’s, zichzelf begon te vernietigen. Een openlijke ‘fuck you’ naar de kunstwereld, die hij toch al geruime tijd in zijn greep houdt. Met sloganeske kunst voor de gewone werkeman, zoals een met graffiti beklede olifant, het anti-pretpark Dismaland of de omstreden sjabloonafbeelding van een Israëlische soldaat die het identiteitsbewijs van een ezel wil zien.

Banksy Most Wanted (82 min.) start als een gedegen inleiding op het oeuvre van de wereldberoemde onbekende kunstenaar, die zich rond de eeuwwisseling als graffiti-artiest begon te manifesteren in Bristol. Anonimiteit was toen nog gewoon bittere noodzaak, hij kon immers elk ogenblik opgepakt worden door de politie. Sindsdien heeft de volksheld echter een Robin Hood-achtige allure gekregen, die het onthullen van zijn identiteit tot een soort internationale volkssport heeft gemaakt.

Daaraan besteden Aurélia Rouvier, Laurent Richard en Seamus Haley dan ook volop aandacht in de tweede helft van deze bijzonder vermakelijke film: wie is Banksy? Een bekende muzikant uit Bristol? Zomaar een onopvallende man? Een vrouw misschien? Of toch een collectief? Al die speculaties leiden uiteindelijk tot een ‘serieus onderzoek’, waarbij methoden worden ingezet die eerder zijn toegepast om seriemoordenaars in de kraag te grijpen. Maar of daarmee ook definitief uitsluitsel kan worden verkregen over de echte naam van dit ontregelende fenomeen?

Banksy Most Wanted vergroot het mysterie uiteindelijk alleen maar en zet zo het zoeklicht nog eens nadrukkelijk op zijn/haar/hun voornaamste kunstwerk: Banksy zelf.

The Dilemma Of Desire

Kartemquin Films

‘Wát?’ dacht biologe Stacey Dutton toen ze de ‘cliteracy’-tekeningen zag van kunstenares Sophia Wallace. ‘Dus zo ziet een clitoris eruit?’ Tegelijkertijd schaamde ze zich. ‘Hoe kan het dat ik er als vrouwelijke bioloog geen idee van heb hoe mijn eigen biologie eruit ziet?’

Sophia Wallace had haar eigen openbaring toen ze na de dood van haar oma, moeder van vijf kinderen, hoorde dat die nooit een orgasme had gehad. Sophia kon daar niet over uit. Toen één van haar vriendinnen vroeg of ze eigenlijk wel wist dat de clitoris een hartstikke groot orgaan is, ging de New Yorkse kunstenares op onderzoek uit. Ze ontdekte tot haar verbazing dat ze nauwelijks wist hoe haar lichaam in elkaar stak, inclusief het inwendige deel van de clitoris.

Intussen wisten beide vrouwen natuurlijk alles over de penis. Want, zo betoogt de interessante, nét iets te lijvige documentaire The Dilemma Of Desire (108 min.) van Maria Finitzo: het mannelijke perspectief domineert op alle mogelijke manieren onze seksuele opvoeding en beleving. Aan de hand van Wallaces werk en de persoonlijke verhalen van enkele vrouwen die hun eigen seksualiteit hebben (her)ontdekt belicht de film welke voetangels en klemmen ze daarbij tegenkomen. Waarbij de man toch steeds weer een sleutelrol speelt. Als partner in crime, agressor of (dominant) rolmodel.

Zo zou de vibrator bijvoorbeeld ooit door mannelijke artsen zijn ontwikkeld om hysterische vrouwen een climax te laten beleven en weer in het gareel te krijgen. In de woorden van industrieel ontwerper Ti Chang, die met haar eigen bedrijf Crave smaakvolle erotische producten maakt: ‘Genot was een ziekte.’ Die drempel is, een dikke eeuw later, nog altijd niet geheel geslecht. En dat gaat ons allemaal aan, vindt Sophia Wallace. Niet alleen vrouwen. Zoals ze het uitdrukt in een projectie op Trump Tower: ‘Democracy Without Cliteracy… is a phallusy.’

Nelson Carrilho: Ik Ben Een Zwarte Beeldhouwer

Talent United

Hij legt de nadruk op elk afzonderlijk woord in de zin: Ik. Ben. Een. Zwarte. Beeldhouwer. Alsof hij ook zichzelf daarvan soms nog moet overtuigen. Dat is niet zo vreemd. Nelson Carrilho werd grootgebracht op Curaçao. Daar mocht hij als zwarte jongen geen Papiamento spreken. De connectie met zijn oorsprong in Afrika moest hij echt zelf gaan zoeken. En dat had vanzelfsprekend z’n weerslag op zijn kunst. Daarin is hij op zoek naar nieuwe beelden om te gedenken. Voorbij de gebruikelijke beelden van geketende slaven of een geheven zwarte vuist.

Monumenten die de zwarte gemeenschap van het slachtofferschap kunnen bevrijden, zoals hij het zelf formuleert. Toen Nelson Carrilho werd gevraagd om een monument te maken voor Kerwin Duinmeijer, die in 1983 vanwege zijn donkere huidskleur werd doodgestoken, fabriceerde hij bijvoorbeeld niet het gevraagde portret van het slachtoffer. In plaats daarvan maakte Carrilho Ma Baranka, een moederbeeld dat nog altijd de kracht van zwarte vrouwen representeert in het Amsterdamse Vondelpark.

In de documentaire die buurman en vriend Robin van Erven Dorens over de kunstenaar maakte speelt ook Carrilho’s familiegeschiedenis een belangrijke rol. Hij verhaalt bijvoorbeeld over zijn overgrootmoeder, die als koelie van India naar Suriname is gehaald en vervolgens werd geronseld voor de wereldtentoonstelling van 1883 in Amsterdam, waar ze als onderdeel van een ‘human zoo’ geacht werd om haar eigen leven na te spelen. Het is een beeld dat ook in de 21e eeuw nog pijn doet: van exoten die als een soort kermisattractie worden tentoongesteld.

Nelson Carrilho: Ik Ben Een Zwarte Beeldhouwer (51 min.) portretteert de kunstenaar in zijn atelier in de Jordaan, volgt hem naar de olieraffinaderij van Shell nabij zijn geboortegrond en gaat met hem naar een Italiaans kustplaatsje, waar in 1972 de zogenaamde Bronzen van Riace, beelden van Griekse strijders die dateren van 450 jaar voor Christus, werden aangetroffen in zee. Carillho wil daar nu een monument maken voor vluchtelingen die er vanuit Afrika, het continent waar ook zijn eigen wortels liggen, aanmeren voor een verblijf in het veilige Europa.

Van Erven Dorens raakt intussen allerlei interessante kwesties aan, maar pakt eigenlijk nergens door en brengt ook niet altijd samenhang aan. Hoewel Nelson Carrilho een interessant personage is, dit portret enkele hele fraaie scènes bevat en ook de sprankelende Afrikaanse soundtrack tot de verbeelding spreekt, heeft deze film daardoor soms toch moeite om de aandacht vast te houden.

Made You Look: A True Story About Fake Art

Netflix

Het Kleren-van-de-keizer gehalte in deze film over kunstzwendel is heerlijk hoog. Als de gerenommeerde Knoedler Gallery uit New York vanaf begin jaren negentig de hand weet te leggen op onbekende werken van Jackson Pollock, Robert Motherwell en Mark Rothko, kost het natuurlijk geen enkele moeite om kunstliefhebbers met diepe zakken te vinden die erop kicken om thuis een échte ‘vul prestigieuze naam in’ aan de muur te hebben hangen. Zeker als de schilderijen van deze vaandeldragers van het abstract expressionisme best goedkoop worden aangeboden. Nét iets te goedkoop, eigenlijk.

Ann Freedman, een kunstverkoper van The Knoedler Gallery, blijkt de werken op de kop te hebben getikt bij een onbekende handelaar, ene Glafira Rosales, die ze nog nét niet vanuit haar eigen kofferbak verkocht. De precieze herkomst van de schilderijen was in elk geval onbekend. Bij een beetje kunstkenner zouden dan alle alarmbellen moeten afgaan, maar als er zéér gewild werk kan worden verzameld of gewoon absurd veel geld, naar verluidt in totaal zo’n tachtig miljoen dollar, kan worden verdiend, heeft dat natuurlijk effect op het beoordelingsvermogen.

Freedman vindt het nog altijd ‘afschuwelijk’ dat ze zich zo’n vijftien jaar lang in de luren heeft laten leggen door Rosales, haar partner/beroepszwendelaar Jose Carlos Bergantinos Diaz en hun eigenste meestervervalser, de Chinese wiskundeleraar Pei-Shen Qian. Maar ja, zelfs de zoon van Mark Rothko dacht dat het om een authentiek schilderij van zijn vader ging… Kunstkenner Jack Flam, die aangifte deed bij de FBI vanwege oplichting, kan dat echter nauwelijks geloven, zegt hij in Made You Look: A True Story About Fake Art (90 min.). Een doorgewinterde kunsthandelaar als Ann Freedman moet op een gegeven moment door hebben gehad dat ze vervalsingen verkocht. En toch ging ze vrolijk verder.

Daarmee staan de pionnen op het bord voor deze vermakelijke documentaire van Barry Avrich, waarin Freedman, Flam, Bergantinos en een keur aan journalisten, advocaten, aanklagers, verzamelaars, kunstcritici en handelaren hun licht laten schijnen over ‘het grootste kunstschandaal uit de Amerikaanse geschiedenis’. Een kwestie, opgediend met speelse klassieke muziek, die al tot diverse rechtszaken en reputatieschade bij vrijwel alle direct betrokkenen heeft geleid. Want niemand wordt er graag mee geconfronteerd dat hij al een hele tijd geen kleren aan blijkt te hebben. Of dat hij het was die tegen een ander heeft gezegd dat die er, poedelnaakt, zo beeldig uitzag.

Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij

Iris Kensmil / Memphis Features

‘We weten van al die mannen hoe ze heetten, we weten waar ze woonden, wat voor beroep ze hadden’, vertelt Eveline Sint Nicolaas, senior conservator van het Rijksmuseum bij het schilderij De Schutters van Wijk VIII van Bartholomeus van der Helst. Ze kijkt naar een donkere jongen, ‘een Moriaantje, zo zwart als roet’, die half verscholen achter één van de nette witte heren staat. ‘En híj werd gewoon niet genoemd.’ Afrikaanse bezoekers van het Amsterdamse museum zien de bediende echter vaak meteen. Waarom merken zij hem wel op en veel witte kunstliefhebbers niet?

‘Tot twee jaar geleden zag ik hem niet en werd hij eigenlijk helemaal weggeblazen door het visuele geweld van die mannen om hem heen’, vervolgt Sint Nicolaas, die sinds ze enkele jaren eerder aan de tentoonstelling ‘Slavernij’ ging werken anders naar de collectie van het museum begon te kijken. ‘Dat vind ik een heel raar iets, dat je heel lang langs een schilderij kunt lopen, dat kunt zien en iets helemaal niet kunt zien. En je nu helemaal niet meer kunt voorstellen dat dat zo is.’

Datzelfde bewustwordingsproces hoopt de tentoonstelling, die vanaf dit voorjaar is te zien in het Rijksmuseum, bij bezoekers te weeg te brengen. Door bekend werk in een nieuwe context te plaatsen, waardoor bijvoorbeeld op Rembrandts befaamde schilderijen Marten en Oopjen behalve een wereldberoemd koppel ineens ook profiteurs van het koloniale systeem zijn te zien. En met nieuwe objecten, waarmee (bewust) onderbelichte delen van de Nederlandse historie in kaart worden gebracht. Die vernieuwing gaat niet vanzelf, maar vereist oprechte interesse in elkaar, vergt veel afstemming en zorgt soms ook frictie.

De serene documentaire Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij (55 min.) van Ida Does brengt dat proces van binnenuit in beeld, via het divers samengestelde conservatorenteam. Dat moet, in de woorden van directeur Taco Dibbits, de ‘voorouderverering’ die het Rijksmuseum van oudsher kenmerkt verrijken met nieuwe voorouders. Daarvoor wordt een dialoog opgestart met vertegenwoordigers van bevolkingsgroepen en culturen die noodgedwongen een ondergeschikte rol speelden in de vaderlandse geschiedenis. Of zoals kunstenaar Felix de Rooy het uitdrukt: ‘Black Lives Matter, ook in schilderijen.’

De algehele erkenning van institutioneel racisme in de manier waarop Nederlandse kunst tot dusver is gerepresenteerd in musea zorgt voor interessante gedachtenuitwisselingen en pakkende persoonlijke getuigenissen, maar maakt deze gestileerde film ook een beetje braaf en praterig. Al vormt de eindscène waarin de geschiedenis via ‘het Moriaantje’ eens goed op zijn kop wordt gezet – of gewoon: rechtgezet – een bijzonder trefzeker slotakkoord.

Rob Scholte Museum, Tijdelijk Gesloten

KRO-NCRV

Dit is een gevecht dat hij niet kan winnen. Niet mág winnen, zal hij zelf zeggen. Kunstenaar Rob Scholte en de gemeente Den Helder liggen al enkele jaren op ramkoers. Ze bereiken maar geen overeenstemming over de aankoop van het voormalige hoofdpostkantoor, waar hij al enige tijd woont met zijn gezin en een eigen museum wil vestigen. Met elk gesprek raakt een compromis verder uit zicht.

In eerste instantie leken beide partijen het nog wel eens te kunnen worden, maar tot een echte deal is het nooit gekomen – al verschillen, natuurlijk, ook daarover de meningen. Inmiddels beschieten ze elkaar gedurig vanuit hun eigen loopgraaf. Scholte voelt zich in de steek gelaten en besodemieterd, de burgemeester en verantwoordelijke wethouder beklagen zich openlijk over ‘het temperament’ van de man die van zijn hart nog nooit een moordkuil heeft gemaakt.

In Rob Scholte Museum, Tijdelijk Gesloten (77 min.) betreedt Roy Dames de frontlinie aan de zijde van Scholte, die overtuigd is van zijn missie en zijn gelijk. Na de autobom die hem in 1994 beide benen kostte en die nooit helemaal is opgehelderd, vestigde hij zich als beeldbepalende Nederlandse kunstenaar in het buitenland. Uiteindelijk kwam hij toch terug naar eigen land. Het Rob Scholte Museum moest zijn nieuwe thuis worden en zou tegelijkertijd Den Helder internationale allure geven. Dat was althans het idee.

Terwijl de inleidende beschietingen in de gemeenteraad, openbare bijeenkomsten en de media een steeds serieuzer karakter krijgen en Scholte’s levenswerk echt in gevaar begint te komen, kadert Dames zijn overlevingsstrijd in met flashbacks naar de gebeurtenissen die hem hebben gevormd tot wie hij nu is: een ijzervreter die regelmatig in woede ontsteekt, zich soms wanhopig of moedeloos voelt en toch van geen opgeven wil weten. Dit museum is en blijft zijn thuis. Zijn ze nu helemaal belatafeld!

Intussen draaien de ambtelijke molens onverbiddelijk door en dreigt zelfs de grote Rob Scholte daardoor vermalen te worden. Regisseur Roy Dames documenteert dat gevecht tegen de bierkaai zonder fratsen. Hij rafelt Scholtes strijd uiteen in rudimentaire hoofdstukjes, die gezamenlijk een onvervalst I Fought The Law-gevoel oproepen. Waarbij niet alleen fans van dwarse rockacts zoals The Clash, Bobby Fuller of Dead Kennedys weten wie dat uiteindelijk wint.

Keith Haring: Street Art Boy

AVROTROS

In de tijd dat New York echt een gevaarlijke stad was – met gevaarlijke drugs, muziek én kunst – vond Keith Haring er een nieuw thuis. Hij arriveerde er in 1978, als ambitieuze jongen uit het nietige Kutztown in Pennsylvania. Klaar om de kunstwereld een ferme schop onder zijn hol te geven. En om met mannen te slapen, dat ook.

Zijn cartooneske kunst zou een wereldwijd fenomeen van hem maken: Keith Haring: Street Art Boy (53 min.), een perfect uithangbord voor de florerende graffiti-scene van New York. Zijn kunst was niet voorbehouden aan bezoekers van musea of galeries, maar voor iedereen toegankelijk in metrostations. Zo boorde hij een nieuw publiek aan voor moderne kunst.

Dit levendige portret van Ben Anthony, waaraan Harings ouders en mensen uit zijn directe omgeving hun medewerking verlenen, weet de tijdgeest goed te raken en blijft ook lekker op tempo. De protagonist, die zelf aan het woord komt via een audio-interview dat vlak voor zijn dood in 1990 werd afgenomen, blijft wel enigszins een enigma. Een man die na zijn overlijden bovendien een wereldwijd icoon zou worden.

Want New York was ook een stad van gevaarlijke seks. En die zou Keith Haring op slechts 31-jarige leeftijd, via de meest gevreesde ziekte van zijn tijd, de kop kosten.

Body Of Truth

Börres Weiffenbach / NTR

Het vrouwenlichaam als canvas voor grote maatschappelijke thema’s. Een Body Of Truth (53 min.) zogezegd. Vervaardigd door vier uiteenlopende vrouwelijke kunstenaars, die zo de onderwerpen uitdrukken die hen hebben gevormd. De Duitse filmmaakster Evelyn Schels brengt hen samen in een gestileerde documentaire.

De in New York woonachtige Shirin Neshat dealt in haar oeuvre bijvoorbeeld met haar vertrek uit Iran, waar de ‘westerse’ dictatuur van de Sjah plaatsmaakte voor het religieus fundamentalisme van Ayatollah Khomeini. Ze zoekt nog altijd de spanningen binnen de Islam op. Zo maakte Neshat bijvoorbeeld portretfoto’s van gesluierde vrouwen, onder wie de Pakistaanse mensenrechtenactiviste Malala, waarop ze gedichten heeft gekalligrafeerd.

Fotografe Katharina Sieverding bekommert zich als lid van de zogenaamde ’68-generatie om de erfenis van nazi-Duitsland. In haar jonge jaren vroeg ze zich af of haar land voldoende afstand had genomen van het verleden en tegenwoordig belicht ze hoe het fascisme zich in het moderne Duitsland manifesteert. Ze maakt daarvoor veelvuldig gebruik van afbeeldingen van haar eigen gezicht, dat fungeert als een spiegel voor wat ze wil zeggen.

De Israëlische kunstenares Sigalit Lindau is tevens getekend door de Tweede Wereldoorlog en werd ook sterk beïnvloed door de aanhoudende Intifada in haar eigen land. In haar werk probeert ze uit te drukken hoe het is om te leven met terreur. Ze maakt zichzelf bijvoorbeeld, geheel naakt, onderdeel van een spoel van watermeloenen in de Dode Zee, die uiteindelijk een bloedrode kleur onthult. Of gaat lekker hoepelen met een stuk prikkeldraad.

Automutilatie lijkt ook een centraal thema van Marina Abramovic. Met het geselen van haar eigen lijf probeert ze zich te bevrijden van haar achtergrond in het voormalig Joegoslavië en de oorlog die daar huis heeft gehouden. Ook nu vloeit er regelmatig bloed. Dat is bepaald geen prettig gezicht – en dat geldt voor veel van de getoonde bewijsstukken van deze uitgesproken vrouwen – maar maakt tevens inzichtelijk hoe het verleden jaren later nog altijd huishoudt in het leven van deze kunstenares.

Want waar we onze toekomst ook zien, zo leert Body Of Truth, het verleden kruipt als een schaduw achter ons aan en blijft verraden waar we vandaan komen.

Raquel Van Haver – De Vrouwen Van Mijn Land

NTR

‘De vrouwen van mijn land zijn zo mooi als een bloem’, zingt een vrouw in bezwerend Spaans in de openingsscène. ‘Ze zijn moedig en vastberaden. Ze verdienen, altijd, onze bewondering.’

Zulke Colombiaanse vrouwen kijken recht in de camera van kunstenares Raquel van Haver, die hen portretteert als moderne varianten op Maria. Deze foto’s gebruikt ze weer als basismateriaal voor haar in alle opzichten grote schilderijen, die zullen worden geëxposeerd in het Bonnefanten Museum in Maastricht.

Van Haver is zelf ook zo’n sterke Colombiaanse vrouw. Opgegroeid in Nederland, dat wel. Geadopteerd. Toen ze jong was, zegt ze in Raquel Van Haver – De Vrouwen Van Mijn Land (50 min.), moest ze zich gedragen als een blond meisje met blauwe ogen. In haar geboorteland zoekt ze weer verbinding met haar oorsprong. Zodat Van Haver (ook) weer Velasco kan worden.

De vanuit Amsterdam opererende kunstenares bezoekt bijvoorbeeld het weeshuis Fana Bogotá en komt daar oog in oog te staan met een foto van het driejarige kind dat ze ooit was. ‘Kunst heeft mijn leven gered’, vertelt ze aan de jongens en meisjes die nu in het tehuis verblijven.’ Ik hoop te laten zien, vooral aan de kinderen, dat kunst en muziek en dans zo belangrijk zijn, en goed voor je.’

Die kunst heeft haar volgens een ronkende recensie uit NRC Handelsblad, waarmee deze fraaie documentaire van Bibi Fadlalla start, inmiddels gemaakt tot een cultuurfenomeen dat je niet mag missen ‘als je midden in de maatschappij’ wilt staan. De film toont vervolgens gedetailleerd hoe Van Havers werk tot stand komt, inclusief de wereld die ze daarmee toegankelijk wil maken.

Die behelst op het eerste oog vooral ‘exotische’, onmiskenbaar Latijnse taferelen, maar verraadt tegelijkertijd ontegenzeggelijk Europese invloeden, vervat in de Madonna-achtige beelden die als koloniale erfenis in Zuid-Amerika zijn achtergebleven. Van Haver brengt deze elementen in haar kunst gloedvol tezamen. Zoals ze ook in haar persoon en achtergrond samen zijn gekomen.

Deze documentaire is tegelijkertijd een psychologisch portret van een belangwekkende nieuwe stem en een grondige introductie in haar intieme werk(wijze) als een exploratie van een uiteindelijk grenzeloze wereld. Aan het eind van de film zien we niet voor niets een krachtige Colombiaanse in haar eigen habitat: Raquel van Haver zelf, voor een flatgebouw in Amsterdam Zuidoost.

‘De vrouwen van mijn land zijn ze mooi als een bloem’, klinkt het helemaal tot besluit, in bezwerend gezang. ‘Ze zijn moedig en vastberaden. Ze verdienen, altijd, onze bewondering. Wees gegroet, Heer Koningin en Moeder. Moeder van genade.’

Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging

VPRO

Het lijkt een typische MacGuffin, een term die naar verluidt ooit werd geïntroduceerd door meesterregisseur Alfred Hitchcock: het object dat of de gebeurtenis die een film echt in gang zet. Het complot om de wereld te vernietigen dat James Bond moet zien te verijdelen. De Bijbelse Ark Des Verbonds waarvoor Indiana Jones zijn leven op het spel zet. Enne… , in dit geval, de Drentse steen, die na 200.000 jaar eindelijk wel eens terug naar huis wil, ergens in het hoge noorden. Een stukje Finland, om precies te zijn, waar ze toevallig vooral Zweeds spreken.

Een steen met heimwee, zogezegd. Door een gletsjer aan zijn moedersteen ontrukt tijdens de voorlaatste ijstijd. Althans volgens de held in kwestie, Bart Eysink Smeets. Hij is van plan om één van die zwerfkeien naar huis te begeleiden. Zo begint in Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging (53 min.) een gevecht op leven en dood, bij wijze van spreken dan, met ambtenaren, commissies, douaniers en de ondernemers van de Drentse ‘hunebedhoofdstad’ Borger.

En dan zijn er nog natuurwezenopstellers. Een man belt op dat Eysink Smeets een grote fout maakt ‘als hij voor de steen beslist dat hij heimwee heeft’. Hij moet de steen zelf aan het woord laten, vindt Ferry van der Loos, die (natuurlijk) zelf wel even met de steen zou kunnen praten. ‘Vet!’ meent Tom Eysink Smeets, Barts broer die de hele onderneming filmt. ‘Dan gaan we met de steen praten.’ De held sputtert tegen: ‘Maar wat als de steen niet wil?’

Er is maar één manier om daar achter te komen. En dus besluit Bart Eysink Smeets – oh ja, hij is kunstenaar – om ook dit obstakel te gaan nemen tijdens zijn surrealistische queeste. Het gaat immers om de reis, niet om de bestemming. Daarbij lijkt overigens altijd een camera aanwezig. Is het niet die van Tom, dan van een plaatselijk medium (en dan bedoel ik, voor de duidelijkheid, dus geen paranormaal begaafde steengenezer).

Voor officiële gelegenheden, zoals een afscheid met plaatselijke notabelen, trekt de altijd montere Bart zelfs een blits pak aan, als het niet anders kan gewoon op het toilet van de trein. Het zijn de momenten waarop de besmuikte glimlach, waarmee buitenstaanders deze absurde tocht nu eenmaal onvermijdelijk begeleiden, zowaar plaatsmaakt voor een harde hinnik. Want deze heldhaftige reddingsactie van een verweesde zwerfkei behoudt te allen tijde zijn luchtige karakter.

En aan het eind van deze ontzettende leuke film heeft de Drentse evenknie van James Bond de wereld dan misschien niet gered en in navolging van de snoodaards in Indiana Jones ook geen wereldheerschappij verkregen, maar wel degelijk, vrij naar Bram Vermeulens toepasselijke evergreen De Steen, een steen verlegd op aarde. ‘Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.’

Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging is hier te bekijken.